Oma hartinfarct. (Zou dat komen door haar bezoek aan ons zondag?). Ze leeft nog. Pa reed heen en weer naar de kust om haar te bezoeken in Intensieve Zorg. Na uren file was hij weer thuis met de boodschap dat oma ondertussen ook al een tweede hartinfarctje had gehad. Telefoons over en weer met opa en oom Herman en allerlei anderen van de familie. Ik kneep ertussenuit naar Hoog-Maranga,Hopstraat: nog geen teken van leven. A. arriveert wellicht vannacht. Moet ik binnenkort alweer mijn begrafeniskleren aan?
(L = Leven. Leven op aarde. Is er leven na de dood? Er is wel dood na het leven).
Zonder titel (of: Tijdbomma)
Twee longen. Twee nieren.
Aan de linkerkant één hart.
Wat nu gezongen? Soms staat het in brand.
Tijdbom.
MARRAM
Bestaan er wedstrijden voor dichters? Hoe geraak ik met mijn gedichten in de krant?
16-02-2010
Jong dichter (78)
13 augustus
Vanaf vandaag weer snelle happen 's middags, maar pa ziet het wel zitten om van vrijdag af het barbecuestel zowat permanent in de fik te zetten. Voor mij klonk dit eerder als een dreigement, want ik ben de schapenkoteletten, de worsten en de spiezen kotsbeu snotverdomme. Waarschijnlijk daardoor wil ik ook geen vette happen meer eten uit de Quick of McDonald's. Misschien schakel ik wel volledig over op fruit en allerlei gezonds, maar ik vrees dat ik dan op Kelly uit het vijfde jaar begin te lijken, met zo'n huidje dat elk ogenblik uit pure gezondheid kan beginnen scheuren. Aline heeft een bandana gekocht. Ze gooit met geld nu ze een job heeft. Ze leent van ma en einde maand volgt dan de vereffening, als Electroshop haar uitbetaalt. Ik mag niet vergeten haar binnenkort enkele milkshakes af te troggelen.
PS Vandaag naar de Hopstraat in Hoog-Maranga gefietst om te controleren of Anneleen misschien vroeger dan gepland terug was uit de Ardennen. Neen dus.
14 augustus
Dag dagboek, enkele vaststellingen. Als het mooi weer wordt en warm is, maken veel jongens en mannen meer lawaai en rijden ze ook harder. Aan de overkant bijvoorbeeld is Wesley al uren onder de motorkap van zijn auto aan het prutsen, en om de haverklap gaat het van VROAARR ! VROAARR ! VROAARR ! Vreselijk vervelend. Klapte die motorkap maar eens dicht, met zijn kop ertussen. Er gebeuren ook meer ongelukken, want het is zomer. De gemiddelde leeftijd van een soldaat uit de Tweede Wereldoorlog was 23 jaar. In de Vietnamoorlog was dat 19 jaar. Er bestaat een single daarover (Paul Hardcastle) - gekregen van pa, iets uit zijn steentijdperk.
PS Wims vakantie begint heden. Karolien van KOPPIE-KOPPIE en nog enkele anderen kwamen daarom vanavond iets drinken bij ons. Eerst waren ze op café geweest in Maranga. Aline verklapte me dat ze het hele zootje gezien had en dat pa en Karolien gearmd over straat liepen. Gearmd? Hoe ouderwets.
24-01-2010
Jong dichter (77)
12 augustus
Russische soldaten brandden vroeger (1917) met een lucifer hun baard af en doofden het vuur met een natte handdoek ( = stekelbranden). Gelezen in ‘Storm over Rusland’. In ons land leven gemiddeld 2,8 steenuilen per vierkante kilometer. Een gezin telt gemiddeld 1,95 kinderen. In Londen lag lange jaren een echte indiaan op een kerkhof begraven: Long Wolf. Hij is ondertussen weer naar Amerika gebracht. Overburen Wesley en Karen op de aperitief. Boeiende gesprekken met Aline over Electroshop. Stadswacht Karen werd zat. Ze zei dat ze eigenlijk liever mobiel hondentrimster zou worden. Barbecue in de tuin, want het is ma's laatste vakantiedag. Het wordt een speciale week: morgen begint ma weer te werken, woensdag is een dag vrij voor Aline, pa neemt enkele weken vakantie en Anneleen komt terug, en donderdag krijg ik eindelijk mijn nieuwe tand. En, o ja: vrijdag is pa jarig. Hoe zit dat met zijn nieuwe politieke partij?
(V = Verjaardag. Gedenkdag. Doemdag. Iedereen passeert ook elk jaar zijn Doodsdag, maar niemand weet wanneer die valt).
In de valavond waren oma en opa op bezoek. Ze slurpten eindeloos koffie en wilden niet buiten zitten, ook niet onder de boom, omdat het te warm was. We krijgen ze niet veel te zien, en zij ons ook niet, want ze wonen al een hele tijd aan een kalm stukje kust. In de winter zit er geen hond en in de zomer kun je er over de toeristenkoppen lopen. De vorige keer dat we oma en opa zagen, was op de begrafenis van grootva. Onze familie komt de laatste jaren eigenlijk alleen nog maar samen om iemand te begraven. Iedereen woont ver uit elkaar, ooms en/of tantes verversen af en toe van vrouw/man, en de neven en de nichten zenden alleen maar berichten in geval van voortplanting. Nog twee dagen en drie keer slapen en Anneleen is terug.
06-01-2010
Jong dichter (76)
11 augustus
. . . ik met Dagmar en Aline en mijn pa gisteravond laat nog in De Vagant belandde, terwijl ma en Fran in de tuin bleven kletsen. Daar dronken we enkele glazen. Wim Devolder ontvouwde er zijn politiek plan. Hij wil een nieuwe politieke partij oprichten: D'77. In 1977 zijn de kleinere gemeentes en dorpen gefusioneerd met de grotere. Maranga kreeg er toen acht deelgemeentes bij. Pa vindt dat er weer gedefusioneerd moet worden. Maranga bijvoorbeeld moet weer kleiner worden, zonder al die satellietstaatjes erbij. Aline boorde zijn politiek plan de grond in met de opmerking: ‘Hoe kun je met dat plan aan stemmen geraken als je zelf niet in zo'n kleine randgemeente woont, maar wel in Maranga?’ Ik denk dat we dronken werden, en Dagmar keek erg verliefd. Pa gaf nog alle politieke partijen ervan langs. Politiekers waren volgens hem zuurpruimen met ringbaardjes, oude kwajongens die weer in de jeugdbeweging willen, hoofddrollen van wie uit hun linkeroor wat hersensap op hun maatpak druipt – ach, die Wim Devolder toch! – , de roodgeworden schaamte, de bruine varkens, de nieuwe pastoors. Het was een leuke avond met schat Wim als hoofddrol.
22-12-2009
Jong dichter (75)
09 augustus
In het holst van de zomer
Het is stil in dit gedicht. Ik mis je gezicht.
(De zon gaat in strepen onder).
MARRAM
Zonder die derde regel is dit een soort van haiku. De Neus gaf eens les over haiku. Saai, saai. Ik wil geen haiku's schrijven. Ze mogen niet rijmen, ze hebben een stom aantal lettergrepen en ze moeten over de natuur gaan. Nou, eigenlijk heeft mijn gedicht dus toch niks met haiku te zien. Ik ben een vrij dichter.
Hi, koe !
Beuh !
10 augustus
Ma wou plotseling naar zee. Aline sprak met pa af om 's middags ergens een martino te eten. Zo kreeg ma vrij. Ik dus mee naar zee. ‘Wil je iemand meevragen?’ vroeg ze. ‘Nee’, zei ik, maar onderweg vond ik het dan jammer dat ik Dagmar niet opgebeld had. Ze is weer geheel en al 1 stuk. Ma pikte een vriendin op, Fran(ceska). Als je 'Franceska' zegt, wordt ze boos. Het moet 'Fran' zijn. Ik dronk een martini bij de middagspaghetti en een glas bier. Ma ook. En zo kwam het dat we voortdurend 'Franceska' zeiden en nog plezier hadden ook op het strand. Ik met twee oude meisjes op het strand! Fran zat er in monokini achter het zeil en ik keek voortdurend niet naar haar. Toen we thuiskwamen, hadden pa en Aline de barbecue geïnstalleerd. Ondertussen belde ik Dagmar even op. ‘Hé!’, deed ze spijtig. Plotseling moest ik niks meer van Anneleen weten. Ik vroeg (Dagmar) of ze nog langskwam voor een warme vleeshap in de tuin. Ze zei dat ze het eerst aan haar sfinx-ma zou vragen. Rond acht uur kwam ze dan, en ik voelde me de hele avond getrouwd. Franceska hield al haar kleren aan. Pa wou nog vrienden opbellen, maar ma belette hem dat. Het werd laat, de nacht was blauw, en pa belde nog de sfinx op om te zeggen dat hij wel Dagmar heelhuids naar huis zou brengen. Zo kwam het dat . . .
04-12-2009
Jong dichter (74)
07 augustus
Hoi Anneleen !
Aan jou natuurlijk.
xxx R.
08 augustus
Ik lag anderhalf uur bij tandarts Walleyn. Hij deed allerlei geheimzinnige dingen die veel lawaai maakten in mijn hoofd. De nieuwe tand krijg ik maar volgende week donderdag. De vervangtand ging er weer in (dat allemaal zonder verdoving, zonder lachgas) en ik gaf hem een envelop die ma meegegeven had (een voorschot).
Vandaag opgezocht: iedereen die niet op reis is of terug is van reis. Aline heeft al nieuwe vriendinnen in Electroshop. Overbuur Wesley valt wel mee, zegt ze. Vanavond overvalt me een grote angst om dood te gaan. Vroeger vond ik doodgaan niet erg: een tunnel, licht, een heerlijk gevoel. Nu vind ik het niet te doen, want dan is het voorgoed gedaan. Ik wil alleszins niet sterven voor ik Anneleen nog gezien heb. Hoe vlug vergaat een uitgeperste citroen? Ik zag Benjamin, Lucas, Franklin, Anaïs en Tyfus vandaag. Ze hadden niets te vertellen. Kak. Ik kwam ook gerimpelde mensen tegen, snotverdomme: Anna, de oude lerares Frans, en Devreese van wiskunde. In september moet ik niet meer tegen het wezen Devreese aankijken.
(S: Seriemoordenaars. De bekendste seriemoordenaars uit de geschiedenis: Stalin, Nero, Hitler, Cesar, Alexander, Attila, Pol Pot, Pinochet, Hannibal Lector).
PS Hitler had maar 1 kloot en hij vrijde met een merk van scheerapparaten (Braun). Ik word misschien een sit-downcomedian.
Tja, hoe vat ik het allemaal samen? Iemand heette Oum. Een vriend van oom Herman die bloemen at en het hiërogliefenschrift opnieuw uitgevonden had. Jan-Emiel ging uit de bol bij de indiaanse muziek. Hij rookte ook tot hij scheel zag. Ik telde ongeveer 1 000 paardenstaarten op de festivalweide. (D.w.z. mannelijke; de vrouwen lieten hun haar gewoonlijk los hangen). Oom Herman verbrandde zijn elleboog aan een kampvuur van nabijgelegen scouts. Het scheelde niet veel of we kregen oorlog met die pubers. Gelukkig kregen ze een dag later de Kongolese Slinger Apen (KSA) in de mot, hun concurrenten. Die hadden een nog grotere tent meegebracht. Bah, jeugdbewegingen. Drie volwassen zatlappen zwalpten drie dagen lang rond als de Knights Who Say 'Ni !'. Ze struikelden over tenttouwen en verwondden zich aan haringen. De dikste had aan zijn riem enkele holsters hangen om bekers bier in te zetten. Ik heb maar tweemaal gekotst. (Mijn worst was nog rood vanbinnen). (We dronken guinness in het dorp). We overleefden op frambozen en sardienen en bickyburgers. Die kattenkotsmuziek heb ik erbij genomen. Te veel overalls en bretellen.
06 augustus
Oom Herman (gek) en Jan-Emiel (gekker) nemen hier een bad en vertrekken weer. Ik neem ook een bad, want ik stink. Pulvervoorde Good Folk was hevig op de kampeerweides, maar dat folkgedoe in de tenten mogen ze houden. Na mijn warmwaterbad nam ik een Church-of-Noise-bad. Er was vandaag een superkort briefje van Anneleen. Ze schreef: 'Waar dacht je dan wel aan bij de kiezentrekker?' Dat was alles. Binnenkort komt ze terug.
23-10-2009
Jong dichter (72)
31 juli (Halfweg onschool in de Stad der Ondoden)
Beste Anneleen
Het was weer feesten geblazen dit weekend in Den Tap. Iedereen was er en we hebben wat afgelachen! Morgen (woensdag) begint Aline (mijn zus) aan haar elektrische vakantiejob. Onze overbuur werkt daar ook. Mijn tand is gesneuveld bij het eten van vis. Ik lig nu uren bij de tandarts, want ik krijg een nieuwe. Raad eens waar ik aan denk onder de lamp bij de kiezentrekker? Dagmar gaat in september naar Walburg. We zullen contact houden. Hoe gaat het nog ginder? Beste groeten.
XXX R.
01 augustus
Aline is naar de arbeidsmarkt vertrokken met een gezicht als een verkreukelde krant. Ze zei dat ze de hele nacht niet had geslapen. Haar kamer hing vol rook. Ik heb een idee voor een nieuw boek. Het wordt een alfabetboek waarin ik per letter mijn gedachten over dingen zeg. Zo zou het kunnen gaan:
A = aardrijkskunde. Waarom zou je dat nog studeren: de wereld is toch rond en dus kom je altijd jezelf weer tegen of diegene die je zoekt. Je kunt niet verdwalen.
C = Christus. Historische figuur die de yogakunst beheerste.
= Church of Noise. Beste groep uit het begin van de 21e eeuw. Rock 'n roll is stonedead!
Enzovoort. Per letter kan ik voortdurend aanvullen. Ma maakt vanmiddag mosselen klaar: Aline komt vlug over en weer naar huis, en oom Herman en neef Jan-Emiel komen langs. Ze zijn op doorreis naar een folkfestival. Ik mag eigenlijk mee, maar ik zie dat niet zitten. Ik ben geen folkie. Jan-Emiel heeft er geen probleem mee, want er komen ook indianen naar het festival. (M = mosselen).
PS. Onverwacht besluit om 15 uur in de middag: ik ga toch mee naar Pulvervoorde Good Folk. We kamperen er tot zondagavond, het hele festival lang. Er is plaats in de tent bij oom en neef. Ik moet alleen een slaapzak, wat geld en kleren meedoen. Holy cow, Ramses Devolder tussen al die folkies! CU back next week, dagboek, met het verslag. Nu ga ik inpakken.
06-10-2009
Jong dichter (71)
28 juli
Jeugdhuis Den Tap. Misschien moet ik het haar op mijn kop afscheren. Anaïs en Franklin waren terug. Ik zag Lara en Jean-Yves in het halfduister. Björn was jarig. Aline speelde aan de pooltafel met een kerel in zo'n belachelijke gevlekte legerbroek. Ik wist niet dat ze dat kon. Pieter draaide muziek. De hele avond zaten Björn, Benjamin, Anaïs en Franklin daardoor tegen elkaar op te schreeuwen. Aline kwam een sigaret draaien uit Björns pakje. Even voelde ik me goed. ‘Hoe is het met je boek?’ vroeg Benjamin plotseling. ‘Hoe weet jij dat?’ ‘Anneleen gebeld.’ ‘Ah.’ Toen besloot ik orthodox priester te worden in een geheim klooster. Driemaal Church of Noise, maar het deed me niks. Pieter en Jean-Yves kregen hommeles over de muziek. Aline verloor bij het poolen en ging wat met Pieter flirten. Dus dat werd een gedoe tussen haar en die gevlekte kerel en Pieter en Lara en Jean-Yves. Net de Ardennen. Ik was blij dat ik mij tot de orthodoxe kerk had bekeerd en alleen nog maar moeilijke gedichten zou schrijven. Ik ging zelfs een halfuur mediteren in de toiletten daarover, tot ik weggejaagd werd. Jeugdhuis Den Tap = bende assholes. Fuck you all. (A priest).
29 juli
Een sledehond in Alaska heeft maar een halve zalm per dag nodig. Holy frisco! Op zoek geweest naar Dagmars stalker. Er lopen echter tientallen kippenkoppen met kutbaardjes rond in Maranga. (Ik wil geen haar meer op mijn kin sedert Het Gevecht met de Citroen stilligt. Ik scheer me nu elke week). Mosselen in de tuin. Aline wordt zo onuitstaanbaar dat je er alleen nog krenggesprekken mee kunt hebben. (Woord uitgevonden door Wim Devolder). Machtige Merlijnfilm op tv.
20-09-2009
Jong dichter (70)
26 juli
Geen wieldoppenfuif. Spoedvergadering in het Mathildepark: Tyfys, ik, Lucas, Björn, Benjamin. Er zaten nog meer vlekken op Tyfus' kop dan gewoonlijk. We kregen ruzie over de nepbril van Lucas vooraleer we de wieldoppendiscussie konden openen. Lucas liep boos weg. Met T., B. & B. naar Dagmar. Eerst plukten we enkele bloemen voor haar in het park. Tyfus moest vroeg weg, want na 4 uur zou zijn pa met hem naar het containerpark rijden. Björn gaf de bloemen aan Dagmar. Hij wou haar ook even kussen, maar dat liep verkeerd af omdat hij een sigaartje in zijn mond had gestoken toen we in de tuin aankwamen. De ma van Dagmar zei dat ze geen rokers over de vloer wilde. ‘Dit is de vloer niet, maar de tuin’, zei Björn, en hij vloog er onmiddellijk uit. Nou: hij moest weg. Daar zat ik dus met Lucas en Benjamin bij Dagmar. En haar ma bleef er ook bij, als een sfinx. ‘Waar hebben jullie die bloemen van?’ vroeg ze plotseling. Nooit trouw ik met Dagmar. Of ze moet ergens anders gaan wonen, bij een andere vrouwelijke ouder.
27 juli YES! (NO!)
Hoi Ramses!
Hier een briefje van A. uit de A. Merci voor je brief. Het is hier . . .
(Ik blijf met een vreemd gevoel zitten. Het is één groot feest ginder in die vreselijke Ardennen want al die Nederlandse en Duitse mobilhomers en caravanners fuiven er elke avond op los en Philippe daar en Jean-Loup ginder en Tore zus en Marcel zo en ik zit hier in Maranga met een valse tand in mijn smoel. Kak. Kakkerdekak.)
Geen zin om terug te schrijven. Wie heeft die stomme reizen uitgevonden? Marco Polo? Columbus? Ik rook twee sigaretten na mekaar met mijn raam open en ga ziekjes slapen, nou: woelen. Misschien overlijd ik wel slapend. Heer van de Vliegen, help mij.
(02. uur 14)
Het Gevecht met de Citroen wordt niks. Mijn tand die het gat vervangt, doet pijn. Of doet het gat pijn? Anneleen heeft vier andere lieven in de Ardennen. Aline is een asshole. Ma wil alles ondersteboven poetsen. Pa heeft een bromperiode. Ik ben vandaag ook naar de kapper geweest voor pieken en een korte vlecht opzij van mijn kop. Het valt niet echt mee. Thuis zegt niemand er iets over. Tijd voor een gedicht, dagboek.
Eclips
Als de stralen van de zon gevlochten worden tot een nulpunt dan is het gevecht met de citroen verloren . . .
Zwart is afwezigheid van kleuren.
Kijk niet. Niet kijken.
Zwarte zon. Zwart gat.
MARRAM
02-09-2009
Jong dichter (69)
24 juli
Het Gevecht met de Citroen (06)
door: MARRAM
One-Eyed Jack Blackbird was de nazaat van de nooit ontmaskerde dief van het Lam Gods. Het gestolen paneel deed jaren dienst als onopvallende strijkplank in de familie. Generaties wasgoed werden op de achterkant ervan in de plooi gestreken. Het bleef een familiegeheim. Want wie wil van een dief afstammen? En teruggeven kon niet meer. De naam van de familie zou voor altijd besmeurd zijn. En Jack haatte de persmuskieten als de ziekte. Het was Larigirl die op een dag heel toevallig het grote geheim ontdekte. Als gezakte studente Kunstgeschiedenis zocht ze een job. Ze wou ook van Killmouski af, haar poes. Omdat de vrouw van One-Eyed Jack Blackbird overleden was, en hij maar één oog had, zocht de schrijver/kunstverzamelaar huishoudelijke hulp. Hij zette een advertentie in de krant. Larigirl zag die. Daarna . . .
(Telefoon van Vlektyfus. Hij is door de politie betrapt bij het loswrikken van zijn achtste wieldop. Hij moet van de politie en van zijn pa zijn collectie naar de container doen. Ha ende ha ende hahaha !!)
15-08-2009
Jong dichter (68)
22 juli
‘Wil je niet even naar De Vagant?’ (Pa) ‘Niet met een gat in plaats van een tand!’ (Ik) ‘Hahaha!’ Pa ontdekte mijn talent voor slogans. Ter ere van ma's vakantie zwaaide hij met vorken en messen in de tuin. Wim Devolder: jager, voedselbereider. Er kwam bezoek, nogal leuk. Ik kauwde mijn voedsel alleen met mijn kiezen, aan de rechter- en de linkerkant van mijn mond. 'Die' Karolien van KOPPIE-KOPPIE was er ook, met haar vriend. Ma maakte die flink dronken. Tot het hartstikke donker werd (drijvende kaarsen op het vijvertje) werd er gepraat over 1. KOPPIE-KOPPIE 2. Reizen 3. Mijn afwezige tand. Aline kwam om elf uur thuis. Ze was zat, maar haar beide ouders (m/v) merkten het niet, want die waren ook onder de olie. Ik greep dan ook maar naar de fles, en ik moest weer denken aan dat familiemeisje op de begrafenis van mijn Russische overgrootvader, dat mij rode wijn gaf. Het werd erg laat. Ik kreeg nog zin om een sigaret op te steken, maar de ouderlijke zatheid ging daarvoor niet ver genoeg, merkte ik. Je kunt niet alles ineens hebben. Pa rookte als een Turk; ma stak er af en toe ook weer eentje op.
23 juli
Om 10 uur 45 met een stinkende bek naar tandarts Walleyn in het Spinneschoolstraatje. Ik probeerde aan Anneleen, Dagmar en Lara te denken, en aan lachgas, maar telkens die smoeltjeswitjas met een instrument mijn hoofd naderde, opende ik angstig mijn rechteroog. ‘Bij pijn: linkerhand omhoog.’ ‘Mmpff.’ ‘Pijn?’ ‘Mmpff.’ Het duurde 100 jaar, maar ik voelde niks. Alleen kramp in mijn nek en mijn onderrug. Naar huis met een voorlopige vervangtand. Over twee weken krijg ik een echte tand. Die kost een bom duiten. Ma zal een cheque mee moeten geven.
PS Toen ik daar lag als slachtoffer van een gedroogde vis, deed ik een uitvinding. Het is een ei van Columbus. Ze moesten de doden rechtop begraven. Zo sparen de ondoden plaats uit, en kunnen er driemaal meer (dode) mensen op een kerkhof. Niet iedereen wil in de fik. In plaats van 'Hier ligt X' wordt het dan 'Hier staat X'. Ze moeten dus de putten kleiner, maar dieper graven.
31-07-2009
Jong dichter (67)
20 juli
Ma drie weken thuis. ‘Nu kun je het Titaniek-wrakje in je aquarium eens rustig afstoffen’, zei pa. Het Electroshop-spook nadert zienderogen voor Aline.
Dag Anneleen
Eindelijk kan ik je eens schrijven. Hier in Maranga is alles oké. Er gebeurt niks. Dagmar heeft haar ribben gebroken na een skateboardaanrijding. Haar gezicht lijkt nu op de krant van verleden maand. Ik ben op bezoek geweest bij haar. Je hebt de groeten. Lucas draagt een bril waar hij net zo veel of net zo weinig door ziet als voorheen. Hoe gaat het ginder in de Ardennen? Een maand is zo lang. Ga je weer eens naar De Vagant na 15 augustus? Ik probeer te werken aan mijn roman. We gaan niet weg. Aline heeft een vakantiejob in Electroshop. Ze noemt het: elektroshock. Beste groeten, hierbij nog een kort gedicht van mij.
Leeg
Weg is niet gezien. Stad slaapt in. Waar ben je? Ik voel me halve mens met oud nieuws. De zon regent mijn tranen. Ik waai door de stad. Ik waai maar . . . en waai maar . . .
Ongezien
MARRAM
21 juli
Prettige deelneming met de Nationale Feestdag van België, snotverdomme. Ik kocht vanmiddag een gedroogde vis aan een kraam op het Schouwburgplein, zette er mijn tanden in, en KRAK!, mijn voorste tand brak af. Ik hoorde het gekraak overal in mijn hoofd. Thuis controleerde ik het gat voor de spiegel. Ik leek op een kind uit de eerste klas. Ma maakte een spoedafspraak met tandarts Walleyn. Die gaat pas eind augustus met vakantie. Het kan maar maandag. Voorlopig kan ik de v, de f, de s, de z, de t en de d maar half uitspreken. FWOFFWERDOMME !!
14-07-2009
Jong dichter (66)
17 juli
Het is druk. Tyfus wil een geheime wieldoppenfuif geven omdat hij er al zeven heeft. Zeven is een heilig wieldoppengetal, zegt hij. Anaïs en Franklin vertrekken op reis. Aline speelt voortdurend piano op de computer om haar taken af te krijgen. Dagmar is op haar skateboard omvergereden door een fietser. Ze heeft een en ander gebroken en verwacht bezoek. Ik moet dringend naar Anneleen schrijven.
19 juli
Dagmar valt best te pruimen, ook met twee gebroken ribben, een kapotte pink en zoveel schrammen dat het lijkt alsof haar gezicht achter tralies zit. Ze gaat in september naar een andere school in Maranga (Walburg), maar we houden contact. (Beloofden we plechtig). We zaten in de tuin bij haar thuis. Haar moederwezen was gelukkig niet thuis. Het is een bemoeiziek kreng. Ik vertelde Dagmar over Anneleen. En dat die pas 15 augustus weer uit de donkere Ardennen tevoorschijn komt. Toen ik na anderhalf uur weer naar huis ging, had ik zin om met Dagmar te trouwen en Anneleen te schrijven: 'Zie je nu wel, dat komt ervan, met die stomme reizen.' Dagmar beweert dat ze een stalker heeft: een oudere kerel die haar al drie keer gevraagd heeft of ze voor foto's wil poseren. Persoonsbeschrijving (volgens Dagmar): een kerel met een zwart ringbaardje, niet te groot, zijn haar is geknipt in de vorm van een kiekenkont. Bril met blauwachtige glazen.
(P.S. Lucas heeft in het warenhuis C & P zo'n goedkope bril gekocht met doodgewoon glas in. Hij vindt dat hij er nu slimmer uitziet).
28-06-2009
Jong dichter (65)
15 juli
Ik heb dus het Ardennenadres van Anneleen en ik zal haar zo vlug mogelijk schrijven. Ze zei dat ze niet graag op reis vertrok, maar dat ze niet veel kon zeggen aan de telefoon, je weet wel. Ja, knikte ik, maar dat zag ze natuurlijk niet.
‘Is er wat, jongen? Gisteren stond je in schuim en zweet en vandaag zie je zo bleek als een verse schotelvod.’ ‘Nee, ma, neenee.’ Ik heb nu 4 souvenirs: een briefje van A., een balpen, haar Ardennenadres op de keerzijde van haar briefje gekrabbeld en een telefoonkaart waar maar enkele eenheden van zijn opgebruikt. Yes, no & kak. WEG MET DE ARDENNEN.
16 juli
Dag dagboek. Ik blijf eenzaam achter. Misschien word je wel een nachtboek.
Het Gevecht met de Citroen (05)
door: MARRAM
‘Zou jij iemand kunnen vermoorden, Kobein?’ vroeg Larigirl. Tussen haar felrode lippen bungelde achteloos een sigaret. ‘Mm . . . Jack, bedoel je?’ 'Misschien.’ ‘One-One is er niet toe in staat, denk ik.’ ‘Ach. Ik wel. Ik zou bijvoorbeeld iedereen neerknallen die ook maar een poot naar je uitsteekt, Larigirl.’ ‘O, schat!’ ‘Wanneer arriveren 11 en Sis Elien?’ ‘O, over een uurtje maar, Kobein.’ ‘Nou, dan hebben we nog even de tijd om . . . ‘ Larigirl glimlachte fijntjes, trapte de sigaret onder haar hak uit en knoopte haar bloes los. ‘Laat mij dat maar doen, Larigirl’, fluisterde Wan-Wan hees. Hij stond op en vergrendelde de deur van de oude loods aan de binnenkant.
Lopen er pedofielen rond in de bossen van de Ardennen? Morgen schrijf ik een brief.
08-06-2009
Jong dichter (64)
14 juli
Ik fietste vanmorgen al in Hoog-Maranga rond, op zoek naar de Hopstraat. Om gek van te worden: Gerststraat, Maandagweg, Plataanstraat, Groenweg, Stokerijstraat, Wijngaardstraat, Dwarsweg, en eindelijk, hopla, plotseling: Hopstraat. Het is een lange, chique straat met grote tuinen en huizen. Overal staan blinkende mobilhomes en dure auto's. Waar Anneleen woont, nr. 14, durfde ik niet goed te kijken. Ik fietste vlug voorbij, terwijl mijn hoofd gloeide als een lamp. Uit mijn ooghoeken zag ik beweging op het oprijlaantje, in en rond zo'n mobilhome. Terugkeren deed ik niet. Haar boze stiefmoeder mocht me eens zien. Ik fietste treurig naar het Mathildepark. Net nu mijn haren lekker wild halflang staan, verdwijnt A. zo'n dertig dagen uit mijn leven. Dertigmaal vierentwintig uren! In het park bedacht ik een noodplan. Tegen tien uur was het er. Ik fietste ijlings naar drukkerij Decaluwé en kocht er een balpen. Daarna flitste ik naar het station en kocht er een goedkope telefoonkaart. (Nee, nog altijd geen gsm-dinges). Daarna fietste ik naar een verre buitenwijk, op zoek naar een veilige telefooncel. Niemand mocht me zien. (Aline, pa of ma konden in de stad zijn). In de cel grabbelde ik gejaagd naar mijn portefeuille met het A.-briefje. Die . . . was er niet meer. En . . . waar was mijn telefoonkaart? Ik hield alleen mijn balpen over. (Zie je wel. Het wil me maar niet lukken. Als er een steen uit de lucht valt, is het gewoonlijk op mijn kop).
Vervolg.
Terug naar het station met bonzend hart. Het leek alsof het uit mijn borstkas wou springen. Er stond een kleine file aan loket 3, het enige dat snotverdomme open was. Ik stond zowat tegen de ruggen van de wachtenden op te springen, toen de loketman me in de mot kreeg. Hij greep naar ergens naast zich en zwaaide glimlachend met mijn portefeuille. Iedereen keek om.
(Kramp van het schrijven).
Vervolg.
Eind goed, al goed. Terwijl het zweet van me droop, telefoneerde ik naar het huis van Anneleen in zo'n open cel vlak bij de taxiparkeerplaatsen aan het station. ‘Is 't bij Anneleen alstublieft?’ ‘Ja. Wie is het?’ (DE stiefmoederstem. Klonk zacht en mooi. Of was het een zuster?) ‘Eh . . . een schoolkameraad.’ ‘Minuutje . . . ANNELEEN! TELEFOON!’
20-05-2009
Jong dichter (63)
! 13 juli !
YES ! NO !
YES: briefje van Anneleen. Het begint met 'Beste Ramses' en eindigt met 'Lieve groeten, A., X X X'. Daartussen staat niet zoveel. Ze vraagt iets over mijn roman die ik aan het schrijven ben. Maar ze heeft me toch geschreven! Ik verstop het briefje in mijn portefeuille; zo heb ik het altijd bij me.
NO: in het briefje vraagt ze mijn e-mailadres. Om eens te kunnen mailen als ze op reis is. NO, NO: ze verdwijnt een volle maand naar de Ardennen, waar snotverdomme zoveel bomen staan dat je er geen enkele Arden kunt zien. Ik moet haar opbellen en het adres aan de telefoon zeggen, want ze vertrekt morgen al. Ze gaf me haar telefoonnummer.
Ramp. Had ik maar een gsm. En e-mail? Ja, via mijn WHASH-pa.
02-05-2009
Jong dichter (62)
12 juli
Sedert mei ongeveer is onze kikker Bernard Massard alweer spoorloos. Hij zit niet meer op de rand van ons vijvertje te zonnen. Misschien is hij naar de Lisgracht, een brede beek die hier niet ver vandaan door het Mathildepark loopt. (Misschien verandert Bernard daar dan in een prins). Aline is vandaag terug van volleykamp aan de kust. Ze is naar Electroshop geweest en daar heeft ze een elektroshock opgelopen: achter in het grote atelier werkt onze overbuur Wesley ook. Eerst heb je de grote winkel vooraan. Achterin is het herstelatelier. Daar werkt Wesley dus, samen met anderen. Aline moet afstoffen, stofzuigen, ramen lappen en helpen bij inpakken en zo met de andere winkelbediendes. Pa heeft voor de job gezorgd: hij heeft nog reclame geschreven en getekend voor Electroshop-brochures. ‘Ik zie het niet zitten, de hele maand augustus binnen in die winkel! En ik ben allergisch voor stof’, zei Aline vanavond op mijn kamer. (Ik kreeg eens bezoek van mijn zus!). ‘Mag die Wesley daar ook zoveel roken?’ ‘Pff . . . weet niet.’ ‘Hij werkte toch op de industriezone? Dat zei hij toen ze hier op bezoek waren.’ ‘Daar is de grote fabriek van Electroshop. Misschien is hij nu overgeplaatst naar het centrum.’ ‘Hoeveel verdien je?’ ‘Negen euro per uur.’ ‘Whaw. Mag je alles houden?’ ‘Zeg! Ik werk ervoor, hé!’ ‘Kun je dan nog wel trainen met de ploeg?’ ‘'s Avonds, hé. Maar als ik op zaterdag ook moet werken, mis ik misschien de oefentornooien.’ ‘Zijn je taken voor school al gereed?’ ‘Die heb ik op kamp gemaakt. Nog eentje, en ik ben ermee klaar.’ ‘Doet eh . . . Lara ook een job?’ ‘Die is op reis. Daarna speelt ze ergens monitrice.’ ‘Ha. Aha. Ziet ze nog Jean-Yves?’ ‘Jaja.’ ‘Zeg: wat ga je kopen van dat geld?’ ‘Dat zakgeld? Pff . . . Misschien spaar ik wel voor een auto. Of om alleen te gaan wonen.’ ‘Tja, prettige deelneming, Aline.’ ‘Wacht maar tot jij zeventien bent! Pa zal wel iets voor je regelen in een van die stomme firma's op de industriezone.’ ‘Ik kan reclame gaan schrijven.’ ‘Reclame is iets anders dan gedichtjes, hoor.’ Mijn oog viel plotseling op mijn Geheim Dagboek voor me. Ik greep ernaar en . . . ‘Hé!’ zei Aline. ‘Ik heb ook zo'n . . . zo'n . . . ‘ ‘Jaja’, zei ik vlug, en ik klapte het dagboek dicht. ‘Je kreeg het van mij voor je verjaardag. Heb je er iets in geschreven?’ ‘Mijn adressen.’ ‘Ah ja.’ ‘En jij? Daar schrijf jij gedichtjes in, niet? Pa verklapte het eens.’ ‘Pa? Eh . . . het is gedichten, niet gedichtjes.’ Ik schoof mijn Geheim Dagboek wat verder op, waar ze er niet aan kon, ook niet onverwacht, en ik deed hard mijn best om niet rood te worden. ‘Nou, vertel eens’, zei ze dan. ‘Wat is hier zo allemaal gebeurd terwijl ik op kamp was? Ben je naar De Vagant geweest? Den Tap? Heb je al een lief? Heb je aan de wiet gezeten? Heb je je te pletter gezopen met cola?’ Toen niesde mijn zus vijf keer snel en hard.
22-04-2009
Jong dichter (61)
11 juli
Weer een optocht door de stad, zoals op 1 mei. Vlaamse leeuwenvlaggen wapperden dapper in de straten. Waarom staat er eigenlijk een leeuw op onze vlag? Dat beest leefde hier toch nooit in onze streken? De vlaggen werden gedragen door saaie mensen. Er liep ook een groep kojaks mee in zware stapschoenen en kleren van de legerstock. De zon glom op hun schedel. Vooraan liepen een fanfare en enkele politici, daarachter zo'n honderd mensen en twintig meter nog daarachter, voorafgegaan door flink veel rijkswachters, die glimmende Vlaams Belangers dus. Er werd voortdurend over en weer geroepen tussen de twee groepen en soms tussen groepjes toeschouwers en de Belangers. Geef mij maar de 1-meistoet met de meisjesbillen. Ik wil geen politieke dichter worden.
07-04-2009
Jong dichter (60)
9 juli
Snotverdomme, opschudding in de Maranga Courant. De vroegere directeur van Home Markant is opgepakt en beschuldigd van pedofilie met de mentaalgehandicapten uit het instituut. Het is een broeder op pensioen. Jarenlang heeft hij zijn fikken niet kunnen thuishouden. Hij bedreigde zijn slachtoffers ook als ze het in hun hoofd haalden iets te verklappen. Nu pas is alles uitgekomen. De broeder zit nu ergens opgesloten in de cel. De huidige directie van Home Markant zal een andere naam zoeken voor het instituut.
Nou, Anneleen met haar wiskunde: zou ze dan ook van klassieke muziek houden? Dat wil ik ook wel beginnen doen, maar ik heb ergens gelezen dat Vivaldi een roodharige pedofilie priester was. Zat die dan ook aan de kinderen te prutsen terwijl hij meesterwerken componeerde? Kunstenaars en genieën zijn vaak vieze ventjes. (Alliteratie of stafrijm).
Schrijft Anneleen terug? Mijn adres staat binnen op de brief. Zij woont op Hoog-Maranga in de Hopstraat. Ik durf me er niet te vertonen, want ze heeft een boze stiefmoeder. Vertelde ze. Snotverdomme. Hop, Anneleen!
20-03-2009
Jong dichter (59)
7 juli
Negen rondjes gefietst. Ik bedoel: rond de rode postbus van Maranga-Centraal. De negende keer mikte ik fietsend de A.-brief in de bus. Daarna peddelde ik als een razende naar huis. HET IS GEBEURD. Misschien zal Anneleen zich net als One-Eyed Jack Blackbird voelen, toen hij de brief kreeg. Maar . . . staat er een postzegel op?! Ja? Nee? Heb ik . . . ? (rewind, rewind). Ja. Ik heb op Aline's kamer een postzegel gepikt. Zoveel is zeker. Maar heb ik er die ook op gekleefd? Ik ben zo met mijn brief bezig geweest, dat ik dat niet goed meer weet. Ja. Ik zie de postzegel nergens zwerven. Ja dus. (Op de enveloppe staat geen afzender of afzendadres. Alleen maar: R XXX. Wat doen ze in het postkantoor met enveloppes zonder zegel en zonder tegenadres? Openscheuren en lezen?)
03-03-2009
Jong dichter (58)
! 6 juli ! 15 !! Puttendag
Mijn verjaardag begon met ruzie. Aline is uit geweest gisteravond. Toen ze thuiskwam, was iedereen al gaan slapen. Dat was niet naar de zin van pa en ma. De ramp werd nog groter toen ma vanmiddag het deksel van de pot oplichtte: er zaten vijf putten in de gestolde tomatensaus. Aline had gisteravond toen ze thuiskwam nog vijf gehaktballen van mijn verjaardagsmenu gestolen en verorberd! Toen werd ik ook goed pissig op haar. Voor de rest zul je maar jarig zijn. Van ma en pa kreeg ik een scheerapparaat. Ik gebruik het volgende week wel eens. En opslag van mijn zakgeld. (Het gaat niemand aan hoeveel). We aten vanmiddag, nou: ballen en putten. Aline zei geen woord en verdween zowat de hele dag naar haar kamer. Ik zwierf vanavond wat rond in Maranga. Een andere zwerver controleerde de parkeermeters of er muntjes in het teruggeefluikje lagen. Er staan houten huisjes op de Markt en het Schouwburgplein waar je kunt eten en drinken. Het feest duurt tien dagen lang. Waarom zetten ze huisjes buiten als er al overal cafés en restaurants zijn? Ik krijg daar claustrofobie van. Met Björn een appeljenever (gratis) geproefd aan het huisje van bistrot Heilig Toledo. Lekker. Gelanterfant. Ik luisterde niet echt naar wat iedereen zei en loerde voortdurend in het rond op zoek naar Anneleen. Ik durf die brief aan haar nog niet te verzenden. Wie doet bij haar thuis de brieven open? Wat zal ze wel denken?
12-02-2009
Jong dichter (57)
4 juli
Dag Anneleen
Overmorgen ben ik jarig. Ik vond het fijn in De Vagant, en wat je zei over gedichten en zo. Was ik nog niet te zat? Jammer dat je weg moest. Ik weet niet goed wat ik je zal schrijven, maar toch schrijf ik je eens. Ik ben blij dat je ook naar het vierde jaar overgaat, maar ik vind het jammer dat je in een andere groep zit. Wiskunde doe ik niet graag. Ik wil wel leren schaken. Is dat niet moeilijker dan wiskunde? (Gekke gedachte: zal ik je schaken? Sorry). Wat doe je in de vakantie? Ik werk aan een roman en schrijf verder gedichten.
x x x Ramses (MARRAM)(Of nee, zonder Marram. Wachten).
5 juli
Ik durf de brief niet over te schrijven en te verzenden. Stel dat ze hem onderscheppen. Misschien doe ik het binnenkort. Ik zal A. vragen of ze graag een brief zou krijgen.
Het Gevecht met de Citroen (04)
door:MARRAM
(Eerst dit Dagboek opnieuw lezen, voor een stuk).
Laatste zin, 03: ‘Was dit een voorteken?’ (06/06)
Laatste idee: moord in warmeluchtballon & Larigirl (17/06 - 18/06)
Een week later viel in de Heesterlaan een geheimzinnige brief in de bus. Het donderde en bliksemde boven de stad der ondoden. Nietsvermoedend scheurde One-Eyed Jack Blackbird de enveloppe open. Killmouski schrok even op en dutte dan weer in. Verbaasd las de schrijver de onverwachte boodschap: UW VOORLAATSTE UUR IS GESLAGEN. WIJ WETEN WAAR U HET GESTOLEN LUIK VAN HET LAM GODS VERBORGEN HOUDT. DE BENDE VAN DE ZW. H. Onderaan de brief stond een zwarte hand. Jack controleerde de brief binnenstebuiten. Hij was in de stad der ondoden verzonden, gisteren. Meer viel er niet uit op te maken.
Ma heeft het druk. Ze is nog altijd halve dagen aan het werk. Daarom maakt ze vanavond gehaktballen in tomatensaus klaar, voor morgen. Morgen ben ik écht 15.
25-01-2009
Jong dichter (56)
2 juli
Ma krijgt 3 weken vakantie vanaf 20 juli. Pa neemt 15 augustus tot 5 september vrij. Het kan niet anders, zegt hij. Dus: geen reis. HOERA !! (x 3). Gedaan dus met de saaie reizen naar Caravanland, naar de Ardennen met zoveel bomen erin en erop dat je niet eens een Arden kunt zien en naar Kust Ze waar ze hun vette lijven in de zon leggen als op een barbecue. Weg met Spanje. Weg met het Zeer Zwarte Woud. Leve de vrijheid!
We eten nu vaak in de tuin (ma kookt 's middags - pa zwaait 's avonds soms met messen en vorken aan het barbecuestel - er komen vrienden en kennissen of we gaan er zelf naartoe).
PS Wat Lara doet, gaat me geen snars aan. Aline gaat op sportkamp (volleybal) en helpt in augustus in Electroshop.IK BEN EEN VRIJ MAN ! (Schrijven).
02-01-2009
Jong dichter (55)
1 juli
De vrolijkheid van pa kende echt geen grenzen. Hij was vrijdagnacht pas om halfdrie gearriveerd en ma vond dat niet erg. Toen hij uitgeslapen was gistermorgen, bestookte hij me alweer. ‘Oh!’ riep, toen hij me zag, ‘dat vraagt alleszins om timmergerei. Zo'n gezicht!’ ‘Ik heb gisteravond alleen maar wat rondgefietst, hoor,’ loog ik dapper. ‘Maar je ziet er uit als de Lijkwade van Turijn, jongen.’ ‘Niet waar.’ ‘En ga jij vanavond nog naar De Vagant? Zou je niet beter gezellig thuisblijven en uitrusten?’ 'Neenee. Ik heb met Björn en Franklin afgesproken.’ ‘Om elf uur thuis, hé!’
Ik ben dus gisteravond (alweer, maar dat weten ze niet, van die eerste keer vrijdag bedoel ik) naar De Vagant geweest. Dezelfde ondoden zaten er weer, maar Aline was met haar kliek naar Den Tap. Alle scholieren van Maranga leken wel verzameling geblazen te hebben in De Vagant. Nou ja: eigenlijk buiten De Vagant. Er stonden er meer buiten op het trottoir en in de straat dan in het café. Af en toe passeerde een flik met een hond. Onder de 16 kreeg je geen bier, maar dat was geen probleem. Een ouderejaars deed dat voor je, omdat die dan dacht dat hij de hele wereld was. We troepten samen: Franklin, Anaïs, Björn, Alexandra, Tyfus, Dagmar, Benjamin, Lucas, Anneleen. Iedereen mocht wat wegblijven die avond. Het was warm. ‘Ruik je dat?’ vroeg Björn. Hij snoof diep. We stonden half binnen, half buiten. We snoven mee. ‘Wat?’ ‘Ewel: shit.’ ‘Shit, man!’ ‘Hahaha!’ ‘Doe niet kinderachtig!’ snauwde een ouderejaars ons toe. Ik snoof nog even onzichtbaar en onhoorbaar en dat bracht me op het idee om de toiletten op te zoeken waar ik de avond ervoor gekotst had. Het rook er naar zeep. (De rest van dit verslag is zo geheim dat ik het zelfs niet in dit Geheim Dagboek opschrijf).
MIJN CARRIERE ALS SCHRIJVER IS BEGONNEN ! !
Daarom:
1. Ik heb 2 avonden na elkaar als de beesten gestapt. 2. De 1e avond: hel. De 2e avond: hemel. 3. Ik was om 23 uur thuis (te voet - alcoholcontroles) 4. Anneleen & ik hebben misschien iets. We weten nog niet wat. Ze moest om 10:30 weg. 5. Ik was gewoon. (Niet ziek; niet zat).
Leve De Vagant.
PS Iemand heeft nog iets tegen me gezegd over gedichten schrijven. A x x x
21-12-2008
Jong dichter (54)
30 juni (middag)
Gisteravond gekotst in de wc van De Vagant. Veel te weinig teruggekregen van een briefje van twintig euro. Björn zat. Ik ziek. Lara op schoot bij Jean-Yves en Aline op schoot bij Lara. Drie op één barkruk. Rook. Kak. Stik. Tyfus en Alexandra cola's en flauwe moppen. Alles draaide. Te voet met fiets naar huis. Waar Björn? Nog 2 x gekotst onderweg. Pa niet thuis. Oef. Bezoek voor ma, gelukkig. Niets in de gaten. Vlug naar boven. Titanic. Ramses Dicaprio.
Iedereen zat daar maar te doen alsof hij al 20 jaar was. Ik geloof dat ik ook iets over mijn Geheim Dagboek verklapt heb. Tegen Aline? Zou Lara dat dan gehoord hebben?
(‘Het is moeilijk om een genie te zijn. Niemand, geen mens, begrijpt je. Nooit’ - National GeographicChannel)
25-11-2008
Jong dichter (53)
29 juni
Verrijzenis! Halleluja! Ik ga over naar het vierde jaar. Aline naar het laatste. (Met een paar taken). Ocket van Frans heeft op de oudernamiddag tegen ma gezegd dat het op het nippertje was. Gelul over 'onze tweede taal'. Maar alle groepjes zingen in het Engels! Wie zie ik weer in de klas in september? Wie blijft hangen? Wie gaat iets anders doen? Wie verdwijnt? HET KAN ME NIET SCHELEN. Morgenavond ga ik met een bende naar De Vagant. Ik mag. Tot 11 uur. Ik heb tegen Aline gezegd dat ik haar trakteer. Misschien brengt ze Lara wel mee. En . . . kak. Maar Aline gaat liever naar JC Den Tap. Weinig tijd om verder te schrijven, dagboek. Het is nu 7 uur (avond) - ik moet nog in Maranga rondfietsen om mijn blijde boodschap te verkondigen en ik moet om 10 uur alweer thuis zijn. Idee! De Vagant? (Stiekem bellen naar Björn. YES!)
06-11-2008
Jong dichter (52)
23 juni
Opendeurweekend bij Fietsen Hallaert, haha. Er staan twee lelijke bloempotten aan weerskanten van de winkeldeur. Ik passeerde daar in de auto. (Pa reed). ‘Haha! Opendeur bij Hallaert!’ wees ik vrolijk. ‘Is jouw fiets nog altijd in orde? Ze zijn streng, hoor’, zei mijn ouwe. Ik zei ‘ja’ en dacht ‘kak’, want het ding rammelt alweer zo hevig dat iedereen opzij kijkt. Ik wacht dan ook telkens om erop te wippen en ga met de fiets aan de hand eerst 50 m verder in de Minnestraat. ‘Er komen er veel met zo'n brommertje naar school’, merkte ik nog op. ‘De fietsenbergplaats op school staat er vol van.’ ‘Een fietsenbergplaats is voor fietsen, hé’, zei diezelfde ouwe. Ik kneep zo hard in het gesneden brood dat ik op mijn schoot vasthield tot het pijn had in al zijn sneden.
De Slechte Week (24 juni - 29 juni)
Pa: ‘En, zie je het zitten, Ramses? Ga je over naar het volgende jaar?’ Ik: ‘Eh . . . ik denk het wel. Ik heb al veel gestudeerd.’ Pa: ‘Zeker weten? Je Frans ook?’ Ik: ‘Oui, oui, monsieur. Maar dit is nu zoals de Goede Week. De leraren kruisigen ons eerst, en dan zullen we verrijzen.’ Pa: ‘Hm, jaja. Kijk maar uit. Terwijl iedereen eerst met palmtakken staat te wuiven voor jou, timmeren diezelfde mensen daarna in hun achtertuin het kruis waar ze je aan zullen vastnagelen.’ Ik keek pa aan met ogen als soepborden. ‘Grapje’, zei hij dan. En hij barstte in lachen uit. Ik lachte even mee om het grapje van reclame-pa. 'Binnenkort ben ik jarig,’ zei ik dan. ‘O ja’, knikte hij. ‘Wil je een timmerdoos?’ En weer gierde hij het uit. Er kwam geen einde aan zijn grapjes. De kerel voelde zich zo vrolijk. Was hij weer uit eten geweest misschien met die Karolien? Had hij van de WHASH gedronken?
19-10-2008
Jong dichter (51)
20 juni
‘Uche-uche-uche.’ (Ik) ‘Doen jullie erom misschien?’ (Ma) ‘Ik kan het toch niet helpen dat ik hooikoorts heb.’ (Aline, niezend) ‘Volgens mij is het wat anders.’ (Ma) ‘Uche-uche-uche.’ (Weer ik) ‘Je fietst toch niet naar school in dat dun T-shirt?’(Ma) ‘Eh . . . neenee.’ (Ik) ‘En jij, zou jij niet beter die bovenste knoopjes dichtdoen als je buitengaat?’ (Ma) ‘Zeg . . . ’ (Aline, halfbloot) ‘Ik ga straks toch maar naar de biowinkel. Jullie zitten in de examens, hé!’ (Ma) ‘Proéven, ma, het is: proéven.’ (Ik & Aline) ‘Whatever.’ (My mum)
En onze ma van de Sportdienst ging pilletjes en drupflesjes kopen bij de Getuigen. De zon fluit en de vogels schijnen. Is het waar dat er in Nederland geen proeven of examens bestaan? Neef Jan-Emiel beweerde dat eens. Ik verhuis naar Amsterdam. De meeste van mijn boeken (19 van de 35) zijn van een Hollandse schrijver. Uche-uche-uche.
02-10-2008
Jong dichter (50)
18 juni
Nog twee weken ellende. Vandaag twee dondervlagen. Het regende blaasjes op straat. Pa en ma gingen vanavond een baby bezoeken in de kraamkliniek. Het kind is gemaakt door een van pa's collega's en diens vriendin. Het heeft alles om homo te worden: op het roze (!) geboortekaartje staat dat het schepsel Beau heet en de achternaam van de vader is Grootaers. Hoera voor baby Beau.
De proef van De Neus was papgemakkelijk. Ik neem nu weer de fiets naar school.
PS Een steenrijke Amerikaan betaalt bijna een miljard oude Belgische frank om mee de ruimte in te vliegen met Russische astronauten. (Moet het niet kosmonauten zijn?) De Amerikanen hebben dat niet graag. Hij mag niets breken en moet slapen in het Russische gedeelte van de capsule. Het is een oud, verschrompeld mannetje met weinig grijs haar en veel geld.
18-09-2008
Jong dichter (49)
16 juni
Cigarette
Rook tussen jouw en de wereld. (jou)
- STOP -
Stomme, oerstomme spelletjes op tv. Saaie film. Aline naar Den Tap. Ik niet. Als die Jean-Yves vanavond Lara zwanger maakt, vermoord ik hem. (Perfecte moord: iemand uit een luchtballon gooien. De luchtballon moet hoog boven de stad vliegen - vlak boven de ijzeren pinnen van het hekken van restaurant Lindenhof).
17 juni
Cigarette
Rook tussen jezelf en de wereld . . . Blauw gordijn van onbegrip . . . --- Rook tussen jezelf en de wereld . . .
PS Als Benjamin ooit met zijn spuitbussen aan de slag gaat, ga ik op pad met hem om hier en daar MARRAM op te spuiten. In het rood. Ik zal ook op de muren schrijven.
17 juni 02:23 uur in de nacht
Het Gevecht met de Citroen (idee)
De moord gebeurt via een warmeluchtballon ! Slaap zacht, Larigirl !
02-09-2008
Jong dichter (48)
12 juni
Weer eens wakker geworden met Lara in mijn bed - het was 03:14 uur. Ik keek net zo lang naar het donker tot ik alles in mijn kamer kon zien zoals overdag. Ook met mijn ogen dicht bleef ik alles duidelijk zien. Het is een gave. De buurman van Dagmar is een neger en die slaapt met zijn oogleden open. Dat heeft ze zelf nog gezien.
PS Er zijn al enkele proeven bezig. Geen Gevecht met de Citroen. One-Eyed Jack Blackbird rests inpeace. Tyfus wil een groepje beginnen met harde muziek en Scream-maskers. Hij heeft nog niks: geen instrumenten, geen muziek, geen maskers, geen groepje. Alleen het schuurtje van zijn oom, een drukker die gestopt is met drukken. Misschien zal Tyfus zijn verzameling wieldoppen wel moeten verkopen. Hij kan zijn groepje 'De Dalmatiërs' noemen. Tot later. Ramses 'Marram'.
15 juni
Pff !!
15-08-2008
Jong dichter (47)
08 & 09 juni
Blokken voor die verdomde rotproeven. KAK KWADRAAT.
*Astronaut, zoals Dirk Frimout en Frank De Winne. Maar het is lang wachten voor ze je in een baan om de aarde schieten. Sommigen wensen je wel naar de maan.
*Apotheker wou ik worden na de dood van Pieter in de zesde klas basisschool. Om kanker te genezen. Maar dan moet je ook de hele week in je winkel staan en het gezeur van ouwe mensen aanhoren.
*Vuurspuwer: mijn lijf is te mager om zomaar aan iedereen te tonen. Je kunt mijn ribben tellen.
*Hondenmepper, haha. Honden rieken altijd naar iets waar ze niet moeten naar rieken en ze ruiken ook altijd aan alles. (Bijvoorbeeld tussen de benen van de mensen). HONDEN ZIJN SEKSMANIAKKEN.
*Orthodox priester: zit er nog altijd in sedert Lara op de tong van Jean-Yves kauwt (26 april).
*Schrijver. De schaduw op mijn bovenlip blijft en de drie haren op mijn kin vormen het begin van een ringbaardje. Geduld. Negen gedichten. Een stukje roman. Da's al meer dan een slogan.
( ! Haar wassen: het groeit ! )
27-07-2008
Jong dichter (46)
07 juni
Karen en Wesley doen het dus met elkaar aan de overkant in onze Minnestraat. Aan de linkerkant hebben we geen buren. Daar is een weitje waarin een vergaan reclamepaneel voor verzekeringen staat. Ernaast is slagerij Francine. Francine en Pedro knikken alleen maar een goeiendag naar ons, en wij naar hen, want we hebben het allemaal altijd te druk en we kopen er bijna nooit vlees. Alleen varia. (Selderijzout, soms eieren, mosterd). Onze rechtse buren zijn An en Rudy, allebei op pensioen. Alleen op de zelfmoorddagen wensen we elkaar Vrolijke Kerst, Gelukkig Nieuwjaar en Zalige Pasen door de beukenhaag in onze achtertuinen. Karen en Wesley zijn onze nieuwe overburen. Tussen de appartementen en winkels in is dat ongeveer het enige gewone rijhuis. (De Minnestraat is een drukke straat vlak bij het centrum). Misschien wil niemand daar wonen. Karen had vrouwenkousen aan toen ze gisteravond op bezoek kwamen. Wesley is een kettingroker met konijnentanden. Hij blaast zijn rook veel te hard uit. Karen is een gewoon meisje van uitzicht. Ze is stadswacht. Wesley herstelt televisies en videospelers op de industriezone. Ze dronken witte wijn. Fun Lovin' Criminals?? Waren zij dat??
11-07-2008
Jong dichter (45)
06 juni
Tyfus was vanmorgen te laat op school. Zijn smoes bij Ocket: ‘Er viel duivenstront op mijn hoofd endaardoor moest ik terug naar huis om het eruit te wassen.’ Hij moet natuurlijk nablijven. Anaïs zei tegen Tyfus dat hij een volgende keer béter moest liegen, bv.: ‘Mijn ouders zijn sedert vanmorgen aan het scheiden.’
Pa is vanmiddag weer uiteten geweest met Karolien van KOPPIE-KOPPIE. ‘Die Karolien’, zegt ma altijd, als ze over haar praat. Ze (ma dus) vindt dat een dagschotel volstaat, zelfs een broodje. Ze hadden zeetong gegeten. Pa moet het uiteten met die Karolien beperken.
Het Gevecht met de Citroen(03)
door: MARRAM
Amper een kilometer daarvandaan stak De Bende van de Zwarte Hand de koppen bijeen in een oude loods van een vroegere antiekzaak. ‘Blackbird is een vogel voor de kat’, mompelde OneOne (ofte: 11, Wan-Wan) met een gemene grijnslach. ‘Zeker weten’, bromde Kobein. Larigirl en Sis Elien zwegen onheilspellend. In de verwaarloosde tuin achter de loods kwaakte een kikker. Was dit een voorteken?
Vanavond met ma om zomerschoenen geweest. Maranga heeft de lelijkste markt van het westelijk halfrond. Je kunt er parkeren, je benen breken over oud puin en chinezen in een restaurantje boven een winkel van vrouwenondergoed. De markt gelijkt meer op een parkeerterrein van een warenhuis dan op een markt. Niemand echter kan vermoeden dat ik een roman en gedichten aan het schrijven ben. Ik liep er rond met mijn doodgewoon marktgezicht. De afgod van het geluk zorgde ervoor dat ik Tyfus, Björn, Franklin, Anaïs, Alexandra, Dagmar of Benjamin niet tegenkwam. Terug thuis kwaakte Bernard Massard op de rand van het vijvertje oorverdovend naar mijn nieuwe schoenen, want ik had ze al aan. Kwestie van morgen gemakkelijk te zijn. We wisten eerst niet vanwaar die rare geluiden kwamen. De verse overburen komen vanavond nog een glas drinken om kennis te maken. Hello, my name is Marram.
29-06-2008
Jong dichter (44)
04 juni
Opendeurdag in het Aloysiuscollege in Maranga. We gaan natuurlijk niet, want 1) het is een vrije dag 2) Aline en ik zitten daar al lang opgesloten. Pa moest eergisteren een ontwerper interviewen voor een magazine. De vader van die ontwerper was ook thuis, een oud ventje dat door de oorlog met de Duitsers halfgek geworden is. De tv stond aan en toonde beelden van Duitse carnavalfeesten van enkele maanden geleden. Het oude ventje begon met zijn stok te zwaaien en viel daarna uit zijn fauteuil. Pa kreeg ook nog doorzichtige waterkoffie en zachte koeken van wel vijf jaar oud van de ontwerper.
Het Gevecht met de Citroen (02)
De rolluiken van het oude herenhuis in de Heesterlaan waren half neergelaten. Niemand kon vermoeden wat voor gruwelijks zich hier binnenkort zou afspelen. Alleen de kat Killmouski en een spin boven in de hoek van de eetkamer van het herenhuis zouden de stille getuigen zijn van de vreselijke moord op de schrijver en kunstverzamelaar One-Eyed Jack Blackbird.
08-06-2008
Jong dichter (43)
02 juni
Het Gevecht met de Citroen (01)
door: MARRAM
Het was stil in de stad van de ondoden. Niets bewoog. Er was geen levende ziel te bespeuren op deze paarse paasmaandag.
(Weer naar Björn geweest en verteld over mijn romanplan. ‘Whaw’, deed hij, met een sigaret in zijn mond, want zijn pa was weer uiteten. ‘Als je zo beroemd wordt als Stephen King, wil ik je handtekening.’ Björn vertelde dat hij de hele dag niet gegeten had, omdat hij 's ochtends op straat een oude vent had zien fluimen. De fluim biggelde lang aan diens lippen).
Op Komodo is vroeger een Duitse baron opgegeten door een varaan (National Geographic Channel).
24-05-2008
Jong dichter (42)
01 juni
Pa: ‘Hm . . . goed. Echt goed.’ Ma: ‘Toon es?’ (Stilte bij de beide ouders). (Aline was er niet. Op haar kamer aan het niezen. Dat moment had ik natuurlijk afgewacht). Ma: ‘Ja, hé?’ (Ze gaf het blad weer aan mij). Pa: ‘Het zit in de familie, hé.’ (Beetje trots). Ma: ‘Dat van die kleren? Of dat zonder die kleren?’ Pa + ma: ‘Hahaha!’ Ik: ‘Ik schrijf af en toe een gedicht.’ (Bijna verklapte ik mijn Geheim Dagboek). Pa: ‘O? Dat is . . . interessant.’ Ma: ‘Na de proeven heb je daar weer een zee van tijd voor, jongen.’ En zo kwam ik weer te weten dat ik een jongen ben.
P.S. Ze mogen er wel zijn, mijn vrouwelijke en mijn mannelijke ouder. De een schrijft sporttabellen, de ander reclameteksten. Samen zien ze er nog geen 100 jaar uit. Ze hebben geluk met hun vondeling, want hij schrijft gedichten. Misschien begin ik deze zomer aan een roman. Ik heb al een titel: 'Het Gevecht met de Citroen'. De citroen is het leven. Mijn schuilnaam staat nu ook vast: MARRAM. Maranga - Ramses. Ik gebruikte die al een keer voor een kort verhaal. Je kunt hem ook achterstevoren lezen, zoals lepel, lul en pap.RAMMAR kon ook. Maar ik kies voor MARRAM.
10-05-2008
Jong dichter (41)
30 mei
Mens
Kleren: omhulsels. Gezichten: maskers. Trek het je niet aan. De mens heeft zijn grens.
Het pak van de zakenman.
A.p.p.l.a.u.s. van de Heren
voor het model zonder kleren.
(Ramses)
Dat vind ik mijn beste gedicht tot nu toe. Ik laat het misschien door pa lezen.
24-04-2008
Jong dichter (40)
Minivakantie 24 - 27 mei
‘Er moet ook gewerkt worden, hé, en je weet wat ik bedoel!’ Pa tegen Aline en mij, de ochtend van donderdag 24 mei in de beginjaren van de eenentwintigste eeuw. En om het heel duidelijk voor ons te maken, voegde hij eraan toe: ‘We zijn al eind mei.’ Ja, de jaarlijkse oorlog tussen gerimpelde mensen en hun ongerimpeld nageslacht is weer begonnen. Kinderarbeid! Ik hoef nooit kinderen. Gelukkig worden over enkele jaren alle leraren door computers vervangen. In Zweden is dat al zo. Een computer heeft geen neus, dus kan er geen haar uit komen. De computer van Devreese zal dan wel vol met virussen zitten.
Pa heeft 20 pulletjes shampoo gewonnen! Er was een wedstrijd om de beste slogan voor WHASH te bedenken. WHASH is het merk van een haarshampoo. Je mocht de naam van dat merk niet vermelden en je moest minder dan 20 woorden gebruiken. De bekroonde slogan komt op duizenden bierviltjes in de cafés, samen met de naam WHASH natuurlijk. Toen pa het nieuws bekendmaakte, was hij een beetje beschaamd. Ma wou natuurlijk weten wat voor slogan hij dan wel bedacht had. Het duurde een tijd voor hij die even op wou schrijven; hij deed alsof hij het precies niet heel goed meer wist. Dan kwam het er eindelijk uit:
KLEREN, SCHAT? NIKS VAN AANTREKKEN. IK ZIE JE HET LIEFST MET JE HAAR.
‘Oh!’ deed ma. ‘Mooi! Maar . . . die schat, ben ik dat?’ ‘Dat rijmt!’ riep Aline. En zo was pa weer gered. ‘Dertien woorden maar, hé’, zei hij opgelucht. Goed voor hem en goed voor ons: zo is zijn aandacht een beetje afgeleid van onze schoolellende. Kak: nog minder dan een maand voor de eindproeven.
Vanavond was ik mijn haar met WHASH. De 20 pulletjes staan in een proper legertje in de badkamer. En binnenkort lezen alle zatlappen van Maranga een blote slogan op hun bierviltje van de heer Wim Devolder, copywriter bij KOPPIE-KOPPIE, getrouwd met schat. Santé, m'n ratje.
P.S. Heer van de Vliegen: ik krijg keelpijn.
Vandaag (zondag) waren ze er al. (De bierviltjes). Pa had er een voorraadje mee. Aline wou er wel een paar. ‘Zul je er nu een aan je lief geven?’ vroeg ik. ‘Ik heb geen lief.’ ‘Lara wel al, hé?’ ‘Pff, moet zij weten.’ ‘Maar ze weet het.’ ‘Ik ook.’ ‘En hebben jullie wat voor school gewerkt?’ vroeg plotseling daardoorheen de bekroonde sloganschrijver. We knikten allebei stevig met onze WHASH-kop. Mijn keelpijn is natuurlijk over, want morgen is het weer onvakantie. Aline niest de ogen uit haar hoofd. Ze heeft weer hooikoorts. Na een dag niezen en snuiten ziet ze eruit als Bernard Massard, onze puit. Ze moet naar de dokter. Ze heeft al drie hooikoortsdokters versleten. Elk jaar vanaf mei-juni krijgt ze spuitjes, mag ze geen kaas meer eten en slikt ze polaraminepilletjes. En dan valt ze overal in slaap. Haar kamer puilt uit van de papieren zakdoeken. Soms schrijft ze wat formules en data op die vodjes. Die neemt ze dan mee naar de proeven. Niemand controleert die vieze snotpropjes. Ik hoop dat Lara gezakt is en het jaar moet overdoen. Dan blijft ze langer bij ons op school.
13-04-2008
Jong dichter (39)
23 mei
Benjamin deed vandaag een omhaling op school om geld in te zamelen voor zijn spuitbussen. Zelf heeft hij geen geld genoeg. Hij wil graffiti en tags beginnen spuiten. Maar ze mogen natuurlijk niet weten dat hij de dader is. Al wie hem geld gaf, kreeg een spuitbuskunstwerk, zei hij. Nou, geen probleem: hij haalde nog geen halve euro bijeen. Haal ik soms geld op bij de anderen om een cd te kopen? Voetbal op tv. Iets internationaals. Waarom trekken voetballers die gescoord hebben hun shirt over hun kop? Eentje liep vanavond met zijn * * * tegen zo'n hoekpaaltje, maar het plooide mee. (Het paaltje). VIER DAGEN ONSCHOOL!!
25-03-2008
Jong dichter (38)
22 mei
Pa moest vandaag voor zijn werk naar de kust. Op de A17 kwam hij in conflict met een deel van de Belgische koninklijke familie. Hij reed zoals gewoonlijk op de derde linkse rijstrook, 126 kilometer per uur (beweert hij zelf). Plotseling flitste een zwaantje voorbij en gebaarde nogal wild dat pa weer naar de middelste rijstrook moest. Pa begreep het niet onmiddellijk, want er was niks aan de hand, en (je kent hem!) hij gebaarde dan maar even terug. De rijkswachter begon nu nog dreigender en heviger te zwaaien. Pa schoof op. Vlak daarna flitsten de nummerplaten 20 en 12 voorbij, gevolgd door nog zo'n zwaantje met zwieplicht. Mijn arme pa bleef dan maar een hele tijd braafjes op de middelste strook rijden. Vanavond in het journaal zagen we dat prinses Mathilde en prins Filip een instelling aan de kust hadden bezocht. Natuurlijk: alle koningen en prinsen bezoeken watervallen, nieuwe bruggen, instellingen en rolstoelbasketbalwedstrijden. (Het langste woord uit mijn geheim dagboek).
Ik: koningskind, maar ook vondeling. Tijdens een barre winter legden mijn biologische verwekkers (een arme koning en een arme koningin uit Transsylvanië) me te grabbel hier aan de voordeur in de Minnestraat. Ik plaste toen mijn naam in de sneeuw: Ramses. Zo wisten ze hier hoe ze me moesten noemen. Ik ben eigenlijk alleen op de wereld. Maranga sucks.
10-03-2008
Jong dichter (37)
20 mei
Is volleybal voor meisjes? Champagne voor de rijken? Dichten voor mietjes? Mijn pen is mijn pistool. Mijn woorden zijn mijn kogels. (Misschien is het toch maar beter mijn schuilnaam weer te veranderen). Ma heeft in haar warmwateraquariumpje een speelgoed-Titaniekje laten zakken. Het wrakje rust nu scheef op de bodem. Onschool in het vooruitzicht for me, the undead Ramses D(evolder). Het monster van de proeven duikt over enkele weken weer op. Aline wou vanavond niet verder eten omdat ma weer van die gespikkelde kaas-met-kruiden gekocht had. Er kwam een discussie van die als een lawine steeds maar heviger werd. En dat omwille van gespikkelde kaas!
GEKTE (Kort kortverhaal door MARRAM (?))
Het is begonnen bij het veteren van mijn schoenen. Dat ging niet meer, want ik wist plotseling niet meer hoe dat moest. Daarna ontsnapte me de betekenis van het woord ‘strik’. In de tuinvijver brulde een kikker zich te pletter van het lachen. Toen wist ik het: ik wist het niet meer.
Vrouwelijke-ouderdag. Ma: een keukenweegschaal tot op de gram nauwkeurig (via de Elektroshop van buurman Wesley) en een gewone weegschaal waarvan de wijzer onbarmhartig tot op het halve kilogram aangeeft. Bio-ma best tevreden daarmee. Het is dus niet omdat je een liter water drinkt dat je een kilogram meer gaat wegen. Ik deed de test vandaag, om zin te geven aan de wekelijkse zelfmoorduren. Verhippeltjes, wat scheelt er toch met namiddagen?
PS Jawel hoor: senator Y. is nog maar eens van partij veranderd. Hij is nu helemaal blauw.
07-02-2008
Jong dichter (35)
15 mei
Dag dagboek. Vannamiddag was er in het Cultureel Centrum een onbegrijpelijke schoolvoorstelling voor ons. Het was muziek en theater tegelijkertijd van de jeugdschrijver Ward Naeyaert. Het heette: ‘Concert voor viool& pyjama.’ Niemand begreep er een snars van. Er waren ook klassen uit andere scholen. De Neus en Vandevelde hadden hun handen vol met 'sstt!!' en kwaaie blikken. Sommige papieren vliegertjes zeilden tot op het podium. De Neus zei dat hij volgend jaar geen enkele voorstelling in het CC meer wil boeken. 'Jullie weten je toch niet te gedragen, het zijn parels voor de zwijnen.’ ‘Ze moeten maar betere stukken spelen,’ flapte Dagmar het eruit. Iedereen applaudisseerde, midden op straat. Patricia de kip heeft een bastaardei uitgebroed: een vreemd ei dat ma van iemand uit de buurt gekregen had. Patricia kijkt niet om naar het kuiken. Het woont bijgevolg onder een lamp in een kartonnen doos in onze keuken, tot het opgehaald wordt door een of ander verwend nest uit ma’s vriendinnenkringetje. Ma noemt het ding ‘Pim’, soms ‘Pimmetje’. Ikzelf denk eerder in termen van ‘vol-au-vent’ en ‘coq-au-vin’. Morgen Moederdag. Pa mag ma niks geven. ‘Ik ben je moeder niet,’ zei ze tegen hem. ‘Nee hé?’ antwoordde hij opgelucht. Senator Y. wil nu de adel afschaffen. Hij is terug van een uitstapje naar Israël, waar hij partij koos voor de Palestijnen. Ik denk dat senator Y. vooral het nieuws wil halen. Volgens Piquard van Maatschappijleer is België hét land van de chocola en de charlatans.
29-01-2008
Jong dichter (34)
12/13 mei
Neef Jan-Emiel op bezoek met oom Herman. (Eigenlijk is het dus omgekeerd). Jan-Emiel is achttien. Vorig jaar had hij haren als een bakje spijkers, voor de helft blauwgeverfd. Nu laat hij zijn haren groeien. Hij wil ze pas na tien uur elke ochtend kammen. Hij zegt: ‘De menselijke haren moeten de kans krijgen om langzaam wakker te worden. Je mag ze niet doen schrikken of bruut storen.’ Oom Herman gelijkt heel goed op mijn pa. Het zijn dan ook broers. De ma van Jan-Emiel vertrok zo'n tien jaar geleden naar een andere man. We hielden ons op mijn kamer bezig. Neef Jan-Emiel had foto's mee van die zonne-eclips enkele jaren geleden. Hij had er teksten bij geschreven met veel moeilijke woorden. Ik denk dat hij goed gek is. Hij luistert alleen naar muziek van indianen, leest onbegrijpelijke boeken en beweert dat hij boeddhist is. Ma was jarig gisteren (zaterdag). Aline en ik legden onze centen samen voor een zonnebankabonnement. Pa gaf gewoon geld. Lang leve mijn ginsengmama!
11-01-2008
Jong dichter (33)
11 mei
Heer van de Vliegen
Pisa heeft zijn scheve toren, Amerika het Vrijheidsbeeld, Moskou het Rode Plein en Maranga zijn mosterd. Het mosterdfabriekje Woestyn bestaat al heel lang. Ze maken daar donkerbruine, scherpe mosterd. 'Mostaard Woestyn' staat er op de etiketten. Wie de mosterd kent en in Maranga komt, wil er een pot van. Vrijdag deden oom Bart en tante Birgit er ook weer mee. (Ze wonen aan zee en mostaard Woestyn kun je alleen in Maranga krijgen). Ik wreef een tijd geleden mijn kin met mostaard Woestyn in. Je weet waarom, beste dagboek. Het was zo'n gek gezicht, dat ik het goedje er onmiddellijk weer afhaalde. (Gek gezicht!).
PS Toen ik klein was, versierde ik hondendrollen met kiezelsteentjes en Aline reed met een bloemkool in haar poppenwagen rond.
02-01-2008
Jong dichter (32)
10 mei
Nu Lara elke dag afgelikt wordt door die Jean-Yves, vind ik haar helemaal niet zo mooi meer. Als ze hier in huis komt, met Aline, bonkt mijn hart niet meer zo hevig als vroeger. Het kan zelfs best gebeuren dat ik later priester word, maar dan wel in een Grieks-orthodox klooster op een berg. Russisch-orthodox mag ook. Een zaak is zeker: ik blijf gedichten schrijven. Mijn verzameling van vijf gedichten heb ik in verschillende lettertypes uitgeprint. Pa vloekte als een ketter. Hij had werk van KOPPIE-KOPPIE mee naar huis gebracht en toen hij aan het printen sloeg, kwam alles er in Arabisch schrift uit. Ik lachte me een kriek en hij werd écht kwaad. Benjamin wil spuitbussen kopen om de muren van de school op te smukken. Tyfus heeft een derde wieldop bemachtigd. Hij heeft het doodgewoon met een schroevendraaier losgewrikt van een wiel van een eenzaam geparkeerde auto aan het Conscienceplein.
24-12-2007
Jong dichter (31)
9 mei
Ik ben te mager. De kerels van Korn zien er op mijn affiche in mijn kamer veel steviger uit, ook al dragen ze meisjesvlechten. Kan ik worden als oom Bart? Hij weegt 98 kg. Weer ruzie in huis. Aline wil een televisie op haar kamer. Ze heeft er al een stuk voor gespaard, want ze krijgt met Nieuwjaar en zo altijd een pak geld van haar meter en peter. Pa en ma willen het niet. Weer donder & bliksem. Vandaag duidde Devreese van wiskunde me plotseling aan om te antwoorden. ‘Weet je het niet, Devolder?’ ‘Eh . . . ik denk na, mevrouw.’ ‘Allemaal kijken: Devolder denkt na!’ Devreese is de enige leraar, nou: lerares, die alleen onze achternaam gebruikt. Devolder klinkt als een vloek. Devreese ook. De volgende keer zal ik antwoorden: ‘Ik denk na, Devreese.’ Devreese is een vreselijk wijf.
P.S. Ben verslaafd geworden aan kookprogramma’s op tv. Wanneer ik een vogel een vis zie doorslikken, krijg ik honger. Maar wanneer ik een slang met een harige rat hetzelfde zie doen, moet ik bijna kotsen. Pa heeft een kliënt die niets wil eten wat een rode kleur heeft: tomaten, gehakt, pepers, radijzen, biet, zelfs geen snoep. Hij haat ook grenadine. Hij koopt bijvoorbeeld alleen gele appels. En hij snoept wel in alle kleuren, maar nooit in rood.
17-12-2007
Jong dichter (30)
6 mei
De bergduivel in de Afrikaanse woestijn zuigt met zijn huid de dauw uit modderpoeltjes in het zand op. Waar het water dan via kleine kanaaltjes passeert, kleurt de huid donker. Nog een ander raar beest is de longvis. En de slang met de zonnepanelen. (National Geographic Channel). Aline wou dit weekend naar een appartement aan zee met enkele van haar volleyvriendjes. Mocht niet. Het feestje ging niet door. Donder & bliksem! Ik breng deze dag om met schoolwerk. Avondlijke yoga-oefening: naar tv staren zonder te kijken. Senator Y., wiens politiek partijtje van naam veranderde, en die ondertussen zelf van partij veranderde, was weer op tv. Ik haat politiekers.
08-12-2007
Jong dichter (29)
2 mei
Les van De Neus. We kregen onze vrije schrijfbeurt terug. Op de mijne stond: 'Origineel. Vermijdherhalingen (2 x dus). 8/10'. Misschien moet ik hem laten weten dat ik ook gedichten schrijf. Maar dan moet ik weer naar dat haar in (en uit) zijn neus kijken.
P.S. Ik vind dat in gedichten herhalingen wel mogen.
4 mei
Pa lijkt op een olievlek. Ma kijkt als een donderwolk. Aline ziet er als een verkreukelde krant uit. Het is dus beter onzichtbaar te blijven: er is ruzie over iets, maar ik weet niet wat. Het heeft met Aline te maken. Vanavond bundel ik mijn gedichten (5) en zet ze op computer. Een titel heb ik nog niet. Wel een schuilnaam. Ik twijfelde tussen de volgende kanshebbers: Black Jack, JonasUytdebuyck, Marie-Martine Dervol, Ramses D., Marram en Sally-Jane Dee. Een meisjesnaam maakt meer kans bij uitgeverijen. Aline kroop om halfnegen al in bed. Oom Bart en tante Birgit waren nog op bezoek. Ze hadden twee soorten kinderen mee. Ik bedoel: elk hun eigen kinderen, want ze waren al eens getrouwd in hun vroeger leven.
28-11-2007
Jong dichter (28)
1 mei
Er was een optocht in Maranga. Majorettes met bruine billen gooiden stokjes in de lucht en vingen die weer op. Er kletterde zo'n stokje op straat en de hoofdmajorette keek kwaad om. Het meisje was doodbeschaamd. Achteraan in de stoet deden een dertigtal saaie mensen erg hun best om niet in de maat van de fanfaremuziek mee te stappen. Aline mocht kiezen wat we vanmiddag aten: worst, bloemkool, kroketten. Pa wou de worsten op de barbecue braden, maar toen begon het te regenen. Alles weer naar binnen. Kroketten passen niet bij worst. Dat zei ma ook. Als het mijn beurt is, worden het gehaktballen in tomatensaus. Op 6 juli dus. Dan word ik écht 15. Ik doe nu om de twee weken drie kinharen weg met mijn pa's scheerapparaat. Soms probeer ik het met een scheermesje. Op mijn bovenlip zit ook al wat. Daar blijf ik af. Mijn ringbaardje is dus waarschijnlijk in aantocht. Ik vraag een scheerapparaat voor mijn verjaardag. Hoe meer je je scheert, hoe vlugger je baard groeit.
18-11-2007
Jong dichter (27)
30 april
We hebben twee extra vrije dagen. Pas woensdag wordt het weer onvakantie. Toen ik pa's e-mailbox opende, las ik een bericht over een jongen van negen met een tumor in zijn hoofd. Hij moet dringend behandeld worden, maar dat is duur. Vrienden van zijn vader roepen iedereen op om dat bericht door te zenden en drie euro over te schrijven op een rekeningnummer. Ik heb doorgemaild naar Tyfus en naar Anaïs. Toen ik in de zesde klas van de basisschool zat, kwam Pieter plotseling niet meer naar school. De meester zei dat het ernstig was. Ik durfde niet naar de kliniek om Pieter te bezoeken. Drie weken later was hij dood van kanker.
Waarom?
Fun Lovin' Criminals. Het gelaat van Jezus op teevee. Church of Noise. Waarom moet je leven als aan het einde van de straat de man met de zeis gereedstaat? Waarom?
(Marram)
Vanavond ben ik tot bij Björn gefietst voor een partijtje badminton in de tuin. Zijn pa was uit eten. Een Björnma is er niet. Dat geeft een heerlijk gevoel van vrijheid. We nipten van elke fles pisang en martini en porto in de bar ieder 1/2 centimeter. Ik probeerde een sigaret te rollen met de pijptabak van Björns pa. Dat ging moeilijk en het werd een knoeiboel. We moesten het tapijt stofzuigen. Björn zegt dat zijn pa nog wiet heeft gerookt, toen hij jong was. Nu rookt hij gewone tabak in een saaie pijp, zoals in de stripverhalen van Mortimer en Blake.
09-11-2007
Jong dichter (26)
28 april
Er wordt behangen en geschilderd in het huis aan de overkant. Er komt een jong stel in wonen. Door de openstaande deur hoorde ik de goeie ouwe Fun Lovin' Criminals. Dat is een goed teken. Zouden ze ook nog met hun tong in elkaars mond zitten wriemelen?
Einde (voor L.)
Een nare droom als je ontwaakt: het Leven.
Ooit een droom.
Nu rook.
(Marram)
01-11-2007
Jong dichter (25)
26 april
Heer van de Vliegen
Geef die Lara maar een vakantiejob deze zomer, twee maanden lang en ver van hier. Ik heb haar met die kerel betrapt achter de fietsenstalling. Hij katapulteerde zijn tong als een harpoen in haar mond. Het is duidelijk aan. Ik wou er net samen met Benjamin een sigaartje opsteken en broederlijk delen. Plotseling had ik geen zin meer in dat sigaartje. Het duurde snotverdomme lang, dat gedoe met die tong. Lara stikte niet. Hij heet Jean-Yves en zijn vader doet in tapijten of zo. Ondertussen stond Benjamin stiekem aan zijn sigaartje te sleuren. Hij blaast de rook uit als een vrouw. Zoals mijn ma vroeger. ‘Wil je niet?’ vroeg hij. ‘Haast je, straks komt Vandevelde.’ ‘Neenee, geen zin vandaag.’ ‘Waarom ben je dan naar hier meegekomen, schijtlijster.’ Ik keek met afgrijzen naar dat gewriemel. Dan trapte Benjamin het halfopgerookte sigaartje plat. Ik sprong achter op zijn fiets en we reden even later pardoes in de gespreide armen van vogelverschrikker Vandevelde aan de poort. ‘Vandommele, Devolder: terug!’ Wij terug, te voet. Lara en Jean-Yves, hij met zijn fiets aan zijn hand, stapten zalig glimlachend naar de schoolpoort. Ze zag me niet, maar ik keek ook niet.
Heer van de Vliegen, de liefde is lelijk. Ze smaakt naar tandarts en etensresten van gisteren.
18-10-2007
Jong dichter (24)
25 april
Vrije schrijfbeurt voor Nederlandse Taal
(De Neus) (Dat laat ik natuurlijk weg)
Als de hond stinkt naar hond
Ramses Devolder
(Aanvang) Ik heb geen hond. Vrienden en kennissen van mij wel: Mickey, Darky, Pebbles, Loekie. Dat zijn de namen waar die honden naar luisteren, niet de vrienden en de kennissen. (Een van mijn vrienden gelijkt wel op een Dalmatiër. We noemen hem Tyfus). Trouwe viervoeter of blafmachine?
(Midden) Ik wil geen hond. Pa en ma ook niet. Er zijn vele nadelen aan zo'n viervoeter in huis. Het ergste vind ik dat een hond naar hond kan rieken, vooral als hij in de regen heeft gewandeld. Rieken is erger dan ruiken. Een geregende hond is vies. Hondendrollen vormen een belangrijke plaag in de steden van ons land. De meeste mensen doen de drol van hun hond niet in zo'n zakje, maar stappen stiekem vlug door.
(Alinea) Wat moeten we denken van iemand die een hondenleven leidt? Het antwoord ligt voor de hond, eh, voor de hand: slapen, eten, suffen, weer slapen, weer eten en weer suffen. Wel, daardoor kun je voor 'luiaard' uitgescholden worden. Verwondert het ons dat er in tekenfilms veel hondenmeppers rondlopen? Neen. Kennen we allemaal de uitdrukking 'zo ziek als een hond'? Ja. ‘Een hond in huis vraagt zoveel aandacht als een klein kind’, zegt mijn pa. Dat vind ik dus ook.
(Slot) U merkt dus dat ik tegen honden ben. Geef mij maar de kikker in het vijvertje in onze tuin. Hij is weer tevoorschijn gekomen, zo'n drie weken geleden. We noemen hem Bernard Massard. Dat is het merk van de champagne die we dronken t.g.v. de 17e verjaardag van mijn zuster Aline.
05-10-2007
Jong dichter (23)
22 april
Op de parkeerplaatsen rond het gerechtsgebouw van Maranga staan nu witte paaltjes met nummerplaten op: voorbehouden plaatsen voor rechters en advocaten en zo. Het lijken net kruisen op een kerkhof. De mensen uit de buurt protesteren daartegen. Ze willen in de weekends daar hun auto parkeren, zoals vroeger. Plotseling mag dat niet meer. Er is controle. Pa heeft er een protestbrief voor de kranten over geschreven. Zijn titel is: PRIVE-AUTOKERKHOF. Ja, hij zit nu eenmaal in de reclame. Zijn zoon wordt ooit een bekend dichter. Waar zend ik mijn gedichten naartoe?
26-09-2007
Jong dichter (22)
21 april
Ik moet wat uitleg geven bij mijn nieuwste gedicht. Voor haar koninklijk plafond in haar paleis wou de Belgische vorstin Paola een werk van de rare kunstenaar Jan Fabre. Ze wou dat plafond bekleed zien met dode mestkevers. Jan Fabre deed dat, want hij is bekend voor zulke dingen. Een andere kunstenaar bouwde al eens een machine die stront maakte. Die kaka werd in plastic zakjes verkocht als kunstwerk. Fabre beplakte vroeger al eens een aantal zuilen buiten met plakken ham. En hij kleurde met zijn balpennen de muren van een kasteel vol. Nu moest hij dus mestkevers kleven. Daarom schreef ik dat gedicht. Ik vind mijn gedicht meer kunst dan driehonderdduizend mestkevers. Maar over wie zullen ze weer praten op tv en in de kranten? In een film vanmiddag zag ik dat Amerikaanse tandartsen hun patiënten verdoven met lachgas. (De tanden, bedoel ik). Dat lijkt me leuker dan prikken, want dan is het net alsof een deel van je gezicht niet meer van jou is. Mag ik nog op Lara hopen? Deze week zag ik haar enkele keren. Telkens ging ze met dezelfde kerel uit haar klas naar school.
17-09-2007
Jong dichter (21)
20 april
Engelsen hebben de kop van Jezus Christus via computer gereconstrueerd. Te zien op BBC en in de kranten. Lelijke vent. Rotweer. Regen en wind. Het is weer wennen aan dat schooleten 's middags in de refter. In de vakantie maakte ma ons middageten klaar. Soms aten we maar om 14 uur. Ze werkt halftijds. Op schooldagen eten we, nou, op school. In beurten, per twee studiejaren. Lara en Aline zie ik bijna nooit in de refter. Wij eten tussen 5 over 12 en 12 uur 45; zij komen om 12 uur 50. Na enkele dagen schooleten kan ik de schilfers weer zo van mijn kop plukken. ‘Da's de schuld van die vette happen uit de schoolkeuken’, beweert ma. Zeker weten. Ma kookt gezonder. In de vakanties heb ik geen schilferkop. Maar ik verdenk haar er ook van dat zij op haar werk af en toe frieten in mayonaise kopje-onder doet gaan. Er staan voldoende kramen in de omgeving van de Stedelijke Sportdienst. Pa eet veel uit met kliënten van KOPPIE-KOPPIE. Tussendoor vreet hij martino's. Ik laat mijn haar wat langer groeien. Dan zie je die schilfers niet. Alles was zeer gewoon vandaag.
De mestkever
Jullie keken op me neer. Jullie trapten me plat. Nu kijken jullie op naar mij. Ik ben in de zevende hemel. Ik woon in een paleis. Maar het was mijn laatste reis.
(Marram)
09-09-2007
Jong dichter (20)
18 april
Oef, eindelijk weer een halve dag adem. Er is wat nieuws, dagboek. Vandaag reed Jocelyn me bijna omver met haar fiets. Jocelyn is een vriendin van Aline én van Lara. Ik zag dat ze me eerst wou uitschelden, maar dan bedacht ze zich omdat ik de broer van Aline ben en . . . nou ja: lammetjespap. Jocelyn gelijkt van opzij heel goed op de zanger van de Red Hot Chili Peppers toen hij nog lang haar had. Alexandra is in de paasvakantie met haar pa naar Indonesië gevlogen, op bezoek bij een tante. Daar vegen de mensen hun kont af met hun linkerhand. Ze gebruiken geen wc-papier. Alleen water. Tyfus heeft aangekondigd dat hij een collectie wieldoppen van auto's begint, alle merken. In het weekend knalde er een dure volvo tegen de gevel van zijn huis; de wieldoppen vlogen in het rond. Twee ervan prijken nu op Tyfus' kamer. En iedereen zag het op tv: een meisje van negen hapte in een hamburger, maar er zat een rattenkop in. Natuurlijk weer in Amerika. De ouders vragen 10 miljoen dollar schadevergoeding. Stel je voor dat je in een dode rattenkop bijt. En . . . waar is de rest van dat beest naartoe? Aan de universiteit hebben ze vroeger al onderzoek gedaan op fastfood. Toen ontdekten ze dat hamburgervlees gemaakt was uit oude kleren en papier. Bah, broodje-onderbroek, broodje-huiswerk.
30-08-2007
Jong dichter (19)
16 april
Aline heeft een rothumeur omdat ze de hele dag moet verkwanselen aan Lord of the Flies, dat ze nu nog niet heeft gelezen. Wij, de mensen, zijn de ondoden. Morgen begint de onvakantie. Het is stil in Maranga en dat heb ik niet graag. De dagen die ik haat: Nieuwjaar, Pasen, paasmaandag, kerstdag, alle zondagen. Als het op een stomme dinsdag regent in Rome, is dat nog altijd leuker dan een zomerse zondag in Maranga. Er lummelen vandaag alleen wat puistenkoppen rond op het trottoir voor Den Tap. Lara spoorloos. Aline zegt dat 'Hannibal III' een kattenkotsfilm is. Een dichter leidt een eenzaam leven.
24-08-2007
Jong dichter (18)
15 april
Ik probeer gedicht Leven (II) verder te schrijven.
Leven (II)
Een man op de hoek van de straat.
Hij staat daar maar. Zijn viool huilt zacht.
Is het op het einde van de wereld dat hij wacht?
(Niemand luistert).
Marram (=Ramses D.)
P.S. Er waren eieren vandaag. Bimbambeieren.
14-08-2007
Jong dichter (17)
14 april
Mag men Getuigen van Jehovah een prettig weekend wensen? Ik moest vandaag om ginseng en mariadistel voor ma in de biowinkel. De jongen en het meisje van de winkel komen soms aanbellen in de straten van Maranga met hun halfblijde boodschap. (Eerst brengen ze het slechte nieuws: dewereld zal vergaan. Daarna het goede: God ziet u graag). Het zijn Getuigen. Toen ik de biowinkel verliet, wou ik 'prettig weekend' zeggen, maar ik hield mijn mond. Kunnen die saaie Getuigen pret hebben? Mogen ze wel pret maken? Het is best wel een aardig meisje. Maar ze mag haar leven en haar lichaam niet vergooien aan god. (God verdient geen hoofdletter, voor alles wat hij de wereld aandoet. Er zijn weer ergens overstromingen).
P.S. De ginseng houdt mijn ma jong. Zegt ze. Zou ze nog pret maken met pa? Of wil pa liever eens verversen van vrouw?
07-08-2007
Jong dichter (16)
! 13 april !
Vandaag 1) niet in de spiegel gekeken 2) niet onder ladders door gelopen 3) niet in de ogen van zwarte katten gekeken. Vandaag 1) vijf keer om mijn eigen as gedraaid toen ik uit bed stapte 2) met mijn rechterbeen eerst in mijn broek gestapt. Het werkte! Want ik heb haar gezien vandaag. En zij mij. Eindelijk. Ik begon al te wanhopen. Stel je voor: ik begon te verlangen naar school. Alleen maar om haar te kunnen zien. Ze wuifde naar me van op de fiets en riep: ‘Ramses! Hei! De groeten aan Aline!’ Ik was zo verrast dat ik niets terugriep. Ze flitste zo voorbij. Ik liep nog drie, vier keer de Peperstraat in en uit omdat ik dacht dat ze misschien nog terug zou keren langs dezelfde weg. Maar dat zou te veel geluk geweest zijn. Het is feest in mijn hoofd en mijn hart. Lara leeft dus nog echt en ze kan nog spreken na die operatie in haar keel en/of neus. (Of was het iets anders? Een geheimzinnige meisjeskwaal? Iets wat alleen meisjesdokters kunnen opereren?) Ondertussen vind ik het toch wel doodjammer dat de paasvakantie bijna afgelopen is. In de valavond ging ik daarover in het stadspark filosoferen met Franklin, Anaïs, Tyfus, Björn en Dagmar. Anaïs en Franklin kregen ruzie over een straathond. Struikelt hun relatie over een viervoeter? ‘Comment ça va?’ vroeg pa vanavond aan tafel. ‘Ça va seul’, zei ik. Daarna vertrok Aline naar Lara. Ze zouden samen naar 'Hannibal III' gaan zien. Kak maal drie.
30-07-2007
Jong dichter (15)
12 april
Sorry, dagboek. Nee, ik was je niet vergeten. Maar pa had deze week een verrassing voor mij. Twee straten verder woont een oude lerares Frans. Vroeger gaf ze les aan het Aloysiuscollege in Maranga. De verrassing was tot in de puntjes voorbereid. Maandag, dinsdag, woensdag en vandaag (gelukkig de laatste keer) zat ik van halftwee tot drie uur in de namiddag bij dat mens in de woonkamer. Het riekt er naar nootmuskaat en ouwe sokken. Mijn leven is deze week een hel geworden. En hou je vast: toen ik gistermiddag even van mijn oefeningen opkeek, zag ik door het venster Lara en Aline in de straat passeren! Ik wou opspringen, Anna (de lerares) wurgen en naar buiten rennen. ‘Frans is een mooie taal, Ramses’, zei oude Anna op dat ogenblik. ‘Het is de taal van de liefde en van de literatuur’. Ik bleef sprakeloos en met bonzend hart zitten. Haar gezicht leek op een appeltje uit de vorige herfst. Liefde? Vanavond wil ik een warme droom met Franse ondertiteling.
21-07-2007
Jong dichter (14)
8 april
Aline is terug sinds gisteren. Zo ontdekte ik dat Lara in de kliniek ligt. Ze moeten iets doen in haar keel en haar neus en daarvoor moet ze er enkele dagen blijven. Snotverdomme. En ik wist van niks. Ik durfde Aline niet te vragen om mee te fietsen naar Lara. Wat zouden ze wel denken. (Allebei). Gisteravond met Tyfus naar de film van kwart voor vijf geweest. Hij had twee gratis kaarten. Alexandra is op reis. Tyfus stond zomaar aan onze deur. Pa en ma konden niet anders dan me laten gaan. De zaal voor 'Hannibal III' zat jammer genoeg al vol. De kaarten van Tyfus zijn zes maanden geldig. We bekeken de foto's van de andere films in de vitrines en gingen dan naar De Vagant op café. ‘Het is misschien KNT voor Hannibal’, hadden ze thuis gezegd. ‘Je gaat toch niet gaan kijken hoe iemand zijn medemensen kookt en aan andere mensen voert?’ ‘Neenee, ik wil séancefiction zien’, zei die Vlektyfus. Kak. We vertrokken met een lachsalvo in onze oren. ‘Het is sciencefiction, Tyfus!’ brulde ik in zijn linkeroor. We zaten dan al met een cola in De Vagant. Er was nog bijna niemand. Toen zochten we de filmpagina in De Streekkrant en leerden een makke prent vanbuiten. Voor thuis. ‘Later kunnen we nog naar Hannibal’, zei Tyfus. ‘Wàt?’ De muziek stond veel te hard. ‘Hannibal . . . later!’ Ik knikte van ja en schudde van nee. ‘Wat?!’ las ik van Tyfus' lippen af. ‘En Alexandra dan? Je vriendin?’ Tyfus haalde zijn schouders op en kapte zijn cola in een keer in zijn keelgat. Daarna leunde hij ver over de toog en gebaarde naar de tapkranen. De barjongen schudde van nee en lachte gemeen als een breedsmoelkikker. ‘Wist je dat mijn overgrootvader films in de bioscoop draaide?’ zei ik tegen Tyfus onderweg naar huis. Hij keek me aan alsof ik de grootste leugen van mijn leven vertelde. Vijftien jaar is een stomme leeftijd. Je bent alleen welkom in wachtkamers van tandartsen en bij Hallaert, fietsenhersteller. Nog een week vakantie. Blijft Lara leven?
13-07-2007
Jong dichter (13)
6 april
Ik draag nu mijn nieuwe begrafeniskleren nog een paar dagen door. In die kleren dwaal ik rond in de bieb, de Kadoshop, de speelhal en op het Schouwburgplein. Met Franklin even naar de Quick geweest voor een vette hap met een cola. Geen spoor van Lara. Er is al bijna een week voorbij. Weet ze van mijn verdriet en mijn rouwperiode? Heeft ze misschien ergens een vakantiejob? Is ze op een of ander stom taalkamp? (Kent ze haar Frans wel? Moeten wij niet samen tien jaar bijlessen nemen?) Kak: mijn Frans. Het huis aan de overkant is nu te huur. Ik hoop dat er geen Walen of Fransen in komen wonen. Pa is in staat me daar als afwasser te doen werken om mijn Frans te leren. In het journaal op tv zag ik de jeugdschrijver Ward Naeyaert weer. Hij heeft een grote prijs voor een boek gekregen. Hij was blij als een kind en maakte gekke gebaren naar iemand in de zaal. Je kunt niet zonder ringbaardje als je schrijft. Hij heeft er ook een. Rookt Ward Naeyaert? Thuis in zijn tuintje misschien alleen maar? Ik heb zin om hem een brief te schrijven, maar 1) ik heb zijn adres niet 2) wat zet ik erin?
Ik laat mijn eerste gedicht zoals het is (misschien schrap ik nog eenmaal 'buiten': je kijkt naar 'nergens' i.p.v. 'buiten') en schrijf onmiddellijk een tweede.
Leven (II)
Een man op de hoek van de straat. Hij rookt een sigaar.
Gedachteloos.
Ik . . .
(De bel).
Met Franklin en Anaïs nog op mijn kamer gezeten. Franklin bracht de nieuwe cd van Church of Noise mee. Verrek. ‘Had je dan toch centen? Ik dacht dat je blut was?’ ‘Zeg, vraag wat meer zakgeld aan je moeder, hé. Ze krijgen toch kindergeld voor je?’ ‘Pff.’ ‘Is je zus er niet?’ ‘Volleybalkamp.’ ‘Kramp?’ ‘Kàmp.’ ‘O. Mag je in haar kamer? Heeft ze veel cd’s?’ ‘Als we dàt doen, mogen jullie volgende week kroketten komen eten op mijn begrafenis.’
07-07-2007
Jong dichter (12)
5 april
Mee naar de begrafenis van grootva aan zee. Het was een lelijk, saai kerkhof met allemaal gelijke stenen en kruisen. Soms staat de naam van de overgebleven vrouw of de man er al bij, ook al leeft die nog. Op mijn steen moet een gedicht komen. Of laat ik me verbranden? Een kort gedicht op mijn potje met as kan ook. Daarna werd het een vrolijke boel: we gingen eten in zaal De Zwaan, zo'n vijftig mensen van de familie. Omdat grootva oud genoeg geworden was (bijna 100), had niemand echt verdriet. Daar zat zelfs een oud mannetje, de jongste broer van grootva, dat moppen tapte. Hij woonde in Brussel en reed al voor de Tweede Wereldoorlog in een grote dure auto. (Dat weet ik van pa). Grootmoe met haar wipneus en haar sneeuwwitte krulletjes had het grootste plezier ter wereld met zijn mopjes, want ze zat vlak naast hem. Ja: zo'n dood wil ik ook wel. Even wapperen met je handen, da-ag, bye-bye, en een paar dagen later viert iedereen een feestje omdat je leven goed geweest is. Ik heb van de rode wijn geproefd van een ouder meisje dat familie van mij moet zijn, maar dat ik niet echt ken. Ma trok haar wenkbrauwen op, maar pa was op dat ogenblik druk in de weer met het doorgeven van een schaal kroketten.
Mijn gedicht moet vrolijker, ook al ben ik in de rouw.
02-07-2007
Jong dichter (11)
4 april
Leven
Je kijkt opzij . . . Wat zie je? Je voelt je . . . alleen.
Je kijkt naar buiten. Wat is er buiten het Grote Niets . . .
Kijk vooruit.
Misschien . . .
(Marram)
Kan dat, twee keer hetzelfde woord in een gedicht?
24-06-2007
Jong dichter (10)
3 april
Het zomeruur heeft voor de laatste keer geslagen voor grootva Georges. Toen ik zondagochtend na mijn liefdesavontuur met de inktzwarte prinses Lara (en het vreemde grapje van ma) beneden kwam, heerste er een bedrukte stemming aan de ontbijttafel. De opa van mijn pa was gestorven. Mijn overgrootvader is dus dood. Pa noemt hem altijd 'kleine pépé', want hij was een stuk kleiner dan die andere, maar die noemde hij dan weer 'verre pépé'. Die laatste grootva is al vele jaren dood. Ik heb die nooit gezien. Wij noemen kleine pépé 'grootva'. Pa heeft bijzonder goeie herinneringen aan hem. Grootva heeft 91 jaren lang geleefd. Mooi is dat. Hij is thuis gestorven, in de fauteuil waar hij dikke boeken van Russische schrijvers las, de laatste jaren door een bril met sterke glazen.
‘Hij wapperde plotseling even met zijn handen, alsof hij iets tegen wou houden, slaakte een zucht en stierf’, vertelde pa aan ma. Hij vertelde dat wel drie tot vier keer zondagochtend. ‘Wat moet er nu met kleine mémé gebeuren?’ vroeg ma. ‘Zij is er al 93’. ‘Dat zullen pa en ma wel bespreken’, antwoordde pa. Ja, het is ingewikkeld en eenvoudig bij ons: mijn ma heeft geen ouders en grootouders meer, mijn pa heeft nog twee ouders en (nu pas) nog één grootouder. ‘Het was de fijnste kerel die ik kende’, zei pa nog. ‘De eerste sigaar die hij rookte, was tien jaar ouder dan hijzelf. Hij las boeken, speelde toneel, kende films, deed aan politiek. En dat in die tijd! En kleine mémé maakte met nieuwjaar lekker konijn klaar’.
Ikzelf heb kleine pépé/grootva niet zo vaak gezien in mijn leven. Er staat een foto van hem in pa's werkkamer. Hij draagt een pet en staat gearmd met zijn grootmoevrouw. Ze glimlachen. Ze lijken op Russische overgrootouders.
‘Ga toch maar op sportkamp, Aline’, zei pa. ‘Het is per slot van rekening mIJn opa, hé.’ ‘Wat deed grootva vroeger?’ vroeg ik. ‘Voerman, seizoenarbeider, filmoperateur op zondag.’ ‘Film-wàt?’ ‘Hij draaide ook films in de bioscoop.’ Whaw, wat een kerel. Ik stam af van een Russische filmer. De begrafenis is donderdag. In een stadje aan de kust.
P.S. Je bent maar echt dood als je vergeten bent. Om het even als je in een kist ligt of in brand gestoken wordt. Elvis leeft. Dichters leven verder in hun verzen.
19-06-2007
Jong dichter (09)
1 april
Het werd warm in mijn buik en tussen mijn benen, onze lippen versmolten als boter, het juichte overal in mijn lijf honderd keer meer dan met mijn ogen dicht in zomerzon te dalen en te rijzen op een schommel, maar toen werd ik snotverdomme wakker, Lara, mijn piemel zo hard als een spijker, en net toen ik naar een zakdoek aan het scharrelen was op het nachtkastje duwde mijn vrouwelijke ouder de deur open en zei doodleuk: ‘Ramses, zomeruur.' Ramses, zomeruur! ‘Eh?’ deed ik dwaas en snoot dan maar heftig mijn neus. ‘Welja.’ ‘Het is toch al een week lang zomeruur?’ ‘Maar nu schijnt de zon écht. Haha, 1 april, kikker in je bil! Kom je?’
Zal ik jou ooit mijn droom kunnen vertellen, met je twee jaar voorsprong op mij?
13-06-2007
Jong dichter (08)
30 maart
Je kunt me altijd herkennen aan mijn zwarte schoenen. (Grapje).
31 maart
De paasvakantie begint. Beste lezeressen, denk maar niet in dit dagboek veel te lezen over school en zo. Ik moet al elke dag die saaie klasagenda invullen. Dat is meer dan genoeg. Het leven op deze planeet speelt zich niet alleen in schoolgebouwen af. Ik word binnenkort wellicht ook dichter. Aline vertrekt voor een week op sportkamp (volleybal). Gelukkig speelt Lara geen volleybal. Misschien zie ik haar wel eens in de stad. Maranga is niet zo groot (55.600 inwoners). Mijn plannen voor deze bimbambeierenvakantie: nadenken over gedichten die gaan komen, een schuilnaam kiezen, op bevel van pa mijn Frans bijspijkeren. (Hoe doe ik dat in 's hemelsnaam? Merde, bestaat Lord of the Flies in het Frans?). En, o ja: op een onbewaakt ogenblik probeer ik met de wenkbrauwstift van ma zo'n ringbaardje op mijn gezicht uit. Wachten tot maandag daarvoor: als pa en ma naar hun ouderdagverblijven vertrokken zijn. (Aan alle generaties die dit Ramsesdagboek lezen zullen: pa werkt voor reclamebureau KOPPIE-KOPPIE, ma leidt een zittend leven in de Stedelijke Sportdienst).
Vanavond gaat Aline ook nog naar de Top 100-fuif in Den Tap. Kak, ik vervloek mijn 15 maal 365 dagen op deze aarde, want ik mag niet. Kwaad tv-kijken. Chips. Ma is gestopt met roken. Pa niet. Ik begin binnenkort. Alle dichters roken als schoorstenen.
05-06-2007
Jong dichter (07)
29 maart
Een jaap van drie euro in mijn kapitaal: vanavond na school naar Kadoshop geweest in de Oostendestraat. Ik kocht een leeg boek voor Aline. Ik bedoel: je kunt erin tekenen en schrijven. Er zit zo'n hardkartonnen flap omheen, zoals dit geheim dagboek, maar dat hoeft ze niet te weten. Dat het hetzelfde is, bedoel ik. (Ik mag niks schrappen in mijn dagboek, anders telt het niet meer en moet ik er mee stoppen. Sommige zinnen schrijf ik dus even opnieuw, een beetje anders). Niemand hoeft dat te weten.
‘Asjeblief, Aline, voor je verjaardag. Je kunt er ook een dag . . . ’ Toen ging de bel. Lara, Jocelyn, Pieter. ‘Hap-py-birth-day-to-you! Hap-py-birth-day-to-you!’ Het lege boek bleef op de salontafel liggen. Aline wikkelde het cadeaupapier van de ene na de andere cd. Ja, ook Deelder Draait. En Deelder Blijft Draaien. Stik. ‘Ramses, jij ook een glaasje?’ vroeg ma. Pa kwam net binnen. Ik zag hem knikken. ‘Ja,’ zei ik. Lara keek 1/5 van een seconde naar mij. ‘Prosit!’ ‘Gezondheid.’ ‘En nog vele jaren.’ Ik pakte het glas bij de dunne stengel en nipte van de champagne. Ik beefde als een keeper, 1/5 seconde voor de fatale strafschop. Pa zette zijn glas te hard neer en morste op het lege cadeauboek. Kak. ‘Oei,’ zei hij, ‘van wie is dat hier?’ Kak. (Bis).
PS Wanneer is de prinses met de inktzwarte haren jarig?
30-05-2007
Jong dichter (06)
28 maart
Ik, vanmiddag: ‘Wat wil je voor je verjaardag morgen?’ Aline: ‘Een nieuwe auto.’ Ik: ‘Of zal ik een gedicht voor je schrijven? Over een auto?’ Aline: ‘Zou je dat niet liever voor Lara doen?’ Ik werd zo rood als het Belgische nationale elftal. Misschien weet Lara nu dat ik gedichten schrijf. Zal schrijven.
20-05-2007
Jong dichter (05)
27 maart
Ergerlijk als Tyfus van mijn klas het alsmaar over zijn ‘vriendin’ heeft. Alexandra is doodgewoon zijn buurmeisje. Er is zelfs nog een huis tussen. Ze fietsen dus samen naar school. Big deal! Tyfus heeft een kop als een Dalmatiër. Alexandra is een mooi meisje. Maar Lara vind ik nog veel mooier. Als ze over de basketvelden stapt, verzamelt de wind haar haren achter haar oortjes. Ik zou daar eeuwenlang kunnen naar kijken. Tijdens de pauze ging ik op de plaats staan waar die echte dichter gisteren stond te roken. Proeven en lessen. De hele dag regen. En warmer. Ramses. (Dichter).
13-05-2007
Jong dichter (04)
26 maart
Deze week allerlei proeven tijdens de lessen. Maar eerst kwam jeugdboekenschrijver Ward Naeyaert nog op school vertellen en voorlezen. We zaten met zo'n honderd derdejaars in de feestzaal. Hij zei dat zijn boeken eigenlijk niet alleen voor kinderen en jongeren waren. ‘Wat doe je hier dan?’ riep Björn halfluid. Van op de eerste rij keek De Neus kwaad om. Dan krabbelde hij vlug iets in zijn schriftje op. Er komt haar uit de neus van De Neus. Dat is om van te braken. Om drie uur stonden de vijfdejaars aan de zaal te wachten. Voor hen kwam er een echte dichter spreken. Die stond buiten op het basketveld te roken. Ik ving een glimp op van Lara en Aline, maar ik verstopte me achter Franklin. Ik voelde me een klein kind. Het is vreselijk jongere te zijn. Aline moet Lord of the Flies lezen. Lara dus ook. Pa zegt dat hij dat vroeger op school ook moest doen. Franklin is blut. Hij kan me deze week niks lenen. Ik moet een andere oplossing zoeken. Lessen en proeven tot 10 voor 5 vanavond. Misschien ga ik echte gedichten schrijven. Ik wil die alleen maar voorlezen als ik een ringbaardje heb. Hoe lang zal dat nog duren? Helpt het als ik mijn kin en wangen met mosterd insmeer? (Noot: de pikante donkerbruine mosterd van Maranga is wereldbekend in deze provincie.) Mijn fiets rammelt als een potje spaarcenten. Ma windt zich daarover op. Ze kan ook niet tegen het geritsel van de wind in de beukenhaag. Morgen of woensdag dus naar Hallaert, fietsenbaas. Maar ik wil liever te voet naar school. Lara gaat ook te voet. Nu even onder de douche, als dichter zonder gedichten. Heer van de Vliegen, laat mijn baard vlug groeien. Ja of nee: helpt mosterd?
06-05-2007
Jong dichter (03)
22 maart
Als ze ergens voor me loopt, heeft ze ogen op haar rug. De mijne. O Lara.
23 maart
Is het waar dat er in de maand maart het drukst gestorven wordt? Gruwelijk dat iedereen een keer per jaar zijn sterfdatum passeert. Dat is een goede gedachte voor in een gedicht. Achter de wolken en door de struiken op het Conscienceplein piept wat lente. Eerst wou ik op 1 januari dit dagboek beginnen, maar ik vond dat een stomme dag. Blij dat ik gewacht heb tot nu. Het moest eerst winter in mijn kop worden. O Heer van de Vliegen, laat het een mooie zomer worden. Geef Lara geen vakantiejob ergens ver weg. Als ik haar niet elke dag een keer zie, sterf ik. Ik heb nog nooit een woord tegen haar gezegd. Volgende week wordt zus Aline zeventien. Misschien is dat haar moment van zwakte. Zal ik haar dan mijn geheime liefde voor haar beste vriendin bekennen? Kan een man enkele jaren jonger zijn dan zijn vrouw? Tweemaal 365 dagen. Zit daar een schrikkeljaar tussen? Shit. Ik moet haar die cd van Deelder cadeau doen. Aline, bedoel ik. Jazz is in. Jazz gelijkt ook op poëzie. Shit: money. Ik koop haar om, ja. Lenen maar, bij Franklin. P.S. Hoort Lara mijn naam wel graag?
29-04-2007
Jong dichter (02)
21 maart
Dag dagboek. Het wil me maar niet lukken. Als er een steen uit de lucht valt, is het gewoonlijk op mijn kop. Vandaag nog, snotverdomme. Een dikke, witte volvo passeert. Er ligt een plas regen in de Boeyaerdstraat. Splash! Mijn linkerbroekspijp helemaal onder het hemelwater. En ik had gisteravond nog zo hard besloten geen pechvogel meer te zijn. Kun je daar zelf wel iets aan doen? Anaïs en Franklin lachten zich een aap met mijn gespikkelde been. Gelukkig was Lara nergens te bespeuren. Zwijg me over lente. De straten van Maranga leken vandaag wel een carwash. Dag dagboek. Het spijt me dat ik zo stom moet beginnen. Dat belooft voor mijn schrijverscarrière. Ramses.
22-04-2007
Jong dichter (01)
JONG DICHTER
Intro
21e eeuw, maart ergens halfweg het eerste decennium van het nieuwe millennium. Ramses Devolder, 15 jaar, begint een dagboek bij te houden voor het nageslacht. Een nieuwe lente, een nieuw geluid … Hij woont in de middelgrote provinciestad Maranga en is daar soms gelukkig, soms ongelukkig om. Ramses gebruikt dan ook een anagram om zijn stad aan te duiden. Zelf hanteert hij een schuilnaam wanneer hij gedichten schrijft: Marram. Hij twijfelt tussen een leven als orthodox priester of een dichtersbestaan met littekens. Op dat laatste heeft hij echt zijn hoop gesteld, want in de liefde loopt het niet zo lekker. Maak ondertussen ook kennis met de oude Emilie die verkeerde lieveheren verzamelt en god met kleine letter schrijft, met de op een Dalmatiër lijkende wieldoppenfanaat Tyfus, de goddelijke deerne Lara, de kikker Bernard Massard, de kip Patricia, pa de copywriter, eenouderzoon Björn, de halfvolle tweeling Kimberley & Timberley en nog vele andere mafkezen uit het soms slaperige, soms bruisende Maranga.
09-04-2007
Robinson (28)
Pim Pandoer, 1963
Lang voor mijn zoon werd geboren, een raket op de maan was geland, scheen in het diepste geheim des avonds door donkerste bomen een lamp.
Zij scheen, als in een wurmig jeugdboek, doorheen de blaren. Ik rilde ingetogen. Een heimlijke schim, kraag opgeslagen, spoedde zich uit de lichtplas heen
naar niets. Dit was het geheime sein voor avontuur, verpakt in wind en blaren. Hier was duister gedoe aan de hand; een stad in de greep van een onzichtbare.
Ik keek weer neer in mijn jongensboek. De feu continu werd opgepookt. Moeder werd moe. De vader zat rokend te zwijgen, te horen en zien naar niets.
Wat zou het worden: ook speurder, ook schrijver, of gewoon als de dood de zoon van een vader? Die avond werd in mijn hoofd een lamp aangestoken, een blad omgeslagen: het werd allebei.
31-03-2007
Robinson (27)
Dikke boeken
Vechten ze veel in wat je schrijft? Heerst er oorlog? Wordt er ergens middenin al gevrijd? Vallen er doden, stroomt het bloed?
Heb je dat ook zelf beleefd of komt het zomaar uit je koker? Was je goed voor opstel? Had je vroeger voor elk liefje een tekenend adjectiefje?
Kijk, ik zou ook boeken willen schrijven, maar ik heb al moeite met een brief. Al zeg ik het zelf: het zwaardere werk ligt me wel - neem dat maar voor lief.
Maar 't is de tijd, nietwaar, die ik niet heb. En eigenlijk moet ik ook eerlijk bekennen dat ik mijn quality time spendeer aan Konsalik. Van diepe gedichten krijg ik de hik.
Goed, knikte ik. Vecht jij maar verder in wat je leest. Vergeet evenmin te vrijen, want de betere-boekenwurm is ook maar een beest. Tot schrijfs, misschien, we zullen wel zien.
20-03-2007
Robinson (26)
Alzo sprak de dichter
Poëzie? Toch op de infosnelweg niet? Zoals de stok van de parasol het schildpadei doorboort, zo is de chip het kluitje in mijn wuivend riet.
Kan glasvezel mijn inkt geleiden? Een vehikel van mijn vondsten zijn? Geritsel tussen regels; geuren van papier: mijn ivoren deuren staan steeds op een kier.
En kaarslicht flakkert in het wijnglas, dat ik voor de deurwaarder bewaar. En poëzie hoort in de pechstrook, bij een praatpaal, zonder misbaar.
Van nu en straks zullen mijn woorden zonder schermen als vanzelf oplichten en zich bij tijd en wijle voorsorteren tot een file van onhaastige gedichten.
Zo wil ik het, veer- en voerman van diepe gedachten. Want een deel van dichten is ook wachten, op dat ene fluitsignaal dat de lezer buitenspel zet,
op de infosnelweg, als hij niet oplet.
09-03-2007
Robinson (25)
Wit blad
Ik keilde een woord, onbewaakt, over de spiegel van glashelder water, en het scheelde geen haar of ik had een gedicht gemaakt.
Het scheelde, het scheerde, met opzet, geen doel voorbij, om simpelweg aan de andere zij me toe te roepen: waarom heb je dat gedaan met mij?
Aan andere woorden schoot ik te kort. Het bleef bladstil; ik keek opzij en staarde naar niets. Gedachten stroomden voorbij. Ik maakte slagzij en verdween vanwaar ik gekomen was,
het water achter me latend, helder en strak als glas en waterpas. Licht werd dichter, duister en dan donker. Dat was het dus: woord overboord.
De spiegel bleef onbeschreven. Rimpelingen stremden als luie melk. Witter dan wit stond het water stil boven zijn diepe grond. En het werd later.
26-02-2007
Robinson (24)
Uit eigen werk
Er is niets nieuws onder een zon. Vele verhalen zijn al zo oud als ze lang zijn. In de winter is het koud. U bent welkom.
Ik hanteer de veer om u te melden dat ik tussen de regels spreek. Tevens maak ik gewag van woorden waar ik een zekere diepte in steek.
Papier is gewillig nadat het wit is geweest. Het geschreven woord blijft; het past als een schoen op een leest: verstelbaar, jawel,
maar dan past een mens het aan, een lezer, weetjewel. Wij, dichter, kunnen niet zonder. We hopen dat het vanavond goed zal gaan.
Na de pauze kunt u vragen stellen. Hoe ik ertoe gekomen ben. Wat me schrijvende houdt. Want het regent godbetert pijpenstelen. Ik heb u gewaarschuwd: in de winter is het koud.
15-02-2007
Robinson (23)
'There is no end, but addition'(T.S.E.)
Des ochtends ei zo na de dromenkoets verlaten, god is mijn eerste spraakgebrek, de oeverloze dooier van de zon een lastige klapzoen midden mijn gezicht: mijn praatballon blijft wit tot iemand zegt: 'Hallo, ook buitenspel gezet?' Waarop ik zeg: 'Verrek, ja, niet opgelet en in de val gelopen'. Maar hij verdwijnt en ik verdwijn en beiderzijds geen woorden meer gewisseld. Ieder naar zijn avond toegelopen en ik die weet: de koetsier is niet meer om te kopen.
De kamerplant buigt van wishful thinking dat ik op haar overbreng. Het donker in een hoek gevangen. Een boek een vlek van moe verlangen. Aan elke wand zuigt stilte. Bang voor dieren die de avond vallen doen en huizen sluiten. Zou het duren voor ik mijn zwarte gat verlaat en zeer veel licht in mijn kamer toelaat? Een blad omsla en van een spiegel schrik omdat die mijn gebaar verraadt als zat niet echt hier ik?
'Wat had kunnen zijn en wat geweest is wijzen naar één einde, dat altijd daar is'.
04-02-2007
Robinson (22)
Van ijsbloemen
Van ijsbloemen is er sprake. Goed voor wie de kleuren een raadsel zijn. Ook zegt men dat op dit ogenblik het landschap wit is, wit.
Men sleurt een slede met een kind erop mee. Bloed aan een linkeroor. Moeilijkheden met bilabialen bij het buitengaatse dialogeren.
Kijk: dit is nou een winter zoals die het vroeger bestaan moet hebben. Een vorstelijk regime waar ook de koning het te koud krijgt.
Woorden die in de straat blijven hangen en auto's die in de sneeuw blijven steken. Een onderdaan in vertraagde opname: men neemt laatkomers niets kwalijk.
Het moest maar nooit meer zomeren, wenst wie achter dit raam staat.
Een laatbloeier.
22-01-2007
Robinson (21)
Tand des tijds
Zacht verzet in stil alfabet getoonzet.
Steels valt regen naar beneden.
Waar is de tijd.
06-01-2007
Robinson (20)
Bladstil
Hou van wit het blauw over, van het ei het land waar de kip op liep.
Luister naar de ongecomponeerde noot.
Smoor de wind, zeg dat je verlangt. Dat je niet zonder kunt: wind.
Schrijf niet.
Ga voor een steengroeve staan.
Neem je tijd.
29-12-2006
Robinson (19)
Interbellum
Luister. De wind speelt in de boiler. Dit moet herfst zijn. Dit is ook leven op de bom, onnodig indien niet ernstig, zolang de voorraad vrede strekt.
Het okert in mijn hoofd. Ik heb vandaag een treinfanaat ontmoet. Actie openbaar vervoer: ontsporen met een groepsticket tijdens een interbellum.
We zagen vrede op aarde passeren. Hij zei dat ik net een dichter was. Actie openbare vervoering: stoom aflaten terwijl vrouwen als vraagtekens aan hun huizen haperen en ratten rond veevoederbedrijven flaneren.
23-12-2006
Robinson (18)
Polsslag
Dit is de wereld van de baarzen. Hier is mijn polsstok, daar het water. Om te waden draag ik hoge laarzen. Ik ben een bioloog van horen zeggen.
Met stenen kan ik mijn lijf verzwaren. Aan de nabestaanden is het dreggen. Ook kan ik aan de polsslag van het landschap het voortbestaan, gebiologeerd door leven.
Dan wordt dit water een zeer zachte wetenschap voor later.
Iets rukt aan de dobber van mijn moedertaal.
13-12-2006
Robinson (17)
Tijdbom
De avond slibt aan. Ik heb walnoten gekocht. Niemand kent mijn eetlust. Ik heb aan een halte gestaan.
De tram rolt weg. De trein verdwijnt.
Het donker valt als een zak op de dag.
Ik zit maar weer niet te verpinken. De laatste noot gaat eraan. Ik drink traag en ben graag alleen met mijn avond en mijn eigen, met mijn mens en mijn infinitieven:
l'inconnu de la ligne U.
05-12-2006
Robinson (16)
Mum
Zo razen de dagen als treinen voorbij.
Rinkelbellen. Doodsklokken.
Zo hollen de uren als hazen vooruit.
Toerental. Hoorngeschal.
Zonde van die ene seconde waarin ik met klem beweerde:
nooit.
28-11-2006
Robinson (15)
Schroeiplek
Niet huilen, maar schrijven, om wat voorbij is.
Niet later, maar nu, die tijd in regels vangen.
De dingen niet dwingen, maar schikken en zingen.
Niet zeggen: tijd heelt, maar toeslaan en dichten.
Schrijven is pijn herverdelen, in achterklap van rijm.
Niet ongeremd, niet ongerijmd, maar wonend in woorden.
Doodgewoon wonend en wachtend op licht in het gedicht.
Tijd wijst uit. Tijd wist weg.
21-11-2006
Robinson (14)
Een aantal eeuwen zomer reeds
Die muggen betekenden zomer en zinderen, verre tennisgeluiden en zwevers bij de vleet. Er lag een aantal min of meer herkenbare eeuwen achter ons, maar het zou wat bij het stokken van het zomerse grasmaaimachien.
Een buurman articuleerde misschien en ging een handwerktuig halen. Alleen de droom te kunnen vliegen was nu echt. Want volop zomer,
lastige beesten, gooien met voorwerpen en de onvolkomenheid der dingen naar 's mensen hand gezet, dat had je vroeger ook.
12-11-2006
Robinson (13)
Zondag
Nodeloze zondag zou je zeggen, alles is een beetje kunst: roken doet aan meetkunde denken en drinken uit kleine glazen aan de zondagsschilder en zijn mondjesmaat.
Was alles ook maar weer eens autoloos.
Roken was dan uit den boze en drinken ietwat heelkunde. Stappen duurde eindeloos.
Wie voerde dan met zachte hand de blinde zondagsschilder naar zijn vlakste land?
07-11-2006
Robinson (12)
Time is on my side
Tijd ligt aan banden om polsen. De zandloper is trouw tot de laatste korrel. De metronoom verkavelt om de haverklap. Met de regelmaat van een boeddha wordt het telkens weer later als vroeger.
Maar tegen de klok in wordt geschreven: tegen beter weten in overleven.
01-11-2006
Robinson (11)
Understatement
In zekere zin zijn ze mooi en zijn ze lelijk. Ze vallen doodgewoon mee zoals ze eraan komen, weinig sigaretten roken, de atonale muziek in zichzelf beluisteren en maar weer weggaan.
Grote groepen worden niet meer gevormd. (Geheugen: het bos van de parka's, de jeans als zovele bleke berkenstammetjes). Aan een draad in het oor hebben ze boodschap. Een boekje laten ze liefst links liggen.
In zekere zin acteren ze stomweg behoorlijk, zonder statement. Kinderen van hun tijd.
Time, honey, is money.
22-10-2006
Robinson (10)
Bij voorbaat
Een bode aan je bed was ik, van wat er buiten gebeurde en niet gebeurde. Er was lente in het spel, maar het zou wat.
Ik bracht niet de warmte binnen, maar duwde een tafeltje voor me uit met daarop de instrumenten om je weer op de been te helpen.
Jonglerend met tefal en toaster, springlevend tussen vaatdoek en valium. Bij het buitengaan werd ik staande gehouden. Voorbarigheid alom; alles luisterde nauw.
Des avonds met de tenen tegen elkaar zitten als het wachtwoord 'morgen' viel. Nacht verwarde zich met dag. Wie je liefhad, bleef een sigaret langer.
Dan spitsten de uren hun oren en dat ving je allemaal op: de geluiden van het nachtverbruik en de zachte bons van mijn deuren.
De straat die zich als een raadsel naar de verte ontrolde.
Zo is het leven, liefste: de jammerlijke wetenschap dat we tussen weeën en reutels maar even rechtop staan.
17-10-2006
Robinson (09)
Wandelen
Ik heb misschien de dansers niet begrepen en ongeloof getoond bij de getallen die ons geluk bezorgden. De misthoorn der tijden niet gehoord, of erdoor misleid.
Luister: het had gekund, of wat? Het klimaat verplicht ons ruig te zijn. Of daarvoor door te gaan. Ik geloof dat wederzijdse gewenning ons nu een zachte zorg zal wezen:
spreken met de noodzakelijkste infinitieven, gelijk de wij-vorm die enkelingen omarmt. Of zwijgend, hand in hand, op stap gaan, neem nou antiekbeurs, in kouwe blauwte.
Jij in warmgevoerde laarsjes van de kleur waar ik god betere het de naam niet van onthouden kan.
En hij.
08-10-2006
Robinson (08)
Chirurgie
De marlboro's waren niet meer te tellen sinds de zomers weg waren gewaaid; sommigen verjaarden weer een keer.
We schaarden ons rond haastige ontbijten en dachten dat het morgen wel vergeten zou zijn:
dat partikeltje verdriet dat als een scherfje in ons lichaam woont terwijl alles altijd goed gaat.