Opgedragen aan Leterme vanwege Kipling door Jan Verroken.(vertaling, Eugeen Mattelaer)
ALS GIJ
Als gij uw kalmte houdt wijl ieder staat te beven en 't hoofd verliezend U de schuld van alles geven, als gij spijts allen en spijts alles op u zelf vertrouwt en met eenieders twijfel immer rekening houdt,
als gij kunt wachten en nooit moe van wachten wordt en door geen leugens noch door achterklap verdort,
als gij gehaat wordt maar geen kwaad met kwaad vergeldt en niet wilt doorgaan als een heilige of held -
Als gij kunt dromen maar uw dromen kunt beheersen en denken kunt om door uw geest en wil te heersen, als gij triomfen maar ook nederlaag kunt tarten
en die bedriegers werend 't leven door kunt starten, als gij de waarheid van uw woorden kunt aanhoren verdraaid door schelmen om 't gepeupel te bekoren,
als gij naar de verwoesting van uw huis kunt schouwen en met het oude puin nieuw levenswerk kunt bouwen
Als gij uw winsten op een nummer durft riskeren en door één enkele worp uw kansen wilt proberen, als gij verliezen kunt en weet te herbeginnen
en zonder boe noch ba U aanstonds kunt bezinnen, als gij uw zenuwen door wilskracht kunt bedwingen en gij altijd uw hart naar uw verstand kunt dwingen, als veel van 't oude levensvuur is uitgebrand
en blijft het ideaal dat in U roept: "Hou stand" -
Als gij uw volk bemint maar waardigheid behoudt en gij met koningen verkeert maar eenvoud houdt, als vriend en vijand uwe ziel niet kunnen deren
. en gij van mensen houdt maar iedereen kunt weren, als iedere minuut van gans uw levenstijd
voor 't goede wordt gebruikt en steeds uw ziel bevrijdt, dan is het ganse aardrijk uwe grootste woon,
en wat nog meer bediedt - GIJ ZIJl EEN MAN, MIJN ZOON.
niemand van de thans levende generatie heeft schuld noch verdienste aan het verleden, maar de gevolgen blijven?
Dat het, bij de stichting van dit land, communautair fundamenteel verkeerd liep, is niet de schuld noch de verdienste van de thans levende generatie.
Maar als het thans nog verkeerd loopt is wel haar schuld?
Laten wij de zaken eens bij hun ware naam noemen.
Het België van 1830 werd gesticht als een anti- Vlaams land.
Nadat wij eerst Twintig jaar door Frankrijk werden ingelijfd en nadat er even lang met de bezetter werd gecollaboreerd, was het ganse bestuur in al zijn geledingen verfranst.
Tijdens de Nederlandse periode, bleef die nieuw geschapen en bestaande toestand te lang aanslepen, om pas in 1823 een poging te doen teneinde die toestand in de Vlaamse gewesten weer te normaliseren en te vervlaamsen.
Ge kent de stoplap
: “to late and to little”, te laat en te weinig.
Nog voor 1830 was alles alweer ongedaan, behalve de scholen en die werden na 1830 ook weggevaagd.
Vlaanderen kreeg in 1830 hoogstens een soort koloniaal statuut.
Elke poging om daar iets aan te veranderen werd als antivaderlands weggehoond, en alle nationale symbolen werden uit de kast gehaald om elk snode ontvoogdingbeweging halt toe te roepen. (Zie onze vorige bijdrage over de Brabançonne.)
En nu dé vraag.
De vraag: indien men, namens België, Walloniëen de Franstalige gemeenschap had behandeld lijk men Vlaanderen en de Vlaamse gemeenschap heeft behandeld---------Hoelang zou zulk een België kunnen bestaan hebben?
Mijn antwoord: geen jaar?
Het verleden is geweest wat het was, en daar is niets meer aan te veranderen, maar de gevolgen blijven en hebben zich vertaald in onderscheidene mentaliteiten?
En wat zijn die gevolgen? Een tegenstrijdig redelijkheidgevoeleen ander schaamtegevoel een verschillend vanzelfsprekendheidgevoel.
Wij leven naast mekaar,niet met elkaar?
Wij spreken naast mekaar, niet met elkaar?
Het resultaat:het dovemansgesprek van vandaag?
De oorzakelijke oorzaak? De manier waarop men , namens België, ook het Vlaamse landsgedeelte heeft bestuurd en de Vlaamse gemeenschap heeftbehandeld?
Noch min noch meer als een door de Francofonie bezet gebied? Als een kolonie?
Een kolonie waar administratie, gerecht, politie en leger volledig in handen in handen was van de Francofonie.
De Francofonie speelde de overheid, ook in Vlaanderen en de Vlaamssprekenden speelden voor onderdaan. De Francofonie speelde voor elite en de Vlaamse bevolking voor lagere klasse.
Vlaanderen werd onder de leiding van de elite een reservaat van meiden en knechten, van seizoen arbeiders, van emigranten, ook naar Wallonië, waar o.a. nooit een faciliteitenschool werd opgericht? Waar zolang België bestaat slechts een regel heeft gegolden: immigreren is assimileren.
Zelfs integreren was daar en is daar nog steeds onvoldoende?
En de Francofonie achtte zulks redelijk, vanzelfsprekend en
hielden er geen enkel schuld of schaamte gevoel aan over.
Daar is zeker, onder druk van de Vlaamse ontvoogdingsbeweging, die in de grond een dekolonisatie- beweging was en is,een sociale ontvoogdingbeweging, ontzettend veel veranderd in de feiten; maar nog steeds niet in dezelfde verhouding een verandering in de mentaliteiten.
Daar de Vlaamse massa geen stemrecht had kon de ontvoogdingbeweging slechts buiten het Parlement ontstaan. Een zelfgenoegzame kaste, Installeerde in Vlaanderen een “sociale” taalgrens.
Maar wie waren die vertegenwoordigers? Een volksvreemde kaste, verkozen door nauwelijks iets meer iets meer dan I% van de bevolking. Niet te geloven maar waar?
Voor de verkiezing van de constituante, de grondwetgevende vergadering namen slechts 30.000 kiezers een stem uit.
En weer dé vraag?
Men had Wallonië eens moeten behandelen lijk men het Vlaamse landsgedeelte en de Vlamingen heeft behandeld??? Hoelang zou zulk een België bestaan hebben?
Wellicht geen jaar? Overdrijven wij?
Stel u eens voor dat men in dit land, waar de Vlamingen toch steeds de meerderheid hebben uitgemaakt ( in 1830 woonden in West- en Oost-Vlaanderen alleen evenveel mensen als in alle Waalse Provincies samen)
Stel u eventjesvoor
dat men in Wallonië het Vlaams, als taal van de meerderheid de Vaderlandse bevolking, als enige officiële taal had gebruikt, dat ge in dit gemeenschappelijk land, met Vlaams alleen, overal ook in Wallonië, alle officiële posten en functies kon bezetten en met Frans alleen niets, ook in Wallonië en Brussel niets?
Stel u voor dat men, met Frans alleen, in dit land niets had kunnen worden en niemand van enige betekenis had kunnen zijn, ook in Wallonië niet?
Lees deze vraag driemaal en antwoordt zelf?
Stel u voor dat, ook in Wallonië en een in Wallonië gelegen hoofdstad, vrijheid van taal ook zou betekend hebben dat de taalvrijheid van de inwoners zou ophouden waar het recht voor de overheid omde taal van de burgers niet te kennen? Stel u voor dat men in dit land 100 jaar had moeten wachten op het recht op een Franstalige Universiteit?
Dit alles is toch niets om van wakker te liggen, als het over Vlaanderen en de Vlamingen gaat?
Wij kennen dat slaapliedje waarmee men de Vlamingen meer dan 175 poogt in slaap te wiegen.
Hoelang zou dit bij de Walen gepakt hebben? Hoelang zou zo een België hebben kunnen bestaan???
Mijn pronostiek: geen jaar? En terecht.
Of overdrijf ik?
Stel u voor dat de aldus hoofdzakelijk Nederlandstalig geworden hoofdstad van dit land in Wallonië lag, en dat ze te pas en te onpas aan gebiedsuitbreiding wil doen ten koste van het verder Waalse landsgedeelte?
Wat zou er gebeuren bij de Walen?
Binnen de kortste keer staan de deuren van de initiatiefnemers vol hakenkruisen en mogen ze een eventueel nieuw mandaat vergeten?
Overdrijf ik? Denk aan wat er gebeurd is met Gilson of met Fayat?
Allebei werden ze in Brussel van de lijst gezet, de eerste omwille van de taalwet, de tweede omwille van zijn houding in de zaak Leuven Vlaams.
Als België ooit in twee delen uiteenvalt zal dit nooit door de Vlamingen gebeuren, maar vanwege het nooit aflatend Brussels imperialisme,altijd weer op zoek naar “le tres grand Bruxelles” in plaats van ervoor te zorgen dat er wat minder menselijke miserie zou zijn binnen de grenzen van het huidig Hoofdstedelijk gebied, in plaats van zich te gedragen als hoofdstedelijk gebied voor het ganse land, als een gastvrijontmoetingsgebied voor de beide Volksgemeenschappen?
Het nooit aflatend achterscherms intrigeren door een zekere Francofone fractie, is de echte splijtzwam van dit land?
Voeg daarbij de eeuwig aarzelende Vlaamse heelmeesters, die er steeds in lukken nieuwe stinkende wonden te maken.
Wanneer gaan de Vlamingen er mee stoppen te pas en te onpas op het bankske van de beschuldigden te gaan zitten?
Wij vragen toch niets anders dat in Vlaanderen dezelfde regels zouden gelden als in Wallonië? Noch min noch meer?
En dat men de eed die ze allen in aflegden in het parlement zou uitvoeren en de Grondwet zou naleven.
Stel het vriendelijk maar onwrikbaar: Het koloniaal tijdperk is definitief voorbij en er is in Vlaanderen geen plaats meer voor kolonisten in de Rand.
Wij vragen zelfs niet dat zij assimileren zoals in Wallonië, hoogstens dat zij zich zouden integreren. Voor de rest kunnen ze zoveel Frans of een andere taal praten als ze willen, maar wij staan erop dat in Vlaanderen gelijkaardige regels zouden gelden als in Wallonië.
Geen twee maten en twee gewichten.
En stop met aarzelen en zeker met compromitterende compromissen, want daar komt geen einde aan.
Daar is maar één veilige methode: de verdediging van een eerbaar ver-GELIJK i.p.v. die compromitterende compromissen
Vlaanderen moeitzich communautair toch ook niet met Wallonië? Ze moeten het toch eens leren om Vlaanderen zijn eigenheid en zijn grenzen te respecteren???
De tekst die volgt komt uit Wikipedia, met het voorzien voorbehoud:
Wat tussen () staat is persoonlijk.
De Brabançonne is het nationaal volkslied van België. Het lied was oorspronkelijk in het Frans geschreven en later werd er ook een versie in het Nederlands en in het Duits geschreven.
(Het viel mij op dat er hier spraak is van een “versie” en niet van een vertaling. Hoe oud ik ook ben; ik had daar nooit op gelet. Wie wel?)
De Brabançonne werd geschreven door Jenneval wiens echte naam Louis Alexandre Dechet was. Hij was toneelspeler in de Brusselse Muntschouwburg waar in augustus 1830 de Belgische omwenteling begon.
(Die eerste Brabançonne was pro Oranje en de opstandelingen “fange”=”vuiligheid”)
Volgens de overlevering stelde hij de tekst samen tijdens een samenkomst in het café “L’Aigle d’Or”.In de strijd voor Belgische onafhankelijkheid werd Jenneval gedood.
De bijhorende muziek is gecomponeerd door François Van Campenhout. Jenneval wilde de grieven van de Belgen in enkele coupletten samenvatten en de Koning Willem 1 herinneren aan de verwachtingen van het volk.
In 1860 werd de tekst door de toenmalige Belgische eerste minister Charles Rogier aangepast waardoor de heftige aanvallen op de Nederlandse Prins van Oranje, (uit de tweede versie) van Jenneval, werden afgezwakt.
In 1926 preciseerde een rondschrijven van het ministerie van Binnenlandse Zaken dat enkel de laatste strofe van de tekst van Rogier als de officiële als de officiële versie van de hymne beschouwd moest worden.
( Mijn nieuwsgierigheid: wat stond er dan in die andere strofen?)
De huidige Nederlandstalige versie werd pas in 1938 (?) officieel goedgekeurd.
(Wat zat daar achter? Waarom zo laat?)
Vergelijk de Vlaamse versie van de Brabançonne met de Franse versie. Vergelijk de woorden in vetjes?
De Franse versie
O Belgique, o mèrechérie,
A toi nos coeurs, a toi nos bras,
A toi notre sang, o Patrie!
Nous le jurons tous, tu vivras!
Tu vivras toujours grande et belle
Et ton invinsible unite
Aura pour devise immortelle:
Le Roi, la Loi, la Liberté!
Aura pour devise immortelle
Le Roi, la Loi, la Liberté!
Le Roi, la Loi, la Liberté!
Le Roi, la Loi, la Liberté !
De Vlaamse versie
O dierbaar Belgie
O heilig land der Vaad’ren
Onze ziel en ons hart zijn u gewijd.
Aanvaard onze kracht en het bloed van onze ad’ren,
Wees ons doel in arbeid en in strijd.
Bloei, o land, in eendracht niet te breken;
Wees immer u zelf en ongeknecht,
Het woord getrouw, dat g’onbevreesd moogt spreken:
Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.
Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.
Voor Vorst, voor Vrijheid envoor Recht.
____________________________________________
Vergelijkingen en bedenkingen
1)Als men ze naar het volume van de teksten bekijkt, kan menzich moeilijk voorstellen, dat ze in dezelfde melodie terecht kunnen. De Vlaamse tekst telt zowat 20 woorden meer en is 25% langer dan de Franse.
2) Als men ze naar inhoud en vorm bekijkt?
De Franse versie, die ik zowat voor de eerste keer in mijn leven aandachtig onder ogen zie, veel poëtischer. Het is een echt liefdeslied? Het klinkt zo smoor verliefd, dat men de rest van de wereld niet meer ziet.
De Vlaamse versie klinkt meer retorisch, het is een slecht gecamoufleerd oud-flamingantisch strijdlied. De tekst had van iemand als Concience kunnen zijn. Oud-strijders van 1830, nog 100%Belgisch gezind, maar die met lede ogen moesten vaststellen hoe de Francofonie bourgeoisie bezig was met de Vlaamse meerderheid zo te verknechten, ente koloniseren, dat het niet schoon meer was.
3)Als men ze naar het tegenstrijdig woordgebruik bekijkt, moet men ook wel enkele vaststellingen doen, waar niemand kan naast kijken?
a)Eerste tegen strijdigheid.
Belgique, mère chérie > <het heilig land der Vaad’ren
België is in deFranse tekst een zeer geliefde moeder, een “mèrechérie”, de band kan tochniet echter en hechter. En het is bvb voor de Franse Brusselaars nog waar ook. Was de eerste naam van het nationaal lied: La Bruxelloise En m.i.terecht, want zonder Brussel was er wellicht geen België en zonder België geen Fransgedomineerd Brussel
Het Vlaamse en het Waalse landsgedeelte zijn veel ouder dan Belgie, maar zonder Belgie, zeker zonder het bourgeois België van de eerste 100 jaar, was Brussel nu een Vlaamse stad.
In de Vlaamse tekst is Belgie het heilig land der Vaad’ren. Dat is nogal voor-Belgisch en dat land der Vaad’ren klinkt m.i. toch iets minder echt en hecht?
Noteer: in een verdere strofe van die zelfde Vlaamse Brabançonne staat, wat moet verstaan worden als het land der Vaad’ren?Dat is”Van Haspengouw tot aan het Vlaamse strand”
b)De tweede tegenstrijdigheid.
“unité”> <”eendracht”
In de Franse tekst gebruikt men de term “unité” en in de Vlaamse tekst staat “eendracht”en daarvoor moet ge minstens met twee zijn.
Om dit onderscheid te verstaan moet men eerst noteren, dat de tekst door Eerste Minister Rogier werd in 1860 ???
Even rondkijken.
In 1856 werd een Koninklijke Commissie opgericht om dat Vlaamse grieven ten onderzoeken.
De Commissie werd voorgezeten door eenWaal Jottrand.
Jottrand blijkt een man geweest te zijn, die open stond voor de Vlaamse zorgen en voor de sociale problemen. Hij maakte zels deel uit van een club met Marx Hij was een van de eerste verdedigers van het algemeen stemrecht, voor hem een van de voorwaarden om een einde te kunnen stellen aan de Vlaamse en sociale problemen.
Hij zou ook de man geweest zijn die in 1830 de Franse vlag, als opstandvlag, liet vervangen door de Brabantse (die de Belgische werd)
De Koninklijke Vlaamse Grieven-Commissie bestond uit 9 vertegenwoordigers, waaronder Conscience en David.
Toen de Commissie klaar was met haar verslag, weigerde Rogier, die intussen Eerste Minister geworden was, het verslag te laten drukken, ten gerieve van de parlementsleden.
Daartegen reageerde de Commissie in 1859 met zelf het verslag over de Vlaamse grieven te laten publiceren.
Hierop reageerde Rogier, nog in 1859, weer met een tegenverslag, met als kernargument, dat ingaan op de Vlaamse grieven eengevaar waren voor de “unité” de “eenheid” van het land.
De Commissie vroeg immers dat alle officiële personen die in Vlaanderen van dienst waren “ook” Vlaams zouden kennen en dat vooral de onderofficieren en de lagere kaders van het leger, die te maken hadden met de soldaten, “ook” Vlaams zouden kennen en dat men in de pupillenschool van Lier ook het Vlaams zou onderwijzen.
Gezien vanuit deze tijd, was dit ongelooflijk weinig, Maar voor de regerende bourgeoisie van die tijd betekende dit een terugkeer naar de Hollandse tijd.
Hij had gelijk voor een soort land zoals hij het zag en dat alleen past voor een eentalig land. Maar hij zag niet dat een twee of meertalig land, nood heeft, om de vrede en goede samenwerking, nood heeft aan een aangepaste structuur.
En de Commissie kon zoveel als ze wilde naar voorbeeld van Zwitserland e.a. verwijzen, datwas voor hem als boter aan de galg.
En precies in die periode schreef hij een nieuwe tekst van de Brabançonne met daarin zijn “unite”, gebouwd op de complete miskenning vanhet Vlaamse feit.
Maar hij had toen nog andere katten te geselen. Nog steeds was de vaart op de Schelde belast met een zwareNederlandse tol. Om ter zake een redelijke kans te maken moest er iets gedaan aan de toon van wederzijdse verhoudingen. Om te beginnen moesten alle hatelijkheden tegen Oranje weg uit de Brabançonne van toen.
Zo werd de Brabançonne van Rogier, met zijn “eenheid” een oorlogsverklaring aan de Vlaamse ontvoogdingbeweging en een liefdesverklaring aan Holland, waaraan hij verder een hele strofe heeft gewijd. Ge moet eens lezen en luisteren naar de derde strofe van de Brabançonne van Rogier:
Ouvrons nos rangs à d’anciens frères
De nous trop longtemps désunis
Belges, Bataves, plus de guerres
Les peoples libres sont des amis
A jamais resserrons ensemble
Les liens de fraternité
Et qu’un me^me cri nous rassemble
Le Roi, la Loi, la Liberté.
En had hij gekund, het was bij geen liefdesverklaring gebleven, maar de Hollanders hadden er geen oren naar; ze voelden zich veiliger achter een neutraal België.
Ook dat was 1860 met de bedreiging van Napoleon 3 en van het opkomende Pruisen en Luxemburg dat te koop was en Vraag of 1830 geen stommiteit was geweest.
En toch is er iets waarvoor de Vlamingen,de Fransman geboren Belg Rogier, dank verschuldigd blijven,nl het is tijdens zijn regering, dat de eenheid van spelling werd ingevoerd;
Deze toelichting is wat lang uitgevallen; maar kon het anders?
In de Vlaamse tekst staat “eendracht” i.p.v. “unité”
Voor de Franse tekst van de Brabançonne wonen er in dit land alleen maar Belgen en de enige officiële taal en de taal van de overheid is Frans. Dat staat wel niet in de grondwet;voor het Frans is dat niet nodig. De grondwet is daar alleen voor de Vlamingen, en ze zullen eerst de grondwet moeten veranderen voor zij gelijke rechten krijgen?
Tevoren was het taalgebruik in België vrij, alleen hield de vrijheid van de Vlamingen op waar de vrijheid van de Francofoon begon en die was alom tegenwoordig, niet alleen in Wallonië en Brussel, maar zelfs in Vlaanderen.
Voor de Vlaamse tekst zijn er twee soorten Belgen, Vlamingen en Walen, en het probleem is de “eendracht”
Die Vlamingen vergeten dat de Vlamingen en de Walen maar stiefkinderen zijn van la mère en zelfs veel ouder dan la mère patrie, en dat er ook nog de echte kinderen van “la mèreBelgique”zijn NL de Francofone Belgen; en die staan voor “unité”en die Vlamingen met hun pretentie van gelijke rechten en gelijkbehandeling zijn een vervelende hypotheek op de “unité”
Neen, zegt de Vlaamse versie, het probleem is de “eendracht” tussen de taal en cultuurgemeenschappen, die moeten leren met elkaar en niet naast elkaar te leven, binnen dezelfde grenzen?
Vandaar dat de derde strofe van de VLaamse versie sluit met het Refrein :
Zolang een Belg,’t zij Waal of Vlaming leeft.
Zolang een Belg, ’t zij Waal of Vlaming leeft
Zolang een Belg, ’t zij Waal of Vlaming leeft
Voor zekere Francofonen bestaan er geen Vlamingen en Walen en die vervelende woorden komen ook niet voor in de Franse tekst niet voor; Die werden veel later voor het eerst ontdekt door Destrée. Voor de Francofone versie bestaan er alleen Belgen, en de echte Belgen, voor hen, zijn Francofoon.
c)De derde tegenstrijdigheid?
La Loi> <Recht
De Franse versie van de Brabançonne zweert bij de wet, la Loi. Dit
wordt in de Vlaamse versie vervangendoor het Recht. En dat is ver van hetzelfde.
Ten tijde van Rogier, had bijna 90% van de bevolking geen burgerrechten, zeker geen kiesrecht. Dit alles werd voorbehouden voor nauwelijks iets meer dan 1% van de bevolking. De constituante werd verkozen door nauwelijks 30.000 kiezers. De volgende keer werdenzelfs de kwaliteitskiezers uitgesloten, nl degenen die wel hadden mogen kiezen op basis van gedane studies, zonder dat zij zich ophun fiscale status konden beroepen.
België werd een puur Burkiaanse staat, waar de vooruitgang zich beperkte tot het feit, dat de regering zich niet alleen moest verantwoorden voor de koning, maar vooral het parlement , in dit geval voor een selectie, de top, van “landeden moneyed men” , de rijkste en de grootgrondbezitters. De wet, laloi, dat was zij en zij alleen.
Al de anderen waren louter recht-loze onderdanen of ondergeschikten. Neveneffect: vandaar dat zowel desociale ontvoogdingsbewegingen als de communautaire ontvoogdingsbewegingen, buiten het parlement ontstonden en minstens tot 1893 moesten wachten om parlementair, d.i. met impact op de wet en de wetnaar het recht te doen luisteren. Wat daarna vlotter ging met het sociale rechtverwerven dan met het communautaire recht, wegens de industriële massa’s en hun betere syndikeerbaarheid en mobiliseerbaarheid.
Het is ook in deze context dat gij de oproep moet plaatsen die alleen in de Vlaamse versie voorkomten niet in de Franse?
Deze alleenstaande oproep luidt:
“Wees immer uzelf en ongeknecht”
Overdreef ik wanneer ik stelde, dat de Vlaamse versie van de Brabançonne een slecht gecamoufleerd flamingantisch strijdlied was? Vervang het woord België door Vlaanderen en ge zijt er beter aan toe dan met de Vlaamse Leeuw.
Voor wanneer een echt gemeenschappelijk nationaal lied?
Laten wij onze geschillen thuis uitvechten, maar niet over de hele wereld uitdragen o. a. via de podia van alle mogelijke sportmanifestaties.
Zolang wij geen echt gelijkwaardige tvankst voor het ganse land kunnen voorleggen ‘is there something wrong in this country’
En zingen we beter iet anders.
(Vriendschappelijk opgedragen aan de Heer Leterme.)
Dit bericht is het vervolg op het vroegere1) en 2) over het Frans Vreemdelingen Legioen, die ge best vooraf leest, indien nog niet gebeurd. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------
3)
wanneer die praktijken van het Vreemdelingenlegioen raken aan Belgische wettten, aan de openbare orde in ons land, en wanneer wij constateren dat deze praktijken uitgroeien tot een bestendige provocatie aan onze open grenzen tot desertie. Ik wil mij inspannen om de goede verstandhouding niet nodeloos te kwetsen en zal mij hierom beperken tot die feiten, voor zoverre zij in strijd zijn met de schikkingen op 17 juli 1925 getroffen tussen België en Frankrijk, met het oog op de repatriëring van minderjarigen die zich aan het gezag van hun ouders hebben onttrokken" (550). Na een schets van het klassieke drama te hebben weergegeven, berekende Verroken dat jaarlijks ongeveer driehonderd minderjarige Belgen in het Legioen verdwenen. Zoals men dat van hem gewoon was, stoffeerde Verroken zijn interpellatie met levende voorbeelden en preciese gegevens. Met instemmende verontwaardiging aannhoorde de aandachtige vergadering zijn kritiek op de dubbelzinnige rol van de Frannse Gendarmerie, die op de propagandafolder van het Legioen als officieel werfagent vermeld stond, maar anderzijds volgens de beschikkingen van 1925 Belgische minnderjarigen diende op te sporen en te repatriëren.
De bedoeling van Verroken was de Minister van Buitenlandse Zaken aan te sporen om via kontakten met de hoogste gezagsinstanties in Frankrijk een einde te maken aan deze onverkwikkelijke zwendel.
Ondanks alles hoopvol gestemd, besloot Verroken zijn interpellatie tot Minister Wigny als volgt: "het komt ons voor dat u in deze onderneming moet gelukken omdat niet alleen België, maar ook Frankrijk er alle belang bij heeft. Ik twijfel er niet aan dat het Vreemdelingenlegioen een onschatbare waarde heeft voor Frankrijk, maar zowel het Legioen als Frankrijk zelf moeten eindigen met in te zien dat het Legioen op het door ons aangevochten terrein ontzettend veel schade berokkent aan het prestige, aan de goede naam en faam van Frankrijk zelf. Beiden moeten anderzijds ook gaan begrijpen dat een grootmenselijke houding van hunnentwege tegenover onze diep mennselijke eis, het gezag en het prestige van Frankrijk in de wereld alleen kan versterken. Omdat dit zo is, geloven wij dat u in deze onderneming moet slagen. Ik twijfel er niet aan dat u, met de steun van het ganse parlement en van de ganse openbare opiinie en wellicht ook die van Frankrijk, er in moet gelukken om de Franse instanties de alzijdige redelijkheid van onze eis te doen inzien" (551).
De ganse Kamer, meerderheid én oppositie, juichte stormachtig toe. In het verder debat sprong de socialist Harrnegnies Verroken bij: "Je crois qu'i! est bon qu'un Wallon socialiste joigne sa voix à celle d'un Flamand catholique, afin que nos amis
français puissent en déduire que la Chambre et l'opinion publique belges sont unaniimes pour déplorer une attitude qui heurte tant de sentiments respectables" (552). Op het einde van het debat werd een motie neergelegd door de fraktievoorzitters van alle partijen, zonder uitzondering (553). 's Anderendaags werd deze motie met unaanimiteit gestemd, een eerder uitzonderlijk feit in de annalen van de Kamer (554).
De diensten van Buitenlandse Zaken, de ambassades en konsulaten, zouden in de volgende maanden positieve resultaten boeken. Optimistisch schreef Verroken op 7 juni 1959: "Het Legioen lost zijn greep" (555). Sinds het geval De Clercq werden te Rijsel geen minderjarigen meer aangenomen. Het probleem bestond er nu in de reeks ingelijfden terug te krijgen. Een aantal konkrete gevallen waren reeds teruggekeerd uit Sidi-Bel-Abbès, waar het Eerste Regiment van het Legioen gestationeerd was, waaronder De Clercq die op 15 juni 1959 's avonds thuis kwam. Nog in de maand Juni stuurde he Legioen ook de minderjarigen terug waarvoor de ouders, om de een of andere reden, geen teruggave hadden aangevraagd.gen, wanneer die praktijken van het Vreemdelingenlegioen raken aan Belgische wettten, aan de openbare orde in ons land, en wanneer wij constateren dat deze praktijjken uitgroeien lOt een bestendige provocatie aan onze open grenzen tot desertie. Ik wil mij inspannen om de goede verstandhouding niet nodeloos te kwetsen en zal mij hierom beperken tot die feiten, voor zoverre zij in strijd zijn met de schikkingen op 17 juli 1925 getroffen tussen België en Frankrijk, met het oog op de repatriëring van minderjarigen die zich aan het gezag van hun ouders hebben onttrokken" (550). Na een schets van het klassieke drama te hebben weergegeven, berekende Verroken dat jaarlijks ongeveer driehonderd minderjarige Belgen in het Legioen verdwenen. Zoals men dat van hem gewoon was, stoffeerde Verroken zijn interpellatie met leevende voorbeelden en preciese gegevens. Met instemmende verontwaardiging aannhoorde de aandachtige vergadering zijn kritiek op de dubbelzinnige rol van de Frannse Gendarmerie, die op de propagandafolder van het Legioen als officieel werfagent vermeld stond, maar anderzijds volgens de beschikkingen van 1925 Belgische minnderjarigen diende op te sporen en te repatriëren.
De bedoeling van Verroken was de Minister van Buitenlandse Zaken aan te sporen om via kontakten met de hoogste gezagsinstanties in Frankrijk een einde te maken aan deze onverkwikkelijke zwendel.
Ondanks alles hoopvol gestemd, besloot Verroken zijn interpellatie tot Minister Wigny als volgt: "fIet komt ons voor dat u in deze onderneming moet gelukken omdat niet alleen België, maar ook Frankrijk er alle belang bij heeft. Ik twijfel er niet aan dat het Vreemdelingenlegioen een onschatbare waarde heeft voor Frankrijk, maar zowel het Legioen als Frankrijk zelf moeten eindigen met in te zien dat het Legioen op het door ons aangevochten terrein ontzettend veel schade berokkent aan het prestige, aan de goede naam en faam van Frankrijk zelf. Beiden moeten anderzijds ook gaan begrijpen dat een grootmenselIjke houding van hunnentwege tegenover onze diep mennselijke eis, het gezag en het prestige van Frankrijk in de wereld alleen kan versterken. Omdat dit zo is, geloven wij dat u in deze onderneming moet slagen. Ik twijfel er niet aan dat u, met de steun van het ganse parlement en van de ganse openbare opiinie en wellicht ook die van Frankrijk, er in moet gelukken om de Franse instanties de alzijdige redelijkheid van onze eis te doen inzien" (551).
De ganse Kamer, meerderheid én oppositie, juichte stormachtig toe. In het verder debat sprong de socialist Harrnegnies Verroken bij: "Je crois qu'i! est bon qu'un Wallon socialiste joigne sa voix à celle d'un Flamand catholique, afin que nos amis
français puissent en déduire que la Chambre etl'opinion publique belges sont unaniimes pour déplorer une attitude qui heurte tant de sentiments respectables" (552). Op het einde van het debat werd een motie neergelegd door de fraktievoorzitters van alle partijen, zonder uitzondering (553). 's Anderendaags werd deze motie met unaanimiteit gestemd, een eerder uitzonderlijk feit in de annalen van de Kamer (554).
De diensten van Buitenlandse Zaken, de ambassades en konsulaten, zouden in de volgende maanden positieve resultaten boeken. Optimistisch schreef Verroken op 7 juni 1959: "Het Legioen lost zijn greep" (555). Sinds het geval De Clercq werden te Rijsel geen minderjarigen meer aangenomen. Het probleem bestond er nu in de reeks ingelijfden terug te krijgen. Een aantal konkrete gevallen waren reeds teruggeekeerd uit Sidi-Bel-Abbès, waar het Eerste Regiment van het Legioen gestationeerd was, waaronder De Clercq die op 15 juni 1959 's avonds thuis kwam. Nog in de maand juni stuurde het legioen ook de jongeren terug, waarvoor de ouders geen terugave hadden gevraagd. ---------------- --------------- Wat niemand voor mogelijk hield was gebeurd: Verroken haalde zijn slag thuis, over de hele lijn.De unanieme steun van de publieke opinie die hij in dit geval mocht genieten, behoort voor de politici in de meeste gevallen meestal tot het rijk der dromen.
Dit stukje is nr 2, het vervolg op nr1. -----------------------------------------------
· Anderendaags werd hij onder een andere identiteit overgebracht naar Vincennes, ~n de buurt van Parijs, waar de rekruten verzameld werden. Vanuit Rijsel vertrok een dergelijke lading tweemaal per week. Op zondag 12 april 1959 was de ontnuchteering bij de jonge Michel reeds doorgedrongen en wou hij een brief naar zijn ouders
sturen, wat hem herhaaldelijk geweigerd werd. Op maandag 13 april 1959 werd hem een" voorlopig kontrakt" ter ondertekening voorgelegd, opnieuw onder een andere naam; dit keer was zelfs zijn nationaliteit gewijzigd. Het" voorlopige" karakter van dit kontrakt gold enkel in hoofde van het Legioen, voor de rekruten had het een deeïnitieve bindende waarde, dit wil zeggen dat ze minstens voor vijf jaar in het Leggioen vast zaten.
Dezelfde dag was de vader van de jonge man te Parijs, en via de militaire attaché -an de Belgische ambassade werden inlichtingen ingewonnen bij het Legioen. Het
antwoord was negatief: de jonge man was volgens het Legioen niet te Vincennes,
n hij was zelfs niet eens te Rijsel geweest. Achteraf zou blijken dat dergelijke leugens een geëigende metode van desinformatie was bij het Legioen, dat alle sporen zorgvuldig wou uitwissen.
Op dinsdag 14 april 1959 kregen de rekruten via een staalband, in acht verschillende alen, de harde wet van het Legioen te horen en dezelfde dag werden ze overgebracht naar het Fort Saint-Nicolas te Marseille.
Op woensdag 15 april 1959 werd Verroken persoonlijk door de ouders aangesproken. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken werd om steun verzocht om een nieuw onnderzoek via de ambassade mogelijk te maken. Sinds 20 april 1959 werd ook Interpol ingeschakeld. De dag waarop de Ministers van Buitenlandse Zaken, na een interpelllatie van senator De Schuyffeleer, stelling nam
tegen het ronselen van minderjarigen
door het Legioen vertrok Verroken 's nachts met een familiedelegatie in zijn auto naar Marseille, waar ze om 15.30 uur aankwamen.
Let wel, tot op dat ogenblik wist niemand met enige zekerheid of de jonge De Clercq al dan niet in het Legioen was. Door zijn doortastendheid wist Verroken op vrijdag A april 1959 het gedaan te krijgen dat de kommandant van het Fort hem wou ontt'angen, iets wat de plaatselijke Belgische konsul vruchteloos geprobeerd had. ~Ieer nog, om 11.15 uur kon hij persoonlijk met de jonge De Clercq spreken. Het bewijs van diens aanwezigheid in het Legioen was meteen geleverd en de jonge man vroeg niet beter om naar huis te mogen keren. De kommandant wou de rekruut ech-
er nog een bedenktijd opleggen en besloot De Clercq pas op maandag vrij te laten .
. Alle positieve verzekeringen ten spijt werd de jonge man niet gelost maar maandaggnacht 27 april 1959 om 23 uur op de boot naar Oran gezet. "Wij bekennen zeer graag, schreef Verroken, dat bij onze terugkeer het stuur van de auto, ons in de handen woog lijk dat van een zware vrachtwagen" (549) .
. A1 diegenen die Verroken verzekerd hadden dat hij met zijn kop tegen de muur zou lopen, kregen blijkbaar gelijk. Ontmoediging stond evenwel niet in zijn woordennoek. Nu zou hij trachten via Belgische instanties voldoende druk uit te oefenen op de Franse regering die van zelf de dubbelzinnigheid maar diende op te lossen: ofwel het akkoord van 1925 honoreren, ofwel erkennen dat ook zij geen vat had op het
Legioen. Verroken was er zich van bewust dat zijn interpellatie op 20 mei 1959 enigsszins delikaat was, gezien de betrokkenheid van een bevriende natie, "maar anderrzijds, rijst mijns inziens de vraag, of het Belgisch parlement het recht heeft te zwijgen
Eens iets anders: Het Frans Vreemdelingen Legioen.
Men vroeg mij of ik geen documenten meer had over het Frans vreemdelingen legioen. Helaas niet. Sinds enkele jaren heb ik al mijn oude papieren afgestaan aan de archieven Kadoc Leuven enADVN Antwerpen.Ik heb immers nooit gedacht dat ik zo lang zou leven.Het enige wat ik nog heb over het verleden is een biografie, door W.R.Jonckheere.
Wat volgt is het eerste deel van drie scanns uit mijn biografie, geschreven door W.R.Jonckheere Na deze volgen er, aansluitend,nog twee vervolgen. Om de rangorde niet te verwarren, zal ik ze nummeren. -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1)
David tegen Goliath: Verroken in de clinch met het Franse Vreemdelingenlegioen (546)
In de loop van 1959 en 1960 werd Verroken gekonfronteerd met een ware nachtmerrrie: de rekruteringspolitiek van het Franse Vreemdelingenlegioen en de hartverscheuurende persoonlijke en familiale drama's die er door veroorzaakt werden.
"Een kwade bui, een meningsverschil thuis, een onnozel schoolincident, een ogennblik moedeloosheid, een nerveuse inzinking, met een of andere jongeman, die war vroeg zijn JJ moustache JJ krijgt, dit alles kan volstaan om een beloftevol jong leven of de meest eerbare familie, voor altijd te vernietigen. Geen enkel gezin gaat thans nog vrij uit, als men weet dat zelfs kinderen van vijftien jaar door het legioen werden aangeworven. Het volstaat dat zij lichamelijk wat opgeschoten zijn. Dan kunnen zij hun paspoort scheuren. Zij laten zich inschrijven onder een andere identiteit en een oudere leeftijd en eer gij alles ontmaskerd hebt, zitten zij allang in Algerië, om ze wellicht nooit meer terug te zien" (547).
Het "Légion étrangère", opgericht in 1831, had nog maar pas het Indochinese draama, "la sale guerre", achter de rug, toen de poppen aan het dansen gingen in Frankkrijks verlengstuk, het Franse territorium aan de overkant van de Middellandse Zee, Algerië. In het kader van de Algerijnse opstand (1954-1962) was elke mankracht bruikkbaar. Voor Frankrijk was het Legioen een vrij interessante formule, vermits de slachttoffers vielen op het veld van eer zonder dat talrijke Franse families ondergedompeld werden in smart en rouw. De rekruteringspolitiek van het Legioen kende dan ook niet veel beperkingen: wie fysiek aan de voorwaarden voldeed, ook de misdadiger van gemeen recht, kon onder een andere naam in het Legioen een nieuw leven starten. Ook minderjarigen werden zonder skrupules aanvaard. Aan de grenzen was bijvoorrbeeld "La Citadelle" te Rijsel een bedrijvig rekruteringscentrum. Maar_ook in iedeere "Gendannerie" -post kon men zich, volgens de reklamefolders van het Legioen, laten inlijven. Tussen België en Frankrijk bestond sinds 1925 een repatriëringsverrdrag voor minderjarigen: "De Belgische en Franse regering gaan de verplichting aan de nodige maatregelen te treffen voor de repatTiëTing in hunne respectieve landen der Franse minderjarigen die zich in België, en der Belgische minderjarigen die zich in Frankrijk zouden bevinden tegen de wil der personen aan wie de wet van hun land het recht van toezicht over hen toekent, ... " (548).
Zoals zou blijken stoorde het Legioen zich hier niet aan. Pas onder zeer zware druk, en dan nog, zou deze" staat in de staat" zijn greep lossen.
Reeds in 1957 werd Verroken gekonfronteerd met het geval van een minderjarige uit Ronse die in het Legioen versukkeld was. In 1959 werd hij nauw betrokken bij het levensdrama van een jonge Izegemnaar , Michel De Clercq. Deze beloftevolle stuudent verliet na een moment van inzinking de universiteitsstad Gent op 9 april 1959 en liet zich dezelfde dag te Rijsel inlijven als rekruut van het Vreemdelingenlegioen.
Le mouvement flamand a joué un rôle fondamental dans la transformation de la Belgique. Pour comprendre la position flamande sur Bruxelles, les ("facilités" et BHV), il est nécessaire d'en revenir à I'histoire. Or, cette histoire tellement actuelle, peu de francophones la connaissent.
La frontière Iinguistique, I'unilinguisme en Flandre, le bilinguisme intégral à Bruxelles : toutes ces revendications plongent leurs racines dans le mouvement flamand qui naÎt après 1830.
Saviez-vous que la traduction officielle de la Constitution ne date que de 1967 ? Que I'université de Gand n'est devenue flamande qu'en 1930 ? Que le mouvement walion est né à ... Bruxelles, Gand et Anvers en réaction aux revendications flamandes et que ce sont les francophones qui se sont opposés au bilinguïsme de la Belgique ? Aujourd'hui, en Flandre, les revendications des " flamingants " ont gagné tous les partis.
Une histoire du mouvement f1amand de 1830 à nos jours pour mieux comprendre la crise actuelle.
Alain Destexhe est sénateur MR et député bruxellois. Ex-secrétaire général de Médecins Sans Frontières, universaliste, il s'efforce de maintenir des ponts entre les communautés de notre pays.
1) Wat was er volgens u zo belangrijk aanLeuven Vlaams?
Vind gij het niet normaal dat die Franse universiteit in haar eigen taalgebied zou gevestigd worden. Dit betekende niet alleen eengrote aanwinst voor Wallonië maar ook voor het Vlaamse landsgedeelte, dat hiermee verlost werd van nooit aflatende wrijvingen, misverstanden enonruststokerij.
Het spijt me ten zeerste, dat zulks niet kon gerealiseerd door een rustig, vriendelijk en constructief en Christelijk dialoog onder Christenen als een unieke win/win operatie.
Ik ben er thans gelukkig om dat de verstandhouding en de samenwerking tussen de twee universiteiten veel beter loopt, dan ooit tevoren.
Ik ben daarbij zeer tevreden dat terzelfder tijd, de zelfstandigheid van de VUB een feit werd?
Ik moet de eerste pleidooi nog horen, zowel te Leuven zoals te Brussel,voor een terugkeer naar de vroegere toestand ?
2) Is er een oplossing voor BHV.
Mijn voorkeur gaat naar een oplossing binnen de regels van de Grondwet en aanpassing van de grenzen van de kiesdistricten aan de Gemeenschapsgrenzen en bij voorkeur
Le retour à l’ordre naturel des choses
a) als Waals kiesdistrict, Waals Brabant + Brussel
b) als Vlaams kiesdistrict, Vlaams Brabant = Brussel
Noteer: de situatiein eenklank brengen met de grondwet gaat met een gewone meerderheid, daarvan afwijken eist een speciale meerderheid,inbegrepen een dubbele, meerderheid.
3) De Europese Unie
Laat ze rustig veder evolueren stap voor stap, naar een stevige Europese Confederatie.
Het is puur tijd en energie verloren om naar een federatie te streven.
O.a. de Engelsen zult ge nooit meekrijgen, ze zijn al te zeer gebonden aan hun Gemenebest en dit bestaat alleen in functie van Engeland, of beter van het U.K. De rest van Europa heeft daar niets mee te maken. En de Engelsen zouden het niet nemen indien de rest van Europa zich met het gemenebest zou gaan bemoeien.
4) Wat denkt gij over de veroordeling door de Raad vanEuropa?
De Raad van Europa is de Europese Unie niet, maar een ruimer los verband. B) deze instantie is niet bevoegd om ons te veroordelen,.
Niemand kan zinnig en constructief oordelen over de Belgische Communautaire problemen, wanneer hij de ganse wordingsgeschiedenis van de communautaire problematiek in dit land niet kent, en niets weet over het tot stand komen van de taalwetgeving van de jaren 60. waarbij men uiteindelijk aanvaard heeft, dat in Vlaanderen dezelfde regels zouden gelden, zoals die in Wallonië ononderbroken werden toegepast sinds 1830 tot vandaag? Noch min noch meer.
Dat een zekere Francofonie de Raad van Europa, een verzameling onbevoegden, als klankbord zoekt te gebruiken kunnen wij niet beletten, maar ik wacht vol nieuwsgierige spanning op hun uitleg, waarom integratieregelsdie onafgebroken voor Wallonië gelden, daar goed en in Vlaanderen slecht zouden zijn.
Indien België naar een regeling met eentalige gebieden isgeëvolueerd, dan was dit 100% de Waalse keuze.
De Vlamingen, ja de Flaminganten hebben steeds geijverd voor meer tweetaligheid?
Maar er kan in dit land, vanwege het centraal bestuur, niet langer spraak zijn van twee verschillende maten en gewichten. Het is hoog tijd dat men stopt met de eeuwig compromitterende compromissen op de rug van de Vlamingen en dat men in de plaats daarvan gaat zoekennaar een eerbaar ver-“gelijk”
Veel belangrijker dat een onrijp advies van de Raad van Europa is, dat de taalwet destijds werd goedgekeurd door het Hof van de Rechten van de Mens te Straatsburg , met alleen een misverstand over de vraag of het arrondissement van de randgemeenten deel uitmaakte van het Vlaamse Gewest, wat sindsdien wettelijk en grondwettelijk werd bevestigd.
Een Zwitserse onderzoeksgroep moest wel vaststellen dat België, met een Vlaamse meerderheid, thans feitelijk paritair bestuurd wordt.
Zolang een Francofone kaste, die in België een sociale taalgrens in het leven riep tussen hen en het zogeheten gewone volk en op basis van nauwelijks iets meer dan 1% kiesgechtigden,zolang die kaste Francofones de Flandre, het staatsburgerschap monopoliseerde, werden wij,op sociaal en communautair gebied,bestuurd als een wingewest, zoniet als een kolonie.
Wij moeten hiervoor niet met de vinger wijzen naar Wallonië en Brussel; sinds 1830 kwam de parlementaire meerderheid steeds uit Vlaanderen?
Wat mijn identiteitsgevoel en de Vlaamse cultuur- eigenheid betreft, dat is voor mij nogal een gelaagd begrip, in zijn geheel het resultaat allerhande historische wederwaardigheden, herinneringen binnen de grenzen van een bepaald grondgebied dat men vrij recentelijkVlaanderen is gaan noemen en waar ik mij, tegenover de bevolking ten zeerste betrokken voel en verantwoordelijk in de mate vanmijn mogelijkheden.
Het is een van mijn vuistregels: met alle respekt voor de koning en de staatslieden, maar zij zijn mijn Vaderland niet; ” Mijn Vaderland dat zijn de Mensen”
6) Wat is uw mening over de relatie tussen Francofone Brusselaars, Walen en Franstaligen?
Wat de relatie tussen de Francofone Brusselaars, Walen en Franstaligen betreft daar ben ikzelf zeer nieuwsgierig naar. Ik heb de tijd nog meegemaakt dat een Francofone Brusselaar het een belediging van voor Waal genomen te worden en dat wij ons meer op ons gemak vondentegenover een Waal, die toen nooit zou aanvaard voor Brusselaar genomen te worden. Wij wensen de Walen al het goede dat wij aan Vlaanderen wensen.
Wij hopen van hen, dat ze zich uiteindelijk niet zullen laten mobiliseren om aan Vlaanderen regels te laten opdringen, die ze zelf nooit hebben aanvaard, zolang België bestaat.
Wat de Franstaligen in het algemeen betreft, dat zijn ook mensen. Ik heb er alleen last mee wanneer ze de Vlamingen van uit de hoogte bekijken of zich als kolonisten gedragen.
7) Mijn mening over Brussel?
Maar Brussel is voor mij een amalgaam geworden, waarde gewezen Belgen nog nauwelijks de helft van de bevolking uitmaken en ik volg nieuwsgierig hoe ze daar mee omgaan.
Maar wat Brussel betreft voel ik mij in de eerste plaats verbonden met het Vlaamse bevolkingsdeel en met de politiek van de Vlaamse Gemeenschap aldaar.
Ik wil niet veralgemenen, want veralgemenen is liegen, maar een groot deel van de communautaire misverstanden in dit land werden vooral door een zekere Brusselse Francofone zelfgenoegzaamheid verwekt, ze functioneerden als eeuwige splijtzwam en ze aarzelden nooit daarvoor de nationale symbolen te misbruiken. Ze hebben al te veel en al te dikwijls de Belgische Vlag en de Francofone versie van de Brabançonne misbruikt om de Vlaamse ontvoogdingsbeweging te beschadigen
Overal in de wereld kan een politiek van imperialisme enberoep op kolonisten alleen tot politieke miserie leiden? Waarom zou het anders zijn in België ingevolge dat eeuwig herbeginnen met le tres grand Bruxelles en het kolonismein de Rand. Als België ooit uiteenvalt dan zal dit vooral hun verdienste zijn.
8) Of ik een pessimist ben?
Of ik pessimist ben ? Ik weet het niet.
Ik kijk altijd terug naar de tijd van de taalwetten en de grondige voorafgaande besprekingen in de parlementaire commissie van de Kamer, waar iedereen nieuwsgierig naar mekaar luisterde. Een historisch feit, in een commissie waar de stemgerechtigde meerderheid uit Francofonenbestond en onder leiding stond van twee Francofone Ministers.
Helaas moest, ook toen, une certaine Francofonie het feest bederven en in de soep spuwen met die onuitvoerbare rommelimprovisatie voor de rand.
Zolang België bestaat hebben de ontelbare Vlamingen die zich in Wallonië vestigden zich moeten aanpassen, werd zelfs het Vlaamsals tweede taal in onderwijs geweigerd? Waar haalt men het moreel recht vandaan om voor het Vlaamse landsgedeelte andere regels te claimen dan voor Wallonie? Waar halen zij het recht om te stellen, dat er in Vlaanderen plaats moet gemaakt voor kolonisten?
Er is m. i. maar een goed samenlevingsmodel voor België nl. gelijkheid en wederkerigheid tussen Vlaanderen en Wallonië en een hoofdstedelijk gebiedwaar ze zich gerespecteerd weten en zich kunnen thuis voelen.
9) Of dit geen valse problemen zijn waar niemand van wakker ligt?
Ik ken dat oud liedje over de “valse problemen”. Weet ge wat“valse problemen”zijn in dit land? Dat zijn de problemen van de anderen. En dan verschiet men dat Vlaamse kiezerskorps iets meer dan vermoeid optreedt, dat van langs om meer Vlaamse mensen het beu wordenen nu reeds 45% kiest voor een zelfstandig Vlaanderen, los van België?----
en dat in een land waar,volgens sommige zeer geleerde specialisten, geen 5% van de bevolkingwakker ligt van de communautaire problematiek? Wat als het 10% wordt?
10) Of ik daarvoor een oplossing ken?
Wanneer gaat men zich eens zakelijk ernstig bezinnen over art. 35 van de Grondwet en positief samen bekijken wat wij samen moeten en kunnen doen, zonder dat de ene zich door de andere bevoogd weet.
Zoals iedereen kan zien, ik ben met deze idee niet eens origineel.
Al de rest lijkt mij tijdverlies, zoniet louter vluchtmisdrijf.
Toegegeven dat procedureel de grondwettelijke lat hiervoor zeer hoog gelegd werd en de voorafgaande realisatie van een positief en constructief gespreksklimaat veronderstelt.
De vraag is: kan dit zonder nog een voorafgaande scherpe crisis? cfr Leuven?
Noteer dat Vlaanderen in 1970,bij het tot stand komen van de cultuurraden, lijk de Walen, ook uit Brussel weg wou. De Walen kozen als hoofdstad Namen en de Vlamingen Mechelen.
Ik behoorde tot degenen, die terug wilden naar Brussel.
Ik ben niet tegen Brussel, maar ik wel tegen een anti-Vlaams Brussel. Ik ben niet tegen de Francofonen, maar wel tegen Francofonen, die er van uitgaan dat het koloniaal tijdvak van Vlaanderen nog steeds niet voorbij is.
Mijn oplossing voor België is bovendien 100% grondwettelijk.
Ze staat reeds in de grondwet geformuleerd in art 35;
Het werd goedgekeurddoor meer dan 2/3 van de stemmen en met meer dan de helft van de stemmen in beide taalgroepen.
En alle ministers en alle parlementsleden in functie hebbenpubliek de eed afgelegd, die luidt als volgt:
“Ik zweer de grondwet na te leven.
En wat zegt art.35 ?
De federale is slechts bevoegd voor die aangelegenheden die de Grondwet en de wetten, krachtens de Grondwet zelf uitgevaardigd, haar uitdrukkelijk toekennen.
De Gemeenschappen of de Gewesten zijn wat hen betreft, bevoegd voor de overige aangelegenheden en op de wijze bepaald door de wet. Deze wet moet worden aangenomen met de meerderheid bepaald in art.4 laatste lid
En wat staat inart.4, laatste lid?
De grenzen van de vier taalgebieden kunnen niet worden gewijzigd of gecorrigeerd dan bij een wet, aangenomen met de meerderheid van stemmen in elke taalgroep van elke Kamer, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van elk taalgroep aanwezig is en voor zover het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepentwee derden van de uitgebrachte stemmen bereiken.
Niet gemakkelijk, maar de moeite waard.
Het kan pas als alle kampen terug met hun voeten op de grond staan. Hopelijk zonder voorafgaande grote of rampzalige institutionele crisis.
Mijns inziens wordt het dat of de scheiding. Ik kies voor art. 35, het zogezegd confederaal model.
Er bestaan geen buitenlandse modellen? Juist, maar er bestaat ook maar één België, Het is een oplossing sui generis
Er bestaan ook geen buitenlandse modellen van het zogehetenBelgisch federalisme, een federalisme zonder hiërarchie in de wetgeving?
En dat is goed voor België en daarover gaat het ?
Alleen zijn de bevoegdheden van de Gewesten niet grootom nog beter te kunnengarant staan voor alle materiële zorgen van de Vlaamse mensen.
Noteer mijnvaderland dat zijn niet de partijen of de ministers of de Koning, In een goed bestuurd land zijn dat, voor mij, de dienaars van het algemeen belang van de mensen van de mensen die dit land bewonen, maar zij zijn niet mijn vaderland.
Mijn vaderland dat zijn de mensen?
Wellicht draaien de bestuurders, op zijn Belgisch, nog een tijd rond de pot, maar daar zijn m.i.-als de crisis lang genoeg geduurd heeft, of als de eeuwige treuzelaars het land volledig geruïneerd hebben, maar twee duurzame oplossingen, nl. een soort
Deze vraag wordt de laatste tijd veel gesteld en dan meestal beperkt tot het verzet tegen het inschrijvingsrecht.
Met het inschrijvingsrecht wilde men aan de Francofonen die in Vlaams Brabant woonden en zich niet wensten met de Vlaamse gemeenschat samen te leven (zich niet wilden integreren) het recht geven om zich fictief te domiciliëren in een hoofdstedelijke gemeente, teneinde hen de mogelijkheid te geven bij verkiezingen voor een francofone lijst te stemmen.
En ik geef graag toe, dat ik die bedenking zou kunnen delen indien men er toen had bijgevoegd, dat zulks geen negatieve invloed zou gehad hebben op de verhouding van het aantal Vlaamse gekozenen binnen de agglomeratie, zoals men later gedaan heeft met de Europese verkiezingen, wat Vlaams Brabant betreft. Maar dat was niet het geval? Dat is één.
En twee. In mijn verzet tegen Egmont heb ik nooit naar het inschrijvingsrecht verwezen; dat was eerder het punt van de Brusselse Vlamingen; En ze hadden in de context van toen gelijk.
Het Egmontpakt
Maar vooraf nog dit. Ik heb, bij de in-overwegingneming van het Egmontontwerp door de Kamer, niet tegengestemd maar mij onthouden. Ik stemde niet voor om andere grieven dan het inschrijvingsrecht en niet tegen omdat daar ook veel positieve perspectieven instaken.
Bij elk communautair disput, stelde ik mij steeds de vraag: moest een gelijkaardig probleem zich in Wallonië stellen, hoe zou men daar reageren en waarom moeten wij altijd als extremisten en nog veel lelijker gescholden worden, als wij precies hetzelfde doen wat zij, in ons geval, zouden doen?
Dat een eerbaar vergelijk mogelijk is blijkt uit de taalwet; zoals die uit de parlementaire commissie gekomen is? Een commissie waarin de meerderheid van de stemgerechtigde leden Francofoon waren en een commissie onder leiding van twee Francofone Ministers nl. Gilson en Larock.
Ongelukkiger wijze kwam daarna Hertoginnedal en de aloude Belgische traditie wou, dat de staatslieden daar eerst nog een paar ezelsoren moesten aan naaien. Of om een beeld van vader Eyskens te gebruiken; dat men een paard in een kemel omtoverde.
Het heeft Minister Gilson niet geholpen; de volgende verkiezing werd hij, voor de rest van zijn leven, van de Brussels francofone lijst geschrapt.(over extremisme gesproken?).
Wat mij dan wel bezonder dwars zat? Laat mij mijn verhaal doen, in telegramstijl.
(Het zal toch nog lang genoeg uitvallen.)
Het Egmontpakt kwam tot stand op een maandag. De dinsdag ben ik, zonder enig vooroordeel, in de Tweekerkenstraat, het partijhoofdkwartier. Een onderhandelaar zegt mij dat er nog geen tekst bestaat? Het liep er zo af dat hij mij stond te beliegen; ik zat lelijk in nesten. Ik was toen hoofdredacteur van een gewestelijk weekblad De Ronsenaar,
het Weekblad der Vlaamse Ardennen. Ik stelde me voor dat de lezers verwachtten, dat ze bij het eind van de week iets over het pakt zouden vernemen.
Op mijn terugweg naar het station kom ik voorbij het huis van de parlementaire redactie van De Gazet van Antwerpen. Daar zetelt Karel De Witte, een man van één stuk.
Een kopje koffie kan geen kwaad.
Zijn antwoord: wij hebben het stuk, onder voorbehoud van “embargo tot zaterdag” Dat betekent dat we voor zaterdag niets publiceren.
Zaterdag is de dag waarop alle betrokken partijen congresseren met uitzondering van VU. Daar hoefde geen tekeningske bij. De VU met de rug tegen de muur. Hun affiches hingen hier en daar nog aan de muren;”gedaan met geven en toegeven” Zou het buigen of barsten worden?
En Karel, als ik er mij toe verbindt dat er voor zaterdag niets verschijnt? Afgesproken, maar uw artikel verschijnt dan ook tegelijkertijd in De Gazet van Antwerpen. Wat mij dwong de tekst dubbel aandachtig te lezen?
Donderdag: Gemeenschappelijke vergadering van CVP Senatoren en Kamerleden om het congres van Zaterdag te Gent voor te bereiden.
Een goede uiteenzetting vanwege de onderhandelaars. Quasi geen vragen uit de vergadering. Niemand vraagt naar de tekst van het akkoord. Het zou zeker iedereen verwonderd hebben indien ik ook mijn vraagje niet had gesteld. Het was niet mijn bedoeling daar zwaar op te wegen; het was nog geen wetsontwerp en wellicht zou iedereen scherper gaan kijken na de Congressen. Ik wou toch wel weten of er andermaal geen grondige wijzigingen voorzien waren aan de taalwet, waarop ik een antwoord kreeg, dat de ganse vergadering moest gerust stellen. Ik wou het wel zeker weten en las een paar zinnen uit het pakt voor.
Dat was er teveel aan. Niet alleen om de inhoudelijke vraag, maar: hoe komt het dat wij geen tekst hebben en sommigen wel. Het groeide uit tot een verontwaardiging en grote namen voelden zich als kleine kinderen behandeld. Men eiste deschorsing van de vergadering tot iedereen in het bezit zou zijn van de tekst van zogeheten pakt. Bezorg ons de tekst en diensten van de senaat zullen wel klaren, dat wij snel allemaal een tekst hebben.
En zo geschiedde. Van veel discussie kwam er echter niet veel meer in huis. Iedereen wou kennelijk eerst de tekst gelezen hebben. De tekst verdween in de binnenzak of in de boekentas. Ze zouden hem thuis eens rustig lezen in het vooruitzicht van het Congres van aanstaande zaterdag..
Op het Congres van Gent
Op de parlementairen na kende niemand de tekst. En dat zal wel bij alle congressen van de andere betrokken partijen zo geweest zijn om de risico4s van de gedocumenteerde kritiek zo klein mogelijk te houden. Op het congres van Gent kreeg ik ruim de tijd om mijn argumentatie te ontwikkelen voor een aandachtig publiek.
Een paar goedmenende collega’s susten dat het maar om voorlopige teksten ging en nog niet over wetteksten, dat in de tussentijd nog veel mogelijk was. Anderen vonden dat ik wel mijn best gedaan had, maar dat het toch aan ons niet was om het akkoord op te blazen; dat moesten maar liever overlaten aan de partij met de slogan: “gedaan met geven en toegeven”? En die zouden pas morgen congres hebben?
Ik geniet wel de faam van een zeer goed geheugen te hebben, maar wat mijn argumentatie van toen was, daarvoor zou ik mijn tekst moeten terug vinden en die zit sinds enkele jaren in het archief te Antwerpen of te Leuven. Wat ik wel weet dat ik geen woord over het inschrijvingsrecht heb gerept, dat liet ik liever aan de Brusselse Vlamingen.
In ieder geval stemde toen meer dan een vierde van de stemgerechtigden tegen het akkoord. Niet overrompelend maar in de context van toen, toch een niet te miskennen signaal.
Het Egmont wetsontwerp voor de Kamercommissie.
-Het was de tijd van de karwats en het aquarium-
Het pakt geraakte, met de “karwats”toch ook door het congres van de VU,waar men aanvankelijkde gevolgen op langere termijn heeft onderschat. Dit zou het begin van het einde inluiden voor de VU of beter voor de versplintering ervan.
En eindelijk kwam men ook klaar met de vertaling van het pakt in een wetsontwerp. Zou de junta van de partijvoorzitters er eveneens in lukkendit eveneens door het parlement te jagen? Of zou het parlement voldoende zelfrespect opbrengen en willen en durven stellen: wij en niemand anders zijn bevoegd voor de wetgevende macht? Of gaat het zich echt laten muilbanden,deze keer niet door de uitvoerende macht; maar door een officieuze vanclub partijvoorzitters, die al gauw in de wandelgangen de bijnaam kreeg van de Junta.
Er werd wel een buitengewone speciale parlementaire commissie opgericht. Dit was geen nieuwigheid. Het was de regel dat een dergelijke zou voorgezeten door de voorzitter van het parlement,die meestal na de openingsvergadering, zich liet vervangen door de, in de te behandelen materie, meest beslagen ondervoorzitter.
Op dat ogenblik was ik eerste ondervoorzitter. Ik zou het erg gevonden hebben, als voorzitter niet aan de commissie debatten te kunnen deelnemen.
Maar ik vond het wel grof, dat door de aanduiding van een lid van junta van de partijvoorzitters, men als het ware het parlement wou muilbanden.
Ik moet hier wel direct aan toevoegen, dat zulks niet het geval is geweest, integendeel.
Het aquarium
Men had er immers iets anders op gevonden. Men zou de parlementsleden zolang en zo dikwijls laten tussenkomen als
Ze het zinvol vonden, maar de makers van het pakt zouden niet deelnemen aan het debat, niet reageren en op niets en aan niemand antwoorden.
Het komt me voor dat er niet veel verbeeldingnodig is om te begrijpen hoe provocatief dit werkte. Achteraf kan men wel invullen,dat zulks gebeurde om te vermijden dat er tegenstrijdige uitleg zou gegeven worden, waarna men de ene tegen de andere zou kunnen uitspelen. Het was al risicovol genoeg dat men de toelichting overliet aan een minister en aan een staatssecretaris,die de totstandkoming van het pakt niet hadden meegemaakt.
Tegenover de vergadering sloegen de aanwezige juntaleden
Een gek figuur; somszag men wel hun mond opengaan maar er kwam geen geluid uit, zo lijk bij de vissen in een aquarium. Het werd dan ook al gauw mondgemeen: wij gingen niet naar de vergadering, maar naar het aquarium.
Hun zwijgen had natuurlijk het averechts effect.
Andere methodes waren, dat men de zogeheten besprekingen liet doorgaan in volle zomervakantie. Wie weet konden de parlementsleden zo mede onder druk komen te staan van hun gezin. dat met vakantie wou ?
Het begon aanvankelijk met dagenlange vergaderingenom te eindigen in de ene nachtvergadering na de andere.
Een parlementair verslag dat beperkt werd tot 600 blz.,
Met het volume van een dikke telefoonboek.
Er waren natuurlijk veel soorten van tussenkomsten:tussenkomsten ten gronde en er werd ook een heel stuk gefilibusterd, meestal van uit de oppositie zo als dit in alle parlementen ter wereld gaat. Er werd gepleit van uit een conservatieve hoek,vanuit Waals, Brussels en Vlaams standpunt. Vanuit de oppositie waren vooral de liberalen aan zet en dan nog, niet bepaald het soort dat bekend stond voor zijn Vlaams reflex. Met het gevolg dat men mij er ook op wees. Waarop ik slechts een antwoord had: “ Als de kiekens het snot in de kop krijgen, helpt alleen nog blauwen alluin”
Wat mezelf betreft , ik heb wel geen 500 amendementen ingediend, maar toch een heel pak. Stuk voor stuk heb ik ze eerst kritisch laten bekijken door een paar Vlaamse collega’s uit de eigen partij die zich voorlopig wel onderworpen aan de partijdiscipline,
Zo herinner ik mij dat ik, gedurende enkele dagen, gans het wetsontwerp heb doorwerkt en amendementen heb geformuleerd, samen met e,en socialist Michiel Vandenbussche, die ik nog kende uit tijd van Leuven Vlaams en die later soialistish volksvertegenwoordiger werd o.a. in het Brussels parlement.
Het was niet mijngewoonte om onbeslagen, onvoorbereid en ongecontroleerdop glad ijs te gaan. Via mijn contacten met anti-Egmonters kan ik ook getuigen dat het vals is te stellen dat het verzet hoofdzakelijk gedragen werd door louter taalflaminganten, integendeel vele autonomisten reageerden uit vrees dat men langs de ingeslagen weg zou vastlopenen zij konden niet overweg met de geheimdoenerij, de zelfgenoegzaamheid en de dwangmentaliteit van de Egmonters.
Een echt parlement heeft niet alleen het recht,maar de heilige plicht te weten waarover het gaat, alvorens het aan om het even welke maatregel zijn goedkeuring geeft. Een echt parlement heeft niet het recht katten in zakken te kopen, noch te verkopen.
Lees het rapport, als ge echt nog wilt weten.
Als ge echt wilt weten en de discussie hierover wilt heropenen, herlees dan eerst het parlementair verslag.
Maar is er wel een valabel verslag? Het werd opgesteld door een notabel VU-lid Baert en er bestaan alleen een beperkt aantal proefdrukken van, in eerste instantie bestemd voor de leden van de parlementaire commissie. Maar die kwam nooit tot het proeflezen en dus niet tot degoedkeuring.
Ik heb mijn exemplaar al ,een tijd geleden geschonken aan de heerVerdoodt en het berust dus in vrede in het Vlaams archief te Antwerpen. Het ligt daar trouwens niet alleen. Daar heb ik ook een pak volledige stenografische verslagen kunnen bijvoegen, waarover ik kon beschikken dank zij Fernand De Bondt, destijds Staatsecretaris voor de Hervorming van de Instellingen, watmij moest toe laten het ontwerprapport kritisch te lezen.
Ik moet er wel nog aan toevoegen, dat de junta van partijvoorzitters, buiten de parlementaire vergadering nog een poging gedaan heeft om hun oorspronkelijk dictaat nog enigszins bij te sturen, o.a. door de akkoorden van Stuyvenberg, die mee in de Parlementaire Commissie verwerkt werden.
BHV een kwalijke nageboorte van Egmont
En wie scherp achteruit wil kijken zal ook moeten toegevendat de huidige BHVmiserie een kwalijke rest is van de Egmontaffaire. In Egmont hadden het alternatief aanvaard: Ofwel Franse lijsten in Vlaams Brabant, ofwel het inschrijvingsrest
In dergelijke debatten is er maar één goede vuistregel, nl: Hoe zouden den Walen reageren, indien zij ooit,wat Wallonië betreft, met een gelijkaardig probleem zouden geconfronteerd worden?
Een dergelijk debat zou geen vijf minuten duren.
En waarom is voor Vlaanderen goed wat voor Wallonië niet goed is?
Waarom steeds twee maten en twee gewichten?
Waarom verwaarloosd men systematisch te vergelijken om zo tot “een eerbaar vergelijk” te komen in plaats van die eeuwige compromitterende compromissen?
Een voorbeeld van Waalse reactie in vergelijkbareomstandigheden
Voorafgaand aan Hertoginnedal kwam Theo Lefevre naar de Vlaamse CVP-fractie met het voorstel om acht Vlaamse gemeenten bij Brussel te voegen.
Hem werd geantwoord daar ook drie Waalse bij te voegen, dit op basis van de kiezerslijsten, waar toen nog de geboorte plaats van de kiesgerechtigden in voorkwam en waaruit bleek dat in die gemeenten een 20% inwijking werd vastgesteld.
Resultaat? De dag daarna was het ganse aanhechtingsvoorstel van de tafel verdwenen?
Wel kwamen op de volgende kiezerslijsten de geboorteplaatsen ?
Wanneer gaan eens de regel leren toepassen: “Fas est ab hoste doceri” Wanneer gaan we eens bij de Walen naar school gaan? En een definitief einde stellen aan de politiek van twee maten en twee gewichten. Het is daaraan dat België kapot gaat.
Terug naar BHV, de kwalijke nageboorte van Egmont
Noteer; in België bestaat er al lang geen Belgisch parlement meer maar wel een bicommunautair parlement.
De Francofonen waren eisende partij in functie van een grendelgrondwet, dubbele meerderheden enz. Probeer dat eens ongedaan te maken? Ge zult ze zien steigeren?
Een logisch en grondwettelijk gevolg was dat de kiesdistricten
moesten georganiseerd binnen de Gemeenschapsgrenzen.
En wat gebeurd er?
Kort na het terzielegaan van Egmont krijgen wij de eerste Europese verkiezingen.
Tot voor kort waren de Provincies de basiseenheid. Gezien er deze keerwaren er slechts twee kiesdistricten voorzien, een Vlaams en een Frans . Het Frans kiesdistrict omvat Wallonie en Brussel, zegge binnen de Gemeenschapsgrenzen. En normaal zou men een voor Vlaanderendat het kiesdistrict mogen verwachten binnen de Vlaamse Gemeenschapsgrenzen,blijft nl. Vlaanderen en Brussel
Strikt genomen moet men Halle Vilvoorde niet splitsen,ook grondwettelijk niet; men moet alleen de kiesdistricten aanpassen aan de Gemeenschapsgrenzen.
Men had eens Waals Brabant bij het Vlaams kiesdistrict voegen?
Ten tijde van de Cultuurraden werd en twee keer, door het spel van apparentering binnen Brabant, een Vlaming verkozen in de Waalse raad. Ze zijn er nooit binnen gelaten, maar er manu militari uit geweerd en geen haan die erover kraaide?
En toen heeft in stilte,de Walen het kiesdistrict Brabant gesplitst? Geen sprake van compensatie of andere gehelen?
Maar voor Vlaams Brabant moest men de gemeenschapsgrenzen overschrijden, niet met Brussel,
maar met Wallonië en het is daar dat het schoentje nijpt?
En daar was geen ander achterscherms argument voor dan het verwerpen van Egmont en meteen van het inschrijvingsrecht?
Ik ben toen nog wel naar de tribune gestapt om de Vlaamse collega’s erop te wijzen dat ze bezig waren met een verminkt Vlaanderen naar Europa te gaan, dat De Walen, en terecht!!, nooit zoiets zouden aanvaarden.
Maar de Vlamingen waren crisismoe. Ik heb toen enkele reacties genoteerd zo in den aard van – het begint altijd zo-: ge hebt ten gronde gelijk MAAR ziet dat de regering valt? En dat verandert toch niets aan het aantal Vlaamse gekozenen, dat ligt toch al vast in de wet, én degenen die voor een Franstalige lijst stemmen zouden toch niet voor ons stemmen enz. In een woord, ze waren crisismoe. Zelfs op VU-banken bleef het deze keer muisstil. Ook daar was men crisismoe.
De Walen zijn dat nooit of hun staatslieden zijn vroeger bij de zaak en zouden nooit zulke voorstellen laten tot stand komen. Zij voorkomen de crisisbij het opstellen van de teksten.
Het is zulke staatslieden die wij nodig hebben.
Ze passen de gulden regel toe: voorkomen is beter dan genezen.
En sindsdien zitten wemet BHV, met dat bekakt kind van Egmont, op onze schoot. Het is dus niet waar,Karel, dat Egmont helemaal dood is.