NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Op zoek naar een bepaalde info ? Geef dan hieronder een trefwoord in...
Zoeken in blog

Foto
Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom ! Welkom !
Foto
Gastenboek
  • lkmthhokst
  • Davidgug
  • how long do 20mg cialis last
  • rluxupasrofgit
  • viagra for kvinnor

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Raadpleeg steeds je arts !
    Foto
    Laatste commentaren
  • lening bieden aanbod Emergency (priscadivinelucas)
        op Fibromyalgie in het kort
  • lening bieden aanbod Emergency (priscadivinelucas )
        op Fibromyalgie in het kort
  • Ass Xxx Clips. (kbotw)
        op Vluchten in het werk
  • Xxxsex Video. (kliel)
        op Vluchten in het werk
  • Xxxporn Movies. (nolhq)
        op Vluchten in het werk
  • Desi Clips Tube. (cjdgq)
        op Vluchten in het werk
  • Big Boooty Porn. (vfbkx)
        op Vluchten in het werk
  • Hindi Sex Vdiyo. (eaynx)
        op Vluchten in het werk
  • Kevin Durant many rebounds in the playoffs to record 64th (Bobbybep)
        op Fibromyalgie & hormonen... - Deel II
  • The warriors finals start for one person?A rapper curse (Bobbybep)
        op Fibromyalgie - Chronische slaapstoornissen
  • Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    bigflappy
    blog.seniorennet.be/bigflap
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    haentjen
    blog.seniorennet.be/haentje
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    fonsrack
    blog.seniorennet.be/fonsrac
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    moekeontour
    blog.seniorennet.be/moekeon
    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    blik
    blog.seniorennet.be/blik
    Foto
    Mijn favorieten
  • Kennis=macht=gezondheid - Pillie Willie
  • Vlaamse Liga voor Fibromyalgie PatiŽnten
  • Lotgenoten Fibromyalgie Nederland
  • APS-Therapie
  • Alles over fibromyalgie
  • Fibromyalgie-Online
  • Leven met CVS / Leven met Fibromyalgie
  • Gezondheidspein.nl
  • TopSiteGuide.BelgischeTop100
  • Fibromyalgie PR-site
    Foto
    Fibromyalgie
    Strijd om erkenning
    19-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fibromyalgie kan een zeer nadelig effect hebben op seksuele relaties
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Fibromyalgie kan een zeer nadelig effect hebben op
    seksuele relaties
       
    - ďKlaarkomen is niet altijd zaligmakendĒ
    -

    Steven Vos
    fibromyalgie@keyaccess.nl
    Fibromyalgie P.R.-Site :
    http://users.castel.nl/~voss01/
    Bron : Fibromyalgie en Seksualiteit

         
    Het feit dat je een chronische aandoening hebt, betekent niet dat je minder verlangen hebt naar een relatie of naar een partner. Het betekent ook niet dat je dan een minder goede minnaar of minnares zou zijn dan iemand zonder functiebeperking. Daarmee zou het onderwerp seksualiteit en een chronische ziekte dus vrij snel afgehandeld kunnen zijn. Zo begon Hinke Zijda, beleidsmedewerker bij de Gehandicapten raad haar lezing over Fibromyalgie en seks. Maar de werkelijkheid ligt ingewikkelder, reden waarom deze lezing werd georganiseerd. Fibromyalgie kan een zeer nadelig effect hebben op seksuele relaties.

    Om het brede thema van chronische ziekte, relatie en seksualiteit overzichtelijk te houden verdeelde Zijda het onderwerp in vier delen. Dat het niet zo simplistisch ligt illustreerde zij aan de hand van enkele voor beelden. Tot de heersende normen en waarden op bet gebied van seksualiteit behoort de verwachting dat er in bed gepresteerd wordt. Dit zal zeker van invloed zijn op bet zelfbeeld van iemand met een handicap.

    Ziekte kan binnen een relatie leiden tot rolverwisseling, datzelfde geldt wanneer iemand wordt geconfronteerd met het onvermogen om klaar te komen tijdens het vrijen. Door het hanteren van die normen wordt gemakkelijk over het hoofd gezien dat gezocht kan worden naar andere manieren van vrijen. Of en in hoeverre dat lukt, is afhankelijk van factoren zoals opvoeding, leef tijd en religieuze achtergrond. Daarbij moeten een aantal mythen rond seksualiteit uit de weg worden geruimd.

    Vastgeroeste patronen loslaten, elke relatie wordt vroeg of laat geconfronteerd met een verandering in de behoefte aan seks bij ťťn van de partners. Een handicap of chronische ziekte kan daar ook een rol bij spelen. Niet alleen pijn, vermoeidheid of medicijngebruik kunnen de oorzaak zijn van een vermin derde behoefte aan seks. Angst en onzekerheid over het seksueel functioneren spelen hierbij zeker ook een rol. Als seks door ťťn van de partners als problematisch wordt ervaren kan dat leiden tot problemen in de relatie, tot onvrede en irritatie. Ziekte kan binnen een relatie leiden tot een rolwisseling. Flexibiliteit is in die situatie nodig om dit op te vangen. Jarenlang bestaande en vastgeroeste patronen moeten worden losgelaten.

    Iemand die nog nooit bepaalde taken heeft verricht kan er moeite mee hebben hiermee ineens te worden geconfronteerd omdat de partner iets niet meer kan. Opvattingen over mannelijk en vrouwelijk spelen daarbij vaak een belang rijke rol. Zijda het is van groot belang dat gestreefd wordt naar een gelijkwaardige relatie. Het gevaar dreigt dat de gezonde partner zich steeds meer in dienst gaat stellen van de zieke en daarbij de eigen grenzen uit het oog verliest. Als men er niet voor beducht is, gaat de ene partner zich steeds vaker als ziekenverzorger opstellen terwijl de andere zich dat laat aanleunen omdat dat wel prettig is. De relatie wordt dan ondertussen ongeloofwaardiger en verwordt tot een zorgrelatie in plaats van een partnerrelatie.

    Vrijpatronen veranderen, ook op het gebied van de seksualiteit moet het rolpatroon ter discussie worden gesteld. De vroeger actieve partner zal mogelijk een passievere rol moeten spelen om te grote in spanningen te vermijden. Dat kan voor beide partners heel lastig zijn te accepteren. Zijda misschien moet bet vrijpatroon wel veranderd worden, moet gezocht worden naar andere wijzen van bevrediging. Het vraagt van de partners creativiteit en duidelijkheid over wat ze wel en niet prettig yin den. Uit onderzoek is gebleken dat bet soms jaren kost om een prettig seksleven te herontdekken. Mannen hebben vaak meer moeite dan vrouwen om te accepteren dat het oude, op klaar komen gerichte vrijen, niet meer mogelijk is.

    Volgens Zijda worden relationele of seksuele problemen vaak ten onrechte aan de ziekte toe geschreven. Dat kan worden voorkomen door in een vroeg stadium voldoende informatie over de ziekte en de gevolgen van medicijngebruik te krijgen. Tijdige voorlichting voorkomt een hoop onnodige persoonlijke en relationele problemen. Zijda ziekte van ťťn van de partners kan in een relatie wederzijdse gevoelens oproepen van verwijten, schuld, jaloezie en afhankelijkheid. Bij onder zoek onder patiŽnten en partners vond 15% van de patiŽnten en 25% van de partners dat bet seksuele leven door hun ziekte wordt beÔnvloed.

    Echte seks is presteren, de samenleving hanteert als bet om seks gaat normen waar aan zieken en gehandicapten moeilijk kunnen voldoen. Uiterlijk en prestaties spelen een grote rol in ons zelfbeeld en bet beeld dat anderen van ons heb­ben. Echte seks is vaak een synoniem voor presteren. Het schoonheidsideaal van jong, mooi, snel en sportief degradeert mensen met een beper­king tot tweederangs mensen. Zijda noemt de volgende mythen waaraan een chronisch zieke, als bet om seks gaat, vaak niet kan voldoen :

    • vrijen = gemeenschap

    • een vrouw moet niet te actief zijn

    • vrijen doe je ťťn of twee keer per week

    • mijn partner moet aanvoelen wat ik prettig vind

    • seks moet spontaan gebeuren

    • sSeks moet vanzelf gebeuren

    • klaarkomen moet en het liefst gelijktijdig

    • seks is iets voor 's avonds in bed.

    Zijda wie hier niet aan kan voldoen voelt zich gefrustreerd en dat belemmert de ontdekking van je eigen manier om met seksuele verlangens om te gaan. Het blokkeert ook de ontdekking van je eigen mogelijkheden. Een ziekte of functiebeperking kan ertoe leiden dat mensen zichzelf als minder waardevol ervaren. Veelvuldige behandelingen en verzorging kunnen ertoe leiden dat mensen afstand gaan nemen van hun lichaam.

    Het vereist oefeningen om je eigen lichaam als prettig te ervaren, er ontstaat langzamerhand een scheiding tussen lichaam en gevoel, tussen lichaam en verstand. Het vereist oefening om je eigen lichaam als prettig te ervaren en te ontdekken wat je fijn vindt en wat niet. De Gehandicapten raad probeert via lezingen en informatie over patiŽnten organisaties mensen zo veel mogelijk de weg te wijzen naar goede raad. Daarbij is het mogelijk om thuis bezoek te krijgen van iemand van de raad met een koffertje met hulpmiddelen. Sociaal-maatschappelijke aspecten zijn steeds weer terug te vinden in de normen en waarden van de maatschappij en de weerslag die deze hebben op de partners. Wanneer een partner of de omgeving geen begrip heeft voor de ziekte dan zal dat een grote, nadelige invloed hebben op de patiŽnt en zijn of haar relaties.

    Na de lezing, het mag duidelijk zijn dat de verschillende door Zijda genoemde aspecten met elkaar verweven zijn. Relationele en psychologische aspecten zijn niet los te zien van sociaal-maatschappelijke aspecten. Het een is verweven met het ander en het geheel wordt weer bepaald door de mens en al zijn eigenheid. Na de lezing van Zijda werd een videofilm getoond waarin twee echtparen geconfronteerd worden met een hartinfarct en een baarmoederoperatie. Hoewel het hier om tijdelijke situaties gaat, kwam duidelijk het onvermogen van mensen naar voren om seksuele problemen met elkaar te bespreken.

    Artsen zijn ook niet makkelijk aanspreekbaar over dit soort problemen en uiteindelijk zullen paren problemen pas kunnen oplossen als ze eerlijk met elkaar erover praten. Na de pauze was er gelegenheid vragen te stellen. Enkele jonge vrouwen brachten de problemen naar voren van jonge gezinnen waarin FM en de drukte van jonge kinderen tot een uitputtingsslag leiden. Enige hilariteit ontstond toen een oudere dame verzekerde dat over twintig jaar er meer rust zal ontstaan op alle fronten, ook die van de seksuele behoef ten. Vanuit de zaal kwamen tips om kussens op strategische plekken te leggen.

    Iemand merkte op dat, hoewel klaarkomen niet het enige zaligmakende hoeft te zijn, mensen ook graag gewoon klaar willen komen. Een van de aanwezigen vroeg wat te doen wanneer een sterke partner de FM van zijn partner als benauwend ging ervaren. De raad was de partner meer ruimte te geven om ook dingen alleen te doen. De traditionele relatie van alles samen doen is niet nodig wanneer de basis van een relatie stevig genoeg is. Tijdens het gesprek dat volgde bleek dat sommigen het er moeilijk mee hebben een nieuwe relatie op te bouwen.

    Men erkende dat vaak goede, bestaande relaties er beter mee om kunnen gaan. Voor de aanwezigen bleef het moeilijk om in het openbaar over seksuele problemen te praten. Tegelijkertijd was ook duidelijk dat er nog veel vragen leven onder patiŽnten en hun partners. Er zullen nog veel meer van dit soort lezingen gegeven moeten worden voordat fibromyalgie patiŽnten en hun partners duidelijkheid zullen hebben over de gevolgen van de ziekte voor hun seksuele relatie en hoe ermee om te gaan.


    Reageren ?

    Uit gesprekken en verhalen van mensen met een handicap of (chronisch) ziek zijn weet ik dat op Relatie en Seksualiteit een groot taboe rust en dat er grote onderlinge verschillen bestaan. Er zijn mensen die door hun moeilijkheden de moed zijn kwijtgeraakt, verbitterd zijn geraakt en het contact met hun partner voor een groot deel verloren hebben. Maar er zijn ook anderen die ondanks alle moeilijkheden toch gezocht hebben naar een uitweg, een compromis tussen wat je zou willen en wat je kunt.

    • Wilt u reageren of uw eigen verhaal of ervaring delen met lotgenoten? Mailt u mij dan via de link E-mail in het welkom scherm Relatie en Seksualiteit. Geef duidelijk in uw verhaal aan of de man / vrouw gehandicapt of (chronisch) ziek is en de leeftijd. Wilt u alstublieft anoniem reageren. Juist bij relatie en seksualiteit vindt ik privileges een zeer groot erfgoed.
    • Juist door uw verhaal en ervaring kan ik mede lotgenoten helpen.
    • Vooral voor jong volwassenen die denken dat ze door hun ziekte of handicap geen toekomst hebben in een relatie en/of seksualiteit.
    • Voor gehuwden, samenwonende die hun relatie en/of seksualiteit zien stuk gaan, en vaak tot een breuk of scheiding lijdt.
    • Niet alleen voor patiŽnten met een heteroseksuele partner. Het feit is dat alleenstaanden en patiŽnten met een homoseksuele partner de zelfde problemen hebben.


    Cfr. : http://users.castel.nl/~voss01/seksualiteit/fibromyalgie_kan_een_
    zeer_nadelig_effect_hebben_op_seksuele_relaties.htm

    19-09-2005 om 01:34 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (7 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Seks daar praatje niet over
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Seks daar praatje niet over


    Steven Vos
    fibromyalgie@keyaccess.nl
    Fibromyalgie P.R.-Site :
    http://users.castel.nl/~voss01/
    Bron : Fibromyalgie en Seksualiteit

    Achter gesloten deuren, seks daar praat je niet over, dat doe je.
    Weinig mensen komen eerlijk uit voor wat zich achter hun slaapkamerdeur afspeelt. Als het goed gaat is er helemaal geen reden om erover te praten, wat het des te moeilijker maakt als het niet goed gaat. Toegeven dat het niet goed gaat is gÍnant. Veel mensen ervaren dat als een persoonlijke nederlaag en zoeken de schuld bij zichzelf. Zo blijft het moeilijk om te achterhalen welke invloed fibromyalgie heeft op het seksuele aspect van een relatie.

    Toch hebben we vijf fibromyalgie patiŽnten bereid gevonden hun slaapkamerdeur op een kiertje te zetten. Om verschillende redenen zijn in sommige verhalen de namen niet echt. Dat verandert niets aan de echtheid van de emoties en ervaringen van deze lotgenoten. Uit de zeer persoonlijke verhalen van vier vrouwen en een man tussen de 35 en 63 jaar blijkt dat de symptomen van fibromyalgie heel vaak een groot, meestal als nadelig ervaren, effect hebben op seksuele relaties. Niettemin is duidelijk dat meestal een oplossing voor de problemen wordt gevonden. Is dat niet het geval, dan is de bereidheid groot hiervoor een oplossing te zoeken of er samen mee te leren leven.

    Mien (40 jaar) wordt a! sinds haar puberteit door FM geplaagd.
    Vanaf de eerste keer dat ze met haar man naar bed ging is het vrijen een probleem geweest. Het deed behoorlijk pijn, maar zij dacht dat het wel over zou gaan. Dat gebeurde niet, het werd zelfs pijnlijker. Mien het lijkt soms of er een mes in m'n baarmoeder gestoken wordt. Sommige houdingen kunnen helemaal niet. Soms is het niet zo erg, maar het kan ook voorkomen dat ik de dag erna nog last heb. Het maakt ook geen verschil of ik diep gepenetreerd wordt of niet. Mien bezocht in de afgelopen 18 jaar verschillende gynaecologen. Dat leverde niets op, behalve dat ze nu weet dat het er van binnen prachtig uitziet. Dat was na vier laparoscopieŽn wel duidelijk, merkte ze op. Maar dat loste niets op. Ook verwijdering van de blindedarm, zetpillen voor de pijn, spierontspanners en noem maar op hielpen niets.

    Op een gegeven moment ben ik zelfs naar een psycholoog op seksueel gebied geweest, gewoon om voor mezelf zekerheid te hebben dat het daar niet aan zou liggen. Geen enkele arts heeft enige hulp kunnen bieden. Wel heb ben ze duidelijk aangegeven dat er wel iets is, dat het geen aanstellerij is. Mijn man is altijd begrijpend geweest. Het is voor hem natuurlijk frustrerend, maar toch blijft hij meestal heel geduldig. Ik vind het ontiegelijk verdrietig, voor ons allebei. Het feit dat je je nooit eens helemaal kunt laten gaan zonder dat het afgestraft wordt maakt het er niet makkelijker op. Er zijn periodes dat ik heel opstandig word. Seks is niet het meest belangrijke in je relatie maar het is bepalend voor je relatie als het niet goed gaat. Op dit moment zeg ik het hoeft voor mij niet meer, maar het is ook zoín dubbel gevoel ik wil ook wel omdat het erbij hoort. Ik voel me ook vaak schuldig tegen over mijn man. Anderen zeggen wel eens dat hij nog bij je is, is eigenlijk een wonder.

    Het zegt wel wat voor onze relatie dat bij het nog opbrengt. Hij heeft wel eens bijna zitten huilen omdat ik zoín pijn had ! Mien is nu veertig en heeft op dit moment weinig uitzicht op verbetering. Een gynaecoloog heeft eens voorgesteld om haar baarmoeder te verwijderen, maar dat ziet ze niet zitten omdat het niet zeker is dat dat zou helpen. Heerlijke seks is iets wat ze nog steeds niet kent. Mien eerlijk gezegd vind ik het zelfs moeilijk om mín kinderen te leren dat vrijen fijn is. Je leest er veel over en hoort het van anderen, maar uit eigen ervaring kan ik er niet over meepraten. Misschien dat het ooit nog voor ons zal gebeuren. Ik probeer er niet te veel over te piekeren, me er niet te druk over te maken en zoek bevrediging in andere activiteiten. Ik geef in ieder geval de hoop niet op.

    Minder heftig en omzichtiger, Marthy (35 jaar) heeft vier kinderen en was fibromyalgie patiŽnte met twee kinderen toen ze haar tweede man leerde kennen. Zij beschrijft die eerste tijd als de tijd dat je vlinders in je buik hebt en je je perfect voelt. Ze werd daarna vrij snel zwanger en voelde zich uitstekend. Marthy we besloten weer snel een tweede kind te nemen. Zoals veel vrouwen had ik weinig last van FM tijdens de zwangerschappen. Tijdens mín zwangerschappen was het seksuele deel van onze relatie prima. Het enige waar ik last van had was die dikke buik die in de weg zat. Maar daarna had ik de puf gewoon niet meer. Vermoeidheid ging me parten spelen en door de pijn werd ik beperkter in mín bewegingen. Mijn man ging er heel goed mee om en probeerde me zo veel mogelijk te helpen. Seks werd ook wat gewoner met mijn man bovenop mij. Omdat FM op speelde kon ik niet op mín armen of knieŽn steunen. We hebben het wel met kussentjes en zo geprobeerd, maar het verandert toch, wordt minder heftig en omzichtiger.

    En op een gegeven moment heb je ook zoiets van getverderrie, laat maar.
    Dan heb je zin om te vrijen en komt de pijn opzetten, dat is net een koude douche. Het is geen echt probleem, je moet er alleen samen aan wennen. Sinds ik in een revalidatiecentrum ben geweest heb ik geleerd energie te verdelen en te sparen, wat ik nu heel bewust doe. Daardoor heb ik Ďs avonds nog wel wat reserve. Als we willen vrijen kan dat. Ik voel me af en toe net een batterij die in de oplader moet, maar het scheelt wel. In de weekeinden dat Marthyís oudste kinderen naar hun vader gaan is er meer ruimte om Ďs morgens de tijd te nemen voor seks. De andere twee kinderen weten dat zij dan niet boven mogen komen en dat Marthy en haar man even rust nodig hebben. Marthy geeft toe dat er vaak momenten zijn dat het allemaal niet zomakkelijk is als het lijkt.


    Tips voor lotgenoten

    Ze heeft nog wel een paar tips voor lotgenoten.
    Blijf vooral praten, zodat je van elkaar weet wat je wilt. Neem de tijd voor een warm bad of een sauna of een lekkere massage. Verdeel je energie en zorg ervoor die je tijd hebt. Eventjes binnen een half uur seks gaat gewoon niet. En wat misschien gek klinkt ik neem af en toe een heel licht blowtje Net genoeg om licht te zweven. Dan ontspant alles en dan gaat het fantastisch. Geen pijn, heerlijke seks, en de volgende dag geen napijn. Marthy heeft duidelijke ideeŽn over de relatie tussen pijn bij seks en fibromyalgie, Ze zegt hierover. Veel mensen weten niet dat de baarmoeder een spier is, en dat die dus net zo goed door fibromyalgie beÔnvloed wordt. Het hangt er maar vanaf hoe je gebouwd bent. Dat betekent dat je er pijn aan kunt hebben. Zomaar, bij de menstruatie of bij seks. Wanneer je gepenetreerd wordt, gaat die spier aantrekken en dat kan heel pijnlijk zijn. Er is niet zoveel aan te doen ontspanning en pijnstillers zijn eigenlijk het enige. Maar het maakt wel verschil dat je weet en begrijpt hoe die pijn ontstaat.

    Vrijen is fijn, dat afkomst, opvoeding en ziekte invloed hebben op de seksuele relatie wil iedereen wel toegeven. Moeilijker is het om ervoor uit te komen dat iemand er zelf onder te lijden heeft. Frans Aalbers (52 jaar) heeft zín hele jeugd en een groot deel van zín volwassen leven geleden onder de gevolgen van psychisch en fysiek misbruik. Toen daar tijdens zijn puberteit een slechte gezondheid bij kwam leidde dit ertoe dat seks voor hem geen echt genoegen was. Traumaís, pijn en vermoeidheid speelden hem regelmatig parten. Dankzij zijn tweede vrouw heeft hij geleerd hiermee om te gaan. De invloed van FM op zín seksuele leven hebben zij samen leren beheersen. Op de vraag welke specifieke problemen een man met fibromyalgie bij seks ervaart, antwoordt Frans.

    Als ik bovenop lig en op mijn schouders moet steunen kan dat een kwelling zijn. Door gym en training kun je je pijngrens verleggen. Je kunt ook moeite hebben om een erectie te behouden als je moe bent of veel pijn hebt. Dan kan het goed zijn om even een pauze in te lassen, aan iets anders te denken, even knuffelen en het nog eens te proberen. Lukt het dan niet dan moet je gewoon denken volgende keer beter. Tijdens de erectie kan er wel eens een schrijnend gevoel ontstaan. De spier onderaan kan ook beÔnvloed zijn. Waar ik heel vaak last van krijg is kramp in mín kuiten als ik op mín rug lig. Dan probeer ik een andere houding. Van tevoren een massage helpt daar heel goed tegen, bet scheelt echt. Wij proberen in ieder geval plezier aan elkaar te beleven, er zijn heel veel manieren om een vrouw fatsoenlijk te bevredigen. Ik heb daarbij ook geleerd dat het bij vrijen niet alleen om penetratie gaat en dat vrijen ook heel fijn is zonder altijd klaar te komen.

    Seks na je 60 ste, Lenie is 63 jaar en heeft inmiddels de vreugde van deze leeftijd ontdekt. Zij groeide op in een tijd dat seks als een noodzakelijk kwaad werd gezien. Fibromyalgie en kinderen hebben lange tijd haar leven beheerst en Lenie ontdekte pas op latere leeftijd de geneugten van seks. Lenie achteraf gezien weet ik dat als mín man en ik ruzie hadden dat meestal om seks ging. Ik had geen zin, was moe, had pijn. Voor mij hoefde het niet zo, ik vond het gewoon niet prettig. Nadat mín baarmoeder was verwijderd gaf de gynaecoloog me een tube glijmiddel omdat volgens hem de vagina niet meer goed gesmeerd zou worden.

    Dat was een hele verbetering en naarmate ik ouder werd ging ons seksleven ook veel beter. Toen de kinderen de deur uit gingen waren we veel vrijer. Ik was niet meer zo verkrampt en het hoefde niet meer altijd Ďs avonds. We kunnen nu gewoon vrijen wanneer we zin hebben. Lenie en haar man praten niet vaak over seks. Dat hoeft ook niet, aldus Lenie. Als je een goed huwelijk hebt, groei je naar elkaar toe. Omdat ons leven nu veel rustiger is, ben ik ook niet meer zo moe en heb ik minder pijn. Dus ik kan we! zeggen ik vind deze leeftijd wel prettig. Vroeger dacht ik dat seks na de overgang en na je 60ste overging, dan zou je het wel niet meer doen. Dat is dus niet waar. Het is nu juist op zín prettigst!

    Een verademing, Tineke was bijna veertig jaar toen er eindelijk een naamkaartje aan haar lage pijngrens werd gehangen fibromyalgie. Dat werd het begin van een nieuw heven voor haar en haar man. Al tijdens de verkeringstijd had ik pijn bij seks, vertelt Tineke. mijn vriend, later mijn man, was altijd heel begripsvol. Hij vroeg zich wel af waar die pijn toch vandaan kwam. Toch ging het ondanks de pijn wel goed. Pas na de tweede, zware zwangerschap werd het erger. Dat beeft een zware aanslag op onze relatie gepleegd. Vermoeidheid en pijn en het ontregeld raken van mijn lichaam zorgden ervoor dat ik gedeprimeerd raakte. Ik durfde vaak niet te zeggen dat ik er geen zin in had. Je wordt dan heel creatief in het bedenken van smoesjes om zelfs een knuffel te vermijden, omdat je bang bent dat hij dan meer zou willen. Even de wasmachine aanzetten hoor, of zoiets. Ondertussen heb je niet door dat je partner ook in de problemen raakt. Je bent bang dat hij denkt dat je hem niet meer hoeft. Toen de diagnose fibromyalgie werd gesteld veranderde er veel voor Tineke en haar man.

    Ze lazen er zo veel mogelijk over, Tineke volgde een cursus en ze praatten er heel veel over. Dat leidde ertoe dat langzaam maar zeker alles bespreekbaar werd. Tineke alles wordt nu benoemd en zo leer je ook waar je partner tegen aanloopt. Onze seksuele relatie is nu beter dan ooit, heel ontspannen. Doordat de kinderen het huis uit zijn is het geen probleem dat er meer voorbereiding aan vast zit. Met een flesje wijn, een muziekje en praten ontdek je dat er veel meer is dan alleen vrijen. Ook Tineke benadrukt het belang van praten. Je moet het bespreekbaar maken. Desnoods begin je erover als je Ďs avonds in de auto zit. In het donker met het licht uit praat je vaak gemakkelijker. Je moet elkaar zeggen wat je wel en niet wilt. Je moet jezelf zeker niet wegcijferen voor je partner. Daarmee ga je voor die ander denken, of hij of zij voor jou. Zoek prettige houdingen, het hoeft niet conventioneel. Kies je momenten, het hoeft niet alleen Ďs avonds. Durf eens iets anders te proberen. Door te durven wordt het vrijen een heel stuk prettiger.
    Je moet denken het gaat niet om de kwantiteit maar de kwaliteit!


    Overdenking webmaster

    Rust en vrijheid, het komt in alle verhalen naar voren praten, bespreekbaar maken, benoemen. iedere relatie staat van tijd tot tijd onder druk en een goed gesprek is onontbeerlijk bij het oplossen van problemen. Een moeizame seksuele relatie kan het leven met een chronische ziekte veel moeilijker maken dan het al is. Meer nog dan allerlei hulpmiddelen zijn eerlijkheid, openheid en geduld de sleutelwoorden tot een prettige, gelukkige sfeer achter de gesloten deuren.


    Reageren ?

    Uit gesprekken en verhalen van mensen met een handicap of (chronisch) ziek zijn weet ik dat op Relatie en Seksualiteit een groot taboe rust en dat er grote onderlinge verschillen bestaan. Er zijn mensen die door hun moeilijkheden de moed zijn kwijtgeraakt, verbitterd zijn geraakt en het contact met hun partner voor een groot deel verloren hebben. Maar er zijn ook anderen die ondanks alle moeilijkheden toch gezocht hebben naar een uitweg, een compromis tussen wat je zou willen en wat je kunt.

    • Wilt u reageren of uw eigen verhaal of ervaring delen met lotgenoten ? Mailt u mij dan via de link E-mail in het welkom scherm Relatie en Seksualiteit. Geef duidelijk in uw verhaal aan of de man / vrouw gehandicapt of (chronisch) ziek is en de leeftijd. Wilt u alstublieft anoniem reageren. Juist bij relatie en seksualiteit vindt ik privileges een zeer groot erfgoed.

    • Juist door uw verhaal en ervaring kan ik mede lotgenoten helpen.
    • Vooral voor jong volwassenen die denken dat ze door hun ziekte of handicap geen toekomst hebben in een relatie en/of seksualiteit.
    • Voor gehuwden, samenwonende die hun relatie en/of seksualiteit zien stuk gaan, en vaak tot een breuk of scheiding lijdt.
    • Niet alleen voor patiŽnten met een heteroseksuele partner. Het feit is dat alleenstaanden en patiŽnten met een homoseksuele partner de zelfde problemen hebben.


    Cfr. : http://users.castel.nl/~voss01/seksualiteit/seks_daar_praatje_niet_over.htm

    19-09-2005 om 01:04 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Robots gevraagd voor medische keuringen - Het relaas van een keuringsarts in gewetensnood
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  


    Robots gevraagd

    voor medische keuringen
    Het relaas van een keuringsarts in gewetensnood
         
      
    Ronald Kennedy
    Tribune, 21 januari 2005
    www.sp.nl
    © SP 1996-2005


    ĎIk ga mijn capaciteit als arts niet langer verdoen aan het uit de WAO knikkeren van mensení

    ĎHet UWV is een ordinaire verzekeringsmaatschappij die om de haverklap de polisvoorwaarden in zijn voordeel verandert.

    Het is haast onmogelijk om daar als arts te werken.í

    Onze verzekeringsarts heeft een indrukwekkende staat van dienst.
    Hij werkt ruim twintig jaar in de medische sector als huisarts en keuringsarts. Met enthousiasme praat hij over zijn professie die hij als een roeping lijkt te zien. Zijn laatste baan als verzekeringsarts bij het UWV - cfr. : http://www.uwv.nl/ -, dat de WW en de WAO uitvoert, liet echter een nare bijsmaak achter. Op tafel liggen alle documenten die zijn verhaal ondersteunen, waaronder zijn beoordelingsrapport. Daarin staat duidelijk dat hij een goede arts is en er geen klachten zijn over zijn functioneren. 

    Desondanks wordt gesteld dat hij zijn werkzaamheden Ďzo spoedig mogelijk moet beŽindigení.
    De reden daarvoor is dat hij te veel mensen heeft afgekeurd. Het rapport geeft aan in hoeveel gevallen een besluit van de arts tot een volledige WAO-uitkering heeft geleid en concludeert vervolgens : ĎDit percentage is hoger dan in 2003. Dit staat haaks op de WBU, is onrechtmatig, is tot schade van cliŽnt en maatschappij, ook al wil je de patiŽnt ermee een dienst bewijzen.í

    ĎSchade aan de maatschappij ? Die opmerking krenkt mij zeer. Nog nooit is er een klacht over me geweest. PatiŽnten geven me altijd een handje en bedanken me omdat ik altijd zo aandachtig naar ze luister. Dat schijnt niet vanzelfsprekend te zijn. Mijn ervaring is - en ik doe dit werk al ruim twintig jaar - dat vrijwel niemand voor zijn plezier in de ziektewet of WAO zit. Het percentage profiteurs is misschien nog geen 1 procent. Ik ga er van uit - en dat weet ik haast wel zeker - dat mensen in de WAO wel degelijk beperkingen voor arbeid hebben.

    Je moet niet alleen kijken naar de kwaal, maar ook naar de omgeving van de cliŽnt.
    Dat is je verplichting als arts, om te luisteren naar wat de mens tegenover je te vertellen heeft. Hoe is de sfeer thuis ? Zijn er problemen ? Psychische klachten neem ik altijd heel serieus. Het UWV doet dat totaal niet naar mijn idee. Wettelijk gezien moeten zij zich namelijk beperken tot klachten die objectiveerbaar zijn. Moderne aandoeningen als ME, whiplash en RSI zijn dat niet in strikte zin. Datzelfde geldt voor bijvoorbeeld burnout of depressiviteit. Ondanks dat ik als arts weet dat deze kwalen mensen kunnen slopen, wordt het beleidsmatig buiten de uitkeringsfeer gehouden.
    Het vreemde is dat de medische specialisten deze zogenaamde zachte diagnoses wel serieus behandelen. Zelfs als er niks op een foto te zien is. Hun expertise wordt dus in twijfel getrokken door het UWV. Natuurlijk is iets als straatvrees niet objectiveerbaar voor een verzekeringsarts, maar dat betekent niet dat een cliŽnt er geen last van kan hebben.

    Voor het vaststellen van ernstige psychische stoornissen (EPS) werken we met een eenvoudige checklist.
    Feitelijk komt die erop neer dat iedereen die zichzelf uiterlijk kan verzorgen en zelf de boodschappen kan doen, niet psychisch gestoord is. Wel, voor een psychiater is het al moeilijk om zulke diagnoses te maken en die heeft er zes jaar op gestudeerd. Verzekeringsartsen moeten gewoon met een vragenlijstje een conclusie trekken. Ik zou niet graag naast iemand op de werkvloer staan met ernstige psychische stoornissen. Of wil je iemand die suf is van de pillen achter een gevaarlijke machine zetten ? In zekere zin bescherm ik als arts de maatschappij nog ook.

    Ik zal je een voorbeeld geven van zoín bureaucratisch staaltje.  Laatst had ik iemand voor me die door een deskundige als zwakbegaafd is bestempeld. Hij kreeg zeer zware medicijnen voorgeschreven en moest onder begeleiding naar ons kantoor gebracht worden. Toch moest ik twee weken na de diagnose van de specialist een herkeuring doen. Op zulke momenten vraag je jezelf echt af : wat doe ik hier nog ? Het is toch duidelijk dat deze persoon niet in staat is om fatsoenlijk te werken ? En zo zijn er nog veel meer voorbeelden.

    Een cliŽnt was na de dood van zijn kind dusdanig psychisch aangeslagen dat hij niet meer kon functioneren. Toch mankeert hij strikt volgens de regels niets en moet dus aan het werk. In mijn opinie moet je zo iemand de ruimte geven om even tot zichzelf te komen als hij daar behoefte aan heeft. Bij twijfel geef ik altijd het voordeel aan de patiŽnt.

    Je kunt als verzekeringsarts een enorme impact hebben op iemands financiŽle situatie. Natuurlijk zie ik niet graag iemand in de bijstand terechtkomen. Vaak zitten die mensen al in het nauw. Dan probeer je toch een uitkering in de wacht te slepen voor zoín cliŽnt. Kennelijk is dat tot schade van de maatschappij.

    Het mag toch niet zo zijn dat iemand in de knel komt door het beleid van het UWV dat toch uiteindelijk voortvloeit uit het kabinetsbeleid ? Je hoort gewoon het hele verhaal van De Geus erachter. Natuurlijk weegt die verharding van het beleid mee bij mijn besluitvorming. Ik vind het doodzonde dat ons mooie sociale stelsel naar de knoppen gaat. Als je mensen boven de vijftig moet goedkeuren, weet je dat ze nooit meer aan de bak komen. Mensen met een handicap zouden via reÔntegratiebureaus aan een baan geholpen moeten worden. Maar die bedrijven kosten alleen maar geld. Dan kan de regering zulke mensen toch gewoon beter WW geven tot hun pensioen ? Het kabinet denkt goedkoper uit te zijn. Die opstelling kun je volgens mij benoemen als penny wise, pound foolish.

    Ik zie niet hoe je je als arts kunt verenigen met dat rechtse beleid. Eigenlijk kun je met een medische instelling niet goed werken bij het UWV. Je hebt tenslotte de eed van Hippocrates afgelegd om mensen te helpen. Ik heb geprobeerd als verzekeringsarts te werken, maar kwam hierdoor in conflict met mijn kijk op de wereld. Toen ik nog de oude Ziektewet deed, ging het makkelijker. Je kijkt dan alleen maar naar iemands werkomstandigheden. Doet iemand zwaar belastend werk, dan kan hij niet werken met een hernia. De WAO is een heel ander verhaal. Je moet dan kijken naar wat iemand nog wel kan. En volgens het UWV kan iedereen nog bijna alles, hoe arbeidsongeschikt mensen in mijn ogen ook waren.

    Ik geloof er in om mensen te reÔntegreren op de arbeidsmarkt door urenbeperkingen. Onlangs zag ik een patiŽnt die een zware hartaanval had gehad. Volgens de cardioloog was zijn hart nu stabiel. Dus was hij volgens het UWV weer fit voor de arbeidsmarkt. Maar ik zie die man voor me aan het bureau. Hij was helemaal van streek en letterlijk doodsbang. Zo iemand moet je niet gelijk volle werkweken laten draaien. Ondanks dat ik deze man weer langzaam aan het werk help, wordt het me niet in dank afgenomen.

    Je wordt als verzekeringsarts afgerekend op het aantal afkeuringen.
    Daarbij wordt sec naar de cijfers gekeken. De populatie van je cliŽnten wordt totaal niet in acht genomen. Ik kreeg veel ouderen en WSWíers voor me. Veel van de WAOíers werkten overigens gedeeltelijk of fulltime. Toch werd er alleen gekeken naar mensen die ik 80 tot 100% arbeidsongeschikt verklaarde, oftewel volledige afkeuringen.

    De kern van de zaak is dat hoe meer afkeuringen of urenbeperkingen je doorvoert, des te slechter je bent als verzekeringsarts. Bij de beoordelingsgesprekken hebben de afdelingshoofden altijd de cijfers voor zich. Als je boven het gemiddelde uitkomt, lig je er uit.

    Mijn grote bezwaar tegen het handelen van het UWV is dat ze twijfelen aan de kundigheid en diagnoses van specialisten.
    Uiteindelijk wordt er toch gekeken naar de uitslag die het meest gunstig is voor het UWV. Dus : geen beperkingen, aan het werk meneer of mevrouw. Artsen die kijken naar het sociale omstandigheden worden buiten spel gezet. Eigenlijk is het altijd zo geweest. Het GAK had ook al een beleid om het aantal WAO-uitkeringen laag te houden. Vroeger had je het FIS (functie-informatie systeem), nu wordt er gekeken naar de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). En dat is eigenlijk allemaal bedacht om zo min mogelijk mensen uitkering te geven. Eigenlijk wordt de hele sociale zekerheid afgebouwd. Zodanig dat iedereen zich uiteindelijk particulier moet verzekeren bij Nationale Nederlanden en AMEV.

    Volgens mij leidt alles ertoe dat het UWV binnen drie jaar wordt opgeheven, zodra de WAO stopt. Ik zie het UWV puur als verzekeringsmaatschappij die is ontstaan uit de fusie van alle uitvoeringsinstanties. Hierin heeft de overheid veel zeggenschap en dus gaat het niet om objectiviteit maar om zo veel mogelijk mensen hun uitkering te ontnemen. Daarbij wordt voorbijgegaan aan de sociale aspecten van de mens en volgt het UWV simpelweg het harde regeringsbeleid.

    Neem de WAZ (Wet Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen), die wordt gewoon opgeheven. Zelfstandigen hebben daar wel altijd premies voor betaald en dan wordt er ineens gezegd: die moet eruit ! Het kabinet wil zelfredzaamheid van de burger. Maar ik ben van mening dat veel mensen zichzelf niet kunnen redden. Als arts heb je niet alleen de taak om te keuren, maar ook mensen te helpen.

    Ik noem als voorbeeld een pas gescheiden vrouw met twee kinderen die in een stacaravan woont.
    Kun je die aan het werk sturen ? Ik vind van niet. Die vrouw zit zo diep in de problemen, die moeten eerst opgelost worden. Maar volgens de regels zou ze gewoon moeten kunnen werken. Ik wil ruimte kunnen geven aan die vrouw tot zichzelf te komen en dat betekent tijdelijke volledige afkeuring. Het kan helaas niet anders. 

    Toch ben ik beslist geen softie.
    Ik denk dat ik na zoveel jaar ervaring best wel wat mensenkennis heb opgedaan. Ik weet heus wel wanneer iemand de zaak belazert, ik haal ze er zo uit. Ik durf echt wel de confrontatie aan met frauderende patiŽnten en dat heb ik ook vaak genoeg gedaan.

    In mijn beoordeling staat dat ze zestien rapportages hebben onderzocht, daarvan waren er negen onvoldoende. Alleen hebben ze me nooit verteld wat ik precies verkeerd heb gedaan en waar mijn diagnose ernaast zat. Dat zou je wel mogen verwachten, lijkt me.

    Ik ben er van overtuigd dat met name jonge collegaís handelen naar wat er van ze verwacht wordt: goedkeuringen doorvoeren. Je hoort voortdurend van bovenaf dat je aan bepaalde criteria moet voldoen. De top bestaat niet alleen uit artsen, maar ook managers die alleen kil naar de cijfers kijken. Als verzekeringsarts heb je een bepaald product af te leveren. Met een afkeuring van minder dan vijftien procent scoor je natuurlijk erg goed. Het slechtste product is een volledige afkeuring. Dat weet men donders goed. Als er dan weer e-mails circuleren dat er binnenkort mensen uit moeten, bijten toch veel collegaís op hun nagels. Dan maar wat strenger optreden om goede sier te maken.

    Vroeger, bij het GAK, had je al een onderscheid tussen de haviken en de duiven onder de verzekeringsartsen.
    In die tijd moest je echter nog een achtergrond hebben als huisarts. Tegenwoordig hebben verzekeringsartsen nauwelijks curatieve ervaring. Daardoor zijn ze beter te kneden naar het UWV- model. Op kantoor gold ik wel als die vriendelijke verzekeringsarts. Duif was mijn middle-name. Ik ben namelijk arts geworden omdat ik mensen wilde helpen, niet om ze te beschadigen. En als cliŽnt mag je toch verwachten dat er een arts tegenover je zit om je te keuren en niet een verlengstuk van een verzekeringsmaatschappij ?

    Er is een klokkenluidersregeling bij het UWV.
    Het fijne weet ik er niet van, maar volgens mij komt het er op neer dat je eerst je verhaal moet doen bij iemand die door de Raad van Bestuur is aangesteld. Die bepaalt vervolgens wat er aan de klok gehangen mag worden. Als ik mijn mond niet open trek, doet misschien niemand het. Dus wellicht wordt dit de nagel aan mijn UWV-doodskist. Het zij zo. Van mij mogen ze me boventallig verklaren. Dan kan ik in ieder geval weer aan het werk, als arts. Het is nog anderhalf jaar tot mijn pensioen en die tijd wil ik nuttig besteden. Misschien ben ik een eenling, ik hoop van niet. Maar ik ga mijn capaciteit als arts niet langer verdoen aan het uit de WAO knikkeren van mensen !í


    Commentaar UWV

    We hebben het relaas van onze verzekeringsarts voor commentaar voorgelegd aan het UWV. Namens de organisatie reageerde woordvoerder Fanny Bod als volgt : ĎOns beleid is erop gericht om vanuit de gedachte Ďwerk boven uitkeringí te bezien welke mogelijkheden mensen nog hebben om arbeid te verrichten. Wel zijn de criteria in deze onlangs aangescherpt, na goedkeuring door de Tweede Kamer. Wij hebben op geen enkele wijze als doel om Ďmensen uit de WAO te knikkerení. Ook rekenen wij onze medewerkers niet af op aantallen goed- of afkeuringen. Het werk van de verzekeringsarts is gelukkig nog steeds mensenwerk. Wij vragen daarom van onze artsen om de keuringen op een zorgvuldige en menselijke wijze uit te voeren. Wij betreuren het dat dit door ťťn van onze medewerkers anders wordt ervaren. Overigens, ten aanzien van de klokkenluidersregeling : deze regeling is bedoeld om medewerkers in de gelegenheid te stellen mogelijke misstanden te melden. Wij screenen niet welke signalen tot de regeling behoren. Elk signaal wordt zeer serieus genomen, er wordt altijd een onderzoek ingesteld.í

     

    Cfr. : http://www.sp.nl/nieuws/tribune/200501/uwv.shtml  

    19-09-2005 om 00:17 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    18-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paranormale placebo's
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Paranormale placebo's

    Rob Nanninga
    Bron : Psychologie, april 1994, 30-33
    Stichting Skepsis, Postbus 2657, 3500 GR Utrecht -
    skepsis@wxs.nl - 040-2216791 (Jan Willem Nienhuys, secretaris) - 050-3129893 (Rob Nanninga, hoofdredacteur)

    Als reguliere geneeswijzen niet helpen, zoeken sommige patiŽnten hun heil in het paranormale circuit. Zoals bij de genezeres Jomanda in Tiel. Zij vinden daar vaak baat bij. Hoe is dat mogelijk ?

    De paranormale geneeskunst wordt net als bijvoorbeeld de homeopathie gerekend tot de alternatieve geneeswijzen. Deze hebben met elkaar gemeen dat ze niet zijn gebaseerd op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek maar op speculatieve theorieŽn die niet stroken met de gevestigde medische kennis.
    Paranormale genezers geloven dat zij een soort energie kunnen overdragen die de natuurlijke geneeskracht in het lichaam van de patiŽnt stimuleert en de innerlijke balans herstelt.
    Om deze geheimzinnige energie te richten, strijkt de genezer zijn handen langs het lichaam van de patiŽnt. Dit wordt ook wel magnetiseren genoemd. Deze term stamt echter nog uit de tijd dat men heilzame krachten aan magneten toekende en is daarom niet meer zo geliefd.


    Geen baat, geen schade

    In 1980 bezocht circa 3 procent van de Nederlandse bevolking een alternatieve genezer. Tien jaar later was dit percentage verdubbeld en sindsdien is het ongeveer gelijk gebleven. Alternatieve genezers die geen artsdiploma bezitten behandelen dus jaarlijks bijna 900.000 patiŽnten. Daarnaast heeft 14 procent van de bevolking een huisarts die alternatieve methoden toepast. Dit percentage is sinds 1980 verviervoudigd. De toename kan hoofdzakelijk worden toegeschreven aan de opkomst van de homeopathie. De vraag naar paranormale genezers bleef vrij constant. Zij worden jaarlijks door ruim ťťn procent van de bevolking bezocht. De patiŽnten krijgen gemiddeld een stuk of tien paranormale behandelingen en de kosten bedragen 20 tot 35 gulden per keer.
    Paranormale genezers hebben vrijwel nooit een medische opleiding genoten, zodat hun diagnoses zeer onbetrouwbaar zijn. Dat beseffen ook de patiŽnten, want in acht ŗ negen van de tien gevallen gaan zij eerst naar hun huisarts voordat ze zich paranormaal laten behandelen. Enkele beroepsorganisaties van paranormale genezers stellen als eis dat hun leden alleen patiŽnten mogen aannemen die eerst een deskundige arts hebben geraadpleegd. Helaas wordt deze regel nog lang niet algemeen toegepast, waardoor een noodzakelijke medische behandeling soms te lang wordt uitgesteld.
    Alternatieve geneeswijzen kunnen beter aanvullende therapieŽn worden genoemd, want ze worden doorgaans naast de reguliere behandeling gebruikt. Er zijn maar betrekkelijk weinig mensen die uit overtuiging voor een onorthodoxe behandelwijze kiezen. De meerderheid is ook niet ontevreden over de eigen huisarts of specialist. Deze kan hun klachten echter niet voldoende verhelpen, waardoor ze uit pragmatische overwegingen eens een andere methode willen proberen. Dat gebeurt vaak onder het motto: "Baat het niet, het schaadt ook niet."


    Aandacht maakt rustig

    De meeste patiŽnten die zich door een paranormale genezer laten behandelen, hebben langdurige klachten. De reguliere artsen slagen er niet in deze afdoende te verhelpen en kunnen ook niet altijd een lichamelijke oorzaak aanwijzen. Vermoedelijk is er bij een deel van de patiŽnten sprake van een psychische of sociale problematiek die in lichamelijke klachten en een behoefte aan medische hulp tot uitdrukking komt. Ongeveer een kwart tot een derde maakt expliciet melding van psychische klachten zoals gespannenheid of depressiviteit.
    Uit diverse enquÍte-onderzoeken blijkt dat minstens tweederde van de patiŽnten zich beter voelt nadat zij een aanvullende behandeling hebben ondergaan. Deze verbetering heeft vooral betrekking op het psychisch welzijn. Men voelt zich rustiger, heeft meer zelfvertrouwen en kan de problemen beter aan. Ook pijnklachten nemen vaak af. Dat laatste is onder meer te danken aan de vermindering van angst en stress, die van invloed is op de emotionele beleving van pijn. Alle alternatieve behandelmethoden blijken ongeveer evenveel effect te hebben.
    Grootschalige experimenten met paranormale genezers zijn tot nog toe alleen in Nederland uitgevoerd. De psycholoog Hans Attevelt verdeelde 120 patiŽnten die aan een te hoge bloeddruk leden, in drie vergelijkbare groepen. De patiŽnten in de eerste groep werden op de gebruikelijke wijze behandeld door een van de twaalf paranormale genezers die aan het onderzoek meewerkten. De overige patiŽnten werden elk alleen in een kamer geplaatst voor een halfdoorlatende spiegel waar een genezer vanuit het aangrenzende vertrek doorheen kon kijken. Bij de ene groep stond er een genezer achter de doorkijkspiegel, maar bij de controlegroep was dat niet het geval en vond dus ook geen behandeling plaats. De proefpersonen kregen niet te horen of ze al of niet op afstand werden behandeld.
    Na een reeks van vijftien sessies, die wekelijks plaatsvonden, werden de effecten gemeten. De patiŽnten die op afstand waren behandeld, bleken even tevreden als de patiŽnten die niet waren behandeld: meer dan veertig procent voelde zich beter. Ook uit objectieve metingen bleek dat de bloeddruk van beide groepen niet significant van elkaar verschilde: deze was in beide gevallen iets gedaald. De resultaten werden blijkbaar niet of nauwelijks door paranormale factoren beÔnvloed. De subjectieve effecten waren het sterkst bij eerstgenoemde groep van patiŽnten, die persoonlijk contact hadden gehad met een genezer en dus zeker wisten dat ze behandeld waren. Meer dan 80 procent van hen voelde zich beter. Hun bloeddruk was echter niet lager dan die van de andere twee groepen.
    Uit een vergelijkbaar experiment met 96 astmapatiŽnten bleek eveneens dat een paranormale behandeling hoofdzakelijk invloed heeft op de subjectief ervaren gezondheidstoestand. De methode lijkt daarom het meest effectief voor klachten waarbij er weinig verband is tussen hoe de patiŽnt zich voelt en wat er objectief kan worden gemeten.


    Heilzame aanvulling

    Cees Renckens, de voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, betoogde dat niet elke klacht iemand tot patiŽnt maakt. Als er geen diagnose kan worden gesteld, is er vermoedelijk niets ernstigs aan de hand en hoeft er dus niets te worden behandeld. Met deze redenering zijn de betrokkenen echter niet geholpen. Als de arts er niet voor kan zorgen dat zij zich beter voelen, dan is een paranormale behandeling misschien nog niet zo'n slecht alternatief, ook al is deze niet werkelijk paranormaal.
    Artsen die alle alternatieven afwijzen, hebben wellicht iets te weinig oog voor de behoeften van de patiŽnt. Uit een onderzoek van de socioloog Visser bleek dat de patiŽnten van 'afwijzende' reumatologen minder tevreden waren over hun arts. Wat betreft bejegening, voorlichting, belangstelling en tijd lag het rapportcijfer dat deze reumatologen van hun patiŽnten kregen meer dan een punt lager dan dat van reumatologen die positief stonden tegenover alternatieve geneeswijzen. Ook onder patiŽnten die nog nooit een alternatieve genezer hadden bezocht, was een zelfde verschil in waardering te constateren. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat de alternatieve genezers nog lagere rapportcijfers kregen, vooral wat betreft het effect van hun behandeling.


    Weten doet geloven

    Paranormale genezers schijnen alleen succes te boeken wanneer de patiŽnten weten dat ze behandeld worden. Een spectaculair voorbeeld daarvan werd gerapporteerd door Rehder, het hoofd van een ziekenhuisafdeling in Hamburg. Hij zocht contact met een vermaarde genezer uit MŁnchen en vroeg hem op afstand drie patiŽnten te behandelen die de medici niet meer konden helpen. Pas toen dat geen effect bleek te hebben, vertelde Rehder de patiŽnten dat ze paranormaal zouden worden behandeld. Hij gaf hun een boek dat de genezer had geschreven en probeerde hen te overtuigen van 's mans grote gaven. De patiŽnten meenden dat de genezer hen gedurende bepaalde perioden van de dag behandelde, maar in werkelijkheid had deze zijn activiteiten al gestaakt. Desondanks werden er wonderbaarlijk goede resultaten geboekt. De patiŽnten voelden zich veel beter en ook hun lichamelijke conditie ging vooruit. Na een paar maanden konden ze alle drie uit het ziekenhuis worden ontslagen.
    De Nederlandse neuroloog Musaph rapporteerde in 1949 een vergelijkbaar experiment. Hij liet een groep patiŽnten die hun benen moeilijk konden bewegen vanuit een andere kamer behandelen door de paragnost en genezer Gerard Croiset. De patiŽnten ervoeren allerlei sensaties: ze voelden zich warm worden, hun spieren trokken samen of ze werden slaperig. Dezelfde effecten bleken echter ook op te treden wanneer ze ten onrechte meenden dat Croiset zich in de andere kamer op hen concentreerde. Hun verwachtingen waren dus blijkbaar bepalend voor het resultaat.
    Al in 1784 kwam een wetenschappelijke commissie onder leiding van de bekende fysicus Benjamin Franklin tot dezelfde conclusie. Franklin voerde experimenten uit met een mesmerist die over magnetische gaven beweerde te beschikken. Bij een van de experimenten liet men hem een boom magnetiseren. Vervolgens werd een twaalfjarige jongen die bijzonder ontvankelijk was voor de krachten van de mesmerist, geblinddoekt naar een boom geleid. De jongen kreeg stuiptrekkingen toen hij zich tegen de boom aandrukte en viel uiteindelijk in zwijm. Franklin had hem niet verteld dat de gemagnetiseerde boom in een andere hoek van zijn tuin stond.
    Hij merkte op dat de lichamelijke verschijnselen heftiger werden als de patiŽnten gezamenlijk werden behandeld, waardoor ze elkaars gedrag gingen imiteren en versterken. De taferelen die zich vroeger rond de mesmeristen afspeelden, kan men tegenwoordig nog aantreffen in de Evenementenhal in Tiel, waar de bekende genezeres Jomanda haar aanhangers door 'helpers van gene zijde' laat behandelen. Tijdens de bijeenkomsten raken sommige aanwezigen bevangen door een soort trance. Ze liggen als verstijfd of stuiptrekkend op de grond en op zogenaamde operatietafels totdat Jomanda hen weer doet ontwaken.


    Laatste redmiddel

    De psycholoog Sybo Schouten, die verbonden was aan het voormalige Parapsychologisch Laboratorium van de Utrechtse Rijksuniversiteit, publiceerde onlangs een overzicht van het wetenschappelijk onderzoek naar paranormale genezing. Hoewel hij niet wil uitsluiten dat er soms een paranormale factor werkzaam is, acht hij het onwaarschijnlijk dat deze een belangrijke bijdrage levert aan het succes van paranormale genezers. De veronderstelde paranormale verschijnselen die parapsychologen onderzoeken, zijn namelijk altijd zeer klein en kunnen niet naar believen worden opgeroepen. Het lijkt daarom niet aannemelijk dat er genezers zijn die er praktisch gebruik van kunnen maken.
    Het succes wordt hoofdzakelijk bepaald door psychologische factoren die bekend staan als het placebo-effect. Placebo's zijn niet-werkzame schijnmiddelen of -therapieŽn, die vanaf de jaren '50 algemeen worden gebruikt bij het testen van nieuwe geneesmiddelen. Daarbij geeft men de ene groep patiŽnten het nieuwe middel, terwijl een controlegroep een placebo ontvangt, zonder dat de artsen en patiŽnten weten wie in welke groep zit. De effectiviteit van het nieuwe middel is pas bewezen als de behandelde groep duidelijk meer vooruitgang boekt dan de controlegroep. De schijnmiddelen kunnen helpen bij allerlei soorten klachten, zoals reuma, maagzweren, chronische hoofdpijn, hoge bloeddruk, wratten en angina pectoris. De persoonlijkheidskenmerken van de patiŽnt lijken daarbij nauwelijks van invloed. Zo heeft een patiŽnt die aanvankelijk niet op een placebo reageert, geen extra grote kans dat een volgende poging evenmin iets oplevert. De persoonlijkheid van de arts die het schijnmiddel verstrekt, heeft wel veel invloed. De ene arts kan met een placebo wel drie maal zoveel succes boeken als de andere.
    Ook de verwachtingen van de arts en de patiŽnt zijn sterk van invloed op het resultaat. Als een arts overtuigd is van de effectiviteit van een nieuwe behandelmethode en deze enthousiast aanprijst, dan rapporteert vaak wel driekwart van de patiŽnten dat zij zich na de behandeling beter voelen. Zo meende men in het verleden dat maagzweren kunnen worden bestreden door de maag te bevriezen. Bij zeventig procent van de patiŽnten die deze behandeling ondergingen, boekte men goede tot uitstekende resultaten, ofschoon inmiddels vaststaat dat de therapie niet werkzaam is. Het succespercentage wordt doorgaans gehalveerd wanneer kritische onderzoekers een gecontroleerde test uitvoeren. Bij het testen van nieuwe geneesmiddelen weten de patiŽnten bovendien dat de kans bestaat dat ze een nepmiddel krijgen, waardoor het placebo-effect meestal blijft steken op ongeveer 35 procent.
    PatiŽnten die het meeste baat vinden bij paranormale genezers, krijgen tijdens de behandeling vaak bepaalde sensaties zoals een gevoel van warmte, dat samenhangt met hun verwachtingen. Wellicht kan de behandeling het sterkste effect hebben op patiŽnten die de genezer als hun laatste redmiddel beschouwen, waardoor ze minder kritisch zijn. Veel patiŽnten bezoeken verscheidene genezers totdat ze er een vinden die hen kan helpen. De verbetering kan voor een deel te danken zijn aan het feit dat hun klachten op en neer gaan. Als de patiŽnt op het dieptepunt een genezer bezoekt, is de kans groot dat de klachten zullen afnemen. Dat kan nieuwe hoop geven die een positieve invloed heeft op het immuunsysteem van de patiŽnt, waardoor er een daadwerkelijke verbetering optreedt. Een genezer kan zijn patiŽnten ook leren om beter met hun kwaal om te gaan of de eigen situatie te accepteren. Daar komt nog bij dat veel kwalen vanzelf weer genezen.


    Schadelijke kennis

    In het alternatieve veld heerst waarschijnlijk een soort natuurlijke selectie die ertoe leidt dat de genezers die het meest effectief gebruikmaken van het placebo-effect de meeste klanten krijgen. Goede genezers wekken vertrouwen en stralen warmte en sympathie uit. Ze voelen zich sterk betrokken bij hun patiŽnten en richten zich vaak meer op het algemeen welbevinden dan op het opheffen van een specifieke klacht. Naarmate hun reputatie groeit hoeven ze echter steeds minder tijd aan hun patiŽnten te besteden. Zo zijn er alternatieve praktijken waar de patiŽnten langdurig in een bomvolle wachtkamer zitten in de hoop dat de genezer een ogenblik aandacht aan hen zal schenken.
    Het lijkt nuttig om het placebo-effect beter te onderzoeken, want als we weten welke factoren daarop van invloed zijn, dan kunnen we er maximaal gebruik van maken. De paradox is echter dat placebo's vooral goed schijnen te werken zolang we geloven dat het gťťn placebo's zijn. Daarom zal een arts die doelbewust een nepmiddel voorschrijft naar alle waarschijnlijkheid minder succes boeken dan een alternatieve genezer die heilig in zijn behandeling gelooft.
    Wetenschappelijk onderzoek naar alternatieve geneeswijzen zal in de toekomst wellicht kunnen aantonen dat er tussen al het kaf een paar korrels koren te vinden zijn, maar vermoedelijk zijn die korrels niet zo effectief als het placebo-effect. Het is niet ondenkbaar dat patiŽnten minder baat zullen vinden bij alternatieven naarmate ze beter op de hoogte zijn van de uitkomsten van het wetenschappelijk onderzoek. Verscheur daarom dit artikel, want het kan schadelijk zijn voor de volksgezondheid.


    Literatuur


    Cfr. : http://www.skepsis.nl/s-frames.html

    18-09-2005 om 19:47 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (8 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Moe van suiker - De rage van de 'reactieve hypoglykemie'
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  


    Moe van suiker

    De rage van de 'reactieve hypoglykemie'

    Gerard Innemťe
    Bron : Skepter 11(1), maart 1998
    Stichting Skepsis, Postbus 2657, 3500 GR Utrecht -
    skepsis@wxs.nl - 040-2216791 (Jan Willem Nienhuys, secretaris) - 050-3129893 (Rob Nanninga, hoofdredacteur)


    Chronische moeheid is in de mode. Artsen krijgen er nogal eens mee te maken, maar ze weten er vaak geen raad mee. De alternatieve geneeskunde heeft veel minder last van twijfels. Zij kennen de belangrijkste boosdoener: de bloedsuikerspiegel.

    Wie met de klacht 'chronische moeheid' bij de huisarts komt, hoopt op een verklaring of een oorzaak, maar vooral op een oplossing in de vorm van een therapie. Soms lukt dat ook. Op basis van het verhaal van de patiŽnt, lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek en eventueel rŲntgenfoto's kan soms een oorzaak worden vastgesteld, die kan variŽren van 'ziekte van Pfeiffer' tot kanker.

    Meestal is echter de oorzaak nŪťt te vinden en kan er geen hulp in de vorm van therapie geboden worden. Meer onderzoeken, een 'second opinion' of 'third opinion' leveren geen lichamelijke oorzaak op, waarna het 'psychosociaal functioneren' als verklaring opdoemt. Gelukkig is er de alternatieve geneeskunde! Deze ontvangt de patiŽnt met open armen en voorziet hem of haar van populaire boekjes waarin de klacht al hoog en breed bekend blijkt en de oplossingen ook. Werken als Het post-viraal syndroom van orthomoleculaire goeroe Ruud A. Nieuwenhuis, Het vermoeidheidssyndroom van David Smith en Nooit meer moe van de Deense natuurgeneeskundige Oscar Christensen beleven hoge oplagen en drukken. In deze boeken blijkt de klacht vele namen te hebben. In Schimmels, suiker en allergie: vergis(t) je niet heet de ziekte URS, oftewel Universal Reactor Syndrome, wat naar het Nederlands vertaald wordt als: auto-immuun polyendrocrinopathie candidosis syndroom. Andere termen zijn onder meer Royal Free disease, genoemd naar een ziekenhuis in Londen waar de ziekte in 1955 epidemisch zou zijn opgetreden, ME (Myalgische Encephalomyelitis, zoals Royal Free disease al spoedig genoemd werd), seronegatieve klierkoorts, chronisch Epstein-Barrvirussyndroom (naar de in 1968 ontdekte verwekker van de ziekte van Pfeiffer), en yuppieziekte. De term CVS, voor chronisch vermoeidheidssyndroom, is een algemeen gebruikte neutrale term. Opvallend vaak wordt een verband gelegd met hypoglykemie, te weinig glucose in het bloed. Dit zou verrassenderwijs komen door het eten van te veel suiker.

    'Zoet maakt het leven zuur' kopte recent De Telegraaf. Suikerverslaving bleek het leven van een 28-jarige moeder te vergallen. Er was sprake van een erfelijke stoornis, 'want haar vader leed aan hypoglykemie. Haar dochter Kimberley heeft na het eten van suikergoed enorme driftbuien en zoon Maxander krijgt van een koekje al eczeem op zijn blozende wangetjes.' Het glucosegehalte van het bloed is gemakkelijk te meten, dus de buitengewone bewering 'te weinig glucose door te veel suiker' is goed te onderzoeken.


    Hyper versus hypo

    Als van een gezond, nuchter mens wat bloed uit de aderen wordt afgetapt, blijkt de vloeistof na weglating van bloedcellen 3,3 tot 5,6 mmol glucose per liter te bevatten (Raymakers en Kreutzer 1988). Boven de 6,7 mmol per liter spreken we van hyperglykemie, hetgeen een aanwijzing is voor suikerziekte, en tussen de 5,6 en 6,7 mmol per liter wordt 'gestoorde glucosetolerantie' genoemd.
    De diagnose 'suikerziekte' moet bevestigd worden en daarvoor wordt de zogeheten glucosetolerantietest (GTT) gebruikt. Alweer op de nuchtere maag krijgt de persoon 75 gram glucose (dus ongeveer 4 eetlepels druivensuiker, oftewel 417 mmol) in water te drinken. Vervolgens wordt de bloedglucose om het halve uur bepaald, twee uur lang. Bij een gezond persoon zal die niet boven de 11,0 mmol per liter uitkomen.
    Het glucosegehalte van het bloed kan ook minder dan 3,3 mmol per liter zijn, en dan spreken we van hypoglykemie. Bij minder dan 2,6 mmol per liter kun je vaak al zonder laboratoriumproeven zien dat de patiŽnt niet helemaal in orde is. Typische verschijnselen zijn trillen, transpireren, hartkloppingen en bleek zien (veroorzaakt door verhoogde adrenalineproductie), gebrek aan concentratievermogen, trage beweging, wazig of dubbel zien, een prikkelend gevoel rond de mond, gedragsveranderingen, toevallen, verlaagd bewustzijn en coma (alle veroorzaakt door glucosegebrek in de hersenen). Hypoglykemie komt het meest voor bij diabetespatiŽnten die te veel insuline hebben gespoten. Er zijn ook een aantal zeer zeldzame ziekten (bijvoorbeeld tumoren die insuline produceren, of een auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem het gedrag van insuline imiteert) die hypoglykemie ten gevolge hebben. Verder kunnen te veel alcohol op de nuchtere maag en bepaalde medicijnen de glucosestofwisseling zodanig storen dat te lage bloedsuikerspiegels optreden, en hetzelfde kan zich na een maagoperatie voordoen.
    Maar in Nooit meer moe (een vrije vertaling van Lavt Blodsukker) lezen we dat maar liefst veertig procent van de bevolking aan hypoglykemie lijdt, en dat dit komt door te veel suiker in het dieet. Ook stress, erfelijke aanleg en alcoholisme zouden een rol spelen. Volgens auteur Christensen herkent men hypoglykemie aan symptomen die drie tot vijf uur na de maaltijd optreden, te weten: duizeligheid, depressiviteit, slapeloosheid, hoofdpijn, migraine, zenuwachtigheid, frigiditeit en impotentie. Voor wie deze verschijnselen niet bij zichzelf bespeurt, heeft Christensen nog drie speciale diagnostische technieken in petto, te weten voetreflexzoneanalyse, irisanalyse en een verlengde GTT. De 'gewone' GTT duurt maar twee uur, terwijl de hypoglykemie waar bijna de helft van de bevolking aan lijdt pas veel later optreedt.


    'Benzine bij vuur'

    Slapeloosheid, weinig zin in seks en zenuwachtigheid zijn nog tot daaraan toe, maar volgens Christensen kan hypoglykemie leiden tot zelfmoord en echtscheiding. Hij was geschokt toen hij het geval van een vrouw hoorde die al tweeŽnhalf jaar in een gesloten psychiatrische inrichting behandeld werd. Volgens hem mankeerde zij slechts hypoglykemie, hoewel onduidelijk is of hij haar ook onderzocht had. En dat terwijl hypoglykemie zo makkelijk te genezen is! Met een dieet, Molkosan, wat natuurgeneesmiddelen, vitamines en mineralen ben je er zo weer bovenop, aldus onze Deense natuurgenezer. Alleen met suiker moet je uitkijken, want 'bij iemand met een te laag bloedsuikergehalte heeft suiker hetzelfde effect als benzine bij een vuur'.

    Dat je bloedsuikerspiegel te laag wordt van het eten van suiker mag vreemd klinken, maar het gaat hier om zogeheten 'reactieve hypoglykemie'. De aanwezigheid van glucose in het bloed stimuleert de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier tot de afgifte van insuline. Insuline heeft tal van effecten op het lichaam: ze bevordert het gebruik van glucose als energiebron (en de opslag van vetten en de vorming van eiwitten uit aminozuren), ze geeft het signaal dat glucose moet worden omgezet in glycogeen en maakt dat er minder glucose wordt gevormd uit aminozuren. Al deze effecten dragen bij tot vermindering van de hoeveelheid glucose in het bloed. Het idee van de alternatieven is nu dat 'geraffineerde koolhydraten' zo'n enorme insulineproductie teweegbrengen dat er van de weeromstuit te veel glucose uit het bloed verdwijnt en de bloedsuikerspiegel daardoor uiteindelijk lang aanhoudend een te lage waarde aanneemt. Niet alleen geraffineerde suiker heeft deze vreselijke uitwerking. Ook allergische reacties op voedsel, het nuttigen van koffie, thee of alcohol kan dit effect hebben. Roken en infectie met candida (een doorgaans onschuldige huidschimmel) doen hetzelfde. Als het met de hormonen niet klopt of als er niet genoeg B-vitamines zijn of niet genoeg chroom, zink, mangaan of magnesium gaat het ook mis met de bloedsuiker, alles volgens de alternatieven tenminste.
    Bij gezonde mensen heeft daling van de bloedsuiker een verhoogde productie van adrenaline tot gevolg, wat weer een aantal van de gewone symptomen van hypoglykemie met zich mee brengt, en daardoor komt weer suiker in het lichaam vrij, bijvoorbeeld door omzetting van glycogeen in glucose. Volgens de alternatieve theorie worden hierdoor op den duur de bijnieren (die de adrenaline produceren) 'uitgeput'. Gevolg: hypoglykemie. Of: door langdurige stress en dus hoge adrenalineproductie gaat de bloedsuiker eerst omhoog en dan weer omlaag door de extra insuline. Of de bijnieren raken uitgeput door zielenpijn, zoals Sheldon Deal beweert in Natuurlijk gezond leven. Of de alvleesklier raakt uitgeput door de gedurige confrontatie met de geraffineerde suikers, wat dan leidt tot diabetes.
    Bovenstaande theorieŽn sluiten wel enigszins aan bij betrouwbare kennis. Maar tussen de zin staat ook veel onzin: 'De lichaamstaal liegt nooit, zo hebben mensen met een lage bloedsuikerspiegel een zwakke brede rugspier.' Een eindje verderop blijkt de fysiognomiek nog springlevend: 'Hoe meer de neus naar boven staat hoe onnozeler de persoon is,' aldus Deal. 'Veel bedrijfsongevallen en verkeersongevallen worden mogelijk veroorzaakt door een te lage bloedsuikerspiegel. En hoe vaak breekt er niet in het gezin gekibbel uit vlak voor de maaltijd?' poneert Leven met ME. Opvallend is ook de vanzelfsprekendheid waarmee gesteld wordt dat organen bij verhoogde activiteit 'uitgeput' worden, in plaats van zich aan te passen.
    Dokter Atkins, een brutale en zeer van zichzelf overtuigde man, maakt het helemaal bont: 'veertig procent van de mensen die vanwege hun kwalen naar mijn praktijk komen zijn "significant hypoglykemisch" (althans voor de criteria die ik daarvoor hanteer)'. Bij een rechtszaak tegen hem bleek hij 3,8 mmol per liter al hypoglykemisch te noemen. 'Als een arts bij een suikerpatiŽnt van type II 20 jaar eerder de glucosetolerantie had onderzocht, had hij de ziekte toen al kunnen vaststellen.' Volgens Atkins houdt reactieve hypoglykemie vaak verband met candida-infecties ('net zoals suiker, indien toegevoegd aan gist, brood doet rijzen, zo verhoogt suiker ook de werking van gist in het lichaam'), met het premenstrueel syndroom en met MS, multiple sclerose. Zo zou dokter Atkins MS kunnen genezen.


    Emotionele labiliteit

    Tot zover de alternatieve theorie van de reactieve hypoglykemie. Bestaat er wel zoiets ? De term 'reactieve hypoglykemie' (ook wel 'functionele hypoglykemie') valt voor het eerst in een beschrijving uit 1924, gegeven door Seale Harris. Een overzicht uit 1950 van de Amerikaan S.A. Portis verwijst naar tal van onderzoekers, waaronder vooraanstaande zoals J.W. Conn.
    Behalve een literatuuroverzicht gaf Portis ook een verslag van eigen onderzoek. Hij had 929 patiŽnten onderzocht die over moeheid klaagden, zonder dat er duidelijke redenen voor gevonden konden worden. Alle patiŽnten ondergingen een GTT van drie uur. Bij 157 was de curve nogal vlak, en bij alle 929 patiŽnten was de bloedglucosespiegel na drie uur nog niet terug op het 'nuchtere' niveau. Portis concludeerde dat deze patiŽnten te veel insuline moesten hebben, en dat het gevolg een relatieve hypoglykemie was. Hij adviseerde psychotherapie, een dieet met weinig vrije suikers, en hij schreef atropinesulfaat voor.
    In de alternatieve lectuur wordt altijd naar deze oude onderzoeken verwezen, en men poogt hypoglykemie dus 'wetenschappelijk' te verklaren. Er wordt zelfs gesteld dat helaas 'de meeste artsen en specialisten tegenwoordig geen hypoglykemiedeskundige' zijn (aldus Schimmels, suiker en allergie); en volgens Thomas Erdtsieck (1991) kan 'alleen een natuurgeneeskundige ... het syndroom vaststellen'.
    Er is echter de laatste vijfentwintig jaar wel degelijk nog onderzoek gedaan. Zelissen en Erkelens (1989) concludeerden dat een verlengde GTT onzin is, om de volgende vier redenen: de voorbereiding van de test is niet goed, de test is niet reproduceerbaar, er is geen verband tussen het ontstaan van klachten en de glucosewaarde aan het eind van de test en ten slotte, vier eetlepels druivensuiker op de nuchtere maag (en daarna nog drie uur niets eten) belast de alvleesklier op een manier die sterk afwijkt van het normale dagelijkse leven.
    Snorgaard en Binder publiceerden een onderzoek (1990) naar 'functionele hypoglykemie' bij 21 patiŽnten met de bekende klachten: moeheid, transpireren, hoofdpijn, honger, storingen van het gezichtsvermogen, hartkloppingen. De klachten traden regelmatig op bij deze personen, maar een verband met lage glucosewaarden kon niet aangetoond worden.
    In 1993 verscheen een interessante Franse studie van de hand van Berlin e.a., waarbij acht personen met het bekende klachtenpatroon onderzocht waren. Daarbij bleek een vijfuurs-GTT niets bijzonders op te leveren. Wat de onderzoekers wel ontdekten was een verhoogde gevoeligheid voor catecholaminen (hormonen die vooral bij alarm en stress geproduceerd worden); bovendien werd aan de hand van een psychologische vragenlijst verhoogde emotionele labiliteit geconstateerd.
    Deze resultaten suggereren tezamen dat reactieve hypoglykemie niet bestaat, en dat CVS in elk geval niets van doen heeft met de glucosestofwisseling. Er zijn echter wetenschappers die deze conclusie niet trekken. Tijdens het Derde Internationale Symposium over Hypoglykemie in Rome werd een verklaring uitgegeven dat er aanwijzingen zijn dat reactieve hypoglykemie voorkomt, en er werd opgeroepen tot onderzoek (LefŤbre e.a. 1986).
    Wel werd toen al erkend dat de GTT ongeschikt is voor de diagnose van deze vorm van hypoglykemie. In 1995 publiceerden Brun et al. een onderzoek waarin de vier eetlepels glucose van de GTT vervangen waren door een gestandaardiseerd gezoet ontbijt. Mensen met het typische klachtenpatroon bleken daarbij wel lagere bloedglucosewaarden te hebben, maar alweer: de typische klachten hielden geen verband met lage waarden.


    Volksziekte

    De alternatieve geneeskunde, meer in het bijzonder de orthomoleculaire genezers, de natuurgeneeskundigen en de homeopaten, beweren dat 'hypoglykemie' een volksziekte is. Zij plakken dit etiket op grond van aspecifieke klachten op elke vorm van emotionele labiliteit, stress, moeheid en mogelijk nog veel andere aandoeningen. Daarmee jagen ze hun klanten onnodig angst voor 'suiker' aan. Volgens de alternatieven zou 'hypoglykemie' het gevolg zijn van het nuttigen van producten die geraffineerde suiker bevatten, omdat daardoor het peil van de bloedsuiker te ver zou dalen. Zij beweren dat oude medische literatuur deze opvatting steunt.
    Naar aanleiding van recent wetenschappelijk onderzoek zijn er echter geen harde bewijzen voor het bestaan van de reactieve hypoglykemie. In ieder geval is de relatie tussen klachten en een lage bloedsuikerspiegel tot nu toe niet overtuigend aangetoond.
    Omdat het klachtenpatroon wel degelijk bestaat blijft de term 'Chronisch Vermoeidheidssyndroom' een goede en neutrale beschrijving. De diagnose 'reactieve hypoglykemie' medicaliseert onnodig.


    Cfr. : http://www.skepsis.nl/s-frames.html

    18-09-2005 om 18:33 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Heilzame intenties - Onderzoek naar onzichtbare geneeskracht
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    Heilzame intenties

    Onderzoek naar onzichtbare geneeskracht

    Rob Nanninga
    Hoofdredacteur van Skepter.
    Skepter 16(2), juni 2003
    Stichting Skepsis, Postbus 2657, 3500 GR Utrecht -
    skepsis@wxs.nl  - 040-2216791 (Jan Willem Nienhuys, secretaris) - 050-3129893 (Rob Nanninga, hoofdredacteur)

    Steeds meer alternatieve geneeswijzen worden wetenschappelijk onderzocht. Ook paranormale en bovennatuurlijke methoden worden door medische onderzoekers serieus genomen, al verschillen ze hemelsbreed van de reguliere geneeskunde.

    Veel paranormale genezers geloven dat ze gebruikmaken van een soort energie die ze rechtstreeks en doelgericht kunnen overdragen op een patiŽnt. Het is niet duidelijk wat we ons daarbij moeten voorstellen. De veronderstelde energie is onzichtbaar en kan niet worden gemeten. Sommigen menen dat het een zuiver geestelijke kracht is die grote afstanden kan overbruggen. Anderen noemen het fijnstoffelijk, spiritueel, bovennatuurlijk of goddelijk. Het komt er op neer dat een genezer de toestand van een patiŽnt op afstand probeert te beÔnvloeden met genezende intenties.

    De psycholoog Hans Attevelt promoveerde in 1988 op een onderzoek naar paranormale genezers (zie Skepter, september 1988). In het eerste deel van zijn proefschrift stelde hij vast dat cliŽnten meestal tevreden zijn over het resultaat van de behandeling Ė circa twee derde bespeurde een duidelijke verbetering. Dit effect kon hoofdzakelijk worden toegeschreven aan psychologische variabelen, waaronder de verwachtingen van de patiŽnten en de persoonlijke aandacht die ze van de genezers kregen.

    Om een mogelijk paranormale factor te kunnen onderscheiden, voerde Attevelt een dubbelblind experiment uit waarbij astmapatiŽnten op afstand werden behandeld. Ze zaten tijdens de behandeling voor een halfdoorlatende spiegelwand, terwijl een professionele genezer vanuit de aangrenzende observatieruimte helende energieŽn en goede wensen naar hen toezond. De genezers geloofden dat zij het zelfgenezend vermogen van de patiŽnten op afstand konden activeren. Alle patiŽnten namen deel aan acht individuele sessies, die wekelijks plaatsvonden. Ze wisten niet of ze werkelijk werden behandeld. Bij de helft van patiŽnten (de controlegroep) zat er geen genezer achter de spiegel. De afwezigheid van een genezer had echter geen nadelige invloed op de resultaten van de therapie.

    Met subsidie van het ministerie van wvc kon Attevelt nog een tweede experiment uitvoeren (Beutler et al. 1988). Ditmaal onderzocht hij of paranormale genezers een hoge bloeddruk kunnen verlagen. Veertig patiŽnten werden elk week gedurende twintig minuten vanuit een aangrenzend vertrek behandeld. Na vijftien weken was hun diastolische bloeddruk met 8,6 mm gedaald. Een aardig resultaat, maar niet beduidend beter dan in de controlegroep, die eveneens wekelijks voor de spiegel had gezeten. Zonder genezer bedroeg de bloeddrukdaling 6,7 mm kwik. Het kleine verschil tussen beide groepen (1,9 mm) had statistisch beschouwd niets te betekenen. De daling was vermoedelijk louter te danken aan het placebo-effect, aan regressie naar het statistische gemiddelde en aan andere niet-paranormale factoren.

    De vermogens van paranormale genezers werden recentelijk ook in Engeland op de proef gesteld door onderzoekers van de sectie Complementary Medicine van de Universiteit van Exeter. Om de kans op succes te verhogen kozen ze klachten die volgens de genezers goed te behandelen waren. Voor hun eerste experiment (Harkness et al. 2000) verzamelden ze ruim tachtig personen die last hadden van wratten. De helft werd aselect in de controlegroep geplaatst. De andere helft werd op afstand behandeld door tien ervaren genezers uit Londen en omgeving, die via de post informatie ontvingen. Ze geloofden dat ze de wratten konden bestrijden door hun positieve gedachten en heilzame energieŽn naar de patiŽnten in Exeter te zenden. Maar er was niets van te merken: na zes weken waren de wratten nog even groot en talrijk. Het enige dat significant daalde, was het geloof van de patiŽnten in de helende krachten van de genezers.

    Een tweede experiment (Abbot et al. 2001) richtte zich op chronische pijnklachten, een specialiteit van veel genezers. De patiŽnten, die vaak rugpijn hadden, kwamen acht keer naar het laboratorium voor een behandeling van een half uur. Tijdens de sessies zaten ze voor een doorkijkspiegel waar al of niet een genezer achter zat (vergelijkbaar met het onderzoek van Attevelt). Bij een deel van de patiŽnten namen de pijnklachten behoorlijk af. Maar dat was niet aan de genezers te danken, want in de controlegroep Ė die niet werd ingestraald Ė was het effect zelfs nog iets groter. Twee andere groepen patiŽnten werden van dichtbij behandeld Ė in het ene geval door een ervaren 'strijker' en in het andere door een namaakgenezer die de strijkende bewegingen zo overtuigend mogelijk nabootste. Het bleek niets uit te maken: in alle groepen werden vergelijkbare resultaten geboekt.


    Bidden tot God

    Ook bidden kan worden beschouwd als een methode waarbij iemand de gezondheid van een ander op afstand probeert te beÔnvloeden. Wie gelooft dat God daar iets mee te maken heeft, omdat Hij beslist welke gebeden worden verhoord, hoeft geen waarde te hechten aan het wetenschappelijk onderzoek. Het theologische beeld van God is moeilijk te rijmen met de veronderstelling dat Hij bereid is zich als een proefdier te laten testen. Het lijkt niet aannemelijk dat wetenschappers zullen kunnen vaststellen op welke prikkels God het beste reageert. Het is ook moeilijk om te geloven dat een barmhartige God zich zal houden aan de regels van een gecontroleerd onderzoek. We mogen niet verwachten dat Hij de controlegroep doelbewust links laat liggen, louter omdat de onderzoekers dat zo hebben bepaald. Een slimme God zou er overigens wel voor kunnen zorgen dat alle patiŽnten die Hij niet wil helpen in de controlegroep terechtkomen.

    Medici die het effect van smeekbeden hebben onderzocht, benadrukken dat ze geen uitspraken doen over het 'mechanisme' of de achterliggende verklaring. Ze willen niet beweren dat ze God op de proef stellen, want dat zou lijken op ketterij. Aan de andere kant willen ze God ook niet buitensluiten. Vooral niet in de VS, waar driekwart van de bevolking gelooft dat je iemand kunt helpen door voor hem of haar te bidden.

    De onderzoekers gaan ervan uit dat de kans op een gunstig effect toeneemt naarmate er vaker en door meer mensen voor iemand wordt gebeden. Ze kunnen namelijk niet voorkomen dat er ook wordt gebeden voor patiŽnten die ze in de controlegroep hebben geplaatst, of dat deze patiŽnten voor zichzelf gaan bidden. Een bidverbod zou onethisch zijn. Dit spontane bidgedrag, dat in alle onderzoeksgroepen voorkomt, wordt beschouwd als een soort basisniveau of als 'achtergrondruis'. Wanneer de experimentele groep meer vooruitgang boekt dan de controlegroep, dan kan het verschil worden toegeschreven aan de extra bidkracht die voor deze groep werd ingezet.

    Aan de Mayo Clinic in Minnesota werd een paar jaar geleden een goed gecontroleerd bidexperiment uitgevoerd met 799 hartpatiŽnten (Aviles et al., 2001). In tegenstelling tot eerdere experimenten werden de bidders pas ingeschakeld nadat de patiŽnten uit het ziekenhuis waren ontslagen. Daarmee hoopten de onderzoekers de hoeveelheid spontane en ongecontroleerde gebeden te beperken. Het lijkt immers aannemelijk dat vrienden en familieleden minder aandrang tot bidden voelen wanneer de patiŽnt weer veilig thuis is. De patiŽnten werden meteen na hun vertrek uit het ziekenhuis verdeeld over twee groepen. Een computer zorgde ervoor dat de indeling aselect geschiedde en dat beide groepen zo min mogelijk van elkaar verschilden. De voornamen van 400 patiŽnten werden samen met wat medische gegevens verstuurd naar 215 christelijke bidders en bidgroepen. Voor elke patiŽnt werd minimaal ťťn keer per week gebeden door vijf afzonderlijke bidders of groepen.

    Na 26 weken bidden stelde men vast hoeveel patiŽnten er opnieuw in het ziekenhuis waren opgenomen. De verschillen waren niet noemenswaardig: in beide groepen moest ongeveer een op de vijf terug naar het hospitaal. Ook het aantal sterfgevallen was vrijwel even groot. De onderzoekers achten het mogelijk dat dit teleurstellende resultaat te wijten was aan de geringe bidfrequentie en de matige kwaliteit van de gebeden.

    De cardioloog Randolph Byrd (1988) was de eerste die een succesvol bidexperiment rapporteerde. Hij liet reborn Christians bidden voor een voorspoedig herstel van hartpatiŽnten die waren opgenomen in een ziekenhuis in San Francisco. Op het eerste gezicht leek het geen effect te hebben: de patiŽnten in de controlegroep, waarvoor niet werd gebeden, hoefden gemiddeld geen dag langer in het ziekenhuis te blijven en kregen ook niet meer medicijnen mee naar huis. Byrd onderzocht echter nog 26 andere variabelen, waarvan 6 een significant verschil opleverden. Zo waren er in de controlegroep 13 patiŽnten die longontsteking kregen, terwijl dat er maar 3 waren in de groep waarvoor gebeden werd. Met behulp van een zelfontwikkeld scoresysteem bepaalde hij of een verblijf in het ziekenhuis goed of slecht was verlopen. In de controlegroep kreeg 22 procent een slechte waardering terwijl dit percentage in de behandelde groep slechts 14 bedroeg, een significant verschil. Aan het slot van zijn onderzoeksverslag sprak Byrd zijn dank uit aan God: 'I thank God for responding to the many prayers made on behalf of the patients.'

    Critici merkten op dat Byrd zijn scoresysteem pas had bedacht nadat hij alle uitkomsten kende. Ook de rol van zijn assistente, Janet Greene, was omstreden. Zij vroeg de patiŽnten of ze aan het onderzoek wilden deelnemen, verdeelde ze in twee groepen en stopte hun medische gegevens in de computer. Ze hield ook bij hoe het met de deelnemers ging en rapporteerde de bidders regelmatig over hun toestand. Het experiment was dus niet goed geblindeerd.

    Byrds onderzoek werd herhaald door William Harris (1999). Hij gebruikte hetzelfde scoresysteem als Byrd, maar dat leverde niets op. Door de uitkomsten op een andere manier te analyseren wist hij toch nog een marginaal significant resultaat te verkrijgen. Het was echter allerminst overtuigend (Betz & Nienhuys, 2000).


    Distant healing

    De meest veelbelovende onderzoeker was de arts en psychiater Elizabeth Targ (1961-2002). Haar belangstelling voor paranormale zaken was gewekt door haar vader, de parapsycholoog Russell Targ. Hij werd in de jaren 1970 bekend door zijn onderzoek naar Uri Geller en naar 'remote viewing' (een soort helderziendheid). Elizabeth werkte als kind al mee aan parapsychologische experimenten en geloofde dat zij haar wensen soms op paranormale wijze kon laten uitkomen. Haar vader beschreef hoe ze erin slaagde de winnaar van een paardenrace correct te voorspellen, met een kans van 1 op 6. Maar hij vertelde niet of er ooit een poging was ondernomen dit succes te herhalen.

    Elizabeth was een uitmuntende leerling die op de basisschool twee klassen oversloeg. Als middelbare scholier assisteerde ze de bekende neurofysioloog Karl Pribram bij onderzoek aan de hersenen van apen. Op haar zestiende studeerde ze medicijnen aan de Stanford Universiteit en vertaalde ze als bijbaantje Russische teksten voor de psychologische faculteit. Twintig jaar later was ze professor in de psychiatrie en directeur van het Complementary Medicine Research Institute in San Francisco, onderdeel van een groot academisch ziekenhuis.

    Targ lanceerde de neutrale term distant healing. Daaronder vallen alle paranormale, bovennatuurlijke, spirituele, intentionele en louter mentale methoden om de lichamelijke of emotionele toestand van anderen op afstand te beÔnvloeden. Samen met de psycholoog Fred Sicher voerde ze een pilotstudie uit met 20 aidspatiŽnten. Tien van hen werden gedurende twee weken dagelijks een uur lang op afstand behandeld door ervaren spirituele genezers. Een half jaar later waren er vier patiŽnten gestorven, die allen in de controlegroep zaten. Gingen zij eerder dood omdat ze geen paranormale behandeling hadden gekregen? Elizabeth Targ achtte dit mogelijk, maar wou niet ontkennen dat er nog een andere verklaring bestond: de vier slachtoffers waren ouder dan de rest.

    Targ en Sicher herhaalden hun onderzoek met veertig aids-patiŽnten en veertig ervaren healers. Een van hun sponsors was het parawetenschappelijke Institute of Noetic Sciences, dat in 1973 was opgericht door de ex-astronaut Edgar Mitchell (zie Skepter, maart 2003). De healers gebruikten uiteenlopende hulpmiddelen waaronder kristallen, visualisaties, meditaties, gebeden tot God, sjamanistische rituelen en diverse soorten energieŽn. Twintig patiŽnten werden tien weken lang dagelijks behandeld, elke week door een andere genezer. De ene week was het bijvoorbeeld een baptistendominee die hun beterschap wenste en de volgende week een medicijnman of qigongmeester. Zodoende was er voor elk wat wils. De genezers ontvingen om de veertien dagen via de post een pakketje met informatie over de patiŽnt die ze moesten behandelen. Daarin zat onder meer een portretfoto.

    Het onderzoeksverslag werd gepubliceerd in het prestigieuze Western Journal of Medicine (Sicher et al. 1998). Het zag er deugdelijk uit. In tegenstelling tot soortgelijke experimenten werd vrij uitvoerig beschreven hoe de blindering en randomisering was verlopen. Ook de resultaten vielen niet tegen. PatiŽnten die op afstand waren behandeld, kregen significant minder aidsgerelateerde ziekten dan de controlegroep (p=0,04). Ze gingen ook minder vaak naar de dokter en brachten minder dagen door in het ziekenhuis.

    Dank zij dit succes verstrekte de Amerikaanse overheid anderhalf miljoen dollar voor twee nieuwe experimenten met distant healing. Het geld kwam beschikbaar via het National Center for Complementary and Alternative Medicine, dat jaarlijks ruim 50 miljoen besteedt aan onderzoek naar onconventionele geneeswijzen. Targ wilde onderzoeken of aidspatiŽnten ook met succes op afstand behandeld kunnen worden door verpleegsters die geen speciale gaven bezitten. Het twee experiment zou zich richten op patiŽnten met een zeer kwaadaardige hersentumor, glioblastoma multiforme. De voorbereidingen voor de experimenten gingen in 2000 van start.

    In maart 2002 merkte Elizabeth Targ plotseling dat ze moeite had om de letter 'b' te zeggen en niet lang daarna ontdekte ze op een morgen dat de linkerkant van haar gezicht verlamd was. Een mri-scan maakte duidelijk dat ze een hersentumor had. Het bleek de relatief zeldzame glioblastoma tumor te zijn, een ongelooflijke speling van het noodlot. Talloze genezers boden haar hun hulp aan en er werd in het hele land voor haar gebeden. Helaas had het geen merkbaar effect. Ze overleed op 18 juli 2002, nog voordat ze 41 was geworden.

    Na haar dood onthulde de publicist Po Bronson (2002) dat de blindering van Targs succesvolle aidsexperiment niet optimaal was geweest. De onderzoekers hadden aanvankelijk het aantal sterfgevallen in beide groepen met elkaar willen vergelijken. Maar doordat er betere aidsmedicijnen beschikbaar kwamen, was er maar ťťn patiŽnt overleden. Ook het aantal CD4-cellen (een essentieel onderdeel van het afweersysteem) was in beide groepen vrijwel gelijk. Pas nadat de blindering was verbroken, besloot men na te gaan hoeveel nieuwe aidsgerelateerde ziekten de patiŽnten hadden gekregen. Samen met Targ werkte Fred Sicher alle medische dossiers door. Om de beoordeling blind te laten geschieden, had een medewerker de namen van de patiŽnten onleesbaar gemaakt. Maar dat was misschien niet voldoende, want Sicher had de patiŽnten meer dan eens gesproken. Het was niet uitgesloten dat hij hun medische dossiers soms kon herkennen en wist tot welke onderzoeksgroep zij behoorden. Bronson verkreeg deze informatie van Dan Moore, die als statisticus aan het onderzoek had meegewerkt. Sicher bestrijdt de uitspraken van Moore, maar heeft er nog niet in het openbaar op gereageerd.


    Therapeutic Touch

    Therapeutic Touch (tt) is gebaseerd op de veronderstelling dat ieder mens wordt omgeven door een subtiel energieveld. De beoefenaren geloven dat ze de toestand van dit energieveld kunnen beoordelen door hun handen op een decimeter afstand langs het lichaam van een patiŽnt te bewegen. Via hun handen heffen ze blokkades op, voeren ze extra energie toe en strijken ze de plooien in het energieveld glad. De cliŽnt wordt tijdens de behandeling niet aangeraakt.

    Het Van Praag Instituut in Utrecht heeft het exclusieve recht om deze paranormale methode in Nederland te onderwijzen. Het Instituut is opgericht door medewerkers van het Parapsychologisch Instituut, dat in hetzelfde pand is gevestigd. Inmiddels hebben ongeveer 2500 mensen een TT-cursus gevolgd. De basiscursus kost circa 400 euro. Daarna kan men doorstromen naar de vervolgcursus. TT is populair onder verpleegkundigen en verzorgenden (Nanninga, 1996). In het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen waren vorig jaar al ruim dertig TT'ers actief. maar inmiddels heeft de directie besloten de methode te verbieden.

    Martine Busch, de directeur van het Instituut, beweert dat ze zelf energievelden kan voelen en dat bijna iedereen dat snel van haar kan leren. Ze heeft echter geen behoefte om deze hypothese te toetsen, hoewel dat erg simpel is en ze regelmatig contact heeft met bevriende parapsychologen die een geblindeerd proefje zouden kunnen uitvoeren. Als TT'ers energievelden kunnen voelen, dan zouden ze louter op basis van dit vermogen moeten kunnen vaststellen of ze hun handen al of niet in de buurt van een andere persoon houden. Voor zover bekend zijn TT'ers daar nog niet in geslaagd. Ze wensen ook niet meer deel te nemen aan zulke experimenten. Skeptici, die graag een test willen uitvoeren, worden op de website van het Van Praag Instituut 'fundamentalisten' genoemd.

    Er zijn wel verscheidene experimenten gedaan waarbij men naging of TT pijn- en angstgevoelens kan verminderen. De kwaliteit van dit onderzoek liet meestal te wensen over en de resultaten waren mager (Scheiber & Selby, 2000). Een van de beste experimenten werd uitgevoerd aan de Universiteit van Alabama en gefinancierd door het Amerikaanse ministerie van Defensie, dat er ruim $350.000 voor neertelde (Turner et al., 1998). De onderzoekers verdeelden 99 patiŽnten met ernstige brandwonden over twee groepen door voor elke patiŽnt een muntstuk op te gooien. De experimentele groep kreeg vijf TT-behandelingen, terwijl de controlegroep vijf keer werd behandeld door een onderzoeksassistent die de strijkende bewegingen van TT zo goed mogelijk imiteerde. De patiŽnten wisten dat ze mogelijk geen echte behandeling kregen. Ze moesten voor en na de behandelingen aangeven hoeveel pijn ze hadden en hoe angstig ze waren.

    Voor het meten van de pijn werden twee instrumenten gebruikt: de McGill pijnvragenlijst en de VAS-schaal (een lijn van 20 cm waarop de patiŽnt de pijnintensiteit kan aangeven). De eerste leverde een significant resultaat op, maar de tweede niet. De VAS-schaal werd ook gebruikt om het angstniveau te bepalen. PatiŽnten die door een echte TT'er waren behandeld voelden zich minder angstig dan patiŽnten die een nepbehandeling hadden ondergaan (p=0,03). De echte behandelaars hadden blijkbaar een geruststellender invloed dan de imitators. Deze uitkomst wordt als een succes beschouwd, maar we weten niet of het te danken was aan de buitengewone vermogens van de TT'ers.

    De imitators kregen de opdracht om tijdens de behandeling hoofdrekensommen te maken. Ze moesten steeds vanaf 100 terugtellen in stappen van 7. Dit was om te voorkomen dat ze heilzame gedachten op de patiŽnt zouden richten. Het is mogelijk dat patiŽnten soms merkten dat de hoofdrekenaars weinig liefdevolle aandacht voor hen hadden. Daar kwam nog bij dat de therapeuten zelf mochten bepalen hoelang een behandeling duurde (5 tot 20 minuten). De sterk gemotiveerde TT'ers hielden het misschien langer vol dan de rekenaars. Hoewel de duur van de behandeling van invloed kon zijn op het effect, verstrekten de onderzoekers daarover geen informatie. Ze gingen ook niet na of er in de controlegroep veel patiŽnten zaten die het vermoeden hadden dat ze een pseudo-behandeling kregen.

    Na afloop moesten de patiŽnten op een VAS-schaal aangeven hoe tevreden ze waren over de therapie. Het verschil tussen beide groepen was niet significant. Objectieve meetwaarden leverden ook niets op, zoals gebruikelijk bij TT-onderzoek. Beide groepen hadden evenveel medicijnen nodig en het aantal infecties was ook bijna gelijk. Therapeutic Touch schijnt vooral invloed te kunnen hebben op de subjectieve ervaringen van een patiŽnt, maar is moeilijk te onderscheiden van een placebo. De sterkte van een placebo-effect wordt deels bepaald door de houding van de behandelaar. Als hij of zij een sympathieke indruk maakt en veel vertrouwen wekt, dan zal het effect gewoonlijk sterker zijn. Bijna alle TT-experimenten zijn onvoldoende geblindeerd omdat de patiŽnten kunnen zien wie hen behandelt.


    Cfr. : http://www.skepsis.nl/s-frames.html

    18-09-2005 om 18:18 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Paardenmelk Is het zo heilzaam als men beweert ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Paardenmelk
    Is het zo heilzaam als men beweert ?

    Marie Prins
    Marie Prins is bestuurslid van Skepsis.
    Dit artikel verscheen in Wonder en is gheen Wonder, het tijdschrift van SKEPP, de Vlaamse vereniging van skeptici.
    Bron : Wonder en is gheen Wonder, nr. 4(3), 2004
    Stichting Skepsis, Postbus 2657, 3500 GR Utrecht - skepsis@wxs.nl - 040-2216791 (Jan Willem Nienhuys, secretaris) - 050-3129893 (Rob Nanninga, hoofdredacteur)
    Bron : Skepter 13(4), december 2000


    De laatste tijd verschijnen er meer en meer artikelen in de Vlaamse kranten en tijdschriften over de fantastische eigenschappen van paardenmelk. Het is beslist niet minder dan een wondermiddel, zo klinkt het. Eigenlijk zou men deze artikelen Ďinformercialsí oftewel sluikreclame moeten noemen, want kritische opmerkingen over de eigenschappen van dit wondermiddel beperken zich in de regel tot de smaak van de melk. En tja, wat de een lekker vindt, vindt de ander niet te zuipen. Belangrijker zijn uiteraard de medische en gezondheidsclaims die er voor paardenmelk worden gemaakt. Laten we dus eens kijken naar wat voor goede eigenschappen de voorstanders van het gebruik van paardenmelk naar voren brengen :


    Lijst van beweringen

    • De oude steppenvolkeren gebruiken het als geneesmiddel. Het maakt hen immuun tegen ziekten en die volkeren worden erg oud

    • De samenstelling van paardenmelk lijkt meer op die van moedermelk dan op die van koeienmelk

    • Omdat het veel vitaminen en sporenelementen, zoals ijzer, kalium, calcium en fosfor bevat, geeft paardenmelk extra energie bij vermoeidheid, stress, intensieve sportbeoefening en herstel na een operatie

    • Het wordt in Nederland als een geneesmiddel beschouwd

    • Het bevat een stof die de goede en slechte bacteriŽn activeert. De goede bacteriŽn elimineren de slechte en zo heeft paardenmelk een zuiverende werking

    • Omdat paardenmelk weinig vet bevat, is het goed voor mensen met een te hoog cholesterolgehalte en bij hoge bloeddruk

    • Het drinken (dus niet op de huid uitsmeren) van paardenmelk is goed voor mensen met psoriasis en eczeem. Anderen zeggen dan weer dat zeep van paardenmelk en zalven met paardenmelk tegen deze kwalen helpen

    • Paardenmelk wordt aangeraden bij problemen met de stofwisseling, bij onregelmatige stoelgang, huidproblemen, een te hoog cholesterolgehalte, stijve gewrichten, kanker en menopauzeklachten

    • Het zuivert de lever, de darmen, het bloed en de huid

    • Het zorgt voor een hoger hemoglobinegehalte en een vermeerdering van rode bloedlichaampjes, die op hun beurt een betere zuurstofopname in de longen verzekeren

    • Het verhoogt de weerstand

    • Het is goed bij de behandeling van diverse, niet nader genoemde welvaartsziekten

    • En ten slotte heeft paardenmelk ook nog een eigenschap die aan homeopathie doet denken. Niet omdat het verdund gebruikt wordt, maar omdat de aandoeningen vaak verergeren gedurende de eerste weken; pas daarna begint men verbetering te merken.

    Volkeren die erg oud worden

    Laat ons eerst eens kijken naar die afgrijselijk gezonde en oude steppevolkeren. De ouderen onder ons herinneren zich misschien nog wel dat dit type oudjes vroeger in de Kaukasus woonde. Daar was het de zuivere berglucht die hen zo oud maakte. Toen we meer over de Kaukasus te weten kwamen, verhuisden die oudjes echter naar Tibet: nog zuiverder berglucht en een millennia oude beschaving. Maar nu moet je om oud te worden een lid van een Mongools steppevolk zijn.
    Wat deze drie volkeren gemeen hebben, is dat het leven daar zwaar en kort is. De mensen zien er vůůr hun tijd Ė naar onze begrippen althans Ė erg oud uit. Volkeren met zeer veel Ďhoogbejaardení waren zonder uitzondering analfabeet, ze hadden geen geboorteregisters en heel oud worden werd er beschouwd als een zegen van de goden. Die steppenvolken moesten bovendien wel paardenmelk gebruiken, want andere soorten melk hadden ze niet. De paarden waren echter gebruiksvee, waardoor zelfs paardenmelk daar schaars was. Zo krijg je vanzelf die wonderverhalen.
    Er is een beperkt aantal goed gedocumenteerde gevallen van mensen die 115 jaar zijn geworden en van ťťn persoon die de 120 heeft overschreden. Al die mensen woonden in West-Europa of Japan, rijke landen met een redelijke welvaartsverdeling. Dat maakt de mensen oud. Wat welvaartsziekten worden genoemd, zijn dan ook in hoofdzaak ouderdomsziekten.


    Lijkt paardenmelk op moedermelk ?

    De samenstelling van paardenmelk zou meer op moedermelk lijken dan de samenstelling van koeienmelk, wat het tot een wondermiddel voor volwassenen zou maken. Men vergeet daarbij twee grote verschillen tussen paardenmelk en moedermelk: paardenmelk bevat veel minder vet en veel meer natrium dan moedermelk en, vooral, dat lage vetgehalte maakt paardenmelk zonder meer ongeschikt als babyvoeding. Een baby heeft dat vet in de moedermelk Ė die veel vetter is dan volle koemelk Ė broodnodig. Het is de voornaamste energiebron voor de geweldige groei van een baby in dat eerste levensjaar. En tien keer de hoeveelheid natrium van moedermelk is ook slecht voor de baby. De nieren van jonge kinderen kunnen niet overweg met een overdosis natrium. Het kan leiden tot hypernatriŽmische stuipen met permanente hersenschade. Dit komt onder meer voor bij het gebruik van macrobiotische kindervoeding.
    Waarom een samenstelling die op die van moedermelk lijkt voor volwassenen van belang zou zijn, is allerminst duidelijk. In deze tijden van vetangst is het lage vetgehalte mogelijk een aanbeveling voor gebruik door volwassenen, maar daarin verschilt paardenmelk dus heel erg van moedermelk. En koemelk met weinig of geen vet is in iedere supermarkt te koop tegen een veel lagere prijs dan acht tot twaalf euro per liter, de prijs die men voor paardenmelk vraagt en is voor volwassenen even goed.
    Koemelk is net zo rijk aan vitaminen en mineralen als paardenmelk. Het bevat zelfs meer calcium (al is het verschil klein) dan paardenmelk en veel meer kalium en fosfor. Paardenmelk bevat wel iets meer ijzer en de calcium-fosforverhouding is gunstiger voor de kalkopname dan bij koemelk. De vitaminen en sporenelementen zijn echter niet de stoffen die energie leveren, en de verschillen tussen paardenmelk en koemelk maken voor een volwassene Ė die nu eenmaal niet alleen op melk leeft Ė niet veel uit. Een volwassene verkrijgt genoeg van deze stoffen uit de rest van zijn voeding, met eventuele uitzondering van calcium. Een paar boterhammen met kaas zijn echter al voldoende om een eventueel tekort aan calcium op te heffen.


    Is paardenmelk een geneesmiddel in Nederland ?

    Nee, dat is zonder meer een leugen. Wie het toch als een geneesmiddel verkoopt, overtreedt de wet. En het is nog erger: volgens de Nederlandse Warenwet is paardenmelk niet eens melk ! (1) Voor de melk van koeien en schapen gelden namelijk extra strenge regels om besmetting door Salmonella, Escherichia coli O157, Listeria monocytogenes en andere gevaarlijke ziektekiemen zoveel mogelijk te voorkomen. Rauwe melk mag alleen op de boerderij worden verkocht en daar moet een bord staan dat zegt 'rauwe melk moet gekookt worden voor men ze consumeert'. Voor paardenmelk gelden echter alleen de normale regels van hygiŽne die voor alle voedingswaren gelden: schone handen, schone uiers en schone machines bij het melken enzovoort.
    Paardenmelk is voeding en in geen geval een geneesmiddel, ook al wordt het misschien hier of daar in een apotheek verkocht. Het staat apothekers nu eenmaal vrij om ook niet-geneesmiddelen te verkopen. Dat paardenmelk geen geneesmiddel is, betekent ook dat er geen medische claims voor paardenmelk mogen worden gemaakt.
    Gezondheidsclaims mogen wel. De grens tussen die twee is vaag, maar er is een keurig boekje met regels voor wat wel en niet mag. 'Voor een goede darmwerking' mag, maar 'darmregulerend' mag niet. Nodeloos te zeggen dat het lezen van deze regels sterk op de lachspieren werkt. Maar het gevolg is wel dat er teksten op de etiketten komen te staan die heus niet alleen voor een Vlaming, maar ook voor de gemiddelde Nederlander gemakkelijk de indruk wekken dat men met een geneesmiddel te doen heeft. Mogelijk is het misverstand zo in de wereld gekomen.


    Bacterievrij ? Dat had je gedroomd !

    'Paardenmelk bevat een stof die de goede en slechte bacteriŽn activeert. De goede bacteriŽn elimineren de slechte en zo heeft paardenmelk een zuiverende werking.' Deze zin uit een stukje propaganda voor paardenmelk is niet helemaal juist. Eťn van die actieve beschermende stoffen in paardenmelk is lactoferrine, dat de groei van bepaalde bacteriŽn zou remmen. Dit lijkt aangetoond voor Bacillus stearothermophilus, Bacillus subtilis, Proteus vulgaris, Shigella flexneri en Staphylococcus epidermidis. Of dat ook echter daadwerkelijk in ons spijsverteringssysteem gebeurt, is wat anders. Het effect is trouwens alleen van belang voor zuigelingen, die immers alleen melk krijgen. Maar voor hen is paardenmelk zonder meer ongeschikt wegens het veel te lage vetgehalte. En jammer genoeg werkt die bescherming niet tegen de veel voorkomende boosdoener Escherichia coli, die toevallig bij frigotemperaturen prima gedijt. (2) Juist deze bacterie maakt samen met Campylobacter, Salmonella, Bacillus cereus, Listeria monocytogenes en Staphylococcus aureus de lijst op van de gevaarlijke ziektemakers in rauwe melk, onverschillig of dit nu paardenmelk of koeienmelk is. Over deze bacteriŽn zegt het betreffende artikel helemaal niets. Elk jaar vallen hier weer slachtoffers door, voornamelijk onder de 50-plussers. Dat is nu eenmaal het risico van een natuurproduct: besmetting door erg natuurlijke ziekteverwekkende bacteriŽn. Moeder Natuur is helemaal niet zo lief.
    De enige manier om zich tegen ziektemakers in rauwe melk te beschermen is pasteurisatie of sterilisatie. In uw eigen keuken betekent dat voor rauwe paardenmelk: koken. Rauwe paardenmelk is net zo riskant als rauwe koemelk. Voor mensen die bijvoorbeeld herstellende zijn van een operatie of voor mensen die een chemokuur ondergaan of net hebben ondergaan, is het gebruik van rauwe paardenmelk om die reden alleen al af te raden. Het risico is voor hen eenvoudig te groot. En nee, afkoelen helpt niet; daar zijn die ziektekiemen best tegen bestand.


    Weinig vet

    Bij het zoeken naar betrouwbare informatie over de geneeskracht van paardenmelk is het eerste wat opvalt de schraalheid aan informatie erover. En dat voor een stof waarvan beweerd wordt dat de werking ervan al lang wereldwijd bekend is. Het Nederlandse Voedingscentrum kwam tot dezelfde conclusie. (3)
    Als men zoekt naar wetenschappelijk betrouwbare informatie over de slaapbol (Papaver somniferum), waar we opium van oogsten, de kinaboom (Cinchona ledgeriana) voor kinine of het vingerhoedskruid (Digitalis soorten) voor medicijnen voor bepaalde hartproblemen, dan merkt men dat daar hele boekdelen over bestaan. Van deze planten is de werking inderdaad wereldwijd al enkele eeuwen en soms enkele millennia bekend. Blijkbaar is die werking van paardenmelk minder zeker dan wordt verondersteld. Dat klopt: in feite is er nagenoeg niets bewezen.
    Zeker is maar ťťn ding: voor mensen met koemelkallergie is paardenmelk een bruikbare vervanging van koemelk, ten minste zo lang ze niet tevens allergisch zijn voor paardenmelk. Ze moeten ook ouder zijn dan vier jaar, want voor jonge kinderen is een dergelijke magere melk niet geschikt. Paardenmelkallergie komt voor bij 1 op de 25 van de mensen met koemelkallergie.
    (4) Testen voor deze allergie is dus nodig voor men met het gebruik van paardenmelk begint. Voor mensen met koemelkallergie is er echter ook sojamelk beschikbaar; veel goedkoper en zonder het infectiegevaar van rauwe melk. Nou ja, voor deze toepassing hoeft de paardenmelk ook niet rauw te blijven.
    Verwar koemelkallergie overigens niet met lactose-intolerantie, want in dat geval helpt paardenmelk absoluut niet. Paardenmelk bevat bijna 1,5 maal zoveel lactose als koemelk, dus in dat geval raakt men van de wal in de sloot. Aan lactose-intolerantie lijdt in BelgiŽ overigens maar ongeveer ťťn procent van de bevolking. De meerderheid daarvan kan een of twee koppen melk per dag wel aan, en yoghurt en harde en gerijpte kazen worden eveneens goed verdragen.
    Indien u een dikke portemonnee heeft, de arts een te hoog cholesterolgehalte in uw bloed geconstateerd heeft en u de smaak van paardenmelk niet hinderlijk vindt, dan is het gebruik ervan ter vervanging van volle koemelk een verantwoorde keuze. Magere koemelk heeft echter veel minder vet en is veel goedkoper. Overigens verlaagt paardenmelk op zich dat cholesterolgehalte nauwelijks. De voeding draagt hier namelijk maar een klein gedeelte toe bij en een kwart liter paardenmelk is op het totaal van het dagelijkse voedsel niet veel. Indien u boven de 50 bent Ė zoals veel mensen met een te hoog cholesterolgehalte Ė is het toch beter die paardenmelk eerst te koken.


    Huidaandoeningen en darmklachten

    Vervolgens zou paardenmelk verbetering geven bij huidaandoeningen als eczeem en neurodermitis en bij darmaandoeningen als de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Hierover is nauwelijks materiaal te vinden. Wel bestaat een lijstje met verslagen van individuele gevallen uit ThŁringen. Dat leverde zeven gevallen op (van de 31 gebruikers) waarbij de gebruikers opgaven zich beter te voelen. Bij ťťn daarvan ging dit samen met bioresonantietherapie! Zulke verhalen zeggen niets, want er zijn gewoon te weinig gegevens. Bovendien hoort men meer over de gevallen waar de paardenmelk iets lijkt te doen dan over de gevallen waar het niets uithaalt of waar de klachten verergeren. Want wat was de ervaring van die andere 24 gebruikers? Paardenmelk is niet uitzonderlijk lekker maar wel uitzonderlijk duur. De meesten zullen het dus wel omwille van hun gezondheid hebben gedronken, wat voor die 24 blijkbaar zonder uitzonderlijk resultaat bleef.
    Een groep onderzoekers van de Universiteit van Jena voerde in het jaar 2000 niettemin de allereerste proef uit, met 17 patiŽnten met darmklachten (8 ziekte van Crohn, 9 colitis ulcerosa). Het zou dubbelblind onderzoek zijn geweest, maar het placebo was hypoallergene babyvoeding, wat anders smaakt dan paardenmelk. Bij dit soort kleine aantallen moeten de verschillen wel erg groot zijn om toeval uit te schakelen. Dat waren ze niet, vooral als je weet dat men kon beseffen of men al dan niet het placebo innam. De patiŽnten die paardenmelk innamen voelden zich beter, maar de onderzochte parameters in het bloed, de ontlasting en de urine gaven geen verschil. (
    5) De Duitse patiŽntenvereniging was dan ook niet overtuigd. (6) Voor de zoveelste keer is weer eens aangetoond dat je beter voelen nog niet hetzelfde is als beter zijn.
    Het eerste onderzoek over de daadwerkelijke invloed van de consumptie van paardenmelk op eczeem en neurodermitis moet nog beginnen. Afgelopen mei zocht de Universiteit van Jena naar patiŽnten die hieraan wilden deelnemen. Dat is dus nog afwachten.


    Zuivert de lever en nog veel meer

    Wat blijft er over ? De stijve gewrichten, de menopauzeklachten en de niet nader genoemde welvaartsziekten. Of paardenmelk helpt bij niet met name genoemde ziekten kan niet worden nagegaan. Met die stijve gewrichten worden waarschijnlijk diverse reumatische klachten bedoeld. Het Reumafonds (Nederland) kan geen gegevens vinden die de werkzaamheid van paardenmelk zelfs maar aannemelijk maken. (7)
    Iets dergelijks geldt ook voor darmkanker en borstkanker. Paardenmelk zou hier helpen vanwege de alkylglycerol die in de melk van paardachtigen aanwezig is, zo klinkt het. Hierop reageert dokter Roger Crombez van het A.Z. Sint-Lucas te Brugge als volgt: 'Een (poly)alkylglycerol is een leuke naam voor een vet en komt dus uiteraard in alle types melk voor. Er zijn geen wetenschappelijke bewijzen voor de werkzaamheid van de stof in de bestrijding van kanker.' Voor menopauzeklachten geldt alweer hetzelfde: geen van de bestanddelen van paardenmelk staat bekend om enige werking bij deze klachten.
    De consumptie van paardenmelk zorgt voor een hoger hemoglobinegehalte, dat klopt. Dat doet de consumptie van koemelk en zelfs het eten van een snee brood echter ook. Zo bijzonder is dat dus niet.
    Over het zuiveren van de lever, de darmen en het bloed hoeft niets gezegd te worden; dat is gewoon onzin. En de huid wordt gezuiverd met zoiets simpels als zeep en warm water. Of paardenmelk de weerstand tegen infectieziekten verhoogt? Het is te hopen, want de ongepasteuriseerde en ongesteriliseerde melk kan zelf een bron van infectieziekten zijn. Enig bewijs ontbreekt.
    Voor iemand als ik, die in haar jeugd nog zowel koeien als schapen, maar geen paarden, met de hand heeft gemolken, is het niet prettig hardwerkende paardenhouders teleur te stellen. Maar feiten zijn feiten en die wijzen op dit moment niet op gezondheidswinst door het consumeren van paardenmelk.


    Noten

      1. Voedsel en Warenautoriteit (Nederland) : Paardenmelkerij. Informatieblad 50, 14 juli 2003, of via www.vwa.nl/ ; klik dan achtereenvolgens: voedselveiligheid, infobladen, paardenmelkerijen, of gebruik de zoekfunctie met trefwoord paardenmelk
      2. Interventionsstudie zur Wirksamkeit der Stutenmilch als Dištetikum fŁr Patienten mit Darmerkrankungen. Proc. Germ. Nutr. Soc. 4, 22, 2002.
      3. Stichting Voedingscentrum Nederland, den Haag. e-mail d.d. 6 september 2004.
      4. Businco L., Giampietro P.G., Lucenti P., Lucaroni F., Pini C., Di Felice G., Iacovacci P., Curadi C., Orlandi M. : Allergenicity of mareís milk in children with cow milk allergy. Journal of Allergy and Clinical Immonology. 2000 May; 105(5):1031-4
      5. Als noot 2.
      6.
    www.dccv.de/news/article747.html
      7.
    www.reumafonds.nl/reumafonds/nieuws/2004/paardenmelk


    Cfr. :
    http://www.skepsis.nl/s-frames.html

    18-09-2005 om 18:02 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wonderen der techniek - Elektrische en magnetische gezondheid
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Wonderen der techniek
    Elektrische en magnetische gezondheid

    Roland Glaser
    Roland Glaser is emeritus hoogleraar biofysica. Dit is een vertaling en bewerking van een artikel dat eerder verscheen in FGF-Newsletter en Skeptiker
    Skepter 18(1), voorjaar 2005
    Stichting Skepsis
    Postbus 2657, 3500 GR Utrecht -
    skepsis@wxs.nl
    - 040-2216791 (Jan Willem Nienhuys, secretaris) - 050-3129893 (Rob Nanninga, hoofdredacteur)
    Bron : Skepter 13(4), december 2000
    © Stichting Skepsis

    Hoewel elektriciteit en magnetisme op grote schaal misbruikt worden door kwakzalvers, zijn er wel degelijk interessante toepassingen in de geneeskunde.
    Al vanaf de tijd van Mesmer hebben elektriciteit en magnetisme de naam wonderen te kunnen doen. Er wordt echter ook serieus onderzoek gedaan, en de resultaten van de biofysica zijn van groot belang bij het opsporen en behandelen van ziekten.
    M.J. Rossbach (1882) merkte al op dat de geheimzinnige magnetische krachten sterk op de verbeeldingskracht inwerken. Elke vooruitgang in de natuurkunde bracht kritiekloos geloof in weer nieuwe wondermiddelen met zich mee. Dat is nog steeds waar.
    Op internet wemelt het van de bioresonantietherapie, kwantumgeneeskunde, radionica, kernspinresonantietherapie en nog veel meer. Maar op die websites is niets te vinden over de intensiteit en frequentie van de velden waar het om gaat, en evenmin in welke vaktijdschriften meer te vinden is, bijvoorbeeld over bewijzen van werkzaamheid. De verkopers van al dit moois zeggen allemaal dat hun speciale methode zo optimaal mogelijk is, maar ze zijn vaag over hoe dat optimaliseren in zijn werk is gegaan.
    Er wordt gesmeten met natuurkundige vaktaal. Dat is goed te zien aan de zogeheten bioresonantietherapie (cfr. : http://www.skepsis.nl/bioresonantietherapie.html -). Het spreekt vanzelf dat men aan de oppervlakte van het lichaam allerlei elektrische metingen kan verrichten. De geneeskunde onderzoekt het hart, de hersenen en de spieren met respectievelijk het elektrocardiogram (ECG), het elektro-encefalogram (EEG) en het elektromyogram. Metingen tonen ook geringe elektrostatische spanningsverschillen tussen diverse delen van het lichaam. Deze worden meestal veroorzaakt door details van het contact van de meetelektrode met de huid. Ze hangen af van het geleidingsvermogen van de huid, en van de hoeveelheid zweet. Als een ECG en dergelijke gemaakt worden, vermijdt men deze of compenseert ervoor.
    Iedere elektrotechnicus weet dat zwakke elektrische potentialen ruis vertonen als men ze maar genoeg versterkt. Deze ruis kan men ontleden in verschillende frequenties. Men verkrijgt dan een spectrum. Dat is allemaal standaard wis- en natuurkunde.


    Helende stralen

    De lui van de bioresonantie doen dat ook, en met hun elektroden, versterkers, computers enzovoorts maken ze veel indruk op de patiŽnten. De wonderen beginnen bij het interpreteren van het spectrum. Dit spectrum bestaat uit een mengsel van meetfouten, ruis en vaak ook externe signalen, namelijk als de afscherming niet deugt. Men geeft aan dit alles een biologische interpretatie, en spreekt van ultrafijne trillingen, resonanties die uit het zieke lichaam worden afgetapt en die gerepareerd kunnen worden door ze omgekeerd terug te stralen, en meer van die wartaal. De homeopathie doet ook mee, want homeopathische middeltjes in dichte glazen flesjes zouden ook zulke trillingen uitzenden en aan de meetstroom koppelen. Zegenrijke middeltjes dempen dan de zieke trillingen, in tegenstelling natuurlijk tot de verkeerde pilletjes.
    Het slaat allemaal nergens op. Zulke trillingen zijn nog nooit aangetoond en zijn ook biofysisch gesproken flauwekul. De hele methode bestaat uit koffiedikkijken in het spectrum.
    De alternatieve genezers die met zulke methodes werken halen er de oude Chinese qi (spreek uit tsji) bij. Deze stelt men gelijk aan levenskracht en ook aan natuurkundige energie. Maar het woord qi betekent zoiets als damp, geest, subtiele invloed. Het is geen natuurkundig begrip, in tegenstelling tot de manier waarop de alternatieve genezers het hanteren.
    In dit verband moet de methode van de plattelandsdokter Reinhold Voll genoemd worden, die in de jaren 1950 een diagnostisch systeem ontwikkelde. Het bestond uit huidweerstandmeting op acupunctuurpunten in combinatie met homeopathische flesjes als boven vermeld. Dit is de zogeheten elektroacupunctuur volgens Voll (EAV). Met acupunctuur heeft het eigenlijk niets te maken: men prikt noch geneest, maar er worden diagnoses gesteld.
    Alle variaties van bioresonantietherapie en elektroacupunctuur gaan in wezen terug op de uitvindingen van Albert Abrams aan het begin van de 20ste eeuw. Deze had wel drie machines waarmee hij ziekten via 'trillingen' kon aantonen en vervolgens genezen door de trillingen te verbrijzelen: de biodynamometer, de elektrobioscoop en de oscilloclast, allemaal elektrisch gesproken volslagen onzinapparaten. Ze werkten ook met bloeddruppeltjes of proeven van handschrift van de onderzochte personen. Behalve allerhande kwalen kon men er ook geslacht, religie en financiŽle omstandigheden mee vaststellen. Of de genezende krachten ook op de portemonnee werkten moet betwijfeld worden. De machines konden hun helende stralen over grote afstanden laten werken. In 1923 waren er in de VS 3500 artsen die met de toestellen van Abrams werkten. Abrams stierf in 1924 en liet een vermogen van twee miljoen dollar na. De ideeŽn van Abrams zijn nog allemaal in de een of andere vorm in omloop. Zelfs zieke bossen kan men er op afstand mee genezen (cfr. ďSkepterĒ, september 1993 en http://www.skepsis.nl/andeweg.html -).


    Drie groepen

    De wetenschappelijke geneeskunde berust op een combinatie van experiment en theorie. Als we ons beperken tot de elektromagnetische geneeskunde, dan kunnen we die in drie groepen verdelen.
    De eerste groep omvat alles wat zowel theoretisch begrepen is, als klinisch onderzocht. Voorbeelden zijn prikkelstroomtherapie, stimulering door magneetvelden, elektrochemotherapie, hyperthermie, iontoforese en andere.
    Iontoforese is een elektrische therapie met een redelijke onderbouwing. Daarbij worden geneesmiddelen in de vorm van geladen moleculen in het lichaam gebracht door middel van gelijkstroom. Eigenlijk gaat het om een verbetering van opname door de huid. Bij elektrochemotherapie worden korte elektrische pulsen met hoge veldsterkten toegepast. Daardoor worden als het ware gaatjes geprikt in de celmembranen, zodat werkzame middelen makkelijker in de cellen kunnen dringen. Sommige middelen tegen kanker dringen normaal maar slecht door in de cellen waartegen ze gericht worden. Met deze methode kan kanker lokaal behandeld worden. Het onderzoek is echter nog in het stadium van proeven met dieren, dus men kan deze methode ook rekenen bij de volgende groep.
    De tweede groep bestaat uit behandelingsmethoden die theoretisch veelbelovend zijn, maar waarvoor nog niet voldoende bewijs is, en waarvan men vaak (nog) niet weet hoe men ze het beste kan toepassen. Voorbeelden zijn behandeling van botbreuken, wonden en zenuwherstel.
    Alles wat theoretisch onbegrijpelijk is, vormt de derde groep. Daar is ook nooit een bewijs voor op grond van proeven met zieken. Dat is de hele alternatieve winkel van magneettherapie, bioresonantie enzovoorts.
    TherapieŽn die bewijsbaar effectief zijn, zonder dat we zelfs maar kunnen vermoeden waarom, zijn er op dit gebied niet.


    Magneten

    Met magneettherapie bedoelen we alles wat gebruik maakt van permanente magneten. Mesmer begon hier al mee (wellicht afgekeken van de jezuÔet Hell), en hoewel hij snel ontdekte dat het zonder magneten net zo goed ging, worden door anderen nog steeds geneeskrachtige magneten aangeboden. Wereldwijd ging er in 1999 voor ongeveer vijf miljard dollar om in magneetpleisters, -gordels, -hangers, -matrassen, -kussens, en magnetische armbanden, inlegzolen enzovoorts (Cfr. bijvoorbeeld ďDe strijd om de BiostabilĒ op : http://www.skepsis.nl/santanera.html - van Bruno Santanera en ďNickens WebsiteĒ op : http://www.skepsis.nl/nikken.html -). Er is wel onderzoek naar de effectiviteit van magneten gedaan, en bij sommige kleine onderzoeken, met tien of minder patiŽnten, wordt wel eens een effect gevonden dat statistisch weinig indrukwekkend is.
    Bij veel van die proeven ziet men een sterk placebo-effect. Als er met apparatuur gewerkt wordt die heimelijk uitgeschakeld kan worden zonder dat de patiŽnt het merkt, ziet men bijvoorbeeld een flinke pijnreductie in de placebogroep. Bij proeven met hangers, pleisters enzovoorts is niet goed te blinderen omdat de patiŽnt makkelijk na kan gaan of het wel om een echte magneet gaat. Bij zulke proeven lijken de magneten dan ook vaak te helpen. Kennelijk wordt het suggestieve effect versterkt door de wetenschap dat men een echte magneet op de knie heeft zitten.
    Bij een bekende en vaak geciteerde studie van het Baylor College (29 verum, 21 placebo) werd een al dan niet echte magneet drie kwartier tegen de huid gedrukt, met een duidelijk onmiddellijk effect op de pijnbeleving. Het is niet meer na te gaan of er goed geblindeerd is, maar dat de verloting niet deugde is goed te zien aan de samenstelling van de groepen. De placebogroep was ouder en telde relatief veel meer mannen en kan dus als geheel wat ongevoeliger voor suggestie geweest zijn.
    Volgens veel reclame bevorderen magneten de bloedsomloop, bijvoorbeeld omdat er ijzer in rode bloedlichaampjes zit. Die verklaring is onzin. Bloed trekt zich niets aan van magneten. Het hele menselijke lichaam bevat maar ongeveer drie gram ijzer en niet eens in magnetiseerbare vorm. Een schijf bloedworst blijft echt niet aan een magneet hangen. Zelfs al zou bloed dat wel doen, dan nog zou een magneet de stroomsnelheid van het bloed niet kunnen vergroten, integendeel. Wetenschappers hebben zich zelfs moeite gegeven om experimenteel te laten zien dat het bloed niet sneller gaat stromen bij een magneet. Als magneten werkelijk de bloedsomloop zouden bevorderen, zou een magneet vlak bij de huid een rode plek moeten geven en men kan makkelijk vaststellen dat zoiets niet gebeurt (als bloed invloed zou ondervinden van magneten, zou een MRI-onderzoek onmogelijk zijn. Het buitengewoon krachtige veld waaraan de patiŽnt in een MRI-machine blootstaat zou volgens Barrett de patiŽnt doen exploderen).
    Vaak wordt vermeld dat dieren ook baat hebben bij magneten, en meer in het bijzonder dat er in de paardensport grote successen mee geboekt worden. Paarden kunnen de reclame voor magneetverbanden niet lezen, dus van een placebo-effect kan geen sprake zijn. Maar paarden zijn net als mensen gevoelig voor aandacht, en jockeys zijn vaak nogal lichtgelovig.
    Op Stephen Barretts website Ė cfr. : www.quackwatch.org - staat een artikel van Barrett zelf over, dat een zestal gevallen noemt van Amerikaanse verkopers van magnetische artikelen die door de rechter werden teruggefloten. Bij de gewraakte artikelen waren ook magnetisch water (!) en golfschoenen die een gebrek aan magnetisme zouden corrigeren Ė cfr. : http://www.quackwatch.org/01QuackeryRelatedTopics/PhonyAds/florsheim.html -). Een van de zondaars die Barrett vermeldt, is het echtpaar Richard en Ernestine Markoll en hun medewerker Trock, die een strafrechtelijke veroordeling kregen voor hun frauduleuze en onwettige toepassingen van pulserende velden (waarover zo dadelijk meer) en omdat Richard zich voor arts had uitgegeven. Bovendien moest hun bedrijf vier miljoen dollar aan de regering betalen. Markoll woont nu in MŁnchen waar hij zijn oude stiel hervat heeft en uiteraard schermt met zijn jarenlange onderzoek.
    In Barretts nieuwsbrief van 2 november 2004 Ė cfr. : http://www.ncahf.org/digest04/04-44.html - wordt de firma Media Maverick vermeld. Die verkocht een 'Balance Bracelet' die zogenaamd 'elektro-gepolariseerd' was en pijn heette te verdrijven afkomstig van een 'onbalans in de positieve en negatieve energie'. Media Maverick kwam met de Federal Trade Commission overeen dat ze 400.000 dollar zouden betalen om de klanten schadeloos te stellen (cfr. ook elders op de Quackwatch site : http://www.quackwatch.org/01QuackeryRelatedTopics/PhonyAds/qray.html -).
    Toch zijn er wel nuttige toepassingen van de magnetische kracht voor diagnose en therapie. De laatste paar jaren hebben er stormachtige ontwikkelingen plaatsgevonden.
    Met name zijn 'supraparamagnetische nanodeeltjes' veelbelovend. Het idee is dat zulke deeltjes aan antilichamen worden gekoppeld die tegen specifieke cellen of specifieke grote moleculen in het bloed zijn gericht. Als deze antilichamen zich aan hun doel hechten, kunnen ze met behulp van magneten op bepaalde plekken worden geconcentreerd. Deze techniek heet magnetische separatie, of immuno-magneettechniek. Een andere mogelijkheid is om chemotherapeutische middelen aan zulke nanomagneten te koppelen en ze dan met magneten naar een kwaadaardig gezwel te dirigeren. Een derde optie is dat men de magnetische deeltjes naar de tumor stuurt, en dan de patiŽnt aan een hoogfrequent veld blootstelt. De nanomagneetjes warmen dan veel sterker op dan het omliggende weefsel, zodat alleen de tumor 'gekookt' wordt.
    Een wetenschappelijke grondslag is er ook voor de magnetische stimulatie van de hersenen. Men wekt dan kortdurende uiterst krachtige magnetische velden op. Deze hebben een indirect effect, namelijk door kringstromen die zo worden opwekt. Met deze methoden kan men zonder elektroden in de hersenen aan te brengen er toch plaatselijk een stroom in laten lopen. Neurologen hebben hier belangstelling voor. Hoe het echter met de bijwerkingen zit, is niet duidelijk.


    Pulserende velden

    Hiermee zijn we eigenlijk al op het gebied van de medische toepassingen van pulserende elektromagnetische velden (Engelse afkorting PEMF) gekomen. In de breedste zin hoort TENS hier ook bij (cfr. ďSkepterĒ, maart 2001 op : http://www.skepsis.nl/tens.html -). TENS werkt met elektroden op de huid die duidelijk voelbare prikkelingen opwekken en die met meer of minder succes spierontspanning teweeg brengen. Bij PEMF gaat het om het directe effect van het veld of de erdoor opgewekte kringstromen. Die kringstromen zijn echter veel te zwak om direct te voelen. Een meta-analyse van Schmidt-Rohlfing (2000) concludeert op grond van 37 onderzoeken met in totaal 3379 patiŽnten dat er geen wetenschappelijk bewijs is voor de werking van PEMF bij orthopedische aandoeningen.
    Er zijn heel veel soorten PEMF-therapieŽn met allemaal verschillende indrukwekkende namen, teveel om op te noemen. Wetenschappelijke publicaties zijn er nauwelijks. De reclame en de lovende krantenartikelen staan bol van de onzin. Wat te denken van 'de zieke lichaamseigen signalen weer in gezonde banen voeren' door de kernspin van de 'lichaamseigen atomen' te manipuleren ? Sommige producenten moduleren de PEMF met behulp van muziek. De klant kan kiezen uit Hšndel of Heavy Metal of wat hij of zij maar mooi vindt.
    Het is overigens niet allemaal subtiele trillingen wat de klok slaat. Sommige verklaringen kunnen voor leken aannemelijk lijken. Zo pretendeert men iets aan de ionenstroom door celmembranen of de stand van gepolariseerde eiwitmoleculen te doen. Ook het bevorderen van de bloedsomloop via de ladingen van bloedlichaampjes klinkt als niet helemaal uit de lucht gegrepen. Als men gaat rekenen blijkt de sterkte van de gebruikte velden vele machten van tien tekort te komen voor de geclaimde effecten. Men vermeldt nooit dat het lichaam goed is afgeschermd, zelfs tegen de eigen velden. De stroom in een zenuwvezel mag nabijgelegen zenuwen natuurlijk niet storen. Dat alles realiseert de leek zich niet, en daar maakt de reclame gebruik van.


    Botgroei

    PEMF-therapie wordt onder andere gebruikt voor genezing van botten. Daar steekt iets meer achter, hoewel het nog erg speculatief is. Het uitgangspunt is een hypothese van Julius Wolf uit 1892. Bot is opgebouwd uit kleine staafjes, en volgens Wolf is de richting van die staafjes niet willekeurig en ook geen kwestie van erfelijke aanleg. Integendeel, de mechanische belasting van het bot bepaalt de oriŽntering van de staafjes. Een Japanse onderzoeksgroep onder leiding van Iwao Yasuda bewees in 1953 dat een belasting van een bot een elektrisch signaal produceert. Het boteiwit produceert spanningsverschillen bij belasting, maar het belangrijkst zijn toch de stromingspotentialen in de botkanaaltjes.
    Het lag voor de hand dat de daardoor opgewekte stroompjes de botgroei sturen, en vervolgens dat bij schade aan het bot elektrische stimulatie het herstel bevorderen kan. Tot nu toe zijn er al enkele honderden publicaties over onderzoek aan mens en dier verschenen. Helaas zijn er al firma's die speciale machines verkopen die op dit idee gebaseerd zijn, zonder dat er deugdelijke bewijzen zijn voor de werking. Deze apparaten voeren diverse soorten stroom toe, of wekken ze door inductie in het bot op. Er is al een metastudie verschenen, die concludeert dat er nog helemaal niets te zeggen valt (Akai en Hayashi, 2002).
    Eigenlijk weet men nog maar weinig van de koppeling tussen het elektrische veld en botgroei. Bij herstel van bot zijn drie soorten cellen betrokken. Op de oppervlakte van het bot bevinden zich vrij beweeglijke cellen, de osteoblasten en de osteoclasten, die respectievelijk voor botopbouw en -afbraak zorgen. Uit de osteoblasten vormen zich de osteocyten die uiteindelijk deel gaan uitmaken van het bot. Het zijn stervormige cellen met tot wel tachtig uitlopers die een lengte van wel 15 millimeter kunnen hebben, en die een netwerk van onderling communicerende cellen vormen.
    Op het ogenblik richt het onderzoek zich op die uitlopers. Deze liggen in smalle kanaaltjes in de matrix van het botmateriaal. Als het bot maar een beetje (een promille of zelfs minder) verbuigt, ontstaat een elektrisch stroompje in de enkele nanometers brede vloeistoflaag tussen het celmembraan van de uitlopers en de wand van het kanaaltje. Hetzij de stroom zelf, hetzij het spanningsverschil dat bij de stroom hoort, stimuleert de osteocyten zodat ze stoffen uitscheiden die het evenwicht tussen osteoblasten en osteoclasten veranderen.
    In principe opent dit de mogelijkheid voor therapie. Zou je geen stroompjes in de botten kunnen opwekken die bijvoorbeeld door hun frequentie de natuurlijke belasting van het lopen simuleren? Er moet nog veel werk verzet worden voor het mechanisme van het proces begrepen is, en voor dit begrip is omgezet in een bruikbaar apparaat. Op winst beluste charlatans kunnen de vooruitgang alleen maar schaden.


    Meer uit groep twee

    Wondgenezing is nog een voorbeeld van de tweede groep (theoretisch niet onaannemelijk, maar praktisch onvolgroeid). Het idee berust op het feit dat er vaak een spanningsverschil is tussen twee kanten van een weefselmembraan, in het bijzonder bij de huid. De spanningen waar om gaat, zijn van de orde van 20 tot 100 millivolt. Bij de huid worden die in stand gehouden doordat het epithelium ionen transporteert, maar verder een isolator is. Een huidbeschadiging werkt dan als een kortsluiting en veroorzaakt plaatselijk een veld van tot 200 millivolt per millimeter oftewel 200 V/m. Zo'n veld kan twee effecten op cellen hebben: de vrij beweeglijke (granulocyten, fibroblasten) gaan stroomop- of afwaarts, en 'onbeweeglijke' cellen (zenuwen bijvoorbeeld) kunnen gaan groeien in de veldrichting. Beide effecten treden op bij wondgenezing. Hier wordt onderzoek naar gedaan bij wonden aan de ogen. Het idee is natuurlijk de natuur een handje te helpen met behulp van kunstmatige velden. In de praktijk is het een hele toer om velden van de goede sterkte lokaal aan te brengen.
    Ten slotte zijn er nog de verschillende warmtebehandelingen met hoogfrequente velden. Daarvoor zijn thans in gebruik therapie met korte golven (13 tot 40 kilohertz) en met microgolven (400 tot 2450 megahertz, met golflengten van enkele centimeters tot een meter). Die zitten in groep een. Een aantal publicaties is gewijd aan frequenties die nog tien maal zo hoog zijn. Zulke velden dringen niet erg diep door in het lichaam, dus men kan er niet zomaar elk orgaan mee behandelen. Gezocht wordt naar methoden om de velden via buisjes of slangetjes in het lichaam te voeren. Men probeert zo ook de bloed-hersenbarriŤre tijdelijk te slechten om zo geneesmiddelen naar de hersenen te brengen. Ook deze methode is nog ver verwijderd van klinische toepassingen.
    Elektrische en magnetische velden hebben dus nog een mooie toekomst. De onderzoekers hebben het er niet makkelijker op door de activiteiten van oplichters, maar in het verleden hebben die de vooruitgang niet kunnen tegenhouden. Dat is een hele troost.


    Cfr. : http://www.skepsis.nl/s-frames.html

    18-09-2005 om 17:23 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (6 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Trauma of dissociatie - Interview met Harald Merckelbach
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Harald Merckelbach


    Trauma of dissociatie

    Interview met Harald Merckelbach

    Han IsraŽls
    Han IsraŽls is publicist. Hij schreef onder meer ďDe Weense kwakzalver: Honderd jaar Freud en de freudianenĒ (Bert Bakker, 1999)

    Stichting Skepsis
    Postbus 2657, 3500 GR Utrecht -
    skepsis@wxs.nl - 040-2216791 (Jan Willem Nienhuys, secretaris) - 050-3129893 (Rob Nanninga, hoofdredacteur)
    Bron : Skepter 13(4), december 2000


    Mishandeling op jeugdige leeftijd kan later leiden tot dissociatie, zo luidt de communis opinio. De Maastrichtse hoogleraar Merckelbach denkt echter dat oorzaak en gevolg ingewikkelder in elkaar grijpen.

    Wat zijn de gevolgen van jeugdtrauma's zoals incest of zware fysieke mishandeling ?
    Naar die vraag is veel onderzoek gedaan. En we weten zo langzamerhand vrij precies het antwoord. Het gevolg op lange termijn is een heel bepaald soort psychiatrische klachten dat 'dissociatie' wordt genoemd. 'Dissociatie' betekent zoiets als 'afsplitsing'. Bij dissociatie splitst een stukje van het bewustzijn zich af, met als gevolg dat je bijvoorbeeld stukken van je geheugen kwijt bent. In het ergste geval kan het leiden tot een ernstige psychiatrische ziekte, de meervoudige persoonlijkheidsstoornis.

    Het verband tussen jeugdtrauma's en dissociatie is de afgelopen jaren zo vaak gevonden dat hierover geen twijfel meer mogelijk is. Steeds weer scoren mensen die vertellen dat zij als kind misbruikt of mishandeld zijn, hoger op een psychologische test waarmee dissociatie wordt gemeten. Mochten er nog mensen bestaan die denken dat wetenschappen als de psychologie en de psychiatrie weinig voorstellen, dan blijkt uit deze bevindingen het tegendeel. Hier is sprake van een keihard wetenschappelijk verband over een belangrijke kwestie.

    Of toch niet ?
    Harald Merckelbach, hoogleraar experimentele psychologie in Maastricht, vraagt zich af of we eigenlijk wel zo zeker weten dat jeugdtrauma's leiden tot dissociatie. Misschien is er sprake van een omgekeerd verband, zo vermoedt hij. Mensen die hoog scoren op een dissociatietest blijken mensen te zijn die beschikken over een rijke fantasie en die vaak twijfelen aan de betrouwbaarheid van hun eigen geheugen. Wie twijfelt aan de betrouwbaarheid van zijn geheugen, is gemakkelijk te beÔnvloeden met suggestieve vragen. Mensen die veel fantasie hebben en die gemakkelijk beÔnvloed kunnen worden, hebben vaker de neiging om positief te antwoorden op vragen die duidelijk in een bepaalde richting gaan, bijvoorbeeld vragen over jeugdtrauma's, vooral als die vragen nogal vaag geformuleerd zijn zoals 'Was er in uw gezin vroeger iemand die u haatte?'

    Als Merckelbach gelijk heeft, dan is het dus helemaal niet zo zeker dat jeugdtrauma's leiden tot dissociatie. Maar dan zou het wel eens omgekeerd kunnen zijn: dissociatie leidt tot jeugdtrauma's, of beter gezegd: wie hoog scoort op een dissociatietest, is vaker geneigd om vragenlijsten over jeugdtrauma's zo in te vullen dat het lijkt alsof er een traumatische jeugd is geweest.

    Tot dusver hebben Merckelbach en zijn medewerkers hierover alleen gepubliceerd in de Amerikaanse psychologische vakliteratuur. Binnenkort zal hij hierover samen met de rechtspsycholoog Hans Crombag publiceren in het Nederlandse vaktijdschrift De Psycholoog.

    Merckelbach schreef eerder samen met Crombag een boek, Hervonden herinneringen en andere misverstanden (1996), over een enigszins vergelijkbare omkering. Dat betrof een boek over 'hervonden' herinneringen. Soms ontdekken mensen in psychotherapie iets dat ze nooit eerder hebben geweten, namelijk dat ze als klein kind seksueel zijn misbruikt. Dat seksuele misbruik zou dan verklaren waarom ze later problemen kregen en dus in psychotherapie moesten. Merckelbach en Crombag betoogden dat het waarschijnlijk in veel gevallen omgekeerd ligt: niet het misbruik is de oorzaak van het in therapie moeten, maar de therapie leidt tot het creŽren van nieuwe herinneringen aan seksueel misbruik. De herinneringen aan het misbruik zijn pseudo-herinneringen die het gevolg zijn van suggestie door de therapeut.

    Ik bezocht Merckelbach op zijn werkkamer in Maastricht.

    I : Professor Merckelbach, u vraagt zich af of het verband tussen trauma en dissociatie niet precies omgekeerd ligt. Dissociatie leidt tot hogere scores op vragenlijsten over jeugdtrauma's. Of, om het eens heel plat te zeggen, mensen die hoog scoren op dissociatietests, zijn mensen die de neiging hebben om allerlei jeugdtrauma's te verzinnen ?
    M : Nee, zo plat kun je dat niet zeggen. Ik zeg: het is een mogelijkheid die serieus onderzocht moet worden.

    I : Zou het niet allebei waar kunnen zijn ? Dus: trauma leidt tot dissociatie, maar ook: dissociatie leidt tot trauma in de zin van: wie hoger scoort op vragenlijsten over dissociatie, heeft de neiging om ook andere vragenlijsten, bijvoorbeeld over jeugdtrauma's, hoger in te vullen ?
    M : Ja. Dat zou best kunnen. Misschien zijn er twee groepen. Enerzijds een groep van ernstig getraumatiseerden die aan hun afschuwelijke werkelijkheid proberen te ontsnappen met dissociatie. En anderzijds mensen die heel creatief zijn en veel fantasie hebben, veel acteertalent en die langs die weg tot hoge dissociatiescores komen en veel jeugdtrauma's rapporteren.
    Ik heb mij afgevraagd hoe je zou kunnen nagaan welke route waarschijnlijker is. Ik heb onlangs een traumavragenlijst voorgelegd aan collega's en gevraagd: welke vragen zijn vager en welke vragen zijn meer specifiek ? Daar bestaat behoorlijke overeenstemming over. Vervolgens heb ik gekeken naar het verband met dissociatie en dan blijkt dat het verband tussen trauma en dissociatie het sterkst is bij die vaag geformuleerde vragen. Dat pas natuurlijk goed in mijn model.
    Kijk, we hebben te maken met een psychiatrie die dogmatisch gelooft dat dissociatieve stoornissen altijd veroorzaakt worden door traumatische jeugdgebeurtenissen. Dat geloof berust vooral op statistische verbanden tussen trauma en dissociatie. En wat men daarbij over het hoofd ziet, zijn een aantal dingen die daarmee niet kloppen.
    Twee voorbeelden :
        * een onderzoek naar holocaustslachtoffers, dus mensen die zonder enige twijfel zwaar getraumatiseerd waren. Die mensen scoorden niet hoger op een dissociatietest. Dat is raar.
        * een studie naar psychiatrische patiŽnten waarbij een duidelijk verband werd gevonden tussen dissociatie en jeugdtrauma's, tenminste als die jeugdtrauma's gemeten werden met een vragenlijst die de patiŽnten zelf moesten invullen. Maar als je de hoeveelheid jeugdtrauma's liet vaststellen door buitenstaanders die de uitvoerige dossiers van die patiŽnten hadden bestudeerd, dan was er helemaal geen verband meer. Dan was er zelfs een licht negatief verband tussen dissociatie en jeugdtrauma's. Dat is heel merkwaardig.

    I : Bent u ooit in onderzoek iets tegengekomen waarvan u dacht: dat pleit tegen mijn idee ?
    M : Er bestaan een paar studies waarbij mensen die een trauma hebben ondergaan, daarna zijn gevolgd, en dan zie je inderdaad een lichte stijging van de hoeveelheid dissociatieve klachten. Dus dan weet je zeker dat er eerst een trauma was en pas daarna een toename van de dissociatie. Maar dan gaat het om trauma's zoals het meemaken van een aardbeving. Dat is niet te vergelijken met het soort jeugdtrauma's waar we het hier over hebben, dingen als incest, zware lichamelijke mishandeling, dingen die zich in het verborgene hebben afgespeeld. Dus die studies over bijvoorbeeld zo'n aardbeving zeggen niet zo veel. Neen, ik ben nooit iets tegengekomen dat echt tegen mijn idee pleit.

    I : Hebben de aanhangers van het gangbare model Ė trauma leidt tot dissociatie Ė al gereageerd op uw nieuwe idee ?
    M : Neen. Het is wel zo dat als je artikelen hierover aanbiedt voor publicatie, dat je dan vaak extra streng beoordeeld wordt. Of men zegt: dat wisten we toch al ?

    I : Bent u niet bang dat de verkeerde mensen gebruik gaan maken van uw idee ? Dat een incestpleger tegen de rechter zegt : professor Merckelbach heeft bewezen dat het helemaal niet zeker is dat incest leidt tot latere psychiatrische klachten ?
    M : Dat zeggen die incestplegers ook wel zonder mij. Maar als het gaat om de rechtszaal, dan wil ik daar een andere kanttekening bij plaatsen. Stel, je hebt een rechtszaak met een vrouw die zegt dat zij het slachtoffer is van incest, dan komen getuige-deskundigen nogal eens aanzetten met de hoge dissociatiescore van zo'n vrouw als extra aanwijzing dat ze vroeger inderdaad echt misbruikt is. En die redenering is dus veel te snel. Dat is het belang van mijn idee voor de rechtszaal.

    I : Is uw idee nieuw ?
    M : Als mogelijkheid is het wel eens terloops geopperd. Niemand heeft ooit eerder geprobeerd om het serieus te onderzoeken.

    I : Vindt u het leuk om al die eerdere traumaonderzoekers onderuit te halen ?
    M : Neen. Het is oprechte nieuwsgierigheid naar: hoe zit dat nou ? Want soms vind je inderdaad hele sterke verbanden tussen trauma en dissociatie, bijvoorbeeld bij psychiatrische patiŽnten die zichzelf verwonden. Ik wil weten hoe dat daar zit. En als er een werkelijk goed onderzoek komt dat aantoont dat er eerst trauma is en daarna dissociatie, dan zal ik ook direct toegeven dat ik blijkbaar een verkeerd idee heb gehad.


    Cfr. : http://www.skepsis.nl/merckelbach.html

    18-09-2005 om 16:54 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De werking van de hersenen bij angst en paniek
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




    De werking van de hersenen
    bij angst en paniek

    Dadoo.nl



    Wat gebeurt er in de hersenen bij angst en paniek ?

    Zoals al eerder duidelijk werd spelen de werking van bepaalde neurotransmitters in de hersenen een belangrijke rol bij paniek. We proberen hieronder duidelijk te maken welke rol welke transmitter speelt. Verder willen we doorverwijzen naar een andere site op internet (engels) die regelmatig nieuwe informatie geeft over deze zaken : http://www.queendom.com/articles/mentalhealth/pd.html -.

    We willen naast deze informatie wel duidelijk aangeven dat er naast de biologische aspecten vaak ook sprake is van psychologische aspecten die zeer zeker van invloed zijn op het ontstaan en het verloop van een paniekstoornis. Vaak worden bij mensen naast een paniekstoornis ook nog al eens andere persoonlijkheidsstoornissen gediagnosteerd. Daar willen we hier nu niet verder op ingaan. Informatie over persoonlijkheidsstoornissen kunt u vinden bij de vele links die vermeld staan onder de menu-optie "links".

    De werking van de neurotransmitter

    Een neurotransmitter is een stof met een geleide functe, vandaar ook de naam geleidingsstof. De geleidende werking kun je vergelijken met:  water is een geleider voor stroom. Op deze wijze geleiden de neurotransmitters zenuwprikkels (of informatie welke binnen het zenuwstelsel wordt doorgegeven/overgedragen).

    Het zenuwstelsel is opgebouwd uit zenuwcellen (neuronen). De zenuwcellen zijn met elkaar verbonden via uitlopers (dendrieten en neurieten). Op deze wijze vormen ze een keten of netwerk. Het gehele netwerk bestaat uit twee delen: het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggemerg) en het perifere zenuwstelsel (zenuwbanen). Daar waar de zenuwcellen met elkaar verbonden zijn noemt men de synaps. Deze verbinding is met een stekker en een stekkerdoos te vergelijken. In de synaps vindt de prikkeloverdracht plaats.(zie plaatje hieronder)

    synaps.gif (5476 bytes)

    In de synaps bevinden zich kleine blaasjes. In die blaasjes bevinden zich de neurotransmitters (bijvoorbeeld serotonine) Bij de prikkeloverdracht gaan de blaasjes open en komt de serotonine vrij in de zogenaamde synaptische spleet. Hierdoor kan dan geleiding plaatsvinden. Na de prikkeloverdracht wordt de serotonine in het blaasje "terug opgenomen" (als het ware een auto-recycle-systeem). Dit terug opnemen wordt re-uptake genoemd. Bij een  paniekstoornis zou, volgens onderzoek, een disregulatie zijn in de synaptische spleet. Hierdoor kunnen neuro-vegetatieve symptomen ontstaan zoals hartkloppingen, beven, zweten, misselijk worden, ademnood, warmte en koudte gevoelens en uiteindelijk de beleving van paniek. Bepaalde medicijnen (SSRI's= Selectieve Serotonine Re-uptake Inhibitors ) reguleren de beschikbaarheid van serotonine in de synaptische spleet waardoor de prikkelgeleiding weer beter gaat verlopen (*tekst van Fobex)

    Cfr. : http://www.dadoo.nl/pfg/ 

    18-09-2005 om 11:37 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Persoonlijkheidsstoornis NAO
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Persoonlijkheidsstoornis NAO

    Geestelijke gezondheid
    Arnt 2005


    Wat is een persoonlijkheidsstoornis NAO ?

    De afkorting NAO staat voor 'Niet Anderszins Omschreven', wat eigenlijk al aangeeft, dat de persoonlijkheidsstoornis niet echt in te delen is. Vaak is het een combinatie van symptomen uit andere stoornissen, zoals NPS, borderline en dissociatieve stoornissen, maar elke andere combinatie is ook mogelijk. Dit maakt het des te moeilijker voor de patiŽnt om informatie te vinden over zijn individuele situatie.
    Om toch inzicht te krijgen in de diagnose en hoe de behandelaar tot deze diagnose is gekomen is het belangrijk dat de behandelaar de patiŽnt voorlicht over de symptomen die hij of zij heeft gesignaleerd, zodat de patiŽnt bij informatiebronnen over andere persoonlijkheidsstoornissen naar meer informatie over kenmerken en behandelingen kan zoeken. Inzicht in de eigen situatie is vaak niet alleen een handvat voor patiŽnt, maar zeker ook voor de omgeving zodat deze inzicht kan krijgen in de stoornis.

    Kenmerken

    Deze zijn dus per individueel geval verschillend en dit maakt het onmogelijk een standaard rij neer te zetten. U zult bij de andere stoornissen op deze pagina symptomen aantreffen welke van toepassing kunnen zijn op een patiŽnt met persoonlijkheidsstoornis NAO. De klachten van de patiŽnt zijn zeer variŽrend en te denken valt aan angsten, depressiviteit, laag zelfbeeld en ongenoegen met betrekking tot verschillende zaken in het persoonlijke leven.

    Verloop

    Bij sommige patiŽnten is er een sterke uiting van de symptomen in een crisissituatie, terwijl bij anderen juist jarenlange problemen of klachten ten grondslag liggen aan het ontstaan van de stoornis. Dit betekent dus ook dat het verloop van de persoonlijkheidsstoornis NAO niet duidelijk te geven is.

    Behandeling

    Door de complexe combinatie van symptomen is het belangrijk dat de behandeling op de individuele patiŽnt wordt afgestemd. Voor crisisbeheersing kan medicatie een goed middel zijn. De behandeling zal vaak gericht zijn op hechtingsproblematiek en traumatische beelden, omdat behandeling van de individuele kenmerken moeilijk is, daar deze zeer divers zijn. Doel van de therapie zal in eerste instantie zijn om het evenwicht tussen draagkracht en draaglast voor de patiŽnt terug te vinden. Op het moment dat de patiŽnt er aan toe is kan geprobeerd worden om de sociale vaardigheden van de patiŽnt met gedragstherapie te behandelen en structuur in het dagelijkse leven te scheppen. Hiertoe is het belangrijk om de omgeving van de patiŽnt te betrekken in de behandeling.


    Cfr. : http://www.geestelijke-gezondheid.nl/persoonlijkheidsstoornisNAO.htm

    18-09-2005 om 11:29 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Persoonlijkheidsstoornissen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Persoonlijkheidsstoornissen

    Geestelijke gezondheid
    Arnt 2004


    Persoonlijkheid

    Om iets te begrijpen van wat een persoonlijkheidsstoornis is het uiteraard allereerst belangrijk om te kijken wat de persoonlijkheid van iemand is. Volgens de psychologie is de persoonlijkheid het geheel van gedragingen dat een persoon heeft. De persoonlijkheid wordt hoofdzakelijk gevormd door twee factoren, aan de ene kant zijn er de erfelijke factoren en aan de andere kant is er de omgeving, die met name in de kinderjaren veel invloed heeft op de vorming van het gedrag van een persoon. Dit betekent dus dat iemands persoonlijkheid gevormd wordt aan de hand van zijn/haar omgeving in de jeugd. In combinatie met erfelijke aanleg wordt in deze jaren bepaald hoe een persoon later zal reageren op de gebeurtenissen om zich heen. Er wordt in de volksmond wel eens gesproken over een 'sterke persoonlijkheid' wanneer iemand een sterk karakter heeft. Vaak is dit echter een misvatting, iedereen heeft immers een andere persoonlijkheid en wat aan de buitenkant sterk lijkt is soms een teken dat de persoon zijn of haar gevoelens niet goed kan uiten en zichzelf daardoor op lange termijn tekort doet. Als de persoonlijkheid eenmaal gevormd is, is het in een enorm zware taak deze nog te veranderen, vanwege het jarenlang bouwen aan het automatisme om op bepaalde situaties te reageren.


    Persoonlijkheidsstoornis

    De term geeft het al aan, er is een afwijking in de persoonlijkheid. Dit betekent dus eigenlijk dat de patiŽnt met een persoonlijkheidsstoornis anders op situaties reageert dan wat men als 'normaal' beschouwt. Aan de ene kant geeft dit een tegenstrijdigheid aan, wie bepaalt immers wat een normale gedraging is? Aan de andere kant is het misschien beter om te spreken van gedragingen die schadelijk zijn voor de patiŽnt en/of zijn omgeving.

    De patiŽnt met een persoonlijkheidsstoornis zal dus in bepaalde situaties zeer impulsief of juist geheel in zichzelf gekeerd reageren waardoor hij of zij een ongelukkig gevoel krijgt of mensen in de omgeving pijn doet zonder dat daar een aangewezen reden voor is. In dit laatste geval is het ook vaak allerminst de bedoeling van de patiŽnt om anderen te beschadigen, maar is het een soort automatische reactie, die de patiŽnt zich heeft aangeleerd.


    Oorzaken

    Zoals reeds aangegeven wordt de persoonlijkheid gevormd door een combinatie van erfelijke factoren en omgevingsfactoren. Dit geeft ook de complexiteit van een persoonlijkheidsstoornis aan, daar hier sprake is van een bepaald gedrag dat is ontstaan in de kinderjaren, mede door erfelijke aanleg. Dit weerlegt ook het vaak gehoorde argument dat de patiŽnt zich 'aan zou stellen', omdat er meer mensen zijn die hetzelfde hebben meegemaakt, deze mensen reageren immers anders omdat zij ook andere erfelijke factoren met zich meedragen en wellicht geen aanleg hadden voor een persoonlijkheidsstoornis.


    Behandeling

    Helaas is de complexiteit van persoonlijkheidsstoornissen dermate groot dat er vaak geen sprake van 'genezing' is, eerder van het 'leren omgaan met'.

    Als we de twee oorzaken van een persoonlijkheidsstoornis bekijken zien we dat de erfelijke factoren alleen aan te pakken zijn via medicatie. Door bijvoorbeeld medicijnen met serotonine te geven kan de persoon soms meer rust vinden omdat het lichaam hier te weinig van aanmaakt. Het is echter moeilijk te bepalen in hoeverre deze stof bijvoorbeeld oorzaak is. Daarnaast neemt het medicijn niet de aangeleerde reacties op bepaalde situaties weg en wordt dus vaak ten onrechte door de patiŽnt al snel geconcludeerd dat de medicatie niet werkt omdat hij of zij nog hetzelfde reageert op bepaalde momenten.

    Om het tweede aspect van de oorzaken weg te nemen komen we in nog moeilijker vaarwater. Hoe verander je het gedrag van iemand, dat hij of zij zich gedurende zijn hele leven heeft aangeleerd. Hier wordt ook vaak door hulpverleners de fout gemaakt dat er gedacht wordt door middel van wekelijkse gesprekken de persoonlijkheidsstoornis te kunnen verminderen. Helaas maken opmerkingen tegen patiŽnten zoals "leg een knoop in je zakdoek, zodat je de volgende keer eerst nadenkt voordat je reageert" vaak meer kapot dan dat ze helpen. Als het immers zo eenvoudig was had de patiŽnt er zelf al lang wat aan verandert en door deze opmerkingen voelt de patiŽnt zich onbegrepen en in de steek gelaten. Hierdoor verergert de situatie vaak in plaats van dat er verbetering optreedt.

    Om de reacties op gebeurtenissen te veranderen is er zeer intensieve gedragstherapie nodig, waarvoor de patiŽnt open moet staan. Dit vereist een ijzeren discipline en een enorme vechtlust bij de patiŽnt en zelfs dan is resultaat niet te garanderen. Je kunt je voorstellen dat gedrag wat je je in je hele leven hebt aangeleerd niet even binnen een jaar weg te nemen is.

    Daarnaast zijn er nog tal van omstandigheden die de behandeling bemoeilijken doordat er vaak bijkomende factoren zijn, zo hebben sommige persoonlijkheidsstoornissen een impulsief gedrag ten gevolg wat de aanleg voor verslavingen vergroot. Daar er in het geval van verslaving vaak slechts ťťn factor wordt aangepakt (OF de verslaving OF de persoonlijkheidsstoornis) is de behandeling vaak zinloos omdat de andere factor de kans enorm groot maakt dat de patiŽnt weer terugvalt in zijn 'oude' gedrag. Helaas zijn er weinig therapieŽn die ZOWEL de verslaving als de persoonlijkheidsstoornis tegelijkertijd bestrijden.

    Ter verdediging van de hulpverlening kan aangedragen worden dat een behandeling voor succes vaak vereist dat er een dagelijkse intensieve begeleiding nodig is, wat betekent dat er een veelvoud van hulpverleners nodig zouden zijn dan er (ooit zullen) zijn, daar het soms een bijna ťťn-op-ťťn begeleiding vereist. Waarschijnlijk is dus dat de omgeving van een patiŽnt meer kan uitrichten voor de patiŽnt dan de hulpverlening tenzij er de mogelijkheid en de wil van de patiŽnt is om een vaak jarenlange dagelijkse gedragstherapie aan te gaan.


    Cfr. : http://www.geestelijke-gezondheid.nl/persoonlijkheidsstoornis.htm

    18-09-2005 om 11:03 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Depressie
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Depressie

    Geestelijke gezondheid


    Wat houdt een depressie in ?
    Een depressie is in eenvoudige woorden gezegd eigenlijk een langdurige periode van somberheid en nergens meer plezier in hebben. Dit kan weken zijn, maanden of zelfs nog langer. Wanneer tijden van teneergeslagenheid afgewisseld worden met perioden waarin juist veel activiteit, overdreven vrolijkheid en extreme opgewondenheid, dan spreekt men meestal over een manische depressie. Depressie en manische depressie mogen dan ook niet door elkaar gehaald worden, het zijn twee verschillende zaken die een verschillende benadering vereisen.

    Kenmerken
    Naast de al genoemde somberheid is er vaak sprake van onderstaande verschijnselen :
    • problemen met slapen, in slaap vallen of weer snel wakker worden. In andere gevallen juist een gebrek aan energie om op te staan.

    • eetproblemen, geen zin hebben om te eten. Hierdoor neemt de energie weer verder af, waardoor een negatieve spiraal ontstaat.

    • verminderde wil tot communicatie, bijvoorbeeld met praten en vrijen met de partner of afsluiten van contact met de verdere buitenwereld.

    • het oncentratievermogen vermindert en het geheugen laat de patiŽnt in de steek.

    • angstgevoelens, besluiteloosheid en nergens geen zin meer in.

    Behandelingen

    Een depressie is veelal goed te behandelen. Niemand hoeft zich te schamen voor zijn depressie, want 15% van de bevolking heeft in zijn leven ťťn of meer depressies. In de beginfase kan dit vaak al opgevangen worden door er veel over te praten en beweging en afleiding te zoeken. Wanneer de depressie op deze manier niet meer te behandelen is zijn er vele soorten van gespreks- en psychotherapie waar hele goede resultaten mee geboekt worden.


    Cfr. : http://www.geestelijke-gezondheid.nl/depressie.htm

    18-09-2005 om 10:50 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Burnout
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Burnout

    Geestelijke gezondheid


    Wat houdt een burnout in ?

    Ten onrechte ervaren de meeste mensen met een burnout dit vaak als persoonlijk falen, terwijl het eigenlijk een samenloop van (werk)omstandigheden vormt, waarbij onder andere de relaties met mensen op het werk (of elders) en eventuele klanten of leveranciers en de sociale context een belangrijke rol spelen. Bij een burnout-situatie onstaat er een gebrek aan balans tussen geven en nemen, wat dus inhoudt dat er altijd minstens twee partijen bij betrokken zijn. Wanneer de steeds groter wordende energie, die wordt gestoken in het herstellen van deze relatie, onbeantwoord blijft raakt de patiŽnt in een negatieve spiraal. Hierdoor gaat de ontstane spanning zich steeds meer uitbreiden naar andere situaties en relaties in het persoonlijke leven buiten het werk om, totdat de weg terug niet meer op eigen benen bewandeld kan worden.
    Een burnout is niet aan leeftijd gebonden en de problemen kunnen toenemen naarmate de leeftijd stijgt. Er is zelden ťťn bepaalde reden aan te wijzen voor een burnout, het is meestal een complex geheel van factoren bestaand uit stress veroorzakende zaken in de omgeving en een bepaalde persoonlijkheid. Wanneer dit jaren achtereen doorgaat komt er een moment waarop de bekende druppel komt die ervoor zorgt dat iemand het niet meer aan kan en op dat moment komen de kenmerken van een burnout naar voren.


    Kenmerken

    • emotionele uitputting en ongewone vermoeidheid
    • verminderde prestaties, meer fouten maken en het uit de weg gaan van verantwoordelijkheden
    • wisselende houding op het werk met verhoogde strijdlust en vermindering van interesse en motivatie
    • problemen in communicatie met collegae en relaties, onvermogen om evenwichtig met emoties om te gaan. Soms een koude en cynische houding
    • verhoogd ziekteverzuim, te laat op het werk verschijnen, elders (willen) solliciteren.


    Het verloop

    Een beginnende burnout is te herkennen aan de volgende fases waarin een persoon terecht komt :

    • de eerste waarschuwingssymptomen zijn chronische vermoeidheid of juist hyperactiviteit

    • meer afstand nemen tot je omgeving en de zaken waar je mee bezig bent

    • emotioneel heftigere reacties in bepaalde situaties (irritatie, verdriet of schuldgevoel)

    • vermindering van de prestaties

    • eenzaamheid, emotionele vervlakking en onverschilligheid

    • slaap- en rugproblemen

    • gevoelens van onzekerheid, geen zin meer zien in dingen en het leven en een voor de persoon ongewone negativiteit, resulterend in een depressie met angstgevoelens.


    Behandelingen

    De aangeboden behandelingen lopen zeer sterk uiteen. Van rust- en kuuroorden tot aan gecombineerde lichamelijke, gedragsmatige en mentale therapieŽn. Erg belangrijk hiervoor is de diagnose en het tijdstip waarop de burnout wordt aangepakt. Er is een wezenlijk verschil van aanpak voor en na het punt waarop de patiŽnt 'afgeknapt' raakt, waardoor de energie geheel weg is en de oververmoeidheid een minder intensieve therapie vaak ontoereikend maakt.


    Cfr. : http://www.geestelijke-gezondheid.nl/burnout.html

    18-09-2005 om 10:44 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bedrust : van genezer naar ziekmaker
    Klik op de afbeelding om de link te volgen  

    Bedrust
    Van genezer naar ziekmaker


    Life4U


    Steeds minder vaak adviseren artsen om op bed te gaan liggen als je ziek bent. De feiten over bedrust.
    Bij veel ziekten was bedrust een vast onderdeel van de behandeling. Tot een aantal jaar geleden adviseerde iedere arts om bij griep in bed te gaan liggen. Dit gebeurde ook bij een maagzweer,  een hernia, een longontsteking, bij een sterk verhoogde bloeddruk, bij zwangerschapsvergiftiging en bij nog veel meer ziekten. Mensen lagen soms dagenlang, zelfs wekenlang op bed. Maar weinig artsen dachten na over mogelijke nadelen hiervan.
    De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar de gevolgen. Daardoor wordt hierover steeds meer bekend. De feiten over bedrust zijn verrassend en schokkend.
    Er zijn vrijwel geen ziekten waarbij bedrust maakt dat je sneller beter wordt.
    Van bedrust wordt je moe, je spieren worden zwak en botten worden zwakker. Als je na lange tijd weer uit bed gaat, doen gewrichten vaak pijn. Dit geldt vooral voor de rug. Je uithoudingsvermogen gaat bij bedrust snel achteruit. Je eetlust wordt minder waardoor je verzwakt. Vooral voor oudere mensen is bedrust ronduit slecht. Ze gaan onzeker lopen, kunnen gaan vallen en iets breken. Wie lang in zijn bed ligt loopt het risico op een longontsteking. Dit komt waarschijnlijk doordat je niet goed doorademt als je op bed ligt.
    Kortom: ga niet zomaar op bed liggen als je ziek bent. Doe dit alleen als je arts je nadrukkelijk dit advies geeft. Maar dat zal niet vaak meer voorkomen


    Cfr. : http://www.life4u.nl/patindex.html

    18-09-2005 om 10:27 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sint-Janskruid : het sprookje is uit ?
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




    Sint-Janskruid
    Het sprookje is uit ?

    Life4U
    Bron : Medisch Contact
    Laatst gewijzigd: 27 juni 2001


    Van je depressie genezen met alleen een plantenextract, zonder bijwerkingen ?
    De schrik zal er bij een aantal fabrikanten van medicijnen toch een beetje hebben ingezeten. Het leek erop dat een eenvoudig kruidenmedicijn net zo werkzaam was als een willekeurig ander medicijn tegen depressie. En dat terwijl dit medicijn nauwelijks bijwerkingen heeft. En dat terwijl er de laatste jaren zoveel kostbaar onderzoek is verricht naar goede medicijnen.
    Amerikaans onderzoek heeft nu aangetoond dat het kruidenmiddel niet werkt. Althans, niet beter dan een pil waar niets in zit (placebo).
    Het advies is dan ook om dit middel niet te gebruiken.
    Een depressie is een ziekte met grote gevolgen voor werk, relatie en vrije tijd. De zieke lijdt erg en de omgeving lijdt mee.
    Om deze schade niet te groot te laten worden, is het belangrijk dat de ziekte snel wordt bestreden met goede medicijnen.
    Een onwerkzaam middel richt schade aan. Het staat een goede behandeling in de weg.
    Dit is vooral zo bij een depressie. Het is bij deze ziekte moeilijk om mensen ervan te overtuigen om medicijnen te nemen.
    Iemand die depressief is weet begrijpt vaak niet dat hij/zij ziek is. De zieke is pessimistisch over alles. Ook over behandeling met medicijnen.
    Bij een depressie kan een slechte behandeling zelfs ervoor zorgen dat mensen onnodig sterven door zelfmoord.
    Een onwerkzaam middel moet zo snel mogelijk uit de schappen van drogist en apotheek verdwijnen.

    Cfr. : http://www.life4u.nl/patindex.html

    18-09-2005 om 10:22 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (4 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mediwiet : Geneesmiddel of modegril
    Klik op de afbeelding om de link te volgen


    Mediwiet
    Geneesmiddel of modegril


    Life4U
    Laatst gewijzigd : 10-11-2001


    Neem me niet kwalijk dat we even beginnen met een critische noot.
    Er bestaat een snelwerkend middel tegen angst en depressie en het is in alle supermarkten te koop. Wie er niet teveel van gebruikt merkt dat het humeur er meteen van opklaart. Zorgen worden vergeten, zwaarmoedigheid verdwijnt en het geeft je het gevoel dat je het leven (weer) aan kunt.
    Het is alleen jammer dat het verhaal hier niet eindigt. Zo gaat het leven de volgende dag weer verder met een humeur dat dikwijls aanmerkelijk is gedaald. En mogelijk zelfs met hoofdpijn, vermoeidheid of misselijkheid.
    Als geneesmiddel zou alkohol teveel bijwerkingen en andere negatieve effecten hebben. Veel mensen die alkohol drinken weten dit maar al te goed. Maar er zijn er ook genoeg te vinden die de nadelen zullen ontkennen of bagatelliseren. Veel depressieve mensen gebruiken alkohol als zelfmedicatie en niet zelden met vervelende gevolgen voor henzelf en voor de omgeving. Het maakt de problemen alleen maar groter en de weg naar een beter leven alleen maar langer.

    Het bovenstaande is niet bedoeld als domper op de feestvreugde. Wel helpt het om duidelijk te maken dat zorgvuldigheid en goed onderzoek nodig is voordat we cannabis als geneesmiddel kunnen gaan bestempelen.
    Maar het is beslist mogelijk dat cannabis sommige mensen kan helpen. Cannabis heeft een aantal effecten die voor mensen met bijvoorbeeld kanker, multiple sclerose of AIDS interessant kunnen zijn. Zo kan het de eetlust stimuleren. Voor mensen die door kanker of AIDS vermagerd zijn en weinig eetlust hebben, kan dit een uitkomst zijn. De spierverslappende werking kan voor mensen met multiple sclerose prettig zijn. Ook kan het pijnstillend werken. Dat kan in elk geval tot gevolg hebben dat iemand minder pijnstillers hoeft te gebruiken en hiervan dan ook minder bijwerkingen heeft.
    Deze voordelen zullen echter moeten worden afgewogen tegen de bijwerkingen op korte en langere termijn.
    Het roken van cannabis is onlangs in verband gebracht met een verhoogde kans op longkanker. En ook andere bijwerkingen, zoals verlies van concentratievermogen, onverschilligheid en psychische afhankelijkheid zullen tegen de positieve effecten moeten worden afgewogen.
    Zolang er nog geen goed wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de balans tussen voor en nadelen van cannabis is het voor patienten en artsen verstandig om voorzichtig te zijn en wellicht ook een beetje terughoudend.

    Cfr. :
    http://www.life4u.nl/patindex.html

    18-09-2005 om 10:03 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Whiplash : Het einde van een diagnose in zicht
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Whiplash
    Het einde van een diagnose in zicht

    Life4U
    Bron : Medisch Contact
    Laatst gewijzigd : 06-01-2002


    Een auto-ongeval met een beetje pijn in de nek. De eerste dagen lijkt er niet veel aan de hand. Maar dan komen de klachten: Nekpijn, duizeligheid, concentratiestoornissen, moeheid en nog meer ellende.
    Het is nooit helemaal duidelijk geworden hoe het nou precies kwam dat een nekletsel, zonder dat er sprake was van aantoonbare schade, deze verschijnselen kon veroorzaken. Misschien waren kleine beschadigingen in het centrale zenuwstelsel of in de andere delen van de nek wel de oorzaak. Maar het bewijs hiervoor kon nooit worden geleverd. Dit maakte de whiplash tot een onbegrepen diagnose.
    Artsen waren het niet altijd met elkaar eens over hoe te oordelen over dit ziektebeeld. Al in 1995 besloot de Nederlandse Orthopaedische vereniging (beroepsvereniging van orthopaedisch chirurgen) om geen uitspraak meer te doen over invaliditeit bij een patient, wanneer er sprake was van een niet-aantoonbare afwijking als een whiplash. Dit terwijl de Nederlandse vereniging voor Neurologie (beroepsvereniging van neurologen) juist criteria ging opstellen voor een whiplash.
    Inmiddels zijn de neurologen hierop teruggekomen. Zij gaan er niet langer van uit dat er een lichamelijke (organische) oorzaak is voor een whiplash.

    Waarom bestaat een whiplash waarschijnlijk niet ?

    Steeds meer artsen in Nederland zijn ervan overtuigd geraakt dat de klachten die door whiplashpatiŽnten worden gemeld, niet worden veroorzaakt door een auto-ongeval. Dit komt o.a. doordat lichamelijke schade bij deze mensen niet kan worden bewezen. Maar er is meer.
    Het is tot nu toe niet gelukt om aan te tonen dat de klachten worden veroorzaakt door een aanrijding. Sterker nog, men heeft wel kunnen aantonen dat de klachten niet door een aanrijding worden veroorzaakt.
    In Noorwegen werd vastgesteld dat mensen die ooit een aanrijding hadden meegemaakt, niet vaker nekklachten hadden dan andere mensen.
    Ook is het opvallend dat het doen van proeven met een botssimulator, nooit een whiplashslachtoffer heeft opgeleverd. En dat opvallend weinig veroorzakers van een ongeval en kinderen zich als slachtoffer bij een arts melden.

    Waar komen de klachten dan vandaan ?

    Artsen denken dat zij voor een deel zelf schuldig zijn aan de klachten van deze patiŽnten. Door criteria op te stellen voor de diagnose en door het vragen naar klachten gingen mensen die gevoelig zijn voor suggestie deze klachten ook melden. Zij gingen zich vervolgens als slachtoffer gedragen en werden hiervoor in zekere zin beloond omdat het i.v.m. werk, financiŽn en juridische factoren gunstig voor hen was. Ook alle media-aandacht speelde hierbij een rol.
    Veel mensen hadden al bepaalde klachten of ontwikkelden die na het ongeval. Deze klachten werden vervolgens ten onrechte aan het ongeval toegeschreven. Voor sommigen was een whiplash een alibi voor persoonlijk onvermogen. Ook speelde angst om te bewegen een rol.
    Het is waarschijnlijk dat de diagnose whiplash de komende jaren gaat verdwijnen. Voor veel patiŽnten maar ook artsen is dit een pijnlijke zaak.
    Voor artsen is het zaak om te bedenken welke lessen kunnen worden getrokken uit deze treurige geschiedenis. En welke gevolgen zijn er voor die andere onbegrepen ziekten, zoals fibromyalgie en M.E. ? Ook hier lijkt een hernieuwde, meer kritische blik onvermijdelijk en zullen de gemoederen waarschijnlijk nog hoog oplopen.


    Cfr. : http://www.life4u.nl/patindex.html

    18-09-2005 om 09:57 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (11 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-09-2005
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Whiplash, schouders-, nek- en armklachten en RSI
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Whiplash,
    schouders-, nek- en armklachten
    en RSI

          
    Tai-chi-tao

    Jan Kraak

    Nekwervels
    Een whiplash of een gespannen nek blokkeert de nek, schouders, armen en handen. Zo is bij een whiplash de kracht in de handen verminderd. Je kunt door de blokkade ook hoofdpijn krijgen en concentratiestoornis.
    De zevende nekwervel, het overgangsgebied tussen nek- en rugwervels, de wervel die het dikste is, correspondeert met de armen en handen. Ook de eerste rugwervel die er vlak onderligt. De onderstaande technieken zijn ook belangrijk bij RSI en tennisarm.
    Wrijf 30 tellen zachtjes over dit energiepunt. Dit energiepunt correspondeert weer met de energiepunten in je handen, in het verlengde van je middelvinger en tussen de twee lijnen onder aan je handpalm. Druk om beurten 30 tellen op dit punt op je hand. Je kunt ook om de beurt op het handpalmpunt drukken terwijl iemand je zevende nekwervel (de dikke knobbel) masseert.
    Verder druk je op de buitenkant van je arm, beneden beginnend vanaf de lijn tussen je duim en wijsvinger richting je elleboog. Een schuine lijn dus. Als je goed voelt is dat min of meer een gleuf. Vanaf de gebogen elleboog ga je recht omhoog tot aan de onderkant van je deltaspier, onderaan de driehoekvorm .../...

    Andere oefeningen hiervoor zijn :

    • wrijf regelmatig in je handen

    • leg je pols in je handpalm en wrijf zachtjes om je pols (doe ook de andere pols)

    • leg je elleboog en in je handpalm en wrijf zachtjes, de andere elleboog idem.

    De 7e nekwervel is de dikke wervel. Daaronder zit de eerste rugwervel. Die is verbonden met je elleboog, onderarm en handen. De eerste rugwervel heeft dezelfde relatie. Je kunt beide wervels tegelijk masseren met je vingers.

    Whiplash
    Door een botsing of val kan de nek een abrupte verkeerde beweging te verduren krijgen. Ook de hersenstam heeft een dreun opgelopen. Door de schok is ook een spanning in het ruggemerg in het verlengde van je ruggemerg ontstaan. Laat ook zachtjes een minuutje ruggewervels masseren. De genoemde oefeningen zijn zeer effectief.
    Je mag de nek nooit hard masseren. Zoals gezegd moet het zacht en vriendelijk gebeuren. Dat geeft naast een betere doorstroming ook een zachte en vriendelijke respons. naar de nek en de armen en het wordt ook zacht en vriendelijk in je centraal zenuwstelsel opgenomen. Dat geeft een zachte helende respons.


    Cfr. : http://users.castel.nl/~kraag01/pages/page6.html

    17-09-2005 om 21:44 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (17 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Spierdystrofie - Tai-chi-tao
    Klik op de afbeelding om de link te volgen Spierdystrofie
    Tai-chi-tao

    Jan Kraak

    Gebrek aan E
    Ook voor Post Traumatische Spierdystrofie geldt hetzelfde als in het artikel over spieren is gesteld. Spieren hebben voldoende zuurstof nodig. Zachte Tai Chi Tao-oefeningen en ademtechnieken voor goede doorstroming zijn hierbij onmisbaar. Maar, belangrijk is, dit te ondersteunen met vitamine E en C en het mineraal selenium. Met name aan E heeft iemand met spierklachten gebrek.
    De vijf elementenoefeningen van Tai Chi Tao zijn van belang. De lever heeft een functionele invloed op spieren en pezen. De lever is met de galblaas het element hout. De lever is een depot van bloed en lichaamscellen, glucose in de vorm van glucogeen. De lever heeft ook invloed op de vetstofwisseling, vormt de gal, de aanmaak van cholesterol, sexualiteit, bloedvaten, traanvloeistof, en is verbonden met de ogen en nagels.
    De lever en de spieren plus pezen hebben een hoofdrelatie met elkaar. Maar er zijn ook andere spiermeridianen. Die lopen bijvoorbeeld via de milt-, de nieren- en blaas-meridianen. Dat is het voordeel van de vijf elementenoefeningen van Tai Chi Tao. Je kunt de organen en meridianen bewerken door middel van de vijf elementenoefeningen. In Tai Chi Tao heb je daar een groot aantal vormpjes voor, maar ook zeer veel losse vijf elementenoefeningen. Je doet daarnaast extra de oefeningen voor de lever en bewerkt extra de knieholtes (blaas).

    Vinger Qi Gong
    Verder kun je via de vinger-qi gong en de Duizenden Handen-qi gong van Tai Chi Tao ook invloed op de spieren uitvoeren. In het artikel over spieren worden enkele voorbeelden genoemd. Een belangrijk onderdeel om extra aandacht aan te schenken is het opnemen van chi via de speciale Tai Chi Tao ademoefeningen.
    Verder zijn de energetische oefeningen van Tai Chi Tao onmisbaar. Daarbij ga je eerst op simpele wijze de energie in je handen opladen. Je gaat dan met sierlijke bewegingen de energie om je heen hullen. Dat kan speciaal voor de armen of benen en natuurlijk het hele lichaam. Als spierdystrofie de armen, handen en vingers betreft dan pas je ook de technieken toe die tegen whiplash worden gebruikt.
    Normale massages zijn uit den boze. Je mag alleen via je handen zonder aanraking energie in brengen en laten circuleren en zachtjes strijken en afstrijken. In Tai Chi Tao mogen de spieren ook niet aangespannen worden.

    Zie ook de artikelen over :

    Cfr. : http://users.castel.nl/~kraag01/pages/page75.html

    17-09-2005 om 21:29 geschreven door Jules

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (24 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    Blog als favoriet !

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Foto

    Raadpleeg steeds je arts !
    Inhoud blog
  • Tijd om afscheid te nemen...
  • Fibromyalgie in het kort
  • Leden ME/CVS Vereniging unaniem tegen CBO-voorstel
  • Blood donation, XMRV & chronic fatigue syndrome
  • Illness duration and coping style in chronic fatigue syndrome
  • Review confirms PTSD in Gulf vets - Panel finds many reports of multisymptom illnesses
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel I
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel II
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel III
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IV
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel V
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VI
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel VIII
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel IX
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel X
  • M.E. (cvs) - Richtlijnen voor psychiaters - Deel XI
  • When do symptoms become a disease ?
  • Burnout
  • Gepest ? - Zet de juiste stappen
  • Voldoet jouw werkplek aan de ARBO-normen ?
  • Chiropractie - Vrijspraak voor Simon Singh in smaadzaak
  • ME/CVS ? - Werk mee aan onderzoek naar tegemoetkoming chronisch zieken !
  • Magical Medicine - How to make a disease disappear
  • A new hypothesis of chronic fatigue syndrome - Co-conditioning theory
  • A light in the darkness - Good news ahead for XMRV ?
  • Zomertijd - Help je biologische klok
  • Beter van de bedrijfsarts
  • De invloed van economisering op het werk van artsen
  • Chronisch Vermoeidheidssyndroom (IOCOB)
  • Gezond brein, gezonde darmen
  • A retrospective review of the sleep characteristics in patients with chronic fatigue syndrome and fibromyalgia
  • Opdracht voor het volgende kabinet : afschaffing van het UWV
  • Test maakt validering pijn bij ME/CVS patienten mogelijk
  • Surprise discovery that HIV retrovirus hides in bone marrow offers new hope for eradication
  • A doctor's roadmap for dealing with the problems of ME/CFS
  • De Terug Plezant Club
  • Het retrovirus XMRV - Waar of niet waar ?
  • Being homebound with chronic fatigue syndrome - A multidimensional comparison with outpatients
  • Oplaaiende symptomen ME patient verraden ontstekingsreactie
  • UWV : 'ME/CVS is ziekte in zin van arbeidsongeschiktheid'
  • Een succesverhaal met Vistide in de strijd tegen ME/CVS - Een verhaal over herstel
  • Depressie
  • Hoe stressvol is je leven ?
  • Making the diagnosis of CFS/ME in primary care - A qualitative study
  • A new system of evaluating fibromyalgia and chronic fatigue
  • Nijmeegs onderzoek haalt CVS-doorbraak onderuit
  • Psychotherapie bij depressie overschat
  • Secrets of novel retrovirus unfolding
  • XMRV : 'missing link' bij ME/CVS ?
  • Reeves, hoofd van CDC CVS onderzoeksprogramma, gaat weg
  • Constant agony of an ME sufferer
  • Canon van de geneeskunde in Nederland
  • Dr. Frank dieet
  • Defeatism is undermining evidence that chronic fatigue syndrome can be treated
  • Cellular and molecular mechanisms of interaction between the neuroendocrine and immune systems under chronic fatigue syndrome in experiment
  • Zo zorg je voor weerstand - Houd je lichaam in optimale conditie
  • Fibromyalgie Vlaanderen Nederland - Dr. Bauer
  • Bussemaker komt terug op erkenning CVS
  • Postexertional malaise in women with chronic fatigue syndrome - Laboratioriumonderzoek bevestigt inspanningsintolerantie bij ME/CVS
  • Ze vertelden stervende dochter dat ze een leugenaar was - Interview met ME moeder Criona Wilson
  • Bijwerkingen antidepressiva erger dan gedacht
  • Bereken je BMI
  • Host range and cellular tropism of the human exogenous gammaretrovirus XMRV
  • The Brain Boosting B-12 - Hydroxocobalamin
  • Vertaling Canadese criteria ME/CVS
  • Slapeloosheid & osteopathie
  • Het Advies- en meldpunt ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid
  • Association between serum ferritin [stored iron] level and fibromyalgia syndrome
  • Dr. Mikovits XMRV Seminar (videos)
  • Zorgen voor een ander (2010) - Antwoorden op veelgestelde vragen
  • Herwin je veerkracht - Omgaan met chronische vermoeidheid en pijn
  • Je eten bepaalt je slaap
  • Dierenleed
  • ME/CVS erkend als chronische ziekte
  • Understanding fibromyalgia pain
  • Hyperalgesia in chronic fatigue syndrome
  • Wegwijzer psychische problemen
  • Positieve psychologie
  • Fietsen in de sneeuw...
  • Tips tegen de koude
  • Failure to detect the novel retrovirus XMRV in chronic fatigue syndrome
  • Nieuwe behandeling VermoeidheidCentrum zeer effectief
  • Een Zalig Kerstfeest en een gezond en voorspoedig 2010 !
  • Taming stressful thoughts
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel I
  • Burn-out - Werken tot je erbij neervalt - Deel II
  • Canadese kriteria voor kinderen ook geschikt om onderscheid te maken tussen "milde" en "ernstige" gevallen
  • Stop met piekeren
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel I
  • Gedumpt, wat nu ? - Deel II
  • Making a Difference in ME/CFS (Chronic Fatigue Syndrome) and FM
  • Psychotherapie - Van theorie tot praktijk
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel I
  • Fibromyalgie, waardevolle dagbesteding en werk - Deel II
  • Fibromyalgie
  • Europees instrument spoort fibromyalgie op
  • Gezinsgeluk heeft positieve invloed op werk
  • Cognitieve gedragstherapie bij depressie
  • Nooit meer hetzelfde...
  • Rugklachten en RSI beroepsziekten nummer 1
  • SOS ! Hulp voor ouders
  • Dr. Nancy Klimas opens new Chronic Fatigue Center
  • The dramatic story of microbiologist Elaine DeFreitas' discovery
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - Gratis boek !
  • Verdedig je tegen wintervirussen
  • 7 geheimen die vrouwen verzwijgen
  • Eťn op de twee Belgen krijgt ooit last van reuma
  • Wie langdurig ziek wordt heeft nood aan informatie
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel I
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel II
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel III
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel V
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel VIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel IX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel X
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XIX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XX
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXV
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVI
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXVIII
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXIX
  • Doe een wens... - Make a wish...
  • 7 geheimen die mannen verzwijgen
  • Snel weer aan het werk - Bedrijfsartsen op bres voor arbeidsongeschikten - Deel XXX
  • Fibromyalgie - Genezing is mogelijk - GRATIS !
  • Af en toe een geheim is juist gezond
  • FM/CVS en verzekeringen - Info voor thesis
  • Mogelijke doorbraak MS-behandeling
  • Wees een winterdepressie voor
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel I
  • Vitamine B12-tekort - Een mogelijke oorzaak van Chronische vermoeidheid ? - Deel II
  • The Guaifenesin Story
  • A virus linked to chronic fatigue syndrome - Dr. Nancy Klimas interviews
  • Don't wait for a cure to appear
  • Gezonde chocoladeletters van Sinterklaas
  • Oorzaken van puisten
  • Sporten beter dan pauzeren bij RSI
  • Alles voor het goeie doel !!
  • Gewoon gelukkig zijn...
  • Chronic Fatigue Syndrome - La b√™te noire of the Belgian Health Care System
  • Persoonlijkheidstests
  • Vaccinatie risicogroepen H1N1
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer - Een update (Greta)
  • Weersfactoren oorzaak van hoofdpijn
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part I
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part II
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part III
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IV
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part V
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VI
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part VIII
  • Infection as one possible cause of fibromyalgia - Part IX
  • Challenges to conventional thinking about mind and body
  • What is CFS and what is ME ?
  • CVS-Referentiecentra - Opheffing en sluiting
  • Heb ik voldoende ontspanning ?
  • 7 tips tegen een overactieve blaas
  • Wallen en kringen onder de ogen
  • Recovered CFS/ME Patient Goes to Washington, D.C.
  • Chronische vermoeidheid zit niet tussen de oren
  • Dr. Bauer heeft mijn leven gered
  • Has your marriage been damaged by fibromyalgia or chronic fatigue syndrome ?
  • Vijf grootste bedreigingen gezondheid
  • Onbegrepen lage rugpijn beter te behandelen
  • Je beste antistresstip
  • Sufferers of chronic fatigue see life as a balancing act
  • Te hard gewerkt...
  • Prof. Dr. Johann Brauer op mijn blog
  • Geopereerd Prof. Johann Bauer
  • Is de griepprik gevaarlijk ?
  • Griep en verkoudheid - Deel I
  • Griep en verkoudheid - Deel II
  • Support the 500 Professionals of the IACFS/ME
  • Slanker met je hartritme
  • Enzym veroorzaakt gevolgen slaaptekort
  • Now we can get down to business
  • XMRV and chronic fatigue syndrome
  • Verslaving is een behandelbare hersenziekte
  • Kopstukken filosofie - Oktober 2009
  • Gek op je werk
  • Fikse schadevergoeding om antidepressivum
  • ME/CFS patients have retrovirus (XMRV) on YouTube

    Foto

    Archief per week
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2010
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 31/08-06/09 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 01/06-07/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 19/01-25/01 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 06/10-12/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 21/01-27/01 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007
  • 27/08-02/09 2007
  • 20/08-26/08 2007
  • 13/08-19/08 2007
  • 06/08-12/08 2007
  • 30/07-05/08 2007
  • 23/07-29/07 2007
  • 16/07-22/07 2007
  • 09/07-15/07 2007
  • 18/06-24/06 2007
  • 11/06-17/06 2007
  • 04/06-10/06 2007
  • 28/05-03/06 2007
  • 21/05-27/05 2007
  • 14/05-20/05 2007
  • 07/05-13/05 2007
  • 30/04-06/05 2007
  • 23/04-29/04 2007
  • 16/04-22/04 2007
  • 09/04-15/04 2007
  • 02/04-08/04 2007
  • 26/03-01/04 2007
  • 19/03-25/03 2007
  • 12/03-18/03 2007
  • 05/03-11/03 2007
  • 26/02-04/03 2007
  • 19/02-25/02 2007
  • 12/02-18/02 2007
  • 05/02-11/02 2007
  • 29/01-04/02 2007
  • 22/01-28/01 2007
  • 15/01-21/01 2007
  • 08/01-14/01 2007
  • 18/12-24/12 2006
  • 11/12-17/12 2006
  • 04/12-10/12 2006
  • 27/11-03/12 2006
  • 20/11-26/11 2006
  • 13/11-19/11 2006
  • 06/11-12/11 2006
  • 30/10-05/11 2006
  • 23/10-29/10 2006
  • 16/10-22/10 2006
  • 09/10-15/10 2006
  • 02/10-08/10 2006
  • 25/09-01/10 2006
  • 18/09-24/09 2006
  • 11/09-17/09 2006
  • 04/09-10/09 2006
  • 28/08-03/09 2006
  • 07/08-13/08 2006
  • 31/07-06/08 2006
  • 24/07-30/07 2006
  • 03/07-09/07 2006
  • 26/06-02/07 2006
  • 19/06-25/06 2006
  • 12/06-18/06 2006
  • 29/05-04/06 2006
  • 22/05-28/05 2006
  • 15/05-21/05 2006
  • 08/05-14/05 2006
  • 01/05-07/05 2006
  • 24/04-30/04 2006
  • 17/04-23/04 2006
  • 10/04-16/04 2006
  • 27/03-02/04 2006
  • 20/03-26/03 2006
  • 13/03-19/03 2006
  • 06/03-12/03 2006
  • 27/02-05/03 2006
  • 20/02-26/02 2006
  • 13/02-19/02 2006
  • 06/02-12/02 2006
  • 30/01-05/02 2006
  • 23/01-29/01 2006
  • 16/01-22/01 2006
  • 09/01-15/01 2006
  • 26/12-01/01 2006
  • 19/12-25/12 2005
  • 12/12-18/12 2005
  • 05/12-11/12 2005
  • 28/11-04/12 2005
  • 21/11-27/11 2005
  • 14/11-20/11 2005
  • 07/11-13/11 2005
  • 24/10-30/10 2005
  • 17/10-23/10 2005
  • 10/10-16/10 2005
  • 03/10-09/10 2005
  • 26/09-02/10 2005
  • 19/09-25/09 2005
  • 12/09-18/09 2005
  • 05/09-11/09 2005
  • 29/08-04/09 2005
  • 22/08-28/08 2005
  • 15/08-21/08 2005
  • 08/08-14/08 2005
  • 01/08-07/08 2005
  • 25/07-31/07 2005
  • 04/07-10/07 2005
  • 27/06-03/07 2005
  • 20/06-26/06 2005
  • 13/06-19/06 2005
  • 06/06-12/06 2005
  • 30/05-05/06 2005
  • 23/05-29/05 2005
  • 16/05-22/05 2005
  • 09/05-15/05 2005
  • 02/05-08/05 2005
  • 25/04-01/05 2005
  • 18/04-24/04 2005
  • 11/04-17/04 2005
  • 29/11-05/12 1999
  • 29/12-04/01 1970

    Foto

    Willekeurig SeniorenNet Blogs
    flupke
    blog.seniorennet.be/flupke
    Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!