La Licorne club Nederland opgericht te Nunspeet op 1 december 2005
La Licorne club Nederland is een club die zich bezighoudt met het rijdende houden van de La Licorne's in Nederland. Gezien er alleen maar onderdelen in het buitenland verkrijgbaar zijn is het handig te weten dat sommige leden van deze club regelmatig in het buitenland op vakantie zijn. Vaak worden op brocantes losse onderdelen aangeboden. Zo heeft de club ook contacten met een Belgische verkoper van La Licorne onderdelen. Tevens houdt de club nauwe contacten met de Franse La Licorne club "les Amis de la licorne" te Reims. Veelal om informatie en registratie van het aantal La Licorne's in Nederland. De Franse club wil graag weten hoeveel auto's er nog zijn. In totaal zijn er 38000 gebouwd waarvan er al vele niet meer bestaan. Slechts 30 rijden er rond in Frankrijk. Tot nu toe zijn er in Nederland 4 rijdende exemplaren en 8 niet rijdende exemplaren bekend bij de club. De club zou graag willen dat elke La Licorne bezitter zijn auto en type door wil geven, het zij anoniem want enige bezitters naar weten willen onbekend blijven. De club respecteerd dat. Het zijn immers zeer zeldzame en onvervangbare wagens. Des al niet te min wil de club voor hen ook onderdelen zoeken. Hoeveel er in Frankrijk bij de club bekend zijn is ons nog niet bekend. In iedergeval meer dan 100.
Het lidmaatschap is en blijft gratis voor La Licorne bezitters. adverteerders en donateurs zijn welkom.
Corre: De autofabriek van Jean Marie Corre werd in 1901 opgericht. De eerste wagens waren nagenoeg identiek aan de Renaults uit die tijd. Ze gebruikten 1 cilinder 3 PK Dion Bouton motoren,die vooraan in het chassis stonden. In 1904 bood de firma een 8 PK 1 cilinder en een 10 PK 2 cilinder model aan, beiden met Dion Bouton motoren. Daarnaast was een 4 cilinder van 16 PK van Aster leverbaar. In 1906 bouwde Corre een 10,6 liter racewagen voor de Grand Prix, maar hij zag het niet zitten om zelf te rijden. Het gamma breidde zich geleidelijk uit, maar bleef motorenleverancier Dion Bouton trouw. Corre-La Licorne
Firmin Lestienne wordt in 1907 eigenaar van " automobiel fabrikant Corre" welke gevestigd was in de wijk Levaillos in Parijs. J.Corre was door een rechtszaak met Renault over plagiaat in geldnood gekomen. Het conflict ging over een directe aandrijving van Renault.Hij zag geen andere mogelijkheid dan zijn bedrijf aan de rijke vader van zijn in dienst zijnde studerende Ingenieur, Waldemar Lestienne te verkopen. Het bedrijf bouwde vanaf 1901 verschillende drie- en vierwielers met motoren van Dion-Bouton, Ballot en Chapuis-Dornier. Daarnaast was Corre samen met Waldemar bezig racewagens te bouwen en had enige overwinningen op naam staan tijdens wedstrijden. Deze racewagens werden na overname van het bedrijf verder ontwikkeld door Waldemar Lestienne. Waldemar werd door Firmin aangesteld als Technisch Directeur van de constructie afdeling. De wagens kregen de naam Corre-La Licorne.
La Licorne betekent Eenhoorn en bevond zich in het familiewapen van Lestienne. Op het logo zie je dan ook een steigerend paard met een hoorn.
Corre verliet de firma rond 1910 en bouwde nog enkele jaren onder de naam Corre, Corre la Horne of JC, in Rueil kleine auto's met 4 cilinders van 8,10 en 12 HP.
Maar het bleef niet bij racewagens. Door ruimte gebrek werd de fabriek in 1914 verplaatst naar de wijk Courbevoie in Parijs om mee te doen met de concurrentie. La Licorne De naam en het Logo werden na deze verhuizing veranderd in La Licorne. Onder deze naam bouwde de firma van Lestienne verschillende typen personenauto's.
Op 18 september 1915 overleed Jean Corre als gebroken man op 51 jarige leeftijd. Vanaf 1927 plaatste men eigen ontwikkelde motoren ( La Licorne) in plaats van de voorheen ingebouwde Ballot en Chapuis-Dornier motoren.
In 1936 werd het besluit genomen om Citroen drie nieuwe modellen Rivoli van een carrosserie te laten voorzien, een heel opmerkelijke beslissing daar tot dan toe de La Licorne’s, alhoewel traditioneel, altijd voorzien waren van koetsen (cocques) geproduceerd door grote namen als Kelsh, Duval, Antem of Autobineau. Waarom kon de Traction zonder een chassis, en waarom moest die van de La Licorne verlengd worden ? De auto’svertoonden onderling nogal wat verschillen met name op het gebied van de grill, op de Rivoli bleef het voetbord terwijl deze in de Traction niet meer aanwezig was. De Rivoli was veel netter afgewerkt, stiller en luxueuzer, door het gebruik van rubber buffers tussen het chassis en de koets. Toch had deze veel minder succes, kwestie van marketing? Of toch door het rechts blijven plaatsen van het stuur? De samenwerking bleef echter bestaan en dit resulteerde in 1938 in de coach 6/8CV die te leveren was met de 1.1 liter motor en 4 versnellingsbak van La Licorne of de 1.6 liter motor van Citroen. Lestienne ( La Licorne) overwoog dan om hun nieuwe 11CV a194 te voorzien van de 1.9 motor van de Traction maar dit kwam niet verder als een prototype. Dan opnieuw, als het merk op dat moment ca 25000 auto’s verkocht had, gooide de 2e wereldoorlog roet in het eten. Citroen kon geen motoren meer leveren en verbrak de samenwerking om zelf te kunnen overleven. Lestienne zag zichzelf dan ook genoodzaakt een samenwerking aan te gaan met Milde-Krieger die gespecialiseerd was in elektrische auto´s. Hier kwam een auto uit voort die voorzien was van 48 tudor accu’s. Na de Oorlog zag Lestienne ( la licorne) zichgenoodzaakt hun oude vooroorlogse motoren weer te plaatsen. Dit werd echter door het plubliek niet zo zeer gewaardeerd en hun laatste nieuwste model dat in 1948 op de show in Parijs werd tentoongesteld kwam dan ook niet meer in productie. In 1949 werd la Licorne Failliet verklaard en werden de machines verkocht aan Bugatti. Citroen kocht de mallen en Renault ( inmiddels staatsbedrijf )kocht de fabriek. Deze is vandaag de dag nog in bezit van Renault en staat op de monumenten lijst.
Welgeteld rijden er in 2007 in Frankrijk nog 30 La Licorne's rond. In Nederland zijn 7 wagens bekend bij de club waarvan er 3 rond rijden. Een 4de komt binnenkort op de weg.
Ziet u een La Licorne let dan wel dat u iets zeldzaams en unieks ziet.
J. Corre stellte auf an Levallois eine Société französische der Corre-Kraftfahrzeuge im Jahre 1901. Die Produktion beginnt mit Dreirädern und vierrädrigen Fahrrädern an Motor.Dieses Zeichen erwirbt schnell eine gewisse allgemeine Bekanntheit, dank insbesondere seinen Erfolgen in Wettrennen und geht zu einer industrielleren Produktion im Jahre 1903 über. Einzig sind zwei Modelle verfügbar, eines 2 Zylinder und eines 4 Zylinder. Das Zeichen wird Corre-La-Licorne im Jahre 1907 dann werden einfach Licorne im Jahre 1930. Der Zweizylinder von Dion disparait im Jahre 1912. Der Bereich packt sich progressiv, bis zu im Jahre 1914 neun Modelle von 7 bis voll 25 Lebensläufe vorzustellen, es ist eine Eigenschaft dieses atypischen Zeichens, eine große Anzahl von Modell vorzustellenVergangenheit die Prüfung des großen Krieges Corre Licorne diversifiziert sich weiter und benutzt Motoren verschiedener Zeichen: Bündel, Scap von Dion Bouton Chapuis Dornier zum Beispiel. So wird ein Nützlichkeitsbereich entwickelt, die kleinen Lastwagen und der boulangèrelieferwagen werden sehr für ihre Robustheit geschätzt.Die Erhöhung der Produktion erfordert einen Umzug in ausgedehnteren Räumen im Jahre 1924 an Courbevoie. Das im Jahre 1927 eingeführte Modell wird 6 Zylinder (1492 cm3), erfolgreich in Wettrennen verpflichtet.Im Jahre 1927 wird das 5CV HO2 und erzielt schnell gestartet den Erfolg, sie wird die einnehmen durch den Erlaß des 5CV Citroen und Renault NN gelassene freie Stelle. Sie stellt wie Renault und der Citroen vorher Robustheitqualitäten Einfachheit und Wirtschaft vor. Der Motor macht 905 cm3 mit Dynastar ausgestattet und abgekühlt durch Thermosiphon. Das Modell 5CV disparait im Jahre 1931 und wird durch ein 6/8CV ersetzt das LO4 von einem benachbarten Preis und mit einem Motor 1125 sehr viel geräuschloserer cm3 eine Batteriezündanlage ersetzt den überschrittenen Zündapparat, das Modell wird sich danach in 8 Lebensläufen von 1450 entwickeln cm3.Die dreißiger Jahre sieht naitre die schönsten Modelle des Zeichens, einige, die von anspruchsvollen Karosserieherstellern wie Antem oder Labourdette karossiert wurden. Es ist ebenfalls im Jahre 1930, daß Licorne seinen glänzendsten Sieg erringt, indem es die Rallye von Monte Carlo mit kleinem und Jassy auf einem erringt 5 CV HO2. Im Jahre 1934 kommt einer 8 online Zylinder 11 Lebensläufe herausIm Jahre 1937 benutzt Licorne Rivoli Citroen-Karosserien, und Motoren Licorne dann bleiben Citroen, aber dieses chassis Antriebe. Weniger vor dem zweiten Weltkrieg zwei neue Kraftfahrzeuge 6 und 8 Lebensläufe werden vorgestellt, aber es war zu spät, der Niedergang leitet sich in die Wege. Während des Krieges ein Modell an Elektromotor wird Aeric zeitweilig gebaut.Nach dem Krieg wird eine Wiederbelebung mit den 8 unternommen Lebenslauf 164 LR, und obwohl ein Prototyp 14 Lebensläufe Kabriolett dem Salon des Autos von 1949 vorgestellt worden ist, schließen die Werkstätten definitiv dieses Jahr dort.
J. Corre set up at Levallois the Société French of the Corre motor vehicles in the year 1901. The production begins with three wheels and vierrädrigen bicycles at motor. This sign acquires quickly a certain general familiarity, thanks to especially its successes in race and goes to a more industrial production in the year 1903 over. Only two models are available, a 2 cylinder and a 4 cylinder. The sign will become Corre-La-Licorne in the year 1907 then simply Licorne in the year 1930. The two cylinder of served disparait in the year 1912. The area packs itself progressive to introduce until to in the year 1914 nine models of 7 until full 25 resumes, it is diversified itself a characteristic of this atypical sign to introduce a large number of model past the test of the large war Corre Licorne. Bundle, Scap of Bouton Chapuis Dornier served for example. So an utility area is developed, the small trucks and the boulangèrelieferwagen are appreciated very for its robustness. The increase of the production requires a move in more expanded rooms in the year 1924 at Courbevoie. The model introduced in the year 1927 is obligated 6 cylinders (1492 cm3), successfully in race. In the year 1927, the 5CV HO2 becomes and obtained quickly started will take in the success, it that through the directive of the 5CV Citroen and Renault NN calm free place. It introduces robustness qualities like Renault and the Citroen previously simplicity and economy. The motor makes equipped and cooled off 905 CM3 with Dynastar through Thermosiphon. The model 5CV disparait in the year 1931 and is replaced replaced will develop itself by a 6/8CV the LO4 of a neighboring price and with a motor of 1125 very much more silent CM3 a battery ignition concern the exceeded ignition apparatus, the model after that in 8 resumes of 1450 CM3. Naitre sees the thirties years the most beautiful models of the sign, some, that of demanding Car body manufacturers as well as Antem or Labourdette karossiert became. It is obtains also in the year 1930 to shine that Licorne his victory, obtains in that it the Rallye of Monte Carlo with small and Jassy on one 5 CV HO2. in the year 1934 comes a 8 Online cylinder 11 resumes out in the year 1937 uses Licorne Rivoli Citroen car body, and motors Licorne then remain Citroen, but this chassis drive. Motor vehicles 6 two new fewer before the second world war and 8 resumes are introduced, but it was too late, the decline leads itself into the ways. During the war a model at electro motor Aeric is constructed temporarily. After the war, a revitalization with the 8 is undertaken resume 164 LR, and although a prototype was introduced 14 resumes Kabriolett the drawing-room of the car of 1949, the workshops close definitive this year there.
CORRE la LICORNE, qui a débutée en 1907, après que J.Corre ai commercer pour De Dion, Peugeot et Renault depuis 18899, s’était intéresser à la mécanique et de près à la construction des
삅♴䖋诼ᡈ燿(ၵsᱰ䶋儈懨?㯿࿃濾>
tricycles et quadricycles. Il a lancé sa marque depuis Levallois-Perret, et ajouta « La Licorne » à son nom. La même année, en 1907, il quitta sa 1ère marque pour créer une autre entreprise à Rueil. La Compagnie Française des Automobiles Corre continua sans son fondateur. En 1920 elle est à Neuilly sur Seine et présente au Salon de 1919 sous le nom de « Corre La Licorne », l’unique voiture de son catalogue, une 10 HP de type Ba W pour 1.590 Cm3 et de 4 cylindres. On dispose, en 2 ou 4 places, d’une carrosserie torpédo et d’une autre en conduite intérieure
... La firme est rebaptisée “CORRE-LA LICORNE” en hommage à l’animal mythique représenté sur le blason de la famille LESTIENNE.
Spécialisée dans la fabrication de véhicules utilitaires, souvent équipés de moteurs DE DION BOUTON et CHAPUIS-DORNIER, CORRE-LA LICORNE se développe rapidement grâce à la réputation qu’elle acquiert auprès de sa clientèle.
La LICORNE commercialise en 1914, le type BV, décliné en 8 versions de carrosseries. Ce modèle est certainement le premier grand succès de la marque. Il aurait fait une carrière remarquable, si la guerre ...
A la fin des hostilités, le type BV est encore produit pendant quelques mois...