NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • John Donne, van liefdesdichter en paria tot vroom predikant
  • De hoofddoek moet NIET af!
  • De andere, over multicultureel samenleven
  • Het leven als schrijver
  • De presocraten als pioniers van de westerse filosofie
  • Diane Purkiss' fascinatie voor de figuur van de heks
  • A thing of beauty is a joy forever: de transformerende poŽzie van John Keats
  • Wil de echte auteur van Shakespeares werken nu opstaan?
  • A Valediction of Weeping en A Valediction: Forbidding Mourning van John Donne
  • Wat is jungiaanse psychoanalyse?
  • Opvoeden, een beestige zaak?
  • De weerwolf als thema in de literatuur
  • Ben je een Saturnus-Leeuw, Jupiter-Leeuw of Mars-Leeuw?
  • Het zwarte gat: is er leven na het pensioen?
  • Isaac Newton, de laatste der magiŽrs
  • Wicca, de 'nieuwe hekserij'
  • As Time Goes By
  • De tien bekendste methoden van waarzeggerij
  • Websites over esoterie: het kaf en het koren
  • Plato's IdeeŽnleer: perfectie als model
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    De Culturalist
    Artikelen over filosofie, kunst, literatuur, esoterie
    Beste bezoeker, de teksten die u hier aantreft vallen onder de brede paraplu "cultuur". Ik ben voornamelijk geÔnteresseerd in literatuur, filosofie, esoterie, jazz en beeldende kunsten. Dit zijn ook de onderwerpen waar ik over schrijf. U mag deze teksten geheel of een fragment daaruit vrij citeren, onder voorwaarde dat u de auteursnaam vermeldt: ©Jules Grandgagnage. Ten slotte: sommige teksten publiceerde ik voordien al elders, op eigen websites of in online projecten.

    TIP: Bezoek ook mijn blogs ”Schilderen met woorden en verf” , ”Prettig Gestoord” en "Astrogids"

    13-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Opvoeden, een beestige zaak?

    Wat Knabbel, mijn hamster, ons kan leren.

    Mama en papa hebben het toch zo druk. Ze weten wat ze willlen, ze bouwen aan de toekomst. Later, mijn kind, zul je beseffen hoe hard mams en paps voor je gewerkt hebben. Larie. Een hamster leeft in het hier en nu. Een hamster laat haar kinderen niet in de steek om nog wat extra rondjes te lopen.

    Ik benijd Knabbel, mijn hamster, om haar optimisme. Tegen beter weten in houdt ze haar molen op gang. Als de boel maar draait, denkt ze. Dat eenpuntige denken legt haar geen windeieren. Vergeleken met een doorsnee mens, neem mij nu bijvoorbeeld, is haar psyche kerngezond. Hamsters hebben geen depressies. Hamsters staan er niet bij stil waarom ze hier zijn of waar ze naartoe gaan. De dood staat niet op hun kalender. In vergelijking met hamsters zijn wij mensen maar beklagenswaardige zielenpoten. Het besef dat aan het einde van de rit de dood wacht weegt zwaar op ons. Lange tijd kunnen we het enthousiasme opbrengen om blind in de molen te lopen. Maar dan breekt er iets. We beseffen: het heeft geen zin. Het leidt tot niets. Gewoonlijk, als we wat geluk hebben, gebeurt dat pas in de zogenaamde midlifecrisis. Omstreeks je veertigste of je vijftigste dus. Hamsters zijn gezegend met onwetendheid. Zij kunnen niet rekenen en het zal hun worst wezen dat ze een dagje ouder worden. Draaien! Draaien! Draaien! Carpe diem! Pluk de dag. God- zo er al een is- wat benijd ik dat beest!

    De evolutie heeft ons lang geleden gescheiden en ik ben terechtgekomen in een wat bizarre tak van het dierenrijk. De arrogante aap. Een wezen dat nestbevuiling als zijn hoogste doel ziet. Een blind consumerend organisme dat zich naast en boven de rest van de natuur stelt. Een wezen dat de opvoeding van zijn kinderen liever overlaat aan andere kinderen, aan commerciële stations en, vooral, aan het toeval.
    Nochtans krijgen wij van de rest van het dierenrijk goede voorbeelden. Toen Knabbel verleden zomer een escapade maakte met de hamster van mijn dochters vriendinnetje, begon ze snel op te zwellen. Daardoor kreeg ik niet lang daarna de gelegenheid om Knabbel in haar moederzijn te observeren.  Liefdevol maar kordaat voedde ze de zes dreumesen op. Niet één hamster kwam op het verkeerde pad. Geen enkele crimineel, geen psychopaat of probleemkind kwam uit dit nest voort! En het enige recept dat ze daarvoor hanteerde was liefde, en veel aandacht. Maar toen haar nakomelingen groot genoeg waren, kregen ze een schop onder hun kont en moesten ze mama Knabbel met rust laten (ja, dat was wel een probleem; die jongens waren nogal incestueus, zodat ik ze in een ander hok moest zetten, maar verder: geen vuiltje aan de lucht!)

    Aan die liefde en aandacht ontbreekt het ons mensenkinderen wel eens. Mama en papa hebben het toch zo druk. Ze weten wat ze willen, ze bouwen aan de toekomst. Later, mijn kind, zul je beseffen hoe hard mams en paps voor je gewerkt hebben. Larie. Een hamster leeft in het hier en nu. Een hamster laat haar kinderen niet in de steek om nog wat extra rondjes te lopen.
    In de jaren vijftig, mijn kinderjaren, toen was het anders. Mijn ouders, en zeker mijn grootouders, gingen werken, gewoon om te voorzien in hun levensbehoeften. Niet voor een vakantie naar Ibiza, en zeker niet voor een (grotere) auto. Niet om meer aanzien te krijgen, of om meer van hetzelfde te kunnen kopen. Nee: gewoon de molen in en rondjes draaien. Eer viel er niet aan te beleven. Tegenwoordig heb ik de indruk dat zelfs jonge mensen alles, maar dan ook alles doen, omwille van het imago. Nee, ik doe dat werk niet, want het past niet bij mijn imago. Die auto mag dan wel mijn budget verslinden, maar ik moet hem hebben. Image is everything. Mijn hamster verzamelt ook zaden, vaak meer dan ze echt nodig heeft. En ze propt haar wangzakken vol tot ze op barsten staan. Maar doet ze dat om indruk te maken? Ik denk het niet. Food is everything. Sex is everything. En als er kinderen komen, dan zorg je er verdorie voor, want zo wil het de natuur.

    Wij leven onnatuurlijke levens, vol kunstmatig opgewekte behoeften. En we vergeten wat de echt belangrijke dingen zijn. Het valt niet mee om een kind van deze eeuw te zijn. Zelf kijk ik ook soms een beetje meewarig terug op mijn leven. Om elke hoek loert verleiding. Tevredenheid is voor de moderne mens haast even onbereikbaar als de Verlichting voor een boeddhistische monnik. Wat we verwerven, gooien we haast onmiddellijk weg. Zo onrustig is onze blik op de horizon gericht, dat wij onszelf geen tijd gunnen om ervan te genieten. Knabbel kan dat wel. Vanmorgen gooide ik een wortel in haar hok. Ik ben wel een half uur blijven zitten kijken, hoe ze genoot van die wortel die uit de hemel viel.

    Wij, mensen, wij denken dat we genieten, maar dat is een illusie. Om te genieten moet je ofwel een hamster zijn, ofwel de molen in je eigen hoofd tot rust brengen. En dat is niet altijd even gemakkelijk. Maar als we daar soms, heel soms, in lukken, dan wordt ons leven weer leefbaar. Voor ons en voor onze kinderen.


    Auteursrecht: Jules Grandgagnage

    13-09-2017 om 14:13 geschreven door Jules Grandgagnage


    Categorie:filosofie
    Tags:opvoeden,kinderen,onderwijs,pedagogiek
    12-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De weerwolf als thema in de literatuur

    De weerwolf als menselijk wezen dat verandert in een wolf is een literair motief dat schrijvers in het westen blijft boeien sinds de Griekse historicus Herodotus er in de 5e eeuw v.Chr. als eerste over schreef. De transformatie kan vrijwillig zijn en gaat dan gepaard met een magisch ritueel, maar is meestal het gevolg van een vervloeking of betovering. De gedaanteverwisseling kan tijdelijk of permanent zijn, en in sommige verhalen kan de vloek door bepaalde handelingen worden opgeheven. De weerwolf wordt over het algemeen afgebeeld en beschreven als een nietsontziende, vraatzuchtige doder, maar er zijn in de wereldliteratuur een aantal voorbeelden bekend van sympathieke, zelfs heldhaftige weerwolven.

    De reputatie van de wolf


    Wolven werden lange tijd gezien als symbolen van niet in te tomen geweld. De westerse traditie benadrukte eeuwenlang zijn wreedheid en vraatzucht, en wanneer een mens met een wolf werd vergeleken, was dit om zijn beestige natuur. Zo worden in de Bijbel de goddeloze vorsten van Jeruzalem vergeleken met "wolven die hun prooi verscheuren en levens vernietigen om zich op oneerlijke wijze te verrijken" (Ezechiël 22:27), en de Romeinse filosoof Boëthius (5e eeuw) vergeleek in zijn invloedrijke werk Over de vertroosting der wijsbegeerte de zondige mens met een wolf, die al zijn menselijkheid had opgegeven. Vanuit die achtergrond is het te begrijpen dat de weerwolf het symbool werd van de mens die zich verlaagt tot een beest dat de maatschappij en zichzelf schade berokkent. De gedaanteverandering die hij ondergaat kan gezien worden als zijn afscheiding van de maatschappij der mensen.

    De mythe der gedaanteverwisseling

    Gedaanteverwisseling is een vaardigheid die wereldwijd aan sjamanen, tovenaars en heksen wordt toegeschreven. Zo helpt de tovenaar Merlijn in de Arthurlegende Uther Pendragon om koningin Igraine te misleiden door hem de gedaante van haar gestorven echtgenoot te geven. Er worden ook sinds mensenheugenis mythes verteld over goden die zich naar believen kunnen veranderen in levende of levenloze dingen. Zo kan de Indische god Vishnoe zich onder meer veranderen in een vis, beer, schildpad of man-leeuw. In een IJslandse saga verandert Odin zich in een vogel, wild dier of draak, en de Griekse oppergod Zeus transformeert in een zwaan om de mooie koningsdochter Leda te kunnen verleiden. Het eeuwenoude geloof in de mogelijkheid van gedaanteverwisseling, uit vrije wil of gedwongen door magie, was eveneens de basis van talloze Europese legenden over weerwolven en weerberen.

    In Arcadia, een regio in het antieke Griekenland die werd geteisterd door wolven, was er een cultus van de "Wolf-Zeus" waarbij priesters op de berg Licaeus jaarlijks offers brachten. Die gingen gepaard met het eten van menselijk vlees, en er werd gezegd dat wie daarvan at voor minstens negen jaar een wolf werd. De verhalen over mensen die transformeren in dieren zijn echter al veel ouder en stammen waarschijnlijk zelfs uit prehistorische tijden. Het vroegst bekende schriftelijk verslag van het voorkomen van weerwolven vinden we in de Historiën van de Griekse geschiedschrijver Herodotus (484 - 425 v.Chr.) Hij spreekt over de kannibalistische volksstam van de Neuri, die ten noordoosten van Scythië woonde. Volgens de legende waren zij in staat om enkele dagen per jaar op magische wijze de gedaante aan te nemen van een wolf. Ook Romeinse auteurs als Vergilius en Petronius schrijven over gedaanteverwisseling, maar niet altijd over wolven. Apuleius beschrijft in De Gouden Ezel bijvoorbeeld hoe zijn ongelukkige held in een ezel verandert. Het was echter vooral Ovidius, een Romeins dichter uit de eerste eeuw v.Chr., die de weerwolf als literair motief introduceerde.

    De weerwolf als literair motief

    "Lycantropie begrijp ik, want zelfs zonder transformatie worden mensen wolven bij de geringste aanleiding." (Lord Byron in Don Juan, Canto IX, 20)

    Klassieke oudheid

    Metamorfosen is een lang episch ('vertellend') gedicht uit de eerste eeuw waarin Ovidius 250 mythen navertelt. Hij beschrijft hoe Lycaon door de god Jupiter werd veranderd in een wolf als straf voor zijn onmenselijke behandeling van zijn gasten. Een halve eeuw later zou de Romeinse schrijver Petronius in zijn Satyricon een weerwolf opvoeren die zich naar believen kon transformeren. In zijn gedaante als dier richt hij slachtpartijen aan onder schapen en runderen.

    Middeleeuwen

    Middeleeuwse christelijke theologen als Augustinus (354 - 430) en Thomas van Aquino (1225 - 1274) vonden het blijkbaar een interessant onderwerp. Beiden kwamen tot de conclusie dat de lichamelijke transformatie van een mens door magie of de duivel niet mogelijk was, en dus een illusie moest zijn. Het geloof in weerwolven is sindsdien voor de christen een zonde.

    Het bekendste weerwolfverhaal uit de middeleeuwen is Bisclavret, een lay (rijmende romance) van de dichteres Marie de France die dateert uit circa 1200. 'Bisclavret' is de Bretoense benaming voor een weerwolf (in het Frans: loup-garou). Het gaat over een weerwolf (een baron) die door zijn eigen vrouw verraden wordt nadat hij bekend heeft waarom hij drie nachten per week zijn kleren aflegt en het bos intrekt. Samen met haar nieuwe minnaar (een ridder) verstopt ze de kleren van haar man, waardoor de baron zijn menselijke gedaante niet meer kan aannemen. Vreemd is wel dat Marie de France aan het eind van haar gedicht benadrukt dat het verhaal over de weerwolf geen verzinsel is en dat het veel voorkomt in Bretagne.

    L'aventure ke avez oïe (Het avontuur dat u net hebt gehoord)
    veraie fu, n'en dutez mie. (is echt, twijfel er niet aan)
    De Bisclavret fu fet li lais (De lay over Bisclavret werd ervan gemaakt)
    Pur remembrance a tutdis mais. (door degenen die het zich nog herinneren)

    Nog drie andere middeleeuwse verhalen gaan, net als bij Bisclavret, over sympathieke weerwolven:

    1. Guillaume de Palerne (circa 1195) waarin Alphonse, de rechtmatige erfgenaam van de Spaanse troon, zelfs in zijn beestachtige vorm zijn menselijkheid behoudt.
    2. Arthur en Gorlagon de weerwolf, een Latijnse prozaromance uit circa 1200, gaat over een koning die in een wolf wordt veranderd door zijn valse vrouw, en hoe hij later gered wordt door een andere koning die onder de indruk is van zijn menselijk gedrag.
    3. Een verhaal van Giraldus Cambrensis in een werk over de topografie van Ierland (circa 1215) gaat over een echtpaar dat gedwongen wordt zeven jaar als wolven te leven. Wanneer de vrouw op haar sterfbed ligt, gaat de man in zijn wolvengedaante naar een priester met het verzoek zijn vrouw het laatste sacrament toe te dienen. Zo wordt hij gered van de vloek.

    Vroegmoderne tijd


    De renaissance tot de 18e eeuw is een stille tijd voor de weerwolf in de literatuur. Er bestaan nochtans veel verslagen over een 'weerwolvenplaag' in het Frankrijk van de 16e eeuw. Zo zou ook de seriemoordenaar Gilles Garnier (gestorven in 1573) een weerwolf zijn geweest. In Frankrijk werden bijna 1600 overlijdensaktes uit de periode 1580-1840 gevonden, waarvoor de schrijver de wolf of een vleesetend dier als schuldige aanwees. Tijdens de grote heksenvervolgingen in Europa werden veel mensen ervan beschuldigd zich in een weerwolf te kunnen veranderen. In de literatuur bleef de weerwolf echter zo goed als afwezig vanaf de middeleeuwen tot de 19e eeuw. De Spaanse romanschrijver Cervantes vermeldde in zijn roman Persiles en Sigismunda uit 1617 wel het volksgeloof in weerwolven, en in Engeland voerde John Webster een weerwolf op in zijn toneelstuk The Duchess of Malfi (1613). De meeste meldingen over weerwolven in deze periode zijn echter te vinden in wettelijke en theologische documenten.

    19e eeuw


    Vanaf het midden van de 19e eeuw duikt de weerwolf als onderwerp terug op in korte verhalen. Ook enkele romans werden bijzonder populair, zoals Der Wärwolf (1848) door de Duitse schrijver Willibald Alexis. Le meneur de loups (de leider van de wolven) van Alexandre Dumas père wordt tot een van de betere romans in het genre gerekend. Bekende schrijvers die in hun korte verhalen een weerwolf opvoeren, zijn Guy de Maupassant, Rudyard Kipling en Robert Louis Stevenson. Een van de meest markante weerwolfverhalen is van de hand van De Maupassant. In 1882 publiceerde hij Le Loup (De wolf), een meesterlijk magisch verhaal over een kolossale vraatzuchtige witte wolf die in de 18e eeuw ook op mensen jaagde. Een nieuwigheid aan het eind van de eeuw zijn de verhalen over vrouwelijke weerwolven. Een voorbeeld hiervan is The Were-Wolf uit 1896, een allegorische erotische fantasie door Clemence Annie Housman, een actieve suffragette. Voor zover bekend was het Frederick Marryat die als eerste een vrouwelijke weerwolf opvoerde in zijn roman The Phantom Ship uit 1839.

    20e eeuw tot heden

    Ook in de 20e eeuw bleef de weerwolf een populair thema. The Werewolf of Paris (1933) van Guy Endore wordt beschouwd als een van de beste weerwolfromans die ooit zijn geschreven. Endore suggereert in zijn verhaal dat de beestigheid van de weerwolf niets is in vergelijking met de wreedheden die in de periode 1870-1871 in Parijs werden begaan onder de radicaal socialistische en revolutionaire regering. Endores roman zou reeds in 1935 onder dezelfde titel worden verfilmd, en in 1961 zou een tweede verfilming volgen onder de titel Curse of the Werewolf. Een andere literaire roman over de weerwolf is Vandover and the Brute (1914), Frank Norris' studie van de slopende ziekte lycantropie, waarin zijn protagonist Vandover de illusie heeft dat hij een weerwolf is.

    De ernstige literatuur had voor de rest weinig aandacht voor het thema weerwolf, maar in de 20e eeuw kwam de markt voor de pulpliteratuur in een stroomversnelling. In tijdschriften als Weird Tales werden tal van weerwolfverhalen gepubliceerd in de periode tussen 1920 en 1930. Er rolden ook massa's weerwolfverhalen van de persen en de filmindustrie produceerde sinds de jaren 1940 tientallen films over weerwolven. Curt Siodmak schreef het scenario voor The Wolf Man (1941), een film die de weerwolf zijn plaats bezorgde als populairste filmmonster na Dracula en het monster van Frankenstein. Amerikaanse pulpmagazines benadrukken vooral de vraatzucht en wreedheid van de weerwolf. Een van de interessantere uitwerkingen van het thema in dergelijke magazines, is Bruce Elliotts Wolves Don't Cry (Wolven huilen niet) uit 1954. Elliott keert hier de traditionele gedaanteverandering om, en beschrijft de reactie van een wolf die verandert in een mens. Een van de bijzonderste korte verhalen over de weerwolf uit de 20e eeuw is Lila, the Werewolf (1974) door Peter S. Beagle. In zijn ironisch opgevatte vertelling is de weerwolf een vrouw die meer last heeft van haar allergieën dan van haar herhaalde transformaties. Tussen 1970 en 1990 was er sprake van een ware explosie van weerwolffictie en verhalen over andere bovennatuurlijke thema's. Voorbeelden hiervan zijn Whitley Striebers The Wolfen (1978), Gary Brandners The Howling (1977), Thomas Tessiers The Nightwalker (1981), The Silver Bullet (1983) van Stephen King, en The Wolf's Hour van Robert R. McCammon (1989).

    Blijvende populariteit

    Het weerwolfthema blijft het goed doen op de boekenmarkt. Anno 2016 is de lijst recent verschenen weerwolfliteratuur te lang om op te sommen, zodat we ons moeten beperken tot enkele bekende voorbeelden. J.K. Rowling voerde in haar Harry Potter and the Prisoner of Azkaban de weerwolf Lupin op. In Stephenie Meyers Twilight-reeks voeren vampieren strijd met een leger van weerwolven. Ook de bestsellerauteur Stephen King schreef meerdere verhalen waarin weerwolven voorkomen. Zijn kort verhaal Cycle of the Werewolf uit 1983 werd verfilmd als The Silver Bullett (1985). Opvallend veel Engelstalige vrouwelijke auteurs worden aangetrokken door het genre. Om er enkele te noemen: Angela Carter, Stephenie Meyer, Maggie Stiefvater, Cassandra Clare, Patricia Briggs, Andrea Cremer en Kelley Armstrong. In een Top Tien weerwolfboeken aller tijden, samengesteld na een onderzoek door de Universiteit van Durham, komen volgende fictieverhalen voor: Harry Potter and the Deathly Hallows door J.K. Rowling, Bisclavret door Marie de France, The Bloody Chamber door Angela Carter, Cabal door Clive Barker (1988), The Neverending Story door Michael Ende, The Silmarillion door J.R.R. Tolkien, en The Cycle of the Werewolf door Stephen King.

    Vanwaar die fascinatie voor de weerwolf?

    De weerwolf blijft populair in de sensationele literatuur. Psychologische verklaringen voor dit fenomeen komen er in het algemeen op neer dat de weerwolf het symbool is voor 'het beest binnenin'. Het fascineert mensen dat slechts een laagje beschaving dit beest ervan weerhoudt om in ons los te breken. De weerwolf zelf is als wezen de symbiose van twee tegengestelden: natuur (het dier) en cultuur (de mens). In de psychoanalyse kan de weerwolf geïnterpreteerd worden als een projectie van de "Schaduw": de onbewuste tegenpool van het bewuste Ik en het irrationele, instinctieve deel van onze psyche dat we te bedreigend vinden om te aanvaarden. De weerwolf en zijn literaire verwanten helpen ons om onze angsten onder ogen te durven zien.

    Het kwaad is fascinerend, zowel in het leven als in de literatuur. Mensen genieten van de manier waarop de beste horrorverhalen menselijke ontmoetingen met het kwaad beschrijven. Ze lezen ademloos hoe de personages in het verhaal het kwaad in de gedaante van een monster als de weerwolf bestrijden. Een strijd die eindigt met de overwinning op het kwaad, of het zelf bezwijken onder de macht en de verleiding van het kwaad.

    Geraadpleegde literatuur

    Auteursrecht: Jules Grandgagnage
    Opmerking: deze tekst publiceerde ik eerder al op de website De Magische Mens

    12-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


    Categorie:literatuur
    Tags:weerwolf,literatuur
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ben je een Saturnus-Leeuw, Jupiter-Leeuw of Mars-Leeuw?

    Je zult zelf al wel gemerkt hebben dat mensen met hetzelfde astrologische sterrenbeeld toch heel verschillend kunnen zijn. Dat kan vanuit de astrologie verklaard worden door te wijzen op andere elementen in de geboortehoroscoop die het karakter ‘beïnvloeden’. Maar er is een eenvoudiger manier om de verschillen te verklaren tussen mensen die hun Zon in hetzelfde astrologische teken hebben staan. Dat is de tiendag-methode, die het teken verdeelt in drie perioden, met elk hun astrologische heerser. Voor Leeuw is dat respectievelijk Saturnus, Jupiter en Mars. Ben je geboren in de eerste tien dagen van Leeuw, dan ben je dus een Saturnus-Leeuw; bij de volgende tien dagen ben je een Jupiter-Leeuw, en wie geboren werd ergens in de laatste tien dagen van Leeuw, is een Mars-Leeuw. Dit maakt een meer verfijnde duiding mogelijk dan met het gewone, algemene sterrenbeeld.

    Veel hedendaagse astrologen maken in de regel geen gebruik meer van 'decanaten' en hun heersers, maar dat deden en doen klassieke en traditionele astrologen wel. Zij werken uitsluitend met de zeven klassieke planeten en lichten (Zon, Maan, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus) en volgen de regels van astrologen uit de middeleeuwse traditie. Decanaten en hun heerserskunnen gebruikt worden ter verfijning van onze 'sterrenbeelden'.

    Wat wordt bedoeld met 'decanaten'?

    In de astrologie wordt met 'decanaat' een partje van 10 booggraden bedoeld. Trek je de benen van een passer 10 graden uit elkaar, dan kun je dat gedeelte 36 keer afzetten langs een volledige cirkel. Zoals je waarschijnlijk weet, wordt een horoscoop getekend op een 'wiel' met 360 graden. Dat wordt dan verdeeld in 12 gelijke delen van 30 graden, die je dan verder kunt opdelen in partjes van 10 graden. Dat zijn de decanaten. Decanaten stellen de afstand voor die de Zon op tien dagen tijd aflegt in een astrologisch sterrenbeeld. Op een jaar tijd zien wij de Zon vanuit de Aarde elke dag een graad opschuiven doorheen de sterrenbeelden. In plaats van ons te beperken tot een algemene duiding van het sterrenbeeld, gaan we aan elk van de drie decanaten van een teken een persoonlijkheid verbinden. Dat levert dus in totaal 36 mogelijke persoonlijkheden op.

    Waar is de theorie van de tien dagen-cyclus op gebaseerd?

    Er zijn in de loop der geschiedenis verschillende systemen met decanaten (partjes van 10 booggraden op de ecliptica) gebruikt. Een van de meest markante is het systeem met de Chaldeeuwse heersers, gebaseerd op de omlooptijd der planeten. De benaming "Chaldeeuws" verwijst naar de oude astrologie van de Babyloniërs en de Chaldeeërs. Terwijl de Egyptenaren de verdeling in decanaten bedachten, zijn het de Chaldeeërs aan wie we de verdeling in 360 graden en het zestigtallig stelsel danken.

    Omlooptijd der planeten vanuit de aarde gezien. Van traagste naar snelste klassieke planeet:
    Saturnus - Jupiter - Mars - Zon - Venus - Mercurius - Maan
    (zoals je ziet worden ook Zon en Maan in de astrologie 'planeten' of 'lichten' genoemd)


    Het is dit systeem dat ook de bekende 17e-eeuwse Britse astroloog William Lilly gebruikte (hij noemde het 'faces', gezichten van de planeet).

    De Chaldeeuwse reeks heersers start in Ram met Mars, en elk daaropvolgend decanaat wordt beheerst door de volgende planeet in het rijtje volgens de snelheid der planeten vanuit de aarde gezien. Na Maan begint de hele reeks opnieuw tot we de cirkel rond zijn bij het laatste decanaat van Vissen:


    SterrenbeeldPeriodeDecanaatheersers
    Ram 21 maart tot 20 april Mars - Zon -Venus
    Stier 21 april tot 20 mei Mercurius - Maan - Saturnus
    Tweelingen 21 mei tot 20 juni Jupiter - Mars - Zon
    Kreeft 21 juni tot 21 juli Venus - Mercurius - Maan
    Leeuw 22 juli tot 22 augustus Saturnus - Jupiter - Mars
    Maagd 23 augustus tot 22 september Zon - Venus - Mercurius
    Weegschaal 23 september tot 22 oktober Maan - Saturnus - Jupiter
    Schorpioen 23 oktober tot 22 november Mars - Zon - Venus
    Boogschutter 23 november tot 21 december Mercurius - Maan - Saturnus
    Steenbok 22 december tot 19 januari Jupiter - Mars - Zon
    Waterman 20 januari tot 18 februari Venus - Mercurius - Maan
    Vissen 19 februari tot 20 maart Saturnus - Jupiter - Mars

    Hoe bereken je in welk 'decanaat' van het teken je bent geboren?

    Dat is heel eenvoudig. Ben je bijvoorbeeld geboren op 5 april, dan bevond je geboortezon zich in de tweede periode van tien dagen doorheen Ram:
    de eerste tien dagen (van 21 maart tot 30 maart) worden zoals je kunt aflezen in de tabel hierboven beheerst door Mars
    de volgende tien dagen (van 31 maart tot 10 april) is Zon de heerser van Ram
    de laatste tien dagen (van 11 april tot 20 april) is Venus de heerser van Ram

    Wat weet je nu? Dat je een "Zon-Ram" bent.

    Berekening voor het sterrenbeeld Leeuw

    Ook het sterrenbeeld Leeuw telt dertig graden, die de Zon doorloopt in de periode van 22 juli tot 22 augustus.:

    1. De eerste tien dagen van haar reis door Leeuw zit de Zon in het eerste decanaat (0 - 9°59’’) graden)
    2. De tweede tien dagen van haar reis door Leeuw zit de Zon in het tweede decanaat (10 - 19°59)
    3. En de derde tien dagen van haar reis door Leeuw zit de Zon in het derde decanaat (20° - 29°59)


    Stel: je bent als Leeuw geboren op 12 augustus. Dan kun je (letterlijk) op je vingers natellen of je een Leeuw bent uit het eerste, tweede of derde decanaat: het eerste decanaat (10 dagen en 10 graden) loopt van 22 juli tot 1 augustus; en omdat het tweede decanaat loopt van 2 tot 11 augustus, ben je dus uitgerekend een "Mars-Leeuw". Als je het nog niet goed snapt, niet getreurd: lees dan verder bij Duiding.

    Duiding van de tien dagen-cyclus voor Leeuw

    De teksten hieronder zijn gebaseerd op een combinatie van astrologische principes. Het zijn geen in steen gebeitelde karaktereigenschappen die iedereen in datzelfde decanaat zal vertonen. Verdere verfijning kan alleen gebeuren aan de hand van de geboortehoroscoop, transits (de actuele planeten) enzovoorts. Toch zou je veel van jezelf moeten herkennen in de beschrijving van jouw Leeuw-type.

    Je bent geboren tussen 22 juli en 1 augustus
    Te combineren principes: Zon/Leeuw + Saturnus = vitaliteit + concentratie.

    Je sterrenbeeld is Leeuw (element Vuur, dynamische energie), en de heerser van het eerste Chaldeeuwse decanaat van Leeuw is Saturnus (element Aarde, intensiteit en structuur). Voor Saturnus-Leeuwen is status en erkenning enorm belangrijk. Het zijn dominante en krachtige persoonlijkheden. Zij kunnen geduldig en vastberaden een leven lang bouwen aan hun eigen toekomst, die hen aan de top moet brengen van de maatschappelijke ladder. Leiderschap is een ernstige zaak, vooral als je voelt dat het je bestemming is. Daardoor valt het je ook zo zwaar om de ondergeschikte te spelen. Je beschikt over veel energie en lijkt niet moe te worden bij een langdurige (mentale) inspanning. De combinatie van vitaliteit, volharding en tomeloze energie maakt dat dit tweede decanaat van Leeuw een cyclus is van potentieel grote macht. Als Saturnus-Leeuw blijf je trouw aan tradities en hecht je belang aan sociale conventies. Je bent erg zelfstandig, hardwerkend en vertrouwt op eigen kracht. Wat je begint, wil je ook afmaken. Deze capaciteiten kunnen je ver brengen. Je staat voortdurend onder hoogspanning en vergeet wel eens om met mensen vriendelijk om te gaan. Denk eraan dat ieders zenuwen het kunnen begeven, ook de jouwe. Je moet je er met de Saturnus-energie wel voor hoeden om in het najagen van je doelen niet destructief en nietsontziend te worden. Bij tegenslag kunnen mensen uit deze cyclus in zichzelf keren en depressief worden. En dan is hun egocentrisme en introversie voor hun omgeving niet te harden. Mensen met een zachtere aard hebben het moeilijk met een Saturnus-Leeuw, omdat die hen overweldigt, zelf al is dat niet zo bedoeld.

    Bekende personen die in deze cyclus zijn geboren, zijn Carl Gustav Jung, Henry Ford, Aldous Huxley, Alexandre Dumas, Raspoetin, Herman Melville, Mick Jagger.

    Je bent geboren tussen 2 augustus en 11 augustus
    Te combineren principes: Zon/Leeuw + Jupiter = vitaliteit + harmonie.

    Je sterrenbeeld is Leeuw (element Vuur, dynamische energie), en de heerser van het tweede decanaat van Leeuw is Jupiter (element Vuur, stabiliteit en idealisme). Een groot gevoel voor humor, optimisme en inspiratie kenmerken mensen die in deze cyclus zijn geboren. Jupiter vergroot alles uit, en je hebt als Jupiter-Leeuw de neiging om in het centrum van de belangstelling te willen staan. Leeuw staat al bekend als vrij theatraal, en met Jupiter wordt dat nog opvallender. Je beschouwt de hele wereld als een podium en jezelf als entertainer. Mensen die je bezig zien geloven hun ogen niet, want je optimisme is niet kapot te krijgen. Ze hebben ook veel steun aan je talent om zelfs in sombere tijden positief te blijven. Mensen die in deze cyclus zijn geboren, hebben vaak veel geluk (dankzij Jupiter). Je hunkert naar kennis alsof het voedsel is, en je pronkt er graag mee omdat anderen dan je intelligentie kunnen bewonderen. Jupiter staat voor studie en voor reizen, wat voor jou eveneens een middel is om je horizon en je geest te te verruimen. Veel mensen bewonderen jou en worden door jou geïnspireerd. Je bent ook een geboren leraar.

    Bekende personen die in deze cyclus zijn geboren, zijn Herbert Hoover, Mata Hari, Shelley, Alfred Tennyson, Guy de Maupassant, John Houston, Lucille Ball.

    Je bent geboren tussen 12 augustus en 22 augustus
    Te combineren principes: Zon/Leeuw + Mars = vitaliteit + energie.

    Je sterrenbeeld is Leeuw (element Vuur, dynamische energie), en de heerser van het derde decanaat van Leeuw is Mars (element Vuur, activiteit en agressie). Deze Mars-Leeuw persoonlijkheid wordt gekenmerkt door ambitie, eerlijkheid en dynamiek. Je bent bijzonder gedreven om je doelen te bereiken. Eens je je weg hebt uitgestippeld, gooi je er zo veel energie tegenaan dat je moeilijk te stoppen bent. Een Mars-Leeuw is onstuitbaar en heeft een sterke wilskracht. Door de felheid van de Mars-energie kun je heel koppig zijn en met geweld in woorden of daden je gelijk willen halen. Je bent eerlijk, recht door zee, en verwacht dat anderen dat ook met jou zijn. Je bent niet bang om je mening te verkondigen, soms tot op het punt dat anderen dit als kwetsend ervaren. Je wilt graag de leider, de baas zijn, de hoofdrol spelen als het even kan, en vindt het erg moeilijk om een ondergeschikte rol te vervullen. Omdat je altijd gelijk wilt hebben, zie je elke uitdaging van je heerschappij als verraad. Loyaliteit, trouw is geen leeg begrip voor jou. Je dierbaren moeten je toegewijd zijn, en dan zorg je heel goed voor hen. Je trots is echter heel kwetsbaar, en eens ze je hebben ontgoocheld zal het moeilijk zijn om nog in je gunst te komen. Vooral seksuele ontrouw vind je onvergeeflijk. Pas ermee op dat je ego en zelfvertrouwen niet te bedreigend overkomen voor je omgeving - ze kwijnen soms letterlijk weg in je schaduw. Je kunt met gemak mensen boeien, en kunt heel overtuigend zijn. Mars-Leeuwen kunnen heel gul zijn, schaamteloos trots en verfrissend eerlijk.

    Bekende personen die in deze cyclus zijn geboren, zijn Napoleon Bonaparte, Blavatsky, Alfred Hitchcock, Fidel Castro, T. E. Lawrence, Robert Redford.

    Alternatief systeem

    We hebben gezien dat de Chaldeeuwse decanaten gebaseerd zijn op de 'snelheid' van de planeten aan de hemel. Er is echter nog een tweede systeem met heersers van decanaten dat de ouden gebruikten: de drievuldigheid, met de drie heersers van hetzelfde element in de volgorde waarin ze voorkomen in de horoscoop. Hierbij neemt men als heerser van het eerste decanaat de heerser van het teken zelf, en vervolgens de heersers van de twee andere tekens van hetzelfde element.

    Enkele voorbeelden:

    • Bij Ram wordt dat Mars (van Ram zelf), dan Zon (van Leeuw) voor het tweede decanaat, en voor het derde decanaat Jupiter van het derde vuurteken Boogschutter.
    • Bij Leeuw wordt dat eerste decanaat: Zon; tweede decanaat: Jupiter; derde decanaat: Mars.


    Opmerking: deze tekst publiceerde ik eerder al op de website De Magische Mens

    J. Grandgagnage

    12-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


    Categorie:astrologie
    Tags:astrologie,Leeuw,sterrenbeeld,popastrologie,zonneteken
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het zwarte gat: is er leven na het pensioen?

      Pensionering en het "probleem" van te veel vrije tijd 

    Mensen die met (brug)pensioen gaan worden soms meewarig bekeken. Och arme toch, wat ga je nu toch doen met al die vrije tijd? Toen ik collega Jan mijn plan om vervroegd op te stappen meedeelde, reageerde hij volledig in die toon: Ik ken iemand die ook met brugpensioen ging, zei hij, en die is nu depressief. Hij loopt de muren op, verveelt zich te pletter. Hij is echt in een zwart gat gevallen...

    Ik antwoordde iets in de aard van dat het zwarte gat mij nooit zou overkomen omdat ik mij nooit verveelde. Dat geloofde hij natuurlijk niet. Hij lachte fijntjes en zei dat ik het zelf wel zou ondervinden. Goed ik ben nu al een half jaar aan het 'brugpensioenen' en ik heb nog geen seconde de neiging gehad om mezelf op te knopen, laat staan in een zwart gat te storten. Hoe doe ik dat? Door wereldreizen te ondernemen? Door mezelf in het nachtleven te storten, kicks te zoeken, dure tennislessen te nemen, mijn koopwoede te botvieren? Niets van dit alles. Ik ben in de hemel. Want ik ben verlost van de stress, de ergernissen en alle dwaze dingen die een mens doet omdat het van hem verwacht wordt. Ik besef wel dat veel mensen niet zo gelukkig zijn als ik en dat ze de overgang van een 'actief' leven naar hun (brug)pensioen veel minder goed verwerken. Waaraan ligt dat dan?

    Om te beginnen denk ik dat ik gewoon een gelukzak ben. Zoals ik collega Jan al zei: ik verveel me nooit. Ik hoef zelfs de deur niet uit om verstrooiing te zoeken. Wat ik merk is dat andere mensen op zoek gaan naar iets om zich mee bezig te houden, om de tijd te doden. In dat opzicht ben ik een beetje een zonderling, want ik ga nooit naar de bioscoop, het theater of waar dan ook. Ook op reis gaan hoeft voor mij niet. Ik kan volmaakt tevreden zijn met eenvoudige dingen. Voor het ogenblik bijvoorbeeld zit ik in de tuin wat naar de vogels te gapen. Mijn drie honden liggen aan mijn voeten en genieten, net als ik, van de mooie dag. Geluk vinden in eenvoudige dingen, dat is één. Maar het is niet iedereen gegeven vrees ik.

    Twee: asociaal zijn helpt ook. Ik hoef niet zo nodig met anderen op te te trekken om me te amuseren. Integendeel zelfs. Voor mijn beroep moest ik met zoveel mensen omgaan dat ik nu gerust een tijdje zonder al die much ado about nothing- drukte kan. Doordat ik zo weinig tijd steek in sociale omgang heb ik des te meer tijd om met mijn eigen dingen bezig te zijn.

    Mensen zonder hobby's of een of andere passie lopen het grootste gevaar om in een zwart gat te vallen. Vaak zie je ze dan krampachtig proberen de draad op te nemen door in een clubje te gaan en zich op bloemschikken, darts of schilderen te storten. Maar het heeft altijd iets gekunsteld, omdat ze er alleen met hun hoofd en niet met hun hart in geloven. Zelf heb ik zoveel interesses dat ik wat op mijn honger blijf zitten als de dag voorbij is. Dan denk ik: morgen ga ik dit, en dat doen en dan val ik wat onrustig in slaap.

    Toen ik pas met brugpensioen ging, had ik me voorgenomen om me vooral met schrijven bezig te gaan houden. Ik heb inderdaad een boek af, maar het ligt nu al een paar maanden onverzonden op het schap. Morgen, of volgende week, denk ik dan. Maar eigenlijk interesseert het me niet eens zoveel meer om gepubliceerd te geraken. Ik ga aan mijn bureau zitten voor een laatste kritische lezing, maar dan begin ik wat bluesharp te spelen of op mijn gitaar te tokkelen. Vooral sedert ik die alarmerende berichten heb gehoord over meteorieten die op een crash-course naar de aarde zitten, denk ik vaak: waar maak ik me eigenlijk nog druk om?

    Creatieve mensen hebben een streepje voor om de verveling de baas te blijven. Pas nu begin ik volop te beseffen hoe erg het gesteld moet zijn met mensen die geen enkele creatieve cel onder hun hersenpan hebben. Want, wat doen zij? Zij gaan shoppen (Gruwel!), zij kijken tot het intreden van hersendood naar soaps en Big Brother. Zij Doden de Tijd. Een nadeel - zo ervaar ik het toch - van creativiteit is dat je wat in de marge blijft, dat je jezelf voortdurend in vraag stelt en dat gaat al eens gepaard met onrust en versnipperdheid.

    Nee, naar eigen ervaring weet ik dat Leven na het Werk niet gelijkstaat met verveling en een gevoel van zinloosheid. Maar eigenlijk, besef ik nu, heb je dat niet zelf in de hand. Het Lot verleent sommigen grote rijkdom, anderen grote schoonheid, weer anderen een scherpe geest, een rustig gemoed en ga zo maar door. Ik ben blij met wat ik heb. Alleen kan ik niemand raad geven over hoe je het Zwarte Gat moet bestrijden, net zomin als je iemand kunt leren om nieuwsgierig te zijn. Net zomin als je iemand kunt leren om verwonderd te zijn. Elke dag opnieuw.


    Auteursrecht: Jules Grandgagnage

    12-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


    Categorie:pensioen
    Tags:pensioen
    11-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Isaac Newton, de laatste der magiŽrs

    Newton, de grote natuurkundige, besteedde evenveel tijd aan het zoeken naar de steen der wijzen als aan zijn ander wetenschappelijk werk. Newton schreef meer dan een miljoen woorden over alchemie gedurende zijn leven, in de hoop om deze oude kennis te gebruiken om de aard van materie beter te begrijpen. Zijn fascinatie voor alchemie verbijstert velen, omdat het niet lijkt te stroken met de reputatie van deze sleutelfiguur van de wetenschappelijke revolutie. Toch is dit het geval: men noemt hem ook 'de laatste der magiërs'.

    Ondergang van de westerse alchemie

    De ondergang van de westerse alchemie vanaf de 17e eeuw werd veroorzaakt door de opkomst van de moderne wetenschap met haar nadruk op strenge kwantitatieve experimenten en haar minachting voor "oude wijsheid". Hoewel deze ontwikkeling al in de 17e eeuw begon, zou de alchemie nog 200 jaar aanhangers voor zich winnen en in feite beleefde zij in de 18e eeuw nog een hoogtepunt. Nog in 1781 beweerde James Price een poeder gemaakt te hebben dat kwik in zilver of goud kon transmuteren.

    Robert Boyle

    Robert Boyle (1627-1691), bekend voor zijn studie van gassen, was de pionier in de toepassing van de wetenschappelijke methode bij chemisch onderzoek. Met hem en wetenschappers als Antoine Lavoisier en John Dalton begon de moderne scheikunde.

    Wat velen niet weten, is dat de grote natuurkundige Isaac Newton ook een groot alchemist was en minstens evenveel tijd besteedde aan 'occulte' wetenschappen als astrologie en alchemie als aan zijn wetenschappelijk' werk. Newtons geschriften suggereren dat een van de hoofddoelstellingen van zijn alchemie de ontdekking van de steen der wijzen zou zijn geweest, een materie die onedele metalen zou kunnen omzetten in goud. Ook de speurtocht naar het levenselixir boeide hem.

    Newton en alchemie

    De econoom John Maynard Keynes veilde in 1936 een groot deel van de alchemistische manuscripten van Isaac Newton voor het King's College te Cambridge. 369 boeken uit de persoonlijke bibliotheek van Newton hadden een wetenschappelijk karakter, 170, echter, zijn werken over de Rozenkruisers, de kabbala en alchemie. Keynes riep Isaac Newton later uit als de laatste grote "Renaissance-magiër". Newton had zelf een alchemistische index aangemaakt met 100 auteurs en 150 teksten en 5.000 pagina verwijzingen met 900 trefwoorden aangelegd. Jan Golinski geloofde dat Newton dit had gedaan in de hoop er een samenhangend geheel en een samenhangende leer uit te kunnen afleiden. De Britse historicus Betty T. Dobbs zei dat Newton de alchemistische literatuur tot de 17e Eeuw zeer zorgvuldig had bestudeerd en dit gedurende 30 jaar zonder onderbreking. De Newton biograaf Richard Westfall schrijft: "Newton verloor zijn eerste liefde [bedoeld is de alchemie] nooit uit het oog". Westfall gaat ervan uit dat alchemistische overwegingen ook bij Newtons 'Hypothesis of Light' (1675) waren opgenomen en dat Newtons beschouwingen over de banen van de planeten door de alchemie beïnvloed waren. Betty T. Dobbs schrijft: "Zijn herinvoering van het concept van aantrekking in zijn 'Principia', en zijn afwijzing van een zich op de 'Ether' beroepende mechanica als verklaring voor de zwaartekracht leken Westfall en mij een voldoende argument voor de invloed van de alchemie op zijn denken. Veel alchemistische verhandelingen gaan immers uit van niet-mechanische actieve principes die conceptueel vergelijkbaar zijn met de zwaartekrachttheorie van Newton."

    Keynes 1945.jpg

    John Maynard Keynes, die veel van Newtons alchemistische geschriften had verworven, verklaarde: 
     
    "Newton was not the first of the age of reason: he was the last of the magicians." (Newton was niet de eerste vertegenwoordiger van het tijdperk van de rede, hij was de laatste van de magiërs).

    Auteursrecht: Jules Grandgagnage
    (Opmerking: een gedeelte van deze tekst publiceerde ik eerder al onder CC BY-SA-licentie op Wikibooks)

    11-09-2017 om 17:37 geschreven door Jules Grandgagnage


    Categorie:esoterie
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wicca, de 'nieuwe hekserij'

    Het ontstaan van de 'nieuwe hekserij' is grotendeels toe te schrijven aan Gerald Gardner (1884-1964), een Engelsman die voordien al betrokken was in vrijmetselarij, spiritualisme, boeddhisme en andere spirituele praktijken. Hij verenigde het paganisme met de figuur van de heks en werd hiermee wat de Britse historicus Ronald Hutton "de schepper van een tegencultuur-religie gebaseerd op een natuurgodin en een gehoornde god" noemde. Gardner stelde namelijk dat hekserij een oude, voorchristelijke heidense mysteriecultus was. Daarbij inspireerde hij zich op oudere bronnen. Om te beginnen op The Witch-Cult in Western Europe van Margaret Murray, die op haar beurt dan weer teruggreep op het werk van onder meer Jules Michelet (La Sorcière uit 1862) en Charles Leland (Aradia uit 1899). Het was trouwens de intens antiklerikale Michelet die aan de basis lag van het idee dat de wrede en intolerante christelijke kerk verantwoordelijk was voor de uitroeiing van een oude, levende religie tijdens de heksenvervolgingen. Een andere sterke invloed op de verbreiding van de heksencultus-hypothese was The Golden Bough, een studie in religie en magie van James Frazer (1890).

    Thumbnail for version as of 12:55, 30 June 2012

    Gardner

    Wicca kreeg eigenlijk pas ruime bekendheid met Gardners Witchcraft Today uit 1954, waarin hij openlijk over hekserij sprak. Gardner zegt daarin dat hij in 1939 werd ingewijd in een coven (heksenkring), door een vrouw met de naam 'Old Dorothy'. Zijn ervaringen met covens (bijvoorbeeld in 1947, in St Albans, Hertfordshire, nabij een naturistenclub waar hij en zijn volgelingen een 16e eeuwse cottage bouwden) zouden hem later van pas komen om zijn visie op nieuwe hekserij te publiceren en te promoten. Tot 1951 bestond in Engeland nog een wet op hekserij, zodat Gardner pas na het intrekken van dit verbod aan zijn boek kon beginnen. Omstreeks 1950 introduceerde hij reeds zijn Book of Shadows in zijn Bricket Wood Coven, waar kandidaat-heksen een initiatie van hem kregen. Dat Boek der Schaduwen was een soort 'kookboek' met spreuken en bezweringen dat door een nieuwe heks gekopieerd en aangevuld moest worden.

    Gardner besteedde ook veel aandacht aan het uitwerken van verschillende rituelen voor de nieuwe hekserij, en hierin werd hij geholpen door zijn vriend Ross Nichols die toen hoofd was van The Ancient Druid Order. De rituelen, zo werd toen vastgesteld, moesten plaatsvinden binnen een gewijde, gezuiverde cirkel, waarbij de heks in het centrum als een kanaal de magische krachten van de heksen in de kring ontving.

    Een andere belangrijke figuur in de verspreiding van wicca is Doreen Valiente(1922-1999). Valiente werd lid van Gardners Bricket Wood coven en bracht het al snel tot hogepriesteres. Toen ze merkte dat veel materiaal in Gardners Boek der Schaduwen was overgenomen uit de werken van de occultist Aleister Crowley, en dus niet zoals Gardner beweerde uit 'oude bronnen', confronteerde ze Gardner hiermee. Die gaf toe dat de tekst die hij had ontvangen van the New Forest coven fragmentarisch was geweest en hij het had aangevuld met gebruik van diverse bronnen. Doreen Valiente herschreef daarop, met instemming van Gardner, een groot gedeelte van het Boek der Schaduwen, met weglating van een aantal van Crowley afkomstige tekstgedeelten. Zij vreesde immers dat de slechte reputatie van Crowley negatief zou afstralen op de nieuwe hekserij. Valiente herschreef bijvoorbeeld drastisch the Charge of the Goddess (Opdracht van de Godin) en droeg ook bij aan een gedicht dat de Wiccan Rede bevatte.

    Latere ontwikkelingen: Wicca als exportproduct

    Bij latere ontwikkelingen is het een probleem om te zeggen of het nu om wicca gaat of niet. Zo zette Robert Cochrane zich sterk af tegen Gardner en Sanders, en de Italiaan Grimassi wees erop dat de Engelse traditie met Charles Leland eigenlijk rechtstreeks afgeleid was van de Stregheria. Zo was de praktijk van naakt dansen die Leland in zijn Aradia beschreef ("Skyclad") van Italiaanse origine:
    "And as the sign that ye are truly free,
    Ye shall be naked in your rites, both men
    And women also: this shall last until
    The last of your oppressors shall be dead;"

    Er is echter ook sprake van continuïteit en een teruggrijpen op dezelfde bronnen, waardoor een gezamenlijke behandeling gerechtvaardigd is. Wicca werd als religie ook een exportproduct vanaf dat de Engelse wicca Alex Sanders naar de Verenigde staten verhuisde. Zowel in de VS als in Australië ontstonden zo 'inlandse' varianten van wicca die plaatselijke folklore opnamen in een raamwerk van wiccageloof, zoals Victor Andersons Feri Tradition, Joseph Wilsons 1734 tradition, Aidan Kelly's New Reformed Orthodox Order of the Golden Dawn en Zsuzsanna Budapest's Dianic Wicca, die ieder verschillende aspecten van het geloof benadrukten.

    De Engelsman Alex Sanders (1926-1988), die zichzelf 'koning der heksen' noemde, was de stichter van een wiccavariant die bekend werd onder de naam alexandrijnse (Alexandrian) wicca. Ook in zijn opvatting moest hekserij een goedaardige religie zijn en hij vermengde daartoe gardneriaanse wicca met elementen uit de joods-christelijke traditie. Zelf ging hij er prat op 1623 ingewijden te hebben verzameld in meer dan 100 covens. Sanders deed veel om zichzelf en moderne hekserij in de publieke belangstelling te brengen. Zo publiceerde hij een biografie met de titel 'King of Witches' (1969), en de documentaire film Legend of the Witches van hetzelfde jaar was gebaseerd op de mythe rond Sanders als genezer en koning der heksen. Deze flirts met de media en zijn vele publieke optredens werden hem door gardneriaanse wicca's als Patricia Crowther en Ray Bone niet in dank afgenomen, en zij distantieerden zich dan ook van hem.
    Sanders' wicca was gebaseerd op die van Gardner, maar hij verwerkte er ook invloeden in uit Dogme et rituel de la haute magie van Eliphas Lévi. Sommige moderne heksen verlenen zijn vorm van hekserij als gevolg daarvan het predicaat 'high church' en die van Gardner die van 'low church'. De Britse historicus Ronald Hutton wees er ook op dat wat de wicca van Sanders van anderen onderscheidt de vervaging van de grenzen tussen paganisme en het christelijk geloof is. Sanders en zijn volgelingen zagen zichzelf als '"warriors in a constant battle of good magic against bad" (soldaten in een constante strijd tussen goede en slechte magie).

    Dat gardneriaanse wicca nu de meeste aanhangers heeft in de Verenigde Staten is grotendeels te danken aan Raymond Buckland (geboren in 1934), een Engelsman van Roemeense origine die in 1962 naar Amerika verhuisde en daar een 'Saksische' tak van wicca stichtte: de Seax-Wicca. Daarin worden vier belangrijke Germaanse godheden vereerd: Wodan, Thor, Tiw en Freya. Deze vorm van wicca is veel meer open dan die van Gardner en vereist van de adepten ook geen eed van geheimhouding. Het is zelfs zo dat Bucklands systeem 'zelfinwijding' toelaat. Daarna kan de 'zelfingewijde' ook een eigen coven beginnen. Een ander significant verschil is dat bij de Seax-Wicca de rol van man en vrouw even groot is, waardoor bijvoorbeeld rituelen zonder de aanwezigheid van een hogepriesteres kunnen doorgaan. Zulks was bij Gardner niet mogelijk omdat alleen de hogepriesteres als kanaal en representant van de Godin kon optreden. Buckland startte vanaf de jaren 70 vele covens op en richtte een correspondentieschool op (Seax-Wicca-Seminary) in Virginia. Hij schreef daarnaast ook heel wat boeken over wicca, hekserij en neopaganisme. De volgelingen van deze wiccagroep worden Wicca-tru genoemd.

    Een andere traditie binnen de moderne hekserij bestrijdt de visie als zou het moderne paganisme een 20e-eeuwse 'uitvinding' zijn. Zij stellen dat hun vorm van spiritualiteit veel ouder is, dat de kennis en de vaardigheden van hekserij erfelijk zijn en dat de tradities en vermogens van generatie op generatie werden doorgegeven. Deze overtuigingen zitten op één lijn met Charles Godfrey Leland die overtuigd was van het bestaan van een oude geheime religie van heksen die de godin Diana en de god Lucifer eerden. Het is echter vooral het al eerder genoemde werk van Margaret Murray dat een grote invloed uitoefent op deze heksen.
    Een van de bekendste promotors van erfelijke hekserij was Robert Cochrane (1931 - 1966), die beweerde zelf een hereditary witch te zijn. Robert Hutton concludeerde dat Cochrane een 'wicca-kader' had gebruikt voor de uitvoering van zijn eigen ideeën en praktijken. De coven van Robert Cochrane draagt de naam 'Regency' en werd door twee van zijn volgelingen opgericht tijdens Halloween van 1966. Heksen die zich beroepen op overerfbare krachten werken bij voorkeur in de natuur zoals op een open plek waar ze naakt rituelen uitvoeren. Hierbij gebruiken ze geen 'Boek der Schaduwen' zoals de gardneriaanse wicca. Doreen Valiente merkte op dat rituelen in de traditie van Cochrane spontaner, creatiever, sjamanistischer en aardser waren dan die van Gardner.

    Ook Raven Grimassi, een vruchtbaar schrijver over hekserij, claimt een erfheks te zijn, en dit uit de traditie van de Italiaanse Stregheria. De cultus van Diana en de gehoornde god Lucifer neemt een prominente plaats in. Grimassi baseert zich voor zijn boeken vooral op de heksencultus-hypothese van Margaret Murray.

    Feministische heksen werden vanaf de jaren 70 actief, hoofdzakelijk in de Verenigde Staten. Zij inspireren zich op het werk van de Franse historicus Jules Michelet, op Joslyn Gage en Margaret Murray, die allen het idee van een ondergrondse cultus van heksen hadden verdedigd. De feministische heksen gaan ervan uit dat vrouwelijke spiritualiteit al eeuwen door mannen wordt onderdrukt en dat de heksenvervolgingen miljoenen onschuldige vrouwenlevens hebben gekost, vrouwen die zij beschouwen als revolutionaire strijders tegen het patriarchaat dat een einde wilde maken aan de laatste sporen van matriarchale tijden. Voor deze overtuiging steunen zij ook op het werk van Marija Gimbutas, een archeologe die de breuk van matriarchale naar patriarchale samenlevingen legt in de periode 4300-2900 v.Chr. toen een vredelievende voorchristelijke Europese cultuur overstroomd werd door agressieve patriarchale invasies. Als gevolg daarvan moest de vredelievende cultus van de moedergodin ondergronds gaan om te overleven. Met traditionele wicca heeft de feministische hekserij een holistische visie op de wereld gemeen, waarbij de Godin zorgt voor een verbinding tussen mens en natuur.

    Veel vaak solitair werkende eclectische heksen noemen zichzelf wicca's waarbij zij wicca als synoniem zien van hekserij terwijl traditionele groepen het accent in de eerste plaats leggen op het religieuze aspect. Het verschil dat gemaakt wordt tussen 'heks' en 'wicca' is dus niet altijd duidelijk, omdat er in de verschillende groepen verschillende opvattingen over bestaan. Eclectische hekserij als alternatieve vorm van nieuwe hekserij wijkt aanzienlijk af van wat onder traditionele gardneriaanse 'wicca' werd verstaan. Eclectische wicca's volgen geen enkele traditie naar de letter maar eerder een syncretisch spiritueel pad waarbij zij putten uit een veelheid van overtuigingen, religies en filosofieën. Een aanhanger kan zo ook zijn eigen ideeën en rituele praktijken vrijelijk inbrengen. Eclectische wicca is de populairste variant van wicca in de Verenigde Staten geworden

    Geraadpleegde literatuur

    Hutton,Ronald: The Triumph of the Moon: A History of Modern Pagan Witchcraft, Oxford University Press, 2001
    Greenwood,Susan: The Encyclopedia of Magic and Witchcraft (Hoofdstuk 'Witchcraft Today'), Hermes House, 2007,
    Bailey,Michael D.: Magic and Superstition in Europe (Hoofdstuk 7:'Magic in the Modern West from 1800'), Rowman & Littlefield Publishers inc., 2007
    Encyclopaedia Britannica Ultimate Reference Suite 2010: 'Wicca' en 'Neo-paganism'


    Lees ook: Foute opvattingen over wicca en de nieuwe hekserij


    Tekst: Jules Grandgagnage

    (Opmerking: deze tekst publiceerde ik reeds in aangepaste vorm op Wikipedia en op andere online platforms, en werd vrijgegeven onder de licentie CC BY-SA 2.0 )

    11-09-2017 om 17:37 geschreven door Jules Grandgagnage


    Categorie:esoterie
    Tags:wicca, heks, hekserij
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.As Time Goes By
    As Time Goes By   

    Ik speel op mijn saxofoon (alt, sopraan en tenor) graag de "jazz standards", een aantal songs die zijn gaan behoren tot het standaardrepertoire van jazzmuzikanten. De bladmuziek voor deze bekende liedjes circuleert als 'real books', waar ook ik duchtig gebruik van maak. As Time Goes By speekt vooral de wat ouder wordende mens aan, die met nostalgie terugblikt op zijn of haar leven...
    ..."You must remember this 
    A kiss is just a kiss, a sigh is just a sigh. 
    The fundamental things apply 
    As time goes by..."

    Het 'orkest' dat je hoort is Band in a Box, een programma dat de muzikanten onder jullie ongetwijfeld zullen kennen! Een fantastische tool om jezelf te begeleiden zodat je met steun van een orkest kunt oefenen, of jezelf opnemen.

    "As Time Goes By" is een lied dat Herman Hupfeld in 1931 schreef voor de Broadwayshow "Everybody's welcome". Frances Williams was toen de zangeres die het lied voor het eerst ten gehore bracht.
    De song werd pas echt bekend toen het als thema van de film Casablanca uit 1941 werd gebruikt. Dooley Wilson, die het zong, heeft het nummer echter nooit als single uitgebracht, omdat bij de release van de film enkele muzikanten in staking waren. In plaats daarvan werd er in 1931 een heruitgave van Rudy Vallee van verkocht.

    A"s Time Goes By" werd in de loop der jaren gecoverd door zangers als Rudy Vallee, Billie Holiday, Perry Como, Frank Sinatra, Bing Crosby, Harry Nilsson, Barbra Streisand, Carly Simon, Tony Bennett, Jane Monheit, Gal Costa, Bryan Ferry, Sal Viviano, Willie Nelson, Vera Lynn, Johnny Mathis, Rod Stewart en Queen Latifah en Neil Diamond.

    11-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


    Categorie:jazz
    10-09-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De tien bekendste methoden van waarzeggerij
    Het maken van voorspellingen is een praktijk die wordt aangetroffen in culturen van over de hele wereld.
    Hier volgt een overzicht van de tien bekendste methoden van waarzeggerij. Besproken worden: astrologie, geomantiek, grafologie, handlezen, I Tjing, kristalkijken, numerologie, pendelen en wichelroedelopen, runen en tarot.

    Astrologie

    Universum.jpg
    Astrologie is de studie van de bewegingen en de posities van hemellichamen als voorspellende methode voor menselijke zaken en aardse gebeurtenissen. Een analyse van een geboortehoroscoop levert volgens astrologen informatie op over ontwikkelingen en gebeurtenissen die een persoon te wachten staan.

    De voorspellende astrologie maakt gebruik van een heel gamma technieken:
    • bij transits gaat het om de actuele planeten die een verbinding maken met elementen uit een geboortehoroscoop van een mens of van een gebeurtenis. Gaat het om een 'snelle' actuele planeet zoals Maan en Mercurius, dan zijn het snel voorbijgaande trends. Bij de langzame planeten vanaf Jupiter kunnen transits langer doorwerken, zelfs tot een jaar.
    • bij sommige andere progressies worden de planeten van de geboortehoroscoop volgens een sleutel vooruit geschoven. Bijvoorbeeld: een graad voor elk jaar. Dan wordt gekeken of die vooruitgeschoven planeten verbindingen (conjunctie, vierkant,driehoek,...) maken met de geboorteplaneten.
    • een solaarhoroscoop is een horoscoop die getrokken wordt voor het precieze moment waarop de Zon terugkeert op exact dezelfde positie die zij innam tijdens iemands geboorte en voorspelt vanaf zijn verjaardag gebeurtenissen en trends voor het komende jaar.
    • een uurhoekhoroscoop is een horoscoop die opgesteld wordt voor het beantwoorden van een vraag en wordt gemaakt voor het precieze moment waarop iemand die vraag stelt.
    • een mundaanhoroscoop tracht grote tendensen te voorspellen, zoals de beurs, de toekomst van een land e.d.
    • zo zijn er nog heel wat technieken, waaronder primaire en secundaire directies, die dan weer volgens het ene of het andere huizensysteem (Placidus, Regiomantanus, Koch enz.) worden toegepast.

    Geomantiek

    De zestien geomantische figuren.
    Puer ("Jongen": onbezonnenheid; Fortuna Major ("Groot geluk"); Acquisitio (winst en voordeel); Cauda Draconis ("drakenstaart", weggaan, minder geluk); Amissio ("verlies"); Conjunctio ("samenkomen"); Carcer ("kerker", gevangenis); Caput Draconis ("drakenkop", het hogere, uiterst positief); Albus ("wit", wijsheid, inzicht); Rubeus ("rood", passie, geweld); Tristitia ("verdriet", zorgen); Fortuna Minor ("klein geluk", weinig geluk of hulp); Populus ("volk", mensen); Puella ("meisje", prettige relaties); Laetitia ("vreugde"); Via ("weg", een andere weg, verandering, reizen)

    Geomantiek of geomantie is mogelijk de oudste voorspelmethode. In sommige Afrikaanse culturen wordt het werpen van stenen en het tekenen van willekeurige figuren in het zand al eeuwenlang als orakelmethode gebruikt. De zo ontstane figuren worden dan volgens een bepaalde methode geïnterpreteerd. In het westen is Karen Hamaker een autoriteit op gebied van het oude Europese orakel. Dankzij haar werk weten we dat de eenvoudige orakelmethode van de geomantie(k) in de middeleeuwen bijzonder populair was en hoe de verschillende figuren toen werden geïnterpreteerd.

    Praktijk

    Dat 'putjes prikken in het zand kun je natuurlijk ook doen met potlood en papier. Je zet daarbij zonder bewust te tellen een aantal stippen op een rij, en maakt zo vier rijen. Elke rij bestaat uit een even of oneven aantal puntjes (of putjes) en dat noteer je op deze manier:

    O O voor even
    O voor oneven
    Dit herhaal je tot je vier rijen hebt. Als je klaar bent, heb je een figuur gevormd, die een antwoord op je vraag oplevert volgens de regels van de geomantiek.

    voorbeeld:

    1) Je denkt aan een vraag en begint zonder tellen vier rijen stipjes te zetten:

    (voorbeeld)

    . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

    . . . . . . . . . . . . .

    2) Als je klaar bent, tel je de stippen en noteert de even en oneven rijen:
    Geomantic fortunamajor.svg
    Zoek deze figuur op.
    In dit geval levert het de figuur "Fortuna Major" op, wat groot geluk, veel succes betekent in wat je onderneemt.
    Combinatie met astrologie 
    Geomantie noemt men ook "de astrologie van de aarde", als tegenhanger van de astrologie van de hemel. In de middeleeuwen poogde men de twee systemen te verbinden: de geomantische tetragrammen met de symbolen en duidingselementen (vnl. planeten en huizen) van de westerse astrologie. Om te beginnen trachtte men elk tetragram (de figuur met de 4 lijnen) te koppelen aan een planeet (bijvoorbeeld Fortuna Major aan Zon), en te werken met de posities van de tetragrammen in de astrologische huizen. Het leverde een verfijnder systeem op, maar het is nooit echt tot een algemeen aanvaard systeem met dezelfde astrologische toewijzigingen gekomen.

    Grafologie

    Handtekening van Shakespeare
    De wetenschappelijke basis voor grafologische interpretaties van de persoonlijkheid was lange tijd twijfelachtig, maar nu wordt het eerder als pseudowetenschap geklasseerd. Het is een voorspellende methode die ervan uitgaat dat iemands geschrift informatie kan opleveren over zijn of haar persoonlijkheid.
    Grafologen houden bij hun analyse rekening met de grootte, regelmaat en richting van het geschrift, de vorm van de letters, nadruk op bovenste of onderste halen, druk, netheid enz. Zo zou een naar rechts overhellend schrift aantonen dat de schrijver energiek en enthousiast is, assertief en vol zelfvertrouwen. Een recht of naar links hellend schrift hoort dan weer bij mensen die hun emoties verbergen of onder controle houden.

    Handlezen

    Handlijnkunde of chiromantie is een vorm van waarzeggerij die iemands toekomst en karaktereigenschappen tracht af te leiden uit de lijnen en andere kenmerken van zijn hand. Het handlezen komt overal ter wereld voor, in talloze variaties. Er wordt verondersteld dat handlijnkunde dateert uit de tijd van de Indiase hindoe-astrologie en verspreid werd door de toekomstvoorspellers van de Roma-zigeuners. Er zijn vele - vaak tegenstrijdige - interpretaties van de verschillende lijnen en handkenmerken al naargelang de regels die een bepaalde school volgt. Bovendien ontbreekt empirische steun voor wat handlezers beweren, waardoor het als een pseudowetenschap wordt beschouwd.
    Door de meeste beoefenaars wordt aangenomen dat de linkerhand het potentieel aangeeft en de rechterhand hoe dit in het leven wordt gerealiseerd. Ook wordt vaak aangenomen dat de handlijnen in de loop van het leven kunnen wijzigen na een of andere persoonlijke gebeurtenis. Moderne handlezers combineren de traditionele voorspelkunst met inzichten uit psychologie, holistische geneeskunst en andere methodes van voorspelling.
    Voor het evalueren van iemands karakter en toekomstig leven wordt niet alleen naar de lijnen in de hand gekeken, maar ook bijvoorbeeld naar de vorm van de handen en de vingers.

    De belangrijkste lijnen


    1. levenslijn - 2. hoofdlijn - 3. hartlijn - 4. Venuslijn - 5. Zonnelijn - 6. Mercuriuslijn - 7. Lijn van het lot.
    De drie lijnen die praktisch op alle handen voorkomen krijgen bij een analyse het meeste gewicht: 
    1. De hartlijn is de eerste lijn die door de handlijnkundigen bekeken wordt. Hierbij interpreteren ze deze lijn als een indicatie voor zaken die te maken hebben met het hart, zowel in metaforische als fysieke zin. Ze geeft aanwijzingen over emotionele stabiliteit, romantische perspectieven, depressies, stoïcisme en de conditie van het hart. 
    2. De volgende lijn die geïnterpreteerd wordt is de hoofdlijn die onder meer informatie onthult over iemands geest, zijn intelligentie, hoe hij werkt, communiceert en zijn vermogen tot kennisverwerving. 
    3. De meest controversiële lijn in de hand is de levenslijn, die iemands vitaliteit, fysieke gezondheid en algemeen welzijn representeert. Van deze lijn wordt ook aangenomen dat zij de belangrijkste koersveranderingen en gebeurtenissen in in iemands leven weergeeft, dus bijvoorbeeld ook ongelukken en verhuizingen. Moderne handlijnkundigen geloven niet dat de lengte van de lijn een indicatie is voor de lengte van iemands leven.

      I Tjing

      I Tjing of I Ching (Chinees voor "Boek der Veranderingen") is een oude Chinese tekst, een van de Vijf Klassieken van het confucianisme. Traditioneel wordt de vorming van de hexagrammen (figuren met zes lijnen) en de interpretatie ervan toegeschreven aan Wen Wang, 12e eeuw v.Chr. Het grootste deel bestaat uit een bespreking van een voorspelsysteem dat werd gebruikt tijdens de Zhou-dynastie (10e eeuw v. Chr.). Nadat het in de 2e eeuw voor onze jaartelling deel werd van de "Vijf Klassieken", begonnen geleerden er commentaren bij te schrijven, en werd de I Tjing de basis voor waarzeggerijpraktijk doorheen het hele Verre Oosten, om uiteindelijk bekend te raken in het westen.

      Oorspronkelijk was het een systeem van divinatie waarbij orakelbotten, duizendbladstelen of munten werden geworpen. Het boek bestaat uit 64 zeslijnige figuren (hexagrammen), die elk zijn opgebouwd uit twee trigrammen.

      Methode

      De meest gebruikelijke methode is het werpen van drie gelijke munten. Het doel is het samenstellen van een figuur met zes lijnen: het "hexagram". Een munt levert kop (X) of munt (0) op, waarbij kop als Yang (mannelijk actief beginsel), en munt als Yin (vrouwelijk passief beginsel) wordt gezien. Het hexagram wordt van onder naar boven opgebouwd: de eerste worp levert dus de onderste lijn op. In totaal gooi je dus zesmaal met de muntjes. Het zo samengestelde hexagram geeft een (vrij cryptisch) antwoord op de gestelde vraag.

      Een "veranderende lijn" staat op het punt in zijn tegendeel te veranderen. Driemaal munt of driemaal kop levert een veranderende lijn op. In dit geval moet men volgens de I Tjing-regels ook een tweede, uit het eerste voortvloeiend hexagram in het antwoord betrekken.

      Een eenvoudige "teltruc" waarmee de raadpleger van het orakel snel weet welke lijn de worp oplevert: tel 2 voor munt en tel 3 voor kop. Tel de drie muntwaarden op: levert de som een even getal op, dan is het een yin-lijn, een onderbroken lijn; levert de som een oneven getal op, dan gaat het om een yang-lijn, een ononderbroken lijn dus. Bekijk even onderstaande tabel:

      somworpresultaatveranderend
      XXX 3+3+3=9 Driemaal kop levert een ononderbroken veranderende yang-lijn op TXJ 1.svg Interpunct (typography).svg
      XX0 3+3+2=8 Tweemaal kop en eenmaal munt levert een onderbroken yin-lijn op TXJ 2.svg
      X00 3+2+2=7 Eenmaal kop en tweemaal munt levert een ononderbroken yang-lijn op TXJ 1.svg
      000 2+2+2=6 Driemaal munt levert een onderbroken veranderende yin-lijn op TXJ 2.svg Interpunct (typography).svg

      Interpretatie

      Na het samenstellen (werpen, tekenen) van het hexagram kan de betekenis/het antwoord opgezocht worden in een boek over I Tjing, of online.

      Kristalkijken

      John William Waterhouse: De kristallen bol. Olieverf op doek, 1902
      Kristalkijken is een manier van voorspellen door middel van een kristallen bol of een ander reflecterend oppervlak. De kristallen bol zelf wordt eerder beschouwd als een middel om een vorm van helderziendheid te stimuleren die iemand al van nature heeft. De informatie die men op die manier verkrijgt (zo wordt beweerd) heeft betrekking op dingen die zich op een afstand of verder in de tijd gelegen bevinden.
      De gebruikte media zijn meestal reflecterende, doorschijnende of luminescente stoffen zoals kristallen, stenen, glas, spiegels, water, vuur of rook. Kristalkijken wordt in vele culturen gebruikt als een middel om meer te weten te komen over het verleden, het heden of de toekomst. Afhankelijk van de cultuur worden de resultaten van dergelijke visioenen verklaard als de werking van God, geesten, de duivel of het onderbewuste. In de psychologie is er een equivalent bekend van dergelijke heldere mentale beelden die sommige mensen hebben in de fase tussen slapen en wakker worden: de zogenaamde hypnagogische beelden.
      Bij het kristalkijken met een kristallen bol wordt doorgaans de volgende methode gebruikt:
      1. De kristallen bol dient op een donkere ondergrond geplaatst te worden.
      2. Met het licht achter zich begint de ziener te staren naar de bol.
      3. Na een tiental minuten begint de ziener wolken in de bol waar te nemen. Daaruit verschijnen dan herkenbare figuren.
      De 16e-eeuwse Engelse astroloog, occultist en filosoof John Dee zou naar eigen zeggen de kristallen bol samen met zijn partner Edward Kelley gebruikt hebben om 'boodschappen van engelen' in het 'Enochiaans' te ontvangen die hem dan via een stelsel van genummerde letterkaarten allerlei teksten dicteerden.

      Numerologie

      Afbeelding uit Heinrich Cornelius Agrippa von Nettesheim: De Occulta Philosophia (1533): de proporties van de mens uitgedrukt in geheime getallen.

      Numerologie is de studie van getallen die tracht iemands kenmerken, talenten, drijfveren en levenspad te achterhalen vanuit de veronderstelling dat er een zinvol verband bestaat tussen iemands persoonlijke getallen en wat hem in zijn leven overkomt. Zo levert naar verluidt een geboortedatum bijvoorbeeld informatie over iemands wezenlijke kenmerken. Zo ook met de letters van zijn naam, omdat elke letter een bepaald getal vertegenwoordigt. Veelal wordt de som gemaakt van de getallen die de aparte cijfers voorstellen. De som van de getallen van iemands naam en geboortedatum hebben dus voor de numeroloog een directe kosmische relatie tot die persoon zelf, wat hij is, wat zijn uitdagingen zijn en welke weg hij het beste kan volgen volgens de kwaliteiten die hij of zij bezit. Numerologie-experten claimen in staat te zijn om belangrijke punten in het leven van mensen, en de momenten waarin belangrijke veranderingen en beslissingen plaatsvinden, zoals reizen, beleggen en huwen vast te stellen.

      Moderne numerologie bevat vaak aspecten van een verscheidenheid aan oude tradities, waaronder die van Babylonië, Pythagoras en zijn volgelingen (Griekenland, 6e eeuw voor Christus), de astrologische filosofie van het hellenistische Alexandrië, vroegchristelijke mystiek, vroege gnostici, het Hebreeuwse systeem van de Kabbalah en The Indische Veda's.
      Methode 

      Numerologie is misschien wel de makkelijkst te begrijpen waarzegkunst. Alles wat men nodig heeft als "numeroloog", is de geboortedatum en de volledige naam van een persoon om een numerologische analyse te kunnen maken:


      De letters worden in getallen omgezet volgens hun positie in het alfabet; a=1, b=2 enz. en vervolgens opgeteld om een significant "persoonlijk getal" te krijgen. De enige getallen waar mee gewerkt wordt zijn 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 11 en 22. Andere getallen worden gereduceerd door de cijfers van dat getal op te tellen. 11 en 22 zijn "meestergetallen" en worden niet verder herleid (naar 2 en naar 4). De theorie luidt dat elk van die getallen aparte eigenschappen en trillingen heeft die overeenkomen met de persoon.


      Een van de meest gebruikte numerologische getallen is het Levenspad-getal. Het wordt verkregen door de cijfers van de geboortedatum (dag-maand-jaartal) op te tellen. Bijvoorbeeld: iemand die op 18 december 2000 geboren is (18/12/2000) heeft het Levenspad-getal 18+12+2=32/herleid naar 5).


      Om iets met die sommen te kunnen doen, moet men natuurlijk weten hoe die getallen in de numerologie worden beschreven en wat ze over een persoon zouden kunnen vertellen. Iemand 5 als Levenspad-getal zou bijvoorbeeld in zijn leven streven naar vrijheid, veelzijdig en avontuurlijk zijn, terwijl iemand met het getal 4 eerder praktisch, nuttig, betrouwbaar wil zijn in dit leven.

      Numerologische sleutelwoorden bij de getallen:

      "1": individualist, pionier, doordrijver, initiator, wilskracht, leiderschap; ook: impulsief, dominerend, egoïstisch 
      "2": samenwerking, aanpassingsvermogen, bescheiden, oprecht; ook: verlegen, angstig, depressief 
      "3": expressief, fantasierijk, artistiek, levensgenieter; ook: versnipperd, overdrijven, humeurig 
      "4": ordelijk, praktisch, wetenschappelijk, organisatorisch sterk; ook: koppig, niet soepel, ernstig, traag 
      "5": aanpassingsvermogen, ondernemend, veelzijdig, vindingrijk; ook: rusteloos, ontevreden, overhaastig 
      "6": verantwoordelijk, zorgend, voedend, evenwichtig; ook: zelfingenomen, koppig, bemoeiziek 
      "7": intelligent, onderzoekend, analytisch, charmant; ook: gereserveerd, geïsoleerd, sarcastisch 
      "8": de politicus, autoriteit, beslissingen, leider; ook: workaholic, materialistisch, ongeduldig 
      "9": de filantroop, hartelijk, vriendelijk, artistiek; ook: versnipperd, slordig met geld, aandacht zoeken 
      "11" en "22" zijn te vergelijken met respectievelijk "2" en "4", maar wijzen op een meer spirituele inhoud ("11") en grootsere verwezenlijkingen ("22").
       

      Pendelen en wichelroedelopen

       
      Met een wichelroede of een pendel tracht men water, mineralen, schatten, archeologische overblijfselen en andere waardevolle dingen te vinden.
      Het gevorkt instrument waar de wichelroedeloper zich van bedient is traditioneel gemaakt uit hazelaarhout en wordt typisch buiten gebruikt voor het opzoeken van bronnen, goud, zilver of enig ander metaal, en soms zelfs om een dood lichaam op te sporen.
      Een pendel is een aan een touwtje opgehangen slinger van hout of metaal dat (waarschijnlijk) in beweging wordt gebracht door onbewuste spierbewegingen van de pendelaar. De pendel wordt bijvoorbeeld gebruikt voor locatie (op een kaart) van verloren zaken, of voor antwoorden op eenvoudige vragen. Voorbeeld: bij de vraag "Is dit ei bevrucht? wil de vraagsteller dat de pendel linksom begint te draaien bij een bevrucht ei, en rechtsom bij een onbevrucht ei. De pendel wordt stil boven het ei gehangen terwijl de vraag luidop wordt gesteld.

      Runen

      Kaba-2.jpg
      Voorspellen met runenstenen werd populair bij 20e-eeuwse neopaganisten en new age-aanhangers. De benodigdheden voor het orakel met de runen zijn: 24 of 25 runenstenen en een werpmatje. Dat werpmatje kan ook een blad papier zijn waarop drie concentrische cirkels op worden getekend. Dit levert vier gebieden op waar de stenen kunnen terechtkomen: de binnencirkel, middencirkel, buitencirkel en de ruimte daarbuiten. Stenen in de kleinste cirkel betreffen spirituele zaken, meer naar buiten toe betreft het emotionele en stoffelijke zaken:
      • de binnencirkel wordt "skjebne" (Noors voor Lot) genoemd.
      • de middenring heet "buiten skjebne"
      • de buitenring wordt traditioneel verdeeld in vier gelijke segmenten die men "Feoh", "Birca", "Ing" en "Lagu" noemt. Ten slotte is er nog het gebied buiten de runencirkels.
      In totaal zijn er dus zeven gebieden waar de stenen kunnen landen.
      Het werpen en interpreteren is vrij eenvoudig: de vragensteller haalt negen stenen uit de hoop van 24/25, schud ze door elkaar en werpt ze op het matje.
      Er wordt gelet op stenen die bij of op elkaar liggen, en welke stenen ondersteboven liggen. De runenlezer tracht de stenen in relatie tot elkaar te "lezen", alsof hij of zij er zinnen mee maakt ("wacht tot de runen spreken"). Sommige runenlezers interpreteren eerst de stenen die niet ondersteboven liggen, en draaien dan pas de andere stenen zodat die licht werpen op verborgen of toekomstige ontwikkelingen. De interpretatie is een heel subjectieve en intuïtieve aangelegenheid.

      Tarot

      'Het Keltisch kruis', een veelgebruikte kaartlegging voor voorspellingen. Met kaarten van de Golden Dawn tarot.
      Er zijn verschillende manieren om tarotkaarten te gebruiken: als spel, als middel om over te mediteren, of als waarzegmethode. De laatste toepassing is wel de populairste gebleken.

      Tarotleggingen

      De bekendste kaartleggingen zijn 'heden-verleden-toekomst' en het Keltisch Kruis, waarbij 10 kaarten worden gelegd die meer verklaren over de oorzaak en achtergronden van het vraagstuk/de situatie, de invloed van derden en (eventuele) ontwikkelingen in de toekomst.
      Een tarotlezer maakt gewoonlijk gebruik van verschillende leggingen, en laat dit vaak afhangen van het soort vraag dat gesteld wordt door de consultant. Zo is de "Jaarhoroscoop" een speciale legging voor voorspellingen en advies over het komende jaar, en is de "Twaalf huizen" geschikt als algemene levenslegging of om iemands vragen over gezondheid mee te beantwoorden.
      Voorbeelden van tarotleggingen:
      Keltisch kruis, Oosters kruis, Zigeunerlegging, Rad van Fortuin, Piramide, Hoefijzer, Drie kaarten-legging, Jaarhoroscoop, Twaalf huizen, Verleden levens, Levensboom, Jungiaanse legging.
      Auteursrecht: Jules Grandgagnage
      (Opmerking: dit artikel publiceerde ik eerder al in Wikibooks)

      10-09-2017 om 13:06 geschreven door Jules Grandgagnage


      Tags:waarzeggerij,astrologie,tarot, I Tjing
      Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Websites over esoterie: het kaf en het koren

      Esoterie zit in de lift. Dagelijks raadplegen talloze mensen hun horoscoop in de krant, en tarotlezers, mediums en allerlei zelfverklaarde paragnosten zetten professionele betaalwebsites op om goedgelovige klanten te vangen. Mensen nemen ook hoe langer hoe meer hun toevlucht tot alternatieve genezers die beweren betere resultaten te kunnen behalen dan de 21e-eeuwse wetenschap. En aan deze crazy hype lijkt geen einde te komen. Integendeel. New age is back, al is het eigenlijk nooit echt weggeweest. We worden omgeven door nieuwe heksen, esoterische zwevers, oosters levende westerlingen en charlatans allerhande die vooral hun eigen economie draaiende willen houden ten koste van 'onze' portemonnee. Om die verdwazing gaande te houden, is het essentieel dat het product gekaderd wordt binnen een esoterische filosofie. Door al die rook en verdwazing zou een mens op den duur vergeten dat esoterie ook ernstig kan worden bestudeerd.

      Astrologie, alchemie en magie vormen de drie belangrijkste loten aan de stam van de westerse esoterie. Maar hoe zit zit het eigenlijk gesteld met de kennis van deze drie oude traditionele wetenschappen op websites die erover schrijven? Komt het overeen met wat uit studies van hedendaagse cultuurwetenschappers en historici blijkt? En welke sites bieden content aan die niet gewoon is gekopieerd van elders? We bekijken het.

      Esoterie als entertainment

      Vanaf het laatste kwart kwart van de 19e eeuw was er sprake van een enorme opleving in interesse voor 'occulte' of 'esoterische' zaken. Esoterische kennis was toen nog geen gemeengoed, maar werd beschouwd als een verborgen leer die slechts door ingewijden mocht worden verworven. Esoterische, geheime genootschappen als The Order of The Golden Dawn en de Theosophical Society zagen toen het licht, en dergelijke organisaties hebben tot in onze tijd succes. Esoterie als entertainment en consumptieproduct werd pas goed aangewakkerd in de jaren 1970, toen massa's literatuur over new age beschikbaar kwamen voor het gewone publiek. Typisch voor de new age-benadering van esoterie is het ec­lec­ti­cis­me en de oppervlakkigheid: ieder 'shopt' enthousiast in de esoteriewinkel naar boeken over astrologie, tarot, alternatieve genezingen en dies meer, maar heeft gewoonlijk niet veel aandacht voor traditie of historiciteit. 

      Esoterie als academisch studieobject

      Esoterie is bij academici eeuwenlang “rejected knowledge” (verworpen kennis, academisch irrelevant) geweest, maar daar is de laatste decennia verandering in gekomen. Als academisch vakgebied breekt esoterie door de vastgestelde grenzen van religie, wetenschap, kunst, wetenschapsgeschiedenis en filosofie, en is dan ook een bijzonder interdisciplinaire onderneming. Bekende onderzoekers met publicaties op dit gebied zijn de Nederlandse esoterie-expert Wouter J. Hanegraaf, de Franse esoterie-onderzoeker Antoine Faivre, de Brit Nicholas Goodrick-Clarke en de Duitse religiewetenschapper Kocku von Stuckrad. Hun werk levert ons een verantwoord ijkpunt op om het kaf van het koren te scheiden bij websites die artikelen aanbieden over esoterie. We beginnen met een kort overzicht van de drie betreffende hoofdstromingen binnen de westerse esoterie.

      Traditionele wetenschappen

      De hoofdstromingen die binnen de westerse esoterie door esoterici “traditionele wetenschappen” worden genoemd, bestonden reeds in de oudheid, en werden vooral in de renaissance meer in samenhang bestudeerd. Ze zijn te vergelijken met rivieren die niet specifiek aan een bepaalde periode verbonden zijn en waaraan elke periode eigen invullingen geeft. Zelfs het 19e-eeuws sciëntisme slaagde er niet in om deze drie hoofdstromen te doen verdwijnen, en ook nu nog zijn ze persistent aanwezig. Voor wie zich afvraagt wat het verschil is tussen occultisme en esoterie: "esoterie" is een jongere term dan "occultisme" die minder negatieve connotaties heeft.

      Alchemie

      Onder alchemie verstaat men een brede discipline die bestaat uit zowel natuurfilosofie als praktijk en (scheikundig) experiment. Het bekendste aspect van deze traditionele wetenschap is transmutatie, de omzetting van gewone metalen in zilver en goud (chrysopoeia) en de bereiding van een panacee, een levenselixir. De laatste decennia verschenen publicaties over alchemie door wetenschapshistorici en cultuurwetenschappers die nieuwe inzichten hebben gebracht over het fenomeen van de alchemie. Boeken en manuscripten die eeuwenlang ongelezen bleven worden nu vanuit hun historische context bestudeerd.

      Alchemie moet in samenhang met astrologie worden bestudeerd, een oudere traditie die eveneens de relatie tussen mens en universum bestudeert. De symbolentaal van alchemie is voor een deel astrologisch, maar maakt ook gebruik van een eigen iconografie.

      Astrologie

      Astrologie is de traditionele wetenschap die de samenhang bestudeert tussen de stand van de hemellichamen en gebeurtenissen op aarde. Technieken, methodes en het achterliggend wereldbeeld van westerse astrologie worden met name beschreven in de Tetrabiblos van Claudius Ptolemaeus uit de 2e eeuw. Dit werk steunt dan weer op voorafgaande hellenistische tradities en uiteindelijk op de Babylonische astrologie.

      Het maken van voorspellingen is slechts een aspect van astrologie; het belang voor de esoterie ligt vooral in de visie op mens en universum als zijnde onlosmakelijk verbonden, en de vooronderstelling dat inzicht in deze relatie – middels de juiste kennis en technieken – belangwekkende inzichten kan opleveren.

      Magie

      De derde traditionele wetenschap die binnen de westerse esoterie een belangrijke rol vervult, is magie of magia. In de periode van het renaissancehumanisme was er een heropleving van astrologie, hermetisme en neoplatonisme. De ‘occulte wetenschappen’ (een 19e-eeuwse benaming) werden enthousiast bestudeerd en uitgeoefend vanuit de visie dat het universum een organisch, sympathetisch geheel was waarin alle niveaus (micro- en macrokosmos) met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk waren. De visie van een ‘levend’ universum met verschillende niveaus van werkelijkheid vindt men bijvoorbeeld terug bij de Italiaanse renaissancehumanist Pico della Mirandola.

      Esoterie op Nederlandstalige websites

      We kunnen twee grote groepen onderscheiden al naargelang het doel dat ze voor ogen hebben: educatieve websites en commerciële websites. Educatieve websites bieden informatie aan zonder enig ander oogmerk, terwijl commerciële sites daarnaast ook zichzelf en hun bijdragers willen verrijken via aanklikbare reclameboodschappen en het aanbieden van vaak prijzige cursussen en webshops. In het algemeen zijn educatieve online aanbieders van informatie betrouwbaarder, precies omdat de nauwkeurigheid van die informatie primeert op het aantal 'te lokken' bezoekers. We bekijken in deze twee groepen zowel de algemene informatieve als de specifiek op esoterie gerichte websites in het Nederlandstalig gebied. Voorwaarde is wel dat ze de drie traditionele wetenschappen aan bod laten komen. De verwachting dat er een enorm aanbod zou zijn om tussen te kiezen werd niet ingelost, omdat entertainment en commercie de boventoon voeren. Het was moeilijk om tussen al het kaf wat koren te vinden.

      Bij de selectie werd rekening gehouden met volgende 7 criteria:
      1. de artikelen moeten vrij beschikbaar zijn zonder toegangsgeld
      2. de educatieve waarde van de artikelen primeert op commerciële belangen
      3. de artikelen zijn in het Nederlands geschreven
      4. de artikelen mogen niet gekopieerd zijn van andere auteurs
      5. de aangeboden informatie moet correct, zo volledig mogelijk, goed gestructureerd, prettig leesbaar en taalkundig verzorgd zijn
      6. de aangeboden informatie weerspiegelt 'mainstream' opvattingen over het onderwerp (geen marginale, eenzijdige of zweverige visies)
      7. de artikelen vermelden bij voorkeur bronnen en geraadpleegde literatuur; bij overname (kopiëren), geheel of gedeeltelijk, van teksten die zoals bij Wikipedia en Wikibooks zijn vrijgegeven onder de licentie CC BY-SA van Wikimedia Commons, is het verplicht om een link op te geven naar het oorspronkelijk artikel om het auteursrecht van de schrijvers op die projecten niet te schenden. 

        Wikipedia Score: 6/7

        De Nederlandstalige Wikipedia, een niet-commerciële aanbieder van algemene informatie, scoort op gebied van esoterie in vergelijking met andere aanbieders van encyclopedische inhoud bijzonder hoog. De artikels over (westerse) astrologie, magie en alchemie zijn gebaseerd op degelijke wetenschappelijke bronnen en ogen allerminst 'zweverig'. Wikipedia geeft hier gewoon de toon aan, want haar artikels worden enthousiast gekopieerd op andere websites.
        Werkpuntje: nog meer werken aan punt 5, leesbaarheid

        Wikisage Score: 4/7

        Wikisage is een van die spiegelsites van Wikipedia, waarin weinig oorspronkelijke artikelen worden aangetroffen. We kunnen dus kort zijn: voor het ogenblik is deze website zeker niet de eerste keus voor wie zich wil oriënteren over esoterie. Ter illustratie:
        1. het artikel over Astrologie is overgenomen van de Wikipediatekst over Westerse astrologie, en later enigszins aangepast.
        2. het artikel over Magie is grotendeels een doorslagje van het Wikipedia-artikel
        3. ook het artikel over Alchemie speelt leentjebuur bij de grote zus en is in vergelijking daarmee veel korter en onvollediger
        Werkpuntjes: 4, 5 en 6

        InfoNU Score: 4/7

        InfoNu is wat je een van de betere 'verdiensites' zou kunnen noemen, hoewel het niveau nogal wisselvallig is. InfoNu werkt met een advertentieprogramma om inkomsten voor de schrijvers en voor zichzelf te genereren. Elke klik van de lezer op een banner is kassa kassa. Wie voor InfoNu schrijft doet dan ook zijn uiterste best om op korte tijd zoveel mogelijk artikeltjes te schrijven die wat kunnen opbrengen. Het is duidelijk dat hierbij soms wat gemakzuchtig te werk wordt gegaan.  Ofwel worden esoterische onderwerpen 'uit de losse pols' beschreven, ofwel wordt een Wikipedia-artikel geraadpleegd en in het beste geval 'herschreven'. Wat betreft de behandeling van esoterische onderwerpen is het dus vrij droevig droevig gesteld, vooral wanneer het gaat om artikelen uit de beginperiode. Een enkele uitzondering daargelaten zijn de artikels te onvolledig en kort, stilistisch zwak, te populariserend geschreven en niet goed nagekeken op fouten. Niet echt een aanrader dus, hoewel InfoNU voor andere onderwerpen soms wel interessante informatie biedt.
        1. Over astrologie zijn er veel artikels geschreven, waarvan de meeste helaas als fastfood voor onkritische lezers zijn geproduceerd. De kopieerzucht wordt zo mogelijk nog verergerd door zelf te trachten de oorspronkelijke tekst van Wikipedia e.d. naar eigen inzicht te veranderen zonder dat de schrijver enige kennis van zaken heeft. Wie op zoek gaat naar degelijke informatie over astrologie wordt als snel afgeschrikt door het ratjetoe dat degelijke artikels kenmerkt. 
        2. Alchemie is zoals te verwachten een minder populair onderwerp op InfoNu, tenzij het over de Harry Potterboeken gaat. Ook hier weer stellen we vast dat de onderwerpen niet uitputtend beschreven zijn; eerder bondig en onvolledig.
        3. Ook artikels over Magie mikken op een zo breed mogelijk publiek dat lichte kost prefereert. Zoals bij de meeste andere artikelen is er nauwelijks sprake van opgave van geraadpleegde literatuur, waardoor de inhoud voor leken niet te controleren valt op betrouwbaarheid.
        Positieve ervaring: de redactie van InfoNu werkt hard om de bestaande content na te kijken en te verbeteren. Ze staan ook open voor kritiek en zijn bereid om aan de minpuntjes te werken.
        Werkpuntjes: 2, 4 en 7

        Leerwiki Score: 4/7

        Een van de educatieve sites, die het aanbieden van informatie combineert met de mogelijkheid om met schrijven geld te verdienen. Esoterische onderwerpen als astrologie krijgen ook hier een typisch oppervlakkige behandeling, met een overdreven aandacht voor sterrenbeelden. Waar de schrijvers van de artikelen zich op hebben gebaseerd en welke bronnen zij bij het schrijven hebben gebruikt is meestal een mysterie. Ook hier vinden we veel taalfouten, slordigheden en onnauwkeurigheden in de manier waarop de onderwerpen worden beschreven. Blijkbaar heeft ook hier de koppeling van informatie verstrekken aan betalende advertentieprogramma's als Google Adsense een gevolg voor de zorg die aan de artikelen wordt besteed. Niettemin is dit dan nog een van de betere sites in zijn categorie.

        Positieve ervaring: gedreven redactie die hard werkt aan vernieuwing en kwaliteit. Staat open voor suggesties ter verbetering van het niveau van de artikelen die een educatieve meerwaarde moeten hebben.

        Werkpuntjes: 2, 4 en 7

        Foobie Score: 4/7

        Foobie presenteert zichzelf als "één van de grootste platformen om informatieve artikelen te schrijven, artikelen van andere auteurs lezen en reageren/discussiëren." Kenmerkend zijn de titels in vraagvorm: "Wat is...?", "Wist je dat...?" 
        De kwaliteit van de artikelen is ook hier nogal wisselvallig, maar het goede nieuws is dat bijvoorbeeld over astrologie en alchemie toch goed geschreven artikelen te vinden zijn die geen kopie zijn van Wikipedia. Een grote domper op de vreugde is dat ook hier de schrijvers het niet nodig vinden om de door hen geraadpleegde literatuur op te geven. Dit maakt de behandeling van de onderwerpen onverifieerbaar en dus onbetrouwbaar.
        Werkpuntjes: 2, 4 en 7

        Tallsay Score: 3/7

        Ook dit is een betalende site met artikelen over tal van onderwerpen die blijkbaar mikken op een publiek dat hapklare brokken wil voorgeschoteld krijgen. Astrologie, alchemie en magie worden typisch oppervlakkig en clichématig behandeld, hoewel er wel enkele vaardige schrijvers aan het werk zijn. De onderwerpen moeten lezers lokken zodat je er artikels over sterrenbeelden bij de vleet vindt, en nog meer over liefdesrelaties tussen sterrenbeelden. Vrij voorspelbaar voor dit soort sites. Wikipedia blijkt een bron te zijn waar dankbaar van wordt gebruikgemaakt, al wordt dit niet vermeld bij de artikels. Onbetrouwbaar, helaas, vanwege het ontbreken van bronopgave, wat voor een ernstige wetenschappelijke behandeling van de materie gewoon ondenkbaar is.
        Werkpuntjes: 2, 4, 6 en 7

        Catharinaweb Score: 5/7

        Catharinaweb bestaat sinds 2001 en blijkt te kunnen steunen op bekwame webredacteurs.  De artikelen zijn met kennis van zaken geschreven en een aanrader voor wie zich wil informeren over verschillende aspecten van astrologie (met gratis horoscooptekening en duiding) en magie (numerologie, wicca, orakels zoals tarot, met gratis leggingen enz.). Zonder meer aanbevolen, in niveau ver verheven boven de 'andere' commerciële sites. Uitstekend voor een eerste oriëntatie in de wereld van de esoterie.
        Werkpuntjes: 2, 7

        Spiritualia Score: 3/7

        Spiritualia.be is meer iets voor mensen die graag zweverig communiceren over esoterie. Het is dus eerder een portaal als trefpunt voor gelijkgezinde 'spirituele' mensen, dan een aanbieder van correcte encyclopedische kennis op gebied van esoterie. Heel wat teksten zijn bovendien gekopieerd van Wikipedia met al dan niet wat eigen geknutsel dat het oorspronkelijk artikel eerder verzwakt.
        Ter illustratie:
        * Het artikel over Alchemie in de 'Encyclopedie' is niet meer dan wat knip- en plakwerk uit artikels die ik zelf voor Wikibooks en Wikipedia schreef. Waar het vandaan komt wordt echter niet vermeld, terwijl dit bij overname van een artikel onder de licentie CC BY-SA van Commons verplicht is.

        Ervaring: Toen ik op een beleefde manier meldde dat heel wat van hun artikelen kopieën zijn van andere auteurs, werd ik als lastige klant afgesnauwd en 'aan de deur gezet' (account verwijderd)... 

        Doordat bronopgave wordt geschuwd, valt de aangeboden informatie onder de categorie 'meningen' of 'essays' zonder de mogelijkheid om deze inhoudelijk te verifiëren. Zelfs bij de artikelen van de 'Encyclopedie' worden geen referenties opgegeven. Het portaal is bovendien verbonden aan een site die dure cursussen en workshops aan de man wil brengen.
        Werkpuntjes: 2, 4 , 6 en 7

        De Magische Mens 

        Deze website geeft veel informatie over de drie traditionele wetenschappen astrologie, alchemie en magie. De medewerkers schrijven niet voor geld, omdat ze vinden dat informatie vrij en algemeen toegankelijk moet zijn. De site is nog in opbouw, maar heeft al een uitgebreid gedeelte over astrologie en magie. Omdat ik er zelf aan meewerk, zal ik deze site niet in de hiernavolgende rangschikking vermelden.
        Werkpuntjes: 5, 7

        Heksenwoordenboek

        (Geen score, werk in wording)
        Een beetje 'hors concours', maar toch vermeldenswaard, is het "Heksenwoordenboek" (een werk in wording) op Wikibooks. Er worden in de eerste plaats allerlei termen uitgelegd die op de een of andere manier te maken hebben met hekserij, de moderne wicca en andere stromingen binnen het (neo)paganisme. Hierbij hanteert men echter een 'ruime' definitie van hekserij zodat praktisch alle termen in verband met esoterie (magie, alchemie en astrologie) hier een plaats krijgen. Prima voor een snelle oriëntatie, ook al gaat het hier om korte, definiërende teksten die niet de bedoeling hebben om een onderwerp exhaustief te beschrijven.
        Werkpuntjes:  5, 7

        Het Woordenboek van de Skepticus 

        (Geen score, geschreven vanuit 1 standpunt)
        Geeft inhoudelijk degelijke en helder geschreven informatie over onderwerpen binnen de categorieën magie, astrologie en alchemie, vanuit het standpunt van de wetenschappelijke scepticus. Aanbevolen, al was het maar om zich beter te wapenen tegen gratuite beweringen en foute voorstellingen van zaken door op winst beluste 'esoterische' websites.
        Werkpuntjes: 5, 6

        Voorlopige conclusie

        Dit artikel geeft slechts een voorlopige stand van zaken op 23-04-2017 weer, omdat de besproken sites mogelijk al inspanningen aan het leveren zijn om de kwaliteit van hun artikelen te verbeteren. Websites die hun content kopiëren van elders scoren laag of onvoldoende (Wikisage, Tallsay, Spiritualia). Niet zo toevallig zijn dat ook degenen waarvan de artikelen structureel en stilistisch vaak veel te wensen overlaten. Daarentegen scoren websites die oorspronkelijke en kwalitatief waardevolle teksten aanbieden hoog.
        Hiermee rekening houdend komen als sterkste algemene aanbieders van esoterische content de volgende drie uit de bus:
        1. Wikipedia
        2. Catharinaweb
        3. InfoNu
        Opvallend is dat samenwerkingsprojecten en/of projecten met een degelijke redactie doorgaans veel beter scoren dan eenmansinitiatieven of verzamelwebsites waar auteurs na plaatsing niets meer aan hun tekst (willen) veranderen. Samenwerking en controle van elkaars teksten werkt echt.Ontbreekt die mogelijkheid, dan moet je als lezer de auteur zelf aanspreken op fouten, maar dat verloopt in de praktijk niet zo vlot. Dat InfoNu bij the best of staat, komt niet doordat de artikelen foutloos zijn, maar wel doordat de redactie daar goed werk levert en feedback op elkaars artikelen goed geregeld is. 
        Websites die zich focussen op één van de drie traditionele wetenschappen (Alchemie, Astrologie, Magie) zijn in het Nederlandstalig gebied eerder zeldzaam:
        • Websites over Alchemie: een evenwaardige Nederlandse tegenhanger van de Engelse 'Alchemy Website' van  Adam McLean is er niet. "Alchemie website" is nog in opbouw, en geeft onder meer nuttige en helder geschreven informatie over doel, principes en iconografie van de alchemie. Ook het online boek over Alchemie op Wikibooks is vrij goed uitgewerkt.
        • Websites over Astrologie: Vermeldenswaard onder de louter educatief bedoelde aanbieders van esoterische content zijn "Westerse astrologie" op Wikibooks. Daarnaast vinden we weer tal van commerciële sites die weinig interessante artikelen aanbieden omdat ze nu eenmaal gericht zijn op verkoop. Zelfs sites van astrologische vakverenigingen zoals Astrologische Vakvereniging Nederland en Werkgemeenschap van Astrologen zijn spaarzaam met gratis beschikbare informatieve artikelen over astrologie. Interessant voor klassiek georiënteerde astrologen is Astroklassiek van de Belg John Timperman.
        • Websites over Magie:  Het is moeilijk om het begrip magie precies af te bakenen omdat het historisch nauw verbonden is geweest met andere, religieuze, opvattingen van de werkelijkheid. Wie een ruime definitie hanteert, zou overigens ook astrologie en alchemie tot deze categorie kunnen rekenen. Wat magische praktijken onderscheidt, is het rituele karakter ervan. Het verdient dus aanbeveling om je licht ook op te steken op sites over religieuze antropologie, of een studie te maken van het 19e-eeuws Frans occultisme en Britse magische orden zoals de Golden Dawn. Een online boek dat magie als traditionele westerse esoterische wetenschap behandelt is "Magie" op Wikibooks. Niet alleen geschiedenis en magie in verschillende regio's van de wereld komen aan bod, maar ook bijvoorbeeld theorievorming, principes en rol van de magie.

        Externe links 

        Alfabetisch:

        Suggesties?

        Hebt u zelf interessante links naar websites waarvan u denkt dat ze hier besproken kunnen worden?  Stel ze dan voor in het tekstvakje 'Reacties' onderaan het artikel.

        Overzicht



        vrij toegankelijk
        educatieve waarde
        geen gekopieerde teksten
        kwaliteit
        (correct, taal enz.)
        verifieerbaarheid
        correcte bronvermelding
        encyclopedische waarde
        Wikipedia
        +++
        +++
        ++
        ++
        +++
        ++
        +++
        Wikibooks
        +++
        +++
        +++
        ++
        +++
        ++
        +++
        Wikisage
        +++
        ++
        -
        +
        +
        +
        +
        Tallsay
        +++
        +
        -
        +
        -
        -
        +
        Foobie
        +++
        +
        -
        +
        -
        -
        +
        Spiritualia
        +++
        +
        -
        -
        -
        -
        +
        InfoNu
        +++
        +
        -
        +
        -
        -
        +
        Leerwiki
        +++
        +
        -
        +
        -
        -
        +
        Magische Mens
        +++
        ++
        +++
        ++
        ++
        ++
        ++
        Catharinaweb
        +++
        +++
        +++
        ++
        +
        -
        ++
        (opmerking: deze tabel heeft uitsluitend betrekking op artikelen over esoterie op deze websites)

        +++ = zeer goed
        ++ = goed
        + = behoorlijk
        - = onvoldoende
         
        Auteursrecht: Jules Grandgagnage

        10-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


        Categorie:esoterie
        Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Plato's IdeeŽnleer: perfectie als model

        Plato’s Ideeënleer wordt nog het meest beeldend besproken in zijn Allegorie van de grot. Hij maakt er voor de eerste keer melding van in de dialoog Phaedo.

        De perfectie van de ideële Vormen

        Plato stelde vast dat niets in de gewone wereld om hem heen perfect was. Niets was perfect mooi, of perfect goed of perfect waar. En toch, dacht hij, moest er iets bestaan waaraan de dingen hun schoonheid, goedheid en waarheid ontleenden. Dat, zo was zijn redenering, waren de ‘Ideeën‘. Een beter woord voor deze abstracte entiteiten zou ‘Vormen’ zijn. Het was aan deze Vormen dat de aardse dingen zich spiegelden, waar ze volgens Plato wel ‘deel’ aan kunnen hebben, zonder de perfectie van de Vorm te bereiken. Alleen de menselijke ziel kon, door middel van een soort leerproces (zie allegorie van de grot) dezelfde ‘goddelijke’ perfectie bereiken. Precies daarin zag Plato de taak van de filosoof. (Zie Staat (Politeia))

        Aanzet tot de idee van de Universalia

        De Phaedo is de eerste dialoog waarin Plato zijn stelling over het bestaan van ‘Vormen’ of ‘Ideeën’ als abstracte objecten beschrijft. Eigenlijk is de benaming ‘Vormen‘ geschikter dan ‘ideeën‘, omdat deze objecten geen scheppingen van het verstand zijn. Zij bestaan volgens Plato immers onafhankelijk van het denken, en hij duidt ze in zijn dialoog ook aan met de Griekse term “eidos” (beeld). Deze Vormen zijn eeuwig, onveranderlijk en bestaan onafhankelijk van de fysieke wereld. Omdat ze niet voor onze zintuigen waarneembaar zijn, kunnen we ze uitsluitend leren kennen door middel van ons verstand.

        Om het onderscheid duidelijk te maken tussen een gewoon object en de Vorm van het object geeft Plato zelf het voorbeeld van ‘twee gelijke stokken’ die niet mogen geïdentificeerd worden met ‘Gelijkheid’. De twee stokken participeren wel in een relatie met de Vorm en weerspiegelen daar eigenschappen van. In een ander voorbeeld zet hij het schilderij van een man naast de man zelf, en stelt vast dat ze niet ‘gelijk‘ kunnen worden genoemd. Plato claimt dat de Vormen zijn zoals woorden die ook naar dingen verwijzen, waarbij de Vormen echter totaal verschillend zijn van de soort objecten die onze zintuigen ons onthullen. Dit onderscheid tussen abstracte objecten waar naar verwezen wordt die niet samenvallen met de zintuiglijke werkelijkheid, zou in de mideeleeuwen aanleiding geven tot het debat over de buiten tijd en ruimte geponeerde universalia.

        Verwerping van de zintuigen als bron tot kennis

        Met deze opvatting doet Plato iets waar wij met onze moderne ‘wetenschappelijke’ opvoeding misschien verbaasd van opkijken. Wat hij doet is namelijk de zintuigen als een soort tweederangs middel tot kennis verwerpen. Volgens Plato kan immers alleen het verstand de ‘Vormen’ of ‘Ideeën’ schouwen. Wat we via onze zintuigen ervaren, heeft alleen betrekking op de onvolmaakte afspiegelingen van de onveranderlijke vormen.

        Alles op een rijtje

        Zijn redenering neemt ongeveer deze vorm aan:

        1. Alles om ons heen is vergankelijk, veranderlijk en dus onvolmaakt
        2. Wat onze zintuigen ons vertellen, heeft alleen betrekking op deze onvolmaakte objecten
        3. Vermits een filosoof zich alleen bezighoudt met volmaaktheid (van waarheid, schoonheid, goedheid enz.) moet hij zich uitsluitend richten naar dat volmaakte.
        4. Dat volmaakte is de transcendente wereld der Ideeën
        5. Deze vormen kunnen alleen door het verstand aanschouwd en begrepen worden
        6. Alleen de filosoof is in staat om die opgang naar ware kennis te volbrengen.
        7. Bij uitbreiding is alleen de filosoof geschikt om de staat te leiden

        Hiërarchie der Ideeën

        Het Goede als hoogste idee

        Bij Plato is het hoogste Idee het Idee van het Goede. Het is ook het eerste principe en daardoor de grondslag van alle werkelijkheid en van alle kennis over die werkelijkheid.

        Plato tracht de godsopvattingen te bevrijden van antropomorfische voorstellingen. Hij zoekt eerder de ‘Idee van het Goddelijke’ en meent het terug te vinden in de ‘Hoogste Idee van het Goede’. In dat verband is het belangrijk het volgende op te merken: een oppervlakkige kennismaking met Plato kan ertoe leiden om de Vormen (Ideeën) met de ‘goden’ te vereenzelvigen waarvoor zijn leermeester Socrates beschuldigd was. De Vormen zijn goddelijk in die zin dat ze perfect zijn, en mooi, en eeuwig. Maar de Vormen zijn slechts zwakke afspiegelingen van goden: ze zijn niet actief en niet levend. De Vormen zijn wel intelligibel, waardoor ze door het verstand, en uitsluitend door het verstand gekend kunnen worden. Evenmin is ‘het Goede’ en ‘het Ene’ te identificeren met een monotheïstische god zoals in het latere jodendom en christendom. Bij Plato is eerder sprake van een demiurg, een ‘schepper-god die gebruik maakt van de aanwezige Vormen en het materiaal om een universum te scheppen. (Zie Timaeus voor Plato’s kosmologie.) Van zuiver monotheïsme kun je bij Plato trouwens niet spreken, want de planeten, die regelmatige banen beschrijven en dus in zijn opvatting door een intelligentie gestuurd worden, ziet hij als (mindere) goden die de demiurg helpen bij het scheppen van het universum.


        Auteursrecht: Jules Grandgagnage

        10-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


        Categorie:filosofie
        Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Plato's allegorie van de grot: hoe word je filosoof?

        In het zevende boek van zijn dialoog 'Politeia' (de Staat) laat de Griekse filosoof Plato zijn personage Socrates een verhaal vertellen dat nu bekendstaat als 'de allegorie van de grot'. Waar gaat dit verhaal precies over en, vooral: wat wilde Plato hiermee bereiken? Om dit te begrijpen is het nodig om wat meer over Plato's Ideeënleer te weten en hoe hij de taak van de filosoof-koning zag. De tocht uit de duistere grot en haar bedrieglijk schaduwspel naar het licht en de werkelijkheid van de Ideeën is het pad dat elke filosoof-regeerder volgens hem moet volgen.

        Situering binnen de dialoog 'Staat'

        De tekst met de allegorie van de grot is te vinden in Plato's dialoog Staat, waarin hij zijn denkbeelden uiteenzet over de ideale staat. In deze ideale maatschappij heeft iedereen zijn taak, van arbeider en soldaat tot filosoof en staatsman. Voor Plato (4e eeuw v.Chr.) is de beste staatsman (regeerder) tevens een filosoof, omdat die geacht wordt de meeste wijsheid te bezitten. Hij spreekt dan ook over de "filosoof-koning" die aan het hoofd van de staat zorgt voor een rechtvaardig bestuur. Je wordt natuurlijk niet als filosoof geboren. Je hebt er een intellectuele opleiding en morele opvoeding voor nodig. Over die bijzondere vorming handelt de allegorie van de grot.

        Wat is een allegorie?

        Een allegorie is een symbolische voorstelling van een anders wat te abstract en moeilijk te begrijpen idee. Plato's allegorie van de grot is dus een literaire voorstelling die bedoeld is om iets uit zijn leer te verduidelijken. Het zinnebeeldige verhaal is erop gericht om de effecten van opvoeding op de menselijke ziel te illustreren. Het verhaal wordt verteld door Socrates, in een dialoog met Plato's broer Glauco.

        Het verhaal door Socrates verteld

        In de dialoog laat Plato zijn leermeester Socrates het woord voeren om aan te tonen waarom filosofen de meest geschikte staatsleiders zijn. Of de allegorie afkomstig is van Socrates of van Plato, die hem als woordvoerder voor eigen filosofische ideeën opvoert, is onduidelijk.

        De fase van chaotische en willekeurige sensaties

        Socrates beschrijft een groep mensen die heel hun leven doorbrachten in een diepe grot en nooit het daglicht hebben gezien. Deze mensen zijn zodanig vastgeketend dat ze niet om zich heen kunnen kijken, maar alleen recht voor zich uit. Achter hen bevindt zich een muurtje en een brandend vuur. Achter die hoger gelegen muur lopen mensen die als poppenspelers allerlei voorwerpen op hun hoofd dragen. Het vuur werpt de schaduwen van die voorwerpen op de wand waarnaar de gevangenen zitten te staren. Er loopt een pad naar boven voorbij het vuur, maar dat kunnen de gevangenen niet zien. Zij kijken naar de verhalen die deze schaduwen hun tonen, en dat is alles wat ze ooit te zien zullen krijgen. Ze praten met elkaar over objecten zoals mensen, bomen en paarden en wijzen dan naar de schaduwen. De conditie waarin deze mensen zich bevinden is de laagste trap van kennis, die van Eikasia, de inbeelding.

        De fase van heldere, ordelijke gewaarwordingen

        Het volgende stadium bereikt een gevangene die, bevrijd van zijn ketenen, gedwongen wordt om naar het vuur te kijken. Hij zal eerst moeite hebben om zo veel licht in zijn ogen te kunnen verdragen, maar uiteindelijk zal hij inzien dat de dingen die hij nu ziet - de voorwerpen die een schaduw werpen - echter zijn dan de schaduwen. Dit is de fase van Pistis, geloof en vertrouwen.

        De laagste vorm van kennis van de ware werkelijkheid

        Wanneer vervolgens de gevangene uit de grot naar de bovenste wereld wordt gesleept, is hij lange tijd verblind door het zonlicht. Hij zal eerst naar de schaduwen en reflecties op de grond durven kijken, om dan uiteindelijk de echte bomen, bloemen, dieren enzovoort te aanschouwen. Na de schaduwen in de grot en de gedragen beelden die deze schaduwen veroorzaakten, krijgt hij nu een glimp te zien van de wereld der Vormen (Ideeën). De standbeelden waren slechts kopieën van deze Vormen, zoals de schaduwen slechts illusies waren die hem een schijn van werkelijkheid voorspiegelden. Hij heeft de volgende fase van rede bereikt, overeenkomend met wiskundige kennis: Dianoia (redenerend denken).

        Kennis van de Eerste Principes

        Wanneer de ogen van de bevrijde gevangene zich volledig hebben aangepast aan het felle licht, richt hij zijn blik naar de hemel en de Zon. Hij begrijpt nu dat de Zon als Idee van het Goede de oorzaak is van alles wat hij om zich heen ziet. Hij heeft de laatste cognitieve fase van het zuivere begrijpen, Noesis, bereikt. Dit is de hoogste rang van de kennis van de ware werkelijkheid.
        "Zolang filosofen de politieke macht niet overnemen van de stad(staat), zal de ideale staat niet worden gerealiseerd" (Socrates' woorden in Plato's Politeia.

        De graden van kennis

        Bij Plato is de mate waarop wij kennis van externe objecten kunnen hebben dus nauw gerelateerd aan ons eigen kenvermogen en de ontwikkeling die we filosofisch hebben doorgemaakt. Het verhaal van de grot toont mensen  in vier of vijf verschillende fasen van hun kennis van de werkelijkheid, waarbij de eerste twee graden behoren tot het domein van het zichtbare (de grot) en de volgende twee tot het domein van het kenbare (de buitenwereld):
        1. de schaduwen op de wand vormen de eerste graad van kennis: schijnmeningen (doxa, idolatrie)
        2. de voorwerpen die voor de schaduwen op de wand zorgen vormen de tweede graad van kennis (meer betrouwbare meningen)
        3. de schaduwen en weerspiegelingen van dingen in het zonlicht buiten de grot vormen de derde graad van kennis (abstracties, hypothesen, cfr. wiskunde)
        4. de door de zon beschenen dingen buiten de grot stellen Plato's Ideeënkennis voor en vormen de vierde graad van kennis
        5. ten slotte zou de zon zelf als Idee van het Goede de vijfde graad van kennis voorstellen.

        Interpretatie van de allegorie van de grot

        Socrates vergelijkt onze waarneming van de wereld om ons heen met het wonen in een gevangenis (de grot), waaruit alleen ontsnapping mogelijk is als we ons naar het Licht wenden. Dat Licht wordt in het verhaal verzinnebeeld door de Zon die gewone mensen niet kunnen waarnemen, omdat zij zo gefascineerd zijn door het schaduwspel op de muur voor hen. Wie er echter in slaagt om te ontsnappen, leert de ware wereld der Vormen (of: Ideeën) kennen. Dat voorrecht is voorbehouden aan de filosoof. Alleen hij is door opvoeding en vorming in staat om zich af te keren van de vergankelijke wereld der begoocheling (de schaduwen) en de klim naar het Licht aan te vatten. Die klim naar de hogere wereld is de moeilijke terugreis die de ziel maakt naar de wereld van de geest waarvan zij was afgedaald naar de materie. Voor de filosoof staat de allegorie van de grot voor het leerproces dat hij moet doorlopen om de hoogste wijsheid te bereiken. Pas dan zal hij een goed regeerder kunnen zijn.
        Wie erin is geslaagd om uit de grot te raken, mag degenen die zijn achtergebleven niet vergeten, die daar beneden nog steeds de schaduwen voor echte wezens houden. De filosoof moet proberen om zijn kennis en zijn wijsheid door te geven aan die anderen, al zal het een moeilijke opdracht worden. Mogelijk bekoopt hij zijn pogingen om hen naar het licht te brengen zelfs met zijn leven, want ze zullen hem niet geloven en denken dat hij gek is geworden.

        Onderscheid tussen mening en ware kennis

        In zijn kennisleer is Plato een rationalist. Hij gaat er immers van uit dat alleen ons verstand (onze rede) in staat is tot het verwerven van ware kennis, en niet wat onze zintuigen ons vertellen. Dat klinkt in de oren van een modern mens niet erg 'rationeel', maar dit standpunt is tegengesteld aan wat de empiristen zeggen, namelijk dat kennis uit de ervaring voortkomt. Plato komt tot deze verwerping van de zintuigen als bron van kennis nochtans door observatie van de wereld om zich heen... Hij merkt op dat niets in de wereld onveranderlijk blijft. Hoe kan je daar dan, zo redeneert hij, iets van vaste kennis uit leren? Zijn conclusie is dat er onderscheid dient te worden gemaakt tussen "mening" en "kennis". De soort kennis die onze zintuigen opleveren is slechts mening ('doxa', geloof, opinie). De ware kennis (Epistèmè), waar filosofen naar op zoek gaan, moet eeuwig en onveranderlijk zijn. Zo komen we terecht bij de Ideeënleer van Plato, zijn onveranderlijke abstracte wereld van Vormen en Ideeën.

        Ideeënleer

        Voor Plato heeft alles wat wij met onze zintuigen waarnemen geen echte werkelijkheidswaarde. Immers, zo betoogt hij in zijn Ideeënleer, alles wat wij waarnemen vergaat, verandert en blijft nooit hetzelfde. Het heeft dus duidelijk geen eeuwigheidswaarde en we kunnen er dan ook geen ware kennis uit halen. Een filosoof mag met zulke schijnkennis niet tevreden zijn. Hij zal er heel zijn leven naar moeten streven om een te worden met de hoogste Idee, de Idee van het Goede (de Zon in de allegorie). Overigens is niet ieder mens volgens Plato geschikt om de wereld der Ideeën te aanschouwen. Zijn ideale staat is een elitair geordende maatschappij, waarin ieder zijn rol in het belang van de staat moet vervullen. Iedereen krijgt In Plato's Staat de opvoeding die bij zijn aard en mogelijkheden past.

        Verbanden met andere dialogen

        In onder meer de Sofist, de Staat en Parmenides associeert Plato kennis met het begrijpen van de onveranderlijke Ideeën en hun onderlinge relatie (wat hij zelf aanduidt als expertise in de dialectiek). In de Timaeus geeft Plato expliciet aan dat kennis, ontleend uit ervaringen, inferieur is omdat alles wat wij ervaren via onze zintuigen onderhevig is aan verandering. Als Plato de term ‘kennis’ gebruikt is dit dus alleen in de betekenis die hij in zijn leer van onveranderlijke vormen geeft. In de dialoog Meno maakt Socrates gebruik van een meetkundig voorbeeld om het concept van ‘kennis verkregen door herinnering’ uit te leggen. Hij wijst erop dat een aanwezige jonge slaaf die erin slaagt een meetkundige constructie te maken, dit alleen kan doordat hij zich kennis herinnert, want onderwijs heeft hij nooit genoten. Die kennis, zo besluit hij, moet al aanwezig geweest zijn, in een eeuwige, niet ervaren vorm.

        Doel van de opvoeding volgens Plato

        Michiel Coxie: De grot van Plato (16e eeuw)
        In Plato's opvatting is het doel van opvoeding om ieder mens zo ver als mogelijk uit de grot te slepen. Onderwijs moet er niet op gericht zijn om kennis in de ziel te steken, maar om de ziel te helpen de juiste richting te kiezen bij haar verlangens. De in de allegorie geschetste fasen van kennis (inbeelding - denken - begrip) zijn behalve cognitieve fasen ook levensfasen die ieder mens doorloopt. Alleen bereikt niet iedereen hetzelfde niveau: sommigen blijven in de fase van arbeider, krijger of handelaar, terwijl alleen de 'uitverkorenen' de weg naar boven vinden.
        "Opvoeders moeten de eenvoudigste en meest effectieve methoden bedenken ter verheffing van ieders geest. Het gaat niet om het het inplanten van zicht in een orgaan dat uit zichzelf al het vermogen tot zien heeft; het gaat erom dat orgaan te draaien wanneer het in de verkeerde richting kijkt." (Socrates in Plato's Politeia)
        Volgens Plato is ware kennis aangeboren. Leren komt dus neer op het ontwikkelen van ideeën die nog in de ziel verborgen zitten. De ziel kan zich mits gebruikmaking van de juiste methode de kennis herinneren die ze voor de geboorte bezat. Die methode is de dialectiek, een soort filosofische ondervraging die de verborgen kennis moet terugbrengen. Plato vergelijkt het werk van de dialecticus met dat van een vroedvrouw die helpt een kind op de wereld te brengen. Voor zij op aarde afdaalde in een lichaam had de ziel immers contact met de Idee van het Goede en zij bezat ook alle kennis. De rol van de opvoeder kan zich dus beperken tot het begeleiden van de ziel zodat zij de weg terugvindt vanuit de duistere grot naar het Licht.

        Hoe moet dit in de praktijk worden gebracht?

        Plato vat het zuivere denken waar de filosoof-staatsman naar moet streven op naar analogie met de wiskunde, die immers alleen door het verstand wordt voortgebracht, los van de zintuiglijke waarneming (de 'empirie'). In de opvoeding van de filosoof-koning moet dus ruime aandacht worden besteed aan wiskunde. Wiskunde is echter slechts de voorbereiding op de dialectiek (redeneerkunde) als ultieme vorm van studie. Wie de dialectiek beheerst, kan de zintuiglijke perceptie achter zich laten en streven naar het Goede door middel van abstract redeneren.

        Samenvattend

        De tocht uit de grot naar buiten symboliseert het opvoedingsproces dat de filosoof-leider volgt. Daarbij verlaat hij de meningen (de schaduwen op de rotswand) en volgt het pad naar het Licht (de ware kennis). De Vormen (zoals Goedheid, Waarheid, Rechtvaardigheid) symboliseren hierbij de eeuwige en onveranderlijke werkelijkheid. Pas als de filosoof dit pad en deze opvoeding heeft gevolgd, zal hij bekwaam zijn om Plato’s ideale staat te leiden. De gevangenen die achterblijven, staan voor het gewone volk, dat aan meningen en schijnkennis voldoende heeft.

        Het discours van Plato over de opvoeding van de filosoof-politicus moet worden gezien binnen de hele metafysische en morele theorie van zijn dialoog over de ideale staat. De radicale hervormingen die hij daarbij voorstaat klinken ons als moderne mensen bijzonder anti-democratisch in de oren. Plato's opvatting van 'rechtvaardigheid' is namelijk iets totaal verschillends van wat wij er in onze tijd onder verstaan: in de ideale staat moet iedereen zijn plaats kennen en tevreden zijn met de functie die hem of haar wordt verleend (slaaf, arbeider, koopman enz.). Met 'rechtvaardigheid' bedoelt Plato in de eerste plaats: een toestand van evenwicht en orde. Om dit te bereiken moet de ideale gemeenschap geleid worden door speciaal daarvoor opgeleide filosofen. Wanneer zij het juiste inzicht hebben door kennis van de Ideeën (Vormen), komt dit de gemeenschap vanzelf ten goede. De in de allegorie geschetste opvoeding van die elite zou hen meer inzicht verlenen in dagelijkse zaken. Zij zijn het best uitgerust om te regeren, terwijl soldaten overeenkomstig hun natuurlijke geaardheid het best geschikt zijn om bevelen te geven en te volgen, en boeren, handelaars, vissers enz. er tevreden mee moeten zijn om de taak van wetgeving en ordehandhaving over te laten aan anderen.

        Geraadpleegde literatuur

        • Volledige tekst van de Politeia, http://www.arsfloreat.nl/documents/Plato10.pdf bezocht op 3 december 2016
        • Robert Audi (2006), The Cambridge Dictionary of Philosophy - Cambridge University Press. ISBN=0-521-63722-8
        • Stanford Encyclopedia of Philosophy, https://plato.stanford.edu/entries/plato-myths/ bezocht op 3 december 2016
        • Filosofie van Plato: De allegorie van de grot https://sites.google.com/site/filosofievanplato/allegorie-van-de-grot bezocht op 3 december 2016
        Auteursrecht: Jules Grandgagnage

        10-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


        Categorie:filosofie
        Tags:Plato,filosofie,allegorie,grot
        09-09-2017
        Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jack Sels

        Jack Sels painting by Jules Grandgagnage

        Schilderij "Jack Sels" in acrylverf dat ik

        maakte in 2013

        Jean-Jacques (Jack) Sels (Berchem, 29 januari 1922 - Antwerpen, 21 maart 1970) was een Belgisch jazzmuzikant, arrangeur en componist die in de Belgische jazzgeschiedenis beschouwd wordt als een van de grootste naoorlogse jazzsaxofonisten.
        Jack Sels groeide op in Antwerpen. Als tiener verzamelde Sels al jazzplaten. Door een aanzienlijke erfenis van zijn vader wist hij zijn platencollectie op te voeren tot zo'n 10.000 stuks, die echter tijdens de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog vernield werden. Na eerst piano te hebben gestudeerd leerde Sels zichzelf tenorsaxofoon spelen. Om geld te verdienen werkte hij in een ijssalon in de Antwerpse Hoogstraat en luisterde intussen naar zijn jazzidolen: dat waren onder meer de tenorsaxofonist Lester Young, de trompettisten Miles Davis en Dizzy Gillespie, en de altsaxofonist Charlie Parker. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er in de haven van Antwerpen veel Amerikaanse en Canadese soldaten met wie Sels over Amerikaanse jazz kon praten en naar nieuwe platen kon luisteren. Ze hielpen hem ook om zijn platenverzameling verder uit te breiden.
        De komst van Dizzy Gillespies Big Band naar Antwerpen in 1948 maakte veel indruk op Jack Sels en hij besloot om te starten met een eigen bigband waarvoor hij zelf de muziek zou schrijven. De band maakte een indrukwekkend debuut met een aantal van de beste muzikanten van dat ogenblik; Trompetten: Paul Heyndrickx, Charlie Knegtel, Theo Mertens, Herman Sandy en Nick Fissette; Trombones: Nat Peck, Frans Van Dijk, Jan Mertens en Christian Kellens; Saxen: Jay Cameron, Marcel Peeters, Gene Verstrepen, Bobby Jaspar en Roger Asselberghs, plus Jean Warland op bas, Franciscus Coppieters op piano, John Ward op drums, Rudy Frankel op conga's en Bill Vilez op bongo's. Maar financieel viel het hem zwaar om zo'n grote band bijeen te houden. In 1951 stelde hij naar het voorbeeld van zijn idool Miles Davis een 15-koppige band samen en later een kleinere groep waarmee hij in Duitsland rondtoerde. Terug in België speelde hij in 1954 verschillende optredens naast onder meer Nat King Cole en nam in de periode 1954-1955 zes tracks in boogy-stijl op voor Ronnex Records.
        Ook met gitarist Freddy Sunder nam Sels enkele platen op. In 1955 componeerde hij de soundtrack voor de film "Meeuwen sterven in de haven" van Roland Verhavert. Vanaf 1958 werkte hij mee aan radioprogramma's van de NIR, de latere BRT-radio, en in opdracht van de dienst Volksontwikkeling van het ministerie van Cultuur trok hij door Vlaanderen om de jazzmuziek te promoten. In 1958 speelde hij met zijn groep op de Wereldtentoonstelling in Brussel.
        Sels speelde onder meer met Dizzy Gillespie, Lester Young, Lou Bennett en Kenny Clarke, maar door zijn keuze om in Antwerpen te blijven is hij nooit echt internationaal doorgebroken, al werd hij steeds door jazzkenners en andere grote muzikanten hooglijk gewaardeerd.
        De laatste drie jaar van zijn leven verslechterde zijn gezondheid zodanig dat het erg moeilijk voor hem werd om nog te spelen. Jack Sels kreeg een hartaanval in zijn Antwerpse huis en overleed op 21 maart 1970.
        Jack Sels maakte niet zoveel opnames, en de meeste van zijn 78-toerenplaten en lp's zijn nu praktisch onvindbaar.
        (opmerking: deze tekst plaatste ik eerder al op Wikipedia onder mijn accountnaam J.G.G. aldaar.)

        09-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


        Categorie:jazz
        Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Elizabeth Barrett schrijft Sonnets from the Portuguese als liefdesverklaring aan Robert Browning
        Klik op de afbeelding om de link te volgen

        Elizabeth Barrett Browning (Coxhoe Hall, nabij Durham (Engeland), 6 maart 1806 – Florence, 29 juni 1861) was een politiek geëngageerde, hoogontwikkelde protofeministe en vooral een van de meest vooraanstaande dichters van het Victoriaanse tijdperk. Haar poëzie was tijdens haar leven zowel in Engeland als in de Verenigde Staten bijzonder populair. Een verzameling van haar laatste gedichten werd kort na haar dood gepubliceerd door haar man, Robert Browning. Behalve om haar romance met deze dichter is zij nu vooral bekend om haar Sonnets from the Portuguese, een reeks liefdesgedichten die zij aan hem wijdde. De beroemdste versregel uit deze bundel is How do I love thee? Let me count the ways.

        Jeugd

        Elizabeth werd geboren als oudste van elf kinderen, op een landgoed bij Durmham in Herefordshire. Zij was de eerste van haar familie die sinds lange tijd werd geboren in Engeland. Eeuwenlang woonde de familie Barrett, die van gedeeltelijk Creoolse afkomst was, in Jamaica. Daar baatten ze suikerplantages uit met slaven. Elizabeths vader, Edward Barrett Moulton Barrett, koos ervoor zijn gezin in Engeland te stichten, terwijl zijn fortuin groeide in Jamaica. Elizabeth kreeg thuisonderwijs en had voor ze tien jaar oud was al passages gelezen uit Paradise Lost, een aantal toneelstukken van William Shakespeare en andere grote werken. Omstreeks haar twaalfde jaar schreef ze haar eerste ‘episch’ gedicht, dat bestond uit vier boeken van rijmende coupletten. Twee jaar later kreeg Elizabeth een longaandoening die haar voor de rest van haar leven zou plagen. Artsen begonnen een behandeling met morfine, en die zou ze tot aan haar dood blijven gebruiken. Elizabeth liep ook een rugletsel op (een dwarslaesie) toen ze op haar vijftiende haar pony aan het zadelen was. Ondanks haar kwalen bleef ze studeren om zich te ontwikkelen. Tijdens haar tienerjaren leerde ze zichzelf Hebreeuws zodat ze het Oude Testament kon lezen, en later begon ze aan de studie van het Grieks. Behalve voor de klassieken toonde ze ook een enthousiaste interesse voor haar christelijke geloof. Ze werd actief in de Bijbel- en missionarisgemeenschappen van haar kerk.

        Carrière en huwelijk

        In 1826 publiceerde Elizabeth anoniem haar collectie An Essay on Mind and Other Poems. Twee jaar later overleed haar moeder. Het fortuin van de Barretts smolt weg vanwege de afschaffing van de slavernij in Engeland en het wanbeheer van de plantages in Jamaica. In 1832 verkocht Elizabeths vader zijn landgoed op een openbare veiling. Hij verhuisde met zijn familie naar een kustplaats. Daar huurde hij huisjes voor de komende drie jaar, voordat hij zich permanent in Londen vestigde. Terwijl ze aan de kust woonde, publiceerde Elizabeth haar vertaling van Prometheus Geboeid (1833) door de Griekse toneelschrijver Aeschylus onder de titel Prometheus Bound.

        Afbeeldingsresultaat voor Harriet Hosmer clasped hands
        Harriet Goodhue Hosmer maakte een afgietsel en sculptuur van de handen van de geliefden:
        "Clasped Hands of Elizabeth and Robert Browning", 1853


        In de jaren 1830 verkreeg Elizabeth bekendheid door haar werk en zij bleef in het Londense huis van haar vader wonen, onder zijn tirannieke heerschappij. Hij begon met haar twee jongere jongere broers naar Jamaica te sturen om te helpen op de landgoederen van de familie. Elizabeth verzette zich hevig tegen slavernij en wilde niet dat haar broers en zussen werden weggestuurd. In deze periode schreef ze The Seraphim and Other Poems (1838), waarin ze haar christelijke gevoelens uitdrukte in de vorm van de klassieke Griekse tragedie. Omwille van haar zwakker wordende gezondheid was ze verplicht om een ​​jaar door te brengen in Torquay, een plaatsje aan de zee. Zij was vergezeld van haar broer Edward, die ze "Bro" noemde. Later dat jaar verdronk haar broer tijdens een boottocht bij Torquay en Elizabeth keerde emotioneel gebroken terug naar huis. De volgende vijf jaren bracht ze als een kluizenaar door in haar slaapkamer in het huis van haar vader. Ze bleef echter schrijven, en had in 1844 een verzameling gedichten klaar die ze de titel Just Poems meegaf. Dit boek ving de aandacht van de dichter Robert Browning, wiens werk Elizabeth had geprezen in een van haar gedichten. Browning schreef haar een brief, en zo begon hun relatie.

        Elizabeth Barrett Browning

        Elizabeth en de zes jaar jongere Robert wisselden de komende twintig maanden 574 brieven uit. Hun romance zou later in Rudolf Besiers toneelstuk The Barretts of Wimpole Street (1930) vereeuwigd worden. Haar vader verzette zich echter hevig tegen hun relatie omdat hij geen van zijn kinderen wilde laten trouwen. In 1846 liep het koppel weg en vestigde zich in Florence, waar Elizabeths gezondheid verbeterde. Zij kregen een zoon, Robert Wideman Browning, maar haar vader sprak nooit meer tegen haar. Elizabeths Sonnets from the Portuguese, opgedragen aan haar man (en in het geheim geschreven voor haar huwelijk), werd gepubliceerd in 1850. Critici beschouwen deze liefdessonnetten, die ook bijzonder populair werden, over het algemeen als haar beste werk. Bewonderaars vergeleken haar beeldende taal zelfs met die van Shakespeare en haar gebruik van de Italiaanse dichtvorm met Petrarca.

        In haar latere werk richtte Elizabeth zich op politieke en maatschappelijke thema’s. In Poems Before Congress (1860) en Casa Guidi Windows (1848-1851) drukte ze haar intens medeleven uit voor de strijd voor de eenmaking van Italië. In 1857 publiceerde Browning haar berijmde roman Aurora Leigh, die de mannelijke dominantie over de vrouw portretteert. In haar poëzie bekommert ze zich ook om de onderdrukking van de Italianen door de Oostenrijkers, kinderarbeid in Engelse mijnen en fabrieken, slavernij en andere sociale onrechtvaardigheden. Hoewel dit haar populariteit verminderde, was Elizabeth gekend in heel Europa. In de zomer van 1861 vatte Browning een zware kou en werd ernstig ziek. Zij overleed in Florence op 29 juni 1861.

        Sonnets from the Portuguese

        Ficheiro:Phoebe Anna Traquair’s illuminated copy of Elizabeth Barrett Browning’s ‘Sonnets from the Portuguese’ - Sonnet 30.jpg
        Phoebe Anna Traquairs geïllustreerde kopie van Elizabeth Barrett Brownings ‘Sonnets from the Portuguese’ - Sonnet 30.

        Lange tijd was Elizabeth Barrett Browning voornamelijk bekend om haar Sonnets from the Portuguese, een reeks sonnetten die ze schreef in de periode 1845 - toen ze Robert Browning ontmoette - en 1846 - het jaar dat ze met hem trouwde. In deze 44 sonnetten beschreef ze de verschillende achtereenvolgende fases die haar liefde voor Robert had doorlopen, vanaf haar zwaarmoedigheid vóór Robert Browning in haar leven kwam, haar gevoelens van minderwaardigheid toen ze hem pas leerde kennen, de angsten die ze moest overwinnen, tot de innige verbondenheid van beider zielen.

        Sonnets from the Portuguese presenteerde ze als een vertaling uit het Portugees. Vanwaar die titel? Elizabeths bijnaam was 'de Portugese' vanwege haar donkere huidskleur (ze was van Anglo-Jamaicaanse Creoolse afkomst) en zwarte (gothische) klederdracht. Een andere reden voor de titel van de sonnettenreeks is dat het een verwijzing zou zijn naar een anoniem gepubliceerde briefroman uit 1669: Lettres portugaises. Dit werk, dat tijdgenoten schandelijk vonden, wordt door de schrijver (waarschijnlijk Gabriel de Guilleragues) gepresenteerd als een 'vertaling' van vijf brieven van een Portugese non aan een Franse officier.

        Sonnet 43: How do I love thee? Let me count the ways


        Sonnet 43 is het beroemdste en meest geciteerde sonnet van Elizabeth Barrett Brownings sonnettenreeks:

        How do I love thee? Let me count the ways.
        I love thee to the depth and breadth and height
        My soul can reach, when feeling out of sight
        For the ends of Being and ideal Grace.
        I love thee to the level of everyday's
        Most quiet need, by sun and candle-light.
        I love thee freely, as men strive for Right;
        I love thee purely, as they turn from Praise.
        I love thee with a passion put to use
        In my old griefs, and with my childhood's faith.
        I love thee with a love I seemed to lose
        With my lost saints, - I love thee with the breath,
        Smiles, tears, of all my life! - and, if God choose,
        I shall but love thee better after death.

        Bij aanvang vaagt de spreker zich af: How do I love thee? Let me count the ways.

        Ze neemt zich dus voor om op te sommen op hoeveel verschillende manieren ze hem liefheeft, alsof ze de behoefte heeft erachter te komen waarom ze hem nu precies zo intens bemint. Ze telt acht wijzen waarop ze hem bemint:
        1)
           I love thee to the depth and breadth and height
           My soul can reach, when feeling out of sight
           For the ends of Being and ideal Grace.

        Deze regels beschrijven hoe haar ziel zich voor deze overweldigende liefde tot de uiterste grenzen en diepten moet uitstrekken om deze liefde te kunnen omvatten. De grote diepte, breedte en 'hoogte' symboliseren de omvang van haar liefde. Hoogte kan op iets verhevens wijzen - mogelijk drukt zij hier uit dat haar liefde voor Robert haar spiritueel verheft. In de regel For the ends of being and ideal Grace drukt ze uit dat ze hem meer liefheeft dan haar eigen wezen (wat ze ook schreef in een van haar brieven aan Robert Browning)

        2)
        Elizabeth Barrett Browning — The anniversary : « I love thee to the level of every day's most quiet need » (Sonnets from the Portuguese, n° XLIII). Schilderij van Albert Chevallier Tayler — 1909.

           I love thee to the level of everyday's
           Most quiet need, by sun and candle-light.

        Terwijl de vorige versregels de verhevenheid van haar liefde benadrukten, de passionele zielsverwantschap, gaat het hier over een meer aards facet van haar liefde: de (rustige) liefde die ze beiden elke dag in hun gewone leven voelen. De zon en de maan staan voor de dag en de nacht, waardoor de dichteres benadrukt dat de liefde weliswaar rustiger is op dit aardse niveau, maar nooit aflatend, steeds even sterk gevoeld. 'Most quiet' kan ook een toespeling zijn op het verboden en verborgen karakter van hun liefde toen ze elkaar leerden kennen. Dit is de 'tweede manier' waarop ze hem liefheeft.

        3) en 4)
          I love thee freely, as men strive for Right;
          I love thee purely, as they turn from Praise.

        De derde wijze van liefhebben benadrukt dat ze door niets of niemand gedwongen wordt om lief te hebben (freely) en dat dit gevoel uit zichzelf zuiver is en geen nood heeft aan de goedkeuring van anderen.
        In een andere interpretatie komt haar tirannieke vader weer in beeld: ondanks de belemmeringen van hun relatie (haar vader verzette zich hevig tegen het huwelijk) houdt ze van Robert en voelt ze zich 'vrij'. Haar liefde is niet gedwongen, maar uit vrije wil. Dit zijn de derde en vierde wijze van liefhebben (purely+freely)

        5) en 6)
          I love thee with the passion put to use
          In my old griefs, and with my childhood's faith. 

        Wat ze hier zegt, is dat ze de energie van alle bittere ervaringen en alle pijn uit haar verleden nu richt op haar liefde. Haar 'childhood faith' staat voor alles wat ze zo hartstochtelijk heeft geloofd in haar jeugd, en nu alle naïviteit en kinderlijk geloof achter haar ligt, heeft die passie een ander doel gekregen.

        7)
          I love thee with a love I seemed to lose
          With my lost saints 

        Het gaat hier niet over het verlies in het geloof in katholieke heiligen. Die 'lost saints' zijn de mensen naar wie ze heeft opgekeken, haar helden die van hun voetstuk zijn gevallen. Die verloren liefde (lost love) is dus niet helemaal verloren, maar krijgt ook hier een andere bestemming.

        8)
          I love thee with the breath,
          Smiles, tears, of all my life! –

        Met elke ademtocht, elke glimlach of traan blijft ze heel haar leven lang van hem houden,

         and, if God choose,
         I shall but love thee better after death.

        Die liefde is zo sterk, dat ze de dood zal overwinnen: na haar dood zal ze hem zelfs sterker liefhebben.


        Werken (verzamelingen)

        1820: The Battle of Marathon: A Poem. Privé-druk
        1826: A Essay On Mind, with Other Poems. Londen: James Duncan
        18  33: Prometheus Bound, Translated from the Greek of Aeschylus,and Miscellaneous Poems. Londen: A.J. Valpy
        1838: The Seraphim, and Other Poems. Londen: Saunders and Otley
        1844: Poems (UK) / A Drama of Exile, and other Poems (US). Londen: Edward Moxon. New York: Henry G. Langley
        1850: Poems (“New Edition,” 2 vols.) Revisie van de editie van 1844 met toevoeging van Sonnets from the Portuguese en andere gedichten. Londen: Chapman & Hall
        1851: Casa Guidi Windows. Londen: Chapman & Hall
        1853: Poems (3d ed.). Londen: Chapman & Hall
        1854: Two Poems: “A Plea for the Ragged Schools of London” en “The Twins”. Londen: Bradbury & Evans
        1856: Poems (4th ed.). Londen: Chapman & Hall
        1857: Aurora Leigh. Londen: Chapman and Hall
        1860: Poems Before Congress. Londen: Chapman & Hall
        1862: Last Poems. Londen: Chapman & Hall

        Geraadpleegde literatuur

        The Norton Anthology: Literature by Women 2nd ed., 1996: Elizabeth Barrett Browning
        Beers, Henry Augustin, A History of English Romanticism in the Nineteenth Century, 1901, Forgotten Books, ISBN 1451017049, 9781451017045
        Cruise,Colin, Pre-Raphaelite Drawing, 2011, Thames & Hudson. ISBN-10: 0500238812
        Alexander,Michael, A History of English Literature, 2nd edition 2007, Palgrave Macmillan
        Carter,Ronald en McRae,John, The Routledgde History of Literature in English, 2nd edition 2004, Routledge
        Encyclopaedia Britannica Ultimate Reference Suite. Chicago: Encyclopedia Britannica, 2010.


        Auteursrecht: Jules Grandgagnage

        09-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


        Categorie:literatuur
        Tags:Elizabeth Barrett,poŽzie,gedicht,literatuur
        Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Montaigne over het verdriet
        Klik op de afbeelding om de link te volgen

        Montaigne bespreekt in zijn essay 'De la tristesse' de aard van leed, verdriet en rouw. Ook die van liefde en vreugde, en van emoties die zo sterk zijn dat ze niet in woorden kunnen worden uitgedrukt. Montaigne zegt dat hij probeert verdriet niet te ervaren. Voor hem lijkt dit gevoel dwaas en via verschillende verhalen toont hij aan dat sommige mensen zich groot kunnen houden tot op het punt dat ze overmand worden door het verdriet, en dat dit leidt tot hun ondergang. Hij preciseert dat ook grote vreugde dezelfde gevolgen kan hebben. Montaigne illustreert zijn standpunt met vier verhalen, en concludeert dat hij zich verwant voelt met de stoïcijnen. Voor hem is verdriet een toestand van verdwazing waarin we overheerst worden door heftige emoties, met name bij de dood van dierbaren. Maar het echte verdriet zit niet in tranen, het bevindt zich daar voorbij: in de stilte.

        Over het verdriet

        (vertaling: Jules Grandgagnage)

        Niemand is zo onbezwaard door deze passie als ik, ik hou er niet van en waardeer het niet, hoewel mensen het, als ware het een uitgemaakte zaak, een bijzondere plaats toekennen. Ze kleden er de wijsheid, de deugd en het geweten mee. Dom en lelijk ornament! De Italianen verbonden haar naam meer toepasselijk met kwaadaardigheid.(1) Want het is een altijd schadelijke, altijd gekke gesteldheid, en omdat het altijd laf en laag is, verboden de stoïcijnen hun volgelingen om toe te geven aan dit gevoel.

        Van Psammenitus, koning van Egypte, verslagen en gevangengenomen door Cambyses, koning van Perzië, wordt echter gezegd (2) dat bij het zien van zijn gevangen dochter, gekleed als dienstmeid uitgestuurd om water te gaan halen, hij rustig naar de grond bleef staren terwijl al zijn vrienden om hem heen jammerden en weenden. En toen hij zag dat zijn zoon werd weggevoerd voor de uitvoering van zijn doodstraf, hij hetzelfde deed. Maar bij het waarnemen van een vriend des huizes (3) onder de gevangenen, sloeg hij zich op het hoofd en leed zichtbaar extreme pijn.

        Men zou dit kunnen vergelijken met wat we onlangs hebben gezien met een van onze vorsten. Na op Trente, waar hij was, het nieuws over de dood van zijn oudere broer - op wie de eer van zijn huis rustte - vernomen te hebben, zo kort na het overlijden van een van zijn jongere broers, verwerkte hij die twee beproevingen met voorbeeldige kalmte. Maar toen na een paar dagen een van zijn mannen stierf, liet hij zich meeslepen door dit ongeluk, en zijn standvastigheid maakte plaats voor pijn en spijt. De mensen zeiden dat hij pas door deze laatste slag van het lot werd bewogen, maar in werkelijkheid was hij al zo vol van verdriet, dat bij de geringste nieuwe pijn zijn weerstand meteen was ingestort.

        Misschien kan ook de verbeelding van de oude schilder (4) hierop teruggevoerd worden, die bij het offer van Iphigenia de rouw van de aanwezigen moest uitbeelden, en dit in diverse graden van verdriet, al naargelang de mate waarin de dood van dit mooie onschuldige meisje hen trof. Nadat hij de vermogens van zijn kunst uitgeput had [bij het uitbeelden van de anderen] en bij de vader kwam, schilderde hij deze met een sluier, omdat geen enkele gelaatsuitdrukking recht kon doen aan deze mate van verdriet. Dat is ook de reden waarom de dichters zich verbeelden dat de ongelukkige moeder, Niobe, na eerst zeven zonen en achteraf evenveel dochters verloren te hebben, overweldigd door haar verlies, uiteindelijk in een rots veranderde,

        "diriguisse malis", (5)
        (Versteend van pijn)

        om die saaie, doof en stomme domheid uit te drukken die ons grijpt als het ongeluk ons overweldigt, meer dan we kunnen verdragen.

        In werkelijkheid moet pijn, voor het bereiken van zijn hoogste punt, doordringen tot in de ziel  en hem beroven van zijn vrijheid van handelen. Zo komt het dat wanneer we slecht nieuws vernemen, we ons zo aangegrepen voelen en niet in staat om te bewegen, waarna de ziel zich overgeeft aan tranen en geklaag en zich lijkt te bevrijden, los te maken, te bloeien en zich op zijn gemak te stellen:

        "Et via vix tandem voci laxata dolore est." (6)
        (En na lange tijd en met veel moeilijkheden is een weg geopend waardoor het verdriet zich kan uiten.)

        In de oorlog die Ferdinand voerde tegen de weduwe van koning Jan van Hongarije over Boeda (7), was er vooral één strijder die de aandacht trok van iedereen vanwege zijn bijzondere dappere gedrag tijdens een bepaalde confrontatie. Onbekend, voor dood achtergelaten, werd hij zeer geprezen en beklaagd,  maar door niemand zo veel als door Raisciac, een Duitse heer, die erg bewogen was door een zo zeldzame deugd. Het lichaam werd weggevoerd en de heer kwam er nieuwsgierig naar kijken om te zien wie het was. Toen men de dode van zijn harnas ontdeed, zag hij dat het zijn zoon was. Dit vergrootte het medelijden van de toeschouwers nog meer; alleen hij, zonder iets te zeggen, zonder de ogen af te wenden, stond rechtop, starend naar het lichaam van zijn zoon: tot de heftigheid van het verdriet dat zijn levensgeesten overweldigde hem velde en hij dood op de grond viel.

        "Chi puo dir com'egli arde è in picciol fuoco,"
        (Italiaans: Hij die kan zeggen hoe hij brandt van liefde, heeft weinig vuur)
              - Petrarca, Sonetto 137.

        zeggen geliefden, als ze een ondraaglijke passie bedoelen:

        "misero quod omnes
        Eripit sensus mihi. Nam simul te
        Lesbia aspexi, nihil est super mi
        Quod loquar amens.
        Lingua sed torpet, tenuis sub artus
        Flamma dimanat, sonitu suopte
        Tinniunt aures, gemina teguntur
        Lumina nocte."

        (Die dingen
        in mijn miserie beroven ze me van mijn zintuigen
        het moment dat ik naar je kijk, Lesbia,
        niets van mijn stem blijft in mijn mond.

        Mijn tong is gebonden, een dunne vlam van  liefde
        stroomt naar beneden door mijn ledematen,
        Door hun eigen geluid zingen mijn oren,
        mijn ogen worden bedekt door een dubbele nacht)
        -Catullus VII

        Het is ook niet wanneer de aandoening het hevigst woedt dat we in een toestand zouden zijn om onze klachten of onze amoureuze overtuigingen uit te storten, de ziel is op dat ogenblik overbelast en worstelt met diepe gedachten en het lichaam is neerslachtig en smachtend van verlangen,
        en vandaar is het dat soms per ongeluk die impotenties ontstaan die de minnaar zo onverwachts overvallen, en die frigiditeit grijpt hem dan met de kracht van een overmatig vuur in de schoot van het genot. Alle passies die kunnen worden geproefd en verteerd, zijn slechts middelmatig.

        "Curæ leves loquuntur, ingentes stupent."
        (Licht verdriet kan spreken: Diep verdriet zwijgt ".)
              - Seneca, Hippolytus, Bedrijf II. Toneel 3.

        Ook het onverwachte genot van een verrassing verstoort ons diep,

        "Ut me conspexit venientem, Et Troïa circum
        Arma amens vidit, magnis exterrita monstris,
        Diriguit visu in medio, calor ossa reliquit,
        Labitur, et longo vix tandem tempore fatur."

        (Zodra ze me zag en de Trojaanse wapens,
        Verloor ze haar hoofd en hallucinerend,
        Starend, bloedeloos, viel ze flauw;
        Ze won haar stem pas terug na lange tijd)
        -Vergilius, Aeneis, III, 306.

        Er was een Romeinse vrouw, die stierf van blijdschap bij het zien van haar zoon die terugkeerde na de nederlaag van Cannes. Sophocles en Dionysius de tiran, die eveneens stierven van overmatige vreugde; Talva die stierf in Corsica, toen hij hoorde over de eerbewijzen die de senaat van Rome hem toekende. Maar ook in onze tijd stierf paus Leo X aan een door vreugde opgewekte koorts toen hij op de hoogte werd gebracht van de verovering van Milaan die hij zo had gehoopt. Een nog opmerkelijker voorbeeld van menselijke dwaasheid, in de oudheid opgemerkt door Diodorus, is dat van de dialecticus die plotseling overleed vanwege de extreme schande die hij voelde, omdat hij in zijn school en in het openbaar er niet in geslaagd was een argument te weerleggen.

        Ik ben niet gevoelig voor zulke heftige emoties. Ik ben van nature weinig gevoelig, en maak elke dag mijn schelp sterker met redeneren.


        Voetnoten
        1. Tristezza betekent in het Italiaans vaak kwaadaardigheid.
        2. Herodotus III, 14
        3. Montaigne spreekt over 'un domestique', maar dat is geen gewone dienaar of knecht maar een intieme vriend of vriend des huizes. Bij Herodotus is het een oude man die gewoon aan de tafel van de koning mee-eet.
        4. Cicero, De Orator., c. 22 ; Pliny, xxxv. 10
        5. Ovidius, Metamorfosen,  vi. 304
        6. Vergilius, Aeneis XI, 151
        7. Boeda is een deel van Boedapest



        09-09-2017 om 00:00 geschreven door Jules Grandgagnage


        Categorie:filosofie


        Archief per week
      • 18/09-24/09 2017
      • 11/09-17/09 2017
      • 04/09-10/09 2017

        Over mijzelf
        Ik ben Jules Grandgagnage
        Ik ben een man en woon in Brasschaat (BelgiŽ) en mijn beroep is gepensioneerd.
        Ik ben geboren op 12/02/1950 en ben nu dus 67 jaar jong.
        Mijn hobby's zijn: dichter, schrijver, columnist, vertaler, schilder, straatfotograaf, jazzfanaat en would-be multi-instrumentalist, alsook wikipedist, essayist.

        Mijn favorieten
      • Saxstandards
      • Shakespearevertalingen
      • Filosofie van Plato
      • De Magische Mens
      • De Essais van Montaigne
      • John Donne, Leven en Werk
      • Jungiaans woordenboek
      • Gedichten uit de wereldliteratuur
      • Engelse literatuur
      • Westerse astrologie

        Blog als favoriet !

        Categorieën
      • astrologie (1)
      • esoterie (3)
      • filosofie (6)
      • jazz (2)
      • literatuur (9)
      • muziek (0)
      • pensioen (1)
      • psychologie (1)


      • Blog tegen de regels? Meld het ons!
        Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!