Alvorens een nieuwe versie te installeren van een programma dat dagelijks gebruikt wordt, moet men zich er steeds vooraf van vergewissen dat die nieuwe versie compatibel en zonder bugs is. Hier volgt het verhaal van een vriend die er voor koos een nieuwe versie te installeren. Hij verving zijn programma Vriendinnetje 12.4 door Echtgenote 1.0. Ongelukkig genoeg bleek dat dit programma erg hoge eisen stelde aan zijn systeem en weinig ruimte overliet voor andere toepassingen. Tot zijn verbazing creëerde het programma subprogramma's. Kinderen 1.0 en Kinderen 1.1, hinderlijke en dure parasietprogramma's, zeker het eerste jaar, en niet verwijderbaar. Uiteraard waren geen van deze problemen vermeld op de verpakking of in het Leesmij-bestand. Andere gebruikers hadden hem nochtans gewaarschuwd voor mogelijke problemen, maar hij sloeg deze waarschuwingen in de wind. Bovendien start Echtgenote 1.0 automatisch op bij het aanzetten van het systeem en houdt het alle andere activiteiten nauwlettend in de gaten. Dit is niet uit te schakelen. Nog een irritant punt is dat het programma de uitvoering van andere vitale programma's zoals Voetbal 4.3 en Pintje Drinken 7.5 bijna volledig belet. Enkel bij tientallen 'Retry' pogingen wil Echtgenote 1.0 zeer af en toe de uitvoering van deze nuttige programma's toelaten, maar dit is zeer uitzonderlijk. Bij de installatie van Echtgenote 1.0 heeft de gebruiker geen enkele controle over de uitgevoerde procedures en blijkt nadien opgescheept te zitten met ongevraagde en ongewenste 'plug-ins' zoals Schoonmoeder 2.5 en Zwager beta. Suggesties voor een nieuwe versie werden opgestuurd naar de leveranciers van Echtgenote 1.0. Ziehier enkele nuttige opties, die een volgende versie zou moeten bevatten:
Een optie "do not warn again".
Een toets "minimize" om het programma naar de achtergrond te verwijzen.
Een toets "ignore".
Een "uninstall" procedure die de gebruiker in staat stelt het programma ten allen tijde volledig te verwijderen, zonder dat daar "Divorce Errors" uit voortvloeien.
Een "Restore" optie om de seksuele routines te reactiveren die bij upgrade van Vriendinnetje 12.4 naar Echtgenote 1.0 verloren zijn gegaan.
Opgelet, Echtgenote 1.0 bevat een bug waarover we het nog niet gehad hebben: als u namelijk Maitresse 1.1 wilt installeren vooraleer u Echtgenote 1.0 verwijdert, zal deze laatste uw programma MS Money wissen alvorens zichzelf te verwijderen. In dat geval zal Maitresse 1.1 niet meer willen starten wegens onvoldoende systeem bronnen. Om deze bug te omzeilen kunt u het volgende proberen: Installeer Maitresse 1.1 op een ander systeem dan datgene waar Echtgenote 1.0 op draait. Zorg er verder voor dat u nooit enige verbinding maakt tussen deze twee systemen, want Maitresse 1.1 kan routines bevatten die de werking van Echtgenote 1.0 belemmeren. Voor mijzelf is het ondertussen duidelijk, ik wil alle problemen van Echtgenote 1.0 niet meemaken en heb besloten het bij Vriendinnetje 12.4 te houden. Nochtans zijn daar ook nadelen aan verbonden; zo kun je namelijk Vriendinnetje 12.5 niet installeren zonder eerst Vriendinnetje 12.4 te verwijderen. Bovendien werkt de "Uninstall"-optie niet vlekkeloos en blijven er nadien nog sporen van het vorige programma over, zoals vergeten Ondergoed.dll bestanden en foto_s.ini bestanden. Kijk daarom goed uit alvorens een programma te installeren. Probeer, indien mogelijk, een back-up te behouden die altijd inzetbaar is bij eventuele problemen.
Het SVVL (Studiecentrum Voor Vrouwelijke Logica) presenteert u hierbij de DVSVO, de Database Van Stomme Vrouwelijke Opmerkingen. Aan de hand van deze gegevens krijgen wij mannen langzamerhand inzicht in de zaken die omgaan in die aantrekkelijke, geblondeerde hoofdjes. Deze lijst is onmisbaar voor elke man die wil weten waarom het fout ging of wil voorkomen dat dit alsnog gebeurt. Sinds 1976 hebben we onder meer de volgende gegevens beschikbaar gekregen, dankzij methodisch en vooral onverstoorbaar onderzoek.
Wat vrouwen zeggen....
En wat ze bedoelen.
Ik wil.
Jij wilt.
We willen.
Ik wil.
Het is jouw beslissing.
De juiste beslissing zou je nu toch wel duidelijk moeten zijn.
Doe wat je wilt.
Je zult er later voor boeten.
We moeten praten.
Ik moet even zeuren.
Als je dat echt wilt, moet je dat doen.
En dan maak ik je af, hufter.
Nee, ik ben niet boos.
Natuurlijk ben ik boos, sukkel.
Je bent zo... mannelijk.
Je moet je eens scheren en je zweet nogal veel.
Wat ben je lief voor me vandaag.
Denk jij nou werkelijk alleen maar aan seks?
Ik ben niet boos! En ik overdrijf niet!
Ik ben ongesteld.
Ik vind het romantischer met het licht uit.
Ik heb dikke dijen.
Deze keuken is zo onhandig.
Ik wil een nieuw huis.
Ik wil nieuwe gordijnen.
En behang, tapijt, meubels...
Ik geloof dat ik wat hoorde.
Ik geloof dat je bijna sliep.
Houd je van me?
Ik ga nu om iets duurs vragen.
Hoe veel houd je van me?
Ik heb iets geflikt wat jij niet leuk zult vinden.
Ik ben echt zo klaar.
Doe je schoenen uit en kijk of er iets leuks is op TV.
Heb ik een dikke kont?
Zeg dat ik aantrekkelijk ben.
Je moet eens leren om te communiceren.
Zeg nou maar gewoon dat ik gelijk heb.
Luister je wel naar me.
Te laat, je gaat eraan.
Ja.
Nee.
Nee.
Nee.
Misschien.
Nee.
Het spijt me.
Hier ga je spijt van krijgen.
Vind je dit lekker smaken?
Het is makkelijk om te maken, dus wen er maar aan.
Ik schreeuw niet.
Ik schreeuw wel degelijk en hard ook, maar ik noem het "overleggen".
We staan echt binnen 5 minuten weer buiten.
En dus stoppen we ook nog even bij de parfumerie en de schoenenzaak en ik heb nog wat tijdschriften nodig en Ooohhhh die roze gordijnen zouden echt heel goed staan in de slaapkamer en heb jij je girobetaalkaarten bij je?
Heeft u opmerkingen en/of aanvullingen? Stuur die dan naar het Studiecentrum Voor Vrouwelijke Logica ter attentie van Drs. W.A.N.K. Extra tips: het antwoord op uw vraag "Is er iets?" dient u als volgt te interpreteren:
Ach, hetzelfde als altijd.
Niks maar ik doe alvast of er iets is, altijd handig.
Niets.
Alles.
Alles.
Ik ben ongesteld en niet zo'n beetje ook.
Niks, echt waar.
Alleen dat je zo'n hufter bent.
Ga weg, ik wil er niet over praten.
Ga weg, ik ben mijn woede nog even aan het opsparen voor straks.
Twee vrouwen gaan het postkantoor binnen, omdat ze postzegels moeten kopen voor op kantoor. Ze staan in de rij, komen er ineens twee gemaskerde overvallers binnen met elk een geweer in hun hand. "Dit is een overval," wordt er geroepen, "iedereen plat op zijn buik." De ene vrouw gaat op haar buik liggen en kijkt opzij. Ziet ze haar collega op haar rug liggen. Zegt ze: "Meid, draai om, dit is een overval, géén personeelsfeestje."
Op een dag rijdt een man met zijn auto door een bos. Opeens ziet hij drie padvinders die aan het liften zijn. Hij stopt en laat de padvinders in zijn auto. Eén van de jongens is duidelijk de leider en hij gaat voorin zitten. "Zo," vraagt de man, "dus jullie trekken?" "Nou," zegt de jongen voorin, "die twee achterin wel, maar ik neuk al een beetje!"
Als ze te weten kwam dat haar buren een feestmaal wilden houden, dan werd ze bleek van afgunst, schold ze heimelijk uit voor zwelgers en verkwisters, maar slaagde er altijd in op het juiste moment ter plaatse te zijn om de beste stukken voor hun neus weg te kapen. Aangezien dergelijke gebeurtenissen zich echter slechts zelden in haar dorp voordeden en ze zich ook thuis niet veel bijzonders te eten gunde, werd ze al snel zo schraal en mager, dat ze niet veel meer was dan vel over been.
Om geen schaar te hoeven kopen, beet ze ijverig haar vingernagels af en verloor bij deze bezigheid de ene tand na de andere, zodat ze na korte tijd geen tand meer in haar mond had. Maar over dat verlies maakte ze zich allerminst bezorgd, want ze hoopte daardoor haar eetlust nog beter dan voorheen te kunnen beheersen en zo weer menige cent te besparen.
Ze wist ook uit alles wat haar maar enigszins overbodig leek munt te slaan. Zo trok ze niet alleen bij zichzelf en bij haar man Istok, maar ook bij haar zoon twee maal per jaar de haren uit het hoofd, bracht deze naar de stad en verkocht ze aan de pruikenmaker. Hoe moeilijk het de beide mannen ook viel, ze moesten het zich geduldig laten welgevallen, als ze tenminste niet vreselijk door haar gekrabd en geslagen en zelfs het huis uitgegooid wilden worden. Want naast haar al geroemde ondeugden, was ze ook nog eens zo twistziek, dat ze wijd en zijd bekend stond als de kwaadste vrouw van het land.
Haar man was goedmoedig en vroom. Hij bracht ondanks het grote gebrek en de voortdurende schraalheid zijn dagen rustig door, omdat hij zijn bestaan zuiver als een lange martelaarsopdracht beschouwde, die hem recht gaf op een massa hemelse vreugden in het hiernamaals. Deze verwachting ging echter tot groot verdriet van zijn zoon ook werkelijk al snel in vervulling. Hij stierf en zelfs in de dood was het hem niet gegund zijn hoofdhaar mee in het graf te nemen, hoewel hij Margit juist kort voor zijn dood had gevraagd hem dit enige sieraad te laten. Bovendien had hij haar nog met brekende stem verzekerd dat iemand die een stervende van zijn haar beroofde, een vijfvoudige dood moest sterven. Ze bleef haar oude gewoonte echter trouw en trok hem, nog voor hij aan de hemelse vreugden toe was, elk haartje uit zijn hoofd.
Van toen af aan dreef ze de boerderij samen met haar zoon Miklós. Ze werd echter van jaar tot jaar ouder en van de honger ten slotte zo gebrekkig, dat de volle last van het werk in huis en op de akkers op hem kwam te rusten. Daarom voelde hij al snel de behoefte opkomen om een vrouw te zoeken. Hoewel zijn moeder Margit zich heftig tegen dit voornemen verzette, verklaarde hij op een dag toch onomwonden dat hij binnenkort wilde trouwen. Hierop werd Margit woedend, gooide hem alle denkbare scheldwoorden naar zijn hoofd en dreigde hem met de bezem. Maar haar zoon bleef vast bij zijn voornemen en bezwoer haar voor altijd te zullen verlaten en daarom gaf ze uiteindelijk toe, mits hij een bruid zou kiezen die niet alleen een rijke bruidsschat meebracht, maar die ook zou beloven jaar in, jaar uit per dag niet meer dan één stuk brood te eten.
Met deze strenge eis sloeg ze al zijn vreugdevolle verwachtingen de bodem in.
Waar kon hij ook met dergelijke voorwaarden aankomen, te meer daar alle meisjes in het dorp hem om zijn kale kop uitlachten en bovendien zijn boze moeder meer schuwden dan de ergste heks of duivel. Daarom verzekerde hij haar nog eens ernstig, dat hij zonder meer huis en hof zou verlaten en de wijde wereld in zou trekken, als ze zijn haardos in het vervolg niet met rust liet.
De oude vrouw begreep uit dit antwoord dat het hem ernst was en dat het niet zo best met haar zou aflopen als hij zijn voornemen doorzette, omdat ze in het hele dorp van niemand enige hulp kon verwachten. Na lang nadenken beloofde ze hem uiteindelijk dat ze zijn haar tot de derde dag na zijn bruiloft wilde ontzien, mits zijn bruid precies voldeed aan de voorwaarden die ze had gesteld.
Miklós stemde hiermee in, gerustgesteld door de gedachte dat hij tenminste eindelijk haar zou krijgen en zo aan de spotternij van de mensen zou ontkomen.
Er verliepen enkele maanden en het kale hoofd van de trouwlustige boer raakte geleidelijk aan bedekt met haar. Omdat hij ondanks zijn magerheid een knap gezicht had, maakte zijn natuurlijke haardos hem zo aantrekkelijk, dat hij niet voor de andere dorpsjongens onderdeed.
Zes maanden nadat zijn haar voor het laatst was uitgetrokken, was het kermis in een gehucht op enkele uren afstand van zijn eigen dorp. Dit was voor de hele omgeving een feest waar ieder lang naar uit had gekeken, maar in het bijzonder alle trouwlustigen, zodat Miklós wel zorgde zich bij deze groep aan te sluiten.
De mooiste meisjes uit de verre omgeving en de fraaist uitgedoste weduwen waren daar verzameld. Om het hardst klonken vrolijk de violen en doedelzakken en uitgelaten danste iedereen die huppelen en springen kon. Verlegen was Miklós niet, hij pakte een jonge, zwartogig weduwe bij de arm en draaide zo snel met haar in het rond, dat ze de grond nauwelijks leken te raken. Al snel raakten ze op vertrouwelijke voet en wisselden volle glazen met elkaar uit, vergezeld van menig gefluisterd lief woord en ten slotte zelfs ook van menige verstolen zoen. Kortom, de jonge weduwe voelde zich in korte tijd zo innig tot haar slanke aanbidder aangetrokken, dat ze ondanks de bedenkelijke voorwaarden van zijn moeder Margit zonder bezwaren zijn aanzoek aannam. Voordat er zes dagen waren verstreken kondigde de pastoor de verloving van het paar aan en kort daarop werd hun huwelijk ingezegend.
Aangezien Margit echter de kostbare feestelijkheden van een bruiloft beslist niet in haar huis wilde hebben, werd deze op kosten van de bruid in haar woonplaats gevierd. Daarbij propte haar schoonmoeder tot lering van alle hongerige aanwezigen haar maag zo vol, dat ze wel drie maal zo dik als gewoonlijk vrijwel levenloos naar huis moest worden afgevoerd. Want hoewel ze in het begin niet zonder bitterheid het gebraden vlees en de vele taarten van het feestmaal als evenzoveel bewijzen van de spilzucht van haar schoondochter had beschouwd, wilde ze uiteindelijk natuurlijk toch van de situatie profiteren. Ze at op de bruiloft genoeg voor enkele weken, zodat ze thuis des te meer brood kon uitsparen.
Op de derde ochtend na de bruiloft waren de maagklachten van de oude vrouw helemaal verdwenen en was ze zelf weer zo dun en mager alsof ze een maand had gevast. Ze scharrelde weer kijvend en druk in huis rond. Nog voordat de dag aanbrak, stond ze al achter het bed van het bruidspaar en trok de jonge bruidegom de haren uit zijn hoofd. Hij dacht aan de afspraak die hij beloofd had na te komen en schikte zich geduldig in dit oude gebruik van het huis. Maar Borbala, zijn echtgenote, schrok hevig toen het oude geraamte ook haar bij haar kruin vatte en haar meteen zo hard een hele handvol haar uittrok, dat de tranen haar in de ogen sprongen. Ontzet sprong ze het bed uit, trok razendsnel haar kleren aan en wilde er vandoor gaan. Daarop kwam ook de kale Miklós in beweging. Ook hij sprong het bed uit en dreigde zijn oude moeder dat hij haar in de steek zou laten en zijn vrouw zou volgen. Daar schrok Margit hevig van en ze verzekerde hem dat ze het alleen maar had willen proberen en dat ze het niet zo snel weer zou doen. Toch zou ze het niet hebben betreurd als haar schoondochter daadwerkelijk was vertrokken, als deze haar bruidsschat maar bij haar had achtergelaten.
Van toen af aan stonden schoonmoeder en schoondochter voortdurend op gespannen voet met elkaar en al snel verliep er geen dag meer zonder ruzie en gekijf. Borbala vond de oude Margit een ware duivel en deze loerde met begerige argusogen naar de prachtige haardos van haar schoondochter. Ja, vaak was ze het liefst met haar op de vuist gegaan, om zo aanleiding en gelegenheid te hebben naar hartelust aan haar haren te trekken. Wat haar echter nog meer dwars zat, was het feit dat de jonge echtgenote ondanks al haar schijnbare matigheid met eten en drinken niet alleen niets van haar lichaamsomvang en blozende kleur verloor, maar daarentegen juist elke dag krachtiger en gezonder leek te worden. Daar was een hele logische reden voor, want Borbala vastte alleen in tegenwoordigheid van het gierige oude mens om haar letterlijk uit haar haren te houden. Heimelijk deden zij en haar man zich echter tegoed en ze keek niet op een stuiver wanneer ze honger had. Hoewel ze hierbij steeds zo voorzichtig mogelijk te werk ging, werd de oude vrouw op den duur toch achterdochtig.
Margit vermoedde hun geheim en in de loop der tijd werd haar argwaan sterker en begon ze Borbala steeds meer te haten. Ze verdroeg niets meer van haar en wilde bij elke ruzie het laatste woord hebben, zodat ze ten slotte ook de anders zo geduldige Miklós tegen zich opzette. Deze reageerde namelijk vanaf die tijd op dezelfde manier tegen haar als zijn vrouw. Deze inbreuk op haar macht deed haar grimmig besluiten wraak te nemen op haar schoondochter.
Op een dag, toen haar zoon en schoondochter met de maaiers op het veld waren, moest de oude Margit voor deze laatste thuis een middagmaal bereiden. Omdat ze van tevoren wist dat Borbala in haar eentje het eten af zou komen halen, maakte ze van deze gelegenheid gebruik haar aanslag uit te voeren. Ze kookte pap in een grote pan en mengde er veel zemelen door om het oogstmaal steviger te maken. Vervolgens ging ze naar de zolder, haalde daar enkele strikken op en zocht een geschikte plek uit om voor haar schoondochter een strop te spannen. Ze bedacht dat de beste plaats hiervoor boven het dakvenster was, waar haar schoondochter over de daken uit placht te kijken. Daarom klom ze met een ladder naar boven en bevestigde de strop zodanig, dat Borbala erin moest blijven hangen wanneer de oude vrouw plotseling de ladder onder haar voeten wegrukte als ze uitkeek naar de maaiers op de akker. Toen ze deze voorbereidingen had getroffen, probeerde ze de strop voorzichtig uit om haar eigen hals, maar ze vond hem te hoog hangen en daarom liet ze hem zakken en legde hem toen nog een keer om haar hals. Ze had hem echter net aangetrokken, toen de ladder onder haar voeten weggleed en ze zichzelf ophing.
Een uurtje later kwam Borbala van het veld naar huis in de hoop dat het eten zoals afgesproken klaar zou zijn. Ze zocht in de keuken en in de kamer, in de stal en in de schuur en riep overal in huis, maar kreeg geen antwoord. Wel zag ze de pan met pap op het fornuis staan, maar het vuur was uit en er zat nog geen boter in het eten. Omdat ze de zolderdeur, die vanuit de keuken met een ladder bereikbaar was, open zag staan, ging ze naar boven en riep Margit luid bij haar naam, maar ook hier bleef het stil.
Toen dwaalde haar blik naar het dakvenster en daar zag ze tot haar ontzetting haar schoonmoeder in een strop hangen. Ze wilde direct weer weglopen, maar verbijstering en schrik hielden haar geruime tijd aan de grond genageld. Ten slotte herstelde ze zich en vroeg zich af wat ze moest doen. Margit was morsdood, dus hulp kon haar niet meer baten, maar toch leek het Borbala gevaarlijk om nog meer tijd te verliezen met verbazing en lang nadenken. De haat tussen hen beiden, die al zo lang alle harmonie onmogelijk had gemaakt, was te algemeen in het dorp bekend om geen aanleiding te vormen haar van deze misdaad te beschuldigen. Zo overlegde de angstige vrouw bij zichzelf en bedacht toen een manier om dit probleem op te lossen.
Ze maakte het verstijfde lijk los uit de strop, legde het niet zonder moeite over haar schouder en droeg het naar beneden naar de kamer. Daar zette ze haar schoonmoeder achter de deur op een stoel en zette de pan met pap voor haar op tafel. Ze stopte haar hele mond vol met pap en gaf haar een grote lepel in haar rechterhand. Toen deed ze de deur achter zich op slot en wachtte buiten de poort op de terugkeer van haar man.
Inmiddels waren er meer dan twee uur verstreken en Miklós kon niet langer wachten. Vol ergernis over het lange uitblijven van de maaltijd kwam hij naar huis en schold zijn vrouw en moeder uit voor de ergste treuzelaars die hij ooit had gekend. Borbala ontkende deze beschuldiging heftig en zei dat zijn moeder eerst hardnekkig had geweigerd haar de pap te geven, toen de hele pan had meegenomen naar de kamer en haar vervolgens de deur uit had gescholden. Zodra Miklós dit hoorde, rende hij kwaad op de deur toe en aangezien deze op slot was, brak hij hem met geweld open. Maar wie schetst zijn verbazing toen hij zijn moeder, getroffen door de heftig openzwaaiende deur, van haar stoel zag vallen met haar mond vol pap en een grote lepel in haar hand. "Ach," riep hij, nadat hij haar door elkaar had geschud, "ze is dood, zowaar ik leef." Daarna overviel hem een hevige angst, want hij geloofde dat hij haar zelf had gedood. Borbala wakkerde zijn angst nog zo veel mogelijk aan door hem te herinneren aan alle ernstige gevolgen die deze gebeurtenis kon hebben. Bovendien maakte hij zich ongerust over het feit dat zijn maaiers op het veld al zo lang op de pap wachtten en hij vreesde dat ze in zijn afwezigheid lui zouden zijn of misschien zelf zouden komen om het eten op te halen.
Nadat hij zijn vrouw een tijd lang peinzend had aangekeken, besloot hij uiteindelijk zich zo snel mogelijk van de dode te ontdoen om de problemen die elk moment konden ontstaan te ontlopen. Samen tilden ze de oude vrouw op en droegen haar door de achterdeur van het huis naar buiten tot op de akker van hun buurman, waar de maaiers kort daarvoor hadden geoogst. Daar zetten ze haar rechtop bij een korenschoof neer en stopten wat aren in haar schort. Daarna gingen ze er zo snel mogelijk vandoor en brachten de lang verwachte pan met pap naar de akkers.
De maaiers vielen hongerig op de pap aan en aten hem in enkele ogenblikken op. Al snel voelden ze echter hun magen zo vol en zwaar worden door het varkensvoer dat wijlen de oude Margit door de pap had gemengd, dat ze zich stuk voor stuk op de grond lieten vallen en pas midden in de nacht weer konden opstaan om naar huis te gaan.
Intussen was de buurman van Miklós echter naar zijn korenveld gegaan om nog voor het vallen van de nacht zijn rijke oogst te bekijken. Omdat het al begon te schemeren, had hij een stok meegenomen om onbevoegde belastinggaarders van zijn grond te verdrijven. Toen hij echter onverwachts een donkere gedaante achter een korenschoof waarnam, twijfelde hij er geen moment aan of hij had een korendief ontdekt. Snel sprong hij erop af en trof de indringer van achteren zo hard met zijn stok, dat hij hem goed geraakt dacht te hebben. Het was echter zijn buurvrouw Margit. Zonder geluid viel ze over de door de klap links en rechts rondgestrooide korenhalmen neer en bleef stijf uitgestrekt op de grond liggen. Haar buurman schrok ongelooflijk, want hij meende dat hij haar had vermoord. Om elke verdenking van zich af te wentelen, pakte hij de dode beet, sleepte haar van zijn akker af en legde haar dwars over de straat, zodat voorbijgangers haar zouden vinden en begraven.
Een uurtje later kwam de molenaar van het dorp aangereden met twee vurige hengsten, die al van verre hun avondhaver tegemoet hinnikten. Plotseling begon het tweespan echter te steigeren, sloeg met de benen voor- en achteruit en wilde niet verder. De molenaar spaarde de zweep niet, maar zag toen plotseling de gedaante op de weg liggen. Hij sprong van zijn wagen, verwenste zichzelf en zijn hengsten en was diep verslagen, want hij beschuldigde zichzelf ervan de oude Margit te hebben gedood. De nacht was inmiddels al over berg en dal gevallen en daarom wilde hij niet nog langer van huis blijven, maar hij wilde de dode ook niet onbegraven op straat laten liggen. Daarom legde hij haar op zijn wagen en reed in alle stilte naar de pastorie. Daar aangekomen, stopte hij aan de achterkant van de pastorietuin waar een trapje naar beneden leidde naar het huis van de pastoor. Hij zette Margit rechtop tegen de poort, klopte drie keer hard en ging er toen zo snel mogelijk vandoor.
De pastoor had het kloppen direct gehoord en riep een paar keer: "Binnen!" Maar toen er niemand kwam dacht hij dat het kwajongensstreken waren en boos liep hij het trapje op en opende haastig de poort. Daarop viel zijn verstijfde bezoeker hem tegemoet en rolde de hele trap af tot in zijn huis. De schrik van de pastoor laat zich nauwelijks beschrijven. Hij was er vast van overtuigd dat hij schuld had aan de dood van de vrouw door zijn haastig opentrekken van de poort, waardoor ze van de trap was gevallen. Om lastige vragen en onderzoeken te vermijden, begroef hij daarom de oude Margit de volgende ochtend in alle stilte.
Zo had de waarschuwing van haar kaalgeplukte man zich werkelijk aan haar voltrokken. Haar zoon en schoondochter leefden echter vanaf die tijd in de beste harmonie. Borbala kon voortaan naar hartelust eten en drinken en de kale Miklós kon zich dankzij de goede zorgen van zijn vrouw al snel verheugen op een deftige dikke buik en een onbedreigde haardos.
Er komt een vrouw bij de slager en ze vraagt om 500 gram leverworst. "Ja", vraagt de winkelier, "gesneden of ongesneden?" Waarop de vrouw antwoordt: "Ja, je denkt toch niet dat mijn kut een sjoelbak is?"
Een lange rij vrouwen staat geduldig voor een winkel te wachten. Een man probeert voor te dringen, maar het boze schreeuwen doet hem weer snel achter aan de rij aansluiten. Na een tijdje probeert hij het weer opnieuw, maar weer krijgt hij de woede van de vrouwen over zich heen. Bij zijn derde poging werken de vrouwen hem eigenhandig naar achteren. Hij geeft het op, trekt zijn das recht, strijkt zijn verwarde haar glad en zegt waardig: "Prima, dames, als u zich zo blijft gedragen, open ik de winkel niet."
Het was koud buiten. Een dikke laag sneeuw lag op de daken en de lucht was grauw. Binnen was het lekker warm. De kachels stonden hoog en de mensen zaten knusjes in huis met chocolademelk en kerstkransen. In sommige gezinnen waren kerstbomen aanwezig en brandden kaarsjes. Echt ouderwets gezellig, zo'n kerstfeest. Ik moest er nog vaak aan terugdenken. Hoe spannend ik het altijd vond wanneer er een kerstboom gekocht werd, zou hij groot zijn, en zou ik de slingers er in mogen hangen? En dan het kerstfeest in de kerk, het kerstverhaal naspelen, kerstliedjes zingen. Maar nu was alles anders. Ik keek naar buiten en ik zuchtte. Geen kerstboom zit jaar en geen chocolademelk. En het was mijn eigen schuld. Het was allemaal begonnen toen mijn baas me vroeg of ik zin had om eens mee te gaan. Het was op een vrijdagavond en het was net zo koud als nu. Maar binnen was het gezellig, er waren lichtjes en mensen. De rammelende kasten hadden me vreemd aangekeken. Wat ik hier moest? Nou, gewoon eens kijken wat er te doen was. Niks mis mee toch? Een beetje gezelligheid en vertier, nieuwe mensen ontmoeten. Ik waagde de eerste gok, en ik vond het leuk. Ik werd aangemoedigd en het ging goed. Het ging zo ongelooflijk goed dat ik met drie keer zoveel naar huis ging. Het liep tegen kerst. En ik ging vaker mee. En toen kwam er een keer een teleurstelling. En ik ging met drie keer zo weinig naar huis. Maar daar kwam ik weer overheen en ik probeerde opnieuw. Het ging weer mis. Zo wisselden winst en verlies elkaar af. Het spel kreeg me in zijn greep, ik moest er weer heen. De kasten waren oude bekenden van me geworden. Ze keken me niet meer vreemd aan, maar ze lachten zo vriendelijk. Er kwam een periode dat het weer zo goed ging. Twee weken voor kerst kocht ik een boom. En slingers. En een kalkoen die zo groot was dat ik hem nooit in m'n eentje op zou kunnen. Maar dat hoefde ook niet. Ik was van plan er een groots kerstfeest van te maken. Ik zou veel vrienden uitnodigen en er zou zoveel te eten zijn en zoveel cadeaus. Toen ik alles in huis had moest ik er toch weer heen. De drang was zó sterk dat ik het niet kon weerstaan. Het liep mis. Het liep vreselijk mis en ik kwam thuis met niks. De rekening was leeg. En toen kwam de post. Een rekening van de tandarts, de huur, gas en elektriciteit en water. En natuurlijk de afbetaling van die dure auto die ik in een opwelling had gekocht. Maar ik had niks meer. Na een paar dagen kwamen ze aan de deur. Ja, ze zochten maar uit. De tv werd het huis uitgesleept. En de zitbank en het dure tafeltje die ik speciaal had laten maken. Toen kwamen ze bij de kerstboom. Ze hadden nog niet genoeg, dus moesten de ballen mee. En de piek, die me bijna honderd gulden had gekost. Toen bijna het hele huis leeg was, vertrokken ze. In de diepvries lag nog de enorme kalkoen. Ik zou hem nooit alleen opkunnen. Het werd kerstavond. En het werd donker. De elektriciteit was afgesloten. Ik rilde en zat in elkaar gedoken op de grond. Ergens op zolder moesten nog wat kaarsjes liggen. Stijf geworden van de kou stond ik op en ging op de tast naar boven. Ik stootte m'n hoofd aan de schuine balken van de zolder. De kaarsen waren nog van vroeger. Ik vond ze in een hoekje, helemaal bedolven onder het stof. Ze waren heel mooi, daarom waren ze nog nooit aangeweest. Als kind had ik er vaak naar staan kijken en toen ik het huis uitging had ik ze meegekregen. Beneden stak ik ze aan. Ik hield m'n handen erboven en voelde de behaaglijke warmte. Ik keek naar de kaarsen. Het waren engelen die hun handen omhoog hielden. Ze hadden vleugels op hun rug. 'Kunnen engelen vliegen mama?' had ik eens gevraagd. 'Net als vogels?' 'Dat weet ik niet kind,' had moeder geantwoord, 'deze kaarsen zijn door mensen gemaakt en sommige mensen denken dat engelen er zo uitzien'. 'Maar het belangrijkste is, dat ze altijd bij je zijn, ook al kun je ze niet zien.' Wat had ik dat een heerlijk idee gevonden. Te weten dat er altijd engelen waren die je beschermden. Bang in het donker was ik daarom ook nooit geweest. Buiten waaide de wind, en het kaarslicht wierp vreemde schaduwen op de muur. Prettig vond ik het niet, zo in het donker te zitten. Om die kinderlijke fantasieën kon ik nu alleen nog lachen. Maar wat was het altijd gezellig geweest. Geen overdadig kerstfeest, maar wel gezellig en warm. Het was net alsof je toen iets kon merken van de vrede op aarde. De kaarsen waren alweer voor de helft opgebrand. Ze waren niet zo groot. Ik moest ze maar eens uitdoen. Dan kon ik er de tweede kerstdag ook nog van genieten, dacht ik ironisch bij mezelf. M'n voeten waren inmiddels zo koud als steen en m'n benen waren helemaal stijf geworden. Ik moest maar eens naar bed gaan. Dat stond er tenminste nog. En de kale kerstboom. Verder was de kamer leeg. Alle vrienden had ik twee dagen geleden verteld dat ik ze helaas niet kon ontvangen omdat ik me niet lekker voelde. Een beetje grieperig, had ik gezegd. Ze vonden het wel jammer, maar ze konden het ook wel bij iemand anders vieren, zeiden ze. Want Janet had toch zo'n grote kalkoen. O ja, en nog beterschap natuurlijk. En thuis…….. Ach, thuis was zo ver weg. Het was 30 kilometer rijden. Zo vaak kwam ze thuis trouwens niet meer. Ze was met ruzie het huis uitgegaan en het contact was nooit meer goed geweest. Ze begrepen haar toch niet, en bovendien had ze het altijd zo druk gehad met van alles en nog wat. De dekens waren erg koud toen ik eronder kroop, en het duurde een hele tijd voordat ik warm werd. Het raam klapperde heen en weer. Een gure windvlaag waaide door de kamer en ik kon het bed weer uitgaan om het raam te sluiten. De slaap wilde niet komen en ik moest steeds denken aan vroeger. Doe toch niet zo sentimenteel, zei ik hardop tegen mezelf, maar toch kwamen de tranen. Toen werd er gebeld. En nog eens en nog eens. Ik besloot om niet open te doen, maar het hield zo lang aan dat ik er toch maar uitging. Voorzichtig opende ik de deur. 'Els?' hoorde ik een vragende stem. 'Papa?' 'Kind, wat is het hier donker,' zei mijn vader verbaasd. 'Ben je vergeten waar het lichtknopje zit?' Ik was beschaamd. Ik vroeg hem om binnen te komen. Toen we in de kamer kwamen merkte ik dat hij er niks van snapte. Maar hij vroeg niks. In plaats daarvan zei hij: 'je moeder en ik hadden het er eens over, en het leek ons goed om samen weer kerstfeest te vieren'. 'Als jij dat wilt natuurlijk.' 'We zouden weer eens wat vaker bij elkaar moeten komen, je bent onze enige dochter en er is veel gebeurd.' 'Kerstfeest is een feest van vrede, en dit leek ons een goed moment om opnieuw te beginnen.' Mooie kerstkleren had ik niet meer. Maar dat gaf ook niet. Ik was zo blij dat er nog mensen waren die me niet vergeten waren. De kalkoen werd uit de diepvries gehaald. En we gingen op weg. Toen we thuis kwamen zette m'n moeder grote ogen op bij het zien van de enorme kalkoen. Vroeger hadden we nooit kalkoen met kerst. Het gaat niet om het eten, zeiden m'n ouders altijd. Maar ik moest anders. Ik moest een enorme boom met dure ballen. Een kalkoen waar wel twaalf personen van konden eten. En toen was ik alles kwijt. En niemand die het wat kon schelen. Want kerstfeest konden ze ook wel bij iemand anders vieren. Alles was weg, behalve de herinneringen. Maar nu was ik weer thuis. Het was behaaglijk warm en de kaarsjes brandden. De kalkoen mislukte, we hadden geen idee hoe we zo'n monster moesten klaarmaken, maar het gaf niet. Ik was thuis, de herinnering werd weer werkelijkheid. We waren gelukkig. Het was weer kerstfeest.
Wat is de overeenkomst tussen vrouwen en kaplaarzen? Als ze droog zijn kom je er niet in, als ze nat zijn stinken ze een uur in de wind en als je er mee over straat gaat schaam je je kapot. Waarom simuleert 90% van alle vrouwen een orgasme? Omdat ze denken dat dat mannen boeit. Wat is het verschil tussen een echtgenote en een minnares? Ongeveer 20 kg. Waarom is het Vrijheidsbeeld een vrouw? Het hoofd moest leeg zijn om het te kunnen bezoeken. Hoe noemt men een intelligente vrouw? Een travestiet. Hoe kan men het vrijheidsgevoel van een vrouw uitbreiden? Door haar een grotere keuken te geven. Hoe kan men trouwen met een jonge, mooie, rijke en intelligente vrouw? Door vier keer te trouwen. Waarom heeft God eerst de man geschapen en pas daarna de vrouw? Om hem de kans te geven even te genieten van het aards paradijs. Wat is het verschil tussen een moordenaar en een man die juist seks heeft gehad? Geen, want geen van beiden kan zich van het lichaam ontdoen. Hoeveel mannen zijn er nodig om een parket van 100 vierkante meter te boenen? Geen, want dat is vrouwenwerk. Wat is het gevaarlijkste deel van een auto? De bestuurster. Wat is een vrouw die 90% van haar intelligentie heeft verloren? Een weduwe. Hoe weet je of je vrouw te dik is? Als je haar aan het beffen bent, je de telefoon niet meer horen kunt! Wat is het verschil tussen een vrouw en een batterij? Een batterij heeft ook een positieve kant. Een vrouw springt van acht hoog van een flat af en toch is ze niet dood, hoe kan dat? Ze had always met vleugeltjes aan! Waarom masturberen veel vrouwen? Omdat een man niet overal tegelijk kan zijn. De beste maten voor een vrouw zijn 40-80-40: 40 graden koorts, 80 jaar oud en 40 miljoen op de bank. Vrouwen hebben maar één taal, één recht en één plicht: Horizontaal, aanrecht en zwijgplicht.
Een vrouw zegt tegen haar man voordat hij naar zijn werk gaat: "Mijn nachtlampje doet het niet. Zou jij daar straks even naar willen kijken?" Geïrriteerd wijst de man naar zijn voorhoofd en zegt: "Staat hier soms 'elektriciën'? Nee toch?!" Als de man 's avonds weer thuis komt zegt de vrouw tegen haar man: "Heb je gezien dat het tuinhekje niet goed opengaat? Kun je daar zo even naar kijken?" Weer wijst de man geïrriteerd naar zijn voorhoofd: "Staat hier soms 'timmerman'? Nee toch?!" De volgende ochtend lekt de kraan in de badkamer. Wederom vraagt de vrouw aan haar man om daar even naar te kijken. Opnieuw wijst de man geïrriteerd naar zijn voorhoofd. "Staat hier soms 'loodgieter'? Nee toch?!" Als de man 's avonds thuis komt doet het tuinhekje het weer prima. Als hij zich gaat wassen blijkt dat de kraan ook niet meer lekt. En wanneer hij naar bed gaat knipt zijn vrouw demonstratief het nachtlampje aan. "Heb jij dat allemaal zelf gemaakt?", vraagt de man verbaasd. "Nee", zegt de vrouw, "ik heb gevraagd of de buurman het wilde doen. Dat wilde hij wel, maar dan moest ik een taart voor hem bakken of een nummertje met hem maken." "En....heb je een taart voor hem gebakken?" vraagt de man. Geïrriteerd wijst de vrouw naar haar voorhoofd en zegt: "Staat hier soms 'bakker'?"
Het was een koude, winterse avond. Alle konijntjes blijven dan liefst warm en diep in hun hol. Allemaal… behalve eentje. Het wist zelf niet goed waarom, maar het moest en zou naar buiten. Was het gewone konijnennieuwsgierigheid? Een beetje honger? Het had geen idee. Het stak z’n neusje uit het hol en voelde het meteen: dit was geen gewone avond. De sterren stonden kristalhelder in de lucht, de sneeuw blonk als nooit te voren en in de stilte hoorde je enkel het gekraak van de bomen in de vrieskou. Het konijntje huppelde tot aan de zandbaan, die stil en verlaten tussen de dennen kronkelde. Wat zocht een konijntje aan een baan? Hier groeide geen gras en er kwamen vaak mensen langs. Toen het om de bocht beweging zag dook het dan ook onmiddellijk ineen en versmolt met de bunt en de heide. In het witte maanlicht kwam traag en moeizaam een klein grijs ezeltje naar voor. Op zijn schoft droeg het een vrouw, gewikkeld in een kapmantel. Ernaast stapte een oude man, het hoofd omlaag en de rug gekromd van vermoeidheid. Juist op de plek waar het konijntje verscholen zat, bleven ze staan. De vrouw kreunde zacht en de man sloeg troostend zijn arm om haar heen. Het konijntje hield zich heel stil. Dit waren niet de gewone lieden die dagelijks de baan gebruikten, geen bedelaars, zandleurders of stropers. Zonder het zelf te merken kwamen z’n oortjes recht omhoog en snoof het de geur van de ezel. Die keek opzij en wiegde traag zijn hoofd. Nooit had het konijntje zo’n triest dier gezien en alle voorzichtigheid vergetend zette het zich rechtop, hupte vooruit en drukte z’n kleine bibberneusje tegen de grote ezelsnuit. “Ik ben klein en ook een beetje bang,” zei het, “maar… kan ik misschien helpen ?” Het ezeltje hief zijn hoofd op en keek omlaag naar dat pluizen bolletje zo vlak voor hem. Hij was te moe om verbaasd te zijn en zuchtte: “We zijn al zo lang onderweg. We zijn langs alle herbergen geweest, maar nergens was plaats. Maria die ik draag, is moe en de tijd is gekomen dat zij een kind zal baren. Wij zoeken onderdak voor de nacht.” Hij boog opnieuw het hoofd. Onderdak voor een ezel en mensen ? Een konijntje graaft zijn eigen hol, warm en veilig, maar waar rust een ezel? Het wou zo graag helpen, dat kleine konijntje, het dacht en dacht, zocht naar wat hen dienstig kon zijn. “Een beetje verder staat een oude stal. Het is er droog en er is altijd hooi, daar heb ik wel eens van gegeten in deze koude tijd. Binnen staat wel vaak een groot beest, een os geloof ik, maar die ziet er vriendelijk uit. Kan zoiets dienen?” vroeg het en tegelijkertijd schrok het van z’n eigen durf. “Ik droom van een warme stal, met stro en hooi. Wijs me de weg en ik zal volgen,” antwoordde de ezel blij. Het konijntje hupte al voor en de ezel haastte zich op weg met zijn kostbare last. Maar toen de weg splitste wou de man naar links, terwijl het konijntje rechtsaf ging. Het ezeltje trok koppig aan het touw en gaf niet toe. “Dan doen we jouw zin maar, ik ben te moe,” zuchtte de man. “Misschien vindt jouw ezelsverstand wel een dak voor ons alle drie.”
Niet dat ezelsverstand maar het dappere konijntje bracht hen tot aan de stal. De man hielp blij de vrouw van het ezeltje, leidde hen binnen en sloot de deur. Het kleine konijntje wachtte buiten, zonder te weten waarop. De man liep bedrijvig in en uit, schepte water uit de put, maakte vuur en sleepte met een ketel. Toen klonk plots een kinderschrei en het konijntje haastte zich door een gat in de muur naar binnen, zodat het alles kon zien.
De vrouw die Maria noemde, wikkelde haar kind in doeken en legde het neer in een kribbe, die Jozef gevuld had met het goudgele stro. Uit het niets klonk zacht hemelse muziek.
Het konijntje zat in opperste bewondering rechtop, de voorpootjes gevouwen, zoals alleen een schepsel Gods z’n Schepper kan aanbidden. Toen bedacht het ineens dat het zo’n heilig moment niet voor zichzelf mocht houden en haastte zich om het grote nieuws over de heide te verspreiden. In geen tijd zaten alle bewoners van de konijnenberg in en rond de stal, tussen de balken, het stro en het hooi. Ze keken met blinkende oogjes en de oortjes rechtop naar dat wondere paar en het kind dat in de kribbe sliep. In hun bewondering schoven ze steeds dichter bij de kribbe. Eentje duwde z’n neusje tegen de voetjes van het kindje. Toen het voelde hoe koud ze waren, sprong het zonder nadenken in de kribbe en nestelde zich er bovenop. Het schrok van zijn eigen vrijpostigheid, maar Maria knikte dat het goed was. Er daalde een vredige rust over de stal. Alleen de konijntjes waakten en langzaam week de nacht voor de ochtend. In de verte hoorden ze de herders al komen. Daar horen konijntjes niet bij en dus haastten ze zich terug naar hun veilige holen.
Dat eentje dat, zoals het zelf zei, klein was en een beetje bang, maar zo graag wou helpen, aarzelde nog even en keek een laatste keer achterom. Het ezeltje kauwde op een handvol hooi, knikte naar zijn helpertje en zei met volle mond: “Bedankt kleintje!”
Een man heeft een goede daad gedaan en daarom komt er een kabouter naar hem toe en zegt: "Meneer, u mag een wens doen!" Waarop de man antwoordt: "Ik zou graag naar Hawai willen, maar ik wil niet varen en ik durf niet met de boot." "Tja," zegt de kabouter, "dan weet ik ook geen oplossing." Waarop de man zegt: "Kun jij dan geen brug voor mij bouwen?" Zegt de kabouter: "Weet je wel wat dat niet kost? Dat is veel te duur, weet je misschien niet iets anders?" "Nou," zegt de man, "dan wil ik graag een vrouw die niet zeurt." Zegt de kabouter: "Wil je verlichting op je brug of gaat het in het donker ook wel?"
In de tijd dat het levensritme van de mensen zich nog spiegelde aan het ritme van de aarde en seizoenen vierde men in deze periode van het jaar reeds de zonnewende. Uitgeput door de koude, duisternis en een trieste, levensloze natuur vierden ze de kortste dag van het jaar en de nakende terugkeer van het mooie weer. Binnenkort zou immers de zon terugkeren en als een ware zegen het leven terugschenken aan moeder aarde en bloemen en planten weer doen groeien. Deze "decemberfeesten" vonden plaats van november tot januari en kenden allerlij festijnen en feestelijkheden. En dat is niet veranderd! Als symbool van het leven maakten de groene boom en het vuur steeds deel uit van de feesten. Zo versierden de Romeinen hun huizen reeds met hulsttakken en staken de Noormannen grote vredesvuren aan. <br> Pas in de derde eeuw begon het christelijke Westen, in deze periode van heidense feesten, op 6 januari driekoningen te vieren. Hierbij werd tegelijkertijd de geboorte van Christus herdacht, zijn verering door de driekoningen, zijn doop en zijn eerste mirakel te Kanaan. Het woord "Kerstmis" komt van het latijn "nitalis", wat geboorte betekend. In de vierde eeuw, meer bepaald in het jaar 354, besliste Paus Julius de eerste dat Jesus officieel werd geboren op 25 decemder. <br> Zo werd Kerstmis één van de allerbelangrijkste feesten van de Westerse wereld, zowel in de liturgische als de profane kalender. En de tradities rond Kerstmis komen waarschijnlijk doodgewoon voort uit de fascinatie die de mens al eeuwen lang ervaart als hij het mysterie van het leven aanschouwd. Het leven dat steeds opnieuw wordt geboren.
'Layla,hier komen!'Bulderd mama onderaan de trap.'Ja?'Zegt Layla met een heel onschuldig stemmetje.Meteen regent het klappen en vuisten.'Maar mama!'Huilt Layla.'Wat heb ik gedaan?'Kom maar hier.'En ze sleurt haar mee naar de eettafel.'Waarom heb je er krassen op gemaakt?!'Maar... maar... dat heb ik niet gedaan, dat deed Tom!'Ja, en ook nog je kleine broertje beschuldigen he!'En ze stompte haar nog eens.Al huilend rende ze naar boven.Daar schreef ze in haar dagboek.
Lieve dagboek, Vandaag was het niet leuk.Waarom slaat mama me steeds.En Tom wordt altijdt verwend.Oh was papa er maar... maar die is gestorven toen ik 2 was.Was ik toch maar dood...
Huilend valt ze in slaap.'Layla!' En meteen schrikt ze wakker.'Layla!'Hoort ze weer.En ze rent naar beneden.'Layla,er is brand!''Ren naar buiten!'En renend rennen ze naar buiten.Tom was ook buiten.
1 week later...
Ze zitten bij hun oma in huis.Telefoon.Mama neemt op.'Ja?'zegt mama.'Oh! Wat leuk'hoort ze mama zeggen.'Layla',Tom, ik heb goed nieuws.'Onze flat is klaar!'
1 maand later...
Bij Layla thuis is er nog niks veranderd.Layla wordt nog steeds geslagen en Tom wordt nog steeds verwend.Tom is nu ziek, hij heeft kanker.De telefoon gaat.Layla's moeder neemt op.'WAT?!'hoort ze mama roepen.'Layla!'Hier komen.En Layla rent naar beneden.'Layla...'zegt mama.'Ja?'zegt Layla met een zacht stemmetje.Je broertje...je broertje...JE BROERTJE IS DOOD! Huilt mama.'WAT?!'zegt Layla.Ook zij huilt nu.'Ja, hij is dood...' 'de doktoren konden er niks meer aan doen'.Morgen is de begravenis.
De begrafenis...
Iedereen huilt.En Layla nog het meest.
Thuis...
Mama slaat Layla nog steeds.Na weer een klap rent Layla naar boven, maar niet naar haar kamer,maar naar het dak van de flat.Nog eens laatse keer haalt ze diep adem en laat zich vallen
Het Studiecentrum wil nog een aantal onderzoeken laten verrichten en zoekt hiervoor sponsors. Het gaat om de volgende projecten:
Waarom gaan vrouwen liever eenzaam dood dan dat ze zelf op een man afstappen?
Waarom trappen vrouwen niet in kleine leugens, maar wel in grote? Een voorbeeld: je bent een kwartier te laat op een afspraakje en ze weet meteen dat je liegt als je zegt dat je moest tanken maar dat de PIN-automaat daar stuk was. Aan de andere kant zijn er wasmiddelreclames waar merk X vergeleken word met merk Y. Dan houdt men een 1000-watt lamp achter de theedoek die met merk Y gewassen is, terwijl de theedoek van merk X een uur in een emmer modder heeft gelegen. Vervolgens kopen vrouwen merk Y.
Kunnen vrouwen echt moeiteloos hun leven lang zonder seks als dat zou moeten?
Waarom zeggen vrouwen nooit wat ze lekker vinden in bed, maar noemen ze je wel een slechte minnaar achter je rug?
Waarom zijn er zo enorm veel vrouwen die probleemloos de meest stuitende seksuele handelingen durven te verrichten voor het oog van de camera, voor slechts 100 euro per uur? En waarom is je vriendin nooit zo'n vrouw?
Wat is het gedrag van vrouwen in kleedkamers? (Voor deze observatiestudie is de sponsoring inmiddels beschikbaar. We haalden zelfs 3.2 miljoen gulden meer op dan nodig was, waarvoor dank. Enkele voorlopige beelden zijn inmiddels beschikbaar gesteld aan de sponsors.)
Vrouwen en eetgewoonten: waarom bestelt je vriendin in een restaurant alleen een salade, om vervolgens mee te gaan eten van jouw bord?
Wisselt de spierkracht van vrouwen in de loop van de dag? Waarom kunnen ze overdag nog geen pot appelmoes open krijgen maar is het 's nachts godsonmogelijk om een stuk dekbed van ze los te trekken?
Vier nonnen gaan een dagje uit met de bus en raken betrokken bij een ongeluk, waarbij ze alle vier overlijden. Als ze bij de hemelpoort aankomen, staat Petrus te wachten en zegt: "Jullie moeten al jullie zonden bekennen, voordat jullie naar binnen mogen." De nonnen aarzelen even, maar besluiten toch om te bekennen. De eerste non stapt naar voren en zegt: "Ik heb weleens naar de penis van een man gekeken." Petrus kijkt op en zegt: "Was je ogen maar in dit water, dan mag je naar binnen." De tweede non stapt naar voren en zegt: "Ik heb de penis van een man weleens vastgehouden." Wederom kijkt Petrus op en zegt: "Was je handen maar in dit water, dan mag je naar binnen." Op het moment dat de derde non naar voren wil stappen, dringt de vierde non voor. "Waarom doe je dit," vraagt Petrus, "er is immers ruimte genoeg?" "Nou," zegt die non, "ik zou graag eerst mijn mond nog willen spoelen, voordat zij erin gaat zitten."
De Bank aan de Kerkhoflaan in Bennekom heeft als eerste bank in Nederland een "drive thru"-pinautomaat in gebruik genomen.
Pinnen zonder je auto te verlaten!
Om alle voordelen van dit "nieuwe pinnen" uit de pinautomaat te kunnen halen volgen hieronder een aantal instructies. We willen u vragen deze eerst zorgvuldig te lezen alvorens naar de nieuwe automaat te gaan.
Heren.
Rij zo dicht mogelijk naast de pinautomaat.
Open het raampje aan de bestuurderskant.
Stop uw pinpas in de daarvoor bestemde gleuf en toets uw pincode in.
Toets het gewenste bedrag in.
Neem uw pinpas terug en zo gewenst de afrekening.
Neem uw geld uit de lade.
Sluit uw raampje.
Rij rustig weg.
Dames.
Rij zo dicht mogelijk naast de pinautomaat.
Start de afgeslagen motor weer.
Rij achteruit terug tot u ter hoogte van de pinautomaat bent.
Open het linker raampje aan de bestuurderskant.
Neem uw handtas en leeg deze op de passagiersstoel naast u en zoek w pinpas.
Neem uw make-up en check deze even in de achteruitkijkspiegel.
Probeer uw pinpas in de daarvoor bestemde gleuf te krijgen.
Open het linkerportier om dichter bij de automaat te kunnen, want de afstand tussen u en de automaat is te groot.
Probeer nogmaals de pinpas in de daarvoor bestemde gleuf te voeren.
Haal uw pas er weer uit, draai hem om en probeer het nu nog eens.
Leeg uw handtas nogmaals op de passagiersstoel en zoek naar uw agenda waar u op de eerste pagina uw pincode heeft geschreven.
Toets uw pincode in.
Druk op afbreken en geef nu de goede pincode in.
Toets het gewenste bedrag in.
Check nog even uw make-up in de achteruitkijkspiegel.
Neem uw geld uit de lade en desgewenst de afrekening.
Leeg uw handtas nogmaals op de passagiersstoel en zoek uw portemonnee en stop het geld er in.
Stop uw afrekening in het mapje.
Check nog even uw make-up.
Rij rustig weg.
Rij weer achteruit terug naar de pinautomaat.
Neem uw pinpas uit de automaat.
Leeg nogmaals uw handtas op de passagiersstoel en stop uw pinpas weg.
Make-up check!
Start uw auto weer, de motor is nogmaals afgeslagen.
Rij nu weer rustig weg.
Haal na 4 kilometer de handrem er af
Succes!
Met vriendelijke groet, Dhr. J.H.Makkink, Bankdirecteur.
Pietje gaat met zijn ouders naar een naaktcamping. Als Pietje al een dag op de camping is geweest, zegt hij tegen zijn moeder: "Ik heb vrouwen gezien met kleine tieten en met grote tieten." Waarop zijn moeder zegt: "Vrouwen met kleine tieten hebben weinig geld en vrouwen met grote tieten zijn heel erg rijk." De volgende dag zegt Pietje: "Ik heb mannen gezien met lange piemels en met korte piemels." Zegt zijn moeder: "Mannen met lange piemels zijn slim en mannnen met korte piemels zijn dom." De volgende dag zegt pietje: "Ik heb papa zien praten met een rijke vrouw en hij werd steeds slimmer!"
Schooljuffrouw: Om aan de overkant te komen. Plato: Omwille van het hogere doel. Aristoteles: Het ligt in de natuur van kippen om straten over te steken. Karl Marx: Dit was historisch onvermijdelijk. Saddam Hussein: Dit was een ongehoorde daad van rebellie, dus was het volkomen gerechtvaardigd om er 50 ton zenuwgas op te droppen. Ronald Reagan: Ik weet het niet meer. Captain Kirk: To boldly go where no chicken has gone before. Hippocrates: Wegens een teveel aan flegma in haar pancreas. Andersen Consulting: De ontregeling van de straatkant van de kip bedreigde de daar dominante marktpositie. De kip stond voor belangrijke uitdagingen om de vaardigheden te creëren en te ontwikkelen die nodig waren voor de nieuwe competitieve markt. Andersen consulting heeft, in een partnerschapsrelatie met haar cliënt, de kip geholpen door haar fysische distributiestrategie te Herdenken via het pluimvee integratie model (pim). Andersen heeft de kip geholpen haar vaardigheden, methodologie, kennis, kapitaal en ervaring te gebruiken deze te integreren in haar algemene strategie binnen een program mgt kader. Andersen consulting heeft de kip zich helpen aanpassen om succesrijker te worden. Martin Luther King: Ik heb een droom dat ooit alle kippen waar ook ter wereld vrij zullen zijn om de straat over te steken zonder dat men hun motieven in vraag stelt. Mozes: En god daalde af uit de hemel en zei tot de kip: "Gij zult de straten oversteken". En de kip stak de straat over en er was gejuich en grote blijdschap. Willy Claes: De kip is de straat niet overgestoken, ik herhaal, ze is de straat niet overgestoken. Filip Dewinter: Nee, we hebben de kip niet teruggestuurd, ze is vanzelf de straat overgestoken. Freud: Alleen al het feit dat je bezorgd bent over die kip wijst op je onderliggende seksuele onzekerheid. Bill Gates: Ik heb zonet MS Chicken 2000 uitgebracht, die niet enkel straten zal oversteken, maar ook kakelen, eieren leggen en uw kasboeken controleren. De overlevingskans hangt af van uw licentie. Darwin: Kippen zijn in de loop der geschiedenis op natuurlijke wijze geselecteerd zodat ze genetisch voorbestemd zijn om straten over te steken. Einstein: Of de kip de straat is overgestoken, ofwel de straat onder de kip voortbewoog, hangt af van je referentiekader. Buddha: Het feit dat je die vraag stelt doet tekort aan je kippennatuur. Ernest Hemingway: Om eenzaam te sterven. In de regen. Jean-Luc Dehaene: Let the beast go! Frank Vandenbroucke: Verbranden die kip!
Blinkende voorwerpen bezitten vanouds in het volksgeloof een onheil afwerende kracht. Goud en diamanten zijn zeer gewild en daarom dus duur. De traditie dat blinkende voorwerpen zoals kristallen of glazen spiegels heksen kunnen afweren is dus al oud. Heksen zijn bang voor hun eigen spiegelbeeld en dat geldt zeker, wanneer dat beeld nog extra verwrongen wordt door een bolronde bal van zilverglas, die een 'heksenbal' genoemd wordt. In de 18e eeuw werden in Engeland glazen ballen voor de ramen opgehangen om vervloekingen, boze geesten en ongeluk af te weren. Ook worden negatieve invloeden teruggestuurd naar degene die ze verstuurd heeft. Het doel van het ophangen van deze ballen is een, voorbijgaande boze geest die een mogelijk gevaar vormt voor de harmonie in huis, af te leiden. De geest raakt dan gehypnotiseerd door de schittering van de bal. Als de geest de bal aanraakt wordt hij geabsorbeerd en raakt gevangen in de bal. Het lijkt misschien vreemd om te lezen dat een geest gevangen zou kunnen raken in glas, maar ook in veel oude sprookjes komen geesten in lampen en flessen voor. Deze heksenballen werden vroeger ook in verband gebracht met de 'zonnewende' feesten van de noordelijke gebieden zoals Siberië, Noord-Canada en Groenland. Daar geloofde men dat de Sjamaan (= toverdokter of tover priester) zou verschijnen als de zon op zijn laagste punt stond (rond 25 december). Deze Sjamaan was een belangrijke figuur in hun religies omdat hij degene was die tussen de aarde en de hemel kon reizen.
'De Sjamaan vertoonde zijn magische krachten en voorspraak bij de goden door middel van het eten van hallucinerende paddestoelen 'fly Agaric' Deze paddenstoelen werden ook gegeten door rendieren! In deze hoedanigheid 'vloog' de Sjamaan door de lucht en stond er om bekent dat hij via het rookgat de huizen of onderkomens van de mensen binnenkwam.
De angst van de mensen voor deze gruwelijke Sjamaan werd gedeeld door degenen die Odin als hun god hadden…..
Odin was een soort Sjamaan. Hij de vader der vaders, de god van de oorlog en de god van de hangende. Hij leefde in Walhalla en nuttigde daar grote maaltijden. Tot zijn eer werden -meestal overwonnen vijanden- met speren doorboord terwijl ze aan een boom hingen. De boom was Odins manier van lijden en overwinning op de weg naar mystieke kennis..
In vroeger tijden versierde men tot zijn eer bomen met schedels van mensen offers. We zien hier een duidelijke achtergrond voor de kerstman. Odin wordt vaak afgebeeld in gezelschap van rendieren. Het was de gewoonte om in je huis iets achter te laten voor de Sjamaan. Voor het slapen gaan legde men dan iets van voedsel neer in de hoop dat de Sjamaan/kerstman daardoor gunstig gestemd zou worden.
Precies datzelfde ritueel kennen we uit Amerika en inmiddels ook al in ons eigen land. (hier vinden we ook een deel van het Sinterklaas verhaal hoewel nog niet gecombineerd met het verhaal van Bisschop Niklaas uit Myra, Turkije en de mannen met zwarte gezichten van het 'Doden Heir')
Dat deze legendes en verhalen juist uit de noordelijke landen komen verklaart ook dat de Kerstman op de Noordpool zou wonen.
Ook vinden we in de meeste kerststukjes paddenstoelen terug. Het liefst de rood met witte stippen. Dit is een van de hallucinerende paddestoelen die door toverdokters wordt gebruikt. Het is ook niet zo maar dat uitgerekend in deze paddestoelen kabouters zouden wonen, maar dat is een ander verhaal.
Zonder al de kerstgewoontes te willen bespreken, zal inmiddels wel duidelijk zijn dat de meeste van onze 'kerstattributen' te maken hebben met het afwenden van onheil en het aantrekken van voorspoed en geluk. Dat is inderdaad de reden waarom Jezus Christus geboren is. Doordat Jezus Christus naar de aarde kwam wendde Hij ons onheil dat door Adam in de wereld was gekomen af en bracht ons 'leven en overvloed' (Joh 10:10) Misschien verklaart dat waarom veel heidenen die tot geloof kwamen juist deze rituelen hebben meegenomen in de christelijke feestdagen.
Bomen worden in vrijwel alle culturen op de een of andere manier vereerd. Bij veel voorchristelijk volken was de eeuwig groene boom het symbool van groei, licht en bloei. Op oude afbeeldingen uit Babylon zien we Nimrod altijd met een groenblijvende tak in zijn hand. In Egypte was de palmboom een representatie voor de boomgeest Osiris. In Rome werd de dennenboom vereert en was verbonden met de god was Baal-Berith (=heer van de den). De spar was het symbool voor de Germaanse Midwinterviering. In Engeland en Amerika gebruikt men de mistletoe (ook vogellijm of maretak genoemd) als symbool van vriendschap. In India versiert men bijvoorbeeld bananenbomen. Ook gebruikt men hier mangobladeren in plaats van hulst en olielampjes in plaats van kaarsen. In de vijfde eeuw dook de spar op als Boom des Levens in mysteriespelen in Germaanse kerken. De boom werd behangen met appels (de zonde) en ouwel (de redding). Later werden de appels en ouwel vervangen door koekjes in allerlei leuke vormen. In de negende eeuw verbood Karel de Grote het opzetten van een kerstboom en in de tiende eeuw deed paus Martinus II hetzelfde in Italië. Pas in de zeventiende eeuw dook de versierde spar weer in het openbaar op. Een aquarel uit 1601 vertoont St. Christophorus bij een boom vol etens- en drinkwaren, waar het kerstkind naar grijpt. En iets later, uit 1605, komt het bericht uit Straatsburg: men richt met Kerstmis een dennenboom in de kamer op en behangt die met veelkleurig geknipt papier, appelen, oblieën, klatergoud. In de 18e eeuw wordt nog herhaaldelijk melding gemaakt dat voornamelijk de zeer rijke mensen een boom in huis plaatste. Pas in 1841 werd dit gebruik door Prins Albert de echtgenoot van Koningin Victoria ontdekt. Hij liet een grote dennenboom optuigen naar Duits voorbeeld en al snel volgde de Engelse adel en later ook de gewone burgers. Toen overigens in 1851 door een paar Duitse emigranten in Amerika, een grote "kerstboom" werd neergezet, vonden de bestaande kerken het zo'n vreselijke heidens gebruik dat men de minister er toe bewoog de kerstboom te laten weghalen. Ook het Vaticaan waarschuwde in de 19e eeuw tegen "de invoering van het heidense gebruik van de kerstboom" in Italië. In het begin van de negentiende eeuw zette deze traditie goed door in ons land. Heden (1999) koopt 45% van de Nederlandse huishoudens (ruim 3 miljoen) een kerstboom. In zeven procent van de verkopen betrof het een kunstboom. 1,1 miljoen huishoudens had geen boom in huis. In de meeste gevallen ging het hier om eenpersoonshuishoudens. De boom met kluit wint terrein. In 1999 had 64% van de verkochte bomen een kluit. Er worden steeds duurdere bomen gekocht, zoals blauwsparren en de Nordmann-spar. De gemiddelde prijs van een boom met kluit was 21 gulden. Ruim eenderde van de bomen werd gekocht bij een tuincentrum, 17% bij een handelaar op straat en 16% bij de kweker. Het liedje: "o, dennenboom o, dennenboom, wat zijn uw takken wonderschoon", geeft wel aan dat de boom nog vereerd wordt. Het vereren van bomen of boomgeesten is al heel oud en is voornamelijk vanuit de noordelijke landen tot geheel Europa door gedrongen. Zo vinden we op een Zweedse rotstekening zelfs een afbeelding dat men een boom meeneemt op reis per schip, om zo een voorspoedige reis te garanderen.
Een vrouw komt binnen bij Van Lanschot Bankiers en zegt tegen de man achter het loket dat ze een spaarrekening wil openen. "Dat treft!" zegt de bediende, "op dit moment hebben we een actie: als u 7,50 euro stort ontvangt u een leuk digitaal dameshorloge. Geinig klokje, zeker doen!" De vrouw antwoordt: "7,50 euro?! Ik wil gelijk cash een ton inleggen!" De bediende denkt even na en vraagt de vrouw of ze even geduld wil hebben. Hij rent de trap op naar boven, naar Van Lanschot zelf. "Meneer Van Lanschot, er is hier een mevrouw aan het loket die gelijk cash een ton wil storten op een spaarrekening!" Van Lanschot staat de kort geleden door de FIOD opengebroken zwart geld kluisjes nog vers in het geheugen en besluit zelf poolshoogte te gaan nemen. Beneden begroet hij de vrouw: "Goedemorgen, mevrouw! Mijn naam is Van Lanschot, welkom bij onze bank. Onze employé vertelde mij dat u direct cash een ton wilt storten bij onze bank... Zonder direct indiscreet te willen worden: hoe komt u aan dat geld?" De vrouw antwoordt: "Oh, dat wil ik u best vertellen. Ik leg nog wel eens een weddenschapje. Wil ik met u ook wel doen!" Van Lanschot, beleefd: "Dat ligt eraan, om hoeveel en waarom?!" De vrouw: "Ik wil om een ton wedden dat aanstaande maandagochtend uw ballen vierkant zijn. Om een ton!" Van Lanschot denkt razendsnel na: het is al vrijdagochtend, dus dat is makkelijk verdiend! "Top," roept hij, "maar wel met een contractje en getuigen er bij. Ik wil het wel een beetje officieel houden!" "Geen probleem," zegt de vrouw. Zo gezegd, zo gedaan. Het weekend: Van Lanschot gaat lekker zeilen. Maandagochtend: Van Lanschot betast in de Saab Turbo nog even zijn ballen en glimlacht vergenoegd, 'die ton is binnen!' Zittend in zijn kantoor wacht hij de vrouw af, die klokslag negen uur binnenkomt, vergezeld door een onbekende man. "Wie is die man?" wil Van Lanschot weten. "Oh, gewoon niet op letten," zegt de vrouw, "jij wilde het officieel hebben, dus nu heb ik ook maar een getuige meegenomen. En? Hoe is het gegaan?" "Perfect!" roept Van Lanschot, "kogelrond! Die ton ben je kwijt!" "Laat je broek dan maar eens zakken..." Van Lanschot laat blozend broek en slip zakken. "Ziet er gunstig voor je uit..." zegt de vrouw, "maar voordat we werkelijk zekerheid hebben, wil ik het harde bewijs eerst in handen hebben!" Van Lanschot ziet hier de redelijkheid wel van in en laat de vrouw de eitjes omvatten... Op dat moment valt de 'getuige' van zijn stoel, bewusteloos... "Wat krijgen we nou?" vraagt Van Lanschot. "Gewoon niet op letten," zegt de vrouw, "dat is de President van de Nederlandse Bank. Had ik om twee ton mee gewed dat ik maandagochtend vóór 9.30 uur met de ballen van Van Lanschot in mijn handen zou zitten..."
's Morgens wil ik je in me voelen, je met mijn lippen strelen en je met mijn mond naar binnen zuigen, heet guts je naar binnen. Ja, zo moet koffie zijn. Langzaam stop ik mijn vinger erin, voel langs de haren en ga steeds dieper. O, wat is neuspeuteren toch lekker. Het was een zwoele zomeravond, haar ogen glinsterden. Ik schoof haar benen uit elkaar, zocht haar tepels. Ik was zo opgewonden. Ik had nog nooit een koe gemolken. Vannacht lag ik aan je te denken. Ik wilde je voelen op mijn naakte lijf, maar ik moest weer zonder jou in slaap vallen, waar was je....? Stomme pyjama! Ik heb vannacht over je gedroomd, je rende naakt door het bos met wel 600 eekhoorntjes achter je aan, ze hadden nog nooit zo'n grote eikel gezien! Heerlijk als hij stijf je mond in glijdt. Het vocht langs je lippen laat zijn sporen na. Een druppel op je borst ...oooh heerlijk zo'n Hema worst! Ik ben voor je gevallen, languit op de straat, ik zag je mooie ogen, maar de stoep zag ik te laat! Ik kan jou laten dansen en heel veel liefde geven, ik kan de volgende morgen door jouw hoofd zweven, ik geef liefde en plezier. Aangenaam: ik ben bier. Soms verlang ik zo naar je, ik trek mijn broek omlaag, ren op je af en ga zitten..... O, w.c. als jij er toch niet was! Ik legde mijn hoofd achterover, ik wist niet wat hij wilde. Zijn handen bewogen langzaam van plaats. Ik hield mijn adem in en wachtte. Ik werd koud en warm tegelijk. Hij vroeg of ik nog verder kon. Hij ging er weer in. Zenuwachtig deed ik wat hij zei. Het begon pijn te doen. Maar ik gedroeg mij als een echte vrouw. Opeens kreunde ik, het deed echt pijn. Dit was de eerste en de laatste keer dat ik een kies liet trekken. Langzaam kwam je de kamer binnen. Zoemend en kreunend verkende je mijn lichaam. Je maakte me helemaal gek, stomme mug!
Fantoompoep: zeker weten dat je iets door je gat hebt voelen glijden, er zitten poepresten op het papier, maar er ligt helemaal niets in de pot. Schone schijt: opnieuw produceer je iets en het resultaat ligt ditmaal duidelijk in de pot, maar er verschijnen geen afdrukken op het papier. Natte poep: het soort waarbij je je gat wel 25 keer afveegt en het nog steeds niet schoon wil worden en je uiteindelijk maar besluit om een toiletpapiertje in je ondergoed te doen om de ergste ellende te verhelpen. Damppoep: na een avondje flink stappen en de nodige pilsjes genuttigd te hebben, ruikt je kak naar een dampende natte hond. Wilhelmus stront: er worden eerst een paar ruften in het ritme van het Wilhelmus gelaten (vaak alleen de eerste noot), voordat de bruine zooi eruit komt. En dan maar klagen dat het Nederlandse volkslied zo weinig aandacht krijgt. Gorgelpoep: luidruchtige diarree. Racekak: de Formule-1 onder de producten. Hij is er uit voor je het weet en laat vaak een verbrande sluitspier na. Spuitpoep: zulke dunne diarree dat het tot bovenaan de pot zit, meestal staat het schuim erop. Pindakaaspoep: met van die harde stukjes erin, vooral na een maaltijd van onverteerbare dingen. Hoempert: harde kak. Duikbootpoep: het werkt als volgt: men neemt plaats op een plonstoilet waarbij de drol een duik in het water neemt en de spetters om je oren vliegen. Explosiepoep: onder begeleiding van een forse scheet wordt de drol met enorme kracht de pot ingeschoten. Sproeipoep: van die poep die eerst aanvoelt als een enorme scheet, die pas komt na even flink doordrukken, maar die daarna meteen de hele pot voorziet van bruine vlekjes. Kontkots: smerige, vloeibare derrie met brokjes, die erg zuur ruikt. Alfabetpoep: het verschijnsel dat welhaast elke drol op dusdanige wijze gaat liggen, dat er een letter uit het alfabet ontstaat. Een J of een Y is gauw gelegd, maar kom maar eens om een M, een Z of een I (met puntje!). Om deze activiteit extra spannend te maken, is het aan te raden om enkele andere alfabetten dan het Latijnse te bestuderen. Hoe trots kan je zijn met een verse omega of een (Russische) omgekeerde R? Stuiterstront: een drol die zo hard is dat hij bijna terugstuitert naar waar hij vandaan kwam. De lengtedrol: een drol met een dermate lengte dat je even moet gaan staan om hem te kunnen laten vallen. De tasklapper: deze enorme keutel blijft rechtop in de pot staan, hierna valt hij met geweld via de patroontas (balzak) in het porcelein. Plakbandpoep: kleeft met een sterke wil aan de "musculus levator anii" en is er slechts met veel geduld af te krijgen. Superpoep: onmogelijk om deze grote hoop zonder behulp van een pleeborstel of toiletpapier weggespoeld te krijgen. Tweede golf drol: dit overkomt je op het moment dat je net klaar bent, je reet is geveegd en je gaat net je broek ophalen en dan weet je opeens dat er nog meer zit dat je in je enthousiasme even was vergeten. Natte wangen poep: een supernatte en snelle poep die behalve het hele toilet ook je beide billen rondom weet te bevuilen. Figuurpoep: bewust dan wel onbewust kunstig neergelegde drol waar de producent erg trots op is. Net zoals met echte kunst valt het niet mee om een groot publiek op de been te krijgen die het artistieke bouwwerk komt bewonderen. De bezemsteel: zo hard en recht dat de drol rechtop in de pot blijft staan, of erger, dat hij precies in het midden van het plateau ligt waardoor het water er door zijn vorm geen grip op heeft. Ook niet na 10 maal spoelen! Diepzeeschijt: deze jongens blijven de aandacht trekken door zich op de bodem van de wc te verschuilen, pas na een paar keer flink doortrekken of met de hand zijn deze hardnekkige jongens weg te krijgen. Spetterpoep: je gaat zitten en terwijl je een scheet laat, spuit de diarree uit je hol zodat de hele plee eronder zit. De publiekslieveling: dit product is zo magnifiek van kleur of hoeveelheid dat je hem even wilt laten zien aan iemand anders, voordat je hem wegspoelt. De spookdrol: er ligt een forse jongen in de plee en niemand in de buurt geeft toe die er te hebben neergelegd. Kiezelkak: bestaat uit kleine, harde keutels die soms pijn doen. Het duurt tijden voor je de pot weer kunt verlaten. Oorzaak is een gebrekkige ontspanning van de sluitspier en veel te lang inhouden van de warme hap. Muziekpoep: het gevoel hebben dat je ongelofelijk moet schijten, op de pot gaat ziten, maar er eerst een keiharde scheet met een diepe bas voor de drol uit gaat. Plakpoep: niet uit de pot te krijgen! Vooral na een flinke avond bij de Mc Donalds. Dip shit: dipsaus poep. Errrug dun dus.
MAVO-humor: een fiets op het dak gooien... HAVO-humor: iemand dreigen zijn fiets op het dak te gooien... VWO-humor: berekenen hoe het best een fiets op het dak kan worden gegooid... VBO-humor: een fiets op het dak gooien en de bezitter ook! F-Side-humor: het dak op de fiets gooien... Kleuterhumor: een driewieler op het dak gooien... Amsterdamse humor: een gejatte fiets op het dak gooien... Welzijnswerkershumor: een praatgroep oprichten voor mensen die een keer een fiets op het dak wilen gooien... Handelaarshumor: een fietsenhandel op het dak beginnen... Racistische humor: alleen zwarte fietsen op het dak gooien... Communistische humor: gezamelijk onze fiets op het dak gooien... Bouwvakkershumor: een dak bouwen om er een fiets op te gooien... Ambtenarenhumor: een fiets in drievoud op het dak gooien... Politiehumor: "hebben wij een fiets op het dak gegooid?" Belgische humor: iemand helpen zijn fiets op het dak te gooien... Duitse humor: je opa's fiets op het dak gooien... Sinterklaashumor: een fiets door de schoorsteen gooien... Sloppenwijkhumor: een fiets door het dak gooien... VVD-humor: geloven dat de fiets vanzelf een keer op het dak terechtkomt... D'66-humor: iets ergens opgooien, maar wat? en waarop? CDA-humor: geloven dat er ook op het dak gefietst wordt! PvdA humor: Bezuinigen op de beroepssector fiets-op-het-dak-gooiers... NAVO-humor: steeds dreigen een fiets op het dak te gooien, maar het toch niet doen... NASA-humor: een fiets op het dak lanceren... PROVO-humor: witte fietsen op het dak gooien... Kersthumor: twee dagen geen fietsen op het dak gooien... Paashumor: een fiets op het dak verstoppen... Oud en Nieuw humor: een fiets op het dak schieten... Ruimtebesparende humor: een vouwfiets op het dak gooien... Zielige humor: geen fiets hebben om op het dak te gooien... Belgische luchtmacht humor: een fiets op het dak droppen... Bejaardenhumor: een rollator op het dak gooien... Gabberhumor: effe uit je dak fietsen... Bodybuilderhumor: fiets op het dak gooien, weer eraf gaan halen, weer fiets op het dak gooien enz... Milieuorganisatiehumor: dak bezetten zodat er geen fietsen op gegooid kunnen worden... TROS-humor: fiets em 't dak op. EO-humor: we zingen en prijzen de fiets het dak op... SBS6-humor: een blote fiets op het dak gooien... RTL4-humor: NU BI] CATHERINE: 'ik gooi fietsen op het dak...' Lieve humor: een fiets van het dak afhalen... LOI-humor: een schriftelijke cursus fiets op het dak gooien volgen... Scheikundehumor: een fiets in zoutzuur oplossen en over het dak uitgieten... Stakingshumor: een fiets door het dak van het binnenhof gooien... Muzikale humor: "Kom met die fiets van het dak af! Ik waarschuw niet meer..." Geschiedenishumor: een velocipede op het dak gooien... Pijnlijke humor: fiets op het dak gooien zonder los te laten... Domme humor: een fiets naast het dak gooien... Dakdekkers humor: Gooi eerst al die fietsen maar van het dak af.
Een echtpaar staat in Artis voor het hok van een enorme grote gorilla. Zegt die man: "Doe je bloes 's een beetje open Mien." De vrouw doet dat. En die gorilla die wordt een beetje onrustig. Zegt die man: "Trek nou je rok 's een beetje omhoog Mien." Dus zij trekt haar rok omhoog. Begint die gorilla zich op zijn borst te kloppen en te springen. Zegt die kerel: "Haal 's een tiet uit je bloes Mien." Nou ja, Mien begon het ook wel een beetje leuk te vinden, dat die trekt zo'n grote tiet tevoorschijn. Daar wordt die gorilla wel heel onrustig van. Die begint te dansen en aan de tralies te rukken. Zegt die knakker: "Trek je slip 's uit Mien." Mien, die d'r nu echt lol in begint te krijgen, laat meteen haar slip zakken. Wordt me die gorilla wild zeg. Die kon zich echt niet meer inhouden. Die stond zowat op knappen. En die geeft een brul en steekt plotseling zijn arm door de tralies en die trekt die vrouw naar binnen, rukt de rest van d'r kleren van d'r lijf, legt 'r op de grond en is helemaal klaar om die enorme lul in die grot te rossen. "Theo," roept die vrouw in paniek tegen d'r man, "wat moet ik nu doen?" Roept Theo: "Zeg maar dat je hoofdpijn hebt."
Er leefde eens een arme hennepteler. Zijn naam was Rihuana. Hij had een heel bazige vrouw, Ma Rihuana. Ze hadden twee kinderen gekregen en die waren Hasj en Wietje gedoped. Wietje speelde met haar barbituraatjes en Hasj speelde met Stuff, zijn hondje en Morfientje, zijn kat. Pa Rihuana en Ma Rihuana hadden problemen, want zij hadden niets meer te eten. "We moeten iets doen", zei Ma Rihuana. Pa Rihuana snoof eens diep, maar wist niets te zeggen. Ma Rihuana bedacht een boos plan. Ze zouden met z'n vieren een tripje gaan maken in het bos en dan zouden Pa Rihuana en Ma Rihuana Hasj en Wietje achterlaten. Maar slimme Hasj had alles gehoord en stak snel een mesje in zijn zak. De volgende dag gingen ze met z'n allen een tripje maken in het bos waar de wind door de bomen blowde. 's Middags deden Hasj en Wietje een dutje en hun ouders gingen er met speed vandoor. Maar Hasj had met zijn mesje lijntjes getrokken in de sneeuw dus konden ze makkelijk de weg terugvinden. Ze durfden echter niet goed naar hun huis te gaan, dus besloten ze naar Opium en Omium te gaan. Deze zaten vredig op de canapé naar de LSD-speler te luisteren waaruit zojuist de hit klonk:
Altijd rookt Kortjakje wiet Midden in de week maar zondags niet. Zondags neemt zij heroïne met een snuifje cocaïne Altijd rookt Kortjakje wiet Midden in de week maar zondags niet.
Toen Opium en Omium hun kleinkinderen zagen, begroeten ze hen uitbundig. "High", riepen Opium en Omium. "High", riepen Hasj en Wietje terug terwijl ze een cracker aangeboden kregen. "Hoe gaat het", vroegen Hasj en Wietje beleefd. "Ach je weet hoe dat gaat hè, drug, drug, drug", antwoorde Omium. "Hebben julie honger?", vroeg Opium. "Jaaaa," riepen Hasj en Wietje. "Laten we gaan chinezen." "Goed" zei Omium. "ik coke wel." De volgende dag werden Hasj en Wietje weer thuis gebracht. Pa Rihuana was blij maar Ma Rihuana niet. Toen ze later weer een tripje gingen maken in het bos, lette Ma Rihuana extra goed op Hasj zodat hij geen lijntjes kon trekken met zijn mesje. Toen ze weer achterbleven waren ze verdwaald. Plotseling hoorden ze een vogeltje dat floot: "Wiedewiedewied". Ze volgden het vogeltje en kwamen bij een huisje dat helemaal was gemaakt van coke. Zoveel coke hadden ze nog nooit bij elkaar gezien en begonnen dan ook meteen te snuiven. Maar terwijl ze bezig waren, werden ze bespeed door een boze h-xtc die in het huisje woonde. "Sniffel, snuffel, snuifje, wie snuift er aan mijn huisje?" De h-xtc kwam naar buiten en zei met een lief stemmetje: "Kom maar binnen, daar heb ik lekkere space-cake voor jullie". Maar intussen kickte de h-xtc maar al te erg op Hasj. Na een tijdje zaten Hasj en Wietje helemaal stoned bij de h-xtc aan tafel. De h-xtc wilde Hasj en Wietje nu coken. Ze konden niet meer ontsnappen. "Hennep, Hennep", riep Hasj. "Stick", riep Wietje. Wietje moest in het coke-hok gaan kijken of de temperatuur al high genoeg was, maar ze zei tegen de h-xtc dat ze het niet goed kon zien. De h-xtc ging nu zelf kijken. Wietje duwde de h-xtc snel in het coke-hok en deed de deur dicht. "Hennep, Hennep", schreewde nu de h-xtc, maar Hasj en wietje gingen er met speed vandoor. Ze staken het huisje achter zich in brand. "Crack", zei het huisje. Het wiedewiedewied-vogeltje wees hen nu de weg naar hun eigen huis. Onderweg kwamen ze rookkapje en sneeuwwietje tegen die juist een tripje maakten. Toen ze thuis kwamen was Pa Rihuana heel bl-high en Ma Rihuana was aan een overdosis bezweken.
Een man heeft een enorme passie voor bruine bonen. Hij is verzot op dit eten maar, helaas, na het eten maakt een beschamende lichamelijke reactie zich meester van hem. Op een dag ontmoet hij een prachtige vrouw en hij wordt enorm verliefd op haar. Wanneer het duidelijk wordt dat zij gaan trouwen, denkt hij bij zichzelf dat zij het niet uit zal kunnen staan als hij zijn passie voor bonen voort zal zetten met het gevolg dat zijn darmfuncties oncontroleerbaar worden en zich gaan roeren. Hij besluit daarom tot de ultieme opoffering: hij zal nooit meer bonen eten..... Niet lang daarna gaan ze trouwen. Een paar maanden later is de man op weg naar huis van zijn werk en zijn auto gaat stuk. Hij belt keurig zijn vrouw dat hij wat later thuis komt en omdat hij nog maar een paar kilometer van huis is, besluit hij naar huis te gaan lopen. Op weg naar huis komt hij langs een klein eetcafé en een heerlijk aroma van verse bruine bonen verrast zijn reuktuig. Omdat hij toch nog een tijdje moet lopen naar huis, vertrouwt hij erop dat hij in die tijd de nadelige effecten van het eten van bonen weg zal kunnen werken. Dus gaat hij het café in en bestelt hij een heerlijke portie bruine bonen in rode uiensaus. Het is zo lekker dat hij nog twee porties bestelt. Net buiten het café begint de ellende al; hij voelt zijn darmen zich samentrekken en hij begint onherroepelijk te ruften. Tijdens elke stap die hij neemt, wordt het erger en erger. Hij bout al zijn ingewanden er bijna uit en de stofwolken achter hem verraden de explosies uit zijn darmkanaal. Bijna bij zijn huis aangekomen voelt hij zich betrekkelijk safe en wil dan het huis binnengaan. Echter, zijn vrouw staat hem al bij de deur op te wachten. Zij roept uit: "Schat, ik ben blij dat je er eindelijk bent want ik heb een enorm leuke verrassing voor jou!" Zij doet hem een blinddoek voor en leidt hem naar zijn stoel aan het hoofd van de eettafel. Op dit moment merkt hij dat zijn darmen toch weer op beginnen te spelen en dat hij toch nog wat ruften moet laten. Maar omdat zijn vrouw bij hem is en hij heeft beloofd om geen bonen meer te eten, moet hij zichzelf inhouden. Gelukkig gaat op dat moment de telefoon en hij moet haar beloven om niet de blinddoek af te doen terwijl zij de telefoon zal beantwoorden. Wanneer zij weg is, maakt hij gebruik van de gelegenheid en tilt zijn ene been licht op. De bout is niet alleen hard, maar stinkt ook als een rot ei. Hij kan nog moeilijk adem halen, dus hij pakt zijn servet op de tast en begint de enorme stank weg te wapperen. Meteen daarna krijgt hij nog een niet te stoppen aanval en tilt zijn been op: "Pffffffrrrtttt", klinkt het. Het lijkt wel een net gestarte diesel want de lucht is wederom niet om uit te houden! Hij wordt nu bijna misselijk van de lucht en begint met zijn armen te wuiven om de lucht maar een beetje weg te krijgen. Het telefoongesprek duurt erg lang en de man is nu echt in zijn element. Hij zit van links naar rechts te wiegen op zijn stoel en ruft zijn hele gasvoorraad eruit. De scheten zijn echt ongelofelijk, de een is een zachte "fluiter" met een gigantische stank, de ander een keiharde "pruttelaar" met een nog veel meer verbluffende lucht. De laatste is echt een "winner", de ramen trillen, de borden op tafel bewegen en binnen een minuut zijn de bloemen op tafel allemaal dood, wat hij overigens niet kan zien omdat hij nog steeds geblinddoekt is. Hij probeert ondanks deze bedwelmende lucht, zijn concentratie bij het telefoongesprek te houden. Omdat het nog niet is afgelopen, gaat hij lekker door met bouten, ruften en winden laten. De een na de ander verlaat zijn kleinste gat en hij moet echt moeite doen om met zijn servet de smerig stinkende lucht weg te krijgen. Als hij in de gaten krijgt dat zijn vrouw het gesprek aan het beëindigen is, is ook zijn vrijheid ten einde. Hij legt het servet op zijn schoot en vouwt zijn handen erboven. Als een heilige zit hij met een glimlach te wachten, totdat zijn vrouw de eetkamer binnenkomt. Zij verontschuldigt zich voor de lengte van het gesprek en vraagt of hij nog stiekem onder de blinddoek heeft doorgekeken. Hij verzekert haar niet te hebben gekeken. Zij haalt dan de blinddoek weg en schreeuwt: "VERRASSING!" Hij is waarlijk geschokt en zwaar verbouwereerd wanneer hij ziet dat rondom de eettafel twaalf van zijn beste vrienden en vriendinnen zitten om de surprise party voor zijn verjaardag op te luisteren.
Slecht nieuws Een dokter zegt tegen een patiënt: "Ik heb slecht nieuws en heel slecht nieuws." Patiënt: "Nou, vertel me het slechte nieuws dan eerst maar." Dokter: "Het laboratorium heeft me opgebeld en de resultaten van het onderzoek doorgegeven. Ze zeiden dat u nog 24 uur te leven hebt." Patiënt: "24 UUR! Dat is verschrikkelijk! WAT kan er nog ERGER zijn? Wat is dan het hele slechte nieuws?" Dokter: "Ik probeer u al vanaf gisteren te bereiken."
Een meisje van 10 staat onder de douche met haar moeder. Kijkt dat meisje naar de doos van haar moeder en zegt: "Ma, heb ik dat nou later ook?" "Ja als je wat ouder wordt, dan heb jij dat ook." De volgende keer staat ze met haar vader onder de douche en ze zegt: "Pa, heb ik dat nou later ook?" Vader zegt: "Als je mond tegen je moeder houdt, dan mag je hem nu al hebben."
Wat is het verschil tussen een vrachtwagen en een kamion? Een fiets heeft ook geen deuren.
Wie is sneller: een muis of een rat? Een kameel, want die heeft er twee.
Er komt een man bij de slager, "Een halfje bruin alstublieft." "Sorry meneer, vandaag geen groente." "Ah dat geeft niks, ik ben toch met de brommer".
Noem een kleur onder de tien? Dinsdag.
Noem een dag van 1 tot 7. Groen. Nee, want dat ligt in Amerika.
Wat is sneller: een fiets of een tram? Een lantaarnpaal, want een kip legt ook eieren.
Een vlieg en een mus doen een fotoreportage. Komt er een slak aanvliegen. Zegt de slager: "Fiets kopuh"?
Een konijn en een geit zijn in de dakgoot aan het ganzeborden, komt er een ei langsvliegen, zegt het konijn, "Doe je ook mee?" "Nee", zegt het ei, "ik moet naar de kapper!"
Een komkommer en een reserveband zijn nasi goreng aan het koken. Opeens, zomaar uit het niets zegt een rijstkorrel: "Bestellen jullie ook wel eens wat bij Neckermann?" Waarop de komkommer zegt: "Ja, tien over half drie."
Er komt een man bij de bakker. Zegt de slager: "Van achteren opknippen of een kilo wortels?" Waarop de vrouw zegt: "Dat is niet duur voor dubbel glas."
Een man staat op de bus te wachten, komt er een andere man aan gelopen, die roept: "Hé kom daar eens af!"
Wat is het verschil tussen een kerktoren? Hoe hoger hoe bimbam.
Wat is het verschil tussen een krokodil? Hoe groener hoe zwemmer.
Wat is het verschil tussen een berg? Je bent er rapper over dan te voet.
Wat is het verschil tussen een appel en en peer? Een appel is groen en een peer wel.
Wat is sneller, een haas of een worm? Een vliegtuig, want een kameel heeft twee bulten. Wat is sneller, een schildpad of een haas? Een straaljager, want een dromedaris heeft maar één bult.
Weet je wat vrouwen zeggen wanneer ze vijf keer na elkaar klaarkomen? Dank je Frank. Weet je waarom sommige vrouwen masturberen? Frank kan niet overal gelijktijdig zijn.
Voor ieder van jullie die wel eens een hele slechte dag heeft en dit dan op iemand anders afreageert. Reageer dit niet af op iemand die je kent, maar op iemand die je niet kent!
Op een dag zat ik aan mijn bureau toen ik opeens dacht aan een vriend die ik nog moest bellen. Ik vond het nummer en belde. Een vriendelijke mannenstem nam op en zei "Hallo?" Ik zei, "Hallo u spreekt met Allard Mulder, Ik ben op zoek naar John Versteeg." Plotseling werd de hoorn met een klap op de haak gesmeten! Ik wist niet dat iemand zo bot kon zijn. Ik achterhaalde John's juiste nummer en belde hem. Het bleek dat hij de laatste twee cijfers had omgedraaid. Nadat ik het gesprek met John beëindigd had, zag ik het briefje met het verkeerde nummer nog steeds op mijn bureau. Ik besloot om dit nog eens te bellen. Toen dezelfde persoon opnam, riep ik: "Je bent een lullo!" en hing op. Naast dit nummer schreef ik het woordje "lullo", en legde dit in mijn bureaula. Een keer in de zoveel tijd, wanneer ik hoge rekeningen kreeg, of gewoon een slechte dag had, belde ik hem op. Hij nam dan op... En dan riep ik: "Je bent een lullo!" en gooide de haak er op. Daar werd ik dan altijd weer vrolijk van. Later in dat jaar introduceerde de KPN nummerherkenning. Hier baalde ik van, nou zou ik moeten stoppen met "de lullo" te bellen. Maar op een dag had ik een idee! Ik belde zijn nummer en hij nam op: "Hallo?" Ik verzon een naam en zei: "Goedemorgen, Ik werk voor KPN Telecom, ik bel om te vragen of u bekend bent met onze nummer herkenning optie?" Hij zei: "Nee!" En kwakte de hoorn er op! Ik belde hem snel weer terug en zei: "Dat komt omdat je een lullo bent!" De reden dat ik de tijd neem om dit te vertellen, is om je te laten zien dat als iets je heel erg dwars zit, je er iets aan kunt doen! Gewoon 055-2512379 bellen. [Doorlezen! Het wordt nog mooier!] Dat oude mens bij de supermarkt nam haar tijd om achteruit van haar parkeerplaats te rijden. Ik dacht niet dat ze ooit nog zou vertrekken. Eindelijk begon er beweging in haar auto te komen en reed ze langzaam achteruit. Ik ging nog een stukje achteruit om haar wat ruimte te geven. Eindelijk! Ze ging weg. Plotseling kwam er een BMW, uit de verkeerde richting rijden en reed hem zo de parkeerplaats op. Ik begon hevig te toeteren en riep: "Hey dat gaat zo maar niet! Ik was hier het eerst!" Die kerel stapte uit zijn BMW, negeerde me totaal en liep naar de supermarkt alsof hij me niet eens hoorde. Ik dacht bij mezelf: "Die kerel is een lullo!" Er zijn nogal wat lullo's op de wereld. Ik zag dat hij een "te koop bordje" achter zijn raam had staan. Ik schreef het nummer op en zocht een andere parkeerplaats. Een paar dagen later. Toen ik thuis achter mijn bureau zat, had ik net de telefoon neergelegd nadat ik 055-2512379 had gebeld en "Je bent een lullo!" had geroepen. (Het is veel makkelijker om hem te bellen sinds ik zijn nummer in mijn telefoon heb geprogrammeerd) Toen zag ik opeens het nummer van die vent met die BMW op mijn bureau en ik dacht: "Die bel ik ook!" Nadat de telefoon een paar keer was overgegaan, nam er iemand op en zei: "Hallo?" Ik zei: "Is dit de persoon die een BMW te koop heeft staan?" "Ja, dat ben ik!" "Kunt u mij zeggen waar ik hem kan bekijken?" "Ja, ik woon aan de Parklaan 34, dat is een groot wit huis en de auto staat recht voor mijn deur." Ik vroeg: "Wat is uw naam?" "Mijn naam is Erik van Dam." "Wanneer kan ik je thuis aantreffen Erik?" "Ik ben 's avonds altijd thuis." "Luister Erik, mag ik je wat zeggen?" "Ja hoor" "Erik, je bent een lullo!" en ik kwakte de haak er op. Nadat ik opgehangen had, voegde ik Erik toe aan mijn telefoonlijst. Een tijdje leek het goed met me te gaan. Als ik nou problemen had, had ik Twee lullo's om op te bellen. Maar toch, na een aantal maanden lullo's te hebben gebeld en daarna de hoorn erop gekwakt te hebben, vond ik het toch niet meer zo leuk als in het begin. Ik dacht eens serieus na over dit probleem en kwam met een oplossing.... Eerst belde ik lullo 1. Na keihard "Je bent een lullo!" te hebben geroepen, hing ik dit keer niet op! De lullo zei: "Ben je daar nog?" Ik zei: "ja!" Hij zei: "Houd eens op met mij steeds bellen!" Ik zei: "Nee!" Hij zei: "Wie ben je eigenlijk?" Ik zei: "Erik van Dam." Hij zei: "Waar woon je?" Ik zei: "Aan de Parklaan 34, dat is een groot wit huis, en mijn BMW staat recht voor mijn deur!" Hij riep: "Ik kom er nu aan Erik! Begin maar vast een gebedje!" Ik zei: "Moet ik nu bang worden? lullo!" en hing op. Toen belde ik lullo 2. Hij nam op en zei: "Hallo?" Ik zei: "Hallo, lullo!" Hij zei: "Als ik er ooit achter kom wie jij bent!" Ik zei: "Wat dan?" Hij zei: "Dan trap ik je in elkaar!" Ik zei: "Nou, dan is dit je kans!! Ik kom er nu aan lullo!" en hing op. Ik pakte de telefoon weer op en belde de politie. Ik vertelde hen dat ik aan de Parklaan 34 zat, en dat ik mijn Homo Lover ging vermoorden zodra hij thuiskwam. Na een snel telefoontje naar SBS6 Nieuws, over de voetbalvandalen die aan het rellen waren aan de Parklaan 34, sprong ik snel in mijn auto en scheurde richting Parklaan 34 om het spektakel te aanschouwen. Wat Gaaf! Om te zien hoe twee lullo's elkaar vlak voor 4 Politie auto's en een helikopter aftuigden terwijl SBS6 nieuws Live uitzond! Dat was zeker een van de mooiste ervaringen uit mijn leven!!
Jantje loopt met zijn vader buiten en ziet op een gegeven moment twee koeien neuken. Hij vraagt dan aan zijn vader: "Papa wat doen die koeien?" Waarop zijn vader antwoordt: "Die brengen elkaar naar de stal." Even later lopen ze langs een weiland waar twee paarden in staan te neuken. En weer vraagt Jantje: "Papa, wat doen die paarden?" Waarop zijn vader weer antwoordt: "Die brengen elkaar ook naar de stal." Dan zegt Jantje: "Maar goed dat mama zich aan het aanrecht vasthield, want anders had de postbode haar vast naar het postkantoor geduwd."
Jantje en zijn fiets Jantje vindt in de kast van zijn vader een seksboek. Hij ziet daarin de woorden hoer, neuken en condoom staan. Hij vraagt aan zijn moeder wat die woorden betekenen. Zijn moeder zegt: "Hoer betekent fiets, neuken betekent fietsen en condoom betekent ketting." De volgende dag komt Jantje te laat op school. De meester vraagt waarom hij zo laat is. Jantje zegt: "Ik sprong op mijn hoer, begon keihard te neuken en mijn condoom ging er wel drie keer af."