Gedachtespinsels en andere kronkels, waargebeurd en waargebeurd verzonnen van een Neder-Waalse.
ik ben Loewiesa ik ben belgo-néerlandaise of neder-waalse Ik woon in "Le Hainaut" In dit blog probeer ik te schrijven over dingen die mij aan het denken zetten dingen die mij aan het lachen maken dingen waarover ik me zorgen maak en dingen die ik gewoon uit mijn duim zuig
Als je je beperkingen kent, kun je daarbinnen, onbeperkt te werk gaan
Jules Deelder
schrijver,dichter
Don't walk behind me I may not lead Don't walk in front of me I may not follow Walk beside me That we may be as one
I'm Out Of Estrogen
AND I HAVE A GUN!
Gedachtespinsels en andere kronkels, waargebeurd en waargebeurd verzonnen van een Neder-Waalse.
Loewiesa
08-01-2026
De jacht op het sneeuwwezen
Woensdag. Het heeft opnieuw gesneeuwd deze morgen. De voorbijgaande dagen kon ik nog kleine wandelingen maken door de sneeuw met onze César, soms zelfs in de zon.
Deze morgen het huis niet uitgeraakt. Niet uit luiheid maar uit wijsheid.
Buiten staat er een flinke wind en de witte wereld ziet er grijs, guur en ongezellig uit. Er ligt een dik, bijna ondoordringbaar pak sneeuw dat alles stillegt, behalve mijn gedachten.
César draait rondjes om mij heen, mij aankijkend met die vragende blik van: “Nu? Wandelen?” Ik doe de keukendeur open en hij vliegt de tuin in als een hond met een missie. Hij begint te graven, luid blaffend, alsof hij een dier heeft geroken of de ingang van een hol. Zijn terriërinstinct komt regelmatig even boven. Een bord op mijn huis zou niet mis staan: “César voor al uw graaf-en snoeiwerkzaamheden.”
Ik laat hem een tijdje zijn gang gaan. Kwestie van energie kwijtraken, zodat wij straks samen onder een plaid een filmpje kunnen kijken op tv.
Na een tijdje vind ik het genoeg. Ik waad door het dikke pak sneeuw de witte tuin in en zie het spoor van een ondergesneeuwde gele tennisbal. Het kronkelt door het wit als het pad van een schuw sneeuwwezen dat zich stilletjes een weg heeft gebaand, voortgeduwd door de neus van César.
Door de sneeuw krijgt hij waarschijnlijk geen grip op de bal. Ik zie hem worstelen, koppig, niet willen opgeven. En net wanneer ik wil ingrijpen, lukt het hem toch.
Hij draait zich om, bal in de bek, en zonder mij één blik waardig te gunnen rent hij het warme huis in. Daar legt hij de bal even later op de grond voor mijn voeten. Met zijn ogen glanzend van trots kijkt hij mij aan: ”Gaan we spelen?”
Vandaag de kerstboom weer afgetuigd, compleet met zwarte leren laarzen en een zweep. Want sommige rituelen vragen nu eenmaal om een zekere discipline. En daar ging alles weer voor 11 maanden naar de zolder. Vier trappen op, vier trappen af. Achtentwintig treden.
Onze Cesar volgt zoals bij het optuigen, alles weer aandachtig, maar blijft wijselijk op afstand, mij een handje helpen met het naar boven brengen van de dozen met kerstversiering en de kunstboom die uit drie onderdelen bestaat zit er vandaag ook duidelijk niet in en dat terwijl hij wanneer ik zomers in de tuin aan het snoeien ben, de takken bijna uit mijn handen rukt alsof hij persoonlijk verantwoordelijk is voor het groenbeheer van de wijk.
Verder heb ik een driekoningenkoek gebakken, een leuke traditie waar ik voor het eerst mee kennismaakte op de zondagschool. Bij ons thuis werd er vroeger niet aan gedaan. Net zoals de gewoonte om op 2 februari pannenkoeken te bakken voor Maria Lichtmis. Mij hadden ze altijd verteld over dat pannenkoekgedoe dat het was omdat het op die datum mijn halve verjaardag is. Alsof ik op die dag, zonder dat ik het besefte, een soort mini-Maria was en dus pannenkoeken waardig.
Later, toen ik al getrouwd was en in Frankrijk woonde, kwamen die tradities weer terug in mijn leven. Deze keer met de juiste uitleg. Ik wist toen al een aantal jaren dat Sinterklaas niet bestond, maar deze had ik niet zien aankomen…Mijn kinderzieltje kreeg de zoveelste dreun, maar heeft het uiteindelijk met enige weemoed aanvaard.
En ik besloot, na een en ander verwerkt te hebben ; die hou ik erin. Tradities die ruiken naar winterlicht, samen zijn en gezelligheid.
Ik heb zelfs de oorsprong van de driekoningenkoek even opgezocht. De Romeinen vierden de Saturnaliën, nauw verbonden met de winterzonnewende, waar het licht zich voorzichtig herpakte, en de wereld even op haar kop mocht staan. In die dagen ging er een boon in een brood, een klein geheim in warm deeg. Wie hem vond, werd voor één dag koning, een spel, een omkering, een knipoog naar het lot.
En zoals dat gaat met veel van die heidense feesten: de middeleeuwse Kerk keek fronsend naar al dat heidense gedoe en besloot het dan maar te her verpakken in een Christelijk jasje. De oude feestkoning werd een driekoning en gekoppeld aan de drie wijzen uit het Oosten. De zonnewende werd Epifanie, en de boon bleef waar hij altijd al zat: in het hart van de koek, wachtend op iemand die hem vindt en even mag schitteren.
En weer ben ik niet de koningin van de dag. Dju! Maar een leeuw heeft geen boon nodig om te weten dat ze heerst. Ik draag mijn kroon wanneer ik dat wil!
Life is what happens while you're busy making other plans. (John Lennon)
Sommige mensen beginnen het nieuwe jaar met goede voornemens, stoppen met roken, stoppen met te veel te drinken, stoppen met… Ik heb ze zo vaak, goede voornemens. En niet specifiek aan het begin van het nieuwe jaar. Soms zelfs elke dag. Een paar kilootjes afvallen, zo direct na de feestdagen. Gezond(er) eten, meer bewegen. “Nee!” Zeggen aan sommige mensen, die mij maar steeds blijven lastigvallen met hun gezeur.
Ik ga eindelijk die foto’s eens sorteren en in duidelijke mappen steken. Echt waar, dit jaar. Of volgend jaar. Of wanneer ik ooit een regenachtige zondag vind die lang genoeg duurt en er geen spannende series zijn die ik moet bingewatchen. Want ja, ik kan moeilijk foto’s sorteren terwijl Netflix mij persoonlijk smeekt om nog één aflevering en nog één… Ik ben ook maar een mens.
Die papierwinkel moet dringend op orde, al wordt dat gelukkig steeds minder omdat tegenwoordig alles via de computer gebeurt. Maar ik heb nog mappen vol papier, bewijzen van betalingen van apparaten die allang niet meer bestaan.
De zolder moet opgeruimd, zodat mijn kinderen later niet met mijn rommel blijven zitten. Een daad van liefde, noem ik dat. Al heeft één van mijn dochters al laten weten dat alles “gewoon naar de container gaat.” Zo makkelijk is dat dus. Ik heb haar vriendelijk bedankt voor haar empathie. De zolder opruimen stel ik dus met een gerust hart uit.
En zodra de eerste mooie dagen aanbreken, moet ik snoeien in de tuin. Vóór alles te hoog groeit en ik door al het groen de takken niet meer zie en ik weer honderden euro’s moet geven aan een tuinman die dat in het zwart doet, Dat bedrag gaat linea recta van de erfenis. Ik zie het al helemaal voor me: mijn kinderen die later verbaasd vragen waar hun geld gebleven is. In de haag,” zal ik dan zeggen. Postuum. Wanneer ik na mijn dood nog eens bij ze langskom om te spoken.
En de hal krijgt eindelijk die tweede laag verf. De potten verf staan al maanden klaar en kijken mij elke ochtend verwijtend aan: “Wij zijn er klaar voor, jij ook?” Ik doe dan alsof ik doof ben. En blind. En bezig met andere dingen.
Het lastige van goede voornemens, is dat je ze elke dag weer kunt hebben. Mijn voorraad goede voornemens raakt ook eigenlijk nooit op. Het is als een soort onkruid, steeds komt het op, hoe ik probeer het weg te vegen: Ik moet, ik ga, ik wil, ik neem me voor …
En misschien is dat precies waar het citaat van John Lennon over gaat: dat het leven gewoon doorgaat, terwijl wij druk bezig zijn met lijstjes, plannen, potten verf en goede bedoelingen.
Laat ik de anderhalve man/vrouw en de paardenkop die mijn blog af en toe bezoeken maar eerst een heel goed en gezond 2026 wensen.
Wat een vreemde tijden zijn dit toch, waarin levensvreugde geprogrammeerd lijkt te zijn.
Allemaal netjes in de rij voor de kerstdagen, kerstavond, kerstdag, in Nederland komt er dan nog een 2e kerstdag bij. Oud en nieuw. Elk met hun voorgeschreven emoties. De kalender dicteert wanneer wie warm moeten glimlachen, wanneer we dankbaar moeten zijn, wanneer we verplicht gezellig moeten doen. Vandaag vieren wij verbinding, Morgen vieren wij vrede. Overmorgen vieren wij dat we het allemaal weer overleefd hebben.
Er wordt altijd gezegd dat een nieuw jaar een nieuw begin is, een schoon blad. Maar dat geldt alleen voor de kalender. We nemen altijd iets mee. Een herinnering, een fout, een glimlach, mijn blog dat zich niet zo gemakkelijk laat afschudden, ook al doe ik mijn best. Net als die ene kerstbal of een paar naalden van mijn kerstboom, die je in maart, of soms later, ineens op mijn kast terugvindt.
Natuurlijk, zo erg is het allemaal niet wanneer ik en de mijnen weer eens allemaal samen zijn, tijdens een uitgebreide kerstmaaltijd. Eén van de schoonzoons schenkt mijn glas nog eens vol wanneer ik even niet kijk, want oude mensen moeten gehydrateerd worden, anders drogen ze uit met alle ellende van dien. Een jaarlijks terugkomend ritueel.
Ondertussen luister ik naar flarden van gesprekken.
Mijn tweelingdochters bespreken dingen in een soort van geheimtaal met codes.
De zoon en schoonzonen, bespreken politiek, mijn zoon neemt zoals gewoonlijk de rol van dwarslegger op. Hij is die ene oom, die met één zin de hele tafel in twee kampen kan verdelen, en daarna rustig verder eet als of hij er niets mee te maken heeft. De oom waarvan iedereen zegt “Ach ja, zo is hij nu eenmaal.” En niemand weet precies wat dat betekent, maar het werkt al jaren als vredesverdrag.
De oudste kleinkinderen hebben het over de cursus chemie op school. Mijn kleinzoon vertelt over die ene leraar die zijn cursussen op papier zet met diagonale strepen erdoorheen, zodat het duidelijk is, dat het zijn cursus is en zijn bezit en niet mag worden gekopieerd, maar waardoor deze bijna onleesbaar wordt, meer dan de helft van de klas een onvoldoende heeft in de materie en niemand die reclameert. Gelukkig bestaan er tegenwoordig lessen op YouTube, waar onbekenden rustig uitleggen wat de leraar in de klas verbergt achter zijn diagonale strepen.
Onze Camille, de oudste, heeft dezelfde lessen zonder strepen ook nog thuis en belooft ze aan haar neefje door te sturen.
Onze Chloé vertelt over haar danslessen en over de maquette die ze moest maken over een middeleeuws gebeuren en waar ze zeer goede punten voor kreeg. Papa en mama trots, want die hebben haar geholpen, de afgang, wanneer de punten niet goed waren geweest.
Onze jongste, Victor heeft een smartgamespeeltje gepakt en begint te “gamen” beperkt in tijd overigens, want papa heeft een tijdslot ingesteld.
En terwijl ik daar zit, tussen de stemmen, de codes, de discussies, de danslessen, de chemie-cursussen en het gegame onder de tafel, voel ik hoe kostbaar dit alles is. Hoe rommelig, hoe voorspelbaar, hoe lief. En ja, ergens flitst het door me heen dat deze mensen over een paar jaar misschien ook rond mijn kist zullen staan. Maar vandaag nog niet. Vandaag zitten ze gewoon rond de tafel, met volle borden, volle glazen en volle levens. En ik zit ertussen, dankbaar en een beetje vol van al het eten, maar vooral van hen.
Ik had vrede met haar dood, haar lichaam was op en ze zou afhankelijk worden van anderen en afhankelijkheid stond niet in haar woordenboek. Maar soms overvalt mij het gemis. Zo graag iets vertellen, iets vragen: " Mama weet jij...?" Nog even terug naar vroeger, nog even kind zijn.
Na haar begrafenis schreef ik dit op mijn blog:
“En daar stonden we dan voor een allerlaatste groet, voor we de kist gezamenlijk zouden sluiten en mijn moeder naar haar laatste rustplaats werd gebracht.
Het was haar mooie bloes met de oranje en gele bloemen die ik voor haar had uitgezocht en die haar zo goed stond. We hadden het hier eigenlijk nooit over gehad, wat ze aan zou trekken, die allerlaatste dag. En waar ik…oh hoe belachelijk! Die afgelopen nacht over had liggen piekeren, want het vroor dat het kraakte, verdorie, en het Amsterdamse kerkhof lag onder een dik pak sneeuw. En niemand om het eventjes aan te vragen. Nu echt helemaal nooit meer: “màààààm weet jij...?”
Het waren mijn moeders handen. Het waren haar haren. Maar waar was haar rimpelkoppie gebleven? Zouden al die dure crèmes, die zij haar leven lang gesmeerd had en waarvan ze uiteindelijk tot de conclusie was gekomen, dat ze toch niet hielpen, dan toch hun werk hebben gedaan? Of kwam het dan toch van die koude koffie, waarvan ze altijd beweerde en zij had die wijsheid dan weer gehoord van haar moeder: dat je daar mooi van wordt...Na je dood.”
Het vroor dat het kraakte. Ik was 7 en zat in de 2e klas van de lagere school toen het Hoofd Der School onze klas met een bezoek vereerde.
Als het Hoofd Der School naar onze klas afdaalde voelde dat net zo’n beetje als het bezoek van Sinterklaas, maar dan zonder witte baard, zonder gouden staf, zonder tabbaard, zonder mijter en zonder cadeautjes. Wanneer hij in de klassen kwam ging het altijd om iets heel serieus of om een zieke juf of meester te vervangen en dan kregen wij dictee, eindeloos dictee en later breuken, eindeloos breuken! Amper nog adem durven halen.
Deze keer begon hij over de vreselijke vrieskou buiten en drukte ons op het hart om toch vooral nooit aan brugleuningen te likken of aan, dichter bij school, het fietshok. Want dàn zou er gegarandeerd iets ergs gebeuren.
Daarna verliet hij de klas, opgelucht dat hij ons had behoed voor het noodlot.
We gingen verder met rekenen. Ik keek naar buiten, naar het fietsenhok dat stond te glanzen in de winterzon als een verboden vrucht. Ik was verbijsterd. Ik was zeven en mijn wereld bestond uit knikkers, touwtjespringen, schoonschrijven, de geboorte van een nieuw achterneefje, boterhammen met hagelslag, de vraag of ik ooit een hond zou krijgen. Niet oversteken zonder uit te kijken, niet met vreemde mensen meegaan, niet naar “het landje” waar kinderlokkers, zich verstopten in de bosjes.
Tenminste dat werd gezegd, van een vriendinnetje gehoord, die het had gehoord van haar moeder en een buurvrouw. In mijn hoofd waren het schimmen, half mens, half waarschuwingen, die alleen bestonden als volwassenen erover fluisterden. Ik wist niet wat ze deden, maar ik wist wel dat je er beter niet naar toe ging.
Brugleuningen en fietshokken likken stonden niet op de lijst van bedreigingen. Tot die dag. En op weg naar huis passeerde ik een brug. De leuning glom. En ik dacht: Hoe erg kan het zijn?
“Gaat het beginnen?” Vroeg mijn zoon, op de toon van iemand die zich afvraagt of hij nu al moet ingrijpen of nog even moet wachten tot moeder zelf beseft wat er misloopt, terwijl hij het vlees inspecteerde.
Ik had hem net verteld dat ik 2 biefstukjes had gekocht voor de middagmaaltijd van de volgende dag.
“Ils ont une drôle de gueule, tes steaks” (ze hebben een vreemd uiterlijk, je biefstuk). Alsof de diagnose minder hard aankomt in een andere taal.
Om te vervolgen met:”c’est du veau!” Het is kalf! Mens.
En daar stond ik dan, in mijn eigen keuken.
Oh jeetje, heb ik dan zo verkeerd gekeken? Verraden door het speciale licht in de bakken van de supermarkt, dat alles een beetje mooier maakt. En dat klontje kruidenboter erop hadden me volledig om de tuin geleid. Of was het toch de achtergrondmuziek in de supermarkt?
“Gaat het echt beginnen?” De woorden kwamen terug in mijn gedachten.
Want vorige week had ik al, in plaats van een koffiecapsule te pakken (de dozen staan naast elkaar) een theezakje in mijn kopje gedaan, en het toen onder de Nespressomachine gezet. Ik keek toe hoe het warme water drupte, getuige van mijn eigen aftakeling in slow motion. Ik kon er nog om lachen maar dacht “oh help”.
Ik troost me met de gedachte dat theecups waarschijnlijk ook zo zijn uitgevonden, in een moment van hersenmist. Iemand die, net als ik, dacht dat hij koffiezette en er vervolgens een patent aan heeft overgehouden. Ik alleen een nat theezakje.
Vanmiddag zal ik dus kalfsmedaillons moeten bakken. In plaats van biefstuk met frietjes en een paar blaadjes sla, wordt het aardappelpurée met vers gekookte worteltjes en doperwten. Een maaltijd die klinkt als een compromis tussen iemand die het leven nog aankan en iemand die het opgeeft.
Tijdens de honduitlaatwandeling van deze ochtend stopte een auto vlak naast me aan de stoeprand. De bestuurder draaide zijn raampje open, of eigenlijk drukte hij op een knop. Dat draaien is iets van vroeger, maar het klinkt nog steeds mooi om een tekst mee te beginnen… Hij boog zich naar mij toe, glimlachte vriendelijk en zei: “Bonjour Madame, veuillez m’excuser…” daarna vroeg hij de weg.
Ik beschouw dat altijd als een compliment wanneer iemand mij de weg vraagt, want eerlijk … Zelf stap ik ook niet op de dorpsidioot af om routeadvies. Ik kies meestal iemand die eruitziet alsof die het leven min of meer op orde heeft. “Die mevrouw of die meneer zal het wel weten,” denk ik dan.
En zo blijkt: zelfs een klein moment aan de stoeprand is eigenlijk al een blogje waard. Ook al wordt het waarschijnlijk door niemand gelezen. Het leven strooit voortdurend verhaaltjes rond, je hoeft ze alleen maar op te rapen.
In 2010 hield ik de boot af. Af en toe kreeg ik een uitnodiging om “friend” te worden op Facebook, maar ik dacht: mij zullen ze daar nooit zien. Ik blogde al, dat was genoeg. Oude vrienden terugvinden? Als ik geen contact had gehouden, was daar waarschijnlijk een reden voor. Indertijd werden er op Facebook ook veel spelletjes gespeeld waarvoor je constant uitnodigingen voor kreeg, ik haat spelletjes, wat moest ik in hemelsnaam met virtuele plantjes, koetjes en hartjes? Toch won de nieuwsgierigheid, en registreerde ik me. Een weekje uitproberen, dacht ik. Misschien kon iemand me overtuigen.
2025
Vijftien jaar later scroll ik nog steeds. Ik bekijk de familiefoto’s van mijn “vrienden”, vakantiefoto’s in verre oorden, met altijd dezelfde mensen in verschillende poses en altijd met een big smile 😊 “Kijk ons eens stralen, gelukkig hebben we de foto’s anders zou niemand ons geloven” en daar is die ene “friend” met haar gefilterd gezicht, gefotografeerd in haar designerjurk samen met haar nieuwste lief in een chic restaurant en ik vraag mij gemeen af, “Hoelang het deze keer gaat duren?”
Diep vanbinnen weet ik: dit is een wereld vol illusies. Mensen worden waanvoorstellingen, denkend dat anderen echt alles willen weten en geïnteresseerd zijn in hun kinderen, hun kleinkinderen, in hun leven. Soms zelfs in wat ze eten. En ik doe mee, ik kijk, ik lees, ik like en soms geef ik commentaar.
Maar ik weet ook, dat sommige mensen hele dagen thuis zitten, scrollend achter de geraniums, gevangen in een eindeloze stroom van foto’s en likes, alsof het echte leven zich alleen nog daar afspeelt, terwijl buiten de seizoenen voorbijgaan en de echte gesprekken wachten op een bankje in de zon…tijdens een wandeling, in de supermarkt in de rij aan de kassa, met de buurvrouw over de heg…buiten het scherm.
En dan gaat er plots iemand dood. Een verkeerd stukje voedsel op het verkeerde moment, recht in de luchtpijp. Op haar laatste Facebookbericht schrijft ze “En het horloge vertelt mij dat de luttele tijd die ik had voorbij is…” Ze moest ergens naartoe, koffieklets met de senioren, de bingo, iets anders leuks, iets kleins misschien. Pas later besef je hoe dubbelzinnig die woorden waren en hoe ze ongemerkt al naar een afgrond wezen.
Het is bijna alsof iemand uit je familie is overleden. Iemand die je nooit écht hebt ontmoet, die je dagelijks goedemorgen wenste. Iemand die via, via in je leven is binnengeslopen. Met wie je grappige teksten en memes deelde, is niet meer. Ineens is ze weg. Je blijft aan haar denken, aan dat laatste bericht, aan hoe klein wij zijn in deze wereld en hoe snel een tijdlijn veranderd in een herdenkingsmuur
“Ben je nog ergens naar toe geweest?” vroeg mijn vriendin Chantal toen ik haar onlangs weer eens tegenkwam. Wij leerden elkaar ondertussen al meer dan 20 jaar geleden kennen in het zwembad tijdens de aqua gym, het klikte direct en vervolgens waagden wij ons ook aan andere sporten. Tot Chantal op een dag besloot dat haar luie zetel eigenlijk ook een soort sporttoestel was, maar dan eentje met een lage instap. Volgens haar man die ik bijna dagelijks tijdens het hond uitlaten tegenkom, ik met onze Cesar hij met hun Babette, komt ze er zelden nog uit. Zij klaagt dan weer dat hij te traag wandelt en dat het niet tof is om met hem op pad te gaan. En zo blijven ze allebei in hun gelijk staan, elk op hun eigen tempo.
Ik vertel haar dat ik de kerstmarkt in Trier heb bezocht en die van Bernkastel-Kues. En dat ik ook weer eens een dagje Brussel heb gedaan. “Ben je dan niet bang voor een aanslag?” vraagt mijn vriendin met grote ogen. “Nee, waarom zou ik?” antwoord ik. “Als je overal bang voor moet zijn kom je nergens meer” Ik zie haar slikken en bij zichzelf denken...
“En trouwens” ga ik verder:” thuis kan je ook van alles overkomen” en ik vertel haar over een Facebook vriendin die zich onlangs verslikte in haar eten. Een verkeerd stukje voedsel op het verkeerde moment, recht in de luchtpijp. De kuisvrouw die toevallig aanwezig was belde de hulpdiensten. Ze hebben haar nog gereanimeerd, maar de schade was te groot. Einde verhaal.
Ze kijkt me met grote ogen aan, alsof ik net het script van een thriller heb voorgelezen.
“Zie je wel,” zeg ik, “het leven is overal even kwetsbaar, Dus je kan maar beter blijven bewegen.”
dit blog ondersteunt oude spelling nieuwe spelling oude nieuwe spelling onnodig Frans onnodig Engels verkeerd geplaatste leestekens stijl en spelfouten
OVER VRIJE MENINGSUITING!
"Het mooie van vrije meningsuiting is dat je altijd weer verrast wordt door de schaamteloosheid van degenen die haar willen beknotten"
THEO VAN GOGH (VERMOORDE COLUMNIST EN CINEAST)
OVER LIEFDE
"LIEFDE IS DAT JIJ HET MES BENT
WAARMEE IK IN MIJZELF WROET"
May the sun. Bring you new energy bij day. May the moon. Softly restore you by night. May the rain. Wash away your worries. May the breeze. Blow new strenght into your being. May you walk. Gently through the world and know. Its beauty all the days of your life.