NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • viagra generico en mexico
  • cialis tadalafil tableta
  • levitra 10mg viagra
  • Egyptian document Obama person in Muslim Brotherhood
  • faq trusted viagra sites

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • click now buy viagra uk (BorisHoF)
        op Vluchten in het werk
  • qual o nome generico do viagra (BorisHoF)
        op Vluchten in het werk
  • 5 mg generici cialis (MichailHoF)
        op Vluchten in het werk
  • cialis 5 mg andorra (MichailCek)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • viagra ile mg (BorisHoF)
        op Vluchten in het werk
  • faxless payday advance (AlexisCek)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • where to buy viagra in toronto (BorisCek)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • viagra kaufen schwarzmarkt (BorisHoF)
        op Vluchten in het werk
  • faxless payday loans (AlexisHoF)
        op Vluchten in het werk
  • comprare viagra san marin (VasilyHoF)
        op Vluchten in het werk
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    ouders_van_een_vermoord_kind
    blog.seniorennet.be/ouders_
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    la_douce_france
    blog.seniorennet.be/la_douc
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    ranja
    blog.seniorennet.be/ranja
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    spegelaereliliane
    blog.seniorennet.be/spegela
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    juzef
    blog.seniorennet.be/juzef
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    08-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De taal die iedereen spreekt
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    De taal die iedereen spreekt


    Frank van Marwijk
    © Bodycom Lichaamscommunicatie

    Leer jezelf en anderen beter kennen met de cursus praktische psychologie (ook in vlaanderen te ontvangen !)


    Hoe hoog is de druk ?
    Lichaamstaal en stress

    Stress op het werk is mogelijk de belangrijkste oorzaak van ziekmeldingen. Vroeger werd iemand 'overspannen' genoemd, maar in deze tijd spreken we vaker van burnout. Wat heeft deze veroorzaker van vaak langdurige ziekte nu te maken met lichaamstaal ? Om hier antwoord op te geven moeten we kijken wat nu de grootste veroorzaker is van stress. Is dit werkelijk het werk zelf, of spelen er nog andere factoren een rol ?


    Ziekmakende communicatie

    In veel gevallen van burnout is niet het werk zelf de voornaamste stressfactor, maar de communicatie binnen de werksituatie. Het gaat daarbij niet alleen om wat collega's en leidinggevenden zeggen, maar vooral over wat ze niet zeggen. Rivaliteit, pressie en onvoldoende waardering voor het werk en voor de persoon zelf, worden eerder non-verbaal uitgedrukt dan uitgesproken. Onze diepste gevoelens spreken we nu eenmaal niet zo makkelijk uit, maar we laten onze onvrede wel blijken door middel van lichaamstaal. De boodschap die we de ander daarmee onbewust geven, vreet diep in zijn ziel en is een belangrijke veroorzaker van ziekte.

    Als de werknemer ziek thuis is, zal hij soms zelf als reden hiervoor noemen dat hij 'overwerkt' is. Hij bevond zich op kantoor op momenten dat dat niet meer van hem verwacht werd en nam de gedachten aan zijn werk mee naar huis, zodat dit hem ook 's nachts wakker hield. Toch moeten we niet vergeten dat ook hier vaak de verstoorde communicatie de drijfveer is. Een werknemer die voldoende waardering ervaart voor het werk dat hij doet, zal niet zo snel overwerkt raken.


    Waardering

    Om gemotiveerd te kunnen blijven werken, heeft een mens behoefte aan waardering. Hierbij heb ik het niet over het salaris dat maandelijks bijna automatisch wordt overgemaakt. Ik heb het hier over een complimentje dat zo nu en dan eens gemaakt moet worden of, om in lichaamstaal-termen te spreken, over een schouderklopje of een aai over de bol. Ook een opgestoken duim en een glimlach kunnen al wonderen doen. Dit klinkt allemaal vrij logisch, maar toch ontbreekt het hier in de praktijk vaak aan.


    Kritiek

    Natuurlijk kan het voorkomen dat je als werkgever ontevreden bent over je werknemer, of dat je als collega bepaalde verwachtingen hebt van de ander. In dit geval is het opbouwender om de kritiek uit te spreken dan deze alleen non-verbaal te laten blijken. Afkeurende blikken en korte snauwen zonder de daarbij behorende motivatie dragen niet bij tot een prettige werksfeer. Te vaak komt het ook voor dat een collega, waarmee men het niet zo goed kan vinden of waar men ontevreden over is, totaal wordt genegeerd. Genegeerd worden is misschien wel het vervelendste dat je in een werksituatie kan overkomen. Het is namelijk erg belangrijk om gezien te worden en dat kun je hier ook wel letterlijk nemen.


    Herken stress op tijd !

    Burnout bij jezelf en bij anderen kan worden voorkomen door de tekens van stress tijdig te herkennen. Het herkennen bij jezelf is misschien nog het meest lastig. Veel mensen gaan de gedrevenheid waarmee ze hun werk doen zien als een karaktereigenschap : 'zo ben ik nu eenmaal'. Ze kunnen niet meer onderscheiden dat ze voor die tijd 'nu eenmaal' niet zo waren. Zelfs het hebben van slapeloze nachten, hoofdpijn en pijn in de nek zijn geen tekenen die hen doen stoppen. Ook dit 'hoort er nu eenmaal bij', zo vinden ze. Het is dus zinvol om de stress bij collega's te herkennen en hun daarvan bewust te maken.


    De gestreste collega

    Als een collega met regelmaat langer op zijn werk blijft dan nodig is en een gedreven indruk maakt, kan er sprake zijn van stress. Ook aan kleine signalen kun je dit merken. Deze collega kan een vermoeide indruk maken en snel geirriteerd zijn. Veelal kan hij zich ook moeilijk concentreren. Het lukt hem bijvoorbeeld niet om aandachtig te luisteren tijdens gesprekken. Steeds kijkt hij weg en laat zijn gedachten makkelijk afdwalen. Zijn slechte concentratie kan er ook de reden van zijn dat hij meer fouten maakt die hij, diep zuchtend, weer probeert te herstellen. De collega is vaak overbetrokken met zijn werk bezig en met te veel dingen tegelijk. Hierdoor verliest hij ook het overzicht. Hij spreekt veel, snel en gejaagd. Hij loopt vlug en toont tekenen van ongeduld zoals trommelen met zijn vingers. Zijn overbetrokkenheid kan echter plotseling omslaan in onverschilligheid; zijn vele praten in stilzwijgen.



    Cfr. : http://www.lichaamstaal.com/lichaamstaal.html?stress.html 

    08-09-2005 om 11:28 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (10 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibromyalgie en Chronische Pijn
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Clair Davies 


    Fibromyalgie en Chronische Pijn

    Handboek Triggerpoint-therapie
    Laatste wijzigingen : 16-feb-05

    Medisch onderzoek heeft aangetoond dat chronische pijn in vele gevallen wordt veroorzaakt door myofasciale triggerpoints of kleine spierknopen, in overbelaste of op andere wijze getraumatizeerde spieren. Artsen in gespecialiseerde pijnklinieken, die bedreven zijn in het detecteren en behandelen van triggerpoints, hebben ontdekt dat deze triggerpoints in ruwweg 75% van de gevallen de voornaamste pijnoorzaak zijn en in vrijwel alle andere gevallen medeverantwoordelijk zijn voor de pijn.

    Het is bekend dat triggerpoints pijn veroorzaken in hoofd, nek, kaak en onderrug. Dat zij het carpaal tunnelsyndroom veroorzaken en allerlei andere soorten gewrichtspijn die - onterecht - worden toegeschreven aan artritis, tendinitis, bursitis, letsel aan de gewrichtsbanden. Triggerpoints veroorzaken een scala aan problemen, zoals oorpijn, duizeligheid, misselijkheid, maagzuur, hartritmestoornissen, tennisarmen en pijn aan de geslachtsdelen. Soms veroorzaken triggerpoints pijn in de holtes en verstoppingen. Ook kunnen ze een rol spelen in chronische vermoeidheid en de weerstand tegen infecties verminderen. Een aangezien triggerpoints verantwoordelijk kunnen zijn voor langdurige pijn en invaliditeit van waaruit geen ontsnapping mogelijk lijkt, kunnen ze ook depressiviteit veroorzaken.

    Zelfs fibromyalgie, waarvan bekend is dat miljoenen mensen er last van hebben, is in zijn eerste stadia waarschijnlijk te wijten aan triggerpoints. In vele gevallen wordt deze geheimzinnige diagnose onterecht uitgesproken. Dr. David Simons, de belangrijkste deskundige op het gebied van myofasciale pijn, zegt hierover : ďHet wordt steeds duidelijker dat vrijwel alle fibromyalgie patiŽnten myofasciale triggerpoints hebben en dat deze een belangrijke bijdrage leveren aan hun algehele pijnprobleem. Sommige patiŽnten krijgen de diagnose 'fibromyalgie', terwijl ze in feite slechts lijden aan veel gemakkelijker te behandelen meervoudige triggerpoints.Ē

    Triggerpoints worden vaak verward met "tender points," wat een van de officiŽle criteria voor het vaststellen van een diagnose of fibromyalgie. Er zijn duidelijke richtlijnen waarmee men triggerpoints van tender points kan onderscheiden :

    1. een triggerpoint geeft slechts pijn bij stevige druk, terwijl een tender point zo pijnlijk is dat hij nauwelijks kan worden aangeraakt
    2. tender points veroorzaken alleen plaatselijk pijn; in tegenstelling tot triggerpoints leiden ze geen pijn af naar andere plekken
    3. triggerpoints worden slechts aangetroffen in een bepaald aantal bekende plaatsen; tender points kunnen zich letterlijk overal voordoen.
    Aangezien echte fibromyalgiepatiŽnten doorgaans last hebben van beide soorten ďpoints,Ē kan hun pijntoestand aanmerkelijk worden verlicht wanneer hun triggerpoints zorgvuldig worden behandeld.
     
    Chronische pijn en andere problemen die door triggerpoints worden veroorzaakt kunnen verbazingwekkend gemakkelijk te verhelpen zijn. Je kunt zelfs leren hoe je ze zelf op een veilige manier kunt lokaliseren en behandelen. En dat zonder hoge kosten.
    Het Handboek Triggerpoint-therapie - cfr. : http://www.triggerpointboek.nl/index.htm - helpt je deze vaardigheden ontwikkelen. Bezoek voor meer informatie over triggerpoints en andere aandoeningen de homepage.


    Cfr. : http://www.triggerpointboek.nl/chronic.htm

    08-09-2005 om 01:39 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (10 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bodyreading - Het lichaam "lezen" in lichaamsgerichte therapie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Bodyreading 
    Het lichaam "lezen" in lichaamsgerichte therapie

    Dirk Marivoet
    Dirk Marivoet, Lic. is Internationaal Opleider in Postural Integration en Energetic Integration Psychotherapie, methodes van Bodymind Integration. Lid van BABT, ICPIT en ICEIT. Hij is tevens opgeleid in Psychomotorische Therapie (KUL) en Reichiaans Therapeut opgeleid in Core-Energetics en Pelvic-Heart Integration.
        
    Laatst geupdated : November 11, 2004
     
     
    "Body Readingí is gebaseerd op het concept dat struktuur bevroren functie is. Wat dit betekent, is dat iemands fysieke struktuur een weerspiegeling is van zijn psychobiologische geschiedenis en zijn huidig psychobiologisch functioneren. Denk aan een fysieke struktuur die gekneed wordt door de ervaringen van het leven. Dat is een continu proces, waarbij de lichaamsstruktuur steeds evolueert met de ervaringen in interaktie met de fysieke en sociale werelden die erop ingrijpen.
    Lichaamsstruktuur kan gezien worden als een bevroren conversatie of dialoog tussen conflicterende delen van het zelf. De conversatie werd bevroren omdat ťťn deel de overhand had verworven en een machtsevenwicht, breekbaar of belast bereikt is. Wat eens een actieve strijd was tussen individu en omgeving en daarna tussen delen van het zelf, werden geÔnstitutionaliseerd in lichamelijk gedrag en struktuur (Kepner, 1987). Delen van het lichaam, die gebruikt en gevoed worden, zullen naar hun genetische limiet toegroeien. Deze delen die niet geoefend en gevoed worden zullen niet volledig ontwikkelen of kunnen daarentegen atrofiŽren, ziek worden of zelfs helemaal ophouden te funktioneren. Het principe dat hier geldt kunnen we met een Angelsaksisme omschrijven als, ĎIf you donít use it, you lose it.í(Ďals je Ďt niet gebruikt, dan raak je Ďt kwijt'.). Achter het misbruik of het niet-gebruik van delen van het lichaam zitten organismische beslissingen die werden genomen in respons op zgn. "ouderlijke boodschappen" (in de ruime zin "cultuurnormerende boodschappen"). Wanneer deze boodschappen "toxisch" zijn en geÔntrojecteerd worden, is het resultaat niet-gebruik of misbruik van delen van het lichaam. Een deel van het lichaam wordt doods, gepantserd, tot op zekere hoogte buiten gebruik gesteld, of het zal gebruikt worden op manieren die niet natuurlijk en biopositief zijn. Andere delen lopen het risico beschadigd te raken door fysieke traumata.
     
    Wat we dus kunnen zien in de fysieke struktuur van een persoon is het huidige punt van evolutie van de interaktie van een genetische basis en het uitleven van een Ďlichaamsscriptí. Dit lichaamsscript bestaat uit al de permissies en verboden betreffende het leven van het lichaam (gebruik, niet-gebruik, misbruik).
     
     Als een therapeut nu, naar het lichaam van zijn cliŽnt kijkt, dan kan hij/zij bepaalde aanwezige waarneembare fenomenen "noteren". Hij/zij kan de lichaamsstruktuur zien en mogelijk hypothesen genereren omtrent de psychobiologische dynamieken die hij/zij kan opmaken uit de geziene fenomenen. De cliŽnt zelf krijgt ook de mogelijkheid zijn eigen lichaam te voelen en kan al invoelend en in dialoog met de lichaamsfenomenen meer "in contact" komen met de polariteiten van zichzelf en hoe zijn/haar leven zich heeft "afgedrukt" in zijn/haar lichaam.
    Een therapeutisch doel is het conflict op te lossen en alle aspecten van het zelf toe te staan te bestaan en te funktioneren voor het ganse organisme.
     
    Het dragen van kleren, door de aard ervan, neigt de geziene en ervaren lichaamsfenomenen te dissimuleren. Daarom wordt body reading gemakkelijker als de cliŽnt zo weinig mogelijk kleding draagt. Hoe meer huid er bedekt is, en hoe meer de kleding de aandacht trekt (door kleur, drukpatronen e.a.) hoe moeilijker men de werkelijke toestand van het lichaam kan inschatten. Natuurlijk dient de therapeut hier rekening te houden en respect te hebben voor de grenzen van de cliŽnt. Samen wordt gezocht naar wat haalbaar is.

    Body reading is uiterst bruikbaar in het begin van een lichaamsgerichte therapie. In de eerste plaats geeft het zowel de therapeut als de cliŽnt een indruk van het fysieke, energetische en emotionele lichaam. Samen kunnen cliŽnt en therapeut hieruit themas en werkpunten voor de therapie distilleren. Op de tweede plaats is het een middel om therapeutische verandering te evalueren. Het is evident dat voor men aan een body reading begint, men eerst de theorie en de bedoeling hiervan aan de cliŽnt uitlegt.

    De volgende logische vraag lijkt me dan te zijn : ďAls we samen met de cliŽnt naar zijn/haar lichaam kijken, waar kijken we dan naar ?Ē Deze vraag brengt ons bij de verschillende stijlen die er bestaan van body reading. We kunnen hierbij een onderscheid maken tussen stijlen van body reading die gebruik maken van een typologie, en deze werken zonder het gebruik van een typologie.

    Body reading zonder een typologie houdt, op het meest basale niveau, in een fenomenologisch kijken naar het lichaam van de cliŽnt. Dit betekent zorgvuldig kijken naar de cliŽnt en op een naÔeve manier zien wat er verschijnt. Met naÔef bedoel ik zonder evaluaties of interpretaties van wat gezien wordt. Bv. de knieŽn staan op slot, de linker schouder is hoger dan de rechter, de benen zijn relatief dikker dan de romp enz. Eerst worden de fenomenen van het lichaam gezien. Daarna kan men als men bijvoorbeeld deze fenomenen nog beter gaan ervaren door ze te overdrijven of er een tegengestelde pool voor te exploreren. Sommige therapeuten (van meer analytische inslag) kunnen ook naar het niveau van interpretatie overgaan om de betekenis van deze fenomenen te duiden, d.i. een hypothese te formuleren omtrent elementen in de geschiedenis van de cliŽnt en de huidige dynamiek.
    Als vaardigheid in het fenomenologisch waarnemen kan men als therapeut ook beroep doen op het inleven en imitateren met het eigen lichaam van de waargenomen postuur of lichaamsstruktuur. Men kan dan invoelen hoe het moet zijn om in zus of zoín houding te staan of te bewegen.
     
    In sommige gevallen waarin imitatie niet mogelijk is, kan men zich een "virtuele" voorstelling maken van hoe het moet zijn om bv. relatief dikke benen te hebben tegenover een mager bovenlijf. Men zou deze methodes respektievelijk Ďempatische lichaamsnabootsingí en Ďgefantasmeerde empatische lichaamsnabootsingí kunnen noemen.
     
    Een andere methode van fenomenologische body reading is het gebruik van ĎintuÔtieve metaforení, waarbij het lichaam of een lichaamsdeel vertaald wordt in een metafoor, bijvoorbeeld een dier-, plant- of andere metafoor. "Een grote stier", "een stenen muur", "een dikke eiken boom". Deze vertaling gebeurt intuÔtief, dus niet door een analytisch proces of doelbewust zoeken naar een metafoor.
     
    Een andere manier is te kijken naar een aantal dimensies die betekenisvol kunnen zijn in de lichaamsfenomenen.(Keleman, 1979), zgn. Ďsomatisch descriptieve parametersí. Zo zou men kunnen kijken naar de mate van opwinding of doodsheid in een deel van het lichaam. Evenzo kan men kijken naar expansie tegenover contractie, gebondenheid tegenover ongebondenheid, strak of los, aktief of passief, week of hard, opgeladen tegenover ontladen, traag tegenover snel, verhouding tot de zwaartekracht, patronen van houding en beweging, de tendens om denken, voelen en handelen te richten op organisatie of desorganisatie enz.
     
    Ook kan men kijken naar de aanwezigheid van asymmetrieŽn. De therapeut kijkt naar delen van het lichaam die niet bij elkaar lijken te horen. Deze splitsingen in het lichaam werden herkend en geÔnterpreteerd door verscheidene auteurs zoals Dychtwald (1978). Hij identificeert vijf belangrijke splitsingen : links-rechts, top-bodem, voor-achter, hoofd-lichaam, torso-ledematen.

    Een tweede manier is body reading met een typologie. Een typologie is een systeem van classificatie gebaseerd op bepaalde karakteristieken. Bij body reading kan de aanwezigheid van bepaalde combinaties van strukturele kenmerken lichaamstypes definiŽren. In de mate dat er psychobiologische karakteristieken zijn die corresponderen met de lichaamstypes, kan body reading organismische syndromen aan het licht brengen.

    Het vroege werk om fysieke karakteristieken en gedrag met mekaar in verband te brengen bestond erin woordenboeken samen te stellen met volksgeloof betreffende deze verbanden. Voorbeelden van deze benadering worden gevonden bij Lavater (1804) en Gall en Spurzheim in 1809.
    De volgende stap was nauwkeuriger te observeren en te zien of inderdaad zulke relaties tussen fysieke karakteristieken en gedrag bestaan. Zoín vroeg empirisch werk en verdere katalogisering werd verricht door Rostan (1824), Viola (1909), Sigaud (1914), Naccarati (1921) en Kretschmer (1921).

    Constitutionele standpunten zijn gedurende eeuwen de voorlopers van het bestaan van academische psychologie.


    Constitutietypen

    Met betrekking tot hun constitutie bestaan er opmerkelijke verschillen tussen mensen. Van oudsher heeft men ernaar gestreefd, deze verschillen te herleiden tot variaties van enkele fundamentele constitutietypen. In de loop van de geschiedenis werden talrijke typologieŽn opgesteld.


    Hippokrates

    Hippokrates was een van de eersten in de westerse traditie die zich bezighield met de constitutie. Hij suggereerde een typologie van de fysiek, een temperamenttypologie en een conceptie van stemmingen (Ďhumorení-lichaamsvochten) die consistent is met het huidige denken i.v.m. de rol van endocriene secreties in menselijk gedrag. Hippokratesí lichaamstypologie bestaat uit 2 types : het korte en dikke versus het lange en dunne. Het eerste type was voorbestemd om apoplexie (een beroerte) te krijgen (Habitus apoplecticus). Het tweede (lang en dun) was voorbestemd om TBC te krijgen (Habitus phthisicus).
    In termen van temperament suggereerde Hippokrates 4 basistypes. Elk type wordt gedomineerd door 1 van de 4 lichaamsvochten. De 2 extreme types zijn het Ďcholerischeí en het Ďmelancholeí. Daartussen zitten de 2 gematigde types, nl. het Ďsanguinischeí en het Ďphlegmatischeí. Deze types corresponderen met een predominantie van gele gal, zwarte gal, bloed en phlegma respektievelijk. Deze types koppelde Hippokrates ook aan de vier elementen en aan de vier seizoenen.
    Galenus baseerde zijn indeling op (overmaat van een der) 'lichaamssappen'. De indeling van Galenus is eeuwenlang de meest invloedrijke geweest.

    In de 19e eeuw was een hernieuwde belangstelling voor deze typologie te constateren. Vele systemen werden opgesteld. Rostan maakte bijvoorbeeld een indeling in vier typen: het digestieve, het musculaire, het respiratieve en het cerebrale. Het indelingscriterium is hier de relatiegrootte van de orgaanstelsels. Sigaud beschrijft beschrijft twee belangrijke reacties t.o.v. de omgeving: dilatation (hyposensibilitť), rťtraction (hypersensibilitť). Hij beschrijft drie types : le dilatť (content de soi), le rťtractť (mťlancolique), le gras (indiffťrent). Viola baseerde zich op de verhouding tussen romp en ledematen en kwam aldus tot 3 typen : macrosplanchnisch, normosplanchnisch en microsplanchnisch, gekarakteriseerd resp. door sterk ontwikkelde romp en relatief kleine ledematen, door normale, harmonische proporties en door een kleine romp en lange ledematen (Gr., splanchna, ingewanden).

    Sheldon, heeft een indrukwekkende tabel opgesteld waarop 29 auteurs voorkomen die allen hun systeem min of meer op twee of drie hoofdtypen hebben opgebouwd.


    Kretschmer 
    (1925)
    De beweging naar meer precisie en objectiviteit in de lichaamstypering ging verder met het werk van de duitse psychiater Ernst Kretschmer. Zijn methode bestond erin het subject naakt te laten rechtstaan voor de observator die dan een lange checklist invulde met descriptieve zinnen voor elk van de belangrijkste lichaamsdelen.
    Dit was een erg systematische en tijdrovende procedure. Een complexe analyse van deze Ďratingsí en objectieve metingen leidde tot drie basistypes :

    1. het astenische : freel, lineair uiterlijk, lange gestalte, smalle, platte borstkas, lange ledematen, dunne hals, weinig kin, spitse neus.
    2. het atletische : musculair en krachtig, vitaal, goed geproportioneerd, type sportman of sportvrouw.
    3. het pyknische : plomp, gedrongen gestalte, dikke romp, graciele ledematen, korte hals, zwaar hoofd.

      - + Het dysplastische : ongewone lichaamsstrukturen, raar, verrassend, lelijk.
    Kretschmer praat over drie temperamenten : syntoon, schizoÔd en ictaffien.
    In een studie van 260 psychotische patiŽnten concludeert Kretschmer dat er een duidelijke biologische affiniteit is tussen het pyknische type en manisch-depressieve psychose en tussen de asthenische, atletische en zekere dysplastische types en schizofrenie. Kretschmer zag psychotisch en normaal op een continuum en sprak over deze dimensies als volgt : (normaal)schizothym - schizoÔde - schizofrenie en (normaal)cyclothym - cycloÔde - manisch-depressief.
    Voortgaand op deze visie van een continuum van normaal tot psychotisch, geloofde Kretschmer dat er een relatie is tussen lichaamstype en gedrag in normale personen.
     
    Latere onderzoekingen hebben aan de door hem naar voren gebrachte samenhang tussen lichaamsbouw en psychische habitus ernstige twijfel doen rijzen.


    Sheldon
    De persoon die deze lijn van theorievorming en onderzoek tot op een hoog niveau bracht was William Sheldon. Zijn constitutionele psychologie is complex en uitgebreid.
    In Sheldonís visie is er een Ďmorphogenotypeí of hypothetisch biologische struktuur die onder het Ďfenotypeí of observeerbare fysiek ligt. Het morfogenotype speelt een rol zowel in het determineren van de fysieke struktuur als in het beÔnvloeden van het gedrag. Door het fenotype te meten heeft men een indirekte schatting van het morfogenotype. Deze metingen identificeren een Ďsomatotypeí.
    Een zorgvuldige analyse van 4000 fotoís bracht drie primaire componenten van fysiek naar voor : endomorfie, mesomorfie en ectomorfie. Elk lichaam vertegenwoordigt dan een combinatie van de graad van elke component.
    Sheldon heeft verscheidene secundaire kenmerken van fysiek gesuggereerd die een meer volledige beschrijving toelaten : dysplasie (geleend van Kretschmer), gynandromorfie en texturaal aspect.
    Sheldon leidde ook primaire componenten van temperament af : viscerotonie, somatotonie en cerebrotonie.
    Aanzienlijk onderzoek door Sheldon en zijn collegaís heeft aangetoond dat er een sterke relatie is tussen primaire componenten van fysiek (struktuur) en primaire componenten van temperament (funktie).
    De bevindingen van Sheldon lijken consistent te zijn met de drie neurotische oplossingen die Karen Horney (1945) zag bij mensen die zich hulpeloos en geÔsoleerd voelden, nl. Ďeen beweging naar de mensen toeí, Ďeen beweging van de mensen wegí en Ďeen beweging tegen de mensení.

    Voor enkele typologieŽn, die alleen op psychologische basis berusten en dus slechts ťťn aspect van de constitutietypen bestrijken, verwijzen we naar Heymans en Jung.


    De Reichiaanse traditie
    Hoewel niet algemeen gekend, zelfs onder clinici, maar het systeem dat het grootste publiek heeft gekend is dat wat voorgesteld werd door Alexander LOWEN (in samenwerking met John Pierrakos) (1971,1975). Dit systeem is gebaseerd op het werk van Wilhelm REICH en is een uitbreiding van de observaties die Reich (1949) maakte omtrent de patronen van lichaamspantsering, die gevonden worden in verschillende karaktertypes.
    Omdat het een klinisch/diagnostisch instrument is, eerder dan een precies laboratorium instrument, is het Reich/Lowen systeem van karakter lezing van het lichaam niet gebaseerd op lichaamsmetingen. In dit opzicht verschilt het van Sheldonís somatotypering.

    Anders dan Sheldonís theorie van somatotypes, is de Reich/Lowen theorie van karakter niet gebaseerd op een genetisch determinisme. Daarentegen wordt karakter gezien als zich ontwikkelend vanuit de vroegere levenservaringen. De ermee verbonden lichaamsstruktuur is een reflectie van hoe het lichaam is gebruikt, niet gebruikt of misbruikt als deel van deze ervaringen. Een karakterstruktuur is te omschrijven als een samenhangend geheel van opvattingen, lichamelijke kenmerken, gedragspatronen en gevoelens, dat het antwoord is van elk individu op zijn levensomstandigheden. Het is de resultante van het overleven van die omstandigheden. Een karakterstruktuur is derhalve op te vatten zowel als een defensie (verdediging) van het innerlijke zelf tegen zijn levensomstandigheden, alsook een expressie van het innelijke zelf in het proces van leven en overleven. (Van Praag, 1979).

    Reich en Lowen verschillen licht in hun benadering van Body Reading. In de reichiaanse benadering ligt het accent op het ontdekken van de Ďcoreí pantsering en daarbij een besluit te trekken over de karakterstijl van de patiŽnt. Lowen, aan de andere kant, neigt ernaar de algemene lichaamsstruktuur te observeren en van daaruit de karakterstijl te ontdekken.

    Om te beginnen wil ik kijken naar de Reichiaanse benadering zoals die heel mooi werd uitgelegd door Elsworth BAKER (1967). Karakterontwikkeling hangt volgens hem af van de graad van fixatie op de verschillende erogene niveauís. Op het somatische vlak, hangt karakterontwikkeling af van de graad van pantsering in elk van de erogene zones.

    Baker (1967) spreekt over 4 voorname erogene zones, die elk een ontwikkelingsstadium vertegenwoordigen. De zones zijn de ogen, de mond, de anus en de genitaliŽn, met de ontwikkelingsstadia oculair, oraal, anaal, fallisch en genitaal (het fallische stadium is eigenlijk een vroege of incomplete fase van genitaliteit).

    Symptomen Ďkarakteristiekí voor deze niveauís zijn aanwezig wanneer er een energieblokkade bestaat in een erogene zone. De meeste mensen hebben een uitgesproken blokkade in ťťn van de erogene niveauís van ontwikkeling, met minder blokkering op een ander niveau of niveauís. Dit betekent dat musculaire pantsering het grootst is in ťťn aparte erogene zone, met een mindere graad van pantsering in andere erogene zones bij de meeste mensen.
    Er is meestal ook pantsering in andere delen van het lichaam (niet-erogene zones), maar zoals Baker (1967,p. 113) het stelt, ďis het enkel de pantsering in de erogene zones die het karaktertype bepalenĒ. De pantsering in de niet-erogene zones creŽert de individuele verschillen binnen een karaktertype.

    In de normale ontwikkeling neemt elk stadium zijn beurt als de primaire focus van energie en nadat de persoon zijn ontwikkeling heeft geleid naar de volgende fase, blijven de vroegere zones belangrijk in de ervaring van plezier.
    Als daarentegen de persoon getraumatiseerd is in een bepaald stadium, dan zal er een blokkade of pantsering optreden in die erogene zone. Deze stop in ontwikkeling verhindert het bereiken van genitaliteit en daarom staat het de toegang tot een volledige genitale energie processing in de weg. De accumulatie van energie op een pregenitale erogene zone produceert klinische symptomen.

    Baker (1967) gaat verder om te zeggen dat een emotioneel trauma op enig stadium twee mogelijke resultaten kan hebben : 1) repressie of 2) blijvende ontevredenheid.
    Met repressie ontwikkelt de persoon nooit plezierig functioneren in dit stadium, leert nooit van het gebruik van deze erogene zone te genieten. In het geval van ontevredenheid, het onbevredigende, is de persoon onverzadigbaar, probeert steeds de gekende bevrediging te verkrijgen.
    In repressie is er een meer volledige pantsering dan er is in het geval van blijvende onbevredigdheid. In dit laatste geval wordt het streven gevoeld, maar de pantsering verhindert voldoende expressie op volledige bevrediging te brengen. Het resultaat is een bijna constante drang tot expressie.

    D.m.v. het herkennen van de locus van de zwaarste pantsering, kan men de oculaire, orale, anale, fallische en genitale karakters identificeren. Tevens kan men naast het kijken en betasten van de pantsering aan de patiŽnt vragen naar symptomen die dan voor een convergentie kunnen zorgen van bewijs voor pantsering.
    Waar heeft men pijn, ongemakken, ziekten en dysfuncties ? Wanneer zulke fenomenen de erogene zones betrekken, leveren ze bewijs voor het karaktertype.

    Uitgaande van dit schema van 5 basis karaktertypes, ontplooit Baker (1967) diverse specifieke syndromen in elk van deze. Deze syndromen, waarvan sommige overeenkomen met traditionele diagnostische categorieŽn, zijn gebaseerd op de patroonvorming van pantsering in erogene en niet-erogene zones secundair aan de primaire pantsering van een erogene zone waardoor het basis karaktertype wordt gedefiniŽerd. Voor meer informatie zie Man in the Trap (Baker, 1967).

    Karaktertypes
          
    Onderdrukt en onbevredigd

     

    Karaktertype

    (Ontwikkelingsstadium)

    Primaire

    Pantsering

    Onderdrukte

    vorm

    Onbevredigde

    vorm

    Oculair Oculair segment

    (ďziet nietĒ)

    Verwarring Voyeurisme
    0raal Oraal segment Depressie Overdreven toegeeflijkheid
    Anaal Bekken segment

    (vooral achteraan)

    Controle Onderdanigheid
    Fallisch Bekken segment

    (vooral vooraan)

    Rechtschapenheid Don Juanisme
    Genitaal Bekken segment Vlucht of bevriezen Krankzinnig gedrag

    Laat ons nu kijken naar Lowen en zien hoe hij Reich's karakterlezing (met daaraan gepaard gaande body reading) vanuit het lichaam verder heeft ontwikkeld.

    Lowen (1971, 1974, 1975) heeft veel gedaan om de theorie over karakter zowel te systematiseren als uit te breiden. En hiermee, definiŽerde hij karaktertypes in termen van zichtbare fysieke struktuur. In 1958 schreef Lowen over de volgende karaktertypes : het orale, masochistische, hysterische, fallisch-narcistische, passief-feminiene, schizofrene en schizoÔde. Tegen 1974 had hij verdere systematisatie van de studie van karakter doorgevoerd door 5 majeure karaktertypes te definiŽren en hun relaties.

    Een Ďkarakterí is een hypothetisch syndroom. Niemand is een puur karakter type, maar eerder heeft elke persoon elementen van de verschillende types. Waar we naar zoeken is welk karaktertype dominant is en welk ander type of types secundair zijn in iemands dynamiek.

    De vijf karaktertypes staan in een ontwikkelingsgezinde volgorde in hun etiologie. Het vroegste type is het schizoÔde, dan het orale, het psychopathe, de masochist en dan de rigiede types. Het karakter dat wordt ontwikkeld, hangt af van het ontwikkelingsstadium waarin het kind getraumatiseerd is. Als het trauma relatief vroeg plaats vindt, dan zal de persoon moeilijkheden hebben om zich doorheen de daaropvolgende stadia te ontwikkelen. Daarom staan de karaktertypen in afdalende orde van complexiteit, omdat er steeds een gedeelte van een type aan een type wordt toegevoegd, hoe vroeger het initiŽle trauma.
    Als men dus hogerop gaat in de ontwikkelingssequense van karaktertypes, is er een grotere variŽteit in het syndroom, omdat er meer persoonlijkheidsdifferentiatie heeft plaatsgevonden voorafgaand aan het trauma. Tegen de tijd dat de rigiede types zijn bereikt, is er een seksuele differentiatie bereikt, zodat de rigiede types in mannelijke vormen (fallisch-narcistisch en compulsief) en een vrouwelijke vorm (hysterisch) uiteenvalt.

    Noot : Kurtz en Prestera (1976), doen in hun boek ĎThe body revealsí ('Wat het lichaam onthult') een poging om de psychiatrische terminologie van Lowen en Reich te veranderen in meer begrijpelijke termen zoals het behoeftige, het bezwaarde en het verwaande type. Andere auteurs hebben minder moeite met de beladen terminologie, omdat ze ervan uitgaan dat mensen geen typen zijn, maar elk op zich uniek en dus niet te vatten in een term ook al klinkt die in de oren van sommigen negatief. Leuk is de manier waarop ze op vereenvoudigde manier een aantal silhouetten afbeelden, waardoor concreter kan nagedacht worden over deze types en men ook in de body reading een soort kapstok krijgt.

    Literatuur

    1. Baker, Elsworth.[1967] Man in the trap. New York: Macmillan.
    2. Dychtwald, Ken, Ph.D. 1977. Bodymind. Jeremy P. Tarcher/Putnam, New York.
    3. Gall, F.J. & G. Spurzheim, Recherches sur le systŤme nerveux en gťnťral, et sur celui du cerveau en particulier; Mťmoire prťsentť ŗ l'Institut de France, le 14 mars, 1808; suivi d'observations sur le Rapport qui en ŗ ťtť fait ŗ cette compagnie par ses Commissaires, Paris, 1809.
    4. Karen Horney (1945): Neurosis and Human Growth, Norton.
    5. Keleman, S. (1979). Somatic Reality. Bodily Experience and Emotional Truth, Center Press, Berkeley.
    6. Keleman, S. (1985). Emotional Anatomy
    7. Keleman, S. (1987). Embodying Experience
    8. Kretschmer, Ernst: KŲrperbau und Charakter: Untersuchungen zum Konstitutions-Problem und zur Lehre von den Temperamenten, Berlin 1936 12
    9. Berlin: Verlag von Julius Springer, 1936. 12th Revised Edition. [First published 1921].
    10. Kurtz, R. and H. Prestera (1976). The body reveals : an illustrated guide to the psychology of the body. New York, Harper & Row/Quicksilver Books.
    11. Lavater, J. C. Essays on Physiognomy. 1810.
    12. Lowen, Alexander, (1973) Depression and the Body, Baltimore: Penguin Books Inc.
    13. Lowen, Alexander(1975). Pleasure: a creative approach to life; Penguin, New York;
    14. Lowen, Alexander. (1975). Bioenergetics, Coward, McCann & Geoghan
    15. Naccarati, S., "The Morphologic Aspect of Intelligence," Columbia University Contr. to Phil. and Psy., XXVII, No. II (1921)
    16. Praag, E. van, (1979), Leven in je lijf. de Toorts, Haarlem.
    17. Rank Ansgar & Dietlinde, (1994). Je Lichaam als Spiegel. Bio-Energetica en Karakteranalyse. Servire.
    18. Reich, W., Charakteranalyse: Technik und Grundlagen. Vienna: Zelbstverlag (Manzsche), 1933.
    19. Schultz, Louis, (1999). Out in the Open -The Complete Male Pelvis. North Atlantic Books
    20. Sigaud, S. (1914). La forme humaine.

    Cfr. : http://www.bodymindintegration.com/bodyreading.html

    08-09-2005 om 01:12 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (16 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    07-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Leidt depressie tot kanker ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Leidt depressie tot kanker ?
     
    Isabelle Eustache
    (bewerkt door C. De Kock, gezondheidsjournaliste)
    - 30/08/2005 - American Cancer Society, 2005 - © 2000/2005 e-gezondheid.be 


    De relatie tussen depressie en sommige andere ziekten is niet zo duidelijk. Uit verschillende studies is al gebleken dat depressie het risico op hart- en vaatziekten en op hartinfarct kan verhogen. Geldt hetzelfde voor kanker ? Kan depressie een uitlokkende of verergerende factor zijn bij kanker ? Sommige studies hebben uitgewezen dat er een verband is tussen depressie en bepaalde aandoeningen zoals hart- en vaatziekten. Vandaar dat het normaal is dat die vraag ook gesteld wordt voor kanker.

    Depressie treft naar schatting 15 % van de bevolking. Deze frequente stemmingsstoornis vertraagt het denken en de motoriek en gaat gepaard met zware vermoeidheid, neerslachtigheid en soms ook prikkelbaarheid.
    Deense onderzoekers volgden meer dan 8.000 personen tussen 20 en 94 jaar, om na te gaan of depressie een risicofactor kan vormen voor kanker. Na analyse van de gegevens stelden ze geen enkel verband vast tussen de ernst van de depressiesymptomen en het risico op kanker.

    Wel kan depressie onrechtstreeks het kankerrisico beÔnvloeden, bijvoorbeeld via roken. Rokers die depressief zijn, lopen meer risico op kanker, want depressie versterkt het kankerverwekkende vermogen van de toxische stoffen in sigarettenrook of heeft tot gevolg dat de patiŽnt nog meer gaat roken. Depressie leidt dus tot gedrag dat het kankerrisico doet stijgen.


    Wat als de kanker eenmaal heeft toegeslagen ?

    Daarover bestaan er meer studies. Ze tonen daadwerkelijk aan dat depressie de kankerprognose negatief beÔnvloedt.
    Vandaar dat depressiesymptomen bij kankerpatiŽnten systematisch moeten worden opgespoord en behandeld. Het komt erop aan depressie zeker niet te banaliseren, omdat het zogezegd normaal zou zijn dat iemand met kanker zich depressief voelt. Integendeel: de depressie behandelen, komt ook de kankerbestrijding ten goede.

    Cfr. : http://www.e-gezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/gezondheid_ziekten/Leidt_depressie_tot_kanker-13013-312-art.htm

    07-09-2005 om 23:18 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibromyalgie kan het beste worden beschouwd als een chronisch stressgerelateerd pijnsyndroom
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Fibromyalgie
    kan het beste worden beschouwd als
    een chronisch stressgerelateerd pijnsyndroom
     
    Bron : FES magazine
     
    Griep promoveerde op 5 oktober 2001 bij prof. dr. ER. de Kloet (Medische Farmacologie, Leiden Amsterdam Centre for Drug Research LACDR) op het proefschrift 'Fibromyalgia syndrome - Neuroendocrine perspectives with clinical implications'.
     
    Ondanks het feit dat bij onderzoek niet kon worden aangetoond dat de oorzaak van fibromyalgie in de spieren zelf lag, bleven onderzoekers lange tijd in die richting zoeken. De Arnhemse reumatoloog J.W. Boersma was ervan overtuigd dat er in een andere richting moest worden gezocht. Dr. E.N. Griep volgde zijn spoor en promoveerde in oktober 2000 op een aantal onderzoeken waarbij de rol van de zogenaamde HPA-as centraal stond. De onderzoeken die hij verrichtte duiden erop dat een ontregeling van het functioneren van deze HPA-as een rol speelt bij de klachten van fibromyalgie.
     
    Ed Griep wilde aanvankelijk huisarts worden, maar de lange wachttijd voor die specialisatie deed hem besluiten zich te specialiseren in de interne geneeskunde. Zijn wens patiŽnten over een langere periode te behandelen en te begeleiden bleek daar echter niet in vervulling te gaan. Om die reden hield hij het na een jaar voor gezien en koos hij voor reumatologie. Hij kwam voor zijn opleiding terecht bij reumatoloog Boersma in Arnhem die zich bijzonder interesseerde voor fi­bromyalgie. Boersma vroeg zich af of de klachten bij fibromyalgie te maken zouden kunnen hebben met stress en zette samen met Griep en endocrinoloog E.R. de Kloet onderzoek in die richting op. Daarmee begon voor Ed Griep de speurtocht naar de rol die stress speelt bij fibromyalgie. De HPA-as HPA is een afkorting van hypothalamic-pituitary-adrenal. De Nederlandse benaming is hypothalamus-hypofyse-bijnier-as, maar in de litera­tuur wordt de Engelse afkorting gebruikt. De hypothalamus bevindt zich centraal in de herse­nen. De hypofyse ligt daar dichtbij en stuurt de hormoonklieren aan. De bijnierschors speelt een grote rol in de productie van onder meer het hormoon cortisol. Deze HPA-as reguleert de reactie van de hersenen en het lichaam op stress. De verschillende onderdelen van de HPA-as beÔnvloeden elkaar over en weer.
     

    Stress voor mensen met fibromyalgie
     
    Voor mensen met fibromyalgie is de rol die stress kan spelen bij hun klachten vaak niet erg duidelijk. Bij stress denken mensen vaak ten onrechte uitsluitend aan psychische stress, legt Griep uit. Dan krijg je al gauw een afwerende reactie. Het is echter naar mijn mening onmogelijk chronisch pijn te hebben zonder stress te ervaren. Maar stress kan behalve psychisch ook lichamelijk of chemisch zijn. Dat laatste komt naar voren in een van onze onderzoeken waarbij we tien mensen met fibromyalgie en tien mensen zonder fibromyalgie insuline toedienden en vervolgens keken welk effect dit had op bet functioneren van de HPA-as. Daarbij bleek dat de fibromyalgie groep vergeleken met de controlegroep een nogal uniek reactiepatroon toonde. Die resultaten suggere­ren een verband van fibromyalgie met een neuronendocriene stoornis. Griep vervolgt : Net als pijn is stress een abstract begrip. Je kunt het niet meten. Wat de een als ernstige stress ervaart, stelt voor de ander weinig voor. Helaas geldt voor veel artsen nog steeds dat wat niet meetbaar is ook niet bestaat. Zoals gezegd gaat bet niet altijd om psychische stress.
     
    Onder stress versta ik alles wat het systeem uit evenwicht brengt. In de verschillende onderzoeken blijkt zonneklaar dat het niet uitmaakt of stress chemisch, psychisch of fysiek is. Het gevolg, de (ontregelde) reactie van de HPA-as, het belangrijkste stress - responsesysteem in het lichaam, is steeds hetzelfde. Opvallend in de verschillende onderzoeken is dat mensen met fibromyalgie bij stress een andere ontregeling van de HPA-as tonen dan bijvoorbeeld mensen met bet chronisch vermoeid­heidssyndroom of lage rugpijn, of depressieve patiŽnten. Dat duidt er eens te meer op dat fibromyalgie een aparte aandoe­ning is die niet zonder meer op een hoop kan worden gegooid met andere aandoeningen. Griep geeft aan dat de resultaten van bet eerste, kleinschalige onderzoek verrassend waren. ďWe hadden destijds web verwacht iets te vinden, maar niet dat er op endocrien gebied zulke duidelijke verschillen zouden worden gevonden tus­sen mensen met en zonder fibromyalgie. Dat was toch wel verrassend en de latere onderzoeken hebben die bevindingen meerdere malen bevestigd.
     
    Complex ziektebeeld Fibromyalgie is volgens Griep een complex ziektebeeld, bij bet ontstaan waarvan een evenzo complex aantal factoren een rol speelt. Dit concept gaat uit van een ontregelde HPA-as als gevolg van chronische stress. Of dit leidt tot fibromyalgie klachten is onder meer afhankelijk van aanleg en omgevingsinvloeden. Die beide aspecten kunnen leiden tot een soort gevoeligheid voor bet ontwikkelen van afwijkende stressreac­ties. Of die afwijkende stressre­acties daadwerkelijk optreden is afhankelijk van zogenaamde Ďtriggersí. Dat kunnen zeer ernstige gebeurtenissen zijn, maar ook minder spectaculaire zaken kunnen de klachten in gang zetten. De gebeurtenissen kunnen op psychosociaal gebied liggen, terwijl ook een infectie, een trauma of spanning de uiteindelijke aanzet kan zijn tot een ontregeling van de HPA-as. Het disfunctioneren van het stresssysteem leidt tot veranderingen in de pijnwaarneming, tot vermoeidheid en slaapstoornissen, tot depressieve gevoelens, angst en cognitieve problemen.
     
    Pijn leidt vervolgens tot inactiviteit, verminderde fitheid en een slechtere conditie van de spieren. Om dit complexe model nog ingewikkelder te maken beÔnvloeden verschilbende aspecten elkaar over en weer. Zo leidt pijn niet alleen tot inactiviteit, maar leidt maar activiteit ook tot meer pijn. Het door Griep gepresenteerde concept is volgens hem niet compleet. Er blijven met dit concept nog veel vragen over. Zo is het bijvoorbeeld nog volstrekt onduidelijk waarom de overgrote meerderheid van de mensen met fibromyalgie uit vrouwen bestaat. Dat raadsel is nog steeds niet opgebost. Maar het concept biedt wel een redelijke en praktische verklaring voor de belangrijkste verschijnselen bij fibromyalgie. Het geeft ook aan dat fibromyalgie het beste kan worden beschouwd als een chronisch stressgerelateerde pijnsyndroom.
     
     
    De behandeling van fibromyalgie dient op meerdere pijlers te rusten
     
    De behandeling van fibromyalgie dient op meerdere pijlers te rusten. Eťn van de pijlers kan bestaan uit medicijnen. De meest effectieve medicamenteuze behandeling bestaat volgens Griep momenteel uit tricychische antidepressiva in lage doseringen in combinatie met selectieve serotonine Ďreuptakeí remmers. Naast de medicamenteuze therapie dient de behandeling zich vooral te richten op bet henstel van de conditie van de spieren en de algehele conditie en op de verbetering van de mentale toestand. Griep. PatiŽnten moeten worden gestimuleerd regelmatig te oefenen en hun dagelijkse bezigheden te hervatten. Als zij regelmatig blijven bewegen en oefenen zullen zelden fysieke beperkingen ontstaan en wordt het mechanisme dat leidt tot versterkte pijnbeleving tegengegaan. Mensen met fibromyalgie zullen ook moeten leren op positieve wijze om te gaan met hun klachten en een betere balans te vinden tussen belastbaarheid en belasting. Gedrags­therapie kan zinvol zijn om de klachtenhantering te bevorderen. Maar de belangrijkste pijler van de behandeling is dat mensen met fibromyalgie serieus worden genomen, worden gerustgesteld en waar mogelijk emotioneel worden ondersteund.
     
    Fibromyalgie bestaat : het is een feit dat en helaas nog steeds artsen zijn die bet bestaan van fibromyalgie ontkennen vanuit de filosofie dat wat niet meetbaar is ook niet bestaat. Uit de onderzoeken van Griep blijkt dat er bij fibromyalgie wel degelijke te onderscheiden neuronendocriene verstoringen met waarschijnlijk klinische consequenties in het spel zijn. Hij kan zich dan ook ergeren aan die ontkenning. Het moet allang niet meen gaan om de strijd om bet bestaansrecht van fibromyalgie. En zijn veel mensen met het klachtenbeeld fibromyalgie. En hun klachten zijn reŽel. Waan bet nu en in de toekomst om moet gaan is dat je het met elkaar eens wordt over het ont­staansmechanisme van fibromyalgie en wat je eraan kunt doen. Naar mijn mening moeten verschillende disciplines gezamenlijk aan de slag. Daar­bij denk ik met name aan slaapdeskundigen, pijnspecialisten, neuro-endocninologen en reumatologen. Zij zullen zich gezamenlijk moeten inspannen om het raadsel fibromyalgie verder te ontrafelen.
     
     

    07-09-2005 om 22:40 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (2)
    05-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een briefje voor je familie & vrienden
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

        Een briefje voor je familie & vrienden



        Ontwerp I - Dit is een tekst die je vindt op : http://www.fibromyalgie.net/verklaring.htm (je kan hem uitprinten, zodat je er een kopietje van kunt meegeven met mensen die je de moeite vindt... zo hoef je niet telkens opnieuw en opnieuw je verhaal te doen).


    Beste,

    Ik heb Fibromyalgie. Dat is weke-delen-reuma oftewel een soort reuma in de spieren en spieraanhechtingen. Deze ziekte kan niet door middel van laboratoriumproeven worden aangetoond. Er is niets bijzonders of afwijkends aan mij te zien. Bovendien zag je mij misschien gisteren dingen doen die ik vandaag niet kan. Volgens sommigen ben ik daarom niet ziek, ze zeggen dat het tussen mijn oren zit. Ik kan mij voorstellen dat jij er ook zo over denkt, maar zeg het me niet, ik heb het al zo vaak gehoord. Het maakt mij verdrietig.

    De meeste reumatologen weten dat Fibromyalgie een echte ziekte is. Zij erkennen de klachten en problemen die ik heb wel degelijk !

    Probeer mij vooral niet over te halen om dingen te doen waar ik snel spijt van krijg omdat mijn lichaam dan heftig gaat protesteren en ik daar meestal een paar dagen ernstige last van heb.

    Ik ben niet lui, ook al kom ik misschien wel zo over. Ik zou graag dingen willen doen die ik niet kan doen zonder lichamelijke gevolgen (pijn en moeheid). De (spier)pijn en moeheid die jij bij griep hebt heb ik (bijna) iedere dag. Als ik 's ochtends wakker wordt voel ik me nooit uitgeslapen. Misschien kan (wil) je je een beetje voorstellen dat dit lichamelijk en geestelijk slopend is.

    Mijn ziekte houdt in dat ik :

    • lang niet altijd kan wat jij kan
    • het zeker niet net zo lang volhoudt
    • vandaag dingen misschien niet kan doen die ik gisteren misschien wel kon doen
    • niet te lang stil kan zitten, mijn spieren en gewrichten worden dan stijf
    • niet te veel kan bewegen, dan krijg ik meestal direct spierpijn
    • al vaak te horen krijg dat ik lui ben of dat het tussen mijn oren zit

    Ik vraag :

    • begrip voor het feit dat ik je dit laat lezen in plaats van je antwoord te geven, omdat ik het al zo ontzettend vaak heb moeten uitleggen.
    • begrip voor mijn situatie en ziekte
    • soms hulp omdat ik dingen niet altijd zelf kan doen

    Bedankt voor je interesse en begrip !



    Ontwerp II - Er bestaat ook een engelstalige tekst Ė cfr. : http://www.smbs.buffalo.edu/wcmpi/NYSTMJBILL/to_friends_and_family.htm -, die m.i. veel degelijker is :



    A letter to friends/family

    I look normal. Don't let my outward appearance fool you; I am in pain.  I am not the same person I was a year ago, or two years ago, or 4, depending on when it was you last saw me. I look healthy; I am not.

    My condition changes from day to day, sometimes even hour to hour. Today I might be able to walk with you a few miles; tomorrow I may not even be able to get up off the couch. A week ago I felt almost human; next week I may feel like something less than what the cat drags in. I may want to do all the same things I used to: to work out, take long walks, socialize, keep some semblance of household order, but I may not be capable of it.

    If I say, "maybe later", please understand and accept this for what it is, which is not an excuse. It is a reason. I don't enjoy my new limitations; I hate it. I might even be physically able to do today what you wish for me to do, but if I know without a shadow of a doubt that pleasing you will mean for me later an incredible amount of pain, I must say no. I'm not lazy. I just hurt.

    I absolutely do not want pity. This is no reason to feel sorry for me--life is not perfect, and life happens to us all. This is the hand I have been dealt, and I intend to play it out. I don't blame the world for what I suffer, I don't rally against God. This is no one's fault. Not even my own.

    I do not crave attention. I didn't decide one day that I was tired of living like a normal person, and that the means to a life of never again having to work, having my whims catered to, having friends and family treat me specially involved creating symptoms no one could see under a microscope. I loved my life the way it was; I was never depressed and I had plans. This isn't a cry for your attention. It just IS.

    I don't feel sorry for myself. Why should I ? Things don't always work out the way you'd like them to--this is one of those times. I can live with who I am now. I may not enjoy each day as much as I used to, but I still live for each day, and embrace whatever I can get out of life. Pain is my companion... but pain is not me.

    The truly hard part--if you cannot accept me for who I am now, I am sorry for you. I won't waste precious energy chasing after you to cling to a friendship that probably wasn't as strong as I had once believed it to be. I cannot force myself to readopt who I was before and reassume the same roles. In this--preserving myself and my state of mind--I have to be selfish. If you cannot accept that I might not be able to contact you every day as I did before, or engage in the activites we once did, whether it was training together and working out together, or just bowling, then do me a favor and let's quietly part ways with no ill feelings. My life is going in new directions, and for me that might not be a bad thing. If the changes I have gone through disturb you, hold your criticism. I don't need it. I don't want it.

    Life deals us all a bad hand occasionally. This is my turn. It happens, I accept it. I hope that you can, too.



        

    Ik heb hem voor jou (vrij) vertaald (ook deze ďbriefĒ kan je natuurlijk uitprinten en meegeven met mensen die je de moeite vindt om niet telkens opnieuw en opnieuw je verhaal te hoeven doen) :



    Een brief aan familie/vrienden


    Ik zie er goed uit, maar schijn bedriegt : ik heb pijn, ik ben niet meer dezelfde als een tijdje geleden.

    Mijn gezondheid schommelt van dag tot dag, soms zelfs van uur tot uur : vandaag kan ik misschien een wandlingetje maken, misschien geraak ik morgen mijn bed niet uit ! Een paar dagen geleden voelde ik me, alles in acht genomen, nog zo goed, vandaag zit het weer helemaal tegen.

    Ik zou nog zo graag al de dingen doen die ik vroeger kon : mijn huishouden runnen, lange wandelingen maken, fitnessen, mensen ontmoeten... het is allemaal verleden tijd !

    Als ik zeg : ďLater misschien...Ē, geloof me dan, het is echt geen komedie, dan is het omdat ik ťcht niet kan... Ik vind dat zelf erg genoeg ! Misschien zou ik sommige dingen fysisch nog wel aankunnen maar ik weet heel zeker dat ik het later zou moeten uitzweten : pijn !

    Ik ben niet lui, ik heb pijn...

    Maar heb asjeblief geen medelijden ! Het leven is nu eenmaal vaak niet zoals een mens het wou willen, dat geldt voor iedereen. Ik zit nu in deze situatie en ik zal er het beste proberen van te maken. Het is niemand's fout, ook de mijne niet !

    Ik zit ťcht niet te bedelen voor aandacht. Ik heb niet ineens beslist dat ik niet langer als een ďnormaalĒ mens verder wou gaan. Ik nestel me niet in de sociale zekerheid. Ik zit niet te wachten op een speciale behandeling van wie dan ook.

    Mijn leven was prachtig zoals het was. Ik was niet depressief. Ik wou nog zoveel... ik had nog zovele dromen, maar het is nu eenmaal niet anders...

    Ik wil ook niet klagen : ik geniet nog van elke dag, zij het niet altijd zoals vroeger, maar ik wil er nog voor gaan ! Ik bťn de pijn niet, de pijn is enkel mijn gezel...

    Het klinkt hard, ik weet het, maar als mensen me niet langer accepteren voor wie ik ben, dan is dat maar zo, pech voor hun. Ik ga de weinige energie die ik nog heb niet verspillen aan het achternahollen van mijn Ė zogezegde ? Ė vrienden. Ik ga me niet meer uitsloven om iedereen ter wille te zijn. Ik moet aan mezelf denken.

    Als je dat niet kunt aanvaarden, als je niet kan aanvaarden dat ik niet langer alle dagen contact me je zoek, dat ik niet meer alles meer aankan, ook de dingen niet die we vroeger samen deden, laat ons dan nu in vriendschap elk onze eigen weg gaan : mijn leven kreeg een andere wending en ik wil dat zien als een nieuwe kans, zo eenvoudig is dat !

    Als de nieuwe ik je niet aanstaat, geef dan geen kritiek want die kan ik missen...


    Het leven schudt de kaarten. Blijkbaar ben ik nu aan de beurt om slechte kaarten te krijgen, dat aanvaard ik...



    Ik hoop van harte dat jij dat ook doet...



    naam

    05-09-2005 om 22:29 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibromyalgie pijn zichtbaar op hersenscans
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Fibromyalgie pijn
    zichtbaar op hersenscans 

    Projectleider : prof.dr. M.A.F.J. van de Laar
    Internettekst : Abť Holshuijsen

    Fibromyalgie heb je, je bent het niet !


    De vier miljoen Amerikanen-vooral vrouwen- met FMS hebben een probleem dat anderen met beter-begrepen-aandoeningen niet hebben namelijk : de twijfel van de buitenwereld of hun pijn niet psychisch is. Chronische spierpijn, hoofdpijn, darmproblemen, vermoeidheid, depressies zijn karakteriserend voor FMS. Maar omdat doktoren vaak geen onderliggend lichamelijk probleem vinden wordt het al snel afgedaan als een emotioneel probleem. Een nieuwe studie biedt een goed bewijs dat deze zienswijze niet juist is. Zachtjes in de duim van een FM-patient knijpen creŽrt een meer dan normaal pijnsgnaal in haar hersenen, volgens een onderzoek dat gepubliseerd werd in mei 2002 in het medische tijdschrift:Arthritis and Rheumatism.

    Vele eerdere studies van pijnsignalen suggereerden dat FM-patiŽnten ongewoon gevoelig reageerden op pijnstimulatie, maar dit was het eerste onderzoek dat onderzocht of deze pijn ook vastgelegd werd in de hersenen wanneer zij pijn ervaren. De onderzoekers gebruikten een klein pistoolachtig apparaatje dat lichte druk uitoefende op de linker duimnagel van 16 Fibromyalgie-patiŽnten en 16 gezonde mensen. Een druk die de FM-patiŽnten ervaarden als matige pijn werd door de gezonde groep als zwak of zeer zwak ervaren. Bij de gezonde groep moest twee keer zoveel druk uitgeoefend worden om tot de matige pijnsensatie te komen.

    Vervolgens maakten de onderzoekers een MRI scan(Magnetic Resonance imaging) om de patiŽnt's hersenen te scannen. Op het moment dat de FM-patiŽnt dezelfde druk ontving die de matige pijn veroorzaakte zag men de bloedtoevoer in 12 hersendelen sterk toenemen. Bij de gezonde groep waren dit bij dezelfde druk maar 2 hersendelen !
    Opnieuw : de gezonde groep had twee keer zoveel druk nodig om een vergelijkbare reactie bij de gezonde groep te verkrijgen. Dit onderzoek laat zien dat een biologisch meganisme in werking wordt gezet bij het ervaren van pijn dat er voor zorgt dat men meer en heviger pijn ervaart dan gezonde mensen.

    Dat er bij FM-patiŽnten meer bloedtoevoer in de hersenen te zien was is veelbetekenend. Bijvoorbeeld : in het deel van de hersenen waar de onplezierigheid van pijn wordt doorgegeven nam de bloedtoevoer alleen maar bij de gezonde groep toe. De onderzoeken laten hiermee zien dat dit waarschijnlijk betekent dat FM-patiŽnten zo gewend zijn aan chronische pijn dat ze daar minder emotioneel op reageren dan mensen die ineens pijn ervaren.

    Bron :Harvard Women's Health Watch, september 2002.

     

    1. - Vicieuze cirkels van stress, pijn en vermoeidheid

    De oorzaak van ziekten waarvoor geen duidelijke lichamelijke verklaring bestaat, zit volgens velen 'tussen de oren'. Reumatoloog E.N. Griep ging na wat zich dan wel afspeelt in de hersenen van patiŽnten met zo'n onbegrepen aandoening (het zogeheten fibromyalgie-syndroom) en schetst een nieuw perspectief.

    De belangrijkste klacht bij fibromyalgie (de term is afgeleid van het Latijnse woord voor vezel en de Griekse woorden voor spier en pijn) is pijn in spieren en pezen. Meestal zijn bepaalde aanhechtingsplaatsen van spieren pijnlijk als men erop drukt : de 'tender points' die kenmerkend zijn voor deze ziekte. De patiŽnten hebben vaak ook slaapproblemen en lijden aan chronische vermoeidheid. Daar komen vaak nog andere klachten bij, zoals hoofdpijn, darmkrampen (spastisch colon), angst en het gevoel dat de gewrichten gezwollen zijn zonder dat dit objectief blijkt. De ziekte kan voorkomen in samenhang met andere (reumatische) aandoeningen en met andere pijn- en vermoeidheidssyndromen, zoals het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS).


    1.1 - Stress als oorzaak

    Vroeger zocht men de oorzaak voor fibromyalgie in de spieren zelf, maar die benadering leverde weinig anders op dan de conclusie dat patiŽnten met ernstige spierpijnen hun spieren te weinig gebruiken. In de loop der jaren was wel duidelijk geworden dat de ziekte iets te maken heeft met (chronische) stress. PatiŽnten rapporteerden dat de ziekte was ontstaan in een periode van aanhoudende stress en dat nieuwe spanningen de klachten vaak verergeren. Van psychiatrische stoornissen is slechts zelden sprake en veelal is onduidelijk of zij de oorzaak dan wel het gevolg van de pijn en de moeheid zijn.

    De ziekte treft kortom 'normale' mensen die op een gegeven ogenblik in hun leven te veel stress doormaken, waarna een ziekteproces ontstaat dat zichzelf jarenlang in stand houdt. Alles wijst erop dat fibromyalgie een 'tussen de oren' ziekte is. Voor mensen die in geesten geloven is daarmee de kous af. Fibromyalgie is 'psychisch', hetgeen al snel de bijklank heeft van 'aanstellerij'.


    1.2 - Hersenen en hormoonklieren

    Onderzoeker Griep en zijn collega's bij Medische Farmacologie gingen echter door op de vraag hoe stress dan precies tot pijn en chronische vermoeidheid kan leiden. Het onderzoek concentreerde zich op de wisselwerking tussen hersenen en bepaalde hormoonklieren. De drie belangrijkste punten van dit systeem zijn de hypothalamus centraal in de hersenen (recht 'tussen de oren'), de hypofyse die daar vlak naast ligt (de 'meesterklier' die vele hormoonklieren aanstuurt) en de bijnierschors die onder meer het hormoon cortisol produceert. Deze 'hypothalamus-hypofyse-bijnier-as' (naar de Engelse benamingen ook HPA-as genoemd) is nauw betrokken bij de reactie van hersenen en lichaam op (chronische) stress. Elk onderdeel van deze 'as' kan de functies van de andere onderdelen beÔnvloeden.

    Cortisol bijvoorbeeld heeft, afhankelijk van de concentratie van dit hormoon, diverse werkingen in de hersenen wat kan leiden tot veranderingen in de hypothalamus. De HPA-as heeft in het algemeen een 'dempend' effect op de acute stressrespons en helpt het lichaam om zich op stress voor te bereiden, maar het systeem kan bij chronische stress ontregeld raken.


    1.3 - Objectieve veranderingen

    Uit Grieps onderzoek blijkt duidelijk dat bij patiŽnten met fibromyalgie en andere pijn- en vermoeidheidssyndromen objectieve veranderingen aantoonbaar zijn in de HPA-as. Zo vond hij veranderingen in een bepaald type 'ontvanger' (receptor) van het cortisol-signaal in de hersenen, de glucocorticoÔd-receptor. Dit zou volgens de onderzoeker verklaren waarom, zoals hij ook aantoonde, bij fibromyalgie-patiŽnten de reactie op cortisol vertraagd en verminderd was. Ook op diverse andere niveaus vond Griep verstoringen in de HPA-as die kenmerkend zijn voor patiŽnten met fibromyalgie. Bij deze patiŽnten werden duidelijke afwijkingen gevonden in de reacties van hypofyse en bijnier op bepaalde hormonale prikkels.

    De gevonden afwijkingen zijn op een aantal punten het tegenovergestelde van het beeld dat wordt gezien bij depressies. Wie dus beweert dat een ziekte als fibromyalgie eigenlijk hetzelfde is als een depressie, krijgt ongelijk van de hersenonderzoekers. Een deel van de klachten bij fibromyalgie zou volgens Griep verklaard kunnen worden door een verlaagd cortisolgehalte en een verminderde reactie van de hersenen op dit hormoon.


    1.4 - Bron van diverse psychische klachten

    Grieps uiteindelijke conclusie is dat fibromyalgie een complex ziektebeeld is met een netwerk van oorzaken, dat in een heldere 'flow chart' op de omslag van zijn proefschrift staat. Dit diagram verdient een plaats op het bureau van elke arts die fibromyalgie behandelt, omdat het in samenhang laat zien hoe deze ziekte vermoedelijk ontstaat en zichzelf in stand houdt. Sommige patiŽnten hebben op grond van erfelijkheid een minder stabiele HPA-as, bijvoorbeeld door erfelijke variatie in diverse receptoren. Bij anderen ontstaat dezelfde gevoeligheid door invloeden van buitenaf, variŽrend van de opvoeding tot dieet- en leefgewoonten.

    Bij een verhoogde gevoeligheid kan een relatief geringe prikkel de balans verstoren, chronische stress veroorzaken en de cascade van pijn en vermoeidheid in gang zetten. Bij anderen is sprake van overweldigende stressvolle omstandigheden. Niet toevallig lijden veel slachtoffers van vervolging en terreur aan pijn- en vermoeidheidsklachten. Als het stressregulerende systeem eenmaal uit balans is en er ontstaan pijnklachten, dan worden die op zich een bron van stress. Pijn leidt bovendien tot inactiviteit, waardoor spieren verslappen en men gevoeliger wordt voor slaapstoornissen. Pijn en vermoeidheid kunnen vervolgens een bron zijn van diverse psychische klachten zoals angststoornissen en depressies, die de volgende vicieuze cirkel van stress in werking stellen.


    1.5 - Vicieuze cirkels doorbreken

    Een effectieve behandeling zou zich volgens Griep moeten richten op verschillende aspecten tegelijk. "Van allerlei lokale en eenvoudige behandelingen, toegespitst op ťťn symptoom van het syndroom, kan hooguit (zeer) tijdelijk effect worden verwacht. Hieronder vallen allerlei fysiotherapeutische modaliteiten, maar ook diverse medicamenten en alternatieve behandelwijzen", schrijft hij in de Nederlandstalige samenvatting van zijn proefschrift. Naast een gerichte inzet van bestaande en nieuw te ontwikkelen geneesmiddelen verwacht hij veel van een behandeling die gericht is op het doorbreken van de vicieuze cirkels. Oefentherapie, groepstherapie en ontspanningsoefeningen kunnen de patiŽnt de controle over zijn lijf en leven teruggeven. Dit alles begint volgens Griep met het serieus nemen van elke patiŽnt en haar of zijn lichamelijke klachten.

    De resultaten van Grieps studies zullen verder vooral een stimulans zijn voor verder onderzoek aan de HPA-as, die bij verscheidene ziektebeelden een sleutelrol blijkt te spelen. Uiteindelijk hoopt men geneesmiddelen en andere behandelingsvormen te vinden die de stressregulerende systemen kunnen stabiliseren bij patiŽnten met uiteenlopende lichamelijke, psychiatrische en 'psychosomatische' klachten.

    Griep promoveert op 5 oktober 2001 bij prof. dr. E.R. de Kloet (Medische Farmacologie, Leiden Amsterdam Centre for Drug Research LACDR) op het proefschrift 'Fibromyalgia syndrome - Neuroendocrine perspectives with clinical implications'.

     

    2. - Zee-algen op doktersrecept ?

    Effect kuurbehandeling bij fibromyalgie onderzocht

    Fibromyalgie-patiŽnten voelen zich een stuk beter als zij in een kuuroord vertoeven. Hoe komt dat en hoe lang blijven zij zich beter voelen ? Betalen de kosten voor het kuren zichzelf terug bijvoorbeeld doordat het bezoek aan hulpverleners daalt ?


    2.1 - Fibromyalgie

    De oorzaak van fibromyalgie is niet bekend. Het is ook niet zo goed te behandelen. De patiŽnten zijn moe en hebben stijve en pijnlijke spieren. Werken wordt soms bemoelijkt.

    Er is dus alle reden om op zoek te gaan naar behandelingen die mogelijk wel helpen. Ook al vallen die behandelingen in Nederland, in tegenstelling tot in veel Oost-Europese landen en Duitsland, een beetje onder de noemer īalternatiefī. Zoals zee-algentherapie in een kuuroord.


    2.2 - Het groene goud

    Al eeuwenlang dichten artsen en patiŽnten aan zeewater een geneeskrachtige en ontspannende werking toe. Daarom gingen zestig patiŽnten twintig dagen kuren in TunesiŽ. Zij kregen thalassotherapie: een op zeewater gebaseerde badtherapie. Ze zaten in de sauna, werden gemasseerd en lagen in algenpakkingen. Maar vooral werden zij gestimuleerd te sporten te zwemmen en te wandelen. Bovendien spraken zij veel over de ziekte, met elkaar en met hulpverleners.


    2.3 - Meten

    Vůůr en na het kuren werden de patiŽnten onderzocht. En zij vulden nog vele maanden na afloop vragenlijsten in over hun gezondheid, bezoek aan hulpverleners en werksituatie. Er was ook een even grote groep patiŽnten die niet kuurde. Zij wisten zelfs niets af van de kuurreis van de andere groep. Wel werden zij op dezelfde wijze ondervraagd en onderzocht. Dit was de controlegroep: in hoeverre verschilde hun gezondheid van de mensen die wel kuurden ?


    2.4 - De effecten

    Natuurlijk vonden de patiŽnten het kuren gewoon lekker. Maar zij voelden zich ook meetbaar beter. Zij liepen bijvoorbeeld gemakkelijker dan vůůr de behandeling. Door de voorlichting en het lotgenotencontact leerden ze hun ziekte beter te accepteren. Drie maanden na afloop was de kuurgroep nog steeds vrij positief over pijn- en stijfheidklachten. Maar na zes maanden was er nog maar heel weinig verschil met de controlegroep.


    2.5 - Hulpverleners

    De kuurgroep bezocht in het halfjaar daarna minder vaak de arts maar wat vaker de fysiotherapie dan de controlegroep. De kosten voor medicijnen daalden niet. Die voor alternatieve geneeswijzen wel. De hoeveelheid thuishulp bleef gelijk.
    Het ziekteverzuim daalde met 50% na het kuren, maar was na een halfjaar weer even hoog als vůůr de kuur.


    2.6 - Conclusies

    Kuren helpt patiŽnten met fibromyalgie enorm. Deze positieve effecten zijn meetbaar. Maar ze zijn wel tijdelijk. De kosten voor de gezondheidszorg worden door het kuren nauwelijks beÔnvloed. Op de kosten voor ziekteverzuim lijkt het kuren wel enige invloed te hebben. Maar er is nog een ingewikkelde rekensom te maken om na te gaan, hoe dat precies in elkaar zit.


    Cfr. : http://www.fibromaatje.nl/?pagina=actualiteiten/onderzoeken.php 

    05-09-2005 om 14:17 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    03-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fybromyalgie informatie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



       Fybromyalgie informatie

     

        1. - Wat is fibromyalgie ?

     

        Fibromyalgie is een ziektetoestand die zich manifesteert in het bewegingsapparaat (spieren en pezen) en die gekenmerkt wordt door chronische, verspreid voorkomende pijnen en spierstijfheid over het hele lichaam, maar vooral in de nek- en schoudergordel, lage rug en bekkengordel en de ledematen.
    De Wereld Gezondheidsorganisatie heeft Fibromyalgie gedefinieerd als "niet gespecifieerde reuma".

    Typisch is ook de verhoogde drukpijngevoeligheid op een aantal specifieke punten. Deze pijnlijke plekken, de zogenaamde ęTender PointsĽ of ęDrukpuntenĽ worden soms toegeschreven aan plaatselijke verhoogde spanningstoestanden van spieren en pezen.

    Daarnaast zijn er nog een aantal nevenverschijnselen zoals :

    • algemene vermoeidheid, futloosheid
    • chronische hoofdpijn
    • slaapstoornissen en ochtendstijfheid
    • verstoorde darmtransit
    • angst en chronische stress
    • gevoeligheid voor warmte- en temperatuurveranderingen.
    Kenmerkend is bovendien dat, indien het ziektebeeld zich voordoet bij het ontbreken van elke onderliggende oorzaak, er geen afwijkingen vast te stellen zijn bij rŲntgenonderzoeken en/of bloedonderzoek.
    De oorzaken van het fibromyalgie-syndroom zijn tot op heden niet gekend. Een ontregeling van het immuunsysteem, veranderingen in de bindweefselstructuur, tekort aan zuurstof in de spieren, storing in het metabolisme van bepaalde stoffen die een werking hebben op de bloedvaten en het zenuwstelsel, alsook functiestoornissen en het modulatiesysteem van pijn, werden bestudeerd, maar een definitieve oorzaak kon tot op heden nog niet gevonden worden

     

     

    2. - Classificatiecriteria

     

    In 1990 ontwikkelde het American College of Reumatology (ACR) criteria voor de classificatie van fibromyalgie :

    1. ten minste drie maanden, gegeneraliseerde pijn, met pijnen in de linker en rechter hemisfeer van het lichaam, boven en onder het middel en axiaal (nek, borst, rug)
    2. pijn bij palpatie van 11 of meer van de 18 drukpunten of tenderpoints (in de nek voor en achteraan, de schouders achteraan, de borstkas, de ellebogen, de lenden en heupen en de knieŽn.
      Tenderpoints komen steeds bilateraal voor.

     

    3. - Symptomen

     

    Pijn is het belangrijkste symptoom van fibromyalgie.
    De pijn gaat gepaard met stijfheid en gevoeligheid rond de gewrichten, spieren en pezen, het betreft vooral de nek, schoudes, de bovenarmen en benen. De pijnklachten nemen dikwijls toe bij koud en vochtig weer, bij vermoeidheid, bij ongewone of overmatige inspanningen en bij emotionele stress.
    Door de toenemende pijnklachten ontstaat er nog meer stress, waardoor een vicieuze cirkel ontstaat van pijn- stress- pijn.

    • de klachten verminderen bij warmte (bv. een warm bad) en ontspanning.
    • slaapstoornissen met vermoeidheid is een ander niet onbelangrijk symptoom.
      Slaapstoornissen worden vermeld bij 60 - 90 % van de fibromyalgiepatiŽnten, het gaat meestal gepaard met vermoeidheid bij het opstaan. Veelal voelt de patiŽnt bij het opstaan een opmerkelijke ochtendmoeheid.
    • ochtendstijfheid is een frequent voorkomende klacht bij fibromyalgiepatiŽnten. Doordat de spieren 's nachts niet voldoende ontspannen ervaart de patiŽnt 's morgens een gevoel van stijfheid.
    • veel fibromyalgiepatiŽnten hebben te kampen met hoofdpijn.
    • fibromyalgiepatiŽnten vertonen ook een verstoorde darmtransit (afwisseling van diarree en verstopping, verspreide buikpijnen)

     

    4. - Diagnose

     

    De diagnose van het fibromyalgie-syndroom wordt gesteld op basis van de klinische achtergrond en een diepgaand klinisch onderzoek uitgevoerd door een deskundig arts.
    De bijkomende onderzoeken maken het mogelijk andere (reumatische, neurologische ) aandoeningen uit te sluiten.

     

     

    5. - Behandeling

     

    Op het moment dat fibromyalgie wordt vastgesteld, dient aandacht te worden geschonken aan de behandeling : dit houdt in dat men naar zijn arts en naar zichzelf dient te luisteren om de pijn te verminderen en de diagnose te aanvaarden.

    • Medicatie
      Pijnstillers (zoals Paracetamol) kunnen worden aangeraden, op voorwaarde dat ze verstandig worden gebruikt, evenals enkele laag gedoseerde antidepressiva (vooral bij slaapstoornissen).
      Andere geneesmiddelen vormen momenteel het onderwerp van onderzoek zowel op fundamenteel als op klinisch vlak.
    • Een hoog gedoseerd magnesiumsupplement
      Zonder het voorwerp te zijn van specifiek onderzoek in het kader van fibromyalgie, kan een hoog gedoseerd magnesiumsupplement doeltreffend zijn bij spierpijnen, verhoogde spierspanning, spierkrampen, vermoeidheid, Magnesium heeft immers een belangrijke spierrelaxerende werking waardoor deze klachten aanzienlijk verminderd kunnen worden.
    • Regelmatige fysieke oefeningen
      Dit is een essentieel element van de therapie. Fysieke oefeningen verbeteren de conditie en helpen de dagelijkse activiteiten te beheersen. Zij bieden een duidelijk inzicht in wat men kan of niet kan. Zij zijn belangrijk om de dagelijkse inspanningen beter te doseren en bijgevolg de pijnen te controleren.
      Vooral oefeningen waarbij een beroep wordt gedaan op het uithoudingsvermogen zoals stappen, joggen, fietsen, aquagym, zwemmen, kunnen worden aangeraden. Deze oefeningen dienen echter steeds naar eigen vermogen en volgens de pijnen die men achteraf ervaart te worden aangepast. Vandaar dat ze beter eerst individueel worden uitgeoefend. Om de spieren en gewrichten soepel te houden, kunnen eveneens relaxatie- en lenigheidsoefeningen worden aangeraden.
    • Levenswijze
      De aanpassing van de levenswijze is essentieel en vraagt dikwijls progressieve aanpassingen (planning van activiteiten, voeding).
    • Psychoterapeutische ondersteuning
      Psychoterapeutische ondersteuning kan interessant zijn.
    • Relaxatietechnieken
      Relaxatietechnieken kunnen helpen om de verschillende stresssituaties beter te controleren.

    6. - Anamnese

     

    Anamnese vragen :

    • Bent u eerder bij de fysio geweest ?
    • Anamnese - Onderzoek - Behandeling - Heeft u hier opmerkingen over ?
    • Wat zijn u verwachtingen ?
    • Wat is de reden dat u hier komt ?
    • Wat is er precies gebeurt ?
    • Waar zit de pijn ?
    • Wat voor pijn is het ?
    • Is de pijn toegenomen of afgenomen ?
    • Straalt de pijn uit ? (zo ja : waar ? wanneer ?)
    • Wanneer heeft u pijn ?
    • Wat heeft u gedaan op het moment van de trauma ?
    • Welke bewegingen kunt u niet meer maken ?
    • Welke bewegingen kunt u nog wťl maken ?
    • Is de pijn bij deze bewegingen gelijk ?
    • Heeft u hobbys ? Werk ?
    • Kunt u deze uitvoeren of heeft u daar problemen mee ?
    • Wat wilt u graag weer kunnen ?
    • Wat is de thuissituatie (participatie/stress) ?
    • Gebruikt u medicijnen ?
    • Wilt u verder nog iets vragen ?
    • Hulpvraag
     
    7. - Onderzoek fibromyalgie

     

    Fibromyalgie kan alleen door de huisarts of reumatoloog worden vastgesteld. Dit kan de fysiotherapeut niet doen. Wat de fysiotherapeut wel kan doen is de klachten onderzoeken of er nog iets anders beperkt is.

    Deze patiŽnt heeft last van de cervicale en lumbale wervelkolom. Verder zitten er nog klachten in de rug en de schoudergordel. Dit onderzoek ik door de flexie, extensie, lateroflexie en rotatie. Deze zijn bij iedereen bekend hoe dit moet en werk dit niet verder uit.(voor verdere informatie zie casus 9)

    Verder ga ik alle peesreflexen testen. Dit zijn: biceps, triceps, knie/achillespees en babinski.

    Alles reflextesten zijn bekend bij iedereen en deze doe ik voor.

    We laten de patiŽnt ook nog een evenwichtstest uitvoeren. Hierbij kijken we of er een evenwichtsstoornis aanwezig is. We kunnen dit doen door voetje voor voetje op een rechte lijn te laten lopen.

    We kunnen de patiŽnt ook vragen om de ogen dicht te laten doen en kijken of de patiŽnt stil staat of niet. Voor de veiligheid kan je dit naast de bank doen, zodat ze niet top de grond vallen maar op een zachte bank.

    We gaan ook de bloeddruk meten er kijken of er hier afwijkingen in zitten : 120/80 is goed.

    Als er nog andere klachten optreden onderzoek ik die ook.

     

     

    8. - Behandeling fibromyalgie

     

        - Cfr. ook "Fibromyalgie" op : http://www.fibromyalgie.nu/ -

    8.1 - Wat kan de fysiotherapeut doen bij fibromyalgie ?
    Veel mensen met chronische pijn hebben baat bij fysiotherapie . Dat kunnen bijvoorbeeld mensen zijn met klachten van het bewegingsapparaat , met rugklachten of reumatische klachten . Soms kan een fysiotherapeut met bepaalde methode pijn draaglijker maken. Vaak worden ze gebruikt in periodes waarin de pijn heviger is. Ook zijn er fysiotherapeuten met een bepaalde specialisatie , bijvoorbeeld manuele therapie of haptonomie . Door haptonomie kun je bijvoorbeeld leren om de pijn toe te laten , in plaats van je ertegen te verzetten . De pijn wordt dan vanzelf minder . Voor sommige mensen is dit een goede methode.

    • Pijn bestrijden  
      Er zijn enige mogelijkheden om pijn te bestrijden , zoals :
          - warmte ( infrarood licht )
          - kou (met ijspakking of koude baden)
          - fysiotherapeutische apparatuur
          - elektrontherapeutische prikkels, zoals TENS (ga hier nog verder op in)
          - klassieke massage, bindweefsel of drukpuntmassage -
          - ook zijn er fysiotherapeuten die meer "alternatieve " behandelingen toepassen , zoals acupunctuur (ook hier ga ik verder op in).
    • Conditie op peil brengen en houden
      Dit gebeurt meestal volgens een schema . De spieren worden hierdoor sterker, uw gewrichten blijven beweeglijk en de algehele conditie wordt beter . Hierdoor kunt u lichamelijk en geestelijk de pijn beter verdragen . 
    • Ontspanning
      Fysiotherapeuten kunnen u verschillende ontspanningsoefeningen leren, bijvoorbeeld het aanleren van een juiste ademhaling.

    8.2 - Gedragstherapie  
    Bij gedragstherapie wordt niet de pijn zelf afgeleerd, maar de manier van omgaan met de pijn die je erg beperken in uw mogelijkheden . Gedragstherapie gaat er van uit dat pijngedrag is aan geleerd en dus ook afgeleerd kan worden . Er wordt nieuw gedrag aangeleerd als reactie op pijn en stress . Wanneer andere op bepaalde gedrag positief reageren, wordt dit gedrag aangemoedigd . Door minder aandacht te geven aan pijngedrag en door gezond gedrag aan te moedigen wordt je ertoe aangezet om actiever te zijn . Dit gebeurt stap voor stap . Het is belangrijk dat zo'n programma om gedrag te veranderen wordt vastgesteld in nauw overleg met uzelf . Er worden duidelijke afspraken gemaakt op papier . U moet bijvoorbeeld worden uitgelegd waarom het belangrijk is dat er op bepaalde pijngedrag niet steunend en vriendelijk wordt gereageerd . Daar moet u ook toestemming voor geven . Er zijn vaak goede resultaten met gedragstherapie bereikt . Zo gaan mensen minder medicijnen gebruiken en worden ze actiever.
     
    8.2 - Cognitieve therapie  
    Cognitieve wil zeggen : hoe iemand denkt, bijvoorbeeld over pijn of over zichzelf. Gedachten over pijn hebben invloed op de pijn die u ervaart . Zo'n gedachte is bijvoorbeeld : Ik kan er niets aan doen, de dokter moet het maar oplossen . Of de pijn is een signaal dat er iets erg mis is in mijn lichaam . Angst voor pijn kan er voor zorgen dat u de pijn intenser gaat ervaren . Veel van de negatieve invloed van gedachten en gevoelens komt voort uit onwetendheid, gebrek aan kennis over pijn en bepaalde denkgewoonten . Dit kan bijvoorbeeld samenhangen met geloofsovertuiging, cultuur of eerder opgedane ervaring met pijn . Met cognitieve therapie kunnen die negatieve gedachten en gevoelens veranderen . Wanneer u goede uitleg en informatie krijgt kunt u daardoor anders leren denken over pijn. Ook leert u daardoor dat u zelf invloed kunt uitoefenen op de pijn . Om anders te gaan denken moet u zich bewust worden van wat u precies denkt . Vaak hebben we "automatische" gedachten en denkgewoonten waarvan we ons niet bewust zijn . U leert bij uw gedachten stil te staan en naar uzelf te kijken . De cognitief therapie stelt daarvoor zoveel mogelijk vragen die u zelf aan het denken zet . Op zo'n manier leert u zich actief op te stellen . Dat kan erg belangrijk zijn , omdat veel mensen met chronische pijn gevoelens van hulpeloosheid hebben ontwikkeld . Zij stellen zich meer actief op omdat zij denken dat ze nergens meer invloed op kunnen uitoefenen . 

    8.3 - Ontspanningstraining
    Ontspanningstraining gaat er vanuit dat pijn en gespannen spieren elkaar over en weer versterken . Dat wil zeggen dat gespannen spieren meer pijn geven en dat pijn weer tot meer angst en spierspanning leidt enz . Door de spierspanning te verlagen zou dit doorbroken worden . Hoewel dit heel logisch klinkt , is het niet zeker of het zo werkt .
    Manieren om te ontspannen zijn : het steeds aanspannen en weer ontspannen van bepaalde spieren , zoals het optrekken en weer loslaten van de schouders en het ballen en weer loslaten van de vuisten . Door deze methode kunt u zich goed bewust worden van het verschil tussen spanning en ontspanning . Wees er wel alert op dat het aanspannen van spieren de pijn kan verergeren . Span ze dan wat minder sterk aan of gebruik andere spieren .
    Een ander methode om te ontspannen is autogene training . Hierbij leert u stap voor stap uzelf in een diepe rust en ontspanning te brengen door u te concentreren op gevoelens in uw lichaam . Liggend op de rug gaat dit meestal het makkelijkst . Mensen die drie keer per dag vijf a tien minuten autogene trainingsoefeningen doen , krijgen controle over hun spanning , kunnen daarom beter tegen stress , hebben meer energie en voelen zich gezonder en positiever.
    De ademhaling hangt samen met spanning en ontspanning . Als u gespannen bent ademt u oppervlakkig met kleine, snelle teugjes . U beweegt voornamelijk de borstkas (schouders en ribben worden opgetrokken). Als u ontspannen bent , verandert ook de ademhaling . U neemt diepere teugen in een langzamer tempo, de ademhaling vindt dan vooral plaats in de buik (deze trekt in en zet uit). Andersom werkt het ook : als u langzaam, diep en met de buik gaat ademhalen volgt ontspanning vanzelf . Ademhaling en spanning beÔnvloeden elkaar dus over en weer . De bedoeling van de ademhalingsoefening is om te leren door de buik adem te halen, omdat u zich dan ontspant .

    8.4 - Lichaamsbewustzijn
    Veel mensen met pijn ervaren hun lichaam alleen als bron van negatieve gevoelens . Zij zien hun lichaam en zichzelf als twee aparte dingen. Hun lichaam is een vreemde voor hen, een vijand . Zij kunnen leren hoe zij weer op hun lichaam kunnen vertrouwen en er plezier aan kunnen beleven . Daarvoor bestaat het onderdeel lichaamsbewustzijn van de "behandelingen voor gedrag en gedachten" . Door lichaamsbewustzijn kunt u weer prettige lichamelijk gevoelens ervaren . Dit kan bijvoorbeeld door : zwemmen in warm water , saunabezoek of lichaamsmassage . 

    8.5 - Voorkomen van terugval  
    Een laatste onderdeel van de behandelingen voor gedrag en gedachten is dat voorkomen moet worden dat u terugvalt in uw oude "pijngewoontes" . Hiertoe helpt het om te zoeken naar nieuwe manieren om uw tijd te besteden . U kunt een leuke hobby zoeken of meer met het gezin meedoen . Ook kan bekeken worden of en hoe u eventueel weer kunt gaan werken.

    8.6 - Hypnose
    Hypnose is een  veranderde bewustzijnstoestand , waarin u meer openstaat voor suggestie, dat wil zeggen dat u eerder gelooft dat bepaalde ideeŽn of voorstellingen echt zijn . U kunt dan dingen anders zien, horen - ruiken enz . Ook kunt u door hypnose meer controle uitoefenen over de werking van uw lichaam (welke gewoonlijk buiten onze wil om verloopt). Al deze kenmerken van hypnose zijn bruikbaar bij het bestrijden van pijn . Als u wakker wordt uit de hypnose, blijft bijvoorbeeld de suggestie doorwerken dat u geen pijn meer voelt . Dat betekent niet dat een ingewikkeld probleem als chronische pijn met alleen hypnose verholpen kan worden . Wel kan hypnose een onderdeel zijn van een bredere aanpak van de pijn Bijna iedereen die chronische pijn heeft en gemotiveerd is zal door de hypnose (tijdelijk) wat minder pijn hebben . De vermindering van de pijn wordt veroorzaakt door veranderingen in het lichaam of in denk - en voelgewoonten die rondom de pijn zijn ontstaan . Zo'n ( tijdelijke) vermindering van de pijn kan u aanmoedigen om verder te gaan met het aanleren van andere gedrag.

    8.7 - Psychotherapie
    Voor sommige mensen met pijn biedt psychotherapie goede mogelijkheden,  Met psychotherapie bedoelen we "het voeren van gesprekken in een vertrouwelijke sfeer met een psychotherapeut".  Een psychotherapeut is iemand die een speciale opleiding heeft gehad voor het behandelen van psychische problemen.  Het is meestel een psycholoog of psychiater.
    Voor wie is psychotherapie geschikt ? Mensen met chronische pijn kunnen (als gevolg van het pijn lijden) emotioneel veranderen, zoals : vaak somber of verbitterd zijn.  Er kunnen ook problemen ontstaan in de relatie, in de omgan met anderen of iemand kan negatief over zichzelf denken.  Mensen met dit soort problemen kunnen baat hebben bij psychotherapie als onderdeel van de behandeling.
    Psychotherapie zal er meestal niet voor zorgen dat uminder pijn heeft, maar het helpt u wel meer orde op zaken te stellen en een beter leven te hebben.  Het kan bijvoorbeeld helpen anders te leren omgaan met bijkomende problemen zoals onbegrip. 

     

    03-09-2005 om 21:58 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (30 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Haptonomie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


     


    Haptonomie


    De haptonomie is een wetenschap die de wetmatigheden van het menselijke gevoelsleven bestudeert. Zij legt zich daarbij in het bijzonder toe op het beschrijven van al datgene wat een rol speelt in de tussen-menselijke affectieve verhoudingen, communicatie, interacties en relaties en het overdragen en beleefbaar maken hiervan in scholing en begeleiding.


    Het begrip haptonomie is een samenvoeging van twee Oudgriekse begrippen : hapsis en nomos.

    'Hapsis' betekent : gevoel, gevoelsbeleving, tact, tast.
    'Nomos' betekent : wet, regel, norm.

    Hapto, in het woord haptonomie, stamt van het werkwoord haptein wat betekent : aanraken, verenigen, een relatie vestigen, zich hechten aan.... en in overdrachtelijke zin : in (tactiel) contact treden om gezond te maken, te helen, te bevestigen.
    Dit specifieke contact karakteriseert de haptonomische benadering: het ontmoetend, helend (is heel makend, heel de mens omvattend) aanraken om de ander in zijn wezen te bevestigen.


    In haar praktische toepassing is de haptonomie geen geneeswijze of therapie maar een benaderingswijze die binnen elk beroep van de welzijns- of gezondheidszorg te integreren is. Op basis van deze integratie kan men vanuit haptonomische optiek zicht krijgen op de aangeboden problematiek, het mogelijk ontstaan ervan en wat de mens vanuit persoonlijke vermogens en mogelijkheden daaraan zelf kan doen.

    D
    eze begeleidingsvorm wil mensen onder meer laten ontdekken hoe zij zelf keuzes kunnen maken, richting kunnen geven aan en daar zelf verantwoordelijkheid voor kunnen nemen en dragen. Het appŤl op de eigen vermogens en mogelijkheden en het actief participeren is daarom essentieel binnen een haptonomische begeleiding.


    De mens neemt deel aan de leefwereld via een veelheid aan contacten en interacties, waarbij hij voortdurend geconfronteerd wordt met de noodzaak tot het nemen van al dan niet bewuste persoonlijke keuzes of stellingnamen.
    In  onze maatschappij en ook onze opvoeding, zijn wij maar al te vaak geneigd keuzes te maken op grond van wat wij menen dat onze omgeving van ons verwacht of wenselijk acht
    .

    Het is daarbij niet vanzelfsprekend te luisteren naar  wat wij diep in ons zelf voelen en beleven, en diť keuze te maken die voor ons zťlf van belang is en bij ons past.
    Het maken van keuzes gebaseerd op datgene wat men van ons verwacht kan zelfs zo eigen geworden zijn dat men de innerlijke overtuiging gekregen heeft dat het zo hoort.
    Als wij hebben geleerd op diť grond keuzes te maken blijkt het op latere leeftijd niet eenvoudig om te kunnen beluisteren  hoe het voor ons zťlf ligt.
    Hierin kan een belangrijke grond gelegen zijn voor stoornissen in het persoonlijk fungeren en het zich daarbij al dan niet welbevinden.


    Cfr. : http://www.haptonomie.com/nederlands/page12.html 

    03-09-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    02-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Neurofeedback Instituut Nederland BV
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

        Neurofeedback
         Neurofeedback Instituut Nederland BV
     
         Wat is Neurofeedback ?

         Neurofeedback is een trainingsmethode voor de hersenen waarbij iemand kan leren om controle te krijgen over zijn/haar hersengolven.

    Het proces begint bij het EEG (ElectroEncephaloGram). Een EEG is een weergave van de electrische activiteit die door onze hersenen geproduceerd wordt, gemeten door electrodes op de schedel te plaatsen.

    Deze electrodes meten een grote variabiliteit aan hersengolven. Deze informatie wordt versterkt en doorgegeven door middel van een neurofeedbackapparaat. De computer rekent vervolgens de relevante gegevens (gekozen door therapeut) uit en deze worden via een computerscherm of door geluid teruggekoppeld aan de client. Door deze terugkoppeling weet de client wanneer er voldoende hersengolven geproduceerd worden en zal het brein zich daar aan aanpassen.

    Door oefening kunnen deze veranderingen permanent worden (vergelijk dit met leren fietsen, als men het eenmaal kan, verleert men het nooit meer).


    Waar wordt Neurofeedback voor gebruikt ?

    Neurofeedback kan gebruikt worden voor een groot scala aan problemen. Het wordt het meest toegepast bij aandachtsproblematiek, zoals ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder). Daarnaast wordt het ook vaak toegepast bij andere gedragsstoornissen met een neurale basis, zoals motorische en vocale tics (tourette's), obsessief/compulsief gedrag, Asperger-syndroom en milde vormen van autisme. Neurofeedback is niet geschikt voor ernstige psychiatrische klachten.

    Omdat neurofeedback een techniek is die het zenuwstelsel opnieuw kan afstellen (tuning), is het geen grote verrassing dat er veel verschillende stoornissen mee behandeld kunnen worden. Er zijn aanwijzingen dat de symptomen van milde hersentrauma's, CVA's en migraine met neurofeedback verlicht kunnen worden. Een andere groep stoornissen waarbij neurofeedback effectief is gebleken zijn de emotionele stoornissen zoals depressie, Post-Traumatische Stress Stoornis (PTSS) en manische depressiviteit.
    Ook stoornissen in het endocriene en het immuunsysteem zoals fibromyalgie, chronische vermoeidheid. Daarnaast zijn er vele stress-gerelateerde stoornissen die met neurofeedback behandeld kunnen worden (zoals burn-out).

    Tot slot is neurofeedback ook geschikt voor mensen die hun prestatie willen verbeteren (de zogenaamde peak-performance), waarbij zaken als concentratie centraal staan. Deze vorm van neurofeedback wordt veel gebruikt door (top)sporters, artiesten en managers.


    Werkt Neurofeedback voor iedereen ?

    In principe is Neurofeedback voor iedereen die kan leren geschikt. De meeste studies wijzen uit dat 70 tot 80 procent van de mensen een verbetering van de klachten ervaart na een neurofeedback-training.

    Neurofeedback is een methode die erg flexibel is en het is dus goed mogelijk om de behandeling af te stemmen op de behoeften van de client.


    De voordelen van Neurofeedback

    • Verbetering van het geheugen, het concentratievermogen en de slaap
    • Verhoging van het prestatievermogen en IQ
    • Harmonisatie van de hersenen, ontspanning van het lichaam en vermindering van stress
    • Doorbreekt angstpatronen en helpt bij de verwerking van traumatische ervaringen
    • De resultaten van de training zijn blijvend
    • Neurofeedback geeft geen bijwerkingen

    Wilt u meer weten over neurofeedback in relatie tot specifieke klachten leest u dan onderstaande pagina's

     
    Neurofeedback Instituut Nederland BV
    Postbus 59 - 3740 AB Baarn Tel: (035) 666 84 22 Fax: (035) 666 81 93
    info@neurofeedback.nl
     
     

    02-09-2005 om 22:48 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.10 tips voor fibromyalgiepatiŽnten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen



















    10 tips
    voor
    fibromyalgiepatiŽnten
     
     
    Het leven is voor een fibromyalgie patiŽnt niet altijd even makkelijk. Maar u kunt er veel zelf aan doen om de klachten van uw ziekte te verminderen.

    1. Begrijp het probleem.
    Leer uw ziekte kennen. Zorg dat u weet wat de ziekte inhoudt en wat dat voor u, in uw situatie, betekent. Realiseert u dat men door onbegrip en onwetendheid vaak zegt dat zich de patiŽnt zich de pijn verbeeldt. Dit is niet waar, de pijn is echt !

    2. Werk aan uw conditie.
    De meeste fibromyalgiepatiŽnten gebruiken hun spieren te weinig. Hierdoor verslechtert de conditie. Maar door voorzichtige oefeningen kunnen de ziekte verschijnselen juist verbeteren. Er bestaat echter wel een grens tussen de mate van oefenen die gunstig werkt en die waardoor de verschijnselen verergeren. Deze grens is per persoon verschillend en iedereen moet deze voor zichzelf ontdekken. Ga vooral niet forceren !

    3. Hervat langzaam de vrijetijdsbezigheden.
    Teveel inspanning kan de ziekteverschijnselen misschien (tijdelijk) verergeren, maar het is niet schadelijk voor het lichaam. Wees dus niet bang om langzaam de vrijetijdsbesteding weer op te nemen. Het positieve psychologische effect weer wat actief te zijn geweest, is de extra pijn waarschijnlijk wel waard.

    4. Gebruik warmte, massage, rekoefeningen
    Warmte, massage en rekoefeningen kunnen een tijdelijke verbetering van de ziekteverschijnselen geven. Ze verlichten de pijn en stijfheid, waardoor u makkelijker door kunt gaan met uw normale activiteiten.

    5. Zorg voor goede nachtrust.
    Belangrijk is hoe diep u slaapt, niet hoelang. U kunt uw nachtrust verbeteren door op regelmatige tijden naar bed te gaan, in een goed geventileerde slaapkamer, niet te warme slaapkamer (Ī15C). Zorg er verder voor dat u geen last hebt van licht en geluid en drink de laatste uren voor het slapen geen koffie, thee, cola of alcohol. Mocht u ondanks 8 uur of meer slaap toch vermoeid en erg stijf wakker worden, ga dan eens met de arts praten. Misschien kunnen medicijnen dan een oplossing bieden.

    6. Probeer stressfactoren te vermijden.
    Het precieze verband tussen fibromyalgie en emotionele stress is (nog) niet bekend. Maar emoties en psychische problemen schijnen de klachten fibromyalgie, maar ook van andere aandoeningen, te verergeren. Probeer ze daarom te vermijden.

    7. Beperk het gebruik van pijnstillers.
    Soms zijn medicijnen nodig om pijn te bestrijden. Maar medicijnen zijn over her algemeen niet zo belangrijk bij de behandeling van fibromyalgie.
    Gebruik ze daarom zeker niet regelmatig. Aspirineachtige medicijnen en paracetamol kunt u (na overleg met de huisarts) met mate gebruiken.

    8. Gebruik fibromyalgie niet als dekmantel.
    Fibromyalgie tast de spieren of gewrichten niet aan. Het is dus geen destructieve ziekte. Gebruik de ziekte daarom niet als excuus om vervelende of onplezierige situaties te ontlopen.

    9. Geloof niet in wonderen.
    Loop niet van dokter naar dokter om de 'magische kuur' te ontdekken die u in ťťn klap van uw ziekte verlost. Deze bestaat namelijk niet.

    10. Ontwikkel een positieve houding tegenover de ziekte.
    Leer fibromyalgie te accepteren. Leer de grenzen van uw lichaam en uw mogelijkheden kennen en leer daarmee leven.

    Met deze tien 'leefregels' kunt u zelf iets aan uw ziekte doen. Ze kunnen u helpen de klachten van uw ziekte te verminderen en uw leven aangenamer maken.
    Probeer het eens !

    Cfr. : http://groups.msn.com/nataliesfibromyalgiepagina/10tipsvoorfibromyalgiepatinten.msnw  



    Nog een paar eenvoudige tips
    • durf je grenzen vast te leggen
    • durf nee te zeggen als iets niet gaat
    • hulp vragen is geen schande
    • een warm bad of warme douche kan je spieren verzachten en ontspannen
    • voor spierpijn helpt het om warmte toe te passen door bv. een warmwaterkruik, ook de benen comfortabel installeren met een aantal kussens onder de knieŽn kan helpen
    • koop een aangepaste matras en een comfortabele zitstoel
    • ook een elektrisch deken kan helpen

    02-09-2005 om 22:23 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vlaamse Liga voor Fibromyalgie-PatiŽnten VZW (VLFP)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Vlaamse Liga voor Fibromyalgie-PatiŽnten VZW (VLFP)
     
    Ziek zijn wordt in onze maatschappij heel moeilijk aanvaard, tenzij men van buitenaf duidelijke lichamelijke beperkingen kan vaststellen. Bij een chronisch zieke ligt dit nog veel moeilijker. Fibromyalgie is zo een chronische ziekte, waarbij pijn en vermoeidheid een voorname rol spelen.

    Soms zullen patiŽnten zich ogenschijnlijk goed voelen en aan activiteiten meedoen. Later op de dag zullen zij dit moeten bekopen met pijn en/of extreme vermoeidheid. Voor buitenstaanders is het heel moeilijk te begrijpen dat een fibromyalgiepatiŽnt de ene keer uit de bol gaat (vb. tijdens een danspartij) en de andere keer in bed blijft of steeds klaagt over pijn en vermoeidheid. Vandaar dat hen dikwijls het etiket van profiteur, aansteller of luiaard opplakt wordt. De VLFP tracht die sfeer van onbegrip en onwetendheid te doorbreken.
     
    Contact : info@vlfp.be
     
    Bezoek de VLFP-websitehttp://www.fibromyalgie.be/

    02-09-2005 om 21:55 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Energy Healing - Een magische verwennerij
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Energy Healing
    Een magische verwennerij

    Magisch
    Deze Energy Healing, VortexHealingģ, is een ongelofelijk, sterke energetische geneeswijze van Merlijn, die werkt met goddelijk licht en bewustzijn. Deze healing is in staat om buitengewone genezingen te verrichten op fysiek en emotioneel niveau als ook het losmaken van de diepste karmische kwesties die we bij ons houden. Daardoor ontwaakt je bewustzijn naar zijn ware essentie. Zelfs fysieke materie, of het nu in de vorm van lichaamsweefsel is of een muziekinstrument, wordt magisch en rechtstreeks getransformeerd door het bewustzijn. Door een muziekinstrument ťťn minuut te behandelen verbetert het geluid van het instrument merkbaar, zelfs voor ongetrainde oren. Kun je je voorstellen wat VortexHealing kan doen in een menselijk lichaam en in het energiesysteem ?

    Verwennerij
    Je hoeft er nauwelijks iets voor te doen. Gewoon lekker liggen om het licht en de energie te ontvangen. Zij doen het werk. Zij lossen de lagen rondom het probleem of de pijn op, om uiteindelijk bij de kern aan te komen. Na enkele sessies, afhankelijk van de complexiteit van je thema, is vooruitgang of is zelfs genezing merkbaar. Je voelt je lichter, energieker en vooral vrijer.


    Cfr. : http://www.innerlijke-kracht.com/energy-healing.htm 

    Cfr. ook :

    Fibromyalgie, spierziekte, prednison, pijn

    Een verhaal van een mevrouw van 70 jaar die dacht dat het leven voor haar was afgelopen, ze is inmiddels na enkele behandelingen weer instaat om een keer of 8 per dag 45 trappen te klimmen. De internist wilde dat ze een rolator kreeg, dit is nu niet meer nodig.

    Voor vijf jaar terug hebben ze een spierziekte en fibromyalgie ontdekt. Ik heb vier jaar 12 prednison per dag moeten nemen. Omdat ik zo'n verschrikkelijke pijn had en het bloed was ook niet inorde. Toen werden de pijnen wat minder. Maar moest toch nog pijnstillers erbij nemen. Na vier jaar moest ik de prednison afbouwen en toen kwamen die verschrikkelijke pijnen terug. Kon haast niet meer lopen zo'n pijn had ik in de heupen en benen. Mijn hele lichaam deed pijn.

    Nu vanaf dat ik bij Jacob in behandeling ben kan ik weer goed lopen en al mijn werk weer doen. Kan s'nachts weer doorslapen en weer heerlijk veel energie. Ik hoef niet meer bij de revalidatie arts terug te komen. Ik hoef geen pijnstillers meer te nemen en ik, voel mij nou een heel ander mens.

    Annie D te K  

    Cfr. : http://www.ngcenergyhealing.com/resultaten/Fibromyalgie,%20spierziekte,%20prednison,%20pijn.html

    02-09-2005 om 21:22 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Samenspel tussen lichaam en geest
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


















    Samenspel tussen lichaam en geest
     

    Bron
    : FES, Fibromyalgie Public Relations Site
    Tekst interpretatie en samenstelling : webmaster
     
     
    Vroeger waren wetenschappers van mening dat lichaam en geest min of meer afzonderlijke eenheden zijn. Die opvatting is tegenwoordig ondenkbaar. We weten allemaal dat lichaam en geest elkaar over en weer beÔnvloeden. Geestelijke stress kan letterlijk lichamelijke ziekte veroorzaken. Omgekeerd kan de fysieke conditie de geest beÔnvloeden en problemen creŽren zoals depressie, angst en negatief denken. In positieve zin kan de geest worden ingezet om het lichaam beter te maken. Niet om fibromyalgie te genezen, want dat kan nu eenmaal niet. Beter worden betekent een proces van herstellen en verbeteren van de gezondheid en het welbevinden.
     
    Stress speelt een belangrijke rol bij fibromyalgie. Hoewel stress geen fibromyalgie veroorzaakt, maakt stress de klachten wel erger. Leven betekent stress, we kunnen stress nooit volledig uit ons leven bannen. Wat we wel kunnen doen is stress verminderen en de invloed die stress heeft op fibromyalgie minimaliseren. Er zijn honderden artikelen en boeken geschreven over hoe je stress kunt reduceren door ontspannen en positief denken. Helpen al deze strategieŽn ? Ja, maar niet voor iedereen. Toch kunnen veel mensen profiteren van mentale technieken om hun lichamelijke problemen te beheersen. Daarbij is het niet zo dat er een goede techniek is om dit te doen. Wat voor de een werkt, werkt voor de ander niet. Het is een kwestie van proberen en volhouden.
     
    Het kost veel motivatie, oefening en doorzettingsvermogen om zoín techniek aan te leren en niet iedereen is hiertoe in staat. De reden waarom het zo moeilijk is ligt in het feit dat we in de loop van ons leven bepaalde waarden, normen en denkpatronen hebben aangeleerd die we op onze eigen situaties toepassen. Door de jaren heen hebben we een zeer gespecialiseerd denkproces ontwikkeld wat betreft hoe we tegen onszelf en de wereld om ons heen aankijken. Plotseling is daar fibromyalgie en zijn de vertrouwde regels en processen niet langer van toepassing. Er wordt van ons verwacht dat we onze leefstijl niet alleen fysiek, maar ook mentaal aanpassen. Dat is geen onmogelijke opgave, maar het vraagt wel de bereidheid die eerste stap te nemen en onze schouders onder een verandering van leefstijl te zetten. Dat kan behoorlijk beangstigend zijn.
     
     
    Negatief denken
     
    Als fibromyalgieŽrs denken we nogal eens negatief. We moeten dus allereerst deze negatieve gedachten herkennen of ons afvragen wat denk ik precies ? Voorbeelden van negatieve denkpatronen zijn :
    • overgeneraliseren : als we vergeetachtig zijn denken we dat we Alzheimer krijgen.
    • we voorzien nare dingen : als iemand ons uitnodigt voor een feestje is onze eerste gedachte dat een feestje extra pijn zal veroorzaken.
    • we geven ons zelf overal de schuld van : het is onze eigen schuld dat we fibromyalgie hebben of dat de pijn verergert.
    • we stoppen ons zelf in een negatief hokje : omdat we veel pijn hebben zijn we nutteloze mensen.
    • we verwachten dat het slechter wordt : als een jongere met een oudere FMíer praat die erg veel pijn en andere problemen heeft, verwacht de jongere dat hij/zij er later ook zo slecht aan toe zal zijn. Ook hulpverleners dragen regel­matig hun steentje bij aan een somber toekomstbeeld.
    Dit negatieve denken over onszelf en onze situatie leidt tot negatieve emoties zoals boosheid, frustratie, hopeloosheid, schuldgevoel en depressie. Veel mensen met fibromyalgie hebben weinig zelfwaardering en kampen met gevoelens van waardeloosheid. Hun perfectionistische aard kan negatieve trekjes creŽren, zoals niet met kritiek om kunnen gaan, angst om afgewezen te worden en faalangst.
     
     
    Perfectionisme kan leiden tot het eindeloos op zoek blijven naar genezing
     
    Grenzen stellen : Om uit het negatieve denken te kunnen ontsnappen moeten we onze negatieve denkpatronen her­kennen. Daarnaast is het van belang in te zien dat sommige persoonlijkheidskenmerken negatieve consequenties kunnen hebben in aanwezigheid van fibromyalgie. Zo kan bijvoorbeeld perfectionisme leiden tot het eindeloos op zoek blijven naar genezing. Immers alleen genezing kan leiden tot volwaardig functioneren. Fibromyalgie dwingt mensen er ook toe hun fysieke mogelijkheden opnieuw in ogenschouw te nemen. Aangezien we niet meer datgene kunnen wat we vroeger konden, moeten we een nieuwe fysieke levensstijl zoeken die past bij onze fibromyalgie.
     
    We moeten aan onszelf leren denken als aan mensen met chronische pijn en ons vanuit dat perspectief proberen voor te stellen hoe we ons beter kunnen gaan voelen over onszelf. Behalve fysiek moeten we ook geestelijk grenzen stellen en deze leren accepteren. We moeten onszelf toestaan van tijd tot tijd vergeetachtig te zijn, maar ons er niet van laten overtuigen dat we geheugenziekte hebben. Het is ook prima om kritisch te kijken naar wat we doen, maar het is niet goed onszelf waardeloos te voelen omdat we iets niet kunnen. We mogen ons zorgen maken over bepaalde activiteiten omdat deze extra pijn veroorzaken, maar we mogen ons daardoor niet lam laten slaan, inactief worden en alle activiteiten vermijden.
     
     
    Keuzes maken
     
    Hoe graag we het misschien zouden willen, we hebben fibromyalgie niet onder controle. Maar we kunnen wel controle hebben over bepaalde activiteiten en leren omgaan met de gevolgen van extra pijn wanneer we deze verwachten. Een voorbeeld : als u uw auto op zondag wilt wassen kunt u ervoor kiezen dat te doen en de extra pijn op maandag accepteren. Daarbij hebt u het prettige gevoel dat u een activiteit hebt gedaan die u wilde doen en omdat u nu een schone auto hebt. U zou dit goede pijn kunnen noemen omdat u er controle over hebt.
     
    Stel nu dat u er uit angst voor de extra pijn voor kiest de auto niet te wassen en u wordt op maandag wakker met onverwachte extra pijn. Die pijn zou u slechte pijn kunnen noemen omdat u deze niet onder controle hebt. U hebt niets gedaan, maar de pijn is er toch. Het is beter verantwoorde keuzes te maken ondanks fibromyalgie dan fibromyalgie als excuus te gebruiken om activiteiten, uit de weg te gaan.
     
     
    Grijs gebied
     
    Het herkennen van negatieve denkpatronen is de eerste stap op weg naar verandering. Vervolgens stellen we ons de vraag hoe kunnen we ons denken veranderen ? Bij fibromyalgie is het niet realistisch te verwachten pijnvrij te worden. Het is wel realistisch een lager basis pijnniveau te bereiken waarbij we zo veel mogelijk van het even kunnen genieten. Ons denken veranderen is geen eenvoudig of snel proces. Het heeft lange tijd geduurd om wat ons denken betreft op het huidige punt te komen, dus zal het de nodige tijd duren om ons denken te veranderen. We hebben een langzame maar langdurende verandering van levensstijl nodig. Veel mensen zijn gewend zwart-wit te denken. Als we dan gedwongen worden het grijze gebied daartussen te verkennen kan dit de nodige spanning en verwarring opleveren.
     
    Maar eigenlijk bevinden we ons met fibromyalgie al in een grijs gebied : fibromyalgie is niet gezond en het is ook geen ziekte. Het bevindt zich in het grijze gebied tussen ziek en gezond en van daaruit moeten we andere grijze gebieden gaan verkennen. In dat grijze gebied vallen heel wat geestelijke strategieŽn te ontwikkelen. Wanneer we de negatieve delen van ons denken herken­nen kunnen we ons richten op de positieve. Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen die actief strategieŽn zochten om fibromyalgie onder controle te krijgen, naarmate zij ouder worden, minder hinder ondervinden van fibro­myalgie. Het ontwikkelen van een positieve manier van denken kan worden gezien als een uitdaging, waarvoor elk individu zijn eigen strategie ontwikkelt.
     
     
    Slechte raadgever
     
    Probeer bijvoorbeeld eens voor uzelf de negatieve gedachte dat kan ik beter niet doen te veranderen in ik kan het proberen. Daarmee dwingt u zichzelf de activiteit nader in ogenschouw te nemen en manieren te vinden om deze toch geheel of gedeelte!ijk uit te voeren. Ga geen activiteiten uit de weg uit angst voor pijn, angst is een slechte raadgever. Een dergelijk proces zal zeker niet voor 100% werken wanneer u dit voor de eerste keer probeert, maar mentale trainingsstrategieŽn kunnen de fysieke uitvoering van een activiteit wel vergemakkelijken. Ook het omgekeerde geldt : wanneer we iets ondernemen voelen we ons mentaal beter. Als we een poging ondernemen er goed uit te zien, voelen we ons beter over onszelf. Goede voeding, een goed lichaamsgewicht en het volgen van een regelmatig bewegingsprogramma zorgen ervoor dat we ons fysiek en mentaal beter voelen.
     
     

    02-09-2005 om 20:52 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    01-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Treatment for Chronic Pain, Fibromyalgia and Chronic Fatigue : A Complementary Health Care Perspective
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  
    Treatment
    for Chronic Pain, Fibromyalgia and Chronic Fatigue
    A Complementary Health Care Perspective
     
     
    Dr. Steven B. Ross
     
     
    Contents :
     
      1. - Fibromyalgia
      2. - Chronic Fatigue
      3. - Fibromyalgia Criteria
      4. - Chronic Fatigue Criteria
      5. - General Examination and Treatment Goals
      6. - Specific Treatment Considerations
                6.1 - Diet
                6.2 - Exercise
                6.3 - Rest and Relaxation
                6.4 - Stress
                6.5 - Structural Care/Chiropractic
                6.6 - Weight Management/Detoxification
                            6.6.1 - Possible Causes of Toxicities and Risks
                            6.6.2 - Purification
                6.7 - Helpful Lifestyle Changes
                6.8 - Helpful Dietary Changes
                6.9 - Supportive Nutritional Supplements
                6.10 - Low Level Laser Therapy
                            6.10.1 - The History of Laser Therapy
                            6.10.2 - High Power vs. Low Power Medical Lasers
                            6.10.3 - How Does Low Level Laser Therapy Work ? 
                            6.10.4 - The Physiological Effects of Low Level Laser Therapy
                            6.10.5 - How Does Low Level Laser Therapy (LLLT) Benefit Users ?
                            6.10.6 - Is Low-Level Laser Therapy for You ?
                  6.11 - Pharmacological Considerations   
                            6.11.1 - Analgesics 
                            6.11.2 - Anti-Inflammatory Medicines 
                            6.11.3 - Antidepressant Medicines 
                            6.11.4 - Muscle Relaxants
                            6.11.5 - Sleep Modifiers
                            6.11.6 - Anti-Anxiety Medicines
                            6.11.7 - Other Medicines Used to Treat Chronic Pain
                6.12 - Referral and Co-Treatment
      7.  - Warning !  
      8. -  Dr. Ross' contact information
                8.1 - Dr. Ross has a phone consulting practice
                8.2 - Ross Health and Wellness
      9. - Resources
     
     
     
     
    Treatment for Chronic Pain, Fibromyalgia and Chronic Fatigue
    A Complementary Health Care Perspective
     
     
    ImmmuneSupport.com
    08-31-2005 

    Steven B. Ross, D.C., F.A.S.B.E. Dip
    Am Academy Of Pain Management


    Since the early 1990ís, Fibromyalgia has become an increasingly common diagnosis. It is estimated that 10%-20% of new patients in a rheumatology practice have Fibromyalgia Syndrome (FMS) and approximately 2% of the U.S. population (3-6 million people) are thought to have the condition. As most doctors do not recognize the pattern of symptoms as Fibromyalgia, it is my belief that this number is much higher. Because of the widespread musculoskeletal manifestations of this condition, patients suffering from it are very likely to seek complementary and alternative medicine.

    This paper will review FMS, with emphasis on complementary and alternative medicine.

    Chronic fatigue symptoms overlap noticeably with Fibromyalgia symptoms.

    Both syndromes are often associated with sleep disturbances, flu-like aches, fatigue and general malaise. However, Fibromyalgia Syndrome is not typically accompanied by fever. Also, Chronic Fatigue Syndrome does not require pain to be present for its diagnosis, as does Fibromyalgia Syndrome.


    1. - Fibromyalgia

    The condition we now know as "Fibromyalgia" appears to have been recognized for many years, but was known years ago by other names :

    • in the mid 1800's, European literature refers to a "neurasthenia" and "spinal irritation" (exaggerated tenderness to palpation).
    • in 1904, Sir William Gavers coined the term "fibrositis", which appeared in North America rheumatology texts in 1940.
    • after WWII, 50%-70% of rheumatological referrals from the British armed forces were for "fibrositis".
    • in 1981, Yunas et al. began using the term "Fibromyalgia", since the condition was shown to not involve inflammation and
    • in 1987, an editorial appeared in JAMA acknowledging the existence of "Fibromyalgia".



    2. - Chronic Fatigue

    There is no known single cause of CFS. Some authorities believe it is a condition shared by many different underlying diseases rather than an entity unto itself. Others believe it is caused by a defect of the immune system. Hormonal deficits, low blood pressure and viral infections have been studied as possible causes or contributors. The postulated causal link with Epstein-Barr virus hypothesized in the mid-1980s has been discounted.

    There has been some correlation between chronic single or multiple viral infections, but CFS has also been noted in the absence of any apparent viral infection. Food allergies are commonly associated with this disorder, as is candidiasis, intestinal parasites and toxic chemical exposure.

    Toxin exposure has been suggested to play a significant role in the development and progression of both Fibromyalgia and Chronic Fatigue Syndrome, as approximately 47-67% of patients with FM and 53-67% of patients with CFS have reported at least one episode of symptom exacerbation after specific chemical exposure.

    Another area of interest is the link between intestinal dysfunction and FM. Although statistics vary, research suggests that up to 70% of patients with FM complain of symptoms associated with irritable bowel syndrome (IBS). IBS is a functional disorder characterized by chronic abdominal pain with alternating diarrhea and constipation. In comparison with healthy subjects, patients with IBS also tend to experience extra intestinal symptoms that overlap with FM complaints, including increased nerve sensitivity, morning stiffness, headaches, sleep disturbances and fatigue.

    Improved GI health can be achieved with a nutritional regimen known as the "4R-GI Restoration Program", which addresses the four primary stages of healing :

    • Remove,
    • Replace,
    • Reinoculate and
    • Regenerate.
    This is an essential part of our ďdetoxificationĒ program which we will discuss later.



    3. - Fibromyalgia Criteria 

    The American Academy of Rheumatology has set forth the following criteria for the diagnosis of Fibromyalgia :

    • subjective aching for at least 3 months.
    • subjective stiffness for at least 3 months.
    • widespread pain : bilateral, above and below the waist, includes axial skeletal pain.
    • tenderness to palpation (4 kg pressure) at 11 to 18 (bilateral) points as follows :
          - upper trapezius (shoulders)
          - supraspinatus (upper back)
          - gluteal region (buttocks)
          - pectoralis major (2nd rib)
          - inferior sternoclydomastoid muscle ("lower cervical spine")
          - greater trochanter (hip joint)
          - medial knee (inside of knee)
          - suboccipital (base of skull)
          - lateral epicondyle (elbow)

    In addition to the above criteria, sleep disturbance, fatigue, weakness and irritable bowel syndrome may also be present.



    4. - Chronic Fatigue Criteria

    • persistent, severe fatigue brought on by less than 50% of normal exertion. This fatigue must have lasted for six months or longer and must be unaffected by any amount of rest.
    • low grade fever (around 101 degrees)
    • a sore throat
    • lymph node tenderness
    • generalized aches and pains
    • sleep disorders
    • psychologically related symptoms such as feelings of depression, isolation and anxiety.



    5. - General Examination and Treatment Goals

    The goal in any treatment regimen must begin with a thorough evaluation of prior treatment history. This must include which provider(s) have already been consulted. Prior treatment, medications etc., including any successes and failures.

    The goal in any treatment plan must take into consideration the patientís ability to optimize sleep quality and quantity. Educating the patient with emphasis on the patient becoming the active director of their treatment. Increase exercise and activity through guided, achievable goals. Improve aerobic capacity.

    Optimize posture, ergonomics, biomechanics and assess diet and nutritional status as well as making the patient aware of other health care resources when appropriate. FMS and CFS is typically a multi-disciplinary problem.



    6. - Specific Treatment Considerations

    6.1 - Diet

    When considering what determines your state of health, there are two aspects to be understood. One is your genetic heritage, which up until recently we thought was an unquestionable factor which unfortunately is beyond your control. The other is your environment, which fortunately you have considerable influence over. Of the environmental factors, second only to your thoughts and emotions is your diet and nutritional balance.

    In all fairness, when looking to improve your health, perhaps nutritional factors should be considered and engaged even before your thoughts and emotions. There are several reasons for this :

    • most find nutritional factors easier to control than their thoughts and emotions.
    • certain nutritional factors make dramatic differences in your ability to think clearly, stabilize your moods and enhance your overall sense of well-being.
    • we can assess your nutritional needs with more accuracy than your mental-emotional needs.
    • we can effectively address your specific nutritional needs with targeted nutritional programs.

    Let's now address the dietary fundamentals that will lay the foundation you will need in order to optimize the results of your targeted nutrition program. Contrary to what some might have you believe, your daily food and beverage choices do not require a degree in nutrition, just common sense and common practice. You start with the following distinctions :

    • choose simple whole foods. Those that Mother Nature has always provided for us.
    • eat them in their natural form or as close to it as possible. Less processing generally means more nutritional value.
    • eat as wide a variety of these minimally processed, whole natural foods as circumstances allow. This maximizes your exposure to various nutrients while minimizing your repeated exposure to potential contaminants (e.g. pesticides, insecticides etc.).
    • pay special attention to ensuring sufficient high quality, low fat proteins in your diet. Balance every 15 grams of protein with 2-3 cups of low starch vegetables as often as possible.
    • be moderate with your starch intake. Stick to the less processed whole grains and whole vegetables.
    • balance starch/carbohydrates with quality proteins wherever possible.
    • be sure to get at least 3 pieces/servings (1/2 -1 cup) of fresh fruit and 4-6 cups of fresh vegetables every day.
    • reduce animal fats (fatty meats, dairy fats) and eliminate hydrogenated oils, trans fats and processed vegetable oils (i.e. all fried foods, margarines, commercial salad dressings, oils, sauces, confectionaries and baked goods). Instead, substitute monounsaturated oils for low heat stir-fries, light sautťing, salad dressings and baking (e.g., olive oil, canola and almond oils) and Omega3-rich, properly shielded (from air, light and heat) oils, such as flax, pumpkin and walnut for salad dressings and sauces. These nutritious oils are not to be cooked.
    • drink at least 8 glasses of pure water daily.
    • substitute herbal and naturally decaffeinated teas for caffeinated beverages and sodas (including chemical containing 'diet' drinks).
    6.2 - Exercise

    A healthy life is an active one. Regular exercise is essential for maintaining optimal health. The long term success of any health care program will be diminished if you do not exercise at least to a moderate degree on regular basis. Exercise increases the body's metabolic rate and therefore will help you achieve your ideal weight, although that is not the main reason for doing it. Exercise increases circulation and improves the delivery of nutrients to the cells in our body that need them.

    Exercise improves the removal of metabolic waste products from the body's cells and the elimination of toxins from your body. It will improve your heart's strength and performance, as well as cause the production and release of chemicals in your brain that make you feel good, the so-called "runner's high" produced by endorphins. So exercise has multiple positive benefits and should be included in your regular schedule and become a part of your life.

    To get the most benefit from an exercise program, you must bring your heart rate up to approximately two-thirds of its maximum and keep it there for a minimum of 15 minutes, at least 3 times a week. Exercising daily will produce results much faster than every other day and 30 minutes is better than 15 !

    Be sure to listen to your body and do not over do it.

    Remember : Inch by inch, anything is a cinch !

    Just about any form of activity that will meet the above criteria is fine. Walking, jogging, swimming, dancing, bicycling etc. All can fit nicely into the category of "aerobic exercise", so you do not need to buy a color-coordinated outfit and join an aerobic dance class to get your exercise. Of course, if you want take up "aerobics", its great exercise as well. Good shoes with a strong arch support and loose, comfortable clothes will work fine. The most important thing is to make exercise enjoyable, so that it becomes a regular part of your life, just like eating and sleeping. You must use it, or you will lose it !

    6.3 - Rest and Relaxation

    Let us define what is meant by proper rest. Ideally it means : freedom from work or physical activity; freedom from disturbance of mind or spirit, peace of mind. The purpose of proper rest is to restore, to bring back to a former or original condition. There are presently many theories as to why we require rest or sleep, what happens mentally and physiologically while we sleep and even how much each individual really needs.

    Based on the information that we have, a rational approach serves to unravel some of the mystery surrounding sleep and the essentials of proper or adequate rest. When individuals are sleep-deprived their most common complaints are mental fatigue or confusion and musculoskeletal discomfort. These conditions are relieved by subsequent rest. We therefore may extrapolate that sleep is essential to maintain mental clarity and to neutralize structural stress.

    The physiology behind the restoration of mental capacity is not yet well understood, however, it would appear to be associated with renewing neurotransmitting chemicals and cell membrane potentials throughout our bodies. These processes in turn are dependent, at least in part, upon the length of rest, the quality of one's nutrition and the state of one's mind.

    Rest also provides time for your logical, analytical `left' brain to relax its dominance and thus allow the emotional and imaginative `right' brain valuable time for `creative' expression. Thus, one of the keys to effective rest is learning how to turn down the volume of your `left' brain while you tune into your `right' ! This is where regular use of an exceptional guided imagery tape can be so useful. The physiology behind the other major function of rest and sleep, structural recuperation, is more important.

    There is relentless force acting upon our physical structure, day by day, week after week : The constant force of gravity. The more effectively one learns to be aware of this force and to deal with it intelligently, the less destructive its influence. Failure to pay heed and to effectively reduce the effect of this downward pull on our bodies, often results in chronic and recurrent musculoskeletal discomfort (stiff, sore shoulders, neck and back : hip, knee and ankle distress). Degenerative disc and joint disease, myofascial problems and even headaches.

    How then may we better cope with these stresses, especially with those related to the earth's gravity ? While most of us are aware of the need for a good night's sleep, too few recognize the need for proper rest and relaxation. Both those who are engaged in heavy physical labor and business executives or white collar workers alike are subjected to a variety of physical stressors throughout their `working hours'.

    There is mounting evidence that those who manage to obtain some rest and more resourceful postures during the day not only live more comfortably and work more effectively, they also live longer ! Once convinced of the benefits, how does one go about obtaining proper rest during business hours ? Proper rest refers to "those inactivityís which serve to aid restoration of optimal mental and physical function" (i.e. good health).

    Our goals here include assisting the nervous system in its ability to cope with the stresses upon it and assisting the physical body in compensating for the wear and tear of manual activities and the effects of gravity. All that is normally required is 15 to 20 minutes, twice daily, (in addition to your usual night sleep) to counteract the onslaught of stress-related fatigue and wear and tear.

    One of the most effective practices involves getting off your feet and laying supine on your back on a firm surface. Any carpeted floor will do nicely. The knees should be bent up toward your chest until your thighs are at right angles to your trunk, perpendicular to the floor, with your lower legs resting on a chair seat, couch or even a box with padding on top.

    6.4 - Stress

    Stress can be very damaging to your health. While it is true that without some stress we would not be able to function, excessive stress will ultimately wear you down and make you sick. Dr. Hans Selye studied the effects of stress throughout his life and identified "dis-stress" as being the most damaging. He stated that this harmful stress had a distinct impact on health and could eventually cause a variety of body systems to deteriorate. Drs. Holmes and Rahe, in a series of studies done on military personnel, showed that stress could also have a cumulative effect.

    They catalogued many different stressors, ranging from mild ones such as traffic tickets, to the profound stress associated with the loss of a loved one. They showed that people who were subjected to multiple stresses over a two year period had a much higher likelihood of becoming seriously ill than those not under such stress. This illustrates the importance of eliminating "dis-stress" whenever possible.

    How can you reduce stress ?! Sometimes it is difficult. Perhaps the stress comes from the type of work you do and it is not economically feasible to change. You can, however, change the way you deal with that stress. The harmful effects of stress can be minimized if we learn to deal with stressful events in a positive manner. Relaxation tapes, meditation techniques and biofeedback can all help. Regular exercise has the additional benefit of helping you rid your body of the negative effects of stress (please refer to the section on exercise for more information). A relaxing walk in the park or along a beach can work wonders ! If you would like more help in this area, just ask.

    6.5 - Structural Care/Chiropractic

    The body requires two forms of energy to function : biochemical, provided by the food we eat and electrical, provided by the brain and nervous system. One cannot function without the other. You can improve the biochemical part by being careful about what you eat, taking your supplements to fill in any "gaps" in your diet or overcome unique metabolic, environmental or genetic circumstances and ensuring that digestion and absorption are functioning optimally. The electrical component, however, depends on structural integrity. The brain acts as a control center, producing the energy that flows out through the spinal cord to the rest of the body via the network of nerves. Every function of the body, from the contraction of muscles allowing movement, to the digestive processes, to the production and repair of cells, to our immune function; literally everything depends on proper supply of electrical energy from the brain through the nerves. Chiropractic is the science of making sure that those nerve signals reach their destination with maximum impact and value. Your personalized, multifaceted chiropractic program will work to ensure that no structural problem impedes optimal electrical energy flow throughout the body. The nutritional program outlined in this report helps to ensure that your biochemical energy needs are also being met. The two depend on one another !

    6.6 - Weight Management/Detoxification

    Your questionnaire responses and our assessment may indicate that you may benefit from a comprehensive weight management program. In our office, we utilize a program that emphasizes a proper, healthy weight loss regimen. This is an exciting program for us to recommend due to both its exceptional results and the simplicity of design. Unlike many weight management programs it involves less time spent in food preparation by providing an easy to use single-meal-replacement drink as well as a predetermined food shopping list.

    Included is a comprehensive patient guide, in addition to this report. We have found the results extraordinary and often include the resolution of other symptoms, such as, bloating, mood swings and fatigue spells. Our hope is you will experience a noticeable increase in your energy, endurance and overall well-being.

    Toxins exist everywhere and can lead to serious health problems. They are in food and the environment and persist because of our insufficient metabolic ability to rid the body of all that we are exposed to on a daily basis. They can drain the body of energy and make you more susceptible to disease and infection. Toxins tend to concentrate in the liver and gastrointestinal tract, both places responsible for eliminating toxins from the body. Since everyone is exposed to toxins, everyone can use a detoxification treatment on a regular basis.

    6.6.1 - Possible Causes of Toxicities and Risks 

    • aging
    • alcohol
    • bacterial toxins
    • burns
    • cigarettes
    • constipation
    • drugs
    • food additives
    • food allergies
    • fried foods
    • heavy metals
    • intestinal infections
    • silicone implants
    • stress
    • toxic chemicals
    • metabolites and
    • pesticides

    6.6.2 - Purification

    Purification (also known as detoxification or cleansing) is the process of addressing the natural toxins in the body. The liver, digestive tract, kidneys, bladder, lymphatic system, lungs and skin are the major systems/organs that are involved in the neutralization and elimination of toxins.

    Because we are exposed to high levels of foreign substances and over consume chemically-treated, synthetically-produced food, extra purification is needed. The program we use at our clinic utilizes whole food supplements, pure food and water to give the body the resources it needs so it can purify and rebuild itself naturally. Our programs place emphasis on the liver and colon because these two organs play a major role in supporting the digestive system. Many people who complete our purification program experience increased energy, better digestion, less bloating, clearer skin, shinier hair and a disappearance or lessoning of past conditions such as PMS, digestive problems, Fibromyalgia and chronic fatigue to name just a few.

    6.7 - Helpful Lifestyle Changes

    • breathe
    • avoid stress and seek out ways to relax and resolve stressful conditions in your life
    • get sufficient sunlight, exercise and sleep
    • counseling, meditation and other therapies are proactive ways to relieve stress.

    6.8 - Helpful Dietary Changes

    • drink green tea, a dietary source of catechin
    • eat a well-balanced diet rich in fresh fruits and vegetables
    • eat artichokes, which help detox the liver
    • eat foods in the Brassica family (cabbage, cauliflower, brussel sprouts)
    • increase intake of berries
    • keep a food diary to detect individual patterns of sensitivity to foods
    • fast regularly.

    6.9 - Supportive Nutritional Supplements

    • coenzyme Q 10 (Ubiquinone) antioxidant, carries oxygen to the tissues, strengthens immune system
    • copper assists body detox
    • folic Acid strengthens immunity
    • magnesium helps reduce stress, used with Calcium
    • vitamin B Complex multiple B vitamin aids in improving general health and helps relieve stress, aids liver function
    • vitamin C antioxidant
    • vitamin E antioxidant
    • zinc antioxidant, strengthens immunity (should be taken with copper)
    • supportive Herbs Properties/Function :
          - acacia catechu source of catechin, fights free radicals Dandelion blood and liver support, diuretic, treats liver damage, mild laxative
          - garlic antibiotic, antimicrobial, antioxidant, inhibits infection and strengthens immunity
          - ginkgo biloba neutralizes free radical that are often produced during stress
          - goldenseal detox, strengthens immunity
          - hawthorn berries increases circulation, source of Vitamin C
          - milk thistle (silybum) antioxidant, blood and liver detox and support, neutralizes free radical that are often produced during stress
          - turmeric aids liver function
          - uncaria source of catechin, fights free radicals

    6.10 - Low Level Laser Therapy

    One of the most exciting areas of complementary and alternative medicine today is the use of Low Level Laser Therapy (LLLT). Light has been used for healing for many centuries, starting with the Greeks and Romans who recognized the positive effects of sunlight. We know that when sunlight strikes the skin, our whole body feels the benefits. Even our brain is affected by sunlight. As scientists have understood more about the nature of light and its positive effects on the body, they have been able to develop techniques and devices that use light as part of the healing process.

    What we usually call light is the visible part of the spectrum of electromagnetic radiation. We are all familiar with the rainbow effect and what we call light is that range of colors. Conventional light has a thermal effect; it warms up the skin. For example, ultraviolet light is the part of the spectrum that is responsible for tanning your skin; infrared light is used as a heat source.

    Low-level laser light is compressed light of a wavelength from the cold, red part of the spectrum of electromagnetic radiation. It is different from natural light in that it is one precise color; it is coherent (it travels in a straight line), monochromatic (a single wavelength) and polarized (it concentrates its beam in a defined location or spot). These properties allow laser light to penetrate the surface of the skin with no heating effect, no damage to the skin and no known side effects. Rather, laser light directs biostimulative light energy to the body's cells which the cells then convert into chemical energy to promote natural healing and pain relief.

     6.10.1 - The History of Laser Therapy

    The word "laser" is an acronym for Light Amplification by the Stimulated Emission of Radiation. The theory was first described by Albert Einstein (1879-1955) who paved the way for the development of the therapeutic laser.

    The first low-level therapeutic laser was developed in 1962. By the end of the 1960's, Endre Mester in Hungary was reporting an improved healing of wounds through low-level laser radiation. Since then, scientists and doctors around the world have been using laser light to treat conditions that can affect all age groups.

    6.10.2 - High Power vs. Low Power Medical Lasers

    There are two types of medical laser :

    • high power and
    • low power.

    High power lasers are used to cut through tissue. Low-level lasers, on the other hand, are used to stimulate tissue repair through a process of bio-stimulation.

    Low-level laser therapy is the application of red and near infrared light over injuries or wounds to improve soft tissue healing and relieve both acute and chronic pain. Low-level therapy uses cold (subthermal) laser light energy to direct bio-stimulative light energy to the body's cells without injuring or damaging them in any way. The therapy is precise and accurate and offers safe and effective treatment for a wide variety of conditions. The energy range of low level laser light lies between 1 and 2000 mW (milliwatts), while for surgical lasers the energy range lies between 3000 and 10000 mW.

    6.10.3 - How Does Low Level Laser Therapy Work ?

    Low-level lasers supply energy to the body in the form of non-thermal photons of light. Light is transmitted through the skin's layers (the dermis, epidermis and the subcutaneous tissue or tissue fat under the skin) at all wavelengths in the visible range. However, light waves in the near infrared ranges penetrate the deepest of all light waves in the visible spectrum.

    When low level laser light waves penetrate deeply into the skin, they optimize the immune responses of our blood. This has both anti-inflammatory and immunosuppressive effects. It is a scientific fact that light transmitted to the blood in this way has positive effective throughout the whole body, supplying vital oxygen and energy to every cell.

    6.10.4 - The Physiological Effects of Low Level Laser Therapy

    • biostimulation
          - improved metabolism
          - increase of cell metabolism
    • improved blood circulation and vasodilatation
    • analgesic effect
    • anti-inflammatory and anti-edematous effects
    • stimulation of wound healing

    6.10.5 - How Does Low Level Laser Therapy (LLLT) Benefit Users ?

    • relieves acute and chronic pain
    • increases the speed, quality and tensile strength of tissue repair
    • increases blood supply
    • stimulates the immune system
    • stimulates nerve function
    • develops collagen and muscle tissue
    • helps generate new and healthy cells and tissue
    • promotes faster wound healing and clot formation
    • reduces inflammation

    6.10.6 - Is Low-Level Laser Therapy for You ?

    Do you :

    • suffer pain from an old or new sports injury or accident ?
    • suffer from repetitive stress injuries such as carpal tunnel syndrome ?
    • suffer from lower back pain   
    • suffer from migraine headaches ?
    • take pain medications more than three times a week ?
    • ever wake up in the night with pain ?
    • suffer from skin ulcers, bed or other pressure sores ?
    • suffer from acne or rosacea ?
    • have potential scarring from a recent surgery ? 
    • suffer from herpes simplex (cold sores) ?

    Many acute and chronic conditions can be improved with laser use, including :

    • pain relief
    • wound healing
    • arthritis
    • migraine headaches
    • lower back pain
    • repetitive stress injuries (RSI)
    • carpal tunnel syndrome (CTS)
    • tendonitis
    • fibromyalgia
    • sprains and strains
    • post-operative pain
    • tennis elbow
    • golfer's elbow
    • TMJ
    • soft tissue injuries
    • post-operative wounds
    • swelling
    • burns
    • pressure sores
    • herpes simplex
    • acne

    Perhaps the most important fact that we have found as a pragmatic clinician is the fact the LLLT seems to work when and where our previous therapies have failed. In our experience, we have had very few patients who have not received benefit from LLLT and many have received truly outstanding help for conditions that had previously defied all other therapies.

    Other conditions that LLLT has been found to be very effective for are the following :

    • healing of open wounds
    • dermatitis
    • eczema
    • lack of granulation tissue formation (thus retarding wound healing)
    • overcoming and softening scar tissue formation
    • fistulas
    • edema
    • cysts
    • bursitis
    • muscle inflammation, contusions, ruptures, atrophy and contractures
    • neuritis
    • neuralgia
    • nerve injuries
    • atrophy of nerves
    • paresis
    • paralysis
    • prolapsed disc disease
    • spondylitis
    • periostitis
    • spondylosis
    • bone fractures and fissures
    • arthritis, both rheumatoid and osteoarthritis
    • arthrosis
    • strains and sprains
    • dislocations (following reduction)
    • tendonitis
    • epicondylitis
    • tendon strains and contusions
    • tendon ruptures and following tendon surgery
    • hematoma
    • tissue infiltration of blood after blood taking or injection.

    6.11 - Pharmacological Considerations

    Pain relief, improved sleep and improved mood are examples of goals that prescription medicines can help you reach. Generally speaking, patients with Fibromyalgia do not tolerate medicines well. There are often side effects such as nausea, drowsiness or lightheadedness. One person may tolerate a particular medicine, but the next person will get sick on it. Prescribed medicines can provide great benefits to many however; they should not be used in lieu of natural forms of treatment and treating the ďcauseĒ of the problem.

    Categories of drugs used in the treatment of Fibromyalgia can include :

    1) analgesics 
    2) anti-inflammatory medicines 
    3) antidepressant medicines (tricyclics and selective serotonin reuptake inhibitors) 
    4) muscle relaxants 
    5) sleep modifiers 
    6) anti-anxiety medicines 
    7) other medicines used to treat chronic pain

    6.11.1 - Analgesics : Analgesics are pain killers and can include over-the-counter medicines such as aspirin and acetaminophen, or prescription-strength pain pills like narcotics (opiates), codeine, Vicodin, Darvocet, Oxycontin and Percocet. Ultram is a pain reliever that differs from narcotics in its action on the central nervous system. These medications do not alter the Fibromyalgia, but they can help take the edge off of pain. Narcotic medications have potential for adverse side effects including drowsiness, difficulty with concentrating and addiction, so they should be used carefully.

    Many people with Fibromyalgia are sensitive to codeine medicines, which can cause nausea or an allergic reaction. Ultram can cause allergic reactions in people sensitive to codeine and a small number of people taking Ultram have seizures.

    6.11.2 -  Anti-Inflammatory Medicines : Anti-inflammatory medicines include aspirin, nonsteroidal anti-inflammatories (NSAIDs) such as ibuprofen, Naprosyn, Lodine, Daypro and Cox-II inhibitors and corticosteroids such as prednisone or dexmethasone. These medications are both anti-inflammatory and analgesic. Some of these medicines, such as ibuprofen, are available both over the counter and by prescription.
    Because Fibromyalgia is not a true inflammation, these drugs may be less effective in reducing pain. However, these drugs can be helpful in reducing pain that flares up with excessive physical activity, tendonitis or bursitis and should be used only as needed.
    The major side effect of the anti-inflammatories is bleeding from gastrointestinal ulcers. This problem is more common the longer the medicine is taken. However, a new medication class is available, Cox-II inhibitors, which include Celebrex (Searle Pharmaceuticals) and Vioxx (Merck) are now under scrutiny with Vioxx currently pulled off the shelf. Post market studies now confirm that Vioxx raises the risk of serious cardiovascular events including heart attack and stroke.
    About 2 million people worldwide were on the drug at the time of its withdrawal. As with any medication, caution should be taken when using any Cox-II inhibitor.

    6.11.3 - Antidepressant Medicines : The antidepressant medicines include tricyclics (for example, amitriptyline, nortriptyline, doxepin and trazodone) and selective serotonin reuptake inhibitors (Prozac, Zoloft, Paxil, Effexor, Serzone and Celexa). These medicines can treat pain and alter sleep and mood disturbances seen in Fibromyalgia. The tricyclic medicines are effective, but frequent side effects include dry mouth and drowsiness.

    6.11.4 - Muscle Relaxants : Muscle relaxants can decrease pain in people with Fibromyalgia. Medicines in this family include Flexeril, Soma, Skelaxin and Robaxin. The most common side effect is drowsiness, although Soma and Skelaxin cause less of it.
    Medicines in the antispasticity category have been used to treat muscle spasms. Two of these medicines, Zanaflex and Baclofen, have been shown to help reduce back muscle spasms and pain.

    6.11.5 - Sleep Modifiers : Various medicines including those already mentioned, are used to treat insomnia (analgesics, antidepressants and muscle relaxants). True sleep modifiers include benzodiazepines like Restoril and the hypnotic non-benzodiazepines such as Ambien. The most common reported concern about using sleep modifiers, especially benzodiazepams, is the habit-forming potential. Ambien is reported to be less habit-forming but can cause rebound insomnia when itís stopped.

    6.11.6 - Anti-Anxiety Medicines : Anxiety is a common problem in Fibromyalgia and contributes to pain, muscle tension and irritability. It can make depression and insomnia worse. Various medicines including antidepressants and muscle relaxants treat anxiety. Benzodiazepines such as Klonopin, Ativan and Xanax, are commonly used medicines. These medicines also cause sedation and thus can improve sleep. Possible side effects include depression and decreased memory. Sometimes it is hard to determine whether symptoms are due to Fibromyalgia or are side effects of medication.

    6.11.7 - Other Medicines Used to Treat Chronic Pain : Other medicines can be used to treat pain. Some pain medicines were originally developed for a different purpose. For example, anti-seizure medicines known as neuroleptics (including Neurontin, Dilantin, Depakote and Tegretol) were later found to be helpful in treating pain, particularly neuropathic pain. People with Fibromyalgia who have a lot of burning or electric shock feelings in their hands and feet may improve from a trial of neuroleptic medicines.

    Other conditions associated with Fibromyalgia such as irritable bowel syndrome can cause severe cramping pain and may require separately prescribed medications. Medicines used to treat irritable bowel syndrome include Metamucil, Levsin and Levbid.

    Medications can play a very important part to any patients treatment protocol who is dealing with chronic pain and fatigue issues. However, the role of medications should not be used as a substitute to correct the cause of the problem if at all possible.

    6.12 - Referral and Co-Treatment

    Fibromyalgia, chronic fatigue and chronic pain patients often have complex presentations and may require management by more than one practitioner. The proper combination of therapeutic approaches may have a synergistic effect. The chiropractor may be in a unique position to facilitate or coordinate the referral and co-treatment process.

    Following is a list of resources to consider, using clinical judgment and the patient's history :

    • primary care provider, M.D.
    • rheumatologist
    • psychotherapist, counselor or related professional
    • naturopath
    • acupuncturist
    • physical therapist
    • personal trainer
    • support group



    7. - Warning !
     

    As with any advice or recommendations, seek professional help when evaluating or starting a new health care program. Refer to the individual supplement or herb for complete information. The statements regarding nutritional supplementation and herbs have not been evaluated by the FDA. The products listed in this article are not intended to diagnose, treat, cure or prevent any disease. This information is not to be considered medical advice or a substitute for current medical treatment. It is intended to help you make positive informed decisions about your health.



    8. - Dr. Ross' contact information

    8.1 - Dr. Ross has a phone consulting practice in which he consults with patients all over the nation. He can be reached directly at his clinic at 858-481-1131 and by my e-mail at : info@drstevenross.com - as well as through his website at : www.drstevenross.com -.

    8.2 - Ross Health and Wellness - Steven B. Ross, D.C., F.A.S.B.E. - 12865 Del Mar Way, Suite 130 - Del Mar, CA 92014- Phone : 858-481-1131 Fax : 858-433-0508 - Web site : www.drstevenross.com  - ďCreating Better Health for the Rest of Your LifeĒ



    9. - Resources

    • From fatigued to Fantastic - Jacob Teitelbaum, M.D. - Avery Publishing, N.Y., 2001 : www.endfatigue.com
    • The Fibromyalgia Survivor - Mark Pellegrino, M.D. - Anadem Publishing, Columbus, OH, 1995 : http://www.amazon.com/exec/obidos/tg/detail/-/096468912X/002-0233143-5664037?v=glance 
    • Fibromyalgia Network - PO Box 31750 - Tuscon, AZ 85751 - 800-853-2929 : www.fmnetnews.com
    • Tender Trixies - 6505 Alvarado Road - San Diego, CA 92120 - 760-738-1563
    • Chronic Fatigue and Immune Deficiency Syndrome Assoc. of America - 800-442-3437 : www.cfids.org
    • National Fibromyalgia Research Association, PO Box 500, Salem, OR, 97302 : www.nfra.net
    • CFIDS/ME Fibromyalgia Information S.G., 14825 Midland Rd., Poway, CA 92064 - Phone : 858-679-7383 - Email : barto@ucsd.edu
    • National Fibromyalgia Association, Corporate Offices, Lynne Matallana, Director, 2200 Glassell Street, Suite "A" Orange, CA 92865 - Phone : (714) 921-0150 - Fax : (714) 921-6920 - Email : lmatallana@fmaware.org  


    Cfr. : http://www.immunesupport.com/library/bulletinarticle.cfm?ID=6669 

    01-09-2005 om 18:42 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    31-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Seksueel misbruikte jongens
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Seksueel misbruikte jongens
    Informatie voor hulpverleners en beroepskrachten

    Peter van der Linden
    TransAct, 2000

     

    Seksueel misbruik bij jongens komt voorÖ 

    De cijfers liegen er niet om. Van alle geregistreerde slachtoffers van seksueel misbruik in Nederland is 33 procent een jongen. Dat komt neer op negen ŗ tien procent van alle Nederlandse jongens. De kans is dus groot dat u als hulpverlener te maken krijgt met misbruikte jongens. Deze folder geeft informatie over de effecten van seksueel misbruik op een jongen. Ook kunt u lezen welke signalen jongens geven en wat u als hulpverlener zelf kunt doen.

     

     

    Jongens zoeken weinig hulp, omdatÖ

    Eťn op de drie meldingen van seksueel misbruik betreft een jongen. Misbruikte jongens doen minder vaak aangifte bij de politie dan meisjes. Ze doen minder snel een beroep op de hulpverlening. Jongens lossen liever hun eigen problemen op - dat past beter bij het stoere imago van mannen. Bij mannelijkheid wordt gedacht aan verantwoordelijkheid, kracht, uithoudingsvermogen en zelfstandigheid. Een man wordt geacht zijn eigen boontjes te doppen. Daarom is hulp zoeken naar aanleiding van seksueel misbruik niet zo gemakkelijk. Vaak wenden jongens zich pas tot een hulpverlener als het echt niet anders meer kan. Vraag daarom als hulpverlener naar mogelijke ervaringen met seksueel misbruik.

     

    Het effect op seksualiteit

    Uit onderzoek weten we dat jongens en meisjes stapsgewijs seksuele ervaringen opdoen. Wanneer seks aan een jongen is opgedrongen, verloopt die ontwikkeling anders en kunnen er seksuele problemen ontstaan. Jongens worden vaak onzeker over hun seksuele voorkeur (ben ik homo ?). Ze kunnen last hebben van: gevoelens van minderwaardigheid, geen contact voelen met hun eigen lichaam, excessief masturberen, juist een afkeer hebben van seks of bang zijn voor intimiteit.

    "Jongens stellen zich vragen als : had ik niet meer kunnen doen om het tegen te gaan ? Wilde ik het toch heimelijk?  Die twijfel is heel moeilijk weg te nemen."

    Als de jongen tijdens het misbruik een erectie kreeg, kan dat zeer verwarrend zijn. Afgaand op zijn lichamelijke reactie ervoer hij lust, terwijl hij het misbruik vervelend vond. Een erectie en een zaadlozing zijn vaak een automatische reactie op fysieke stimulatie. Plegers gebruiken de fysieke reactie van de jongen vaak ten onrechte als bewijs, om aan te tonen dat de jongen het zelf heeft gewild.

     

    Het effect op de identiteit

    Jongens ontwikkelen in de loop van hun leven ideeŽn en verwachtingen over mannelijk gedrag. Seksueel misbruikte jongens ervaren een spanningsveld folder hun slachtofferschap en hun beelden over mannelijkheid en mannelijke seksualiteit. Jongens geven zichzelf vaak een actieve, initiatiefnemende en dominerende rol. Het traditionele beeld is : een man is geÔnteresseerd in seks en hij kan zich verweren tegen iets wat hij niet wil. Pijn en verdriet verbijt hij. Het gevoel van machteloosheid tijdens het misbruik staat hier haaks op.

    Veel jongens vinden het moeilijk om zichzelf als slachtoffer te zien.

    Een meisje zegt bijvoorbeeld : "Mijn vader zit aan me".
    Jongens zeggen : "Ik ga met mijn moeder naar bed". Jongens reageren op seksueel misbruik vaak met grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van anderen. Soms trekken ze zich juist terug.

    "Bij jongens telt vooral de schaamte. Het geheim wordt zo goed bewaard dat je soms geen kant op kunt. Het isolement van de jongen is dan groot. Bij meisjes zie je wel dat ze geheimen delen met een vriendin. Jongens doen dat minder, zij houden hun 'image' ten koste van alles hoog."

     

     

    Signalen herkennen

    Kun je als hulpverlener zien dat een jongen is misbruikt ? Er zijn inderdaad signalen die kunnen wijzen op misbruik.

    Bijvoorbeeld :

    • negatief zelfbeeld;
    • concentratieproblemen;
    • plotselinge gedragsverandering, acting out, terugtrekken;
    • angst voor aanraking;
    • minderwaardigheidsgevoelens;
    • onhandelbaar of onverschillig gedrag;
    • (seksueel) agressief gedrag, vernielzucht;
    • verslaving;
    • fysieke en psychosomatische klachten;
    • moeite om anderen te vertrouwen;
    • prostitutie.

    "Een klacht is bijvoorbeeld concentratieverlies : het leren op school gaat niet meer. We zien ook vaak depressiviteit. Zich afzijdig houden van gezonde activiteiten. Afkeuring van lichamelijkheid, zoals sport."

    Bij veel jongens zijn geen signalen merkbaar. Jongens zelf bagatelliseren veelal het misbruik of presenteren een ander probleem. Hulpverleners onderschatten daardoor de ernst van de klachten die aan misbruik zijn gerelateerd. Om niets over het hoofd te zien, is het zinvol in ieder geval bij de intake te vragen naar seksueel misbruik. Ook gedurende het verdere contact is het belangrijk om alert te blijven. Eťn of meer signalen kunnen tot een vermoeden leiden. Het is altijd zinnig deze vermoedens te toetsen en te bespreken met collega's.

     

    Als u seksueel misbruik vermoedt

    Tip van een hulpverlener :

    "Als je niet betrokken bent, moet je wat anders gaan doen."

    Wat doet u als u bij een jongen signalen herkent van seksueel misbruik ?

    • allereerst is het van belang of het misbruik nog steeds plaatsvindt, of dat het in het verleden heeft plaatsgevonden.
    • bij actueel misbruik besteedt u vooral aandacht aan manieren om het misbruik te stoppen.
    • bij misbruik uit het verleden kunt u een hulpvraag formuleren en een passend hulpaanbod zoeken, in samenspraak met de jongen. Is hij jonger dan twaalf jaar, dan moet u ook overleggen met zijn ouders. Bij jongens ouder dan twaalf jaar hoeft dit niet.

    Het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) in uw regio geeft advies over hoe u moet omgaan met vermoedens en signalen van actueel misbruik, en met hulpvragen naar aanleiding van misbruik in het verleden.

     

    Maak seksueel misbruik bespreekbaar

    Wilt u ervaringen met seksueel misbruik bespreekbaar maken, let dan op de volgende punten :

    • zorg voor een goede timing. Begin niet meteen over seksueel misbruik, maar zorg dat het ingebed is in vragen over jeugd, opvoeding, socialisatie, seksualiteit, ingrijpende ervaringen.
    • richt u op concrete zaken. Word daarbij niet te afstandelijk; uw houding bepaalt de ruimte voor gevoelens van de cliŽnt.
    • erken de ervaringen van de cliŽnt met het misbruik maar etiketteer hem niet als slachtoffer.
    • voorkom stigmatisering. Geef aan dat het de bedoeling is om de achtergrond en de geschiedenis van de cliŽnt te verkennen, dat veel cliŽnten dergelijke ervaringen hebben en dat het vaak moeilijk is om erover te praten.
    • geef ruimte aan twijfel en verwarring.
    • bespreek het sociale netwerk van de cliŽnt.
    • benoem de sterke kanten van de cliŽnt.
    • bepaal het verband folder de misbruikervaringen en de hulpvraag van de cliŽnt.
    • geef informatie over seksueel misbruik en de gevolgen ervan.
    Tip van een hulpverlener : "Laat merken dat je stevig genoeg bent om niet in alle staten te geraken, anders gaat de cliŽnt je beschermen."


    Goede hulp is

    • vertel wat u te bieden heeft, voordat u begint met behandelen.
    • zorg dat de hulpvragen duidelijk worden geformuleerd. Stel het contract zo nodig bij.
    • zorg dat u vooraf goed bent geÔnformeerd over de situatie van de jongen.
    • zorg dat u op de hoogte bent van actuele informatie over seksueel misbruik.
    • laat uw eigen stereotypen over jongens, mannen, slachtoffers en allochtonen, geen ongewenste invloed hebben op het hulpverleningsproces.

    Tip van een hulpverlener : "Erken je voorbeeldfunctie, ook op lichamelijk niveau. Jij luistert naar je lichaam en verzorgt jezelf. Je ziet er goed uit, je hebt schone kleren aan en je stinkt niet."

    • let op uw houding. Hulpverleners stellen zich nonverbaal vaak minder uitnodigend op naar mannelijke cliŽnten (gekruiste armen, achterover leunend etc.).
    • als u tijdens sessies regelmatig over seks praat, merkt u dat het minder eng wordt om erover te praten.
    • blijf bij het verhaal van de jongen. Loop niet vooruit op mogelijke vervolgstappen. Neem wel initiatief als hij dreigt af te haken.
    • afhankelijk van de leeftijd werkt u niet alleen aan verwerking van het misbruik.
    • staan problemen met school voorop, neem die dan als uitgangspunt.

     

     

    Tips voor instellingsbeleid

    Voor een goed hulpverleningsaanbod aan seksueel misbruikte jongens is het van belang dat het beleid van uw instelling uw werk ondersteunt.

    Enkele tips :

    • vraag standaard bij de intake en later in het hulpverleningstraject naar ervaringen met seksueel misbruik. Doe dit bij alle cliŽnten, dus ook bij de mannelijke.
    • streef naar een gespecialiseerd aanbod voor mannelijke cliŽnten met seksueel misbruikervaringen.
    • streef ernaar dat er meerdere 'specialisten' in de instelling zijn op het terrein van hulp na seksueel misbruik. Zorg voor bij- en nascholing.
    • schaf gericht literatuur aan over jongens en mannen als slachtoffer van seksueel geweld.
    • houd uw adressenbestand actueel voor verwijzing van jongens en mannen met seksueel misbruikervaringen.
    • overweeg een groepsaanbod. Dit kan een duidelijke meerwaarde hebben voor jongens. Een groep biedt herkenning en ondersteuning. Wilt u starten met groepshulpverlening, vraag dan eerst advies aan hulpverleners die al groepen begeleiden.

     

    Meer weten ?

    TransAct verzorgt naast deze folder ook andere publicaties en activiteiten over misbruikte jongens en mannen. Het kenniscentrum van TransAct helpt u graag verder.
    TransAct beschikt over landelijke adressenbestanden voor verwijzing en hulpverlening. Daarnaast biedt TransAct elk half jaar cursussen aan. Ook kunt u scholing op maat aanvragen, bijvoorbeeld: trainingen over hulpverlening aan seksueel misbruikte jongens. Daarnaast kunt u bij TransAct inhoudelijk en beleidsmatig advies inwinnen over het opzetten en inrichten van een jongensgroep.
    Kijk op internet :
    www.transact.nl of bel de informatielijn voor literatuur en verwijsadressen. De informatielijn is elke werkdag van 9.00 tot 12.30 uur bereikbaar op (030) 230 06 66.

    TransAct
    Vinkenburgstraat 2a, 3512 AB Utrecht - tel. : (030) 232 65 00 - fax : (030) 232 65 55 - e-mail :
    kenniscentrum@transact.nl

     

    Colofon

    TransAct, Landelijk expertisecentrum seksespecifieke zorg en seksueel geweld streeft naar integratie van de seksespecifieke benadering in de (vernieuwing van de) zorg, de preventie van seksueel geweld en verbetering van de hulp na seksueel geweld. Aan deze doelstelling wordt gewerkt door beleidsbeÔnvloeding, het geven van voorlichting en informatie, het uitvoeren en stimuleren van innovaties en onderzoek en het verzorgen van scholing en advies.

    Tekst : Peter van der Linden
    Citaten : Bart Boerema, Karel Bontekoe, Zvika Frank, Fekke Veldman en Ron van Outsem
    Eindredactie : Tekstburo Gort / Adviesbureau den Hertog
    Fotografie : Photonica / Image Store
    Vormgeving : Troost Communicatie
    Webdesign : Walter Luyckx
    Uitgave en distributie : TransAct, 2000

     
     

    31-08-2005 om 00:29 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Reken dansend met 'ontucht'-trauma af
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Reken dansend met 'ontucht'-trauma af

    13-06-2005
    Bron :www.ad.nl



    Mannen die ooit seksueel zijn misbruikt, hebben hun trauma vaak diep weggestopt. Ze houden mensen op afstand.Vluchten in hun werk en hebben zo een eigen overlevingsmechanisme gecreŽerd. Maar het trauma is niet weg.

    Danstherapeut Zvika Frank laat hen in het Delta Psychiatrisch Ziekenhuis dansen om hun trauma's te verwerken.

    Waarom dansen als therapie ?
    ,,Omdat het een manier van therapie is die op het lichaam is gericht. Ik heb gemerkt dat er mannen bij mij komen die zeggen : ik heb het seksueel misbruik verwerkt. Maar dan hebben ze het alleen rationeel verwerkt. En dat is niet genoeg. Als je misbruikt bent, moet je lichaam dat ook verwerken. Want het lichaam heeft het ondergaan. Dus het lichaam moet bij de verwerking betrokken worden.''

    Dat klinkt op het eerste gezicht wat vreemd. Je zou verwachten dat een trauma toch vooral in het hoofd zit.
    ,,Het zit in allebei. In het hoofd en in het lichaam. Het lichaam raakt geblokkeerd. Een heel simpel voorbeeld: veel misbruikte mannen ademen heel hoog. Omdat ze dan minder voelen. Dat soort blokkades kom je in het lichaam tegen. En die moeten er dus uit. Het lichaam moet weer gaan leven. Ik zeg altijd : 80 procent van onze communicatie is non-verbaal. Dat geeft aan hoe belangrijk je lichaam is; hoe belangrijk het is om te weten wat je doet en te weten wat je uitstraalt.''

    En wat zie je dan, als die mannen een eerste keer met u komen dansen ?
    ,,Een heleboel. Je ziet een man die de hele tijd achter zich kijkt of er niemand achter hem aan komt. Of je ziet een man de hele tijd langs de muren bewegen, omdat dat veiliger aanvoelt. Een andere man schrikt enorm op het moment dat een andere danser dicht bij hem in de buurt komt. Of deinst terug als hij zelf bij iemand in de buurt komt.
    Dat soort dingen observeer ik. En daarover gaan we dan daarna praten.
    We doen elke week vijf kwartier aan dansen en aansluitend praten we vijf kwartier over wat dat heeft losgemaakt. Dat is de transactionele analyse, waarin we gevoelens, gedachten en gedrag beter kunnen plaatsen. Alles wat tijdens het dansen los komt, gaan we in het tweede deel ordenen. Dat doe ik samen met Truda Henselmans, waarmee ik samen de opleiding voor transactionele analyse heb gedaan.''

    Is de dans dan vooral een middel voor de therapeuten om de blokkades te lokaliseren of is het dansen ook echt heilzaam voor de mannen zelf ?
    ,,De mannen bereiken ťcht iets door te dansen. Het gaat erom dat ze blokkades doorbreken. In het begin zijn ze voorzichtig en terughoudend, maar op den duur vergeten ze heel even de controle en dan gebeurt er iets. Dan komen de gevoelens los. En daar gaan we dan vervolgens op in.''

    Toch lijkt het een methode met een forse drempel. Veel niet-getraumatiseerde mannen hebben al moeite om simpelweg op stijldansen te gaan.
    ,,Er zijn inderdaad mannen bij die nooit, nooit, nůůit hebben gedanst. Die noemen zichzelf ook houterig. Als ze dansen, doen ze eigenlijk meer gymnastiek. Ze vinden het moeilijk. Mannen voetballen, vrouwen dansen, zie ik ze dan denken. Maar ik leg ook altijd uit : het gaat niet om de dans zelf, maar om hoe je je lichaam gebruikt. Wat je doet, hoe je beweegt.
    Dat gaan we bekijken en analyseren. Het gaat niet om het leren van pasjes. Een patiŽnt van mij vertelde ooit in een interview : 'Je moet niet denken dat we meteen de tango dansen. Als ik alleen mijn wenkbrauw bewoog, was het voor mij allang dansen. En als ik de tweede keer mijn pink heb bewogen, was het ook al heel veel.' Dat is precies wat ik hen eigenlijk leer. Ik leer niet om te performen. Wees jezelf; daar gaat het om. Van daaruit kan ik zien wat er gebeurt.''

    Het klinkt onschuldig, maar de gevolgen kunnen ingrijpend zijn. Sommige deelnemers moeten tijdelijk worden opgenomen.
    ,,Dat gebeurt, incidenteel. Mensen met een trauma hebben geleerd dat trauma ergens te parkeren. Als je daaraan komt, valt hun hele overlevingsmechanisme in elkaar. Ik vergelijk het wel eens met een legpuzzel. Als je een paar stukjes verkeerd legt, krijg je ze er met wat kracht heus wel in gedrukt. Maar het plaatje klopt dan niet meer. Die stukjes haal ik er weer uit, om ze goed neer te leggen. Soms stort iemand dan helemaal in en is het nodig om hem een weekje of twee weken in het ziekenhuis op te nemen. Dat kan dan. Ik geef bij de intake al aan dat zoiets kan gebeuren. En dan vraag ik de mannen ook of ze bereid zijn zo ver te gaan.''

    U heeft de afgelopen paar jaar drie groepen van acht mannen behandeld. Dat is niet zo heel veel.
    ,,Het is zeker niet zo dat de deelnemers binnenstromen. Een jaar of twee geleden bleek uit een onderzoek van stichting TransAct dat 15 procent van de bevolking ooit is misbruikt. En van die 15 procent is ťťn op de drie een man. Toch krijg ik maar met heel veel moeite een groep van acht mannen vol, terwijl vrouwengroepen makkelijk gevuld raken. Dan vragen wij ons af: waar blijven de mannen ? Ik weet het wel, want ik werk ook in de verslavingszorg. Veel mannen vluchten in verslavingen.''

    En dat terwijl u hiermee op aandringen van een paar misbruikte mannen bent begonnen.
    ,,Klopt. Ik werk nu 21 jaar in het Delta ziekenhuis, maar pas de laatste paar jaar met misbruikte mannen. Ik ben begonnen met bejaarden. Daarna behandelde ik mensen met verschillende ziektebeelden, zoals angststoornissen en depressies. En toen heb ik een tijd met misbruikte vrouwen gewerkt. Tot ik in 1990 een man sprak. Ik vertelde hem wat ik deed en hij zei : ,,Dan kun je mij ook helpen.''
    Kort daarop ging ik twee maanden stage lopen in New York en daar heeft een man mij de hele nacht zitten vertellen over hoe hij was misbruikt door zijn stiefvader. Toen dacht ik: Zvika, word wakker, er is in deze wereld iets gaande wat je niet weet. En ik dacht: Dit wordt mijn missie. Ik ga me specialiseren op mannen die misbruikt zijn. Er was toen heel weinig bekend over deze categorie patiŽnten. Ik moest er zelf een methode voor ontwikkelen.''

    Wat mogen mannen van uw methode verwachten ? Komen ze van hun trauma af ?
    ,,Ik zeg altijd : zo'n trauma is een dichte wond. Die maak ik open en dan laat ik de puss eruit, maar het zal altijd een litteken blijven. Je blijft het altijd meedragen. Maar de bedoeling is wel om het verleden echt af te sluiten.
    Dat doen we zelfs met een ritueel. Helemaal aan het eind van het jaar krijgt iedereen ťťn dagdeel voor een eigen ritueel. Al die mannen hebben een fantasie over hoe ze hun dader zouden willen afmaken. Die fantasieŽn geven we hier de ruimte. Een man heeft hier een keer een levensgrote pop gemaakt en opgehangen en verbrand. Een ander heeft bepaalde spullen begraven en daar vervolgens een struik geplant, om nieuw leven te symboliseren. Weer iemand anders heeft ballonnen
    vastgehouden en losgelaten. Een man die was misbruikt door een blinde, heeft een braille-machine begraven. Allemaal met de bedoeling om het echt af te ronden.
    Littekens blijven, maar je verwerkt het wel.''


    Voor meer informatie
    : Delta MFC Spijkenisse : 0181-655600


    Cfr. : http://www.crleiden.nl/Nieuwsactueel/13-06-2005%20Reken%20dansend%20met%20ontucht-trauma%20af.htm 

    31-08-2005 om 00:00 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-08-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De gevolgen van psychotraumatische gebeurtenissen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De gevolgen van psychotraumatische gebeurtenissen

    R.A. Jongedijk

    Stichting Centrum '45
    Centrum '45
     , Rijnzichtweg 35, 2342 AX Oegstgeest - Tel. : 071-5191500
    E-mail :
    mail@centrum45.nl - Web stie : 
    http://www.centrum45.nl/index.htm

    Het laatst gewijzigd op 24 augustus 2005

    Dit artikel verscheen eerder in : "Bijblijven, huisartsen nascholingsreeks", 18, 2, 56-66, 2002.
    Ruud A. Jongedijk is psychiater en lokatiemanager van De Vonk Noordwijkerhout en De Vonk Amsterdam

     

    Inhoud :

    1. Samenvatting
    2. Inleiding
    3. Historisch overzicht
    4. Het traumabegrip
    5. Diagnostische criteria van PTSS volgens DSM-IV
    6. De gevolgen
    7. De diagnose PTSS
    8. PTSS : epidemiologie en beloop
    9. Overige gevolgen
    10. Psychische en lichamelijke gevolgen van rampen
    11. Preventie : opvang na trauma
    12. Adviezen bij de opvang na schokkende gebeurtenissen
    13. Behandeling van PTSS
    14. Literatuurverwijzingen 
     
     

    De gevolgen van psychotraumatische gebeurtenissen

    R.A. Jongedijk


    Stichting Centrum '45

     


    1. - Samenvatting
    Een groot deel van de bevolking maakt gedurende het leven een of meer psychotraumatische gebeurtenissen mee. Na een psychotrauma kunnen vele psychische en onverklaarbare lichamelijke stoornissen ontstaan. Besproken worden de gevolgen van psychotraumatische gebeurtenissen en de adviezen voor de opvang en begeleiding van traumaslachtoffers. Klachten, in het bijzonder de posttraumatische stress-stoornis, hebben de neiging te persisteren en vertonen vaak een fluctuerend beloop. Wanneer de (eerste) opvang niet adequaat verloopt, kan dit gevolgen hebben voor het verdere beloop van de posttraumatische klachten. Een belangrijk gevaar is de 'secundaire victimisatie'. Dit fenomeen wordt geÔllustreerd aan de hand van een beschrijving van de nasleep van de Bijlmervliegramp.

    Kom vanavond met verhalen
    Hoe de oorlog is verdwenen,
    En herhaal ze honderd malen:
    Alle malen zal ik wenen.


     

    2. - Inleiding
    Natuurrampen, technologische rampen, vliegtuigrampen, terrorisme, verkeersongevallen, geweld op straat, seksueel geweld, huiselijk geweld, oorlogen, martelingen en politiek geweld bij vluchtelingen. Wie dagelijks de kranten leest, weet dat psychotraumatische gebeurtenissen veel voorkomen en iedere arts heeft zeker tientallen, misschien zelfs honderden getraumatiseerde patiŽnten in zijn praktijk. Velen van hen zullen geen trauma-gerelateerde klachten hebben, anderen wel en weer anderen zullen wellicht in de toekomst dergelijke klachten ontwikkelen. Omdat de diagnostiek niet altijd even makkelijk is, worden patiŽnten niet tijdig als zodanig herkend en dus onvoldoende of onjuist behandeld. De psychische gevolgen van traumatisering kunnen echter ernstig zijn en hebben de neiging te persisteren. Daarom is kennis van diagnostiek, begeleiding en behandeling in de huisartsenpraktijk van belang.


    3. - Historisch overzicht
    Psychotraumatische gebeurtenissen en hun gevolgen zijn natuurlijk niet nieuw. In Babylonische geschriften van 2000 v. Chr. werden al de psychische gevolgen beschreven van de vernietiging van de belangrijke Soemerische stad Nippoer [
    2]. Veel literatoren, waaronder Homerus (800 v. Chr.), Herodotus (500 v. Chr), Lucretius (100 v. Chr.) en, veel later, Shakespeare (16e eeuw n. Chr.) beschreven posttraumatische stress reacties [3] Zo beschreef de Griekse historicus Herodotus tijdens de slag bij Marathon al een, waarschijnlijk psychogene blindheid bij een soldaat :

    Een Athener, Epizelus, vechtend op het slagveld en zich dapper gedragend, verloor zijn gezichtsvermogen, ofschoon hij geen enkele verwonding had opgelopen noch van afstand was getroffen; en hij bleef vanaf dat moment blind voor de rest van zijn leven.

    Shakespeare heeft in zijn toneelwerken herhaaldelijk posttraumatische nachtmerries beschreven. Zoals bij de krijger Hotspur in Koning Henry IV, wiens vrouw 's nachts opgemerkt:

    In thy faint slumbers I by thee have watch'd, / And heard thee murmur tales of iron wars / Speak terms of manage to thy bounding steed, / Cry "courage! To the field!" (...) Thy spirit within thee hath been so at war, / And thus hath so bestirr'd thee in thy sleep, / That beads of sweat have stood upon thy brow / And in thy face strange motions have appear'd.

    En Charles Dickens beschreef in zijn dagboeken, nog vele maanden nadat hij in 1865 een ernstige treinramp had overleefd:

    I am not quite right within, but believe it to be an effect of the railway shaking. I am curiously weak Ė weak as if I were recovering from a long illness.

    Gaandeweg kwam ook de wetenschappelijke literatuur op gang. En hiermee ook een lange reeks steeds wisselende benamingen voor de posttraumatische stoornissen. Da Costa beschreef in 1871 het Soldiers Heart of Irritable Heart Syndrome ten tijde van de Amerikaanse burgeroorlog, en legde hiermee de nadruk op het hart. Naar aanleiding van de aan het einde van de negentiende eeuw veel voorkomende treinongevallen werden syndromen beschreven als Concussion of the Spine (Erichsen in 1882) of Railway Spine (Page in 1885). Deze auteurs legden meer de nadruk op de wervelkolom. Maar Page meende reeds in zijn boek "Injuries of the spine and spinal cord without apparent mechanical lesions", dat angst ten grondslag zou liggen aan veel van de klachten. Zo beschreef hij een man met, ten gevolge van een treinramp multipele fracturen, maar ook, tot vier jaar na de ramp, depressieve klachten, slaapstoornissen, schrikreacties en nachtmerries [2]. De wetenschappelijke psychotrauma-literatuur volgde de oorlogen en rampen door de decennia heen. Vooral de Eerste en Tweede Wereldoorlog en de Vietnam-oorlog zorgden voor wisselende terminologie: Shell Shock, War Neurosis, Battle Shock, Combat Exhaustion, Stacheldraht Krankheit, Concentratiekamp- of KZ-syndroom, Survivor Syndrome, Vietnam Syndrome, Gulfwar Syndrome. Maar naast oorlogsterminologie werden ook termen beschreven die verwijzen naar andersoortige trauma's: Rape Trauma Syndrome, Post-Sexual Abuse Syndrome, Buffalo Creek Syndrome, Bijlmer Syndroom, Libanon Syndroom.

    In 1980 werd in het toonaangevende psychiatrische diagnostische classificatiesysteem DSM-III de diagnose posttraumatische stress stoornis (PTSS) geÔntroduceerd [4]. De ontwikkeling van dit diagnostische concept werd versneld door de gevolgen van de Vietnam-oorlog. De terugkeer van de vele duizenden Vietnam-veteranen leverde een zeer groot maatschappelijk probleem op, maar ook een groot gezondheidszorgprobleem. Veel veteranen kregen psychische klachten, gerelateerd aan hun ervaringen, zoals flashbacks en nachtmerries. Maar ook kregen zij stoornissen in alcohol en drugsgebruik, grote aantallen van hen pleegden suÔcide, en maatschappelijk raakten zij ontwricht. PTSS betekende voor hen, maar ook voor slachtoffers van andere trauma's de erkenning: psychische trauma's kunnen ernstige (psychische) gevolgen veroorzaken, ook bij psychisch 'gezonde' personen.


    4. - Het traumabegrip
    "Trauma" betekent letterlijk letsel of verwonding. Doorgaans wordt hierbij lichamelijk letsel bedoeld. Bij een psychisch trauma of psychotrauma kan er lichamelijk letsel zijn, maar dat hoeft niet. Dat maakt het definiŽren van het begrip psychotrauma als ingrijpende gebeurtenis moeilijk. Immers, er dient een duidelijk onderscheid te worden gemaakt tussen 'gewone' nare of stressvolle gebeurtenissen en traumatische gebeurtenissen. Een trauma heeft een veel sterkere impact en de stress-gerelateerde gevolgen blijven bestaan, ook wanneer de traumatische situatie niet meer van toepassing is.

    Om het psychotrauma duidelijk te operationaliseren, wordt in de diagnose posttraumatische stress stoornis volgens de, inmiddels, DSM-IV [5] een definitie van psychotrauma opgenomen. Deze luidt beknopt als volgt (zie : diagnostische criteria van PTSS volgens DSM-IV):

    De betrokkene is blootgesteld aan een traumatische ervaring waarbij beide van de volgende van toepassing zijn :

    1. Confrontatie met ťťn of meer gebeurtenissen die een feitelijke of dreigende dood of ernstige verwonding met zich meebracht, of die een bedreiging vormde voor de fysieke integriteit van betrokkene of anderen.
    2. Tot de reacties behoorde intense angst, hulpeloosheid of afschuw.

    Interessant bij deze definitie is, dat niet alleen de gebeurtenis staat beschreven, maar ook de psychische reactie daar op. Angst en de afschuw zouden met name voorspellend zijn voor het ontwikkelen van verdere psychopathologie.

    Hoewel sommige gebeurtenissen zeer ingrijpend zijn, zoals overlijden van de partner, ontslag, faillissement of ernstige ziekte, zijn dit geen psychotrauma's. En ook al zijn er soms grensgevallen, het trauma-begrip dient niet te ruim te worden opgenomen. Dit is in het belang van de diagnostiek en dus de behandeling. Immers, in analogie: wanneer een speldenprik leidt tot heftige bloedingen, moet er een onderliggende stoornis aanwezig zijn.

    Er wordt vaak onderscheid gemaakt tussen type I-trauma (eenmalig, kortdurend trauma zoals bankoverval, verkrachting, ramp) en type II-trauma (repeterend, langdurend trauma zoals incest en mishandeling in de kindertijd). De gevolgen van beide typen trauma zouden verschillend zijn [6]. Hierop wordt later teruggekomen.

    Amerikaanse bevolkingsonderzoeken toonden een hoge lifetime prevalentie van blootstelling aan traumatische situaties aan; bij ťťn studie bij 39% (leeftijd onderzochte populatie tussen 20 en 30 jaar)[7]; een andere studie toonde percentages bij vrouwen van 51% en bij mannen zelfs van 60% aan (leeftijd populatie tussen 15 en 54 jaar) [8]. 23% maakte meer dan ťťn trauma mee [7]. Mogelijk dat deze hoge cijfers voor de minder gewelddadige Nederlandse samenleving lager liggen. Mannen ondervonden meer dan vrouwen ernstige verwonding, brand, levensbedreigend ongeval, fysiek geweld, bedreiging met een wapen, oorlogshandelingen. Vrouwen ondervonden meer verkrachting, sexueel geweld, incest en mishandeling als kind [8, 9].


    5. - Diagnostische criteria van PTSS volgens DSM-IV

    Criterium A - De betrokkene is blootgesteld aan een traumatische ervaring waarbij beide van de volgende van toepassing zijn :

    • Betrokkene heeft ondervonden, is getuige geweest van of werd geconfronteerd met ťťn of meer gebeurtenissen die een feitelijke of dreigende dood of ernstige verwonding met zich meebracht, of die een bedreiging vormde voor de fysieke integriteit van betrokkene of anderen.
       
    • Tot de reacties van betrokkene behoorde intense angst, hulpeloosheid of afschuw. Bij kinderen kan dit zich uiten in chaotisch of geagiteerd gedrag.
       

    Criterium B - De traumatische gebeurtenis wordt voortdurend herbeleefd op ťťn (of meer) van de volgende manieren :

    • Recidiverende en zich opdringende onaangename herinneringen aan de gebeurtenis, met inbegrip van voorstellingen, gedachten of waarnemingen. Bij kinderen vaak terugkerende spelletjes, waarin aspecten van het trauma worden uitgedrukt.
           
    • Recidiverend akelig dromen over de gebeurtenis.
       
    • Handelen of voelen alsof de traumatische gebeurtenis opnieuw plaatsvindt (inclusief het gevoel van opnieuw beleven, illusies, hallucinaties en dissociatieve episodes met flashback).
       
    • Intens psychisch lijden bij blootstelling aan interne of externe stimuli die een aspect van de traumatische gebeurtenis symboliseren of erop lijken.
       
    • Fysiologische reacties bij blootstelling aan interne of externe stimuli die een aspect van de traumatische gebeurtenis symboliseren of erop lijken.

    Criterium C - Aanhoudende vermijding van prikkels die bij het trauma hoorden of afstomping van de algemene reactiviteit (niet aanwezig voor het trauma) zoals blijkt uit drie (of meer) van de volgende :

    • Pogingen gedachten, gevoelens of gesprekken horend bij het trauma te vermijden.
       
    • Pogingen activiteiten, plaatsen of mensen die herinneringen oproepen aan het trauma te vermijden.
       
    • Onvermogen zich een belangrijk aspect van het trauma te herinneren
       .
    • Duidelijk verminderde belangstelling voor of deelneming aan belangrijke activiteiten.
       
    • Gevoelens van onthechting of vervreemding van anderen.
       
    • Beperkt uiten van affect (bijvoorbeeld niet in staat gevoelens van liefde te hebben).
       
    • Gevoel een beperkte toekomst te hebben.

    Criterium D - Aanhoudende symptomen van verhoogde prikkelbaarheid (niet aanwezig voor het trauma) zoals blijkt uit twee (of meer) van de volgende :

    • Moeite met inslapen of doorslapen
       
    • Prikkelbaarheid of woede-uitbarstingen
       
    • Moeite met concentreren
       
    • Overdreven waakzaamheid
       
    • Overdreven schrikreacties
       

    Criterium E - Duur van de stoornis langer dan ťťn maand.

    Criterium F - De stoornis veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen op belangrijke terreinen zoals sociaal of beroepsmatig functioneren.

    Literatuur :

    • APA (American Psychiatric Association). Diagnostic and statistical manual of mental disorders. 4th edition. Washington, DC: APA, 1994.
    • Davidson JRT, Connor, KM. Natural course of PTSD and its long-term treatment. European Neuropsychofarmacology, 2001; suppl.: S148-9.

    6. - De gevolgen
    Na een psychotrauma zullen veelvuldig klachten optreden, die in de meeste gevallen van kortdurende, voorbijgaande aard zijn. Veelal bestaan deze klachten uit angst, onrust, slaapproblemen, flashbacks, dromen en nachtmerries over de gebeurtenis, lichamelijke angstequivalenten en 'psychische shock-verschijnselen', zoals verdoofdheid, afwezigheid van emoties en 'in een waas' leven. Men spreekt wel van een 'psychische shock' en in de DSM-IV wordt van een Acute Stress-stoornis (ASS) gesproken [
    5]. Deze ASS duurt enkele dagen tot maximaal vier weken en treedt binnen vier weken na het trauma op. Wanneer de klachten persisteren of veranderen, maar niet verbeteren, is verdere diagnostiek en begeleiding of behandeling noodzakelijk.

    Vele psychiatrische stoornissen kunnen gaandeweg na een psychotrauma ontstaan, zoals aanpassingsstoornissen, diverse angststoornissen en depressieve stoornissen, somatoforme stoornissen, maar ook bijvoorbeeld alcoholmisbruik. Een meer specifiek gevolg van trauma is de posttraumatische stress-stoornis of PTSS.


    7. - De diagnose PTSS
    De diagnose PTSS mag alleen worden gesteld wanneer men een traumatische ervaring heeft meegemaakt volgens de eerder beschreven
    trauma-definitie. Dit is het diagnostische criterium A (zie diagnostische criteria van PTSS volgens DSM-IV).
    Vervolgens dient de patiŽnt te voldoen aan een aantal overige diagnostische criteria voor PTSS, die in in de
    diagnostische criteria van PTSS volgens DSM-IV staan vermeld. Hier zullen enkele illustraties van herbelevingen volgen.

    Herbelevingen zijn de meest opvallende en meest indrukwekkende symptomen van PTSS. Zij brengen de patiŽnt vaak in een zeer angstige en emotionele staat en vaak komen ze jaren achtereen eindeloos repeterend en met een indringende, soms hallucinerend-werkelijke kwaliteit terug. In de biografische roman 'Montyn' van D.A. Kooiman wordt dit heel goed beschreven. Montyn was onder andere oostfrontstrijder, krijgsgevangene en Korea-strijder [3,10]. Hij beschrijft recidiverende en zich opdringende onaangename herinneringen aan de gebeurtenissen (criterium B-1) :

    Mijn ogen durfde ik niet te sluiten, want dan verschenen er beelden waarvan ik niet wist hoe lang ze me zouden blijven achtervolgen. Beelden van wanhoop en ontreddering.

    Daarnaast heeft hij last van recidiverende akelige dromen over de gebeurtenis (criterium B-2) :

    Bovendien werd ik bezocht door angstdromen. Zo hevig en langdurig dat ik vaak niet durfde te gaan slapen (...) Ik was verwikkeld in een strijd met het verleden die ik met niemand kon delen. De film werd teruggedraaid. (...) Overdag lag ik in bed. 's Nachts demonteerde ik mijnen. Een eindeloze herhaling van ťťn en dezelfde handeling. (...) Het volgende moment stond ik weer voor het executiepeloton, geblinddoekt. (...) Overdag lag ik. 's Nachts kroop ik op mijn buik door niemandsland, holde ik van muur naar muur, dook ik weg in greppels, roeide ik onder een regen van kogels. (...) Overdag at ik, 's nachts werd ik verteerd.

    Ook overdag is Montyn soms weer 'in de oorlog', in een droomachtige, dissociatieve staat (criterium B-3) :

    Ook overdag kreeg ik soms zo'n mysterieuze aanval. Ik loop door een bos en alles wordt onwezenlijk voor mijn ogen. De bomen lopen, ik sta stil. De stammen dringen zich dreigend op, in een gesloten front, ik word van alle kanten ingesloten. (...) Ik kom weer tot bewustzijn, duizelig, versuft. Hoe lang ik daar gelegen heb weet ik niet. Wat er gebeurd is weet ik niet. (...) Maar mijn handen zijn geschramd en beurs, twee vingers gebroken. Er kleeft bloed aan de stam. Ben ik die boom te lijf gegaan ?

    Tenslotte komen bij PTSS veel voor de psychische en/of fysiologische reacties na blootstelling aan 'triggers' die op de traumatische gebeurtenis lijken (criteria B-4 en B-5). Deze triggers kunnen gebeurtenissen, plaatsen of voorwerpen zijn, zoals de bomen bij Montyn of een somatisch onderzoek bij incestslachtoffers, maar ook tijdstippen (de zogenaamde 'verjaardagsreacties') en onopvallendere stimuli zoals geuren of gevoelens van angst, boosheid, machteloosheid of vreugde.

    De diagnose PTSS stellen is niet altijd eenvoudig. Enerzijds, omdat er veel symptoomoverlapping is met andere psychische stoornissen, zoals de depressieve stoornis en diverse angststoornissen. Daarbij komt co-morbiditeit met vooral depressieve stoornissen veel voor, maar ook met angststoornissen en veelvuldig is er sprake van alcoholmisbruik. De diagnose PTSS zal in deze gevallen de kans lopen op de achtergrond te blijven.
    Een andere reden om de diagnose te missen hangt samen met de vermijdingssymptomen. PatiŽnten vertellen niet graag over pijnlijke gebeurtenissen uit hun leven omdat deze angst oproepen, maar ook schuldgevoel en vooral schaamte. Soms willen ze hun arts er niet mee belasten.
    Anderzijds zijn ook artsen geneigd zeer pijnlijke en/of schaamtevolle gebeurtenissen bij hun patiŽnten te vermijden, uit angst voor reacties bij de patiŽnt, maar ook uit angst voor reacties bij zichzelf, en zullen dan niet doorvragen.
    Belangrijk is, in een veilige en vertrouwenwekkende omgeving de anamnese af te nemen, op geleide van wat de patiŽnt zelf aangeeft aan te kunnen.


    8. - PTSS : epidemiologie en beloop
    De cijfers over de prevalentie van PTSS verschillen in de diverse studies. Lifetime prevalentiecijfers variŽren van 1,3% tot 9,2% [
    7, 8]. Een belangrijke epidemiologische studie in de Verenigde Staten toonde aan, dat de lifetime prevalentie van PTSS in de algehele bevolking 7,8% was; voor vrouwen 10,4% en voor mannen 5,0%. In de onbehandelde groep bedroeg de mediane duur van de PTSS 64 maanden en in ťťn derde van de gevallen was er sprake van een chronisch beloop [8, 9].

    Dat PTSS kan persisteren blijkt ook uit onderzoek bij getraumatiseerde populaties. Negentien jaar na de Vietnam oorlog had 15% van de Vietnam veteranen nog een volledige PTSS (en 11% had symptomen van PTSS, zonder te voldoen aan de diagnose); 30% van hen had gedurende het leven een PTSS (en 24% symptomen). Bij 44% van de Australische oorlogsveteranen kwam kort na de Vietnam oorlog PTSS voor, terwijl dit percentage na tien jaar was gedaald tot 12% [11].
    In Nederlandse studies werd bij een selecte groep verzetsdeelnemers uit de Tweede Wereldoorlog, recent gebundeld, 50 jaar na de oorlog nog bij 25 tot 50% PTSS aangetroffen [
    12]. In diverse onderzoeken bij slachtoffers van verkrachting kwam vier maanden na de verkrachting gemiddeld bij 45% van de vrouwen PTSS voor, na 12 maanden varieerde dat percentage tussen de 11 en 40% en na vijftien jaar werd een prevalentie van tot 17% gevonden.
    PTSS kent vaak door de jaren heen een wisselend, fluctuerend symptoom-patroon, waarbij in de periode na het trauma de herbelevingen op de voorgrond staan, maar gaandeweg de jaren vooral de vermijdingscriteria en de criteria van verhoogde prikkelbaarheid [
    11]. Verschillende factoren kunnen het beloop van PTSS beÔnvloeden. Het meest genoemd zijn sociale steun als beschermende factor, en als risicofactoren de ernst en de duur van de traumatische gebeurtenis, het meemaken van verdere ingrijpende gebeurtenissen in het leven, eerdere traumatische ervaringen (bijvoorbeeld in de jeugd), en psychische problematiek, zoals overige psychiatrische stoornissen en persoonlijkheidsstoornissen [9, 11].


    9. - Overige gevolgen
    Het is goed te beseffen, dat de DSM een diagnostisch classificatiesysteem is, dat op deels arbitraire en kunstmatige gronden psychiatrische symptomen indeelt [
    13]. Daarbij voldoen patiŽnten niet altijd aan alle diagnostische criteria. Er wordt dan wel gesproken van sub-syndromale stoornissen, in het geval van PTSS van 'partiŽle' PTSS. De clinicus dient te overwegen hoe hierbij te handelen. De DSM geeft het klinisch oordeel expliciet een belangrijke rol [13]. Wanneer de klachten niet zeer ernstig zijn, kan begeleiden, ondersteunen en volgen van het betrokkene voldoende zijn. Echter, partiŽle PTSS kan zeker zo invaliderend zijn als PTSS. Wanneer een patiŽnt iedere nacht nachtmerries heeft en dit de slaap ernstig verstoord, maar hij heeft bijvoorbeeld onvoldoende overige symptomen, dan lijkt behandeling wel degelijk aangewezen.

    Traumatisering heeft meer gevolgen dan alleen de DSM-stoornissen. Traumatisering grijpt vaak diep in op de getroffenen, op hun persoonlijkheid en hun gevoelens van basisveiligheid. Traumatisering, zo stelt Herman in haar veel geciteerde boek, betekent niet alleen de ervaring van ingrijpende gebeurtenissen, maar leidt ook tot het verlies van vertrouwen en van de band met anderen [14].

    Zoals eerder beschreven, kunnen na een trauma vele psychiatrische stoornissen ontstaan. Maar ook psychosomatische/somatoforme stoornissen kunnen trauma-gerelateerd zijn, zoals gastrointestinale stoornissen, hoofdpijn, chronische pijn, fibromyalgie-klachten en multipele somatische symptomen.
    Traumaslachtoffers die (vaak in de jeugd) ernstig en langer durend zijn getraumatiseerd zoals incest-slachtoffers (type II-trauma) kunnen soms complexe, multipele psychiatrische symptomatologie vertonen, met dissociatieve symptomen en symptomen passende bij de borderline persoonlijkheidstoornis. Er wordt ook wel gesproken van posttraumatische persoonlijkheidsverandering of complexe PTSS [
    9, 14, 15] met symptomen als dysforie, zelfverwonding, problemen met de agressieregulatie, seksueel problematisch gedrag, dissociatieve symptomen, psychosomatische symptomen, gevoelens van hulpeloosheid, hopeloosheid, schaamte, schuldgevoel, het gevoel volledig anders te zijn dan anderen, terugtrekken uit sociale relaties en wantrouwen naar anderen. Bij deze groep patiŽnten is de methodiek van begeleiding en behandeling duidelijk anders dan bij patiŽnten met een meer enkelvoudige PTSS, omdat bij hen met de instabiliteit en de zwakke persoonlijkheidsstructuur rekening moet worden gehouden.


    10. - Psychische en lichamelijke gevolgen van rampen
    Bij grote rampen worden de gevolgen van psychotraumatische gebeurtenissen uitvergroot. In Nederland hebben de afgelopen periode enkele rampen plaats gevonden, zoals in Enschede en in Volendam. In het geheugen gegrift staat voor velen ook de Bijlmer vliegramp, die plaats vond in oktober 1992, omdat deze een lange en moeizame nasleep heeft gekend.
    Over de Bijlmervliegramp is recent een beschouwing gepubliceerd door Gersons en anderen, die veel inzicht geeft in de gevolgen op langere termijn [
    16]. Zij onderscheiden twee perioden na de ramp. De eerste periode (1992-1995) werd gekenmerkt door psychische klachten en de tweede periode (1995-1999 door lichamelijke klachten van de slachtoffers.

    Het is bekend dat de gevolgen van rampen, zoals bij een rouwproces, in fasen kunnen worden onderverdeeld. Na de 'impactfase', direct na de ramp, volgt doorgaans de 'fase van intense verbondenheid', ook wel 'honeymoon' genoemd. Men voelt verbondenheid, trekt veel met elkaar op en wordt vaak actief door omgeving en instanties ondersteund. Een volgende fase is de 'fase van de desillusie'. Men realiseert zich meer en meer wat men heeft meegemaakt, terwijl de wereld weer tot de orde van de dag overgaat. Ook de bureaucratie van de hulpverlenende instanties heeft zich in deze fase weer hersteld. Wanneer niet adequaat wordt ingespeeld op deze mechanismen, dan blijven gevoelens van verlatenheid, woede, verwijt en ook wantrouwen een rol spelen. Men spreekt dan van een 'secundaire ramp'. De getroffenen kunnen de draad van het gewone leven niet oppakken. Zij, maar ook de nabestaanden en bijvoorbeeld reddingswerkers voelen zich (collectief) slachtoffer van de ramp. Zij eisen erkenning, genoegdoening en rechtvaardiging en worden nogal eens als 'querulant' of 'profiteur' bestempeld.
    Bij de Bijlmer vliegramp mondde een en ander uit in een parlementaire enquÍte, waarin de emoties soms hoog opliepen, zelfs bij de commissieleden onderling. De politiek raakte verdeeld en de medische discipline over de wenselijkheid van een grootschalig somatisch onderzoek eveneens.

    Bovenstaande beschrijft, hoe de eerste periode (1992-1995) overging in de tweede periode (1995-1999). In de eerste periode, waarbij de acute stress op de voorgrond stond, werd na een half jaar bij 26% van de getroffenen PTSS aangetoond (en daarnaast had 44% PTSS-klachten) en na anderhalf jaar waren deze cijfers respectievelijk 24% en 32%. In de tweede periode ontstonden steeds meer speculaties over mogelijk schadelijke lading in het vliegtuig. Dit leidde tot onrust, wantrouwen en spanning, en bij vele betrokkenen tot chronische stress. Mogelijk dat deze chronische stress, samen met de PTSS heeft geleid tot uitputting en multipele onverklaarbare lichamelijke klachten. Een telefonisch meldpunt van het AMC werd in twee maanden in 1998 door 903 mensen gebeld. De 846 mensen die werden geanalyseerd hadden 3463 klachten: algemeen lichamelijk (waaronder moeheid) bij 77%, psychisch (angst, depressie) bij 42%, luchtwegen bij 33%, huid bij 25% en bewegingsapparaat bij 22%. Deze 'somatische' bevindingen komen overeen met die van de Golfoorlog, waar nauwelijks Amerikaanse slachtoffers vielen, slechts 2% PTSS voor kwam bij de Amerikaanse soldaten, maar 70% lichamelijke klachten. Ondanks 135 miljoen dollar aan onderzoek, is er nooit een aanwijsbare oorzaak/stoornis voor de lichamelijke klachten gevonden [16].


    11. - Preventie : opvang na trauma
    Een juiste, snelle en begripvolle opvang kan waarschijnlijk veel lange termijn problemen voorkomen. In het overzicht '
    Adviezen bij de opvang na schokkende gebeurtenissen' staan een aantal adviezen genoemd, die kunnen worden gebruikt door de hulpverlener, maar die ook gebruikt kunnen worden door de betrokkene en haar omgeving. Immers, de omgeving, het sociale steunsysteem is in de periode na het trauma vele malen belangrijker dan de professionele hulpverlening. Indien er geen sociaal netwerk is, dan is professionele hulpverlening echter onontbeerlijk. De huisarts dient gesprekken te houden om het beloop te volgen en in te grijpen indien klachten verergeren of persisteren, er psychiatrische stoornissen ontstaan en/of blijvend verminderd functioneren op meerdere levensterreinen.

    Vooral in de 'fase van desillusie' is begeleiding belangrijk. De omgeving heeft het idee dat de betrokkene nu maar weer gewoon verder moet, dat het nu wel lang genoeg heeft geduurd en zo sluipt een mechanisme binnen dat 'secundaire victimisatie' wordt genoemd. Het slachtoffer wordt nu beschuldigd en zo opnieuw tot slachtoffer gemaakt. De huisarts kan zelf de begeleidende, ondersteunende gesprekken voeren.

    Er is geen onderzoek gedaan naar moeilijk operationaliseerbare interventies als 'ondersteuning'. Wel is er de laatste jaren onderzoek gedaan naar professionele acute opvang na trauma's, de zogenaamde debriefing. Debriefing vindt meestal plaats binnen enkele dagen na grote traumatische gebeurtenissen zoals rampen. Het zijn vaak groepsbijeenkomsten van anderhalf tot twee uur, maar ook wel individuele zittingen, waarbij gefaseerd aan de orde komen de feiten, gedachten met betrekking tot de gebeurtenis, emoties uiten (emotionele ventilatie) en voorlichting over stressreacties [9]. Uit een aantal gerandomiseerde studies is gebleken, dat deze wijze van opvang (groep en individueel) geen positief effect heeft op het beloop van de PTSS-klachten. Een enkele studie toonde zelfs aan dat de symptomatologie was verergerd. Wel werd de opvang steeds zeer gewaardeerd door de betrokkenen, hetgeen een niet onbelangrijk gegeven is.

    Het blijft vooralsnog gissen naar de reden van deze voor velen verrassende bevinding, het uitblijven van een positief effect. Wellicht dat de emotionele ontladingen en de vele voorlichting zo kort na het trauma teveel van het goede zijn, de weerstand teveel verzwakken en meer stress geven dan wenselijk is. Hierdoor zou het natuurlijke verwerkingsproces negatief worden beÔnvloed.

    Twee opties worden in de literatuur aangedragen als alternatief voor het klassieke debriefing-model. Het opvangmodel zou dienen te worden verricht zonder de emotionele en de educatieve component [9]. Dit betekent dat vooral steun, geruststelling, erkenning (het verhaal laten doen) en begrip worden gegeven. Een andere optie is, de betrokkenen volgen en zodra PTSS ontstaat, direct behandelen [17]. In ieder geval heeft opvang wel een tweetal belangrijke voordelen: de betrokkenen waarderen het, en het stelt de hulpverlener in staat om de klachten te volgen, zodat ingrijpen beter mogelijk is wanneer er psychische stoornissen ontstaan.
    De belangrijkste regel is om de patiŽnt te volgen en te respecteren; de patiŽnt geeft aan wat hij wil of aan kan.


    12. - Adviezen bij de opvang na schokkende gebeurtenissen

    • De eerste opvang dient snel plaats te vinden. Bij signalen of vermoeden van schokkende ervaringen: maak (actief) contact. Ook wanneer betrokkene geen of een afwijzende houding aanneemt of wanneer de reacties op de schokkende gebeurtenis blijken mee te vallen, is een actieve opstelling van belang.
       
    • Blijf de betrokkene volgen. Maak een vervolgafspraak om het beloop te volgen.
       
    • Geef steun, bemoediging en begrip.
       
    • Geef de betrokkene de gelegenheid het verhaal te vertellen, wanneer deze daar behoefte toe heeft. Hierdoor is het mogelijk de gebeurtenissen te reconstrueren en greep te krijgen op wat er is gebeurd. Probeer niets op te dringen, maar 'volg' de patiŽnt in diens behoefte.
      Vraag wat er is gebeurd, hoe het is verlopen tijdens en na de gebeurtenis, hoe de directe opvang was, hoe de omgeving reageerde.
       
    • Start niet zomaar een 'verwerkingsbehandeling'. Het gaat in eerste instantie om steun, immaterieel en zo nodig materieel. Laat de patiŽnt bepalen hoe de steun dient te verlopen of schat zelf in hoe de steun dient te wezen.
       
    • Laat in het gesprek empathie blijken; veroordeel of beschuldig niet. Geef geen commentaar. Praat zelf niet teveel. Geef vertrouwen en accepteer hoe de betrokkene het beleeft. Bagatelliseer de gebeurtenis niet. Verwijs niet teveel naar de toekomst. Geef aan dat emoties zoals huilen en verdriet 'mogen'. Geef voorlichting over traumareacties.
       
    • Wanneer op te rationele wijze het verhaal wordt verteld, informeer dan tevens naar gedachten en gevoelens. Leg niet te sterk de nadruk op het uiten van emoties. Tracht irreŽle gedachten/gevoelens zoals schuldgevoelens en schaamte bespreekbaar te maken. Maak een vervolgafspraak.
       
    • Leg uit dat de betrokkene zelf kan en moet aangeven, wanneer hij het gesprek niet meer denkt aan te kunnen.
       
    • Leg uit, dat het goed is in verband met de verwerking het verhaal te vertellen, maar dat er ook plaats moet zijn voor ontspanning en de gewone dingen van het leven. Het uiten van emoties is heel normaal. Adviseer er ook met anderen, vertrouwden over te praten, bijvoorbeeld met partner, ouders of vrienden. Dit geeft begrip en erkenning.
       
    • Informeer hoe de omgeving er mee omgaat. Is men betrokken en steunend? Vindt men het 'gezeur' of vindt men 'dat het nu wel over moet zijn', dan is interventie in de sociale omgeving gewenst. Informeer dan de omgeving over traumareacties en beklemtoon de noodzaak van begrip en steun.
       
    • Stimuleer het vasthouden aan de dagelijkse activiteiten, zoals werk en vooral ook sociale activiteiten en hobby's.
    • Stimuleer contacten met lotgenoten of, bij grotere rampen, bezoek aan rouw en herdenkingsbijeenkomsten.
       
    • Indien klachten persisteren of toenemen (bijvoorbeeld het ontwikkelen van psychiatrische stoornissen) en/of disfunctioneren in dagelijkse activiteiten en relaties blijft bestaan, overweeg dan verwijzing naar overige hulpverleningsinstanties.
       
    • Doorverwijzing bijvoorbeeld naar: slachtofferhulp (misdrijven of verkeersongevallen) voor gesprekken, praktische adviezen en hulp, hulp bij procedures rond justitie, beoordeling bij schade; algemeen maatschappelijk werk; eerstelijns psycholoog; tweedelijns geestelijke gezondheidszorg/psychiatrie.

    13. - Behandeling van PTSS
    Wanneer PTSS ontstaat, dient er vroeg en gestructureerd te worden behandeld om een chronisch beloop te voorkomen [
    17]. Traumaverwerking dient door daarin gespecialiseerde professionals te worden verricht. Hierbij is grondige indicatiestelling van belang, omdat de betrokkene de belastende behandelmethode wel moet kunnen verdragen.
    Het principe van behandeling van traumaverwerking is, dat de gebeurtenis en alle emoties en gedachten die daarbij een rol spelen onder ogen moet worden gezien. Immers, vermijding te denken aan en te voelen over de gebeurtenis houdt de PTSS-klachten in stand. Wanneer PTSS ontstaat, kan gekozen worden uit een aantal behandelvormen, die doorgaans op boven beschreven principe berusten [
    9, 17,18].

    De in onderzoek significant meest effectief gebleken behandeling voor PTSS is cognitieve gedragstherapie [18, 19]. Deze behandelmethode, die meestal tien tot veertien therapiezittingen duurt, bestaat voor een belangrijk deel uit 'imaginaire exposure', het zich in gedachten (langdurig) blootstellen aan de pijnlijke gebeurtenis totdat de angst afneemt. Daarnaast wordt getracht de irreŽle gedachten (cognities), zoals 'het was mijn schuld' of 'als ik het anders had gedaan dan ....' te veranderen.
    Een andere psychotherapievorm die de laatste jaren via een gerandomiseerde gecontroleerde studie effectief bleek te zijn, is de kortdurende eclectische behandelmethode voor PTSS, waarbij elementen uit verschillende therapievormen zijn geÔntegreerd in zestien zittingen [
    9].
    Een de laatste jaren in zeer zwang geraakte therapievorm is EMDR of Eye Movement Desensitization and Reprocessing. In deze bijzondere vorm van behandeling dient de patiŽnt zich, heel eenvoudig gesteld, het traumatische beeld voor te stellen, waarna de therapeut met zijn vingers horizontale bewegingen maakt, die de ogen dienen te volgen. Hoewel door velen aangevochten, lijkt deze therapievorm effectiever dan aspecifieke behandelwijzen (zoals ontspanningsoefeningen), maar minder effectief dan cognitieve gedragstherapie [
    18, 19].

    Medicatie bij de behandeling van PTSS is eveneens mogelijk. Voor PTSS zijn op dit moment in Nederland geen geneesmiddelen geregistreerd. In de Verenigde Staten is sertraline geregistreerd voor PTSS; paroxetine is in Europa bezig met registratie voor PTSS. Het meest onderzocht zijn de antidepressiva sertraline, fluoxetine en paroxetine, waarbij alleen de eerste twee antidepressiva in de internationale literatuur in gerandomiseerde placebo-gecontroleerde trials zijn beschreven [20]. Zij laten een redelijke, ten opzichte van placebo significante verbetering zien op de PTSS-symptomen. De uitkomsten zijn wel wisselend, afhankelijk van de ernst en de duur van de symptomatologie. De antidepressiva zouden vooral goed werken op de vermijdingssymptomen en minder op de herbelevingen. De placeborespons lag in de studies met sertraline hoog, rond de 30% [20].
    In het algemeen wordt PTSS behandeld met psychotherapie, met een voorkeur voor boven beschreven behandelvormen en kan medicatie dienen als aanvulling. Wanneer de PTSS-klachten te heftig zijn om in psychotherapie te behandelen, dan kan medicatie in een vroeg stadium zeer zinvol zijn. Opmerkelijk genoeg is er vrijwel geen onderzoek gedaan naar benzodiazepinen bij PTSS, ondanks dat deze geneesmiddelen vaak worden voorgeschreven vanwege de veel voorkomende slaapproblematiek [
    20]. Een gevaar bij het voorschrijven van een hypnoticum kan zijn een verergering van het slaapapnoe syndroom, dat vaker voor zou komen bij PTSS [9]. Terughoudendheid is dan geboden.


    14. - Literatuurverwijzingen

    1. Vroman L. Vrede. In: 262 gedichten. Amsterdam: Querido, 1974.
    2. Kinzie JD, Goetz RR. A century of controversy surrounding posttraumatic stress-spectrum syndromes. Journal of Traumatic Stress, 1996; 9: 159-79.
    3. Jongedijk RA. Posttraumatische verschijnselen in de literatuur: is fictie ook vakwerk? Tijdschrift voor Psychiatrie, 1993; 35: 287-302.
    4. APA (American Psychiatric Association). Diagnostic and statistical manual of mental disorders. 3rd edition. Washington, DC: APA, 1980.
    5. APA (American Psychiatric Association). Diagnostic and statistical manual of mental disorders. 4th edition. Washington, DC: APA, 1994.
    6. Terr LC. Childhood trauma's: an outline and overview. American Journal of Psychiatry, 1991; 1: 10-20.
    7. Breslau N, Davis GC, Andresi R, Peterson E. Traumatic events and Posttraumatic stress disorder in an urban population of young adults. Arch Gen Psychiatry, 1991; 48: 216-22.
    8. Kessler RC, Sonnega A, Bromet E, Nelson CB. Posttraumatic stress disorder in the national comorbidity survey. Arch Gen Psychiatry, 1995, 52: 1058-60.
    9. Gersons BPR, Carlier IVE (red.). BehandelingsstrategieŽn bij posttraumatische stress-stoornissen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 1998.
    10. Kooiman DA. Montyn. Amsterdam: De Harmonie, 1982.
    11. Davidson JRT, Connor, KM. Natural course of PTSD and its long-term treatment. European Neuropsychofarmacology, 2001; suppl.: S148-9.
    12. Op den Velde W. Posttraumatic stress disorder in life-span perspective. The Dutch resistence veterans adjustmant study. Aalsmeer : PrePress MegaSet Design, 2001.
    13. Jongedijk RA. Psychiatrische diagnostiek en het DSM-systeem. Een kritisch overzicht. Tijdschrift voor Psychiatrie, 2001; 309-19.
    14. Herman JL. Trauma en herstel. Amsterdam, Uitgeverij Wereldbibliotheek, 1993.
    15. Jongedijk RA, Carlier IVE, Schreuder BJN, Gersons BPR. Is er een plaats voor de complexe posttraumatische stress stoornis ? PTSS en DES NOS nader beschouwd. Tijdschrift voor Psychiatrie, 1995; 43-54.
    16. Gersons BPR, Carlier IVE, IJzermans CJJM. 'In de spiegel der emoties'. Onvoorziene lange termijn gevolgen van de Bijmervliegramp. Maandblad Geestelijke Volksgezondheid, 2000; 876-88.
    17. Foa EB, Hearst D, Perry KJ. Evaluation of a brief cognitive-behavioral program for the prevention of chronic PTSD in recent assault victims. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 1995; 63: 948-55.
    18. Etten ML van, Taylor S. Comparative efficacy of treatments for post-traumatic stress disorder: a meta-analysis. Clinical Psychology and Psychotherapy, 1998, 5: 126-44.
    19. Devilly GJ, Spence SH. The relative efficacy and treatment distress of EMDR and a cognitive behavioral trauma treatment protocol in the amelioration of posttraumatic stress disorder. Journal of Anxiety Disorders, 1999; 13: 131-57.
    20. Berg MP van den, Jongedijk RA. Farmacotherapie van de post-traumatische stress stoornis. Een literatuuroverzicht (aangeboden ter publicatie).
    21. Koster van Groos GAS. Beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van de DSM-IV. Lisse: Swets & Zeitlinger BV, 1995.
     

    30-08-2005 om 17:49 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibromyalgie (Erik Oosterink)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Fibromyalgie (Erik Oosterink)
     
    Erik Oosterink
    Praktijk voor beroepsziekten
    Vanenburgstraat 27, 6707 CC Wageningen - tel. : 0317-453846 - E-mail : beroepsziektenpraktijk@dds.nl
    (c) 2005 Erik Oosterink
     
     

    1. Wat is fibromyalgie ?

    In het medisch handboek (Merck Manual) staat het volgende geschreven over fibromyalgie :
    "Fibromyalgiesyndromen vormen een groep aandoeningen die worden gekenmerkt door heftige pijn en stijfheid in weke delen, zoals spieren, pezen, gewrichtsbanden en ligamenten. Het kan deel uitmaken van het symptomencomplex RSI".

    Mijn ervaring is dat de oorzaken van RSI en fibromyalgie veelal dezelfde zijn, alleen is de verstoring bij fibromyalgie doorgaans ernstiger.


    2. Lichamelijke verstoringen bij fibromyalgie

    Bij fibromyalgie is het lichaam niet in staat om de weke delen (spieren, pezen, banden en ligamenten) voldoende te voeden. Voor een goede voeding van de weke delen is het nodig dat je de juiste voedingsmiddelen eet en drinkt, dat de voeding in het maagdarm-kanaal goed wordt omgezet en opgenomen, dat de voedingsstoffen door het hele lijf getransporteerd worden en dat de afvalstoffen uit de cellen afgevoerd worden en door de lever en de nieren omgezet en uitgescheiden worden. Dit complexe proces wordt door de hersenen gecontroleerd en aangestuurd.

    Bij fibromyalgie is er doorgaans sprake van dat deze hele keten niet goed loopt: er worden teveel "verkeerde" voedingsmiddelen geconsumeerd, het maagdarm-kanaal is niet in staat om deze voedingsmiddelen om te zetten en op te nemen, te weinig bloed wordt naar de spieren gepompt, teveel afvalstoffen blijven in de spieren achter en het bloed wordt niet voldoende gezuiverd van afvalstoffen door de lever en de nieren. Dit alles wordt mede veroorzaakt doordat de hersenen het lichaam niet de goede instructies geven. Hierdoor blijven de spieren en pezen verstoken van voldoende voedingsstoffen en lopen de spieren vol met afvalstoffen, waardoor spierklachten ontstaan. Uiteindelijk wordt het hele lichaam hierdoor beÔnvloed, waardoor zelfs chronische vermoeidheid kan ontstaan. Hieronder worden de belangrijkste oorzaken van fibromyalgie nader toegelicht.


    2.1. Spijsverteringsproblemen

    Voor het goed functioneren van spieren, zenuwen en pezen is het nodig dat deze weefsels de juiste hoeveelheden aan voedingsstoffen, vitaminen en mineralen krijgen aangeboden en dat de doorbloeding optimaal is. Doorgaans wordt verondersteld dat een doorsnee eetpatroon voldoende gezond is en dat alles wat je opeet ook daadwerkelijk door het lijf wordt opgenomen. Beide veronderstellingen kloppen niet. In de eerste plaats is een "normaal" eetpatroon bij lange niet het meest gezonde eetpatroon, en daarnaast geldt dat de meeste fibromyalgie patiŽnten verstoringen hebben in de voedselvertering, waardoor het eten niet optimaal wordt opgenomen. Dit laatste wordt veelal veroorzaakt door een combinatie van voedselintolleranties en verstoringen in de darmflora. Ongeveer 75% van alle fibromyalgie patiŽnten die in mijn praktijk binnenkomen hebben hier last van.

    In het geval van een voedselintollerantie is het lichaam niet in staat om een bepaald voedingsmiddel te verteren. Vaak betreft het een levensmiddel dat in grote hoeveelheden wordt gegeten. Het gevolg is dat het lijf niet in staat is om voldoende energie en voedingsstoffen uit het eten te halen. Een bijkomend probleem is dat onverteerd voedsel uiteindelijk klachten veroorzaakt in de darmen. De onverteerde resten worden uiteindelijk omgezet door schimmels en bacteriŽn. Hierbij kunnen schadelijke tussenprodukten ontstaan die de darmwand aantasten. Een deel van deze tussenprodukten kan via de darmen in de bloedbaan terechtkomen, waardoor het lijf verontreinigd raakt met "stofwisselingsslakken".


    2.2. Ontgifingsproblemen

    Veel mensen met fibromyalgie hebben "lichamelijk last van hun eetgewoonten". Het lichaam heeft naast een optimale temperatuur van 37įC ook een optimale pH (zuurgraad) van 7,4 waarbij de lichaamsprocessen het beste verlopen. Wanneer het voedsel teveel "zuurvormende" produkten bevat, kan het lichaam alleen een ideale pH waarde houden door het overschot aan zuren te binden aan mineralen. Hiervoor onttrekt het lichaam mineralen uit de botten, spieren, haren, nagels e.d.. Deze mineralen zijn echter essentieel voor het functioneren van de spieren, de aanmaak van enzymen en hormonen en het weefselherstel.

    De gebonden zuren worden ook wel stofwisselingsslakken genoemd. Ze worden tijdelijk opgeslagen in het bindweefsel, waarna de lever en nieren ze uitscheiden. Als er echter teveel stofwisselingsslakken worden gevormd, door verkeerde eetgewoonten of problemen met de spijsvertering, zal het lichaam niet in staat zijn om alle slakken uit te scheiden. Het gevolg is dat het bindweefsel volloopt met deze afvalstoffen. Als het bindweefsel uiteindelijk verzadigd is, zullen de afvalstoffen worden opgehoopt in het spierweefsel, met alle spierklachten (pijn, verzuring e.d.) van dien. Wanneer deze stofwisselingsslakken zich op ťťn plek ophopen ontstaat er een zogenaamde "slijmprop". Een bekend voorbeeld hiervan zijn de bekende "knopen" in spieren. Zo'n slijmprop kan zenuwen en bloedvaten beknellen, waardoor scherpe pijnscheuten ontstaan of tintelingen en koude handen optreden.

    Spijsverteringsstoornissen en verkeerde eetgewoonten zorgen dus enerzijds voor een verslechterde energieproduktie en voedingsstoffenopname en anderzijds voor een soort zelfvergifting. Deze afvalstoffen worden allereerst in het bindweefsel opgeslagen, maar daarna in het spierweefsel. Uiteindelijk ondermijnt dit het functioneren van de spieren en in algemene zin de veerkracht en het herstelvermogen van het lichaam. Vaak blijkt dit ook doordat fibromyalgie patiŽnten behalve spier- en gewrichtsklachten ook allerlei andere klachten ontwikkelen, zoals chronische vermoeidheid, hoofdpijn of candida-infecties in de darmen.


    2.3. Neurologische verstoringen

    Naast bovengenoemde biochemische verstoringen in de voedselvertering en ontgifting is bij veel fibromyalgie patiŽnten de aansturing van het lichaam door het brein verstoord. Het brein heeft een belangrijke rol in o.a. de regulatie van de spierspanning en de hormoonhuishouding. Bij veel fibromyalgie patiŽnten is de standaard spierspanning te hoog, omdat het brein niet in staat is om op een juiste manier informatie te verwerken en het lichaam aan te sturen. Wanneer dit het geval is ervaart de persoon een overgevoeligheid op prikkels: geluid, licht, maar ook overgevoeligheid voor stemmingen van andere mensen, of de neiging tot een lichamelijke "overreactie" op stress. Deze mensen staan bekend als "hypersensitieve" personen. Feitelijk maken zij ook meer van het stresshormoon adrenaline aan dan "nodig" is. Dit hormoon zorgt ervoor dat de opbouwende lichaamsfuncties (spijsvertering, ontgifting, weefselherstel) op een laag pitje komen te staan en dat er bloedsuikers worden vrijgemaakt voor activiteit. Hierdoor teer je in op je reserves. De overreacties kunnen zich lichamelijk uiten in o.a. darmklachten, schildklierproblemen, slapeloosheid, piekeren, of het ontwikkelen van een burnout.

    Veelal zijn de verstoringen in het functioneren van het brein terug te voeren op verstoringen in de ontwikkeling van het brein in de vroege kindertijd of tijdens de periode in de baarmoeder. Dit kan o.a. een ziekte geweest zijn, nare gebeurtenissen of andere vormen van stress voor zowel moeder als kind. Het gevolg is dat er "systeemfouten" optreden in de de programmatuur van de de hersenen, waardoor er overreacties op impulsen optreden.


    3. Behandeling

    Mijn ervaring als therapeut is dat het verwijderen van ontstekingen en afvalstoffen in combinatie met rust de beste behandeling is in de eerste fase van herstel. Daarnaast is het nodig om de onderliggende verstoringen die zorgen voor de aanmaak van afvalstoffen en slijmproppen (verkeerde voeding, spijsverteringsproblemen en neurologische verstoringen) op te lossen. Hierdoor komt de doorbloeding weer op gang waardoor het weefselherstel kan plaatsvinden. Pas als de meeste ontstekingen en afvalstoffen zijn verwijderd, zal sporten of het trainen van het lichaam het herstel bevorderen. Ik gebruik een aantal verschillende methoden om blokkades van ontstekingen en afvalstoffen te bestrijden.


    3.1. APS- en infrarood-therapie

    Kleine ontstekingen en afvalstofophopingen kunnen lokaal verwijderd worden door middel van een APS-apparaat dat via zelfklevende-electrodes een "lichaamseigen" prikkel geeft, waardoor het lichaam wordt aangezet tot lokale herstelwerkzaamheden. De electrodes worden op de pijnlijke gebieden geplaatst. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van infrarood-therapie om het weefselherstel te bevorderen.


    3.2. Cuppen, acupunctuur en ooracupunctuur

    Grote ontstekingen en afvalstoffenophopingen, die zich in het lijf hebben vastgezet als slijmproppen, worden verwijderd met behulp van een techniek uit de Chinese geneeskunde genaamd "cuppen". Deze slijmproppen zijn te voelen als pijnlijke harde plekken die bij druk scherpe pijn geven. Een voorbeeld hiervan zijn de bekende "knopen" in spieren die fibromyalgie patiŽnten kunnen voelen in met name de schouders en bovenrug.

    Bij het cuppen wordt eerst de slijmophoping gelocaliseerd en de bovenliggende huid ontsmet. Vervolgens worden oppervlakkig een aantal gaatjes in de huid geprikt (ongeveer 2 mm diep), waarna een stolpje (cupje) over deze plek wordt gezet en vacuum getrokken. Hierdoor worden de afvalstoffen letterlijk uit de spier getrokken. De afvalstoffen zijn dan ook te zien als een vaste, slijmerige substantie.

    Een andere methode om afvalstoffen af te voeren en het lijf te ondersteunen bij het herstel, is het gebruik van acupuncuur en ooracupunctuur. Bij acupunctuur worden op belangrijke plaatsen in uw lichaam oppervlakkig naaldjes aangebracht. Deze naaldjes kunnen een stimulerend of remmend effect hebben op allerlei lichaamsfuncties. Bij ooracupunctuur worden naaldjes of magneetjes in het oor geplaatst. Het oor is een soort reflexzone, waarin alle lichaamsfuncties en lichaamsstructuren te vinden zijn. Via het stimuleren van de verschillende reflexpunten op het oor, kan het lichaam aangezet worden om bijvoorbeeld afvalstoffen af te voeren, of het weefselherstel van een bepaald gebied (bijvoorbeeld de armen) te versnellen.


    3.3. Voedings- en supplementenadvies op basis van een Voll-meting

    Om vast te stellen of er sprake is van spijsverteringsproblemen of andere stofwisselingsstoornissen wordt tijdens het eerste consult een meting verricht met behulp van een elektro-acupunctuur apparaat. Daarmee kan worden vastgesteld wat de aard van de verstoring is en wat er nodig is om het lijf weer op orde te krijgen. In veel gevallen krijgt u een voedingsadvies mee en voedingssupplementen of homeopatische middelen om het herstel te bespoedigen.


    3.4. Neurologische correcties

    Het corrigeren van neurologische verstoringen is mogelijk door middel van (oor)acupunctuur en het gebruik van homeopatische middelen.

    Een gemiddeld behandeltraject bij fibromyalgie bestaat uit 10 - 15 behandelingen.



    Cfr. : http://www.beroepsziektenpraktijk.nl/fibromyalgie.html 

    30-08-2005 om 16:25 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (11 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Ehlers- Danlos Syndroom (EDS)
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
     
    www.gezondheid.be  
    De gezondheidssite voor Vlaanderen met kwalitatieve en nuttige informatie over alle gezondheidsaspecten.
    Bijgewerkt op : 23-02-2005
    ©2000-2005Gezondheid NV
     
     
    EDS is een groep van zeldzame erfelijke bindweefselziekten genoemd naar de Deen Ehlers en de Fransman Danlos die onafhankelijk van elkaar dit ziektebeeld beschreven in het begin van de 20e eeuw. EDS komt voor bij zowel mannen als vrouwen, ongeacht ras of etnische groep. De juiste mate waarin EDS voorkomt is onbekend. De cijfers variŽren van 1 op 150.000 tot zelfs 1 op 20.000.
     
     
     
    De oorzaak van het syndroom van Ehlers-Danlos (EDS) is gelegen in een stoornis van het bindweefsel. Bindweefsel is het steunweefsel in alle delen van het lichaam zoals de huid, spieren en gewrichtsbanden.
    EDS omvat een groep van erfelijke aandoeningen van de huid, ligamenten en inwendige organen.

    De voornaamste klinische symptomen zijn :
    • een hyperelastisch, zacht en broze huid
    • abnormale littekens, blauwe plekken
    • te soepele gewrichten, soms luxaties
    • scoliose en vervorming van het borstbeen
    • klomp- of platvoet(en)
    • broze bloedvaten en inwendige organen
    Momenteel onderscheidt men een 6-tal verschillende klinische subtypes die van elkaar verschillen inzake frequentie van voorkomen en qua onderliggende biochemische en genetische oorzaak.
    Voor een aantal subtypes is aangetoond dat zij veroorzaakt worden door een genetische stoornis in het collageen, een belangrijke steungevende eiwitcomponent in het lichaam.
    Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de genetische afwijking die aan de basis ligt van de aandoening vrijwel steeds uniek is per familie of zelfs per persoon.
    Het syndroom is meestal erfelijk maar het wordt soms ook veroorzaakt door een nieuwe mutatie.
     
     
    • Doordat de huid hyperelastisch en broos is gaat ze gemakkelijker scheuren en genezen de wonden en littekens moeilijker dan gewoonlijk het geval is. Er moet daardoor regelmatiger gehecht worden.
    • Het gewricht kan te soepel zijn en geeft dan aanleiding tot gemakkelijk ontwrichten en chronische pijn. Soms verschijnt vroegtijdige degeneratieve artritis. Herniaís kunnen ontstaan en komen regelmatig terug.
    • Scoliose, vervorming van het borstbeen, klomp- en platvoet(en) zijn enkele mogelijke afwijkingen van het skelet.
    • Vroegtijdig scheuren van het foetale membraan kan tot vroeggeboorte en miskramen leiden.
    • Verzakking van de hartklep komt voor maar heeft doorgaans geen ernstige gevolgen.
    • Sommige complicaties kunnen zeer ernstig zijn zoals spontane breuken van ader en perforaties van de ingewanden. Daarom is het belangrijk dat bij elke operatie de chirurg op voorhand op de hoogte wordt gebracht van de aandoening. Dan kan de chirurg extra toezien op de bloedvaten en Ėstolling.Ook bij het hechten kan de chirurg dan een andere, meer aangepaste methode gebruiken.
    • Het oogwit kan een blauwige kleur hebben omdat in het algemeen de harde oogrok (sclera) en het hoornvlies (cornea) dunner zijn dan normaal.
    • Bij sterke bijziendheid bestaat een verhoogde kans op loslating van het netvlies met als gevolg een sterke afname van het gezichtsvermogen.  Regelmatige oogcontrole is dan aan te bevelen omdat in sommige gevallen de vroegtijdige behandeling van het netvlies een loslating kan voorkomen.
    Cfr. ook :
     
     
    De diagnose van EDS kan moeilijk gesteld worden en hangt af van het type. Belangrijk is dat een goede medische en familiale voorgeschiedenis wordt opgevraagd en zorgvuldig lichamelijk onderzoek verricht wordt. Bij sommige personen wordt een huidbiopt afgenomen.
    Over het algemeen zijn het huidartsen, kinderartsen, reumatologen en klinische genetici die de diagnose van EDS stellen.
    De medische tussenkomst bestaat uit de behandeling van de symptomen, die individueel erg kunnen verschillen.
    De behandeling is dus ook persoonlijk en afhankelijk van de problemen.
    Om de instabiele gewrichten en slappe gewrichtsbanden beter onder controle te kunnen houden en te versterken kan men een trainingsprogramma volgen. Dit wordt opgelegd door arts of fysiotherapeut. Men dient op te letten voor overbelasting en eventuele (sub)luxaties.

    Bij EDS-patienten wordt ook dikwijls de diagnose fibromyalgie en bekkeninstabiliteit gesteld.
     
     
     
     
    Wil :
    • informatie verzamelen en aan de leden doorgeven, zowel individueel als via onze driemaandelijkse nieuwsbrief.
    • Informatie uitwisselen met de buitenlandse zusterverenigingen en zo op de hoogte blijven van de jonste ontwikkelingen op medisch vlak.
    • geneesheren en therapeuten informeren. Het doorverwijzen in de medische wereld vereenvoudigen en de behandeling concentreren bij gespecialiseerde instellingen.
    • de medici sensibiliseren tot het organiseren van specifieke raadplegingen in poliklinieken (deze kunnen een diagnose stellen in ťťn dag)
    • de samenleving sensibiliseren aan de hand van publicaties in gespecialiseerde tijdschriften, dag- en weekbladen.
    • de patiŽnten wegwijs maken op administratief en sociaal vlak.
    • het bevorderen van en meewerken aan het wetenschappelijk onderzoek inzake EDS.
     
    • Academisch Ziekenhuis R.U.G.
      Faculteit Centrum voor Medische Genetica OK 5, De Pintelaan 185, 9000 Gent - 09 240 36 03
    • Universitaire Instellingen Antwerpen
      Medische Genetica, Universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk - 03 821 30 00
    • AZ  VUB
      Medische Genetica niveau 0, Laarbeeklaan 101, 1090 Brussel (Jette) - 02 477 60 71
    • Kontaktgroep Marfan / Ehlers-Danlos
      Van Hemelrijcklei 45, 2930 Brasschaat, e-mail :
      eds.vl@skynet.be - 09 228 61 16 (tussen 20 en 21u) - Rekening : 833-3708977-52 - Lidgeld per jaar : 13 Euro.

    Cfr. : "Marfan Syndroomhttp://www.gezondheid.be/index.cfm?fuseaction=art&art_id=367 

     

    30-08-2005 om 14:29 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    janssensdrees
    blog.seniorennet.be/janssen
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!