NIEUW: Blog reclamevrij maken?



Image and video hosting by TinyPic

Foto
Gastenboek
  • Midweeksegroetjes....
  • Dag Eddy
  • Avondgroetje Lana
  • zonnige groetjes
  • Dinicreatief

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • natuurlijk weer goei (Alda Bosmans)
        op Lul verhaal
  • dag Eddy (Els Nobless)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 46
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 46
  • Hallo Lana, (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 46
  • als dat niet een goei is ?. (Alda Bosmans)
        op Er was eens
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • natuurlijk weer goei (Alda Bosmans)
        op Lul verhaal
  • dag Eddy (Els Nobless)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 46
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 46
  • Hallo Lana, (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 46
  • als dat niet een goei is ?. (Alda Bosmans)
        op Er was eens
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Rondvraag / Poll
    Zou u niet met lana een nachtje in bed willen liggen
    Ja ik wil
    Nee ik wil niet
    Even over nadenken
    Durf jij u bekent maken: ja
    Durf jij u bekent maken :nee
    Bekijk resultaat

       
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Archief per maand
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 07-2002
  • 11--0001
    Foto
    Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    De klinge een dorpje aan de grens
    lana










    .

    .
    18-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ik geloof

    Ik geloof dat Willem Alexander toch geen goede keus heeft gemaakt.Ik hoor net op het journaal:Maxima: 7 graden

    18-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Achterin mei

    Er zaten twee homo's naast elkaar. De ene homo zei tegen de andere: "Ik ben begin Juni jarig." Zegt de andere homo: "Oke, dan vieren we het achterin mei."

    18-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (1)
    17-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oude en nieuwe trams 87


    .

    17-04-2013 om 22:39 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (4)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fernand getrouw en Fernand ontrouw

    Fernand getrouw en Fernand ontrouw



    Er waren eens een man en een vrouw, ze waren rijk, maar zolang ze rijk waren, hadden ze geen kinderen, maar toen werden ze arm, en toen kregen ze een kleine jongen. Maar ze konden er niemand bij krijgen, die peet wou zijn en de man zei, dat hij dan maar naar een ander dorp zou gaan om te zien of hij daar geen peet kon krijgen. Terwijl hij onderweg was, kwam hij een arme man tegen, en die vroeg hem waar hij naar toe moest, en hij zei dat hij naar een ander dorp wou gaan om te zien of hij geen peet kon krijgen voor zijn zoontje, hij was arm en geen mens wou bij hem peet staan. "O," zei de arme man, "jij bent arm, ik ben arm, ik wil je peetvader wel zijn, maar ik ben zó arm, dat ik ‘t kind niets geven kan; maar ga maar naar de baker en zeg haar dat ze met ‘t kind maar eens naar de kerk moet komen." Ze kwamen gezamenlijk naar de kerk, en de bedelaar was er al en hij gaf aan het kind de naam: Ferdinand de trouwe.
    Ze kwamen daarna weer uit de kerk, en de bedelaar zei: "Ga nu maar naar huis, ik kan niets geven, en jullie moeten mij ook niets geven." Maar de baker gaf hij een sleutel en hij zei dat ze die, als ze weer thuis was, aan de vader geven moest, en hij moest hem bewaren tot ‘t kind veertien jaar oud was, en dan moest hij de hei opgaan en daar was een slot, en daar paste die sleutel in, en wat daarin was zou hem toebehoren. Toen het kind zeven jaar was geworden en flink was gegroeid, ging het eens met andere jongens spelen, en de één had nog meer van z’n peetvader gekregen dan de ander, maar hij had niets te vertellen, en daarom begon hij te huilen en liep naar huis en zei tegen zijn vader: "Heb ik dan niks van mijn peet gekregen?" "O ja," zei de vader, "zeker, je hebt een sleutel gekregen, en als er op de hei een slot is, ga er dan maar naar toe en open het." Toen ging hij erheen, maar er was nergens een slot te horen of te zien. Zeven jaar later toen hij veertien was, ging hij er nog eens heen, en toen was er wél een slot. Hij stak de sleutel erin, draaide hem om, maar er was niets binnenin, dan ‘n schimmel. Daar was de jongen nu zo dolblij mee, dat hij een paard had, dat hij er meteen op ging zitten en naar zijn vader reed. "Nu heb ik ook een paard, nu kan ik ook op reis gaan," zei hij. Hij trok weg, en toen hij onderweg was, lag er een schrijfpen op de weg, en hij wou hem eerst op rapen, maar toen dacht hij weer bij zichzelf: "Och, je moest hem maar laten liggen, waar je heengaat is vast wel een pen, als je er één nodig hebt." Maar terwijl hij weggaat, roept er iemand achter hem: "Ferdinand, neem ‘m mee." Hij kijkt om, maar ziet niets, maar hij gaat toch weer terug en raapt hem op. Na een poos rijden, komt hij langs een beekje, en daar lag een vis aan de oever, happend en snakkend naar lucht en hij zegt: "Wacht maar, visje, ik zal je helpen om weer in ‘t water te komen," en hij pakt hem bij zijn staart en gooit hem in ‘t water. Daar stak de vis z’n kop uit ‘t water en zei: "Nu je mij uit de brand geholpen hebt, zal ik je een fluitje geven; als je in nood bent, fluit er dan op, dan zal ik je helpen. En als je soms eens wat in ‘t water hebt laten vallen, fluit dan maar, dan geef ik het je wel aan." Hij rijdt weer verder, en daar komt ‘n mens naar ‘m toe en die vraagt waar hij heen moet. "Nu, naar ‘t naaste dorp." "Hoe of hij dan heette?" "De trouwe Ferdinand." "Zo, dan hebben we haast dezelfde naam, ik heet de ontrouwe Ferdinand." En zo trokken ze samen naar het naaste dorp naar de herberg. Nu was het wel erg, dat die ontrouwe Ferdinand alles wist, wat de ander gedacht had en wilde doen; en dat wist hij door allerlei kunsten. In de herberg was een aardig meisje, met een eerlijk gezicht en ze gedroeg zich aardig, ze werd verliefd op de trouwe Ferdinand, want dat was ook een aardige kerel, en ze vroeg hem waar hij naar toe wou. "O, hij wou zo’n beetje rondreizen." Ze zei dat hij dan daar nog maar wat blijven moest, d’r was hier in ‘t land een koning en die had wel ‘n bediende of een voorrijder nodig, daar kon hij dan dienst nemen. Hij antwoordde dat hem dat niet goed afging, naar iemand toegaan en zichzelf aanbieden. Het meisje zei: "O, dat zal ik dan wel doen." En zo ging ze meteen naar de koning en zei, dat ze een aardige dienaar voor hem had. Daar wou hij wel van horen en liet hem bij zich komen en wilde hem wel hebben. Maar hij wou ‘t liefst voorrijder zijn, want waar zijn paard was, wou hij zelf zijn, en toen nam de koning hem ook als voorrijder. Toen de ontrouwe Ferdinand daar van hoorde, zei hij tegen het meisje: "Zeg, help je mij dan niet?" "Wel," zei het meisje, "jou wil ik ook wel helpen." Ze dacht: "Je moet hem te vriend houden, want hij is niet te vertrouwen." Maar ze ging naar de koning en besprak hem ook als bediende, en de koning was er tevreden mee.
    Als nu ‘s morgens de koning zijn pak aantrok, jammerde hij altijd: "O, als ik toch mijn liefste maar bij me had." De ontrouwe Ferdinand was evenwel altijd de trouwe Ferdinand slecht gezind, en toen de koning weer eens zo aan ‘t jammeren was, toen zei hij: "U hebt immers die voorrijder, stuur hem erheen; hij moet haar gaan halen, en als ‘t hem niet lukt, moet hem z’n hoofd voor z’n voeten gelegd worden." Nu liet de koning de trouwe Ferdinand bij zich komen en hij vertelde hem dat hij een liefste had en die moest hij hem terugbezorgen, en als hij het niet deed, moest hij sterven.
    De trouwe Ferdinand ging naar de stal, naar zijn schimmel en nu was hij het, die jammerde: "O, ik ongelukkig mensenkind." Iemand achter hem riep: "Ferdinand, waarom dat gejammer?" Hij keek om, maar hij zag niemand en jammerde steeds: "O, mijn beste schimmel, nu moet ik je verlaten en ik moet sterven." Toen riep de stem weer: "Trouwe Ferdinand, waarom dat gejammer?" Nu merkte hij pas dat zijn schimmeltje hem die vraag stelde. "Doe jij dat, schimmeltje? Kan jij praten?" En weer zei hij: "Ik moet daar en daar naar toe en de bruid halen, weet jij ook hoe ik dat aan moet pakken?" Nu antwoordde de schimmel: "Ga nog eens naar de koning, en zeg hem: als hij je wil geven wat je hebben moet, dan zul je haar brengen: hij moet ‘n schip vol vlees en een schip vol brood brengen en dan zal het lukken; want op het water zijn de grote reuzen, en als je voor hun geen vlees meebrengt, dan verscheuren ze je, en dan zijn er de grote vogels, en die pikken je je ogen uit je hoofd, als je geen brood meebrengt." Toen liet de koning alle slagers in het land slachten en alle bakkers bakken, zodat de schepen vol werden. En toen ze vol waren, zei de schimmel tot de trouwe Ferdinand: "Ga nu maar op me zitten, en trek met me naar het schip. En als dan de reuzen komen, dan zeg je:

    "Stil maar, mijn lieve reusjes,
    ik heb aan u gedacht,
    en ik heb u wat meegebracht!"

    En als de vogels komen, dan zeg je:

    "Stil maar, mijn lieve vogeltjes,
    ik heb aan u gedacht,
    en ik heb u wat meegebracht!"

    Dan doen ze je niks. En als je dan bij het slot komt, helpen de reuzen je; je gaat het slot in en neemt een paar reuzen mee; de prinses ligt er te slapen, maar je mag haar niet wakker maken. De reuzen moeten haar met bed en al optillen en naar ‘t schip dragen." En nu gebeurde alles, zoals het schimmeltje gezegd had. Aan de reuzen en de vogels gaf de trouwe Ferdinand, wat hij voor hen had meegebracht, toen waren de reuzen heel gewillig en brachten de prinses slapend in haar bed naar de koning. Maar toen ze bij de koning kwam, zei ze dat ze niet leven kon, of ze moest haar schriften hebben en die waren op haar kasteel blijven liggen. Toen werd de trouwe Ferdinand – op aanwijzing van de ontrouwe Ferdinand – weer geroepen, en de koning zei hem dat hij de schriften van de prinses nog van het slot moest halen, of hij moest sterven. Nu ging hij weer naar de stal, begon er te huilen en zei: "Och mijn lief schimmeltje, nu moet ik al weer weg, hoe zullen we dat doen?" Toen zei de schimmel: "Dan moesten ze ‘t schip nog eens vol laden." En het ging weer net zo als de vorige keer, en de reuzen en de vogels werden door het vlees verzadigd en tot rust gebracht. Toen hij bij het slot kwam, zei de schimmel tegen hem, dat hij er naar binnen moest gaan; naar de slaapkamer van de prinses, en daar op tafel lagen de schriften. De trouwe Ferdinand gaat weer op reis en het lukt hem. Maar toen ze op zee waren, liet hij zijn schrijfpen in zee vallen, en toen zei de schimmel: "Maar"nu kan ik je niet verder helpen." Toen viel hem het geval in van dat fluitje, en hij begon erop te fluiten en daar kwam de vis en had de schrijfpen in z’n bek en gaf hem die. Hij bracht de schriften naar het slot en nu werd er bruiloft gehouden.
    Maar de koningin mocht de koning niet lijden, want hij had geen neus, en de trouwe Ferdinand vond ze wel aardig. Toen nu eens op een keer alle heren van het hof samen waren, vertelde de koningin dat ze ook kunststukjes kende, ze kon iemand ‘t hoofd afhakken en weer opzetten, iemand moest het maar eens proberen. Maar niemand wilde de eerste zijn, en toen moest de trouwe Ferdinand eraan geloven, – alweer op aanwijzing van de ontrouwe Ferdinand – en ze hakte hem ‘t hoofd af en zette ‘t hem weer op, en ‘t is ook meteen weer geheeld, alleen leek het of hij een draad om zijn hals had. De koning zei tegen haar: "Maar kind, waar heb je dat geleerd?" "Ja," zei ze, "die kunst ken ik. Zal ik ‘t bij jou ook eens proberen?" "Welja," zei hij. En toen hakte ze hem z’n hoofd af en zette ‘t niet weer op, ze deed of ze hem er niet meer op kan krijgen, en of hij niet vast wil zitten. Nu werd de koning begraven, maar zij trouwde met de trouwe Ferdinand.
    Maar hij reed altijd op zijn schimmel, en toen hij daar eens op zat, zei die tegen hem: hij moest eens naar een andere heide toe; en hij wees hem die, en daar moest hij dan driemaal omheen jagen. En toen ze dat gedaan hadden, ging de schimmel op zijn achterpoten staan en veranderde in een prins.

    17-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    vieste mannen wie zijn de 3 vieste mannen van heel de wereld 1.de kerstman.om dat die zijn ballen in de kerstboom hankt 2.sinterklaas.om dat hij een zwarte piet heeft 3.de postbode.om dat hij van gleuf naar gleuf ga

    17-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (2)
    16-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oude en nieuwe trams 86


    .

    16-04-2013 om 23:37 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (4)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Flatgebouw

    Flatgebouw

    Er was een Belgische man en die werkt in een flatgebouw, hij heet Karel, en hij is zijn werk zo spuugzat.
    Dus op een dag zat hij in de kantine van het flatgebouw en kwam er een man naar hem toe en zegt: volgens mij gaat het helemaal niet goed met jouw. Dus Karel zegt: ja dat klopt, maar hoe weet u dat? Nou zegt de man dat kan ik altijd zien, maar wees gerust ik heb een oplossing, je slaat gewoon een driedubbele wisky achterover, en gaat naar het dak van dit flatgebouw, springt eraf en dan zit je over 2 minuten gewoon weer hier in de kantine. Karel denkt van: ik ben wel aardig dronken maar dat ik van een flatgebouw afspring, zo dronken nog net niet. Weetjewat zegt de man ik doe het wel even voor. Dus hij gaat naar de top van het flatgebouw en springt eraf en zit zo weer terug in de kantine.
    Nou zegt Karel als hij het kan, kan ik dat ook. Dus hij naar de top van het flatgebouw en springt eraf, boem dood.
    Dus die man in die kantine lachen, zegt de barman: wat ben jij toch een ongelooflijke zak als je dronken bent Superman!

    16-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (1)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Vibrator

    Beatrix zegt tegen Claus: "Mijn vibrator is kapot."
    Zegt Claus: "Hier heb je mijn vinger."

    16-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    15-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oude en nieuwe trams 85


    .

    15-04-2013 om 22:55 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (2)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Dappere snijdertje

    Het Dappere snijdertje




    Op een mooie zomermorgen zat een snijdertje op zijn tafel voor het venster; hij was opgewekt en naaide dat het een aard had. Toen kwam een boerenvrouw de straat af en riep: "Moes te koop! Moes te koop!" Dat klonk het snijdertje heerlijk in de oren: hij stak zijn kleine hoofd uit het raam en riep: "Kom maar boven vrouwtjelief, hier kun je je moes kwijt."

    De vrouw klom de drie steile trappen op naar het snijdertje, en ze moest al haar manden met vruchtenmoes voor hem uitpakken. Hij bekeek alles, nam van iedere soort in de hand, rook eraan, en zei tenslotte: "Dat is lekkere jam, weeg me vier lood af, en als ‘t een kwart pond wordt, is het ook niet erg." De vrouw die gehoopt had een flinke bestelling te krijgen, gaf hem de vier lood, maar ze ging knorrend en brommend weg. "Nu, God zegen de maaltijd," zei het snijdertje, "dit zal mij kracht en moed geven," en hij haalde een brood uit de kast, sneed overdwars een hele snee af, en streek er de jam overheen als beleg. "Dat zal niet kwaad smaken," zei hij, "maar eerst moet dat buis nog klaar, voor ik mijn tanden in het eten zet." Hij legde het brood naast zich, naaide verder en maakte steeds grotere steken van puur plezier.

    Intussen steeg de geur van de moes langs de wanden omhoog, waar een massa vliegen zat. Ze werden er door gelokt, en streken in zwermen op het brood neer. "Nou, wie heeft jullie uitgenodigd?" sprak het snijdertje, en hij joeg de ongenode gasten weg. Maar de vliegen die geen Hollands verstonden, lieten zich niet wegjagen, maar kwamen terug in steeds groter getale. Toen liep het snijdertje de gal over, hij haalde uit zijn voorraad een grote lap, "wacht, ik zal jullie!" en hij sloeg er zonder genade op los. Toen hij de lap eraf trok en telde hoeveel er waren, lagen daar niet minder dan zeven vliegen dood met uitgestrekte poten. "Ben je zó'n held?" vroeg hij en bewonderde zijn grote dapperheid, "dat mag de hele stad wel eens weten." Haastig knipte de snijder een gordel, naaide hem dicht en stikte er met grote letters op: zeven in één klap! "Wat, de hele stad?" zei hij toen, "de hele wereld zal het weten!" en zijn hart hamerde van blijdschap als een lammestaartje. Het snijdertje bond zich de gordel om en wilde de wijde wereld in, want hij meende, dat zijn werkplaats te klein was voor zoveel dapperheid. Voor hij weg trok, zocht hij in 't huis na, of er niet nog iets was, wat hij mee kon nemen; maar hij vond niets anders dan een oud stuk kaas, en dat stak hij bij zich. Voor de poort zag hij een vogel, die verward was in de struiken; die moest bij de kaas in z'n zak.

    Dapper ging hij nu op weg, en daar hij licht en vlug was, voelde hij geen moeheid. De weg voerde hem naar een berg, en toen hij de hoogste top had bereikt, zat daar een geweldige reus, die rustig op alles neerkeek. Het snijdertje ging heel trouwhartig op hem toe, en sprak hem aan: "Goedenmorgen, kameraad, zeg, kijk je de wereld eens aan? Ik ben juist op weg naar de wijde wereld en ik wil er mijn geluk proberen. Heb je zin om mee te gaan?" De reus keek het snijdertje verachtelijk aan en zei: "Lomperd! armzalig kereltje!" - "Dat zou je denken," zei het snijdertje, knoopte de mantel los en liet de gordel zien, "daar kan je lezen, hoe ik ben." De reus las: "zeven in één klap!" Hij dacht dat 't mensen waren, die het snijdertje had neergeslagen, en hij kreeg een beetje respect voor hem.

    Toch wilde hij hem eerst op de proef stellen; hij nam een steen in zijn hand en drukte die in elkaar, zodat het water eruit droop. "Doe me dat eens na," zei de reus, "als je zo sterk bent." - "Is dat alles?" zei het snijdertje, "dat vinden wij kinderachtig," greep in zijn zak, pakte de kaas en drukte hem samen, zodat het vocht eruit liep. "Zeg," zei hij, "is dat nog niet een beetje beter?" De reus wist niet wat hij zeggen moest, en hij kon het van dat manneke niet geloven. Toen hief de reus een steen op en wierp die zo hoog, dat men hem met het blote oog nauwelijks meer zien kon: "Nou jij, kleine aardappel, doe me dat eens na." - "Een goede worp," zei het snijdertje, "maar jouw steen moest weer op de aarde terug vallen, ik zal er een opgooien, zo hoog, dat hij helemaal niet meer valt." Hij greep in zijn zak, pakte de vogel en gooide hem omhoog. De vogel, blij met zijn vrijheid, steeg omhoog, vloog weg en kwam niet meer terug. "Hoe bevalt je dat stukje, kameraad?" vroeg het snijdertje. "Gooien kan je wel," zei de reus, "maar nu zullen we nog eens zien, of je iets kunt dragen."

    Hij bracht het snijdertje naar een geweldige eik, die geveld ter aarde lag, en zei: "Als je sterk genoeg bent, help me dan de boom het bos uit te dragen." - "Graag," antwoordde het mannetje, "neem jij dan de stam, dan neem ik de takken en de twijgen, dat is het grootste en het zwaarste deel." De reus nam de stam op zijn schouder, maar het snijdertje ging op een tak zitten, en de reus, die niet kon omkijken, droeg de boom alleen en het snijdertje erbij. Deze was, achteraan, heel vrolijk en floot het liedje "Daar reden drie snijdertjes uit de poort", alsof het sjouwen een kleinigheid was. De reus sleepte zijn zware last een eind mee, toen kon hij niet verder en riep: "Pas op! ik moet de boom laten vallen." De snijder sprong er vlug af, pakte de boom met beide armen beet, alsof hij hem zo aldoor had getorst, en zei tegen de reus: "Nou ben je zo'n grote kerel en je kunt niet eens een boom dragen." Samen gingen ze verder. Toen kwamen ze langs een kersenboom, en de reus pakte de kroon waar de sappigste vruchten hingen, boog hem naar beneden, gaf die aan het snijdertje om vast te houden en zei hem dat hij moest eten. Maar het snijdertje was veel te zwak om die boom te houden, en toen de reus losliet, ging de boom omhoog, en het snijdertje mee de lucht in. Toen hij weer zonder letsel op de grond stond, ze de reus: "Wat nu? Kan je zo'n zwak boompje niet eens neer houden?" - "Kracht genoeg," zei het snijdertje, "denk je dat dat voor mij iets was – ik, die er zeven in één klap sla? Ik ben over de boom gesprongen, omdat er jagers aan het schieten zijn in de struiken. Spring ook maar zo, als je kunt." De reus probeerde het, en kon niet over de boom heen, maar hij bleef in de takken hangen en het snijdertje was hem weer de baas geweest.

    De reus zei nu: "Als je zo'n dappere kerel bent, kom dan bij ons in 't hol en slaap bij ons." Het snijdertje wilde wel en ging mee. Ze kwamen in 't hol, waar meer reuzen zaten, bij 't vuur elk met een gebraden schaap in de hand. Ze aten. Het snijdertje keek om zich heen en dacht: "Het is hier toch heel wat ruimer dan in mijn werkplaats." De reus wees hem een bed, daar moest hij maar in gaan liggen en eens uitslapen. Maar 't snijdertje vond 't bed te groot, ging er niet in, maar kroop in een hoekje. Toen het middernacht was, en de reus dacht dat het snijdertje al lang sliep, stond hij op, nam een grote ijzeren stang en sloeg het bed met één slag in tweeën en hij dacht dat hij die sprinkhaan nu wel kwijt was. Vroeg in de morgen gingen de reuzen het bos in, ze hadden 't hele snijdertje vergeten, daar kwam 't ineens heel vrolijk en zelfbewust aan. De reuzen schrokken, waren bang dat hij hen allen dood zou slaan en liepen haastig weg.

    Maar het snijdertje trok verder, steeds z'n spitse neus achterna. Toen hij een eind gelopen had, kwam hij in de tuin van een paleis en omdat hij moe was, ging hij in 't gras liggen en sliep in. Terwijl hij lag te slapen, kwamen de mensen, bekeken hem en lazen op zijn gordel: "Zeven in één klap". "Och," zeiden ze, "wat wil die grote krijgsheld hier midden in de vrede? Dat zal wel een groot heer zijn." Zij gingen zijn komst aan de koning vertellen: als er oorlog kwam, zou dat wel een bruikbaar en belangrijk man zijn, die ze zeker niet moesten laten vertrekken. Dat vond de koning een goede raad, hij zond een paar mensen van de hofhouding naar de man toe, om, als hij wakker was geworden, hem een aanbod te doen voor het leger. De afgezanten bleven bij de slapende staan, wachtten geduldig tot hij zich uit ging rekken en zijn ogen uitwreef, en brachten toen het aanbod over. "Daarom ben ik juist gekomen," zei hij, "en ik ben bereid, in dienst van de koning te treden."

    Dus werd hij ontvangen, en hem werd een afzonderlijke woning aangeboden. Maar de soldaten moesten niets van het snijdertje hebben en wensten hem duizend mijlen ver. "Wat moet daarvan komen?" zeiden ze onder elkaar, "als wij ruzie met hem krijgen en hij slaat er op, dan slaat hij er in één slag zeven dood. Dan kunnen wij niet meer bestaan." Zo namen ze een besluit, togen allemaal samen naar de koning en vroegen hun ontslag. "Wij zijn er niet," zeiden ze, "om te werken met iemand die er zeven in één klap kan doodslaan." De koning werd bedroefd, dat hij om die ene held al zijn trouwe soldaten moest verliezen; hij wilde dat hij nooit van zijn bestaan had gehoord, en hij wilde wel dat hij hem kwijt kon. Toch durfde hij hem niet te ontslaan, uit vrees dat de man hem en zijn volk allemaal samen dood zou slaan, en zich tenslotte op de troon zou nestelen. Hij dacht er lang over na en eindelijk wist hij raad. Hij zond een boodschap naar het snijdertje.

    Omdat hij zo'n krijgsheld was, wilde hij hem iets aanbieden. In een groot bos in zijn land woonden twee reuzen, die met roof, moord, brand en plundering veel kwaad stichtten. Niemand durfde hen te naderen. Als het snijdertje die twee reuzen kon doden, zou de koning hem zijn dochter tot vrouw geven en het halve koninkrijk als bruidsschat, honderd ruiters mochten meegaan als hulp. "Dat zou nog eens wat zijn voor een man als ik," zei het snijdertje bij zichzelf, "een mooie prinses en een half koninkrijk, zo iets krijg je niet elke dag." - "Wel ja," was zijn antwoord, "die reuzen zal ik wel aan kunnen en die honderd ruiters heb ik er niet bij nodig, wie zeven in één klap slaat, hoeft zich om twee niet te bekommeren."

    Het snijdertje trok er op uit, en de honderd ruiters reden achter hem aan. Toen hij aan de rand van het bos kwam, sprak hij tot zijn geleide: "Blijf hier maar wachten, de reuzen neem ik wel alleen." Toen sprong hij het bos in, en keek links en rechts. Na korte tijd kreeg hij de twee reuzen in 't oog: ze lagen onder een boom te slapen en snurkten dat de takken op en neer woeien. Het snijdertje, vastberaden, deed zijn beide zakken vol stenen en klom in de boom. Middenin liet hij zich op een grote tak glijden, tot hij vlak boven de slapers zat. Toen liet hij de ene reus een steen op de borst vallen en nog één en nog één. Eerst merkte de reus niets, toen opeens werd hij wakker, stootte zijn gezel aan en zei: "Waarom sla je mij?" - "Je droomt," zei de ander, "ik sla je niet." Ze gingen weer slapen, toen gooide het snijdertje een steen op de andere reus. "Wat," zei de ander, "waarom gooi je naar mij?" - "Ik gooi niet," zei de eerste brommend. Ze kibbelden een poos, werden weer moe en hun ogen gingen weer dicht. Weer begon het snijdertje zijn spel, hij zocht de dikste steen, en gooide die de eerste reus op z'n borst. "Dat is te kras!" riep die, sprong woedend op en gooide zijn makker tegen de boom, zodat die trilde. De ander betaalde hem echter met gelijke munt, en ze werden zo driftig, dat ze bomen uittrokken, op elkaar lossloegen, tot ze beiden ter aarde vielen. Nu sprong het snijdertje omlaag. "Gelukkig maar," zei hij, "dat ze de boom waarin ik zat, niet hebben uitgerukt, anders had ik als een eekhoorntje van de ene boom in de andere moeten wippen!" Hij trok toen zijn zwaard en gaf elk van de reuzen een paar zware slagen in de borst, toen ging hij weg, liep naar zijn ruiters en sprak: "Het is gebeurd. Ik heb ze allebei gedood; maar het is er hard toegegaan: ze hebben in hun angst bomen uitgetrokken en zich daarmee verweerd, maar het hielp allemaal niets, wanneer er iemand bij is als ik, die er zeven slaat in één klap." - "Bent u dan niet gewond?" vroegen de ruiters. "Dat gaat best," antwoordde het snijdertje, "geen haar hebben ze me gekrenkt." Dat wilden de ruiters niet geloven en ze reden het bos is, waar ze weldra de reuzen vonden, badend in hun bloed en overal in het rond uitgerukte boomstammen!

    Het snijdertje kwam nu bij de koning om de beloofde prijs, maar die had spijt van zijn belofte en zon weer op een middel om zich de held van de hals te schuiven. "Voor je mijn dochter krijgt en het halve koninkrijk," zei hij, "moet je nog eenmaal een heldendaad verrichten. In het bos loopt een eenhoorn rond. Hij richt overal schade aan. Hem moet je eerst nog vangen." - "Voor een eenhoorn ben ik nog minder bang dan voor twee reuzen. Zeven in één klap, dat is mijn kracht." Hij voorzag zich van een touw en een bijl, ging het bos weer in, en liet zijn geleide weer wachten. Lang hoefde hij niet te zoeken, de eenhoorn kwam er weldra aan en sprong recht op het snijdertje af, alsof hij hem zonder uitstel op de hoorn wilde nemen. "Rustig, rustig," zei hij, "zo gauw gaat het niet!" Hij bleef staan en wachtte, tot het dier vlakbij was; dan sprong hij heel vlug achter een boom. Maar de eenhoorn was met een aanloop tegen de boom opgevlogen en spietste zijn hoorn zo stijf in de stam, dat hij hem niet weer weg kon trekken. En zo was hij gevangen. "Daar heb ik hem in de knip," zei het snijdertje, kwam achter de boom vandaan, legde z'n touw om de hals van de eenhoorn, hakte met zijn bijl de hoorn uit de boom, en toen alles klaar was, leidde hij hem aan het touw naar de koning.

    Maar de koning wilde hem het beloofde nog niet geven en stelde een derde eis. Het snijdertje moest voor de bruiloft nog een wild zwijn vangen, dat grote last in ‘t bos veroorzaakte, en daarbij moesten de jagers hem helpen. "Best," zei het snijdertje, "dat is kinderwerk." De jagers nam hij niet eens mee tot hun groot genoegen want ze kenden dat wilde zwijn en ze hadden geen zin het nog eens te ontmoeten. Toen het wild zwijn de snijder zag, kwam het schuimbekkend en met dreigende slagtanden op hem afgerend en wilde hem omverwerpen, maar de snelle held sprong in een boskapelletje dat daar stond, en met één sprong weer het venster uit. Het wild zwijn was achter hem aan naar binnen gedraafd, maar 't snijdertje liep vlug om en sloeg de deur van 't kapelletje dicht. Nu was 't woedende dier opgesloten, en 't was veel te dom en te dik om uit het raam te springen. Het snijdertje ging de jagers halen: ze moesten de gevangene zelf zien, maar de held stapte naar de koning, die nu, goedschiks of kwaadschiks, zijn belofte moest houden, en hem zijn dochter gaf en 't halve koninkrijk toe. Had hij geweten dat het geen held was, maar een snijdertje, dat voor hem stond, dan had hij het nog erger gevonden. De bruiloft werd dus met veel pracht en weinig plezier gehouden en 't snijdertje werd koning. Na een poos hoorde de koningin 's nachts, hoe haar man in de droom sprak. "Jongen, eerst 't buis en dan gauw de broek naaien, anders sla ik je met de maatstok om je oren." Nu wist ze in welke steeg de jonge koning geboren was, en de volgende morgen klaagde ze bij haar vader haar nood, hij moest haar toch afhelpen van een man die een geboren snijdertje was. De koning troostte haar en zei: "Laat vannacht de deur van de slaapkamer open. Mijn lakeien zullen buiten staan en als hij in slaap is, komen ze binnen, slaan hem in boeien en dragen hem naar een schip, dat hem de wijde wereld in zal varen." De vrouw vond het best, maar 's konings wapendrager die de jonge koning aardig vond, had alles gehoord en bracht alles over. "Daar zullen we een stokje voor steken," zei het snijdertje. 's Avonds ging hij gewoon met zijn vrouw naar bed; toen zij geloofde dat hij sliep, stond ze op, deed de deur open en ging weer liggen. Het snijdertje dat maar deed alsof hij sliep, begon met luide stem te roepen: "Jongen! eerst 't buis en dan gauw de broek naaien, anders sla ik je met de maatstok om je oren. Zeven sloeg ik in één klap, twee reuzen heb ik gedood, een eenhoorn gevangen en een wild zwijn en zou ik dan nog bang zijn voor die lakeien buiten de kamerdeur?" Toen ze het snijdertje zo hoorden, joeg hij hun de schrik op 't lijf. Ze liepen of de wilde jacht hun op de hielen zat, en niemand wilde zich meer met hem meten. Zo was en bleef het snijdertje al z'n levensdagen een koning!

    15-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Vervelend

    'Mijn vrouw is al net zo vervelend bij het vrijen als mijn secretaresse.'
    'Ja, dat was mij ook al opgevallen.

    15-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    14-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oude en nieuwe trams 84


    .

    14-04-2013 om 23:37 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (3)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kwan Yin, de Godin van de Genade

    Kwan Yin, de Godin van de Genade



    Koning Miao Chuang en zijn vrouw waren beiden al vijftig jaar geworden, zonder dat de goden hun kinderen geschonken hadden. Maar daarvoor was een reden. De koning had in zijn oorlogen veel bloed doen vloeien, en nu werd hij op deze wijze gestraft. Doch eindelijk, eindelijk lieten de goden zich door zijn gebeden vermurwen. Een dochter werd hem geboren en een jaar later nog een tweede. De koning en de koningin waren erg blij, dat ze nu tenminste niet kinderloos zouden sterven. Maar de koning verlangde een zoon te bezitten, die hem kon opvolgen.

    "Waarom heb ik zoveel oorlogen gevoerd? Waarom heb ik me zoveel moeite gegeven mijn vijanden te verslaan? Waarom heb ik zoveel gevaren getrotseerd? Het is immers alles vergeefs geweest, als ik geen zoon heb, die mij kan opvolgen. Want dan is mijn leven gelijk aan een kaars, die opbrandt, zonder een spoor achter te laten," dacht hij vaak in stilte.

    Weer werd hem een kind geboren en weer was het een meisje...

    In droeve gedachten verzonken zat de koning eens in zijn tuin en staarde voor zich uit. Zo zag zijn eerste minister hem zitten. Deze trachtte zijn meester te troosten met de volgende woorden: "Het is waar, dat de goden u geen zoon geschonken hebben. En daar kan helaas geen mens wat aan veranderen. Maar als uw drie dochters volwassen zijn, kunt ge de drie edelste zonen uit het rijk voor hen uitzoeken. De bekwaamste van uw schoonzoons zal uw opvolger zijn. Wie zal hem dan het recht op de troon betwisten?"

    "Dat is waar," zei de koning. "Ik zal de bekwaamste van mijn drie schoonzoons als opvolger kiezen. Die kan dan mijn werk voortzetten." Maar inwendig dacht hij: "Dat moet de echtgenoot zijn van mijn jongste dochter, Miao Shan." Want het was wel vreemd maar hij hield veel meer van dit meisje, dan van zijn beide oudste dochters. Al spoedig bleek, dat Miao Shan een andere aard had dan haar zusters. Ze was veel stiller en ernstiger. Juist daarom hielden haar ouders zo veel van haar.

    Toen de prinsessen oud genoeg waren, trouwde de oudste met de zoon van de eerste minister. De tweede werd de vrouw van een jonge officier, die al beroemd was om zijn dapperheid en bekwaamheid. Alleen Miao Shan scheen nog niet aan trouwen te denken.

    Daarom liet de koning haar op een dag bij zich komen en sprak: "Lieve dochter, ik ben al oud. Nu wacht ik er op, dat jij een echtgenoot gevonden zult hebben, die waardig is, mijn opvolger te worden. Want hoewel jij mijn jongste dochter bent, wens ik, dat jij later als koningin over mijn rijk zult regeren." Miao Shan antwoordde: "Vader, ik weet, dat u veel van me houdt. Daarom doet het me zoveel verdriet, dat ik u moet teleurstellen. Maar ik voel me niet geschikt om als koningin te regeren." - "Je bent te bescheiden, meisje," zei de koning. "Ik weet zeker, dat jij juist een uitstekende koningin zult zijn." - "Nee vader," antwoordde Miao Shan, "ik heb niet uit bescheidenheid gesproken. Maar het koningschap trekt mij niet aan. Ik zou graag als non mijn leven willen slijten, om te trachten aan Boeddha gelijk te worden."

    De koning schrok. "Ik begrijp je niet," zei hij. "Jij wilt afstand doen van de eer, koningin te zijn over een groot rijk? In plaats van dit prachtige paleis kies jij een armoedige cel in een klooster?" - "Ja vader," zei Miao Shan met vaste stem, "roem en rijkdom hebben geen waarde voor mij. Een koning wordt immers na zijn dood bijna even snel vergeten als een arme koelie. Maar in een klooster kan ik streven naar volmaaktheid..."

    De koning viel haar in de rede. "Dat zijn dwaze gedachten!" riep hij uit. "Nog nooit is een koningsdochter non geworden. Ik wil, dat je trouwt, versta je me?" - "Ik zal u gehoorzamen," antwoordde Miao Shan met zachte stem, "maar sta me dan toe, vader, dat ik met een dokter trouw." - "Met een dokter?" vroeg de koning verbaasd. "Jij, een prinses, wilt met een dokter trouwen? Wat is dat nu weer voor dwaasheid?" - "Als vrouw van een dokter kan ik mijn echtgenoot bijstaan en zieken genezen, pijnen verzachten," zei Miao Shan. "Nee!" riep de koning uit, "ik geef je geen toestemming met een dokter te trouwen. Je zult koningin worden. En dus moet je echtgenoot een man zijn, waardig om als koning te regeren." Met een boos gezicht zond hij zijn dochter weg.

    Daarna zei hij tegen zijn vrouw: "Miao Shan heeft allerlei dwaze gedachten in haar hoofd. Ze wil non worden, of anders met een dokter trouwen. Probeer jij eens, of je haar van plan kunt doen veranderen." De koningin ging daarop met haar dochter praten, maar deze bleef standvastig: "Lieve moeder, als u mij gelukkig wilt maken, laat me dan non worden," zei ze. Deze woorden moest de koningin aan haar man overbrengen. Ze voegde er aan toe: "Laten we haar maar toestemming geven, in een klooster te gaan. Het zal haar daar gauw genoeg vervelen."

    Dat hoopte de koning ook. En zo kreeg Miao Shan eindelijk toestemming, om naar het klooster van De Witte Vogel te gaan. Maar de koning had eerst een brief naar de abdis van het klooster gezonden. In die brief stond: "U moet er voor zorgen, dat de prinses het klooster zo spoedig mogelijk weer verlaat." Miao Shan wist natuurlijk niets van deze brief.

    Bij haar aankomst in het klooster werd ze door de abdis met veel pracht en praal ontvangen. En ook de nonnen bewezen haar vorstelijke eer. Maar Miao Shan zei: "Ik heb geen recht meer op deze eerbetuigingen. Ik ben thans geen prinses, maar een eenvoudige non. Ik wil hier de nederigste arbeid doen." De abdis probeerde, haar dit uit het hoofd te praten. Maar Miao Shan herhaalde steeds: "Laat mij als eenvoudige non onder u leven. Want alleen door zelfopoffering kan ik streven naar volmaaktheid." De abdis zei daarop: "Goed, ik draag je op, het ruwe werk in de keuken te doen en de kloosterklokken te luiden. Maar als je dit niet kunt, zal ik je wegzenden."

    Dankbaar aanvaardde Miao Shan haar nieuwe taak. De abdis wist, dat het werk veel te zwaar was voor het meisje. Ze dacht dan ook dat de prinses het wel spoedig zou moeten opgeven. En dan had ze een voorwendsel, Miao Shan naar haar paleis terug te sturen. Miao Shan toog moedig aan het werk. Toen ze eindelijk 's avonds laat klaar was, waren haar handen gewond en deden al haar ledematen haar pijn. Toen bad ze nog lang en vurig voor ze ging slapen.

    De volgende morgen werd ze wakker door het gelui van de klokken. Ze schrok. Deze taak had de abdis immers haar opgedragen! Maar toen ze bij de klokken kwam, was er geen non te zien. De klokken werden geluid door de goede geesten, die haar wilden helpen!

    Maar er was nog veel meer wonderlijks gebeurd. Toen ze op het erf kwam, zag ze daar een prachtige waterput, vlak bij de keuken. Die had een draak 's nachts geboord. Nu hoefde Miao Shan niet meer helemaal naar de beek, als ze water nodig had. Een tijger zorgde geregeld voor brandhout en de vogels plukten groente en vruchten voor haar. Dit alles geschiedde op last van de goden, die zich verheugden over de vroomheid van het meisje.

    Toen de abdis deze wonderen vernam, werd ze bang. Ze schreef aan de koning een brief en gaf hem de raad, de prinses te bevelen naar het paleis terug te keren. "Want vrijwillig zal ze het klooster zeker niet verlaten, nu de goden haar helpen," voegde ze er aan toe.

    Bij het lezen van deze brief werd de koning woedend. "Zelfs de goden spannen tegen mij samen, om mijn plan te doen mislukken," riep hij uit. "Maar ik zal me wreken!" Wit van drift gaf hij zijn soldaten bevel, het klooster aan alle zijden in brand te steken. Spoedig sloegen de vlammen uit de mooie gebouwen van het eeuwenoude klooster. Op de binnenplaats drongen de nonnen angstig samen. Maar daar werd de hitte ook al zo groot, dat ze het er nauwelijks uit konden houden.

    In hun angst zeiden ze tot Miao Shan: "Het is jouw schuld, dat dit vreselijk ongeluk over ons komt." - "Dat is waar," antwoordde Miao Shan eenvoudig. Ze knielde neer en smeekte de Heerser van het Heelal, de nonnen te sparen. Daarna stak ze zich met een bamboe haarnaald in haar vinger, zodat een druppel bloed op de grond viel. Onmiddellijk betrok de hemel en het begon te regenen. De bui was zo hevig, dat de vlammen dadelijk uitdoofden.

    Weer kreeg de koning een boodschap, dat zijn plannen mislukt waren. Nu kende zijn woede geen grenzen meer. "Mijn dochter moet sterven!" riep hij uit. "De beul zal haar onthoofden. Laten de goden dat beletten, als ze kunnen!" Meteen had hij spijt van deze vreselijke woorden. Zijn vrouw zei wenend: "Sta mij toe, nog eens met haar te spreken. Misschien zal ze naar mij willen luisteren, als ze weet, welk gruwelijk lot haar wacht."

    De koning stemde dadelijk daarin toe. Hij hoopte innig, dat Miao Shan haar voornemen, om non te worden, zou opgeven. Maar toen het meisje standvastig bleef, moest de koning het vonnis, dat hij in drift geveld had, wel uitvoeren. Anders zou hij immers zijn gezicht verliezen tegenover zijn onderdanen! "Morgen, bij het opgaan van de zon, zal ze onthoofd worden," sprak hij met doffe stem.

    Maar de Heerser van het Heelal had anders beschikt. Toen de zon opgegaan was, werd Miao Shan naar de plaats gebracht, waar ze terechtgesteld zou worden. Met een glimlach op de lippen liep het meisje tussen de zwaar bewapende soldaten naar de beul. Ze dacht: "Heden zal ik eindelijk de aarde verlaten, om een beter bestaan te beginnen."

    Ze moest knielen en haar hoofd op een blok leggen. De beul nam zijn bijl en zwaaide die hoog boven zijn hoofd... maar plotseling werd het zo donker, dat niemand meer iets zien kon. De bijl brak in stukken, de zwaarden en lansen van de soldaten versplinterden. Op dat ogenblik liet de Heerser van het Heelal Miao Shan sterven en nam haar ziel tot zich. Een tijger drong door de menigte, greep het dode meisje en droeg haar naar een eenzame plek in het woud.

    Op een lichte wolk werd Miao Shan opnieuw geboren. Voortaan zou ze de Godin van de Genade zijn en Kwan Yin heten. Dat betekent: Zij, die de smarten lenigt.

    Met diep medelijden keek ze naar de mensen op de aarde, beneden haar. Zo zag ze, dat in het ouderlijke paleis haar vader ziek terneer lag. De Heerser van het Heelal had hem gestraft voor zijn afschuwelijke daad. De god, die ziekte verbreidt, had zijn lichaam aangeraakt, dat geheel bedekt was met wonden en afzichtelijke zweren. Geen enkele dokter wist raad, alle geneesmiddelen bleken nutteloos te zijn. De koning voelde zich steeds zieker worden. Zijn beide dochters bemoeiden zich niet met hem. En zijn schoonzoons wachtten erop, dat hij zou sterven, om daarna het rijk te verdelen.

    Alleen Kwan Yin kon haar vader niet zo zien lijden. Ze dacht niet meer aan het leed, dat hij haar aangedaan had. Ze hield nog evenveel van hem als vroeger, en daarom daalde ze naar de aarde af om hem te genezen. In de gedaante van een oude priester, bedekt met lompen, strompelde ze naar het paleis. Op de grote poort had de koning een papier laten aanplakken. Daarop stond te lezen, dat hij, die de koning kon genezen, later hem zou opvolgen. Lang stond de priester naar het papier te kijken en deed, of hij het las. Toen scheurde hij het met één ruk van de poort af.

    "Wat doe je daar?" riep de poortwachter boos. "Hoe durf je het papier af te scheuren?"

    Kwan Yin antwoordde kalm: "Ik ben niet alleen priester, maar ook dokter. Ik weet, dat ik de koning kan genezen. Daarom is dit papier niet langer nodig."

    "Maar als je zo'n knappe dokter bent, waarom reis je dan in lompen door het land?" vroeg de poortwachter.

    "Vraag niet te veel en breng me bij de koning," was het antwoord.

    De poortwachter liet daarop de koningin waarschuwen. Deze zei: "De koning ligt op sterven. Laat dus die priester direct hier komen."

    Zo kwam Kwan Yin dan aan het ziekbed van haar vader, die, rillend van koorts, met bleke ingevallen wangen machteloos terneer lag. Ze nam zijn pols en zei tegen hem, dat zijn ziekte zeker te genezen was. Bij die woorden kregen de koning en de koningin weer moed. "Maar," voegde Kwan Yin er aan toe, "het geneesmiddel is heel moeilijk te vinden." - "Priester, je bent een bedrieger," zei de koning met fluisterende stem. "Wat heb ik er aan, of je zegt, dat mijn ziekte gemakkelijk te genezen is, als je het geneesmiddel niet kent?" - "Ik ken het geneesmiddel wel," antwoordde Kwan Yin. "Het is zalf, die moet bereid worden uit de hand en het oog van een levend mens."

    "Dan ben ik verloren," kreunde de koning. "Waar zal iemand gevonden worden, die een hand en een oog voor mij wil opofferen?" Kwan Yin antwoordde: "In het klooster van Hsiang Shan zult ge het verlangde kunnen vinden. Zendt uw boodschappers uit. Ik zal hun zeggen, hoe ze het klooster kunnen bereiken. Ik zelf zal in uw nabijheid blijven." De boodschappers vertrokken onmiddellijk, nadat Kwan Yin hun de weg uitgeduid had.

    Intussen hadden de schoonzoons van de koning vernomen, dat een priester hun schoonvader misschien zou kunnen genezen. Dat was helemaal niet naar hun zin. Als de koning genas, zou de priester immers zijn opvolger worden. En dan was het met hun eerzuchtige plannen gedaan. Daarom gaven ze aan de koningin een vergiftige drank. "Deze drank heeft de priester bereid, om de pijnen van de koning te verlichten," zeiden ze.

    Ook hadden ze een bediende omgekocht om Kwan Yin te vermoorden. Maar toen de koningin haar man de drank aanreikte, barstte de schaal, alsof er met een hamer tegenaan geslagen was. En op het ogenblik, dat de moordenaar zijn dolk ophief, om de slapende priester te vermoorden, hield een geheimzinnige macht zijn arm tegen en wrong de dolk uit zijn hand. Hevig verschrikt vluchtte de boosdoener weg.

    Ondertussen vertoefde Kwan Yin tevens in het klooster, waar ze in de gedaante van Miao Shan de boodschappers ontving. Ze sprak tot de mannen: "Ik weet, dat jullie hier het geneesmiddel komt zoeken voor de zieke koning. Neem een mes en snijd mijn linkerhand af. Daarna kunt ge mijn linkeroog nemen." De boodschappers aarzelden, maar het meisje spoorde hen tot spoed aan. "Als het geneesmiddel niet gauw komt, zal de koning misschien sterven," zei ze.

    Met grote tegenzin deden toen de boodschappers hun gruwelijk werk. Op een gouden schaal werden de hand en het oog van de heilige naar het paleis gebracht. De koningin schreide van vreugde, maar plotseling deinsde ze verschrikt achteruit. Want aan een klein, rood litteken had ze de hand van haar dochter herkend!

    De priester bereidde de zalf en wreef er het lichaam van de koning mee in. De volgende dag was de linkerhelft van het lichaam van de zieke glad en gaaf. De rechterhelft vertoonde echter nog dezelfde wonden en zweren. De koning was blij, maar ook teleurgesteld. "Waarom is alleen de linkerhelft van mijn lichaam genezen?" vroeg hij. "Omdat de zalf is bereid van een linkerhand en een linkeroog," antwoordde de priester. "Om u helemaal te genezen, moet ik ook zalf bereiden van een rechterhand en een rechteroog..."

    Opnieuw werden de boodschappers naar het klooster gezonden. Daar werden ze weer opgewacht door Miao Shan. "Neem ook mijn rechterhand en daarna mijn rechteroog," zei ze eenvoudig. Een der boodschappers riep verontwaardigd uit: "Is het geen misdaad, de ene mens zo te verminken, om een andere te redden?" Maar Miao Shan antwoordde: "Haast u en doe, wat de goden beschikt hebben."

    De boodschappers ontnamen haar toen ook haar rechterhand en haar rechteroog, en brachten die naar het paleis. De priester bereidde snel de zalf en de volgende dag was de koning werkelijk geheel genezen. Iedereen aan het hof wenste de koning geluk en prees de kundigheid van de priester. "Gij zult mijn opvolger zijn," sprak de koning. Maar Kwan Yin zei: "Ik begeer de koninklijke waardigheid niet. Ik heb maar één wens: dat gij als een rechtschapen vorst over uw onderdanen moogt regeren."

    Na deze woorden zagen de omstanders, dat de priester zijn arm bewoog. Een wolk daalde toen uit de hemel, nam hem op en voerde hem weg. De koning vroeg verbaasd: "Waaraan heb ik het te danken, dat de goden uit de hemel komen om mij te beschermen en te genezen?" Doch de koningin weende zachtjes. De koning vroeg haar: "Waarom ben jij verdrietig, nu iedereen verheugd is?" De koningin antwoordde: "Ik ken maar één mens, die ogen en handen voor u zou willen offeren, en dat is... onze dochter Miao Shan."

    De koning werd doodsbleek. Hij vroeg aan zijn boodschappers: "Hoe zag de non er uit, die haar handen en ogen voor mij geofferd heeft?" De boodschappers antwoordden: "Het was een jong meisje, o koning." De koningin snikte: "Ik heb haar linkerhand herkend..."

    Ontzet staarde de koning voor zich uit. Toen wierp hij zich ter aarde en bad schreiend: "Genezende Boeddha, heb erbarmen. Ik heb mijn kind gedood, dat haar handen en ogen voor mij opgeofferd heeft. Vergeef mij deze zware zonde..."

    Op dat ogenblik nam Kwan Yin nogmaals de gestalte aan van Miao Shan en verscheen zo voor haar ouders. "Ween niet, vader," sprak ze, "want ik, uw dochter Miao Shan, ben gelukkig." Daarna verdween ze. De koning zei diep ontroerd tot zijn vrouw: "Ik ben niet waardig, nog langer te regeren. Ik wil het voorbeeld van Miao Shan volgen en afstand doen van mijn troon, om in een klooster te gaan." Hij droeg het bestuur van zijn rijk over aan zijn eerste minister en trok zich terug in een eenzaam klooster. Daar leidde hij tot zijn dood een godvruchtig leven.

    Sindsdien wordt Miao Shan vereerd als de Godin van de Genade onder de naam van Kwan Yin.

    14-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Sexervaringen van een man

    Neem 2 dobbelstenen, vraag aan een man: "Neem 1 dobbelsteen, denk aan je eerst sex ervaring, ik hoef hem niet te horen?" de persoon zal met ja antwoorden. Leg de 1e dobbelsteen terug. Vraag nu: "Neem de 2e dobbelsteen, denk aan je 2e sex ervaring, ik hoef hem weer niet te horen. Leg hem terug. Neem nu alle twee de dobbelstenen in 1 hand.schudt ze." Aan de beweging kan je zien welke ervaring hij had.

    14-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    13-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oude en nieuwe trams 83


    .

    13-04-2013 om 23:27 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (6)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Op restaurant

    Op restaurant

     

    Een man moet dringend naar het toilet in een chic restaurant.
    Helaas zijn alle deuren bezet.
    De maitre d'hotel, een begrijpend man, stelt daarom voor om de damestoiletten te gebruiken.
    Maar, zegt hij, een goeie raad: aan de linkerkant van de muur staat een reeks knoppen

    met de vermelding WW, WL, PW en ATV.
    Gelieve deze in geen geval te gebruiken want ze zijn exclusief gereserveerd voor de dames.

    Beloofd, beloofd, dankuwel. En de man verdwijnt door de deur.

    Eens zijn dringendste behoeften voldaan,

    gaat zijn aandacht toch naar de geheimzinnige knoppen.

    En zijn nieuwsgierigheid haalt het.

    Hij drukt op de knop WW en voelt onmiddellijk een straal WARM WATER

    die zijn achterwerk streelt.
    Mijn God, denkt hij, de vrouwen worden hier nogal verwend.
    Hij drukt op de knop WL en een stroom WARME LUCHT veegt zijn
    achterste droog. Wow, wow, prachtig !
    En ondertussen heeft hij reeds op de knop WP gedrukt. Luttele seconden daarna parfumeert een WOLK POEDER zijn billen.

    Wonderbaarlijk ! denkt hij en verrukt drukt hij ook op de laatste knop ATV...

    Hij wordt wakker in een hospitaalbed. Verward en beduusd belt hij om de verpleegster.
    Wat is er toch gebeurd ? vraagt hij.
    Wel, u was in de toiletten van restaurant GRAND CHIC,

    en u heeft op de verboden knoppen geduwd.

    Maar allee, elke knop bezorgde me zeer aangename gewaarwordingen...
    Ja, ja, dat is waar, maar de laatste, met de letters ATV,

    betekent AUTOMATISCH TAMPAX VERWIJDEREN .

     Enfin, u vindt uw penis onder uw hoofdkussen ...

    13-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen. De zus van Lana

    Zakenman en zijn secretaresses

    Een zakenman heeft 2 secretaresses. Zij zijn heel blij dat ze iedere dag door de baas worden geneukt. Tot op een keer dan brengt de baas zijn vrouw mee, de secretaressen vragen; "Wat doet zij hier?", de baas zegt; "Ze kreeg zo'n zin in sex dus ik nam haar mee hier naartoe, want ik heb AIDS."

    13-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (2)
    12-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oude en nieuwe trams 82


    .

    12-04-2013 om 23:16 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (5)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Later als ik groot ben

    klein meisje loopt op een dag de badkamer binnen en ziet der moeder uit de douche komen ,en kijkt met grote ogen naar naar haar tieten en vraagt "mama, krijg ik dat later ook?", "ja schat dat krijg je later ook".
    volgende dag ziet ze der vader douche en kijkt met open mond naar zijn klokke spel, en vraagt "papa, krijg ik dat later ook?".
    antwoord papa, "ja dat krijg je later ook, en als je mond houd tegen je moeder kan je em ook nu krijgen!

    12-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    sex

    Jantje en zijn vader lopen langs een weiland en zien daar een stier op een koe zitten. Jantje vraagt Pappa wat zijn die aan het doen? pa zegt die stier duwt de koe naar de stal om samen gemolken te worden 300 meter verder zien ze een hengst boven op een merrie zitten. Papa wat zijn die aan het doen? de hengst duwt de merrie naar de stal om samen hooi te eten oh zegt Jantje gelukkig dat mamma tegen het aanrecht stond anders had de postbode ze helemaal naar het postkantoor geduwd.

    12-04-2013 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (1)


    T -->

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!