NIEUW: Blog reclamevrij maken?



Image and video hosting by TinyPic

Foto
Gastenboek
  • fijn weekeind
  • ik kom vlug de groetjes brengen
  • Nog een leuke dag toegewenst
  • : Groetjes met Schakin Steven . Geniet !
  • Lieve weekend groetjes

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • weer een goei (Alda Bosmans)
        op Een Amsterdamse barkeeper
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Hallo Lana, (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Groetjes uit het regenachtig Koekelare. (Hok Decru Raf)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • weer een goei (Alda Bosmans)
        op Een Amsterdamse barkeeper
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Hallo Lana, (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Groetjes uit het regenachtig Koekelare. (Hok Decru Raf)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Rondvraag / Poll
    Zou u niet met lana een nachtje in bed willen liggen
    Ja ik wil
    Nee ik wil niet
    Even over nadenken
    Durf jij u bekent maken: ja
    Durf jij u bekent maken :nee
    Bekijk resultaat

       
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Archief per maand
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 07-2002
  • 11--0001
    Foto
    Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    De klinge een dorpje aan de grens
    lana










    .

    .
    11-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    vreemdgaan

    Een vrouw ligt te vrijen met de beste vriend van haar man. Opeens gaat de telefoon, de vrouw heeft een kort gesprek. De vriend vraagt: "Wie was dat?" Zegt de vrouw: "Ach, dat was mijn man, maar maak je maar geen zorgen, want hij is aan het kaarten met jou."

    11-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HET KONIJN. *

    HET KONIJN.


    er was eens een lief klein konijntje dat elsje heete. Hij woonde samen met zijn ouders en zusje in het bos. op een dag toen elsje groot genoeg was mocht hij met vader mee het bos in. daar deden ze eten zoeken hout hakken en ga zo maar door. het word al bijna winter zegt zusje tegen haar moeder. Ja zusje dat klopt, daarom zijn papa en elsje nu ook aan het werken. over een maand gaat het vriezen en misschien wel sneeuwen. dan moeten we de hele winter in ons hol blijven. strakjes na het ontbijt gaan wij het huis vast schoonmaken. oke mama zegt zusje. als het donker begind te worden zijn vader en elsje nog niet thuisgekomen. moeder zit te wachten met het eten, maar geen vader en geen elsje te zien. ondertussen in het bos is het zo donker geworden dat elsje en vader niet meer weten waar ze zijn. papa ik ben zo bang zegt elsje. stil maar zoon we vinden de weg wel terug. wat zullen mama en zusje bezorgd zijn. opeens horen ze gefluit. ze zijn aan het zoeken maar kunnen niks zien. het gefluit word luider en luider, het komt steeds dichterbij. dan opeens zien ze een vuurvliegje. papa en elsje roepen hard vuurvlieg vuurvliege wijst u ons de weg. waarop het vuurvliege andwoord. natuurlijk loop maar achter mij aan! naar een half uurtje lopen komen ze dan eindelijk thuis aan, zusje en mama staan al buiten. zo daar zijn jullie eindelijk roept mama. ja het was zo dinker in het bos mama zegt elsje we konden niks meer zien. maar toen kwamen we een vuurvliege tegen en die heeft ons thuisgebracht. gelukkig maar zegt mama. wij waren al ongerust. het eten staat op tafel te wahten jongens. ze bedanken het vuurvliege en gaan naar binnen toe.

    11-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    10-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 113


    Image and video hosting by TinyPic .

    10-07-2012 om 22:25 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De raad der ratten
    De raad der ratten



    Een kater, Rodilardus heette hij, was zeer berucht.
    Hem kon geen rat meer zien
    of die sloeg voor hem op de vlucht.
    Hij had er zoveel koud gemaakt,
    De kop en poten afgekraakt,
    Dat zij die overleefden bleven beven in hun hol.
    Zij hadden niet veel eten, waren van de honger dol.
    Voor hen was Rodilardus niet zo maar een nare kater.
    Nee, voor dit arme rattenvolk was hij zowaar een sater!
    Toen kwam de tijd dat hij hoog en ver over daken liep
    En krols miauwend lief naar een van zijn vriendinnen riep.
    Terwijl hij heel het weekend lang zijn dame bleef versieren,
    Hielden de ratten de synode der bedreigde dieren.
    Althans, wat ervan overbleef kwam samen in een hoek.
    De deken van de ratten zei: "Wij zijn misschien niet kloek,
    Maar slim; dus moeten wij de kater straks de bel aanbinden.
    Zo kunnen wij als hij op jacht gaat
    snel een schuilplaats vinden."
    Een ieder vond: "De deken is geniaal, hij weet het wel.
    Maar het probleem is: wie van ons bevestigt deze bel?"
    De ene zei: "Mij niet gezien, ik ga er niet naar toe."
    De andere: "Ik durf niet meer, ik ben te traag en moe."
    Zo kropen zij weer in hun hol en werd er niets gedaan.

    Zo heb ik menige synode ook uiteen zien gaan,
    Synoden niet van ratten, maar van herders van de kerk,
    van monseigneurs, en ook daar is de vraag:
    "Wie doet het werk?"

    Waartoe dient goede raad?
    Het hof heeft raadgevers met hopen.
    Maar mannen van de daad,
    Die zie je echt zo dik niet lopen.



     

    10-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    poesje

    Er staat een vrouw bij een bushalte, met een kat op haar arm. Er komt een man voorbij en die vraagt: "Mag ik je poesje aaien?" Die vrouw zegt: "Ja hoor, moet je wel even mijn kat vast houden."

    10-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    09-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 112


    Image and video hosting by TinyPic .

    09-07-2012 om 22:36 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Contact?! een jongen van 25 jaar is het na al die jaren wel zat: hij heeft nog nooit een vriendin gehad. hij besluit een contact-advertentie te plaatsen. hij stapt het kantoor binnen van de krant en zegt: "ik wil een contact-advertentie plaatsen." "dat kan", zegt de vrouw achter de balie,"welke tekst?" de jongen zegt: "spontane jongeman , 25 jaar zoekt leuke spontane meid van dezelfde leeftijd."de dame noteert de tekst en vraagt vervolgens: "moet ie er vandaag nog in?" "nou eh graag, maar ik weet niet of dat wel zo slim is om er bij te zetten."

    09-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maan, Djabu en de dood
    Maan, Djabu en de dood



    Een aboriginal mythe over het ontstaan van de maan
    Aan het begin van de wereld kwamen er twee mannen van de Goulburneilanden en de zoutwaterkust. De een heette Maan. De ander werd Djabu genoemd, net als de kleine gestippelde boskat. Onderweg gaven zij namen aan sommige plekken en ze aten cassaveknollen, kangoeroes en kleine dieren. Bij Coopers Creek vingen ze een hoop vis en verderop vulden ze hun lange manden met ganzeneieren. Overal waar ze langskwamen, maakten ze de planten en het landschap. Toen ze naar het zuiden gingen, kwamen ze langs de rode-lelievijver. Ze trokken een voor een hun snorharen uit en plantten die naast het water. Meteen schoten er bamboestengels uit de grond, die we daar nu nog kunnen zien groeien. Bij Jimjim maakten ze een groot meer, waarin het rivierwater uitstroomt als in de zee. "Dit meer is heilig," zeiden ze. "Daarom mag niemand erin zwemmen, zijn netten erin uitzetten of een vishaak in het water leggen."

    Vele dagen trokken Maan en Djabu door het zand van de woestijn. Tenslotte vonden ze op de rotsen een goede plek om hun kamp op te slaan. Er was ruimschoots voedsel voorhanden. Om de beurt gingen zij op jacht en naast hun kamp groeide een grote berg afgeknaagde kangoeroebotten. Bovendien waren ze rijk. Ze vlochten een hoop grote en kleine buideltassen, haarbanden en hoofdbanden, ze maakten boemerangs en stokjes met veren. Soms hielden zij een ceremonie en dan kwamen alle mensen dansen en zingen. Omdat ze zoveel hadden om te ruilen, dreven de twee mannen handel met deze bezoekers.

    Maan en Djabu leefden een tijdje heel gelukkig op die plek. Toen kwam er een vreselijke ziekte in het land, die hen helemaal verzwakte. Van jagen kwam niets meer. Ze konden alleen nog eten wat er over was gebleven. Ze huilden samen en dachten aan hun familie.

    "We gaan hier sterven, ver van huis," zeiden ze, "ver weg van onze moeders en vaders en grootouders. We hebben ze allemaal verlaten. En als we doodgaan, wie moet ze dat dan vertellen?"

    Ze gooiden zoetgeurige bladeren op het vuur en probeerden zichzelf met de stoom van die bladeren beter te maken.

    "Als we allebei doodgaan," zeiden ze tegen elkaar, "dan zal hier niemand meer komen wonen."

    Djabu stierf eerst, maar Maan bleef in leven, want hij was een slimme man en hij had veel kracht. Hij probeerde Djabu weer tot leven te wekken, maar dat lukte hem niet. Dat was Djabu's eigen schuld, want hij geloofde Maan niet. Daarom kon Maan hem niet helpen en zijn macht niet gebruiken om Djabu weer tot leven te brengen. Hij lag daar maar en was behoorlijk dood.

    Tenslotte werd Maan het zat om te blijven proberen om Djabu weer levend te maken. "Oké," zei hij, "als ïk doodga, zal mijn lichaam wel weer levend worden. Ik kom terug met een nieuw lichaam, want ik ben een slimme man."

    Maar Djabu's lichaam was voor altijd dood. Alleen zijn geest bleef levend.

    Wat Maan zei was waar. Nadat hij stierf, keken de mensen omhoog naar de lucht en zagen hem daar als herboren omhoogklimmen. Alle mannen en vrouwen en kinderen riepen zijn naam, blij hem te zien. "O," riepen ze uit, "daar heb je die slimme Maan! We zagen hoe hij doodging en nu is hij weer teruggekomen!"

    We hadden allemaal hetzelfde kunnen doen als Maan. Als we sterven, kan ons lichaam na drie dagen opstaan. Maar Djabu heeft dat verhinderd, toen hij niet geloofde dat Maan de macht had om hem weer tot leven te wekken. Dus nu, als wij doodgaan, worden we gewoon begraven. Onze geest blijft leven, maar ons lichaam kan niet terugkomen. En dat komt allemaal door Djabu.



     

    09-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het verhaal van de muzikant en zijn zoon

    Het verhaal van de muzikant en zijn zoon

    Er was eens, en er was eens niet. Er lagen lelies en basilicum in de schoot van de profeet, die ik príjs en groet. O gij, die mijn verhaal aanhoort, het is vermakelijk en onderhoudend.

    Een muzikant was in het huwelijk getreden. En al spoedig werd zijn vrouw zwanger. De muzìkant had echter geen geld, noch voor de.verzorging van zijn vrouw, noch voor de vroedvrouw. Dat deed hem veel verdriet, en hij dacht er lang over na wat hem te doen stond. Op een dag sprak hij tot zijn vrouw: "Ik ga vandaag uit bedelen en als ik twee dinar bij elkaar heb, bewaren wij er één voor de vroedvrouw en voor de andere dinar koop ik voor jou een kip, om een maal voor jezelf klaar te maken."

    Hij liep door de velden en ontdekte een kip, die op een hoopje aarde zat. Toen hij haar optilde, vond hij een ei op de plaats waar de kip had gezeten. Hij stopte het dier in zijn ene zak en het ei in de andere en sprak tot zichzelf: "Ik zal deze kip naar mijn vrouw brengen, maar het ei verkoop ik onderweg voor een dinar, en daarmee betalen we dan de vroedvrouw."

    Daar kwam een jood de weg afgelopen, en de muzikant vroeg hem: "Wil je dit ei van me kopen?" - "Heb je er veel van?" vroeg de jood op zijn beurt. De muzikant antwoordde: "Koop vandaag dit ene, en als mijn kip morgen weer een ei legt, breng ik het je." - "Goed," sprak de jood, "voor een halve dinar koop ik het ei van je."

    "Moge Allah je vrijgevigheid vergroten," antwoordde de muzikant, en ze marchandeerden zo lang, tot ze het eens werden over één dinar. Toen sloten ze de handel en de jood gaf de muzikant de dinar. Hij liet zich het huis van de muzikant wijzen en beloofde iedere ochtend een ei te komen halen en telkens één dinar te betalen. De muzikant kocht voor zijn vrouw een kippebout. Toen hij thuiskwam, vertelde hij haar van de overeenkomst met de jood en waarschuwde haar: "Waag het niet deze kip te verkopen! Bij Allah, ik zal je naar de hel sturen!"

    Van nu af aan kwam dagelijks de jood en kocht voor een dinar een ei. De muzikant en zijn gezin geraakten langzamerhand in grote welstand. Hij opende een zaak en werd een bekend koopman. Zijn vermogen groeide zo aanzienlijk, dat hij slaven en slavinnen kon kopen. Toen zijn zoon ouder werd, bouwde hij speciaal voor hem een school en nam daar de kinderen van de armen op, opdat ze leerden lezen en schrijven.

    Tijdens de vastenmaand maakte de muzikant een pelgrimstocht naar Mekka. Vóór zijn reis had hij zijn vrouw vele malen op het hart gedrukt: "Denk eraan dat je de kip niet aan de jood verkoopt, de bron van onze rijkdom, en geef hem als altijd elke dag zijn ei."

    Toen de jood de volgende dag kwam, vroeg hij de vrouw van de muzikant: "Als ik je een kist geld aanbied, verkoop je mij dan de kip?" Zij antwoordde: "Mijn man heeft mij verboden de kip te verkopen!" Daarop sprak de jood: "Wees niet bevreesd! Ik blijf hier in de stad en zal ervoor zorgen dat hij je er niet van langs geeft."

    De volgende dag kwam hij met een kist geld, die de vrouw het water in de mond deed lopen; hij gaf haar de kist, pakte de kip, slachtte het dier en zei haar: "Hier, maak schoon en maak daarvan een maal voor me klaar. Maar ik waarschuw je, als er een stuk van de kip ontbreekt, maak ik de buik open van degene die het opgegeten heeft!"

    De vrouw ging aan het werk om de kip klaar te maken. Toen 's middags de zoon van de muzikant uit school kwam, zag hij hoe zijn moeder de kip uit de braadpan nam. Hij vroeg haar om een stuk, maar zijn moeder antwoordde: "Zwijg, die kip is niet van ons!" De jongen nam stiekem de maag van de kip weg en at hem op. Toen gaf één van de slaven hem de raad: "Jonge meester, vlucht weg van hier, anders maakt de jood je buik open en haalt de kippemaag eruit." De jongen ging op zijn ezel zitten en reed weg.

    's Avonds kwam de jood en liet de kip opdienen. Hij merkte onmiddellijk dat er iets ontbrak en vroeg: "Waar is de maag?" De vrouw van de muzikant vertelde hem: "Mijn zoon heeft hem zonder dat ik het wist weggenomen en opgegeten." - "Bij Allah," sprak de jood, "ik heb er mijn hele vermogen voor uitgegeven. Haal je zoon, dan maak ik zijn buik open en haal de maag eruit." De vrouw antwoordde hem dat hij gevlucht was, en de jood zette ogenblikkelijk de achtervolging in.

    In elk dorp waar hij door reed, vroeg hij naar de zoon van de muzikant. En telkens kreeg hij hetzelfde antwoord: "Gisteren heeft hij hier nog gegeten." - "Hij heeft de afgelopen nacht hier doorgebracht." De jood gaf zijn paard de sporen en het duurde niet lang of daar ontwaarde hij de zoon van de muzikant. Hij reed op hem af en sprak: "Allah zij met je, o zoon van de muzikant. Wie gaf jou toestemming de maag van de kip op te eten? Ik heb daarvoor mijn vermogen uitgegeven en heb met je moeder afgesproken degene te doden die er ook maar één stuk van wegneemt. Kom, dan snijd ik je buik open en haal de kippemaag eruit. De zoon van de muzikant antwoordde: "Is het geen schande, dat je mij voor die kippemaag dat hele eind achtervolgt!" De jood pakte zijn mes uit zijn zak en liep op de jongen af. Die pakte hem met één hand vast, wierp hem op de grond, en doodde hem.

    Nu gaat het verhaal verder over de zoon van de muzikant. Hij klom op het paard van de jood en reed door totdat hij bij een grote stad kwam. Daar zag hij het marmeren paleis van een koning, waar aan de toegangspoort 39 hoofden hingen. Hij vroeg de mensen wat dat te betekenen had en vernam dat de koning een dochter had die zo sterk was als een man; degene die haar in het gevecht zou kunnen verslaan, kreeg haar tot vrouw, maar degene die van haar verloor, werd onthoofd en zijn hoofd werd bij de ingang van het paleis opgehangen. Hij vernam ook dat tot nu toe alle 39 jongelingen door de prinses waren verslagen.

    De zoon van de muzikant liet zich bij de koning aandienen en toen hij bij hem werd toegelaten, sprak hij tot hem: "Moge Allah u voor ons behouden, o koning! Sta mij toe met uw dochter te strijden, om mijn krachten met de hare te meten."

    De koning antwoordde: "Ga weg mijn zoon, en moge Allah je behoeden! Het is zonde, je te doden. Hoeveel jongelingen als jij kwamen al niet hierheen, en mijn dochter heeft ze allemaal överwonnen."

    Maar de zoon van de muzikant bleef bij zijn verzoek en sprak: "Ik weet het en ik ga ermee akkoord dat ik word onthoofd als de prinses van mij wint, en dat mijn hoofd wordt opgehangen bij de ingang van het paleis." De koning beval: "Schrijf je toestemming op dit papier en druk er je zegel op." De jongeling schreef en plaatste zijn zegel. Toen rolden de dienaren een tapijt op de binnenplaats uit, de koningsdochter verscheen en het gevecht begon: de jongeling greep de prinses en wierp haar op de grond, zij stond op en wierp hem op de grond, en zo bleef de strijd twee uur lang onbeslist. De koning ergerde zich eraan dat zijn dochter deze jongeling niet kon verslaan en beval: "Genoeg voor vandaag! Morgen wordt het tweegevecht voortgezet." In het geheim liet de koning zijn artsen roepen en beval hen: "Geef die jongeman een verdovingsmiddel en zoek uit wat het geheim van zijn kracht is."

    Toen de nacht was gevallen, lieten de artsen hem een verdovingsmiddel inademen en onderzochten zij zijn lichaam. Ze ontdekten de kippemaag in zijn binnenste, namen hun instrumenten, sneden hem open en haalden de kippemaag eruit, daarna naaiden zij de wond weer dicht.

    Toen de zoon van de muzikant de volgende ochtend ontwaakte, voelde hij zich zeer vermoeid en zwak. Hij voelde dat hij geen kracht meer had om met de koningsdochter te strijden en vluchtte weg uit het paleis. Hij reed de hele morgen door, totdat hij drie mannen tegenkwam, die aan het ruziën waren.

    "Vrede zij met jullie," groette hij hen. "Waarom maken jullie ruzie?" Zij antwoordden: "Wij hebben drie kostbare dingen en kunnen het niet eens worden over de verdeling. We hebben een vliegend tapijt, dat je brengt waarheen je maar wilt, een schaal die zich met heerlijke gerechten vult, als je alleen maar zegt 'vul je' en een handmolen waaruit geldstukken rollen, als je eraan draait."

    Hij zei hen: "Laat mij die drie dingen zien, dan zal ik ze eerlijk onder jullie verdelen." Ze spreidden het tapijt voor hem uit en plaatsten de schaal en de molen erop. De zoon van de muzikant stelde hen voor: "Ik werp een steen, zo ver ik kan. Wie van jullie de steen als eerste terugbrengt, krijgt de geldmolen, de tweede het tapijt en de derde de schaal." De drie mannen stemden ermee in.

    Hij nam een steen en wierp hem weg, zo ver hij kon. Terwijl de drie mannen achter de steen aanliepen, stapte hij op het tapijt en sprak: "Vlieg met mij en deze dingen naar de berg Kaf." Het tapijt vloog met hem de lucht in en zette hem op de top van de berg Kaf neer. Hij ging zitten, draaide aan de handmolen en de geldstukken rolden eruit. Hij sprak tot de schaal: "Vul je met kisjk," en hij at kisjk.

    Nadat hij had gegeten, vloog hij naar het paleis, waar de prinses woonde met wie hij had gevochten. Hij ging naar haar toe en nodigde haar uit: "Kom, we zetten onze strijd voort." Van te voren had hij zijn tapijt op de binnenplaats uitgespreid en toen ze er allebei op stonden, sprak hij tot het tapijt: "Vlieg met ons naar de berg Kaf." Ze vlogen door de lucht en het tapijt zette hen op de top van de berg neer. Hij vroeg de prinses: "Nu, heb ik van je gewonnen of niet?"

    Zij antwoordde hem: "Ik sta nu onder jouw hoede. Breng me terug naar het paleis van mijn vader; ik zweer bij mijn leven dat ik zal zeggen dat je me verslagen hebt, en dan zullen we trouwen. Als we hier in de bergen blijven, sterven we van de honger." - "Heb je honger?" vroeg hij haar, "ik kan je zo een warme maaltijd voorzetten." Hij sprak tot de schaal: "Vul je met mujaddra!" De schaal vulde zich met mujaddra, en zij aten ervan en hij liet haar de molen zien die geld maalt.

    Toen ze uitgerust waren, stelde ze voor: "Laten we nog wat gaan wandelen in de bergen." Ze wachtte tot hij zijn voet op de grond had gezet en sprak toen tegen het tapijt: "Vlieg me terug naar het paleis van mijn vader." Het tapijt steeg op en vloog weg.

    De zoon van de muzikant bleef alleen achter op de top van de berg Kaf. Hij huilde van eenzaamheid en vertwijfeling en liep een hele dag rond in het gebergte. Op de tweede dag ontdekte hij midden in het gebergte twee dadelbomen; de één had rode, de andere gele vruchten. Hij plukte een gele dadel en at hem op. Opeens groeide er een hoorn uit zijn hoofd, die maar langer en langer werd, totdat hij zich om de twee dadelbomen had geslingerd: hij at een rode dadel en de hoorn schrompelde ineen en verdween tenslotte helemaal. Daarop vulde hij zijn zakken met gele en rode dadels en liep dag en nacht - twee maanden lang - totdat hij de stad van de koningsdochter bereikte.

    Bij het paleis van de koning bood hij zijn dadels te koop aan: "Koop dadels, verse dadels!" De koningsdochter liet haar slavinnen een paar dadels kopen en at ze meteen op. Opeens groeiden er acht hoorns uit haar hoofd, die tenslotte tot aan de muren reikten. De slavinnen waren ontsteld, en alle bedienden van het paleis verzamelden zich om de prinses en staarden haar aan. De koning liet de beste artsen naar zijn hof komen, maar geen van hen kon de prinses van haar hoorns bevrijden. Men probeerde de hoorns af te zagen, maar ze groeiden steeds weer aan. Toen stuurde haar vader een omroeper door de stad en liet bekend maken: "Wie de koningsdochter een geneesmiddel verschaft dat haar geneest, krijgt haar tot vrouw en wordt benoemd tot grootvizier." De volgende dag nam de zoon van de muzikant een rode dadel, sneedt die in kleine stukjes en ging daarmee naar het paleis van de koning. Hij liet zich bij de prinses aandienen en gaf haar zijn geneesmiddel. Ze at ervan en één hoorn schrompelde ineen en verdween. De vrouwen schreeuwden en zongen van vreugde en zeiden: "Bij Allah, dat is een goede dokter." De zoon van de muzikant bleef acht dagen in het paleis en verwijderde elke dag een hoorn, totdat de prinses ze allemaal kwijt was. Toen liet, de koning de moefti halen om de trouwakte op te stellen, en benoemde hij de zoon van de muzikant tot grootvizier.

    Toen de zoon van de muzikant op de avond van de bruiloft het vertrek van de prinses binnenging, vroeg hij haar: "Waar zijn het tapijt, de schaal en de. molen?" Zij antwoordde hem: "Ben jij het?" Hij vroeg verder: "Ben jij sterker of ben ik sterker?" Zij antwoordde: "Bij het licht in je ogen, jij bent sterker dan ik!" En ze leefden samen nog een gelukkig en welvarend leven.

    Zeven appels kwamen uit het paradijs, de eerste voor mij, twee voor degene die het verhaal verder vertelt. De overige vier zullen we in kleine stukjes snijden en verdelen.

    09-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    08-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 111


    Image and video hosting by TinyPic .

    08-07-2012 om 22:54 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van lana

    schaamlippen

    Er komt een vrouw bij de dokter die vrouw vind haar lippen te klein en zou ze wel wat groter willen dus de dokter zegt we zullen een stukje van je schaamlippen moeten afhalen en dan op je lippen zetten dus dan hebben ze dat allemaal gedaan en de vrouw komt een paar weken later terug en ze zegt iedere ochtend als ik me tanden poets word ik geil.

    08-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Yanni en het draakje

    Yanni en het draakje



    Nu zal ik jullie eens een vrolijke geschiedenis vertellen. Yanni liep langs een eenzame weg om zijn liefje een bezoek te brengen. En toen hij voorbij een fontein kwam, waaruit heerlijk koel water klaterde, sprong een draak te voorschijn en sprak: "Goeiemorgen, goeiemorgen mijn Yanni, mijn lekker ontbijtje."

    Yanni trilde op zijn benen en zei stotterend: "Goeiemorgen, g‑goeiemorgen, m-mijn d-draak, eet me niet op." - "Je niet opeten, jongen, ik rammel van de honger, mijn ontbijtje!" - "Als je me dan toch wilt opeten, mag ik dan eerst afscheid van mijn liefste liefje nemen?" vroeg Yanni. "Ga jij maar afscheid van je liefje nemen voor altijd en eeuwig," zei de draak. "Maar beloof me op handslag, dat je terugkomt, want ik rammel van de honger, mijn ontbijtje!" Yanni beloofde dit op handslag en ging naar zijn liefje.

    "Mijn Yanni, mijn jongen, waarom ben je vandaag zo treurig," vroeg het meisje, "hou je niet langer van mij?" - "Natuurlijk hou ik van je, mijn meisje, maar op weg hierheen kwam ik een draak tegen en hij vroeg mij ten eten."

    Toen sprak het liefje: "Waarheen jij ook gaat, ik ga mee. Ik blijf bij je." - "Waar ik heen ga, kan geen meisje meegaan. Het is te erg."

    "Ik zal je potje koken,
    ik zal je vuurtje stoken,
    ik zal je bedje spreiden,
    ik zal geen draken mijden,"

    zong het liefje. "Waar ik heen ga, kan geen meisje meegaan, het is te erg." - "Onze liefde zal ons beschermen," zei het meisje en toen gingen ze samen, hand in hand.

    De draak zag ze komen en riep: "Daar komt mijn ontbijtje, dubbeldik!" Toen Yanni dit hoorde zei hij: "Zie je wel, mijn liefste, dat je niet mee had moeten gaan. Dat wrede monster gaat ons opeten." Maar zijn liefje riep met luide stem: "Mijn eigen Yanni, wees niet bang, ik heb vanmorgen al negen draken voor mijn ontbijt gegeten. Ik heb trek in de tiende. Hoe meer draken ik eet hoe hongeriger ik word."

    Toen de draak dit hoorde begon hij te beven en vroeg: "Yanni, wiens dochter heb je meegebracht?" Toen ging zijn liefste lief vlak voor de draak staan en zei: "Ik ben de dochter van de bliksem en de kleindochter van de donder. Ga opzij, Yanni, dan roep ik de donder en de bliksem om dit draakje te doden. Ik wil hem graag opeten." Yanni ging opzij, maar de draak nam de benen, hij liep en vloog zo hard hij kon en nooit, nooit is hij meer teruggekomen.

    08-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    07-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 110


    Image and video hosting by TinyPic .

    07-07-2012 om 23:10 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De verloren prinses
    De verloren prinses



    Er was eens een koning die zes zonen en een dochter had. Zijn dochter was hem zeer dierbaar, maar toen hij op zekere dag bij haar was, maakte hij zich boos en ontglipte hem een vloek. Die nacht ging de prinses zoals gewoonlijk naar haar slaapvertrek, maar de volgende ochtend was zij nergens te vinden. En toen haar vader, de koning, besefte dat zij werd vermist, was hij vervuld van berouw en verdriet en begon hij haar overal te zoeken. Toen vroeg de minister, die 's konings smart zag, om een dienaar en een paard en voldoende zilvergeld, teneinde zelf naar de prinses te gaan zoeken.

    En zo gebeurde het dat de minister door het ganse rijk reed op zoek naar de verloren prinses, door woestijnen en bergen, door wouden en velden. Hij zocht haar vele jaren lang. Toen hij op zekere dag door een woestijn reed, viel zijn oog op een pad dat hij nooit eerder had gezien, en hij zei bij zichzelf: "Ik heb nu al zo lang in deze woestijn naar de prinses gezocht, nu zal ik dit pad maar volgen en misschien uitkomen in een stad." Nadat hij het pad lange tijd had gevolgd, kwam hij ten slotte bij een prachtig paleis, bewaakt door vele soldaten. De minister was bang dat de schildwachten hem niet binnen zouden laten, maar toch steeg hij af en ging te voet in de richting van het paleis, en tot zijn verbazing opende de poortwachter dadelijk de poort voor hem, zonder vragen te stellen. Vanaf het binnenplein ging hij het paleis binnen en daarna betrad hij de vertrekken van de koning, die bevelhebber was van alle troepen. En niemand trachtte hem ervan te weerhouden bij de koning te verschijnen. Vele muzikanten waren er hun instrumenten aan het bespelen onder leiding van de koning, en de minister bleef in een hoek van de zaal staan om te wachten wat er verder zou gebeuren. Na enige tijd beval de koning zijn dienaren de koningin binnen te brengen. Zij verlieten de zaal met veel vreugdebetoon en even later speelden en zongen de muzikanten, toen zij binnentrad. En toen zij haar naar de troon leidden, zag de minister dat zij de verloren dochter van de koning was.

    Even later keek de koningin op en zag de minister in een hoek van de zaal en herkende hem dadelijk. Zij stond op van haar troon en zei: "Herkent u mij?" En hij antwoordde: "Ja, u bent de verloren prinses. Maar hoe komt het dat u hier bent?" En zij antwoordde: "Door de vloek die mijn vader ontglipte. Want dit is het paleis van de Boze." Toen vertelde de minister haar dat haar vader, de koning, ernstig leed onder haar afwezigheid en dat hij de minister had uitgezonden om haar te vinden, en dat hij haar nu reeds vele jaren zocht. Daarop vroeg hij haar: "Hoe kan ik u uit dit paleis bevrijden?" En zij antwoordde: "Het is niet mogelijk mij te bevrijden als u niet een vol jaar op één plaats verblijft en er het gehele jaar naar verlangt mij te redden. En op de laatste dag van dat jaar moet u een hele dag en nacht vasten en waken."

    Daarop verliet de minister het paleis en deed wat zij hem gezegd had. Hij begaf zich naar een woud en vestigde zich daar. En aan het einde van het jaar, op de laatste dag, vastte hij en sliep niet. Maar op die dag zag hij voor het eerst een boom waaraan prachtige appelen hingen. Hij verlangde er zozeer naar, dat hij ten slotte opstond en van de boom at. Maar zodra hij had gegeten, zakte hij ineen en werd door slaap overmand. Hij sliep lange tijd achtereen en ofschoon zijn dienaar hem wakker probeerde te schudden kon hij hem niet wekken.

    Toen de minister eindelijk ontwaakte, vroeg hij zijn dienaar: "Waar ben ik?" En de dienaar antwoordde: "U bent in een woud, waar u lange tijd heeft geslapen, en al die tijd heb ik mijzelf met vruchten en noten in leven gehouden." De minister was wanhopig, maar begaf zich toch weer naar het paleis van de verloren prinses en daar ontmoette hij haar nogmaals in de koningszaal. En toen zij hem zag, was zij vervuld van droefheid en zei: "Was u op die dag gekomen, dan had u mij kunnen meenemen, maar vanwege die ene dag is nu alles verloren. Maar ach, ik begrijp wel dat vasten heel moeilijk is, vooral op de laatste dag, want dan wordt de Kwade Neiging het sterkst. Daarom moet u terugkeren en nog een jaar in het woud huizen, maar op de laatste dag is het u toegestaan te eten. U mag echter niet slapen en geen wijn drinken, waardoor u in slaap zou kunnen vallen, want het is bovenal belangrijk dat u wakker blijft."

    Hij vertrok en deed wat zij had gezegd. Maar op de laatste dag van het lange jaar zag hij voor het eerst een bron waarvan het water roodachtig was en naar wijn geurde. De minister wees zijn dienaar op de bron en ging toen het water proeven, waarop hij weer in slaap viel. Ditmaal sliep hij vele jaren achtereen. Toen die tijd bijna was verstreken, kwam er op zekere dag een groot aantal soldaten voorbij, en de dienaar van de minister zocht snel een schuilplaats. Nadat de troepen waren gepasseerd, kwam er een rijtuig voorbij, waarin de koningsdochter zat. Zodra zij de minister herkende stapte zij uit het rijtuig en kwam naar hem toe. Maar hoe zij hem ook heen en weer schudde, hij werd niet wakker en zij begon te weeklagen, zeggende dat hij zich zoveel moeite had getroost en zovele jaren had moeten lijden om haar te bevrijden en door één vergissing op die laatste dag nogmaals alles had verloren. Zij schreide bittere tranen hierover en nam toen haar hoofddoek af en schreef er een boodschap op met haar tranen. Daarop keerde zij terug naar haar rijtuig en reed weg. Korte tijd later werd de minister wakker en vroeg aan zijn dienaar: "Waar ben ik?" De dienaar vertelde hem alles wat er was gebeurd, van de troepen die waren gepasseerd en het rijtuig dat was gestopt en van de prinses die zich zo had ingespannen om hem te wekken. Toen zag de minister de hoofddoek en vroeg: "Waar komt die vandaan?" De minister nam de doek en hield hem tegen het zonlicht. Er stond op geschreven dat zij niet meer te vinden zou zijn in het eerste paleis, maar voortaan gevestigd zou zijn in een paleis van parels op een gouden berg, en dat hij haar daar kon vinden. Daarop liet de minister zijn dienaar achter en zette zijn queeste alleen voort. Hij zocht vele jaren lang. Ten slotte kwam hij tot de slotsom dat zo'n paarlen paleis niet in de bewoonde wereld kon bestaan, want inmiddels kende hij de wereldkaart zeer goed. Daarom besloot hij haar in de woestijn te gaan zoeken en na vele jaren vond hij daar een reus, die een boom als staf gebruikte. De minister vertelde hem alles over de prinses en zijn speurtocht naar een paarlen paleis op een gouden berg. De reus zei dat zoiets stellig niet bestond. Maar de minister begon te wenen en hield vol dat het paleis toch stellig ergens moest bestaan. En ten slotte zei de reus: "Omdat u er zo zeker van bent, zal ik al de dieren bijeen roepen, die aan mij zijn toevertrouwd, want zij komen overal ter wereld. Misschien heeft een van hen van een paarlen paleis gehoord."

    Daarop riep hij alle dieren, van de grootste tot de kleinste en van iedere soort, maar geen van hen had ooit zoiets gezien. Toen zei de reus: "Ziedaar, zij hebben bevestigd dat uw queeste een hersenschim is. Luister naar mij en ga terug, want wat niet bestaat kunt u stellig niet vinden." Maar de man hield vol dat het wel moest bestaan. Daarom zei de reus tot hem: "Zie, verder de woestijn in huist mijn broer, aan wiens zorg alle vogels zijn toevertrouwd. Misschien weten zij het te vinden, want zij vliegen hoog in de lucht. Ga naar hem toe en zeg dat ik u heb gezonden. En omdat u zo vastbesloten bent uw queeste voort te zetten, zal ik u helpen, zodat u tenminste niet belemmerd zult worden door gebrek aan goud."

    En hij gaf hem een buidel en zei: "Steek telkens wanneer u goudstukken nodig heeft uw hand in deze buidel, want u zult er altijd meer dan genoeg in vinden." En de minister dankte de reus uitvoerig voor zijn kostbare geschenk en voor al zijn hulp, en ging op zoek naar de broer van de reus, die al de vogels onder zijn hoede had.

    En zo gebeurde het dat de minister vele jaren rondtrok, op zoek naar de tweede reus. Eindelijk vond hij hem en ook deze reus droeg een grote boom als staf. Hij vertelde hem van zijn queeste, maar ook deze reus wilde van geen paarlen paleis horen en hield vol dat het niet kon bestaan. Maar toen de man het maar niet wilde opgeven, zei de reus: "Welnu, ik heb alle vogels onder mijn hoede. Ik zal Ze bijeenroepen, misschien hebben zij ervan gehoord." Alle vogels werden geroepen, van de grootste tot de kleinste, van elke soort, en zij zeiden allen dat ze een dergelijk paarlen paleis niet kenden. Toen zei de reus tot hem: "Nu zult u stellig inzien dat uw queeste dwaasheid is. Luister naar mij en ga terug, want zo'n paleis is nergens te vinden op deze wereld." Maar de minister wilde zijn queeste niet opgeven en ten slotte zei de reus: "Verder de woestijn in huist mijn broer, aan wie de winden zijn toevertrouwd, en zij doorkruisen de wereld elke dag. Misschien weten zij ervan. Ik hoop het, want nog nooit heb ik iemand gezien die zo vastbesloten is een queeste te volbrengen, ofschoon u keer op keer met moeilijkheden te kampen krijgt. Daarom wil ik u dit geschenk geven, misschien kan het u nog eens van nut zijn." En hij haalde een gouden sleutel uit zijn zak en gaf hem aan de minister met de woorden: "Deze sleutel kan elk slot ter wereld openen. Is er een deur die u wilt binnengaan, steek dan eenvoudig deze sleutel in het slot en draai hem om, dan zal de deur opengaan." De minister dankte de reus uitvoerig voor zijn kostbare geschenk en voor zijn hulp en toog op zoek naar de reus die de winden onder zijn bevel had staan.

    De man trok vele jaren verder, op zoek naar de reus. Ten slotte zag hij hem, met een boom als staf, en vertelde hem zijn verhaal. En ofschoon ook deze reus er niet van wilde horen, wist de minister hem ten slotte toch te overreden om alle winden bijeen te roepen, opdat hij hen naar het paleis zou kunnen vragen. De reus riep alle winden bij zich, maar geen van hen kende een paarlen paleis op een gouden berg. Toen wendde de reus zich tot hem en zei: "U ziet het, u hebt gezocht naar iets dat niet bestaat." En de man begon te wenen en zei: Tk weet zeker dat het ergens op deze wereld te vinden is." Ondertussen kwam er nog een laatste wind aan, en de reus sprak hem vertoornd toe: "Waarom ben je zo laat gekomen? Heb ik niet bevolen dat alle winden van de wereld hier moesten verschijnen? Waarom ben je niet met de andere meegekomen?" En de wind antwoordde dat hij was opgehouden omdat hij een koningsdochter naar een paarlen paleis op een gouden berg moest brengen. En toen de minister dat hoorde, kende zijn vreugde geen grenzen. Daarop zei de reus die de winden onder zijn hoede had tot de minister: "U hebt zo lang gezocht, arme man, en u hebt zoveel moeilijkheden ondervonden, dat ik u dit geschenk wil geven. Misschien kan het u nog eens van nut zijn." En hij haalde een fluitje uit zijn zak dat hij aan de minister gaf met de woorden: "Verkeert u ooit in gevaar of hebt u hulp nodig blaas dan op dit fluitje, dan zal een van de winden u te hulp snellen en alles doen wat binnen zijn vermogen ligt." De minister dankte de reus uitvoerig voor zijn prachtige geschenk en voor zijn hulp. Daarop beval de reus de wind hem naar het paarlen paleis te brengen. En de wind droeg hem erheen en bracht hem tot de poort van de stad aan de voet van de gouden berg, waar in de hoogte het paarlen paleis stond. Nu was het zo dat slechts weinig vreemdelingen deze stad waren binnengegaan en waren zij eenmaal toegelaten, dan mochten zij de stad nooit meer uit en ook de inwoners konden haar niet verlaten.

    Want dit was het verborgen, geheime paleis van de Boze, van waaruit hij zijn toverijen bedreef, zoals de betovering waardoor hij de verloren prinses in zijn macht had gekregen. En hij had het bestaan van die stad en zijn paleis eeuwenlang geheim weten te houden, want niemand die de stad verliet had het kunnen navertellen. En zo gebeurde het dat toen de wind de minister voor de stadspoort deed belanden, de schildwachten hem de toegang weigerden. Maar hij greep in de toverbuidel die de eerste reus hem had gegeven, haalde er een handvol goud uit en kocht hen om, zodat hij er toch in slaagde de stad binnen te komen. Eerst ging hij naar de markt om voedsel te kopen, want hij zou er enige tijd moeten blijven, omdat het veel wijsheid en overleg zou vergen de prinses te bevrijden. Toen de minister op de markt kwam, zag hij er een dienaar die al het fruit van een koopman opkocht. Nadat de dienaar ermee was vertrokken, benaderde de minister de koopman en zei: "Zoveel fruit kan toch zeker niet voor één familie zijn?" En de koopman antwoordde: "Natuurlijk niet. Dat fruit is voor hen die in het paarlen paleis op de top van de berg wonen, want de koning ziet erop toe dat het fijnste voedsel wordt uitgekozen voor zijn hof. En vandaag achtte 's konings dienaar mijn vruchten de mooiste, en daarom heeft hij ze alle gekocht."

    "Zeg eens," zei de minister, "wie woont er in dat paarlen paleis? Want ik ben hier vreemd en weet zulke dingen niet."

    De koopman antwoordde: "Alleen de koning en zijn dienaren, voor zover ik weet. Maar het gerucht gaat dat zich er ook een prinses heeft gevestigd, want kort geleden heeft de koning uit onze dochters twaalf hofdames uitgekozen en meegenomen om in het paleis te wonen, en daar zijn zij nu volgens zeggen haar dienaressen."

    Welnu, toen de minister dat hoorde, besloot hij zich te vermommen als koopman en zich aan de paleispoort te presenteren. Om te beginnen schafte hij zich de kledij van een marskramer en een bontmuts aan. Daarna deed hij navraag wie de beste naaister van de stad was en liet zich de weg wijzen naar haar huis. Daar aangekomen, vroeg hij haar hoeveel het zou kosten om de fraaiste japon van zijde en kant te laten maken. En toen de naaister hem de prijs noemde, zei hij: "Naai dan twaalf van dergelijke japonnen voor mij. " En hij greep in de toverbuidel die de eerste reus hem had geschonken en betaalde haar de volle som. Toen vroeg hij hoeveel tijd het zou nemen alle twaalf japonnen te naaien, en de naaister vroeg hem over twaalf dagen terug te komen.

    En zo gebeurde het dat de minister zijn intrek nam in een herberg tot de twaalf japonnen gereed zouden zijn. Ondertussen kwam hij zoveel mogelijk aan de weet over de koning die het land regeerde en over zijn gevangene, de verloren prinses. Zo ontdekte hij dat het paarlen paleis het geheime woonoord was van de Boze in eigen persoon. En ook vernam hij dat de prinses was opgesloten in een kamer met zeven sloten en dat in een aangrenzend vertrek de twaalf hofdames verbleven.

    Toen de twaalf dagen waren verstreken, ging de minister weer naar de naaister en zag dat de japonnen gereed waren. Hij borg de japonnen in zijn mars en beklom de gouden berg, tot hij het paarlen paleis aan de top bereikte. Toen hij bij de paleispoort kwam, toonde hij de schildwacht zijn koopwaar en werd zonder omhaal toegelaten, want nieuwe kooplieden waren dun gezaaid in die stad en de hofdames bekeken hun waar met graagte, omdat zij weinig anders om handen hadden.

    En zo werd de marskramer toegelaten tot het vertrek van de twaalf hofdames, die verrukt waren hem te zien. Voor elk van hen haalde hij een japon te voorschijn, en toen zij zagen hoe prachtig ze waren, haastten zij zich allen weg om de japonnen te passen en zichzelf in de spiegel te bewonderen, en lieten de koopman alleen achter in hun vertrek. Hij keek om zich heen en zag dat er op een der deuren zeven sloten zaten, en hij wist dat dit de kamer van de verloren prinses moest zijn. Hij repte zich naar de deur en haalde de gouden sleutel te voorschijn die de tweede reus hem had gegeven. Vlug opende hij alle sloten en betrad het vertrek. Daar zag hij de verloren prinses, die bij het raam zat te snikken om haar droevig lot. Zij was zeer verbaasd dat er iemand binnenkwam, want zelfs van haar hofdames werd zij gescheiden gehouden. En toen de minister zag dat zij hem niet herkende in zijn vermomming, haalde hij de hoofddoek waarop zij met haar tranen had geschreven uit zijn zak. En toen de verloren prinses die zag, wist zij dat de minister haar ten langen leste had gevonden, en zij omhelsde hem en schreide van vreugde. Toen zei de minister: "Kom, laten we ons haasten en het paleis uit vluchten, eer de hofdames terugkomen." - "Helaas," zei de prinses, "langs die weg kunnen wij niet ontsnappen. Want de Boze heeft zijn betovering zodanig uitgesproken dat die niet verbroken kan worden, zolang mijn voeten of die van mijn redder de grond raken. En juist die betovering houdt mij hier nog meer gevangen dan de zeven sloten op de deur, die u op een of andere wijze heeft weten te openen." Eerst deed dit onverwachte obstakel de minister de moed verliezen, maar toen herinnerde hij zich het fluitje dat de derde reus hem had geschonken. Hij haalde het uit zijn zak en blies erop, en in een oogwenk blies er een wind naar binnen door het open raam en zei: "Hoe kan ik u van dienst zijn?" Daarop vertelde de minister de wind van de betovering en vroeg of hij hen kon meevoeren zonder dat de voeten van de prinses of de zijne de grond raakten. "Natuurlijk kan ik dat!" zei de wind. "Maar waar wilt u naartoe?"

    En de minister vroeg de wind hen terug te brengen naar het paleis van de koning die de vader van de prinses was, en eer zij het beseften zweefden zij hoog door het luchtruim, en weldra zette de wind hen neer in het koninkrijk waar zij zo lange tijd waren weggeweest. En zo had de trouwe minister dan ten langen leste zijn queeste volbracht, en toen de koning en zijn dochter, die nu niet langer meer verloren was, werden herenigd, veranderde hun droefenis in een vreugde, zo groot dat men haar niet beschrijven kan.

    07-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    vriendin

    een jong meisje krijgt een nieuw vriendje en laat zijn foto op haar ene borst tatoeëren. als het uit is en ze een nieuwe vriend heeft laat ze zijn foto op haar andere borst tatoeëren. als het weer uitgaat krijgt ze een nieuw vriendje dan zegt ze "sorry, ik kan je niet op mijn borst laten tatoeëren ze staan al vol". zegt die vriend "maakt niets uit over een paar jaar zijn ze toch uitgelebberd!

    07-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    06-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 109


    Image and video hosting by TinyPic.

    06-07-2012 om 21:43 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    grof Jantje vraagt aan zijn moeder mama? wat is een hoer? zegt zijn moeder dat is een fiets. Dan gaat Jantje naar zijn vader en vraagt wat neuken is neuken is fietsen zegt zijn vader dan gaat hij naar zijn broer en vraagt wat een condoom is dat is een fietsketting zegt zijn broer De volgende dag kwam Jantje te laat op school de meester vraagt waarom hij te laat is Nou zegt Jantje ik stapte op m'n hoer begon te neuken en toen vloog m'n condoom er 3 keer af!

    06-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Thijs eerste dag op de middelbare



    Thijs eerste dag op de middelbare



    Thijs is een jongen die voor het eerst naar de middelbare gaat. Hij vind het erg lastig en wil graag een stoere indruk maken.

    Op een zonnige Maandagmorgen wordt Thijs wakker en stapt uit bed. Hij let goed op welk been hij het eerst op de vloer zet. Rechts of links? Welke is beter. Hij voetbalt met zijn rechterbeen en besluit dat been als eerste op de vloer te zetten. Dan is hij in ieder geval niet met het verkeerde been uit bed gestapt. Hij kleed zich aan t is lekker warm dus een shirt met korte mouwen en een korte broek. Hij gaat naar beneden om te ontbijten. Mmm... Lekker, gebakken ei met spek. Als hij even later op de fiets naar school wil gaan ziet hij dat hij een platte band heeft. Toch maar naar school gaan? Of eerst even plakken? Ik kan niet lopen denkt hij dan kom ik te laat. en plakt toch maar zijn band.

    Hij komt nog net op tijd op school aan. Hij komt hijgend de klas binnen en de meester vraagt of hij zijn tanden met schoensmeer poetst. Zijn handen waren nog hartstikke smerig! Ga ze maar snel wassen meneertje fietsenmaker. Iedereen lacht. Met een rood hoofd loopt hij naar de wc. Als hij even later in de klas zit moet de zogenaamd ‘grappige’ meester hem de hele tijd hebben. Aan het eind van de les verteld de meester nog even een mop. De slimste jonge, de schoonste jonge en de smerigste jonge gaan naar een meester die alles weet van alle kindertjes. De slimste jonge gaat naar binnen en komt even later weer naar buiten met een blij gezicht, hij is nog steeds de slimste! Voor de schoonste jonge hetzelfde verhaal, maar als de smerigste jonge even later naar buiten komt is hij erg verdrietig. En vraagt aan de andere jongens: wie is Thijs? De hele klas lacht. Dan gaat de bel. Het is pauze. Als hij op het plein loopt roepen de populaire jongens: hé smeerlap ga je mee naar de supermarkt. Thijs wil wel. Als ze voor de super staan zegt een van de jongens: als jij ons op ijs trakteert hoor je bij ons. Thijs loopt naar binnen haalt een pak ijs en deelt uit. De populaire jongens vinden het wel fijn. De volgende dag is het hetzelfde liedje. Dag nummer drie is hij het zat en zegt: jullie mogen ook eens trakteren! Oké, dan hoor je toch niet meer bij ons zegt een van de jongens.

    Donderdag geven de populaire jongens hem toch nog een kans en hij gaat een reep chocolade halen om te trakteren. Als hij Vrijdag geen geld meer heeft mag hij niet meer bij het groepje horen. Hij vind het niet eens erg. Hij heeft helemaal niks aan deze vrienden, ze gebruiken hem alleen maar. Dat zijn geen vrienden.

    Maandag gaat Thijs in de pauze bij de andere buitenbeentjes zitten. Zij vinden hem wel aardig en vragen of hij meedoet met een supermarktbezoekje. Dan moet ik zeker betalen? Nee we leggen allemaal 50ct op tafel en dat kopen we met zijn allen wat lekkers. Dat doen ze en Thijs heeft een hele wijze les geleerd.

    06-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    05-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 108



    Image and video hosting by TinyPic 

    .

    05-07-2012 om 22:15 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Afspraak is afspraak
    Afspraak is afspraak



    Er was eens een arme man wiens vrouw was gestorven. Ze had hem met drie zoontjes achtergelaten. De man deed zijn best zowel vader als moeder voor de jongens te zijn. Overdag nam hij elk werk aan dat hij maar kon krijgen, opdat hij genoeg zou verdienen om hen allemaal genoeg te eten te geven. 's Avonds kookte hij, maakte schoon, verstelde hun kleren en vertelde verhaaltjes. Maar de taak viel hem zwaar.

    Hij had maar één wens en dat was dat zijn zonen een gemakkelijker leven zouden krijgen dan hij. Zodra het even kon stopte hij wat geld weg in het oude kistje dat onder zijn bed stond. Hij hoopte dat hij op een dag genoeg zou hebben om de jongens een studie te laten volgen. De ellende was dat hij het gespaarde geld altijd weer uit moest geven. Een van zijn zonen had een paar nieuwe schoenen nodig, of de aardappelen of knollen waren op en dan hadden ze weer een nieuwe voorraad nodig. Opgroeiende jongens konden niet van de lucht leven.

    "O, ik heb er lichaam en ziel voor over om mijn drie jongens te laten studeren!" riep de man op een dag, terwijl hij het deksel van het kistje dichtdeed, nadat hij er geld uit had gehaald voor melk.

    "Meen je dat?" vroeg een zachte stem vanuit de hoek van de kamer. "Lichaam en ziel, zei je?"

    De man draaide zich om en zag - hoewel de deur en de ramen dicht waren - een man staan die, op de vuurrode voering van zijn mantel na, helemaal in het zwart was. Hij kleedt zich altijd elegant, de oude Satan.

    "Zou je er echt lichaam en ziel voor over hebben?" herhaalde de oude Satan.

    "Ja!" zei de man, hoewel hij wist dat hij het tegen de Duivel zelf had. "Ik heb er mijn lichaam en ziel voor over om mijn jongens te kunnen laten studeren."

    "Afgesproken," zei de oude Satan. Hij stak zijn hand uit en de man drukte die. De hand was ijskoud. "Ik kom over tien jaar terug om je op te halen," zei de oude Satan. Toen verdween hij.

    De man opende het kistje onder zijn bed en zag dat er genoeg geld in zat, en nog ruim extra om elk van de jongens te laten studeren. Dus gingen ze naar goede scholen. Na enige tijd werd er eentje dokter, eentje priester en de derde advocaat.

    De man vertelde zijn zoons nooit over de afspraak die hij gemaakt had en de jongens dachten er nooit aan hun vader te vragen hoe hij zoveel geld had kunnen sparen.

    Tien jaren gingen voorbij, veel te vlug naar de zin van de man, maar zo is het leven. Zijn zoon de dokter, kwam hem op een regenachtige avond opzoeken. De wind huilde rond het huis en blies de rook terug in de schoorsteen.

    "Ik geloof dat er geklopt wordt," zei de dokter.

    Toen zijn vader de deur opendeed stond de oude Satan daar, zonder een druppel regen op zijn mantel die bol stond in de wind.

    "Wat is er aan de hand?" vroeg de dokter.

    "Het is tijd om te gaan," antwoordde de oude Satan.

    En toen moest de vader wel voor de dag komen met het verhaal. "Kletskoek!" zei de dokter. "Mijn oude vader gaat nog niet dood. Ik heb hem kortgeleden nog helemaal onderzocht en hij is net zo gezond als ik!"

    De oude Satan liet zich niet van de wijs brengen. "Wie had het over doodgaan? Als je vader mijn slaaf wordt tot het einde der tijden, wil ik hem gezond en fit. Lichaam en ziel was de afspraak."

    "Geef hem nog een paar dagen," smeekte de dokter. "Mag hij mijn broer de priester nog even spreken voordat hij gaat?"

    Misschien is de Duivel toch niet door en dóór slecht.

    "Een priester haalt niets uit," zei hij. "Maar hij mag hem zien om afscheid van hem te nemen."

    En daarom liet de dokter zijn broer, de priester, halen en legde aan hem uit hoe de zaak ervoor stond.

    "Laat dit maar aan mij over," zei de priester.

    En de oude man en zijn zoon zaten te wachten. Een dikke mist daalde neer rond het huis, probeerde een weg naar binnen te zoeken en kroop tenslotte door het sleutelgat. Toen er genoeg mist binnen was vormde er zich een man uit.

    "Kom je nu?" vroeg de oude Satan.

    "Niet zo haastig!" zei de priester. "Mijn vader is een goede man. Geen cent van het geld dat je hem hebt gegeven heeft hij aan zichzelf besteed."

    "Dat kan me niet schelen," zei Satan. "Afspraak is afspraak!"

    "Hier is wat geld dat over was," zei de priester. "Neem het vast mee en de rest zullen we nog terugbetalen."

    "Ik wil geen geld," zei de oude Satan. "Lichaam en ziel was de afspraak."

    "Kun je nog iets langer wachten zodat mijn andere broer naar huis kan komen om afscheid te nemen van mijn vader?"

    "Ik kan wachten," zei de Satan. "Wat is een week vergeleken bij de eeuwigheid?"

    Tenslotte arriveerde de jongste zoon, de advocaat. Buiten was het koud, zo koud dat je adem bevroor op het moment dat hij uit je mond kwam. Maar die hand die de man tien jaar daarvoor had aangeraakt was nog kouder geweest. Nauwelijks was de advocaat binnen, had zijn jas uitgetrokken en was bij het vuur gaan zitten, of de oude Satan verscheen.

    "Nog even, alsjeblieft!" zei de advocaat. "Ik heb nog niet de tijd gekregen om hallo te zeggen, laat staan vaarwel."

    De oude Satan aarzelde. Hij kende redelijk veel advocaten, en die waren veel te sluw.

    "Zie je die kaars op tafel?" vroeg de advocaat. "Geef ons de tijd totdat die kaars is opgebrand."

    De Duivel keek naar de kaars en zag dat die binnen een minuut of tien zou zijn opgebrand.

    "Dat is goed," knikte hij.

    "Is dit een afspraak?"

    "Ja," zei de oude Satan terwijl hij ging zitten. "Ik wacht."

    "Zou ik niet doen als ik jou was," glimlachte de advocaat. "Dat zou wel eens heel lang kunnen duren!" En toen doofde hij de vlam van de kaars en gaf de stomp aan zijn vader. "Alsjeblieft, papa, bewaar dit goed." En tegen de oude Satan zei hij: "Afspraak is afspraak, of niet? Je raakt mijn vader niet aan tot die kaars is opgebrand."

    De oude Satan glimlachte en toen barstte hij in schaterlachen uit. Hij wist dat hij vierkant verslagen was.

    De oude man hield het stompje kaars in zijn zak tot de dag waarop hij stierf en zijn drie zonen zorgden ervoor dat het mee begraven werd. En zo is hij naar de hemel gegaan, denk ik.

    De priester was een goede man en de dokter een wijze, maar er was een advocaat voor nodig om de oude Satan te slim af te zijn. Maar denk niet dat jij hetzelfde kunstje kunt uithalen. Hij kent het nu. Als ik je een goede raad mag geven: bemoei je helemaal niet met de oude Satan. Moge de duivel je leven lang één stap bij je achterblijven!

    05-07-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)


    T -->

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!