NIEUW: Blog reclamevrij maken?



Image and video hosting by TinyPic

Foto
Gastenboek
  • Ke peizen dat 't hier subiet kattejoengen goat braoken
  • Wens je een fijne woensdag Blogmaatje
  • NOG EEN FIJNE WOENSDAG
  • Lieve groetjes + AWARD
  • Dag blogmaatje

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 47
  • hallookes ... (meeuw)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 47
  • hallo (lipske)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 47
  • Hallo Lana. (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 47
  • natuurlijk weer goei (Alda Bosmans)
        op Lul verhaal
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 47
  • hallookes ... (meeuw)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 47
  • hallo (lipske)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 47
  • Hallo Lana. (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 47
  • natuurlijk weer goei (Alda Bosmans)
        op Lul verhaal
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Rondvraag / Poll
    Zou u niet met lana een nachtje in bed willen liggen
    Ja ik wil
    Nee ik wil niet
    Even over nadenken
    Durf jij u bekent maken: ja
    Durf jij u bekent maken :nee
    Bekijk resultaat

       
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Archief per maand
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 07-2002
  • 11--0001
    Foto
    Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    De klinge een dorpje aan de grens
    lana










    .

    .
    23-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    koe en stier

    Een paartje ligt in het gras en kijkt belangstellend toe hoe een koe en een stier voor nakomelingenschap zorgen.
    'Zeg,' fluistert de jongeman, 'mag ik ook een keertje?'
    'Voor mijn part,' antwoord het meisje. 'De boer zal er niets op tegen hebben denk ik.'

    23-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Bron der Wijzen


    De Bron der Wijzen



    In het oude land van Juda ging De Droogte rond, met holle ogen en verbitterd, tussen verschrompelde distels en verdord gras. 't Was in de zomer. De zon scheen op schaduwloze bergruggen, de minste windkoelte dreef dichte wolken kalkstof op uit het witgrauwe veld, de kudden stonden bijeen in de dalen bij de uitgedroogde beken.

    De Droogte ging rond en inspecteerde de watervoorraad. Ze dwaalde naar Salomons vijvers en zag zuchtend, dat ze nog een massa water tussen hun rotsige oevers bewaarden. Daarop ging ze naar de beroemde bron van David bij Bethlehem en vond ook daar water. Toen liep ze met slepende tred langs de grote landweg, die van Bethlehem naar Jeruzalem leidt.

    Toen ze ongeveer halfweg gekomen was, zag zij de Bron der Wijzen, die daar dicht aan de weg ligt en zij merkte spoedig, dat die bijna uitgedroogd was. De Droogte zette zich op de rand van de put, die uit één grote, uitgeholde steen bestaat, en keek naar beneden in de bron. De blanke waterspiegel, die anders heel dicht bij de opening lag, was nu diep omlaag gezonken en slik en modder van de bodem maakten hem onrein en troebel.

    Toen de bron het bruin verbrande gezicht van De Droogte zag afgebeeld op haar doffe waterspiegel, begon zij te golven van angst.

    "Ik zou wel eens willen weten, wanneer het met jou gedaan kan zijn," zei De Droogte. "Je zult wel geen waterader kunnen vinden daar in de diepte, die je nieuw leven kan komen brengen. En van regen kan er, Goddank, in de eerste twee, drie maanden nog geen sprake zijn."

    "Je kunt gerust wezen," zuchtte de bron, "niemand kan me helpen. Daar zou minstens een bronaar uit het Paradijs voor nodig zijn."

    "Dan zal ik je niet verlaten, voor alles voorbij is," zei De Droogte.

    Ze zag dat de oude bron haar einde tegemoet ging en nu wilde ze het genoegen hebben haar druppel voor druppel te zien sterven. Ze zette zich behaaglijk op de rand van de put en verheugde zich als zij de bron in de diepte hoorde zuchten. Zij had er ook veel plezier in te zien hoe dorstige reizigers naar de put kwamen, de aker lieten neerdalen en die optrokken met een paar modderige droppels van de bodem.

    Zo ging de hele dag voorbij en toen de schemering viel, keek De Droogte weer in de put. Er blonk nog wat water in de diepte. "Ik blijf hier vannacht," riep ze. "Haast je maar niet. Als het zo licht is, dat ik je weer zien kan, ben ik er zeker van, dat het met je gedaan is."

    De Droogte ging op het dak over de put zitten, terwijl de hete nacht, die nog akeliger en pijnlijker was dan de dag, neerdaalde over het land van Juda. Honden en jakhalzen huilden zonder ophouden en dorstige koeien en ezels antwoordden hen vanuit hun warme stallen. Toen eindelijk de wind opstak, bracht hij geen koelte, maar was heet en verstikkend, als de hijgende adem van een groot slapend monster.

    Maar de sterren lichtten met haar allerliefelijkste glans en een kleine, blinkende maansikkel spreidde haar mooi groenblauw licht over de grijze heuvels. En in dat licht zag De Droogte een karavaan aankomen en de heuvel optrekken, waar de Bron der Wijzen lag.

    De Droogte zat op het lage dak te kijken en verheugde zich opnieuw in al de dorst, die naar de bron kwam en daar geen druppel water vinden zou om gelest te worden. Daar kwamen zoveel dieren en kameelleiders aan, dat zij de bron wel hadden kunnen leegdrinken, al was die ook helemaal vol geweest. Plotseling kreeg zij de indruk, dat er iets wonderlijks, iets spookachtigs was aan die karavaan, die daar kwam aanzetten in de nacht.

    Alle kamelen kwamen eerst te voorschijn op een heuvel, die scherp tegen de horizon afstak; het was alsof zij uit de hemel kwamen. Zij schenen ook groter dan gewone kamelen en droegen al te gemakkelijk de reusachtige lasten waarmee zij beladen waren.

    Maar toch kon ze niets anders denken dan dat het werkelijkheid was. Zij zag ze immers heel duidelijk. Ze kon zelfs ook zien, dat de eerste drie dieren dromedarissen waren met grauw glanzend vel en dat ze rijk opgetuigd waren, gezadeld met mooie matten met franje en bereden door schone voorname ruiters.

    De hele optocht hield stil bij de bron. De dromedarissen legden zich neer op het veld met drie onwillige, schokkende bewegingen, en hun ruiters stegen af. De pakkamelen bleven staan en naarmate ze dichter bij elkaar kwamen, schenen ze een onafzienbaar bos te vormen van lange halzen en bulten en wonderlijk opeengestapelde pakken.

    De drie ruiters kwamen snel op De Droogte toe en begroetten haar door de handen op de borst te leggen. Zij zag, dat zij glanzend witte gewaden droegen en reusachtige tulbanden, waarop bovenaan een helder glinsterende ster bevestigd was, die straalde alsof zij direct van de hemel genomen was.

    "Wij komen uit een ver land," zei een van de vreemdelingen, "en wij verzoeken u ons te zeggen of dit werkelijk de Bron der Wijzen is."

    "Zo wordt zij vandaag nog genoemd," zei De Droogte, "maar morgen is het geen bron meer. Zij zal vannacht sterven."

    "Dat kan ik begrijpen, omdat ik u hier zie," zei de man; "maar is dit niet een van de heilige bronnen, die nooit uitdrogen? En van waar heeft zij haar naam?"

    "Ik weet dat ze heilig is," zei De Droogte; "maar wat kan haar dat helpen? De drie wijzen zijn in het Paradijs."

    De drie reizigers zagen elkaar aan. "Kent u werkelijk de geschiedenis van de oude bron?" vroegen ze.

    "Ik ken de geschiedenis van alle putten en beken en stromen," zei De Droogte trots.

    "Doe ons dan het genoegen en vertel ons die," vroegen de vreemdelingen.

    En ze zetten zich neer om de oude vijandin van alles wat groeit en luisterden. De Droogte kuchte even en kroop op de rand van de put, als een sagenverteller op zijn hoge stoel en begon haar verhaal:

    "In Gabes, in Medië, een stad die aan de grenzen van de woestijn ligt en waar ik mij daarom gaarne ophoud, leefden voor vele jaren drie mannen, die beroemd waren om hun wijsheid. Zij waren heel arm, wat een ongewoon verschijnsel was, want in Gabes werd kennis hoog in ere gehouden en goed betaald. Maar door deze mannen kon dit haast niet anders, want een van hen was buitengewoon oud, de tweede was melaats en de derde was een neger, pikzwart en met dikke lippen. De mensen vonden de eerste al te oud om hun wat te kunnen leren, de tweede ontweken ze uit vrees voor besmetting en naar de derde wilden zij niet luisteren, omdat ze meenden te weten, dat nooit enige wijsheid uit Ethiopië gekomen was.

    De drie wijzen sloten zich intussen in hun ongeluk bij elkaar aan. Zij bedelden overdag bij dezelfde tempelpoort en sliepen 's nachts op hetzelfde dak. Op die wijze hadden zij tenminste gelegenheid zich de tijd te korten door het gezamenlijk onderzoeken van al het wonderbare, dat zij bij dingen en mensen opmerkten.

    Op een nacht dat ze, zij aan zij, sliepen op een dak, dat dicht begroeid was met rode bedwelmende papavers, werd de oudste van hen wakker en nauwelijks had hij een blik om zich heen geworpen, of hij wekte de beide anderen.

    'Gezegend zij onze armoede, die ons noodzaakt in de open lucht te slapen,' sprak hij tot hen. 'Ontwaakt en heft uw ogen op naar de hemel.'"

    "Nu," zei De Droogte met een wat zachter stem, "dit was een nacht, die niemand, die hem gezien heeft, ooit kan vergeten. Het heelal was zo licht, dat de hemel, die meestal op een vast gewelf gelijkt, diep en doorschijnend en vol golven scheen als een zee. Het licht stroomde er heen en weer en men zag de sterren drijven op ongelijke diepten, sommige midden in de lichtgolven, andere op hun oppervlakte.

    Maar zo ver mogelijk en zo hoog mogelijk zagen de drie mannen een zwakke duisternis en dat duistere vloog door de ruimte als een bal en kwam al dichter bij en naarmate de bal naderde, begon hij te lichten. Maar hij lichtte zoals rozen - God late ze alle verdorren wanneer ze pas uit de knop komen. Hij werd al groter en het donkere hulsel er om heen sprong langzamerhand en het licht barstte naar buiten in vier heldere bladeren aan de kanten. Eindelijk, toen hij zo ver naar beneden was gekomen als de dichtstbijzijnde ster, hield hij stil. Toen bogen de donkere stukken geheel opzij en er wikkelde zich het ene blad na het andere los van een prachtig stralend rozenkleurig licht, tot hij eindelijk geheel klaar was en straalde als de schoonste onder de sterren.

    Toen de arme mannen dat zagen, zei hun wijsheid hun, dat op dit uur op aarde een machtige Koning geboren werd, een wiens macht die van Cyrus en Alexander te boven zou gaan. En ze zeiden tot elkaar: 'Laat ons naar de vader en de moeder van de Pasgeborene gaan en hun zeggen wat we zoeven gezien hebben. Misschien dat ze ons dan belonen met een zak munten of met een gouden armband.'

    Ze namen hun lange wandelstaven op en begaven zich op weg. Ze gingen de stad door en de stadspoort uit. Maar daar waren ze een ogenblik in de war, want nu breidde zich voor hen uit de grote droge, lieflijke woestijn, die de mensen verafschuwen. Toen zagen ze, hoe de nieuwe ster een smalle streep licht over het woestijnzand wierp en zij gingen getroost voort met de ster als wegwijzer.

    Zij gingen de hele nacht voort over de witte zandvlakte en onder de hele tocht spraken ze over de jonge pasgeboren Koning, die ze zouden vinden, slapend in een wieg en spelend met edelgesteenten. Zij verkortten de uren van de nacht door er over te spreken, hoe zij tot zijn vader, de koning, zouden gaan en tot zijn moeder, de koningin, en hun zeggen, dat de hemel hun zoon kracht en macht en schoonheid en geluk voorspelde, groter dan die van Salomo.

    Ze verhieven er zich op, dat God hen geroepen had om de ster te zien. Zij zeiden, dat de ouders van de jonggeborene hen niet met minder dan twintig zakken goud konden belonen. Misschien zouden zij zelfs wel zoveel geven, dat zij de pijn van de armoede niet meer behoefden te dragen."

    "Ik lag op de loer in de woestijn als een leeuw," zei De Droogte, "en wilde me op deze reizigers werpen met alle ellende van de dood, maar ze ontkwamen mij. De ster leidde hen de hele nacht en tegen de morgen, toen het licht werd en de andere sterren verbleekten, bleef deze hardnekkig staan en lichtte over de woestijn, tot ze hen geleid had naar een oase, waar zij een bron en vruchtdragende bomen vonden. Daar rustten zij de gehele dag en eerst tegen de nacht, toen ze het sterrenlicht over het woestijnzand zagen, gingen zij verder."

    "Voor een mens," ging De Droogte voort, "was het een heerlijke wandeling. De ster leidde hen zo, dat ze honger noch dorst behoefden te lijden. Zij bracht hen voorbij de scherpe distels. Zij ontweken het diepe losse stuifzand, zij ontweken de scherpe zonneschijn en de hete woestijnstorm. De drie wijzen zeiden aanhoudend tegen elkaar: 'God beschermt ons en zegent onze gang; wij zijn Zijn gezanten.'"

    "Maar zo langzamerhand kreeg ik toch macht over hen," ging De Droogte voort. "Het hart van die sterrenreizigers veranderde in een woestijn, even droog als die waar ze doortrokken. Zij werden vol onvruchtbare trots en verwoestende gierigheid. 'Wij zijn Godsgezanten,' herhaalden de drie Wijzen. 'De vader van de pasgeboren Koning beloont ons niet te hoog, als hij ons een karavaan schenkt, beladen met goud.' Eindelijk leidde een ster hen over de beroemde Jordaan en de heuvels van Jeruzalem op. En op een nacht bleef die staan boven de stad Bethlehem, die tussen de groene olijven op een heuvel lag te schitteren.

    De drie Wijzen zagen rond naar een paleis en vestingtorens en muren en al zulke dingen, die bij een koningsstad horen; maar zij zagen niets. En wat erger was, het sterrenlicht leidde hen niet eens de stad in, maar bleef staan bij een grot aan de kant van de weg. Daar gleed het zachte licht naar binnen door een opening en toonde de drie wandelaars een kindje, dat op moeders schoot rustig lag te slapen.

    Maar hoewel nu de drie Wijzen zagen, dat het sterrenlicht het hoofdje van het kind omstraalde als een kroon, bleven zij buiten de grot staan. Zij gingen niet naar binnen om de kleine eer en een koninkrijk te voorspellen. Zij wendden zich af zonder hun tegenwoordigheid te verraden, en zij vluchtten van het kind weg en liepen terug naar de heuvel.

    'Zijn wij uitgegaan naar bedelaars, die even arm zijn als wij?' zeiden ze. 'Heeft God ons hierheen geleid, opdat wij met Hem zouden spotten, en eer en aanzien voorspellen aan de zoon van een schaapherder? Dat kind brengt het nooit verder dan dat hij zijn kudde hoeden zal hier in het dal.'"

    De Droogte hield op en knikte bevestigend haar toehoorders toe. "Heb ik geen gelijk?" scheen zij te vragen. "Er is iets, dat droger is dan woestijnzand, maar niets is onvruchtbaarder dan het mensenhart."

    "De drie Wijzen hadden niet lang gelopen, toen het hun voorkwam, dat zij verdwaald waren en de ster niet goed gevolgd hadden," ging De Droogte voort. "En zij zagen omhoog om de ster te vinden en de rechte weg. Maar toen was de ster, die zij heel uit het oosten gevolgd hadden, van de heuvel verdwenen." De drie vreemdelingen maakten een heftige beweging en op hun gezichten lag een uitdrukking van diepe smart.

    "Wat nu gebeurde," ging de spreekster voort, "is van het standpunt van een mens uit gezien, misschien gelukkig. Dit is zeker, dat de drie mannen, toen zij de ster niet meer zagen, begrepen dat zij tegen God gezondigd hadden. En hun geschiedde," vertelde De Droogte bevend verder, "zoals het veld in de herfst, als de sterke regens beginnen. Zij beefden van schrik als voor donder en bliksem, hun ziel werd week en ootmoed ontsproot in hun hart als groen gras. Drie dagen en drie nachten dwaalden zij door het land om het kind te vinden, dat zij moesten aanbidden. Maar de ster vertoonde zich niet aan hen. Zij verdwaalden steeds verder en voelden de grootste smart en wanhoop. In de derde nacht kwamen zij aan deze bron om te drinken. En toen had God hun de zonde vergeven, zodat, toen ze zich over het water bogen, zij daar in de diepte het spiegelbeeld zagen van de ster, die hen uit het oosten hierheen geleid had.

    En onmiddellijk zagen zij die ook aan de hemel en zij leidde hen opnieuw naar de grot in Bethlehem. En zij knielden voor het kind en zeiden: 'Wij brengen U gouden schalen met wierook en kostbare kruiden. U zult de grootste koning worden, die op aarde geleefd heeft, van haar schepping af tot haar ondergang toe.' Toen legde het kind zijn hand op hun gebogen hoofden, en toen zij opgestaan waren, had het hun geschenken gegeven groter dan een koning ze geven kon. Want de oude bedelaar was jong geworden, de melaatse was gezond. En men zegt, dat zij zo heerlijk waren om aan te zien, dat zij heentrokken en koning werden - ieder in zijn eigen land."

    De Droogte hield op met vertellen en de drie vreemdelingen prezen haar: "U hebt goed verteld," zeiden zij. "Maar het verwondert mij," zei de ene, "dat de drie Wijzen niets voor de bron deden, die hun de ster toonde. Zouden ze zulk een weldaad geheel vergeten?"

    "Moet zulk een bron niet altijd blijven bestaan?" zei de tweede vreemdeling, "om de mensen te herinneren, dat het geluk, dat verloren wordt op de bergen van de hoogmoed, teruggevonden kan worden in het dal van de nederigheid?"

    "Zijn de overledenen dan erger dan de levenden?" zei de derde. "Sterft de dankbaarheid bij hen, die leven in het Paradijs?"

    Maar toen zij dit zeiden, sprong De Droogte op met een kreet. Zij had de vreemdelingen herkend, ze begreep wie die reizigers waren. En zij vluchtte als een razende om niet behoeven te zien hoe de drie Wijzen hun dienaren riepen en hun kamelen naar de bron leidden, allen beladen met waterzakken, en de arme, stervende bron vulden met water, dat zij uit het Paradijs gehaald hadden.

    23-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    22-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 95


    Image and video hosting by TinyPic .

    22-06-2012 om 22:16 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 1.



    Image and video hosting by TinyPic

    .

    22-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Honger

    Er stort een vliegtuig neer, in de Egyptische woestijn, met daarin een Nederlander, een Belg en een grote neger. Ze kunnen niets doen want alles
    is kapot maar water hebben ze genoeg om te kunnen overleven voor een paar weken.

    Na een week beginnen ze toch wel heel erge honger te krijgen. De Nederlander pakt een groot mes, hakt zijn hand eraf, deelt het in drieën en geeft ieder een stuk. Iedereen laat het zich goed smaken en zit helemaal vol.

    Weer een week later krijgen ze weer heel erge honger. De Belg pakt het mes, snijdt een stuk van z'n billen eraf en geeft ieder een stuk.

    Iedereen eet weer vorstelijk en ze kunnen er weer een week mee vooruit. Weer een week heeft iedereen weer honger. De grote neger staat op en maakt zijn broek los.
    Hij trekt zijn boxer naar beneden en er komt een enorme piemel te voorschijn.

    De Belg en de Nederlander beginnen al te watertanden waarop de grote neger
    zegt: "Nee nee jongens, vandaag eten we pap!"

    22-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Daar lag met mijn beste vriendin

    Daar lag met mijn beste vriendin



    Ik voelde me zo rot! Mijn vriendje had het juist uitgemaakt omdat zijn ouders het niet goed vonden (hij was namelijk 5jaar ouder als mij). En ik lag nu in mijn bed zakdoeken vol te snotteren en mij vol te proppen met alles dat eetbaar en zoet was. Deze periode duurde niet lang, ik stond al snel weer bij mijn beste vriendin voor de deur. Deze beste vriendin was namelijk wel de stiefzus van mijn ex vriendje. Op dit moment was ze wel bij haar mama (het was bij haar papa dat mijn ex vriendje woont). Dagen kropen voorbij en ik voelde me nog altijd rot omdat ik en m'n vriendje uit elkaar waren. Ik wist niet hoe hij zich erbij voelde, want ik had sinds de breuk niks meer van hem gehoord. Ik durfde hem ook niet meer bellen of opzoeken, want zijn mama en de papa van mijn beste vriendin (dus zijn stiefpapa) wouden dat ik een tijdje niet meer langs kwam.

    Vandaag kwam mijn beste vriendin slapen (die stiefzus van mijn ex weet je nog). We lagen samen een film te kijken tot ze opeens zei: ik moet je iets vertellen. Ze vertelde mij dat ze in haar bed lag en dat haar stiefbroer (dus mijn ex vriendje) bij haar in bed kroop en haar overal begon te knuffelen. Zij had natuurlijk zo snel mogelijk gezegd dat hij beter weg kon gaan. Toen mijn beste vriendin me dit vertelde begon ik te rillen over heel mijn lichaam! Het was al erg genoeg voor mij dat hij al terug met andere meisjes lag te knuffulen maar dan nog wel met mijn beste vriendin, zijn stiefzus en dan is mijn beste vriendin ook nog is 5jaar jonger als hem!

    Sindsdien ben ik zo kwaad op hem omdat mijn beste vriendin dacht aan zelfmoord door dit voorval. Toch ben ik nog steeds zeer droevig omdat we ooit uit elkaar zijn gegaan. Soms vraag ik mij af waarom ik nu altijd zo'n dingen meemaak en er mensen rondlopen dat veel minder problemen hebben als ik. Ik vraag mij af of het nu aan mij ligt of het gewoon het lot is.


    22-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    21-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 94


    Image and video hosting by TinyPic .

    21-06-2012 om 20:53 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WONDERKIND

    WONDERKIND



    Daar zat ik dan,alweer aleen op het schoolplein niemand die met mij speelde.Het was begonnen toen er in Irak oorlog kwam en ik hier in Nederland kwam wonen ik kwam in groep 7 terecht .op een Nederlandse school met Nederlandse leraren en Nederlandse kinderen ,alle kinderen waren blank.Ik was bang ik kende de taal best goed maar ik zij geen woord .
    In de pauze zat ik op een bankje,er kwam een meisje naar me toe gelopen , ze had rood haar een brilletje en heel veel sproetjes ik vond haar wel grappig.Ze zij:wil je mee doen?
    Waarop er andere kinderen naar ons toe gekwamen lopen en ze boos tegen haar praatten .Ze zeiden ja hoor heb je het wijs neusje ook weer en zie je het niet of zo ze is anders ,niet zoals wij .
    Waarop ze weer weg liep.
    Na schooltijd wou ik naar huis gaan .maar ze hielden me tegen .Ze bogonnen me uitteschelden voor vieze neger en nog meer dingen die ik niet wou horen.....
    Ze liepen bijna allemaal weg behalve het meisje .Ik dacht gelukkig zij staat aan mijn kant maar nee hoor zij deed er nog een schepje boven op en begon grappen te maken over turken .En ik was niet eens Turks.
    Ik dacht als je dit moest doen om erbij te horen.......
    De volgende dag kwam er een nieuw meisje in de groep mijn juf stelde haar voor ze heette anne,ze was gehandicapt en zat in een rolstoel zij moest naast mij ziiten.
    Ik dacht aan wat er die vorige dag was gebeurd.
    Toen de juf even weg was deed ik iets waar ik nog steeds spijt van heb.
    Ik bogon HAAR uiteteschelden dat had ik nooit mogen doen. Toen begonnen de andere mij weer uit te schelden wat ik dus verdiend had.
    En opeens riep het meisje heel hard stop en zeiden dat ze mij met rust moesten laten.
    Dat maakte indruk .
    Na schooltijd bood ik haar mijn exuses
    aan ze zei dat ze het wel snapte en het gewend was vanaf toen waren we vriendinnen.Tot dat ze naar een paar maanden niet meer op school kwam .
    Het ging niet goed met haar .Ik bezoekte haar zo vaak ik kon op in het ziekenhuis tot dat niet meer mocht ze had rust nodig zei de zuster.
    Een paar dagen later kwam mijn moeder huilend de kamer in ,mijn moeder huilen,dat had ik nog nooit gezien aan haar gezicht zag ik het al ze zei aleen maar het is beeter zo anne is nu in een veel betere wereld.
    vanaf toen was geen dag meer normaal ik dacht altijd aan haar .Vanaf die tijd was ik op school niet meer bij de les .Ik bleef zitten ik mocht niet mee naar groep 8.
    En ik vond het niet eens erg.
    Ik kwam in een leuke groep waar het zusje van anne ook in zat met haar kon ik goed opschieten en we troosten elkaar.Niet dat ik geen verdriet om anne meer had hoor maar het ging beter met mij.louise (zo heette anne s zusje)
    was mij beste vriendin we dachten nog vaak aan anne maar veel verdriet hadden we niet meer we wisten allebij dat het beter zo was wandt ze had de laatste tijd zoveel pijn.
    Louise was dan wel mijn beste maar ook mijn enige vriendin de rest moest niets van mij hebben.
    Toen aan het midden van hhet jaar kreeg ik een schokkend bericht Louise bleef waarschijnlijk zitten ik wou niet nog een keer mijn beste vriendin kwijt raken,dus deed ik iets waar ik ook nog steeds spijt van heb. ik maakte mijn toetsen zo slecht mogelijk.
    De een naar de andere onvoldoen kreeg ik mee naar huis .Mijn moeder wist er natuurlijk niks van tot dat aan het eind van het jaar mijn moeder op school moest komen.
    Ik bleef weer zitten.
    Ik vond het niet erg nu bleef ik teminste bij LOUISE in de klas zitten en ik wist allang dat ik bleef zitten dat was mijn bedoeling.
    Toen de juf ging zeggen of we allemaal doorgingen zij ze alleen mijn naam .
    Ik dacht dat ze het was vergeten.
    Totdat bleek dat ik het verkeerd begrepen had. Louise zou mischien een klas oversalaan .Ik vertelde het mijn juf maar zij dacht dat het een smoesje was.mijn moeder wou mij ook niet geloven.Dus nu zit ik weer in mijn nieuwe klas alleen op het schoolplein
    Het is de eerste dag.
    Maar hier willen alle kinderen met mij spelen.Ik ben helemaal verbaasd maar ik zie Louise nog elke dag dus.
    Ik ben blij met mijn nieuwe klas ik heb allemaal vriendinnen.
    Het is hier te gek en het gaat super goed.En ik was blij wandt ik ging naar de middelbaare en Louise was blijven zitten zelfs zij was daar blij mee.
    IK heb nu echt een super klas!!!!!!!! en een super leven!!!!!!!!!!!!Ik ben een wonderkind er gebeurd van alles niet alles is even leuk zoals dat met anne en louise maar wat ik net al zij .HET GAAT SUPER!!!!!!

    21-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana


    zwanger maken

    twee jongentjes lopen tegen elkaar op te scheppen de een zegt ik heb mijn moeder zwanger gemaakt zegt de ander hoe heb je dat gedaan dan zegt de een weer ik heb de pil omgeruilt voor asprientjes

    21-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    20-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 93


    Image and video hosting by TinyPic .

    20-06-2012 om 21:32 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van lana

    Fietsen

    hier schrijf ik een mop die ik zelf heb bedacht

    Je kan beter over je fiets lullen dan over je lul fietsen.

    Dat was het en nu nog op mijn mop stemmen

    20-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dat komt er nou van...


    Dat komt er nou van...



    toen beer op een morgen een wandeling maake, zag hij bij het meer drie eieren liggen hij keek om zich heen er was niemand te zien hallooo riep hij luid van wie zijn die eieren hij wachte en wachtte er kwam geen antwoord ik laat jullie hier niet alleen zei beer voorzichtig raapte hij de eieren op. onderweg naar huis kwam hij egel tegen ha die beer wat heb je daar bij je trots liet beer hem de eieren zien die heb ik gevonden ik ga op ze passen egel schudde zijn kop dat wordt niks zei hij daar heb je toch echt een nest voor nodig goed dan bouw ik dat even zei beer hij legde de ieren in zijn hol plukte wat gras en maakte een nest een nest alleen is niet genoeg je moet er ook op gaan zitten zei egel zal ik je voordoen hoe het moet neeee riep beer jij prikt te veel ik ben zacht en warm precies zoals het hoort egel zuchte ik ga naar huis voorzichtig ging beer op het nest liggen al snel viel hij in slaap hij werd wakker toen er iets in zijn buik prikte verschrikt sprong hij op drie kleine kuikentjes keken hem aan ze piepenten zachtjes egel brulde beer egel kwam meteen aangerend tja zei hij kalmpjes dat komt er nou van wat moet ik doen vroeg beer wanhopig gewoon ze beschermen en voor ze zorgen voor ze zorgen? ik? maar hoe dan?! eten geven, leren zwemmen, ging egel verder ,zwemmen? ja maar ... egel , kan jij dat niet doen nee hoor riep egel ik moet naar huis ik heb het veel te druk! beer keek naar de kuikens ze staarden hem hoopvol aan hij dacht diep na en vroeg willen jullie wat honing of een paar bramen misschien de kuikentjes zeiden niets wat nou? dacht beer ze willen niet eten wat zei egel liep nog meer oja leren zwemmen op een drafje liep hij naar het meer en met een grote sprong was hij in het water de kuikentjes bleven luid piepend op de kant staan. egel! brulde beer ze willen niet zwemmen egel kwam meteen aangerend je doet veel te wild daar schrikken ze van neem ze maar liever op je rug goed goed bromde beer voorzichtig zwom hij het meer op een voor een plonsden de kuikens in het water ze bleven dicht naarst hem peddelen ha lachte beer trots dat hebben ze van mij geleerd mooi hoor zei egel nu moet je ze wat te eten geven beer klom op een steen en keek strak in het water zijn poot schoot uit en ... hij had een vis te pakken vlug zwommen de kuikentjes weg ze hebben geen honger zei beer teleurgesteld egel moest lachen die vis is ook veel te groot steek je kop maar eens in het water dan zul je wel zien wat er gebeurd! beer haalde diep adem en dook de kuikentjes deden hem na hun snaveltjes gingen snel open en dicht.. en jah hoor ze aten!
    beer was diep onder de indruk dag in dag uit zorgde beer voor zijn kuikens s'ochtend maakten ze hem wakker en s' avonds bracht hij ze naar bed hij speelde met ze beschermde ze maar op een dag kwamen ze voor hem staan ze klapperden met hun vleugels egel riep beer daar kwam egel al aan weet jij waarom ze dat doen vroeg beer ze willen dat jij ze leert vliegen dat doen jonge ganzen eenmaal beer schudde zijn kop dat kan ik evht niet egel wreefde langs zijn neus ach dat lukt best we gaan het gewoon proberen hij nam beer mee naar een hoge heuvel nu moet je hier naar beneden rennen en flink met je voorpoten wapperen beer rende wild zwaaiend met zijn poten de gansjes hobbelden achter hem aan vlieg nou toch eens hijgde beer maar hoe hard hij ook rende het lukte niet wat nu ze dachten allebei heel diep na en opeens bromde beer ik weet iets beer nam de drie gansjes in zijn armen en klom in een hogen boom hij kneep zijn ogen stijf dicht telde tot drie en sprong egel hield zijn adem in met een geweldige plons kwam beer in het water terecht de gansjes schrokken ze fladderden wild... en ze vlogen luid snaterend maakten ze een grote boog in de lucht. egel sloeg beer op zijn schouder ik ben trots op je! dat hebben ze allemaal van jouw geleerd beer liet zich in het gras vallen dat noot meer mompelde hij nooit meer naast hem ritselde iets een stemmetje eiepte zo nu zijn wij aan de beurt

    20-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    19-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 92


    Image and video hosting by TinyPic .

    19-06-2012 om 23:30 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana


    Wat is de overeenkomst tussen een meisje en een bowlingbal?
    Ge neemt ze , ge vingert ze , en ze komen altijd terug.

    19-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De deur



    De deur



    Er was onweer op komst. Snel liep Inge verder. Als ze zich zou haasten zou ze nog juist op tijd zijn. Hopelijk haalde ze haar trein nog. Ze zou voor 2 weken bij haar tante gaan logeren, die ze nog nooit had gezien. Ze hoopte dat het mee zou vallen, want er deden duistere roddels de ronde over haar tante Imelda.
    Het station kwam in zicht. Even later zat Inge in de trein. Ze verveelde zich. Tante Imelda zou haar komen afhalen aan het station. 2 uren later hoorde ze een stem van de luidsprekers van de trein:`We zijn zonet aangekomen in het donkerwoud. We hopen dat u een aangename reis gehad heeft.´ Inge pakte haar bagage en stapte uit de trein. Ze keek rond maar er was geen mens te bespeuren. Plotseling voelde ze dat er iemand op haar schouder tikte.�Jij bent dus Inge.� Inge draaide zich om en keek recht in het gezicht van een kleine ronde vrouw met grijze haren. Ze was niet meer van de jongste, dat was duidelijk te zien aan de rimpels in haar gezicht. In haar ogen die zo zwart als roet waren, schuilde een mysterieuze blik. De vrouw zei: “Ik ben Imelda, je tante. Volg mij maar.� Zonder iets te zeggen liep Inge achter de vrouw aan.
    20 minuten later stonden ze voor een huis dat er maar verlaten bij lag. De grote tuin moest er ooit eens prachtig uitgezien hebben, maar op dit moment leek hij meer op een jungle. Het huis lag midden in het bos. Imelda liep naar de voordeur en haalde een grote sleutel uit haar schort waarmee ze de voordeur opende. Inge liep haar tante achterna het huis in. Imelda zei tegen haar:�Volg mij maar naar je kamer.� Ze liep de grote marmere trap op, die midden in de hal lag. Even later stonden ze in een piepklein kamertje met een bed en een kast. Het zag er niet bepaald gezellig uit. Imelda zei tegen Inge: “Kom laten we iets eten.� Ze gingen naar beneden en zetten zich in de grote keuken aan tafel die al voor 2 personen gedekt was. Het avondeten bestond uit bloedworst. Iets wat Inge absoluut niet graag at was bloedworst! Toen ze haar bord had leeg gegeten stond ze op van tafel en zei ze tegen haar tante dat ze maar eens vroeg naar bed ging. Imelda knikte en zei voor de rest niets. Toen Inge in haar bed lag hoorde ze een raar geluid. Zo een geluid had ze nog nooit gehoord. Nu wist ze het zeker, ze hoorde iemand schreeuwen?! Voorzichtig stapte ze uit haar bed. BONK!!! Ergens in het huis viel er een deur in het slot. Inge opende de deur van haar kamer en liep naar beneden. Er was niets verdachts te zien. De volgende morgen vertelde Inge over de rare geluiden aan haar tante. Imelda zei: �Haha, dat heb je je zeker ingebeeld� In de namiddag was Imelda naar de stad en was Inge alleen thuis. Ze verveelde zich. Op eens kreeg ze een idee. In zo een groot oud huis moest er toch iets te beleven zijn? Ze zou eens kijken wat voor kamers er nog allemaal in het huis waren. Even later stond Inge voor een grote deur, maar die bleek op slot te zijn. De tweede deur was niet op slot. Inge ging naar binnen. Wat was dit? De kamer was wit geschilderd en in het midden stond een stalen tafel. Waarvoor zou die wel dienen? Voor de rest was er in de kamer niets, behalve nog een andere deur. Zo een deur had Inge nog nooit gezien. De deur was uit hout en er waren prachtige figuren in gekerfd. Inge probeerde de deur te openen, maar dat lukte niet meteen, de deur zat vast. Na 5 minuten had ze de deur dan toch open gekregen. Achter de deur lagen trappen, die waarschijnlijk naar een kelder lijden. Ze volgde de trappen en uiteindelijk kwam ze uit in een ruimte die vol stond met kasten. Ze opende een kast. De inhoud ervan zou ze nooit meer vergeten. Glazen potten…met mensenhoofden erin!! Op eens hoorde ze een stem achter haar: “Die kast had je beter niet geopend!� Imelda stond achter haar met een groot mes in haar hand. Ze sprong op Inge toe en dode haar met een steek recht in het hart. Op de dag van vandaag spookt de geest van Inge nog altijd door het huis, tot er iemand komt, die haar hoofd uit een van de glazen potten bevrijd

    19-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    18-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 91


    Image and video hosting by TinyPic .

    18-06-2012 om 21:58 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arthur, koning over eeuwen
    Arthur, koning over eeuwen
    Twee jaar later stierf koning Uther Pendragon. Omdat de edelen niet wisten wie ze als opvolger moesten kiezen, vroegen ze Merlijn om raad. Ze beloofden hem dat ze zich aan zijn beslissing zouden houden. Hij verzocht hun op kerstdag bij elkaar te komen in de St. Stephenskerk in Londen. Daar kregen ze te horen dat ze na de mis naar het kerkhof moesten gaan, waar op geheimzinnige wijze een grote steen was verschenen. Boven op de steen stond een groot aambeeld waarin een stalen zwaard was gestoken. Toen ze naar het wonderlijke tafereel liepen, lazen ze een inschrift op het gevest van het zwaard. De tekst luidde dat alleen degene die het zwaard eruit kon trekken, koning mocht worden. De ridders vonden dat een uitstekende oplossing en deden om beurten hun uiterste best om het zwaard los te rukken. Het lukte hun geen van allen. Teleurgesteld gingen ze weer naar huis. De troon was nog steeds onbezet. Er verstreken heel wat jaren voordat Sir Hector naar Londen kwam met zijn zoon Sir Kay en zijn pleegzoon Arthur. Sir Kay zou voor het eerst van zijn leven deelnemen aan een toernooi. Toen hij op het veld aankwam, ontdekte hij tot zijn spijt dat hij zijn zwaard was vergeten. Arthur bood aan het thuis te gaan halen. Het huis was echter op slot. Omdat hij per se een zwaard voor zijn broer wilde meenemen, liep hij het kerkhof op. Hij had vaak horen vertellen over het zwaard dat daar in het aambeeld vastzat. Met groot gemak trok hij het stalen wapen eruit.

    Arthur tot koning uitgeroepen

    Toen hij het vermaarde zwaard met een zekere onverschilligheid aan Sir Kay gaf, zag Sir Hector dat. Eerst was hij stomverbaasd, maar vervolgens vroeg hij aan Arthur hoe hij aan dat zwaard kwam. "Het zat in het aambeeld op het kerkhof," antwoordde Arthur. "Ik had haast en trok het eruit." Sir Hector kon nauwelijks geloven wat hij hoorde, en ging snel naar de andere ridders om te vertellen wat er was gebeurd. Samen met Arthur gingen ze naar het kerkhof en waren er getuige van dat hij het zwaard eerst in het aambeeld terugstak en het er vervolgens weer uithaalde. Toen waren ze ervan overtuigd dat hij koning moest worden. Meteen begonnen ze te roepen en te juichen van blijdschap en hun lawaai was tot ver buiten het kerkhof te horen. Maar nauwelijks had Arthur de troon bestegen of er werden geruchten over zijn raadselachtige geboorte verspreid. Sommigen verklaarden dat Merlijn hun alles kon wijsmaken over de afkomst van de jonge koning; ze waren ervan overtuigd dat Arthur niet de zoon van Uther Pendragon en Yguerne was, maar op een mysterieuze manier uit de diepten van de zee naar boven was gehaald, op de top van een golf, en op het strand vlak voor de voeten van de tovenaar was geworpen. Daarom koesterden velen wantrouwen jegens de koning en wilden ze hem in het begin niet gehoorzamen. Dit wantrouwen was louter op jaloezie gebaseerd. Wie Arthur zag, besefte meteen dat hij van koninklijke afkomst was, zo mooi was zijn lichaam, zo openhartig zijn gezicht. Tot degenen die hun jaloezie lieten blijken, behoorden enkele familieleden van de koning, met name zijn vier neven, Gawain, Gaheris, Agravaine en Gareth. Arthur moest wel oorlog tegen hen gaan voeren, ook al stond hem dat mateloos tegen. Gawain was zijn grootste vijand; elke ochtend van tien tot twaalf uur en elke middag van drie tot zes uur was hij op een wonderlijke manier veel sterker dan de rest van de dag. Daarom raadde Merlijn Arthur aan gebruik te maken van de uren waarin Gawain niet over zijn volle kracht beschikte. Arthur volgde de raad op en versloeg zijn neef.

    Sir Pellinore

    Toen Arthur zijn vijanden had verslagen, regeerde hij op een verstandige manier over het land. Merlijn stond hem vaak bij met wijze raad. Arthur spande zich in om onrecht te herstellen en streefde naar orde en veiligheid. Sinds de dood van Uther Pendragon was het land ten prooi gevallen aan wanorde, chaos en plundering. Maar de nieuwe koning liet blijken dat hij de touwtjes strak in handen had, zodat het volk veel respect voor hem had en de ridders hem graag hielpen. Uiteraard maakte Arthur wel eens een fout, zoals eens met Sir Pellinore. Op onterechte gronden meende hij Sir Pellinore te moeten verslaan en hij deed een plotselinge uitval naar hem. Zijn zwaard miste echter zijn doel en brak. Arthur was nu in feite ongewapend en Sir Pellinore had hem zonder meer kunnen doden. Maar Merlijn kwam tussenbeide met zijn toverkunsten. Hij liet Sir Pellinore diep in slaap vallen en bracht Arthur weg naar een veilige plaats. Arthur had veel verdriet om het verlies van zijn toverzwaard, want hij wist niet hoe hij aan een soortgelijk zwaard kon komen. Toen hij eens aan een meer stond te peinzen wat hij zou doen, zag hij een witte arm uit het water omhoogkomen. De hand hield een zwaard vast dat met juwelen bezet was. Als betoverd staarde Arthur naar het zwaard, totdat de Vrouw van het Meer verscheen en hem vertelde dat hij het mocht gebruiken. Ze zei: "U herinnert zich hoe lang geleden, op een zomeravond, een arm omhoogkwam uit de diepte van het meer, gehuld in wit fluweel, mystiek en wonderlijk. De arm hield het zwaard vast. En u herinnert zich hoe ik erheen liep en het aannam en het sindsdien droeg, als een vorst."

    Excalibur

    Arthur was erg blij met haar aanbod. Hij holde het meer in en pakte het zwaard, dat Excalibur werd genoemd. De Vrouw van het Meer vertelde hem dat het wapen toverkracht bezat en dat hij niet gewond of gedood kon worden zolang hij de schede in bezit had. Arthur keerde naar zijn paleis terug. Daar vernam hij dat de Saksen weer zijn land waren binnengevallen. Meteen trok hij ten strijde tegen de invallers en behaalde vele overwinningen. Kort daarna hoorde hij ook dat Leodegraunce, koning van Schotland, werd bedreigd door zijn broer Ryance, koning van Ierland. Ryance had het plan opgevat een mantel te laten maken van de baarden van koningen; hij had er nog maar één nodig om de mantel te voltooien. Arthur was verontwaardigd over de bloeddorst van de Ierse koning en ging Leodegraunce snel helpen. Tijdens het gevecht met het Ierse leger doodde Arthur Ryance met zijn toverzwaard en pakte hij ook zijn mantel af, die hij in triomf met zich meevoerde.

    Arthur trouwt met Guinevere

    Overladen met roem ging Arthur naar het hof van koning Leodegraunce. Hij werd daar verliefd op Guinevere, de mooie dochter van de koning. Zodra zij de Engelse koning zag, vond ze hem de mooiste en dapperste koning ter wereld en ze stemde meteen toe in een huwelijk met hem. Merlijn besloot echter dat Arthur eerst nog een veldtocht moest houden. Dus trok Arthur erop uit en meer dan ooit was hij erop gericht roem voor zijn mooie bruid te oogsten. Na de oorlog konden ze met elkaar trouwen. Het huwelijk werd met veel pracht en praal voltrokken en gevierd. Als geschenk kreeg hij van Guinevere de Ronde Tafel die eens voor zijn eigen vader was gemaakt. Toen reisde hij met zijn bruid naar Camelot (Winchester), waar hij de totale bevolking voor een groot feest tijdens Pinksteren uitnodigde. Dat was het einde van de eerste regeringsperiode van Arthur en begon de tweede periode, die het bekendst is geworden.

    Ridders van de Ronde Tafel

    Toen Arthur eens in Camelot was, kreeg hij het idee een ridderorde te stichten. De ridders die daartoe behoorden, moesten hem trouw zweren en zouden aan de tafel zitten die Guinevere hem had gegeven. Ze zouden de ridders van de Ronde Tafel worden genoemd. Speciaal voor deze orde liet hij een prachtig kasteel bouwen met een eetzaal die bij uitstek geschikt was om de Ronde Tafel in te zetten. Om de tafel werden de stoelen voor de ridders geplaatst. Het is niet zeker hoeveel zetels er waren. Waarschijnlijk waren het er twaalf, maar er wordt ook wel eens gezegd dat het er honderden waren. Hoe dan ook, de zetels waren zeer gewild. De ridders die een plaats wisten te bemachtigen, waren daar zo trots op dat ze een speciaal devies op hun schild lieten zetten om aan te geven welke eer ze hadden verworven. Toen de bouw van de zaal voltooid was, werd de Ronde Tafel op haar plaats gezet. In de muur waren twaalf nissen aangebracht waarin grote standbeelden stonden van de twaalf ridders die Arthur al had overwonnen. In de hand van elk standbeeld zat een kaars; Merlijn voorspelde dat ze zouden branden tot de Heilige Graal verscheen. Toen Arthur de zaal binnenschreed, was hij zeer tevreden. Hij zei tegen Merlijn: "Kijk, de zaal is klaar, de tafel is er en de stoelen staan eromheen. Vertel me nu welke ridders het waard zijn om aan deze tafel te zitten." Merlijn begon namen te noemen totdat alle stoelen op twee na bezet waren. Er werd een groot banket gehouden en het selecte gezelschap zat enthousiast rondom de tafel. Hun gedachten wijdden ze uitsluitend aan het verrichten van dappere en edele daden, want ze wilden allemaal graag de Heilige Graal zien. Toen de ridders na het banket opstonden, zagen ze dat hun naam met gouden letters in de zitting van hun stoel geschreven stond. Op één van de lege stoelen was geschreven: "Gevaarlijke zetel." De ridders vroegen verbaasd aan Merlijn wat dat kon betekenen. Merlijn vertelde dat die zetel was gereserveerd voor een ridder die volkomen zuiver was. Als er iemand met een zondig geweten op plaatsnam, zou de aarde splijten en hem verzwelgen.

    Lancelot du Lac

    De ridders van de Ronde Tafel werden overal beroemd vanwege hun dappere en edele daden. Sir Lancelot du Lac was het meest geliefd bij de bevolking. Chrestien de Troyes, Geoffrey de Ligny, Robert de Borron en Walter Map hebben allemaal over deze moedige ridder geschreven. Ook Malory heeft zijn stof hoofdzakelijk ontleend aan de gedichten die over Lancelot gaan. De kinderjaren van Lancelot zijn zeer interessant. Men zegt dat hij de zoon was van koning Ban en Helen. Het koninklijk paar moest uit hun belegerde kasteel in Brittannië vluchten toen hun zoon nog een kind was. Ze waren echter nog niet ver of hun kasteel bleek in brand te zijn gestoken. De aanblik van de vlammenzee was te veel voor Ban en hij viel dood neer. Helen" wilde haar man hulp bieden en legde haar kind bij een meer in het gras. Maar toen ze het weer wilde oppakken, zag ze het in de armen van Vivian, de Vrouw van het Meer, die met Lancelot onder de golven verdween. Wanhopig van angst begon Helen luid te schreeuwen. Maar dat hielp niet, want de fee verdween snel uit het zicht. Helen, die nu man en kind verloren had, trok zich bedroefd in een klooster terug. Lancelot werd met zijn twee neven, Lyonel en Bohort, opgevoed in het paleis van de Vrouw van het Meer. Daar bleef hij tot zijn achttiende jaar. Toen bracht de fee hem zelf naar het hof en stelde hem voor aan de koning. Arthur was onder de indruk van zijn verschijning en behandelde hem meteen als vriend. Lancelot kreeg een ereplaats aan de Ronde Tafel. De andere ridders begroetten hem ook enthousiast; hij was hun meerdere in schoonheid en moed.

    Lancelot en Guinevere

    Ondanks dit goede begin van zijn leven aan het hof zou Lancelot veel droefheid en verdriet ervaren. Want zodra hij koningin Guinevere zag, werd hij mateloos verliefd op haar. De koningin was wel dol op de ridder, die zich vaak voor haar inzette, en ze verleende hem veel gunsten. Maar haar gevoelens voor hem werden zo intens dat ze hem zelfs zover kreeg dat hij zijn vriend en koning geregeld verried. Lancelot werd verscheurd door hartstocht enerzijds en trouw anderzijds. Daardoor voelde hij zich diep ongelukkig en leed hij onder aanvallen van waanzin, waarin hij jarenlang doelloos rondzwierf. Als de aanvallen voorbij waren, keerde hij terug naar het hof, waar hij dan met nog meer kracht dan voorheen dappere daden verrichtte. In elk gevecht had hij succes, want hij vocht voor gerechtigheid. Daarnaast bleef hij zich inzetten voor de koningin, al waren er heel wat vrouwen die haar plaats probeerden in te nemen. Er zijn dichters die Guinevere willen vrijpleiten. Ze zeggen dat er twee Guineveres waren; de ene was lieflijk en zuiver en verdiende ieders respect, maar moest boeten voor de andere, die zondig en slecht was. Alle dichters zijn het er wel over eens dat Lancelot onwankelbaar was in zijn trouw aan de koningin. Hoewel het hele hof op de hoogte was van de liefde van Guinevere voor Lancelot, was Arthur te zuiver van ziel om ook maar enige verdenking te koesteren. Pas na geruime tijd kon het geheim niet langer verborgen blijven en kreeg hij door wat er gaande was. Het deed hem veel verdriet en hij stuurde zijn vrouw weg. Zij ging met haar minnaar in Joyeuse Garde (Berwick) wonen, een kasteel dat Lancelot met zijn lans had veroverd om Guinevere een plezier te doen. Toen Arthur eenmaal inzag dat hij zijn vrouw ten onrechte om haar gedrag had veroordeeld, nam hij haar weer in genade aan en ook Lancelot mocht weer aan het hof verschijnen. Daar bleef hij haar liefhebben en dienen. Toen hij op een dag hoorde dat Guinevere gevangen was genomen door Meleagans, ging hij snel achter haar aan om haar te bevrijden. Hij wist in welke richting ze was ontvoerd, want ze had als tekens een kam en een ring laten vallen. Onderweg kreeg hij met pech te kampen. Zijn paard werd hem door een toverkracht afgepakt, zodat hij op een kar verder moest rijden. Dat was voor een ridder een bijzonder ongepaste manier van reizen, want edelen die bepaalde misdaden hadden begaan werden als straf op een kar rondgereden. Mensen uit het volk kregen in zulke gevallen zweepslagen. Lancelot wilde echter per se Guinevere helpen en dus kon het hem niet schelen hoe hij bij haar kwam. Hij bereikte uiteindelijk het kasteel waar ze gevangen werd gehouden. Hij versloeg zijn vijanden en wilde Guinevere bevrijden. Tot zijn grote verbazing wilde ze helaas niets van hem weten, want ze was verontwaardigd dat hij op een kar naar haar toe was gekomen. De situatie was ondraaglijk voor Lancelot. Hij vluchtte en doolde als een waanzinnige rond. Zelfs in zijn slaap kwam hij niet tot rust.

    Na enige tijd besefte de koningin dat ze niet juist had gereageerd. Ze gaf drieëntwintig ridders opdracht hem te gaan zoeken. Het duurde twee jaar voordat ze hem eindelijk vonden. Intussen had een mooie, vrome vrouw medelijden met de ongelukkige Lancelot gekregen. Toen ze zag dat hij met zijn leed voldoende had geboet voor zijn zonden, bracht ze hem naar de kamer waar de Heilige Graal werd bewaard. Daar kwam toen een heilige man die de Heilige Graal ontdekte en met behulp van de Graal Sir Lancelot geheel genas.

    Gareth en Lynette

    Toen Lancelot eenmaal van zijn waanzin was genezen, keerde hij terug naar Camelot. Hij werd er enthousiast verwelkomd door Arthur, Guinevere en alle ridders. Lancelot maakte Sir Gareth tot ridder, want om zijn moeder een plezier te doen had hij zijn ware naam verborgen gehouden en een jaar lang als kok gewerkt. De kersverse ridder ging meteen met de mooie Lynette op weg om haar gevangen zuster te bevrijden. Lynette hield hem echter voor een eenvoudige keukenhulp en beledigde hem op allerlei manieren. Hij verdroeg het allemaal en versloeg haar vijanden dapper. Dat maakte zoveel indruk op haar dat ze hem ging bewonderen en hem uitnodigde naast haar te komen rijden. Nederig vroeg ze of hij haar gedrag wilde vergeven. "Heer ridder," zei ze, "ik had gehoord dat u knecht was. Ik schaam me dat ik u zo heb behandeld, zo kwaad heb toegesproken, zo adellijk als ik ben. Ik dacht dat Arthur boos op mij was. Vergeef me, u hebt mij steeds vriendelijk geantwoord."

    Huwelijk van Gareth en Lynette

    Gareth schonk haar graag vergeving, want ook al was ze koppig en trots, hij was wel veel van haar gaan houden. Toen hij eenmaal naast haar reed, werd hij nog dapperder in het gevecht. Toen hij heel wat ridders had verslagen en haar zuster had bevrijd, beloofde Lynette hem dat ze met hem zou trouwen zodra hij tot de Ronde Tafel was toegelaten. Gareth haastte zich terug naar het hof van Arthur en vroeg hem die eer te gunnen. Dat wilde Arthur wel doen, want met zijn dappere optreden had hij intussen de nodige roem vergaard. Gareth ging dit meteen aan Lynette vertellen, waarna ze in het huwelijk traden.

    Geraint en Enid

    Omstreeks diezelfde tijd was Geraint, een broer van Gareth, ook lid van de Ronde Tafel geworden. Ook hij verrichtte vele dappere daden en trouwde vervolgens met de fee Enid, de enige dochter van een oude ridder die door omstandigheden tot armoede was geraakt. Geraint bevrijdde de ridder van zijn onderdrukkers en gaf hem zijn bezittingen terug. Geraint ging met zijn vrouw in zijn afgelegen kasteel wonen. Hij hield zich nog uitsluitend bezig met de hartewensen van zijn vrouwen schoof al zijn hogere verlangens opzij. Enid vond dat op het laatst niet prettig meer. Hij wilde alleen maar plezier maken en verwaarloosde zijn plichten en eergevoel. Toen hij op een dag eerder in slaap viel dan zij, begon ze haar hart te luchten en eindigde met de verklaring dat ze stellig een onwaardige vrouw was, anders zou Geraint niet alles voor haar opofferen. Toen Geraint wakker werd van haar stem, had hij het eerste deel van haar betoog net gemist, maar hij zag wel haar tranen en hoorde haar de woorden "onwaardige vrouw" uitspreken. Daaruit concludeerde hij dat ze niet meer van hem hield en dat er een andere man in het spel was. Kwaad stond Geraint (in Duitse en Franse boeken ook Erek genoemd) van zijn bed op en gaf zijn vrouw het bevel armoedige kleren aan te trekken en hem zwijgend door de wereld te volgen. Hij gaf zijn dienaar het bevel zijn paard te zadelen en ook dat van zijn vrouw Enid. Hij zei dat hij de hele wereld wilde gaan verkennen. Direct daarop gingen ze op weg. Ze wilde de man dienen van wie zij zielsveel hield, en deed dus precies wat hij zei. Ze zag hem onderweg het geheel alleen opnemen tegen ridders die hem uitdaagden, en zelf zijn wonden verbinden. Ze had geen flauw idee waarom hij zo koel tegenover haar deed, en doorstond al zijn grillen zo onbewogen dat hij op het laatst zijn vergissing inzag. Hij bekende haar dat hij haar ten onrechte van schandelijk gedrag had verdacht, en gaf haar weer het respect dat haar toekwam. Enid was toen zielsgelukkig en ze brachten de rest van hun huwelijksjaren in volmaakte wederzijdse liefde en trouw door, totdat Geraint sneuvelde tijdens één van de vele gevechten die hij voor de koning leverde.

    Sir Galahad

    Eens zaten de ridders met Pinksteren aan een feestmaaltijd in Camelot, toen een bedroefde vrouw de zaal binnenkwam. Ze liep op Lancelot af en vroeg hem met haar mee te gaan naar het bos in de buurt. Toen hij vroeg waarom ze dat wilde, zei ze dat daar een jonge strijder was die door hem tot ridder geslagen wilde worden. Sir Lancelot wilde haar wel helpen en ging dus met haar mee naar het bos. Daar trof hij de jongeman aan, die haar bevrijd bleek te hebben, en sloeg hem tot ridder. Vanwege zijn voorbeeldige levensloop werd de ridder later bekend als Sir Galahad de Reine. Sommigen zeggen dat hij de zoon van Lancelot was, maar anderen menen dat hij niet uit een sterveling geboren was. Zodra Lancelot in de feestzaal was teruggekeerd, hoorde hij dat er een wonder was gebeurd. Alle aanwezigen snelden naar de oever van de rivier. Het gerucht bleek te kloppen, want ze zagen een zware steen op het water drijven. Toen ze goed keken, zagen ze dat een kostbaar wapen in de steen was gestoken. Toen de steen op de oever was geland, dromden de ridders eromheen en lazen op het wapen een waarschuwende tekst; alleen een ridder die een volkomen zuiver geweten had, mocht proberen het uit de steen te trekken, ieder ander zou een zware straf riskeren. De ridders wendden zich bescheiden af, want ze hadden allemaal wel een zonde, hoe klein ook, op hun geweten. Ze keerden terug naar de zaal en zagen daar al gauw een oude man binnenkomen, die door Galahad werd begeleid. Galahad, die nog in onschuld leefde en geen vrees kende, ging op de "Gevaarlijke Zetel" zitten. In angstige spanning wachtten de ridders af wat er ging gebeuren. Maar opeens zagen ze zijn naam in gouden letters op de stoel verschijnen. Dat was het teken dat hem de eer ten deel viel. Ze begonnen uitgelaten te juichen tot de plafond balken ervan trilden. Aan zijn zijde droeg Galahad een lege schede. Toen ze hem om een verklaring vroegen, zei hij dat voorspeld was dat hij een toverwapen zou krijgen. Het verband met het wapen in de zware steen was gauw gelegd. Ze namen de ridder mee naar de rivier en wezen hem het geheimzinnige wapen. Toen hij het pakte, gaf het meteen mee en hij kreeg het er zonder moeite uit. Hij stopte het in de lege schede, het bleek precies te passen. Toen alle ridders die avond na de maaltijd aan de Ronde Tafel zaten, hoorden ze een langdurig rollende donder en voelden hoe het paleis op zijn grondvesten schudde. De prachtige kaarsen die in de handen van de twaalf standbeelden zaten, doofden onverwacht en daar kwam de Heilige Graal aan op een schitterende straal van hemels licht. De gewijde schaal, die bedekt was met wit fluweel en door onzichtbare handen werd gedragen, gleed door de grote zaal. Een heerlijke geur vervulde het enorme gebouw. Sprakeloos van ontzag en vervoering keken de ridders naar dit prachtige schouwspel, totdat de Graal weer verdween, even snel en mysterieus als hij was gekomen. De spanning onder de ridders vloeide weg en er ging een diepe zucht door het gezelschap. Toen ze weer op hun bord keken, zagen ze daar hun favoriete gerechten op liggen. Geen van de ridders wilde als eerste de stilte verbreken. Roerloos wachtten allen totdat de kaarsen weer helder brandden. Daarop dankten ze hardop voor de genade die hun ten deel was gevallen. Op dat moment sprong Lancelot onverwacht op en deed de gelofte dat hij de Heilige Graal zou gaan zoeken. Hij zou geen rust hebben voordat hij de schaal zonder sluier had gezien. Alle ridders begonnen nu te roepen dat ook zij die gelofte wilden afleggen. Arthur vroeg toen of iemand de Graal ooit zonder sluier had gezien. Niemand kon dat bevestigen. Het stemde hem wel bedroefd dat hij al zijn trouwe ridders zolang zou moeten missen, maar hij wist ook dat ze zich aan hun gelofte moesten houden. Dus gaf hij zijn zegen en verzocht hun te vertrekken. Er hing een sombere sfeer in de zaal toen de ridders opstonden. Het kostte hun veel moeite Arthur goedenacht te wensen, want ze beseften dat ze nooit meer in deze samenstelling aan een feestmaal zouden deelnemen. Dat nam niet weg dat ze zich bij hun besluit wilden houden.

    De zoektocht naar de Heilige Graal

    De volgende ochtend gingen ze op weg. Sommigen vertrokken alleen, anderen zochten een reisgenoot. Zo verspreidden ze zich over de wereld om dappere daden te verrichten uit naam van rechtvaardigheid en zuiverheid. Het is echter niet bekend of iemand anders dan Parzival en Galahad ooit de Graal heeft gezien. Sommigen zeggen dat Lancelot hem heeft gezien, zwak, door een sluier. Anderen beweren dat zelfs Parzival dat niet is gelukt. Alleen Sir Galahad zou het visioen hebben gekregen, en wel toen hij na jarenlang bidden en vasten overleed en zijn ziel naar de hemel ging. Na vele jaren van vergeefs zoeken gingen de meeste ridders inzien dat ze de aanblik van de ongesluierde schaal kennelijk niet waard waren. Daarom keerden ze terug naar Camelot, waar de koningin een groot feestmaal voor hen bereidde. Tijdens de maaltijd gebeurde er iets vreselijks. Eén van de gasten viel dood van zijn stoel. Blijkbaar zat er vergif in zijn drank. Geschrokken sprongen de ridders op en sommigen riepen dat de koningin schuldig was aan moord, want de gedode ridder had naast haar gezeten. "U moet bekennen of in een tweegevecht uw onschuld bewijzen!" riepen ze. De koningin wist zich geen raad en stemde in een gevecht toe. Koortsachtig zocht ze een ridder die haar kon verdedigen. Arthur kwam niet in aanmerking, want hij was haar echtgenoot en mocht haar niet op het terrein van Camelot verdedigen. Helaas bood zich geen enkele ridder aan om voor Guinevere te vechten. Het scheelde niet veel of ze was tot de brandstapel veroordeeld. Gelukkig verscheen Lancelot in vermomming en hij bracht de aanklagers ertoe hun beschuldiging in te trekken. Aan het hof van Arthur werd elk jaar een toernooi gehouden. De winnaar kreeg een kostbaar juweel als prijs. Deze juwelen, die alom vermaard waren, had de koning op een heel bijzondere manier in bezit gekregen. Toen hij als jongen eens in Lyonesse zwierf, had hij de beenderen van twee overleden koningen gevonden. Zij zouden elkaar hebben vermoord. Omdat ze broers van elkaar waren, was de moord zo weerzinwekkend dat niemand hen durfde begraven. Hun wapenrusting was al gaan roesten, maar er lag ook een kroon met diamanten, die Arthur op zijn hoofd zette. Toen hoorde hij een profetische stern zeggen dat hij eens koning zou zijn. Arthur schrok, maar was ook blij om wat hij hoorde. Hij bewaarde de kostbare kroon zorgvuldig en toen de voorspelling was uitgekomen deelde hij de juwelen op toernooien als prijs uit.

    Lancelots bedrevenheid in het toernooi

    Lancelot had aan al deze ridderspelen deelgenomen en telkens de prijs gewonnen. Alleen zijn naam was eigenlijk al voldoende om de overwinnaar vast te stellen. Er waren ridders die zijn succes toeschreven aan de roem die hij intussen had vergaard. Daarom verklaarde Lancelot daags voor het laatste toernooi dat het hem in wezen niets uitmaakte of hij won of niet. Toen reed hij naar Astolat en vroeg aan Elaine, de mooie vrouw die daar woonde, of ze zijn schild wilde bewaren en hem zolang een ander schild wilde geven. Elaine was op slag verliefd op Lancelot geworden en ging meteen op zijn verzoek in. Ze vroeg hem zelfs bedeesd of hij haar kleuren op het toernooi wilde dragen. Tot die tijd had Lancelot uitsluitend de kleuren gedragen die Guinevere hem had gegeven. Deze keer wilde hij echter zijn identiteit verborgen houden en daarom nam hij haar purperen, met parels bezette lint aan. Hij bond het aan zijn helm en stak een pen door de purperen zijde. Toen zei hij tegen Elaine: "Dame, uw lint dat u voor mij afsnijdt, wil ik nemen omdat ik van u houd. Zo heb ik mij nog nooit aan een vrouw gewijd, alleen die ene die mijn hart had veroverd." Ze gloeide van vreugde en trots toen ze Lancelot met haar kleuren zag, en keek hem na toen hij wegreed met Sir Lawaine, haar broer. Ze zuchtte diep en liep terug naar het kasteel. Intussen reed Lancelot, goed vermomd, naar het toernooiveld. Daar gebeurde precies wat hij had gehoopt. Niemand herkende hem en toch wierp hij alle ridders uit het zadel en won de prijs. Heel even leek het laatste gevecht hem noodlottig te worden, want hij werd zwaar gewond. Omdat hij zich zwak voelde worden en per se onbekend wilde blijven, wachtte hij niet tot de prijsuitreiking, maar reed meteen de stad uit.

    Vlak buiten de poorten viel hij bewusteloos van zijn paard en hij werd naar de cel van een kluizenaar gebracht. Daar werd hij verpleegd en verzorgd door Elaine. Zij had gehoord dat er een ridder gewond was geraakt, en uit de beschrijving maakte ze op dat het Lancelot was. Daarop was ze hem meteen gaan zoeken.

    Lancelot en Elaine

    Elaine was erg gelukkig dat ze de gewonde Lancelot mocht verzorgen. Elke dag werd ze mooier en fijner om te zien. Maar na enige tijd was Sir Lancelot weer hersteld en wilde hij op het veld terugkeren. Hij vroeg zijn schild terug en nam afscheid van Elaine.

    Zonder het te beseffen liet Elaine hem blijken dat ze van hem hield. Toen Lancelot dat merkte, trok er een schaduw over zijn gezicht, want hij wist hoe ongelukkig een mens kan zijn als liefde onbeantwoord blijft. Heel behoedzaam vertelde hij haar dat hij al van een ander hield, en ging toen van haar heen.

    Elaine begon zwaar te lijden onder haar liefdesverdriet en verloor al haar kleur. Op het laatst werd duidelijk dat de "lelieblanke maagd van Astolat" spoedig zou sterven. Toen ze haar dood voelde naderen, dicteerde ze met gebroken hart een afscheidsbrief aan Lancelot en ze liet haar vader beloven dat hij de brief in haar hand zou stoppen als ze dood was. Ze verzocht ook opgebaard op een boot te worden gelegd. Omdat ze door Lancelot zelf begraven wilde worden, liet ze uit Camelot een schipper overkomen die niet kon praten.

    Intussen had Gawain, die de diamant van het toernooi bij zich droeg, overal naar de winnaar gezocht. Toen hij in Astolat kwam voordat Lancelot genezen was, hoorde Gawain hoe de overwinnaar heette. In zijn onnadenkendheid vertelde hij die meteen aan Guinevere. Toen de koningin het vage gerucht hoorde dat Lancelot de kleuren van Elaine had gedragen en met haar zou trouwen, werd ze zo jaloers dat ze Lancelot bij zijn eerstvolgende bezoek heel koel ontving.

    Lancelot begreep niets van haar houding en schonk haar nederig een halsketting, bezet met de schitterende diamanten die hij op toernooien had gewonnen. Guinevere greep het geschenk en wierp het door het raam, dat wegens de warmte openstond, in de stroom. Even glinsterden de diamanten en toen was alles weg.

    De uitvaartboot

    Lancelot schrok hevig van wat ze deed. Hij leunde vlug uit het venster en keek de juwelen na. Net op dat moment zag hij een boot die zachtjes stroomafwaarts dreef. De boot maakte een vreemde indruk op hem en hij bleef ernaar kijken. Opeens zag hij dat er een lijk op de boot lag. Even later herkende hij het gelaat van Elaine. Er ging een steek van pijn door zijn hart. De stomme schipper stopte bij de trappen van het paleis. Arthur gaf het bevel het lijk bij hem te brengen. Hij pakte de brief uit de verstijfde hand van de vrouwen las hem hardop voor aan de hovelingen die om hem heen stonden.

    De koning was diep getroffen door het verhaal van Elaines liefde. Hij besloot haar laatste verzoek in te willigen en haar te laten begraven. Lancelot nam die taak bereidwillig op zich. Aan de aanwezigen vertelde hij wat er met hem en het meisje was gebeurd.

    Zijn stem trilde toen hij over haar sterfbed vertelde en riep: "Arthur, mijn vorst, en allen die dit horen, weet dat ik diep bedroefd ben om de dood van deze mooie vrouw. Zij was trouwen goed en had lief met meer liefde dan alle vrouwen die ik ken. En toch, beminnen is nog niet bemind worden, niet op mijn leeftijd, al is jeugd nog zo aanlokkelijk! Ik zweer bij recht en ridderschap, dat ik geen aanleiding heb gegeven tot zulk een liefde. Mijn vrienden kunnen dat getuigen, haar broers en haar vader, die ook zelf wilde dat ik oprecht en bot zou zijn, ja, het gevoel in haar zou doven door wat mij vreemd is: onhoffelijkheid Ik deed mijn best, ik verliet haar zonder afscheid te nemen. Maar had ik geweten dat het zo zou aflopen, dan had ik iets beters geprobeerd, iets wat haar van zichzelf had bevrijd."

    Gekweld door berouw over wat hij onwetend had misdaan, verliet Lancelot het hof van Arthur en begon te zwerven. Hij keerde er net op tijd terug om Guinevere te kunnen redden van weer een valse beschuldiging. Hij was verontwaardigd over de manier waarop ze was behandeld, en nam haar mee naar Joyeuse Garde. Daar zwoer hij dat hij haar zou verdedigen, als het moest zelfs tegen de koning. Dat wekte Arthurs woede; jaloerse hovelingen hadden hem al tegen zijn vrouw opgezet en Lancelots verklaring deed de deur dicht. De koning sloeg het beleg voor het kasteel waarin Lancelot en zijn vrouw zich ophielden. Arthur daagde Lancelot geregeld uit om met hem te vechten, maar de ridder weigerde dat telkens.

    Daarmee was het probleem niet opgelost. Het werd steeds groter, totdat de paus zelf tussenbeide kwam en gezanten naar Engeland stuurde die de zaak onderzochten. Lancelot was ervan overtuigd dat Guinevere voortaan met alle respect zou worden behandeld en gaf haar weer aan de koning. Hij zelf trok zich terug op het landgoed van zijn vader in Brittannië.

    De woede van Arthur jegens Lancelot was echter nog niet bekoeld. Hij liet Guinevere achter onder de hoede van zijn neef Mordred en ging met een groot leger naar Brittannië.

    Het verraad van Mordred

    Arthur was nog niet vertrokken of Mordred ging tot verraderlijk gedrag over. Hij legde meteen beslag op de troon. Omdat hij wel wist dat niemand hem zou tegenspreken, verklaarde hij in het openbaar dat Arthur was verslagen, en hij zette Guinevere onder druk om met hem te trouwen.

    De koningin weigerde verbitterd op zijn avances in te gaan. Uit wraak zette hij haar in de gevangenis en hij liet haar pas weer vrij toen ze beloofde te doen wat hij wilde. Daarop vroeg ze toestemming om naar Londen te gaan, waar ze een bruidskleed zou kopen.

    Guinevere had echter heel andere plannen. Zodra ze in Londen aankwam, liet ze zich in de Tower opsluiten en stuurde ze Arthur het bericht dat ze in gevaar was. De koning liet de belegering van Lancelots kasteel meteen over aan zijn mannen. Hij stak de zee over en kwam het leger van Mordred bij Dover tegen.

    Mordred was erg boos omdat hij in zijn plannen werd gedwarsboomd, en verzamelde zijn leger. Na enige besprekingen werd bepaald dat Arthur en Mordred ieder met een gelijk aantal ridders zouden verschijnen om de vredesvoorwaarden vast te stellen. Ze hadden afgesproken dat ze geen wapens zouden trekken. Alles zou goed zijn afgelopen als er niet een adder in het gras was verschenen. Toen één van de ridders de slang zag, greep hij zijn zwaard om het te doden, en die onverwachte beweging ontketende één van de bloedigste gevechten die in de middeleeuwse literatuur zijn beschreven.

    Het gevecht van Arthur en Mordred

    Aan beide kanten vochten de ridders uitzonderlijk dapper, totdat er bijna niemand meer leefde. Toen kwam Arthur Mordred tegen. Hun ogen spoten vuur op het moment dat ze elkaar in de dodelijke strijd ontmoetten. "Eén van ons moet sterven," mompelde Mordred. "Dat ben jij," antwoordde de koning. Hoewel hij uitgeput was, lukte het hem zijn tegenstander een fatale klap te geven. Maar toen Mordred op de grond viel, hakte hij krachtig op de koning in, die ernstig geraakt werd en stervend in elkaar zakte.

    Zo viel koning Arthur onder het geweld van zijn verraderlijke neef. Hij zou overigens niet gesneuveld zijn als zijn toverschede niet was gestolen door zijn zuster Morgana, de elf, die dus eigenlijk de dood van de koning veroorzaakte. Het slagveld bood een verschrikkelijke aanblik. Overal lagen lijken van ridders en de kreten van stervende krijgers verscheurden de lucht. Mordreds mannen waren tot de laatste toe gedood. Van het leger van Arthur was alleen Sir Bedivere aan de dood ontsnapt. Toen hij zag dat zijn meester op sterven lag, knielde hij snel naast hem neer en hield het bijna niet meer uit van verdriet.

    Arthur gaf hem het bevel het zwaard Excalibur op te pakken en het zo ver mogelijk in het meer te gooien. Dan moest hij terugkomen en vertellen wat hij had gezien. De ridder vond het jammer zo"n kostbaar zwaard weg te gooien. Dus verborg hij het tot twee keer toe. Maar de stervende vorst kwam daar telkens achter en bezwoer Sir Bedivere tenslotte dat hij het moest weggooien.

    Op het moment dat het toverzwaard het water raakte, zag Sir Bedivere een hand uit de diepte omhoogkomen. De hand greep het wapen, zwaaide er drie keer mee en verdween toen onder water. Verbaasd rende hij naar Arthur. Hij verklaarde dat hij zijn ogen had gesloten om de juwelen in het heft niet meer te hoeven zien en het zwaard toen van zich af had geworpen. "Met beide handen wierp ik het, maar toen ik weer keek, zag ik een arm, gehuld in wit fluweel, mystiek en vreemd, die het wapen pakte en rondzwaaide, drie keer, en het toen onder water dompelde."

    Toen Arthur dat hoorde, was hij zichtbaar opgelucht. Hij vertelde Sir Bedivere nog dat Merlijn had gezegd dat hij niet zou sterven. Daarop beval hij de ridder hem in een boot te leggen, die geheel met zwarte doeken bekleed zou zijn. Deze boot zou hij vinden door toedoen van de elf Morgana, de koningin van Northgallis en de koningin van de Westerlanden. Sir Bedivere kon geen woord uitbrengen van verdriet en deed vlug wat Arthur hem gezegd had. Hij vond de boot, legde de koning erin en vertrouwde hem toe aan de drie vorstinnen. Bedivere vroeg Arthur toestemming hem te begeleiden, want hij zag dat hij niet lang meer zou leven. Dat vond Arthur echter niet goed, want hij moest alleen naar het eiland Avalon gaan. Hij hoopte dat zijn wond daar zou genezen en dat hij eens bij zijn volk zou terugkeren.

    Arthur in Avalon

    De onheilspellende, zwarte boot stak van wal, beladen met een last die men nooit meer zou zien. Toch zagen de mensen nog lang naar zijn terugkeer uit; per slot van rekening had hij zelf gezegd dat hij hoopte terug te komen. Niemand durfde te zeggen of hij leefde of dood was. Maar over het algemeen hield men het erop dat hij eeuwige jeugd en zaligheid genoot op het fabeleiland Avalon, vanwaar hij zou terugkeren als de mensen hem nodig hadden. Dat werd in Engeland zo algemeen geloofd dat toen Philips van Spanje met Maria trouwde, hij plechtig moest beloven dat hij de kroon aan Arthur zou teruggeven als deze hem zou komen opeisen.

    Andere romans en gedichten vertellen dat Arthur in de boot naar Glastonbury werd gebracht, waar zijn overblijfselen in een graf werden gelegd. Guinevere trok zich terug in het nonnenklooster in Almesbury. Daar kreeg ze eens bezoek van Lancelot, die tot zijn spijt te laat was gekomen om de koning te redden of zich met hem te verzoenen. Dat deed de ridder veel verdriet, want hij had nog steeds veel respect voor de koning.

    Vervolgens trok Lancelot zich in een kluizenaarscel terug en hield zich zes jaar lang bezig met boete doen en bidden. Daar kreeg hij een visioen dat Guinevere was overleden. Geschrokken ging hij naar Almesbury en vernam dat ze inderdaad niet meer in leven was. Met veel eerbied en respect zette Lancelot haar bij in de kapel van Glastonbury, naast het graf van Arthur. Daarop trok hij zich weer terug in zijn cel.

    Zes weken later ging de gekwelde ziel van deze beroemde held in vrede heen. Hij was volledig uitgeput van het waken en vasten. Op het moment dat hij stierf, zag de priester die bij hem waakte hoe engelen zijn ziel opnamen en hem naar de hemel droegen. Daar werd de ziel door een koor van engelen begroet.

    Het lichaam van Lancelot werd aan de voeten van Arthur begraven. Sommigen zeggen echter dat hij een graf kreeg in Joyeuse Garde, waar hij en de koningin zoveel gelukkige uren met elkaar hadden doorgebracht.

    Het volk was diep bedroefd om zijn dood.

    Sir Ector de Moris vertolkte de gevoelens van alle ridders toen hij zong: "Sir Lancelot, u was het hoofd van alle ridders en nu durf ik te zeggen dat u, die daar ligt, nooit geëvenaard zult worden door enige ridder hier op aarde. U was de dapperste ridder die ooit een schild voerde. U was de trouwste vriend voor uw vriend die ooit een paard besteeg. U was de trouwste minnaar onder de mensen die ooit een vrouw beminde. U was de zachtmoedigste mens die ooit een zwaard hanteerde. U was de goedhartigste mens die ooit met ridders streed. U was de vriendelijkste man die ooit in een zaal tussen vrouwen aan een maaltijd aanzat. En u was de moedigste ridder voor uw doodsvijand die ooit de speer deed rusten."



     

    18-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana




    Ramen

    Er komt een man bij de hoeren en tikt op het raam en vraagt "hoe duur?"
    Zegt de vrouw "30 euro"
    Zegt de man "niet duur voor dubbelglas!"

    18-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    17-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 90


    Image and video hosting by TinyPic .

    17-06-2012 om 23:04 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kranige springers

    De kranige springers

    http://home.tiscali.nl/engelsespringer.nl/Wales_9_oplijnen.jpg

    De vlo, de sprinkhaan en de ganzesprong wilden eens zien wie van hen het hoogst kon springen. En toen inviteerden zij de hele wereld en wie er verder wilde komen om naar dat fraaie schouwspel te kijken; het waren drie keurige sprongenmakers toen zij in de zaal bijeengekomen waren.
    "Ja, ik geef mijn dochter aan hem, die "t hoogst springt," zei de koning. "Want het staat zo armoedig wanneer de optredenden voor niets moeten springen!"
    Het eerst trad de vlo aan. Die had zulke fijne manieren. Hij groette beleefd naar alle kanten, want hij had jonkvrouwebloed in de aderen en was gewend alleen maar met mensen om te gaan, en dat maakt heel wat uit.
    Toen kwam de sprinkhaan. Die was zeker wel wat logger maar onberispelijk in zijn optreden, gekleed in groen uniform, dat was aangeboren; bovendien beweerde dit personage dat hij uit een zéér oude familie stamde uit het land van Egypte en dat hij in deze streken in hoog aanzien stond. Hij was zojuist van het veld opgeraapt en in een kaartenhuis met drie verdiepingen gezet, helemaal uit "heren" opgebouwd, met de gekleurde kanten naar binnen, maar deuren en vensters aan de buitenzijde waren van "vrouwen" en wel van "hartenvrouwen", waarvan men het lijf had uitgesneden. "Ik zing zo prachtig," zei dit personage, "dat zestien inheemse krekels, die van jongsaf hebben gepiept en toch geen kaartenhuis gekregen, van ergernis nog magerder geworden zijn dan ze al waren, alleen door mij te horen!"
    De vlo en de sprinkhaan hadden nu allebei verkondigd wie ze waren en bevestigden op deze wijze hun aanspraken op een huwelijk met de prinses.
    De ganzensprong zei niets, maar men zei van hem dat hij des te meer dacht, en toen de hofhond aan hem snuffelde stond dit dier er beslist voor in dat hij van goede familie was; de oude hofraad, die drie orden had gekregen als beloning voor zijn zwijgzaamheid, verzekerde dat hij wist dat de ganzensprong de kunst van voorspellen verstond; men kon aan zijn rug zien of er een zachte of een strenge winter zou komen, en dat kan men niet eens zien aan de rug van de man, die de almanak schrijft.
    "Ja, ik zeg maar niets!" zei de oude koning, "maar ik denk er "t mijne van!"
    Nu kwam het eropaan te springen. De vlo sprong zó hoog dat niemand hem kon zien en toen beweerde ze dat hij helemaal niet gesprongen had, dat was gemeen!
    De sprinkhaan sprong slechts half zo hoog, maar hij sprong de koning midden in het gezicht, en toen zei de koning dat het afschuwelijk was.
    De ganzensprong stond lang stil en bedacht zich; ten slotte geloofde men dat hij helemaal niet springen kon.
    "Als hij maar niet wat gekregen heeft!" zei de hofhond en snuffelde weer aan hem: rutsch!, daar wipte hij met een schuin sprongetje in de schoot van de prinses, die op een laag, gouden bankje gezeten was.
    Toen zei de koning: "De hoogste sprong is tot mijn dochter op te springen, want dat is het fijne van de zaak, maar om op zo iets te komen, daar moet men een goede kop voor hebben! Dat heeft de ganzensprong getoond. Dié heeft hersens!" En zó kreeg hij de prinses.
    "Ik sprong toch "t hoogst!" zei de vlo. "Maar dat doet er niet toe! Laat haar maar trouwen met dat ganzengeraamte met pin en pek! Ik sprong toch "t hoogst, maar omvang moet je hebben in deze wereld wanneer je gezien wilt worden!" En toen ging de vlo in vreemde krijgsdienst waar hij, naar men zegt, gesneuveld is.De sprinkhaan ging buiten in de greppel zitten en dacht erover na, hoe het eigenlijk wel toeging in de wereld, en toen zei hij: "Omvang moet je hebben! Omvang moet je hebben!" en zong zijn eigen, bedroefd wijsje. En daaraan hebben wij deze vertelling ontleend, die best leugen zou kunnen zijn, zelfs wanneer ze gedrukt was.

    17-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)


    T -->

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!