Mijn Moeder heeft ons dikwijls verteld over haar broer Omer,die wij nooit gekend hebben,omdat hij gesneuveld is op het laatste van de oorlog '14 -'18.Hij was van de klas 1910,en was nog niet lang af van zijn legerdienst toen hij tterug werdt opgeroepen in 1914.Destrijd tegen de duitsers begon in hetoosten van het land:Luik,Antwerpen enz...Het werdt steeds maar een terugtrekken na hevige strijd tegen een overmacht.Omer,zegde mijn Moeder,heeft nog thuisgekomen in verlof,en we moesten zijn onderkleeren verbranden:zo vuil enluizen.
Na heel België te hebben doorkruist belanden de soldaten dan in stellingen achter de IJzer.Ook drie andere broers van Omer:Cyriel,Camiel en Louis moesten het leger vervoegen in de volgende jaren.De grote leiding, of Moeder noemde het den Etat-Major van het leger of toch een deel ervan was gevestigd op de hofstede van mijn
Moeders Vader,Jules De jonckheere in Oostvleteren.Deze hofstede is nu bewoond door Gilbert Fortry.Jules De jonckheere was gehuwd met Maria-Theresia Hoflack en hun kinderen waren dus:Omer,Cyriel,Camiel,Irma(mijn Moeder),Rachel en Louis.Maria-Theresia Hoflack is gestoven in1917.De familie De jonckheereheeft gedurende die oorlogsjaren niet moeten vluchten en op hun hofstede kunnen blijven.Ze waren dus nogal goed op de hoogte van de toestand op het IJzerfront door liks en rechts nieuws te vernemen van soldaten op rust.Boodschappen kwamen van en gingen naar het front vanuit de hofstede.Vele groepen soldaten kwamen toe en vertrokken van hieruit naar het front,ook vele kwamen daar voor enkele dagen verlof na op het front geweest te zijn.Het front zelf was toch ook niet ver af:de drie grachten,steenstrate,diksmuide enz...
1918: In de tweede helft van dit jaar werden grote voorbereidingen getroffen voor een algemeen offensief der geallieerden tegen de Duitsers.Moeder vertelde ons dat het toen heel druk werdt op hun hof;Zeer veel aktiviteit van gaan en komen van soldaten.Hun hofstede werdt soms beschoten door Duitse kanonnen en er vielen soms gekwetsten.Op een keer waren ze aan het noenmalen en vluchtelingen werden gekwetst,een van hen is later aan zijn verwondingen overleden. Moeder zegde tegen haar broer Omer,toen hij na enkele dagen verlof terug naar het front moest fietsen:"Omer,ik zie en gij ook dat er een groot offensief op til is,ik zou als ik u was in Reninge mij van mijn fiets laten vallen en zo gekwetst raken en intussentijd zou misschien het ergste gepasseerd zijn".Waarop Omer antwoorde:"Ba nondequ,ik heb er mij nu al vier jaar dooreengesleept;het zal nu ook wel gaan".
De gote aanval werdt ingezet en de duitsers trokken zich hevig vechtend terug;ook de Belgische soldaten trokken vooruit, gebied veroverend.Omer en een Kameraad moesten eten aanbrengen voor de voouitgeschoven soldaten.En toen gebeurde het in Klerken bij Diksmuide.Met hun tweëen dwarsten ze een weg, een mitrailleursalvo en Omer en zijn kameraad lagen neergeveld.Een duits die achtergebleven was en zich schuil hield in struikgewas.Het droevig nieuws werdt overgebracht aan de familie DeJonckheere door soldaten.Omer's broers Cyriel en Louis hebben hun dode broer naar Oostvleteren gehaald met paard en kar.Een soldaat,die wist waar Omer in een obusput gelegd werdt,ging mee naar het front.Het eerste wat ze met een schop blootgraafden was zijn voet.Omer werdt in Oostvleteren begraven;Dit alles gebeurde op het laatste van de eerste wereldoorlog1914-1918.Vervolgens trokken de Duitsers overal terug en op 11 November werdt de wapenstilstand gesloten.
Tijdens een wandeling met mijn 5-jarige kleindochter stelde zij een vraag.Nadat ik uitgebreid antwoord had gegeven,keek ze me vol ontzag aan en vroeg hoe ik dat toch allemaal wist. Met een wijze blik in mijn ogen zei ik :"Heeft mama je dan nooit verteld dat ik alles weet?" "Nee,"zei ze,"maar wel dat je altijd alles vergeet!".
Uitkijk
Leyza,mijn petekind,vertelde dat haar klasgenootjes heel stout waren geweest.Iedereen had op zijn stoel staan schreeuwen en dansen.
"En wat deed jij?" vroeg haar moeder.
"Ik stond bij de deur om te kijken of er geen leraar aankwam".
Aan de ontbijttafel zit een man de krant te lezen als zijn vrouw achter hem komt staan en hem een enorme dreun met een koekepan geeft."Waar was dat goed voor?"vraagt hij,terwijl hij over zijn pijnlijke achterhoofd wrijft.
"Dat was voor dat briefje dat ik in je zak vond met de naam Marylou erop,"antwoordt ze.
"Maar schat,"zegt hij,"ik ben twee weken geleden naar de renbaan geweest en Marylou was de naam van het paard waarop ik heb gewed."
Zijn vrouw kan zich wel vinden in zijn verklaring en biedt vol schaamte haar verontschuldiging aan.
Drie dagen later zit de man wederom aan de ontbijttafel als zijn vrouw hem een geweldige slag met een nog grotere pan verkoopt.Bewusteloos smakt hij tegen de tafel.Als hij bijkomt, vraagt hij:"Waar was dit nu weer goed voor?"
The two little children of the brother of my son-in-law look silent on,when one of their cows was getting a calf.Their mother asked herself what there happened in those
small heads and said:"So your also were born,did your know that?. They looked at her with big eyes of astonishment."Didn't it then pain"asked one of the two,"When they attached your head on the railing?.
------------------------------------------------------------------------------------- > > > > > Een man komt in de hemel. Hij vertelt aan Sint Pieter dat hij een goede > man geweest is, getrouwd met zijn eerste lief, flink gewerkt, meegeholpen > in het huishouden... > > Hij voelt iets kriebelen op zijn rug, kijkt om en ziet twee vleugeltjes > groeien. > > Daardoor aangemoedigd gaat hij verder: "Ik heb altijd gedaan wat mijn > vrouw vroeg, direct van 't werk naar huis, niet op café." En hij ziet dat > die vleugels groeien. > > "Ik heb nooit naar andere vrouwen gekeken, en al mijn geld afgegeven." En > die vleugels worden maar groter en groter. > > De man vraagt aan Sint Pieter: "Ben ik nu een engel?" > > "Nee, een kieken." > > > > > > > -------------------------------------- > > > >
It was a beautifull day ending May 1940.The sun was shining,I don't know if the birds were singing,because of the war.
But what Iknew:it wasn'tschool! I was eleven year,and looking on the English soldiers who were destroying their cars and materials.
They smashed the car-windows with pickaxes,started the engines without coolingwater,then the soldiers standed inthe row and the light things landed in the well of water.When they had finished their destructions,they taked off with a few motor-trucks direction the coast.
Meanwhile it became night and a terrible long-standing bombardment started.There were a lot of fugitives on our farm and everyone ran to the cellar.Our not firm cellar was brimfull,the projectiles passed continuous above the farm with a whistling and cutting sound.Sometimes the ground was shaking when a nearby-shrapnel drove in.
But what a mess in the cellar! Men were calling together,children crying,women praying loudly the rosary,I also prayed,but silently.
A Popering's woman continual called aloud:"Little holy Mary of St Juan,help us", An angry man silenced her with a laudness curse:"We cannot hear the projectiles!" he said.
When I heard and saw such a panic reaction by grown people,I was mortally afraid in these dangerous hours!
I awoke in the cellar the next morning;everyone already was got up,and the German soldiers were arrived.
The fugitives were allowed to return home, what they also did with a sigh of satisfaction.