papa.......... ? prettig weekend! groetjes, Ronny papa.......... ? Papa ? Hoe ben ik geboren? OK, ik wist dat de dag er aankwam dat ik je dit moest uitleggen Papa en mama hebben mekaar ontmoet op den "chat" via internet. Papa maakte een rendez-vous met mama en zo ontmoetten ze mekaar in de toiletten van een cybercafé. Toen deed mama enkele downloads van papa's memory stick. Toen papa klaar was voor een upload, ontdekten ze dat er geen firewall aanwezig was. Vermits het nadien te laat was om de verstuurde informatie te "deleten", kwam plots - 9 maand nadien - dat stukske virus opduiken !!!
Een paar wil een kind krijgen maar het wil maar niet lukken. Ze gaan naar vele dokters maar niemand kan hen helpen. Dan horen ze dat er een heel goede dokter in Amerika is, dus ze gaan naar Amerika. Eens bij de dokter zegt de dokter : "Undress and do it !" Een beetje beschaamd beginnen ze het te doen. Na een tijdje zegt de dokter : "I've found it." Hij schrijft iets op een papiertje en het paar vertrekt terug naar Belgie. Ze gaan direct naar een apotheker en zeggen : "Wij hebben tritheoterol nodig." De apotheek zegt : "Dat bestaat niet. Mag ik het papiertje eens zien?" De apotheker begint te lachen en zegt : "Er staat : try the other hole."
ik zit nu in de 3e klas maar ik ben al zins groep 3 verliefd op een jongen. ik ken hem nu al mijn hele leven en ben altijd beste vrienden met hem geweest. langzaam groeide onze vriendschap op tot liefde en we waren heel gelukkig we hadden 5 jaar toen we steeds minder met elkaar omgingen. toen we in groep acht allebij naar een andere middelbare school gingen zag ik hem nooit meer en ik miste hem heel erg en we hadden het nog nooit echt uitgemaakt dus ik ging naar zijn huis en hij bleek naar voetbal te zijn. dus ging ik toen naar de voetbal club, waar ik al vaak met hem was geweest voor zijn trainingen en wedstrijden maar hij was daar ook niet, toen liep ik naar zijn trainer en vroeg of hij wist waar bram was maar die wist het ook niet dus ik ging naar zijn beste vriend zijn huis en gelukkig was hij daar ik had me namelijk al aardig zorgen gemaakt. ik wou het uitmaken maar ik wou het ook weer niet want ik hield nog wel van hem. na uren lang praten ben ik toch maar naar huis gegaan en had ik het dus niet uitgemaakt. hij was het volgens mij ook helemaal vergeten want hij begon er ook niet over. zins toen ging ik steeds meer met hem om. en ik ging elke vrijdag naar hem toe. toen ik op een vrijdag weer bij hem langs kwam was hij er niet maar hij was ook niet bij zijn vrienden dus ik smste hem maar hij niet terug. na een uur wachten bij zijn huis kwamen zijn ouders eindelijk thuis en het bleek dat hij de dag ervoor weg was gelopen en hij een briefje achter had gelaten voor mij, er stond op de voor kant dat zijn ouders en broers het niet mochten lezen en dat alleen ik dat wel mocht. dus ik las het briefje en er stond op dat hij nog steeds van me hield en niet wist wat hij met deze gevoelens moest doen en hij vroeg of ik hem kon smsen met het antwoord of ik nog van hem hield. dus ik smste hem en ging na een paar uur bij zijn ouders zitten naar huis en ging gelijk naar bed want het was al 1 uur snachts en ik had de volgende morgen vroeg al hockey. toen ik 6 dagen niks van hem had gehoort werd ik snachts ineens wakker door getik op mijn raam eerst durfde ik niet naar buiten te kijken maar daarna deed ik het toch, en ja hoor het was hem! ik sloop naar beneden zodat mijn ouders niet wakker werden en deed de deur open. hij kwam naar binnen en begon een verhaal maar ik hoorde wat gestommel boven dus ik ging naar boven naar mijn ouders en zij dat ik hele erge hoofdpijn had dus ik even naar buiten ging met de hond. toen ik weer beneden kwam was hij weer weg maar hij had wel gezecht dat hij nog niet thuis was geweest en ik niks mocht zeggen dus dat deed ik ook.toen ik de volgende ochtend wakker werd lag ik beneden op de bank met mijn mobiel naast me, ik keek op mijn mobiel hoe laat het was en ik had een smsje dus ik las het smsje het was van hem. ik moest om 2 uur smiddags onder schooltijd naar zijn huis gaan en wat kleren voor hem ophalen. en daarna naar het plekje in het bos gaan waar we wel eens hadden afgesproken. dus dat deed ik ik ging er heen en ik zag hem weer het eerste wat ik deed was naar hem toe rennen en ik gaf hem een zoen. eerst was hij verbaast want in onze hele relatie hadden we nog NOOIT gezoend. maar daarna vond hij het eigenlijk heel erg fijn en we stonden daar dus in het bos een half uur te zoenen. daarna vertelde ik hem dat het eigenlijk nooit uit was gegaan en ik gaf hem zijn kleren. hij had geen plek om te slapen dus ik zij dat als hij heel stil was hij wel in de schuur kon blijfen maar hij moest elke ochtend om half acht weg zijn en hij moest savonds om 10 uur de schuur in gaan. op die mannier is hij twee dagen gebleven maar daarna heb ik hem naar huis gebracht. hij moest van mij naar zijn ouders dus dat deed hij zijn ouders waren heel erg ongerust en hadden de politie inmiddels ook al in geschakeld dus die waren echt niet normaal blij om hem weer te zien. hebben nu al 8 jaar verkering en zien elkaar nog steeds elke vrijdag het is bijna presies twee jaar geleden dat hij verdwenen was dus vier ik vanavond samen met hem een feestje dat hij er nog is. ik hou nog steeds van hem en hij ook van mij. ik hou van je bram voor altijd!
In heel oude tijden - ik kan niet precies zeggen wanneer - werden de omstreken van Arles-sur-Tech onveilig gemaakt door een ontelbare massa wilde beesten: leeuwen, draken, beren enz; die zowel mensen als vee verscheurden. Tot overmaat van ramp richtte ook nog de pest grote verwoestingen aan in het land. Diep begaan met zoveel ellende, besloot een heilig man, Arnulf genaamd, een Heilige Relikwie uit Rome te gaan halen; want alleen zo'n relikwie zou een einde kunnen maken aan deze treurige toestand.
Te Rome aangekomen, beschreef hij de Kerkvorst het lijden en de voortdurende angst van zijn medeburgers, en smeekte hem om zijn bijstand. De paus stond hem toe één van de te Rome bewaarde Heilige Relikwieën mee te nemen naar Arles, met uitzondering van het gebeente van Sint Pieter en enige andere heiligen die in Rome dienden te blijven. Er waren ondertussen nog een massa andere relikwieën, waaruit Arnulf een keuze mocht doen; maar het was voor hem buitengewoon moeilijk een besluit te nemen in deze gewichtige zaak.
Ten slotte knielde hij neer voor het altaar en bleef daar een hele dag liggen, de goede God smekend om voorlichting bij zijn keuze. Met een verlicht hart zocht hij die avond zijn bed op en - zie! - in een droom verschenen hem twee schone jongelingen die tot hem spraken: "Wij zijn de heiligen Abdon en Sennen. Bij ons leven waren we vorsten, en Perzië is ons vaderland. Wij stierven de marteldood te Rome en onze lichamen zijn op die en die plaats begraven. Ga heen, graaf ze op, en neem ze mee naar uw land. De adem van hun heiligheid zal alle wilde dieren en boze ziekten als met een toverslag doen verdwijnen."
De volgende ochtend toog Arnulf, gevolgd door een grote volksmenigte en een paar werklieden met spaden, naar de aangeduide plek. En zie, daar werden werkelijk de volmaakt geconserveerde lichamen van twee jonge mannen gevonden, en dat het heiligen waren, bleek al dadelijk uit de lieflijke geur, die uit hun graf opsteeg.
Voorzichtig en met grote plechtigheid werden nu de lichamen opgegraven en Arnulf begon ijverig na te denken over de beste manier, om ze naar zijn vaderland te vervoeren. Hij begreep, dat hij zijn maatregelen zou moeten nemen, opdat zijn kostbare relikwieën hem niet konden worden ontstolen. Want in die barbaarse tijd ontzagen vele roofridders zich zelfs niet, dode heiligen te stelen - vooral dezulke, wier wonderkracht bekend was geworden! Wat te doen om hun begerigheid niet op te wekken? Arnulf dacht er lang over na en het resultaat van deze overpeinzingen was, dat hij zijn beide heiligen in een ton liet kuipen, die hij daarna binnen in een nog grotere, verder met water aangevulde ton liet plaatsen, welke laatste ton zorgvuldig werd dichtgemaakt.
Hij had zich nog maar net ingescheept met zijn kostbare lading, of de matrozen van het schip maakten in de nacht een gaatje in het grote vat, niet anders denkend, dan dat het met wijn moest zijn gevuld. Maar hun teleurstelling was groot, toen ze merkten dat er gewoon, helder water uitliep. Vlug smeerden ze het gaatje weer dicht met pek, en zagen verder niet om naar de zonderlinge passagier.
Met zo'n wonderdadige vracht aan boord, kon het wel niet anders of de reis moest voorspoedig verlopen en Arnulf stapte dan ook weldra aan land te Cap de Creus waar op datzelfde ogenblik alle klokken feestelijk begonnen te luiden, tot grote verbazing van de inwoners. Arnulf was de enige, die de reden hiervan begreep; maar hij wachtte zich wel, het geheim van zijn dubbel ingekuipte heiligen te verraden!
De weg van Cap de Creus naar Arles verkeerde toentertijd in zo'n slechte toestand dat die alleen voor muildieren begaanbaar was. Het vat werd dus op een muilezel geladen en Arnulf begaf zich op weg onder geleide van een drijver die de muilezel leidde. Deze beweerde de weg precies te kennen, maar hij bleek een ruwe kerel te zijn. Op een punt gekomen, waar het glibberige pad langs de rand van een afgrond liep, stiet hij plotseling een godslasterlijke vloek uit, zich verbeeldende de moed van de muilezel daardoor te zullen aanwakkeren.
Maar in plaats daarvan, verdween op hetzelfde ogenblik het dier met zijn last in de diepe afgrond! Arnulf was wanhopig! Wat nu te doen? De muilezel terugvinden in de afgrond was onmogelijk en evenmin kon hij nog eens bij de paus terugkomen en om een tweede relikwie vragen. Er zat niets anders op, dan dat hij zijn weg maar vervolgde - en dat deed hij dan ook met lome schreden.
Maar wat beschrijft zijn verbazing toen hij, de poort van Arles-sur-Tech binnenkomend, verwelkomd werd door een feestelijk klokgelui en de bewoners op het marktplein verenigd vond, vol eerbied knielend voor de muilezel met de ton, die door een onbegrijpelijk wonder veilig in de stad was aangekomen. Bovendien had de zuiverende invloed van de beide heiligen - terwijl hun lichamen nog in de binnenste ton verborgen waren - alle pestlijders doen genezen en alle wilde dieren en draken op de vlucht gedreven.
Plechtig werden nu de ongeschonden bewaard gebleven lichamen van Abdon en Sennen uit de binnenste ton te voorschijn gehaald en aan het dankbare volk vertoond. Het water, dat de buitenste ton vulde, werd - om het maar spoedig kwijt te zijn - uitgegoten in een leeg graf. Een ongelukkige melaatse echter, die zijn ellendig leven moe was, sprong er in en... kwam er geheel genezen uit te voorschijn! Ogenblikkelijk kwamen nu ook andere zieken toegelopen om zich eveneens door het wonderwater te laten genezen.
Maar de monniken, die dit zagen, schepten het vlug weer in de lege ton, bewaarden het zorgvuldig in hun klooster en verkochten het bij kleine beetjes. Nog tegenwoordig kan men er een klein flesje van kopen voor één franc; maar niet voor iedereen is het te krijgen. Alleen aan hen, die er in het Catalaans om vragen, wordt het uitgereikt.
Komt er een jager aan en die schiet er één vogel af. Hoeveel vogels zitten er daarna nog op het hekje? Geen één zegt jantje. Hoezo dat dan vraagt de lerares. Nou zegt jantje; Als je er een af schiet vliegen de andere drie weg. "Nee", zegt de lerares het antwoord is drie
maar de manier waarop je denkt vind ik leuk.
Nou zegt jantje dan heb ik ook nog een vraag. Er zitten drie vrouwen op een bankje.
De eerste likt aan een ijsje, de tweede bijt in een ijsje,
en de derde zuigt aan een ijsje. Wie van de drie is getrouwd? De lerares denkt diep na...
ik denk dat het degene is die aan het ijsje zuigt.
Nee, zegt jantje degene met de trouwring om haar vinger. Maar de manier waarop je denkt vind ik leuk.
Ilse loopt naar mama en zegt dat ze buikpijn heeft. Mama voelt haar het hoofd van Ilse, en dat voelt warm aan. Mama vind het beter als Ilse even mee naar de dokter gaat. Ilse vind dat niet leuk, want ze is een beetje bang voor de dokter. Mama belt naar de dokter om te vragen hoe laat Ilse even langs kan komen. De dokter zegt dat ze wel even mogen komen. Mama doet Ilse haar jas aan en zet Ilse in de auto. Samen gaan ze naar de dokter, in de wachtkamer zitten 2 mensen. De meneer zit in een rolstoel , die meneer mag voor Ilse bij de dokter naar binnen. Als de meneer naar buiten komt, roept de dokter Ilse naar binnen. Ilse mag bij mama op schoot gaan zitten, en de dokter gaat achter een computer zitten. De dokter vraagt aan mama wat er met Ilse is. Mama vertelt dat Ilse al een paar dagen buikpijn heeft en heel warm aan voelt. De dokter vraagt of Ilse even op de bank wil gaan zitten. Ilse is een beetje bang maar doet het toch! De dokter pakt een apparaat waarmee hij naar het hart van Ilse luistert. De dokter zegt dat het hart goed is. Dan pakt hij de oorthermometer en meet de koorts van Ilse op. Oh je hebt koorts zegt de dokter. mama kijkt bezorgd en vraagt of het erg is. De dokter zegt dat het niet zo heel erg is, Ilse heeft een griepje en moet een paar dagen thuis blijven. Ilse vind het niet leuk dat ze niet naar school mag, en vraagt aan mama hoe lang ze dan thuis moet blijven. De dokter zegt dat ze thuis moet blijven tot dat de koorts minder is. Ilse gaat weer met mama naar huis en gaat op de bank liggen. Mama brengt Ilse drinken en zet een film aan. Ilse is heel snel weer beter en mag gelukkig weer naar school. Ilse zegt tegen mama; het was helemaal niet eng om naar de dokter te gaan en ik ben gelukkig heel snel weer beter!
Een auto waarin een koppel zit wordt tegengehouden door een zwaantje. Is er iets , agent, vraagt de man aan het stuur. Agent:" ik moet U verbaliseren omdat ge 75km/u reed waar ge maar 50 moogt rijden." Man:" allé agent ik reed ten hoogste 60." Vrouw tegen man:" maar Frans toch ge reed zeker 80" Kwade blik van man naar vrouw Agent:" ge krijgt ook nog een boete omdat uw achterlicht kapot is" Man:" allé agent dan moet dat juist gebeurd zijn " Vrouw tegen man:
Frans, vorige week zegde nog dat ge dat achterlicht moest vervangen,
zijt ge dat vergeten." Kwade blik van man naar vrouw. Agent:" en, meneer, ook nog een boete omdat ge uw gordel niet aan hebt." Man:" allé agent dat kunt ge niet maken want,
ik heb hem net uitgedaan toen je van je moto stapte en naar mij toekwam" Vrouw tegen man:" maar Frans, ge doet nooit uw gordel aan, ge vindt dat te lastig. De man geraakt over zijn toeren en roept tegen zijn vrouw:
"WILT GE GODV. UW SNAVEL NU EENS HOUDEN" Agent tegen vrouw:" roept uw man dikwijls zo tegen U mevrouwtje?" Vrouw tegen agent:" nee agent, alleen als hij zat is."
Jupiler, Akila en Stella gaan samen op café. Jupiler bestelt een Jupiler, Akila een Akila en Stella... een koffie. "Wat is dat nu?", vragen Jupiler en Akila. Zegt Stella : 'Als jullie geen bier drinken, doe ik het ook niet'
De vos loopt door het bos. Maar, is deze vos relaxed? Is deze vos at ease? Nee, deze vos is niet relaxed en niet at ease, want hij wordt achterna gezeten door een meute bloeddorstige honden en jagers. Het trompetgeschal nadert en hij is de uitputting nabij. Als hij even tegen een boom leunt om tot rust te komen, hoort hij boven zich een gelach: Hahahahaha. En als hij opkijkt, ziet-ie daar, zittend op een tak, met een pilsje in zijn hand... de raaf. "Hé voske, hoe is 't nou? Hahahahaa, hahaha." En de vos zegt: "Raaf, raaf alsjeblieft, help me, alsjeblieft raaf, je mag me niet aan mijn lot overlaten. Als je me nu niet helpt, dan zullen ze me verscheuren in kleine stukjes. Alsjeblieft raaf, ik smeek je, vertel me waar het water is waar ik mijn sporen uit kan wissen, vertel me alsjeblieft waar een hol is waarin ik me kan verstoppen, ik-ik weet raaf, wij zijn nooit vrienden van elkaar geweest, altijd hebben we elkaar het leven zuur gemaakt, maar voor deze ene keer raaf, ik smeek je, ik smeek je op mijn knieën, alsjeblieft raaf, help me..." "Ja, dikke lul!" zei de raaf. En de raaf vloog weg. En de raaf vloog helemaal naar de rand van het bos.
Aan de rand van het bos stond een grote boerderij, omgeven door velden. En midden op één van die velden prijkte fier: een vogelverschrikker. En dat was niet zomaar een vogelverschrikker, dat was één van de populairste vogelverschrikkers uit de regio. Zijn naam was: Kieker-Jan. En in heldendichten werden zijn heldendaden bezongen:
Kieker-Jan, Kieker-Jan 't is een held, Kieker-Jan, Kieker-Jan jaagt de vogels van het veld. Kieker-Jan laat zich niet kisten, Kieker-Jan is sterk, Weer of niet, dag of nacht, altijd aan het werk, Kieker-Jan, Kieker-Jan! - Jahahaa!
Ja, en weet je, zelfs de vogels hadden respect voor Kieker-Jan en ze aten alleen maar de zaadjes buiten zijn gezichtsveld. Behalve de raaf. De raaf die ging altijd vlak voor Kieker-Jan staan en dan zei hij: "Hahahehe. Hé, hé, Kieker-Jan. Hahahehehe. Hé, Kieker-Jan, mietje. Hé hahahaha. Hahahaha, hé, Kieker-Jan, verrekte zak hooi, hé, hahaha. Hé let op hè, Kieker-Jan, zaadje, van het veld, jaahahaha, jahaha, zaadje van 't veld, hoppekee, hop, hmm, ja, ja... en nou?" En die arme Kieker-Jan die hing daar maar. Ja, wat moest-ie doen, wat moest Kieker-Jan doen? Het was maar een vogelverschrikker - maar... hij vertrok geen spier.
En ook vandaag hè, het was weer raak, en de raaf die ging weer tekeer: "Hé, hé, Kieker-Jan! Lalalalalahahaha." Maar plotseling, plotseling zag Kieker-Jan in de verte een gestalte naderen. En hij knipperde met zijn ogen en toen zag-ie wie het was. Het was... de vos. De vos was toch aan zijn belagers weten te ontsnappen, was naar de rand van het bos gelopen, had de raaf gehoord en sloop nu behoedzaam richting de raaf en hij dacht: "Oh, man! I'm gonna fuck that motherfucker..."
Hij was tot op één meter genaderd, toen-ie met een sprong boven op de raaf dook, en toen gebeurde er iets ongelooflijks: Kieker-Jan de vogelverschrikker, die nog nooit bewogen had, voelde plotseling in zijn armen en benen een kracht die hij nog nooit gevoeld had, en hij stapt van zijn stok, loopt op de vos en de raaf af en de vos die schrok zo dat-ie de raaf helemaal vergat en de raaf die wilde wegvliegen, maar met een kat-achtige reflex greep Kieker-Jan de raaf uit de lucht, pleurt hem op de grond, samen met de vos beukte hij hem in elkaar en ze spijkerden hem vast aan de stok van Kieker-Jan - Fuck you!
Ja, en Kieker-Jan die wilde meteen een steen pakken en hem doodgooien, maar de vos zei: "Relax. Is niet nodig Kieker-Jan. Geen kwaad met kwaad vergelden Kieker-Jan, dat hoef-nie. Jij hebt je kracht gevonden en hij heeft zijn lesje gehad. De rest is onbelangrijk, we laten hem vrij." En de raaf werd vrijgelaten. "Goh, vos," zei Kieker-Jan. "Vos, ik-ik heb zoveel van jou geleerd. Laten we samen de wijde wereld intrekken en maffe dingen gaan doen, kom op, dan gaan we!"
"Rustig, rustig, rustig," zei de vos, "ik heb een vrouw en kinderen, ik kan niet zomaar weg! Maar weet je wat we doen, ik kom gewoon één keer in de week hierlangs, en dan praten we allebei over wat we meegemaakt hebben en dan worden we hartstikke goede vrienden."
"Jottum!" zei Kieker-Jan, en de vos ging op zijn achterpoten staan om Kieker-Jan te omhelzen... toen er plotseling een schot klonk. PANG! En de vos werd in zijn rug getroffen en viel dood in de armen van Kieker-Jan.
Ja, wat was er nou gebeurd? De raaf, toen die vrijgelaten was, die was met een bocht naar de boerderij gevlogen, was daar in het raam gaan zitten en had tegen de boer gezegd: "Hé eh boer, d'r zit een vos op 't veld. Ja. Jahaa, en die valt Kieker-Jan lastig. Dus eh, jahaa, ik zou maar eens gaan kijken als ik jou was." En de boer, die aarzelde niet, die pakte zijn geweer, zag de vos op zijn achterpoten staan en schoot meteen, maar toen hij aankwam, en Kieker-Jan huilend met zijn vriend op de grond zag liggen, begreep hij dat hij een afschuwelijke vergissing begaan had, en hij dacht: "Oh, mijn God, hoe moet ik dit goedmaken, hoe moet ik dit OOIT goedmaken?" En plots wist hij het, en hij zei: "Kieker-Jan, we ruilen. We ruilen Kieker-Jan, voortaan zal ik hier hangen en de vogels van het veld jagen en jij... neem mijn boerderij, neem mijn akkers, neem mijn vrouw, neem alles wat ik heb, het is allemaal voor jou." En hij had de woorden nog niet uitgesproken of daar hing ie al.
En nu, nog steeds, elke nacht, als de geluiden van rauwe seks uit de boerderij over de akkers waaien, hangt de boer aan zijn stok en ziet hij de tijd aan zich voorbij gaan. En de raaf, leeft nog steeds... Haha.
Een belg, een hollander en een duitser staan op het punt om doodgeschoten te worden. Als de duitser voor het vuurpeleton staat brult hij:Tornado!!! iedereen kijkt om en de duitser rent weg. Als de nederlander aan de beurt is brult hij: Water!!! en weer kijkt iedereen om en ook de nederlander rent weg. Dan is de belg aan de beurt hij brult: VUURRR!!!