NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • John Donne, van liefdesdichter en paria tot vroom predikant
  • De hoofddoek moet NIET af!
  • De andere, over multicultureel samenleven
  • Het leven als schrijver
  • De presocraten als pioniers van de westerse filosofie
  • Diane Purkiss' fascinatie voor de figuur van de heks
  • A thing of beauty is a joy forever: de transformerende poŽzie van John Keats
  • Wil de echte auteur van Shakespeares werken nu opstaan?
  • A Valediction of Weeping en A Valediction: Forbidding Mourning van John Donne
  • Wat is jungiaanse psychoanalyse?
  • Opvoeden, een beestige zaak?
  • De weerwolf als thema in de literatuur
  • Ben je een Saturnus-Leeuw, Jupiter-Leeuw of Mars-Leeuw?
  • Het zwarte gat: is er leven na het pensioen?
  • Isaac Newton, de laatste der magiŽrs
  • Wicca, de 'nieuwe hekserij'
  • As Time Goes By
  • De tien bekendste methoden van waarzeggerij
  • Websites over esoterie: het kaf en het koren
  • Plato's IdeeŽnleer: perfectie als model
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    De Culturalist
    Artikelen over filosofie, kunst, literatuur, esoterie
    Beste bezoeker, de teksten die u hier aantreft vallen onder de brede paraplu "cultuur". Ik ben voornamelijk geÔnteresseerd in literatuur, filosofie, esoterie, jazz en beeldende kunsten. Dit zijn ook de onderwerpen waar ik over schrijf. U mag deze teksten geheel of een fragment daaruit vrij citeren, onder voorwaarde dat u de auteursnaam vermeldt: ©Jules Grandgagnage. Ten slotte: sommige teksten publiceerde ik voordien al elders, op eigen websites of in online projecten.

    TIP: Bezoek ook mijn blogs ”Schilderen met woorden en verf” en "Astrogids"

    09-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jack Sels

    Jack Sels painting by Jules Grandgagnage

    Schilderij "Jack Sels" in acrylverf dat ik

    maakte in 2013

    Jean-Jacques (Jack) Sels (Berchem, 29 januari 1922 - Antwerpen, 21 maart 1970) was een Belgisch jazzmuzikant, arrangeur en componist die in de Belgische jazzgeschiedenis beschouwd wordt als een van de grootste naoorlogse jazzsaxofonisten.
    Jack Sels groeide op in Antwerpen. Als tiener verzamelde Sels al jazzplaten. Door een aanzienlijke erfenis van zijn vader wist hij zijn platencollectie op te voeren tot zo'n 10.000 stuks, die echter tijdens de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog vernield werden. Na eerst piano te hebben gestudeerd leerde Sels zichzelf tenorsaxofoon spelen. Om geld te verdienen werkte hij in een ijssalon in de Antwerpse Hoogstraat en luisterde intussen naar zijn jazzidolen: dat waren onder meer de tenorsaxofonist Lester Young, de trompettisten Miles Davis en Dizzy Gillespie, en de altsaxofonist Charlie Parker. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er in de haven van Antwerpen veel Amerikaanse en Canadese soldaten met wie Sels over Amerikaanse jazz kon praten en naar nieuwe platen kon luisteren. Ze hielpen hem ook om zijn platenverzameling verder uit te breiden.
    De komst van Dizzy Gillespies Big Band naar Antwerpen in 1948 maakte veel indruk op Jack Sels en hij besloot om te starten met een eigen bigband waarvoor hij zelf de muziek zou schrijven. De band maakte een indrukwekkend debuut met een aantal van de beste muzikanten van dat ogenblik; Trompetten: Paul Heyndrickx, Charlie Knegtel, Theo Mertens, Herman Sandy en Nick Fissette; Trombones: Nat Peck, Frans Van Dijk, Jan Mertens en Christian Kellens; Saxen: Jay Cameron, Marcel Peeters, Gene Verstrepen, Bobby Jaspar en Roger Asselberghs, plus Jean Warland op bas, Franciscus Coppieters op piano, John Ward op drums, Rudy Frankel op conga's en Bill Vilez op bongo's. Maar financieel viel het hem zwaar om zo'n grote band bijeen te houden. In 1951 stelde hij naar het voorbeeld van zijn idool Miles Davis een 15-koppige band samen en later een kleinere groep waarmee hij in Duitsland rondtoerde. Terug in België speelde hij in 1954 verschillende optredens naast onder meer Nat King Cole en nam in de periode 1954-1955 zes tracks in boogy-stijl op voor Ronnex Records.
    Ook met gitarist Freddy Sunder nam Sels enkele platen op. In 1955 componeerde hij de soundtrack voor de film "Meeuwen sterven in de haven" van Roland Verhavert. Vanaf 1958 werkte hij mee aan radioprogramma's van de NIR, de latere BRT-radio, en in opdracht van de dienst Volksontwikkeling van het ministerie van Cultuur trok hij door Vlaanderen om de jazzmuziek te promoten. In 1958 speelde hij met zijn groep op de Wereldtentoonstelling in Brussel.
    Sels speelde onder meer met Dizzy Gillespie, Lester Young, Lou Bennett en Kenny Clarke, maar door zijn keuze om in Antwerpen te blijven is hij nooit echt internationaal doorgebroken, al werd hij steeds door jazzkenners en andere grote muzikanten hooglijk gewaardeerd.
    De laatste drie jaar van zijn leven verslechterde zijn gezondheid zodanig dat het erg moeilijk voor hem werd om nog te spelen. Jack Sels kreeg een hartaanval in zijn Antwerpse huis en overleed op 21 maart 1970.
    Jack Sels maakte niet zoveel opnames, en de meeste van zijn 78-toerenplaten en lp's zijn nu praktisch onvindbaar.
    (opmerking: deze tekst plaatste ik eerder al op Wikipedia onder mijn accountnaam J.G.G. aldaar.)

    09-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


    Categorie:jazz
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Elizabeth Barrett schrijft Sonnets from the Portuguese als liefdesverklaring aan Robert Browning
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Elizabeth Barrett Browning (Coxhoe Hall, nabij Durham (Engeland), 6 maart 1806 – Florence, 29 juni 1861) was een politiek geëngageerde, hoogontwikkelde protofeministe en vooral een van de meest vooraanstaande dichters van het Victoriaanse tijdperk. Haar poëzie was tijdens haar leven zowel in Engeland als in de Verenigde Staten bijzonder populair. Een verzameling van haar laatste gedichten werd kort na haar dood gepubliceerd door haar man, Robert Browning. Behalve om haar romance met deze dichter is zij nu vooral bekend om haar Sonnets from the Portuguese, een reeks liefdesgedichten die zij aan hem wijdde. De beroemdste versregel uit deze bundel is How do I love thee? Let me count the ways.

    Jeugd

    Elizabeth werd geboren als oudste van elf kinderen, op een landgoed bij Durmham in Herefordshire. Zij was de eerste van haar familie die sinds lange tijd werd geboren in Engeland. Eeuwenlang woonde de familie Barrett, die van gedeeltelijk Creoolse afkomst was, in Jamaica. Daar baatten ze suikerplantages uit met slaven. Elizabeths vader, Edward Barrett Moulton Barrett, koos ervoor zijn gezin in Engeland te stichten, terwijl zijn fortuin groeide in Jamaica. Elizabeth kreeg thuisonderwijs en had voor ze tien jaar oud was al passages gelezen uit Paradise Lost, een aantal toneelstukken van William Shakespeare en andere grote werken. Omstreeks haar twaalfde jaar schreef ze haar eerste ‘episch’ gedicht, dat bestond uit vier boeken van rijmende coupletten. Twee jaar later kreeg Elizabeth een longaandoening die haar voor de rest van haar leven zou plagen. Artsen begonnen een behandeling met morfine, en die zou ze tot aan haar dood blijven gebruiken. Elizabeth liep ook een rugletsel op (een dwarslaesie) toen ze op haar vijftiende haar pony aan het zadelen was. Ondanks haar kwalen bleef ze studeren om zich te ontwikkelen. Tijdens haar tienerjaren leerde ze zichzelf Hebreeuws zodat ze het Oude Testament kon lezen, en later begon ze aan de studie van het Grieks. Behalve voor de klassieken toonde ze ook een enthousiaste interesse voor haar christelijke geloof. Ze werd actief in de Bijbel- en missionarisgemeenschappen van haar kerk.

    Carrière en huwelijk

    In 1826 publiceerde Elizabeth anoniem haar collectie An Essay on Mind and Other Poems. Twee jaar later overleed haar moeder. Het fortuin van de Barretts smolt weg vanwege de afschaffing van de slavernij in Engeland en het wanbeheer van de plantages in Jamaica. In 1832 verkocht Elizabeths vader zijn landgoed op een openbare veiling. Hij verhuisde met zijn familie naar een kustplaats. Daar huurde hij huisjes voor de komende drie jaar, voordat hij zich permanent in Londen vestigde. Terwijl ze aan de kust woonde, publiceerde Elizabeth haar vertaling van Prometheus Geboeid (1833) door de Griekse toneelschrijver Aeschylus onder de titel Prometheus Bound.

    Afbeeldingsresultaat voor Harriet Hosmer clasped hands
    Harriet Goodhue Hosmer maakte een afgietsel en sculptuur van de handen van de geliefden:
    "Clasped Hands of Elizabeth and Robert Browning", 1853


    In de jaren 1830 verkreeg Elizabeth bekendheid door haar werk en zij bleef in het Londense huis van haar vader wonen, onder zijn tirannieke heerschappij. Hij begon met haar twee jongere jongere broers naar Jamaica te sturen om te helpen op de landgoederen van de familie. Elizabeth verzette zich hevig tegen slavernij en wilde niet dat haar broers en zussen werden weggestuurd. In deze periode schreef ze The Seraphim and Other Poems (1838), waarin ze haar christelijke gevoelens uitdrukte in de vorm van de klassieke Griekse tragedie. Omwille van haar zwakker wordende gezondheid was ze verplicht om een ​​jaar door te brengen in Torquay, een plaatsje aan de zee. Zij was vergezeld van haar broer Edward, die ze "Bro" noemde. Later dat jaar verdronk haar broer tijdens een boottocht bij Torquay en Elizabeth keerde emotioneel gebroken terug naar huis. De volgende vijf jaren bracht ze als een kluizenaar door in haar slaapkamer in het huis van haar vader. Ze bleef echter schrijven, en had in 1844 een verzameling gedichten klaar die ze de titel Just Poems meegaf. Dit boek ving de aandacht van de dichter Robert Browning, wiens werk Elizabeth had geprezen in een van haar gedichten. Browning schreef haar een brief, en zo begon hun relatie.

    Elizabeth Barrett Browning

    Elizabeth en de zes jaar jongere Robert wisselden de komende twintig maanden 574 brieven uit. Hun romance zou later in Rudolf Besiers toneelstuk The Barretts of Wimpole Street (1930) vereeuwigd worden. Haar vader verzette zich echter hevig tegen hun relatie omdat hij geen van zijn kinderen wilde laten trouwen. In 1846 liep het koppel weg en vestigde zich in Florence, waar Elizabeths gezondheid verbeterde. Zij kregen een zoon, Robert Wideman Browning, maar haar vader sprak nooit meer tegen haar. Elizabeths Sonnets from the Portuguese, opgedragen aan haar man (en in het geheim geschreven voor haar huwelijk), werd gepubliceerd in 1850. Critici beschouwen deze liefdessonnetten, die ook bijzonder populair werden, over het algemeen als haar beste werk. Bewonderaars vergeleken haar beeldende taal zelfs met die van Shakespeare en haar gebruik van de Italiaanse dichtvorm met Petrarca.

    In haar latere werk richtte Elizabeth zich op politieke en maatschappelijke thema’s. In Poems Before Congress (1860) en Casa Guidi Windows (1848-1851) drukte ze haar intens medeleven uit voor de strijd voor de eenmaking van Italië. In 1857 publiceerde Browning haar berijmde roman Aurora Leigh, die de mannelijke dominantie over de vrouw portretteert. In haar poëzie bekommert ze zich ook om de onderdrukking van de Italianen door de Oostenrijkers, kinderarbeid in Engelse mijnen en fabrieken, slavernij en andere sociale onrechtvaardigheden. Hoewel dit haar populariteit verminderde, was Elizabeth gekend in heel Europa. In de zomer van 1861 vatte Browning een zware kou en werd ernstig ziek. Zij overleed in Florence op 29 juni 1861.

    Sonnets from the Portuguese

    Ficheiro:Phoebe Anna Traquair’s illuminated copy of Elizabeth Barrett Browning’s ‘Sonnets from the Portuguese’ - Sonnet 30.jpg
    Phoebe Anna Traquairs geïllustreerde kopie van Elizabeth Barrett Brownings ‘Sonnets from the Portuguese’ - Sonnet 30.

    Lange tijd was Elizabeth Barrett Browning voornamelijk bekend om haar Sonnets from the Portuguese, een reeks sonnetten die ze schreef in de periode 1845 - toen ze Robert Browning ontmoette - en 1846 - het jaar dat ze met hem trouwde. In deze 44 sonnetten beschreef ze de verschillende achtereenvolgende fases die haar liefde voor Robert had doorlopen, vanaf haar zwaarmoedigheid vóór Robert Browning in haar leven kwam, haar gevoelens van minderwaardigheid toen ze hem pas leerde kennen, de angsten die ze moest overwinnen, tot de innige verbondenheid van beider zielen.

    Sonnets from the Portuguese presenteerde ze als een vertaling uit het Portugees. Vanwaar die titel? Elizabeths bijnaam was 'de Portugese' vanwege haar donkere huidskleur (ze was van Anglo-Jamaicaanse Creoolse afkomst) en zwarte (gothische) klederdracht. Een andere reden voor de titel van de sonnettenreeks is dat het een verwijzing zou zijn naar een anoniem gepubliceerde briefroman uit 1669: Lettres portugaises. Dit werk, dat tijdgenoten schandelijk vonden, wordt door de schrijver (waarschijnlijk Gabriel de Guilleragues) gepresenteerd als een 'vertaling' van vijf brieven van een Portugese non aan een Franse officier.

    Sonnet 43: How do I love thee? Let me count the ways


    Sonnet 43 is het beroemdste en meest geciteerde sonnet van Elizabeth Barrett Brownings sonnettenreeks:

    How do I love thee? Let me count the ways.
    I love thee to the depth and breadth and height
    My soul can reach, when feeling out of sight
    For the ends of Being and ideal Grace.
    I love thee to the level of everyday's
    Most quiet need, by sun and candle-light.
    I love thee freely, as men strive for Right;
    I love thee purely, as they turn from Praise.
    I love thee with a passion put to use
    In my old griefs, and with my childhood's faith.
    I love thee with a love I seemed to lose
    With my lost saints, - I love thee with the breath,
    Smiles, tears, of all my life! - and, if God choose,
    I shall but love thee better after death.

    Bij aanvang vaagt de spreker zich af: How do I love thee? Let me count the ways.

    Ze neemt zich dus voor om op te sommen op hoeveel verschillende manieren ze hem liefheeft, alsof ze de behoefte heeft erachter te komen waarom ze hem nu precies zo intens bemint. Ze telt acht wijzen waarop ze hem bemint:
    1)
       I love thee to the depth and breadth and height
       My soul can reach, when feeling out of sight
       For the ends of Being and ideal Grace.

    Deze regels beschrijven hoe haar ziel zich voor deze overweldigende liefde tot de uiterste grenzen en diepten moet uitstrekken om deze liefde te kunnen omvatten. De grote diepte, breedte en 'hoogte' symboliseren de omvang van haar liefde. Hoogte kan op iets verhevens wijzen - mogelijk drukt zij hier uit dat haar liefde voor Robert haar spiritueel verheft. In de regel For the ends of being and ideal Grace drukt ze uit dat ze hem meer liefheeft dan haar eigen wezen (wat ze ook schreef in een van haar brieven aan Robert Browning)

    2)
    Elizabeth Barrett Browning — The anniversary : « I love thee to the level of every day's most quiet need » (Sonnets from the Portuguese, n° XLIII). Schilderij van Albert Chevallier Tayler — 1909.

       I love thee to the level of everyday's
       Most quiet need, by sun and candle-light.

    Terwijl de vorige versregels de verhevenheid van haar liefde benadrukten, de passionele zielsverwantschap, gaat het hier over een meer aards facet van haar liefde: de (rustige) liefde die ze beiden elke dag in hun gewone leven voelen. De zon en de maan staan voor de dag en de nacht, waardoor de dichteres benadrukt dat de liefde weliswaar rustiger is op dit aardse niveau, maar nooit aflatend, steeds even sterk gevoeld. 'Most quiet' kan ook een toespeling zijn op het verboden en verborgen karakter van hun liefde toen ze elkaar leerden kennen. Dit is de 'tweede manier' waarop ze hem liefheeft.

    3) en 4)
      I love thee freely, as men strive for Right;
      I love thee purely, as they turn from Praise.

    De derde wijze van liefhebben benadrukt dat ze door niets of niemand gedwongen wordt om lief te hebben (freely) en dat dit gevoel uit zichzelf zuiver is en geen nood heeft aan de goedkeuring van anderen.
    In een andere interpretatie komt haar tirannieke vader weer in beeld: ondanks de belemmeringen van hun relatie (haar vader verzette zich hevig tegen het huwelijk) houdt ze van Robert en voelt ze zich 'vrij'. Haar liefde is niet gedwongen, maar uit vrije wil. Dit zijn de derde en vierde wijze van liefhebben (purely+freely)

    5) en 6)
      I love thee with the passion put to use
      In my old griefs, and with my childhood's faith. 

    Wat ze hier zegt, is dat ze de energie van alle bittere ervaringen en alle pijn uit haar verleden nu richt op haar liefde. Haar 'childhood faith' staat voor alles wat ze zo hartstochtelijk heeft geloofd in haar jeugd, en nu alle naïviteit en kinderlijk geloof achter haar ligt, heeft die passie een ander doel gekregen.

    7)
      I love thee with a love I seemed to lose
      With my lost saints 

    Het gaat hier niet over het verlies in het geloof in katholieke heiligen. Die 'lost saints' zijn de mensen naar wie ze heeft opgekeken, haar helden die van hun voetstuk zijn gevallen. Die verloren liefde (lost love) is dus niet helemaal verloren, maar krijgt ook hier een andere bestemming.

    8)
      I love thee with the breath,
      Smiles, tears, of all my life! –

    Met elke ademtocht, elke glimlach of traan blijft ze heel haar leven lang van hem houden,

     and, if God choose,
     I shall but love thee better after death.

    Die liefde is zo sterk, dat ze de dood zal overwinnen: na haar dood zal ze hem zelfs sterker liefhebben.


    Werken (verzamelingen)

    1820: The Battle of Marathon: A Poem. Privé-druk
    1826: A Essay On Mind, with Other Poems. Londen: James Duncan
    18  33: Prometheus Bound, Translated from the Greek of Aeschylus,and Miscellaneous Poems. Londen: A.J. Valpy
    1838: The Seraphim, and Other Poems. Londen: Saunders and Otley
    1844: Poems (UK) / A Drama of Exile, and other Poems (US). Londen: Edward Moxon. New York: Henry G. Langley
    1850: Poems (“New Edition,” 2 vols.) Revisie van de editie van 1844 met toevoeging van Sonnets from the Portuguese en andere gedichten. Londen: Chapman & Hall
    1851: Casa Guidi Windows. Londen: Chapman & Hall
    1853: Poems (3d ed.). Londen: Chapman & Hall
    1854: Two Poems: “A Plea for the Ragged Schools of London” en “The Twins”. Londen: Bradbury & Evans
    1856: Poems (4th ed.). Londen: Chapman & Hall
    1857: Aurora Leigh. Londen: Chapman and Hall
    1860: Poems Before Congress. Londen: Chapman & Hall
    1862: Last Poems. Londen: Chapman & Hall

    Geraadpleegde literatuur

    The Norton Anthology: Literature by Women 2nd ed., 1996: Elizabeth Barrett Browning
    Beers, Henry Augustin, A History of English Romanticism in the Nineteenth Century, 1901, Forgotten Books, ISBN 1451017049, 9781451017045
    Cruise,Colin, Pre-Raphaelite Drawing, 2011, Thames & Hudson. ISBN-10: 0500238812
    Alexander,Michael, A History of English Literature, 2nd edition 2007, Palgrave Macmillan
    Carter,Ronald en McRae,John, The Routledgde History of Literature in English, 2nd edition 2004, Routledge
    Encyclopaedia Britannica Ultimate Reference Suite. Chicago: Encyclopedia Britannica, 2010.


    Auteursrecht: Jules Grandgagnage

    09-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


    Categorie:literatuur
    Tags:Elizabeth Barrett,poŽzie,gedicht,literatuur
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Montaigne over het verdriet
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Montaigne bespreekt in zijn essay 'De la tristesse' de aard van leed, verdriet en rouw. Ook die van liefde en vreugde, en van emoties die zo sterk zijn dat ze niet in woorden kunnen worden uitgedrukt. Montaigne zegt dat hij probeert verdriet niet te ervaren. Voor hem lijkt dit gevoel dwaas en via verschillende verhalen toont hij aan dat sommige mensen zich groot kunnen houden tot op het punt dat ze overmand worden door het verdriet, en dat dit leidt tot hun ondergang. Hij preciseert dat ook grote vreugde dezelfde gevolgen kan hebben. Montaigne illustreert zijn standpunt met vier verhalen, en concludeert dat hij zich verwant voelt met de stoïcijnen. Voor hem is verdriet een toestand van verdwazing waarin we overheerst worden door heftige emoties, met name bij de dood van dierbaren. Maar het echte verdriet zit niet in tranen, het bevindt zich daar voorbij: in de stilte.

    Over het verdriet

    (vertaling: Jules Grandgagnage)

    Niemand is zo onbezwaard door deze passie als ik, ik hou er niet van en waardeer het niet, hoewel mensen het, als ware het een uitgemaakte zaak, een bijzondere plaats toekennen. Ze kleden er de wijsheid, de deugd en het geweten mee. Dom en lelijk ornament! De Italianen verbonden haar naam meer toepasselijk met kwaadaardigheid.(1) Want het is een altijd schadelijke, altijd gekke gesteldheid, en omdat het altijd laf en laag is, verboden de stoïcijnen hun volgelingen om toe te geven aan dit gevoel.

    Van Psammenitus, koning van Egypte, verslagen en gevangengenomen door Cambyses, koning van Perzië, wordt echter gezegd (2) dat bij het zien van zijn gevangen dochter, gekleed als dienstmeid uitgestuurd om water te gaan halen, hij rustig naar de grond bleef staren terwijl al zijn vrienden om hem heen jammerden en weenden. En toen hij zag dat zijn zoon werd weggevoerd voor de uitvoering van zijn doodstraf, hij hetzelfde deed. Maar bij het waarnemen van een vriend des huizes (3) onder de gevangenen, sloeg hij zich op het hoofd en leed zichtbaar extreme pijn.

    Men zou dit kunnen vergelijken met wat we onlangs hebben gezien met een van onze vorsten. Na op Trente, waar hij was, het nieuws over de dood van zijn oudere broer - op wie de eer van zijn huis rustte - vernomen te hebben, zo kort na het overlijden van een van zijn jongere broers, verwerkte hij die twee beproevingen met voorbeeldige kalmte. Maar toen na een paar dagen een van zijn mannen stierf, liet hij zich meeslepen door dit ongeluk, en zijn standvastigheid maakte plaats voor pijn en spijt. De mensen zeiden dat hij pas door deze laatste slag van het lot werd bewogen, maar in werkelijkheid was hij al zo vol van verdriet, dat bij de geringste nieuwe pijn zijn weerstand meteen was ingestort.

    Misschien kan ook de verbeelding van de oude schilder (4) hierop teruggevoerd worden, die bij het offer van Iphigenia de rouw van de aanwezigen moest uitbeelden, en dit in diverse graden van verdriet, al naargelang de mate waarin de dood van dit mooie onschuldige meisje hen trof. Nadat hij de vermogens van zijn kunst uitgeput had [bij het uitbeelden van de anderen] en bij de vader kwam, schilderde hij deze met een sluier, omdat geen enkele gelaatsuitdrukking recht kon doen aan deze mate van verdriet. Dat is ook de reden waarom de dichters zich verbeelden dat de ongelukkige moeder, Niobe, na eerst zeven zonen en achteraf evenveel dochters verloren te hebben, overweldigd door haar verlies, uiteindelijk in een rots veranderde,

    "diriguisse malis", (5)
    (Versteend van pijn)

    om die saaie, doof en stomme domheid uit te drukken die ons grijpt als het ongeluk ons overweldigt, meer dan we kunnen verdragen.

    In werkelijkheid moet pijn, voor het bereiken van zijn hoogste punt, doordringen tot in de ziel  en hem beroven van zijn vrijheid van handelen. Zo komt het dat wanneer we slecht nieuws vernemen, we ons zo aangegrepen voelen en niet in staat om te bewegen, waarna de ziel zich overgeeft aan tranen en geklaag en zich lijkt te bevrijden, los te maken, te bloeien en zich op zijn gemak te stellen:

    "Et via vix tandem voci laxata dolore est." (6)
    (En na lange tijd en met veel moeilijkheden is een weg geopend waardoor het verdriet zich kan uiten.)

    In de oorlog die Ferdinand voerde tegen de weduwe van koning Jan van Hongarije over Boeda (7), was er vooral één strijder die de aandacht trok van iedereen vanwege zijn bijzondere dappere gedrag tijdens een bepaalde confrontatie. Onbekend, voor dood achtergelaten, werd hij zeer geprezen en beklaagd,  maar door niemand zo veel als door Raisciac, een Duitse heer, die erg bewogen was door een zo zeldzame deugd. Het lichaam werd weggevoerd en de heer kwam er nieuwsgierig naar kijken om te zien wie het was. Toen men de dode van zijn harnas ontdeed, zag hij dat het zijn zoon was. Dit vergrootte het medelijden van de toeschouwers nog meer; alleen hij, zonder iets te zeggen, zonder de ogen af te wenden, stond rechtop, starend naar het lichaam van zijn zoon: tot de heftigheid van het verdriet dat zijn levensgeesten overweldigde hem velde en hij dood op de grond viel.

    "Chi puo dir com'egli arde è in picciol fuoco,"
    (Italiaans: Hij die kan zeggen hoe hij brandt van liefde, heeft weinig vuur)
          - Petrarca, Sonetto 137.

    zeggen geliefden, als ze een ondraaglijke passie bedoelen:

    "misero quod omnes
    Eripit sensus mihi. Nam simul te
    Lesbia aspexi, nihil est super mi
    Quod loquar amens.
    Lingua sed torpet, tenuis sub artus
    Flamma dimanat, sonitu suopte
    Tinniunt aures, gemina teguntur
    Lumina nocte."

    (Die dingen
    in mijn miserie beroven ze me van mijn zintuigen
    het moment dat ik naar je kijk, Lesbia,
    niets van mijn stem blijft in mijn mond.

    Mijn tong is gebonden, een dunne vlam van  liefde
    stroomt naar beneden door mijn ledematen,
    Door hun eigen geluid zingen mijn oren,
    mijn ogen worden bedekt door een dubbele nacht)
    -Catullus VII

    Het is ook niet wanneer de aandoening het hevigst woedt dat we in een toestand zouden zijn om onze klachten of onze amoureuze overtuigingen uit te storten, de ziel is op dat ogenblik overbelast en worstelt met diepe gedachten en het lichaam is neerslachtig en smachtend van verlangen,
    en vandaar is het dat soms per ongeluk die impotenties ontstaan die de minnaar zo onverwachts overvallen, en die frigiditeit grijpt hem dan met de kracht van een overmatig vuur in de schoot van het genot. Alle passies die kunnen worden geproefd en verteerd, zijn slechts middelmatig.

    "Curæ leves loquuntur, ingentes stupent."
    (Licht verdriet kan spreken: Diep verdriet zwijgt ".)
          - Seneca, Hippolytus, Bedrijf II. Toneel 3.

    Ook het onverwachte genot van een verrassing verstoort ons diep,

    "Ut me conspexit venientem, Et Troïa circum
    Arma amens vidit, magnis exterrita monstris,
    Diriguit visu in medio, calor ossa reliquit,
    Labitur, et longo vix tandem tempore fatur."

    (Zodra ze me zag en de Trojaanse wapens,
    Verloor ze haar hoofd en hallucinerend,
    Starend, bloedeloos, viel ze flauw;
    Ze won haar stem pas terug na lange tijd)
    -Vergilius, Aeneis, III, 306.

    Er was een Romeinse vrouw, die stierf van blijdschap bij het zien van haar zoon die terugkeerde na de nederlaag van Cannes. Sophocles en Dionysius de tiran, die eveneens stierven van overmatige vreugde; Talva die stierf in Corsica, toen hij hoorde over de eerbewijzen die de senaat van Rome hem toekende. Maar ook in onze tijd stierf paus Leo X aan een door vreugde opgewekte koorts toen hij op de hoogte werd gebracht van de verovering van Milaan die hij zo had gehoopt. Een nog opmerkelijker voorbeeld van menselijke dwaasheid, in de oudheid opgemerkt door Diodorus, is dat van de dialecticus die plotseling overleed vanwege de extreme schande die hij voelde, omdat hij in zijn school en in het openbaar er niet in geslaagd was een argument te weerleggen.

    Ik ben niet gevoelig voor zulke heftige emoties. Ik ben van nature weinig gevoelig, en maak elke dag mijn schelp sterker met redeneren.


    Voetnoten
    1. Tristezza betekent in het Italiaans vaak kwaadaardigheid.
    2. Herodotus III, 14
    3. Montaigne spreekt over 'un domestique', maar dat is geen gewone dienaar of knecht maar een intieme vriend of vriend des huizes. Bij Herodotus is het een oude man die gewoon aan de tafel van de koning mee-eet.
    4. Cicero, De Orator., c. 22 ; Pliny, xxxv. 10
    5. Ovidius, Metamorfosen,  vi. 304
    6. Vergilius, Aeneis XI, 151
    7. Boeda is een deel van Boedapest



    09-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


    Categorie:filosofie


    Archief per week
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017

    Over mijzelf
    Ik ben Jules Grandgagnage
    Ik ben een man en woon in Brasschaat (BelgiŽ) en mijn beroep is gepensioneerd.
    Ik ben geboren op 12/02/1950 en ben nu dus 67 jaar jong.
    Mijn hobby's zijn: dichter, schrijver, columnist, vertaler, schilder, straatfotograaf, jazzfanaat en would-be multi-instrumentalist, alsook wikipedist, essayist.

    Mijn favorieten
  • Saxstandards
  • Shakespearevertalingen
  • Filosofie van Plato
  • De Magische Mens
  • De Essais van Montaigne
  • John Donne, Leven en Werk
  • Jungiaans woordenboek
  • Gedichten uit de wereldliteratuur
  • Engelse literatuur
  • Westerse astrologie

    Blog als favoriet !

    Categorieën
  • astrologie (1)
  • esoterie (3)
  • filosofie (6)
  • jazz (2)
  • literatuur (9)
  • muziek (0)
  • pensioen (1)
  • psychologie (1)


  • Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!