NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Inhoud blog
  • Wijzigingen - aanvullingen. Maria Van Dam, slechtoffer van het luchtbombardement in Mortsel.
  • Wijzigingen - aanvullingen. De kerkklokken weggeroofd.
  • Wijzigingen - aanvullingen.
  • Wijzigingen - aanvullingen. Het aardappelcontract van Frans Geerts.
  • Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Kronieken van Leest
    bij Mechelen
    08-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    1975 – 11 augustus : Soloslim bij Gepensioneerden

                Tijdens de maandelijkse bijeenkomst van de Leestse gepensioneerden werd

                door mevrouw Diddens een “Soloslim” gespeeld.

                Haar medekaarters waren de dames Daelemans, De Prins en Lamberts.

                De inzet was 5 fr per persoon.

                Ze speelde uit met twaalf ruiten (uitgezonderd de koning) en de haas van

                klaveren. 

                “…mevrouw Diddens is steeds zeer actief geweest in de KVLV en ze was
                 daarvan bestuurslid van  1
    929 tot 1974, of 45 lange jaren, wat totnogtoe onachtzaam
                 is voorbijgegaan…”
    (DB, september 1975)           

     

    1975 – 24 augustus : Open deur te Leest

    “De helft van Leest was weer eens op wandel : drie interessante boerenbedrijven zetten hun deuren open voor het geacht publiek.

    Het eeuwenoude Hof ter Halen, het piepjonge (15 jaar) glasbedrijf van Juul De Smet en de eveneens oeroude Rendelbeekhoeve.

    De presentatie en de ontvangst waren aantrekkelijk gemaakt, zowel voor boeren als voor leken.

    Eerst kwam het Hof ter Halen aan de beurt, bewoond door de familie Vic Verschueren : een mooie oude schuur, waar enkele jonge kalveren achter een afsluiting door de bezoekers werden gekeurd.

    De schuur was voor de gelegenheid gedeeltelijk herschapen in een expositiezaal waar met behulp van schilderijen, oude kaarten en foto’s van oude documenten de geschiedenis van de leenhoeve “Van Halen” werd uitgebeeld. Aan de uitgang van de schuur trof de bezoeker een openluchtmuseum aan, volgestouwd met landbouwmateriaal. Op de binnenkoer werd aan volksdansen gedaan.

    Tweede bedrijf : Juul De Smet. ’s Zomers komkommers, ’s winters tomaten...Tentoonstelling van tomaten in categorieën, sorteermachines en zandpotmachine...

    Buiten vendelzwaaiers in volle zwier. Naast het woonhuis was een gelagzaal geimproviseerd, waar men moest aanschuiven om een plaatske te bemachtigen.

    Zo kwamen we een eindeke verder terecht in de Rendelbeekhoeve, bewoond door Frans De Prins. Sympathiek gelegen aan het water maar de vijver stond bijna droog.

    Binnen was het minder droog. Het afdak was in een openluchtcafé herschapen en de tappers hadden hun handen vol. In de ambiance van de feestelijke lampionnekes werd er gedanst op de binnenkoer met het orkest geinstalleerd op een groentenwagen. Chiromeisjes zorgden voor reidansen en duozang.

    De grote attractie op de Rendelbeekhoeve was echter het melksysteem met de vrije loopstal voor 60 koeien en de visgraathistorie. Vooral op het uur dat er gemolken werd, kon de installatie het volk niet slikken.

    Echt een mooie namiddag die feestelijk uitstierf op de knallen van de vuurwerkfusees.”

    (E.K. in De Band, september 1975)

     

    1975 – 11 september : Voorlichtingsvergadering ‘Zennevallei’.

     

    In de parochiezaal van Heffen vond om 20 uur een vergadering plaats van het actiecomité ‘Zennevallei’ : “…stortplaatsen mogen niet zomaar landschappen stuksnijden of waterlopen verpesten. Er moet gewerkt worden aan nieuwe en betere methodes om het vuil waarmee we zitten te vernietigen. Stemmen uit Eppegem, Weerde en Zemst brachten daarna in bandopname hun indrukken over hun stort. Een greep uit de intervieuws : een stank iets onbeschrijfelijk ! –Meneer, sommige nachten moeten we de ramen sluiten van de stank en de rook !  - zoutzuur – men verpest de hele streek – men loost het water in de beek geniepig – vroeger zaten hier visjes, nu is het een stinkende brij om hoofdpijn van te krijgen – wij hebben alles gedaan om de stortplaats te sluiten, toch stort men voort, ook zonder vergunning.

    Deze geslaagde avond sloot met een gesprek met de eigenaars van het bewuste stort te Eppegem. Uit dit gesprek konden we opmaken dat deze mensen alleen hun werk doen. Ze zouden er een zuiveringsstation aan over hebben om in de Zennevallei te storten.

    Het landschap zou in z’n oorspronkelijke staat teruggebracht worden. Dat het niveau vijf meter hoger zou liggen dan voordien, dat zou onvermijdelijk zijn. Op de vraag of het terrein dan niet rijp was voor industriegrond kwam geen antwoord.

    Ons standpunt blijft : een stortplaats voor industriële afval hoort niet thuis zo dicht bij de dorpskom, in een gebied dat volgens het geweestplan geklasseerd werd als natuurgebied.

           De Distel”. (De Band – oktober 1975)

     

    Datzelfde jaar in De Band (enkel jaartal bekend) wat er aan voorafging :

     

    “Tussen ‘Vrijbroek Mechelen’ en ‘het Broek’ van Blaasveld ligt als een natuurlijke schakel de Zennevallei. Bijzonder belangrijk als natuurgebied, landschappelijke rust en stille recreatie ! Daarom ijveren actiegroepen er voor natuurbehoud.

    Ditmaal is het in Heffen dat de vallei in ’t nieuws komt. Een zekere PVBA wil dit natuurgebied verfraaien met een groot stort voor industriële afval. De stortplaats zou komen tegen de Zennedijk op een 300-tal meter van de dorpskom, aan de monding van de Stenebeek. Actiecomité Zennevallei formuleerde in een open brief aan de bevolking van Heffen haar bezwaren tegen dit stort. Zwarte vlaggen werden gehesen, bezwaarschriften werden aangelegd in café’s en winkels. Op twee dagen werden meer dan 500 handtekeningen verzameld. De burgemeester, verrast door zovele reacties, beloofde een negatief advies uit te brengen met het onderzoek commodo-incommodo, maar het is uiteindelijk de ‘Bestendige Deputatie’ die beslist.

    Het actiecomité ‘Zennevallei’ zal het daarbij niet laten. Ze werkt aan een volksvergadering voorzien in september te Heffen, en zoekt contact met andere verenigingen uit verscheidene gemeenten om tot een gezamelijke actie te komen. Wij willen vrijwaren dat dit mooie landschap in een woonkazerne herschapen wordt of dat een van die schoonste hoekjes, te Heffen ditmaal, door een stort van 9 Ha teloor zou gaan.

         De Distel”.

     

    “Voor allen die zich actief bezighouden met de bescherming van het leefmilieu, is een nieuwe fase aangebroken : die van de daad. Groen- en actiecomité’s, werkgroepen leefmilieu en plaatselijke afdelingen van culturele organisaties  staan dikwijls voor moeilijke opdrachten wanneer ze in hun gemeente een mooi landschap, een bos of een waardevol gebouw willen beschemen en zinvol helpen beheren.

    Hun streven naar inspraak op gebied van ruimtelijke ordening wordt meestal niet of slechts sporadisch aangemoedigd.

    Toch werden de jongste jaren zinvolle maatregelen afgedwongen, denk maar aan de ingangspoort tot het kerkhof, het vellen van bomen op het kerkhof. De vestiging van hinderlijke bedrijven langs het kanaal. De waterverontreiniging in de Molenbeek. Het verwijderen van autowrakken in het landschap. Laatst kwam er een actie tot stand om de mooie zennevallei te beschermen. Dit is in het belang van alle Leestenaars.

    De K.V.L.V. kwam op haar vergadering over het Landelijk milieu ‘tot de vaststelling dat het onoordeelkundig uitbreiden van woonzones nadelig is voor de eigenheid van de plaatselijke bevolking en het landschappelijk schoon.

    De actie ‘Zennevallei’ werd een succes. Meer dan 20 culturele verenigingen verspreid over Leest, Heffen en Hombeek hebben in hun petitie gevraagd dat er niet zou geroerd worden aan de Zennevallei.

    Ze moet (in) haar huidige bestemming als beschermend gebied behouden. Leest zegt NEEN aan de systematische verwoesting van zijn natuurschoon ; JA aan de bescherming van de landschappelijke waardevolle gebieden. Die groeiende groep van milieubewuste mensen vragen zich af : wat nu ?

    Hierop moet Leest zelf een klaar en haalbaar antwoord geven. Want de bronnen van ons bestaan staan inderdaad op het spel. Aan de hand van een weloverwogen milieuprobleem, enkele hoopvolle initiatieven en nieuwe opdrachten zal worden gepoogd richtinggevend te zijn voor de toekomst.

    De zinvolle maatregelen die de jongste jaren werden afgedwongen, mogen voor de anderen een aansporing zijn. ‘LEEF MILIEUBEWUST’. 

     

     

    08-07-2012 om 08:40 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1975 – 25 mei : Vevoc Volleybaltornooi

    Acht ploegen hadden zich ingeschreven voor dit tornooi dat plaatsvond op de speelplaats van de meisjesschool. Het plakket van de gemeente werd in de wacht gesleept door Vevoc 2.

    Op de tweede plaats eindigde KWB, gevolgd door Oud-Heverlee, Chiro 2, Fanfare St.-Cecilia, Vevoc 1, Chiro 1 en FC Telstar dat als laatste eindigde.

     

    1975 – 30, 31 mei en 1 juni : Lustrum : 5de Leestse Volksfeesten

                Programma:

                Vrijdag 30 mei : ter gelegenheid van het lustrum werd een mini-handelsbeurs

                gehouden (een 20-tal exposanten vulden zo’n 800 m2).

                ’s Avonds : optreden van Marva.

                Zaterdag 31 mei : voor de eerste maal een programma voor groot en klein met

                “Tante Terry” (Van Ginderen), om 20 uur Oberbayern Bierfeest met de Emiz

                Maeyerhofen Blaas en Danzkapelle.

                Animator en ook zanger : Rikske Samyn.

                Zondag 1 juni : Freddy Breck met orkest Aldila en zangeres Vivi.

     

    1975 – 20 juni 1975 - Klein-Brabant – Vaartland : (zie foto's)

                Wielrijden-Juniores te Bornem

                “40 juniores boden zich aan om van de Bornemse wedstrijd een levendige koers

                te maken. Na de klassieke vroege pogingen ontstond er half wedstrijd een ontsnapping

                van 9 renners. Onder hen plaatselijk renner Willem Thomas en Leestenaar Rudy Van Hoof.

                Tijdens de zevende ronde slonk de voorsprong van 35 naar 15 seconden.

                Toen iedereen zich aan een spurt met negen verwachtte kwam Rudy Van Hoof

                afgescheiden toe, evenals Willem Thomas die op de tweede plaats eindigde.”

     

    1975 – 29 juni : Vevoc-Fietsrally – Vertrek vanaf 11 tot 14u.

     

    1975 – 21 juli : Start Bivak chirojongens  te Langdorp.

               

    “Weet je wel, beste mensen, waarom zo’n Chirojongen voor niets ter wereld die tien heerlijke dagen bivak zou willen ruilen met een ganse vacantie in Mallorca, Nice, Pisa of aan de Noordzee ?

    Omdat we met gans de chirogroep daar zo’n heerlijke momenten vol vreugde, kleur en samenspel kunnen beleven. Zodat we al de zijden van ons eigen ikske aan al die tintelende bivakkers durven tonen.

    Ja, beste mensen, tien reuzedagen leefden we samen met ons chirovolkje.

    Na die woelige, slapeloze nacht fietsten we in de morgen naar het hoogtepunt van het chirojaar. Met onze keurig in orde gebrachte fietsen, onze extra gemasseerde spieren en onderweg een stevige hap, kregen we het voor ons onvergetelijke Langdorp in zicht. In de namiddag zouden dan al die fietsers : Aspis, Kerels, Toppers hun kleinere chirobroertjes opwachten in ons kamp ‘De Trekvogel’. Na de aankomst van de Rakkers en de kookfamilie, verkenden we als echte bivakkers de Langdorpse dennebossen. Die eerste avond moesten we dan al even dat fantastisch chiroenthousiasme kwijt in een zangstonde, waarbij misschien wel enkele kreten in Leest hoorbaar waren.

    De volgende eerste dagen, weliswaar zonder de allerkleinsten, die toffe Speelclupers, waren buitengewoon ! We leverden prachtige sportprestaties. We deden een reuze tof bosspel, een keuzeruimte was ook van de partij. We genoten van de warme zon en vergeten ook niet de ontelbare plezante activiteiten in onze afdelingen. Op vrijdag kwamen dan die toffe lolbroeken aan. Met de Speelclub erbij was onze familie volledig. We telden samen 75 kranige bivakkers.

    Dezelfde dag trokken de Aspis, Kerels en Toppers met pak en zak de natuur in, voor twee dagen.

    De Aspiranten verkenden de streek in een grote boog om ons bivakkamp. Ze sjorden een pracht van een hut om daarin te overnachten en leerden de padvinderstechnieken kennen.

    De Kerels maakten er een kompastocht van. Ze trokken van het ene coördinaat naar het andere, ze kozen een verlaten hoeve als onderdak.

    De Toppers gingen op overlevingstocht. Ze sloegen hun tenten op aan een klein poeltje. In die omgeving kwamen dan ook al hun jagerstalenten naar voor.

    De Rakkers ondernamen een ééndaagse trektocht naar Scherpenheuvel, waar ze echte verkoopstechnieken leerden, die hun naklank vonden in het verkopen van de bovenste étages van de bedden op hun slaapkamer.

    Op zaterdag trokken de Speelclub naar het domein de Vijvers in Averbode, waar ze hun hartje eens dapper ophaalden. Ze stoeiden in het water, reden op pony’s, met een klein treintje, speelden in de speeltuin, kortom een dag vol variatie.

    Die avond waren de tweedaagsen en de trektochten achter de rug. Heel duidelijk had ieder er een grote honger van gekregen. Het record frietten eten werd gebroken (tien emmers).

    Op de bezoekdag lieten we de aangekomen Leestenaars (nog nooit tevoren zovelen gezien) van onze afdelingswerking genieten. Het was een heerlijke dag met als bekroning een tof avondspel.

    De daaropvolgende dagen bewezen nogmaals dat er inzet aan te pas komt. Tussen spel, zandbergen, zandstormen, waterspelen en heerlijke zwempartijen door zorgden de Aspiranten voor een steengoed estafettespel. We vergeten ook niet de heerlijke canzonissimaavond van maandag.

    Het werd kampvuur zonder dat we het wisten. Na een laatste groepsmis en een zoveelste bezinningsmoment schaarden we ons allen rond het gezellige vuur, waar stoere kerels zoals wij een stille traan wegpinkten tezamen met onze kookfamilie, onze pater die dit jaar zijn tiende bivak achter de rug had, zongen we stil onze liedjes en voerden we onze stukjes op. Het was een bewijs dat een kampvuur een mooi maar ook een degelijk einde was voor die Reuze Tof Bivak.

    Stilletjes gingen we slapen, hopend dat het altijd nacht zou blijven, dromend dat Leest duizenden kilometers verder lag.

    Nogmaals dank aan alle Leestenaars die ons geholpen hebben dit tof bivak te mogen meemaken. We danken ook onze kookploeg, de pater in het bijzonder, ook de leiding die dank zij hun voorbereiding het bivak tot een welgeslaagd einde brachten. Ook dank aan alle Chirojongens voor dit tof samenspel.” (De Band – september 1975)   

     

    1975 – Van 7 tot 17 augustus : Bivak Chiromeisjes te St Joris-Weert

     

    “Beladen met de zon en ons fietske lieten we op 7 augustus Leest achter ons om de tot dan toe nog rustige Kluis onveilig te maken.

    Na een afmattende verkenningstocht per afdeling kroop ieder in zijn slaapzak, dit betekende dan ook het einde van onze eerste dag in ons nieuw tehuis.

    De volgende dagen amuseerden we ons reuze, zodat het veel te vroeg naar onze zin bezoekdag was. Alhoewel de zon niet van de partij was, waren de chirofans dit wel. Er werd gevolksdanst door de grootsten en de kleinsten haalden allerlei apentoeren uit.

    Maandagmorgen brachten de kleinsten al heel vroeg leute in onze nog slaperige koppen, het was immers hun eerste bivakdag.

    Dinsdag veranderden wij de Kluis in een circus. De volgende dag trok elke afdeling er op uit. De kleinsten gingen te voet, de grootsten waagden zich wat verder met de fiets. Ondanks onze vermoeidheid door de beklimming naar de Leeuw van Waterloo konden wij, aspiranten, toch nog smullen van het –naar gewoonte- lekkere eten.

    De laatste dagen vlogen voorbij zodat we, zonder het goed te beseffen, reeds hout aanhaalden voor onze laatste avond : het kampvuur. Dank zij de opkomst van talrijke chirosympathisanten en de inzet van ons allen werd het een zeer toffe en gezellige avond.

    Zondagmiddag 17 augustus vertrokken we dan in de pletssende regen (Sint-Joris-Weert weende immers om ons vertrek) naar Leest.

    Deze tien dagen leerden ons weer dat het mogelijk is om met verschillende leeftijden en uiteenlopende karakters een tof bivak op te bouwen.

    Dank aan allen die zich hiervoor inzetten !” (De Band – september 1975)

     

    1975 – 1 augustus 1975 – Klein-Brabant Vaartland : Beroepsrenners te Tisselt : Eddy Van Hoof werd tweede.

    Dit jaar kreeg Eddy Van Hoof een contract bij het Molteni-team van Eddy Merckx.

    “Wie onlangs ‘Sporttribune’ gevolgd heeft, kon maar alleen concluderen dat het voor vele renners een uitzichtloze toestand geworden is.

    Velen vinden geen plaats meer bij de ene of de andere groep of merk, anderen beklagen zich over de onderbetaalde te leveren prestaties, t.t.z. mindere prestaties en het driedubbel als te betalen vergoeding, en dan nog anderen komen er resoluut voor uit dat allerlei middeltjes

    worden gebruikt om opgepept te worden enz.

    Er was dus misnoegen vast te stellen, en er zijn er dan ook die eenvoudig de fiets aan de haak gehangen hebben, ofwel zinnens zijn er mee te stoppen.

    Het is dan ook verheugend te mogen vaststellen dat Eddy Van Hoof niet op het gladde ijs is terecht gekomen, maar opgenomen werd in de ploeg Molteni, met kopman Eddy Merckx.

    Wat bewijst zulks : eenvoudig dat diegenen die wel negatieve kritiek wisten uit te brengen op zijn prestaties –ten onrechte trouwens- de domper  op hun neus krijgen, en anderzijds dat zijn verrichtingen naar waarde werden geschat.

    Terloops moge aangestipt, dat reeds verschillende Leestenaren aan wielrennen hebben gedaan, maar het zware labeur niet hebben kunnen blijven torsen en stopten.

    Het is in feite de eerste Leestse wielrenner die de respectievelijke categorieën heeft doorlopen, steeds met dezelfde betrachting ‘volhouden en niet versagen’, en  die wil wordt thans bekroond. Dit feit zal met zich brengen dat de esbattementen nu meer naar buitenuit zullen kunnen gevolgd worden.

    Wij sturen langs deze weg aan Eddy Van Hoof onze beste wensen voor het bereikte resultaat, en daarbij een mooie toekomst.”

    (De Band – enkel jaartal bekend)

    In 1974 reed Eddy voor MIC-Ludo- De Gribaldy, in ’75 voor Molteni (met kopman Eddy Merckx), in ’76 voor Zoppas-Splendor-Sinalco (met als kopman Eric Leman) , in ’77 voor Flandria-Velda, in ’78 voor Avia-Groene Leeuw en in 1979 voor Fangio-Iso-Bel.

    In 1973 won hij te Welkenraedt de 3de rit in de Ronde van Luik en eindigde hij tweede in het eindklassement. Datzelfde jaar werd hij ook tweede in het eindklassement van de Ronde van de Provincie Namen.

    In ’75 werd hij 3de in de Omloop Schelde-Durme en behaalde dezelfde plaats in de Omloop van het Zuidwesten (Hulste/Ingelmunster). In 1976 werd hij 2de in  Ekeren en in 1977 zou de Leestse wielrenner de ‘Grote Prijs van Mechelen’ op zijn palmares schrijven. Achttien jaar nadat een andere Mechelaar, Louis Van Huyck, hem dat had voorgedaan.

    (Siteducyclisme.net)

     

    Foto’s :

    -Spurter Rudy Van Hoof kwam te Bornem afgescheiden toe en veroverde meteen zijn achtste palm.

    -Rudy Van Hoof naast streekrenner Thomas temidden van hun supporters.

    -Broer Eddy werd te Tisselt in een millimeterspurt verslagen door K. Loysch.

     







    08-07-2012 om 08:21 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    1975 – 11 mei : Diefstal in chalet F.C. Telstar

                Toen schatbewaarder Willy Van Hoof het chalet van de oudste Leestse

                Voetbalvereniging wilde openen stelde hij vast dat de deur openstond.

                Met geweld opengebroken, evenals de lade van de toog.

                Er ontbrak ongeveer 300 frank in muntgeld.

                Chips en sigaretten bleven onaangeroerd.

                (VVH)

     

    1975 – Zondag 11 mei : Rust Roest bracht ‘In geweten niet belast’. (advertentie uit ‘De Band’ bovenaan)

     

    Deze vertoning stond in het teken van de tiende verjaardag van het overlijden van Staf Bruggen, een pionier van de Vlaamse toneelkunsten. Het toneelseizoen 1974-75 werd door de Vlaamse

    amateurgezelschappen het ‘Staf Bruggen-jaar’ genoemd.

     

    De recensent van ‘De Band’ hierover :

    “Ter herdenking van het 10-jarig jubileum van het overlijden van Staf Bruggen, één der meest veelzijdige en bekende Vlaamse acteurs, heeft het Staf Bruggen-comité dit seizoen in het teken gesteld van S. Bruggen.

    Om hieraan gevolg te kunnen geven heeft de toneelvereniging ‘Rust Roest’ het passend gevonden om een stuk te kiezen van een Vlaams schrijver, nl : ‘In geweten niet belast’ van Frans Cools. De enige opvoering had plaats op zondag 11 mei in de Parochiezaal te Leest.

    We kregen een lichtblauwe huiskamer voor ons met klassieke meubeltjes die de firma ‘Bel Meubel’ uit Kapelle-op-den-Bos even voor hen uitgeleend had. Rechts was er een eethoek die in het 1ste en 2de bedrijf feestelijk gedekt was en links een salonnetje met kas. Het decor was uitstekend verzorgd, behalve dan een flesje bier dat achter één van de tafelpoten vergeten was na de pauze.

    Het was een spel in vier bedrijven. Op de vooravond van Erika’s verjaardag, dochter van Sex en Dr. Werner Krauz krijgen ze onverwacht bezoek van Dr. Frans Neurath, een collega van Dr. Krauz, die tijdens de oorlog met hem heeft gewerkt in de gevangenkampen, waar zij proeven deden op Joodse gevangenen. Werner Krauz wil die tijd vergeten, daarom heeft hij er zijn familie nooit over verteld. Terwijl Dr. Neurath dit onrecht nooit heeft kunnen vergeten en daardoor aan de drank is geraakt. Ben Fisher, een jood  en verloofde van Erika, die ook is uitgenodigd op het verjaardagsfeest, ziet dat Dr. Krauz iets verborgen houdt. Dit maakt hem zo nieuwsgierig en hij komt, langs Dr. Neurath, te weten van de proeven op de weerstand van de mens aan luchtdruk. Krauz wil vermijden dat er verder nog iets uitlekt over zijn verleden en weet handig een natuurlijke dood aan Neurath te suggereren. Ben Fisher drijft Dr. Krauz in het nauw zodat deze moet bekennen.

    Hier rijst de verantwoordelijkheid van het individu tijdens de oorlog. Is men verantwoordelijk voor de daden die men onder dwang verricht, of is hiervoor eerder een ganse gemeenschap verantwoordelijk ?

    Daarom herhaalt Dr. Krauz steeds dat ‘hij in geweten niet is belast’. Deze schijnwaarheid moet hij uiteindelijk afleggen en bekennen dat hij fout is geweest.

    In de hoofdrol van Kreuz zagen we een uitstekende Guido Hellemans, zijn kunde kennende hoeft hier niets meer aan toegevoegd worden.

    Er kan alvast onderschreven worden dat de medespelers Renilde Polfliet, zijn vrouw, Mariette Verbeeck en Eddy Moortgat (als hun dochter en zoon), Pierre De Wit als Dr. Frans Neurath en Wilfried Hellemans als Ben Fisher, een mooie krachtinspanning hebben geleverd om dit zware stuk tot een goed einde te brengen, en daarin zijn zij dan ook gelukt.

    ‘’t Was wel degelijk gewaagd, maar degelijk geslaagd !’

    De regie was in handen van Alfons Hellemans, die we evenzeer prijzen voor zijn werk. In elk geval zal niemand zich die avond verveeld hebben, want het gevaar schuilde er altijd in, wanneer met liefhebbers een tragedie gespeeld wordt.”

     

    In het volgende nummer van ‘De Band’ schreef H.G. daarover onder de titel  Even nakauwen op Rust Roest’ :

     

    “Wij gaan akkoord met V.M. waar zij in het vorige nummer van De Band proficiat wenst aan de acteurs van ‘In geweten niet belast’ (amaai wat een titel) om de krachtinspanning die zij geleverd hebben om het zware stuk tot een goed einde te brengen. Wij waarderen het trouwens ten volle dat er nog mensen zijn te Leest die van hun vrije uren wat kunnen afknijpen om aan toneel te doen en wij verwachten hen nog op de planken.

    Toch hadden wij liever een ander stuk gezien, dat minder kwam aandraven met zware gewetensconflicten  en met een thema dat door de werkelijkheid en de T.V. afgesleten en achterhaald is. Ik betwijfel trouwens of één van de kijkers uit de zaal in dat gewetensproces werd ‘meegesleept’ (wat tenslotte de bedoeling van toneel is, dunkt me). Hun interesse ging veel meer naar de spelers zelf dan naar de figuur die zij vertolkten.

    Daarom hadden wij liever een goeie klucht gezien die ons op zondagavond eens hartelijk liet lachen en ons voor een paar uren onze wekendaagse stress en problemen liet vergeten. Een stuk op het niveau van onze volksmensen en onze spelers.”

     

    05-07-2012 om 09:38 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1975 – Donderdag 1, vrijdag 2 en zaterdag 3 mei :

    CECILIAFEESTEN met Europees Kampioenschap voor Brass Bands te Leest

    De inzet van deze feesten, die plaatshadden in een reuzentent in de Kouter, werd gegeven op donderdag 1 mei met de DOLLE NACHT.

    De Nederlandse succesgroep ‘The Rockets’ trad op samen met Peter West en orkest.

    Inkom 100 frank (80 frank in voorverkoop).

    Op vrijdag 2 mei werd er overgestapt naar de GEKKE NACHT . Een avond met vijf vedetten : het bekende komisch duo Gaston Berghmans-Leo Martin, animator Carlo Bertels, Ann Desender (bekend als winnares van ‘Ontdek de Ster’) met orkest en de Nederlandse popgroep ‘Bien Servi’ met Raymond van het Groenewoud.

    De daaropvolgende zaterdag besloot men met de PLEZANTE NACHT ,met de bekende BRT-presentator Jos Baudewijn, met zangeres Ingriani en haar orkest en als ‘clou’ van de avond ‘The Strangers’, de vier Antwerpse spuiters.

    Stan Gobien schreef daarover het volgende :

    “In 1975 kregen de Ceciliafeesten een ander uitzicht. Omdat de bal- en showavonden zo goed waren meegevallen, werd gehoopt dat de feesttent de

    eerste drie dagen van mei zou vollopen. Een heel pak vedetten en pseudo-vedetten was geprogrammeerd : The Rockets of het orkest van Peter

    Koelewijn, een zekere Peter West, Leo Martin en Gaston Berghmans, Anneke Desender, Raymond van ’t Groenewoud, Ingriani en nog eens een keer De

    Strangers. Jos Baudewijn, de bekende BRT2-producer was een van de presentatoren die tijdens deze ontspanningsavonden optrad.

    In een van zijn bekende liedjes zingt Raymond van ’t Groenewoud : ‘Ik heb zalen doen vollopen, ik heb zalen doen leeglopen…’ Naar verluidt heeft de zanger

    voor het laatste deel van deze tekstregel voroal inspiratie opgedaan in de feesttent te Leest in 1975. Maar ruim een jaar later wordt hij een enorme

    publiekstrekker en onbetaalbaar voor St.-Cecilia Leest…”

     

    Het allereerste ‘Europees Kampioenschap voor brassband vond plaats in Leest

    “Op de Ceciliafeesten 1975 werd het eerste Europees Kampioenschap voor Brassbands georganiseerd. Omdat deze orkestvorm op het vasteland, vooral in Nederland en Vlaanderen, ondertussen vrij bekend was geworden, werd besloten een muziekwedstrijd te organiseren waaraan uitsluitend brassbands konden deelnemen.

    Stan Gobien had in 1974 voldoende internationale contacten opgebouwd zodat een wedstrijd tot de mogelijkheden behoorde. Het werd vooral op muzikaal gebied een succes en de brassbandbeweging in Vlaanderen kwam door deze muziekwedstrijd in een stroomversnelling.

    Een paar maanden na afloop van de Ceciliafeesten ’75 kon een dertigtal leerling-muzikanten worden ingeschreven. Omdat er met plezier werd teruggedacht aan de show- en

    drumbandwedstrijd van ’74 besloot de fanfare te starten met een trommelkorps. Voor de opleiding van deze jongeren zou niemand minder dan Jean-Piet Leveugle zorgen.

    De meisjes en jongens kregen eveneens lessen notenleer en velen onder hen zouden later naar de muziekacademie of naar het conservatorium gaan.

    Na ruim twee jaar, op 2 december 1975, liepen de wegen van dirigent Frans Dierickx en St.-Cecilia Leest uit elkaar. Het ongenoegen bij sommige bestuursleden was al beginnen groeien na de concertwedstrijd van 11 mei te Tisselt, waar 85% en een eerste prijs met grote onderscheiding werd behaald. Gezien de omstandigheden, slechts één week na de organisatie van de Ceciliafeesten, was dit echter niet zo’n slecht resultaat. De sfeer werd nadien negatief beïnvloed omdat sommige Cecilianen langs de neus weg opperden dat de jeugdfanfare beter misiceerde dan de grote fanfare…

    Net als bij de vorige dirigentenwisseling had deze evenzeer consequenties voor de samenstelling van de fanfare. Weer verlieten er muzikanten St.-Cecilia Leest om het elders te proberen. Het bestuur drong bij Rik De Bruyn aan om terug de dirigeerstok in handen te nemen. Veeleer met enige tegenzin nam hij de opdracht aan. Hij besefde dat hij nog nuttig werk kon verrichten door op zijn gekende manier te werken aan de eensgezindheid bij de muzikanten. Ook deze keer lukte het. De beroering en de deining na de dirigentenwissel ging stilaan over in rust en vernieuwde eendracht.

    Op 1 september 1976 werd Jan-Piet Leveugle dirigent…” (zie verder 1976 – 1 september)

     

    In De Band van juni 1975 vonden we ook een definitie van een Brassband :

    “Brass-Bands zijn volksmuziekverenigingen die noch fanfare, noch harmonie zijn. De samenstelling bestaat uit een groep koperblazers met een gewone bezetting van ongeveer 30 muzikanten. Samengesteld uit 5 eerste cornetten, een repianocornet, een bugel, 2 tweede en 2 derde cornetten, 3 althoorns, 2 baritonhoorns, 2 tuba’s, 3 trombonen, 2 es-bassen, 2 bes-bassen en tot 4 slagwerkers. Dit alles geeft een typische klankkleur, de ‘brass-sound’. “

     

    05-07-2012 om 09:21 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    04-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    Wilfried Hellemans over Sint-Cornelis (Korneel) en zijn begankenis :

    “Ook deze heilige is geen parochiepatroon maar al sinds halfweg de negentiende eeuw is hem in Leest de opmerkelijkste verering toebedeeld. Hij kreeg er een beeld, een begankenis op Tweede Paasdag en een altaar in de zuidelijke zijbeuk.

    Sint-Cornelis of Korneel (°?, +253), bisschop en eenentwintigste paus (251-253), stierf in ballingschap te Civita Vecchia (Italië).

    Zoals elders werd (en wordt) hij in Leest aanroepen tegen de ‘stuipen, de vallende ziekte, de lammigheden en geraaktheden’ of tegen de ‘stuipen, jichtigheden en  vallende ziekten’.

    In een anoniem negentiende-eeuws brochuurtje wordt zijn litanie zo aangekondigd : ‘Litanie ter eere van den Heiligen Paus en Martelaar Cornelius. Bijzonderen Patroon tegen de Stuipen, Jichtigheden en vallende ziekten; wiens H. Relikwieën met grooten toeloop en devotie geëerd worden, en wiens bijstand vuriglijk aanroepen wordt in de parochiale kerk van den H. Nicolaus te Leest.’

    Zijn in Leest vereerde beeld, gemaakt door de Mechelse beeldhouwer P.J.Tambuyser en gepolychromeerd door Loos, werd aangekocht in 1840. De heilige draagt boven zijn albe een cingel, een stool en koormantel; hij wordt voorgesteld als paus met staf in de rechterhand en een tiara op het hoofd. In zijn linkerhand houdt hij een hoorn.

    Het broederschap van de heilige kwam er twintig jaar later onder pastoor A. Joris.

    Tien jaar later, in 1870, werd het nieuwe altaar geplaatst. Op deze creatie van de gebroeders Vijt uit Niel staan fragmenten uit het leven van de heilige en ook de zegening met de relikwie wordt er voorgesteld zoals die in Leest nog steeds gebeurt. Dat dit altaar er dat van St-Niklaas ‘verstootte’ zegt veel.

    Zijn jaarlijkse begankenis op Tweede Paasdag begon een honderdvijftig jaar geleden. In 1855 bestond ze zeker : op 13 juni 1855 verleent aartsbisschop Engelbertus kardinaal Sterckx ’40 dagen Aflaat aan alle Christen Geloovigen, die met devotie zullen lezen de (…) Litanie ter eere van den voorschreven Heiligen Cornelius’. Dat staat te lezen in het eerder genoemde brochuurtje.

    Ca. 1900 en mogelijk al eerder waren de ‘goddelijke diensten’ op paasmaandag te 6, 7, 8 en 9 uur. De ‘plechtige Hoogmis’ was om 10 uur en het lof om 15 uur. ‘Na de Goddelijke diensten vereering der kostbare relikwie van den H. Cornelius.’

    Is er sedertdien veel veranderd ? Wel, al meer dan een halve eeuw verloopt de begankenis –naar eigen getuigenis- als volgt.

    Van paasmaandag tot Beloken Pasen staat het met bloemen en kaarsen versierde beeld van de heilige net voor het midden van het kerkschip binnen een stevige houten afsluiting (met deurtje) op zijn voetstuk. Op paasmaandag zelf ordende tot voor twintig jaar een houten, hoog en doorzichtig staketsel voor de kerkpoort het vlot binnen-en buitengaan van de kerk.

    Nog steeds wonen een respectabel aantal bedevaarders de eucharistie bij. Onder pastoor F. Beuckelaers (1911-1946) waren die te 6, 7, 8, 9 en 10 uur; onder zijn opvolger J.B. Coosemans (1946-1966) om 6, 7, 8, 9 en 10 uur plus de hoogmis om 11 uur. Veel jaren werd die laatste opgedragen door Leestenaar pater K. Emmeregs, alias Sinjoorke. Een plechtig lof met kinderzegen was er op paasmaandag en op Beloken Pasen om 15 uur. Dat alles stond én in de krant én in zwarte en rode inkt op witte affiches. Later verminderde natuurlijk het aantal vieringen : in 1985 bv. vonden ze plaats om 8, 9, 10 en 11 uur en in 2001 nog om 9, 10 en 11 uur en in 2007 om 10 en 11 uur. Voor de plechtige en muzikaal goed verzorgde eucharistieviering om 10 uur zat (en zit) de kerk goed vol. Een plechtig ‘lof met kinderzegen’ bleef behouden op Tweede paasdag om 15 uur.

    Voor en na de eucharistie en het lof staan de bedevaarders omheen de afsluiting, kussen de relikwie die de rondgaande priester hun aanbiedt en gooien offergeld op de vloer binnen de omheining. Daarna kan men driemaal biddend rond het beeld en/of rond de kerk stappen. Wat een beperkte groep bedevaarders nog altijd doet.

    Blijkbaar ‘beeweegden’ sommige mensen af en toe ook in de loop van het jaar. Ze ‘gaan op de pastorij vragen welke boete ze moeten onderhouden. Er wordt dan een boete opgelegd naargelang ieders devotie.’

    Maar ze zijn nog meer blijken van verering.

    Zo liet pastoor Beuckelaers door E. Steyaert in 1924 een glasraam plaatsen op het koor met deze voor Leest belangrijke heilige. Het werd aangebracht langs de epistelkant tegenover dat van Sint-Niklaas.

    Behalve affiches (minstens twee verschillende) bestaan er ook drie soorten medailles, geslagen op last van de broederschap en/of de kerkfabriek : de kleinste is een zilveren en de twee andere zijn in nikkel.

    Eénmalig werd een prentje uitgegeven : ‘Een steentje voor het Parochiehuis van Leest’ met vooraan het beeld van de heilige. Achteraan stond een gebed en informatie over het broederschap. Het was gedrukt in bruine inkt en kostte vijf frank.

    Het Davidsfonds gaf in 1975 een sepiakleurig vaantje uit, het eerste en tot nog toe enige. Voor 20 frank ontving men een unieke lino van kunstenaar G. Herregods.

    Vijftien jaar later kon men witte kaarsen kopen met een Korneeltekening erop van weer G. Herregods met de tekst : ‘150 j./Begankenis/ h. Cornelius/ 1840 – Leest 1990’.

    Dat het Davidsfonds in 1990 een Korneelbier en het ‘Posse-Leest-Comité in 2001 een witte vaan met een voorstelling van de heilige verkocht, mag aanvullend vermeld worden : het bewijst de populariteit van de heilige in het dorp.

    Wat in dit boek uiteraard niet besproken wordt is het kermis- en jaarmarktgebeuren. Vooral dit laatste is, onder impuls van de VZW ‘Posse Leest’, uitgegroeid tot een fenomeen waar een massa volk op afkomt. Waar de jaarmarkt tot 1990 rond 13.00 uur afgelopen was en op sterven na dood was, duurt ze sinds 1992 een volle dag en bestrijkt het hele centrum. Op paasmaandagen met zonnig en warm weer kwamen de jongste jaren vijfentwintig à dertigduizend mensen –in 2007 sprak men van veertigduizend- naar Leest-Dorp. ‘Posse Leest’ haalt dan ook jaarlijks de media, tot en met het regionale T.V.-station voor Mechelen-Turnhout (RTV).

     

    Het broederschap van de heilige Cornelius (1860)

    Oprichter was pastoor Joris (1854-1864). In het parochiearchief berust een dun schoolschrift waarop geschreven staat ‘Broederschap van den Heiligen Cornelius in de Parochiale Kerk van den H. Nocolaus te Leest’. De eerste persoon werd erin genoteerd in 1860. Tot voor kort liet nog haast jaarlijks een enkel iemand zich inschrijven in het broederschap.

    Uiterst zelden werd dit broederschap door de deken opgeschreven en voor het eerst na meer dan vijftig jaar (1913). Van dan af (tot 1931) wel meer en geregeld met het ledenaantal. Zo telde het in 1918 vijfhonderddertig leden, aantal dat zachtjes steeg tot vijfhonderdvierennegentig (in 1927).

    Op het prentje (zie afbeelding) met het Leestse Corneliusbeeld, verkocht (in 1950) om de bouw te steunen van de Leestse parochiezaal, staat :  ‘Inschrijving in de Broederschap van de sakristij. Jaarlijkse bijdrage 5 fr. Talrijke Missen worden opgedragen tot de inzichten van de leden’. En nog een verwijzing naar de concrete verering van de heilige in Leest.”

    (‘De Sint-Niklaasparochie in Leest’, 2009, Wilfried Hellemans) 

     

    Afbeeldingen :

    -De Gotische kevie waarin dieren werden geofferd.

    -Het prentje uit 1950.

     





    04-07-2012 om 07:02 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1975 -  31 maart : Tweede Paasdag – Het Davidsfonds pakte uit met een tentoonstelling met als thema “Leest.” In het maandblad van Milac was voordien een oproep verschenen om memorabilia :

    “Misschien had u er totaal niet aan gedacht. Doch, in de loop van het jaar 1925 werden te Leest de eerste stenen gelegd voor een plaatselijke Davidsonderafdeling. Ook al zijn de prestaties van deze vereniging op het ogenblik erg gering, tot voor wereldoorlog twee was Davidsfonds Leest één der meest bloeiende verenigingen in de gemeente.

    Herinneren we gewoon aan de formidabele 11 juli vieringen die in onze gemeente plaats hadden.

    Ondertussen willen we u voorbereiden op de jaarlijkse tentoonstelling op tweede paasdag, die naar we hopen het reusachtige succes van verleden jaar nog zal overschrijden. Als onderwerp kreeg deze zesde paasmaandag tentoonstelling mee : ‘EEN LAATSTE KEER LEEST !!’

    Inderdaad in de loop van dit jaar of begin volgend jaar zal Leest als gemeente ophouden te bestaan. Hieraan willen de bestuursleden van uw Davidsfondsafdeling ruchtbaarheid geven.

    Doch, voor de zesde keer, vragen wij u medewerking. Wij zoeken: foto’s, afbeeldingen, platen, oude voorwerpen, kortom van alles dat met Leest verband houdt.

    Wij zoeken merkwaardige feiten, verhaaltjes van Leest en allerlei merkwaardigheden waaraan wij kunnen bouwen.

    Wist u b.v. dat in 1907 Leest 51 café’s kende en nu nog 10 ?  Zou het niet aangenaam zijn van elk van deze zaken foto’s of aandenkens te zien.

    Doch, voor de zoveelste  maal moeten wij het herhalen, wij vragen uw medewerking. Wij zijn ervan overtuigd dat deze oude zaken voor u een grote waarde hebben en je ze niet graag zou kwijtgeraken bij een tentoonstelling, daarom garandeert het Davidsfonds u een speciale verzekering voor al wat u in hun handen, voor 1 dag, geeft.

    En, wees niet egoïstisch, iedereen ziet graag zijn eigen op iets oud eens terug. Mogen wij er dus op rekenen dat u, die bepaalde merkwaardige zaken over Leest weet, of in uw bezit hebt, contact opneemt met de bestuursleden van het Davidsfonds.

    Wij danken u bij voorbaat en beloven u, met uw hulp, een beeld van wat Leest voor ons betekende.

          Verbruggen Tom, Soors Karel, Mollemans Martin.”

     

    In de 1ste jaargang van ‘het Vaartland’ (1975) publiceerde Jos De Keersmaecker “Paasmaandag te Leest – Volksdevotie tot de H. Cornelius.”

     

    “Eén van de populairste heiligen in het Vlaamse land is wel de H. Cornelius, paus en martelaar. Hij werd afgebeeld met een staf in de ene en een koehoorn in de andere hand. Hij is één der vier Maarschalken, beschermheilige en noodpatroon tegen koorts, kinkhoest, draaiïngen in het hoofd, verlamming, cholera, en het hele gamma van demonische ziekten, zowel van mens als dier.

    ‘H. Cornelius, paus ende martelaer, bidt voor ons, besondere patroon teghen de stuypen, alle vallende sieckten, draeyinghen van hoofde en gevaerlyck vaeren en meer andere diergelycke sieckten en plaeghen soo menschen als van beesten’, zegt het bedevaartvaantje van Doel.

    K. van Nyen ‘H. Cornelius, een volksheilige in ’t Vlaamse land’, vermeldt 99 begankenisplaatsen. Het zijn ze echter nog niet allemaal. Wie bedenkt hoe groot en geducht in vroeger tijden deze kwalen waren –de kindersterften schrikwekkend hoog, toen er nog geen medische wetenschap kon tegenovergesteld worden- en de dood daarom meestal als fatale afloop had, verklaart maar al te wel de grote verspreiding van al die devotieplaatsen en toevluchtsoorden tot Sint Cornelius.

    ‘Comt tot Cornelius al met een vast betrouwen

    Hier is medecyn voor kinders, mans en vrouwen.

    Ook alle soort van vee dat ergens is besmet

    Wordt door Cornelis, door kracht van syn gebet

    door ’t hoogste Majesteyt bevrijd ofte genesen.

    Hoopt en betrouwt in hem : hy sal u trooster wesen.’

    Reeds van in de 12e eeuw vindt men ten onzent sporen van de devotie tot St. Cornelius en dan vnl. te Ninove. Dat blijkt uit een verklaring van Nicolaus, bisschop van Kamerijk in 1139. De relieken zijn van uit Rome overgebracht naar Lyon, Compiègne (in 857) en Cornelimünster op de Inde bij Aken. Deze abdij werd het grote uitstralingscentrum dezer verering en waar met bijzondere zorg ook de drinkhoorn van de heilige bewaard werd en waaruit destijds de bedevaarders gewijd water konden drinken. Volgens Mathias Zender zou Ninove en Ronse het vertrekpunt van de Corneliusviering in Vlaanderen zijn geweest. Er bestond ook een Liber Miraculorium S. Cornelii Ninivensis, een mirakelboek. Het is bekend dat de abdij van Cornelimünster hier in Brabant en Vlaanderen belangrijke keizerlijke domeinen bezat, o.a. te Nijvel, Puurs en vnl. Ronse. Volgens de Acta Sanctorum van de Bollandisten schonk zij aan het Kapittel van Ronse een deel der relikwieën van de H. Cornelius. Het is tijdens de tocht met die relikwieën voorbij Ninove dat de Norbertijnen aldaar enkele daarvan bekwamen.

    Het bezit van relikwieën was de eerste vereiste voor het ontstaan en de bloei van bedevaarten. Het was ook een lucratieve bron van inkomsten. Een echte handel werd er gedurende de Middeleeuwen in gedreven –zelfs hardhandige strijd werd er voor geleverd. Relikwieën werden ook verhuurd. Zo werd het relikwieschrijn van Ninove tot in het land van Waas processiegewijs gedragen.

    Van hieruit verspreidde zich de cultus door heel Vlaanderen, vooral in de parochies die van de abdij afhingen.

    Eigenaardige gebruiken kenmerkten de begankenissen tot de H. Cornelius : de tempelslaap (incubatio). Zelfs reeds gekend bij de oude volken. Het opwegen van het eigen lichaamsgewicht in graan, was en vlas, dat moest bijeengebedeld zijn. Dit berust op de primitieve opvattingen dat aan gevonden, gebedelde of gestolen voorwerpen, bijzondere kracht wordt toegeschreven. ‘Soe wat menschen die besmet zijn met Sente Cornelis sieckte, sy moeten hem lieden weghen ende gheven alzoe vele Coorens als sy swaer weghen met wasse, vlasse, goud ende seluere’. Alzo te Ninove, Lier, Aalter, Adinkerke. Zoals dit ook nog elders gebeurde te Brugge voor St. Godelieve ; te Geel bij Sinte Dymfna eveneens was voorgeschreven. De overal voorkomende geplogenheid –ook te LEEST- van het offer van dieren, als konijnen, duiven, kippen, of van vlas en graan, vindt wel zijn oorsprong in de middeleeuwen, toen de cynzen en offers in ‘natura’ betaald of opgedragen werden. Geld was in die tijd schaars en praktisch niet in omloop bij de gewone man. Het paste in dat agrarisch domaniale stelsel.  Ook het vroegere volksgeloof dat stuipen en vallende ziekten aan toverij of aan duivelse machten toeschreef, verklaart het oeroude offer van een ‘Zwarte hen’, het gewone duivelsoffer.

    Elders nog kent men de ‘pelgrimshen’ –de geofferde hen die terug mee naar huis genomen wordt- en de ziekten van het hof zal weren. Men kent nog verder ‘het levende hert’.

    In de meeste begankenisplaatsen heerste nog tot voor korte tijd het volksgebruik en het offeren van dieren.

     

    Devotie en begankenis tot Sint Cornelius te Leest

    In Klein-Brabant en het vaartland waren vooral Leest en Sint Amands bekend als de bijzonderste begankenissen tot Sint Cornelius. Buiten de ‘seskens’ waren deze plaatsen in het bijzonder bekend voor ‘vallende ziekte’. Kleine beewegen, maar minder bekend waren ook : Eikevliet, Ruisbroek, Mechelen, Hellegat.

    Evenals te Diegem werd te Leest de H. Cornelius bijzonder aangeroepen tegen de stuipen en de vallende ziekte. De 2de Paasdag is de grote begankenisdag. Vanaf 5 uur ’s morgens stroomde het volk reeds toe. De Hoogmis is om 10 uur. Eerst gaat men bidden voor het beeld van de heilige – dat bij die gelegenheid midden in de kerk ter verering opgesteld wordt.

    Zoals op vele andere plaatsen deed men hierna drie maal al biddend de ommegang rond de kerk, dan driemaal rond het kerkhof. Daarna ging men te zegenen in de kerk. Rond het beeld stond er een ijzeren grille. Binnenin bevond zich de pastoor en die bood de relikwie ter verering aan. Het volk werpt de blauwe briefjes binnen in de afsluiting en deed zelfs de nikkeltjes boven het hoofd van de priester rinkelen.  Ex-voto’s werden niet geofferd, wel levende kippen en duiven, evenals varkenskoppen en hespen. Gedurende de hoogmis werden de offergiften achteraan in ’t gestoelte van de kerkmeesters geplaatst : de dieren in de houten kevie, die nog te zien is.

    Op 2de Paasdag 1935 werden slechts 2 kiekens en een koppel duiven geofferd, vertelt J. Geussens. Na de mis bracht de koster de geofferde kippen en duiven buiten het kerkportaal en vroeg : ‘Zijn er nog liefhebbers voor den offer ?’ Een boer gaf 5 fr., kreeg de kip of de duif even in de hand en gaf ze terug. Hij offerde op die manier.  En vijf boeren offerden op dezelfde wijze achtereenvolgens dezelfde kip tot dat de boer die ze eerst geofferd had, er 20 fr. voor bood  en de kip terug mee naar huis nam, waar ze, zoals hij later vertelde al de andere tegen de kwaal moest vrijwaren. Al drie jaar offerde hij dezelfde kip.

    Een zeer oud en merkwaardig gebruik dat nog in onze kinderjaren bestond was het volgende. Kreeg een kind de stuipen, dan liep men, terwijl de kleine in een bad gestoken werd (gewoonlijk de marmit), en zijn voetjes vol mosterd omwikkeld, vliegensvlug naar een beroepsbedevaardster, die daarvoor bekend stond. Bij ons was dat o.a. Mie van Leires. Men huurde er langs de straat of in de dorpsschool negen kleine jongens die de beeweg moesten  meemaken (er waren ook 9 soorten seskens). In de school zaten er in die tijd soms wel veertig en meer in één klas, daarom was men wel eens content er van enkele af te zijn, en men merkte dat zo niet. Onder geleide van het vrouwmens trok de bende op –in de zomer gewoonlijk barvoets. Wellicht berustte deze geplogenheid op de opvatting dat er van onschuldige kinderen een grotere heilkracht uitgaat dan van volwassenen. Bij de terugkeer kregen de kleine mannen dan gewoonlijk een paar koperen centen. Boeten en beloften doen, behoorden eveneens tot een der geplogenheden. Met Paasmaandag eveneens begint de novene en kan men speciaal gewijd water bekomen.

    Over de oorsprong in de oudheid van de Cornelius-devotie te Leest hebben we weinig bijzonderheden. Wel vonden we op de pastorij nog een resterend exemplaar van de ‘Litanie ter eere van den Heiligen Paus en Martelaar Cornelius, bijzonderen patroon tegen de stuipen, jichtigheden en vallende ziekte, wiens H. Relikwieën met grooten toeloop en devotie geeërd worden en wiens bijstand vuriglijk aanroepen wordt in de parochiale kerk van de H. Nicolaus te Leest.’

    ‘Tot troost van degene die aan de stuipen zijn onderworpen en bevangen met lammigheid of vallende ziekte en voor eeneigelijk om door de voorspraak van den Heiligen Cornelius geholpen en behoed te worden.’

    Het stuk is van 13 Junius 1855, goedgekeurd en aanbevolen en met 40 dagen aflaat begunstigd door de Kardinaal-Aartsbisschop van Mechelen. Het spreekt vanzelf echter dat die devotie en de toeloop heel wat ouder is. Dat de toeloop tijdens de jaarlijkse begankenis de 2de Paasdag inderdaad zeer groot was, blijkt uit een brief van 21 maart 1905 van een jaarlijkse Mechelse bedevaarder. Hij heeft het nl. over die grote toeloop van gelovigen, die problemen schiep voor het drukke verkeer op de dorpsplaats. Maar vooral aan de ingang van de kerk, die te nauw was om die massa ineens door te laten in het begin of bij het eindigen der goddelijke diensten. Er moet daar telkens zulk ‘onmenschelyk’ gedrang geheerst hebben, dat er ongelukken moesten van komen. Het was evenmin stichtend met het ‘geschreeuw der kinderen en gehuil van groote menschen, ja zelfs grove woorden en verwenschingen, welke niet stichtend zijn in het portaal eener kerk’.

     

    De volksbeewegen met hun begankenissen, met hun tradities en gebruiken waren eens een stuk kleurrijk en onvervalst volksleven en een kapitaal element in onze cultuurgeschiedenis. En het volksgeloof dat wortelt in eeuwenoude tradities –een bron om de ware volkspsyche te leren kennen. Het traditionele volksgeloof is een van de belangrijkste elementen van de volksmentaliteit en de volksbedevaarten voor ziekten van mens en dier, één van de meest karakteristieke uitingen van het volksgeloof in ons land, zegt M. de Meyer.

    Vele begankenissen, bedevaarten en beewegen zijn te niet gegaan omdat ‘het lijdend voorwerp verdwenen is, en het onderwijs de mens ontwikkeld heeft’. Er is een uitgebouwde medische voorziening. Er is ook het teloorgaan van de algemene godsdienstzin en vele geestelijken hebben geen oog meer voor deze devote volkspraktijken. De tijden liggen nu anders, besloten gemeenschappen –zowel socio- als religocultureel zijn in volle afbouw. Het past ook niet meer in het kerkelijk cultus-patroon sinds Vaticanum II, die een Beeldenstorm heeft teweeggebracht waar de Geuzentijd slechts kinderspel bij was. Een onvervangbaar cultuurpatrimonium is verkwanseld, soms voor een bord linzensoep, en jammerlijk teloor gegaan. Zovele kleinodiën van veldkapellekens –die spijts afbraakwoede en rampspoedige tijden nog zo talrijk het sacraal landschap sieren- en waaromheen eeuwen van rust en vrede wieroken, leiden een verkommerd en vereenzaamd bestaan.

    Doch de impuls tot de bedevaarten, zegt Prof. De Keyser, komt uit de diepten van de algemene menselijke geest. En zoals het ook in de aard ligt van het Vlaamse volk en de beewegen niet alleen vergezeld zijn van boeten, maar ook van feesten en plezier ; nu ook is het toerisme ingeschakeld, ziet men vele van die vroegere begankenissen herleven. We noemen slechts Beerse, Edegem, Aalter, enz. Alle St. Corneliusbegankenissen met de aloude geplogenheid van het dierenoffer, en het openbaar bij opbod verkopen dezer dieren en andere offeranden.

    Het is in die zin dat het Vaartland met enkele enthousiaste lieden van Leest het initiatief genomen heeft om de gekende St. Corneliusviering met zijn religo-volksgeplogenheden terug nieuw leven in te blazen.

    Inderdaad op 2de Paasdag gaat Leest weer zijn Cornelius vieren. De kiekens, duiven en konijnen en varkenskoppen zullen terug in de oude kevie van de kerk kunnen geofferd worden. Het beeld van de heilige zal terug al monkelend zijn ereplaats krijgen. Er zal weerom grote toeloop zijn tijdens de Hoogmis om 10 uur.

    Bovendien wordt een tentoonstelling gepland over de geschiedenis en de iconografie der gemeente ‘een spieghel van Leest in ’t verleden’, alsmede een uitbeelding van de devotie tot St. Cornelius.

    Tot slot wordt een St.-Corneliusbedevaartvaantje ontworpen, dat zal te verkrijgen zijn.”

     

    Afbeeldingen :

    -Ongedateerde affiche van ‘Posse Leest’.

    -De Heilige Cornelius.  





    04-07-2012 om 06:56 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1975 – 1 februari 1975 : Overlijden van oud-burgemeester Miel Verschueren.

                “De Band” publiceerde in maart een “In Memoriam” :

                “Een goed en geliefd mens ging heen !

                De mare van zijn overlijden op 1 februari l.l., één dag voor zijn geboortedag,

                deed zich als een donderslag gevoelen.

                Daags tevoren bracht hij nog door in familiekring, om in dezelfde nacht, rustig en

                kalm, in den Heer te ontslapen.

                Een dienstvaardig mens was de gemeente Leest ontvallen.

                Hoevelen hebben geen beroep gedaan op hem ; immers stond hij volledig ter

                beschikking van iedereen, en hoevelen werden er niet geholpen ?

                Dienstvaardigheid aanzag hij als de grootste plicht !

                Het werd een grandioze uitvaart , een overtalrijke menigte had er aan gehouden

                hem ter kerke te vergezellen.

                Onder treurmarsen, uitgevoerd door de Koninklijke Fanfare St.-Cecilia, waaraan

                hij gans zijn leven had gewijd, trok de droevige stoet langs de Leestse straten ter

                kerke toe waar de schoolkinderen een haag vormden en meewarig toekeken.

                Bij de intrede van de Sint Nikolaaskerk werd door het zangkoor de Intredezang

                aangeheven...(...)

                Alvorens het huis Gods te verlaten werd door de heer Polspoel, eerste schepen,

                namens de gemeente, en door een afgevaardigde van de Kon.Fanfare St.-Cecilia

                een afscheidswoord gesproken waarin de mens, van wijlen Emiel Verschueren,

                werd belicht. Dit gebeurde mits de toestemming van Z.E.H.Pastoor.

                Bij het verlaten van de kerk werd het TEN PARADIJZE gezongen.

                Op de dodenakker namen de muzikanten en omstaanders afscheid.

                EEN GOED EN GELIEFD MENS GING HEEN!”

     

    1975 – 4 februari : Herbergierster bedreigt

                In de late avond van 4 februari werd Anny Bruylants, Dorpstraat 1, in haar

                herberg bedreigt door een man uit Kapellen-op-den-Bos die zij kende als

                zekere C. Op een bepaald  ogenblik toonde de man een pistool in zijn

                binnenzak. Uit schrik voor gebeurlijke wraaknemingen weigerde ze aangifte

                te doen. Veldwachter Van Hoof kwam er achter dat de man in zijn woonplaats

                zeer ongunstig bekend stond en in staat geacht werd het pistool te gebruiken.

                De garde verwittigde de B.O.B. van Vilvoorde. (VVH)

              

    1975 – 22 maart : Voetbal – Vevoc tegen Pluto op terrein vv leest

                23 maart : idem wedstrijd tegen KLJ Liezele

                29 maart veteranen vevoc tegen veteranen vv leestc

     

    1975 – 11 maart : KVLV – Reisje naar Brussel

                46 KVLV-vrouwen van Leest, Hombeek en Heffen bezochten onze hoofdstad.

     

    1975 – Zaterdag 22 maart : Rudy Van Hoof won nieuwelingenwedstrijd te Leest

    Een kille regen maakte de wedstrijd hard en onder de 44 deelnemers waren er twee Leestenaars : Jan Geerts en Rudy Van Hoof.

    Voor Van Hoof was het zijn laatste wedstrijd bij de nieuwelingen. Uiteindelijk klopte hij zijn drie medevluchters in de spurt.

    Jan Geerts werd vijfde.

    Rudy Van Hoof is de jongste zoon van Louis en Elodie Selleslagh en de broer van Eddy die in ’75 een contract zou ondertekenen bij Eddy Merckx.

    Zoals zijn broer zou ook Rudy de overwinningen bij de jeugdcategorieën aaneenrijgen.           

     

    Foto ‘s :

    -Ere-Burgemeester Miel Verschueren

    -Rouwbrief van Miel Verschueren.

    -Annie Bruylants in 1980.

    -Advertentie in het Leestse Milac-blad.

    -Rudy Van Hoof na één van zijn overwinningen tussen familie en supporters.











    27-06-2012 om 10:50 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Foto :

    De drumband van de Kon. Fanfare St.-Cecilia in 1980  (foto ‘Leest in Feest’ van Stan Gobien)

     

    1975 – De Bleukens in de Zennevallei

                In 1975 publiceerde Leefmilieu Leest in De Band enkele gegevens over de

                Leestse “Bleukens” : (n.a.v. de potentiele woonwijkuitbreiding)

                “Het landschap dat u vanuit de Kouter kan bewonderen, was vroeger een geheel

                van vloeibeemden die ’s winters gans onder water stonden. Vandaar typische

                plantengroei en aangepaste vogels.

                Planten: zeldzame en uiterst zeldzame planten : gele lis, engelwortel,

                vlasleeuwebek, wespenorchie, bereklauw, fluitekruid en dagboekoeksbloem,

                pinksterbloem en vele andere.

                Dieren: rijk aan vogels : de blauwe reiger, groene specht, kievit, torenvalk,

                waterhoen, blokeend, steenuil kun je er dagelijks zien. Zeldzame doortrekkers of

                broeders : kiekendief, sperwer, velduil, buizerd, houtsnip, rietzanger.

                Werden er nog gezien : boomvalk, koekoek, karekiet.

                De laatste visarend werd 20 jaar geleden hier neergehaald. De jager kreeg een

                foto in de krant. Gelukkig zijn de tijden veranderd en worden deze vogels

                beschermd.

                Zoogdieren: haas, konijn, egel, muskusrat, hermelijn, bunzing, wezel.

                Dit landschap wordt bedreigd door een woonwijkuitbreiding te Leest en door een

                stort te Heffen !

                U kunt wel denken dat deze mooie rustige natuur er weldra aangaat ondanks

                protesten van “groencomitees en actiegroepen”.   

     

    1975 – Oprichting Trommelkorps K.Fanfare St.-Cecilia

     

    “…in 1968 werd een fanfarekostuum aangekocht. Toen bestuursleden naar het buitenland op verkenning gingen om een eigen wedstrijd te organiseren en ook bij een deelname aan marswedstrijden werd vastgesteld dat de toonaangevende verenigingen er beschikten over majorettes en dikwijls over een trommelkorps. Voor een majorettenkorps was het bestuur niet gewonnen omdat vermoed werd dat de jongedames na een zekere tijd zouden afhaken en dan moesten vervangen worden. Als gevolg daarvan zouden weer nieuwe uniformen moeten aangekocht worden en de kosten zouden te hoog oplopen. Al in de dirigeerperiode van Theo Fierens werden daarom jonge slagwerkers opgeleid. Later waren er zelfs heel wat voorstanders  om een trommelkorps, destijds een ‘kliek’ genoemd, op te richten. Dat trommelkorps zou ook zonder de fanfare kunnen optreden. Het trommelkorpsproject ging definitief van start toen Jan-Piet Leveugle in 1975 werd aangetrokken als instructeur slagwerk. Er werd gehoopt dat de trommelaars later makkelijker zouden overschakelen naar de fanfare en eventueel een koperblaasinstrument zouden bespelen. Daarom werden er in de slagwerkklas ook lessen notenleer gegeven. Het trommelkorps oefende dikwijls op straat en daardoor zagen en hoorden de Leestenaars dat de fanfare veel ‘buitenkwam’.

    De leden van het trommelkorps waren Ingrid en Sonja Alewaeters, Maggy De Borger, Alfons De Hertogh, Patrick De Hondt, Walter De Kunst, Christel De Maeyer, Carla De Prins, Brigitte De Smedt, Christel Huysmans, Bart Lauwens, Ilse Lauwens, Marleen Lauwers, Michel Leveugle, Monique Mees, Carine Peeters, Rudy Peeters, Serge Piessens, Ann Robbens, Yves Robbens, Karin Schillemans, Louis Thijs, Linda Van Alsenoy, Edy Van Asch, Nancy Van Camp, Marc Van de Rasieren, de latere drumbandleider Walter Van de Venne, Ann Van den Vondel, Eric Van den Vondel, Ann Van Roy, Paul Van Roy, Wendy Van Steen, Danny Vercammen, Pascale Vercammen, Krista Verschuren, Nancy Verschuren en Liesbeth Voet.

    Toen Jan-Piet Leveugle fanfaredirigent werd, stelde hij alles in het werk om de leden van het trommelkorps zoveel mogelijk om te scholen tot koperblazers. Er is een periode geweest dat heel wat van deze jongeren tegelijkertijd lid van de drumband, daarnaast lessen koperblaasinstrument volgden en zelfs in de fanfare meespeelden. Muzikale wandelingen werden vanaf dat moment voor deze muzikanten doorgaans een karwei. Uit noodzaak werd het trommelkorps omgevormd tot een drumband. Geleidelijk aan ging deze zich specialiseren in het geven van concerten in zalen.

    In de eerste afdeling haalde de drumband ‘St.-Cecilia’ Leest op 30 september 1984 op het Belgisch kampioenschap in Landen 90%, een eerste prijs met grote onderscheiding.

    Toen Jan-Piet Leveugle het voor bekeken hield om St.-Cecilia Leest te dirigeren, werd er ook geen moeite meer gedaan om de drumband in leven te houden en werd deze opgeheven. Er was nog uitsluitend aandacht voor concertoptredens van de fanfare. De meeste drumbandleden zijn niet naar de fanfare overgekomen. Ofwel hebben ze de muzikale activiteiten stopgezet ofwel zijn ze uitgeweken naar andere muziekverenigingen.”

    (Stan Gobien – Leest in Feest)    

     

    1975 – Januari : KVLV Startvergadering

     

    “Op de eerste vergadering van ons nieuw werkjaar mochten we als vormingswerker volksvertegenwoordiger Michel Van Dessel begroeten. In naam van de plus minus 80 aanwezigen werd hij hartelijk verwelkomd door mijnheer pastoor die de vergadering inzette met een kort gebed, om hierna aanstonds het woord te geven aan de spreker.

    Bij het onderwerp ‘landelijk milieu’ werden de verschillende vormen van levenswijze van 75 jaar geleden tot op heden aangehaald. Hij maakte ons attent op de snelle evolutie van de laatste jaren. Met tal van voorbeelden wist hij heel en al de aandacht te boeien, zoals :

    -voor 75 jaar liepen slechts de besten school tot 11 jaar, tegenwoordig zit 80% van de jeugd op de schoolbanken.

    -vroeger huwden de mensen laat : grote kinderen waren een bron van inkomsten voor het gezin, nu zijn ze een bron van grote uitgaven.

    -toen leefde men in een afgezonderde gemeenschap : er was weinig relatie tussen stad en dorp. Nu leeft 75% van België verstedelijkt…

    Het bleef niet alleen bij woorden over het landelijke : de proost toonde ons een prachtige reeks dia’s over ons eigen dorp. We stonden perpleks over al dat mooie in eigen streek. Ook was onze eigen dorpskerk er op te zien, maar dan geschilderd door een van onze eigen dorpsgenoten. …”

    In 1975 organiseerde de KVLV bezoeken aan Brussel, Geel en een reis naar Londen met de Hovercraft.  

     

    1975 – 25 januari : Jaarlijks teerfeest - Breugelavond Vevoc-Chiro. 

                In de parochiezaal in de Kouter. Breugheliaanse avond met pensen, kop, boerenbrood…

                Prijs : 200 frank per persoon.

                Er was gevraagd om zich te kleden ‘gelijk in den tijd van de Heren van Zichem’.

    25-06-2012 om 13:07 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    22-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1974 – 8 december :

    Rust Roest bracht ‘Wat doet mijn vrouw van twee tot vijf’ van Ladislas Fodor.

     

    “deze laatste voorstelling van dit blijspel was een succes omdat de zeer talrijke aanwezigen op de twee voorstellingen tevreden waren op menig gebied. Hiermee is helemaal niet gezegd dat de voorstelling feilloos was. De toeschouwers hadden (hopelijk) kritiek, wij ook. We zullen trachten het aantal fouten te verminderen door onze eigen en uw kritische opmerkingen (ons tijdens terloopse gesprekken overgemaakt) als opbouwend element te gebruiken, en door gewetensvol verder te boetseren aan het eigen ik en de maatschappij langs het geheimzinnige medium, dat toneel heet.

    Blijft voorlopig allen die meegewerkt hebben aan deze voorstelling –op welke wijze ook, want de intermenselijke wisselwerking is raadselachtig-  te danken, zeer erkentelijk te danken. U toeschouwers danken wij, want wij hebben u nodig, toneel zonder toeschouwers is zinloos. Maar ook u heeft ons nodig, toneel behoort tot de aangeboren behoeften van de mens. Toneel is een spiegel waardoor men zichzelf corrigeert of corrigeren kan.” (Guido Hellemans in De Band)

     

    1974 – 15 december : Gemeenteraad – Subsidies voor Leestse organisaties

               

                Toelagen aan Jeugdverenigingen:

                                                                 1973             1974                1975

                K.L.J-Jongens                            1.000             1.000               1.000

                K.L.J.-Meisjes                          1.000            1.000               1.000

                Chiro Jongens                          5.000             2.500              4.000

                Chiro Meisjes                           3.000             2.500              4.000

                Boerenfront                             1.000             1.000              1.000

                Boerengilde                              1.000            1.000              1.000

                Veldwachtersbond                    1.000            1.000              1.000

     

                Toelagen ontspanningsinstellingen,enz.:

                Boerinnegilde                           1.000            1.000               1.000

                K.W.B                                       1.000            3.000               1.000

                Davidsfonds                               4.000            4.000               4.000

                Rust Roest                                 1.000            4.000               4.000

                Gepensioneerden                     5.000            5.000               5.000

                Milac                                         1.000            1.000               2.000

                Vevoc                                       1.000            1.000               1.000

                Fanfare Sint Cecilia                  7.500          20.000            10.000

                Oud-Soldaten                            1.000            1.000               1.000

                K.G.B.                                        1.000            3.000               3.000

     

                Toelagen aan Sportverenigingen:

                FC Telstar                                  5.000            5.000               5.000

                De Luchtreiziger                       1.000            1.000               1.000

                De Snelle Vlucht                       1.000            1.000               1.000

                Het Vliegend Wiel                    2.500            2.500               2.500

                Wipmaatschappij                      2.000            1.000               1.000

                VV.Leest                                       --               1.000             10.000

                Leefmilieu                                 2.000            2.000               1.000

     

                In dezelfde gemeenteraad werden ook de belastingen verhoogd.

                Voor de plaatsing van kermisvermakelijkheden werd de prijs per vierkante meter

                vastgesteld op 10 fr. Voorheen was dat 5 frank.

                Een paspoort kostte vanaf nu 25 fr en voorheen slechts 5 fr.

                Een kinderpaspoort : 5 fr zonder en 10 fr met plastiek zakje.

                Huisvuilbelasting steeg van 150 naar 300 fr.

                De belasting op drankgelegenheden van 100 naar 1.000 fr en een begrafenis

                voor personen van buiten de gemeente ging van 5.000 naar 10.000 fr.

     

    1974 – Op 31 december telde Leest 2046 inwoners, de gemeente was 933 Ha groot,

                er waren 600 woningen en 113 landbouwers.

     

     

     

     

    22-06-2012 om 08:47 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    17-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1974- 12 oktober : Aangetekende brief naar de Gouverneur

                Die dag stuurde de VZW Heemkundige Kring van het Vaartland met adres

                Stationsstraat 3 Willebroek een aangetekende brief naar de gouverneur van de

                provincie Antwerpen ivm het ontwerp van het gewestplan Mechelen.

                “...dienen absoluut als woongebieden met culturele, historische en

                esthetische waarden te worden opgenomen in het Gewestplan :

                -de typische dorpskern van Heindonk...

                - de dorpskern van Klein-Willebroek...

                Ook vragen wij met aandrang dat volgende natuurgebieden als “landschappelijk

                waardevol gebied” in het Gewestplan worden opgenomen :

                -het historisch landschap van het natuurpark het Broek...

                -de landschappen van de Abeek-Molenbeek en de Zenne te Hombeek, LEEST en

                Heffen. En wel zoals zij in het voorontwerp gewestplan Mechelen 1969 werden

                voorzien , namelijk als gebieden die wegens hun landschappelijke waarde

                bijzondere zorg behoeven (daarom die “bijkomende bepalingen”).

                (...)”

                Was ondertekend door J. De Keersmaecker, voorzitter en L. Schurmans,

                secretaris van  de Heemkundige Kring van het Vaartland.

     

    1974 – Zaterdag 19 oktober : Zilveren Jubileum KWB Leest

                De viering van het 25-jarig bestaan van KWB Leest werd ingezet met een mis

                opgedragen door pastoor Lornoy, de nieuwe proost van de vereniging. Hij werd

                bijgestaan door de vroegere proosten De Schutter, De Decker, Van Dessel en

                pater Clementiaan en de mis werd opgeluisterd door het gemengd zangkoor.

                Op het gemeentehuis werden het bestuur en 8 jubilarissen door de voltallige

                gemeenteraad ontvangen.

                Met 105 waren ze om in “Ons Parochiehuis” de viering verder te zetten.

                Meerdere sprekers kwamen aan bod, allen steeds ingeleid door Fons Geerts.

                Eretekens werden uitgereikt aan de acht jubilarissen : A. Van den Brande, Louis

                Solie, Leopold Van den Heuvel, Frans Lamberts, Jules Geens, August Mollemans,

                Gerard De Mesmaecker en posthuum wijlen Louis Verbruggen.

                Het menu bestond uit gebakken forel, tomatensoep, rosbief-gebraad, vier soorten

                groenten + kroketten.

                Het feestgebak werd geserveerd met 25 brandende kaarsen. 

                Er konden frisco’s bekomen worden en ook de sigaren ontbraken niet.

                Toen was het tijd voor “ten dans” en dit liep uit tot ruim 3 uur in de ochtend...
                (DB, november 1974)

     

    1974 – 19 oktober : Folklorebal KVLV

               

    “We hadden ze zien zitten in de avondmis, die 19de oktober. Pittoresk aangekleed en het was fijn. 50 jaar vierden ze nu voor iedereen. Het zou een bal in de ‘oude trant’ worden, zo stond  er geschreven en ik kan niet ontkennen, dat onze Leestse KVLV er niet in gelukt zou zijn. Immers die erbij zijn geweest getuigen hiervan en hun getuigenis is waar en ze weten dat ze de waarheid spreken. Het was er gezellig en met spijt in het hart zijn we er weg gegaan. Maar ja schone liedjes duren niet lang. Het hoogtepunt van de avond was wel, toen moeders en dochters gingen volksdansen. Het moet heel wat moeite gevergd hebben om het zo goed te doen en ik neem er dan ook m’n hoed voor af en geef ze er nog een dikke pluim ervoor bij. Maar alsof dit alles nog niet genoeg was, kwam er nog wat bij. Hebt u ze ook gegeten, die mosselen, echt waar, ik wist niet dat onze vissers zulke smakelijke mosselen konden vangen, en als er een kok in de zaal was, wel die zal de bereidingswijze wel hebben opgeschreven.

    KVLV heeft haar viering erop zitten, men heeft er heel wat werk voor over gehad en het is voorwaar een feit geworden waar men binnen 50 jaar nog in geuren en kleuren zal over spreken. Het is een echt gezellig bal geworden waarvan niemand spijt van zal hebben gehad er heen

    te zijn geweest, men kan alleen spijt hebben er niet bij te zijn geweest.

    Een zo actieve vereniging in ons dorp kan alleen maar een stimulans betekenen voor anderen.  En ze mogen er zeker van zijn, als ze nog wat inrichten, ik kom ook.

    Verslaggever ter plaatse”. (De Band, november 1974)

     

    1974 – 26 oktober : Jaarllijks Groot Bal K.F. Sint-Cecilia

                Vanaf 21 uur in zaal Sint-Cecilia met optreden van het orkest ‘Lelax Music Clan’
                onder leiding van Marcel Sterckx.

     

    1974 – 9 november : In de zaal Forum te Hombeek organiseerde de supportersclub

                van de Leestse wielrenner Gustaaf Van Cauter een wielerbal met John Horton

                en zijn orkest. (KH)   

     

    1974 – 16 november : Voetbalmatch Vevoc-Familie Lefever

                De wedstrijd begon om 15u op het terrein van VV Leest.

     

    1974 – 17 november : Chiro Familiefeest met inhuldiging nieuwe meisjeslokalen

     

    1974 – 2 december :  Vevoc                                Leest, 2 december 1974

     

    Beste vrienden,

     

    De langdurige regens hebben de landbouwers hun werk geweldig achteruit gesteld.

    Ook bij Rik Muysoms, één van onze zeer actieve leden is dat het geval.

    Daarom doe ik beroep op vrijwilligers om zaterdag 7 december hem in blok een dagje te gaan helpen. Wij komen samen op het dorp om 7u45, telaatkomers komen naar de Alemstraat te Leest. Mochten er van onze leden nog zijn die buiten ons weten met dergelijke moeilijkheden zitten, gelieve mij dan te verwittigen.

    Beste groeten en tot zaterdag.

    Louis” (Vloebergh) (flyer voor de leden van Vevoc)

     

    17-06-2012 om 06:04 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    13-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1974 – 15 en 16 september : Tweedaagse bedevaart naar Lourdes van de Parochiale Vrouwengilde. Opnieuw werd er geopteerd voor het vliegtuig.

     

    1974 – 15 september : Hengelkampioenschap ’74 K.F.St.-Cecilia

    Was Florent De Smet in augustus nog primus in de eerste reeks te Blaasveld, ditmaal was het de beurt aan Stan Gobien die er te Humbeek in slaagde 27 vissen boven te halen met een totaal gewicht van 1.500 gram. Hij werd koningvisser 1974. In de eindstand ging hij Albert Robijns en Ludo Robbens vooraf. (DB,oktober 1974)            

     

    1974 – 22 september : Parochiale Vrouwengilde wordt Katholiek Vormingswerk voor Landelijke Vrouwen (KVLV) (Wilfried Hellemans, ‘De Sint-Niklaasparochie in Leest’, 2009)

     

    1974 – 28 september :  Vevoc Uitstap naar Bierfeesten Wieze

                Beperkt tot 50 deelnemers. Inschrijvingen bij Dirk Leemans. Prijs autobus : 100 frank.

    1974 – 6 oktober : Chiro-Vevoc JEUGDCROSS

    “Op 6 oktober trappelden 522 jongen en rijpere crossers bemodderd en bespat (zoals het hoort) door en over de Leestse velden, beken en Zenneboorden, dapper pogend een trofee of één van de talrijke waardevolle

    prijzen in de wacht te slepen. De organisatoren Vevoc-Chiro konden zich voor de 2de uitgave van deze jeugdcross –vergeleken bij de toch reeds geslaagde primeur van vorig jaar- verheugen op een groeiende belangstelling bij publiek en deelnemende groepen. Zij mochten verwelkomen :

    Plaatselijke verenigingen :

    -Jongens- en meisjesschool

    -Telstar en V.V. Leest

    -Jongens- en meisjeschiro (120)

    -Boerenbond en Vevoc

    Uit het omliggende:

    -Chiro Hofstade, Weerde, St.Jan Berchmans, Mechelen, Battel, Londerzeel, Tisselt, Opwijk, Heffen, Hombeek, Kapelle-op-den-Bos.

    Atletiekgroepen :

    -K.V. Mechelen, Racing Mechelen, KAJ Blaasveld, Meerstraat Sportief Londerzeel, St.Ther. College Kapelle-op-den-Bos.

    Meerdere individuelen.

    UITSLAGEN :

    Pupillen – Jongens                 Meisjes

    1.De Win Dirk, Leest.             1.Jennis Kristel

    2.De Laet Hans, chrio Lerest 2.Van Bael Marleen

    3.Bessens Luc, chiro Opwijk  3.Verbeeck Linda, chiro Leest.

     

    Miniemen -  Jongens             Meisjes

    1.Engels Jan, KV Mechelen    1.Somers Erna, chiro Hofstade

    2.Vranckx Marc                     2.Geroms Griet

    3.Julien Gunter, Hombeek     3.Van Hamme Viviane, chiro Londerzeel

    Klassement: chiro Hofstade   Klassement : chiro Leest.

     

    Kadetten -  Jongens                Meisjes

    1.De Keyzer J.P.,KV Mechel.  1.Van Acoleyen Ingrid, Londerzeel

    2.Peeters Herman,S.T.K.        2. Van Hoof Maggy, chiro Leest

    3. Jacobs Herbert,ch. Heffen 3. Van Buggenhout Leo, Londerzeel

    Klassement: chiro Battel        Klassement : Meerstr. Sportief Londerzeel

     

    Scholieren -  Jongens             Meisjes

    1.Behets Marc,ch.Homb.       1. Schaerlaeken, chiro Leest

    2.Verbeeck Hans,ch.Tiss.       2.Moortgat Martine, chiro Leest

    3.Beukelaers Ludo,ch K.Bos   3. Van Hamme Maria

    Klassement: chiro Battel        Klassement : Chiro Kapelle-op-den-Bos

     

    Seniors – Juniors

    1.Van Waeyenbergh              1. Patteet Gina, chiro Leest

    2.Van Win Nicolaas                2.Gijsbrechts Rita

    3.Van Win Willy                     3.De Backer Els, Vevoc Leest

    Klassement : KAJ Blaasv.        Klassement : chiro Leest.

     

    Veteranen :

    1.Van Utterbeeck Herman, chiro Heffen

    2. Govaerts Frans

    3.Verbeeck Johannes

    Klassement : chrio Heffen.

     

    Plaatselijke chiro Leest behaalde 4 klassementen. De Wisselbeker voor de verenigingen van Leest bij de seniors-juniors, geschonken door Jean VAN DAM, werd gewonnen door jongens chiro Leest.

    Nog even een ‘dankjewel’ voor :

    -meneer pastoor (ter beschikking stellen van zaal en toebehoren)

    -het gemeentebestuur voor de wimpels

    -de eigenaars van landen en beemden van het parcours

    -het Vliegend Wiel voor gebruik van de afsluiting, het ter beschikking stellen van materiaal, podium, tent, enz.

    -de schenkers van prijzen voor lopers en tombola

    -de bijzondere actieve medewerking van chiroleiders- en leidsters, aspi’s en vevoccers bij voorbereiding en opruiming. En last but  no least voor duiveltjedoetal (pater Damiaan), proost van chiro en vevoc, aan wie wij hoofdzakelijk de voortreffelijke samenwerking chiro-vevoc te danken hebben.

    Eens te meer is bij deze sportmanifestatie gebleken dat bij intense samenwerking van verschillende verenigingen  het succes haast bij voorbaat verzekerd is. Moge dit voor onze kleine landelijke gemeente, waar voor 5 jaar terug toch maar weinig sportactiviteiten te bespeuren vielen, een aansporing zijn om meer en meer aan sport te doen.

    Louis Vloebergh”. (De Band, november 1974)

     

    1974 – 9 oktober : Overlijden van Witte pater Albert Jozef ‘Jef’ Selleslagh

     

    “Jef werd geboren in de Bist (nu : Witveld) als tweede oudste van negen kinderen. Na humaniorastudies in Hoogstraten trad hij in bij de Witte paters van Afrika te Boechout (1937) waar hij twee jaar filosofie studeerde.

    Zijn noviciaat, één jaar, deed hij in Varsenare en theologie studeerde hij vier jaar lang te Heverlee. Daar werd hij priester gewijd op 10 april 1944. Zijn eremis deed hij te Leest op 16 april datzelfde jaar.  Omdat hij door de oorlogsomstandigheden niet wegkon, studeerde hij één jaar aan de K.U.Leuven ‘psysische aardrijkskunde van Congo’ en…tandheelkunde (1945).

    Datzelfde jaar scheepte hij op 20 juli 1945 te Antwerpen in als missionaris naar (B)urindi (vicariaat Nogazi) en kwam er aan op 31 augustus. Drie maanden leerde hij er Kirundi, de inheemse taal, op de missiepost Busiga. Dan begon zijn missioneringswerk en zijn werk in de onderwijssector. Achtereenvolgens verbleef hij te Ruganza, te Kitongo, te Katara en Musigati.

    Omwille van een noodzakelijke heelkundige ingreep na een voetkwetsuur kwam pater Jef in juni 1953 over naar België. Een jaar later kon hij terug naar Karusi (Burundi).

    Van Karusi werd hij overgeplaatst naar Muhanga (1957). Hij had er hartklachten maar werd niettemin overste te Chibitoke (1959) wat hem zeer beviel. Even was hij te Gihanga (januari 1960) en keerde omwille van zijn hart terug naar België. Toch ging hij opnieuw naar Burundi en werd schoolaalmoezenier, later diocesaan aalmoezenier te Rugari (1961-68).

    Op 1 juni 1968 verliet hij Burundi definitief als missionaris waar hij zoveel had gerealiseerd in de onderwijssector, de pastoraal, de catechese en de predikatie. Iedere zondag na de mis was hij er zelfs…gelegenheidstandarts.

    Terug in België werd hij godsdienstleraar aan de vrije technische school te Borgerhout en was één jaar tegelijk zondagsonderpastoor te Kalfort-Puurs.

    Getroffen door een hartinfarct stierf hij toch nog onverwacht in het Sint-Elisabethziekenhuis te Antwerpen op 9 oktober 1974. Zijn uitvaart vond plaats te Leest op 14 oktober waar hij ook begraven werd. Daar werd zijn grafsteen (in 2002) verwijderd.

    (Wilfried Hellemans, ‘De Sint-Niklaasparochie in Leest’ – 2009)

     

    “…Enkele weken geleden heeft een blanke niet ver van mijn missie Karusi een leeuw geschoten. Die was er met een koe van onder getrokken. De mensen waren dan de blanke gaan halen die het beest met één kogel neerschoot. Het wijfje was er niet bij, en heeft dan nog enkele dagen rondgelopen, en heeft op een tiental kilometer van hier nog een oude vrouw opgesmuld…” (Brief vanuit Karusi 1956)

     

    Albert Jozef Selleslagh was te Leest geboren op 8 mei 1917.

    “Opgegroeid in een diepkristelijk gezin, leerde hij van jongsaf de veilige weg gaan, die leiden zou naar het priesterschap. Met liefde en ontzag was hij opgegaan naar het altaar en werd missionaris in Burundi, naar de inzichten van zijn goddelijke Meester. Zichzelf vergetend, vol ijver, tot de laatste dag, in en voor zijn Technische School, voor zijn parochie Kalfort-Puurs, heeft hij gewoekerd met de talenten, die Ons Heer hem had gegeven. Ontstellend klonk dan ook voor ons het bericht van zijn overwacht heengaan. ..”  (woorden uit zijn gedachtenisprentje)

     

    Foto’s :

    -Het gezin van Lode Selleslagh-Leonie Verbergt. Bovenaan als derde van links Pater Jef. Vader Selleslagh speelde 60 jaar lang tuba en trombone bij de fanfare ‘Arbeid Adelt’ en leerde aan de jongens uit de Bist een instrument te bespelen. Hij was ook één van de medestichters van de Landelijke Gilde te Leest. (LG,blz. 305)

    -Uitnodiging bijwoning Eremis.

    -Albert Jozef ‘Jef’ Selleslagh tussen zijn  vader Louis ‘Lode’ en moeder Leonie Verbergt. (foto : LG blz. 322)

         







    13-06-2012 om 11:25 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Edward De Maeyer dirigeert de tweede jeugdfanfare in de geschiedenis van ‘St.-Cecilia’. Rechts onderaan ouderdomsdeken Eugeen Vloeberghen. Voor tuba- of basspelers werden geen leeftijdsgrenzen toegepast. (Foto : ‘Leest in Feest’)  

     

    1974 – 8 juni : Bruegelbal van de Boerenbond

     

     “Waarom Bruegelbal ? Pieter Bruegel de oude, bijgenaamd Boeren-Bruegel (1525-1569) was in de eerste plaats de schilder van de boeren in hun dagelijks leven,

    zowel in landschappen als in binnenhuizen, het paste dan ook volledig in het teken van de Boerengilde dat zij hun bal Bruegelbal zouden noemen.

    Waar ? Het Hof ter Halen is nog één van de weinige boerderijen in Leest dat buiten zijn geschiedenis, welke begint in de 14de eeuw, nog een groot gedeelte van zijn vroeger

    uitzicht wist te behouden.

    Hoe Bruegelbal ? Het regende die avond oude wijven toen we uit de kerk kwamen, onwillekeurig dacht ik aan het feit, dat er die avond weer veel verliefde paartjes niet achter een boom of muur zouden kunnen gaan staan. We vertrokken met een ietwat lange lip naar de Elleboogstraat. Tot onze verbazing zagen we dat de parkeerplaats reeds op een overbevoking wees, wat werd bevestigd toen we de schuur betraden. Een 700 tellende zotte massa probeerde zich staande te houden, in een schuur die we tot in onze verste dromen niet zo hadden kunnen voorstellen. Een maand lang hadden de inrichters eraan gespendeerd om dit resultaat te bereiken. Het was dan ook geweldig : muren met gildevlaggen getooid, personeel zo verkleed dat ik veronderstelde dat ze rechtstreeks van een schilderij waren afgestapt, een balkon dat zeer geheimzinnig leek, een bedwelmende pensengeur en spieren die pijn deden van het lachen. Een tombola met echte, wat dacht je wel, natuurprijzen, een gezonde pint, een gezond lied en bovenal gezonde aanwezigen. Later zou dit waarschijnlijk veranderen, wanneer de laatsten omstreeks 5 uur afscheid namen van deze geweldige uitgewerkte  manifestatie van echt onnagebootst plezier.

    De Boerenbond, Oud K.L.J., K.V.L.V. mogen dan ook fier zijn op het bekomen resultaat, dat dan toch ook voor een groot deel te danken is aan de familie Verschueren die zo bereidwillig hun schuur ter beschikking hebben gesteld. We zouden het zo durven te stellen dat het een morele plicht is deze ingeslagen weg verder door te trekken. Niets negatief kan er van worden gezegd, alleen misschien : spijtig dat het niet alle dagen kan.

       Verslaggever ter plaatse.”  (DB)

    De volgende dag diende Jozef De Smet aangifte in van de diefstal van twintig potten cyclamen en sensiverias, elk met een waarde van 100 frank. De potten waren voorzien om de tombola te spekken.

     

    1974 – 24 juni : KVLV Reis naar de Vlaamse Ardennen.

     

    1974 – 1 juli : De Mechelse vereniging voor archeologie deed opgravingen op de

                site van het Norbertinessenklooster Leliëndaal op de grens met Hombeek-Leest.

                Het werd in de 16e eeuw verwoest door de Geuzen en de ruïne werd

                verlaten. (KH)

     

    1974 – 23 juli : Start Chiro Bivak te Bocholt.           

     

    1974 – September :  Oprichting jeugdfanfare ‘St.-Cecilia’. (foto bovenaan)

     

    “Nu de Ceciliafeesten achter de rug waren, ging de aandacht van het bestuur van de Leestse fanfare opnieuw naar het maken van muziek door de eigen muzikanten.

    Alle bestuursleden hadden ingezien dat de muzikanten niet mochten in de steek gelaten worden en dat ze meer aandacht verdienden.

    In september 1974 werd daarom de jeugdfanfare ‘St.-Cecilia’ opgericht, zoals dat twintig jaar tevoren het geval was met ‘Jong St.-Cecilia’. Ook deze tweede  jeugdfanfare van St.-Cecilia Leest werd opgericht om de jongste muzikanten de kans te geven in een samenspeelgroep te musiceren en om de doorstroming naar de grote fanfare gemakkelijker te laten verlopen.

    Edward De Maeyer werd de dirigent van de jeugdfanfare. Deze groep muzikanten was erg enthousiast en wou er wat van maken. Ook muzikanten uit de grote fanfare die jonger dan dertig jaar waren, speelden mee en kwamen naar de repetities. Eugeen Vloeberghen, de oudste fanfaremuzikant met toen 56 jaar dienst en tubaspeler, was zelfs bereid om mee te doen omdat de zware instrumenten onvoldoende vertegenwoordigd waren. Door zijn toedoen was er meer evenwicht tussen de verschillende instrumentengroepen.

    Al op zondag 2 november 1974 gaf de jeugdfanfare haar eerste geslaagd concert op een verbroederingsfeest ingericht in de zaal ‘St.-Cecilia’. (Stan Gobien, ‘Leest in Feest’)

     

    Die eerste jeugdfanfare werd in 1954 gesticht onder impuls van Rik De Bruyn. Eén der eerste leerlingen was toen Theo Fierens die al een zestal jaren muziekles had gevolgd en in het Mechels Stedelijk Conservatorium een eerste prijs had behaald en daarbij de Stadsmedaille had gewonnen  met het ‘Concerto voor trompet’ van Haydn. Hij werd muziekleider van ‘Jong St.-Cecilia’.

    De allereerste muziek avond van ‘Jong St.-Ceclia’ was een bijzonder groot succes. Stan Gobien daarover :

    “…Op deze muziekavond trad Ferdos, een humorist, op om de pauzes tussen de verscheidene stukjes te vullen. Ferdos was niemand minder dan fanfaremuzikant Ferdinand Meysmans. Op het programma stond ‘De staking van de muzikanten’. De uitvoering van dit stuk heeft in de daaropvolgende dagen voor beroering gezorgd. De hele jeugdfanfare begon dit stuk te spelen en één na één verlieten de muzikanten het podium.

    Een aantal mensen dacht dat het om een echte staking ging, onder andere meester De Leers, het toenmalig schoolhoofd van de Gemeentelijke Jongensschool. De eerste schooldag na het concert werden alle muzikanten van Jong St.-Cecilia die naar de gemeenteschool gingen op het matje geroepen en kregen ze een flinke uitbrander. Volgens het schoolhoofd kon het niet dat jongen mensen en dan nog wel leerlingen van zijn school in staking gingen. Het ergste vond hij nog dat dit gebeurde op een openbaar concert voor de ogen van bijna de hele Leestse bevolking en heel wat belangrijke mensen uit het omliggende. Het bestuur moest later het schoolhoofd uitleggen dat er in feite geen staking van Jong St.-Cecilia was geweest…”

     

     

    13-06-2012 om 09:16 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1974 – 4 mei : Chirobal

                De jongenschiro telde op dit moment 96 en de meisjeschiro 92 leden.

     

    1974 – 5 mei : Volleybaltornooi – Organisatie : Vevoc en KWB.
    Met de deelname van Chiro (2 ploegen), Telstar, St.-Cecilia, KLJ, Leefmilieu, KWB en Vevoc.

     

    1974 – Zondag 12 mei : Jimping Chiro Leest

                “...alles begon heel vroeg, een voltallig leidingskorps hield zich bezig met in de

                buik van ballonnen gas te pompen, met  de laatste hand te leggen aan de

                versiering van de wagens voor de optocht, met alles verder te organiseren voor

                het verloop van deze zonnige meidag.

                Om kwart over tien vertrokken we dan, al zingend op wagens, fietsen en allerlei

                voertuigen, 180 jeugdige – zingende harten, die door de straten van Leest hun

                bedoeling en hun liedjes achterlieten.

                In de namiddag werd het dorp hermetisch afgesloten, om alles in gereedheid te

                brengen voor een spel zonder grenzen.

                Ladderbaan, emmerrace, fietsslalom, kruireis, goudzoekers zatte fles, natte wip,

                zaklopen, trottinettenslalom ... het hoorde er allemaal bij.  

                De Leestse jimpingnamiddag werd besloten met zang en dans.          

                Om 20 uur bracht een kampvuur de aanwezigen (o.a. chirogroepen uit Hombeek,

                Kapelle-o-d-Bos, Battel, Heffen) in de juiste stemming.

                Er werd gezongen, wafels gegeten, wat gedronken en aan volksdans gedaan.

                De Chiro Jimping Leest werd afgesloten met een dank- en slotwoord van onze

                pater.”

                (DB-juni 1974)

     

    1974 – 16, 17, 18 en 19 mei : Leestse Volksfeesten

     

    “Dit jaar zag men van in de verte een reuzentent opgeslagen in de Dorpstraat, waar andermaal de Leestse Volksfeesten zouden plaats hebben. Een grote parking was voorzien, waardoor geen problemen waren gesteld om de wagen kwijt te raken.

    Donderdag 16 mei : werden de feestelijkheden ingezet. De toeloop aan belangstellenden was enorm en wanneer de show met Vader Abraham aan bod kwam was er geen plaatsje meer vrij en moesten de helft van wat de tent kon herbergen mt 50% aangevuld worden.

    Het hoeft wel niet gezegd dar het optreden van Vader Abraham een buitengewoon succes kende, onverpoosd klonk zijn stem door de ruimte, ’t was een mooie avond.

    Vrijdag 17 mei :  beoogde men een avond van gezelligheid en sfeer want wie kwam er ? WILL TURA ! Het zal ons niet kwalijk genomen worden –hopen we toch- de belangstelling was minder dan daags tevoren, en de ambiance was er niet. Men kon zich niet ontdoen van de indruk dat het optreden minder geapprecieerd werd.

    Zaterdag 18 mei : het Oberberger en BIERFEEST : en of er gedanst, gezwierd en plezier gemaakt werd ! Buitengewoon ensemble. Bij het sluiten en ’t naar huis gaan kon men het nog horen en aanvoelen dat velen de bloemetjes hadden buitengezet ! We zijn er sterk van overtuigd dat de ‘tappers’ en de ‘obers’ die avond niet gauw zullen vergeten.

    Zondag 19 mei : laatste dag van deze Volksfeesten met het optreden van NICK MCKENZIE en eigen orkest. Zeer genietend, afwisselend met gebrachte genres, zeker geen tegenvaller, en men zou er werkelijk van genoten hebben , ware het niet dat het lawaai te groot was.

    De Voorzitter dankte allen die meegeholpen had met het voorbereidende werk, eveneens de opgekomen scharen, en kondigde aan dat volgende week de Ceciliafeesten van start gingen, wat wij ten zeerste appreciëren.

    Deze Leestse Volksfeesten moeten zeker niet onderdoen voor de vorigen. Het is andermaal een prestatie geweest ! Een paar dagen nadien was er niets meer van te merken…het afbreken was afgelopen en weer tot de volgende maal !”

    (De Band, Juni 1974)

    Ook in 1974 richtte het bestuur van de Leestse Volksfeesten een reis in. Die ging dit jaar naar Amsterdam en Volendam. Een honderdtal reislustigen namen deel. 

     

    1974 – 18 tot 26 mei : Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan en mede door het succes van  voorgaande Ceciliafeesten, ging de Leestse fanfare over tot de inrichting van de
                                         4de Internationale Stapmars- en Showwedstrijden.

     

    “In 1974 stonden de Ceciliafeesten in het teken van het 75-jarig bestaan van de fanfare. Het hoogtepunt van de viering was de 4de Internationale Marsen- en Showwedstrijd voor

    amateurkorpsen. De belangstelling voor deze wedstrijd was bijzonder groot. Er waren 117 kandidaat-deelnemers.  Nog nooit waren er in Vlaanderen zoveel inschrijvingen

    geweest voor een vrije wedstrijd. Het feestcomité moest uit dit enorme aantal een keuze maken en wou om organisatorische redenen eerst niet meer dan 40 verenigingen aanvaarden. Na aandringen van het Ministerie van Nederlandse Cultuur werd het deelnemersaantal uitgebreid tot 45 groepen.

    Op de deelnemerslijst stonden naast Belgische verenigingen ook Nederlandse en Engelse deelnemers. Buiten wedstrijd traden daarbij nog eens 16 muziekverenigingen uit het omliggende op.

    De Ceciliafeesten ’74 vonden plaats in het dorpscentrum, in het parochiehuis en op de omliggende terreinen. 

    Op zaterdag 18 mei 1974 overhandigde burgemeester Lauwers op het gemeentehuis de schaal van de gemeente Leest aan fanfarevoorzitter Vic Verschueren. Deze schaal zou worden

    geschonken aan de show- en drumband met het hoogste puntentotaal. De burgemeester mocht eveneens de medaille van Z.M. Koning Boudewijn en de medailles van de Minister van

    Nederlandse Cultuur en de Provinciegouverneur overhandigen. Al deze ereprijzen werden na afloop van de wedstrijd geschonken aan de deelnemende verenigingen.

    Op zondag 29 mei werd een plechtige eucharistieviering opgedragen in de St.-Niklaaskerk te Leest. Onder een stralend blauwe hemel stapte de fanfare naar de kerk. Daar werden aan de pastoor twee sierplanten overhandigd als aandenken aan deze viering. Na de mis was er een receptie in de zaal St.-Cecilia voor alle muzikanten, oud-muzikanten  en ereleden.

    Om de vergoedingen aan de deelnemende muziekverenigingen te kunnen betalen kon de fanfare vooral rekenen op de subsidies van het Ministerie van Nederlandse Cultuur. Dit was echter helemaal niet voldoende. Daarom werden in de feesttent twee bal- en showavonden georganiseerd, één met Willy Sommers en één met Walter Capiau en De Strangers.

    Het hoogtepunt lag echter bij de internationale show- en marsenwedstrijd. Op donderdag 23 mei moest een gedeelte van de showwedstrijd omwille van een aanhoudend onweer in de feesttent worden gehouden. Op zondag 26 mei was het terug een stralend weer en toen kon de hele wedstrijd in de openlucht plaatsvinden.

    Bij de show- en drumbands wonnen de Derby Serenaders uit Derby (GB) voor de Showdrumband Lyra uit Lier. In de lagere afdeling harmonieën won ‘St.-Cecilia’ uit Westmalle voor ‘St.-Cecilia’ Heestert en voor ‘De Werker’ uit Kapelle-op-den-Bos. In de hogere afdeling ging de overwinning naar ‘Concordia’ Tisselt.

    De Ceciliafeesten 1974 waren op alle terreinen een uitzonderlijk succes geweest. Niet minder dan 2.400 muzikanten traden op, er waren ongeveer 7.000 toeschouwers geweest voor de wedstrijd en de beide bal- en showavonden hadden nog eens gezorgd voor 2.400 betalende aanwezigen. Met alle nevenactiviteiten erbij kon de penningmeester een flinke reserve aanleggen voor de volgende internationale muziekwedstrijd.” (Stan Gobien, ‘Leest in Feest’) 

     

    Foto’s :

    -Optocht naar de kerk voor de viering n.a.v. het 75-jarig bestaan van de Kon.Fanf. St.-Cecilia. Op de achtergrond de twee verdwenen woningen links van het gemeentehuis, rechts van het gemeentehuis de vroegere gebouwen van de gemeenteschool (foto : ‘Leest in Feest’).

    -De Engelse winnaars van de show- en drumbandwedstrijd : de ‘Derby Serenader Band’ aan het Brughuis. (Foto : Cesar Apers)

    -Emerance Van den Heuvel en Ida Mertens voor de tapkast in de feesttent op de terreinen achter het parochiehuis.

     







    13-06-2012 om 08:24 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    1976 – 21 juni : Meisjesschool won prijs

    “Internationale Jongeren Contacten
    VZW onder bescherming van het Ministerie van Nationale Opvoeding en het Commussariaat-Generaal voor Toerisme

     

    Brussel 21 juni 1976,

     

    Mevrouw de Directrice
    Vrije Meisjesschool, Dorp 10 2931 Leest.
    Mevrouw de Directrice,

     

    Dit jaar heeft uw klas deelgenomen aan de wedstrijd ’25 jaar regering van Koning Boudewijn’. Het is ons een groot genoegen u te mogen meedelen dat uw album door de jury werd verkozen.
    Een aankoopbon voor boeken, ten bedrage van 3.000,-F wordt u aangeboden door het Ministerie van Nationale Opvoeding, het Commissariaat-Generaal voor Toerisme en de Internationale Jongeren Contacten.

    Teneinde deze prijs u zo vlug mogelijk te laten geworden, gelieve ons de naam en het adres van de gewenste boekhandel te laten kennen.

    Een speciale prijs zal u nog worden toegekend door het Gemeentekrediet van België.

    Wij feliciteren u van harte alsook alle leerlingen welke aan dit album hebben meegewerkt en tekenen,

       Hoogachtend Voor Inter-J, J.P.Gilson, Directeur.”

     

    “Naar aanleiding van ’s lands feest werd er een wedstrijd ‘internationale ontmoetingen tussen jongeren’ uitgeschreven voor het 6de jaar van het lager onderwijs. De leerlingen van de vrije meisjesschool uit Leest, o.l.v. Mw. Verbruggen-Bradt, wonnen de eerste prijs met geschreven teksten, foto’s, tekeningen en plakwerk over de evolutie van de gemeente sinds 1951. De prijs, uitgereikt door het ministerie van Nationale Opvoeding, was een boekenbon ter waarde van 3.000 fr.”

    (Knipsel uit een onbekende krant)

    13-06-2012 om 00:00 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    12-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Victor Van Hoof krijgt felicitaties van burgemeester Lauwers.

     

    1974 – 11 april – Gazet van Mechelen : Victor Van Hoof 20 jaar veldwachter te Leest.

    “Te Leest handhaaft Victor Van Hoof reeds 20 jaar orde en rust. Dat was de aanleiding tot een hulde en een ontvangst door het schepencollege. Namens het gemeentebestuur

    overhandigde burgemeester Lauwers een geschenk.”(GvM)

     

    1974 – Van zaterdag 13 tot maandag 15 april :  Paastornooi F.C. Telstar

                Negen ploegen namen er aan deel. Op tweede paasdag was er een incident.

                De match voor de 6de en 7de plaats tussen Vevoc (Oud) en B.S.P. kon niet

                doorgaan omdat laatstgenoemde ploeg weigerde te spelen op tweede paasdag.

                (een beslissing van het B.S.P.-bestuur)

     

    1974 – Eddy Van Hoof won de Paaskoers te Leest

    “…bij het gebeuren op de paasdagen hadden we ook te Leest een paaskoers voor liefhebbers, gebeurtenis die heel wat volk op de been bracht.

    Voor de Leestenaars ging het er vooral om de plaatselijke renner Eddy Van Hoof aan het werk te zien, want we schreven reeds vroeger dat er heel wat ongezonde en onrechtvaardige kritiek aan zijn adres was geweest.

    Meestal komt dan de kritiek van mensen die het op en af gaan, het minder goed draaien van een renner, steeds van tijdelijke of voorbijgaande aard, niet willen of kunnen begrijpen.

    De afstand die tijdens deze paaskoers moest afgelegd worden bedroeg 120 km, waaraan 44 renners ingeschreven waren en vertrokken.

    De afstand werd afgelegd in 2 u 45 met als eindoverwinnaar Eddy Van Hoof, wat als een klinkend antwoord mag gezien worden voor de nefaste beoordeling.

    Er werd wel eens opgeworpen, dat rond zijn persoon vanuit de supportersclub te weinig propaganda wordt gedaan en het meer gelijkt op een familiale aangelegenheid, t.t.z. niet genoeg naar buitenuit te komen.

    Deze bewering kunnen we niet controleren, maar het zou best kunnen dat de bescheidenheid, toch een kenmerk van deze wielrenner, daarvan de oorzaak zou kunnen zijn.

    Wat er ook van is, vertrouwen door deze geleverde prestatie zal zeker aangescherpt zijn, en we wensen dat deze zege een spoorslag moge zijn verder de moed en wilskracht op te brengen om nog meer succes te oogsten.

    Proficiat ! Het was een prachtig paasgeschenk !

     

    Wat evenwel een eer is voor onze gemeente, dat Eddy Van Hoof geselecteerd is geworden deel te nemen aan de VREDESKOERS, die zal gereden worden van 6 tot 22 mei e.k. en dat iedereen met belangstelling uitziet naar de prestaties.” (DB, mei 1974)

    De Vredeskoers was een wielerkoers die jaarlijks werd verreden in Polen, Tsechoslowakije en Oost-Duitsland. De wedstrijd werd in 1948 voor het eerst georganiseerd en was tijdens de Koude Oorlog de oostblok-tegenhanger van de Ronde van Frankrijk.

    De wedstrijd, die traditioneel de drie hoofdsteden Praag, Warchau en Oost-Berlijn aandeed, was de belangrijkste wedstrijd voor amateurs, voor wie ze alleen toegankelijk was. Meestal werd ze gewonnen door Oostblokrenners. Marcel Maes was de enige Belgische winnaar.

    De laatste jaren was de wedstrijd ook voor profs toegankelijk. Bekende winnaars waren Olaf Ludwig, Uwe Ampler, Jan Svorada, Steffen Wesemann, Jens Voigt en Michele Scarponi.

    In 1974 bedroef de totale afstand van de Vredeskoers 1806 km waarvan 612 km op Pools, 501 km op Tsjechisch en 693 km op DDR grondgebied. Winnaar dat jaar was Stanizlav Szozda.   

     

    1974 – 15 april – Paasmaandag : VOLKSMARKT

     

    Chiro en Davidsfonds organiseerden een VOLKSMARKT in en om het parochiehuis op tweede paasdag.

    De Brugse folkloristische groep ‘Cactus’ gaf demonstraties weven, spinnen en kantklossen. Verder was er een tentoonstelling met verkoop van allerhande dieren, waaronder pluimvee. Aan Leestenaars was verzocht om  hun dieren tentoon te stellen of een kunstambacht uit te oefenen. De Chiro richtte bij deze gelegenheid een ‘boem,la,la’ in, een café met ‘pot en pint’ en voornoemde vereniging voorzag ’s avonds in een T.Dandant met ‘D.J. à la Breugheliaans’.    

     In ‘De Band’ van mei 1974 verscheen volgend verslag :

    “EEN SUCCES OF EEN SISSER ?

    Vanaf het begin leek het ernaar de ‘de dierenmarkt’ op een sisser zou uitlopen. Het was een groots opzet met grootse plannen maar te verwerken met weinige bestuursleden op enkele weken tijd. Het groots opzet buiten de parochiezaal had geen bijval. De biologische pannenkoeken vielen in ’t water. De leeuw werd bij de manen getrokken en vervangen door een ezel, sic. De mannen van de ‘Vogelenmarkt’ bleven bij hun leest.

    Toch werd de ‘Volksmarkt’ een succes. Ondanks de broedtijd brachten Wilfried De Bondt en Buelens hun vogels in de zaal. In de bolieres van de club tierelierden honderden zangers.

    Vooral de toekan was een echte blikvanger. Ondanks zijn ene oog lonkte hij voortdurend naar de duizenden bezoekers.

    De groep ‘Tierelantijne’ nog vlug uit het Mechels museum gehaald weefde en spinde voor een Leest publiek. Daarbij mogen we de groep ‘Cactus’ uit Brugge niet vergeten en de medewerking van verschillende kunstenaars.

    Een groot terrarium van Dirk Dormaels was het pechmannetje van de zaal. De zachtaardige kameleons werden als duistere monsters bekeken. Enkele Leestenaars kwamen de bestuursleden aan de mouw trekken. ‘Dat ze toch aub het deurtje zouden sluiten want dat anders die menseneters zouden kunnen ontsnappen.’

    De groep ‘Leefmilieu Leest’ deed een poging om de speelruimte in de ‘Kouterwijk’ aan de mensen voor te stellen. Dat het gemeentebestuur daar zal op inhaken dat zal Joost weten.

    Uit de Kouterwijk kwamen konijnen, guinese biggetjes, hamsters, duiven, goud- en andere vissen, een rivierkreeft niet uit de Zenne maar uit een viswinkel.

    Davidsfonds dankt voor de medewerking van de Leestenaars, voor al diegenen die van de Volksmarkt hun tentoonstelling hebben gemaakt.

    Het succes was op tweede paasdag voor de beesten !”

     

    1974 – mei : Mei-Vergadering KLJ-Meisjes

     

    “De mei-vergadering startte onder leiding van het duo Maria Daelemans en Maria De Prins.

    De gevierde van de avond was Maria LEFEVER die in het huwelijk treedt met Jules Selleslagh.

    Dus in de Maria-maand speelden de Maria’s een grote rol.

    Vooreerst na een welkomswoord van de proost speelde men een partijtje ‘trefbal’. Ook de volksdans kwam aan trek en de traditionele pateekens trokken de snoepers voor de tafels.  Er werd duchtig gezongen, gans het klj-repertorium kreeg zijn beurt.

    Een belangrijk moment was het Lourdes-gedeelte : herinneringen van de gelukkige winnaars van vorig jaar, zin en betekenis en reglementering.

    Verbelen Monique en Verstrepen Christiane werden uitgeloot. Afschied van Maria Lefever. Veel geluk en zegen !”

    (De Band, juni 1974)

     

    1974 – Mei-Feest Gepensioneerden

     

    “Mei is de maand van het nieuwe leven, de vogeltjes leggen hun ei, broeden het uit, de bomen staan weer stilaan in volle bladertooi en het weer zou warmer en warmer moeten worden.

    De gepensioneerden voelen ook dat het nieuwe leven in hen bruist en zij zijn blij dat de koude donkere wintermaanden voorbij zijn. Daarom vieren wij ieder jaar op hun maandelijkse

    bijeenkomsten de komst van de nieuwe zomer.

    Dit jaar werd algemeen aanvaard door het bestuur dat zij gezien de hoge kosten van traiteurs, zij zelf de feestdis zouden klaarmaken en het werd een smakelijk feest.

    Juffrouw De Brouwer kwam de gepensioneerden uitleg verschaffen over de diensten die ter hunner beschiiking staan :

    Dienst voor bejaardenzorg

    Al wie gepensioneerd is en zijn dagelijks werk wegens ziekte of een andere handicap niet kan doen, kan er van genieten. Zo is het goed iemand te vragen in geval van griep om een handje te komen toesteken, want griep kan bij oudere mensen reeds een lange herstelperiode vergen.

    Natuurlijk kan men niet voor altijd rekenen op de hulp van deze dienst, eens de zieke hersteld moet de bejaarde weer zelf aan de slag gaan.

    Wat mogen de bejaarden ? De bejaardenhelpsters ‘commanderen’ ?

    Soms wordt ten onrecht gezegd : zij mogen niet kuisen, niet wassen…Al wat een bejaarde doet in de loop van een week mag door de bejaardenhelpster gedaan worden : kuisen, koken, boodschappen doen, klederen herstellen, een wekelijks wasje doen.

    Natuurlijk dienen de bejaardenhelpsters niet om de grote kuis te doen.

    Wie zal hen betalen ?

    De dienst van de bejaardenhelpsters wordt gesubsidieerd door het Ministerie van Volksgezondheid, een gedeelte door de gemeente en ook de mutualiteit komt tussen en ten slotte zal ook de betrokkene een geringe bijdrage leveren al naargelang de grootte van het pensioen. (ongeveer 12 frank per uur).

    Hoeveel bejaardenhelpsters staan er gereed ?

    Voor de stad Mechelen en omstreken, waaronder ook Leest, zijn er 32 bejaardenhelpsters ter beschikking. Deze krijgen een flinke vorming gedurende enkele maanden, krijgen kennis over hygiëne van de bejaarden, de psychologie van de oudere mensen, de wetgeving in verband met ouderdomsproblemen enz. Daarbij moeten zij 400 uren stage doen in bejaardentehuizen. Gezien het gering aantal bejaardenhelpsters en de grote vraag naar huishoudelijke hulp voor sukkelachtige oudjes zou het niet slecht zijn dat er in iedere gemeente enkele kuisvrouwen zouden ter beschikking staan van de oudjes van de gemeente die voorlopig zich alleen niet kunnen verhelpen.

    Wit-Geel Kruis

    Al wie lid is van de kristelijke mutualiteit is tevens lid van het Wit-Geel kruis en kan van deze dienst genieten. Wanneer een zieke gedurende een tijd verpleegd werd na een operatie in een kliniek dan kan hij beter en vlugger opknappen in zijn eigen vertrouwde omgeving thuis. Daar mag hij eten als hij honger voelt, zelfs op tijden buiten de maaltijden, daar kan hij eens klagen en zijn hart uitstorten, daar is zij of hij niet langer bij vreemden. Maar dikwijls zal medische hulp nog wel vereist zijn voor injecties, om wonden te verbinden, om zich te laten wassen. Wie geen lid is van de kristelijke mutualiteit kan toch lid worden van het Wit-Geel kruis mits betaling van een gering bedrag per jaar.

    Solival

    Heel wat zieken en oudere mensen missen de nodige instrumenten om zich te behelpen zoals bv een ziekenbed, een speciale toilet-emmer, eettafeltje, rolstoel, kaartenstandje, enz.. Solival beschikt over 300 verschillende hulpmiddelen en leent deze gratis uit. Waarom sukkelen of dure toestellen aanschaffen bij de verzorging van de zieken als u ze gratis kunt lenen.

    Ook Senator Stan De Clercq kwam de gepensioneerden van Leest begroeten en sprak over het levensminimum ten bedrage van 100.000 fr voor een gezin en 80.000 voor alleenstaanden. Dit inkomen zou onbelast worden.

    Een goede opmerking van juffrouw De Brouwer : met al deze diensten voor bejaarden mogen wij de liefdevolle toewijding van de kinderen voor hun ouders niet wegschakelen.

    Er bestaat een wet dat de ouders verplicht zijn om voor hun kinderen te zorgen; wanneer gaat men een wet stemmen die de kinderen verplicht vol toewijding en dankbaarheid te zorgen voor hun bejaarde ouders ?” (De Band, juni 1974)   

     

     

    12-06-2012 om 08:29 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1974 – 8 februari : Milac-Dansavond

                In de parochiezaal vanaf 20 uur met Atlantis Driving Show. Inkom : 50 frank.

     

    1974 – 17 februari : Voetbal Vevoc Oud-Vevoc Jong en Meisjes Vevoc-Meisjes Chiro
    Op terrein Telstar. Deze wedstrijden werden gepland met het oog op het vormen van twee herenploegen voor het nakende Paastornooi. De organisatie van de damesploeg was in handen van Els De Backer (echtgenote Walter Lefever).

     

    1974 – Vrijdag 22 februari : Nachtdropping Chiro
    Proost pater Van Aken zorgde voor een prachtig uitgestippeld parcours en een warm onthaal achteraf met wafels en koffie. Een dertigtal Chirojongens en –meisjes namen er aan deel.

     

    1974 – Zaterdag 2 maart : Chiro Leest bij BRT-Radio

    Maak een tekst met de beginzin “als ik minister was” op het lied “daar gaat mijn grootpapa” van Rocco Granata, was de opdracht van de gewestelijke radio-omroep ivm het programma “Tsing-Boem” van Jos Boudewijn. Nadat de leiders Jan en Jos (Lamberts, Tisseltbaan 91) een tekst hadden ingestuurd, kregen ze van producer Jos Boudewijn een schrijven dat hun inzending bekroond was en meteen ook een uitnodiging voor de uitzending.

    25 Leestse chirojongens en –meisjes, keurig in uniform, maakten er een onvergetelijke namiddag van. Samen met Rocco zongen ze de longen uit hun lijf.

    Ze kregen nog vijf langspeelplaten mee en de belofte van een luchtdoop vanuit Deurne, maar dat laatste is om één of andere reden nooit doorgegaan.

     

    De winnende tekst :

    “Toen Adam al zijn Eva had, en er nog geen minister was

    toen liepen ze in ganzenpas al vrijend op het hemelpad.

    Terwijl nu in ons land, de regering valt in het oliebad

    waar de Leburton verscheen was er plezier voor iedereen.

     

    Refrein : als ik minister was

    dan zou het anders gaan,

    oh zie me daar al staan.

    Als ik minister was

    Dan kwam ze niet ten val

    met al die bla,bla,bla.

     

    En daar verscheen een Iranees, Ibramco met zich meegedaan

    wat was me dat, en toch zo rot, sloeg hij daar alles mee kapot.

    Ze zaten aan de grond geplakt, de regering in elkaar gezakt,

    ach de telex sloeg op hol en er vloeide geen petrol.”    

     

    1974 – Zondag 10 maart : Rust Roest bracht ‘Tien Kleine Negertjes’.
    Het wereldberoemde stuk van Agatha Christie in ‘Ons Parochiehuis’.

    De Band van april 1974 hierover :

    ‘Rust Roest bracht deze thriller tot een goed einde. De belangstelling van het Leestse publiek was zeer groot.De spanning was er, alleen kwamen sommige stemmen niet tot hun recht achter in de zaal.

    De blikvanger van de avond was wel het nieuwe decor, ineengeknutseld door Pierre De Wit.De medewerking van vele Leestenaren droeg bij tot een mooi en spannend spel.

    We wensen Rust Roest veel geluk en hopen dat ze niet zullen rusten om vernieuwing te brengen in het Leests toneel.

    Verleenden hun medewerking :

    Rogers : Frans Lamberts

    Roger’s vrouw : Renilde Polfliet

    Vera Claythorne : Monique Verschueren

    Philip Lombaert : Guy Hellemans

    Anthony Marston : Dirk Baarendse

    William Blore : Marcel Verwerft

    Generaal Mckenzie : Guy Mollemans

    Emily Brent : Mariette Verbeeck

    Sir Laurence Margrave : Ferdi Van der Hasselt

    Dr. Armstrong : Pierre De Wit

    Een stem : Willy Baarendse

    Voorzegger : Theo Lauwers

    Bandmontage : Karel Mertens

    Toneelmeester : Victor Diddens

    Decorbouw : Jaak Publie en Pierre De Wit.”

     

    In hetzelfde maandblad van Milac (enkel jaartal gekend) richtte Guido Hellemans zich tot de toneelvrienden :

     

    “Langs deze weg danken wij allen die bijdragen tot de werking van onze groep. Dit zijn het gemeentebestuur dat onze toelagen heeft verhoogd,de parochieoverheid over wiens zaal we kunnen beschikken, de talrijke toeschouwers die geestdriftig onze vertoningen bijwonen en de mensen die suggesties geven in verband met de opvoeringen.De mensen die om een of andere reden niet komen kijken, maar onze groep en werking met genegenheid en sympathie volgen, caféuitbaters, winkeliers en particulieren, die zo bereidwillig zijn een aankondigingsbiljet op hun wagen of voor hun venster te hangen.

    De mensen die aan bijzondere voorwaarden ons bepaald materiaal, nodig voor een opvoering ter beschikking stellen. Allen die ons bijstaan met raad, daad, en liefde.

    Voor hen kondigen we aan dat volgend speelseizoen vermoedelijk twee stukken zullen opgevoerd worden. Als eerste waarschijnlijk het vervolg van de beroemde trilogiereeks ‘Slisse en Cesar’ t.t.z. het tweede deel : ‘Sisse bouwt’. Hierover later meer, maar nu reeds mag gezegd dat dit een pittige avond wordt. Het tweede stuk is nog niet bepaald, maar mogelijk wordt het een passiestuk.

    Hopend u blijvend tevreden te stellen groeten we u allen, danken we u nogmaals en spreken we af tot de volgende vertoning.

        Guido Hellemans”.   

     

    1974 – 10 maart : Voetbal Vevoc Jongens-KWB Leest : terrein Telstar

     

    1974 – 22 maart : Ontspanningsavond Vevoc

     

    1974 – Zondag 31 maart : Paasontmoeting K.V.G.

                Met ruim 90 waren ze aanwezig in de parochiezaal te Leest voor de

                Paasontmoeting die aanving rond half drie met een welkomstwoord door de

                proost. Vervolgens hield A. De Hondt, verbondsproost van de KVG Mechelen

                een bezinningstoespraak met als onderwerp “Iedereen liefhebben”.

                Na een dankwoord volgde een eucharistieviering opgedragen door de beide

                proosten en opgeluisterd door het zangkoor van Leest.

                Hierna werd iedereen aan tafel genodigd voor een smakelijk etentje met

                boerenpensen, brood, koffie en een doosje paaseieren.

                Als ontspanning kregen de aanwezigen nog enkele optredens van bovenvernoemd

                zangkoor.  (DB)

     

    1974 – 1 april : De Hombeekse veldwachter Jan Reydams ging op pensioen en Victor Van Hoof, de veldwachter van Leest, zou tot de fusie beide gemeenten bedienen. (KH)

     

    1974 – 7 april : Jaarlijks Muziekconcert K.F.St.-Cecilia- De Band van mei 1974 :

     

    “Dit stond onder leiding van Frans Dierckx. Laat maar eerst aangestipt dat de uitvoering van een gevarieerd programma door een overbezette zaal van aanwezigen werd bijgewoond.

    Inzonderheid het vierde opgevoerde stuk ‘Variaties in Dansvorm’ (een introductie-tango en dansen) werd buitengewoon geapprcieerd en voor het zangkoor dient inzonderheid vermeld

    ‘Een avond bij Paul Lincke’.

    Het vooropzetten van beiden doet absoluut niets af betreffende de uitvoering en genot van de anderen : het was bondig gezegd een welgekozen afwisseling van marsen, suite’s en selectie.

    Zoals gebruikelijk werd de betekenis van het uit te voeren werk toegelicht door Mejuffer Verschueren.

    Vermeldenswaard is het eenvoudige en klare verslag voorgedragen door de secretaris, de heer Constant Gobien.

    De bloemen aangeboden aan de ‘Chef’, de ‘eerste onderchef’ én koorleider, zeker oververdiend, besloot deze prachtige muziekavond.”

     

    12-06-2012 om 08:10 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    11-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1974 –  Nacht van 1 op 2 februari : Diefstal in de kapelletjes van Sint-Anna en Sint-Jozef.

     

    Gazet van Mechelen (februari ’74) :  Opnieuw antiek beeldje gestolen te Leest

    “Vorige week werd in de St-Jozef-kapel aan de Dorpstraat te Leest door onbekenden ingebroken. De dieven ontvreemden een 18e eeuws beeldje dat de H. Familie voorstelt. Tijdens het weekeinde werd vastgesteld dat meer dan  waarschijnlijk dezelfde dieven te Leest opnieuw aan de slag geweest zijn.

    Inderdaad, uit de Sint-Annakapel aan de Mechelbaan werd een circa 30 cm hoog antiek beeldje van de H. Anna, uit de 16e eeuw, gestolen.

    Een grondig onderzoek werd ingezet.”

     

    Op 6 februari deed pastoor Lornoy aangifte van de inbraak en diefstal in de Sint Jozefskapel : “Er werd een beeldje gestolen, voorstellende de Heilige Familie, uit de 18de eeuw, vier stulpen met gemaakte bloemen. De waarde van deze gestolen voorwerpen kan ik niet bepalen, doch ik vermoed wel dat dit tamelijk veel is.

    Ze werden destijds door het Provinciaal archief gefotografeerd en ingeschreven.  Ik kan niet juist zeggen wanneer de diefstal is gepleegd, doch ik vermoed, tijdens

    de nacht van 1 op 2 februari 1974. Want dan werd ook in de Sint Annakapel ingebroken en werd daar eveneens een kostbaar beeld gestolen.

    Hiervan werd een afzonderlijk Proces Verbaal opgesteld door de Rijkswacht.

    De gestolen voorwerpen horen toe aan de Kerkfabriek. Ik heb op niemand vermoedens,” aldus pastoor Lornoy.

    De dieven, noch het gestolen goed, werden ooit gevonden.

     

    Op het door Georges Herregods aangebrachte keramiekstuk van 1977 in de Sint-Annakapel staat volgende tekst :

    “Dit wonderbaar gepolychromeerd Sint Anna beeldje uit de 16e eeuw werd uit deze kapel gestolen in het jaar 1974. De kapel werd gerestaureerd in 1977 door een ploeg geestdriftige parochianen van Leest.

          Herregods Georges”

    Voordien bewaarde men dit beeldje in de pastorie. Meer over deze kapellen : Sint-Jozefkapel zie 1701, Sint-Annakapel zie 1913.

     

    In 1977 publiceerde de aalmoezenier in De Band : “Iets meer over Sint Anna”.

     

    Wie was die Sint Anna die wij zo dikwijls treffen in onze veldkapellen en kerken ? Sint Anna was de moeder van Maria en bijgevolg de grootmoeder van Jezus.

    Het feest van Sint Anna was destijds het feest van onze moeders (voor de consumptie om commerciële doeleinden de moederkensdag had uitgevonden).

    Historisch gesproken weten we heel weinig over Sint Anna. Wat we er over weten is pure legende : dat ze opgevoed werd in de tempel enz…

    Deze gegevens komen uit het ‘apocryfe’ evangelie van Jacobus, een geschrift uit de 2de eeuw dat door de kerk niet als authentiek werd erkend en dat de vrucht was van veel verbeelding om tegemoet te komen aan de nieuwsgierigheid van het volk. Over de voorouders van Jezus geven de evangelies enkel de naam.

    Sinds de 6de eeuw werd St Anna vereerd in het Oosten en sinds de 8ste eeuw in Rome. Het duurde echter tot in de Middeleeuwen vooraleer zij ook in onze streken een ereplaats kreeg.

    Op het einde van de 16de eeuw werd hier bij ons haar feest ingevoerd en het moet uit die tijd zijn dat dit beeld uit onze kerk dateert.

    Alhoewel de verering tot St Anna hier tamelijk laat werd ingevoerd kwam de devotie tot St Jozef nog veel later : de naam Jozef bijvoorbeeld vond men heel weinig bij onze mensen.

    En archieven uit de 15de eeuw bevatten spreuken als : ‘Jezus, Maria, Anna’… Later werd dit ‘Jezus, Maria, Jozef !’

     

    Foto’s :

    -Het gestolen Sint-Annabeeldje.

    -Sint-Anna ten Drieën, keramiekstuk van Georges Herregods, aangebracht in 1977.

    -De Sint-Annakapel anno 2012.

     







    11-06-2012 om 13:00 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1974 – Dat jaar noteerde de veldwachter dat er te Leest geen hotel-, logementhouders of kamerverhuurders gevestigd waren.

     

    1974 –  Jozef Vloeberghen nieuwe penningmeester van de Fon. Fanfare St.-Cecilia.

    Dat jaar nam Jozef ‘Jef’ Vloeberghen de taak van penningmeester van de K.F.St.-Cecilia over van Albert Robijns. Hij zou deze taak blijven uitoefenen tot 1985.

    Jef Vloeberghen was een zoon van Eugeen, de gemeentearbeider uit de Scheerstraat. Hij werd te Leest geboren op 16 september 1929 en was gehuwd met Rosalie Hermans (°Kapelle-op-den-Bos 25/06/1932, +Leest 19/08/2001) die hem één dochter schonk : Tinneke Vloeberghen.

    In 1946 werd hij leerling-muzikant en reeds het jaar nadien mocht hij met de fanfare meemusiceren als tuba-speler. Hij werd in 1964 bestuurslid en wijkverantwoordelijke.

    Jefke Vloeberghen was gemeenteraadslid te Leest van 1965 tot 1976. Later bleef hij lid van de Mechelse gemeenteraad.

    “Bert en Jef waren zo stipt dat –wanneer de rekeningen niet klopten- ze uren en zelfs dagen aan een stuk de moeite deden om uit te zoeken waar het verschil lag. Ze maakten er een punt van eer van een sluitende rekening voor te leggen aan het bestuur.” (Stan Gobien, ‘Leest in Feest’)

     

    In 1991 (29 april) werd hij in de Mechelse gemeenteraad, samen met Luc Van De Velde, gehuldigd voor hun 25-jarig ambtsjubileum als gemeenteraadslid.

    Op de huldezitting waren buiten de actuele gemeenteraadsleden ook een aantal  oud-collega’s, waaronder o.a. oud-burgemeester Joris, komen opdagen.Burgemeester Vanroy, daarin gesteund door de fractieleiders van de politieke partijen in de Mechelse Raad, bedacht de beide gevierden met felicitaties en zette hun respectievelijke dames in de bloemen. De gevierden mochten elk een tinnen schotel in ontvangst nemen evenals de burgerlijke medaille eerste klas.

    Jef Vloeberghen ontving ook het ereteken “Ridder in de  Leopoldsorde”. In zijn feestrede zei burgemeester Vanroy dat beiden kunnen terugblikken op een vruchtbare politieke loopbaan. “Jefke” Vloeberghen, aldus de burgemeester, is een man waarop het spreekwoord “bescheidenheid siert de mens” van toepassing is. Zijn politieke loopbaan startte in de fusiegemeente Leest op 5 april 1965 toen er nog geen sprake was van kleurenpolitiek. Hij stapte in de politiek via de lijst van de fanfare Sint-Cecilia. Toen de fusies in 1977 werkelijkheid werden, bleef Jef Vloeberghen gemeenteraadslid. Hij zetelt van dan af als gemandateerde van de SP.” (Gazet van Mechelen)

    Jef Vloeberghen gaf ook zijn naam aan verschillende wielerwedstrijden in de gemeente. De winnaar van de ‘Grote Prijs J. Vloeberghen’ ontving naast de traditionele palm ook een beker genoemd naar de inrichter.

    Datzelfde jaar werd Jan-Piet Leveugle, de latere dirigent, slagwerkinstructeur van deze fanfare. (zie ook 1976)

     

    1974 – In de maanden januari en februari 1974 werd er een opgraving ondernomen door

                het  M.V.A. (Mechelse Vereniging voor Archeologie) aan de localiteit “de

                Bleukens” op de grens van Hombeek en Leest, meer bepaald op de gronden waar

                eens het oude norbertinessenklooster van Leliëndael stond, op het perceel

                genaamd “Kerkhofweide” (Kadaster,Hombeek, sectie A, blad 2, nrs.246 C en

                255).

                Eerst werden op het terrein enkele proefputten gemaakt. Ze leverden weinig op.

                Daarna werd er in het noordelijk gedeelte van het perceel nr. 246 C, langsheen

                de Zennedijk, een sleuf gegraven.

                Er werden o.a. een gedeelte van een majolica pronkbord uit het vierde kwart

                der XVIe eeuw en een fragment van een volks terra-cotta beeld met sporen van

                witte monochromie ontdekt .

                Einde januari werden inexpressieve muren blootgelegd (18x7,5x4,5 cm) in het

                midden van hetzelfde perceel, eveneens langs de Zennedijk. De dikte verschilt

                naargelang zijn respectievelijke functie : 0,60 m, 085 m en 1,88 m.

                In de onmiddellijke nabijheid werden er ook rode tegels bovengehaald.

                De werkzaamheden dienden voortijdig stopgezet te worden en werden in juli

                hernomen. 

                (Meer over opgravingen te Leest : 1939 aan Steinemolen)

     

    1974 – 26 januari : Vevoc Teerfeest
    “Liefst 105 deelnemers staken de benen onder de feesttafel, om tot laat in de nacht (of vroeg in de morgen) de verjaardag te vieren van V.E.V.O.C. Welke andere vereniging kan zoiets op zijn palmares zetten : één jaar oud en met 105 mensen dineren.Voor het zover kwam werd er een jaar lang intens aan activietien deelgenomen, activiteiten van diverse aard, met uiteenlopende interesse. De sport nam wel een voorname plaats in. Een tiental voetbalwedstrijden werden met een sportieve inzet en kameraadschap gespeeld. Sportiviteit ontbrak nooit, en iedereen die aanwezig was, kreeg steeds de kans om zijn kunde te tonen.
    Ook de meisjesploeg van Vevoc speelde een tweetal wedstrijden.
    Ook heeft Vevoc een volleybalploeg (een vijftal wedstrijden in 1973). Natuurexploratie kwam ook aan bod. Wandeltocht in de bossen van Oud-Heverlee. Tweemaal mochten de Vevoc-leden hun ‘kinderlijke creativiteit’ ten toon spreiden tijdens twee groots opgezette spelen voor de chirojeugd.Het eerste was een Arabierenspel in Mechelen, terwijl het tweede een soldatenmaskerade was in Leest. Twee ontspanningsavonden brachten een zestigtal leden bijeen. Een gezellig onderonsje zonder gezochte of opgedrongen bezigheden, gewoon jezelf zijn gedurende de avond.
    Beste mensen, verdere uitleg zal wel overbodig zijn, de bewijzen zijn voorgelegd. Vevoc is er en blijft er. Daarom deze oproep aan alle oud-chiroleden en sympathisanten, neem contact op met één van de bestuursleden of met de voorzitter Louis Vloebergh, Winkelstraat Leest.
    Doe mee met onze activiteiten, praat eens met leden die ge kent; werf zelf leden aan; wees actief in Leest; kom buiten je eigen deur.
    Dank u, het Bestuur.” (folder Vevoc – februari 1974)  

     

    Bijgevoegd :

    -Jef Vloeberghen met echtgenote Rosalie tijdens de huldezitting in 1991.

    -Flyer van een ‘Grote Prijs J. Vloeberghen’.
    -Jefke Vloeberghen

     







    11-06-2012 om 12:41 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    05-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    In “De Band” van september 1983 publiceerde Frans Teughels zijn visie over Georges Herregods :

     

                George Herregods door de ogen van Frans Teughels

    “Hoe was het mogelijk dat hij verzeilde in dat kleine dorpken waar de Zenne spoelt sinds mensenheugenis, dat in dag uit, eb na eb, vloed na vloed ; waar de bomen en velden ruisen, jaar in jaar uit, alle dagen hetzelfde ritme en melodie ; waar voor de mensen die er wonen, vergroeid met elkaar en met de natuur niets verholen kan blijven.

    Iedereen kent er elkaar lijk zijn eigen broekzak. Velen zijn er ook gegaan, anderen gekomen. Iedere nieuweling die er eigenlijk als vreemdeling komt, wordt niet altijd zo maar aanvaard. Er zijn zelfs mensen die onze Leestenaars als niet gastvrij betitelen, doch niets is minder waar.

    Zo kwam hij enkele jaren geleden wonen in het huis van de familie Moyson, waar eens de koster-componist Jef Rheinhard heeft geleefd.

    Groot en recht van gestalte was hij. Het kaki linnen petje dat hij meestal op het hoofd droeg en de met verf en kiel besmeurde oude legeruniform deden eerst denken aan een of andere mislukte Amerikaan. De grote tuin, met zijn geïmproviseerde, in zeven haasten opgetrokken afrastering, waarin men hem op zijn eigen manier zag rondlopen tussen al die soorten kippen en vogels, maakt het spel compleet.

    Voor opname van een of andere Far-West film was er geen mooiere plaats te bedenken.

    Wie van ons zou vermoed hebben dat die korte knik en minzame “gedag” een groet van een hogere officier van ons leger was ?

    Wie zou in die rijzige gestalte een priester hebben gezien en in die ernstig starende ogen een groot kunstenaar en eeuwig humorist ?

    Geen wonder dan, dat hij hier zo vlug ingeburgerd was en door iedereen gekend en bemind. Misschien is het zijn grote liefde tot Hem die alles geschapen heeft, die zijn drie persoonlijkheden tot uiting laat komen.

    Als officier van hoge rang is de PADRE, zoals ze hem in die middens noemen, vriend van iedereen. Van de hoogste Piet in graad tot de minste man in functie is hij de kameraad, zelfs meermaals de raadsman. De minder-valide kinderen van de militairen zouden hem op de handen dragen. Niet te verwonderen in feite, want hoeveel nachten en vrije dagen van zijn bestaan offert hij niet op om een onsje geluk aan deze mensen te brengen.

    Als priester echter is hij ook niet te onderschatten. Een gezelliger luisteraar vindt men niet. Zijn eenvoudige omgang en gemoedelijk praten scheppen een zo groot vertrouwen dat, als men niet oppast men zijn biecht aan ’t spreken is zonder in een hokje hoeven te zitten. Een knikje of een lachje moedigen dan wel aan en voor men het zelf beseft is men zijn geheimen kwijt. Berispingen kent hij niet. Een goed woord en een goede raad geeft hij gratis mee en van de gebruikelijke “penitentie” komt gewoonlijk niets in huis.Hou je echter vast, want altijd heeft hij iemand nodig of kan hij iets gebruiken.

    Onbaatzuchtig als hij is, zal dat iets nooit wat voor zichzelf zijn. Het woord “eisen” komt ook niet voor in zijn woordenboek. Verder kan dat vraagje van alles beduiden : een werkje hier of daar, een klusje zus of zo, al is het maar een klein tekstje voor “de Band”. Beloven heeft men het gewoonlijk al gedaan voor men het begrepen heeft en eer men het zelf weet is men al aan die opdracht bezig.

    In de derde persoon is hij eigenlijk de plezantste.

    Met zijn geest en talent openbaart hij de schepping zo dat men er het schone moet van zien. Wie veronderstelt dat zijn werken altijd door heiligheid overgoten zijn, heeft het verkeerd voor. In eenvoud en natuurgetrouw maakt hij de mooiste dingen , van kleine schets over edel keramiek tot grote meesterwerken in koloriet met plamuurmes of penseel.

    Een vlugge gedachte en een paar rake lijntjes met zijn vlotte hand volstaan om de sierlijkste pittoreske tekeningetjes op papier te toveren, zoals wij die bijvoorbeeld in “de Band” kennen.

    Zijn landschappen, juiste weergave van de natuur en dartelend van levenslust, vloeien hem zo maar uit de hand. Wie eenmaal een tentoonstelling van zijn potten, reliëfs en beelden heeft gezien, kan begrijpen met welke meesterlijke hand de kale kleiklompjes door zijn knedende vingers tot een heerlijk sierstuk ontluiken. Zonder eigenlijk naar nieuwe vormen te zoeken, bekomt hij de mooiste verhoudingen, steeds zuiver van lijn en altijd boeiend. Het aangepast snij- en kleurenwerk van zijn keramieken maken er echte geestige scheppingen van. Een groot gamma van simpele oude spreukjes tot om diep over na te denken gezegden –meestal van hemzelf- kan men er  in vinden.

    Voor mij zijn de boeiendste van al echter zijn grote doeken. Geesteskinderen noemen kunstenaars die en terecht, zoals hier het geval is. In sterk contrast waarin hij hart, geest en vaardigheid de vrije teugel laat, bouwt hij de kleurvlakken naast elkaar op. Eigenaardig als ze soms lijken en niet altijd gemakkelijk om te begrijpen, stralen ze toch één voor één een bezieling uit die men zo maar voelen kan. Al hebben ze een eigen kleur, ritme en stijl, toch doen ze denken aan Rik Wouters, Servaes, Minne en zoveel andere Vlamingen wiens namen klank geven over de hele wereld. Af en toe herinneren ze zelfs aan Rubens, maar altijd en weerkomend is er de humor, waarin men Breughel kan terugvinden.

    Helaas moet hij ons dorpje nu verlaten, wel niet helemaal, maar nieuwe plichten roepen. Als Hoofdaalmoezenier van onze soldaten in Duitsland zal hij nu meestal in Keulen verblijven.We kunnen hem dan ook niet anders dan van harte proficiat wensen en een vruchtbaar apostelaat. Dat huis in de nieuwe heimat is hem van harte gegund, alsook die nieuwe wagen met chauffeur en alles erop en eraan, zodat “Monseigneur” gezeten in de malse kussens rechts achteraan op zijn gemakske ons blad zal kunnen lezen !!!

    Wij danken u voor alles wat ge voor ons en ons dorp gedaan hebt, vriend aalmoezenier. Die verwezenlijkingen zijn echter een ander hoofdstuk waard.

    Ondertussen vragen we u Heer, schenk ons meer mensen zoals Georges, opdat we in hun werken een glimpje van uwe Heerlijkheid kunnen aanschouwen.”

     

    In het ‘Gesprek van de week’, Kerk en Leven nr.5 van 31 januari 1991 verscheen een gesprek met Georges Herregods onder de titel :

     

    ”De aalmoezenier is een vuilnisbak”

    Straks gaat Georges Herregods met pensioen. Althans als hoofdaalmoezenier van de BSD (Belgische Strijdkrachten in Duitsland). Als priester blijft hij actief. Hij wordt pastoor in Elst in de buurt van Oudenaarde, zijn geboortestreek. Ook als kunstschilder legt hij de handen niet in de schoot. De ezel en het kanvas, de schetsboeken en mappen met tekenpapier zullen het eerst uit de verhuiswagen worden geladen. Zoals je ‘priester voor eeuwig’ bent (sacerdos in aeternum), blijf je ook kunstenaar tot je laatste snik.

     

    Georges Herregods behoort tot de generatie priesters uit ‘de grote jaren’. Uit zijn wijdingsjaar 1950, kwamen 59 priesters voor het bisdom Gent. Een deel van hen had een jaar verloren tijdens de oorlog doordat ze door de bezetter na hun humaniora opgeëist waren voor de arbeidsdienst. Georges Herregods had zich hieraan kunnen onttrekken door als arbeider te gaan werken in een weverij. ‘Dat jaar tussen het werkvolk gaf ons een andere mentaliteit,’ zegt hij, ‘ik behoor tot de generatie van ontluikende priesters die reeds in de jaren vijftig met een been in de conciliaire vernieuwing stonden, nog voor Vaticanum II. Vanuit onze ervaring keken wij anders op de identiteit van de priester dan de traditionele kijk van een sacrale kaste.  Na zijn wijding in 1950 werd hij leraar aan de Hogere Landbouwschool van Oudenaarde, daarna gaf hij vier jaar les in het college van dezelfde Oostvlaamse stad. In 1957 begon zijn loopbaan als legeraalmoezenier. Meteen Duitsland, meer bepaald Siegen. ‘Je had voor vele weken de jongens. Ze waren in die tijd echt aan hun lot overgelaten. Als aalmoezenier kon je fantastisch werk doen. Je ging overal mee, op maneuver, op kamp. Ik heb veel aan Milac-werk in de kazerne kunnen doen. Ik had ook een goed zangkoor. Op Goede Vrijdag organiseerden wij een grote kruisweg door het kwartier. Klokslag 15 uur weerklonken negen kanonschoten over de stad.’

    In 1960 is Georges Herregods voor drie maanden als aalmoezenier meegegaan naar Katanga. Hij heeft twee doden bij de onlusten meegemaakt. Een van hen was van Elst, waar Herregods straks pastoor wordt.

    In 1970 werd hij aalmoezenier in Mechelen. In 1973 moest hij terug naar Siegen, omdat hij de zaak daar goed kende en er een grote wisseling van eenheden plaatsgreep. In 1974 werd het Peutie waar hij aalmoezenier werd van het opleidingscentrum en de wapenschool. Hij had gedacht dat hij daar zijn carrière zou kunnen beëindigen. Hij was er in het weekend ook al ingeschakeld in het plaatselijk parochiewerk, vooral bij de jongeren. De opperaalmoezenier meende in 1983 echter dat hij de geschikte persoon was om het hoofdaalmoezeniersschap in Duitsland op zich te nemen. Dat loopt nu ten einde. Dat valt toevallig samen met de eerste fase in de terugtrekking van het Belgisch leger uit Duitsland.

    -Speelt een aalmoezenier een rol in het begeleiden van de menselijke problemen van zo’n reorganisatie ?

    Ik denk het wel. De aalmoezenier is altijd  een klankbord geweest waarop de mensen hun problemen en hun frustraties konden kwijtgeraken. Hij is de vuilnisbak. Wat ze aan hun chefs niet kunnen zeggen, kunnen ze de aalmoezenier vertellen. Het is goed dat dit kan. De aalmoezenier kan veel relativeren. Dat is een van zijn grote taken, vind ik : de mensen op hun gemak stellen, door ze de kans te geven stoom af te blazen. Wee je, door met mensen te praten kun je toch zoveel zaken goed maken die anders heel slecht zouden aflopen. Ik heb ondervonden dat een goed gesprek ook in wanhopige gevallen redding kan brengen. De mensen zijn vaak heviger in hun eerste reactie. Een gesprek kan hen bedaren.

    -Aalmoezenier zijn is dat iets anders dan pastoor zijn ?

    Het pastorale werk van aalmoezenier is meer de directe aanpak, de pastoraal van het contact. Op een parochie kan dat minder, vooral in de stad. Daar heeft de pastoor vooral of uitsluitend contact met de kerkelijken.

    Hij kan zomaar niet in een fabriek binnengaan om met de mensen te gaan praten. Dat is hier wel het geval. Het grote voordeel van het priesterwerk in het leger is dat je contact hebt met de families via de man die je in de kazerne elke dag ontmoet, met wie je een pint drinkt, met wie je op oefening meegaat, enz. Het feit dat je een uniform draagt net als zij, ben je een van de hunne. In het begin dat je toekomt, benaderen ze je wel wantrouwig : ze willen weten wie je bent. Na enkele maanden voel je of je aanvaard bent. De militairen komen makkelijker naar de aalmoezenier dan de parochianen naar hun pastoor, omdat je meer spontane contactmogelijkheden hebt. Mijn werk van de laatste jaren, als hoofdaalmoezenier, ligt echter op een wat ander vlak. Minder rechtstreeks met de manschappen, maar meer de organisatie. Ik zou het als volgt omschrijven : ik hou mij bezig met de mensen die zich met de mensen bezighouden.

    -Men zegt dat het leger een unieke kans is voor de Kerk om jongeren te ontmoeten in een leeftijd waar ze anders daarvoor zo moeilijk te bereiken zijn ?

    Dat is klaar. Jonge mensen van twintig lopen zomaar niet naar de kerk of achter een pastoor. In het leger is dat veel spontaner. De eerste dagen van hun legerdienst lopen ze er heel verloren bij. Als je ze dan aanspreekt, zijn ze zeer toegankelijk. Veel miliciens hebben sinds hun vormsel geen pastoor meer gezien.

    -U bent ook kunstschilder.

    Als kleine snotneus zat ik al te tekenen in het café van mijn grootmoeder. Ik heb geaarzeld of ik St.-Lucas zou volgen of me zou aanmelden voor de militaire school of naar het seminarie zou gaan. Ik heb het derde gekozen. Ik had het geluk dat ik van die twee andere ook iets kon doen. Ik heb mijn jeugd gekend in de tijd van het expressionisme. Ik heb altijd, zonder het goed te weten, voor die stroming een voorliefde gehad, omdat die in zekere zin spiritueel is maar ook zeer menselijk. In al mijn schilderijen komen mensen voor. Ik hecht veel belang aan de ogen, omdat deze de expressie van de afgebeelde figuur zijn. Ik ben niet voor landschappen en stillevens. Vermits ik ook religieus ben, zit dat er ook in. Misschien is mijn kunst typisch Vlaams. Wat mij daarin beweegt, weet ik niet. Het komt vanzelf. Dikwijls zit er een humoristische blik op de wereld in, maar ook een aandacht voor de miseries van het leven, dat niet alleen seks en plezier maken is. Tegelijk wil ik alles relativeren. De mensen op mijn schilderijen zijn ook nooit echt gelukkig of plezierig, zeggen ze. Er hangt altijd wat weemoed over. De weemoed van : het is maar een klein leven dat we leiden, een klein geluk dat we dragen, een klein liefde waartoe we in staat zijn, nooit dat echte, grote volmaakte. Zo heb ik een koppeltje geschilderd. Ze staan wel heel dicht bij elkaar, maar toch kunnen ze als het ware niet echt bij elkaar komen. Het is ook wel best dat we nooit de andere kunnen worden, maar onszelf moeten blijven. Ik schilder het verdriet van de wereld ook : een oude tante in een rusthuis die zit te wachten tot er bezoek komt. Er staat een papegaai bij : in afwachting praat ze tegen zichzelf. En dan mijn ‘Ween over uzelf en uw kinderen’ : een Christus voorgeleid door een soldaat zoals we op de televisie zien, omringd door vrouwen die wenen. Mensen bepalen hun eigen lot. Ween dus over uzelf, zegt Christus. Kijk naar de Golf : iedereen is tegen de oorlog, maar we zijn er regelrecht naartoe gegaan.

    M.V.d.V.”           

     

    Ontelbare pennenvruchten liet Georges Herregods na in de Leestse Milac-periodiek. In De Band van februari 1976 publiceerde hij :

     

    “Alle dagen vlees en soep zonder werken bij den Troep…”

    Ik hoor mijn vader zaliger nog over den troep vertellen : hoe ze ’s avonds vooraleer “z’er inkropen” eerst hun luizen zaten te vangen : ze hielden daartoe hun broek met de naden boven een kaarsenvlammeke. Men kon de luizeneikes horen knetteren en de luizekes zelf vielen geroosterd in het vuur.

    Sindsdien is er heel wat water door de Zenne gelopen. De tijden zijn veranderd. Ook de troep is er niet op verslecht. Anciens die tien jaar geleden van de klas ‘zwaaiden’ kunnen hun ogen niet geloven als ze tegenwoordig een moderne kazerne van dichtbij zien : ge kunt zelfs de ‘muur’ niet meer doen, want er is geen omheining meer, geen muur, geen draad, niets : systeem van vertrouwen noemen ze dat.

    Waar is de tijd dat z’uit gamellen moesten fretten : stomp met boeletten en ’s anderendaags boeletten met stomp ! Thans is dat self-service : G.B.systeem, alle dagen keus tussen drie menu’s. En een rollend tapijt verdwijnt met uwen afwas ! Vooral de menselijke kant is verbeterd : jongens die getrouwd zijn of met familieproblemen zitten, krijgen een kazerne tegen hun deur en slapen elke nacht in hun eigen bed. Het verlofsysteem werd interessanter. En het strafreglement van 1830 werd eindelijk wat aangepast !

    Toch blijft de troep voor wie binnenmoet nog steeds een avontuur, een ontgroening, waar hij in zijn leven iets van overhoudt, ten goede of ten kwade : nieuwe horizonten, nieuwe kameraden, ver van huis op eigen poten. ’t Is niet al slecht wat er aan is : wie optimist is en wat haar op zijn tanden heeft, zal er ook veel deugd aan beleven…

     

    Of in hetzelfde blad van augustus 1976 brak hij een lans voor het lidmaatschap van een jeugdvereniging :

     

    “O ja, de kerels  bestaan nog…

    Zondagavond op een troepenkamer in Siegen. Hij kwam binnen in zijn scoutskostuum, met korte broek, gouden haartjes op zijn pezige billen, een zweetlucht rond hem, en liet zich op zijn bed vallen : oef ! Hij had zich nog eens een ganse namiddag ingezet voor zijn ‘wolfjes’, de kinderen uit het militaire dorp. Zijn kameraden lagen van op hun bed te grinniken : ‘hebde ze nog eens goed verdiend ? Hebd’u goed geamuseerd ?’

    Het is meer plagerij dan kwade wil, want in de grond kunnen ze hem best verdragen. En ze weten nog hoe hij de eerste dag dat ze binnenkwamen hen heeft moeten helpen om hun dekens te plooien, want zelf konden ze het niet.

    Dat is zo. Ge haalt er bij de troep direct de mannen uit die in een jeugdbeweging zijn geweest. De jeugdbeweging maakt u gereed voor het leven :

    -ze maakt jongemensen ‘sociaal’ omdat ze hen op een ongedwongen manier leert omgaan, leert ‘leven’ met de anderen. Ze opent de kleppen van de ogen en leert hen verder zien dan hun eigen persoontje en het wereldje van hun gezin.

    -ze leert hen ‘spelend’ door het leven gaan, met al wat het spel inhoudt aan fair-play, kunnen verliezen, optimisme.

    -ze leert hen de liefde tot de natuur en de moed om ook het harde aan te pakken.

    Ge wordt een schoner mens ! En laat dan de anderen maar lachen.”

     

    Terug In zijn geboortestreek begon Georges Herregods in 1992 vrienden-kunstenaars uit te nodigen om hun werk tentoon te stellen in zijn kerk te Elst ter gelegenheid van het feest van Sint-Apollonia.

    Intussen is dit evenement uitgegroeid tot een cultureel hoogtepunt dat zelfs buiten onze landsgrenzen bekendheid geniet.

    Hierna een verslag van een ‘Alnetum’ uit 2011 :

     

    BRAKEL – Priester Georges Herregods is wereldbekend in Elst. Het mag dan ook niet verwonderen, dat al zijn nieuwe werken vlug verkocht waren. Temeer daar Georges ze aan heel democratische prijzen verkocht heeft. Hij geniet immers van de wetenschap, dat ze zullen hangen bij mensen die hem een warm hart toedragen. Zondagnamiddag waren er al 1.300 bezoekers komen genieten van de tentoonstelling. Ik sprokkelde enkele impressies, allen even lovend !

    Frans en Mieke uit Harelbeke : loven de aparte stijl van de werken van Georges. Ze vinden ze deels kinderachtig, maar dan wel in positieve zin. Ze zijn beeldend, hebben iets van de werken van Permeke. De kleuren vinden ze geweldig, en de schijnbare tegenstelling tussen het religieuze en de sexueel getinte kant van vele werken, is ook geslaagd.

    Johan en Monique uit Melle : vinden de schilderijen erg mooi en vooral vanwege de boodschap die ze uitdragen. De Afrikaanse invloeden, de fragmenten uit de Bijbel, de herinneringen aan vroeger, de ironie om kerkelijke gebeurtenissen, ze hadden het allemaal niet verwacht van een pastoor. De titels bij de schilderijen vinden ze erg adrem !

    Wim en Ann uit Zottegem : roemen de werken om hun vrolijkheid, die hun spontaan aan het lachen brengt. Ze zijn kinderlijk, met sterke kleuren. Het doet hen aan een kinderbijbel met prentjes denken. Ook zij vinden dat Georges Herregods wel durft, om op die manier te schilderen.

    Dirk en Mia uit Oudenaarde : …vele werken vertalen de actualiteit met een ondeugende knipoog. Hij roemt de schilder voor zijn klare kijk op de wereld !

    Martin en Marijke uit Merelbeke : …de schilderijen fascineren hem, onder andere vanwege het grote stripgehalte. De personages gaan dialogen met elkaar aan, wat goed zichtbaar is op vele doeken. Georges is niet de verfijnde technicus, maar dat is ook niet noodzakelijk om mooie kunst te maken. Kunst, en ook de werken van Georges Herregods, zijn immers van een hogere dimensie.

    We hebben met z’n allen genoten van de tentoongestelde werken, en hopen, nog veel meer werken van Georges Herregods te kunnen bewonderen in de toekomst.

    (Website van Martin Uvijn verslag van het Alnetum 2011 in Brakel)

     

    In ‘Klei en Kleur. Georges Herregods retrospectief’  Antwerpen, Halewijn 2002, belicht publicist en journalist Koenraad J.S. De Wolf het veelzijdig kunstenaarschap van de gewezen inwoner van Leest, wiens kortstondige aanwezigheid in dat dorp nog overal zichtbaar is.

     

    Bijvoegsels :

    -De achterkant van zijn Leestse woning in de Kouter.(pentekening van Karel Soors)

    -Pater Damiaan door de ogen van Georges Herregods.

    -De kunstenaar in 2011.

    -Gevonden op het internet…

     









    05-06-2012 om 18:54 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.

    1974 –  Nieuw lokaal voor Chiromeisjes. 

    Dat jaar kregen de Chiromeisjes een nieuw gebouwd bakstenen lokaal of heem haaks en naast de parochiezaal. Dit dankzij de inzet van velen, o.a. van pater K. Van Aken, proost (sinds 1973-1974) en van groepleidster Gert De Prins. Als financieel hulpje organiseerde men een papierslag. Drie jaar later telde men in Leest honderd en vijf Chiromeisjes waarvan er vijfentachtig mee op bivak gingen.

    Voor de oudsten –er waren zes leeftijdsgroepen met eigen einduur :  prutsen, de speelclub, de kwiks, tippers, tiptiens en de aspimeisjes- werd maandelijks een gemengde vergadering met de ‘kerels’ gehouden. En er was ook een oudercomité.

    (Wilfried Hellemans, ‘De Sint-Niklaasparochie in Leest’, 2009)

     

    1974 – Enkel jaartal bekend : Leefmilieu Leest – Zet het licht op groen

    Stinkt de Zenne,

    “U kent ze ook wel, onze mooie riviergang, waar de mist zo spookachtig kan wezen dat zelfs een doorwinterd automobilist er grijze haren van krijgt.

    Dit is een feit, en misschien is het ook wel een feit dat ze dat in ‘Brussel’ niet weten, maar zeker is het, dat wij Leestenaren nog een mooi stukje groen hebben, langsheen die

    Zenne waar we ons soms nog te weinig bewust van zijn. Leest is en blijft een dorp dat als landschappelijk waardevol gebied een pluspunt is in onze sterk geïndustrialiseerde wereld.

    Het verheugd ons dan ook ten zeerste, toen wij een dezer dagen mochten vernemen, dat de westelijke zennekant, welke niet als beschermd-landelijk gebied was afgeschreven, en gaat van

    Heffen-Leest-Hombeek, dat deze streek zou worden opgenomen, dit op een zo groot mogelijke basis genomen en te interpreteren, als beschermd gebied.

    DE ZENNE STINKT, maar onze Zennevallei is een stukje Leest dat de moeite waard is, zichzelf te kunnen blijven !” (De Band)  

     

    1974 – Georges HERREGODS

     

    Dat jaar vestigde priester en kunstenaar Georges Herregods (°1926) zich te Leest.(een andere bron vermeldt 1970)  Hij zou er verblijven tot 1983 bij zijn benoeming tot hoofdaalmoezenier van de Belgische Strijdkrachten in Duitsland. Alhoewel zijn domicile in de Kouter behouden bleef, resideerde hij van toen af de meeste tijd van het jaar in Keulen.

    In zijn Leestse periode verzette de aalmoezenier bijzonder veel werk. Op pastoraal en sociaal maar vooral op artistiek gebied en als monumentenverzorger.

    ‘De Band’, het maandblad van Milac-Leest, kreeg een ander aangezicht toen hij zich met de redactie begon te bemoeien.  Naast aalmoezenier was hij ook een begenadigd en veelzijdig kunstenaar : keramist, schilder, tekenaar en auteur. Hadden Jan De Decker en Hendrik Diddens zich al voorzichtig aan geschiedkundige bijdragen over de gemeente Leest gewaagd, de aalmoezenier nam het hele kerkarchief onder de loep. Zijn historische bijdragen werden door iedereen gesmaakt : stambomen van de oudste Leestse families, de historiek van de eeuwenoude herendoeningen, van de kerk, de pastorij, de kapellekens…

    Na zijn benoeming tot hoofdaalmoezenier dankte ‘De Band’ hem op haar manier :  

    “Beste Georges, wij danken u van harte voor uw inzet. Als grote bezieler en motor van De Band hebt u zich gedurende meer dan acht jaar met hart en ziel ingezet voor ons dorpsblad. Duizenden tekeningen van uw hand brachten een persoonlijk cachet aan de Band. De vele bandwerkavonden in een geest van samenwerken hebben van de Band een fijn verzorgd en veel gelezen blaadje gemaakt. Wij zijn daar fier op. De goede samenwerking heeft veel mensen dichter bij elkaar gebracht. De ontelbare keramieken die we hebben zien groeien en die je overal tegenkomt zijn als zoveel geesteskinderen waarbij men even ernstig wordt of moet lachen. Ze geven een blijk van uw mensenkennis en kunstzin.
    Georges, wij kijken uit naar uw Keulse brieven en als het kan, willen we blijven hopen op uw medewerking.”  

    Aan hem werd ook nog een stukje poëzie toevertrouwd :

    “De Heiland had U lang bewaard,
    om zonneschijn te brengen
    en leven in de woestenij
    of mensen bij elkaar te brengen.
    Nu gaat ge weer te naaste bij
    de sporen van ons Heer.
    De bloesems door U opgespaard
    zullen bloeien, telkens weer.
    Al gaat ge Georges tot ieders spijt,
    de vrienden van “de Band” geraakt ge nimmer kwijt.”  

    Naar aanleiding van de fusie in 1977 en omdat 1978 uitgeroepen werd tot ‘Jaar van het dorp’  verzocht burgemeester Lauwers de aalmoezenier om een boek over het dorp te maken. Georges Herregods liet zich omringen door een tiental Leestenaars en onder zijn algemene leiding ontstond in ’78 het fraaie ‘Leest Geweest’.
    In 1980 verscheen van zijn hand ‘Waar Leestenaars samenkwamen’, een uitgave van Davidsfonds Leest met een historiek van de kerk en een blik op haar kunstpatrimonium. 

    Georges Herregods werd in 1950 in het bisdom Gent tot priester gewijd, dit samen met 59 andere priesters. Een deel van hen werd tijdens de oorlog, na hun humaniora, opgeëist door de bezetter. Georges kon hieraan ontsnappen door als arbeider te gaan werken in een weverij. “Dat jaar tussen de arbeiders gaf mij een andere kijk op de realiteit”, vertelde hij. “Ik behoor tot de generatie priesters die toen al half in de conciliaire vernieuwing stonden, nog voor Vaticanum II. Vanuit onze ervaring hadden we een ander beeld van de figuur van de priester.”

    Na zijn wijding werd priester Herregods leraar aan de Hogere Landbouwschool en aan het college van Oudenaarde.

    In ’57 begon hij zijn werkzaamheden als aalmoezenier in Siegen, Duitsland. “Ik heb toen veel aan Milac-werk kunnen doen omdat de jongens in die tijd echt aan hun lot overgelaten werden.”

    Drie jaar later ging hij als aalmoezenier mee naar Katanga, waar hij tijdens de onlusten getuige was van de moord op twee mensen. Via een aalmoezenierspost in Mechelen, en zijn terugkeer naar Siegen, werd hij begin ’70 aangesteld in Peutie. Ondertussen verbleef hij in Leest en werd er een echte Leestenaar. In 1983 werd hij hoofdaalmoezenier in Duitsland.

    Priester Herregods ontpopte zich in zijn loopbaan als een volleerd kunstenaar, die ettelijke uren les liep aan diverse kunstscholen.

    “Als kind tekende ik de achterkanten van affiches vol met stripverhalen. Dat was in het café van mijn grootmoe, in Brakel. Ik heb lang geaarzeld om naar de St.Lucasschool te gaan, me aan te melden voor militaire dienst, of naar het seminarie te trekken. Ik koos voor het derde, maar had het geluk dat ik ook van die andere twee opties wat kon proeven”, aldus de aalmoezenier in GvA op 28 maart 1991. (zie verder)

    Deze kunstenaar, die zichzelf een self-made man noemt, liet geen gelegenheid voorbij gaan om zich op artistiek vlak te vervolmaken. Van ’51 tot ’56 volgde hij les bij Gerard Hermans, aan het St.-Lucasinstituut in Gent, waar hij zich bekwaamde in etsen en schilderen. Nadat hij naar Siegen was gestuurd, volgde hij er een jaar “Mahlkurse”, bij Meyer-Lippe en bij Willy Schutz, die zelf een opleiding genoot bij de wereldbefaamde Oostenrijkse en later Britse Oskar Kokoschka. Zijn later verblijf  in de kusntstad Köln gaf Georges de gelegenheid drie jaar les te volgen bij Wolfgang Guntermann, in de privéschool Kölner Schule für Mahlerei.

    Het werd van G. Herregods is volks en expressief. Op al zijn schilderijen komen mensen voor en ze zijn overgoten met humor. Bovendien verraden tal van zijn werken zijn religieuze engagement en graag zet hij veel kruisen en Christusfiguren neer.

    “Het koor van Herzogenrath” omschrijft de aalmoezener zelf als één van zijn beste werken.

    In 1984 benoemde de paus hem tot “Apostolisch Militaris”, met standplaats te Brussel. In deze nieuwe hoedanigheid hield de aalmoezenier eraan zelf een hoogmis te Leest te celebreren en de gelovigen aldaar zijn eerste pauselijke zegen “laetare populum innocente” te geven.

    Naar aanleiding van zijn afscheid van het leger en van Leest bracht het Davidsfonds een retrospectieve van zijn werken in de parochiezaal tijdens “Posse Leest” 1991.

    “Klei en kleur, 35 jaar tussen boeren en soldaten, George Herregods” kende een enorm succes.

    Georges trok in 1991 naar zijn geboortestreek Elst waar hij als priester actief bleef. (GvA,1/6/91)

     

    Naar aanleiding van de Davidsfonds tentoonstelling “Klei en Kleur” met werk van Georges Herregods ter gelegenheid van “Posse Leest” 1982 publiceerde Gazet van Mechelen een intervieuw van Pat Donnez met de aalmoezenier-kunstenaar : (9/4/1982)

    -G.H. : “Ik ben op de eerste plaats aalmoezenier en heb daar nog geen minuut spijt van. Ik heb daar ook mijn hele leven op gezet. Kolossaal intressant als opgave. Er zijn dagen dat ik werkelijk tevreden ben dat ik die richting gekozen heb omdat ik mensen heb geholpen. In die zin zijn mijn andere activiteiten, nevenbedoeningen die altijd in verband staan met mijn apostolaat, mensen samen brengen en werken steunen.”

    -Na vele jaren dienst in Siegen, ga je in ’74 naar Peutie. Een opleidingscentrum voor nieuwe rekruten. Waaruit bestaat je taak ?

    -G.H. : “Ik help de rekruten de eerste dagen opvangen. Die jongens zitten dikwijls met problemen omdat ze ontworteld zijn, voelen zich “mottig”. Omdat ze uit hun gewoon burgermilieu worden getrokken kampen ze met heel wat sociale problemen. Thuis zit er dan dikwijls ook iets niet in de haak. Als aalmoezenier ben je katalisator van al die gevoelens. Het menselijk en geestelijk aspect loopt geweldig door mekaar. In een pluralistisch milieu moet je aanvaard worden, en moet je mekaars mening respecteren.”

    -Aalmoezeniers kunnen duidelijk nog werk leveren in het leger ?

    -G.H. : “Je merkt dat een minderheid het ernstiger neemt dan ooit. Op een parochie is er altijd iemand bij wie ze in nood terecht kunnen. Vooral in Duitsland in het BSD-garnizoen met de families en kinderen. Daar kan een priester nog werken. In België ligt het anders. Het geestelijk aspect speelt minder. De cultus ligt anders, de meeste jongeren zijn zondags thuis. Zo kwam ik in de kazerne in Peutie toe en vond een heel mooie, oecumenische kapel –zowel voor katholieken, protestanten als andersdenkenden. Is dat nodig, vroeg ik mij af, in een tijd waar zondags het grootste deel naar huis gaat ? Maar ik ben sindsdien van idee veranderd. Elke kazerne heeft een plaats nodig waar je je kunt bezinnen en tot jezelf komen, rustig worden, nadenken en bidden. Mijn bureau is net naast de kapel en ik hoor regelmatig mensen binnengaan.

    -De opkomende vredeswil van honderdduizenden jongeren blijkt samen te gaan met anti-leger houding. Kan je je daarmee verzoenen ?

    -G.H. : “Dat wordt dikwijls verkeerd begrepen. Alsof voor de vrede zijn, a priori betekent tegen het leger zijn. Alsof alle militairen voor oorlog zouden zijn en tegen de vrede. Dat is het verkeerde. Het is een andere opvatting om vrede te bekomen en te bewerken. De ene zegt je moet de deur open zetten, de ander : neen, je moet zorgen dat ze niet binnen kunnen. Op den duur weet je niet wat het beste is. Maar de twee beogen hetzelfde. We mogen niet van alles een krachtproef maken.”

    -Je woont 12 jaar in Leest. Je keramieken en schilderijtjes drukken een gemeende verbondenheid met het dorp uit. Je moet je ongetwijfeld thuis voelen ?

    -G.H. : “Ik ben hier niet als pastoor komen wonen maar als gewone mens tussen de Leestenaars, als parochiaan. Maar omdat de mensen in u ook een priester zien, komen ze met andere problemen, soldatenzaken, jongens die bij den troep moeten. Ik probeer mezelf te zijn in mijn werken. Kijk je ziet dat die schilderijen gericht zijn op de gewone dorpelingen. Zij vragen geen grote kunst, zij vragen om de gewone dagelijkse zaken. Het is geen grote schepping, het vraagt creativieteit en het is toch artistiek verantwoord.”

    De werken staan kris kras verspreid in het salon.Het zijn de jongste, één moet nog een kader krijgen. De geur van olieverf maakt de kamer tot een atelier. Gezichten op Leest, de pastorie, landschappen, wachten naast religieuze taferelen, op een veilig onderkomen in de parochiezaal.

    -De persoonlijke stijl herinnert ons aan de naïeven ?

    -G.H. : “Dat komt waarschijnlijk door de grote expressiviteit. Gelaat met grote ogen en eenvoudige mondtrek. Ik geloof dat ik zo op mijn best ben. Ik heb in mijn leven nogal wat cartoons gemaakt voor allerlei blaadjes en uitgaven. Ik ben daar nogal sterk in ja, al zeg ik het zelf.”

    -Vooral in je niet-profane schilderijen blijk je met dubbele bodems te werken ?

    -G.H. : “Dat klopt. Wie zonder zonde is werpe de eerste steen ! Een tafereel met de Kristusfiguur centraal en er rond een maskerade, het lijkt wel carnaval hé. Die mensen rond Jezus, staan voor de rechtvaardigheid van de wereld, de bourgeoisie die (ver)oordeelt. Jezus is de zwakheid. De band met de oorlog en de repressie die klaar staat met de steen, is voor de hand liggend, zie je.”

    -Je hebt ook een oven voor je keramische werken. Niet gemakkelijk werken neem ik aan ?

    -G.H. : “Ik maak eerst een schets, boetseer de klei –die wordt uitgehold om barsten te voorkomen en te beletten dat de klei vlugger droogt- en begin een eerste maal te bakken.

    Nadat het glazuur is aangebracht, wordt de klei een tweede maal gebakken. En dat is niet zo eenvoudig omdat de temperatuur verschilt naargelang de klei en het glazuur. Nu draait mijn oven al enkele dagen op volle toeren. Mijn grotere stukken laat ik in Westerwald bakken. Een klein familiebedrijfje in Duitsland waar ik elke maand een halve middag ga werken. Het is een oeroude methode, men werkt er zoals 500 jaar geleden. Het is een speciaal systeem. De stukken staan in de vlammen en de temperatuur gaat tot 1250 graden. Je strooit zoutkristallen in de oven die tot zoutklompen verdampen, en die neerslag vormt een natuurglans die je niet met een electrische oven kunt bekomen. Niet giftig en bevat ook geen loodwitten. Die natuurglans gebruik ik voor mijn potten, kopjes en borden.”

    -Dit weekeinde gaan meer dan 180 schilderijen en karamieken de deur uit. Met pijn in het hart ?

    -G.H. : “Nee, oh nee. Op het moment dat het werk af is en je merkt dat het mensen het graag zien, dat je aan hun ogen ziet dat het hun zint, is je doel bereikt.

    Als ik gewaar wordt : kijk, die neemt dat keramiek of vergezicht omdat hij het graag ziet, dan ben ik tevreden.”

     

    Foto’s :

    -De extra lokalen van de Chiromeisjes. (foto : ‘De St-Niklaasparochie in Leest’, Wilfried Hellemans)

    -Aalmoezenier Herregods

    -Georges Herregods tijdens een tentoonstelling.







    05-06-2012 om 18:09 geschreven door Marcel Van Hoof

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (10 Stemmen)
    >> Reageer (2)


    Archief per week
  • 08/07-14/07 2019
  • 01/07-07/07 2019
  • 24/06-30/06 2019
  • 17/06-23/06 2019
  • 10/06-16/06 2019
  • 03/06-09/06 2019
  • 20/05-26/05 2019
  • 13/05-19/05 2019
  • 06/05-12/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 01/04-07/04 2019
  • 18/03-24/03 2019
  • 04/03-10/03 2019
  • 25/02-03/03 2019
  • 18/02-24/02 2019
  • 11/02-17/02 2019
  • 21/01-27/01 2019
  • 14/01-20/01 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 24/12-30/12 2018
  • 17/12-23/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 26/11-02/12 2018
  • 12/11-18/11 2018
  • 29/10-04/11 2018
  • 22/10-28/10 2018
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 18/06-24/06 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 07/05-13/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 29/01-04/02 2018
  • 22/01-28/01 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 21/08-27/08 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 10/07-16/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 05/09-11/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013
  • 07/10-13/10 2013
  • 30/09-06/10 2013
  • 23/09-29/09 2013
  • 16/09-22/09 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 02/09-08/09 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 22/07-28/07 2013
  • 15/07-21/07 2013
  • 08/07-14/07 2013
  • 01/07-07/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 17/06-23/06 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 03/06-09/06 2013
  • 27/05-02/06 2013
  • 13/05-19/05 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 22/04-28/04 2013
  • 25/03-31/03 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 11/03-17/03 2013
  • 04/03-10/03 2013
  • 18/02-24/02 2013
  • 28/01-03/02 2013
  • 21/01-27/01 2013
  • 07/01-13/01 2013
  • 31/12-06/01 2013
  • 24/12-30/12 2012
  • 17/12-23/12 2012
  • 10/12-16/12 2012
  • 03/12-09/12 2012
  • 26/11-02/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 12/11-18/11 2012
  • 05/11-11/11 2012
  • 29/10-04/11 2012
  • 22/10-28/10 2012
  • 15/10-21/10 2012
  • 08/10-14/10 2012
  • 01/10-07/10 2012
  • 24/09-30/09 2012
  • 10/09-16/09 2012
  • 03/09-09/09 2012
  • 13/08-19/08 2012
  • 06/08-12/08 2012
  • 30/07-05/08 2012
  • 23/07-29/07 2012
  • 02/07-08/07 2012
  • 25/06-01/07 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 11/06-17/06 2012
  • 04/06-10/06 2012
  • 28/05-03/06 2012
  • 14/05-20/05 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 23/04-29/04 2012
  • 16/04-22/04 2012
  • 09/04-15/04 2012
  • 02/04-08/04 2012
  • 26/03-01/04 2012
  • 19/03-25/03 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/03-11/03 2012
  • 27/02-04/03 2012
  • 20/02-26/02 2012
  • 13/02-19/02 2012
  • 06/02-12/02 2012

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!