NIEUW: Blog reclamevrij maken?



Image and video hosting by TinyPic

Foto
Gastenboek
  • Midweeksegroetjes....
  • Lieve groetjes van Krikie
  • NACHTGROETJE
  • late avondgroetjes Lana
  • het lange weekend is voorbij en over het weer zullen we maar zwijgen zeker .....

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • Groetjes uit het regenachtig Koekelare. (Hok Decru Raf)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 18
  • fijne dinsdag (van vooren Myiam)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 18
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 18
  • Artiesten (Dirk)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 18
  • Lieve groetjes (Hobbyfotografie2)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 18
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • Groetjes uit het regenachtig Koekelare. (Hok Decru Raf)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 18
  • fijne dinsdag (van vooren Myiam)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 18
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 18
  • Artiesten (Dirk)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 18
  • Lieve groetjes (Hobbyfotografie2)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 18
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Rondvraag / Poll
    Zou u niet met lana een nachtje in bed willen liggen
    Ja ik wil
    Nee ik wil niet
    Even over nadenken
    Durf jij u bekent maken: ja
    Durf jij u bekent maken :nee
    Bekijk resultaat

       
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Archief per maand
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 07-2002
  • 11--0001
    Foto
    Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    De klinge een dorpje aan de grens
    lana










    .

    .
    05-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 78


    Image and video hosting by TinyPic .

    05-06-2012 om 22:02 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De macht van de liefde
    De macht van de liefde



    Het begint met een liefdesavontuur en het eindigt met een woord van afscheid, zoals elke geschiedenis: op deze regel bestaan geen uitzonderingen.

    In dit verhaal gaat het om de tragische liefde tussen een jonge ridder en een non. Hij had haar lief, en dacht dag en nacht aan haar. Haar stem achtervolgde hem, zijn ziel was één met de hare, als twee klokken die tegelijkertijd beieren.

    Aangezien zij in het klooster woonde, was het hem zelfs niet toegestaan openlijk zijn verlangen uit te spreken en haar lief te hebben op afstand. Het onvervulde liefdesverlangen heeft voor sommigen een hele bijzondere bekoring, maar zelfs dat was voor de ridder niet weggelegd.

    "Ach liefste! Jij, die zo ver van mij vandaan woont, denk jij aan mij zoals ik aan jou? Ik heb je lief. Ik zal je nooit kunnen zeggen lieveling, dat ik van je houd. Tussen ons bevinden zich grote landen zonder wegen. Ik herinner me nog alles van je. Je moet niet denken dat ik je vergeten ben. Je bent als de zon in mijn leven, en ik ben de zonnebloem die zich naar het licht wendt. Maar het is nu al zo lang geleden dat de zon heeft geschenen. Ik weet niet of jij mij nog liefhebt. Vaak denk ik dat je me vergeten bent. Hoe kan dit ook anders, jij die in een andere wereld leeft, waar ik nooit zal kunnen komen?" Dit zijn woorden van een wanhopige minnaar, die hoopt zijn geliefde voor zich te winnen. Maar deze ridder was zonder enige hoop.

    Al zong Gertrudes naam dag en nacht in hem, hij kon zijn armen nooit naar haar uitstrekken, en hij was veroordeeld eenzaam te blijven. Er is altijd een grote zomerdag in het leven van alle geliefden, een dag die eindeloos lang schijnt te duren, al hoort men de tijd voorbij tikken. Maar zelfs deze ene dag had hij niet genoten. Andere liefdes kende hij niet. Hij moest zijn leed helemaal alleen dragen, en haar naam fluisterde hij slechts wanneer hij ver uit de buurt van mensen was. "Gertrude!" Hij haalde zich echter uit eerbied voor haar keuze nooit haar beeld voor de geest.

    Zij woonde in het klooster, en zij diende Maria, de Moeder der Smarten. Zij bad elke dag vurig tot haar, geheel verzonken, zoals alleen zij kunnen die gewend zijn aan voortdurend en volhardend bidden.

    Zal alleen hij, verteerd door vuur en vlam ooit gelouterd voor u staan? Zal alleen hij in uw hemel gaan die gebroken tot u kwam?

    Nooit kwam haar iets ter ore over zijn hopeloze liefde voor haar. Hij dwaalde rusteloos langs akkers en wegen, terwijl zij zich volledig wijdde aan de dienst van de Heer. "Wat zal er met mij gebeuren?" zo vroeg hij zich af. "Waarom moet ik zo lijden?"

    Iemand die zo denkt, vindt niet gemakkelijk troost in het leven. Troost is er voor de man die zegt: "Het lot brengt mij zware slagen toe, maar ik zal er niet voor buigen, en terugslaan." De ridder werd echter onophoudelijk geteisterd door zijn verdriet; in golven van pijn beukte zijn machtige liefde over hem heen, en het maakte hem zwak en weerloos. En de storm nam niet af in kracht.

    De dag kwam dat hij bang werd van zichzelf. Zo scherp stak de pijn in zijn wezen dat hij besefte dat hij er een ander mens door was geworden. Af en toe zadelde hij zijn paard en ontvluchtte hij zijn kille, eenzame burcht. "Hoe krijg ik ooit mijn rust weer terug?" dacht hij, als hij als een dolleman over de weg reed. "O! Dat ik uitgerekend deze vrouw moet beminnen, die ik niet beminnen mag. Ik ben nog jong en ik verlang ernaar van iemand te houden. Als zij nog in de wereld zou staan, als zij haar gelofte niet had afgelegd... ik zou met haar in de bloeiende geurende wei liggen, waar het gras zo hoog is, dat het met gemak twee geliefden verbergen kan. Of zij zou met mij door het bos dwalen, tot achter de hoge stammen van de bomen, tot waar het kreupelhout het dichtst is. Ik voel aan het bonzen van mijn hart, dat daar mooie muziek te horen is... die ik nooit zal kunnen beluisteren."
    Al te lang kon hij deze gedachten niet verdragen. Op een van zulke wildemanstochten bedacht hij een plan. Hij kon Gertrude weliswaar niet de beker van zijn liefde overhandigen, waaruit zij kon drinken en zich verzadigen, maar wel kon hij haar klooster bedenken. En zo vond zijn liefde een manier om zich zonder woorden te uiten. Hij was een dappere ridder die vele schatten had vergaard, en hij gaf ze stuk voor stuk weg aan het klooster. Hierdoor kwam het klooster tot grote rijkdom. Kostbare edelstenen, saffieren, karbonkelen, jaspissen, onyxen, al deze wonderbaarlijke stenen met hun diepe schittering schonk hij de kerk.

    Hij gaf opdrachten aan schilders - hij betaalde ze in goud om Jezus' heilig leven op het doek vast te leggen. De doeken lieten de Heer aan het kruis zien, of Jezus omgeven door zijn discipelen. Ook heiligen werden afgebeeld, zoals Christophorus, groot van gestalte en van geloof, die met een kind op de armen door het woeste water waadde om het veilig naar de overkant te brengen. Men zag ook de Heilige Moeder Gods met het kindeke Jezus op haar schoot.

    Het klooster kreeg groot aanzien in de streek. De vrome nonnen deelden van hun overvloed met de armen en zij gaven volop aalmoezen. Al snel was er weinig armoede meer in de streek. De ridder zag dat zijn rijkdommen stilletjes aan verminderden, en nog steeds werd hij door zijn liefde gekweld. Al deze jaren, dat hij het klooster had bedacht, waren in de gapende afgrond van de tijd verzonken, nu kwam er een andere tijd aan. Wat moest hij beginnen, als hij geen schatten meer brengen kon?

    Hij trok ten strijde, en zijn buit was groot, want hij vocht in vele landen. Wonderlijk mooie spullen kwamen in zijn bezit. Hij zond ze allemaal naar het klooster. Hij veroverde kransen van goud, zilveren bekers met edelstenen bezet, tafels van citroen - en van rozenhout, marmeren beelden, geheimzinnig fonkelend glaswerk, dat van binnenuit vlamde, parels van welke de waarde niet te schatten was.

    Maar alles wat hij zond, was overgoten met een glans die niet van enige stof afkomstig was. Het goud en zilver wat er blonk waren de liefkozingen en fluisteringen van een oprecht minnaar, die geen andere woorden had.

    Maar zijn krachten namen langzamerhand af. De armen van de ridder voelden minder hard en gespierd aan en na een zware tocht voelde hij zich moe. Hij zond minder en minder goederen naar het klooster en op een dag merkte hij tot zijn schrik dat hij arm was geworden. Al zijn geld en goed had hij verspeeld, en hoewel hij de ouderdom al in zijn botten voelde kruipen, bleef zijn liefde even brandend als in zijn jeugd. Dag in dag uit zat hij voor zich uit te staren, en hij zag zijn ongeluk zonder ophouden in de ogen. "O Gertrude!" zo peinsde hij, "mijn hele leven heb ik je gediend, en nooit heb ik mijn liefde voor je kunnen uitspreken. Ik ben nu verder van je verwijderd dan ooit. De dag dat ik je heb ontmoet, is een dag die voor mij een zegen en een vloek tegelijkertijd is. Wat moet ik zonder jou beginnen? Waarom heb ik mijn jeugd verloren? Kon ik nog maar eenmaal jong zijn, en opnieuw beginnen.

    Voor elk mens komt de tijd dat hij op zijn leven terugkijkt. Gelukkig zijn zij die zich hun kindertijd en jeugd herinneren, en hoe zij gegroeid zijn tot volwassenheid en ouderdom. Maar ik! Wee mij! Ik heb steeds gehandeld als een jonge man en nooit aan iets anders gedacht dan aan de toekomst. Mijn hele leven lang heb ik gehoopt, tegen beter weten in. Ik leefde in een droom! Ja, al de tijd dat ik haar heb liefgehad, was ik alleen maar bezig met de dag van morgen. De volgende dag was voor mij steeds aanlokkelijker dan die van vandaag en nu... heb ik geen toekomst meer!"

    Iedere dag reed hij uit, maar hij kwam zelden nog met schatten thuis. Hij was eenzaam, en fluisterde urenlang tegen zijn Gertrude, terwijl hij met zijn paard de bossen doorkruiste. "Zul je niet denken, dat ik je vergeten ben? Nu zul je geloven dat mijn liefde een einde heeft, als de bloei van bloesem, die kort en uitbundig leeft. Liefste! Er is niets eenvoudigers en toch geheimzinniger dan trouw. Mijn leven is aan het jouwe gebonden. God alleen weet hoe ik lijd. Zullen je zusters niet vragen: 'Is de ridder gestorven, omdat we niets meer van hem horen of zien?' Zul je misschien aan de poortwachters gaan vragen: 'Wanneer hebben jullie voor het laatst zijn wilde stofwolk op de weg zien waaien?' Zul je om mij huilen, denkend dat ik gestorven ben? Maar nee, het is je niet toegestaan om te huilen om een man die je heeft liefgehad. Je mag alleen voor hem bidden. Gertrude, mijn zuster Gertrude!"

    Hij keek op toen hij een vreemd schrapend geluid hoorde, en een schrikwekkende gedaante met hoorns op zijn kop en harige poten in plaats van benen stond voor hem. De ridder herkende hem in een oogopslag en sloeg zijn handen voor het gezicht. Was hij dan al zo diep gezonken? "Ridder!" zo begon de duivel, "waarom bent u bang van mij? Bent u niet van God verlaten geweest, zolang u heeft geleefd? U heeft nog meer geleden dan Job, ja ik kan met de hand op mijn hart verklaren dat ik er niet veel heb gekend die ongelukkiger waren dan u. Maar - zo vraag ik u weet u wel zeker dat u deze pijn moet doorstaan? Heeft u nooit over uw redding nagedacht?" De ridder deinsde terug.

    "Wat wilt u van mij, u, die altijd, de vele jaren dat ik bezeten ben van mijn liefde, op de achtergrond hebt toegekeken, en die nu in volle glorie voor mij verschijnt. Waarom bent u niet eerder gekomen, als het toch uw voornemen was?" "Ik wacht altijd het goede ogenblik af. De mensen aanvaarden mijn hulp pas als ze radeloos genoeg zijn. Dan kom ik in hun leven, en... en neem wat me toekomt. Wat ik te bieden heb, is veel, en wat ik vraag, is weinig, maar voor mij genoeg."

    "Ik weet wat u vraagt," zei de ridder somber, "al weet ik nog niet precies wat u er dit keer voor wilt geven. Maar geloof maar niet dat mijn ziel voor mij niet kostbaar is. Dat is toch wat u eist, mijn ziel, in ruil voor geld en goud? Door u verspelen wij de hemel."

    "Maar edele ridder, u moet zich niet om het hiernamaals bekommeren! Denk aan uw Gertrude. U houdt van haar. Ik begrijp niet dat u nog aan iets anders denkt. Hoe kunt u dit doen?"

    "Ik kan het ook niet!" gaf de ridder radeloos toe. "U weet net zo goed als ik dat er voor mij maar één rijkdom is op de aarde en in de hemel, en dat is mijn liefde voor Gertrude!" "Als dat waar is, als er maar één rijkdom is op de aarde en in de hemel, en ik kan u die geven, waarom wilt u dan uw ziel niet afstaan, die voor u immers geen rijkdom is? Hoor wat ik u bieden kan! Schatten en schatten, zoveel u wilt, goud en zilver en diamant, alles wat voor geld te koop is. Geen uur zal voorbijgaan of u kunt Gertrude bewijzen dat u nog aan haar denkt. Geen zorgen meer omdat uw armen krachteloos worden. Ouderdom bestaat niet meer voor u, u leeft voor uw liefde, en Gertrude zal u onophoudelijk prijzen in haar gebeden. Hoelang zal dit duren? Zeven volle jaren. En bedenk dat zeven jaren voor u de eeuwigheid zijn. Wat heeft u er immers zonder mij van te verwachten? Niets! Kom ridder, bezegel mijn contract met uw bloed, en u kunt weer leven zoals vroeger."

    "Ga weg van mij, Satan, je maakt het me onverdraaglijk moeilijk. Waarom wilt u dat ik u toebehoor? Zoek rijkere zielen, zie, ik smeek het u! Als zij het wist, ze zou het nooit toestaan!" "Als zij het wist? Maar ridder, nu drijft u de spot met uzelf en met mij. Zij zal het immers nooit te weten komen. Zeven jaren lang zal ze denken dat u al uw geschenken in de strijd verworven hebt. Doe niet zo dwaas."

    De ridder had geen weerstand meer en boog het hoofd, ten teken van onderwerping. De duivel nam het zware perkament uit zijn kleed, en legde het de arme minnaar voor. Hij tekende met zijn bloed.

    "Tot ziens, ridder van mij!" De duivel verdween spoorslags. Zeven jaren lang scheen het of de ridder geen leed kende. Iedere dag scheen de zon voor hem. Hij zond het klooster geschenken, rijker dan ooit. De dagen, alle bodes van het geluk, snelden de ridder voorbij. Niemand wist dat hij een verbond met de duivel had gesloten. Gertrude bad voor hem tot de Heilige Moeder Gods, zonder te beseffen wat voor een grote zonde hij op zijn geweten had, en hoe de arme gulle gever Gods genade meer nodig had dan enige andere sterveling.

    En zo verdwenen de eerste zes jaren aan de horizon het zevende begon aan de meedogenloze wedloop. De ridder die de kransen van krokus en sneeuwklok zag opbloeien, hield van schrik zijn adem in.

    Toen de zeven jaren om waren, wist de ridder dat hij de zwaarste tocht van zijn leven moest aanvaarden. Eeuwige verdoemenis wachtte hem en hij ging naar het klooster om nog eenmaal de vrouw te zien voor wie hij zijn ziel had gegeven. Men langzame pas liep hij tot aan het klooster, en daar zag hij Gertrude. Het was hem niet toegestaan op haar af te gaan, en hij mocht zijn hand niet op haar hart leggen. Zij glimlachte tegen hem, maar deze glimlach was er niet een van aardse liefde. Zou ze weten dat hij haar beminde? Weten vrouwen het ook als het niet met woorden wordt gezegd? Ze nam een beker en vulde die vol met wijn.

    "Vaarwel," zei ze. Hij dronk haar toe, maar antwoordde niet. Hij durfde haar geen ogenblik aan te kijken. Hij wierp zich op zijn paard en reed weg. Zijn ziel snikte: "vaarwel! Vaarwel!" Gertrude boog zich voor het altaar neer, en bad vurig. Hoe wist ze dat hij haar voorspraak nu meer dan ooit nodig had? Haar woorden gingen recht naar de hemel. Rijdend, rijden over het wijde veld, kwam de ridder bij de plek waar de duivel op hem wachtte "Hier ben ik," zei hij ademloos, "neem mijn ziel." De duivel zag hem duister aan.

    "Ik kan uw ziel niet nemen," antwoordde hij bitter, zichtbaar ontstemd om de schat die hem ontging, "alles en iedereen spant samen om u te redden. Ben ik niet de arme Lucifer, en weet ik niet uit eigen ervaring hoe sterk de hemelse machten zijn? Wee mij, ik heb u verloren door de macht van Gertrudes gebed." Hij verborg zijn gezicht in de mantel.

    De ridder begon een nieuw leven. Hij kwam tot zichzelf, en hij zag zijn zonden uit het verleden onder ogen. Hij zond geen schatten meer naar het klooster waar Gertrude leefde, maar hij werd monnik, en hij leidde evenals zijn zuster een vroom leven van vasten en gebed.

    Deze tragische liefdesgeschiedenis bleef echter voortleven in de harten van de mensen. Telkens als iemand een zware tocht moest gaan ondernemen, vulde men een beker met wijn en men sprak het droevige woord met zijn sombere klank: "Vaarwel!" En dan proostte men en wenste de reiziger het "heil van Sint-Gertruiminnen" (of Sint-Geertenminnen). Dit deed men ter herinnering aan de aardse liefde van de ridder en aan de liefde voor God van de non Gertrude, die dankzij de macht van het gebed de arme ziel van de ridder had gered uit de klauwen van de duivel.



     

    05-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana


    Krekels

    Een jong stel gaat 's avonds laat naar een park waar meer verliefde paartjes komen. "Hmm, is het niet romantisch hier?", zucht het meisje, "hoor je al die krekels?" "Ja maar het zijn alleen geen krekels", zegt haar vriendje. "Het zijn ritssluitingen."

    05-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    04-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 77


    Image and video hosting by TinyPic.

    04-06-2012 om 22:35 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Onrust In Het Bos

    Onrust In Het Bos



    "Ach, wat stom, de verbazingwekkendste das in het bos heeft zijn zonnebril verloren." Opeens werd het doodstil stil in de moskee in het bos. Wie had immers het laf gehad om geheimen van de verbazingwekkendste das op straat, of in dit geval op de vloer van de moskee, te gooien? Iedereen had zich de afgelopen maanden keurig gedragen. Dat moest ook wel, want de gereïncarneerde weerman had de touwtjes strak in handen in het woud. Hij wilde immers gezag, hij wilde respect, maar bovenal wilde hij zijn waardigheid terugverdienen na zovele foute weersvoorspellingen.
    De bosbewoners hadden de weerman hier hard voor gestraft, ze waren de foute voorspellingen spuug- en spuugzat. Altijd maar sneeuwstormen terwijl het helder zou zijn, of knikkers uit de lucht terwijl Jalaly von Hyklaquewio, zo luidde de naam van de weersvoorspeller, voorspelde dat er Playmobil uit de grond te voorschijn zou komen. De ergste fout echter, was nog wel dat hij zei dat het mistig zou worden, maar dat de bosbewoners zonder pardon werden aangevallen door de kwade Regenbogen van Krakelius. Deze dienders hadden het complete woud onder het schuim gespoten, waardoor bijna alle insecten waren gestikt. Hierop waren de overgebleven dieren woedend op Jalaly afgestapt. Iedereen had zijn wapen meegenomen. Met duizenden tegelijk waren ze op de boom van Jalaly toegegaan. Kruisbogen, messen, pikhouwelen, stokken, zwaarden, kruisraketten, tommyguns, granaten, werkelijk alles hadden ze meegenomen. Zelfs de witte zakdoekjes was niemand vergeten. Ziedend waren ze geweest. Ze waren dan ook uitermate teleurgesteld toen Jalaly niet opendeed, zelfs na twee keer bellen niet. De volgende ochtend was Klaas-Lodewijk, de kolibrie, de weerman tegengekomen. Hij had de weerloze man met zijn gigantische klauwen opgepakt en hem naar het ontmoetingsplein gebracht. Hier aangekomen had hij hem vastgebonden aan de grootste totempaal die er maar te vinden was. Vervolgens riep hij alle dieren, groot en klein, bij elkaar. Hij vond dat iedereen mee mocht beslissen wat er met Jalaly zou gebeuren. Na dagen overlegd te hebben, de mieren stotterden namelijk zo, was het besluit genomen. Jalaly zou in de liefde moeten bedrijven met Kwili, de kikker die al sinds jaar en dag AIDS had. Maar dat niet alleen, ze had ook syfilis, h5n1, malaria, tuberculose en griep. Dit had de weerman niet aangekund en hij was van de klif gesprongen. Zo, hup, de zee in.
    Nu was Jalaly heer en meester over de bosbewoners. Dat kwam, omdat hij al dood was geweest. Hierdoor voelde hij geen pijn meer als de dieren hem iets aan wilden doen, maar bovenal kon hij niet opnieuw dood! Hij had het hele woud omsingeld met prikkeldraad, drie meter dikke muren van gewapend beton en natuurlijk greppels. Zo kon niemand ontsnappen. Hij voelde zich nu echt de master over het bos.
    Maargoed, dat even terzijde. We waren gebleven in de moskee. Iedereen keek achterom om te kijken waar de stem vandaan kwam die zomaar ‘’Ach, wat stom, de verbazingwekkendste das in het bos heeft zijn zonnebril verloren’’ had geroepen. Juist op dat moment sloegen de klapdeurtjes van de moskee met enkele doffe knallen dicht. Barry de buizerd, met zijn scherpe ogen, zag nog net een paar stekels het gebouw uitvluchten. Het was dus een egel die de rust zo had verstoord. Waarschijnlijk was het Erik, dat is altijd al zo’n kwajongen geweest, dacht Barry bij zichzelf.
    Na de preek van de Ibrahim de imam kwamen alle moskeebezoekers bij elkaar in het nest van Barry. Ze wilden eens grondig discussiëren over wat er gebeurd was tijdens de dienst. Barry zei dat hij een paar stekels de moskee uit zag vluchten en dat die waarschijnlijk een egel zouden toebehoren. Er werd instemmend geknikt. Nu moesten ze alleen nog uitvogelen wie die egel was geweest. Nou zou dat op zich niet eens zo’n probleem zijn, ware het niet dat de egels bevriend waren geraakt met Professor Barabas. Die had zijn teletijdmachine in bruikleen aan de egels gegeven. Zo zou het zoeken naar de egels dus nog wel enige tijd in beslag kunnen nemen. Een golf van teleurstelling maakte zich meester van alle aanwezige dieren.
    Terwijl de bosbewoners hun grijze massa flink pijnigden, zat op planeet Zylycom X Erik de egel in zijn vuistje te gniffelen. Zo, daar had hij de verbazingwekkendste das mooi even een loer gedraaid. Hij moest nu alleen maken dat hij wegkwam, want op Zylycom X was helemaal geen zuurstof. Erik stapte snel in de teletijdmachine en ging terug naar het heden, naar het bos waar hij zijn hele leven al had gewoond. Bovendien begonnen in Vietnam omstreeks deze tijd de bloemen toch wel te bloeien. Mede daarom was in het bos de zoektocht naar de egels in alle hevigheid nog een paar dagen uitgesteld. Wat zou er immers gebeuren wanneer de dassen tegenover de egels zouden komen staan? Dan zouden de gevolgen waarschijnlijk niet te overzien zijn geweest, en dat terwijl er in Radjakistan toch al zo’n tekort aan seksuele voorlichting was.
    De dassen hadden het niet zo goed op met de egels. Dit was lang niet altijd zo geweest. Sterker nog, deze vijandigheid is pas ontstaan in het derde kwartaal van het jaar 372 voor M.L. King. Voor die tijd hadden de dassen en egels het goed kunnen vinden. Ze gingen altijd samen sporten, naar school en op vakantie. Ze hadden zelfs een gezamenlijke sportclub, DZDWOOV. Dit staat voor ‘’Dassen Zullen De Wereld Ooit Overheersen Vereniging’’. Dit was het begin van de ellende geweest, de egels dachten namelijk dat DZDWOOV voor ‘’De Ziekten Dienen Wereldwijd Onverbiddelijk Onontkoombaar te Verdwijnen’’, wat zoiets betekend als dat ze een hekel hadden aan besmette dieren. Maar er was nog meer wat de egels en dassen samen deden. Zo gingen ze elk voorjaar tezamen op zoek naar het eerste kievitsei van het desbetreffende jaar. Ze deden ook samen de financiën van de meeste bosbewoners, waren de eigenaren van alle tv- en radiostations in het woud en ze zorgden dat er niet teveel afval tussen de bomen bleef slingeren. Het was namelijk een idee van Douwe de das geweest om prullenbakken en afvalcontainers te plaatsen op zogenoemde afvalinzamelingspunten. Kortom, de twee diersoorten waren erg aan elkaar gehecht.
    Maar op een dag ontdekte Eddy de egel waar DZDWOOV werkelijk voor stond. Hij legde dit voor aan zijn collega-egels en een verhitte discussie volgde. Daarna stapte Erik op het dassenkamp af en vroeg om uitleg. Die kreeg hij. Hij was hiermee tevreden en de zaak werd vakkundig afgehandeld met een etentje in ‘’Ristorante Donadelli’’ van Rudolf de regenton. Nou zal menig lezer denken ‘’tsjongejongejongejonge’’. Nou, daar heeft hij of zij dan ook volkomen gelijk in. Immers, de egels lieten veel te makkelijk over zich heen lopen. Zij zouden hier later dan ook enorme spijt van krijgen.
    Op een dag waren de dassen namelijk weer eens in een jolige bui geweest. Ze hadden alle aanrechten van de egels zwart geverfd, een teken van de dassische mafia dat de dagen van de egels geteld waren; 1872,5 om precies te zijn. Ditmaal hadden de egels het niet bij een slap excuusje laten zitten en ze hadden harde maatregelen getroffen.
    De egels hadden besloten om een grote sterke leider te kiezen als egelführer. Edgar was de gelukkige geweest. Hij had direct een geheime aanvalstactiek opgesteld om de dassen te bestormen. Wat deze aanvalstactiek precies inhield, is nog steeds onduidelijk. Het was immers strikt geheim. Maar gelukkig heb ik viavia het volgende vernomen. De egels zouden alle in- en uitgangen van de dassenburchten besmeuren met kleurloze blauwe inkt. Daarop zouden ze een enorme hoeveelheid pakpapier voor de uitgangen plakken, waardoor de dassen alleen nog maar naar binnen zouden kunnen. Daarop zouden ze Victor de vulkaan opbellen en hem direct laten invliegen vanuit Hanieti. Zo gezegd, zo gedaan. Ze plaatsten Victor op een bolderkar en reden hem naar de hoofdingang van de dassenburcht. Vervolgens legden ze knikkers met clusterbommetjes erin voor de overige ingangen, zodat de dassen ook daardoor niet naar buiten zouden kunnen. En toen gebeurde het. Althans, dat was de bedoeling. Maar Victor had een verkoudheid opgelopen, omdat hij het warme weer van Hanieti gewend was. Na een gewenningsperiode van een kilometer of 57, voelde hij zich al stukken beter. De egels laadden Victor van de bolderkar en zetten hem precies voor de hoofdingang van de dassenburcht. Toen gaf Edgar een harde schop tegen de vulkaan, waarop diens temperatuur al aardig op begon te lopen. Hij begon lava aan te maken. Kort hierna begon hij met zo’n ongelooflijk verwoestende kracht te erupteren, dat de stekels van alle egels kaarsrecht in hun eigen lichaampjes schoten, met als gevolg een smeulende bloederige massa van ingeprikte egeltjes. Hierop was een vernederend hoongelach vanuit de dassenburcht te horen. Het klonk ongeveer zo: ‘’haha’’. Maar de dassen waren nog niet van het gevaar af. Integendeel, Victor was nog steeds lava aan het uitspuiten. Het leven van de dassen stond op het spel. Op dit moment moesten Douwe en de andere dassen snel een beslissing nemen wat ze gingen doen, of ze gingen naar de haaien.
    Na een kort, maar krachtig overleg besloten ze toch maar om naar de dierentuin te gaan en de haaien te gaan bekijken. Die hadden ze immers nog nooit gezien, in het echt tenminste. Natuurlijk hadden ze er wel over gelezen en ze op tv gezien, maar verder dan dat was het totnogtoe niet gekomen. Eerst gingen ze langs Henk de haas, want die wist altijd zo goed waar je kaartjes kon kopen voor allerlei evenementen als de beukennootwerpwedstrijden, de dierentuin en natuurlijk de boskampioenschappen fierljeppen. Henk dacht dat je de kaartjes wel bij de kassa zou kunnen kopen. Douwe bedankte Henk hartelijk en groette hem met de kapitalistische groet. De haas was hier erg van onder de indruk en vroeg uitdrukkelijk om uitleg, die hem direct om de oren vloog. Deze luidde dat het kapitalisme de wereld uiteindelijk over zou nemen, terwijl Henk fervent communist was. Douwe probeerde Henk ervan te overtuigen dat dit toch nooit de bedoeling van Fod de Schepper zou kunnen zijn geweest. Waarop de haas antwoordde: ''Maar.. communisme is toch juist goed?'' De das had nu duidelijk genoeg van dit geneuzel, hij was tenslotte niet de enige die naar de dierentuin wilde. Als hij niet snel zou gaan, zou het misschien wel uitverkocht zijn. Dus pakte hij zijn springtouw en bond hiermee de oren van de haas aan elkaar. Het geheel bracht hij aan de kook in een grote soeppan. Toen alles netjes op temperatuur was, haalde hij de haas weer uit het water en ging op hem springen. Toen leek het Douwe wel leuk om Henk nog eens flink te laten merken wie de baas was. Hij trok de baard van de haas er in één ruk af. Deze had nu een ontzettend kaal hoofd zonder oren en baard. Tot slot, als toetje, werd Henk tussen de draaiende wieken van de oude windmolen gegooid, waardoor hij helemaal aan stukken werd gereten. Toen vertrok het dassengezelschap vrolijk fluitend en scheten latend naar de dierentuin. Er lag een mooie dag in het verschiet.
    Zo kwam alles op uiteindelijk toch nog op z’n pootjes terecht. De egels waren uitgeroeid, omdat ze zo stout waren geweest in de moskee. De dassen waren ook opgerot. De andere dieren hadden het nu weer naar hun zin in het bos, want ze hadden Jalaly von Hyklaquewio al die tijd genegeerd, waardoor hij als sneeuw achter de maan begon te smelten. Het restaurant van Rudolf de regenton liep als een tierelier, waardoor het zeer weinig klanten had. Alleen de antilopen konden het immers bijhouden. En Victor, tja die Victor. Die had zichzelf een lekker weekendje supermarkt gegund. Nou hoor ik menig lezer denken ‘’en Ibrahim de imam, hoe liep het daar mee af?’’ Nou mensen, wees gerust. Die heeft een seizoenskaart van het openluchtzwembad gekocht.

    04-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Wat is een penis?

    Vraagt Maria aan Suzanne: "Weet jij wat een penis is?" "Nee, ik zal het na school aan mijn vader vragen." Dus als Suzanne thuis komt vraagt ze aan der vader die eenzaam op de bank zit een krant te lezen: "Pap, wat is een PENIS?" Denkt d'r vader: ik zal maar eerlijk tegen mijn dochter wezen, dus laat hij zijn broek zakken en laat zijn penis zien. Zegt hij: "Kijk dit is een penis Suzanne." Dus de volgende dag op school vraagt Maria aan Suzanne: "Heb je het nog gevraagd?" "Ja." Maria: "Nou wat is het dan?" "Hetzelfde als een pik maar veel kleiner!!!"

    04-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    03-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 76


    Image and video hosting by TinyPic .

    03-06-2012 om 22:35 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Brood Een vader en moeder vinden dat de piemel van hun 8-jarig zoontje nogal aan de kleine kant blijft en besluiten met Jantje naar de dokter te gaan. Ze leggen hun vraag uit aan de dokter, waarop de dokter het mannetje onderzoekt. "Inderdaad," zegt de dokter, "hij is wat aan de kleine kant. Zorg er voor dat hij 's morgens veel geroosterd brood eet, dan komt alles goed." De volgende morgen staat de moeder vroeg op en begint als een bezetene brood te roosteren. Even later komt het mannetje naar beneden om te ontbijten. De moeder begroet haar zoontje, wijst naar de gigantische stapel geroosterde boterhammen en zegt: "De bovenste twee zijn voor jou, de rest is voor je vader."


    03-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Iedereen Veranderd



    Iedereen Veranderd



    Ren maar weg! Ze schreeuwde het hard. Te hard... Ik rende keihard naar huis. Niemand hielt me tegen. En dan kwam ik thuis en deed ik alsof er niks was. Ik werd gepest. Zo erg gepest en alles om me heen leek te vervagen. En ik viel. Ik viel neer op de grond. Ik voelde dat er iemand naar me kwam.. Me moeder. Maar ze zei doe niet zo flauw en sta op. Met al me kracht beweegde ik me voort. Ik zei dat ik maar ff naar buiten ging. Ik liep zwak en heel zwak naar buiten. Daar was Joey. Ik riep hem hij keek om en kwam naar me toe. Hij vroeg of het wel goed ging. Ik zei eigenlijk niet. Ik vertelde het hele verhaal: 'Ik word gepest. Uitgescholden en in elkaar getrapt. En niemand die me begrijpt' Dat kan ik me nog zo goed herinneren. Joey die was dan wel 16. En ik dan wel 12. Maar hij wist wat ik wou. En hij begreep me. Hij zei dat ik mee moest komen. En opeens alles werd zwart en ik veel. Ik dacht dat Joey me nooit wat zou flikken. Nou dat had ik verkeerd. Hij had me in elkaar getrapt kwam ik later achter. Er zat een briefje in me hand: Je word gepest. Door jezelf. Xx Secret. Ik dacht Xx secret? Wie is Secret. Ik keek om me heen Joey was weg. Maar Joey die schrijft veel te slordig om dit te schrijven. Alles deed pijn. Ik kon niet op staan. Toen ik wat bij gekomen was dacht ik na wat er was gebeurd. De Middelbare school! Ik had veel vrienden.. Maar iedereen is anders. En misschien had die Secret gelijk. Ik moet dus ook anders zijn. Ik wou opstaan. Maar ik merkte dat dat niet kon. Ik wou me been bewegen. Maar dat kon niet. Hij deed zoveel pijn. Met al me kracht ik me arm en het briefje goed in me zak ging ik zitten. Ik keek om me heen en dacht: "waar ben ik?" Ik hoor mezelf het nog zeggen Waar ben ik? Het was.. het was een plek met allemaal kleren. Ik besloot maar proberen op te staan. Het lukte. Ik keek naar me been er zat een grote wond in. Hee daar! Daar op de grond nog een briefje. Ik begreep er niks van. Een briefje? Er stond op dat niet alles leek wat het was. En opeens versnipperde het papiertje. Ik schrok me dood. En met de gedachte in me hoofd keek ik tussen de stapel kleren die voor me lag. Ik was wel buiten. Maar er was niks. Op 3 bomen ja 3 bomen 2 huizen 1 meertje na. Hier was ik nooit geweest. Ik zag op het meertje een bootje. Ik trok anders kleren aan wat hierin kon ik echt niet lopen. Ik zag een bord staan: De uitgang. Ik sprong het water in naar het bootje toe. Aangekomen op het bootje volgde ik een kleine zigzag kanaal. Opeens schrok ik. Het was gestopt. Er stond een fiets. Maar er was maar een smal pad. Tussen 2 muren. En nog geen meter ruimte. Ik dacht ik zie het einde niet dus pakt wel de fiets. Na 1 uur fietsen lag er wat te drinken voor me. Zonder enig erbij na denken dronk ik het HELEMAAL op. Wat bleek dat er vloeibare drugs in zat. Ik werd helemaal dronken. En stoned. Er zat vloeibare Wiet in? Ik wist het niet. Maar het was ook alchocol. Ik wist wel wat ik deed. Maar 1 ding moest ik doen. En dat was het einde vinden. Na 5 uur lopen en dwalen kwam ik bij me huis. Ik was weer helemaal nuchter. Met de grote vraag waar ben ik geweest? Ik liep naar binnen en me moeder zei: 'Huh? Je ging toch ff naar buiten. Of ben je iets vergeten?' Ik begreep het niet! Ik zei: 'Nee laatmaar' Maar die kleren had ik nog wel aan. En de wond ook. En het Briefje zat ook nog in me zak. De gedachte nog in me hoofd. Ik ging de volgende morgen weer naar school. En zag opeens nog een briefje liggen. Ik twijfelde. Zou ik hem pakken? Ik pakte hem op en er stond op The Secret. Ik ben het Joey. Ik begreep er niks meer van. Maar ik liep naar David toe die ik altijd al leuk vond. Maar hij mij niet. Opeens.. gebeurde er iets. Ik was veranderd. Ik wist niet of iedereen zoiets mij gemaakt heeft. Dat er van alles in 6 uur tijd is gebeurt. Maar de tijd niet verder ging. Maar als iedereen het heeft gehad.. zou ik zeggen het is eht beste! En praat er maar niet over. Want anders word je de raarste persoon ooit.

    03-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    02-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 75


    Image and video hosting by TinyPic 
    .

    02-06-2012 om 20:14 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Verliefd paar
    Een verliefd paar wandelt voor het eerst naakt op het strand. Na een tijdje kijkt hij haar verliefd in de ogen: "Ik zie je graag", zegt hij. Zij zegt wat naar beneden kijkend: "Ik zie het!"

    02-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Loeloe

    Loeloe



    Op een dag komt Loeloe een jonge welp naar haar mama leeuw toe rennen. Hij Is heel bang en verteld mama leeuw dat hij papa nergens kan vinden!. Mama leeuw trekt helemaal wit aan van de schrik en ze gaan hem meteen zoeken...Maar waar zou die nou zijn??

    Ze kijken overal maar ze kunnen hem nergens vinden, niet in het bos waar hij altijd tegen de boom ligt en ook niet in de struiken..

    Loeloe begint te huilen met hele dikke tranen. Maar mama wordt daar boos om, kom op we gaan verder zoeken. Na een uur is er nog geen papa leeuw en mama leeuw vraagt om hulp, en ja hoor er is niemand die haar wil helpen omdat ze bang voor haar zijn. Daarna gaat ze naar de koning van alle dieren die bekend staat om zijn massa spieren : de aap. Iedereen komt bij elkaar om pappa leeuw te zoeken (de vis, nijlpaard, giraf en de olifant) Ze gaan 1 twee groepjes zoeken : mama leeuw, Loeloe, de aap. En de andere groep : Giraf, de olifant en de nijlpaard en de vogel.

    Ze zoeken uren maar niemand kan hen vinden, maar opeens denkt Loeloe wat zie ik daar : Papa, papa waar was uw nouw iedereen zoekt uw, we waren zo bang.
    (Ondertussen is de aap de anderen aan het halen zodat ze niet langer hoeven te zoeken.)
    En papa leeuw legt het verhaal uit : Ik was zo moe en ik had het koud ik ben toen naar deze mooie waterfall gegaan om in de zon te gaan liggen, het spijt me dat ik jullie zo heb laten schrikken..Volgende keer zou ik zeggen waar ik naar toe ga.


    Maar nu we toch allemaal hier zijn kunnen we ook wel met zijn alle in de zon liggen zegt Loeloe. En dat doen ze en 2 uur later gaat iedereen naar zijn holletje toe.
    Ook mama en papa leeuw en Loeloe ze vallen met alle in een diepen slaap en Loeloe ligt tussen mama en papa leeuw in...

    Ze leefde nog lang en gelukkig

    02-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    01-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 74


    Image and video hosting by TinyPic .

    01-06-2012 om 22:58 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Athene
    Athene



    In de tijd, dat de goden nog over het lot van de wereld beschikten, besloten zij, dat de eerste beroemde stad in het oude Griekse Attica moest ontstaan.

    Daar regeerde toen koning Kekrops, half mens, half slang, want hij was uit de aarde geboren, maar zijn onderlichaam was dat van een reusachtige slang. Kekrops wilde Attica tot een beroemde en machtige staat maken en hij besloot rond de berg Acropolis een stad te bouwen, die in pracht en schoonheid haar weerga niet zou kennen.

    De goden van de Olympus keken vanuit de hoogte met belangstelling en nieuwsgierigheid op het mensenwerk neer, en enkelen van hen koesterden een heimelijk verlangen, de stad aan zich te onderwerpen, om er heerser en beschermer van te kunnen worden.

    Vooral de "aardschokker" Poseidon, de veroorzaker van de aardbevingen en tevens heerser over al het water in de wereld, was vastbesloten de stad zijn wil op te leggen, en misschien zou hij in dit voornemen ook geslaagd zijn, want de almachtige Zeus had zoveel andere zorgen, dat hij er niet op lette, wat zijn twistzieke broeder in zijn schild voerde.

    Maar de tegenwerking kwam van een heel andere kant, niemand minder dan Zeus' dochter, de wijze, strijdbare en goddelijke jonkvrouw Athene, verzette zich tegen Poseidons plan. "Waarmee zou de koppige Poseidon de stad eigenlijk van nut kunnen zijn?" vroeg ze de andere goden. "Wil hij soms een springvloed sturen of een aardbeving te voorschijn roepen? En bovendien, jullie weten allemaal, dat hij veel te gauw driftig wordt."

    Natuurlijk liet Poseidon dit niet op zich zitten. Nauwelijks had hij de woorden, die de godin met de mooie grote ogen had uitgesproken, vernomen, of hij sloeg zo woedend met zijn drietand, dat zijn paleis bijna in zee stortte en zijn dochters, de Nereiden, hun spel op het wateroppervlak staakten om het schuimende water niet in hun neus te krijgen.

    Toen barstte de watergod pas goed los: "Athene weet, dat ik sinds mensenheugenis de vissers en zwemmers bescherm. En dat kan de nieuwe stad alleen maar ten goede komen. Immers, door de ligging aan zee kunnen de bewoners zich alleen maar met de visvangst bezig houden. Of wil je soms, meesteres van de uilen, met mij om de stad strijden?" brulde hij, met een stem als een donderslag. "Waarvoor heb jij je wijsheid dan wel nodig, die uit je vaders hoofd afkomstig is. Bij jouw geboorte moet zijn hoofd hem zoveel pijn gedaan hebben, dat hij je haastig de wereld in liet springen om van zijn afschuwelijke hoofdpijn verlost te worden."

    Spot en bittere woorden vlogen over en weer, tot deze ruzie zelfs Zeus ter ore kwam. Deze bedacht zich niet lang, ontbood zijn broeder en dochter naar de Acropolis en met hen ook alle andere goden. Ook enige mensen nodigde hij uit, en koning Kekrops.

    Toen sprak de almachtige heerser van de Olympus: "Ik wil niet langer allerlei toespelingen te horen krijgen over wie er op de stad aanspraak kan maken. Nu, broeder Poseidon en ook jij, lieve dochter, ik nodig jullie uit om Attica iets te schenken, wat voor haar bewoners het meest van nut zal zijn. Daarna zal koning Kekrops een rechterlijke uitspraak doen."

    Poseidon verliet zijn wagen om aan land te gaan, hij hief zijn gouden drietand hoog boven zijn hoofd en sloeg ermee op de kale rotsen. Onmiddellijk begon er op deze plaats een indrukwekkende zoutwaterbron naar buiten te spuiten; maar nauwelijks waren de toeschouwers van hun verbazing bekomen, of de godin Athene schreed, gewapend met helm, rond schild en speer, naar dezelfde plaats. Ook zij raakte de rotsen met haar glinsterende wapens aan, en wat gebeurde er? Uit de stenen wand begon een olijfboom te groeien, en haar takken bogen tot bijna op de grond onder het gewicht van de zware vruchten.

    Nadat mensen en goden de beide wonderen ademloos in ogenschouw hadden genomen, nam koning Kekrops het woord: "Het mag zeker een wonder worden genoemd, dat hier op de Acropolis zeewater uit de rotsen ontspringt," zei hij. "Maar heeft het voor ons nut? Met het blote oog kunnen we van hieruit de eindeloze zee zien, dus wat hebben we aan nog meer zout water?"

    De koning pauzeerde even, schonk Athene een warme glimlach en vervolgde zijn toespraak: "Een boom daarentegen, die zulke rijke vruchten draagt, is een waarlijk kostbaar geschenk. De mensen in Attica zullen hem met blijdschap verder kweken, want de vruchten zullen u waardevolle olie schenken, en voor uw levensonderhoud en rijkdom zorgen. Ik zie de schaduwrijke olijfbomen al voor me, die zich van de berghellingen tot aan de oever van de zee zullen uitstrekken. Daarom behoort de stad Attica de godin Athene toe, en zo zal het volgens de wet ook gebeuren."

    Toen Kekrops zijn wijze toespraak had beëindigd, spraken alle goden, behalve de woedende Poseidon en zijn gevolg, over de nieuwe stad, die voortaan aan Pallas Athene was gewijd en te harer ere ook Athene werd genoemd.

    Kekrops liet de goddelijke beschermster de eerste tempel bouwen en zijn dochter tot priesteres uitroepen. Pallas Athene zorgde op haar beurt voor de opvoeding van Kekrops' zoon Erichthonia. Toen deze tot man was opgegroeid en zijn vader na diens dood als koning was opgevolgd, stelde hij, ter ere van de godin, het belangrijkste feest in van de Atheners, de Panathenaeën. De festiviteiten vonden steeds begin augustus in Athene plaats. Behalve ruiter-, turn-, muziek- en dichtkunstwedstrijden werd erbij het ochtendgloren een feeststoet gevormd. Deze stoet trok naar het standbeeld van de godin - een schepping van goud en ivoor - die op de Acropolis in Panathena stond.

    In het bijzijn van allen kreeg het standbeeld een nieuw, rijk geborduurd hemd, dat pas bij het volgende feest verwisseld werd.



     

    01-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana a

    non Waarom draagt een non nooit een b.h God ondersteunt alles

    01-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    31-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 73


    Image and video hosting by TinyPic .

    31-05-2012 om 23:14 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1000 armabanden op 1 buik

    1000 armabanden op 1 buik



    "De dood van een glimlach
    Het was een nacht vol verwachtingen, liefde maar ook gruwel en pijn. Het was een nacht die voor altijd in mijn geheugen was gegrift, maar die ik maar al te graag wilde vergeten, het was de nacht van mijn leven en een deel van mijn dood.
    We voeren in de zwarte nacht over het meertje naar het eiland, zij en ik. Je zag het dauw op het water liggen, als een witte deken. Het was klam en ik had het koud. Ondanks dat was het uizicht op het meertje mooi en sprookjesachtig.
    Het stond bekend dat alle geliefden hier heen gingen, op deze dag en deze maand. De zevende van de zevende maand. Omdat geliefden in de zevende hemel zitten, of zoiets. Dat had ze gezegd. Welke gek het had verzonnen, wist ik niet, maar ik vond het maar een raar idee dat we midden in de nacht in de kou over dit meertje moesten varen. Het viel me nog mee dat we niet precies om zeven over zeven op het eiland moesten zijn. Ik hoorde het geklots van het water tegen de boot en rilde bij het idee dat we in dat koude water zouden vallen. Ik had een hekel aan zwemmen, al helemaal als dat midden in de nacht was. Ik stoeide wat met de riemen en probeerde vooruit te komen, zij staarde naar het water alsof ze verwachtte dat er een monster omhoog zou komen. Het maanlicht scheen op haar lange en rood krullende haar. Haar kin stak netjes wat naar voren en haar bleke huid werd nog witter door het licht dat op haar scheen. Ze leek net een zeemeermin en ik verdwaalde weer in een van mijn fantasieën, die ik alleen met haar kon delen. Op het moment dat ik het wilde vertellen, draaide zij zich om. Haar helder blauwe ogen keken mij bezorgt aan. 'Heb je het koud?' Ik schudde mijn hoofd. 'Jawel, je hebt het koud.' Haar scheve glimlach verscheen op haar gezicht en ze deed haar groene cape af. 'Hier.' En ze deed het om mijn schouders. Ik keek diep in haar ogen en ik zuchtte. 'Kus haar nou, man.' Hoorde ik mijn hart zeggen, het verlangde naar een zoen van haar als een drugsverslaafde naar Hasj verlangde. Maar ik negeerde het gevoel, ik respecteerde haar en zij wilde het niet. Nog niet. Niet dat ik ook ooit een meisje had gezoend, laat staan dat ik ooit verkering had gehad.
    Ik schrok wakker uit mijn gedachten toen we plotseling met een schok tot stilstand kwamen. 'Wat is dat.' Vroeg ik en keek om me heen. Ze lachte schamper, ze lachte de stilte en angst weg. 'We zijn aangekomen op het eiland, zie je dat dan niet?' Ja, ik zag het nu en begon zelf ook te lachen. Ik stapte uit een reikte mijn hand uit naar die van haar, ze voelde warm en zacht aan. Mijn hart bonkte hard toen ik haar hand aanraakte, ze keek onschuldig in mijn ogen en had geen flauw idee hoe ik me voelde. 'En wat nu?' vroeg ik. Ze zei niets en nam me mee wat verder het eiland op het bos in.
    'St,' Ik stond stil en pakte haar hand. 'Hoorde je dat.' Niet ver van ons hoorde ik wat geritsel. 'Wat moet ik horen?' Ze fronste haar wenkbrauwen. 'Wat stond niet mooi bij haar?' Vroeg ik mezelf af. Hoe lelijk ze ook keek, ze was mooier dan mooi. 'Kom.' Zei ze, en trok me mee verder het bos in. 'Wil je me nu dan vertellen wat we gaan doen?' Steeds dieper en dieper liepen we het bos in, op een geven moment kwamen we bij een huisje terecht. 'Wat is dat?' Weer lachte ze. 'Een walvis.' Ze draaide zich om. 'Kom nou maar, er is niets aan de hand.' 'Goed.' Zei ik en liep naar haar toen. Ze was altijd al zo onvoorspelbaar geweest. Dat maakte haar leuk, maar soms was ze daardoor eng. Net zoals die nacht.
    'Waar ben je nou.' Ze was het huis in gerend en had mij achtergelaten. Ik begon het steeds enger vinden wat ze deed, maar ik vond het goed. 'Zo is ze gewoon.' Dacht ik. 'Ik kan haar niet veranderen. Het is haar idee van romantiek' Terwijl ik liever op de bank een filmpje samen met haar wilde kijken, wilde zij naar dit griezelige huisje.
    Ik liep naar binnen, mijn hart klopte even snel, maar nu van angst. Ik schreeuwde het uit toen ik met mijn gezicht midden in een spinnenweb kwam. 'Dit is niet leuk meer. Kom tevoorschijn!' Het huisje zag eruit alsof het nooit bewoond was geweest. De vloer kraakte en onder mijn voeten krioelde het van de kleine beestjes. Met iedere stap die ik zette dacht ik dat er iets in mijn nek liep of er iets in mijn broek naar boven kroop.
    Het kleine beetje licht dat naar binnen scheen maakte schaduwen op de vloer en op de muren, ze vormden enge figuren en het angst kroop steeds hoger en hoger. Of was het een spin? Geschrokt schudde ik mijn been in de lucht. Nee, niets... 'Verdomme, dit is niet leuk meer.' Ik stond op het punt haar naam uit te roepen toen ik plotseling van achteren werd gegrepen, ijskoude handen lagen in mijn nek. Met een ruk draaide ik me om en zag haar voor me staan. Ze was bleker dan ooit en onder haar ogen had ze zwarte randen gemaakt. Met haar scheve glimlach keek ze me aan. 'Je was bang hè.' Ik zei niets, verbaasd keek ik naar haar gezicht die ze zelf zo lelijk had toe getakeld. Haar lach vertrok en haar lippen zaten nu dicht op elkaar, zodat haar mond een dunne streep was. Ik ging met mijn hand door haar haren. 'Wat is er met jou aan de hand?' Ik voelde hoe koud ze was, ze trilde helemaal van de kou. Ik herinnerde me dat ze mij haar cape had gegeven en stond op het punt het aan haar te geven toen ze naar met toe liep. De romantische scène die ik altijd voor me had gezien stond op het punt zichzelf af te spelen. Haar koude handen raakte mijn warme wangen aan, ik rilde, maar het deerde me niet. Mijn hart verwarmde heel mijn lichaam. Nu raakt haar lippen die van mij aan. Teder en kort.
    Ik wankelde wat naar voren toen ze haar hoofd weer weg trok. Met mijn ogen nog gesloten verscheen een glimlach op mijn gezicht, van oor tot oor. Ik deed mijn ogen open en keek weer in haar ogen. 'Als ik er nog niet in verzonken was, zou ik dat nu zijn geweest.' Dacht ik bij mezelf kijkend in een diepe blauwe zee. Nu was het mijn beurt, tenminste, dat vond ik. Bang dat ik alles fout deed, ging ik trillend met mijn hand naar haar gezicht, waarna de andere hand ook volgde. Voorzichtig probeerde ik haar lippen te bereiken en haar net zo teder te zoenen als zij bij mij deed. 'Alleen langer.' Had ik met mezelf afgesproken. Van alle mensen op de hele wereld mocht ik met haar zoenen. Ik voelde me dolgelukkig, alle angst was verdwenen. Daar stonden we, midden in de nacht, in een verrot huisje, we zoende.
    Zo onverwacht dat die zoen aan kwam, verdween hij en zweefde langzaam weg. Paar seconden lang waren we beide stil en genoten van het moment...
    'Nu, liefste.' Zei ze plotseling en ik ontwaakte uit mijn zwijmelen. Ze graaide ergens in haar zak en haalde er een mes tevoorschijn. Met de punt wees ze naar mijn hoofd.
    'Ben je bereid om je liefde aan mij te tonen.' Aan de grond stond ik genageld, ik kon me niet meer verroeren. Wat was ze van plan met mij? Was ze gek geworden? Mijn adem versnelde en met kleine beetjes. Ik hapte naar ieder beetje lucht die ik niet kon vinden. Haar scheve glimlach verscheen weer, alleen was het niet de lach waar ik altijd van had gehouden. Het werd eng. Ze was geen zeemeermin meer, maar een heks van de zee. Ze was Ursula. Haar glimlach was nu een teken van kwaad. De vlammen sprongen uit haar ogen nog steeds dreigend met het mes.
    Waarschijnlijk zag ze dat ze me bang maakte, want haar gezicht verzachtte en ze keek me met een medelijdende blik aan.
    'Oh, mijn schat.' Ze streek met haar hand nu door mijn haren. Ik trilde, ik stond te shaken van angst. 'Ik ga dood.' Dacht ik. En in mijn hoofd zag ik mezelf al langzaam sterven. Ik zou sterven voor mijn grote liefde of voor de liefde zelf, zo had ik het al altijd voor me gezien. 'Je hoeft niet bang zijn, het is maar een sneetje.' Een sneetje! Ze noemt het een sneetje! Ik wilde het uitroepen. 'Je wilt me vermoorden heks! Je hebt me betoverd, je... je...' Alle erge dingen kwamen in mijn hoofd, om tegen haar te zeggen. Maar ik hield van haar, ik kon het niet. Dan stierf ik maar.
    'Een... een sneetje?' Kreeg ik alleen maar uit. Ze zei niets, ze mompelde wat voor zich uit, alsof ze iets aan het opzeggen was. Langzaam liet ze haar hand zakken, maar ik hield mijn ogen nog steeds gericht op het mes.
    'Godin van de liefde.' Riep ze uit. Met grote ogen keek ik haar aan, ik voelde mijn hart harder en harder bonken tegen mijn borstkast, alsof hij eruit wilde. Ik kon het wel begrijpen, ik zou het liefst ook weg rennen, maar mijn voeten leken wel aan de grond vastgespijkerd. 'Wij, twee geliefden, we zijn nu hier gekomen. In de tempel der liefde.' Ik stond op het punt in lachen uit te barsten. Een tempel! Deze krot, een tempel voor de liefde? Maar ik zei niets en lachte niet, misschien bleef ik dan nog in leven. Ze prevelde nog wat meer mooie zinnen bij elkaar. Met het mes ging ze naar haar eigen hand met de punt drukte ze op haar huid totdat er rood van het bloed was te zien. Rustig gleed ze met het mes over haar hand, en snee van een centimeter of twee had ze in haar hand gesneden. Ze ademde heel diep. Het bloed droop langs haar hand en drupte op de grond. Behendig draaide ze de mes om in de lucht en gaf het handvat aan mij. 'Nu jij.' Wat er in mijn hoofd bezielde wist ik niet, maar ik pakte de mes aan en deed haar ritueel na. Zij zei voor mij 'het gebed' op en ik sneed in mijn hand. Beide handen trilde. Het koude lemmet brandde op mijn huid, ik voelde de haartjes in mijn nek omhoog gaan. Ik probeerde door mijn huid te prikken, maar het lukte niet. Ik kon het niet. Een misselijk gevoel in mijn buik, het zweet langs mijn gezicht. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik keek naar haar, zij keek terug. Ze gaf me rust en angst tegelijk. Doe maar, het doet geen zeer, zei ze met haar ogen. Wat er echt in haar hoofd rond spookte wist ik niet, ik zou er nooit achter komen.
    Ik wilde het snel afhandelen, maar mijn handen werkte niet mee. De pijn in mijn hand was onverdraagbaar, heel mijn lichaam schreeuwde. Ik zelf bleef dapper, ik liet geen traan zien. Weer versnelde mijn adem en ik keek naar het bloed dat naar boven kwam. Ik werd duizelig. 'Ik heb in mijn zelf gesneden.' Ik keek naar haar, haar perfecte gezicht, de rode haren die perfect op haar schouders lagen, haar lichaam als het lichaam van de Godin van liefde zelf. Ik was blind. Haar scheve, gemene lach kwam weer te voorschijn. Ze begon te lachen. Het drukte op mijn hoofd, alsof ik telkens kleiner en kleiner werd. En zij groter. Steeds harder lachte ze, van het lieve gezicht was niets meer over. Haar rode haren veranderde in verraderlijke slangen. Zo zag ik het, ze was niet meer wie ze was.
    Ik zakte door mijn knieën en voelde de splinters van de vloer door mijn broek prikken. Ze deden geen pijn, ik keek naar mijn wond en keek toen naar haar. 'Je kijkt naar haar op,' dacht ik. 'Ze is de baas over je geworden, zonder dat je het wist. Je bent blind gemaakt. Liefde maakt blind...' Ze wilde gaan knielen, ik sloeg haar in het gezicht. Hoe durfde ze zo tegen mij doen? Ze had nu het bloed van mijn hand op haar gezicht. Maar goed ook dacht ik. Ze veegde het bloed van haar gezicht en keek vol interesse naar mijn bloed. 'Eet het op.' Wilde ik uitroepen, op het zelfde moment deed ze een van haar vingers in haar mond. 'Nu is jouw bloed mijn bloed.' En nu zweefde haar hand voor mijn gezicht, het bloed was gedeeltelijk opgedroogd, maar de snee was duidelijk te zien en er liep nog steeds bloed uit. Ik werd misselijk en het werd zwart voor mijn ogen. Haar hand werd wazig en de kamer om haar heen ook. Het werd zwarter en zwarter, het licht dat er nog was draaide om me heen. Ik sloot mijn ogen. 'Hou op.' Riep ik uit. 'Hou nu op.' En toen... Niets. Geen geluid, geen beeld... Alleen zwart, en stilte. Geen gedachten, geen dromen, geen gezicht en geen glimlach. Alleen maar rust."

    31-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Later krijg ik er genoeg...

    De tienjarige tweeling Jantje en Truusje zijn een moment alleen thuis. Jantje vraagt of hij even in haar slipje mag kijken en dat mag. Niet mis zegt hij. Dan vraagt zij of zij dan ook even in zijn slipje mag kijken, dat mag. Verbaasd staat ze te staren naar zijn piemel waarop Jantje trots zegt: "Tja dat heb jij niet he?" Het meisje stamelt: "Nee, maar pappie heeft gezegd dat ik er later nog genoeg kan krijgen....."

    31-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    30-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 72


    Image and video hosting by TinyPic .

    30-05-2012 om 20:56 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Maanfee
    De Maanfee



    Het was de tijd van het voorjaar, toen een visser, Hairoeko genaamd, op het strand uitrustte. Hij keek om zich heen en zag de blauwe zee glinsteren in het zonlicht. Grote pijnbomen wierpen hun donkere schaduw op het goudgele zand en in de verte verhief zich de kegel van de Foeji, de top door een sneeuwkrans bekroond. "Wat is de wereld toch mooi," dacht Hairoeko, "en wat een geluk is het hier te mogen leven".

    Toen opeens zag hij voor zich een prachtig voorwerp aan een boom hangen, zo verblindend mooi dat hij de wereld om zich heen vergat. Het was een mantel van witte zwanenveren, zo zacht als dons. Hij wilde het zwanenkleed juist wegnemen toen hij een naakte, jonge vrouw uit de golven zag opduiken.

    "Die mantel is van mij," zei zij. "Geef haar mij maar aan, beste visser". Het was een knap en slank meisje en haar stem klonk zo lieflijk als klinkende klokjes.

    "Ik denk er niet aan," antwoordde Hairoeko, "Wat ik gevonden heb, geef ik niet terug, en zeker niet als het zoiets moois is. Het hoort thuis in de keizerlijke schatkamer en daar ga ik het ook naartoe brengen".

    Het meisje wrong haar handen en zei: "Geef het mij alsjeblieft terug, lieve visserman. Ik smeek je erom, zonder dat kleed kan ik niet naar de hemel vliegen".

    Maar Hairoeko voelde er niets voor van het kleed afstand te doen en volhardde in zijn weigering. Nu begon het meisje zo hevig te snikken dat haar lichaam schokte.

    "O, geef het mij toch terug," snikte zij. "Ik kan niet zo lang op aarde blijven. Ik moet terugkeren naar mijn paleis op de maan, waar ik alleen maar gelukkig ben".

    Hairoeko begon medelijden te krijgen met het arme kind en eindelijk zei hij: "Goed, ik zal het je teruggeven, wanneer je voor mij op het strand wilt dansen".

    Het gezicht van de jonge vrouw klaarde meteen op. Zij wreef de tranen uit haar ogen en zei: "Ik zal met plezier voor je dansen en ik wil je ook die prachtige dans laten zien die ik tezamen met mijn zusters in het Maanpaleis uitvoer. Maar zonder mijn veren mantel kan ik niet dansen".

    "Ik zal je die later teruggeven," zei de visser. "Wanneer ik dat nu doe, zou je er vandoor gaan zonder dat ik iets heb gezien".

    Nu werd het meisje kwaad. "Wat denk je wel," zei zij. "Wij hemelingen verbreken nooit onze belofte, zoals men dat zo gemakkelijk op de aarde doet".

    Zonder verder een woord te zeggen, overhandigde Hairoeko haar het veren kleed. Zij trok het aan en haalde er een muziekinstrument uit tevoorschijn. Toen begon het meisje te zingen met een heldere, lieflijke stem over alle wonderlijke dingen die men in het Maanpaleis kon aanschouwen:

    In het zilveren Maanpaleis zitten dertig vorsten op hun troon. Vijftien dragen witte gewaden. Wanneer zij regeren straalt de maan in heldere glans.

    Maar wanneer de vijftien vorsten in zwarte gewaden regeren wordt haar licht langzaam gedoofd.

    Hairoeko werd bedwelmd door de gratie en schoonheid van haar bewegingen en niet het minst door haar verrukkelijke stem die zij met haar shamisen begeleidde.

    "Nu moet ik gaan, visser," zei zij. "Je ziet dat ik mijn belofte gehouden heb. Leef wel!"

    "Nee, nee" hield Hairoeko haar tegen, "nog één dans, nog één lied! Zo iets moois zal ik mijn leven lang niet meer zien en horen".

    De Maanfee liet zich overhalen en danste voor hem de dans van de Jeugd en zij zong over Japan, het eiland dat door de goden wordt bemind en dat tot in lengte van dagen door de goden beschermd zal worden.

    Toen zag de visser dat haar voeten boven het gouden zand zweefden, steeds hoger en hoger tot haar veren kleed boven de toppen van de bomen zichtbaar werd. Nog altijd hoorde hij haar bekoorlijke stem, maar het geluid werd zwakker en zwakker. Als een kleine witte vogel zag hij haar ten hemel stijgen tot zij een klein stipje werd, en toen... zag hij alleen maar de azuurblauwe hemel met heel in de verte de bleke maansikkel.

    Sindsdien verzuimde Hairoeko nooit, wanneer hij gevist had en de boot weer op het droge trok, te kijken of er niet ergens in een boom een veren kleed hing. Maar helaas, hij heeft er nooit meer een gezien!



     

    30-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)


    T -->

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!