Wie tegenwoordig een bloemenzaak of tuincentrum bezoekt, merkt meteen dat Halloween op komst is. Pompoenen in allerlei materialen, op diverse manieren versierd worden er aangeboden. Sommige winkels bieden zelfs kant en klare pompoenmaskers aan. Nochtans gaat er niets boven de eigen creatie. Wie zelf pompoenen geoogst heeft, of er eentje heeft gekocht kan naar eigen verbeelding een pompoen te lijf gaan en er een lichtgevend masker van maken.
De oorsprong van de pompoen ligt in Mexico en het noordelijk deel van Zuid-Amerika. Er zijn aanwijzingen dat de pompoen er al 7000 jaar voor Christus geteeld werd. Pompoenen zijn nog steeds belangrijk voor de familielandbouw van Zuid- en Midden-Amerika. Vaak worden ze tussen andere gewassen geteeld. Niet alleen de vruchten, maar ook de bloemen, jonge stengeltoppen en zaden worden gegeten. De pompoen behoort tot de komkommerachtigen, evenals de augurk, komkommer, courgette en meloen.
De pompoen behoort tot dezelfde familie als de meloen en de komkommer. Ze kunnen geel, oranje of groen zijn en hebben geel/oranje vruchtvlees. Er bestaan tientallen pompoensoorten, die men afhankelijk van de houdbaarheid opdeelt in zomerpompoenen en winterpompoenen. Bij aankoop moeten pompoenen stevig aanvoelen. Zomerpompoenen moeten een glanzende schil hebben, terwijl winterpompoenen mat van uitzicht moeten zijn. Winterpompoenen worden best gekocht met een intacte steel.
Zomerpompoenen...
Zomerpompoenen worden kort na de bloei geoogst zodat de schil nog zacht en eetbaar is. Hun houdbaarheid is hierdoor echter beperkt. De bekendste variëteiten zijn de courgette (of mergpompoen), de echte pompoen en de patisson. De Courgette lijkt op een komkommer en de zachte schil is groen of geel van kleur. De echte pompoen heeft het uitzicht van een grote courgette en zijn schil is groen met witte strepen. De Patisson wordt omwille van zijn speciale, platte vorm soms ook Keizers- of Bisschopsmuts genoemd. De schil is bleek van kleur en minder zacht dan die van de courgette.
Winterpompoenen...
Onder Winterpompoenen vinden we bij ons vooral de Reuzenpompoen en de Hokkaidopompoen terug. De vruchten worden pas geoogst als ze volledig rijp zijn. Hun dikke, harde schil is niet geschikt voor consumptie. Er bestaan talrijke varianten van de Reuzenpompoen, gaande van de ‘Rode Centaar’ met een gewicht tussen de 4 en 20 kg, over de ‘Dikke Gele Parijse’ met een diameter van ca. 35 cm en een gewicht tussen de 15 en 50 kg, tot de ‘Atlantic giant’ die de grootste pompoen ter wereld levert met een gewicht tot 250 kg. Op vele plaatsen worden er overigens wedstrijden georganiseerd in dit verband. De Hokkaidopompoen (of Japanse pompoen) weegt slechts 1 tot 2,5 kg maar is wel veel lekkerder en voedzamer dan zijn grote soortgenoten. De Hokkaidopompoen bestaat in een groene en oranje variëteit en is perfect te telen in ons klimaat. Verder is er nog de zogenaamde Spaghettipompoen. Deze variëteit heeft dezelfde bewaarmogelijkheden als winterpompoenen maar de schil is minder hard. De smaak van het vruchtvlees is vergelijkbaar met die van zomerpompoenen, terwijl de structuur ervan draderig is (vandaar de naam).
Bereiding...
De meeste zomerpompoenen kunnen met schil en al worden gegeten. Zeer rijpe exemplaren kunnen het best worden geschild en van zaden ontdaan worden. Bij winterpompoenen wordt de schil doorgaans verwijderd, net als de pitten en de vezels. Spaghettipompoen moet in zijn geheel worden gekookt: breek de steel af en prik twee gaatjes in de schil met een metalen staaf. Zo kan het kookvocht tot binnenin de pompoen doordringen. Kook volledig ondergedompeld in lichtgezouten water gaar in ongeveer 35 minuten. Controleer of het vruchtvlees gaar is door in de pompoen te prikken. Als u weinig weerstand voelt, is de pompoen gaar. Laat de vrucht even uitlekken en snijd dan doormidden. De zaden die wat hard zijn, kan u verwijderen. Schraap de draden er met een vork uit.
Het bewaren van een pompoen.
Een hele pompoen blijft maandenlang goed, mits hij in een droge omgeving wordt bewaard waar de temperatuur niet lager is dan 6 - 8 graden bijvoorbeeld in de huiskamer (tevens decoratief). Op koelere plaatsen zal de pompoen vlug beginnen rotten. Als je een pompoen koopt, neem dan ook best rijpe vruchten met een harde schil en zie ook dat de pompoen geen grote schrammen heeft, anders gaat het geheel ook sneller bederven.
Een uitgesneden pompoen houdt slechts 2 - 3 dagen en dan nog hangt het er van af hoelang de kaarsjes erin blijven branden. Sommige soorten verwelken ook iets vlugger dan anderen en de weersomstandigheden (temperatuur, regen...) kunnen het rottingsproces eveneens versnellen.
Enkele bewaar tips: Zorg in ieder geval dat je de pompoen zo goed mogelijk uitholt, want het resterende vruchtvlees versnelt het rottingsproces. Probeer de uitgesneden pompoen zo koel en droog mogelijk te bewaren. Laat de kaarsjes zeker geen hele nacht aanstaan want dan droogt de pompoen snel uit. Als de pompoen toch vroegtijdig uitdroogt, dan kan je hem weer nieuw leven inblazen door de gehele pompoen enkele uren in een teil met water te zetten. In heel wat boeken vind je ook heel wat trukjes om de uitgesneden pompoen langer te bewaren. Insmeren met was, met alcohol, met vaseline... Uit eigen ervaring weet ik dat dergelijke zaken niet veel helpen. Het beste wat je kan doen is volgens mij het volgende: Bewaar de pompoen in zijn geheel (nog niet uithollen) op een droge, donkere en koele plek tot de dag voor Halloween. Dan is het de hoogste tijd om de pompoen uit te hollen en heb je een mooie pompoen tijdens halloweennacht. Je kan eventueel ook verschillende pompoenen uithollen op verschillende tijdstippen zodat je een hele week mooie exemplaren heb (zonder rotting en onaangename geuren).
Kleine stukjes pompoen moeten binnen 3 - 4 dagen worden gegeten. Bewaar ze in de koelkast of leg ze in elk geval op een donkere plaats. De vitamine A, waarvan de vrucht zeer rijk is, wordt namelijk afgebroken in licht.
Het bereide vruchtvlees kan in de vriezer worden bewaard en als basis dienen voor verdere bereidingen (puree, taarten, vullingen...). Dit geldt in het bijzonder voor een pompoen met stevig vruchtvlees.
Zo’n 370 miljoen jaar geleden, tijdens het late Devoon, lukte het de eerste amfibieën om voor korte tijd het water te verlaten en aan land te kruipen. Om zich voort te kunnen planten moesten ze echter weer terug in het water.XML:NAMESPACE PREFIX = O />
Hun naam is afkomstig van het Griekse woord "amphibíos" en betekent"dubbelleven". Het verwijst naar het feit datdeze dieren in twee omgevingen kunnen vertoeven. De ene omgeving is de zee waarin hun voorouders, de vissen, nog steeds leven, de andere omgeving is het land, waar hun nakomelingen, de reptielen leven.
Tegenwoordig hebben de meeste amfibieën twee paar ledematen en een naakte slijmerige huid, die vergeven is van de klieren. Dat onderscheidt hen duidelijk van hun voorvaders. De huid van hun voorvaders was meestal geschubd en leerachtig en beschermde ze, doordat ze ondoorlatend was, tegen vochtverlies.
Wanneer ze zich nog in het ontwikkelingsstadium bevinden, ademen de amfibieën normaal gesproken door kieuwen, wanneer ze volwassen zijn, ademen ze door de longen en de huid.
Voor de bevruchting leggen de amfibieën eitjes in het water. Bij enkele worden de eitjes binnen in het lichaam bevrucht, bij anderen gebeurt dit buiten het lichaam. Uit de eitjes komen larven of kikkervisjes waarvan het uiterlijkin de loop van hun ontwikkeling verandert. Ze krijgen ledematen, longen etc..
Na deze veranderingen kunnen amfibieën het water verlaten en op het droge leven.
Er bestaan tegenwoordig ongeveer 3000 soorten amfibieën die we kunnen onderverdelen in kikkers (kikker, pad) en salamanders (salamander, watersalamander).
Griezel mee met zn 2 dan worden we gauw een heks in spe dus luister goed en doe ons na maak een geluid Wrahaha Doe de spreuk fijnloos en net als heks in spe heb je veel pret nu je examen alles gaat goed morgen krijg je ene echte toverhoed een wrat op je neus eeuwige kracht en bepaald niet je oude pracht...
Halloween staat weer voor de deur, hoogdringend tijd dus om te griezelen en beven. Ook aan tafel kan je de sfeer reeds oproepen met enkele culinaire pompoenhoogstandjes.
Pompoen-kokoscurry
1 kg pompoen geschild en in blokjes gesneden 250 ml kokosmelk 1 ui 4 tenen knoflook 4 groene chilipepertjes 4 laurierbladeren 1 kaneelstok 4 groene kardemompeulen 1/2 koffiel kurkuma 1/2 koffiel komijnpoeder 1 koffiel korianderpoeder 1/2 koffiel. garam masala (kruidenmengeling) zout enkele draadjes saffraan 2 eetl ghee (geklaarde boter) of arachideolie 250 ml water + 100 ml lauw water
Bereiding :
1 Verhit de olie of ghee en bak hierin kardemom, kaneel en laurier aan totdat het aroma vrijkomt. Voeg dan de gesnipperde ui, gehakte look en fijngesneden pepertjes toe en bak goudbruin.
2 Voeg kurkuma, komijn, garam masala, korianderpoeder en zout toe, laat even meebakken. Week de saffraandraadjes in lauw water.
3 Doe de pompoenblokjes bij de gebakken kruiden en roerbak gedurende 5 minuten. Blus met saffraanwater, water en kokosmelk en laat eventjes goed doorkoken tot een mooie, lichtgebonden curry. Serveer met basmatirijst en/of naanbrood.
Niets zo heerlijk, verrassend en toch authentiek als een kaasschotel. Maar hoe stel je nu de perfecte kaasschotel samen?
Een kaasschotel moet een mix van alle soorten kazen bevatten. De kaasfamilie bestaat uit 5 delen. De geiten- en schapenkazen. De harde en halfharde kazen met de cheddar als bekendste. De witschimmels met de brie en camembert, de blauwaders met de roquefort en gorgonzola en de roodbacteriekazen met de reblochon.
Begin bij een kaassschotel steeds met de lichtste, meest romige kaas en serveer er een witte, frisse en fruitige wijn bij. Ga daarna over tot de middelharde kazen en sluit af met de sterkst smakende kazen. Bij de hardere kazen hoort een vollere wijn, terwijl de blauwaders en roodbacteriekazen weer erg goed samen gaan met een zoete wijn.
Serveer bij je kazen steeds genoeg brood, verse noten en gedroogd fruit. Ook een frisse salade kan voor een lekkere toets zorgen. Zorg er voor dat je kazen steeds op kamertemperatuur zijn, dan zijn hun smaken namelijk op hun best.
Na een lange wandeling door het bos of aan zee gaat er niets boven een lekkere kom soep om het weer warm te krijgen. Voeg er wat kaas aan toe en je krijgt zelfs een echte maaltijdsoep!
Tips en trucs
Om te vermijden dat de vitamines en mineralen verloren gaan, wast en/of schilt u de groenten beter op het laatste moment en beperkt u de kooktijd van de soep.
Gebruik geen snelkookpannen. De soep zal inderdaad sneller gaar zijn maar een groot deel van de vitamines wordt vernietigd.
Bereid een grote hoeveelheid soep en vries een deel in.
Bestrooi de soep helemaal op het einde met tarwekiemen voor een supplementaire dosis vitamines (B, E, magnesium, ijzer).
(4 personen) 1 groene kool, 2 teentjes knoflook, 200 g gerookt spek, 30 g boter, 1 laurierblaadje, peper van de molen, 1 liter kippenbouillon, 2 verse geitenkaasjes, 4 sneetjes stokbrood.
1. Haal de blaadjes van de kool en spoel ze. Snijd de blaadjes in repen.
2. Blancheer de kool gedurende 3 minuten in kokend water. Giet af en leg opzij.
3. Schil de teentjes knoflook en hak ze in grove stukken.
4. Snijd het gerookt spek in fijne plakjes.
5. Laat de boter smelten in een grote pan. Voeg de kool en de plakjes gerookt spek toe. Meng en laat gedurende 20 minuten koken op een zacht vuurtje door regelmatig te roeren.
6. Voeg de look en het laurierblaadje toe. Kruid met peper en giet de bouillon erbij. Laat het geheel gedurende 45 minuten koken.
7. Verwarm de oven voor (grill-stand). Halveer de geitenkaasjes, leg een half geitenkaasje op elk sneetje brood en laat gratineren.
8. Serveer in vier kommen. Leg een sneetje stokbrood met gegratineerde kaas in elke kom en dien warm op.
Begin eens met een kleine steelpan Daarin drie schepjes kruidenthee Dan een scheutje lelietjes-water En klavertjes vier, een stuk of twee Zeven harten van verliefden Doe je er dan ook nog bij En als het lukt een lieve glimlach Vindt je die niet, krijg je hem van mij Dit zijn de benodigdheden Van het beterschap-recept Probeer gerust maar eens een kopje Je voelt je zo weer opgepept
Deze vogel komt in Nederland in kleine aantallen voor als doortrekker, en als schaarse broedvogel. In Europa is hij algemener verspreid, behalve in het uiterste noorden. Na de overwintering in midden Afrika komt hij in het voorjaar weer onze richting uit ongeveer gelijk met de Koekoek. De roep lijkt op die van de Kleine Bonte Specht, n.l. “ki-ki-ki-ki”. Zijn verenkleed is prachtig grijsbruin getekend, de onderzijde lichter dan de bovenzijde. Uiterlijk lijkt hij meer op een nachtzwaluw dan op een specht en op afstand zou je hem (vooral als hij op de grond bezig is met mieren zoeken) voor een lijster kunnen houden. Het is een slanke vogel die leeft in bossen, maar ook in tuinen, of een boomgaard enz. Hij heeft niet, zoals bij spechten gebruikelijk, stijve staartveren, die als steun dienen bij het klimmen in de bomen. Ook heeft hij geen sterke snavel om in de boomschors te hameren. In een zeldzaam geval heeft men er wel eens een zien hameren, maar dat is dan bij gebrek aan kant en klare nestruimte. Onzichtbaar, maar door wetenschappers onderzocht, blijkt zijn tong verstevigd te worden door lange “tongbeenderen”, wat een typisch kenmerk is voor de spechten.
Een Draaihals draait, vooral als hij bang is, zijn kop helemaal rond om te kunnen zien wat er achter hem gebeurt. Maar tijdens de balts, als ze elkaar aangapen met de bek open, zodat de rose binnenkant van de bek zichtbaar is, dan kronkelen en draaien ze met hun hals op een manier die duidelijk maakt waaraan ze hun naam danken. De Draaihals nestelt meestal in een boomholte, die ze niet zelf kunnen hakken. Ze zoeken dus een geschikte holte of zelfs een nestkastje. De 7 – 10 dof-witte eieren worden gelegd op de kale bodem. Na 12 dagen komen de eieren uit en beide ouders dragen in de snavel insekten aan voor de jongen. Dit zijn meestal mieren en mierepoppen en soms als er niet voldoende mieren gevonden worden, ook kevers, vlinders, motten en de larven hiervan, Ze pikken de insektjes uit spleten in de boomschors of van de grond. De Draaihals vermindert in aantal. Omdat de oorzaak hiervan niet of nauwelijks bekend is, wordt het erg moeilijk om na tegaan welk effect menselijk ingrijpen heeft. Het zou heel jammer zijn als we deze prachtige vogel zullen moeten missen.
Hallo beste blogvrienden ,velen onder jullie weten het misschien al ,ik ben ingeschreven bij een psp club ,op mijn psp blogje (linkje onder mijn gastenboekje) word er daarover veel geplaats (mijn lesjes die ik daar maak) en vandaag heb ik mijn eerste certificaat binnen,waar ik heel trots op ben
vele groetjes van kaatje ,volledig verslaafd aan het worden aan PSP
Een volwassen kraai is ongeveer 48 cm lang en weegt ongeveer 550 gram. Kraaien zijn groter dan kauwen en in tegenstelling tot de laatste helemaal zwart, vaak met een wat groenige roeken zijn ze te onderscheiden doordat de laatsten een kaal stuk huid aan de basis van de snavel hebben, waardoor de snavel langer lijkt. Een roeksnavel is ook lichter van kleur dan de gitzwarte kraaiensnavel. Verder heeft een roek ook veren op zijn dijen ('broek') en een zwarte kraai niet. Ook kan het voorkomen dat een kraai niet geheel zwart is. Het kan gebeuren dat de Zwarte Kraai witte veren krijgt.
Voorkomen
De soort komt tot broeden in West- en Centraal-Europa, en in Oost-Azië komt een nauw verwante vorm voor, C. corone orientalis. In het tussenliggende gebied komt de bonte kraai voor die nauw verwant is, en die zowel in het oosten als in het westen van zijn verspreidingsgebied in staat blijkt met de daar voorkomende vorm vruchtbare hybriden te verwekken. Men vermoedt dat de soorten in de laatste ijstijd gescheiden zijn geraakt. Of er wel van aparte soorten mag worden gesproken is onderwerp van discussie. Levenswijze
Kraaien leven meer solitair dan roeken en kauwen. Het zijn intelligente vogels die zich makkelijk aanpassen aan verschillende diëten; ze zijn van alle markten thuis maar wel vrij schuw en duidelijk moeilijker te benaderen dan kauwen. In kleine tuinen zul je ze niet vaak zien. Ze eten o.a. wormen, insecten, fruit, zaden, keukenafval, eieren en jonge vogels. Ze foerageren meestal in paren, meer zelden in wat grotere groepen, vooral op weide- en akkerbouwland, niet in dichtbegroeid landschap. Kraaien hebben een slechte reputatie als jagers van kleine vogeltjes en nestenuithalers en werden om die reden in het verleden vaak genadeloos vervolgd. Je kunt ze echter ook zien als een natuurlijke van vogelpopulaties. Je ziet ze ook geregeld pikken aan doodgereden dieren langs de rand van de snelweg.
Kokosnoten groeien in kokospalmen. Deze boom draagt dikke, groenachtige vruchten waarin de kokosnoot zit. Rond de kokosnoot zit een bruine, vezelige laag. Kokosnoten bestaan uit hard, wit vruchtvlees. Het vocht dat in de kokosnoot zit, is geen kokosmelk. Het is doorschijnend kokoswater, ook klapperwater genoemd. De echte kokosmelk (of klappermelk) ontstaat door het mengen van klapperwater met uitgeperst (of geraspt) vruchtvlees van de kokos. Kokosmelk heeft een witte kleur.
Aankopen
Kokosnoten koopt u best vers. Om te weten of de kokosnoot vers is, moet u er even mee schuden. Wanneer ze een klotsend geluid maakt, is ze vers. Let er ook op dat de 'ogen' (de plaats waar de vrucht vastzat aan de boom) niet beschimmeld zijn. Kokosmelk vindt u ook in poedervorm, in blik of in blokken onder de Oosterse naam 'santen'. Ook gedroogde gerapte kokos is verkrijgbaar.
Bewaren
U gebruikt kokosnoten best vers, maar u kan eveneens gedroogde kokosnoot of bereidingen in blik aankopen.
Bereiding
Hoe opent u een kokosnoot? Klop met een beitel of spijker en hamer een gat in de ogen van de kokosnoot, zodat het kokoswater kan opgevangen worden. Sla op de harde schil tot deze breekt. Nu kan u het vruchtvlees van de schil breken. Het vruchtvlees (geraspt of in kleine stukjes gesneden), de kokosmelk en het kokoswater wordt vaak gebruikt in de Oosterse keuken, maar kan eveneens gebruikt worden voor frisse drankjes of slaatjes.
Gember is afkomstig uit delen van China, India, Jamaica en andere tropische streken. Daar is het bekend voor zijn kalmerende effect op de maag. De plant gedijt goed in een warm klimaat en is nauw verwant aan kurkuma en cardamom. De wortels worden voor culinaire en medicinale doeleinden gebruikt. Het geeft een heet en citroenachtig smaakje aan gerechten. Gember speelt in de traditionele geneeskunde nog steeds een grote rol.
Ter voorkoming van reisziekte, duizeligheid en misselijkheid, bij winderigheid, chronische pijn of reumatoïde artritis : tot driemaal daags of desgewenst elke vier uur. De gebruikelijke dosering is 100 tot 200 mg gestandardiseerd extract in capsule- of tabletvorm, 1 of 2 gram vers gemberpoeder of een plakje verse gemberwortel van 1,25 cm. Andere preparaten, zoals gemberthee kunt u enkele malen per dag bij artritis en pijn toepassen. Er zijn zakjes gemberthee in de handel verkrijgbaar, maar u kunt ook een half theelepeltje gemalen gemberwortel aan een kopje kokend heet water toevoegen. Op reis is gekonfijte gember handig, een blokje van 2,5cm op 1,5cm bevat ongeveer 500 mg gember.
Bij spierpijn : meng een eetlepel amandelolie of andere neutrale olie met enkele druppels gemberolie en breng dit op het pijnlijke gebied aan.
Bij verkoudheid en griep, drink tot vier koppen gemberthee per dag om de klachten te verlichten.
Hoge doses gember op nuchtere maag kunnen problemen geven, eet eerst wat.
De babelut wordt gemaakt met echte boter en suiker, die daarna getrokken wordt en zo de specifieke textuur aan deze populaire botercaramel geeft. Een goeie babelut is een beetje hard en blijft aan je tanden kleven.
VATICAANSTAD - Koning Albert II en koningin Paola zijn zaterdag in audiëntie ontvangen bij paus Benedictus XVI. De audiëntie past in de plechtigheden rond de heiligverklaring van Pater Damiaan zondag op het Sint-Pietersplein.
De officiële begroeting tussen het vorstenpaar vond plaats in de Petrus en Paulus-zaal van het apostolisch paleis, de persoonlijke verblijfplaats van de paus. Het vorstenpaar knielde voor de paus en koningin Paola - gekleed in het wit zoals gebruikelijk is voor katholieke vorstinnen - gaf de paus daarbij een handkus.
Na de begroeting volgde een persoonlijke audiëntie in de 'Biblioteca' van de kerkleider. De audiëntie zelf duurde ongeveer een kwartier. Nadien ontving de paus ook de rest van de Belgische delegatie met onder meer Senaatsvoorzitter Armand De Decker, minister van Buitenlandse Zaken Yves Leterme en minister van Defensie Pieter De Crem.
De paus en het koningspaar wisselden geschenken uit. Albert en Paola schonken de paus een keramiek van Max van der Linden en ontvingen in ruil een gouden medaille en een paternoster.
Na de audiëntie bij de paus was ook een audiëntie voorzien bij Tarcisio Bertone, de kardinaal-staatssecretaris van het Vaticaan. De kardinaal-staatssecretaris is de belangrijkste bestuurder van het Vaticaan na de paus. Hij wordt ook de 'premier' van het Vaticaan genoemd.
De heiligverklaring van Pater Damiaan zelf vindt zondag vanaf 10.00 uur plaats op het Sint-Pietersplein. Naar verwachting zullen zo'n 2.500 landgenoten en Hawaïanen de plechtigheid bijwonen
In China is een biggetje geboren met drie ogen en twee muilen. Tot grote verbazing van boer Liu Dingsheng. Het varkentje maakt deel uit van een worp van acht.
"We waren wel even geschrokken", zegt Liu aan de krant People's Daily. "Erg fraai ziet het beestje er niet uit. We weten niet goed wat we er mee moeten aanvangen".
Vergiftigd voeder? Met de moeder, een vierjarige zeug, is niets aan de hand. De veearts meent dat de afwijking bij de big mogelijk werd veroorzaakt door een genetische mutatie of door vergiftigd voeder.
Spruitkool of spruitjes (Brassica oleracea convar. oleracea var. gemmifera) werd in 1821 voor het eerst in de omgeving van Brussel geteeld en wordt in Europa al snel een belangrijke wintergroente. De oorspronkelijke naam is "Choux de Bruxelles". In het Engels gebruikt men nog steeds de term Brussels Sprouts. Spruitkool wordt binnen Europa voornamelijk in Nederland, Frankrijk en Engeland geteeld.
In Nederland is spruitkool een belangrijk vollegrondsgroentegewas en wordt voornamelijk in Zuid-Holland geteeld. Daarnaast komt teelt voor in Flevoland, Zeeland en Noord-Brabant.
Tegenwoordig worden in de beroepsteelt alleen hybride - rassen gebruikt. Deze rassen hebben een cilindrische spruitzetting. Vroeger werden in de beroepsteelt zogenaamde zaadvaste rassen gebruikt, die een piramidale spruitzetting hebben, waardoor deze rassen doorgeplukt moeten worden. Doorplukken wil zeggen dat per keer alleen de rijpste spruiten geplukt worden. Dit kan alleen bij handpluk. Nu worden deze rassen alleen nog gebruikt door enkele volkstuinders. Teelt
Spruitkool wordt gezaaid tussen februari en half april. De oogst begint in augustus en eindigt in maart. De oogst is eenmalig hetgeen wil zeggen dat alle spruitjes van een plant in een keer geplukt worden. De pluk gebeurt machinaal door de afgehakte stam in de snijkop van de plukmachine te steken. Er zijn vroege tot zeer late rassen. De vroege rassen geven al in augustus oogstbare spruiten. De zeer late rassen, als er geen strenge winter is geweest, pas in maart.
RassenHybride rassen
De eerste in Nederland bekende hybride (Jade) kwam uit Japan, maar deze was slecht aan ons klimaat aangepast. De eerste inteeltlijnen, die nodig zijn voor het maken van hybriden werden in 1963 door het toenmalige Instituut voor de Veredeling van Tuinbouwgewassen (IVT) in Nederland geïntroduceerd. In 1967 kwamen de eerste hybride rassen Olaf en Thor in de handel. Gevolgd door een tiental andere hybriden in 1969. De vernieuwing in het sortiment hybriden gaat snel, zodat het weinig zin heeft er hier enkele te noemen.
Zaadvaste rassenRoodnerf. De naam heeft dit ras te danken aan de paars aangelopen bladsteel en hoofdnerf. De spruit zelf is echter donkergroen. Hiervan zijn vele selecties van vroeg tot laat bekend. De oogst begint eind september en gaat vaak door tot maart. Groninger. Ook hier zijn veel selecties van bekend. Dit ras werd vroeger veel in het Noorden van Nederland geteeld. Nu is daar bijna geen teelt meer van spruiten. Bredase. Vroeg dwerg.
Deze laatste twee rassen zijn niet meer verkrijgbaar in België en Nederland.
Smaak
De vroegere rassen hadden een meer uitgesproken smaak dan de tegenwoordige rassen. Daardoor wordt de smaak van de tegenwoordige spruitjes wat meer gewaardeerd. Spruitjes kunnen met gemak strenge vorst van wel -15 °C doorstaan! Daartoe worden zetmelen omgezet in suikers, wat de cellen wapent tegen bevriezing. Veel mensen eten ze het liefst als er een keer "de vorst overheen is gegaan".
Spruitjeslucht
De term "spruitjeslucht" slaat op de typerende geur die in huizen blijft hangen als spruitjes of andere koolsoorten te lang gekookt worden. Koolsoorten hebben een grote behoefte aan zwavel en nemen dat op uit de bodem waar ze groeien. De geur die vrijkomt bij het langdurig koken van kool ontstaat dan ook door het vrijkomen van vluchtige zwavelverbindingen, zoals H2S. Dit is ook de reden dat veel kinderen niet zo van kool houden.
Spruitjeslucht is in Nederland inmiddels synoniem voor ouderwetse, burgerlijke opvattingen die men met de jaren vijftig associeert.
Spruitjes zijn rijk aan vitamine C en hebben (mogelijk) een positief effect bij het tegengaan van kanker (doordat ze glucosinolaten bevatten).
Goede dag beste blogvrienden, ik kom echt wel een beetje verslaafd aan die psp lesjes , deze heb ik hier nu geplaatst maar op mijn ander blog kan je mijn nieuwe werkjes bewonderen.
Vitamine C is ongetwijfeld een van de best bekende vitamines. We associëren ze met de oranje kleur van sinaasappelen en andere citrusvruchten, en ze wordt al jaren aanbevolen om ons afweersysteem te versterken. Maar kennen we deze vitamine wel zo goed als we denken?
Vitamine C helpt niet alleen tegen winterkwaaltjes!
We hebben inderdaad de gewoonte om 's winters vitamine C te nemen om ons immuunsysteem te versterken en zo te ontsnappen aan de virussen die in omloop zijn. Dat is ook goed… Maar vitamine C heeft nog meer voor ons in petto! Dit krachtige antioxidant blijkt ook een positieve invloed te hebben in de strijd tegen cardiovasculaire accidenten, en verouderi van de huid. Al deze resultaten hebben betrekking op de aanwezigheid van vitamine C in het bloed, niet op de inname van vitamine C. Voor een goede dag vitamines C in het bloed dalen. Citrusvruchten bevatten niet het meeste vitamine C!
In sinaasappelen en citroenen zit wel vitamine C, maar er zijn heel wat andere groenten- en fruitsoorten die er nog meer bevatten… Dat is onder meer het geval met cassis kiwi's en guaves. Bij de groenten hebben onder meer spruiten, groene kool en waterkers meer vitamine C dan de ordinaire sinaasappelen. Maar spring er voorzichtig mee om, want vitamine C is helaas ook een van de kwetsbaarste vitamines die we kennen. U haalt er het meest uit als u uw fruit heel vers eet, bij voorkeur met de schil. Voor groenten kiest u het best een bereidingswijze waarbij geen water aan te pas komt. Of gebruik anders het kookvocht, bijvoorbeeld in een soep.
Maakt vitamine C ook mooi?
Vitamine C speelt ook een grote rol in de collageen productie van ons lichaam. Collageenvezels zijn erg belangrijk voor onze huid. Sommige cosmeticaproducenten voegen daarom vitamine C toe aan hun verzorgingscrèmes. Op de verpakking van de potjes staat de vitamine vaak vermeld onder haar andere naam, ascorbinezuur. Maar efficiënter nog dan in crèmevorm is vitamine C die via de voeding wordt opgenomen… Besteed dus aandacht aan uw voeding. Want ook uw huid zal er wel bij varen!
De sensuele dans wordt nu officieel beschouwd als culturele uiting en maakt onderdeel uit van het culturele erfgoed waar ook het Nederlandse culturele erfgoed opstaat. Dit zijn onder andere Schokland (1995), de molens bij Kinderdijk (1997) en het Rietveld Schröderhuis (2000)
De aanvraag voor de plaatsing van de tango werd een jaar geleden ingediend. Nu het eindelijk zover is betekent dit dat de twee Zuid-Amerikaanse landen aanspraak maken op speciale fondsen voor het waarborgen van culturele tradities.
De tango is samen met zo’n 76 andere tradities, bevolkingsgroepen en kunststromingen de nieuwste toevoeging aan de lijst.
Andere toevoegingen Traditioneel Japanse Ainu dans: De Ainu zijn een Noord-Japans volk, hun de traditionele dans wordt vooral gebruikt voor ceremonies en is nauw verbonden met de religie en levensstijl van de Ainu.
De Spaanse fluittaal van het Canarische Eiland La Gomera: De taal wordt alleen op La Gomera gebruikt en word van generatie op generatie overgedragen. Tevens is het de enige fluittaal ter wereld die volledig is ontwikkeld en door een grote groep mensen wordt beoefend.
Frankrijk’s Aubusson tapijten: De eeuwenoude ambacht van de Franse tapijtenmakerij in Abousson bestaat uit het weven van afbeeldingen op een manier die alleen in Abousson en een aantal omliggende plaatsjes wordt beoefend.
U koopt ze misschien wel eens in de winkel: cakejes met zachte vulling. Maar heeft u ze wel eens zelf gebakken?
De meest bekende cake met zachte vulling is waarschijnlijk de chocolade cake. Maar er kunnen natuurlijk veel meer ingrediënten gebruikt worden als zachte vulling. Heeft u wel eens een cakeje gegeten met speculaasvulling of een sinaasappelcake met Grand-marnier-vulling?
Het boek staat bomvol met dit soort gerechten. Voortaan kunt u ze dus allemaal zelf maken. De Libelle geeft u alvast een voorproefje: het recept om kleine kersencakejes te maken.
100 g bloem
2 eieren
150 g melk
1 dl slagroom
50 g suiker
kersenvulling
100 g rijpe kersen
75 g suiker
1⁄2 dl kirsch
Bereidingswijze:
Meng de eieren een voor een door de bloem en zorg dat er geen klontjes in komen. Voeg de melk en de slagroom toe zodat een heel vloeibaar beslag ontstaat.
Verdeel een derde van het beslag over 6 siliconenvormpjes en zet deze 1 uur in de vriezer. Zet de rest van het beslag koud weg.
Ontpit de kersen voor de vulling, kook ze met de suiker en de kirsch 1 uur op zacht vuur tot een compote, laat afkoelen.
Verwarm de oven voor tot 200 °C. Haal de vormpjes uit de vriezer. Schep een theelepeltje kersencompote in het midden van elk cakeje en bedek met beslag. Zet in de oven en bak ze 10 minuten. Haal voorzichtig uit de vorm. Bestrooi direct met fi jne kristalsuiker.
Het basisbeslag is clafoutisbeslag: het idee is dat de vulling echt midden in elk cakeje moet zitten, zodat die een verrassing is.
En nog eens: experimenteer vooral zelf met van alles, zodat je je het recept echt eigen maakt.
Kunnen dieren treuren? Wetenschappers raken het niet eens
Soms lijkt het wel of poes stilletjes in een hoekje huilt. En hebben we niet allemaal een verhaal gelezen van een hond die dagelijks bij het graf van zijn overleden baas treurt? Maar hebben dieren echt verdriet? De meningen hierover zijn zelfs onder wetenschappers nog heel verdeeld.
Op sommige foto's lijkt het wel of dieren in een diepe rouw zijn gedompeld. Toch zijn wetenschappers er niet uit of dieren deze emotie wel kennen. 'Bij dieren ontbreekt het deel in de hersenen dat het vermogen geeft om te treuren', zegt de ene. 'Voorbeeld: een leeuw bijt welpjes dood om opnieuw te kunnen paren. De leeuwin zal daarom treuren maar slechts kort, enkele dagen later paart ze al met de moordenaar van haar kinderen. Dieren zijn slechts in staat om emoties te vertonen op het moment zelf. Het blijft nooit hangen. Een kat blaast als ze zich bedreigd voelt, maar komt een minuut later spinnend rond je benen draaien.'
'Klopt niet', zegt de andere. 'Dieren voelen wel degelijk treurnis.' Als voorbeelden gelden dan: in een Duitse zoo liep een wijfjesgorilla dagenlang met haar dode jong op de arm. In een dierenpark in Hongarije wou een olifantenjong van twee jaar niet van zijn dode moeder wijken, die jong was gestorven aan een tumor. Zwanen of dieren die een partner kiezen voor het leven, treuren wanneer die geliefde sterft en sterven vaak zelf korte tijd later.
Hoe zit dat met onze meest gedomesticeerde dieren, hond en kat? Reageren zij anders dan hun wilde soortgenoten?
'Om te beginnen moet je bij katten al een onderscheid maken tussen twee types', zegt dierendokter Rob Lückerath. 'Je hebt het leeuwentype en het tijgertype. De karakters van beide types verschillen heel erg. Op natuurdocumentaires wordt het heel duidelijk: leeuwen leven in groep, tijgers zijn eenzaten. Dat zie je ook bij katten. Leeuwentypes zijn echte gezelschapsdieren, ze houden ervan om op schoot te zitten en geaaid te worden. Ze lopen je soms de hele tijd voor de voeten en zijn boos als je terugkeert van enkele dagen vakantie. Het tijgertype vindt het allemaal best als hij maar op tijd en stond zijn eten krijgt. Hij ligt liefst rustig in een hoekje zonder te worden gestoord. Hij is niet echt asociaal maar een grote knuffelaar wordt hij nooit. Beide types gaan heel anders om met verdriet. Een tijgertype treurt niet, een leeuwentype wel. Die laatste zal treuren om een dood jong, al gaat dat na een tijdje wel weer over, maar ook om een dode baas. Het gebeurt wel dat hij letterlijk sterft van verdriet.'
Verdriet bij een hond is volgens de dierendokter heel anders. 'Hondenliefhebbers zullen het misschien niet graag horen, maar de hond is eigenlijk een grote egoïst', zegt hij. 'Zolang hij liefde en eten krijgt, is hij dik tevreden. Die liefde en eten staan synoniem voor goed leiderschap. Een hond is een roedeldier en volgt zijn baas. Als die door omstandigheden wegvalt, is hij helemaal ontredderd. Dan zal hij zeker wel treuren. Maar zodra er iemand nieuw komt die hem overspoelt met aandacht en hem eten geeft, is dat verdriet over. Een hond zal zichzelf nooit uithongeren. Er kan wel een tijdje overgaan dat hij weinig of niet eet maar uiteindelijk wint de maag het van de treurnis. Bij een (leeuw-)kat is dat niet zo, zij kan zichzelf letterlijk uithongeren.'
In de jaren 1845-1848, tijdens de jaren van de aardappelplaag, was er een toeloop van duizenden bedevaarders en ook tijdens de Eerste Wereldoorlog werd ze druk bezocht. De oude kapel werd in 1954 stuk gereden door een vrachtwagen met aardappelen (!). In 1955 werd dan deze kapel gebouwd. Nu is er totaal geen verering meer, maar de kapel wordt netjes onderhouden door de familie van het erf waarbij deze kapel staat.
Teuntjeskapel 1614
De kapel wordt de 'Teuntjeskapel' genoemd. De eerste kapel werd reeds vermeld op een koopakte van 1614. Vroeger stond er een grotere kapel, en kenden de landbouwers de weg naar deze kapel.
Als je het niet erg vind dat ik de volgende keer kan zien dat je op mijn blogje bent . Klik dan op het w.i.e plaatje hieronder vul a.u.b je naam in !!!
Over mijzelf
Ik ben erika, en gebruik soms ook wel de schuilnaam kaatje.
Ik ben een vrouw en woon in roeselare (west-vlaanderen) en mijn beroep is .
Ik ben geboren op 13/08/1957 en ben nu dus 55 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: pc bloggen enz. en fotografie.