mijn blik op de wereld vanaf 60 Welkom op mijn blog, mijn eigen website en dank voor je bezoek. Ik hoop dat je iets vindt naar je zin. Vrij vaak zijn er nieuwe berichten, dus kom nog eens terug?
Misschien kan je mijn blog-adres doorgeven aan geïnteresseerde vrienden en kennissen, waarvoor dank.
Hieronder vind je de tien meest recente bijdragen. De jongste 200 kan je aanklikken in de lijst aan de rechterkant; in het overzicht per maand, hier links, vind je ze allemaal, al meer dan 1400! De lijst van de categorieën bevat enkel de meest recente teksten; klik twee maal op het pijltje naar links onderaan voor nog meer teksten in dezelfde categorie.
Als je een tekst wil gebruiken, hou dan rekening met de bepalingen van de auteurswet van 1994 en vraag me om toelating. Bedenkingen? Stuur me een mailtje: karel.d.huyvetters@telenet.be
16-01-2026
Mijlpalen
Hoc erat in votis: 80 en 20
Twintig jaar geleden begon ik met deze blog, mijn eigen website. Toen was ik zestig en juist gepensioneerd. Nu ben ik tachtig, en net verhuisd naar een serviceflat. Het zijn mijlpalen op de weg die leidt vanaf het onooglijke ouderlijke begin tot het onvermijdelijke oud-geworden einde. We weten nooit wat ons te wachten staat, en dat is maar goed ook. Elke dag is een nieuwe kans om jezelf te worden en jezelf te blijven. Het overwegende gevoel op deze dag is er een van intense dankbaarheid voor het lange en gelukkige leven dat we elkaar zo vaak toewensen, en dat mij ten deel is gevallen. Dankbaar ook jegens de mensen die ik op mijn levensweg mocht ontmoeten.
What more could I wish for? My cup runneth over…
Categorie:levensbeschouwing
11-01-2026
Verhuizing
We zijn verhuisd. Op 6 januari 2026 was het eindelijk zo ver, inpakken en wegwezen. De dag was zwaar, maar ’s avonds konden we in ons bed slapen, moe maar gelukkig zoals het heet. De volgende dagen was het uitpakken, vooral de driehonderd dozen met boeken. Gelukkig kregen we veel hulp van familie en goede vrienden, zodat het vandaag, nog geen week later, alweer een bewoonbaar huis is. Nu nog vier iconische Ikea-kasten monteren om de laatste dozen weg te werken en de laatste boeken een plaatsje te geven.
Ik verheug me ook over de vrij vlotte overschakeling van alle elektronica. Woensdag kwam er een Telenet-medewerker langs om de internetaansluiting te activeren, maar de jongeman was amper aan zijn proefstuk toe, en was niet opgewassen tegen zijn nochtans routineuze taak. ’s Anderendaags al kwam een meer ervaren en beslagen collega vlot het euvel verhelpen. Luts pc bleek nadien geen ingebouwde wifi-adapter te hebben, en via-via kregen we snel zo’n toestelletje thuis geleverd, amper € 14,95, een simpele installatie en nu is ook die hinderlijke ethernetkabel verdwenen en hoeft niemand er nog over te struikelen. Het wifisignaal is mede dankzij een ‘pod’ in de verste kamer overal in het appartement uitstekend. Streaming via Qobuz en Roon is prima, ik luister in mijn studiolo naar de Gato - Zen-Mini – B&W 805 combinatie, Lut en/of ik in het salon naar de Edifiers via Chromecast Audio die ik eens van zoon Luk kreeg. Het aantal stopcontacten is, zoals in de meeste woningen, vooral wat oudere, totaal ontoereikend. Iemand moet eens draadloze elektriciteit uitvinden.
De keuken is nieuw, en met onze vorige ijskast-vriezercombinatie en wasmachine perfect bruikbaar, al was de nieuwe inductiekookplaat en combi-oven even wennen (vooral omdat ik het niet nodig vond de handleidingen te lezen…).
Ook de eerste contacten met de diensten van Populierenhof verlopen uitstekend.
Na de eerste paar dagen is de conclusie dus onverdeeld gunstig. We zijn van een ruime villa verhuisd naar een bescheidener appartement, en van volledige zelfstandigheid naar een serviceflat, maar dat voelt veeleer als een upgrade aan dan als een compromis.
Dit is mijn eerste blogje hier, en daarom wat persoonlijker dan gewoonlijk, maar dat mag wel eens, bij gelegenheid, nietwaar.
01-01-2026
2026
Ik weet niet
of ik nog het lef zal hebben
om mijn stem te verheffen
en de nood te klagen
van hen die lijden
onder het geweld
van hun medemens
ik ben murw geslagen
door hun woordeloze aanklacht
hun blik vol onbegrip
hun onuitgesproken vraag
hun troosteloze teleurstelling
hun uitzichtloos berusten
ik heb niets
om hun tranen te drogen
hun hand te vullen
hun rug te rechten
of een glimlach te ontlokken
aan hun moede ogen
ik heb niets
om hun belagers te weerhouden
tot redelijkheid te brengen
of met harde hand te straffen
mij rest alleen
de onrust
van mijn vermeende vrede
en de onmacht
van mijn nutteloze overvloed.
Karel D’huyvetters
gedichtendag 2016
Categorie:poëzie
18-12-2025
Vrijheid
Ik heb altijd al een hekel gehad aan bevelen en geboden, aan situaties waarin ik niet vrij was om zelf te bepalen wat er moest gebeuren, of er mij geen keuze gelaten werd. Ik wou altijd zelf beslissen, mijn eigen gang gaan.
Als kind en als opgroeiende jongeling leidde dat voortdurend tot spanningen. Thuis had men al gauw door dat er met mij niets aan te vangen was onder dwang. Ook op school waren er enkele leraren en opvoeders die dat inzagen, en die deden dan de moeite om me met argumenten te overtuigen, met wisselend succes. Maar het opvoedingssysteem was toen hoofdzakelijk een kwestie van gezag en discipline, en dat slikte ik niet.
Ik heb het geluk gehad dat ik in mijn werksituatie meestal grotendeels zelfstandig kon werken. Dat gaf mij grote voldoening en grote conflicten waren zeldzaam.
Op mijn zestigste ging ik op pensioen, en sindsdien is mijn vrijheid alleen maar toegenomen, tot mijn groot genoegen. Nu de laatste belemmeringen weggevallen zijn, heb ik mij kunnen uitleven in wat ik echt graag doe en belangrijk acht.
Die vrijheidsdrang heeft mijn leven beheerst, maar pas nu denk ik daarover na. Waarom wil ik zo vrij zijn? Waarom verzet ik mij zo heftig tegen dwang?
Ik ben niet de enige die behoefte voelt aan vrijheid. Het is een algemeen menselijk verschijnsel. Er is wellicht niemand die ervoor kiest om de slaaf te zijn van iemand anders. Wij houden er niet van dat men ons zegt wat we moeten doen, en nog veel minder wat we moeten denken. Wij aanvaarden gezag enkel wanneer het niet anders kan, en dan nog met moeite.
Anderzijds zijn er steeds mensen geweest die een sterke behoefte hadden aan gezag, die niets liever deden dan anderen hun wil opleggen, desnoods manu militari. Dat was vroeger zo, en het is nog steeds zo. Het kan dan niet anders dan dat die twee botsen.
Zolang datgene wat gezagvoerders opleggen redelijk is en onze instemming kan wegdragen, gaat het nog goed. Wij rijden rechts en stoppen voor rood, omdat dat nu eenmaal zo beslist is, en het maakt ook niet uit of het zo is of anders: in Groot-Brittannië rijdt men links, en we zouden evengoed kunnen afspreken dat we stoppen voor blauw of zo. De moeilijkheden beginnen wanneer wij de bevelen van het gezag ervaren als strijdig met onze eigen opvattingen. Niet weinig mensen vinden de snelheidsbeperkingen op onze wegen overdreven, nutteloos, zinloos of zelfs belachelijk. Wij overtreden ze massaal, een beetje, of heel veel, ondanks scherpe controles en strenge beteugeling, en veel slachtoffers. We blijven ook drinken en rijden. Dat zijn misschien vreemde domeinen om onze vrijheid op te eisen, maar we doen het wel.
Er zijn ook andere domeinen, zoals de politiek en de godsdienst. In onze moderne tijd zijn een groot aantal menselijke vrijheden opgenomen in charters, zoals de Universele verklaring van de rechten van de mens. Een politiek bestel of een godsdienst mag geen afbreuk doen aan die rechten en aan de menselijke vrijheid. In het ancien régime kon de vorst eigenmachtig iemand laten gevangen zetten, en ook moderne dictators hebben dat massaal gedaan. Godsdiensten hebben aan hun gelovigen verplichtingen opgelegd en verboden uitgevaardigd die zo zinloos waren dat men nauwelijks kan geloven dat iemand zoiets kan verzinnen of aanvaarden. Ook vandaag nog is dat het geval. Er zijn regimes waarin de menselijke vrijheid en waardigheid met voeten getreden worden. Er zijn wereldgodsdiensten die praktijken opleggen die onverenigbaar zijn met de universele mensenrechten.
Individuen en organisaties hebben zich steeds verzet tegen dergelijke inperkingen van de menselijke vrijheid. De geschiedenis van onze beschaving is er een van onafgebroken verzet tegen absoluut gezag en van menselijke ontvoogding. De vrijheid om te doen en te denken wat men wil, en om daarvoor ook uit te komen, is een fundamenteel recht, ja het meest fundamentele recht van de mensheid en van elke mens. Wanneer dat geschonden wordt, zijn de gevolgen altijd onoverzienbaar en funest.
Zeker, er zijn beperkingen aan onze vrijheid, al was het maar omdat we met zovelen zijn, en de vrijheid van de ene mens eindigt waar die van de andere begint. In elke samenleving zijn er regels die we moeten respecteren, we kunnen niet alles doen waar we zin in hebben. Er zijn mensen die de meest bizarre en zelfs misdadige neigingen hebben. De menselijke vrijheid houdt niet in dat men om het even wat mag doen. Het zal er dus op aan komen om enerzijds zo weinig mogelijk te verbieden en zoveel mogelijk toe te laten, maar anderzijds duidelijke afspraken te maken over wat niet kan, en die ook te doen naleven, desnoods met bestraffing.
Wie moet er dan uitmaken wat mag en wat niet? Wij zijn zover gekomen dat wij beseffen dat de beste manier om dat te regelen een democratie is. Dat is een samenleving waarin zoveel mogelijk mensen betrokken worden bij het overleg, en waarin men zoveel mogelijk beslist op basis van redelijke argumenten, die door de meerderheid als zodanig erkend worden. In een democratie berust het gezag niet bij één persoon of een kleine kliek, maar bij de bevolking, die dat gezag delegeert aan instellingen, die bevolkt worden met personen die democratisch verkozen worden. Bovendien behoudt het volk altijd het volste recht om te allen tijde die instellingen te controleren en zich te verzetten tegen beslissingen die het als onrechtmatig of schadelijk beschouwt. In het ergste geval, wanneer de instellingen totaal van het volk vervreemd zijn, kan dat leiden tot zelfs gewelddadige revoluties.
Laten we in de discussies over hoe het met onze maatschappij en met onze wereld verder moet altijd rekening houden met die fundamentele individuele vrijheid van de mens, en met het democratisch proces. Dat is de beste, wellicht zelfs de enige garantie voor een stabiele en vreedzame samenleving. En laten we ook in onze persoonlijke betrekkingen altijd vertrekken van het fundamenteel recht van elke mens om zichzelf te zijn. Wanneer men aan die vrijheid tornt, hetzij op grond van het hoger politiek of staatsbelang, of vanuit religieuze principes die niet gesteund zijn op de rede maar op zogenaamde openbaringen of uitspraken van religieuze leiders of profeten, zijn niet alleen individuele mensen in gevaar, maar de hele mensheid.
Categorie:samenleving Tags:maatschappij
13-12-2025
Rot op, Rutte!
Quos Deus perdere vult, prius dementat.
Als je sommigen bezig hoort en ziet, dan denkt een mens weleens: hoe is het mogelijk!? Is iemand als Donald Trump nog wel bij zijn verstand? Zelfs als veel, bijna alles wat we van hem zien louter theater is, kan men toch moeilijk ontkennen dat zijn gedrag verre van normaal is, en dat is een ongepast eufemisme. Als het om een gewone burger zou gaan, zouden we daarbij niet te lang blijven stilstaan: zoals mijn Vader zaliger zei: Ons Heer moet zijn getal hebben, it takes all sorts of people. Maar de president van Amerika, een van de belangrijkste figuren in de wereld?
Dezelfde gedachte kwam spontaan bij me op bij de zoveelste oorlogszuchtige uitspraken van Mark Rutte, secretaris-generaal van de NATO. In tegenstelling met Trump, die altijd al een buitenissige figuur was, zou je van Rutte denken dat het geen idioot kan zijn: een goede academische opleiding, een begaafd muzikant, een ervaren bedrijfsleider, een succesvol politicus, veertien jaar lang minister-president van Nederland. Maar zelfs als men aanvaardt dat de topman van de NATO niet veel anders kan dan zich afzetten tegen de ‘vijanden’ waartegen de alliantie tenslotte opgericht werd, blijkt toch onmiskenbaar dat Rutte meent wat hij zegt, en zich niet louter pro forma inleeft in de rol die hij na zijn verkiezingsnederlaag toebedeeld gekregen heeft van zijn collega-staatshoofden. Zeker, wat Poetin uitspookt, vooral in Oekraïne, maar ook daarbuiten, is zonder enige twijfel kwaadaardig en levensgevaarlijk. Maar de reactie daarop van Rutte, van ministers van defensie (of van oorlog, zoals Trump zegt), van de legertop in alle landen, en zelfs van de meeste politici, is althans in mijn aanvoelen, eveneens levensgevaarlijk. De beste manier om met gestoorde mensen omgaan is niet de confrontatie, en nog minder even gestoord gedrag. Uit de beide Wereldoorlogen en ook uit de Koude Oorlog zouden we moeten geleerd hebben dat een bewapeningswedloop niet van aard is om de oorlog te vermijden, maar veeleer om die te doen losbarsten.
Ooit zat ik op de trein in Duitsland, en op een of andere manier kwam in het compartiment een gesprek op gang, waaraan ik in mijn heel gebrekkig Duits naar best vermogen deelnam, over de Tweede Wereldoorlog. Een oude man die als frontsoldaat had meegevochten, keek daarnaar meewarig terug. Wat me vooral trof, en altijd is bijgebleven, is deze uitspraak van hem: je staat tegenover elkaar met een wapen in de hand; als je zelf niet schiet, word je neergeschoten, dus schiet je.
Dat is waarom mensen elkaar uitmoorden in oorlogen: ze zijn door hun politieke en militaire leiders in een situatie gebracht waar het een kwestie is van doden of gedood worden, van doden om te overleven. De echte verantwoordelijken voor de miljoenen slachtoffers zijn, op psychopathische uitzonderingen na, uitsluitend de politieke en militaire leiders.
Waarom die leiders die zware verantwoordelijkheid om op grote schaal mensen te doden toch steeds weer op zich nemen, is voor mij werkelijk onbegrijpelijk, zodat ik geneigd ben te denken dat ze wel degelijk gestoord zijn, gek, waanzinnig. Kan men iets anders denken van Stalin, Hitler, Tojo, Franco, Pol Pot, Mao, Kim Il-sung, om slechts die te noemen? En moeten we niet hetzelfde denken van een aantal figuren die met hen de strijd aangebonden hebben, en niet minder slachtoffers gemaakt hebben?
Onze treffende Latijnse spreuk bevestigt dat: als de goden iemand in het verderf willen storten, maken ze die eerst waanzinnig. Anders gezegd: je moet wel gek zijn om jezelf in het ongeluk te storten. Uiteindelijk is dat ook wat er gebeurt bij zelfdoding. En zeker bij Hitler is het duidelijk dat zijn waanzin hem te gronde gericht heeft, terwijl dictators veeleer uitzonderlijk een vreedzaam einde gekend hebben, zoals Franco.
Maar er is meer. De waanzin van dictators brengt niet alleen henzelf tot een gewelddadig einde, maar talloze anderen, militairen en burgers. Je moet geen genie zijn om dat in te zien. Als de geschiedenis ons iets heeft geleerd, dan wel dit: wie met het zwaard omgaat, zal door het zwaard vergaan (Mt. 26:52). Oorlogen lossen niets op, ze bereiken nooit hun doel, ze veroorzaken alleen onnoemelijk veel leed, miljoenen doden, en onafzienbare materiële schade.
Ik weiger dan ook om me aan te sluiten bij al diegenen die vandaag stellen dat ons antwoord op de al dan niet reële buitenlandse militaire bedreiging erin moet bestaan dat wij nog veel meer miljarden gaan uitgeven aan bewapening, die niet gericht is op defensie, dus zelfverdediging, maar op open strijd op het slagveld en in de lucht, en zelfs op preemptive strikes, preventieve aanvallen, zoals die van Hitler op Polen, en die van Japan op de USA.
Ik ben het evenmin eens met het opleggen van sancties aan ‘vijanden’, aangezien die onmogelijk af te dwingen zijn en op grote schaal omzeild worden, door beide partijen.
Het enige juiste antwoord is overleg, ook als dat moeilijk verloopt, onophoudelijk en niet-aflatend overleggen op alle mogelijke manieren. Zolang mensen met elkaar kunnen praten, is nog niet alles verloren. Waar mensen spreken, zwijgen de wapens.
Ook in ons land zwijgen nu mensen en politici, en laten en doen ze de wapens spreken. Laten we onze stem verheffen en pleiten voor overleg, voor het te laat is en oorlogsstokers zoals de infame Mark Rutte gelijk krijgen met hun self fulfilling prophecies.
De goden brengen weliswaar meestal dictators gewelddadig om die ze eerst in de waanzin gestort hebben, maar niet zonder dat die zelf eerst op grote schaal anderen gewelddadig omgebracht hebben.
Categorie:samenleving
12-12-2025
persoonlijk
Het is niet mijn gewoonte om hier veel over mijn persoonlijk leven uit te weiden. Maar nu er ingrijpende veranderingen op til zijn, maak ik daarvoor een uitzondering. Lut, mijn levensgezellin (°1942) lijdt al sinds 2018 aan de ziekte van Parkinson. Ik word op 16 januari 2026 tachtig, en ik voel de jaren wegen. Daarom hebben we besloten ons huis te verkopen:
Ons adres vanaf 6 januari 2026 is: Karel D'huyvetters & Lut De Rudder, Populierenlaan 10 C/0011, 3001 Leuven
29-11-2025
de niet zo schijnbare paradox
Op een dag gaat een vader met zijn zoon boodschappen doen met de wagen. Op een kruispunt worden ze aangereden door een andere wagen, die het rode licht genegeerd had. De vader overlijdt ter plaatse. De zoon is zwaargewond en wordt naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gebracht. Op de spoedafdeling komt de dokter van dienst toegesneld en zegt dan in tranen: Ik kan dit niet doen. Dit is mijn zoon!
Dat klopt niet, denk je dan. De vader was toch overleden? Je zoekt naar een oplossing voor de tegenspraak die in dit verhaal besloten ligt. Misschien kom je er zelf op, maar de meeste mensen niet meteen. Het gaat namelijk om een vrouwelijke dokter, de moeder van de jongeman. Evident!
En toch staan we aanvankelijk perplex: hoe kan dat nou? Omdat we bij 'dokter' nog altijd in de eerste plaats aan een man denken. Het verhaaltje hierboven gaat al een hele tijd mee en vroeger was het aantal vrouwelijke spoedartsen nog veel kleiner dan nu. Onze spontane conclusie dat het verhaaltje niet klopt, is dus niet uit de lucht gegrepen. Wij hebben goede redenen om ervan uit te gaan dat de dokter een man is: de allermeeste dokters waren vroeger mannen en ook vandaag zijn spoedartsen dat vaak nog. Het aantal vrouwelijke huisartsen is de laatste jaren spectaculair gestegen, er zijn nu ongeveer evenveel vrouwelijke als mannelijke.
Het is onze manier van denken: we veralgemenen om het ons gemakkelijk te maken. En dat brengt op: in de meeste gevallen heb je namelijk gelijk, enkel in uitzonderlijke gevallen niet. Een veralgemening klopt niet altijd, maar het loont om niet te veel aandacht te besteden aan de uitzonderingen, omdat je dan sneller conclusies kan trekken. In het gedateerde verhaal hierboven loop je vast, precies omdat je geen rekening hebt gehouden met een toentertijd uitzonderlijk geval: de dokter is een vrouw.
Een verhaal of een uitspraak die zo'n verrassende tegenspraak bevat, noemen we een paradox, van het Grieks para, naast en doxa, mening. Het is dus iets dat tegen de gevestigde mening of verwachting ingaat. Je verwacht dat de dokter een man is, maar het is onverwachts een vrouw. Iets dat op het eerste gezicht niet lijkt te kloppen, maar bij nader toezien wel, dat noemen we paradoxaal. Om bij dokters te blijven: er zijn nog nooit zoveel dokters, verplegenden, ziekenhuizen, medicijnen, medische apparatuur enzovoort geweest als nu, maar ook nog nooit zoveel zieken. Amerika is het rijkste land ter wereld, maar één op vijf mensen leeft er in armoede. Als je vrede wil, maak je dan klaar voor de oorlog. Je PC afzetten doe je door op de knop 'start' te drukken. De laatsten zullen de eersten zijn. Ik lieg altijd. Als er een spoorwegstaking is, of aangekondigde wegen werken, is het vaak minder druk op de wegen (omdat men de drukte anticipeert en zo vermijdt).
We weten nu wat een paradox is, maar wat is een schijnbare paradox? Ik las een artikel van een professor psychologie met precies die titel; het gaat over de schijnbare tegenstelling tussen senioren en ICT; dit is de conclusie van het artikel: 'Er is namelijk sprake van een schijnbare paradox: ict zou geen onbereikbaar doel, maar een vanzelfsprekend middel moeten zijn bij het ondersteunen en verbeteren van de cognitieve vermogens van ouderen.' Schijnbare paradox, tot tweemaal toe, en op cruciale plaatsen: de titel en de conclusie. De gangbare mening is dat senioren niet zo goed zijn met de moderne media; dat blijkt maar zeer gedeeltelijk te kloppen (crede Roberto experto, of: ik kan ervan meespreken). Bovendien is bezig zijn met computers en zo ook goed om je mentale functies op peil te houden. De tegenstelling tussen senioren en ICT is dus niet echt, maar vermeend; ze is er niet, of: het is een schijnbare tegenstelling, dus een paradox.
Waarom dan spreken van een schijnbare paradox? Dat is dan een schijnbare schijnbare tegenstelling, of een paradox die er geen is. Maar een paradox die geen paradox is, dat is niets, of alles. Een schijnbare paradox bestaat dus niet. Het gaat hier blijkbaar om een pleonasme (van het Grieks pleon, teveel): we gebruiken meer woorden dan nodig, we zeggen twee keer hetzelfde: een paradox is al 'schijnbaar', dus een schijnbare paradox is dubbel-op.
Je kan de kwestie van senioren en ict ook zo stellen: er is een positieve verhouding tussen senioren en ict die je niet zou verwachten: ze zijn vaak erg goed met de computer, heel wat senioren zijn ermee bezig en het is ook goed voor hen. Er is dus een paradoxale, onverwachte band tussen twee op het eerste gezicht tegengestelde elementen. Ook in dat geval is het gewoon een paradox, geen schijnbare.
Je vindt de uitdrukking ook in het Engels: a seeming paradox en in het Frans: un faux paradoxe en zelfs in het Duits: das scheinbare Paradoxon. Maar als je gaat kijken wat men daarmee bedoelt, stel je altijd vast dat het gewoon om simpele paradoxen gaat, geen speciale. Men weet blijkbaar niet goed wat een paradox is, het is ook zo'n geleerd woord. En dus verduidelijkt men dat op zich nietszeggend of onbegrijpelijk leenwoord met een verhelderende toevoeging die echter al in het woord besloten ligt, zonder dat men het (goed) weet.
Onze conclusie is dus dat een schijnbare paradox... paradoxaal is. Je verwacht dat het een speciaal soort paradox is, niet zomaar een gewone verrassende afwijking van de gangbare mening of verwachting, maar dat is het toch niet, het is gewoon een paradox, meer niet. Een schijnbare paradox is dus een gewone paradox. Het is een pleonasme, zoals: iets opnieuw herhalen, of een verbetering ten goede, of een ronde cirkel, gehandhaafd blijven, een mogelijke kans, Hiv-virus (V staat al voor virus), BIC-code (C = code), ISBN-nummer (N = nummer), de Faerøer-eilanden (øer = eilanden).
Pleonasmen vermijden we maar beter, ze zijn overbodig en verwarrend, zelfs een beetje dom: ze laten zien dat je niet goed weet wat je zegt, of dat je onzorgvuldig bent.
Er zijn dus geen schijnbare paradoxen.
Categorie:etymologie Tags:etymologie
21-11-2025
Vrijdenkers: De bedienaars van de erediensten (baron d'Holbach)
De plichten van de bedienaars van de eredienst.
P.H.D. d'Holbach, La Morale universelle, 1776, section IV, chapitre VII
Het behoort niet tot het opzet van dit werk, dat enkel tot doel heeft de principes van de natuurlijke moraal uit te werken, de grondslagen te onderzoeken van de gevarieerde godsdiensten die we tot stand gebracht zien in de verschillende contreien van de wereld. Wat ook de ideeën zijn die de verschillende volkeren zich vormen van de godheid, of van de onzichtbare beweger van de natuur, het is altijd tot de goedheid van dat wezen dat de mensen hun eerbetuigingen richtten; ze moeten verondersteld hebben dat die hun welwillend was, dat die hun gebeden aanhoorde, dat die de macht en de wil had om hen gelukkig te maken; vandaar dat ze tot het besluit moeten gekomen zijn dat de mensen goed moesten zijn voor hun soortgenoten, om zich te conformeren aan de zienswijzen van dat weldadige wezen. Vanuit dat oogpunt bekeken kan de godsdienst niets anders zijn dan de natuurlijke moraal, of de plichten van de mensen, die bevestigd is door het erkende, of veronderstelde gezag van de meester van de natuur en van de mensen, dat niet in tegenspraak kan zijn met de wetten waarmee hun behoud en hun welzijn klaarblijkelijk verbonden is. Volgens de principes van alle godsdiensten moeten de goddelijke morele eigenschappen en de wilsuitingen als modellen en regels functioneren voor de mensen: al de erediensten die veronderstellen dat de godheid kwaadwillig, wreed, onrechtvaardig, wraakzuchtig is, de mensen vijandig gezind, kortom immoreel, kunnen slechts beschouwd worden als bijgeloof en leugens, uitgevonden door bedriegers die er belang bij hebben de rust van de menselijke soort te verstoren. Een godsdienstig systeem dat een despotische of ongeregelde god zou veronderstellen, in wiens ogen de ongelukken van de volkeren en de tranen van de stervelingen een amusant spektakel zouden zijn, zou onverenigbaar zijn met elke moraal. Zelfs Jupiter, zegt Plutarchus, heeft het recht niet om onrechtvaardig te zijn. Cicero zegt: een god zou niet langer god zijn als hij de mensen niet behaagde. Op een andere plaats stelt deze filosofische redenaar God voor als ‘de behoeder en de vriend van het sociale leven’; hij is volkomen in overeenstemming met de eeuwige wijsheid, die verklaart dat ‘de gemeenschap van de mensenkinderen zijn dierbaarste genot uitmaakt.’
Het aantal keren dat ik in mijn kindertijd en jeugd deze woorden heb gehoord, gezongen of niet, is niet te tellen. Het was het teken dat de mis bijna gedaan was, er volgde alleen nog het ‘laatste evangelie’, de onbegrijpelijke proloog van het evangelie van Johannes. Als antwoord zeiden of zongen we dan: Deo gratias!, godzijdank, de in onze ogen schier eindeloze mis was eindelijk gedaan…
Vanaf mijn 12de jaar leerde ik Latijn, en ik gebruikte die langzaam, voor mij tergend langzaam opgebouwde kennis om de Latijnse liturgische teksten van de verplichte dagelijkse mis en andere diensten te proberen te vertalen. Dat viel behoorlijk tegen, ook in dit geval. Ite, dat was duidelijk: ga, of ga heen. Maar missa est, ‘de mis is’? Het is verbazingwekkend dat die aansporing om weg te gaan, die wegzending, die tot de vroegste onderdelen van de eucharistieviering behoort, grammaticaal niet te verklaren is. In de loop der eeuwen zijn verscheidene uiteenlopende interpretaties voorgesteld, maar geen enkele is helemaal bevredigend. Toch is ons gewone woord voor een eucharistieviering, namelijk ‘mis’, ervan afgeleid, dus zonder dat we weten wat missa eigenlijk betekent. ‘Naar de mis gaan’ was synoniem voor ‘katholiek zijn’: naar een ongelovige verwees men door te zeggen dat die niet naar de mis ging. ‘Ongelovig’ was een taboewoord, het idee dat iemand ongelovig kon zijn, was ondenkbaar, althans voor gelovigen.
Voor wie geen Latijn kende, was de mis een onbegrijpelijke bedoening, op de preek na, die in de volkstaal gehouden werd (maar daarom nog niet altijd beter te verstaan was). De rest van de tijd onderging men de rituelen en luisterde men naar de muziek, die deels uit beurtzangen bestond, waarbij na de aanhef door de priester het koor voorzong, en de kerkgangers het volgende vers zongen, alles in het Latijn. Van sommige teksten kenden we de inhoud wel, omdat we die buiten de kerk ook in het Nederlands ‘vanbuiten’ moesten leren, zoals het credo, de geloofsbelijdenis of het symbolum des geloofs; of het Pater noster, het onzevader. Maar ook in het Nederlands waren die teksten verre van duidelijk: ‘…en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren’ is niet veel duidelijker dan et dimitte nobis debita nostra, sicut et nos dimittimus debitoribus nostris, een echte tongue twister, een tongbreker. Welke schulden moesten ons vergeven worden, en wat waren schuldenaren? Als kind ratelde je dat af zonder er bij stil te staan, en als volwassene bleef je dat doen.
Men zegt dat mensen van rituelen houden, dat ze rituelen nodig hebben; dat kan, al ben ik daarvan niet overtuigd, ik voel meer voor woorden en handelingen die aangepast zijn aan elke omstandigheid, en het persoonlijk uitdrukken van gedachten en gevoelens. Onbegrijpelijke rituelen in een onverstaanbare taal kunnen niet echt beantwoorden aan een reële behoefte, en verworden algauw tot afgerammelde gebeden en onnadenkend uitgevoerde handelingen, zoals knielen en opstaan, of het maken van het kruisteken. De troost die daarvan uitgaat lijkt uiterst miniem, zoal niet onbestaande.
Dat is mijn grote bezwaar tegen het rituele katholicisme: het doet niet wat het beweert te doen, het kan zijn belofte van troost niet waarmaken. De mis was voor ons veeleer een stomvervelende aangelegenheid die je lijdzaam moest uitzitten, keer op keer, met altijd dezelfde woorden, gebaren en gezangen, dag na dag, en waarvan je geen gebenedijd woord verstond, zodat je niet eens meer luisterde, zelfs niet naar wat je zelfs mee reciteerde of zong. Papegaaienwerk. Slechts uitzonderlijk werd je aangegrepen door de muziek, zoals de prachtige kersthymne Rorate, caeli, desuper, waarvan je al evenmin de woorden begreep. Ik geef toe, ik heb nog steeds heimwee naar sommige van die zeldzame momenten, maar dat waren er veeleer van artistieke ontroering dan van religieuze vervoering. Grote kunstenaars hebben zich om den brode ten dienste gesteld van de Kerk, die gretig van hun talenten gebruikmaakte, maar zij hebben vooral in essentie profane kunstwerken tot stand gebracht, zij het in een obligate religieuze context, zoals de kerkelijke muziek van Bach, die weliswaar evident artistiek hoogstaand is, maar met teksten die bijna steeds niet om aan te horen zijn.
Ite, missa est is een formule die aangeeft dat de misviering voorbij is. De woorden kloppen niet, maar dat blijkt nooit iemand gehinderd te hebben, omdat bijna niemand het Latijn verstond. En wie het wel verstond, stelde zich daarover blijkbaar evenmin vragen, en wie dat toch deed, kreeg zeker geen antwoord, omdat er geen zinnig antwoord is. We bevinden ons in het gezelschap van Charles Ives’ bevreemdend fascinerende The Unanswered Question, waarbij op een muzikale manier uitgedrukt wordt dat er op eeuwige existentiële vragen geen bevredigend universeel antwoord te verwachten is. Bovennatuurlijke, verzonnen antwoorden op reële levensvragen brengen geen inzicht bij, en bieden geen troost. Onbegrijpelijke woorden evenmin.
Ga dus maar, de mis is uit.
Categorie:etymologie
13-11-2025
Thomas Paine, Het tijdperk van de rede
Zopas verscheen bij Uitgeverij Damon het vierde deel in de reeks Vrijdenkers, Het tijdperk van de rede van Thomas Paine, ingeleid en vertaald door Karel D'huyvetters.
In Het tijdperk van de rede stelt Thomas Paine kritische vragen bij het georganiseerde geloof. In de geest van de Verlichting verdedigt hij het deïsme: het geloof in een God die de wereld volgens rationele wetten creëerde, zonder tussenkomst van openbaring, kerk of priesterschap. Paine verwerpt de Bijbel als goddelijk gezag en benadrukt de kracht van het menselijk verstand in de zoektocht naar waarheid. Zijn toon is helder en compromisloos – een krachtig pleidooi voor religieuze vrijheid en individuele verantwoordelijkheid. Het boek verscheen tijdens de Franse Revolutie, een periode van ingrijpende verandering, waarin traditionele machten wankelden. Paine’s scherpe kritiek op kerk en staat maakte hem tot een held voor vrijdenkers, maar ook tot een vijand voor religieuze en politieke machthebbers. Het tijdperk van de rede veroorzaakte bij verschijning dan ook felle reacties, verbodsbepalingen en zelfs strafvervolging. Het geldt nog altijd als een klassieker van de vrijzinnige filosofie en een mijlpaal in de geschiedenis van het vrije denken.