Een topvoetballer speelt een wedstrijd, telkens als hij mist roept hij: verdomme gemist! Er zit een priester in het publiek en roept: als u nog een keer zo vloekt zal de bliksems gods u treffen.
De voetballer mist nog een keer en vloekt weer: verdomme gemist! Meteen komt er een bliksem van boven en treft de priester, en er klinkt meteen een knetterende vloek van boven: verdomme gemist!
Komt er een vrouw bij de dokter met de klacht dat ze allemaal rode striemen tussen haar benen heeft zitten. De dokter kijkt erna en zegt vervolgens: "Ik kan de oorzaak niet ontdekken!" "Nou weet u dokter, mijn man is brildragend en iedere keer wanneer hij me beft, dan schuurt zijn brilletje langs mijn benen!" "Oh", zegt de dokter, "simpel, dan zet u toch gewoon zijn bril af." "Ja", zegt de vrouw, "dat heb ik ook al geprobeerd, maar toen vrat ie me een stuk uit het bankstel!"
Terwijl Jantje in de klas zit, vraagt de meester op eens: "Is er iemand die iets wil delen met de klas?". Jantje staat snel op en zegt: "Ik heb een raadsel meneer. Je steekt het er in, je haalt het er uit en het druipt. Ra ra wat is het?". Meteen schreeuwt de meester: "Wat? NU DE KLAS UIT!". Jantje rent dus snel de klas uit en gaat op de gang staan. Vervolgens komt het schoolhoofd om te vragen waarom Jantje op de gang staat. Dus, Jantje verteld zijn mop en ook het schoolhoofd zegt: "Wat? Ga maar meteen naar huis!". Jante rent vervolgens snel naar huis. Eenmaal daar aangekomen, vraagt zijn moeder wat hij thuis doet. Vervolgens verteld Jantje het hele verhaal, en verteld vervolgens zijn mop: "Je steekt het er in, je haalt het er uit en het druipt, wat is het?". Zijn moeder kijkt hem even aan en vraagt: "Nou, wat is het?". Jantje: "Een theezakje".
Het was een warme dag en de eekhoorn had de hele dag buiten in het gras gelegen, zodat zijn vel nu nog roder was dan het anders altijd al was. Hij liep naar de rand van het grote meer en droomde ervan naar de overkant te zwemmen, zodat zijn huid niet meer zo zou gloeien en hij ook eindelijk weer eens iemand zou ontmoeten die hij niet kende.Waarom ook niet, zei hij tegen zichzelf en sprong in het water. Het meer was spiegelglad en glinsterde in de stralen van de ondergaande zon. Met kalme slagen zwom de eekhoorn naar de overkant. Moe maar tevreden stapte hij daar oever op en keek om zich heen naar die geheimzinnige wereld waar hij zo dikwijls naar had verlangd. Hallo eekhoorn. De eekhoorn keek verbaasd opzij.Wie zo hem hier nu kennen? Het was de mier die daar op een vezel zoethout stond te zuigen. Wat doe jij hier? vroeg de eekhoorn. O ik kom hier de egel opzoeken. Dat doe ik wel vaker, als het me zo uitkomt.Uitkomt??.. He, daar heb je de eekhoorn, zei een andere stem. Het was de merel die hij zojuist nog in het bos had gezien.En daar liep ook de mol op een drafje voorbij. Is dit nu de overkant? vroeg de eekhoorn verbaasd. Nee, dat daar is de overkant waar je net vandaan komt, zei de mier.Hij wees naar de overkant van het meer waar vaag het bos was te herkennen.Er hing een geheimzinning blauw waas over de overkant. De eekhoorn meende ook hij daar iemand zag staan. Het lijkt wel de sprinkhaan, zei hij.Ik ben hier,zei de sprinkhaan die zich al die tijd achter de mier verscholen had gehouden. Wie is het dan?.Ik weet het niet, zei de sprinkhaan. Ik heb hem nog nooit gezien. Er zijn zoveel dieren die ik nog nooit heb gezien en waarvan ik misschien hooguit een keer heb gedroomd of misschien niet eens een keer.Het wazige dier waadde, heel ver weg, het meer in en leek wel te wenken. Ik ga naar huis, zei de eekhoorn. En hij zwom over het meer terug naar de overkant. Al zwemmend zag hij het vreemde dier in de schermering verdwijnen, alsof het een andere kant op zwom, terwijl de sterren geleidelijk begonnen te flonkeren in de reusachtige lucht.
Een Engelsman, Hollander en een Belg rijden in de mist op de A16. De Engelsman ziet op den duur niets en staat op zn remmen. De Hollander rijdt vol op de Engelsman en de belg op de Hollander. De Hollander stapt uit zn auto en zegt tegen de Engelsman; Sorry. De Engelsman verschuldigd zich ook en zegt;Im sorry too. De belg, die zich ook wil verontschuldigen zegt daarop Im sorry three.
Zwabber, Zwabber, hij zit in de boom, de stem van de buurvrouw klonk ietwat paniekerig. Toen ik naar de boom keek, zag ik helemaal boven in, een kleine zwart witte kitten zitten. Het was de hare, ze had hem 4 weken daarvoor opgehaald en liet mij toen trots het beestje zien. Mooie h. Ik besloot het te beamen. Kittens zijn namelijk altijd leuk. Ja, prachtig. Met in mijn achterhoofd het idee, dat hetzelfde beest over een jaar een volwassen kater zou zijn. Hoe heet het. Het moest toch iets belangstellend lijken. Hij loopt een beetje zwabberig dus we hebben hem Zwabber genoemd. Wow, leuk, daar zit tie zn leven lang aanvast. De buurvrouw lachte en ik hoopte dat ze geen kinderen zou krijgen die ze bijvoorbeeld Jankbek, Poepbroek of Huilebalk zou noemen.
Misschien moeten we de brandweer bellen?!? Het beestje zat nog steeds in de boom en mauwde bang en klagelijk. Ik probeerde de buurvrouw gerust te stellen. Is niet nodig, als ze erin komen, komen ze er ook weer uit. Dit hielp niet veel en ze begon het beestje weer te roepen. Het resultaat was dat hij nog een tak naar boven op schoof. Hij zat nu ongeveer 2 meter van de top in een 10 meter hoge boom.
Op dat moment stopte er een busje vlak onder de boom. De buurman van de andere kant kwam thuis van zijn werk. Nu moet je even weten dat mijn buurman een stoere steigerbouwer is, zijn collegas dus ook. Het busje was gevuld met vijf stoere steigerbouwers. De buurman stapte uit het busje, keek naar ons, groette en op dat moment begon de buurvrouw weer te roepen. Hierop keek de buurman naar de boom en ontwaarde bijna, bij de top, Zwabber. Ken die er nie uit?!? waarop mijn buurvrouw bijna begon te huilen. De andere stoere steigerbouwers hadden het ook gehoord en stapten uit het busje. Hoe heet tie vroeg er n, waarop mijn buurvrouw weer "Zwabber" begon te roepen. Weet je wat, riep er een ander, We halen em wel effe op. Het resultaat was dat er in een mum van tijd twee steigerbouwers de boom in klommen, onderwijl aanwijzingen krijgend van de drie die beneden waren blijven staan. Ietsjes naar rechts , ja, je bent er bijna Ik zag mijn buurman die tot de twee dapperen behoorde halsbrekende toeren uithalen. Zijn collega zat vlak achter hem. Maar Zwabber leek niet echt van hun bezoek gediend en klom nog een meter hoger en ging daar op een tak verder met het klagelijk mauwen. Beneden hoorde ik een steigerbouwer tot zijn collega zeggen: Rotkat!!
De buurman was er bijna, het scheelde nog maar een halve meter. Hij trok zijn been omhoog en slaakte toen een krachtterm. Hij zat vast!! Zijn collega keek iets verwilderd om zich heen, maar besloot toen toch om Zwabber te redden. Op dat moment dacht Zwabber Nu is het genoeg!!! Hij draaide zich om en in nog geen 10 seconden, stond hij beneden op straat. Onderwijl hingen er in de boom twee stoere steigerbouwers, waarvan er n vast zat. We hebben de brandweer maar gebeld. Die hebben de buurman op een heldhaftige manier bevrijd en gered.
Zwabber lag tijdens de reddingsactie van een stoere steigerbouwer op het balkon, in het zonnetje, tevreden te slapen. Over de balkon afscheiding aaide ik het zwart witte gevalletje en het begon tevreden te spinnen.
Ik kon alleen maar glimlachen en genoot van mijn koffie.
Een Belgisch meisje wil van de brug springen Er staat een Belgisch meisje bij de brug,ze wil er van af springen want haar man is weg,haar kinderen dood,haar huis verbrand,en ze is ontslagen.
Dus ze staat op het punt om van de brug te springen,en dan komt ineens de kerstman en die zegt:voor een lekkere wip geef ik alles aan jou terug!
Dus ze gaan wippen ,als ze klaar zijn zegt de kerstman maar meiske ge weet toch dat de kerstman niet bestaat!
ik heb een super speciale kat, genaamt moortje. vroeger toen ze een klein poesje was, is ze mishandelt door hoor vorige eigenaar, die hellaas niet bekend is. ze is weggelopen van haar baasje, en mensen vonden haar mager en met wonden. ze heeft lang in de dierenasiel gezetten. moortje vertrouwde niemand meer, ze viel iedereen aan. dus ze is elke keer verkocht, maar ze brachten haar terug omdat moortje hun aanviel. toen ik mijn katje was kwijt geraakt vond mijn vader dat zielig, en ik ben dol op zwarte katten, dus kocht hij moortje. die dag was zo geweldig, moortje deed eerst heel kattig, maar na een maandje waren moortje en ik de beste vrienden. Ik was de enige die met moortje mocht spelen en met haar mocht knuffelen. maar ze begreep me ook, als ik verdrietig was, kwam ze altijd bij me knuffelen, en als ik ziek was, lag ze altijd bij me. ik heb een aantal moeilijke jaren gehad, maar moortje maakte me altijd weer vorlijk. hellaas heb ik maar 5 jaartjes plezier van haar gehad, we hebben haar vanochtend in moeten laten slapen. een week geleden was alles nog ok ! maar nu is ze er niet meer. haar longen waren gekrompen door longkanker, en de dierenarts kon niets meer doen. gister avond toen ik thuis kwam, ging ik op de stoel zitten, en ik keek hoe moortje daar lag. ze kon haar achterpoten niet meer gebruiken omdat daar zuurstof gebrek was. en toen moortje me zag zitten, probeerde ze met haar voorpoten naar me toe te kruipen. het lukte haar en zachtjes lag ze tegen mijn voet aan. het zag er zo zielig uit, dat ik erg hard moest huilen. die nacht kon ik niet slapen,een voorgevoel. om 3 uur 's nachts ging ik even kijken. ze keek me heel zielig aan, en ik wist niet wat ik moest doen, ik was alleen maar aan het huilen. ik heb haar een flinke knuffel gegeven, en heb een briefje achter gelaten voor mijn vader, dat ik er graag bij wou zijn, als ze ingeslapen zou worden, kon ik nog afscheid nemen, en ik had geluk want ik had de eerste 2 uur vrij. de volgende ochtend zag ik de klok. raar waarom had mijn vader me niet wakker gemaakt voor moortje. ik kwam beneden, en zag dar moortje er niet meer was. mijn vader had me niet wakker gemaakt, omdat hij dat onnodig vondt. nou heb ik geen afscheid van haar kunnen nemen. ik mis haar echt enorm, en als ik aan haar denk, lopen de tranen over mijn gezicht. moortje was als een mens voor me, en ik zal haar nooit meer vergeten
Een lesbische vrouw gaat naar de gyneacoloog, terwijl deze haar aan het onderzoeken is, roept die plotseling uit: "Maar mevrouw, zon schoon poesje heb ik nog nooit gezien." "Zou kunnen," zegt de vrouw, "de werkster komt ook drie keer per week."
Joline aait haar lieveling, To, de lieve oude fjord zoekt in haar zakken naar wat te eten. "nee To, we moeten zo gaan rijden!" Ze loopt naar de zadelkamer en zoekt daar To's zadel. O nee, daar staat Kimbery. Joline heeft een ongelofelijke hekel aan dat kind. Ze heeft wel een eigen paard, een hele grote; Dancer's Victoria. Een grote donkerbruine Arabier. "Dag Joline, ga je weer lekker op die stomme ouwe To rijden!! Haha, Victoria verslaat jullie met gemak op de wedstrijd!" Ze steekt haar neus in de lucht en loopt met het -natuurlijk net nieuwe-zadel van Victoria naar haar Arabier. Bah, wat haat ze dat verwende nest. Maar ze heeft misschien wel gelijk, Victoria is een fantastisch dressuurpaard. Daar is To natuurlijk niks bij. Ze loopt terug naar de box van To, en probeert haar tranen te bedwingen. Ze geeft To een kus op zijn neus. Jannemiek , haar instructrice lacht naar haar "kom op, Joline de les gaat beginnen!" Oja, natuurlijk! Ze gaat de les echt niet laten verpesten door die Kimberly! Even later lacht ze alweer als To in haar haar snuffelt. Ze lopen samen naar de buitenbak en ze klimt op de fjord. Jammer genoeg rijdt Kimberly ook in haar les, balen! Natuurlijk moet ze laten zien hoe goed ze over het hindernisje springt. Als ze de hindernis gesprongen heeft, klappen alle knappe jongens aan de kant voor haar en Victoria. Een steek van jaloezie gaat door Joline heen, zij zou ook weleens allemaal van die knappe jongens om haar heen willen hebben. Maar dan knuffelt ze To "nee een betere jongen als jou To bestaat er niet!" fluistert ze. Dan neemt ze een aanloop en zweeft over de hindernis. "yes, gehaalt!" zegt ze blij. Natuurlijk hoort Kimberly het. "Ach maak je niet druk Jojo, want Victoria springt iedere hindernis. En die dressuurwedstrijd gaan WIJ winnen" en ze draaft weg. "Jojo" fluistert Joline, hoe durft ze! Maar snel let ze weer op. Ze gaan hun proefje oefenen. Jannemiek legt uit hoe ze precies moeten rijden, en wat de makkelijkste en moeilijkste onderdelen zijn. Daarna mogen ze hem allemaal even lopen. En ja, wat lopen Kimberly en Dancer's Victoria hem fantstisch! Zij loopt hem ook wel goed, zegt Lisa. Maar voor Joline is de lol er af! Als de les voorbij is, blijft ze nog even bij To staan en knuffelt hem. Jannemiek ziet de twee. Wat passen die twee goed bij elkaar, weet ze. "Jullie horen bij elkaar, Joline!" zegt ze daarom. Joline schenkt haar een glimlach. "Dank u, ik hoop dat ik nog lang op hem mag rijden" Een beetje verdrietig kijkt Jannemiek op "jammer genoeg gaat To over een paar maanden met pensioen, dit wordt zijn laatste wedstrijd" zegt ze zacht. Even is Joline uit het veld geslagen. Zonder haar To, onmogelijk. Even later fietst ze verslagen naar huis. Konden haar ouders To maar kopen. Dat las je altijd in van die mooie verhalen, dan liep alles goed af. Maar bij haar lijkt het meer op een nachtmerrie. Haar ouders zijn niet rijk genoeg om een paard te kopen. En dan de stalling nog. In tranen komt ze thuis en rent gelijk naar boven en laat zich daar op haar bed vallen. "Wat heeft zij?" vraagt haar oudere broer Jos zich gelijk af. Maar moeder schudt haar hoofd "geen idee". Ze loopt naar de kamer van haar dochter en vraagt wat er met haar aan de hand is. Snikkend verteld ze het hele verhaal. Haar moeder haalt haar hand door haar haar. "Het spijt me, Joline maar wij hebben echt geen geld voor een pony" zegt ze somber. "Dat begrijp ik wel" zegt Joline dan. Maar ik hou zo van To !" "Dat snap ik, meisie" Even later valt ze in tranen in slaap...
Wedstrijddag!! Joline trekt haar rijlaarzen aan, niet echt mooi zijn ze. Oud en versleten. maar wat maakt het uit? Ze heeft tenminste paardrijlaarzen. En To vindt het vast ook niet erg. Ze fietst naar de manege en gelukkig krijgt ze van Jannemiek een rijjasje, zodat ze mee kan doen. Want die zijn verplicht. Ze loopt naar de box van To en knuffelt hem. Ze hoeft alleen maar te poetsen en te zadelen, want bij een fjord kun je de manen niet invlechten. Dat scheelt weer een hoop tijd. Even later mag ze met To gaan inrijden. In de andere bak. Even later komt ook Kimberly aangestuifd. En wat zien ze er prachtig uit. Natuurlijk heeft Kimberly de mooiste van de mooiste rijkleding aan, en ziet ook Dancer's Victoria en prachtig uit. Ze lopen op hun twee af. Joline ziet gewoon aan haar gezicht dat ze iets naars gaan zeggen, en ja hoor; "Ik heb gehoord dat ouwe To met pensioen gaat, haha. Stomme bok!" grijnst ze en met haar neus in de lucht verlaat ze de bak. Kimberly moet rijden. En natuurlijk rijdt ze de sterren van de hemel. Maar Victoria doet eigenlijk alles zelf. maar toch rijden ze fantastisch. Even later wordt haar naam omgeroepen. "Kom op To, we kunnen het!" zegt ze zacht tegen haar lieveling. Ze begint aan haar proef. Binnenkomen in arbeidsdraf, bij X halthouden en groeten. Dat gaat allemaal goed. Heel de proef gaat goed, maar niet zo goed als die van Kimberly. Als ze de bak verlaat loopt Jannemiek op haar af. "Goed gedaan Joline en To, jullie zijn echte winnaars!" zegt ze. Joline glimlacht even. "Dank u, alleen we zijn niet de allerbeste" zegt ze dan weer somber. "Voor mij zijn jullie de winnaars hoor!" troost Jannemiek. Even later als ze To afzadelt loopt Jannemiek weer naar hen toe, maar nu nog vrolijker. "ik heb goed nieuws" zegt ze "Ik heb To gekocht, en omdat ik nog een verzorgster zocht..." ze kijkt naar Joline "wat..ik..echt?" stamelt Joline. "ja, To is jou verzorgpony, in de les rijd je nu wel op een ander paard. Maar buiten de lessen mag je doen met To wat je wil!" Wat is Joline blij, wel niet de winnaar vandaag, maar wel de allermooiste prijs; To als verzorgpony!!!
2 bouwvakkers zitten op het dak van de kerk werkzaamheden(reperatie) te verrichten zegt de ene bouwvakker tegen de ander: ik moet heel nodig naar het toilet waarop de ander zegt: daar bovenop het puntje van het dak is een klein gaatje, doe het daar maar...
In de kerk is de mis bezig, zegt de priester: Bid tot god, al het goede komt van boven!
Vrijdagochtend, half acht. Mijn telefoon vraagt me voor de vierde keer of ik onderhand toch niet uit bed moet gaan en mijn werk moet gaan bezoeken. Mijn antwoord is kort en allesomschrijvend: Snooze. Tien minuten later probeert hij het opnieuw, maar mijn brakke hoofd lijkt nog niet klaar voor deze dag. De avonden blijken toch altijd weer leuker dan de ochtenden. Ik til mijn te zware hoofd van mijn kussen en kijk om mij heen. De schade van een nacht alcoholmisbruik is niet te ontkennen.
Rechts van me ligt een bezweet en bevlekt shirt, de bierlucht die het ding uitstraalt weet mijn maag te doen omdraaien met een luide bierboer als gevolg. Tientallen botjes van wat ooit kippenvleugeltjes waren bekleden mijn tafel en geven me een verklaring voor het vogeltje wat in mijn mond lijkt te zijn overleden. Naast mijn bed staat een emmer met het beste nieuws van de ochtend: Leeg. Blijkbaar was ik nog niet dronken genoeg om over te geven, maar ook nog eens nuchter genoeg om een emmer klaar te zetten, just in case. Om een of andere duistere reden staat mijn televisie op ZDF, dat mij in het duits het ochtendjournaal voorlegt. Met een diepe zucht zap ik naar Nederland 2 om te zien of in mijn black-out de wereld vergaan is, maar Gijs Wanders stelt me gerust. Ergens in het midden-oosten wordt nog steeds met bommen gegooid en Zalm weet te vertellen dat we geen extra lastenverlichting zullen krijgen. De aarde lijkt nog net zo hard te draaien als vóór het eerste pilsje. Wanneer Sacha de Boer me probeert te vertellen wie de eerste rit van Wieringerwerf naar Hoogeveen heeft gewonnen, stap ik uit bed. Mijn hoofd is duidelijk nog niet zo ver en begint als een gek te kloppen. De aarde lijkt zowaar iets harder te draaien dan vóór het eerste pilsje. Een paar keer diep ademhalen met mijn ogen dicht brengt het gehei terug tot een zacht, irriterend gedreun. Ik twijfel over een paracetamolletje, maar ik bedenk me dat mijn caffeïneloze maag nog niet om kan gaan met bloedverdunnende schimmels.
Drie grote glazen water helpen niet tegen de eeuwigdurende nadorst en ik vlucht naar de douche. Just my luck. Een van mijn altijd uitgeslapen huisgenoten heeft mijn activiteit gehoord en schiet nèt voor me de douche in. Ik vloek een keertje binnensmonds, ga terug naar mijn kamer en laat mijn espresso-apparaat alvast opwarmen. Gerrit Hiemstra weet me te vertellen dat het vandaag nog mooi weer wordt, maar dat het tegen het einde van de middag gewoon weer kut is. Net als het hele weekend trouwens. Zelden zie ik mensen zo enthousiast kutnieuws vertellen. Hij lijkt wel een clown op een begrafenis. Het voelt als mijn begrafenis, ik ruik tenslotte als een lijk. Ik mis enkel nog koffie en cake.
Koffie: alcohol voor de ochtendmens. Ik kijk naar mijn klok; kwart voor acht. Over een kwartiertje hoor ik achter de telefoon te zitten, een onmogelijke opgave. Alleen al omdat het twintig minuten lopen is en ik nog halfnaakt, stinkend, boerend en zonder koffie door mijn kamer wandel. Ik moet eigenlijk even bellen, maar wacht daar bewust nog even mee. Als ik nu zou bellen, verwachten ze me over een half uurtje - veel te weinig tijd, veel te veel te doen. Langzaam raken mijn hersenen weer doorbloed, het wordt tijd om prioriteiten te gaan stellen. Prioriteit 1: Koffie. Mijn espressomachine heeft altijd een minuutje of vijf nodig om op temperatuur te komen, maar dat doet hij alleen als de stekker er in zit. Just one of those days. Ik hoor gestommel op de gang: de douche is weer vrij. Snel pak ik mijn handdoek en ren de trap op richting douche. Ik vertel me in het aantal treden en knal op hoge snelheid met het kleinste teentje op mijn voet tegen de allerlaatste trede. Hier kan geen koffie tegen op; ik ben in één klap nuchter. Ik wil gillen, maar mijn middenrif trekt zich samen. Een asmatisch hoog piepje is alles wat er uit komt. Niet lang echter. Mijn samentrekkende middenrif maakt een dansje met mijn maag en de volgende momenten zal ik je besparen. Het eindresultaat mag er wezen: een naar ontbindende gemarineerde kippenvleugeltjes-in-een-bedje-van-bier-ruikend douchegordijn en nét te grote stukjes voor het doucheputje.
Ik geef het op, duik mijn bed in, en zing mijzelf met de vrijdagochtendbleus in slaap.
Vraagt een man uit de kroeg aan een man die naast hem zit: "Wat vind u van al die sex op de tv?" Antwoordt de man die naast hem zit: "Nou het maakt mij niet zo veel uit, ik val er toch altijd vanaf..."
Blij en geluukig ga ik op vakantie naar Kaapverdie met mijn zus. Gezzelig met me zus alle jongnes gek maken.Snel lopen Lydia en ik naar de gates van onze vliegtuig. Na lang wachten kunnen we aan boord geluukig zitten we niet ver van de deur.Er zijn overal drie stoelen links midden en rechts wij zitten aan de linkerkant.Naast het raam zit ik en naast mij me Zus, naast haar is nog een plek leeg daar komt een meneer zitten. De eerste indruk dat ik van die man had was ik niet bij mij in de buurt.Na een tijdje stegen we eindelijk op, op weg naar Kaapverdie. Van de reis konden we niet klagen het was gezelig er was muziek en eten van Kaapverdie. We hadden nog 3 uur om te vliegen en die meneer naast Lydia begon met ons te praten. Uiteindelijk bleek hij naar de zelfde plek te gaan waar wij gaan: naar het gekogte huis waar m'n vader in woonde toen ddie nog leefde.Dat huis is verdoemd zegt die meneer opeens. Lydia die daar niet op in ging ging wat muziek luistren maar de meneer was nog niet klaar. Dat huis moet verbrand of gezegend worden want wat daar is gebeurd. Wie daar gaat wonen zal niet gelukkig worden of het geluk vinden om te trouwen of kinderen zal baren. Van dat laaste schrok ik hevig. Lydia Lydia fluister ik '' wat is er '' vroeg ze me. Die meneer zegt dat dat huis van pap niet goed is en verdoemd. Maak je geen zorgen die man is gek met die woorden keek de man mij met een blik in zijn ogen wat mij doet schrikken.
Eindelijk waren we op de plaats der besteming het is er lekker warm en er is een windje dat lekker langs je lichaam streelt.
We gingen met de taxi naar het huis van me vader, het was niet ver minstens een half uurtje rijden. Toen we er waren stonden er mensen voor de poort als ze ons verwachte maar we kenne er niemand. We betelen en stappen uit ik zie helemaal geen huizen allen die van pap. Vrouwen met kruisen keken naar ons en mannen met kaarsen kinderen staarden en oude bejaarden hadden een teken op een bord naar ons gegooid. Lydia doet de pport open met het sleuteletje die we hadden gekregen van papa voor hij dood ging zijn laats woorden waren best eng nu ik eraan denk: Pas op voor de mense in het dorp pas op en wees lief tegen het huis. De avond daarop was niet bepaald leuk Lydia en ik moesten een kamer en en bed deelen want er waren niet veel spullen en maar 1 kamer. Later die avond zijn we lekker gaan slapen Lydia slipe eerder dan mij. Alles draalde door mijn hoofd en dat maakte mij best bang. Ik kreeg ff wat dorst en liep haastig naar de keuken voor een glas met ijskoud water. Ik hoorde gegrom maar lette er niet op. Ik hoorde weer het gegrom maar nu harder ik rende de trap op, ik struikelde over mijn voet. Ik keek naar vorenen zag niets ik was te bang om te bewegen. Toen ik dan alle moed die ik nog had, had verzamelt brobeerde ik op te staan. Ik hoorde niet dat Lydia nu ook naar bendeen was gekomen en liep tegen haar op boem we botsden. Allebij stonden we dan beneden. Wat doe zei ze boos. Ik stotterde van geluk dat ik niet meer allen bendenden was. Grggrgrrgr daar klonk het gegrom weer. We keken naar de keueken en zagen iets bewegen van schrik vallen Lydia en ik naar achteren. Op dat zelfde moment kwam er een witte schemering op hun af. Het leek wel een pop maar helemaal witte gizicht en over het lichaam zwarte vieze haren met diep gaande rode ogen. Hij rende met een vaart en stopte precies voor ons en streeld ons hele lichaam. We waren op we konden nietz zeggen of doen helemaal zwak waren we. Dat vieze wezen deed z'n mond wijd open en een zwarte dikke gespeirde tong kwam mijn richting op de tong spierde in mij oor en ik kreeg er kippevel van. Lydia die nu meer krachten had kroop langzaam weg van mij en het wezen.Zijn tong deed mijn trillen en het ging in me en dieper in me het brande jeukte van alles maar vooral deed het erg pijn. Lydia die nu de deur had bereikt rende naar buiten en zag de zelfde mensen bij de hek staan die er gisdtere ook stonden toen ze kwamen. De bejaarde vrouw gaf een seintej en een gespierde zwarte man tilde haar op met haar hand voor haar mond en namn haar mee. Ik werd intussen helelmaal lehegezogen en had zowat geen leven meer, het wezen had wat ie wou en liet me daar liggen als of ik dood was. Mijn zus Lydia die nu in de bossen was met de jaarde vrouw en de zwarte man die haar leven ontnamen en haar vervolgens weer mee namen naar het huis waar ik was. De zwarte man tilde haar op en gooide haar over het hek.Er kwamen allemaal gedrochten te voorschijn uit het kleine jungle wat me pa in de tuin had Ze bogen over Lydia en.......
De belastingsinspecteur komt langs bij een synagoge. Terwijl hij de boeken controleert vraagt hij de Rabbijn: "Ik zie dat u veel kaarsen koopt, wat doet u eigenlijk met het overgebleven kaarsvet?"
"Goede vraag ", zegt de Rabbijn, "Dat sparen we op en geven het terug aan de fabrikant. Eens in de zoveel tijd sturen ze ons dan een doos met gratis kaarsen toe."
"Oh " zei de belastingsinspecteur, enigszins teleurgesteld dat zijn ongewone vraag een praktisch antwoord had.
Maar onverstoorbaar ging hij door met zijn stuitende vraagstelling: "En hoe gaat dat dan met de Matzes ?(koekjes) Wat doet u met de kruimels ?" "Ah!" zei de Rabbijn, en realiseerde zich dat de inspecteur hem wilde pakken met een niet te beantwoorden vraag. "Wij verzamelen de kruimels en geven deze terug aan de fabrikant. Eens in de zoveel tijd sturen ze ons dan een doos met gratis Matzes toe."
"Ik begrijp het, " antwoordde de inspecteur, snel denkend over hoe hij het deze betweterige Rabbijn verder moeilijk kon maken.
"Nou Rabbijn, dan rest me nog een vraag, wat doet u met alle overblijfselen van de besnijdenissen ?"
"Ook hierbij verspillen wij niets!" antwoordde de Rabbijn. "Wij verzamelen alle stukjes voorhuid en sturen deze naar de Belastingsdienst, eens in de zoveel tijd sturen ze ons dan een lul om de boeken te controleren."
Een man en een vrouw zitten in de kerk. Zegt de vrouw ineens tegen de man : " Ik heb een klein scheetje gelaten wat moet ik nu doen?" Zegt de man :"Niks, ik maak thuis je gehoorapperaat wel"
Iedere tweede zondag in mei is het bij ons moederdag.
De traditie is dat kinderen hun moeder verrassen met een ontbijt op bed of zelfgemaakte presentjes en vertederende versjes. En de moeder? Zij hoeft de hele dag lekker niets te doen, behalve natuurlijk uitgebreid genieten van alles.
De oudheid Al eeuwenlang worden moeders op de hele wereld vereerd. In het oude Griekenland bestonden er een soort "moederdagen". Op het lentefeest werd Rhea, de moeder van de goden, door de oude Grieken vereerd. De Romeinen kenden dit feest als Hilaria, ca 250 jaar voor Christus, en vierden het met offers in de tempel van Cybele, de Romeinse moeder van de goden. Maar ook de Christenen kenden al een soort moederdag. Zij vierden een feest ter ere van de Maagd Maria.
De Zeventiende Eeuw
Rond 1640 bestond er in Engeland, de zondag voor Pasen, 'Moeder Zondag'. Veel arme kinderen woonden en werkten bij rijke mensen als bedienden. Op Moeder Zondag hadden ze vrij om hun moeders te bezoeken en te vereeren. Ze gingen naar de kerk in hun eigen dorp. Ook wel de 'Moeder Kerk' genoemd. Meestal namen ze bloemen en traditionele Simnel cake mee, Mothering Cake (Moeder Cake), voor een extra feestelijk tintje.
Tegenwoordig
In 1872 wilde schrijfster en dichteres Julia Ward Howe, Moederdag in Boston (Amerika) introduceren als een dag van de vrede. Ze schreef een aankondiging en wilde 2 juni als moederdag en officile vrije dag. Ze kreeg maar een kleine bekendheid. De eerste moederdag zoals we die tegenwoordig kennen werd in 1906 door een Amerikaanse vrouw, Anna Jarvis uit Grafton, West Virginia, gentroduceerd. Anna's moeder had elf kinderen, waarvan er zeven jong stierven. Om haar verdriet te 'vergeten', besloot Anna's moeder haar leven te wijden aan het helpen van andere mensen. Moeder Jarvis stierf op 8 mei 1906, de tweede zondag in mei,met haar dochter Anna aan haar zijde.Toen besloot Anna iets te organiseren om alle moeders te eren. Op de tweede verjaardag van haar moeders dood vierde Anna de eerste Moederdag in Grafton. Zij deelde anjers uit aan de moeders in haar kerk. Een jaar later werd ook Moederdag gevierd in Philadelphia. Anna vond medestanders en samen deden ze er alles aan om Moederdag ook tot andere steden te laten doordringen. Ze praatten met invloedrijke personen en schreven samen meer dan 10.000 brieven, onder meer naar de gouverneur van West-Virginia. En met succes. Vanaf 1910 werd Moederdag in heel West-Virginia gevierd. Dit was echter nog steeds niet genoeg voor Anna. Ze legde daarom haar idee voor aan de toenmalige president, Woodrow Wilson. Hij riep in 1914 moederdag uit, tot een nationale feestdag. Anna zelf is overigens nooit getrouwd en heeft nooit zelf kinderen gehad.
Wanneer vieren we moederdag?
Moederdag wordt in veel landen ter wereld gevierd, maar niet altijd op dezelfde datum. Het vieren van Moederdag op de tweede zondag van mei is traditie in: Denemarken, Itali, Turkije, Australi, Belgi, Amerika en Nederland. In Engeland wordt Moederdag nog steeds gevierd op de Zondag voor Pasen. In veel andere katholieke landen wordt moederdag op 15 augustus gevierd, de dag van Maria-ten-hemelopneming. En in Frankrijk is het moederdag op de laatste zondag van mei. Behalve als dat op Pinksteren valt, dan is het de eerste zondag in juni! In Spanje wordt El da de la Madre de eerste zondag in mei gevierd.
Zegt een man tegen een andere: "Ik heb een waterbed gekocht." "Ah, leuk!" antwoordt de andere man. "Ja", fluistert de eerste man, "met zeewater..." "Met zeewater? Hoezo dat dan?" vraagt de andere. "Dan gaat de mossel beter open..."
Een klusjesman knapt al jaren in een nonnenklooster alle karweitjes op. Hij heeft al tijden een oogje op zuster Theresa, maar hij durft haar niet te benaderen. De klusjesman bespreekt zijn probleem met de tuinman van het klooster. "Weet je wat je dan moet doen?", zegt de tuinman: "Je trekt een pij aan en als monnik verkleed ga je in de bosjes liggen wachten. Als dan zuster Theresa aan komt lopen, spring je uit de bosjes. Je gooit het pij open, toont je erectie, en dan roep je 'Geschenk van God, mee naar de bosjes'."
De klusjesman vindt het een goed plan. Hij trekt een pij aan en gaat in de bosjes zitten wachten. Als zuster Theresa langskomt, springt de klusjesman de bosjes uit, gooit zijn pij open, toont zijn erectie en roept: "Geschenk van God, mee naar de bosjes." De non gaat mee de bosjes in, en daar maakt de klusjesman een vurige wip. Als ze klaar zijn, wil de klusjesman eigenlijk toch wel bekennen wie hij is. Hij zegt: "Ik moet je wat bekennen: ik ben geen monnik, maar ik ben de klusjesman." Krijgt 'ie als antwoord: "Ik moet je ook wat bekennen: ik ben zuster Theresa niet, ik ben de tuinman."
Er is een overstroming en een priester die vast zit in die overstroming met het water al tot op zijn knin. komt er een motorboot langs met mensen erop die zeggen: stap toch in, straks verdrink je nog! Maar die priester zegt rustig: nee, god zal mij wel redden! dus die motorboot gaat verder. Na een tijdje staat er water al tot aan zijn middel, komt er terug een motorboot voorbij met mensen die zeggen: stap toch in, straks verdrink je nog! Maar die priester zegt rustig: nee, god zal mij wel redden! dus die motorboot gaat verder. Na een tijdje staat het water tot aan zijn kin, en weer komt er een motorboot voorbij met mensen die zeggen:stap toch in, straks verdrink je nog! Maar die priester zegt rustig: nee, god zal mij wel redden! dus die motorboot gaat verder. Na een tijdje is de arme man verdronken. in de hemel vraagt hij aan de goede vader: vader, waarom hielp u mij niet? Zegt god: man, ik stuurde je 3 motorboten!
Jantje loopt met zijn vader door het bos. Op een gegeven ziet Jantje ziet twee koeien neuken. Hij vraagt aan zijn vader wat ze daar aan het doen zijn. "Ze bakken patat", zegt z'n vader. Ze lopen veder en zien twee schaapen neuken. Jantje zegt: "Daar zijn twee schapen patat aan het bakken!" "Jep", antwoordt vader. Ze komen thuis en Jantje gaat naar bed. Hij wordt wakker van gekreun en loopt naar de kamer van z'n ouders om te zien wat er aan de hand is. Hij opent de deur en vraagt wat ze aan het doen zijn. Antwoordt zijn moeder: "We zijn patat aan het bakken.." Jantje: "Ah, ja ik zie het, de mayo loopt nog langs je mond."
Er staat een vrouw bij een bushalte, met een kat op haar arm. Er komt een man voorbij en die vraagt: "Mag ik je poesje aaien?" Die vrouw zegt: "Ja hoor, moet je wel even mijn kat vast houden."
Jenny is twaalf. Ze mocht alleen thuisblijven. Jenny wuifde haar ouders glimlachend uit. Het was acht, en haar ouders gingen naar een feest. Ze zouden pas heel laat thuiskomen. Jenny deed de deur dicht en ging naar de keuken. Ze pakte een zak chips, een kom rijstpap, en cola. Daarmee gin ze in de zetel zitten. Ze zette de tv aan. Op MTV was niets op, dus zapte ze verder. Een spelprogramma, nog een spelprogramma en... haar favoriete soap. Ze nestelde zich in de zetel en bekeek de soap. Om negen uur was de soap afgelopen en was er voor de rest niks op tv. Dus zette ze de tv met een zucht af, grabbelde de chips en de cola bijeen en ging naar haar kamer, waar haar computer stond. Ze zette de computer aan en ging op Internet surfen. Na wat gesurf ging ze chatten. Er waren maar een paar mensen in de chatbox. Eén daarvan was Griezel. Jenny klikte twee keer op de naam Griezel, zo kon ze er prive mee chatten. 'Hoi!' typte Jenny. Er kwam al gauw antwoord 'hoi! Ben je alleen thuis?' 'Ja!' typte Jenny 'en jij?' 'ook!' antwoorde Griezel 'wat is je e-mail adres?' Jenny gaf haar e-mailadres. Plotseling verscheen er in bloedrode letters 'HET EINDE IS NADERBIJ!' Jenny schrok, wat een idiote grap. Ze typte 'joh, doe niet zo eng!' 'Ik ben toch Griezel!?' typte Griezel. Jenny ging kwaad de chatbox uit, ze moest weer zonodig zeggen dat ze alleen thuis was! Toen flikkerde het lampje dat betekende dat er een e-mail was. Jenny was opgelucht, misschien wel een mail van haar vriendje! Ze opende snel de mail. Maar daarin stond: 'HET EINDE IS NADERBIJ. PAS OP. IK KOM JE HALEN. JE BENT NIET VEILIG MEER. HET IS VANDAAG VRIJDAG DE DERTIENDE.' Alles was in bloedrode letters getypt. Jenny rilde, het was vandaag inderdaad vrijdag de dertiende. Snel sloot ze de computer af. Opeens klonk de deurbel. Jenny rende naar beneden en trok de deur open. Maar daar, voor haar, stond een enge man die haar wou grijpen! Jenny glipte onder zijn benen door en rende naar het huis van de buren. Gelukkig was ze sneller. Vlug belde ze aan. Er klonk gestommel. Angstig zag Jenny de man steeds dichterbij komen. Toen werd de deur opengedaan en ging ze snel naar binnen. Hijgend legde Jenny de buren uit wat er gaande was. Daarna belde ze de politie, maar ze vonden de man nooit. Dus, als je nog eens alleen thuis bent, pas dan maar op!
Er was eens een katje, en dat katje had een heel lief baasje dat het katje,dat Boenie heette, heel goed verzorgde, elke dag kreeg Boenie een schoteltje melk en mocht ze een halfuur op baasjes schootje liggen terwijl baasje haar kamde. Boenie was heel gelukkig, en haar baasje natuurlijk ook, maar op een dag was Boenie buiten aan het spelen toen plots een nare man met een geweer kwam en zei: '' Grrr al die vuile katten, ze vermoorden al mijn duiven, maar ze zullen boeten'' En de man schoot op Boenie, maar Boenie's baasje had het schot gehoord en kwam buiten kijken, ze zag dat Boenie bloedde en belde de dierenarts, de dierenarts heeft Boenie goed verzorgd en nu speelt Boenie weer vrolijk in de tuin, de nare man is verboden ooit nog op andermans grondgebied te komen en op katten te schieten.
Jaren geleden toen ik zo'n jaar of 16 was, kocht ik voor een duppie een vel papier, met daarop allemaal vragen van, Amsterdammers, aan het huisvestingsbureau ! We hebben om de woordspelingen altijd vreselijk moeten lachen, het was presies, zo als het ook ging! Het velletje papier ben ik kwijt geraakt, ook nooit meer ergens gelezen, tot ik het vandaag op het internet tegenkwam.Goh, ik was gelijk weer het kind van toen, niets erin was nog veranderd! Ik zet het hier onder ook voor jullie even neer!
volgende zinnen zijn afkomstig uit brieven verstuurd aan het Amsterdams huisvestingsbureau:
Ik vraag U niet om een woning, want die heb ik, daarom vraag ik U om een andere woning. Mijn 15-jarige zoon slaapt noodgedwongen bij mijn 13-jarige tweelingzusje in de kamer. Ik moet elke dag bevallen, zodoende wordt mijn woning te klein. Mag ik ruilen met mijn overbuurman daar die man weduwe is en geen kinderen heeft. Mijn vochtontwikkeling in de huiskamer is niet om te harden De hond blaft de hele avond door en met de kat is het hetzelfde geval. De drollen drijven door de gang, daar moet in gegrepen worden. Het vijfde kind is op komst en staat voor de deur. Reeds ruim zes jaar ben ik getrouwd met een kind van 2 jaar. Ik heb een lekkaasje op zolder en dat is naar beneden gekomen. Ik eis dat ik net zo opgeschilderd wordt als mijn buurman. Wilt u eens naar mijn bovenkamer laten kijken, die zit vol beesten. Het vocht dringt door de muur van de slaapkamer van mijn schoonmoeder, die helemaal beschimmeld en verrot is. Aan de ene kant lekt het dak en aan de andere kant moet ik bevallen. Vroeger deed ik een hoop op de kachel, nu moet ik het op gas doen. Even leg ik mij neer om u enkele letters toe te dienen Ik zit in nood in een onverklaarbaar bewoonde woning. De hond blaft de hele avond door en met de kat is hetzelfde geval. Ik eis dat ik net zo opgeschilderd wordt als mijn buurman. Mijn man loopt met brongieters en mijn borsten piepen ook. Ik wou graag een aanval op uw goedheid doen. Weleerwaarde heer burgemeester, hiermee kom ik u een aanzoek doen, en wel voor een andere woning. Ik ben 's zomers uitgeleverd aan de ijswagen en 's winters aan de steun. Ik heb rheumatiek en een kind van 4 jaar. Dat komt allemaal van het vocht. Ik ben sedert 5 maanden in verwachting. Moet dat zo blijven? Mijn vrouw is in nadere omstandigheden ... Ik kan dat gesnurk van mijn vrouw niet langer handhaven. Zij wordt gekweld door de gedachte dat dit nooit zal veranderen, tenzij u ons wilt helpen aan de mogelijkheid op gescheiden bedden te slapen. Wij moeten dringend een andermans huis hebben. Wij zitten zo krap, dat de mensen naast ons die de griep hebben, ons door de dunne muren aansteken. Als U eens poolshoogte kwam nemen, kunt U ook de griep krijgen. Mijn vrouw moet hete baden nemen. Als de kachel brandde, kon ze het daarop doen Verzoeke meer gas, daar ik 14 dagen geleden een zoon heb gekregen, wat me door de drukte door het hoofd is gegaan. We hebben het zo benauwd, dat we ons niet kunnen keren van de ruimte. Wij willen ook wel eens languit leggen. U moet eens komen kijken, want de huisbaas verrekt het. Als U ons zag leggen, zou U er werk van maken. Mijn moeder werd door de tand des tijds gedwongen bij mijn in te wonen .. ik gebruik wekelijks 29 gasmuntjes per maand Daar mijn vrouw een kind ter aarde heeft geschonken, heb ik meer gas nodig Wat koken betreft staan wij op een zeer laag standpunt. Wij zouden graag voor een ander pitje in aanmerking komen Mijn buurman stinkt naar gas; ik denk dat hij een gat heeft. De w.c. is lekt, aangezien we er met zijn dertienen wonen. Mijn water loopt steeds maar over. Ik lig al drie jaar op mijn bed met isias. Ik hoop dat ik het goed schrijf, anders denkt U dat het een Poolse violist is. Wilt u het zaakje van de buurman eens onderzoeken want er zit een luchtje aan Ik heb last van mieren in mijn fondament. Ik wil mijn gat dichthebben. Ik heb er last van. Ik ben verstoken van w.c. Stelt u zich eens voor burgemeester: u en uw gezin scheitend op een emmer. De w.c. is bouwvallig, zodoende kunnen we er niet langer meer huizen De buren klagen over mijn gas. Ik ben echter niet iemand, die zomaar gas laat vliegen. Ik lijd al lange tijd aan lekkage op mijn zolder. De was kan zodoende niet gedroogd worden en mijn vrouw zit daardoor al dagen met d'r ondergoed omhoog, maar er is nog niemand komen kijken. Ik ben een staande vrouw alleen, zodoende is mijn woning te klein Met eerbiedige beschuldiging richt ik mij met het bovenstaande tot Uwe edelachtbaarheid Ik ben een eenzame alleenstaande vrouw alleen, daarom heb ik me laten krabben voor vast recht. De woning wordt te klein want ik krijg er iedere dag een kind bij. Meneer de Burgemeester, daar moet U toch wat aan doen. U kunt voelen dat mijn geval niet in orde is, doet U het eens.
brief aan de Raad van Arbeid:
Tot mijn verbazing deel ik u mede, alsdat ik op 12 december met een hersenschudding in de ongevallen wet ben gaan lopen. Daar ik vader ben van een vrouw en vier kinderen, zitten we automatisch op de centen te springen. Ik moet toch ook mijn huishuur, kostgeld en levensstand betalen. Maar ik weet wel, mensen met dikke beurzen hebben maling aan Jan Grijpstuiver. Ik wil u wel mondeling bezoeken, maar als ik er niks van hoor, neem ik mijn beweging in handen, want mijn vrouw verwacht iedere 10 minuten een baby. Geef me dus uitkering, anders kom ik in geldelijke omstandigheden te verkeren.
Er was eens, lang geleden een bitch die Assepoester hete. haar stiefmoeder en stiefzusters probeerden haar als slaaf te behandelen maar Assepoester was veel te bitchie. en elke keer dat haar stiefmoeder of stiefzusters haar wouden commanderen zij Assepoester: Talk to my hand, my face is too beautiful for you. en omdat het niet lukte Assepoester aan het werk te krijgen, gingen ze op een nacht naar haar mooie roze slaapkamer toe en tilden de 3 haar met veel moeite naar de vieze grijze kelder toe. ze gingen weg en deden de deur op slot, ze lieten een briefje achter met daarom geschreven: als je uit de kelder wilt komen moet je eerst beloven dat je alles zult doen wat wij je vragen. toen Assepoester na een paar uur wakker werd merkte ze niet gelijk dat ze in de vieze kelder was. maar toen ze ging staan en zag dat er een grote bol stof op haar vluwelen pyama zat begon ze te schreeuwen. na ze harde kreet keek Assepoester in het rond. na 6 keer heen en weer te hebben gekeken merkte Assepoester het briefje op. ze pakte de envelop en zij: BAH...ik ga die envelop echt niet open maken dan moet ik er met mijn nagels langs en ik heb net een manicure gehad. maar Assepoester wilde toch weten wat er in de envelop zat. ze maakte het met pijn in haar hard open en haalde een brief eruit met roze inkt erop. Ohhhh...nee schreeuwde Assepoester, ze hebben roze inkt gebruikt. alles van roze is IN behalve roze inkt weten ze dan niet dat paarse inkt het nieuwe roze is...Wat een SUKKELS. maar goed, Assepoester vouwde de brief open en lat de roze lettertjes stuk voor stuk alsof het miljoenen pareltjes waren. OHHHHH...nee echt niet ik blijf hier echt niet in dit stinkende hol!!! Bovendien heb ik vanavond een bal bij het boeren huisje waar de de prins zijn prinses zal gaan kiezen. hij is lelijk maar hij is wel rijk!!! ineens hoorde Assepoester een stem, klein maar toch heel hoog. en toen POEF...hallo trutje hoe is het ermee. oh nee een goede vee waarvan ik vroeger altijd dacht dat ze bestonden net zoals ik vroeger dacht dat eenhoorns bestonden. Bent u echt, Euhm vliegend wezen. oh noem me geen vliegend wezen! noem me goede vee, zo ik heb begrepen dat er iets aan de hand is dus vertel maar. Oh man is iedereen hier zo dom zucht Assepoester. natuurlijk is er iets aan de hand, ik heb vanavond een bal en die sletje van hebben me hier opgesloten en willen dat ik alles ga doen wat hun vragen en dan mag ik hier uit. ho wacht even zegt de goede vee, wie zijn die "sletjes"? oh dat die sletjes zijn mijn stiefmoeder en mijn stiefzusters. Ohhhh...misschien moet je dan iets minder bitchie zijn Commandeert de goede vee. maar voor deze keer zal ik je bevrijden, een mooie jurk en schoenen geven, je haar goed doen en je make-up op doen en een uitstekend vervoer naar de prins geven. Ohhhhh...dank u goede vee, dank u!!! zo zwaaide de goede vee met haar toverstaf en Assepoester zag er geweldig uit. na een rit met een koetst komt Assepoester aan bij het boerenhuisje waar het bal plaats vind. Assepoester stapt binnen en de prins staat gelijk op. hij gaat voor Assepoester staan en zegt: jij bent de mooiste vrouw die ik ook heb gezien, wil je met me trouwen. nou dat wil ik wel zegt Assepoester. maar dan verwacht ik dat ik een eigen sauna een eigen beauty salon, een eigen cabrio, een eigen kapsalon krijg en dat we in LA gaan wonen! OK? JA alles wat jij maar wil mijn liefste. oh enne...zegt Assepoester, doe dat prinsen pak uit dat is helemaal uit de mode, die eens wat allstars, gympen en een shirt met teksten van gerard joling aan. Ok mijn liefste modegrage Vrouw. Hooooooh...zegt assepoester ik wil niet dat je mij modegrage Vrouw noemt dat is zooo Clich. Ok mijn liefste antwoord de prins, hoe moet ik je dan noemen? Euhm...Schatje of prinses of liefje of liefste ofzo dat is wel goed. Ok schatje antwoord de prins ik zal alles doen en je alles geven wat je hartje begeerd