Soms is het een kleine moeite om even iets mee te nemen voor
een ander. Een boodschap voor een ander doen, die dat even niet kan, levert
meestal meer tevredenheid dan inspanning op.
Het meenemen gaat ook vaak over dingen. Gewoon in de tas mee
naar huis of naar een ander.
Steeds vaker hoor ik de laatste tijd dat men ook andere
zaken mee wil nemen.
Na afloop van een voetbalwedstrijd, die op overtuigende
wijze door de thuisclub werd gewonnen, werd de aanvoerder om zijn mening
gevraagd.
Nadat alle leuke en minder leuke gebeurtenissen van de
wedstrijd waren doorgenomen kwam er zowaar een zogenaamde ‘open vraag’. Dat is
dus een vraag waarin het antwoord niet besloten ligt zoals dat meestal door
verslaggevers wel wordt gehanteerd. De vraag was hoe de speler nu naar de
volgende wedstrijd toeleefde.
Het antwoord was verrassend want hij wilde het gevoel van de
wedstrijd meenemen naar de volgende wedstrijd zodat ze ‘in een flow’ zouden
komen en zo maar op de titel zouden kunnen afstevenen.
Hier werd voor mij weer bewezen dat sporters moeten sporten
en praters moeten praten. Je moet die dingen niet door elkaar halen.
Het wordt kouder en kouder en dit weer heeft niet echt mijn
voorkeur. Zonnetje met temperaturen vanaf een graadje of twintig: daar houd ik
van!
Misschien lukt het mij de warmtegevoelens van de afgelopen
zomer naar boven te halen en mee te nemen naar de komende zomer. Ik geloof dat
ik bijna al in een flow zit.
Voor mijn gevoel nog niet zo heel lang geleden was er weer
een nieuw jaar. Met volop wensen, mogelijkheden, uitdagingen en kansen. Toch is
dat nieuwe jaar alweer bijna om en dus oud en dat voelt heel raar.
De overgang van een oud naar een nieuw jaar was naar mijn
gevoel in mijn jeugd een enorme stap. Zo in de loop van december begon het te
kriebelen; Kerst en Oud en Nieuw kwamen er aan. Maar dan duurde het toch nog
een hele poos voor het zo ver was.
Vaak was is bij mijn grootouders in Groningen. In het begin
van de avond liepen we dan meestal naar familie aan de andere kant van de stad.
Dat was een uur te voet maar dat was ook heel gewoon.
De avond verliep met gesprekken over van alles en nog wat
waar ik meestal niet zo veel van begreep. De rook van de bolknakken hing steeds
lager aan het plafond. Om een uur of elf kwam de grote Bijbel te voorschijn en
begon mijn opa te lezen. Mijn herinneringen zeggen nu dat het heel lang was.
De radio werd aangezet en na de klokslagen van twaalf en het
Wilhelmus wensten wij elkaar op zijn Gronings “veul hail en zegen in het nije
joar”. Even naar buiten om het spaarzame vuurwerk te bewonderen en na een
laatste glaasje advocaat, jenever of fris werden de jassen aangetrokken en
gingen we te voet, ook weer een uur, naar huis.
De andere morgen was er echt het gevoel van een nieuw begin.
Het duurde vaak ook een poos voordat je het nieuwe jaar in je hoofd had.
Een nieuw jaar staat ons weer ter beschikking, met nieuwe
wensen, mogelijkheden, uitdagingen en kansen. Vooral als het om liefde en
gezondheid gaat is het zaak om deze op tijd beet te pakken. Voor je het weet is
ook dit nieuwe jaar weer oud geworden.
Ze kreeg wel vaker bezoek, meestal haar kleindochter als die
van school naar huis fietste. Samen dronken ze dan een kopje thee met soms wat
lekkers erbij. Sinds ze in dit tehuis woonde was het leven toch minder leuk
geworden. Natuurlijk wist ze af en toe
wel dat ze hier was omdat ze vaak dingen vergat. Maar als ze de dingen wel kon
herinneren was er meestal niemand die naar haar wilde of kon luisteren. Druk,
druk, druk.
Vanmiddag kwam er geen bezoek bij haar op de kamer maar ging
ze naar beneden naar de grote zaal. Met heel veel anderen zou ze dan kunnen
luisteren naar liedjes van de zee gezongen door de mannen van de Sokkenbuurt
uit Ugchelen. Natuurlijk wist zij wel waar dat lag! Een beetje achterin had ze een plaats gekregen, ze kon alles
mooi overzien. Nadat de mannen allemaal leuke en droevige liedjes hadden
gezongen werd iedereen verzocht om “Sinterklaasje kom maar binnen met je
knecht” te gaan zingen. En ja hoor, daar kwamen de Pieten en er achteraan de
Sint. Wat zagen ze er mooi uit! In het voorbij lopen kreeg ze van de Sint een
hand en een knikje. Goh, dat was haar nog nooit overkomen.
Na een toespraakje voor de vrijwilligers en medewerkers ging
de Sint zelf ook zingen, mooi hoor! In de pauze kregen ze lekkere warme
chocolademelk en een heel koud ijsje; wat een verwennerij!
Nadat de Sint weer was toegezongen en uitgezwaaid gingen de
mannen nog even door met het zingen van mooie liedjes.
Aan het eind van de middag was ze weer terug op haar kamer.
Ze was wel een beetje moe maar ze had een heel gezellige middag gehad.
Ze moest proberen alles goed te onthouden want als haar
kleindochter weer langs kwam zou ze haar alles vertellen.
Een straffe zuidwester blies hen om de oren. De lucht was
open gebarsten en het hemelsblauw stak helder door de witte wolkjes heen. Eerst
tegen de wind in met het najaarslicht op het gezicht. Straks weer terug met de
wind in de rug.
Ondanks de sombere lucht van die morgen en de striemende
regen waren ze die morgen weer op pad gegaan. De voorspellingen aan de kust waren
goed en de radar leek ook mee te werken. Hoe verder de trein hen naar het
westen bracht, hoe helderder de lucht werd.
Op een kleine tweehonderd meter van het strand stopte de
trein en op het perron kwam de zeelucht hen tegemoet op de vleugels van de
wind. De golven waren nog buiten beeld maar hun geluid was duidelijk te horen.
Even later kwam alles bij elkaar: de donderende golven en de
blauwwitte hemel. Ze inhaleerden de verse lucht met diepe teugen en daalden af
naar de vloedlijn; hun wandeling begon.
Dit had het begin van een prachtig en spannend boek kunnen
zijn. Zo maar aan het strand, hand in hand.
Het was voor ons weer een dagje uit met de trein. Ondanks dat de
herfst was begonnen en de bladeren begonnen waren met vallen durfden we het
toch aan met de trein te gaan. We hadden bemoedigende berichten in de krant
gelezen over de voorbereidingen van het spoorbedrijf betreffende de vallende
bladeren. Bomen langs de rails waren gekapt en de sporen zelf werden met
stroeve gel bewerkt. Er zou deze herfst weinig mis kunnen gaan. Maar ja, dat
vertellen ze al vele jaren en zie het resultaat van de vertragingen en kleine
en grote chaosjes van de afgelopen jaren.
Met de trein langs de kust rijden is het meest veilig. Daar
ligt weinig blad en wat er toch is gevallen wordt gratis weggeblazen door de
wind.
Herfst aan zee is mooi, je zou er een boek over kunnen
schrijven.
Er zijn grote en kleine waterstromen. Die van hoge bergen naar de zee gaan of die van een bron omhoog komen en zachtjes afdalen in de bossen.
In hun reizen langs de oevers beleven de stromen allerlei avonturen. Dorpjes en steden trekken voorbij en de schepen worden door hen op de rug gedragen. Stromend water kan fascinerend zijn.
De mens kan al heel lang praten. Weinig praten, veel praten, dom praten, zeurderig praten, intelligent praten, het kan allemaal. Vaak komen er stromen van woorden uit de menselijke mond. Soms is het beter om niet te praten.
Een andere stroom is de elektrische stroom. Die kun je niet zien maar wel voelen.
Deze stroom wordt gemaakt door mensen. Soms door waterkrachtcentrales bij de meren in de bergen. Vaak door kolencentrales zo lang deze grondstof er nog is tenminste. Steeds vaker wordt gebruikt gemaakt van wat de natuur ons te bieden heeft. Met wind kun je molens laten draaien en met panelen kun je de zonnekracht opvangen en zo stelt de natuur de ingrediënten gratis ter beschikking voor de elektrische stroom.
In stromen zijn meerdere combinaties mogelijk zoals drijven in een bootje op de rivier met een stroompje wijn en een fijn gesprek.
Een minder goede combinatie is die van water en elektrische stroom. Tijdens een optreden van het Sokkenbuurt Zeemanskoor op het water van het Apeldoorns Kanaal lag daar ineens een contactdoos met stekkers in het water. Een deel van de stroom viel uit en de geluidsman werd visser. Even later was er weer stroom genoeg om het geproduceerde mannengeluid nog verder te versterken.
Toen ik voor de eerste keer de landsgrens over ging was dat heel spannend. Naar Engeland naar mijn broer die daar na een vakantie was blijven plakken aan een Ierse verpleegster. Samen op de brommer dwars door die hele grote stad Londen: een belevenis van jewelste!
De grenzen van een land geven een soort bescherming. Daar binnen hoor je veilig te zijn en als je van buiten naar binnen wilt wordt eerst gekeken of we, in overeenstemming met de gemaakte afspraken, dat als land willen.
In de laatste decennia van de vorige eeuw vonden veel landen in dit werelddeel dat het beter was om meer samen te doen en dat ging natuurlijk om geld. Sterker ten opzichte van de rest van de wereld leidt tot meer macht en dus meer geld, vooral voor degenen aan de top.
De veiligheid van een klein land zou dus de veiligheid van een aantal landen bij elkaar moeten worden. De grenzen gingen open en iedereen kon er zo maar in en uit lopen. Dat dit ook ongewenste bezoekers aantrekt werd het gevolg. Gewenste bescherming werd ongewenste onveiligheid.
Maar ook de grenzen van de eigen munten vervaagden. Het was volgens politici veel beter om samen een munt te hebben. Ook weer voor de economie en dus de macht en dus de top. Dat iedereen daar niet zo goed mee omging is wel gebleken. Als je je eigen zaken niet op orde hebt wordt je weer geholpen door degenen die zich wel aan de gemaakte afspraken hebben gehouden en dat vind ik een grof schandaal!
Ze zijn er in vele soorten en uitvoeringen. Met drie of vier wielen, met toeters en bellen en met verschillende rijsnelheden. En in dat laatste zit het gevaar van de scootmobielen! Het is prachtig dat degenen die niet meer zo goed ter been zijn nu met dit hulpmiddel wel zelfstandig kunnen functioneren. Maar soms zijn de bestuurders van deze hulpmiddelen een gevaar voor andere weg- of stoepgebruikers. Het is wenselijk dat deze vervoermiddelen worden begrensd!
Je bent een poosje aan het werk geweest en het eindresultaat nadert. Al het voorafgaande werk wordt nu samengevat in het laatste deel van de klus: de afwerking. Een kast kan nog zo mooi in elkaar zijn gezet maar als de afwerking met hoekjes en latjes en een mooi likje verf er niet aan te pas komt is het resultaat toch net wat minder.
Tegen het einde van de vorige eeuw ontstonden er, met name in afgelegen gebieden en op parkeerplaatsen langs de snelwegen, nieuwe mogelijkheden voor de betaalde gemeenschap. Als er behoefte was en in stad of dorp mocht of kon het niet meer, dan kon men terecht op nieuwe plekken buitenaf waar de boel werd afgewerkt.
Als je alle boodschappen bij de supermarkt hebt verzameld moet er natuurlijk nog worden afgerekend. Soms kan dat snel met een apparaatje aan je boodschappenkar of via een snelkassa. De meeste mensen staan, net als ik, toch nog gewoon in de rij op hun beurt te wachten. Bij de keuze voor een bepaalde wachtrij bij een kassa kies ik bij voorkeur natuurlijk de kortste met de minst gevulde karretjes. Maar dat wil niet zeggen dat dit dan ook snel gaat. Soms lijkt het wel of ik dan steeds de verkeerde wachtrij uitzoek omdat er voor mij iemand ‘een product met een probleempje’ heeft uitgezocht. Gewoon wachten tot je aan de beurt bent dus. Als dat eindelijk zover is dan gaat dat wachten ineens over in werken. De boodschappen op de band; de boodschappen in de tas en als het kan zo snel mogelijk. De vorige klant is nog doende de boodschappen te verzamelen en die van jou komen er al aan. De prijs van de bestelling wordt genoemd, je moet snel betalen, het liefst met een pasje dat op een bepaalde manier, en niet anders(!) in het apparaat moet.
Nog niet zo heel lang geleden werd je als klant vriendelijk geholpen bij het betalen van de boodschappen aan de kassa in een winkel. Tegenwoordig lijkt het steeds meer op het afwerken van de klant. Ik erger mij daar aan.
In de tweede helft van de jaren zestig leverde ik een bijdrage aan de planning op het spoor in ons land door werkzaam te zijn op het hoofdkantoor van de Nederlandse Spoorwegen. Wij zorgden ervoor dat de dienstregeling voor het volgende jaar, die inging eind mei van ieder jaar, werd gemaakt. Ook werd de planning gemaakt voor het beschikbare materieel aan de hand van de bezettingscijfers. Het was interessant werk en ik zette min of meer de familietraditie voort aangezien mijn opa stoker was geweest bij het spoor in Groningen en omstreken.
Er gebeurde wel eens wat op het spoor. Grote en kleine ontsporingen of ander ongemak. Ook vielen er wel eens treinen uit vanwege voorbijgegaan slecht weer. De reiziger vond het natuurlijk niet altijd prettig maar had hiervoor begrip.
Wat er de laatste jaren loos is bij de mensen van het spoor is mij een raadsel. De berichtgeving over mogelijk aankomend slecht weer dat van invloed zou kunnen zijn op de dienstregeling, is vele malen uitputtender dan de berichten erna want die vallen vaak reuze mee.
’s Winters vriest het meestal en dan willen de wissels en seinen niet altijd goed meewerken.
Al eeuwenlang vallen ieder najaar de blaadjes van de bomen en als de bomen vlak bij de spoorrails staan dan vallen ze er ook wel eens op en wordt het een beetje glad. Bij onweer kan de bliksem zo maar ergens in spullen van de Spoorwegen inslaan, natuurlijk dat gebeurt al heel lang.
En een beetje veel water of wind of takken die in de weg liggen kunnen ook heel lastig zijn.
Maar om steeds van tevoren al alarmerend te roepen dat er, vanwege te verwachten weersomstandigheden, minder treinen zullen gaan rijden en dat het beter is niet met de nog niet uit de dienstregeling gehaalde treinen te reizen gaat mij wel een beetje ver. Het lijkt verdacht veel op indekken tegen klachten achteraf.
Dit komt bij mij ook over alsof men bij het Spoor, het spoor soms bijster is!
Graag kijk ik naar wielerwedstrijden op de televisie. Bij voorkeur de wedstrijden die worden uitgezonden door Sporza op de Belgische VRT en dan bij voorkeur worden voorzien van deskundig commentaar van Michel Wuyts. Zelfs een lange en saaie etappe van een grote Ronde weet hij te voorzien van gedoseerde en interessante achtergrond informatie.
Bij het zien van die wedstrijden gaat het mij niet alleen om het verloop van de wedstrijd. De beelden, bijvoorbeeld vanuit een helikopter, van de omgeving zijn ook vaak prachtig om te volgen.
Die natuur waar de renners doorheen rijden is dus vaak mooi maar…… daar moet men ook zorgvuldig mee omgaan vind ik! En hier ligt een groot gevaar op de loer. Tijdens zo’n koers is het meestal warm en wordt er veel gedronken. De drinkbussen zijn soms nauwelijks aan te slepen. Maar wat gebeurt er met de lege drinkbussen? Juist ja, die worden zonder pardon aan de kant van de weg gegooid of komen in de naastgelegen bossen of weilanden terecht.
Een eenvoudige berekening heeft mij geleerd dat dit er in een seizoen tenminste tussen de drie en vier miljoen (!) zullen zijn.
Onverteerbaar plastic in de natuur blijft er vele jaren liggen en dit is voor mij onverteerbaar.
Zondag 15 mei, begin van de avond. Mijn lijf zit nog vol van de spanning van die middag. Ouderwets luisteren naar de radio en je eigen wedstrijd beleven: heerlijk! Vooral ook als het resultaat dusdanig is dat je al voor de dertigste keer de beste van het land bent.
Er komen twee bussen in beeld van een Twentse busonderneming met daarin Amsterdamse kampioenen. Het is eigenlijk een tegenstelling in zichzelf die dag maar ik geniet ervan met volle teugen!
Ergens flink aan trekken – Je portemonnee trekken – De kar trekken – Iemand over de streep trekken – De aandacht trekken – Iets in twijfel trekken – Een conclusie trekken – Baantjes trekken – Een lijn trekken – Bouillon trekken – Er geen peil op kunnen trekken – Het niet meer kunnen trekken – Met je been trekken.
Allemaal voorbeelden waarbij het woord trekken de hoofdrol speelt. Maar toch wil ik het daar nu niet over hebben. Want er is nog een andere manier van trekken en die trok mijn aandacht de afgelopen tijd.
De babyboomers komen er aan om met pensioen te gaan. De generatie die net na de Tweede Wereldoorlog is geboren. Na de donkere dagen kwam er licht en was er ook weer tijd om aan de nazaten te denken en te werken. Dat gebeurde dus zeer massaal en het gevolg daarvan is, nu ruim zestig jaar later, dat deze grote groep ook weer ophoudt met werken en ‘op rust gaat’ zoals de Belgen dat prachtig verwoorden.
In dezelfde tijd dat deze generatie ons land kwam aanvullen was er ook een vooruitziend politicus die alvast aan later dacht. Zijn naam was Willem Drees, een groot staatsman met een zeer pragmatische instelling. Degenen die van zijn ontworpen en ingevoerde Algemene Ouderdoms Wet gingen profiteren werden ‘trekkers van Drees’ genoemd.
Binnen ons koor, het enige echte Sokkenbuurt Zeemanskoor, zijn al verschillende van deze trekkers. Maar onlangs kwam er een prominent lid de trekkersclub versterken. Hij wilde dit eigenlijk niet zo weten en vluchtte het land uit. Maar bij zijn terugkomst hebben wij als leden van dit unieke gezelschap het heugelijke feit herdacht en gevierd.
Dat hij en vele anderen nog lang van Drees mogen trekken!
N.B. Dat dit stukje op 1 mei, de Dag van de Arbeid, verschijnt kan geen toeval zijn.
Als middelbare scholieren speelden wij, voor het begin van de schooltijd, vaak een potje voetbal op straat. De bal was meestal een afgedankte rubberen bal of grote prop van papier met veel ‘PTT-elastieken’ eromheen. De putten in de rand van de stoep waren het doel en die waren goed bereikbaar want veel auto’s waren er nog niet in de jaren vijftig. Aangezien niet iedereen kon meedoen vanwege het grote aantal en de beperkte ruimte, moest er dus worden gekozen. De meest populaire jongens kozen dan om beurten een stuk of vier medespelers uit. Je hoorde er echt bij als je werd geselecteerd!
Als klein landje op deze wereld presteren wij het steeds weer om heel hard te roepen om mee te mogen doen. Er kan geen oorlog of opstand zijn uitgebroken of wij melden ons weer. Met veel diplomatie (maar je kunt het ook slijmen noemen) is het resultaat dan dat we met de grote jongens mee mogen doen. Dat kost altijd veel, heel veel geld maar dan hoor je ineens heel weinig meer over bezuinigen. Een paar honderd miljoen blijkt dan zo maar beschikbaar te zijn.
Als eenvoudige bijstandsmoeder probeer je iedere maand weer rond te komen. De kinderen het beste te geven uit de weinig middelen die je hebt is toch hetgeen waar je steeds weer je best voor doet. Met wat extra hulp van de overheden voor huur en vervoer of voor de aanschaf van hoogst noodzakelijke spullen kon je het tot nu toe nog redden. Maar die overheden moeten het met wat minder miljoenen doen en gaan dus bezuinigen op de uitgaven. Grote gebouwen en salarissen moeten worden gehandhaafd dus snoeit men op de sociale hulp. Mensen met iets minder dan de ander krijgen dan steeds meer moeite om een beetje mee te mogen doen in deze maatschappij. Schande!!
Misbruik was nog niet zo heel lang geleden een zwaar woord. Iemand maakte wel eens misbruik van het recht op een uitkering. Of men maakte misbruik van een bepaalde situatie en haalde er voordeel uit dat eigenlijk niet voor diegene was bestemd. Helaas is dit soort misbruik bijna gewoon geworden en zijn we als natie ook hierom bekend in het buitenland waardoor het eerder toeneemt dan afneemt.
Een Roomse beerput is geopend. Wat hieruit komt is “ten hemel schreiend” en vol van leed. Misbruik vanwege de functie of de situatie is absoluut niet goed te praten en mag zeker niet met de priestermantel der liefde worden bedekt.
Decennia, maar misschien wel eeuwen, lang heeft dit soort misbruik plaatsgevonden. Binnen veilig geachte muren waren er kennelijk andere normen dan naar buiten werd verkondigd. Als dan de ene belangrijk geachte persoon de andere weer “dekte” dan bleef het binnen de gemeenschap. Maar bij de slachtoffers waren levenslange krassen in de ziel gezet.
Waar ik mij al heel mijn levenlang aan erger is een totaal ander soort misbruik. Het is het misbruiken en het in een verkeerd daglichtzetten van mijn naam. Soms kun je een naam wel eens gebruiken als aanduiding van iets leuks of goeds zoals “hij is boven Jan”. Helaas word mijn naam altijd met negatieve zaken in verband gebracht en dat gaat wel eens vervelen. Ik ben geen “smeerkees” of “mafkees” en ik ben ook geen hond met die naam en niet altijd “klaar is Kees”. Ik ben gewoon Kees zoals ik ben en dat verdiend respect!