Op een dag laat God de hondjes toe in de hemel - Guido Belcanto.
Misschien hebben ze schrik dat ik pis op een pilaar Of erger, dat ik schijt voor het heilig altaar Dat ik mijn pootje hef ergens midden in de gang Of dat ik blaf en kef bij de gebeden en 't gezang Misschien denken ze wel: hij is niet katholiek
Wat een hond voelt voor zijn baas, zo'n liefde past hier niet Maar op een dag, ik weet het goed Laat God de hondjes in de hemel toe... Ik zit hier voor de kerk, het regent dat het giet Ik lig aan de leiband, naar binnen mag ik niet
De mensen denken: och, een beest kent geen verdriet Rouwen dat doen wij, een hond die kan dat niet En dat noemt zich dan christen, dat kan niet eens verstaan Dat de liefde van een hond voor zijn baas nooit zal vergaan Maar op een dag, ik weet het goed Laat God de hondjes in de hemel toe...
Ik kan leven in de straat, ik kan tegen een stoot Dagen zonder eten en slapen in de goot In ruil voor een aai en soms een stukje brood Geef ik al mijn liefde, mijn liefde totterdood Verwittig mij als iemand ooit méér houdt van een man Dan ik van mijn baas die ik niet missen kan Maar op een dag, ik weet het goed Laat God de hondjes in de hemel toe...
Het leven is een kans, profiteer ervan. Het leven is mooi, bewonder het. Het leven is een zegen, beproef het. Het leven is een droom, verwezenlijk die. Het leven is een uitdaging, neem die aan. Het leven is een plicht, vervul die. Het leven is een spel, speel het. Het leven is duur, koester het. Het leven is rijkdom, bewaar die. Het leven is liefde, geniet ervan. Het leven is een belofte, kom die na. Het leven is droefheid, overwin die. Het leven is een lied, zing het. Het leven is een strijd, aanvaard die. Het leven is een tragedie, zie die onder ogen. Het leven is geluk, maak het. Het leven is te kostbaar, verwoest het niet. Het leven is leven, vecht ervoor.
Ergens op de wereld staat
een levensboom een sterke boom, de vriendenboom. Eén die niet van zon
en regen leeft maar van een beetje tederheid, vriendschap en
genegenheid we zijn het langzaamaan vergeten.
"t Is misschien een
onvervulde kinderdroom, die boom van mij, de vriendenboom, maar hij
zou er moeten wezen. Overal waar mensen samen zijn arm of rijk en groot of
klein dat moest de hele wereld weten.
Als je maar oprecht naar die
boom wilt zoeken staat hij heel dichtbij, misschien kun je 'm uit je
venster zien, maar hij staat nergens in de boeken.
Als je durft te
leven zonder angst of schroom, dan groeit hij wel de vriendenboom. En
je zult het met me eens zijn: 't allermooiste van de hele schepping is de
vriendenboom.
Hoe ontstaat een carpale tunnelsyndroom en wat kan u er aan doen?
De oorzaak van het carpale tunnelsyndroom is een beknelling van de middelste armzenuw ter hoogte van de pols in de carpale tunnel. De storing van de functie van de zenuw kan variëren van licht tot ernstig.
Meestal is er geen duidelijke oorzaak. Volgende factoren verhogen de kans op een carpale tunnelsyndroom (CTS): • suikerziekte; • reumatische aandoeningen; • een vroegere polsbreuk of anatomische afwijkingen van de pols; • een traag werkende schildklier; • zwaarlijvigheid; • zwangerschap: Het treedt dan meestal op na de zesde maand en verbetert meestal spontaan in de maanden na de bevalling; • regelmatig weerkerende handelingen zoals computerwerk, hand-armtrillingen en ongunstige werkhoudingen (meer dan dertig graden uit de neutrale polsstand), zoals bij muzikanten, kassawerk, elektromontage- en wasserijwerk. Vrouwen hebben de grootste kans op het carpaal tunnel syndroom tussen vijfenveertig en vierenvijftig jaar (samenhangend met de menopauze) en tijdens zwangerschap. De kans op het carpaal tunnel syndroom bij mannen neemt toe met de leeftijd.
Wat kan u er aan doen? Soms is geen behandeling nodig of kan men beter afwachten indien de klachten gering zijn of van voorbijgaande aard (bijvoorbeeld in de zwangerschap). In ongeveer een kwart van de gevallen zou er binnen het jaar spontaan verbetering optreden. Bij lichte klachten kan (tijdelijke) aanpassing van de activiteiten van de betreffende hand vaak genoeg zijn om de klachten te laten verdwijnen. Mogelijke behandelingen zijn: (nacht)spalk, injectie met corticosteroïden, ultrageluid en een operatie waarbij de carpale tunnel wordt opengemaakt.
Nachtspalk Door het dragen van een spalkje van kunststof of een brace tijdens de nacht en eventueel ook overdag, waarbij de pols in een neutrale stand gehouden wordt, krijgen pols en hand rust. Dit kan herstel van het CTS bevorderen, maar het effect is meestal niet blijvend. Indien het dragen van de spalk na zes weken niet leidt tot een vermindering van de klachten, heeft het geen zin deze behandeling voort te zetten.
Injectie met cortisonen Een lokale injectie in de pols met een combinatie van verdovingsvloeistof en cortisonen kan in vele gevallen helpen, althans op korte termijn. Het effect op de lange termijn is onbekend. De injectie kan na enkele weken herhaald worden. Indien na twee injecties met een tussenpoos van twee tot drie weken geen verbetering is opgetreden, is verdere injectiebehandeling niet zinvol.
Ontstekingsremmers Peesontsteking draagt mogelijk bij aan de beknelling van de zenuw in de carpale tunnel, de oorzaak van het carpaal tunnel syndroom. Niet-steroïdale ontstekingsremmers (NSAID’s) zorgen voor pijnverlichting en onderdrukken de ontstekingsreactie. Ze kunnen bij een carpale tunnelsyndroom soms kortstondig soelaas bieden, maar hebben op de langere termijn geen effect. Het slikken van corticosteroïden kan op de korte termijn een gunstig effect hebben op de klachten. Orale corticosteroïden kunnen ernstige bijwerkingen hebben en mogen slechts kortstondig gebruikt worden.
Ultrageluid Er wordt van uitgegaan dat ultrageluidgolven de bloedcirculatie en lokale stofwisseling stimuleren, waardoor weefsel makkelijker kan regenereren en ontstekingen, oedeem en pijn afnemen. Dit kan bijdragen aan het opheffen van de beknelling van de zenuw. Er zijn aanwijzingen dat een behandeling met ultrageluid ook op de lange termijn een gunstig effect heeft.
Laseracupunctuur Tijdens deze behandeling worden de zogenoemde acupunctuurpunten op de meridianen gestimuleerd met behulp van lasertherapie om zo de natuurlijke balans weer te herstellen. Er is enig bewijs dat dit de pijn tijdelijk enigszins kan verminderen, maar het zou nauwelijks enig effect hebben op de andere klachten.
Oefentherapie De veronderstelling is dat het uitvoeren van specifieke oefeningen de druk in de carpale tunnel vermindert. Maar hiervoor bestaat tot nu toe geen bewijs.
Manuele therapie Er bestaat tot nu toe geen bewijs voor de werking van manuele therapie waarbij het zenuwstelsel wordt gemobiliseerd met behulp van zenuwrektesten en provocatietesten, of waarbij de handwortelbeentjes worden gemobiliseerd.
Yoga Yoga-oefeningen, zoals rekoefeningen en oefeningen ter verbetering van de stand van de gewrichten, kunnen helpen om de pijn te verminderen en de knijpkracht te vergroten.
Magneettherapie De veronderstelling is dat magneettherapie de bloedcirculatie in de huid, in het onderhuidse weefsel en in de spieren en banden verhoogt, waardoor de zwelling zou afnemen. Er bestaan echter geen bewijzen dat dit zou helpen bij carpale tunnelsyndroom.
Operatie Bij ernstige klachten (gepaard gaand met verminderde kracht), of bij langdurige aanhoudende klachten waarbij een spalk of een cortisonespuit niet helpt, kan een operatie overwogen worden om de druk op de zenuw weg te nemen. Hierbij wordt de verbinding tussen de pink en duimmuis, het dak van de carpale tunnel, doorgesneden.
Dat kan op twee manieren: • Via de klassieke operatie. Dit is een kleine ingreep waarbij een snee wordt gemaakt in de pols aan de handpalmzijde. De dwarse polsband wordt doorgesneden. Hierdoor wordt de tunnel verwijd. De operatie duurt ongeveer twintig minuten en wordt over het algemeen verricht onder plaatselijke verdoving waarbij alleen de arm gevoelloos is. De operatie wordt meestal in dagbehandeling verricht.
• via een kijkoperatie Hierbij worden twee kleine sneetjes gemaakt waar doorheen geopereerd wordt met speciaal instrumentarium. Het voordeel hiervan is dat de sneetjes kleiner zijn en dus ook kleinere littekens opleveren. Een nadeel is dat de operatie soms mislukt of dat het syndroom na verloop van tijd weer terug komt.
Een operatie is geen garantie voor volledig herstel. Ook moet u er rekening mee houden dat u na de operatie de hand enige tijd niet kunt gebruiken. Gedurende drie tot zes maanden na de operatie kan u nog last hebben van verlies van kracht, functieverlies, littekenpijn, gevoeligheid van duim- en/of pinkmuis, gevoelsvermindering en tintelingen. Gips- of spalkimmobilisatie na operatie wordt niet aanbevolen,
Als je het niet erg vind dat ik de volgende keer kan zien dat je op mijn blogje bent . Klik dan op het w.i.e plaatje hieronder vul a.u.b je naam in !!!
Over mijzelf
Ik ben erika, en gebruik soms ook wel de schuilnaam kaatje.
Ik ben een vrouw en woon in roeselare (west-vlaanderen) en mijn beroep is .
Ik ben geboren op 13/08/1957 en ben nu dus 55 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: pc bloggen enz. en fotografie.