Twee Blondjes zitten in een boot te vissen. "Hé", zegt de een , er zit een gaatje in de boot. Er loopt water in!" Zegt de ander: "Maken we er nog een gat bij. Dan kan het water er daar weer uit".
Een beroemde hypnotiseur staat zoals elke avond voor een volle zaal. Hij pakt een zakhorloge en zegt: "Dit horloge is van mijn overgrootvader. Als ik ermee heen en weer slinger zal de hele zaal onder hypnose zijn." Hij slingert het horloge heen en weer en inderdaad gaat de hele zaal onder hypnose. Plotseling schiet het horloge los en valt kapot op de grond. "Shit, zegt de hypnotiseur.
Het heeft een maand geduurd om de zaal weer schoon te krijgen!
Prospeer zegt:"Zeg Filiberke,jij hebt een behoorlijk blauw oog gekregen.Filiberke voelt aan zijn pijnlijk oog en zegt trots:"dat heb ik niet zomaar gekregen,daar heb ik wel keihard voor moeten vechten."
Jantje heeft net een nieuwe fiets gekregen van zijn moeder. Als een gek fietst hij door de straten. Even later ziet hij zijn moeder en schreeuwt "KIJK MA, ZONDER HANDEN". Met losse handen scheurt hij langs zijn moeder. Later gebeurt precies hetzelde,"KIJK MA ZONDER HANDEN", terwijl hij als een gek langs zijn moeder fiets. Een half uurtje later ziet Jantje's moeder Jantje rustig aan komen rijden waarop Jantje zegt,"kijk ma, zonder tanden".
Fientje heeft strafwerk gekregen omdat ze niet kan tellen .Ze moet honderd keer schrijven:ik kan niet tellen.Als Fientje haar strafwerkafgeeft,wordt de juf woedend:"Waarom heb je het maar tachtig keer geschreven?" "Omdat ik niet kan tellen,juf."
komt een man op het politiebureau. ik heb toverkracht ik heb toverkracht!! zegt de politie: dat is fijn voor u dat u kunt toveren gaat u nu maar weer weg! maar de man blijft aan houden... ik heb toverkracht ik heb toverkracht!! waarop de politie antwoord: ga weg, of ik laat u verwijderen met een fikse boete!!
nog geen kwartier later komt er een vrouw op het bureau: help help!! ik heet to en ik ben verkracht!!
Ik sprak laatst in de supermarkt een vrouw, die in staat was binnen vijf minuten haar huwelijkse sleur te vertellen. Wanneer ze mij ziet klampt ze me vaak aan en moet ik weer een heel verhaal aanhoren. Liefst ontwijk ik haar, maar dat lukt niet altijd. Ze had pas haar veertigste verjaardag gevierd. Ze ziet er leuk uit, slank, mooie blauwe ogen en lang blond haar. Ze is getrouwd, maar ik ken haar man niet. Ze klaagde over hem, en ik luisterde aandachtig natuurlijk. Ze vertelde, dat hij haar nauwelijks nog aanraakt, zelfs niet op Moederdag. Vroeger was ze thuis beter gewend, ze werd door de familie altijd verwend met omhelzingen en zoentjes. Dat gaf haar een gevoel van liefde voor elkaar. Haar man was ook zo, maar de laatste jaren niet meer, ook geen seks. Ze durfde hem daarover niet te vragen. Misschien heeft hij wel een ander, dacht ze. Bij hun dagelijkse omgang is er niets aan de hand. Hij is gewoon vriendelijk, ze gaan vaak samen boodschappen doen. Vroeger in bed haalde hij haar altijd aan. Een zoener is hij nooit geweest, maar hij streelde haar altijd voor het slapen gaan. Met zijn handen gleed hij dan zachtjes over haar buik en borsten en kriebelde aan haar oren. Dat vond ze heerlijk. Tot zover haar verhaal. Ik was stom verbaasd, dat ze mij dat zo vertrouwelijk vertelde. Ik kon haar alleen het advies geven om met hem erover te praten en zelf eens het initiatief te nemen. Sommige mannen willen dat, vertelde ik haar, maar dat durfde ze niet, bang een flater te slaan. Ik was nogmaals verrast, dat ze dat allemaal aan mij vertelde. Natuurlijk was ik op mijn hoede, je weet maar nooit. Ik heb het vermoeden, dat veel echtparen zo leven. Ze raken elkaar nauwelijks nog aan. Dat is toch vreselijk. Iedereen heeft toch behoefte aan liefde. We moeten meer aandacht voor elkaar hebben, houd je man of vrouw eens lekker vast en knuffel elkaar. Dat geeft een warm gevoel en geborgenheid. Ga samen de natuur in en pak eens een bloem. Bekijk dat wonder van de natuur. Leef bewust en geniet van je omgeving. Wees zelf vreugde, want dat geeft anderen ook blijdschap.
Een man had twee tickets voor twee front-row seats tijdens de finale van de Champion's League. Terwijl hij daar zit, komt een andere man naar beneden en vraagt of het zitje naast hem bezet is.
"Neen", antwoordt de eerste, "deze plaats is vrij!"
"Dat is toch ongelooflijk!", zegt de andere man. "Iemand die een ticket heeft voor dergelijke finale, de grootste sportgebeurtenis van Europa, en er geen gebruik van maakt."
"Wel", zegt de eerste terug, "eigenlijk is dat ook mijn plaats. Mijn vrouw moest met mij meekomen, maar ze overleed plotseling. Dit is de eerste finale die we niet samen bekijken sinds we trouwden..."
"Ooh. Het spijt me dat te horen. Dat is verschrikkelijk ! Maar kon je niemand anders vinden om met je mee te komen ? Een vriend of een kennis, misschien een buur ?"
De eerste antwoordt: "Neen, dat was niet mogelijk. Op dit moment zitten die allemaal op de begrafenis..."
ER WAS EENS EEN BANAAN. NIET ZOMAAR EEN BANAAN, NEE DIT WAS EEN GROTE STOERE COWBOY-BANAAN. HIJ HAD EEN GROTE HOED, GROTE LAARZEN EN HELE GROTE HOLSTERS MET KANJERS VAN GEWEREN. DE BANAAN WAS DORSTIG. HIJ SLEEPTE AL WEKEN MET ZIJN GELE LIJF DOOR DE WARME WOESTIJN. TOEN ZAG HIJ INEENS IN DE VERTE EEN VERLATEN STADJE. ECHT ZO'N STADJE OUD VERVALLEN STOFFIG STADJE. HIJ SLOFTE NAAR BINNEN DIRECT RICHTING DE SALOON. TOEN HIJ DE GAMMELE DEURTJES VAN DE SALOON OPENRAMDE ZAG HIJ ALLEEN DE BARKEEPER EN ER ZATEN TWEE MAGERE KOMKOMMERS IN DE HOEK. HIJ LIEP NAAR DE TAP, SLOEG MET ZIJN GEWELDIGE VUIST OP DE TAP EN RIEP: EEN IJSKOUD PILSJE VOOR MIJ EN 2 WISKHY'S VOOR DIE KOMKOMMERS IN DE HOEK. ALDUS GESCHIEDDE. DE BANAAN NAM IN EEN GEWELDIGE TEUG HET BIERTJE TOT ZICH EN SCHREEUWDE DIRECT WEER EEN BIERTJE VOOR MIJ EN 2 WISKY'S VOOR DIE KOMKOMMERS IN DE HOEK. DE KOMKOMMERS VOELDEN ZICH EEN BEETJE ONGEMAKKELIJK, MAAR DESALNIETEMIN EEN VERREKT AARDIGE BANAAN. DUS EEN VAN DE KOMKOMMERS LIEP NAAR VOREN EN PLOFTE MET EEN ZACHT DOF KLAPJE ZIJN HANDJE OP DE TAP EN ZEI (BIJNA FLUISTEREND): 2 WISKY'S VOOR ONS EN 1 BIERTJE VOOR DIE BANAAN DAA..... MAAR HIJ KON ZIJN ZIN NIET AFMAKEN WANT DE BANAAN HAD ZIJN GEWELDIGE REVOLVER AL GELEEGD OP DE ARME KOMKOMMERS. DE SALOOM LAG BEZAAID MET KOMKOMMERINGEWANDEN. DE BARKEEPER HIEF ZIJN HOOFD VAN DE TAP OMHOOG EN VROEG: WAAROM? WAAROP DE BANAAN ZEI: ZEG NOOIT BANAAN TEGEN EEN CHIQUITA.
Titel: Goede morgen Meneer of Mevrouw Reactie: Ik ben de broer van Valerieke met veel respect voor je belangstelling en de bezoeken in de gastenboek van mijn zus vraag ik je ook met alle respect om je bezoeken te stoppen er staan nu voor de moment 10 geblokkeerde IP adressen respecteer dit of er worden maatregelen genomen aangezien mijn zus erg depressief is maak je dit ook zo belachelijk dit te negeren ik hoop van uwe,of hare twege daar toch rekening mee te houden de broer Roland Internetadres: http://blog.seniorennet.be/valerieke
Een blondje belt haar vriend, met de mededeling dat ze een probleem heeft. “Wat is dan aan de hand?” vraagt hij. “Nou, ik heb een legpuzzel gekocht, maar ik vind ‘m zo moeilijk. De stukjes passen totaal niet en ik kan de randen ook al niet vinden.” “Wat moet de puzzel voorstellen?” vraagt de vriend. “Een grote rode haan,” antwoordt ze. Hij besluit even bij haar langs te gaan. Bij de aankomst neemt ze hem mee naar de keuken, waar de stukjes op de tafel liggen uitgespreid. Hij kijkt er even naar en zegt dan met een diepe zucht: “Nou, stop die cornflakes maar weer in de doos, dan praten we er niet meer over.”
Ik reed op de autostrade richting Brussel toen ik plots naar het toilet moest.
Ik stopte bij het eerste het beste benzine-station en liep er naar de toiletten.De eerste was bezet dus nam ik de tweede.
Net toen ik op de pot zat begon die gast te praten.
"Hey, alles in orde?".
Ik vond het noch de plaats noch het tijdstip om een babbeltje te slaan,
maar uit beleefdheid antwoordde ik toch.
"Euhja hoor, alles goed."
"Want ben je aan het doen?", vroeg hij. Maja, een rare vraag maar kom. "Wel euh, ja, ik ben aan het kakken hé, gelijk gij." Toen hoorde ik die man geirriteerd zeggen:
"Sorry schat maar ik ga je seffes terugbellen, er is n’en onnozelaar naast mij op toilet die op al mijn vragen antwoord."
Sandra kwam de lift uit en kwam terecht in de parkeergarage die helemaal volstond met auto's. Ze was vergeten waar haar auto stond. ze deed haar arm omhoog en drukte op de afstansbediening en haar auto piepte, het piepje klonk helemaal achterin. ze liep ernaar toe. Ze hoorde opeens een gek geluid en keek achter zich, ze zag niks. Ze liep snel naar haar rode sportauto. Ze keek nog een keer angstig om zich heen en stapte in de auto.
Het monster had zich verstopt achter een paar auto's en keek door het raam waardoor hij Sandra kon zien. hij zag hoe ze instapte het monster sloop langs de auto's en wilde haar pakken. ze reed net weg en het monster keek de auto na en kreeg steeds meer honger. Het had geen zin om achter de auto aan te gaan. Ineens hoorde het monster een hoog toontje, het was de lift die open ging. Het monster verstopte zich in de schaduwen van de auto's.
Karen liep de lift uit en liep naar haar auto. Ze klikte op haar afstansbediening van de auto die piepte. Toen ze voor haar auto stond zag in haar ooghoek iets zwarts en keek er snel naar. het was een een of andere plas die verdacht veel op bloed leek. Ze hoorde opeens een paar zware voetstappen. Ze keek geschrokken om zich heen en liet haar huissleutels vallen. Ze bukte zich voorover om haar sleutels op te pakken. Toen ze weer opstond zag in een fractie van een seconde een groot zwart beest staan die haar moeiteloos bij haar heupen optilde en haar over een paar auto's naar achter gooide. Ze gaf een gil en belandde bovenop een bestelbusje en rolde eraf. Het duurde een paar seconden voor ze besefte wat er gebeurd was. De voetstappen kwamen op haar af en ze keek onder het bestelbusje en zag twee grote poten die op haar afkwamen. Karen hield zich zo stil mogenlijk, en zag hoe het beest voor de auto stopte en een sprong nam. Ze hield haar adem in en kroop onder het busje. Ze hoorde het beest snuffelen en grommen. Na een paar tellen sprong het beest er weer af en karen zag zijn poten weer. Het beest bukte zich langzaam en terwijl hij dat deed kroop Karen onder de auto vandaan en ging gebukt op het voetstuk van de auto staan, zodat het beest haar niet kon zien. Ze hoorde het beest grommen en opeens ging het monster recht overeind staan en bogon heel hard te gillen. Het deed Karen zo zeer aan haar oren dat ze wilde wegrennen maar dat kon niet, todat ze iets bedacht. 'piewieuwieuw'!' ze liet het alarm van haar auto afgaan, en het beest sprong op de auto af. Karen stapte van het voetstuk af en sprintte naar de liften. Het duurde even voordat het beest doorhad dat zijn prooi er vandoor ging. Het beest gilde nog harder dan eerst en nam een paar grote sprongen op de auto's en was veel sneller dan Karen. Karen keek achter zich en zag het beest op haar afspringen en ze gilde. Ze rende de hoek om en stond voor de liften, maar wist dat het te lang ging duren dus rendde de trap op. Ze hoorde het beest achter haar aankomen. Ze ging door de deur bij de eerste verdieping, maar struikelde over de drempel. Het beest sprong op haar af en beet haar huid van haar af. Ze gilde en het beest gooide haar tegen de muur aan. Karen was op slag dood, maar het beest was nog lang niet klaar met haar!
In een klein theater is een buikspreker bezig met zijn show. Via de pop op zijn schoot maakt hij allemaal grappen over domme blondjes. Dit valt bij zijn publiek goed in de smaak, want ze lachen naar hartelust. Op een gegeven moment staat er achter in de zaal een echt dom blondje op van haar stoel en begint te schelden. Ze zegt: “Verdomme, dat iemand door de haarkleur zo de grond moet worden ingetrapt, waar slaat dat nou op?” De buikspreker zegt hierna: “Mevrouw, sorry voor de overlast, maar het is gewoon voor de grap, het is cabaret?” Waarop het blondje zegt: “Man, hou toch je bek, ik heb het tegen dat jochie op je schoot!”
Er leefde eens een mooie jongen. Hij heette Narcissus. Zijn vader was een riviergod, Kefisus, en zijn moeder was een nimf, Leriope. Narcissus was beeldschoon. Hij had dikke gouden krullen tot aan zijn schouders, en als hij met zijn hoofd schudde, dansten de krullen. En hij was bruin, zongebruind, en mooi gespierd. Hij liep altijd buiten, was altijd aan het rennen, altijd op blote voeten. Hij had ogen als sterren en mooie wenkbrauwen, roze wangen en een fijne neus. En zijn lippen waren als jonge kersen.
Maar Narcissus was heel erg bang voor mensen, hij was mensenschuw; hij vertrouwde niemand. Hij was het liefst alleen, alleen in het bos, in de natuur. Klimmen op de rotsen, rennen door de varens. Met de bomen en met de vlinders en de vogels en de dieren in het bos en de insecten. Dat was zijn gezelschap. Mensen die waren niet te vertrouwen. Mensen hoefde hij niet. En daarom dachten de nimfen, dat hij arrogant was, hooghartig, omdat hij nooit echt met ze wilde praten, en altijd vluchtte. Hij was het niet, hij was niet echt arrogant. Eén van de nimfen was smoorverliefd op Narcissus. Ze verlangde naar hem en ze smachtte en ze wachtte op hem, en ze probeerde bij hem te komen, maar het lukte haar nooit. Ze kon hem niet eens goed aankijken. Ze smachtte, ze verlangde en ze wachtte en ze wachtte... Maar het werkte niet. Ze werd dunner en dunner; ze kon niet meer eten, ze kon niet meer slapen. Ze werd doorschijnend. En op het laatst verdween ze helemaal: alleen haar stem bleef nog over.
"Echo... echo..."
De nimfen vonden dat verschrikkelijk. Zo’n arrogantie, zo’n jongen! Eén van hun zusjes was helemaal weggekwijnd.
"Helemaal weg? Dat kan niet! Dat moet gestraft worden! Zoiets kan niet!"
En ze gingen naar Aphrodite, de mooiste van alle godinnen: de godin van de liefde. En zij vroegen om straf voor Narcissus. Aphrodite was de nimfen goedgezind en ze zorgde ervoor dat hij als straf verliefd wordt op zijn eigen spiegelbeeld.
En op een dag, toen hij weer in het bos rende en op de rotsen klom en door de varens waadde, en op het mos lag, toen kreeg hij dorst en hij ging naar de bron om water te drinken. Hij ging knielen in het gras, en hij wilde water opscheppen. En toen... Wat ziet ‘ie daar? Wat een beeldschone jongen! Ah! Die krulletjes, die gouden krulletjes, die ogen als... als... als sterren stralend, die mooie wenkbrauwen, die roze wangen, die fijne neus, die lippen; het zijn net jonge kersen! Oh, en die fijne kin, die mooi gevormde kin! Hij is goud en goudbruin en zo mooi en sierlijk en zo gespierd! Narcissus keek en keek en hij kon er geen genoeg van krijgen. En zijn hart begon te bonzen tot in zijn keel. En hij kreeg het warm, en hij kreeg het heet, en hij kreeg rillingen. Dan had ‘ie het koud, dan weer heet. Narcissus was verliefd. En zo bleef ‘ie daar staren en kijken en voelen. Zoiets heeft ‘ie nog nooit in zijn leven gevoeld. En zo bleef ‘ie daar heel de dag. Toen - het begon bijna te schemeren - dacht ‘ie: ik zal die prachtige jongen een kus geven. En hij boog voorover en hij wilde zijn lippen drukken op het water... En hij verloor zijn evenwicht! En plons! Hij viel in het water en verdronk!
De nimfen hoorden wat er gebeurde en ze schrokken.
"Maar dat, dat bedoelden we niet! Dat gaat ons te ver! Dat hoefde niet! Wij wilden een straf, maar hij is nu dood. Zo een jongen; hij was zo jong en zo mooi en... Dat wilden wij niet. Dat gaat ons veel te ver! Wat kunnen we doen?"
Er was niks meer aan te doen. Toen voelden de nimfen zich verplicht tot een plechtige begrafenis. En ze gingen naar de bron. En ze zochten naar het dode lichaam van Narcissus. Ze zochten overal, maar ze konden het niet vinden. Het enige dat ze vonden in het gras bij de bron was een prachtige gele bloem met een lange sierlijke steel: een zonnegele bloem met een hartje - de narcis.