NIEUW: Blog reclamevrij maken?
HOE ZWAARTEKRACHT DE MENS PARTEN SPEELT ... DAGBOEKERIJ ... EN NOG MEER ... BAR WEER
Inhoud blog
  • Boze buien
  • Jong dichter
  • Breinmeid
  • Robinson (28)
  • Robinson (27)
  • Robinson (26)
  • Robinson (25)
  • Robinson (24)
  • Robinson (23)
  • Robinson (22)
  • Robinson (21)
  • Robinson (20)
  • Robinson (19)
  • Robinson (18)
  • Robinson (17)
  • Robinson (16)
  • Robinson (15)
  • Robinson (14)
  • Robinson (13)
  • Robinson (12)
  • Robinson (11)
  • Robinson (10)
  • Robinson (09)
  • Robinson (08)
  • Robinson (07)
  • Robinson (06)
  • Robinson (05)
  • Robinson (04)
  • Robinson (03)
  • Robinson (02)
  • Robinson (01)
  • Robinson (intro)
  • Arepo (Zwaartekracht)
  • Merlijn
  • Spiegel
  • Cover Wat je zegt
  • Een toeter op je kop
  • Klassieker (3)
  • Klassieker (2)
  • Klassieker (1)
  • De val (de gedichten, 6)
  • De val (de gedichten, 5)
  • De val (de gedichten, 4)
  • De val (de gedichten, 3)
  • De val (de gedichten, 2)
  • De val (de gedichten, 1)
  • Cover Vallen en opstaan
  • Ten aanval!
  • Cover Een blauwe plek
  • Een blauwe plek
  • Hersenstorm (5)
  • Hersenstorm (4)
  • Hersenstorm (3)
  • Hersenstorm (2)
  • Hersenstorm (1)
    Zoeken in blog

    Foto
    Foto

           VF'je De sneeuwgans

    Foto

         VF'je Schrijver ontvoerd

    Foto

         VF'je Meisjeslokken

    Foto

         VF'je Hannes Pechvogel

    Foto

         VF'je Tineke van Heule

    Foto

    VF'je De stunt van Bolleboos & Het raadsel van de verdwenen kruisbeelden

    EEN BLAUWE PLEK & JONG DICHTER (Sjors DNO)
    HERSENSTORM
    21-03-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Boze buien

    BOZE BUIEN & BRAVE BRIESJES

    (Van Appelschudder tot Zandstorm)

    Goed nieuws over slecht weer: het kan mooi zijn.

    Deze Beaufort-bloemlezing compileert 888 summiere fragmenten van romans uit België en Nederland en het buitenland (in vertaling), evenwaardig verdeeld, waarin het waait en regent.

    In de introtekst vindt u het hoe en het waarom: waarom slecht weer in mijn DNO zit, waarom het proza is en hoe het geordend is.

    Klimatologische belgitude, waterschap à la hollandaise, exotisch tempeest, Britse huiver op kamertemperatuur, Atlantische zuidwester, broeierige moesson, verblindende zandstorm, het zomerzuchtje dat gordijnen opbolt, hallucinante sneeuwbui, irritante rukwind of onmerkbare luchtkus van de appelschudder: het staat erin, a rato van 1 fragment(je) per auteur.

    Het weer is hét clichéonderwerp van gesprek bij uitstek, maar wat zeggen prozaschrijvers daarover en hoe gebruiken zij het gegeven? Hoe vaak gutst de regen in hun boeken? Waarom rommelt het in de verte in sommige verhalen? Wat is de zin van wind?

    Er zijn 888 fragmentjes. De nummers 666 en 777 zijn speciaal.

    Bijlagen:
    APPELZAND.pdf (1.4 MB)   


    30-09-2015
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jong dichter

    JONG DICHTER

    De 21ste eeuw doet haar plechtige communie. Het is maart, een paar jaar na het eerste decennium van het nieuwe millennium. Ramses Devolder, 15 jaar, begint een dagboek bij te houden voor het nageslacht. Een nieuwe lente, een nieuw geluid… Hij woont in de middelgrote provinciestad Maranga en is daar soms gelukkig, soms ongelukkig om. Ramses gebruikt dan ook een anagram om zijn stad aan te duiden. Zelf hanteert hij een schuilnaam wanneer hij gedichten schrijft: Marram. Hij twijfelt tussen een leven als orthodox priester of een dichtersbestaan met littekens. Op dat laatste heeft hij echt zijn hoop gesteld, want in de liefde loopt het niet zo lekker.
    Maak ondertussen ook kennis met de oude Emilie die verkeerde lieveheren verzamelt en god met kleine letter schrijft, met de op een Dalmatiër lijkende wieldoppenfanaat Tyfus, de goddelijke deerne Lara, de kikker Bernard Massard/t met het dt-probleem, de kip Patricia, pa de copywriter, eenouderzoon Björn, de halfvolle tweeling Kimberley & Timberley en nog vele andere mafkezen uit het soms slaperige, soms bruisende Maranga.

    Bijlagen:
    REDLOVED.pdf (746.1 KB)   


    30-09-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Breinmeid

    BREINMEID

    EEN VERHAAL OVER SCHARRELJONGEREN

    In en rond het Torenpark in Westeinde scharrelen enkele jongelui rond, die per toeval met elkaar te maken krijgen: tantekerel Barrebartle (16), doodgewoon Romy (15), rolwagenbrein Jasdora (18) en uitvinder Ramses (17). De ‘bankiers’ verzamelen gewoonlijk op dezelfde bank in het Torenpark. Dan heb je bijvoorbeeld ook nog parkfeeks Brandien, en de betoeterde kunstenares Pamaconda. Plotseling gebeurt er iets vreemds, tot driemaal toe, als in een boos sprookje. Het kladje scharreljongeren groeit ook al vlug aan. Een verhaal over liefde, kruimelduiven, hangjongeren, daders en loeders, regenratten, grijnsgroeten, (een klein beetje) kunst en (een klein beetje) schaken. 

     

                                                      

     

    Bijlagen:
    BREINMEID.pdf (555.3 KB)   


    09-04-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (28)

    Pim Pandoer, 1963

    Lang voor mijn zoon werd geboren,
    een raket op de maan was geland,
    scheen in het diepste geheim des avonds
    door donkerste bomen een lamp.

    Zij scheen, als in een wurmig jeugdboek,
    doorheen de blaren. Ik rilde ingetogen.
    Een heimlijke schim, kraag opgeslagen,
    spoedde zich uit de lichtplas heen

    naar niets. Dit was het geheime sein
    voor avontuur, verpakt in wind en blaren.
    Hier was duister gedoe aan de hand;
    een stad in de greep van een onzichtbare.

    Ik keek weer neer in mijn jongensboek.
    De feu continu werd opgepookt.
    Moeder werd moe. De vader zat rokend
    te zwijgen, te horen en zien naar niets.

    Wat zou het worden: ook speurder,
    ook schrijver, of gewoon als de dood
    de zoon van een vader? Die avond
    werd in mijn hoofd een lamp aangestoken,
    een blad omgeslagen: het werd allebei.


    31-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (27)

    Dikke boeken

    Vechten ze veel in wat je schrijft?
    Heerst er oorlog? Wordt er
    ergens middenin al gevrijd?
    Vallen er doden, stroomt het bloed?

    Heb je dat ook zelf beleefd
    of komt het zomaar uit je koker?
    Was je goed voor opstel? Had je vroeger
    voor elk liefje een tekenend adjectiefje?

    Kijk, ik zou ook boeken willen schrijven,
    maar ik heb al moeite met een brief.
    Al zeg ik het zelf: het zwaardere werk
    ligt me wel - neem dat maar voor lief.

    Maar 't is de tijd, nietwaar, die ik niet heb.
    En eigenlijk moet ik ook eerlijk bekennen
    dat ik mijn quality time spendeer aan Konsalik.
    Van diepe gedichten krijg ik de hik.

    Goed, knikte ik. Vecht jij maar verder
    in wat je leest. Vergeet evenmin
    te vrijen, want de betere-boekenwurm
    is ook maar een beest. Tot schrijfs,
    misschien, we zullen wel zien.


    20-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (26)

    Alzo sprak de dichter

    Poëzie? Toch op de infosnelweg niet?
    Zoals de stok van de parasol
    het schildpadei doorboort, zo is de chip
    het kluitje in mijn wuivend riet.

    Kan glasvezel mijn inkt geleiden?
    Een vehikel van mijn vondsten zijn?
    Geritsel tussen regels; geuren van papier:
    mijn ivoren deuren staan steeds op een kier.

    En kaarslicht flakkert in het wijnglas,
    dat ik voor de deurwaarder bewaar.
    En poëzie hoort in de pechstrook,
    bij een praatpaal, zonder misbaar.

    Van nu en straks zullen mijn woorden
    zonder schermen als vanzelf oplichten
    en zich bij tijd en wijle voorsorteren
    tot een file van onhaastige gedichten.

    Zo wil ik het, veer- en voerman
    van diepe gedachten. Want een deel
    van dichten is ook wachten, op dat ene
    fluitsignaal dat de lezer buitenspel zet,

    op de infosnelweg, als hij niet oplet.


    09-03-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (25)

    Wit blad

    Ik keilde een woord, onbewaakt,
    over de spiegel van glashelder water,
    en het scheelde geen haar
    of ik had een gedicht gemaakt.

    Het scheelde, het scheerde, met opzet,
    geen doel voorbij, om simpelweg
    aan de andere zij me toe te roepen:
    waarom heb je dat gedaan met mij?

    Aan andere woorden schoot ik te kort.
    Het bleef bladstil; ik keek opzij
    en staarde naar niets. Gedachten
    stroomden voorbij. Ik maakte slagzij
    en verdween vanwaar ik gekomen was,

    het water achter me latend,
    helder en strak als glas en waterpas.
    Licht werd dichter, duister en dan donker.
    Dat was het dus: woord overboord.

    De spiegel bleef onbeschreven.
    Rimpelingen stremden als luie melk.
    Witter dan wit stond het water stil
    boven zijn diepe grond. En het werd later.


    26-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (24)

    Uit eigen werk

    Er is niets nieuws onder een zon.
    Vele verhalen zijn al zo oud
    als ze lang zijn. In de winter
    is het koud. U bent welkom.

    Ik hanteer de veer om u te melden
    dat ik tussen de regels spreek.
    Tevens maak ik gewag van woorden
    waar ik een zekere diepte in steek.

    Papier is gewillig nadat het wit
    is geweest. Het geschreven woord
    blijft; het past als een schoen
    op een leest: verstelbaar, jawel,

    maar dan past een mens het aan,
    een lezer, weetjewel. Wij, dichter,
    kunnen niet zonder. We hopen
    dat het vanavond goed zal gaan.

    Na de pauze kunt u vragen stellen.
    Hoe ik ertoe gekomen ben. Wat me
    schrijvende houdt. Want het regent
    godbetert pijpenstelen. Ik heb u
    gewaarschuwd: in de winter is het koud.


    15-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (23)

    'There is no end, but addition'  (T.S.E.)

    Des ochtends ei zo na de dromenkoets verlaten,
    god is mijn eerste spraakgebrek, de oeverloze
    dooier van de zon een lastige klapzoen
    midden mijn gezicht: mijn praatballon blijft
    wit tot iemand zegt: 'Hallo, ook buitenspel
    gezet?' Waarop ik zeg: 'Verrek, ja,
    niet opgelet en in de val gelopen'.
    Maar hij verdwijnt en ik verdwijn en beiderzijds
    geen woorden meer gewisseld. Ieder naar
    zijn avond toegelopen en ik die weet:
    de koetsier is niet meer om te kopen.

    De kamerplant buigt van wishful thinking
    dat ik op haar overbreng. Het donker
    in een hoek gevangen. Een boek een vlek
    van moe verlangen. Aan elke wand
    zuigt stilte. Bang voor dieren
    die de avond vallen doen en huizen sluiten.
    Zou het duren voor ik mijn zwarte
    gat verlaat en zeer veel licht
    in mijn kamer toelaat? Een blad omsla
    en van een spiegel schrik omdat die
    mijn gebaar verraadt als zat niet echt hier ik?

    'Wat had kunnen zijn en wat geweest is
    wijzen naar één einde, dat altijd daar is'.


    04-02-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (22)

    Van ijsbloemen

    Van ijsbloemen is er sprake. Goed
    voor wie de kleuren een raadsel zijn.
    Ook zegt men dat op dit ogenblik
    het landschap wit is, wit.

    Men sleurt een slede met een kind erop mee.
    Bloed aan een linkeroor.
    Moeilijkheden met bilabialen
    bij het buitengaatse dialogeren.

    Kijk: dit is nou een winter
    zoals die het vroeger bestaan moet hebben.
    Een vorstelijk regime
    waar ook de koning het te koud krijgt.

    Woorden die in de straat blijven hangen
    en auto's die in de sneeuw blijven steken.
    Een onderdaan in vertraagde opname:
    men neemt laatkomers niets kwalijk.

    Het moest maar nooit meer zomeren,
    wenst wie achter dit raam staat.

    Een laatbloeier.


    22-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (21)

    Tand des tijds

    Zacht verzet
    in stil alfabet
    getoonzet.

    Steels
    valt regen
    naar beneden.

    Waar is de tijd.


    06-01-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (20)

    Bladstil

    Hou van wit het blauw over,
    van het ei het land
    waar de kip op liep.

    Luister naar de ongecomponeerde noot.

    Smoor de wind, zeg dat je verlangt.
    Dat je niet zonder kunt: wind.

    Schrijf niet.

    Ga voor een steengroeve staan.

    Neem je tijd.


    29-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (19)

    Interbellum

    Luister.
    De wind speelt in de boiler.
    Dit moet herfst zijn.
    Dit is ook leven op de bom,
    onnodig indien niet ernstig,
    zolang de voorraad vrede strekt.

    Het okert in mijn hoofd.
    Ik heb vandaag een treinfanaat ontmoet.
    Actie openbaar vervoer:
    ontsporen met een groepsticket
    tijdens een interbellum.

    We zagen vrede op aarde passeren.
    Hij zei dat ik net een dichter was.
    Actie openbare vervoering:
    stoom aflaten terwijl vrouwen
    als vraagtekens aan hun huizen haperen
    en ratten rond veevoederbedrijven flaneren.


    23-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (18)

    Polsslag

    Dit is de wereld van de baarzen.
    Hier is mijn polsstok, daar het water.
    Om te waden draag ik hoge laarzen.
    Ik ben een bioloog van horen zeggen.

    Met stenen kan ik mijn lijf verzwaren.
    Aan de nabestaanden is het dreggen.
    Ook kan ik aan de polsslag van het landschap
    het voortbestaan, gebiologeerd door leven.

    Dan wordt dit water een zeer zachte wetenschap
    voor later.

    Iets
    rukt aan de dobber van mijn moedertaal.


    13-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (17)

    Tijdbom

    De avond slibt aan.
    Ik heb walnoten gekocht.
    Niemand kent mijn eetlust.
    Ik heb aan een halte gestaan.

    De tram rolt weg.
    De trein verdwijnt.

    Het donker valt
    als een zak op de dag.

    Ik zit maar weer niet te verpinken.
    De laatste noot gaat eraan.
    Ik drink traag en ben graag alleen
    met mijn avond en mijn eigen,
    met mijn mens en mijn infinitieven:

    l'inconnu de la ligne U.


    05-12-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (16)

    Mum

    Zo razen de dagen
    als treinen voorbij.

    Rinkelbellen.
    Doodsklokken.

    Zo hollen de uren
    als hazen vooruit.

    Toerental.
    Hoorngeschal.

    Zonde van die ene seconde
    waarin ik met klem beweerde:

    nooit.


    28-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (15)

    Schroeiplek

    Niet huilen, maar schrijven,
    om wat voorbij is.

    Niet later, maar nu,
    die tijd in regels vangen.

    De dingen niet dwingen,
    maar schikken en zingen.

    Niet zeggen: tijd heelt,
    maar toeslaan en dichten.

    Schrijven is pijn herverdelen,
    in achterklap van rijm.

    Niet ongeremd, niet ongerijmd,
    maar wonend in woorden.

    Doodgewoon wonend en wachtend
    op licht in het gedicht.

    Tijd wijst uit.
    Tijd wist weg.


    21-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (14)

    Een aantal eeuwen zomer reeds

    Die muggen betekenden zomer en zinderen,
    verre tennisgeluiden en zwevers bij de vleet.
    Er lag een aantal min of meer herkenbare eeuwen
    achter ons, maar het zou wat bij het stokken
    van het zomerse grasmaaimachien.

    Een buurman articuleerde misschien
    en ging een handwerktuig halen.
    Alleen de droom te kunnen vliegen
    was nu echt. Want volop zomer,

    lastige beesten, gooien met voorwerpen
    en de onvolkomenheid der dingen
    naar 's mensen hand gezet,
    dat had je vroeger ook.


    12-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (13)

    Zondag

    Nodeloze zondag zou je zeggen,
    alles is een beetje kunst:
    roken doet aan meetkunde denken
    en drinken uit kleine glazen
    aan de zondagsschilder
    en zijn mondjesmaat.

    Was alles
    ook maar weer eens
    autoloos.

    Roken was dan uit den boze
    en drinken ietwat heelkunde.
    Stappen duurde eindeloos.

    Wie voerde dan met zachte hand
    de blinde zondagsschilder
    naar zijn vlakste land?


    07-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (12)

    Time is on my side

    Tijd ligt aan banden om polsen.
    De zandloper is trouw tot de laatste korrel.
    De metronoom verkavelt om de haverklap.
    Met de regelmaat van een boeddha
    wordt het telkens weer later als vroeger.

    Maar tegen de klok in wordt geschreven:
    tegen beter weten in overleven.


    01-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (11)

    Understatement

    In zekere zin zijn ze mooi en zijn ze lelijk.
    Ze vallen doodgewoon mee zoals ze eraan komen,
    weinig sigaretten roken, de atonale muziek
    in zichzelf beluisteren en maar weer weggaan.

    Grote groepen worden niet meer gevormd.
    (Geheugen: het bos van de parka's,
    de jeans als zovele bleke berkenstammetjes).
    Aan een draad in het oor hebben ze boodschap.
    Een boekje laten ze liefst links liggen.

    In zekere zin acteren ze stomweg behoorlijk,
    zonder statement.
    Kinderen van hun tijd.

    Time, honey, is money.


    22-10-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (10)

    Bij voorbaat

    Een bode aan je bed was ik,
    van wat er buiten gebeurde
    en niet gebeurde. Er was lente
    in het spel, maar het zou wat.

    Ik bracht niet de warmte binnen,
    maar duwde een tafeltje voor me uit
    met daarop de instrumenten
    om je weer op de been te helpen.

    Jonglerend met tefal en toaster,
    springlevend tussen vaatdoek en valium.
    Bij het buitengaan werd ik staande gehouden.
    Voorbarigheid alom; alles luisterde nauw.

    Des avonds met de tenen tegen elkaar zitten
    als het wachtwoord 'morgen' viel.
    Nacht verwarde zich met dag.
    Wie je liefhad, bleef een sigaret langer.

    Dan spitsten de uren hun oren
    en dat ving je allemaal op:
    de geluiden van het nachtverbruik
    en de zachte bons van mijn deuren.

    De straat die zich als een raadsel
    naar de verte ontrolde.

    Zo is het leven, liefste:
    de jammerlijke wetenschap
    dat we tussen weeën en reutels
    maar even rechtop staan.


    17-10-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (09)

    Wandelen

    Ik heb misschien de dansers niet begrepen
    en ongeloof getoond bij de getallen
    die ons geluk bezorgden. De misthoorn
    der tijden niet gehoord, of erdoor misleid.

    Luister: het had gekund, of wat?
    Het klimaat verplicht ons ruig te zijn.
    Of daarvoor door te gaan. Ik geloof
    dat wederzijdse gewenning ons nu
    een zachte zorg zal wezen:

    spreken met de noodzakelijkste infinitieven,
    gelijk de wij-vorm die enkelingen omarmt.
    Of zwijgend, hand in hand, op stap gaan,
    neem nou antiekbeurs, in kouwe blauwte.

    Jij in warmgevoerde laarsjes van de kleur
    waar ik god betere het
    de naam niet van onthouden kan.

    En hij.


    08-10-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (08)

    Chirurgie

    De marlboro's waren niet meer te tellen
    sinds de zomers weg waren gewaaid;
    sommigen verjaarden weer een keer.

    We schaarden ons rond haastige ontbijten
    en dachten dat het morgen wel vergeten zou zijn:

    dat partikeltje verdriet
    dat als een scherfje
    in ons lichaam woont
    terwijl alles altijd goed gaat.

    Zo gezegd.


    01-10-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (07)

    Samenzweren

    Je zou er bij kunnen huilen,
    bij dat mooi en rustig ouder worden,
    ofschoon ze ook beweren dat jong zijn
    niet zo stug met leeftijd samenzweren moet.

    Het is niet de rocking-chair,
    noch de kalender of de taaie stilte
    van een zondag. Misschien heb je
    je hart te streng verdeeld in rechts
    en links en boven en onder.

    Misschien is het de steeds meer
    om zich heen grijpende eenvoud
    van de onderwerpen waarover je
    met je hartverwanten immer hetzelfde zegt.

    Of de wetenschap
    dat wenen binnenin gebeurt
    en steeds daar is
    waar je een dode holte dacht.


    25-09-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (06)

    Nalatenschap

    Als ik uit mijn lichaam wandel
    en plaats maak voor wat klein verdriet
    wil dan de ramen kieren,
    want vergeten doe ik niet.

    Als ik van mijn tafel opsta
    en een zwart sjabloon nalaat,
    vul me dan nog even in
    met een vers waar geen maat op staat.

    Hoe ik de zon zo'n lastige klapzoen vond.
    Hoe mijn woorden onder zware hypotheken
    gingen gebogen. Zo vaak groette ik
    de postbode bij verstek.

    Ze zeiden:
    weer één van die gevaarlijke reizen.
    Maar je wende aan ontstentenis.


    17-09-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (05)

    Robinson, een vertelling

    Zo'n eiland was aan te treffen:
    ik hoefde alleen nog een reis
    uit mijn dromen weg te kappen
    en omgespoeld zoals het verhaal het wil

    daar in het zand te bijten.
    'The rest is silence': zo vreselijk
    stil, dat ik in een god geloofde,
    liever dan in overleven en een zwitsers mes.

    Geschiedenis werd aardrijkskunde.
    Splinternieuws was eeuwen oud.
    De polsslag van de tijd verzwakte,
    de haven in mijn hoofd verzandde.

    Mijn mens werd schier een eiland.

    Maar her en der
    vond ik hem weer uit.


    11-09-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (04)

    This world

    Tevreden ruist de kunstlong in de hoek:
    adem geblazen dankzij de teevee.

    Vreedzaam als een boeddha
    tikt ook de klok,
    hikkend om de haverklap.
    Zelfs stilgevallen heeft hij per etmaal
    enkele keren het grootste gelijk.

    Aan de polsen krijgen uren
    oren in dit interieur.
    Planten geeuwen door hun gaten.
    Adembenemend hoe stil het wordt
    als een mens in een spiegel ontdekt
    dat hij bij zichzelf naar geluiden zoekt
    die hij maakt door zichzelf in een spiegel
    te bekijken. Zie:

    zelfs de kijkkast ruist niet meer.


    03-09-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (03)

    One day

    Ochtend.
    Het elementaire bestaan op deze aarde
    doordesemen met iets van een hogere orde:
    muziek van de centrale verwarming,
    inzicht door de halogeenlamp.

    Middag.
    Stilte breekt in volle hevigheid los,
    als op een akker in de zestiende eeuw.
    Wintervogel glijdt in luchtplooi weg.
    Tijd stippelt hem uit.

    Avond.
    Dromen, truffels aan de slaap ontfutseld,
    met de navel naar het strenge middelpunt
    van moeder aarde, deze blauwe plek.
    Wie zal het zeggen, wie zal het zwijgen.


    28-08-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (02)

    Me, at home

    Een natte straat.
    Aan weerskanten hebben beide voetgangers gelijk.
    De wereld dijt in een kop koffie.
    (: wolkje wrevel,
    toer afwezig door een melkweg)

    Oude wind jaagt damp
    in sluiers over de rand.
    De ijskap schuift wat op.
    Aan polen dooit het.

    Mohammed ziet witte sneeuw.
    Het wordt oorverdovend koud.
    En als vanouds, gelukkig,
    dicteert de maan de oceaan.

    Een natte straat.
    Wat wordt nu ouder?
    Wie is nu verder weg?
    De brievenbus kleppert godvergeten
    in de wind. Het is vrijdag,
    schier een eiland in dit stille huis.

    Het laatste hoofdstuk ruikt naar zeep.
    Een natte straat.
    Schoon.


    21-08-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (01)

    She leaves; he looks.

    Zon hangt uit een wereld heen.
    Trein vertrekt uit herfst vandaan.
    Vrouw stapt op. Verandert
    niet daardoor, maar daarna:
    snel schittert ze uit zichzelf.

    Drie snoeren om haar hals bindt ze,
    ze windt er twee om elke pols,
    vingers rijzen uit hun ringen.

    Geen valse spiegel dan
    (: wasem, raam, reflectie)
    maar net wel een bril.

    Ze monstert aan in een boek.
    Bladert bladstil:
    klokvast, vlug, planmatig

    is het een prachtige herfst geworden.


    14-08-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robinson (intro)

    ROBINSON

    Robinson. Vroeg of laat, op de datumgrens of in Isfahan,

    treft men steeds zichzelf weer aan. Blind date met de tijd.

    Robinson. Het gedicht schier een eiland in een zee van tijd.

    Fata morgana, foto, voetafdruk. Altijd wordt het weer vrijdag.

    Robinson. Aanspoelen in een boek met open einder.

    Enkeling, drenkeling. Water wast en wist, vroeger, later.


    23-03-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arepo (Zwaartekracht)

    AREPO

    (Zwaartekracht)


    Zaaier Arepo houdt met moeite de wielen.

    Zaaier Arepo houdt de wielen draaiende.

    ‘Ik bid u vader, ik bid u vader, gij geneest.’

    SATOR
    AREPO
    TENET
    OPERA
    ROTAS
                                                                
                                                    
                           P
                                                                   A
                                                        A        T        O
                                                                   E
                                                                   R
                                                  P A T E R N O S T E R
                                                                   O
                                                                   S
                                                         O       T         A
                                                                   E
                                                                   R

    Bijlagen:
    AREPO.pdf (453.4 KB)   


    02-03-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Merlijn
    Merlijn

    De maan neemt van het water
    waar ze in schijnt een trage foto
    waar ook de maan op staat.

    Rimpelingen stremmen als luie melk.
    In de kasteelgracht trekt de snoek
    zijn cirkels in zijn eigen vaarwater.

    Ginds zijn de wouden van weleer
    waar de stammen zichzelf herhalen.

    Ik loop achterstevoren door de boeken
    en lees tot mijn ontzetting, voldoening:

    niets verandert,
    alles blijft gelijk.

    (Uit de bekroonde bundel Linkerhart, uitg. Poëziecentrum Gent)


    26-02-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spiegel
    Spiegel                 

    Wie predikt evenwicht, rust, symmetrie?
    Wie vindt woord op woord uit
    en noemt het rijm?

    Waarom die boeman met de boemerang?
    Herhaalt de wortel van de boom de kruin?
    Heeft de kruin een onderaardse droom?

    Keert alles weer als achterklap?
    De astronaut, schipbreukeling of dichter
    komen steeds zichzelf weer tegen:

    holbewoners in een renaissance,
    met een hevig kloppend linkerhart.

    (Uit de bekroonde bundel Linkerhart, uitg. Poëziecentrum Gent)

    10-02-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cover Wat je zegt
    Klik op de afbeelding om de link te volgen










    Cover Wat je zegt, ben je zelf (Een toeter op je kop)

    Bijlagen:
    WAT JE ZEGT.pdf (353 KB)   


    01-10-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een toeter op je kop

    Woord vooraf

    Een toeter op je kop, of: Wat je zegt, ben je zelf

    In dit verhaal trekt een eenhoorn eropuit in de wijde wereld, op zoek naar de anderen en misschien wel naar zichzelf. Onderweg krijgt hij, vanwege die rare toeter op zijn kop, te maken met gezonde en ongezonde nieuwsgierigheid, argwaan, pesterij, ijdeltuiterij, agressie. Soms valt het tegen, soms valt het mee. Pas als hij weer thuis is, weet hij zijn onderneming naar waarde te schatten. Het is vaak in je eigen achtertuin dat de waarheid voor het rapen ligt.

    Lezer, wees zo vrij die vreemde toeter op zijn kop door een ander voorwerp te vervangen …

    Dromen, verhalen, ontmoetingen, anders zijn, pesten, fantasie: stof tot filosoferen. Je bent er nooit te jong voor: ‘Vertel het aan een kind, vertel het aan de bomen’

    Bijlagen:
    WAT JE ZEGT.pdf (353 KB)   


    06-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klassieker (3)

    Klassieker 3

    De kapitein loert door één oog.
    In zijn ene been knaagt de houtworm.
    Hij ligt languit in zijn kajuit,
    zwaargewond, maar niet verslagen.

    Zijn schip is ietwat stuurloos.
    Het vuur smeult nog wat na.
    Maar de storm is weer gaan liggen.
    Het kielhalen achter de rug.

    De maten lappen alles op.
    Hij drinkt zijn rum tegen de pijn
    en praat wat met zijn papegaai.
    Zijn logboek is al duimen dik.

    ‘Het werd een kale reis
    naar land in zicht.
    Ik verlang naar water.’

    Wiegend op barensweeën
    zet hij koers naar later,
    naar andere wereldzeeën.


    01-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klassieker (2)

    Klassieker 2

    Zijn speelgoed is weer jarig:
    eiland, boot, burcht en helikopter.
    De fiets.
    De bal.

    Een fractie, een valstrik, een flits.
    Het ketst in zijn hoofd.
    Hij draait om zijn as.
    Zijn navel is zoek.
    Zijn lichaam spoelt aan.
    Een lel, jawel, en hinderlaag.

    Een jaloerse afgod
    die zijn eigen pluimgewicht verzwijgt
    speelt verstoppertje met hem.

    En op mijn schaal van dichter
    lees ik een aardbeving:
    hoofdstuk één, terug naar af,
    drenkeling op een gesperde bladzij.

    Er is geen boekje tegen ‘t bloeden
    en geen verhaal op muiterij.


    29-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klassieker (1)

    Klassieker 1

    Gewichtloosheid zou hij willen wensen
    voor Klaas, Kerst en klokken van Rome.
    Het blijft elk jaar bij dromen:
    Klaas valt zelf van het dak,
    met Kerst wordt het overal spekglad
    en Rome doet geen aardse mirakels meer.

    Nee, dan maar een helm en wat boeken.
    Andermans avonturen verslinden.
    Rustig binnen blijven. Wachten bij liften.
    Rag spint zijn fiets aan de haak in.
    Een bal ligt al jaren
    op die ene geweldige lel te wachten.

    Met vuurstenen beren verjagen.
    Zweven in banen om Moeder Aarde.
    Sporen van ruiters in brandend zand.
    Wedden om reizen van tachtig dagen.
    Sneeuwstormen rond een trappershut.
    Huilende wolven en hinderlagen.


    25-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De val (de gedichten, 6)

    06

    En als er een god is:
    hij zou moeten blozen.
    En als liefde bestaat:
    in godsnaam dan maar.
    Want zijn linkerhart,
    het Parijs van het lichaam,
    waar licht en liefde weifelen
    tussen dromen en bedrog:
    gekooid in zijn kijkkast van ribben
    staart het door zijn strenge navel
    en ziet, verschrikt:
    dit is de aarde,
    hier gebeurt het,
    om de eigen as.
    En zwijgt, bloeddoorlopen.


    23-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De val (de gedichten, 5)

    05

    Wij vragen niet langer:
    wie zal het zeggen?
    Wij plooien de dingen
    naar zijn honger, zijn hand.
    Wij denken enkel:
    wie zal het zwijgen?
    Want wij houden ons hart vast,
    en zijn hand in de onze.


    20-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De val (de gedichten, 4)

    04

    Dan vliegt plotseling een steen
    door het raam van een heden.
    Het bliksemt eenmaal krachtig
    in de doka van zijn hoofd.
    Even is hij echt een open boek.
    Wij vallen mee, in het gesperde nu,
    op de verkeerde bladzijde.
    Ongeletterd komen wij in opstand
    tegen de woede van een meetkunde
    waar geen maat op staat.
    En met de nieuwe scherven
    bouwt hij verse dromen.


    17-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De val (de gedichten, 3)

    03

    Elke bladzijde aan zijn boom
    verklapt een waargebeurde droom.
    Hij leest gehelmd en ongeschoeid.
    Herfst na herfst na herfst
    harkt tegen haren in.
    Eb en vloed schrijven op en wissen uit.
    Hijzelf is een gesloten boek met open einder,
    zonder personages op zijn eiland.
    Want alleen het water weet.
    En wast. En wist.
    Zijn sporen en zijn voetafdrukken.
    Al zijn plannen vallen ooit wel eens
    bij kalme zee een beetje mee.


    14-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De val (de gedichten, 2)

    02

    Hij reist als kleine Dirk Frimout
    in banen om zijn eigen hoofd.
    Zo ontsnapt hij aan zijn enkelvoud,
    een middelpunt, een strenge navel,
    een plattegrond, een dommekracht,
    een barenswee.
    De aarde draait om haar eigen as,
    maar als hij weer eens valt,
    tuimelt zijn hele wereld mee.
    En zijn totem,
    die met moeite pas opgericht was.
    Maar ook ruimtevaarders dragen helmen
    en bereiken hemelen slechts via aarde.
    Desnoods de hel.


    12-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De val (de gedichten, 1)

    DE VAL

    (6 gedichten die in 1995 in het Nieuw Wereld Tijdschrift verschenen)

    01

    Hij is als kleine Robinson
    in vele boeken aangespoeld.
    Het is zijn rechterhand die bladert.
    De linker weet het niet,
    want die zwemt niet waarheen hij wil.
    Ons huis is schier zijn eiland,
    met zeer eenvoudig water rond.
    En ook veilig: ver van baren
    en gebaren die hem parten spelen.
    Hij zoekt zijn witte bladzijde
    tussen zovele zwarte.


    02-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cover Vallen en opstaan
    Klik op de afbeelding om de link te volgen De cover van Vallen en opstaan

    Bijlagen:
    tenaanval.pdf (303.7 KB)   


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ten aanval!

    TEN AANVAL!

    Thomas is twaalf en heeft een moeilijk behandelbare vorm van epilepsie. Elke dag en nacht krijgt hij kleine tot zeer heftige aanvallen. Een jaar lang zoekt het team van epilepsiecentrum Zevenbossen naar een middel daartegen. Met veel vallen en opstaan, en de steun van andere kinderen die er verblijven, leert Thomas over zijn aandoening, over zichzelf en over de mensen uit zijn omgeving. Zodat hij altijd weer blijft opstaan, zelfs wanneer hij moet aanvaarden dat het wellicht niet echt beter wordt. Dit tienerdagboek is echt gebeurd. Alleen de naam van de jongen, die van de instelling en andere eigennamen zijn gewijzigd, in verband met privacy.

    ‘Vallen & Opstaan’ was mijn eerste publicatie over deze problematiek (1995), en was gebaseerd op ongeveer zeshonderd bladzijden persoonlijk dagboek. 'Ten aanval!' is de huidige versie van deze publicatie.

    Woord vooraf

    (uit een ander dagboek)

    ‘Het is een loodgrijze dag vandaag. Ook in ons hoofd en in ons hart. M. is naar de kapper geweest. Hij ziet er graag pico bello uit. Maar hij heeft met zijn twaalf jaar al zoveel meer littekens op zijn lichaam en in zijn hart dan de meeste kinderen van zijn generatie. Hij heeft ook al beduidend meer ‘dode vrienden’ dan andere kinderen van zijn leeftijd. Jaren van problemen heeft hij achter zich liggen. Zijn prille jeugd werd grondig verknald. Die kan hij nooit meer opnieuw beleven, zoals het zou moeten. Hij kent de geuren, kleuren en geluiden van vele ziekenhuizen. Hij leerde telkens opnieuw afscheid te nemen van zijn vrienden. Hij incasseerde dat het niet mooi meer was. Met altijd verse scherven bouwde hij alsmaar nieuwe luchtkastelen. Hij leerde vallen, letterlijk en figuurlijk, opstaan, en weer vallen. Honderden keren verwondde én kwetste hij zich, van buiten en van binnen.

    Nu wordt hij twaalf, verslindt boeken, bouwt kastelen, verzint eilanden en hoopt, blijft hopen. Morgenochtend vullen we voor de laatste keer zelf zijn dagelijkse pillendoosje. Vandaag pakt L. andermaal zijn koffers. Maar niet voor de Noordzee, Hongarije, De Efteling of een bosklas. Als M. terugkomt, misschien ‘aanvalsvrij’, weer startend vanop zijn pechstrook, moet hij de jaren achterna hollen: één, twee, drie. En hopen op vroegere vrienden, die hem de kans willen geven weer aan te tikken.

    Het is dus zover: 1 september. Een magische datum in de hoofden van veel kinderen. ‘De laatste zorgeloze (nou!) nacht is voorbij,’  zegt L. Vroeg in de ochtend al staan op hoeken en trottoirs kinderen op bussen te wachten, vastgebonden aan hun rugzakje of schooltasje. Onze zoon is er niet bij. We nemen hem mee in de auto, ver van hier, ver van zijn nestwarmte. Voor hoelang? En daarna? Het zal een lange reis worden, die jaren en jaren zal duren, maar dat weten we nog niet.’

    Bijlagen:
    tenaanval.pdf (303.7 KB)   


    30-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cover Een blauwe plek
    Klik op de afbeelding om de link te volgen De cover van Een blauwe plek (Getekend: Jasdora)

    Bijlagen:
    blauweplek.pdf (173.3 KB)   


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een blauwe plek

    Een blauwe plek         

    (Getekend: Jasdora)

    Stand by. Vannacht speel ik alweer de hoofdrol in mijn eigen film. Ik ben een trieste filmster en speel mezelf. De camera loopt. Het licht in mijn ziekenhuiskamer blijft de hele nacht aan. De camera zal ononderbroken mijn aanvallen en schokken filmen, terwijl ik blijf hopen op een wonder.

    Op mijn hoofd draag ik een soort doornenkroon. Het is een wirwar van draden, lijm en mijn haar. De draden zijn verbonden met een ingewikkeld toestelletje, dat aan een zwarte gordel om mijn middel hangt. Ik lijk wel een judoka: in het wit, met een zwarte gordel. Judoka’s ploffen op zachte matten neer, maar ik niet. Het is jammer dat de wereld waarop ik loop zo hard als steen is als ik val. Ik krijg bovendien ook nooit applaus als ik val.

    Bijlagen:
    blauweplek.pdf (173.3 KB)   


    20-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hersenstorm (5)

    DE ROLLEN VAN DE DODE ZEE

     

     

    Uit de dichtbundel LINKERHART van JORIS DENOO

    (bekroond met de 5-jaarlijkse Guido Gezelle Prijs 1999

    en uitgegeven door Poëziecentrum Gent in 2000)


     


    Mijn heiland heeft geen engelenhaar.

    Zijn licht is staal dat blikkert.

    Zijn pakpapier vertoont de oorlogskleuren

    en zijn tuig houdt zich vertrekkensklaar.

     

    Dit zijn de bikkelharde dagen

    waar de weekheid volle kracht vooruit

    weer toeslaat, eenmaal ’s jaars.

    Uitkijken voor kindsheid is ’t geblazen.

     

    Ik ruik die oude wind uit bange dagen;

    ik loop me donker te verbijten.

    Ik kwets me weer aan kerst,

    dat verdomde licht, aan engelenhaar.

     

    Over hoofden sneeuwt muziek in scherven.

    Een tochthond draagt een blauwe strik.

    Door de scheur onder zijn deur waait kleum

    en uit zijn muil druipt oudjaarkwijl.

     

    Ik ben mijn eigen leger des onheils

    en strooi mezelf in straten rond,

    zonder te kijken, zonder echt te haten,

    op de stomme wijs van Rudolfs rode neus.

     

    Wat is iedereen weer happy en gelovig.

    Overal mag het een ietsje meer zijn.

    De mensheid schuift langs kassa’s aan.

    Middenstanders uit het wijze oosten

     

    Reiken bekers glühwein aan en

    een kerstman schatert onbedaarlijk

    om de tragiek van hondenpoep.

    Ik spoed me naar café Van Lieverlee.

     

    Het licht gedempt in deze drenkplaats.

    Een gatenplant onttrekt ons

    aan des mensen zicht en inzicht.

    Ik meer aan, veranker en verander

     

    Zienderogen: stuifsneeuw in mijn hoofd.

    Ha! Waarom geen blauwste strik gekocht,

    morgen, overmorgen, voor een allerliefste

    die slechts hier vanbinnen echt bestaat?

     

    Ik zink; er groeit begrip. Mijn hoofd

    zegt dingen waar ik in kan komen.

    Bij iedereen ontdek ik goede wil;

    ik stel mijn eigen ophanging nog even uit.

     

    Want ik word mijn eigen kunstwerk,

    praatpaal hier en nu, ik ben

    verdomd bereid een kerstboom

    in mijn pechstrook neer te planten.

     

    Hef ik straks een lied aan, vloeiend?

    Volg ik de parabool van ene ster, klaar?

    Of kies ik voor een kogelbaan,

    één unlucky strike, zo gebeurd.

     

    Deze en vele andere gedachten

    krijgen audiëntie in mijn hoofd

    en in café Van Lieverlee, des avonds

    voor het kerst wordt, wijl iedereen

     

    Compleet kalkoen en cognac is.

    Wat te doen? Carmiggelt is al dood,

    en zuster Magnussen al jarenlang vermoord.

    Wat er op zit, is nog maar een glas:

     

    Behorend tot de orde van de scherven,

    doorschijn, groot gelijk en medicijnen.

    Van lieverlee kan ik nu zelfs

    foie gras en susa nina derven.

     

    De tocht naar huis is niet echt zwaar :

    wind blaast mijn zeilen bol

    en het dagend licht uit ‘t oosten

    bakent in de schijn van etalages

     

    Een brede pechstrook voor mij af.

    De kassa’s zwijgen stil; de drollen

    van de honden kan ik waardig als een mens

    ontwijken. Ja, het was een stille nacht.

     

    Van een boom kwam niks in huis,

    maar ik had wat goede wil in pacht.

    In café Van Lieverlee, deze oude haven,

    vond ik de Rollen van de Dode Zee

     

    Die gewaagden van onvrede, zwarte sneeuw

    en goud en wierook op de helling zetten.

    De nacht werd als de straat zo oud

    en buiten was het bitter koud.

     

    Nee, mijn heiland had geen engelenhaar.

    Zijn licht was staal dat blikkerde.

    Zijn pakpapier vertoonde oorlogskleuren

    en zijn tuig hield zich vertrekkensklaar.


    18-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hersenstorm (4)

    ENCEPHALOGRAM

     

     

    Uit de dichtbundel LINKERHART van JORIS DENOO

    (bekroond met 5-jaarlijkse Guido Gezelle Prijs 1999

    en uitgegeven door Poëziecentrum Gent in 2000)

     


    Het waait over Golgotha.

    De wereld ligt in puin.

    In de touwen hangt een pop,

    zijn kroon staat ietwat schuin.

     

    Anderen heeft hij gered, maar

    eigen angst is zwart als inkt.

    De honderdman wacht op een teken

    dat tot nader inzien dwingt.

     

    Dit versplinterd lichaam, haaks

    op aarde, vertrekt van pijn

    voor eeuwen. Stenen tikken luid:

    voor wie zal de mantel zijn?

     

    Smart priemt door de vrouwen heen.

    Het wordt donker. De natte spons

    wordt bij de kruik gegooid. Alleen

    het wonder blijft genadeloos uit.

     

    De vrouwen staan als zwarte vogels

    aan de totem van Golgotha.

    Zij bloeden. De regen kerft

    en laat zijn rode striemen na.

     

    Wonden tussen de benen.

    Het hart dat aan zijn ketting rukt.

    Ogen die glashard wenen

    en de adem die in kelen stokt.

     

    Alles is er voor het drama:

    De wijn, soldaten, en de wijven.

    De tijd gaat voor anker; de heuvel

    zaait zijn kanker in hun lijven.

     

    Azijn mengt zich met lood.

    Op deze godverlaten beurse plek

    wordt met klinkende munt betaald.

    Beroepssoldaten drinken totterdood.

     

    Zij ledigen vele bekers pijn.

    Smart drupt uit infusen

    regelrecht in ’t hart.

    Het is vreselijk vrouw te zijn.

     

    En moeder van een dode man.

    Aan de totem van Golgotha

    staat zij als een zwarte vogel:

    trillend, bang en vleugellam.

     

    De heuvel wordt met drie gedeeld.

    Goed en kwaad zijn streng verdeeld

    in rechts en links. Elke man

    geeft nog wat tekenen van leven.

     

    Maar niemand kan de armen kruisen.

    Hij in ’t midden krult van pijn.

    Hij is een vraagteken van vlees.

    Dat moet dan een koning zijn.

     

    Hij draagt de kroon

    en wordt het meest gehoond.

    Die van links heult zwakjes mee.

    Rechts heeft al zijn spijt betoond.

     

    Heuvel, hel en hemel.

    Een staak, doornen en een duif.

    Wat heet hier goed? Wat kwaad?

    Straks is het te laat.

     

    Alles smeekt, alles krimpt, alles breekt.

    De dood riekt zuur. De wind smaakt

    naar nat hout. Omstreeks het negende uur

    geeft deze mensenzoon de geest.

     

    De beste dobbelaar springt op.

    De taken worden verder uitgedeeld.

    De werktuigen om af te maken 

    liggen in het slijk gereed.

     

    Wat hebben die twee gedaan

    dat hun de benen worden gebroken?

    Wat heeft in ’s hemelsnaam hij daar misdaan

    dat hem de zijde wordt doorstoken?

     

    Zij naderen; de vogels deinzen.

    Als lijden is ten top gedreven

    doet het lichaam niet meer mee.

    Steek die ene, breek die twee.

     

    Daar staat een ladder in de leegte.

    Daar gaapt een open graf.

    Daar is een kruik verdwenen.

    Het Romeins karwei is af.

     

    Wie is verlaten, wie staat samen?

    Tegen loden lucht stijgt stil een duif.

    Niets gebeurt, niets verroert, niets beweegt.

    Het waait over Golgotha, amen.

     


    14-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hersenstorm (3)

    De jongen                                

     

    De jongen is eens thuis.

    De kamer die zo vol van stilte was,

    grijpt hem aan. Voorwerpen

    en boeken werden jarig zonder hem.

     

    De jongen is eens thuis.

    Je zou muziek verwachten,

    indianenkreten, kleren op een hoop

    gegooid en verborgen brieven.

     

    De jongen is eens thuis.

    Hij is niet zelf gekomen; hij geraakt

    op eigen houtje niet weer weg.

    Nu woont hij even hier in huis.

     

    De jongen is eens thuis.

    Zijn vrienden zijn al ver verleden.

    Hij duikt in boeken, kijkt teevee,

    spoelt in alle stilte bij ons aan.

     

    De jongen is eens thuis.

    Jaren hebben hem gehavend,

    hersenstormen waar hij geen verhaal

    op had. Nee, het zat niet mee.

     

    De jongen is eens thuis.

    In het oog van de orkaan

    bouwt hij een luchtkasteel

    met steeds weer verse scherven.

     

    De jongen is eens thuis.

    Op schier een eiland hoedt hij zich.

    Zijn boek met open einder

    telt vele zwarte bladzijden.

     

    De jongen is eens thuis.

    Afwezigheid wordt opgeschort

    en ingevuld. Oude rituelen

    krijgen kansen. Enkel kansen.

     

    Als de jongen thuis is,

    denk ik aan Andreus en Lodeizen:

    vermoeide lichamen die hopen

    op een dag van morgen.

    'Het is verdomd alweer haast herfst'.

    'Ze zouden je niet geloven'.

     

    De jongen die nu thuis is,

    kijkt naar dat prikbord op zijn kamer

    met de dode vrienden op.

    Behouden thuiskomst. Niet voor lang.

    'Mijn hart is als een kerkhof',

    zegt hij. 'Maar ik ben niet meer bang'.

     

    De jongen is eens thuis.

    Dit is zijn eiland met daarrond

    het water. We hopen met hem mee

    op kalme zee, en op later.


    12-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hersenstorm (2)

    Vier brieven aan mijn zoon                   

     

     

    1

     

    Ze zijn negentien gebleven te Ieperen.

    In Werchter zijn ze weer negentien.

    De ene kluit is de andere niet.

    En hun tenten, graven en koorts.

     

    De tijd staat zo stil in jou,

    tenzij hij suist als een schicht.

    Soms slaat hij in, soms sluimert hij.

    Maar altijd is hij slapende vennoot.

     

    Laat ons drie tenten opslaan:

    jij, wij en de letteren.

    Op de zuidflank van Hill 19.

    Laten we knetteren.

     

     

    2

     

    Voortdurend word je weer opgeroepen.

    De middelen zijn beperkt, de overmacht groot.

    Kuilen, kussens: daar draait het om.

    En een ransel vol roze en blauw.

     

    Er is een thuisfront met vrijgeleide,

    binnen de perken van het marsbevel.

    Je krijgt een arm, wees gerust.

    We juichen bij een stelling weer ingenomen.

     

    Deinzen en afzien is ook een tactiek.

    Hoe ouder die oorlog wordt,

    hoe kouder we hem in de ogen kijken.

    Want jong is blind en luistert nauw.

     

       

    3

     

     

    Inpalmen, ach, waarom en voor wie?

    In ’s hemelsnaam zeer zeker niet.

    Evenmin in een andere naam.

    De koning is rijk als hij alleen maar kijkt

     

    Met afstandsbediening, brieven en begrip.

    Met je doornenkroon om je hoofd gevlochten

    en je tatoes van verleden veldslagen.

    Laat je niet zalven met psalmen.

     

    Want jij kent de aarde, en de zwaarte

    van haar kracht. Die blauwe bol draait

    vierkant in het rond, tot nader order.

    Ongehoord valt een man overboord.

     

     

    4

     

     

    Mondenvol hol modernisme alom.

    Tussen steeds nieuwe splinters ben jij te vinden,

    te rapen. In boeken tegen het bloeden

    spoel je aan als drenkeling, enkeling.

     

    ‘Ten aanval’: hoe wrang, hoe bang.

    Je wereld is schier een eiland.

    De golven schuimbekken en bijten.

    Landing, last minute of crash: alles kan.

     

    Het waren ook astronauten te Ieper.

    Ze floten in banen om hun hoofd,

    gehelmd, getekend: negentien.

    En nu jij, met de helm verloren.


    11-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hersenstorm (1)

    Zwaartekracht                      

     

     

    De stad slaapt. Alles is rustig.

    Een rat met zachte vacht vlucht

    voor het schijnsel van de nachtwacht.

    In alkoven snurken burgers.

    Langzaam draait de aarde rond:

    blauwe plek, open riool, vergaarbak

    van gerochel, kanker en vulkanen.

     

    Vrede op het plein. Niets beweegt.

    Een oude straathond spert zijn muil

    en jankt zijn blues tot op het bot.

    Een man verdrinkt in kwijl en kommer.

    De maan beveelt de zee, de vrouwen.

    In hun dromen zit hun mond vol slijk

    en drijven lijkjes op de golven.

     

    Zwaartekracht balt onrust samen.

    Het gebinte op de appelzolder kraakt.

    De splijtstof in de navel sluimert.

    De kleine Newton blaast een speekselbel

    en draait zich op zijn andere zij. 




                                      COPYRIGHT JORIS DENOO
    Blog als favoriet !

    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Moord !
  • Schuine teksten
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poëzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Foto

    Foto

              Vallen en opstaan
    Foto

              Een blauwe plek
    Foto

            Wat je zegt, ben je zelf
    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2015
  • 2014
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Jong Dichter - Joris Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!