NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • cialis soft vs cialis
  • Marine Muscle
  • cialis sales rayh health care
  • just try! cialis generic
  • auto insurance

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • +blackjack (Fi4pitialtew)
        op Vluchten in het werk
  • live roulette online (Alic0rbhiaJah)
        op Vluchten in het werk
  • casino casino (Alic0rbhiaJah)
        op Vluchten in het werk
  • money slot (Fi4pitialtew)
        op Vluchten in het werk
  • casino in uk (Alic0rbhiaJah)
        op Vluchten in het werk
  • online slot machines no download (Fi4pitialtew)
        op Vluchten in het werk
  • best online casinos (Fi4pitialtew)
        op Vluchten in het werk
  • cleopatra 2 slots (Alic0rbhiaJah)
        op Vluchten in het werk
  • +live +roulette (Fi4pitialtew)
        op Vluchten in het werk
  • play casino slots (Alic0rbhiaJah)
        op Vluchten in het werk
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    terpalen
    blog.seniorennet.be/terpale
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    koivis
    blog.seniorennet.be/koivis
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    fotoboek
    blog.seniorennet.be/fotoboe
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    natuur
    blog.seniorennet.be/natuur
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    ribbedebiekampeerauto2
    blog.seniorennet.be/ribbede
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    17-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bacterial infection vs. viral infection - What's the difference ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

       


    Bacterial infection vs. viral infection

     - What's the difference ?

    Mayo Clinic Staff, Oct 12, 2007 - © 1998-2007 Mayo Foundation for Medical Education and Research (MFMER)

    Q. : What's the difference between a bacterial infection and a viral infection ?

    A. : Simply put, bacterial infections are caused by bacteria and viral infections are caused by viruses.
    But they're also different in other ways.

    Bacteria

    Bacteria are single-celled "living" microorganisms that reproduce by dividing.
    Most bacteria can grow on nonliving surfaces, such as countertops and doorknobs.
    Not all bacteria are harmful.
    Some bacteria are even beneficial to your health.
    But when infectious bacteria enter your body, they can make you sick.
    Bacteria make toxins that can damage the cells they've invaded.
    Some bacterial infections, such as strep throat and tuberculosis, are contagious.
    Others are not.

    Viruses

    Unlike bacteria, viruses are not "living" organisms but capsules of genetic material.
    They require living hosts ó such as people, plants or animals ó to multiply.
    Otherwise, they can't survive.
    When a virus enters your body, it invades some of your cells and takes over the cell machinery, redirecting it to produce the virus.
    The virus may eventually kill the host cells.
    Some viral infections, such as influenza and HIV, are contagious.
    Others are not.

    The distinction between bacterial and viral infections is important.
    Why ?
    Because medications that are effective against one aren't effective against the other.

    Bacterial infections are treated with antibacterial antibiotics.
    Antiviral antibiotics are available for some types of viral infections ó but not all.
    Taking antibacterial antibiotics when you have a viral infection won't treat the viral infection and may even be harmful.
    Consult your doctor for advice on a specific condition.

    Cfr. : http://www.mayoclinic.com/health/infectious-disease/AN00652



    Viruses and bacteria

    Based on a text by Dr. Flemming Andersen - Reviewed by Dr. Dan Rutherford, GP -
    Last updated : 02-03-2005 Ė (C) 1998-2007 NetDoctor.co.uk

    What are bacteria ?

    Bacteria are organisms made up of just one cell.
    They are capable of multiplying by themselves, as they have the power to divide.
    Their shapes vary and doctors use these characteristics to separate them into groups.

    Bacteria exist everywhere, inside and on our bodies.
    Most of them are completely harmless and some of them are very useful.
    But some bacteria can cause diseases, either because they end up in the wrong place in the body or simply because they are 'designed' to invade us.

    What are viruses ?

    Viruses are too small to be seen by the naked eye.
    They can't multiply on their own, so they have to invade a 'host' cell and take over its machinery in order to be able to make more virus particles.

    Viruses consist of genetic materials (DNA or RNA) surrounded by a protective coat of protein.
    They are capable of latching onto cells and getting inside them.

    The cells of the mucous membranes, such as those lining the respiratory passages that we breathe through, are particularly open to virus attacks because they are not covered by protective skin.

    .../...

    Cfr. : http://www.netdoctor.co.uk/health_advice/facts/virusbacteria.htm

    Cfr. also :

    1. Bacteria
      Bacteria are one-celled organisms that live on their own.
      They can multiply and reproduce by subdivision.

      - http://users.rcn.com/jkimball.ma.ultranet/BiologyPages/E/Eubacteria.html
      - http://www.bmb.leeds.ac.uk/mbiology/ug/ugteach/icu8/introduction/bacteria.html
      - http://www.disknet.com/indiana_biolab/b004.htm
      - http://www.livescience.com/bacteria/
      - http://www.ucmp.berkeley.edu/bacteria/bacteria.html

    2. Viruses
      A virus is a capsule of protein that contains genetic material.
      A virus cannot reproduce on its own : it must infect a living cell to grow. http://biology.about.com/library/weekly/aa110200a.htm
      - http://users.rcn.com/jkimball.ma.ultranet/BiologyPages/V/Viruses.html
      - http://www.microbeworld.org/microbes/virus/
      - http://www.tulane.edu/~dmsander/Big_Virology/BVHomePage.html
      - http://www.ucmp.berkeley.edu/alllife/virus.html

    3. Viruses and bacteria
      - http://cubanology.com/Articles/Virus_vs_Bacteria.htm
      - http://www.aware.md/Education/virusvsbacteria.asp
      - http://www.beyondbooks.com/lif72/2.asp
      - http://www.cfsan.fda.gov/~dms/qa-fdb38.html
      - http://www.drgreene.com/21_527.html
      - http://www.mansfieldct.org/schools/mms/staff/hand/Immunebacteriavsviruses.htm
      - http://www.netdoctor.co.uk/health_advice/facts/virusbacteria.htm
      - http://www.wisegeek.com/what-is-the-difference-between-a-virus-and-a-bacteria.htm

    17-10-2007 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    15-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Als je een helpende hand zoekt...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen







    15-10-2007 om 00:46 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (4)
    12-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Verband tussen chronische vermoeidheid en virus
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

















     

    Chronic fatigue syndrome is associated
          with
    chronic enterovirus infection of the stomach



    Verband tussen chronische vermoeidheid en virus

    Het Laatste Nieuws, 05-10-07


    Het chronische vermoeidheidssyndroom (CVS) zou verband houden met een virus in de maag.
    Bij 80% van 154 onderzochte patiŽnten werden sporen van virussen aangetroffen die tot darmontstekingen leiden, tegenover 7% bij gezonde mensen.

    Topje van de ijsberg
    "Deze studie opent een nieuwe richting in de zoektocht naar de oorzaken van CVS. Maar het is slechts het topje van de ijsberg", waarschuwt professor Kenny De Meirleir van het Universitair Ziekenhuis Brussel. (belga/bf)

    Cfr. :
    -
    http://www.verplegingenverzorging.nl/framebrowse.html
    -
    http://www.medinews.be/full_article/detail.asp?aid=11695




    Het chronisch vermoeidheidssyndroom
    zou verband houden met een virus in de maag

    Katrien, Crohnforum : Ziekte van Crohn, colitis ulcerosa en PDS, 09-10-07
    - Bron : Gazet van Antwerpen, 04-10-07 -

    Dit las ik vorige week in de krant.

    Het is niet typisch Crohn of CU, maar aangezien er hier toch ook wat mensen rondlopen met CVS-klachten wil ik het jullie graag even meedelen.

    Het chronisch vermoeidheidssyndroom zou verband houden met een virus in de maag.
    Bij 80% van de 154 onderzochte patiŽnten werden sporen van virussen aangetroffen die tot darmontstekingen leiden, tegenover 7% bij gezonde mensen.

    Er waren al langer vermoedens dat er een verband moet bestaan tussen CVS en een virusinfectie, maar dat zou nu voor het eerst hard zijn gemaakt.
    "Deze studie opent een nieuwe richting in de zoektocht naar de oorzaken van CVS. Maar het is slechts het topje van de ijsberg", waarschuwt professor Kenny De Meirleir van het Universitair Ziekenhuis Brussel.
    De symptomen van CVS lijken op die van een aanslepende griep met pijn, slaapstoornissen, misselijkheid en maag- en darmklachten.
    Over de precieze oorzaken tasten de artsen nog in het duister.

    "De nieuwe studie opent perspectieven op een antivirale behandeling, maar dat zal nog lang duren", zegt de professor : "Er is nu wel een verband aangetoont tussen CVS en het darmvirus, maar dat betekent niet dat daarin de oorzaak ligt. De virusinfectie is wellicht het gevolg van een slecht werkend immuunsysteem."
    Er is dan ook nog geen sprake van efficiŽnte geneesmiddelen : "Als we bij een patiŽnt sporen van het virus in de maag aantreffen, kunnen we de behandeling aanpassen via agressieve immuuntherapieŽn. Specifieke middelen tegen het virus zijn er nog niet, maar er wordt wel druk naar gezocht. Maar dan nog is het twijfelachtig of dat zal volstaan om CVS te genezen."

    Cfr. : http://www.crohnsite.be/forum/index.php?showtopic=11783



    Veroorzaken enterovirussen CVS ?

    Caro, Crohnforum : Ziekte van Crohn, colitis ulcerosa en PDS, 06-10-07
    -Bron : Artsenkrant (Belgie), nr. 1862 van 02-10-07

    Acht op de tien patiŽnten met chronisch vermoeidheidssyndroom en maagklachten dragen sporen van enterovirussen in de maag.
    Bij controlepersonen met maagklachten zonder CVS is dit slechts 20%.
    Een aanwijzing dat enterovirussen CVS veroorzaken ?

    De etiologie van het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) blijft wazig.
    Tot 2% van de bevolking zou ermee te kampen hebben en het is helemaal niet duidelijk of de vermoeidheid wordt veroorzaakt door psychische of organische problemen dan wel door een combinatie van beide.
    Meermaals werd gesuggereerd dat bacteriŽn, schimmels of het Epstein-Barr-virus de oorzaak zouden zijn.
    Een staalhard oorzakelijk verband kon echter nooit worden vastgesteld.


    Hardnekkige virussen

    John Chia van het EV Medical Research Institute in CaliforniŽ ziet de oorzaak van CVS eerder bij enterovirussen liggen.
    Het is niet de eerste keer dat deze link wordt gelegd, maar het onderzoek van Chia brengt interessant vergelijkend cijfermateriaal aan om die hypothese te ondersteunen.
    De Californische onderzoeker bestudeerde het maagweefsel van 165 patiŽnten met CVS die allen een endoscopie hadden ondergaan omwille van maagproblemen, een klacht die regelmatig bij CVS-patiŽnten opduikt.

    Chia ontdekte bij de meeste patiŽnten een milde maar langdurige maagontsteking.
    Toch waren bijna al zijn patiŽnten negatief voor Helicobacter pylori.
    Wel vond hij bij meer dan 80% sporen terug van het VP1-capside-eiwit dat typisch is voor enterovirussen.
    Ter vergelijking : bij 34 controlepersonen met maagklachten waren er slechts zeven (21%) die positief scoorden voor dit eiwit.

    Enterovirussen kunnen acute respiratoire en maag- en darminfecties veroorzaken, bovendien vertonen ze een gedocumenteerd tropisme naar het centrale zenuwstelsel, het hart en de spieren.
    Eerder werd in het bloed van CVS-patiŽnten al de aanwezigheid van antigenen van enterovirussen en van neutraliserende antilichamen aangetoond.


    De kip of het ei

    Chia formuleert zelf wel enkele tekortkomingen over zijn onderzoek.
    Hij kan immers niet uitsluiten of het voorkomen van enterovirusinfecties in zijn patiŽntengroep te wijten is aan een zekere selectiebias.
    Mogelijk wordt die veroorzaakt door de oververtegenwoordiging van patiŽnten uit welbepaalde geografische regioís.

    Verder kan reactivatie van een persistente enterovirusinfectie een epifenomeen zijn dat veroorzaakt wordt door een ander mechanisme verantwoordelijk voor CVS.
    De aanwezigheid van de enterovirussen zou dan eerder het gevolg zijn van CVS in plaats van de oorzaak.
    Zolang echter dat andere mechanisme niet geÔdentificeerd is, blijft Chia zijn enterovirussen naar voor schuiven als belangrijkste kanshebber.
    Ook over Helicobacter werd aanvankelijk smadelijk gedaan, meent Chia en dat micro-organisme bleek uiteindelijk Nobelprijswaardig.


    Bron :

    Chronic fatigue syndrome is associated with chronic enterovirus infection of the stomach
    Chia, J.K.S. et al. - J Clin Pathol 2007;0:1Ė6. doi: 10.1136/jcp.2007.050054
    Aims - The aetiology for chronic fatigue syndrome remains elusive although enteroviruses have been implicated as one of the causes by a number of studies.
    Since most CFS patients have persistent or intermittent gastrointestinal (GI) symptoms, we evaluated the presence of viral capsid protein 1(VP1), Enterovirus RNA and culturable virus in the stomach biopsies of CFS patients.
    Methods - 165 consecutive CFS patients underwent upper GI endoscopies and antrum biopsies.
    Immunoperoxidase staining was performed using enterovirus-specific monoclonal antibody (mAb) or a control mAb specific for cytomegalovirus.
    RT-PCR ELISA was performed on RNA extracted from paraffin sections or samples preserved in RNA-later.
    Biopsies from normal stomach and other gastric diseases served as controls. 75 samples were cultured for enterovirus.
    Results - 135/165 (82%) biopsies stained positive for VP1 within parietal cells, whereas 7/34 (20%) of the controls stained positive (P <0.000001). CMV mAb failed to stain any of the biopsy specimens.
    Biopsies taken from 6 patients at the onset of the CFS/abdominal symptoms and 2-8 years later demonstrated positive staining in the paired specimens.
    EV RNA was detected in 9/24 (37 %) paraffin-embedded biopsy samples and 1/21 controls had detectable EV RNA (p<0.01).
    1/3 patient had detectable EV RNA from two samples taken 4 years apart. 5 patient samples demonstrated transient growth of non-cytopathic enteroviruses.
    Conclusion - Enterovirus VP1, RNA and non-cytopathic viruses were detected in the stomach biopsies of CFS patients with chronic abdominal complaints.
    A significant subset of CFS patients may have chronic, disseminated, non-cytolytic form of enteroviral infection, which could be diagnosed by stomach biopsies.
    Cfr. :
    http://jcp.bmj.com/cgi/content/abstract/jcp.2007.050054v1
    Cfr. also :

      1. Chronic fatigue syndrome linked to stomach virus
        Cfr. :
        -
        http://www.eurekalert.org/pub_releases/2007-09/bsj-cfs091307.php
        - http://www.sciencedaily.com/releases/2007/09/070913132933.htm
      2. Chronic fatigue syndrome may link to stomach virus
        Cfr. :
        http://www.itwire.com/content/view/14461/1066/
      3. Enterovirus Associated with Chronic Fatigue Syndrome
        Cfr. :
        -
        http://chronicfatigue.about.com/b/a/256114.htm
        - http://www.medpagetoday.com/Rheumatology/GeneralRheumatology/tb/6686

    Letter

    As inflammation is turned off, ME/CFS is turned on
    Sidsel E. Kreyberg, Head of the ME registry in Norway,
    University of Oslo : s.e.kreyberg@medisin.uio.no - 3 October 2007
    Dear Editor,
    Persistent enteroviral infection in gastric tissue is found in a high percentage of cfs-patients by Chia & Chia (Sept. 13, 2007) while histological changes are not specifically addressed in this paper.
    A comparison between cfs - and non-cfs enterovirus positive patients with regard to local inflammatory reaction would be of interest, though, as the lack of a proper inflammatory response to infectious agents is a common finding in postinfectious fatigue syndrome and the symptoms are easily dismissed as psychosomatic.
    Among the comparatively few that later develop cfs or myalgic encephalomyelitis (me) that see a doctor during the initial stages of a triggering infection, a lack of adequate inflammatory response is frequently seen not only with respect to fever and enlarged lymph nodes, but also to SR, CRP and white cell count, even in the presence of ongoing infection verified otherwise.
    An exception to the rule are cases that present with low grade fever and enlarged lymph nodes, that may persist for months and years despite no other evidence of ongoing infection.
    Cfs/me is for instance rarely diagnosed following meningitis, whereas it may be triggered by what is perceived as a mild encephalitis - although these conditions almost invariably coexist.
    During the Cumberland epidemic, white cell count was in the lower normal range (Wallis, 1957).
    During the Los Angeles epidemic in 1934 that ran parallel to a polio epidemic, patients failed to present changes in cerebrospinal fluid and the epidemic was known as atypical polio (Hyde, 1992).
    Only rarely do patients with polio develop cfs/me.
    The postpolio syndrome is postponed by several decades.
    Why ?
    Epidemics that presented with similar features as the Cumberland and Los Angeles epidemics were included in the proposed designation benign myalgic encephalomyelitis in 1956 although the Ėitis was difficult to establish as such.
    Variability with respect to findings in cerebrospinal fluid (Ramsay, 1986) strengthened the notion that viral infections were crucial in initiating this condition when agents were not identified.
    These findings do not, however, preclude the notion that cfs/me is an erratic expression or a forme fruste of the classical inflammatory reaction and, albeit harmful, may be perceived as a type of general reaction mode to various inflammatory agents, in keeping with vast clinical experience.
    References

      1. Chronic fatigue syndrome is associated with chronic enterovirus infection of the stomach
        Chia JKS and Chia AY - J Clin Pathol 2007; 0:1-6 (online)
        Cfr. :
        http://press.psprings.co.uk/jcp/september/cp50054.pdf
      2. An investigation into an unusual disease seen in epidemic and sporadic form in a general practice in Cumberland in 1955 and subsequent years (M.D. Thesis)
        Wallis, AL - University of Edinburgh 1957
        Cfr. :
        http://www.theoneclickgroup.co.uk/documents/ME-CFS_docs/Vade%20MEcum.doc
      3. The clinical and scientific basis of myalgic encephalomyelitis / Chronic fatigue syndrome
        Jay A. Goldstein, Byron M. Hyde, Nightingale Research Foundation, P. H. Levine - Nightingale Research Fndtn, July 1992 Ė ISBN-10 : 0969566204 / ISBN-13 : 978-0969566205
        Cfr. :
        http://www.amazon.com/Clinical-Scientific-Myalgic-Encephalomyelitis-Chronic-Syndrome/dp/096956620
      4. Post-viral fatigue syndrome - The saga of Royal Free disease
        Ramsay, AM - London 1986, Gower Medical Publishing
        Cfr. :
        -
        http://www.pubmedcentral.nih.gov/articlerender.fcgi?artid=1711189
        -
        http://freespace.virgin.net/david.axford/articl02.htm

    Cfr. : http://jcp.bmj.com/cgi/eletters/jcp.2007.050054v1


    Cfr. :
    http://www.crohnsite.be/forum/index.php?showtopic=11748 


    12-10-2007 om 23:49 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    10-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De griepprik, iets voor jou ? ---- Influenza - The Goal of Control - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  









     























    Influenza - Interministerieel CoŲrdinatiecomitť Influenza
    Cfr. :
    http://www.influenza.be/nl/home_nl.asp


    De griepprik, iets voor jou ?

    Influenza ó The Goal of Control

    Deel I



    De griepprik, iets voor jou ?


    Het griepvirus is een hardnekkig virus


    De boosdoener is het zeer besmettelijke influenzavirus dat zich via de luchtwegen verspreidt.
    Vaak verwart men het virus met een zware verkoudheid, maar in de praktijk komt een Ďechteí griep harder aan.
    Na het onschuldig lijkende begin - een verkoudheid of keelontsteking Ė komt er niet alleen hoofdpijn opzetten, maar ook spierpijn en hoge koorts.
    Rust is de beste remedie tegen griep : een paar dagen in bed en goed uitzieken dus.
    Sommige medicijnen, zoals pijnstillers, verzachten de griepverschijnselen.
    Het griepvirus blijft gemiddeld ongeveer een week in het lijf rondwaren, maar ook daarna kunt u zich nog een tijd slap blijven voelen.
    Loop niet meteen weer hard van stapel als u zich beter voelt, want dan kan de griep terugkomen.
    Voor gezonde, volwassen mensen is griep geen onoverkomelijk probleem.
    DiabetespatiŽnten lopen echter makkelijker infecties op, mensen met astma of COPD krijgen het erg benauwd en ouderen raken verzwakt waardoor ze via de griep allerlei Šndere gezondheidsproblemen krijgen.
    Ook hart- en vaatpatiŽnten en mensen met een allergie lopen een groter risico.
    Al deze mensen krijgen jaarlijks een oproep om (gratis) een griepprik te halen.
    Deze geeft geen honderd procent bescherming tegen griep, maar wel staat vast dat het de weerstand versterkt, zodat de kans om griep te krijgen veel kleiner wordt. - Apotheek Thung -

    Cfr. :
    http://www.apotheek-thung.nl/Page/sp655/ml1/from_sp_id=256/nctrue/system_id=961/so_id=682/Index.html



    De griepprik, iets voor jou ?

    KruidvatGezondheidsNet

    Wat is influenza ?
    Niet elke verkoudheid of wat we in de volksmond 'griep' noemen is influenza.
    Influenza is een acute ontsteking van de luchtwegen veroorzaakt door een virus.
    Gezonde mensen kunnen van influenza knap ziek worden en mensen in de risicogroep lopen kans op allerlei vervelende complicaties Ė van ernstige benauwdheid tot longontsteking en zelfs de dood toe.

    Wat is de griepprik ?
    De griepprik is een vaccinatie tegen het influenzavirus.
    Het vaccin wordt door middel van een injectie in je bovenarm toegediend - dit kan wat roodheid, zwelling en pijn geven.
    Je wordt van de vaccinatie niet ziek maar je lichaam maakt in ongeveer twee weken tijd wel voldoende antistoffen aan (voor de bereiding van het vaccin worden bebroede kippeneieren gebruikt - let dus op als je een kippeneiallergie hebt !).

    Waarom elk jaar een griepprik halen ?
    De griepprik werkt echt en is de enige bescherming tegen de griep.
    Het aantal ziektegevallen is door de vaccinaties met 70 Ė 80 procent teruggelopen.
    Het influenzavirus verandert elk jaar een beetje waardoor er jaarlijks een nieuw vaccin wordt samengesteld.
    Zo blijft je afweersysteem bij de tijd.
    Onderzoekers hopen in de toekomst een eenmalige griepprik met blijvende bescherming te ontwikkelen.

    Wie krijgt de griepprik ?
    In principe kan iedereen bij zijn huisarts om de griepprik vragen.
    Voor de gratis gripprik is een risicogroep (volwassenen en kinderen) samengesteld.
    Het gaat om mensen :

    • die in tehuizen en instellingen wonen (besmettingsgevaar)

    • van 65 jaar en ouder (vanaf 2008 ligt de leeftijdsgrens bij 60+)

    • met longziekten (astma, bronchitis, emfyseem, etc.)

    • met hartziekten (hartritmestoornissen, hartoperatie, etc.)

    • met nierziekten (transplantatie, dialyse)

    • met diabetes

    • die vatbaar zijn voor steenpuisten (en overige leden van het gezin)

    • met een verstoord afweersysteem (beenmergtransplantatie, HIV, behandeling met cytostatica en/of radiotherapie bij kanker etc.).

    Als je buiten de risicogroep valt maar toch in aanmerking wilt komen voor de gratis griepprik, kun je dit overleggen met je huisarts.
    Je kunt hem ook zelf betalen.
    In sommige gevallen vergoedt de zorgverzekeraar de kosten.

    Werkgever en de griepprik
    Het kan ook zijn dat je werkgever aanbiedt om de griepprik te betalen.
    Sommige bedrijven en instellingen bieden jaarlijks het vaccin aan al hun personeel aan.
    Jij beslist uiteindelijk of je hiervan gebruik wilt maken.

    Wel of geen griepprik
    Als je tot de risicogroep behoort, doe je er verstandig aan elk najaar de griepprik te halen.
    Ook al voel je je gezond en fit, zonder vaccinatie loop je onnodig risico om ernstig ziek te worden met alle gevolgen van dien.
    Wie niet tot de risicogroep behoort kan zelf kiezen.

    Argumenten vůůr de griepprik

    • het vaccin is de enige 'echte' bescherming

    • je wordt van de vaccinatie niet ziek

    • het vaccin is onschadelijk en goed voor je afweersysteem

    • als je een ander virus oploopt, zul je minder snel ziek worden.

    Argumenten tťgen de griepprik

    • beperkte bescherming Ė je kunt alsnog ziek worden van een ander virus.

    • je behoort niet tot de risicogroep.

    • je hebt een kippeneiallergie.

    • de kosten, tijd en moeite.

    • als je niet in contact komt met het virus (besmetting) kun je ook niet ziek worden.

    • als je buiten de risicogroep valt en gezond en fit bent, heb je weinig kans op complicaties.

    Waar en wanneer haal je de griepprik ?
    De griep kondigt zich vaak al in december aan.
    De griepprik haal je daarom in oktober/november Ė zo heeft je lichaam voldoende tijd om antistoffen te maken.
    Wanneer je tot de risicogroep behoort krijg je via de huisarts vanzelf een oproep Ė eventueel met datum/tijd.
    Heb je nog niets gehoord neem dan even contact op met de praktijk.
    Soms ontvang je met de oproep een recept voor het gratis vaccin Ė dit moet je dan zelf ophalen bij je apotheek en meenemen naar de afspraak.
    Betaal je zelf voor de griepprik dan bedragen de kosten circa vijfentwintig tot veertig euro.
    Informeer voor een eventuele vergoeding bij je werkgever en/of zorgverzekeraar.

    Cfr. : http://www.kruidvatgezondheidsnet.nl:80/stimuleer-je-afweer/artikelen/553/de-griepprik-iets-voor-jou


    Cfr. ook :

    1. Campagne griepprik van start
      Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 25-09-07

      Huisarten beginnen in de eerste week van oktober met vaccineren tegen de griep.
      In oktober en november krijgen zoals elk jaar bijna 3 miljoen mensen de griepprik.
      Het gaat daarbij om mensen van 65 jaar en ouder en personen met een verhoogd risico voor griep.
      Van hun huisarts ontvangen zij de uitnodiging voor de griepvaccinatie.
      Via een postercampagne en radiospotjes wordt de doelgroep extra attent gemaakt op de campagne.
      Het Centrum voor Bevolkingsonderzoek is verantwoordelijk voor de landelijke coŲrdinatie van het Nationaal Programma Grieppreventie.
      Speciaal voor risicogroepen
      Voor de meeste mensen is griep slechts een vervelende ziekte.
      Maar sommigen hebben een verhoogd risico: voor hen kan de griep zeer ernstige gevolgen hebben.
      Zij krijgen daarom van de huisarts een uitnodiging om de gratis griepprik te halen.
      Deze zogenaamde 'risicogroep' bestaat in grote lijnen uit mensen met :
      -
      Hartziekten - Dit zijn veelal mensen die een hartaanval gehad hebben, die hartklachten hebben (zoals hartritmestoornissen) of die een hartoperatie hebben ondergaan.
      -
      Longziekten - Bijvoorbeeld : astma, chronische bronchitis of longemfyseem.
      -
      Nierziekten - Vooral als de nieren onvoldoende capaciteit hebben (dus niet bij nierstenen).
      -
      Diabetes (suikerziekte) - Niet alleen de mensen die insuline spuiten, maar ook de mensen die tabletten met bloedsuikerverlagende middelen gebruiken.
      -
      Furunculose (steenpuisten) - Niet alleen de mensen die zelf last hebben van terugkerende en ernstige steenpuisten, maar ook de andere leden van het gezin.
      -
      Beenmergtransplantatie - Mensen die recent een beenmergtransplantatie hebben ondergaan.
      -
      HIV - Mensen die geÔnfecteerd zijn met HIV.
      -
      Verminderde afweer tegen infecties - Dit betreft vooral mensen met bloedkanker en mensen met kanker die cytostatica en/of bestralingen krijgen.
      Verder omvat de risicogroep :
      - alle 65-plussers
      - kinderen vanaf zes maanden tot achttien jaar die langdurig salicylaten, zoals aspirine, gebruiken
      - verstandelijk gehandicapten die in een instelling voor verstandelijk gehandicapten verblijven.
      Als u tot de risicogroep behoort en u heeft eind oktober nog geen uitnodiging van uw huisarts ontvangen, kunt u het beste contact opnemen met uw huisarts.
      Neem altijd contact op met uw huisarts als u zich erg ziek voelt.
      Kijk voor meer informatie over medicijnen bij 'Griep voorkomen & genezen' op :
      http://www.rivm.nl/griepprik/griep/voorkomen/index.jsp -.
      Uitnodiging voor gratis griepprik
      Voor mensen die tot de risicogroep behoren, en die door de huisarts zijn uitgenodigd, is de griepprik gratis.
      De kosten van het bezoek aan de huisarts en van het vaccin worden gefinancierd uit de Rijksbegroting.
      Geen uitnodiging
      Als u niet tot een van de risicogroepen behoort, ontvangt u geen uitnodiging van de huisarts voor de griepprik.
      Uiteraard kunt u wel aan de huisarts vragen of u ook een griepprik kunt krijgen.
      Als de huisarts dat wil doen, moet u zelf de kosten betalen van ťťn of twee contacten met de huisarts (zo'n 35 euro) plus het vaccin (zo'n 25 euro).
      In sommige gevallen vergoedt de zorgverzekeraar deze kosten.
      Om te weten of dit voor u van toepassing is, kunt u de verzekeringsvoorwaarden van uw zorgverzekering doorlezen of uw zorgverzekeraar bellen.
      Het kan ook zijn dat uw werkgever de griepprik aanbiedt.
      Oktober en november
      Omdat het griepvirus verandert in de loop van het jaar, is het nodig elk jaar de griepprik te halen.
      U kunt dit het beste doen in oktober of november, omdat uw lichaam dan voldoende tijd heeft om antistoffen aan te maken tegen het griepvirus dat verwacht wordt.
      De griepepidemie begint soms al in december.
      Aan het begin van een epidemie kan het nog wel zinvol zijn u snel tegen griep te laten inenten.
      Cfr. :
      http://www.rivm.nl/griepprik/waarom/index.jsp

    2. Griep - Voorkomen & genezen
      - Griep kunt u het beste uitzieken -

      Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), (laatste wijziging) 14-12-2005
      Cfr. :
      http://www.rivm.nl/griepprik/griep/voorkomen/index.jsp

    3. Griep 2007-2008 - Veelgestelde vragen over griepvaccinatie
      Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL), (laatst aangepast) 08-10-2007
      Wie krijgt een griepprik ?

      Een griepprik wordt aanbevolen voor de volgende groepen mensen : personen ouder dan 65 jaar, diabetici, volwassenen en kinderen met chronische ziekten (o.a. hart, long en nierziekten).
      Ook wordt de griepprik aanbevolen voor personen die veel in aanraking komen met bovengenoemde groepen, zoals medische en verplegende staf.
      Voor personen met een ernstige allergie voor kippeneieren, vrouwen in het eerste trimester van de zwangerschap en babies jonger dan 6 maanden wordt de griepprik afgeraden.
      Waarom wordt niet iedereen gevaccineerd tegen griep ?
      Voor jonge, gezonde volwassenen vormt griep geen gevaar, deze groep hoeft dan ook niet gevaccineerd te worden.
      Moet ik betalen voor de griepprik ?
      Voor mensen die tot de risicogroep behoren en die door de huisarts zijn uitgenodigd, is de griepprik gratis.
      De kosten van het bezoek aan de huisarts en van het vaccin worden gefinancierd op basis van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
      Zie voor de organisatie en financiering van de jaarlijkse griepvaccinatiecampagne de CVZ-themasite 'Tijd voor de griepprik'
      Waarom wordt het aanbevolen elk jaar een griepprik te halen?
      De hoeveelheid antilichamen na de vaccinatie neemt in de loop van de tijd af.
      Op een gegeven moment zijn er te weinig antilichamen om adequate bescherming te bieden.
      Daarnaast ondergaat het griep virus regelmatig kleine genetische veranderingen en de afweer verkregen door eerdere infecties of de vaccinatie van het vorige jaar beschermen niet noodzakelijkerwijs tegen gemuteerde griep virussen.
      Omdat het virus verandert, moet het vaccin elk jaar aangepast worden aan de meest recente virus typen.
      Hoe bepaalt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) welke virus typen in het vaccin komen ?
      Een netwerk van laboratoria over de hele wereld geeft de vier WHO samenwerkende centra voor griep (Atlanta, Londen, Melbourne en Tokio) de mogelijkheid de circulerende virussen te identificeren.
      De vaccins worden elk jaar aangepast zodat de meest recente griep virussen in het vaccin voor het volgende jaar zitten.
      Waar bestaat het griepvaccin uit ?
      Het griepvaccin bevat in het algemeen drie verschillende typen geÔnactiveerd virus.
      De virussen worden gekweekt in bevruchte kippeneieren, vervolgens gedood en gezuiverd alvorens het vaccin wordt gemaakt.
      Globaal genomen levert 1 ei genoeg virus voor 1 vaccin dosis.
      Geeft de griepprik bijwerkingen ?
      De meest voorkomende bijwerking van de griepprik is roodheid en pijn op de plaats van injectie.
      Daarnaast kunnen in enkele gevallen lichte koorts en pijnlijke spieren optreden.
      Hoe werkt de bescherming van de griepprik ?
      Na de vaccinatie begint het afweersysteem met de productie van antilichamen tegen de virale eiwitten uit het vaccin.
      Als vervolgens blootstelling met het echte virus plaatsvindt, binden de antilichamen zich aan binnendringende griep virussen zodat deze geŽlimineerd kunnen worden en het weefsel geen schade (meer) oploopt.
      Hierdoor worden mensen niet ziek of zijn de klachten minder ernstig.
      Wanneer moet je gevaccineerd worden ?
      Het is lastig om aan te geven wat precies het beste moment voor de griepprik is aangezien het begin van de jaarlijkse epidemie elk jaar varieert.
      In de noordelijke hemisfeer is de beste tijd om gevaccineerd te worden van midden september tot begin november.
      Hoe effectief is het griep vaccin ?
      De effectiviteit van vaccinatie is afhankelijk van het afweersysteem van het individu, de leeftijd van de persoon die gevaccineerd wordt, de gelijkenis van het virus in het vaccin met virussen die circuleren in de populatie, het (sub)type van het virus en de tijd tussen vaccinatie en blootstelling aan het griep virus.
      Deze factoren maken het moeilijk te zeggen hoe effectief het griep vaccin is.
      In het algemeen, voorkomt vaccinatie ziekte in ongeveer 70% van de jong volwassenen, voor ouderen ligt dit percentage lager.
      Kun je griep krijgen als je gevaccineerd bent ?
      Het is mogelijk dat (met name ouderen) mensen toch griep krijgen terwijl ze gevaccineerd zijn (cfr. ook de vorige vraag).
      Echter, voor diegenen die toch geÔnfecteerd worden na de griepprik, is de ziekte meestal minder ernstig en leidt deze minder vaak tot ziekenhuisopname of de dood.
      Wat is de samenstelling van het griep vaccin voor het jaar 2007/2008 ?
      De samenstelling voor het 2007-2008 griepseizoen (noordelijke hemisfeer) bevat de volgende drie griep virussen :
      -
      A/Solomon Islands/3/06 (H1N1) (nieuw)
      - A/Wisconsin/67/05 (H3N2)
      - B/Malaysia/2506/04.
      Wat was de samenstelling van het griep vaccin voor het jaar 2006/2007 ?
      De samenstelling voor het 2006-2007 griepseizoen (noordelijke hemisfeer) bevatte de volgende drie griep virussen :
      -
      A/New Caledonia/20/99(H1N1)-like strain
      - A/Wisconsin/67/2005 (H3N2)-like strain
      - B/Malaysia/2506/2004-like strain.
      Cfr. :
      http://www.nivel.nl/oc2/page.asp?PageID=512

    4. Griepprik al vanaf 60 jaar
      Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport - Nieuwsbericht, 10 juli 2007
      De leeftijdsgrens voor de griepprik gaat vanaf najaar 2008 omlaag van 65 naar 60 jaar

      Minister Klink neemt hiermee de aanbeveling over van de Gezondheidsraad, die hem in maart dit jaar adviseerde om de doelgroep van het nationale griepprogramma te verruimen.
      Uit onderzoek is namelijk gebleken dat griep ook bij gezonde mensen op jongere leeftijd Ė met name tussen 60 en 65 jaar Ė kan leiden tot meer huisartsenbezoeken, ziekenhuisopnames en sterfte.
      Zorgpersoneel
      De vaccinatie van werknemers in de zorg acht Klink een verantwoordelijkheid van de werkgever.
      Hij ziet geen reden deze doelgroep op te nemen in de griepcampagne.
      Omdat deze groep in zijn werk wel in contact komt met patiŽnten met een hoog risico op complicaties van griep, vindt Klink dat er wel betere voorlichting moet komen over het belang van de griepprik.
      Hij zal overleggen met relevante koepelorganisaties om te bepalen welke voorlichtingsstrategie kans van slagen heeft.
      Gezinsleden
      De Gezondheidsraad had de minister ook geadviseerd om gezinsleden te vaccineren van mensen die een Ďzeer hoogí risico lopen op ernstige ziekte bij griep Ė cfr. :
      http://www.minvws.nl/kamerstukken/pg/2007/standpunt-op-advies-gezondheidsraad-griepvaccinatie-herziening-van-de-indicatiestelling.asp -.
      Dit advies neemt Klink nu niet over.
      ďEr is onvoldoende bekend over de veiligheid en de doelmatigheid van een dergelijke interventieď, schrijft hij aan de Kamer.
      Cfr. :
      http://www.minvws.nl/nieuwsberichten/pg/2007/griepprik-60-jaar.asp



    Influenza ó The Goal of Control

    John D. Treanor, M.D. - New England Journal of Medicine, Volume 357:1439-1441 October 4, 2007, Number 14

    Dr. Treanor reports receiving consulting fees from Alpha Vax, Dynavax, GlaxoSmithKline and Powdermed and grant support from ID Biomedical/GSK, Merck, Protein Sciences, Wyeth and Sanofi Pasteur. He is a member of the Advisory Committee on Immunization Practices. No other potential conflict of interest relevant to this article was reported.

    Annual administration of inactivated influenza vaccine to older adults has long been recommended by public health authorities.
    The risks of influenza-related complications, hospitalizations and deaths increase with age, as does the prevalence of underlying medical conditions.
    Prospective, randomized, controlled studies have demonstrated that inactivated vaccine is protective against laboratory-confirmed influenza in young adults and, according to much more limited data, in older adults as well.

    Since the vaccine reduces the risk of influenza, it would be reasonable to expect that vaccination would also reduce the risks of influenza-related complications in recipients.
    Demonstrating this type of effect in a prospective, randomized, placebo-controlled trial in the elderly would be extremely difficult.
    An alternative approach is to use health care databases in which information about vaccine status can be linked to outcomes such as hospitalizations and death.
    Such studies have consistently shown that influenza vaccination in the elderly is associated with substantial reductions in the risk of wintertime or seasonal pneumonia-related and influenza-related hospitalizations and deaths.
    Surprisingly, vaccination is also associated with reductions in deaths from any cause and with reductions in the rates of heart attack and stroke.
    The implications of these studies are not only that the vaccine is effective in the elderly but also that influenza must account, either directly or indirectly, for a substantial proportion of all the wintertime deaths in the elderly.

    From 1988 to 1992, the Health Care Financing Administration performed a demonstration project in which influenza vaccination was provided free in certain communities and not in others and influenza-related morbidity and mortality were compared.
    This project concluded that influenza vaccination was a beneficial and cost-saving intervention in the elderly and in 1993, influenza vaccine became a covered benefit under Medicare Part B.
    Because of improved funding and also because of the increasing evidence of vaccine effectiveness, the proportion of all persons over 65 years of age in the United States who received influenza vaccine increased between 1986 and 1996 from about 30% to more than 60%.

    Given the demonstrated effectiveness of the vaccine, one might have expected that as the rates of vaccination increased, there would be a corresponding decrease in flu-related hospitalizations and deaths.
    Instead, the opposite has occurred, with winter hospitalizations and deaths increasing during this period.
    There are many possible explanations for this phenomenon, but this observation has called into question previous studies showing large effects on the rates of death from any cause.
    Many of the previous cohort studies have been limited in that they analyzed only one or two seasons or were conducted at a single site, since reported morbidity due to influenza may vary significantly by season and region.
    The study reported by Nichol et al. in this issue of the Journal addresses many of these concerns and increases our confidence in the benefits of influenza vaccination for older adults.

    The investigators analyzed the effect of influenza vaccination during 10 influenza seasons in three geographically different health maintenance organizations (HMOs).
    Overall, these HMOs had vaccination rates of about 58%, although whether this rate changed over the course of the seasons analyzed is not reported.
    After controlling for covariates, Nichol et al. found that vaccination was associated with an average reduction of 27% in the risk of hospitalization for pneumonia or influenza during influenza seasons and with a 48% decrease in the risk of death from any cause.
    Reductions in risk associated with vaccination were observed during multiple influenza seasons, including seasons dominated by influenza H3, H1 or B viruses and were similar among the three participating HMOs.
    The only exceptions were slight decreases in the effectiveness against hospitalizations in the 2 years when there was an antigenic mismatch between the vaccine and the predominant circulating virus.
    These results convincingly dispel concerns that the previous studies were artifacts of a specific influenza season or unique population.

    A more difficult issue to deal with is the potential for confounding by factors not included in the database.
    A major factor would be functional status.
    For example, those who were very frail might be less likely to receive vaccine but might also be much more likely to die during the subsequent winter.
    Or, persons who choose to be vaccinated might also be those who are more compliant with medications, exercise regularly or are more likely to seek medical care early in an illness.
    The vaccinated group would then have a lower mortality rate, but it would not specifically be the result of vaccination.

    If this type of bias regarding healthy vaccinees were present, then the relative protection should persist in the summer months, when influenza is not present.
    A previous study using a managed-care database showed such an effect, suggesting that a healthy-vaccinee bias does affect the estimates of the efficacy of influenza vaccine.
    However, in the current study there was no difference in summertime hospitalizations.
    This is consistent with a study that used the instrumental variable method to control for self-selection and also showed significant benefit of influenza vaccine against influenza-related hospitalization.
    Another feature that suggests that the protective effect is real is that it varies by the degree to which the vaccine and epidemic strain match.

    Nichol et al. have also determined that if an undetected confounder were present, it would have to be very prevalent and have a large effect to account for the effectiveness demonstrated in the study.
    Using a sensitivity analysis, they showed that even if a factor present in 60% of the population had the effect of decreasing the rate of vaccination by 50%, while also increasing the risk of influenza outcomes by a factor of 3, vaccination would still have a relative effectiveness of at least 7% for hospitalization and 33% for death.

    Overall, this study provides additional support for the current strategy to vaccinate elderly adults.
    The methodologic issues are important to debate and doubt about the precise magnitude of the benefit of vaccination in this age group remains.
    However, there is no doubt that influenza is harmful and that the vaccine is beneficial and should be used widely.
    At the same time, it is clear that inactivated influenza vaccine is not a perfect solution to the problem.
    About half of the wintertime hospitalizations and deaths observed in this study occurred in the vaccinated population.
    Some of these deaths were probably due to other viruses, such as respiratory syncytial virus, that can mimic influenza, but many probably represent vaccine failures.
    Influenza vaccine is less immunogenic and probably less effective, in older persons than in young healthy adults and the development of safe but more immunogenic and effective vaccines for the elderly is an important goal.

    In the meantime, influenza cannot develop in elderly persons if they are not exposed to influenza virus from others.
    Elderly persons have frequent contact with health care workers and others in the health care system.
    Those people often report to work even when they are not feeling well and can easily serve as vehicles of doom for their unsuspecting patients.
    This is why the extraordinarily low rates of vaccination of health care workers in the United States are so appalling.
    The implementation of programs that bring the vaccine directly to the workplace, as well as of policies that require mandatory vaccination (with informed declination), can markedly increase vaccination rates and should be considered by all health care institutions.

    The most intriguing possibility is that high vaccination rates among the general population, particularly among children, might interrupt transmission and provide secondary protection to those who cannot be protected directly by vaccination.
    A similar phenomenon has been observed for pneumococcal disease.
    It has been suggested that vaccination of children results in reduced rates of influenza in the elderly.
    Although these studies are not definitive, they may be pointing toward a more effective strategy.
    Ultimately, the key to optimal control of the devastating effects of influenza in elderly persons may be found in our ability to effectively vaccinate the youngest members of the population.

    Cfr. : http://content.nejm.org/cgi/content/full/357/14/1439


    Cfr. also :

    1. Antibody response to influenza vaccination in the elderly - A quantitative review
      Goodwin K, Viboud C, Simonsen L - Vaccine 2006;24:1159-1169
      [CrossRef][ISI][Medline]

    2. Assessing the sensitivity of regression results to unmeasured confounders in observational studies
      Lin DY, Psaty BM, Kronmal RA - Biometrics 1998;54:948-963. 
      [CrossRef][ISI][Medline]

    3. Benefits of influenza vaccination for low-, intermediate- and high-risk senior citizens
      Nichol KL, Wuorenma J, Von Sternberg T - Arch Intern Med 1998;158:1769-1776
      [Free Full Text]

    4. Benefits of influenza vaccine in US elderly - Appreciating issues of confounding bias and precision
      Hak E, Hoes AW, Nordin J, Nichol KL - Int J Epidemiol 2006;35:800-802. 
      [Free Full Text]

    5. Benefits of influenza vaccine in US elderly - New studies raise questions
      Glezen WP, Simonsen L - Int J Epidemiol 2006;35:352-353. 
      [Free Full Text]

    6. Clinical effectiveness of influenza vaccination in Manitoba
      Fedson DS, Wajda A, Nicol JP, Hammond GW, Kalser DL, Roos LL Ė JAMA 1993;270:1956-1961. [Erratum, JAMA 1994;271:1578.] 
      [Abstract]

    7. Confounding by indication in non-experimental evaluation of vaccine effectiveness - The example of prevention of influenza complications
      Hak E, Verheij TJ, Grobbee DE, Nichol KL, Hoes AW - J Epidemiol Community Health 2002;56:951-955. 
      [Free Full Text]

    8. Decline in invasive pneumococcal disease after the introduction of protein-polysaccharide conjugate vaccine
      Whitney CG, Farley MM, Hadler J et al. - N Engl J Med 2003;348:1737-1746.
      [Free Full Text]

    9. Development and validation of a clinical prediction rule for hospitalization due to pneumonia or influenza or death during influenza epidemics among community-dwelling elderly persons
      Hak E, Wei F, Nordin J, Mullooly J, Poblete S, Nichol KL - J Infect Dis 2004;189:450-458. 
      [CrossRef][ISI][Medline]

    10. Development and validation of a functional morbidity index to predict mortality in community-dwelling elders
      Carey EC, Walter LC, Lindquist K, Covinsky KE - J Gen Intern Med 2004;19:1027-1033. 
      [CrossRef][ISI][Medline]

    11. Development and validation of a prognostic index for 1-year mortality in older adults after hospitalization
      Walter LC, Brand RJ, Counsell SR et al. - JAMA 2001;285:2987-2994. 
      [Free Full Text]

    12. Development and validation of a prognostic index for 4-year mortality in older adults
      Lee SJ, Linkdquist K, Segal MR, Covinsky KE - JAMA 2006;295:801-808
      [Free Full Text]

    13. Diabetes trends in the US - 1990-1998
      Mokdad AH, Ford ES, Bowman BA et al. - Diabetes Care 2000;23:1278-1283
      [Free Full Text]

    14. Different approaches to influenza vaccination
      Fukuda K, Kieny MP - N Engl J Med 2006;355:2586-2587. 
      [Free Full Text]

    15. Does the addition of functional status indicators to case-mix adjustment indices improve prediction of hospitalization, institutionalization and death in the elderly ?
      Mayo NE, Nadeau L, Levesque L, Miller S, Poissant L, Tamblyn R - Med Care 2005;43:1194-1202. 
      [CrossRef][ISI][Medline]

    16. Ecologic studies in epidemiology - Concepts, principles and methods
      Morgenstern H - Annu Rev Public Health 1995;16:61-81
      [CrossRef][ISI][Medline]

    17. Effectiveness of Influenza Vaccine in the Community-Dwelling Elderly
      Kristin L. Nichol, M.D., M.P.H., M.B.A., James D. Nordin, M.D., M.P.H., David B. Nelson, Ph.D., John P. Mullooly, Ph.D., and Eelko Hak, Ph.D. - New England Journal of Medicine -
      nejmtoc@nejm.org - Volume 357:1373-1381, October 4, 2007, Number 14
      Background
      Reliable estimates of the effectiveness of influenza vaccine among persons 65 years of age and older are important for informed vaccination policies and programs.
      Short-term studies may provide misleading pictures of long-term benefits and residual confounding may have biased past results.
      This study examined the effectiveness of influenza vaccine in seniors over the long term while addressing potential bias and residual confounding in the results.
      Methods
      Data were pooled from 18 cohorts of community-dwelling elderly members of one U.S. health maintenance organization (HMO) for 1990Ė1991 through 1999Ė2000 and of two other HMOs for 1996Ė1997 through 1999Ė2000.
      Logistic regression was used to estimate the effectiveness of the vaccine for the prevention of hospitalization for pneumonia or influenza and death after adjustment for important covariates.
      Additional analyses explored for evidence of bias and the potential effect of residual confounding.
      Results
      There were 713,872 person-seasons of observation.
      Most high-risk medical conditions that were measured were more prevalent among vaccinated than among unvaccinated persons.
      Vaccination was associated with a 27% reduction in the risk of hospitalization for pneumonia or influenza (adjusted odds ratio, 0.73; 95% confidence interval [CI], 0.68 to 0.77) and a 48% reduction in the risk of death (adjusted odds ratio, 0.52; 95% CI, 0.50 to 0.55).
      Estimates were generally stable across age and risk subgroups.
      In the sensitivity analyses, we modeled the effect of a hypothetical unmeasured confounder that would have caused overestimation of vaccine effectiveness in the main analysis; vaccination was still associated with statistically significant ó though lower ó reductions in the risks of both hospitalization and death.
      Conclusions
      During 10 seasons, influenza vaccination was associated with significant reductions in the risk of hospitalization for pneumonia or influenza and in the risk of death among community-dwelling elderly persons.
      Vaccine delivery to this high-priority group should be improved.
      Cfr. :
      http://content.nejm.org/cgi/content/full/357/14/1373?query=TOC

    18. Effectiveness of influenza vaccine in the community-dwelling elderly
      Nichol KL, Nordin JD, Nelson DB, Mullooly JP, Hak E - N Engl J Med 2007;357:1373-1381
      [Free Full Text]

    19. Effectiveness of school-based influenza vaccination
      King JC, Stoddard JJ, Gaglani M et al. - N Engl J Med 2006;355:2523-2532
      [Free Full Text]

    20. Efficacy and effectiveness of influenza vaccines in elderly people Ė A systematic review
      Jefferson T, Rivetti D, Rivetti A, Rudin M, Di Pietrantonj C, Demicheli V - Lancet 2005;366:1165-1174. [Erratum, Lancet 2006;367:986
      [CrossRef][ISI][Medline]

    21. Estimating causal effects from large data sets using propensity scores
      Rubin DB - Ann Intern Med 1997;127:757-763. 
      [Free Full Text]

    22. Evidence of bias in estimates of influenza vaccine effectiveness in seniors
      Jackson LA, Jackson ML, Nelson JC, Neuzil KM, Weiss NS - Int J Epidemiol 2006;35:337-344
      [Free Full Text]

    23. Functional status is a confounder of the association of influenza vaccine and risk of all cause mortality in seniors
      Jackson LA, Nelson JC, Benson P et al. - Int J Epidemiol 2006;35:345-352
      [Free Full Text]

    24. Herd immunity in adults against influenza-related illnesses with the use of the trivalent-live attenuated influenza vaccine (CAIV-T) in children
      Piedra PA, Gaglani MJ, Kozinetz CA et al. - Vaccine 2005;23:1540-1548
      [CrossRef][ISI][Medline]

    25. Immunosenescence - Role and measurement in influenza vaccine response among the elderly
      Targonski PV, Jacobson RM, Poland GA - Vaccine 2007;25:3066-069
      [CrossRef][ISI][Medline]

    26. Impact of influenza vaccination on seasonal mortality in the US elderly population
      Simonsen L, Reichert TA, Viboud C, Blackwelder WC, Taylor RJ, Miller MA . Arch Intern Med 2005;165:265-272. 
      [Free Full Text]

    27. Influenza - The Goal of Control
      Treanor, J. D. (2007) - NEJM 357: 1439-1441 [
      Full Text]

    28. Influenza vaccination - Policy versus evidence
      Jefferson T - BMJ 2006;333:912-915. 
      [Free Full Text]

    29. Influenza vaccination and reduction in hospitalizations for cardiac disease and stroke among the elderly
      Nichol KL, Nordin J, Mullooly J, Lask R, Fillbrandt K, Iwane M - N Engl J Med 2003;348:1322-1332
      [Free Full Text]

    30. Influenza vaccination in the elderly - Impact on hospitalisation and mortality
      Nichol KL - Drugs Aging 2005;22:495-515. 
      [CrossRef][ISI][Medline]

    31. Influenza vaccine effectiveness among 50-64-year-old persons during a season of poor antigenic match between vaccine and circulating influenza virus strains - Colorado, United States, 2003-2004
      Herrera GA, Iwane MK, Cortese M et al. - Vaccine 2007;25:154-160
      [CrossRef][ISI][Medline]

    32. Influenza vaccine effectiveness in preventing hospitalizations and deaths in persons 65 years or older in Minnesota, New York and Oregon - Data from 3 health plans
      Nordin J, Mullooly J, Poblete S et al. - J Infect Dis 2001;184:665-670
      [CrossRef][ISI][Medline]

    33. Influenza-associated hospitalizations in the United States.
      Thompson WW, Shay DK, Weintraub E et al. - JAMA 2004;292:1333-1340
      [Free Full Text]

    34. Medicare influenza vaccine demonstration - Selected states, 1988-1992 (Final results-
      MMWR Morb Mortal Wkly Rep 1993;42:601-604. 
      [Medline]


    Lees verder : Deel II

    10-10-2007 om 21:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De griepprik, iets voor jou ? ---- Influenza - The Goal of Control - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  








    De griepprik, iets voor jou ?
    Influenza - The Goal of Control
     
    Deel II


    1. Meta-analyses in vaccinology
      Jacobson RM, Targonski PV, Poland GA - Vaccine 2007;25:3153-3159
      [CrossRef][ISI][Medline]

    2. Mortality associated with influenza and respiratory syncytial virus in the United States
      Thompson WW, Shay DK, Weintraub E et al. - JAMA 2003;289:179-186. 
      [Free Full Text]

    3. Patterns of influenza-associated mortality among US elderly by geographic region and virus subtype, 1968-1998
      Greene SK, Ionides EL, Wilson ML - Am J Epidemiol 2006;163:316-326. 
      [Free Full Text]

    4. Prevention and control of influenza - Recommendations of the Advisory Committee on Immunization Practice (ACIP), 2007
      MMWR Recomm Rep 2007;56:1-40
      [Medline]

    5. Prevention and control of influenza - Recommendations of the Advisory Committee on Immunization Practices (ACIP)
      Advisory Committee on Immunization Practices - MMWR Recomm Rep 2006;55:1-42 [Erratum, MMWR Morb Mortal Wkly Rep 2006;55:800.] 
      [Medline]

    6. Prevention of antigenically drifted influenza by inactivated and live attenuated vaccines
      Ohmit SE, Victor JC, Rotthoff JR et al. - N Engl J Med 2006;355:2513-2522
      [Free Full Text]

    7. Racial/ethnic disparities in influenza and pneumococcal vaccination levels among persons aged > or =65 years - United States, 1989-2001
      MMWR Morb Mortal Wkly Rep 2003;52:958-962. 
      [Medline]

    8. Relation of chronic disease and immune response to influenza vaccine in the elderly
      Gross PA, Quinnan GV Jr, Weksler ME, Setia U, Douglas RG Jr - Vaccine 1989;7:303-308. 
      [CrossRef][ISI][Medline]

    9. Relationship between the response to influenza vaccination and the nutritional status in institutionalized elderly subjects
      FulŲp T Jr, Wagner JR, Khalil A, Weber J, Trottier L, Payette H - J Gerontol A Biol Sci Med Sci 1999;54:M59-M64. 
      [Abstract]

    10. Requiring influenza vaccination for health care workers - Seven truths we must accept
      Poland GA, Tosh P, Jacobson RM - Vaccine 2005;23:2251-2255
      [CrossRef][ISI][Medline]

    11. Research Findings #15 - HMO Enrollment in the United States - Estimates Based on Household Reports, 1996
      Jessica S. Banthin, Ph.D., and Amy K. Taylor, Ph.D., Agency for Healthcare Research and Quality - Medical Expenditure Panel Survey (accessed September 7, 2007)
      Cfr. : , at
      http://www.meps.ahrq.gov/mepsweb/data_files/publications/rf15/rf15.shtml

    12. Respiratory syncytial virus in elderly and high-risk adults
      Falsey AR, Hennessey PA, Formica MA, Cox C, Walsh EE - N Engl J Med 2005;352:1749-1759. 
      [Free Full Text]

    13. Summary health statistics for US adults - National Health Interview Survey, 2004
      Lethbridge-Cejku M, Rose D, Vickerie J - Vital and health statistics. Series 10. No. 228. Washington, DC: Government Printing Office, 2006:table 19. (Accessed September 7, 2007)
      Cfr. :
      http://www.cdc.gov/nchs/data/series/sr_10/sr10_228.pdf

    14. The efficacy and cost effectiveness of vaccination against influenza among elderly persons living in the community
      Nichol KL, Margolis KL, Wuorenma J, Von Sternberg T - N Engl J Med 1994;331:778-784
      [Free Full Text]

    15. The efficacy of influenza vaccination in elderly individuals - A randomized double-blind placebo-controlled trial
      Govaert TM, Thijs CT, Masurel N, Sprenger MJ, Dinant GJ, Knottnerus JA - JAMA 1994;272:1661-1665. 
      [Abstract]

    16. The efficacy of influenza vaccine in elderly persons - A meta-analysis and review of the literature
      Gross PA, Hermogenes AW, Sacks HS, Lau J, Levandowski RA - Ann Intern Med 1995;123:518-527. 
      [Free Full Text]

    17. The instrumental variable method to study self-selection mechanism - A case of influenza vaccination
      Yoo B-K, Frick KD - Value Health 2006;9:114-122. 
      [CrossRef][ISI][Medline]

    18. The Japanese experience with vaccinating schoolchildren against influenza
      Reichert TA, Sugaya N, Fedson DS, Glezen WP, Simonsen L, Tashiro M - N Engl J Med 2001;344:889-896. 
      [Free Full Text]

    19. The unmet need in the elderly - Designing new influenza vaccines for older adults
      McElhaney JE - Vaccine 2005;23:Suppl 1:S10-S25
      [CrossRef][ISI][Medline]

    20. Trends in hospitalizations for pneumonia among persons aged 65 years or older in the United States, 1988-2002
      Fry AM, Shay DK, Holman RC, Curns AT, Angerson LJ - JAMA 2005;294:2712-2719. 
      [Free Full Text]

    21. Universal influenza vaccination in the United States : are we ready ? - Report of a meeting
      Schwartz B, Hinman A, Abramson J et al. - J Infect Dis 2006;194:Suppl 2:S147-S154
      [CrossRef][ISI][Medline]

    22. Universal vaccination of children against influenza - Are there indirect benefits to the community ? - A systematic review of the evidence
      Jordan R, Connock M, Albon E et al. - Vaccine 2006;24:1047-1062
      [CrossRef][ISI][Medline]

    23. Vaccines for preventing influenza in healthy adults
      Jefferson T, Rivetti D, Di Pietrantonj C, Rivetti A, Demicheli V - Cochrane Database Syst Rev 2007;2:CD001269-CD001269
      [Medline]

    24. Validation of self-report of influenza and pneumococcal vaccination status in elderly outpatients
      Mac Donald R, Baken L, Nelson A, Nichol KL - Am J Prev Med 1999;16:173-177
      [CrossRef][ISI][Medline]

    25. Virginia Mason Medical Center's mandatory vaccination campaign
      Presented at the Flu Summit, Atlanta, April 20, 2007. (Accessed September 13, 2007
      Cfr. :
      http://www.preventinfluenza.com/summits/2007/Session_Four/Hagar_2007.pdf

    10-10-2007 om 20:51 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Persoonlijke website voor chronisch zieken
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  





















    Persoonlijke website voor chronisch zieken

    Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL),
    30 augustus 2007


              Veel chronisch zieken vinden het een goed idee om een eigen plek op internet te krijgen met diensten die zijn toegespitst op hun persoonlijke situatie.
    Ze willen er bijvoorbeeld hun medisch dossier kunnen inkijken.
    Tot deze ĎpatiŽntenportalí moeten ook hun artsen en partners toegang hebben.

    Van de chronisch zieken die internet gebruiken, zegt de helft bereid te zijn per jaar vijftig euro te betalen voor een dergelijke goed functionerende patiŽntenportal.
    Daarnaast zouden ook het ministerie van VWS of de zorgverzekeraars aan de financiering moeten bijdragen.
    Vooral de huisarts, specialist, fysiotherapeut, patiŽntenorganisatie en apotheker leveren volgens de chronisch zieken betrouwbare informatie die op de website te vinden moet zijn.


    Overzicht

    Er zijn in Nederland ruim anderhalf miljoen mensen met een chronische ziekte.
    Voor deze groep wil de Nederlandse PatiŽnten Consumenten Federatie (NPCF) - cfr. :
    http://www.npcf.nl/?id=131 -) een patiŽntenportal ontwikkelen en exploiteren.
    De site moet een overzicht geven van alle informatie over de zorg die ze nodig hebben en patiŽnten ook de mogelijkheid bieden gegevens te registreren en contact te hebben met lotgenoten.
    Het NPCF vroeg het NIVEL (Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg) Ė cfr. :
    http://www.nivel.nl/ - de behoefte aan een dergelijke website en wensen erover onder de chronisch zieken te peilen.


    Inzage in medische gegevens

    Het NIVEL benaderde telefonisch bijna 600 leden van het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (NPCG) Ė cfr. : http://www.nivel.nl/oc2/page.asp?PageID=8178 -.
    Ruim de helft (58%) maakte geen gebruik van internet.
    Een ruime meerderheid van de internetgebruikers zou via de site inzage willen hebben in de eigen medische gegevens en informatie voor de keuze van een behandeling, medisch specialist, ziekenhuis of zorgverzekering.


    Betrokken NIVEL project(en)


    SubsidiŽnt(en)


    Cfr. ook


    Cfr. :
    http://www.nivel.nl/ 

    10-10-2007 om 20:10 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Chronisch zieke mensen schreeuwen het uit
    Klik op de afbeelding om de link te volgen





     








    Chronisch zieke mensen schreeuwen het uit

    Ziekenzorg CM en Maandacht stellen ĎSchreeuw het uití voor, een luisterprogramma waarin vijf chronisch zieke mensen hun verhaal zingen.

    Zij brengen een verhaal over ziek zijn en wat dat met hen en hun omgeving doet.

    In 12 nieuwe liederen zingen ze over pijn, onmacht, verlies maar ook over heling, hoop, troost en tederheid.

    ĎSchreeuw het uití

    is een avondvullend programma waar de nummers uit de nieuwe cd gebracht worden, naast heel wat bekende kleinkunstliedjes rond dit thema.
    De zangers worden live begeleid door professionele muzikanten.


    Meer informatie

    Waar ?

    Scherpenheuvel
    Den Egger
    August Nihoulstraat 74
    Tel. : 013 46 06 50

    Wanneer

    16 & 17 november

    Vrijdag 16 november om 14u30
    Zaterdag 17 november om 19 u

    Inkom
    3 euro

    Tickets en reservatie
    Ziekenzorg CM Leuven
    Michel Adams Ė Tel. : 016 35 96 86

    *

    Opmerking

    Ook in
     
    Heist o/d Berg
    organiseert CM (Mechelen) een gelijkaardige avond
    op
     15 november 2007 (20u)
    in CC Zwanenberg te Heist o/d Berg
    Tickets (5 euro) en reservatie : Sofie Vanzaelen
    Tel. : 02 246 47 73 Ė E-mail :
    sofie.vanzaelen@cm.be


    Voor chronisch zieke mensen is het '5 na 12' !



    Schreeuw het uit

    Een initiatief van Ziekenzorg CM & Maandacht vzw
    (laatste update 12 maart 2006)


    Ziekenzorg CM realiseert, in samenwerking met Maandacht Ė cfr. :
    http://www.maandacht.be/ -, het liedjesprogramma ĎSchreeuw het uití.
    In ĎSchreeuw het uití zingen chronisch zieke mensen hun verhaal en brengen zij eigen nummers en covers, maar allemaal met als thema ziek-zijn, pijn, onmacht, verlies maar ook over kracht, heling, humor, hoop en troost.

    Het wordt een programma met liedjes over alle emoties dat ziek-zijn met zich meebrengt.
    Een afwisseling van tedere liedjes, met humoristische liederen, nummers die een aanklacht zijn, die de woede en frustratie verwoorden of die getuigen van de kracht van lotgenoten.

    Zieke mensen schreeuwen het uit, zodat iedereen het kan horen !!

    De chronisch zieke artiesten worden bijgestaan door professionele zangers en een live band.
    Samen maken zij een liedjesprogramma van ongeveer anderhalf uur, dat op tournee gaat door Vlaanderen.

    Cfr. : http://www.maandacht.be/schreeuwhetuit/



    'Schreeuw het uit'

    Radio 2


    Ziekenzorg CM organiseert in samenwerking met de organisatie Maandacht het liedjesprogramma 'Schreeuw het uit'.
    Van dit project is ook een CD gemaakt en dat album is onze plaat van de week.

    In 'Schreeuw het uit' zingen 5 chronisch zieke mensen over hun verhaal.
    Het wordt een programma met liedjes over alle emoties dat ziek-zijn met zich meebrengt.
    Een afwisseling van tedere liedjes, met humoristische liedjes, nummers die een aanklacht zijn of muziek die de woede en frustratie verwoorden waarmee ze zitten.

    De chronisch zieke artiesten worden bijgestaan door professionele zangers(ondermeer Wigbert) en een live band.

    Intussen is er van de tournee ook een CD gemaakt (ný te verkrijgen via : http://www.ziekenzorg.be/cmz/nl/100/acties_en_evenementen/schreeuw_het_uit/cd_schreeuw_het
    _uit.
    jsp?ComponentId=30625&SourcePageId=23067
    -).


    Albrecht Wauters (Radio 2) praat deze week met de organisatoren en artiesten achter dit project :

    Cfr. : http://radio2.be/detailpagina.cfm?id=11336&programma=degrotebeer



    Voor chronisch zieke mensen is het '5 na 12'

    ©Ziekenzorg CM VZW, maart 2007


    Op zondag 4 maart 2007 bezochten talrijke delegaties van Ziekenzorg CM alle federale parlementsleden.
    Met de dwingende vraag zich na de verkiezingen van juni 2007 te engageren voor een beter inkomen voor chronisch zieke mensen.
    Want dit is niet alleen veel te laag, ook de uitgaven van chronisch zieke mensen zijn vaak zeer hoog, waardoor vele van hen op de grens van de armoede leven.
    Voor deze mensen is het Ď5 na 12í, hoog tijd om hun inkomenssituatie aanzienlijk te verhogen en zo leefbaar en welvaartsvast te maken.

    Het is niet de eerste keer dat Ziekenzorg CM actie onderneemt om deze problematiek aan de kaak te stellen.

    Op 24 februari 2002, nu 5 jaar geleden, voerde Ziekenzorg CM reeds een actie naar alle federale parlementsleden met de vraag om onze eisen op de agenda in hun partij te zetten en de belangen van chronisch zieke mensen te verdedigingen in het parlement.
    De actie kreeg de sprekende naam Ď5 voor 12í.
    Het was ons inziens dringend tijd om werk te maken van een meer leefbare situatie voor chronisch zieke mensen. 67% van de parlementsleden deelden onze mening en tekenden een engagementsverklaring om dit te doen.


    Geen stap vooruit

    Op 18 november 2006 organiseerde ziekenzorg CM samen met de refertewerking een Trefdag voor chronisch zieke mensen.
    Tijdens deze dag werd de aandacht toegespitst op 2 themaís die chronisch zieke mensen nauw aan het hart ligge
    n, namelijk :

    De invaliditeitsuitkeringen zijn laag en liggen vaak onder het Europese gemiddelde.
    De medische uitgaven blijven hoog, ondanks de vele initiatieven, zo blijkt uit onderzoek van CM in samenwerking met Ziekenzorg CM.
    Deze elementen - lage inkomsten en hoge uitgaven - zorgen er samen voor dat chronisch zieke mensen het heel moeilijk hebben.

    Tijdens de Trefdag werd ook de balans opgemaakt van 10 jaar belangenbehartiging in Ziekenzorg CM en de refertewerking.
    Ondanks alle initiatieven en acties is de situatie van chronisch zieke mensen er amper op vooruit gegaan.
    Er zijn een aantal initiatieven genomen Ė cfr. : 'Onvoldoende inspanningen' :
    http://www.ziekenzorg.be/cmz/nl/100/acties_en_evenementen/5_na_12/onvoldoende_inspanningen.
    jsp?ComponentId=32645&SourcePageId=31952
    -, onder andere tijdens de Ministerraad te Raversijde en in het kader van het overleg tussen werkgevers en werknemers in het najaar 2006.
    Deze zorgen echter niet voor een welvaartsvast inkomen voor chronisch zieke mensen.
    Wij vragen ons af hoe dat komt ?!

    Naar aanleiding van de komende parlementsverkiezingen bezocht Ziekenzorg CM opnieuw alle Vlaamse federale verkozenen.
    Het hoogtepunt van de actie lag op 4 maart 2007.
    Opnieuw werd enerzijds de moeilijke inkomenssituatie onder de aandacht gebracht van de parlementsleden die we niet eerder bezochten.
    Anderzijds confronteerden we de verkozenen die we in 2002 reeds bezochten met hun eerder ondertekende engagementsverklaring.
    Vijf jaar na de vorige actie, vroeg Ziekenzorg CM meer dan louter een engagement om onze eisen te verdedigen. Ziekenzorg CM wil dat er ook iets gebeurd !
    De parlementsleden werd dan
    ook een engagement Ė cfr. : 'Wie ondertekende de engagementsverklaring ?' :
    http://www.ziekenzorg.be/cmz/nl/100/acties_en_evenementen/5_na_12/engagenmentsverklaring.jsp?ComponentId=32647&SourcePageId=31952 - gevraagd om de eisen van Ziekenzorg CM te verdedigen voor de partijprogrammaís, bij de vorming van het regeerakkoord en in de nieuwe legislatuur.

    Het is nu Ď5 na 12í !
    Tijd voor duidelijke actie.

    Cfr. : http://www.ziekenzorg.be/cmz/nl/100/acties_en_evenementen/5_na_12/index.jsp#

    05-10-2007 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.PatiŽnten met het Irritable Bowel Syndrome( IBS) hebben vaker last van migraine, fibromyalgie en depressie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  























    PatiŽnten met het Irritable Bowel Syndrome( IBS)
    hebben vaker last van migraine, fibromyalgie en depressie

    Dit blijkt uit onderzoek dat is verricht aan de Universiteit van Boston is gepubliceerd in BMC Gastroenterology.
    PatiŽnten met IBS hebben 60 procent vaker migraine, fibromyalgie of een depressie.
    Depressie kwam 40 procent meer voor, fibromyalgie kwam 80 procent meer voor en migraine 60 procent vaker.


    IBS-patiŽnten hebben vaker last van migraine

    HealthDirect, 03-10-2006 Ė Bron : BMC Gastroenterology 2006;6:26

    De prevalentie van migraine, fibromyalgie en depressie ligt hoger bij patiŽnten met het Irritable Bowl Syndrome (IBS) dan bij patiŽnten zonder deze aandoening, zo blijkt uit recent onderzoek dat is verschenen in BMC Gastroenterology.

    De auteurs identificeerde 97.593 IBS-patiŽnten uit een gezondheidsplan van de Verenigde Staten dat liep van 1996 tot 2002.
    De prevalentie van migraine, depressie en fibromyalgie in deze groep werd afgezet tegen de prevalentie van de aandoeningen in een willekeurige groep van 27.402 controlepersonen.
    De IBS-groep bleek een 60% grotere kans te hebben op het ontwikkelen van een van de drie aandoeningen in vergelijking met de controlegroep.
    Voor het ontwikkelen van migraine, depressie en fibromyalgie afzonderlijk bleken IBS-patiŽnten respectievelijk een 60, 40 en 80% grotere kans te hebben.
    In de berekening van de oddsratioís is zoveel mogelijk rekening gehouden met verstorende variabelen en de selectie van de patiŽnten binnen de cohorten, factoren die de resultaten mogelijk kunnen vertekenen.

    Cfr. : http://www.healthdirect.nl/view.cfm?template=nieuws&id=1562&website_id=92


    Migraine, fibromyalgia and depression among people with IBS - A prevalence study

    J Alexander Cole1,2, Kenneth J Rothman1,3, Howard J Cabral4 , Yuqing Zhang5 and Francis A Farraye6 - 1Department of Epidemiology, Boston University School of Public Health, Boston MA, USA - 2i3 Drug Safety, Auburndale, MA, USA - 3Divsion of Preventive Medicine, Boston University School of Medicine, Boston MA, USA - 4Department of Biostatistics, Boston University School of Public Health, Boston MA, USA - 5Clinical Epidemiology Research and Training Unit, Boston University School of Medicine, Boston MA, USA - 6Section of Gastroenterology, Boston University School of Medicine, Boston MA, USA - BMC Gastroenterology 2006 Ė Published : 28 September 2006
    Competing interests - The author(s) declare that they have no competing interests.
    Authors' contributions - JAC conceived of the study, conducted the analysis and drafted the manuscript - KJR participated in the design and helped to draft the manuscript - HJC participated in the analysis and helped to draft the manuscript - YZ participated in the analysis and helped to draft the manuscript - FAF participated in the design and helped to draft the manuscript - All authors read and approved the final manuscript.

    Abstract

    Background
    Case descriptions suggest IBS patients are more likely to have other disorders, including migraine, fibromyalgia and depression.
    We sought to examine the prevalence of these conditions in cohorts of people with and without IBS.

    Methods
    The source of data was a large U.S. health plan from January 1, 1996 though June 30, 2002.
    We identified all people with a medical claim associated with an ICD-9 code for IBS.
    A non-IBS cohort was a random sample of people with an ICD-9 code for routine medical care.
    In the cohorts, we identified all claims for migraine, depression and fibromyalgia.
    We estimated the prevalence odds ratios (PORs) of each of the three conditions using the Mantel-Haenszel method (cfr. :
    http://www.statsdirect.com/help/chi_square_tests/mh.htm -).
    We conducted quantitative sensitivity analyses to quantify the impact of residual confounding and in differential outcome identification.

    Results
    We identified 97,593 people in the IBS cohort and a random sample of 27,402 people to compose the non-IBS comparison cohort.
    With adjustment, there was a 60% higher odds in the IBS cohort of having any one of the three disorders relative to the comparison cohort (POR 1.6, 95% CI 1.5 Ė 1.7).
    There was a 40% higher odds of depression in the IBS cohort (POR 1.4, 95% CI 1.3 Ė 1.4).
    The PORs for fibromyalgia and migraine were similar (POR for fibromyalgia 1.8, 95% CI 1.7 Ė 1.9; POR for migraine 1.6, 95% CI 1.4 Ė 1.7).
    Differential prevalence of an unmeasured confounder or imperfect sensitivity or specificity of outcome detection would have impacted the observed results.

    Conclusion
    People in the IBS cohort had a 40% to 80% higher prevalence odds of migraine, fibromyalgia and depression.


    Background

    Irritable bowel syndrome (IBS) is a functional disorder of the gastrointestinal tract, which results in the clinical symptoms of altered bowel habits and abdominal pain [1,2].
    It is characterized by three specific forms: diarrhea-predominant, constipation-predominant and alternating between diarrhea and constipation.
    While there is no diagnostic instrument to screen and diagnose people with the condition, the Rome II criteria are the established method of diagnosis for inclusion in clinical trials and by some clinicians [3].

    People with IBS are reportedly more likely to have other disorders including migraine, fibromyalgia and depression.
    These disorders are known in some literature as "affective spectrum disorders" or "functional somatic syndromes" [4,5].
    This hypothesis, first proposed about fifteen years ago [4], was developed on the basis of observations that people treated with antidepressant therapy for these conditions responded favorably, since tricyclic antidepressants affect pain thresholds.
    Such findings promoted speculation that these disorders may actually be manifestations of the same underlying biologic mechanism.
    In an early study of this hypothesis that focused on people with fibromyalgia, 39% were found to have symptoms consistent with IBS, 45% had migraine and 42% had chronic fatigue syndrome [6].
    A more recent study showed a familial association among patients with major depressive disorder and fibromyalgia, IBS and migraine [7].
    Another study based on data from a Canadian clinic used latent class models to categorize reported symptoms from a survey and suggested that a single diagnostic entity could replace the separate diagnostic criteria used to define fibromyalgia, IBS, depression and chronic fatigue syndrome [8].
    Others have noted that the case definitions for each condition share similar diagnostic elements and that perhaps IBS could be alternatively diagnosed as fibromyalgia or migraine, if a person had sought medical care from a rheumatologist or neurologist instead of a gastroenterologist [5].
    Hypotheses surrounding fibromyalgia have been reinforced in data from a cross-sectional study in 1999 showing 32% of patients with IBS having symptoms of fibromyalgia, compared with 4% of patients without IBS [9].
    Results from a more recent study showed fibromyalgia occurring in 20% of patients with IBS [10].

    Data on the prevalence of depression in conjunction with IBS has been less clear.
    One study showed no association with psychological factors and health seeking behavior among IBS patients [11].
    In contrast, a review of previously published work showed comorbidity of depression, anxiety and somatoform disorders occurring in up to 94% of people with IBS [12].

    Although the hypothesis surrounding the prevalence of these three disorders in association with IBS has been previously explored, many published studies have been based on data from clusters of case reports or from small clinical practices.
    Further limitations in these studies have been the lack of a reference cohort and inability to fully control for potentially confounding variables.
    To address the validity concerns in previous research, we sought to examine the prevalence of other disorders, specifically migraine, fibromyalgia and depression in cohorts of people with IBS and without IBS.


    Methods

    Data source
    The context for this research was data from a large, national health insurance plan in the U.S.
    Coverage through the plan is available as an employment benefit and its members either are employed or are spouses and dependents of the employed subscriber.
    A research database contains automated insurance claims for medical services, including those provided by a physician or hospital, along with claims for prescriptions filled at an outpatient pharmacy.
    For this research, we used data from eight geographically diverse states with the largest concentration of health plan membership, primarily in the Midwest and south/southeastern United States.

    Study population
    We identified all people with at least one medical claim associated with a diagnosis of irritable bowel syndrome between January 1, 1996 and June 30, 2002.
    The ICD-9 CM code corresponding to a diagnosis of irritable bowel syndrome is 564.1 [13].
    To identify a group of people to serve as a comparison cohort, we identified a five percent simple random sample of all health plan enrollees that sought routine medical care with a physician and did not have an IBS diagnosis while enrolled with the health plan during the same period.
    The ICD-9-CM diagnosis code corresponding to a diagnosis of routine medical care is V70.0 [13].
    We created datasets of all medical claims for people in the IBS and comparison cohorts, including those related to physician and hospital services, along with all outpatient pharmacy dispensing claims and all dates of health plan enrollment.

    Identification of migraine, depression and fibromyalgia
    Among people in each of the two cohorts, we identified all medical and prescription claims relating to the occurrence of medical care for migraine, depression and fibromyalgia.
    To decrease the probability of including claims for diagnostic testing, where the ICD-9 code may not reflect a definitive diagnosis (i.e. a "rule-out" diagnosis), we developed operational definitions for each of the three conditions.
    The operational definitions were as follows : Medical care for migraine was defined as claims for a physician visit or hospitalization associated with a diagnosis for migraine and outpatient prescription claims associated with dispensing of an anti-migraine drug (ergot alkaloid or triptan).
    To be classified as having migraine, people were required to fulfill both the diagnosis and the prescription criteria.
    Medical care for depression was defined as claims for visits with a mental health provider associated with a diagnosis for depression.
    We defined medical care for fibromyalgia as claims for a physician visit or hospitalization associated with a diagnosis of fibromyalgia.

    Data analysis
    To accommodate the nature of the dynamic populations in this study and that migraine, fibromyalgia and depression are chronic diseases without clear dates of onset, in these data we calculated the prevalence of each of the conditions in the following manner.
    For each month of the study period, we created a series of three dichotomous variables indicating whether the person received medical care for migraine, depression or fibromyalgia, according to the operational definitions previously described.
    A person who fulfilled the operational definition for one of these conditions had the indicator variable for that variable flagged as one in that specific month.
    Once an individual fulfilled the operational definition in one of the months, all subsequent monthly indicator variables for that condition were flagged as one.
    The prevalence of each condition in the IBS and non-IBS cohorts was calculated as the fraction of people flagged with the condition as of the last month of the study period.
    Thus, for the purpose of estimating disease prevalence, a person with a short-lived depressive episode would be given the same weight as a person with depression lasting several years.
    To examine whether clustering any of the three conditions occurred in people, as has been suggested among people with IBS, we also calculated the prevalence of having two conditions and the prevalence of having all three conditions.
    For a measure of association, we used the prevalence odds ratio (POR).
    The crude prevalence odds ratio for each condition was calculated as the prevalence odds among the IBS cohort divided by the prevalence odds among the non-IBS cohort.

    Assessment of bias
    Information bias stemming from the use of medical claims to identify each of the three conditions was a potential problem.
    People in the IBS cohort may be greater consumers of health care and due to increased contact with health care providers, they could have a greater opportunity for a diagnosis of other diseases, including these three disorders.
    To address this source of possible bias, we created a variable representing the mean cost of all medical and pharmacy services reimbursed by the health plan during the study period per person-month of health plan enrollment and treated it like a confounding variable in the analysis.
    Cost of medical and pharmacy services has been used in previous studies using these data as a proxy measure for disease severity [14,15].
    Excluded from this cost measure was the cost of prescriptions and diagnoses associated with migraine, depression and fibromyalgia.
    We stratified people according to quintiles of the distribution of mean monthly total medical cost.
    We also considered the effects of age and sex as possible confounding variables.
    We calculated the summary estimate of the prevalence odds ratio across strata of age and sex using the Mantel-Haenszel method.

    Sensitivity analysis
    To quantify the possible effect of an unmeasured confounder on the observed prevalence odds ratios, we conducted quantitative sensitivity analyses based on simple methods [16].
    This analysis estimated prevalence odds ratios for migraine following adjustment for an unmeasured dichotomous confounder that varied in prevalence and varied in the degree of association with migraine.
    We calculated adjusted odds ratios assuming that the prevalence of the confounder in the IBS cohort ranged from 10% to 90% and that the odds ratio for the association between the unmeasured confounder and migraine varied from 2 to 10.
    We assumed that the prevalence of the unmeasured confounder in the non-IBS comparison cohort remained at 20%.
    In another sensitivity analysis, we quantified the effect of outcome misclassification on the prevalence odds ratios.
    Although we developed operational definitions to identify the three disorders in medical claims data, there may be clinical inconsistency in the diagnosis of these conditions.
    These inconsistencies could include false-positive or false-negative diagnoses by a clinician.
    Using fibromyalgia as an example, we varied the hypothesized sensitivity and specificity of the outcome to assess the effect of possible diagnosis error.
    In these calculations, we assumed that the sensitivity and specificity of fibromyalgia detection was non-differential between the IBS and non-IBS cohorts.
    We calculated simulated prevalence odds ratios accounting for the hypothesized levels of misclassification.

    Privacy and confidentiality
    All analyses and reporting for this research were performed using de-identified data with respect to Protected Health Information.
    Under the Health Insurance Portability and Accountability Act (HIPAA) of 1996, this research, using encrypted automated data, did not require approval by a Privacy Board or Institutional Review Board.


    Results

    Study population
    We identified 97,593 people in the IBS cohort and a random sample of 27,402 people to compose the non-IBS comparison cohort as a 5% random sample.
    The distribution of people in the two cohorts by age category and sex is shown in Table 1.
    Women constituted nearly 75% of the people in the IBS cohort, while about half of the people in the non-IBS cohort were women.
    The distribution of people in the two cohorts according to age category was nearly identical.

    Table 1. - Number of people in the IBS and non-IBS cohorts by age and sex, January 1996 through June 2002
    Cfr. :
    http://www.biomedcentral.com/1471-230X/6/26/table/T1

    Prevalence of migraine, fibromyalgia and depression
    The prevalence of migraine, fibromyalgia and depression in the IBS and the non-IBS comparison cohorts are shown in Table 2.
    The table shows the prevalence of all three conditions, the prevalence of people with two-way combinations of conditions and the prevalence of people with all three conditions.
    Among the IBS cohort, the prevalence of having at least one of the three disorders (migraine, depression or fibromyalgia) was 264 per 1,000 people.
    In contrast, the prevalence of having at least one disorder was 118 per 1,000 people in the non-IBS cohort, corresponding to a pooled difference in the prevalence between the two cohorts of 46 per 1,000 people (95% CI 42 Ė 51).
    In both cohorts, depression was the most prevalent condition, occurring in 128 per 1,000 people in the IBS cohort and 60 per 1,000 people in the comparison cohort (pooled prevalence difference 16 per 1,000, 95% CI 13 Ė 20).

    Table 2. - Prevalence of migraine, fibromyalgia and depression, IBS and non-IBS cohorts, January 1996 through June 2002
    Cfr. :
    http://www.biomedcentral.com/1471-230X/6/26/table/T2

    Adjusted prevalence odds ratios
    Crude and pooled prevalence odds ratios for the three disorders are shown in Table 3.
    For all odds ratios, adjustment for age, sex and the mean cost of medical services per person-month of health plan enrollment, substantially lowered the crude point estimate.
    Overall, people in the IBS cohort had a 60% higher odds of having one of the three conditions relative to the comparison cohort (pooled POR 1.6, 95% CI 1.5 Ė 1.7).
    For migraine, people in the IBS cohort had a 60% higher odds compared with people in the non-IBS cohort (pooled POR 1.6, 95% CI 1.4 Ė 1.7).
    The prevalence odds of fibromyalgia was 1.8-times greater in the IBS cohort relative to the comparison cohort (pooled POR 1.8, 95% CI 1.7 Ė 1.9).
    There was a 40% higher odds of depression in the IBS cohort relative to the comparison cohort (pooled POR 1.4, 95% CI 1.3 Ė 1.4).

    Table 3. - Prevalence odds ratios of migraine, fibromyalgia and depression, January 1996 through June 2002
    Cfr. :
    http://www.biomedcentral.com/1471-230X/6/26/table/T3

    Sensitivity analysis
    Results of the sensitivity analysis of adjustment for an unmeasured dichotomous confounder are depicted graphically in Figure 1.
    The crude odds ratio for migraine was 2.8 and the analysis showed that a null association would have been observed after adjustment if there had been both a substantial difference in the prevalence of the confounder between the IBS and non-IBS cohorts and a strong association between the confounder and migraine.
    For example, an adjusted odds ratio of 1.0 for migraine would have been observed if the prevalence of the confounder was 80% in the IBS cohort and the odds ratio between the confounder and migraine was 8.

    Figure 1. - Sensitivity analysis of adjustment for an unmeasured dichotomous confounder on the prevalence odds ratio for migraine * - * Assumes a confounder prevalence of 20% in the non-IBS cohort.
    Cfr. :
    http://www.biomedcentral.com/1471-230X/6/26/figure/F1

    Table 4 shows simulated crude prevalence odds ratios for fibromyalgia according to the hypothesized levels of non-differential sensitivity and specificity of outcome detection.
    The analysis indicated that imperfect sensitivity or specificity of fibromyalgia detection would have biased the observed prevalence odds ratio towards the null.
    The rows correspond to the hypothesized levels of sensitivity and the columns correspond to the hypothesized levels of specificity.
    The observed crude prevalence odds ratio was 3.0, which is shown in the cell with 100% sensitivity and 100% specificity.
    The observed prevalence odds ratio for fibromyalgia would have been somewhat biased towards the null if the sensitivity of detection was less than 100%.
    For example, if the sensitivity of fibromyalgia detection was 75% while the specificity remained 100%, the simulated crude prevalence odds ratio would be 3.1.
    Bias towards the null at a more substantial level would have been introduced if the specificity of detection was less than 100%.
    If the specificity of fibromyalgia detection was 98% while the sensitivity remained at 100%, the simulated crude prevalence odds ratio would have been 4.4.

    Table 4. - Simulated crude prevalence odds ratios for fibromyalgia according to hypothesized levels of observed non-differential sensitivity and specificity of outcome misclassification
    Cfr. :
    http://www.biomedcentral.com/1471-230X/6/26/table/T4


    Discussion

    Within a large, national health insurance plan, we identified a cohort of 97,593 people with IBS and a comparison cohort of 27,402 people that received routine medical services.
    Among people with IBS, the odds of having at least one of the three disorders was 60% greater compared with people without IBS.
    As suggested in previous research, we observed these three disorders to have a greater prevalence among people with IBS in comparison to those without IBS.
    The crude, unadjusted, comparisons of the IBS to the non-IBS cohort provide an expectation of the prevalence of diagnoses of migraine, depression and fibromyalgia in a group of people with IBS.
    This result can be useful for predicting use of health services, such as in an office setting.
    The adjusted results provide information relating to a causal effect of IBS and addresses whether having IBS increase the prevalence of these conditions.
    The prevalence odds ratios were pooled across strata of age, sex and quintile of the mean cost of medical services per person per month.
    The mean cost of medical services reflects the average consumption of health care services and was intended to serve as a proxy measure for disease severity.
    Although disease severity itself is not a confounder, it creates a source of information bias that acts like a confounding variable owing to differential disease surveillance.
    Adjustment for these variables shifted the direction of the prevalence odds ratios towards the null for all of the point estimates.
    While the prevalence odds ratios were still elevated in the direction of excess prevalence in the IBS cohort, it is possible that using another variable that represented direct clinical measurements of disease severity could have improved adjustment for confounding.
    Such a shift from crude to pooled odds ratios suggests that improved adjustment in confounding could have resulted in a null association.
    The sensitivity analyses illustrate some of the assumptions that underlie this study.
    Although residual confounding by an unmeasured variable can never be entirely ruled-out in epidemiologic research, the sensitivity analysis of adjustment for an unmeasured confounder indicated that the observed odds ratio would have been biased only if the prevalence of the confounding variable was extremely disproportionate between the IBS and non-IBS cohorts and if there was a strong association between the confounder and migraine.
    This variable could be a common physiologic pathway of IBS and migraine.
    The sensitivity analysis for misclassification of fibromyalgia showed that variation in the correspondence of the insurance claims to actual clinical diagnoses could introduce bias.
    Sensitivity of fibromyalgia detection would have a small effect on the observed odds ratio.
    Variation in the specificity of fibromyalgia detection, on the other hand, would have greater effect on the observed odds ratio, resulting in more substantial bias towards the null than variation in the sensitivity.
    In interpreting the main findings of this study, we assume there are no unmeasured confounding variables and that the sensitivity and specificity of outcome detection is 100%.
    The sensitivity analyses, however, illustrate how violations of these assumptions could lead to a change in the interpretation of the results.
    The interpretation could change to one of no association between the IBS and non-IBS cohorts, if the presence and association with an unmeasured confounding variable was large enough.
    Alternatively, the interpretation could change to one of association of a considerable magnitude between IBS and the three disorders, if the degree of outcome misclassification was high.
    The data used for this study were medical and pharmacy claims from a large, national health insurer.
    A limitation of the insurance claims data is that socioeconomic and quality of life measures, such as work absenteeism, which would be of considerable importance to an analysis of people with multiple comorbidities, are not obtainable.
    Further, since the people included in this study were those with commercial health insurance enrollment, the observed prevalence may be different than among people who may have different access to health services, such as those without health insurance or other forms of insurance, such as government-sponsored Medicare or Medicaid plans.
    All variables used in this study were derived from data elements ascertained from claims submitted for reimbursement, such as ICD-9 diagnosis codes and CPT-4 procedure codes.
    People in the IBS cohort were identified because they had a medical claim for health services associated with an ICD-9 diagnosis code of irritable bowel syndrome.
    The predictive value of an ICD-9 diagnosis code corresponding to IBS has been shown be around 80% [17,18], representing an IBS prevalence of 1.6% in this insured population [17].
    However, there are limitations to using an insurance claims-based approach to classifying people with the disorder.
    One limitation is that were unable to ascertain clinical characteristics.
    This information might be obtainable through other primary data, such as through a physical examination or interview.
    These clinical characteristics might confound the relation we reported, or modify it.
    These data would also permit further evaluation of disorders and symptoms which are poorly reflected in insurance claims data, such as sleep disorders, chronic fatigue syndrome and PTSD.
    Primary data would also permit confirmation of the diagnoses of IBS, fibromyalgia, depression and migraine.
    For example, people with IBS are typically characterized according to their predominant symptom of constipation or diarrhea.
    In this analysis, however, we were unable to classify people according to their predominant symptom in the IBS cohort.
    We were therefore unable to assess whether there was heterogeneity in the prevalence of these conditions in the IBS cohort according the predominant symptom.


    Conclusion

    People in the IBS cohort had a 40% to 80% higher prevalence odds of migraine, fibromyalgia and depression in comparison to people without IBS.



    References 

    1. The irritable bowel syndrome
      Horwitz BJ, Fisher RS - N Engl J Med 2001, 344:1846-1850
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=11407347&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    2. AGA technical review on irritable bowel syndrome
      Drossman DA, Camilleri M, Mayer EA, Whitehead WE - Gastroenterology 2002, 123:2108-2131
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=12454866&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    3. Rome II - Diagnostic Criteria for the Functional Gastrointestinal Disorders
      Cfr. : http://www.romecriteria.org/

    4. Affective spectrum disorder - Does antidepressant response identify a family of disorders with a common pathophysiology ?
      Hudson JI, Pope HGJ - Am J Psychiatry 1990, 147:552-564
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=2183630&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    5. Functional somatic syndromes - One or many?
      Wessely S, Nimnuan C, Sharpe M, Department of Psychological Medicine, Guy's, King's and St Thomas' School of Medicine, London, UK - Lancet. 1999 Sep 11;354(9182):936-9 - PMID: 10489969
      We review the concept and importance of functional somatic symptoms and syndromes such as irritable bowel syndrome and chronic fatigue syndrome.
      On the basis of a literature review, we conclude that a substantial overlap exists between the individual syndromes and that the similarities between them outweigh the differences.
      Similarities are apparent in case definition, reported symptoms and in non-symptom association such as patients' sex, outlook and response to treatment.
      We conclude that the existing definitions of these syndromes in terms of specific symptoms is of limited value; instead we believe a dimensional classification is likely to be more productive.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=10489969&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    6. Comorbidity of fibromyalgia with medical and psychiatric disorders
      Hudson JI, Goldenberg DL, Pope HG Jr, Keck PE Jr, Schlesinger L, Biological Psychiatry Laboratory, McLean Hospital, Belmont, Massachusetts 02178 - Am J Med. 1992 Apr;92(4):363-7 - PMID: 1558082
      Purpose - Patients with fibromyalgia have been reported to display high rates of several concomitant medical and psychiatric disorders, including migraine, irritable bowel syndrome, chronic fatigue syndrome, major depression and panic disorder.
      To test further these and other possible associations, we assessed the personal and family histories of a broad range of medical and psychiatric disorders in patients with fibromyalgia.
      Patients and methods - Subjects were 33 women (mean age 42.1 years) who each met American College of Rheumatology criteria for fibromyalgia and presented to a rheumatologist at a tertiary referral center.
      They received the Structured Clinical Interview for DSM-III-R (SCID); a supplemental interview, in SCID format, for other medical and psychiatric disorders, including migraine, irritable bowel syndrome and chronic fatigue syndrome; and an interview for family history of medical and psychiatric disorders.
      Results - Patients with fibromyalgia displayed high lifetime rates of migraine, irritable bowel syndrome, chronic fatigue syndrome, major depression and panic disorder.
      They also exhibited high rates of familial major mood disorder.
      Conclusions - The finding that migraine, irritable bowel syndrome, chronic fatigue syndrome, major depression and panic disorder are frequently comorbid with fibromyalgia is consistent with the hypothesis that these various disorders may share a common physiologic abnormality.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=1558082&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    7. Family study of affective spectrum disorder
      Hudson JI, Mangweth B, Pope HG Jr, De Col C, Hausmann A, Gutweniger S, Laird NM, Biebl W, Tsuang MT, Department of Psychiatry, Harvard Medical School, Boston, Mass, USA :
      jhudson@mclean.harvard.edu - Arch Gen Psychiatry. 2003 Feb;60(2):170-7 - PMID: 12578434
      Background - Affective spectrum disorder (ASD) represents a group of psychiatric and medical conditions, each known to respond to several chemical families of antidepressant medications and hence possibly linked by common heritable abnormalities.
      Forms of ASD include major depressive disorder (MDD), attention-deficit/hyperactivity disorder, bulimia nervosa, cataplexy, dysthymic disorder, fibromyalgia, generalized anxiety disorder, irritable bowel syndrome, migraine, obsessive-compulsive disorder, panic disorder, posttraumatic stress disorder, premenstrual dysphoric disorder and social phobia.
      Two predictions of the ASD hypothesis were tested : that ASD, taken as a single entity, would aggregate in families and that MDD would coaggregate with other forms of ASD in families.
      Methods - Probands with and without MDD, together with their first-degree relatives, were interviewed using the Structured Clinical Interview for DSM-IV and a supplemental interview for other forms of ASD.
      The familial aggregation and coaggregation of disorders were analyzed using proband predictive logistic regression models, including a novel bivariate model for the presence or absence of each of 2 disorders in a relative as predicted by the presence or absence of each of 2 disorders in the associated proband.
      Results - In the 178 interviewed relatives of 64 probands with MDD and 152 relatives of 58 probands without MDD, the estimated odds ratio (95% confidence interval) for the familial aggregation of ASD as a whole was 2.5 (1.4-4.3; P =.001) and for the familial coaggregation of MDD with at least one other form of ASD was 1.9 (1.1-3.2; P =.02).
      Conclusions - Affective spectrum disorder aggregates strongly in families and MDD displays a significant familial coaggregation with other forms of ASD, taken collectively.
      These results suggest that forms of ASD may share heritable pathophysiologic features.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=12578434&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    8. Latent variable models of functional somatic distress
      Robbins JM, Kirmayer LJ, Hemami S, Department of Pediatrics, University of Arkansas for Medical Sciences, Arkansas Children's Hospital, Little Rock 72202, USA - J Nerv Ment Dis. 1997 Oct;185(10):606-15 - PMID: 9345250
      Latent variable models of functional somatic symptoms were estimated for a sample of 686 family medicine patients.
      Symptom items from the NIMH Diagnostic Interview Schedule were selected to approximate diagnoses of fibromyalgia syndrome (FMS), chronic fatigue syndrome (CFS) and irritable bowel syndrome (IBS).
      Confirmatory factor analysis demonstrated that hypothesized latent variables of somatic depression, somatic anxiety, FM-like, CF-like and IB-like syndromes fit the observed covariations better than models hypothesizing fewer latent variables.
      Results offer tentative confirmation of functional somatic syndromes as discrete entities and suggest that relaxing the diagnostic criteria for somatization may identify individuals with distress limited to a single functional system.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=9345250&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    9. Fibromyalgia in the irritable bowel syndrome - Studies of prevalence and clinical implications
      Sperber AD, Atzmon Y, Neumann L, Weisberg I, Shalit Y, Abu-Shakrah M, Fich A, Buskila D, Department of Gastroenterology, Soroka Medical Center and Faculty of the Health Sciences, Ben-Gurion University of the Negev, Beer-Sheva, Israel - Am J Gastroenterol. 1999 Dec;94(12):3541-6 - PMID: 10606316
      Objective - The irritable bowel syndrome (IBS) and the fibromyalgia syndrome (FS) coexist in many patients.
      We conducted complementary studies of the prevalence of FS in IBS patients and matched controls and of IBS in FS patients and the implications of concomitant IBS and FS on health-related quality of life (HRQOL).
      Methods - A study of 79 IBS patients with 72 matched controls (IBS study) and a study of 100 FS patients (FS study).
      All participants underwent tests of tender point sites and threshold of tenderness and answered questionnaires including personal and medical history, GI symptoms and indices of HRQOL.
      Results - In the IBS study, 25 of the 79 IBS patients (31.6%) and 3 of the 72 controls (4.2%) had FS (p < 0.001).
      Statistically significant differences were found among the study groups in terms of global well-being (p < 0.001), sleep disturbance (p < 0.001), physician visits (p = 0.003), pain (p < 0.001), anxiety (p < 0.001) and global severity index (SCL-90-R) (p < 0.001), with patients with IBS and FS having the worst results.
      IBS patients had significantly more tender points than controls (p < 0.001).
      In the FS study, 32 of the 100 FS patients (32%) had IBS.
      Patients with both disorders had significantly worse scores for physical functioning (p = 0.030) and for all but one of a 16-item quality of life questionnaire.
      Conclusions - FS and IBS coexist in many patients.
      Patients with both disorders have worse scores on HRQOL indices than patients with either disorder alone or controls.
      Physicians treating these patients should be aware of the overlap, which can affect the presentation of symptoms, health care utilization and treatment strategies.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=10606316&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    10. Fibromyalgia in patients with irritable bowel syndrome - An association with the severity of the intestinal disorder
      Lubrano E, Iovino P, Tremolaterra F, Parsons WJ, Ciacci C, Mazzacca G, Physical Medicine and Rehabilitation Department, University Federico II, Naples, Italy - Int J Colorectal Dis. 2001 Aug;16(4):211-5 - PMID: 11515679
      Fibromyalgia (FM) syndrome and irritable bowel syndrome (IBS) are functional disorders in which altered somatic and or visceral perception thresholds have been found.
      The aim of this study was to evaluate the prevalence of FM in a group of patients with IBS and the possible association of FM with patterns and severity of the intestinal disorder.
      One hundred thirty consecutive IBS patients were studied.
      The IBS was divided into four different patterns according to the predominant bowel symptom and into three levels of severity using a functional severity index.
      All patients underwent rheumatological evaluation for number of positive tender points, number of tender and swollen joints, markers of inflammation and presence of headache and weakness.
      Moreover, patients' assessments of diffuse pain, mood and sleep disturbance, anxiety and fatigue were also measured on a visual analogue scale.
      The diagnosis of FM was made based on American College of Rheumatology classification criteria.
      Nonparametric tests were used for statistical analysis.
      Fibromyalgia was found in 20% of IBS patients.
      No statistical association was found between the presence of FM and the type of IBS but a significant association was found between the presence of FM and severity of the intestinal disorder.
      The presence of FM in IBS patients seems to be associated only with the severity of IBS.
      This result confirms previous studies on the association between the two syndromes.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=11515679&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    11. Predictors of health care seeking for irritable bowel syndrome - A population based study
      Talley NJ, Boyce PM, Jones M, Department of Medicine, University of Sydney, Nepean Hospital, Penrith, NSW, Australia - Gut. 1997 Sep;41(3):394-8 - PMID: 9378398
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=9378398&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    12. Systematic review of the comorbidity of irritable bowel syndrome with other disorders - What are the causes and implications ?
      Whitehead WE, Palsson O, Jones KR, Division of Digestive Diseases and Center for Functional Gastrointestinal and Motility Disorders, University of North Carolina, Chapel Hill, North Carolina 27599, USA :
      Whitehd@unch.unc.edu - Gastroenterology. 2002 Apr;122(4):1140-56 - PMID: 11910364
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=11910364&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    13. International Classification of Diseases, 9th Revision, Clinical ModificationSalt Lake City, UT, Medicode Publications; 2001

    14. Comparison of resource utilization by patients treated with transdermal fentanyl and long-acting oral opioids for nonmalignant pain
      Loughlin JE, Cole JA, Dodd SL, Schein JR, Thornhill JC, Walker AM, Ingenix Epidemiology, Newton, Massachusetts 02466, USA :
      jloughlin@epidemiology.com - Pain Med. 2002 Mar;3(1):47-55 - PMID: 15102218
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=15102218&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    15. The effect of zanimivir treatment on influenza complications - A retrospective cohort study
      Cole JA, Loughlin JE, Ajene AN, Rosenberg DM, Cook SE, Walker AM, Epidemiology and Safety Research Division, Riverside Center, Ingenix, Inc., Auburndale, Massachusetts 02466, USA :
      acole@epidemiology.com - Clin Ther. 2002 Nov;24(11):1824-39 - PMID: 12501877
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=12501877&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    16. Basic methods for sensitivity analysis of biases
      Greenland S, Department of Epidemiology, UCLA School of Public Health 90095-1772, USA - Int J Epidemiol. 1996 Dec;25(6):1107-16 - PMID: 9027513
      Background - Most discussions of statistical methods focus on accounting for measured confounders and random errors in the data-generating process.
      In observational epidemiology, however, controllable confounding and random error are sometimes only a fraction of the total error and are rarely if ever the only important source of uncertainty.
      Potential biases due to unmeasured confounders, classification errors and selection bias need to be addressed in any thorough discussion of study results.
      Methods - This paper reviews basic methods for examining the sensitivity of study results to biases, with a focus on methods that can be implemented without computer programming.
      Conclusion - Sensitivity analysis is helpful in obtaining a realistic picture of the potential impact of biases.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=9027513&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    17. Occurrence of colon ischemia in relation to irritable bowel syndrome
      Cole JA, Cook SF, Sands BE, Ajene AN, Miller DP, Walker AM, Ingenix Epidemiology, Newton, Massachusetts 02466, USA Am J Gastroenterol. 2004 Mar;99(3):486-91 - PMID: 15056090
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=15056090&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    18. The incidence of abdominal and pelvic surgery among patients with irritable bowel syndrome
      Cole JA, Yeaw JM, Cutone JA, Kuo B, Huang Z, Earnest DL, Walker AM, Department of Epidemiology, Ingenix, Riverside Center 3-120, 275 Grove Street, Auburndale, Massachusetts 02466, USA :
      alex.cole@ingenix.com - Dig Dis Sci. 2005 Dec;50(12):2268-75 - PMID: 16416174
      Rates of abdominopelvic surgery, with a particular focus on gallbladder procedures, were measured in patients with irritable bowel syndrome (IBS) (n = 108,936) and compared with those in a general population sample (n = 223,082).
      The patient sample was selected from persons who were members of a managed care organization during the years 1995-2000.
      Medical records from a randomly selected subset of IBS patients were reviewed to confirm the diagnosis.
      Crude and standardized rates and adjusted rate ratios for surgery were calculated.
      The incidence of abdominopelvic surgery, excluding gallbladder procedures, was 87% higher in patients with IBS than that for the general population.
      The incidence of gallbladder surgery was threefold higher in IBS patients than the general population.
      Patients with IBS have an increased risk for abdominopelvic and gallbladder surgery and, thus, an associated risk for experiencing morbidity and mortality associated with these surgical procedures.
      Cfr. :
      http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=PubMed&list_uids=16416174&dopt=AbstractPlus&holding=f1000%2Cf1000m%2Cisrctn

    Cfr. : http://www.biomedcentral.com/1471-230X/6/26/abstract

    03-10-2007 om 22:37 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Steeds meer ouderen met drankprobleem
     

     

    Steeds meer ouderen met drankprobleem

    © De Volkskrant, 01-10-07 Ė ANP


    Het aantal 55-plussers met alcoholproblemen dat aanklopt bij de verslavingszorg, neemt toe.
    Tien jaar geleden was 13 procent van de alcoholcliŽnten ouder dan 55 jaar, nu is dat 20 procent.
    Het aantal mensen tussen de 60 en 65 dat met een drankprobleem hulp zocht, is volgens het nationaal gezondheidsinstituut NIGZ en GGZ Nederland vorig jaar met 10 procent gestegen, meldde NIGZ maandag.




    Waar blijft de tijd

     

    Je trouwt snel als je twintig bent
    En na een paar jaar krijg je het druk
    Met drie, vier kinderen, ach dat went
    Je hebt geen tijd meer voor geluk
    Tussen de vloeren en de vaat
    De vuile was en het fornuis
    Sta je niet stil, ook al vergaat de wereld
    Jij bent bezig thuis

    refr. :
    Is dit een grap
    Of om te huilen
    Is er iemand die haar benijdt
    Wie zou er met haar willen ruilen
    Dag in, dag uit
    Waar blijft de tijd

    De koffie pruttelt op het vuur
    De kinderen spelen, en je man
    Zit achter een krant als achter een muur
    De dagen glijden door je hand
    De kinderen zijn vandaag nog klein
    Maar morgen groot, je denkt waarom
    Kan ik alleen maar ouder zijn
    De foto van je jeugd trekt krom

    refr. :
    De zondag is niets dan een pak
    Netjes gestreken 's avonds laat
    Wat bloemen in de vaas
    Een tak in bloei, wat altijd aardig staat
    En deze levenslange sleur
    Duizenden passen ieder uur
    Tussen de tafel en de deur
    En van het kastje naar de muur

    - Herman van Veen -



    De laatste tijd gaat de aandacht vooral uit naar jongeren die te veel drinken.
    Wat volgens NIGZ en GGZ Nederland de 55-plussers met de jeugd gemeen hebben is de beschikking over veel vrije tijd en geld.

    Vrouwen blijken meer te drinken dan hun mannelijke leeftijdsgenoten: bijna een op de drie 55-plussers die hulp zoekt is een vrouw, bij de jongere vrouwen is dat bijna een op de vier.
    Verder constateert NIGZ dat ouderen (75 procent) meer dan jongeren (68 procent) dagelijks drinken.
    Bovendien meldt de 55-plussers zich later bij de verslavingszorg.

    NIGZ en GGZ Nederland pleiten voor meer laagdrempelige hulp zoals zelfhulp via het internet.
    Ouderen hebben daar meer behoefte aan, is de ervaring van de hulpverlening.
    De verslavingszorg richt zich dan ook steeds meer op zelfhulpprogramma's op het internet of gespecialiseerde organisaties als Stichting Zelfhelp Nederland.

    Op 13 oktober houden de instellingen voor verslavingszorg open dag waarbij de zelfhulp ruimschoots aan bod komt.


    Cfr. :
    http://www.volkskrant.nl/binnenland/article465950.ece/Steeds_meer_ouderen_met_
    drankprobleem


    Cfr. ook :
    Alcohol en ouderen
    Cfr. :
    http://www.ggd.nl/kennisnet/uploaddb/downl_object.asp?atoom=39341&VolgNr=398 


    01-10-2007 om 19:18 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Thinking about Feeling - Waarom studenten pas op het laatste moment gaan studeren
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  


     




      Thinking about Feeling

      Waarom studenten
      pas op het laatste moment gaan studeren

    - Promotie -

    Thinking about Feeling
    The Nature and Significance of the Hot/Cold Empathy Gap

    Loran F. Nordgren, Psychologie
    Promotor : Prof. Dr. J. van der Pligt
    Locatie : Agnietenkapel, Oudezijds Voorburgwal 231, 1012 EZ Amsterdam
    Datum : Vrijdag 5 oktober 2007, 14:00 uur
    - Toegang vrij -
    Meer informatie : Universiteit Amsterdam :
    persvoorlichting@uva.nl


    Emotie heeft het vermogen om menselijk gedrag sterk te beÔnvloeden.
    Mensen onderschatten deze invloed.
    Wanneer we door emotie zijn bevangen, zijn we niet in staat de mate waarin het ons gedrag stuurt te onderkennen.
    Ook daarna, op het moment dat de emotie niet langer invloed op ons heeft, zijn we niet in staat te begrijpen hoe invloedrijk de emotie op ons gedrag was.
    Loran Nordgren onderzocht de aard en betekenis van het verschil tussen het Ďkoude' en Ďwarme' zelf.
    Hij toont aan dat deze zogenoemde empathy gap een centrale rol speelt bij individuele beslissingen, interpersoonlijke relaties en openbaar beleid.
    Hij verklaart waarom impulsiviteit zo makkelijk wordt gestigmatiseerd, waarom mensen die een dieet volgen zichzelf onrealistische doelen stellen en waarom studenten te sterk op last minute hard studeren vertrouwen.


    Cfr. : http://www.student.uva.nl/actueel/agenda.cfm/221ACD80-1321-B0BE-6866F2D5C93D295F


    Mensen overschatten de controle die ze hebben op hun eigen emoties
    Daarom reageren ze vaak negatief op impulsief gedrag van anderen




     Eerst voelen, dan pas inleven
    Mensen hebben last van een emotiekloof

    Arianne Hinz, Noorderlicht, 27-09-2007


    De invloed van gevoelens op gedrag wordt vaak onderschat.
    Alleen op het moment dat mensen een emotie zelf ervaren, hebben ze toegang tot dit gevoel.
    Ervoor en erna niet.
    Daardoor kunnen ze zich moeilijk inleven in impulsief gedrag.
    Er is sprake van een heuse emotiekloof.


    Als klein jongetje stelde de Amerikaanse psycholoog zich vaak voor hoe fijn het zou zijn om ziek te zijn
    Lekker de hele dag in bed met de tv aan
    Helaas viel de praktijk elke keer weer tegen


    Toen hij jong was verheugde hij er zich altijd op om ziek te worden, vertelt de Amerikaanse sociaal psycholoog Loran Nordgren : "Niet vanuit masochistische neiging, maar als een onderbreking van de saaiheid op school. Ik stelde me dan voor hoe fijn het zou zijn om de hele dag in bed te zitten en tv te kijken."
    Maar in de praktijk viel de ervaring vies tegen.
    Inderdaad zat hij in bed en keek hij tv, maar hij vergat het altijd weer : ziek zijn voelt helemaal niet lekker.
    Hij schreef in zijn opschrijfboekje : "ziek zijn is stom", in een poging te communiceren met zijn niet-zieke zelf.
    Zo hoopte hij dat hij het niet vergat zodra hij zich weer beter voelde.

    Nordgren weet sindsdien hoe moeilijk het is om je in een emotie in te leven, als je die op dat moment niet ervaart.
    Met zijn promotieonderzoek besloot hij een poging te wagen om dit verschijnsel, dat bekend staat als de 'empathy gap', te beschrijven en door middel van experimenten beter te leren begrijpen.
    Op 5 oktober promoveert hij aan de Universiteit van Amsterdam.


    Als je net gegeten hebt stel je je waarschijnlijk voor dat je dit cake-je gemakkelijk zou kunnen laten staan
    Wacht maar, als je eenmaal honger hebt zal blijken dat dat geen doen is


    De psycholoog liet proefpersonen in het laboratorium honger lijden, hij deed ze pijn en liet ze naar porno kijken waardoor ze seksueel opgewonden raakten.
    Eenmaal in deze toestand legde hij ze fictieve situaties voor waarover ze een oordeel moesten vellen.
    Ook liet hij hongerigen filmpjes zien van mensen die impulsief gedrag vertonen, zoals het in korte tijd naar binnen proppen van veel eten.
    Hij lette vooral op de gezichtsuitdrukking van deze mensen.
    Later vergeleek hij hun oordelen en gedragingen met mensen die in een neutrale gemoedstoestand verkeerden.
    Mensen die net gegeten hadden reageerden vol afschuw op het impulsieve gedrag van de personen in de video, terwijl de hongerigen wel begrip op konden brengen voor de voedselproppers.
    "Mensen denken over het algemeen dat ze meer controle over hun emoties hebben dan in werkelijkheid het geval is. Daarom reageren ze vaak negatief op anderen die impulsief reageren".
    Zeker als ze zelf in een neutrale staat verkeren.
    "Er komt geen leren aan te pas", vertelt de sociaal psycholoog. "Tenzij je een emotie ervaart ben je niet in staat om hem te bevatten".

    Ook nadat mensen in de ban zijn geweest van een bepaalde emotie, beseffen ze niet hoe groot de invloed ervan is op de manier waarop ze dingen hebben ervaren.
    Neem bijvoorbeeld iemand die aan de lijn doet en naar de supermarkt gaat, terwijl hij honger heeft.
    Je kunt er donder op zeggen dat hij de verleiding van de snoeprepen bij de kassa niet kan weerstaan, honger is een sterke emotie.
    Hij koopt een reep en voordat hij de supermarkt goed en wel uit is, heeft hij het snoepgoed al verorberd.
    Zijn honger is dan bevredigd, maar waaraan wijt deze persoon zijn gedrag ?
    Niet aan het hongergevoel, maar aan een karaktertrek : geen ruggengraat.

    Laboratoriumtesten leverden hetzelfde resultaat.
    Mensen moesten een test doen, terwijl ze hun hand in ijswater hielden.
    Daarna kregen ze te horen dat ze hem slecht gemaakt hadden.
    Maar alleen degenen die hun hand weer in de bak met koud water moesten houden, gaven de pijn de schuld van de slechte score.
    De rest meende dat ze gewoon niet goed genoeg was.

    Omdat Nordgren nog wist hoe hij zich als jongetje had verheugd op ziek zijn, was hij niet verrast door de resultaten.
    Wat hem wel verbaasde was de robuustheid van het verschijnsel.
    Zelfs als hij mensen vroeg zich voor te stellen dat ze hongerig waren, terwijl ze in werkelijkheid net gegeten hadden, hadden ze moeite zich in te leven in gedrag dat wordt veroorzaakt door een hongergevoel.

    Ook had hij niet verwacht dat het effect van emoties op het zich kunnen inleven zo specifiek zou zijn.
    Gevoelens van seksuele opwinding blijken er bijvoorbeeld niet voor te zorgen dat iemand beter kan meevoelen met het gedrag van iemand die honger heeft.
    Iemand die zin heeft in seks zal zich dus wel kunnen voorstellen dat iemand een slippertje maakt, maar niet dat iemand die een dieet volgt toch zwicht voor een stukje chocolade.


    Loran Nordgren promoveert 5 oktober 2007 op zijn proefschrift 'Thinking about feeling. The nature and significance of the hot/cold empathy gap' aan de Universiteit van Amsterdam.


    Cfr. : http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/36872109/

     

    01-10-2007 om 17:56 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (10 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het chronisch vermoeidheidssyndroom - Voordracht : Inzicht en uitzicht
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  




    Het chronisch vermoeidheidssyndroom

    - Inzicht en uitzicht -


    Een voordracht
    door
    Frank Desmet

    op

    11 december 2007

    van 19u30 tot 22u00

    in het

    Cultureel Centrum Het Spoor
    Eilandstraat 6
    8530 Harelbeke


    Organisatie
    Vormingplus Midden- en Zuid-West-Vlaanderen
    Tel. : 056 26 06 00 Ė Fax : 056 26 06 01
    Email : info@vormingplusmiddenzuidwest.be
    Website : www.vormingplusmiddenzuidwest.be


    Iedereen is van harte welkom !

    Prijs
    8 euro / 6 euro (55+ en CJP)


    Waar de medische wereld vooral op zoek is naar een hersenfout of -deficit,
    gaan we in deze uiteenzetting CVS eerder bekijken vanuit
    de mens als een eenheid van lichaam en geest.

    Verschillende aspecten zijn van belang,
    zoals een goede voeding en de juiste lichaamsbeweging.

    We gaan vooral dieper in op de onderliggende gedragspatronen
    die onze energie eerder blokkeren dan stimuleren.
    We bekijken het proces van macht en onmacht,
    de invloed van diep gewortelde gewoontes en overtuigingen
    en we zien hoe vermijdingsgedrag onze levensvitaliteit afremt
    met het bekende syndroom als uiteindelijke gevolg.

    Ieder gevoel dat ontkend of onderdrukt wordt,
    ontneemt trouwens een stuk levenskracht.

    Bewustwording is de eerste stap tot verandering.


    © 2001-2003
    SoCiuS - Steunpunt voor Sociaal-Cultureel Volwassenenwerk vzw
    Informatiearchitectuur :
    www.curious.be

    Cfr. : http://www.prettiggeleerd.be:80/show_detail.php?id=31937




    Het chronisch vermoeidheidssyndroom

    Frank Desmet


    Het Chronisch Vermoeidheidssyndroom is een steeds vaker optredend probleem in de medische wereld.
    Ook de osteopaat, die de mens als een eenheid van lichaam en geest benadert, wordt in het behandelingsproces van CVS-patiŽnten meer en meer ingeschakeld.
    Een degelijke kennis en inzicht in het ontstaan en aanpakken van dit probleem is dan ook voor een adequate aanpak meer dan noodzakelijk.

    Momenteel bestaat nog steeds geen eensluidende oorzaak, noch behandeling voor het probleem.
    Sommige vorsers zoeken naar een zuiver lichamelijke oorzaak (een mogelijks enzym-tekort), anderen denken dat eerder psycho-sociale factoren mede een rol spelen.

    In deze visie bekijken we het syndroom eerder vanuit een holistische visie, nl. de mens als geheel, als een eenheid tussen lichaam en geest.
    Vandaar dat zowel lichamelijke als mentale aspecten in de benadering van CVS dienen bekeken te worden.

    We verklaren het proces van macht en onmacht, de invloed van diep gewortelde gewoontes en overtuigingen en we zien hoe vermijdingsgedrag de levensvitaliteit gaan afremmen met het bekende energietekort als gevolg.

    We overlopen de verschillende stappen die ondernomen kunnen worden, teneinde de CVS-patiŽnt adequaat te kunnen helpen in zijn proces :

    Inzicht in de mogelijke oorzaken, zijnde :

    • kwetsbaarheidsfactoren
      traumatische ervaringen, broos zelfbeeld, hoge eisen aan zichzelf, perfectionisme, ...

    • uitlokkende factoren
      virale infectie, zwangerschap, scheiding, verlies van dierbaar persoon, ...

    • onderhoudende factoren
      overactieve levensstijl met hoge eisen aan zichzelf, stress, slaapstoornissen, chronische pijn, ...


    De mens als somato-psychische eenheid

    Als we de definitie van gezondheid bekijken volgens de WHO, dan zien we dat 'gezondheid' betekent : 'een toestand is van fysisch, psychisch en sociaal welzijn'.

    In dit kader wensen we dan ook CVS en de behandeling van CVS te benaderen : de mens is een psychosomatisch geheel, een entiteit waarbij lichaam en geest voortdurend met elkaar in verbinding staan en elkaar dan ook voortdurend beÔnvloeden.

    De term 'psychosomatiek' werd vroeger wel eens gebruikt om die aandoeningen te benoemen waarbij geen aanwijsbare (fysische) oorzaak te vinden was.
    Hier wensen we dan ook deze term te herbenoemen als 'een duidelijk anatomisch en fysiologisch gegeven waarbij er een voortdurende wisselwerking bestaat tussen soma (lichaam) en psyche (geest)'.

    Dat blijkt duidelijk bij de studie van de hersenen en het autonoom zenuwstelsel : dat staat ook in verbinding met het hormonaal stelsel en het immunitair stelsel.

    Vanuit dit schematisch overzicht kun je afleiden dat er op fysiologisch vlak een voortdurende wisselwerking bestaat tussen datgene wat in de mens omgaat (gedachten, gevoelens, gedragingen, ...) en de verschillende stelsels van het lichaam.
    Zo zien we dat de regulatie van het sympatisch zenuwstelsel vooral gestuurd wordt door de hypofyse, die op haar beurt constant geregeld wordt door onze gedachten en gevoelens.
    Hetzelfde geldt voor de regeling van het hormonaal stelsel en het immunitair stelsel.


    De rol van het imuunsysteem in het ontstaan van CVS

    Onze immuniteit of natuurlijk afweersysteem is een belangrijk gegeven in het ontstaan en behandelen van CVS.
    Ze zorgt ervoor dat we langer beschermd blijven tegen uitputtingstoestanden en dat we bij eventuele verzwakking sneller kunnen recupereren.
    Ons immuunstelsel wordt o.a. gevormd door : de thymus, het beenmerg, de milt en het lymfestelsel.
    De cellen waaruit het immuunsysteem bestaat, worden 'lymfocyten' genoemd of witte bloedcellen en circuleren constant in het lichaam via de lymfe-en bloedbanen.

    Meer en meer wordt door wetenschappers aangenomen dat immuniteit een gegeven is dat niet enkel door fysische factoren bepaald wordt.
    Ook onze immuniteit wordt immers door verschillende aspecten, zowel extern als intern, constant beÔnvloed : voeding, beweging, milieu, stress, nachtrust, maar ook vertrouwen, zelfbeeld, gevoelens, opvattingen, doelstelling, innerlijke rust, harmonische relaties, ...

    Immuniteit kun je aanzien als je buffer tegen ziekte of stress en is aldus afhankelijk van fysische en psychische factoren.

    Zoals reeds hierboven aangegeven, is onze immuniteit verder nog afhankelijk van :

    • regelmaat, bioritme

    • evenwicht tussen privť en sociaal contact (eenzaamheid !)

    • arbeidsvreugde

    • houding van vertrouwen en veiligheid

    • zin en richting geven aan je leven

    • omgang met gevoelens.


    Fysische aspecten

    • Gezonde zorg voor het lichaam

    • Voedingsadviezen

    • Lichaamsbeweging

    • Aanleren van eenvoudige yoga-oefeningen.

    Het is van het allergrootste belang in het begin de strijd tegen jezelf stop te zetten en je over te geven in volle acceptatie.
    Dit betekent : de taal van je lichaam leren begrijpen,
    Dit zal zich alvast vertalen in rust (zonder schuldgevoelens).

    Acceptatie en overgave zijn de eerste factoren in het herstelproces van CVS !

    Ook in een later stadium las men terug actief gaat bewegen zal een uiterst zorgvuldige opbouw van de activiteiten met en voortdurende zorg om zijn/haar grenzen te respecteren van het allergrootste belang zijn.

    CVS vereist bovendien een holistische benadering van het lichaam en zijn 3 systemen (cfr. 'osteopathie') via een totale osteopatische behandeling.


    Mentale en emotionele aspecten

    Er dient gezocht naar de werking van belemmerende overtuigingen en energierovende gedragspatronen.

    Het gekwetste zelfbeeld dient hersteld.

    Bewuste aandachtsoefeningen, relaxatie- en ademhalingsoefeningen, visualisatie-oefeningen, aandachtstraining en meditatie (mindfulness) horen eveneens bij een adekwate aanpak van CVS.

    Er dient een dagschema opgesteld dat aangepast is aan de actuele mogelijkheden.

    De patiŽnten moeten nieuwe waarden en prioriteiten ontdekken.


    Op die manier krijgt de CVS-patiŽnt een duidelijk inzicht in zijn klachten : hij leert ze herkennen en leert ermee omgaan en kan aldus - met een degelijke begeleiding - stap voor stap zijn leven hervatten .../...


    Cfr. : http://www.osteo-relaxfdesmet.be/cvs.html 

    28-09-2007 om 14:56 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    20-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heeft u pijn ? - Dan kan APS-therapie de oplossing zijn ! - Deel I
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    Heeft u pijn ?
    Dan kan APS-therapie de oplossing zijn !

    Deel I


    Op 12-11-2006 vroeg ik jullie 'Heeft iemand ervaring met APS-therapie ?'

    Peter Fijneman reageerde (mťt een goede raad !) - 18-09-2007 -
    ďIk ben APS therapeut en overtuigd dat APS therapie goed werkt bij fybromyalgie patienten.
    Ontstekingen nemen af en pijn wordt verminderd.
    Daardoor ondervinden mensen minder last en kunnen dus vrijer leven.
    Ik zou wel aanraden om voor je zo'n apparaat zelf aanschaft eens wat behandelingen te ondergaan bij een APS therapeut.
    Je komt er dan achter wat het effect is en hoe het werkt, zodat je een betere afweging kunt maken of het voor jou voldoende opleverd als je zo'n apparaat zelf aanschaft


    Heeft u pijn ?
    Dan kan APS-therapie de oplossing zijn !

    APS Praktijk Peter Fijneman
    Gitaarstraat 6, 6544 XC Nijmegen
    Tel. : 024-3778699
    E-mail :
    info@apspraktijk.nl


    APS-therapie ('APS' staat voor 'Actie Potentiaal Simulatie') is een pijntherapie die op een unieke manier pijn bestrijdt.
    Er wordt geen gebruik gemaakt van chemische middelen (medicijnen).
    Het lichaam wordt met natuurlijke prikkels gestimuleerd om de pijn te verdrijven en voor genezing te zorgen.
    Het lichaam weet zelf het beste wat pijn veroorzaakt en hoe dat hersteld kan worden.
    Het heeft daar wel zijn tijd voor nodig.
    Soms is het lichaam zo verzwakt dat het niet meer lukt zichzelf te herstellen.
    APS-therapie versterkt het zelfgenezend vermogen van het lichaam waardoor het wel in staat is om zichzelf te herstellen.
    Door zijn algemene stimulerende werking is APS-therapie bij klachten van allerlei aard toe te passen.
    APS-therapie heeft een nog bredere werking.
    Het heeft ook een positief effect op het gemoed, verminderd stress en verbeterd het slaapritme.
    Het zelfgenezende vermogen van het lichaam wordt dusdanig versterkt dat (sport)blessures en (zware) verwondingen duidelijk sneller genezen.
    APS-therapie onderscheidt zich van andere pijn behandelingsmethodes door zijn doelmatigheid en eenvoud.
    Omdat gebruik gemaakt wordt van een natuurlijk lichaamseigen signaal heeft APS therapie geen bijwerkingen.

    De behandeling is geheel pijnloos en ondergaat u gewoon zittend op een stoel.
    APS-therapie wordt geheel of gedeeltelijk vergoed door de meeste ziektekostenverzekeringen.
    Cfr. :
    http://www.apspraktijk.nl/index_bestanden/Page289.htm

    Cfr. : http://www.apspraktijk.nl/



    APS-therapie - Nieuw wondermiddel tegen pijn ?

    Gezondheid.be, 22-03-06 (bijgewerkt op : 13-10-06)


    Werkt het of werkt het niet ?


    In de geneeskunde is de toepassing van elektrische stimulatie al lang bekend.
    Het bekendst is de Transcutane Elektrische Neurostimulatie (TENS).
    Behandeling met TENS is vandaag een vrij algemeen aanvaarde vorm van pijnbestrijding.
    Onder invloed van TENS zouden minder pijnprikkels doorgegeven worden naar de hersenen, waardoor de pijndrempel verhoogt.
    Bovendien zou het ook de aanmaak van lichaamseigen endorfines stimuleren, wat een extra pijndempend effect zou geven.
    Tenslotte zou het tintelend gevoel een rustgevend effect uitoefenen en onrechtstreeks kunnen bijdragen tot pijnstilling.
    TENS wordt toegepast in verschillende vormen, afhankelijk van de stroomsterkte de duur en vorm van de impuls en de variabiliteit van de gegeven impulsen in de tijd.
    De elektroden kunnen geplaatst worden op :

    • het pijnpunt

    • punten aan het begin van de betrokken zenuw

    • punten die overeenkomen met het beloop van zenuwen naar de betrokken huidgebieden of spieren

    • triggerpoints (punten die extreem drukgevoelig zijn

    • acupunctuurpunten.

    TENS is geschikt voor de behandeling van pijn Ė cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=artperrub&c=26 - van spieren en zenuwen, zoals bij chronische lage-rugpijn.
    Speciaal bij neuropathische pijn Ė cfr. :
    http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=3907 - moet men aan TENS-therapie denken.

    In de mate dat APS-therapie (en MET-therapie in het algemeen) vergelijkbaar is met TENS Ė cfr. hieronder 'Wat is het verschil met TENS' - mogen misschien gelijkaardige effecten worden verwacht.
    Er bestaat evenwel nauwelijks of geen wetenschappelijke literatuur (cfr. echter hieronder 'APS - Wetenschappelijk onderzoek') die de werking ervan kan bevestigen.
    Een analyse van de medische literatuur op het Amerikaanse PubMed leverde geen enkel onderzoek op met APS-therapie en slechts een zestal pilootstudies met MET-therapie.
    Het is dan ook onmogelijk om vandaag enige wetenschappelijk onderbouwde uitspraak te kunnen doen over deze behandelingsvormen.
    Ook volgens het Nederlandse Reumafonds bestaan er geen bewijzen voor de werking van APS therapie (tegen fibromyalgie).
    Sommige mensen vertellen dat ze er baat bij hebben, anderen merken geen effect.
    Het blijkt dat het effect heel individueel afhankelijk is.
    ďIemand die vertrouwen heeft in de behandeling en / of de behandelaar zal meer effect hebben bij de behandeling dan iemand die er niet in gelooftĒ, aldus het Reumafonds.

    Cfr. : http://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=3485



    Genezen met stroom
    APS therapy

    Kruidvat-Gezondheidsnet


    Plaats elektroden op pijnlijke plaatsen in je lichaam en laat er een hele zwakke (gelijk)stroom door lopen.
    Dit prikkelt op een subtiele manier de zenuwcellen in je huid en stimuleert zo de aanmaak van stoffen die bijdragen aan herstel en pijnonderdrukking.
    Dat is simpel gezegd de gedachte achter APS Therapy, een vorm van microstroomtherapie die aan het begin van de jaren í90 werd ontwikkeld door de Zuid-Afrikaan Gervan Lubbe.
    Sommige mensen zeggen er baat bij te hebben, anderen merken geen enkel effect.


    Een herstelsignaal voor je lichaam

    APS pijntherapie maakt gebruik van het nabootsen van je lichaamseigen zenuwimpuls, de zogenoemde 'actiepotentiaal' (cfr. : http://nl.wikipedia.org/wiki/Actiepotentiaal -).
    'APS' staat dan ook voor 'Action Potential Simulation' oftewel : 'actiepotentiaal nabootsing'.
    In beschadigd weefsel is de overdracht van zenuwimpulsen afgezwakt of geblokkeerd.
    Door gebruik te maken van nagebootste zenuwimpulsen zou je de natuurlijke processen daar weer een duwtje in de goede richting kunnen geven.
    Energietransport, doorbloeding, pijnbestrijding, wondgenezing, botgroei en ontstekingsremming zouden worden gestimuleerd.
    De nagebootste actiepotentiaal stuurt dus in feite een soort seintje naar je lichaam om de pijnlijke plekken te genezen.


    De behandeling

    Voor een behandeling wordt meestal gebruik gemaakt van een zogenoemd APS-apparaat.
    Dat is een simpel, op batterijen werkend apparaat dat ongeveer zo groot is dat het in een koffertje voor een boormachine past.
    Het heeft elektroden die zo dicht mogelijk bij de te behandelen plekken moeten worden aangebracht.
    Een behandeling kan in een kliniek plaatsvinden en duurt enkele minuten tot ruim een half uur.
    Hoe vaak en hoe lang je behandeld moet worden, hangt af van je leeftijd, lichamelijke conditie en aandoening.
    Je wordt aangeraden om goed water te drinken voor een behandeling en de alcohol te laten staan.
    Een APS-apparaat huren of kopen en je daarmee zelf behandelen is ook mogelijk.
    Dat kun je echter beter pas doen na overleg met een therapeut en als je het gevoel hebt dat het voor jou ook echt werkt.
    Andere vormen van APS-therapie zijn een onderwater behandeling van het pijnlijke lichaamsdeel, een behandeling met oorclips voor mensen met een burn-out en/of slaapproblemen en het gebruik van een zogenoemde 'applicator' Ė cfr. :
    http://www.apstherapy.com/nl/prod_applicator.shtml -&- http://www.apstherapy.com/nl/prod_applicator.shtml - waarmee grote gebieden zoals je schouders of rug kunnen worden gemasseerd.


    Wanneer kan het helpen ?

    APS-therapie wordt onder meer gebruikt voor de behandeling van acute en chronische pijn (reumatische artritis, posttraumatische dystrofie, neuralgieŽn, migraine, fybromyalgie, chronisch vermoeidheidssyndroom), maar ook voor ontstekingen, versnelde wondgenezing, versneld herstel van botbreuken en herstel van peesbeschadigingen.
    Ook bij multiple sclerose, carpaal tunnel syndroom, whiplash, menstruatieklachten, maag- en darmklachten, jicht, gordelroos, tennisarm en huidaandoeningen zoals eczeem en psoriasis zou het helpen.


    Wanneer moet je er niet aan beginnen ?

    Soms kun je APS maar beter niet gebruiken.
    Mensen met epilepsie of pacemakers vormen een risicogroep.
    APS kan een epilepsie-aanval verergeren en een pacemaker op hol laten slaan.
    PatiŽnten die bŤtablokkers of bloedverdunners gebruiken, wordt aangeraden eerst een arts te raadplegen.
    Hetzelfde geldt voor zwangere vrouwen, mensen die lijden aan ondergewicht en kinderen onder de 12.


    Wordt het vergoed ?

    Sommige verzekeraars bieden gehele of gedeeltelijke vergoeding van APS Therapy als onderdeel van een aanvullend pakket.
    Vraag bij je eigen verzekeraar na of jouw polis dekking biedt.


    Een goede raad

    Alternatieve geneeswijzen kunnen in bepaalde gevallen verlichting brengen van klachten.
    Je moet ze echter altijd zien als een aanvulling op reguliere behandelmethoden en niet als een vervanging hiervan.
    Het stellen van een deugdelijke diagnose door een gediplomeerde arts is in alle gevallen noodzakelijk.
    Overleg daarom altijd eerst met je huisarts over de aanpak van je gezondheidsproblemen.
    Met hem kun je bespreken of en hoe alternatieve geneeswijzen in jouw geval een bijdrage kunnen leveren.

    Cfr. : http://www.kruidvatgezondheidsnet.nl/medisch/artikelen/382/genezen-met-stroom



    APS-therapie
    - Een nieuw perspectief voor de behandeling van sportblessures ? -

    D. Reynaerts, Lic. Medisch-Sociale Wetenschappen
    SportKine.bet


    APS-therapie is een vorm van elektrotherapie die ontwikkeld is in Zuid-Afrika in de jaren negentig van de voorbije eeuw.
    Wetenschappelijk en klinisch onderzoek heeft aangetoond dat de in APS-therapie toegepaste elektrische energie significante biochemische reacties veroorzaakt op het niveau van de cel.
    De stoffen die dan vrijkomen, hebben een pijnstillend, ontstekingsremmend en helend effect in de behandelde lichaamsweefsels.
    Dat opent interessante perspectieven voor de gezondheidszorg, niet in het minst voor de behandeling van sportblessures.
    APS-therapie heeft geen bijwerkingen en relatief weinig tegenindicaties.
    De beschikbare technologie is bovendien eenvoudig toe te passen.


    Werkingsprincipe

    De afkorting 'APS' is afgeleid van de Engelse benaming 'Action Potential Simulation'.
    Deze vorm van elektrotherapie dankt zijn naam aan het feit dat de toegediende elektrische stroom een positieve amplitude heeft die de natuurlijke actiepotentiaal van de celwand benadert.
    Het gaat bovendien om een gelijkstroom van lage intensiteit, uitgedrukt in microampŤre.
    Daarom is APS te classificeren als 'Microcurrent Electrical Therapy' (MET).
    Het door dhr. G. Lubbe ontwikkelde APS-apparaat maakt het mogelijk om een dergelijke microstroom op een eenvoudige en veilige manier toe dienen aan het menselijk lichaam.


    Wetenschappelijk onderzoek

    In de literatuur zijn de effecten van MET uitgebreid beschreven.
    In vitro- en in vivo-studies tonen aan dat er onder invloed van deze microstroom een significante verandering ontstaat in de concentraties van adenosinetrifosfaat (ATP), bŤta-endorfine en leucine enkefaline (zie o.a. onderzoek van Ngok Cheng e.a., Katholieke Universiteit Leuven).
    Deze lichaamseigen stoffen zijn bekend voor hun pijnstillende werking, maar wat betreft ATP ook het effect op wondgenezing en botgroei.
    Verschillende klinische studies in Zuid-Afrika, Canada en Nieuw-Zeeland (cfr. het overzicht van klinische studies) maken melding van een sigificante positieve invloed van APS-therapie op de pijnsensatie en de mobiliteit van de proefpersonen.
    Het gaat hier over onderzoeksresultaten bij 751 patiŽnten met aandoeningen zoals o.a. osteoartritis van de knie, osteoporose van de onderste ruggenwervels, neurochirurgische pijnen, chronische pijn, uiteenlopende spierpijnen en met traaggenezende wonden.


    Afbeelding
    Cfr. :
    http://home.scarlet.be/sportkine/aps01.gif
    Uit onderzoek bij patiŽnten met osteoporose blijkt dat 73% onder hen een positief effect rapporteren direct na de eerste behandeling.
    Na de tweede behandeling is dit zelfs 83%.
    Het aantal patiŽnten dat geen effect rapporteert, is na de tweede behandeling nog slechts 13%.
    Gesteld kan worden dat patiŽnten het effect van APS-therapie positief ervaren in een vroeg stadium van de behandeling.


    Overzicht van klinische studies

    Kader
    Cfr. :
    http://home.scarlet.be/sportkine/tekst_11.htm


    Onderscheid tussen APS-therapie en andere vormen van elektrotherapie

    Een andere, wijdverspreide vorm van elektrotherapie is TENS ('Transcutaneous Electrical Nerve Stimulation').
    Deze pijnstillende, elektrische zenuwstimulatie doorheen de huid, is afgeleid van de theorie van de poortcontrole zoals voorgesteld door Dr. Ronald Melzack en Dr. Patrick Wall (1965).
    Die theorie gaat uit van hypothese dat de geleiding van pijnprikkels tussen het perifere en centrale zenuwstelsel kan geblokkeerd worden door een andere prikkel.
    Dat effect kan men bekomen wanneer men het pijnlijke gedeelte van het lichaam aanhoudend aantikt met een pen, een lepel of een ander stomp voorwerp.
    Zo hebben ijs, massage, warmte en andere traditionele behandelingswijzen sinds duizenden jaren pijn helpen verlichten.
    In het geval van TENS gaat het om een elektrische prikkel die de pijn stilt zolang de stroom wordt toegediend.
    Het TENS-toestel produceert een wisselstroom met een tweefasige golf die geen netto-energie oplevert voor het lichaam en maar een korte nawerking heeft.
    Het belangrijkste verschil echter met APS-therapie is dat het APS-apparaat de productie van ATP, de natuurlijke energiedrager van de lichaamscellen, verhoogt.
    Dat bevordert de stofwisseling van de cellen en werkt zodoende het herstel en de groei van de weefsels in de hand.
    TENS-therapie heeft weliswaar een tijdelijk pijnstillend, maar geen helend effect zoals APS.
    In feite worden de bioprocessen die cruciaal zijn voor de genezing, zelfs onderdrukt door de hoge stroom van de TENS-stimulatie (cfr. de onderzoeken van D.H. van Papendorp en van P. Berger).


    Afbeelding
    Cfr. :
    http://home.scarlet.be/sportkine/aps02.gif
    In dit onderzoek is APS vergeleken met een controlegroep en met TENS.
    Duidelijk blijkt dat alleen APS invloed heeft op de concentratie van extracellulair ATP.
    Het sterk analgetische effect van APS-therapie is met deze onderzoeken onderbouwd en in lijn met de klinische resultaten.


    Indicaties en voordelen

    Onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste indicaties voor APS-therapie.
    Deze opsomming sluit andere toepassingsmogelijkheden niet uit.
    APS-therapie werd immers reeds met goede resutaten toegepast bij whiplash, bindweefselontsteking, heupjicht, pijnlijke menstruatie, spastische darmklachten, astma en suikerziekte.


    Kader
    Cfr. :
    http://home.scarlet.be/sportkine/tekst_11.htm


    Over het algemeen stelt men ook vast dat patiŽnten die met APS-therapie worden behandeld, minder pijnstillers en middelen tegen de bijwerkingen van pijnstillers gaan gebruiken.
    Een ander voordeel van APS-therapie is de eenvoudige en veilige toepassing ervan.


    Tegenindicaties

    Het gebruik van APS-therapie is niet toegestaan bij patiŽnten die een elektronisch implantaat zoals een pacemaker hebben.
    Een ander implantaat zoals bv. een heupprothese, is geen bezwaar voor de behandeling.
    Ook patiŽnten met epilepsie mogen geen APS-therapie ondergaan, tenzij in uitdrukkelijk overleg met de behandelende arts.
    Gebruikers van bepaalde geneesmiddelen die de bloedstolling beÔnvloeden, mogen APS-therapie alleen toepassen onder controle van de behandelende arts.
    Het vaatverwijdende effect van behandeling kan tot ongewenste bloedingen leiden.
    Omdat APS-therapie niet getest is op gebruik tijdens de zwangerschap, is het niet aangewezen de behandeling te ondergaan tijdens een zwangerschap.
    Ook kinderen onder de 12 jaar vallen onder deze voorzorg.


    Gebruik

    Het toestel werkt op batterijen en men kan er twee tot vier elektroden op aansluiten.
    De elektroden worden zo geplaatst dat er tussen de kathode (negatieve pool) en de anode (positieve pool) een denkbeeldige lijn kan getrokken worden die dwars door het te behandelen gebied loopt.
    Voor de behandeling van handen of voeten is een opstelling mogelijk waarbij het lidmaat ondergedompeld is in een recipiŽnt met lichtgezouten water dat de stroom geleidt.
    Een APS-behandelingsbeurt duurt 4 tot 16 minuten, met een maximum van 32 minuten per dag.
    De intensiteit van de microstroom varieert al naargelang het geval tussen 0.01 en 1.20 mA.
    De behandeling wordt verschillende dagen na elkaar herhaald tot er beterschap optreedt.
    Voor de behandeling met APS-therapie zijn de volgende producten nodig :

    • actiepotentiaal simulator MK 1.1 (*) - cfr. : http://home.scarlet.be/sportkine/aps03.gif

    • verbindingskabels Ė cfr. : http://home.scarlet.be/sportkine/aps04.gif

    • PAL huidelektrodes 2 of 4 stuks Ė cfr. : http://home.scarlet.be/sportkine/aps05.gif -.


    Effect van APS-therapie op wondgenezing

    Het lichaam van de mens heeft uit zichzelf het vermogen om wonden te genezen.
    Toch blijkt in een aanzienlijk aantal gevallen dit genezingsproces niet spontaan te gebeuren.
    Vaak zijn vooral patiŽnten met het zogenaamde "open been" ('ulcus cruris varicosa') lang onder behandeling zonder het gewenste succes.
    Natte verbanden, allerlei zalfjes, geneesmiddelen, niets heeft echt het gewenste resultaat.
    De oorzaak van dit probleem ligt vaak in een slechte doorbloeding van het te genezen gebied.
    De behandeling van het "open been" met APS-therapie is zeer succesvol gebleken.
    Een voorbeeld van dat genezingsproces laten de onderstaande opnames zien van een patiŽnte die 15 jaar een open wonde had aan haar been.
    Na 3 maanden behandeling met APS-therapie waren alle wonden duidelijk verkleind en bedekt met een dunne laag epitheel.
    De patiŽnt kloeg niet meer over pijn.
    Na 16 jaar begon haar leven weer normale vormen aan te nemen.


    Afbeeldingen
    Cfr. :
    -
    http://home.scarlet.be/sportkine/aps06.gif
    -
    http://home.scarlet.be/sportkine/aps07.gif
    -
    http://home.scarlet.be/sportkine/aps08.gif
    -
    http://home.scarlet.be/sportkine/aps09.gif
    Opnames van de laterale ulcus.
    Duidelijk is de progressie in het genezingsproces


    Dit resultaat, dat volledig kon toegeschreven worden aan de werking van APS-therapie, houdt verband met het gunstig effect van de microstroom op de stofwisseling van de cellen en de verbeterde doorbloeding van de weefsels, waardoor het natuurlijk herstel sneller optreedt.
    Aannemelijk is dat in veel situaties waarin de wondgenezing niet snel plaatsvindt, APS-therapie een oplossing kan bieden.
    Dat geldt ook voor postoperatieve wonden.


    Toepassingsgebieden van APS-therapie in de gezondheidszorg

    Uit het voorgaande blijkt voldoende dat APS-therapie heel wat toepassingsmogelijkheden heeft voor professionele hulpverleners.
    Artsen, verpleegkundigen en paramedici kunnen ieder een specifiek toepassingsgebied voor APS-therapie afbakenen of complementair zijn aan elkaar in de zorg voor de patiŽnt.
    In de orthopedische en traumatologische geneeskunde kan APS-behandeling zowel voor acute als chronische aandoeningen van beenderen en gewrichten worden aangewend.
    In de interne geneeskunde leent APS-therapie zich o.a. tot het behandelen van aandoeningen die gepaard gaan met stoornissen van de bloedsmloop en slechtgenezende wonden.
    Ook voor de sportgeneeskunde betekent APS-therapie een waardevolle aanwinst in de behandeling van acute blessures.
    Sportbeoefenaars kunnen het APS-toestel bovendien ook gebruiken om vermoeide spieren sneller te laten recupereren.
    In de persoonlijke levenssfeer kan APS-therapie goede diensten bewijzen aan personen met chronische, ongeneeslijke ziekten die gepaard gaan met pijn en ontsteking.
    Het gebruik van het APS-toestel is eenvoudig en kan gemakkelijk worden aangeleerd aan de patiŽnt of zijn naastbestaanden.
    Ook voor de persoonlijke hygiŽne van hulpverleners in de gezondheidszorg biedt APS-therapie een hoopvol perspectief.
    Zij kan immers met goed resultaat toegepast worden bij overbelastingsletsels van pezen en gewrichten die ontstaan door het manipuleren en tillen van patiŽnten.
    Dergelijke letsels zijn helemaal niet zeldzaam in die arbeidsomgeving, want recent onderzoek wijst uit dat tachtig percent van onze verpleegkundigen na verloop van tijd last krijgen van lage rugpijn.

    Cfr. : http://home.scarlet.be/sportkine/tekst_11.htm


    Cfr. ook :

    1. - A comparative study between a DC (Direct current) MET (micro current) Electrical Field and conventional TENS on ATP levels in an in vitro system
    van Papendorp D, Joubert A, Koorts A, Lottering M - Department of Physiology, School of Medicine, Faculty of Health Sciences, University of Pretoria, South Africa. (submitted for publication in the Journal of Biomedical Engineering)
    Electrotherapy, especially micro-current electrical therapy (MET) is useful for a variety of clinical conditions.
    Indeed, it may be the best treatment for many pain related disorders, providing fast relief of symptoms and quickly promoting healing.
    In a classic study published in 1982 (27), it was shown that a small DC current leads to an increase in ATP generation.
    Interestingly enough, the production of ATP actually decreased as the current increased above a certain level.
    This led to the comparison of a conventional TENS to a DC operated MET device, to study the effects on ATP production.
    The effects of a micro-current DC field (600ĶA) and conventional TENS on ATP levels in an in vitro system were compared.
    ATP release in MCF-12A cells were found to be 27,7 fold with micro-current DC in comparison to conventional TENS.
    A role for extracellular ATP in pain-modulation has been proposed.
    Cfr. :
    http://www.apstherapy.com.au/DCversusTens.htm

    2. - A new way of treating chronic backache
    Odendaal C, Joubert G. APS-Therapy - SAJ of Aneasthesiology and Analgesia 1999, 5 (1) 26-29.
    Cfr. :
    http://www.apstherapy.com/documents/research/APS5.pdf

    3. - A portable pulsed electromagnetic field (PEMF) device to en hance healing of recalcitrant venous ulcers - A double blind, placebo controlled clinical trial
    Stiller, MJ. et al. - Br. J. Dermatol. Number 127, 1992, p.147-154.

    4. - A pulsed DC electric field affects P2-purinergic receptor functions by altering the ATP levels in in vitro and in vivo systems
    Seegers JC, Lottering ML, Joubert AM, Joubert F, Koorts A, Engelbrecht CA, van Papendorp DH, Department of Physiology, University of Pretoria, Pretoria, South Africa :
    jseegers@icon.co.za - Med Hypotheses. 2002 Feb;58(2):171-6 - PMID: 11812198 Ė (C) 2002 Harcourt Publishers Ltd.
    Recently it was shown that extracellular ATP, acting through purinergic receptors, has many physiological functions, including opening of Ca(2+)-ion channels, activation and mediation of signal transduction mechanisms as well as activation of the pain sensation.
    Since electrical stimulation is also known to affect many signal transduction processes as well as the alleviation of pain, we hypothesized that electric stimulation may affect the extracellular release of ATP.
    We investigated the effects of a small DC electric field (10(1)--10(2) V m(-1) range and with frequencies below 150 Hz) on the release of ATP in vitro (HeLa cells) and on the levels of ATP in vivo (the plasma of healthy volunteers).
    In HeLa cells ATP release was increased 50 fold, while the total amount of ATP in the cells was increased by 163%.
    In the plasma a significant decrease (P<0.05) in ATP concentration was seen after electrical stimulation, in all the volunteers.
    The small DC electric field also affected the cAMP signal transduction system in vitro (HeLa cells and human lymphocytes) and in vivo (human plasma).
    Decreased levels of cAMP (P<0.05) were seen in HeLa cells and increased levels of cAMP (P<0.05) in isolated human lymphocytes.
    The cAMP levels in the plasma of the electrically treated volunteers were lower than control values.
    These results show that the frequency, waveform and signal strength of the applied electric field are suitable for effecting measurable changes on signal transduction in vitro and in vivo.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez

    5. - Action Potential Simulation (APS)
    Cfr. :
    http://sites.yellow.co.nz/site/therapeuticcentre/Therapy.html

    6. - Action potential simulation (APS) in patients with fibromyalgia syndrome (FMS) - A controlled single subject experimental design
    Fengler RK ; Jacobs JW ; Bac M ; van Wijck AJ ; van Meeteren NL, Rudolf Magnus Institute of Neuroscience, Department of Neurology and Neurosurgery, Section Rehabilitation, University Medical Center Utrecht, Heidelberglaan, The Netherlands :
    rfengler@umcutrecht.nl - Clin Rheumatol.  2007; 26(3):322-9 (ISSN: 0770-3198) - PreMedline Identifier: 16670830
    Objectives - Action potential simulation (APS) is becoming a popular method of pain reduction.
    Nevertheless, little is known about the efficacy of this relatively new treatment.
    The aim of this study was to investigate whether APS helps to reduce pain, improves patients' perception of daily functioning and social participation in patients with fibromyalgia syndrome (FMS).
    Materials and methods - Ten patients with FMS according to the American College of Rheumatology (ACR) criteria entered this double blind crossover single-case study.
    In a period of 20 weeks, the patients underwent two treatment periods of 4 weeks, one with verum and one with placebo, at random, in a double blind fashion.
    Outcome measures were evaluated on a weekly basis.
    Primary outcome measure was pain measured with the Fibromyalgia Impact Questionnaire (FIQ) questions 4 and 5, the number of tender points and the total tender point pain intensity score.
    Both visual inspection and statistical analysis were done to analyse the data from this single-subject design.
    Results - Performing visual inspection and statistical analysis, no positive results of the APS treatment were found in this study.
    Remarkable is the fact that placebo APS had significantly better results than verum APS.
    Conclusions - In this single-case study with ten patients (all female), APS was not a helpful method to reduce pain, to improve patients' perception of daily functioning and social participation in patients with FMS.
    Cfr. :
    -
    http://fibroresearch.blogspot.com/2007/02/action-potential-simulation-ineffective.html
    -
    http://www.ingentaconnect.com/content/klu/10067/2007/00000026/00000003/00000297
    -
    http://www.medscape.com/medline/abstract/16670830

    7. - Action Potential Simulation Therapy - Self assessment by 285 patients with chronic pain
    van Papendorp D, Kruger M, Maritz C, Dippenaar N, Mphil - The Medicine Journal, jan 2000.
    Cfr. :
    http://www.apstherapy.com/documents/research/APS4.pdf

    8. - Activation of signal-transduction mechanisms may underlie the therapeutic effects of an applied electric field
    Seegers, J.C., Engelbrecht, C.A. & van Papendorp, D.H. - Medical Hypothesis, volume 57, number 2, August 2001, p.133-276
    Successful treatment of various medical complaints with an applied electric field has been reported over the years.
    The identities of the cellular mechanisms that are influenced by this type of treatment and facilitate the positive effects, remain elusive.
    A study of many in vitro and in vivo reports revealed that the beneficial effects can be attributed to the activation of membrane proteins, and specifically proteins involved in signal-transduction mechanisms.
    Not only may the proteins be affected but it is now well established that enhanced Ca2+influx, observed to follow electric stimulation of cells, also contributes to many calcium-dependent cellular processes which can be linked to the therapeutic effects discussed in this paper.
    An hypothesis of the physical changes caused by an applied, relatively small (103to 104V mĖ1range), electric field with low to moderate frequency (below 150 Hz), is postulated.
    Cfr. :
    http://www.journals.elsevierhealth.com/periodicals/ymehy/article/PIIS0306987701912927/abstract

    9. - Adenine nucleotides modulate epithelial wound healing in vitro
    Dignass, AU., Becker, A., Spiegler, S. & Goebell, H. - European Journal for Clinical Investigation ; Volume 28, Number 7, July 1998, p. 554?561
    Background - Adenine nucleotides have been demonstrated to enhance structural and functional regeneration in experimental renal injury in rats.
    The mechanisms of adenine nucleotide action have not been elucidated.
    The aim of this study was to characterize the effects of adenine nucleotides on intestinal epithelial wound healing in vitro.
    Methods - The effects of adenine nucleotides on cell migration, cell proliferation and cell adhesion were studied in the non-transformed small intestinal epithelial cell line IEC-6 using an in vitro wounding model, a colorimetric BrdU assay and a hexosaminidase adhesion assay.
    Results - The adenine nucleotides ADP and ATP were found to significantly stimulate epithelial cell restitution (migration) in vitro.
    Stimulation of epithelial restitution averaged 42% for ADP and 57% for ATP.
    In addition, adenine nucleotides inhibited the proliferation of rat small intestinal epithelial cells, averaging 56% for ADP and 74% for ATP.
    Enhancement of intestinal epithelial restitution and inhibition of epithelial cell proliferation by adenine nucleotides were mediated through transforming growth factor (TGF)-β-independent pathways.
    Conclusion - These findings suggest that adenine nucleotides exert functional effects on intestinal epithelial cell populations and may play a role in the morphogenesis of the gastrointestinal tract and its remodeling after injury.
    Cfr. :
    http://www.blackwell-synergy.com/doi/abs/10.1046/j.1365-2362.1998.00330.x?journalCode=eci

    10. - An investigation into the effect of APS Therapy on the plasma levels of beta-endorphin, Substance P and leu encephalin in patients with chronic pain
    van Papendorp D, Maritz C and Dippenaar N - The Medicine Journal, nov. 2001
    Cfr. :
    http://www.biophysicswebshop.nl/downloads/onderzoek.investigationeffectapsonplasmalevels.pdf

    11. - Analgesic efficacy of APS (Action Potential Simulation) - Pilot study of the patients with chronic pain due to musculoskeletal disorders
    Anna Pyszora, Małgorzata Krajnik, Anna Adamczyk, Michał Graczyk, Chair and Department of Palliative Care, Nicolaus Copernicus University Collegium Medicum, Bydgoszcz, Poland - Jacek Budzyński, Chair and Department of Gastroenterology, Vascular Diseases and Internal Diseases, Nicolaus Copernicus University Collegium Medicum, Bydgoszcz, Poland - Zbigniew Zylicz, Dove House Hospice, Hull, United Kingdom - Małgorzata Łukowicz, Chair and Department of Rehabilitation, Nicolaus Copernicus University Collegium Medicum, Bydgoszcz, Poland
    Background and aims
    - Pain in musculoskeletal disorders is common medical problem, however frequently difficult to treat.
    That is why different methods of physical therapies have been tried with the controversial results.
    APS-therapy (Action Potential Simulation) falls under the broad definition of MET (Microcurrent Electrical Stimulation).
    MET may be a useful treatment for many pain-related disorders, providing fast relief of symptoms.
    The aim of this pilot clinical study was to investigate the analgesic efficacy of APS-therapy in chronic pain due to musculoskeletal disorders.
    Methods - The study involved 12 patients with musculoskeletal disorders who suffered from chronic pain.
    Each patient received treatment for 3 weeksí time.
    APS-therapy was administered for a period of 16 minutes, 5 times a week.
    Treatment was given by portable unit, that generated an APS waveform (monophasic, pulse width 800 ms, frequency 150 Hz and intensity 0.5Ė1.5 mA).
    NRS (Numerical Rating Scale) evaluation was performed for 3 days of pre-treatment period, before each treatment which reflected the pain situation of the previous 24 h, and once daily for 2 weeks after treatment.
    Results - The initial mean NRS in pre-treatment period was 5.53 (SD = 1.94), decreased after APS-therapy to 3.45 (SD = 1.4) (p = 0.002) and even more to 2.56 (SD = 1.23) in the post-treatment period (p = 0.0003).
    Mean pain intensity decreased significantly after 11 sessions and remained on the same level up to 2 weeks of post-treatment observation.
    Conclusion - APS-therapy may be an effective method of nonpharmacological treatment of chronic pain in muscoskeletal disorders.
    Cfr. :
    http://www.viamedica.pl/gazety/gazetaE/darmowy_pdf.phtml?indeks=24&indeks_art=190

    12. - Angsten, depressie, overspannen, slapeloosheid, burn-out en stress - Hoe kunt u zich weer beter gaan voelen ?
    Liesbeth Semeijn, 10 december 2005
    Cfr. :
    http://www.ximenes-nl.com/article.php3?id_article=17

    13. - Application of APS Therapy to the human body
    Cfr. :
    http://www.apstherapy.com/documents/research/APS15.pdf

    14. - APS - Behandelresultaten
    Cfr. :
    http://www.aps-pijnbestrijding.nl/behandelres.htm

    15. - APS - Evaluatie door klanten
    Personal Health Care
    Cfr. :
    http://www.personalhealthcare.nl/?lang=NL&page=179&PHPSESSID=3c87155eccd2e18e321ed41f1db87652

    16. - APS - Wetenschappelijk onderzoek
    Cfr. :
    -
    http://www.matera.nl/Paginas/APS/wetenschap.htm
    -
    http://www.medeusa.nl/index2.html
    -
    http://www.medscape.com/medline/abstract/16670830

    17. - APS (English)
    Unless you have a degree in Microcurrent Electrical Therapy, APS Therapy can appear difficult to understand.
    In truth, it is not.
    Cfr. :
    http://www.personalhealthcare.nl/?page=154&lang=EN&PHPSESSID=3c87155eccd2e18e321ed41f1db87652

    18. - APS (nederlands)
    Cfr. :
    -
    http://www.meridiana.nl/APS%20nieuw.html
    -
    http://www.natural-body-balance.nl/apstherapie.htm
    -
    http://www.personalhealthcare.nl/?lang=NL&page=154&PHPSESSID=3c87155eccd2e18e321ed41f1db87652
    -
    http://www.thesleepdoctors.nl/APS_Watis_c.html

    19. - APS behandeling
    Cfr. :
    http://www.medeusa.nl/index2.html

    20. - APS bestrijdt pijn - En geneest
    Cfr. :
    http://www.aps-pijnbestrijding.nl/images/Eigen%20verhaal%20APS.pdf

    21. - APS pijnbehandeling
    Cfr. :
    -
    http://www.bouvardiia.nl/html/pijnbehandeling.html
    -
    http://www.levensboom.com/aps.htm

    22. - APS pijnbestrijding
    Praktijk voor Shiatsu, Massage en Sportverzorging
    In ons menselijk lichaam vindt signaal overdracht plaats tussen de cellen door middel van de actie potentiaal, een kortdurende microstroom.
    Dat is de reden dat U spieren kunt samentrekken, dat U kunt ruiken, dat U kunt voelen, dat U kunt horen enzovoort.
    Kort gezegd, dat is de reden dat u leeft.
    De meest bekende organen waarvan de microstromen ook gemeten kunnen worden zijn de hersenen en de spieren.
    Het EEG laat dit in de hersenen zien, het EMG is de waarneming die in spieren wordt gedaan.
    APS is een therapie die werkt met een apparaat dat zwakstroom voortbrengt.
    De Actie Potentiaal is een elektrische ontlading van de zenuwcel die we allemaal van nature hebben, deze actiepotentialen dienen om de neurotransmitters (dit zijn de neurohormonen die het lichaam nodig heeft om het genezingsproces op gang te helpen) langs de diverse zenuwbanen te leiden om uiteindelijk de hersenen, spieren of organen tot actie te prikkelen.
    Als dit systeem verstoord is door verwonding, chronische ziekte, langdurige stress etc dan wordt het evenwicht van het immuunsysteem verstoord met alle lichamelijke en psychische klachten als gevolg.
    APS zťlf geneest niet maar herstelt het verstoord evenwicht van het immuunsysteem en stimuleert zo indirect het zelfgenezend vermogen en de balans tussen de organen van het lichaam .../...
    Het is onmogelijk alle klachten aan te geven die effectief met APS te behandelen zijn.
    Daar er gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid tot zelfgenezing van het lichaam zijn de mogelijkheden bijna onbeperkt.
    Maar om toch een indicatie te geven maken we een opsomming van klachten die heel regelmatig behandeld worden : ME (chronische vermoeidheidsklachten), MS (multiple sclerose), reuma, artritis, artrose, osteoporose, carpale tunnel syndroom, RSI-klachten, whiplash, spondylitis, spierspanningen, fibromyalgie, menstruatieklachten, maag en darmklachten, colititis, sportblessures, alle verstijvingen van het bewegingsapparaat, (lage)rugpijnen, gewrichtspijnen, spanningshoofdpijnen, jicht, dystrofie, achillespees en andere peesontstekingen, gordelroos, tennisarm en vele andere klachten .../...
    Cfr. :
    -
    http://www.marchienbos.nl/behandelingen/index.htm#aps
    -
    http://www.aps-pijnbestrijding.com/?prvtof=8b2VkUqfXDCVzkFKpRwnLEzIKeFIcMTE9cqMUB3wLEaJOeouka2mcUYeCY7z
    LjIr6HgBqn74y9%2FmaYZzUxgkXYS%2BINRPV2NSfJ3AfxVMzDXoYAicBIHfM1zLRQjkF5ZX%2Bkqj4DCTfw%3D%3D

    -
    http://www.aps-pijnbestrijding.nl/onderzoek.htm
    -
    http://www.reikimaster.nl/pijn.htm


    Lees verder : Deel II

     

    20-09-2007 om 01:45 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heeft u pijn ? - Dan kan APS-therapie de oplossing zijn ! - Deel II
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  



    Heeft u pijn ? 
    Dan kan APS-therapie de oplossing zijn !

    Deel II



    23. - APS pijntherapie
    Cfr. :
    -
    http://www.apsbennekom.nl/apspijntherapie.html
    -
    http://www.innerned.org/aps-pijntherapie.html
    -
    http://www.meridiana.nl/APS-voor-website.html
    -
    http://www.ms-int.nl/index.php?option=com_content&task=view&id=18&Itemid=32

    24. - APS therapie
    Cfr. :
    -
    http://www.apspijntherapie.nl/index.html
    -
    http://www.apspraktijk.nl/
    -
    http://www.dehorizon.info/inhoud/behandeling/aps.htm
    -
    http://www.fryzo.nl/Details/6137.html
    -
    http://www.sterkmetbalans.nl/
    -
    http://www.verbesselt.be/dataaps.htm
    -
    http://www.xs4all.nl/~bondtje/apstherapie.htm

    25. - APS therapie - Dť revolutionaire pijntherapie voor iedereen !
    Cfr. :
    http://www.apstherapy.com/nl/index.shtml

    26. - APS therapie - Van pijn naar welzijn !
    Cfr. :
    http://www.counsellingnoordholland.nl/frame6.htm

    27. - APS therapie-Counselling
    Cfr. :
    http://www.burnin.nl/?id=bhd_beg

    28. - APS Therapy
    Cfr. :
    http://www.thelifedoctor.com.au/html/aps_therapy.html

    29. - APS Therapy - A new way of treating chronic backache
    Odendaal C, Joubert G - SAJ of Anaesthesiology and Analgesia 1999, 5 (1) 26-29
    Cfr. :
    http://www.apstherapy.com/documents/research/APS5.pdf

    30. - APS Therapy - A new way of treating chronic backache - A pilot study
    Prof CL Odendaal, Pain Control Unit, Department of Anaesthesiology, University of the Orange Free State, Bloemfontein, South Africa & Dr G Joubert, Department of Statistics, University of the Orange Free State - The South African Journal of Anaesthesiology and Analgesia, Vol.5, No.1, March 1999
    Background - Transcutaneous electrical nerve stimulation (TENS) has been extensively used to control acute and chronic pain, but its effects are controversial.
    The development of Action Potential Simulation (APS) therapy may have introduced a different mode in the treatment of pain with electrical apparatus.
    Methods - Patients with chronic backache due to osteoporosis were included in this randomized, "patient blinded", placebo-controlled study to evaluate the clinical efficacy of the APS therapy apparatus.
    Seventy-six patients took part in the study (43 in the APS group, 33 in the placebo group).
    Each patient received treatment every second day for 16 minutes with a total of 6 treatments.
    Visual Analogue Pain Scales (VAPS) evaluations were performed directly before each treatment which reflected the pain situation of the previous 48 hours.
    Results - A statistically, highly significant result was obtained in the APS group.
    The improvement was reflected in the mean pre-treatment baseline VAPS value of 57,79 in the APS group that diminished to a post-treatment value after the sixth treatment of 9,7 (p = 0.0001).
    A specific difference between the groups was too small and the power of the study was too small.
    Conclusion - The "mean" value obviously show that in the APS Therapy Group there is a marked difference between values at the Baseline 57.79; Visit 2 (Before) and visit 6 (After) (e.g. mean of 48.69 down to a mean of 9.7).
    With the placebo group the difference from baseline 63.33; visit 2 (Before) 57.52 down to visit 6 (After) 28.37.
    The paired T-test to examine the difference between "Before" and "After" treatment showed a marked positive result in the APS Therapy group.
    Except for the value "baseline to before 2nd treatment" with a p-value of 0.4139, all the others were statistically significant - (p-value 0.0001 nine times; one 0.0055 and one 0.0043).
    Of six visits in the placebo group four out of the six were statistically not significant.
    The p-value of the others also displayed higher overall values.
    The reason why so many of the placebo had good relief on placebo treatment cannot be explained, but probably is due to the fact that the majority of these patients came from old aged homes.
    When admitted to the Pain Control unit they received more attention than they were used to and this factor may have played a major role in the results obtained from the placebo group.
    Clinically the effect of treatment was very successful.
    Out of 43 APS Therapy group patients, 7 ended with a "0" VAPS score and 16 with a score of 5 or less (i.e. 23 out of 43 with a score of 5 or less).
    All the others decreased their VAPS score by more than 40.
    All were extremely happy with the treatment and six months later 6 patients still had good relief (the one with no pain at all is included in the group).
    The trial population was too small to come to a definite conclusion of the "between groups" situation.
    Cfr. : http://www.apstherapy.com.au/sajaa.html

    31. - APS Therapy - How it affects the body and how it electronically works
    Cfr. :
    http://www.apstherapy.com/documents/research/APS17.pdf

    32. - APS-Marketing BV
    Cfr. :
    http://www.startoverbetuwe.nl/?actie=toon&bedr=178&Heteren&plaats=&Gezondheid

    33. - ATP as a peripheral mediator of pain
    Hamilton S, McMahon S - J Auton Nerve Syst 2000; 81(1-3):187-194
    This article reviews the extent to which recent studies substantiate the hypothesis that ATP functions as a peripheral pain mediator.
    The discovery of the P2X family of ion channels (for which ATP is a ligand) and, in particular, the highly selective distribution of the P2X3 receptor within the rat nociceptive system has inspired a variety of approaches to elucidate the potential role of ATP as a pain mediator.
    ATP elicits excitatory inward currents in small diameter sensory ganglion cells.
    These currents resemble those elicited by ATP on recombinantly expressed heteromeric P2X2/3 channels as well as homomultimers consisting of P2X2 and P2X3.
    In vivo behavioural models have characterised the algogenic properties of ATP in normal conditions and in models of peripheral sensitisation.
    In humans, iontophoresis of ATP induces modest pain.
    In rats and humans the response is dependent on capsaicin sensitive neurons and is augmented in the presence of inflammatory mediators.
    Since ATP can be released in the vicinity of peripheral nociceptive terminals under a variety of conditions, there exists a purinergic chain of biological processes linking tissue damage to pain perception.
    The challenge remains to prove a physiological role for endogenous ATP in activating this chain of events.
    Cfr. :
    http://www.sciencedirect.com/science?_ob=ArticleURL&_udi=B6T05-40JFG4G-Y&_user=10&_coverDate=07%2F03%2F2000&_rdoc=1&_fmt=&_orig=search&_sort=d&view=c&_acct=C000050221&_version=
    1&_urlVersion=0&_userid=10&md5=8f3730b61bff428cdc7397749eb630d8

    34. - Beneficial effects of electromagnetic fields
    Bassett CA, Bioelectric Research Center, Columbia University, Riverdale, New York 10463 - J Cell Biochem. 1993 Apr;51(4):387-93 - PMID: 8496242
    Selective control of cell function by applying specifically configured, weak, time-varying magnetic fields has added a new, exciting dimension to biology and medicine.
    Field parameters for therapeutic, pulsed electromagnetic field (PEMFs) were designed to induce voltages similar to those produced, normally, during dynamic mechanical deformation of connective tissues.
    As a result, a wide variety of challenging musculoskeletal disorders have been treated successfully over the past two decades.
    More than a quarter million patients with chronically ununited fractures have benefitted, worldwide, from this surgically non-invasive method, without risk, discomfort or the high costs of operative repair.
    Many of the athermal bioresponses, at the cellular and subcellular levels, have been identified and found appropriate to correct or modify the pathologic processes for which PEMFs have been used.
    Not only is efficacy supported by these basic studies but by a number of double-blind trials.
    As understanding of mechanisms expands, specific requirements for field energetics are being defined and the range of treatable ills broadened.
    These include nerve regeneration, wound healing, graft behavior, diabetes and myocardial and cerebral ischemia (heart attack and stroke), among other conditions.
    Preliminary data even suggest possible benefits in controlling malignancy.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?cmd=Retrieve&db=pubmed&dopt=AbstractPlus&list_uids=8496242

    35. - Clinical evaluation of the APS device
    Cfr. :
    I -
    http://www.apstherapy.com/documents/research/APS11.pdf
    II -
    http://www.apstherapy.com/documents/research/APS12.pdf

    36. - Counselling en APS-therapie
    Cfr. :
    http://www.apstherapie-boz.nl/

    37. - Effect of low frequency pulsing electromagnetic fields on skin ulcers of venous origin in humans - A double-blind study
    Ieran M, Zaffuto S, Bagnacani M, Annovi M, Moratti A, Cadossi R, Department of Medical Angiology, Arcispedale S. Maria Nuova, Reggio Emilia, Italy - J Orthop Res. 1990 Mar;8(2):276-82 - PMID: 2303961
    The effect of an electromagnetic field on the healing of skin ulcers of venous origin in humans has been investigated in a double-blind study.
    Forty-four patients have been admitted to the study; one-half were exposed to active stimulators (experimental group) and the remaining to dummy stimulators (control group).
    The stimulation was scheduled to last a maximum of 90 days.
    The success rate was significantly higher in the experimental group both at day 90 (p less than 0.02) and in the follow-up period (p less than 0.005).
    The data suggest that the effect of the electromagnetic field lasts even when the stimulation is over.
    No ulcers worsened in the experimental group, while four worsened in the control group.
    Twenty-five percent of the patients in the experimental group and 50% in the control group experienced recurrence of the ulcer.
    It is concluded that stimulation with an electromagnetic field is a useful adjunctive therapy in the management of these patients.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez

    38. - Electric fields and proliferation in a chronic wound model
    Robert Goldman 1 *, Solomon Pollack 2 - 1 Department of Rehabilitation Medicine, University of Pennsylvania, Philadelphia, Pennsylvania - 2Department of Bioengineering, University of Pennsylvania, Philadelphia, Pennsylvania - *Correspondence to Robert Goldman, Department of Rehabilitation Medicine, University of Pennsylvania, 5 West Gates, 3400 Spruce Street, Philadelphia, PA 19104 Ė Bioelectromagnetics, Volume 17, Issue 6 , Pages 450 Ė 457 - Published Online : 6 Dec 1998 (Received : 18 August 1995) - © 1996 Wiley-Liss, Inc., A Wiley Company
    A wound model for decubitus and leg ulcers consisting of human dermal fibroblasts in type I collagen dermal equivalent matrix (DEM) was exposed in vitro to electric fields similar to postulated endogenous fields in wounds.
    After an 8-10 day maturation period, conductivity of DEM samples was determined.
    Then, DEM samples were mounted in oval windows equidistant between Ag/AgCl agar electrodes in exposure chambers containing serum-free medium.
    A known low-frequency sinusoidal current was then applied for 12 h and the average electric field amplitude was calculated in the region of the cells.
    After a 6 h hiatus, 3H-thymidine was introduced for 6 h.
    This was followed by assay.
    Over a series of trials, field amplitude ranged from 18 to 1,000 mV/m at frequencies of 10 and 100 Hz.
    Proliferation was measured by total DNA and 3H-thymidine incorporation.
    Results indicated that a narrow amplitude window between 37 and 50 mV/meter at 10 Hz yielded increases in proliferation : at maximum (41 mV/m), there was a 70% increase in total DNA (P < .01). Increases occurred in 3H-thymidine incorporation at 41-50 mV/m but not at other amplitudes (P < .05).
    Increases in total DNA at 41 mV/m occurred at 10 Hz but not 100 Hz (P < .01).
    3H-thymidine incorporation was in agreement (P < .05).
    Response was also a function of cell density within matrix.
    Proliferation occurred in the same amplitude and frequency ranges in which endogenous fields are expected to occur.
    Cfr. :
    http://www3.interscience.wiley.com/cgi-bin/abstract/66485/ABSTRACT?CRETRY=1&SRETRY=0

    39. - Electric fields stimulate DNA synthesis of mouse osteoblast-like cells by a mechanism involving calcium ions
    Ozawa H, Abe E a.o. - J Cell Physiol 1989, 138 (2), 477-483
    A cell culture system was designed to study the effect of an electric field on bone cells.
    This system subjected cultured bone cells to a series of high-voltage pulses at varying amplitudes of electric field without changing the ion concentrations of the culture medium.
    When mouse osteoblast-like cells (MC3T3-E1) were stimulated for 5 min to 20 hr by an electric field (3.19 kV/m, 3 msec, 10 Hz pulses), DNA synthesis was greatly increased.
    The stimulation occurred only during the growth phase.
    The electric field also increased incorporation of 45Ca into the cells, but it did not stimulate cAMP production.
    Adding calcium ionophore A23187 stimulated both 45Ca uptake and DNA synthesis, but dibutyryl cAMP did not stimulate either of them.
    These results suggest that the electric field stimulates the DNA synthesis of growing osteoblasts by a mechanism involving calcium ions.
    Cfr. :
    http://www3.interscience.wiley.com/cgi-bin/abstract/109903887/ABSTRACT

    40. - Electrical stimulation in Clinical Practice
    Windsor RE, Lester JP, Herring SA - Physician & Sportsmedicin 1993; 21:85-93

    41. - Electromagnetic field effects on cells of the immune system - The role of calcium signaling
    Walleczek J, Research Medicine and Radiation Biophysics Division, Lawrence Berkeley Laboratory, University of California 94720 - FASEB J. 1992 Oct;6(13):3177-85 - PMID: 1397839
    During the past decade considerable evidence has accumulated demonstrating that nonthermal exposures of cells of the immune system to extremely low-frequency (ELF) electromagnetic fields (< 300 Hz) can elicit cellular changes that might be relevant to in vivo immune activity. A similar responsiveness to nonionizing electromagnetic energy in this frequency range has also been documented for tissues of the neuroendocrine and musculoskeletal system. However, knowledge about the underlying biological mechanisms by which such fields can induce cellular changes is still very limited. It is generally believed that the cell membrane and Ca(2+)-regulated activity is involved in bioactive ELF field coupling to living systems. This article begins with a short review of the current state of knowledge concerning the effects of nonthermal levels of ELF electromagnetic fields on the biochemistry and activity of immune cells and then closely examines new results that suggest a role for Ca2+ in the induction of these cellular field effects. Based on these findings it is proposed that membrane-mediated Ca2+ signaling processes are involved in the mediation of field effects on the immune system.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=1397839&ordinalpos=2&itool=Entrez
    System2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVDocSum

    42. - Establishment of a Simple and Practical Procedure Applicable to Therapeutic Angiogenesis
    Shinichi Kanno, MD; Nobuyuki Oda, MSc; Mayumi Abe, MD, PhD; Sachiko Saito, PhD; Katsuyoshi Hori, PhD; Yasunobu Handa, MD, PhD; Koichi Tabayashi, MD, PhD; Yasufumi Sato, MD, PhD - From the Department of Vascular Biology, Institute of Development, Aging, and Cancer, Tohoku University (S.K., N.O., M.A., S.S., K.H., Y.S.); the Department of Restorative Neuromuscular Surgery and Rehabilitation, Tohoku University Graduate School of Medicine (Y.H.); and the Department of Thoracic and Cardiovascular Surgery, Tohoku University School of Medicine (S.K., K.T.), Sendai, Japan - Correspondence to Yasufumi Sato, MD, PhD, Department of Vascular Biology, Institute of Development, Aging, and Cancer, Tohoku University, 4-1 Seiryomachi, Aoba-ku, Sendai, 980-8575, Japan. E-mail :
    y-sato@idac.tohoku.ac.jp - Circulation. 1999;99:2682-2687 - © 1999 American Heart Association, Inc.
    Background - Therapeutic angiogenesis is thought to be beneficial for serious ischemic diseases.
    This investigation was designed to establish a simple and practical procedure applicable to therapeutic angiogenesis.
    Methods and Results - When cultured skeletal muscle cells were electrically stimulated at a voltage that did not cause their contraction, vascular endothelial growth factor (VEGF) mRNA was augmented at an optimal-frequency stimulation.
    This increase of VEGF mRNA was derived primarily from transcriptional activation.
    Electrical stimulation increased the secretion of VEGF protein into the medium.
    This conditioned medium then augmented the growth of endothelial cells.
    The effect of electrical stimulation was further confirmed in a rat model of hindlimb ischemia.
    The tibialis anterior muscle in the ischemic limb was electrically stimulated.
    The frequency of stimulation was 50 Hz and strength was 0.1 V, which was far below the threshold for muscle contraction.
    After a 5-day stimulation, there was a significant increase in blood flow within the muscle.
    Immunohistochemical analysis revealed that VEGF protein was synthesized and capillary density was significantly increased in the stimulated muscle.
    Rats tolerated this procedure very well and there was no muscle contraction, muscle injury or restriction in movement.
    Conclusions - We propose this procedure as a simple and practical method of therapeutic angiogenesis.
    Cfr. :
    http://circ.ahajournals.org/cgi/content/abstract/circulationaha;99/20/2682

    43. - Fibromyalgie - Inzicht en begrip
    Ineke Peters - ISBN : 90-77274-04-9 - Te bestellen via :
    info@bestrijdpijn.info -of- ineke.peters@wanadoo.nl
    Dit boekje is geschreven voor fibromyalgie patiŽnten, artsen en therapeuten.
    Het geeft een samenvatting van de resultaten van recent onderzoek naar de oorzaken van fibromyalgie.
    Gepoogd is om het boekje zowel voor patiŽnten als voor zorgverleners interessant en leesbaar te maken.
    Ingewikkelde medische termen worden daarom meteen in de tekst verklaard of kunnen worden opgezocht in de verklarende woordenlijst achter in het boekje.
    Cfr. :
    http://november.messageboard.nl/6630/viewtopic.php?t=163

    44. - Fundamental and practical aspects of therapeutic uses of pulsed electromagnetic fields (PEMFs)
    Bassett CA, Department of Orthopedic Surgery, Columbia University, New York, New York - PMID: 2686932
    The beneficial therapeutic effects of selected low-energy, time-varying magnetic fields, called PEMFs, have been documented with increasing frequency since 1973.
    Initially, this form of athermal energy was used mainly as a salvage for patients with long-standing juvenile and adult nonunions.
    Many of these individuals were candidates for amputation.
    Their clearly documented resistance to the usual forms of surgical treatment, including bone grafting, served as a reasonable control in judging the efficacy of this new therapeutic method, particularly when PEMFs were the sole change in patient management.
    More recently, the biological effectiveness of this approach in augmenting bone healing has been confirmed by several highly significant double-blind and controlled prospective studies in less challenging clinical circumstances.
    Furthermore, double-blind evidence of therapeutic effects in other clinical disorders has emerged.
    These data, coupled with well-controlled laboratory findings on pertinent mechanisms of action, have begun to place PEMFs on a therapeutic par with surgically invasive methods but at considerably less risk and cost.
    As a result of these clinical observations and concerns about electromagnetic "pollution", interactions of nonionizing electromagnetic fields with biological processes have been the subject of increasing investigational activity.
    Over the past decade, the number of publications on these topics has risen exponentially.
    They now include textbooks, speciality journals, regular reviews by government agencies, in addition to individual articles, appearing in the wide spectrum of peer-reviewed, scientific sources.
    In a recent editorial in Current Contents, the editor reviews the frontiers of biomedical engineering focusing on Science Citation Index methods for identifying core research endeavors.
    Dr. Garfield chose PEMFs from among other biomedical engineering efforts as an example of a rapidly emerging discipline.
    Three new societies in the bioelectromagnetics, bioelectrochemistry and bioelectrical growth and repair have been organized during this time, along with a number of national and international committees and conferences.
    These activities augment a continuing interest by the IEEE in the U.S. and the IEE in the U.K.
    This review focuses on the principles and practice behind the therapeutic use of "PEMFs".
    This term is restricted to time-varying magnetic field characteristics that induce voltage waveform patterns in bone similar to those resulting from mechanical deformation.
    These asymmetric, broad-band pulses affect a number of biologic processes athermally.
    Many of these processes appear to have the ability to modify selected pathologic states in the musculoskeletal and other systems .../...
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=2686932&ordinalpos=1&itool=Entrez
    System2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

    45. - Genezing uit een draadje
    Cfr. :
    http://www.aps-pijnbestrijding.nl/images/Genezing.pdf

    46. - Introductie APS-therapie
    Het APS apparaat is een Microstroom toestel dat een gelijkstroom opwekt.
    APS Therapie valt onder de ruime definitie van MET : 'Microstroom Elektrische Therapie' en maakt, i.t.t. de meeste commercieel beschikbare MET apparaten, gebruik van een gelijkstroom.
    APS stroom blijkt effectief bij bestrijding van vele vormen van pijn, bij ontstekingsremming en weefselherstel.
    Wereldwijd zijn er een aantal MET toestellen op de markt, maar heel weinig daarvan staat direct de belanghebbende ter beschikking, zij zijn louter ontwikkeld voor de professionele markt van klinieken en fysiotherapeuten.
    Veelal zijn de apparaten erg duur en vergen intensieve training .../...
    Door toepassing van de gepatenteerde Actie Potentiaal golfvorm (micro gelijkstroom gelijk aan de natuurlijke actie potentiaal van het menselijk lichaam) zorgt APS Therapie voor een beter kwaliteit van leven met name door de toegenomen ATP productie.
    Deze, bij een natuurlijk proces aansluitende, benadering kent de volgende, uit onderzoek geconstateerde therapeutische effecten :
    - afname van zwellingen
    - beperking van weefselschade
    - controle over emotionele aspecten van pijn
    - eliminatie van ontstekingen
    - mobiliteitstoename
    - pijnverlichting
    - regeneratie van cel en botweefsel
    - versterking van locale doorbloeding
    - wondherstel .../...
    Cfr. :
    http://ftp.castel.nl/~voss01/artsen/introductie_aps_therapie.htm

    47. - Klinische studie APS Therapy - Huisartsen
    Cfr. :
    http://www.apstherapy.com/documents/research/APS18.pdf

    48. - Neurosurgical Condition treated with APS
    Cfr. :
    http://www.apstherapy.com/documents/research/APS9.pdf

    49. - Nieuwe hoop voor pijnpatiŽnten
    Cfr. :
    http://www.aps-pijnbestrijding.nl/images/Medisch%20nieuws.pdf

    50. - Nieuwe hoop voor pijnpatiŽnten
    Cfr. :
    http://www.medisch-nieuws.nl/artikelarchief/artikel_2.htm

    51. - Physiological responses to Action Potential Stimulation
    Cfr. :
    http://www.ebme.co.uk/arts/aps/index.htm

    52. - Pijnbestrijding - APS-Therapie
    Cfr. :
    http://www.pro-enerchi.nl/pijnbestrijding.php

    53. - Pijnbestrijding via neurostimulatie
    Cfr. :
    http://www.langziek.nl/zorg-index.php?p=neurostimulatie

    54. - Pijnbestrijdingstherapie : APS
    Cfr. :
    http://home.scarlet.be/dinatje/APS.htm

    55. - Stress counselling & APS pijnbehandeling
    Cfr. :
    http://www.optico.nl/members/jb/aps/index.html

    56. - Study on 99 patients with osteoarthritis (OA) of the knee
    Berger P, Matzner L - SAJ of Anaesthesiology and Analgesia 1999, 5 (2) 26-36.
    Cfr. :
    http://www.apstherapy.com/documents/research/APS6.pdf

    57. - The Basis for Microcurrent Electrical Therapy in Conventional Medical Practice
    Mercola, Joseph M. and Kirsch, Daniel L - Journal of Advancement in Medicine, 8(2):107-120, 1995
    The use of electricity in medicine is not new.
    Clinicians used it over 150 years ago to treat non-unions bone fractures.
    Electromedicine and nutrition, abandoned early in this century, have been recently revived.
    Most physicians are unaware of their therapeutic benefits.
    Electrotherapy, especially microcurrent electrical therapy (MET) is useful for a variety of clinical conditions.
    Indeed, it may be the best treatment for many pain-related disorders, providing fast relief of symptoms and quickly promoting healing.
    It has significantly less side effects than drugs in chronic conditions.
    The more advanced MET devices can often demonstrate effectiveness with a simple two minute office procedure, allowing validity to be quickly assessed.
    Cfr. :
    http://www.alpha-stim.com/repository/assets/pdf/mercola-medicine.pdf

    58. - The Body Electric - Electromagnetism and the Foundation of Life
    Robert Becker, Gary Selden - Harper Paperbacks, August 5, 1998 (1 ed.) - ISBN-10 : 0688069711 Ė ISBN-13 : 978-0688069711
    'The Body Electric' tells the fascinating story of our bioelectric selves.
    Robert O. Becker, a pioneer in the filed of regeneration and its relationship to electrical currents in living things, challenges the established mechanistic understanding of the body.
    He found clues to the healing process in the long-discarded theory that electricity is vital to life.
    But as exciting as Becker's discoveries are, pointing to the day when human limbs, spinal cords and organs may be regenerated after they have been damaged, equally fascinating is the story of Becker's struggle to do such original work.
    'The Body Electric' explores new pathways in our understanding of evolution, acupuncture, psychic phenomena and healing.
    Cfr. :
    http://www.amazon.com/Body-Electric-Electromagnetism-Foundation-Life/dp/0688069711

    59. - The development and application of pulsed electromagnetic fields (PEMFs) for ununited fractures and arthrodeses
    Bassett CA - Clin Plast Surg. 1985 Apr;12(2):259-77 - PMID: 3886262
    This article deals with the rational and practical use of surgically noninvasive pulsed electromagnetic fields (PEMFs) in treating ununited fractures, failed arthrodeses and congenital pseudarthroses (infantile nonunions).
    The method is highly effective (more than 90 per cent success) in adult patients when used in conjunction with good management techniques that are founded on biomechanical principles.
    When union fails to occur with PEMFs alone after approximately four months, their proper use in conjunction with fresh bone grafts insures a maximum failure rate of 1 to 1.5 per cent.
    Union occurs because the weak electric currents induced in tissues by the time-varying fields effect calcification of the fibrocartilage in the fracture gap, thereby setting the stage for the final phases of fracture healing by endochondral ossification.
    The efficacy, safety and simplicity of the method has prompted its use by the majority of orthopedic surgeons in this country.
    In patients with delayed union three to four months postfracture, PEMFs appear to be more successful and healing, generally, is more rapid than in patients managed by other conservative methods.
    For more challenging problems such as actively infected nonunions, multiple surgical failures, long-standing (for example, more than two years postfracture) atrophic lesions, failed knee arthrodeses after removal of infected prostheses and congenital pseudarthroses, success can be expected in a large majority of patients in whom PEMFs are used.
    Finally, as laboratory studies have expanded knowledge of the mechanisms of PEMF action, it is clear that different pulses affect different biologic processes in different ways.
    Selection of the proper pulse for a given pathologic entity has begun to be governed by rational processes similar, in certain respects, to those applied to pharmacologic agents.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=3886262&ordinalpos=1&itool=Entrez
    System2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

    * The development and application of pulsed electromagnetic fields (PEMFs) for ununited fractures and arthrodeses
    Bassett CA - Orthop Clin North Am. 1984 Jan;15(1):61-87 - PMID: 6607442
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=6607442&ordinalpos=1&itool=Entrez
    System2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

    60. - The effects of a small, pulsed DC electric field on ATP and cAMP levels in in vitro and in vivo systems
    JC Seegers, ML Lottering, AM Joubert, F Joubert*, AM Koorts, CA Engelbrecht** and DH van Papendorp - Departments of Physiology, Biochemistry* and Physics**, University of Pretoria, South Africa
    Recently it was shown that extracellular ATP, acting through purinergic receptors, has many physiological functions, including opening of Ca2+-ion channels, activation and mediation of signal transduction mechanisms as well as activation of the pain sensation.
    Since electrical stimulation is known to alleviate pain, the effects of a small DC electric field (101-102 V m-1 range and with frequencies below 150 Hz), were investigated on the release of ATP in HeLa cells and on the levels of ATP in the plasma of healthy volunteers.
    ATP release in HeLa cells were 50 fold increased.
    The total amount of ATP in the HeLa cells was increased by 163%.
    In the plasma a significant decrease (P<0.05) in ATP concentration was seen after electrical stimulation in all the volunteers.
    The small DC electric field decreased the levels of cAMP significantly (P<0.05) in HeLa cells and increased the levels of cAMP significantly (P<0.05) in isolated human lymphocytes.
    The cAMP levels in the plasma of the electrically treated volunteers were lower than control values.
    The results show that the frequency, waveform and signal strength of the applied electric field is suitable for effecting measurable changes on signal transduction in vitro and in vivo systems.
    Cfr. :
    http://www.apstherapy.com.au/dccurrenteffectoncamp.html

    61- The effects of electric currents on ATP generation, protein synthesis and membrane transport of rat skin
    Cheng N, Van Hoof H, Bockx E, Hoogmartens MJ, Mulier JC, De Dijcker FJ, Sansen WM, De Loecker W - Clin Orthop Relat Res. 1982 Nov-Dec;(171):264-72 - PMID: 7140077
    Direct electric currents ranging from 10 microA to 1000 microA increase ATP concentrations in the tissue and stimulate amino acid incorporation into the proteins of rat skin.
    The amino acid transport through the cell membrane, followed by the alpha-aminoisobutyric acid uptake, is stimulated between 100 microA and 750 microA.
    The stimulatory effects on ATP production and on amino acid transport, apparently mediated by different mechanisms, contribute to the final increased protein synthesizing activity.
    DNA metabolism followed by thymidine incorporation remains unaffected during the course of current application.
    The effects on AtP production can be explained by proton movements on the basis of the chemiosmotic theory of Mitchell, while the transport functions are controlled by modification in the electrical gradients across the membranes.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez

    62. - The effects of pulsed magnetic fields of the type used in the stimulation of bone fracture healing
    Barker AT, Lunt MJ - Clin Phys Physiol Meas. 1983 Feb;4(1):1-27 - PMID: 6339155
    The main impression received by us whilst writing this review is the scarcity of technical data in the clinical studies and the total absence of controlled trials.
    The spatial patterns of the stimulus have not been measured and no experiments have proved that there is an effect from the magnetic field itself.
    Control experiments using dummy stimulators must be done, since the orthopaedic management of the stimulated patients is different from conventional management and this may have significant and beneficial clinical effects.
    There is no clinical study at present which shows a direct therapeutic benefit due solely to the application of the magnetic field component of the overall treatment regime.
    The in vivo animal experiments suggest that there may be effects due to the magnetic fields used but results are very scarce compared with the accumulated data from direct current stimulation.
    In vitro studies are far removed from the clinical situation, but could nonetheless prove useful if the opportunity of controlling the stimulus can be taken.
    In the majority of experiments, approximately spatially uniform magnetic fields have been applied, but temporal changes in the magnetic field and both spatial and temporal variation in electric field lead to non-uniform stimulation.
    Little attempt has been made to assess or control the induced fields by defining the system geometry.
    Hence it is still unknown whether effects are due to the magnetic field, the induced extracellular electric field or to fields induced at cellular level by regions of different conductivity.
    In conclusion, we believe that, unlike steady current work, the pulsed magnetic field treatment of fractures has not been sufficiently well investigated and, although some of the animal experiments suggest significant effects, the benefit of using magnetic fields in the clinical management of non-union and delayed union has still to be proven.
    Double blind trials are essential and, if these do prove that there is a definite effect of the fields, the mechanisms must then be studied using a combination of theoretical, in vivo and in vitro techniques.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=6339155&ordinalpos=1&itool=Entrez
    System2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

    63. - The use of APS therapy in leg ulcer treatment
    Health and HygiŽne, jan. 2000.
    Cfr. :
    http://www.apstherapy.com/documents/research/APS14.pdf

    64. - Therapeutic effects of electromagnetic fields in the stimulation of connective tissue repair
    Aaron RK, Ciombor DM, Department of Orthopaedics, Brown University, Providence, Rhode Island 00928 - Cell Biochem. 1993 May;52(1):42-6 - PMID: 8320274
    The therapeutic effects of electric and magnetic fields have been studied largely for their promotion of connective tissue repair.
    The most widely studied application concerns bone repair and deals with acceleration of the healing of fresh fractures, delayed and non-unions, incorporation of bone grafts, osteoporosis and osteonecrosis.
    More recently the effects of these fields upon the repair of cartilage and soft fibrous tissues have been described.
    In all these experimental systems and clinical applications an acceleration of extracellular matrix synthesis and tissue healing has been observed.
    A degree of specificity, in terms of the parameters of applied energy and biological response, is hypothesized.
    Cfr. :
    http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?Db=pubmed&Cmd=ShowDetailView&TermToSearch=8320274&ordinalpos=1&itool=Entrez
    System2.PEntrez.Pubmed.Pubmed_ResultsPanel.Pubmed_RVAbstractPlus

    65. - Wat is APS therapie
    Cfr. :
    -
    http://www.apsinfo.nl/wat1.html
    -
    http://www.apsnederland.nl/productssimple.html

    66. - Wat is het verschil met TENS
    Cfr. :
    -
    http://www.apsinfo.nl/tens-aps.html
    -
    http://www.tlichtpuntje.be/info/Verschillen%20tens%20en%20APS%20pijnbestrijding.htm


    Nog meer informatie ?

    Cfr. de bijlagen bij het artikel 'APS-therapie - Een nieuw wondermiddel tegen pijn ?' op mijn blog Ė
    www.jules.be Ė dd. 30-08-2006


    Een APS Therapeut in je buurt ?


    BelgiŽ
    Cfr. : http://www.aps-therapy.be/therapeuten.html
    Tel. : +32 (0)93-296362
    E-mail :
    be@apstherapy.com
    Cfr. :
    http://www.aps-therapy.be/


    Nederland

    Beroepsvereniging voor APS-Therapie (BVAT)
    Tel. : 026 479 09 04
    E-mail :
    info@bvat.nl
    Cfr. : http://www.bvat.nl/

     

    20-09-2007 om 01:44 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kiezen tussen twee kwaden - Onzekerheid erger dan spijt
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  













    Kiezen tussen twee kwaden

    Onzekerheid erger dan spijt

    Arianne Hinz
    Noorderlicht.vpro, 13-09-2007


    Yaniv Shani promoveert 14 september 2007 aan de Unviversiteit van Tilburg op zijn proefschrift :
    'Searching for negative information, the pains of suspecting the worst versus the comforts of knowing the worst'.

    Waarom blijven mensen doorzoeken naar informatie die mogelijk pijnlijk voor ze is, ook als die niet nuttig is voor toekomstig gebruik ?
    Dat vraagt sociaal psycholoog Janiv Shani zich af in zijn proefschrift.

    De computer die je net hebt gekocht kom je een week later tegen in de uitverkoop.
    Hoe erg is dat ?
    Niet zo erg als de onzerheid over de vraag of je wel de beste deal hebt,
    ontdekt Yaniv Shani.

    Nadat zijn vriend Josh drie weken de prijzen van verschillende laptops had vergeleken, werd de IsraŽlische sociaal psycholoog Janiv Shani eindelijk uitgenodigd om het gloednieuwe ding te bewonderen.
    Bij zijn vriend aangekomen, zat deze echter met het net gekochte apparaat op schoot nog steeds de prijzen van verschillende machineís te vergelijken.
    ďGa je er nůg een kopen ?Ēvroeg Shani verbaasd.
    ďNee,Ē antwoordde de vriend, ďik wil alleen zeker weten dat ik niet ben afgezet

    Wat is dat toch, dat mensen op zoek laat gaan naar mogelijk pijnlijke informatie, ook als die niet nuttig is voor toekomstig gebruik ?
    Die vraag stelt Shani in zijn promotieonderzoek, dat hij aanstaande vrijdag zal verdedigen op de Universiteit van Tilburg.
    De sociaal psycholoog wilde weten welke rol spijt over een genomen beslissing hierin speelt.
    Ook was hij benieuwd in hoeverre mensen verwachten dat de te vinden informatie hen zal bevestigen in hun keuze of juist niet.
    Om hierachter te komen liet Shani veertig proefpersonen een aantal scenarioís lezen, op basis daarvan moesten ze vragen beantwoorden.
    Ook liet hij ze een aantal gedragstests doen op de computer.

    Iemand die vergeten is om zijn loterijticket in te sturen, is vaak toch nog nieuwsgierig
    naar de uitkomst.
    En hoe groter de kans dat hij gewonnen had, hoe harder hij op zoek zal gaan
    naar die informatie.

    Zo kregen de proefpersonen bij binnenkomst te horen dat ze mee zouden doen aan een loterij, maar dat het prijzengeld op was.
    Ze konden dus niets meer winnen, maar konden wel testen of ze iets gewonnen zouden hebben.
    Na afloop van de loterij mochten ze kiezen of ze wilden wachten op de uitkomst of niet.
    Studenten die wisten dat ze een hogere kans hadden om te winnen, wachtten langer op deze uitkomst dan studenten die maar een heel kleine kans hadden.
    Terwijl de informatie voor hen juist pijnlijker was.
    Hoe komt dat ?

    Mensen houden niet van spijt, dat wist Shani al.
    Want spijt is een teken dat ze een slechte beslissing hebben genomen.
    En mensen houden ook niet van onzekerheid.
    Onduidelijkheid over het feit of ze een goede of een slechte beslissing hebben genomen, moet dus helemaal verschrikkelijk zijn, meende de onderzoeker.
    En dat blijkt ook uit zijn onderzoek, want daarin zag hij dat mensen hun angst voor spijt vaak overwinnen om in ieder geval van die slopende onzekerheid af te zijn.
    Ze zoeken door naar informatie, ook al weten ze dat de mogelijk negatieve uitkomst hen met spijt over de genomen beslissing zal opzadelen.

    De voornaamste reden voor deze zoektocht is, dat ze met die negatieve gevoelens hopen af te rekenen, ontdekte Shani.
    Natuurlijk hopen ze daarnaast ook op de geruststelling van een positieve uitkomst, de bevestiging dat ze wťl de juiste keuze hebben gemaakt.
    Maar die motivatie speelt een minder grote rol.

    Sterker nog, mensen gaan zelfs harder op zoek naar informatie naarmate de kans op een slechte uitkomst groter is.
    Shani denkt te weten hoe dat komt : ďOver een mogelijk verkeerde beslissing kun je lang blijven nadenken en piekeren. Je blijft negatieve gedachtes hebben,Ē vertelt hij : ďMaar als je de uitkomst eenmaal weet, is het klaar. De zoektocht naar mogelijk pijnlijke informatie is dan ook een rationele beslissing, het je helpt om op te houden met erover denken, zodat je je aandacht gemakkelijker op andere dingen kunt richten.Ē
    Zodoende is het een manier om je emoties te reguleren.

    Voor sommige informatie sluiten we bewust onze ogen.
    Slecht nieuws bijvoorbeeld, horen we liever na dan voor een leuk weekendje weg.

    Maar dat blijkt niet altijd uit de praktijk.
    Want een bezoekje aan de dokter stellen mensen liefst zo lang mogelijk uit.
    Zeker als ze slecht nieuws verwachten.
    Hoe verklaart de onderzoeker dat ?
    ďOok dan proberen mensen met het zoeken naar informatie hun emoties te regulerenĒ, meent hij : ďMensen maken een afweging in hoeverre het mogelijk slechte nieuws plezier in de toekomst kan verpesten. Als ze iets leuks in het vooruitzicht hebben, een huwelijk of een vakantie, stellen ze het ontvangen van mogelijk negatieve informatie vaak uit. Zo kijken studenten bijvoorbeeld liever op een woensdag naar de uitslag van een toets dan op een vrijdag, net voor het weekend.Ē
    Uiteindelijk willen mensen dus wel weten hoe het zit, maar dan wel op een moment waarop het hen uitkomt, concludeert Shani.

    Zelf was hij niet verbaasd over de uitkomsten: ďwant ik weet hoe ik zelf reageerĒ.
    En zijn vrienden in IsraŽl, met wie hij het erover had gehad, hadden ook gezegd op zoek te zullen gaan naar informatie, zelfs als het voor de uitkomst niks meer uitmaakt.
    ďZij dachten wel dat het iets was dat typisch IsraŽlisch wasĒ.
    Maar toen hij begon rond te vragen, bleek elke bevolkingsgroep dat te denken.
    Nederlanders dachten dat het iets typisch Nederlands was en Polen iets typisch Pools.

    Zou het niet gewoon iets typsich menselijks zijn ?
    Om dat met zekerheid te kunnen zeggen moet er nog meer onderzoek gedaan worden naar dit fenomeen.
    Als het aan Shani ligt, zal dat ook zeker gebeuren.
    Maar zelf wil hij zich na vier jaar theorie vooral ook wat meer op de praktijk richten.
    Consumentengedrag, dat lijkt hem wel wat, want daarin speelt spijt over verkeerde beslissingen ook een grote rol.


    Cfr. : http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/36700629/

    18-09-2007 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (4)
    15-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Alcohol use in chronic fatigue syndrome
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  










    Alcohol use
     in chronic fatigue syndrome

    Woolley J, Allen R, Wessely S, Academic Department of Psychological Medicine, Guy's, King's & St Thomas's School of Medicine and Institute of Psychiatry, 103 Denmark Hill, London SE5 8AF, UK - J Psychosom Res. 2004 Feb;56(2):203-6 - PMID: 15016579

    Objective
    To examine the anecdotal observation that patients with chronic fatigue syndrome develop alcohol intolerance.

    Methods
    A consecutive case series of 114 patients fulfilling UK criteria for chronic fatigue syndrome referred to a specialist clinic.
    Self-reported alcohol use pre- and postdiagnosis, fatigue symptoms and comorbidity measures were collected.

    Results
    Two-thirds reduced alcohol intake.
    The most common reasons were :

    • increased tiredness after drinking (67%)

    • increased nausea (33%)

    • exacerbated hangovers (23%) and

    • sleep disturbance (24%).

    One-third of the subjects also stopped drinking because "it seemed sensible".
    Some had been advised to avoid alcohol, but the majority (66%) did so on the basis of personal experience.

    Conclusion
    Our data supports the anecdotal belief that chronic fatigue syndrome patients reduce or cease alcohol intake.

    This is associated with greater impairment in employment, leisure and social domains of function and may hint at psycho-pathophysiological processes in common with other conditions that result in alcohol intolerance.

    Cfr. : http://www.ncbi.nlm.nih.gov/sites/entrez?db=pubmed&cmd=Retrieve&dopt=AbstractPlus&list_uids=15016579&query_hl=2&itool=
    pubmed_docsum


    Een paar citaten :

    1. Aangezien bij fibromyalgie sprake is van een verstoord zenuwstelsel en alcohol een zenuwgif is, verstoort alcoholconsumptie het zenuwtransport nog meer.
      Door alcoholconsumptie ontstaat een tekort aan B-vitamines en anti-oxidanten en deze zijn nodig voor het neutraliseren van de vrije radicalen die vrijkomen bij het ontgiftingsproces van de lever.
      Mensen die af en toe alcohol willen, kunnen het beste rode wijn nemen...
      Cfr. : http://home.tiscali.nl/fibromyalgiedieet/vermijden.html

    2. Zoek geen troost in alcohol of andere drugs.
      Cfr. : http://fibromyalgie.be/fibro-archief/fibromyalgie/depressie-is-iets-anders-dan-somberheid.html

    3. .../... bepaalde medicijnen en het overmatig gebruik van alcohol of drugs kunnen een depressie veroorzaken.
      Cfr. : http://fibromyalgie.be/fibro-archief/fibromyalgie/depressie-is-iets-anders-dan-somberheid.html

    4. Gebruik geen alcohol naast pijnstillers
      Cfr. : http://fibromyalgie.be/fibro-archief/fibromyalgie/pijnstillers.html

    5. Stimulerende voedingsmiddelen moeten vermeden worden : thee, koffie, cola, alcohol.
      De voeding moet gevarieerd zijn en veel anti-oxydanten bevatten.
      Veel vers fruit en verse groenten dus.
      Cfr. : http://www.e-gezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/gezondheid_vrouwen/fibromyalgie_belang_levens
      gewoonten-13936-406-art.htm

    6. Wees ís avonds matig met koffie, cola en alcohol.
      Cfr. : http://www.fibromyalgie.nu/meer_over_fibromyalgie.htm

    7. ... doet de alcohol je tijdelijk beter voelen : maar omdat je je beter voelt, heb je kans dat je je lichaam overbelast.
      Door deze overbelasting kun je ook allerlei nare klachten moeheid, hartkloppingen, slap enz. Krijgen .../...
      Koffie, suiker en alcohol worden ook heel slecht door de darmen verdragen : probeer deze middelen om die reden zo weinig mogelijk te gebruiken
      Cfr. : http://voedings-en-fysiologisch-adviseur.vijftigplusser.nl/?page=article&warticle_id=630&Eerder_gestelde_vragen_aan_de_voedings-en_fysiologisch_adviseur

    8. Benzodiazepines werken zowel kalmerend en slaapbevorderend als spierverslappend .../...
      Benzodiazepines verminderen het reactievermogen, hetgeen van belang is in het verkeer en bij bediening van machines.
      Dit effect wordt versterkt wanneer naast benzodiazepines ook antidepressiva en/of alcohol worden gebruikt.

    9. * Rofecoxib (Vioxx) Ė Bijwerkingen : Maagdarmklachten, zoals maagpijn, zuurbranden, bloedingen in het maagdarmkanaal.
      Bij gelijktijdig gebruik van alcohol neemt de kans op bloedingen toe.
      Celecoxib, meloxicam en rofecoxib hebben minder bijwerkingen op de maag.
      * Tramadol - Bijzonderheden : Tramadol heeft een nadelig effect op het reactievermogen.
      Pas op met alcohol, vanwege een extra nadelig effect op het reactievermogen.
      (Amitriptyline Ė idem)
      * Temazepam Ė Bijzonderheden : Pas ook op met alcohol : in combinatie met benzodiazepines kan het effect van alcohol sterker zijn dan u gewend bent.
      Cfr. : http://www.medicijngebruik.nl/downloads/BrochureFibromyalgie.pdf 

    15-09-2007 om 22:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (9 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Concreet aanknopingspunt chronisch vermoeidheidssyndroom
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Concreet aanknopingspunt
    chronisch vermoeidheidssyndroom

    Increased voluntary exercise in mice deficient for tumour necrosis factor-a and lymphotoxin-a
    M.G. Netea, B.J. Kullberg, A.G. Vonk, I. Verschueren, L.A.B. Joosten, J.W.M. van der Meer - European Journal of Clinical Investigation (2007) 37, 737-741

    Nieuwsbank, 05-09-2007
    Bron : Radboud Universiteit Nijmegen

    Radboudonderzoekers hebben een stof ontdekt waardoor muizen zich moe voelen.
    Zonder deze lichaamseigen stof - tumor necrose factor (TNF) - lopen muizen maar liefst drie keer meer dan normale muizen.

    Tumor Necrosis Factor-alfa ('TNFα', ook 'cachexine' of 'cachectine') is een cytokine.
    Het wordt ook geproduceerd door macrofagen Ė cfr. :
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Macrofaag - en speelt een belangrijke rol bij inflammatoire processen en de acute fase reactie.
    TNFα stimuleert de ontstekingsreactie in het lichaam.
    Hierdoor kan het tumorcellen doden.
    Het speelt echter ook een sleutelrol als boodschapper bij reumatoÔde artritis en de ziekte van Crohn : het doet de ontsteking toenemen met weefselafsterving (= necrose) tot gevolg.
    Het is ook verantwoordelijk voor ziektemanifestaties buiten de gewrichten, zoals vermoeidheid, vermagering, bloedarmoede enz.
    Er zijn een aantal anti-TNFα geneesmiddelen op de markt.
    Deze stoffen neutraliseren TNFα, zodat het ontstekingsproces wordt afgeremd.
    Cfr. :
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Tumor_necrosis_factor

    Het onderzoek, gepubliceerd in het septembernummer van het European Journal of Clinical Investigation, heeft waarschijnlijk ook belangrijke consequenties voor mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom.

    Vermoeidheid is niet alleen een fysieke toestand, maar ook een ervaring die in de hersenen tot stand komt.
    Naar een bemiddelde stof tussen beide fenomenen is lang gezocht, zonder veel resultaat.
    Onderzoekers van het UMC St Radboud hebben nu bij muizen vastgesteld dat tumor necrose factor (TNF), een eiwit dat een rol speelt in ontstekingsprocessen, zo'n bemiddelende stof moet zijn.
    Knockout-muizen die geen TNF aanmaken, lopen drie keer meer dan normale muizen.


    Vermoeidheid blokkeren

    Vervolgonderzoek staat inmiddels op stapel of wordt al uitgevoerd.
    Samen met het VUmc in Amsterdam wordt onderzocht of genetische verschillen in TNF inderdaad effect hebben op het gevoel van vermoeidheid.
    Marathonlopers zijn echte doorbijters : hebben zij een TNF-variant die beter beschermt tegen vermoeidheid dan de gemiddelde man of vrouw ?

    De ontdekking biedt ook concrete aanknopingspunten voor onderzoek naar het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS).
    Het is voorstelbaar dat TNF - bijvoorbeeld door voortdurend (over)prikkeling van de hersenen - bijdraagt aan de chronische vermoeidheid bij deze patiŽnten.
    Misschien kan dat proces gedempt worden door TNF-blokkers zoals infliximab (merknaam : 'Remicade' Ė cfr. hieronder) en etanercept (merknaam : 'Enbrel' (injectie) - cfr. hieronder).

    Dergelijke ontstekingsremmers worden nu al gebruikt voor reuma Ė cfr. : http://www.consumed.nl/ziekten/1111/reumatische%20artritisn hieronder) - en de ziekte van Crohn Ė cfr. : http://www.consumed.nl/ziekten/1372/Crohnn hieronder) -, waardoor een eventueel gebruik voor CVS relatief snel is in te voeren.

    TNF-alfa-blokkers remmen de Tumor Necrosis Factor (= TNF) af die bij reumatoÔde artritis en de ziekte van Crohn in de weefsels vrijkomt en weefsel-afsterving (= necrosis) tot gevolg heeft.
    Cfr. :
    http://nl.wikipedia.org/wiki/TNF-alfa-remmers -.

    ďKlinisch onderzoek moet uitwijzen of onze hypothese kloptď, zegt internist dr. Mihai Netea, eerste auteur van het artikel : ďDat onderzoek zijn we nu aan het organiserenď.

    Cfr. : http://www.nieuwsbank.nl/inp/2007/09/05/V056.htm


    Leven met reuma

    Teleac, (laatste update) 2 augustus 2004

    .../...
    Wat zijn de laatste ontwikkelingen op medicijngebied ?

    De laatste jaren is er door onderzoek meer inzicht gekomen in nieuwe behandeltechnieken en medicijnen voor enkele vormen van reuma.
    Vooral voor ontstekingreuma zijn er betere medicijnen ontwikkeld.
    De nieuwste medicijnen voor ontstekingsreuma, de zogenaamde TNFalfa-remmers, pakken het verkeerd werkende afweersysteem aan.
    Het ontregelde afweersysteem valt niet alleen vreemde bacteriŽn en virussen aan, maar keert zich ook tegen cellen van het eigen lichaam.
    Dit veroorzaakt onstekingsreacties.

    De medicijnen die bij de behandeling van reumatische aandoeningen worden gebruikt zijn in te delen in 4 groepen :
    - de eenvoudige pijnstillers
    - pijnstillers met een ontstekingsremmende werking
    - reuma-remmers en
    - medicijnen die plaatselijk worden toegediend in een ontstoken pees of gewricht.
    De TNF-alfa-remmers horen thuis in de groep reuma-remmers.
    De klassieke reuma-remmers zijn chemische stoffen die de chronische ontsteking remmen waardoor de ziekte minder actief wordt.
    De TNF-alfa-remmers komen uit de biotechnologie en worden gemaakt door genetisch veranderde bacteriŽn.
    Vandaar dat ze ook wel 'biologicals' genoemd worden.
    Ze blokkeren de werking van TNF-a.
    TNF-a is een belangrijk eiwit uit het afweersysteem.

    De afgelopen jaren is uit onderzoek gebleken dat TNF-a een rol speelt bij reumatische aandoeningen.
    Het activeert de afweercellen die zich tegen het eigen lichaam keren en waardoor de ontstekingsreacties ontstaan.
    ReumapatiŽnten hebben teveel TNF-a in hun gewrichten.
    De blokkers binden zoveel TNF dat het ontstekingsproces ophoudt.
    TNF-alfa-remmers werken snel en de bijwerkingen zijn tot nu toe gering.
    Wat de bijwerkingen op langere termijn zullen zijn en of de medicijnen op langere termijn zullen blijven werken is echter nog onbekend.
    Een ander punt van aandacht is het risico van ernstige infecties omdat ze de algehele bescherming tegen infecties aantasten Ė cfr. :
    http://www.biomedisch.nl/nieuws/2007/goede_bacterie_veroorzaakt_ziekte.php -.
    Tenslotte werken deze TNF-alfa-remmers lang niet bij elke reumapatiŽnt .../...

    Cfr. : http://www.teleac.nl/pagina.jsp?n=232101


    Chronische inflammatoire darmaandoening (verslag voordracht)

    Dr. O. Peters, gastro-enteroloog, Middelares ziekenhuis te Deurne
    - Verslag voordracht dd. 29 april 2000 -
    © Kronkel vzw


    .../...
    Behandeling van de ziekte van Crohn

    1. Onderhoudsbehandeling
      - 5 ASA-producten
      - Imuran
      - Budesonide : Entocort.
      Indicatie - Lichte tot matige opstoot van de ziekte van Crohn (niet voor Colitis Ulcerosa)
      De werkzame stof komt vooral vrij in het laatste stuk van de dunne darm en het begin van de dikke darm.
      Het product werkt topisch : het bindt zich aan het slijmvlies en blijft daar lang zitten.
      Het heeft minder de nijging om opgenomen te worden.
      Budesonide heeft een hoog first pass effect wat wil zeggen dat wanneer het product de lever passeert het voor 90 % wordt afgebroken zodat slechts 10 % in de rest van het lichaam komt.
      De startdosis is 9 mg, wat overeenkomt met ongeveer 40 mg Medrol.
      Het remissie percentage is 50 ŗ 60 % wat vrij behoorlijk is.

    2. Anti-TNF alfa (Infliximab, Remicade)
      De behandeling met Anti-TNF alfa speelt een essentiŽle rol bij de behandeling van de ziekte van Crohn.
      TNF alfa is een stof die geproduceerd wordt door bepaalde witte bloedcellen.
      Wat heeft men bij onderzoek gezien ?
      Meer en meer begon men in te zien dat TNF een grote rol speelt.
      Het ontstoken slijmvlies bevat veel TNF alfa en er zijn heel veel cellen die TNF produceren bij patiŽnten met de ziekte van Crohn.
      Eerst was het heel moeilijk om de productie van TNF alfa te stoppen.
      Na veel onderzoek heeft men een stof gevonden die het TNF alfa blokkeert nl. Infliximab, Remicade. (=anti-TNF) .../...

    Cfr. : http://home.scarlet.be/~lvaneyck/Verslagen%20dokters/chronische%20darmaandoening.htm


    Cfr. ook :

    1. Etanercept ('Enbrel' (injectie))
      Cfr. :
      -
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Etanercept
      -
      http://www.efarma.nl/pages/winap.asp?ID=834&Method=infotekst
      -
      http://www.enbrel.nl/splash.html
      -
      http://www.fk.cvz.nl/Preparaatteksten/E/etanercept.asp?blPrint=True
      -
      http://www.maartenskliniek.nl/behandelingen/reumatische-aandoeningen/reumageneesmiddelen/etanercept/1558111/
      -
      http://www.nieuwsbank.nl/inp/2000/04/0428J153.htm

    2. Het Chronisch Vermoeidheidssyndroom
      Joris Van Steen, Tuinbouwschool Merchtem (richting Biotechniek) - Schooljaar: 2001-2002
      Cfr. :
      http://www.me-cvs.nl/index.php?pageid=7081&printlink=true&highlight=Jongeren%3CSEP&PHPSESSID=bcd909e171dbc93f48eaba034fce1ca2%3Een%3CSEP%3ECVS

    3. Infliximab ('Remicade')
      Cfr. :
      -
      http://www.crohnsite.be/content/view/261/70/
      -
      http://www.cvz.nl/resources/cfh0713%20infliximab-Remicade%20rapport_tcm28-23212.pdf
      -
      http://www.efarma.nl/pages/winap.asp?ID=1137&Method=infotekst
      - http://www.hhr.be/afdelingen/endoscop/Remicade.pdf
      -
      http://www.huidarts.com/producten/remicade/Remicade_patientenbrochure.pdf
      -
      http://www.scdiet.nl/infliximab.php
      -
      http://www.umcn.nl/extern/patfol/CIS0821.pdf

    4. Nijmeegs Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid
      UMC St Radboud, (laatste update) 02-02-2007
      In het UMC St Radboud wordt vanuit verschillende vakgebieden en afdelingen de klacht chronische vermoeidheid bestudeerd, zowel in de patiŽntenzorg als in het wetenschappelijk onderzoek.
      Veel kennis is inmiddels opgedaan, maar nog veel meer is onbekend.
      Om de kennis die vanuit de diverse vakgebieden is vergaard, te kunnen bundelen bestaat het
      Nijmeegs Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid .
      Op deze internet site vindt u belangrijke patiŽnteninformatie over Chronisch Vermoeidheidssyndroom (CVS), vermoeidheid na kanker en vermoeidheid bij chronische ziekten.
      U vindt informatie over :
      -
      Wat is CVS ?
      -
      Wat is de werkwijze op de Polikliniek Algemeen Interne Geneeskunde t.a.v. CVS ?
      -
      Wat zijn de behandelingsmogelijkheden voor CVS ?
      -
      CVS bij jongeren
      -
      Wat zijn de behandelingsmogelijkheden voor jongeren ?
      -
      Vermoeidheid na kanker
      -
      Wat zijn de behandelingsmogelijkheden voor vermoeidheid na kanker ?
      -
      Vermoeidheid bij chronische ziekten
      -
      Wat gebeurt er na verwijzing naar het behandelcentrum ?
      Cfr. :
      http://www.umcn.nl/professional/

    5. TNF maakt muizen moe - Concreet aanknopingspunt voor chronisch vermoeidheidssyndroom
      Cfr. :
      -
      http://www.nijmegenonline.nl/nieuws/radboud-vermoeidheid/
      -
      http://www.artsenapotheker.nl/i81942
      -
      http://www.umcn.nl/overhetumc?path=overhetumc/nieuws/homepage/tnf_maakt_muizen_moe

    6. Vermoeidheid bij spierziekten
      'From prevalence to predictors of fatigue in neuromuscular disorders - The building of a model'
      Mw. drs. J.S. (Joke) Kalkman
      Promotoren : Prof.dr. G. Bleijenberg, Prof.dr. M.J. Zwarts & Prof.dr. B.G.M. van Engelen
      Radboud Universiteit, 31 oktober 2006

      Cfr. :
      -
      http://www.umcn.nl/scientist/
      -
      http://www.onderzoekinformatie.nl/nl/oi/nod/onderzoek/OND1277144/ 

    15-09-2007 om 22:19 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vermoeidheid bij meisjes vooral door somberheid en angst
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  


    Vermoeidheid bij meisjes
    vooral door
    somberheid en angst

    © 2007 Artsennet, 05-09-07
     Bron :
    Universiteit Utrecht

    Emotionele klachten als somberheid en angst, en in mindere mate weinig lichaamsbeweging en een slechte nachtrust, zijn in de meeste gevallen de oorzaak van vermoeidheidsklachten bij jongeren.
    Dit concludeert Maike ter Wolbeek in haar proefschrift.

    Ter Wolbeek voerde een grootschalig onderzoek uit voor het Universitair Medisch Centrum Utrecht en de Universiteit Utrecht.
    Hiervoor liet zij 3454 middelbare scholieren een vragenlijst invullen over vermoeidheid, gezondheid en levensstijl.
    Hieruit bleek dat maar liefst 20,5% van de meisjes en 6,5% van de jongens last hadden van ernstige vermoeidheid.

    Nader onderzoek wees uit dat de vermoeidheid bij de meisjes (en de duur ervan) vooral door emotionele klachten en in mindere mate door weinig lichaamsbeweging en slechte nachtrust, worden veroorzaakt.
    Afwijkingen in het immuunsysteem en het hormonale stressregulerende systeem bleken vooral voor te komen bij meisjes die langdurig moe waren of naast de moeheid ook last hadden van emotionele problemen.

    Volgens Ter Wolbeek is het belangrijk om in de toekomst te achterhalen of juist deze meisjes een risicogroep vormen om een vermoeidheidsziekte ontwikkelen.
    Zij beveelt aan om jongeren die last hebben van somberheid en angst, weinig bewegen en slecht slapen, preventief hulp te bieden ter voorkoming van ernstige vermoeidheidsklachten.


    Cfr. : http://www.artsennet.nl/content/resources//AMGATE_6059_1_TICH_R19770624202550//#0 

    15-09-2007 om 22:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    08-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Petitie !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  


















     

    F I B R O M Y A L G I E

     Petitie
     

    Magda Weckx

    vraagt ons haar

    een mailtje te sturen
    met als onderwerp 'Petitie Fibromyalgie'
    (zůnder tekst of mťt een persoonlijke boodschap)

    > magda.weckx@hotmail.com <

    om ze af te drukken en aan
    Koning Albert II
    ťn aan de

    Minister van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu

    te sturen
     

    Doe mee !


    08-09-2007 om 18:27 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (13 Stemmen)
    >> Reageer (1)
    06-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Eťn miljoen bezoekers !
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    1.000.000
    bezoekers !

    Dank je !

    06-09-2007 om 15:27 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (26 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maatregelen chronisch zieken - Pijnstillers en actief verband worden vergoed
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Maatregelen chronisch zieken
    - Pijnstillers en actief verband worden vergoed -

    Christelijke Mutualiteiten (CM)

    Chronische pijnpatiŽnten die lijden aan een bepaalde aandoening (bv. chronische artritis, fibromyalgie, ...) krijgen vanaf 1 juli jl. 20 % terugbetaald bij de aankoop van bepaalde pijnstillers (Dafalgan, Perdolan, ...).
    Er is wel een akkoord van de adviserend geneesheer nodig.


    Sinds 1 juli zijn er nieuwe tegemoetkomingen voor pijnstillers en actieve verbandmiddelen op voorschrift. De invoering kadert in de specifieke beschermingsmaatregelen voor chronisch zieke mensen. De maatregel geldt zowel voor rechthebbenden van de algemene regeling als voor zelfstandigen. Hij is niet van toepassing bij opname in het ziekenhuis.


    Pijnstillers

    Sommige chronischepijnpatiŽnten  krijgen een tegemoetkoming van 20 procent in de prijs van bepaalde pijnstillers op basis van paracetamol en een combinatie van paracetamol en codeÔne.
    De behandelende arts of de arts die het globaal medisch dossier beheert, stuurt een kennisgeving aan de adviserend geneesheer van het ziekenfonds. Deze levert aan de patiŽnt een machtiging af die hij samen met het voorschrift aan de apotheker moet tonen om de tegemoetkoming te verkrijgen.

    Pijnstillers

    Tegemoetkoming ziekteverzekering
    Sommige chronischepijnpatiŽnten krijgen een tegemoetkoming van 20 procent in de prijs van bepaalde pijnstillers.

    Voorwaarden

      • De patiŽnt lijdt aan een welomschreven aandoening
        - kankerpijn
        - chronische artritis/artrosepijn
        - neurogene of neuropatische pijn van centrale of perifere oorsprong (inbegrepen multiple sclerose)
        - perifere vasculaire pijn
        - postchirurgische pijn (inbegrepen fantoompijn)
        -
        fibromyalgie
      • De pijnstiller komt in aanmerking voor terugbetaling
        (lijst van analgetica augustus 2007)
        - Algostase Mono
        - Dafalgan
        - Dafalgan Codeine
        - Dafalgan Forte
        - Docparacod
        - Dolprone
        - Panadol
        - Paracetamol
        - Perdolan
        - Perdolan Codeine
        - Sanicopyrine
        - Wittekruis Mono

    Procedure
    De behandelende arts of de arts die het globaal medisch dossier Ė cfr. :
    http://www.cm.be/nl/108/ziekteverzekering/specifieke_regelingen/globaal_medisch_dossier
    /index.jsp?ComponentId=1094&SourcePageId=36101
    - beheert, bezorgt een kennisgeving aan de adviserend geneesheer van het ziekenfonds.
    Deze levert aan de patiŽnt een machtiging af die samen met het voorschrift en de SIS-kaart aan de apotheker moet worden getoond om de tegemoetkoming te verkrijgen.

    Goed om te weten
    Het bedrag dat ten laste blijft van de patiŽnt, wordt als persoonlijk aandeel meegeteld voor de maximumfactuur Ė cfr. :
    http://www.cm.be/nl/108/ziekteverzekering/specifieke_regelingen/maximumfactuur/index.jsp?ComponentId=1088&SourcePageId=36101 -.


    Actieve verbandmiddelen

    Actieve verbandmiddelen zijn speciale en dure verbanden die een gunstig vochtig klimaat creŽren dat de wondheling bevordert. Indien een wonde na zes weken behandeling onvoldoende is geheeld, wordt ze beschouwd als chronisch en krijgt de patiŽnt in bepaalde gevallen een tegemoetkoming.
    Het gaat om een forfait van 20 euro per maand en een bijkomende vergoeding van 0,25 euro per verpakking voor sommige actieve verbandmiddelen.
    De behandelende arts of de arts die het globaal medisch dossier beheert, stuurt een kennisgeving aan de adviserend geneesheer van het ziekenfonds.
    Ze geldt voor maximaal drie maanden en kan driemaal worden hernieuwd.
    Bij aankoop van een actief verbandmiddel verrekent de apotheker de vergoeding per verpakking op vertoon van de SIS-kaart en het voorschrift met de vermelding Ďderdebetalersregeling van toepassingí.
    Het ziekenfonds betaalt het forfait elk trimester aan de patiŽnt.

    Meer informatie : http://www.cm.be/nl/108/ziekteverzekering/terugbetalingen_varia/actief_verband.jsp?ComponentId=36087&SourcePageId=15811


    Goed om te weten

    Zowel voor pijnstillers als voor actieve verbandmiddelen wordt het bedrag dat ten laste blijft van de patiŽnt, als persoonlijk aandeel meegeteld voor de maximumfactuur.

    Cfr. : http://www.cm.be/nl/108/infoenactualiteit/publicaties/visie/visie_27_juli/pijnstillers_en_actief_ver
    band.jsp?ComponentId=15799&SourcePageId=4224
     


    Opmerking :

    Hoe de regels in Nederland zijn weet ik niet...
    Jij wťl ?
    Geef me dan een seintje.
    Dank je !
    Jules.

    06-09-2007 om 14:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (11 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    dolfijn
    blog.seniorennet.be/dolfijn
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!