NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Foto
Foto
Gastenboek
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK
  • WIJ WENSEN JULLIE EEN FIJN WEEKEND MET VEEL ZON
  • Een prettig en aangenaam weekend gewenst.
  • weekend groetjes
  • fijn en warm weekend Eddy

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Laatste commentaren
  • Fijn weekend (Annelies)
        op Eddy op zijn best
  • goedemorgen (noella)
        op Eddy op zijn best
  • Fijn weekend eddy (rita)
        op Eddy op zijn best
  • Lieve stikhete groetjes!! (Rachel Belmans)
        op Eddy op zijn best
  • zomergroetjes ... (meeuw)
        op Super kok Lana
  • Foto
    Foto
    Rondvraag / Poll
    Zou u niet met lana een nachtje in bed willen liggen
    Ja ik wil
    Nee ik wil niet
    Even over nadenken
    Durf jij u bekent maken: ja
    Durf jij u bekent maken :nee
    Bekijk resultaat

    Foto
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Archief per maand
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 11--0001
    Blog als favoriet !
    De klinge een dorpje aan de grens
    lana

    Image and video hosting by TinyPic

    01-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Baziel

    Baziel

    Baziel zat op zijn knieën onder een lantaarnpaal de straat af te tasten".

    "Wat zoek je? vroeg Hektor.

    "M'n sleuter" antwoordde Baziel.

    Hector begon mee te zoeken, maar na een hele poos werd niets gevonden.

    Vroeg Hektor: "Zie je zeker da je hem hier verloren hebt?"

    "In feite is 't ol den overkant van de stroate da 'k hem loaten vollen hen" zei

    Baziel, "mo do kan 'k nie zoeken, 't is do veel te doenker".

    01-08-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Bron der Wijzen


    De Bron der Wijzen



    In het oude land van Juda ging De Droogte rond, met holle ogen en verbitterd, tussen verschrompelde distels en verdord gras. 't Was in de zomer. De zon scheen op schaduwloze bergruggen, de minste windkoelte dreef dichte wolken kalkstof op uit het witgrauwe veld, de kudden stonden bijeen in de dalen bij de uitgedroogde beken.

    De Droogte ging rond en inspecteerde de watervoorraad. Ze dwaalde naar Salomons vijvers en zag zuchtend, dat ze nog een massa water tussen hun rotsige oevers bewaarden. Daarop ging ze naar de beroemde bron van David bij Bethlehem en vond ook daar water. Toen liep ze met slepende tred langs de grote landweg, die van Bethlehem naar Jeruzalem leidt.

    Toen ze ongeveer halfweg gekomen was, zag zij de Bron der Wijzen, die daar dicht aan de weg ligt en zij merkte spoedig, dat die bijna uitgedroogd was. De Droogte zette zich op de rand van de put, die uit één grote, uitgeholde steen bestaat, en keek naar beneden in de bron. De blanke waterspiegel, die anders heel dicht bij de opening lag, was nu diep omlaag gezonken en slik en modder van de bodem maakten hem onrein en troebel.

    Toen de bron het bruin verbrande gezicht van De Droogte zag afgebeeld op haar doffe waterspiegel, begon zij te golven van angst.

    "Ik zou wel eens willen weten, wanneer het met jou gedaan kan zijn," zei De Droogte. "Je zult wel geen waterader kunnen vinden daar in de diepte, die je nieuw leven kan komen brengen. En van regen kan er, Goddank, in de eerste twee, drie maanden nog geen sprake zijn."

    "Je kunt gerust wezen," zuchtte de bron, "niemand kan me helpen. Daar zou minstens een bronaar uit het Paradijs voor nodig zijn."

    "Dan zal ik je niet verlaten, voor alles voorbij is," zei De Droogte.

    Ze zag dat de oude bron haar einde tegemoet ging en nu wilde ze het genoegen hebben haar druppel voor druppel te zien sterven. Ze zette zich behaaglijk op de rand van de put en verheugde zich als zij de bron in de diepte hoorde zuchten. Zij had er ook veel plezier in te zien hoe dorstige reizigers naar de put kwamen, de aker lieten neerdalen en die optrokken met een paar modderige droppels van de bodem.

    Zo ging de hele dag voorbij en toen de schemering viel, keek De Droogte weer in de put. Er blonk nog wat water in de diepte. "Ik blijf hier vannacht," riep ze. "Haast je maar niet. Als het zo licht is, dat ik je weer zien kan, ben ik er zeker van, dat het met je gedaan is."

    De Droogte ging op het dak over de put zitten, terwijl de hete nacht, die nog akeliger en pijnlijker was dan de dag, neerdaalde over het land van Juda. Honden en jakhalzen huilden zonder ophouden en dorstige koeien en ezels antwoordden hen vanuit hun warme stallen. Toen eindelijk de wind opstak, bracht hij geen koelte, maar was heet en verstikkend, als de hijgende adem van een groot slapend monster.

    Maar de sterren lichtten met haar allerliefelijkste glans en een kleine, blinkende maansikkel spreidde haar mooi groenblauw licht over de grijze heuvels. En in dat licht zag De Droogte een karavaan aankomen en de heuvel optrekken, waar de Bron der Wijzen lag.

    De Droogte zat op het lage dak te kijken en verheugde zich opnieuw in al de dorst, die naar de bron kwam en daar geen druppel water vinden zou om gelest te worden. Daar kwamen zoveel dieren en kameelleiders aan, dat zij de bron wel hadden kunnen leegdrinken, al was die ook helemaal vol geweest. Plotseling kreeg zij de indruk, dat er iets wonderlijks, iets spookachtigs was aan die karavaan, die daar kwam aanzetten in de nacht.

    Alle kamelen kwamen eerst te voorschijn op een heuvel, die scherp tegen de horizon afstak; het was alsof zij uit de hemel kwamen. Zij schenen ook groter dan gewone kamelen en droegen al te gemakkelijk de reusachtige lasten waarmee zij beladen waren.

    Maar toch kon ze niets anders denken dan dat het werkelijkheid was. Zij zag ze immers heel duidelijk. Ze kon zelfs ook zien, dat de eerste drie dieren dromedarissen waren met grauw glanzend vel en dat ze rijk opgetuigd waren, gezadeld met mooie matten met franje en bereden door schone voorname ruiters.

    De hele optocht hield stil bij de bron. De dromedarissen legden zich neer op het veld met drie onwillige, schokkende bewegingen, en hun ruiters stegen af. De pakkamelen bleven staan en naarmate ze dichter bij elkaar kwamen, schenen ze een onafzienbaar bos te vormen van lange halzen en bulten en wonderlijk opeengestapelde pakken.

    De drie ruiters kwamen snel op De Droogte toe en begroetten haar door de handen op de borst te leggen. Zij zag, dat zij glanzend witte gewaden droegen en reusachtige tulbanden, waarop bovenaan een helder glinsterende ster bevestigd was, die straalde alsof zij direct van de hemel genomen was.

    "Wij komen uit een ver land," zei een van de vreemdelingen, "en wij verzoeken u ons te zeggen of dit werkelijk de Bron der Wijzen is."

    "Zo wordt zij vandaag nog genoemd," zei De Droogte, "maar morgen is het geen bron meer. Zij zal vannacht sterven."

    "Dat kan ik begrijpen, omdat ik u hier zie," zei de man; "maar is dit niet een van de heilige bronnen, die nooit uitdrogen? En van waar heeft zij haar naam?"

    "Ik weet dat ze heilig is," zei De Droogte; "maar wat kan haar dat helpen? De drie wijzen zijn in het Paradijs."

    De drie reizigers zagen elkaar aan. "Kent u werkelijk de geschiedenis van de oude bron?" vroegen ze.

    "Ik ken de geschiedenis van alle putten en beken en stromen," zei De Droogte trots.

    "Doe ons dan het genoegen en vertel ons die," vroegen de vreemdelingen.

    En ze zetten zich neer om de oude vijandin van alles wat groeit en luisterden. De Droogte kuchte even en kroop op de rand van de put, als een sagenverteller op zijn hoge stoel en begon haar verhaal:

    "In Gabes, in Medië, een stad die aan de grenzen van de woestijn ligt en waar ik mij daarom gaarne ophoud, leefden voor vele jaren drie mannen, die beroemd waren om hun wijsheid. Zij waren heel arm, wat een ongewoon verschijnsel was, want in Gabes werd kennis hoog in ere gehouden en goed betaald. Maar door deze mannen kon dit haast niet anders, want een van hen was buitengewoon oud, de tweede was melaats en de derde was een neger, pikzwart en met dikke lippen. De mensen vonden de eerste al te oud om hun wat te kunnen leren, de tweede ontweken ze uit vrees voor besmetting en naar de derde wilden zij niet luisteren, omdat ze meenden te weten, dat nooit enige wijsheid uit Ethiopië gekomen was.

    De drie wijzen sloten zich intussen in hun ongeluk bij elkaar aan. Zij bedelden overdag bij dezelfde tempelpoort en sliepen 's nachts op hetzelfde dak. Op die wijze hadden zij tenminste gelegenheid zich de tijd te korten door het gezamenlijk onderzoeken van al het wonderbare, dat zij bij dingen en mensen opmerkten.

    Op een nacht dat ze, zij aan zij, sliepen op een dak, dat dicht begroeid was met rode bedwelmende papavers, werd de oudste van hen wakker en nauwelijks had hij een blik om zich heen geworpen, of hij wekte de beide anderen.

    'Gezegend zij onze armoede, die ons noodzaakt in de open lucht te slapen,' sprak hij tot hen. 'Ontwaakt en heft uw ogen op naar de hemel.'"

    "Nu," zei De Droogte met een wat zachter stem, "dit was een nacht, die niemand, die hem gezien heeft, ooit kan vergeten. Het heelal was zo licht, dat de hemel, die meestal op een vast gewelf gelijkt, diep en doorschijnend en vol golven scheen als een zee. Het licht stroomde er heen en weer en men zag de sterren drijven op ongelijke diepten, sommige midden in de lichtgolven, andere op hun oppervlakte.

    Maar zo ver mogelijk en zo hoog mogelijk zagen de drie mannen een zwakke duisternis en dat duistere vloog door de ruimte als een bal en kwam al dichter bij en naarmate de bal naderde, begon hij te lichten. Maar hij lichtte zoals rozen - God late ze alle verdorren wanneer ze pas uit de knop komen. Hij werd al groter en het donkere hulsel er om heen sprong langzamerhand en het licht barstte naar buiten in vier heldere bladeren aan de kanten. Eindelijk, toen hij zo ver naar beneden was gekomen als de dichtstbijzijnde ster, hield hij stil. Toen bogen de donkere stukken geheel opzij en er wikkelde zich het ene blad na het andere los van een prachtig stralend rozenkleurig licht, tot hij eindelijk geheel klaar was en straalde als de schoonste onder de sterren.

    Toen de arme mannen dat zagen, zei hun wijsheid hun, dat op dit uur op aarde een machtige Koning geboren werd, een wiens macht die van Cyrus en Alexander te boven zou gaan. En ze zeiden tot elkaar: 'Laat ons naar de vader en de moeder van de Pasgeborene gaan en hun zeggen wat we zoeven gezien hebben. Misschien dat ze ons dan belonen met een zak munten of met een gouden armband.'

    Ze namen hun lange wandelstaven op en begaven zich op weg. Ze gingen de stad door en de stadspoort uit. Maar daar waren ze een ogenblik in de war, want nu breidde zich voor hen uit de grote droge, lieflijke woestijn, die de mensen verafschuwen. Toen zagen ze, hoe de nieuwe ster een smalle streep licht over het woestijnzand wierp en zij gingen getroost voort met de ster als wegwijzer.

    Zij gingen de hele nacht voort over de witte zandvlakte en onder de hele tocht spraken ze over de jonge pasgeboren Koning, die ze zouden vinden, slapend in een wieg en spelend met edelgesteenten. Zij verkortten de uren van de nacht door er over te spreken, hoe zij tot zijn vader, de koning, zouden gaan en tot zijn moeder, de koningin, en hun zeggen, dat de hemel hun zoon kracht en macht en schoonheid en geluk voorspelde, groter dan die van Salomo.

    Ze verhieven er zich op, dat God hen geroepen had om de ster te zien. Zij zeiden, dat de ouders van de jonggeborene hen niet met minder dan twintig zakken goud konden belonen. Misschien zouden zij zelfs wel zoveel geven, dat zij de pijn van de armoede niet meer behoefden te dragen."

    "Ik lag op de loer in de woestijn als een leeuw," zei De Droogte, "en wilde me op deze reizigers werpen met alle ellende van de dood, maar ze ontkwamen mij. De ster leidde hen de hele nacht en tegen de morgen, toen het licht werd en de andere sterren verbleekten, bleef deze hardnekkig staan en lichtte over de woestijn, tot ze hen geleid had naar een oase, waar zij een bron en vruchtdragende bomen vonden. Daar rustten zij de gehele dag en eerst tegen de nacht, toen ze het sterrenlicht over het woestijnzand zagen, gingen zij verder."

    "Voor een mens," ging De Droogte voort, "was het een heerlijke wandeling. De ster leidde hen zo, dat ze honger noch dorst behoefden te lijden. Zij bracht hen voorbij de scherpe distels. Zij ontweken het diepe losse stuifzand, zij ontweken de scherpe zonneschijn en de hete woestijnstorm. De drie wijzen zeiden aanhoudend tegen elkaar: 'God beschermt ons en zegent onze gang; wij zijn Zijn gezanten.'"

    "Maar zo langzamerhand kreeg ik toch macht over hen," ging De Droogte voort. "Het hart van die sterrenreizigers veranderde in een woestijn, even droog als die waar ze doortrokken. Zij werden vol onvruchtbare trots en verwoestende gierigheid. 'Wij zijn Godsgezanten,' herhaalden de drie Wijzen. 'De vader van de pasgeboren Koning beloont ons niet te hoog, als hij ons een karavaan schenkt, beladen met goud.' Eindelijk leidde een ster hen over de beroemde Jordaan en de heuvels van Jeruzalem op. En op een nacht bleef die staan boven de stad Bethlehem, die tussen de groene olijven op een heuvel lag te schitteren.

    De drie Wijzen zagen rond naar een paleis en vestingtorens en muren en al zulke dingen, die bij een koningsstad horen; maar zij zagen niets. En wat erger was, het sterrenlicht leidde hen niet eens de stad in, maar bleef staan bij een grot aan de kant van de weg. Daar gleed het zachte licht naar binnen door een opening en toonde de drie wandelaars een kindje, dat op moeders schoot rustig lag te slapen.

    Maar hoewel nu de drie Wijzen zagen, dat het sterrenlicht het hoofdje van het kind omstraalde als een kroon, bleven zij buiten de grot staan. Zij gingen niet naar binnen om de kleine eer en een koninkrijk te voorspellen. Zij wendden zich af zonder hun tegenwoordigheid te verraden, en zij vluchtten van het kind weg en liepen terug naar de heuvel.

    'Zijn wij uitgegaan naar bedelaars, die even arm zijn als wij?' zeiden ze. 'Heeft God ons hierheen geleid, opdat wij met Hem zouden spotten, en eer en aanzien voorspellen aan de zoon van een schaapherder? Dat kind brengt het nooit verder dan dat hij zijn kudde hoeden zal hier in het dal.'"

    De Droogte hield op en knikte bevestigend haar toehoorders toe. "Heb ik geen gelijk?" scheen zij te vragen. "Er is iets, dat droger is dan woestijnzand, maar niets is onvruchtbaarder dan het mensenhart."

    "De drie Wijzen hadden niet lang gelopen, toen het hun voorkwam, dat zij verdwaald waren en de ster niet goed gevolgd hadden," ging De Droogte voort. "En zij zagen omhoog om de ster te vinden en de rechte weg. Maar toen was de ster, die zij heel uit het oosten gevolgd hadden, van de heuvel verdwenen." De drie vreemdelingen maakten een heftige beweging en op hun gezichten lag een uitdrukking van diepe smart.

    "Wat nu gebeurde," ging de spreekster voort, "is van het standpunt van een mens uit gezien, misschien gelukkig. Dit is zeker, dat de drie mannen, toen zij de ster niet meer zagen, begrepen dat zij tegen God gezondigd hadden. En hun geschiedde," vertelde De Droogte bevend verder, "zoals het veld in de herfst, als de sterke regens beginnen. Zij beefden van schrik als voor donder en bliksem, hun ziel werd week en ootmoed ontsproot in hun hart als groen gras. Drie dagen en drie nachten dwaalden zij door het land om het kind te vinden, dat zij moesten aanbidden. Maar de ster vertoonde zich niet aan hen. Zij verdwaalden steeds verder en voelden de grootste smart en wanhoop. In de derde nacht kwamen zij aan deze bron om te drinken. En toen had God hun de zonde vergeven, zodat, toen ze zich over het water bogen, zij daar in de diepte het spiegelbeeld zagen van de ster, die hen uit het oosten hierheen geleid had.

    En onmiddellijk zagen zij die ook aan de hemel en zij leidde hen opnieuw naar de grot in Bethlehem. En zij knielden voor het kind en zeiden: 'Wij brengen U gouden schalen met wierook en kostbare kruiden. U zult de grootste koning worden, die op aarde geleefd heeft, van haar schepping af tot haar ondergang toe.' Toen legde het kind zijn hand op hun gebogen hoofden, en toen zij opgestaan waren, had het hun geschenken gegeven groter dan een koning ze geven kon. Want de oude bedelaar was jong geworden, de melaatse was gezond. En men zegt, dat zij zo heerlijk waren om aan te zien, dat zij heentrokken en koning werden - ieder in zijn eigen land."

    De Droogte hield op met vertellen en de drie vreemdelingen prezen haar: "U hebt goed verteld," zeiden zij. "Maar het verwondert mij," zei de ene, "dat de drie Wijzen niets voor de bron deden, die hun de ster toonde. Zouden ze zulk een weldaad geheel vergeten?"

    "Moet zulk een bron niet altijd blijven bestaan?" zei de tweede vreemdeling, "om de mensen te herinneren, dat het geluk, dat verloren wordt op de bergen van de hoogmoed, teruggevonden kan worden in het dal van de nederigheid?"

    "Zijn de overledenen dan erger dan de levenden?" zei de derde. "Sterft de dankbaarheid bij hen, die leven in het Paradijs?"

    Maar toen zij dit zeiden, sprong De Droogte op met een kreet. Zij had de vreemdelingen herkend, ze begreep wie die reizigers waren. En zij vluchtte als een razende om niet behoeven te zien hoe de drie Wijzen hun dienaren riepen en hun kamelen naar de bron leidden, allen beladen met waterzakken, en de arme, stervende bron vulden met water, dat zij uit het Paradijs gehaald hadden.

    01-08-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    31-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Politiek

    Politiek

    Wat is het verschil tussen politiek en diaree???? Bij politiek kan je rond de pot draaien!!!

    31-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De clown van God

    De clown van God



    Er was eens, heel lang geleden, in het stadje Sorrento een jongetje dat Giovanni heette. Hij had geen vader en moeder meer en was in lompen gekleed. Hij moest bedelen voor zijn brood en hij sliep onder bruggen en in portieken.

    Maar Giovanni was gelukkig, want hij kon iets heel bijzonders. Hij kon jongleren.

    Iedere dag ging hij naar het groente- en fruitstalletje van signor Baptista om daar zijn kunsten te vertonen. Hij kon jongleren met citroenen en sinaasappels, appels en aubergines en zelfs met komkommers en altijd kwamen er veel mensen kijken en als Giovanni klaar was met jongleren kochten de mensen bij signor Baptista groenten en fruit. Dan gaf de vrouw van signor Baptista een kop warme soep aan Giovanni. En zo was iedereen tevreden.

    Op een dag kwam er een groep rondreizende toneelspelers in de stad en Giovanni keek hoe zij dansten en zongen in hun prachtige kleren. "O," zei Giovanni bij zichzelf, "zo wil ik ook leven." En toen het stuk afgelopen was, ging Giovanni met de Maestro praten. "Nee, nee," zei de Maestro. "Ik heb geen schooiers nodig. Ga maar ergens anders bedelen." - "Maar ik ben heel handig," hield Giovanni vol. "Ik kan helpen met in- en uitpakken. Ik kan voor de ezels zorgen. En Maestro," zei Giovanni toen, "ik kan jongleren!" En hij liet zijn kunsten zien. "Niet gek," zei de Maestro toen hij Giovanni bezig zag. "Met wat meer oefening... Goed dan, ga maar met ons mee, maar je krijgt geen geld. Al wat je krijgt is een slaapplaats en een bord eten. Je bent tenslotte bij de beste toneelspelers van heel Italië." - "Hartelijk dank," zei Giovanni. "Ga je spullen maar halen. We vertrekken over een uur," zei de Maestro.

    Toen nam Giovanni afscheid van signor en signora Baptista en ging op reis met de toneelspelers. Niet lang daarna gaf de Maestro hem een kostuum en Giovanni jongleerde voor het publiek. Hij schilderde een clownsgezicht, ging voor het doek staan en voordat het spel begon, boog hij, maakte een felgekleurde zak open, rolde een kleedje uit en begon.

    Hij jongleerde met stokjes en borden. Dan zette hij de borden op stokjes en draaide ze in het rond. Hij jongleerde met knotsen en ringen en zelfs met brandende fakkels. Ten slotte gooide hij een rode bal en een oranje bal op. Daarna een gele bal, een groene, een blauwe en een paarse, totdat het leek of hij met de regenboog jongleerde. "En nu: de Zon in de Hemel!" riep hij. Terwijl hij nog steeds jongleerde pakte hij een glanzende gouden bal en gooide hem hoger en hoger, sneller en sneller. En het publiek juichte hem toe. Giovanni werd erg beroemd en het duurde niet lang of hij nam afscheid van de reizende troep en begon voor zichzelf.

    Hij reisde heel Italië door en hoewel zijn kostuum steeds mooier werd hield hij altijd zijn clownsgezicht. De ene keer jongleerde hij voor een hertog; en een andere keer voor een prins. Maar hij deed altijd hetzelfde: eerst de stokjes, dan de borden, dan de knotsen, de ringen en de brandende fakkels. En helemaal aan het einde de regenboog van gekleurde ballen. "En nu: de Zon in de Hemel!" riep hij, en de gouden bal ging hoger en hoger, en het publiek lachte en klapte en juichte.

    Op een zekere dag zat Giovanni tussen twee steden in de schaduw van een boom en at brood met kaas, toen er twee monniken langs kwamen. "Kom, wil je je eten met ons delen, goede clown?" vroegen ze, "en moge God je belonen en broeder Franciscus je zegenen!" - "Ga maar zitten, brave broeders," zei Giovanni. "Er is meer dan genoeg."

    Terwijl de drie mannen zo zaten te eten, vertelden de monniken hoe ze van stad tot stad trokken en om voedsel bedelden en de vreugde van Onze Lieve Heer verspreidden. "Onze stichter, broeder Franciscus, zegt dat alles leeft ter meerdere glorie van Onze Lieve Heer. Ook jij met dat jongleren van jou," zei een van de monniken. "Dat geldt misschien voor mensen zoals jullie, maar ik jongleer alleen maar om de mensen aan het lachen te maken, zodat ze gaan klappen," zei Giovanni. "Dat is hetzelfde," antwoordden de monniken. "Als je de mensen gelukkig maakt, draag je ook bij tot de glorie van Onze Lieve Heer." - "Als jullie het zeggen!" zei Giovanni lachend, "zal het wel zo zijn, maar nu moet ik verder naar de volgende stad. Arrivederci, goede broeders en veel succes!"

    En overal waar Giovanni kwam, was de lucht vol van zijn vliegende borden en stokken, zijn knotsen en ringen en fakkels. En altijd kwam daarna zijn regenboog van ballen en 'de Zon in de Hemel'. En overal waar Giovanni kwam moesten de mensen lachen en het geluid van hun gelach en hun toejuichingen schalde door de steden.

    Jaren gingen voorbij. Giovanni werd oud en het werden moeilijke tijden. De mensen stopten niet meer om te kijken. "O, dat is die oude clown weer, die altijd staat te jongleren. Die hebben we al gezien," zeiden ze. Giovanni voelde zich ongelukkig, maar hij bleef jongleren, totdat hij op een dag 'de Zon in de Hemel' liet vallen en de regenboog van ballen naar beneden stortte en de mensen die om hem heen stonden begonnen te lachen. Maar dit keer niet van plezier.

    Toen deden ze iets verschrikkelijks. Ze gooiden groenten en stenen naar Giovanni, zodat hij moest rennen om zijn leven te redden. Bij een beekje waste Giovanni zijn clownsgezicht af. Hij stopte zijn stokken en borden weg, en zijn knotsen en ringen en de gekleurde ballen. Hij stopte zijn kostuum weg en hij hield op met jongleren. Voor altijd.

    Het beetje geld dat hij had raakte al gauw op en zijn kleren werden tot lompen, en hij moest bedelen om voedsel en hij sliep weer onder bruggen en in portieken, net als in zijn jeugd. "Het is tijd om naar huis te gaan," zei de oude man vermoeid tot zichzelf. En hij ging op weg naar Sorrento. Het was een koude winteravond toen hij ten slotte in de stad aankwam. De wind blies hard en er viel een ijskoude regen. Hoog boven hem doemde de kloosterkerk van de monniken op. De ramen waren donker. De oude Giovanni kroop nat en koud naar binnen en viel in een hoekje in slaap.

    Hij werd wakker van muziek. De kerk schitterde van het kaarslicht en was vol mensen die 'Gloria, Gloria' zongen. Giovanni kon zijn ogen nauwelijks geloven. Zoveel schoonheid. Een lange rij monniken, priesters, nonnen en mensen uit de stad slingerde zich door de kerk. Iedereen had een prachtig geschenk bij zich. Ze legden de geschenken neer voor een beeld - van een vrouw met haar kind.

    "Wat is er aan de hand?" vroeg Giovanni aan iemand die vlak bij hem stond.

    "Wel oude man, het is de geboortedag van het Heilige Kind," antwoordde de vrouw. "En in de processie brengt iedereen zijn geschenken."

    Giovanni keek vol verbazing naar de processie tot die afgelopen was. Alle mensen gingen de kerk weer uit en het werd donker, behalve bij het beeld van de Vrouw en het Kind, want het werd omringd door helder brandende kaarsen. Giovanni kwam dichterbij. Het Kind op de schoot van de Vrouw zag er zo ernstig, zo streng uit.

    "O," zei Giovanni, "ik wou dat ik ook iets had om te geven. Uw kind ziet er zo droevig uit, zelfs met al deze mooie geschenken. Maar wacht eens, vroeger maakte ik de mensen altijd aan het lachen." Giovanni maakte de zak open die hij bij zich had en haalde er zijn oude kostuum uit. Toen schilderde hij zijn clownsgezicht, rolde het kleedje uit en begon te jongleren. Eerst de stokken. Toen de borden. Daarna liet hij de borden op de stokken draaien. En toen de knotsen en de ringen.

    Broeder Portier, die de deuren van de kerk juist wilde sluiten, zag Giovanni jongleren. Hij rende naar buiten om de priester te halen. Maar Giovanni merkte daar niets van. "En nu," zei Giovanni lachend tegen het Kind, "eerst de rode bal, dan de oranje… dan de gele… en de groene, de blauwe en de paarse."

    Giovanni jongleerde de ballen hoger en sneller, totdat het leek of het een regenboog was. "En nu," riep Giovanni, "de Zon in de Hemel!" De gouden bal ging rond en rond, hoger en hoger. Giovanni had zijn hele leven nog nooit zo goed gejongleerd. Hoger en hoger, sneller en sneller. De kleuren dansten door de lucht. Het was schitterend. Giovanni's hart bonsde. "Voor jou, lief Kind, voor jou," riep hij. Plotseling stopte zijn oude hart. En Giovanni viel dood op de vloer.

    De priester en broeder Portier kwamen binnen. De priester boog zich over de oude Giovanni en zei: "Ach, de oude clown is dood. Moge zijn ziel rusten in vrede." Maar broeder Portier week achteruit en keek met open mond naar het beeld van de Vrouw met het Kind. "Kijk," riep hij wijzend, "kijk!" Het kind glimlachte en in Zijn hand hield Hij de gouden bal.

    31-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    30-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Een vent loopt een sexshop binnen en vraagt aan de bediende achter de toonbank: "Goeiedag, ik zou graag zo'n lekkere opblaasbare sex-pop kopen."
    Waarop de bediende zegt: "Geen probleem meneer, we hebben Hollandse poppen, Duitse poppen, Engelse poppen en zelfs Palestijnse poppen, maar die Palestijnse zijn iets duurder..."
    Waarop de klant vraagt: "Waarom zijn die Palestijnse poppen dan duurder?"
    De bediende: "Omdat die zichzelf opblazen!"

    30-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijn zus

    Mijn zus



    Mijn zus. Ik had haar al lang niet gezien, en dat was jammer. Mijn hele leven noemde ze mij “mijn zusje”, al was ik maar 2 jaar jonger. Ik keek altijd tegen haar op, ze was zo zelfverzekerd, zag er goed uit en had altijd vriendjes.
    “En al een vriendje?” vroeg ze vroeger vaak, maar ik was niet zo vroeg met dat soort zaken.
    Toen ze 20 werd, ging ze uit huis om de wereld te ontdekken. Ik was daarna slechts één keer bij haar geweest in Amsterdam, en we waren gaan stappen. Nadat ze me had voorgesteld in een dancing aan een vriendje van haar (tijdelijke) vriend, ging het wat gemakkelijker.
    Ik had met hem gezoend op de dansvloer, en hij had aan mijn borsten gezeten. Ik was niet alert genoeg om het contact te onderhouden, en was daar later chagrijnig over.

    Maar nu zou ze twee dagen komen logeren, en ik verheugde me erop. Ik had mijn beste vriendin uitgenodigd en we zaten in spanning op mijn zus te wachten. Toen ik de deur opendeed, was ik weer onder de indruk. Ze zag er perfect uit, sexy maar met veel stijl. Ze pakte mijn hoofd en zoende me op mijn mond. Ik kreeg een tinteling en schrok. Zo zoende mijn zus mij toch nooit? Ze begroette mijn vriendin en we praten gezellig bij. Ik vroeg wie haar vriend nu was en ze antwoordde dat ze niet veel met vriendjes deed op het moment, ze had wel enkele goede vriendinnen en maakte het “gewoon gezellig met hen”.

    We gingen ’s middags de stad in en kochten kleding. Teruggekomen wilde mijn zus de kleding showen, en ik toonde haar mijn nieuwe inloopkast met veel spiegels en sfeervolle spotjes. Ze liet mijn vriendin helpen met haar BH bandjes, en hielp mij met mijn laarzen.
    “Ik krijg een idee” riep ze plotseling. “We doen net of we ons gaan verkleden voor een bezoek aan een man die we willen verleiden”. “Roos”, zei ze tegen mij, “je hoge laarzen zijn perfect! Maar daarboven moet je niet te veel aantrekken!” Ze viste een klein zwart slipje uit mijn kast en gebood mij dit aan te trekken. “Een BH hoeft niet, ik heb iets anders”. Ze haalde een net gekochte lange, rode zijden sjaal uit haar tas en liep op mij af. Ze legde mij de sjaal om mijn nek, en wapperde met het uiteinde over mijn buik. Weer voelde ik die tinteling.
    Ze drapeerde de sjaal niet over mijn borsten, maar er omheen en knoopte de sjaal op mijn rug vast. Mijn tepels waren goed zichtbaar. Mijn zus bracht haar mond naar mijn oren en fluisterde: “weet je waar ik altijd jaloers op ben geweest? Op jouw mooie, grote, roze tepels.
    Ik vind ze veel geiler dan mijn bruine tepels”. Ze pakte mijn tepels en begon er eerst aan te draaien, en toen aan te zuigen. Ik voelde mijn schaamlippen bewegen en vochtig worden.
    Plots draaide mijn zus zich om en liep naar mijn vriendin. ´Esmee” riep ze zangerig,
    Trek jij even je dikke trui uit?” “Wil je dat?” riep Esmee wat onwennig. “Ja!” riep mijn zus en aaide Esmee over haar billen. Het broeierige sfeertje kreeg nu ook vat op Esmee en ze trok haar trui uit. Eronder droeg ze een mooie BH met glimmers. “Perfect!” vond mijn zus.
    “ Ik zal je even helpen je schoenen uit te trekken, ik vind ze een beetje lomp”.
    “Ga maar op het krukje zitten”zei mijn zus en ze nam zelf plaats voor het krukje op haar knieën. Ze trok de schoenen van Esmee uit. Esmee verwachtte al meer, en dat kwam uit.
    Mijn zus maakte Esmee’s broekriem los, deed haar gulp open (met haarvinger àchter de rits)
    en trok de broek langzaam naar beneden. “Esmee”riep ze, “ik wil dat je nu op je handen en knieën gaat zitten”. Esmee gehoorzaamde. “En nu je broekje uit!” Esmee trok haar broekje naar beneden”. Mijn zus gaf haar plots een pets op haar billen. Ik zag Esmee’s anus bewegen van de reactie, en kreeg een inkijkje in haar schaamstreek. Ik was nooit geil geworden van vrouwen, maar nu was het toch echt zo. “Esmee” riep mijn zus “voer elke stap die ik nu noem letterlijk uit!”. “Kruip naar mijn zus”. Esmee kroop langzaam naar mij toe. “Hoofd omhoog, dicht bij Roos haar kruis! Pak nu met je tanden het elastiek van haar slipje!” Toen ik Esmee’s lippen op mijn buik voelde, werd ik nog geiler. “Trek de broek ruw naar beneden!”

    Ik voelde een ruk, en zag mijn gescheurde broek naar beneden glijden. “Roos, beentjes iets wijder!”. Ik gehoorzaamde. “Esmee, langzaam met je tong naar Roos klitje!”
    Ik stuurde mijn lichaam zo dat ze er goed bij kon. “Langzaam likken nu!”gebood mijn zus.
    Ik werd nu echt gek. Ik stond gelukkig tegen de kast geleund, anders was ik omgevallen.
    Ik had dit nog nooit meegemaakt, en nu met mijn eigen vriendin? Waarom waren we hier niet eerder opgekomen? Esmee begon nu sneller te likken, en zocht terwijl met haar hand mijn aars op. Ze duwde erop, aaide en bewoog, en het leek wel of mijn aars vochtig werd!
    Ze duwde haar vingertop erin en trok hem er weer uit, ik begon te kreunen: “Esmeetje, ga door, ga door”. Ik hield het niet meer en liet me op de grond zakken. Esmee draaide haar lichaam zo dat ik met mijn gezicht dicht bij haar kut kwam. Ik vingerde haar lekkere kont en terwijl likte ik eerst haar schaamlippen en daarna haar klit. Intussen ging Esmee zo tekeer met mijn kutje, dat ik begon te kronkelen en een orgasme kreeg zoals ik nog nooit had gehad.
    Door mijn gekronkel werden mijn tongbewegingen ongecontroleerd, waardoor Esmee met veel gehijg klaar kwam. Daar lagen we dan, twee vriendinnen die elkaar al zo lang kennen, en nog nooit van elkaars lichaam hadden genoten! Plots hoorde ik gekreun naast me. Ik keek naast me en zag mijn zus op de grond zitten terwijl ze klaar kwam. Na enkele minuten gelegen te hebben zei mijn zus heel teder: “ ik heb dit pas ontdekt en wilde het jullie niet onthouden”. “En nu gaan we lekker met z’n drieën naar de badkamer! Komen jullie?”

    30-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Drie bier en een witte wijn

    Drie bier en een witte wijn

    Ik kwam laatst in het café en ik zeg tegen de kastelein:  Mag ik wel drie bier en een witte wijn voor het gezeik begint. Ik snel opdrinken. Zeg ik later tegen de kastelein:  Mag ik wel drie bier en een witte wijn voor het gezeik begint. Nou, ook weer snel achter over slaan. Zeg ik weer tegen de kastelein: Mag ik wel drie bier en een witte wijn voor het gezeik begint  Hij zegt: Heb je wel geld bij je. Ik zeg: Daar begint het gezeik al…

    30-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    29-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Problemen

    Problemen

    hoofdstuk 1



    In de middag zat lies aan de kanten haar vriendinnen zagen dat en gingen naar haar toe.''Wat is er?'',vragen haar vriendinnen.Mijn vader is gestorven en ik ben er niet blij om maar ook niet verdrietig om!Huh,wat bedoel je daarmee?''Wel,mijn vader is gestorven en ik ben er blij om en verdrietig om,toen mijn vader niet dronken was,was hij heel lief en nooit boos,maar als hij dronken was dan sloeg hij ons en was hij heel gemeen!'',zei ze huilend.Maar nu is hij gestorven.Als mijn vader zou sterven zou ik heel verdrietig zijn!''Wat een zatlap zeg!!'',zei een van haar vriendinnen.Dat mag je niet zeggen je...Nee laat haar maar, ze heeft gelijk!Mijn vader is een zatlap!Ttttrrrriingg!!!!De bel ging.Kom,vlug naar binnen!Ik wil niet te laat zijn op school!Toen ze in de klas zaten:neem jullie werkboek van W.O. Op bladzijde 78.Lies was er niet met haar gedachten bij.Meester Frans had het gemerkt en zei nog eens: neem je werkboek van W.O. Op bladzijde 78 Lies!!Oh,sorry meester Frans.Meester Frans zei fluisterend tegen Lies: ik moet je straks nog even spreken achter de les.Goed,we gaan verder met de les. Toen de les gedaan was zat Lies nog op haar bank.Wat is er Lies?''Mijn vader is gestorven,toen hij dronken was sloeg hij ons altijd,toen hij niet dronken was,was hij heel lief tegen ons.'',zei Lies huilend.''Ik vind het heel erg voor je Lies'',zei meester Frans bezorgt.Ik moet nu weg, mijn moeder staat te wachten op me.''Waar bleef je zolang?'', vroeg haar moeder bezorgt.Ik moest nablijven, hij moest me nog even spreken over papa.Ah, en wat vroeg hij? Wat er was hé mama!?Oh, sorry kind ik zit erover in. Maakte hij zich zorgen over ons?Ja,hij was erg bezorgt om ons.PAS OP!!!!!Aaah!Ze deed haar ogen dicht van de schrik en...BOEM!!!Ze waren gereden tegen een grote,dikke boom.Lies was bewusteloos Toen ze wakker werd keek ze naar haar moeder. Ze zei geschrokken:mam?!Mam!!!Ze belde onmiddelijk de 100.De 100 kwam eraan met zwaaiende lichten.Rustig maar meid alles komt in orde!Niet waar!Me moeder is dood!Toen begon ze te huilen.Wat erg voor je,heb je nog een papa of een broer of een zus?''Nee, ik heb geen papa meer en ik heb ook geen broers of zussen.'',zei ze triestig.Dus je hebt geen ouders meer?Net zoals jij het zegt ,het is net alsof de duivel achter me zit!Maar nee,de duivel zitniet achter je, je hebt gewoon ongeluk kind!Je weet niet hoe het is ,geen ouders meer te hebben?!Nee, ik weet niet hoe het is maar ik denk dat het vreselijk voor je is!De politie zal wel zeggen waar je nu naar toe moet!Ondertussen kwamen ze aan in het ziekenhuis.De dokter kwam naar Lies en zei: zo, we zullen je straks onderzoeken heb je ergens pijn ?Nee, ik heb alleen pijn in mijn hart!Mijn hart is gebroken!Jaja,kom maar mee met mij.Nadat ze Lies onderzocht hebben kwam de dokter nog eens hij zei:ja,met jou is alles goed maar zoals je al weet...je moeder is dus...tja dood dus.Ik vind het heel erg voor je,Lies.Ze zei huilend:och, wat moet ik nu toch doen? Toen kwam de politie.Dag meisje,ik heb gehoord van de dokter dat je geen ouders meer hebt dus je zult moeten verder leven in een pleeggezin ze komen je ophalen,wacht maar buiten op ze.Toen ze naar buiten ging zei ze in haar zelf dat ze heel graag wilt dat dit 1 grote nachtmerry is.Plots roeptte een vrouw haar naam.Kom stap maar in Lies.Dit zijn nu je lieve zusjes kimberly en annelies.Aangenaam kimberly en annelies.Kimberly fluisterde in annelies haar oor:ze moet weg ze hoorst hier niet thuis!Lies had dat gehoord en reageerde er niet op.Stap maar uit en ga in je kamer spelen,Lies vraag aan je zusjes waar dat je kamer is die weten het wel!Kimberly waar is mijn kamer?Op de zolder!Ze giechelden omdat haar kamer oud stoffig en versleten was.''Wow, wat een mooie kamer zeg.'', zei ze suf.Ik zal even rondkijken in het huis.De kamer van mijn stiefzussen zijn zo mooi en de mijne is zo lelijk versleten en vies!Ik voel me hier niet thuis!Lies!!!Kom eens naar beneden!Wat heb ik gehoord van je zussen?Over wat heb je het?Je weet best wel over wat ik het heb!Waarom scheld je je zussen uit?!!Dat deed ik niet!''Jij vuile leugenaar!''zei haar stiefmoeder.
    Ik weet echt niet waarover je het hebt, ik heb er niks mee te maken!Naar je
    kamer!Zomaar je zussen beschuldigen!

    hoofdstuk 2

    Ik zal wel met me zussen spelen misschien zijn ze dan liever tegen me.Hallo, mag ik met jullie spelen?Nee,jij mag niet met ons spelen je moet met jezelf spelen en je mag ook geen speelgoed lenen!!Het is al goed ik ga wel naar mijn eigen kamer!Wat een zussen zeg;zo onbeschoft dat ze zijn!
    Plots roepte één van haar zussen heel luid au,onmiddelijk kwam hun moeder en vroeg wat er gebeurt was,Lies heeft me geschopt en geslaan en ze liep dan vlug naar haar kamer!Lies, nu heb ik er echt genoeg van hé!!Laat je zussen met rust of je woont hier niet meer!!Maar ik deed niks!Niet liegen ik heb er genoeg van ik sluit je op in je kamer!!Grrrr, wat een rot gezinnetje heb ik toch!!Ik heb nog liever een pa die slaat!Plots hoorde ze het slot opengaan en hoorde dan:Lies kom naar beneden ik heb klusjes voor je!Nadat ze de klusjes gedaan had was het al nacht iedereen lag in bed .
    Lies zei nu kan ik vlug weglopen!Ik moet heel stil zijn!Kkkkr de deur deed ze heel voorzichtig open en dan weer heel voorzichtig toe.Nu moet ik onmiddelijk weglopen heel snel moet ik zijn!Ze rende zo snel dat ze niet keek toen ze overstak en BAM!!!ze had een auto tegen haar gekregen.Ze kreunde van de pijn en zag het bloed van haar hoofd druipen.Plots zag ze licht en ze werd opgetild.en naar het ziekenhuis gebracht.De dokter kwam en vroeg wat er is gebeurt een auto heeft over haar gereden en ze bloed erg aan haar hoofd maak onmiddelijk een kamer vrij!We moeten nu aan de operatie beginnen anders haalt ze het niet!Toen werd ze geopereerd .Toen ze wakker werd kreunde ze een beetje .Ze hoorde zeggen:ja,ze is wakker.''Wat is er gebeurt?'', vroeg Lies kreunend.Een auto heeft tegen je gereden je hebt een lichte hersenschudding en je hebt een paar beenderen gebroken. En je bent ernstig gewond aan je hoofd ,mochten we je niet onmiddelijk geopereerd hebben was je waarschijnelijk dood.Heb je ouders?''Nee,ze zijn dood.'',zei ze huilend.Wat erg voor je, we zullen je in een weeshuis moeten plaatsen daar kun je misschien een nieuw leven beginnen?!Haar medicijnen zijn bijna op ,ga er vlug nieuwe halen!De volgende week was ze genezen en zat ze in het weeshuis.

    hoofdstuk 3
    ''Wat moet ik nu doen,ik mis me ouders zo erg!!'',zei ze huilend.Plots werd er gezegd dat we ons mooi moesten maken want er komen ouders aan!Toen stroomden er mensen binnen,alle kinderen waren plots weg en ik bleef alleen over.Pppfff...niemand kiest mij!Er is daar nog iemand!Ze had mooi lang blond haar parelende ogen mooi van lengte,ze zag er heel lief uit.Toen zag ze mij en dacht net hetzelfde.Ik neem haar, ze ziet er wel lief uit en ook leuk!Toen ze in de auto zaten vroeg ze hoe ik heet,ik heet lies hoe heet jij?Ik heet rebecca.''Mooie naam'',zei Lies.Ja jij hebt ook wel een mooie naam!Je bent wel erg lief,en hopelijk vind mijn man Frans je ook wel leuk!Wat zei je daar?
    Is het meester Frans?Ja , hoe weet je dat?Ik zat in zijn school!Wat een toeval zeg!Dan kennen jullie elkaar al!Ja,meester Frans is heel leuk!Kijk, we zijn al thuis, we zullen Frans eens verrassen met jou!Ze draait de sleutel in het sleutelgat de deur gaat open .Frans zag Rebecca en vroeg of ze iemand gevonden heeft.Rebecca zei :ja,ik heb iemand gevonden en je kent haar!Het is.....Lies!!!Dat is pas een verrassing,hé?Frans zei :ja,wat leuk!Maar,hoe kom je in het weeshuis terecht?Mijn moeder is aan een autongeluk dood gegaan ,en ik had een nieuw gezin gevonden maar die waren heel gemeen tegen me!Toen liep ik weg en keek ik niet goed uit en een auto reed tegen me en zo ben ik in het weeshuis terecht gekomen!Wat gaan we nog allemaal meemaken met jou?Tja,met mij in de beurt gebeuren er precies allemaal ongelukken!Maar nee,het is gewoon...tja...ik weet het eerlijk gezegd niet!Maar wees gerust,hier is het heel fijn!Ik zal je les geven thuis of wil je les krjgen in school?In school ik wil niet dat ze weten dat dit allemaal gebeurt is!Ik zal gewoon zeggen dat ik een paar gebroken beenderen had en dat ik een week in het ziekenhuis moest liggen!Ja, goed idee!Het is 6 uur we gaan eten!Aan tafel!Het is frietjes met biefstuk!Ik weet dat iedereen dit graag lust!Vul jullie buikjes maar en we eten dit omdat we Lies als kind hebben!Santé en smakelijk eten!Nadat ze gegeten hebben:amai, dat was lekker!Nu ben ik echt moe waar is mijn kamer? Kom maar mee naar boven.De deur werd opengetrokken.Ze had nog nooit zo'n mooie kamer gezien!Een prachtig nieuw bed splinternieuwe spullen en dit allemaal voor mij alleen!Dankje wel pa!Hier voel ik me echt thuis!ze pakte haar splinternieuwe pyama en trok hem aan en ging in het heerlijk zachte bed liggen en sliep.Zo leefde Lies nog lang en gelukkig met haar nieuwe ouders!

    29-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Shampo

    Drie mannen gaan naar het klooster, als ze daar zijn zegt de moeder overste: "Om 24.00 u moet ge in u kamer zijn, want dan komen de nonne voorbij. De eerste gaat naar het w.c. en ziet 3 zeepkes ligge en pakt die mee...volgende nacht moet de tweede naar het w.c., ziet zeepkes en pakt die mee...volgende nacht
    moet de derde naar het w.c., pakt de 3 zeepkes en gaat naar buiten maar de klok slaat 12.00 uur (nacht). Hij gaat snel terug naar binnen, maar zijn lul blijft steken tussen de deur. De 4 nonnekes lopen net door de gang, Non1: ziet daar
    een hendelke, ik zal er eens aan trekken, denkt ze. Ze trekt er aan en er valt een zeepke uit zijn hand. Non2: o, een zeepkes machien. Ze trekt ook en er valt nog een zeepke. non3 idem. non4 trekt ook en zegt: "Oh, shampo!"

    29-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Twee bowlingteams naar een toernooi

    Twee bowlingteams naar een toernooi

    Twee bowling teams, de ene allemaal blondjes en de andere brunettes, charteren samen een dubbeldekkerbus om mee te doen aan een toernooi. Het team van de brunettes zat in het onderste gedeelte van de bus, de blondjes boven. Beneden in de bus, bij de brunettes, ging het er heel plezant aan toe. Zingen, moppen tappen; de ambiance zat er goed in. Tot het een van de brunettes op viel dat het boven bij de blondjes wel heel stil was. Ze besloot poolshoogte te gaan nemen en ging naar het bovenste gedeelte van de bus. Wanneer ze boven kwam zag ze alle blondjes heel angstig in de stoelen zitten, allemaal met opengesperde ogen rechtdoor starend, de leuning van de zetel voor hun zo hard vastklampend dat hun knokkels er wit van zagen. De brunette vroeg : ”Wat is hier allemaal aan de hand. Bij ons beneden zit de ambiance er goed in…!”. Een van de blondjes keek verschrikt op, slikte hard en fluisterde : ”JA, MAAR JULLIE HEBBEN WEL EEN CHAUFFEUR”

    29-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    28-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.In de fille

    In de fille

     

    Een man komt te laat op zijn werk; Baas,

    "waarom ben jij te laat?!

    " Werknemer, "ik stond in de file." Baas,

    "hoe lang was die file?" Werknemer,

    "weet ik niet, ik stond vooraan"

    28-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tarzan!!!

    Tarzan!!!

    Een groep vrouwen gaat naar de jungle. ��n vrouw moet op een bepaald moment haar veters strikken en blijft achter. als ze klaar is dan is ze de groep kwijt en gaat ze zoeken, maar na lang zoeken heeft ze nog niets gevonden en gaat ze maar bij de pakken neerzitten. op een gegeven moment komt Tarzan aan en die vrouw zegt tegen hem:
    Zo, ben u nou Tarzan?

    Ja
    zegt Tarzan. Zegt die vrouw:
    ben u nou niet heel erg eenzaam in het oerwoud
    . Zegt Tarzan:
    nou een beetje
    .
    Ja
    zegt die vrouw
    maar ik bedoel: hebt u nu geen behoeftes
    .
    Ja maar ik heb de bomen en als ik zin heb dan steek ik hem effe in een gat en danne ehh...
    .
    Zou u niet is wat willen dan met een echte vrouw
    .
    Jaa
    zegt Tarzan.
    Zou u het met mij willen doen dan

    Ja zeker wel
    Nou die vrouw kleed zich helemaal uit en ligt daar poedelnaakt in het oerwoud en Tarzan komt aanzetten en geeft een flinke trap in d'r poesje.
    Wat doet u nou?
    zegt ze.
    Nou eerst kijken of er geen eekhoorntjes in zitten

    28-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    27-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Niet storen

    Niet storen

     

    Er zitten 2 vrouwen gezellig te babbelen. Zegt de een tegen de ander:

     "Vertel jij het tegen je man als je klaarkomt?"
    "Nee", antwoordt de andere vrouw, "ik wil hem niet storen op zijn werk."

    27-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.mijn lieve kat



    mijn lieve kat



    ik heb een super speciale kat, genaamt moortje.
    vroeger toen ze een klein poesje was, is ze mishandelt door hoor vorige eigenaar, die hellaas niet bekend is.
    ze is weggelopen van haar baasje, en mensen vonden haar mager en met wonden.
    ze heeft lang in de dierenasiel gezetten.
    moortje vertrouwde niemand meer, ze viel iedereen aan. dus ze is elke keer verkocht, maar ze brachten haar terug omdat moortje hun aanviel.
    toen ik mijn katje was kwijt geraakt vond mijn vader dat zielig, en ik ben dol op zwarte katten, dus kocht hij moortje.
    die dag was zo geweldig, moortje deed eerst heel kattig, maar na een maandje waren moortje en ik de beste vrienden.
    Ik was de enige die met moortje mocht spelen en met haar mocht knuffelen.
    maar ze begreep me ook, als ik verdrietig was, kwam ze altijd bij me knuffelen, en als ik ziek was, lag ze altijd bij me. ik heb een aantal moeilijke jaren gehad, maar moortje maakte me altijd weer vorlijk.
    hellaas heb ik maar 5 jaartjes plezier van haar gehad, we hebben haar vanochtend in moeten laten slapen.
    een week geleden was alles nog oké !
    maar nu is ze er niet meer.
    haar longen waren gekrompen door longkanker, en de dierenarts kon niets meer doen.
    gister avond toen ik thuis kwam, ging ik op de stoel zitten, en ik keek hoe moortje daar lag.
    ze kon haar achterpoten niet meer gebruiken omdat daar zuurstof gebrek was.
    en toen moortje me zag zitten, probeerde ze met haar voorpoten naar me toe te kruipen.
    het lukte haar en zachtjes lag ze tegen mijn voet aan.
    het zag er zo zielig uit, dat ik erg hard moest huilen.
    die nacht kon ik niet slapen,een voorgevoel.
    om 3 uur 's nachts ging ik even kijken.
    ze keek me heel zielig aan, en ik wist niet wat ik moest doen, ik was alleen maar aan het huilen.
    ik heb haar een flinke knuffel gegeven, en heb een briefje achter gelaten voor mijn vader, dat ik er graag bij wou zijn, als ze ingeslapen zou worden, kon ik nog afscheid nemen, en ik had geluk want ik had de eerste 2 uur vrij.
    de volgende ochtend zag ik de klok.
    raar waarom had mijn vader me niet wakker gemaakt voor moortje.
    ik kwam beneden, en zag dar moortje er niet meer was.
    mijn vader had me niet wakker gemaakt, omdat hij dat onnodig vondt.
    nou heb ik geen afscheid van haar kunnen nemen.
    ik mis haar echt enorm, en als ik aan haar denk, lopen de tranen over mijn gezicht.
    moortje was als een mens voor me, en ik zal haar nooit meer vergeten

    27-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    26-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Grappige spreuken

    Een computer is zo snel... Hij maakt meer rekenfouten per seconde dan 1000 geleerden in een jaar.

    MS Word doet zijn naam eer aan, na het eerste woord wordt het hard minder.

    Realiteit is voor mensen die niets in Star Trek zien.

    Hiroshima '45 => Tsjernobyl '86 => Windows '98.

    Windows is gebruiksvriendelijk. Het is alleen erg kieskeurig bij het kiezen van zijn vrienden.

    Het nieuwe millenium brengt: 1 milleniumbaby en duizend ongewenste kinderen.

    Willen alle neonazi's die zo graag voor hun vaderland willen sterven dat a.u.b. ter plekke en direct doen.

    Geniet, maar drink met maten.

    Probeer eens uit een vliegtuig te stappen zonder parachute. Het is niet de val die je dood wordt, het is de plotselinge stop.

    Liefde is als electriciteit, zolang de stekker er niet in zit, heb je geen contact.

    Wie zijn billen brandt, moet blij zijn dat hij niet omgekeerd stond.

    Je hoeft niet aan een boom te hangen om een eikel te zijn.

    Zelfmoord plegen is wel het laatste wat ik zou doen.

    Toen plassen pissen werd, is het gezeik begonnen.

    Volgens de enquete ben ik een verwend meisje. Wat nu James?

    Je kunt beter over je fiets lullen, dan over je lul fietsen.

    Is dat je neus of ben je een banaan aan het eten?

    Als alles op je afkomt, dan zit je op de verkeerde rijbaan.

    Als alles meeloopt, dan hebben we een optocht.

    Alcoholvrij bier is als een BH aan de waslijn, het beste is eruit.

    Zeg nooit dat je uniek bent, een aap is zo gekloond.

    Liefde is zoals het getal pi: natuurlijk, irrationeel en zeeeeeeeeeeeeeeeer belangrijk.

    Als de nood het hoogst is, is er nergens een plee in de buurt.

    In mei leggen alle vogeltjes een ei
    Dus moeten ze in april allemaal van bil
    Maar in maart had die vogel nog een stijve staart
    Zat ook in februari al in de penarie
    Want al sinds januari zei zij: "Vlieg jij maar op, vuile kanarie!"

    Als het kalf verdronken is, is de koe verdrietig!

    Als het regent in mei, dan is april voorbij.

    Als het sneeuwt in november, dan valt Kerstmis in december.

    Sneeuwt het in november niet, dan zie je in december een Zwarte Piet.

    Probeer bij hevig onweer altijd zo hoog mogelijk in een boom te klimmen.

    Wie zegt: "Hij kan zo goed luisteren", bedoelt eigenlijk: "Hij heeft niets te vertellen."

    Het eeuwige later is als een vrucht die langzaam rijpt.

    Beter een half ei in de hand dan een dode mus.

    Toon mij een cynicus en ik toon u een teleurgestelde idealist.

    Waar de maag vol van is loopt de mond van over.

    Het bewijs dat buitenaards leven intelligent is, is dat ze nog nooit contact met ons hebben opgenomen.

    Is het spreukeloos of spreukenloos?

    Een schizofreen is nimmer eenzaam.

    Een tandenborstel dient te worden vervangen zodra de haren uitvallen.

    De Toekomst stroomt naar het Verleden door de engte van het Nu.

    Specialiseren is steeds meer weten over steeds minder.

    Een specialist is iemand die alles weet over helemaal niets.

    Beter een gat in de hand dan een lege portemonnee.

    Ik hou van je, meer dan gisteren maar minder dan morgen.

    Al is de leugen nog zo snel de waarheid achterhaalt hem wel.

    Beter blond en dom dan dom en blond.

    Beter een schaap in je laarzen dan je laarzen in een schaap.

    Red een boom, eet een bever.

    Zoek en gij zult vinden, vindt gij het niet, dan is het zoek.

    Linkse komieken worden, naarmate ze ouder worden, steeds rechtser (maar niet leuker...)

    Het feit dat ik geen idealist ben, wil niet zeggen dat ik geen idealen heb.

    Een kip is een volwassen ei.

    Sommige vrouwen zijn mooi van ver, maar ver van mooi.

    Een nacht zonder nachtzuster is een nacht zonder nacht zuster.

    Er gaat meer boven je pet dan eronder.

    Dikke mensen leven korter maar eten langer.

    Als vliegen achter vliegen vliegen, vliegen vliegen vliegen achterna.

    Een dwaas doet zijn ervaringen bij zichzelf op, de wijze bij anderen.

    Waardering krijgen is geen wonder, waardering geven heel bijzonder.

    Is de TV weer eens lekker goor, dan kom ik de avond wel door!

    Liever een korte relatie met een happy end, dan een lange relatie met een rotvent.

    De koetsier poetst de postkoets met postkoetspoets.

    26-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hoe de stad Antwerpen aan zijn naam kwam
    Hoe de stad Antwerpen aan zijn naam kwam



    Toen de beroemde heerser en legeraanvoerder Julius Caesar zich met zijn legioen inscheepte op weg naar Brittannië, liet hij vele van zijn vrienden en volgelingen achter in de provincies op het vasteland, om de veroverde gebieden te verdedigen.

    Onder hen was de moedige Salvius Brabo, die zich in Gent vestigde, en naar hem begon men dit gebied na verloop van tijd Brabant te noemen.

    Net als Caesar wilde ook Brabo Rome's roem en macht vergroten door het veroveren van belangrijke gebieden in het barbaarse land. Daarom zat hij iedere dag in het zadel, en kende slaap noch ontbering.

    Op zekere dag verliet hij met zijn gewapend gevolg de stad Gent en vervolgde zijn weg door kale vlakten en dichtbegroeide heidevelden. De westenwind zorgde zoals gewoonlijk voor mist en laaghangende wolken, en toen het ook nog langdurig begon te regenen, werden de wegen voor de paarden haast onbegaanbaar. Slechts met de grootste moeite konden zij zich uit de drassige bodem bevrijden.

    Toen gaf Brabo het bevel: "Afstijgen."

    Zelf ging hij op verkenning uit in de naaste omgeving, die dicht met riet was begroeid, en bij zijn terugkomst zei hij: "Er moet hier ergens een rivier of beek zijn, we moeten een doorgang zien te vinden."

    "Ja heer, hier stroomt de Schelde en ook de doorgang is hier niet ver vandaan," vertelde een der mannen.

    "Welnu, breng ons erheen, dan kunnen we onze weg vervolgen," beval Brabo.

    "Graag heer, maar de doorwaadbare plaats wordt bewaakt door de verschrikkelijke reus Draon Antigonus. Vanuit zijn toren aan de oever van de rivier kan hij alles overzien en ontdekt iedereen, die de overkant wil bereiken. Hiervoor moet een zware tol worden betaald, iedereen die de rivier wil oversteken slaat hij de hand af."

    "En laten jullie je dat allemaal welgevallen?" vroeg Brabo verontwaardigd, "probeert er dan niemand met de reus te strijden?"

    "Zulke waaghalzen zijn er inderdaad geweest, maar de reus heeft ze allen gedood en hun hoofd in de Schelde geworpen," antwoordde de man.

    Salvius Brabo bedacht zich geen moment: "Ik zal met de reus mijn krachten meten, en dan zullen we zien wie er zal overwinnen."

    Al spoedig kwamen de Romeinen bij een grote stenen toren," en precies op deze plek stroomde de rivier en ook de doorwaadbare plaats was goed te zien. Voor ze echter de nabije oever konden bereiken, weerklonk uit de toren zo'n oorverdovend spektakel, dat het leek alsof de rotsen zich in tweeën zouden splijten.

    En daar verscheen Draon Antigonus, zijn zwaard dreigend omhooggeheven. Draon Antigonus was werkelijk reuzegroot, zo groot zelfs, dat de paarden hem niet verder dan tot zijn middel reikten. En toen hij begon te spreken, dreunde het de mannen in de oren. "Jullie willen zeker naar de overkant? Leg dan maar een voor een je hand op het hakblok, zodat ik ze kan afslaan, want dat is de tol die voor de overtocht betaald moet worden. Of is er soms iemand die met mij wil vechten?"

    In plaats van te antwoorden trok Salvius Brabo zijn zwaard, gaf zijn paard de sporen en reed het monster tegemoet. Met verschrikkelijke kracht wilde de reus toeslaan, maar Brabo's paard sprong op het laatste nippertje opzij en het zwaard boorde zich diep in de aarde. Onmiddellijk greep de Romein in; voordat Antigonus besefte;wat er gebeurde, lag zijn rechterhand afgeslagen in het gras. De reus schreeuwde het uit van pijn en de toren sidderde op zijn grondvesten. Maar de reus herstelde zich snel; hij probeerde met zijn linkerhand het zwaard uit de aarde te trekken en boog zich daarbij diep voorover.

    En weer was de Romein hem te vlug af. Hij greep het wapen met beide handen en trof de reus met zo'n geweldige slag op zijn nek, dat het reuzenhoofd met een wijde boog de Schelde invloog.

    Nu was de weg vrij. Maar nog voordat ze de rivier waren doorgetrokken, wierp Salvius Brabo de afgeslagen hand van de reus in de Schelde en riep: "Daar, waar deze hand het water van de Schelde zal bereiken, daar zal de grens van Brabant zijn."

    En zo had Salvius Brabo de grenzen vergroot en het land bevrijd van nood en ellende.

    Maar daarmee is ons verhaal nog niet ten einde.

    Salvius Brabo ging naar Julius Caesar in Brittannië en bracht verslag uit van zijn strijd met de reus. Na zijn woorden te hebben aangehoord, sprak Caesar: "Keer met je gevolg naar deze plek terug en bouw daar een stad, waarover jij moet gaan regeren. Ikzelf zal er voor zorgen, dat het een bloeiende en beroemde stad zal worden."

    Brabo liet zich dit geen tweemaal zeggen. Nog in hetzelfde jaar schoten rondom de stenen toren aan de Schelde de huizen als paddenstoelen uit de grond, en steeds meer kwamen er bij.

    Dankzij de vele voorrechten en privileges die Brabo van Caesar ontving, werd het al gauw een stad van grote betekenis, die in niets onder hoefde te doen voor de steden van het oude Romeinse Rijk.

    Hoe ze genoemd werd? Antwerpen! Van het woord hand-werpen. Nog altijd herinnert de naam van de stad aan Brabo's strijd met de reus Draon Antigonus.

    En toen de inwoners van Antwerpen hun stad, na vele eeuwen, een wapen gaven, werd daarop de afgeslagen hand van de reus Draon Antigonus afgebeeld.



     

    26-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    25-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Duur van het leven

    De Duur van het leven



    Toen Onze Lieve Heer de wereld had geschapen en aan alle schepselen de tijd van leven wilde toebedelen, kwam de ezel ook en hij vroeg: "Heer, hoe lang moet ik leven?" "Dertig jaren," antwoordde God, "vind je dat goed?" "Ach Heer," zei de ezel, "dat is zo lang. Denk nu eens aan mijn moeitevol bestaan; van de morgen tot aan de nacht zware lasten dragen, korenzakken naar de molen slepen, opdat anderen daar brood van krijgen, door niets word ik aangemoedigd dan door slagen en schoppen, en dat is mijn enige opfrissing! Ontlast me van een deel van die lange levenstijd." God had medelijden en schonk hem achttien jaren. De ezel ging getroost weg. En toen kwam de hond. "Hoe lang wou jij leven?" vroeg God hem, "de ezel vindt dertig jaar teveel, maar jij zult er wel tevreden mee zijn." "Here," sprak de hond, "is het Uw wil? Denk toch eens hoe ik draven moet, dat houden mijn poten zo lang niet uit; en als ik dan geen stem meer heb om te blaffen en geen tanden meer om te bijten, wat blijft er dan nog anders voor me over, dan van de ene hoek naar de andere te lopen en te knorren." God zag, dat hij gelijk had, en hij schonk hem twaalf jaar. Toen kwam de aap. "Jij wilt zeker wel graag dertig jaar hebben?" sprak de Heer tot hem: "jij hoeft niet te werken als de ezel en de hond, en je bent altijd in je knollentuin." "Och Here," antwoordde hij, "dat lijkt nu wel zo, maar zo is het niet. Als het gerstebrei regent, dan heb ik geen lepel. Ik moet altijd maar grappen maken, rare gezichten trekken, om de mensen aan het lachen te maken, en als ze me dan nog een appel geven en ik bijt er in – dan is hij zuur. Hoe vaak is er droefheid achter de grap! Dat hou ik geen dertig jaar uit." God was genadig en schonk hem tien jaar.
    Eindelijk verscheen de mens. Hij was vrolijk, gezond en fris en hij bad God, hem zijn levenstijd te bepalen. "Dertig jaar kun je krijgen," zei de Heer, "is dat goed?" "Wat een korte tijd!" riep de mens, "als ik mijn huis heb gebouwd en het vuur brandt in mijn eigen haard, en als ik bomen heb geplant die bloeien en vrucht dragen, en als ik dan van mijn leven denk te kunnen genieten, dan moet ik al doodgaan! O Heer, verleng mijn tijd!" "Ik zal er je de achttien jaar van de ezel bij doen," zei de God. "Dat is niet genoeg!" antwoordde de mens. "Dan kun je ook nog de twaalf jaren van de hond krijgen." "Nog altijd te weinig!" "Wel!" sprak God, "dan zal ik er nog de tien jaar van de aap bijvoegen, maar meer krijg je ook niet." De mens ging weg, maar tevreden was hij niet.
    Dus leeft de mens zeventig jaar. De eerste dertig jaar zijn de menselijke jaren: die gaan snel voorbij. Dan is hij gezond, vrolijk, werkt met plezier en verheugt zich over zijn bestaan. Maar dan komen de achttien jaren van de ezel. Dan wordt hem de ene last na de andere opgelegd; hij moet het koren dragen dat anderen tot voedsel strekt, en slaag en schoppen zijn het loon van zijn dienstbaarheid. Dan komen de twaalf jaren van de hond, dan ligt hij in de hoek, gromt, en heeft geen tanden meer om te bijten. En als die jaren voorbij zijn, dan vormen de tien jaar van de aap het slot. Dan is de mens een zwakhoofd en een dwaas, dan doet hij domme dingen en wordt voor de kinderen tot spot!

    25-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het verhaal van Eetstokje
    Het verhaal van Eetstokje



    In Korea leefde eens een boer, die Taro heette. Met zijn vrouw woonde hij in een klein huisje. Hun kinderen waren al volwassen en getrouwd. Ze woonden ver weg, zodat hun ouders hen nooit meer zagen. Zo kwam het, dat ze helemaal alleen waren. Dat vonden ze niet plezierig. Vooral de vrouw zei vaak: "Hè, ik zou het toch erg prettig vinden, als ik weer eens zo'n kleine peuter verzorgen moest."

    Toen ze dat weer eens zei, antwoordde haar man, om haar een beetje te plagen: "Je bent te oud en te zwak, vrouw. Je zou een kind niet eens meer kunnen optillen." De vrouw lachte. "Je hebt gelijk," zei ze. "We zijn te oud, om nu nog kinderen op te voeden. Bovendien hebben de goden ons al genoeg kinderen geschonken, zodat we niet mogen klagen. Maar het hoeft ook geen gewoon kind te zijn. Al was het maar eentje, zo groot als een eetstokje, dan zou ik al tevreden zijn."

    Taro begon hard te lachen. "Wat hebben vrouwen toch altijd rare gedachten, zei hij. "Een kind, zo groot als een eetstokje, wie heeft daar nu ooit van gehoord?" Zijn vrouw moest ook lachen. "En toch zou het wel prettig zijn," zei ze.

    's Nachts droomde ze, dat een stem tegen haar zei: "Zet morgenavond een kom met rijst en één eetstokje voor het huisaltaar." 's Morgens was ze de droom vergeten, maar 's avonds, voor ze ging slapen, dacht ze er ineens weer aan. En zonder dat haar man het merkte, zette ze een kom rijst met één eetstokje voor het huisaltaar. 's Nachts werd ze wakker, doordat er iets met een harde klap op de grond viel. "Dat doen natuurlijk de ratten," dacht ze. "Wat dom van me, om die rijst daar neer te zetten. Nu hebben ze mijn kom ook nog stuk gegooid."

    De volgende morgen, dadelijk na het opstaan, ging ze naar het huisaltaar kijken. De kom was werkelijk in scherven gevallen. Maar daartussen zag ze een kereltje, zo groot als een eetstokje, dat rustig lag te slapen. Verbaasd riep ze haar man. Die zei: "Vrouw, je wens is in vervulling gegaan. Nu hebben we een kind, zo groot als een eetstokje. Ben je niet blij?"

    Of de vrouw blij was! Op dat ogenblik werd het kereltje wakker en keek de beide oude mensen met heldere oogjes aan. Hij was helemaal niet bang, toen de vrouw hem opnam en op haar schoot zette. "Wat is hij lief!" zei ze. "Hoe moet hij heten?"

    "Dat is nogal eenvoudig," zei Taro. "Laten we hem Eetstokje noemen." Ja, dat vond de vrouw ook een mooie naam. De beide oudjes hielden dadelijk veel van het kereltje. En ze vertroetelden Eetstokje, of hij werkelijk hun eigen kind was. Het ventje leerde al gauw praten. Hij had natuurlijk maar een heel fijn piepstemmetje. Maar als zijn ouders hem soms niet verstonden, klauterde hij vlug tegen hun kleren omhoog. Dan ging hij op hun schouders zitten en herhaalde zijn woorden vlak bij hun oor. Want hij was zo behendig als een aapje. De oude mensen voelden zich nu niet meer zo alleen. Dikwijls moesten ze lachen om de streken, die de dreumes uithaalde.

    Op een dag wilde de boer de pacht voor zijn akkers gaan betalen. Van iedere oogst moest hij twee zakken rijst aan zijn landheer brengen. Die landheer was heel rijk en woonde in de stad. De boer bond de zakken op Helderoog, zijn paard en zei: "Vrouw, ik ga naar de stad. Vanavond ben ik wel terug." Juist kwam zijn buurman aanlopen. "Ben je van plan naar de stad te gaan om je pacht te betalen?" vroeg die. "Weet je, dat er weer rovers in de omgeving rondzwerven? Ze hebben al verscheidene reizigers aangevallen en beroofd."

    Dat was geen prettig nieuws. Taro aarzelde. Wat moest hij doen? Zijn vrouw zei: "Blijf liever thuis. De landheer zal het heus niet erg vinden, als hij de pacht een paar dagen later krijgt." - "Maar wie zegt, dat de rovers over een paar dagen weggetrokken zijn?" vroeg de boer. "Misschien blijven ze wel hier in de buurt rondzwerven."

    Daar sprong Eetstokje te voorschijn. Vlug klom hij tegen zijn vader omhoog en riep: "Ik zal de pacht wel voor u gaan betalen, vader!" Taro moest hartelijk lachen om het parmantige kereltje. "En ben jij dan niet bang voor de rovers, Eetstokje?" vroeg hij. "O nee," antwoordde Eetstokje. "Maar wat zou je dan doen, als die ruwe kerels je aanvallen?" vroeg Taro. "Ik zou me verdedigen en hen op de vlucht jagen," antwoordde de dreumes parmantig. "Maar u moet eerst een lans voor me maken, vader." - "Dat zal ik doen, Eetstokje," zei Taro. Hij nam een bamboestokje en sleep er een punt aan. "Dank u wel," zei het ventje. "Dat is een prachtige lans. Daarmee zal ik me de rovers wel van het lijf houden. En zet me nu in de staart van het paard. Nu, dan vertrek ik!" riep de dreumes. "Vanavond ben ik zeker terug. Dag vader, dag moeder!" Hij prikte Helderoog even met zijn lans. En voor Taro en zijn vrouw wisten wat er gebeurde, galoppeerde het paard weg.

    Taro stond even beteuterd te kijken. Toen rende hij achter Helderoog aan. Maar hij zag al gauw, dat hij het paard niet kon inhalen. Buiten adem kwam hij weer bij zijn vrouw terug. "Wat een ongeluk!" riep hij uit. "Nu zijn we ons kind kwijt, vrouw." - "Dat geloof ik niet," zei zijn vrouw. "Wat zeg je daar?" vroeg Taro verbaasd. "Heb je dan niet gezien, dat Helderoog op hol is geslagen?" - "Nee," zei zijn vrouw, "Helderoog liep wel hard, maar dat kwam omdat Eetstokje hem prikte." - "En als de rovers hem aanhouden, wat moet hij dan doen?" vroeg Taro weer. "Geloof jij soms ook, dat hij zich kan verdedigen met een bamboestokje?" - "Ik weet het niet," zei zijn vrouw. "Ik ben ook wel ongerust, maar ik denk dat de goden hem zullen beschermen. Ik geloof zeker dat hij vanavond veilig en wel weer voor ons staat. Hij is erg pienter, ons zoontje. En hij kent de weg, want hij is al vaker met je mee geweest om de pacht te betalen." - "Dat is waar," gaf Taro toe. "Pienter is hij. En de goden zullen ons toch geen zoon gegeven hebben om hem nu door rovers te laten vermoorden. Maar toch ben ik bang..." Samen gingen de oude mensen naar het huisaltaar en baden de goden, hun kind te beschermen.

    Ondertussen vervolgde Eetstokje zijn weg. Helderoog draafde lustig, rovers waren er niet te zien, en met zijn piepstemmetje zong het kereltje allerlei vrolijke liedjes. Tegen de middag kwam hij in de stad aan. Voor het huis van de landheer hield hij stil. Daar was alles in rep en roer. De dienaren stonden met verschrikte gezichten met elkaar te praten.

    Eetstokje riep: "Hé mannen! Ik kom de pacht van boer Taro betalen. Help me even bij het afladen van de zakken!" Een van de knechten zei: "Daar staat het paard van boer Taro. Maar waar is de boer?" - "Die is er niet!" riep Eetstokje. "Ik heb de zakken gebracht." - "Waar komt die stem vandaan?" vroegen de knechten weer. Eindelijk zagen ze Eetstokje in de staart van het paard zitten. "Je ziet, dat ik te klein ben om de zakken zelf af te laden. Daarom vraag ik je, me een handje te helpen," zei het kereltje.

    De knechten zetten grote ogen op, maar toch deden ze, wat Eetstokje hun vroeg. Toen dit gebeurd was, zei Eetstokje: "Waarom lopen jullie hier allemaal door elkaar, in plaats van rustig je werk te doen?" - "Omdat er iets vreselijks gebeurd is," antwoordde een knecht. "Gisteren maakten de drie dochters van onze meester een wandeling, even buiten de stad. Plotseling kwamen uit een bosje een paar rovers, die de meisjes vastgrepen en op hun paarden meenamen. Later stuurden ze een boodschap aan onze meester, dat ze zijn dochters zouden vrijlaten voor tienduizend goudstukken. Dadelijk liet onze meester door een dienaar een kist vol geld naar de rovers brengen. Die namen het goud en zeiden tegen de dienaar: 'Zeg aan je meester, dat we nog zo'n kist vol geld willen hebben.' Weer zond onze meester het geld, maar de rovers lieten de meisjes nog niet vrij. Nu heeft hij beloofd, dat de man, die zijn dochters redt, een van hen tot vrouw mag kiezen en bovendien een kist vol goudstukken krijgt. Maar niemand durft in de buurt van de rovers te komen. En jij mag ook wel oppassen, kleine man, want als die ruwe kerels je te pakken krijgen, loopt het vast niet goed met je af." - "Ik ben niet bang," zei Eetstokje en vertrok.

    Nadat hij een paar uur gereden had, zag hij in de verte een troep mannen met paarden. Het waren de rovers. Onder een boom zaten de dochters van de landheer. De rovers, die Helderoog wel zagen, maar geen ruiter, zeiden tegen elkaar: "Wat vreemd! Dat paard is zeker ontsnapt." Ze gingen op de weg staan en wilden Helderoog tegenhouden. Maar dat viel hun niet mee. Plotseling begon het paard wild te steigeren en achteruit te slaan. Want Eetstokje had het dier een paar flinke prikken met zijn lans gegeven. Drie rovers kregen een trap en lagen kermend van pijn op de grond. De anderen weken verschrikt achteruit. Helderoog bleef maar steigeren. Telkens weer stormde het dier briesend op de rovers in. Ze begonnen bang te worden. Ze zagen Eetstokje niet en dachten, dat Helderoog betoverd was en door de landheer op hen af was gestuurd om hen te straffen. Hun eigen paarden begonnen ook al schichtig te worden. Daar kreeg het paard van de hoofdman zo'n trap van Helderoog, dat de rover het niet meer in bedwang kon houden. Het dier sloeg op hol en rende weg. Toen de andere rovers dit zagen, sloegen zij ook op de vlucht.

    Eetstokje reed nu naar de meisjes onder de boom en riep: "Klim vlug op mijn paard, dan zal ik jullie weer thuis brengen."

    Toen pas zagen de dochters van de landheer het ventje zitten, dat de rovers op de vlucht gedreven had. Ze klommen met z'n drieën op het paard. Daarna reed Eetstokje zo vlug mogelijk naar de stad terug. Een paar uur later waren de meisjes weer bij hun vader. Ze vertelden hem, wat er gebeurd was, maar hij kon het verhaal haast niet geloven. "Heeft dit kleine kereltje die hele troep rovers werkelijk op de vlucht gejaagd?" vroeg hij telkens. "Ja vader," zei Uriko, de jongste dochter, "aan hem danken we ons leven. Want de rovers zouden ons zeker gedood hebben, het waren zulke ruwe mannen."

    De landheer begon gauw ergens anders over te praten. Hij deed net, of hij niet merkte dat Eetstokje wegreed. Hij was niet van plan Eetstokje tienduizend goudstukken te betalen. En natuurlijk wilde hij zo'n klein kereltje niet als schoonzoon hebben. Dat had Eetstokje wel begrepen, en daarom was hij maar stilletjes weer vertrokken. Wat waren zijn ouders blij, toen ze hem terugzagen. "We dachten al, dat je in handen van de rovers was gevallen," zei zijn moeder. "Ik heb toch gezegd, dat ik ze op de vlucht zou jagen? Nu, ik héb ze op de vlucht gejaagd en zo de drie dochters van de landheer bevrijd," antwoordde Eetstokje parmantig. "Maar Helderoog heeft me geholpen."

    De oude mensen waren vreselijk trots op hun zoon, toen ze hoorden, dat hij die hele roversbende te slim af was geweest. Eetstokje vertelde er echter niet bij, welke beloning de landheer uitgeloofd had aan de redder van zijn dochters. De landheer zelf dacht daar niet meer aan, maar zijn jongste dochter, Uriko, wel. En ze vroeg: "Vader, waarom houdt u uw belofte niet?" - "Waarom zou ik zo'n klein kereltje zoveel geld betalen?" vroeg de landheer. "En zou jij soms zijn vrouw willen worden? Nu, ik niet," zei de oudste zuster. "En ik ook niet," zei de andere zuster. "Maar ik wel," zei Uriko. "Als hij tenminste met mij trouwen wil." - "Wees toch niet zo dwaas," zei haar vader ongeduldig. Maar Uriko antwoordde: "Ik ga naar hem toe en vraag, of hij met mij trouwen wil."

    En of haar vader al boos werd en haar zusters haar uitlachten... Uriko deed, wat ze gezegd had. En zo verscheen ze een paar dagen later in het eenvoudige hutje van boer Taro. Eetstokje was erg blij, toen hij haar zag. "Dit is nu mijn beloning, vader," zei hij. "Ik wist wel, dat ze komen zou." De oude mensen waren heel verbaasd, toen ze hoorden, dat dit mooie rijke meisje met hun zoon wilde trouwen. "Ze zal zich wel gauw ongelukkig bij ons voelen," dachten ze. "Ze is niet gewend, in zo'n klein huisje te leven." Maar daarin vergisten ze zich toch. Want Uriko was veel flinker, dan ze gedacht hadden. In haar vaders huis had ze nooit hoeven te werken. Maar nu stond ze iedere morgen het eerst op, om vuur aan te maken. Ze kookte het eten, waste de kleren, hield het huis schoon. Van de vroege morgen tot de late avond was ze druk bezig. Ze scheen er helemaal geen spijt van te hebben, dat ze in een armoedig hutje moest wonen en geen mooie kleren meer kon kopen. Want altijd was ze vrolijk en opgewekt. "De goden hadden ons geen betere schoondochter kunnen geven," dachten de oude mensen.

    Een jaar na hun huwelijk zei Eetstokje: "Laten we samen een bedevaart gaan maken naar de Heilige Berg." - "Waarom?" vroeg Uriko. "Zijn we niet gelukkig genoeg?" - "Laten we toch maar gaan bidden op de Heilige Berg," zei Eetstokje.

    Zo gingen ze dan samen ter bedevaart, Eetstokje en zijn vrouw. Zij droeg haar man in een plooi van haar ceintuur en babbelde onderweg vrolijk met hem. De mensen keken allemaal naar haar en zeiden: "Wat een mooi meisje loopt daar. Hoe jammer, dat ze niet goed bij het hoofd is. Kijk ze toch eens lachen en in zich zelf praten!" Want natuurlijk zagen ze Eetstokje niet.

    Toen Uriko en Eetstokje dicht bij de Heilige Berg waren gekomen, zei hij: "Je moet alleen gaan bidden. Ik wacht hier wel op je, bij deze grote steen." Uriko vond het niet prettig, hem alleen te laten, maar hij wilde beslist niet met haar mee gaan. Daarom zette ze hem op de grond en beklom de Heilige Berg. Daar dankte ze de goden voor het geluk, dat ze haar geschonken hadden.

    Toen ze eindelijk weer bij de grote steen terugkwam, was het al donker geworden. Wat schrok ze, toen ze Eetstokje nergens zag! Ze riep hem, maar kreeg geen antwoord. Ze zocht de hele nacht naar hem, aan de oever van de rivier, op de sawahs, in de greppels... Maar toen het morgen werd, had ze hem nog steeds niet gevonden. Haar kleren waren vuil van de modder, maar daar lette ze niet op. Ze zocht, tot ze eindelijk van moeheid neerviel. Met haar rug geleund tegen de grote steen begon ze te huilen. Ineens voelde ze, dat de steen bewoog. Een stem zei: "Huil maar niet meer, lieve vrouw. Hier ben ik."

    Ze keek om en zag in plaats van de steen een jonge man in prachtige kleren. Hij droeg allerlei kostbare sieraden en lachte haar vriendelijk toe. Maar ze zei: "Ik ben uw vrouw niet. Ik zoek mijn eigen man..." - "Je zoekt Eetstokje," viel hij haar lachend in de rede. "Nu, die ben ik. Vannacht heb ik de rivier-godin gebeden, mij de gestalte van een gewoon mens te geven. Zij heeft mijn gebed verhoord. Begrijp je nu, waarom ik een bedevaart wilde ondernemen en waarom jij me hier alleen moest laten?" Ja, dat begreep Uriko nu wel en ze schreide van geluk. Samen gingen ze naar Taro en zijn vrouw terug. De oude mensen waren eerst erg verbaasd, toen hun Eetstokje plotseling veranderd was in een flinke jongeman. Maar ze waren ook heel blij, vooral voor Uriko.

    Toch dachten ze ook telkens: "Ons hutje is eigenlijk veel te klein en te armoedig voor onze zoon. De rivier-godin heeft hem zulke prachtige kleren gegeven, dat iedereen hem voor een prins zal houden."

    Nu, ze hoefden niet lang in hun hutje te blijven. Iedere avond ging Eetstokje naar de rivier. En telkens vond hij aan de oever een kostbare steen, een stuk jade of een robijn, die de godin van de rivier daar voor hem neergelegd had. Zo werd hij spoedig rijk. Hij liet een grote woning bouwen en kocht mooie kleren voor Uriko, maar ook voor zijn ouders. Zo leefden ze met zijn vieren nog lang met elkaar en waren heel gelukkig.

    25-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    24-07-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sofware upgrade

    Alvorens een nieuwe versie te installeren van een programma dat dagelijks gebruikt wordt, moet men zich er steeds vooraf van vergewissen dat die nieuwe versie compatibel en zonder bugs is. Hier volgt het verhaal van een vriend die er voor koos een nieuwe versie te installeren.
    Hij verving zijn programma Vriendinnetje 12.4 door Echtgenote 1.0. Ongelukkig genoeg bleek dat dit programma erg hoge eisen stelde aan zijn systeem en weinig ruimte overliet voor andere toepassingen. Tot zijn verbazing creëerde het programma subprogramma's. Kinderen 1.0 en Kinderen 1.1, hinderlijke en dure parasietprogramma's, zeker het eerste jaar, en niet verwijderbaar.
    Uiteraard waren geen van deze problemen vermeld op de verpakking of in het Leesmij-bestand. Andere gebruikers hadden hem nochtans gewaarschuwd voor mogelijke problemen, maar hij sloeg deze waarschuwingen in de wind.
    Bovendien start Echtgenote 1.0 automatisch op bij het aanzetten van het systeem en houdt het alle andere activiteiten nauwlettend in de gaten. Dit is niet uit te schakelen.
    Nog een irritant punt is dat het programma de uitvoering van andere vitale programma's zoals Voetbal 4.3 en Pintje Drinken 7.5 bijna volledig belet.
    Enkel bij tientallen 'Retry' pogingen wil Echtgenote 1.0 zeer af en toe de uitvoering van deze nuttige programma's toelaten, maar dit is zeer uitzonderlijk.
    Bij de installatie van Echtgenote 1.0 heeft de gebruiker geen enkele controle over de uitgevoerde procedures en blijkt nadien opgescheept te zitten met ongevraagde en ongewenste 'plug-ins' zoals Schoonmoeder 2.5 en Zwager beta.
    Suggesties voor een nieuwe versie werden opgestuurd naar de leveranciers van Echtgenote 1.0. Ziehier enkele nuttige opties, die een volgende versie zou moeten bevatten:

    1. Een optie "do not warn again".
    2. Een toets "minimize" om het programma naar de achtergrond te verwijzen.
    3. Een toets "ignore".
    4. Een "uninstall" procedure die de gebruiker in staat stelt het programma ten allen tijde volledig te verwijderen, zonder dat daar "Divorce Errors" uit voortvloeien.
    5. Een "Restore" optie om de seksuele routines te reactiveren die bij upgrade van Vriendinnetje 12.4 naar Echtgenote 1.0 verloren zijn gegaan.

    Opgelet, Echtgenote 1.0 bevat een bug waarover we het nog niet gehad hebben: als u namelijk Maitresse 1.1 wilt installeren vooraleer u Echtgenote 1.0 verwijdert, zal deze laatste uw programma MS Money wissen alvorens zichzelf te verwijderen. In dat geval zal Maitresse 1.1 niet meer willen starten wegens onvoldoende systeem bronnen.
    Om deze bug te omzeilen kunt u het volgende proberen: Installeer Maitresse 1.1 op een ander systeem dan datgene waar Echtgenote 1.0 op draait. Zorg er verder voor dat u nooit enige verbinding maakt tussen deze twee systemen, want Maitresse 1.1 kan routines bevatten die de werking van Echtgenote 1.0 belemmeren.
    Voor mijzelf is het ondertussen duidelijk, ik wil alle problemen van Echtgenote 1.0 niet meemaken en heb besloten het bij Vriendinnetje 12.4 te houden.
    Nochtans zijn daar ook nadelen aan verbonden; zo kun je namelijk Vriendinnetje 12.5 niet installeren zonder eerst Vriendinnetje 12.4 te verwijderen. Bovendien werkt de "Uninstall"-optie niet vlekkeloos en blijven er nadien nog sporen van het vorige programma over, zoals vergeten Ondergoed.dll bestanden en foto_s.ini bestanden.
    Kijk daarom goed uit alvorens een programma te installeren. Probeer, indien mogelijk, een back-up te behouden die altijd inzetbaar is bij eventuele problemen.

    24-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Alliens

    Alliens

     

    Boer Jos en boerin Marie liggen op een avond rustig in hun bed te slapen,
    wanneer beiden plots worden gewekt door een enorme lichtbundel buiten op
    hun erf.

    Boer Jos springt uit zijn bed, neemt zijn Winston tweeloop uit de kast,
    steekt er twee patronen in en loopt naar beneden. Boerin Marie loopt haar
    man achterna, om toch maar niet alleen te moeten achterblijven.

    Beneden aangekomen, zien beiden dat er een vliegende schotel is geland. De
    schotel gaat open, en twee aliens stappen naar beneden. Ze beginnen
    onmiddellijk op hun buik te duwen en zeggen dan:"Gegroet, aardlingen. Wij
    komen van verre planeet, en wij willen sex met aardmensen!"

    Jos en Marie kijken elkaar aan, wisselen hun blikken uit en besluiten
    uiteindelijk om het erop te wagen. Jos gaat met de vrouwelijke alien naar
    het salon, terwijl Marie met de mannelijke alien naar boven gaat.

    Boven aangekomen kan Marie haar ogen niet geloven. Het ding van de alien is
    ocharme 2 cm lang en 5 mm dik. "Zeg, ", begint ze, "vindt ge da ni een
    klein beetje te klein?" "Te klein?", vraagt de alien. Hij begint
    onmiddellijk aan zijn linkeroor te draaien, en onmiddellijk groeit zijn lid
    tot de schamele 30 cm.

    "Kan hij ook nog een beetje dikker?", vraagt ze vervolgens. "Natuurlijk",
    antwoordt de alien, en begint onmiddellijk aan zijn rechteroor te draaien.
    Om een lang verhaal kort te maken: Marie beleeft de nacht van haar leven.

    Wanneer ze 's morgens beneden komt, ligt Jos met zijn handen in het haar,
    en zijn kin op de keukentafel.

    "Wat is er aan de hand?", vraagt ze.

    "Oh niks, da mens heeft den hele nacht aan mijn oren zitten draaien
    ..."

    24-07-2014 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    >> Reageer (0)


    T -->

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!