NIEUW: Blog reclamevrij maken?



Image and video hosting by TinyPic

Foto
Gastenboek
  • fijn weekeind
  • ik kom vlug de groetjes brengen
  • Nog een leuke dag toegewenst
  • : Groetjes met Schakin Steven . Geniet !
  • Lieve weekend groetjes

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • weer een goei (Alda Bosmans)
        op Een Amsterdamse barkeeper
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Hallo Lana, (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Groetjes uit het regenachtig Koekelare. (Hok Decru Raf)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • weer een goei (Alda Bosmans)
        op Een Amsterdamse barkeeper
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Hallo Lana, (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Groetjes uit het regenachtig Koekelare. (Hok Decru Raf)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Rondvraag / Poll
    Zou u niet met lana een nachtje in bed willen liggen
    Ja ik wil
    Nee ik wil niet
    Even over nadenken
    Durf jij u bekent maken: ja
    Durf jij u bekent maken :nee
    Bekijk resultaat

       
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Archief per maand
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 07-2002
  • 11--0001
    Foto
    Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    De klinge een dorpje aan de grens
    lana










    .

    .
    21-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WONDERKIND

    WONDERKIND



    Daar zat ik dan,alweer aleen op het schoolplein niemand die met mij speelde.Het was begonnen toen er in Irak oorlog kwam en ik hier in Nederland kwam wonen ik kwam in groep 7 terecht .op een Nederlandse school met Nederlandse leraren en Nederlandse kinderen ,alle kinderen waren blank.Ik was bang ik kende de taal best goed maar ik zij geen woord .
    In de pauze zat ik op een bankje,er kwam een meisje naar me toe gelopen , ze had rood haar een brilletje en heel veel sproetjes ik vond haar wel grappig.Ze zij:wil je mee doen?
    Waarop er andere kinderen naar ons toe gekwamen lopen en ze boos tegen haar praatten .Ze zeiden ja hoor heb je het wijs neusje ook weer en zie je het niet of zo ze is anders ,niet zoals wij .
    Waarop ze weer weg liep.
    Na schooltijd wou ik naar huis gaan .maar ze hielden me tegen .Ze bogonnen me uitteschelden voor vieze neger en nog meer dingen die ik niet wou horen.....
    Ze liepen bijna allemaal weg behalve het meisje .Ik dacht gelukkig zij staat aan mijn kant maar nee hoor zij deed er nog een schepje boven op en begon grappen te maken over turken .En ik was niet eens Turks.
    Ik dacht als je dit moest doen om erbij te horen.......
    De volgende dag kwam er een nieuw meisje in de groep mijn juf stelde haar voor ze heette anne,ze was gehandicapt en zat in een rolstoel zij moest naast mij ziiten.
    Ik dacht aan wat er die vorige dag was gebeurd.
    Toen de juf even weg was deed ik iets waar ik nog steeds spijt van heb.
    Ik bogon HAAR uiteteschelden dat had ik nooit mogen doen. Toen begonnen de andere mij weer uit te schelden wat ik dus verdiend had.
    En opeens riep het meisje heel hard stop en zeiden dat ze mij met rust moesten laten.
    Dat maakte indruk .
    Na schooltijd bood ik haar mijn exuses
    aan ze zei dat ze het wel snapte en het gewend was vanaf toen waren we vriendinnen.Tot dat ze naar een paar maanden niet meer op school kwam .
    Het ging niet goed met haar .Ik bezoekte haar zo vaak ik kon op in het ziekenhuis tot dat niet meer mocht ze had rust nodig zei de zuster.
    Een paar dagen later kwam mijn moeder huilend de kamer in ,mijn moeder huilen,dat had ik nog nooit gezien aan haar gezicht zag ik het al ze zei aleen maar het is beeter zo anne is nu in een veel betere wereld.
    vanaf toen was geen dag meer normaal ik dacht altijd aan haar .Vanaf die tijd was ik op school niet meer bij de les .Ik bleef zitten ik mocht niet mee naar groep 8.
    En ik vond het niet eens erg.
    Ik kwam in een leuke groep waar het zusje van anne ook in zat met haar kon ik goed opschieten en we troosten elkaar.Niet dat ik geen verdriet om anne meer had hoor maar het ging beter met mij.louise (zo heette anne s zusje)
    was mij beste vriendin we dachten nog vaak aan anne maar veel verdriet hadden we niet meer we wisten allebij dat het beter zo was wandt ze had de laatste tijd zoveel pijn.
    Louise was dan wel mijn beste maar ook mijn enige vriendin de rest moest niets van mij hebben.
    Toen aan het midden van hhet jaar kreeg ik een schokkend bericht Louise bleef waarschijnlijk zitten ik wou niet nog een keer mijn beste vriendin kwijt raken,dus deed ik iets waar ik ook nog steeds spijt van heb. ik maakte mijn toetsen zo slecht mogelijk.
    De een naar de andere onvoldoen kreeg ik mee naar huis .Mijn moeder wist er natuurlijk niks van tot dat aan het eind van het jaar mijn moeder op school moest komen.
    Ik bleef weer zitten.
    Ik vond het niet erg nu bleef ik teminste bij LOUISE in de klas zitten en ik wist allang dat ik bleef zitten dat was mijn bedoeling.
    Toen de juf ging zeggen of we allemaal doorgingen zij ze alleen mijn naam .
    Ik dacht dat ze het was vergeten.
    Totdat bleek dat ik het verkeerd begrepen had. Louise zou mischien een klas oversalaan .Ik vertelde het mijn juf maar zij dacht dat het een smoesje was.mijn moeder wou mij ook niet geloven.Dus nu zit ik weer in mijn nieuwe klas alleen op het schoolplein
    Het is de eerste dag.
    Maar hier willen alle kinderen met mij spelen.Ik ben helemaal verbaasd maar ik zie Louise nog elke dag dus.
    Ik ben blij met mijn nieuwe klas ik heb allemaal vriendinnen.
    Het is hier te gek en het gaat super goed.En ik was blij wandt ik ging naar de middelbaare en Louise was blijven zitten zelfs zij was daar blij mee.
    IK heb nu echt een super klas!!!!!!!! en een super leven!!!!!!!!!!!!Ik ben een wonderkind er gebeurd van alles niet alles is even leuk zoals dat met anne en louise maar wat ik net al zij .HET GAAT SUPER!!!!!!

    21-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana


    zwanger maken

    twee jongentjes lopen tegen elkaar op te scheppen de een zegt ik heb mijn moeder zwanger gemaakt zegt de ander hoe heb je dat gedaan dan zegt de een weer ik heb de pil omgeruilt voor asprientjes

    21-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    20-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 93


    Image and video hosting by TinyPic .

    20-06-2012 om 21:32 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van lana

    Fietsen

    hier schrijf ik een mop die ik zelf heb bedacht

    Je kan beter over je fiets lullen dan over je lul fietsen.

    Dat was het en nu nog op mijn mop stemmen

    20-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Dat komt er nou van...


    Dat komt er nou van...



    toen beer op een morgen een wandeling maake, zag hij bij het meer drie eieren liggen hij keek om zich heen er was niemand te zien hallooo riep hij luid van wie zijn die eieren hij wachte en wachtte er kwam geen antwoord ik laat jullie hier niet alleen zei beer voorzichtig raapte hij de eieren op. onderweg naar huis kwam hij egel tegen ha die beer wat heb je daar bij je trots liet beer hem de eieren zien die heb ik gevonden ik ga op ze passen egel schudde zijn kop dat wordt niks zei hij daar heb je toch echt een nest voor nodig goed dan bouw ik dat even zei beer hij legde de ieren in zijn hol plukte wat gras en maakte een nest een nest alleen is niet genoeg je moet er ook op gaan zitten zei egel zal ik je voordoen hoe het moet neeee riep beer jij prikt te veel ik ben zacht en warm precies zoals het hoort egel zuchte ik ga naar huis voorzichtig ging beer op het nest liggen al snel viel hij in slaap hij werd wakker toen er iets in zijn buik prikte verschrikt sprong hij op drie kleine kuikentjes keken hem aan ze piepenten zachtjes egel brulde beer egel kwam meteen aangerend tja zei hij kalmpjes dat komt er nou van wat moet ik doen vroeg beer wanhopig gewoon ze beschermen en voor ze zorgen voor ze zorgen? ik? maar hoe dan?! eten geven, leren zwemmen, ging egel verder ,zwemmen? ja maar ... egel , kan jij dat niet doen nee hoor riep egel ik moet naar huis ik heb het veel te druk! beer keek naar de kuikens ze staarden hem hoopvol aan hij dacht diep na en vroeg willen jullie wat honing of een paar bramen misschien de kuikentjes zeiden niets wat nou? dacht beer ze willen niet eten wat zei egel liep nog meer oja leren zwemmen op een drafje liep hij naar het meer en met een grote sprong was hij in het water de kuikentjes bleven luid piepend op de kant staan. egel! brulde beer ze willen niet zwemmen egel kwam meteen aangerend je doet veel te wild daar schrikken ze van neem ze maar liever op je rug goed goed bromde beer voorzichtig zwom hij het meer op een voor een plonsden de kuikens in het water ze bleven dicht naarst hem peddelen ha lachte beer trots dat hebben ze van mij geleerd mooi hoor zei egel nu moet je ze wat te eten geven beer klom op een steen en keek strak in het water zijn poot schoot uit en ... hij had een vis te pakken vlug zwommen de kuikentjes weg ze hebben geen honger zei beer teleurgesteld egel moest lachen die vis is ook veel te groot steek je kop maar eens in het water dan zul je wel zien wat er gebeurd! beer haalde diep adem en dook de kuikentjes deden hem na hun snaveltjes gingen snel open en dicht.. en jah hoor ze aten!
    beer was diep onder de indruk dag in dag uit zorgde beer voor zijn kuikens s'ochtend maakten ze hem wakker en s' avonds bracht hij ze naar bed hij speelde met ze beschermde ze maar op een dag kwamen ze voor hem staan ze klapperden met hun vleugels egel riep beer daar kwam egel al aan weet jij waarom ze dat doen vroeg beer ze willen dat jij ze leert vliegen dat doen jonge ganzen eenmaal beer schudde zijn kop dat kan ik evht niet egel wreefde langs zijn neus ach dat lukt best we gaan het gewoon proberen hij nam beer mee naar een hoge heuvel nu moet je hier naar beneden rennen en flink met je voorpoten wapperen beer rende wild zwaaiend met zijn poten de gansjes hobbelden achter hem aan vlieg nou toch eens hijgde beer maar hoe hard hij ook rende het lukte niet wat nu ze dachten allebei heel diep na en opeens bromde beer ik weet iets beer nam de drie gansjes in zijn armen en klom in een hogen boom hij kneep zijn ogen stijf dicht telde tot drie en sprong egel hield zijn adem in met een geweldige plons kwam beer in het water terecht de gansjes schrokken ze fladderden wild... en ze vlogen luid snaterend maakten ze een grote boog in de lucht. egel sloeg beer op zijn schouder ik ben trots op je! dat hebben ze allemaal van jouw geleerd beer liet zich in het gras vallen dat noot meer mompelde hij nooit meer naast hem ritselde iets een stemmetje eiepte zo nu zijn wij aan de beurt

    20-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    19-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 92


    Image and video hosting by TinyPic .

    19-06-2012 om 23:30 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana


    Wat is de overeenkomst tussen een meisje en een bowlingbal?
    Ge neemt ze , ge vingert ze , en ze komen altijd terug.

    19-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De deur



    De deur



    Er was onweer op komst. Snel liep Inge verder. Als ze zich zou haasten zou ze nog juist op tijd zijn. Hopelijk haalde ze haar trein nog. Ze zou voor 2 weken bij haar tante gaan logeren, die ze nog nooit had gezien. Ze hoopte dat het mee zou vallen, want er deden duistere roddels de ronde over haar tante Imelda.
    Het station kwam in zicht. Even later zat Inge in de trein. Ze verveelde zich. Tante Imelda zou haar komen afhalen aan het station. 2 uren later hoorde ze een stem van de luidsprekers van de trein:`We zijn zonet aangekomen in het donkerwoud. We hopen dat u een aangename reis gehad heeft.´ Inge pakte haar bagage en stapte uit de trein. Ze keek rond maar er was geen mens te bespeuren. Plotseling voelde ze dat er iemand op haar schouder tikte.�Jij bent dus Inge.� Inge draaide zich om en keek recht in het gezicht van een kleine ronde vrouw met grijze haren. Ze was niet meer van de jongste, dat was duidelijk te zien aan de rimpels in haar gezicht. In haar ogen die zo zwart als roet waren, schuilde een mysterieuze blik. De vrouw zei: “Ik ben Imelda, je tante. Volg mij maar.� Zonder iets te zeggen liep Inge achter de vrouw aan.
    20 minuten later stonden ze voor een huis dat er maar verlaten bij lag. De grote tuin moest er ooit eens prachtig uitgezien hebben, maar op dit moment leek hij meer op een jungle. Het huis lag midden in het bos. Imelda liep naar de voordeur en haalde een grote sleutel uit haar schort waarmee ze de voordeur opende. Inge liep haar tante achterna het huis in. Imelda zei tegen haar:�Volg mij maar naar je kamer.� Ze liep de grote marmere trap op, die midden in de hal lag. Even later stonden ze in een piepklein kamertje met een bed en een kast. Het zag er niet bepaald gezellig uit. Imelda zei tegen Inge: “Kom laten we iets eten.� Ze gingen naar beneden en zetten zich in de grote keuken aan tafel die al voor 2 personen gedekt was. Het avondeten bestond uit bloedworst. Iets wat Inge absoluut niet graag at was bloedworst! Toen ze haar bord had leeg gegeten stond ze op van tafel en zei ze tegen haar tante dat ze maar eens vroeg naar bed ging. Imelda knikte en zei voor de rest niets. Toen Inge in haar bed lag hoorde ze een raar geluid. Zo een geluid had ze nog nooit gehoord. Nu wist ze het zeker, ze hoorde iemand schreeuwen?! Voorzichtig stapte ze uit haar bed. BONK!!! Ergens in het huis viel er een deur in het slot. Inge opende de deur van haar kamer en liep naar beneden. Er was niets verdachts te zien. De volgende morgen vertelde Inge over de rare geluiden aan haar tante. Imelda zei: �Haha, dat heb je je zeker ingebeeld� In de namiddag was Imelda naar de stad en was Inge alleen thuis. Ze verveelde zich. Op eens kreeg ze een idee. In zo een groot oud huis moest er toch iets te beleven zijn? Ze zou eens kijken wat voor kamers er nog allemaal in het huis waren. Even later stond Inge voor een grote deur, maar die bleek op slot te zijn. De tweede deur was niet op slot. Inge ging naar binnen. Wat was dit? De kamer was wit geschilderd en in het midden stond een stalen tafel. Waarvoor zou die wel dienen? Voor de rest was er in de kamer niets, behalve nog een andere deur. Zo een deur had Inge nog nooit gezien. De deur was uit hout en er waren prachtige figuren in gekerfd. Inge probeerde de deur te openen, maar dat lukte niet meteen, de deur zat vast. Na 5 minuten had ze de deur dan toch open gekregen. Achter de deur lagen trappen, die waarschijnlijk naar een kelder lijden. Ze volgde de trappen en uiteindelijk kwam ze uit in een ruimte die vol stond met kasten. Ze opende een kast. De inhoud ervan zou ze nooit meer vergeten. Glazen potten…met mensenhoofden erin!! Op eens hoorde ze een stem achter haar: “Die kast had je beter niet geopend!� Imelda stond achter haar met een groot mes in haar hand. Ze sprong op Inge toe en dode haar met een steek recht in het hart. Op de dag van vandaag spookt de geest van Inge nog altijd door het huis, tot er iemand komt, die haar hoofd uit een van de glazen potten bevrijd

    19-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    18-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 91


    Image and video hosting by TinyPic .

    18-06-2012 om 21:58 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arthur, koning over eeuwen
    Arthur, koning over eeuwen
    Twee jaar later stierf koning Uther Pendragon. Omdat de edelen niet wisten wie ze als opvolger moesten kiezen, vroegen ze Merlijn om raad. Ze beloofden hem dat ze zich aan zijn beslissing zouden houden. Hij verzocht hun op kerstdag bij elkaar te komen in de St. Stephenskerk in Londen. Daar kregen ze te horen dat ze na de mis naar het kerkhof moesten gaan, waar op geheimzinnige wijze een grote steen was verschenen. Boven op de steen stond een groot aambeeld waarin een stalen zwaard was gestoken. Toen ze naar het wonderlijke tafereel liepen, lazen ze een inschrift op het gevest van het zwaard. De tekst luidde dat alleen degene die het zwaard eruit kon trekken, koning mocht worden. De ridders vonden dat een uitstekende oplossing en deden om beurten hun uiterste best om het zwaard los te rukken. Het lukte hun geen van allen. Teleurgesteld gingen ze weer naar huis. De troon was nog steeds onbezet. Er verstreken heel wat jaren voordat Sir Hector naar Londen kwam met zijn zoon Sir Kay en zijn pleegzoon Arthur. Sir Kay zou voor het eerst van zijn leven deelnemen aan een toernooi. Toen hij op het veld aankwam, ontdekte hij tot zijn spijt dat hij zijn zwaard was vergeten. Arthur bood aan het thuis te gaan halen. Het huis was echter op slot. Omdat hij per se een zwaard voor zijn broer wilde meenemen, liep hij het kerkhof op. Hij had vaak horen vertellen over het zwaard dat daar in het aambeeld vastzat. Met groot gemak trok hij het stalen wapen eruit.

    Arthur tot koning uitgeroepen

    Toen hij het vermaarde zwaard met een zekere onverschilligheid aan Sir Kay gaf, zag Sir Hector dat. Eerst was hij stomverbaasd, maar vervolgens vroeg hij aan Arthur hoe hij aan dat zwaard kwam. "Het zat in het aambeeld op het kerkhof," antwoordde Arthur. "Ik had haast en trok het eruit." Sir Hector kon nauwelijks geloven wat hij hoorde, en ging snel naar de andere ridders om te vertellen wat er was gebeurd. Samen met Arthur gingen ze naar het kerkhof en waren er getuige van dat hij het zwaard eerst in het aambeeld terugstak en het er vervolgens weer uithaalde. Toen waren ze ervan overtuigd dat hij koning moest worden. Meteen begonnen ze te roepen en te juichen van blijdschap en hun lawaai was tot ver buiten het kerkhof te horen. Maar nauwelijks had Arthur de troon bestegen of er werden geruchten over zijn raadselachtige geboorte verspreid. Sommigen verklaarden dat Merlijn hun alles kon wijsmaken over de afkomst van de jonge koning; ze waren ervan overtuigd dat Arthur niet de zoon van Uther Pendragon en Yguerne was, maar op een mysterieuze manier uit de diepten van de zee naar boven was gehaald, op de top van een golf, en op het strand vlak voor de voeten van de tovenaar was geworpen. Daarom koesterden velen wantrouwen jegens de koning en wilden ze hem in het begin niet gehoorzamen. Dit wantrouwen was louter op jaloezie gebaseerd. Wie Arthur zag, besefte meteen dat hij van koninklijke afkomst was, zo mooi was zijn lichaam, zo openhartig zijn gezicht. Tot degenen die hun jaloezie lieten blijken, behoorden enkele familieleden van de koning, met name zijn vier neven, Gawain, Gaheris, Agravaine en Gareth. Arthur moest wel oorlog tegen hen gaan voeren, ook al stond hem dat mateloos tegen. Gawain was zijn grootste vijand; elke ochtend van tien tot twaalf uur en elke middag van drie tot zes uur was hij op een wonderlijke manier veel sterker dan de rest van de dag. Daarom raadde Merlijn Arthur aan gebruik te maken van de uren waarin Gawain niet over zijn volle kracht beschikte. Arthur volgde de raad op en versloeg zijn neef.

    Sir Pellinore

    Toen Arthur zijn vijanden had verslagen, regeerde hij op een verstandige manier over het land. Merlijn stond hem vaak bij met wijze raad. Arthur spande zich in om onrecht te herstellen en streefde naar orde en veiligheid. Sinds de dood van Uther Pendragon was het land ten prooi gevallen aan wanorde, chaos en plundering. Maar de nieuwe koning liet blijken dat hij de touwtjes strak in handen had, zodat het volk veel respect voor hem had en de ridders hem graag hielpen. Uiteraard maakte Arthur wel eens een fout, zoals eens met Sir Pellinore. Op onterechte gronden meende hij Sir Pellinore te moeten verslaan en hij deed een plotselinge uitval naar hem. Zijn zwaard miste echter zijn doel en brak. Arthur was nu in feite ongewapend en Sir Pellinore had hem zonder meer kunnen doden. Maar Merlijn kwam tussenbeide met zijn toverkunsten. Hij liet Sir Pellinore diep in slaap vallen en bracht Arthur weg naar een veilige plaats. Arthur had veel verdriet om het verlies van zijn toverzwaard, want hij wist niet hoe hij aan een soortgelijk zwaard kon komen. Toen hij eens aan een meer stond te peinzen wat hij zou doen, zag hij een witte arm uit het water omhoogkomen. De hand hield een zwaard vast dat met juwelen bezet was. Als betoverd staarde Arthur naar het zwaard, totdat de Vrouw van het Meer verscheen en hem vertelde dat hij het mocht gebruiken. Ze zei: "U herinnert zich hoe lang geleden, op een zomeravond, een arm omhoogkwam uit de diepte van het meer, gehuld in wit fluweel, mystiek en wonderlijk. De arm hield het zwaard vast. En u herinnert zich hoe ik erheen liep en het aannam en het sindsdien droeg, als een vorst."

    Excalibur

    Arthur was erg blij met haar aanbod. Hij holde het meer in en pakte het zwaard, dat Excalibur werd genoemd. De Vrouw van het Meer vertelde hem dat het wapen toverkracht bezat en dat hij niet gewond of gedood kon worden zolang hij de schede in bezit had. Arthur keerde naar zijn paleis terug. Daar vernam hij dat de Saksen weer zijn land waren binnengevallen. Meteen trok hij ten strijde tegen de invallers en behaalde vele overwinningen. Kort daarna hoorde hij ook dat Leodegraunce, koning van Schotland, werd bedreigd door zijn broer Ryance, koning van Ierland. Ryance had het plan opgevat een mantel te laten maken van de baarden van koningen; hij had er nog maar één nodig om de mantel te voltooien. Arthur was verontwaardigd over de bloeddorst van de Ierse koning en ging Leodegraunce snel helpen. Tijdens het gevecht met het Ierse leger doodde Arthur Ryance met zijn toverzwaard en pakte hij ook zijn mantel af, die hij in triomf met zich meevoerde.

    Arthur trouwt met Guinevere

    Overladen met roem ging Arthur naar het hof van koning Leodegraunce. Hij werd daar verliefd op Guinevere, de mooie dochter van de koning. Zodra zij de Engelse koning zag, vond ze hem de mooiste en dapperste koning ter wereld en ze stemde meteen toe in een huwelijk met hem. Merlijn besloot echter dat Arthur eerst nog een veldtocht moest houden. Dus trok Arthur erop uit en meer dan ooit was hij erop gericht roem voor zijn mooie bruid te oogsten. Na de oorlog konden ze met elkaar trouwen. Het huwelijk werd met veel pracht en praal voltrokken en gevierd. Als geschenk kreeg hij van Guinevere de Ronde Tafel die eens voor zijn eigen vader was gemaakt. Toen reisde hij met zijn bruid naar Camelot (Winchester), waar hij de totale bevolking voor een groot feest tijdens Pinksteren uitnodigde. Dat was het einde van de eerste regeringsperiode van Arthur en begon de tweede periode, die het bekendst is geworden.

    Ridders van de Ronde Tafel

    Toen Arthur eens in Camelot was, kreeg hij het idee een ridderorde te stichten. De ridders die daartoe behoorden, moesten hem trouw zweren en zouden aan de tafel zitten die Guinevere hem had gegeven. Ze zouden de ridders van de Ronde Tafel worden genoemd. Speciaal voor deze orde liet hij een prachtig kasteel bouwen met een eetzaal die bij uitstek geschikt was om de Ronde Tafel in te zetten. Om de tafel werden de stoelen voor de ridders geplaatst. Het is niet zeker hoeveel zetels er waren. Waarschijnlijk waren het er twaalf, maar er wordt ook wel eens gezegd dat het er honderden waren. Hoe dan ook, de zetels waren zeer gewild. De ridders die een plaats wisten te bemachtigen, waren daar zo trots op dat ze een speciaal devies op hun schild lieten zetten om aan te geven welke eer ze hadden verworven. Toen de bouw van de zaal voltooid was, werd de Ronde Tafel op haar plaats gezet. In de muur waren twaalf nissen aangebracht waarin grote standbeelden stonden van de twaalf ridders die Arthur al had overwonnen. In de hand van elk standbeeld zat een kaars; Merlijn voorspelde dat ze zouden branden tot de Heilige Graal verscheen. Toen Arthur de zaal binnenschreed, was hij zeer tevreden. Hij zei tegen Merlijn: "Kijk, de zaal is klaar, de tafel is er en de stoelen staan eromheen. Vertel me nu welke ridders het waard zijn om aan deze tafel te zitten." Merlijn begon namen te noemen totdat alle stoelen op twee na bezet waren. Er werd een groot banket gehouden en het selecte gezelschap zat enthousiast rondom de tafel. Hun gedachten wijdden ze uitsluitend aan het verrichten van dappere en edele daden, want ze wilden allemaal graag de Heilige Graal zien. Toen de ridders na het banket opstonden, zagen ze dat hun naam met gouden letters in de zitting van hun stoel geschreven stond. Op één van de lege stoelen was geschreven: "Gevaarlijke zetel." De ridders vroegen verbaasd aan Merlijn wat dat kon betekenen. Merlijn vertelde dat die zetel was gereserveerd voor een ridder die volkomen zuiver was. Als er iemand met een zondig geweten op plaatsnam, zou de aarde splijten en hem verzwelgen.

    Lancelot du Lac

    De ridders van de Ronde Tafel werden overal beroemd vanwege hun dappere en edele daden. Sir Lancelot du Lac was het meest geliefd bij de bevolking. Chrestien de Troyes, Geoffrey de Ligny, Robert de Borron en Walter Map hebben allemaal over deze moedige ridder geschreven. Ook Malory heeft zijn stof hoofdzakelijk ontleend aan de gedichten die over Lancelot gaan. De kinderjaren van Lancelot zijn zeer interessant. Men zegt dat hij de zoon was van koning Ban en Helen. Het koninklijk paar moest uit hun belegerde kasteel in Brittannië vluchten toen hun zoon nog een kind was. Ze waren echter nog niet ver of hun kasteel bleek in brand te zijn gestoken. De aanblik van de vlammenzee was te veel voor Ban en hij viel dood neer. Helen" wilde haar man hulp bieden en legde haar kind bij een meer in het gras. Maar toen ze het weer wilde oppakken, zag ze het in de armen van Vivian, de Vrouw van het Meer, die met Lancelot onder de golven verdween. Wanhopig van angst begon Helen luid te schreeuwen. Maar dat hielp niet, want de fee verdween snel uit het zicht. Helen, die nu man en kind verloren had, trok zich bedroefd in een klooster terug. Lancelot werd met zijn twee neven, Lyonel en Bohort, opgevoed in het paleis van de Vrouw van het Meer. Daar bleef hij tot zijn achttiende jaar. Toen bracht de fee hem zelf naar het hof en stelde hem voor aan de koning. Arthur was onder de indruk van zijn verschijning en behandelde hem meteen als vriend. Lancelot kreeg een ereplaats aan de Ronde Tafel. De andere ridders begroetten hem ook enthousiast; hij was hun meerdere in schoonheid en moed.

    Lancelot en Guinevere

    Ondanks dit goede begin van zijn leven aan het hof zou Lancelot veel droefheid en verdriet ervaren. Want zodra hij koningin Guinevere zag, werd hij mateloos verliefd op haar. De koningin was wel dol op de ridder, die zich vaak voor haar inzette, en ze verleende hem veel gunsten. Maar haar gevoelens voor hem werden zo intens dat ze hem zelfs zover kreeg dat hij zijn vriend en koning geregeld verried. Lancelot werd verscheurd door hartstocht enerzijds en trouw anderzijds. Daardoor voelde hij zich diep ongelukkig en leed hij onder aanvallen van waanzin, waarin hij jarenlang doelloos rondzwierf. Als de aanvallen voorbij waren, keerde hij terug naar het hof, waar hij dan met nog meer kracht dan voorheen dappere daden verrichtte. In elk gevecht had hij succes, want hij vocht voor gerechtigheid. Daarnaast bleef hij zich inzetten voor de koningin, al waren er heel wat vrouwen die haar plaats probeerden in te nemen. Er zijn dichters die Guinevere willen vrijpleiten. Ze zeggen dat er twee Guineveres waren; de ene was lieflijk en zuiver en verdiende ieders respect, maar moest boeten voor de andere, die zondig en slecht was. Alle dichters zijn het er wel over eens dat Lancelot onwankelbaar was in zijn trouw aan de koningin. Hoewel het hele hof op de hoogte was van de liefde van Guinevere voor Lancelot, was Arthur te zuiver van ziel om ook maar enige verdenking te koesteren. Pas na geruime tijd kon het geheim niet langer verborgen blijven en kreeg hij door wat er gaande was. Het deed hem veel verdriet en hij stuurde zijn vrouw weg. Zij ging met haar minnaar in Joyeuse Garde (Berwick) wonen, een kasteel dat Lancelot met zijn lans had veroverd om Guinevere een plezier te doen. Toen Arthur eenmaal inzag dat hij zijn vrouw ten onrechte om haar gedrag had veroordeeld, nam hij haar weer in genade aan en ook Lancelot mocht weer aan het hof verschijnen. Daar bleef hij haar liefhebben en dienen. Toen hij op een dag hoorde dat Guinevere gevangen was genomen door Meleagans, ging hij snel achter haar aan om haar te bevrijden. Hij wist in welke richting ze was ontvoerd, want ze had als tekens een kam en een ring laten vallen. Onderweg kreeg hij met pech te kampen. Zijn paard werd hem door een toverkracht afgepakt, zodat hij op een kar verder moest rijden. Dat was voor een ridder een bijzonder ongepaste manier van reizen, want edelen die bepaalde misdaden hadden begaan werden als straf op een kar rondgereden. Mensen uit het volk kregen in zulke gevallen zweepslagen. Lancelot wilde echter per se Guinevere helpen en dus kon het hem niet schelen hoe hij bij haar kwam. Hij bereikte uiteindelijk het kasteel waar ze gevangen werd gehouden. Hij versloeg zijn vijanden en wilde Guinevere bevrijden. Tot zijn grote verbazing wilde ze helaas niets van hem weten, want ze was verontwaardigd dat hij op een kar naar haar toe was gekomen. De situatie was ondraaglijk voor Lancelot. Hij vluchtte en doolde als een waanzinnige rond. Zelfs in zijn slaap kwam hij niet tot rust.

    Na enige tijd besefte de koningin dat ze niet juist had gereageerd. Ze gaf drieëntwintig ridders opdracht hem te gaan zoeken. Het duurde twee jaar voordat ze hem eindelijk vonden. Intussen had een mooie, vrome vrouw medelijden met de ongelukkige Lancelot gekregen. Toen ze zag dat hij met zijn leed voldoende had geboet voor zijn zonden, bracht ze hem naar de kamer waar de Heilige Graal werd bewaard. Daar kwam toen een heilige man die de Heilige Graal ontdekte en met behulp van de Graal Sir Lancelot geheel genas.

    Gareth en Lynette

    Toen Lancelot eenmaal van zijn waanzin was genezen, keerde hij terug naar Camelot. Hij werd er enthousiast verwelkomd door Arthur, Guinevere en alle ridders. Lancelot maakte Sir Gareth tot ridder, want om zijn moeder een plezier te doen had hij zijn ware naam verborgen gehouden en een jaar lang als kok gewerkt. De kersverse ridder ging meteen met de mooie Lynette op weg om haar gevangen zuster te bevrijden. Lynette hield hem echter voor een eenvoudige keukenhulp en beledigde hem op allerlei manieren. Hij verdroeg het allemaal en versloeg haar vijanden dapper. Dat maakte zoveel indruk op haar dat ze hem ging bewonderen en hem uitnodigde naast haar te komen rijden. Nederig vroeg ze of hij haar gedrag wilde vergeven. "Heer ridder," zei ze, "ik had gehoord dat u knecht was. Ik schaam me dat ik u zo heb behandeld, zo kwaad heb toegesproken, zo adellijk als ik ben. Ik dacht dat Arthur boos op mij was. Vergeef me, u hebt mij steeds vriendelijk geantwoord."

    Huwelijk van Gareth en Lynette

    Gareth schonk haar graag vergeving, want ook al was ze koppig en trots, hij was wel veel van haar gaan houden. Toen hij eenmaal naast haar reed, werd hij nog dapperder in het gevecht. Toen hij heel wat ridders had verslagen en haar zuster had bevrijd, beloofde Lynette hem dat ze met hem zou trouwen zodra hij tot de Ronde Tafel was toegelaten. Gareth haastte zich terug naar het hof van Arthur en vroeg hem die eer te gunnen. Dat wilde Arthur wel doen, want met zijn dappere optreden had hij intussen de nodige roem vergaard. Gareth ging dit meteen aan Lynette vertellen, waarna ze in het huwelijk traden.

    Geraint en Enid

    Omstreeks diezelfde tijd was Geraint, een broer van Gareth, ook lid van de Ronde Tafel geworden. Ook hij verrichtte vele dappere daden en trouwde vervolgens met de fee Enid, de enige dochter van een oude ridder die door omstandigheden tot armoede was geraakt. Geraint bevrijdde de ridder van zijn onderdrukkers en gaf hem zijn bezittingen terug. Geraint ging met zijn vrouw in zijn afgelegen kasteel wonen. Hij hield zich nog uitsluitend bezig met de hartewensen van zijn vrouwen schoof al zijn hogere verlangens opzij. Enid vond dat op het laatst niet prettig meer. Hij wilde alleen maar plezier maken en verwaarloosde zijn plichten en eergevoel. Toen hij op een dag eerder in slaap viel dan zij, begon ze haar hart te luchten en eindigde met de verklaring dat ze stellig een onwaardige vrouw was, anders zou Geraint niet alles voor haar opofferen. Toen Geraint wakker werd van haar stem, had hij het eerste deel van haar betoog net gemist, maar hij zag wel haar tranen en hoorde haar de woorden "onwaardige vrouw" uitspreken. Daaruit concludeerde hij dat ze niet meer van hem hield en dat er een andere man in het spel was. Kwaad stond Geraint (in Duitse en Franse boeken ook Erek genoemd) van zijn bed op en gaf zijn vrouw het bevel armoedige kleren aan te trekken en hem zwijgend door de wereld te volgen. Hij gaf zijn dienaar het bevel zijn paard te zadelen en ook dat van zijn vrouw Enid. Hij zei dat hij de hele wereld wilde gaan verkennen. Direct daarop gingen ze op weg. Ze wilde de man dienen van wie zij zielsveel hield, en deed dus precies wat hij zei. Ze zag hem onderweg het geheel alleen opnemen tegen ridders die hem uitdaagden, en zelf zijn wonden verbinden. Ze had geen flauw idee waarom hij zo koel tegenover haar deed, en doorstond al zijn grillen zo onbewogen dat hij op het laatst zijn vergissing inzag. Hij bekende haar dat hij haar ten onrechte van schandelijk gedrag had verdacht, en gaf haar weer het respect dat haar toekwam. Enid was toen zielsgelukkig en ze brachten de rest van hun huwelijksjaren in volmaakte wederzijdse liefde en trouw door, totdat Geraint sneuvelde tijdens één van de vele gevechten die hij voor de koning leverde.

    Sir Galahad

    Eens zaten de ridders met Pinksteren aan een feestmaaltijd in Camelot, toen een bedroefde vrouw de zaal binnenkwam. Ze liep op Lancelot af en vroeg hem met haar mee te gaan naar het bos in de buurt. Toen hij vroeg waarom ze dat wilde, zei ze dat daar een jonge strijder was die door hem tot ridder geslagen wilde worden. Sir Lancelot wilde haar wel helpen en ging dus met haar mee naar het bos. Daar trof hij de jongeman aan, die haar bevrijd bleek te hebben, en sloeg hem tot ridder. Vanwege zijn voorbeeldige levensloop werd de ridder later bekend als Sir Galahad de Reine. Sommigen zeggen dat hij de zoon van Lancelot was, maar anderen menen dat hij niet uit een sterveling geboren was. Zodra Lancelot in de feestzaal was teruggekeerd, hoorde hij dat er een wonder was gebeurd. Alle aanwezigen snelden naar de oever van de rivier. Het gerucht bleek te kloppen, want ze zagen een zware steen op het water drijven. Toen ze goed keken, zagen ze dat een kostbaar wapen in de steen was gestoken. Toen de steen op de oever was geland, dromden de ridders eromheen en lazen op het wapen een waarschuwende tekst; alleen een ridder die een volkomen zuiver geweten had, mocht proberen het uit de steen te trekken, ieder ander zou een zware straf riskeren. De ridders wendden zich bescheiden af, want ze hadden allemaal wel een zonde, hoe klein ook, op hun geweten. Ze keerden terug naar de zaal en zagen daar al gauw een oude man binnenkomen, die door Galahad werd begeleid. Galahad, die nog in onschuld leefde en geen vrees kende, ging op de "Gevaarlijke Zetel" zitten. In angstige spanning wachtten de ridders af wat er ging gebeuren. Maar opeens zagen ze zijn naam in gouden letters op de stoel verschijnen. Dat was het teken dat hem de eer ten deel viel. Ze begonnen uitgelaten te juichen tot de plafond balken ervan trilden. Aan zijn zijde droeg Galahad een lege schede. Toen ze hem om een verklaring vroegen, zei hij dat voorspeld was dat hij een toverwapen zou krijgen. Het verband met het wapen in de zware steen was gauw gelegd. Ze namen de ridder mee naar de rivier en wezen hem het geheimzinnige wapen. Toen hij het pakte, gaf het meteen mee en hij kreeg het er zonder moeite uit. Hij stopte het in de lege schede, het bleek precies te passen. Toen alle ridders die avond na de maaltijd aan de Ronde Tafel zaten, hoorden ze een langdurig rollende donder en voelden hoe het paleis op zijn grondvesten schudde. De prachtige kaarsen die in de handen van de twaalf standbeelden zaten, doofden onverwacht en daar kwam de Heilige Graal aan op een schitterende straal van hemels licht. De gewijde schaal, die bedekt was met wit fluweel en door onzichtbare handen werd gedragen, gleed door de grote zaal. Een heerlijke geur vervulde het enorme gebouw. Sprakeloos van ontzag en vervoering keken de ridders naar dit prachtige schouwspel, totdat de Graal weer verdween, even snel en mysterieus als hij was gekomen. De spanning onder de ridders vloeide weg en er ging een diepe zucht door het gezelschap. Toen ze weer op hun bord keken, zagen ze daar hun favoriete gerechten op liggen. Geen van de ridders wilde als eerste de stilte verbreken. Roerloos wachtten allen totdat de kaarsen weer helder brandden. Daarop dankten ze hardop voor de genade die hun ten deel was gevallen. Op dat moment sprong Lancelot onverwacht op en deed de gelofte dat hij de Heilige Graal zou gaan zoeken. Hij zou geen rust hebben voordat hij de schaal zonder sluier had gezien. Alle ridders begonnen nu te roepen dat ook zij die gelofte wilden afleggen. Arthur vroeg toen of iemand de Graal ooit zonder sluier had gezien. Niemand kon dat bevestigen. Het stemde hem wel bedroefd dat hij al zijn trouwe ridders zolang zou moeten missen, maar hij wist ook dat ze zich aan hun gelofte moesten houden. Dus gaf hij zijn zegen en verzocht hun te vertrekken. Er hing een sombere sfeer in de zaal toen de ridders opstonden. Het kostte hun veel moeite Arthur goedenacht te wensen, want ze beseften dat ze nooit meer in deze samenstelling aan een feestmaal zouden deelnemen. Dat nam niet weg dat ze zich bij hun besluit wilden houden.

    De zoektocht naar de Heilige Graal

    De volgende ochtend gingen ze op weg. Sommigen vertrokken alleen, anderen zochten een reisgenoot. Zo verspreidden ze zich over de wereld om dappere daden te verrichten uit naam van rechtvaardigheid en zuiverheid. Het is echter niet bekend of iemand anders dan Parzival en Galahad ooit de Graal heeft gezien. Sommigen zeggen dat Lancelot hem heeft gezien, zwak, door een sluier. Anderen beweren dat zelfs Parzival dat niet is gelukt. Alleen Sir Galahad zou het visioen hebben gekregen, en wel toen hij na jarenlang bidden en vasten overleed en zijn ziel naar de hemel ging. Na vele jaren van vergeefs zoeken gingen de meeste ridders inzien dat ze de aanblik van de ongesluierde schaal kennelijk niet waard waren. Daarom keerden ze terug naar Camelot, waar de koningin een groot feestmaal voor hen bereidde. Tijdens de maaltijd gebeurde er iets vreselijks. Eén van de gasten viel dood van zijn stoel. Blijkbaar zat er vergif in zijn drank. Geschrokken sprongen de ridders op en sommigen riepen dat de koningin schuldig was aan moord, want de gedode ridder had naast haar gezeten. "U moet bekennen of in een tweegevecht uw onschuld bewijzen!" riepen ze. De koningin wist zich geen raad en stemde in een gevecht toe. Koortsachtig zocht ze een ridder die haar kon verdedigen. Arthur kwam niet in aanmerking, want hij was haar echtgenoot en mocht haar niet op het terrein van Camelot verdedigen. Helaas bood zich geen enkele ridder aan om voor Guinevere te vechten. Het scheelde niet veel of ze was tot de brandstapel veroordeeld. Gelukkig verscheen Lancelot in vermomming en hij bracht de aanklagers ertoe hun beschuldiging in te trekken. Aan het hof van Arthur werd elk jaar een toernooi gehouden. De winnaar kreeg een kostbaar juweel als prijs. Deze juwelen, die alom vermaard waren, had de koning op een heel bijzondere manier in bezit gekregen. Toen hij als jongen eens in Lyonesse zwierf, had hij de beenderen van twee overleden koningen gevonden. Zij zouden elkaar hebben vermoord. Omdat ze broers van elkaar waren, was de moord zo weerzinwekkend dat niemand hen durfde begraven. Hun wapenrusting was al gaan roesten, maar er lag ook een kroon met diamanten, die Arthur op zijn hoofd zette. Toen hoorde hij een profetische stern zeggen dat hij eens koning zou zijn. Arthur schrok, maar was ook blij om wat hij hoorde. Hij bewaarde de kostbare kroon zorgvuldig en toen de voorspelling was uitgekomen deelde hij de juwelen op toernooien als prijs uit.

    Lancelots bedrevenheid in het toernooi

    Lancelot had aan al deze ridderspelen deelgenomen en telkens de prijs gewonnen. Alleen zijn naam was eigenlijk al voldoende om de overwinnaar vast te stellen. Er waren ridders die zijn succes toeschreven aan de roem die hij intussen had vergaard. Daarom verklaarde Lancelot daags voor het laatste toernooi dat het hem in wezen niets uitmaakte of hij won of niet. Toen reed hij naar Astolat en vroeg aan Elaine, de mooie vrouw die daar woonde, of ze zijn schild wilde bewaren en hem zolang een ander schild wilde geven. Elaine was op slag verliefd op Lancelot geworden en ging meteen op zijn verzoek in. Ze vroeg hem zelfs bedeesd of hij haar kleuren op het toernooi wilde dragen. Tot die tijd had Lancelot uitsluitend de kleuren gedragen die Guinevere hem had gegeven. Deze keer wilde hij echter zijn identiteit verborgen houden en daarom nam hij haar purperen, met parels bezette lint aan. Hij bond het aan zijn helm en stak een pen door de purperen zijde. Toen zei hij tegen Elaine: "Dame, uw lint dat u voor mij afsnijdt, wil ik nemen omdat ik van u houd. Zo heb ik mij nog nooit aan een vrouw gewijd, alleen die ene die mijn hart had veroverd." Ze gloeide van vreugde en trots toen ze Lancelot met haar kleuren zag, en keek hem na toen hij wegreed met Sir Lawaine, haar broer. Ze zuchtte diep en liep terug naar het kasteel. Intussen reed Lancelot, goed vermomd, naar het toernooiveld. Daar gebeurde precies wat hij had gehoopt. Niemand herkende hem en toch wierp hij alle ridders uit het zadel en won de prijs. Heel even leek het laatste gevecht hem noodlottig te worden, want hij werd zwaar gewond. Omdat hij zich zwak voelde worden en per se onbekend wilde blijven, wachtte hij niet tot de prijsuitreiking, maar reed meteen de stad uit.

    Vlak buiten de poorten viel hij bewusteloos van zijn paard en hij werd naar de cel van een kluizenaar gebracht. Daar werd hij verpleegd en verzorgd door Elaine. Zij had gehoord dat er een ridder gewond was geraakt, en uit de beschrijving maakte ze op dat het Lancelot was. Daarop was ze hem meteen gaan zoeken.

    Lancelot en Elaine

    Elaine was erg gelukkig dat ze de gewonde Lancelot mocht verzorgen. Elke dag werd ze mooier en fijner om te zien. Maar na enige tijd was Sir Lancelot weer hersteld en wilde hij op het veld terugkeren. Hij vroeg zijn schild terug en nam afscheid van Elaine.

    Zonder het te beseffen liet Elaine hem blijken dat ze van hem hield. Toen Lancelot dat merkte, trok er een schaduw over zijn gezicht, want hij wist hoe ongelukkig een mens kan zijn als liefde onbeantwoord blijft. Heel behoedzaam vertelde hij haar dat hij al van een ander hield, en ging toen van haar heen.

    Elaine begon zwaar te lijden onder haar liefdesverdriet en verloor al haar kleur. Op het laatst werd duidelijk dat de "lelieblanke maagd van Astolat" spoedig zou sterven. Toen ze haar dood voelde naderen, dicteerde ze met gebroken hart een afscheidsbrief aan Lancelot en ze liet haar vader beloven dat hij de brief in haar hand zou stoppen als ze dood was. Ze verzocht ook opgebaard op een boot te worden gelegd. Omdat ze door Lancelot zelf begraven wilde worden, liet ze uit Camelot een schipper overkomen die niet kon praten.

    Intussen had Gawain, die de diamant van het toernooi bij zich droeg, overal naar de winnaar gezocht. Toen hij in Astolat kwam voordat Lancelot genezen was, hoorde Gawain hoe de overwinnaar heette. In zijn onnadenkendheid vertelde hij die meteen aan Guinevere. Toen de koningin het vage gerucht hoorde dat Lancelot de kleuren van Elaine had gedragen en met haar zou trouwen, werd ze zo jaloers dat ze Lancelot bij zijn eerstvolgende bezoek heel koel ontving.

    Lancelot begreep niets van haar houding en schonk haar nederig een halsketting, bezet met de schitterende diamanten die hij op toernooien had gewonnen. Guinevere greep het geschenk en wierp het door het raam, dat wegens de warmte openstond, in de stroom. Even glinsterden de diamanten en toen was alles weg.

    De uitvaartboot

    Lancelot schrok hevig van wat ze deed. Hij leunde vlug uit het venster en keek de juwelen na. Net op dat moment zag hij een boot die zachtjes stroomafwaarts dreef. De boot maakte een vreemde indruk op hem en hij bleef ernaar kijken. Opeens zag hij dat er een lijk op de boot lag. Even later herkende hij het gelaat van Elaine. Er ging een steek van pijn door zijn hart. De stomme schipper stopte bij de trappen van het paleis. Arthur gaf het bevel het lijk bij hem te brengen. Hij pakte de brief uit de verstijfde hand van de vrouwen las hem hardop voor aan de hovelingen die om hem heen stonden.

    De koning was diep getroffen door het verhaal van Elaines liefde. Hij besloot haar laatste verzoek in te willigen en haar te laten begraven. Lancelot nam die taak bereidwillig op zich. Aan de aanwezigen vertelde hij wat er met hem en het meisje was gebeurd.

    Zijn stem trilde toen hij over haar sterfbed vertelde en riep: "Arthur, mijn vorst, en allen die dit horen, weet dat ik diep bedroefd ben om de dood van deze mooie vrouw. Zij was trouwen goed en had lief met meer liefde dan alle vrouwen die ik ken. En toch, beminnen is nog niet bemind worden, niet op mijn leeftijd, al is jeugd nog zo aanlokkelijk! Ik zweer bij recht en ridderschap, dat ik geen aanleiding heb gegeven tot zulk een liefde. Mijn vrienden kunnen dat getuigen, haar broers en haar vader, die ook zelf wilde dat ik oprecht en bot zou zijn, ja, het gevoel in haar zou doven door wat mij vreemd is: onhoffelijkheid Ik deed mijn best, ik verliet haar zonder afscheid te nemen. Maar had ik geweten dat het zo zou aflopen, dan had ik iets beters geprobeerd, iets wat haar van zichzelf had bevrijd."

    Gekweld door berouw over wat hij onwetend had misdaan, verliet Lancelot het hof van Arthur en begon te zwerven. Hij keerde er net op tijd terug om Guinevere te kunnen redden van weer een valse beschuldiging. Hij was verontwaardigd over de manier waarop ze was behandeld, en nam haar mee naar Joyeuse Garde. Daar zwoer hij dat hij haar zou verdedigen, als het moest zelfs tegen de koning. Dat wekte Arthurs woede; jaloerse hovelingen hadden hem al tegen zijn vrouw opgezet en Lancelots verklaring deed de deur dicht. De koning sloeg het beleg voor het kasteel waarin Lancelot en zijn vrouw zich ophielden. Arthur daagde Lancelot geregeld uit om met hem te vechten, maar de ridder weigerde dat telkens.

    Daarmee was het probleem niet opgelost. Het werd steeds groter, totdat de paus zelf tussenbeide kwam en gezanten naar Engeland stuurde die de zaak onderzochten. Lancelot was ervan overtuigd dat Guinevere voortaan met alle respect zou worden behandeld en gaf haar weer aan de koning. Hij zelf trok zich terug op het landgoed van zijn vader in Brittannië.

    De woede van Arthur jegens Lancelot was echter nog niet bekoeld. Hij liet Guinevere achter onder de hoede van zijn neef Mordred en ging met een groot leger naar Brittannië.

    Het verraad van Mordred

    Arthur was nog niet vertrokken of Mordred ging tot verraderlijk gedrag over. Hij legde meteen beslag op de troon. Omdat hij wel wist dat niemand hem zou tegenspreken, verklaarde hij in het openbaar dat Arthur was verslagen, en hij zette Guinevere onder druk om met hem te trouwen.

    De koningin weigerde verbitterd op zijn avances in te gaan. Uit wraak zette hij haar in de gevangenis en hij liet haar pas weer vrij toen ze beloofde te doen wat hij wilde. Daarop vroeg ze toestemming om naar Londen te gaan, waar ze een bruidskleed zou kopen.

    Guinevere had echter heel andere plannen. Zodra ze in Londen aankwam, liet ze zich in de Tower opsluiten en stuurde ze Arthur het bericht dat ze in gevaar was. De koning liet de belegering van Lancelots kasteel meteen over aan zijn mannen. Hij stak de zee over en kwam het leger van Mordred bij Dover tegen.

    Mordred was erg boos omdat hij in zijn plannen werd gedwarsboomd, en verzamelde zijn leger. Na enige besprekingen werd bepaald dat Arthur en Mordred ieder met een gelijk aantal ridders zouden verschijnen om de vredesvoorwaarden vast te stellen. Ze hadden afgesproken dat ze geen wapens zouden trekken. Alles zou goed zijn afgelopen als er niet een adder in het gras was verschenen. Toen één van de ridders de slang zag, greep hij zijn zwaard om het te doden, en die onverwachte beweging ontketende één van de bloedigste gevechten die in de middeleeuwse literatuur zijn beschreven.

    Het gevecht van Arthur en Mordred

    Aan beide kanten vochten de ridders uitzonderlijk dapper, totdat er bijna niemand meer leefde. Toen kwam Arthur Mordred tegen. Hun ogen spoten vuur op het moment dat ze elkaar in de dodelijke strijd ontmoetten. "Eén van ons moet sterven," mompelde Mordred. "Dat ben jij," antwoordde de koning. Hoewel hij uitgeput was, lukte het hem zijn tegenstander een fatale klap te geven. Maar toen Mordred op de grond viel, hakte hij krachtig op de koning in, die ernstig geraakt werd en stervend in elkaar zakte.

    Zo viel koning Arthur onder het geweld van zijn verraderlijke neef. Hij zou overigens niet gesneuveld zijn als zijn toverschede niet was gestolen door zijn zuster Morgana, de elf, die dus eigenlijk de dood van de koning veroorzaakte. Het slagveld bood een verschrikkelijke aanblik. Overal lagen lijken van ridders en de kreten van stervende krijgers verscheurden de lucht. Mordreds mannen waren tot de laatste toe gedood. Van het leger van Arthur was alleen Sir Bedivere aan de dood ontsnapt. Toen hij zag dat zijn meester op sterven lag, knielde hij snel naast hem neer en hield het bijna niet meer uit van verdriet.

    Arthur gaf hem het bevel het zwaard Excalibur op te pakken en het zo ver mogelijk in het meer te gooien. Dan moest hij terugkomen en vertellen wat hij had gezien. De ridder vond het jammer zo"n kostbaar zwaard weg te gooien. Dus verborg hij het tot twee keer toe. Maar de stervende vorst kwam daar telkens achter en bezwoer Sir Bedivere tenslotte dat hij het moest weggooien.

    Op het moment dat het toverzwaard het water raakte, zag Sir Bedivere een hand uit de diepte omhoogkomen. De hand greep het wapen, zwaaide er drie keer mee en verdween toen onder water. Verbaasd rende hij naar Arthur. Hij verklaarde dat hij zijn ogen had gesloten om de juwelen in het heft niet meer te hoeven zien en het zwaard toen van zich af had geworpen. "Met beide handen wierp ik het, maar toen ik weer keek, zag ik een arm, gehuld in wit fluweel, mystiek en vreemd, die het wapen pakte en rondzwaaide, drie keer, en het toen onder water dompelde."

    Toen Arthur dat hoorde, was hij zichtbaar opgelucht. Hij vertelde Sir Bedivere nog dat Merlijn had gezegd dat hij niet zou sterven. Daarop beval hij de ridder hem in een boot te leggen, die geheel met zwarte doeken bekleed zou zijn. Deze boot zou hij vinden door toedoen van de elf Morgana, de koningin van Northgallis en de koningin van de Westerlanden. Sir Bedivere kon geen woord uitbrengen van verdriet en deed vlug wat Arthur hem gezegd had. Hij vond de boot, legde de koning erin en vertrouwde hem toe aan de drie vorstinnen. Bedivere vroeg Arthur toestemming hem te begeleiden, want hij zag dat hij niet lang meer zou leven. Dat vond Arthur echter niet goed, want hij moest alleen naar het eiland Avalon gaan. Hij hoopte dat zijn wond daar zou genezen en dat hij eens bij zijn volk zou terugkeren.

    Arthur in Avalon

    De onheilspellende, zwarte boot stak van wal, beladen met een last die men nooit meer zou zien. Toch zagen de mensen nog lang naar zijn terugkeer uit; per slot van rekening had hij zelf gezegd dat hij hoopte terug te komen. Niemand durfde te zeggen of hij leefde of dood was. Maar over het algemeen hield men het erop dat hij eeuwige jeugd en zaligheid genoot op het fabeleiland Avalon, vanwaar hij zou terugkeren als de mensen hem nodig hadden. Dat werd in Engeland zo algemeen geloofd dat toen Philips van Spanje met Maria trouwde, hij plechtig moest beloven dat hij de kroon aan Arthur zou teruggeven als deze hem zou komen opeisen.

    Andere romans en gedichten vertellen dat Arthur in de boot naar Glastonbury werd gebracht, waar zijn overblijfselen in een graf werden gelegd. Guinevere trok zich terug in het nonnenklooster in Almesbury. Daar kreeg ze eens bezoek van Lancelot, die tot zijn spijt te laat was gekomen om de koning te redden of zich met hem te verzoenen. Dat deed de ridder veel verdriet, want hij had nog steeds veel respect voor de koning.

    Vervolgens trok Lancelot zich in een kluizenaarscel terug en hield zich zes jaar lang bezig met boete doen en bidden. Daar kreeg hij een visioen dat Guinevere was overleden. Geschrokken ging hij naar Almesbury en vernam dat ze inderdaad niet meer in leven was. Met veel eerbied en respect zette Lancelot haar bij in de kapel van Glastonbury, naast het graf van Arthur. Daarop trok hij zich weer terug in zijn cel.

    Zes weken later ging de gekwelde ziel van deze beroemde held in vrede heen. Hij was volledig uitgeput van het waken en vasten. Op het moment dat hij stierf, zag de priester die bij hem waakte hoe engelen zijn ziel opnamen en hem naar de hemel droegen. Daar werd de ziel door een koor van engelen begroet.

    Het lichaam van Lancelot werd aan de voeten van Arthur begraven. Sommigen zeggen echter dat hij een graf kreeg in Joyeuse Garde, waar hij en de koningin zoveel gelukkige uren met elkaar hadden doorgebracht.

    Het volk was diep bedroefd om zijn dood.

    Sir Ector de Moris vertolkte de gevoelens van alle ridders toen hij zong: "Sir Lancelot, u was het hoofd van alle ridders en nu durf ik te zeggen dat u, die daar ligt, nooit geëvenaard zult worden door enige ridder hier op aarde. U was de dapperste ridder die ooit een schild voerde. U was de trouwste vriend voor uw vriend die ooit een paard besteeg. U was de trouwste minnaar onder de mensen die ooit een vrouw beminde. U was de zachtmoedigste mens die ooit een zwaard hanteerde. U was de goedhartigste mens die ooit met ridders streed. U was de vriendelijkste man die ooit in een zaal tussen vrouwen aan een maaltijd aanzat. En u was de moedigste ridder voor uw doodsvijand die ooit de speer deed rusten."



     

    18-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana




    Ramen

    Er komt een man bij de hoeren en tikt op het raam en vraagt "hoe duur?"
    Zegt de vrouw "30 euro"
    Zegt de man "niet duur voor dubbelglas!"

    18-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    17-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 90


    Image and video hosting by TinyPic .

    17-06-2012 om 23:04 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De kranige springers

    De kranige springers

    http://home.tiscali.nl/engelsespringer.nl/Wales_9_oplijnen.jpg

    De vlo, de sprinkhaan en de ganzesprong wilden eens zien wie van hen het hoogst kon springen. En toen inviteerden zij de hele wereld en wie er verder wilde komen om naar dat fraaie schouwspel te kijken; het waren drie keurige sprongenmakers toen zij in de zaal bijeengekomen waren.
    "Ja, ik geef mijn dochter aan hem, die "t hoogst springt," zei de koning. "Want het staat zo armoedig wanneer de optredenden voor niets moeten springen!"
    Het eerst trad de vlo aan. Die had zulke fijne manieren. Hij groette beleefd naar alle kanten, want hij had jonkvrouwebloed in de aderen en was gewend alleen maar met mensen om te gaan, en dat maakt heel wat uit.
    Toen kwam de sprinkhaan. Die was zeker wel wat logger maar onberispelijk in zijn optreden, gekleed in groen uniform, dat was aangeboren; bovendien beweerde dit personage dat hij uit een zéér oude familie stamde uit het land van Egypte en dat hij in deze streken in hoog aanzien stond. Hij was zojuist van het veld opgeraapt en in een kaartenhuis met drie verdiepingen gezet, helemaal uit "heren" opgebouwd, met de gekleurde kanten naar binnen, maar deuren en vensters aan de buitenzijde waren van "vrouwen" en wel van "hartenvrouwen", waarvan men het lijf had uitgesneden. "Ik zing zo prachtig," zei dit personage, "dat zestien inheemse krekels, die van jongsaf hebben gepiept en toch geen kaartenhuis gekregen, van ergernis nog magerder geworden zijn dan ze al waren, alleen door mij te horen!"
    De vlo en de sprinkhaan hadden nu allebei verkondigd wie ze waren en bevestigden op deze wijze hun aanspraken op een huwelijk met de prinses.
    De ganzensprong zei niets, maar men zei van hem dat hij des te meer dacht, en toen de hofhond aan hem snuffelde stond dit dier er beslist voor in dat hij van goede familie was; de oude hofraad, die drie orden had gekregen als beloning voor zijn zwijgzaamheid, verzekerde dat hij wist dat de ganzensprong de kunst van voorspellen verstond; men kon aan zijn rug zien of er een zachte of een strenge winter zou komen, en dat kan men niet eens zien aan de rug van de man, die de almanak schrijft.
    "Ja, ik zeg maar niets!" zei de oude koning, "maar ik denk er "t mijne van!"
    Nu kwam het eropaan te springen. De vlo sprong zó hoog dat niemand hem kon zien en toen beweerde ze dat hij helemaal niet gesprongen had, dat was gemeen!
    De sprinkhaan sprong slechts half zo hoog, maar hij sprong de koning midden in het gezicht, en toen zei de koning dat het afschuwelijk was.
    De ganzensprong stond lang stil en bedacht zich; ten slotte geloofde men dat hij helemaal niet springen kon.
    "Als hij maar niet wat gekregen heeft!" zei de hofhond en snuffelde weer aan hem: rutsch!, daar wipte hij met een schuin sprongetje in de schoot van de prinses, die op een laag, gouden bankje gezeten was.
    Toen zei de koning: "De hoogste sprong is tot mijn dochter op te springen, want dat is het fijne van de zaak, maar om op zo iets te komen, daar moet men een goede kop voor hebben! Dat heeft de ganzensprong getoond. Dié heeft hersens!" En zó kreeg hij de prinses.
    "Ik sprong toch "t hoogst!" zei de vlo. "Maar dat doet er niet toe! Laat haar maar trouwen met dat ganzengeraamte met pin en pek! Ik sprong toch "t hoogst, maar omvang moet je hebben in deze wereld wanneer je gezien wilt worden!" En toen ging de vlo in vreemde krijgsdienst waar hij, naar men zegt, gesneuveld is.De sprinkhaan ging buiten in de greppel zitten en dacht erover na, hoe het eigenlijk wel toeging in de wereld, en toen zei hij: "Omvang moet je hebben! Omvang moet je hebben!" en zong zijn eigen, bedroefd wijsje. En daaraan hebben wij deze vertelling ontleend, die best leugen zou kunnen zijn, zelfs wanneer ze gedrukt was.

    17-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana



    Bushokje

    Er zit een vrouw in bus hokje. Er komt een man aangelopen, maar hij blijft buiten het hokje staan. De vrouw zegt: "Waarom kom je niet op het bankje zitten in het hokje?" De man: "Dadelijk komt de bus en die rijdt het bushokje omver." Dus die vrouw denkt: "Ik ga ook maar eens buiten het hokje staan, misschien is het wel waar wat ie zegt." Eén minuut later komt de bus en rijdt het hele bushokje omver. De vrouw tegen de man: "Ben jij een waarzegger?" "Inderdaad." "Kun je mij dat ook leren?" "Kom maar mee, dan leer ik het je. Ga eerst maar eens op je knieën zitten." De vrouw doet het, maar snapt er nog niks van. "Zo maak nu mijn broek maar eens open." De vrouw: "Ja ja, en dan moet ik je zeker gaan pijpen." De man: "Aha, je leert het al aardig."

    17-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    16-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 89


    Image and video hosting by TinyPic .

    16-06-2012 om 23:19 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hoe de stad Antwerpen aan zijn naam kwam
    Hoe de stad Antwerpen aan zijn naam kwam



    Toen de beroemde heerser en legeraanvoerder Julius Caesar zich met zijn legioen inscheepte op weg naar Brittannië, liet hij vele van zijn vrienden en volgelingen achter in de provincies op het vasteland, om de veroverde gebieden te verdedigen.

    Onder hen was de moedige Salvius Brabo, die zich in Gent vestigde, en naar hem begon men dit gebied na verloop van tijd Brabant te noemen.

    Net als Caesar wilde ook Brabo Rome's roem en macht vergroten door het veroveren van belangrijke gebieden in het barbaarse land. Daarom zat hij iedere dag in het zadel, en kende slaap noch ontbering.

    Op zekere dag verliet hij met zijn gewapend gevolg de stad Gent en vervolgde zijn weg door kale vlakten en dichtbegroeide heidevelden. De westenwind zorgde zoals gewoonlijk voor mist en laaghangende wolken, en toen het ook nog langdurig begon te regenen, werden de wegen voor de paarden haast onbegaanbaar. Slechts met de grootste moeite konden zij zich uit de drassige bodem bevrijden.

    Toen gaf Brabo het bevel: "Afstijgen."

    Zelf ging hij op verkenning uit in de naaste omgeving, die dicht met riet was begroeid, en bij zijn terugkomst zei hij: "Er moet hier ergens een rivier of beek zijn, we moeten een doorgang zien te vinden."

    "Ja heer, hier stroomt de Schelde en ook de doorgang is hier niet ver vandaan," vertelde een der mannen.

    "Welnu, breng ons erheen, dan kunnen we onze weg vervolgen," beval Brabo.

    "Graag heer, maar de doorwaadbare plaats wordt bewaakt door de verschrikkelijke reus Draon Antigonus. Vanuit zijn toren aan de oever van de rivier kan hij alles overzien en ontdekt iedereen, die de overkant wil bereiken. Hiervoor moet een zware tol worden betaald, iedereen die de rivier wil oversteken slaat hij de hand af."

    "En laten jullie je dat allemaal welgevallen?" vroeg Brabo verontwaardigd, "probeert er dan niemand met de reus te strijden?"

    "Zulke waaghalzen zijn er inderdaad geweest, maar de reus heeft ze allen gedood en hun hoofd in de Schelde geworpen," antwoordde de man.

    Salvius Brabo bedacht zich geen moment: "Ik zal met de reus mijn krachten meten, en dan zullen we zien wie er zal overwinnen."

    Al spoedig kwamen de Romeinen bij een grote stenen toren," en precies op deze plek stroomde de rivier en ook de doorwaadbare plaats was goed te zien. Voor ze echter de nabije oever konden bereiken, weerklonk uit de toren zo'n oorverdovend spektakel, dat het leek alsof de rotsen zich in tweeën zouden splijten.

    En daar verscheen Draon Antigonus, zijn zwaard dreigend omhooggeheven. Draon Antigonus was werkelijk reuzegroot, zo groot zelfs, dat de paarden hem niet verder dan tot zijn middel reikten. En toen hij begon te spreken, dreunde het de mannen in de oren. "Jullie willen zeker naar de overkant? Leg dan maar een voor een je hand op het hakblok, zodat ik ze kan afslaan, want dat is de tol die voor de overtocht betaald moet worden. Of is er soms iemand die met mij wil vechten?"

    In plaats van te antwoorden trok Salvius Brabo zijn zwaard, gaf zijn paard de sporen en reed het monster tegemoet. Met verschrikkelijke kracht wilde de reus toeslaan, maar Brabo's paard sprong op het laatste nippertje opzij en het zwaard boorde zich diep in de aarde. Onmiddellijk greep de Romein in; voordat Antigonus besefte;wat er gebeurde, lag zijn rechterhand afgeslagen in het gras. De reus schreeuwde het uit van pijn en de toren sidderde op zijn grondvesten. Maar de reus herstelde zich snel; hij probeerde met zijn linkerhand het zwaard uit de aarde te trekken en boog zich daarbij diep voorover.

    En weer was de Romein hem te vlug af. Hij greep het wapen met beide handen en trof de reus met zo'n geweldige slag op zijn nek, dat het reuzenhoofd met een wijde boog de Schelde invloog.

    Nu was de weg vrij. Maar nog voordat ze de rivier waren doorgetrokken, wierp Salvius Brabo de afgeslagen hand van de reus in de Schelde en riep: "Daar, waar deze hand het water van de Schelde zal bereiken, daar zal de grens van Brabant zijn."

    En zo had Salvius Brabo de grenzen vergroot en het land bevrijd van nood en ellende.

    Maar daarmee is ons verhaal nog niet ten einde.

    Salvius Brabo ging naar Julius Caesar in Brittannië en bracht verslag uit van zijn strijd met de reus. Na zijn woorden te hebben aangehoord, sprak Caesar: "Keer met je gevolg naar deze plek terug en bouw daar een stad, waarover jij moet gaan regeren. Ikzelf zal er voor zorgen, dat het een bloeiende en beroemde stad zal worden."

    Brabo liet zich dit geen tweemaal zeggen. Nog in hetzelfde jaar schoten rondom de stenen toren aan de Schelde de huizen als paddenstoelen uit de grond, en steeds meer kwamen er bij.

    Dankzij de vele voorrechten en privileges die Brabo van Caesar ontving, werd het al gauw een stad van grote betekenis, die in niets onder hoefde te doen voor de steden van het oude Romeinse Rijk.

    Hoe ze genoemd werd? Antwerpen! Van het woord hand-werpen. Nog altijd herinnert de naam van de stad aan Brabo's strijd met de reus Draon Antigonus.

    En toen de inwoners van Antwerpen hun stad, na vele eeuwen, een wapen gaven, werd daarop de afgeslagen hand van de reus Draon Antigonus afgebeeld.



     

    16-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Man die snel klaarkomt

    Komt een man bij de dokter en verteld hem dat hij al klaarkomt als hij een vies woord hoort. Zet de dokter dat is ook kut voor u. Zegt de man "dokter,dokter, DOEKJE!!!"

    16-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    15-06-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 88


    Image and video hosting by TinyPic .

    15-06-2012 om 22:15 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Duivel met de drie gouden haren

    De Duivel met de drie gouden haren



    Er was eens een arme vrouw en die kreeg een zoontje, en daar hij met de helm geboren was, werd hem voorspeld, dat hij op zijn veertiende jaar de dochter van de koning tot vrouw zou krijgen. Nu gebeurde het, dat de koning kort daarop door het dorp kwam, en niemand wist dat het de koning was. En toen hij aan de mensen vroeg, wat voor nieuws ze te vertellen hadden, antwoordden zij: "Er is een paar dagen geleden een kind met de helm geboren: alles wat zo iemand doet, daarin slaagt hij. Er is hier ook voorspeld, dat hij met veertien jaar trouwen zal met de dochter van de koning." De koning die een kwaad hart had en boos was over die voorspelling, ging naar de ouders toe, deed heel vriendelijk en zei: "Jullie zijn zó arm; geef mij dit kind, dan zal ik ervoor zorgen." Eerst weigerden zij het. Maar toen de vreemdeling veel geld bood en zij dachten: "Het is een gelukskind, het zal toch goed terecht komen," toen stemden ze tenslotte toe én gaven het kind aan hem.

    De koning stopte het kind in een doos, en reed ermee weg, tot hij aan een diep water kwam. Daar gooide hij de doos in en dacht: "Van die onverwachte vrijer heb ik mijn dochter afgeholpen." Maar de doos zonk niet, maar dreef als een scheepje, ja, er drong niet eens een druppel water in. Zo dreef het tot op twee mijl van het paleis van de koning, en daar was een molen, en ‘t bleef tegen het rad steken. Een molenaarsjongen die er gelukkig juist bij stond en de doos zag, haalde hem met een haak naar zich toe en dacht dat er wel een grote schat in zou zitten. Maar toen hij de doos opendeed, lag er een mooi jongetje in, dat heel flink en aardig was. Hij bracht het bij de molenaar; en omdat deze geen kinderen had, waren hij en zijn vrouw heel blij en zeiden: "Het is een geschenk van God." Ze zorgden goed voor de kleine vondeling en hij groeide op tot een eerlijk man.

    Nu gebeurde het, dat de koning eens bij een onweer in de molen kwam schuilen en aan de molenaar vroeg, of die grote jongen hun zoon was. "Neen," zeiden ze, "het is een vondeling; veertien jaar geleden is hij in een doos tegen ‘t molenrad aangedreven, en onze knecht heeft hem uit het water gehaald." Toen begreep de koning, dat dit niemand anders was dan het gelukskind, dat hij in ‘t water had gegooid en hij zei: "Beste mensen, zou deze jongen niet een brief van mij aan de koningin willen bezorgen; ik wil hem als loon twee goudstukken geven." "Zoals de koning het gebiedt," zeiden de molenaar en zijn vrouw en ze bevalen de jongen om zich gereed te maken. Toen schreef de koning een brief aan de koningin en daarin stond: "Zodra deze knaap met deze brief bij u komt, moet hij onmiddellijk gedood en begraven worden, nog voor ik zelf terug ben."

    De jongen ging met de brief op pad. Maar hij verdwaalde en kwam ‘s avonds in een groot bos. In de duisternis zag hij een lichtje, ging er op af en kwam bij een huisje. Toen hij binnenkwam, zat er een oude vrouw heel alleen bij ‘t vuur. Ze schrok, toen ze de jongen zag, en zei: "Waar kom jij vandaan? En waar wil je heen?" "Ik kom van de molen," zei hij, "en ik moet naar de koningin, een brief brengen. Ik ben verdwaald in ‘t bos, daarom wou ik hier graag overnachten." "Arme jongen," sprak de vrouw, "je bent in een rovershol terecht gekomen en als ze straks thuiskomen, dan maken ze je dood." "Laat komen wie wil," zei de jongen, "ik ben toch niet bang; maar zo moe ben ik, dat ik geen stap meer kan doen," en hij ging op een bank liggen en sliep meteen. Kort daarop kwamen de rovers thuis en vroegen boos, wat dat voor een vreemde jongen was. "Ach," zei de oude, "dat is een onschuldig kind. Hij was verdwaald in ‘t bos, en uit barmhartigheid heb ik hem opgenomen; hij moet een brief aan de koningin brengen." De rovers verbraken het zegel en lazen de brief. En daar stond in, dat de jongen zodra hij aankwam, moest worden gedood. Toen kregen de onbarmhartige rovers zelfs medelijden, en de rovershoofdman verscheurde de brief en hij schreef een andere: en daar stond in, dat zodra de jongen aankwam hij dadelijk trouwen moest met de prinses. Dus lieten ze hem rustig tot de volgende morgen liggen, en toen hij wakker werd, gaven ze de brief aan hem, en wezen hem de goede weg. Maar toen de koningin de brief gelezen had, deed ze wat er in stond, liet een schitterend bruiloftsfeest aanrichten, en de prinses trouwde met het gelukskind; en omdat de jongen knap was en vriendelijk, leefde ze heel vrolijk en tevreden met hem. Na een poos kwam de koning weer in het paleis terug en zag dat de voorspelling toch was uitgekomen en het gelukskind getrouwd was met zijn eigen dochter! "Hoe is dat in zijn werk gegaan!" riep hij, "Ik had in mijn brief toch heel iets anders bevolen?" De koningin toonde hem de brief, en zei dat hij zelf maar zien moest, wat erin stond. De koning las de brief en begreep dat die verwisseld was. Hij vroeg zijn schoonzoon, hoe het met die brief was afgelopen, die hij hem meegegeven had; en waarom hij een andere brief had meegebracht. "Ik weet van niets," zei hij, "die moet ‘s nachts verwisseld zijn, toen ik in het bos heb geslapen." Woedend zei de koning: "Zo makkelijk kom je daar niet af. Wie mijn dochter hebben wil, moet eerst de drie gouden haren halen, die de duivel op zijn kop heeft, in de hel; en dan pas kun je mijn dochter krijgen." Zo hoopte de koning hem voorgoed kwijt te zijn. Maar het gelukskind antwoordde: "Die gouden haren zal ik wel halen; voor de duivel ben ik niet bang." En hij nam afscheid en ging op reis.

    De weg voerde naar een grote stad. De poortwachter vroeg hem wat zijn vak was en wat hij wist. "Ik weet alles," antwoordde het gelukskind. "Als je alles weet, treft dat goed," zei de wachter, "en dan kun je ons een plezier doen als je eens vertelt, hoe het komt dat de fontein op de markt, die vroeger wijn spoot, nu verdroogd is, zodat er niet eens meer water uitkomt.""Dat zul je wel merken," antwoordde hij, "wacht maar, tot ik terugkom." Toen ging hij verder en reisde naar een andere stad; daar vroeg de poortwachter ook, wat zijn vak was en wat hij wist. "Ik weet alles," antwoordde hij. "Als je alles weet," zei hij, "treft dat goed, dan kun je me meteen eens zeggen, waarom de boom in onze stad die altijd gouden appelen droeg, nu niet eens meer bladeren heeft." "Dat zul je wel merken," antwoordde hij, "wacht maar, tot ik terugkom." Toen ging hij verder en kwam bij een groot water, en daar moest hij over. De veerman vroeg weer, wat zijn vak was en wat hij wist. "Ik weet alles," antwoordde hij. "Als je alles weet," zei de veerman, "treft dat goed, dan kun je me een plezier doen en me vertellen, waarom ik altijd heen en weer moet varen en nooit wordt afgelost." "Dat zul je wel merken," antwoordde hij, "wacht maar, tot ik terugkom." Hij ging het water over en daar was de poort van de hel. Het was er zwart en roetig, en de duivel was niet thuis, maar zijn grootmoeder zat er wel. "Wat wou je?" vroeg ze hem, maar ze zag er niet kwaadaardig uit. "Ik wou graag drie gouden haren van de kop van de duivel hebben," antwoordde hij, "anders ben ik mijn vrouw kwijt." "Je vraagt wel veel," zei ze, "als de duivel thuiskomt en hij vindt je, dan krijg je op je kop; maar je bevalt me wel, ik zal eens zien, wat ik voor je doen kan." Ze veranderde hem in een mier. "Kruip in de plooien van mijn rok," zei ze, "dan ben je veilig." "Ja," zei hij, "alles goed en wel, maar ik wou ook nog wat anders weten; waarom een fontein die eerst wijn spoot, nu droog is, zodat hij niet eens water geeft; waarom een boom die eerst gouden appelen droeg, nu niet eens meer loof krijgt, en waarom de veerman altijd heen en weer moet varen en nooit eens wordt afgelost." "Moeilijke vragen zijn dat," zei ze, "maar hou je nu maar stil, en let op wat de duivel zegt, als ik hem zijn drie gouden haren uittrek."

    Met het vallen van de avond kwam de duivel thuis. Nauwelijks was hij binnengekomen of hij merkte dat de lucht niet zuiver was. "Ik ruik, ik ruik mensenvlees," zei hij, "het is hier niet pluis." Toen keek hij in alle hoeken en zocht maar hij kon niets vinden. Zijn grootmoeder voer tegen hem uit. "Pas is alles geveegd," zei ze, "en netjes opgeknapt, en nu haal jij alles weer overhoop, altijd ruik jij maar mensenvlees! Ga nu zitten en eet je avondbrood." Toen hij gegeten en gedronken had, was hij moe; hij ging bij zijn grootje op de grond zitten, legde zijn hoofd in haar schoot en zei, dat ze hem maar eens wat moest vlooien. Het duurde niet lang, of hij sluimerde in, begon te blazen en te snurken. Toen pakte het oudje een gouden haar, trok die uit en legde hem naast zich neer. "Au!" schreeuwde de duivel, "wat bezielt je?" "Ik heb zo zwaar gedroomd," antwoordde de grootmoeder, "toen heb ik je zeker aan je haar getrokken." "Wat had je dan gedroomd?" vroeg de duivel. "Ik droomde, dat een fontein die eerst wijn spoot, nu niets meer geeft, zelfs geen water, waardoor zou dat komen?" "Ja, als ze dat wisten," zei de duivel, "er zit een pad onder een steen in de fontein; als ze die doodslaan dan komt de wijn wel weer terug!" Het grootje ging hem weer vlooien, tot hij insliep en snurkte dat het daverde. Toen trok ze hem een tweede haar uit. "Au! wat doe je toch?" de duivel werd woedend. "Wees maar niet boos," antwoordde z’n grootje, "ik deed het in mijn droom." "Wat heb je nou weer gedroomd?" vroeg hij. "Ik droomde: in een koninkrijk stond een vruchtboom en die droeg altijd gouden appelen, en toen kwam er ineens niets meer aan, zelfs geen loof. Hoe zou dat toch komen?" "Ja, als ze dat eens wisten," grijnsde de duivel, "aan de wortel knaagt een muis, laten ze die doden, dan komen de gouden appelen vanzelf weer terug; maar doen ze het niet, dan verdort de hele boom. Maar laat me nu verder met rust met je gedroom, als je me nog eens in mijn slaap stoort, krijg je een draai om je oren." De grootmoeder suste hem en begon hem weer te vlooien; hij sliep weer in en snurkte. Toen nam ze de derde gouden haar beet en trok die uit. De duivel sprong op, schreeuwde en wilde haar slaan, maar ze kalmeerde hem nog eens en sprak: "Wat doe je tegen boze dromen?" "Wat droomde je dan nu weer?" vroeg hij, want nieuwsgierig was hij toch. "Ik heb gedroomd van een veerman. Hij beklaagde zich dat hij altijd maar heen en weer moest varen, en nooit werd afgelost. Hoe komt dat toch?" "Die domkop!" antwoordde de duivel, "als er iemand komt om over te zetten, laat hij hem dan de boom geven, dan moet de ander hem overzetten en is hij immers vrij?" Daar de grootmoeder hem zijn drie gouden haren had uitgetrokken en antwoord op de drie vragen gekregen had, liet ze de oude draak met rust en hij sliep tot de dag aanbrak.

    Toen de duivel weg was gegaan, haalde het oudje de mier uit de plooien van haar rok, en gaf het gelukskind weer zijn mensengedaante. "Daar heb je de drie gouden haren," sprak ze, "en wat de duivel op je drie vragen gezegd heeft, zul je wel gehoord hebben." "Ja," antwoordde hij, "ik heb het gehoord en ik zal het onthouden." "Dan ben je dus geholpen," zei ze, "en nu kan je weer weg." Hij bedankte het oudje voor haar hulp in de nood, ging de hel uit en was tevreden dat hem alles zo goed was gelukt. Toen hij bij de veerman kwam, moest hij hem het beloofde antwoord geven. "Eerst moet je me overzetten," zei het gelukskind, "dan zal ik je zeggen, hoe je verlost wordt." En toen hij aan de overkant weer op de oever stond, gaf hij hem de raad van de duivel. "Als er weer iemand komt die overgezet wil worden, geef hem dan je boom in de hand." Hij reisde verder en kwam in de stad, waar de kale boom stond en waar de poortwachter het antwoord wilde hebben. Toen sprak hij, zoals hij van de duivel had gehoord: "Dood de muis, die aan de wortel knaagt, dan zal de boom weer gouden appelen dragen." De poortwachter bedankte hem en gaf hem tot beloning twee ezels, met goud beladen. Tenslotte kwam hij in de stad, waar de fontein verstopt was. Hij vertelde aan de poortwachter, wat de duivel had gezegd: "Er zit onder in de fontein onder een steen een pad. Die moet je vinden en dood maken; dan komt de wijn wel weer." De poortwachter bedankte hem en gaf hem ook twee ezels met goud beladen. Eindelijk kwam het gelukskind weer thuis bij zijn vrouw, die heel blij was, toen ze hem weerzag en hoorde, hoe goed alles was geslaagd. Hij bracht de koning, waar hij om was uitgestuurd: de drie gouden haren van de duivel; en toen de koning de vier met goud beladen ezels zag, was hij zeer verheugd en sprak: "Nu zijn alle voorwaarden vervuld, nu mag je mijn dochter hebben. Maar lieve schoonzoon, zeg nu eens, waar heb je al dat goud vandaan? Dat zijn schatten!" "Ik ben over een water gevaren," antwoordde hij, "en daar heb ik het meegenomen, het ligt aan ‘t strand net als zand." "Kan ik daar ook wat gaan halen?" sprak de koning en de begeerte straalde z’n ogen uit. "Zoveel u wilt," antwoordde hij, "er is een veerman, die zet u over, en dan kunt u uw zakken vullen." De hebzuchtige koning ging meteen op reis en toen hij bij ‘t water kwam, wenkte hij de veerman, hij moest hem overzetten. De veerman kwam en liet hem instappen, maar aan de andere oever gaf hij hem de boom in de hand en sprong weg. De koning was nu veerman geworden tot straf voor zijn zonden. "Zet hij nog over?" "Nu, zou iemand hem de boom hebben afgenomen?"

    15-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana



    Smokkelen

    Een koppel komt juist terug uit de tropen en wil een slang en een stinkdier het land binnen smokkelen. "Dat is niet mogelijk", zegt de vrouw. "Jawel", zegt de man, "ik doe de slang rond mijn middel zoals een broekriem en gij steekt dat stinkdier in uw slipje." "Ja, maar", zegt die vrouw, "gaat dat niet stinken?" "Daar kan dat dier wel tegen hoor."

    15-06-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)


    T -->

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!