Een ayurvedische massage met warme kokosolie van het ganse lichaam waardoor de onzuiverheden verdwijnen en het lichaam een natuurlijke glans terugkrijgt.
Acupressuur of drukpuntmassage Acupressuur ontstond uit de traditionele Chinese Tuina-massage die in Japan verder tot Shiatzu werd ontwikkeld. Deze Aziatische methode gaat ervan uit dat de levensenergieën door bepaalde banen ('meridianen' - cfr. : http://www.innerned.org/acu.html -) van het lichaam vloeien. Stress of ziekte kunnen de 'qi-chi' – cfr. : http://www.buqi.net/nl/1/qinl.html - of levensenergie op bepaalde drukpunten blokkeren. Door gedurende 15 tot 30 seconden met de vingers, de palm van de hand, ellebogen, knieën of voeten op deze punten druk uit te oefenen, wordt de energie opnieuw vrij gemaakt. Helpt bij constipatie, diarree, slapeloosheid, rugpijn, spierpijn en spijsverteringsstoornissen. Wordt soms ook in combinatie met andere massagetechnieken gebruikt.
Acupunctuur (Zhen Fa) Stamt uit de traditionele Chinese geneeskunde en werkt volgens het principe van kleine speldenprikken. Acupunctuurnaalden worden op bepaalde punten behoorlijk diep in het lichaam gestoken om daardoor verstoringen van het organisme terug in evenwicht te brengen en pijn te behandelen (cfr. ook 'Traditionele Chinese geneeskunde').
Algenbehandeling Bij algenbehandelingen gebruikt men welbepaalde algensoorten, die rijk zijn aan mineralen, sporenelementen, vitamines en aminozuren. Algen geven het lichaam een intensieve vochtigheid, brengen de stofwisseling op gang, ontslakken en bieden optimale ondersteuning bij een dieet.
Anti-cellulitis Manuele behandeling met speciale producten of apparaten (cfr. ook 'Pressotherapie')
Aromatherapie Ontstond duizenden jaren geleden in de Egyptische tempels. Zuivere etherische oliën, getrokken uit uitgelezen bloesems, bladeren, naalden of wortels, hebben een ontspannende en genezende werking en worden gebruikt in de vorm van baden, massages, wikkels en inhalering met behulp van een aerosolmachine.
Ayurveda Is de 3000 jaar oude Indische “wetenschap van een lang en gezond leven”. In het Sanskriet staat 'AYU' voor 'leven', 'VEDA' voor 'wetenschap' en 'AYURVEDA' dus voor 'wetenschap van het leven'. Het is een holistische – cfr. : http://www.holistischedierenartsen.nl/achtergronden_holistisch.asp - geneeskunde : ziel, geest en lichaam worden op dezelfde lijn geplaatst en een patiënt kan alleen genezen als de drie elementen in volkomen harmonie zijn. Ayurveda baseert zich op de drie “dosha’s”, dynamische krachten die de vijf belangrijke elementen combineren. Elke persoon heeft wel een dominante dosha, op basis waarvan een bepaalde ayurvedabehandeling wordt voorgeschreven. Wie lucht en ether als dominante elementen bezit, is een vata-type. Vuur en water leiden naar een pitta-type. Water en aarde naar een kapha-type. Ayurveda behandelt dus ziekten, verbetert en verhoogt de gezondheid en ontgift het lichaam. Hiervoor worden natuurlijke kruidenmiddelen, speciale Ayurvedische voeding en ayurvedische behandelingen zoals synchroonmassage of vierhandsmassage, stimulerende baden of stoombaden gebruikt (cfr. ook 'Panchakarma', 'Purvakarma', 'Panchakarma', 'Shirodhara' en 'Yoga').
Balinese massage Traditionele massage met olie om spanning te verminderen, de bloedcirculatie te verbeteren en lichaam en geest te ontspannen.
Balinese Boreh Traditionele, verwarmde Balinese scrub, gemaakt van kruiden en specerijen, die de bloeddoorstroming en soepelheid van de huid bevordert. De pasta wordt in een fijne laag op het lichaam gelegd waarna het in een deken wordt gewikkeld. De kruiden geven een gevoel van warmte.
Balneotherapie Is een watertherapie, waarbij zuiver leidingwater met toegevoegde mineralen, koolzuren, zout, zwavel, radioactieve elementen wordt gebruikt. Cfr. ook 'Thalassotherapie' (daar wordt zeewater gebruikt).
Blütenpool of bloesembad De oude Egyptenaren vertrouwden al op de stimulerende en therapeutische werking van warmwaterbaden. Het water wordt vermengd met lavendel, kamille en rozenbloesems en heeft een temperatuur van ca. 37°, net zoals het menselijk lichaam.
Chi Vitale energie of levenskracht (cfr. ook 'Qi', 'Ki' en 'Prana' en 'Tuina massage')
Essentiële oliën Oliën geëxtraheerd uit planten en bloemen, waarvan de specifieke kenmerken het gebruik bepalen. Zij kunnen rustgevend of stimulerend zijn en hebben antibacteriële of therapeutische kwaliteiten. Kunnen geïnhaleerd worden of worden bij massages door de huid opgenomen.
Fango Minerale modder uit vulkanische warmwaterbronnen wordt koud, lichaamswarm of heet in pakkingen of baden gebruikt.
Hammam Onderdeel van de oosterse-Arabische badtraditie. Na een douche neemt men 20 à 30 minuten de tijd om te genieten van warme waterdamp met exotische aroma’s. De ideale temperatuur van een hammam ligt tussen de 40 tot 50 graden. In een echte hammam wordt men ook gemasseerd met een loofah-handschoen. In Midden-Europa worden gewone stoombaden ook als hammam beschouwd.
Hot stone massage Ook wel ”warm stone” of “La stone” therapie genoemd. Deze behandeling combineert massage met de thermodynamische voordelen van verwarmde basaltstenen en de heilzame werking van essentiële oliën (= etherische oliën – cfr. : http://www.snh.be/tso/mini/andromeda/prog/olien.htm -). De hot stone massage heeft een ontgiftende en ontspannende werking. De gebruikte stenen bevatten een hoog percentage aan ijzer en magnesium waardoor ze de warmte lang vasthouden.
Hydrotherapie Therapeutisch gebruik van water zoals baden, stoombaden, stoominhalatie, in- en onderwatermassage, onderdompeling in warm waterbronnen en het gebruik van warme en koude douches.
Hydrojet Je ligt op een waterbed dat door meer dan 100 verschillende massagepunten wordt aangestuurd. De ontspannende werking wordt versterkt door muziek via een koptelefoon.
Indian head massage Deze oude therapie werd door de Indische vrouwen gebruikt om hun lang haar gezond te houden. Drukpunten op het hoofd, in de nek en de schouders worden gestimuleerd om doorstroming te bevorderen en stijfheid en spanning te verlichten.
Jamu (kruidengeneeskunde) Komt uit de traditionele Indonesische geneeskunde en is een soort levenselixir, gemaakt van kruiden en wortels van o.a.gember, kurkuma en kaneel. Jamu heeft vier basisfuncties : ziekten genezen, ziekten voorkomen of de gezondheid behouden, verlichten van pijn en bepaalde stoornissen b.v. menstruatiestoornissen en onvruchtbaarheid op te heffen. Bestaat in verschillende vormen voor zowel inwendig als uitwendig gebruik zoals drankjes, pillen, poeders en zalven.
Jet-douche of blitz shower Het lichaam wordt besproeid van op een afstand van drie meter met water dat onder hoge druk staat. Heeft een diep masserende werking en verhoogt de bloedcirculatie.
Ki Vitale energie of levenskracht (Japans) (cfr. ook 'Qi', 'Chi', 'Prana' en 'Tuina massage').
Klassieke massage Behoort tot de fysieke therapieën en wordt door opgeleide therapeuten uitgevoerd. Het doel is een versoepeling van gespannen spieren alsook een betere doorbloeding en gerichte pijnvermindering. Wordt in bijna alle hotels aangeboden.
Kleur-(licht-)therapie Therapeutisch gebruik van licht. Naast de psychologische werking van kleuren gebruikt de conventionele geneeskunde rood en blauw licht als warmte- en UV-behandeling. Al in het oude Egypte bouwde men voor de zieken kleurentempels en in China hulde men zich in gekleurde doeken. Tegenwoordig wordt het lichaam met gekleurd licht bestraald als therapie tegen ouderdomskwalen, huidziekten, pijnen maar ook bij psychische problemen.
Kneipp-Therapie Genoemd naar de 19e eeuwse Duitse pastoor Sebastian Kneipp, die een totaaltherapie ontwikkelde gebaseerd op 5 pijlers : hydrotherapie of het gebruik van water, pythotherapie of het gebruik van kruiden, beweging, gezonde voeding en geestelijk evenwicht. Kruidenthees, minerale baden en wikkels worden gecombineerd met een uitgebalanceerd dieet en oefeningen.
Laconium Infrarood sauna van ongeveer 55° die helpt bij het ontgiften en ontslakken.
Lomi-Lomi Is een massagetechniek die stamt uit de Hawaiiaanse tradities. Zij omvat zowel fysieke als spirituele technieken. Lomi Lomi herstelt de vitaliteit en heeft een diepe werking op het spierstelsel, het zenuwstelsel en de zintuigen. Het verbetert de bloedsomloop en heeft een gunstige invloed op de organen. Het verbetert de toevoer van voeding naar het weefsel, bevordert de stofwisseling, reinigt het lichaam van afvalstoffen, verhelpt oedeem, vermindert pijn en versoepelt de beweging van het lichaam. Een lichte vorm van Lomi Lomi, toegepast op het gezicht, helpt een jeugdige huid te behouden en is een hulp bij de preventie van rimpels.
Lulur Oorspronkelijk een voorbereidingsritueel voor Indonesische bruidjes. Nu ook als spa arrangement te krijgen: een aromatische massage gevolgd door een reinigende peeling en een relaxerend bloemenbad.
Mandara massage De naam “Mandara” refereert naar een oude Sanskrietische mythe over de zoektocht naar een elexir voor onsterfelijkheid en eeuwige jeugd. “Mandara Spa” bezit spacentra over de hele wereld, vaak verbonden aan luxehotels en creëerde een uniek spaconcept. Paradepaardje is de Mandaramassage gebaseerd op 5 verschillende stijlen van massages -Shiatsu, Thai, Lomi Lomi , Zweedse en Balinese- en door 2 therapeuten synchroon uitgevoerd.
Manuele lymfedrainage Op gang brengen van de lymfecirculatie door langzame beweging van de handen en de duimen met verschillende druk. Deze variant van de acupressuur heft versperringen van de lymfekanalen op en zorgt voor een goede doorvloeiing van de lymfevloeisof. Het lymfatische systeem leidt het stofwisselingsproces in het bloed zodat afvalstoffen via lever en nieren uitgescheiden kunnen worden.
Pakking Bij een pakking brengt de therapeut een substantie aan op basis van algen, zee-of vulkanische modder. Algen bevatten verschillende vitaminen, mineralen en sporenelementen die door de huid worden opgenomen. Ze zuiveren, voeden en ontspannen het lichaam en verzachten de huid. De combinatie van warmte (door bijvoorbeeld een elektrisch deken of een plastic folie) en algen verzacht de pijn in spieren en gewrichten.
Panchakarma Ayurvedische therapie die de giftige stoffen uit het lichaam helpt verwijderen (cfr. ook 'Ayurveda', 'Purvakarma', 'Panchakarma' en 'Shirodhara').
Peeling of scrub Intensieve en diepe reiniging van de huid die de dode huidcellen verwijdert door middel van zeezout. Daardoor kan de huid veel beter bepaalde stoffen opnemen. Wordt in bijna alle hotels aangeboden.
Prana Vitale energie of levenskracht (India) – (cfr. ook “Qi', 'Chi', 'Ki' en 'Tuina massage')
Pressotherapie Gecomputeriseerde drukmassage die een speciaal ontworpen airbag voor de benen gebruikt die beurtelings samengedrukt en ontspannen wordt. Bevordert de bloedcirculatie in voeten en benen en is aangewezen bij “zware benen” en cellulitis.
Purvakarma Twee ayurvedische behandelingen die de huid zachter maken en haar reinigen ter voorbereiding van panchakarma (cfr. ook 'Ayurveda', 'Panchakarma', 'Panchakarma' en 'Shirodhara').
Qi Vitale energie of levenskracht (cfr. ook 'Chi', 'Ki', 'Prana' en 'Tuina massage').
Qi Gong Is een vorm van Chinese meditatie en al duizenden jaren oud. Gebruikt ademhaling en bepaalde bewegingen van het lichaam om een sterke Qi of Chi te ontwikkelen. Qi of Chi is de vitale energie of levenskracht die we allen hebben. Achter deze techniek staat de filosofie van het evenwicht tussen Yin en Yang en de stroom van de levensenergie in het lichaam. Verbetert de fitheid, helpt gezond te leven en de levensduur te verlengen. Heeft een positieve werking op astma en reuma (cfr. ook 'Tai chi' en 'Yin_Yang').
Rasul-bad Oosterse ceremonie om het lichaam te reinigen en te verzorgen. Het combineert de voordelen van een modderbad en een aromatisch stoombad. Rasul werkt preventief, versterkt het immuunsysteem, ontslakt en ontgift het lichaam.
Reiki Japanse behandeling die de levensenergie activeert, versterkt en overdraagt. Doel is de versterking van het welbevinden, genezen en voorkomen van ziekten en het bereiken van een hoger bewustzijn. De beoefenaar legt de palmen van zijn handen op verschillende plaatsen van het lichaam gedurende enkele minuten om het lichaam energie en evenwicht te bezorgen. Helpt fysische problemen te behandelen, emotionele stress te genezen en persoonlijke verandering te stimuleren.
Sauna Afkomstig uit Finland. Droge warmte in een speciale houten ruimte. Door de warmte begint men te zweten en dit helpt om het lichaam te reinigen en de spieren te ontspannen. Wordt dikwijls gevolgd door een ijskoud bad of douche.
Sanarium (of Tepidarium) Zoals de sauna, maar dan met een lagere temperatuur en een iets vochtigere omgeving. Geschikt om er langer in te verblijven of als afwisseling met de Finse sauna. Ontslakt op een zachte manier.
Shanti massage Twee therapeuten werken in perfecte harmonie om het lichaam in te wrijven met warme oliën en te masseren met kleine drukoefeningen om het lichaam te ontstressen en de huid te regenereren. Resulteert in een algemeen gevoel van welbehagen.
Shaping massage Gewone massage met speciale anti-cellulitits oliën (cfr. ook 'Tuina massage').
Shiatsu Massage Japanse drukmassage die door druk van de vingers maar ook van de handen, voorarmen, knieën en voeten op de acupunctuur punten wordt uitgevoerd. Kalmeert en ontspant.
Shirodhara Behoort tot de Ayurvedische technieken. Shiro betekent “hoofd” en dhara “ongebroken stroom”. Dit is een bijzonder rustgevende techniek waarbij constant warme olie, zacht over het voorhoofd stroomt. Onrust, drukte en tijdsnood vloeien met de olie mee weg. Helderheid en hernieuwde gevoeligheid voor indrukken komen in de plaats. Shirodhara wordt gezien als een rasayana of een verjongingsmiddel voor de zintuigen en de hersenen (cfr. ook 'Ayurveda', 'Purvakarma' en 'Panchakarma').
Shirobhyanga massage Een constante stroom van kruidenolie over het hoofd en het gezicht die de spanning doet wegvloeien, het gezicht ontspant en een mooie schijn op het haar achterlaat.
Sportmassage Ideaal voor sportieve mensen, werkt in de diepte op de spieren die vermoeid zijn van sportbeoefening.
Stoombad De ruimte wordt tot 45° opgewarmd en beneveld. Aanwezig in de meeste hotels.
Solebad of Zoutwaterbad Koude of warme bronnen die 1,5 tot 6% zout bevatten oefenen een sterke prikkelende werking uit op de huid.
Spa De benaming komt uit het Latijn en staat voor”Sana per aquam”of “gezond door water”. Vele hotels noemen hun wellnesscentrum “Spa”.
Swiss needle shower Douche met verfrissend zeewater uit naalddunne sproeiers. Geven een tonifiërend gevoel.
Tai chi Deze 2000 jaar oude kunst van het schaduwboksen is meer dan alleen maar een gymnastische oefening. Deze gracieuze bewegingen vragen een grote mentale concentratie gecombineerd met een diepe, gecontroleerde ademhaling. Probeert ook Yin en Yang te combineren. Aangewezen voor de afbouw van spanningen en het voorkomen van psychosomatische storingen (cfr. ook 'Qi Gong' en 'Yin en Yang' en 'Traditionele Chinese geneeskunde').
Tepidarium (of Sanarium) Zoals de sauna, maar dan met een lagere temperatuur en een iets vochtigere omgeving. Geschikt om er langer in te verblijven of als afwisseling met de Finse sauna. Ontslakt op een zachte manier.
Thaise massage Beïnvloed door de Chinese en Indische massage, is dit een vrij stevige massagetechniek waarbij de masseur op de energiebanen masseert en rek- en strekoefeningen uitvoert. Thaise massage is in feite een combinatie van Chinese drukpuntmassage en Indiase yoga. Thaise massage voorkomt en verhelpt zowel lichamelijke als psychische klachten en stimuleert de bloedsomloop en het lymfesysteem waardoor men weer energie krijgt. Chronische vermoeidheid, rug- en nekklachten, hoofdpijn, stijve spieren en gewrichten en een slechte doorbloeding kunnen door Thaise massage verholpen worden. Tijdens de Thaise massage wordt gemakkelijk zittende kleding gedragen.
Thalassotherapie Thalassotherapie is een watertherapie Komt van het Griekse woord “thalassa” dat “zee” betekent en gebruikt het klimaat, het water en sommige bestanddelen van de zee zoals algen, modder, zand en zout voor therapeutische doeleinden. De basis van de thalassotherapie is het gebruik van vers opgepompt zeewater, dat opgewarmd wordt tot 34 à 36° waardoor de mineralen beter door het lichaam worden opgenomen. Deze therapie is geschikt voor alle leeftijden en wordt toegepast bij stress, slapeloosheid, nerveuze spanningen, herstel, dieet en ter verbetering van het algemene welzijn. Cfr. ook 'Balneotherapie'.
Thalgo "De zee geneest alle kwalen van de mens. De zee, daar waar het leven begon, bezit meer therapeutische schatten dan men zich kan voorstellen. De combinatie van zeewater, zeeklimaat en gemicroniseerde zee-algen produceren de meest opmerkelijke natuurlijke geneeskracht ter wereld." Thalgo is in meer dan 60 landen een begrip op het gebied van verantwoorde, doelgerichte revitalisering en natuurlijke huid- en lichaamsverzorging. De producten, programma's en methoden van dit Franse kuurmerk zijn gebaseerd op de natuurlijke, vitaliserende en heilzame werking van de zee en worden gebruikt door de meest vooraanstaande kuuroorden ter wereld.
Thermalisme Bij deze vorm van hydrotherapie wordt gebruik gemaakt van de geneeskrachtige eigenschappen van bronwater, dat warm is als het aan de oppervlakte verschijnt. Een thermale kuur bestaat uit een combinatie van behandelingen en een drinkkuur met bronwater.
Traditionele Chinese geneeskunde (= Traditional Chinese Medicine TMC) Is ongeveer 5000 jaar oud en kent bij ons veel succes. Acupunctuur, moxibustion, verschillende massages, plantaardige geneeswijzen, richtlijnen voor een gezonde voeding, meditatie en Tai Chi zijn de bekendste therapievormen (cfr. ook 'Acupunctuur (Zhen Fa)', 'Tai chi' en 'Tuina massage').
Tuina massage Tuina is een massagevorm uit de traditionele Chinese geneeskunde. Tuina betekent letterlijk : 'druk en wrijf'. Doel is om in het lichaam de vrije stroom van Qi, de levenskracht, te herstellen waardoor het lichaam de kans krijgt zichzelf te helen. Net als bij Shiatsu wordt er druk uitgeoefend op bepaalde punten op de meridianen (energiebanen in het lichaam) om de stroom van Qi te beïnvloeden. Ook wordt gebruik gemaakt van allerlei handmanipulaties. Een tuina-behandeling kan worden gecombineerd met kruiden, kompressen en zalven. Tuina wordt ook preventief gebruikt (cfr. ook 'Chi', 'Ki', 'Prana', 'Qi', 'Shiatsu' en 'Traditionele Chinese geneeskunde').
Vapozon Een soort stoombad voor het gezicht met een fijne sproeier die stoom verspreidt. Onreinheden kunnen vervolgens pijnloos verwijderd worden.
Vichy shower Ligdouche met 7 sproeikoppen die kan ingesteld worden van zacht regenwater tot een meer intensieve druk. Helpt ter relaxatie en stimulatie van lichaam en geest.
Voetreflexologie Bepaalde punten op de voeten zijn verbonden met bepaalde organen. Deze zones staan door zenuwen in verband met het hart, de lever, de nieren en de spijsvertering. Storingen kunnen door massage van de voeten positief worden beïnvloed.
Yin en Yang Yin en Yang zijn de twee tegengestelde elementen van het universum. Het zijn geen absolute polen zoals goed en kwaad, maar zij bestaan alleen ten opzichte van elkaar. – cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Yin_Yang– (Cfr. ook 'Tai chi' en 'Qi Gong')
Yoga Is meer dan 5000 jaar oud en combineert een actieve spiertraining met de controle over de concentratie en ademhaling en een verruiming van het bewustzijn. Het is een methode om yin en yang in evenwicht te brengen en de basis van de oosterse holistische aanpak. Een ayurvedakuur (cfr. 'Ayurveda') kan niet zonder een yogasessie, die start en eindigt met de shavasana-pose (dood en bewegingloos lichaam) en tussendoor een hele reeks verschillende asana’s – cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Asana - of posities kent.
Zweedse massage Is in het westen de bekendste massagevorm. Het lichaam wordt gekneed met langzame, glijdende bewegingen met de bloedstroom mee in de richting van het hart. Om gemakkelijker te kunnen masseren wordt meestal massageolie gebruikt. Een Zweedse massage stimuleert de bloedsomloop, versterkt de spieren en bevordert het evenwicht van het bewegingsapparaat (skelet, spieren en banden).
"Spectroscopische diagnose van CVS door zichtbare en nabij-infrarode spectroscopie van bloedserum"
ME/CVS-Stichting Nederland
Op 22 mei 2006 verscheen op ScienceDirect een artikel (zie hierna) waarin bekend werd gemaakt dat een zestal Japanse onderzoekers er in geslaagd was de heilige graal te vinden : de diagnose van CVS door bloedonderzoek. Met een zekerheidspercentage van maar liefst 100% was het hun gelukt CVS-patiënten te onderscheiden van gezonde mensen. Gaat het hier inderdaad om de heilige graal ? Door middel van bloedonderzoek is momenteel niet vast te stellen of iemand lijdt aan het chronische-vermoeidheidssyndroom (CVS). Sterker nog : er is geen enkele test beschikbaar die deze ziekte onomstotelijk kan aantonen. CVS is niet objectiveerbaar, zoals het heet en zoals CVS-patiënten altijd van instanties te horen krijgen. Heeft dit Japanse onderzoek hier nu een einde aan gemaakt ? De eerste vraag die we aan de onderzoekers kunnen stellen, luidt :
“Is het nu ook mogelijk één CVS-patiënt solo te diagnosticeren als CVS-patiënt ?”
In het discussiedeel van hun artikel laten Sakudo en collega’s zich daar niet over uit. Het enige wat zij hebben aangetoond, is dat zij CVS-patiënten kunnen onderscheiden van gezonde proefpersonen. Ze hebben nog niet aangetoond dat ze fibromyalgiepatiënten, burn-out-patiënten, Pfeiffer-patiënten en vermoeidheid-na-kanker-patiënten kunnen onderscheiden van CVS-patiënten. Om over minder aan CVS verwante ziektes nog maar niet te spreken.
De Japanse onderzoekers beschikken in hun computer momenteel over twee wiskundige modellen : van CVS en gezondheid. Dat is een begin. Pas als hun computer goed discriminerende modellen van al vermoeidheid-gerelateerde ziektes bevat – plus het referentiemodel “gezondheid” - kan er feitelijk een goede diagnose gesteld worden.
De methode Hebben deze modellen nog enige relatie met de werkelijkheid ? Gelukkig wel. Bloedserum van proefpersonen wordt in een spectroscoop met behulp van zichtbaar en nabij-infrarood licht belicht en de chemische samenstelling daarvan in kaart gebracht. Dit gegevensbestand wordt in een computer opgeslagen en met statistische software geanalyseerd op het voorkomen van patronen. De Japanse onderzoekers hebben een tweetal softwarepakketten gebruikt : PCA en SIMCA. PCA bleek met de gevonden modellen het best uit de voeten te kunnen en voorspelde met honderd procent zekerheid of een onbekend serum afkomstig was van een gezond persoon dan wel van een CVS-patiënt. Het zijn niet de eersten de besten die dit geavanceerde onderzoek hebben uitgevoerd. Twee van hen, Kuratsune en Watanabe, ontdekten eerder dat CVS-patiënten over minder grijze stof in hun hersenen beschikken dan gezonde mensen, een onderzoeksresultaat dat later werd bevestigd door Van der Meer e.a.
Vervolgonderzoek Het is duidelijk welk vervolgonderzoek wenselijk is : soortgelijke modellen van alle aan vermoeidheid gerelateerde ziektes. Ook is het gewenst onderscheid te maken binnen CVS. Uit de voorlopige resultaten van het onderzoek van Kurk en Vermeulen is duidelijk geworden dat er binnen CVS twee belangrijke subgroepen te onderscheiden zijn : CVS-patiënten met en zonder inspanningstolerantie (of malaise-na-inspanning van 24 uur of langer). Juist omdat dit onderscheid voor een behandeling van CVS zo cruciaal is – inspanningsintolerantie en “graded exercise” bijten elkaar -, zou de ontwikkeling van een tweetal modellen hiervoor zeer gewenst zijn.
Abstract To investigate visible and near-infrared (Vis–NIR) spectroscopy enabling chronic fatigue syndrome (CFS) diagnosis, we subjected sera from CFS patients as well as healthy donors to Vis–NIR spectroscopy. Vis–NIR spectra in the 600–1100 nm region for sera from 77 CFS patients and 71 healthy donors were subjected to principal component analysis (PCA) and soft independent modeling of class analogy (SIMCA) to develop multivariate models to discriminate between CFS patients and healthy donors. The model was further assessed by the prediction of 99 masked other determinations (54 in the healthy group and 45 in the CFS patient group). The PCA model predicted successful discrimination of the masked samples. The SIMCA model predicted 54 of 54 (100%) healthy donors and 42 of 45 (93.3%) CFS patients of Vis–NIR spectra from masked serum samples correctly. These results suggest that Vis–NIR spectroscopy for sera combined with chemometrics analysis could provide a promising tool to objectively diagnose CFS.
Historie Het APS apparaat is ontwikkeld in Zuid-Afrika door Gervan Lubbe, een elektrotechnicus. Via een medisch tijdschrift van een bevriende arts kwam hij er in 1992 achter dat het mogelijk moest zijn een apparaat uit te vinden, dat in staat was de lichaamseigen, natuurlijke zenuwimpuls elektronisch na te bootsen, waardoor het mogelijk was om pijn te verlichten of helemaal uit te bannen. Gervan Lubbe besloot dat hij de man zou worden, die dit apparaat moest uitvinden. In 1993 testte hij het eerste prototype op een man wiens ellebogen verbrijzeld waren na een vliegtuigongeluk. De pijnverlichtende resultaten waren zo overtuigend dat besloten werd meerdere apparaten te produceren. In 1993 begon de productie en in de volgende jaren kwamen er steeds meer wetenschappelijke onderzoeken, o.a. in Zuid-Afrika, Australië en Canada, die de positieve effecten van APS steeds nadrukkelijker aangaven. Voor de duidelijkheid : APS is geen alternatieve behandelmethode of iets homeopatisch maar een vorm van microcurrent elektrotherapie (MET) en een medisch verantwoorde effectieve methode van pijnbestrijding. Begin 2000 is het apparaat in Nederland gentroduceerd. APS therapie wordt hedendaags in 40 landen toegepast. Cfr. : http://www.aps-therapie-schijndel.nl/historie.html
Actie Potentiaal Simulatie In Nederland wordt sinds kort op grote schaal reclame gemaakt voor een nieuwe vorm van pijnbestrijding, de zg. APS-therapie. APS staat voor 'Actie Potentiaal Simulatie'. (oftewel : 'Nabootsing van de lichaamseigen zenuwimpuls'). Actie Potentiaal Simulatie therapie is een bijzondere vorm van 'Microcurrent electrical therapy' (MET – cfr : http://www.futuretechtoday.com/mw/electromedicine/ -). Het onderscheidt zich van andere vormen van elektrotherapie – zoals bv, TENS ('Transcutane Elektrische Neuro Stimulatie' – cfr. : http://www.pijn.com/patienten/tens.htm & http://home.tiscali.be/dinatje/tens.htm -) o.m. doordat het gebruik maakt van gelijkstroom en door de zeer lage stroomsterkte. Het is een behandeling die een 10-tal jaar geleden werd uitgevonden door de Zuid-Afrikaanse uitvinder Geert Van Lubbe.
Goedkeuring De werking van APS therapie geeft geen bijwerkingen, is wetenschappelijk getest en bewezen door bloedonderzoek voor en na de behandeling. Het Ministerie van Volksgezondheid, de afdeling Staatstoezicht op de Volksgezondheid, heeft APS therapie goedgekeurd. Cfr. : http://www.aps-therapie-schijndel.nl/goedkeuring.html
Hoe werkt het ?
Wat gebeurt er in je lichaam als je pijn voelt ? In de huid en spieren bevinden zich zenuwcellen die bij verwonding of ontstekingen seintjes (actiepotentialen) naar de hersenen sturen. De hersenen reageren hierop met het vrijmaken van speciale stofjes (neurotransmitters) die de pijn verminderen en ontstekingen tegengaat. Tussen al deze stofjes moet een bepaald evenwicht bestaan om te zorgen dat het lichaam gezond blijft. Pijn is een signaal van het lichaam; een teken dat er iets niet klopt. Als de pijn chronisch wordt zoals b.v reuma en migraine, verliest dat signaal zijn oorspronkelijke functie en wordt dat signaal alleen maar lastig en vermoeiend ervaren. Bij onderzoek is gebleken dat bij chronische pijn de hersenen van bepaalde stofjes te veel en van ander stofjes weer te weinig aan maken. Teveel is ook in dit geval niet goed want het evenwicht in het lichaam wordt verstoord, waardoor je weer andere klachten kunt krijgen (zoals : vermindering van de doorbloeding van bepaalde organen, vermoeidheid en depressie). In sommige gevallen gaat het lichaam zelfs zijn eigen cellen aanvallen dit is het geval bij z.g.n auto-immuun ziektes zoals reuma, M.E. (chronisch vermoeidheid syndroom), multiple sclerose en fibromyalgie. Voor al deze ziektes geldt dat de medische wetenschap nog geen middel gevonden heeft om deze ziektes te genezen. Het enige wat men kan doen is het geven van pijnstillende en ontstekingremmende medicijnen. Deze medicijnen hebben vaak ook bijwerkingen die je liever niet zou hebben, bovendien helpen ze vaak onvoldoende bij chronische pijn. Er bestaat sinds kort een nieuwe manier van pijnbestrijding, genaamd A.P.S. (Actie Potentiaal Simulatie). Middels A.P.S. therapie worden de actie potentiaal (dus seintjes die onze zenuwcellen versturen) nagebootst. Dit gebeurt door middel van het prikkelen van de zenuwcellen in de huid met lichte, nauwelijks voelbare stroompjes. Hierdoor wordt het vrij komen van bepaalde neurotransmitters beϊnvloed en in balans gebracht. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat deze neurotransmitters bepaalde klachten zoals pijn of ontstekingen kunnen verminderen of wegnemen. Ook verbetert het slapen en neemt de energie toe. Kortom het genezingsproces wordt in gang gezet. Cfr. : http://www.aps-therapie-boxtel.nl/index.html
De theorie achter APS is dat er een elektrisch spanningsverschil bestaat tussen de binnen- en buitenzijde van de lichaamscellen. Binnen in de cel bevinden zich minder positief geladen deeltjes (ionen) dan buiten de cel. Daardoor bestaat er een spanningsverschil over de celmembraan. De belangrijkste stoffen die dit potentiaalverschil mogelijk maken zijn Natrium (Na+), Kalium (K+) en Calcium (Ca2+). Door extracellulaire prikkels ontstaan zg. actiepotentialen, zeer kortdurende veranderingen in het spanningsverschil waardoor de isolerende celwand wordt doorbroken. Een zelfde signaal als de natuurlijke actiepotentiaal, maar dan van buiten af toegediend, zal de actiepotentiaal van de cel doen ontstaan. Als gevolg daarvan neemt de intracellulaire activiteit toe, en de communicatie tussen cellen , waardoor de stoffen noodzakelijk voor herstel processen en pijnremming worden aangemaakt. APS-therapie zou dus de natuurlijke processen in het lichaam stimuleren. Als reactie daarop worden bepaalde stoffen aangemaakt en andere stoffen verwijderd. Stoffen die een positieve bijdrage leveren aan pijnbestrijding, wondgenezing, botgroei, ontstekingsremming en doorbloeding worden in grotere aantallen aangemaakt dan normaal. Stoffen die dit tegenwerken worden versneld afgevoerd. Onderzoek, o.m. van Prof. D.H. van Papendorp (Universiteit van Pretoria) toonde een effect aan van APS therapie op endogene opioïden en op extracellulair ATP ATP wordt omgezet in adenosine, een natuurlijke pijnstillende stof.
A.T.P A.T.P staat voor 'Adenosine-tri-phosfact', de stof in het weefsel die de energie opslaat en vervoert, in zo’n vorm dat het onmiddellijk voor alle energievragende lichaamsfuncties beschikbaar is (i.t.t.cellulose). Normaal is A.T.P. in voldoende mate aanwezig. Bij wonden, ontstekingen, kneuzingen enz. is er een tekort. Na onderzoek is gebleken dat A.P.S.-stroom de A.T.P. –productie met zo‘n 500 tot 800% verhoogt. Cfr. : http://www.aps-therapie-boxtel.nl/index.html
Waarvoor gebruiken ?
APS-therapie wordt o.m. aanbevolen voor de behandeling van acute en chronische pijn (reumatische artritis, posttraumatische dystrofie, neuralgieën, migraine, fybromyalgie, chronisch vermoeidheidssyndroom...), maar ook voor ontstekingen, versnelde wondgenezing, versneld herstel van botbreuken en herstel van peesbeschadigingen. Als men de reclame APS-therapeuten mag geloven, dan zou het ook een waardevolle behandeling zijn voor o.m. multiple sclerose, carpale tunnel syndroom, whiplash, menstruatieklachten, maag- en darmklachten, jicht, gordelroos, tennisarm en huidaandoeningen zoals eczeem en psoriasis.
Wanneer kan A.P.S. Helpen ? Chronische pijn - Reuma- Artritis – Bechterew - Fibromyalgie – MS – ME (cfr. : Myalgic Encephalitis ME -) - Artrose en Osteo-artritis - Carpale tunnel syndroom - Posttraumatische dystrofie – Ontstekingen - Psoriasis – Darmklachten (b.v spastische darm) – Spanningshoofdpijn en migraine - Rugpijn en ischias – Whiplash – RSI (bv. tenniselleboog of muisarm) – Depressies – Slaapstoornissen. Ook bij sportblessures kan A.P.S. helpen de pijn te verminderen en de genezing te bevorderen. Cfr. : http://www.aps-therapie-boxtel.nl/index.html
Hoe toepassen ? APS is een apparaat dat ongeveer 3 kilo weegt en zo groot is dat het in een plastic koffertje (zo groot als een boormachine) past. APS werkt op batterijen (zwakstroom). De elektroden moeten zo dicht mogelijk bij de te behandelen plekken worden aangebracht of zodanig dat er een lijn getrokken kan worden tussen de elektrodes die dwars door het te behandelen gebied loopt. De behandeling kan door de patiënt zelf toegepast worden. Aangeraden wordt dat dit wel gebeurt onder toezicht van een arts of ervaren therapeut. Belangrijke aspecten voor/na of tijdens de behandeling Drink tijdens de dag voldoende water (ongeveer 1 liter per 30 kg. lichaamsgewicht), Wees matig met het gebruik van alcohol.
Behandeling Het aantal behandelingen hangt af van de klacht van de patiënt. De meeste patiënten zijn na 5 behandelingen klachten vrij. Dit hangt af van de individuele behandeling en van de aandoening. Bij patiënten met chronische klachten hebben we een langere behandeltijd nodig, afhankelijk van de klacht. Reageert Uw lichaam positief op de behandeling, maar zijn de klachten nog niet geheel verdwenen, dan kan de behandeling zonodig 1 tot 3 maal per week worden voortgezet. Tijdens de behandelingen komen afvalstoffen vrij. Hiervoor is het noodzakelijk dat men ongeveer 2 liter water per dag drinkt om de afvalstoffen af te voeren. Je kunt dat ook duidelijk zien aan de donkere kleur van de urine. Cfr. : http://www.aps-therapie-schijndel.nl/behandeling.html
Voor wie is APS (voorlopig) niet geschikt ? Omdat er nog geen wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn over de effecten van APS-therapie op personen met deze klachten :
epilepsiepatiënten.
vrouwen die (mogelijk) zwanger zijn
kinderen jonger dan 12 jaar
mensen met een sterk ondergewicht.
personen met een pacemaker of ander elektronisch implantaat.
mensen die cumarine derivaten gebruiken (bloedstollingremmers)
recentelijk hersen- of hartinfarct of acute trombose (minder dan 3 maanden)
kanker
Werkt het of werkt het niet ? In de geneeskunde is de toepassing van elektrische stimulatie al lang bekend. Het bekendst is de 'Transcutane Elektrische Neurostimulatie' (TENS – cfr : http://www.pijn.com/medici/therapeutisch4.htm -). Behandeling met TENS is vandaag een vrij algemeen aanvaarde vorm van pijnbestrijding. Onder invloed van TENS zouden minder pijnprikkels doorgegeven worden naar de hersenen, waardoor de pijndrempel verhoogt. Bovendien zou het ook de aanmaak van lichaamseigen endorfines stimuleren, wat een extra pijndempend effect zou geven. Tenslotte zou het tintelend gevoel een rustgevend effect uitoefenen en onrechtstreeks kunnen bijdragen tot pijnstilling. TENS wordt toegepast in verschillende vormen, afhankelijk van de stroomsterkte de duur en vorm van de impuls en de variabiliteit van de gegeven impulsen in de tijd. De elektroden kunnen geplaatst worden op :
het pijnpunt
punten aan het begin van de betrokken zenuw
punten die overeenkomen met het beloop van zenuwen naar de betrokken huidgebieden of spieren
triggerpoints, punten die extreem drukgevoelig zijn
acupunctuurpunten.
TENS is geschikt voor de behandeling van pijn van spieren en zenuwen, zoals bij chronische lage-rugpijn. Speciaal bij neuropathische pijn moet men aan TENS-therapie denken. In de mate dat APS-therapie (en MET-therapie in het algemeen) vergelijkbaar is met TENS, mogen misschien gelijkaardige effecten worden verwacht. Er bestaat evenwel nauwelijks of geen wetenschappelijke literatuur die de werking ervan kan bevestigen.
Een analyse van de medische literatuur op het Amerikaanse PubMed leverde geen enkel onderzoek op met APS-therapie en slechts een zestal pilootstudies met MET-therapie. Het is dan ook onmogelijk om vandaag enige wetenschappelijk onderbouwde uitspraak te kunnen doen over deze behandelingsvormen. Ook volgens het Nederlandse Reumafonds bestaan er geen bewijzen voor de werking van APS therapie (tegen fibromyalgie). Sommige mensen vertellen dat ze er baat bij hebben, anderen merken geen effect. Het blijkt dat het effect heel individueel afhankelijk is. Iemand die vertrouwen heeft in de behandeling en / of de behandelaar zal meer effect hebben bij de behandeling dan iemand die er niet in gelooft, aldus het Reumafonds.
Ik ben 47 jaar en heb al ongeveer tien jaar Fibromyalgie. De eerste jaren in lichte maten, maar elk jaar werd het erger. Ook mijn concentratieprobleem ging niet meer weg. Ik had het gevoel dat ik zwaar overspannen was en kon mijn werk bij de thuiszorg niet meer aan, ik melde me ziek. Bijna een week heb alleen maar geslapen. Toen las ik iets over A.P.S-therapie, ik heb meteen een afspraak gemaakt met een A.P.S-therapeute en na de vierde behandeling voelde ik al lichte verbetering. Na vijf behandelingen heb ik zelf een A.P.S apparaat aangeschaft. Ik ben toen een paar dagen gestopt en toen om de dag weer doorgegaan, ik voelde me steeds beter, ongelooflijk. Ik dacht misschien heb ik wel een goede week. Dat was wel eerder voorgekomen. Ik ben gestopt met mezelf te behandelen, maar na de vijfde dag kwam de pijn weer terug met alle andere klachten zoals concentratie problemen. Ik ben weer begonnen met de therapie en werd beter. Ik heb aan den lijve ondervonden dat A.P.S. écht werkt. Voortaan behandel ik mezelf een maal per week en voel me er goed bij !
Met mijn werk in de Zorg moest ik tien jaar geleden stoppen, omdat ik Fibromyalgie kreeg. Mijn klachten zijn pijn, gebrek aan energie, concentratie problemen. Na 2-3 uur op moest ik rusten omdat ik uitgeput was. Ik kwam in de W.A.O. De gehele medische wereld en therapieën heb ik gevolgd,maar niets hielp totdat ik in aanraking kwam met A.P.S-therapie. Na drie behandelingen bemerkte ik vooruitgang, na vijf behandelingen waren mijn klachten voor tachtig procent verbeterd. Ik sliep beter, had minder pijn en meer energie en ook mijn buik en darm klachten namen strek af. Nu na 15 jaar W.A.O. kan ik weer aan de slag en voel me als herboren !
Ik ben 80 jaar oud en heb al meer dan 20 jaar n versleten rug. Ik heb vele pijnstillers geslikt en gebruik momenteel morfine voor de pijn. Ik las in ‘n plaatselijk blad over ‘n open dag bij A.P.S.-therapie en ben naar ‘n therapeut gegaan om me te laten informeren. Het verhaal stond me meteen al aan en ik ben gestart met de behandelingen. Na 6 behandelingen voelde ik dat de pijn minder werd en na drie weken had ik soms ‘n dag dat ik vergat dat ik ’n versleten rug heb . Ik krijg momenteel één behandeling om de 14 dagen en ga binnenkort stoppen met de morfine. En de pijn blijft weg ! Had ik maar eerder van A.P.S.-therapie gehoord !
APS ervaring - Van rolstoel naar Salsa-dansen Als fibromyalgie-patiënte' was Georgette Umberger aangewezen op krukken, maar nog vaker op een rolstoel. Inmiddels bruist ze van de energie, zit ze op salsa-les en is ze zelf APS-therapeute. APS: microstroompje dat zorgt voor mogelijke pijnverlichting, energiebevordering, ontstekingsremming, betere doorbloeding, opheffing van stijfheid in de ledematen en vermindering van stress .../... Cfr. : http://users.telenet.be/cvstoxicose/van_rolstoel_naar_salsales.htm
APS-Marketing - APS-Marketing biedt wereldwijd APS gerelateerde produkten aan. APS staat voor "Action Potential Simulation", dit betekent: "nabootsen van de lichaamseigen Actie Potentiaal" : http://www.aps-marketing.com/
Beroepsvereniging voor APS Therapeuten (BVAT) Doel : - APS Therapie meer landelijke bekendheid te geven - Criteria en procedures te ontwikkelen en te handhaven ten behoeve van de kwaliteitsbewaking - Voor zover mogelijk samenwerking tot stand te brengen tussen APS en andere instanties met soort gelijke doelstelling. Kwaliteitscriteria : De kwaliteitscriteria waar actieve leden aan dienen te voldoen : - Een afgeronde cursus APS Therapie of opleiding APS Therapie op HBO niveau - Periodieke nascholing ( bijwonen intervisiemiddagen). Na het bijwonen van een nascholing ontvangt men hiervoor een certificaat - Goede praktijkvoering, richtlijnen zijn opgesteld door de commissie kwaliteitsbewaking. Lijst van gekwalificeerde therapeuten : De BVAT beschikt over een lijst van gekwalificeerde therapeuten. Voor een therapeut bij u in de buurt kunt u het beste het invulformulier op de homepagina invullen of telefonisch contact leggen met de BVAT. Voor vragen kunt U mailen naar : info@bvat.nl Cfr. : http://www.bvat.nl/
Elektronische middelen tegen gewrichtspijn - Mensen met chronische pijnklachten kennen het dilemma: nog een pijnstiller of kijken of het zonder ook lukt. TENS staat voor Transcutane Electro Neuro Stimulatie. Het is een apparaatje dat pijn verlicht door kleine stroomstootjes af te geven aan het lichaam. Deze worden afgegeven door elektroden die je op je lichaam plakt. TENS is het bekendste elektronische middel tegen pijn, maar er zijn ook andere technieken. Elektromagnetische therapie werkt vergelijkbaar, maar dan met magneten. Het stimuleert op een diep niveau in het lichaam de reparatie van getroffen, pijnlijke delen. Hetzelfde gebeurt bij geluidsgolventherapie. Deze technieken kunnen uitkomst bieden voor mensen die last hebben van chronische pijnklachten (osteoporose, bekkeninstabiliteit en zenuwpijn) of acute pijn (migraine, botbreuken, bevalling). Van negatieve effecten op de lange termijn is nog niet veel te zeggen. Wel is duidelijk dat het bij veel mensen niet blijkt te werken. Er zijn evenzoveel voor- als tegenstanders. Vind je elektronische middelen een goede methode van pijnbestrijding of kies je liever voor een traditionele pijnstiller ? Of een andere alternatieve behandelwijze ? Oordeel mee of lees de achtergrondinformatie : http://www.gezondheidsplein.nl/gp/gp.php?type=oordeelmee&id=39&actie=meerinfo
Fibromyalgie - Inzicht en begrip Ineke Peters – ISBN : 90-77274-04-9 Ineke Peters is fysiotherapeute en APS therapeute en heeft fibromyalgie. Zij is werkzaam in haar Praktijk voor Pijnbestrijding te Best. Dit boekje is geschreven voor fibromyalgie patiënten, artsen en therapeuten. Het geeft een samenvatting van de resultaten van recent onderzoek naar de oorzaken van fibromyalgie. Gepoogd is om het boekje zowel voor patiënten als voor zorgverleners interessant en leesbaar te maken. Ingewikkelde medische termen worden daarom meteen in de tekst verklaard of kunnen worden opgezocht in de verklarende woordenlijst achter in het boekje. Het doel van het boekje is erkenning en begrip te krijgen voor de fibromyalgie patiënt en inzicht in het fibromyalgie syndroom (FMS). Allereerst wordt een beschrijving gegeven van FMS, de symptomen en de mogelijke factoren die kunnen bijdragen aan het ontstaan van FMS. Daarna worden de resultaten van recent onderzoek en de gevonden lichamelijke afwijkingen op een rijtje gezet. Vervolgens wordt besproken welke onderzoeksmogelijkheden er reeds zijn om de diagnose te stellen en welke behandelingsmethoden mogelijk zijn om de klachten te verminderen. Tevens wordt het belang van erkenning en begrip door de huisarts en de omgeving voor de FMS-patiënt aan de orde gesteld en wat zij kunnen doen ter ondersteuning. Verder staan er ook voor de patiënt zelf een aantal tips in om beter om te leren gaan met chronische pijn. Tot slot gaat de auteur in op APS therapie, met een korte uitleg over de werking ervan en de positieve invloed die APS therapie kan hebben op de klachten en symptomen bij FMS. FMS is helaas nog niet te genezen maar met het juiste inzicht, begrip en behandeling kunnen veel van de klachten verminderen en kan het leven een stuk aangenamer worden. Dit boekje is te bestellen via te bestellen via info@bestrijdpijn.info -of- ineke.peters@wanadoo.nl -of- info@nvvat.nl
Lijst van gekwalificeerde therapeuten Beroepsvereniging voor APS Therapeuten (BVAT) beschikt over een lijst van gekwalificeerde therapeuten. Voor een therapeut bij u in de buurt kunt u het beste het invulformulier op de homepagina invullen of telefonisch contact leggen met de BVAT. Cfr. : http://www.bvat.nl/ Cfr. ook : http://www.apsinfo.nl/vraag.html
A comparative study between a DC (Direct current) MET (micro current) Electrical Field and conventional TENS on ATP levels in an in vitro system - van Papendorp D, Joubert A, Koorts A, Lottering M
A neurotoxicologic evaluation of the spinal cord after chronic intrathecal injection of R-phenylisopropyl adenosine in the rat - Karlsten R, Gordh T, Svensson BA. - Anesth Analg 1993; 77:731-736.
A new way of treating chronic backache - Odendaal C, Joubert G. APS Therapy - SAJ of Anaesthesiology and Analgesia 1999, 5 (1) 26-29.
A new way of treating chronic backache - SAJ of Anaesthesiology and Analgesia - Odendaal C, Joubert G. APS-Therapy 1999, 5 (1) 26-29.
A peripheral mononeuropathy in rat that produces disorders of pain sensation like those seen in man - Bennett GJ, Xie Y-K - Pain 1988; 33:87-107.
Accelerated healing of skin ulcers by electrotherapy - Wolcott, L.E., Wheeler, P.C. and Hardwicke, H.M. (1969) - South. Med. J., 62, p. 795
Action Potential Simulation Therapy : Self assessment by 285 patients with chronic pain - van Papendorp D, Kruger M, Maritz C, Dippenaar N, Mphil - The Medicine Journal, jan 2000.
Adenosine A1 and A2 receptors in the substantia gelatinosa are located predominantly on intrinsic neurons : an autoradiography study - Choca JI, Green RD, Proudfit HK - J Pharmacol Exp Ther 1988; 247:757-764.
Adenosine A3 receptor activation produces nociceptive behaviour and edema by release of histamine and 5-hydroxytryptamine - Sawynok J, Zarrindast MR, Reid AR, Doak GJ. - Eur J Pharmacol 1997; 333:1-7.
Adenosine and ATP - From receptor structure to clinical applications - Kennedy C, Ijzerman A. - Trends Pharmacol Sci 1994; 15:311-312.
Adenosine and neuropathic pain - Guieu R, Peragut JC, Roussel P, et al - Pain 1996; 68:271-274.
Adenosine and pain - Sawynok J. - In : Phillis JW (Ed). Adenosine and Adenine Nucleotides as Regulators of Cell Function. Boca Raton: CRC Press, 1991, pp 391-402.
Adenosine increases the cutaneous heat pain threshold in healthy volunteers - Ekblom A, Segerdahl M, Sollevi A - Acta Anaesthesiol Scand 1995; 39:717-722.
Adenosine infusion during isoflurane-nitrous oxide anaesthesia - Indications of perioperative analgesic effect - Sollevi A. - Acta Anaesthesiol Scand 1992; 36:595-599.
Adenosine receptor activation and nociception - Sawynok J. - Eur J Pharmacol 1998; 347:1-11.
Adenosine receptors in the central nervous system - Fastbom J - Dissertation. Stockholm: Karolinska Institute, 1988.
Adenosine regulates via two different types of receptors, the accumulation of cyclic AMP in cultured brain cells - Van Calker D, Müller M, Hamprecht B. - J Neurochem 1979; 33:999-1005.
Allodynia evoked by intrathecal administration of prostaglandin F2 alpha to conscious mice - Minami T, Uda R, Horiguchi S, et al. - Pain 1992; 50:223-229.
An A1-selective adenosine agonist abolishes allodynia elicited by vibration and touch after intrathecal injection - Karlsten R, Gordh T Jr. - Anesth Analg 1995; 80: 844-847.
An investigation into the effect of APS Therapy on the plasma levels of beta-endorphin, Substance P and leu encephalin in patients with chronic pain - Van Papendorp D, Maritz C and Dippenaar N. - The Medicine Journal, nov. 2001.
Antinociceptive effects in mice after intrathecal injection of 5’-N-ethylcarboxamide adenosine - Post C. - Neurosci Lett 1984; 51:325-330.
ATP as a peripheral mediator of pain - Hamilton S, McMahon S - J Auton Nerve Syst 2000, 81(1-3):187-194.
Augm,entation of bone repair by inductively coupled electromagnetic fields - Basset, C.A.L., Pawluk, R.J. and Pills, A.A. (1974) - Science, 184, p. 575
Autoradiographic localization of adenosine receptors in rat brain using (H)cyclohexyladenosine - Goodman RR, Snyder SH - J Neurosci 1982; 2:1230-1241.
Beneficial effects of electromagnetic fields - Bassett, CAL - J Cell Biochem 1993, 51, 387
Biological effects of nonionizing radiation : An outline of fundamental laws - Romero-sierra, C and Tanner, J.A. (1974) - Ann. N.Y. Acad. Sci., 238, p. 263
Biologically closed electrical circuits : Clinical, experimental and theoretical evidence for an additional circulatory system - Nordenström, B.E.W. (1983) - Nordic Medical Publications, Stockholm, Sweden (as per Kirsch and Lerner in 1995)
Characterization of adenosine receptors mediating spinal sensory transmission related to nociceptive information in the rat - Nakamura I, Ohta Y, Kemmotsu O. - Anesthesiology 1997; 87:577-584.
Characterization of the antinociceptive effects of some adenosine analogues in the rat - Holmgren M, Hedner J, Mellstrand T, Nordberg G, Hedner T. - Naunyn Schmiedebergs Arch Pharmacol 1986; 334:290-293.
Confidential Medical Report - Frank, B. (1998) - Strand, South Africa
Confidential Medical Report - Van Niekerk, W.P. (1998) - Benoni, South Africa
Confidential Research Report - McCord-Uys, J. (1998) - Pretoria Technikon, Pretoria, South Africa
Effect of low frequency pulsing electromagnetic fields on skin ulcers of venous origin in humans - A double blind study - Jeran, M (1990) - J. Orth. Res., 8, p. 276
Effect of spinal cord stimulation on tactile hypersensitivity in mononeuropathic rats is potentiated by simultaneous GABA(B) and adenosine receptor activation - Cui JG, Meyerson BA, Sollevi A, Linderoth B - Neurosci Lett 1998; 247:183-186.
Effects of (-)-N6-(R-phenylisopropyl)-adenosine (PIA) and caffeine on nociception and morphine-induced analgesia, tolerance and dependence in mice - Ahlijanian MK, Takemori AE - Eur J Pharmacol 1985; 112:171-179.
Effects of intrathecal injection of the adenosine receptor agonists R-phenylisopropyl-adenosine and N-ethylcarboxamide-adenosine on nociception and motor function in the rat - Karlsten R, Gordh T Jr, Hartvig P, Post C. - Anesth Analg 1990; 71:60-64.
Electric fields stimulate DNA synthesis of mouse osteoblast-like cells by a mechanism involving calcium ions - Ozawa H, Abe E a.o. - J Cell Physiol 1989, 138 (2), 477-483.
Electrical control systems and regenerative growth - Becker, R.O. (1982) - J. of Bioelect., 1(2) (as per Kirsch and Lerner in 1995)
Electrical nerve stimulation improves healing of diabetic ulcers - Lundeberg, T.C. , Eriksson, S.V. and Malm, M. (1992) - Ann. Plas. Surg., 29(4), p. 328
Electrical stimulation in Clinical Practice - Windsor RE, Lester JP, Herring SA - Physician & Sportsmedicin 1993; 21:85-93
Electrically stimulated bone growth in animals and man : Review of the literature - Spadaro, J.A. (1977) - Clin. Orthop., 122: p. 325
Electromagnetic field effects on cells of the immune system : the role of calcium signaling - Walleczek J - FASEB J 1992; 6.
Establisment of a simple and practical procedure applicable to therapeutic angiogenesis - Kanno S, Oda N, Abe N a.o. - Circulation 1999, 99 (20), 2682-2687.
Exogenous and endogenous adenosine enhance the spinal antiallodynic effects of morphine in a rat model of neuropathic pain - Lavand´homme PM, Eisenach JC. - Pain 1999; 80:31-36.
How do drugs relieve neurogenic pain ? - Karlsten R, Gordh T. - Drugs Aging 1997; 11:398-412.
Innovations in pain management : A practical guide for clinicians - Kirsch, D.L. and Lerner, F.N. (1995) - The textbook of the American Academy of Pain Management, Volume 4 - GR Press, Inc., Winter Park, Florida, United States of America
Intrathecal adenosine administration: a phase 1 clinical safety study in healthy volunteers, with additional evaluation of its influence on sensory thresholds and experimental pain - Rane K, Segerdahl M, Goiny M, Sollevi A. - Anesthesiology 1998; 89:1108-1115.
Intrathecal administration of the adenosine A1 receptor agonist R-phenylisopropyl adenosine reduces presumed pain behaviour in a rat model of central pain - Sjölund KF, von Heijne M, Hao JX, et al.- Neurosci Lett 1998; 243:89-92.
Intrathecal and systemic R-phenylisopropyl-adenosine reduces scratching behaviour in a rat mononeuropathy model - Sjölund KF, Sollevi A, Segerdahl M, Hansson P, Lundeberg T. - Neuroreport 1996; 7:1856-1860.
Journey to Pain Relief Phyllis Berger - Myofascial, Fibromyalgia, Trigger Pts, Pain – A02 - Acupuncture (A1-A5) - Distributed by AcuMedic : www.acumedic.com- 2003 "A useful tool that empowers both the chronic pain sufferer and the therapist by providing hands on information and advice on the treatment of pain." Description Starts its journey by learning to combine different treatments,tapping into the body's inherent knowledge & ability to heal,increasing exercise ability, producing chemical substances in the body with acupuncture & electrical currents.- P.Berger (2003) Review from David F. Mayor A useful tool that empowers both the chronic pain sufferer and the therapist by providing hands-on information and advice on the treatment of pain This perceptive and inspiring book can be recommended for both patients and therapists, as its subtitle suggests. Phyllis Berger, South African acupuncturist and physiotherapist, brings a wealth of experience, a great deal of energy, a keen mind and a compassionate heart to her topic – the treatment of acute and chronic pain. Having to cope with her own pain has clearly empowered her in her work with others. Resourceful, always eager to learn, she has evolved a multimodal approach that involves her patients in their own process, together with the application of various methods of acupuncture and electroacupuncture (EA), magnet therapy, ‘modified direct current’ (APS), relaxation and breathing exercises, … prayer. In the first few chapters of the book, Berger explores the causes of pain (neurophysiological, emotional, lifestyle, traumatic), stressing the importance of living with pain in a positive way rather than becoming resigned to it. Always she emphasises the partnership between patient and practitioner, empowering the patient, explaining to the reader without talking down (or up !). Her well-illustrated chapters on acupuncture show an eclectic approach (TCM, Gunn, Joseph Wong, Baldry). In addition to outlining treatments for different types and locations of pain, she offers acupuncture protocols for stress, inflammation and for enhancing immune and autonomic function. The chapters on TENS and modified direct current are also detailed and useful (although the chapter between, on various other electrotherapies, is comparatively sketchy). Modified direct current using the APS (action potention stimulation) device was developed in South Africa in the 1990s, and will be unfamiliar to most acupuncturists or physiotherapists elsewhere. The output is a ‘combination of direct and alternating current’ (0-150 Hz, 0-4 mA), a monophasic square wave with exponential decay. It appears to have effects additional to those of TENS, for instance on circulation, and can be combined with acupuncture, EA and other forms of electrotherapy. The end chapters of the book describe the author’s multimodal approach in depth, with some detailed case studies, outlining the coping skills that can be developed by patients who have to live with chronic pain and the exercises that will be useful to them. In the final chapter, Phyllis Berger gives a brief account of her own journey to an understanding of pain and of how she has developed her approach to its treatment. Overall, this is a very useful resource for both patients and practitioners (acupuncturists, physiotherapists), well written to appeal to both – although possibly a little pricy for patients. However, the emphasis on modified direct current will limit its relevance for many who do not use this or similar forms of electrotherapy. Although Berger is not shy of quoting the evidence for the treatments she recommends (yes, even prayer), I remain unconvinced that APS is really superior to other forms of electrotherapy for conditions such as ankylosing spondylitis or osteoporotic fractures, as she claims. In this instance, as in her coverage of the Korean Acu-Touch device (actively marketed in South Africa, and by South Africans elsewhere), I wonder if enthusiasm has got the better of her discrimination. On the other hand, it is precisely her enthusiasm that makes this book a delight. Even if my left brain would have preferred something with a glossary, a more comprehensive bibliography, an index, and a little less effusiveness, my right brain is very comfortable with the book. And if, like the Liverpool taxi driver whose case she describes so movingly, I myself had an intractable pain problem, I know where I would go for treatment, and to learn the use of tools to deal with it. Cfr. : http://www.acumedic.com/bkplindex/BK3648.html
Low intensity negative electric current in treatment of ulcers of leg due to chronic venous insufficiency - Preliminary report of three cases - Assimacopoulos, D. (1968) - Amer. J. J. Surg., 115, p. 683
Low-frequency transcutaneous nerve stimulation in mild/moderate hypertension - Kaada, B., Flatheim, E. and Woie, L. (1991) - Clin. Phys., 11, p. 161
Martindale - The Extra Pharmacopoeia (1989) - Reynold, E.F. - The Pharmaceutical Press, London, United Kingdom
Mechanisms of growth control - Becker, R.O. (1981) - Springfield, MO : Charles C. Thomas Co. (as per Kirsch and Lerner in 1995)
Na-K-ATPase - Isoform Structure, Function and Expression - Lingrel, J.B. - Journal of Bioenergetics and Biomembranes (1992) 24, 263-270.
New frontiers in transcutaneous electrical nerve stimulation - Tapio, D. and Hymes, A.C. (1987) - Minne-tonka, MN: LecTec Corporation, U.S.A. (as per Kirsch and Lerner in 1995)
Nomenclature and classification of purinoreceptors - Fredholm BB, Abbracchio MP, Burnstock G, et al. - Pharmacol Rev 1994; 46:143-156.
Organization of P-type ATPases: Significance of structural diversity - Lutsenko, S. and Kaplan, J.H. - Biochemistry (1996) 34, 15607-15613.
Pain mechanisms - A new theory - Melzack R, Wall P - Science 1965, 150:971
PEMF stimulation of skin ulcers of venous origin in humans : Preliminary report of a double blind study - Jeran, M. (1987) - J. Bioelect., 6, p. 181
Pharmacology of the spinal adenosine receptor which mediates the antiallodynic action of intrathecal adenosine agonists - Lee YW, Yaksh TL. - J Pharmacol Exp Ther 1996; 277:1642-1648.
Purinergic nerves - Burnstock G. - Pharmacol Rev 1972; 24:509-581.
R-phenylisopropyl-adenosine increases spinal cord blood flow after intrathecal injection in the rat - Karlsten R, Kristensen JD, Gordh T. - Anesth Analg 1992; 75:972-976.
Reduced anti-allodynic effect of the adenosine A1-receptor agonist R-phenylisopropyladenosine on repeated intrathecal administration and lack of cross-tolerance with morphine in a rat model of central pain - von Heijne M, Hao JX, Yu W, et al. - Anesth Analg 1998; 87:1367-1371.
Relief of pain by transcutaneous stimulation - Loeser, J.D., Black, R.G. and Christman, A.J. (1975) - J. Neurosurg., 42, p. 308
Role of spinal adenosine receptors in modulating the hyperesthesia produced by spinal glycine receptor antagonism - Sosnowski M, Yaksh TL. - Anesth Analg 1989; 69:587-592.
Spinal cord blood flow after intrathecal injection of a N-methyl-D-aspartate receptor antagonist or an adenosine receptor agonist in rats - Kristensen JD, Karlsten R, Gordh T, Holtz A. - Anesth Analg 1993; 76:1279-1283.
Spinal cord morphology after chronic intrathecal administration of adenosine in the rat - Rane K, Karlsten R, Sollevi A, Gordh T, Svensson BA. - Acta Anaesthesiol Scand 1999; 43:1035-1040.
Spinal pharmacology of thermal hyperesthesia induced by incomplete ligation of sciatic nerve. I. Opioid and nonopioid receptors - Yamamoto T, Yaksh TL. - Anesthesiology 1991; 75:817-826.
Structural organization, ion transport and energy transduction of P-type ATPases - Möller, J.V., Juul, B. and le Maire, M.,, Biochimica et Biophysica Acta (1996) 1286, 1-51.
Structure at 2.8 Å resolution of F 1 -ATPase from bovine heart mitochondria - Abrahams, J.P., Leslie, A.G., Lutter, R. and Walker J.E. - Nature (1994) 370, 621-628.
Studies of the effects of diapulse treatment of various aspects of wound healing in experimental animals - Constable, J.D., Scupicchio and Opitz, B. (1971) - J. Surg. Res., 11, p. 254
Study on 99 patients with osteoarthritis (OA) of the knee - Berger P, Matzner L. - SAJ of Anaesthesiology and Analgesia 1999, 5 (2) 26-36.
Sympathectomy alleviates mechanical allodynia in an experimental animal model for neuropathy in the rat - Lee YW, Chung JM. - Neurosci Lett 1991; 134:131-134.
Systemic adenosine infusion - A new treatment modality to alleviate neuropathic pain - Sollevi A, Belfrage M, Lundeberg T, Segerdahl M, Hansson P. - Pain 1995; 61:155-158.
Systemic adenosine infusion alleviates spontaneous and stimulus evoked pain in patients with peripheral neuropathic pain - Belfrage M, Sollevi A, Segerdahl M, Sjolund KF, Hansson P - Anesth Analg 1995; 81:713-717.
The ATP synthase - a splendid molecular machine - Boyer, P.D. - Annual Review in Biochemistry (1997) 66, 717-749.
The binding change mechanism for ATP synthase - Some probabilities and possibilities - Paul D. Boyer and John E. Walker Boyer, P.D. - Biochimica et Biophysica Acta (1993) 1140, 215-250.
The body electric - Becker RO, 1985 - New York, William Morrow and Co, Inc
The effects of a small, pulsed DC electric field on ATP and cAMP levels in in vitro and in vivo systems - Seegers J, Lottering M, Joubert A, Joubert F, Koorts A, Engelbrecht C, v. Papendorp D.
The effects of diapulse on the healing of wounds : A double-blind randomized controlled trial in man - Goldin, H. (1981) - Brit. J. Plas. Surg., 34, p. 267
The effects of electric currents on ATP generation, protein synthesis and membrane transport of rat skin Cheng N, Van Hoof H, Bockx E, Hoogmartens MJ, Mulier JC, De Dijcker FJ, Sansen WM, De Loecker W, Clin Orthop Relat Res. 1982 Nov-Dec;(171):264-72 - PMID: 7140077 Direct electric currents ranging from 10 microA to 1000 microA increase ATP concentrations in the tissue and stimulate amino acid incorporation into the proteins of rat skin. The amino acid transport through the cell membrane, followed by the alpha-aminoisobutyric acid uptake, is stimulated between 100 microA and 750 microA. The stimulatory effects on ATP production and on amino acid transport, apparently mediated by different mechanisms, contribute to the final increased protein synthesizing activity. DNA metabolism followed by thymidine incorporation remains unaffected during the course of current application. The effects on AtP production can be explained by proton movements on the basis of the chemiosmotic theory of Mitchell, while the transport functions are controlled by modification in the electrical gradients across the membranes. Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=pubmed&dopt=Abstract&list_uids=7140077
The healing of superficial skin wounds is stimulated by external electrical current - Alvarez, O.M. (1983) - J. Invest. Derm., 81, p. 144 (as per Kirsch and Lerner in 1995)
The influence of adenosine, ketamine, and morphine on experimentally induced ischemic pain in healthy volunteers - Segerdahl M, Ekblom A, Sollevi A. - Anesth Analg 1994; 79:787-791.
The influence of electrical current on an infecting microorganism in wounds - Rowley, B.A., McKenna, J.M. Chase, G.R. and Wolcott, L.E. (1974) - Ann. Y.Y. Acad.Sci., 238, p. 543
The influence of some cations on an adenosine triphosphatase from peripheral nerves - Skou, J.C. - Biochimica et Biophysica Acta (1957) 23, 394-401
The Na, K-ATPase - Skou, J.C., and Esmann, M. - Journal of Bioenergetics and Biomembranes (1992) 24, 249-261.
The pharmacology of adenosine - Pelleg A, Porter S. - Pharmacotherapy 1990; 10: 157-174.
The role of purines in nociception - Sawynok J, Sweeney MI. - Neuroscience 1989; 32:557-569.
The roles of spinal adenosine receptors in the control of acute and more persistent nociceptive responses of dorsal horn neurones in the anaesthetized rat - Reeve AJ, Dickenson AH. - Br J Pharmacol 1995; 116:2221-2228.
The safety and efficacy of intrathecal adenosine in patients with chronic neuropathic pain - Belfrage M, Segerdahl M, Arner S, Sollevi A - Anesth Analg 1999; 89:1136-1142.
The use of APS therapy in leg ulcer treatment - Health and Hygiëne, jan. 2000.
Treatment of decubitus ulcers : A new approach - Barron, J.J. and Jacobson, W.E. (1985) - Minn. Med., 68, p. 103
Treatment of open-skin wounds with electric stimulation - Mulder, G.D. (1991) - Arch. Phys. Med. Rehab., 72, p. 375
Vectorial chemistry and the molecular mechanism of chemiosmotic coupling - Power transmission by proticity - Mitchell, P. (1976) - Biochem. Soc. Trans., 4, p. 400
"A useful tool that empowers both the chronic pain sufferer and the therapist by providing hands on information and advice on the treatment of pain."
Description Starts its journey by learning to combine different treatments,tapping into the body's inherent knowledge & ability to heal,increasing exercise ability, producing chemical substances in the body with acupuncture & electrical currents
Review from David F. Mayor A useful tool that empowers both the chronic pain sufferer and the therapist by providing hands-on information and advice on the treatment of pain This perceptive and inspiring book can be recommended for both patients and therapists, as its subtitle suggests. Phyllis Berger, South African acupuncturist and physiotherapist, brings a wealth of experience, a great deal of energy, a keen mind and a compassionate heart to her topic – the treatment of acute and chronic pain. Having to cope with her own pain has clearly empowered her in her work with others. Resourceful, always eager to learn, she has evolved a multimodal approach that involves her patients in their own process, together with the application of various methods of acupuncture and electroacupuncture (EA), magnet therapy, ‘modified direct current’ (APS), relaxation and breathing exercises, … prayer. In the first few chapters of the book, Berger explores the causes of pain (neurophysiological, emotional, lifestyle, traumatic), stressing the importance of living with pain in a positive way rather than becoming resigned to it. Always she emphasises the partnership between patient and practitioner, empowering the patient, explaining to the reader without talking down (or up !). Her well-illustrated chapters on acupuncture show an eclectic approach (TCM, Gunn, Joseph Wong, Baldry). In addition to outlining treatments for different types and locations of pain, she offers acupuncture protocols for stress, inflammation and for enhancing immune and autonomic function. The chapters on TENS and modified direct current are also detailed and useful (although the chapter between, on various other electrotherapies, is comparatively sketchy). Modified direct current using the APS (action potention stimulation) device was developed in South Africa in the 1990s, and will be unfamiliar to most acupuncturists or physiotherapists elsewhere. The output is a ‘combination of direct and alternating current’ (0-150 Hz, 0-4 mA), a monophasic square wave with exponential decay. It appears to have effects additional to those of TENS, for instance on circulation and can be combined with acupuncture, EA and other forms of electrotherapy. The end chapters of the book describe the author’s multimodal approach in depth, with some detailed case studies, outlining the coping skills that can be developed by patients who have to live with chronic pain and the exercises that will be useful to them. In the final chapter, Phyllis Berger gives a brief account of her own journey to an understanding of pain and of how she has developed her approach to its treatment. Overall, this is a very useful resource for both patients and practitioners (acupuncturists, physiotherapists), well written to appeal to both – although possibly a little pricy for patients. However, the emphasis on modified direct current will limit its relevance for many who do not use this or similar forms of electrotherapy. Although Berger is not shy of quoting the evidence for the treatments she recommends (yes, even prayer), I remain unconvinced that APS is really superior to other forms of electrotherapy for conditions such as ankylosing spondylitis or osteoporotic fractures, as she claims. In this instance, as in her coverage of the Korean Acu-Touch device (actively marketed in South Africa and by South Africans elsewhere), I wonder if enthusiasm has got the better of her discrimination. On the other hand, it is precisely her enthusiasm that makes this book a delight. Even if my left brain would have preferred something with a glossary, a more comprehensive bibliography, an index and a little less effusiveness, my right brain is very comfortable with the book. And if, like the Liverpool taxi driver whose case she describes so movingly, I myself had an intractable pain problem, I know where I would go for treatment, and to learn the use of tools to deal with it.
Speelt allergie geen rol bij CVS ? Dr. J. Kamsteeg Klinisch Ecologisch Allergie Centrum (KEAC) - Centre for Environmental Medicine - Zoomweg 44, 6006 TW Weert Tel. : 0495-451428 – Fax : 0495-451473 – E-mail : keac@tip.nl – Website : http://www.keac.nl/werk.htm
Klinisch Ecologisch Allergie Centrum (KEAC) De afkorting KEAC staat voor 'Klinisch Ecologisch Allergie Centrum'. De klinische ecologie is een wetenschap die zich op het Europese vasteland langzaam maar zeker begint te ontwikkelen. In landen als Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Canada heeft de klinische ecologie al langer vaste voet aan de grond. Daarnaast zijn er klinisch ecologen in tal van andere landen, zoals Australië, China en Japan. De klinische ecologie, een stroming binnen de geneeskunde, bestudeert de invloed van de omgeving op de mens. Zij houdt zich vooral bezig met chemische verbindingen die voorkomen in ons milieu (lucht, water, voeding, medicijnen). De meeste beoefenaars van de reguliere geneeskunde richten zich voornamelijk op het eindpunt van het ziekteproces. Zij gaan er doorgaans van uit dat de reactie van een individu volgens min of meer algemeen geldende patronen verloopt. De klinische ecologie daarentegen is van mening dat vele ziekten volledig individu-afhankelijke reacties zijn op chemische verbindingen in het milieu van de patiënt. Verder zoeken klinisch ecologen naar de oorzaak van het ziekteproces. Het blijkt dat het ontstaan van diverse chronische ziekten en klachten kan samenhangen met voedings- en milieufactoren. Voorbeelden zijn migraine, maag-darmstoornissen, hooikoorts, galbulten, acné, eczeem, reumatische artritis, onvruchtbaarheid, miskramen, CARA (astma), hypoglykemie, hoge bloeddruk, overgewicht, schizofrenie, depressiviteit, lusteloosheid, concentratiestoornissen en chronische vermoeidheid. De term 'klinische ecologie' is in engelstalige landen inmiddels vervangen door 'Environmental Medicine' en in duitstalige landen door 'Umweltmedizin'. De vertaling hiervan ('milieugeneeskunde') is inmiddels ook in Nederland geïntroduceerd. Het KEAC is in 1989 opgericht door biochemicus dr. J. Kamsteeg, tot dat moment verbonden aan de Universiteit Wageningen. Dr. Kamsteeg volgde zijn opleiding aan de Universiteit van Utrecht en promoveerde in 1980 op een onderzoek naar de genetische controle van de stofwisseling van flavonoïden. Aanvankelijk was het KEAC gevestigd in Rhenen. In 1998 is het KEAC verhuisd naar Weert.
Speelt allergie geen rol bij CVS ?
In vele tijdschriften werd recentelijk geschreven over de relatie tussen allergie en het chronisch vermoeidheid syndroom (CFS) : "Allergie, in welke vorm dan ook, speelt geen rol bij het chronisch vermoeidheidsyndroom."
De bron van deze opmerking schuilt in een artikel van M.S. Repka-Ramirez, K. Naranch, Y.J. Park, A. Velarde, D. Clauw en J.N. Baraniuk van de Department of Medicine van de Georgetown University in Washington in het tijdschrift Ann. Allergy Asthma Immunol. september 2001, 87(3), 218-221, getiteld "IgE-levels are the same in chronic fatigue syndrome (CFS) and control subjects when stratified by allergy skin test and rhinitis types."
De achtergrond van dit onderzoek is dat CFS een onbekende pathogenese heeft. Eén van de mogelijke patheogeneses is allergie waarbij de patiënt volledig uitgeput zou raken. Het doel van dit onderzoek was om serum IgE in CFS patiënten te vergelijken met controles en te bezien of het gemiddelde IgE in CFS patiënten hoger zou zijn.
IgE verschilde niet significant tussen de controles (128 IU/ml) en de CFS groep (144 IU/ml). TH2-lymfocyten en IgE-mestcel mechanismen spelen derhalve geen rol bij het ontstaan van CFS. Deze conclusie is geheel onjuist. Er is geen onderzoek naar IgG of IgG4-allergische reacties gedaan. Chronische reacties zullen eerder door deze antistoffen worden gemedieerd. De conclusie dat TH2-lymfocyten en IgE-mestcel mechanismen geen rol bij het ontstaan van CFS is niet gerechtvaardigd. In een recente publicatie genaamd "Food intolerance existst as a co-morbidity in Chronic Fatique Syndrome" van T.M. Emms e.a. (dec. 2001) zien we een geheel andere conclusie. Voedselintolerantie speelt bij 20-30% van de patiënten een rol bij dit ziektebeeld. Hier werd bij 76 patiënten werd een eliminatie-provatie-oncerzoek gedaan. Vierendertig patiënten (90%) gaven aan verbetering van het eliminatiedieet te ondervinden. Ruim 35% van de symptomen verminderen. Singificant waren vermoeidheid, koortspieken, zere keel, spierpijnen, hoofdpijn, pijnlijke gewrichten, concentratieproblemen, slaapbehoefte en niet-fit opstaan.
Literatuur
The role of food intolerance in chronic fatigue syndrome - Loblay, R.H. (1992) – In : Hyde, B.M., ed. 'The clinical and cienntific basis of mylagic encephalomyelitis chronic fatigue syndrome'. Ottawa, The Nightingale Research Foundation, pp. 521-538.
The dietary managementof food allergy and food intolerance in children and adults - Dietitians Association of Autralia (1996) T. Aust. J. Nut. Diet. 53, 89-98.
Food intolerance existst as a co-morbidity in Chronic Fatique Syndrome - Emms, T.M., T.K. Roberts, H.L. Butt, I. Buttfield, N.R. McGregor en R.H. Dunstan (2001) - The Third International Clinical and Scientific Meeting, 1,2 december 2001, Sydney. Abstracts Sydney Conf. 25, 35.
IgE-levels are the same in chronic fatigue syndrome (CFS) and control subjects when stratified by allergy skin test and rhinitis types - M.S. Repka-Ramirez, K. Naranch, Y.J. Park, A. Velarde, D. Clauw en J.N. Baraniuk (2001) - Ann. Allergy Asthma Immunol. 87, 218-221.
Ahmed, T., R. Sumazaki et al. (1997) Immune response to food antigens: kinetics of food-specific antibodies in the normal population. Acta Paediatr. Jpn. 39, 322-328.
Alun-Jones, V., M. Shorthouse, P. McLaughlan and J.O. Hunter (1982) Food intolerance: a major factor in the pathogenesis of irritable bowel syndrome. Lancet II, 1115-1117.
Atkinson, W., A.T. Sheldon, N. Shaath en P.J. Whorwell (2004) Food Elimination based on IgG antibodies in irritable bowel syndrome: a randomised controlled trial. Gut 53, 1459-1464.
Awazuhara, H., H. Kawai et al. (1997) Major allergens in soybean and clinical significance of IgG4 antibodies investigated by IgE- and IgG4-immunoblotting with sera from soybean- sensitive patients. Clin. Exp. Allergy 27, 325-332.
Baird, A.W., W.S. Barclay et al. (1987) Affinity purified immunoglobulin G transfers immediate hypersensitivity to guinea pig colonic epithelium in vitro. Gastroenterology 92, 635-642.
Beauvais, F., C. Hieblot et al. (1990) Bimodal IgG4-mediated human basophil activation. Role of eosinophils. J. Immunol. 144, 3881-3890.
Bentley, S.J., D.J. Pearson and K.J.B. Rix (1983) Food hypersensitivity in irritable bowel syndrome. Lancet II, 295-297.
Bergh, V. van den, W. Amery and J. Wealkens J (1987) Trigger factors in migraine. Headache. 27, 191-195.
Berrens, L, A.G. van Dijk et al. (1981) Complement consumption in egg white and fish sensitivity. Clin Allergy. 11, 101-109.
Berrens, L. and I.B. Homedes (1991) Relationship between IgE and IgG antibodies in type I allergy. Allerg. Immunol. 37, 131-137.
Berry, J.B. and W.D. Brighton (1977) Familial human short-term sensitizing (IgG S-TS) antibody. Clin. Allergy 7, 401-406.
Bischoff, S. C., A. Herrmann and M.P Manns (1996) Prevelance of adverse reactions to food in patients with gastrointestinal disease. Allergy 51, 811-818.
Brighton, W.D. (1980) Frequency of occurrence of IgG (S-TS). Clin Allergy. 10, 97-100.
Burks A.W., J.R. Brooks et al. (1988) Allergenicity of major component proteins of soybean determined by enzyme-linked immunosorbent assay (ELISA) and immunoblotting in children with atopic dermatitis and positive soy challenges. J. Allergy Clin. Immunol. 81, 1135-1142.
Burks, A.W, H.B. Casteel et al. (1989) Enzyme-linked immunosorbent assay and immunoblotting determination of antibody response to major component proteins of soybeans in patients with soy protein intolerance. J. Pediatr. Gastroenterol. Nutr. 8, 195-203.
Burks, A.W., L.W. Williams et al. (1990) Antibody response to milk proteins in patients with milk-protein intolerance documented by challenge. J. Allergy Clin. Immunol. 85, 921-927.
Camilleri M & Choi M G (1997) Review article: irritable bowel syndrome. Aliment Pharmecol Ther. 11, 3-15.
Cavataio F, Iacono G, et al. (1996) Gastroesophageal reflux associated with cow's milk allergy in infants: which diagnostic examinations are useful? Am J Gastroenterol. 91, 1215-1220.
Cohen Ga, Hartman G, et al. (1985) Severe anemia and chronic bronchitis associated with a markedly elevated specific IgG to cow's milk protein. Ann Allergy. 55, 38-40.
Dannaeus A and Inganas M (1981) A follow-up study of children with food allergy. Clinical course in relation to serum IgE- and IgG-antibody levels to milk, egg and fish. Clin Allergy. 11, 533-539.
Dannaeus, A., S.G. Johansson et al. (1977) Clinical and immunological aspects of food allergy in childhood. I. Estimation of IgG, IgA and IgE antibodies to food antigens in children with food allergy and atopic dermatitis. Acta Paediatr. Scand. 66, 31-37.
Daul, C.B., J.E. Morgan et al. (1987) Immunologic evaluation of shrimp-allergic individuals. J. Allergy Clin. Immunol. 80, 716-722.
Dietitians Association of Autralia (1996) The dietary management of food allergy and food intolerance in children and adults. Aust. J. Nut. Diet. 53, 89-98.
Dockhorn R.J. (1987) Clinical studies of food allergy in infants and children. Ann. Allergy. 59, 137-140.
Downing D. and S. Davies (1992) Allergy: conventional and alternative concepts. A critique of the Royal College of Physicians of London’s report. J. Nutr. Med. 3, 331-349.
Drossman, D.A., W.E. Whitehead and M. Camilleri (1997) Irritable bowel syndrome: a technical review for practice guidelines. Gastroenterology 112, 2120-2137.
Duchateau, J., A. Michils et al. (1998) Anti-betalactoglobulin IgG antibodies bind to a specific profile of epitopes when patients are allergic to cow's milk proteins. Clin. Exp. Allergy 28, 824-33.
Egger, J. C. Carter, J. Wilson, M. Turner and J.F. Soothil (1983) Is migraine food allergy? Lancet, 865-869.
El Rafei, A., S.M. Peters, N. Harris and J.A. Bellanti (1989). Diagnostic value of IgG4 measurements in patients with food allergy. Annals of Allergy 62, 94-99.
Emms, T.M., T.K. Roberts, H.L. Butt, I. Buttfield, N.R. McGregor en R.H. Dunstan (2001) Food intolerance existst as a co-morbidity in Chronic Fatique Syndrome. The Third International Clinical and Scientific Meeting, 1,2 december 2001, Sydney. Abstracts Sydney Conf. 25, 35.
Fagan, D.L., C.A. Slaughter, J.D. Capra and T.J. Sullivan (1982). Monoclonal antibodies to immunoglobulin G4 induce histamine release from human basophils in vitro. J. Allergy Clin. Immunol. 70, 399-404.
Fallstrom, S.P., S. Ahlstedt et al. (1986) Serum antibodies against native, processed and digested cow's milk proteins in children with cow's milk protein intolerance. Clin. Allergy. 16, 417-423.
Farah, D.A., I. Calder, L. Benso et al. (1985) Specific food intolerance: its place as a cause of gastrointestinal symptoms. Gut 26, 164-168.
Fell, P.J., S. Soulsby, J. Brostoff (1991) Cellular responses to food in irritable bowel syndrome - an investigation of the ALCAT test. J. Nutr. Med. 1991, 143-149.
Firer, M.A., C.S. Hosking et al. (1982) Cow's milk allergy and eczema: patterns of the antibody response to cow's milk in allergic skin disease. Clin. Allergy 12, 385-390.
Francis, C.Y. and P.J. Whorwell (1994) Bran and irritable bowel syndrome: time for reappraisal. Lancet 344, 39-40.
Gamboa, P.M., A. Tabar, E. Wong and A. Oehling (1986). IgG4. characteristics and its role in allergic diseases. Allergol. et Immunopathol. 14, 155-163.
Germano, P., A. Pezzini, et al. (1993) Specific Humoral Response to Cow’s Milk-Proteins and Ovalbumin in Children With Atopic-Dermatitis. Int. J. Clin. Lab. Res. 23, 206-211.
Graham J. (1999) Testing the allergy tests. JACM, January 1999, 8.
Gwynn, C.N., J. Ingram and T. Almousawi (1982) Bronchial provocation test in atopic patients with allergen specific IgG4 antibodies. Lancet I/1982, 254-256.
Haddad, Z.H., M. Vetter et al. (1983) Detection and kinetics of antigen-specific IgE and IgG immune complexes in food allergy. Ann. Allergy 51, 255.
Hadjivassiliou, M. en R. Grünewald (2004) The neurology of gluten sensitivity: science vs. conviction. Practical Neurology 4, 124-126.
Halpern, G.M. (1988) Concluding remarks about IgG4-allergy. NER Allergy Proceedings 9, 83-84.
Halpern, G.M. and J.R. Scott (1987) Non-IgE antibody mediated mechanisms in food allergy. Annals of Allergy 58, 14-27.
Hamburger, R.N, R. Casillas et al. (1987) Long-term studies in prevention of food allergy: patterns of IgG anti- cow's milk antibody responses. Ann. Allergy 59, 175-8.
Harvey, R.F. (1987) Prognosis in the IBS: a 5 year prospective study. Lancet (i), 963-965.
Heiner, D.C. (1984) Significance of immunoglobulin G subclasses. Am. J. Med. 76: 1-9.
Hindocha, P. and C.B. Wood (1985) Histamine release from human leucocytes by IgG4 subclass in the sera of allergic children. Allergy 40, 523-528.
Hofman, T. (1995) IgE and IgG antibodies in children with food allergy. Rocz. Akad. Med. Bialymst. 40, 468-73.
Host, A., S. Husby et al. (1992) Prospective estimation of IgG, IgG subclass and IgE antibodies to dietary proteins in infants with cow’s milk allergy. Levels of antibodies to whole milk protein, BLG and ovalbumin in relation to repeated milk challenge and clinical course of cow’s milk allergy. Allergy 47, 218-29.
Hughes, E., P. Gott, R. Weinstein en R. Binggeli (1985) Migraine; a diagnostic test for etiology of food sensitivity by a nutritionally supported fast and confirmed by long term report. Ann. Allergy 55, 28-33.
Husby, S., V-A. Oxelius et al. (1985) Humoral immunity to dietary antigens in healthy adults. Occurrence, isotype and IgG subclass distribution of serum antibodies to protein antigens. Int. Arch. Allergy Appl. Immunol. 77, 416-22.
Husby, S., N. Foged, V-A. Oxelius and S.E. Svehag (1986) Serum IgG subclass antibodies to gliadin and other dietary antigens in children with coeliac disease. Clin. Exp. Immunol. 64, 526-531.
Husby, S., F. Schultz-Larsen et al. (1989) IgG subclass antibodies to dietary antigens in atopic dermatitis. Acta Derm. Venereol. Suppl. 144, 88-92.
Iacono. G., A. Carroccio et al. (1995) IgG anti-betalactoglobulin (betalactotest): its usefulness in the diagnosis of cow's milk allergy. Ital. J. Gastroenterol. 27, 355-60.
Iikura, Y., K. Akimoto et al. (1989) How to prevent allergic disease. I. Study of specific IgE, IgG, and IgG4 antibodies in serum of pregnant mothers, cord blood, and infants. Int. Arch. Allergy Appl. Immunol. 88, 250-2.
Ishizaka, T., K. Ishizaka and S. Salmon (1967) Biologic activities of aggregated gamma-globulin. VIII Aggregated immunoglobulin of different classes. J. Immunol. 99, 82.
Isolauri, E., R. Rautava en M. kalliomäki (2004) Food allergy in irritable bowel syndrome: new facts and old fallacies. Gut 53, 1391-1393.
Jerzmanovski, A., and A. Klimek (1983) Immunoglobulins and complement in migraine. Cephalalgia 3, 119-123.
Jones, V.A., P. McLaugghlan, M. Shorthouse (1982) Food intolerance: A major factor in the pathogenesis of irritable bowel syndrome. Lancet (ii), 115-117.
Katila, M.L., T. Ojanen and R. Maentyjaervi (1986) A six-year follow-up of antibody levels against microbes present in the farming environment in a group of dairy farmers in Finland. Am. J. Ind. Med. 10, 307-309.
Kruszewski, J., A. Raczka et al. (1994) High serum levels of allergen specific IgG-4 (asIgG-4) for common food allergens in healthy blood donors. Arch. Immunol. Ther. Exp. 42, 259-61.
Laar, M.A. van der and J.K. van der Korst (1992) Food intolerance in rheumatoid arthritis. I. A double blind, controlled trial of the clinical effects of elimination of milk allergens and azo dyes. Ann. Rheum. Dis. 51, 298-302.
Laar, M.A. van der and J.K. van der Korst (1992) Food intolerance in rheumatoid arthritis. II. Clinical and histological aspects. Ann. Rheum. Dis. 51, 303-306.
Layton, G.T. and D.R. Stanworth (1984) The quantitation of IgG4 antibodies to three common food allergens by ELISA with monoclonal anti-IgG4. J. Immunol. Methods 73, 347-56.
Lessof, M.H., D.M. Kemeny et al. (1991) IgG antibodies to food in health and disease. Allergy Proc. 12, 305-307.
Lilja, G., A. Dannaeus et al. (1991) Effects of maternal diet during late pregnancy and lactation on the development of IgE and egg- and milk-specific IgE and IgG antibodies in infants. Clin. Exp. Allergy 21, 195-202.
Lindberg, E., K.E. Magnusson et al. (1992) Antibody (IgG, IgA, and IgM) to baker's yeast (Saccharomyces cerevisiae), yeast mannan, gliadin, ovalbumin and betalactoglobulin in monozygotic twins with inflammatory bowel disease. Gut 33, 909-913.
Lipton, R.B., W.F. Stewart and M. von Korff (1995) Migraine impact and functional disability. Cephalalgia 15, 4-9.
Loblay, R.H. (1992) The role of food intolerance in chronic fatique syndrome. In: Hyde, B.M., ed. The clinical and cienntific basis of mylagic encephalomyelitis chronic fatigue syndrome. Ottawa, The Nightingale Research Foundation, pp. 521-538.
Lord, G., J. Duckworth and J. Charlesworth (1977) Complement activation in migraine. Lancet 1, 781-782.
Lucarelli, S., T. Frediani, et al. (1998) Specific IgG and IgA antibodies and related subclasses in the diagnosis of gastrointestinal disorders or atopic dermatitis due to cow's milk and egg. Int. J. of Imm. and Pharmacology 11, 77-85.
Lynn, R B & Freidman L S. (1993) Irritable bowel syndrome. N Eng J Med. 329, 1940-1945.
Main, J., H. McKenzie, G.R. Yeaman et al. (1988) Antibody to Saccharomyces cerevisiae (baker’s yeast) in Crohn’s disease. BMJ 297, 1104-1105.
Mansfield, L., R. Vaughan, S. Walker, R. Haverly and S. Ting (1985) Food allergy and adult migraine: double-blind and mediator conformation of an allergic etiology. Ann. Allergy 55, 126-129.
Marinkovich, V. (1996) Specific IgG antibodies as markers of adverse reactions to foods. Monogr. Allergy 32, 221-225.
McDonald, P.J., R.M. Goldblum et al. (1984) Food protein-induced enterocolitis: altered antibody response to ingested antigen. Pediatr. Res. 18, 751-755.
McKee, A.M., A. Prior and P.J. Whorwell (1987) Exclusion diets in irritable bowel syndrome: Are they worthwhile? J. Clin. Gastroenterol. 9, 526-528.
Merrett, J., M.L. Burr and T.G. Merrett (1983) A community survey of IgG4 antibody levels. Clinical Allergy 13, 397-407.
Morgan, J.E, C.B. Daul et al. (1990) The relationships among shrimp-specific IgG subclass antibodies and immediate adverse reactions to shrimp challenge. J. Allergy Clin. Immunol. 86, 387-92.
Nakagawa, T, T. Mukoyama et al. (1986) Egg white-specific IgE and IgG4 antibodies in atopic children. Ann. Allergy 57, 359-362.
Nakagawa, T. (1988) Egg white-specific IgE and IgG subclass antibodies and their associations with clinical egg hypersensitivity. NER Allergy Proc. 9, 67-73.
Nanada, R., R. James, H. Smith, C.R.K. Dudley and D.P. Jewell (1989) Food intolerance and the irritable bowel syndrome. Gut 30, 1099.
Niec, A.M., B. Frankum and N.J. Talley (1998) Are adverse reactions to food linked to irritable bowel syndrome? Am. J. Gastroenterol. 93, 2184-2190.
Nielsen, J., H. Welinder, A. Schutz and S. Skerfving (1988) Specific serum antibodies against phtalic anhydride in occupational exposed subjects. J. Allergy Clin. Immunol. 82, 126-133.
O’Farrelly, C.O., J. Kelly, W. Hekkens, B. Bradly et al. (1983) Anti-Gliadin antibody levels: a serological test for coeliac disease. B.M.J. 286, 2007-2010.
Ockhuizen, Th., J. Jansen, J. Veenstra, S. de Bakker and E.A.K. Wauters (1991) Isotype specifieke antistoffen tegen gluteneiwitten als merkers voor mucosa beschadiging tijdens glutenbelasting in kinderen die verdacht worden van coeliakie. Voeding 52, 12.
Oxelius, V-A., (1984) Immunoglobulin G (IgG) subclasses and human disease. Am. J. Med. 76, 7-12.
Paganelli, R., D.J. Atherton et al. (1983) Differences between normal and milk allergic subjects in their immune responses after milk ingestion. Arch. Dis. Child. 58, 201-206.
Painter, N.S. (1972) Irritable or irritated bowel. B.M.J. (ii), 46.
Parish, W.E. (1970) Short-term anaphylactic IgG antibodies in human sera. Lancet II-7673, 591-5922.
Petitpierre, M., P. Gumowski and J.P. Girard (1985) Irritable bowel syndrome and hypersesitivity to food. Ann. Allerg. 54, 538-40.
Portnoy, J., M. Amado et al. (1988) Evaluation of Antigen-Specific Igg For the Diagnosis of Food Allergy. J. Allergy Clin. Immunol. 81, 188.
Preary, (1988) Comments and discussion. NER Allergy Proc. 9, 79.
RCP. Allergy: conventional and alternative concepts. Royal College of Physicians of London, London, 1992.
Repka-Ramirez, M.S., K. Naranch, Y.J. Park, A. Velarde, D. Clauw en J.N. Baraniuk (2001) IgE-levels are the same in chronic fatigue syndrome (CFS) and control subjects when stratified by allergy skin test and rhinitis types. Ann. Allergy Asthma Immunol. 87, 218-221.
Saalman, R., U.I. Dahlgren et al. (1995) ADCC-mediating capacity in children with cow's milk protein intolerance in relation to IgG subclass profile of serum antibodies to beta- lactoglobulin. Scand. J. Immunol. 42, 140-146.
Salkie. M.L. (1994) Role of clinical laboratory in allergy testing. Clin. Biochem. 27, 343-355.
Schäfer, T. e.a. (2001) Epidemiology of food allergy/food intolerance in adults: associations with other manifestations of atopy. Allergy 56, 1172-1179.
Schäfer, T. en J. Ring (1996) Epidemiology of adverse food reactions due to allergy or other forms of hypersensitivity. In.: Food allergies and intolerances (Eisenbrand, G., H. Aulepp en A. Dayan, ed.) DFG Symposium, Weinheim, VCH Verlag, 40-54.
Scott, M.G., M.H. Nahm, K. Macke, G.S. Nash, M.J. Bertovich and R.P. Macdermott (1986) Spontaneaous secretion of IgG subclasses by intentinal mononuclear cells: differences between ulcerative colitis. Crohn's disease and controls. Clin. Exp. Immunol. 66, 209-215.
Shakib, F. (1988) Clinical relevance of food-specific IgG4 antibodies. NER Allergy Proc. 9, 63-66.
Shakib, F. and D.R. Stanworth (1980) Human IgG subclasses in health and disease. A review. Part II. La Ricerche Clin. Lab. 10, 561-578.
Shakib, F. H.M. Brown et al. (1986) Study of IgG sub-class antibodies in patients with milk intolerance. Clin. Allergy 16, 451-458.
Shakib, F., H.M. Brown et al. (1984) Relevance of milk- and egg-specific IgG4 in atopic eczema. Int. Arch. Allergy Appl. Immunol. 75, 107-112.
Shiner, M. and J. Ballard (1975) The small-intestinal mucosa in cow's milk allergy. Lancet I- 7899, 136-134.
Sloper, K.S., J. Wadsworth et al. (1991) Children with atopic eczema. II: Immunological findings associated with dietary manipulations. Q. J. Med. 80, 695-705.
Snook, J. and H.A. Shepherd (1994) Bran supplementation in the treatment of irritable bowel syndrome. Aliment. Pharmecol. Ther. 8, 511-514.
Solomon, G.D. and K.L. Price (1997) Burden of migraine. A review of its Socio-economic impact. Pharmacoeconomics 11, 1-10.
Stang, P.E., J.T. Osterhaus and D.D. Celetano (1994) Migraine: patterns of healthcare use. Neurology 44, 47-55.
Talley, N.J., S.E. Gabriel, W.S. Harmsen, A.R. Zinsmeister and R.W. Evans (1995) Medical costs in community subjects with irritable bowel syndrome. Gastroenterology 109, 1736-1741.
Taylor, C.J., R.J. Hendrickse et al. (1988) Detection of cow's milk protein intolerance by an enzyme-linked immunosorbent assay. Acta Paediatr. Scand. 77, 49-54.
Thompson, W.G., F. Creed, D.A. Drossman, K.W. Heaton and G. Mazzacca (1999) Functional bowel disease and functional abdominal pain. Gastroenterology International. 102, 1962-1967.
Tiikkainen, U. and M. Klockars (1990) Clinical significance of IgG subclass antibodies to wheat flour antigens in bakers. Allergy 45, 497-504.
Toorenenbergen, A.W. van, and R.C. Aalberse (1981) IgG4 and passive sensitization of basophil leukocytes. Int. Arch. Allergy Appl. Immunol. 65, 432-440.
Topping, M.D., H.W. Foster and C.W. Ide (1989) Respiratory allergy and specific immunoglobin E and immunoglobin G antibodies to reactive dyes in the wool industry. J. Occup. Med. 31, 857-862.
Trevino, R.J. (1981) Immunologic mechanisms in the production of food sensitivities. Laryngoscope 91, 1913-1936.
Turner-Warwick, M. (1989) The mast cell and respiratory disease. In: The mast cell (J. Pepys and A.M. Edwards, red.), Proc. of An. Intern. Symp., Davos.
Unsworth, D.J., J.A. Walker-Smith and E.J. Holborow (1983) Gliadin and reticulin antibodies in childhood coeliac disease. Lancet I, 874-876.
Wahnschaffe, U., J.D. Schulzke and R. Riecken (1998) Coeliac disease-like intestinal antibody pattern in patients with irritable bowel syndrome (IBS). Gastroenterology 114, A430.
Wauters, E.A.K., J. Jansen, R.H. Houwen, J. Veenstra and Th. Ockhuizen (1991) Serum IgG and IgA anti-gliadin antibodies as markers of mucosal damage in children with suspected coeliac disease upon gluten challenge.
Weck, A.L. de (1981) The potential roles of immunoglobulins in immunoglobulin-E-mediated diseases. In: V.E. Nydegger (red.) Immunohemotherapy. New Academic Press, New York.
Young, E. e.a. (1994) A population study of food intolerance. Lancet 343, 1127-1130.
Zar, S., Benson, M.J. en D. Kumar (2005) Food-Specific serum IgG4 and IgE to common food antigens in irritable bowel syndrome. Am. J. Gastroenterol. 100, 1550-1557. S. Zar reprint
Zee, J.S. van der and R.C. Aalberse (1987) The role of IgG. Allergy 3, 49-67.
Zwetchkenbaum, J. and R. Burakoff (1988) The irritable bowel syndrome and food hypersensitivity. Ann. Allergy. 61, 47-9.
Het Dodo-effect (self-serving bias) Self-serving bias is een term uit de
sociale psychologie die deel uitmaakt van de attributietheorie. Deze vorm van bias houdt in dat mensen succes aan hun eigen capaciteiten of talenten toeschrijven (interne attributie), terwijl ze hun falen meer toeschrijven aan de omstandigheden of fouten van anderen (externe attributie). Als iemand bijvoorbeeld een goed resultaat haalt voor een test, zal hij dit verklaren door zijn intelligentie of vermogen om te studeren. Is het resultaat van de test daarentegen negatief, zal de persoon dit wijten aan slechte vraagstelling, storende of afleidende factoren etc. Het attributie-effect is ook te zien als een onderzoeker een groep mensen vraagt hun capaciteiten voor het verrichten voor een bepaalde taak (bijvoorbeeld autorijden) in te schatten ten opzichte van de andere groepsleden. Vaak geeft een meerderheid aan over 'bovengemiddelde' capaciteiten te beschikken (statistisch is dit natuurlijk onmogelijk, omdat het gemiddelde dan boven het gemiddelde zou liggen). Bij hulpverleners komt het voor dat ze de verantwoordelijkheid voor genezing accepteren en toeschrijven aan hun therapie, interventie of geneeskunde. Iedereen vindt zichzelf effectief en belangrijk hierin. Als het misgaat met een behandeling, wordt dit ook hier vaak geweten aan omstandigheden die buiten de mogelijkheden van de behandelaar liggen en vaak wordt de verantwoordelijkheid afgewezen. Sommige mensen maken (doorgaans onbewust) gebruik van externe attributie door van tevoren de situatie zo in te kleden dat deze later als excuus kan worden gebruikt. Dit verschijnsel wordt self-handicapping genoemd. Een voorbeeld is een leerling die te weinig tijd aan zijn schoolwerk besteedt. Als hij toch een voldoende voor een test haalt, zal hij dit door zijn bias verklaren door zijn intelligentie; als hij een onvoldoende haalt, wijst hij op het gebrek aan voorbereiding, zodat het niet aan zijn intelligentie kan liggen. Informeel wordt ook wel de term dodo-effect gebruikt. Deze term komt van psycholoog Saul Rosenzweig die in 1936 verwees naar het verhaal uit Alice in Wonderland, waar de vraag was wie had gewonnen, waarna de dodo de uitspraak doet: iedereen heeft gewonnen en we verdienen allemaal een prijs. Cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Dodo-effect
Er bestaan meer dan 250 soorten psychotherapie. Hoewel de theorieën en technieken sterk uiteen lopen, blijken ze meestal even effectief te zijn.
Omdat alle dieren nat waren geworden in het meer van tranen dat Alice had geschreid, organiseerde de Dodo een hardloopwedstrijd. De deelnemers werden her en der langs een parcours geplaatst. Ze mochten beginnen met rennen wanneer ze daar zin in hadden en ze mochten ook stoppen wanneer ze dat wilden. Na een half uur was iedereen weer droog en riep de Dodo dat de race was afgelopen. Maar wie had er nu gewonnen? De Dodo dacht daar lang over na en sprak toen: `Everybody has won, and all must have prizes.'
De psycholoog Saul Rosenzweig plaatste het oordeel van de Dodo uit Alice in Wonderland boven een artikel dat hij in 1936 publiceerde. Hierin betoogde hij dat alle vormen van psychotherapie vermoedelijk evenveel opleveren omdat het effect te danken is aan factoren die de therapieën met elkaar gemeen hebben. Deze gedachte werd later uitgewerkt in het boek Persuasion and Healing van Jerome Frank, waarvan de eerst versie in 1961 verscheen.
Lester Luborsky was in 1975 de eerste die een overzicht publiceerde van een reeks gecontroleerde studies waarbij de resultaten van verschillende soorten psychotherapieën rechtstreeks met elkaar werden vergeleken. Hij constateerde dat dit meestal geen significante verschillen had opgeleverd. Sindsdien zijn er verscheidene meta-analyses uitgevoerd die aantoonden dat alle erkende psychotherapieën ongeveer even effectief zijn. Dit wordt het Dodo-effect genoemd.
Een van de beste meta-analyses werd uitgevoerd door Bruce Wampold (1997). Hij verzamelde alle studies die vanaf 1970 waren gepubliceerd in zes gezaghebbende vaktijdschriften en waarbij twee of meer psychotherapeutische methoden met elkaar werden vergeleken. Dat leverde in totaal 277 vergelijkingen op. In elk van deze gevallen werd de effectgrootte bepaald door het verschil tussen beide uitkomsten te delen door de standaardafwijking. De gemiddelde effectgrootte bedroeg slechts 0,2.
Luborski (2002) verzamelde 17 van zulke meta-analyses en kwam eveneens uit op een effectgrootte van 0,2. Dit wil volgens de onderzoekers zeggen dat de gemiddelde persoon in therapiegroep A betere resultaten boekte dan 58% van de personen in groep B. Stel dat van alle personen die in therapie zijn geweest de helft geneest. Dan betekent een effectgrootte van 0,2 dat het succespercentage in de ene groep 55 is en in de andere groep 45.
In werkelijkheid was de effectgrootte nog kleiner omdat er alleen absolute waarden werden gebruikt. Zo is het mogelijk dat therapie A in vergelijking met therapie B de ene keer een effectgrootte van +0,2 oplevert en een andere keer een effectgrootte van –0,2. De gemiddelde effectgrootte is dan niet 0,2 maar 0. Wampold merkte op dat de meeste waarden in de buurt van de nul lagen en dat sterke effecten niet vaker voorkwamen dan op grond van het toeval mocht worden verwacht.
De uitkomst van een vergelijking tussen twee soorten psychotherapie blijkt bovendien samen te hangen met de overtuiging van de onderzoekers. Zo kwamen aanhangers van de cognitieve therapie vaak tot de conclusie dat hun favoriete methode beter werkte dan gedragstherapie. Maar wanneer het onderzoek werd uitgevoerd door pleitbezorgers van de gedragstherapie, dan kwamen er tegengestelde resultaten uit de bus. Ogenschijnlijke verschillen in werkzaamheid verdwijnen vaak wanneer men rekening houdt met de voorkeur van de onderzoekers.
Nieuwe moed
De bekende psycholoog Hans J. Eysenck (1916-1997) betoogde meer dan veertig jaar lang dat psychotherapie overbodig is omdat neurotische stoornissen in ongeveer twee op de drie gevallen spontaan weer verdwijnen binnen een periode van twee jaar. Praattherapieën dragen daar naar zijn oordeel niets aan bij – alleen gedragstherapie zou effectiever zijn.
Honderden studies waarbij cliënten die psychotherapie ontvingen werden vergeleken met mensen die op de wachtlijst waren geplaatst, hebben duidelijk gemaakt dat Eysenck ongelijk had. In vergelijking met degenen die niet behandeld worden, is de effectgrootte van psychotherapie ongeveer 0,8. Dit wil zeggen dat de gemiddelde cliënt die in therapie gaat, meer vooruitgang boekt dan bijna 80 procent van de onbehandelde cliënten.
Bij medisch onderzoek is het gebruikelijk om de resultaten van de behandelde groep te vergelijken met een groep die een placebo ontvangt. Op die manier probeert men het specifieke effect van een medicijn te onderscheiden van psychologische factoren. Ook bij onderzoek naar psychotherapie wordt soms een placebogroep gebruikt. De effectgrootte van zo'n pseudo-behandeling bedraagt ruim 0,4 (Lambert & Bergin, 1994).
We zouden hieruit kunnen concluderen dat de resultaten van psychotherapie voor ongeveer de helft te danken zijn aan algemene factoren (onder meer aan de verwachtingen van de cliënt en het contact met de therapeut) en voor de andere helft aan de specifieke technieken van een bepaalde therapie. Maar dat is volgens Wampold (2001) geen juiste gedachtengang omdat een placebobehandeling niet alle gewenste non-specifieke ingrediënten bevat. Een belangrijke tekortkoming is dat de schijnbehandeling niet wordt uitgevoerd door een therapeut die gelooft dat de methode effectief is en die zijn enthousiasme en positieve verwachtingen op de cliënt overdraagt. Dubbelblind onderzoek is niet mogelijk. De therapeut weet dat het de bedoeling is dat de placebobehandeling niet therapeutisch werkt. Daarom probeert hij de cliënt zo min mogelijk te beïnvloeden en geeft hij geen concrete adviezen. Hij levert ook geen geloofwaardige verklaring voor de psychische problemen en legt niet uit hoe de therapie deze kan oplossen. Hij biedt geen ritueel of een gestructureerde methode om samen met de cliënt bepaalde doelen te bereiken. Hij moedigt de cliënten niet aan om actief deel te nemen aan het therapeutisch proces en geeft ze niet het idee dat ze vooruitgang boeken. Het is daarom niet verwonderlijk dat een placebobehandeling minder oplevert dan een volwaardige psychotherapie.
Er zijn nog meer redenen om aan te nemen dat het effect van psychotherapie niet te danken is aan de specifieke technieken die men gebruikt, maar aan algemene factoren die bij alle psychotherapieën te vinden zijn. Ahn & Wampold (2001) maakten een meta-analyse van 27 zogenoemde `ontmantelingsstudies'. Daarbij wordt een essentieel bestanddeel van een bepaalde therapievorm opzettelijk weggelaten. Als zo'n onderdeel werkelijk van belang is, dan mag je verwachten dat de uitgeklede therapie wat minder goed werkt dan de volledige versie. Dat bleek echter niet het geva l: het was eerder omgekeerd.
Er zijn geen aanwijzingen dat het effect van een therapie te danken is aan de specifieke psychologische mechanismen waarop deze therapie zich richt. Zo probeert de cognitieve therapie depressies te behandelen door de cliënt bewust te maken van negatieve gedachten die in bepaalde situaties automatisch worden opgeroepen. Met behulp van speciale technieken slaagt men erin deze automatische gedachten te verminderen. Andere therapieën (waaronder medicijnen) hebben echter hetzelfde effect.
Het grootste deel van het therapeutisch effect treedt vaak al na enkele sessies op, nog voordat de cliënten hebben geleerd hoe ze bepaalde technieken moeten gebruiken. Dit komt waarschijnlijk doordat de therapeut hun de hoop geeft dat ze iets aan hun situatie kunnen veranderen. Mensen gaan meestal in therapie wanneer ze gedemoraliseerd zijn geraakt en zich machteloos voelen om zelf iets aan hun problemen te doen. De therapie geeft ze weer nieuwe moed en een steun in de rug.
Sommige therapeuten boeken beduidend meer succes dan andere, maar dat houdt geen verband met de theorie die ze aanhangen. Men heeft ook niet kunnen vaststellen dat hun behandeling meer effect sorteert naarmate ze beter zijn opgeleid of meer ervaring hebben (Christensen & Jacobson, 1994). Goede therapeuten hebben bepaalde persoonlijke kwaliteiten. Ze zijn warm, empathisch, begripvol, ondersteunend, vertrouwenwekkend en hoopvol. Ze houden zich niet strikt aan hun handboek maar stemmen de behandeling af op de doelen en opvattingen van de cliënt.
Psychotherapie is voorlopig nog geen toegepaste wetenschap. Als je in therapie wilt, kun je het beste een therapeut zoeken die goed bekend staat en die een onomstreden methode gebruikt die je aanspreekt en waarin vertrouwen hebt. En als het in het begin stroef loopt en niet goed klikt, blijf dan niet wachten tot het beter wordt, maar ga naar een ander.
Vlaams Congres voor Fibromyalgie - Antwerpen, 14 oktober 2006
Vlaams Congres voor Fibromyalgie
- Vlaams Congres voor Fibromyalgie -
Zaterdag 14 oktober 2006
KBC-Toren Antwerpen
Organisatie
Vlaamse Liga voor Fibromyalgie-Patiënten Impulsstraat 6 C 2220 Heist-op-den-Berg Tel. : 015 25 33 19 – E-mail : Info@vfp.be Website : www.vflp.be
De V.L.F.P. stelt zich tot doel - zoveel mogelijk informatie te verstrekken en documentatie over fibromyalgie te verspreiden - het uitwisselen van ervaringen tussen patiënten te bevorderen - het onderzoek naar de oorzaak en de behandeling te stimuleren en - te ijveren voor erkenning van de ziekte, Daartoe - richt zij informatiebijeenkomsten in - organiseert ze regelmatig bijeenkomsten - geeft zij een driemaandelijks tijdschrift uit - onderhoudt ze contacten met medici en media om haar doelstellingen te verspreiden en te beklemtonen - geeft ze brochures uit. Het werkterrein van de V.L.F.P. Het werkterrein van de V.L.F.P. situeert zich in het Vlaamse landgedeelte. In elke Vlaamse provincie wordt ze vertegenwoordigd door regionale contactpersonen. Een aantal van hen is enkel telefonisch beschikbaar, anderen organiseren ook praatbijeenkomsten voor de leden (hoewel ook niet-leden welkom zijn). Op deze bijeenkomsten kan men ervaringen uitwisselen en even bijpraten met lotgenoten. Regelmatig worden voordrachten verzorgd door kinesisten, voedingsdeskundigen, artsen enz....
FM - Onderliggende mechanismen en aansluitende therapie
14.15 u - Vraagstelling
14.30 u - Pauze
14.45 u - Christine Leyns, voedings- en gezondheidsconsulente
Fibromyalgie en voeding - Een praktische leidraad
15.30 u - Vraagstelling
15.45 u - Einde
Kostprijs
Leden en één begleider : € 8 per persoon
Niet-leden : € 12 per persoon
Hierin is begrepen :
broodejeslunch en drank
gratis parkeergelegenenheid in het KBC-gebouw op vertoon van je foler (let op : de parking is bereikbaar van 9 u tot 10.30u)
Inschrijven
Vooraf inschrijven – vóór 3 oktober 2006 - is verplicht
schrijf je bijdrage over op rekeningnummer 743-0335472-60
fax of mail de namen van de deelnemers (en eventueel hun lidnummer) : - fax naar : 015 25 33 19 - mail naar : info@vlfp.be
Bereikbaarheid
met de wagen – KBC-Toren, Schoenmarkt, Antwerpen (de parking in het KBC-gebouw is bereikbaar van 9 u tot 10.30u)
met het openbaar vervoer - neem de trein tot Antwerpen Centraal (inlichtingen, tel. : 03 204 20 40) Vandaar kan je ofwel : ° tevoet verder (+ 20 minuten) of ° met de tram (neem in het metrostation de tram richting Linkerover (trams nr. 2, 3 of 15) en stap uit aan station Meir (uitgang St-Katelijnevest) - neem tram of bus (inlichtingen bij 'De Lijn', tel. : 03 218 14 11) ° de voorstadbussen komen aan op de Fr. Rososeveltplaats; vandaar is het nog zo'n 15 minuten wandelen over de Meir ° trams nr. 10 en 11 brengen je ook op de juiste bestemming.
- Inschrijven vóór 3 oktober 2006 -
Doen !
Hoe lid worden
van de Vlaamse Liga voor Fibromyalgie-Patiënten ?
Lid worden kan eenvoudig door u te abonneren te nemen op ons tijdschrift : schrijf € 22 over op rekeningnummer 407-7032611-03 t.n.v. V.L.F.P. vzw met de vermelding "nieuw lid".
Opmerkingen :
Wil je het tijdschrift onder gesloten omslag ontvangen ? Dat kan mits betling van een verhoogd lidgeld van € 30.
Ook onze buitenlandse leden dienen vanaf de volgende vervaldag € 30 over te maken. Zij kunnen hun bijdrage voortaan overmaken op volgend rekeningnummer : IBAN: BE21 4077 0326 1103 en BIC: KREDBEBB en dit zonder extra bankkosten. De meerprijs dekt de extra portkosten inzake gesloten en/of buitenlandse verzending.
In ruil voor je lidmaatschap ontvang je ons driemaandelijkse tijdschrift en blijf je op de hoogte van al onze activiteiten.
Fibromyalgie is een vorm van reuma die de spieren en banden om de gewrichten treft. De ziekte gaat gepaard met heftige pijnen en extreme vermoeidheid. Gewone dagelijkse handelingen zijn daardoor vaak al een probleem. De oorzaak is onbekend. Er bestaat geen effectieve behandeling voor de aandoening, vaak worden pijnstillers voorgeschreven.
Wat is fibromyalgie ? Fibromyalgie wordt ook wel weke-delenreuma genoemd omdat het beeld verwant is aan reuma, maar de pijn niet in de gewrichten zit, maar in de spieren, banden en pezen eromheen.
Symptomen Mensen met fibromyalgie hebben last van pijn, stijfheid en vermoeidheid in de spieren, pezen en banden rond de gewrichten en dit kan 's ochtends vroeg of na inspanning erger zijn. Vaak lijden ze daarnaast aan extreme vermoeidheid en slapeloosheid, vergezeld van een gebrek aan energie en uithoudingsvermogen, waardoor dagelijkse handelingen als traplopen of boodschappen doen al een probleem kunnen zijn. Periodes van lichte en hevige klachten wisselen zich meestal af. De pijn is vaak zeurend. Door de chronische pijnklachten raakt de patiënt oververmoeid en soms ontstaan depressies. Fibromyalgie gaat vaak samen met andere klachten : koude handen en voeten, droge mond, overmatig zweten, duizeligheid, ademhalingsproblemen, blaasklachten, hoofdpijn, migraine, concentratieproblemen.
“Ik heb al jaren overal pijn. Af en toe is het redelijk te doen, maar er zijn uren, dagen dat het haast niet uit te houden is. Dan kan ik maar beter naar bed gaan, maar weet dan weer niet hoe ik moet liggen. De medicijnen doen tot nu toe weinig. Het is elke dag afwachten hoe het is. Ik kan niets plannen.” - Yvonne
Oorzaken De oorzaak van fibromyalgie is niet bekend, het verloop niet te voorspellen en er is geen medicijn voor. De ziekte is niet erfelijk en komt vaker bij vrouwen dan bij mannen voor en dan vooral op jeugdige of middelbare leeftijd. Het kan ontstaan na een periode van lichamelijke en/of psychische belasting. Soms gaat een periode van algemene uitputting of tekort aan slaap aan de fibromyalgie vooraf.
Hoe wordt de diagnose gesteld ? Bij lichamelijk onderzoek en bij bloedonderzoek van fibromyalgie patiënten zijn geen tekenen van ontsteking of reuma te vinden, evenmin zijn er afwijkingen op röntgenfoto's te zien. Omdat fibromyalgie zo moeilijk is aan te tonen, hebben veel patiënten een lange geschiedenis van doktoren, ziekenhuizen en behandelingen achter de rug voordat de diagnose wordt gesteld. Gelukkig voor de vele fibromyalgie patiënten wordt de ziekte door steeds meer reumatologen erkend en serieus genomen. Als de arts bij geen enkel onderzoek afwijkingen constateert, terwijl de patiënt ernstige pijnklachten heeft, dan kan de diagnose duidelijk worden met behulp van tenderpoints: een vast aantal drukpunten op de overgang tussen spieren en pezen op nauwgezet aangegeven plaatsen die over het hele lichaam zijn verspreid. Als minstens elf van de achttien drukpunten pijn doen, is dit een belangrijke aanwijzing voor fibromyalgie.
Tekort aan diepe slaap ? Mogelijk is fibromyalgie een gevolg van gebrek aan diepe slaap. Onderzoekers hebben ontdekt dat bij mensen met fibromyalgie het gedeelte van de cyclus van diepe slaap voortdurend verstoord wordt door de REM-slaap (rapid eye movement). Dit kan natuurlijk ook juist een gevolg zijn van de pijn, in plaats van een oorzaak. Maar opvallend is dat bij gezonde mensen die bij experimenten opzettelijk wakker worden gemaakt tijdens de diepe slaap, zich gevoelige lymfeknopen ontwikkelen en er andere symptomen van fibromyalgie optreden. Nader onderzoek zal hier meer duidelijkheid over moeten geven.
Medicatie Er is, net als voor de meeste chronische aandoeningen, helaas nog geen afdoende behandeling voor fibromyalgie. Meestal worden pijnstillers en/of antidepressiva (als pijnstiller en slaapmiddel) voorgeschreven. Echter, deze werken lang niet altijd en hebben vaak veel bijwerkingen.
Overlap met andere ziekten Sommige onderzoekers wijzen op een overeenkomst tussen fibromyalgie, candida en het chronisch vermoeidheidssyndroom (ME). Zo zouden 80 van de 100 fibromyalgie patiënten de schimmelinfectie candida albicans hebben. Weer andere onderzoeken veronderstellen een relatie met het Epstein-Barr virus, dat onder de groep van Pfeiffer en andere herpesvirussen valt. 90% van de patiënten zou dit hebben gehad. Nader onderzoek zal dit moeten bevestigen.
Wat kun je er zelf aan doen ? Het is belangrijk om manieren te vinden om met de pijn om te gaan. Want de invloed van pijn moet niet je leven gaan beheersen. En dat hoeft ook niet. Er zijn diverse manieren om pijn beter te leren hanteren (cfr. hieronder (1) – 'Pijnhantering bij reuma en artrose'). De kunst is vooral om uit te gaan van wat je wél kunt, in plaats van wat je allemaal niet meer kunt. Natuurlijk is dat niet eenvoudig en vaak gaat er een hele zoektocht aan vooraf om de juiste combinatie van middelen en methoden te vinden. Het is belangrijk dat u dingen doet waardoor u ”beter in uw vel” komt te zitten. De volgende zaken kunnen daarbij behulpzaam zijn:
Natuurgeneeswijzen Veel patiënten ondervinden positieve effecten van diverse therapieën die voornamelijk onder de natuurgeneeswijzen vallen, zoals bijvoorbeeld acupunctuur, Ayurveda geneeskunde, neuraaltherapie, manuele therapie, massagebehandelingen (shiatsu, reflexzone), voetzoolreflexmassage, tai-chi, yoga, homeopathie, kruidengeneeskunde, bloesemtherapie, reinigingsdiëten, darmspoelingen en vele andere therapieën. Voor meer informatie over alternatieve behandelingen kunt u terecht bij : - de Artsenfederatie Additieve/Alternatieve Geneeskunde (AAG ) : een overkoepelende organisatie voor artsen additieve/alternatieve geneeskunde – Tel. : 020-642 51 56 – Website : www.aag-artsen.nl - de Artsenvereniging voor Biologische en Natuurlijke Geneeskunde (ABNG-2000) – Tel. : 035-628 71 61 – Website : www.abng.nl - de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging (NVA) – Tel. : 030-247 46 30 – Webstie : http://www.acupunctuur.com - de Nederlandse Artsenvereniging voor Neuraaltherapie volgens Huneke en Regulatietherapie (NVNR) – Tel. : 0528-262686 – Website : http://www.nvnr.nl/ - de Nederlandse Vereniging van artsen voor OrthoManuele Geneeskunde (NVOMG) -- De Vereniging voor Artsen Orthomanuele Geneeskunde (VAOMG) is gefuseerd met haar zustervereniging de Vereniging van Artsen voor Manuele Geneeskunde (VAMG) : samen heten zij nu de 'Nederlandse Vereniging van artsen voor OrthoManuele Geneeskunde' (NVOMG) : http://www.nvomg.nl/
“Ik ben Saskia en ik ben 24 jaar. Ik heb nu al meer dan 5 jaar last van fibromyalgie. Ik gebruik zo weinig mogelijk medicijnen, maar nu gaat het steeds minder. Ik heb steeds meer pijn. Wat bij mij wel heeft geholpen is revalidatie. Ik heb anders leren lopen en om in de huishouding minder belastend te werken. Wat echt heeft geholpen zijn ontspanningsoefeningen. Helemaal pijnvrij word je niet, maar je kunt er weer even een paar uurtjes tegenaan. Verder vind je vaak onbegrip voor deze ziekte, want er is niets aan je te zien en dat stoort mij nog het meest.” - Saskia
Gezonde voeding Fibromyalgie patiënten doen er goed aan extra aandacht aan hun gezondheid te besteden : gezond eten vormt daarbij de basis (cfr. hieronder (2) - 'Beter eten, Beter bewegen'). Een goed menu bestaat uit veel groenten en fruit, regelmatig vette vis, en weinig vlees, verzadigd vet, suiker en zout. Gember bevat overigens bestanddelen die de pijn in spieren en gewrichten vermindert en de beweeglijkheid verbetert.
Vitamines en mineralen Fibromyalgie patiënten hebben vaak een tekort aan vitamine B, C en E en bepaalde mineralen zoals zink, chroom, magnesium en selenium. Bovendien nemen chronische patiënten slecht vitamines en mineralen uit voedsel op. Aanvulling met extra hoge doses geeft vaak goede resultaten en helpt het immuunsysteem te versterken.
Bewegen Door in beweging te blijven voorkomt u dat de stijfheid en de pijn erger wordt. Maar dat is niet eenvoudig, als bewegen juist pijn doet. Het geheim zit 'm in onbelast bewegen. Dat betekent dat u zorgt voor beweging waarbij het gewicht niet op de knieën, heupen of enkels rust. Fietsen of zwemmen bijvoorbeeld. Bewegen is ook belangrijk omdat het de eigen aanmaak van pijnverdovende hormonen stimuleert (endorfine). En tot slot: bewegen geeft meer energie, helpt om beter te slapen en vermindert en voorkomt depressieve gevoelens. Kortom : kom in beweging tegen fibromyalgie ! U kunt uw huisarts een verwijzing vragen voor fysiotherapie, Cesartherapie of Menschendieck-therapie voor instructies en oefeningen.
“Bij mij is ook fibromyalgie vastgesteld. Ik heb vooral veel pijn en stijfheid na lang zitten en als ik 's morgens uit bed kom. Ik zit nu op cesartherapie en krijg gericht oefeningen voor de spieren van armen, lende en nek. Verder fiets ik elke dag en blijf niet te lang in een houding zitten of staan. Ik merk nu al verschil.” - Dora.
Een ander mogelijkheid is aansluiting zoeken bij een lokale afdeling van de fibromyalgie vereniging, mogelijk organiseren zij oefentherapie en zwemmen in warm water bij u in de buurt, bv. de Nationale Vereniging voor Fibromyalgie-Patiënten "Eendrachtig Sterk" (F.E.S.) - Tel. : 020 58 96 480 – Website : http://www.fibromyalgiepatientenvereniging.nl/
Levenskwaliteit fibromyalgie patiënten vaak slecht Uit een Californisch onderzoek is gebleken dat mensen met fibromyalgie slecht scoren op het gebied van kwaliteit van leven, slechter dan patiënten met andere chronische aandoeningen. Gekeken werd naar factoren als gezondheidstoestand, lichamelijk functioneren, pijn, stijfheid, angst, slaapkwaliteit en depressiviteit. Het is duidelijk dat er veel belang is bij het zoeken naar nieuwe behandelmethoden die de pijn kunnen verlichten en de kwaliteit van leven verbeteren.
Warmte Warmte kan de pijn verzachten. Dus zwemmen in warm water, een warm bad nemen of naar de sauna is het proberen waard. Veel fibromyalgie patiënten hebben ook beduidend minder klachten als ze in een land zijn met een warm en droog klimaat. Voor wie de Nederlandse koude en vochtige winters niet kan ontvluchten kan een elektrische deken ook al veel goed doen !
Cijfers & feiten Iedereen kan fibromyalgie krijgen, maar vrouwen krijgen het vaker dan mannen (slechts 1 op de 10 is man). Omdat fibromyalgie een vrij nieuwe diagnose is, zijn de cijfers omtrent het aantal patiënten vooralsnog gebaseerd op schattingen. Volgens de hoogste schatting (van TNO) zou het aantal mensen met weke-delenreuma maar liefst 500.000 bedragen. De patiëntenvereniging FES heeft becijferd dat tussen de 200.000 en 300.000 mensen aan fibromyalgie lijden. De landelijke reumatologen hanteren een getal tussen de 30.00 en 40.000 patiënten. Maar zelfs in de laagste schatting spreken we dus nog altijd over een aanzienlijk aantal.
Het moeilijkste van reuma hebben is misschien wel het omgaan met pijn. Toch is het belangrijk om daar manieren voor te vinden. Want de invloed van pijn moet niet je leven gaan beheersen. En dat hoeft ook niet. Er zijn diverse manieren om de pijn beter te leren hanteren. Het positieve aan pijn is dat het ons vertelt dat we actie moeten ondernemen. Bijvoorbeeld, als u uw hand brandt aan een hete kachel, zorgen pijnsignalen naar onze hersenen ervoor dat we die hand wegtrekken. Deze soort pijn helpt onszelf te beschermen tegen aanvallen van buitenaf. Langdurige, chronische pijn, zoals bij reuma is anders. Terwijl het ons wel vertelt dat er iets mis is, kunnen we dit niet eenvoudig wegnemen. Deze soort pijn leren hanteren is essentieel om kwaliteit van leven te behouden. Juist als reumapatiënt ! 1.1 - Wat u nog wél kunt Reuma mag dan sommige van de dingen die je kunt doen beperken of zelfs onmogelijk maken, toch hoeft het niet je hele leven te beheersen. Een belangrijke stap bij het leren hanteren van pijn is om het besluit te nemen je leven op te bouwen rond welzijn (of praktisch gesproken: dat wat u nog wél kunt) en niet te laten draaien om ziekte en pijn (dat wat u niet meer kunt).
“Ik heb al 7 jaar reuma en ben zelf pas 30 jaar. Ik heb al vele onderzoeken gehad. Mijn ervaring ermee is dat ze niet altijd de goede behandeling aanraden. Zelf doe ik aan paardrijden, hoewel mij dit is afgeraden. Ik ben er toch mee door gegaan ondanks de pijn. Het is voor mij een belangrijke afleiding voor mijn ziekte. En raar maar waar, ik voel mij er lichamelijk beter door. Je moet gewoon je eigen gevoel volgen en je niet laten beïnvloeden door de artsen. Zij kijken alleen medisch en niet hoe je er geestelijk aan toe bent. Deze ziekte is gewoon slopend voor je leven. Je moet dus blijven zoeken naar dingen die je helpen de ziekte ook geestelijk te kunnen hanteren.” - Eva
1.2 - Relativeren Onze geest speelt een belangrijke rol in hoe we pijn ervaren. Te proberen aan pijn te denken als een signaal om actie te ondernemen, meer dan als een noodlot dat je heeft getroffen, kan bijvoorbeeld al helpen om beter met pijn om te gaan. Dat vraagt om positief denken, relativeren, humor en het genieten van alles wat je nog kunt doen.
“Wat betreft je geestelijke gesteldheid; mijn arts houdt daar wel terdege rekening mee. Hij vindt wel dat ik grenzen moet leren leggen, maar juist alles wat ik doe en leuk vind moet ik doen. Zijn advies is: meer rustpauzes inlassen. Het is moeilijk maar ik leer het al aardig en ik heb er echt baat bij. Een gezonde geestelijke gesteldheid is het fundament bij elke ziekte.” - Margreet
1.3 - Verstandig medicijngebruik Er zijn veel verschillende typen medicijnen die kunnen helpen de pijn en stijfheid bij reuma te onderdrukken. Uw arts kan het beste beoordelen welke in uw geval het meest passend zijn. Maar dat betekent niet dat u alles maar moet slikken ! Het kan geen kwaad goed in de gaten te houden hoe u reageert op de medicatie. Wat de bijwerkingen zijn en of u wel tevreden bent. Om vragen te blijven stellen aan uw arts. Om u op de hoogte te stellen van nieuwe behandelmethoden. In veel gevallen bijvoorbeeld kan ondersteuning door natuurlijke middelen of methoden een goede aanvulling zijn op de reguliere medicatie. Zo hebben veel reumapatiënten baat bij een speciaal dieet, bepaalde homeopathische middelen, voedingssupplementen of zelfs huismiddeltjes.
“Ook ik heb volgens de reumatoloog door het hele lichaam artrose. Kom niet meer schrijven en slecht lopen. Hij kon niets doen alleen verschillende lichaamsdelen opereren en pijnstillers voorschrijven. Ik ben daarna naar een homeopathische arts gegaan. Ik heb van hem de nodige medicijnen gehad en nu na 4 jaar gebruik ik alleen nog een natuurlijke pijnstiller en een gelatine poeder. Ik ben praktisch pijnloos en kan weer schrijven. Ik loop wel slecht en met een stok, maar redelijk zonder pijn. Daarbij te bedenken dat ik 78 ben, ben ik heel gelukkig dat het – mij althans – zo goed helpt. Mijn huisarts, die zegt niet in homeopathie te geloven, stond er van te kijken, dat ik zo vooruit ben gegaan. Ik heb alle reguliere medicijnen weggegooid daar die enorm belastend zijn voor je maag.” - Mevrouw Gijssen
1.4 - Oefening baart… beweging ! Door te zorgen voor voldoende (onbelaste !) beweging kunt u uw algehele gezondheid en conditie verbeteren, maar ook de symptomen van reuma onder de duim houden. En zo de pijn verlichten of in elk geval erger voorkomen. Regelmatige oefening (of dat nu zwemmen, fietsen, fitness of iets anders is) is dan ook een onmisbaar onderdeel van pijnhantering: het houdt uw gewrichten in beweging, versterkt de spieren rond de gewrichten, verhoogt de energie, verbetert de slaap en is ook nog eens goed voor uw hart. En voor de meeste mensen geldt dat bewegen een goede uitlaatklep is voor stress ! Alle reden dus om op zoek te gaan naar een manier van oefenen die bij u past. En voor wie niet zo graag de deur uitgaat : er zijn genoeg oefeningen die u thuis kunt doen. Een (gespecialiseerde) fysiotherapeut of arts kan helpen om een aangepast bewegingsprogramma op maat voor u op stellen.
1.5 - Bescherm uzelf Zorg ervoor dat u uw dagelijkse bezigheden zo uitvoert dat spanning en druk op de pijnlijke gewrichten zoveel mogelijk wordt voorkomen. Luister naar uw lichaam en neem signalen om meer rust te nemen serieus. Ga daarbij niet over uw (lichamelijke én geestelijke!) grenzen heen. Zoek naar een balans tussen spanning en ontspanning, beweging en rust. En gebruik uw grootste en sterkste gewrichten en spieren zoveel mogelijk, om de zwakkere te ontlasten. En, heel belangrijk: vraag om hulp als u dat nodig heeft ! Familie en vrienden zullen u liever helpen dan dat u uitgeput raakt of ziek wordt van teveel doen.
1.6 - Voldoende nachtrust Als we slapen kunnen onze gewrichten ook uitrusten en de kans krijgen om bij te komen van pijn en zwelling. En slaap herstelt onze energie, zodat u beter bestand bent tegen pijn. De meeste mensen hebben zeven tot negen uur slaap per nacht nodig. Als u zich altijd moe en hangerig voelt rond lunchtijd, doe dan een dutje als dat kan. 15 tot 20 minuten rust kan vaak al wonderen doen voor uw energie. Als u moeite heeft om 's nachts in of door te slapen kunt u 's middags overigens beter even ontspannen dan een dutje doen.
1.7 - Masseren Massage brengt warmte en ontspanning in het pijnlijke gebied. U kunt zelf massage toepassen of een dokter vragen om doorverwijzing naar een professionele masseur. Als u zelf massage toepast, stop dan altijd als u pijn voelt. En masseer nooit een plek die erg gezwollen of pijnlijk is. Als u bij een masseur onder behandeling wilt, zorg dan dat u iemand vindt met ervaring met reumapatiënten.
1.8 - Ontspanning Mensen die veel pijn lijden ervaren zowel fysieke als emotionele stress. Pijn en stress hebben een zelfde effect op het lichaam: spieren spannen zich, de ademhaling versnelt en wordt oppervlakkiger, de hartslag en de bloeddruk stijgen. Ontspanning kan helpen deze effecten tegen te gaan en geeft u een gevoel van meer controle en groter welzijn, waardoor het makkelijker wordt de pijn te hanteren. U kunt zelf zorgen voor meer ontspanning in uw leven, maar u kunt ook op zoek gaan naar cursussen waarin u oefeningen aangereikt krijgt om rustig te worden en lichaam en geest in balans te houden. Dit kan via yoga zijn, visualisatie, fysiotherapie of wat dan ook, zolang u maar voelt dat het werkt ! Tot slot, wees niet bang om naar geheel eigen methoden van pijnhantering op zoek te gaan. Er leiden per slot van rekening altijd meer wegen naar Rome. En dat geldt zeker ook voor het omgaan met pijn bij reuma. Ieder mens is uniek, iedere soort reuma is weer anders. Vaak is het zoeken naar de juiste weg. En dat is lang niet altijd eenvoudig. Er veel over praten met familie en vrienden en contact met lotgenoten kan helpen om onderweg niet op te geven en de moed erin te houden !
“Toen ik hoorde dat ik reumatoïde artritis heb, zakte de grond onder mijn voeten weg want ik ben ook nog jong. Dat is zo’n half jaar geleden. Maar met de juiste medicijen en begeleiding is er wel mee te leven. Voor mij heeft de ziekte wel een plek gekregen. Ik laat me er niet onder krijgen.” - Henry
Heeft u vragen n.a.v. deze brochure, neem dan gerust contact met ons op. De Artrose & Reuma Stichting helpt u graag verbetering in uw situatie te brengen !
2. - Beter eten, beter bewegen ! Tips voor het voorkomen en verlichten van gewrichtsklachten
2.1 - Beter eten, beter bewegen ! Langzamerhand komt er meer aandacht voor het mogelijke effect van voeding op het ontstaan van gewrichtsklachten. Tekorten aan vitamines en mineralen zouden namelijk wel eens een belangrijke oorzaak van reumatische aandoeningen kunnen vormen. In het belang van de bestrijding van artrose en reuma stimuleert de Artrose & Reuma Stichting verder wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van voeding en voedingssupplementen op het ontstaan en het behandelen van artrose en reuma. In dit boekje geven we u de laatste informatie over gezonde voeding waarmee u in algemene zin gewrichtsklachten kunt voorkomen of verlichten. Ook bevat deze uitgave bewegingstips waarmee u uw gewrichten en spieren soepel houdt. Zodat u lang gezond en actief kunt blijven ! Meer dan eenderde van alle Nederlanders heeft in meer of mindere mate gewrichtspijn. Wanneer de klachten chronicht worden spreken we van een reumatische aandoening. De meest voorkomende vorm van reuma is artrose, ook wel slijtagereuma genoemd. Deze ziekte komt vooral bij ouderen voor. Een andere veel voorkomende vorm is reumatoïde artritis, ook wel o;ntstekingsreuma genoemd. Dit komt zowel bij jongeren als bij ouderen voor.
2.2.1 - Beter eten ! Blijf zo goed mogelijk op uw ideale gewicht: hoe meer u weegt, hoe meer uw gewrichten belast worden, vooral uw knieën, heupen, rug en voeten. Zorg voor een evenwichtige voeding met veel verse groenten en fruit en voldoende granen. Zuivelproducten, eieren en vlees staan erom bekend soms gewrichtsklachten te veroorzaken. Wees daar dus juist matig mee. Eet dagelijks voldoende groenten en fruit. Ze bevatten de benodigde vitamines, mineralen en vezels. Een goede vuistregel voor de juiste afwisseling is dat u iedere dag 3 kleuren kiest en 5 verschillende soorten. Een verhoogde inname van vitamine C leidt tot een verminderde kans op achteruitgaan van het kraakbeen en pijn in de gewrichten. Er gaat niets boven vers, gebruik dus zo veel mogelijk verse voeding en zo min mogelijk bewerkte voedingsmiddelen. Door raffineren en conserveren gaan belangrijke voedingsstoffen verloren en voor de houdbaarheid worden minder gezonde stoffen toegevoegd. Een multivitamine kan een goede aanvulling zijn ter ondersteuning van het algemeen welbevinden en ter verbetering van de weerstand. Noten en zaden bevatten diverse belangrijke voedingsstoffen zoals vitamine B en E. In feite alles wat beginnend leven nodig heeft zit in noten, zaden en kiemen ! Eet ze eens vaker. Gember is in China al eeuwenlang een middel tegen gewrichtspijn. Verse gember bevat bestanddelen die de pijn in spieren en gewrichten vermindert en de beweeglijkheid verbetert. Als u geen gember door het eten wilt kunt u de verse gember raspen en 1 maal per dag door de thee doen. Tevens zijn er gembercapsules in de handel die (bijna) dezelfde gunstige werking hebben. Een mediterraan dieet is lekker en gezond. Het bestaat uit veel ui, knoflook, olijfolie, vis en verse groenten en fruit. Hierin zit alles wat een gezond bewegingsapparaat nodig heeft. Vette vis is een bron van gezondheid. Ze bevatten stoffen (omega-3-vetzuren) die een bijdrage leveren aan het voorkomen van ziektes als kanker en hart- en vaatziekten, maar ook reumatische aandoeningen. Een veranderde vetzuursamenstelling in uw voedingspatroon kan bovendien ontstekingen tegengaan. Eet daarom regelmatig vette vis. Of gebruik visoliecapsules ter aanvulling. Een plantaardige alternatief is bijvoorbeeld lijnzaadolie. Vezelrijke voedingsmiddelen zoals volkoren graanproducten mogen niet ontbreken op het gezondheidsmenu. Hierin zit onder andere silicium wat onmisbaar is bij de vorming van kraakbeenbeschermende stoffen. Rustig eten en goed kauwen tot het voedsel bijna vloeibaar is bevordert een gezonde spijsvertering en vooorkomt maag- en darmklachten. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat maag- en darmklachten het begin van gewrichtsontstekingen kunnen vormen. Nu en dan een vastenkuur heeft een gunstig effect bij ontstekingsverschijnselen. Het zorgt voor een grondige schoonmaak (‘ontslakking’) van uw lichaam. Laat u wel deskundig begeleiden bij een vastenkuur. Antioxidanten kunnen de vrije radicalen in uw lichaam onschadelijk maken. Vrije radicalen staan aan de basis van veel chronische ziekten, waaronder ook gewrichtsklachten. Ze kunnen namelijk in de gewrichtsvloeistof kraakbeenmoleculen oxideren. Goede antioxidanten die dat proces tegengaan zijn: vitamine C, E, bèta-caroteen, zink en selenium. Een voedingssupplement kan soms een steun in de rug zijn. Glucosaminesulfaat en chondroïtine zijn voedingssuplementen die specifiek bij gewrichtsproblemen verlichting kunnen geven. Het zijn bouwstoffen van het kraakbeen en toegediend als supplement hebben ze kraakbeenbeschermende eigenschappen. Let op vet. Vet bevat namelijk veel calorieën waardoor ons gewicht toeneemt, wat onze gewrichten te veel belast. Maar er zijn ook goede vetten, zoals in noten en zaden, vis en olijfolie (extra vergine, koudgeperst). Goede vetten bevatten (meervoudigt) onverzadigde vetten, zoals in margarines. Overigens is vooral het verhitten van vet ongezond, door de oxidatie die daarbij plaatsvindt. Een beetje (liefst room-) boter op de boterham is niet meteen slecht, maar juist bak-, braad- en frituurvet vormen een belasting voor onze gezondheid. Tot slot : - gebruik geen of desnoods met mate suiker en zout - drink zoveel mogelijk water (of groene thee) minimaal 6 grote glazen per dag - wees matig met het gebruik van alcohol
2.2.2 - Beter bewegen ! Blijf in beweging ! Oefening beschermt gewrichten door de spieren eromheen te versterken. Sterke spieren voorkomen dat gewrichten tegen elkaar schuren, waardoor slijtage ontstaat. En door de oefeningen wordt kracht uitgeoefend op de gewrichten waardoor zowel het kalkgehalte van het bot als de structuur en stevigheid van het kraakbeen goed blijven. Bij gewrichtsontstekingen, ernstige gewrichtsslijtage, hevig pijnen of na operaties en ongevallen zijn onbelaste sporten, zoals zwemmen, fietsen en yoga goed voor de gewrichten ! Maar voorkom overbelasting. Een goede afwisseling tussen beweging en rust is belangrijk om overbelasting te voorkomen. Niet alleen stilzitten, ook te véél beweging is niet goed voor uw gewrichten ! Schud de benen eerst los na een periode van rust van de gewrichten. Dus na lang tafelen, ’s morgens opstaan uit bed, uit de auto stappen na een lange rit etc. Dit voorkomt de startpijn waar veel mensen met gewrichtsklachten last van hebben en die veroorzaakt wordt doordat de gewrichten ‘droogstaan’. Door eerst even te schudden met uw ledematen komt de ‘smeerolie’ tussen de gewrichten weer los ! Onbelast bewegen is dé manier van gezond bewegen voor wie snel last heeft van zijn of haar gewrichten. Dat betekent dat u zorgt voor beweging waarbij het gewicht niet op de knieën, heupen of enkels rust. Bij fietsen bijvoorbeeld drukt het gewicht op het zadel. Bij grondoefeningen wordt het gewicht mooi verdeeld over uw platte rug op de grond. En bij zwemmen helpt de opwaartse druk van het water de zwaartekracht een handje. Belast bewegen, zoals traplopen, moet u juist zoveel mogelijk vermijden ! Sta rechtop. Een goede houding beschermt de gewrichten in uw nek, rug, heupen en knieën. Zorg dus voor een goede verdeling van uw gewicht over twee benen en sta met rechte rug ! Bewegingstherapie, zoals fysiotherapie,cesartherapie en mensendieck therapie, helpt veel mensen om de beweeglijkheid van de wervelkolom te stimuleren. Vraag om hulp ofwel forceer niets. Als u bijvoorbeeld zware dingen moet verschuiven of vertillen die u in uw eentje niet aankunt, vraag dan iemand anders om u te helpen. Tot slot : Nog maar eens een warm pleidooi voor het belang van voldoende – vooral onbelaste! beweging. Bewegen is namelijk niet alleen belangrijk om uw gewrichten soepel te houden en uw spieren rondom uw gewrichten te versterken. Het is een onmisbare ondersteuning van uw algehele gezondheid en conditie. Want bewegen : - geeft meer energie - helpt om beter te slapen - houdt uw gewicht onder controle - maakt uw hart sterker - vermindert en voorkomt depressieve gevoelens - versterkt uw gevoel van eigenwaarde en welbevinden Kortom : of u nu gewrichtsklachten heeft of niet: pak de fiets, wandel, zwem of dans als u kunt en zoveel u kunt. Actief zijn betekent zo lang mogelijk actief blijven !
Stress wordt door de Wereldgezondheidsorganisatie een wereldwijde epidemie genoemd. En dat is niet zo vreemd, want stress is de oorzaak van veel gezondheidsklachten. Of stress mogelijk ook aan de basis staat van het ontstaan van reuma, valt nog niet te zeggen. Zeker is wel, dat reumapatiënten vaak lijden onder stress als gevolg van hun ziekte. Stresshantering zou voor mensen met reuma dan ook een belangrijk onderdeel van de totale behandeling moeten uitmaken.
1. - Wat is stress ? Stress verwijst naar een reactie die in het lichaam plaatsvindt wanneer we te maken krijgen met angstaanjagende, opwindende, gevaarlijke of ergerniswekkende omstandigheden. Elke dag komen we in aanraking met tientallen soorten stress, sommige groot en andere klein, die in ons lichaam een stressreactie veroorzaken. Dat kan variëren van de kinderen op tijd naar school brengen tot een botsing op de snelweg zien te voorkomen. Bij iedere stresssituatie maakt ons lichaam hormonen aan, zoals adrenaline en cortisol. Deze hormonen zorgen voor een verhoging van hartslag, bloeddruk en spierspanning. Op deze manier bereiden we ons lichamelijk voor op een zogenaamde fight-or-flight respons : vechten of vluchten als reactie op de situatie. In de meeste gevallen is deze lichamelijke stressreactie nodig, vooral in echt gevaarlijke situaties. Maar in normale omstandigheden moet het lichaam zich wel weer kunnen ontspannen. Voor mensen die vaak en langdurig onder stress staan (en dat kan ook ingebeelde stress zijn, door bijvoorbeeld faalangst of fobieën) blijft de spanning echter voortdurend in het lichaam : het kan zich niet bevrijden van de stresshormonen. Als dit chronisch het geval is, reageert het lichaam uiteindelijk op elke vorm van stress alsof het een noodgeval is.
Wat is reuma ? Reuma is de verzamelnaam voor een groot aantal aandoeningen aan de gewrichten, maar ook aan pezen, banden en spieren. Hoe verschillend ook, gemeenschappelijk is de pijn die ermee gepaard gaat, evenals de vaak chronische vermoeidheid. De twee meest voorkomende vormen van reuma zijn artrose (ook wel slijtagereuma genoemd) en artritis (ontstekingsreuma). De oorzaak van reuma is onbekend. Reuma is tot nu toe niet te genezen. Er zijn 1,5 miljoen mensen in Nederland met een reumatische aandoening.
2. - Stress als oorzaak van reuma ? Een lichaam dat zich continu moet aanpassen aan stressfactoren, wordt overbelast en kan zich niet goed meer aanpassen : de concentratie van circulerende stresshormonen wordt niet meer gereduceerd. We weten inmiddels dat een lichaam dat jarenlang continu wordt overstroomd door stresshormonen een groot risico loopt om diverse ziektes te krijgen. Door onderzoek hebben we niet duidelijk kunnen aantonen dat stress een belangrijke oorzaak is voor het ontstaan van reuma, maar wel dat het een rol speelt naast andere factoren zoals bijvoorbeeld roken, slechte voeding, hormoonwerking, infectieziekten en erfelijke aanleg.
3. - Te veel cortisol Een van de theorieën concentreert zich op het hormoon cortisol, dat bij acute stress wordt aangemaakt.
Cortisol Cortisol is een corticosteroïde; het is een hormoon dat gemaakt wordt in de bijnieren uit cholesterol. Cortisol speelt een rol bij : - vertering van voedsel - slaap-waakritme - afweersysteem Cortisol wordt soms het stresshormoon genoemd omdat het vrijkomt bij elke vorm van stress, zowel fysiek als psychologisch. Het zorgt ervoor dat bepaalde eiwitten in spieren worden afgebroken waarbij glucose (energie) vrijkomt. Deze energie wordt gebruikt om het lichaam weer terug te brengen in homeostase; op het moment van stress kwamen er adrenaline en noradrenaline vrij om het lichaam alerter te maken en klaar om te vechten/vluchten. Cortisol zorgt ervoor dat dit verlies van energie weer wordt gecompenseerd. Tijdens het ontwaken komt er ook extra cortisol vrij; dit zorgt voor een hongergevoel. Cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Cortisol
In eerste instantie biedt dit ons bescherming door via een complexe reeks biochemische reacties het afweermechanisme van het lichaam te activeren. Maar wanneer deze beschermende hormonen in overmaat worden geproduceerd, creëren ze een domino-effect van schadelijke fysiologische veranderingen. Het immuunsysteem raakt overbelast en keert zich tegen zichzelf, zoals bij reuma het geval is.
4. - Te weinig DHEA Terwijl bij chronische stress het cortisol niveau toeneemt, neemt de concentratie van een ander hormoon, DHEA, af. Een tekort aan dit hormoon kan leiden tot verminderde schildklieractiviteit, hartziekte, prostaat- en borstkanker, osteoporose en autoimmuunziektes, waaronder reumatoïde artritis (cfr. 'Stress - Langzaam werkend gif' - Medisch Dossier, nr. 4, jaargang 5, 2003).
DHEA DHEA is een hormoon dat voornamelijk door het lichaam zelf wordt gemaakt. De DHEA productie is het grootst als we rond de 20 jaar oud zijn en neemt dan met het stijgen der jaren sterk af. Een voldoende niveau aan DHEA houd je slank, beschermt tegen borstkanker (voor vrouwen) en hart en vaatziekten (voor mannen). Het verbetert het geheugen, verbetert de weerstand tegen stress en geeft meer energie. DHEA kan door suppletie tot een “jong” niveau worden aangevuld, hiermee gaat de kwaliteit van het leven, vooral bij ouderen, sterk vooruit, bovendien wordt het verouderingsproces vertraagd.
5, - Te weinig endorfine Een andere theorie legt de nadruk op de rol van endorfine. Stress veroorzaakt een balansstoornis van het autonoom zenuwstelsel, waardoor er minder endorfine wordt aangemaakt.
Endorfines Endorfines zijn lichaamseigen morfines, die als neurotransmitter fungeren. Ze werken in de eerste plaats pijnonderdrukkend, maar zorgen ook voor een gevoel van geluk of euforie, zoals bijvoorbeeld de 'runners high' bij duursporters. De roesachtige toestand die kan ontstaan na een fysieke inspanning wordt gedeeltelijk veroorzaakt door het vrijkomen van endorfine. Opium en heroïne werken op dezelfde receptoren in als endorfine. De smaakervaring bij suikers, vetten en ook chocolade produceert endorfine in het lichaam. Ook werkt deze verslavende stof zeer actief bij automutilatie of zelfverminking. Cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Endorfine
Endorfine is nodig om een stof die ontstekingen veroorzaakt (substantie P) te dempen zodat een neurogene ontsteking, zoals bij reuma, kan worden voorkomen.
Oorzaak of niet, zeker is dat de symptomen van reuma (met name pijn en vermoeidheid) vaak verergeren in tijden van stress. Daarom is het van groot belang voor reumapatiënten om stress beter te leren hanteren.
6. - Stress als gevolg van reuma Stress als gevolg van reuma is een probleem waar veel reumapatiënten door worden gekweld. Iedereen heeft wel eens last van stress, maar de pijn en onzekerheden waarmee veel reumapatiënten dagelijks te maken krijgen, kan het gevoel van stress versterken. Omdat stress de pijn weer verergert kom je al snel in een negatieve spiraal. Om uit die cirkel te stappen zult u stress dus moeten verminderen. Daarvoor moet u er eerst achter komen waardoor de stress bij u veroorzaakt wordt. Dit is een persoonlijk zoektocht, maar wel een die de moeite waard is. Want door te leren stress op een positieve manier te leren hanteren, kunt u uw pijn verminderen, voelt u zich gezonder en kunt u beter met uw ziekte omgaan.
“Vaak ervaar je onbegrip uit je omgeving als je reuma hebt. Ik heb zoveel last van vermoeidheidsverschijnselen dat ik veel moet rusten. De kans dat je jezelf daardoor isoleert is groot. Vermijden van stress toestanden en je eigen weg proberen te vinden, met behulp van je familie, kinderen en vrienden, maakt het allemaal de moeite waard.” Laura, 38 jaar.
7. - Ontspannen Een van de belangrijkste manieren om met stress om te gaan is leren te ontspannen. Er zijn vele technieken, boeken, zelfhulpgroepen en cursussen die u daarbij kunnen ondersteunen. Dit kan variëren van ademhalingstechnieken, massage, yoga (cfr. bv. : http://www.fibromyalgie.be/site/index.php?module=pagemaster&PAGE_user_op=view_page&PAGE_id=8&MMN_position=73:22 -), meditatie, tai chi of psychotherapie (cfr. 'Yoga, Hatha Yoga, Bikram Yoga, Kundalini Yoga, Yogaoefeningen & Yogahoudingen' : http://www.abc-van-yoga.nl/ -). U kunt ook ontspanningsoefeningen vragen bij fysiotherapie, Mensendieck of Cesartherapie. En een behandeling bij een haptonoom, masseur of therapeut natuurgeneeskunde kan ook helpen om te ontspannen.
EFT staat voor "Emotional Freedom Techniques" of vertaalt, Emotionele Vrijheid Technieken. EFT gaat er vanuit dat iedere negatieve emotie het gevolg is van een verstoring in het energiesysteem. Deze verstoring zorgt ervoor dat u (hevige) emoties voelt over bepaalde gebeurtenissen en situaties. Door op het moment dat deze (hevige) emotie zich voordoet, met twee vingers, op bepaalde meridiaanpunten te kloppen, wordt de verstoring in het energiesysteem opgeheven. Als gevolg hiervan verdwijnt of verlicht de negatieve emotie. Meestal gebeurd dit direct, soms duurt het langer. De EFT techniek is makkelijk te leren, waarna u het op uzelf kunt toepassen. Het succespercentage van EFT is erg hoog. Deze ligt tussen 80 en 85%. EFT is ontwikkeld door Gary Craig. EFT is gebaseerd op de Callahan methode, ook wel TFT (Thought Field Therapy) genoemd. Dr. Callahan is een klinisch psycholoog uit de USA. Hij ontdekte, na onderzoek, dat door het kloppen op meridiaanpunten hevige emoties verdwenen. Op basis van deze ontdekking heeft Callahan Thought Field Therapy (TFT) ontwikkeld. Gary Craig heeft TFT van Dr. Callahan geleerd. De toepasbaarheid van TFT is minder makkelijk, omdat bij TFT voor iedere klacht een andere volgorde van kloppen op de meridiaanpunten wordt aangehouden. Gary Graig heeft daarom EFT ontwikkeld. Door de eenvoud van deze methode is het mogelijk dat iedereen EFT kan leren. Hierdoor krijgt u een instrument in handen waarmee u zelf emotionele problemen kunt lossen .../... Cfr. : http://www.emotionelevrijheid.nl/index.php
8. - In beweging tegen stress Maar ook actief inspannen is een belangrijke manier om te ontspannen. Daarmee slaat u twee vliegen in een klap, want blijven bewegen is heel belangrijk bij reumatische klachten. Stijve gewrichten worden namelijk pijnlijker en nog stijver zonder oefening. Sluit u eventueel aan bij een fitnessgroep, een gymnastiek- of zwemvereniging.
9. - Concentreren op andere dingen Veel mensen met reuma ondervinden dat het goed is om bezig te blijven en zich te concentreren op iets anders dan de ziekte. Dit verbetert hun gevoel van welbevinden en vermindert gevoelens van stress.
10. - Zorgen voor jezelf Een positieve manier om met stress om te gaan is om goed te zorgen voor je lichaam, juist en vooral als je ziek bent ! Een goede gezondheid is de basis en zorgt dat je beter bestand bent tegen stress. Dus doe al het mogelijke om gezond te eten, voldoende te bewegen en genoeg rust en slaap te krijgen. En leer te luisteren naar de fysieke signalen van stress die uw lichaam uitzendt. Als u hoofdpijn krijgt of uw hart klopt snel gedurende alledaagse situaties, zoals bij het koken of autorijden, dan is dat een signaal dat u gas terug moet nemen. Letterlijk en figuurlijk !
“Sinds 20 jaar heb ik reuma. Ik heb daardoor 5 jaar in een rolstoel gezeten. Ik woon nu sinds 3 jaar in Zuid-Frankrijk en sinds die tijd gaat het veel beter. Niet alleen de zon heeft mij erg geholpen, maar voornamelijk ook de manier van leven. Ik ben uit de stresssituatie in Nederland gegaan en doe nu dingen die ik écht wil doen en niet de dingen die ik moet doen. Dit maakt erg veel verschil. Namelijk dat ik mij emotioneel en praktisch niet langer forceer. Ik leid nu eindelijk het leven dat voor mijn lichaam en geest goed is.” Mira, 45 jaar.
Welke manier u ook kiest om stress beter te hanteren, vaak is de belangrijkste stap : loslaten wat u niet meer kunt, en vooral te genieten van wat u nog wél kunt ! Als u voelt dat de stress u toch de baas wordt, schroom dan niet om professionele hulp te zoeken bij het accepteren van uw ziekte.
Voor tips om beter met pijn en stress bij reuma om te gaan verwijzen wij u ook naar de nieuwsbrief :
Pijnhantering bij reuma en artrose
Het moeilijkste van reuma hebben is misschien wel het omgaan met pijn. Toch is het belangrijk om daar manieren voor te vinden. Want de invloed van pijn moet niet je leven gaan beheersen. En dat hoeft ook niet. Er zijn diverse manieren om de pijn beter te leren hanteren. Het positieve aan pijn is dat het ons vertelt dat we actie moeten ondernemen. Bijvoorbeeld, als u uw hand brandt aan een hete kachel, zorgen pijnsignalen naar onze hersenen ervoor dat we die hand wegtrekken. Deze soort pijn helpt onszelf te beschermen tegen aanvallen van buitenaf. Langdurige, chronische pijn, zoals bij reuma is anders. Terwijl het ons wel vertelt dat er iets mis is, kunnen we dit niet eenvoudig wegnemen. Deze soort pijn leren hanteren is essentieel om kwaliteit van leven te behouden. Juist als reumapatiënt !
Wat u nog wél kunt Reuma mag dan sommige van de dingen die je kunt doen beperken of zelfs onmogelijk maken, toch hoeft het niet je hele leven te beheersen. Een belangrijke stap bij het leren hanteren van pijn is om het besluit te nemen je leven op te bouwen rond welzijn (of praktisch gesproken: dat wat u nog wél kunt) en niet te laten draaien om ziekte en pijn (dat wat u niet meer kunt).
“Ik heb al 7 jaar reuma en ben zelf pas 30 jaar. Ik heb al vele onderzoeken gehad. Mijn ervaring ermee is dat ze niet altijd de goede behandeling aanraden. Zelf doe ik aan paardrijden, hoewel mij dit is afgeraden. Ik ben er toch mee door gegaan ondanks de pijn. Het is voor mij een belangrijke afleiding voor mijn ziekte. En raar maar waar, ik voel mij er lichamelijk beter door. Je moet gewoon je eigen gevoel volgen en je niet laten beïnvloeden door de artsen. Zij kijken alleen medisch en niet hoe je er geestelijk aan toe bent. Deze ziekte is gewoon slopend voor je leven. Je moet dus blijven zoeken naar dingen die je helpen de ziekte ook geestelijk te kunnen hanteren.” - Eva
Relativeren Onze geest speelt een belangrijke rol in hoe we pijn ervaren. Te proberen aan pijn te denken als een signaal om actie te ondernemen, meer dan als een noodlot dat je heeft getroffen, kan bijvoorbeeld al helpen om beter met pijn om te gaan. Dat vraagt om positief denken, relativeren, humor en het genieten van alles wat je nog kunt doen.
“Wat betreft je geestelijke gesteldheid; mijn arts houdt daar wel terdege rekening mee. Hij vindt wel dat ik grenzen moet leren leggen, maar juist alles wat ik doe en leuk vind moet ik doen. Zijn advies is : meer rustpauzes inlassen. Het is moeilijk maar ik leer het al aardig en ik heb er echt baat bij. Een gezonde geestelijke gesteldheid is het fundament bij elke ziekte.” - Margreet
Verstandig medicijngebruik Er zijn veel verschillende typen medicijnen die kunnen helpen de pijn en stijfheid bij reuma te onderdrukken. Uw arts kan het beste beoordelen welke in uw geval het meest passend zijn. Maar dat betekent niet dat u alles maar moet slikken! Het kan geen kwaad goed in de gaten te houden hoe u reageert op de medicatie. Wat de bijwerkingen zijn en of u wel tevreden bent. Om vragen te blijven stellen aan uw arts. Om u op de hoogte te stellen van nieuwe behandelmethoden. In veel gevallen bijvoorbeeld kan ondersteuning door natuurlijke middelen of methoden een goede aanvulling zijn op de reguliere medicatie. Zo hebben veel reumapatiënten baat bij een speciaal dieet, bepaalde homeopathische middelen, voedingssupplementen of zelfs huismiddeltjes.
“Ook ik heb volgens de reumatoloog door het hele lichaam artrose. Kom niet meer schrijven en slecht lopen. Hij kon niets doen alleen verschillende lichaamsdelen opereren en pijnstillers voorschrijven. Ik ben daarna naar een homeopathische arts gegaan. Ik heb van hem de nodige medicijnen gehad en nu na 4 jaar gebruik ik alleen nog een natuurlijke pijnstiller en een gelatine poeder. Ik ben praktisch pijnloos en kan weer schrijven. Ik loop wel slecht en met een stok, maar redelijk zonder pijn. Daarbij te bedenken dat ik 78 ben, ben ik heel gelukkig dat het – mij althans – zo goed helpt. Mijn huisarts, die zegt niet in homeopathie te geloven, stond er van te kijken, dat ik zo vooruit ben gegaan. Ik heb alle reguliere medicijnen weggegooid daar die enorm belastend zijn voor je maag.” - Mevrouw Gijssen
Oefening baart… beweging ! Door te zorgen voor voldoende (onbelaste !) beweging kunt u uw algehele gezondheid en conditie verbeteren, maar ook de symptomen van reuma onder de duim houden. En zo de pijn verlichten of in elk geval erger voorkomen. Regelmatige oefening (of dat nu zwemmen, fietsen, fitness of iets anders is) is dan ook een onmisbaar onderdeel van pijnhantering : het houdt uw gewrichten in beweging, versterkt de spieren rond de gewrichten, verhoogt de energie, verbetert de slaap en is ook nog eens goed voor uw hart. En voor de meeste mensen geldt dat bewegen een goede uitlaatklep is voor stress ! Alle reden dus om op zoek te gaan naar een manier van oefenen die bij u past. En voor wie niet zo graag de deur uitgaat: er zijn genoeg oefeningen die u thuis kunt doen. Een (gespecialiseerde) fysiotherapeut of arts kan helpen om een aangepast bewegingsprogramma op maat voor u op stellen.
Bescherm uzelf Zorg ervoor dat u uw dagelijkse bezigheden zo uitvoert dat spanning en druk op de pijnlijke gewrichten zoveel mogelijk wordt voorkomen. Luister naar uw lichaam en neem signalen om meer rust te nemen serieus. Ga daarbij niet over uw (lichamelijke én geestelijke !) grenzen heen. Zoek naar een balans tussen spanning en ontspanning, beweging en rust. En gebruik uw grootste en sterkste gewrichten en spieren zoveel mogelijk, om de zwakkere te ontlasten. En, heel belangrijk : vraag om hulp als u dat nodig heeft ! Familie en vrienden zullen u liever helpen dan dat u uitgeput raakt of ziek wordt van teveel doen.
Voldoende nachtrust Als we slapen kunnen onze gewrichten ook uitrusten en de kans krijgen om bij te komen van pijn en zwelling. En slaap herstelt onze energie, zodat u beter bestand bent tegen pijn. De meeste mensen hebben zeven tot negen uur slaap per nacht nodig. Als u zich altijd moe en hangerig voelt rond lunchtijd, doe dan een dutje als dat kan. 15 tot 20 minuten rust kan vaak al wonderen doen voor uw energie. Als u moeite heeft om 's nachts in of door te slapen kunt u 's middags overigens beter even ontspannen dan een dutje doen.
Masseren Massage brengt warmte en ontspanning in het pijnlijke gebied. U kunt zelf massage toepassen of een dokter vragen om doorverwijzing naar een professionele masseur. Als u zelf massage toepast, stop dan altijd als u pijn voelt. En masseer nooit een plek die erg gezwollen of pijnlijk is. Als u bij een masseur onder behandeling wilt, zorg dan dat u iemand vindt met ervaring met reumapatiënten.
Ontspanning Mensen die veel pijn lijden ervaren zowel fysieke als emotionele stress. Pijn en stress hebben een zelfde effect op het lichaam: spieren spannen zich, de ademhaling versnelt en wordt oppervlakkiger, de hartslag en de bloeddruk stijgen. Ontspanning kan helpen deze effecten tegen te gaan en geeft u een gevoel van meer controle en groter welzijn, waardoor het makkelijker wordt de pijn te hanteren. U kunt zelf zorgen voor meer ontspanning in uw leven, maar u kunt ook op zoek gaan naar cursussen waarin u oefeningen aangereikt krijgt om rustig te worden en lichaam en geest in balans te houden. Dit kan via yoga zijn, visualisatie, fysiotherapie of wat dan ook, zolang u maar voelt dat het werkt ! Tot slot, wees niet bang om naar geheel eigen methoden van pijnhantering op zoek te gaan. Er leiden per slot van rekening altijd meer wegen naar Rome. En dat geldt zeker ook voor het omgaan met pijn bij reuma. Ieder mens is uniek, iedere soort reuma is weer anders. Vaak is het zoeken naar de juiste weg. En dat is lang niet altijd eenvoudig. Er veel over praten met familie en vrienden en contact met lotgenoten kan helpen om onderweg niet op te geven en de moed erin te houden !
“Toen ik hoorde dat ik reumatoïde artritis heb, zakte de grond onder mijn voeten weg want ik ben ook nog jong. Dat is zo’n half jaar geleden. Maar met de juiste medicijen en begeleiding is er wel mee te leven. Voor mij heeft de ziekte wel een plek gekregen. Ik laat me er niet onder krijgen.” - Henry.
U kunt deze brochure (gratis) opvragen bij de Artrose & Reuma Stichting. Heeft u vragen neem dan gerust contact met ons op : de Artrose & Reuma Stichting helpt u graag verbetering in uw situatie te brengen ! Cfr. : http://www.reuma-stichting.nl/download/nieuwsbrief_Pijnbestrijding.pdf
Door de eeuwen heen hebben wetenschappers zich bezig gehouden met het ontdekken van de geheimen van magneetvelden. Immers elk levend organisme is een veelvoud van laagfrequente magneetvelden. Het is verbazingwekkend dat in onze West-Europese samenleving in medische kringen tot op heden nauwelijks aandacht is besteed aan de therapeutische werking van magneetvelden. Waarschijnlijk komt dit doordat wij nauwelijks of geen ruimtevaart historie hebben. In het begin van de ruimtevaart, in de jaren zestig, constateerden doktoren bij ruimtevaarders na langdurig verblijf in de ruimte, een ruime mate van botontkalking. Na nauwkeurig onderzoek is komen vast te staan dat door langdurig verblijf buiten het aardmagnetisme biosystemen ontregeld raken. Het gevolg daarvan is dat vrijwel meteen botontkalking ontstaat. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in de landen met een ruimtevaarthistorie magneetveldtherapie als iets vanzelfsprekends wordt beschouwd. Biologische magneetvelden van de mens Het menselijke lichaam genereert tientallen magnetische frequenties. Zo heeft bloed, orgaanweefsel, spierweefsel, botweefsel, zenuwweefsel, bindweefsel etc. zijn eigen magnetische frequentie. Maar ook bij bewuste of onbewuste processen in onze geest ontwikkelt de mens laagfrequente magneetvelden. Bij chronischeen accute aandoeningen zoals stress, reuma, parkinson, orgaanaandoeningen, doorbloeding- stoornissen, slapeloosheid en bot- en spieraandoeningen etc. zijn ook de natuurlijke magneetvelden van de mens in onbalans .../... Cfr. : http://www.cerdic.be/docs/magneet.htm
2. - Ayurvedische massage
.../... De Ayurvedische massage is oorspronkelijk bedoeld voor gezonde mensen en is daarmee onderdeel van de preventieve geneeskunde. Daarnaast helpt de ayurvedische massage bij het genezen van veel verschillende klachten en is het onderdeel van een behandel programma of als voorbereiding op de pancha karma, de vijfvoudige reinigingsmethode. Een echte ayurvedische massage onderscheidt zich door het gebruik van een ruime hoeveelheid warme kruidenolie. De kruidenolie heeft een smerende en medicinale werking. De ayurvedische massage is een gehele lichaamsmassage waarbij dus ook het hoofd en gezicht meegenomen worden. Deze massage kenmerkt zich doordat er rekening wordt gehouden met de constitutie (dosha/prakruti) van de persoon en zijn/haar specifieke klachten (vrikruti) en eventuele pijn in de vorm van massage techniek en de kruidenolie die gebruikt wordt. De keuze voor specifieke oliën voor specifieke klachten als reuma (ama vata) en hoofdpijn werden al beschreven in de klassieke ayurvedische literatuur. De werking van oliën is gericht op het balanceren van de dosha´s en het reinigen van de weefsels en kanalen. Veel kruidenoliën zijn gebaseerd op een basisolie als sesamolie, kokosolie of ghee (geklaarde boter) waar kruiden in verwerkt zijn. In sommige gevallen (kapha type klachten of personen) kan met droge kruiden gemasseerd worden. In de meeste gevallen vindt ayurvedische massage plaats met de handen, soms met de voeten en in sommige gevallen (zoals voor reumatische aandoeningen, fibromyalgie) van therapeutische massage wordt gemasseerd met rijst of kruidenbundels. De ayurvedische massage is over het algemeen een zachte massage waarbij de druk afgestemd is op de fysieke structuur van de cliënt. Door de behandeling van de energiekanalen – de nadi’s - en de energiepunten genaamd marma’s heeft de ayurvedische massage een energetisch aspect. De masseur stemt middels meditatie af op de energie van de cliënt voor zij/hij de massage start. De ayurvedische massage heeft een reinigend effect, ontspant, voedt en balanceert fysiek en geestelijk. Het zelfgenezend vermogen van het lichaam en de geest worden gestimuleerd. De massage : - verbetert de weerstand en activeert het lymfesysteem en de bloedsomloop - bestrijdt stress, vermoeidheid en slapeloosheid - draagt bij aan lichaamsbewustwording en verlichting van spierspanning - helpt bij klachten vermindering en oplossing zoals rugpijn, nekklachten, rsi, whiplash, reuma, stress, burnout, spijsverteringsklachten en hoofdpijn. De ayurvedische massage is geschikt voor iedereen, gezond of ziek, oud en jong. Er zijn wel een aantal contra-indicaties waarin wordt afgeraden om een (ayurvedische) massage te ondergaan : tijdens de eerste 3 maanden van de zwangerschap, bij kanker, bij koorts, direct na eten. De ayurvedische massage is een weldaad voor lichaam en geest .../... Cfr. : http://www.massagevormen.nl/pages/massagevormen/ayurvedische-massage.php Cfr. ook : http://www.wellnessofasia.nl/offers/14
Fibromyalgie.nu .../... Pijn is het belangrijkste symptoom van fibromyalgie. De pijn gaat gepaard met stijfheid en gevoeligheid rond de gewrichten, spieren en pezen, het betreft vooral de nek, schoudes, de bovenarmen en benen. De pijnklachten nemen dikwijls toe bij koud en vochtig weer, bij vermoeidheid, bij ongewone of overmatige inspanningen en bij emotionele stress. Door de toenemende pijnklachten ontstaat er nog meer stress, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat van pijn- stress- pijn .../... Cfr. : http://www.fibromyalgie.nu/
.../... Het leven is heel wat belangrijker dan reuma. Toch beïnvloedt reuma het leven duidelijk en niemand kan dat gemakkelijk aanvaarden. Het probleem is dat aan reuma lijden een dominerende factor in het leven van de patiënt kan worden. Soms lijkt de ziekte ook het leven van de directe omgeving, het gezin, te domineren. Het is soms ontmoedigend of moeilijk om "positief te denken". Niet iedereen heeft van nature een positieve instelling. Toch is het belangrijk een eigen manier te vinden om met het "echte" leven verder te gaan. Het is normaal en natuurlijk dat er periodes zijn dat men zich ontmoedigd, boos, wrokkig, gefrustreerd, eenzaam of depressief voelt. Een aantal dingen kan helpen de ziekte mee te verwerken : er over praten en denken, leren omgaan met stress. .../... Mensen met reuma staan vaak onder stress. Door stress kan men zich slecht gaan voelen. Het leren ontspannen kan helpen. Het zou kunnen dat verstrooiing, iets doen waar men werkelijk in opgaat en waar men plezier in heeft, de beste vorm van ontspanning is. Men kan een relaxatietechniek, autogene training, aanleren. Er bestaan relaxatiemethoden die, eens dat men ze beheerst, stress niet alleen verminderen maar ook voorkomen. Een aantal therapeuten en kinesitherapeuten kunnen relaxatietechniek aanleren. .../... Cfr. : http://www.reumaliga.be/vrlilevn.htm
't Kruidenvrouwtje Reuma is een verzamelnaam voor een groep van symptomen waarbij sprake is van ontstekingen en weefselveranderingen in gewrichten en/of spierweefsel. Gewrichtsontsteking (artritis en reumatoïde artritis), jicht, de ziekte van Bechterew (een aandoening aan wervelkolom en bekken), jeugdreuma (juveniele chronische artritis of JCA), fibromyalgie (weke-delen reuma) en artrose (gewrichtsslijtage) noemen we allemaal reumatische aandoeningen, kortweg : reuma. Een grote gemene deler is er echter wel. Het zijn allemaal ziektebeelden waarbij de beweeglijkheid van de gewrichten afneemt en sprake is van stijfheid, zwelling en pijn in spieren en gewrichten. Geestelijke achtergronden Reuma ontstaat vaak na een nare ervaring (ontslag, dood van echtgenoot of van een lievelingskonijn), een ervaring die emotioneel vrij ingrijpend is. Normaal gesproken kun je je verdriet, je teleurstelling, je frustraties hierover op de een of andere manier uiten. I n dit geval echter is dat niet gelukt, er was geen ruimte voor, geen tijd, soms zelfs was het een kwestie van stoer doen en gewoon doorgaan, 'jongens huilen niet' of alles onder controle willen houden. Wat je in ieder geval zou kunnen zeggen is dat deze zure, nare ervaring niet is verwerkt, de bijbehorende emoties zijn niet afgevoerd maar zitten er nog in. Deze emotionele zuren gaan zich steeds meer vastzetten. Langzaam aan is er sprake van verharding en verstarring. Door deze nare ervaringen voelen mensen zich vaak in de kou gezet. Bedenk maar dat ook lichamelijke kou reuma doet verergeren. Ook als je het "emotioneel in de kou gezet voelen" niet goed verwerkt kan dit leiden tot emotioneel afsluiten, verstarren. Je blijft de buitenwereld als de schuldige ervaren. Jij voelt je tenslotte in de kou gezet. Bij reuma is warmte belangrijk, lichamelijke warmte maar vooral menselijke warmte. Vaak merk je dat mensen met reuma moeite hebben met het toelaten van de buitenwereld, moeite met aanraken, met het ontvangen van liefde, genegenheid. Ze zijn het als het ware een beetje verleerd en volharden in het 'niks aan de hand, alles onder controle'. Het toelaten van deze menselijke warmte kan verlichting geven van klachten. Er is weer (een beetje) ruimte voor emoties. Het mag weer. Ook het weer teruggaan (door focussen, geleide fantasie, counseling, hypnose etc.) en het overnieuw beleven van deze nare ervaring kan de emoties weer laten stromen en de zure resten doen opruimen. Natuurgeneeskundige aanpak Als we kijken naar het Reckeweg systeem, komen we spierreuma tegen in fase 2 en chronische reuma in fase 3. De biologische scheidslijn is daarmee nog niet overschreden waarbij het proces, volgens natuurgeneeskundige principes nog om te keren is. Bij reumatische klachten zien we vaak een voedingspatroon dat veel dierlijke eiwitten (vlees, kaas, melk) bevat. Dit voedingspatroon werkt bijzondere verzurend waardoor neerslag tussen gewrichten bijna onoverkomelijk is. Om dierlijke eiwitten af te breken heeft het lichaam veel calcium nodig. Melk is uiteindelijk géén calciumleverancier. Betere calciumleveranciers vinden we in plantaardige producten als marmite, tahoe, miso, abrikozen, bramen, olijven, vijgen (+++), boerenkool, amandelen etc. Ook speelt vaak de geestelijke belasting een rol. Deze veroorzaakt stress in het lichaam. Stress veroorzaakt een verhoogde stofwisseling. Een verhoogde stofwisseling vraagt extra energie én calcium. - Verminder drastisch de inname van zuurvormende producten (vlees, kaas, melk, suiker). Hou ernstig rekening met het zuur-basen evenwicht; - Verminder zwarte thee (te vervangen door kruidenthee), koffie (te vervangen door granenkoffie), zout (te vervangen door kruidenzout); - Gebruik géén suiker, witmeel of kant en klaar producten; - Gebruik géén sinaasappels, mandarijnen of sinaasappelsap, appelsap is wel toegestaan; - Gebruik minder linolzuren (omega 6 vetzuur), dit vanwege de uitlokking van ontstekingsprocessen; - Gebruik meer sla, rauwkost, groenten, fruit (geen citrus), noten, zilvervliesrijst, volkoren producten, honing, gember, knoflook; - Gebruik extra vitaminen en mineralen als calcium, kalium, zink en vitamine E; - Drink minimaal 2-2,5 liter onbelast vocht per dag (water, appelsap, groentesap, kruidenthee, bouillon). Extra maatregelen : - Baden met bijvoorbeeld jeneverbessen en/of rozemarijn (gebruik verse of gedroogde kruiden - badoliën met deze kruiden hebben nagenoeg geen effect) of gember. - Leg regelmatig een kompres van geraspte rauwe aardappel op de aangedane gewrichten. - Aangedane gewrichten iedere dag bewegen (liefst in warm water). - Verminder langzaam een eventueel overgewicht. - Een goede gewrichtzalf is zelf te maken door aan vaseline enkele druppels jeneverbesolie (essentiële olie), rozemarijnolie (essentiële olie) en gemberolie (essentiële olie) toe te voegen. Doorroeren en goed afgesloten bewaren. - Ook het inwrijven van de gewrichten met een verwarmende vette olie kan verlichting geven. Denk hierbij aan St. Jansolie of Rozemarijnolie (beide op basis van olijfolie). - Moerasspirea en guldenroede zijn twee kruiden die erg mooi ontzurend werken bij reumatische aandoeningen. Gebruik niet meer dan één eetlepel gedroogd kruid per dag en gebruik ze niet langer dan een maand achtereen. Het mooiste is een afwisseling (de ene maand moerasspirea en de andere maand guldenroede, een afwisseling per week kan ook). - Ook het slaan van aangedane gewrichten met verse brandnetels (gewoon met je handen of knieën door een brandnetelveld) geeft enorm veel verlichting. Deze therapie wordt in Duitsland zelfs voorgeschreven door kuurartsen. - Teunisbloemolie of omega 3 olie kan en goede ondersteuning zijn in het voorkomen van ontstekingsprocessen. - Dagelijks een glaasje rauw aardappelsap drinken werkt ook bijzonder ontzurend. Eventueel is dit sap, vanwege de smaak, te vermengen met groentesap. Cfr. : http://www.kruidenvrouwtje.nl/ziektebeelden/reuma.htm Cfr. ook : - http://www.fysiotherapie-amsterdam.nl/Reuma.html - http://www.zoenenenzo.nl/reuma.html
10. - Stress hoort bij het dagelijks leven
Er bestaan twee soorten stress : eustress en distress (Grieks eu is goed en dis is slecht) Eustress is de spanning die de mens in leven houdt. Deze stress maakt je extra alert en helpt je om een bijzondere prestatie te leveren ! Disstress is een spanning, die wanneer ze langere tijd blijft bestaan of je lichaam te sterk belast, je welzijn en gezondheid kan schaden waardoor je ziek wordt. Stress kan je behandelen door o.a. relaxatie en ontspanningstechnieken. Bij relaxatie-therapie tracht men een volkomen ontspanning op te roepen en het bewustzijnstoestand naar een alfastadium te brengen. Een aantal kinesitherapeuten kunnen u deze relaxatie-technieken aanleren. Voor meer informatie en adressen contacteer je best de huisarts en/of kinesitherapeut. Cfr. : http://www.reumaliga.be/vrlipsyc.htm
Mijn computer heeft in panne gelegen en ik vrees dat al jullie persoonlijke e-mailtjes met vragen gewist zijn... Mochten jullie dus nog met niet-beantwoorde vragen hebben, stel ze dan even opnieuw.
Sorry, maar het is niet enkel het mannetje aan het klavier dat nog al eens forfait moet geven : ook de machine blijkt niet onaantastbaar te zijn...
Heeft u amalgaamvullingen in uw tanden ? -- Protocol voor het ontgiften
Amalgaamvullingen Hoe ontgiften
Ieder zijn waarheid ?
WikipediA
Een amalgaam is een metaallegering op basis van kwik (Hg). In de tandheelkunde is het één van de meer gebruikte legering voor het vullen van gaatjes in kiezen. Moderne amalgaamlegeringen worden gemaakt uit twee componenten: een poeder van een tin - zilver legering (Ag3Sn) en kwik, de vloeistof. Bij het mengen (tritureren) komt het kwik in contact met de poederdeeltjes en gaat de deeltjes oplossen. Aldus wordt een matrix verkregen van zilverkwik- en tinkwikdeeltjes, met een vulstof van de niet-aangetaste zilvertindeeltjes. Omdat de tin-kwik-verbinding, de zogenaamde γ2-verbinding, geen goede fysische eigenschappen heeft (corrodeert snel, beperkte sterkte,...), wordt soms koper toegevoegd aan het poeder (of een koper-tin-zilver legering of zilverkoperdeeltjes toegevoegd aan de zilvertindeeltjes). Ook zal men proberen in de caviteit het amalgaam stevig aan te duwen, opdat er zo veel mogelijk overbodig kwik verwijderd wordt (condenseren). Amalgaam hecht zich niet aan het tandbeen en glazuur, wat betekent dat de tandarts de cavitiet zodanig moet uitboren dat de vulling mechanisch kan vastgezet worden. Er is veel onrust over het gebruik van kwik in de geneeskunde, maar de hoeveelheid kwik die vrijkomt bij tandheelkundige amalgamen lijkt onvoldoende om systemische defecten te veroorzaken. Over het algemeen wordt in de medische wereld aangenomen dat amalgaam veilig is. Het inademen van kwikdampen is zeer schadelijk, maar deze komen niet vrij uit het amalgaam.
De Ommekeer
Uw tandarts mag ook de restanten van het vullingmateriaal niet lozen via het riool, maar dient deze af te voeren als chemisch afval omdat het zware metalen bevat. Het schaad namelijk het milieu ! Wat doet het dan met uw lichaam ? vullingmateriaal niet lozen via het riool, maar dient deze af te voeren als chemisch afval omdat het zware metalen bevat. Het schaad namelijk het milieu ! Wat doet het dan met uw lichaam ?
Wanneer u amalgaamvullingen heeft kunt u er vanuit gaan dat u door kwik wordt belast en dat uw gezondheid minder is dan deze zonder kwikvullingen zou kunnen zijn. De door kwikbelasting verminderde gezondheid kan zich uiten in zowel lichamelijke als psychische klachten. Gouden kronen, wortelkanaalbehandelingen en wortelpuntbehandelingen met amalgaam kunnen de verschijnselen verhevigen.
Als u amalgaamvullingen heeft kunt u, afhankelijk van uw weerstand, psychische verschijnselen krijgen, zoals b.v. depressieve stemmingen, zelfmoordgedachten, onberekenbaarheid en ongeordendheid. De lichamelijke klachten kunnen variëren van moeheid en een slechte smaak in de mond tot ernstige neurologische afwijkingen en spijsverteringsziekten. Deze klachten verminderen of verdwijnen meestal als al het kwik op de juiste manier uit het lichaam (gebit en kaakbot) wordt verwijderd en er wordt ontgift (b.v. met behulp van de onderstaande methoden om te ontgiften). Aan het ontgiften kan men direct beginnen ook al zijn de kwikvullingen nog niet vervangen door ander geschikt materiaal (geen metalen en geen witte vullingen waar men allergisch voor is !),
Het is dan alleen wel 'dweilen met de kraan open'...
Nadat alle vullingen zijn vervangen door composiet of glasionomeer moet u geruime tijd (2 tot 4 jaar) doorgaan met het ontgiften omdat b.v. uit de botten en uit de hersenen het kwik zonder actief te ontgiften maar heel langzaam verdwijnt. Als u niet actief ontgift kan het vrijkomende kwik uit allerlei organen en botten heropgenomen worden uit de bloedbaan, waardoor genoemde klachten tientallen jaren kunnen blijven aanhouden. Als u actief ontgift verwijdert u tegelijkertijd andere zware metalen zoals lood, cadmium en tevens allerlei radioactieve (zware) metalen. Echter ook noodzakelijke sporenelementen worden verwijderd, daarom moet men zeker tijdens het ontgiften de sporenelementen aanvullen door middel van multivitamine- en mineralen preparaten.
Middelen voor het actief ontgiften :
Chlorophyl (bladgroen) Chlorophyl is aanwezig in o.a. jonge grassen en algen als chlorella en spirulina (in de handel in flessen van een halve liter (Vita producten) en in poedervorm (Spirulina, tarwegras, Green Magma etc.), Elke dag een scheut of theelepel in (bron)water). Bindt zware metalen : d.m.v. uitwisseling van het magnesiumatoom in het chlorofylmolecuul tegen een kwikatoom. Cfr. : http://www.xs4all.nl/~stgvisie/AMALGAM/NL/SUPPLEMENTEN/chlorophyl1.htm Ontgiftiging - Niet alleen zware metalen Gebleken is dat de chlorophylrijke algen niet alleen zware metalen aan zich kunnen binden, maar ook andere gifstoffen onschadelijk kunnen maken .../.... chlorophylrijke supplementen zouden mogelijkerwijze als één van de zeer weinige middelen kunnen bijdragen aan de ontgiftiging van deze helaas tegenwoordig alom in het milieu voorkomende zware gifstoffen .../... Ook is gebleken dat proefdieren die een chlorophylrijk dieet kregen een verhoogde weerstand vertoonden tegen een dodelijke dosering röntgenstraling .../... Cfr. : http://www.xs4all.nl/~stgvisie/AMALGAM/NL/SUPPLEMENTEN/chlorophyl2.htm
Ginkgo Biloba en/of superoxide dismuthase (sod) Tweemaal per dag 50 milligram. Werkt oxidatie tegen : sterke antioxidatieve werking. Ginkgo Biloba - cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Ginkgo_biloba Superoxide dismuthase (sod) - Bij de bestrijding van vrije radicalen maakt het lichaam onder andere gebruik van een aantal enzymen. De bekendste is het superoxide-dismutase (SOD). Dit enzym wordt in cellen gemaakt en heeft daar ook de belangrijkste taak. In de cel vindt veel oxidatie plaats in de mitochondriën (energiecentrales van de cel). Als een soort bijproduct ontstaan ook veel vrije radicalen. Het SOD kan de vrije radicalen direct bij de bron aanpakken en zet deze om in waterstofperoxide. Het waterstofperoxide is ook niet geheel onschadelijk en wordt weer afgebroken door het enzym katalase. Kenmerk van een enzym is dat het fungeert als een soort tussenstap waarbij het zelf niet verbruikt wordt. Met andere woorden : een enzym kan duizenden vrije radicalen onschadelijk maken. Er zijn verschillende soorten SOD zoals het koper-zink SOD en het mangaan-SOD. De eerste verdedigingslinie tegen vrije radicalen wordt dus gevormd door dit soort anti-oxidant enzymen. Mocht dit niet voldoende zijn of aan de aandacht van de enzymen ontglippen dan volgt een tweede barrière van anti-oxidanten de zogenaamde nutritieve anti-oxidanten. Nutritieve anti-oxidanten Dit zijn anti-oxidanten die we via het voedsel binnen krijgen. Een anti-oxidant is een stofje dat gemakkelijk een elektron kan afstaan. Zodoende wordt de kettingreactie gestopt doordat het elektronentekort wordt opgeheven (het gat wordt gevuld). Een andere belangrijke eigenschap van een goede anti-oxidant moet zijn dat het anti-oxidant zo dicht mogelijk bij het vrije radicaal kan komen. Met andere woorden : de anti-oxidant moet in het medium waarin de vrije radicalen zitten, op kunnen lossen. Het wateroplosbaar vitamine C is een slechte anti-oxidant voor vrije radicalen die in oliën voorkomen. Voor waterige oplossingen kan vitamine C wel een goede anti-oxidant zijn, maar is bijvoorbeeld vitamine E een slechte anti-oxidant omdat deze niet in water oplost. Groot verschil met de enzym anti-oxidanten is dat nutritieve anti-oxidanten wel een verandering ondergaan en hun werking maar één keer kunnen verrichten. Er worden drie groepen nutritieve anti-oxidanten onderscheiden : mineralen, vitaminen en een groep met allerlei andere verbindingen die een anti-oxidant werking hebben .../... Cfr. 'Anti-oxidanten - Belofte voor onsterfelijkheid ?' : http://www.fonteine.com/onsterfelijkheid.html
Ortho-basis (AOV) 1 tablet per dag. Bevat volledige reeks vitaminen en mineralen als aanvulling op het tekort dat is ontstaan door chronische kwikvergiftiging (u kunt ook een multi-vitamine nemen van Solgar, Biotics, Orthica of ander serieus merk). Cfr. : http://www.aov.nl/producten/multivitaminesmineralen/orthobasisgroot/
Selenium Selenium dit is een essentiëel sporen element, een van de eigenschappen ervan is dat het methionine en cysteine stimuleert zich te binden aan kwik als een onoplosbare en goed uit te scheiden verbinding. Essentieel voor het ontgiften van b.v. de hersenen. Wees in het begin voorzichtig met Selenium (cfr. bv. 'Hans de Jonghe over selenium' : http://www.xs4all.nl/~stgvisie/AMALGAM/NL/SUPPLEMENTEN/selenium02.html -).
Acidophilus + bifidus (bifidobacterium) 500 mg per dag. Acidophilus – Acidophilus is een nuttige melkzuurbacterie die van nature in het spijsverteringskanaal voorkomt en maagdarminfecties tegengaat. Dezelfde bacterie komt ook in de vagina voor en beschermt vrouwen tegen schimmelinfecties als candidiasis. Acidophilus wordt dan ook een probioticum genoemd, een bacterie die de gezondheid bevordert. In de darm en in andere delen van het lichaam weert acidophilus schadelijke bacteriën af, waardoor de kans op infecties afneemt. Door de aanmaak van melkzuur en waterstofperoxide zorgt acidophilus er voor dat de darm gezond blijft. Deze stoffen verhogen de zuurgraad in de darm, zodat schadelijke bacteriën er minder makkelijk kunnen groeien. Cfr. : http://www.medicinfo.nl/%7B67d5e68a-3406-4dde-8d69-fa2e28e22c4f%7D 'Bifidus' is een probioticum -Het woord 'probioticum'komt uit het Grieks en betekent "voor het leven" en worden gedefinieerd als : een probioticum is een levend microbiologisch voedingssupplement, dat de gezondheid van de gastheer bevordert, door het microbiële evenwicht in de darm te verbeteren. De meest gebruikte bacteriestammen die hier gebruikt worden zijn lactobacillus en bifidobacterium soorten zoals : Lactobacillus acidophilus, Bifidobacterium longum, Bifidobacterium lactis, Lactobacillus rhamnosus, Lactobacillus bulgaricus en Lactobacillus plantarum en nog vele anderen. Cfr. : http://www.gezondheidaanhuis.nl/searchAction.asp & http://www.aloe-info.nl/voeding1.htm
Zink Per dag 50 milligram. Kwik verdringt het zink uit het lichaam en het is daarom belangrijk voor een goede zinktoevoer te zorgen. Van belang voor enzymproduktie (zink zit ook in de meeste multivitaminen, maar meestal in een te lage dosering). Zeer veel belangrijke functies van het organisme zijn afhankelijk van zink.
Magnesium Dagelijks 100 tot 200 milligram (zit ook in de meeste goede multivitaminen). Als je niet veel melkprodukten neemt moet je ook apart extra calcium gebruiken, anders krijg je een verstoring van de mg/ca-balans.
Alkavital (Orthica) Een halve theelepel per dag oplossen in water : dit maakt uw lichaam (en speeksel) alkalisch waardoor minder kwik vrijkomt uit de vullingen. U kunt ook brandnetelthee drinken om minder zuur te worden. Het zorgt er ook voor dat het kwik gemakkelijker het lichaam verlaat. Cfr. ook : http://www.donovita.dk/html/alka.html
Vitamine C (Opm. : als calciumascorbaat, dus geen ascorbinezuur als u nog vullingen heeft). 1 gram vit. C per dag, verdeeld over de dag in kleinere hoeveelheden (bij zware belasting van het lichaam 2 gram extra innemen bij het avondeten). Vitamine C zorgt voor uitscheiding van kwik door het verbeteren van de celstofwisseling. Niet zure Vitamine C (met als hoofdingrediënt calciumascorbaat), activeert het afweersysteem en is gemakkelijk te gebruiken. Vitamine C speelt een belangrijke rol in de bescherming van het lichaam tegen vrije radicalen. Het heeft in hoge doseringen een gunstig effect op de gezondheid. Neem daarom dagelijks deze niet-zure poedervorm van vitamine C, die de maag ontziet. Vitamine C is als antioxidant van belang voor de bescherming van lichaamscellen tegen vrije radicalen. Vitamine C is tevens goed voor bindweefselstructuren, zoals pezen en aanhechtingen. Vitamine C kan de weerstand verbeteren en de gezondheid positief beïnvloeden. Kortom : niet-zure Vitamine C in poedervorm activeert het afweersysteem, is gemakkelijk te gebruiken en ontziet de maag. Cfr. : http://www.vitaminstore.nl/product.asp?ProductId=69&Info=ProductUsage
Vitamine B6 Dagelijks 50 tot 200 milligram, De B vitamines behoren allen tot dezelfde familie, hebben echter ieder bepaalde eigenschappen. Samen zorgen ze voor de stofwisseling, het zenuwstelsel en het gedrag van de mens. De vitamines uit het B-complex werken het beste als de hele familie bij elkaar is. Het zijn echte "samenwerkers". Als ze er alleen voor staan komt er niet veel van terecht, ze hebben hun broers en zussen écht nodig om de processen in het lichaam harmonisch te laten verlopen. Vitamine B6 of Pyridoxine zorgt samen met vitamine B11 en B12 voor de opname van ijzer door het lichaam en het is betrokken bij de vorming van rode bloedcellen. Deze drie vitaminen zorgen ook voor een goede werking van het zenuwstelsel en zijn betrokken bij het aminozuurmetabolisme. Therapeutisch gebruik Verhoogt de weerstand - Zorgt voor de opname van eiwitten en vetten - Verlicht misselijkheid - Helpt huid- en zenuwstoornissen voorkomen - Vermindert spierspanningen - Werkt als een natuurlijk urine drijvend middel - Helpt tegen kanker te beschermen - Het zorgt voor een betere weerstand en een optimale spijsvertering – enz. Natuurlijke bronnen Belangrijke bronnen aan vitamine B6 zijn onder andere : groenten, aardappelen, bananen, volkoren producten, melk, eieren, noten, vis en vlees (zit in de meeste multivitamines). Cfr. : http://www.kruidenvrouwtje.nl/vitaminen/B6.htm
Vitamine B5 Vitamine B5 of pantotheenzuur komt overal in de natuur voor. In tabletvorm is het pantotheenzuur gekoppeld aan een mineraal, meestal calcium. De reden hiervoor is dat het pantotheenzuur zelf een instabiele verbinding is en niet in tabletvorm te verwerken. In de maag komt uit het calciumpantothenaat het pantotheenzuur weer vrij. Therapeutisch gebruik - Bevordert de genezing van wonden - Helpt het lichaam bij het produceren van energie - Verminderd stress - Reguleert de weerstand - Voorkomt vermoeidheid – enz. (bepaalde hormonen kunnen alleen gevormd worden als er voldoende vitamine B5 in het lichaam aanwezig is). Bijzonderheden Vitamine B5 wordt beschouwd als de antistress vitamine (stress en spanning verhogen de B5 behoefte). Er zijn geen schadelijke effecten bekend van vitamine B5, maar neem doses van meer dan 300 mg per dag alleen onder medische begeleiding (de maximale veilige dosis per dag is op 1000 mg vastgesteld). Sommige mensen krijgen maagklachten bij doses hoger dan 10 gram. Natuurlijke bronnen Belangrijke bronnen aan vitamine B5 zijn onder andere : volkoren producten, stroop, lever, eieren, gist, noten, nieren, verse groenten en koninginnegelei (zit in sommige multi's). Cfr. : http://www.kruidenvrouwtje.nl/vitaminen/B5.htm
Vitamine E Vitamine E of Tocoferol is een in vet oplosbare vitamine. Het heeft een preventieve werking op veroudering en welvaartsziekten. Het is even als vitamine C een sterke antioxidant (het maakt vrije radicalen onschadelijk). Boven het veertigste levensjaar neemt de natuurlijke weerstand tegen vrije radicalen geleidelijk af. Vanaf deze leeftijd gebruiken steeds meer mensen extra vitamine E, vaak 40 keer de ADH. Tocoferol is ook noodzakelijk voor de vorming van rode bloedcellen en de opbouw, herstel en instandhouding van spier- en andere weefsels. Ook beschermt het meervoudige onverzadigde vetzuren die een essentiële bouwstof voor het lichaam zijn. Therapeutisch gebruik – Als antioxidant - Beschermt tegen zenuw aandoeningen - Vergroot de weerstand – enz, Bijzonderheden Dosering - De ADH van dit vitamine is 10 mg. Vitamine E is in veel vormen te verkrijgen (droog is het beste voor mensen met huidproblemen of mensen die geen olie verdragen). Dagelijkse dosering is 250 tot 280 mg, maar in sommige gevallen kan een hogere dosering geadviseerd worden. Het kan het beste ingenomen worden met een goed multi vitamine- en mineraalpreparaat. De maximale veilige dosis is 350 mg per dag (daarboven een dokter raadplegen !). Hoge doses kunnen giftig zijn. Natuurlijke bronnen - Belangrijke bronnen van vitamine E zijn : plantaardige oliën, soja bonen, broccoli, spinazie, noten, volkoren producten, eieren en margarine ((zit ook in de meeste multivitamines). Cfr. : http://www.kruidenvrouwtje.nl/vitaminen/E.htm
Bronwater / Gedestilleerd water Anderhalve liter bronwater per dag om extra via de nieren af te voeren, nog beter is om af en toe een week alleen gedestilleerd water te drinken.
Andere goede middelen Koreander (Eng. : Cilantro), knoflook preparaten (o.a. daslook), chlorella (algen), actieve koolstof (Norit e.d. - dit is vooral goed om in te nemen vóór en ná het uitboren van kwikvullingen vanwege het inademen van kwikdamp en het inslikken van stukken amalgaam). Het beste is eerst een half jaar met chlorella, daslook (Bärlauch) en of knoflook te ontgiften en na dat half jaar koreander toe te voegen om het hersenweefsel te ontgiften. Zo'n beetje alles is te verkrijgen in de dieethandel, het is wel tamelijk duur, maar u krijgt er wat voor terug (ook bij de HEMA zijn sommige spullen te koop, betaalbaar maar vaak van iets mindere kwaliteit). Het gebruik van extra vitamines (extra vitamine C en vitamine E bv. werken oxidatie tegen en bestrijden de vorming van vrije radicalen veroorzaakt door de kwikionen in de lichaamscellen) en mineralen geeft meestal al vrij snel goede resultaten zoals verminderde dufheid en verbeterde coördinatie van gedachten en spraak.
Amalgaambeschadigingen in Nederland en buitenland - Nederlandse Vereniging tot bevordering van de Biologische Tandheelkunde [NVBT] : http://www.nvbt.nl/hot-metalen-ned001.html
Amalgaamvullingen en uw gezondheid - Nederlandse Vereniging tot bevordering van de Biologische Tandheelkunde [NVBT] : http://www.nvbt.nl/DATA/jdvriesboek.htm
Heb je vitaminepillen nodig ? Gezondheid.be, 23-02-2005 Bron : Nutrition Information Center (NICE : http://www.nice-info.be/html/NICE/nice_set.htm -) Vaak worden vitaminen voorgesteld als wondermiddelen tegen de meest uiteenlopende kwalen. Ze zijn inderdaad onmisbaar voor een goede gezondheid maar heeft het zin om vitaminepillen te nemen ? Wie evenwichtig en voldoende gevarieerd eet volgens de richtlijnen van de voedingsdriehoek, heeft geen supplementen nodig. Velen denken de weerstand in de winter te verhogen met extra vitaminen of nemen een vitamine C-supplement tegen een verkoudheid. In normale situaties en bij normale inspanningen kan extra vitamine C geen verkoudheid helpen voorkomen. Een grotere hoeveelheid vitaminen dan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid levert dus geen extra voordeel op voor de gezondheid. Tegenwoordig is er bovendien het hele jaar door een ruim aanbod van verse producten. Het is tevens een misverstand dat wintergroenten minder vitaminen zouden bevatten dan groenten die volop in de zomer verkrijgbaar zijn. Geen excuus Wie weinig tijd en aandacht wil besteden aan zijn voeding, zoekt gemakkelijk zijn toevlucht tot verrijkte voedingsmiddelen en/of supplementen. Dat kan een slecht samengestelde voeding echter niet goedmaken of vervangen. Wie in het algemeen te veel vet, zoet en zout en te weinig vezels, groenten en fruit eet, kan zijn voeding niet gezond maken door daarnaast verrijkte producten of supplementen te gebruiken. Specifieke gevallen Sommige groepen mensen zoals baby’s, jonge kinderen, vrouwen die zwanger willen worden, zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, ouderen en mensen die ziek zijn, hebben meer nodig van bepaalde vitaminen. Wanneer de voeding deze hoeveelheden niet kan leveren, is een aanvulling via verrijkte voedingsmiddelen of supplementen wel nuttig. Overleg met de arts is dan echter aangewezen. Veganisten die alle dierlijke producten mijden en zo ook de inname van bepaalde essentiële voedingsstoffen in het gedrang brengen (vooral calcium, ijzer en vitamine B12), zijn eveneens aangewezen op verrijkte voedingsmiddelen en voedingssupplementen (cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=artperrub&c=174 -). Meerwaarde van een goede voeding Veel vitaminen en mineralen in de voeding hebben een wisselwerking. Nutriënten in de voeding kunnen elkaars werking in het lichaam versterken. Voorwaarde is dan wel dat ze samen en in de juiste verhoudingen worden aangebracht. Vitamine C in groenten en fruit bevordert bijvoorbeeld de opname van ijzer uit volkoren graanproducten. Zodra voedingsstoffen worden geïsoleerd in een supplement vervalt deze wisselwerking grotendeels. In een gevarieerde voeding zitten bovendien nog vele andere nuttige stoffen die niet in een supplement zitten. Groenten en fruit bieden naast vitaminen bijvoorbeeld ook nog voedingsvezels, kalium, polyfenolen enz. Melk bevat niet alleen de vitaminen B2 en B12 maar ook calcium en kwaliteitseiwitten. Wie meer evenwichtig en gevarieerd eet, gebruikt doorgaans ook minder vetrijke en zoete voedingsmiddelen en komt er doorgaans goedkoper vanaf dan met een voedingssupplement. Hoe meer, hoe beter ? Er is geen wetenschappelijke basis om te stellen dat wat een positieve werking heeft in kleine hoeveelheden, nog beter zal werken in grotere hoeveelheden. Het tegendeel is soms waar. Onaangepaste hoeveelheden van bepaalde vitaminesupplementen kunnen schadelijke nevenwerkingen hebben. Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2670
Vitamine-supplementen niet altijd gezond Gezondheid.be, 13-10-04 Mensen die veel supplementen met anti-oxidanten slikken gaan mogelijk iets eerder dood (Universiteit van Kopenhagen, Universiteit van Nis (Servië en Montenegro) en The Lancet van 2 oktober 2004). Anti-oxidanten, zoals bètacaroteen, selenium en vitamine A, C en E zijn populair, omdat ze het risico op kanker zouden verminderen. De onderzoekers .../... vonden dat mensen die veel anti-oxidanten slikken, geen lager risico op kanker in die organen hebben, maar dat de sterfte licht wordt verhoogd. Volgens de onderzoekers is dit nog geen bewijs dat vitaminerijk voedsel zoals fruit gevaarlijk is, maar het doet wel vermoeden dat het slikken van grote hoeveelheden vitaminesupplementen een slecht idee is. Vast staat dat deze vitaminen niet wateroplosbaar zijn en zich in het lichaam opstapelen. Experts bestempelden het onderzoek als 'beangstigend' .../... Volgens Forman kunnen supplementen wel nuttig zijn voor zwangere vrouwen en ouderen, twee categorieën mensen die niet genoeg vitamines uit hun dagelijkse voedsel putten, maar er is geen sprake van dat vitaminegebruik voor de grote massa een opstapje betekende naar een betere gezondheid : voor de grote meerderheid van de mensen met een uitgebalanceerd dieet is er geen enkele reden om extra vitaminesupplementen te nemen .../... Rokers (longkanker) krijgen nu zelfs het advies van vitaminepillen weg te blijven. Een onderzoek dat in 2002 in The Lancet verscheen, vond dat mensen met groot risico op een hartziekte geen baat vonden bij multivitaminesupplementen .../... Vitamines zijn dan wel organische stoffen, noodzakelijk voor een goede werking van het lichaam, maar er is een enorm verschil tussen de fysiologische gevolgen van kleine dosissen die van kindsbeen af genomen worden en de farmacologische dosissen die mensen van middelbare leeftijd nemen. Hoe komt het dat vitaminepillen negatieve gevolgen kunnen hebben? Een mogelijke verklaring is dat de nood aan antioxidanten (vitamines die de schadelijke werking van de vrije radicalen beperken) niet bij ieder individu even groot is. Mensen met veel vrije radicalen hebben extra vitamines nodig om ze te neutraliseren, maar bij mensen met lage hoeveelheden vrije radicalen kan dat .../... kwalijke gevolgen hebben. De onderzoekers beklemtonen dat hun resultaten voorlopig zijn : meer onderzoek is nodig voor er definitieve conclusies getrokken kunnen worden, want het is immers onwaarschijnlijk dat alle supplementen hetzelfde effect hebben. Richard Sullivan van Cancer Research UK waarschuwde dan ook voor te snelle conclusies .../... en hij beklemtoonde dat een gezonde voeding met veel groenten en fruit en abstinentie van roken nog steeds de beste garantie zijn tegen vrije radicalen. Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=2471
Staar je niet blind op die ene patiënt die geluk heeft...
Staar je niet blind op die ene patiënt die geluk heeft...
Geplaatst door : Zuiderzon, 28 februari 2006 Bron : Het Laatste Nieuws (krant België) Auteurs : reactie lezers
Headlines :
Eerst boek lezen
Wat meer begrip graag (Francis Smet)
Ik geef me niet gewonnen (An van Dyck)
Arts uit Zwitserland bracht soelaas (Georges Pierrard over Prof. Dr. Johann Bauer)
1. - Eerst boek lezen
Al wie kritiek heeft op Chantal Smedts zou eerst het boek moeten lezen en niet voortgaan op een krantenartikel. Ik heb het ziekteproces van deze dame van zeer kort kunnen volgen en haar miserie en pijnen waren verschrikkelijk (net zoals sommige schrijvers aanhalen in 'Dialoog' van donderdag). Toch is zij en een 12-tal andere patiënten geholpen geworden door het CVS-centrum van het UZA. Ook de steun van een CVS-patiënt die hersteld was, was zeer belangrijk voor haar. Zij zegt ook duidelijk dat het niet voor iedereen weggelegd is te genezen van CVS, maar voor een grote groep is er wel degelijk hoop. Daarom moet de overheid dringend financiële steun verlenen aan CVS-centra. Lees het boek, je zult jezelf erin herkennen en hopelijk is voor jou ook licht in de duisternis.
2. - Wat meer begrip graag (Francis Smet)
Ik heb zo mijn twijfels bij het boek van ex-CVS-patiënte Chantal Smedts. Schrijfster Renate Dorrestein heeft op de Nederlandse tv ooit toegegeven dat ze CVS had gebruikt om meer boeken te kunnen verkopen... Hoe doe je dat trouwens, een boek schrijven, terwijl een CVS-patiënt moeite heeft om zich een uur of meer te concentreren, om maar te zwijgen van de spierpijnen. U schrijft dat u uw lichaam overbelast had, maar wat met de heel jonge kinderen bij wie CVS is vastgesteld ? Ook al overwerkt ? Geen karakter ? Of kan het toch dat het immuniteitssysteem niet naar behoren werkt of dat er iets mis is in de genen ? Ikzelf ben een man van 49 jaar en al 13 jaar CVS-patiënt. Ik heb steeds gewerkt en gesport op redelijk niveau tot ik door verscheidene medische problemen (milt-wegname, hepatitis B, steeds weerkerende infecties enz.) werkelijk niet meer verder kon en in 1993 na veel ziekenhuisbezoeken en testen van Dr. De Meirleir (VUB) te horen kreeg dat ik CVS had. Liefst 12 jaar later is de diagnose nog eens bevestigd door Dr. Moorkens (UZA). Eerst ben je erg ongelukkig omdat je nergens te horen krijgt welke ziekte je zou kunnen hebben — men hield mij steeds voor dat het psychisch was, maar zelf voelde ik duidelijk dat er iets anders aan de hand was — en toen ik eenmaal de diagnose kreeg, besefte ik dat het gevecht eigenlijk nog moest beginnen. Je moet leren aanvaarden wat je hebt en weten dat er tot nu toe ook geen behandeling bestaat die echte genezing meebrengt. Ik heb in die periode van 13 jaar ook alle therapieën geprobeerd en weet dus goed waarover ik praat. Daarnaast moet je ook een gevecht aangaan met het RIZIV via de arbeidsrechtbank, met adviseurs, verschillende artsen en ziekenhuizen. Dus, mevrouw, wat meer begrip voor mensen die niet op 3 jaar genezen zijn, zou welkom zijn. Ik hoop voor u dat het CVS niet terugkeert.
3. - Ik geef me niet gewonnen (An van Dyck)
Hopelijk heb je gelijk, Chantal. Je mag blij zijn dat het jou gelukt is, want dan ben jij één van de weinigen die werkelijk genezen. Het is mij in die vijf jaar echter nog niet gelukt. In het begin was ik zo naïef om te denken : «Ik zal ze eens laten zien hoe je hier uitgeraakt.» Je doet zo ontzettend veel om te kunnen genezen, zoals vele CVS-patiënten. Ook ik kreeg hulp en goede raad van een fysiotherapeut en psycholoog... «Ga niet over je grens, luister naar je lichaam, voelen, aftasten, keuzes maken, positief denken, oefeningen doen...» Maar tevergeefs. Zo simpel was het dus niet. Ik was vroeger een heel sportieve meid en fysiek heel sterk, dat heeft er allemaal niets mee te maken, dat voorkomt geen CVS. Er leren mee leven, beter met de ziekte kunnen omgaan, dat is me wel gelukt, al duurt het al een paar jaar voor je zover bent. Je moet wel, anders kun je het niet blijven bolwerken. Veel willen en niet kunnen, dag na dag, jaar na jaar, dat is zo frustrerend. Ik heb geleerd om iets positiefs te zoeken om mij aan vast te klampen in moeilijke periodes, want die zijn er veel. Ook al kan ik na vijf jaar nog altijd mijn huishouden niet doen, ik geef me niet gewonnen. Met vallen en opstaan er het beste van proberen te maken, dat is denk ik de enige oplossing voor ons, CVS-patiënten. Staar u aub niet blind op die ene patiënt die geluk heeft !
4. - Arts uit Zwitserland bracht soelaas (Georges Pierrard over Prof. Dr. Johann Bauer)
Met veel aandacht heb ik de artikels in Dialoog over CVS en Fibromyalgie gelezen (krant van gisteren). Uit ervaring weet ik maar al tegoed welk leed en pijn fibromyalgiepatiënten moeten ondergaan, mijn echtgenote heeft deze strijd gedurende 9 jaar moeten ondergaan. Drie universitaire ziekenhuizen, eenentwintig artsen van diverse pluimage en de pijnkliniek hebben alle volgens hun beste vermogen en kennis de mogelijke therapieën toegepast om haar lijden te verzachten, om soelaas te brengen en het leven enigszins draaglijk te houden, maar spijtig genoeg zonder gunstig resultaat. Het is enkel Prof. Dr. Johann Bauer, een in Zwitserland praktiserende arts die haar door middel van een kleine ingreep onder lokale verdoving en de daaropvolgende revalidatie verlost heeft van deze ziekte. De ingreep vond plaats in 2002. Ondertussen zijn me verscheidene patiënten uit België bekend die een gelijkaardige ingreep hebben ondergaan bij deze arts en eveneens verlost zijn van de ziekte en weer een normaal leven kunnen leiden. De contacten die ik legde met het ministerie van Volksgezondheid en de mutualiteit van mijn echtgenote om een tussenkomst in de kosten te bekomen en vooral om de interesse te wekken bij de medische autoriteiten van de mogelijkheid die kan geboden worden aan fibromyalgie-patiënten, liepen op een sisser uit. Er werd verwezen naar de experimentele basis van de ingreep en het gebrek aan studie terzake. Ondertussen wordt de ingreep al meer dan 15 jaar toegepast, met uitstekende, blijvende resultaten en heeft de arts in kwestie wereldwijd zijn naam gemaakt met deze methode (2.000 patiënten al op deze manier geholpen). Het ligt geenszins in mijn bedoeling reclame te maken voor de een of andere methode, maar ik ben wel van oordeel dat men patiënten die ten einde raad zijn geen informatie mag achterhouden.
Cfr. : http://www.mecvs.net/Artikel101.html Cfr. ook : 'Altijd moe - Hoe ik het chronische vermoeidheidssyndroom overwon – Reacties' – m/blog dd. 05-03-06
Tandheelkundig amalgaam bestaat vaak voor meer dan 50% uit kwik, een giftig metaal, wat door toxicologen wordt beschouwd als het, op radio-actief uranium na, meest schadelijke materiaal op aarde. 90% van de westerse bevolking heeft kwikhoudende amalgaamvullingen in hun tanden. Wanneer je aan je tandarts vraagt of het wel veilig is om een zo giftige stof in je kiezen te plaatsen zal deze meestal iets zeggen in de geest van : "Het kan echt geen kwaad, tenzij je allergisch bent voor kwik, maar dat komt niet zo vaak voor." De meeste boeken over tandheelkunde bevestigen dit en wanneer je vraagt of er kwik uit de vulling vrijkomt dan is de verklaring : "Alleen een heel klein beetje. In ieder geval niet genoeg om schade aan te richten." Het is echter inmiddels al vele malen wetenschappelijk bewezen dat kwik wel degelijk vrijkomt in hoeveelheden die schade berokkenen aan het menselijk lichaam. De chronische kwikbelasting heeft de nare eigenschap op velerlei uiteenlopende wijzen de optimale gang van zaken in het organisme te frustreren. Er is inmiddels een indrukwekkende stapel literatuur die bevestigt dat er wel degelijk een groot probleem is met het amalgaam. Er zou alleen een objectieve commissie moeten komen die de onderzoeken op steekhoudendheid beoordeelt. Miljoenen mensen lijden wereldwijd in meer of mindere mate onder de gevolgen van kwikhoudende vullingen. Juist degenen die te maken hebben met chronische ziekten zijn vaak zo ziek omdat hun lichaam overbelast is geraakt door de vele toxische stoffen in ons leefmilieu. Kwik is in dit opzicht een bijzonder grote factor omdat het binnenin het organisme is geplaatst. De WHO (Wereld Gezondheids Organisatie) heeft verklaard bezorgd te zijn over de toename van het aantal chronische zieken wereldwijd. Ook hier in Nederland kennen wij velen die een belangrijk deel van hun leven is ontnomen door hun zwakke gezondheid, die uiteindelijk bleek terug te voeren op hun amalgaamvullingen. Mensen met aandoeningen als het chronisch vermoeidheidssyndroom (ME), Multiple Sclerose, de Ziekte van Crohn, geheugenverlies, geestelijke aftakeling e.d. zijn er in vele gevallen enorm op vooruit gegaan door hun vullingen te laten verwijderen, gevolgd door een langdurig ontgiftingsproces. Waarbij wel benadrukt dient te worden dat aan de juiste verwijdering een aantal belangrijke voorwaarden verbonden zijn (cfr. hiervoor de tekst bij het ontgiftingsprotocol.
De derde amalgaamoorlog loopt op zijn einde Universiteiten schenken nauwelijks meer aandacht aan dit vulmateriaal en patiënten willen eigenlijk al helemaal niets meer weten van dit toxische materiaal. Toch blijken er nog veel diehards onder de collegae te zijn die niet zomaar overstag gaan. Eigenlijk is dit wel logisch : composieten vragen tweemaal zoveel tijd en met hethuidige tandartsentekort zouden de wachttijden voor de patiënten dus tweemaal zolang worden. Verder wordt er van de tandarts technisch meer gevraagd. Als we daarbij de goede technische eigenschappen van amalgaam in de discussie betrekken dan moet men wel van goede huize willen zijn om het amalgaam daar te brengen waar het thuishoort: het chemisch verwerkingsbedrijf.
Om deze collegae een hart onder de riem te steken bij hun aarzelende gedrag en een zetje over de drempel te geven, gaan we hier nu de spelregels van het wetenschappelijke spel beoefenen. Deze nog aarzelende tandartsen zullen merken dat er op een bepaalde manier meer rust in de praktijk komt als zij het gebruik van amalgaam stoppen. Geen patiënten meer die protesteren tegen het gebruik van amalgaam in hun mond of lijdzaam het gebruik van amalgaam accepteren omdat een biologische tandarts haast niet te vinden is en als hij of zij gevonden is, te horen krijgen dat de praktijk vol zit.
Dit bijzondere spanningsveld verdwijnt mét het amalgaam.
Hieronder volgt de reguliere verantwoording voor een juist besluit.
Wetenschappelijk bewezen feiten over kwik en amalgaam
Amalgaam bevat ongeveer 50% kwik
Kwik is toxischer is dan lood, cadmium of zelfs arsenicum
Kwik verlaat gedurende de hele levensduur van de vulling voortdurend het amalgaam (7)
Kwikdamp is de vorm waarin het meeste kwik uit de vulling ontsnapt (31)
Kwikdamp wordt voor 80% door de longen geabsorbeerd in het bloed (31 & 55)
Kwik is cytotoxisch en doodt cellen
Er is geen grenswaarde waaronder kwikdamp onschadelijk is (63)
Kwik uit amalgaam bindt zich aan -SH (sulfhydryl) groepen die aanwezig zijn in bijna elke enzymreactie in het lichaam, waardoor kwik de potentie in zich heeft om alle metabolische processen te verstoren (25, 33 & 60)
Kwik uit het amalgaam wordt vrijelijk via het bloed getransporteerd (19, 34 & 35)
Kwikdamp wordt direct in de hersenen geabsorbeerd (34 & 35a)
Kwik uit het amalgaam stapelt zich langzaam in het bindweefsel (20,26 & 34)
Kwik doorbreekt de bloed- hersen barriëre (34 & 55a)
Kwik speelt een rol in de pathogenese van de ziekte van Alzheimer (67 & 68)
Kwik uit het amalgaam stapelt zich in de foetus (20 & 61)
Kwik uit het amalgaam bevindt zich in de moedermelk en in de foetus in een verhouding t.o.v. het moederweefsel van 8:1 (18 & 19).
Kwik (zowel kwikdamp als methylkwik) passeert de placenta (18 & 31)
Kwik vindt zijn weg naar de moedermelk (18, 31 & 61)
Kwik put het immuunsysteem snel uit (27, 34, 35, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48 & 60)
Kwik geeft aanleiding tot een aantal auto-immuunziektes (21, 27, 34, 35, 42, 43, 44 & 60)
Kwik verhoogt het aantal allergieën en de ernst daarvan (1, 34 & 60)
Kwik uit het amalgaam stapelt zich in beginsel in de nieren, lever en hersenen (1, 20 & 31)
Kwik uit amalgaam veroorzaakt nierschade (aangetoond in dierexperiment) (59)
Kwik uit amalgaam veroorzaakt een reductie van 50% in de nierfunctie (aangetoond in een studie met schapen na het aanbrengen van amalgaam) (59)
Methylkwik is schadelijker dan elementair kwik
Kwik uit het amalgaam methyleert in de mond (51, 53 & 54)
Na kauwen blijft de kwikdampspanning tenminste 90 minuten te hoog (1, 15, 16, 18 & 47)
Kwik uit amalgaam migreert door de hele tand (25, 27 & 30) en die migratie verhoogt zelfs als er een gouden kroon over een element geplaatst wordt waarin zich een amalgaamvulling bevindt (27 & 30)
Tanden vormen levend weefsel en zijn een deel van ons lichaam
Tanden hebben een intensieve communicatie met de rest van het lichaam via het bloed, lymfe en zenuwweefsel (34)
Kwik uit amalgaam wordt in het lichaam geabsorbeerd tot een hoogte van 3 tot 17 mcg/dag. (WHO 1991 Criteria 118)
Het vrijkomen van kwik wordt bevorderd door verhoging van temperatuur, wrijving en versterking van stroom (28, 31 & 56)
Kwik uit het lichaam gaat het lichaam in als elementair kwik, anorganisch kwik, damp en geladen kwik-ionen
In de hersenen stapelt het kwik zich met voorliefde in de hypofyse en de hypothalamus (20 & 34)
Micro- mercurialisme wordt in principe gekarakteriseerd door neurologische symptomen (34)
Kwik wordt getransporteerd via de axonen van de zenuwvezels (33, 34 & 50)
Kwik uit amalgaam kan in elke cel van het lichaam opgeslagen worden en elk aangedaan gebied heeft zijn eigen symptomen
Kwik bindt zich aan het haemoglobine in de rode bloedcel, waardoor de zuurstofcapaciteit gereduceerd wordt (1, 16, 17, 21, 26 & 35)
Kwik brengt schade aan de bloedvaten waardoor de bloedvoorziening naar de weefsels vermindert (micro-angiopathie) (34)
Amalgaamvullingen produceren electrische stroom wat schadelijk kan zijn voor de gezondheid; deze stroom wordt gemeten in micro-ampères; het centrale zenuwstelsel (hersenen) werkt in het gebied van nano-ampères (dit is 1000x minder dan micro-ampères)
Verschillende metalen in de mond (goud en amalgaam b.v.) produceren hogere stromen (19 & 30)
Kwik uit amalgaam veroorzaakt antibioticum resistentie en kwikresistentie bij bacteriën in de mond en maagdarmkanaal (aangetoond in dierproeven) (58)
Hoeveelheid kwik in de hersenen komt overeen met het aantal vlakken van de amalgaamvullingen in de mond (1, 19 & 25)
Hoeveelheid kwik in de hersenen van de foetus, de pasgeborene en jonge kinderen komt overeen met het aantal vullingen in de mond van de moeder (61)
Kwik veroorzaakt strengbreuken in het DNA (41 & 42)
Kwikhoeveelheid in het lichaam kan niet bepaald worden door bloed of urineproef (26)
Kwik uit het amalgaam is veruit de grootste leverancier van kwik in de voedselketen voor de gehele bevolking (WHO Criteria 118., 1991)
Tandheelkundig personeel wordt ernstig bedreigd door blootstelling aan kwik (3, 13 & 49).
Referenties
1 - Proceedings of the First International Conference on Biocompatibility - Sandra Denton MD (1988)
2 - EPA Mercury Health Effects Update Health Issue Assessment - Final report 1984 - USEPA, Office of Health and Environmental Assessment Washington DC 20460
3 - Pregnancy in Female Dentist - A Mercury hazard - Gordon - Proceedings of int. conference on Mercury Hazards in Dental Practice Sept. 2-4 Glasgow 1981
4 - L.P. and Dixon Effects of Mercury on Spermatogenesis - Lee - J Pharmacol Exp Thera 1975 2-4 (1); 171-181
5 - Mercury in Fish - Bull WHO 64(5): 634 (1986)
6 - Survey of des Moines area dental offices for Mercury vapour - Schulein, T.M.; Reinhardt, J.W. and Chan K.C. - Iowa Dent. J. 70 (1): 35-36 (1984)
7 - Survey of Mercury vapour in dental offices in Atlanta Canada - Jones D.W., Sutton E.J. and Milner E.L. - Can. Dent. Assoc. J. 4906: 378-395 19838
8 - Report on independent survey taken of Austin dental offices for Mercury contamination - Ochoa, R. and Miller RW. - Texas Dent.J.100(1): 6-9, 1983
9 - Mercury vapour in the dental office - Does carpeting make a difference ? - Kantor,L. and Woodcock C. - JADA 103 (9): 402-407, 1981
10 - Survey for Mercury vapour in Manitoba dental offices - Skuba, A. - J Can. Dent. Assoc. 50(7): 517-522, 1984
11 - Mercury vapour related to manipulation of amalgam and to floor surfaces - Chop GF. and Kaufman EG. - Oper. Dent. 8(1): 23-27,1983
12 - Mercury in dental offices - Roydhouse RH. Ferg MR. and Knox RP. - J Can Dent Assoc. 51(2): 156-158, 1985
13 - Proceedings from the First International Conference of Biocompatibility - 1988 - Butler J
14 - Mercury concentrations in the human brain and kidneys in relation to exposure from dental amalgam fillings - Magnus Nylander - ICBM 1988.p 30
15 - The effects of dental amalgam on Mercury levels in expired air - Svare CW et al. - J. Dent. Res
16 - Mercury burden due to amalgam fillings - Ott K et al. - Dtsch. Zahnärztl Z 39(9):199-205, 1984
17 - The effects of dental amalgam restorations on Blood Mercury levels - Abraham J., Svare C., Frank C. - J. Dental Res. 63(1): 71-73, 1984
18 - Intra oral Mercury released from dental amalgams - Vimy MJ., Lorscheider FL. - J. Dent Res. 64 (8): 1069-1071, 1985
19 - Amalgam hazards in your teeth - Matts Hanson - Dept of Zoophysiology, University of Lund, Sweden. J. Orthomolecular Psychiatry Vol 2 No 3 Sept 1983
20 - Maternal-Fetal Distribution of Mercury Released From Dental Amalgam Fillings - Vimy MJ, Takahashi Y, Lorscheider FL - Dept of Medicine and medical Physiology, faculty of Medicine, Univ of Calgary, Calgary Alberta Canada (1990)
21 -Toxic effects of metals - Cassarett and Doull’s toxicology - The basic science of poisons, ed3 - Goyer RA - New York, MacMillan Publ. Co 1986, pp 582-609
22 - Comparison of mercury levels in maternal blood fetal chord blood and placental tissue - Kuhnert P, Kuhnert BRR and Erkard P - Am. J. Obstet and Gynaecol.,139:209-212., 1981
23 - Maternal and chord blood Mercury background levels - Longitudinal surveillance - Kuntz WD - Am. J. Obstet and Gynaecol. 143:440-443., 1982
24 - Occupational exposure to Mercury in dentistry and pregnancy outcome - Brodsky JB - JADA 111(11):779-780., 1985
25 - Coference on Trace Elements in Health and Disease - Malmström C., Hansson M., Nylander M. - Stockholm May 25-1992
26 - Lorscheider and Vimy - The Lancet Vol 337; May 4, 1991
27 - Why is mercury toxic - Basic chemical and biochemical properties of Mercury/amalgam in relation to biological effects - Mats Hansson - ICBM Conference Colorado 1988
28. - Biological effects of electric and magnetic fields of extremely low frequency - Sheppard AR and Eisenbud M. - New York university press (1977)
29 - Simulated crevice experiment for ph and solution chemistry determinations - Mareck and Hockman - CORROSION 1974: 23; 1000-1006
30 - Till et al. - Zahnärztl. Welt/reform 1978:87;1130-1134
31 - The use of Mercury in dentistry - A critical review of the literature - Langan, Fan, Hoos - JADA Vol 115 December 1987., 867
32 - Survey of Mercury vapour in dental offices in Atlantic Canada - Jones, Suttow and Milner - Canadian Dental Association Journal., 49(6): 378-395., 1983
33 - Toxic effects of metals - Cassaret and Doull’s toxicology- the basic science of poisons (ed3) - Goyer - New York. Macmillan Publishing. 1986 pp 582-609
34 - Mercury Poisoning from dental Amalgam - A hazard to the human brain - Patrick Störtebecker, Formerly Associate Professor of Neurology, Karolinska Institute, Stockholm
35 - Observations From The Metabolic Fringe - Hal Huggins - ICBM conf. Colorado 1988
36 - Chronic Mercury Toxicity - New Hope against an Endemic Disease - Sam Queen
37 - Lazer Light Scatering Study of the Toxic Effects of Methylmercury on sperm motility - Mohamed et al. - J. Androl., 7(1): 11-145., 1986
38 - Infertility and birth defects - Ziff S. and Ziff M (1987)
39 - Behavioral and neuropathological effects of prenatal methyl Mercury exposure in mice - Inouye M., Murao K., Kajiwara Y. - Neurobehav. Toxicolog. Terat,1985: 7; 227-232
40 - Mercury Toxicity in pregnant Women, fetus and newborn infant - Koos et al. Am. J. Obst. And Gynecol., 1976:126; 390-409
41 - Teratogen and genetic effects of Mercury toxicity - The biochemistry of Mercury in the environment - Khera et al. - Nriagu, J>O>Ed. Amsterdam Elsevier, 503- 18, 1979
42 - The mediation of mutagenenicity and clastgenicity of heavy metals by physiochemical factors - Babich et al. - Environ. Res., 1985: 37; 253-286
43 - A survey of metal induced mutagenicity in vitro and in vivo - Hansen K et al. - J. of Amer. Coll Toxicol., 1984: 3; 381-430
44 - Comparative in vitro cytogenetic studies in Mercury exposed human lymfocytes - Verchaeve L et al. - Mutation Res., 1985:157; 221-226
45 - In vivo self reactivity of mononuclear cells to T-cells and macrofages exposed to HgCl2 - Pelletier L. et al. - Eur. J. Immun., 1985: 460-465
46 - Amalgam Dentaires et allergies - Veron et al. - J. Biol. Buccale., 1986: 14; 83-100
47 - Its all in your head - Huggins H. (1990)
48 - Mercury Poisoning from Dental Amalgam - Störtebecker P. - Bioprobe pub. 1985
49 - Amalgam Hazards- an assesment of research- Irwin Mandel - DDS Assoc. Dean for Research School of dental and Oral Surgery Columbia Univrsity New York Published JADA Vol. 122 August 1991
50 - Fourth international symposium Epidemiology in Occupational Health - Como Italy Sept. 1985 - Nylander et al.
51 - Methylation of mercury from dental amalgam and mercurie chloride - Sterpococci. Heintz, Edwardson, Derand, Birkhed - Scan. J. Dent. Res. 1983, 91:150-152
53 - The Methylation of Mercuric Chloride by Human Intestinal Bacteria - Rowland, Grasso - Davies Experientia. Basel 1975, 31: 1064-1065
54 - Formation of methyl mercury - Compounds from inorganic Mercury by Clostridium cochlearum Yamada - Tonomura - J. Ferment Technol 1972 50:159-166
55 - Hanson J. - Orthomol. Psychiatry 1983, 12: 194- 201 - Amalgam restorations and Mercury Toxicity - Dr. P. Sheridan, Masters Thesis, University of Sydney 1991
56 Korrosionserscheinungen an Amalgamfüllungen und deren Auswirkungen auf den Menschlichen Organismus - Marxkors R. - Das Deutsche Aahnärzteblatt 24, 53, 117 and 170, 1970
57 - Research into provocation testing of DMPS-urine samples of Mercury - Campbell and M. Godfrey
58 - Summers et al. - Summers A.O., Wireman J., Vimy MJ., Lorscheider Fly., Marshall B., Evy SD., Bennet S., Billard L.J. - Of Anti-microbial Agent and Chemotherapy 37 (4):825-34 April 1993
59 - Mercury from dental “Silver” tooth fillings impairs sheep kidney function - Boyd, N.D.,H. Benediktsson, M.J.Vimy, D.E.Hooper and F.L. Lorscheider - Am. J. Physiol. 261 (Regulat Integr. Comp. Physiol 30): R1010-1014, 1991
60 - Memory Lymfocyte Immuno-Stimulation Assay (Melisa) - Vera Stejskal, Sweden
61 - Public announcement 25 Jan. 1994 - Dr. Gustav Drasch, Institute of Forensic medicine, University of Munich - Bio Probe March 1994
62 - Paper presented at the World Congress on Cancer (Sydney, April 1994) - Dr.W. Köstler, President of the Austrian Oncology Society
63 - World Health Organisation Criteria 118 (1991) - Geneva
64 - Moszczynski P.Jr., Moszczynski P., Czas P. - Stomatol.1989 April; 42(4): 233-81989 Polish; Poland
65 - In vivo mercury and methyl mercury in patients at different intervals after amalgam restorations - Fung YK; Molvar MP.,Strom A., Schneider NR., Carlson MP., College of Dentistry, University of Nebraska Medical Center, Northwest-Dent. 1991 May- June; 70(3): 23-6
67 - A search for longitudinal variations in trace elements levels in nails of Alzheimer,`s disease patients - Vance D.E. Ehmann W.D., Markesbery W.R. - Biol.Trace Elem.Res. (1990 Jul-Dec) 26-27: 461-70
Amalgaam vullingen in het gebit is een legering van diverse metalen die voornamelijk kwik en palladium bevat. Vroeger werd veel amalgaam gebruikt. Omdat de giftige werking wel bekend begint te geraken is men inmiddels overgegaan op composietvullingen die weliswaar min-der giftig zijn maar ook niet onschuldig. Zware metalen leiden vooral vaak tot neurologische aandoeningen zoals M.Alz-heimer (dementie) M. Par-kinson, MS (Multipel Scle-rose) en ALS (Amyotrofische Lateraal Sclerose) een degeneratieve ziekte waarbij in het ruggemerg die cellen heel snel te gronde gaan die alle skeletspieren aansturen.
Niet uit woorden kunnen komen, asynchroon spreken en denken (meer dan 20% van de psychiatrische patiënten in ziekenhuizen is opgenomen vanwege kwikvergiftiging uit amalgaamvullingen)
Obesitas of vermagering
Oedeem
Ontsteking van de prostaat
'Onverklaarbare' pijnen in gewrichten en spieren
Onvolwassen gedrag, niet in staat tot het voorzien in eigen onderhoud
Oogontstekingen
Oorgeruisen, pieptoon in het oor
Oorpijn
Pancreas(kop)carcinoom
Permanent sexueel opgewonden, voyeurisme en dwangmatige sexuele uitingen
Permanente depressieve stemming
Pijn aan de meniscus
Pijn in de borsten
Pijnen in de borst (o.a. onverklaarbare pijnen in linker deel van de borst)
Amalgaambeschadigingen in Nederland en in het buitneland - Nederlandse Vereniging tot bevordering van de Biologische Tandheelkunde [NVBT] : http://www.nvbt.nl/hot-metalen-ned001.html
Bio-Tandartsen – Definitie – Lijst voor België en Nederland van bio-tandartsen - Definitie van de ideale bio-tandarts (volgens Amalgaam.be) - "Het ideaal is slechts een goede richtingaanwijzer" : - Plaatst nooit amalgaam-vullingen - Gebruikt enkel goud of edelmetalen bij afwezigheid van amalgaam en dan nog best na compatibiliteitstest (legering) - Verwijdert amalgaamvullingen zo veilig mogelijk met afzuigsysteem (Cleanup) en zo mogelijk rubberdam - Zoekt naar de meest bio-compatibele vullingen en gebruikt waar mogelijk porselein (budget) - Laat patiënten testen voor reacties op vullingsmaterialen (electro-acupunctuur) - Past alternatieve wortelkanaalbehandeling toe of vermijdt ze door verwijdering - Schraapt na extractie van een tand of kies ook de basis tot op het kaakbeen (infecties)(caviteitscan) - Vermijdt antibiotica en gebruikt eerder kruidenextracten - Kan galvanische stromen meten - Gebruikt een veilig verdovingsmiddel, bv. lidocaïne i.p.v. articaïne, ofwel hypnotherapie - Vermijdt fluor in alle dentale producten - Verwijdert zo weinig mogelijk gezond weefsel - Bekijkt de patiënt als geheel - Communiceert zoveel mogelijk met de patiënt over de amalgaamproblematiek en luistert naar klachten - Werkt samen met ontgiftingsspecialisten en holistische/natuur-dokters in supervisie van gezondheid van de patiënt of is zelf goed thuis in de ontgiftingsproblematiek. Lijst voor België en Nederland van bio-tandartsen - Hier vindt u een lijst van tandartsen die volgens onze informatie "amalgaam-bewust" en zo gezond mogelijk tewerk gaan (uiteraard zijn we niet verantwoordelijk voor de werkwijze van deze tandartsen). Je kan best de nodige kritische vragen stellen alvorens tot behandeling over te gaan. Aanvullingen/correcties op deze lijst en ervaringen zijn welkom op het forum. Deze lijst wordt samengesteld en aangevuld met door ons verzamelde informatie van en voor amalgaamslachtoffers en is zeker geen publicitaire actie. Voor België : http://www.amalgaam.be/biotandartsen.php Voor Nederland : http://www.amalgaam-site.tmfweb.nl/amalgaam%20tandartsen%20therapeuten%20amalgaamvrij%20Nederland,%20Duitsland%20en%20Belgie.htm
Chronische vermoeidheid door gifstoffen - 27 februari 2001 - Vlaams Platform Milieu en Gezondheid - cfr. : www.milieugezondheid.be - In de nabijheid van vervuilingsbronnen (onder meer de afvalverbrandingsoven Sint-Niklaas) hebben wij vastgesteld dat mensen onder andere lijden aan Chronische Vermoeidheid. Professor fysiologie Kenny De Meirleer van de VUB, de Vrije Universiteit Brussel zegt nu dat het chronisch vermoeidheidssyndroom of CVS zo goed als zeker niet te wijten is aan stress of een opgelopen trauma. Uit vrij complexe studies is gebleken dat CVS geen psychiatrische of psychologische aandoening is. De aandoening wordt daarentegen veroorzaakt door blootstelling aan zware metalen en andere giftige stoffen, zoals PCB's, die het afweersysteem aantasten. Cfr. : http://home.tiscali.be/milieugezondheid/pers/010227.CVS_door_gifstoffen.htm
Melisa - The 'memory lymphocyte immunostimulation assay' (MELISA) is useless for the detection of metal allergy [Article in Dutch] - Koene RA. - Ned Tijdschr Geneeskd. 2005 Sep 17;149(38):2090-2 + PMID: 16201597 - For the past several years, there has been an advertising campaign, especially focused on dentists, to promote the so-called 'memory lymphocyte immunostimulation assay' (MELISA) for the detection of metal allergy. A study of the sparse scientific literature reveals that, as a consequence of the high number of false-positive results, this test is of no use for the diagnosis of metal allergy. Moreover, the claims of the developers of the test that metal allergy plays a role in several immune-mediated diseases, metabolic diseases and neurological or mental disorders are not based on sound scientific evidence. Comment in : * Ned Tijdschr Geneeskd. 2005 Nov 19;149(47):2644-5; author reply 2645 - * Ned Tijdschr Geneeskd. 2006 Mar 4;150(9):520; author reply 520-1 - Cfr. :http://www.ncbi.nlm.nih.gov/entrez/query.fcgi?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=16201597&dopt=Abstract
Melisa test – Melisa staat voor : 'memory lymphocyte immunostimulation assay'. Deze test meet enkel je immunologische gevoeligheid voor bepaalde metalen (bv. kwik), via de lymfocyten in het bloed. Speciale bloedtest met levende bloedcellen. Het geeft dus geen uitsluitsel over de aanwezigheid van kwik in je lichaam. Cfr. : http://www.melisa.org/
Metalen in de mond - Nederlandse Vereniging tot Bevordering van de Biologische Tandheelkunde (NVBT). Cfr. : http://www.nvbt.nl/hot-metalen.html
Parodontitis Parodontitis is een term uit de tandheelkunde. De letterlijke betekenis is ontsteking (=itis) rondom (=paro) de tand (=dont) oftewel de ontsteking van de weefselen rondom de tand. Het is een bacteriële infectieziekte die ontstaat door ontstoken tandvlees oftewel gingivitis. In een verder gevorderd stadium kan het kaakbot erdoor worden aangetast, wat verlies van kiezen en tanden tot gevolg kan hebben. Waar gingivitis vooral door de hoeveelheid tandplaque veroorzaakt wordt (m.a.w. dus van alle bacteriën), is parodontitis te wijten aan de activiteiten van specifieke bacteriën, zoals Actinobacillus actinomycetemcomitans, Treponema denticola, Porphyromonas gingivalis',Prevotella intermedia, ... Daarbij spelen ook nog eens verschillende andere factoren een rol, zoals : roken, systemische aandoeningen zoals diabetes, genetische factoren (erfelijkheid -) De afbraak van bot wordt voornamelijk veroorzaakt door de lichaamseigen afweer tegen de bacteriën (o.a. Interleukine 1), die zich ook richt tegen het parodontium - : http://nl.wikipedia.org/wiki/Parodontitis
Veilige vullingen met kwik Martijn ter Borg - Vereniging tegen de Kwakzalverij - Uitgegeven : 21 April 2006 - Laatst gewijzigd : 19 Mei 2006 - Al vele jaren wordt beweerd dat amalgaam als vulmiddel voor de behandeling van gaatjes in de tanden schadelijk zou zijn. Het internet staat er vol mee; met name de Stichting Amalgaamvrij Nederland zet zich in om onder de aandacht brengen dat elk gebit in Nederland amalgaam vrij zou moeten zijn. Een scala aan klachten wordt toegeschreven aan amalgaam. Je kunt het zo gek niet noemen of amalgaam kan er de oorzaak van zijn. Van voyeurisme, allerlei vormen van kanker, uitvallende tanden, hartinfarcten tot moeite met logisch denken! Amalgaamvullingen bestaan voor ongeveer 50% uit kwik en blootstelling aan heel hoge concentraties kwik kan inderdaad neurologische klachten veroorzaken. Bij het hebben van een amalgaamvulling zijn er echter maar zeer lage concentraties kwik aantoonbaar waarvan verwacht mag worden dat die geen klachten veroorzaken. Bij iedereen is namelijk een lage concentratie kwik in het bloed en de urine aanwezig, met name door het eten van zeevis kan er een hogere concentratie kwik voorkomen. In het gezaghebbende medisch wetenschappelijke tijdschrift Journal of the American Medical Association van 19 april 2006 staat een tweetal onderzoeken (1, 2) naar de langetermijneffecten van amalgaam op de gezondheid. De uitkomsten van deze twee grote onderzoeken onder ruim 1000 kinderen zijn overduidelijk. De helft van de kinderen met gaatjes kreeg amalgaamvullingen, de andere helft kreeg kunststofvullingen. De kinderen werden 5 tot 7 jaar vervolgd en aan het eind waren er totaal geen verschillen in IQ-test, neuropsychologische en motorische tests, nierfunctie, geheugen, gedrag, concentratie en zenuwgeleiding. Wel moesten kinderen met de kunststofvullingen beduidend vaker opnieuw worden behandeld. Al met al blijken er dus geen nadelen, maar eerder voordelen te zitten aan amalgaamvullingen. De relatie tussen amalgaam en de vele gezondheidsklachten is met deze studies overtuigend ontkracht en naar het rijk der fabelen verwezen. Omdat mensen bang zijn voor amalgaamvullingen, kunststofvullingen er beter uitzien en tandartsen aan hogere concentraties amalgaam blootgesteld worden dan patiënten, worden amalgaamvullingen in Nederland steeds minder gebruikt. In het hierboven besproken artikel kwam alleen de toxiciteit van amalgaam aan de orde. Er circuleren ook beweringen dat overgevoeligheid voor amalgaam en met name voor kwik(allergie) een rol zou kunnen spelen bij een groot aantal aandoeningen. Deze overgevoeligheid zou men kunnen aantonen met de zogenaamde MELISA test. Bij een positieve uitslag wordt aangeraden om alle amalgaamvullingen te laten verwijderen. Deze beweringen zijn volkomen uit de lucht gegrepen. Eerder berichtten wij over de onbruikbaarheid van deze MELISA test. Op de afdeling Materiaalwetenschappen van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam wordt deze test nog steeds toegepast. Deze afdeling verwierf hiemee een welverdiende tweede plaats bij de toekenning van de Meester Kackadorisprijs 2005. De toepassing van de MELISA test voor de patiëntenzorg is hierna op last van het bestuur van ACTA gestaakt. Cfr, : http://www.kwakzalverij.nl/php/display/ap/536/4
Vitaal zonder giftige vullingen - Dr. Roy Martina - Andromeda, 1998 - ISBN : 9055990612 Is de tandarts je vriend of vijand ? Indien hij een voor de mens meest giftige substanties in je mond plaatst en je vertelt dat het geen kwaad kan, dan is hij echt je vriend. Vooral als je weet dat er hele strenge regels zijn om met diezelfde vulling om te gaan als het uit je mond gehaald wordt, omdat het zo slecht is voor het milieu en beetje logische denker begrijpt dat er iets niet klopt in het verhaal van de kwikvullingen. Hoe komt het dan, als deze vullingen zo slecht voor je zijn, dat zoveel mensen er geen last van hebben ? Zou het zo zijn dat de kwik heel langzaam vrij komt en er jaren over doet om zich te nestelen in belangrijke organen ? Als dat zo is lijkt het logisch dat de tandartsen niet direct een relatie kunnen leggen tussen hun ingrijpen en de ellende die er jaren later veroorzaakt wordt zoals chronische moeheid (ME), allergieën, MS, verminderde werking van het immuumsusteem, toename van slijtage, veroorzakende vrije radicalen enz. Er zijn wetenschappelijke bewijzen dat kwikvullingen slecht zijn en een tijdbom in je mond kunnen worden. Roy Martina is arts en heeft meer dan 18 jaar ervaring in de natuurgeneeskunde. Hij behandelde duizenden mensen, geeft seminars over de hele wereld en stelde meer dan 1000 natuurlijke geneesmiddelen samen op basis van klinisch onderzoek met speciale apparatuur om energieën te meten. In dit boek laat hij de feiten zien die voor je vitaliteit van levensbelang zijn : http://www.uitgeverij.nu/index.php?page=book&action=detail&g_id=&id=270
Fijnstof - Elk jaar overlijden 15.000 Nederlanders en 13.000 Belgen door fijn stof - Deel I
Fijnstof Elk jaar overlijden 15.000 Nederlanders en 13.000 Belgen door fijn stof
Deel I
Hoezo, 19-06-06
Nederlanders onderschatten massaal de gevaren van luchtvervuiling. Jaarlijks overlijden duizende mensen voortijdig door blootstelling aan de miniscule deeltjes zoals zand en roet, maar ook afgesleten stukjes autoband en wegdek.
1. - Fijn stof
Fijn stof, ofwel in de lucht zwevende deeltjes kleiner dan 10 micrometer, maakt deel uit van de luchtvervuiling en heeft zodoende een ongunstig effect op de gezondheid van mensen.
Fijn stof blijft in de lucht zweven en bestaat uit deeltjes van verschillende grootte, van verschillende herkomst,en dus met een verschillende chemische samenstelling. Het is niet bekend welke stofdeeltjes schadelijk zijn voor de gezondheid, maar dat fijn stof erg schadelijk is, is wel bekend. Daarnaast is er recent aandacht gekomen voor deze vorm van luchtvervuiling in de discussie over mondiale zonsverduistering, omdat deze zelfs gevolgen zou kunnen hebben voor het klimaat.
1.1 - Eefecten op de gezondheid Langdurige blootstelling aan fijn stof kan leiden tot problemen met de gezondheid en mogelijk zelfs voortijdig overlijden. Ziekten die kunnen ontstaan of verergeren door fijn stof zijn hart- en longziekten, bronchitis en astma. De kleine zwevende deeltjes komen bij inademing diep in de longen terecht. Grotere deeltjes worden door de neus vastgehouden en uitgescheiden via het slijmvlies. Naar schatting stierven in Nederland in 2004 1700 tot 3000 mensen vroegtijdig door de acute effecten van het inademen van fijn stof. De langetermijneffecten omvatten nog een groter aantal mensen, men denkt dat 10.000 tot 15.000 personen vroegtijdig (enkele maanden tot maximaal enkele jaren te vroeg) overlijden. In Nederland overlijden jaarlijks 145.000 mensen (alle doodsoorzaken bij elkaar opgeteld
Een sterfte van 15.000 mensen door fijn stof betekent dat meer dan 10% van alle sterfgevallen in Nederland door fijn stof wordt veroorzaakt. Men ziet door fijn stof tevens een toename van luchtwegklachten, hoesten, benauwdheid, verminderde longfunctie en meer ziekenhuisopnames. Eind 2005 is wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd, dat een direct verband aantoonde tussen een chronische blootstelling aan een middelmatige concentratie PM2.5 en aderverkalking, bij muizen. Enkele risicogroepen zijn extra gevoelig voor fijn stof, bijvoorbeeld ouderen, kinderen en mensen met luchtwegaandoeningen. Echter, uit de milieujaarbalans 2005, van het RIVM, blijkt dat er voor fijn stof géén veilige ondergrens is. Wat dat betreft is fijn stof te vergelijken met asbest en radioactieve straling, waarvoor ook geen veilige ondergrens bekend is.
1.2 - Soorten fijn stof en herkomst Fijn stof wordt in drie groottes ingedeeld : - PM10, deeltjes met een diameter van 2,5 tot 10 micrometer. PM staat hierin voor "particulate matter" - PM2,5, deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer - Deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer, Er wordt onderscheid gemaakt tussen primair en secundair fijn stof : - Primaire deeltjes (primair fijn stof): ontstaan door wrijving, bijvoorbeeld het malen van stoffen in de industrie (bijvoorbeeld mengvoerder- of chemiebedrijven), het remmen van vervoermiddelen of door de wind (die deeltjes langs gebouwen of rotsen schuurt) en bij de verbranding van fossiele brandstoffen als steenkolen, aardolie en aardgas (vliegas en bijvoorbeeld dieselroet) - Secundair fijn stof : ontstaat als moleculen van verzurende stoffen als stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en ammoniak (NH3) zich verbinden tot zouten. Deze kunnen zich ook aan primaire deeltjes hechten. Fijn stof komt uit verschillende bronnen : - uitstoot door het verkeer, bijvoorbeeld roet uit dieselmotoren. Daarbij tellen ook mee dieselmotoren in (zee)schepen, locomotieven; - uitstoot door industrie; - uitstoot door elektriciteitscentrales; - uitstoot uit woningen, bijvoorbeeld door een open haard, een houtkachel, een allesbrander, de barbecue alsmede door sigarettenrook; - afkomstig van natuurlijke bronnen, bijvoorbeeld zeezout, of stof vanuit de bodem. Het fijn stof in de lucht boven Nederland komt voor het grootste deel uit "een" buitenland, maar toch exporteert Nederland meer dan het importeert. Het gebied van Londen, Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen, Roergebied, is te zien als de top van een vulkaan die fijn stof produceert.
1.3 - Concentratie In Nederland zijn de concentraties fijn stof vooral verhoogd binnen 100 meter van een drukke snelweg of binnen 50 meter van een drukke stedelijke weg. In grote steden wordt hierdoor tot 10% van de bevolking aan fijn stof blootgesteld (stand van zaken in 2004). Maar over heel Nederland ligt een deken van fijn stof. Niettemin zijn de concentraties vanaf de jaren 80 van de twintigste eeuw gedaald (van 116 kiloton uitstoot aan fijn stof in 1980 tot 47 kiloton in 2002). Dit is voornamelijk te danken aan maatregelen in de industrie, bijvoorbeeld door de toepassing van stoffilters. Men verwacht in de toekomst een verdere daling door de aanscherping van de emissienormen.
1.4 - Europese normering De normering voor fijn stof is afkomstig van de Europese Unie. In 2005 mag het daggemiddelde van fijn stof niet het niveau van 40 microgram per kubieke meter overschrijden over een heel jaar. Per individuele dag mag 50 microgram per kubieke meter niet overschreden worden, maar dit mag slechts 50 dagen per jaar voorkomen. In 2010 worden deze normen aangescherpt zoals aangegeven in onderstaande tabel :
Fase 1 Fase 2^ 1 januari 2005 1 januari 2010 Jaargemiddelde : 40 µg/m³ 20 µg/m³ Daggemiddelde : (24-uur) 50 µg/m³ 50 µg/m³ aantal overschrijdingen per jaar : 35 7 (^ is een indicatieve waarde)
Momenteel (vanaf 2004) heeft deze Europese norm ernstige gevolgen voor bouwactiviteiten in Nederland. Door de Raad van State zijn een aantal besluiten van het Nederlands kabinet voor de aanleg van spitsstroken vernietigd, omdat de stofconcentratie door deze activiteiten licht zou toenemen. De aanleg van nieuwe eilanden voor IJburg is stilgelegd. Ook de vestiging van nieuwe industrie wordt hierdoor sterk belemmerd.
Staatssecretaris van Geel erkend dat de gevolgen van fijnstof desastreus zijn en zegt juist daarom maatregelen te nemen. Zo is er subsidie voor de aanschaf van de roetfilter. Zo is er in Nederland een organisatie die 'Clean air' heet en vooral de rokers wil treffen met een algeheel verbod om in de horeca te roken, terwijl er miljoenen auto's zijn die voor heel veel doden verantwoordelijk zijn.
Clean air nederland is een belangenvereniging met een groeiende achterban van actieve vrijwilligers. Gezamenlijk ondernemen we allerlei initiatieven die bijdragen aan rookvrije publieke ruimtes. De komende tijd gaan we gericht campagne voeren voor onder meer rookvrije sportkantines en rookvrije restaurants. Daarnaast lobbyt clean air nederland in politiek Den Haag en bij diverse maatschappelijke organisaties. Verder mengen we ons actief in de maatschappelijke discussie.
2.1 - Helder doel In ons land wordt nog steeds op veel openbare plaatsen gerookt. Dat is onlogisch, voor wie zich realiseert dat 70% van Nederland niet rookt. Inmiddels zijn in het belang van die meerderheid goede stappen gezet. Er zijn nu wetten en regels over bijvoorbeeld roken op de werkplek. In een aantal openbare ruimtes wordt niet meer gerookt. Dat is een goed begin van de oplossing. Maar er is meer nodig, vinden wij van clean air nederland. Er is te weinig aandacht voor het feit dat in veel publieke ruimtes zoals restaurants nog wel volop gerookt wordt. Daar willen we iets aan doen.
2.2 - Heldere argumenten Tabaksrook is ongezond. Het kan zorgen voor verergering van astma, chronische infecties van luchtwegen, longemfyseem, long- en andere vormen van kanker, hart- en vaatziekten en kindersterfte. Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat jaarlijks in Nederland ongeveer 3000 mensen vroegtijdig overlijden door meeroken. Meeroken, daar krijgen steeds meer mensen problemen mee. Omdat het tegen al hun principes in gaat. Omdat meeroken hun gezondheid schaadt. En soms omdat rook hun leven onmogelijk maakt.
2.3 - Heldere aanpak Clean air nederland is een belangenvereniging met een groeiende achterban van actieve vrijwilligers. Gezamenlijk ondernemen we allerlei initiatieven die bijdragen aan rookvrije publieke ruimtes. De komende tijd gaan we gericht campagne voeren voor onder meer rookvrije sportkantines en rookvrije restaurants. Daarnaast lobbyt clean air nederland in politiek Den Haag en bij diverse maatschappelijke organisaties. Verder mengen we ons actief in de maatschappelijke discussie.
2.4 - Rookvrij - Helder toch ? Het gaat clean air nederland erom dat rookvrije publieke ruimtes worden gezien als een vanzelfsprekende situatie. Vindt u dat ook ? Word dan nu donateur. Met een grotere achterban kunnen we meer aandacht vragen voor ons doel. Staan we steviger in de discussie over normen en waarden. Kunnen we effectiever vragen om voorzieningen zodat roken geen overlast veroorzaakt. U kunt ook lid worden. Dan ontvangt u elk kwartaal onze nieuwsbrief en middelen om zich in uw eigen omgeving in te zetten. Cfr. : http://www.nietrokers.nl/default.asp
Je moet maar eens gaan fietsen als het warm weer is en windstil. Wat stinkt de lucht buiten met al die blik op wielen bezitters. En dan maar pronken dat je niet rookt, en gezonder leeft met 2 auto's voor de deur. Als autobezitter ben je dus wel verantwoordelijk voor de duizenden mensen die sterven door de vervuiling van je blik op wielen waarmee je de buren de ogen kan uitprikken. Als je 10 jaar geleden meestal één auto per gezin voor de deur vond, dan moet je niet verbaasd zijn dat het tegenwoordig toch al 2 auto's zijn en soms nog wel meer per gezin. Maar dat die mensen verantwoordelijk zijn voor andermans gezondheid, en dus ook anderen hun gezondheid benadelen wil er niet in. Minister Hoogervorst verklaarde eens dat "wie ongezond leeft meer moet betalen". En daarmee ben ik het helemaal mee eens, de autobezitters van Nederland moeten een extra belasting op hun auto krijgen voor al de slachtoffers die vallen door hun massavervuiling. Maar hypocriet Nederland zou hypocriet Nederland niet zijn, als men in alle talen zwijgt over de slachtoffers die vallen door de vervuiling van de auto. Want de verrijking aan de petroleum en de auto industrie moet doorgaan, desnoods over lijken. Dat geeft je toch een lekker gevoel, als je als automobilist weet dat je voor doden verantwoordelijk bent ? Of niet dan ? Van mijn part bouwen ze de auto's om, en zorgen ze ervoor dat de uitlaat van de auto in de auto uitmond. Op die wijze hebben andere weggebruikers geen last van die stinkende auto's en kan je volop genieten van je eigen blikken vervuilende transport middel. Cfr. : http://hoezo.twoday.net/stories/2196359/
Actuele luchtkwaliteit België ( 20 uur) - Op deze pagina heeft u een actueel overzicht van de luchtkwaliteit in heel België (van 20 uur vandaag). Zowel metingen van ozon, fijn stof als stikstofoxide en zwaveldioxide alsook een overzichtstabel van de algemene luchtkwaliteit per agglomeratie, regio of gewest. Metingen worden gedaan in heel België door IRCEL. De informatie wordt onmiddellijk bijgewerkt nadat nieuwe gegevens ontvangen zijn van de talloze automatische meetstations in België (tussen 5u en 23u; om het uur) : http://www.seniorennet.be/Pages/Nieuws/luchtkwaliteit_ozon_fijn_stof_belgie_vlaanderen_brussel_wallonie.php
Fijn stof - Elk jaar overlijden 13.000 Belgen door fijn stof - Dr. Patrick Sweetlove, Osystraat 41, 2060 Antwerpen (Raadpleging enkel na afspraak op : 03 / 225 24 25) - Elk jaar sterven in ons land 13.000 mensen voortijdig door het fijne stof in de lucht. Dat hebben milieu-ambtenaren van de Europese Commissie becijferd. Het stof veroorzaakt longaandoeningen en hart- en vaatziekten. Fijn stof - Fijn stof is een verzamelnaam voor allerlei kleine zwevende deeltjes in de lucht. De deeltjes zijn zo klein dat de ' vuilvangers' in onze neus, mond en keel ze niet kunnen tegenhouden, waardoor ze diep in onze luchtwegen kunnen doordringen. Dat kan leiden tot allerlei gezondheidsklachten. Een andere naam voor fijn stof is deeltjesvormige luchtverontreiniging of PM10. PM staat voor 'particulate matter' (deeltjesachtige stof) en 10 geeft de diameter aan. PM10-deeltjes zijn maximaal 10 micrometer groot, dat wil zeggen een honderste van een millimeter. Een nog fijner deel van het fijn stof is PM2,5: dat zijn deeltjes die maximaal 2,5 micrometer groot zijn. Het fijnste stof is PM1, dat kleiner is dan 1 micrometer of een duizendste van een millimeter. Men spreekt ook over aërosolen, letterlijk 'in lucht opgelost'. Vooral het transport en de landbouw veroorzaken stof - Een andere indeling van het fijn stof wordt gemaakt op basis van de wijze waarop het in de lucht terechtkomt. Men onderscheidt primaire deeltjes, fijn zwevend stof dat rechtstreeks in de lucht wordt gebracht door het verkeer, de industrie, de landbouw en de huishoudens. Fijn stof komt uit verschillende bronnen. Bij het grotere stof, PM10, is de landbouw de belangrijkste vervuiler. Het fijnere stof, PM2,5, komt vooral uit het transport. Vooral dieselmotoren stoten veel fijn stof uit, vooral roet. Door de verbetering van de motoren is de uitstoot gedaald, maar dat wordt teniet gedaan door het groeiend aantal auto's en de toename van het aantal diesels. Ook het slijten van de banden en van de weg zorgt voor fijne stofdeeltjes. Het aandeel van de industrie is de afgelopen decennia sterk gedaald door het plaatsen van filters en het aanpassen van de productieprocessen. Secundaire deeltjes worden in de lucht gevormd door de chemische reactie van gassen. Daarbij spelen vooral zwaveldioxide, stikstofoxiden, ammoniak en ook koolwaterstoffen een rol. Deze verbindingen vormen vooral het PM2,5 gedeelte, samen met roet. De samenstelling van fijn stof is zeer gevarieerd : er zitten mineralen, vezels, zouten, organische metaalverbindingen, koolwaterstoffen roet en de verbindingen uit het secundair aërosol in. Fijn stof stoort zich niet aan de landsgrenzen - Huisverwarming stoot relatief weinig stof uit, maar dat gebeurt wel meestal in bewoonde gebieden zodat het effect ervan groter is. De uitstoot is afkomstig van een open haard, kolen- of houtbrander, barbecue en kookvuur en ook van sigarettenrook. Een klein deel van de uitstoot komt van natuurlijke bronnen : zeezout, vulkanisch stof, stof dat van de bodem opwaait en de wind die deeltjes uit gebouwen of de bodem losmaakt. Overigens stoort het fijn stof zich niet aan de landsgrenzen. In Nederland is meer dan 70 procent van het fijn stof afkomstig uit het buitenland en ook voor ons land geldt dat veel fijn stof uit het buitenland komt. Omgekeerd gaat ook stof dat hier vrijkomt naar het buitenland. Slecht voor de gezondheid - Fijn stof wordt gezien als één van de meest schadelijke vormen van luchtverontreiniging. Vroeger werd gedacht dat het fijn stof vanaf een bepaalde concentratie schadelijk was, nu zijn er hoe langer hoe meer aanwijzingen dat bij elke concentratie er schadelijke effecten op de gezondheid optreden. Ook blijkt dat het fijnste stof, de PM1- en PM2,5-fractie, schadelijker is dan het grotere stof. Hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper ze kunnen doordringen in de luchtwegen. De schadelijkheid hangt ook af van de oorsprong. Zo bevatten de roetdeeltjes uit een open haard een hoger aantal schadelijke stoffen door de onvolledige verbranding. Fijn stof kan leiden tot hart- en longziekten, bronchitis en astma. In Nederland schat men dat in 2004 1.700 tot 3.000 mensen vroegtijdig, enkele maanden tot maximaal enkele jaren te vroeg, stierven door de effecten van het inademen van fijn stof. Op lange termijn denkt men dat 10.000 tot 15.000 mensen vroegtijdig zullen overlijden. Voor België schat men de langetermijneffecten op 43 'verloren gezonde levensjaren' per 10.000 inwoners. De kosten worden gerekend op bijna 200 euro per inwoner per jaar. Dat is goed voor één procent van het bruto binnenlands product. Europese normen vaak overschreden - De Europese Unie heeft normen opgesteld voor de concentratie aan fijn stof in de lucht. Het jaargemiddelde mag niet meer dan 40 microgram per kubieke meter lucht bedragen vanaf 1 januari 2005, vanaf 1 januari 2010 wordt dat 20 microgram. Het daggemiddelde mag niet hoger liggen dan 50 microgram en per jaar mogen er slechts 35 dagen zijn dat die norm wordt overschreden. Vanaf 2010 zouden dat slechts zeven dagen worden. In België wordt de concentratie aan fijn stof gemeten door de Interregionale Cel voor het Leefmilieu (Ircel). Van de veertig meetstations waarvoor er voor 2004 gegevens waren, voldeden er slechts acht aan de norm. In de 32 andere werden meer dagen opgemeten waarop de gemiddelde dagwaarde overschreden werd. De kroon spande het Waalse Jemeppe met 136 dagen met overschrijdingen. De strengere Europese normen die vanaf 2010 zouden gelden, zijn volgens een aantal experts dan ook niet realistisch,,, Links – Ozon (O3) : http://www.sweetlove.be/br_ozon.htm - CO- of koolstofmonoxide intoxicatie : http://www.sweetlove.be/br_koolstof.html - Vlaamse lucht behoort tot de vuilste ter wereld : http://www.sweetlove.be/act_luchtvervuiling.htm - Mannen en kanker : - De Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu : http://www.irceline.be/ - Overzichtkaart België fijn stofconcentratie vandaag (Vlaamse Milieumaatschappij) : http://deus.irceline.be/~celinair/pm/pm10.php?lan=nl#meas - Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) – Nederland : http://www.lml.rivm.nl/data/smog/index. html Mocht je na het lezen van deze brochure nog vragen hebben, stel ze gerust tijdens de raadpleging ! Dr. Patrick Sweetlove : http://www.sweetlove.be/br_fijnstof.htm
Fijn stof (RIVM)- Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 15 maart 2006 - Fijn stof bestaat uit zwevende deeltjes in de lucht waarvan in diverse onderzoeken is aangetoond dat ze een aanzienlijk gevaar voor de gezondheid vormen. Daarom zijn Europese normen voor fijn stof vastgesteld. Fijn stof wordt in Nederland gemeten in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). De meetresultaten worden getoetst aan de normen. De resultaten zijn ook de basis voor de in Nederland uitgevoerde modelberekeningen. In 2004/2005 bleken de meetresultaten van fijn stof in regionale stations lager dan in de jaren ervoor. Deze verlaging werkt rechtstreeks door in de Nederlandse modelresultaten. Begin 2006 heeft een hervalidatie van alle fijn stof meetresultaten in het LML plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot een gemiddelde verhoging van ongeveer 1 µg/m3 (1 miljoenste gram per kubieke meter) : http://www.rivm.nl/milieukwaliteit/lucht/fijnstof/
In België wordt een hittegolf gedefinieerd als een periode van minstens 3 opeenvolgende dagen met een gemiddelde minimum (nacht)temperatuur (gemiddelde over de 3 dagen en niet per dag) die hoger ligt dan 18,2 °C in Ukkel en een gemiddelde maximum dagtemperatuur van 29,6 °C in Ukkel. Een hondsdag is een dag waarop de minimale (18,2 °C) en de maximale temperatuur (29,6 °C) overschreden wordt (een opeenvolgende periode van hondsdagen staat dus gelijk met een hittegolf).
Warmte-index - Vier extreme gevoelstemperaturen Bron : US Heat-index De warmte-index is een getal dat aangeeft hoe een mens gemiddeld een temperatuur in combinatie met een bepaalde vochtigheidsgraad beleeft, hoe hij of zij dit aanvoelt. Het is een beetje te vergelijken met de Windchill die de gevoeltemperatuur aangeeft uit een combinatie van de luchttemperatuur en heersende windsnelheid. Bij de warmte-index of zoals de Amerikanen het de Heat-Index noemen wordt met een ingewikkelde formule die gevoelstemperatuur berekend. Een hoge luchtvochtigheid (vochtige lucht) maakt het snel benauwd of broeierig en bij een temperatuur hoger dan ca. 20 graden voelt dat al snel onplezierig aan. Bij 30 graden voelt de warmte immers bij een droge lucht (lage vochtigheidsgraad) beter aan dan bij vochtige lucht. U weet dat waarschijnlijk zelf wel. Nu is de warmte-index van 30 graden en 90 % omstreeks 35 graden en bij 30 % ongeveer 27 graden. De temperatuur in relatie tot de vochtigheid van de lucht geeft de volgende hitte-index :
Extreem heet (meer dan 54 graden) : zeer grote kans op zonnesteek en hitteberoerte
Erg heet (40-54 graden) : grote kans op zonnesteek, hittekrampen, uitputting en beroerte bij langdurige blootstelling of bij lichamelijke inspanning
Heet (32-40 graden) : kans op zonnesteek, hittekrampen, uitputting en beroerte bij langdurige blootstelling of bij lichamelijke inspanning
Hittekrampen zijn spierkrampen, vooral van buik, armen en benen die plotseling komen als men overvloedig zweet tijdens lastige en zware fysieke inspanningen.
Symptomen : - lichaamstemperatuur : 37-39 °C - mentale toestand : normaal - overvloedig zweten tijdens inspanning (Na+-verlies) - kortdurende spierkrampen tijdens sport en fysieke arbeid.
Wat doen ? - veel drinken (Water, evt. Met rehydratatiezouten (ORS); - rust, elke inspanning staken - druk hard en masseer met zachte hand uw verkrampte spieren.
1.2 - Hitte uitputting
Uitputting die aan de warmte te wijten is, komt plotseling na verscheidene dagen hitte: de hevige transpiratie vermindert de vervanging van de niet-vaste stoffen en zouten in het lichaam. De uitputting wordt gekenmerkt door duizeligheid, flauwte en vermoeidheid, slapeloosheid of ongewone nachtelijke onrust.
Wat doen ? : - rust in liggende positie op koele plaats (liefst met airco of ventilatie) - afkoeling (uitkleden); leg vochtige doeken op lichaam - water en rehydatatiezout - verwittig zo nodig arts.
1.3 – Zonnesteek
Zonnesteek heeft te maken met het directe effect van de zon op het hoofd en gebeurt vooral bij kinderen na een rechtstreekse blootstelling aan de zon. Een zonnesteek wordt door de hitte in de hand gewerkt en heeft als belangrijke kenmerken : hevige hoofdpijn, slaperigheid, misselijkheid, eventueel bewustzijnsverlies en hoge koorts met soms huidbrandwonden.
Symptomen : - lichaamstemperatuur : < 40°C - roodheid en pijn van de huid, eventueel zelfs blaren, - mentale toestand : normaal - zweten en tachycardie of hartkloppingen (Na+- en H2O verlies) - zwakte, moeheid, duizeligheid, hoofdpijn, braaklust en braken, syncope (bewustzijnsverlies).
Wat doen ? : - neem een douche met zeep om de zonnecrèmes weg te spoelen die de huidporiën verstikken zodat uw lichaam kan afkoelen. - als de huid rood en pijnlijk is, raadpleeg dan een arts of apotheker. - drink genoeg water. - als er blaren optreden, dek ze af met droge, steriele verbanden. - blijf een paar dagen buiten de zon…
1.4 – Hitteslag
De blootstelling van een persoon aan een hoge temperatuur gedurende een langere periode kan bij gebrek aan thermische regulatie van het menselijke lichaam ernstige complicaties met zich meebrengen zoals de hitteslag, een beroerte met bewustzijnsverlies en shock, een echt medisch urgentiegeval dat in enkele uren de dood ten gevolge kan hebben.
Symptomen : - lichaamstemperatuur : > 41 °C - mentale toestand : onrust en agressiviteit, verwardheid tot delirium en coma - warme, rode en droge huid, meestal niet zweten - hoofdpijn,braakneigingen en braken, soms stuipen - oligurische acute nierinsufficiëntie (spierafbraak) - geelzucht na 24 u - gedissemineerde intravasculaire stollingsstoornissen (DIC)
Wat doen ? : - Vlugge therapie is vitaal. Het slachtoffer is in levensgevaar. Bel de dienst 100-112 - Alle kleren uit en afkoeling - Breng de persoon in afwachting naar een koele ruimte, besproei en/of koel af met koud water. Water spuiten op het naakte lichaam en lucht blazen . Ventileer met ventilator indien ter beschikking of zet de airco aan.
1.5 - Symptomen te wijten aan ozonpiek en luchtpollutie
- kortademigheid of abnormaal ademen - oogirritatie, - hoofdpijn, - keelprikkeling. (deze symptomen kunnen voorkomen zowel bij gezonde mensen als bij chronisch zieken).
2. - Hoe voorkom je problemen ?
- drink koele (geen ijskoude), niet alcoholische dranken die geen cafeïne bevatten. - blijf drinken zelfs als je geen dorst hebt. - eet normaal op regelmatige tijdstippen, liefst frisse gerechten, groenten en fruit. - als uw arts u heeft aangeraden in het kader van een ziekte om minder te drinken of als u waterafdrijvende geneesmiddelen inneemt, contacteer dezelfde dag nog uw behandelende arts. - rust en stop iedere inspanning. - neem een koele douche of bad. - zoek indien mogelijk thuis de meest koele ruimte op; scherm zoveel mogelijk uw vensters af met een gordijn of rolluik; hou de vensters gesloten overdag en open ze ‘s nachts. - als je toch buiten gaat, zoek de schaduw op, draag een hoofddeksel, lichte katoenkledij, helder van kleur. - neem steeds een fles water mee. - beoefen geen sport overdag (gevaar van hitte en ozonpiek). - laat nooit een kind alleen in een geparkeerde wagen of in een warme plek; laat ze veel en regelmatig drinken (zo weinig mogelijk te gesuikerde limonades); kleed ze licht aan en verbied ze (ten minste te lang) in de zon te gaan spelen: vermijd alleszins de middag en vroege namiddagzon (verbrandt zeer vlug de huid); wrijf de kinderen goed in met hoog beschermende zonnecrèmes. - bezoek ouderen en zieken , vooral zij die alleen zijn, 1 à 2 maal per dag en geef hen voldoende te drinken; zorg dat ze een ventilator gebruiken; koel de ruimtes af zoals bij u thuis; ga na of er in de gemeente of stad afgekoelde ruimtes ter beschikking zijn gesteld voor de risicopersonen en breng ze indien nodig een paar uur per dag naar die ruimtes; neem ze eens mee naar afgekoelde of frisse ontspanningsruimtes.
3. - Risicopersonen
3.1 - Heel jonge kinderen
Heel jonge kinderen lopen een bijzonder risico, omdat hun vochtreserves onvoldoende zijn. Een baby weegt 20-maal minder dan een volwassene, maar zweet evenveel. De blootstelling aan de zon of hun verblijf in een afgesloten en te warme omgeving (wagen, kamer zonder verluchting, ...) kan tot een hitteberoerte leiden, voornamelijk bij gebrek aan een goede hydratatie. Er werd tevens een verband aangetoond tussen de plotse dood van de zuigeling en de te hoge omgevingstemperatuur. Baby's en jonge kinderen maar ook jongeren die inspanningen doen moeten naast hun klassieke voeding, water en vocht krijgen.
3.2 – Bejaarden
Bejaarden zijn vrij kwetsbaar voor oververhitting, omdat ze enerzijds de omgevende hitte veel minder aanvoelen door de verzwakking van de centrale informatie in de hersenen, anderzijds via de broze werking van hun zweetklieren, die minder kunnen verdampen. Bejaarden moeten afgekoeld worden met koude kompressen, handdoeken, lakens, drinken, regelmatig kleine hapjes eten en kunnen genieten van een airco en/of ventilator.
3.3 - Andere risicopersonen
- mensen met een alcoholverslaving en abstinentiesyndroom - mensen met hartaandoeningen - mensen met aandoeningen van het centraal zenuwstelsel (Parkinson, dementie, Alzheimer) - mensen met acute dehydratatie van welke oorzaak ook (bv. Gastroenteritis) - personen die leven in armere wijken, in overbevolkte gebouwen (gebrek aan isolatie), met een verlies van autonomie en een moeilijke mobiliteit vormen ook een risicogroep. - gezonde personen die zware sportinspanningen leveren, kunnen dit beter vermijden tijdens de dag; zij moeten erover waken dat ze voldoende vocht innemen - personen die geneesmiddelen innemen.
4. - Geneesmiddelen die de hittesymptomen verergeren
- geneesmiddelen die dehydratatie en elektrolytenstoornissen kan verergeren : diuretica - geneesmiddelen die de nierfunctie aantasten : NSAID (niet steroide antiinflammatoir), angiotensine II inhibitoren, sulfamiden, indinavir - geneesmiddelen beïnvloed in hun kinetische werking door dehydratatie : lithiumzouten, anti-arythmica, digoxine, anti-epileptica, hypoglycemierende sulfamiden, statines (anticholesterol) - geneesmiddelen die het calorisch verlies verhinderen (en afkoeling tegengaan) : • neuroleptica, serotonineheropnameremmers - • tricyclische antidepressiva, antihistaminica (1-ste generatie), sommige anti-parkinsonmiddelen, urinaire antispasmodica, neuroleptica, antiarythmica - • vasoconstrictiva, waaronder sympaticomimetica, antimigrainemiddelen - • hartdebietverlagende middelen : b-Blokkers, diuretica - • thyroidhormonen - geneesmiddelen die hyperthermie kunnen veroorzaken: neuroleptica, serotonineheronameremmers - geneesmiddelen die de bloeddruk verlagen: antihypertensiva, antianginosa.
5. - Op welke ziekten moeten wij letten bij oververhitting bij bejaarden ?
- Infecties van de urinewegen, die frequenter zijn in een hitteperiode. - huidletsels en speciaal doorligwonden. - buikloop, braken en koorts die het vochtverlies doen toenemen.
6. - Voorzorgsmaatregelen bij chronische zieken (diabetici, astma, chronische ademhalingsstoornissen, hart- en longfalen, nierlijden, Alzheimer, dementie, Parkinson, epilepsie...)
- help ze zware en brutale inspanningen te vermijden. - raadpleeg ten minste telefonisch de behandelende arts en/of specialist, om hen advies te vragen hoe de geneesmiddelen moeten aangepast worden (geneesmiddelen om water af te drijven en tegen de hoge bloeddruk zijn aan te passen alsook een gedoseerde inname van zout) - de met de oververhitting gepaarde ozonpieken in de lucht zorgen voor bijkomende neusloop, hoesten, snakken naar adem, algemeen ongemak; overmatige ozon kan ook astmacrisissen veroorzaken - bevochtig de mond, geef genoeg te drinken en als de patiënt(e) onder O2- therapie staat moet men ervoor zorgen dat de O2-fles niet aan hoge temperatuur blootgesteld is (opgelet > 50 °C). - bij psychisch gestoorde risicopersonen moet men geduld aan de dag leggen; herhaaldelijk uitleggen waarom drinken, zich niet dekken, eten enz.; een Alzheimerpatiënt(e) moet zeer regelmatig bezocht worden - bij suikerzieken zal de dehydratatie zeer vlug leiden naar verhoging van de bloedspiegel en coma; geef dus genoeg te drinken, weliswaar geen suikerdranken (buiten soms bij suikerpatiënten die te weinig eten of zeer onregelmatig hun geneesmiddelen innemen –cave hypoglycemie) en zorg dat ze regelmatig (kleine hoeveelheden) vocht innemen; de bloedspiegel moet regelmatig gecontroleerd worden.
7. - Hoeveel moeten we drinken tijdens hitte ?
Bij zeer warm weer moet je meer drinken dan je dorst hebt : - ideaal moet men een 1,5 liter/dag drinken (dat zijn 8 glazen per dag buiten de maaltijden) - wanneer je fysische inspanningen doet, moet je minstens 2 à 4 glazen per uur drinken, liefst minerale dranken die zout bevatten, verse fruitsappen, sportdranken die zout bevatten. - tracht een bejaarde of zieke regelmatig halfgevulde glazen toe te dienen, zo ontmoedigt u hem of haar minder. - de dranken om 'te drinken zonder dorst' zijn : waters, mineraal of lichtbruisend met zout (NaCl) plus een licht slokje grenadine-munt-etc.siroop als bijsmaak, fruitsap indien het koud bewaard, gezouten soep, oxo, gazpacho, tisanes, vloeibare joghurt en milkshakes. - geen koffie, thee, alcohol, limonade.
8. - Eten
8.1 - Wat kunnen we best eten ?
- conserven, gepasteuriseerde, gebakken en gestoofde eetwaren zijn het meest aan te raden; ook frisse salades en andere rauwe groenten, maar deze moet u grondig wassen en zo vlug mogelijk na aankoop nuttigen. - vers seizoenfruit, meloenen, pruimen, perziken tenzij u buikloop heeft; leg het fruit in kleine stukjes gesneden in een bereikbaar bordje smakelijk gepresenteerd, zodat de bejaarde of zieke aangetrokken wordt om regelmatig een hapje te eten. - producten die men uit de diepvries haalt om onmiddellijk klaar te maken en te verbruiken.
8.2 - Wat moet ik vermijden ?
- vlug bederfbare producten zoals vleeswaren,voorbereide salades allerhande, traiteurproducten (tenzij ze zeer vers voorbereid werden en onmiddellijk worden opgegeten), - charcuterie met uitzondering van gebakken of gedroogde charcuterie, - melk, boter en verse kazen, melkdesserten, gebak dat niet onmiddellijk wordt opgegeten en alle andere melkproducten die onder een temperatuur van 8 °C moeten bewaard worden.
Heat Stress - Amerikaanse Ministerie van Arbeid - Een uitgebreide (Engelstalige) technische handleiding over 'heat stress', speciaal gericht op de arbeidsomstandigheden in gieterijen, wasserijen, bakkerijen, keukens enz. : http://www.osha-slc.gov/dts/osta/otm/otm_iii/otm_iii_4 .html
Lang niet voldoende - Peter Vandermeersch, De Standaard,Online, 04 juli 2006 – Commentaar - Je kunt er de jongste jaren gif op innemen : als de zomerzon enkele dagen aan een stuk schijnt en de temperaturen zich tussen de 25 en de 30 graden nestelen, verschijnt het woord ozon op de frontpagina's van alle kranten. Kort na de zomer verdwijnt het vermaledijde woord weer in de collectieve vergetelheid. Tijdens de wintermaanden maakt het plaats voor de dodelijke combinatie van ,,fijn stof''. Om dan de daaropvolgende zomer opnieuw de kop op te steken. Ozon en fijn stof mogen dan essentieel andere zaken zijn, ze delen dezelfde oorzaak: vervuiling door uitlaatgassen en andere schadelijke stoffen die we met zijn allen in de atmosfeer uitstoten. Voeg daar de weersomstandigheden (extreme hitte in de zomer of windstilte in de winter bijvoorbeeld) aan toe en je hebt de perfecte cocktail voor ongezond weer. Dat hitte en ozonconcentraties ernstig moeten worden genomen, weten ze maar al te goed in Frankrijk. Drie zomers geleden vielen er duizenden doden als gevolg van de canicule. Europese studies schatten dat er in ons werelddeel 350.000 mensen per jaar vroegtijdig sterven door de vervuiling met stofdeeltjes. De kostprijs van luchtvervuiling door fijn stof en ozon werd door Europa becijferd op tussen 189 en 609 miljard euro voor de volgende vijftien jaar. In België heeft meer dan één op de tien overlijdens per jaar met luchtvervuiling te maken. De ultrafijne deeltjes in de lucht verkorten de gemiddelde levensverwachting in ons land met ruim dertien maanden. Daarmee scoort België het slechtst van alle Europese lidstaten. De politieke verantwoordelijken van ons land weten dat en hebben de jongste jaren ook naar die wetenschap gehandeld. Sedert vorig jaar bestaat er in ons land een groot ozonplan. Dat laat toe om de bevolking in een ,,waakzaamheidfase'', ,,alarmfase'' en ,,crisisfase'' zo goed als mogelijk te beschermen tegen de nadelige effecten van ozonpieken. De sensibiliseringsacties van de jongste dagen tonen dat dit aspect van het ozonplan voortreffelijk functioneert. Maar puffend onder onze parasol is het vooral belangrijk om te beseffen dat concentraties van ozon en fijn stof maar ten gronde kunnen worden bestreden met maatregelen op de lange termijn. Het energiegebruik moet fundamenteel - en dus het hele jaar lang - beperkt worden. We moeten minder schadelijke stoffen in de atmosfeer uitstoten. Doen we daar met zijn allen genoeg aan ? Neen. Vorige week nog gaven de 25 lidstaten van de EU zichzelf drie jaar langer om een strengere norm voor de uitstoot van fijn stof te halen. België en veertien andere lidstaten halen de huidige norm niet eens. Ons land wacht een immense inspanning. Nieuwe technologieën en nieuwe normen voor uitstoot van uitlaatgassen zullen daarbij een belangrijke rol spelen. Maar minstens even belangrijk wordt hoe wij ons essentieel anders gaan gedragen : http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelid=G66UITEU#
Lucht - Alle informatie over het nieuwe wetsvoorstel luchtkwaliteit – Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), maart 2006 – GGD-Nederland (Waar staat de afkorting GGD voor ? Dat dit niet direct duidelijk is, heeft te maken met de verschillende betekenissen die aan de afkorting zijn gegeven. GGD staat voor : Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Soms staat de eerste G ook voor Gewestelijke of Gemeenschappelijke. Utrecht gebruikt de naam GG&GD. De derde G verwijst naar Geneeskundige. Er zijn ook GGD’en die nauw samenwerken met andere regionale instanties zoals de brandweer en politie, zij presenteren zich dan gezamenlijk als ‘hulpverleningsdienst’) - In een totaalpakket met een nieuw wetsvoorstel, een Nationaal Samenwerkingsprogramma en diverse (verkeers)maatregelen werkt VROM samen met vele andere partijen aan een schone lucht en aan ruimte om te kunnen blijven investeren in wonen, werken en verkeer. De nieuwe wet is nog niet van kracht (moet nog door de Tweede Kamer worden behandeld), maar u kunt nu al de plannen van VROM inzien. Kern van de wet is de zogeheten programma-aanpak : het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk neemt een reeks aan maatregelen om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren. Daarnaast geven ook andere overheden aan wat zij precies doen om de normen voor luchtkwaliteit zo snel mogelijk te halen. Nieuwe projecten die de luchtkwaliteit plaatselijk verslechteren, kunnen daardoor toch doorgaan, omdat is aangegeven welk pakket aan maatregelen er tegenover staat om deze verslechtering ruimschoots te compenseren. Het kabinet heeft met het voorstel ingestemd. 17 maart 2006 is het voorstel naar de tweede kamer verzonden .../... / : http://www.ggd.nl/kennisnet/paginaSjablonen/raadplegen.asp?display=2&atoom=35245&atoomsrt=2&actie=2
Lucht – Rapport 'Overlast van bouwstof voor omwonenden' - Wetenschapswinkel Biologie, Universiteit Utrecht, 2004 - Het stof dat bij sloop of renovatie van gebouwen vrijkomt kan overlast geven voor omwonenden. Dit rapport beschrijft de gezondheidsklachten die kunnen ontstaan na blootstelling aan fijn stof en de juridische mogelijkheden voor omwonenden om overlast tegen te gaan. Het onderzoek is gedaan on opdracht van het Meldpuntennetwerk Gezondheid en Milieu : http://www.ggd.nl/kennisnet/uploaddb/downl_object.asp?atoom=30687&VolgNr=169
Neerslag spoelt fijn stof uit de atmosfeer – MeteoKust, 07/07/06 - Bron : www.meteoonline.be - Water in de atmosfeer is van cruciaal belang voor het effect van fijn stof (ook wel aërosolen genoemd) op het klimaat. Water dat als neerslag naar beneden komt, zorgt dat aërosolen uit de atmosfeer worden verwijderd, de lucht wordt als het ware schoon gewassen. Dat proces begint al in de wolk bij de vorming van wolkendruppels rond deze deeltjes. Naar nu blijkt leveren ook vallende regendruppels een niet eerder onderkende belangrijke bijdrage aan het verwijderen van aërosolen uit de atmosfeer. Buiten de wolk is waterdamp van belang voor de groei van aërosolen en daarmee van invloed op het klimaat. Neerslag en wolken zijn dus bepalend voor de hoeveelheid aërosolen in de lucht, waterdamp is bepalend voor de sterkte van het klimaateffect. Dit blijkt uit onderzoek naar aërosol modellering door Bas Henzing van het KNMI. Op 6 maart a.s. verdedigt hij zijn proefschrift aan de Technische Universiteit van Eindhoven. Aërosolen verstrooien inkomend zonlicht. Hierdoor zorgen aërosolen voor afkoeling van het klimaat. Daarmee compenseren ze voor een deel de opwarming door het versterkte broeikaseffect. Bepaling van het klimaateffect door aërosolen is dus van belang voor het afschatten van de netto menselijke invloed op het klimaat. In vochtige lucht groeien aërosolen door het opnemen van waterdamp. Hoe groter de deeltjes hoe meer zonlicht gereflecteerd wordt. De hoeveelheid zonlicht die wordt gereflecteerd is daarom een maat voor de hoeveelheid aërosolen in de atmosfeer. Met behulp van satellieten kan dat tegenwoordig nauwkeurig worden gemeten. Henzing laat zien dat op basis van deze metingen de modelberekeningen van aërosolconcentraties verder kunnen worden verbeterd. Wolkendruppels ontstaan doordat waterdamp condenseert op aërosolen. Bij de vorming van regendruppels uit vele wolkendruppeltjes worden aërosolen via de neerslag naar het aardoppervlak getransporteerd en dus uit de atmosfeer verwijderd. Algemeen wordt aangenomen dat dit het belangrijkste verwijderingsmechanisme voor aërosolen is. Het blijkt echter dat de vallende neerslag ook in staat is om aërosolen te verwijderen die zich bevinden in de wolkenloze lucht onder de wolken. Op gematigde breedte, waar Nederland zich ook bevindt, blijkt dit mechanisme heel effectief. Van de totale verwijdering van de grotere aërosolen blijkt ongeveer 30% en lokaal zelfs meer dan 50%, het gevolg te zijn van vallende regendruppels. Henzing laat zien dat dit mechanisme voor verwijdering niet verwaarloosd kan worden : http://www.infometeo.be/index.php?archief=2006-03-07_001
Overschrijding grenswaarden fijn stof in België - Schriftelijke vraag van Bart Staes, 22/05/06 (Parlementaire vraag nr. E-1324/06) - Volgens bijlage III van Richtlijn 1999/30/EG mogen de grenswaarden van fijn stof ('zwevende deeltjes') van 50 microgram per kubieke meter lucht maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. E ind februari 2006 al werd die grens in Charleroi overschreden. Andere gemeenten zoals Zwijndrecht en Evergem zaten toen al aan respectievelijk 27 en 25 keer de overschrijding van deze waarden. Hoewel de overheden van België werken aan plannen op lange termijn, kan men deze opmerkelijke graad van vervuiling moeilijk toedekken. Reagerend op deze cijfers stelde de federale minister van Leefmilieu dat het 'onwaarschijnlijk' is dat België hiervoor door Europa beboet zal worden. Artikel 11 van deze richtlijn bepaalt het volgende : "De lidstaten stellen sancties vast op inbreuken op de krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn." Heeft de Commissie inmiddels kennis genomen van de sancties die door België zijn vastgesteld ? Zijn deze voldoende 'doeltreffend, evenredig en afschrikkend' ? Kan de Commissie meedelen of België inderdaad zijn zelf vastgestelde sancties naleeft en oplegt ? Welke actie zal de Commissie ondernemen ten aanzien van de gewestelijke en federale overheden van België die er - zo leert althans het geval Charleroi - niet in zullen slagen om zich aan de door Richtlijn 1999/30/EG opgelegde grenswaarden inzake fijn stof te houden ? Als de Commissie geen actie onderneemt, kan zij dan argumenteren waarom zij dat niet doet ? Antwoord van commissaris Dimas- De bij Richtlijn 1999/30/EG van de Raad ingestelde grenswaarden voor zwevende deeltjes (PM10) zijn van toepassing sedert 1 januari 2005 en mogen sedertdien niet meer worden overschreden. Elke in 2005 geconstateerde overschrijding moet door de lidstaten bij de Commissie worden gemeld uiterlijk op 30 september 2006 en op dat moment wordt een volledige evaluatie gemaakt voor alle lidstaten. De Commissie is niet in kennis gesteld van de door België vastgestelde straffen in geval van overtreding van de uit de omzetting van Richtlijn 1999/30/EG van de Raad voortvloeiende voorschriften, en zal die informatie derhalve opvragen. Met betrekking tot de maatregelen die de Commissie neemt wanneer de grenswaarden worden overschreden, wordt het geachte Parlementslid verwezen naar de eerste alinea van dit antwoord : http://www.bartstaes.be/articles.php?id=1492
Relatie tussen fijn stof en voortijdige sterfte - Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 9 december 2002 - Fijn stof in de lucht kan leiden tot gezondheidsklachten en zelfs tot voortijdige sterfte. Bij ongeveer 1700 tot 3000 sterfgevallen per jaar speelt de relatie tussen voortijdige sterfte en het inademen van fijn stof een rol. Dit blijkt uit epidemiologische studies van het Nederlands Aërosol Programma, waarin RIVM, TNO, ECN en IRAS van de Universiteit van Utrecht samenwerken. Fijn stof is een mengsel van deeltjes van verschillende grootte en verschillende samenstelling. Sommige onderdelen van fijn stof zijn meer schadelijk voor de gezondheid dan andere onderdelen. De bron van fijn stof is waarschijnlijk bepalend voor de schadelijkheid. Zo lijkt fijn stof afkomstig van de uitstoot door verkeer schadelijker voor de gezondheid dan bijvoorbeeld stofdeeltjes afkomstig uit de bodem. Het oorzakelijk verband tussen blootstelling aan de verschillende deeltjes en de mechanismen waarop dit de gezondheid beïnvloed is nog niet duidelijk. Gezondheidseffecten treden niet pas boven een bepaalde drempelwaarde op. Zelfs van fijn stof concentraties ver onder de huidige Europese normen zijn gezondheidseffecten in de bevolking te verwachten. Hierbij is de aard van de deeltjes bepalend voor de schadelijkheid. Metingen wijzen uit dat de afgelopen tien jaar de gemiddelde fijn stof concentraties in Nederland gedaald zijn. Deze daling is tot stand gekomen door het huidige Nederlandse en Europese beleid. In de toekomst zal de fijn stof concentratie hierdoor waarschijnlijk verder dalen. De resultaten van het Nederlands Aërosol Programma worden door de Nederlandse overheid gebruikt bij evaluatie van de Europese fijn stof richtlijn in 2003. De belangrijkste aanbeveling van dit onderzoek is de bestrijding toe te spitsen op de meest schadelijke fractie van het fijn stof. Dit betreft waarschijnlijk met name het dieselroet uit de vervoerssector en fijn stof afkomstig van overige verbrandingsprocessen. Dergelijke bronnen verdienen prioriteit in het beleid voor uitstootbeperking van fijn stof. Daarnaast is het gewenst voor het fijnste stof een aparte normstelling of een meer brongerichte normstelling te ontwikkelen. Ook adviseert het Nederlands Aërosol Programma voorlopig de huidige Europese norm (PM10) als maat voor fijn stof niveaus in de buitenlucht te blijven hanteren. Dit is nu de Europese standaard voor luchtverontreiniging door grove èn fijnere stofdeeltjes. In de toekomst is het gewenst voor deeltjes kleiner dan PM10 een aparte of meer brongerichte normstelling te ontwikkelen : http://www.rivm.nl/persberichten/relatie.jsp
Zomer- en wintersmog - Milieu Centraal – In het kort - Onder invloed van het weer kan een verhoogde luchtvervuiling ontstaan. We noemen dit smog. Smog kan gezondheidsproblemen veroorzaken, met name bij kinderen, patiënten met COPD (astma) en (vooral) oudere mensen met hart- en vaatziekten. Het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) meet elk uur de luchtkwaliteit op een groot aantal plaatsen in Nederland. De actuele meetresultaten vindt u op Teletekst (pagina 711 en 712) en op : www.lml.rivm.nl. Als de concentraties vervuilende stoffen in de lucht te hoog zijn en de smogalarmdrempels worden overschreden, vindt u hier waarschuwingen en adviezen om gezondheidsproblemen te voorkomen. Om in de toekomst problemen te voorkomen zijn in de Europese Unie regels opgesteld met waarden waaraan de luchtkwaliteit moet gaan voldoen. Dit moet binnen bepaalde termijnen gerealiseerd zijn. Zomersmog - Zomersmog, ook wel 'fotochemische smog' genoemd, ontstaat bij mooi zomerweer met relatief hoge temperaturen en een zwakke oostelijke tot zuidelijke wind. Zomersmog verdwijnt weer als er bewolking komt en/of de wind opsteekt. Bij zomersmog zijn de concentraties ozon (O3) en fijn stof (zwevende deeltjes of PM10) in de lucht verhoogd. Ozon wordt onder invloed van zonlicht binnen enkele uren gevormd uit stikstofoxiden (NOx) en vluchtige koolwaterstoffen, zoals VOS (Vluchtige Organische Stoffen). Fijn stof bestaat uit kleine, niet-zichtbare deeltjes en druppeltjes, die door de wind over grote afstand kunnen worden meegevoerd. Belangrijke bronnen van zomersmog zijn het verkeer (stikstofoxiden, koolwaterstoffen, fijn stof) en de industrie (stikstofoxiden en koolwaterstoffen). Wintersmog - Wintersmog bestaat hoofdzakelijk uit fijn stof en zwaveldioxide (SO2) en komt voor bij een hoge luchtdruk met helder winterweer en een zwakke tot matige oostelijke wind. Deze wind voert lucht met veel zwaveldioxide en fijn stof aan uit Oost-Europa. Wintersmog verdwijnt wanneer het mooie winterweer omslaat (dooi, regenen of harde wind). Belangrijkste bron van wintersmog is het gebruik van steen- en bruinkool in industrie en elektriciteitscentrales in Oost-Europa. Wintersmog komt steeds minder voor, omdat de lucht in Oost-Europa steeds schoner wordt. Wat zijn de risico's - Smog kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Een verhoogde concentratie fijn stof, samen met andere luchtverontreiniging, kan onder meer luchtwegklachten veroorzaken zoals benauwdheid en hoesten. Patiënten met COPD en vooral oudere mensen met hart- en vaatziekten hebben hier in het algemeen eerder last van. De klachten kunnen per persoon verschillen. Ozon kan vanaf matige smog klachten geven bij inspanning in de buitenlucht en bij mensen met luchtwegproblemen en mensen die extra gevoelig zijn voor ozon. Mogelijke gezondheidseffecten zijn irritatie van ogen, neus en keel, luchtwegklachten, benauwdheid, hoest en hoofdpijn. Kinderen en ouderen zijn hiervoor relatief gevoelig. Tijdens matige tot ernstige smog kunt u gezondheidsklachten verminderen of voorkomen door in de middag en vroege avond langdurige inspanning in de buitenlucht te vermijden. In deze uren is de concentratie van ozon het hoogst. Bij smogalarm wordt risicogroepen geadviseerd binnen te blijven. Binnenshuis wordt geen ozon gevormd, maar het kan wel binnenkomen door open ramen en deuren. Houd tijdens smogalarm dus zoveel mogelijk ramen en deuren gesloten en lucht in de ochtend of avond alsde ozonconcentraties laag zijn .../... Wat doet de overheid ?- In EU-verband zijn richtlijnen voor de luchtkwaliteit opgesteld met daarin grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof en lood, benzeen en koolmonoxide. Naar aanleiding van de overschrijdingen van de alarmdrempel in de zomer van 2003 heeft de EU nieuwe, verplichtende regels opgelegd aan alle lidstaten. Zo zal de overheid in bepaalde omstandigheden verplicht zijn het autoverkeer aan banden te leggen. Ook zijn de regels voor het waarschuwen van de bevolking verscherpt, zoals een verplichting om ouderen te adviseren binnen te blijven. In combinatie met een richtlijn die het gebruik van oplosmiddelen en de uitstoot van andere schadelijke gassen moet inperken, verwacht het RIVM (op basis van een inschatting) dat vanaf 2010 in Nederland geen perioden met ernstige smog meer zullen voorkomen. Volgens de Nederlandse regering heeft voorkomen van smog het meeste effect in internationaal verband, omdat negentig procent van de vervuiling uit het buitenland afkomstig is. Meer informatie - Actuele smoginformatie (smogwaarden en gedragsadviezen) is te vinden op Teletekst (pagina 711 en 712) en op de smogpagina van het Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) – cfr, : www.lml.rivm.nl - : http://www.milieucentraal.nl/pagina?onderwerp=Zomer-%20en%20wintersmog