NIEUW: Blog reclamevrij maken?



Image and video hosting by TinyPic

Foto
Gastenboek
  • fijn weekeind
  • ik kom vlug de groetjes brengen
  • Nog een leuke dag toegewenst
  • : Groetjes met Schakin Steven . Geniet !
  • Lieve weekend groetjes

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • weer een goei (Alda Bosmans)
        op Een Amsterdamse barkeeper
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Hallo Lana, (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Groetjes uit het regenachtig Koekelare. (Hok Decru Raf)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Laatste commentaren
  • weer een goei (Alda Bosmans)
        op Een Amsterdamse barkeeper
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Hallo Lana, (paolo)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 22
  • Groetjes uit het regenachtig Koekelare. (Hok Decru Raf)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Lieve groetjes vanwege DEWESTHOEK (Annie & Rogier)
        op Mooie grote en kleine vrachtschepen 21
  • Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Rondvraag / Poll
    Zou u niet met lana een nachtje in bed willen liggen
    Ja ik wil
    Nee ik wil niet
    Even over nadenken
    Durf jij u bekent maken: ja
    Durf jij u bekent maken :nee
    Bekijk resultaat

       
    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Archief per maand
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 07-2002
  • 11--0001
    Foto
    Foto
    Blog als favoriet !
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    De klinge een dorpje aan de grens
    lana










    .

    .
    31-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 73


    Image and video hosting by TinyPic .

    31-05-2012 om 23:14 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.1000 armabanden op 1 buik

    1000 armabanden op 1 buik



    "De dood van een glimlach
    Het was een nacht vol verwachtingen, liefde maar ook gruwel en pijn. Het was een nacht die voor altijd in mijn geheugen was gegrift, maar die ik maar al te graag wilde vergeten, het was de nacht van mijn leven en een deel van mijn dood.
    We voeren in de zwarte nacht over het meertje naar het eiland, zij en ik. Je zag het dauw op het water liggen, als een witte deken. Het was klam en ik had het koud. Ondanks dat was het uizicht op het meertje mooi en sprookjesachtig.
    Het stond bekend dat alle geliefden hier heen gingen, op deze dag en deze maand. De zevende van de zevende maand. Omdat geliefden in de zevende hemel zitten, of zoiets. Dat had ze gezegd. Welke gek het had verzonnen, wist ik niet, maar ik vond het maar een raar idee dat we midden in de nacht in de kou over dit meertje moesten varen. Het viel me nog mee dat we niet precies om zeven over zeven op het eiland moesten zijn. Ik hoorde het geklots van het water tegen de boot en rilde bij het idee dat we in dat koude water zouden vallen. Ik had een hekel aan zwemmen, al helemaal als dat midden in de nacht was. Ik stoeide wat met de riemen en probeerde vooruit te komen, zij staarde naar het water alsof ze verwachtte dat er een monster omhoog zou komen. Het maanlicht scheen op haar lange en rood krullende haar. Haar kin stak netjes wat naar voren en haar bleke huid werd nog witter door het licht dat op haar scheen. Ze leek net een zeemeermin en ik verdwaalde weer in een van mijn fantasieën, die ik alleen met haar kon delen. Op het moment dat ik het wilde vertellen, draaide zij zich om. Haar helder blauwe ogen keken mij bezorgt aan. 'Heb je het koud?' Ik schudde mijn hoofd. 'Jawel, je hebt het koud.' Haar scheve glimlach verscheen op haar gezicht en ze deed haar groene cape af. 'Hier.' En ze deed het om mijn schouders. Ik keek diep in haar ogen en ik zuchtte. 'Kus haar nou, man.' Hoorde ik mijn hart zeggen, het verlangde naar een zoen van haar als een drugsverslaafde naar Hasj verlangde. Maar ik negeerde het gevoel, ik respecteerde haar en zij wilde het niet. Nog niet. Niet dat ik ook ooit een meisje had gezoend, laat staan dat ik ooit verkering had gehad.
    Ik schrok wakker uit mijn gedachten toen we plotseling met een schok tot stilstand kwamen. 'Wat is dat.' Vroeg ik en keek om me heen. Ze lachte schamper, ze lachte de stilte en angst weg. 'We zijn aangekomen op het eiland, zie je dat dan niet?' Ja, ik zag het nu en begon zelf ook te lachen. Ik stapte uit een reikte mijn hand uit naar die van haar, ze voelde warm en zacht aan. Mijn hart bonkte hard toen ik haar hand aanraakte, ze keek onschuldig in mijn ogen en had geen flauw idee hoe ik me voelde. 'En wat nu?' vroeg ik. Ze zei niets en nam me mee wat verder het eiland op het bos in.
    'St,' Ik stond stil en pakte haar hand. 'Hoorde je dat.' Niet ver van ons hoorde ik wat geritsel. 'Wat moet ik horen?' Ze fronste haar wenkbrauwen. 'Wat stond niet mooi bij haar?' Vroeg ik mezelf af. Hoe lelijk ze ook keek, ze was mooier dan mooi. 'Kom.' Zei ze, en trok me mee verder het bos in. 'Wil je me nu dan vertellen wat we gaan doen?' Steeds dieper en dieper liepen we het bos in, op een geven moment kwamen we bij een huisje terecht. 'Wat is dat?' Weer lachte ze. 'Een walvis.' Ze draaide zich om. 'Kom nou maar, er is niets aan de hand.' 'Goed.' Zei ik en liep naar haar toen. Ze was altijd al zo onvoorspelbaar geweest. Dat maakte haar leuk, maar soms was ze daardoor eng. Net zoals die nacht.
    'Waar ben je nou.' Ze was het huis in gerend en had mij achtergelaten. Ik begon het steeds enger vinden wat ze deed, maar ik vond het goed. 'Zo is ze gewoon.' Dacht ik. 'Ik kan haar niet veranderen. Het is haar idee van romantiek' Terwijl ik liever op de bank een filmpje samen met haar wilde kijken, wilde zij naar dit griezelige huisje.
    Ik liep naar binnen, mijn hart klopte even snel, maar nu van angst. Ik schreeuwde het uit toen ik met mijn gezicht midden in een spinnenweb kwam. 'Dit is niet leuk meer. Kom tevoorschijn!' Het huisje zag eruit alsof het nooit bewoond was geweest. De vloer kraakte en onder mijn voeten krioelde het van de kleine beestjes. Met iedere stap die ik zette dacht ik dat er iets in mijn nek liep of er iets in mijn broek naar boven kroop.
    Het kleine beetje licht dat naar binnen scheen maakte schaduwen op de vloer en op de muren, ze vormden enge figuren en het angst kroop steeds hoger en hoger. Of was het een spin? Geschrokt schudde ik mijn been in de lucht. Nee, niets... 'Verdomme, dit is niet leuk meer.' Ik stond op het punt haar naam uit te roepen toen ik plotseling van achteren werd gegrepen, ijskoude handen lagen in mijn nek. Met een ruk draaide ik me om en zag haar voor me staan. Ze was bleker dan ooit en onder haar ogen had ze zwarte randen gemaakt. Met haar scheve glimlach keek ze me aan. 'Je was bang hè.' Ik zei niets, verbaasd keek ik naar haar gezicht die ze zelf zo lelijk had toe getakeld. Haar lach vertrok en haar lippen zaten nu dicht op elkaar, zodat haar mond een dunne streep was. Ik ging met mijn hand door haar haren. 'Wat is er met jou aan de hand?' Ik voelde hoe koud ze was, ze trilde helemaal van de kou. Ik herinnerde me dat ze mij haar cape had gegeven en stond op het punt het aan haar te geven toen ze naar met toe liep. De romantische scène die ik altijd voor me had gezien stond op het punt zichzelf af te spelen. Haar koude handen raakte mijn warme wangen aan, ik rilde, maar het deerde me niet. Mijn hart verwarmde heel mijn lichaam. Nu raakt haar lippen die van mij aan. Teder en kort.
    Ik wankelde wat naar voren toen ze haar hoofd weer weg trok. Met mijn ogen nog gesloten verscheen een glimlach op mijn gezicht, van oor tot oor. Ik deed mijn ogen open en keek weer in haar ogen. 'Als ik er nog niet in verzonken was, zou ik dat nu zijn geweest.' Dacht ik bij mezelf kijkend in een diepe blauwe zee. Nu was het mijn beurt, tenminste, dat vond ik. Bang dat ik alles fout deed, ging ik trillend met mijn hand naar haar gezicht, waarna de andere hand ook volgde. Voorzichtig probeerde ik haar lippen te bereiken en haar net zo teder te zoenen als zij bij mij deed. 'Alleen langer.' Had ik met mezelf afgesproken. Van alle mensen op de hele wereld mocht ik met haar zoenen. Ik voelde me dolgelukkig, alle angst was verdwenen. Daar stonden we, midden in de nacht, in een verrot huisje, we zoende.
    Zo onverwacht dat die zoen aan kwam, verdween hij en zweefde langzaam weg. Paar seconden lang waren we beide stil en genoten van het moment...
    'Nu, liefste.' Zei ze plotseling en ik ontwaakte uit mijn zwijmelen. Ze graaide ergens in haar zak en haalde er een mes tevoorschijn. Met de punt wees ze naar mijn hoofd.
    'Ben je bereid om je liefde aan mij te tonen.' Aan de grond stond ik genageld, ik kon me niet meer verroeren. Wat was ze van plan met mij? Was ze gek geworden? Mijn adem versnelde en met kleine beetjes. Ik hapte naar ieder beetje lucht die ik niet kon vinden. Haar scheve glimlach verscheen weer, alleen was het niet de lach waar ik altijd van had gehouden. Het werd eng. Ze was geen zeemeermin meer, maar een heks van de zee. Ze was Ursula. Haar glimlach was nu een teken van kwaad. De vlammen sprongen uit haar ogen nog steeds dreigend met het mes.
    Waarschijnlijk zag ze dat ze me bang maakte, want haar gezicht verzachtte en ze keek me met een medelijdende blik aan.
    'Oh, mijn schat.' Ze streek met haar hand nu door mijn haren. Ik trilde, ik stond te shaken van angst. 'Ik ga dood.' Dacht ik. En in mijn hoofd zag ik mezelf al langzaam sterven. Ik zou sterven voor mijn grote liefde of voor de liefde zelf, zo had ik het al altijd voor me gezien. 'Je hoeft niet bang zijn, het is maar een sneetje.' Een sneetje! Ze noemt het een sneetje! Ik wilde het uitroepen. 'Je wilt me vermoorden heks! Je hebt me betoverd, je... je...' Alle erge dingen kwamen in mijn hoofd, om tegen haar te zeggen. Maar ik hield van haar, ik kon het niet. Dan stierf ik maar.
    'Een... een sneetje?' Kreeg ik alleen maar uit. Ze zei niets, ze mompelde wat voor zich uit, alsof ze iets aan het opzeggen was. Langzaam liet ze haar hand zakken, maar ik hield mijn ogen nog steeds gericht op het mes.
    'Godin van de liefde.' Riep ze uit. Met grote ogen keek ik haar aan, ik voelde mijn hart harder en harder bonken tegen mijn borstkast, alsof hij eruit wilde. Ik kon het wel begrijpen, ik zou het liefst ook weg rennen, maar mijn voeten leken wel aan de grond vastgespijkerd. 'Wij, twee geliefden, we zijn nu hier gekomen. In de tempel der liefde.' Ik stond op het punt in lachen uit te barsten. Een tempel! Deze krot, een tempel voor de liefde? Maar ik zei niets en lachte niet, misschien bleef ik dan nog in leven. Ze prevelde nog wat meer mooie zinnen bij elkaar. Met het mes ging ze naar haar eigen hand met de punt drukte ze op haar huid totdat er rood van het bloed was te zien. Rustig gleed ze met het mes over haar hand, en snee van een centimeter of twee had ze in haar hand gesneden. Ze ademde heel diep. Het bloed droop langs haar hand en drupte op de grond. Behendig draaide ze de mes om in de lucht en gaf het handvat aan mij. 'Nu jij.' Wat er in mijn hoofd bezielde wist ik niet, maar ik pakte de mes aan en deed haar ritueel na. Zij zei voor mij 'het gebed' op en ik sneed in mijn hand. Beide handen trilde. Het koude lemmet brandde op mijn huid, ik voelde de haartjes in mijn nek omhoog gaan. Ik probeerde door mijn huid te prikken, maar het lukte niet. Ik kon het niet. Een misselijk gevoel in mijn buik, het zweet langs mijn gezicht. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik keek naar haar, zij keek terug. Ze gaf me rust en angst tegelijk. Doe maar, het doet geen zeer, zei ze met haar ogen. Wat er echt in haar hoofd rond spookte wist ik niet, ik zou er nooit achter komen.
    Ik wilde het snel afhandelen, maar mijn handen werkte niet mee. De pijn in mijn hand was onverdraagbaar, heel mijn lichaam schreeuwde. Ik zelf bleef dapper, ik liet geen traan zien. Weer versnelde mijn adem en ik keek naar het bloed dat naar boven kwam. Ik werd duizelig. 'Ik heb in mijn zelf gesneden.' Ik keek naar haar, haar perfecte gezicht, de rode haren die perfect op haar schouders lagen, haar lichaam als het lichaam van de Godin van liefde zelf. Ik was blind. Haar scheve, gemene lach kwam weer te voorschijn. Ze begon te lachen. Het drukte op mijn hoofd, alsof ik telkens kleiner en kleiner werd. En zij groter. Steeds harder lachte ze, van het lieve gezicht was niets meer over. Haar rode haren veranderde in verraderlijke slangen. Zo zag ik het, ze was niet meer wie ze was.
    Ik zakte door mijn knieën en voelde de splinters van de vloer door mijn broek prikken. Ze deden geen pijn, ik keek naar mijn wond en keek toen naar haar. 'Je kijkt naar haar op,' dacht ik. 'Ze is de baas over je geworden, zonder dat je het wist. Je bent blind gemaakt. Liefde maakt blind...' Ze wilde gaan knielen, ik sloeg haar in het gezicht. Hoe durfde ze zo tegen mij doen? Ze had nu het bloed van mijn hand op haar gezicht. Maar goed ook dacht ik. Ze veegde het bloed van haar gezicht en keek vol interesse naar mijn bloed. 'Eet het op.' Wilde ik uitroepen, op het zelfde moment deed ze een van haar vingers in haar mond. 'Nu is jouw bloed mijn bloed.' En nu zweefde haar hand voor mijn gezicht, het bloed was gedeeltelijk opgedroogd, maar de snee was duidelijk te zien en er liep nog steeds bloed uit. Ik werd misselijk en het werd zwart voor mijn ogen. Haar hand werd wazig en de kamer om haar heen ook. Het werd zwarter en zwarter, het licht dat er nog was draaide om me heen. Ik sloot mijn ogen. 'Hou op.' Riep ik uit. 'Hou nu op.' En toen... Niets. Geen geluid, geen beeld... Alleen zwart, en stilte. Geen gedachten, geen dromen, geen gezicht en geen glimlach. Alleen maar rust."

    31-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Later krijg ik er genoeg...

    De tienjarige tweeling Jantje en Truusje zijn een moment alleen thuis. Jantje vraagt of hij even in haar slipje mag kijken en dat mag. Niet mis zegt hij. Dan vraagt zij of zij dan ook even in zijn slipje mag kijken, dat mag. Verbaasd staat ze te staren naar zijn piemel waarop Jantje trots zegt: "Tja dat heb jij niet he?" Het meisje stamelt: "Nee, maar pappie heeft gezegd dat ik er later nog genoeg kan krijgen....."

    31-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    30-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 72


    Image and video hosting by TinyPic .

    30-05-2012 om 20:56 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Maanfee
    De Maanfee



    Het was de tijd van het voorjaar, toen een visser, Hairoeko genaamd, op het strand uitrustte. Hij keek om zich heen en zag de blauwe zee glinsteren in het zonlicht. Grote pijnbomen wierpen hun donkere schaduw op het goudgele zand en in de verte verhief zich de kegel van de Foeji, de top door een sneeuwkrans bekroond. "Wat is de wereld toch mooi," dacht Hairoeko, "en wat een geluk is het hier te mogen leven".

    Toen opeens zag hij voor zich een prachtig voorwerp aan een boom hangen, zo verblindend mooi dat hij de wereld om zich heen vergat. Het was een mantel van witte zwanenveren, zo zacht als dons. Hij wilde het zwanenkleed juist wegnemen toen hij een naakte, jonge vrouw uit de golven zag opduiken.

    "Die mantel is van mij," zei zij. "Geef haar mij maar aan, beste visser". Het was een knap en slank meisje en haar stem klonk zo lieflijk als klinkende klokjes.

    "Ik denk er niet aan," antwoordde Hairoeko, "Wat ik gevonden heb, geef ik niet terug, en zeker niet als het zoiets moois is. Het hoort thuis in de keizerlijke schatkamer en daar ga ik het ook naartoe brengen".

    Het meisje wrong haar handen en zei: "Geef het mij alsjeblieft terug, lieve visserman. Ik smeek je erom, zonder dat kleed kan ik niet naar de hemel vliegen".

    Maar Hairoeko voelde er niets voor van het kleed afstand te doen en volhardde in zijn weigering. Nu begon het meisje zo hevig te snikken dat haar lichaam schokte.

    "O, geef het mij toch terug," snikte zij. "Ik kan niet zo lang op aarde blijven. Ik moet terugkeren naar mijn paleis op de maan, waar ik alleen maar gelukkig ben".

    Hairoeko begon medelijden te krijgen met het arme kind en eindelijk zei hij: "Goed, ik zal het je teruggeven, wanneer je voor mij op het strand wilt dansen".

    Het gezicht van de jonge vrouw klaarde meteen op. Zij wreef de tranen uit haar ogen en zei: "Ik zal met plezier voor je dansen en ik wil je ook die prachtige dans laten zien die ik tezamen met mijn zusters in het Maanpaleis uitvoer. Maar zonder mijn veren mantel kan ik niet dansen".

    "Ik zal je die later teruggeven," zei de visser. "Wanneer ik dat nu doe, zou je er vandoor gaan zonder dat ik iets heb gezien".

    Nu werd het meisje kwaad. "Wat denk je wel," zei zij. "Wij hemelingen verbreken nooit onze belofte, zoals men dat zo gemakkelijk op de aarde doet".

    Zonder verder een woord te zeggen, overhandigde Hairoeko haar het veren kleed. Zij trok het aan en haalde er een muziekinstrument uit tevoorschijn. Toen begon het meisje te zingen met een heldere, lieflijke stem over alle wonderlijke dingen die men in het Maanpaleis kon aanschouwen:

    In het zilveren Maanpaleis zitten dertig vorsten op hun troon. Vijftien dragen witte gewaden. Wanneer zij regeren straalt de maan in heldere glans.

    Maar wanneer de vijftien vorsten in zwarte gewaden regeren wordt haar licht langzaam gedoofd.

    Hairoeko werd bedwelmd door de gratie en schoonheid van haar bewegingen en niet het minst door haar verrukkelijke stem die zij met haar shamisen begeleidde.

    "Nu moet ik gaan, visser," zei zij. "Je ziet dat ik mijn belofte gehouden heb. Leef wel!"

    "Nee, nee" hield Hairoeko haar tegen, "nog één dans, nog één lied! Zo iets moois zal ik mijn leven lang niet meer zien en horen".

    De Maanfee liet zich overhalen en danste voor hem de dans van de Jeugd en zij zong over Japan, het eiland dat door de goden wordt bemind en dat tot in lengte van dagen door de goden beschermd zal worden.

    Toen zag de visser dat haar voeten boven het gouden zand zweefden, steeds hoger en hoger tot haar veren kleed boven de toppen van de bomen zichtbaar werd. Nog altijd hoorde hij haar bekoorlijke stem, maar het geluid werd zwakker en zwakker. Als een kleine witte vogel zag hij haar ten hemel stijgen tot zij een klein stipje werd, en toen... zag hij alleen maar de azuurblauwe hemel met heel in de verte de bleke maansikkel.

    Sindsdien verzuimde Hairoeko nooit, wanneer hij gevist had en de boot weer op het droge trok, te kijken of er niet ergens in een boom een veren kleed hing. Maar helaas, hij heeft er nooit meer een gezien!



     

    30-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    hihi

    Drie vriendinnen zitten te kletsen.
    "Zeg, weet je, als ik mijn Peter pijp, heeft hij altijd koude ballen." "Dat is grappig", zegt de tweede, "als ik dat bij mijn Dirk doe, is dat ook zo." "En jij", vragen ze aan de derde, "heeft jou Jeremy dat ook als je hem pijpt?"
    "Euh, weet je dat ik dat nooit gedurft heb." "Oh jee meisje toch, jij bent niet goed wijs zeker? Als je dat niet doet, gaat hij het misschien wel bij een ander zoeken en dan enz enz..."
    Zo gezegd zo gedaan, 's avonds verwent ze haar Jeremy eens goed door hem te pijpen. De volgende dag komt ze aan met een blauw oog.
    "Ja", zegt ze, "ben ik hem aan het pijpen en in ene keer wordt hij kwaad en geeft hij me een knal op me oog." "Die is zeker gek geworden, waarom doet die nou zoiets?" "Ja weet ik het, ik zei hem nog, hey das gaaf, jouw ballen zijn warm wanneer ik je pijp, en die van Peter en Dirk niet."

    30-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    29-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 71


    Image and video hosting by TinyPic .

    29-05-2012 om 22:47 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het lelijke jonge eendje
    Het lelijke jonge eendje
    Het was zomer en zó heerlijk buiten op het land! Het graan was goudgeel, de haver groen, het hooi stond in oppers op de groene weiden en daar liep de ooievaar op zijn lange rode benen en klepperde Egyptisch, want die taal had hij van zijn moeder geleerd. Rondom de akkers en de weiden waren er grote bossen en midden in die bossen diepe meren; ja, het was werkelijk heerlijk daar buiten op het land!

    Midden in de zonneschijn lag een oud landgoed met diepe grachten er omheen en van de muren tot aan het water groeiden de bladeren van het groot hoefblad, die zo hoog waren, dat kleine kinderen er rechtop onder konden staan: het was er net zo wild als in het dichtste bos. Daar zat een eend op haar nest; zij moest haar kuikentjes uitbroeden, maar nu had ze er heus genoeg van, omdat het te lang duurde en ze maar zo zelden bezoek kreeg. De andere eenden hielden er meer van rond te zwemmen in de grachten, dan onder een zuringblad met haar te zitten snateren.

    Eindelijk sprong het ene ei na het andere open: "piep, piep," klonk het; alle eierdooiers waren levend geworden en staken het kopje naar buiten.

    "Vlug! Vlug!" zei ze en ze repten zich wat ze konden en keken naar alle kanten. De moeder liet ze kijken zoveel ze maar wilden, want groen is goed voor de ogen.

    "Wat is de wereld toch groot!" zeiden de jonge eendjes, want ze hadden nu heel wat meer plaats, dan toen ze in het ei zaten.

    "Denken jullie, dat dit de hele wereld is?" zei de moedereend, "die strekt zich nog heel ver uit aan de andere kant van de tuin, tot op het erf van de dominee, maar daar ben ik nooit geweest. Ik heb jullie hier toch wel allemaal bij elkaar?" De moedereend stond op en zei: "Neen, ik heb ze niet allemaal. Het grootste ei ligt er nog; hoe lang zal dat nog duren? Nu heb ik er toch gauw genoeg van!" En ze ging weer op het nest zitten.

    "Wel, hoe gaat het, buurvrouw?" zei een oude eend, die op visite kwam.

    "Het duurt zo lang met dat ene ei," zei de eend, die op het nest zat. "Er wil maar geen gat in komen. Maar nu moet je de anderen eens zien. Zijn het niet de liefste eendjes van de wereld " Ze lijken allemaal op hun vader, die booswicht! Die komt me niet eens feliciteren." "Laat me dat ei eens zien, dat niet wil barsten," zei de oude eend. "Je kunt ervan op aan, dat het een kalkoenei is. Ik ben ook eens zo voor de mal gehouden, maar ik zal je vertellen, dat ik heel wat had uit te staan met de jongen, want ze zijn bang voor het water. Ik kon ze er maar niet in krijgen; ik kwaakte en snaterde, maar het hielp niet! " Laat mij dat ei eens zien! Ja zeker, dat is een kalkoenei. Laat hem liggen en leer de andere kinderen zwemmen!"

    "Ik wil er toch nog een beetje op blijven zitten!" zei de moedereend. "Ik heb er nu toch al zo lang op gezeten."

    "Ga je gang!" sprak de oude eend en ging weg.

    Eindelijk barstte het grote ei. "Piep! Piep!" zei het jong en waggelde naar buiten, want het was erg groot en lelijk. De moedereend keek ernaar en zei: "Je bent een vreselijk groot eendenjong. Geen van de anderen ziet er zo uit. Het zal toch geen kalkoenkuiken zijn? Daar zullen we gauw achter komen. In het water moet hij, al moet ik hem er zelf intrappen!"

    De volgende dag was het heerlijk weer, de zon scheen op alle groene zuringplanten. De moedereend ging met haar hele gezin naar de gracht toe. Plons! Zij sprong in het water en riep: "Vlug! Vlug!" en het ene jonge eendje na het andere plompte er in; het water sloeg hen over het hoofd, maar ze kwamen dadelijk weer boven en dreven zo heerlijk, de pootjes gingen vanzelf. Ze waren er allemaal in; zelfs het lelijke grijze eendje zwom mee.

    "Neen, dat is geen kalkoen!" zei ze. "Kijk eens, hoe mooi hij zijn poten gebruikt en wat houdt hij zich recht. Dat is mijn eigen jong. Hij is toch eigenlijk heel aardig, als je hem goed bekijkt. Vlug! Vlug! Kom met me mee, dan zal ik jullie in de wereld brengen en je voorstellen op het eendenveldje, maar jullie moeten altijd vlak bij me blijven, zodat niemand op je trapt, en pas op voor de kat!" En zo kwamen ze op het eendenveldje. Daar heerste een vreselijk lawaai, want er waren twee gezinnen, die om een palingkop vochten, en tenslotte kreeg de kat hem nog.

    "Kijk, zo gaat het nu in de wereld," zei de moedereend en likte zich de snavel af, want zij wou ook de palingkop wel hebben. "Gebruik nu je poten," zei ze. "Zorg, dat je mooi kwaakt en buig met je hals voor die oude eend daar; ze is de voornaamste van allen hier. Ze is van adel, daarom is ze dik; en zie je wel, dat ze een rood bandje om haar poot heeft? Dat is iets heel moois en de hoogste onderscheiding die een eend kan krijgen. Dat betekent zoveel als dat men haar niet kwijt wil raken en dat alle mensen en dieren haar zullen herkennen. Vooruit nu! Niet met je poten naar binnen. Een welopgevoede jonge eend zet zijn poten ver uit elkaar, net als vader en moeder. Kijk zo! Buig nu met je hals en zeg: Kwaak!"

    Het lelijke jonge eendje
    En dat deden ze; de andere eenden er om heen keken naar hen en zeiden heel luid: "Het is wat moois! Nu krijgen we dat stel er nog bij, alsof er nog niet genoeg zijn! En foei, wat ziet dat ene jong er uit! Dat laten we niet toe!" En onmiddellijk vloog er een eend op hem af en beet hem in zijn nek.

    "Laat hem met rust!" zei de moedereend, "hij doet toch niemand kwaad!"

    "Ja, maar hij is zo groot en zo raar," sprak de eend, die gebeten had, "en daarom moeten we hem mores leren!"

    "U hebt mooie kinderen, moeder!" zei de oude eend met het bandje om haar poot. "Ze zijn allemaal mooi, op één na, die is mislukt. Ik wou, dat U hem over kon maken!"

    "Dat gaat niet, Uw genade!" antwoordde de moedereend. "Hij is niet mooi, maar hij heeft een echt goed karakter en zwemt net zo goed als een van de anderen, ja, ik durf zelfs zeggen een beetje beter. Ik denk, dat hij er wel doorheen zal groeien en mettertijd wat slanker zal worden. Hij heeft te lang in het ei gezeten en daarom heeft hij nog niet het goede figuur!" En zij plukte hem in zijn nek en streek zijn veren glad. "Bovendien is het een woerd," zei ze, "en het doet er dus niet zo veel toe, ik geloof dat hij sterk zal worden; hij zal zich er heus wel doorheen slaan!"

    "De andere eendjes zijn aardig," zei de oude eend. "Doe alsof je thuis bent en als je een palingkop vindt, mag je me die brengen!" En zo was het net alsof ze thuis waren.

    Maar het arme eendje, dat het laatst uit het ei was gekropen en zo lelijk was, werd gebeten en geduwd en voor de gek gehouden. "Hij is te groot!" zeiden ze allemaal, en de kalkoense haan, die met sporen was geboren en zich daarom verbeeldde dat hij keizer was, blies zich op als een schip met volle zeilen, vloog op hem af en kakelde, dat hij er een rood hoofd van kreeg.

    Het arme eendje wist zich niet te bergen, het was erg bedroefd, omdat het er zo lelijk uitzag en bespot werd door de hele eendenhof. Zo ging het de eerste dag en het werd hoe langer hoe erger. De arme jonge eend werd door alle andere opgejaagd, zelfs zijn eigen broertjes en zusjes deden lelijk tegen hem en ze zeiden maar steeds: "Nam de kat je maar mee, lelijk spektakel!" De moeder zei: "Was je maar heel ver weg!" en de eenden beten hem en de kippen pikten hem en het meisje, dat de dieren kwam voeren, schopte hem.

    Toen liep hij weg en vloog over de omheining; de vogeltjes in de bosjes vlogen verschrikt op. "Dat is omdat ik zo lelijk ben!" dacht het eendje en deed zijn ogen dicht; maar hij liep toch maar weg.

    Zo kwam hij in een grote plas, waar de wilde eenden woonden. Daar lag hij de hele nacht, want hij was toch zo moe en verdrietig. Tegen de morgen vlogen de wilde eenden op en zagen de nieuwe kameraad.

    "Wat ben jij voor iemand?" vroegen ze en het eendje draaide zich naar alle kanten en groette zo goed hij kon.

    "Je bent foeilelijk!" zeiden de wilde eenden. "Maar dat is ons om het even, als je maar niet in onze familie trouwt." De stakker! Hij dacht in het geheel niet aan trouwen, als hij maar in het riet mocht liggen en wat water uit de plas mocht drinken.

    Daar lag hij twee dagen lang; toen kwamen er twee wilde mannetjesganzen. Ze waren nog niet heel lang uit het ei en daarom waren ze zo kwiek.

    "Hoor eens kameraad," zeiden ze, "je bent zo lelijk, dat we je wel mogen. Wil je meegaan en een trekvogel worden? Dicht hierbij, in een andere plas, zijn aardige lieve wilde ganzen, allemaal wijfjes. Je kunt daar je geluk beproeven, hoe lelijk je ook bent."

    "Pief, paf!" klonk het plotseling boven hen en beide wilde ganzen vielen dood neer in het riet; het water werd bloedrood. "Pief, paf!*" klonk het weer; hele troepen wilde ganzen vlogen op uit het riet en toen knalde het weer. Er werd een grote jacht gehouden; de jagers lagen om de plas heen, sommigen zaten zelfs op de takken van de bomen, die zich ver over het riet uitstrekten. De blauwe damp dreef als een wolk tussen de donkere bomen en bleef hangen boven het water; de jachthonden kwamen door de modder gelopen, plas, plas, zodat biezen en riet naar alle kanten uit elkaar bogen. Tot grote schrik van het arme eendje; hij draaide zijn kop om hem onder zijn vleugels te steken en op hetzelfde ogenblik stond vlakbij een vreselijk grote hond; zijn tong hing hem ver uit de bek en zijn ogen fonkelden. Hij hapte naar het eendje, liet zijn scherpe tanden zien, en plas, plas, ging hij verder, zonder de eend mee te nemen. "De hemel zij dank!" zuchtte het eendje. "Ik ben zo lelijk, dat zelfs de hond me niet wil bijten"

    En hij bleef stil liggen, terwijl de hagelkorrels door het riet suisden en het ene schot na het andere klonk.

    De dag was al een heel eind verstreken voor het stil werd, maar het arme eendje durfde nog niet op te staan; hij wachtte nog enige uren voor hij rondkeek en toen liep hij zo hard hij kon weg uit de plas. En hij bleef maar lopen, door de wei en over stoppelveldjes. Er stond zo'n wind, dat hij moeite had vooruit te komen.

    Tegen de avond kwam hij aan een armoedig boerenhuis; dit was zo bouwvallig, dat het zelf niet wist naar welke kant het zou vallen en zodoende bleef het staan. De wind gierde zo om het eendje heen, dat hij moest gaan zitten om niet weg te waaien. Het werd hoe langer hoe erger, maar toen merkte hij, dat de deur uit het hengsel hing, zo scheef, dat 't eendje door de spleet naar binnen kon sluipen.

    Hier woonde een oude vrouw met haar kat en haar kip; de kat, die ze "Zoontje" noemde, kon een hoge rug opzetten en blazen; hij kon ook vonken schieten, maar dan moest men hem tegen de draad in over zijn haren strijken. De kip had heel kleine, korte poten en daarom werd ze "Kukeleku-kortbeen" genoemd; ze legde veel eieren en de vrouw hield van haar als van haar eigen kind. In de ochtend ontdekte men het vreemde eendje dadelijk, de kat begon te blazen en de kip te kakelen.

    "Wat is er aan de hand?" zei de vrouw en keek rond, maar ze kon niet erg goed zien en daarom dacht ze, dat het eendje een verdwaalde vette eend was. "Dat is een zeldzame vangst!" zei ze. "Nu kan ik eendeneieren krijgen, als het maar geen woerd is. Dat moeten we eens onderzoeken."

    En zo werd het eendje voor drie weken op proef genomen, maar er kwam geen ei. De kat was de heer des huizes en de kip was de mevrouw en ze zeiden maar steeds: "Wij en de wereld," want ze meenden, dat ze de helft ervan waren en nog wel het allerbeste deel. Het eendje vond, dat men van een andere mening kon zijn, maar dat duldde de kip niet.

    "Kun je eieren leggen?" vroeg ze.

    "Nee!"

    "Wil je dan je snavel wel eens houden!"

    En de kat zei: "Kun je een hoge rug opzetten, blazen en vonken schieten?"

    "Nee!"

    "Dan mag je geen mening hebben als anderen praten!"

    En het eendje zat in een hoekje en had het land. Toen ging hij denken aan de frisse lucht en de zonneschijn; hij kreeg zo'n erge zin om op het water te drijven, dat hij tenslotte niet kon laten om het tegen de kip te zeggen.

    "Wat bezielt je?" vroeg deze. "Je hebt niets te doen, daarom krijg je die nukken. Leg eieren of blaas, dan gaat het over!"

    "Maar het is zo heerlijk om op het water te drijven," zei het eendje. "Het is heerlijk om het water over je kop te krijgen en naar de bodem te duiken."

    "Ja, dat is heel plezierig!" zei de kip. "Je bent, geloof ik, gek geworden. Vraag eens aan de kat, hij is de knapste die ik ken, of hij er van houdt op het water te drijven of onder te duiken. Over mezelf wil ik niet spreken. Vraag het onze meesteres, de oude vrouw. Er is niemand ter wereld zo verstandig als zij! Denk je, dat ze er plezier in heeft te drijven en water over haar hoofd te krijgen?"

    "Jullie begrijpen het niet!" zei het eendje.

    "Als wij je niet begrijpen, wie dan wel? Je wilt toch niet verstandiger zijn dan de kat en de vrouw, om van mezelf te zwijgen? Snij niet zo op, kind, en dank je Schepper voor al het goede, dat Hij voor je heeft gedaan. Ben je niet in een warme kamer gekomen en heb je geen omgang, waarvan je wat kunt leren? Maar je praat onzin en het is niet leuk om met je om te gaan. Mij kun je geloven, ik meen het goed met je; ik zeg je onaangename dingen en daardoor leert men zijn ware vrienden kennen! Zorg nu maar, dat je eieren legt en leer blazen of vonken schieten! Dan ben je tenminste iemand."

    "Ik geloof, dat ik de wijde wereld maar in ga," sprak het eendje.

    "Ja, doe dat!" zei de kip.

    En zo ging het eendje weg; hij dreef op het water, hij dook onder, maar omdat hij zo lelijk was, lieten alle dieren hem links liggen. Het najaar brak aan, de bladeren in de bossen werden geel en bruin, de wind kreeg ze te pakken, zodat ze ronddansten, en daarboven in de lucht zag het er koud uit; de wolken voorspelden hagel en sneeuw en op een hek stond de raaf en riep: "Au! Au!" van louter kou. Het was om te bevriezen; het arme eendje had het werkelijk niet best.

    Op een avond, toen de zon prachtig onderging, kwam er een hele zwerm mooie grote vogels uit de bosjes. Het eendje had nog nooit zulke mooie vogels gezien: ze waren glanzend wit met lange buigzame halzen; het waren zwanen. Ze maakten een heel vreemd geluid, spreidden hun prachtige lange vleugels uit en vlogen weg uit de koude streken naar warme landen, naar meren, die niet bevroren waren. Ze stegen zo hoog, zo hoog, dat het het eendje bijna teveel werd; hij draaide als een rad in het rond op het water, rekte zijn hals ver uit naar de zwanen en stiet een kreet uit, zo hard en vreemd, dat hij er zelf bang van werd. O, hij kon die mooie, gelukkige vogels niet vergeten. Toen hij ze uit het gezicht verloren had, dook hij heel tot op de bodem en weer boven gekomen, was hij helemaal buiten zichzelf. Hij wist niet hoe de vogels heetten en waarheen ze vlogen, maar toch hield hij van ze, zoals hij nog nooit van iemand had gehouden. Hij was helemaal niet jaloers op die vogels: het kwam niet bij het eendje op zich zoiets heerlijks te wensen; hij zou al best blij zijn, dat arme lelijke dier, als de eenden hem in hun midden hadden geduld.

    En het werd toch zo'n koude winter; het eendje moest in het water rondzwemmen om te maken, dat dit niet helemaal dichtvroor, maar elke nacht werd het gat, waarin hij rondzwom, kleiner; het vroor dat het kraakte, het eendje moest aldoor zijn poten gebruiken om te maken, dat het water niet helemaal dicht raakte; tenslotte werd hij moe, lag heel stil en vroor zo vast in het ijs.

    In de vroege morgen kwam er een boer, die het eendje zag; hij sloeg met zijn klomp het ijs stuk en droeg het beest naar huis, naar zijn vrouw. Daar kwam het weer bij. De kinderen wilden ermee spelen, maar het eendje dacht, dat ze hem kwaad wilden doen en kwam in zijn angst in het melkvat terecht, zodat de melk in de kamer rondspatte; de vrouw gilde met haar handen in de hoogte, en toen vloog het in het botervat en daarna in de meelton. Wat zag hij er uit!

    De vrouw gilde weer, ze sloeg ernaar met de tang en de kinderen liepen elkaar omver om het eendje te vangen, ze lachten en schreeuwden! Gelukkig maar, dat de deur openstond; het eendje vloog naar buiten, tussen de bosjes door in de vers gevallen sneeuw, en daar lag het als in een winterslaap.

    Maar het zou al te droevig worden als ik vertelde over de nood en de ontbering, die de eend moest doorstaan in die harde winter. Hij lag in de plas tussen het riet, toen de zon weer warm begon te schijnen: de leeuweriken zongen, het was heerlijk voorjaar.

    Toen sloeg het eendje ineens zijn vleugels uit, ze ruisten sterker dan vroeger en droegen hem met kracht voort, en vóór hij het wist, bevond hij zich in een grote tuin, waar de appelbomen in bloei stonden en de seringen aan lange groene takken over de sloten hingen, Hier was het toch zo heerlijk, zo fris, zo voorjaarsachtig!

    Dichtbij kwamen drie mooie witte zwanen uit het kreupelhout; zij ruisten met hun veren en dreven licht op het water. Het eendje kende de prachtige dieren en werd door een vreemde droefheid bevangen.

    "Ik wil naar die koninklijke vogels toevliegen en ze zullen me doodbijten, omdat ik, die zo lelijk ben, hen durf naderen. Maar dat doet er niet toe! Beter door hen te worden gedood, dan te worden gebeten door de eenden, gepikt door de kippen en geschopt door het meisje, dat op de hoenderhof past, en 's winters gebrek te lijden."

    Het eendje vloog het water in en zwom naar de prachtige zwanen toe, die met ruisende vleugels op het eendje toeschoten. "Dood me maar!" zei het arme dier, boog de kop naar het wateroppervlak en wachtte de dood af. Maar wat zag het in het heldere water? Zijn spiegelbeeld! Maar hij was geen lompe, zwartgrijze, lelijke vogel meer; hij was zelf een zwaan!

    Het doet er niet toe of men in een eendenhof is geboren, als men maar uit een zwanenei gekomen is.

    Hij was blij om alle nood en wederwaardigheden, die hij had beleefd; nu waardeerde hij juist het geluk dat hem ten deel viel. De grote zwanen zwommen om hun nieuwe makker heen en streelden hem met hun snavels.

    Er kwamen kleine kinderen de tuin in, ze gooiden brood en graan in het water en de kleinste riep: "Er is een nieuwe!" En de andere kinderen jubelden mee: "Ja, er is een nieuwe gekomen!" en ze klapten in de handen, ze dansten in het rond en liepen naar hun vader en moeder. Er werden brood en koekjes in het water gegooid en ze zeiden allemaal: "De nieuwe is de mooiste! Zo jong en zo prachtig!" En de oude zwanen bogen diep voor hem.

    Toen voelde hij zich erg verlegen en stak z'n kop onder de vleugels; hij wist niet hoe hij het had, hij was al te gelukkig, maar helemaal niet trots, want een goed hart wordt nooit trots. Hij dacht er aan hoe hij was vervolgd en gehoond en hoorde nu iedereen zeggen, dat hij de prachtigste van alle prachtige vogels was. En de seringen bogen met hun takken tot in het water naar de jonge zwaan toe en de zon scheen zo warm en zo goed. Toen ruisten zijn veren, de slanke hals verhief zich en uit de grond van zijn hart jubelde hij: "Van zoveel geluk heb ik niet gedroomd, toen ik het lelijke jonge eendje was!"

    29-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    28-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 70


    Image and video hosting by TinyPic .

    28-05-2012 om 20:51 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana


    dokter is wel slim

    Een pas getrouwd stel komt bij de dokter want ze weten niet precies hoe ze het moeten doen. Nou zegt de dokter tegen het vrouwtje ga daar maar op bed liggen en tegen de man zegt hij hou jij mijn ballen omhoog dan kun je goed meekijken . Het stel is zeer tevreden en gaat naar huis en een week later komt de man strompelend naar de dokter. Zegt de dokter wat is er nu gebeurd? Nou zei de man wij gingen zeer tevreden naar huis, wij op zoek naar zo'n bed en toen hebben we de strijkplank maar genomen en omdat er niemand was die mijn ballen omhoog kon houden heb ik ze maar met een touwtje aan het plafond gehangen en toen we eindelijk op die strijkplank lagen en konden beginnen zakte de strijkplank in elkaar.

    28-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    27-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 69


    Image and video hosting by TinyPic .

    27-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Xue Wei
    Xue Wei



    Een zekere Xue Wei werd in het eerste jaar van de regeringsperiode Qianyuan (758-759) benoemd tot hoofdadministrateur van het district Qingcheng in de prefectuur Shuzhou. In de herfst van dat jaar werd Wei ziek en na zeven dagen was hij opeens levenloos, alsof hij was heengegaan. Hoe vaak men ook riep, hij reageerde niet, maar zijn hart bleef enigszins warm zodat zijn huisgenoten het niet konden verdragen hem te begraven en ze bleven bij hem waken.

    Na twintig dagen slaakte hij plotseling een diepe zucht, ging overeind zitten en zei tegen hen: "Hoeveel dagen zijn er in de wereld der mensen verstreken?" Op het antwoord: "Al twintig," zei hij: "Ga eens kijken of mijn collega's gefrituurde visfilets zitten te eten. Vertel hun dat ik weer tot leven ben gekomen en iets bijzonder vreemds heb meegemaakt en vraag hun de eetstokjes neer te leggen om te komen luisteren."

    Een knecht ging hollend de overige ambtenaren zoeken die inderdaad juist visfilets zouden gaan eten. Hij lichtte hen vervolgens in, waarop zij hun maaltijd onderbraken en met hem meekwamen. Wei vroeg: "Had u de knecht van de belastingadministratie Zhang Bi bevolen een vis te halen?" Op hun bevestigend antwoord zei hij tegen Bi: "De visser Zhao Gan verborg die kolossale karper en wilde met kleine vissen aan zijn verplichtingen voldoen. Jij hebt tussen het riet die verborgen vis gevonden en die meegenomen. Toen jij het ambtsgebouw binnenging zat een klerk van de belastingadministratie aan de oostzijde van de poort, terwijl een klerk van de politie aan de westzijde van de poort zat, ze waren go aan het spelen. Toen je op de binnenplaats kwam, zaten Zou en Lei juist te eten terwijl Pei een perzik at. Toen je vertelde dat Gan die kolossale vis verborgen had willen houden gaf Pei bevel Gan af te laten ranselen. Nadat jij de vis had overgedragen aan de kok Wang Shiliang slachtte die hem verheugd. Klopt dit alles?"

    Het klopte en men vroeg: "Hoe wist u dat?"

    Hij antwoordde: "Die zoëven geslachte karper, dat was ik!"

    Geschrokken zei men: "Vertel ons hoe dat gebeurde!"

    Wei zei: "Uitgeput door mijn ziekte had ik eerst zo'n last van de hitte dat het bijna ondraaglijk was. Opeens kreeg ik het zo benauwd dat ik vergat dat ik ziek was, en om de hitte te ontvluchten liep ik naar buiten, zonder te beseffen dat het een droom was. Toen ik buiten de stad was aangekomen, voelde ik me vrolijk en blij als een vogel in een kooi en een dier achter tralies die zijn ontsnapt - niemand was zo vrolijk en blij als ik. Geleidelijk kwam ik in de heuvels, maar van het lopen in de heuvels kreeg ik het nog benauwder, zodat ik vervolgens afdaalde om langs de rivier te zwerven. Ik zag hoe lieflijk de najaarskleuren waren en hoe diep en stil de kolk in de rivier was - door de lichtste rimpeling werd het water zelfs niet beroerd en als een spiegel omvatte het de verste luchten. Opeens had ik zin me te baden en ik trok op de oever mijn kleren uit en sprong erin! Van jongs af aan was ik met het water vertrouwd, maar sinds ik volwassen was had ik er nooit meer in gespeeld. Bij die gelegenheid liet ik me volledig gaan, zodat ik een langgekoesterd verlangen bevredigde en ik dacht: Een mens zwemt niet zo lekker als een vis. Zou ik niet tijdelijk vis kunnen zijn om vrijuit door het water te kunnen schieten? Naast me verscheen een vis en die zei: "Dat is eenvoudig. Ik zal het voor u gaan regelen." Hij verdween en even later verscheen er een man met het hoofd van een vis, rijdend op een dolfijn en omringd door enige tientallen vissen. Hij las een proclamatie van de Heer van de Rivier voor die luidde:

    "Boven water en onder water: gescheiden zijn de wegen van hen die door stromen zwerven, zodat de mens niet bekwaam is de golven te doorklieven tenzij hij dat heel graag doet. Xue Wei houdt van zwemmen door diepe wateren en verlangt naar de rust van ongebondenheid. Uit vreugde over het onafzienbare oppervlak voelt hij zich bevrijd in de klare rivier. Voor een korte tijd zal hij een vis zijn, het is niet zo dat hij dat voor eens en voor al zal zijn. Tijdelijk mag hij in de Oosterkolk verblijven als een rode karper. Ach! Wie door zich te verlaten op hoge golven schepen doet vergaan, begaat in duisternis een misdrijf; wie onkundig van de fijne haak het aas begeert wordt in het licht gekwetst. Verspeel toch niet, tot schande van soortgenoten, het leven! Getroost je moeite!"

    Toen ik, na dit gehoord te hebben, naar mezelf keek stak ik al in een vissekleed. Daarop zwom ik naar hartelust en ik kwam waarheen ik ook maar wilde. Boven de golven of op de bodem, overal voelde ik me volkomen op mijn gemak en de drie rivieren en vijf meren heb ik bijna volledig doorsprongen. Maar het mij aangewezen verblijf was de Oosterkolk en elke avond keerde ik daarheen terug.

    Opeens had ik een geweldige honger maar nergens kon ik iets te eten vinden. Toen ik langs een boot zwom, zag ik plotseling het haakje hangen van Zhoa Gan met zijn heerlijk riekende aas. Me welbewust van het gebod had ik, voor ik het zelf besefte, er toch al de mond aangezet maar ik bedacht: Ik ben een mens die voor een poosje een vis is. En dan zal ik, omdat ik niets te eten kan vinden, een haak inslikken? Ik versmaadde het aas en ging weg. Maar even later werd de honger nog erger en ik dacht bij mijzelf: Ik ben een ambtenaar die als spel in een vissekleed steekt. Gesteld al dat ik de haak zou inslikken, dan zou Zhao Gan me toch zeker niet doden, maar me vast terugbrengen naar het ambtsgebouw. Daarop slikte ik het aas in. Zhao Gan nam het snoer in zodat hij me ophaalde. Toen zijn hand me naderde riep ik herhaaldelijk tegen hem, maar hij luisterde niet en reeg een touwtje door mijn wangen, waarmee hij me vastbond tussen het riet. Later kwam Zhang Bi die zei: "Overste Pei wil een vis kopen, maar het moet een grote zijn."

    Gan zei: "Ik heb nog geen grote vis gevangen maar ik heb wel ruim tien pond kleine vis."

    Bi zei: "Ik heb opdracht gekregen een grote vis te halen. Wat heb ik aan die kleintjes?" Daarop ging hij zelf zoeken tussen het riet, vond mij en nam me mee. Ik zei tegen Bi: "Ik ben jouw meerdere, de hoofdadministrateur, maar in de hoedanigheid van een vis zwom ik in de rivier. Hoe bestaat het dat je niet voor mij neerknielt?" Hij luisterde niet en met mij in de hand liep hij door. Ik bleef schelden en razen maar Bi sloeg er geen acht op. Toen we de poort van het ambtsgebouw binnengingen zag ik klerken go zitten spelen. Met luide stem riep ik hen toe, maar niets of niemand reageerde. Ze lachten slechts en zeiden: "Wel allemachtig, die vis weegt wel meer dan vier pond!" Toen we daarna op de binnenplaats kwamen, waren Zou en Lei juist aan het eten terwijl Pei een perzik at. U was verheugd over de grootte van de vis en beval Bi direct naar de keuken te gaan. Bi vertelde dat Gan de kolossale vis verborgen had willen houden om met kleintjes aan zijn verplichtingen te voldoen en Pei zei woedend hem af te laten ranselen. Ik schreeuwde tot u allen: "Ik ben uw collega! Ik werd gevangen en jullie laten me niet gaan, maar willen dat ik direct geslacht word - dat is onmenselijk!"

    Luid schreeuwend weende ik, maar u drieën bekommerde er zich niet om en liet me overdragen aan de vis-kok. Die Wang Shiliang had een blinkend mes in zijn handen en verheugd wierp hij mij op zijn tafel. Weer schreeuwde ik: "Wang Shiliang, jij bent de vis-kok die ik steeds bestel, waarom slacht je mij? Waarom breng je mij niet bij de heren om hen in te lichten?"

    Shiliang leek het niet te horen, hij drukte me bij mijn nek neer op het hakblok en
    sloeg mijn hoofd eraf. Op het moment dat dat daar viel, kwam ik hier tot bewustzijn en vervolgens liet ik u roepen."

    Alle heren stonden stomverbaasd en hun hart werd vervuld van liefde en mededogen. Welnu, toen Zhao Gan hem ving, Zhang Bi hem meenam, de klerken go speelden, de drie heren boven aan de treden stonden en Wang Shiliang hem zou slachten, hadden zij wel zijn mond zien bewegen, maar niemand had iets gehoord. De drie heren lieten daarop de gefrituurde visfilets wegwerpen en aten dat gerecht van hun levensdagen nooit weer. Wei was vanaf dat moment hersteld.

    (Later bracht hij het tot assistent-magistraat van het district Huayang, in welke functie hij overleed.)



     

    27-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Haan zonder handen

    Waarom heeft een haan geen handen? Omdat een kip geen borsten heeft.

    27-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    26-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 68


    Image and video hosting by TinyPic.

    26-05-2012 om 23:32 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Arnoldus

    Arnoldus



    Het beloofde een mooie dag te worden voor Arnoldus de dappere. De koene ridder had het echter zelf nog niet door toen hij wakker werd. Heel normaal dus deed hij zijn ridderkledij aan en begaf zich naar buiten. Wat hij vandaag ging doen wist hij niet. Een ridder was immers een soort van vrije vogel die meestal in de loop van de dag besliste wat hij zou gaan doen. Hij stond dus buiten en keek naar het volk dat passeerde. Als hij een mooie jonkvrouw in het zicht kreeg, dacht hij bij zichzelf: “Hm, hier zou ik wel eens een vogeltje mee willen leggen.� De betekenis hiervan is in de loop der jaren jammer genoeg verloren gegaan… Zo ging het even verder, maar plots dacht Arnoldus dat hij maar eens actie moest ondernemen. Hij stapte op een jonkvrouw af en vroeg haar of ze een vogeltje met hem wou leggen. Ze zei:�Graag, maar een andere ridder was je voor.� “Verdomme “, zei Arnoldus een beetje teleurgesteld, “dan maar geen vogeltje.� En net toen hij wou weggaan zei de jonkvrouw: “Kijk, daar is die andere ridder, misschien kunnen jullie een duel uitvechten voor mij?� Omdat hij als bijnaam “de dappere� had, kon hij deze uitdaging onmogelijk uit de weg gaan. Een duel ging het worden. In die tijd was een duel tussen ridders iets wat veel voorkwam en de nodige maatregelen werden dus snel getroffen. Twee grote manden werden op het centrale plein gezet en door de koning aangestelde tellers namen plaats naast de manden, in aangepaste tellerskledij Als het ging om een jonkvrouw, was een speciaal duel aangewezen. De regels zijn eenvoudig: de ridders krijgen elk vier uur de tijd om zoveel mogelijk eieren te verzamelen en die in een mand te leggen. Eieren mochten ze niet kopen, maar moesten ze buiten de stad halen en dan in de mand gaan leggen. Op het eerste zicht lijkt dit misschien saai, maar dat was het hoegenaamd niet. Dit spel vraagt een enorm tactisch inzicht! Draag je veel eieren met je mee of breng je ze zo snel mogelijk terug? Het eerste impliceert een risico op vallen, en dus verlies van al je verzamelde eieren en het tweede zorgt voor een enorm tijdsverlies. Dilemma’s alom. De ridders werden ook gevolgd door nieuwsgierige toeschouwers. Hoe ze in de bomen klommen om eitjes te zoeken was een wervelend spektakel. Want, wat ik nog niet verteld heb is dat voor zo’n duel de ridders hun volledige harnas moesten aanhebben, en dat maakte het klimmen er niet makkelijker op, wel leuker om te aanschouwen. Mooie taferelen in die tijd… Ook waren niet alle vogels even tevreden met het zien van een ridder die hun eieren stal. Grote, agressieve vogels lieten dit niet zomaar gebeuren en vielen de ridders aan. Niet zo slim want de ridders hadden naast hun harnas ook een zwaard mee en met de vogels werd dus meestal korte metten gemaakt. Zo ging dat vier uur door en toen was het tijd om te tellen. Onder het oog van de bevolking en de koning deden de tellers hun werk. Kleine weddenschappen werden afgesloten en gegiechel weerklonk tussen de jonkvrouw in kwestie en haar vriendinnen. Uitgeput en in spanning wachtten de ridders af. Na de telling schreven de tellers hun resultaat op en toonden dat aan de koning. Hierna werd het muisstil op het plein en iedereen keek naar de koning. “De winnaar van dit duel�, zei hij plechtig, “die een vogeltje zal leggen met de jonkvrouw, is niemand minder dan Arnoldus de dappere!� Zonder al te veel te aarzelen bedankte Arnoldus de koning en nam de jonkvrouw mee om een vogeltje te leggen. Hand in hand liepen ze naar zijn huisje en begonnen aan de daad. Zij haalde het vogeltje uit z’n kooitje en begon het te wassen, heel zachtjes. “Wat een prachtig exemplaar�, merkte ze terloops op, maar de koene ridder zocht al propere doekjes om het vogeltje in te wikkelen. Na de grondige wasbeurt van de jonkvrouw rolden ze het vogeltje in de doekjes en legden het bij de kachel om te drogen. En zo legde Arnoldus die dag een vogeltje met de jonkvrouw van zijn dromen.

    26-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Woestijn

    Stort een man in een 1-persoonsvliegtuigje neer in de woestijn. Hij heeft genoeg eten en drinken mee, maar na een paar dagen krijgt hij toch wel heel erg behoefte in seks. Dus hij graaft een kuil, zet er een kameel in, doet zijn broek naar beneden... loopt de kameel weg! Zo gaat het een paar dagen en telkens loopt de kameel weg. Tot op een dag er nog een 1-persoonvliegtuigje neer stort. De man rent er naar toe en red de vrouw die er in zit. De vrouw ligt in de armen van de man en is zo blij dat ze gered is dat ze zegt alles voor hem te willen doen. Waarop de man antwoord: "Hou jij even de kameel vast".

    26-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    25-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 67


    Image and video hosting by TinyPic .

    25-05-2012 om 22:39 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Fabel van de ezel, de stier en de koopman

    Fabel van de ezel, de stier en de koopman



    Er was eens een koopman, meester over grote rijkdommen en vee, gehuwd en vader van kinderen. Allah, de Allerhoogste schonk hem ook kennis van de taal der dieren en der vogels. Welnu, de woonplaats van deze koopman was een vruchtbaar land aan de oever van een rivier. In de woning van deze koopman bevonden zich ook een ezel en een stier. Op een keer kwam de stier op de plek waar de ezel thuis hoorde, en vond deze plek geveegd en besproeid; in de krib lag fijngezifte gerst en goed geschud stro; en de ezel lag prettig te rusten. Want wanneer zijn meester hem besteeg, was het alleen voor een kort ritje, dat toevallig nodig was, en de ezel herkreeg spoedig weer zijn rust.

    Welnu, die dag hoorde de koopman de stier tegen de ezel zeggen: "Eet met genoegen! En dat het je wel bekome, tot je gezondheid en met goede appetijt! Ik ben wel vermoeid, en jij uitgerust; jij eet goed gezifte gerst en wordt bediend. En als een keertje uit vele je meester je bestijgt, brengt hij je gauw genoeg terug! Wat mij betreft, ik dien slechts voor gesjouw en werk in de molen!"

    Toen antwoordde de ezel hem: "Als je buiten komt op het veld, en men je het juk op de nek legt, smijt je dan op de grond en sta niet meer op, zelfs niet als men je slaat. En wanneer je opgestaan bent, ga dan gauw weer voor de tweede keer liggen. En als men je dan naar de stal laat terugkeren, en men je bonen voorzet, eet er volstrekt niet van, net of je ziek bent. Zo moet je je best doen om een dag of twee, drie, niet te eten en niet te drinken. Op die manier zul je uitrusten van de vermoeienis en de last."

    De koopman was echter daar en hoorde hun woorden.

    Toen nu de veedrijver in de buurt van de stier kwam om hem zijn voer te geven, zag hij hem heel weinig eten; en toen hij hem 's morgens naar het werk meenam, vond hij hem ziek. Daarop zei de koopman tegen de veedrijver: "Neem de ezel en laat hem in plaats van de stier de hele dag lang werken." En de man kwam terug en nam de ezel in plaats van de stier en liet hem heel de dag lang werken.

    Toen de ezel op het eind van de dag in de stal terugkeerde, bedankte de stier hem voor zijn welwillendheid en dat hij hem die dag van zijn vermoeienis had laten uitrusten. Maar de ezel antwoordde hem met geen stom woord en had het ergste berouw van de wereld.

    De volgende dag kwam de zaaier en nam de ezel en liet hem werken tot het eind van de dag. En de ezel keerde niet terug voordat zijn nek ontveld was en hij uitgeput was van vermoeidheid. En toen de stier hem in die toestand zag, begon hij hem uitbundig te bedanken en hem te overstelpen met lof.

    Hierop antwoordde de ezel hem: "Tevoren was ik heel op mijn gemak; ja, niets heeft mij geschaad behalve mijn weldaden." En hij vervolgde: "Niettemin behoor je te weten, dat ik je een goede raad ga geven. Ik heb onze meester horen zeggen: 'Als de stier niet van zijn plaats opstaat, moet ik hem aan de slager geven om hem af te maken, dat hij van zijn huid een lap maakt voor op tafel.' En ik, ik ben benauwd voor je en wens je alle heil toe!"

    Op het horen van deze woorden van de ezel, bedankte de stier hem en zei: "Morgen zal ik uit eigen beweging met hen meegaan om mijn baantje te vervullen." Waarop hij begon te eten en al zijn voer verslond en zelfs de trog met zijn tong aflikte.

    Dit alles geschiedde, en hun meester hoorde hun woorden. Toen de dag aanbrak, begaf de koopman zich met zijn vrouw naar het verblijf van de stieren en koeien, en beiden gingen er zitten. Vervolgens kwam de drijver en nam de stier en vertrok. Bij het zien van zijn meester begon de stier te zwaaien met zijn staart, luidruchtige winden te laten en waanzinnig te hollen naar alle kanten. Hierdoor schoot de koopman in zulk een lach, dat hij ondersteboven viel op zijn achterste.

    Daarop zei zijn vrouw: "Waarom lach je zo?" Hij antwoordde haar: "Om iets wat ik gezien en gehoord heb, en wat ik niet kan mededelen zonder te sterven."

    Zij zei hem: "Het is volstrekt noodzakelijk dat je het mij vertelt, en dat je mij de reden van je lachen zegt, zelfs al zou je daarom moeten sterven!" Hij zei haar: "Ik kan het je niet mededelen uit vrees voor de dood." Zij zei hem: "Maar dan lach je alleen om mij!"

    Daarna hield zij niet op met kijven en hem hardnekkig met woorden te kwellen, zodat hij zich tenslotte in grote verlegenheid bevond. Daarom liet hij zijn kinderen bij zich komen en liet hij de kadi roepen en zijn getuigen. Vervolgens wilde hij zijn testament maken, alvorens het geheim aan zijn vrouw prijs te geven en te sterven.

    Want hij hield van zijn vrouw met een ontzaglijke liefde, aangezien zij de dochter was van zijn oom van vaderszijde en de moeder van zijn kinderen, en hij reeds honderdtwintig jaren van zijn leven met haar geleefd had. Bovendien liet hij alle bloedverwanten van zijn vrouw halen, alsmede de bewoners van de buurt, en hij vertelde hun allen zijn geschiedenis en dat hij op hetzelfde ogenblik, dat hij zijn geheim ging mededelen, zou sterven. Toen zeiden alle lieden die daar waren, tegen zijn vrouw: "Bij Allah over u! Laat deze kwestie rusten, uit vrees dat uw man sterft, de vader van uw kinderen!"

    Maar zij antwoordde hun: "Ik zal hem geen vrede gunnen, voordat hij mij zijn geheim gezegd heeft, zelfs al moet hij er aan sterven."

    Daarop hielden ze op met haar toe te spreken. En de koopman stond op in hun midden en begaf zich naast de stal, in de tuin, om daar eerst zijn wassingen te doen en vervolgens terug te komen om zijn geheim te vertellen en te sterven.

    Welnu, hij bezat een fikse haan, in staat om vijftig kippen naar genoegen te bedienen, en hij bezat ook een hond. En hij hoorde hoe de hond de haan riep en hem uitschold en hem zei: "Schaam je je niet vrolijk te zijn, terwijl onze meester gaat sterven?"

    Toen zei de haan tegen de hond: "Hoe dat zo?"

    Daarop herhaalde de hond de geschiedenis, en de haan antwoordde hem: "Bij Allah! Onze meester heeft niet al te veel verstand. Ik voor mij heb vijftig vrouwen en weet mij er uit te redden door de ene te bevredigen en op de andere te mopperen. En hij die maar één enkele vrouw heeft, vindt niet eens het goede middel en de manier waarop hij haar moet aanpakken! Nou, dat is eenvoudig genoeg. Hij behoeft maar een paar flinke moerbeitwijgen voor haar af te snijden, plotseling haar eigen vertrek binnen te stappen en haar af te ranselen, totdat zij sterft of tot inkeer komt. En ze zal niet opnieuw beginnen met hem lastig te vallen over kwesties van welke aard ook." Zo sprak hij.

    Nauwelijks had de koopman de woorden gehoord, die de haan met de hond wisselde, of het licht keerde terug in zijn rede en hij besloot zijn vrouw af te ranselen. De koopman trad het eigen vertrek van zijn vrouw binnen, na de moerbeitwijgen voor haar te hebben afgesneden en ze verstopt te hebben. Hij riep haar en zei: "Kom in je eigen kamer, opdat ik je mijn geheim vertel en niemand mij kan zien; en daarna zal ik sterven!"

    Daarop ging zij met hem naar binnen, en hij sloot de deur van haar eigen vertrek achter hen, en hij overviel haar met verdubbelde slagen, totdat zij in katzwijm ging vallen. Toen riep zij: "Ik heb berouw! Ik heb berouw!" Hierna begon zij beide handen en beide voeten van haar man te zoenen en zij toonde oprecht berouw. En vervolgens ging zij naar buiten met hem. Alle aanwezigen verheugden zich en ook alle bloedverwanten toonden vreugde. En iedereen was in de gelukkigste toestand en allerfortuinlijkst tot aan hun dood.

    25-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Komt een knecht bij een boer werken op 1 voorwaarde dat hij geen seks zou hebben met z`n dochters. De knecht ziet z`n dochters en ze zijn zo knap en lekker... Maar hij houdt zich in. Tot op een moment vraagt de boer aan de knecht of hij z`n laarzen wil halen op z`n dochters kamer. 'Maar blijf van mn dochters af' zei de boer.
    Komt de knecht in de kamer en ziet de 2 dochters naakt op bed liggen en de knecht hield het niet meer en zei: 'Ik mag jullie nemen van jullie vader.' De dochters geloofden hem niet en en hij moest het bewijzen. De knecht opende het raam en riep naar de boer: 'Moet ik ze allebei pakken?'
    Boer: 'Natuurlijk wat dacht jij dan, idioot

    25-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (2 Stemmen)
    » Reageer (0)
    24-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 66


    Image and video hosting by TinyPic .

    24-05-2012 om 22:24 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De avonturen van de mattenvlechter
    De avonturen van de mattenvlechter



    Er was eens een stad waarin niet alleen veel rijken en armen, knappe handwerkslieden en ijverige kooplui woonden, maar ook allerlei onguur gespuis. Zo is dat in de meeste steden. Maar hoe verschillend al die mensen onderling ook waren, de rijken en de armen, de heel ijverigen en zij die alleen maar konden luieren, over één ding waren zij het allen eens: rondom de stad was het niet pluis!

    Het gebeurde niet zelden dat een koopman zich op weg begaf naar een dichtbij gelegen dorp en voorgoed verdween. Ook gebeurde het wel dat iemand die wat rust wilde zoeken in de vrije natuur of op weg was naar de drie en dertig tempels van de zegenrijke godin Kannon, plotseling met een bleek gezicht en wijd opengesperde ogen van de schrik, de stad weer binnen rende. Hij vluchtte bevend en zwijgend in zijn huis en niemand van de buren of kennissen kon een woord uit hem krijgen. Hij schudde alleen radeloos het hoofd, wat hen nog nieuwsgieriger maakte. Hij moest wel iets verschrikkelijks beleefd hebben, dachten ze. Als zij tegen de avond samenkwamen in de theesalons en hun pijpje rookten, verdiepten zij zich dikwijls in het raadsel buiten de stadsmuren. Wanneer een roversbende de omgeving onveilig had gemaakt, zouden zij daar zeker iets over gehoord hebben. Er was trouwens niemand bestolen. Men sprak alleen over iets vreemds, iets huiveringwekkends. En zij, die dat huiveringwekkende zelf ervaren hadden, konden er niet over vertellen. Zij waren nooit teruggekeerd!

    Hoe de mensen zich ook het hoofd braken, het bleef een duistere zaak. In de loop der jaren raakte men er aan gewend dat buiten de stad spoken rondwaarden en men er beter aan deed in huis te blijven. Maar dat dit een bloeiende handel in de weg stond, is zeker.

    Op een dag kwam er een mattenvlechter in de stad wonen. Een knappe handwerksman en een flinke, geestige knaap. De ganse dag liep hij langs de huizen en repareerde de matten die de kamervloer bedekten. Doch veel liever maakte hij nieuwe matten. Zodra iemand rijk geworden was en eens goed wilde pronken met een nieuw huis, liet hij de jonge mattenvlechter komen. En de jonggehuwden, die hun woning inrichtten, wisten hem ook te vinden, want niemand had zulke vaardige vingers en bracht zoveel vrolijkheid in huis! Hij kende alle nieuwe liedjes en alle ondeugende nieuwtjes. Hij bootste de beroemde toneelspelers zo goed na, dat de mensen het gevoel hadden naar de voorstelling te zijn geweest! Weldra was de mattenvlechter zo geliefd, dat hij van vroeg tot laat aan het werk was. En niet alleen in zijn eigen wijk, maar in de hele stad. Men ontbood hem zelfs in de nabij liggende dorpen.

    Zo was de mattenvlechter een van de zeer weinige dapperen, die zich 's avonds buiten de veilige stad durfden wagen. Dikwijls liep hij, vrolijk zingend, met zijn rietbundel en het nodige gereedschap, door het veld naar een naburig dorp. En nooit was hem iets vreemds overkomen, waarschijnlijk omdat hij altijd zo luid aan het zingen was! Misschien ook omdat hij niets vreesde.

    Waarschijnlijk hebben de mensen die praatjes verzonnen, om bij een glas rijstwijn boeiende gespreksstof te hebben, dacht hij. Het is toch vreemd dat ik nog nóóit iets bijzonders heb beleefd.

    Eens kreeg hij bericht van een klant uit een ver dorp. U hebt minstens twee dagen werk, had men hem verteld. Maar hij was in de middag van de eerste dag al klaar en begon welgemoed aan de terugreis. De zon brandde meedogenloos en er dreef geen wolkje langs de hemel. De drukkende hitte had zelfs de vogels doen verstommen. Maar nog altijd liep de jonge mattenvlechter vrolijk verder. Hij verheugde zich erover dat hij zo vlug klaar was geweest.

    Ik ga rechtdoor naar de schouwburg, nam hij zich voor. Ik ben er in zo lang niet geweest! En misschien kan ik daarna nog een glaasje rijstwijn drinken met de buren.

    Hij was zo in gedachten verzonken, dat hij niet gemerkt had dat donkere wolken de hemel bedekten en plotseling werd het zo duister dat hij geen hand voor ogen kon zien!

    Er komt natuurlijk onweer, dacht hij. Geen wonder, bij deze hitte! Als ik nu maar op tijd in de stad ben... En hij liep zo snel mogelijk verder. Maar wat was dat? In plaats van de bekende weg rees er plotseling een donker bos voor hem op. De duisternis werd nog dieper en een beklemmende stilte heerste onder de bomen.

    Heb ik mij vergist? Het is zo vreemd hier! De mattenvlechter aarzelde. Hij liep een eindje in een andere richting, ging terug, nam weer een ander pad... maar de goede weg kon hij niet meer vinden. Plotseling leek het hem of in de verte een helder licht brandde. Daar ga ik heen, dan kan ik tenminste ontdekken waar ik ben, mompelde hij. En zo vlug mogelijk liep hij in die richting. Even later stond hij voor een kleine tempel. Hoewel hij meende een zachte stem te horen, kreeg hij geen antwoord op zijn roepen. Daarom opende hij zelf de deur.

    Midden in de kamer zat een oude, kaalgeschoren non, met het gebedenboek voor zich op een lessenaar. Zij had hem blijkbaar niet opgemerkt, want ze draaide zich niet om toen hij binnentrad. De mattenvlechter wachtte een poosje en kuchte toen verlegen.

    "Het spijt me dat ik u stoor. Ik was juist op weg naar de stad toen het begon te onweren. Het werd zó donker, dat ik verdwaald ben. Mag ik hier even wachten, tot het onweer voorbij is en het buiten lichter wordt?"

    De non knikte toestemmend en de jongen trok zijn sandalen uit en ging de kamer binnen, zijn rietbundel nog onder z'n arm.

    Hij ging in de hoek op een matje zitten. Het was zo stil, dat de beklemming die zich in het bos van hem meester maakte, weer over hem kwam. In de duistere hoeken van de tempel dreigde iets vreemds, iets beangstigends.

    De non murmelde zachtjes haar gebeden. De mattenvlechter draaide zich om. Hij zou graag wat met haar gepraat hebben, om zo de onrust uit zijn hart te verdrijven. Maar de non had al haar aandacht bij het gebedenboek. Daarom haalde hij zijn pijp maar te voorschijn en begon te roken. Als je met iets bezig bent, wordt je stemming vanzelf vrolijker, dacht hij. En daar hij niet oppaste, viel er een beetje gloeiende as uit zijn pijp op de mat.

    De non zond hem een woedende blik toe.

    "Vergeef me," stamelde de jonge mattenvlechter en hij klopte zorgvuldig de as van de mat. "Het komt door dat verschrikkelijke onweer. Je wordt er onrustig van en past dan niet genoeg op... Maar weest u niet bang, het zal niet weer gebeuren!"

    Hij zat nu rustig op zijn mat en trok voorzichtig aan zijn pijp. Maar die was spoedig uitgebrand en er viel nog steeds geen druppel regen. Buiten heerste nog altijd een diepe duisternis. Hij keek om zich heen of er niets voor hem te doen viel. En daarbij viel zijn oog op de mat, die aan één kant lelijk gerafeld was.

    Die kan ik mooi repareren, dacht hij. De non zal mij dankbaar wezen en de tijd gaat vlugger voorbij. Hij nam zijn gereedschap, greep het bosje draden, trok er één uit en begon te werken. Op dat ogenblik zweeg de non en keek hem boos aan.

    "Laat u niet storen," zei de man vlug. "Ik zit niet graag werkloos te kijken. En nu ik hier toch wachten moet, kan ik immers mooi die kapotte mat herstellen!"

    De non wierp hem een duistere blik toe, maar antwoordde niet. Opnieuw begon zij haar gebeden te lezen. De mattenvlechter schoot flink op. Hij pakte het bosje draden dat uit de mat hing en trok het er af. Op het zelfde ogenblik schudde de hele tempel op zijn grondvesten. En de non riep huilend: "O, het is verschrikkelijk, verschrikkelijk!"

    "U hoeft niet zo bang te zijn," stelde de jongen haar gerust. "Dat komt door de storm, het is bar weer! Hoort u die donderslagen? Maar deze tempel kan wel tegen een stootje. Maak u maar geen zorgen."

    Toen de non haar kalmte had teruggekregen, keek de jonge mattenvlechter naar het bosje dat hij in zijn hand hield - en schrok hevig. Het drong ineens tot hem door dat die praatjes in de stad toch niet allemaal verzonnen waren. Het was een bosje lange, zwarte haren met witte punten!

    "Dat bevalt mij niet," mompelde hij. "Het is dassenhaar en hoe komt dat in die mat?" Snel trok hij uit zijn tas een lange sterke zadelnaald, hief zijn arm omhoog en dreef toen de naald met al zijn kracht in de mat. Hij ging er dwars doorheen en tegelijkertijd klonk er een luid geschreeuw! De tempel en de non waren verdwenen en de mattenvlechter zat op het veld, met blote voeten en de lange naald nog in zijn hand. De zon brandde en aan de hemel was niet het kleinste wolkje te zien. Verwonderd keek de jongen om zich heen. Doch in plaats van de tempel zag hij een grote bloedplas, waaruit hij een lang spoor kon volgen tot aan een hol. Voor de ingang van het hol lag een dode das!

    "Aha, dat was het spook, dat de hele omgeving onveilig maakte," riep de jonge mattenvlechter uit. "Dan zijn het toch geen praatjes geweest."

    Nu pas begreep hij aan welk gevaar hij ontkomen was.

    Sindsdien is het weer veilig rondom de stad. De mensen kunnen rustig hun werk en plezier buiten de muren zoeken. In plaats van 's avonds thuis te blijven, trekken zij er nu zóveel op uit, dat het lijkt of zij al die jaren willen inhalen. En in de dorpen zegt men: "Nergens heeft men zo weinig zitvlees als in de stad van de spoken!"



     

    24-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Platte kikker

    Een jongetje komt binnen in een hoerenkot met een platte kikker aan een koordje in zijn hand. Hij vraagt naar een hoer met een vuile ziekte. "Jamaar jongetje, heb jij wel geld?", vraagt de bazin. "Ja hoor", zegt de jongen en hij laat zijn geld zien. En dan
    doet hij het dus met die hoer met die vuile ziekte (nog steeds met de platte kikker aan het koordje in zijn hand) en als ze klaar zijn vraagt die verwonderd: "Waarom wou jij eigenlijk een hoer met een vuile ziekte?" "Wel", antwoordt de jongen, "als ik thuiskom, doe ik het met de babysitter. En als papa dan thuiskomt, doet hij het met de babysitter. En als mama thuiskomt doet hij het met haar. En 's morgens doet mama het met de postbode. En hem moet ik hebben zie! Hij heeft mijn kikker platgereden!"

    24-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    23-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 65


    Image and video hosting by TinyPic 
    .

    23-05-2012 om 21:55 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het gunstige en het ongunstige lot
    Het gunstige en het ongunstige lot



    Het volksgezegde "Wil een arme er op vooruit gaan dan moet zijn lot in slaap zijn gevallen en het lot van de rijke het niet in de gaten hebben" berust op het volgende verhaal:

    Er waren eens twee compadres*, de ene heel rijk, de andere heel arm, die in een dorp woonden, waar vlakbij zich een steile hoge berg bevond, die de berg van het lot genoemd werd, want op de top ervan kon iedereen zijn persoonlijke lot oproepen om er mee te praten. Maar om de top te bereiken moest men diverse ernstige gevaren het hoofd bieden.

    Op een dag riep de rijke compadre de arme compadre bij zich en bood hem 500 peso's voor het beklimmen van de berg om daarboven tegen zijn lot te gaan zeggen dat het hem niet nog meer geld moest geven, omdat hij al een hele boel had. De arme compadre nam dit aanbod niet aan want het had geen enkel voordeel voor hem zich aan levensgevaar bloot te stellen voor zo'n gering bedrag.

    Maar toen hij bij zijn huis aankwam waar zijn gezin in ellende leefde en stierf van de honger, dacht hij: als ik onderweg het leven laat, kan ik tenminste maken dat mijn gezin die 500 peso's krijgt waar ze even mee vooruit kunnen. En hij keerde terug om te zeggen dat hij het aanbod aannam. Maar toen zei de rijke compadre: "Het was maar een opwelling van mij, ik geef je geen 500 peso's meer, maar 250." De arme weigerde. Hij ging naar huis maar dacht opnieuw na zoals de eerste keer en hij ging opnieuw naar de rijke compadre en zei hem dat hij de 250 peso's accepteerde. De rijke zei zonder enige schaamte: "100 peso's geef ik je en meer niet." En na diverse keren heen en weer gelopen te hebben, werden het tenslotte 5 peso's waar de arme op inging omdat hij niet anders kon.

    Toen hij met Gods hulp zonder rampen op de top van de berg was aangekomen, riep hij het lot op van zijn rijke compadre. Dit verscheen onmiddellijk. Het was een stevige, vitale, knappe dame die toen ze de boodschap had aangehoord antwoordde: "Zeg maar tegen die meneer dat ik hem, ook al wil hij het zelf niet, veel geld zal blijven geven en dat hij zich wel moet realiseren dat hij die 5 peso's aan jou kwijt is geraakt omdat ik met wat anders bezig was toen jullie die overeenkomst sloten."

    Daarna wilde de arme compadre van de gelegenheid gebruik maken om zijn eigen lot op te roepen, dat deed hij, en zijn lot verscheen. Het was een oerlelijke slonzige oude vrouw, mager en met piekhaar. Toen de arme compadre haar zag wierp hij zich op haar, maar de oude vrouw liet zich niet overmeesteren, er ontstond een fel gevecht, waarin zij de arme compadre tegen de grond duwde en hem bij de keel greep terwijl ze tegen hem zei: "Stuk ongeluk, nooit zal ik je loslaten en weet wel dat jij die 5 peso's gekregen hebt omdat ik sliep toen jullie die overeenkomst sloten."

    En ik kroop weg in een gaatje en kwam weer uit een ander gaatje te voorschijn, om nog een verhaaltje van je te horen.

    23-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana




    Pijpautomaat

    Loopt een vent over de wallen, goed geil. Maar hij heeft alleen maar 10 euro op zak en de goedkoopste hoer op de wallen kost toch zeker minstens 25 euro. Dan ziet hij op een gegeven moment: 'pijpautomaat, inworp 10 euro.' "Hee," denkt ie, "dat is iets voor mij en gooit z'n 10 euro in de automaat. En doet z'n broek alvast omlaag. En....ploep, springt er ineens een rubberen penis van 30 cm te voorschijn.

    23-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    22-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 64


    Image and video hosting by TinyPic.

    22-05-2012 om 22:32 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pa Pandir
    Pa Pandir



     voorouders woonden zij in de bergen en leefden van de opbrengst van de droge rijstvelden. Zij hadden niet de gelegenheid gehad te gaan leren. Pa Pandir had een vrouw, die Moeder Andeh heette.

    Toen de vader van Pa Pandir gestorven was, zond Moeder Andeh hem uit om zout te kopen voor het begrafenismaal. Hij ging op weg naar het dichtstbijzijnde dorp, kocht daar het zout en verstopte het in een holle bamboestok. En omdat hij nog andere boodschappen te doen had, wilde hij die stok zolang ergens bewaren en hij stak hem in een riviertje, dat daar in de buurt voorbij stroomde.. Toen de vrouw van Pa Pandir hem een zoon geschonken had, verzocht zij hem wat vis te vangen, want zij wilde bij de rijst een paar vissen bakken. Zij raadde hem aan als aas een belalang roesa (soort sprinkhaan) te nemen.

    Maar hij verstond een belalang roesa (de rug van een hert).

    Met zijn hengel op zijn rug liep hij het bos in, waar hij na een tijdje een hert vond dat lag te slapen. Met veel pijn en moeite lukte het hem de vishaak in de rug van het arme dier te slaan, dat hij vervolgens in het water wierp als aas voor de vissen... Eens moest zijn vrouw op het veld werken en droeg hem op voor het kind te zorgen. "Wanneer je het wast, neem dan vooral warm water," zei ze tegen hem voordat ze wegging.

    Toen zette hij een ketel water op het vuur en toen het water kookte, pakte hij het kind en stopte het erin... Nu moest het kind begraven worden; hij wikkelde het lijfje in een visnet om het naar het kerkhof te brengen, maar liet onderweg het kind vallen en zonder er iets van te merken, begroef hij het net in plaats van zijn kind. Toen hij terugging langs dezelfde weg, zag hij daar het lijkje liggen.

    "Ach," troostte hij zich, "zie toch hoe vaak het gebeurt, dat kleine kinderen sterven."

    Zijn vrouw zond hem uit om een buffel te kopen voor het begrafenismaal. En omdat zij bang was dat Pa Pandir zich weer zou kunnen vergissen, zei ze: "Denk eraan, dat de buffel een dier is dat gras eet." Toen kwam hij langs een veld, waar mannen aan het maaien waren. "Kijk!" nep Pa Pandir verheugd uit, "daar heb je de dieren die gras eten!" En hij kocht van de maaiers een sikkel, maar omdat hij zich aan de scherpe snede bezeerde, bond hij de sikkel vast aan een boom in zijn tuin; het dier had zulke scherpe horens... Nu moest hij de gasten uitnodigen voor de maaltijd en zijn vrouw zei tegen hem dat hij de hadjis (bedevaartgangers naar Mekka) en de lebyes (mensen die hun godsdienstige verplichtingen getrouw nakomen) moest verzoeken om te komen. "Denk eraan,"zei ze, "let op hen, die witte kappen hebben en op hen, die lange baarden dragen."

    Die vond Pa Pandir ook en hij bracht ze naar huis; een witkopmus en een tegenstribbelende geit..

    Nu droeg zijn vrouw hem op een sjeik uit te nodigen. "Maar let wel op," zei Moeder Andeh, "dat je de goede weg kiest, want je moet rechts afslaan en wanneer je dat niet doet en naar links gaat, dan kom je bij het hol van de reuzen!"

    Pa Pandir ging op weg en natuurlijk, hij vergiste zich en in plaats van de Sjeik nam hij de beide reuzen mee naar huis. Man en

    vrouw samen, die hij uit het hol naar buiten gesleept had... De reuzen aten hun buik vul en toen ze weer wilde vertrekken, vroegen zij aan Pa Pandir ook nog wat eten naar hun kinderen te brengen. Dat deed Pa Pandir met genoegen en hij ging meteen op weg. Maar toen hij bij het hol van de reuzen kwam, propte hij de monden van de kinderen zo vol met buffelbeenderen, dat ze stikten. Toen werd Pa Pandir bang voor de wraak van de reuzen. En hij vluchtte weg met zijn vrouw, over de rivier. De reuzen achtervolgden hen, maar toen ze bij de rivier kwamen riep Moeder Andeh van de andere kant: "Pas op! Het is hier heel diep. Neem een paar kruiken en ga daarin zitten, dan kun je over de rivier

    komen."

    Dat deden de reuzen; ze gingen in de kruiken zitten, maar die stroomden vol water en de reuzen verdronken jammerlijk.

    Pa Pandir en zijn vrouw gingen nu naar het hol van de reuzen, waar zij zoveel schatten vonden, dat zij hun verdere leven geen gebrek meer hoefden te lijden. Nu moest Pa Pandir rijst kopen, maar hij liet zich lege doppen in zijn handen stoppen. Toen hij bij een riviertje kwam, zag hij hoe honderden mieren langs een stuk hout aan de overkant kwamen. "Wanneer die kleine dieren met honderden tegelijk over dat stuk hout kunnen lopen," overwoog Pa Pandir, "dan kan ik er wel alleen overheen gaan." Hij stapte op het stuk hout en tuimelde hals over kop in het water... Nu besloot zijn vrouw hem geen boodschappen meer te laten doen. Toen ging Pa Pandir maar vissen en als hij wat gevangen had, sloeg hij de vissen met een hakmes de kop af, hing ze dan in de rook van een vuurtje, stopte ze in zakken en hing die aan een boom. Telkens wanneer hij trek had, ging hij stilletjes naar die boom en haalde een paar vissen uit de zakken. Het duurde niet lang of zijn vrouw kwam erachter en ze vroeg hem toen of hij niet bang was dat hij daar door een wïld dier zou worden aangevallen. "Ik ben niet bang voor tijgers noch voor geesten," zei Pa Pandir. "Maar er zijn twee dingen waar ik wel bang voor ben, dat is voor een knorrend varken en voor de vogel Garuda!"

    Toen zijn vrouw dat wist, verstopte zij zich achter de boom en toen Pa Pandir daar weer eens kwam om wat vissen te halen, bootste zij het knorren van een varken na. Toen Pa Pandir dat geluid hoorde, liep hij wat hij lopen kon. En zijn vrouw, die nu precies wist waar de vissen verborgen waren, haalde de voorraad uit de boom en nam die mee naar huis..

    Nu gaf ze hem iedere dag bij het eten twee vissen, maar dat vond Pa Pandir veel te weinig. "Waarom krijg ik niet nog een vis?" vroeg hij, wanneer zij samen gehurkt zaten te eten. "Je hebt nog veel meer, maar je houdt het voor mij verborgen. Ik zie het wel: Je zit erop en telkens haal je een vis voor de dag." Maar Moeder Andeh antwoordde: "Je vergist je, Pa Pandir, ik heb geen vissen meer, maar ik snij, als ik honger heb, de stukken van mijn eigen dij af." En meteen nam Pa Pandir een mes om dat ook te proberen...

    Het duurde een hele tijd voordat Pa Pandir van deze dwaasheid genezen was. Toen ging hij weer naar het bos, met de bedoeling om vogels te vangen. Hij smeerde een boom in met vogellijm en had het geluk om op deze manier vijfhonderd vogels te vangen. Hij wilde ze allemaal tegelijk naar huis brengen en bond ze daarom aan zijn lichaam vast. Maar toen sloegen de vogels hun vleugels uit en vlogen met Pa Pandir de lucht in...

    Zi j brachten hem ver weg, naar het paleis van de koning. Toen de mensen hem door de lucht zagen aankomen, dachten zij dat hij een elf was en met alle eer werd hij ontvangen en de dochter van de koning kreeg hij als vrouw.

    Maar het duurde niet lang of de konings dochter had al gemerkt dat hij geen elf

    was, maar een arme, domme Pa Pandir - en hij werd met schande weggejaagd...

    En zo ging het altijd en overal met Pa Pandir.



     

    22-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    een echt gebeurt verhaal

    De papa van lies zit op een vergadering en ziet dat zijn collega z'n broek openstaat dus zegt hij: 'meneer u garagepoort staat open.'Hij doet diene toe.
    Na de vergadering zegt die collega: kom is hier gij hebt menne audi tt toch ni gezien hé? 'Maar nee,'zegt diene anderen,' alleen u corella met 2 plate banden.

    22-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    21-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 63


     Image and video hosting by TinyPic.

    21-05-2012 om 23:10 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Broertje en zusje
    Broertje en zusje



    Broertje nam zijn zusje bij de hand en zei: "Sinds onze moeder dood is hebben we geen goed ogenblik meer; onze stiefmoeder slaat ons elke dag, en als we naar haar toegaan schopt ze ons weg. De harde broodkorsten die van tafel overblijven zijn ons voedsel en het hondje onder tafel heeft het beter, die stopt ze dikwijls eens wat lekkers toe. Het is gewoon verschrikkelijk! Als onze eigen moeder dat eens wist! Kom, laten we samen de wijde wereld ingaan." Ze liepen de hele dag over weiden, velden en stenen en wanneer het regende, zei het zusje: "God en ons hart schreien tezamen." ‘s Avonds kwamen ze bij een groot bos, en waren zo moe van honger en ellende en van het lange lopen, dat ze in een holle boom kropen en in slaap vielen.

    Toen zij de volgende morgen wakker werden, stond de zon al hoog aan de hemel en scheen de boom in. Het broertje zei: "Zusje, ik heb dorst, als ik ergens een bronnetje wist, zou ik er heen gaan en drinken. Ik geloof dat ik water hoor ruisen." Hij stond op en nam haar bij de hand om het water te zoeken. De boze stiefmoeder was echter een heks; ze had wel gemerkt dat de twee kinderen waren weggelopen, ze was hen nageslopen zo stil als heksen sluipen kunnen, en ze had alle bronnen in het bos betoverd. Toen ze nu bij een beekje kwamen, dat glinsterend over stenen sprong, wilde het broertje drinken, maar het zusje hoorde het water ruisen: "Wie mij drinkt, wordt een tijger." Toen riep het zusje: "Drink alsjeblieft niet, anders word je een wild dier en zul je me verscheuren!" Hij dronk ook niet, al had hij nog zo’n grote dorst en zei: "Ik zal wachten tot de volgende bron." Toen ze bij het tweede bronnetje kwamen, hoorde het zusje hoe ook hier het water zei: "Wie mij drinkt, wordt een wolf; wie mij drinkt, wordt een wolf!" Toen riep het zusje: "Broertje, ik smeek je, drink hier niet – want dan word je een wolf en eet je mij op." Het broertje dronk niet en zei: "Ik zal nog wachten tot we weer bij een bron komen, maar dan moet ik drinken, wat je ook zegt, ik heb te veel dorst." En toen ze bij de derde bron kwamen, hoorde het zusje dat het water zei: "Wie mij drinkt, wordt een ree; wie mij drinkt, wordt een ree." Toen zei het zusje: "O, broertjelief, drink toch niet, dan word je een ree en dan loop je weg." Maar het broertje was al op zijn knieën gaan liggen, had zich voorovergebogen en van het water gedronken, maar zodra de eerste druppels over zijn lippen gekomen waren, lag hij daar als een jong reetje.

    Nu weende het zusje bittere tranen om het arme betoverde broertje en het reetje huilde ook en zat heel bedroefd naast het meisje. Tenslotte zei het meisje: "Wees maar stil, lief reetje, ik ga zal je nooit verlaten." En ze knipte haar gouden kouseband los en deed die haar broertje om de hals en ze plukte grassen en vlocht daar een zacht koord van. Daar bond ze het diertje mee vast en ze leidde hem steeds dieper het bos in. En toen ze lang, heel lang gelopen hadden, kwamen ze eindelijk bij een klein huisje, en het meisje keek naar binnen en omdat het leeg was, dacht ze: "Hier kunnen we blijven wonen." Ze zocht voor het reetje bladeren en mos voor een zacht bedje en elke morgen ging ze erop uit om wortels en bessen en noten te plukken, maar voor het reetje bracht ze mooi gras mee dat hij uit haar hand at; hij was tevreden en sprong om haar heen. ‘s Avonds, als het meisje moe was en haar gebed gezegd had legde zij haar hoofd op de rug van het dier - dat was haar hoofdkussen waar ze heerlijk op sliep. Had het broertje maar zijn mensengedaante gehad, dan was het een heerlijk leven geweest.

    Het duurde een poos dat ze zo samen in de wildernis waren. Maar het gebeurde dat de koning van dat land een grote jachtpartij hield in het bos. Daar schalden de jachthoorns, het geblaf van de honden en het geschreeuw van de jagers klonk door de bomen, en het reetje hoorde het en wilde er dolgraag bij zijn. "Och," zei hij tegen het zusje, "laat me eruit om bij de jacht te zijn, ik kan het niet langer meer uithouden," en hij smeekte zo lang, dat ze eindelijk toegaf. "Maar," zei ze, "’s avonds moet je thuiskomen; voor de wilde jagers sluit ik mijn deur; maar om je kenbaar te maken moet je kloppen en zeggen: "Zusje mijn, laat mij erin," en als je het niet precies zo zegt, doe ik de deur niet open." Toen sprong het reetje weg, en hij vond het zo heerlijk en werd zo blij in zijn vrijheid. De koning en zijn jagers zagen het mooie dier en zetten het na, maar zij konden het niet inhalen en juist toen zij dachten dat zij het hadden sprong het over de struiken heen en was verdwenen. Toen het donker werd liep hij naar het huisje, klopte aan en zei: "Zusje mijn, laat me erin." De kleine deur ging open, hij sprong naar binnen en rustte de hele nacht heerlijk uit op zijn zachte bed. De volgende morgen begon de jacht opnieuw en toen het reetje de jachthoorn weer hoorde en het "ho! ho!" van de jagers, had hij geen rust meer en sprak: "Zusje, doe de deur voor mij open, ik moet weg!" Het zusje deed de deur open en zei: "Maar vanavond moet je weer thuiskomen en de spreuk opzeggen." Toen de koning en zijn jagers het reetje met de gouden halsband weer zagen jaagden ze allemaal daarop, maar het was te behendig en hun te vlug af. Dat duurde zo de hele dag, maar eindelijk hadden de jagers hem ‘s avonds hem omsingeld en één van hen wist hem aan de poot te verwonden, waardoor hij hinkte en langzaam wegliep. Eén van de jagers sloop hem na en hoorde hem roepen: "Zusje mijn, laat me erin," en hij zag de deur even opengaan en dadelijk weer dicht. De jager onthield het goed, ging naar de koning en vertelde hem wat hij gehoord en gezien had. Toen sprak de koning: "Morgen jagen wij nog eens."

    Maar het zusje was verschrikkelijk geschrokken, toen het reetje gewond bleek. Ze waste het bloed af, legde er kruiden op en zei: "Ga maar liggen, lief reetje, zodat het weer genezen kan." Het wondje was zo gering dat het reetje er de volgende morgen niets meer van merkte. En toen hij de jachtpartij buiten weer hoorde, sprak hij: "Ik kan het niet uithouden; ik moet erbij zijn, zo gauw hebben ze mij niet te pakken." Maar het zusje huilde en zei: "Dan zullen ze je doodschieten, en dan ben ik hier helemaal alleen in het bos en van alles en iedereen verlaten. Nee, ik laat je er niet uit!" "Dan sterf ik hier van verdriet," antwoordde het reetje, "als ik de jachthoorn hoor, dan weet ik dat ik gaan moét!" Toen kon het zusje niet anders en zij deed met een bezwaard hart de deur voor hem open en het reetje sprong vrolijk en gezond het bos in. De koning zag hem en zei: "Jaag nu de hele dag tot aan de nacht op hem, maar niemand mag hem kwaad doen." Zodra de zon was ondergegaan, zei de koning tegen de jager: "Kom mee en laat mij dat huisje in het bos eens zien." En toen hij voor het deurtje stond klopte hij aan en riep: "Lief zusje, laat mij erin." Daar ging de deur open en de koning kwam binnen en hij zag een meisje, zo mooi als hij nog nooit in zijn leven gezien had. Het meisje schrok toen ze zag dat niet het reetje binnen was gekomen, maar een man die een gouden kroon op zijn hoofd had. Maar de koning keek haar vriendelijk aan, reikte haar de hand en zei: "Wil je met me meegaan naar mijn kasteel, en mijn lieve vrouw worden?" "O ja," antwoordde het meisje, "maar het reetje moet ook mee, dat verlaat ik niet." Toen sprak de koning: "Dat reetje mag bij je blijven zolang je leeft en het zal hem aan niets ontbreken." Intussen kwam het reetje naar binnen gesprongen; het zusje maakte de band weer vast, nam die zelf in de hand en samen verlieten ze het huisje in het bos.

    De koning nam het mooie meisje op zijn paard en leidde haar naar zijn slot, waar de bruiloft werd gevierd met veel pracht en praal; nu was zij koningin en zij leefden lang en gelukkig met elkaar. Het reetje werd verzorgd en gekoesterd en mocht in de tuin van het slot vrij rondhuppelen. Maar de boze stiefmoeder, om wie de kinderen de wijde wereld waren ingegaan, dacht niet anders of het zusje zou door de wilde beesten in het bos zijn opgegeten en het reetje door de jagers zijn doodgeschoten. Toen zij nu hoorde dat zij heel gelukkig waren en het hun goed ging, maakten afgunst en nijd zich meester van haar hart en lieten haar niet meer met rust en ze dacht er steeds aan hoe die twee nog eens in het ongeluk te kunnen storten. Haar eigen dochter die zo lelijk was als de nacht en maar één oog had, maakte haar verwijten en zei: "Koningin worden, dat was voor mij bestemd!" - "Wees maar stil," zei de oude vrouw om haar gerust te stellen: "Als de tijd daar is zal ik wel bij de hand zijn." En toen de tijd daar was en de koningin een mooi jongetje had gekregen en de koning juist op jacht was, nam de oude heks de gedaante aan van een kamenier, kwam de kamer binnen waar de jonge koningin lag en zei tegen haar: "Kom, het bad is klaar, dat zal u goed doen en weer nieuwe krachten geven - vlug, voor het weer koud wordt." Haar dochter was er ook bij, samen droegen ze de zwakke koningin naar de badkamer en legden haar in de kuip; vervolgens deden ze de deur op slot en maakten ze dat ze wegkwamen. In de badkamer hadden ze echter een hellevuur aangemaakt zodat de jonge koningin weldra stikte.

    Toen dat klaar was zette de oude vrouw haar dochter een muts op en legde haar in bed in plaats van de koningin. Ze gaf haar zelfs de gestalte en het gezicht van de koningin; alleen het verloren oog kon ze niet terugtoveren. Maar opdat de koning het niet zou merken moest ze gaan liggen op de kant zonder oog. Toen hij ‘s avonds thuis kwam en hoorde dat hij een zoontje gekregen had was hij zeer blij en wilde naar het bed van zijn lieve vrouw gaan om te zien hoe zij het maakte. Maar de oude heks riep gauw: "Alsjeblieft, laat toch de gordijnen dicht, de koningin mag niet in het licht kijken en moet rust hebben." De koning ging terug en wist niet dat een verkeerde koningin daar in bed lag
    Maar toen het middernacht was en iedereen sliep zag de baker die naast de wieg in de kinderkamer zat en alleen nog wakker was, hoe opeens de deur openging en de echte koningin binnenkwam. Ze nam het kindje uit de wieg, nam het in haar arm en gaf het te drinken. Vervolgens schudde zij zijn kussentje op, legde hem weer in de wieg en dekte hem goed toe. Ze vergat ook het reetje niet, ging naar de hoek waar het lag en streelde het over zijn rug. Daarna liep ze heel stil de deur weer uit en de baker vroeg de volgende morgen aan de schildwacht of er ‘s nachts iemand het kasteel was binnengekomen, maar hij antwoordde: "Nee, wij hebben niemand gezien." Zo kwam zij vele nachten achtereen en sprak nooit één woord; de baker zag haar elke keer, maar ze durfde er niemand iets van te vertellen.

    Toen dat zo een poosje was gegaan begon de echte koningin ‘s nachts te spreken en zei:

    "Hoe is mijn kind? Hoe is mijn ree?
    Nog tweemaal kom ik en dan niet meer."

    De baker gaf haar geen antwoord, maar toen zij weer verdwenen was ging ze naar de koning toe en vertelde hem alles. De koning sprak: "Mijn God, wat kan dat zijn? Ik zal de volgende nacht bij mijn zoontje waken." ‘s Avonds ging de koning naar de kinderkamer en precies om middernacht kwam de verschijning van de koningin en zei:

    "Wat doet mijn kind? Wat doet mijn ree?
    Nog éénmaal kom ik en dan niet meer."

    En ze verzorgde het kindje zoals ze al die dagen al gedaan had, voor ze weer verdween. De koning durfde haar niet aan te spreken, maar ook de volgende nacht hield hij de wacht. Toen sprak ze weer:

    "Wat doet mijn kind? Wat doet mijn ree?
    Na deze keer kom ik niet meer."

    Toen kon de koning zich niet meer inhouden en zei: "Jij kunt niemand anders zijn dan mijn eigen lieve vrouw." Toen antwoordde zij: "Ja, ik ben je eigen lieve vrouw" en op datzelfde ogenblik kreeg zij door Gods genade het leven weer terug en was gezond en fris en had weer kleur. Zij vertelde de koning wat voor kwaad de boze heks en haar dochter haar hadden aangedaan. De koning liet ze beiden voor het gerecht brengen en het vonnis werd over hen uitgesproken. De dochter werd naar het bos gebracht waar wilde dieren haar verscheurden en de heks werd tot de brandstapel veroordeeld en moest jammerlijk omkomen. En toen zij tot as was verbrand veranderde het reetje en kreeg zijn menselijke gedaante terug. Zusje en broertje leefden gelukkig met elkaar tot aan het eind van hun leven.

    21-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Wildernis

    Een man wil een huis kopen. Hij gaat samen met de verkoper een huis bekijken. De verkoper blijft beneden en de man gaat de slaapkamer bekijken. Als hij in de slaapkamer is, treft hij daar een hoop planten aan. En hij roept naar beneden: "Wat een wildernis is het hier zeg!". De verkoper hoort wat de man roept, gaat onder aan de trap staan en roept terug: "Ga met je penis uit mijn meisje haar kut!"

    21-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    20-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 62


    Image and video hosting by TinyPic
    .

    20-05-2012 om 20:24 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wat doet God de hele dag?
    Wat doet God de hele dag?

    Photo


    Er was eens een arme man, een bedelaar, die naar onze leermeester Mozes kwam en sprak: "Onze leermeester en profeet Mozes! Waarom heeft de hemeI over mij beschikt dat ik de hele dag moet rondlopen en moet bedelen en mijzelf en mijn familie maar moeizaam kan voeden, terwijl andere mensen aangenaam leven, niet in nood verkeren en behoorlijk in hun onderhoud kunnen voorzien? Alstublieft, wilt u voor mij tot God bidden, opdat hij ook mij een fatsoenlijke broodwinning geeft, zodat ik met mijn familie behoorlijk leven kan?"

    Onze leermeester Mozes gaf gehoor aan het verzoek en bad tot God: "Alstublieft, geef ook deze arme man een goede kostwinning zoals alle joden. Waarom is deze jood ertoe veroordeeld zijn brood voor zichzelf en zijn familie zo moeilijk te verdienen?" Toen hij zijn gebed beëindigd had, hoorde hij een stem vanuit de hemel roepen: "Mozes, meng je niet in zaken die jou verre zijn! Laat deze arme man, hij moet zo verder leven en dat zal voor zijn bestwil zijn!" Maar Mozes was niet overtuigd en smeekte tot God, dat Hij hem toch zou verhoren en het ter wille van hem zou doen. Na zoveel bidden en smeken verhoorde God Mozes' gebed. Binnen enkele dagen werd de arme rijk, hij vond een grote schat en werd een zeer welvarend man.

    Maar daarmee was hij niet tevreden. Wederom wendde hij zich tot Mozes: "Ga alstublieft naar God en zeg Hem dat hij mij een belangrijke minister in de regering moet maken." Zo bad Mozes wederom en vroeg God de arme tot een belangrijke minister in de regering te maken, zoals diens eerzucht het wilde. Waarlijk, God verhoorde Mozes' verzoek en korte tijd daarna koos de koning hem uit en maakte hem een belangrijke minister in zijn rijk.

    Na een jaar echter wendde de arme zich weer tot Mozes en zei tegen hem: "Mozes, gij profeet, ik heb dit ambt aI een heel jaar uitgeoefend. Nu verlang ik er naar koning te worden. Misschien wilt u aan God vragen mij koning van dit land te maken?" En nadat Mozes gebeden en gesmeekt had dat God deze arme koning van het land zou maken, verhoorde God Mozes' verzoek: de man werd werkelijk koning over het rijk nadat het volk de vorige koning verstoten had en de vroegere bedelaar eenstemmig tot koning had gekozen.

    Hoewel hij nu koning was, was hij niet gelukkig en tevreden en na enkele maanden wendde hij zich weer tot Mozes en zei: "Mijn profeet Mozes, u hebt mij zoveel gunsten bewezen, dat ik het nooit vergeten zal. Nu kom ik naar u toe met een enkel verzoek en ik hoop dat u ook dit wilt vervullen: Ik zou graag met eigen ogen zien wat nu God in de hemeI de hele dag doet. Dat is alles wat ik wil." Toen Mozes dit verzoek hoorde, liep hij naar buiten en bad tot God: "U weet, o Heer, deze man die door Uw toedoen koning is geworden, hij wil nu met eigen ogen zien wat de schepper van de wereld de gehele dag lang doet."

    Voor hij nog één woord kon zeggen, hoorde hij een stem roepen: "Mozes, om jouwentwil heb ik je verzoeken ingewilligd; heb ik je dan niet van tevoren gewaarschuwd je niet in Mijn zaken te mengen? Ik heb mijn volk geschapen en ik zal ieder naar zijn verstand te eten geven. Ik bedeeI een ieder toe wat hem toekomt, maar ik wilde dat jij zelf de overmoed van de mensen ook beoordeelt, opdat je niet nog eens voor iemand anders iets van mij vraagt. Ga dus nu naar hem toe en zeg hem dat hij morgen vroeg met eigen ogen kan zien wat ik de hele dag doe."

    Mozes ging naar de man toe en deelde hem mee dat hij de volgende dag met eigen ogen zou kunnen zien wat de schepper van de wereld de hele dag lang doet. Toen de koning deze woorden van Mozes hoorde, was hij uitermate blij.

    De koning sliep die nacht diep en vast. Toen hij in de vroege morgen de ogen opsloeg, bevond hij zich in de kleren van de armoede, op een matras op de grond liggend in de hoek van de armzalige hut waarin hij vroeger gewoond had. En in de andere hoek lag zijn vrouw met de kinderen, allen in lompen gehuld. "Wat is er met mij gebeurd?" riep de arme, "is dit een droom? - Nee, helemaal niet! Gisteren was ik koning en sliep ik met mijn vrouw en mijn kinderen in een paleis. Wat moet dit? Wie heeft mij hierheen gebracht?"

    Hij liep naar buiten, zocht en zocht en vond uiteindelijk Mozes. Hij wierp zich voor diens voeten en zei: "Onze leermeester en profeet Mozes, wat heeft God mij aangedaan? Maak mij weer tot degene die ik was! Waarom heeft Hij dit gedaan?"

    "In geen geval," zei Mozes, "onze God heeft je niet zo veranderd. Jij zelf hebt Hem gevraagd je met eigen ogen te laten zien wat Hij de hele dag doet. Hij heeft je verzoek ingewilligd en heeft je zijn werk laten zien. De hele dag lang laat hij de ene mens tot rijkdom komen en de andere laat hij tot de laagste trede afdalen. - Dat is zijn werk, de hele dag lang."



    20-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana



    Maximum snelheid

    Wat is de maximale snelheid van neuken?
    68! Waarom? Want bij 69 ga je over de kop!

    20-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    19-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 61


    Image and video hosting by TinyPic .

    19-05-2012 om 23:24 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Hoe vergeet ik hem

    Hoe vergeet ik hem





    Een lelijk meisje ging op vakantie naar Frankrijk. Ze ging met veel families. Ze was het lelijkste meisje van de hele groep. Echt waar! Tenminste dat was wat ze dacht.
    Toen de leuke jongens haar straal voorbij liepen en gingen flirten met haar vriendinnen, kon ze wel door de grond zakken. Uiteindelijk vond ze iemand die ze erg leuk vond, maar ze ondernam geen actie, want ze wist wat voor soort jongen het was. Een player!
    Uiteindelijk kon het meisje er niet meer om heen dat die leuke jongen ook deel uitmaakte van de vriendengroep en elke avond was hij erbij.
    Het meisje ging al snel meer en meer voor hem vallen. Hij was gewoon zo leuk! En hij had nog geen enkel woord gezegd over haar uiterlijk.
    Toen hij uiteindelijk tegen haar zei dat ze mooi was, was ze in de hemel. Dat had nog nooit iemand tegen haar gezegd!
    Hij vond haar echt leuk, en dat was geen geheim. Dat maakte het meisje iets zekerder. Maar een probleem dat erbij kwam was dat de jongen Frans was en uiteindelijk zouden ze gescheiden worden.
    He meisje vond hem steeds leuker worden en uiteindelijk hadden ze gezoend.
    Ze straalden allebei als ze bij elkaar waren en iedereen kon zien dat ze echt helemaal verliefd op elkaar waren. Maar dat duurde niet voor eeuwig.
    Uiteindelijk moest het meisje weg.
    Huilend ging ze met haar ouders mee terug naar Nederland. Eenmaal daar aangekomen werd ze ziek. Ze kon niet meer tegen die pijn! Het was zo sterk en er was niks dat ze eraan kon doen. ze stond machteloos.
    Ze huilde dagenlang om de pijn te verzachten, maar het hielp niks en uiteindelijk sneed het gevoel zo erg in haar hart, dat ze niet eens meer kon huilen.
    maar heel diep vanbinnen wist ze dat de pijn uiteindelijk weg zou gaan. Het was als een gebroken been, maar dan erger. Het enige wat ze kon doen, was wachten... Tot het vanzelf beter zou gaan.


    19-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    strand

    op het strand zegt een klein meisje tegen haar moeder:
    kijk een naar die meneer naast ons wat heeft hij in zijn broek????
    dat is zijn portomonee zegt haar moeder.
    waarop het meisje antwoord oh wat gek hoe langer hij naar u kijkt hoe rijker hij wordt

    19-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    18-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 60


    Image and video hosting by TinyPic.

    18-05-2012 om 22:49 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De avonturen van Svatogor
    De avonturen van Svatogor



    Svatogor is een raadselachtige figuur, over wie de vreemdste verhalen de ronde doen. Was hij wel een mens of was hij een bovennatuurlijk wezen? Was hij onsterfelijk of veranderde hij na zijn dood tot steen in een van de rotsen van de Heilige Bergen, de Karpaten? Zeker is dat hij daar vandaan kwam en dat hij er later terugkeerde; zeker is ook dat hij een dappere ridder was, drie keer zo groot als een normaal mens en ook drie keer zo sterk. Hij was zo zwaar dat de aarde dreunde onder zijn voetstappen en alle dieren een veilig heenkomen zochten, wanneer hij naderde.

    Als jongeman, die bruiste van energie en levenslust, verliet hij op een goede dag de Heilige Bergen om de wereld in te trekken. Hij reed op zijn vurig paard door de onmetelijke steppen van het heilige Rusland in de hoop een tegenstander te ontmoeten met wie hij zijn kracht kon meten. Dagenlang reed hij door de onmetelijke vlakten, maar hij ontmoette geen enkele ridder of een ander menselijk wezen, want ieder die hem in zijn blinkende wapenrusting zag naderen, sloeg op de vlucht en hield zich zo goed mogelijk verborgen. Dit deed Svatogor pijn, omdat hij wilde bewijzen dat hij de sterkste man ter wereld was. Daarom riep hij overmoedig uit: "Bogatyrs van ons heilig Rusland, ik daag jullie uit tot een tweekamp, en wanneer jullie dit niet aandurft, wil ik ook tegen twee, drie of meer mensen tegelijk vechten!"

    Hij kreeg echter geen antwoord en daarom herhaalde hij zijn uitnodiging telkens opnieuw. Om een staaltje van zijn kracht te geven wierp hij zijn zware knots de lucht in. Deze vloog door de wolken en verdween uit het gezicht. Na enkele minuten suisde de knots weer omlaag en deze zou zeker een diep gat in de aarde hebben geslagen, wanneer Svatogor hem niet handig had opgevangen. De held dacht bij zichzelf: "Wat zou ik gelukkig zijn, wanneer ik het zwaartepunt van de aarde zou vinden! Dan zou ik de hemel aan een ring bevestigen en aan die ring een lange ijzeren ketting vastmaken. De ketting zou ik verbinden met het zwaartepunt van de aarde en daarna de hemel naar de aarde toe trekken. Dat is allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan, ik zal toch eerst het zwaartepunt van onze planeet moeten vinden." Terwijl hij hierover nadacht, zag hij opeens in de verte iemand met een zak op zijn rug lopen. "Wie zou dat wel zijn," dacht Svatogor en hij gaf zijn paard de sporen om de man in te halen. Hij begreep er niets meer van: hoe snel zijn paard ook galoppeerde, de afstand tussen hen en de voetganger bleef even groot.

    Svatogor riep naar de vreemdeling: "Hé, jij daar, blijf eens even staan; ik kan je maar niet inhalen!" De man bleef staan, nam de zak van zijn rug en zette deze op de grond. De bogatyr was in een oogwenk bij hem en vroeg: "Wat heb je daar in die zak, als ik vragen mag?" De boer nam zijn pet af, boog het hoofd en antwoordde: "Roemrijke bogatyr Svatogor, ik weet dat u zo sterk bent dat geen enkele dappere ridder de strijd met u durft aan te binden. Ik heb zelf gezien hoe u uw strijdknots in de lucht gegooid hebt en weer opgevangen alsof het een speelgoedballetje was. Zou u nu zo vriendelijk willen zijn die zak op uw schouders te nemen en voor mij te dragen, want ik begin lichtelijk vermoeid te raken."

    "O, als het niets anders is dan dat, wil ik dat graag voor je doen," antwoordde Svatogor en hij bukte zich om de zak op te rapen. Maar dat viel hem tegen! Er was geen beweging in te krijgen. Hoe Svatogor zich ook inspande en met beide handen aan de zak trok, het leek wel of deze aan de aarde zat vastgeklonken. Hij probeerde het verschillende keren, maar het hielp allemaal niets. Hoewel hij al tot aan zijn knieën in de grond was gezakt en het zweet met stralen van zijn lichaam gutste, bleef de zak even onbeweeglijk liggen. "Zoiets heb ik nog nooit beleefd!" moest Svatogor zijn hart luchten. "Ik, de grote sterke bogatyr die een koe kan optillen en in de wei gooien wanneer deze mij voor de voeten loopt, ik die een blokhut van de aarde los kan scheuren en ergens anders weer neerzetten, zou ik zo'n zak niet kunnen optillen? Dat is werkelijk al te gek! Wat zit er wel in, als ik vragen mag, en wie bent u dat u hem wel hebt kunnen dragen?"

    "Ik ben Mikoela Seljaninovitsj en in die zak zit de zwaartekracht van de aarde, waarvan ik weet dat u ernaar zoekt." Nu had Svatogor de zwaartekracht eindelijk gevonden, maar wat hij ermee moest beginnen, wist hij niet.

    Toen hij Mikoela van zijn plannen vertelde om de hemel met de aarde te verbinden, glimlachte deze en zei: "Vergeet het maar! Dat zal u nooit lukken, want de zwaartekracht is zó sterk dat, wanneer de hemel ermee verbonden zou zijn, deze naar beneden zou vallen en ons allen verpletteren." Svatogor gaf zijn plannen dan ook op, maar voor hij afscheid van Mikoela nam, wilde hij nog weten wat de toekomst hem zou brengen. "Rijd maar rechtdoor tot u bij een kruispunt komt. Neem dan de linker weg en rijd naar de noordelijke bergen. Op de hoogste heuvel bevindt zich een smederij onder een grote boom. De smid zal u vertellen wat uw bestemming is in uw verdere leven."

    Svatogor nam afscheid van Mikoela en volgde de aangegeven weg tot hij aan een kruispunt kwam, waar hij links afsloeg. Het begon zomer te worden en de steppe was één zee van bloemen in alle kleuren van de regenboog. De zon gaf het landschap een feestelijke glans. Zijn dapper paard liep zo hard hij kon en na drie dagen zag Svatogor in de verte de blauwe bergen van het noorden opdoemen. De ruiter mende zijn paard naar de hoogste berg en daar zag hij onder een grote boom de smederij, zoals Mikoela hem gezegd had. De smid was bezig twee hele dunne en lange haren te smeden.

    "Wat ben je daar aan het doen?" vroeg de held nieuwsgierig.

    "Ik smeed het lot van hen die zullen trouwen," antwoordde de man.

    "En met wie zal ik trouwen?" vroeg Svatogor.

    "U zult trouwen in het koninkrijk der zee in de stad van de koning. Uw bruid ligt nu al dertig jaren in een vervallen hut op een mesthoop."

    "Ik zal nooit ofte nimmer trouwen met een bruid die op een mesthoop heeft gelegen!" riep Svatogor woedend uit. Hij gaf zijn paard de sporen en reed in gestrekte draf naar het koninkrijk der zee.

    In de stad van de koning aangekomen maakte hij halt voor een kleine en vervallen hut. Hij keek naar binnen en zag daar op een smerige mesthoop een vrouw liggen. Ze had een vale huid en was gehuld in lompen. "Zij is niet knap, eerder lelijk," dacht Svatogor bij zichzelf. "Zij is niet jong, eerder oud en zij is zeker ook niet rijk, maar eerder arm." Hij trad binnen, nam honderd roebel uit zijn tas, legde deze op de wankele tafel, nam zijn zwaard en doorstak de boezem van de vrouw. Nauwelijks was de ridder weggereden, of de vrouw opende de ogen en verhief zich van de mesthoop. Er stond daar nu een meisje zó mooi als men in de wereld nog nooit aanschouwd had. Zij nam de honderd roebel van de tafel, verliet de hut en begon met het geld handel te drijven.

    Zij bleek een handig zakenvrouw te zijn die in korte tijd kans zag een aanzienlijk vermogen te vergaren. Zij liet schepen bouwen en belaadde deze met allerhande kostbare waren. Haar schepen droegen in de mast een rode vlag waarop een mesthoop was afgebeeld. Zij voer zelf mee op het hoofdschip van haar vloot. Zo bereikte zij ook de hoofdstad van de Heilige Bergen, waar zij haar waren liet verkopen. Inmiddels was Svatogor naar zijn geboortestreek teruggekeerd, waar hij verhalen hoorde over de buitengewone schoonheid van de vrouwelijke kapitein. Hij bracht haar een bezoek en werd smoorverliefd op haar. Enkele dagen later trouwden zij. Toen de held de eerste nacht naast zijn bruid sliep, zag hij tot zijn verwondering een groot litteken op haar blanke boezem. "Wat beduidt dat litteken op jouw borst?" vroeg hij haar.

    "Lang geleden kwam er een vreemdeling in het koninkrijk van de zee. Hij zag mij slapend op een mesthoop liggen en legde honderd roebels op de tafel die naast mijn slaapplaats stond. Nadat ik ontwaakt was uit mijn dertigjarige slaap, zag ik het litteken op mijn borst. Met het geld dat ik zag liggen heb ik handel gedreven en op die manier hebben wij elkaar leren kennen." Svatogor zei niets, maar hij dacht: "Geen enkel mens op deze wereld kan zijn lot ontlopen!"



     

    18-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana


    Een kameel en een olifant lopen door de woestijn de olifant begint een beetje te lacht 'Waarom lach je?' vraagt de kameel.
    'Ik vind da gewoon zo grappig da u borsten op u rug staan' 'en gij dan,'zegt de kameel,'uwe piet staat op u gezicht'

    18-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    17-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 59


    Image and video hosting by TinyPic .

    17-05-2012 om 22:56 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zafira en het kalfje

    Zafira en het kalfje


    Zafira leek wel honderd, zo gerimpeld was haar gezicht, en ze liep erg gebogen, haar ogen naar de grond gericht, alsof ze iets aan het zoeken was. Ze woonde samen met haar zoon en zijn familie in een wit huisje met een plat dak. In de winter sliepen ze binnen, allemaal bij elkaar, op een rieten matje, maar in de zomer zocht Zafira koelte op het dak. Dan vond ze rust onder de duizenden sterren en luisterde ze naar de nachtelijke geluiden van haar geliefde stad, waar ze haar hele leven had gewoond en elke straat kende. Iedere ochtend stond ze vroeg op en bakte brood voor het hele gezin. Als ze haar zoon, schoondochter en haar vier kleinkinderen zag eten, voelde ze zich tevreden en gelukkig. Wat zagen ze er goed en weldoorvoed uit!

    Dat veranderde, want er brak oorlog uit. De hele stad werd omsingeld door soldaten. Niemand kon de stadspoorten verlaten om het vee buiten de muren te laten grazen, omdat de vijand het dan in beslag nam. Zafira maakte zich zorgen, en haar hart werd zwaar als ze naar haar familie keek. Wat zagen ze er mager uit! De kleinkinderen hingen lusteloos om het huis, je kon hun ribben tellen. De toestand werd met de dag nijpender. Het vee was allang geslacht en het meel om brood te bakken raakte op. De mensen verhongerden. Ook de burgemeester was wanhopig. We moeten ons overgeven, dacht hij bedroefd. Er zit niets anders op.

    Hij liet een boodschapper bij zich komen. "Ga naar de moskee," gebood hij, "klim naar de top van de minaret en roep de mensen bijeen." De boodschapper deed wat hem was gevraagd. Hij liep de stenen trap op naar boven en toen hij eindelijk de minaret bereikte, zette hij zijn handen aan zijn mond. De deuren van de huizen gingen open en de mensen kwamen te voorschijn, bleek en mager met holle ogen. Ze schuifelden naar de moskee toe. Sommigen konden zelfs nauwelijks meer lopen en werden ondersteund.

    Toen ze de burgemeester zagen, die voor de moskee stond, smeekte een vrouw: "O, burgemeester, geef ons toch brood, voor ons en onze kinderen..." Een andere riep: "We gaan dood van de honger, de vijand moet verdreven worden!" - "Ach, mensen, wat kan ik doen?" sprak de burgemeester. "Het voedsel is bijna op. Het enige wat ons rest, is ons gewonnen geven. We kunnen de stad niet meer redden." Gewonnen geven? Er viel een geladen stilte. "Is iedereen het daarmee eens?" vroeg de burgemeester. Hij keek naar de menigte die zich voor de moskee had verzameld. "Ja, ja," mompelde het volk. "Laten we ons maar overgeven. Dit houden we nooit vol." Ze draaiden zich verslagen om.

    Iedereen, behalve Zafira. Ze strompelde, zo oud als ze was, naar voren. Ongeduldig duwde ze de mensen opzij. Toen ze vlak voor de burgemeester stond, schudde ze woedend haar magere vuist, terwijl ze bevend van verontwaardiging riep: "Overgeven??? Onze mooie, geliefde stad overgeven aan de vijand? Waar is uw moed gebleven?" Iedereen bleef staan en keek verbijsterd naar de oude Zafira, die nog steeds dreigend haar vuist ophief. "Maar moedertje," zei de burgemeester. "Er is helaas geen andere oplossing. Iedereen hier zou de stad willen redden, maar niemand weet hoe."

    Zafira probeerde zich zoveel mogelijk op te richten. "Als u mij mijn gang laat gaan, zal ik de stad redden," sprak ze fier. "U???" - "Ja, ik! Breng me een kalf." - "Kalf!" riepen de mensen. "Een kalf! Die oude Zafira is stapelgek geworden. Alle kalveren zijn allang opgegeten." Maar Zafira hield voet bij stuk. "Breng me een kalf en ik red de stad." Het kwam er met zoveel overtuiging uit dat de burgemeester onder de indruk raakte. Hij gaf enkele mensen de opdracht de stad te doorzoeken. Niet lang daarna werd er toch nog een kalf gevonden bij een man die bekend stond als een grote vrek. Hij had er een verborgen met de bedoeling het dier voor een hoge prijs te verkopen. "Geef m'n kalf terug... Geef me m'n kalf," smeekte hij, maar niemand had medelijden met hem, Zafira nog het allerminst. "Hou op met dat gejammer," snauwde ze, "wees blij dat je gierigheid ons voor een keer van dienst kan zijn." Zafira pakte het dier stevig vast en zei: "Breng me nu wat graan." - "Graan! Ze vraagt om graan!" riepen de omstanders verontwaardigd. "Zafira, je weet best dat we maar een handjevol hebben." - "Dan brengen jullie me dat," schreeuwde Zafira. Hoofdschuddend gingen de mensen naar huis en zochten de laatste restjes bij elkaar. Sommigen hadden nog een klein pannetje vol, anderen slechts een lepel. Er waren er ook die nog maar enkele korreltjes bezaten. "Doe het in een emmer," beval Zafira. Ze gehoorzaamden en de emmer raakte bijna vol. Iedereen keek ernaar met een hongerige blik. Zafira haalde een kruik met water en schonk dat in de emmer. Daarna roerde ze het door het graan, zodat er een dikke brij ontstond, en bracht het naar het kalfje.

    Zodra het dier het voedsel rook, dook het met zijn snuit in de emmer, en schrokte het gretig naar binnen. "Wat doe je nu, Zafira," schreeuwde iedereen ontzet. "Je geeft ons laatste graan aan dat kalf. Je verspilt kostbaar voedsel, terwijl onze kinderen verhongeren!" Ze werden zo razend dat ze Zafira te lijf wilden gaan. "Laat haar haar gang gaan," zei de burgemeester, "Zafira heeft beloofd de stad te redden. We moeten vertrouwen hebben." - "Breng me nu naar de stadspoorten," gebood Zafira. "Doe ze open en laat het kalf eruit." De burgemeester was stomverbaasd toen hij dit zonderlinge bevel hoorde. Hij had weinig zin om de poorten open te doen met de vijand er vlak achter, maar Zafira's ogen stonden zo dwingend dat hij het hart niet had te weigeren. Hij vergezelde haar naar de stadspoorten, met de menigte op hun hielen, en deed ze net genoeg open om het kalf erdoor te laten.

    Het dier werd vlug naar buiten geduwd, en daarna gingen de poorten weer haastig op slot. "En nu, beste mensen, gaan we weer naar huis," sprak Zafira. "Ga maar rustig slapen, want morgen zal de stad weer in veiligheid zijn." Na deze woorden strompelde ze weg, nagestaard door een hongerige en wantrouwige menigte.

    En het kalf buiten de stadspoorten? Verbaasd keek het eerst om zich heen. Toen kreeg het een grasveldje in het oog en schommelde ernaar toe, want het graan lag zwaar op de maag. De koning met zijn soldaten, die de stad omsingelden, konden hun ogen nauwelijks geloven. Ze dachten dat de stad uitgehongerd zou zijn, na al die weken, en dat het vee allang opgegeten zou zijn. En nu liep daar zo'n dik vetgemest kalf! "Laten we het vangen en braden," riepen de soldaten. "We hebben in tijden geen vlees gezien." De koning gaf zijn toestemming en het kalf werd gevangen en geslacht.

    Hoe groot was hun verbazing toen ze in zijn maag een grote hoeveelheid onverteerd voedsel aantroffen. "De bewoners in de stad zijn helemaal niet uitgehongerd!" riepen de soldaten verontwaardigd. "Kijk eens naar al dat graan! Als zij graan aan hun vee geven, zijn ze nog lang niet door hun voorraden heen. Dit is niet vol te houden. Dan kunnen we net zo goed de maan bestormen..." De soldaten werden opstandig. Wat had het voor zin hier nog langer te blijven? Ze kwamen zelf om van de honger. Toen de koning hun dreigende gezichten zag, werd hij bang. "We vertrekken," beval hij. "Het geeft geen zin een stad uit te willen hongeren, die zijn kalveren nog steeds met graan voedt. Dat duurt veel te lang."

    Toen Zafira de volgende ochtend opstond en op het dak klom, zag ze dat de vijand verdwenen was. De stad was weer vrij. Ze glimlachte tevreden. Het is maar goed dat er grootmoeders zijn, dacht ze.



     

    17-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    bij de hoeren

    Kan ik hier misschien even klaarkomen?" vraagt een man
    aan een hoer. De vrouw, niet voor een gat te vangen, antwoordt
    bevestigend. "Ja maar," gaat de man verder,"dan is
    er nog iets dat u moet weten. Als ik klaarkom, val ik altijd
    flauw. Dus u moet mij een ding beloven. En dat u mijn zak, zodra
    ik klaar ben gekomen, onmiddellijk in uw hand neemt. En, heel
    belangrijk, u moet 'm blijven vasthouden tot ik weer he-le-maal
    - bij kennis ben.
    Het hoertje gaat, ietwat verwonderd, aan het
    werk. En inderdaad, de klant komt klaar en valt prompt in
    katzwijm. Als de klant een paar minuten later weer bij kennis is,
    ziet hij tot zijn opluchting dat ze haar belofte heeft gehouden.
    Dank u beleeft," zegt de man opgelucht, "u is een
    dame." En hij wil opstappen. "Ho, wacht even,"
    zegt de dame. "Ik wil toch wel even weten waarom ik per se
    uw zak moest vasthouden..." "
    Dat zal ik u uit- leggen," zegt de man. "De vorige keer dat ik buiten
    kennis raakte, heeft een collega van jou mijn portemonnee gerold.

    17-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    benen omhaag

    Marietje vraagt aan Oma:
    'Gaan alle mensen met de benen omhoog naar de hemel?'
    'Hoezo?' vraagt oma.
    'Nou', zegt Marietje. 'Mama lag op de keukentafel en riep:'
    'O god ik kom!'
    gelukig lag papa erop

    17-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    16-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 58



    .

    16-05-2012 om 23:13 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Anne VS Thomas

    Anne VS Thomas



    Alex en ik liggen in een deuk. Net als we ons willen omdraaien, draait het meisje haar hoofd om. 'Shit, het gaat 'm ook nog lukken!' baalt Alex. Maar dan...'Haha, wie moet er hier opletten?' lachen we weer. De 5e klasser is de middelvinger omhoog en fietst dan weer verder. 'Goeie zet!' schreeuw ik naar Remco. Die gast schaamt zich vast dood. Alex en ik geven elkaar een high-five en lopen de school in.

    Anne

    Het is pauze. We hebben net onze cijfers terug gekregen van Wiskunde. Ik had een 4,3, maar dat komt door mijn stomme rekenmachine die ik niet heb! Meneer Brinkhorst zei dat ik in de pauze had moeten vragen of ik hem van iemand kon lenen. Ik ben niet zo'n iemand die veel vrienden heeft. Ik heb Ilse en daar heb ik genoeg aan. Ilse zit in 3C, ik in 3AB. Het probleem is dat ik het niet aan haar KON vragen. Ze was wel op school en ze had me haar rekenmachine heus wel gegeven, maar ik heb haar al zo vaak om haar rekenmachine gevraagd. Dat doe ik niet nog een keer! Ze vindt het al raar dat ik er geen heb:'Koop er gewoon 1'. Maar dat kan niet. Daar hebben we het geld niet voor. Je denkt nu zeker: 'Zijn jullie zo arm dan? Doe niet moeilijk en haal een goedkope van je zakgeld'. Ja wij zijn arm, alleen niemand weet dat. Vorig jaar hadden we heel veel schulden. Mijn vader was verslaafd aan gokken, dus daar ging al het geld naartoe. Maandenlang zat hij elke avond in het casino en kwam hij de volgende dag pas weer opdagen. Tot hij ontslagen werd. Het leek wel of hij toen pas begon te merken hoe erg het allemaal was. Hoeveel schulden we hadden. Het was inmiddels zo erg dat we het huis moesten verkopen. Op de dag dat de makelaar kwam om ons huis te bekijken, was mijn vader weg. Naar een vriend, had hij gezegd. De volgende dag was hij nog niet terug. De telefoon ging, ik nam op. 'Lieverd, het kan even duren voordat ik terugkom. Het kan dagen zijn, maar ook maanden. Ik moet nadenken. (hij slikte) Zorg goed voor elkaar, vooral voor mama' beëindigde hij het gesprek. Ik begon het al raar te vinden, maar toen ik het tegen mijn moeder vertelde, zei ze dat er niks aan de hand was. Dat de druk hem teveel werd. Dat hij, zoals hij al gezegd had, moest nadenken. Ongeveer 2 weken later ging de bel, mijn zus deed open. Het was de politie. Een man en een vrouw, allebei gekleed in uniform. We lieten ze binnen. Even later, toen mijn moeder erbij was gehaald, stonden we met zijn allen in de woonkamer. De agenten pakten hun pet van het hoofd. Toen werd het stil, heel stil. Mijn vader had zelfmoord gepleegd.

    Thomas

    Na schooltijd liepen we met z'n drieën naar het fietsenhok. 'Ga je mee voetballen' vraagt Alex als hij zijn schooltas op de snelbinders heeft gezet. Ik slik. 'Nee, ik moet naar de tandarts' verzin ik snel. 'Handig! Ik zeg wel dat je later komt. We zijn bij het Mariaplein. Tegenover Max'. Ik probeer snel een smoes te bedenken, maar er komt niks in me op. 'Is goed' antwoord ik. Alex steekt zijn hand op en fietst weg. 'Tot straks!'. Waarom wacht hij niet? Ik wil hem achterna fietsen, maar ik bedenk me dat ik de andere kant uitmoet. Naar het bos. Ik kan mijn vader bellen en zeggen dat ik me niet lekker voel. Dan hoef ik Alex niet af te zeggen. Maar als mijn vader vanavond thuis komt, zal hij vast mijn moeder ondervragen, hem kennende. Ik besluit Alex een sms te sturen: MIJN OMA IS JARIG. NIET AAN GEDACHT SORRY. CU Ik hoop dat het een beetje geloofwaardig klinkt. Ik hoef niet lang te twijfelen, want ik krijg meteen een sms binnen. DIE IS ZEKER BELANGRIJKER HE. IS GOED JOH. GOOD LUCK! Tevreden stop ik mijn mobiel in mijn broekzak, dat is ook weer opgelost. Als ik die avond thuiskom zit mijn moeder met een ongerust gezicht op de bank. Ze loopt meteen naar me toe:’Jochie’ ze drukt me tegen haar aan. ‘Ik had je nooit…’. ‘Wat is dit nou?’ zegt mijn vader boos als hij de kamer binnenkomt. Ik kruip tussen mijn moeders handen vandaan. ‘Alex heeft gebeld. Hij…’ verder komt mijn moeder niet, de tranen rollen over haar wangen. Wat!? Heeft Alex gebeld? Klote, nu ben ik echt de klos! Ik wil mijn mond open doen, als mijn vader zegt:’Ga maar naar boven Thomas’. Ik kijk hem aan. 1 moment lijkt het net of mijn vader me wil gaan slaan. Zijn agressieve houding maakt me bang.

    Anne
    Het is 9 uur als de bel gaat. Ik sta onder de douche en ik heb geluk. Er komt lauw water uit. Ik haat het om te douchen met koud water. Ik ben het gewend, maar ik ben blij dat het water nu iets warmer is. Binnenkort komt er een man, die naar het water komt kijken en ons informatie geeft over het goedkoper gebruiken van water. Tenminste, het is de bedoeling dat die man komt. Mijn moeder zou hem terugbellen voor een afspraak, maar volgens mij heeft ze dat nog niet gedaan. Ik zet het water uit. Als ik me heb afgedroogd, komt mijn zus binnenstormen. Snel druk ik mijn handdoek voor mijn lichaam. Niet dat er zoveel te zien is, want ik heb nog niks. ‘An, mam wil verhuizen!’ paniekerig kijkt ze me aan. Ik kijk haar vragend aan. ‘Er is een makelaar beneden. Het is een vrouw’. Mijn hart gaat tekeer. Ik weet dat het overdreven is, maar als ik het woordje ‘makelaar’ hoor, denk ik meteen aan mijn vader. ‘Wacht even. Ik kleed me om en daarna ga ik naar beneden’. Zo goed als mogelijk druk ik mijn zus de kamer uit. ‘Schiet op’ fluistert ze. Ik droog me af en razendsnel trek ik mijn kleren aan. Terwijl ik mijn haren in model probeer te brengen met mijn handen, de borstel ligt nog beneden, zeurt mijn zus dat ik nu eindelijk eens klaar moet zijn. Even later lopen we samen naar beneden. ‘Jij weet wat je doen moet hè’. Ik knik. Ik zou zogenaamd mijn broek zoeken, maar in plaats daarvan luister ik ze af. ‘…en daarom denk ik dat dit het beste voor u en uw kinderen is’ hoor ik de vrouw zeggen als ik de deur open doe. 2 gezichten kijken geschrokken op. Waarom piept die deur ook zo? Mijn moeder trekt haar wenkbrauwen op: ‘Wat mot je?’. Het klinkt meer als ‘moje’ maar dat doet er niet toe. ‘Ik, euh, ik zoek mijn, euh’. Nee hè, wat moest ik ook alweer zeggen. Oja. ‘Broek. Dat was het, ik zoek mijn broek’. Ik zie de vrouw kijken, het klinkt ook zo ongeloofwaardig. ‘Kom maar even zitten. Nee, haal je zus maar even op’ zegt de vrouw tegen me. Opeens wordt ik bang, heel bang. Iets zegt me dat dit niet om een verhuizing gaat. 5 minuten later zitten we met zijn 4en in de woonkamer, de vrouw, mijn zus en ik. Mijn moeder is naar haar kamer. ‘Ik zal me eerst even voorstellen. Ik ben mevrouw Groothuis van de Kinderbescherming. Ik heb gehoord dat het niet zo goed met jullie moeder ging. Dat hebben jullie vast ook wel gemerkt’. Als wij knikken , vervolgt ze: ‘Het is eigenlijk helemaal niet goed met jullie moeder. Ze is heel erg depressief. Wij willen haar helpen, daarom moet ze zo snel mogelijk naar een kliniek’

    16-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    De zwager

    Er was eens een man die niet goed was in bed. Dus wat doet zijn vrouw s'ochtends pakt een kommer en gaat zicht zelf masturberen.
    De man die naar zijn werk ging had zijn tas thuis vergeten en komt terug en hij ziet dat zijn vrouw bezig is. De man zegt niks en gaat naar zijn werk.
    De volgende ochtend maakt de vrouw ontbijt klaar.
    En ze legt kommer bij het ontbijt. De man kijkt naar de kommer en denkt .............en zegt later: welkom zwager.

    16-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    15-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 57



    .

    15-05-2012 om 22:43 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Doos

    Wat hoort er niet in het volgende rijtje thuis?
    - een blondine
    - een brunette
    - een vliegtuig
    De blondine want die heeft geen zwarte doos

    15-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.alles draait om mij! ...ooit...

    alles draait om mij! ...ooit...



    vrijdag gewoon een dag zoals gewoon
    De juf vertelde ons alvast een beetje ove camp oosterhoud eerst vondt ik het helemaal geweldig net zoals mijn vriendinnen.
    Chantal Brenda & josefien, ons groepje voor de bonte avond.
    todat we maandag naar gym gingen. we hadden ruzzie gekregen, Brenda & ik. dus ging ons groepje uit elkaar!
    nu hebben ze een nieuw groepje zonder mij het bestaat uit Brenda, Josefien, Alina, Thallah & Laura. ik zat er niet in, maar ik dacht van aggh mijn groepje wordt vast en zekker better..
    dus niet ik had helemaal geen groepje,
    nu heb ik niks voor de bonte avond!
    de juf kon het toch niks schelen ik zat in een diepe put. thuis kon ik er ook niet over praten. niemand op straat want eingelijk heb ik maar 3 echte vriendinnen.. ik zou bijna zeggen 2. jammer genoeg had ik niks kunnen bedenken voor mezelf en nu wilt de juf dat ik maar de groepjes ga aankondigen. dacht het dus niet, ik wil iets doen een dans of een play-back show maar eingelijk schaam ik me wel voor me lichaam ik ben belagelijk dik, 40 kilo overgewicht, niemand echt niemand die nog mij in zijn groepje wilt! wat nu??

    15-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    14-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 56




    .

    14-05-2012 om 23:02 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana


    Automatisch plukapparaat

    Een franse wijnboer bezoekt een tentoonstelling over de nieuwste landbouwmachines. Hij komt bij een stand over een Australische automatische plukmachine. De verkopers leggen het apparaat volledig uit. Hij plukt en sorteert de druiven automatisch en gooit te kleine of rottedruiven vanzelf weg. De boer vraagt: "Doet het apparaat ook nog wat op het gebied van eh.. sex?". "Nee.", luidt het antwoord. "Dan blijf ik toch maar bij mijn Poolse pluksters!".

    14-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    13-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 55




    .

    13-05-2012 om 23:22 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het verhaal van het jaar

    Het verhaal van het jaar



    Het was winter, een vreselijke sneeuwstorm was het; de sneeuw stoof wervelend door straten en stegen; de ruiten waren van buiten met sneeuw beplakt, de sneeuw viel in hopen van de daken en de mensen hadden zo'n vaart, ze renden, ze holden, ze vlogen tegen elkaar op en pakten elkaar dan even beet, om houvast te hebben. Rijtuigen en paarden leken wel gepoederd, de lakeien stonden met hun rug naar het rijtuig en reden met de wind in de rug.

    De voetganger bleef in de beschutting van het rijtuig, dat maar langzaam vooruitkwam in de diepe sneeuw; en toen de sneeuwstorm eindelijk ging liggen en er een smal paadje langs de huizen ontstond, bleven de mensen daar staan, als ze elkaar tegenkwamen. Niemand had zin om de eerste stap in de diepe sneeuw te nemen om de ander voorbij te laten. Zwijgend bleven ze staan, om ten slotte, als na een stilzwijgende afspraak, ieder één been prijs te geven en in die sneeuwhoop te laten zakken. Maar 's avonds was het rustig. De hemel zag eruit alsof hij geveegd was en hoger en doorschijnender was gemaakt, de sterren leken splinternieuw en sommige waren heel blauw en heel helder, en het vroor dat het kraakte. De bovenste laag sneeuw was dan wel sterk genoeg om 's ochtends de mussen te dragen; ze hipten in het rond waar de sneeuw geruimd was, maar veel eten was er niet te vinden en ze hadden het behoorlijk koud.

    'Piep!' zei de een tegen de ander. 'Dat noemen ze het nieuwe jaar! Het is veel erger dan het oude, dat hadden we net zo goed kunnen houden. Ik ben niet tevreden en daar heb ik mijn redenen voor!'

    'De mensen hebben dat nieuwe jaar met knallen binnengehaald,' zei een klein, kleumend musje, 'ze hadden knalpotten en ze waren buiten zichzelf van vreugde dat het oudejaar nu vertrok en daar was ik ook blij om, want ik verwachtte dat we nu warme dagen zouden krijgen. Maar daar is niets van terechtgekomen; het vriest veel strenger dan eerst. De mensen hebben zich in de tijdrekening vergist.'

    'Zeker,' zei een derde, een oude met een witte kuif. 'Ze hebben iets, dat noemen ze de almanak, dat is hun eigen uitvinding en nu moet alles volgens de almanak verlopen, maar dat gebeurt niet. Als het voorjaar komt, dan begint het jaar, dat is de gang van de natuur en daar reken ik naar.'

    'Maar wanneer komt het voorjaar?' vroegen de andere.

    'Dat komt als de ooievaar komt, maar hij is onberekenbaar en hier in de stad weet niemand daar iets van. Dat weten ze op het platteland beter; zullen we daar gaan wachten?

    Daar ben je dichter bij de lente.'

    'Alles goed en wel,' zei er eentje, die een hele poos had lopen piepen zonder eigenlijk iets te zeggen. 'Ik ben in de stad van gemakken voorzien die ik op het platteland zal gaan missen. Er is hier een mensenfamilie met een binnenplaats, die heel verstandig een stuk of drie bloempotten aan de muur heeft opgehangen, met de grote opening naar binnen en de kleine naar buiten; dat gaatje is net groot genoeg om in en uit te vliegen. Daar hebben ik en mijn man ons nestje en daar zijn al onze kinderen uitgevlogen. Die mensenfamilie heeft dat natuurlijk zo gearrangeerd omdat ze het leuk vinden om naar ons te kijken, anders hadden ze het vast niet gedaan. Ze strooien broodkruimels, ook voor hun plezier, maar wij hebben voedsel, het is net of er voor je wordt gezorgd. Daarom denk ik dat ik en mijn man blijven. Hoewel we niet tevreden zijn - maar we blijven.' 'En wij vliegen naar het platteland, om te zien of het geen voorjaar wordt!' En toen vlogen ze weg.

    Het was echt winter op het platteland; het vroor er nog een paar graden meer dan in de stad. De snijdende wind blies over de met sneeuw bedekte velden. De boer zat met grote wanten aan in zijn slee en hij sloeg met zijn armen om de kou te verdrijven; zijn zweep lag in zijn schoot. De magere paarden renden dat de damp ervan af sloeg, de sneeuw kraakte en de mussen hipten in de wagensporen en hadden het koud. 'Piep, wanneer komt de lente? Het duurt zo lang!'

    'Zo lang!' klonk het over de velden van de hoogste, met sneeuw bedekte heuvel. Het zou de echo kunnen zijn, maar het konden ook de woorden zijn van die vreemde oude man, die daar in weer en wind boven op een sneeuwhoop zat. Hij was helemaal wit, als een boer in een witte kiel van fries, met lang, wit haar en een witte baard, heel bleek en met grote, heldere ogen.

    'Wie is die oude man?' vroegen de mussen.

    'Dat weet ik!' zei een oude raaf, die op een paaltje zat. Omdat hij wel moest erkennen dat we voor God allemaal vogeltjes zijn, verwaardigde hij zich de mussen uitleg te geven. 'Ik weet wie die oude man is. Het is de winter, de oude man van het vorige jaar. Die is niet dood, zoals de almanak beweert, hij is de voogd van de nieuwe prins lente, die op komst is. Ja, de winter regeert. Huh, het kraakt zeker wel in jullie, kleintjes?' 'Zei ik het niet?' zei de kleinste. 'Die almanak is maar een mensenverzinsel, die is niet aan de natuur aangepast. Dat hadden ze aan ons moeten overlaten, wij zijn fijner gebouwd.' Er ging een week voorbij, er gingen er bijna twee voorbij.

    Het bos was zwart, het bevroren ven lag erbij als gestold lood. De wolken - maar het waren geen wolken, het waren vochtige, ijzige nevels die over het land hingen; grote, zwarte kraaien vlogen in zwermen, zonder gekrijs. Het leek wel of alles sliep. Daar gleed een zonnestraaltje over het ven en dat glansde als gesmolten tin. De sneeuwlaag op het veld en op de heuvel glinsterde niet meer zo, maar de witte gedaante, de winter zelf zat daar maar met zijn blik naar het zuiden gewend; hij merkte helemaal niet dat het sneeuwdek als het ware in de grond zakte, dat er hier en daar een klein plekje grasgroen te voorschijn piepte en dat er ineens heel veel mussen waren.

    'Wiedewiet, wiedewiet, komt nu de lente?'

    'De lente!' klonk het over veld en wei en door de donkerbruine bossen, waar het mos fris groen op de stammen glom. Door de lucht kwamen, uit het zuiden, de eerste twee ooievaars aangevlogen. Ze hadden ieder een lief kindje op hun rug, een jongen en een meisje. Ze kusten de grond ter begroeting en waar ze hun voetjes neerzetten, kwamen er witte bloemen onder de sneeuw vandaan. Hand in hand liepen ze op de oude ijsman, de winter, af, vleiden zich ter begroeting aan zijn borst en op hetzelfde moment waren ze verdwenen, en met hen het hele landschap; een dikke, wit te mist, dicht en zwaar, omhulde alles. Even later kwam er weer lucht - de winter vloog weg, met sterke windvlagen kwam hij de mist verjagen, de zon scheen lekker warm - de winter zelfwas verdwenen, de lieve kinderen van de lente zaten op de troon van het jaar. 'Dat noem ik nieuwjaar!' zeiden de mussen. 'Nu worden we weer in onze rechten hersteld en krijgen we schadevergoeding voor die strenge winter!'

    Waarheen de twee kinderen zich ook wendden, ontbotten er aan struiken en bomen groene knoppen, werd het gras hoger en de gezaaide akker steeds lieflijker en groener. Het kleine meisje strooide bloemen in het rond; ze had ze in overvloed in haar rokje. Ze leken daar te groeien, het bleef vol, hoe vlijtig ze ook strooide - in haar ijver schudde ze een hele sneeuwbui van bloemen over de appel- en perzikbomen, zodat die volop in bloei stonden, nog vóór ze groene bladeren hadden. Ze klapte in haar handen en het jongetje klapte mee en er kwamen vogeltjes te voorschijn, je wist niet waarvandaan, en allemaal kwetterden ze en zongen:

    De lente is gekomen!'

    Het was prachtig om te zien. Menig oud moedertje kwam in haar deur in de zon staan en rilde even, keek naar de gele bloemen die op het weiland prijkten, net als in haar jonge jaren. De wereld werd weer jong. 'Wat is het vandaag heerlijk buiten!' zei ze.

    Het bos was nog bruin-groen, knop aan knop, maar het lievevrouwebedstro was uitgekomen, heel fris en geurig, er waren viooltjes bij de vleet, anemoontjes, primula's en sleutelbloemen. In ieder grassprietje zat kracht, het was echt een prachtig tapijt om op te zitten, en daar zat het jonge paar van de lente eikaars hand vast te houden. Ze zongen en lachten en groeiden steeds meer. Er viel een zacht regentje uit de hemel. Ze merkten het niet, de regendruppels en de tranen van vreugde werden één. Bruid en bruidegom kusten elkaar en op dat moment ontsprong het bos. Toen de zon opkwam, waren alle bossen groen! Hand in hand liep het bruidspaar onder het frisse, afhangende dak van bladeren, waar alleen de stralen van de zon en de slagschaduwen afwisseling gaven in het groen. De fijne blaadjes bezaten een maagdelijke zuiverheid en een verfrissende geur. Helder en levendig ruisten rivier en beek tussen de fluweelgroene biezen en over de veelkleurige stenen. 'Eeuwig en altijd is het en blijft het!' zei de hele natuur. En de koekoek zong en de leeuwerik sloeg, het was heerlijke lente. Maar de wilgen hadden hun bloemen nog wanten aangedaan, die waren zo ijselijk voorzichtig, en dat is vervelend!

    Zo gingen er dagen en weken voorbij, de warmte sloeg als het ware neer. Golven van hete lucht gingen door het koren, dat steeds geler werd. De witte lotus van het noorden op de bosvennen spreidde haar grote, groene bladeren uit over de waterspiegel en de vissen zochten er beschutting onder. En in de luwte van het bos, waar de zon op de boerenhuisjes brandde en de uitgekomen rozen stoofde, waar de kersebomen volhingen met sappige, zwarte, bijna zonwarme vruchten, zat de mooie vrouw van de zomer, dezelfde die we als kind en als bruid hebben gezien; en ze keek naar de opstijgende, donkere wolken, die zich als golven, als bergen, donkerblauw, zwaar, steeds hoger verhieven. Ze kwamen van drie kanten; als een versteende, omgekeerde zee zonken ze steeds dieper naar het bos, waar alles als door toverkracht verstilde. Ieder zuchtje wind was gaan liggen, iedere vogel zweeg; er was ernst en verwachting in de natuur, maar op de wegen en paden haastten mensen in rijtuigen, te paard en te voet zich om onder dak te komen. - Toen kwam er ineens een licht alsof de zon doorbrak, glanzend, verblindend en alles verzengend; meteen daarop, na een rollende donderslag, werd het weer donker. Het water stortte in stromen neer; het werd nacht en het werd dag, er was stilte en er was geraas. De jonge rietstengels in het veen bewogen hun bruine pluimen in lange golven, de takken in het bos waren in nevels van water gehuld, duisternis kwam en ging, stilte kwam en ging. Gras en koren lagen neergeslagen, als weggespoeld, alsof ze nooit meer overeind zouden komen. - Opeens viel de regen weer in afzonderlijke regendruppels, de zon scheen en op strootjes en blaadjes glansden waterdruppels als parels, de vogels zongen, de vissen sprongen op uit het rivierwater, de muggen dansten en op de rots in het zoute, schuimende zeewater zat de zomer zelf, een krachtig gebouwde man, met gespierde ledematen, en met drijfnatte haren. Verjongd door het verfrissende bad zat hij in de warme zon. De hele natuur om hem heen was verjongd, alles stond er weelderig, krachtig en mooi bij. Het was zomer, heerlijke, warme zomer.

    Lieflijk en zoet was de geur die opsteeg uit het weelderige klaverveld. De bijen zoemden om de oude plaats waar vroeger recht werd gesproken; de braamran ken slingerden zich rond de altaarsteen, die, gewassen door de regen, in het zonlicht glansde. Daar vloog de bijenkoningin met haar zwerm naar toe, daar verborgen ze was en honing. Niemand zag het, alleen de zomer en zijn sterke vrouw. Voor hem was de altaartafel gedekt met de offergaven van de natuur. De avondhemel straalde als goud, geen kerkkoepel is zo kostbaar, en de maan scheen door avondrood en morgenrood.

    Het was zomer.

    Er gingen dagen en weken voorbij. De glimmende zeisen van de maaiers blonken in de korenvelden, de takken van de appelboom bogen door onder hun rode en gele vruchten; de hop geurde heerlijk en zat vol dikke knoppen, en onder de hazelaars, waaraan de noten in zware trossen hingen, rustten man en vrouw, de zomer met zijn ernstige vrouw. 'Wat een rijkdom!' zei ze. 'Overal zegen, huiselijkheid en goedheid. Maar toch - ik weet het niet, ik verlang naar rust, kalmte, ik weet er zelf het goede woord niet voor! Ze ploegen alweer op het veld. De mensen willen steeds meer! Kijk, de ooievaars vliegen in troepen op een afstand achter de ploeg aan; de vogels uit Egypte, die ons op hun rug hebben meegebracht! Weet je nog hoe we als kinderen in de landen van het noorden aankwamen? Bloemen hebben we meegebracht, rijke zonneschijn en groene bossen. Daar is de wind nu niet zo aardig voor geweest, ze worden bruin en donker, net als de bomen in het zuiden, maar ze hebben geen gouden vruchten zoals de bomen in het zuiden!' 'Die krijg je ook te zien,' zei de zomer. 'Verheug je er maar vast op!'

    En hij hief zijn arm op en de bladeren van het bos werden rood en goud gekleurd, alle bossen vertoonden een kleurenpracht. De rozenhaag glansde van de vuurrode rozebottels, de vliertakken zaten vol zware, zwarte bessen, de wilde kastanjes vielen rijp uit hun donkergroene bast en in het bos bloeiden de viooltjes voor de tweede keer.

    Maar de koningin van het jaar werd steeds stiller en bleker. 'Er is een koude wind,' zei ze, 'de nacht heeft koude nevels! Ik verlang naar... het land van mijn jeugd!'

    Ze zag de ooievaars wegvliegen, één voor één, en ze strekte haar handen naar ze uit. Ze keek naar de nesten die leeg stonden. In een ervan groeide een korenbloem met zijn lange stengel en in een ander de gele wilde radijs, alsof het nestje er alleen was om ze te beschermen, als een hekje.

    De mussen gingen erheen.

    'Piep, waar zijn meneer en mevrouw gebleven? Die houden zeker niet van wind en toen zijn ze uit het land vertrokken. Goede reis!'

    De bladeren in het bos werden steeds geler. Blad na blad viel, de najaarsstormen woeien, het was laat in de herfst. Op de gele bladeren lag de koningin van het jaar met zachte blik naar de fonkelende ster te kijken en haar man stond naast haar. Er ging een windvlaag door de bladeren - hij ging weer liggen en toen was zij weg, maar er vloog een vlinder, de laatste van het jaar, door de koude lucht.

    De vochtige nevels kwamen eraan, de ijzige wind en de donkere, lange nachten. De vorst van het jaar stond daar met sneeuwwitte haren, maar dat wist hij zelf niet, hij dacht dat het door de sneeuwvlokken kwam, die uit de wolken vielen. Er lag een dun laagje sneeuw op de groene velden.

    De kerkklokken luidden Kerstmis in. 'De geboorteklokken luiden!' zei de vorst van het jaar. 'Weldra wordt het nieuwe koninklijk paar geboren en dan krijg ik rust, zoals mijn vrouw. In de blinkende sterren te mogen rusten!' In het frisse groene dennenbos stond de kerstengel de jonge bomen die mee mochten naar het feest, in te wijden. 'Vreugde in de huizen en onder de groene takken!' zei de oude vorst van het jaar. In de laatste weken was hij sneeuwwit geworden van ouderdom. 'Mijn tijd is gekomen, het jonge paar van het jaar wordt nu van kroon en scepter voorzien.'

    'Maar de macht ligt nog bij jou!' zei de kerstengel. 'De macht en niet de rust. Laat de sneeuw het jonge zaad op de akker nog even warmen, leer te verdragen dat een ander gehuldigd wordt en jij toch de heerser bent, leer vergeten te zijn en toch te leven. Het uur van je bevrijding komt, als de lente komt.' 'Wanneer komt de lente?' vroeg de winter.

    'Die komt als de ooievaar komt.' Met witte lokken en een sneeuwwitte baard zat de ijskoude winter, oud en gebogen, maar sterk als de winterstorm en het ijs, hoog in de sneeuw op de heuvel naar het zuiden te kijken, zoals de winter vóór hem had zitten uitkijken. Het ijs kraakte en de sneeuw kraakte, de schaatsers zwierden over de glanzende meren; raven en kraaien zagen er goed uit tegen die witte achtergrond, geen windje roerde zich. In de stille lucht balde de winter zijn vuisten en het ijs werd metersdik tussen de landen.

    Toen kwamen de mussen uit de stad weer vragen: 'Wie is die oude man daar?' En de raaf zat er weer, of een zoon van hem, wat op hetzelfde neerkomt, en die zei: 'Het is de winter, die oude man van vorig jaar. Hij is niet dood, zoals de almanak zegt, maar hij is de voogd van de lente die eraan komt.' 'Wanneer komt de lente?' vroegen de mussen. 'Want dan krijgen we een betere tijd en een betere regering. Die oude deugt niet!'

    In gedachten verzonken knikte de winter naar het zwarte bos zonder bladeren, waar iedere boom de mooie vorm en de kromming van zijn takken liet zien; en tijdens zijn winterslaap zonken de ijzige nevels uit de wolken. De vorst droomde van zijn jeugd en van zijn volwassen jaren, en in de dageraad was het hele bos mooi van de rijm, dat was de zomerdroom van de winter. De zon liet de rijm weer van de takken vallen. 'Wanneer komt de lente?' vroegen de mussen.

    'De lente!' klonk het als een echo van de heuvels waar de sneeuw lag. De zon scheen steeds warmer, de sneeuw smolt, de vogels kwetterden: 'Het wordt lente!' Hoog door de lucht kwam de eerste ooievaar aanvliegen, gevolgd door de tweede. Er zat een lief kindje op hun rug en ze daalden neer op het open veld, ze kusten de grond en ze kusten de oude, zwijgzame man, en hij verdween, als Mozes op de berg, gedragen door de mist. Het verhaal van het jaar was uit. 'Heel juist!' zeiden de mussen. 'En het is ook heel mooi, maar het gaat niet volgens de almanak en dan is het mis!'



     

    13-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Aapje eet banaantje

    Op een avond zaten Jantje en zijn vader in bad, opeens vroeg Jantje: "Papa, wat is dat?" waarop zijn vader antwoorde: "Dat is me banaantje, Jantje" ow.. zei hij weer daarop, volgende dag zat Jantje met zijn moeder in bad en weer vroeg Jantje aan zijn moeder: "Mama, wat is dat?" waarop zijn moeder antwoorde: "Dat in mijn aapje, Jantje" ow... reageerde hij weer. Die avond daarna moest Jantje vroeg naar bed wat hij helemaal niet leuk vond dus hij besloot om zijn ouders eens wakker te maken. Hij liep de kamer binnen en zei: "Oooooh aapje eet banaantje!"

    13-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    12-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 54



    .

    12-05-2012 om 22:53 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mijnheer Maan
    Mijnheer Maan



    Er was eens een soldaat die afzwaaide. Hij liep die dag zo ver, dat hij de bewoonde wereld achter zich liet. Toen de avond viel kwam hij voorbij een spelonk. Bij de ingang stond een oude vrouw en de soldaat vroeg haar: "Vrouwtje, kan ik hier vannacht slapen?" - "Dat kan, vriend, kom binnen."

    Het was winter en koud, en de soldaat was moe. De vrouw liet hem in een kamer waar een flink vuur brandde. Ze gaf hem te eten en te drinken en bracht hem een kaars en een boek om te lezen. Nadat hij zich de volgende morgen nog eens te goed had gedaan bedankte hij de vrouw. Ze vroeg of hij nog ver moest. "Ja," zei de soldaat, "nog honderdduizend uren lopen." - "In dat geval," zei ze, "zul je zeker mijn broers Morgenster, Maan en Zon tegenkomen. Doe hun de groeten van hun zuster die in de spelonk woont en zeg maar dat het goed met me gaat." De soldaat beloofde dat hij het zou doen. Hij kreeg een beurs vol geld mee, bedankte de vrouw opnieuw en ging op weg.

    Toen hij de hele dag had gelopen kwam hij 's avonds in een mooie stad. Hij liep de ene straat in en de andere uit tot hij voor een hemelsblauwe poort stond waarop een zilveren ster was geschilderd. Boven die ster stond:

    "Hier woont mijnheer Morgenster"

    De soldaat trok aan de bel en de meid deed open. "Woont hier mijnheer Morgenster?" - "Ja." - "Kan ik hem even spreken?" - "Ik zal het vragen. Mijnheer!" riep ze naar achteren, "er is iemand die u wil spreken." - "Laat hem maar binnen," klonk een stem. De soldaat ging naar binnen, nam zijn hoed af en zei: "U moet de groeten hebben van uw zuster die in de spelonk woont. Ze laat weten dat het goed met haar gaat." - "Ha, ha, ha! Laat ze me alweer de groeten doen? 't Is pas honderdduizend jaar geleden dat ik de groeten van haar kreeg. Blijf je eten?" - "Graag," zei de soldaat. "Meid, dek de tafel."

    De meid bracht een tafeltje dat zo klein was als een poppenmeubeltje, borden ter grootte van een cent, broden die niet groter waren dan een koekje, glazen als vingerhoedjes en stukjes vlees waarvan je er gemakkelijk drie tegelijk in je mond kon steken.

    De soldaat en de meid hadden zo'n honger dat ze de broden in één keer doorslikten. "Wat eten jullie veel," zei mijnheer Morgenster, "er blijft niks over." - "Wij hebben honger," zei de meid.

    Toen ze klaar waren, zei mijnheer Morgenster tegen de soldaat: "Blijf je slapen?" - "Graag," zei de soldaat. De volgende morgen na het ontbijt vroeg mijnheer Morgenster of hij nog ver moest. "Nog honderdduizend uren lopen," zei de soldaat. "In dat geval," zei zijn gastheer, "zul je zeker mijn broers Maan en Zon tegenkomen. Doe hun de groeten en zeg maar dat het goed met me gaat." - "Dat zal ik doen," zei de soldaat. Hij kreeg een beurs vol geld, bedankte en vertrok.

    Hij liep de hele dag door en kwam 's avonds in een grote stad vol prachtige huizen en schitterende kerken. Het was al donker toen hij voorbij een hemelsblauwe poort kwam waarop een gouden maan was geschilderd. Boven de maan stond:

    "Hier woont mijnheer Maan"

    De soldaat trok aan de bel, de meid deed open en hij vroeg: "Zou ik mijnheer Maan even kunnen spreken?" - "Ik zal het vragen." Ze ging naar binnen.

    Na een poosje kwam ze terug en bracht de soldaat bij mijnheer Maan. "Zo vriend, wat is er van je dienst?" - "U moet de groeten hebben van uw zuster die in de spelonk woont," zei de soldaat, "en van uw broer Morgenster. Ze laten weten dat ze allebei gezond van lijf en leden zijn." - "Wel, wel, wel! Doen ze me alweer de groeten? Het is pas honderdduizend jaar geleden dat ik de groeten van hen kreeg. Blijf je eten?" - "Graag," zei de soldaat. "Meid, dek de tafel." De meid dekte de tafel.

    Er werd een half kalf opgediend, de broden waren zo groot als wagenwielen, de glazen zo groot als emmers, de kannen bier zo groot als halve tonnen en de soldaat had nog maar een halve boterham op of hij kon al niet meer. "Heb je geen honger?" vroeg mijnheer Maan. "Zeker wel," zei de soldaat, "maar het zijn zulke grote stukken." Toen ze klaar waren, vroeg mijnheer Maan of hij zin had die nacht mee te gaan om maneschijn te maken. "Met alle plezier," zei de soldaat. "Meid, ga eens kijken of het helder weer is." - "Mijnheer, de lucht is betrokken." - "Dan gaan we een potje kaarten."

    Toen ze een poos hadden gespeeld en de soldaat bijna al het geld van zijn gastheer had gewonnen kwam de meid zeggen dat het helder weer was. Ze kropen allebei in een ledikantje en die nacht schenen er twee manen. Zodra het licht begon te worden en de soldaat de hele wereld had gezien met alle steden en bossen, alle kerken en kastelen, daalden de ledikantjes voor de poort van het huis van mijnheer Maan.

    Toen ze binnen waren, vroeg mijnheer Maan of de soldaat nog ver moest. "Nog honderdduizend uren lopen," zei hij. "In dat geval," zei mijnheer Maan, "kom je vast mijn broer Zon tegen. Doe hem de groeten en zeg dat ik hem met mijn ijzeren handschoen een pak slaag zal geven als hij mij nog een keer durft te verduisteren. En kom dan terug om me te vertellen wat hij heeft gezegd." De soldaat kreeg een beurs vol geld, bedankte en vertrok.

    Hij liep aan één stuk door en kwam 's avonds in de mooiste stad die hij ooit had gezien. Toen hij lang in die stad had rondgewandeld stond hij plotseling voor een gouden poort met een diamanten zon erop. Boven de zon las hij:

    "Hier woont mijnheer Zon"

    De soldaat belde aan, de meid deed open en hij vroeg: "Is mijnheer Zon thuis? Ik moet hem spreken." De meid ging naar achteren. "Mijnheer," hoorde hij haar zeggen, "er is een soldaat die u wil spreken." - "Laat hem maar binnen." - "Mijnheer zegt dat je bij hem kunt komen, maar bind een zakdoek voor je gezicht, anders kon het je wel eens het licht in je ogen kosten." De soldaat bond een zakdoek voor zijn gezicht en ging naar binnen.

    Mijnheer Zon vroeg waarmee hij hem van dienst kon zijn. "U moet de groeten hebben van uw zuster die in de spelonk woont," zei de soldaat, "en van uw broer Morgenster. Ze laten weten dat ze het allebei goed maken. Ik moet ook de groeten doen van uw broer Maan en hij laat zeggen dat hij u met zijn ijzeren handschoen een pak slaag zal geven als u hem nog een keer durft te verduisteren."

    "Zeg maar tegen mijn broer Maan," zei mijnheer Zon, "dat ik niet bang voor hem ben. Als hij mij met zijn ijzeren handschoen een pak slaag wil geven zal ik hem met mijn ijzeren knuppel afrossen. Blijf je vannacht slapen?" De soldaat bleef slapen.

    De volgende morgen kreeg hij een zak vol goudstukken, bedankte en vertrok. Hij liep de hele dag door en kwam 's avonds bij mijnheer Maan. "U moet de groeten hebben van uw broer Zon," zei hij, "en ik moest zeggen dat hij u met zijn ijzeren knuppel zal afrossen als u hem met uw ijzeren handschoen een pak slaag wilt geven." - "Ik ben niet bang voor hem," zei mijnheer Maan. "Blijf je eten en ga je vannacht mee om maneschijn te maken?" De soldaat was er meteen voor te vinden en ze lieten het zich goed smaken.

    Toen ze klaar waren met eten ging de meid kijken hoe de lucht er bij stond. Maar hij was weer eens betrokken en mijnheer Maan en de soldaat begonnen een potje te kaarten. Nadat ze een tijd hadden gespeeld kwam de meid zeggen dat de lucht was opgeklaard. Mijnheer Maan en de soldaat kropen allebei in een ledikantje en de laatste nam alles mee wat hij bezat. Die nacht schenen er weer twee manen. Ze schenen over de hele wereld, tot aan de stad waar de soldaat vandaan kwam.

    "Is dat je huis?" vroeg mijnheer Maan. "Ja," zei de soldaat. "Dan zal ik je voor de deur afzetten." Hij liet het ledikantje precies op de stoep neerkomen. De soldaat pakte zijn geld, nam afscheid van mijnheer Maan en ging voor de deur zitten. Toen de vader van de soldaat die morgen wakker werd vond hij zijn zoon op de stoep. Ze waren alle twee even blij dat ze elkaar terugzagen. Ze borgen het geld op en leefden nog heel, heel lang als de gelukkigste mensen van de stad.



     

    12-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Nog 7 meter...

    Er gaat een man naar de markt en hij koopt tien meter tijgervel. Van drie meter maakt hij een zwembroek. Op een zaterdag gaat hij zwemmen en hij springt van de hoge duikplank. Als hij uit het water klimt, heeft hij geen idee dat hij zijn zwembroek niet meer aan heeft. Dan komen er twee vrouwen langs, die blijven naar hem kijken en zeggen: "Wow". Dan zegt de man: "Ja mooi he. Ik heb thuis nog zeven meter liggen!"

    12-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    11-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 53



    .

    11-05-2012 om 22:42 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Staan er twee planten

    Staan er twee planten in de vensterbank, zegt de een tegen de ander: "Weet je, ik vind ons sexleven zo eenzijdig" "Ja," zegt de ander, "had je maar niet met een vingerplant moeten trouwen!"

    11-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het geluk kan in een stukje hout liggen


    Het geluk kan in een stukje hout liggen



    Nu ga ik een verhaaltje over het geluk vertellen. Het geluk kennen we allemaal. Sommigen zien het jaar in, jaar uit, anderen alleen in sommige jaren, of maar één dag. Er zijn zelfs mensen die het maar één keer in hun leven zien, maar het tegenkomen doen we allemaal.

    Ik hoef natuurlijk niet te vertellen, want dat weet iedereen, dat Onze-Lieve-Heer de kleine kindertjes stuurt en ze in hun moeders schoot legt - of dat nou in een rijk kasteel of in een behaaglijke kamer is, of op een open veld waar de koude wind blaast. Maar niet iedereen weet, terwijl het toch vaststaat, dat Onze-Lieve-Heer als Hij een kindje brengt, ook een geschenk van het geluk meebrengt. Maar dat legt Hij er niet open en bloot naast.

    Dat legt Hij ergens in de wereld waar je het minst op het idee komt om het te zoeken. Toch wordt het altijd gevonden en dat is ook het prettige er van. Het kan wel in een appel zijn gestopt. Dat was het geval voor een geleerd man die Newton heette. De appel viel van de boom en zo vond hij zijn geluk. Ken je dat verhaal niet, vraag dan iemand die het kent, het je te vertellen. Ik heb een ander verhaal te vertellen en dat is een verhaal over een peer.

    Er was eens een arme man, die in armoede was geboren en in armoede was opgegroeid, en met die achtergrond was hij getrouwd. Hij was trouwens bankwerker van beroep en hij maakte vooral paraplustokken en parapluringen, maar hij had nauwelijks genoeg om van te leven. "Ik vind het geluk nooit," zei hij.

    Dit is een waar gebeurd verhaal en ik kan je het land en de plaats noemen waar die man woonde, maar dat doet er niet toe. Er groeiden zure, rode bessen als een kostbare versiering voor zijn huis en in zijn tuin, waar ook een perenboom in stond. Er groeide niet één peer aan en toch zat het geluk in die perenboom, in de onzichtbare peren aan die boom.

    Op een nacht stormde het echt vreselijk. In de krant stond dat de grote diligence door de storm van de weg werd getild en als een vod weer neergegooid. Dus hoeft het je niet te verbazen dat er een grote tak van de perenboom afbrak. De tak werd in de werkplaats gelegd en de man maakte er voor de grap een grote peer van, en toen nog een grote, daarop een kleinere en toen een paar hele kleintjes. "De boom moest toch één keer peren krijgen," zei de man, en hij gaf ze aan zijn kinderen om er mee te spelen.

    Aan de levensbehoeften in een nat land mag een paraplu niet ontbreken. Het hele huis bezat er maar één, voor gemeenschappelijk gebruik. Als de wind te hard blies, dan klapte de paraplu binnenste buiten. Hij brak zelfs een paar keer, maar de man maakte hem meteen weer in orde. Maar het vervelende was dat het knopje dat de paraplu bij elkaar moest houden als hij dichtgeklapt was, er veel te vaak af sprong of dat de ring die eromheen werd geschoven, stuk ging.

    Op een dag brak het knopje af. De man zocht het op de grond, maar vond daar een van de allerkleinste peertjes die hij had gemaakt en die de kinderen hadden gekregen om mee te spelen. "Dat knopje is niet te vinden," zei de man, "maar dit dingetje kan ook wel dienen." Toen boorde hij er een gaatje in, trok daar een lusje door en het kleine peertje paste precies in de gebroken ring. Eigenlijk was het de beste sluiting die de paraplu ooit had gehad.

    Toen de man het volgend jaar paraplustokken naar de hoofdstad moest sturen, waar hij dat soort dingen leverde, stuurde hij ook een paar van zijn zelfgemaakte houten peertjes met een halve ring eraan, met het verzoek ze eens te proberen. En zo kwamen ze in Amerika terecht. Daar merkten ze al gauw dat het kleine peertje veel beter hield dan andere knopjes, dus toen verlangden ze van de koopman dat alle volgende paraplu's een klein peertje als sluiting kregen.

    Nou, toen kwam er werk aan de winkel! Duizenden peren! Houten peren aan alle paraplu's. De man moest aan de slag. Hij stond maar aan zijn draaibank. De hele perenboom ging op aan kleine peertjes. Dat leverde een aardig centje op, of liever een bom duiten.

    "In die perenboom zat mijn geluk!" zei de man. Hij kreeg een grote werkplaats met knechts en leerlingen. Hij had altijd een goed humeur en zei: "Het geluk kan in een stukje hout liggen!" Dat zeg ik, die dit verhaal vertel, ook.

    Er bestaat een gezegde: "Neem een wit stokje in je mond, dan ben je onzichtbaar," maar dat moet dan wel uit het juiste hout zijn gesneden, dat ons door Onze-Lieve-Heer als geluksgeschenk wordt gegeven. Dat heb ik gekregen en ik kan net als die man ergens klinkende munt uit slaan, blinkend goud, het allermooiste goud, dat je uit kinderogen tegemoet straalt, dat je uit de kindermond hoort en ook van vader en moeder. Zij lezen mijn verhalen en ik sta midden in de kamer bij hen, maar onzichtbaar, want ik heb dat witte stokje in mijn mond. En wanneer ik dan het gevoel heb dat ze blij zijn met wat ik ze te vertellen heb, dan zeg ik ook: "Het geluk kan in een stukje hout liggen."

    11-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    10-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 52


    Image and video hosting by TinyPic .

    10-05-2012 om 22:49 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Jan wordt 16

    Jan wordt 16 jaar en vader zegt: "Zo jongen nu hoor je bij de grote mensen". Omdat hij geen kadootje heeft zegt hij: "Heb jij eigenlijk aleens een wippie gemaakt?" "Nee pa", zegt Jan. "OK" zegt pa, "hier heb je vijftig gulden, ga maar naar de hoeren, dan hoor je er echt bij". Binnen 20 minuten is hij echter weer terug. Zegt z'n vader: "Hallo, jij bent in die korte tijd nooit bij de hoeren geweest". "Klopt, ik kwam op de galerij oma tegen en die vroeg waar ik heenging. Toen ik dat verteld had zei ze dat ik daarvoor niet naar de hoeren hoefde, maar dat zij dat ook wel aan mij kon leren. "WAT?" zegt z'n pa, "heb jij met mijn moedergeneukt???" "Nou en," zegt Jan, "jij doet het toch ook met de mijne!!!!"

    10-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.als je je welp verliest



    als je je welp verliest



    de leeuwin werd wakker en keek vol verwondering naar haar twee welpjes.
    wat waren ze mooi.
    het waren een mannetje en een vrouwtje.
    het mannetje heette nickky...
    en het vrouwtje noa.
    ze groeide op in een veilige omgeving en waren dan ook snel wat groter.
    de leeuwin en de leeuw keken naar nickky dat word niks met hem zij de leeuw.
    hoe zo niet mijn man??
    moet je kijken hij is een angsthaas.
    dat valt toch nog best wel mee zij de leeuwin.
    toen ze weer keek bestfte ze dat haar man het meende want nickky was snel in de boom geklommen toen er een muis achter hem aan zat...
    toen keken ze naar noa die zag het muisje en dook er op af.
    toen werd nickky boos!
    dat was mijn muis ik had hem bijna! schreeuwde hij.
    ze begonnen met vechten.
    toen klonken er schoten.
    de jongen waren zo druk bezig dat ze het niet hoorden.
    hun ouders riepen dat ze moesten vluchten maar ze hoorden het niet.
    de ouders holden snel naar hun huis.
    er stond een jager in de bosjes naar welpjes te kijken.
    noa had nickky omver gegooid en sprong boven op hem.
    toen zagen noa en nickky de jager!
    ren voor je leven nickky schreeuwde ze!
    snel sprong noa van nickky af.
    en zetten het op een lopen naar haar huis.
    nickky lag nog ondersteboven en draaide zich snel om.
    maar toen hij weg wou rennen greep de jager hem en stopte hem in een kooitje.
    nickky begon te schreeuwen: ze hebben me!mam pap doe iets!
    toen bedacht nickky een plan...
    mam pap! jullie moeten jullie neus gebruiken ik zorg dat je me blijft ruiken.
    nickky begon in zijn poot te bijten.
    en hing hem door de tralies.
    ze zetten hem op een auto.
    het bloed druppelde op de weg.
    beetje bij beetje.
    Iggier de vader van de jongen had nickky gehoord en was er achter aan gegaan.
    hij volgde het spoor van bloed.
    toen kwamen ze in het dorp aan.
    iggier verstopte zich.
    iggier zag een hee grote kooi met allemaal bloed.
    en nog een kooitje met een andere welp.
    die welp gromde naar hem ik ben baltazar.
    hoii bbaltaazarr stotterde nickky.
    je hoeft niet bang te zijn hoor.
    ik ben nickky zij hij maar nu een heel stuk rustiger.
    straks moeten we pas vechten zij baltazar dus je hoeft nu niet bang te zijn.
    ik wil niet vechten zij nickky kunnen we dan gewoon doen alsof we elkaar niet opmerken??
    ja dat kan maar dat doe ik niet...
    waarom dan niet??
    of het is een van ons dood of alletwee.
    want als je nit wilt vechten word je neergeschoten.
    maar er moet toch een andere manier zijn vroeg nickky.
    ja die is er...
    als een leeuw ons van buiten af los kan maken dan kunnen we ontsnappen, maar welke leeuw zou dat nou doen??
    mijn vader zij nickky zacht.
    wat is je vader hier?
    en zeg je dat pas nu!
    ja maar hij moet voorzichtig zijn hoor anders gaat ons plannetje niet door!
    papa schteeuwde nickky kun je ons hier uit halen!?
    toen kwam iggier er aan en greep de tralies vast en beet hem door.
    toen was baltazar aan de beurt.
    toen baltazar los was klonken er schoten.
    ze raakte nickky die neer viel.
    iggier was het zat en sprong op de jager en beet het geweer door tweeen.
    toen was de jager aan de beurt.
    net toen hij wou bijten ging er een meisje bij staan het meisje begon aan de jager te trekken...
    het was zijn dochtertje van een jaar of 3.
    direct liet iggier hem los en liep droevig naar nickky.
    paappp klonk ie zacht...
    je leeft nog...
    wil je iets voor me doen...
    wat dan jonen zij iggier.
    duiken!schreeuwde nickky.
    de jager was opgestaan en had een ander geweer gepakt.
    iggier werd geraakt in zijn poot.
    nickky rende op de jager af en besprong hem.
    hij zette zijn kaken inde nek van de jager en de jager stierf.
    baltazars ouders bleken dood te zijn en hij werd opgenomen in de famillie van nickky..

    10-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    09-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 51


    Image and video hosting by TinyPic .

    09-05-2012 om 22:31 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Erwtensoep

    Meisjes zijn net erwtensoep, eerst opwarmen dan de worst erin.

    09-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    08-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 50



    .

    08-05-2012 om 22:42 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Vrijen

    Er was eens een man die ging met z'n vrouw vrijen maar hij wist niet hoe het precies moest. Toen ging hij naar de dokter en zei dat hij ging vrijen met z'n vrouw maar dat hij niet wist hoe hij het moest doen. De dokter zei doe eerst dubbeltje dubbeltje dubbeltje(met z'n kont ronddraaien) en blijf dat doen en kom over een week terug. Dus hij ging oefenen oefenen en oefenen en toen ging hij weer terug hij zei dat hij het kon. Toen zei de dokter nu kwartje kwartje kwartje en blijf dat doen en kom over een week weer terug. Dus hij ging oefenen oefenen en oefenen en toen ging hij weer terug hij zei dat hij het kon. Toen zei de dokter nu gulden gulden gulden en blijf dat doen en kom over een week weer terug. Dus hij
    ging oefenen oefenen en oefenen en toen ging hij weer terug hij zei dat hij het kon. Toen zei de dokter nu rijksdaalder rijksdaalder rijksdaalder en blijf dat doen en kom over een week weer terug. Dus hij ging oefenen oefenen oefenen en toen ging hij weer terug hij zei dat hij het kon. Toen zei de dokter dat hij klaar was en dat hij het nu kon doen met zijn vrouw en wenste hem succes. Toen ging hij met z'n vrouw vrijen en toen zei ze dat hij sneller moest gaan en toen deed hij: F 3.85 F 3.85 F 3.85.

    08-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    07-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 49


    .

    07-05-2012 om 22:20 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Is er iets mis?

    Lieve Mona, Ik ben Eefje, 9 jaar en nog steeds maagd. Is er iets mis met mijn vader?

    07-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Brand in het dierenbos



    Brand in het dierenbos



    Er was eens een bos, in het midden van Duitsland. Er woonden heel erg veel dieren en ze hadden een heel erg goede band met elkaar. Ze gaven altijd een feestje als er iets met zijn allen werd opgelost. Vandaag was er weer iets aan de hand…

    “Rennen!” Riep de wijze uil.
    “Wat? Hoezo? Wat is er?” Schreeuwden de dieren door elkaar.
    “Brand! Help, help, help! Snel help me. Maak een rij tot de sloot en geef de emmers door. Mijn huisje staat in brand!” Riep de Fleurtje het konijn.
    “Jullie horen het, schiet op. Neem emmers mee uit je huisje!” Riep de uil. Hij vloog boven het dierenbos. Het was altijd heel erg gezellig in het bos, als er wat aan de hand was holpen ze elkaar.
    Iedereen was in rep en roer. Alle dieren renden naar de sloot toe met emmers. Zelfs alle dierenkinderen hielpen mee. Ze gaven allemaal vliegensvlug emmers door en binnen een uur was het huisje geblust.
    “Jippie jee! Het vuur is geblust!” Riep iedereen uit. “Ja, maar ik heb nu geen huisje meer.” Snikte Fleurtje. “Aa, ja dat is waar.” Zei de wijze uil getreurd. “Weet je wat? Je mag wel zolang bij mij wonen tot je huisje is opgeknapt.”
    “Zou dat mogen? Echt waar? Dat zou echt fantastisch zijn!” Zei Fleurtje nu blij.
    “Tuurlijk zou dat mogen! We moeten alles zowiso oplossen, toch dieren?” Zei de uil wijs.
    “Ja, klopt!” Zei iedereen.
    “Ik vind dat er een groot feest moet gegeven worden omdat we het met z’n allen hebben opgelost!” Riep de uil.

    ’s Avonds werd het één groot feest. De dieren in het dierenbos waren zo vrolijk en blij dat alles was opgelost. Fleurtje had gelukkig nu een plekje waar ze kon overnachten.
    Op het feestje waren alle dieren die in het dierenbos leefden. Er was taart en chips, en koekjes en fruit. Heel erg veel drinken en snoep. Dat maakte het feestje altijd zo leuk!
    Ze feesten nog heel erg lang door die nacht. Ze spraken af dat ze er altijd voor elkaar zouden zijn in goede en in slechte tijden. En ze leefde nog lang… En gelukkig!!

    Het is beetje onzin maar moest ik maken voor Nederlands. Een fantasie verhaal over dieren (:
    Ik ben ook een boek aan het schrijven,,
    die komt er nog op !!

    07-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    06-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 48


    .

    06-05-2012 om 22:35 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De maagd en de asceet
    De maagd en de asceet



    Een hindoeïstisch verhaal over een verliefde asceet
    Aan de oever van een meer leefde eens een heilige asceet, Cyavana genaamd. Zó lang volhardde hij daar onbeweeglijk in dezelfde houding, dat de lianen over hem heen rankten en de mieren een mierenhoop bouwden tot over zijn hoofd.

    Op zekere dag kwam een koning met zijn gevolg zich vermeien aan de oever van dat heerlijke meer. De koning had vierduizend vrouwen, maar slechts één dochtertje, Sukanya. Blij en zorgeloos liep en stoeide de lieftallige prinses met haar vriendinnetjes door het dichte woud. Toen ze daar zo wat van haar vriendinnen was afgedwaald en ze in haar dunne kleedje tussen de bomen liep, zag de wijze Cyavana haar. Zodra hij haar op dat eenzame plekje gezien had, werd die zeer verstorven asceet met de magere hals verliefd op haar. Hij riep haar, maar ze hoorde hem niet. Maar toen ze dichterbij kwam, zag ze zijn ogen fonkelen in de mierenhoop. Ze begreep niet wat die lichtjes waren en uit nieuwsgierigheid prikte ze erin met een doorn.

    Cyavana was daarover uitermate vertoornd. Hij plaagde de koning en zijn gevolg zolang met verstopping, tot het prinsesje haar schuld bekende. De asceet eiste dat ze hem als genoegdoening tot vrouw gegeven werd. En zo gebeurde.

    Daarna vertrok de koning met zijn gevolg gezond en wel weer naar de hoofdstad. Sukanya bleef bij Cyavana en ze diende hem in liefdevolle toewijding en onderdanigheid.

    Op zekere dag zagen haar de twee Ashvins, de godenartsen, terwijl ze aan het baden was. Ze werden door haar schoonheid bekoord; ze kwamen naderbij en ze vroegen haar wie ze was en hoe ze daar in het eenzame woud gekomen was.

    Sukanya antwoordde: "Ik ben de dochter van de koning en de vrouw van de verstorven asceet Cyavana."

    Toen begonnen de goden te lachen en ze zeiden haar: "Hoe is je vader ertoe gekomen je tot vrouw te geven aan een zo afgeleefde man! Jij bent zo goddelijk mooi en hij is niet meer vatbaar voor liefde of genot. Verlaat Cyavana en kies één van ons tot man. Je mag je jeugd niet verder vergooien."

    Maar Sukanya antwoordde: "Ik hou van Cyavana, mijn man. Ontroof me nu mijn gemoedsrust niet!"

    Daarop zeiden de Ashvins: "Luister! Wij zijn de godenartsen. We zullen je echtgenoot jeugd en schoonheid teruggeven. Daarna moet je een keuze doen."

    Sukanya ging naar haar man en die was dadelijk bereid zich aan de proef te onderwerpen. Volgens het voorschrift van de twee goden dompelde hij zich haastig in het meer, tegelijk met hen. En toen ze uit het water kwamen, was de oude asceet jong en mooi geworden. Men zag geen verschil meer tussen hem en de Ashvins, die stralende goden. Allen tegelijk zeiden ze tegen Sukanya: "Kies nu wie je wil!"

    Daar stond Sukanya. Ze zag geen enkel verschil, maar geleid door haar hart, koos ze haar eigen man.

    Nu had Cyavana alles gewonnen: zijn vrouw, zijn schoonheid en zijn jeugd. En machtig door de kracht van zijn ascese beloofde hij aan de Ashvins dat zij voortaan deel zouden hebben aan het soma-offer, aan de bedwelmende offerdrank.

    De Ashvins keerden tevreden terug naar de goden en Cyavana en Sukanya leefden op aarde, als goden zo gelukkig.

    De koning vernam wat er met zijn schoonzoon gebeurd was en hij begaf zich met zijn gevolg naar de kluis van Cyavana. Toen hij daar zijn kinderen zag, zo mooi en zo gelukkig als godenkinderen, was hij verheugd in zijn hart. Zijn vreugde werd nog groter, toen Cyavana zijn voornemen te kennen gaf een offer op te dragen voor zijn schoonvader.

    Vol vreugde maakte de koning alles in gereedheid en op de bepaalde dag begon Cyavana met het ritueel. Maar toen hij een lepel soma voor de Ashvins wilde plengen, kwam de god Indra tussenbeide en hij riep: "De Ashvins hebben geen recht op soma!"

    Maar Cyavana antwoordde: "De Ashvins hebben me mijn jeugd en schoonheid weergegeven. Ik zou niet weten waarom zij geen soma zouden mogen krijgen. Ze zijn ook goden, zo goed als u!"

    Zonder verder aandacht te schenken aan Indra, wilde hij de soma plengen. Maar Indra riep boos: "Als je dat doet, zal ik mijn bliksem op jou slingeren!"

    Toen Cyavana toch een lepel soma op de grond uitgoot voor de Ashvins, wilde Indra zijn bliksem slingeren. Maar op hetzelfde ogenblik verlamde Cyavana zijn arm en rustig voltooide hij de offerande.

    Om Indra te straffen, liet hij vervolgens door de kracht van zijn ascese het monster Mada ontstaan, het monster van de verstandverwarrende roes. Zijn opengesperde kaken reikten van de aarde tot aan de hemel, zijn tanden waren lang als torenspitsen en puntig als werpspiezen, zijn ogen gloeiden als een felle zon en zijn tong, schichtig als een bliksemstraal, belikte zijn muil. Op buit belust stormde hij woedend op Indra af en hij vervulde hemel en aarde met zijn vreselijk gebrul.

    Toen Indra dat monster op zich zag afkomen, verlamden zijn ledematen van schrik en angstig riep hij: "Van nu afhebben ook de Ashvins recht op soma, ik zweer het! Wees me genadig, Cyavana, en je kracht zal nog toenemen. Vergeef me, en alles zal worden zoals jij het wenst."

    Toen verdween de toorn van Cyavana. Hij liet Indra ongedeerd heengaan en hij verdeelde de ontredderende kracht van Mada over wijn, vrouwen, dobbelspel en jacht.



     

    06-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana



    Camel

    Een dom blondje gaat naar Amerika op vakantie. Daar staat ze bij de bushalte een sigaret te roken. Het regent heel hard en haar sigaret regent uit. De vrouw naast haar staat eveneens een sigaret te roken. Zij echter pakt een condoom uit haar tas rolt die over haar sigaret heen en rookt gewoon door. Het domme blondje denkt: "Dat is een goed idee." Ze loopt naar een drogisterij. Ze zegt tegen de man achter de toonbank: "One condom please!" De man antwoordt: "What size?" Waarop het blondje antwoordt: "I don't know, but it has to fit a Camel."

    06-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    05-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 47




    .

    05-05-2012 om 23:01 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Verschil tussen vrouw en koelkast

    Wat is het verschil tussen een vrouw en een koelkast? Een koelkast kreunt niet als je het vlees er uit haalt.

    05-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Jaloers!

    Jaloers!



    Mam we zijn thuis, schreeuwt Laura onder aan de trap. Haar moeder komt naar beneden gelopen. Hoi mam, zegt Laura, ik heb Tamara mee naar huis genomen. Dat is goed hoor, zegt haar moeder. Willen jullie drinken en wat lekkers dames?, vraagt Laura`s moeder. Ja graag antwoordt Tamara beleefd. Mmmm, zegt Tamara na een tijdje wat zijn die koekjes lekker! Wat fijn dat je je beste vriendin weer een keer mee naar ons toegenomen hebt Laura, zegt Laura`s moeder. Ja ik heb de laatste tijd alleen nog maar bij jouw gespeeld hè Tamara?, zegt Laura. Tamara knikt. Letten jullie op de tijd? Jullie moeten over een kwartiertje naar turnen, zegt Laura`s moeder.

    Na een kwartiertje hollen Tamara en Laura naar de gymzaal. Wow Samyra!, zegt Laura. Heb je een nieuw gympakje?! Het gympakje is blauw met glitters. Tamara en Laura hebben hun gympak al aan en gaan naar de gymzaal. Als ze de gymzaal binnen komen zien ze de balk en de mat staan. Allemaal aan de kant zitten!, zegt juf Monica. Ik heb een belangrijke mededeling, zegt ze wanneer iedereen zit. Ik ga bekend maken wie er naar de selectie mag. Ik ga kijken hoe jullie turnen, zegt juf Monica. En de vijf besten kies ik eruit. Vijf maar, zegt Laura teleurgesteld. Daar kom ik nooit bij. Iedereen weet dat Laura heel erg goed kan turnen. Ze zit zeker bij de vijf kinderen voor de selectie. We beginen met de balk. Ik roep telkens een kind bij me. De andere kinderen moeten op de bank blijven zitten. Om te kijken, zegt juf Monica. Als zesde is Laura aan de beurt. Ze springt op de springplank voor de balk. Dan maakt ze een handstandpreid. Dan gaat ze zitten op de balk. Weet je je oefening Laura?, vraagt juf Monica. Nee juf, zegt Laura. 2x een kattesprong, loopsprong, koprol, koprol achterover, omdraaien, radslag, flikflak, en als laatste de spagaat op de balk en dan de salto eraf. Gesnapt Laura?, vraagt juf Monica. Ja juf, zegt Laura terwijl ze een loopsprong maakt. Iedereen kijkt vol bewondering naar Laura. Je doet alles met gemak!, zegt juf Monica. Ga maar weer aan de kant zitten. Lopend op haar handen gaat Laura naar de banken. Wow Laura!, zegt iedereen. Alleen Tamara, zegt niks. Zij is al geweest en moest een veel makkelijkere oefenstof doen. Ze vindt het niet leuk dat Laura beter kan turnen dan zij. Als iedereen is geweest gaan ze naar de mat. Nu mag Laura als laatste komen. Begin maar, zegt de juf. Ik weet mijn oefening niet!, zegt ze. Dan zeg ik hem wel, zegt juf Monica. Arabier, flikflak, salto (achterover), omspringen, radslag, overslag, handstand, koprol. En dan nog twee keer de flikflak en vanuit de flikflak in spagaat vallen. Salto voorover, schroef. Alleen de schroef lukte nog niet zo goed bij Laura. Ze kan wel draaien in de lucht maar valt dan. Iedereen klapt als Laura naar de kant toe loopt. Laura drinkt nog even wat uit haar fles gevuld met drinken, Tamara had er een beetje van haar drinken bij gedaan omdat ze zo jaloers is op Laura. Laura proeft het en, zegt: Dit is vast niet meer goed, ik gooi het weg. Ze neemt nog een slok omdat ze zo`n dorst had. Had ze dat nou maar nooit gedaan...

    Het is intussen al tijd geworden om naar huis te gaan. Maar eerst moet juf Monica nog wat zeggen. Ik zal zeggen wie er door gaat naar de selectie. Natuurlijk Laura!, zegt juf Monica. Kim, Shelley, Kiona en Rebecca naar de selectie, zegt juf Monica tenslotte. De vijf meisjes beginnen te juichen. Nu is Tamara helemaal jaloers! Maar jullie moeten jullie oefening wel goed blijven oefenen. Want overmorgen zijn de wedstrijden. Ik heb hier een papier waar jullie oefeningen op staan. Ze geeft de meisjes een vel papier. Als jullie willen mogen jullie morgen nog komen oefenen in de gymzaal. Want dan ben ik er ook, zegt juf Monica. Alle vijf de meisjes besluiten om morgen te gaan oefenen. Als Tamara naar huis wil gaan laat ze haar gymspullen staan. Laura pakt de gymtas op en loopt naar Tamara, die buiten net op haar fiets wil stappen. Tamara, je gymspullen roept Laura. Maar Tamara doet net of ze niks hoort en steekt haar tong uit. Wat bezielt haar denkt Laura.

    Die nacht kan Laura niet slapen. Ze heeft hoofdpijn, buikpijn en denkt telkens dat ze moet overgeven. Tenslotte roept ze haar moeder. Zij, zegt dat ze morgen naar de dokter zullen gaan. De volgende ochtend als Tamara al in de klas zit komt meneer Beeksman de klas binnen lopen. Laura heeft een griepje, zegt hij. Tamara vindt het leuk voor haar. Ze lacht stiekem als niemand kijkt. s`Middags als ze moeten oefenen loopt Tamara de gymzaal binnen. Ze zegt dat Laura ziek is. Tamara wil weer weggaan maar juf Monica roept haar bij zich. Tamara, zou jij voor Laura willen turnen? Want we hebben zaterdag een wedstrijd. Natuurlijk, zegt Tamara. Dat vindt ze wel leuk! Ik zal even je moeder op bellen, of je mee mag doen. Want zo te horen aan jou is Laura erg ziek, en morgen is de wedstrijd al!, zegt juf Monica. De juf belt op en Tamara mag meedoen. Tamara moet haar makkelijke oefenstof doen. Het gaat best goed Tamara, maar zo goed als Laura kan jij nooit worden!, zegt juf Monica Tamara doet net of ze niks hoort en gaat gauw verder met haar oefening.

    Het is zaterdagochtend en Tamara staat de douchen. Als ze uit de douche komt doet ze haar turnpakje aan, doet haar haren in een knotje en gaat aan de keukentafel zitten. Mam, zijn er nog broodjes?, vraagt ze. Ja, Tamara, maar schiet wel een beetje op, want over een uurtje moeten we weg naar Rotterdam, voor de wedstrijden. Hier is een beker thee en een eitje, eet maar lekker op. Ik ga ondertussen ook even douchen. Na een uurtje stappen Tamara en haar moeder in de auto en gaan op weg naar Rotterdam. Als ze er aan komen ziet ze haar vier clubgenootjes ook al staan. Ze gaan zich met z`n allen omkleden. Intussen gaan de moeders en vaders op de tribune zitten. Ik hoop dat we winnen, zegt Kiona. Ja, dat is nogal logisch en hè?, zegt Kim kattig. De meisjes worden opgeroepen om naar de gymzaal te gaan. Ze moeten eerst opmarcheren. Het groepje van Tamara, Kim, Rebecca, Shelley en Kiona moeten het eerst naar de mat. Tamara moet als laatste. Bij iedereen gaat het goed, alleen Rebecca vergeet een pasje. Dan moet Tamara. Er ligt een springplank. Ze wil net naar voren stappen om zich te presenteren, maar ze ziet de springplank niet en valt er BIJNA over. En nu maar hopen dat de jury het niet zag. Tamara vergeet een pasje en een koprol. Dan moeten ze naar de brug. Tamara moet ophurken maar ze haalt het net niet. Jammer. Ze mag het nog een keer proberen en dan haalt ze het gelukkig wel. Bij de balk valt ze er met de koprol vanaf. Gelukkig gaat alles bij de sprong goed. Goed zo meisjes, jullie hebben fantastisch geturnd!, zegt juf Monica. Maar die ene groep in die gele gympakjes is wel sterk hè?, zegt ze. Als we Laura erbij hadden gehad, wonnen we misschien nog wel. Tamara had het gehoord en keek boos voor zich uit.

    Kom meisjes, zegt juf Monica, de prijsuitreiking begint. Wat kan je precies winnen?, juf Monica?, vraagt Shelley. Ik zal het nog een keer uitleggen, zegt juf Monica. Er zijn vijf groepen, en er zijn drie prijzen te winnen. En die prijzen zijn echte bekers. En iedereen krijgt na afloop een medaille en een diploma. De beste groep gaan ze filmen als ze turnen, en dat komt dan op tv. De tweede beste groep staat in de krant, en de derde beste groep kan je op internet zien. Ik denk wel dat we bij de eerste drie groepen zitten, zegt juf Monica. Maar eigenlijk denkt ze: Had ik Tamara nou maar nooit mee laten turnen. Ze doet een veel te makkelijke oefenstof en is niet zo goed. We zullen wel een vierde plek halen. Opeens klinkt er een zware stem door de gymzaal. De vierde plek is voor: Gymclub Pompirado uit Zwolle! de meisjes van de gymclub komen naar voren en nemen hun medaille`s en diploma`s aan. De derde plek is voor: Gymclub Rozenvliet uit Arnhem! Ook die meisjes komen naar voren om hun spulletjes op te halen. Ze worden ondervraagt en er worden foto`s gemaakt voor internet. Intussen zit gymclub de Koprol uit Amsterdam vol spanning te wachten. Zouden ze de tweede prijs hebben? Of zouden ze de vijfde of eerste prijs hebben? De tweede plek is voor: Gymclub HMS uit Utrecht! roept de man met de microfoon. Nu is de spanning echt te snijden. Zou gymclub de Koprol de eerste of vijfde prijs hebben? De vijfde prijs is voor: Gymclub de Koprol uit Amsterdam. De man, zegt er nog bij: Er is een meisje ziek geworden, en toen moest er een meisje invallen van een slechter niveau. Gymclub de Koprol loopt bedroefd het podium op en Tamara dacht: Nu hebben ze het toch nog over die rot Laura, maar ze maken mij belachelijk! Maar ze denkt ook: Eigenlijk komt het nu ook door mij dat we niet gewonnen hebben! Intussen hoorde de andere gymclub dat ze gewonnen hadden en zometeen werden er video opnames gemaakt voor de televisie.

    Gymclub de Koprol gaat bedroefd naar huis. Tamara voelt zich schuldig. Ze vergelijken elkaars cijfers. En kijken wie de beste is. Zo was de uitslag: 1. Shelley 31.4 2. Rebecca. 30.8 3. Kiona 30.1 4. Kim 29, 8 5. Tamara 20, 0 Toen Tamara thuis kwam wilde ze gelijk naar Laura. Ze vertelde wat ze gedaan had. Laura zei dat ze het haar vergaf omdat echte vriendinnen dat deden. Tamara bleef nog even gezellig kletsen met Laura en ze vertelde dat de uitzending met de gewonnen gymclub De Maltha Stars volgende week zaterdag om 2 uur zou komen. Tamara zou het in ieder geval opnemen op video. Tamara bleef ook nog bij Laura pannenkoeken eten. Nu waren ze weer echte vriendinnen!

    05-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    04-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 46



    .

    04-05-2012 om 21:54 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.de passie

    de passie



    Werkelijk, het was zo romantisch," zei mijn moeder. Het was altijd mijn droom geweest om een sterdanser te worden. De kansen lagen wagenwijd open voor me, nu. Toen ik vijf was, had mijn moeder me naar dansles gebracht. Het duurde een paar weken voordat ik het werkelijk door had en dat ik het echt leuk begon te vinden. In de eerste paar jaren was het rustig en leuk. Maar na drie jaar werd ik in een hogere klas geplaatst. In de daaropvolgende jaren kreeg ik meerdere kanten van het dansen te zien. De beste instructeur van de dansschool gaf me les, omdat hij vond dat ik de moeite waard was om les te geven. Ik bleef het dansen leuk vinden, ook al moest ik vijf dagen per week, twee uur per dag doorbrengen in de dansschool. Het was veel, maar ik kon me helemaal uitleven. Als ik verdriet had, vrolijk of blij was, die gevoelens kon ik uiten in het dansen. Mijn instructeur paste zich aan mijn stemming aan; hij liet me een langzame dans doen als ik me verdrietig voelde. Of als ik vrolijk was, dan liet hij me een vrolijke, intensieve dans doen. Na de dansles was ik altijd zo moe en uitgeput, dat ik meteen ging slapen als ik thuis kwam. Toen ik elf was, kwam er een professionele danser bij de dansschool kijken op een open dag. Mijn instructeur had me gevraagd of ik op de open dag een paar keer wilde dansen. Een keer alleen, om te laten zien wat je allemaal kunt als je maar vroeg genoeg begint met dansen. Maar ook een keer samen met mijn instructeur en een keer met een grotere groep. Wat ik in de solo deed was een combinatie van streetdance, een soort van stijldansen, breakdance en verschillende buitenlandse stijlen. Afrikaans, Cubaans, Argentijns. Overal zat wel een inspiratiebron met een beweging die ik gebruikte voor de solo. De solo had ik samen met mijn instructeur tot in de details uitgewerkt.
    "Denk je weer aan de dag dat die professionele danser je ontdekte?" vroeg mijn moeder. Ze haalde me even uit mijn dromen weg. Ik knikte afwezig.
    "Echt, Daniëlle, je was op die dag zo goed. Je leek zo lekker in je vel te zitten, helemaal in je eigen wereld. Je danste de sterren van de hemel."
    "Mam.." protesteerde ik. Ik vond dat ik toen een paar punten had waar nog wel aan gewerkt moest worden.
    "Nee, echt. Je was super goed," viel ze me in de rede.
    Ik zuchtte. Misschien was ik wel goed. De professional was op het einde van de dag naar mij en mijn instructeur toegekomen met de vraag of ik misschien een keer mee wilde trainen met een nationale dansgroep. Mijn instructeur vond dat ik het moest doen, mijn moeder stond ook achter me. Dus een paar weken later zat ik bij mijn instructeur in de auto, samen met mijn moeder, om naar Utrecht te gaan, voor een training.
    De training beviel me, ook al was het een stuk vermoeiender en harder dan de lessen die ik altijd had gehad. De professional bood me een beurs aan. De beurs hield in dat ik gewone lessen kon volgen op een school in Utrecht, maar wel gecombineerd met vele, intensieve danstrainingen. Als ik werkelijk talent had, dan zou ik het wel tot nationaal, of misschien internationaal gezelschap. De school was een lyceum, dus een hoog niveau. Achteraf bleek dat geen probleem voor me. Ik moest er veel moeite voor doen om goede punten te halen, maar ik had een punt in zicht, dat ik wilde bereiken. Mijn moeder hielp me dat doel te bereiken door me zoveel mogelijk te stimuleren in mijn dansen. Ik had er dagen bij zitten dat ik helemaal geen zin had in dansen, maar dan herinnerde mijn moeder eraan dat ik misschien wel in het nationaal gezelschap zou worden opgenomen. Als ik maar bleef dansen. Dat herinnerde mij aan mijn droom om een professioneel danser te worden.
    Toen ik achttien was, werd ik opgenomen in het nationaal dansgezelschap. Ik had mijn diploma, volgde nog een andere dansopleiding, in combinatie met het trainen en optreden met het gezelschap. Ik werd bijna negentien, toen mijn moeder ineens openklapte over mijn vader. Mijn vader, een man die ik nooit had gekend, een man die ik alleen van foto's ken. Mijn moeder wilde er nooit over vertellen, maar nu ineens wel. Was het omdat ik op het punt stond om tot een internationaal dansgezelschap toegelaten te worden?
    "Daniëlle, ik vind echt dat je moet horen wat er met je vader is gebeurd. Wil je luisteren, zonder weg te zakken in je verleden? Ik weet dat je leven onstuimig is geweest en dat je dolgraag naar het internationaal gezelschap toe wilt. Ik hou je echt niet tegen, dat weet je. Maar, omdat je zo vaak naar je vader gevraagd hebt. Ik denk dat het tijd is om te vertellen wat je vader voor een man was en waarom hij niet hier is," zei mijn moeder, op een bijna fluisterende toon.
    Ik knikte.
    "Danny! Er is een brief voor je uit Londen, wil je dat ik de brief bij je koffer leg?" zei een van de andere dansers. Een leuke jongen van eenentwintig jaar oud. Door het hele gezelschap werd ik Danny genoemd. Het was een makkelijke afkorting, waarnaar ik luisterde.
    "Nee, geef maar. Ik maak hem zo open," zei ik.
    De danser gaf de brief aan mij. Ik keek mijn moeder weer aan. Ik wilde graag weten wie mijn vader was, wat voor een man hij was. Ik had het al zo vaak gevraagd, maar nooit wilde ze het vertellen. Maar nou, eindelijk wilde ze het wel uit de doeken doen.

    "Het was in de zomer voor jouw geboorte. Ik was twintig jaar oud en ik ging voor de laatste keer met mijn ouders mee op vakantie. Dat jaar was het bestemming Balkan. Naar Kroatië. Ze zochten iets tussen Zadar en Split in. Mijn ouders reden altijd maar aan met hun vouwwagen en keken wel of ze ergens een plekje kregen. Mijn oudere broer ging met zijn vrienden op vakantie, dus ik had de achterbank voor mezelf. De reis duurde erg lang en we bleven een nacht in een hotel slapen, in het noorden van Kroatië.
    Dat jaar zouden we vier weken blijven. Een lange tijd, maar eindelijk een keer een kans om lang weg te blijven. In de eerste week bezochten we een hoop plaatsjes. In de tweede week ging ik de camping rondlopen en kwam wat mensen tegen met wie ik de rest van de vakantie door zou brengen. We gingen 's avonds uit en we kwamen in contact met een paar dansers. Ze hadden een paar keer een demonstratie gegeven op een van de uitgaansavonden. Meestal gingen ze na de demonstraties mee dansen met de grotere groepen die zich uit durfden te leven. Ik had al een jongen gezien, van mijn leeftijd, ook een danser, die ik erg aantrekkelijk vond. We hadden een paar keer oogcontact, maar het duurde een week voordat we echt contact hadden. Het klikte meteen tussen ons. Hij was zo romantisch. Hij bracht me terug naar de camping toen ik genoeg had van de avond. Het duurde een week voordat hij echte stappen ondernam, maar ik was al smoorverliefd op hem. Ik ging elke avond uit en we dansten de nacht door. Hij leerde me overdag ook te dansen, op een manier die ik nog niet kende. 's Avonds gingen we uit ons dak op de dansvloer. Er was een chemie tussen ons en iedereen om ons heen zag het. Pas een halve week voordat ik weer zou vertrekken voelden we dat het die avond ging gebeuren. Het was tot dan toe bij zoenen en strelen gebleven, maar die avond voelden we allebei dat we.."
    "Mam!" zei Daniëlle, "dat wil ik niet horen. Ik weet dat jullie het hebben gedaan, maar ik wil het niet horen. Dat is raar."
    "Nou, oké. Vooruit dan. Er had die hele dag al een soort spanning in de lucht gehangen en we waren heel bang dat er iets zou gebeuren. Toen we 's avonds na het dansen lagen uit te rusten, hoorde ik ineens vliegtuigen over ons heen vliegen. Het was al een week nadat die jongen en ik.. nou ja, je weet wel. Er ging een alarm af. Marko, zo heette de jongen, schoot overeind. Hij mompelde een paar woorden in het Kroatisch, die ik niet verstond. Ondanks dat Marko mij al een paar woorden Kroatisch had geleerd. Ik vroeg hem wat er mis was, maar hij schudde slechts zijn hoofd. Hij pakte mijn hand vast en trok me naar de camping terug.
    'Je moet nu bij je ouders blijven. Je kan het beste zo snel mogelijk terug naar Nederland', zei hij tegen mij. We spraken voornamelijk Duits met elkaar. Engels was toen nog niet zo bekend in Kroatië.
    Toen ik net op de camping was, pakte Marko mij vast en kuste me, alsof het de laatste keer was dat hij me zou zien en aan zou raken.
    'Ik moet nu gaan. Het gaat je goed, ik moet nu naar het basiskamp. Ik moet mijn landgenoten helpen. De oorlog is uitgebroken!'
    'Wat?' vroeg ik. Ik wist niet eens dat er een oorlog dreigde, laat staan dat ik wist waarom er oorlog kwam. 'Oorlog? Waarom? Hoezo?' vroeg ik.
    'Wij willen ons eigen land, we willen onafhankelijk worden. We horen nu bij Joegoslavië. We willen ons eigen Kroatië. Joegoslavië zal wel een tegenslag hebben geopend. Zij willen niet dat Kroatië onafhankelijk wordt. Ga naar je tent en ga zo snel mogelijk terug naar huis. Je wilt niet hier zijn!'
    'Maar Marko..'
    'Ga!' Marko draaide zich om en rende richting het centrum. Ik stond daar, verloren, terwijl ik hem nakeek. Zou ik hem ooit nog weerzien?

    04-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Suikerklontjes in een condoom Waarom heeft een belg een suikerklontje in zijn condoom? Antw: Voor als hij zure pruimen tegen komt!

    04-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    03-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 45


    Image and video hosting by TinyPic .

    03-05-2012 om 23:21 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oarend Cent
    Oarend Cent



    Op een boerenplaats in het Groningse Winsum - dichtbij Bedum - woonde eens een man die vreselijk gierig was. Oarend Cent noemden ze hem, en ik zal je eerst vertellen hoe hij aan die naam gekomen is.

    Als het mogelijk was, bedroog hij zijn arbeiders met betalen. Hij gaf ze altijd een beetje te weinig. En zo had hij op een zaterdagavond weer eens een arbeider een cent te weinig gegeven. "Nou," zei hij, "zoals ik hem gezegd heb, het is haast niks. Maar hij belazert ons altijd en daarom zal hij vanaf nu Oarend Cent heten." En die naam heeft hij altijd gehouden.

    Oarend Cent woonde alleen op een boerderij. Een huishoudster had hij niet, want die deden toch niks anders als eten en koffiedrinken, zei hij. Hij had in het dorp een oud vrouwtje opgescharreld, Grait. Kromme Grait was niet al te zindelijk, maar dat kon hem niks schelen: een beetje smerigheid daar was hij niet bang voor, en hij had Grait voor een paar centen - en daar was 't hem om te doen.

    Grait maakte zijn boedeltje wat aan kant, en zijn vodden onderhield ze - voor zover als mogelijk was. En tegen de avond ging ze weer naar huis toe.

    Als Oarend dan alleen achterbleef, ging hij stil bij 't vuur zitten. Maar een gewoon vuur van baggerturven met een houtje had hij niet. Hij had een heel stuk boom op de haard liggen. Dat was veel voordeliger dan in stukjes gehakt hout.

    Zo zat hij daar weer op een zaterdagavond bij zijn smeulende boomstam met zijn voeten op het rooster te prakkiseren. Zijn arbeiders had hij weer voor een paar dubbeltjes bedonderd, zijn prak eten van de vorige dag had hij op, het koffieketeltje stond bij 't vuur.

    En waar prakkiseerde hij nou over? Over zijn geld natuurlijk. 't Ging wel mooi vooruit, maar 't kon harder. Hij had wel 's gehoord, dat mensen zich aan Duvel verkochten. En dan kon je haast net zo veel geld krijgen als je hebben wilde. 't Kon hem niet veel schelen of Duvel zijn ziel had of niet! Zo zat hij daar met ogen dicht te soezen. Als ik maar eens met Ol-Vint aan de praat komen kon...

    En nog voordat hij dat gedacht had, hoorde hij was gerommel. Hij deed zijn ogen wijd open: daar stond meneer voor hem! 't Was een man met een wit gezicht, rooie ogen, een puntbaard en... bokkenpoten. En hij zei: "Heb je een boodschap, Oarend?"

    "Ja," zei Oarend. "Ik heb gehoord, jij koopt wel eens zielen en nou wil ik de mijne ook wel verkopen. Wat wil meneer er voor geven?"

    Nou, ze hebben er lang en breed over gepraat, en op het laatste zijn ze 't eens geworden. Oarend zal een laars op zolder hangen en die zal nooit leeg zijn. En dan zal de duivel over zeven jaar zijn ziel halen. En toen ging hij weer verder.

    Toen zat Oarend al weer te prakkiseren, hoe hij Ol-Vint het best kon verneuken. Hij zocht de grootste laars op die er was en sloeg de hak er onder vandaan! Hij hing hem op, en hij zette er een vaatje met kaf onder. Toen maakte hij zijn zolderdeur goed op slot. De volgende morgen was hij er al vroeg bij om te kijken of er wat in zat. Ja, verdomd! D'r was wat! De laars zat stikvol, en 't vaatje ook. 's Avonds was het weer net zo, niks als geld en goud. Toen dacht hij: "Nou moet ik oppassen, dat ze me niet bestelen."

    En hij liet drie dikke grendels voor zijn deur maken, met nog een ijzeren balk er voor langs. Zo deed hij ook met de luiken. Op al zijn laden kwamen sterke sloten. Toen Grait dat zag, zei ze: "Mijn hemel, boer, wat heb je hier alles verzekerd!" - "Ja," zei Oarend, "er is zo'n rare kerel bij mij in huis geweest. Ik durf gewoon niet alleen meer te zijn." Dat duurde zo een hele tijd. Twee keer per dag haalde Oarend laars en vaatje leeg.

    Maar op een avond was er niks in de laars. "Dat is vreselijk," zei Oarend. Maar in 't vat, dacht hij, daar zal nou alles wel in zitten. En hij aan 't graaien. Eerst vond hij helemaal niks, maar op het laatst toch nog een hard stukje. Hij rook er eens aan: 't stonk naar zwavel. Hij kneep er eens in, en… daar barstte het ding met een geweldige klap uit elkaar. Oarend zijn armen stonden in brand. 't Duurde maar even of de zolder brandde ook al, en in een ogenblik drongen vlammen aan alle kanten de schuur uit. Er was geen mens in de buurt die hem helpen kon in zijn ellende. 't Volk uit het dorp lag al lang op bed, zo laat was het al. Pas toen alles bijna afgebrand was, toen kwamen de eerste erbij. Ze konden niks meer doen.

    Maar toen kwam er opeens een hele zware rookwolk. Daar kwam een raar lawaai uit, net of 't donderde. "Hoor," zeiden de mensen, 'dat is Duvel, die neemt Oarend mee." En 't is echt gebeurd, wat ik je zeg hoor!



     

    03-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana

    Hoeveel kamers?

    Hoeveel kamers heeft een kut? Ik weet het ook niet want ik ben ook alleen de gang maar op en neer geweest.

    03-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    02-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 44


    .

    02-05-2012 om 22:30 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 1/5 - (1 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mpele en de kameleons

    Mpele en de kameleons



    Mpele, de antilope, woonde in hetzelfde dorp als Longanya, de kameleon. Op een mooie dag zat Mpele zomaar een beetje niets te doen voor zijn huisje. Terwijl hij bedacht dat het leven op zo'n dag als deze best wel draaglijk was, kwam zijn voltallige schoonfamilie het erf op. Door dat stomme gesoes had hij hen niet zien aankomen, en nu was het te laat om zich nog te verstoppen. Mpele kon zichzelf wel voor de kop slaan.

    Met open armen ontving hij het gezelschap uitbundig: "Dierbare vrienden, wat een toevaI! Ik zat net te denken dat het al veel te lang geleden is dat we elkaar gezien hebben, en opeens staan jullie voor mijn neus. Het leven zit vol verrassingen, ha ha ha ha." Toen iedereen zat ging hij verder: "Alles goed? Is er nieuws? Kan ik jullie ergens mee helpen?" - "Tja," antwoordde zijn schoonvader, "nu je er zelf over begint. Ik heb een probleempje met iemand aan wie ik een slaaf schuldig ben. Hij heeft me een tijdje met rust gelaten, maar nu wil hij ineens dat ik hem die slaaf binnenkort teruggeef. Ik weet niet hoe ik dit moet oplossen, dus dacht ik: waarom gaan we niet eens praten met mijn schoonzoon Mpele? Een handige kerel als hij heeft altijd wel een goed ideetje."

    "Daar zijn we nu eenmaal familie voor!" Mpele lachte hartelijk, terwijl hij inwendig kookte van radeloze woede. Hij voelde al wat er ging komen: zijn schoonvader zou hem om een slaaf vragen omdat hij wist dat Mpele hem volgens de tradities niets mocht weigeren. Maar waar moest hij een slaaf vandaan halen? Hij had helemaal geen slaaf. Krampachtig probeerde Mpele tijd te winnen: "Waarom laten we de harde realiteit niet even rusten? We zullen eerst de inwendige mens versterken. Ik zal een kip slachten. Dit wordt echt gezellig!"

    Toen al het eten uit Mpeles voorraadkamer op was nam zijn schoonvader opnieuw het woord: "Ik kom nog even op die netelige kwestie terug, want de dag is al vergevorderd en we moeten voor donker thuis zijn." Mpele voelde zich overvallen en sprak: "Wat? Geen sprake van. Nu jullie hier toch zijn kunnen jullie fijn logeren." Zijn schoonvader stribbelde niet tegen, en weldra vlijde iedereen zich neer voor de nacht, behalve Mpele.

    Het zweet parelde op zijn voorhoofd. Zijn geest was verward en hij zwierf doelloos door het dorp. Waar moest hij heen? Wie kon hem raad (of nog beter: een slaaf) geven? Natuurlijk, schoot hem plots te binnen, Longanya! Die goeie kameleon had hem nog nooit teleurgesteld. Een echte vriend. Dat hij daar niet eerder aan gedacht had!

    De kameleon heette zijn vriend oprecht welkom. Mpele luchtte zijn hart en vertelde Longanya wat er van hem verwacht werd. "Maar waar moet ik voor morgenvroeg een slaaf vandaan halen? Jij bent mijn laatste kans, Longanya. Help me!" Longanya luisterde aandachtig naar de smeekbeden van zijn makker en overlegde met zijn vrouw wat hij moest doen. Ze sprak: "Mpele doet een beroep op jou. Je kan zijn vertrouwen niet beschamen. Geef hem je slaaf." Longanya keerde terug naar Mpele en zei: "Vriend antilope, ik geef je de enige slaaf die ik bezit. Ik reken er stellig op dat je me er binnenkort één terugbezorgt, want weldra zal ik hem nodig hebben."

    "Mijn beste Longanya," juichte Mpele, "ik laat je niet in de steek. Zodra ik dat zootje schoonfamilie de deur heb uitgewerkt, bezorg ik je een nieuwe slaaf. Beloofd!" Moe maar tevreden wandelde onze vriend naar huis, en bij dageraad wuifde hij zijn schoonfamilie uit. Longanya's slaaf liep met de stoet mee.

    Vele dagen later zat Longanya de kameleon een pijp te roken op zijn erf. Hij dacht aan de mooie praatjes van Mpele de antilope, die beloofd had dat hij na het vertrek van zijn schoonfamilie onverwijld een staaf zou teruggeven. Maar die rekel liet nog steeds op zich wachten. Longanya vond dat het allemaal erg begon te lijken op het verhaal van die mensen die een kip wilden bereiden, maar geen vuur hadden. Ze maakten ruzie over wie nou precies in het naburig dorp vuur moest halen. Uiteindelijk stelde de kip voor om zelf dan maar om vuur te gaan, maar ze kwam natuurlijk nooit meer terug.

    Ondertussen had Mpele zich weer met het bestaan verzoend. Nu zijn schoonfamilie hém iets schuldig was, was de kans dat hij vanuit die hoek nog onverwacht bezoek zou krijgen bijzonder klein geworden. Telkens als hij Longanya ontmoette sprak hij: "Slaaf? Welke slaaf? O ja natuurlijk, die slaaf. Ik ben ermee bezig. Ik doe mijn best. Morgenavond kom ik bij je langs met die slaaf." Maar dat deed hij natuurlijk nooit.

    Toen Longanya hem niet met rust liet, maakte de antilope zich vreselijk boos: "Ben je daar weer, ouwe zeurkous? Knettergek maak je me met je gezanik! Je vergalt mijn hele leven, man. Als je je slaaf wil zal je me toch eerst moeten inhalen." En weg was hij. Weer overlegde Longanya met zijn vrouw, en die was danig onder de indruk van deze ietwat overspannen reactie van de anders toch zo beminnelijke antilope. Waar moest Longanya de benen vinden om Mpele in te halen?

    Longanya besloot een groot feest te geven met gierst en groenten en vooral veel vlees. Hij nodigde alle kameleons van de hele streek uit. Na de maaltijd vroeg hij even om hun aandacht. Daarop volgde het relaas, hoe hij zijn vriend Mpele uit de nood had geholpen door hem een slaaf te geven, en hoe zijn vertrouwen wreed geschonden werd. Toen Longanya uitgesproken was vroeg de meest eerbiedwaardige kameleon het woord: "Vriend Longanya, we hebben allemaal naar je leed geluisterd. Jouw verdriet is ons verdriet! We zullen er samen voor zorgen dat je je slaaf terugkrijgt. Breng een witte kip."

    De oude kameleon plukte de kip en deelde de veren uit. "Iedereen die hier aanwezig is moet een witte veer op zijn kop dragen. Op een nacht dat de maan zich vertoont moet Longanya naar Mpeles erf gaan om de slaaf terug te vragen. Natuurlijk zal de schurk roepen: "Zie maar dat je me inhaalt!" Waar hij dan ook heen loopt zal hij op alle struiken, in het hoge gras en aan alle woudranden één van ons met een witte pluim op de kop in het maanlicht zien zitten. Hij zal telkens opnieuw denken dat het Longanya is."

    Zo gezegd, zo gedaan. De volgende heldere nacht verspreidden de kameleons zich met een witte veer op de kop over de hele streek. Longanya stapte naar het erf van Mpele. Vol minachting sprak die: "Ik denk dat je me niet begrepen hebt, lelijkerd. Zie maar dat je me inhaalt!" en hij zoefde door de nacht. Toen hij ver genoeg dacht te zijn hield hij stil. Tot zijn verbijstering zag hij meteen een kameleon met een witte pluim op zijn kop. Die zei: "Wat die slaaf betreft..." Mpele nam weer de benen. Maar telkens als hij even op adem wilde komen zag hij een kameleon met een witte veer. Hij dook weg onder de struiken, verborg zich in het hoge gras, rende naar de woudrand, maar hij kon niet aan de kameleons ontkomen. En die arme Mpele dacht telkens dat het Longanya zelf was. Tegen de ochtend hijgde hij: "Okee, volg me naar het dorp. Ik geef je je slaaf terug."

    En zo kreeg Longanya toch waar hij recht op had. Je moet op een maannacht maar eens een wandelingetje maken. Dan zal je Longanya's vrienden wel zien zitten.

    02-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana




    Oeps

    Drie vriendinnen zitten te kletsen.

    "Zeg, weet je, als ik mijn Peter pijp, heeft hij altijd koude ballen." "Dat is grappig", zegt de tweede, "als ik dat bij mijn Dirk doe, is dat ook zo." "En jij", vragen ze aan de derde, "heeft jou Jeremy dat ook als je hem pijpt?"

    "Euh, weet je dat ik dat nooit gedurft heb." "Oh jee meisje toch, jij bent niet goed wijs zeker? Als je dat niet doet, gaat hij het misschien wel bij een ander zoeken en dan enz enz..."

    Zo gezegd zo gedaan, 's avonds verwent ze haar Jeremy eens goed door hem te pijpen. De volgende dag komt ze aan met een blauw oog.

    "Ja", zegt ze, "ben ik hem aan het pijpen en in ene keer wordt hij kwaad en geeft hij me een knal op me oog." "Die is zeker gek geworden, waarom doet die nou zoiets?" "Ja weet ik het, ik zei hem nog, hey das gaaf, jouw ballen zijn warm wanneer ik je pijp, en die van Peter en Dirk niet."

    02-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (3 Stemmen)
    » Reageer (0)
    01-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nieuw op dit blog Tegel 43



    .

    01-05-2012 om 22:32 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De gelukkige prins

    De gelukkige prins



    Er was eens een kleine zwaluw, die in de herfst op weg was naar het warme zuiden. Hij was zijn vrienden onderweg kwijtgeraakt en vloog nu alleen verder. Op een avond rustte hij uit aan de voeten van een standbeeld, dat midden in een stad op een hoge zuil stond. Het was het beeld van een prins, helemaal met goud bedekt. De ogen waren van schitterende blauwe edelstenen en op het zwaard van de prins zat een rode robijn.

    Voor de zwaluw was het echter belangrijker, dat hij daar boven op die zuil een veilig plekje had om uit te rusten. Hij stak zijn kop in zijn veren en wilde gaan slapen. Maar op dat ogenblik viel er een dikke druppel water op zijn rug.

    Hij keek op naar de sterrenhemel en zei: "Wat vreemd! Er is geen wolk aan de hemel en toch regent het." Er viel nog een druppel en nog een. Nu vloog de zwaluw omhoog en ging op de schouder van de prins zitten. Daar zag hij dat de ogen van de prins vol met tranen stonden. En er stroomden tranen over zijn gouden wangen. "Wie ben je?" vroeg de zwaluw.

    "Ik ben de gelukkige prins."

    "Waarom huil je dan?" vroeg de zwaluw. "Je hebt me kletsnat gemaakt met je tranen."

    "Toen ik nog leefde en het hart van een mens had, wist ik niet wat tranen waren," antwoordde de prins, "want ik woonde in een paleis waar geen verdriet werd toegelaten. Overdag speelde ik met mijn vrienden in de tuin en 's avonds dansten we in de grote zaal. Er was een hoge muur om de tuin heen en het kwam nooit bij me op om te vragen wat er achter die muur lag: alles om me heen was zo mooi. Mijn hovelingen noemden mij 'de gelukkige prins'. Zo leef de ik en zo stierf ik. Nu ik dood ben, hebben ze me hier zo hoog neergezet dat ik alle lelijkheid en ellende van mijn stad kan zien en al is mijn hart van lood gemaakt, toch kan ik niet anders dan huilen.

    Daar ginds in een nauw straatje staat een armoedig huisje. Het raam staat open en ik zie een vrouw aan een tafel zitten. Haar gezicht is mager en haar handen zitten vol met prikken van de naald, want ze is naaister. Ze borduurt bloemen op de satijnen jurk van een rijke vrouw. Op het bed in een hoek van de kamer ligt haar zieke zoontje. Hij heeft koorts en vraagt om een sinaasappel. Maar zijn moeder heeft niets anders voor hem dan water en daarom huilt hij nu.

    Kleine zwaluw, wil jij die naaister de robijn uit mijn zwaard brengen? Ik sta vast op mijn voetstuk en kan geen stap verzetten."

    "Ik ben op weg naar het zuiden," zei de zwaluw, "ik moet vannacht uitrusten om morgen verder te vliegen."

    "Wil je niet één nacht bij me blijven en mijn boodschapper zijn? De jongen is zo ziek en zijn moeder is zo verdrietig omdat ze haar zoon niet kan geven wat hij nodig heeft."

    De zwaluw kreeg medelijden. "Het is hier erg koud," zei hij, "maar ik zal één nacht blijven en je boodschapper zijn."

    "Dank je, kleine zwaluw," zei de prins.

    De zwaluw pikte de rode robijn uit het zwaard van de prins en vloog ermee in zijn snavel over de daken van de stad. Hij kwam voorbij het paleis, vloog over de rivier en kwam even later bij het armoedige huisje. Hij keek naar binnen. De jongen lag koortsig te woelen in zijn bed. En de moeder was van moeheid met haar hoofd op de tafel in slaap gevallen.

    De kleine vogel wipte het kamertje in en legde de rode robijn op de tafel naast het hoofd van de vrouw. Daarna vloog hij zachtjes rond het bed en wuifde het voorhoofd van de jongen met zijn vleugels koelte toe. "Wat heerlijk koel," fluisterde de jongen, "ik begin beter te worden." En hij viel in slaap.

    De zwaluw vloog terug naar de gelukkige prins en vertelde hem wat hij had gedaan. "Vreemd," zei hij, "het is nog steeds koud, maar ik voel me warm van binnen."

    "Dat komt doordat je mensen gelukkig hebt gemaakt," zei de prins.

    De volgende morgen vloog de zwaluw naar de rivier en nam een bad. "Dat is een merkwaardig verschijnsel," zei een professor in de vogelkunde die juist over de brug liep, "een zwaluw in de winter!"

    "Het water is koud," dacht de zwaluw en zijn verlangen naar een warm land werd heviger.

    Hij vloog naar de prins om afscheid te nemen. "Och kleine zwaluw," zei de prins, "wil je niet nog één nacht bij me blijven? In de verte, aan de andere kant van de stad, zie ik een jongeman op een zolderkamertje zitten. Hij zit gebogen over een tafel vol met papieren. Hij moet een toneelstuk afmaken, maar hij kan niet meer schrijven van de kou en hij is zwak van de honger."

    "Goed, ik blijf nog één nacht," zei de zwaluw, "moet ik hem ook een robijn brengen?"

    "Een robijn heb ik niet meer," zei de prins, "maar mijn ogen zijn gemaakt van kostbare saffieren. Neem één van mijn ogen en breng die naar hem toe. Hij kan er eten en brandstof voor kopen en dan zijn stuk afmaken."

    "Dat kan ik niet doen," zei de zwaluw en begon te huilen.

    "Kleine zwaluw," zei de prins, "doe toch wat ik je vraag!"

    En de zwaluw nam een oog van de prins en vloog ermee naar het zolderkamertje van de schrijver. Door een gat in het dak kon hij binnenkomen. De jongeman zat met zijn hoofd in zijn handen en hoorde de vogel niet. Maar toen hij opkeek zag hij de prachtige saffier op de tafel liggen. "Zou die komen van iemand die mijn werk waardeert?" dacht hij. "Nu kan ik mijn toneelstuk afmaken!"

    Intussen vloog de zwaluw terug naar de prins. "Nu moet ik afscheid nemen," zei hij.

    "Och, kleine zwaluw," zei de prins, "wil je nog één nacht bij me blijven?"

    "Het is al winter," zei de zwaluw, "het zal wel gauw gaan sneeuwen. In Egypte schijnt de zon warm op de groene palmbomen. Daar wil ik mijn nest gaan bouwen. In de lente kom ik weer terug en neem dan twee edelstenen voor je mee, een robijn roder dan een rode roos en een saffier blauwer dan de blauwe zee."

    "Beneden op het plein," zei de prins, "staat een meisje dat lucifers verkoopt. Ze heeft haar lucifers in de goot laten vallen waardoor ze nat zijn geworden. Ze kan ze nu niet meer verkopen en als ze zonder geld thuiskomt, zal haar vader haar slaan. Ze huilt en bibbert van de kou, want ze heeft geen schoenen of kousen aan en ook niets op haar hoofd. Neem met je snavel mijn andere oog eruit en geef het haar, dan zal haar vader haar niet slaan."

    "Je andere oog kan ik er niet uithalen," zei de zwaluw, "dan zou je helemaal blind zijn!"

    "Kleine zwaluw," zei de prins, "doe toch wat ik je vraag!" En de zwaluw nam het andere oog van de prins en vloog ermee naar beneden. Hij fladderde boven het meisje met de lucifers en liet de saffier op haar open hand vallen. "Wat een mooi stukje glas!" riep het meisje uit en ze holde lachend naar huis. De zwaluw vloog terug naar de prins.

    "Nu ben je blind," zei hij, "en daarom blijf ik voorgoed bij je."

    "Nee, kleine zwaluw," zei de prins, "jij moet naar Egypte."

    "Ik zal altijd bij je blijven," zei de zwaluw en hij viel in slaap aan de voeten van de prins.

    De volgende morgen ging hij op de schouder van de prins zitten en vertelde hem verhalen over wat hij had gezien in vreemde landen.

    "Kleine zwaluw," zei de prins, "je vertelt me over wonderlijke dingen uit andere landen, maar vlieg nu over mijn stad en vertel me wat je daar ziet."

    De zwaluw vloog over de grote stad en zag hoe de rijke mensen aten en dronken in hun mooie huizen, terwijl de bedelaars bij de poorten honger hadden. Hij vloog donkere stegen in en zag de witte gezichtjes van hongerende kinderen. Onder een brug lagen twee kleine jongens in elkaars armen om warm te blijven. De zwaluw vloog terug en vertelde de prins wat hij had gezien. "Ik ben bedekt met goud," zei de prins, "neem het stukje voor stukje van me af en geef bet aan de armen."

    En de zwaluw deed wat de prins hem vroeg. Telkens vloog hij met een stukje bladgoud in zijn snavel naar de stegen waar de arme mensen woonden. En de gezichtjes van de kinderen kregen kleur, ze lachten en speelden op straat. "We hebben nu brood om te eten!" riepen ze. Maar de gelukkige prins werd langzamerhand helemaal grauw en grijs.

    Toen kwam de sneeuw en het begon te vriezen. De kleine zwaluw kreeg het steeds kouder, maar hij wilde niet bij de prins weggaan, hij hield teveel van hem. Hij pikte kruimels op bij de deur van de bakker en probeerde warm te blijven door met zijn vleugels te slaan.

    Maar tenslotte wist hij dat hij ging sterven. Hij had nog net genoeg kracht om nog één keer op de schouder van de prins te vliegen.

    "Dag, lieve prins," fluisterde hij.

    "Ik ben blij dat je eindelijk naar Egypte vertrekt, kleine zwaluw," zei de prins, "je bent hier al te lang gebleven."

    "Ik ga niet naar Egypte," zei de zwaluw.

    Hij streek met zijn kopje langs de grijze wang van de gelukkige prins en viel dood aan zijn voeten neer.

    Op dat ogenblik klonk er een vreemd krakend geluid binnen in het standbeeld. Het hart van lood van de prins brak in tweeën. Het vroor dat het kraakte!

    De volgende morgen liep de burgemeester op het plein en keek omhoog naar het standbeeld. "Wat ziet de gelukkige prins er armoedig uit!" zei hij. "De robijn is uit zijn zwaard gevallen, zijn ogen zijn weg en hij is niet meer verguld. Het lijkt wel een bedelaar." En hij gaf opdracht het standbeeld af te breken.

    Het werd in de smeltoven van een gieterij gesmolten. Maar het loden hart wilde niet smelten in het vuur. Daarom werd het op een vuilnisbelt gegooid. Daar was ook de dode zwaluw met het vuil van het plein terecht gekomen.

    Maar in de hemel zei God tegen één van Zijn engelen: "Breng mij de twee kostbaarste dingen van die stad." En de engel bracht Hem het hart van lood en de dode vogel. "Je hebt goed gekozen," zei God, "want deze kleine vogel zal in de tuin van mijn paradijs voor altijd zingen en de gelukkige prins zal in mijn gouden stad wonen."

    01-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De zus van Lana



    Zak kammen voor één piek

    Een man komt de kapper zaak binnen. Hij trekt zijn broek naar beneden. De kapper vraagt: "Waarom trek je je broek naar
    beneden? Waarop de man antwoord: "Op de deur staat: zak kammen fl1,00."

    01-05-2012 om 00:00 geschreven door Felix1  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    » Reageer (0)


    T -->

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!