Ik wil graag een gedicht schrijven Maar ik mag niet overdrijven Ik heb een woord Maar weet niet of het er wel bij hoort Ik heb zinnen Maar weet niet waar te beginnen Ik heb ook gedachten Maar misschien moet ik ze verzachten Ik weet het niet Maar ik denk dat je het ook ziet Mijn gedicht is klaar Raar maar waar
De eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) vormt sinds een aantal jaren een iedere zomer terugkerende plaag in sommige delen van België en Nederland. De rups is de larve van de eikenprocessierupsvlinder, een nachtvlinder die in bijna heel Europa vookomt. Deze vlinder legt haar eitjes in de toppen van eikenbomen, waar de eitjes overwinteren.
Eind april, begin mei worden de rupsen geboren. Na een aantal vervellingen zijn ze volgroeid. Na de derde vervelling, meestal tussen half mei en eind juni, krijgen de rupsen brandharen . Het zijn deze brandharen die ernstige klachten bij de mens veroorzaken. De volgroeide rupsen hebben een grijsgrauwe kleur met lichtgekleurde zijden en zijn bedekt met lange witte haren. Deze witte haren zijn niet de brandharen.
Eind juli vindt de metamorfose tot vlinder plaats. De rupsen verdwijnen in juli met de verpopping en groeien uit tot een nachtvlinder ('een mot'). Vanaf dit ogenblik is het grootste gevaar geweken. De naam is afgeleid van de manier waarop deze rupsen zich ’s nachts in kop-staartcolonnes (‘processie’) van het nest naar het bladerdek van eiken begeven. Daardoor bevinden deze rupsen zich vaak in grote aantallen op boomstammen. Eikenbomen met rupsen zijn te herkennen aan de nesten: dichte spinsels van vervellingshuidjes, uitwerpselen en brandharen. Daarnaast zijn deze bomen vaak kaalgevreten.
waar komen de rupsen voor: De eikenprocessierups komt vooral voor in centraal- en zuid-Europa, maar wordt sinds de jaren ‘90 in toenemende mate waargenomen in de Benelux en Duitsland. In België komt de rups vooral voor in de provincies Antwerpen en Limburg, maar ook in Vlaams-Brabant en Oost-Vlaanderen. In Nederland doet de rupsenplaag zich voor in grote delen van zuidoost Brabant, het noorden van Limburg en het gebied rond Nijmegen.
Een warme zomeravond, wat vrienden op bezoek, een goed glas wijn en een barbecue: meer moet dat niet zijn. Toegegeven, muggen kunnen de pret bederven, maar we gaven u eerder al tips om die vervelende beesten op afstand te houden.
Maar na de pret, komt de afwas. Hoe krijgt u het beste uw rooster schoon?
Het beste kan je de rooster nog de avond zelf in een natte oude krant wikkelen. De volgende dag kan je de rooster dan makkelijk schoonmaken met wat keukenpapier of met en prop aluminiumfolie. Een variant hierop: laat de rooster gewoon in nat gras liggen.
Was je na je barbecue niet in staat om nog iets schoon te maken, wrijf de rooster dan de volgende dag af met een citroen.
Of wacht gewoon tot je volgende tuinfeestje. Steek dan de barbecue aan en laat de vlammen aan het rooster likken. Wrijf nadien grill af met een halve citroen, met een stalen borstel of met een prop aluminiumfolie. Gebruik uiteraard wel een hittebestendige handschoen.
De aardbei, ook wel zomerkoninkje genoemd, draagt de Latijnse naam Fragaria. Deze Latijnse benoeming is afgeleid van het woord fraga wat aardbeitje betekent. Symbolisch staat de aardbei voor kortstondig genot. De aardbei behoort tot de rozenfamilie. Botanisch noemen we de aardbei een schijnvrucht. De aardbei heeft een zoete smaak. De aardbei is niet alleen lekker, er zitten veel vitamines in de vrucht. Zo heeft de aardbei een hoge concentratie vitamine C. Door de kasteelt kan de aardbei bijna het hele jaar rond gekocht worden, maar het lekkerst is zij wel tijdens de aardbeientijd: rond en in de zomer.
De geschiedenis van de aardbei
Rond de 14e eeuw werden aardbeiplanten vanuit het wild in tuinen aangeplant. Ze werden voornamelijk gebruikt als sierplant en voor medicinaal gebruik. "Onze aardbeien" zijn ongeveer 200 jaar oud. Ze komen oorspronkelijk uit Noord- en Zuid-Amerika en werden in de 17e en 18e eeuw in Europa ingevoerd. Door het telen en kruisen van verschillende soorten zijn nu meerdere rassen ontstaan. Het meest geteelde ras in Nederland is de Elsanta. Verder zijn er de Korona, Vima Zanta en Lambada. Er zijn meer dan twintig aardbeisoorten en van de geteelde aardbei zijn er vele honderden rassen.
De aardbei in de keuken
Aardbeien lenen zich voor allerlei gerechten. Ze zijn geschikt om jam van te maken. Door het fraaie uiterlijk van deze vrucht ogen ze prachtig als decoratie op taarten of gebak. Of je gebruikt ze in of bij het dessert. Je kunt ze gebruiken in de vruchtenbowl. Een klassieker is het dippen van de aardbei in gesmolten chocolade (bij een glas champagne). Door de structuur van de aardbei en de lichtzoete smaak kun je ze uitstekend gebruiken in salades.
Aardbeiplanten
De aardbeiplant is een makkelijke plant om te verzorgen. Tegenwoordig kun je in meerdere plantenzaken (en soms in de supermarkt) een aardbeiplant kopen om thuis zelf aardbeien te kweken. Ook op het balkon doen ze het goed in een pot of plantenbak. April is de beste maand om ze te planten. In augustus kun je dan al de eerste aardbeien plukken.
Aardbeienattracties
De aardbeien hebben ook amusementbedrijven geïnspireerd. Zo is er het attractiepark Aardbeienland in Horst (vlakbij Venlo) met een kabouterbos en zelfpluktuin. Er is zelfs een heus museum waar alles te vinden is over de geschiedenis van de aardbei en alle wetenswaardigheden tot culinaire tips toe. In Gemert vinden de kinderen vertier in de speelboerderij 't Aardbeienhof, waarin alles in het teken van de aardbei staat. Helemaal in het noorden van Nederland, op het eiland Texel kun je aardbeien plukken in de Zelfpluktuin van de familie Boersen in Oudeschild.
De Lentevuurspin is een van de opvallendste spinnen van Nederland. Wie hem ziet herkent hem direct: een zwarte spin met stevige, korte poten en een knalrood achterlijf met zwarte stippen in een vierkant. De achterpoten zijn gedeeltelijk rood behaard en alle poten hebben witte ringbandjes. In ons land is de soort niet te verwarren met enig andere soort. Het dier is ongeveer één cm lang. Wie een dergelijk dier ziet heeft te maken met het mannetje van de Lentevuurspin (Eresus sandaliatus). Vroeger werd deze soort Zwarte Kaardespin genoemd. Het volgroeide wijfje is veel groter, tot ongeveer twee cm lang, en afgezien van wat verspreide gelige beharing helemaal zwart, maar ze wordt vrijwel nooit gezien omdat zij ingegraven in de grond leeft.
Mannetje van de lentevuurspin.
Mannetje van de lentevuurspin.
Biologie Van het wijfje (fig. 3) zien we alleen, na goed zoeken, het bovengrondse deel van het web. Vanaf haar jeugd leeft ze in een gegraven gang die met spinsel wordt bekleed, maar in het voorjaar is ze wel genoodzaakt de gang te vergroten. Het uitgegraven zand verraadt dan haar verblijf. De gang loopt recht omlaag en is bij een volwassen wijfje vaak meer dan 10 cm lang. Boven de grond steekt het vanggedeelte van het spinsel uit in de vorm van een koepelvormig webje. Afhankelijk van de grootte, dus van de ouderdom van de spin kan dit bovengrondse deel wel tot 3 cm hoog worden. Het mannetje doet als jong dier precies hetzelfde en maakt ook een koker met een bovengronds vangweefsel. Als het mannetje na een laatste vervelling en enkele jaren oud volwassen is geworden, begin april, gaat hij op zoek naar een wijfje. Hij verlaat dan zijn woonbuis en gaat, traag lopend met zijn korte, dikke poten de omgeving verkennen. Het vinden van de woonbuis van het wijfje is wellicht een kwestie van feromonen, maar die moeten dan door de lucht komen, want het wijfje heeft haar woonbuis niet verlaten en er loopt dus geen geurspoor over de grond. Het mannetje zwaait ook voortdurend met zijn poten om een geurspoor te ontdekken. De paring vindt in de woonbuis plaats en daar maakt het wijfje ook haar eipakket, dat zij onder in de woonbuis bewaakt. De eieren komen in de woonbuis uit en de jongen worden door de moeder met voedselsappen gevoed, maar ze sterft al na korte tijd. De jongen zuigen dan de moeder verder leeg. Omdat ze nog een tijdje in met elkaar in de woonbuis verblijven wordt deze soort wel subsociaal genoemd. Sociaal gedrag met samenwonen in een groot web komt in deze familie van de Grote Kaardespinnen (Eresidae) ook voor. Na enige tijd zwermen de jonge dieren uit en graven hun eigen woonkokers. Volgens de literatuur neemt het volwassen worden drie jaren in beslag.
Vrouwtje van de lentevuurspin Web en voedsel Het koepelvormig webje (fig. 4) met vanuit de rand aangebrachte struikeldraden van de Grote Kaardespin is niet kleverig maar bedekt met een wollig spinsel. Dat kroezige spinsel wordt gemaakt door het met een rij van stevige borstelharen op de achterpoten uitkammen van spinsel dat uit een van de spinselklieren, de zeefplaat of cribellum komt. In oude tijden kaardde men zo wol. Langslopende prooien worden zo opgemerkt en gegrepen. Een prooi raakt net lang genoeg verward in dit weefsel om de spin de tijd te geven het te bemachtigen. Dat zijn bijv. kevers, duizendpoten, mieren en spinnen, dieren waarvan de resten in de woonbuizen zijn aangetroffen.
Op 11 juli, de Vlaamse feestdag, zijn alle diensten van de Vlaamse overheid gesloten. Wie vandaag gebruik wil maken van de diensten op het gemeente- of stadhuis, is eraan voor de moeite want alle Vlaamse ambtenaren zijn een dagje thuis.
Post en bank De Post werkt dan weer wel. Morgen komt de postbode gewoon langs en kan je ook in alle kantoren terecht. Banken daarentegen zijn overal in Vlaanderen gesloten.
Openbaar vervoer Het openbaar vervoer in Vlaanderen rijdt volgens de normale dienstregeling die op weekdagen geldt. Ook de verschillende musea zijn open.
Huisvuil Voor de huisvuilophaling geldt een speciale regeling. In sommige gemeenten wordt de ophaling geregeld door privébedrijven of intercommunales. De kans is groot dat het huisvuil daar wordt opgehaald. Waar de ophaling geregeld wordt door de gemeente zelf, is het mogelijk dat de vuilzakken blijven staan.
Supermarkten Ook supermarkten en winkels zijn open op de Vlaamse feestdag.
hallo beste blogvrienden,we zijn der gisteren eens een dagje op uit geweest naar Bellewaerde ,en we hebben een mooie dag gehad ,een heel enkel spatje regen en verder een mooie dag ,waw het was wel groot daar maar we hebben toch alles kunnen bezoeken ,en op sommige attracties mocht mijn ventje gerust alleen meedoen hoor ,zoals hem de hoogte laten afschieten ,ik heb wel meegedaan aan de water banen ,willen jullie der ook eens een dagje opuit kijk maar op de website van belewaerde http://www.bellewaerdepark.be/
Een springvinger of springduim is een aandoening van de buigpezen van de hand Deze aandoening geeft een beperking van de buigfunctie van de vingers.
oorzaken
De meest frequente oorzaak is een locale verdikking van de pees, een soort knobbel vorming (nodule). Hierdoor gaat de pees die zich door de pulley tunnel moet bewegen hinder ondervinden want de ruimte wordt eigenlijk te smal en de pees moet zich er altijd gaan doorwringen.
Dit veroorzaakt een irritatie en een ontstekingsreactie, de pees en mogelijk ook de pulley gaan nog verder verdikken en opzwellen wat het ganse proces nog gaat bevorderen.
Een gans aantal mogelijk oorzaken kunnen dit proces veroorzaken: langdurig autorijden,werken een pistool, reuma,een peesletsel door een wonde, etc.
Een lokaal klein wondje kan een infectie veroorzaken en hierdoor een opzwelling van de pees uitlokken. Soms is het letsel aangeboren, het valt meestal echter niet op totdat het kindje de vingers echt begint te gebruiken.
symptomen
De beginsymptomen zijn meestal pijn en een raar, verspringend gevoel in de handpalm. Dit verspringende gevoel treedt op bij het buigen en strekken van de vingers of de duim, als men dan voelt over de pijnlijke regio is er meestal een duidelijke verdikking of nodule aanwezig.
Het verspringende gevoel ontstaat op het moment dat deze verdikking door de tunnel van de pulley moet passeren.
Bij het buigen en strekken beweegt deze verdikking naar voor en naar achter door deze pulley, als een trein die door een tunnel gaat.
Naarmate de aandoening verder evolueert, zal de verdikking toenemen.
Op een bepaald moment kan het zelfs zijn dat de nodule geblokkeerd zit net voor de tunnel en de vinger geblokkeerd zit, het strekken is dan onmogelijk geworden (zie afbeelding).
diagnosestelling
Het stellen van de diagnose is meestal nogal evident, een grondig klinisch onderzoek volstaat. Een duidelijk voelbare klik is aanwezig in de handpalm ter hoogte van de basis van de aangetaste vinger. Er is meestal ook een relatief uitgesproken drukpijn aanwezig.
De behandeling
Welke behandeling uiteindelijk zal ingesteld worden hangt af van de ernst van het letsel en zijn evolutie. Er is een conservatieve, niet operatieve behandeling en de operatieve, heelkundige oplossing
De niet operatieve behandeling
Een injectie met een kleine dosis cortisone in de peesschede kan de nodule doen inkrimpen en dus maken dat de pees opnieuw vlotter door de pulley tunnel kan bewegen. Cortisone is een krachtig ontstekingsremmend product en geeft meestal goede resultaten.
Een kinebehandeling met ultrason en iontoforese is soms bijkomend ook afdoende in de behandeling, samen met relatieve rust van de aangetaste pees. De operatieve behandeling In de langduriger gevallen of de meer uitgesproken nodulevorming wordt meestal geopteerd voor een chirurgische behandeling.
Het betreft een kleine ingreep die perfect kan uitgevoerd worden onder locoregionale verdoving (plaatselijk) en die via een daghospitalisatie gebeurt. De huid wordt grondig ontsmet en uw hand wordt met steriele doeken afgedekt. Er wordt een kleine incisie gemaakt in de huidplooi en de pulley wordt vrijgemaakt. Vervolgens wordt deze pulley gekliefd, met aandacht voor de zenuw en bloedvat structuren die er dichtbij liggen. Nadien wordt de huid gehecht en een drukverbandje aangelegd.
De nabehandeling
Een zacht drukverbandje (om bloeding en zwelling tegen te gaan) is aangelegd na de ingreep, dit blijft ongeveer 24 uur ter plaatse. Nadien wordt het vervangen door een steriele pleister over het wondje.
Het bewegen van de vinger is direct toegelaten, met nadruk op het volledig strekken van de geopereerde vinger. Soms is een kine behandeling nodig, vooral in die gevallen waar de vinger in een geblokkeerde stand stond voor de ingreep.
Geef me nog eens een echt gedicht, waarin woorden vloeien als rode wijn en het ritme als de slagen van de klok zijn. Woorden zoet als stroop of hard als keien waarvan het begin aanspraak maakt op het einde en het midden een hart doen overslaan van waanzin en van pijn ik wil zo’n woordenvloed als een mokerslag over gans de lijn!
De wandelende tak is het allergrootste insect ter wereld en sommige soorten kunnen wel 50cm lang worden. Zijn lichaam bestaat uit 3 delen. De kop, het borststuk en het achterlijf. Aan dit borststuk heeft hij 6 pootjes.Een wandelende tak maakt gebruik van camouflage: het hele lichaam lijkt op een takje. Zo is hij bijna niet te zien! Als hij loopt doet hij dat op een rare, wiegende manier. Het ziet er dan uit als een gewoon takje dat heen en weer beweegt door de wind.Maar niet alleen de wandelende tak zelf maakt gebruik van camouflage.Zelfs de eitjes zijn goed gecamoufleerd. Ze lijken precies op de zaadjes van een plant.
Naar bed, naar bed, zei Duimelot. Eerst nog wat eten zei Likkepot. Waar moet ik dat halen, zei Lange Lijs. Uit grootmoeders kastje, zei Ringeling. Dan zal ik verklappen, zei 't kleine ding.
Als je het niet erg vind dat ik de volgende keer kan zien dat je op mijn blogje bent . Klik dan op het w.i.e plaatje hieronder vul a.u.b je naam in !!!
Over mijzelf
Ik ben erika, en gebruik soms ook wel de schuilnaam kaatje.
Ik ben een vrouw en woon in roeselare (west-vlaanderen) en mijn beroep is .
Ik ben geboren op 13/08/1957 en ben nu dus 55 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: pc bloggen enz. en fotografie.