NIEUW: Blog reclamevrij maken?



Image and video hosting by TinyPic

Foto
Gastenboek
  • Gezellige zondag maatje
  • Dag Lana, een fijne zondag
  • fijn weekeind
  • ik kom vlug de groetjes brengen
  • Nog een leuke dag toegewenst

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • Hallo Lana, (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 23
  • weer een goei (Alda Bosmans)
        op Een Amsterdamse barkeeper
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Hallo Lana, (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Groetjes uit het regenachtig Koekelare. (Hok Decru Raf)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • Hallo Lana, (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 23
  • weer een goei (Alda Bosmans)
        op Een Amsterdamse barkeeper
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Hallo Lana, (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Groetjes uit het regenachtig Koekelare. (Hok Decru Raf)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Rondvraag / Poll
    Zou u niet met lana een nachtje in bed willen liggen
    Ja ik wil
    Nee ik wil niet
    Even over nadenken
    Durf jij u bekent maken: ja
    Durf jij u bekent maken :nee
    Bekijk resultaat

       
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Archief per maand
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 07-2002
  • 11--0001
    Foto
    Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    De klinge een dorpje aan de grens
    lana










    .

    .
    08-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 142


    Image and video hosting by TinyPic .

    08-08-2012 om 21:43 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De drie biggetjes

    De drie biggetjes




    Er was eens een oude zeug die drie varkentjes had. De oude zeug hield veel van haar drie mooie kinderen, maar ze kon niet genoeg eten vinden voor hen allemaal. Daarom stuurde ze haar kinderen weg om ergens anders hun geluk te beproeven. Het eerste varkentje ging weg, kwam een man met een bos stro tegen en zei tegen hem: "Alsjeblieft, lieve man, geef mij dat stro, ik wil er graag een huis van bouwen voor mijzelf." Dat deed de man en het varkentje bouwde een huis voor zichzelf. Toen kwam de wolf langs die weg, klopte aan de deur en zei: "Varkentje, varkentje, laat mij binnen!" Maar het varkentje zei: "Nee, o nee, ik denk er niet over." En de wolf antwoordde: "Dan blaas ik je huis omver." Daarop hoestte en proestte hij net zolang tot het huis instortte en hij vrat het varkentje op. Het tweede varkentje kwam een man met een bos brem tegen en zei: "Alsjeblieft, lieve man, geef mij de brem, ik wil er graag een huis van bouwen voor mijzelf." Dat deed de man en het varkentje bouwde een huis voor zichzelf. Toen kwam de wolf voorbij en zei: "Varkentje, varkentje, laat mij binnen." "Nee, nee, ik peins er niet over." "Dan blaas ik je huis omver." Daarop hoestte en proestte en proestte en hoestte hij en tenslotte stortte het huis in en vrat hij het varkentje op. Het derde varkentje kwam een man met een lading bakstenen tegen en zei: "Alsjeblieft, lieve man, geef mij de bakstenen, ik wil er graag een huis van bouwen voor mijzelf." En de man gaf hem de bakstenen en het varkentje bouwde er een huis van voor zichzelf. Toen kwam de wolf en zei: "Varkentje, varkentje, laat mij binnen." "Nee, nee, ik prakkizeer er niet over." "Dan blaas ik je huis omver." Daarop hoestte hij en proestte en hoestte en proestte en proestte en hoestte, maar het huis stortte niet in. Toen hij zag dat hij met al zijn gehoest en geproest het huis niet omver kon blazen, zei hij: "Varkentje, ik weet een mooi bietenveld." "Waar dan?" vroeg het varkentje. "O, ginds bij meneer Mulder. Als je morgenvroeg mee wilt, haal ik je af en dan gaan we samen bieten uittrekken voor het middageten." "Goed," zei het varkentje, "ik wil graag mee. Hoe laat zullen we weggaan?" "Om zes uur." De volgende morgen stond het varkentje om vijf uur op en haalde de bieten op voordat de wolf kwam; die kwam om zes uur en zei: "Varkentje, ben je klaar?" Toen zei het varkentje: "Klaar? Ik ben er al geweest en ben al weer terug. Ik heb een flinke pot vol bieten voor het middageten gehaald." Toen werd de wolf erg kwaad, maar hij dacht dat hij het varkentje nog wel te slim af zou zijn en zei: "Varkentje, ik weet een mooie appelboom." "Waar dan?" vroeg het varkentje. "Ginds bij de pachthoeve," antwoordde de wolf, "en als je me niet zult bedriegen, zal ik er morgen om vijf uur heengaan en een paar appels voor je halen." Nu stond het varkentje de volgende morgen om vier uur op en ging naar de appelboom en wilde terug zijn voordat de wolf kwam, maar deze keer was de weg langer en hij moest in de boom klimmen en net toen hij naar beneden wou, zag hij de wolf aankomen en hij schrok heel erg, dat kun je je wel voorstellen. De wolf kwam dichterbij en zei: "Hallo, varkentje! Ben je er eerder dan ik? Zijn dat lekkere appels daarboven?" "Heel lekker," zei het varkentje, "ik zal er een naar je toe gooien." En hij gooide de appel zo ver weg dat de wolf een heel eind moest lopen om hem op te rapen; ondertussen sprong het varkentje uit de boom en rende spoorslags naar huis. De volgende dag kwam de wolf weer en zei tegen het varkentje: "Varkentje, vanmiddag is er markt in Shanklin, zou je daar niet graag naar toe gaan?" "Ja," zei het varkentje, "ik wil er graag naar toe. Hoe laat kom je om me op te halen?" "Om drie uur," zei de wolf. Het varkentje ging zoals gewoonlijk eerder op pad en kwam op de markt en kocht een boterton. Hij ging er net mee naar huis, toen hij de wolf zag aankomen. Nu wist hij helemaal niet meer hoe hij zich eruit moest redden. Daarom kroop hij in de boterton en verstopte zich erin, maar de ton ging rollen en rolde met het varkentje de heuvel af. Toen schrok de wolf zo erg dat hij naar huis rende en helemaal niet meer naar de markt ging. Maar daarna ging hij naar het huis van het varkentje en vertelde hem hoe hij was geschrokken van een groot rond ding, dat achter hem aan de heuvel afrolde. En het varkentje zei: "Och, waar jij zo van schrok, dat was ik. Ik was op de markt en heb een boterton gekocht en toen ik je zag, ben ik erin gekropen en van de heuvel afgerold." De wolf was verschrikkelijk kwaad en zei dat hij het varkentje toch op zou eten. Hij zou door de schoorsteen naar beneden glijden om zijn huis binnen te dringen en hem te vangen. Maar toen het varkentje zag wat hij van plan was, zette het een grote ketel water op het fornuis en maakte eronder een groot vuur aan en net toen de wolf naar beneden gleed, haalde hij het deksel eraf en de wolf viel er halsover-kop in; toen legde het varkentje razendsnel het deksel weer op de ketel en kookte de wolf en at hem op bij zijn avondmaal. En vanaf die dag leefde hij ongestoord en gelukkig, zijn leven lang.

    08-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Dom blondje Zit ik laats met een dom blonde in bad zegt ze tegen mij . Als je je vingers er uit haalt zink ik dan echt? Klik hier om een reactie te geven rarara wat is er tussen de borsten van een oude oma? *** *** *** *** haar navel!!!

    08-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    07-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 141


    Image and video hosting by TinyPic .

    07-08-2012 om 22:24 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Waarom de klok een kwartier vooruit schiet

    Ik had vannacht toch zo'n gekke droom, verteld Jaap aan zijn vrienden, Dirk, Kees, Willem en Karel. Ik droomde dat ik in de hemel was en aan de muur achter Petrus hingen allemaal klokken. Onder iedere klok hing een naam. Dirk, Kees Willem. Op een gegeven moment schiet de klok van Kees ineens een kwartier vooruit. Terwijl ik er verbaast naar kijk schiet ook de klok van willem een kwartier vooruit. "Hoe kan dat?" vraag ik aan Petrus. "Iedere keer dat iemand een andere vrouw dan zijn eigen sexueel verwent schiet de klok een kwartier vooruit. Zo houden we de overspelige mannen op aarde bij." verteld Petrus. "Maar waar is de klok van Karel dan?" vraag ik. "Oh die!" Antwoord Petrus, "die gebruiken we in de keuken als ventilator.

    07-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een gratis etentje


    Een gratis etentje



    Op de achtergrond speelde klassieke muziek. Een opera van Verdi had de kelner geantwoord toen Tom er naar informeerde. In het Italiaans restaurantje dat zijn schoonbroer hem in lovende bewoordingen had aangeraden stonden slechts enkele tafels. Het was een familiezaakje dat door drie man werd gerund. Guiseppi zorgde voor de bar, zijn broer Carlo diende op en in de keuken boog Umberto, een neef van Guiseppi zich over het fornuis. Ze waren alledrie minstens zestig jaar oud. Zijn schoonbroer had niet overdreven. De bereidingen van Umberto waren exquis en Carlo was een hoogst charmante kelner die zijn klanten wist te amuseren. Net zoals zijn twee collega's had Carlo een gebrekkige kennis van het Nederlands maar zijn sappige Italiaanse uitdrukkingen waren heerlijk om horen. Tom en Ilse hadden genoten van hun avondje uit. Alles was perfect: de familiale sfeer, de bediening en de Spaghetti Aglio e Peperoncino.
    "Drinken we nog een espresso schat," vroeg Ilse, "of heb jij liever een glaasje grappa?"
    Tom overwoog even maar hield het bij een espresso. Er wachtte nog een autorit naar huis en hij had reeds drie glazen chianti op.
    Carlo plaatste de kopjes op tafel en zei dat de espresso's op kosten van de zaak waren. Tom en Ilse waren aangenaam verrast.
    "Gracias, heel gracias voor espresso," probeerde Tom met een Italiaans accent en handgebaren.
    Carlo fronste de wenkbrauwen, knikte koel en ging weg. Tom en Ilse keken elkaar verbaasd aan. Vanwaar die plotse verandering in Carlo's houding?
    "Is dank u wel in het Italiaans soms niet grazie," zei Ilse, "gracias is Spaans, ik herinner me dat van vorig jaar in Barcelona."
    Tom liet een vlugge blik op Carlo vallen, "hopelijk heb ik hem niet beledigd. Italianen zijn nogal gevoelig voor zo'n dingen. Je weet wel: het zuiderse temperament."
    "Maak je geen zorgen, die kelner is meer gewoon. Iedere dag krijgt hij wel een klant over de vloer die pochen wil met zijn Italiaans," zei ze met lichte spot.
    "Ik probeer het toch," antwoordde Tom, "ik ben niet zoals jij. Bang om een foutje te maken," en hij schoof zijn stoel achteruit, "ik moet een plasje doen."
    Toen hij terug plaats nam zag Ilse een bezorgde blik in zijn ogen.
    "Scheelt er iets?"
    Tom boog zich naar haar toe en fluisterde, "mijn portefeuille, ik ben hem vergeten."
    "Vergeten!?" kwam het er nogal luid uit, "hoe kan dat nou?"
    Tom gebaarde haar meteen stiller te praten want Carlo en Guiseppi staakten hun gesprek en keken in hun richting.
    "Ben je zeker," vervolgde ze zachtjes.
    "Zeker ben ik zeker, " antwoordde hij geïrriteerd, "ik heb iedere zak driemaal binnenste buiten gekeerd...en weet je wat...het is jouw schuld."
    "Nu nog mooier, geef je vrouw maar de schuld."
    "Ik had eerst mijn blauw jasje aan met mijn portefeuille reeds in de binnenzak, " verduidelijkte hij, "maar het blauw vloekte met mijn schoenen en je verplichtte me deze grijze aan te trekken. Ik dacht totaal niet aan mijn portefeuille toen ik van jasje veranderde. Conclusie: jouw schuld."
    "Met elkaar te beschuldigen lossen we niets op. We moeten er iets op vinden. Denk na."
    "Hoeveel zit er in je tasje," vroeg Tom zonder echt te hopen.
    Ilse knipte haar tasje open en haalde er een briefje van vijf uit. Een pareltje zweet rolde over Toms voorhoofd, "een briefje van vijf? Is dat alles...en je visa-kaart? Die heb je toch altijd bij je."
    Ilse schudde de inhoud van het tasje dooreen en vond nog een stuk van vijftig cent maar geen visa-kaart.
    "Vijf euro en een beetje. Zelfs te weinig als fooi," en Tom groef zijn handen in zijn haar.
    "De waarheid," zei Ilse, "we vertellen hen de waarheid. Ze noteren onze naam, we ondertekenen een briefje en morgen betalen we hen...plus tien of twintig euro voor de last."
    Tom zag er tegen op maar het was de enige mogelijkheid. Hij dronk zijn espresso in één teug leeg, schraapte zijn keel en wenkte Carlo.
    "Het was pico bello, we hebben echt genoten," zei hij ernstig.
    Carlo glimlachte, "Grazie signore, ik betank," en hij articuleerde het volgende klaar en traag, "grazie signore...grazie."
    Tom plaatste zich wat comfortabeler op zijn stoel, "Het zit echter zo...mijn portefeuille ligt nog thuis en ik kan de rekening nu niet betalen. Dit is de eerste keer dat mij zoiets voorvalt en ik voel me er heel ongemakkelijk bij, echt waar. Morgen vereffen ik de hele rekening, ik zweer het u. U hoeft zich geen zorgen te maken. Morgenochtend sta ik hier stipt om tien uur aan de deur en dan betaal ik u. Zeker weten."
    "Niet betalen?" vroeg Carlo verbaasd, "spaghetti niet goed? Chianti niet goed? Niet betalen?"
    Guiseppi had zich ondertussen bij Carlo gevoegd en ze begonnen in het Italiaans met elkaar en toen keek Guiseppi Tom kwaad aan.
    "Waarom betalen...euh...waarom niet betalen?" verbeterde hij zichzelf en met zijn handen in zijn heupen.
    Tom antwoordde verontschuldigend, "portefeuille vergeten, sorry. Morgen betaal ik u. Geef een papiertje en ik onderteken het dat ik u geld schuldig ben. Dat kan toch geen probleem zijn. U hoeft zich geen zorgen te maken. Het komt in orde."
    Ilse zei ook iets, "morgen betaalt mijn man u en nog eens twintig euro voor de last."
    Guiseppi gunde Ilse slechts een korte blik en wees met zijn vinger naar Tom, "u betaal of polizia!"
    Zijn gezicht was rood aangelopen en Carlo had een stap achteruit gezet.
    Tom wist niet meteen wat te zeggen en hij keek naar Ilse en toen terug naar Guiseppi, "ik kan nu niet betalen. Mijn portefeuille ligt thuis. Portefeuille...thuis. Casa, you understand, money Casa."
    "Jij niet betaal. Jij dief, jij ladro," brieste Guiseppi.
    "Versta jij mij eigenlijk wel," zei Tom geërgerd, "dat verblijft hier al jaren en verstaat geen Nederlands."
    Tom voelde zich ongemakkelijk met die snuivende Italiaan te dicht bij hem en hij wou opstaan. Guiseppi dacht dat Tom iets van plan was en hij gaf hem een duw. Tom verloor zijn evenwicht en sleurde in zijn val het tafellaken mee. De kopjes, een kaars en een vaasje met rozen kletterden op de grond. Ilse sprong ontzet van haar stoel en stond met een mond vol tanden. Tom klauterde recht en was ziedend.
    "Ben jij nu helemaal gek geworden! Ik ben mijn portefeuille vergeten en jij slaat compleet tilt!"
    Zijn geroep maakte het alleen maar erger. Guiseppi was een trots man en niemand schold hem uit in zijn eigen zaak. Hij schopte de stoel opzij en haalde uit en raakte Tom aan zijn schouder. Instinctief sloeg Tom de oude man terug. Een uppercut en één in de maag. Guiseppi vloog achterover en op de grond, uitgeteld. Carlo vluchtte achter de bar en telefoneerde de politie. Het tumult was hoorbaar tot in de keuken en een verbaasde Umberto verscheen in de deuropening met een hakmes in de ene hand en een bos wortelen in de andere. Hij zag zijn bewusteloze neef en na een korte uitleg door Carlo kwam hij dreigend op Tom af.
    Ilse vreesde het ergste en schreeuwde het uit, "pas op, hij heeft een mes!"
    Het lemmet zoefde rakelings langs zijn hoofd en raakte een houten pilaar. Het mes had zich stevig in het hout geplant en terwijl Umberto het los wrikte greep Tom zijn vrouw bij de arm en sleurde haar het restaurant uit.
    "Lopen," riep hij en ze renden zo hard ze konden. Ze hoorden hoe Umberto hen achterna kwam en hen vervloekte maar lang hield de oude man het niet vol.

     
    In de wagen werd niet gesproken. Tom keek strak voor zich uit en vroeg zich af hoe het zo uit de hand had kunnen lopen. Zijn oor jeukte en hij krabde er aan.
    "Verdomme, hij heeft me geraakt met zijn mes," en hij toonde twee bebloede vingers.
    "Geraakt?" vroeg Ilse verbaasd, "je vingers?"
    "Niet mijn vingers. Mijn oor, mijn rechter. Hij had me kunnen vermoorden, die seniele kok."
    Ilse knipte het leeslampje aan en bekeek zijn oor. Er hing wat bloed aan en wat losse huid maar meer dan een schaafwondje was het niet.
    "Ik dep het met een doekje."
    "Laat maar, ik voel het al niet meer."
    Daar wou ze niet van horen. Een keukenmes is vuil en het wondje kon ontsteken. Het pakje tissues in haar tasje was leeg en ze graaide in de broekzak van haar jeans naar haar zakdoekje. Ze voelde iets hards en rechthoekig.
    "Tom," zei ze beduusd.
    "Wat?"
    "Kijk eens hier," en tussen haar duim en wijsvinger hield ze haar visa-kaart omhoo

    07-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    06-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 140


    Image and video hosting by TinyPic .

    06-08-2012 om 23:08 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Drie zwarte prinsessen

    De Drie zwarte prinsessen



    Oostindië werd belegerd door de vijand en hij wou niet wegtrekken van de stad, eerst moest de vijand zeshonderd daalders hebben! Toen lieten ze het omroepen: wie dat kon betalen, die zou burgemeester worden. Nu was er arme visser, en die was op zee aan ‘t vissen met zijn zoon, en daar kwam de vijand en nam z’n zoon gevangen en gaf hem daar zeshonderd daalders voor. Toen ging de vader erheen en gaf het aan de heren in de stad, en de vijand trok weg, en de visser werd burgemeester. En toen liet hij omroepen, wie niet "meneer de burgemeester" zei, die moest aan de galg. Nu kwam de zoon weer uit handen van de vijand, en kwam in een heel groot bos op een hoge berg. Hij klom de berg op, en toen was daar een heel groot betoverd slot, en stoelen en tafels en banken en die waren allemaal met zwart floers overtrokken. En toen kwamen er drie prinsessen, allemaal in ‘t zwart gekleed, alleen hadden ze een klein beetje wit in hun gezicht, en die zeiden tegen hem, hij moest maar niet bang wezen, ze zouden hem niets doen, maar hij kon hen verlossen. Toen zei-ie, ja, dat wou hij graag doen, als hij maar wist hoe. Toen zeiden zij: hij moest een heel jaar niet met hen praten, en hen ook niet aankijken, en wat hij graag wilde hebben, dat moest hij maar gerust zeggen, als ze er op antwoorden mochten, zouden ze ‘t doen. Toen hij daar nu een tijd geweest was, zei hij, dat hij zo graag nog naar z’n vader wou gaan, en ze zeiden, dat moest hij maar doen en deze buidel met geld moest hij meenemen, en deze kleren moest hij aantrekken, maar hij moest in acht dagen terug zijn.
    Daar opeens werd hij opgetild, en meteen was hij in Oostindië. Maar daar kon hij zijn vader – in de vissershut – niet meer vinden, en hij vroeg de mensen, waar die arme visser toch gebleven was, maar toen zeiden ze, dat mocht hij helemaal niet zeggen, dan kwam hij aan de galg. Nu kwam hij bij zijn vader, en hij zei: "Maar visser, hoe ben je daar zo toe gekomen?" en toen zei die: "Dat moet je niet zeggen, want als de heren van de stad dat merken, dan kom je aan de galg!" Maar hij wilde het niet laten, en hij werd naar de galg gebracht. Toen hij daar was, zei hij: "Acht mijne heren, geef me toch verlof om nog eens naar de oude vissershut te gaan." Dan doet hij z’n oude kiel aan; en komt dan weer voor de heren en zegt: "Zien jullie het nu wel? Ben ik niet de zoon van de arme visser? In deze kleren heb ik voor mijn vader en mijn moeder het brood verdiend." Toen herkenden ze hem en vroegen hem om vergiffenis en één neemt hem mee naar huis, en hij vertelde alles hoe het hem gegaan was, dat hij in een bos gekomen was op een hoge berg, en dat hij die berg had beklommen, en dat hij toen in een betoverd slot was gekomen, waar alles zwart was geweest, en daar waren drie prinsessen gekomen, en die waren ook zwart geweest, maar met een witte vlek in hun gezicht. En die hadden hem gezegd, dat hij niet bang moest wezen, maar dat hij hen kon verlossen. Toen zei z’n moeder, dat kon wel eens niet pluis wezen, en hij moest maar een gewijde waskaars meenemen en hun wat gloeiende was in ‘t gezicht druppelen.
    Hij gaat er weer naar toe, en hij had een gruwel van hen, en toen druppelde hij hen alle drie was op ‘t gezicht, toen ze sliepen; en toen werden ze alle drie half wit. Daar sprongen alle prinsessen op, en riepen: "Jij vervloekte hond, ons bloed zal ons wreken; en nu is er geen mens ter wereld en er komt er ook geen meer, die ons verlossen kan; we hebben nog drie broers, en die zijn in zeven kettingen gesloten, en die zullen je verscheuren." Toen kwam er een gekrijs in ‘t hele slot, en hij sprong het venster nog uit en brak zijn been, en ‘t hele slot zonk in de grond, de berg was weer dicht, en niemand weet, waar het geweest is.

    06-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Vreemd

    Herma is een paar dagen van huis geweest om haar zieke moeder te verzorgen. Als ze weer thuiskomt, zegt haar zoontje Bobbie tegen haar: - Mamma, zal ik jou eens iets vertellen? Gisteren zat ik in jullie slaapkamer onder het bed te spelen en toen kwam pappa met de buurvrouw binnen. Ze waren allebij naakt. De buurvrouw ging in bed liggen en pappa kroop op haar en... Herma legt haar hand op de mond van Bobbie en zegt: - Stop... geen woord meer! Wacht tot je vader thuiskomt en vertel hem dan precies wat je gezien hebt. Een paar uur later komt Herma's man thuis en ze roept hem toe: - Smerige vuilak! Bij jou blijf ik niet! - Waarom niet? Vraagt de man verbaast. - Nou Bobbie, vertel het maar. - Gisteren zat ik in jullie slaapkamer onder het bed te spelen en toen kwam pappa met de buurvrouw binnen. Ze waren allebei naakt. De buurvrouw ging in bed liggen en pappa kroop op haar en toen deden ze precies het zelfde wat mamma met oom Henk deed toen pappa vorige zomer op zakenreis was!

    06-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    05-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 139


    Image and video hosting by TinyPic .

    05-08-2012 om 21:59 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een mooie boom

    Een mooie boom

    http://buurtreporter.nl/wp-content/uploads/Yolanthe-versiert-kerstboom-in-lingerie.jpg

    Katinka en Boris hebben een kerstboom. Hij staat in de kamer. Hij is nog kaal, maar papa heeft een doos met mooie zilveren kerstballen. Die gaan ze in de boom hangen. Boris pakt een bal en gooit hem in de lucht. Niet doen! roept papa. Maar het is al te laat. De bal valt kapot. Het is niet zo erg, zegt papa. We hebben er genoeg. Maar het is beter als Boris even gaat slapen. Papa stopt Boris in bed. Welterusten, Boris! Katinka mag helpen om de boom te versieren. Ze pakt een kerstbal. Even wachten, zegt papa. Eerst moeten de lampjes erin. Daarna mag Katinka de kerstbal ophangen. Ze wil hem heel hoog in de boom hangen. Maar de bal stoot tegen een tak en valt op de grond. Hij is kapot. Katinka is er verdrietig van. Papa vindt het niet zo erg. We hebben er nog genoeg! zegt papa. Er zijn ook zilveren slingers en houten engeltjes. Ze hangen alles in de boom. Ze doen het heel voorzichtig. Poes Brannie komt kijken. Ze slaat ze met haar pootje tegen een kerstbal. Zoiets heeft ze nog nooit gezien! De bal valt op de grond. Hij is kapot! Brannie schrikt ervan. Papa lacht. Nu zijn er al drie kerstballen kapot! Als het zo doorgaat hebben we er straks geen een meer over! Nee, zegt Katinka. Nu doen we heel voorzichtig! Papa steekt een stekker in het stopcontact. De lichtjes gaan branden. Wat een mooie boom! Nu is het tijd om Boris uit zijn bedje te halen. Papa heeft nog een doos ronde koekjes met een gat erin. Kerstkransjes. Boris mag ze samen met papa in de boom hangen. En dan is de boom klaar. Wanneer gaan we de kerstkransjes opeten? vraagt Katinka. Als het kerst is, zegt papa. Duurt dat nog lang? Nog een paar dagen. Katinka en Boris gaan op een stoeltje voor de boom zitten. Ze kijken naar de mooie ballen én naar de koekjes. Katinka zucht. Wat mooi! Maar het is wel moeilijk om naar koekjes te kijken, als je ze niet mag opeten!

    05-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van lana

    sex

    mijn hond kan een vrouw nemen zoals niemand dat kan schepte een cowboy op tegen een hoer.
    oja vraagt die laat dat maar eens zien dan.
    de cowboy neemt de vrouw mee in een kamertje en de vrouw gaat naakt op bed liggen.
    de cowboy roept tegen zijn hond pak haar, neem haar , neuk haar...
    de hond blijft zitten zoals hij zit, de cowboy zegt het nog een keer.
    de hond blijft zitten dan is het geduld van de cowboy op hij springt op de vrouw en dringt diep bij haar naar binnen en schreeuwt tegen de hon dit is de laatste keer dat ik het voor je doe...

    05-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    04-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 138


    Image and video hosting by TinyPic .

    04-08-2012 om 22:10 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het najagen van geluk
    Het najagen van geluk



    Er doet zich een verhaal de ronde van een plaats ergens aan het einde van de wereld dat eindelijk 'ontdekt' is door de nieuwsgierige Amerikanen. Amerikanen zijn - zoals jullie weten - altijd driftig op zoek naar onderzoeksonderwerpen; van de verspreiding van AIDS in Afrika tot de voortplantingsgewoontes van de Siberische kraanvogels. Alleen al het vermoeden van een 'kinky' onderwerp en ze zullen vol ijver hun zuurverdiende geld aan onderzoek geven.

    Toen een Amerikaan hoorde van de legendarische 'luiheid' van een stam in een verre uithoek van India, nam hij onmiddellijk het vliegtuig en kwam daar aan. Zijn doel was om minutieus hun karaktertrekken te bestuderen en hij was in gedachten al bezig hun lethargie te verhelpen, zodat ook zij niet "achter zouden blijven" in hun ontwikkeling.

    Na een aantal taxiritten en bustochten over onverharde wegen kwam de Amerikaan rond het middaguur bij een klein dorp aan. De meeste mannen waren op de velden en de vrouwen waren te verlegen om uit hun huizen te komen om met de witte vreemdeling te praten. Samen met zijn tolk vond de Amerikaan een jongeman, die onder een boom aan de kant van een grote vijver lag te slapen en te genieten van de koele wind.

    "Wat doe je?" vroeg de Amerikaan, die opgewonden was om een echt voorbeeld van die legendarische luiheid al zo snel te ontdekken, alhoewel hij van binnen zich ergerde dat een jongeman zijn kostbare tijd aan het verdoen was.

    "Kan je dat zelf niet zien? Ik doezel," antwoordde de jongeman, geërgerd dat zijn siësta zo onceremonieel werd verstoord.

    "Jawel, maar wat doe je voor de kost?" vroeg de Amerikaan via de tolk.

    "Ik vang vissen," zei de man, wijzend naar de vijver.

    "Hoeveel vissen heb je vandaag gevangen?"

    "Twee hele grote," antwoordde hij trots glimlachend.

    "Wat heb je ermee gedaan?"

    "Ik heb ze verkocht op de markt."

    "Waarom ben je nu dan niet aan het vissen. Je kan er nog makkelijk twee meer vangen."

    De jonge visser keek verbijsterd. "Waarom?" vroeg hij.

    "Die kan je ook verkopen en zo meer geld verdienen."

    "Waarom?" vroeg de luie jongeman opnieuw.

    "Nou, om wat visgerei te kopen."

    "Waarom?"

    "Om meer vissen te vangen, natuurlijk."

    "Waarom?"

    "Waarom? Nou, om meer geld te verdienen, dwaas!"

    "Waarom?"

    "Zodat je je een fiets kan veroorloven, een telefoon, een TV - zelfs een echt huis."

    "Waarom?"

    "Wel verdomme! Om gelukkig te worden natuurlijk!" riep de geïrriteerde Amerikaan uit.

    "Ik ben al gelukkig zoals ik nu ben," antwoordde het voorbeeld van luiheid rustig, nam zijn fluit en blies een deuntje. "Waarom zou ik al die moeite nemen voor iets dat ik al in overvloed heb?"

    De Amerikaan keerde gelouterd en met nieuwe inzichten terug naar huis. Maar het is twijfelachtig of er in zijn eigen land wel mensen zijn die geïnteresseerd zijn in de resultaten van zijn onderzoek - het land dat zweert bij het onvervreemdbare recht van zijn burgers om 'het geluk na te jagen'.



     

    04-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Zwerver gepakt in zijn slaap

    Een homofiele man komt altijd met het openbaar vervoer naar huis en moet dan een stukje door het park lopen, op een dag ziet hij een totaal bezopen zwerver die zijn roes uitslaapt liggen op een bankje van het park en denkt: "Sls ik die sloeber nu eens een
    beurt geef, er is toch niemand die het ziet." Als hij klaar is vindt hij het toch wel een beetje zielig en legt een briefje van 20 euro onder zijn hoofd. Eenmaal wakker geworden vind die zwerver dat geld onder zijn hoofd en gaat hiermee rechtstreeks naar de slijter om bier te kopen. Dit de rest van de dag gedronken valt de zwerver weer in slaap op dat bankje, 's Avonds komt die homofiel weer van zijn werk en flikt dat geintje weer en legt wederom geld onder zijn hoofd. De zwerver gaat met dat geld de volgende dag weer naar de slijter, deze roept bij het binnenkomen van de zwerver: "Jij komt zeker weer een kratje Heineken halen". Zegt die zwerver: "Doe mij maar Dommelsch, want van Heineken krijg ik toch een pijn in m'n reet!"

    04-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    03-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 137


    Image and video hosting by TinyPic.

    03-08-2012 om 22:11 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Zes dienaren

    De Zes dienaren



    Vele jaren geleden leefde er eens een oude koningin, en dat was een tovenares; maar haar dochter was het mooiste meisje onder de zon. Maar het oude mens dacht nergens anders aan, dan hoe ze de mensen in hun verderf kon lokken, en als er een vrijer kwam opdagen, dan zei ze: wie haar dochter wilde hebben, moest eerst een raadsel oplossen, of hij moest sterven. Velen werden verblind door de schoonheid van het meisje en ze waagden de kans, maar ze konden het nooit oplossen, wat de oude vrouw hun voorlegde, en dan bestond er geen genade: ze moesten knielen, en dan werd hun ‘t hoofd afgeslagen. Nu was er een prins, en die had ook gehoord hoe zeldzaam mooi de prinses was, en hij zei tegen zijn vader: "Laat mij er heengaan, ik wil naar haar hand dingen." "Nee," antwoordde de koning, "nooit laat ik je gaan, want je loopt de dood tegemoet." Toen ging de zoon in bed liggen en hij werd doodziek en zo lag hij zeven jaar lang, en geen dokter kon hem genezen. Toen de vader zag, dat er geen hoop meer was, zei hij diepbedroefd tegen hem: "Ga er dan maar heen en beproef je geluk; want ik kan je toch niet helpen." Zodra de zoon dat hoorde, stond hij van zijn ziekbed op, werd weer gezond en vrolijk maakte hij zich klaar voor de reis.

    Nu gebeurde het, toen hij over een grote heide reed, dat hij uit de verte al iets op de grond zag liggen, net een grote hoop hooi, en toen hij er dichterbij kwam, zag hij dat het de buik van een mens moest zijn die daar lag, maar de buik was wel een heuvel. Zodra de dikkerd de reiziger zag, richtte hij zich op en zei: "Als u iemand nodig hebt, neem me dan in dienst." De prins antwoordde: "Wat moet ik met zo’n wonderlijke kerel beginnen?" "O," zei de dikke, "dat zegt niets: als ik me goed opblaas, ben ik nog drieduizend keer zo dik." "Als dat zo. is," zei de prins, "dan kan ik je wel gebruiken, kom maar mee." Nu ging de dikkerd achter de prins aan, en na een poos vonden ze wéér iemand, en die lag op de grond met zijn oor op het gras. De prins vroeg: "Wat doe je daar?" "Ik luister!" zei de man. "Waar luister je zo ingespannen naar?" "Ik luister naar wat er in de wereld gebeurt, want er is niets, dat mijn oor niet horen kan. Ik kan zelfs het gras horen groeien." De prins vroeg: "Zeg eens, wat hoor je dan aan het hof van de oude koningin, die zo’n mooie dochter heeft?" Hij antwoordde: "Ik hoorde het zwaard suizen, dat een vrijer ‘t hoofd afslaat." De prins zei: "Jou kan ik gebruiken: kom maar mee!" Zo trokken ze verder, en toen zagen ze opeens een paar voeten en nog een stukje van de benen, maar ‘t eind was niet te zien. Na een flink eind lopen kwamen ze langs een romp, en tenslotte ook bij een hoofd;,Zo," zei de prins, "wat ben jij voor een langhals?" "O," zei de lange, "dat is nog niets; als ik al mijn leden helemaal recht uitstrek, ben ik nog drieduizend maal zo lang en groter dan de grootste berg op aarde. Ik zou graag uw dienaar zijn, als u me in dienst wilt nemen." "Kom mee," zei de prins, "jou kan ik gebruiken." Ze trokken verder en vonden iemand langs de weg zitten, en die had een doek over zijn ogen. De prins zei tegen hem: "Heb je zulke zwakke ogen, datje niet in ‘t licht kunt kijken?" "Nee," zei de man, "dat niet, maar ik mag die doek niet afdoen, want wat ik met mijn ogen aanzie, dat springt uit elkaar, zo’n kracht heeft mijn blik! Kan ik u van dienst zijn, dan zal ik u graag dienen." "Kom mee," zei de prins, "jou kan ik gebruiken." Ze trokken verder en vonden iemand, die midden in de brandende zonneschijn lag en over z’n hele lijf rilde en hij klappertandde zo erg, dat er niets stil was. "Hoe kun je het zo koud hebben?" vroeg de prins, "en het is zó warm in de zon." "Ach," zei de man, "ik heb nu eenmaal een andere aard; hoe warmer het is, des te kouder ben ik; de vorst dringt me in mijn knokkels, en hoe kouder ‘t is, des te warmer ben ik, onder het ijs kan ik het van de hitte, midden in een vuur kan ik het van de kou niet uithouden." "Je bent een rare kerel," zei de prins, maar als je mijn dienaar wilt zijn, kom dan maar mee." Nu trokken ze verder en zagen iemand staan die zijn hals uitrekte, zo’n lange hals, dat als hij rondkeek, hij over alle bergen heen kon kijken. De prins vroeg: "Waar kijk je zo naar?" De man antwoordde: "Ik heb zulke scherpe ogen, dat ik over alle bossen en velden, over bergen en dalen kan kijken en door de hele wereld heen kan zien." De prins zei: "Als je wilt, kom dan maar mee, want zo iemand ontbrak me nog."

    Nu trok de koningszoon met zijn zes dienaren naar de stad waar de oude koningin woonde. Hij zei niet, wie hij was; maar hij sprak: "Wilt u mij uw mooie dochter ten huwelijk geven, dan zal ik volbrengen wat u mij opdraagt." De toverkol was blij, dat zij zo’n knappe prins in haar netten zou vangen en ze zei: "Driemaal zal ik je een opdracht opgeven, als je het elke keer goed uitvoert, dan kun je de man worden van mijn dochter." "En wat is het eerste?" vroeg hij. "Je moet me een ring terugbrengen, die ik in de Rode Zee heb laten vallen." Nu ging de prins naar zijn dienaars en zei: "De eerste opdracht is niet gemakkelijk: er moet een ring gehaald worden uit de Rode Zee; geef me eens een goede raad." Nu zei de man met de scherpe ogen: "Ik zal eens kijken waar hij ligt." En hij keek in de diepte van de zeeën en zei: "Daar hangt hij, aan de punt van een rots." De lange bracht hen erheen en zei: "Ik zou hem er wel uithalen, maar ik kan hem niet zien." "Als het anders niet is," zei de dikkerd, en hij ging op zijn buik liggen en hield zijn mond aan het water: de golven vielen erin als in een afgrond, en hij dronk dehele zee leeg, zodat die droog werd als een weiland. Nu bukte de lange zich enigszins en haalde de ring er met zijn hand uit. Wat was de prins tevreden, dat hij de ring had: hij bracht hem naar het oude mens. Verbaasd zei ze: "Ja, dat is hem; de eerste opdracht is goed voltooid; maar nu de tweede. Kijk daar eens naar de weide voor het slot: daar grazen driehonderd vette ossen; en die moetje met huid en haar, met botten en horens opeten, en in de kelders liggen driehonderd vaten wijn; die moet je erbij drinken; en als er van de ossen ook maar één haar, en van de wijn ook maar één druppel overblijft, dan is je leven verloren." De prins zei: "Mag ik er gasten bij uitnodigen? Zonder gezelschap smaakt het eten niet." De oude lachte lelijk en antwoordde: "Je mag er één bijnemen, zodat je niet alleen eet; verder niemand."

    Nu ging de prins naar zijn dienaren en zei tegen de dikkerd: "Je mag vandaag bij me komen eten en nu zul je eens genoeg krijgen." En de dikkerd blies zichzelf op, en hij at de driehonderd ossen op, zodat er geen haartje van overbleef, en hij vroeg of het anders niet was dan dit ontbijt; en de wijn dronk hij zo uit het vat, een glas was er niet bij nodig, en hij dronk de laatste druppel nog op. Toen de maaltijd was afgelopen, ging de prins naar de oude koningin en zei haar: de tweede opgave was klaar. Nu verwonderde ze zich erover, en zei: "Zover heeft niemand het nog gebracht; maar er valt nog één opdracht te vervullen." En ze dacht: "Je zult me toch niet ontsnappen en je hoofd niet omhoog blijven steken." "Vanavond," zei ze, "breng ik mijn dochter bij je en je moet haar omarmen, en als jullie bij elkaar zitten, pas dan op dat je niet inslaapt; als ze niet meer in je armen is, dan ben je verloren." De prins dacht: die afspraak is makkelijk, ik zal mijn ogen wel open houden, maar hij riep zijn dienaars, vertelde hun, wat het oude mens had gezegd, en zei: "Wie weet, wat voor list daar achter zit, voorzichtigheid is maar alles: houd de wacht en pas op, dat de jonkvrouw de kamer niet meer uitkomt." Bij het aanbreken van de nacht kwam de oude koningin met haar dochter, en leidde haar in de armen van de prins; de lange kwam en legde zich in een kring om hen heen, en de dikke ging voor de deur staan, zodat er geen levende ziel in kon komen. Daar zaten ze nu samen. Het meisje sprak geen woord, maar de maan scheen door het venster naar binnen, zodat hij haar verwonderlijke schoonheid kon zien. Hij bleef haar maar aankijken, was gelukkig en vol liefde en hij werd niet moe. Zo ging het tot elf uur toe, toen betoverde het oude mens hen allemaal, zodat ze in slaap vielen, en op dat ogenblik was het meisje ook verdwenen.

    Nu sliepen ze vast, tot kwart voor twaalf; toen was de kracht van de toverij geweken en werden ze allemaal weer wakker. "O!" riep de prins, "nu ben ik verloren!" En de trouwe dienaars begonnen ook te jammeren, maar degene die zo’n goed oor had, zei: "Stil! Ik ga luisteren." En hij lag een ogenblik te luisteren en zei toen: "Ze zit op een rots, driehonderd uren hier vandaan, en ze huilt om wat er met haar is gebeurd. Jij, lange, kunt haar alleen helpen, als jij je in je volle lengte opricht, ben je er in een paar stappen." "Ja," zei de lange, "maar Scherpoog moet meegaan, want de rots moet weg." Zo tilde de lange de man met de verbonden ogen op, en in een handomdraai waren ze voor de vervloekte rots. Meteen nam de lange de andere zijn oogverband weg, en hij keek rond, en de rots sprong in duizend stukken. De lange nam het meisje op zijn arm, droeg haar in een oogwenk terug, haalde toen net zo gauw zijn kameraad terug, en vóór de slag van twaalf waren ze allemaal weer op hun plaats, vrolijk en vol verwachting. Klokslag twaalf kwam de oude toverkol aangeslopen, zette een spottend gezicht, alsof ze wou zeggen: "Kip, ik heb je" en ze dacht dat haar dochter driehonderd uur ver op de rots zat. Maar toen ze haar in de armen van de prins zag zitten, schrok ze en zei: "Die kan meer, dan ik." Maar ze kon er niets tegen inbrengen en moest hem het meisje ten huwelijk geven. En zij fluisterde haar in ‘t oor: "Schande voor je, dat je zulk raar volk zult moeten gehoorzamen, en je geen man van je eigen keuze kunt nemen." Nu werd het trotse meisje woedend en ze zon op wraak. De volgende morgen liet ze driehonderd grote stapels hout bij elkaar zetten en zei tegen de prins: de drie opdrachten waren dan wel vervuld, maar ze zou niet eerder zijn vrouw worden, voor iemand midden op de houtmijten zou gaan zitten en het in het vuur zou uithouden. Zij dacht dat geen van zijn dienaren zich voor hem zou laten verbranden, en dan zou hij uit liefde voor haar zelf op de brandstapel gaan zitten en dan zou ze vrij zijn. Maar de dienaars zeiden: "We hebben allemaal wat gedaan, alleen de Vriezeman niet, die is nu aan de beurt," en nu zetten ze hem middenop de houtstapels en staken die aan. Toen begon het vuur te branden, en het brandde drie dagen, tot alle hout was opgebrand, en toen de vlammen verdwenen, stond de Vriezeman middenin de as, trilde als een espenblad en sprak: "Zo’n kou heb ik van mijn levensdagen niet moeten verduren, en als het nog langer had geduurd, was ik totaal verstijfd!" Nu was er geen uitvlucht meer te bedenken, het mooie meisje moest de onbekende jonkman trouwen, maar toen ze naar de kerk reden, zei de koningin: "Ik kan die vernedering niet verdragen," en ze zond haar leger achter hen aan, en ze moesten alles neerslaan wat tegen hen vocht en haar dochter weer terugbrengen. Maar die met het oor had z’n oren gespitst en had de heimelijke afspraak gehoord. "Wat doen we nu?" vroeg hij aan de dikke, maar deze wist raad; hij spuwde een paar maal achter de wagen – hij had immers zoveel zeewater opgedronken – en toen ontstond er een meer, waar de soldaten in bleven steken en verdronken. Toen de toverkol dat hoorde, zond ze haar geharnaste ridders, maar de Oreman hoorde het rammelen van hun wapenrustingen en maakte het oogverband van de Ogeman los, en die keek de vijanden een beetje boos aan, en toen sprongen ze uit elkaar als glas. Nu reden ze ongestoord verder, en toen ze kerkelijk ingezegend waren, namen de zes dienaren afscheid en spraken tot hun heer: "Uw wensen zijn vervuld, u hebt ons niet meer nodig, nu trekken we weer verder om ons geluk ergens anders te beproeven."

    Een half uur vóór zijn eigen kasteel lag er een dorp, en daar hoedde een varkenshoeder zijn varkens; toen ze daar langs kwamen, zei hij tegen zijn vrouw: "Weet je wel, wie ik ben? Ik ben geen prins, maar een varkenshoeder; en die man daar, met de kudde, dat is mijn vader, we moeten samen meedoen en hem helpen." Toen ging hij met haar naar de herberg en hij zei in ‘t geheim tegen de herbergier, dat ze haar ‘s nachts haar koningsgewaad moesten wegnemen. Toen ze de volgende morgen wakker werd, had ze niets om aan te trekken, en de waardin gaf haar een oude rok en een paar oude wollen kousen, en ze deed bovendien nog of het een groot cadeau was, en zei: "Als hij uw man niet was, dan had ik het niet eens gegeven." Toen geloofde ze, dat hij een echte varkenshoeder was, en ze hielp hem met het hoeden van de varkens en dacht: "Dat heb ik verdiend met mijn overmoed en trots." Zo ging het acht dagen, toen kon ze het niet meer uithouden, want haar voeten zaten vol wonden. Toen kwamen er een paar mensen, die vroegen of ze wist wie haar man was. "Ja," gaf ze ten antwoord, "het is een varkenshoeder en hij is net uitgegaan, om als marskramer wat te verdienen met garen en band." Maar zij zeiden: "Kom maar eens mee, we zullen u bij hem brengen," en toen brachten ze haar naar boven op het slot, en toen ze in de zaal kwam, stond daar haar man in zijn koningsmantel. Maar ze herkende hem niet, tot hij haar in zijn armen nam, haar kuste en zei: "Ik heb zoveel voor je geleden, daarom heb je ook voor mij geleden." Nu werd de bruiloft pas gevierd, en wie dit verteld heeft, wilde wel, dat hij er ook bij was geweest!

    03-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van lana

    vreemdgaan

    Een jonge vrouw op een één jarige training in Zuid-Afrika heeft recent een brief van haar vriend gekregen die thuis zit.

    Die gaat als volgt:

    Lieve Mary

    Ik kan niet langer doorgaan met onze relatie. De afstand tussen ons is gewoon te groot.

    Ik moet toegeven dat ik twee keer ben vreemdgegaan sinds je weg bent, en de situatie is niet eerlijk voor ons tweeen.

    Het spijt me. Kun je me asjebliefd de foto terugsturen die ik jou gestuurd heb.

    Liefs, John.

    Mary, met een gebroken hart, vroeg aan haar collega`s voor elke foto van hun vriendjes,broers, ex-vriendjes, oom, neefjes etc. die ze maar hadden.

    Met de toegevoegde foto van John, Deed Mary al de foto`s van de mannen die ze had verzameld bij de brief.

    Er zaten 57 foto`s in de envelop......met dit briefje erbij.

    Lieve John,

    Het spijt me, maar ik kan me niet meer herrinderen wie je ook alweer was.

    Neem alsjeblieft je foto van de stapel en stuur de rest terug naar mij.

    Hou je haaks, Mary

    03-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    02-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 136


    Image and video hosting by TinyPic .

    02-08-2012 om 22:38 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Geduldsteen
    De Geduldsteen



    Er was ooit, of was er nooit? Ja, er was eens heel lang geleden een rijke koopman. Die koopman was zó rijk dat hij zelf niet meer wist hóe rijk hij was. Maar... hij had geen kinderen, en daarom hadden hij en zijn vrouw niet veel plezier in het leven.

    Op een dag kwam de koopman op straat een oude derwisj (islamitische bedelmonnik) tegen. De derwisj zei: "Goedendag meneer." En de koopman antwoordde: "Ook een goede dag gewenst, vader derwisj!" "Waarom ben je zo bedroefd?" vroeg de derwisj. "Ach, vader derwisj," zei de ander, "Allah heeft mij oneindig veel geld en goederen gegeven, maar wat moet ik ermee, een kind gaf hij me niet. Daarom geniet ik niet echt van het leven." Daarop zei de derwisj: "Als je deze nacht twee keer tot Allah bidt, dan zul je een dochter krijgen. Maar... tot haar zevende jaar is ze van jou, na haar zevende jaar is ze van mij. En voordat ik weer verschijn, mogen jullie haar geen naam geven." En weg was de derwisj.
    Onze goede man dacht: Nou nou, tjonge jonge! maar deed wat de derwisj had aangeraden. Na negen maanden werd een pracht van een dochter geboren! De moeder en vader waren gek van vreugde; en tegelijkertijd dachten ze ook: Hoe kunnen we haar ooit weggeven, hoe kunnen we ooit verdragen van haar gescheiden te moeten zijn! Deze sombere gedachten hielden hen dag en nacht bezig.

    Het kindje groeide op en toen ze zes, zeven jaar oud was, had ze nog steeds geen naam. De derwisj was ook nooit meer gekomen. De ouders besloten ten slotte dat hun kind naar school moest. Ze zeiden de gebeden van de eerste schooldag en lieten hun dochtertje met school beginnen. Diezelfde middag kwam ze huilend thuis: "Heb ik geen naam? Iedereen plaagt me," zei ze. Toen vertelden haar vader en moeder haar woord voor woord wat de derwisj had gezegd. Het meisje werd erg verdrietig, ze voelde een scherpe pijn in haar hart, maar ze zei helemaal niets. Ze ging gewoon weer naar school, en ze onderging de plagerijtjes van de andere kinderen geduldig.

    Toen ze op een dag uit school kwam stond er opeens een derwisj voor haar, die zei: "Mijn dochter, jouw naam is Sitti Nusret (Godelieve). Zeg dat maar tegen je vader en moeder en vraag of ze zich aan hun belofte houden." Het meisje beloofde het te doen, maar bij haar huis gekomen, was ze het vergeten. De volgende dag kwam de derwisj weer. "Mijn dochter, waarom ben je het vergeten te zeggen?" vroeg hij. Toen deed hij een handvol kiezelsteentjes in haar zak en zei: "Als vanavond je dadu (kindermeisje) vraagt: Wat moeten die steentjes in je zak?" dan herinner je je wel wat ik heb gezegd; ga het dan meteen tegen je moeder zeggen." Het meisje zei weer: "Goed vader derwisj," en ging naar huis. Het werd avond. Toen de dadu het meisje uitkleedde zag ze de steentjes in haar zak en ze vroeg: "Vrouwtje, waarvoor zijn die steentjes?" Zonder antwoord te geven holde het meisje meteen naar haar moeder en zei: "Mijn naam is Sitti Nusret. Ik ben een derwisj tegengekomen, die heeft dat gezegd. En hij vroeg ook nog: "Houden je vader en moeder zich aan de belofte?"
    De moeder en de vader hadden al zo lang met angst in hun hart op dit teken gewacht... Tot de ochtend zaten zij snikkend bij het bed van hun dochtertje.

    's Morgens vroeg werd er aan de deur gebeld. De derwisj was gekomen op een paard. De ouders zetten hun dochter eigenhandig bij hem op het paard en daar vertrokken ze. Toen ze een eindje weg waren zei de derwisj : "Doe je ogen dicht," en toen hij even later zei: "Doe je ogen maar weer open," wreef Sitti Nusret verbaasd haar oogjes uit en zag een groot kasteel. Ze gingen naar binnen en daar lagen in de eerste kamer een gebedskleedje, een rozenkrans en een koran. Vader derwisj ging zitten, deed zijn buigingen en gebeden en las in de koran. Daarna nam hij het meisje mee en liet haar het hele kasteel zien. Maar als laatste liet hij haar een gesloten kamer zien en hij waarschuwde haar: "Deze deur mag je beslist niet opendoen!"

    Vanaf die tijd voedde vader derwisj het meisje heel goed op en kreeg zij alles wat haar hartje begeerde. Maar behalve de derwisj kreeg zij geen ander levend wezen te zien.
    Op een dag ging de derwisj weg. Sitti Nusret ging naar de kamer waarvan vader derwisj nog zo had gezegd dat ze er niet binnen mocht en deed de deur open. En in die kamer zag ze een kerkhof, zover het oog reikte. Achter een grafsteen zat vader derwisj. Hij haalde de doden uit de grond en at hun levers op.

    Sitti Nusret schrok zo vreselijk dat ze niet meer wist wat ze moest doen. Ze dacht: Laat ik er maar gauw vandoor gaan, maar in de haast verloor ze op het kerkhof een van haar zilveren enkelbandjes. Ze rende naar haar kamer, ging in een hoekje zitten en huilde en huilde tot haar ogen dik van de tranen waren. Toen vader derwisj later thuiskwam en haar zo zag vroeg hij : "Meisje, wat is er gebeurd? Voel je je niet goed?"
    "Het is niets, vader derwisj, ik heb alleen een beetje hoofdpijn," antwoordde ze. "Wat heb je met je enkelbandje gedaan?" "Niets, ik weet niet wat er mee is gebeurd."
    Toen vroeg de derwisj: "Vertel eens Sitti Nusret, hoe ken jij je vader derwisj?"
    "Hij is heel goed. Hij doet zijn gebeden, leest de koran, bidt de rozenkrans. Hij is een erg goede man," antwoordde ze. De derwisj vroeg van toen af aan iedere dag wel een keer: "Wat heb je met je enkelbandje gedaan?" en "Hoe ken jij je vader derwisj?" en het meisje gaf steeds hetzelfde antwoord...

    Intussen gingen er jaren voorbij. En toen Sitti Nusret dertien, veertien jaar geworden was zei de derwisj op een keer: "M'n kind, wordt het niet tijd dat je je vader eens ziet? Zal ik je vader hierheen halen?" "Ja, graag, " zei ze blij. "Ik vind het heel fijn als u hem hier brengt." De derwisj ging weg en een half uur later kwam hij weer binnen, maar nu in de gedaante van de vader van het meisje. Hij leek precies op hem. Hij snelde op haar toe en omhelsde haar. "Dochter van me," zei hij, "ik mis je zo verschrikkelijk. Hoe gaat het hier met je? Wat doe je, voel je je goed? Ben je wel tevreden met vader derwisj?" En het meisje zei: "Vadertje van me, ik voel me prettig hier, ik maak het heel goed." Hij vroeg haar de oren van het hoofd. Maar wat ze ook vertelde, er kwam geen klacht over haar lippen, en over vader derwisj kreeg hij geen kwaad woord te horen. Ten slotte zei hij: "God zij met je, tot ziens, m'n kind," en ging weg.

    Even later verscheen vader derwisj weer in eigen persoon. Hij vroeg aan Sitti Nusret: "Hoe gaat het met je, m'n kind?" en daarna: "Wat heb je met je enkelbandje gedaan?" Het meisje gaf haar gebruikelijke antwoord. En hij vroeg: "Hoe ken je je vader derwisj?" en zij antwoordde zoals altijd: "Het is een goede man."

    Toen zei vader derwisj op een goede dag dat hij nu haar moeder bij haar zou brengen. Het meisje was natuurlijk erg blij. De volgende dag kwam de derwisj, nu in de gedaante van haar moeder. Ze omhelsde haar en vroeg hoe ze het maakte; hoe het leven bij vader derwisj haar verging. Het meisje gaf dezelfde antwoorden als aan haar vader. Een derde keer kwam vader derwisj toen nog bij haar op bezoek in de gedaante van haar dadu. En weer gaf Sitti Nusret op dezelfde vragen hetzelfde antwoord.

    Dagen, weken, maanden gingen voorbij. Sitti Nusret was intussen zestien, zeventien jaar oud. Op een ochtend zei vader derwisj: "Kom, mijn dochter, de tijd is om. Laat ik je naar huis brengen." Hij steeg op zijn paard en zette Sitti Nusret voor zich. "Heb je je ogen dicht, m'n kind?" zei hij. En het meisje sloot haar ogen. "Doe ze maar weer open." Toen ze dat deed zag ze dat ze voor het huis van haar ouders stonden. De derwisj was plotseling verdwenen. Sitti Nusret ging naar binnen. Toen haar moeder en vader haar zagen waren ze zo blij alsof ze opnieuw was geboren. Sitti Nusret was een mooi, lief, voorbeeldig meisje geworden. Ze bad trouw haar gebeden, las de koran en was altijd aan het werk. Haar vader en moeder konden nog zo wensen dat hun dochter ook eens ging wandelen of plezier maken, dat soort dingen trok haar niet aan.

    Op een dag had haar moeder alle meisjes van de buurt uitgenodigd. "Haydi, kom, m'n kind, lach, speel en vermaak jij je nu ook eens fijn met je gasten," had ze gezegd. Ze liet de meisjes in de tuin spelen. Terwijl zij daar plezier maakten, keek de zoon van de padisjah, wiens raam toevallig uitkeek op die tuin, naar hen.
    Die meisjes moeten daar maar even rustig blijven spelen, laten we eens kijken naar Sitti Nusret. Zij had zich net gewassen voor het middaggebed en was dat aan het bidden. Daarna pakte ze de koran en ging daar onder een boom in zitten lezen. De prins zag het vol verbazing. Hij haalde zijn moeder erbij en zei: "Aman, maar moeder, bestaan er in deze tijd dan toch nog zulke goed opgevoede meisjes? Mamma, ik móet dat meisje hebben." Zijn moeder, de koningin, vond het ook een pracht van een meisje, zo keurig, zo beschaafd. En de volgende dag ging de koppelaarster "in Allah's naam" om de hand van de koopmansdochter vragen. Haar ouders zeiden: "Zullen wij haar dan maar geven voor het welzijn van de prins?" En zo gebeurde het. De voorbereidingen voor de bruiloft werden getroffen. Er werd veertig dagen en veertig nachten feestgevierd. Ook in het paleis was iedereen het erover eens: Sitti Nusret was in alle opzichten een schat. De prins tintelde ook voortdurend van verliefdheid...

    Na verloop van tijd verwachtte Sitti Nusret een kind. Twee maanden voor de geboorte ging de prins op bedevaart naar Mekka. Hij nam thuis van iedereen afscheid. Hij omhelsde zijn moeder, de koningin, en zei: "Mamma, ik laat mijn vrouw en mijn kind dat geboren gaat worden onder jouw hoede achter," en hij vertrok.
    Toen de dag en het uur daarvoor gekomen waren, werd er een wolk van een baby geboren: het was een jongen. De koningin deed een "Masjallah"-geluksplaatje van haar zoon met een diamantje om het hoofdje van de baby. De nacht viel en iedereen was in diepe rust. Maar ineens schrok Sitti Nusret op. Door de muur die vanzelf openging zag ze vader derwisj te voorschijn komen. Hij pakte het kindje op, smeerde bij Sitti Nusret met een vinger wat bloed om haar mond, en ging weg; het baby'tje nam hij mee.

    Toen de koningin 's ochtends wakker werd en naar Sitti Nusret en de baby kwam kijken, wist ze gewoonweg niet wat ze zag: het kindje was er niet, en de mond van Sitti Nusret zat onder het bloed. "Wat heb je met het kind gedaan? Wat is hier aan de hand?" vroeg ze, maar wat ze ook vroeg, wat ze ook zei, Sitti Nusret zei niets. Het meisje zweeg in alle talen. Omdat Sitti Nusret alles voor de prins betekende, vertelde de koningin aan niemand wat zij had gezien, maar deed alsof het kindje was gestorven.

    Toen de prins van de grote bedevaart terugkwam, verbaasde hij zich dat iedereen zo bedroefd was. "Moeder, waarom zijn jullie zo verdrietig? En waar is mijn kind?" vroeg hij. Zijn moeder antwoordde: "Zoon, Gods wil moet nu eenmaal gebeuren, dat vind jij toch ook, is het niet? Het kindje is doodgegaan. Maar kom, jij bent gezond en mijn schoondochter ook, jullie krijgen wel weer een kind."

    Hoe het ook zij, in het paleis kwam na verloop van tijd de oude vrolijkheid terug. Men deed zijn werk en had weer plezier in het leven. En, om kort te gaan, Sitti Nusret werd weer zwanger. Nu was het de gewoonte dat de prins om de twee jaar op bedevaart ging. Net als de vorige keer ging hij, twee maanden vóór zijn vrouw zou bevallen, op reis. Weer baarde Sitti Nusret een zoon. Deze keer hing de koningin een amulet van de prins om de hals van het kindje. Die nacht verliet zij de kraamkamer niet, en bleef bij haar schoondochter zitten waken. Maar rond middernacht kreeg ze zo'n slaap. Het kindje en zijn moeder lagen heerlijk te slapen, dus ze dacht: Ik kan ook wel even gaan liggen. Maar toen ze na een tijdje wakker werd was het kindje er niet meer en weer zat de mond van de moeder onder het bloed. De koningin wist gewoon niet wat ze moest doen. Ze vroeg aan haar schoondochter: "Waar is het kind?" maar Sitti Nusret zei helemaal niets. De koningin mopperde: "Maar mijn dochter, wat is dit nou toch? Waarom doe je dat?" maar het had geen zin. Ze was bang dat haar zoon ziek zou worden van verdriet als ze hem zou vertellen wat er was gebeurd, hij hield zoveel van zijn vrouw. En ze zei dus maar weer, net als de vorige keer: "Het kindje is gestorven."

    Twee jaar later ging de prins weer op bedevaart. Deze keer bracht Sitti Nusret een dochter ter wereld. De koningin legde een hoofddoekje van de prins, met een rand van pareltjes, over haar hoofdje. Ze nam het kindje zelf op schoot en hield haar stevig vast, zodat er niet weer zo iets vreselijks zou gebeuren. Maar terwijl ze zo in de kraamkamer bleef zitten, dommelde ze 's nachts toch ongemerkt in. Toen ze haar ogen later weer opendeed zag ze tot haar schrik dat het kindje niet meer op haar schoot lag. En weer zat er bloed op het gezicht van Sitti Nusret. Maar nu kon de koningin het toch niet langer meer verdragen. Ze zei alles wat haar maar voor de mond kwam: "Wat kan je ook anders verwachten, zo'n meisje als jij, in de bergen opgegroeid, moet wel een kannibaal zijn. Maar nu kan ik je toch echt niet langer meer beschermen. Ik zal de prins alles vertellen... "

    Vanaf die dag keek ze haar schoondochter niet meer aan. Dagen, weken, maanden gingen voorbij en op een dag kwam de prins terug van zijn bedevaart. Hij vroeg aan zijn moeder: "Waar is mijn vrouw en waar is mijn kind?" Toen zei de koningin: "Mijn zoon, wat wilde je nou toch ook, zo'n halve wilde, uit de bergen. Ze is een menseneter. Ze heeft alle drie jouw juweeltjes van kinderen opgegeten. Bij twee heb ik het nog geduld en gezwegen, maar bij de derde kon ik het toch echt niet meer voor me houden. Op een dag zal ze jou ook nog opeten. Laten we haar maar weer netjes terugsturen naar het huis van haar vader en moeder. Geloof me, ik ben zelf in haar kamer gebleven. Ik werd wakker, en... het kind was weg, en bij de moeder zat bloed om haar mond."
    De prins vertrouwde zijn moeder volkomen en geloofde wat ze vertelde. Hij zei: "Moeder, wat kan men tegen het noodlot inbrengen, dit moest ons kennelijk overkomen. Maar ik wil u wel één ding vragen. Laten we haar niet naar haar moeder terugsturen. We geven haar een kamer onder in het paleis. Dan kan ze daar haar gebeden doen. Maar haar gezicht wil ik niet meer zien. Wat ze ook doet, dat doet ze dan maar daar." Zo gezegd, zo gedaan. Het meisje zei geen woord en onderging het lot geduldig. Ze boog haar hoofd en trok zich terug in haar nieuwe kamer.

    Na die dag begon de koningin voor haar zoon een nieuwe vrouw te zoeken. Uiteindelijk vond zij de dochter van de vizier wel geschikt en de prins verloofde zich met haar. Meteen na zijn volgende bedevaart zou de bruiloft plaatsvinden. Aan iedereen in het paleis, tot en met de laatste dienaar en dienares, werd gevraagd wat men voor de bruiloft wilde hebben. De prins zou die geschenken meenemen van zijn bedevaartstocht. Nadat hij ieders wensen had vernomen, zei de prins: "Moeder, als u mij toestaat, laten we het dan ook aan haar daar beneden vragen. Eens zien wat zij wil hebben." Een van de dienaressen ging naar Sitti Nusret toe en zei: "Mijnheer de prins gaat op bedevaart en na zijn terugkeer gaat hij trouwen. Hij wil daarom voor iedereen een cadeautje meebrengen. Zeg jij ook maar wat je wilt hebben, dan brengt hij dat voor jou mee." Sitti Nusret begon te huilen en zei: "Laat hij voor mij een kam, een potlodenmesje en een Geduldsteen meebrengen." De dienares vertelde aan de prins wat het meisje wilde hebben. De prins zei: "Dat is goed," schreef ook haar wensen op in zijn schrift en ging op reis.

    Drie maanden later kwamen geluksbodes berichten dat de prins van de bedevaart terugkwam. Iedereen liep uit om hem te verwelkomen. Het hele paleis was in rep en roer. Thuisgekomen deelde de prins zijn cadeautjes uit. Ook Sitti Nusret kreeg waar zij om had gevraagd. Onmiddellijk daarop begonnen de bruiloftsfeesten. Toen het feestelijke baden van de bruid zou plaatsvinden, deed de prins zijn moeder weer een dringend verzoek: "Mijn liefste mammaatje, alstublieft, sta toe dat dat meisje ook naar het baden van de bruid gaat." Dat was goed en de dienaressen gingen het haar vertellen. Sitti Nusret liep vol verdriet naar het badhuis. Daarbinnen ging ze in een afgelegen hoekje bij een waterbekken zitten. Ze legde haar potlodenmesje, haar kam en haar Geduldsteen op de stenen rand en begon te praten. "Hé, Geduldsteen," zei ze, "ik wil al mijn leed aan jou vertellen. Wanneer jij dat allemaal kunt verdragen, dan zal ik dat ook doen. Dan zal ik het allemaal geduldig blijven dragen, en ook wat er in de toekomst nog staat te gebeuren." Toen begon ze te vertellen: "Ik was als kindje alles voor mijn vader en moeder. Zeven jaar ben ik onder hun vleugels opgegroeid. Toen kwam er een derwisj die mij meenam naar een vervallen kasteel boven op een berg. Daar moest ik zeven jaar, vol heimwee naar mijn moeder en vader, verblijven. Dat heb ik geduldig ondergaan. Geduldsteen, als jij mij was, had jij dat verdragen, had jij dat geduld?" De Geduldsteen begon op te zwellen...
    Sitti Nusret ging verder: "Toen heb ik op een dag een verboden kamerdeur open gedaan. Ik keek naar binnen, en zag vader derwisj op een kerkhof. Hij at er de levers van de doden. Dat vreselijke geheim heb ik aan niemand, maar dan ook niemand verteld. Ik heb het volgehouden, ik heb het geduldig gedragen en ik ben bij hem gebleven. Geduldsteen, als jij mij was, had jij dat verdragen, had jij dat geduld?" De Geduldsteen werd weer een beetje dikker...
    "Daarna bracht vader derwisj mij weer terug bij mijn moeder en vader. Daar vroeg de prins om met mij te mogen trouwen en mijn ouders gaven mij aan hem. Toen dacht ik echt dat ik de gelukkigste mens op aarde was. Een jaar nadat wij waren getrouwd kreeg ik een zoon. Maar in de kraamkamer ging de muur open en vader derwisj kwam naar binnen. Hij vroeg net als vroeger: "Mijn kind, hoe ken jij je vader derwisj?" en ik antwoordde, ook net als vroeger: "Ik weet dat hij heel goed is." Toen pakte hij mijn kind, smeerde bloed om mijn mond en ging weg. Ik duldde de meest gemene woorden die mijn schoonmoeder maar kon bedenken. Maar de geheimen van vader derwisj heb ik niet verraden. Hé Geduldsteen, als jij mij was, had jij dat verdragen, had jij dat geduld?" En de Geduldsteen zette nog verder uit...
    "Twee jaar later kreeg ik weer een kind. Dat heeft vader derwisj ook meegenomen, dat heb ik ook verdragen. Het geheim van vader derwisj heb ik weer niet verteld. Als jij mij was, Geduldsteen, had jij dat verdragen, had jij dat geduld?"
    De Geduldsteen werd dikker en dikker... "Het derde kind dat ik kreeg was een meisje. Vader derwisj kwam weer en nam ook haar mee. Dat verdroeg ik ook. Maar deze keer nam mijn schoonmoeder het niet meer en ze vertelde aan de prins dat ik mijn kinderen had opgegeten. Ze gooiden mij in een kamer onder in het paleis, waar ik helemaal alleen was. Ver van mijn moeder en mijn vader en van allen van wie ik houd, heb ik daar drie jaar geleefd. Als jij mij was, had jij dat verdragen, had het geduld? Hé, zeg eens, Geduldsteen?" De Geduldsteen was nu toch wel heel erg opgezwollen...
    "En nu, nu trouwt de prins ook nog met een ander. De prins, van wie ik meer houd dan van mijn eigen leven, moet ik aan een vreemde geven. Hoe kan ik dit nog verdragen, Geduldst..." zei ze.

    Onder haar laatste woorden spatte de Geduldsteen met een knal uit elkaar. Sitti Nusret pakte daarop meteen het mesje en zei: "Hoe zou ik wel kunnen uithouden, wat jij, een Geduldsteen, zelfs niet kan verdragen?" Ze zette het mesje tegen haar borst. Precies op het moment dat ze zich in het hart wilde steken, ging de muur open en daar was vader derwisj. Hij pakte het meisje nog net op tijd bij de pols en zei: "Bravo, mijn kind, je hebt laten zien dat je mijn dochter bent. Ik deed dit alles om je te beproeven en te sterken." Hij kuste haar gezicht en haar ogen en zei: "Moge je hier en in het hiernamaals altijd worden geacht, moge Allah alles wat je doet gemakkelijk laten gaan. Hier zijn je kinderen!" Daar stonden de drie kinderen in levende lijve voor hun moeder. De oudste was zeven jaar, de middelste vijf, en de jongste drie. De grootste jongen had om zijn hals het masjallah-geluksplaatje dat zijn grootmoeder de koningin hem om had gedaan, de middelste droeg de amulet, en het meisje droeg het doekje met de pareltjes. Vader derwisj zei: "Hup kinderen, gaan jullie naar je huis, en doe alle grote etenspotten die je maar ziet vol met stenen en aarde, en breek de borden en schalen. En luister naar niemand, wat ze ook zeggen. Schreeuw alleen maar: "Wij willen onze vader de prins, wij willen onze vader de prins." Zet de hele boel maar op zijn kop. En jij Sitti Nusret, mijn dochter, kom, jij gaat boven aan de trap de prins opwachten." Toen verdween hij. De kinderen gingen het paleis in en zetten daar, zoals vader derwisj had gezegd, de hele boel op stelten. De opperkok donderde alsof de dag des oordeels was aangebroken: "De ketel met zerde (gele, zoete rijst voor bruiloftsmaal) zit vol aarde, en de ketel met pilav (hartige rijst) zit vol stenen. Van wie zijn die duivelse kinderen?" Maar de kinderen jammerden alleen maar: "Wij willen onze vader de prins." Wat er in huis ook maar aan borden en schalen was, dat braken ze en ze zetten de tafels ondersteboven. Iemand waarschuwde de koningin, die meteen kwam kijken. Wie zijn die bengels van kinderen? dacht ze en ze liep naar ze toe. Toen zag ze dat de jongens precies haar zoon, de prins, waren en dat het meisje op Sitti Nusret leek. Ze zag ook dat de kinderen het masjallah-plaatje, de amulet en het doekje droegen, dat zij hen zelf had gegeven. Snel liet ze de prins roepen. Toen deze binnenkwam stortten de kinderen zich op hem en ze riepen en schreeuwden: "Vadertjesprins van ons, voor wie zijn deze bruiloftsfeesten? Onze moeder wacht boven op u!" Toen ging de prins boven kijken, en zag daar tot zijn verbazing zijn vrouw boven aan de trap staan. "Van wie zijn die kinderen?" vroeg hij. Sitti Nusret antwoordde: "Mijn prins, van wie die kinderen zijn moet je aan hen zèlf vragen." "Waar waren jullie?" vroeg hij toen aan de kinderen. "We waren bij onze grootmoeder."
    "Wie is jullie vader?"
    "U."
    "En wie is jullie moeder?"
    "Dit is onze moeder hier."
    "Wat is dit allemaal voor een mysterieus gedoe?" vroeg de prins. Toen zei Sitti Nusret: "Mijn prins, zonder er iets van te begrijpen, en zonder mij ook maar iets te vragen, heb je mij zo onrechtvaardig behandeld. Eet een mens ooit zijn eigen kinderen op? Luister nu: bij ons is het de gewoonte, dat kinderen de eerste jaren bij de moeder van hun moeder opgroeien. Nu is die tijd om en zijn ze teruggestuurd."
    Toen viel de prins aan Sitti Nusrets voeten en smeekte om vergiffenis. De andere bruid beloofde hij dat hij voor eeuwig als een broer voor haar zou zijn en hij liet haar weer teruggaan naar haar ouders... Met zijn vrouw Sitti Nusret leefde hij nog lang en gelukkig. Zij hebben hun doel bereikt, hun wensen zijn vervuld.

    02-08-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)


    T -->

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!