NIEUW: Blog reclamevrij maken?
HOE ZWAARTEKRACHT DE MENS PARTEN SPEELT ... DAGBOEKERIJ ... EN NOG MEER ... BAR WEER
Inhoud blog
  • Droomoord
  • Zwaartekracht 2
  • Zwaartekracht 1
  • Boze buien
  • Jong dichter
  • Breinmeid
  • Epicentrum
  • Robinson (28)
  • Robinson (27)
  • Robinson (26)
  • Robinson (25)
  • Robinson (24)
  • Robinson (23)
  • Robinson (22)
  • Robinson (21)
  • Robinson (20)
  • Robinson (19)
  • Robinson (18)
  • Robinson (17)
  • Robinson (16)
  • Robinson (15)
  • Robinson (14)
  • Robinson (13)
  • Robinson (12)
  • Robinson (11)
  • Robinson (10)
  • Robinson (09)
  • Robinson (08)
  • Robinson (07)
  • Robinson (06)
  • Robinson (05)
  • Robinson (04)
  • Robinson (03)
  • Robinson (02)
  • Robinson (01)
  • Robinson (intro)
  • Arepo (Zwaartekracht)
  • Merlijn
  • Spiegel
  • Cover Wat je zegt
  • Een toeter op je kop
  • Klassieker (3)
  • Klassieker (2)
  • Klassieker (1)
  • De val (de gedichten, 6)
  • De val (de gedichten, 5)
  • De val (de gedichten, 4)
  • De val (de gedichten, 3)
  • De val (de gedichten, 2)
  • De val (de gedichten, 1)
  • Cover Vallen en opstaan
  • Ten aanval!
  • Cover Een blauwe plek
  • Een blauwe plek
  • Hersenstorm (5)
  • Hersenstorm (4)
  • Hersenstorm (3)
  • Hersenstorm (2)
  • Hersenstorm (1)
    Zoeken in blog

    Foto
    Foto

           VF'je De sneeuwgans

    Foto

         VF'je Schrijver ontvoerd

    Foto

         VF'je Meisjeslokken

    Foto

         VF'je Hannes Pechvogel

    Foto

         VF'je Tineke van Heule

    Foto

    VF'je De stunt van Bolleboos & Het raadsel van de verdwenen kruisbeelden

    EEN BLAUWE PLEK & JONG DICHTER (Sjors DNO)
    HERSENSTORM
    01-10-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een toeter op je kop

    Woord vooraf

    Een toeter op je kop, of: Wat je zegt, ben je zelf

    In dit verhaal trekt een eenhoorn eropuit in de wijde wereld, op zoek naar de anderen en misschien wel naar zichzelf. Onderweg krijgt hij, vanwege die rare toeter op zijn kop, te maken met gezonde en ongezonde nieuwsgierigheid, argwaan, pesterij, ijdeltuiterij, agressie. Soms valt het tegen, soms valt het mee. Pas als hij weer thuis is, weet hij zijn onderneming naar waarde te schatten. Het is vaak in je eigen achtertuin dat de waarheid voor het rapen ligt.

    Lezer, wees zo vrij die vreemde toeter op zijn kop door een ander voorwerp te vervangen …

    Dromen, verhalen, ontmoetingen, anders zijn, pesten, fantasie: stof tot filosoferen. Je bent er nooit te jong voor: ‘Vertel het aan een kind, vertel het aan de bomen’

    Bijlagen:
    WAT JE ZEGT.pdf (353 KB)   


    06-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klassieker (3)

    Klassieker 3

    De kapitein loert door één oog.
    In zijn ene been knaagt de houtworm.
    Hij ligt languit in zijn kajuit,
    zwaargewond, maar niet verslagen.

    Zijn schip is ietwat stuurloos.
    Het vuur smeult nog wat na.
    Maar de storm is weer gaan liggen.
    Het kielhalen achter de rug.

    De maten lappen alles op.
    Hij drinkt zijn rum tegen de pijn
    en praat wat met zijn papegaai.
    Zijn logboek is al duimen dik.

    ‘Het werd een kale reis
    naar land in zicht.
    Ik verlang naar water.’

    Wiegend op barensweeën
    zet hij koers naar later,
    naar andere wereldzeeën.


    01-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klassieker (2)

    Klassieker 2

    Zijn speelgoed is weer jarig:
    eiland, boot, burcht en helikopter.
    De fiets.
    De bal.

    Een fractie, een valstrik, een flits.
    Het ketst in zijn hoofd.
    Hij draait om zijn as.
    Zijn navel is zoek.
    Zijn lichaam spoelt aan.
    Een lel, jawel, en hinderlaag.

    Een jaloerse afgod
    die zijn eigen pluimgewicht verzwijgt
    speelt verstoppertje met hem.

    En op mijn schaal van dichter
    lees ik een aardbeving:
    hoofdstuk één, terug naar af,
    drenkeling op een gesperde bladzij.

    Er is geen boekje tegen ‘t bloeden
    en geen verhaal op muiterij.


    29-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Klassieker (1)

    Klassieker 1

    Gewichtloosheid zou hij willen wensen
    voor Klaas, Kerst en klokken van Rome.
    Het blijft elk jaar bij dromen:
    Klaas valt zelf van het dak,
    met Kerst wordt het overal spekglad
    en Rome doet geen aardse mirakels meer.

    Nee, dan maar een helm en wat boeken.
    Andermans avonturen verslinden.
    Rustig binnen blijven. Wachten bij liften.
    Rag spint zijn fiets aan de haak in.
    Een bal ligt al jaren
    op die ene geweldige lel te wachten.

    Met vuurstenen beren verjagen.
    Zweven in banen om Moeder Aarde.
    Sporen van ruiters in brandend zand.
    Wedden om reizen van tachtig dagen.
    Sneeuwstormen rond een trappershut.
    Huilende wolven en hinderlagen.


    25-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De val (de gedichten, 6)

    06

    En als er een god is:
    hij zou moeten blozen.
    En als liefde bestaat:
    in godsnaam dan maar.
    Want zijn linkerhart,
    het Parijs van het lichaam,
    waar licht en liefde weifelen
    tussen dromen en bedrog:
    gekooid in zijn kijkkast van ribben
    staart het door zijn strenge navel
    en ziet, verschrikt:
    dit is de aarde,
    hier gebeurt het,
    om de eigen as.
    En zwijgt, bloeddoorlopen.


    23-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De val (de gedichten, 5)

    05

    Wij vragen niet langer:
    wie zal het zeggen?
    Wij plooien de dingen
    naar zijn honger, zijn hand.
    Wij denken enkel:
    wie zal het zwijgen?
    Want wij houden ons hart vast,
    en zijn hand in de onze.


    20-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De val (de gedichten, 4)

    04

    Dan vliegt plotseling een steen
    door het raam van een heden.
    Het bliksemt eenmaal krachtig
    in de doka van zijn hoofd.
    Even is hij echt een open boek.
    Wij vallen mee, in het gesperde nu,
    op de verkeerde bladzijde.
    Ongeletterd komen wij in opstand
    tegen de woede van een meetkunde
    waar geen maat op staat.
    En met de nieuwe scherven
    bouwt hij verse dromen.


    17-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De val (de gedichten, 3)

    03

    Elke bladzijde aan zijn boom
    verklapt een waargebeurde droom.
    Hij leest gehelmd en ongeschoeid.
    Herfst na herfst na herfst
    harkt tegen haren in.
    Eb en vloed schrijven op en wissen uit.
    Hijzelf is een gesloten boek met open einder,
    zonder personages op zijn eiland.
    Want alleen het water weet.
    En wast. En wist.
    Zijn sporen en zijn voetafdrukken.
    Al zijn plannen vallen ooit wel eens
    bij kalme zee een beetje mee.


    14-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De val (de gedichten, 2)

    02

    Hij reist als kleine Dirk Frimout
    in banen om zijn eigen hoofd.
    Zo ontsnapt hij aan zijn enkelvoud,
    een middelpunt, een strenge navel,
    een plattegrond, een dommekracht,
    een barenswee.
    De aarde draait om haar eigen as,
    maar als hij weer eens valt,
    tuimelt zijn hele wereld mee.
    En zijn totem,
    die met moeite pas opgericht was.
    Maar ook ruimtevaarders dragen helmen
    en bereiken hemelen slechts via aarde.
    Desnoods de hel.


    12-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De val (de gedichten, 1)

    DE VAL

    (6 gedichten die in 1995 in het Nieuw Wereld Tijdschrift verschenen)

    01

    Hij is als kleine Robinson
    in vele boeken aangespoeld.
    Het is zijn rechterhand die bladert.
    De linker weet het niet,
    want die zwemt niet waarheen hij wil.
    Ons huis is schier zijn eiland,
    met zeer eenvoudig water rond.
    En ook veilig: ver van baren
    en gebaren die hem parten spelen.
    Hij zoekt zijn witte bladzijde
    tussen zovele zwarte.


    02-06-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cover Vallen en opstaan
    Klik op de afbeelding om de link te volgen De cover van Vallen en opstaan

    Bijlagen:
    tenaanval.pdf (303.7 KB)   


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ten aanval!

    TEN AANVAL!

    Thomas is twaalf en heeft een moeilijk behandelbare vorm van epilepsie. Elke dag en nacht krijgt hij kleine tot zeer heftige aanvallen. Een jaar lang zoekt het team van epilepsiecentrum Zevenbossen naar een middel daartegen. Met veel vallen en opstaan, en de steun van andere kinderen die er verblijven, leert Thomas over zijn aandoening, over zichzelf en over de mensen uit zijn omgeving. Zodat hij altijd weer blijft opstaan, zelfs wanneer hij moet aanvaarden dat het wellicht niet echt beter wordt. Dit tienerdagboek is echt gebeurd. Alleen de naam van de jongen, die van de instelling en andere eigennamen zijn gewijzigd, in verband met privacy.

    ‘Vallen & Opstaan’ was mijn eerste publicatie over deze problematiek (1995), en was gebaseerd op ongeveer zeshonderd bladzijden persoonlijk dagboek. 'Ten aanval!' is de huidige versie van deze publicatie.

    Woord vooraf

    (uit een ander dagboek)

    ‘Het is een loodgrijze dag vandaag. Ook in ons hoofd en in ons hart. M. is naar de kapper geweest. Hij ziet er graag pico bello uit. Maar hij heeft met zijn twaalf jaar al zoveel meer littekens op zijn lichaam en in zijn hart dan de meeste kinderen van zijn generatie. Hij heeft ook al beduidend meer ‘dode vrienden’ dan andere kinderen van zijn leeftijd. Jaren van problemen heeft hij achter zich liggen. Zijn prille jeugd werd grondig verknald. Die kan hij nooit meer opnieuw beleven, zoals het zou moeten. Hij kent de geuren, kleuren en geluiden van vele ziekenhuizen. Hij leerde telkens opnieuw afscheid te nemen van zijn vrienden. Hij incasseerde dat het niet mooi meer was. Met altijd verse scherven bouwde hij alsmaar nieuwe luchtkastelen. Hij leerde vallen, letterlijk en figuurlijk, opstaan, en weer vallen. Honderden keren verwondde én kwetste hij zich, van buiten en van binnen.

    Nu wordt hij twaalf, verslindt boeken, bouwt kastelen, verzint eilanden en hoopt, blijft hopen. Morgenochtend vullen we voor de laatste keer zelf zijn dagelijkse pillendoosje. Vandaag pakt L. andermaal zijn koffers. Maar niet voor de Noordzee, Hongarije, De Efteling of een bosklas. Als M. terugkomt, misschien ‘aanvalsvrij’, weer startend vanop zijn pechstrook, moet hij de jaren achterna hollen: één, twee, drie. En hopen op vroegere vrienden, die hem de kans willen geven weer aan te tikken.

    Het is dus zover: 1 september. Een magische datum in de hoofden van veel kinderen. ‘De laatste zorgeloze (nou!) nacht is voorbij,’  zegt L. Vroeg in de ochtend al staan op hoeken en trottoirs kinderen op bussen te wachten, vastgebonden aan hun rugzakje of schooltasje. Onze zoon is er niet bij. We nemen hem mee in de auto, ver van hier, ver van zijn nestwarmte. Voor hoelang? En daarna? Het zal een lange reis worden, die jaren en jaren zal duren, maar dat weten we nog niet.’

    Bijlagen:
    tenaanval.pdf (303.7 KB)   


    30-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Cover Een blauwe plek
    Klik op de afbeelding om de link te volgen De cover van Een blauwe plek (Getekend: Jasdora)

    Bijlagen:
    blauweplek.pdf (173.3 KB)   


    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een blauwe plek

    Een blauwe plek         

    (Getekend: Jasdora)

    Stand by. Vannacht speel ik alweer de hoofdrol in mijn eigen film. Ik ben een trieste filmster en speel mezelf. De camera loopt. Het licht in mijn ziekenhuiskamer blijft de hele nacht aan. De camera zal ononderbroken mijn aanvallen en schokken filmen, terwijl ik blijf hopen op een wonder.

    Op mijn hoofd draag ik een soort doornenkroon. Het is een wirwar van draden, lijm en mijn haar. De draden zijn verbonden met een ingewikkeld toestelletje, dat aan een zwarte gordel om mijn middel hangt. Ik lijk wel een judoka: in het wit, met een zwarte gordel. Judoka’s ploffen op zachte matten neer, maar ik niet. Het is jammer dat de wereld waarop ik loop zo hard als steen is als ik val. Ik krijg bovendien ook nooit applaus als ik val.

    Bijlagen:
    blauweplek.pdf (173.3 KB)   


    20-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hersenstorm (5)

    DE ROLLEN VAN DE DODE ZEE

     

     

    Uit de dichtbundel LINKERHART van JORIS DENOO

    (bekroond met de 5-jaarlijkse Guido Gezelle Prijs 1999

    en uitgegeven door Poëziecentrum Gent in 2000)


     


    Mijn heiland heeft geen engelenhaar.

    Zijn licht is staal dat blikkert.

    Zijn pakpapier vertoont de oorlogskleuren

    en zijn tuig houdt zich vertrekkensklaar.

     

    Dit zijn de bikkelharde dagen

    waar de weekheid volle kracht vooruit

    weer toeslaat, eenmaal ’s jaars.

    Uitkijken voor kindsheid is ’t geblazen.

     

    Ik ruik die oude wind uit bange dagen;

    ik loop me donker te verbijten.

    Ik kwets me weer aan kerst,

    dat verdomde licht, aan engelenhaar.

     

    Over hoofden sneeuwt muziek in scherven.

    Een tochthond draagt een blauwe strik.

    Door de scheur onder zijn deur waait kleum

    en uit zijn muil druipt oudjaarkwijl.

     

    Ik ben mijn eigen leger des onheils

    en strooi mezelf in straten rond,

    zonder te kijken, zonder echt te haten,

    op de stomme wijs van Rudolfs rode neus.

     

    Wat is iedereen weer happy en gelovig.

    Overal mag het een ietsje meer zijn.

    De mensheid schuift langs kassa’s aan.

    Middenstanders uit het wijze oosten

     

    Reiken bekers glühwein aan en

    een kerstman schatert onbedaarlijk

    om de tragiek van hondenpoep.

    Ik spoed me naar café Van Lieverlee.

     

    Het licht gedempt in deze drenkplaats.

    Een gatenplant onttrekt ons

    aan des mensen zicht en inzicht.

    Ik meer aan, veranker en verander

     

    Zienderogen: stuifsneeuw in mijn hoofd.

    Ha! Waarom geen blauwste strik gekocht,

    morgen, overmorgen, voor een allerliefste

    die slechts hier vanbinnen echt bestaat?

     

    Ik zink; er groeit begrip. Mijn hoofd

    zegt dingen waar ik in kan komen.

    Bij iedereen ontdek ik goede wil;

    ik stel mijn eigen ophanging nog even uit.

     

    Want ik word mijn eigen kunstwerk,

    praatpaal hier en nu, ik ben

    verdomd bereid een kerstboom

    in mijn pechstrook neer te planten.

     

    Hef ik straks een lied aan, vloeiend?

    Volg ik de parabool van ene ster, klaar?

    Of kies ik voor een kogelbaan,

    één unlucky strike, zo gebeurd.

     

    Deze en vele andere gedachten

    krijgen audiëntie in mijn hoofd

    en in café Van Lieverlee, des avonds

    voor het kerst wordt, wijl iedereen

     

    Compleet kalkoen en cognac is.

    Wat te doen? Carmiggelt is al dood,

    en zuster Magnussen al jarenlang vermoord.

    Wat er op zit, is nog maar een glas:

     

    Behorend tot de orde van de scherven,

    doorschijn, groot gelijk en medicijnen.

    Van lieverlee kan ik nu zelfs

    foie gras en susa nina derven.

     

    De tocht naar huis is niet echt zwaar :

    wind blaast mijn zeilen bol

    en het dagend licht uit ‘t oosten

    bakent in de schijn van etalages

     

    Een brede pechstrook voor mij af.

    De kassa’s zwijgen stil; de drollen

    van de honden kan ik waardig als een mens

    ontwijken. Ja, het was een stille nacht.

     

    Van een boom kwam niks in huis,

    maar ik had wat goede wil in pacht.

    In café Van Lieverlee, deze oude haven,

    vond ik de Rollen van de Dode Zee

     

    Die gewaagden van onvrede, zwarte sneeuw

    en goud en wierook op de helling zetten.

    De nacht werd als de straat zo oud

    en buiten was het bitter koud.

     

    Nee, mijn heiland had geen engelenhaar.

    Zijn licht was staal dat blikkerde.

    Zijn pakpapier vertoonde oorlogskleuren

    en zijn tuig hield zich vertrekkensklaar.


    18-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hersenstorm (4)

    ENCEPHALOGRAM

     

     

    Uit de dichtbundel LINKERHART van JORIS DENOO

    (bekroond met 5-jaarlijkse Guido Gezelle Prijs 1999

    en uitgegeven door Poëziecentrum Gent in 2000)

     


    Het waait over Golgotha.

    De wereld ligt in puin.

    In de touwen hangt een pop,

    zijn kroon staat ietwat schuin.

     

    Anderen heeft hij gered, maar

    eigen angst is zwart als inkt.

    De honderdman wacht op een teken

    dat tot nader inzien dwingt.

     

    Dit versplinterd lichaam, haaks

    op aarde, vertrekt van pijn

    voor eeuwen. Stenen tikken luid:

    voor wie zal de mantel zijn?

     

    Smart priemt door de vrouwen heen.

    Het wordt donker. De natte spons

    wordt bij de kruik gegooid. Alleen

    het wonder blijft genadeloos uit.

     

    De vrouwen staan als zwarte vogels

    aan de totem van Golgotha.

    Zij bloeden. De regen kerft

    en laat zijn rode striemen na.

     

    Wonden tussen de benen.

    Het hart dat aan zijn ketting rukt.

    Ogen die glashard wenen

    en de adem die in kelen stokt.

     

    Alles is er voor het drama:

    De wijn, soldaten, en de wijven.

    De tijd gaat voor anker; de heuvel

    zaait zijn kanker in hun lijven.

     

    Azijn mengt zich met lood.

    Op deze godverlaten beurse plek

    wordt met klinkende munt betaald.

    Beroepssoldaten drinken totterdood.

     

    Zij ledigen vele bekers pijn.

    Smart drupt uit infusen

    regelrecht in ’t hart.

    Het is vreselijk vrouw te zijn.

     

    En moeder van een dode man.

    Aan de totem van Golgotha

    staat zij als een zwarte vogel:

    trillend, bang en vleugellam.

     

    De heuvel wordt met drie gedeeld.

    Goed en kwaad zijn streng verdeeld

    in rechts en links. Elke man

    geeft nog wat tekenen van leven.

     

    Maar niemand kan de armen kruisen.

    Hij in ’t midden krult van pijn.

    Hij is een vraagteken van vlees.

    Dat moet dan een koning zijn.

     

    Hij draagt de kroon

    en wordt het meest gehoond.

    Die van links heult zwakjes mee.

    Rechts heeft al zijn spijt betoond.

     

    Heuvel, hel en hemel.

    Een staak, doornen en een duif.

    Wat heet hier goed? Wat kwaad?

    Straks is het te laat.

     

    Alles smeekt, alles krimpt, alles breekt.

    De dood riekt zuur. De wind smaakt

    naar nat hout. Omstreeks het negende uur

    geeft deze mensenzoon de geest.

     

    De beste dobbelaar springt op.

    De taken worden verder uitgedeeld.

    De werktuigen om af te maken 

    liggen in het slijk gereed.

     

    Wat hebben die twee gedaan

    dat hun de benen worden gebroken?

    Wat heeft in ’s hemelsnaam hij daar misdaan

    dat hem de zijde wordt doorstoken?

     

    Zij naderen; de vogels deinzen.

    Als lijden is ten top gedreven

    doet het lichaam niet meer mee.

    Steek die ene, breek die twee.

     

    Daar staat een ladder in de leegte.

    Daar gaapt een open graf.

    Daar is een kruik verdwenen.

    Het Romeins karwei is af.

     

    Wie is verlaten, wie staat samen?

    Tegen loden lucht stijgt stil een duif.

    Niets gebeurt, niets verroert, niets beweegt.

    Het waait over Golgotha, amen.

     


    14-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hersenstorm (3)

    De jongen                                

     

    De jongen is eens thuis.

    De kamer die zo vol van stilte was,

    grijpt hem aan. Voorwerpen

    en boeken werden jarig zonder hem.

     

    De jongen is eens thuis.

    Je zou muziek verwachten,

    indianenkreten, kleren op een hoop

    gegooid en verborgen brieven.

     

    De jongen is eens thuis.

    Hij is niet zelf gekomen; hij geraakt

    op eigen houtje niet weer weg.

    Nu woont hij even hier in huis.

     

    De jongen is eens thuis.

    Zijn vrienden zijn al ver verleden.

    Hij duikt in boeken, kijkt teevee,

    spoelt in alle stilte bij ons aan.

     

    De jongen is eens thuis.

    Jaren hebben hem gehavend,

    hersenstormen waar hij geen verhaal

    op had. Nee, het zat niet mee.

     

    De jongen is eens thuis.

    In het oog van de orkaan

    bouwt hij een luchtkasteel

    met steeds weer verse scherven.

     

    De jongen is eens thuis.

    Op schier een eiland hoedt hij zich.

    Zijn boek met open einder

    telt vele zwarte bladzijden.

     

    De jongen is eens thuis.

    Afwezigheid wordt opgeschort

    en ingevuld. Oude rituelen

    krijgen kansen. Enkel kansen.

     

    Als de jongen thuis is,

    denk ik aan Andreus en Lodeizen:

    vermoeide lichamen die hopen

    op een dag van morgen.

    'Het is verdomd alweer haast herfst'.

    'Ze zouden je niet geloven'.

     

    De jongen die nu thuis is,

    kijkt naar dat prikbord op zijn kamer

    met de dode vrienden op.

    Behouden thuiskomst. Niet voor lang.

    'Mijn hart is als een kerkhof',

    zegt hij. 'Maar ik ben niet meer bang'.

     

    De jongen is eens thuis.

    Dit is zijn eiland met daarrond

    het water. We hopen met hem mee

    op kalme zee, en op later.


    12-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hersenstorm (2)

    Vier brieven aan mijn zoon                   

     

     

    1

     

    Ze zijn negentien gebleven te Ieperen.

    In Werchter zijn ze weer negentien.

    De ene kluit is de andere niet.

    En hun tenten, graven en koorts.

     

    De tijd staat zo stil in jou,

    tenzij hij suist als een schicht.

    Soms slaat hij in, soms sluimert hij.

    Maar altijd is hij slapende vennoot.

     

    Laat ons drie tenten opslaan:

    jij, wij en de letteren.

    Op de zuidflank van Hill 19.

    Laten we knetteren.

     

     

    2

     

    Voortdurend word je weer opgeroepen.

    De middelen zijn beperkt, de overmacht groot.

    Kuilen, kussens: daar draait het om.

    En een ransel vol roze en blauw.

     

    Er is een thuisfront met vrijgeleide,

    binnen de perken van het marsbevel.

    Je krijgt een arm, wees gerust.

    We juichen bij een stelling weer ingenomen.

     

    Deinzen en afzien is ook een tactiek.

    Hoe ouder die oorlog wordt,

    hoe kouder we hem in de ogen kijken.

    Want jong is blind en luistert nauw.

     

       

    3

     

     

    Inpalmen, ach, waarom en voor wie?

    In ’s hemelsnaam zeer zeker niet.

    Evenmin in een andere naam.

    De koning is rijk als hij alleen maar kijkt

     

    Met afstandsbediening, brieven en begrip.

    Met je doornenkroon om je hoofd gevlochten

    en je tatoes van verleden veldslagen.

    Laat je niet zalven met psalmen.

     

    Want jij kent de aarde, en de zwaarte

    van haar kracht. Die blauwe bol draait

    vierkant in het rond, tot nader order.

    Ongehoord valt een man overboord.

     

     

    4

     

     

    Mondenvol hol modernisme alom.

    Tussen steeds nieuwe splinters ben jij te vinden,

    te rapen. In boeken tegen het bloeden

    spoel je aan als drenkeling, enkeling.

     

    ‘Ten aanval’: hoe wrang, hoe bang.

    Je wereld is schier een eiland.

    De golven schuimbekken en bijten.

    Landing, last minute of crash: alles kan.

     

    Het waren ook astronauten te Ieper.

    Ze floten in banen om hun hoofd,

    gehelmd, getekend: negentien.

    En nu jij, met de helm verloren.


    11-04-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hersenstorm (1)

    Zwaartekracht                      

     

     

    De stad slaapt. Alles is rustig.

    Een rat met zachte vacht vlucht

    voor het schijnsel van de nachtwacht.

    In alkoven snurken burgers.

    Langzaam draait de aarde rond:

    blauwe plek, open riool, vergaarbak

    van gerochel, kanker en vulkanen.

     

    Vrede op het plein. Niets beweegt.

    Een oude straathond spert zijn muil

    en jankt zijn blues tot op het bot.

    Een man verdrinkt in kwijl en kommer.

    De maan beveelt de zee, de vrouwen.

    In hun dromen zit hun mond vol slijk

    en drijven lijkjes op de golven.

     

    Zwaartekracht balt onrust samen.

    Het gebinte op de appelzolder kraakt.

    De splijtstof in de navel sluimert.

    De kleine Newton blaast een speekselbel

    en draait zich op zijn andere zij. 




                                      COPYRIGHT JORIS DENOO
    Blog als favoriet !

    ZIELSVERWANTE LINKS
  • Moord !
  • Schuine teksten
  • Meester in de Vakken
  • De ongecomponeerde noot
  • Poëzie
  • Romaneske boeken
  • Satisfiction
  • Romans & Theater
  • Vreeslijke verhalen
  • Miljarden flarden

    Foto

    Foto

              Vallen en opstaan
    Foto

              Een blauwe plek
    Foto

            Wat je zegt, ben je zelf
    Mail

    Druk op de knop


    Archief per jaar
  • 2017
  • 2015
  • 2014
  • 2011
  • 2007
  • 2006
  • 2005

    Foto

    Foto

    Jong Dichter - Joris Denoo

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!