NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Foto
Foto
Foto
Gastenboek
  • Groetjes op donderdag
  • avond bezoekje
  • Dag Eddy
  • midweek
  • HALLO WOENSDAGGROETJE LANA

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Laatste commentaren
  • Lieve groetjes (Luc)
        op De Roverbruidegom
  • fijne mid-week (Jos)
        op De Roverbruidegom
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op De Roverbruidegom
  • fijne dag verder (Jos)
        op Een eikenhouten deur
  • Lieve groetjes (Luc)
        op Een eikenhouten deur
  • Foto
    Foto
    Rondvraag / Poll
    Zou u niet met lana een nachtje in bed willen liggen
    Ja ik wil
    Nee ik wil niet
    Even over nadenken
    Durf jij u bekent maken: ja
    Durf jij u bekent maken :nee
    Bekijk resultaat

    Foto
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Archief per maand
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 04-2004
  • 11--0001
    Blog als favoriet !
    De klinge een dorpje aan de grens
    lana

    Image and video hosting by TinyPic






    .

    .
    26-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arnoldus

    Arnoldus



    Het beloofde een mooie dag te worden voor Arnoldus de dappere. De koene ridder had het echter zelf nog niet door toen hij wakker werd. Heel normaal dus deed hij zijn ridderkledij aan en begaf zich naar buiten. Wat hij vandaag ging doen wist hij niet. Een ridder was immers een soort van vrije vogel die meestal in de loop van de dag besliste wat hij zou gaan doen. Hij stond dus buiten en keek naar het volk dat passeerde. Als hij een mooie jonkvrouw in het zicht kreeg, dacht hij bij zichzelf: “Hm, hier zou ik wel eens een vogeltje mee willen leggen.? De betekenis hiervan is in de loop der jaren jammer genoeg verloren gegaan… Zo ging het even verder, maar plots dacht Arnoldus dat hij maar eens actie moest ondernemen. Hij stapte op een jonkvrouw af en vroeg haar of ze een vogeltje met hem wou leggen. Ze zei:?Graag, maar een andere ridder was je voor.? “Verdomme “, zei Arnoldus een beetje teleurgesteld, “dan maar geen vogeltje.? En net toen hij wou weggaan zei de jonkvrouw: “Kijk, daar is die andere ridder, misschien kunnen jullie een duel uitvechten voor mij?? Omdat hij als bijnaam “de dappere? had, kon hij deze uitdaging onmogelijk uit de weg gaan. Een duel ging het worden. In die tijd was een duel tussen ridders iets wat veel voorkwam en de nodige maatregelen werden dus snel getroffen. Twee grote manden werden op het centrale plein gezet en door de koning aangestelde tellers namen plaats naast de manden, in aangepaste tellerskledij Als het ging om een jonkvrouw, was een speciaal duel aangewezen. De regels zijn eenvoudig: de ridders krijgen elk vier uur de tijd om zoveel mogelijk eieren te verzamelen en die in een mand te leggen. Eieren mochten ze niet kopen, maar moesten ze buiten de stad halen en dan in de mand gaan leggen. Op het eerste zicht lijkt dit misschien saai, maar dat was het hoegenaamd niet. Dit spel vraagt een enorm tactisch inzicht! Draag je veel eieren met je mee of breng je ze zo snel mogelijk terug? Het eerste impliceert een risico op vallen, en dus verlies van al je verzamelde eieren en het tweede zorgt voor een enorm tijdsverlies. Dilemma’s alom. De ridders werden ook gevolgd door nieuwsgierige toeschouwers. Hoe ze in de bomen klommen om eitjes te zoeken was een wervelend spektakel. Want, wat ik nog niet verteld heb is dat voor zo’n duel de ridders hun volledige harnas moesten aanhebben, en dat maakte het klimmen er niet makkelijker op, wel leuker om te aanschouwen. Mooie taferelen in die tijd… Ook waren niet alle vogels even tevreden met het zien van een ridder die hun eieren stal. Grote, agressieve vogels lieten dit niet zomaar gebeuren en vielen de ridders aan. Niet zo slim want de ridders hadden naast hun harnas ook een zwaard mee en met de vogels werd dus meestal korte metten gemaakt. Zo ging dat vier uur door en toen was het tijd om te tellen. Onder het oog van de bevolking en de koning deden de tellers hun werk. Kleine weddenschappen werden afgesloten en gegiechel weerklonk tussen de jonkvrouw in kwestie en haar vriendinnen. Uitgeput en in spanning wachtten de ridders af. Na de telling schreven de tellers hun resultaat op en toonden dat aan de koning. Hierna werd het muisstil op het plein en iedereen keek naar de koning. “De winnaar van dit duel?, zei hij plechtig, “die een vogeltje zal leggen met de jonkvrouw, is niemand minder dan Arnoldus de dappere!? Zonder al te veel te aarzelen bedankte Arnoldus de koning en nam de jonkvrouw mee om een vogeltje te leggen. Hand in hand liepen ze naar zijn huisje en begonnen aan de daad. Zij haalde het vogeltje uit z’n kooitje en begon het te wassen, heel zachtjes. “Wat een prachtig exemplaar?, merkte ze terloops op, maar de koene ridder zocht al propere doekjes om het vogeltje in te wikkelen. Na de grondige wasbeurt van de jonkvrouw rolden ze het vogeltje in de doekjes en legden het bij de kachel om te drogen. En zo legde Arnoldus die dag een vogeltje met de jonkvrouw van zijn dromen.

    26-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    25-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 67


    Image and video hosting by TinyPic .

    25-05-2012 om 22:39 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    24-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 66


    Image and video hosting by TinyPic .

    24-05-2012 om 22:24 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    23-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 65


    Image and video hosting by TinyPic 
    .

    23-05-2012 om 21:55 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het gunstige en het ongunstige lot
    Het gunstige en het ongunstige lot



    Het volksgezegde "Wil een arme er op vooruit gaan dan moet zijn lot in slaap zijn gevallen en het lot van de rijke het niet in de gaten hebben" berust op het volgende verhaal:

    Er waren eens twee compadres*, de ene heel rijk, de andere heel arm, die in een dorp woonden, waar vlakbij zich een steile hoge berg bevond, die de berg van het lot genoemd werd, want op de top ervan kon iedereen zijn persoonlijke lot oproepen om er mee te praten. Maar om de top te bereiken moest men diverse ernstige gevaren het hoofd bieden.

    Op een dag riep de rijke compadre de arme compadre bij zich en bood hem 500 peso's voor het beklimmen van de berg om daarboven tegen zijn lot te gaan zeggen dat het hem niet nog meer geld moest geven, omdat hij al een hele boel had. De arme compadre nam dit aanbod niet aan want het had geen enkel voordeel voor hem zich aan levensgevaar bloot te stellen voor zo'n gering bedrag.

    Maar toen hij bij zijn huis aankwam waar zijn gezin in ellende leefde en stierf van de honger, dacht hij: als ik onderweg het leven laat, kan ik tenminste maken dat mijn gezin die 500 peso's krijgt waar ze even mee vooruit kunnen. En hij keerde terug om te zeggen dat hij het aanbod aannam. Maar toen zei de rijke compadre: "Het was maar een opwelling van mij, ik geef je geen 500 peso's meer, maar 250." De arme weigerde. Hij ging naar huis maar dacht opnieuw na zoals de eerste keer en hij ging opnieuw naar de rijke compadre en zei hem dat hij de 250 peso's accepteerde. De rijke zei zonder enige schaamte: "100 peso's geef ik je en meer niet." En na diverse keren heen en weer gelopen te hebben, werden het tenslotte 5 peso's waar de arme op inging omdat hij niet anders kon.

    Toen hij met Gods hulp zonder rampen op de top van de berg was aangekomen, riep hij het lot op van zijn rijke compadre. Dit verscheen onmiddellijk. Het was een stevige, vitale, knappe dame die toen ze de boodschap had aangehoord antwoordde: "Zeg maar tegen die meneer dat ik hem, ook al wil hij het zelf niet, veel geld zal blijven geven en dat hij zich wel moet realiseren dat hij die 5 peso's aan jou kwijt is geraakt omdat ik met wat anders bezig was toen jullie die overeenkomst sloten."

    Daarna wilde de arme compadre van de gelegenheid gebruik maken om zijn eigen lot op te roepen, dat deed hij, en zijn lot verscheen. Het was een oerlelijke slonzige oude vrouw, mager en met piekhaar. Toen de arme compadre haar zag wierp hij zich op haar, maar de oude vrouw liet zich niet overmeesteren, er ontstond een fel gevecht, waarin zij de arme compadre tegen de grond duwde en hem bij de keel greep terwijl ze tegen hem zei: "Stuk ongeluk, nooit zal ik je loslaten en weet wel dat jij die 5 peso's gekregen hebt omdat ik sliep toen jullie die overeenkomst sloten."

    En ik kroop weg in een gaatje en kwam weer uit een ander gaatje te voorschijn, om nog een verhaaltje van je te horen.

    23-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    22-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 64


    Image and video hosting by TinyPic.

    22-05-2012 om 22:32 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pa Pandir
    Pa Pandir



     voorouders woonden zij in de bergen en leefden van de opbrengst van de droge rijstvelden. Zij hadden niet de gelegenheid gehad te gaan leren. Pa Pandir had een vrouw, die Moeder Andeh heette.

    Toen de vader van Pa Pandir gestorven was, zond Moeder Andeh hem uit om zout te kopen voor het begrafenismaal. Hij ging op weg naar het dichtstbijzijnde dorp, kocht daar het zout en verstopte het in een holle bamboestok. En omdat hij nog andere boodschappen te doen had, wilde hij die stok zolang ergens bewaren en hij stak hem in een riviertje, dat daar in de buurt voorbij stroomde.. Toen de vrouw van Pa Pandir hem een zoon geschonken had, verzocht zij hem wat vis te vangen, want zij wilde bij de rijst een paar vissen bakken. Zij raadde hem aan als aas een belalang roesa (soort sprinkhaan) te nemen.

    Maar hij verstond een belalang roesa (de rug van een hert).

    Met zijn hengel op zijn rug liep hij het bos in, waar hij na een tijdje een hert vond dat lag te slapen. Met veel pijn en moeite lukte het hem de vishaak in de rug van het arme dier te slaan, dat hij vervolgens in het water wierp als aas voor de vissen... Eens moest zijn vrouw op het veld werken en droeg hem op voor het kind te zorgen. "Wanneer je het wast, neem dan vooral warm water," zei ze tegen hem voordat ze wegging.

    Toen zette hij een ketel water op het vuur en toen het water kookte, pakte hij het kind en stopte het erin... Nu moest het kind begraven worden; hij wikkelde het lijfje in een visnet om het naar het kerkhof te brengen, maar liet onderweg het kind vallen en zonder er iets van te merken, begroef hij het net in plaats van zijn kind. Toen hij terugging langs dezelfde weg, zag hij daar het lijkje liggen.

    "Ach," troostte hij zich, "zie toch hoe vaak het gebeurt, dat kleine kinderen sterven."

    Zijn vrouw zond hem uit om een buffel te kopen voor het begrafenismaal. En omdat zij bang was dat Pa Pandir zich weer zou kunnen vergissen, zei ze: "Denk eraan, dat de buffel een dier is dat gras eet." Toen kwam hij langs een veld, waar mannen aan het maaien waren. "Kijk!" nep Pa Pandir verheugd uit, "daar heb je de dieren die gras eten!" En hij kocht van de maaiers een sikkel, maar omdat hij zich aan de scherpe snede bezeerde, bond hij de sikkel vast aan een boom in zijn tuin; het dier had zulke scherpe horens... Nu moest hij de gasten uitnodigen voor de maaltijd en zijn vrouw zei tegen hem dat hij de hadjis (bedevaartgangers naar Mekka) en de lebyes (mensen die hun godsdienstige verplichtingen getrouw nakomen) moest verzoeken om te komen. "Denk eraan,"zei ze, "let op hen, die witte kappen hebben en op hen, die lange baarden dragen."

    Die vond Pa Pandir ook en hij bracht ze naar huis; een witkopmus en een tegenstribbelende geit..

    Nu droeg zijn vrouw hem op een sjeik uit te nodigen. "Maar let wel op," zei Moeder Andeh, "dat je de goede weg kiest, want je moet rechts afslaan en wanneer je dat niet doet en naar links gaat, dan kom je bij het hol van de reuzen!"

    Pa Pandir ging op weg en natuurlijk, hij vergiste zich en in plaats van de Sjeik nam hij de beide reuzen mee naar huis. Man en

    vrouw samen, die hij uit het hol naar buiten gesleept had... De reuzen aten hun buik vul en toen ze weer wilde vertrekken, vroegen zij aan Pa Pandir ook nog wat eten naar hun kinderen te brengen. Dat deed Pa Pandir met genoegen en hij ging meteen op weg. Maar toen hij bij het hol van de reuzen kwam, propte hij de monden van de kinderen zo vol met buffelbeenderen, dat ze stikten. Toen werd Pa Pandir bang voor de wraak van de reuzen. En hij vluchtte weg met zijn vrouw, over de rivier. De reuzen achtervolgden hen, maar toen ze bij de rivier kwamen riep Moeder Andeh van de andere kant: "Pas op! Het is hier heel diep. Neem een paar kruiken en ga daarin zitten, dan kun je over de rivier

    komen."

    Dat deden de reuzen; ze gingen in de kruiken zitten, maar die stroomden vol water en de reuzen verdronken jammerlijk.

    Pa Pandir en zijn vrouw gingen nu naar het hol van de reuzen, waar zij zoveel schatten vonden, dat zij hun verdere leven geen gebrek meer hoefden te lijden. Nu moest Pa Pandir rijst kopen, maar hij liet zich lege doppen in zijn handen stoppen. Toen hij bij een riviertje kwam, zag hij hoe honderden mieren langs een stuk hout aan de overkant kwamen. "Wanneer die kleine dieren met honderden tegelijk over dat stuk hout kunnen lopen," overwoog Pa Pandir, "dan kan ik er wel alleen overheen gaan." Hij stapte op het stuk hout en tuimelde hals over kop in het water... Nu besloot zijn vrouw hem geen boodschappen meer te laten doen. Toen ging Pa Pandir maar vissen en als hij wat gevangen had, sloeg hij de vissen met een hakmes de kop af, hing ze dan in de rook van een vuurtje, stopte ze in zakken en hing die aan een boom. Telkens wanneer hij trek had, ging hij stilletjes naar die boom en haalde een paar vissen uit de zakken. Het duurde niet lang of zijn vrouw kwam erachter en ze vroeg hem toen of hij niet bang was dat hij daar door een wld dier zou worden aangevallen. "Ik ben niet bang voor tijgers noch voor geesten," zei Pa Pandir. "Maar er zijn twee dingen waar ik wel bang voor ben, dat is voor een knorrend varken en voor de vogel Garuda!"

    Toen zijn vrouw dat wist, verstopte zij zich achter de boom en toen Pa Pandir daar weer eens kwam om wat vissen te halen, bootste zij het knorren van een varken na. Toen Pa Pandir dat geluid hoorde, liep hij wat hij lopen kon. En zijn vrouw, die nu precies wist waar de vissen verborgen waren, haalde de voorraad uit de boom en nam die mee naar huis..

    Nu gaf ze hem iedere dag bij het eten twee vissen, maar dat vond Pa Pandir veel te weinig. "Waarom krijg ik niet nog een vis?" vroeg hij, wanneer zij samen gehurkt zaten te eten. "Je hebt nog veel meer, maar je houdt het voor mij verborgen. Ik zie het wel: Je zit erop en telkens haal je een vis voor de dag." Maar Moeder Andeh antwoordde: "Je vergist je, Pa Pandir, ik heb geen vissen meer, maar ik snij, als ik honger heb, de stukken van mijn eigen dij af." En meteen nam Pa Pandir een mes om dat ook te proberen...

    Het duurde een hele tijd voordat Pa Pandir van deze dwaasheid genezen was. Toen ging hij weer naar het bos, met de bedoeling om vogels te vangen. Hij smeerde een boom in met vogellijm en had het geluk om op deze manier vijfhonderd vogels te vangen. Hij wilde ze allemaal tegelijk naar huis brengen en bond ze daarom aan zijn lichaam vast. Maar toen sloegen de vogels hun vleugels uit en vlogen met Pa Pandir de lucht in...

    Zi j brachten hem ver weg, naar het paleis van de koning. Toen de mensen hem door de lucht zagen aankomen, dachten zij dat hij een elf was en met alle eer werd hij ontvangen en de dochter van de koning kreeg hij als vrouw.

    Maar het duurde niet lang of de konings dochter had al gemerkt dat hij geen elf

    was, maar een arme, domme Pa Pandir - en hij werd met schande weggejaagd...

    En zo ging het altijd en overal met Pa Pandir.



     

    22-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    21-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 63


     Image and video hosting by TinyPic.

    21-05-2012 om 23:10 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Broertje en zusje
    Broertje en zusje



    Broertje nam zijn zusje bij de hand en zei: "Sinds onze moeder dood is hebben we geen goed ogenblik meer; onze stiefmoeder slaat ons elke dag, en als we naar haar toegaan schopt ze ons weg. De harde broodkorsten die van tafel overblijven zijn ons voedsel en het hondje onder tafel heeft het beter, die stopt ze dikwijls eens wat lekkers toe. Het is gewoon verschrikkelijk! Als onze eigen moeder dat eens wist! Kom, laten we samen de wijde wereld ingaan." Ze liepen de hele dag over weiden, velden en stenen en wanneer het regende, zei het zusje: "God en ons hart schreien tezamen." s Avonds kwamen ze bij een groot bos, en waren zo moe van honger en ellende en van het lange lopen, dat ze in een holle boom kropen en in slaap vielen.

    Toen zij de volgende morgen wakker werden, stond de zon al hoog aan de hemel en scheen de boom in. Het broertje zei: "Zusje, ik heb dorst, als ik ergens een bronnetje wist, zou ik er heen gaan en drinken. Ik geloof dat ik water hoor ruisen." Hij stond op en nam haar bij de hand om het water te zoeken. De boze stiefmoeder was echter een heks; ze had wel gemerkt dat de twee kinderen waren weggelopen, ze was hen nageslopen zo stil als heksen sluipen kunnen, en ze had alle bronnen in het bos betoverd. Toen ze nu bij een beekje kwamen, dat glinsterend over stenen sprong, wilde het broertje drinken, maar het zusje hoorde het water ruisen: "Wie mij drinkt, wordt een tijger." Toen riep het zusje: "Drink alsjeblieft niet, anders word je een wild dier en zul je me verscheuren!" Hij dronk ook niet, al had hij nog zon grote dorst en zei: "Ik zal wachten tot de volgende bron." Toen ze bij het tweede bronnetje kwamen, hoorde het zusje hoe ook hier het water zei: "Wie mij drinkt, wordt een wolf; wie mij drinkt, wordt een wolf!" Toen riep het zusje: "Broertje, ik smeek je, drink hier niet want dan word je een wolf en eet je mij op." Het broertje dronk niet en zei: "Ik zal nog wachten tot we weer bij een bron komen, maar dan moet ik drinken, wat je ook zegt, ik heb te veel dorst." En toen ze bij de derde bron kwamen, hoorde het zusje dat het water zei: "Wie mij drinkt, wordt een ree; wie mij drinkt, wordt een ree." Toen zei het zusje: "O, broertjelief, drink toch niet, dan word je een ree en dan loop je weg." Maar het broertje was al op zijn knien gaan liggen, had zich voorovergebogen en van het water gedronken, maar zodra de eerste druppels over zijn lippen gekomen waren, lag hij daar als een jong reetje.

    Nu weende het zusje bittere tranen om het arme betoverde broertje en het reetje huilde ook en zat heel bedroefd naast het meisje. Tenslotte zei het meisje: "Wees maar stil, lief reetje, ik ga zal je nooit verlaten." En ze knipte haar gouden kouseband los en deed die haar broertje om de hals en ze plukte grassen en vlocht daar een zacht koord van. Daar bond ze het diertje mee vast en ze leidde hem steeds dieper het bos in. En toen ze lang, heel lang gelopen hadden, kwamen ze eindelijk bij een klein huisje, en het meisje keek naar binnen en omdat het leeg was, dacht ze: "Hier kunnen we blijven wonen." Ze zocht voor het reetje bladeren en mos voor een zacht bedje en elke morgen ging ze erop uit om wortels en bessen en noten te plukken, maar voor het reetje bracht ze mooi gras mee dat hij uit haar hand at; hij was tevreden en sprong om haar heen. s Avonds, als het meisje moe was en haar gebed gezegd had legde zij haar hoofd op de rug van het dier - dat was haar hoofdkussen waar ze heerlijk op sliep. Had het broertje maar zijn mensengedaante gehad, dan was het een heerlijk leven geweest.

    Het duurde een poos dat ze zo samen in de wildernis waren. Maar het gebeurde dat de koning van dat land een grote jachtpartij hield in het bos. Daar schalden de jachthoorns, het geblaf van de honden en het geschreeuw van de jagers klonk door de bomen, en het reetje hoorde het en wilde er dolgraag bij zijn. "Och," zei hij tegen het zusje, "laat me eruit om bij de jacht te zijn, ik kan het niet langer meer uithouden," en hij smeekte zo lang, dat ze eindelijk toegaf. "Maar," zei ze, "s avonds moet je thuiskomen; voor de wilde jagers sluit ik mijn deur; maar om je kenbaar te maken moet je kloppen en zeggen: "Zusje mijn, laat mij erin," en als je het niet precies zo zegt, doe ik de deur niet open." Toen sprong het reetje weg, en hij vond het zo heerlijk en werd zo blij in zijn vrijheid. De koning en zijn jagers zagen het mooie dier en zetten het na, maar zij konden het niet inhalen en juist toen zij dachten dat zij het hadden sprong het over de struiken heen en was verdwenen. Toen het donker werd liep hij naar het huisje, klopte aan en zei: "Zusje mijn, laat me erin." De kleine deur ging open, hij sprong naar binnen en rustte de hele nacht heerlijk uit op zijn zachte bed. De volgende morgen begon de jacht opnieuw en toen het reetje de jachthoorn weer hoorde en het "ho! ho!" van de jagers, had hij geen rust meer en sprak: "Zusje, doe de deur voor mij open, ik moet weg!" Het zusje deed de deur open en zei: "Maar vanavond moet je weer thuiskomen en de spreuk opzeggen." Toen de koning en zijn jagers het reetje met de gouden halsband weer zagen jaagden ze allemaal daarop, maar het was te behendig en hun te vlug af. Dat duurde zo de hele dag, maar eindelijk hadden de jagers hem s avonds hem omsingeld en n van hen wist hem aan de poot te verwonden, waardoor hij hinkte en langzaam wegliep. En van de jagers sloop hem na en hoorde hem roepen: "Zusje mijn, laat me erin," en hij zag de deur even opengaan en dadelijk weer dicht. De jager onthield het goed, ging naar de koning en vertelde hem wat hij gehoord en gezien had. Toen sprak de koning: "Morgen jagen wij nog eens."

    Maar het zusje was verschrikkelijk geschrokken, toen het reetje gewond bleek. Ze waste het bloed af, legde er kruiden op en zei: "Ga maar liggen, lief reetje, zodat het weer genezen kan." Het wondje was zo gering dat het reetje er de volgende morgen niets meer van merkte. En toen hij de jachtpartij buiten weer hoorde, sprak hij: "Ik kan het niet uithouden; ik moet erbij zijn, zo gauw hebben ze mij niet te pakken." Maar het zusje huilde en zei: "Dan zullen ze je doodschieten, en dan ben ik hier helemaal alleen in het bos en van alles en iedereen verlaten. Nee, ik laat je er niet uit!" "Dan sterf ik hier van verdriet," antwoordde het reetje, "als ik de jachthoorn hoor, dan weet ik dat ik gaan mot!" Toen kon het zusje niet anders en zij deed met een bezwaard hart de deur voor hem open en het reetje sprong vrolijk en gezond het bos in. De koning zag hem en zei: "Jaag nu de hele dag tot aan de nacht op hem, maar niemand mag hem kwaad doen." Zodra de zon was ondergegaan, zei de koning tegen de jager: "Kom mee en laat mij dat huisje in het bos eens zien." En toen hij voor het deurtje stond klopte hij aan en riep: "Lief zusje, laat mij erin." Daar ging de deur open en de koning kwam binnen en hij zag een meisje, zo mooi als hij nog nooit in zijn leven gezien had. Het meisje schrok toen ze zag dat niet het reetje binnen was gekomen, maar een man die een gouden kroon op zijn hoofd had. Maar de koning keek haar vriendelijk aan, reikte haar de hand en zei: "Wil je met me meegaan naar mijn kasteel, en mijn lieve vrouw worden?" "O ja," antwoordde het meisje, "maar het reetje moet ook mee, dat verlaat ik niet." Toen sprak de koning: "Dat reetje mag bij je blijven zolang je leeft en het zal hem aan niets ontbreken." Intussen kwam het reetje naar binnen gesprongen; het zusje maakte de band weer vast, nam die zelf in de hand en samen verlieten ze het huisje in het bos.

    De koning nam het mooie meisje op zijn paard en leidde haar naar zijn slot, waar de bruiloft werd gevierd met veel pracht en praal; nu was zij koningin en zij leefden lang en gelukkig met elkaar. Het reetje werd verzorgd en gekoesterd en mocht in de tuin van het slot vrij rondhuppelen. Maar de boze stiefmoeder, om wie de kinderen de wijde wereld waren ingegaan, dacht niet anders of het zusje zou door de wilde beesten in het bos zijn opgegeten en het reetje door de jagers zijn doodgeschoten. Toen zij nu hoorde dat zij heel gelukkig waren en het hun goed ging, maakten afgunst en nijd zich meester van haar hart en lieten haar niet meer met rust en ze dacht er steeds aan hoe die twee nog eens in het ongeluk te kunnen storten. Haar eigen dochter die zo lelijk was als de nacht en maar n oog had, maakte haar verwijten en zei: "Koningin worden, dat was voor mij bestemd!" - "Wees maar stil," zei de oude vrouw om haar gerust te stellen: "Als de tijd daar is zal ik wel bij de hand zijn." En toen de tijd daar was en de koningin een mooi jongetje had gekregen en de koning juist op jacht was, nam de oude heks de gedaante aan van een kamenier, kwam de kamer binnen waar de jonge koningin lag en zei tegen haar: "Kom, het bad is klaar, dat zal u goed doen en weer nieuwe krachten geven - vlug, voor het weer koud wordt." Haar dochter was er ook bij, samen droegen ze de zwakke koningin naar de badkamer en legden haar in de kuip; vervolgens deden ze de deur op slot en maakten ze dat ze wegkwamen. In de badkamer hadden ze echter een hellevuur aangemaakt zodat de jonge koningin weldra stikte.

    Toen dat klaar was zette de oude vrouw haar dochter een muts op en legde haar in bed in plaats van de koningin. Ze gaf haar zelfs de gestalte en het gezicht van de koningin; alleen het verloren oog kon ze niet terugtoveren. Maar opdat de koning het niet zou merken moest ze gaan liggen op de kant zonder oog. Toen hij s avonds thuis kwam en hoorde dat hij een zoontje gekregen had was hij zeer blij en wilde naar het bed van zijn lieve vrouw gaan om te zien hoe zij het maakte. Maar de oude heks riep gauw: "Alsjeblieft, laat toch de gordijnen dicht, de koningin mag niet in het licht kijken en moet rust hebben." De koning ging terug en wist niet dat een verkeerde koningin daar in bed lag
    Maar toen het middernacht was en iedereen sliep zag de baker die naast de wieg in de kinderkamer zat en alleen nog wakker was, hoe opeens de deur openging en de echte koningin binnenkwam. Ze nam het kindje uit de wieg, nam het in haar arm en gaf het te drinken. Vervolgens schudde zij zijn kussentje op, legde hem weer in de wieg en dekte hem goed toe. Ze vergat ook het reetje niet, ging naar de hoek waar het lag en streelde het over zijn rug. Daarna liep ze heel stil de deur weer uit en de baker vroeg de volgende morgen aan de schildwacht of er s nachts iemand het kasteel was binnengekomen, maar hij antwoordde: "Nee, wij hebben niemand gezien." Zo kwam zij vele nachten achtereen en sprak nooit n woord; de baker zag haar elke keer, maar ze durfde er niemand iets van te vertellen.

    Toen dat zo een poosje was gegaan begon de echte koningin s nachts te spreken en zei:

    "Hoe is mijn kind? Hoe is mijn ree?
    Nog tweemaal kom ik en dan niet meer."

    De baker gaf haar geen antwoord, maar toen zij weer verdwenen was ging ze naar de koning toe en vertelde hem alles. De koning sprak: "Mijn God, wat kan dat zijn? Ik zal de volgende nacht bij mijn zoontje waken." s Avonds ging de koning naar de kinderkamer en precies om middernacht kwam de verschijning van de koningin en zei:

    "Wat doet mijn kind? Wat doet mijn ree?
    Nog nmaal kom ik en dan niet meer."

    En ze verzorgde het kindje zoals ze al die dagen al gedaan had, voor ze weer verdween. De koning durfde haar niet aan te spreken, maar ook de volgende nacht hield hij de wacht. Toen sprak ze weer:

    "Wat doet mijn kind? Wat doet mijn ree?
    Na deze keer kom ik niet meer."

    Toen kon de koning zich niet meer inhouden en zei: "Jij kunt niemand anders zijn dan mijn eigen lieve vrouw." Toen antwoordde zij: "Ja, ik ben je eigen lieve vrouw" en op datzelfde ogenblik kreeg zij door Gods genade het leven weer terug en was gezond en fris en had weer kleur. Zij vertelde de koning wat voor kwaad de boze heks en haar dochter haar hadden aangedaan. De koning liet ze beiden voor het gerecht brengen en het vonnis werd over hen uitgesproken. De dochter werd naar het bos gebracht waar wilde dieren haar verscheurden en de heks werd tot de brandstapel veroordeeld en moest jammerlijk omkomen. En toen zij tot as was verbrand veranderde het reetje en kreeg zijn menselijke gedaante terug. Zusje en broertje leefden gelukkig met elkaar tot aan het eind van hun leven.

    21-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Reageer (0)
    20-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 62


    Image and video hosting by TinyPic
    .

    20-05-2012 om 20:24 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    19-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 61


    Image and video hosting by TinyPic .

    19-05-2012 om 23:24 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    18-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 60


    Image and video hosting by TinyPic.

    18-05-2012 om 22:49 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    17-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 59


    Image and video hosting by TinyPic .

    17-05-2012 om 22:56 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zafira en het kalfje

    Zafira en het kalfje


    Zafira leek wel honderd, zo gerimpeld was haar gezicht, en ze liep erg gebogen, haar ogen naar de grond gericht, alsof ze iets aan het zoeken was. Ze woonde samen met haar zoon en zijn familie in een wit huisje met een plat dak. In de winter sliepen ze binnen, allemaal bij elkaar, op een rieten matje, maar in de zomer zocht Zafira koelte op het dak. Dan vond ze rust onder de duizenden sterren en luisterde ze naar de nachtelijke geluiden van haar geliefde stad, waar ze haar hele leven had gewoond en elke straat kende. Iedere ochtend stond ze vroeg op en bakte brood voor het hele gezin. Als ze haar zoon, schoondochter en haar vier kleinkinderen zag eten, voelde ze zich tevreden en gelukkig. Wat zagen ze er goed en weldoorvoed uit!

    Dat veranderde, want er brak oorlog uit. De hele stad werd omsingeld door soldaten. Niemand kon de stadspoorten verlaten om het vee buiten de muren te laten grazen, omdat de vijand het dan in beslag nam. Zafira maakte zich zorgen, en haar hart werd zwaar als ze naar haar familie keek. Wat zagen ze er mager uit! De kleinkinderen hingen lusteloos om het huis, je kon hun ribben tellen. De toestand werd met de dag nijpender. Het vee was allang geslacht en het meel om brood te bakken raakte op. De mensen verhongerden. Ook de burgemeester was wanhopig. We moeten ons overgeven, dacht hij bedroefd. Er zit niets anders op.

    Hij liet een boodschapper bij zich komen. "Ga naar de moskee," gebood hij, "klim naar de top van de minaret en roep de mensen bijeen." De boodschapper deed wat hem was gevraagd. Hij liep de stenen trap op naar boven en toen hij eindelijk de minaret bereikte, zette hij zijn handen aan zijn mond. De deuren van de huizen gingen open en de mensen kwamen te voorschijn, bleek en mager met holle ogen. Ze schuifelden naar de moskee toe. Sommigen konden zelfs nauwelijks meer lopen en werden ondersteund.

    Toen ze de burgemeester zagen, die voor de moskee stond, smeekte een vrouw: "O, burgemeester, geef ons toch brood, voor ons en onze kinderen..." Een andere riep: "We gaan dood van de honger, de vijand moet verdreven worden!" - "Ach, mensen, wat kan ik doen?" sprak de burgemeester. "Het voedsel is bijna op. Het enige wat ons rest, is ons gewonnen geven. We kunnen de stad niet meer redden." Gewonnen geven? Er viel een geladen stilte. "Is iedereen het daarmee eens?" vroeg de burgemeester. Hij keek naar de menigte die zich voor de moskee had verzameld. "Ja, ja," mompelde het volk. "Laten we ons maar overgeven. Dit houden we nooit vol." Ze draaiden zich verslagen om.

    Iedereen, behalve Zafira. Ze strompelde, zo oud als ze was, naar voren. Ongeduldig duwde ze de mensen opzij. Toen ze vlak voor de burgemeester stond, schudde ze woedend haar magere vuist, terwijl ze bevend van verontwaardiging riep: "Overgeven??? Onze mooie, geliefde stad overgeven aan de vijand? Waar is uw moed gebleven?" Iedereen bleef staan en keek verbijsterd naar de oude Zafira, die nog steeds dreigend haar vuist ophief. "Maar moedertje," zei de burgemeester. "Er is helaas geen andere oplossing. Iedereen hier zou de stad willen redden, maar niemand weet hoe."

    Zafira probeerde zich zoveel mogelijk op te richten. "Als u mij mijn gang laat gaan, zal ik de stad redden," sprak ze fier. "U???" - "Ja, ik! Breng me een kalf." - "Kalf!" riepen de mensen. "Een kalf! Die oude Zafira is stapelgek geworden. Alle kalveren zijn allang opgegeten." Maar Zafira hield voet bij stuk. "Breng me een kalf en ik red de stad." Het kwam er met zoveel overtuiging uit dat de burgemeester onder de indruk raakte. Hij gaf enkele mensen de opdracht de stad te doorzoeken. Niet lang daarna werd er toch nog een kalf gevonden bij een man die bekend stond als een grote vrek. Hij had er een verborgen met de bedoeling het dier voor een hoge prijs te verkopen. "Geef m'n kalf terug... Geef me m'n kalf," smeekte hij, maar niemand had medelijden met hem, Zafira nog het allerminst. "Hou op met dat gejammer," snauwde ze, "wees blij dat je gierigheid ons voor een keer van dienst kan zijn." Zafira pakte het dier stevig vast en zei: "Breng me nu wat graan." - "Graan! Ze vraagt om graan!" riepen de omstanders verontwaardigd. "Zafira, je weet best dat we maar een handjevol hebben." - "Dan brengen jullie me dat," schreeuwde Zafira. Hoofdschuddend gingen de mensen naar huis en zochten de laatste restjes bij elkaar. Sommigen hadden nog een klein pannetje vol, anderen slechts een lepel. Er waren er ook die nog maar enkele korreltjes bezaten. "Doe het in een emmer," beval Zafira. Ze gehoorzaamden en de emmer raakte bijna vol. Iedereen keek ernaar met een hongerige blik. Zafira haalde een kruik met water en schonk dat in de emmer. Daarna roerde ze het door het graan, zodat er een dikke brij ontstond, en bracht het naar het kalfje.

    Zodra het dier het voedsel rook, dook het met zijn snuit in de emmer, en schrokte het gretig naar binnen. "Wat doe je nu, Zafira," schreeuwde iedereen ontzet. "Je geeft ons laatste graan aan dat kalf. Je verspilt kostbaar voedsel, terwijl onze kinderen verhongeren!" Ze werden zo razend dat ze Zafira te lijf wilden gaan. "Laat haar haar gang gaan," zei de burgemeester, "Zafira heeft beloofd de stad te redden. We moeten vertrouwen hebben." - "Breng me nu naar de stadspoorten," gebood Zafira. "Doe ze open en laat het kalf eruit." De burgemeester was stomverbaasd toen hij dit zonderlinge bevel hoorde. Hij had weinig zin om de poorten open te doen met de vijand er vlak achter, maar Zafira's ogen stonden zo dwingend dat hij het hart niet had te weigeren. Hij vergezelde haar naar de stadspoorten, met de menigte op hun hielen, en deed ze net genoeg open om het kalf erdoor te laten.

    Het dier werd vlug naar buiten geduwd, en daarna gingen de poorten weer haastig op slot. "En nu, beste mensen, gaan we weer naar huis," sprak Zafira. "Ga maar rustig slapen, want morgen zal de stad weer in veiligheid zijn." Na deze woorden strompelde ze weg, nagestaard door een hongerige en wantrouwige menigte.

    En het kalf buiten de stadspoorten? Verbaasd keek het eerst om zich heen. Toen kreeg het een grasveldje in het oog en schommelde ernaar toe, want het graan lag zwaar op de maag. De koning met zijn soldaten, die de stad omsingelden, konden hun ogen nauwelijks geloven. Ze dachten dat de stad uitgehongerd zou zijn, na al die weken, en dat het vee allang opgegeten zou zijn. En nu liep daar zo'n dik vetgemest kalf! "Laten we het vangen en braden," riepen de soldaten. "We hebben in tijden geen vlees gezien." De koning gaf zijn toestemming en het kalf werd gevangen en geslacht.

    Hoe groot was hun verbazing toen ze in zijn maag een grote hoeveelheid onverteerd voedsel aantroffen. "De bewoners in de stad zijn helemaal niet uitgehongerd!" riepen de soldaten verontwaardigd. "Kijk eens naar al dat graan! Als zij graan aan hun vee geven, zijn ze nog lang niet door hun voorraden heen. Dit is niet vol te houden. Dan kunnen we net zo goed de maan bestormen..." De soldaten werden opstandig. Wat had het voor zin hier nog langer te blijven? Ze kwamen zelf om van de honger. Toen de koning hun dreigende gezichten zag, werd hij bang. "We vertrekken," beval hij. "Het geeft geen zin een stad uit te willen hongeren, die zijn kalveren nog steeds met graan voedt. Dat duurt veel te lang."

    Toen Zafira de volgende ochtend opstond en op het dak klom, zag ze dat de vijand verdwenen was. De stad was weer vrij. Ze glimlachte tevreden. Het is maar goed dat er grootmoeders zijn, dacht ze.



     

    17-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    16-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 58



    .

    16-05-2012 om 23:13 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anne VS Thomas

    Anne VS Thomas



    Alex en ik liggen in een deuk. Net als we ons willen omdraaien, draait het meisje haar hoofd om. 'Shit, het gaat 'm ook nog lukken!' baalt Alex. Maar dan...'Haha, wie moet er hier opletten?' lachen we weer. De 5e klasser is de middelvinger omhoog en fietst dan weer verder. 'Goeie zet!' schreeuw ik naar Remco. Die gast schaamt zich vast dood. Alex en ik geven elkaar een high-five en lopen de school in.

    Anne

    Het is pauze. We hebben net onze cijfers terug gekregen van Wiskunde. Ik had een 4,3, maar dat komt door mijn stomme rekenmachine die ik niet heb! Meneer Brinkhorst zei dat ik in de pauze had moeten vragen of ik hem van iemand kon lenen. Ik ben niet zo'n iemand die veel vrienden heeft. Ik heb Ilse en daar heb ik genoeg aan. Ilse zit in 3C, ik in 3AB. Het probleem is dat ik het niet aan haar KON vragen. Ze was wel op school en ze had me haar rekenmachine heus wel gegeven, maar ik heb haar al zo vaak om haar rekenmachine gevraagd. Dat doe ik niet nog een keer! Ze vindt het al raar dat ik er geen heb:'Koop er gewoon 1'. Maar dat kan niet. Daar hebben we het geld niet voor. Je denkt nu zeker: 'Zijn jullie zo arm dan? Doe niet moeilijk en haal een goedkope van je zakgeld'. Ja wij zijn arm, alleen niemand weet dat. Vorig jaar hadden we heel veel schulden. Mijn vader was verslaafd aan gokken, dus daar ging al het geld naartoe. Maandenlang zat hij elke avond in het casino en kwam hij de volgende dag pas weer opdagen. Tot hij ontslagen werd. Het leek wel of hij toen pas begon te merken hoe erg het allemaal was. Hoeveel schulden we hadden. Het was inmiddels zo erg dat we het huis moesten verkopen. Op de dag dat de makelaar kwam om ons huis te bekijken, was mijn vader weg. Naar een vriend, had hij gezegd. De volgende dag was hij nog niet terug. De telefoon ging, ik nam op. 'Lieverd, het kan even duren voordat ik terugkom. Het kan dagen zijn, maar ook maanden. Ik moet nadenken. (hij slikte) Zorg goed voor elkaar, vooral voor mama' beindigde hij het gesprek. Ik begon het al raar te vinden, maar toen ik het tegen mijn moeder vertelde, zei ze dat er niks aan de hand was. Dat de druk hem teveel werd. Dat hij, zoals hij al gezegd had, moest nadenken. Ongeveer 2 weken later ging de bel, mijn zus deed open. Het was de politie. Een man en een vrouw, allebei gekleed in uniform. We lieten ze binnen. Even later, toen mijn moeder erbij was gehaald, stonden we met zijn allen in de woonkamer. De agenten pakten hun pet van het hoofd. Toen werd het stil, heel stil. Mijn vader had zelfmoord gepleegd.

    Thomas

    Na schooltijd liepen we met z'n drien naar het fietsenhok. 'Ga je mee voetballen' vraagt Alex als hij zijn schooltas op de snelbinders heeft gezet. Ik slik. 'Nee, ik moet naar de tandarts' verzin ik snel. 'Handig! Ik zeg wel dat je later komt. We zijn bij het Mariaplein. Tegenover Max'. Ik probeer snel een smoes te bedenken, maar er komt niks in me op. 'Is goed' antwoord ik. Alex steekt zijn hand op en fietst weg. 'Tot straks!'. Waarom wacht hij niet? Ik wil hem achterna fietsen, maar ik bedenk me dat ik de andere kant uitmoet. Naar het bos. Ik kan mijn vader bellen en zeggen dat ik me niet lekker voel. Dan hoef ik Alex niet af te zeggen. Maar als mijn vader vanavond thuis komt, zal hij vast mijn moeder ondervragen, hem kennende. Ik besluit Alex een sms te sturen: MIJN OMA IS JARIG. NIET AAN GEDACHT SORRY. CU Ik hoop dat het een beetje geloofwaardig klinkt. Ik hoef niet lang te twijfelen, want ik krijg meteen een sms binnen. DIE IS ZEKER BELANGRIJKER HE. IS GOED JOH. GOOD LUCK! Tevreden stop ik mijn mobiel in mijn broekzak, dat is ook weer opgelost. Als ik die avond thuiskom zit mijn moeder met een ongerust gezicht op de bank. Ze loopt meteen naar me toe:Jochie ze drukt me tegen haar aan. Ik had je nooit. Wat is dit nou? zegt mijn vader boos als hij de kamer binnenkomt. Ik kruip tussen mijn moeders handen vandaan. Alex heeft gebeld. Hij verder komt mijn moeder niet, de tranen rollen over haar wangen. Wat!? Heeft Alex gebeld? Klote, nu ben ik echt de klos! Ik wil mijn mond open doen, als mijn vader zegt:Ga maar naar boven Thomas. Ik kijk hem aan. 1 moment lijkt het net of mijn vader me wil gaan slaan. Zijn agressieve houding maakt me bang.

    Anne
    Het is 9 uur als de bel gaat. Ik sta onder de douche en ik heb geluk. Er komt lauw water uit. Ik haat het om te douchen met koud water. Ik ben het gewend, maar ik ben blij dat het water nu iets warmer is. Binnenkort komt er een man, die naar het water komt kijken en ons informatie geeft over het goedkoper gebruiken van water. Tenminste, het is de bedoeling dat die man komt. Mijn moeder zou hem terugbellen voor een afspraak, maar volgens mij heeft ze dat nog niet gedaan. Ik zet het water uit. Als ik me heb afgedroogd, komt mijn zus binnenstormen. Snel druk ik mijn handdoek voor mijn lichaam. Niet dat er zoveel te zien is, want ik heb nog niks. An, mam wil verhuizen! paniekerig kijkt ze me aan. Ik kijk haar vragend aan. Er is een makelaar beneden. Het is een vrouw. Mijn hart gaat tekeer. Ik weet dat het overdreven is, maar als ik het woordje makelaar hoor, denk ik meteen aan mijn vader. Wacht even. Ik kleed me om en daarna ga ik naar beneden. Zo goed als mogelijk druk ik mijn zus de kamer uit. Schiet op fluistert ze. Ik droog me af en razendsnel trek ik mijn kleren aan. Terwijl ik mijn haren in model probeer te brengen met mijn handen, de borstel ligt nog beneden, zeurt mijn zus dat ik nu eindelijk eens klaar moet zijn. Even later lopen we samen naar beneden. Jij weet wat je doen moet h. Ik knik. Ik zou zogenaamd mijn broek zoeken, maar in plaats daarvan luister ik ze af. en daarom denk ik dat dit het beste voor u en uw kinderen is hoor ik de vrouw zeggen als ik de deur open doe. 2 gezichten kijken geschrokken op. Waarom piept die deur ook zo? Mijn moeder trekt haar wenkbrauwen op: Wat mot je?. Het klinkt meer als moje maar dat doet er niet toe. Ik, euh, ik zoek mijn, euh. Nee h, wat moest ik ook alweer zeggen. Oja. Broek. Dat was het, ik zoek mijn broek. Ik zie de vrouw kijken, het klinkt ook zo ongeloofwaardig. Kom maar even zitten. Nee, haal je zus maar even op zegt de vrouw tegen me. Opeens wordt ik bang, heel bang. Iets zegt me dat dit niet om een verhuizing gaat. 5 minuten later zitten we met zijn 4en in de woonkamer, de vrouw, mijn zus en ik. Mijn moeder is naar haar kamer. Ik zal me eerst even voorstellen. Ik ben mevrouw Groothuis van de Kinderbescherming. Ik heb gehoord dat het niet zo goed met jullie moeder ging. Dat hebben jullie vast ook wel gemerkt. Als wij knikken , vervolgt ze: Het is eigenlijk helemaal niet goed met jullie moeder. Ze is heel erg depressief. Wij willen haar helpen, daarom moet ze zo snel mogelijk naar een kliniek

    16-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    15-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 57



    .

    15-05-2012 om 22:43 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    14-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 56




    .

    14-05-2012 om 23:02 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    13-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 55




    .

    13-05-2012 om 23:22 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)
    12-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 54



    .

    12-05-2012 om 22:53 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Reageer (0)


    T -->

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!