2 Penissen komen elkaar tegen op een examen. Zegt de éne tegen de andere: "Wat ben je gespannen, je hebt zo'n rode kop." "Ja", zegt de andere, "ik heb juist mondeling gehad!"
Er zitten 2 piloten in de kockpit zegt die ene tegen die andere: ben jij 100% eerlijk? nou, ik denk het wel zegt die andere piloot. goed zegt die eerste, stel dat jij s�chtens wakker wordt met pijn in je keel en een condoom in je reet zou jij dat dan tegen je collegas zeggen? nou, nee zegt die gozer. mooi zegt die andere piloot, dan gaan wij samen op vakantie.
Op de hoek van een ronde tafel zat een jonge grijsaard van ongeveer 16 jaar te lezen uit een dichtgeklapt boek bij het licht van een uitgedoofd kaardlicht, plotseling zag hij een knal, rende de trap af naar boven, keek op zijn fiets hoelaat het was en sprong op zijn horloge. Onderweg knalde hij tegen een stilstaande paardentram die zojuist benzine stond te tanken, hij viel achterover op zijn buik in een plas zand. Hij brak beide benen, stak ze onder zijn armen en rende naar het ziekenhuis, de oogarts zei dat het een driedelig beenbreuk achter het linker oor bleek te zijn, redding was haast onmogelijk, 7 dagen na zijn dood overleed hij!
Er was eens een nederlander een belg en een fransman. Ze moesten allemaal een doodstraf, en ze konden kiezen uit de electrice stoel en als die het 2 keer niet deed dan was je vrij en je kon kiezen uit door door je kop geschoten te worden en opgehangen. Eers koos de nederlander en zei toen nou ik kies wel de elictrice stoel en 2 keer explosie en de nederlander was dus vrij. Toen koos de fransman en die koos ook de electyrice stoel en 2 x explosie en de fransman was vrij. En als laatst ging de belg en zei: nou zeg, laat mij maar opgehangen worden want die stoel doet het toch niet.
Een man staat bij de receptie van een hotel. Hij wil juist een vraag stellen, als hij per ongeluk tegen een vrouw naast hem stoot, met zijn elleboog tussen haar borsten. De man draait zich om en zegt: "Mevrouw als uw hart net zo zacht is als uw borsten, dan kunt u me dit vast wel vergeven." Zegt de vrouw: "Als uw penis net zo hard is als uw elleboog, dan is mijn kamernummer 824."
Er was eens een vrouw, en die had drie dochters. De oudste heette Eenoogje, omdat ze maar één oog had, midden op haar voorhoofd; en de tweede heette Tweeoogje, omdat ze twee ogen had als gewone mensen, en de derde heette Drieoogje, want ze had drie ogen, en het derde stond bij haar ook midden op haar voorhoofd. Maar omdat Tweeoogje er net zo uitzag als andere mensen, konden haar zusters en haar moeder haar niet uitstaan. Ze zeiden tegen haar: "Jij met je twee ogen bent niets beter dan ‘t gewone volk, je hoort helemaal niet bij ons." Ze duwden haar opzij en gooiden haar lelijke kleren toe, en ze kreeg alles te eten wat de anderen overlieten, en ze deden haar pijn waar ze maar konden. Nu gebeurde het eens, dat Tweeoogje naar ‘t land moest om de geiten te hoeden, maar dat ze nog honger had, omdat haar zusters haar te weinig eten hadden gegeven. Toen ging ze op een heuvel zitten en ze begon te huilen en zo te huilen dat er twee beekjes uit haar ogen stroomden. En toen ze in haar verdriet eens opkeek, stond er een vrouw naast haar en die vroeg: "Tweeoogje, waarom huil je zo?" en Tweeoogje antwoordde: "Moet ik niet huilen? Omdat ik twee ogen heb, net als andere mensen, kunnen m’n zusters en m’n moeder mij niet uitstaan, en ze stoten me in de hoek en gooien me alleen oude vodden toe, en ik krijg alleen te eten wat er overblijft. Vandaag hebben ze me zo weinig gegeven dat ik nog honger heb." Toen zei de wijze vrouw: "Tweeoogje, droog je tranen maar, ik zal je eens wat zeggen, zodat je geen honger meer hebben zult. Zeg maar tegen de geiten:
Geitje, mek, Tafeltje, dek.
dan zal er een keurig gedekt tafeltje voor je staan met ‘t heerlijkste eten erop, dat je maar eten kunt en zoveel als je trek hebt. En als je genoeg hebt en ‘t tafeltje niet meer nodig hebt, dan zeg je maar:
Geitje, mek: Tafeltje, weg!
en dan verdwijnt het voor je ogen!" En toen ging die vrouw weg. Maar Tweeoogje dacht: "Dan moet ik meteen maar eens proberen, of het waar is, wat ze gezegd heeft, want ik heb toch zo’n honger." En ze zei:
Geitje, mek, Tafeltje, dek.
en pas had ze die woorden gesproken, of daar stond een tafeltje, en een wit kleedje erover, en daarop een bord met een mes en een vork en een zilveren lepel, en het mooiste eten eromheen, het dampte en was warm, alsof het juist uit de keuken kwam. Tweeoogje deed het allerkortste gebedje dat ze wist: "Here God, wees Gij onze Gast, Amen," en ze tastte* toe en liet het zich heerlijk smaken. En toen ze klaar was, zei ze, zoals de wijze vrouw haar had geleerd:
Geitje, mek: Tafeltje, weg!
En meteen was het tafeltje en alles wat er opstond, weer verdwenen. "Dat is een goede huishouding," dacht Tweeoogje en ze was heel opgewekt. Toen ze ‘s avonds met de geiten thuiskwam, stond er een aardewerken schoteltje met eten, dat de zusters hadden neergezet, maar ze keek er niet naar om. De volgende dag trok ze er met haar geiten weer op uit en ze liet de restjes die haar gegund werden, liggen. De eerste keer en de tweede keer merkten de zusters het niet, maar toen het steeds gebeurde, zagen ze het en zeiden: "Het is niet in orde met Tweeoogje, ze laat ‘t eten maar steeds staan en anders at ze alles op wat we haar gaven: ze moet andere middelen hebben gevonden." Om nu achter de waarheid te komen, moest Eenoogje meegaan, als Tweeoogje de geiten naar de weide dreef, en ze moest opletten, wat ze daar uitvoerde en of iemand haar eten of drinken bracht. Toen nu Tweeoogje weer weg wilde gaan, kwam Eenoogje bij haar en zei: "Ik wil mee naar buiten en zien of je de geiten wel goed hoedt, en naar de goede wei worden gebracht." Maar Tweeoogje merkte wel, wat Eenoogje in de zin had, en ze dreef de geiten naar een plek waar heel hoog gras groeide en ze zei: "Kom, Eenoogje, laten we ergens gaan zitten, en dan zal ik voor je gaan zingen." Eenoogje ging zitten en was door ‘t ongewone lopen en de hitte van de zon moe geworden, en Tweeoogje zong steeds maar:
Eenoogje, waak je? Eenoogje, slaap je?
en toen deed Eenoogje haar ene oog dicht en sliep in. En toen Tweeoogje zag, dat Eenoogje vast in slaap was, en niets zou verraden, zei ze:
Geitje, mek, Tafeltje, dek!
en ze ging voor haar tafeltje zitten en at en dronk, tot ze genoeg had en toen zei ze weer:
Geitje, mek, Tafeltje, weg!
en meteen was alles verdwenen. Tweeoogje maakte Eenoogje nu wakker, en zei: "Eenoogje, jij wou kijken of het met de geiten wel goed ging en ondertussen val je in slaap: de geiten hadden overal heen kunnen gaan en weglopen; kom, zullen we weer naar huis gaan?" En ze gingen weer naar huis, en weer liet Tweeoogje haar aardewerken schotel onaangeroerd staan, maar Eenoogje kon aan haar moeder niet uitleggen, waarom ze nipt at, en ze zei als een verontschuldiging: "Ik was buiten in slaap gevallen." De volgende morgen zei de moeder tegen Drieoogje: "Nu moet jij eens meegaan en goed opletten of Tweeoogje buiten te eten krijgt, of dat iemand haar wat brengt, want ze moet ‘t in ‘t geheim doen." Nu ging Drieoogje naar Tweeoogje en zei: "Ik ga met je mee, ik wil eens zien of de geiten goed gehoed worden en naar de goede weiden worden gebracht." Maar Tweeoogje merkte wel, wat Drieoogje van plan was, en ze dreef de geiten naar een plek met hoog gras en zei: "We zullen daar gaan zitten, Drieoogje, en dan zal ik een liedje voor je zingen." Drieoogje ging zitten, ze was moe van de lange wandeling en van de zon, en Tweeoogje begon weer het vorige liedje en zong:
Drieoogje, waak je?
Maar in plaats van wat ze nu zingen moest:
Drieoogje, slaap je?
zong ze zonder er bij te denken:
Tweeoogje, slaap je?
en zo zong ze aldoor:
Drieoogje, waak je? Tweeoogje, slaap je?
Toen vielen Drieoogjes twee ogen toe en ze sliep in, maar het derde oog, dat door het versje niet toegesproken was, sliep ook niet in. Wel deed Drieoogje het dicht, maar dat was een list: alsof ze daar mee sliep, maar nu en dan blonk het en kon ze er alles best mee zien. En toen Tweeoogje meende, dat Drieoogje vast in slaap was, zei ze haar versje:
Geitje, mek, Tafeltje, dek!
en ze at en dronk naar hartelust, en liet dan het tafeltje weer gaan:
Geitje, mek: Tafeltje, weg!
en Drieoogje had het allemaal gezien. Nu kwam Tweeoogje bij haar, schudde haar wakker en zei: "Maar Drieoogje, was je in slaap gevallen? Wat kan jij mooi geiten hoeden! Laten we nu naar huis gaan." En toen ze thuis kwamen, at Tweeoogje weer niet, en Drieoogje zei tegen haar moeder: "Nu weet ik, waarom dat trotse ding niets eten wil! Als ze, daarbuiten, tegen de geit zegt:
Geitje, mek, Tafeltje, dek!
dan staat er een tafeltje voor haar, met heerlijk eten volgeladen, veel beter nog dan wij het hier hebben, en als ze genoeg heeft, zegt ze:
Geitje, mek: Tafeltje, weg!
en meteen is alles verdwenen, ‘k Heb het allemaal precies gezien. Ze had me met een versje in slaap gemaakt, maar ze deed ‘t voor twee ogen, en mijn derde oog, dat op mijn voorhoofd, was gelukkig wakker gebleven." Toen riep de moeder: "Wou jij het beter hebben dan wij? Dat zal je berouwen!" en ze haalde een slagersmes en stootte dat de geit in ‘t hart, zodat ze dood neerviel. Tweeoogje had het gezien en sloop bedroefd ‘t huis uit, ging op de helling zitten en huilde bittere tranen. Maar opeens stond daar weer de wijze vrouw naast haar en zei: "Tweeoogje, waarom huil je zo?" "Zou ik niet huilen?" antwoordde ze, "de geit, die me elke dag, als ik uw spreuk opzei, zo goed verzorgde met een lekker tafeltje, die is door mijn moeder gedood; en nu moet ik weer honger lijden en verdriet." De wijze vrouw sprak: "Tweeoogje, nu zal ik je een goede raad geven. Vraag aan je zusters om de ingewanden van ‘t gedode geitje, en begraaf dat voor de huisdeur in de grond. Dat zal je geluk zijn." En tegelijk was ze weer verdwenen. Tweeoogje ging weer naar huis en ze zei tegen haar zusters: "Lieve zusjes, wil je me wat van mijn geit geven; ik vraag niets bijzonders, maar geef me alleen maar de ingewanden." Ze lachten en zeiden: "Nu dat kan je krijgen, als je er verder niets van neemt." En Tweeoogje nam de ingewanden en begroef die ‘s avonds in alle stilte, op raad van de wijze vrouw, in de grond voor de huisdeur. De volgende morgen, toen ze wakker waren geworden en allen buiten kwamen, stond daar een wondermooie boom. De bladeren waren van zilver, gouden vruchten hingen tussen de takken, en er was niets mooiers en kostelijkers op de hele wijde wereld. Maar ze begrepen niet, hoe die boom daar in de nacht was komen te staan; alleen Tweeoogje begreep, dat hij uit de ingewanden van het geitje afkomstig was; want hij stond precies daar waar ze die begraven had. Nu zei de moeder tegen Eenoogje: "Klim jij er eens in, kindlief, en pluk de vruchten uit die boom." Eenoogje kom erin, maar toen ze één van de gouden appels vast wou grijpen, brak de twijg haar in de hand; en dat gebeurde aldoor, zodat ze er geen enkele appel af kon plukken, hoe ze zich ook wendde of keerde. Toen zei de moeder: "Drieoogje, ga jij dan de boom eens in, want jij kan nietje drie ogen beter om je heen kijken dan Eenoogje." Eenoogje gleed naar beneden, en Drieoogje klom erin. Maar Drieoogje was niet handiger, al kon ze het van nog zoveel kanten bekijken: de gouden appels weken steeds terug. Eindelijk werd de moeder ongeduldig en klom er zelf in, maar ze kon net zo min als Eenoogje en Drieoogje houvast krijgen, de vrucht week terug en ze greep in de lucht. Nu zei Tweeoogje: "Zal ik er eens in klimmen, misschien lukt het mij." De zusters riepen: "Och, jij met je twee ogen, wat denk je wel." Maar Tweeoogje klom de boom in, en de gouden appels weken voor haar niet opzij; ze vielen haar vanzelf in de hand, zodat ze de één na de ander af kon plukken en haar hele schort vol naar beneden bracht. De moeder nam ze allemaal. Maar in plaats dat zij zelf, Eenoogje en Drieoogje het arme Tweeoogje nu beter behandelden, waren ze alleen maar jaloers op haar, omdat zij alleen aan de vruchten komen kon, en ze gingen nog onaangenamer met haar om dan eerst. Nu gebeurde het eens, toen ze allemaal om de boom stonden, dat er een jonge ridder aan kwam rijden. "Gauw, Tweeoogje!" riepen de zusters, "kruip weg, zodat we ons niet over jou hoeven te schamen!" en ze zetten gauw een lege ton over het arme Tweeoogje – die stond net bij de boom – en ze schoven er de gouden appels die ze juist geplukt had, ook onder. De ridder was nu bij hen gekomen en het was een knappe man. Hij hield zijn paard in, bewonderde de prachtige boom van goud en zilver en zei tegen de beide zusters: "Van wie is die boom? Als iemand mij een tak van deze boom geeft, dan kan hij ervoor wensen, wat hij maar wil." Toen antwoordden Eenoogje en Drieoogje, dat het hun eigen boom was, en ze zouden graag een tak voor hem plukken. Beide deden ze er grote moeite voor, maar het lukte hun niet, want de twijgen en de vruchten bogen zich aldoor af voor hun aanraking. Toen zei de ridder: "Wat vreemd is dat, de boom is uw eigendom en u hebt toch niet de macht, er iets van te nemen." Maar ze verzekerden nogmaals, dat de boom van hen was. Terwijl ze evenwel zo praatten, liet Tweeoogje van onder haar ton uit een paar gouden appels rollen, naar de voeten van de ridder toe, want Tweeoogje was boos, omdat Eenoogje en Drieoogje er zo om jokten. De ridder zag de appels, en vroeg verbaasd waar die vandaan kwamen. Eenoogje en Drieoogje zeiden, dat ze nog een zuster hadden, maar die moest zich maar liever verscholen houden, want ze had maar twee ogen als andere, gewone mensen. Maar de ridder wilde haar zien en zei: "Tweeoogje, laat je eens zien." Toen kwam Tweeoogje onder de ton uit, en de ridder verbaasde zich over zo grote schoonheid, en zei: "Wel, Tweeoogje, jij kunt voor me toch zeker wel een tak van die boom afplukken?" "Jawel," antwoordde Tweeoogje, "dat wil ik wel doen, want het is mijn eigen boom." En ze klom erin, haalde met gemak een tak naar zich toe, brak er één af met fijne, zilveren bladeren en gouden vruchten, en gaf die aan de ridder. Deze zei: "Tweeoogje, wat zal ik je daarvoor geven?" "Ach," zei Tweeoogje, ik heb honger en dorst, verdriet en ellende van de vroege morgen tot de late avond; als u me wilt meenemen en verlossen, dan zou ik heel gelukkig zijn." Toen nam de ridder Tweeoogje voor zich op het paard en reed haar naar zijn vaders slot: hij gaf haar prachtige kleren, eten en drinken naar hartelust, en daar hij haar heel erg liefhad, trouwde hij met haar, en de bruiloft werd met grote vreugde gevierd. Toen nu Tweeoogje zo was weggevoerd door de knappe ridder, benijdden de beide zusters haar geluk bijzonder. "Maar we houden toch de boom," dachten ze, "al kunnen we de vruchten niet afplukken, iedereen zal er toch naar kijken, naar ons toekomen en er ons om prijzen; wie weet hoe onze tarwe nog eens bloeien zal!" Maar de volgende morgen was de boom weg en hun hoop vervlogen. En toen Tweeoogje uit het raam van haar slaapkamer keek, zag ze tot haar grote vreugde haar eigen boom daar staan. Tweeoogje leefde nog jaren lang gelukkig. Eens kwamen er twee arme vrouwen bij haar op het slot, en vroegen haar een aalmoes. Tweeoogje keek hen aan en ze herkende haar zusters, Eenoogje en Drieoogje, die zo arm waren geworden, dat ze waren gaan zwerven en hun brood aan de deur moesten bedelen. Maar Tweeoogje heette ze welkom, liet ze goed eten en drinken en zorgde voor hen, zodat ze beiden tenslotte berouw hadden, omdat ze hun zuster in haar jeugd zoveel verdriet hadden aangedaan.
Een vader komt voorbij een condoomautomaat met zijn zoontje. Zoontje ziet een pakje met drie condooms erin en vraagt: "Papa, voor wie zijn die?" Vader: "Voor de grotere jongens, 1 voor vrijdag, 1 voor zaterdag, 1 voor zondag." Zoontje ziet een pakje liggen met daarin 6 condooms en vraagt voor wie die zijn. Vader: "Voor jongens van de universiteit 2 voor vrijdag, 2 voor zaterdag, 2 voor zondag." Zoontje ziet een pakje liggen met 12 condooms: "Voor wie zijn deze dan?" Vader: "Dat is voor getrouwde mensen, eentje voor elke maand."
Er komt een man in het café die erg dronken is en niet weet waar hij woont , dus belt hij maar gewoon bij een huis aan , het blijkt een kasteel te zijn ! Er doet een non open en zegt : wat wilt u ? De man zegt ik weet niet meer waar ik woon dus mag ik hier een nachtje blijven slapen ?! Ja hoor zegt de non, de man zegt : maar ik heb geen pyjama mee sorry . De non zegt u mag wel in u naakie slapen hoor ! Oke zegt de man en hij stapte het klooster binnen . Het is inmiddels al s`avonds en ze liggen op bed . De man moest naar de wc . Omdat hij is zijn naakie stond keek hij goed uit of er geen non in de gang stond , er stond gelukkig niemand . De man was klaar met plassen en zag op de wastafel 2 zeepjes . die vondt hij zo mooi en dacht : die kan ik thuis goed gebruiken om mijn oma op te fleuren ( hij woont bij zijn oma weet hij nu weer ) Hij was zo blij dat hij niet keek of er een non in de gang stond dus rende zo de gang op . Maar nu stond er wel een non en hij deed zijn handen omhoog en bleef stilstaan, de non zegt : wat is dit voor een ding ? En de non trekt aan het dingetje en er valt een zeepje naar beneden , de non roept : EEN ZEEP MACHINE !!! De 2 de non komt eraan en trekt ook aan dat "dingetje" en er valt weer eens een zeepje naar beneden ! en ook zij is enthousiast ! de 3 de komt na tien minuten inmiddels ook . En trekt ook aan het ding en roept : er komt geen eens zeep meer ! en de andere zeggen : je moet door blijven trekken ! nou de non trekt door en zegt : IK HEB SHAMPOO IN MIJN HAND !!!
Er was eens een arme boer. Hij had geen land, alleen maar een klein hutje, en een enige dochter, en toen zei die dochter: "We moesten de koning om een stukje bouwland vragen." De koning die van hun armoe had gehoord, gaf er hun een stukje wei bij, en dat spitten zij en haar vader om en daar wilden ze een beetje koren en wat veldvruchten zaaien. Toen ze de akker bijna hadden omgespit vonden ze in de aarde een sleutel van zuiver goud. "Kijk," zei de vader tegen het meisje: "omdat onze koning zo genadig voor ons geweest is en ons die akker heeft gegeven, moesten we hem daarvoor die sleutel geven." Maar daar wilde de dochter niet op ingaan en ze zei: "Vader, als we de sleutel hebben en niet het slot dat erbij hoort, dan moeten we dat slot liever eerst opzoeken en anders onze mond houden." Maar hij wou dat niet toegeven, en hij nam de sleutel, bracht hem naar de koning en vertelde, hoe hij die in de akker gevonden had, en of hij het als een teken van dankbaarheid van hem wou aannemen. De koning nam de sleutel en vroeg of hij niets méér gevonden had. "Nee," zei de boer. Maar de koning zei, nu moest hij ook het slot meebrengen. De boer zei: nee, dat hadden ze niet gevonden; maar dat baatte hem evenveel, alsof hij ‘t tegen de wind had gezegd: hij werd in de kerker gezet, en moest zo lang zitten, tot hij het slot erbij geven zou. De knechts moesten hem elke dag water en brood brengen, zoals je dat in de gevangenis krijgt; en toen hoorden ze dat de man aldoor maar riep: "Och, had ik maar naar mijn dochter geluisterd! Och, och, och, had ik toch maar naar mijn dochter geluisterd!" En de knechts kwamen bij de koning en vertelden, hoe die gevangene steeds maar riep, och, och, had ik toch maar naar mijn dochter geluisterd! en dat hij niet eten of drinken wou. Hij beval de knechts de gevangene bij hem te brengen, en nu vroeg de koning hem, waarom hij aan een stuk doorriep, had ik maar naar mijn dochter geluisterd! "Wat heeft je dochter dan gezegd?" "Ja, die heeft gezegd, ik moest die sleutel niet brengen, want dan moest ik ook het slot hebben!" "Heb je dan zo’n slimme dochter, laat ze dan eens hier komen!" En zo moest zij bij de koning komen, en die vroeg of ze dan zo slim was, en hij zei, hij wou haar een raadsel opgeven, als ze dat raden kon, dan wou hij wel met haar trouwen. Ze zei dadelijk: "Ja," dat zou ze wel raden. Toen zei de koning: "Dan moet je bij me komen: gekleed en toch niet gekleed, niet op het paard en niet op de wagen, niet op ‘t pad en niet buiten ‘t pad, en als je dat kunt, zal ik je trouwen." En ze ging weg en ze kleedde zich poedelnaakt uit, dus dan was ze niet gekleed en ze deed een groot visnet om en dan was ze gekleed, en ze huurde een ezel en ze bond de ezel het visnet aan zijn staart, zodat hij haar voort moest slepen, dat was niet op het paard en op de wagen, en de ezel moest haar over ‘t karrespoor slepen, zodat ze alleen met haar grote teen de grond raakte, dus dat was niet op het pad en niet buiten het pad. En toen ze zo aan kwam rijden, zei de koning, ze had het raadsel opgelost, en alle voorwaarden waren vervuld. Hij liet haar vader vrij, hij nam haar bij zich als zijn vrouw, en hij liet zijn hele koninklijke bezittingen aan haar goede zorgen over. Nu waren er al weer enige jaren voorbij, toen de koning eens naar een parade ging, en toen gebeurde het, dat boeren met hun karren voor het slot stilhielden, want ze hadden hout verkocht, sommigen hadden ossen voor de kar en anderen paarden. Nu was er een boer en die had drie paarden en daarvan kreeg er één een veulentje, en dat veulentje liep weg en ging precies tussen twee ossen liggen, die voor een kar stonden. De boeren liepen te hoop en begonnen te twisten, te smijten en te gooien, en de osseboer wou het veulentje houden en zei dat het van de ossen was, en de andere zei: nee, het was van een paard van hem, dus ‘t veulen was ook van hem. De ruzie kwam voor de koning, en die deed deze uitspraak: waar het veulentje gelegen had, moest het blijven, en zo kreeg de osseboer het, van wie het natuurlijk niet was. En de boer ging weg, huilend en jammerend over dat veulentje. Maar nu had hij horen zeggen dat de koningin zo aardig en genadig was, omdat ze toch ook maar van arme boerenafkomst was, en hij ging naar haar toe en vroeg haar, of zij hem niet helpen kon, zodat hij z’n veulentje weer terug kreeg. Ze zei: "ja, als je belooft, dat je me niet verraden zult, dan zal ik ‘t je zeggen. Morgenvroeg gaat de koning naar de wachtparade. Stel je dan midden op straat op, waar hij langs komt, neem een groot visnet mee en doe alsof je vist, en vis dan steeds door en schud het net nu en dan uit, alsof het vol was," en ze gaf hem ook ‘t antwoord op, dat hij zeggen moest als de koning hem wat vroeg. Zo stond de boer de volgende dag op straat en viste op het droge. De koning kwam erlangs, zag het en stuurde er z’n loper heen om te vragen wat die dwaas van plan was. Toen antwoordde hij: "Ik ben aan ‘t vissen." De loper vroeg hoe hij vissen kon, er was immers geen water. De boer zei: "Zo goed als twee ossen een veulentje kunnen krijgen, zo goed kan ik op ‘t droge vissen." De loper bracht de boodschap aan de koning over, en die liet de boer bij zich komen en zei hem: dat heb je ook niet van jezelf, en van wie hij dat had: hij moest het maar meteen bekennen. Dat wou de boer niet doen en hij zei maar: genadige hemel, hij had ‘t helemaal van zichzelf. Maar toen legden ze hem op een bundel stro en sloegen en knuppelden hem zo lang, tot hij bekende dat de koningin hem geholpen had. De koning kwam thuis en zei tegen zijn vrouw: "Waarom doe je zo vals: ik wil je niet meer tot vrouw hebben, je tijd is om, ga maar weer terug vandaar je gekomen bent: een boerderijtje." Maar één ding stond hij haar toch toe: ze mocht het beste en liefste meenemen wat ze wist, en dat zou haar afscheid zijn. Ze zei: "ja lieve man, als je het zo beveelt, dan wil ik het ook doen" en ze viel hem om de hals en kuste hem en zei, van hem wilde ze afscheid nemen. Ze liet dan een sterke slaapdrank komen om hem een afscheidsdronk toe te drinken: de koning nam een flinke teug, maar zij nipte maar even. Toen viel hij spoedig in een diepe slaap, en toen ze dat zag, riep ze een lakei. Ze nam een mooi wit linnen laken en wikkelde hem daarin, en de lakeien moesten hem in een wagen voor de deur dragen, en ze reed met hem naar haar vaders huisje. Daar legde ze hem in haar bedstee en hij sliep een dag en een nacht door. Hij werd wakker en keek om zich heen en zei: "Ach, God, waar ben ik," en hij riep zijn knecht, maar er was niemand. Tenslotte kwam zijn vrouw aan het bed en zei: "Lieve man en koning, u hebt mij bevolen dat ik het liefste en het beste uit het slot mee moest nemen, en nu heb ik niets, dat beter en liever is, dan uzelf, en daarom nam ik u mee." De koning sprongen de tranen in de ogen en hij zei: "Lieve vrouw, u bent de mijne en ik ben de uwe" en hij nam haar weer met zich mee naar ‘t paleis en liet zich opnieuw met haar in de echt verbinden, en ze zullen wel tot heden ten dage nog in leven zijn.
annie zegt:mamma ik krijg haar op me pruim! mamma:nee annie je moet dat zo niet zeggen dan zeg je ik krijg haar op me aapje annie:ik wacht op mijn groetere zus en vertel het haar komt de grote zus thuis annie:rachel,ik krijg haar op me aapje!! rachel:ow das nog niks mijnus eet al bananen
De peetvader van de maffia ontdekt dat zijn boekhouder hem heeft opgelicht voor 10 miljoen Euro. De boekhouder is doof, en dat was een van de voornaamste redenen waarom hij de job kreeg, hierdoor zou hij namelijk nooit iets kunnen getuigen. De peetvader laat zijn advocaat komen die gebarentaal kent. De peetvader vraagt: "Waar is de 10 miljoen die je van mij gestolen hebt?" De advocaat vraagt aan de boekhouder, via gebarentaal, waar hij het geld verstopt heeft. De boekhouder gebaart terug dat hij niet weet waarover hij het heeft, en de advocaat vertaalt dit voor de peetvader. De peetvader haalt een pistool tevoorschijn, plaatst het tegen de slaap van de boekhouder, en zegt: "Vraag het hem nu nog eens." Waarop de advocaat gebaart naar de boekhouder: "Hij vermoordt je als je niet vertelt waar het geld is!" De boekhouder antwoordt: "Ok, ok, ik geef toe, het geld zit in een zwarte koffer, in het tuinhuis van mijn moeder." "Wel," vraagt de peetvader aan de advocaat, "Wat heeft hij geantwoord?" De advocaat antwoordt: "Hij zegt dat je niet durft te schieten."
Jantje gaat zitten in de klas en de juf vraagt aan Jantje wat ie dit weekend gedaan heeft. Jantje antwoordt: "Ik ben naar de hoeren geweest." "Wat?!", zegt de juf, "wat brutaal, ga maar gauw naar huis. Je hebt straf!" Even later komt Jantje thuis en zijn moeder vraagt waarom hij al zo vroeg thuis is. "De juf vroeg wat ik gedaan had dit weekend en toen zei ik dat ik naar de hoeren ben geweest", antwoordt Jantje. Zijn moeder is gelijk helemaal over de rooie. "Jantje, naar boven! Je mag pas weer beneden komen als je zegt dat je dat nooit meer zal doen." Na een tijdje komt Jantje weer naar beneden en zegt: "Mama, ik zal niet meer papa's jas bij de hoeren gaan halen."
een bericht in een schotse krant: twee schotse heren hebben een weddenschap om een fles wisky gesloten, wie het langst zijn adem in kon houden. het duel eindigte onbeslist. zaterdag is de begravenis.
Walter, de beste vriend van Marc, gaat bij Marc en zijn vrouw eten. Na het eten gaat Nicole, de vrouw van Marc, afwassen. Walter gaat haar een handje helpen als dank voor de lekkere maaltijd die ze had voorbereid. Tijdens het afwassen grijpt Nicole in Walter z’n kruis. Walter schrikt, duwt haar weg en zegt: "Waarom doe je dat?" Waarop Nicole zegt: "Ik wil een zakcentje bij verdienen want thuis zitten verveelt mij, dus vraag ik geld voor topsex." Walter: "Hoeveel vraag je?" Nicole: "100 Euro en ik ben het zeker waard." Waarop Walter antwoordt: "Is het goed als ik morgen langs kom ?" Nicole: "’t is goed kom maar om half 3." De volgende dag gaat de bel precies om half 3, Nicole doet open en daar staat Walter. Walter geeft haar 100 Euro en ze gaan naar de slaapkamer. Na 2 uur flink van jetje gegeven te hebben, kleden ze zich aan en zegt Walter: "Jezus jij bent het geld meer dan waard!" Nicole: "Dank je maar je moet nu snel gaan want Marc komt over een half uur thuis! Ik bel je voor een volgende afspraak ok?" Walter: "Ok." Om tien over komt Marc thuis en het eerste wat hij vraagt is: "Is Walter langs geweest en heeft hij je 100 Euro gegeven?" Geschrokken zegt Nicole: "Uhm. . . ja hoezo?" Marc: "O niks, hij kwam vanmorgen langs op het werk en vroeg of hij 100 Euro kon lenen en hij zou die vanmiddag aan jou terug geven..."
Bill Clinton, Bill Gates, Prins Bernhard en een student zitten met z'n drieën in een vliegtuig. Op een gegeven moment vallen allebei de motoren uit en begint het vliegtuig hoogte te verliezen. Er is echter één probleem: er zijn maar drie parachutes. Bill Clinton springt op en roept :" ik ben de machtigste man ter wereld dus ik moet het overleven!", hij pakt een parachute en springt uit het vliegtuig. Bill Gates pakt er ook één en zegt :" en ik ben de slimste dus ik pak er ook één", en ook hij verlaat het vliegtuig. Prins Bernhard en de student kijken elkaar aan, waarop Prins Bernhard zegt:" Jongen pak jij de laatste parachute maar, jij hebt nog een heel leven voor je, en ik heb al een mooi leven gehad". Waarop de student antwoord:" maakt u zich maar niet druk, want de slimste man ter wereld is net met mijn rugzak het vliegtuig uitgesprongen!".
peter gaat met zijn vrouw golfen. zijn vrouw kan voor geen meter golfen, en (je raad het al) bij de eerste bal slaat ze hem meteen door een ruit heen. snel rennen peter en zijn vrouw naar het huis toe om sorry te zeggen. achter het gebroken raam zit een man met een gebroken wijn fles. snel zeggen peter en zijn vrouw dat het hun spijt en dat ze wel voor de ruit zullen betalen. maar de man zegt: nee ik ben juist blij, want ik ben een geest en ik heb al jaren in die fles gevangen gezeten. weet je wat? jullie mogen een wens doen. peter en zijn vrouw kijken elkaar aan en zeggen dan dat ze 1000 miljoen op de bank willen. gedaan zegt de geest en hij knipt met zijn vingers. nu wil ik jullie iets vragen zegt hij dan. ik heb al heel lang geen sexs gehad dus mag ik even met je vrouw..... peter en zijn vrouw zijn zo blij met hun geld dat ze het toestaan. Na de sexs vraagt de geest aan de vrouw: hoe oud is jouw man eigenlijk? zegt de vrouw: h! ij is 50. zo en hij gelooft nog steeds in geesten!!??
Er zitten 2 piloten in de kockpit zegt die ene tegen die andere: ben jij 100% eerlijk? nou, ik denk het wel zegt die andere piloot. goed zegt die eerste, stel dat jij s�chtens wakker wordt met pijn in je keel en een condoom in je reet zou jij dat dan tegen je collegas zeggen? nou, nee zegt die gozer. mooi zegt die andere piloot, dan gaan wij samen op vakantie.
Tess was een 10-jarig meisje dat erg verlegen was. Ze begon nooit uit zichzelf ergens over. En als ze haar iets vroegen was het altijd zo kort mogelijk. En zo veel mogelijk ja en nee. Tess ouders moesten altijd werken. Ze kreeg niet veel aandacht. En had geen huisdier waar ze mee kon spelen. Ze speelde veel met haar knuffels en poppen. Daar werd ze op school veel mee gepest. Niemand speelde daar meer met barbies en al helemaal niet met knuffels en poppen. Haar ouders kwamen altijd laat thuis. Ze at bijna altijd kant en klaar maaltijden. En op zondag patat. Zaterdag was de enig dag dat haar ouders vrij hadden maar dan hadden ze geen hele dag vrij, o nee! Alleen die middag vanaf 1 uur. En die dag moesten ze natuurlijk naar de winkel om het een en ander te kopen.
Toen moeder van de dokter thuis was, vroeg Tess meteen hoe het was. Morgen moet ik bloedprikken. Uit het bloedonderzoek is gekomen dat ze de ziekte van Pfeiffer had. Het gaat alleen voorbij door rusten. Ze moest rusten. De dagen gingen voorbij. Tess ging steeds meer van haar moeder houden. Tess veranderde. Opeens interesseerde haar hele andere dingen.
Toen de moeder beter was, riep ze Tess bij zich. Tess, ik heb besloten om te stoppen met werken. O mam ga je echt stoppen? O wat fijn!
Zo veranderde het hele leven van Tess, het stille meisje. Ze was geen stil meisje meer. Ze durfde veel meer. Veel meer! Ze ging op een clubje. Ook daar maakte ze vriendinnen (en haar buurmeisje) Het hele leven veranderde. Ze werd niet meer gepest. Zo leefde Tess nog lang en de rest van haar leven heel gelukki
Op een mooie dag waren beer en konijn aan het spelen. Beer had een nieuw hoedje gekregen en zette hem op! Konijn vond hem heel grappig staan. Toen gingen ze zich verkleden en Beer was een rare man met een hoed en Konijn was een clown. Opeens hoorde ze iemand praten. Ze wisten niet wie het was en ze herkende de stem ook niet. ‘’wie was dat?’’ vroeg Beer. Konijn wist het ook niet. Toen hoorde ze weer iemand praten. Het kwam boven het hoofd van Beer uit. Het was het nieuwe hoedje! Het was een praat hoedje. ‘’Hallo zei’’ het. ‘’Ik ben Luis’’. ‘’En wie zijn jullie??’’ ‘’Ik ben Beer, En hij is Konijn!’’ ‘’Wil jij onze nieuwe vriend zijn??’’ ‘’oke’’ Zei Luis. ‘’Maar jullie mogen wij ook het Praathoedje noemen! ‘’ Het praathoedje praatte en praatte tot Beer zei: ‘’ zullen we nu weer gaan verkleden?? ‘’ Even later gingen ze met zijn drieën veder spelen. Het Praathoedje ging ook verkleed. Opeens kwam een jongentje de kamer binnen en pakt Beer, Konijn en het Praathoedje. Hij gooide ze zo hoepla de vuilnisbelt op! Een paar dagen later zagen twee meisjes en hun moeder ze liggen en namen ze mee naar huis en gingen er mee spelen. Beer en konijn en Luis waren heel erg tevreden want nu werden ze tenminste gebruikt en ze gingen vrolijk meedoen. Een jaar later waren de meisjes al 10 geworden en wilden ze de popen niet meer. Beer en konijn waren ook het praathoedje kwijt. Ze zochten en ze zochten maar ze vonden hem niet. Het Praathoedje was weg ge gooit. Twee dagen later werd Konijn ook weg ge gooit. Beer was heel erg verdrietig. Nu was hij zijn vrienden kwijt en had hij niemand om mee te spelen. Hij was nog heel lang alleen tot de dag aan brak dat hij ook weg ge gooit werd. Hij zocht op de vuilnisbelt maar zag zijn vrienden niet. Hij zag wel een kartonnen doos. Hij ging naar binnen want hij had het heel koud gekregen. En wie zaten daar? Konijn en Luis!! Ze vlogen op en knuffelde Beer plat. Maar er zat nog iemand. ‘’ Dit is Panda ‘’ zei konijn. Panda was eerst ook van die twee meisjes maar werd ook weg ge gooit. Nu had Beer weer zijn vrienden terug. En had hij ook nog een nieuwe!! Hij was heel erg blij!! Zo als gewoonlijk praatte het Praathoedje hem de oren van zijn hoofd af. maar dat vond hij niet erg!!
Een oud bejaard koppel ging als weekend uitstap naar de plaats waar ze elkaar het eerst ontmoet hebben. Terwijl ze in het café zitten zegt de oude man: "Herinner je nog Marie, de eerste keer dat ik je leerde kennen, nu al een goede 50 jaar geleden? Toen we het café verlieten, om de hoek achter de stelling gingen en ik je een goede beurt gaf langs achter." "Maar, natuurlijk herinner ik me dat lieveling", antwoordt de oude dame met een grijns op haar gezicht. "Awel, voor de goeie oude tijd, laten we nog eens naar daar gaan, dan geef ik je nog eens een beurt", zegt de oude man.
Het bejaarde koppel betaalt de rekening en verlaat het café. Een jonge vent die op de bank naast hen zat, had hun gesprek gehoord en was bij zichzelf aan het denken dat het wel grappig moet zijn om zo'n bejaard koppel nog eens bezig te zien. Dus staat hij op en volgt het bejaarde koppel. Even later ziet hij de twee achter de stelling.
Het oude dametje trekt haar panty's naar beneden en heft haar rok op. De oude man trekt z'n broek tot op z'n enkels en pakt haar vast bij haar billen. De oude dame grijpt vervolgens het ijzeren hekken vast. Wat er volgt is 40 minuten van de meest atletische sex die de jonge vent ooit gezien heeft. De oude man beukt erop los tegen een snelheid die alleen maar te omschrijven is als "fenomenaal". De benen vliegen in de lucht, de beweging is wazig en ze stoppen geen seconde... Uiteindelijk storten ze in elkaar en blijven een uur lang onbeweeglijk op de grond liggen. De jonge vent staat perplex. Nog nooit in z'n leven heeft hij iets gezien dat hiermee te vergelijken was, noch in de films, noch van z'n vrienden, noch van z'n eigen ervaringen. Na wat hij juist gezien heeft, zegt hij tegen zichzelf, "ik moet z'n geheim kennen. Moest ik er nu zo kunnen invliegen, amai."
Ondertussen is het bejaarde koppel terug bij hun positieven en zijn ze weer deftig gekleed. Nadat de jonge vent al z'n moed bij elkaar geraapt heeft, stapt hij op de oude man af en zegt: "Meneer, in gans mijn leven heb ik nog nooit iemand zo van gat zien gaan, laat staan op uw leeftijd. Wat is uw geheim, kon je dat 50 jaar geleden ook al?" Waarop de oude man zegt: "Mijn zoon, 50 jaar geleden zat er nog geen stroom op dat hek."
Een man komt thuis met een bos bloemen voor zijn vrouw,zegt zijn vrouw;zo nu moet ik zeker met mijn benen omhoog en wijd? Zegt hij;waarom? heb je geen vaas dan?
Er is een grote orkaan geweest in marokko en er zijn 15000 marokanen gestorven de eu heeft besloten om hulp te bieden. de duitsers sturen vredestroepen. de engelsen sturen voedsel en de belgen sturen gewoon 15000 nieuwe marokanen
Hein loopt over straat met z'n zelfgemaakte 'ongestelde vrouwen detector'. het apparaat gaat af bij een huis en beld aan. "Mevrouw u bent ongesteld he?" vraagt hij. Zij schrikt en na enkele boze woorden gooit ze de deur dicht. Hein loopt door en komt bij een volgend huis waar zijn apparaat afgaat. Hij belt aan en zegt tegen de man die open doet: "Uw vrouw is ongesteld he." Waarop de man met z'n handen door zijn gezicht gaat en vraagt: "Kun je dat zien dan?"
Poes is dood Er was eens een mongool en die wilde een keertje neuken, hij ging naar zijn moeder en hij vroeg of hij mocht neuken. zijn moeder zei: "maar je bent een mongool". Toen zei die mongool dat geeft toch niet, dus ze gingen naar de hoeren. De moeder van die mongool zij tegen zo'n hoertje mijn zoon wil een keertje neuken. Die hoer zei: "Voor honderd gulden doe ik alles". Dus ze gingen naar een kamertje. Die hoer deed haar bloesje uit,en die mongool vroeg: "Wat zijn dat?" Die hoer: "Dat zijn mijn tietjes." Die mongool vroeg: "Mag ik een keer ruiken?" "Dat ruikt lekker." Toen kwam hij bij haar poesje en hij vroeg: "Wat is dat?" Die hoer zei: "Dat is mijn poesje." En die mongool ging weer ruiken, hij zei: "Hoelang is dat beestje al dood?"
er komt een man bij de dokter en zegt: he dokter ik denk dat ik niet zo lang meer leef. dus de dokter ondezoekt die man dus en zegt:inderdaad u heb nog maar 12 uur te leven. dus die man verteld het aan zijn vrouw. dus dat wijf doet niks aan en zegt: hier is je lievelingskorsje. dus die 2 gaan naar boven en gaan katsen. dat wijf doet egt alles wat met seks te maken heeft. die man zegt:ow ow ow dat was lekker nog een keer! dat gaat dan 5 keer door.zegt die man ineens: aslsjeblieft nog een keer zegt die wijf ja jij hoeft morgen niet op te staan.
Koffieprut "Verdomme" vloekt de koffie, "ik sta hier al 5 min. heet en niemand die mij pakt. "Had dat dan gezegd" zegt de thee, "ik sta hier al 5 min. te trekken"
Een enorme brand ontstond bij een boerderij in Friesland. De plaatselijke brandweer probeerden wat ze konden, maar voor het eerst in hun geschiedenis konden ze de brand totaal niet onder controle krijgen. Ten einde raad belden ze de vrijwille brandweer van een plaats een paar kilometer verderop. Die kwamen aanrijden in een verschrikkelijke oude auto, stopten midden tussen het vuur, sprongen allemaal direct van de wagen en begonnen als idioten te blussen. Zo splitste het vuur zich in twee delen en zo werd de brand snel geblust. De boer was die brandweerlieden zo dankbaar dat hij ze spontaan duizend euro aanbood. ?En, wat gaan jullie ermee doen??, was zijn vraag. ?Dat lijkt me vrij duidelijk?, antwoordt een van de brandweerlieden. ?Allereerst kopen we een paar nieuwe remmen voor die rotwagen van ons?
Een dom blondje ligt te bevallen, een verloskundige staat naast haar. Vraagt het blondje op een gegeven moment: "Zie je al iets?" Verloskundige: "Ja, ja.. nu je het zegt, ik zie het hoofdje al! Maar het is helemaal zwart... Heb je het misschien ooit met een neger gedaan?" Dom blondje: "Oh jaaa, met een neger... maar dat was maar 1 keer hoor!" Verloskundige: "Ja, maar je weet, 1 keer kan genoeg zijn!" Gaan ze verder met de bevalling, komt het bovenlijfje eruit, is de verloskundige helemaal verbaasd: "Het lijfje is helemaal geel, heb je het misschien ook met een chinees gedaan?" Dom blondje: "Ohhh jaaa, met een Chinees, ja ook wel eens, maar dat was ook maar 1 keer hoor!" Verloskundige: "Ja, maar dat kan genoeg zijn he...!" Dus dan gaan ze nog verder en opeens blijkt het onderlijf rood te zijn. "Heb je het misschien ook ooit met een Indiaan gedaan?" Dom blondje: "Jaaa ohh met een Indiaan, maar dat was maar 1 keer!" Verloskundige: "Ja, maar dat kan genoeg zijn he..!" Dus de baby is er helemaal uit en nadat ze de neus en mond snel schoongemaakt heeft, houdt de verloskundige de baby een keer op zijn kop en klapt ze hem tegen de billen om te kijken of ie goed huilt. Dus die baby begint te krijsen, haalt het blondje opeens opgelucht adem: "Poeh hey... ik was al bijna bang dat ie zou beginnen te blaffen!"
Een man gaat naar de hoeren. Op een gegeven moment ligt hij te pijpen, wanneer de hoer venijnig dreigt: "100 euro of ik bijt." Waarop de man antwoordt: "200 euro of ik pis!"
Een man staat bij de receptie van het hotel. Hij wil juist de man bij de receptie een vraag stellen, als hij per ongeluk tegen een vrouw naast hem stoot, en met zijn elleboog tussen haar borsten botst. Ze zijn beiden even stil. De man draait zich om en zegt: "Mevrouw, als uw hart net zo zacht is als uw borsten, weet ik zeker dat u me dit zult vergeven." Zij antwoordt: "Als je penis net zo hard is als uw elleboog, dan ben ik in kamer 582."
Jantje komt thuis van de tennisles.Zijn witte broek is van onder tot boven vuil.Zijn moeder moppert:`Je ziet er uit als een big. Je weet toch wat een big is?`Ja, de zoon van een varken!`
Seksuele voorlichting Kleine Jantje was twaalf jaar oud en net als ieder ander jongetje van zijn leeftijd nogal nieuwsgierig. Hij had al wat gehoord over vrijen van andere jongens en hij vroeg zich af wat het was en hoe het gedaan werd. Dus op een dag stelde hij de vraag aan zijn moeder, die niet wist wat ze moest zeggen. In plaats van het hem uit te leggen zei ze hem om op een nacht achter het gordijntje te gaan zitten en naar zijn zus en haar vriend te kijken. De volgende morgen beschreef hij alles aan zijn moeder. "Zus en haar vriend zaten een tijdje te praten, toen maakte hij bijna alle lichten uit. Hij begon haar te knuffelen en te kussen. Ik dacht dat zus ziek werd omdat haar gezicht er raar uitzag. Hij moet dat ook gedacht hebben, want hij stopte zijn hand in haar blouse om haar hart te voelen, net zoals de dokter want het leek dat hij moeilijkheden had haar hart te vinden. Ik denk dat hij ook ziek werd want kort daarna begonnen ze allebei te hijgen en naar adem te snakken. Zijn andere hand zal koud zijn geweest want hij stopte hem onder haar rok. Maar toen werd zus slechter en begon te kreunen, te hijgen en kroop naar het einde van de bank. Hier begon haar koorts te stijgen. Ik weet het zeker dat het koorts was want zus vertelde hem dat ze erg heet was. En uiteindelijk kwam ik erachter wat hen ziek maakte. Een grote aal was hoe dan ook in zijn broek gekropen. Hij sprong uit zijn broek en stond daar wel 30 cm lang. Echt waar! Hij hield hem in een hand zodat hij niet weg kon vluchten. Toen zus hem zag werd ze erg bang, haar ogen werden groot en haar mond viel open. Ze zei dat het de grootste was die ze ooit gezien had. Ik zou haar moeten vertellen van degene die ik gezien heb bij het meer. Zus was erg dapper en probeerde de aal te doden door zijn kop eraf te bijten, plotseling maakte ze een groot lawaai en liet de aal gaan. Raad eens, hij beet haar terug. Toen pakte ze hem met beide handen vast en hield hem strak, terwijl haar vriend een muilkorf uit zijn zak pakte en die over de kop van de aal deed zodat hij niet kon bijten. Zus ging liggen met haar benen wijd zodat zij de aal beter kon zien. En hij hielp haar door bovenop de aal te gaan liggen. De aal begon wild te vechten. Zus begon te kreunen en te spartelen, haar vriend stond op en de aal was dood, ik weet het zeker dat de aal dood was want hij hing slap en zijn ingewanden spatten eruit. Zus en haar vriend waren een beetje moe van het gevecht, maar ze begonnen toch weer te vrijen. Hij begon te knuffelen en te kussen. Jee, de aal was niet dood. Hij sprong rechtop en begon weer te vechten. Deze keer sprong zus en probeerde de aal te doden door er bovenop te gaan zitten. Na 35 min vechten hadden ze de aal eindelijk dood. Ik weet het zeker dat hij dood was want de vriend van mijn zus haalde de huid van de aal en spoelde het door de wc."
Er was eens een man die Krekel heette. Hij had twee slechte eigenschappen. Ten eerste, hij werkte niet graag, en ten tweede, hij dronk graag veel borreltjes. Verder was Krekel de beste vent van de wereld. Je begrijpt dat hij zo arm was als Job en op den duur niet meer wist hoe hij rond moest komen. Hij besloot naar de stad te trekken en daar zijn geluk te beproeven. Zo gezegd, zo gedaan.
Krekel had nog wat geld en dat moest eerst op. Onderweg bezocht hij alle herbergen, zodat hij zoetjesaan dronken werd en nog net zes centen op zak had toen hij in de stad aankwam. Hij ging een herberg binnen en kocht er voor zijn zes centen een groot glas jenever. De baas vertelde hem dat er in de buurt een rijke mevrouw woonde die een kostbare diamanten ring had verloren en een grote beloning uitloofde voor degeen die haar de ring zou terugbezorgen.
Krekel trok zijn stoute schoenen aan en ging regelrecht naar de rijke mevrouw, bij wie hij zich uitgaf voor een waarzegger die alle verloren schatten bij hun eigenaar kon terugbrengen.
"Zou je de ring kunnen vinden die ik verloren heb?" vroeg de vrouw. "Vast en zeker," antwoordde Krekel, "ik ga dadelijk aan het werk, maar u moet me hier drie dagen laten blijven en me goed te eten en te drinken geven. Als ik de ring na drie dagen niet heb gevonden, mag u zeggen dat ik een leugenaar en bedrieger ben en mij schandelijk wegjagen." - "Wees gerust," zei de vrouw, "het zal je aan niets ontbreken."
De eerste dag liep Krekel overal rond, snuffelde in de tuin, keek onder de struiken, maar de ring was nergens te vinden. Toen een van de knechten hem zijn avondeten bracht, liet Krekel de moed zakken en zei: "Dat is er nu al één!" Een dag, bedoelde hij. Maar de knecht dacht dat het betekende: dat is nu al één dief. Hij liep naar zijn makkers, de twee andere knechten, en zei: "Mannen, we moeten oppassen. Die vreemde kerel weet zeker dat wij de ring hebben. Toen ik hem daarnet zijn avondeten bracht, bekeek hij mij en zei: dat is er nu al één!" Je begrijpt hoe die mannen schrokken. Van toen af gingen ze Krekel uit de weg.
De volgende dag doorzocht Krekel de kamers en de zolder. Hij klom zelfs in de hanenbalken om te kijken of de ring daar soms was verborgen, maar het was tevergeefs; het juweel was niet te vinden. Moedeloos liet Krekel zich 's avonds in zijn stoel vallen en riep uit: "Dat zijn er nu al twee!" - waarmee hij twee dagen bedoelde. De tweede knecht, die hem net zijn avondeten bracht omdat de eerste hem niet meer onder ogen durfde komen, hoorde die woorden en denkend dat Krekel zeggen wou: dat zijn nu al twee dieven, liep hij geschrokken naar zijn kameraden en vertelde hen wat er was gebeurd. "Die kerel heeft alles ontdekt. Hij weet dat wij de ring gestolen hebben en zal alles aan mevrouw verraden. Dan zijn wij ons baantje kwijt en worden in de gevangenis gezet op de koop toe!" Ze overlegden en besloten alles aan de waarzegger te bekennen en hem de ring te geven.
De volgende morgen vroeg gingen ze naar Krekel, vielen voor hem op de knieën, bekenden de dieven van de ring te zijn en smeekten hem hun vergrijp niet aan mevrouw te vertellen. Ze zouden hem de ring geven en bovendien hun hele spaarpot. Krekel was tevreden en zei: "Voor deze keer zal ik het erbij laten, maar pas op, deugnieten, voor een tweede keer."
De slimmerik nam wat brood, kneedde het tot een bolletje en stopte de ring er in. Daarop ging hij naar de binnenplaats en gooide het bolletje voor de kalkoenen die daar liepen. 'Hap!' zei een grote, zwarte kalkoen en hij slikte het brood met de ring in. Krekel had goed opgelet welke vogel het was en liet mevrouw waarschuwen dat hij de dief van haar ring had ontdekt.
"Heb je de dief gevonden!" riep mevrouw. "Mijn ring was dus gestolen! Als je mij het juweel bezorgt, krijg je onmiddellijk drie briefjes van honderd frank en de dief zijn verdiende straf." - "Ik zal u de dief aanwijzen, mevrouw," zei Krekel, "dan kunt u hem zelf de ring terug laten geven." Hij ging met haar naar de binnenplaats. "Kijk," zei hij, de zwarte kalkoen aanwijzend, "dat is de dief. U moet uw ring hier ergens verloren hebben en de kalkoen heeft hem opgepikt."
De vogel werd gepakt en geslacht en inderdaad, in zijn maag vond men de ring. Je kunt je wel voorstellen hoe verbaasd iedereen was, vooral de knechten, die maar niet konden begrijpen hoe de ring in de maag van de kalkoen terecht was gekomen. "Je bent werkelijk een geleerd man," zei de vrouw tegen Krekel, "en zulke kunsten mag ik graag zien. Als je me nog een bewijs kunt geven van je bekwaamheid, schenk ik je in plaats van drie briefjes, vijf briefjes van honderd frank."
Krekel wenste zich mijlen ver weg. Tot nog toe was alles goed gegaan, maar zou het zo blijven? Hij was allesbehalve op zijn gemak toen de vrouw met haar voorstel voor de dag kwam, maar durfde er niets van te laten merken en zei onvervaard: "Vraag maar, mevrouw, ik sta tot uw dienst."
De vrouw ging weg en kwam een paar minuten later binnen met twee borden, die precies op elkaar pasten. Ze zette ze op tafel en zei: "Raad eens wat er tussen zit." De arme Krekel was zo verbouwereerd dat hij eerst geen woord kon uitbrengen. "Ach," zuchtte hij tenslotte, "nu hebben ze je toch te pakken, Krekeltje." - "Hoe is het in hemelsnaam mogelijk!" riep de verbaasde vrouw. "Je bent inderdaad een tovenaar." Ze pakte het bovenste bord en kijk, in het onderste zat een krekel.
Krekel kreeg de beloofde vijfhonderd frank en ging er opgeruimd vandoor. Toch leek het hem geraden zich in het vervolg niet meer voor waarzegger uit te geven. Nu was alles opperbest gegaan, maar het was niet gezegd dat het altijd zo goed zou aflopen.
Jantje en zijn vader lopen door het bos. Komen ze bij koeien die staan te neuken. Waarop Jantje antwoord:wat zijn die aan het doen. Die zijn patat aan het bakken zegt zijn vader. En ze lopen verderen ze komen bij de schapen die aan het beffen zijn. Weer vraagt Jantje wat die beesten aan het doen zijn. Waarop zijn vader weer zegt patat bakken Jantje. Als ze 's avonds thuis zijn hoort Jantje allemaal gekreun. Hij vraagt wat zijn ouders aan het doen zijn? Zij zeggen patat bakken Jantje. Jantje zegt:ojaa ik zie de mayonaise al langs je mond lopen!!
Een vader, moeder en hun 8 kinderen en een blinde man staan te wachten aan de bushalte. Even later komt de bus, maar die blijkt al behoorlijk vol te zitten. Enkel de moeder en de acht kinderen kunnen er nog bij. De vader en de blinde man besluiten dan maar te voet te gaan. De blinde man tikt tijdens het wandelen voortdurend met z'n stok om te weten waar hij loopt. Na een kwartiertje lopen begint het getik van de stok op de vader z'n zenuwen te werken. Zegt hij tegen de blinde: "Beste vriend, kan je geen rubbertje op het uiteinde van je stok plaatsen, zodat die zo geen tikkend geluid maakt?" Antwoord de blinde: "Als jij zoveel jaren geleden een rubbertje op je stok had gestopt, dan zaten wij nu op de bus..."
Er is een man die alles al heeft, maar hij is binnenkort weer jarig en moet toch een kado krijgen van zijn vrouw. "Weet je wat ik nou wel leuk zou vinden?" zegt de man aan het ontbijt: "Een mooie, nette, Nederlandssprekende papegaai." Zijn vrouw kijkt in de krant naar de advertenties en ziet dat er een papegaai aangeboden wordt. Ze gaat naar het adres, gaat naar binnen: blijkt het een sexclub te zijn. Ze wil al weer weglopen, als de barman roept: "Niet meteen weer weglopen! U kwam zeker voor die papegaai. Kijk, daar staat 'ie! En nou weet ik wel wat u verwacht van een papegaai in deze tent, maar dat is echt niet waar. Het is een keurige papegaai: hij praat heel netjes, zegt geen lelijke woorden, vloekt niet..." "Als dat waar is..." zegt de vrouw: "Wat moet 'ie kosten?" "Drieduizend gulden." De vrouw betaalt. Als ze de kooi met de papegaai wil meenemen, zegt de barman: "Even wachten mevrouw, u moet wel even een doek over die kooi doen, want anders verdomt 'ie het straks om nog! te praten." Dus de vrouw doet een doek over de kooi, zet 'm in de auto en rijdt naar huis. Thuis zet ze de kooi met de papegaai neer en haalt de doek er weer van af. De papegaai kijkt wantrouwend in het rond. Zegt: "Nieuw behangetje. Andere vloerbedekking..." Later op de dag komen er een paar dames om een partijtje te bridgen. De papegaai zegt: "Zo, nieuwe meiden." Om half zes komt de echtgenoot thuis. De papegaai kijkt 'm aan en zegt: "Ha, eindelijk een bekend gezicht."
4 paters van een en dezelfde gemeente gaan tegelijkertijd dood en komen dus ook tegelijkertijd aan bij de Poort van Petrus, de entree naar de hemel.De 4 paters sluiten keuring aan de rij die voor deze poort staat. Als de eerste pater eindelijk aan de beurt is, vraagt Petrus: "En mijn zoon, heeft u in uw leven gezondigd?" Waarop de eerste pater antwoord: "Nou, als je het echt moet weten, ik heb de Paus met mijn rechterhand afgetrokken!"
"'Oh oh dat is een zware zonde!" zegt Petrus. "Maar ik weet raad: ga daar naar het Heilige Beekje, was je rechterhand goed schoon en je mag naar binnen. De eerste pater wast zijn rechterhand en mag vervolgens naar binnen wandelen.
De tweede pater wordt eveneens de vraag gesteld door Petrus: "En mijn zoon, hebt u dan ook gezondigd?" "Nou, eigenlijk wel. Ik heb de Paus met mijn linkerhand afgetrokken!" "Oh oh dat is nog erger!" roept Petrus. "Maar ook voor jou geldt: was je linkerhand in het Heilige Beekje en je mag naar binnen". Ook de tweede pater volgt dit op en wandelt vervolgens naar binnen.
De vierde pater heeft de 2 gesprekken meegeluisterd en duwt hard de pater voor hem aan de kant met de mededeling richting Petrus: "Mag ik alvast mijn mond gaan spoelen voordat hij er met zijn reet in gaat zitten?!"
Een Duitser, Nedelander en een Belg hebben een misdaad gepleegd en worden geëxecuteerd.
Als ze buiten voor het executiepeleton staan denkt de Nederlander: 'Ik heb geen zin om dood te gaan.' Hij roept opeens keihard: 'Beren!!!' De mannen van het executiepeleton kijken om. Op dat moment vlucht de Nederlander weg en is dus niet meer in gevaar.
Dan denkt de Duitser: 'Dat kan ik ook.' Hij roept keihard: 'Tijgers!!!' Weer kijken de mannen om en de Duitser vlucht.
De belg denkt dan even na, want hij wil ook wegkomen en roept daarna: 'VUUR!!!'
Boven en meer vliegt een libel, maar in dat meer zit een kikker en die denkt:'als die libel een beetje lager vliegt dan kan ik die vangen en heb ik een lekker maaltje gehad.' Maar achter die kikker zat en vis en die dacht:'als die libel een beetje lager vliegt kan die kikker die libel vangen en kan ik die kikken opeten en heb ik een lekker maaltje gehad.' Maar achter die vis stond een grotere vins en die dacht:'als die libel een beetje lager vliegt kan die kikker die libel vangen kan die vis die kikker vangen en kan ik die vis vangen en heb ik een lekker maaltje gehad.' Maar achter die vis stond een beer en die dacht:'als die libel een beetje lager vliegt kan die kikker die libel vangen kan die vis die kikker vangen en kan die grotere vis die vis vangen en kan ik die vis vangen en dan heb ik een lekker maaltje gehad.' Maar achter die vis stond een jager en die dacht;'als die libel een beetje lager vliegt kan die kikker die libel vangen kan die vis die kikker vangen en kan die grotere vis die vis vangen en kan die beer die vis vangen en kan ik die beer schieten en dan heb ik een lekker maaltje gehad.' Maar achter die jager stond een muis en die dacht:'als die libel een beetje lager vliegt kan die kikker die libel vangen kan die vis die kikker vangen en kan die grotere vis die vis vangen en kan die beer die vis vangen en kan die jager die beer schieten en kan ik aan de boterham van die jager beginnen te eten en dan heb ik een lekker maaltje gehad.' Maar achter die muis stond een poes en die dacht:'als die libel een beetje lager vliegt kan die kikker die libel vangen kan die vis die kikker vangen en kan die grotere vis die vis vangen en kan die beer die vis vangen en kan die jager die beer schieten en kan die muis aan de boterham van die jager beginnen te eten en kan ik die muis vangen en dan heb ik een lekker maaltje gehad.' Wat gebeurt er nu: Die libel gaat een beetje lager vliegen en die kikker vangt die libel die vis eet die kikker op die grotere vis eet die vis op de beer vangt de vis en die jager schiet de beer en de muis begint aan de boterham van de jager te eten en de poes wil de muis vangen maar springt te ver recht in het water? Wat kunnen wij hieruit concluderen?
Er komt een man binnen in de frituur, zegt de man: "Voor mij een klein pakje met een curryworst." Vraagt de man van de frituur: "Moet hij in stukjes gesneden worden?" Waarop de man boos antwoordt: "Zeg mijn gat is geene spaarpot hé !!"
De bankbediende ligt met zijn vrouw in bed. Hij voelt zijn mannelijkheid bewegen. 'Schat,' fluistert hij, 'de aandelen stijgen, de koers is vast. Stap je erin?' 'Nee,' zegt zij, 'de beurs is vandaag gesloten.' Na een tijdje heeft zij toch zin gekregen. 'Slaap je al? De beurs is toch nog geopend.' 'Te laat,' luidt het antwoord, 'ik heb het hele pakket al onderhands weggedaan.'
Een Fransman, een Hollander en een Belg zaten samen in een vliegtuig. Toen ze over Frankrijk vlogen zij de Fransman: “Ik durf hier, boven mijn land een spijker laten vallen.” Hij nam een spijker en liet die vallen. Toen ze even later boven Nederland vlogen zij de Hollander :”Ik durf hier, boven Holland, een hamer laten vallen.” Toen ze terug keerden en boven Belgie vlogen zij de Belg:”Wel ik durf zelfs een bom boven mijn land laten vallen!!!” Toen ze wat later in Frankrijk kwamen zagen de drie een groepje mensen staan die allemaal aan het wenen waren. De Fransman vroeg wat er was en iemand antwoorde:” Awel, ons lief Louiske was aan’t wandelen en plots kreeg jij een nagel in z’n schedel.” Toen ze in Holland kwamen waren er eveneens mensen aan het wenen: ” Onze Piet was aan’t wandelen en hij is plots overleden aan een schedelbreuk omdat er een hamer is op gevallen. Toen ze uiteindelijk in Belgie aankwamen was er iemand enorm hard aan het lachen. Ons trio vroeg wat er was en hij antwoorde: “Awel ik was me goeie friet gaan eten en toen ik buiten kwam liet ik me goeie scheet en da fritkot vloog in de lucht!!!”
Op zakenreis in Japan Een jonge Nederlander is samen met zijn baas op weg naar Tokyo in Japan voor een belangrijke zakenmissie. Baas: "Is dit de eerste maal dat je naar Japan komt?" Jongen: "Ja ja, en ik zou zo graag die Japanese geisha's ontmoeten. Naar het schijnt zijn ze fantastisch in bed." Baas: "Inderdaad, ik zal je tonen waar je één van de beste van heel Japan kunt vinden." De baas neemt hem mee naar de achterbuurten van Tokyo en wenst hem een goede avond, maar herinnert hem eraan dat hij morgen vroeg met de klant gaat golfen. Jongen: "Geen probleem, baas." En hij gaat binnen in het huis van de geisha. De geisha begroet de jongeman en biedt hem direkt wat te drinken aan. Na enkele glazen sake gaan ze naar bed. De jongen bespringt de geisha en neemt haar langs voren. Na enkele minuten roept de geisha zeer luid en met veel gekreun: "Mmmm Nachagai ana!" De jongeman, opgehitst door het gekreun, doet verder en weer roept de geisha met veel gekreun: "Aaaah Nachagai ana!" Die avond neemt hij de geisha wel drie maal en steeds roept ze: "Nachagai ana!" Voldaan keert hij terug naar zijn hotel en denkt bij zichzelf: "Ik moet wel heel goed zijn om na elke beurt zo'n compliment als 'Nachagai ana' te krijgen." De volgende morgen gaat hij golfen met de Japanse klant. Na enkele minuten is het duidelijk dat de Japanner zeer goed kan golfen. De jongen denkt bij zichzelf: "De volgende keer als hij de bal nog eens in de hole slaat moet ik hem een complimentje geven." Bij de volgende slag in de hole zegt hij: "Bravo meneer, euh ... Nachagai ana!" De Japanner kijkt op en zegt: "Hoe bedoelt u 'Niet in het goede gaatje?'"
In een overvolle bar ziet een man een vreselijk te gek mooi wijf zitten. Hij stapt op haar af en vraagt haar:" Kan ik je wat te drinken aanbieden?" De vrouw kijkt hem aan en roept keihard, zodat de hele kroeg het kan horen:" Wat?....., me in mijn kont neuken?" De hele kroeg barst in lachen uit en de man trekt zich terug met een kop als een boei. Even later komt de vrouw naar hem toe:" Het spijt me, ik ben studente psychologie en ik wilde eens kijken hoe je zou reageren en dat drankje sla ik niet af." Waarop de man nu schreeuwt:" Wat?....., 500 gulden?"
volle mond Drie meisjes mogen alledrie een vriend uitnodigen om te logeren. s'Avonds gaat hun vader luisteren langs de deur. Bij de eerste deur hoort hij:'Au, au, au.' Hij denkt:'vreemd maar ik vraag morgen wel.' Bij de tweede deur hoort hij: Hihihihi. En bij de derde deur hoort hij niks. De volgende vraagt hij aan het eerste meisje:'Waarom hoorde ik bij jou au au au?' 'Een grote lul in een kleine kut doet zeer.' 'En waarom hoorde ik bij jou gegiechel?' 'Een kleine lul in een grote kut kietelt.' 'En waarom hoorde ik bij jou niks?' 'Ik mag niet met volle mond praten.
Zegt een Duitser tegen een Amsterdamse barkeeper: “Wat is het stil vandaag.” “Klopt,” zegt de barkeeper. “Het is vandaag 4 mei. “Ja maar, het is zo stil, vind ik.” “Klopt,” zegt de barkeeper weer. “Ik zei je toch al dat het vandaag 4 mei is.” “Maar waarom is het dan zo stil?” “Dan herdenken we de honderdduizenden doden van ons die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gevallen.” “Honderdduizenden doden? Man, bij ons zijn miljoenen doden gevallen.” “Klopt,” zegt de barkeeper; “maar dat vieren wij morgen.”
Daar zag ze reus Hadelbert aanlopen. Goeiedag mijn oude reus! Wat een dikke neus heeft u. Amy liep verder en struikelde over iets hards. Au au dat doet pijn! Wat is dat hardige? Is het soms een fles wijn.. Ik dacht na en ik denk na. Mmm! Ik kijk onder mijn voetjes en zie daar een grote steen! Reus keek verbaads naar steen. Steen kon praten en hij had ogen en een kop! Amy pakte de steen op en werd zo groot! Zo groot als de reus, maar de reus werd klein. Dat vondt de ouwe reus maar niet zo fijn. Amy was groot en lust nog alleen maar havernoot! Alles kan dus echt in Hameswout riep kleine reus met een pieperig stemmetje. De steen viel en werd een tovenaar. Hij had een afro kapsel op met een hoge hoed. en hij zei: Tikkeltje wit en een tikkeltje geel! Dit is me bil en jij wordt niet meer klein, jij bent een reus! En jij jij bent niet meer groot jij bent klein! Timertjetoe Diblediedoe en havergoesoenoe. POEF weg was de tovenaar. En de reus werd weer de ouwe reus. En de kleine Amy was zo als gewoonlijk weer de kleine amy.
Er zitten 2 vrouwen gezellig te babbelen. Zegt de een tegen de ander: "Vertel jij het tegen je man als je klaarkomt?" "Nee", antwoordt de andere vrouw, "ik wil hem iet storen op zijn werk."
A Annelies, je prachtige stem ben je kwijt Ik kan je niet zeggen hoezeer het me spijt Toch denk ik met heimwee aan hoe ik genoot Terwijl ik die stemband aan diggelen schoot.
B Belinda, dat triootje was toch wat raar Je man - die van onder lag - kwam te snel klaar terwijl ik nog ramde in woeste galop Begon hij te leuteren over zijn job.
C Christina, fraudeuse! Bedrieglijke slons! Jij had geen cup D, 't waren twee stukken spons Jij hebt mij misleid, en ik voel mij bekocht 'k Heb uren vergeefs naar je borsten gezocht.
D Diana was meegaand, wellustig en knap Helaas was haar Fiatje net iets te krap Ik dacht nog: "Dit wordt een geweldige nacht" Tot ik door die handrem anaal werd verkracht.
E Elfriede, ik vond het die oudejaarsnacht Jou kennende eigenlijk niet onverwacht Dat jij bij jezelf een fusee binnenbracht En dat je hem aanstak was weinig doordacht.
F Francesca, jij hebt een ontzaglijke kont En toch ga je liefst op zijn hondjes van grond Besef je dan niet dat wie jou zo bestijgt Als hij naar beneden kijkt hoogtevrees krijgt?
G Gerarda, die honing was niet echt een feest Een schijfje citroen ware beter geweest Waarom hing ik niet als een zwijn aan de trog? Wel, schelvis met honing dat smaakt niet naar nog.
H Helena, je krijgt dit vergrootglas van mij Om eerlijk te zijn: 't is voor ons allebei Ik weet dat mijn zwaard op een muggelarf lijkt Maar niet als je 't door dit vergrootglas bekijkt.
I Irene, wat treurig gestreel aan een borst Is al wat je toestond, mijn lul was je worst Vandaar dat ik edel, manmoedig en trots Mijn nobele zaad heb gestort op een rots!
J Jolientje, wij waren saam heel en al dier Jij was mijn leeuwin, ik jouw bronstige stier Maar plots bleek je tevens een eekhoorn te zijn Mijn eikel, Jolientje, vond dat niet zo fijn!
K Kathleentje, als jij er mentaal klaar voor was Werd heel je benedenloop een groot moeras Met alle respect, maar dat was niet okee Ik roer er toch ook geen carpaccio mee!
L Linda, we dartelden bloot door de wei 't Was heerlijk. Maar plots werd je razend op mij Omdat ik - zo dacht je - een schaap tot mij nam Maar schat, je vergist je: dat beest was een ram.
M Miranda, je zegt: waarom zie je zo bleek? Je siddert, je beeft, waarom ben je zo van streek Wel, vraag dat maar eens aan die lintworm van jou Dat beest gaf me net een venijnige knauw!
N Naomi, Naomi, ons kindeken schreit Terwijl gij alleen met uzelf bezig zijt Zelfzuchtige moeder! Gij laat u weer gaan! Ons kindje moet fruitpap. Geef hier die banaan.
O Olivia, kijk niet zo verschrikt naar die sjaal Wurgseks is in jouw geval ideaal Die sjaal beneemt immers - terwijl ik je dek Het zicht op je lelijke schildpaddennek.
P Petroesjka, ik maakte je moeiteloos heet Een ring door mijn eikel was wat het 'm deed Maar nu ben je zwanger, want eer ik het wist Had ik je spiraal uit je schede gevist.
Q Quirina, het bloed kolkt weer wild in mijn Jos Hoe ik ook frunnik, ik krijg hem niet los 'k Vervloek de ontwerper van deze soutien Ik ben godverdomme geen mecanicien.
R Roger, 'k had nooit eerder een vent in mijn nest Het was dus flink wennen, toch deed ik mijn best Ik knapte pas af toe je riep: "Lekker dier!" Die basstem, Roger. Het was net Guy Mortier.
S Sabrina, dat jij menstrueert als een rund Dat is je bij deze van harte gegund Maar soms is het, als jij weer borrelt en kolkt Alsof Hij een bijrol in Deathwish vertolkt.
T Tatjana, de keukenvloer was nog wat nat Hij was pas gedweild en verraderlijk glad Zo glad dat je reeds na een stevige stoot Als levende bobslee de living in schoot.
U Ulrike, je was een geweldige vrouw Met jou deed ik wekenlang al wat ik wou Dat kan nu niet meer, het verdriet maakt me gek Ik beet in extase je achterste lek.
V Vanessa, neem vodden en boenwas, jij slet En boen, terwijl ik je bespring, het parket Je zei: "'k zie je graag, 'k wil voor jou alles doen" Welnu dan: ontkleed je, kniel neder en boen.
W Wivina, terwijl ik het wild met je deed Zijn kort na elkaar uit jouw tactloze reet Vier nijdige, snerpende winden ontsnapt Terstond was niet enkel mijn aandacht verslapt
X Xantippe, 'k herinner mij enkel nog dit: Ik lig op mijn rug, terwijl jij op me zit Jij raast als een vuurstorm! Ik roep nog: pas op! En dan knalt die zwiepende borst tegen mijn kop.
Y Yolanda, wees lief en aanvaard deze strip En stop hem een weekje of zes in je slip Hij is van Vapona, een roemrucht product Laat Gaia maar zeuren, ik hoop dat het lukt!
Z Zanussa, die heerlijke plek naast het riet Was eigenlijk drijfzand, dat wist ik dus niet Ik heb je vol liefde de grond in geheid Maar dra komt de hijskraan, dan wordt je bevrijd.
Een man komt 's avonds moe en uitgeput thuis. "Moet je horen," zegt zijn vrouw, "vanmorgen werd er aan de deur gebeld en toen ik opendeed stond er een man en die vroeg me: 'Heeft u een geslachtsorgaan?' Van schrik heb ik onmiddelijk de deur dichtgeslagen." De volgende avond vertelt zijn vrouw: "Die man kwam weer aan de deur en vroeg: 'Heeft u een geslachtsorgaan?'" De man spreekt met zijn vrouw af dat zij de volgende dag die vieze vent aan de praat moet houden. Hij zal dan op het juiste moment tevoorschijn komen. De volgende dag is de viezerik weer aan de deur. En weer vraagt hij: "Heeft u een geslachtsorgaan?" "Ja, hoezo?!" vraagt de vrouw. Zegt de man: "Mag ik uw man dan beleefd verzoeken of hij dat van u wil gebruiken en niet dat van mijn vrouw!"
er zijn een belg, een duitser en een nederlander. Ze gaan een vliegtuig`in en de belg gooit een zak friet naar beneden, de duitser een baksteen en de nederlander een handgranaat. Als ze even later weer uitstappen, ziet de belg een kind met een zak friet langslopen. 'Waar heb jij die zak friet vandaan?`vroeg hij. ' ik bad tot god dat ik eindelijk iets te eten zou hebben en toen viel die zak op mijnb hoofd.` antwoord de jongen. De duitser ziet een kind die huilt langslopen. `waarom huil jij?` vraagt hij. ' Ik had net een fiets gestolen en toen viel er een baksteen uit de lucht, god straft meteen`, antwoord de jongen. Als de nederlander later een giechelend meisje langs ziet lopen vraagt hij:`Waarom ben jij zo aan het giechelen?' Antwoord het meisje: 'Ik liet net een scheet en toen ontplofte er achter mij een huis.
Er was eens een land, een prachtig land met bergen, bossen, meren en uitgestrekte vlakten, omspoeld door de zee. Het was een rijk land want er werd goud en diamanten in de bodem gevonden.
De mensen in dat land zouden heel gelukkig kunnen zijn, maar ze waren ongelukkig. In dat land woonden witte en zwarte mensen. De meeste mensen waren zwart maar de zwarte mensen werden onderdrukt door de witte mensen. De zwarte mensen hadden altijd in dat land gewoond en de witte mensen waren eigenlijk vreemdelingen, die eeuwen geleden uit andere landen waren gekomen.
De witte mensen vonden dat de zwarte mensen dom waren en niet konden leren, daarom mochten ze niet naar school. De zwarte mensen moesten werken voor de witte mensen; ze moest het vuile en zware werk doen en in de mijnen werken om het goud en de diamanten voor de witte mensen uit de grond te halen. Ze verdienden maar heel weinig met hun werk zodat ze armoede leden. Ze woonden in huizen die je eigenlijk geen huizen kunt noemen, ze hadden weinig te eten en als ze ziek werden hadden ze geen geld voor een dokter.
De zwarte mensen mochten niet reizen in een bus of in een trein die voor witte mensen waren bestemd. Bij winkels, hotels, cafés, Wc's en banken in parken stonden borden met de tekst: verboden voor zwarten. Witte en zwarte mensen mochten zelfs niet verliefd op elkaar worden of met elkaar trouwen, daarop stond een zware straf.
Zwarte mensen die de witte mensen niet gehoorzaamden of in verzet kwamen tegen de onderdrukking en het onrecht werden in de gevangenis gegooid. Het gebeurde zelfs dat witte politieagenten zwarte mensen doodschoten, bijvoorbeeld bij demonstraties en stakingen.
In dat land werd op een dag een jongen geboren in een zwarte familie. Zijn voorouders stamden uit een koninklijk geslacht. Hij groeide op in een dorp waar alleen zwarte mensen woonden. De jongen zwierf door de heuvels en over de velden,langs beken en door de bossen. Hij speelde met z'n vrienden en hij merkte niet hoe slecht de witte mensen waren tegen zijn volk.
Hij had het geluk dat hij naar een school kon en toen hij ouder werd kon hij studeren op een universiteit waar zwarte studenten mochten studeren.
In de stad ontdekte de jongen, die later heel bekend zou worden als Nelson Mandela, hoe slecht de zwarte mensen het hadden. Hij zag hoe armoedig ze leefden, dat de kinderen niet naar school mochten en dat veel mannen geen werk hadden. Hij zag hoe zwarte mensen zomaar gearresteerd werden en in elkaar geslagen werden door witte politieagenten.
Op een keer stond hij met z'n auto zonder benzine. Hij vroeg bij een boerderij of men wat benzine had. 'Niet voor jou soort mensen', kreeg hij ten antwoord. Bij een andere boerderij vroeg hij weer om benzine maar nu zei hij: 'M'n baas staat zonder benzine', toen kreeg hij het wel. Want z'n baas kon alleen maar een blanke zijn.
Toen Nelson Mandela ongeveer 20 jaar was dacht hij na over z'n toekomst en over de toekomst van de zwarte mensen en hij moest denken aan alle keren dat hij vernederd was, alleen omdat hij zwart was. Hij zag dat de witte mensen in de mooie huizen woonden en de zwarten in krotten, zonder water, elektriciteit. Veel kinderen stierven omdat de ouders een dokter niet konden betalen.
Het werd Nelson Mandela steeds duidelijker hoe erg zwarte mensen werden onderdrukt en gekleineerd. Hij werd advocaat omdat hij op deze manier mensen kon helpen die in moeilijkheden waren gekomen. Hij praatte met vrienden over het onrecht dat zwarte mensen werd aangedaan en ze vonden dat dit niet kon blijven voortduren. De zwarte mensen moesten bevrijd worden, ze moesten in opstand komen tegen de onderdrukking en dezelfde rechten krijgen als de witte mensen.
De baas van Mandela waarschuwde hem omdat hij merkte dat hij zich het lot van de zwarte mensen erg aantrok. Z'n baas zei: 'Nelson bemoei je niet met de strijd van de zwarte bevolking voor een beter leven. Je kunt als advocaat een goed leven hebben. Je kunt veel geld verdienen, een mooi huis kopen en in een dure auto rijden. Daar gaat het toch om in het leven? Als je kiest voor de strijd voor de zwarten dan verlies je alles.' Maar Mandela koos voor de strijd en verloor inderdaad alles: z'n werk, z'n geld, z'n huis. Maar wat hij niet verloor was z'n ideaal: vrijheid en een menswaardig leven voor de zwarte bevolking.
Nelson Mandela sprak de mensen toe op grote bijeenkomsten waar duizenden mensen bij elkaar kwamen. Hij zei: 'Dit nemen we niet langer, we laten ons niet meer als slaven gebruiken. We zijn er trots op dat we zwart zijn en we zullen niet meer buigen maar we zullen fier en rechtop de witte mensen de waarheid in het gezicht slingeren: dat ze ons op een mensonwaardige manier behandelen en dat de tijd gekomen is waarop we onze kracht zullen laten zien. Nelson Mandela stak zijn vuist omhoog en alle mensen die naar zijn toespraken luisterden staken hun vuist omhoog als teken van hun kracht. En ze riepen: 'De macht aan het volk!'
Er werden stakingen en protestmarsen georganiseerd en de mensen zongen: 'we willen vrijheid en gelijkheid, de macht aan het volk!' Maar iedere keer greep de politie in, er werden veel demonstranten gearresteerd en er vielen ook doden omdat de politie op de menigte schoot. Hierdoor werd de woede van de zwarte mensen steeds groter. Nelson Mandela zei tegen zichzelf: Ik ga er voor vechten dat de mensen van mijn volk het beter krijgen. Al kom ik in de gevangenis of wordt ik doodgeschoten, ik heb er mijn leven voor over.
Omdat hij gezocht werd door de politie moest hij alles in het geheim doen. Hij kon niet bij z'n vrouw en kinderen blijven en hij woonde steeds ergens anders zodat de politie hem niet kon vinden. Hij veranderde zijn uiterlijk, hij liet z'n baard groeien en kleedde zich als tuinman of als bediende.
Maar iemand verraadde Nelson Mandela en op een dag werd hij door een aantal politieauto's klemgereden en gevangen genomen, samen met een aantal kameraden. In de gevangenis zongen ze hun strijdliederen en dat gaf hen de moed om vol te houden. Na een proces dat heel lang duurde werden Mandela en een aantal medestrijders tegen de overheersing van de blanken tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Ze werden verbannen naar Robbeneiland. Op dat eiland was een gevangenis en het was onmogelijk om te ontsnappen.
Nelson Mandela zat gevangen in een kleine cel en iedere dag moest hij stenen hakken in een steengroeve. Hij en zijn medegevangenen kregen heel weinig te eten. De bewakers scholden de gevangenen uit, treiterden en vernederden hen. Op deze manier probeerden ze hem kapot te maken. Maar ze konden Nelson Mandela niet klein krijgen. Iedere keer, als hij het heel moeilijk had, dacht hij: ik vecht voor mijn volk zodat het ooit bevrijdt wordt van de vernederende onderdrukking en daarom moet ik het volhouden.
Nadat hij al vele jaren gevangen zat vroeg hij aan zijn bewakers of hij op de binnenplaats van de gevangenis een kleine groentetuin mocht aanleggen. Jarenlang weigerden de bewakers toestemming te geven maar Nelson Mandela hield vol en uiteindelijk kreeg hij toestemming.
De grond die hij moest bewerken was steenhard. Hij moest eerst alle stenen weggraven voordat er iets kon groeien. Van de eerste zaden die hij zaaide kwam niet veel op, ze vielen voor een deel op de stenen of ze verdroogden in de zon. Maar langzamerhand werden kleine stukjes grond vruchtbaar. De planten groeiden steeds beter. De groente uit z'n tuin gaf hij aan z'n medegevangenen en aan de bewakers. De zorg voor een klein stukje aarde gaf hem een gevoel van vrijheid.
Na vele jaren op Robbeneiland gevangen gezeten te hebben werd Nelson Mandela naar een andere gevangenis gebracht. Daar vroeg hij om 16 doormidden gezaagde olievaten. Zo ontstonden 32 reusachtige bloempotten die met vruchtbare aarde werden gevuld. Ze werden op het platte dak van de gevangenis gezet omdat daar de hele dag de zon op scheen. Iedere ochtend werkte Mandela enkele uren in zijn tuin van olievaten. Hij kweekte uien, bloemkool, sla, tomaten, bonen, aardbeien en nog veel meer. De bewakers gaven hem zaden van groenten die ze lekker vonden en Mandela gaf aan de bewakers groente die hij oogstte. Iedere zondag bracht hij groenten naar de keuken zodat zijn medegevangenen ook verse groente kregen bij het eten. Toen Nelson Mandela na 27 jaar eindelijk de gevangenis mocht verlaten vond hij het heel erg dat hij geen afscheid kon nemen van zijn bewakers.
In het boek over zijn leven schrijft Mandela: 'Zelfs in de meest uitzichtloze tijden zag ik soms een glimp van menselijkheid in een van de bewakers, misschien maar een seconde lang. Maar het was voldoende om me gerust te stellen, zodat ik weer verder kon. De goedheid van de mens is een vlam die wel verborgen, maar niet gedoofd kan worden.'
Robert en Roel lopen op de kermis in Tilburg. Ziet Roel een grote automaat staan met een gordijntje waarop een bordje hangt “pijpen 5 euro”. Verrukt duwt Robert Roel opzij, springt in het hokje, sluit het gordijn, laat zijn broek zaken voor het gat en verfomfaait een briefje van 5 in de automaat.
Teleurgesteld stapt Robert uit het hokje, er kwam een grote donkere penis uit het gat…
Er komen 3 mensen de kroeg binnen een Dommelsch man en een Bavaria man en een Heineken man zegt de Dommelsch man tegen de barkeeper doet u mij maar een Dommelsch bier zegt de Bavaria man tegen de barkeeper doet u mij maar een bavaria bier zegt de Heineken man tegen de barkeeper geef mij maar water hun nemen toch geen echte bier.
Deze morgen omstreeks 5.45u is er in de zoo van Antwerpen 3 apen ontsnapt!!! Ze hebben er 1 gezien bij de bakker ,een broodje kopen,de 2de aap hebben ze in de carrefour gevonden achter de hoek!En de 3de aap is hier mijne zever aan het lezen dat ik op seniorennet.be zet:) ik ben er zekers van dat je nu zit te lachen
Er komt een japanner bij een hoer die zegt: "Ik kan 35 keer achter elkaar." "Nou," zegt die hoer "als dat lukt dan mag je gratis." "1 ding" zegt de Japanner, "ik moet wel elke keer de trap af en op om me weer op te laden." "Geen probleem" zegt ze. Na 34 keer komt de Japanner niet terug en ze kijkt uit het raam en ziet nog net een bus japanners wegrijden.