Luc Verbeke : Politieke en andere actualiteiten - Vlaamse Beweging - Frans-Vlaanderen - Eigen gedichten.
06-02-2012
Aan mijn lezers
Welkom, lezers op mijn blog.De gedichten en activiteiten, die jullie op mijn blog kunnen vinden,zijn opgesomd op de linkerzijde van het blad ( archief ) en overspannen;een boeiende tijds-en levensperiode van meer dan een halve eeuw (1944 - 2010) Op dit blog werden de gedichten en gelegenheidsversjes niet chronologisch gerangschikt. Ze zijn gemakkelijk en afzonderlijk te vinden door het gezochte gedicht aan te klikken in de lijst " inhoud "van de linkerkolom.Dat geldt ook voor foto's en andere berichten. Door het feit dat heel wat foto's werden toegevoegd is er afwisseling tussen de gedichten en de foto's. Het maximum is overschreden en is in de inhoudslijst (links ) niet helemaal volledig meer te zien.De volledige lijst kan wel nog gevonden worden door achtereenvolgens de vervolgwijzertjes aan te klikken. Gebruik eventueel de home -en end- toetsen. Er zijn de dagelijkse actualia. Er is ook veel te lezen over Frans -Vlaanderen en er zijn ook enkele familiale foto's toegevoegd uit het stamboek van de familie Verbeke en de familie Decock Tenslotte worden een aantal figuren uit Waregem en Wakken naar voren gebracht ( Nog onvolledig ). Gedichten mogen worden overgenomen op voorwaarde dat mijn naam onderaan vermeld wordt en eventueel de datum en het bundeltje waarin het gekozen gedicht voorkomt. Ik ben lid van Sabam.Altijd welkom.E-mail: = luc.verbeke @ skynet.be " Met dit blog ben ik begonnen op 6 februari 2006. Op 31 januari 2012 bedroeg het aantal berichten 702, het aantal foto's 1.084. Het aantal unieke bezoekers:141.288 en het aantal pageviews: 228.013 Bovenstaande cijfers zijn te lezen op de statistiek bij instellingen.
Luc Verbeke.
04-02-2012
Sneeuw van vrede
Sneeuw van Vrede
Over de donkere aarde onder het grauw van de lucht, het witte kleed van verse sneeuw. Eén winterlied van vrede. Eén ademtocht van geluk.
Stoeiende kinderen, slierend en sleeënd, sneeuwballen gooiend, onschuldig, teder, argeloos.
Glinstering van glijdende woorden op het blanke papier van zachte sneeuw: een gedicht, smetteloos.
Maar ver hier vandaan: het Beloofde Land en Abrahams Tweestromenland, het Heilig gebied, woestijn en woestenij. Tranen en bloed in het zand. Vlerken van vuren vampieren. Rook, zwart van haat. Geweld. Gieren. Olie en geld. Brandend lijden. Dood en verdriet. Mensen wreder dan dieren. En de eeuwige vragen van Job op de belt. Is dit nog uw wereld, Heer? Het paradijs, het Beloofde Land, onze droom, Uw Rijk, geschenk uit Uw Hand? Of alleen maar de donkere aarde en het grauw van de lucht, een poel van miserie en leed. Kaïn met verduisterd geweten, altijd tot moorden gereed. En toch, blijf U erbarmen, Heer, over ons die Uw kinderen heten ook als wij Uw wetten vergeten of ons zwak en machteloos weten.
Maak ons als sneeuw zacht en puur, als kinderen lief én argeloos én teder. Ontneem ons zwaard en vuur en bekleed heel Uw wereld met het witte kleed van Uw vrede.
Luc Verbeke 15 februari 1991
Uit ' Terugblik ' 1994, blz.60
25-01-2012
Jaak Fermaut en onze actualia...
Foto van Jaak Fermaut. Hij volgt met belangstelling de actuele politiek in ons land. Hij heeft ook een eigen webstek.
Zie ook Widopedia van Wido Bourel. De webstek van Wido Bourel is bijzonder interessant zowel op historisch, taalkundig als algemeen cultureel gebied. In Widopedia kan overgeschakeld worden naar de webstek van Jaak Fermaut.
We pennen nu de actualiteiten neer vanaf 25 december 2011 tot 12 januari 2012. De vroegere actualiteiten van 2011 zijn voorlopig te vinden op 1 januari 2011.
17 januari 2012
- De beruchte onderzoeksrechter Wim De Troy heeft opnieuw huiszoekingen aangevat in zijn zoektocht naar pedofiele priesters. Tijdens huiszoekingen in de bisdommen Antwerpen en Hasselt en het aartsbisdom Mechelen-Brussel hebben speurders van de federale politie meer dan twintig personeelsdossiers van pedofiele priesters in beslag genomen.
18 januari 2012
- Het belangrijkste feit is het overlijden van de Montfortaan Phil Bosmans ( 1922- 2012 ). Als stichter en redacteur van de' Bond zonder Naam' had hij miljoenen lezers. Wereldwijd zijn ook 2,5 miljoen exemplaren verkocht van zijn boekje ' Menslief ik hou van jou ', in verschillende talen. Iedere maand moest hij een spreuk bedenken die aansloeg bij het volk, zoals ' Geef de mensen een pluim en ze krijgen vleugels '
23 januari 2012
- De oorlog in Libië is nog niet gedaan. Nog altijd zijn er veel aanhangers vaqn Kadhafi. In het voormalige bastion van Kadhafi, Bani Walid, 170 kilometer ten zuidwesten van Tripoli, gebeurde een aanval op de stad door Kadhafi-militanten en zij zouden de hele stad heroverd hebben. Vijf mensen zijn daarbij omgekomen. De enige brigade van het huidige ministerie van defensie is is omsingeld door de aanhangers van Kadhafi. Dat zij Tripoli zouden heroveren moet niet worden gevreesd.
- Het kapseizen van het Cruiseschip Concordia. De kapitein van het schip, Francesco Schettino, die zijn schip voortijdig verliet, verklaarde nu dat van de eigenaar van het schip het bevel kreeg het gevaarlijke manoeuvre uit te voeren om een groet te brengen aan het eiland Giglio. Om hun cruises te promoten werd door de eigenaars aangedrongen om dergelijke gevaarlijke manoeuvres uit te voeren. Er zijn nu al 15 doden geteld, nadat vandaag nog twee lijken door duikers werden opgehaald. Volgens getuigen aan boord zouden rijke Russische passagiers uit de eerste klasse geld overhandigd hebben aan het personeel van het schip om een plaats te krijgen in de eerste sloepen, terwijl gehandicapten aan hun lot werden overgelaten.
24 januari 2012
- Kim Clijsters heeft zich geplaatst voor de halve finales van de Australian Open. Ze -klopte de Deense Caroline Wozniacki, de nummer één van de wereld in twee sets 6-3 en 7-6. In de eerste set begon ze als een wervelwind en ze overklaste haar tegenstander met krachtige slagen. De tweede set viel minder mee. Wozniacki kon op dezelfde hoogte blijven 5-5 maar uiteindelijk won Cijsters met 7-6. In de halve finale wacht het nummer drie van de wereld, de Wit-Russische Victoria Azarenka. In de onderlinge confrontaties leidt Clijsters met 4-2. In de kwartfinales won Clijsters in 2011 in Sydney met 6-3 en 6-2 maar vorig jaar verloor ze in Miami met tweemaal 6-3
25 januari 2012
- Philippe Muyters behoudt het vertrouwen als Vlaams minister van Financiën met 65 tegen 47 van de stemmen. Na de stemming verklaarde hij verheugd te zijn en ook dat hij achter zijn klein maar sterk kabinet blijft staan. De twee leden die de verkeerde mais stuurden werden gesanctioneerd maar hij wil ze niet aan de schandpaal spijkeren.
- Eind juni verstrijkt het eerste mandaat van Herman Van Rompuy als voorzitter van de Europese Raad, de vergadering van de Europese staatshoofden en regeringsleiders. Stelt hij zich kandidaat voor een tweede ambtstermijn? Hij laat niet in zijn kaarten kijken. Dat kan maar dat kan ook niet, zegt hij.
26 januari 2012
- Kim Clijsters zal haar titel op de Australiën Open niet verlengen. Ze verloor vannacht ( donderdag ) in de halve finale tegen de Wit-Russische Victoria Azarenka, in drie sets : 6-4, 1-6 en 6-3. De vele blessures, die ze opliep, verklaren dit verlies. Toch is ze blij over de manier waarop ze in de voorbije matchen gevochten heeft. ' Ik ben in staat iedereen te verslaan maar het is de vorm van de dag die bepaalt wie wint, ' zegt ze.
- Minister van Werk, Monica De Coninck ( sp.a ) wil nog dit jaar het betaald ouderschapsverlof uitbreiden van drie naar vier maanden, voor kinderen geboren vanaf 8 maart. Het frecht op ouderschapsverlof geldt voor alle kinderen tot 12 jaar. Niet te verwarren met het bevallings-of vaderschapsverlof.
27 januari 2012
- Een grote zonnestorm, drie dagen geleden, heeft voor unieke taferelen gezorgd. Mooie foto' s werden genomen. In grote delen van Europa was het noorderlicht te zien. Voor vliegtuigen is zo'n storm niet zonder gevaar. Ze mochten de normale route niet nemen langs het noordpoolgebied. GPS-systemen konden verstoord geraken.
28 januari 2012
- De Standaard wijdt enkele bladzijden aan de groei van de Belgische vrijmetselaarsloges. Officieel telt de vrijmetselarij vandaag 24.900 leden, ruim duizend meer dan drie jaar geleden.Enkelen komen er openbaar voor uit dat ze vrijmetselaar zijn, aldus Karel De Gucht ( Open VLD ) , Tessa Vermeiren, ex-hoofdredactrice van Weekend Knack, Siegfried Bracke ( N-VA) , Elio Di Rupo ( PS ), Steve Stevaert (SP.A ), Rik Daems ( Open VLD ) ,Luc Van den Bossche ( SP.A ) , Luc Van der Kelen ( Het Laatste Nieuws ) , Jean Paul Van Bendegem ( VUB), Rik Pinxten ( UGent ). Horen er niet bij: Louis Tobback en Freddy Willockx van deSP.A, terwijl de overleden Karel Van Miert er wel bij was.
29 januari 2012
- Wie staakt morgen en wie niet? Te verwachten: Openbaar Vervoer. De NMBS, De Lijn en TEC verwachten dat hun dienstverlening vanaf 22 uur vanavond verstoord zal zijn. Thalys en Eurostar rijden niet.
Veel overheidsdiensten zullen morgen dicht blijven. Zo wordt er geen post rondgebracht. Er zullen ook scholen dicht blijven maar daar moet er opvang zijn. De Openbare omroep gaat door maar sommige personeelsleden zullen wel staken. Reizigers raadplegen het best de internetrpagina's.
Wat het luchtverkeer betreft: de luchthaven van Charleroi is geblokkeerd. Op Brussels Airport zullen piloten staken. Ook een deel van Belgocontrol zal meestaken.
Ziekenhuizen schakelen over op het weekendregime. In de industrie wordt gestaakt bij Bekaert, Picanol en Volvo Gent. Warenhuizen en banken zullen waarschijnlijk open zijn.
- N-VA-voorzitter Bart De Wever hoopt dat iedereen aan het werk blijft. Hij noemt de staking onverantwoord . ' Vooral de rode vakbonden vinden hetnodig ons land plat te leggen met hun stakingsacties. Ze brengen ons land economische schade toe. De Vlamingen moeten samen vechten om te zorgen dat werken en ondernemen beloond worden in plaats van bestraft. In Antwerpen moet de overheid de Scheldelaab vrij houden, desnoods via tussenkomst van de politie. Hoe is het mogelijk dat de vakbonden staken terwijl hun vriend in de Wetstraat 17 zit, vraagt DeWever zich af?
- Yves Leterme wil burgemeester van Ieper worden. Hij zal deelnemen aan de lokale verkiezingen en zal er de CD&V-lijst trekken. Zolang hij adjunct-secretaris-generaal is bij de OESO in Parijs kan hij wel in de gemeenteraad zitten en enkel titelvoerend burgemeester zijn.
- Op sportgebied valt de prestatie van Niels Albert te noteren, die in het wereldkampioenschap ib Koksijde, voor de tweede maal wereldkampioen werd. Rob Peeters volgde als tweede op 24 seconden en Kevin Pauwels als derde op 30 seconden. Sven Nijs werd slechts zevende op 1 minuut en 9 seconden. Nog andere plaatsen: vierde Tom Meeusen, vijfde Bart Aernouts, zesde Klaas Vantornhout. De eerste zeven waren dus Belgen. De Tsjechen Simunek en Stybar ( de winnaar van vorig jaar ) waren respectievelijk 8e en 13e.
31 januari 2012
- De staking was eerder een mislukking dan een succes.Enkel in grote steden en meestal in het zuiden werden de ordewoorden opgevolgd. Het stilleggen van de haven van Antwerpen kunnen ze een succes noemen maar de verantwoordelijke schepen van Antwerpen voor het havenbeleid vindt dit een economische ramp. Miljoenen euro's gingen hierbij verloren. Het openbaar vervoer staakte algemeen, de post en de kleine bedrijven werkten bijna overal voort. Bij de Vlaamse overheid waren er nauwelijks 3 % stakers. Guy Tegenbos noemt de staking de beste promotircampagne voor telewerk en thuiswerk. De vakbonden hadden een andere boogschap moeten geven, niet dat besparen en lander werken verkeerd is, maar dat deze besparingen gepaard moeten gaan met groei-en wergelegenheidsbevorderende maatregelen, zoniet dreigt een neerwaartse economische spiraal te ontstaan. Europa daarentegen heroriënteert 20 miljard van zijn uitgaven in de richting van werkgelegenheid voor jongeren en van de ondersteuning van de kleine en middelgrote bedrijven. Niet staken maar aan het werk voor werk, besluit Guy Tegenbos in De Standaard.
- Op sportgebied valt te noteren dat Tom Boonen zondag, in de slotetappe van de Argentijnse Tour San Luis zijn allereerste overwinning sinds Gent Wevelgem op 27 maart van vorig jaar, heeft behaald. Dat belooft voor de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Wat het voetbal betreft Mbaye Leye ( 29 ) komt ook, zoals Berrier vanuit Standard , terug naar Zulte-Waregem, waar hij een contract van 2 1/2 jaar heeft getekend. De Senegalese aanvaller speelde al onder trainer Francky Dury van 2007 tot 2009. Voor Standard scoorde hij 8 keer in 43 wedstrijden, de laatste keer op 23 oktober 2011, in de match tegen Waregem. Sindsdien bleef hij veel op de bank zitten.
1 februari 2012
- De Standaard brengt vandaag zijn laatste bijdrage over de vrijmetselarij. Vooreerst over de liefdadigheid die wordt beoefend. Zo verzamelden de Anrtwerpse broeders 11.000 euro voor Music for live. Maar niemand durfde het aan om dat geld persoonlijk af te geven in het Glazen Huis. Volgens de discretie kon dat niet. Ze hebben dan maar het bedrag op een rekening overgeschreven. Benevens de liefdadsigheid zijn er ook de schandalen, waarbij sommige broeders betrokken geraken. Zo o.m. het Agustaproces waarbij Willy Claes betrokken was en eren veroordeling opliep. Hij werd niet gestraft in de loge omdat hij zijn onschuld in die zaak kon bewijze, ook de malversaties van Steve Stevaert geraakten bekend: vriendjespolitiek in Hasselt en bijbehorende pesterijen in de politiezone Hazodi, met als hoofdrolspelers Stevaert en plotiechef Michel Beckers, ook een logebroeder. Tot groot ongenoegen van de Limburgse broeders publiceerde De Morgen dan maar de ledenlijst van de werkplaats. Als vrijmetselaar is Willy Claes de jongste jaren bijzonder actief.
2 en 3 februari 2012
- Een mysterieuze moordzaak in het kasteel van Wingene blijft al twee dagen in de belangstelling. Vandaag is uit het onderzoek van het aangetroffen bloed van de 34-jarige eigenaar Stijn Saelens van hem is. Het staat dus vast dat hij werd vermoord maar door wie? Zijn echtgenote, Elisabeth Gyselbrecht ( 34 ), die in Ruiselede samen met haar vader André Ghyselbrecht, een bloeiende huisartsenpraktijk uitoefent, had bij haar thuiskomst kort na de middag, in de inkomhal een plas bloed en een kogelhuls aangetroffen ( die echter niet die van de moordenaar kon zijn ) en de speurders vonden het bloed ook nog buiten. Hij werd dus weggesleept maar niemand weet door wie of waarheen. Het is bekend dat er geregeld conflicten waren tussen het echtpaar, met vier kinderen. De vader van de echtgenote van Saelens, dus de schoonvader van Saelens, en ook de broer van de echtgenote, dus zijn schoonbroer, werden opgepakt maar na een lange ondervraging, met de steun van strafpleiter Jef Vermassen weer vrijgelaten. Vermassen zegt dat ze niet met de zaak te maken hebben en een perfect alibi konden voorleggen. De schoonvader-huisarts was de hele tijd op ronde. Zijn dochter Elisabeth, professioneel verbonden met haar vader, bleef in het kabinet. Nog is bekend dat de schoonvader in onmin leefde met schoonzoon Saelens, die naar Australië wilde uitwijken om daar een nieuw leven te beginnen maar zijn vrouw wilde dat niet, verbonden als ze was met haar vader. De schoonfamilie wilde die verhuis niet omdat zij niet wilde dat Elisabeth haar dokterspraktijk zou opgeven. Ze bekloeg zich ook over het feit dat Saelens zich aan incest had bezondigd. Daarover werd een klacht ingediend. Het ging weer beter nadat het koppel zich weer had verzoend en besloten had veertien dagen met vakantie te gaan in Australië, iets waarmee haar vader geen probleem had. Maar wie heeft hem vermoord? En waarom? Het hele kasteelgebied werd uitgekamd en ook de grote vijver werd onderzocht, maar zonder resultaat. Waarschijnlijk heeft de moordenaar zijn lichaam in de koffer gedropt en is dan met hem weggereden. Inmiddels heeft een DNA-onderzoek uitgewezen dat het bloed wel van Saelens is. De schoonvader en de schoonbroer blijven verdacht, zijn niet aangehouden maar blijven toch van hun vrijheid beroofd.
4 februari 2012
- De moordenaars van Stijn Saelens zijn opgepakt, eerder toevallig. Tijdens een wagencontrole vonden politie-agentes in een wagen van twee Tjetsjenen een plannetje van het kasteel. Op een briefje stond de naam van Pierre S. uit Aalter. Inmiddels waren een vijftiental agenten in het Waalse Beauring de 62-jarige Pierre S. uit Aalter, bekend als dealer van hormonen, aan het achtervolgen en ze konden hem klem rijden. Bijna op hetzelfde moment werden vierTjsetjenen in de boeien geslagen. De Brugse speurders vermoeden dat het groepje Tsjetsjenen de huurmoordenaars zijn van Staelens, in opdracht van Pierre S. De vraag blijft dan in wiens opdracht Pierre S. dat alles geregeld heeft. En zo komt men weer bij de familie Gyselbrecht terecht. Tussen de familie van het doktersgezin en de kasteelheer waren er voortdurend spanningen. Hij had plannen om te emigreren naar Australië om er een ecologische boerderij uit te bouwen. Zijn schoonfamilie kon dat niet aanvaarden omdat ze niet wou dat zijn vrouw Elisabeth Gyselbrecht de bloeiende huisartsenpraktijk daarvoor zou moeten opgeven, die door haar vader voor haar werd opgericht. Een andere reden was dat zij in dat geval zouden moeten zorgen voor de vier kleinkinderen. Maar de vete zat nog dieper. Eind vorig jaar had Saelens via mails zijn schoonouders bedreigd en hij bestookte hen ook met verwarrende manuscripten over zijn levensfilosofie. Door dit alles komen zijn schoonouders en schoonbroer weer in het licht als hoofdverdachten. Volgens Vermassen zijn ze onschuldig. De 5 verdachten die gisteren werden opgepakt n.l. Pierre S. en de 4 Tsjetsjenen zijn vandaag wegens gebrek aan bewijzen weer vrijgelaten.
5 februari 2012
- Het weekblad De Zondag overschouwt beknopt de zaak van het kasteel in Sint-Pietersveld- Wingene en besluit dat alles weer muurvast zit want niemand heeft harde bewijzen van medewerking aan een eventuele moord. Alle pistes blijven open betreffende om het even wie er tot nog toe werd ondervraagd of genoemd als erbij betrokken.
- Slechts 1.852 inwoners uit de zes facilititetengemeenten rond Brussel hebben een Franstalig exemplaar gevraagd van het aanslagbiljet onroerende voorheffing dat ze ontvingen voor het aanslagjaar. Voor 2011 waren er dat tot nog toe 1.798. Dat gebeurt overeenkomstig de omzendbrief Peeters uit de jaren ' 90. Van het totaal aanvragen is dat in het geheel voor 2010 maar 6,98 % en voor 2011 6,95 %. Helaas voor Kraainem, Wezembeek-Oppem en Linkebeek loopt het aantal Franstaligen daar op tot 80 %. Drie Vlaamstalige gemeenten die op grootschalige wijze werden verfranst door Brusselse inwijkelingen.
Sport: -Na de overwinning met 3-1 op Westerlo staat Zulte-Waregem op de 13e en al veilige plaats. Francky Dury wint al tweemaal na ook drie gelijke spelen. - Een tweede zege voor een sterke Tom Boonen in de eerste rit van de Ronde van Quatar, waar hij sprinters als Farrar en Cavendisch gemakkelijk achter zich liet. Hij dankt het aan zijn sterke voorbereiding en ' een aankomst naar zijn hand, met lichtjes vals plat en de wind tegen. Hij werd goed afgezet, eerst door Nikolas Maes bij het ingaan van de laatste kilometer en op 200 meter van de streep door Gert Steegmans.
6 februari 2012
Sport: In de ploegentijdrit verliest de ploeg van Boonen enkele seconden op die van Johan Van summeren maar Boonen blijft leider met Tyler Farrar als tweede in dezelfde tijd en Vansummeren derde op 3 seconden.
- Contador werd gestraft voor doping ( vlees met clembuterol ) door TAS en verliest de Ronde van Frankrijk van 2010. Merckx vindt dit een sterk overgreven en Tourwinnaar Andy Shleck is er ook niet gelukkig mee. Hij wordt ook twee jaar geschorst en zal eerst in augustus opnieuw kunnen starten.
Politiek: Minister Vincent Van Quickenborne verzacht zijn pensioenplan. Vooreen aaantal werknemers komen er overgangsmaatregelen en voor werknemers en ambtenaren in overheidsdienst komt er een speciaal regime. Het gaat om 60-jarigen met een onvolledige beroepsloopbaan, bijvoorbeeld 34 jaar. Ze zullen slechts twee jaar langer moeten werken.
- In Syrië gaat de oorlog tegen President Assad voort. Men vermoedt hij hij zoals Kadhafi zal strijden tot de laatste man. Na het zware bombardement op de stad Proms en het veto van Rusland en China tegen de resolutie van de Verenigde Naties om deze moordpartij af te stoppen heeft Assad weer moed gekregen en slaat hij nog harder toe tegen de opstandelingen. Zo lag de stad Proms, het centrum van de opstand, urenlang onder vuur met tanks en kanonnen. Weer zijn heel veel doden. Wellicht 300.
24-01-2012
GEDICHTEN VOOR MARIA
Dit is een foto van mijn echtgenote Maria Bossuyt, op haar tachtigste verjaardag. Die werd gevierd in het Karekietenhof in Avelgem op zaterdag 7 januari 2006. Maria werd immers geboren in Desselgem op 8 januari 1926.
Op 8 januari 2012 zou ze 86 jaar geworden zijn. Helaas, twee dagen voordien, dus op 6 januari 2012, is ze buiten alle verwachtingen, overleden in het Waregemse Ziekenhuis Onze Lieve Vrouw van Lourdes. Ze werd begraven op 14 januari 2012 met een plechtige uitvaartmis om 10 uur in de St.-Margaretakerk, Oblatenstraat, wijk Nieuwenhove-Waregem.
Het bidprentje toont een foto van Maria genomen tijdens ons diamanten huwelijksjubileum en binnenin staan twee gedichten van mij, die hieronder staan afgedrukt, genomen uit de hele reeks die ik voor mijn liefste vrouw Maria heb geschreven.
23-01-2012
Begrafenis Maria
Maria werd begraven in Wakken, mijn geboortedorp, op de plaats die voor ons beiden werd voorberhouden. Hier zie je de grote rouwkrans die geschonken werd door het KFV, onder leiding van de huidige voorzitter Guido Carron, ereburgemeester van Waregem. Die werd na de uitvaart op haar graf neergelegd, samen met tal van ruikers en bloemenkransen.
De uitvaartplechtigheid zelf is bijzonder goed verlopen. Ongeveer 600 mensen namen eraan deel. Ook uit Frans-Vlaanderen waren er deelnemers, die me wat steun wilden bezorgen. Het koor Gaudeamus uit Roeselare onder leiding van Joost Vanbrussel zorgde voor de passende religieuze liederen en muziek. Pastoor Stefaan Casteleyn bracht een mooie homilie over het verdienstelijke leven van Maria. Voor mij hartverwarmend. De kleinkinderen zorgden voor een ontroerend woordje en sommige konden hun tranen voor hun lieve oma niet bedwingen. Kleinzoon Gijs verbaasde iedereen door een tekst van de heilige Augustinus van buiten te reciteren. Iedereen, ook de velen die in de kerk achteraan, de hele Mis recht moesten blijven staan konden goed meevolgen via het door de kinderen samengesteld gebedenboekje. Bij de offerande, gehouden op twee plaatsen vanwege de grote aanwezigheid, werd een heel mooi bidprentje uitgereikt met een foto van Maria en twee gedichten die ik voor haar schreef. Er waren veel bloemen en kransen o.m. een bloemstuk van mij, een van vriend Roger Vynckier en echtgenote Georgette Vervaeke, één van het MNL- Huis van het Nederlands uit Belle, heel mooie bloemen van de kinderen en kleinkinderen, een groot bloemstuk van de famlie Verbeke en ook van de huidige vrije basisschool van Nieuwenhove, waarvan ik vroeger nog directeur ben geweest, waarvoor dank aan de huidige directeur Patrick Debel.
Allemaal ongevraagd maar toch troostgevend, zoals ook, benevens de vele parochianen, de aanwezigheid van bekende figuren, vrienden Jozef Deleu en Luc Devoldere van Ons Erfdeel, schrijvers als Willy Spillebeen, vrienden als prof.ém. Ludo Milis en prof.ém. Piet Thomas, erenationaal politiecommissaris Dirk Steelandt, ereburgemeester Guido Carron en de huidige burgemeester Kurt Vanryckeghem met enkele schepenen, voorts vroegere collega's uit mijn inspecteursperiode als Guido Debonnet, nu directeur van De Bron in Harelbeke, en tal van gepenisoneerde onderwijzers en schoolhoofden met wie ik bevriend was. Daarbij ook o.m. een afvaardiging van oud-klasmakkers van de Normaalschool o.l.v. Gilbert Dewilde uit Kortrijk. Dat alles hielp het zware leed wat milderen, zoals ook de lange rij deelnemers, die na de Mis mij en de kinderen kwamen begroeten. We noteerden ook de aanwezigheid van oud-collega's, heel wat oud-leerlingen en ook oud-klasgenoten en vriendinnen van Maria zelf.
Na de maaltijd in de Leieburcht in Sint-Eloois- Vijve, zijn velen, samen met de hele familie, nog meegegaan naar het kerkhof van mijn geboortedorp Wakken, naar ons graf, dat recht tegenover het graf ligt van mijn ouders, op een merkwaardige plaats n.l. onder een resterend stuk van de bekende boom waaronder de vroegere flaminganten van ' Den Swighenden Ede, o.l.v. de toenmalige pastoor Hugo Verriest vergaderden. Ook de plaats dus waar de vroegere pastorij heeft gestaan. De Frans-Vlamingen Jaak Fermaut en Francis Persyn met echtgenote Anne-Marie, loofden het nog echte kerkhof, zijnde rondom de kerk, terwijl nu de meesten begraven worden ver daar vandaan op de onoverzichtelijk grote begraafplaatsen.
De huidige burgemeester van Wakken, nu ook parlementslid, Koen Degroote, die mij destijds in Wakken heeft gehuldigd, heeft gezorgd voor deze mooie plek, waarvoor dank. Onze bijzondere dank tenslotte, voor de goede organisatie van deze begrafenis, gaat naar Nick Vanhoutte, koster van onze parochie maar ook werkzaam bij het uitvaartcentrum Amez. In deze dubbele functie heeft hij de hele begrafenis geregeld.
22-01-2012
Liefste...
Liefste jij die niet de woorden zocht voor een gedicht en niet een ik maar enkel wij en enkel leven met kleur en klank van allebei in kinderen niet vlinderend in lucht en lied maar louter liefde en louter licht in vlees en bloed, het blijvend woord van jouw gedicht.
Luc Verbeke 16 maart 1991
Uit " Terugblik " ( Sanderus 1994 ) blz.62
21-01-2012
'k Bewaar van jou...
Voor Maria ( + Waregem 6 januari 2012 ) 'k Bewaar van jou dit trosje bloemen: het niet te noemen stil geluk dat wij hier samen vonden voor elkaar. Dek af de wonden en vergeet de koude nachten met hun leed. Doe de deur dicht van de koele dood met troost en hoop: de zekerheid dat God ons niet vergeet, ook niet de korte tijd van ons verblijf op aarde, hier en nu, in Zijn altijd blijvend scheppende Oneindigheid.
Luc Verbeke 30 mei 2005
Uit " Van morgenlicht tot avondzon" ( 2006 ) Opgedragen aan Prof.em.Piet Thomas
20-01-2012
Na jaren wordt...
Foto van Luc en Maria Verbeke Bossuyt bij hun gouden huwelijksjubileum met feest in het restaurant " Karekietenhof " van de familie Vossaert, Scheldelaan, 20 Avelgem. In 2011 volgt het diamanten huwelijksjubileum.
Na jaren wordt een muur van doffe schijn een wand van glas, doorzichtig voor mekaar en één. Haast niets meer zijn dan licht in vuur en sprakeloos de woorden lezen op ' t netvlies van elkanders zijn. En méér dan 't eerder was zichzelf van onbegrip en pijn om eigendunk en eigenwaan genezen om voor elkaar niets meer dan zon te zijn in vol gerijpte wijn. Nog enkel elk elk-ander zijn.
Luc Verbeke
Uit de dichtbundel " Terugblik " ( 1994 )
19-01-2012
Verhef mij...
Verhef mij, volmaak mij in vreugd of in smart. Ontdek mij, doorgrond mij en louter mijn hart.
Onthef mij, bevrijd mij van 't stomme verdriet om al wat ontvalt mij en spoorloos vervliet.
Doorlicht mij, doorglans mij met morgenlijk rood, dat niets meer beknelt mij: noch donker, noch dood.
Uit 'Van donker naar licht ' ( blz.35 ) Sanderus 1965
Verscheen ook in ' Dietsche Warande en Belfort ' en in ' Nieuwe Stemmen '
18-01-2012
Ik ging voorbij...
Voor Maria
Ik ging voorbij, haast ongezien. Jouw ogenlicht bleef mij nabij. Miljoen miljard een mensenhart en ik een ik alleen, en één der velen maar, schier ogenloos, in ruimte en tijd.
Ik ging voorbij. Jij stond naast mij, haast ongezien en ik naast jou verstrengeld één maar elk alleen in enigheid.
Ik ging voorbij. Wat blijft er nog voor jou van mij? Een lieve naam in 't bloeiend bloed? Een zonnig woord, een bloem van tederheid, een beeld van mij dat ook in jou met jou verglijdt?
Ik ging voorbij. Een lamp knipt aan. Haast ongezien knipt zij weer uit: een stukje tijd, glans van ivoor maar meteoor in 't ijle Al en eeuwigheid.
Ik ging voorbij en jij met mij. Wie vindt een spoor van jou en mij als niet voor jou, als niet voor mij er Iemand is, een Gij en Hij die ons bemint en wedervindt, voorbij dit land, dit vreemde land waar dag verkeert in duisternis maar ook de dag de nacht ontbindt.
Luc Verbeke 25 mei 1980
Uit " Terugblik " ( 1994 )
17-01-2012
Je bent mij zo nabij...
Je bent me zo nabij. Geen ander licht doorlicht me lichter dan het licht van jouw gezicht. En in de stralenklaarte van jouw ogen, door een geheime wonderkracht bewogen, heb ik aan jou m' n hoofd weer opgericht.
Wat mij aan leed en weemoed overviel en als een droesem was gezonken in m' n ziel, is door jouw teer nabijzijn weer vergeten: mij thans uiteindelijk bevrijd te weten... O schitterglans van jou die in mij viel.
Ik ben niet eenzaam meer sinds ik jou vond en dronk de zachte zoenen van jouw mond, stil-schouwend in de bronnen van jouw ogen, die als kristal doorzond, niet weifelden noch logen maar zwijgend zongen om de liefdeband die ons verbond.
Luc Verbeke
Uit " Van donker naar licht " Uitg. Sanderus 1965
16-01-2012
Al tachtig jaar...
Aan onze kinderen en kleinkinderen
Al tachtig jaar, Maria, mijn liefste, gekiemd, geboren en in God herboren, gegroeid, gebloeid, in mij verstrengeld, geen ik meer en geen jij, maar wij al meer dan vijftig jaar. Bevrucht, geplukt, in zelfvergetelheid, groeiend in de vrucht van kinderen: vertakte boom in bloei voor nieuwe vrucht in later tijd, terwijl de herfst verslenst in ons de bloemen. Uitgebloeid, maar dieper neigend naar elkaar zoals de korenaren. Zo willen wij mekaar als goeie wijn, zolang het God belieft, voor jullie graag bewaren tot wij er niet meer zijn.
Luc Verbeke 8 januari 2006
Uit "Van morgenlicht tot avondzon " ( 2006)
De oudste zoon Dirk leest het gedicht.
15-01-2012
Moederschap
Lentelijk beven diep in jouw schoot. Ontluikend leven. Zwellende loot. Kiem van m' n bloed die wies in jouw vlees. Vonk van m' n vuur die jij in je hoedt.
O zalig - zoet hopen, verlangen en vrees.
Spellend z' n naam tel jij de tijd, zie je in droom de nacht die bevrijdt en het glanzende wicht dat nog warm in de stroom van jouw hartenbloed ligt.
Luc Verbeke 1953
Uit " Van donker naar licht " Uitg. Sanderus ( 1965 )
14-01-2012
Niemand verdrieten
Aan onze kinderen
Niemand verdrieten om last of om pijn maar zalig genieten van lucht, zee en zon, zoals 't vroeger best kon met jullie in 't tentje en het speelse zand dat door de vingeren gleed en ons denken deed aan alles wat hier mooi, maar vergankelijk heet. Ook denkend aan Hem die ons dit alles gaf en ons helemaal vrij liet spelen en leven, in water en zand, met helm en riet en violier, alsof wij samen zouden zijn, hier, voor altijd, van de wieg tot het graf.
Luc Verbeke
Uit "Ik leef in taal en tijd" ( 2005 )
13-01-2012
Nieuw gedicht voor Maria
Nu jij er niet meer bent, ben je mij nog meer nabij dan ooit voordien. Al kan ik je niet met eigen ogen zien, ik zie je als weleer in alle dingen die me hier omringen. Een open plaats aan tafel recht tegenover mij, en ook in bed naast mij, waar ik jouw warme hand niet voel, alleen mijn eigen koele handen, terwijl ik kijken blijf naar de open kast vóór mij met kapstokken vol herinneringen, met blouses, rokjes, jas en overjas en kleren allerlei. Ach, Maria, kwam je hier maar weer, maar goed, dat kan niet meer, je bent nu bij de Heer waar ik bij jou ooit wederkeer.
Luc Verbeke
3 februari 2012 ( na het overlijden en de begrafenis van Maria )
12-01-2012
GOD IN GEDICHTEN
Bij de uitgeverij Lannoo verscheen een merkwaardige bloemlezing onder de titel ' GOD IN GEDICHTEN - De mooiste religieuze poëzie van de twintigste eeuw uit de Lage Landen - Verzameld door Harry Gielen en Piet Thomas ' Harry Gielen, passionist, studeerde Germaanse filologie aan de K.U.Leuven en is sinds vele jaren eindredacteur van het maandblad ' Het Teken ' Prof. dr.Piet Thomas promoveerde tot doctor in de Germaanse filologie op een proefschrift over literatuurpsychologische opvattingen van Sigmund Freud. Hij was hoogleraar aan de K.U. Leuven en haar Campus Kortrijk en publiceerde bij Lannoo onder meer het ' Groot Gebedenboek ' , ' Het Klein Getijdenboek ' en ' Nu en altijd ' Harry Gielen en Piet Thomas stelden eerder ' Nader tot U, Heer. Teksten rond rouw, avondwake en uitvaart ' samen. De bloemlezing biedt een omvangrijke keuze van de mooiste religieuze poëzie van de twintigste eeuw in de Lage Landen. De samenstellers zochten vooral naar poëtische teksten waaruit de ' taal van het geheim ' opklinkt, een geheim dat mensen overstijgt, maar dat tevens een fascinerende kracht op hen blijft uitoefenen. Het resultaat is een staalkaart van de erg gevarieerde wijzen waarop God in de Nederlandstalige gedichten van de twintigste eeuw ter sprake wordt gebracht. De veelzijdigheid van de selectie en de thematische ordening van de gekozen gedichten maken het boek uiterst geschikt om oud en jong, om gelovige of zoekende, te confronteren met een verrijkend inzicht in de ontwikkeling van een eeuw religieuze poëzie. ( Uit de cover van het boek, dat prachtig werd uitgegeven en 412 bladzijden telt )
Er is een ' Ten Geleide ' van de samenstellers waarin de keuze van de gedichten, gerangschikt onder 14 thema's wordt toegelicht. Die zijn 1- Wie is de Goudsmid van de zon? Het wonder van de schepping ' 2 - Is er een hoekje in uw tuin? Zoektocht met vragen. 3- Grond onder de voeten. De kracht van een Naam. 4 - Oude Bijbelprenten. Langs bijbelse wegen. 5 - Van ster tot stal. Advent en Kerstmis. 6- Een Joodse man. Jezusverhalen. 7- Stille week. Van Palmpasen tot Goede Vrijdag. 8 - Licht en vuur. Van Pasen tot Pinksteren. 9 - Een nieuw lied voor de Heer. Psalmen achterna. 10- Woorden voor het onzegbare. Inkeer en gebed. 11- Verhalenderwijs. Van vrede na strijd. 12 - Tochtgenoten. Licht op de weg. 13- Heilige plaatsen. Deze grond is heilig. 14- De overoever. Hierna.
Er staan 300 gedichten in de bloemlezing van 133 dichters, bekende en minder bekende, waarvan 1/3 Vlamingen en 2/3 Nederlanders. De samenstellers schrijven over hun keuze: Gezocht hebben wij naar poëtische teksten waaruit ' de taal van het geheim ' opklinkt, een geheim dat mensen als mysterie te boven gaat, maar dat tevens een fascinerende kracht op hen blijft uitoefenen. Een geheim dat blijkbaar door elke nieuwe generatie weer wordt ontdekt in de conflict-en grenservaringen van het bestaan en dat met verrassende taalmiddelen tot uitdrukking wordt gebracht. Tot religieuze poëzie behoren dan ook niet alleen gedichten die geïnspireerd zijn door de grote verhalen van wereldgodsdiensten, maar ook artistieke teksten die impliciet of expliciet verwijzen naar wat de profane werkelijkheid overstijgt en hunkering verraadt naar een wereld van enkel meer dan rede en materie. Teksten ook die - naar het adagium: geen geloof zonder twijfel, geen twijfel zonder geloof - vertolking zijn van de twijfel aan en verzet tegen de harde, kwetsende werkelijkheid waarmee mensen telkens weer worden geconfronteerd ( blzn. 15- 16 )
In bovenstaande rubrieken is een grote diversiteit ondergebracht aan attitudes en ervaringen die zowel met de aantrekkingskracht als met de problematische aspecten van het religieuze te maken hebben. Naast lyrische belijdenisvormen met bevrijdende inzichten, met schroom en verwondering voor het heilige komen er ook teksten in voor waarin andere geluiden zijn te horen: kritisch voorbehoud, onzekerheid en onvrede, nood en verzet, agnostische twijfel, oprispingen van onbehagen. Ook waar tekens en sporen van religiositeit niet altijd met de traditionele voorstelling en inhoud van de in de Westerse wereld gebruikelijke geloofspraktijk overeenstemmen,werden ze met veel aandacht voor hun specifieke anthroplogogische aspecten geselecteerd. ( blz. 17 )
Ik mocht met genoegen constateren dat mijn gedicht ' Nescio Quid ' werd opgenomen onder het thema ' Wie is de goudsmid van de zon? Het wonder van de schepping. ' U kunt het gedicht hieronder lezen. Het verscheen eerder al in de bloemlezing ' Alom en nergens ' van Prof.dr. Herman Mertens. ( Averbode 2001 ) Nu heeft Karel D'huyvetters het gedicht in het Engels vertaald ( zie hieronder ) Het verscheen in zijn ' Kroniek ' op 16 juni 2009.
11-01-2012
Nescio Quid
Weet jij wat leven is, weet jij wie God en wat de hemel is? En wat de tijd die ons gegeven is? En wat de woorden zijn in onze mond? Ken jij de zin en de betekenis van wat in ons en rond ons is, en van de dood de diepe grond? Mysterie en geheimenis in licht en duisternis.
De steen, de bloem, het gras waarop ik trap, de lichtvis en de kleine mier, het onbekend atoom, de wenteltrap naar hoog en diep in het heelal, in elke cel van plant en dier; het labyrint van ieder ik; de vreemde vrees van eeuwen her die ik in alle ogen lees. God is zo dicht en God is ver. Wie die mij zeggen zal: 'k bezit de sleutel van het AL.
De dagen wentelen voorbij: het leven bloeit en ergens bloedt het uit; in aarde en water spelen wij: het kluitje aarde, het klompje klei, dat ademhaalt, dat zoekt en dwaalt, dat lieft en paart en sjouwt en spaart, en nog niet eens beseft waartoe, waarheen of hoe zoals een vogel immer fluit het nimmer uitgezongen lied: - als dit gedicht, een nescio quid - ik weet het niet, ik weet het niet...
Luc Verbeke
Het gedicht werd opgedragen aan mijn oud-leraar de E.H. Maurits Van Elslande ( ° Vlamertinge 13 - 09 -1913 - + Ieper 04 - 07- 1984 ) Hij was de leraar die mij het meest stimuleerde in de Normaalschool om gedichten te schrijven. Het merendeel van zijn lessen ging over poëzie en het mysterie van de verwoording van onze gedachten en emoties. Een gedicht noemde hij een mysterie, een ' Nescio Quid ' Iets wat we nooit precies kunnen doorgronden. Vandaar de titel van mijn gedicht. Zelf schreef hij onder de schuilnaam E. Van Morris en hij publiceerde voor mij een lofgedicht onder de titel ' Dank om het woord ' in het tijdschrift ' Nieuwe Stemmen ', na het verschijnen van mijn eerste dichtbundel. ( Gezangen in de Deemstering - 1951 )
'Nescio quid ' verscheen voor het eerst in het tijdschrift "Vlaanderen" in het mei-juninummer 1968 ( nr. 99 blz.190 ) en werd in 1978 opgenomen in een bloemlezing van Oost-Vlaamse schrijvers en daarna gepubliceerd in de bundel "Nescio quid" ( Sanderus, Oudenaarde). Het werd opgenomen in verschillende bloemlezingen o.m. in " Na het ruischen van het riet..." in 1985 van Chris Vandenbroucke (Uitg.Vita, Zingem ) en in 2001 in de bloemlezing "Alom en nergens" van prof.em. Herman-Emiel Mertens , met een indringende analyse( blzn.56-57 ) van de samensteller. ( Uitgave Averbode ). Het werd nu ook opgenomen in de recente bloemlezing ' God in gedichten - De mooiste Religieuze Poëzie van de twintigste eeuw uit de Lage Landen ' van Harry Gielen en Piet Thomas.
10-01-2012
BIO-BIBLIOGRAFIE VAN LUC VERBEKE
Luc Verbeke ( officieel Lucien ) werd geboren in Wakken op 24 februari 1924. Hij liep zijn lager onderwijs in de Wakkense gemeenteschool.Als klasgenoot had hij de bekende wielrenner Norbert Callens ( ° 22-06-1924 - + Loppem 12-03 -2005 ). Hij studeerde aan de Normaalschool te Torhout en aan het Hoger Instituut voor Opvoedkunde in Gent. Op 31 jili 1951 trad hij in het huwelijk met Maria Bossuyt ( geboren in Desselgem op 8 januari 1926 en overleden in Waregem op 6 januari 2012 ). Het echtpaar kreeg vier kinderen: Dirk, Mark, Wim en Hilde. Uit de huwelijken van die vier kinderen sproten 13 kleinkinderen en 2 achterkleinkinderen.
Hij was achtereenvolgens in Waregem onderwijzer, schoolhoofd met klas, schooldirecteur zonder klas. Daarna was hij nog vijf jaar inspecteur van het basisonderwijs in de regio Kortrijk. Hij was ook12 jaar lang lid van de leerplancommissie moedertaal voor het basisonderwijs van de C.R.K.L.O. Dat drukke beroepsleven verhinderde hem niet om zich in z'n vrije tijd op vele terreinen actief in te zetten.Zo werd hij al in 1945 als dichter bekend door publicatie van gedichten in tijdschriften als het literaire jongerentijdschrift 'Nieuwe Stemmen' waarvan hij enkele jaren ( 1948 -1952 ) redactielid was,samen met o.m. Lieven Rens, Marcel Brauns,Johan Van Mechelen en Albert De Longie. Vanaf 1956 tot 1965 was hij redactielid van 'De Brug ', een maandschrift van en voor leerlingen van het middelbaar onderwijs, samen met redactiesecretaris Albert De Longie, J. Bergers, Gabriëlle Demedts, de Eerw. Heren A. De Bleecker en Etienne Verhack. Het verscheen als een bijblad van ' Nieuwe Stemmen ' en heel wat jongeren van toen ( o.m. Patrick Lateur ) publiceerden daarin hun eerste gedichten.Voorts was hij ook redactielid van' Het Daghet '( 1948 - 1949 ) en vanaf 1951 tot op heden van ' West - Vlaanderen ', later ' Vlaanderen '. Nog in 1945 stichtte hij met Pater Verbrugge op het Gaverke-Waregem de Chirojeugd. Tot 1950 bleef hij er de hoofdleider van. In diezelfde jaren richtte hij ook de K.B.M.J. op in Wakken en schreef hij in Het Pennoen, onder het pseudoniem Loekianos, de rubriek Kroniek van de Poëzie. In het pedagogisch tijdschrift Oriëntering pleegde hij een reeks artikelen over Het Kind in de Roman. Een tijdlang werkte hij mede aan de krant De Standaard met een culturele rubriek over Waregem. Van 1948 tot 1973 werkte hij ook mee aan de boekenschouw van B.R.T.-West-Vlaanderen en besprak er niet minder dan 148 boeken.In de uitgave 1973 van de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging verzorgde hij het hoofdartikel over Frans-Vlaanderen en nog een twintigtal kortere bijdragen. In 1951- 52 was hij medestichter van het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond en hij werd ook lid van de redactie van het door het CVKV gestichte tijdschrift West-Vlaanderen ( zie boven ).
Z'n eerste dichtbundel " Gezangen in de Deemstering " verscheen in 1951. Daarop volgden " Van donker naar licht " ( 1965 ) , "Nescio Quid " ( 1978 ) , " Terugblik " ( 1994, waarvoor hij de F.Snellaertprijs ontving ), " Ik leef in taal en tijd - Herfst-en nieuwjaarsgedichten " ( 2004 ). De herfstgedichten werden geschreven in 2004 en de nieuwjaarsgedichten van 1985 tot 2005. Tenslotte verschenen " Van morgenlicht tot avondzon " ( 2005 ) met gedichten geschreven in 2005 en " Nieuw en Oud " met niet gepubliceerde vroegere gedichten en nieuwe gedichten geschreven in 2006. Momenteel dus acht dichtbundels. De jongste twee bundels met beperkte oplage werden uitgegeven voor familieleden en vrienden en zijn niet in de handel te verkrijgen. In de reeks VWS-cahiers verscheen als nr.125 een cahier ( onder redactie van Raf Seys )van de hand van Pieter- Jan Verstraete met een levenskroniek, een aantal gedichten en een primaire en secundaire bibliografie. In de Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur ( 1963 ) schreef André Demedts een beknopt artikel over Luc Verbeke. Gedichten van hem verschenen ook in verschillende bloemlezingen. Het gedicht ' Nescio quid ' vooral werd vaak opgenomen in bloemlezingen o.m. in ' Alom en nergens ' ( Prof.em. Herman Mertens - Uitg. Averbode 2001 ) en in de grote bloemlezing' God in gedichten - De mooiste religieuze poëzie van de twintigste eeuw uit de Lage Landen - verzameld door Harry Gielen en Piet Thomas ' ( Uitg.Lannoo - 2007 - 2008 ) Hij verwierf vooral naam als drijvende kracht van het langzaam gegroeide Komitee voor Frans-Vlaanderen, dat in 1947 werd opgericht in het kader van het Waregemse Kunstverbond, met André Demedts als stichter-voorzitter en Luc Verbeke als stichter- secretaris. De gewaardeerde letterkundige André Demedts bleef voorzitter tot 1969 en werd daarna ere-voorzitter tot 1992, het jaar van z'n overlijden. Als voorzitter werd André Demedts opgevolgd door achtereenvolgens Leo Vanackere, Daniel Merlevede, Cyriel Moeyaert en Luc Verbeke. Momenteel is Guido Carron, de ere-burgemeester van Waregem, de voorzitter van de KFV-VZW-Mededelingen, met Luc Verbeke als ere-voorzitter. De VZW-Mededelingen geeft het tijdschrift KFV-Mededelingen, onder hoofdredactie van zoon Dirk, die hem ook in 1997 heeft opgevolgd als secretaris- organisator van het KFV. De oorspronkelijke KFV-vzw werd opgedoekt wegens financiële moeilijkheden. Dirk is leraar in Roeselare en zet in z'n vrije tijd het onbezoldigde vrijwilligerswerk van zijn vader voort.
Sinds verschillende decennia is Roger Vynckier de trouwe penningmeester. In 1973 werd het eigen KFV-tijdschrift onder de naam "KFV-Mededelingen" opgericht met Luc Verbeke als uitgever-hoofdredacteur. Sinds 1997 heeft Dirk Verbeke ook dat werk overgenomen. Luc Verbeke is de auteur van heel wat artikelen en publicaties over Frans-Vlaanderen. Zo schreef hij het boek " Vlaanderen in Frankrijk " ( Davidsfonds - Standaard 1970 ) , de brochure " De Nederlanden in Frankrijk en het Komitee voor Frans-Vlaanderen " en de hoofdbijdrage in het " KFV-Jubileumboek 1947 -1997 ). Hij ontving talrijke onderscheidingen o.m.de Visser-Neerlandiaprijs ( 1965 ), de eerste André Demedtsprijs ( 1970 ), het ereteken van de Marnixring ( 1970 ), het lidmaatschap van de Europese Eresenaat ( 1979 ), het Gulden ereteken van St.-Donatianus ( 1989 ), het ereteken van de Waregemse Cultuurraad ( 1989 ), de eremedaille van de stad Nieuwpoort ( 1988 ), het RIDDERSCHAP in de ORDE VAN ORANJE - NASSAU ( 1988 ) en ook van 't Manneke uit de Mane ( 1988 ), het lidmaatschap van de Maatschappij van Nederlandse Letterkunde ( 1985 ), het Ereteken van de Provincie - West-Vlaanderen en van de stad Waregem ( 1997 ), het erelidmaatschap van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen ( 1999) en Gouden Palmen in de Kroonorde ( 1999 ). In dat jaar werd hij ook gehuldigd in z'n geboortedorp Wakken waar hij aan de bibliotheek een gedenkplaat kreeg met een fragment uit een huldegedicht van Anton Van Wilderode. Luc Verbeke kreeg ook huldegedichten van andere dichters als Marcel Brauns, Godelieve Delbaere en Fernand Florizoone. Tenslotte ontving hij nog in 2004 de Remi Pirynsprijs van het Snellaert -Thymfonds. Wat z' n werk in de Vlaamse Beweging betreft kunnen we er nog aan toevoegen dat hij in 1959 de bindteksten voor de XXXIIe IJzerbedevaart heeft geschreven ( Zie brochure IJzerbedevaart en de dichtbundel Terugblik ). We vermelden in het bijzonder nog de hulde die hem in het KFV zelf werd gebracht in 1988 met een uitgebreid nummer van de KFV-Mededelingen, samengesteld door Cyriel Moeyaert, met huldewoorden van notabelen en vrienden uit Frans-Vlaanderen, Vlaanderen en Nederland ( KFV-Mededelingen, 16e jaargang, nummer 2-3, september- december 1988 ). Hierbij aansluitend publiceerde hij in het Demedtsjaar 2006 ook een aantal van de niet uitgegeven gedichten voor de reeks laureaten van de Demedtsprijs van de Marnixring sinds 1970 ( te vinden op zijn blog ). Zie ook i.v.m. het Demedtsjaar op seniorennet: blog Wareber ( Bernard Delange ) en blog Adjaar. Luc Verbeke is sinds meer dan een halve eeuw lid van Sabam en geniet dus auteursrechten. Wel mogen de gedichten worden gebruikt maar niet zonder vermelding van zijn naam of voorafgaande toestemming. Zijn adres, Platanendreef 46, 8790 Waregem. E-mail: "mail:fb032452@skynet.be" ofwel luc.verbeke@skynet.be
P.S. In verband met de eerste Luc Verbekeprijs: zie verderop de reeks met verslag en talrijke foto's.
03-01-2012
Juul Desmet, Wakkens auteur - heemkundige
Dit is een foto van de Wakkense veelzijdige auteur Juul Desmet ( ° 11 maart 1940), die het boek ' Een Dorp in Oorlogstijd - Wakken in Wereldoorlog I & II ' uitgaf. Na handelsstudie werd hij kaderlid bij de NV Bekaert SA, Zwevegem. Hij is ondervoorzitter van ' De Roede van Tielt ' . Was medewerker aan diverse kranten en tijdschriften en publiceerde talrijke heemkundige werken over Wakken van 1980 tot nu. Het boek over de twee wereldoorlogen is zijn zestiende werk.
02-01-2012
Juul Desmet met ' Een dorp in oorlogstijd.'
De Wakkense auteur-heemkundige Juul Desmet ( ° Wakken 1940 ) , ondervoorzitter van ' de Roede van Tielt, en vrije medewerker aan diverse kranten en tijdschriften , voegde twee nieuwe werken toe aan de zestien werken, die hij al schreef over zijn geboortedorp Wakken. Het eerste handelt over de brouwerij Roelandts en het tweede over de twee wereldoorlogen.
Aan de hand van het familiearchief ( 5 generaties Roelandts ) en het brouwerijarchief, stelde hij een boek samen onder de titel '' Kroniek van de Familie Roelandts - Geschiedenis van de brouwerij ' De Mandel ' Het is een werk geworden van 130 blazijden in A4-formaat en geïllustreerd met ca. 100 foto's en documenten. Het boek is niet enkel een familiekroniek maar het behandelt ook de invloed van de familie Roelandts op het dorpsleven, politiek en economisch.
Vooral de derde generatie is met burgemeester Firmin Roelandts belangrijk geweest. Persoonlijk hebben we die trouwens ook goed gekend. Toen ik leerling was aan de plaatselijke gemeenteschool ( 1930 - 1938 ) kwam hij maandelijks met een paar schepenen de schoolbulletins voor ' goed gedrag ' en voor ' uitmuntendheid ' en op het einde van het schooljaar ook de prijzen uitreiken. Voorts ging ik bijna wekelijks mee met mijn vader om in zijn brouwerij ' draf ' ( restafval van het brouwen ) te halen voor onze koeien. De burgemeester kwam dan telkens een praatje met ons slaan en vanzelfsprekend kwamen dan ook mijn schoolprestaties ter sprake. Ik herinner mij ook de verkiezingen waarop hij het won op Baron Kervyn de Lettenhove, die ook aan bod komt in mijn artikel over Joris van Severen, want net diezelfde Baron leverde strijd voor het burgemeesterschap met notaris Edmond van Severen, de vader van Joris.
In het tweede deel van het boek wordt vooral de brouwerij ' De Mandel ' beschreven, met o.m. het Roelandts ' brouwrecept in de jaren 1880 - 1890, de groei en de ontwikkeling van de mouterij en de brouwerij, de klantenkring, de biersoorten, de tewerkgestelden, de aankoop van grondstoffen, de biertonnen en het vervoer ervan, de kuipers enz.
De brouwerij is geklasseerd en zal bezocht kunnen worden met een geleide rondleiding in het huis en de bedrijfsgebouwen van de huidige bewoners, de familie Guy en Françoise Raes- Roelandts, bij de presentatie van het boek. Voor verdere info: Juul Desmet, Roterijstraat 3, 8720 Wakken. Prijs van het boek: 12, 50 euro. Rekening 385-0451374-96 van Françoise Roelandts.
We vermelden hierbij nog zijn vorige werken: ' 70 jaar voetbal in Wakken ( 1980 ), Over cafés gesproken ( 1982 ), Wakken in oude prentkaarten II ( 1985 ), Drie eeuwen broederschap O.-L.-Vrouw van Halle ( 1990 ), Wakken in oude prentkaarten III ( 1994 ), Leven en werk van Leon Beel ( 1994 ), Wakken op twee wielen ( 1997 ) , Van oudemanshuis tot woon-en zorgcentrum ( 2003 ), Huldeboek Confrérie O.-L.-Vrouw van Halle ( 2003 ), 50 jaar KBG Wakken ( 2005 ), 50 jaar vinkensport in Wakken, Poëzie van een dorpspastoor ( 2006 ) , het factuurboek van François Vanpoucke, Het landboek van Wakken ( 2006 ).
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- EEN DORP IN OORLOGSTIJD -------------------------------------------------
Bijzonder lezenswaardig en uniek is ' Wakken in de Meidagen 1940 ', het verhaal van de intocht van de Duitsers in Wakken vanaf 16 tot 30 Mei 1940. ( 2005 )
Dit laatste verhaal heeft hij nu nog ruimer uitgewerkt in zijn nieuw boek ' Een Dorp in Oorlogstijd - Wakken in Wereldoorlog I & II ', het beste werk dat hij totnogtoe heeft geschreven. Het eerste deel gewijd aan de eerste wereldoorlog is volledig nieuw.
EERSTE WERELDOORLOG ( 1914 - 1918 )
Aan ' Wereldoorlog I - 1914 - 1918 ' herinnert het oorlogsmonument op de Wapenplaats ( Marktplein ), dat er op de eerste zondag van september 1920 werd ingehuldigd, en een herdenkingsplaat aan de muur van het kerkhof, een stille aanklacht tegen ' den grooten oorlog ', nu negentig jaar na het gebeuren, waarbij 82 Wakkenaars strijders waren en 19 daarvan sneuvelden, waarbij 11 burgers werden gedood bij de aftocht en waarbij drie werklieden als opgeëisten zijn gestorven. De families van allen die er rechtstreeks bij betrokken waren zijn al heengegaan. Juul Desmet kon gelukkig beschikken over merkwaardige foto's van de Duitse bezetter, bidprentjes - meestal van gesneuvelden -, oorlogsherinneringen die werden opgeschreven door streekgenoten, allerlei bronnenmateriaal uit het Tieltse Gewest en vooral over de aantekeningen van de toenmalige Wakkense pastoor Emiel Van Ackere. ( ° Heule 31.08.1854 - + Wakken 17.01.1920 ). Hij werd tot pastoor van Wakken benoemd in 1909 en heeft daar de hele oorlog meegemaakt. Zo kon Juul Desmet de intocht van de Duitsers beschrijven, de inkwartiering, ( soms 2000 Duitsers in een dorp van 2500 inwoners, de vier jaren bezetting, de nood aan voedsel en brandstof, de hulpverlening, de Duitse verordeningen, het Duitse soldatenleven in Wakken en de soldatenliefjes, de verplichte tewerkstelling, het bezoek van de generaal, het zware eindoffensief aan de Leie, met doden ( o.m. in de familie Robberecht, door het Duitse gas ) en gewonden en tenslotte de gelukkige bevrijding met de intocht van de Franse militairen en de overgave van de Duitsers op 11 november 1918, die zich toen aan de Schelde bevonden.
De auteur laat dan nog heel wat foto's en bidprentjes van gesneuvelden en burgerlijke oorlogsslachtoffers volgen en wijdt ook aandacht aan de Jubileumtocht van de Franse miltairen in 1994, waarbij ook Wakken werd bezocht omdat juist het Franse 152e Infanterie Regiment op 18 oktober 1918 Wakken binnenmarcheerde. Ze werden in Wakken goed ontvangen met o.m. een receptie in het oud-gemeentehuis en een toespraak door burgemeester Koen Degroote.
TWEEDE WERELDOORLOG ( 1940 - 1944 )
Het tweede deel van het boek over de tweede wereldoorlog 1940- 1944 is een meer uitgebreide studie van de vroegere uitgave van Juul Desmet en vangt aan op blz. 57. Hij begint met de mobilisatietijd 1938 - 1940 en een lijst van de oud-strijders 1940-1945. Bijna allen zijn nu gestorven maar van velen heeft Juul nog heel wat informatie en geschriften kunnen verkrijgen. We vermelden het boeiende dagboek van José Dejonghe van 10 mei 1940 tot 21 juli 1940, met die vele dagen van omzwervingen in Frankrijk tot de terugkeer in Wakken. Daarna volgt het relaas over de enige Wakkenaar die in 1940 is gesneuveld: mijn oom Maurice Decock, die omkwam in Koekelare op 27 mei 1940, de laatste dag van de veldtocht. Enkele dagen voordien was hij nog eventjes uit Tielt, tijdens de terugtocht van zijn eenheid, met zijn fiets naar zijn vrouw en zijn twee kinderen gekomen en ook bij ons in de schuilkelder van zijn ouders. Juul vertelt daarover mijn verhaal en het verhaal van Norbert, de zoon van Maurice. ( blzn. 76-78 )
Vanaf blz. 80 tot blz. 101 lezen we het volledige, dramatische verhaal over ' Wakken in de Meidagen 1940 ': Op 10 mei 1940 kwam het onheilspellende bericht van de Duitse invasie en zag men in het luchtruim de Duitse vliegtuigen. Op die dag was Juul Desmet nog een baby van 8 weken oud. Zelf heeft hij dus die Stuka's niet gezien. Het gezin Desmet woonde dichtbij de samenvloeiing van Mandel en Leie op het gehucht ' De Molenkouter ' Zijn grootouders woonden in het centrum, in de Roterijstraat, de huidige woning van Juul. Er werden vrij vlug plannen gemaakt om daarheen te vluchten in geval de Duitsers de Leie zouden naderen en dat is dan ook zo gebeurd. Vanaf 10 mei begonnen de Zusters van de H.-Jozef in de Kapellestraat hun nauwgezet oorlogsdagboek, waaruit Juul nu zeer veel heeft kunnen putten.
In Wakken was Sylvain Dervaux burgemeester, Oscar Maes was pastoor en Fernand Dewulf was onderpastoor. Ikzelf heb die goed gekend. Fernand Dewulf heeft in die dagen, samen met Dr. Vandeputte, een belangrijke rol gespeeld. Juul vertelt dan het oorlogsavontuur van de Wakkense gemobiliseerde jongeren en de komst van de Franse soldaten op 16 mei. Ik herinner mij dat ik toen met een heel vriendelijke Franse soldaat heb gesproken, die met zijn eenheid verbleef op de hoeve van gebuur Hilaire Delagrange, waar onder de bomen hun artillerie stond opgesteld. Ze vertrokken al 's anderendaags, ik weet niet waarheen, want de Duitsers naderden.
Het Klooster kreeg daarna honderden Belgische soldaten te gast en ikzelf herinner mij dat er ook tiental een nacht bij ons hebben doorgebracht. Op 23 mei begon dan de Slag aan de Leie. De auteur vertelt die aan de hand van het oorlogsverslag van de Zusters en van getuigenissen van burgers en soldaten. Hij neemt ook ons verhaal op. ( Te vinden op mijn blog in mijn Familiekroniek ) Van 24 tot 26 mei beleefden wij in de kelder van onze grootouders bange dagen in de vuurlinie van het geschut heen en weer tussen Belgen en Duitsers, tot de volledige Duitse doorbraak kwam in de namiddag en de avond van 26 mei. Juul Desmet wijdt enkele bladzijden aan de tragische dood van Luitenant Binon, in de gevechten in de Molenstraat. Voorts laat hij een aantal Wakkenaars hun oorlogsverhaal vertellen
De Wakkense afdeling van de Strijdersbond ( boven vermeld ) werd van het begin af geleid door Michel Demeyer. Hij bleef 55 jaar voorzitter tot aan zijn dood in 2001. Acht Wakkense oud-strijders heeft hij kunnen interviewen toen zij al 85 jaar of ouder waren: José Dejonghe, Raphaël Vercaemer, Maurice Dujardijn, Albert Declerck, Marcel Vandenheede, Jerome Verstraete, Robert Claus en Jules Maes. Hij brengt dan achtereenvolgens foto's en informatie over heropgeroepen militairen, de miliairen in dienst, Wakkenaren in Duitse dienst, de aan de gevolgen van de oorlog overleden Jozef Berlez enz. Het grootste luik van dit tweede deel is zoals gezegd gewijd aan de Meidagen 1940 ( zie boven ) , de intocht van de Duitsers met gesneuvelden en oorlogsslachtoffers, en vervolgens de vier jaar van Duitse bezetting, het verzet in Wakken en in België in het algemeen, de weggevoerden die stierven in Duitse kampen en degenen die terug konden keren, de werkweigeraars en de werkwilligen en tenslotte de oorlogsramp op 11 mei 1944, waarbij o.m. mijn dertienjarig zusje Yvonne om het leven kwam, toen een eskadron geallieerde vliegtuigen, na een bombardement in Duitsland naar Engeland terugkeerde en één vliegtuig een benzinetank, die nog half vol was naar beneden wierp. Cirkelend en de benzine rondstrooiend plofte die neer in een korenveld, waar een paar honderd nieuwsgierigen naartoe liepen, ook kinderen, en waar een onvoorzichtige toeschouwer een brand veroorzaakte, zo hevig dat tientallen erge brandwonden opliepen en twee kinderen ( bijna vertrappeld ) bleven liggen, en dan zo goed als levend verbrand uit het vuur konden worden getrokken. De twee meisjes waren Madeleine Hoste en Yvonne Verbeke, mijn zusje. Ze stierven allebei in de Tieltse kliniek, Yvonne op 12 en Madeleine op 13 mei. ( zie blzn.159- 168. Ook beschreven in mijn kroniek over de families Verbeke en Decock op dit blog. )
Dit prachtig boek, met mooie cover van Hans Vanneste, heeft veel opzoekingswerk, ontmoetingen en zoektochten in Vlaanderen en Duitsland, en daarbij heel wat inventarisatie gevergd van Juul Desmet, alvorens aan het schrijven kon worden begonnen, met een soms wel moeilijke ordening van het overvloedige materiaal. Weinigen weten zoveel af van de Wakkense geschiedenis, handel en wandel, en ook van hele regio, als Juul Desmet. Zijn werk werd dan ook uitgegeven bij de Roede van Tielt, waarvan hij ondervoorzitter is. Het is daar te verkrijgen en ook bij de auteur in Wakken, 8720,Sanderusplein 1 Tel. 056 603750 E-mail: Jules.Desmet@telenet.be Prijs: 12,5 euro bij het afhalen, 17,5 euro bij verzending. Rekening: 468-112 05 91-16
Samen met burgemeester Koen Degroote heeft hij Wakken op de kaart gezet.
01-01-2012
Oorlogsslachtoffers in Wakken in beide wereldoorlogen
Het oorlogsgedenteken op de Wapenplaats
Foto Juul Desmet.
Uit het boek ' Een dorp in oorlogstijd ' blz.54
Tijdens de eerste wereldoorlog 1914-1918 sneuvelden 19 Wakkense soldaten, waren er drie opgeëisten, vier slachtoffers van het bombardement en zeven slachtoffers van het Duitse stikgas.
De namen van de 19 gesneuvelde soldaten zijn te lezen op het oorlogsgedenkteken op de Wapenplaats ( Grote Markt ) Zie foto op het voorplat van het boek van Juul Desmet. Hun namen zijn: Baron Karel Kervijn de Lettenhoven, René Messiaen, Jules Coeman, Edmond Lambrecht, Alidor Desmet, Alphons Van Parijs, Adiel Vervalle, Jules Van Acker, René Van Acker, Aloïs Coppens, Julien Demets, Jules Vandenbuerie, Julien Verschuere, Alberic Debacker, Jordaen Cannie, Albert Van Brabant, Jules Deconinck en Julien Landuyt.
De opgeëisten waren: Joseph Berlez, Joseph Vandeputte, Adolph Vercaemer.
De slachtoffers van het bombardement waren: August Callens, Valerie Deunynck, Bertila Vandenburie, Gustaaf Moerman.
Gestorven door het Duitse stikgas: Joseph Robberecht en echtgenote Marie Huys en kinderen Maria, Anna en Maurits. Voorts nog: Jules Valcke en Ivo Matthijs.
Tijdens de tweede wereldoorlog 1940 - 1944 waren er Wakken tien slachtoffers van die oorlog:
Ook in Sint - Baafs -Vijve waren er oorlogsslachtoffers o.m. ook een oom van mij aan vaderszijde, Remi Verbeke, samen met zijn tweede echtgenote Maria Devos , en zijn zoon Florimond, de vroegere renner, ( mijn neef dus ) en zijn kinderen Noëlla en André, bijna het hele gezin. Remi woonde toen in de Vijvedreef en was samen met het gezin van Florimond gevlucht wat verderop naar het huis Vandermandere. Daar konden ze niet meer in de kelder afdalen en werden in de woonkamer getroffen door een ontploffende obus.
Op vrijdag 11 november 1994 werden alle oorlogsslachtoffers in Wakken n.a.v. de vijftigste verjaardag van de bevrijding officieel, dankbaar en met piëteit herdacht en bij die gelegenheid schreef ik voor het herdenkingskaartje dat aan de aanwezigen werd uitgereikt het volgende versje:
Niet alleen in steen en schrift maar blijvend in ons hart gegrift is jullie naam ons lief. Herinnering aan oorlogsgruwel, lijden en verdriet maar ook aan hoop, vrede en bevrijding, al vijftig jaar, want wij vergeten niet.
Luc Verbeke
31-12-2011
Koenraad Degroote van Wakken, volksvertegenwoordiger
Dit is een foto van de Wakkense burgemeester Koenraad Degroote, auteur van verschillende werken over de geschiedenis en het cultuurleven in Wakken en de regio.
Koen werd geboren in Kortrijk op 30 september 1959. Hij is een oud-leerling van de Wakkense basisschool " De Wegwijzer " Hij volgde klassieke humaniora aan het Kortrijkse Sint - Jozefsinstituut en daarna Rechten aan de RUG Gent. Hij is advocaat bij de Balie Kortrijk sedert 1982. Hij zetelt in de Dentergemse gemeenteraad ( Wakken + Oeselgem + Markegem + Dentergem ) sinds 1983 en is burgemeester sinds 1989 tot op vandaag.
Hij publiceerde: - Wakken in Oude Prentkaarten deel I ( 1974 ) - De geschiedenis van het Wakkense muziekleven ( 1981 ) - De geschiedenis van het Vredegerecht Oostrozebeke ( samen met Lieven Demedts ) ( 1986) - Toneel en Poëzie in Wakken ( 1995 ) - Van Wakkense Rijkswacht tot M.I.D.O.W ( samen met Jean-Marie Samyn ) ( 2003 ) - Sociale Woningbouw in Wakken ( 2005 ) - Enkele artikelen in ' De Roede van Tielt ' - 'De Wegwijzer vroeger en nu ', de geschiedenis van de Wakkense gemeenteschool. Het boek werd voorgesteld op 16 mei 2008 door André Desmet, tijdens een druk bijgewoonde Academische zitting in het cultureel centrum ' Hondius' met tal van toespraken. Het boek telt 120 blzn. en brengt, rijk geïllustreerd met foto's en documenten, een overzicht van twee eeuwen gemeentelijk onderwijs in Wakken. Ik ben zelf een oud - leerling van de school en werd daarom gevraagd een woord vooraf te schrijven. Het boek is wellicht nog te verkrijgen bij de heer en mevrouw Denis en Marie - Jeanne Haerens - Deman, Markegemstraat 71, 8720 Wakken. Tel. 056 - 602072 Prijs: 20 euro.
Naar aanleiding van het eeuwfeest van de Koninklijke Harmonie Kunst&Deugd van Wakken ( 1908 - 2008 ) schreef Koen Degroote een nieuw boek onder de titel ' Huldeboek 100 jaar Kunst en Deugd in Wakken ', dat werd voorgesteld door André Desmet op zondag 7 september 2008 om 10u30 in de feestzaal van het Hondiuspark, bij de officiële opening van het nieuw lokaal, met daarbij een tentoonstelling ' 100 jaar geklonken ' Het boek opent met een ' Voorwoord door de Voorzitter ', Jules Cannie en is misschien nog te verkrijgen na overschrijving van 20 euro op de bankrekening met nummer 652 - 9074502 - 40 van Harmonie Kunst en Deugd.
Bij de jongste verkiezingen op 13 juni 2010 werd burgemeester Koen Degroote op de West-Vlaamse Kamerlijst op de vierde plaats van de N-VA verkozen met meer dan 10.000 stemmen. Hij doet dus zijn intrede in het nationale parlement. Dat zal Wakken en de regio ongetwijfeld ten goede komen.
21-12-2011
Een leeuw van de eeuw.
In't Pallieterke 66e jaargang nr.47, woensdag 23 november 2011, verschijnt een uitgebreid artikel, naar aanleiding van zijn honderdste verjaardag ( 18 november 2011 ), onder de titel ' Daniël Merlevede, een leeuw van een eeuw ' Een heel aantal gegevens over zijn leven en werk staan al vermeld in de artiekelen op mijn blog ( zie aldaar ) maar wij willen vooral vermelden welke zijn rol is geweest in de na-oorlogse Vlaamse Beweging, waaraan zijn vurig flamingantisme als AKVS-er in zijn studietijd voorafgaat. We citeren: ' Hij kon zich na de oorlog ongeketend inzetten voor de herleving van de gekneusde Vlaamse Beweging. Zeven maanden na de moedige stichting ( in volle repressietijd ) van het vrij en vranke weekblad 't Pallieterke door Bruno de Winter, begon Daniël Merlevede aan de gedurfde uitgave ( met als verantwoordelijke uitgeefster Martha Dolfijn ) van het satirische weekblad Rommelpot. Dit gebeurde vanuit de aloude AKVS-inspiratie, in contact met Edgar Boone en onze eigen Arthur de Bruyne zaliger. in 1949 werd in Rommelpot voor het eerst het roemruchte Bormsgedicht van Willem Elsschot afgedrukt. Zoals onze stichter-hoofdredacteur, die 'wit' uit de oorlog was gekomen, onbevangen van leer trok tegen de uitwassen van de repressie, nam ook Merlevede, die buiten de collaboratie was gebleven, het in Rommelpot op voor de repressieslachtoffers. Het werd hem van hogerhand allesbehalve in dank afgenomen. Op 15 juni 1947 ontplofte een bom in de redactielokalen van het blad aan de Jan van Lierstraat in Antwerpen, waarna het satirische blad dat tot dan toe wekelijks van de persen was gerold, enkele maanden onregelmatig verscheen, maar in het nummer na de laffe aanslag ( 3 juli 1947 ) liet de hoofdredacteur ' Aan de lezer ' weten dat ' Rommelpot in het naoorlogse hanekot ferm gerommeld heeft ' Er werd aan de lezers on financiële steun gevraagd en die vraag viel niet in dovemansoren. Het mocht allemaal niet baten. De regering van ' Aziel Zarbon, alias Van Acker, verbood de verkoop van het blad in stationskiosken, de verzending in de postkantoren en het vervoer per spoor. Op 11 juni werden er liefst 20 huiszoekingen tegelijkertijd gedaan: in de drukkerij van Joris Lombaerts in Schoten, aan de Jan van Lierstraat in Antwerpen en bij Daniël Merlevede thuis. Alles werd meegepakt: teksten, zetsels, clichés en heel de papiervoorraad. Zelfde scenario bij Renaat Joostens ( Albe, Punt, Decanus ) en bij Ernest Claes. In het nummer van 3 oktober 1947 deelt de hoofdredacteur de ' abonnenten ' mee: ' De verzending van ons blad wordt bemoeilijkt. De heer Achiel van Acker heeft in den lande methodes uit dictatuurlanden geïmporteerd.' In datzelfde jaar wordt het blad voor de rechtbank gesleept. De zaak komt niet minder dan 21 keer op de rol. De laatste keer; op 16 december 1948, worden Merlevede en zijn Rommelpot vrijgesproken, maar door de goed georganiseerde boycot, mede op aanstoken van de weerstanders Fernand Demany en Aloïs Gerlo ( !!! Uitroeptekens van mij want hij bekeerde zich achteraf ), wordt de toestand onhoudbaar. Op Kerstavond 1949 verschijnt het laatste nummer, en 't is gedaan met Rommelpot.Vaarwel vrije meningsuiting '. Maar Daniël bleef niet stilzitten. Al in 1948 had hij een tweede blad gesticht, Het Spoor der Lage Landen, maar dit bleef beperkt tot twee jaargangen ( 1948- 1949 ) In dit blad verkondigde hij de later mondgemeen geworden leuze ' Vlaanderen eerst !' In dat artikel neemt hij vooral de toenmalige CVP op de korrel, die hij gebrek aan Vlaamse moed verwijt en aan zelfbewust Vlaams handelen. Hij wordt de gangmaker van de eerste naoorlogse Vlaamsnationalistische partij, de Vlaamse Concentratie. Ondanks tegenwerking en tegenslagen bleef hij onvermoeibaar ijveren voor de Vlaamse en Dietse zaak. Hij behoort tot de oprichters van de Vlaamse Volksbeweging in 1956, is actief betrokken bij het Algemeen Nederlands Verbond en het Akgemeen Nederlands Congres ( samen met schoonbroer Remi Piryns ), hij wordt in 1977 ook voorzitter van het Komitee voor Frans- Vlaanderen en hij schrijft meerdere artikels in de KFV-Mededelingen, waarvan ikzelf toen de hoofdredacteur was. Ik kan getuigen dat zijn vijfjarig voorzitterschap vruchtbaar is geweest en dat het belangrijk was dat hij het KVF als feitelijke vereniging heeft omgevormd tot een vzw. Ik citeer nu verder: ' zijn gezegende leeftijd belet Daniël Merlevede niet met zijn tijd mee te gaan. Op 2 maart van dit jaar, het jaar van zijn honderdste verjaardag, kreeg de hoogbejaarde jongeling nog een onverbloemd compliment in het Radio-programma Peeters en Pichal, omdat hij de oudste computergebruiker was van het land. Moge dit blad deze leeuw van een eeuw, namens al zijn lezers, van harte gelukwensen met zijn honderd lentes. HVO PS. De auteur van dit stuk is dus Hector van Oevelen, de wekelijkse hofdichter van 't Pallieterke, en als politiek-critische en humoristische en soms sarcastische poëet, sinds decennia de meest productieve en meest begaafde Vlaamse dichter. Dit keer stond hij zijn plaats af aan Lieven Merlevede, zoon van Daniël, die als hulde aan zijn vader voor zijn honderdste verjaardag een mooie ' Ballade van de honderdman ' schreef, waarin hij een beknopt overzicht geeft van diens leven, werk en streven ' ten dienste van zijn vaderland '
Wordt voortgezet.
20-12-2011
Daniël Merlevede
Een foto van de oud-KFV-voorzitter Daniël Merlevede in zijn huidige woning. In deze woning, een oud kasteeltje in Drongen, richtte hij na de oorlog een privéschool op, waar ontslagen onderwijzers te werk werden gesteld en waar kinderen met leermoeilijkheden les konden volgen.
19-12-2011
Daniël Merlevede
Nog een foto van de nu ( 18 november 2011 ) 100- jarige maar heel lang kranige oud-KFV-voorzitter Daniël Merlevede in zijn woonkamer in Drongen, Mariakerkesteenweg 116. Een vrij mooie, goed onderhouden woning, een kasteeltje dat hij aankocht en toen zijn eerste woning verliet, waar hij slachtoffers van de repressie opving. Wat later liet hij onderwijzers, getroffen door de repressie, in zijn huidige woning les geven. Ik herinner mij dat ik met een groep Frans-Vlamingen ontvangen werd in de ruime bovenzaal.
Hij werd vermeld in het programma Peeters en Pichal op 2 maart 2011als allereerste van de oudste computergebruikers van het land. Van harte proficiat! Hij is trouwens een trouw lezer van onze blog.
Hij was voorzitter van het Komitee voor Frans-Vlaanderen van 1977 tot 1982 en werd dan opgevolgd door de E.H. Cyriel Moeyaert.
Daniël werd geboren in Geluveld op 18 november 1911 en werd dus op 18 november 2011, honderd jaar. Hij studeerde aan het St.-Vincentiuscollege te Ieper en aan de normaalschool te Torhout, waar hij in 1930 de onderwijzersacte behaalde. Daarna studeerde hij in Gent lichamelijke opvoeding en pedagogische wetenschappen waarin hij doctoreerde in 1935. Hij was achtereenvolgens atheneumleraar in Diest, assistent van prof. J. F. Fransen en directeur van de Dienst voor Beroepsoriëntering van Groot-Brussel ( 1943 - 1944 ). In 1949 begon hij een psychopedagogische practijk in Gent waar hij ook stafdocent was aan het Katholiek Vormingsinstituut voor maatschappelijk Werk. Hij was gehuwd met Gabriëlle Meeus ( ° Lede 18-03-1908 - + Gent 24-03-2004 )
Zijn inzet voor Vlaanderen begon al van in zijn normaalschooltijd en vanaf 1931 in het AKVS. Hij werd een overtuigd Groot - Nederlander en was actief in tal van verenigingen. Na de oorlog bood hij hulp aan de slachtoffers van de repressie en stichtte het blad Rommelpot ( 26 december 1945 - eind 1949 ), waarvan hij hoofdredacteur was, zoals ook van Het Spoor voor de Lage Landen ( 1948 - 1949 ), waarin hij in 1948 de later bekende leuze ' Vlaanderen eerst ' lanceerde. Hij was ook de samensteller en uitgever van het Zwartboek der Zwarten ( 1945 ), dat in afleveringen in Rommelpot verscheen met getuigenissen over de misdaden van de repressie. In Rommelpot schreven bekende auteurs onder pseudoniem o.m. dichter Albe alias Renaat Joostens, Lode Rijckeboer alias Lods ( later schrijver van cursiefjes in De Standaard ) en Luc Vandeweghe later als E.Troch hoofdredacteur van De Standaard. Voorts ook nog Remi Piryns, Valère Depauw, Arthur de Bruyne, Leo Vandeweghe, Edgar Boonen e.a. Merkwaardig is dat Willem Elsschot zijn bekende gedicht over de terechtgestelde August Borms ( 12 april 1946 ) in Rommelpot liet publiceren op 9 april 1949.( 1 ) De verantwoordelijke uitgever van Rommelpot was Martha Dolfijn en vanaf 1948 R. Pairon. Het blad behaalde zelfs een oplage van 10.000 exemplaren. Het verdween nadat Rommelpot in 1949 de gangmaker was van de eerste naoorlogse Vlaams-nationalistische partij , de Vlaamse Concentratie.
Daniël Merlevede was ook actief betrokken bij de oprichting van de Vlaamse Volksbeweging in 1956 en bij verschillende naoorlogse algemeen- Nederlandse initiatieven. ( Algemeen Nederlands Verbond, Algemeen Nederlands Congres, samen met zijn zwager Remi Piryns )
Daarna kwam zijn inzet voor Frans-Vlaanderen en hij werd dus voorzitter van het Komitee voor Frans-Vlaanderen dat hij van feitelijke vereniging op 1 januari 1979 omvormde tot een vzw, waardoor het KFV zich financieel kon ontplooien ( betere subsidiëring en het verkrijgen van fiscale vrijstelling voor bepaalde giften ) en aldus zijn werking kon verruimen o.m. voor het onderwijs van het Nederlands. Hij hielp ook mee om de eerste daguitstapjes naar Vlaanderen voor Frans - Vlamingen te organiseren en werkte mee aan andere projecten waarvoor hij de medewerking verkreeg van de Willem De Zwijgerstichting, die nog lange jaren het KFV zou blijven steunen. Hij zorgde ervoor dat de brochure van Luc Verbeke De Nederlanden in Frankrijk en het Komitee voor Frans - Vlaanderen ( 1978 ) kon worden uitgegeven en hij schreef hiervoor ook een ' Ten geleide ' Hij schreef ook talrijke bijdragen in het door Luc Verbeke, onder zijn redactie opgerichte tijdschrift ' KFV- Mededelingen ' ( 1973 ), waarvan die hoofdredacteur bleef tot 1997 en het daarna overdroeg aan zijn zoon Dirk. ( Zie Bibliografie in Jubileumboek van het KFV 1947- 1997 , met ook een bijdrage over D.Merlevede met foto )
( 1 ) We publiceren hier de versie van het Bormsgedicht in Rommelpot ( allereerste van verschillende verbeterde en aangevulde versies die later verschenen zijn ):
AAN BORMS
Ik heb u niet gekend, onbuigzame oude vriend, maar dat gij onversaagd ons Vlaanderen hebt gediend dat weet ik niettemin, zooals 't eenieder weet die in dit Vaderland zijn brood in schaamte eet. Door enkele soldeniers, beroepen door den Staat, is het u dan gegaan zooals het helden gaat. En de Regent keek toe, stilzwijgend, onverstoord, maar nam de pen niet op, voor 't schrijven van één woord. Men kon, of wilde, of durfde u niet verstaan. Men riep het peloton en 't peloton trad aan. Maar dat het salvo, dat is losgebrand, ons allen trof, begreep heel Vlaanderland. Al werd uw ouden romp in aller ijl vermoord, de echo van uw stem wordt door geen schot gesmoord. En wat van u resteert wordt éénmaal naar de Wet van Vlaanderen 's eergevoel, met staatsie bijgezet.
Envoi Gij dacht, O lijdzaam volk, dat 't gruwelijk getij der oude tyrannie, voor eeuwig was voorbij. Weet nu dat uw stem door niemand wordt aanhoord zoolang gij stamelend bidt of bedelt bij de poort.
WILLEM
't Pallieterke wijdt een artikel aan de honderdjarige, stichter van Rommelpot
18-12-2011
Bij Nicolas Bourgeois in Hazebroek
Dit is een foto van Nicolas Bourgeois, genomen door Cyriel Moeyaert, bij een bezoek aan de geleerde Frans-Vlaamse flamingant, die in 1979 de tweede Dr.Vital Celenprijs in Waregem mocht ontvangen.
Nicolas Boorgeois werd geboren in Rijsel in 1896 en overleed in 1982. Hij was een bekend jurist, socioloog, criticus en romanschrijver met o.m. ' Le berceau sous le beffroi ', bekroond door de stad Rijsel. Hij schreef tal van boeken o.m. ' Proudhon ', ' Le fédéralisme et la Paix ', ' Les Hexagons ' en ' Comment peut- on avoir une patrie à aimer? ( een autobiografie ) Hij werkte mede aan tal van regionalistische tijdschriften o.m. ook aan de publicaties van het ' Vlaams Verbond van Frankrijk ' Hij was de meest briljante medewerker van Jean-Mrie Gantois ( ° Waten 21 juli 1904 - + Holke 28 mei 1968 )
Hij is meermaals verhuisd omwille van zijn werk. Zo was hij tot 1941 gemeentesecretaris van de Franse hoofdstad Parijs. Tenslotte kwam hij naar Hazebroek waar hij woonde in een groot herenhuis, genaamd het Olmenkasteel. Daar is het dat de toen piepjonge Wido Bourel een interview van hem ging afnemen over Jean-Marie Gantois. Dit boeiend stuk werd gepubliceerd in het maandblad Delta van Vik Eggermont ( Hoogpadlaan 72 2180 Ekeren ) 47e Jg. nr.1 - januari 2011 .
Kort voor zijn dood zijn wij hem gaan opzoeken in zijn Olmkasteel in Hazebroek. We beschikken over een foto daarover, genomen door Cyriel Moeyaert.
We zien hem hier rechts van mij en vervolgens zijn echtgenote en toenmalig KFV-voorzitter Daniël Merlevede.
Klik op de foto om die groter te zien.
P.S. De Frans-Vlaming Wido Bourel, die in 2011 de Snellaertprijs kreeg toegewezen, schreef over Nicolas Bourgeois het Jaarboek van Zannekin.
Voor meer info over de Snellaertprijs, zie de webstek van Wido Bourel op Widopedia. Hij kreeg die voor zijn boekje ' Wintertijd in Frans-Vlaanderen. In het jaarboekje september 2010 van het Komitee voor Frans-Vlaanderen schreef hij een uitgebreid artikel ' Een erfenis zonder testament. Hoe en waarom ik Nederlands leerde. ' Zie ook onze bespreking van het KFV- Jaarboekje op onze blog. Voor beide werkjes werd hij genomineerd voor de Luc Verbekeprijs 2011 ( Zie Jaarboekje van het KFV, september 2011 )
De Dr. Ferdinand Snellaertprijs wordt telkenjare georganiseerd door de Vereniging van Vlaams-nationale auteurs. In de Mededelingen JG 35 nr.1, 2011werd aangekondigd dat de uitreiking aan laureaat Wido Bourel gepland was op zaterdag 7 mei in het stadhuis van Belle, in de feestzaal van het stadhuis van Belle ( Bailleul ) om 15 uur. Het prograzmma zag eruit als volgt; - Welkomstwoord door Hugo Rau, voorzitter VVNA - Verslag van de jury door voorzitter Yvo Peeters - Laudatio door Cyriel Moeyaert - Uitreiking van de oorkonde, een kaligrafisch werk van Joke van den Brandt. - Dankwoord van de laureaat. - Receptie
17-12-2011
De tijd ijlt ons voorbij - 2012
De tijd ijlt ons voorbij, maar ik sta zelf even stil bij 't einde van het oude jaar, kijkend achterom maar ook vóór mij.
Denken dan aan de geliefden die sinds lange jaren of in 't voorbije jaar, van ons zijn heengegaan, afscheid nemend van hun eenmalig, kort bestaan.
Maar wat ligt nu voor mij en u nog in 't verschiet? Wat voor goeds? Welk onheil of verdriet? Ik weet het niet...
Eens zal voor elk van ons het leven zijn voltooid, met overgang van hier en nu, naar anders zijn en daarmee ook de tijd voor ons voorgoed verglijdt - met hoop op durend leven - in Gods eeuwigheid.
Luc Verbeke
16-12-2011
Denkend aan André Demedts
DENKEND AAN ANDRE DEMEDTS
Voor Rudolf Vandeperre
Samenzijn, in vriendschap, onverwoord, één zijn in gedachten en één zijn in het woord. Van een gevuld en rijp seizoen de zachte naglans zoeken onder de late zomerzon en tanend groen en rustig-blij de herfst verwachten. En even ook de grote vriend bezoeken die ligt geborgen onder zerk en gras in aarde nog gedrenkt door Leie en vlas. Terwijl herinneringen rijzen uit z'n boeken hem nu terugzien of het gisteren was. Verwijlen bij z'n beeld in scherp profiel of, in de gloed van Garciarias (1) bij het bureau waarop hij schreef in duizendvoud het leven dat het zijne was. De stilte horen en de echo van z'n ziel in dit z'n land aan de rivier met water dat nog blinkt als glas. En spellend lezen het gedicht in steen waarin z'n geest blijft leven boven stof en as. Dan afscheid nemen, woordenloos, in vriendschap één, verbonden, onverwoord, met al wie met ons is en was.
Luc Verbeke 20 september 1993
(1) Pedro Garciarias : Spaans schilder van lyrisch-abstracte-mystische werken o.m. geïnspireerd door San Juan de la Cruz (1542-1591) en door Guido Gezelle. Hij stelde z'n werken tentoon in het Demedtshuis van 21 augustus tot 21 september1993. Hij werd bij de opening, tijdens de viering van 10 jaar Demedshuis, ingeleid door oud-minister Marc Galle. Het gedicht werd gepubliceerd in "Terugblik" (1994) van Luc Verbeke enwerd na een bezoek met Rudolf Vandeperre aan het Demedtshuis, het borstbeeld, het in steen gebeiteld gedicht van Demedts "Lof van mijn Land" en tenslotte aan zijn graf gelegen op het kerkhof achter hetDemedtshuis.
Ook Wareber op z'n blog http://blog.seniorennet.be/adjaar publiceert het gedicht met foto van A.Demedts en L.Verbeke.
15-12-2011
' Wij Paarden ' Jozef en Lode Deleu- Gedicht Demedts
In dit mooie gedichten-en fotoboek hebben Jozef en zoon Lodewijk Deleu de beste gedichten uit de Nederlanden over het paard samengebracht.Jozef zorgde voor een bloemlezing van bijna zestig heel mooie gedichten van evenveel dichters over het paard en Lodewijk illustreerde die met passende foto's.Uit de hele reeks pikken we het gedicht ' Gelegenheidsvers ' van onze vriend wijlen André Demedts. Een aangrijpend en diepmenselijk gedicht.
'k Heb Lieze weergezien. Zij stond stil in de regen. Toen ik haar riep, bewogen haar oren verrast; zij kwam naar mij toe; vertederd ging ik haar tegen, zij wreef met haar kop,ruw pakte ik haar manen vast.
Mijn paard, zei ik haar.Zijt gij nog altijd in leven? Weet gij nog wel hoe jong en hoe wild gij toen waart? En waar, vroeg ze mij, zijt gij tot nog toe gebleven, waar is het beter voor u dan hier bij uw paard?
Ik ben niet thuis, gaf ik toe. Ik leef onder mensen, ik vermoed dat ik voor hen niet goed genoeg ben; ik doe wat ik kan; naar 't schijnt zal ik eerlang wensen; sta me toe dat ik niets van de mensen meer ken.
Ontdekken en leren is goed; alles verleren is beter;'t geeft soms de rust die 'k nimmer gewon. Dan zal ik waarschijnlijk tot u weer kunnen keren, of zou 't spreekwoord geen waar zijn: na regen komt zon?
Is alles leugen wat wij ons wijs lieten maken, is er niets dan geklets en gescharrel om baat, is er buiten geknoei en bedrogen geraken, geen heil voor onze menselijk edele staat?
Waar gaat gij nog heen, druipend,alleen in de regen, zoekt gij nog iets dat eens een begoocheling bood? Er is maar één waarheid, wij gaan lachend haar tegen, ach Lieze, mijn beest, er is geen thuis dan de dood.
Uitgegeven bij Lannoo Tielt.
14-12-2011
Lof van mijn land ( André Demedts )
Lof zij het land waar ik geboren ben en ook zal sterven naar Gods wil. Hier groeit geen boom, noch ligt een steen, die ik niet ken.
Het land is mild en trouw voor elke man die het bemint; er is geen mens, geen vriend, geen vrouw, wier liefde niet een einde vindt, er is alleen het land, mijn land dat blijft, om in te liggen als het leven zelf verloren drijft.
Verliezen is ons lot en ook verloren gaan. Vraag aan mijn hart niet meer dan schuim en as, ik schimp soms op mijzelf, die onvoldaan, gelijk een kerende herfstwind was. En leedvermaak is schrijnender dan veel verdriet, als men alleen maar om zichzelven lacht, en om geen dingen meer en om de mensen niet.
Alleen maar om die andere in mij, die zich aan land noch lucht gewent en almaardoor aan 't vragen blijft of er geen ander land bestaat, dat hij veel beter kent.
Uit de dichtbundel ' Vaarwel ' ( 1953 ) Spelling licht aangepast.
In zijn ' Verzamelde Gedichten ' ( 1976 ) verscheen een nieuwe versie.
Het gedicht werd in steen met gouden letter gebeiteld in arduin en staat naast het André Demedtshuis in Sint-Baafs-Vijve, als blijvend monument.
13-12-2011
Gedicht Vlaanderen van André Demedts
Het bekende gedicht " VLAANDEREN " van André Demedts, kon ik vinden in m'n KSA - kalender van 1943. Het komt voor in z'n tweede bundel " Geploegde Aarde " ( 1931 )
Wij zullen hen vernederen die u belagen en zich verheugen in uw nood; wij willen voor u het laatste wagen, en uwe vrijheid zien vóór onze dood. En geen van ons zal ontwijken, wat hem zijn hart gebiedt, noch aarzelen of wijken, voor armoede of verdriet. Wij kunnen voor u het zwaarste dragen en hongeren lange tijd; achter het werk, achter het leed der dagen, zien wij het groeien van uw heerlijkheid, en dit belet ons moe te zijn of ooit te klagen om wat zo vaak verloren schijnt in deze strijd, om al de dingen die aan 't hart ons lagen en die we om u hebben vaarwel gezeid. Want door ons lijden en verzaken wordt uwe waardigheid vergroot, en schoon en goed willen we u maken én uwe vrijheid zien vóór onze dood.
Het gedicht werd gepubliceerd in het KFV-tijdschrift KFV-Mededelingen 15e Jg.nr 1-2, juni-september 1987 blz.42, gevolgd door een integrale en uitstekende vertaling van onze Frans-Vlaamse KFV-medewerker en vriend Jaak Fermaut, die Andre Demedts heel goed heeft gekend en ook in 1983, als derde Frans-Vlaming, de André Demedtsprijs van de Marnixring in Kortrijk heeft mogen ontvangen.
Op de Vlaamse gedichtendag van 25 januari 2007 werd dit gedicht in het Vlaamse Parlement voorgedragen door Bart DEWEVER, de huidige voorzitter van N-VA. en grote overwinnaar van de Vlaamse verkiezingen op 7 juni 2009.
12-12-2011
Over André Demedts ( + )
Aan onze allerbeste vriend André Demedts blijven we het hele jaar door denken en in het bijzonder in de dodenmaand want hij is gestorven in de Allerheiligenweek, op 4 november 1992.
Hij werd geboren in St.-Baafs-Vijve op 8 augustus 1906, waar hij officieel gehuisvest was maar hij was meer verbonden met het voor zijn familie meer nabij gelegen Wakken, waar hij naar school en kerk ging, toneel speelde enz. maar later werd hij ook beschouwd als iemand van Waregem, niet enkel omdat hij in Waregem heeft gewoond en gewerkt als leraar en cutuurpromotor maar ook omdat nu gebleken is uit een studie van Jo De Mets, verschenen in de 34e en 35e Jaarboeken van de Waregemse Geschied-en Heemkundige kring, dat de familie Demedts uit Waregem afkomstig is.
De eerste voorvader in Waregem was Joos De Mets ( ° ca 1568 - + ca 1630. Hij was herbergier, officier en jachtopziener en woonde aan de Vierschaar van Potegem. "Poteghem" was een heerlijkheid van de "Prochie Waereghem" die behoorde tot de "Casselrije Audenaerde". De Vierschaar was gelegen op het kruispunt van de huidige Bessemstraat- Brouwerijstraat en Felix Verhaeghestraat m.a.w.aan het Belle Marie - kapelletje. Ook de zoon van Joos, Jan De Mets was een belangrijke figuur in het toenmalige Waregem, hij was er eveneens officier en jachtopziener maar daarbij nog buitenpoorter. Hij woonde ook in "De Herberg". De verdere afstammelingen (nu eens Demedts dan weer Demets of De Mets ) kwamen terecht in Zulte, vervolgens in Dentergem en daarna in St.-Baafs-Vijve waar André geboren werd op 8 augustus 1906.
Over zijn leven en werk handelt het grote boek van Rudolf van de Perre "André Demedts", Stichting Mercator-Plantijn, Antwerpen 1984. We vatten kort zijn biografie samen: Hij woonde op de ouderlijke hoeve "De Elsbos" tot 1938. Hij liep lagere school in de Wakkense gemeenteschool, volgde het voorbereidend jaar aan het St.-Lievenscollege te Gent (1918-1919), daarna handelsonderwijs aan het St.-Amandscollege te Kortrijk (1919-1921) en was daarna werkzaam op de ouderlijke hoeve tot 1937. Na het behalen van een bekwaamheidsattest werd hij in 1937 leraar aan het H.-Hartcollege te Waregem. Na zijn huwelijk met Germaine Ide ging hij zich vestigen te Waregem waar hij eerst woonde in de Van de Woestijnelaan en daarna in de Guido Gezellestraat. Nadat hij aan het hoofd van de BRT-omroep West-Vlaanderen was gekomen in 1949, verhuisde hij in 1953 naar Kortrijk waar hij bleef wonen in de Condédreef tot aan zijn overlijden te Oudenaarde op 4 november 1992. De tekst op zijn bidprentje is van hemzelf. Het handelt over zijn betrachting naar een vijfvoudige trouw. We citeren de laatste alinea, die hem tenvolle typeert:
' Ik heb tenslotte getracht trouw te blijven aan de christelijke overtuiging van mijn geslacht en mijn kinderjaren, beseffend dat ik de blijde boodschap van het christendom, dat rechtvaardigheid en liefde belooft, niet kan vervullen en onwaardig ben maar pogend het te doen in open eerlijkheid zowel jegens hen die mij hierin niet kunnen bijtreden als jegens mijn geloofsgenoten '
Over zijn omvangrijk werk hebben we o.m. geschreven in het In Memoriam n.a.v. zijn afsterven dat we publiceerden in het tijdschrift KFV-Mededelingen 20e jg., nr 3, december 1992, overgenomen in het boek uitgegeven door het André Demedtshuis n.a.v. het tienjarig bestaan ervan in 1993. Dat In Memoriam hebben we ook uitgesproken op 6 december 1992 in het stadhuis van Kortrijk n.a.v. de uitreiking van de André Demedtsprijs aan Lode Campo, door de Marnixring.
Uit dit In Memoriam brengen we hier enkele citaten:
'André Demedts, stichter, oud-en erevoorzitter van het Komitee voor Frans-Vlaanderen, groot letterkundige, in 1990 bekroond met de Driejaarlijkse Staatsprijs, is na enkele jaren van ziekte en lijden in afzondering, stilletjes van ons heengegaan. Het afscheid gebeurde in de vroege morgen van een milde, zacht-zonnige herfstdag, in de Allerheiligen-week van de dodenmaand. Hoe vaak heeft hij die voor hem mooie herfsttijd in zijn werk niet beschreven of bezongen? En toen we samen in de wagen in die periode ergens op weg waren kon hij nooit nalaten te wijzen op de pracht van de natuur en de gevarieerde kleuren van de vallende blaren. Het was voor hem de tijd van de herinneringen, van het mijmeren, denken en dromen over het naderende afscheid....
Na het huldejaar 1986 begonnen zijn sterke lichaam en zijn schitterende geest het te begeven. Het werd voor André een langzame aftakeling en een langdurig sterven..Het was zoals hijzelf had geschreven: "Sterven is een langzame sloping van onze lichaamskracht, verrijzen een langzame loutering van onze ziel" of nog "Wij sterven reeds terwijl wij leven en wij verrijzen terwijl wij sterven".
André Demedts heeft een indrukwekkend oeuvre bijeengeschreven: poëzie, romans, novellen, toneelstukken, hoorspelen, jeugdboeken, essays en artikelen maar even indukwekkend daarbuiten was zijn niet-literaire bedrijvigheid in dienst van de medemens, in dienst van zijn Volk. Het hele werk van André Demedts is gekenmerkt door een bestendige wijsgerige bezinning over de fundamentele bestaansproblemen, over de zin van leven en dood, de zin van ons werk, de zoektocht van de mens naar geluk, de droom om het welzijn en de culturele opgang van het Vlaamse Volk en het geluk voor iedereen te verwezenlijken. Die bezinning was niet louter wijsgerig, maar bij Demedts ook altijd religieus. Hij was niet enkel een denker d.w.z. iemand die denkt tot zover hij met de ratio de waarheid kan vinden. Hij was ook een gelovige d.w.z. iemand die gelooft in de niet rationeel bereikbare maar geopenbaarde waarheid en zijn leven daarop afstemt. In onze tijd is die visie minder vanzelfsprekend geworden nu geloof en dogma's zijn afgebrokkeld maar bij Demedts was er een organische eenheid van denken en geloven die toch gepaard ging met een levenslange strijd tegen twijfel en wanhoop. Hij was van oordeel dat vaste waarheden onaantastbaar naar de inhoud moesten worden doorgegeven maar in elke tijd, met het vorderen van de wetenschappelijke inzichten naar de vorm zuiverder moesten worden geformuleerd en nauwkeuriger uitgedrukt.
Al is het christelijk geloof inderdaad het fundament geweest van zijn bestaan en de uiteindelijke zin van zijn leven en sterven toch heeft hij nooit zijn levensbeschouwing aan iemand willen opdringen en hij kon rustig andersdenkenden in hun eigen levensopvattingen respecteren, open en verdraagzaam. Hij sloot niet uit dat anderen voor hun bestaan een zin konden vinden in de intense beleving van dit aardse leven zelf, in het vervullen van een taak als het werken voor vrijheid, vrede, orde en rechtvaardigheid, in het stellen van daden van moed en offervaardigheid, in het doen van ontdekkingen, in wetenschap of sport, in het scheppen van kunst enz. Hij vond dat alles zinvol maar voor hemzelf was dit onvoldoende om de zin van dood en leven te verklaren.
In het gedicht "God" (uit de dichtbundel "Vaarwel") zegt hij dat er geen andere werkelijkheid is waarin hij zo vast heeft geloofd als Gods bestaan en in een artikel (Oriëntaties, 1971, 2-3, p.22-23) geeft hij uitdrukking van zijn eigen zekerheid: zijn geloof in een tweede geboorte, een definitieve vormgeving na de dood van het lichaam, gesteund op de belofte en de verrijzenis zelf van Christus. Zonder die zekerheid noemt hij, zoals Sint-Paulus, ons geloof ijdel en zichzelf een wanhopig man. Een leven zonder hoop, zoals bij de stoïcijnen, vond hij een zware en ondraaglijke opgave. Die ideeën zijn in tal van zijn gedichten en romans in gevarieerde bewoordingen terug te vinden.
Uiteindelijk gaat het om de zoektocht naar geluk want zinledigheid en wanhoop kunnen een mens niet gelukkig maken. Dat moge al blijken uit de titel van zijn trilogie "Kringloop om het geluk" en de titel van zijn laatste grote roman "Geluk voor iedereen". Dat geluk, dat in zijn christelijke visie, wordt voltooid in de eeuwigheid, wenst hij zijn medemens toe, niet enkel individueel maar ook collectief d.w.z. voor iedereen. En zo komen we tot de sociale dimensie in zijn romans: een sociale bekommernis die ook al in zijn eerste dichtbundel "Jasmijnen" doorkwam en zelfs al duidelijk was in het eerste gedicht dat hij op 18-jarige leeftijd in het tijdschrift "Pogen" van Wies Moens publiceerde: "Gebed voor Lenin". Een gebed voor het zieleheil van "een zoon van het langverdrukte volk" ( Pogen, 2e Jg. nr.3, maart 1924 ).
Demedts neemt het altijd op voor de armen en verdrukten en hij spreekt zijn bewondering uit voor de strijders voor gerechtigheid, familie en volk, voor de werkers en zwoegers, de mannelijken, de moedigen en wilskrachtigen, voor de idealisten en de onbaatzuchtigen, voor de machtelozen en de trouwen. Dat zijn voor hem de "levenden" die hij stelt tegenover de materialisten, de profiteurs, de uitbuiters, de verraders en de ontrouwe machthebbers die voor hem de "doden" zijn, zoals duidelijk blijkt uit "De levenden en de doden", wellicht zijn belangrijkste roman.
Bij het sociale motief sluit ook zijn volksverbondenheid in historisch perspectief aan. We verwijzen daarvoor naar zijn belangrijke vierdelige romancyclus uitgegeven onder de samenvattende titel "De eer van ons volk" gegroeid uit de overleveringen van zijn eigen familie, opgetekend door zijn vader, en uit onze eigen nationale geschiedenis. Demedts is echter meer geweest dan een heimatschrijver. Zijn verbondenheid met familie, land en volk, liet hij in concentrische kringen uitdeinen naar de hele mensheid toe. Zijn boeren-, streek-, familie- en historische romans, bevolkt met intellectuelen, priesters, dokters, leidende figuren, worden aldus opgetild tot een algemeen menselijk niveau. Hij was een taal - cultuur - en volksnationalist maar dan niet in een partijpolitieke zin.
Hij had een grondige afkeer voor machtsmisbruik en oorlogen maar toch respecteerde hij de door militairen of door diplomaten van machtige mogendheden getrokken staatsgrenzen zoals hij ook alle wettelijk gezag, burgerlijk of kerkelijk respecteerde. Staatsgrenzen beschouwde hij echter niet als eeuwig en voor taal en cultuur ook niet onoverschrijdbaar.
Met zijn veelzijdig talent heetft hij zijn volk gediend als auteur, als spreker en als een wijs inspirator, die ook durvend en moedig optrad als hij dit nodig vond. Zo is hij met zijn gezag als schrijver radicaal en onverzettelijk opgetreden, telkens als hij de Vlaamse rechten bedreigd zag. We denken hier aan zijn inzet voor Komen-Moeskroen ( 1962 ), zijn rol bij de splitsing van de Leuvense universiteit (1966), zijn houding bij het sluiten van het Egmontpact (1978), enz.
Maar ook door zijn geschriften zelf heeft hij van jongsaf velen beïnvloed. We denken aan bepaalde gedichten van hem als "Vlaanderen" met de bekende slotverzen "en schoon en goed willen we u maken / en uwe vrijheid zien vóór onze dood. En wie kent niet zijn gedicht "Lof van mijn land"?
We verwijzen naar zijn vele artikelen over Vlaamse voormannen en de Vlaamse Beweging, naar zijn boek over Frans-Vlaanderen onder de titel "Uit ons eigen erfgoed" en naar de in- en uitleiding die hij schreef in mijn eigen boek "Vlaanderen in Frankrijk". We denken ook aan de duizenden brieven en briefkaarten die hij schreef om mensen bij hun inzet te steunen en te bemoedigen. En hoeveel invloed heeft hij niet uitgeoefend door zijn drieduizend en meer ( Wie zal ze tellen? ) lezingen en voordrachten tot in de verste uithoeken van Vlaanderen, maar ook in het Walenland, Frans-Vlaanderen, Noord-Nederland, Zuid-Afrika of Zaïre. Hij sprak over allerlei onderwerpen en voor welk publiek ook maar het meest over het verleden, het heden en de toekomst van Vlaanderen of over de grote West-Vlamingen in wier spoor hij stapte: Gezelle, Verriest, Rodenbach, Streuvels... of nog, en waarschijnlijk het liefst over Frans-Vlaanderen...
In 1947-48 waren we samen, onder zijn inspiratie en met medewerking van het Waregemse Kunstverbond en Davidsfonds, met de werking voor dat toen zo goed als onbekende en vergeten stuk van Vlaanderen begonnen. Elders heb ik uitvoerig over dit werk geschreven. Ik ben ervan overtuigd dat Frans-Vlaanderen in de onbekendheid zou zijn weggedeemsterd als daar niet uit Waregem het eerste signaal was gekomen van André Demedts, die na een contact met Streuvels op het idee kwam om in 1948 een eerste ontmoeting met Frans-Vlamingen te organiseren. Dat initiatief van André heeft mijn eigen leven een wending gegeven die ik vooraf niet had kunnen vermoeden. Als kind had ik hem vaak gezien in mijn geboortedorp Wakken ( waar ik school liep in dezelfde school, een gemeenteschool, als hij 20 jaar voordien ), dat in zijn romans een centrale rol heeft gekregen. Als scholier had ik zijn poëzie en zijn eerste prozawerken verslonden. Als twintigjarige was ik als jonge dichter met hem bevriend geraakt. En voor de rest van mijn leven heb ik gewerkt om zijn droom te helpen realiseren: het voortleven en herleven van onze taal en cultuur in Frans - Vlaanderen. Twintig jaar lang is André Demedts voorzitter geweest van het langzaam gegroeide Komitee voor Frans-Vlaanderen en zolang het in zijn mogelijkheden lag is hij als ere-voorzitter betrokken gebleven bij ons werk. Ontelbare keren zijn wij samen in Frans-Vlaanderen op toernee geweest. Daar is enorm veel uit gegroeid: herleving van het Vlaamse en historische bewustzijn, cursussen Nederlands, allerlei cultuurdagen en ontmoetingen, toneel, tijdschriften... We mogen gerust zeggen dat zonder André Demedts er b.v. geen sprake zou zijn geweest van het bestaan van "Notre Flandre", of van "Ons Erfdeel", of van de "KFV-Mededelingen" en ook niet van het tijdschrift "Vlaanderen".
André Demedts heeft zijn stempel geslagen op het cultuurleven in Vlaanderen. Die blijft onuitwisbaar. We blijven hem gedenken, met dank ook aan zijn goede echtgenote Germaine, die dat enorme werk van André mogelijk heeft gemaakt en hem tot zijn laatste uur tot stut en steun is geweest.
Tenslotte willen we er ook op wijzen dat ook Kortrijk in zijn leven een belangrijke plaats toebedeeld kreeg, sinds hij er in 1948 benoemd werd als directeur van de toenmalige regionale BRT en er ook ging wonen. Hij wordt daar in ere gehouden door de jaarlijkse André Demedtsprijs, uitgereikt sinds 1972.
Luc Verbeke
Op de Vlaamse Gedichtendag van 25 januari 2007 was er in de Waregemse bibliotheek opnieuw een stand met het werk vanAndré Demedts en hierbij werd ook het bovenstaande gedicht "Denkend aan André Demedts" van Luc Verbeke aangebracht.
Op vrijdag 2 februari 2007vond in het André Demedtshuis St.-Bavostraat 15 in St.-Baafs-Vijve (Wielsbeke) de opening plaats van de tentoonstelling "De Leie" van Pedro Garciarias. Ze liep van 3 februari tot 24 februari 2007 en kreeg heel wat aandacht. Het André Demedtshuis is vrij toegankelijk op vrijdag en zaterdag van 14 tot 18 uur en op zondag van 10 tot 12 en van 14 tot 18 uur. In de week op aanvraag: Tel. 056 60 79 05 ( openingsuren ) - 056 67 32 70 ( kantooruren )
11-12-2011
Hilde Demedts ( + )
Op 20 april 2011 overleed Hilde Demedts, de jongste dochter van onze goede vriend wijlen André Demedts. Ze was nauwelijks 64 jaar oud en had al jaren af te rekenen met een slepende ziekte. Ze werd zaterdag j.l. begraven in de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Kortrijk, door de nieue deken Geert Morlion . Een gevulde kerk nam afscheid van de Kortrijkse ereschepen, die 27 jaar actief was in de Kortrijkse politiek, eerst als gemeenteraadslid vaanf 1983 en vanaf 1989 als schepen. Op de uitvaart noteerden we de aanwezigheid van Europees president Herman Van Rompuy, het schepencollege van Kortrijk en de ministers Stefaan De Clerck en Vincent Van Quickenborne.
Hilde had zelf haar uitvaart geregeld. De liederen en teksten had ze zelf gekozen of geschreven. Waarnemend burgemeester van Kortrijk, Lieven Lybeer, noemde haar een sterke vrouw met een enorm doorzettingsvermogen. De kracht die van haar uitging werd ook geprezen door een vriendin uit de Soroptimisten, een vereniging waarvan zij één van de stichtende leden was. Zelf schreef Hilde dat ze graag geleefd heeft en dat ze dankbaar was voor het leven en de liefde. Op het bidprentje stond een gedicht van vader André, dat hij voor haar had geschreven en dat we separaat publiceren. Ze werd geboren in Waregem op 22 mei 1947 en overleed thuis in familiekring te Kortrijk op 20 april 2011. Ze had twee kinderen: Andres en Eve. Ik kende haar van kleinsaf, toen het gezin van André en Germaine Ide eerst woonde in de Gustaaf Vandewoestijnestraat en later in de Guido Gezellestraat en volgde ook later haar levensloop in Kortrijk. Ze is trouwens ook enkele jaren bestuurslid geweest van het Komitee voor Frans-Vlaanderen, gesticht in 1947 door André Demedts als voorzitter en door mezelf als secretaris. Via de werking van het KFV zijn we nauw verbonden geweest met het gezin Demedts en die vriendschap bleef ook na het te vroege afscheid van André op 4 november 1992. Menigmaal ging ik op bezoek bij Germaine, waar ik ook vaak Hilde zag. We vergeten haar niet.
10-12-2011
Voor Hilde ( Gedicht van André Demedts )
In de dagen van mijn diepste verslagenheid, toen het mij 's avonds onverschillig liet of ik 's morgens nog wakker zou worden, liep zij met mij naar het bos. Ouder dan vier was zij toen niet en haar handje in mijn hand, liet mijn leven niet los.
Spreken wij reeds met elkander? Ik geloof dat wij gesprekken voerden over Roodkapje en de wolf, over een prinses met gouden haar, over de kabouters in het kreupelhout, die ons volgden en alles afloerden, en toen ons gesprek ten einde was, als dieren die ziek zijn, gelaten, verlaten en koud, lagen wij dicht bij elkaar, want het plekje was klein waar de zonneschijn scheen op het gras.
Haar hoofdje zonk op mijn borst en mijn hart klopte tegen haar hoofd; soms stel ik mij voor, als alles voorbij zal zijn, ik bedoel, als mijn leven is uitgedoofd, zal zij niet van achter, onder heur haar, iets voelen bewegen, als een ader die klopt, zoals in de tijd, toen zij lag met haar hoofdje op mijn borst, en ik lag met mijn hart onder haar?
Kan ik mij van haar verwijderen, in wat tijd of eeuwigheid heet? Het gaat alles te niet, maar ik ben trouw, meer is er niet dat ik weet. Als zij dan later van iemand houdt, als meisje en ontluikende vrouw, als zij moeder wordt en bezig is met eten te koken of bedden opmaakt, terwijl zij altijd maar denkt hoe zij het moet doen om anderen gelukkig te maken, zal ik gewis bij haar zijn en al het gewin van mijn leven, al het geluk waarvoor ik nu vecht, om er zoveel te verzamelen als het maar kan, al dat geluk zal ik haar geven, zodat zij het nooit allemaal meer wegschenken kan aan een man, aan een zoon, aan een kind, om het even aan wie, zij meer dan zichzelven bemint.
Nog lopen wij soms naar het bos, aan het zonnige plekje voorbij; dan kijk ik naar haar en zij kijkt naar mij, onze handen omvatten elkaar.
09-12-2011
Marcel Hellinckx ( + )
Op 11 september 2011 is Marcel Hellinckx, echtgenoot van Mieke Demedts, te Antwerpen overleden. Hij werd geboren in Temse op 2 april 1933. ij was dus 78 jaar oud. Met Mieke had hij drie zonen: Peter, Herwig en Johan. Herwig had twee zonen en Johan had drie dochters. Hij leefde in de eerste plaats voor Mieke en zijn gezin. Voorts had hij veel interesse oor alles wat te maken had met taal, cultuur en Vlaamse Beweging. Meermaals zagen we hem aanwezig op de Frans-Vlaamse Cultuurdagen, op de uitreiking van de André Demedtsprijzen in Kortrijk en ook op de eerste Luc Verbekeprijs in Waregem. Veelal was hij samen met Mieke. Op zijn bidprentje lezen we in de tekst van zoon Johan dat hij zeer gelovig was maar bang was van oud worden en ook dat hij hield van zijn sigaartje. Mieke, zijn gezin en familie, maar ook zijn vele vrienden en kennissen zullen hem missen. Voor de familie Demedts was 2011 een tragisch jaar met het overlijden van achtereenvolgens Hilde, Marcel en tenslotte moeder Germaine.
08-12-2011
Germaine Demedts-Ide ( + )
Op 12 december2011 overleed te Kortrijk mevrouw Germaine Ide, de echtgenote van wijlen mijn goede vriend André Demedts. Ze werd geboren in Pittem op 11 januari 1916. Ze was dus bijna 96 jaar oud. De uitvaartplechtigheid vond plaats in de Kortrijkse Sint- Rochuskerk. De eucharistieviering werd geleid door pastoor John De Kimpe in concelebratie met Pater Noël Ostijn, neef van de overledene.De overtalrijke aanwezigen werden verwelkomd door Maurits, de oudste zoon van André en Germaine. Kinderen kleinkinderen en achterkleinderen werkten aan de mooie plechtigheid mee. De liederen werden verzorgd door het koor Gaudeamus onder leiding van Joost Vanbrussel, met sopraan Inge Zutterman.
Op het bidprentje lezen we het mooie afscheidsgedicht van André, dat we hier overschrijven:
Voor Germaine
Als 't je belieft, laat ons, tot waar het einde naakt, te zamen gaan, nu wij, toch aan elkaar gewend en zonder spraak elkaar verstaan.
De woorden krijgen weer hun zin, als zij gesproken zijn uit nood, om iets te noemen, onbeproefd alsnog, als scheiden in de dood.
Er kan geen beter schikking zijn, als 'k om die toegift vragen mag, dan dat wij huistoe gaan, voorgoed, moet het alleen, dezelfde dag.
Elk aan een kant de wereld uit, om achter ons, waar het misschien, nog kan, te kijken of wij toch, elkaar, nog eenmaal mogen zien.
Uit de dichtbundel ' De Jaargetijden '
P.S. Mijn oprechte dank aan de heer Dirk Steelandt, nationaal ere-commissaris van politie, die het mij mogelijk heeft gemaakt om de uitvaart, samen met hem, bij te wonen, door mij in zijn wagen mee te nemen en te helpen bij mijn immobiliteit.
07-12-2011
RENOVATIE I VAN HET DEMEDTSHUIS
De lange en ruime oude pastorie, werd in 1983 omgevormd tot het André Demedtshuis en werd gerenoveerd, waarvoor 275.000 euro werd uitgetrokken. De verbouwingswerken begonnen vanaf 31 januari en werden voltooid half juni.Eerst werd de ruwbouw aangepakt met het plaatsen van nieuwe goten en een grondige gevelrenovatie aan de kant van het kerkhof. Binnenin werden alle muren gesloopt en op zolder werd het dak geïsoleerd.In een tweede fase werden sanitair en verwarming aangepakt. De toiletten verhuisden naar boven en er is ook een gehandicaptentoilet beschikbaar Tenslotte werd de elektriciteit aangepakt met aangepaste verlichting en losse spots. Er werd ook een lift geïnstalleerd, maar die kwam niet tijdig klaar voor de opening en werd dus wat later geplaatst..
De bijgaande foto is een borstbeeld van André Demedts waarop geboorte-en overlijdensdatum wordt vermeld: 1906 -1992. Het beeld staat op een bakstenen sokkel in een beeldentuin,gesigneerd T.E. en gedateerd 19.6.1992.
Het Demedtshuis wil een blijvende hulde brengen aan de gerenommeerde schrijver van proza, poëzie en essays, die op 8 augustus 1906 in Sint-Baafs-Vijve werd geboren.Ruim een halve eeuw speelde hij een belangrijke rol in het literaire en culturele leven in Vlaanderen. Hij stond jarenlang aan het hoofd van de BRT-omroep West-Vlaanderen, stichtte met Luc Verbeke in 1947 het Komitee voor Frans-Vlaanderen, waarvan hij meer dan dertig jaar voorzitter was, stond aan de wieg van verschillende culturele tijdschriften en was een veelgevraagd spreker. Naar verluidt zou hij niet honderden maar zelfs drie duizend keer gesproken hebben in binnen-en buitenland.
Aanvankelijk stond zijn werk uitgestald in een lokaal van de benedenverdieping, rechts van de inkomhal, maar vrij spoedig werd dit lokaal ingepalmd voor het secretariaat en verhuisde de tentoonstelling van zijn oevre, meubilair en memorabilia naar een zaal op de eerste verdieping, te bereiken via een vrij steile trap. Vooral de benedenzaal was een zaal voor kunsttentoonstellingen en recepties. Die bestemming is gebleven.
Bert De Smet heeft de tentoonstelling laten verruimen met een blik op het werk van André Demedts als cultuurpromotor en daarvoor alle ruimte kon vinden op de bovenverdieping, die nu trouwens gemakkelijk te bereikenis met een lift, die er jammer genoeg niet was op de opening op zaterdag 18 juni 2011. We hebben de fotoreeks aangevuld. Zie RENOVATIE II
Voor een ruim overzicht van leven en werk van André Demedts, zie blog van Luc Verbeke, te zoeken via Google. Zie ook blog van Wareber ( Bernard Delange ) met een volledige Demedtskroniek.
06-12-2011
Renovatie van het André Demedtshuis II
Hierbij twee foto's die te zien zijn op de panelen van het gerenoveerde André Demedtshuis in Sint-Baafs-Vijve. Het eerste laat de aanwezigen kennis maken met het werk van André Demedts en Luc Verbeke voor Frans-Vlaanderen.De bovenste foto is die van een jaarvergadering van het KFV ten huize van Luc Verbeke. De tweede is die van een jaarvergadering in Kortrijk. De derde is een van een sectievergadering op een Frans-Vlaamse Cultuurdag in Waregem met André Demedts als spreker.
De foto's zijn van Dirk Verbeke.
Op dit tweede paneel zien we bovenaan een foto van André Demedts en daaronder weer diezelfde foto's maar rechts zien we het half verborgen gedicht ' 'k Heb Lieze weergezien ', waarvan je de volledige tekst kunt lezen op de foto van 'Wij Paarden ' van Jozef en Lodewijk Deleu. Hier staan eigenlijk drie panelen achter mekaar.
De tekst over ' André Demedts als cultuurpromotor' is van Bert De Smet, naar een van Jozef Deleu. De tekst over ' André Demedts en Frans- Vlaanderen ' is van Dirk Verbeke. De tekst over de biografie van André Demedts is van Nick Krekelbergh en Alexander Demoor. De teksten rond het literaire leven zijn van Jooris Van Hulle. De eindredactie is van Bert De Smet. -
In het colofon wordt vermeld dat het museum een realisatie is van vzw André Demedtshuis, Davidsfonds Wielsbeke/ Sint-Baafs-Vijve en de Juliaan Claerhoutkring, met steun van de gemeente Wielsbeke. De vormgeving is van C-Design, Ooigem. De Werkgroep Demedtsmuseum 2011 bstond uit: Jürgen Dekemele, Griet Delanghe, Alexander Demoor, Franck De Munster, Bert De Smet, Geert Eeckhout, Nick Krekelbergh en Dominiek Wemel. De Werkgroep bedankt uitdrukkelijk voor hun medewerking: Hans Claerhout, Marc Crabeels, Lucien Delange, Jozef Deleu, Carlos Pauwels, Rudolf Van de Perre, Dirk Verbeke, Luc Verbeke en Georges Vermaut.
05-12-2011
Joris Van Severen, nog altijd actueel.
Ik heb me al meermaals afgevraagd: Wat zou mijn oud-dorpsgenoot Joris Van Severen ( ° Wakken 19 juli 1894 - + Abbeville 20 mei 1940 ) hebben gedacht over het actuele debat over de politiek in België, hij die op 29 november 1928 in het Belgisch parlement zijn zogenaamde grote ' brandrede' hield en geroepen zou hebben als slot van zijn betoog ' La Belgique qu'elle crève ! ' (*1) maar die enkele jaren later tot andere gedachten kwam en België niet langer verwierp maar met zijn Verdinaso ( Verbond van Dietsche Nationaal Solidaristen ), opgericht op 6 oktober 1931 droomde van de vestiging van een corporatistisch Groot - Nederland, met België, Nederland en Luxemburg. ( Dietsland ) En wat zou hij nog niet hebben gedaan indien zijn leven niet op 46-jarige leeftijd werd afgebroken?
We willen eerst kort zijn leven schetsen om de groei van die gedachten te zien. Hij was de oudste zoon van Edmond Van Severen en Irma- Marie-Eugenie van de Male, de Franssprekende dochter van Edmond en Marie Sophie Belpaire ( ° Gent 17 november 1864 - + Wakken 17 oktober 1929 ). Zij huwde met zijn vader Edmond ( ° Poeke 14 november 1860 - + Wakken 9 december 1947 ) in Oostende op 26 september 1893. Edmond was notaris, en burgemeester van Wakken van 1908 tot 1911, waar hij de strijd voerde tegen de Franstalige kasteelheer Baron Kervyn de Lettenhove, daarin gesteund door Hugo Verriest die toen pastoor was in Wakken ( van 1888 tot 1895 ) en die een huisvriend was van notaris Van Severen. Hij leidde de jonge Van Severen in in de Vlaamse Beweging o.m. met gesprekken over de gedichten van Rodenbach, die hij later als voorbeeld zou zien voor hem als jonge Vlaamse kunstenaar en strijder. Dat blijkt o.m. uit het gedicht ' Ideaal ', dat hij schreef op zeventienjarige leeftijd.
De Baron en zijn conservatieve aanhangers slaagden erin de pastoor naar Ingooigem te doen overplaatsen. Hij werd er ingehuldigd in het bijzijn van honderden Wakkenaars en met een huldetoespraak van notaris Edmond Van Severen.
Joris werd, na enkele jaren Wakkense gemeenteschool, in 1903 intern in het Franstalige, verfransende St.-Barbaracollege van de Jezuïeten in Gent. In 1912 liet hij zich inschrijven als student in de Rechten aan de Gentse eveneens Franstalige Rijksuniversiteit. Daar is zijn flamingantisme ten volle ontwaakt als voorzitter van de ' Rodenbachvrienden ' en als medestichter van het Groot - Nederlands Studentencongres in Gent in 1913. In 1914 wordt hij echter onder de wapens geroepen. In december 1914 wordt hij korporaal. In 1915 maakt hij aan het front kennis met Cyriel Verschaeve, kapelaan te Alveringem. Bij Maria-Elisabeth Belpaire ( ° 1853 - + 1948 ), waarvan hij een achterneef was en die tijdens de oorlog in De Panne verbleef, maakt hij kennis met hoogstaande bezoekers o.m. met de Deense schrijver Johannes Jörgensen en Georges Lemaître, frontsoldaat en later Professor Wetenschappen in Leuven en bekend om zijn hypothese van de ' Big Bang ', de grote oerknal voor het ontstaan van het heelal. Schrijfster Maria Belpaire was bevriend met Koning Albert en met velen uit de meestal Franstalige maar wel Vlaamsvoelende, belgicistische burgerij. Haar grote verdienste op letterkundig gebied was de oprichting van het tijdschrift ' Dietsche Warande en Belfort ' in 1900 ( Zie ' Hugo Verriest en Joris Van Severen ' Uitg. Komitee Wakken Herdenkt, 1984 ', artikel van Antoon van Severen, over De Familie Belpaire blz. 104 - 110 ( * 2 )
In 1916 wordt hij bevorderd tot adjudant en in 1917 tot onderluitenant maar hij ziet wat de Vlamingen aan het front wordt aangedaan en hij ondertekent en verspreidt een ' Brief aan de Koning ', waarin het onrecht wordt aangeklaagd. Hij wordt gedegradeerd. Tenslotte wordt hij toch weer adjudant-pelotonoverste en maakt aldus de triomfantelijke intocht mee van het IJzerleger in Gent. Toch heeft zijn Frontervaring hem gekwetst en hij zou zich levenslang voor zijn Volk blijven inzetten. Inmiddels verslond hij boeken van Léon Bloy, Shaw , Chesterton e.a. Van Cauwelaert en Vermeylen bleven hem ook inspireren.
In 1921 richt hij het maandblad ' Ter Waarheid ' op, een maandschrift over Godsdienstleven, Kunst, Staatkunde in Vlaanderen en de Wereld. Hij schreef erin ' dat hij als eerste objectief zag ' Vlaanderen zelfstandig in de Belgische Staat ' , als tweede objectief: de Staat Vlaanderen, los uit de Belgische Staat. En als logisch einddoel: een zelfstandig Vlaanderen in de Groot-Nederlandse Staat als federatie Noord-en Zuid-Nederland. Daarbij nog: instelling van orde gebaseerd op de corporatieve doctrine van ' Quadragesimo Anno. Nationalisme en solidarisme, uitgedrukt in de spreuk ' Dietschland en Orde ' Op de eerste bladzijde van een mooi geïllustreerd nummer verscheen zijn ' Manifest aan alle denkende mensen in Vlaanderen ' De slotwoorden ervan zijn ' Integrale Waarheid, Integrale Rechtvaardigheid, LIEFDE. Het werd een tijdschrift van Europees niveau. Hij combineerde de uitgave ervan met zijn verdere studies in de Rechten.
Meer en meer treedt hij in de politiek en in november 1921 is hij kandidaat van de Frontpartij in het arrondissement Roeselare-Tielt. Hij wordt verkozen en staakt zijn Rechtsstudies. In 1925 wordt hij opnieuw verkozen voor het Parlement en hij sticht het K.V.N.V. ( Katholiek Vlaams Nationaal Verbond ), maar zijn ideeën over nationalisme, solidarisme en anti-parlementarisme brengen hem vaak in botsing met vroegere strijdgenoten. In 1928 houdt hij in het parlement zijn ' brandrede ' in een pleidooi voor Groot -Nederland. In 1929 wordt hij niet herkozen. Op 17 oktober van datzelfde jaar sterft zijn geliefde moeder.
Op 6 oktober 1931 kondigt hij op de gouwraad van het K.V.N.V. te Brugge de oprichting aan van het Verdinaso ( zie boven ) Met offervaardige medewerkers richt hij afdelingen op in Vlaanderen en Nederland. Het Verdinaso beschikt over twee weekbladen ' De West-Vlaming ' onder zijn leiding en ' De Vlag ' o.l.v. Wies Moens. Op 10 juli 1932 belegt hij zijn eerste Landdag in Roeselare en brengt een nieuwe stijl in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. In 1934 verkondigt hij zijn ' nieuwe marschrichting ' maar verliest daarbij Wies Moens als medewerker.
Hij verkondigt nu dat hij de Belgische Staat niet wil omverwerpen maar dat hij met de Dinaso's de Staat in handen zou nemen, zoals die dat ook in Nederland zouden doen. Samen zouden zij aldus het Dietse Rijk vestigen. Maar zijn ' Nieuwe Marschrichting' blijft zonder gevolgen. Daarna werd zijn methode meer die van de geleidelijkheid en in 1938 stelt hij een economische unie voor tussen België, Nederland en Luxemburg en een militair verbond met het oog op het dreigend oorlogsgevaar. Zijn droom : een economische unie van België, Nederland en Luxemburg werd na de oorlog gerealiseerd in de Benelux.
In 1938 gaat hij in Brugge wonen. In 1939 wordt de mobilisatie in België afgekondigd. Van Severen is een groot voorstander van de neutraliteitspolitiek van Koning Leopold III en herhaaldelijk bevestigt hij loyaal zijn gehechtheid aan Koning en Land. Op 10 mei 1940 verneemt hij met ontsteltenis de inval van de Duitse legers in België en Nederland maar onverwachts wordt hij aangehouden in zijn woning, het ' Cruyce van Bourgonje ' te Brugge. Samen met zijn vriend Jan Ryckoort uit St.-Andries wordt hij opgesloten. Op 15 mei worden zij samen met andere verdachten op transport naar Frankrijk gezet. In Bethune worden ze overgeleverd aan de Fransen. Ze verblijven er vier dagen in afschuwelijke omstandigheden in de gevangenis en worden op 19 mei overgebracht naar Abbeville waar zij in een kioskkelder worden opgesloten met 79 gevangenen van verschillende nationaliteiten. Op 20 mei wordt Abbeville gebombardeerd. Na de luchtaanval openen Franse militairen de kelderdeur en roepen telkens vier personen naar buiten, die ter plaatse worden neergekogeld. Joris Van Severen zou proberen dit misdadig bloedvergieten te doen stoppen en treedt, om met de bevelhebber te onderhandelen naar buiten, samen met Jan Ryckoort. Maar beiden worden al bij de eerste stappen neergeveld, Van Severen met geweerschoten en Jan Ryckoort, neergeslagen met geweerkolven.
Samen rusten zij nu in een grafkelder op het kerkhof van Abbeville, waarboven een Komitee van getrouwen een monument heeft opgetrokken, dat op 20 mei 1951 werd ingezegend. Telkenjare is er op 20 mei een bedevaart naar het grafmonument waar beiden worden herdacht en de velen van het bloedbad van Abbeville. Bij de herdenking van 2006 sprak oud-voorzitter KFV, Cyriel Moeyaert, in de Abdij van Steenbrugge de homilie uit en hij getuigde van Joris dat hij een bezield en gedreven mens was, die zich metterdaad voor echte vrijheid, rechtvaardigheid en solidariteit in de wereld heeft ingezet en bepaald voor de echte Nederlanden van de Kwinte tot de Dollart. Hij was ook een gelovig mens met een intens inwendig leven...Niets menselijks was hem vreemd, niemand is volmaakt, maar groot was z'n hart. Hij heeft zeker sporen nagelaten in Vlaanderen en de Nederlanden. De Oude Nederlanden, de zeventien Provinciën, daar heeft hij altijd naartoe gestreefd. Aldus Cyriel Moeyaert.
Bijna symbolisch dat Joris Van Severen in Abbeville aan de Somme, de uiterste grens van de Nederlanden zijn leven gaf. Die Franse Nederlanden had hij doorkruist als frontsoldaat en hij kende de toen nog sterk Vlaamssprekende Westhoek. Maar de vraag is dan : Hoe stond hij tegenover die Nederlanden in Frankrijk in zijn werk en streven? Het prachtige ' Gedenkboek Joris Van Severen 1894 - 1994 ' onder eindredactie van Maurits Cailliau en het artikel ' Joris Van Severen en de Franse Nederlanden ' in Zannekin Jaarboek 17, eveneens van Maurits Cailliau geven ons daarop het antwoord. In het Gedenkboek lezen we een belangwekkend stuk van Pieter Jan Verstraete over ' Joris Van Severen en de Vlaamse Beweging ( bln. 9 tot 22 ). Hij schrijft op blz. 16: ' Joris van Severen deelt het Vlaamse volk in drie delen in: 1- Het Vlaams gebleven, Vlaamsgezinde deel . 2 - Het Fransgezinde, of liever het 'verbelgischte' deel. 3 - Het door Frankrijk in Frans-Vlaanderen reeds zeer sterk geassimileerde deel. Hij citeert daaover JvS ' He is een gemis aan psychologisch en politiek inzicht en aan staatkundige verreziendheid dàt gedeelte van het Vlaamsche volk dat in Fransch Vlaanderen woont te veronachtzamen. Psychisch is het vast en zeker nauwer met ons verbonden dan het Hollandsche volk En de regionalistische beweging die er thans aan gang is, wordt door een echte en diepe Vlaemschheid gekenmerkt...Hoe Europa er binnen 50 of 100 jaren zal uitzien, weet niemand. En de integratie van Fransch-Vlaanderen is zeker geen onmogelijkheid '
Verder lezen we dat voor JvS, na zijn nieuwe marsrichting, het Dietse Rijk het herstel inhoudt van de aloude Bourgondische Nederlanden maar dat van Frans-Vlaanderen daarbij voorlopig geen sprake is ( blz. 21 ) In het artikel van Maurits Cailliau in Zannekin Jaarboek 17 lezen we wel een andere uitspraak van JvS dd. 1925, bij de begrafenis van de oorlogs-activist Lodewijk Dosfel ' Het doel, het natuurlijke logische doel van de Vlaamse Beweging is al de Nederlandse volkeren van Friesland tot Kales te herenigen in een sterke, organische, gezonde staat ' Voorts lezen we op blz.101 dat JvS verklaarde aan een Nederlands journalist ' Ik wil alleen maar Dietsland, dat wil zeggen de vereniging van Frans en Belgisch Vlaanderen met Nederland. ' En over Frankrijk zei hij: ' Het is de meest gevaarlijke van de Europese naties. Vier miljoen Nederlanders heeft zij tot een vazalstaat herleid, waar zij al de voordelen van een kolonie uithaalt zonder er de ongemakken van te kennen. Het ligt trouwens in het belang van Frankrijk België te zien verdwijnen en als noorderbuur de grote natie der Nederlanden te hebben ' ( dit was nog in de periode die aan de nieuwe marsrichting voorafgaat )
Hij zal wel niet vermoed hebben dat een bijna- dorpsgenoot van hem, André Demedts, en een dorpsgenoot, ikzelf, na de oorlog, met het Komitee voor Frans-Vlaanderen, in dat stuk Oud - Nederland geen politieke maar een Vlaamse en culturele actie zouden ontplooien, die tot een heropleving van een culturele Vlaamse beweging aldaar en vooral tot het onderwijs van het Nederlands zouden leiden. Een late vrucht van zijn werk want André Demedts was ooit geabonneerd op zijn ' Ter Waarheid ', dat hij bleef koesteren en dat hem bleef inspireren. Hij noemde Van Severen een groot man. Zelf heb ik Joris Van Severen niet gekend, mijn ouders kenden hem wel en zijn hele familie. Ikzelf ( ° 1924 ) heb ook nog zijn vader notaris Edmond gekend ( + 1947 ). Voorts kende ik als jongen de Dinaso-milities waarvan enkele Wakkenaren lid waren, die opstapten in de Markegemstraat en het ' Hier Dinaso '- blad colporteerden. Maurice van Severen, de broer van Joris, die onze notaris was, heb ik heel goed gekend. ( Hij bezorgde mij zelfs enkele schoolboeken van Joris ). Hij was in Wakken voorzitter van het Davidsfonds, terwijl Gaston Haerynck, de vader van Gwij Mandelinck, er secretaris van was. Ook kende ik een zus van Joris m.n. Jeanne- Marie-Therese van Severen ( ° Wakken 17 september 1898 + Deinze 28 september 1978 ) die gehuwd was ( 3 december 1923 ) met dichter Marnix Van Gavere ( Fernand- Robert Pauwels ° Deinze 31 december 1897 - + Deinze 27 januari 1974 ) Ze woonden in Deinze, waar ik een paar keer aan huis ging o.m.om de dichter in te schrijven in het Waregemse Kunstverbond. Zoon Rudy - Dirk-Edmond ( ° Deinze 23 april 1932 ) was gehuwd in Meise op 3 maart 1962 met Nora- Hendrika - Julia Naessens ° Elsene 16 november 1935 ). Hij was één van de vele publicisten die het werk van Joris van Severen in stand bleven houden. Zo schreef hij belangwekkende bijdragen over JvS in kleine brochures ( Uitg. Studiecentrum Joris van Severen , Paddevijverstr. 2, 8500 Ieper ). Na de vele inlichtingen die hij mij onlangs nog telefonisch en handgeschreven bezorgde is hij tot onze grote verslagenheid onverwachts overleden te Gent op 15 september 2008. Volgens zijn wens vond de uitvaart plaats in strikte intimiteit te Deurle.
Ik ken geen politici of voormannen van de Vlaamse Beweging van voor en tijdens de oorlog waarover zoveel boeken en artikelen werden en nog altijd worden gepubliceerd. We vermelden o.m. de boeken van F.Van Berckel, Arthur de Bruyne, Luc Delafortrie, Rachelle Baes ( ooit hartsvriendin van JvS, zij was een Waalse kunstenares ° Brussel 1912 - + Brugge 25 mei 1983 ). Voorts de afleveringen Jaarboeken Joris van Severen en de Zannekin- Jaarboeken aan Van Severen gewijd ( Maurits Cailliau, Paddevijverstraat 2 , 8900 Ieper ), de uitgave van het tijdschrift ' Delta ' o.l.v. de Antwerpenaar Vik Eggermont, waarin de Groot-Nederlandse gedachten van Van Severen verder worden uitgedragen ( Hoogpadlaan 72, 2180 Ekeren ) ( *3 ), het tijdschrift Zannekin, waarin Van Severen vaak aan bod komt en de Uitgaven van het Studiecentrum Joris Van Severen. We wijzen ook op het in het leven geroepen ' Nationaal Studie en Documentatiecentrum Joris Van Severen ' in 1983 door Jef Werkers uit Aartselaar, en het ' Komitee Wakken herdenkt Hugo Verriest en Joris Van Severen ' ( 1984 ) onder de auspiciën van het gemeentebestuur, met als voorzitter Dr. Roland Bekaert, die de vroegere woning Van Severen in bezit heeft en bewoont.
Tenslotte is daar de uitgave van het oorlogsdagboek van Joris Van Severen, onder de titel ' Die vervloekte oorlog ' Dagboek 1914 - 1918 ' ( Pelckmans 2005 ) 536 blz., uitgegeven en ingeleid door Daniël Vanacker. En dan zijn er nog de ontelbare artikelen in tijdschriften ( o.m. in Ons Erfdeel ) en kranten ( o.m. in de Standaard ) over Van Severen. Ook op de VRT- TV kwam meer dan eens met een reportage over zijn leven en werk. We vermelden nog dat JvS ook voorkomt in de romans van schrijvers als Claus, Axel Bouts, Willy Spillebeen, Piet Van Aken e.a. en dat tal van dichters een gedicht voor of over JvS hebben geschreven.
Allemaal bewijzen van de belangrijkheid en de blijvende actualiteit van Joris Van Severen.
( *1 ) Die uitspraak wordt vermeld in ' Joris Van Severen Droom en Daad ' van Arthur De Bruyne, blz.101, maar zou weerlegd zijn. Wel zou hij de Vlaamse soldatenvloek ' Belgiek ontplof ' het jaar voordien hebben uitgesproken maar die Vlaamse toespraak verkreeg geen aandacht in de media ( Volgens Maurits Cailliau ) Rudy Pauwels schreef mij dat dit klopt.
( * 2 ) Bij zijn artikel over ' De Familie Belpaire ' in ' Hugo Verriest en Joris Van Severen ' ( Wakken Herdenkt 1984 ) plaatst Anton Van Severen het gedicht dat JvS schreef naar Maria Elisabeth Belpaire, ter gelegenheid van haar feestdag op 18 november 1911 ( blz.112 ). Joris schrijft onderaan ' Aan onze lieve tante Elisa. Hare vier Wakkensche neven ' Maria Elisabeth was een nicht van Elisa, in feite was Joris dus geen neef maar een achterneef. Elisabeth zelf sprak ook altijd van haar ' kozijn '. In feite was hij ' een achterkozijn. Rudy Pauwels schreef mij dat Edmond van Severen altijd sprak over ' Mamieke Belpaire ' en haar aanschreef als nicht. Dat bevestigt dat Joris een achterneef was.
( *3 ) Het nummer van ' Delta ' ( 44e.Jg. nr.7 - september 2008 ) is volledig gewijd aan André Belmans ( ° St.- Gillis 12 augustus 1915 - + 22 juni 2008 ). Ofschoon geboren in Brussel bleef hij een echte Kempenaar want zijn voorzaten waren uit Balen. Zijn ouders kwamen naar Brussel om er handel te drijven. Zo kwam het dat hij zijn studies in het Frans heeft gedaan, eerst aan het Collège Cardinal Mercier waar hij op zeventienjarige leeftijd zijn humaniora beëindigde en daarna Rechten ging studeren aan de Brusselse Universiteit, waar hij in 1940 zijn doctoraat in de Rechten behaalde. Vervolgens ging hij studeren aan de Katholieke Universiteit van Leuven waar hij in 1940 zijn doctoraat in het Notariaat verkreeg. Na werk als notarisklerk in Antwerpen en Brussel werd hij in 1960 benoemd als notaris in Anderlecht. André Belmans kwam in contact met de Vlaamse Beweging en met het Verdinaso van Joris van Severen in het bijzonder, tijdens zijn studententijd in Leuven. Hij werd er de leider van de Leuvense Dinaso-studenten. In het academische milieu werd dat toen volkomen aanvaard. Hij was nauwelijks 25 jaar toen in 1940 de oorlog uitbrak met de moord op hun leider Joris van Severen en de vier jaren van Duitse bezetting. De houding van naar Londen gevluchte parlementairen en ministers, tegenover Leopold III kon hij moeilijk aannemen. Onder de Dinasoleden bestond twijfel i.v.m. met hun eigen houding tegenover de Duitse bezetter maar het werd Belmans al gauw duidelijk dat die alleen maar het Vlaamse idealisme wou gebruiken in eigen voordeel. Hij trad dan ook toe tot de geheime verzetsbeweging de ' Joris van Severen - Orde ' van de Waalse Dinaso Louis Geuning, die zou pogen D.M.O.-militanten te weerhouden van medewerking met de bezetter. Belmans was er het hart van in toen twee D.M.O.-ers hem kwamen zeggen dat zij zich gingen melden voor het Oostfront. Na vier bange jaren kwamen de Londenaars terug en Belmans kreeg zelfs het verwijt dat hij sommige ' foute ' landgenoten had geholpen. Die moeilijkheden waren echter van korte duur en hij werd volledig buiten vervolging gesteld. Hij kon zijn werk met de ' Joris van Severen-Orde ' hervatten met veel inzet en energie. Hij schreef tal van artikelen en brochures. Vooral zijn driedelige reeks ' In de leer bij Joris van Severen ' is belangrijk. Tijdens een van de eerste IJzerbedevaarten ( 1948 of 1949 ) verspreidde hij pamfletten met de foto van Joris van Severen en de tekst ' Van Severen had gelijk ' . Hij richtte ook een ' Stichting voor de Kempen ' op voor meer werkverschaffing en de economische ontsluiting. Hij was meer Kempenaar dan Brusselaar en was perfect tweetalig. In het ' Handvest ' is er ook sprake van de eenheid en de rol van de Schelde-Maas-en Rijngewesten. Hij wou Noordwest-Europa zien uitgroeien tot een groot macro-economisch geheel. Hij was dus zijn tijd ver vooruit. Voorts was hij mede-oprichter van de politieke denktank ' E diversitate unitas ' die contacten onderhield met vooraanstaande politici, denkers en diplomaten in binnen- en buitenland. Hij was sterk geïnteresseerd in het denken van Teilhard de Chardin en voerde met hem een drukke correspondentie. Hij bleef zijn leven lang ook diepgelovig. Sinds lange tijd was hij medewerker en redactielid van ' Delta '. In dit nummer lezen we ook enkele belangrijke bijdragen van hem. Vooral het interview onder de titel ' Parijs heeft het land leegezogen ' gepubliceerd in 2003 in het Leuvense maandblad ' On Leven ' van het K.V.H.V. is merkwaardig. Er is vooreerst een zeer goede voorstelling van leven en werk van Belmans en dan volgt het gesprek. Daarin vernemen we dat de centralisatiepoltiek van Frankrijk, sinds de middeleeuwen, afgekeken is van de Romeinen en dat hun politieke concepten verouderd zijn. De natiestaat is voorbij. De toekomst is aan de vrijwillige federaties van staten op basis van principes die we terugvinden in de Amerikaanse grondwet. De Fransen zijn op diplomatisch gebied egoïstisch en machiavellistisch. Ze zijn er vooral op gericht satellietlanden te verwerven, Europa onder te verdelen in invloedssferen. Er is niets nieuws in het Franse geopolitiek denken. Frankrijk is altijd anti-atlantisch geweest omdat de Fransen bang zijn hun macht in Europa te verliezen. We hebben de Amerikanen nodig vooral tegen het Franse imperialisme. De Nederlanden zouden de atlantisch-maritieme kaart moeten trekken. Nederland lijkt daartoe bereid maar de Nederlanders zijn ontgoocheld in België door het slabakken van de Benelux, veroorzaakt door de desinteresse van de Belgische politici. Zij zien België als een uiteenvallend land dat vroeg of laat in het Franse vaarwater terecht komt. We moeten echter het vuur hoeden om in België de Beneluxdimensie nieuw leven in te blazen. Het interessante nummer met o.m. het ' In Memoriam André Belmans ' van hoofdredacteur Vik Eggermont is te verkrijgen bij de uitgever, Hoogpadlaan 72, 2180 Ekeren.
Zeer onlangs verscheen het vierde nummer van de Nieuwsbrief Joris van Severen ( 4e trimester 2008 ) waarin o.m. het grootste deel van mijn blog-artikel is opgenomen als een getuigenis over Joris van Severen. ( Secretariaat: Paddevijverstraat 2, 8900 Ieper. Tel. 057- 204 194 E-post maurits.cailliau@skynet.be ) Als bijlage is er een folder van het ' MANIFEST VOOR DE LAGE LANDEN ' omtrent het ' onontbeerlijk eenheidsbesef der Nederlanden ( Hendrik Fayat ). In het Manifest wordt gepleit voor een interne confederatie binnen het België van weleer als een opstap naar een bredere confederatie van de hele Lage Landen. Voor deze Heel-Nederlandse integratie in het kader van het groeiende Europa zijn er zowel sterke als economische argumenten. De Europese integratie op economisch, monetair en steeds meer ook op sociaal vlak heeft een almaar grotere impact op het dagelijkse bestaan van de mensen, zodat een grotere coördinatie en integratie op politiek vlak onvermijdelijk is. Voorts wordt gewezen op het belang van taal en identiteit en op de eenheid in verscheidenheid. Een realistische, stapsgewijze integratie moet kaderen in een totaalvisie van uiteindelijke eenheid. Het Manifest roept tenslotte op tot een samenwerking van allen in Noord en Zuid, over partijgrenzen en maatschappelijkepositioneringen heen. Dit initiatief wordt mede ondersteund door een affichecampagne met de tekst ' Hier en aan de Overkant, daar en hier is Nederland ' Uit het nummer zelf stippen we nog een artikel van Piet Tomissen aan over ' Ter Waarheid ', het tijdschrift van Joris van Severen dat als ' het beste van de na W.O.1 verschenen periodieken ' beschouwd mag worden. In een rubriek ' Sprokkels ' wordt verwezen naar recente publicaties waarin Joris van Severen en/of het Verdinaso vermeld worden.
P.S. En wat denk ik persoonlijk over dit alles in het licht van de huidige politieke strijd? Ik meen dat Van Severen gelijk had sinds hij zijn Groot-Nederlandse visie ging verkondigen ( Benelux en nog ruimer de Zeventien Provinciën ) maar dat het huidige streven van de Vlamingen naar onafhankelijkheid volkomen verdedigbaar en zelfs noodzakelijk is. Bij een scheiding van België, zou een zelfstandig Wallonië ( dat zich beter zou kunnen ontplooien ) echter evengoed als een zelfstandig Vlaanderen opgenomen kunnen worden in een Groot-Nederlandse Confederatie, beter dan met een zgn.Wallobrux, te streven naar aansluiting met Frankrijk. Ik meen dat een aantal Walen in de geest van de familie Nothomb wel in die zin blijft denken. In de context van het Europa van morgen kan die ruime Van Severen-visie niet worden uitgesloten. Frans-Vlaanderen moet op cultureel niveau een bevoorrechte plaats innemen zonder voor een politieke herstructurering in het kader van de Verenigde Nederlanden alsnog in aanmerking te komen. De inspanningen aldaar voor het onderwijs van het Nederlands moeten worden voortgezet en met overheidssteun uitgebreid. Mijn mening strookt dus wel met die van het bovengenoemde Manifest en ook met het Manifest voor een Nieuwe Benelux uitgegeven door Delta. Zie hierover meer in mijn politieke kroniek waarin ik met de Frans-Vlaming Jacques Fermaut de evolutie volg van juli 2008 tot op vandaag, met soms onvermoede aspecten.
24-11-2011
Zuster Teresita
Op zondag 11 december 2011 vond in de kerk van de H.-Margareta ( Nieuwenhove- Waregem ) de afscheidsviering plaats van Zuster Teresita ( Marie-Louise Vierstraete ), als laatste zuster van het klooster van Nieuwenhove. De plechtige eucharistievieringwerd opgedragen worden door pastoor Stefaan Casteleyn in concelebratie met pastoor-deken Marnix Vandenbulcke en de directeur van het klooster in Tielt. De kerk zat nokvol. Het werd een lange viering met veel toespraken o.m. van de heer Patrick Debel, directeur van de basisschool van Nieuwenhove.
Een vijftiental verdienstelijke parochiale medewerkers ontvingen het zilveren ereteken van de heilige Donatianus. Na de eucharistieviering volgde er nog een receptie, die de kans bood tot een hartelijk onder-onsje en een afscheidswoordje met zuster Teresita die overladen werd met bloemen en geschenken..
Zuster Teresita is afkomstig van Meulebeke, waar ze geboren werd in 1925. Ze trad in het klooster en behaalde haar diploma van lager onderwijzeres in 1929. Zuster Cyrilla kwam naar Nieuwenhove in 1957. Tien jaar later kwamen zuster Flora en zuster Teresita erbij.
Op 1 september 1967 trad ze hier meteen in dienst als directrice van de lagere meisjes- en kleuterschool, eerst als schoolhoofd met klas en later na de fusies van twee of drie scholen als directrice zonder klas. Ze was zeer nauwgezet en beheerste met brio heel wat ingewikkelde dossiers.
Na het overlijden van zuster Cyrilla op 7 september j.l. en op 15 april 2007 van zuster Flora, bleef zij alleen over in het klooster van Nieuwenhove. Ze koos ervoor om opgenomen te worden in de kloostergemeenschap bij het ziekenhuis Onze Lieve Vrouw van Lourdes te Waregem.
De hand die de uitnodiging naar de afscheidsviering siert betekent ongetwijfeld dat de hand van de zusters er een is van geven en ontvangen. We lezen nog op de binnenzijde: ' Gezegend wie zich heeft toegewijd aan God en medemens. ' en ook ' Dank om dit getuigenis van wat onzichtbaar wezenlijk aanwezig is ' Diepzinnig en verheffend.
Op nevenstaande foto zien we haar de voordeur sluiten van het klooster. Symbolisch, voorgoed...Foto en info Christine Hooghe, die de grote organisator was van de viering en daarvoor ook werd bedankt...
Alvast onze hernieuwde, hartelijkste gelukwensen!
23-11-2011
Journaal van Mark Grammens
Het jongste nummer van het Journaal nr.616 1 december 2011, van Mark Grammens is weer bijzonder boeiend. In het hoofdartikel ' Een land zonder toekomst ' schrijft hij o.m. dat een regering van Di Rupo onaanvaardbaar is. Het gesloten communautair akkoord is voor de Vlamingen onverteerbaar met o.m. de de vele Vlaamse toegevingen voor Brussel, de oplossing voor de randgemeenten, de versterking van de fracofone inbreng in het gerechtelijk arrondissement Halle-Vilvoorde enz. Di Rupo is niet de geschikte persoon om in deze moeilijke tijden het beleid te voeren over een land in nood. Bat De Wever heeft di t goed aangevoeld en deed daarom een voorstel: In afwachting van betere tijden voorlopig het communautaire vergeten e een Belgische regering vormen zonder de Waalse socialisten, om een krachtig welvaartsbeleid te voeren, bantwoordend aan de Vlaamse noden. Als men -zoals men nu doende is - het aanvaardbaar vindt dat een regering tot stand komt zonder de meerderheid van de Vlaamse verkozenen in het Belgisch parlement, dan moet het ook aanvaardbaar zijn een crisisregering te vormen die voor een keer geen meerderheid heeft in Wallonië. Oud-senaatsvoorzitter Herman Decroo beweert in HLN dat een verhoging van de belastingen met 1 miljard euro er 700 miljoen uit Vlaamse zakken komt en dat ook besparingen vooral het zuiden van het land treffen. Di Rupo bekijkt alles vanuit de Waalse belangenbehartiging. En zelfs internationaal gezien is zijn regering niet vertrowenwekkend. Er moet een ander beleid komen , en dat is met de PS, de meest conservatieve partij van Europa, niet mogelijk. De regering Di Rupo is zoals die van Verhofstadt in 1999 een tegennatuurlijke partij van links plus rechts. Die kan dus nooit slagvaardig optreden. Daarbij komt nog dat de Europese desiderata haaks staan op het gedachtengoed van de PS. Europa zal volgend jaar betrokken willen worden bij het Belgisch begrotings-en hervormingsbeleid. Kan dat? De automatische loonindexering kan al niet van Europa. Hier kon men die niet wegkrijgen. Dringt de splitsing van het land zich niet op, zoals Beatrice Delvaux zich in Le Soir liet ontvallen, op 22 november j.l.?
Wordt voortgezet
21-11-2011
Marnix Vandenbulcke
Op donderdag 20 oktober werd door Mgr Jozef De Kesel tot nieuwe deken van het decanaat Waregem en pastoor en moderator in de federatie Waregem, Marnix Vandenbulcke benoemd. Afkomstig van Harelbeke wordt over hem vermeld: ° Kortrijk 16 januari 1948 - Tot priester gewijd in Brugge op 20 juli 1974. Hij was eerst medepastoor op de parochie Sint.-Margareta of de Waregemse wijk Nieuwenhove vanaf september 1972 en daarna vanaf 11 juli 1982 in Gullegem als medepastoor op de Sint-Amandusparochie en daarna in 1990 medepastoor in de de Waregemse Sint-Amanduskerk tot eind 1994. Dan werd hij vanaf januari 1995 aalmoezenier of ziekenhuisoastoor in de Waregemse kliniek ' Onze Lieve Vrouw van Lourdes ', een functie die hij vervulde tot 19 november 2011.
Hij is in Waregem een bekende figuur, vooral op de wijk Nieuwenhove of de parochie van de H.-Margareta waar hij als medepastoor zijn eerste pastorale opdracht begon. Als toenmalig schoolhoofd van de plaatselijke jongensschool ontmoette ik hem elke week bij zijn bezoek aan een of andere klas, waar hij niet enkel een en ander kwam opvragen over wat ze zoal hadden onthouden van de ' de christelijke lering ' van de vorige week, maar ook om een verdiepend godsdienstig woordje aan te brengen. Ook de wekelijkse eucharistievieringen benutte hij om zijn parochianen door zijn goed voorbereide en altijd authentiek-menselijke homilie, in hun geloof te versterken. Voorts was hij er zeer sportief. Als geen andere priester kon hij met de fiets overweg. Hij durfde het zelfs aan om deel te nemen aan een koers voor de ' Ninovieten ' op de kermis, en dankzij zijn geregelde trainingen, klopte hij op slimme wijze, in de sprint zijn mededingende parochianen, waarbij hij een enorm applaus kreeg van de massa enthousiaste kijkers en de trofee met een koerstrui, waarop stond afgedrukt ' Kampioen van Nieuwenhove '. in ontvangst mocht nemen. Mijn kapper, Eddy Laigaisse, wist me dat allemaal te vertellen. Hijzelf werd tweede en onze timmerman, Ivan Himpe, werd derde
Maar meer ernstig werk wachtte hem en hij werd, zoals bovenvermeld, in 1994 aalmoezenier ln de Waregemse kliniek, een taak die hij 17 jaar heeft vervuld, met veel inzet, dag en nacht,met dagelijkse bezoekjes aan de zieken en met dagelijkse verzorgde eucharisievieringen voor de zusters en voor de zieken die het aankonden. We kunnen dat persoonlijk getuigen want Maria en ik zijn ook een tijdje in de kliniek geweest. Hij was er zeer gegeerd om zijn vlotte omgang . Af en toe zagen we hem nog terug in onze kerk. Dat gebeurde onlangs nog. Op 13 september j.l. verzorgde hij de uitvaartdienst van zuster Cyrilla met een aangrijpende homilie en een bidprentje met de tekst van zijn hand. Zijn benoeming tot pastoor-deken van Waregem is de bekroning van zijn gevulde priesterlijke loopbaan.
In het Parochieblad Kerk en Leven 26 november Jg.72, schrijft oud-burgemeester Guido Carron, in zijn hem eigen droog-humoristsche stijl en bewoordingen een hartelijk welkom. We citeren vooreerst: ' ' De bisschop had zijn ogen laten vallen op de aalmoezenier van onze kliniek, E.H. Marnix Vandenbulcke, een priester niet alleen met een ziekenhuis, maar met een dubbel Waregems parochieverleden. Heeft de bisschop hem verkozen omdat hij hem via zijn stervensbegeleiding, veel dichter bij de hemel acht dan andere kandidaten? Of vond de bisschop dat Marnix al eens mocht omgaan met mensen die met wat minder medische bijstand door het leven gaan? Of we content zijn? Natuurlijk, we begonnen al te vrezen viir een lang formatieberaad, en wat zouden we eerst krijgen? Een nieuwe deken of een nieuwe regering? Gelukkig het eerste, en dat zonder toegevingen. Maar in Brussel doen ze ook zelden of nooit een beroep op de H.Geest, en dan kan het zeer lang duren...' En verderop: ' Hij mag de Heer prijzen, de priester die aanbelandt in een omgeving van rustige vastheid met mense waarop hij blindelings kan vertrouwen. Albert, een kerkbaljuw, onverslijtbaar en al in dienst sedert het Oud Testament, die hem tijdens de erediensten zal behoeden voor mogelijke misstappen. Arnold, de koster, ook al met een indrukwekkende staat van dienst, die hem bij een valse noot opnieuw op de juiste toonhoogte zal brengen, en alles zorgvuldig voorbereiden, zodat geen godsdienstig voorwerp een steen des aanstoots kan zijn. Niet alle dekens kennen dergelijke liturgische luxe'. Voorts schrijft Guido Carron: ' De hele onderwijswinkel van de scholengemeenschap Waregem - Avelgem wordt toevertrouwd aan een leek, Antoon, een door de wol geverfde kracht uit de roemrijke onderwijsfamilie Ducatteeuw hier te lande. De papiermolen blijft in handen van duivel-doet-al Filip Raes, die meer dan één papiertje verlegt op het secretariaat. Een triumviraat of een drievuldigheid die Waregem geestelijk zal besturen. Kortom we hebben er drie: een pastorale deken, een onderwijsdeken en een administratieve deken. Een stad als Waregem verdient niet minder. Maak u geen zorgen, Marnix, je bent van harte welkom, en na weinige tijd zal je het zelf ondervinden: het is veel zaliger te leven als deken in Waregem dan als God in Frankrijk.
Op zondag 20 november, feest van Christus Koning, vond om 15 uur in de decenale kerk van Waregem de aanstelling tot pastoor-deken plaats door de Brugse bisschop Jozef De Kesel. De kerk was vol met meebiddende en meezingende gelovigen. De bisschop sprak een mooi woordje en namens de burgerlijke overheid sprak burgemeester Kurt Vanryckeghem een woord van welkom uit, waarvoor bovenstaande tekst misschien inspirerend was. Tenslotte kwam ook nog Xavier Verhaeghe, voorzitter van de Kerkraad aan het woord, die zijn volle steun aan de nieuwe deken toezegde. Daarop kwam nog een dankwoordje van Marnix en tenslotte volgde nog een uitgebreide receptie.
Proficiat, Marnix!!
16-11-2011
Als de blaren bloeien...
Als de blaren bloeien zien we de herfst in volle kleur van groen en bruin en goud en rozerood: de wilde wingerd aan de muur, de es, plataan en populier, de lijsterbes, de vlier, en heesters allerlei: ze vieren hoge sier. Mocht ook nog onze herfst wat langer duren, we konden rozerood hoog weer klimmen als de wingerd aan de muur.
Luc Verbeke
Uit " Ik leef in taal en tijd " Herfst-en nieuwjaarsgedichten ( 2004 )
14-11-2011
De platanen in november ...
Hun schreien hoor ik nog in het zagen en het kappen van de takken met de blaren van hun kruin. Maar gelukkig toch dat is voorbij. Nu staan ze daar, de platanen, troosteloos en afgeknot als de kandelaar zevenvoudig en met vingers als met kaarsen naar omhoog smekend in gebed maar ook met lof aan God om het leven dat toch bleef en eerstdaags weer bloeien zal in de ellenlange dreef waar in de beschutting van hun kruin, tegen felle zon en regen, ik elke dag tot aan het einde van mijn dagen beleven mag.
Luc Verbeke 5 november 2006 Uit " Nieuw en Oud " blz.14
November 1950
De regen ruist neer en de vogelen zwijgen. De bloemen staan zwart en de boomtronken naakt. Ik voel me berooid als de bevende twijgen als laat in de avond de weemoed ontwaakt
om al wat voorbij is: het wondere eden, het schone geluk dat mijn kindsheid mij bood, de roes van mijn jeugd. O glans van 't verleden in de donkere schaduw van weedom en dood.
Wat blijft me nog over om eeuwig te dromen en eeuwig te zingen van leven en licht? Na al wat verging en mij werd ontnomen, Geliefde, ontluikt nog de lente om jouw aangezicht.
Luc Verbeke
Uit debuutbundel "Gezangen in de deemstering " Uitg. Nieuwe Stemmen 1951
November 1978
Aan Remi Van de Moortel ( ° Petegem 19 -08-1912 - + Kruishoutem 12 -10 -1993 ) Remi was een intieme vriend van André Demedts, een begaafd essayist, een lezend en luisterend schrijver, een bescheiden poëet, een goed priester en een goed mens. Voor die goeie vriend is het hiernavolgend gedicht.
Nog wat licht over groen waar wat geel over ligt. Nog wat schaduw en rood van een dak en wat wit van een muur waar een vlekje bruin in zit. Dit is november, stil, met wat klokkengelui, wat wind af en toe en een regenbui, gevallen blaren en een boom met een zeldzaam blad, en een kerkhof met kruisjes, een verlepte chrysant en een eenzame man als een vogel die zoekt aan de waterkant.
Luc Verbeke 25 november 1978
Uit " Terugblik " ( 1994 )
13-11-2011
Het Comité Flamand de France I
Toen op 27 januari 1853 door de Academische Raad van het Noorderdepartement de Vlaamse ( of Nederlandse ) taal in Frans-Vlaanderen uitdrukkelijk verboden werd volgde als reactie daarop de oprichting van het Comité Flamand de France op 10 april 1853. De stichters waren zeven intellectuelen: Edmond de Coussemaker, Lodewijk de Baecker, Auguste Ricour, Reimond de Bertrand, Hyppolytus Bernaert, Pieter Meneboo en Desiderius Carnel. Ze waren allen lid van het Duinkerkse heemkundig genootschap, maar zij stichtten thans een nieuwe vereniging die tot opdracht had te ijveren voor het behoud van de Nederlandse taal, de Vlaamse letterkunde te bestuderen, historische en letterkundige documenten in het Nederlands op te sporen, Vlaamse volksliederen en legenden te verzamelen, gebruiken en gewoonten, Vlaamse zegswijzen, familienamen enz. te noteren en voor het nageslacht te bewaren. Dat alles, uitgezonderd de opdracht om te ijveren voor het behoud van de moedertaal was zeer voorzichtig geformuleerd in de statuten. Die voorzichtigheid bij het beginselprogramma en de even voorzichtige keuze van de Franstalige naam, waren te verklaren door het feit dat die statuten moesten worden goedgekeurd door het Franse Ministerie van Openbaar Onderwijs. Die goedkeuring werd ook verkregen op 24 augustus 1853. Dat het Comité wel in de eerste plaats de taal benadrukte, blijkt uit de leuze die prijkt in het CCF- wapen: " Moedertael en Vaderland " Het Comité gaf tot op heden toe een tijdschrift uit, het " Bulletin du Comité flamand de France" en een Jaarboek, de "Annales du Comité flamand de France ". Een schatkamer van informatieve en wetenschappelijke artikelen en mededelingen over Frans-Vlaanderen. Maar terwijl bij ons de Vlaamse Beweging meer een strijdende taal-en cultuurbeweging ( ook politiek ) was is het CFF niet die strijdbeweging geworden maar een beweging voor heemkundige en historische arbeid die het Vlaams verleden, de taaleigenaardigheden, het Vlaams karakter, de Vlaamse taal, de liederenschat ( denk aan " Chants populaires des Flamands de France " van Edmond de Coussemaker ) enz. beter heeft leren kennen en die ook door zijn voortbestaan tot op heden een voortdurend getuigenis is geweest van de etnische aanwezigheid van de Vlamingen in het noorden van Frankrijk. We willen toch aanstippen dat het KFV onmiddellijk na de oorlog betrekkingen met het CFF kon aanknopen en dat we met voorzitters Mgr.H. Dupont en Philippe Jessu hebben samengewerkt o.m. voor de organisatie van de Cultuurdagen in Ekelsbeke. De belangrijkste medewerkers zijn ongetwijfeld voorzitter Jean - Pierre Verschave ( ° 1948 - + Halewijn 15 oktober 2002 ) en zijn oom CFF- secretaris Robert Hennart geweest ( ° 1914 - + Brussel 10 juni 2005 ). Jean-Pierre Verschave was acht jaar voorzitter van het CFF nadat hij jarenlang secretaris was geweest van deze Frans-Vlaamse vereniging. Een beminnelijke, bescheiden man die steeds aanwezig was op de Cultuurdagen in Waregem en Ekelsbeke en er ook enkele keren optrad als spreker. Beroepsmatig was hij na Robert Hennart directeur van " l' Ecole Superieure de Journalisme " en doceerde hij strafrecht aan de Rijselse Universiteit II en hij was ook gemeenteraadslid in Halewijn ( Halluin ). Zijn werkkracht was enorm maar hij stierf vroegtijdig na een hartaanval. Zijn oom Robert Hennart was een langer leven beschoren. Tot op pensioenleeftijd was hij directeur van " l' Ecole Superieure de Journalisme " in Rijsel . Tientallen jaren hebben we hem vooral gekend als de heel bedrijvige secretaris van het CFF, als uitgever van de nieuwe editie van het Bulletin en de Annales, samensteller van de " Livre du Centenaire 1853 - 1953 ) waarin hij de hoofdbijdrage schreef. Later was hij ook een van de belangrijkste auteurs van het " Manifeste des Flamands de France " waarin hij, samen met de andere toenmalige Frans-Vlaamse verenigingen een pleidooi hield voor het onderwijs van het Nederlands in Frans-Vlaanderen. Ook als spreker hebben we hem meermaals over dat onderwerp gehoord o.m. op bijeenkomsten van het CFF en ook op de Frans-Vlaamse Cultuurdagen in Waregem, Ekelsbeke en Belle. In de periode van Hennart en Verschave was het CFF, wellicht onder stimulans van het KFV, werkelijk een strijdende vereniging geworden.
Voor verdere studie zie o.m. " Vlaanderen in Frankrijk " van Luc Verbeke ( Davidsfonds Keurreeks 1970 en ook Standaard -uitgeverij 1970 ) en het Jubileumboek van het KFV 1947 - 1997 " Een halve eeuw werking voor en in Frans-Vlaanderen " onder redactie van Dirk Verbeke.
Op de foto: het oktobernummer 2006 van het " Bulletin du Comité flamand de France "
12-11-2011
Comité flamand de France II
Al vanaf de eerste Frans-Vlaamse Cultuurdagen kon het KFV rekenen op een weliswaar bescheiden en nog niet openlijke medewerking van het Comité flamand de France. Vooral de E.H.Maxime Deswarte was daarbij een belangrijk medewerker. Later was de voorzitter Mgr.Henri Dupont sterk betrokken bij de Frans-Vlaamse Cultuurdagen in Ekelsbeke en daarna waren het in het bijzonder de secretaris Robert Hennart en voorzitter Jean-Pierre Verschave die de contacten met het KFV en het coördineren van de verschillende Frans-Vlaamse verenigingen behartigden. In die tijd kwam het KFV regelmatig bijeen met het bestuur van het Comité flamand de France.
Op de foto n.a.v. een bijeenkomst van bestuur KFV en CFF op 3 oktober 1992 in het Karekietenhof in Avelgem: van links naar rechts de toenmalige CCF- voorzitter Jacques Verhasselt, de CCF-secretaris Jean -Pierre Verschave die Robert Hennart was opgevolgd en na Verhasselt voorzitter zou worden, Luc Verbeke, Roger Vynckier, Cyriel Moeyaert, Antoon Vossaert. Op de foto ontbreekt Dirk Verbeke, die de foto nam.
11-11-2011
Het Vl.Verbond v.Frankrijk met Gantois e.a.
Na de eerste wereldoorlog was er bij de Frans-Vlaamse jongeren een groeiende Vlaamsgezindheid.Vanaf 1919 werden " des Cercles flamands " of Vlaamse kringen opgericht. Het initiatief daartoe werd genomen door de jonge priester Antoon Lescroart °1897 ) uit Wormhout. "Er ontstonden vier Vlaamse kringen met de meest bekende en actieve " De Michiel De Swaenkring" o.l.v. Jean-Marie Gantois. Ze werden op 7 maart 1924 verenigd onder de naam " Het Vlaams Verbond van Frankrijk " aanvankelijk onder voorzitterschap van A.Lescroart en met een volledig Vlaamstalig tijdschrift " De Vlaemsche Stemme in Vrankrijk " dat verscheen van augustus 1923 tot februari 1926. Er werden ook Vlaamse Congressen gehouden van 1924 tot 1943 ( 17 in totaal in alle belangrijke centra in Frans-Vlaanderen. Hierbij ontpopte priester Jean- Marie Gantois ( ° Waten 21 juli 1904 - + Waten 28 mei 1968 ) zich als de grote leider. Hij leerde Nederlands lezen en schrijven, werkte mee aan regionalistische tijdschriften als " Le Beffroi de Flandre " en stichtte zelf de tijdschriften " Le Lion de Flandre " ( 1929 - 1944 ) en daarmee samengaand het Vlaamstalige " De Torrewachter " ( met zijn naaste medewerker en vriend priester Marcel Janssen ). Onder tal van schuilnamen schreef hij honderden artikelen en ook boeken als " Les Mystiques Flamands" ( 1928 - pseudoniem Edmond Bruggeman, met een inleiding van Mgr. Waffelaert en uitgegeven door Valentin Bresle, Rijsel ) en " Nederland in Frankrijk. De Zuidergrens der Nederlanden "onder pseudoniem H. Van Byleveld ( Uitgeverij De Sikkel - 1941 ).
Na de tweede wereldoorlog geraakte hij enkele jaren in moeilijkheden maar hij kon spoedig zijn activiteiten hervatten o.m. met grondige artikelen in het in 1951 door Jan Klaas, met de medewerking van het KFV, gestichte " Notre Flandre -Zuid-Vlaamse Heem " . Na zijn overlijden in 1968 verdween trouwens dit tijdschrift. ( Zie Jubileumboek van het KFV 1947- 1997 blzn. 34 -40 )
Onder eigen naam publiceerde hij na de oorlog in het Nederlands: " Hoe ik mijn Volk en mijn Taal terugvond " ( 1942 ), Ons Nederland boven de Zomme " ( 1956 ) en het lijvige verzamelwerk " De Zuidelijkste Nederlanden " ( 1967 ) Hij schreef ook nog zijn Geestelijk Testament .
Hij onderhield veel betrekkingen met Vlaanderen en Nederland en met de andere regio's in Frankrijk. In Vlaanderen had hij voor en tijdens de oorlog goede vrienden en medestanders o.m. Cyriel Verschaeve, Jeroom Leuridan, Vital Celen, Desiderius Stracke. Met Jeroom Leuridan leidde hij een comité dat droomde van een groot Dietsland d.w.z. de eenheid van Frans-Vlaanderen, Vlaanderen en Nederland. Dit Dietsland was enkel realiseerbaar met steun van de toenmalige Duitse bezetter maar die steun verkregen ze niet omdat dit een breuk betekende met het geplande Derde Rijk van Nazi-Duitsland ( dat met Hitler begon in 1933 en volgens hun verwachting minstens 1000 jaar zou bestaan. ) We kunnen er nog aan toevoegen dat als eerste Rijk gold het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie van 843 tot 1806, en als tweede Rijk het Duitse Keizerrijk van 1871 tot 1918 .
De invloed en de werken van J.M. Gantois mogen niet worden onderschat. Toch achtervolgde zijn kortstondig oorlogsverleden de naoorlogse realistische werking voor en in Frans- Vlaanderen. Met Jean-Marie Gantois hebben we sinds 1952 veel contacten gehad, veel met hem samengewerkt, na de oprichting van Notre Flandre in 1952, maar dit ook niet zonder meningsverschillen. In het bijzonder met André Demedts kon hij niet altijd zo goed opschieten en vooral de oprichting van Ons Erfdeel ( 1957 ), die hij beschouwde als een concurrent, was hem een doorn in het oog. Na zijn onverwacht overlijden ( 28 mei 1968 ) heeft André Demedts nochtans met veel lof over hem geschreven ( o.m. in het Nationaal Biografisch Woordenboek, 1972 pp. 350 - 361 ). Die belangrijke bijdrage wordt jammer genoeg niet vermeld in andere interessante brochures over J.M. Gantois, als die van Jos Vinks ( Uitg.VVNA 1988 ) en van Zannekin, de Werkgroep De Nederlanden en Oranjejeugd ( 1998 - Maurits Cailliau, Paddevijverstraat 2, 8500 Ieper ). Deze laatste, bijzonder lezenswaardige brochure, is een onuitgegeven tekst aan de redactie bezorgd door Jan Hus, een oud-lid van De Zuidvlaamse Jeugd, onder de titel ' La Flandre, ce qu'elle est, ce qu'elle veut ' en hier gebracht in vertaling, met een toegevoegde bio-bibliografie en een samenvatting van zijn leven en werk op de achterzijde van de kaft.
Het is een feit dat hij altijd heel wat bewonderaars en volgelingen heeft gehad tot op heden toe. Wijzelf schreven uitgebreid over het VVF en over Jean-Marie Gantois in ons boek " Vlaanderen in Frankrijk " ( Davidsfonds -Standaard-Uitgeverij 1970 blzn. 83 - 98 ) en in het Jubileumboek van het KFV 1947 - 1997 ( redactie Dirk Verbeke ) op blzn. 37 - 40.
Op de foto zien we hem hier tijdens een toespraak in 1964 op de viering van zijn vriend Pater Desiderius Stracke. De foto is van Nestor Gerard.
24-10-2011
Zusje Yvonne
Foto op het bidprentje van ons zusje Yvonne, geboren in Wakken op 19 februari 1931 en er gestorven als slachtoffer van de oorlog, zo goed als levend verbrand, op 12 mei 1944. Lees het verhaal in " Uit de familiestamboom Verbeke " en ook in de inleiding bij de twee aan haar gewijde gedichten " Gedachtenis I en II "
23-10-2011
Gedachtenis I en II
Op 11 mei 1944 werd één van mijn zusjes het slachtoffer van de oorlogsgruwel. Onze dertienjarige Yvonne ( uit de rij van m'n zeven zussen ) werd zo goed als levend verbrand in een korenveld waarin een bijna volle benzinetank terecht was gekomen, die als ballast door een geallieerd vliegtuig werd uitgeworpen, toen een hele groep vliegtuigen uit Duitsland terugkeerde na een bombardement. Een paar honderd nieuwsgierigen liepen naar de benzinetank toe en een onvoorzichtig man zal een sigaret op de grond geworpen hebben waardoor het hele veld in brand vloog. Een veertigtal mensen liepen brandwonden op en de kinderen die omver werden gelopen waren er het ergst aan toe. Yvonne en haar vriendinnetje overleden in het Tieltse ziekenhuis op 12 mei. Aan die droevige gebeurtenis zijn de hiernavolgende gedichten gewijd.
Gedachtenis I
Wat valt het hard, m ' n zusje, nu je naam te noemen waar jij zo eenzaam hier, zo stil begraven ligt, en ik doorheen de bloei van witte zomerbloemen, het laatste lachen zie van jouw verminkt gezicht.
Niet dan met schromende ogen durf ik aarzelend lezen de zwarte dodenletters op jouw witte kruis en altijd weer komt nieuwe pijn in mij gerezen nu jij voorgoed ontstegen bent dit aards tehuis.
Wat kan ik, zusje, dan de handen biddend vouwen? Een lichtstraal uit de hemel tooit jouw vroege graf en ' k zie een eeuwige en wondere wereld openblauwen in ' t wolkenloos geluk dat God jou gaf.
Juni 1944
Gedachtenis II
De dagen en de weken gaan, de dagen groeien als een vertrouwd en dicht gewas over jouw dood. Maar welke tuinman komt zo scherp en vlijmend snoeien en legt de naakte stam van vroegere pijn weer bloot?
We zien een laat verdriet in moeders ogen rijzen, de bange vraag: Waarom bleef jij ons niet gespaard? en die ons allen weer bevangt en soms doet ijzen en stilt ons zingend bloed in z 'n al tomeloze vaart.
Er is zoveel dat ons naar jou doet keren: de lente en de zon, de bloemen en de mei, ópvlammend vuur... O diep en smartelijk ontberen dat nu onze ogen richt naar jou aan de overzij
maar ook terugroept naar de bron van jouw verscheiden waar jij de zuivere taal der diepten plots verstond en aan de grens van pijn en van verrukkelijk verblijden, in God, oorsprong en monding van jouw leven vond.
Luc Verbeke Mei 1945
Uit " Gezangen in de deemstering " Nieuwe Stemmen 1951
21-10-2011
Hugo Claus . Familie. Leven en werk.
Nadat het " Verdriet van België " van Hugo Claus na 25 jaar weer in het brandpunt van de belangstelling stond ( Zie o.m. De Standaard 14 maart 2008 en tal van volgende nummers ) willen we enkele persoonlijke herinneringen neerpennen over zijn grootvader Maurits Claus ( ° Poperinge 6 oktober 1878 - + Kortrijk 26 november 1967 ) Op zijn rouwbrief lezen we o.m. " Ere-Diocesaan Inspecteur L.O. - Weduwnaar van Mevrouw Valentine Dieperinck - Kruis Pro Ecclesia et Pontfice - Ridder in de Kroonorde - Lid van al de Confrerieën van Sint - Rochus " We hebben hem heel goed gekend want dankzij hem kreeg ik een betrekking als onderwijzer in de Kind-Jezusschool op het Gaverke in Waregem. Hij bezocht mij daar meermaals in mijn klas, wist dat ik gedichten schreef en bezorgde mij een vers van hem " Het Maantje " waarover hij mijn oordeel vroeg en dat wij hieronder ook afdrukken. De inspecteur was een goed lesgever bij klasbezoek. Hij deed dit luchtig en hij vond het prettig even de klas op stelten te zetten. In 1984 werd ikzelf benoemd als diocesaan - inspecteur van de regio Waregem - Kortrijk en ik heb dus ook in de vele lagere - en kleuterscholen in zijn spoor gelopen. Toen ik nog schoolhoofd was in de Jongensschool van Nieuwenhove-Waregem heeft een dochter van hem nog een korte tussentijdse betrekking in mijn school verricht. Ik vermoed in 1970. Ik heb haar toen over het werk van neef Hugo gesproken.
Het maantje. ( Spelling van toen )
Alomme valt nu d' avond. De maan schijnt rustig en schoon En tuurt door al de ruitjes Van onze kleine woon.
Wat voor nieuwsgierig maantje Met zijn bolrond gelaat Me dunkt zou willen weten Wat er binnen ommegaat.
Wel, lieve 'k zal 't U zeggen Voor ik mijn venster sluit We zijn zoo moe van werken En we rusten nu wat uit.
We zitten rond het stoofke In stillen kring bijeen Met onze goede moeder En praten ondereen.
En blijft ge nu daarboven Nog wat te kijken staan Dan zult ge ons zien bidden Vóór wij te slapen gaan.
En wijl ge dan stil voorbijglijdt Met uwen sterrenstoet Dan rusten wij stil en innig In Godes Hand behoed.
M. Claus
De familie Claus is eigenlijk afkomstig uit Dentergem en omliggende gemeenten. De oudst bekende met geboortejaar is Arnoldus Claus ( Markegem 1661 ) Een verdere nakomeling is Pieter junior Claus ( ° Dentergem 29 september 1813 - + Dentergem 23 augustus 1875 ) gehuwd met Ghislena Debouwer ( ° Dentergem 10 juni 1812 ). Ze baatten in Dentergem een herberg uit m.n. ' In het Kruysse ' Ze hadden zes kinderen , onder wie Eugeen ( ° 7 juni 1852 ) , vader van Maurice, geboren in Poperinge in 1878 ( zie boven ), grootvader van Hugo, en die zoals gezegd in Kortrijk diocesaan inspecteur werd. ( Cfr.o.m. Eric Bekaert in ' De Roede van Tielt ' 37e.Jg. nr.2, april-mei-juni 2006 )
De familie Claus bevolkte de hele omgeving van Markegem, Dentergem, Wakken. In mijn geboortedorp Wakken ( buurgemeente van Markegem ) was in mijn kinderjaren Juul Claus onze kapper. Zijn zoon Robert ( enkele jaren ouder dan ik ) volgde hem op en als ik in Waregem woonde ben ik nog vaak terug naar hem gegaan. In Wakken was er toen ook nog de bekende winkel van Zoé Claus. Het is niet onmogelijk dat ook de grote schilder Emiel Claus ( ° St.-Eloois-Vijve 27 september 1849 - + Astene 14 juni 1924 ) tot die stam behoorde want zijn vader en zijn overgrootvader zijn Wakkenaars : Zijn vader was Alexander Claus ° Wakken 23 september 1794 - + St.-Eloois-Vijve 2 mei 1873. Zijn grootvader was Carolus Claus uit Wakken. Tussen 1829 en 1844 bewoonde de familie Alexander Claus het ' Maison de Commerce ' een herberg, die ik goed heb gekend omdat mijn oud-klasgenoot in de Normaalschool en trouwe vriend André Dewaele daar heeft gewoond. Die straat heet nu ook de Emiel Clausstraat. ( zie blog Het Vijvenaarke van Maurice Deketele ) Familiekundigen zouden na moeten gaan welke familiebanden er zijn met de familie van Hugo in de hele regio.
Inspecteur Maurits Claus was niet enkel de grootvader maar ook de peter van Hugo. Vandaar de naam Hugo-Maurits. Hij komt vaak in het werk van Hugo voor, ook in " Het Verdriet van België ". Dit is eveneens het geval voor Jozef, de vader van Hugo. Die was drukker - uitgever. Hugo schrijft schertsend dat hij de scholen afliep om zijn waar te verkopen en daarbij in de kloosterscholen zijn paternoster uit zijn broekzak liet hangen...als probaat middel. Jozef was de oudste zoon van Inspecteur Maurits en was gehuwd met Germaine Vanderlinden. En Hugo is hun oudste zoon, geboren in Brugge op 5 april 1929. In 1931 verhuist het gezin van Brugge naar Kortrijk en Hugo moet al op kostschool. Vanaf zijn vierde levensjaar verblijft hij bij de Zusters van Liefde in Aalbeke. In 1940 keert hij terug naar het ouderlijk huis, wegens de oorlog. Tijdens de oorlog volgt hij Grieks-Latijnse op het atheneum van Kortrijk. Verschillende leraars zijn radicale flaminganten, zoals ook de ouders van Hugo.
Na de tweede wereldoorlog wordt de drukkerij- uitgeverij Claus vernield door het verzet. Jozef wordt beschuldigd van collaboratie maar komt er betrekkelijk goed van af ( blijft twee jaar geïnterneerd ). Ze gaan in Oostende wonen. Ook Hugo had zich als jongere tijdens de oorlogsjaren geëngageerd in de nationaal-socialistische jeugdbeweging. Na de oorlog vertoefde hij eerst, geplaatst door de jeugdrechter, in het katholiek college van Deinze. In 1947 vlucht hij naar Frankrijk en gaat als 18-jarige werken als seizoenarbeider bij de suikerbietencampagne in een Noord- Franse suikerfabriek, vandaar het verhaal " Suiker ". Nadat hij voldoende geld heeft verdiend trekt hij naar Parijs, waar hij o.m. de experimentelen leert kennen en begint aan zijn literaire carrière.Hij schrijft zijn eerste roman " De eendenjacht" , debuteert ook met zijn eerste dichtbundel " Kleine reeks " en teruggekeerd naar Vlaanderen ontmoet hij Elly Overzier, met wie hij terug naar Parijs vertrekt in 1950. Hij herdoopt " Eendenjacht " tot " De Metsiers ". Hij krijgt gunstige kritiek o.m. van mijn vriend André Demedts, die er al een groot schrijver in ziet. Het werk wordt ook bekroond. Hij wordt lid van " Cobra" en wijdt zich volledig aan literatuur, schilderkunst en toneel.
Na 3 jaar Italië keert hij terug en gaat in Gent wonen. Hij trouwt met Elly in 1955. Hij schrijft zijn " Oostakkerse gedichten" , die hij beschouwt als zijn beste gedichten en hij schrijft ook het toneelstuk " Een bruid in de morgen " Jaar na jaar volgen nu romans, gedichten, toneelstukken, filmscenario's enz. Hij scheidt van Elly en heeft achtereenvolgens relaties met de Nederlandse actrice Kitty Courbois, de Franse actrice Silvya Kristel tot hij in 1983 het " Verdriet van België " schrijft. In 1993 trouwt hij met Veerle de Wit, met wie hij samenblijft tot aan zijn dood. Ondertussen heeft hij 40 literaire prijzen verzameld. Hij rekent met zijn jeugdig verleden af in zijn werk. Hij verwerpt het totaal en wantrouwt elke ideologie. Zijn grote familieroman " Het Verdriet van België " handelt daarover vooral in het tweede deel, dat ook het meest boeiende is. Weliswaar geen autobiografie maar een mengeling van realiteit en mythe, zonder bekommernis om enige moraal en zelfs met heel wat obsceniteiten, maar geschreven in een overrompelende taal en met een verbluffende scheppingskracht.
Claus was al enkele jaren ziek en is na euthanasie op 19 maart 2008 in het Middelheimziekenhuis van Antwerpen overleden. Deze daad werd door vrijzinnigen geprezen als heldhaftig maar van katholieke zijde werd daartegen heftig geprotesteerd. Kardinaal Danneels zei dat het allerminst heldhaftig was. Heldhaftigheid zag hij bij de lijdende en bij de verzorgers van de lijdende mens. Claus was bijna 79 jaar. Hij wordt door velen beschouwd als de grootste schrijver van de Nederlanden sinds de eerste wereldoorlog en de meest veelzijdige ( dichter, toneelschrijver, romancier... en dan ook nog zelf regisseur van zijn toneel-en filmwerken. ) Hij was ook een begaafd kunstschilder. Merkwaardig is wel dat hij gestorven is in dit 25e jaar van het bestaan van zijn meesterwerk " Het verdriet van België " waarvan de speciale editie ook al is uitverkocht. Hij werd begraven met een plechtigheid in de Bourlaschouwburg, waar o.m. E.Mortier zwaar uitviel tegen Kardinaal Danneels, wat hem ook veel kritiek opleverde.
Niet enkel " Het Verdriet van België " heb ik opnieuw gelezen maar me ook weer verdiept in zijn gedichten en wel in zijn volledige verzameling" De Bezige Bij, Amsterdam 1994 "om tot het besluit te komen dat hij vooral als dichter tot de groten behoort m.i. met Anton van Wilderode, de grootsten sedert Gezelle en Vandewoestijne, al steekt in die verzameling ook veel kaf tussen het koren.
Niet alle journalisten oordelen echter zo lovend over het werk van Claus. Ik las in " Journaal " het Veertiendaags Opinieblad van Marc Grammens ( professioneel voltijds beroepsjournalist sinds 1956 ) heel wat kritische beschouwingen over het werk van Claus en over het euthanasiedebat. Hij erkent dat Claus een groot schrijver was en een volleerd ambachtsman van de literatuur maar dat hij enkel ...wereldberoemd is in het eigen taalgebied. In Nederland werd hij gewaardeerd maar in de buitenlandse pers werd over zijn overlijden en zijn werk weinig of niets gezegd. In de Engelstalige wereld is hij onbekend en in het Franse Le Monde vond men niemand om iets over hem te schrijven. Een tekst van Cees Nooteboom werd dan maar in het Frans vertaald. Hij schrijft dat Claus over het paard werd getild o.m. op aansturen van De Bezige Bij, niet zonder commerciële redenen. Aldus werd " Het Verdriet van België " als meesterlijk geprezen door critici die het boek zelfs niet helemaal hadden gelezen. Een glimp van genialiteit treffen we wel aan in zijn gedichten en in zijn toneelwerk "Vrijdag " . Zijn leven lang werd hij echter omringd door vleiers en misbruikt door een groepje fundamentalistische godloochenaars . ( Journaal nr 521, 10 april 2008 blz. 4083 ) Harde woorden schrijft Grammens ook in zijn beschouwingen over het euthanasiedebat. Het huidige euthanasieprogramma komt best overeen met dit van de Duitse nazistische leiders tijdens de oorlog. Aanvankelijk werden de eerste voorstellen voor euthanasie gekelderd omdat ze geassocieerd werden werden met de " gruwelijkste periode van een gehaat bewind in Europa ". Maar het pleidooi ervoor won veld in de kringen van de militante vrijzinnigheid. Paars-groen heeft er tenslotte voor gekozen. Buiten dit hoekje van West-Europa blijft euthanasie overal strafbaar. Hij besluit: " Uitzonderingen daargelaten, mag het doden van mensen niet worden verontschuldigd, zoniet geraakt de samenleving in een onontwarbare knoop " ( blz.4085 ) In een laatste stukje schrijft hij over " Hugo Claus , een kind van de repressie ", zoals hij zich destijds heeft genoemd. Eén keer heeft Grammens langdurig met Claus gesproken n.l. in 1966 toen hij nog met zijn eerste vrouw in Nukerke woonde en hem had uitgenodigd voor een gesprek. Toen Grammens zich voorstelde als een " kind van de repressie" veerde Claus recht en riep ' tegelijkertijd lachend maar met felle stem: Ik ook ' In die tijd was Claus trouwens goed bevriend met een aantal oud-collaborateurs, ook van buiten de familiale kring. Rik Van Cauwelaert schreef in Knack ( 26 . 03. 08 ) dat de diepste krassen in zijn ziel veroorzaakt werden door de repressieperiode, toen hij als gewezen lid van de Nationaal Socialistische Jeugd door de dienst kinderbescherming in Deinze op het college werd geplaatst. Zijn vleiers willen daar nu echter niets meer van horen.
Inmiddels bleven herdenkingen van Hugo Claus plaats hebben. Aldus was er een herdenking door een aantal kunstenaars in de Bourlaschouwburg met o.m. voorlezingen uit zijn werk en met een feestdis naar de smaak van Hugo Claus. Ook Gwij Mandelinck bracht hem hulde tijdens de kunst -en poëzieweken in Watou. Claus was daar immers een graaggeziene gast en medewerker, die er ook al een monumentje kreeg.
Voorts werd in tijdschriften en kranten nog wel een en ander over Claus geschreven o.m. naar aanleiding van het ontdekken van onuitgegeven gedichten of van varianten van de ' Oostakkerse gedichten ' maar geleidelijk deemstert hij weg uit de belangstelling sinds Tom Lanoye hem met zijn jongste boek ' Sprakeloos ' overtreft en die nu, samen met een aantal jongere auteurs als Dimitri Verhulst , de belangstelling wegdraagt.
Wel publiceerde Georges Wildemeersch bij De Bezige Bij ' nog 'De briefwisseling tussen Hugo Claus en Simon Vinkenoog ' . ( 496 blz. ) Daarin komt heel wat informatie voor over het leven in Parijs van een vriendengroepje van Nederlandse dichters en schilders van de Cobra-groep. Vinkenoog was er de spil van en Claus de meest bewonderde schrijver. Marc Reynebeau schrijft erover in DSL 18 juli 2008 ' Het Parijse vriendenclubje, waarin het overigens niet ontbrak aan artistieke en amoureuze rivaliteit, liet veel geschreven sporen na. Behalve dat het de harde kern leverde van de Vijftigers die de zogeheten experimentele poëzie uitvonden, kreeg het leven van die schrijvers een weerslag in literair werk van onder anderen Vinkenoog, Campert en Kousbroeks vrouw Ethel Portnoy. Kleur en opwinding was er genoeg in dit milieu, drank en seks inbegrepen '
20-10-2011
Pastoor-Deken Frans Verhelst
Op 22 augustus 2011 is de Waregemse pastoor-deken Frans Verhelst plotseling gestorven in de dekenij. Hij zou op 16 september e.k. 71 jaar worden. Als Waregemnaar werd hij geboren als telg van een bekende Desselgemse landbouwersfamilie, in een Kortrijkse materniteit op 16 september 1940, dus tijdens het eerste jaar van de tweede wereldoorlog. Hij werd priester gewijd te Brugge op 29 juni 1967 en was licentiaat werd in religieuze en morele wetenschappen. Hij begon als leraar aan het Ieperse Sint-Vincentiuscollege vanaf 21 augustus 1968. Daarna werd hij rector van de Grauwzusters Franciscanessen te Roeselare. Vanaf 15 juni 1989 was hij leraar aan het Bisschoppelijk Lyceum H. Elisabeth in dezelfde stad. Vanaf 7 april 1994 was hij deken van het decanaat Waregem, pastoor van de Sint-Amandus en Sint-Blasiusparochie te Waregem en pastoor en moderator in de federatie Waregem vanaf 8 juli 2002. Hij was de opvolger van deken André Vannecke. Zijn onverwachte overlijden heeft Waregem diep geschokt. Verslagenheid en ongeloof waren overal de eerste reacties waarin volgens zijn medewerker Toon Ducatteeuw, veel respect te horen en te voelen was voor ' de warmte van de mens ' achter de titels en de functies. Benevens zijn pastorale zorg was hij ook voorzitter van de VKLO, de groepering van de Waregemse scholen van het Katholiek Onderwijs en ook van de secundaire scholen van Waregem, Anzegem en Avelgem, een zware taak die van hem heel wat tijd en energie vroeg. Van jongsaf kende heel veel Waregemnaars, vooral van de nabijgelegen wijk Niewenhove, waar ik hem meermaals heb ontmoet sinds ik daar in 1959 schoolhoofd was geworden. Hij sloeg graag een babbel maar kon ook met interesse luisteren. Meermaals kwam hij in de nieuwe kerk de zondagsmis opdragen toen hij nog in Ieper of Roeselare was en hij hield dan een mooie maar niet altijd eenvoudige homilie. Als pastoor was gij de goede herder, die meeleefde met de vreugden en het verdriet van de mensen. Bij begrafenissen klonk zijn innig medeleven mee in zijn eucharistieviering. Maar ook voor het materiële had hij oog. Hij was een echte bouwheer, die zorgde voor een mooie kerk, binnen en buiten. Hij realiseerde twee bouwprojecten: de vergader-en bezinnigsruimte ' De Ark ' in de Zuiderlaan en de grote parochiale ' Kamiano ' op de Jager.De jongste jaren leed hij erg onder de geloofsafval en het verminderde kerkbezoek, en het verminderd aantal kerkelijke huwelijken, maar het was geen plaatselijk probleem, versterkt dan nog door een tekort aan priesterroepingen en het daarmee samengaand de last die op de schouders van gepensioneerde priesters moest worden gelegd. Hij deed alles wat hij kon om het christelijk karakter van zijn scholen en van de vele katholieke verenigingen en bewegingen te bewaren. Ook dat viel niet altijd mee maar hij bad en bleef bezielen. Waregem blijft hem dankbaar en zal hem niet vergeten, evenmin als zijn lieve zus Godelieve, die zoveel jaren meehielp in kerk en keuken. Ze hadden beiden gehoopt op Nieuwenhove hun pensioenleeftijd te kunnen doorbrengen. Godelieve had er een woning en die werd verruimd voor hem. Als gepensioneerd priester zou hij meewerken aan de eucharistievieringen. Het heeft allemaal niet mogen zijn.
Hij zal worden opgevolgd door de E.H. Marnix Vandenbulcke ( ° Kortrijk, 16 januari 1916- Priester gewijd op 20 juli 1974 ), die in Waregem eerst als onderpastoor fungeerde op de wijk Nieuwenhove ( Parochie H.Margareta ) en sinds 1 december 1994 aalmoezenier in de kliniek O.L.Vrouw van Lourdes is geweest. Op 20 november e.k. ( Feest van Christus Koning ) wordt hij in de Sint-Amandus en -Blasiuskerk door Mgr.De Kesel aangesteld.
Herdenking van de gesneuvelden in Koekelare
Op zondag 30 mei 2010 was er opnieuw een herdenking 1940-2010 bij het Bezinningsmonument, georganiseerd door de N.S.B.Koekelare, Coclariensia en Spaenhiers.
Een heel programma werd afgewerkt: Om 10.15 uur was er een begroeting van de genodigden op het Concertplein. Om 10.30 uur was er een eucharistieviering opgeluisterd door de Koninklijke fanfare Sint-Joris., met een volle kerk aanwezigen Om 11.15 uur was er een optocht naar het bezinningsmonument op de Wallaart. waar een plechtigheid plaatsvond aan het monument met verschillende toespraken o.m. van de burgemeester van Koekelare. ( zie foto ) Namens de familie Decock dankte een zoon van Norbert, die te emotioneel bewogen was om het zelf te doen.
Om 12.15 uur was er nog een receptie, aangeboden door het gemeentebestuur van Koekelare, gevolgd door een vriendenmaal.
Te betreuren: Er was geen afvaardigiug uit Wakken.
Op deze foto zien we de 99-jarige strijdmakker van Maurice Decock, Adolf Dejaeghere, nu wonend in Wortegem, die behoorde tot het bataljon van Maurice en die aan de dood kon ontsnappen, door het feit dat hij bij het vallen van de brisantbom op boodschap was. Hij getuigt over Maurice als zijn zeer goeie vriend en een ingoede man. Hij vertelt nog het gebeurde alsof het nog van gisteren was.
De burgemeester van Koekelare houdt een toespraak bij het bezinningsmonument.
Dit is een foto van de herdenkingsplaat bij het bezinningsmonument met de namen van de zeven gesneuvelden.
19-10-2011
We eren Michiel Vandekerckhove
WE MOETEN ONZE GROTEN EREN
Michiel Vandekerchove werd geboren in Tielt op 20 januari 1909 en is overleden in Kortrijk op 6 februari 2003. Hij was de echtgenoot van mevrouw Ann Maeyens. Hij was voor ons een dierbare vriend, die we vaak hebben mogen ontmoeten te zijnen huize en ook bij ons. Hij was immers een medestander in de Vlaamse Beweging, ook voor Frans-Vlaanderen en eveneens als eerste ondervoorzitter van het Komitee voor Nederlands Onderwijs en Kultuur in Komen ( KNOKK ) in de strijd voor de Vlaamse school. Hij was meteen ook voorzitter van het ' Algemeen Komitee Vlaanderen - Komen '. Maar zijn werkveld was veel ruimer. De historicus Romain Vanlandschoot ( ° Brugge, 1933 ) heeft zijn eerste boek aan hem gewijd ( 1980 ) Zijn leven is één getuigenis geweest van bezonnen flamingantisme vanaf zijn studententijd in het 'Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond ' ( AKVS ). Hij was ook levenslang een vurig en consequent katholiek. Michiel volgde lager onderwijs bij de zusters in Tielt en voortgezet onderwijs in de humaniora van het St.-Jozefscollege. Op 28 juli 1927 beëindigde hij als primus van zijn klas de retorica en ging daarna rechten studeren in Leuven. Als scholier was hij al lid van het AKVS en aan de KU-Leuven engageerde hij zich in het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond ( KVHV ). Het was de tijd van Mgr. Ladeuze die een vijftal talen sprak, uitgezonderd het Nederlands. Michiel publiceerde dan als opbouwende Vlaams-nationalist enkele artikelen in ' Ons Leven ' en werd in 1931 voorzitter van de Leuvense afdeling van de ' Vereeniging voor Volkenbond en Wereldvrede ', een internationale pacifistische organisatie waarin hij de stichter in Vlaanderen, Alfons Vranckx, opvolgde als voorzitter en vredesdagen organiseerde o.m. in Kortrijk en Leuven. Sterk beïnvloed door neo-thomisten als Jacques Maritain en op rechtsgebied door de Franse rechtsgeleerde Hauriou, leerde hij over het belang van de staatsmacht en paste hij dat toe op Vlaanderen, waarvoor hij zich zou inzetten. In juli 1932 studeerde hij af als doctor in de rechten en licentiaat in de thomistische wijsbegeerte. In 1935 behoorde hij tot de stichters van de ' West-Vlaamsche Taalgrensaktie ' en verdedigde als jonge advocaat herhaaldelijk en belangloos Flor Grammens, de ' man van de daad' die herhaaldelijk door het franskiljonse gerecht werd veroordeeld omwille van zijn actie, waarbij hij o.m. Franstalige naamborden van gemeenten en scholen ging overschilderen. In 1933 vestigde hij zich in Kortrijk waar hij o.m. kennis maakte met Paul Beeckman en Tony Herbert, die aanvankelijk betrokken waren bij de oprichting van het VNV maar in maart 1936 aanvaardde hij het aanbod om een plaats op de lijst van de katholieke partij van Gustaaf Sap in het arrondissement Roeselare-Tielt. In 1938 was hij medestichter van de ' Katholieke Vlaamsche Volkspartij ' met o.m. Jos de Saeger, Renaat van Elslande en Gerard van den Daele. In 1937 gaf hij het arrondissementsweekblad van KVV-Kortrijk ' De Leie ' uit. Tijdens de tweede wereldoorlog werd hij eind 1940 lid van een politieke denkgroep rond de industrieel Tony Herbert, waar hij o.m. Theo Lefèvre leerde kennen. Een planning werd gemaakt voor een vernieuwde katholieke partij na de oorlog. In 1942 werd hij kortstondig aangehouden op aanstichting van de ' Dietsche Militie / Zwarte Brigade '. Na de bevrijding weigerde hij te pleiten voor de krijgsraad en stak al zijn energie in het tot stand brengen van de ' Christelijke Volkspartij ' ( waarvoor hij wel een politiek mandaat weigerde ) en in het stichten van het tijdschrift ' Het Westen ', waarvoor hij het eerste hoofdartikel schreef. ( 24 juni 1945 ) Ik was daarop geabonneerd en volgde nauwgezet zijn bijdragen over geloof en politiek, die altijd bijzonder boeiend waren. Tijdens de koningskwestie ontpopte hij zich als een vurig Leopoldist en organiseerde tal van meetings en plaktochten om de terugkeer van de koning te eisen, die in barre omstandigheden niet naar Londen was gevlucht maar bij zijn volk was gebleven. Op 5 augustus 1950 leidde hij de onderzoekscommissie binnen de CVP. Tijdens een woelig CVP-congres vielen de conclusies van de commissie evenwel niet in goede aarde bij een aantal Londenaars - anti-Leopoldisten en als voorzitter was Michiel de schuldige. Hij besloot daarom de politiek voorgoed vaarwel te zeggen om een vrij en ongebonden man te zijn. Hij ontplooide dan een grote activiteit in de katholieke actie en het lekenapostolaat in het Bisdom Brugge en zijn belangstelling bleef uitgaan naar de evolutie van de Vlaamse Beweging. Van 1951 tot 1970 was hij referendaris bij de Rechtbank van Kortrijk en daarna tot 1979 voorzitter ervan. Hij trad op als spreker over de Vlaamse Beweging in tal van 11-juli-toespraken en verzette zich tegen het Egmontpact. Meer en meer was hij ervan overtuigd dat Vlaanderen een onafhankelijke Vlaamse staat moest worden en hij citeerde daarbij de slotverzen van het bekende ' Vlaanderen ' van zijn goeie vriend André Demedts. In zijn dankwoord bij de voorstelling van het boek over hem van Romain Vanlandschoot, voorgesteld door Jozef Deleu, zei hij o.m." De belgicisten moeten beseffen dat zij in wezen de collaborateurs zijn van ' die nation Belge ', die in 1830 de Vlamingen wilde uitschakelen qua taal, cultuur en eigenheid en ook de collaborateurs van de eeuwenlange dominantie van de Franstaligen in België. Een heerschappij die ze willen bestendigen. Wij echter willen die breken en in de vrije democratie van het getal in de Belgische staat de wettelijke meerderheid van het getal opeisen. Niet dat 42,32 % zijn wil oplegt aan 57,68 %, zoals in de koningskwestie. Willen de belgicisten dat niet, heel goed. Dan een eigen Vlaamse staat. Ik heb in het ' Huldeboek André Demedts ' de vele klemmende redenen tot die schepping uiteengezet ".
Wij mochten Michiel voor het laatst ontmoeten op 24 november 2002 bij de overhandiging van de André Demedtsprijs aan Ludo Simons in het Kortrijkse stadhuis en op 1 januari 2003 schreef hij voor ons nog een laatste nieuwjaarskaartje. We bewaren het met piëteit, zoals ook die van de vorige jaren. Onverwacht verliet hij ons op 6 februari 2003. Hij kreeg een mooie uitvaartdienst in de ruime Onze- Lieve-Vrouwkerk van Kortrijk op 11 februari. De kerk was te klein voor de meer dan duizend aanwezigen. Een groot man ging voor Vlaanderen verloren.
De foto is die van zijn bidprentje. Info: ' Michiel Vandekerckhove. Leven en Werk ' ( Romain Van Landschoot 1980 ) KFV-Mededelingen 30e Jg. nr 4, maart-april- mei, 2003 ( Luc Verbeke blz.28-29 ) 't Pallieterke, 25 juni 2003, omvangrijk artikel van Paul Beddeleem.
Door de hoogste droom...
Aan Michiel Vandekerckhove ( +2003 ) Bij bekroning met Groeningeprijs 1993
Door de hoogste droom gedreven in de wolken van de tijd: een bergtop en een rots, beginselvast en trots en dienstbaar in de strijd. En al wat groeit en broeit en leven geeft aan 't volkse vaderland of aan de moederkerk in Vlaanderen, Nederland of wereldwijd, woorden van vrijheid en rechtvaardigheid hebt u beluisterd en gehoord en meegedacht en meeverwoord in nieuwe klank en eigen tijd en zonder eigenbaat ook meegeleefd en meegestreden metterdaad bijna een eeuw. En hoe onmachtig ook u hebt geleden bij ontij, nederlagen of verraad als een gekneusde leeuw bij uw geslagen volk dat nooit het buigen heeft verleerd en met onnutte of prijsgegeven meerderheid ook nooit het heersen heeft geleerd in onze koninklijk onvolkse staat. Toch bleef u recht en trouw en zonder bitterheid of haat en machtig door uw woord dat weerklank is van 't diepste leven: hart en verstand van wie u hoort, geest die met u brandt, gevoel en gloed, inwendig vuur van mee-beleven. Daarom blijft nu voorgoed met liefdevlam uw naam als flamingant geschreven.
Luc Verbeke 28 maart 1991
Uit de dichtbundel "Terugblik" ( 1994 )
12-10-2011
VASTE RUBRIEK over probleem Vlaanderen - Brussel - België - Benelux
Het probleem van BHV heeft al heel veel discussie opgeroepen maar meer nog het probleem van de splitsing van België.
We laten hier de verschillende standpunten volgen.
- Hetis vooreerst goed terug te kijken naar het " Manifest voor een Nieuwe Benelux " Dit belangrijk manifest werd uitgegeven door de groep Delta met gelijknamig tijdschrift.
Daarin wordt gesteld dat de huidige Benelux, die in 1958 werd opgericht ( als een douane-unie algauw met een economische en fiscale dimensie en ook gaandeweg verruimd met terreinen als ruimtelijke ordening, verkeer, milieu enz. ) bij de vernieuwing , uit zou moeten groeien tot een politieke Benelux, in de visie van de vooroorlogse Dinasoleider Joris van Severen. Na de overeenkomst over een confederaal België zou daarna dit nieuwe België opgenomen moeten worden in een Groot-Nederlandse Confederatie, als een groot en sterk geheel ( met wereldhavens als knooppunt van de Europese handel en energiebevoorrading ) Dit manifest werd ondertekend door meer dan 450 vooraanstaanden en politici uit alle partijen van de drie landen. Belangrijk hierbij dat onder de Belgische ondertekenaars een vijftiental Franssprekenden voorkomen. Er is ook een ' Comité van Aanbeveling ' met klinkende namen. Zie hierbij:
- '' Delta' ( 44e.jg. nr 7 september 2008 ) is gewijd aan Andre Belmans ( ° 12 - 08 - 1915 - + 22 - 06 - 2006 ), Franstalig oud - lid van het Verdinaso van Joris van Severen, die de visie van Van Severen en dus ook de Beneluxgedachte is trouw gebleven. ( Zie het stuk over Joris van Severen ). Het voortbestaan van België wordt hier aanvaard in een versterkte Benelux en dus in een Groot-Nederlands geheel. Alleen maar jammer dat de Franssprekenden niet inzien dat zij precies de doodgravers zijn van dat België, dat ze enkel maar willen behouden omwille van de miljarden euro's die ze van Vlaanderen krijgen. Mochten er meer Franssprekenden of Walen zijn als Viroux, Nothomb ( vader Nothomb was oud-Dinaso en de huidige Charles-Ferdinand denkt in diezelfde zin ) e.a. dan zouden ook de Vlamingen inzien dat meer verbondenheid met Nederland een zeer belangrijke doelstelling is. ' Delta ' heeft ook een Manifest verspreid waarin de regeringsinstanties van België, Nederland en Luxemburg worden opgeroepen om de nodige stappen te ondernemen ten einde de politieke en juridische voorwaarden te scheppen ter vervanging van de huidige primair economische Benelux door een politieke Benelux. Dit DELTA-MANIFEST werd al door meer dan 450 vooraanstaanden en bekende politici uit alle partijen van de drie landen ondertekend. Belangrijk hierbij is dat onder de Belgische ondertekenaars een vijftiental Franssprekenden ( Walen en Brusselaars ) voorkomen. Er is ook een ' Comité van Aanbeveling ' met namen als Willy Claes, Bob Cools, Marc Eyskens, Lode Hanké, Maarten Heida ( Ned. ), Erik Jurgens ( Ned. ), Willy Kuypers, Jean-François Leclercq, Frits Niessen ( Ned ), Charles-Ferdinand Nothomb, Jacques Santer ( Lux.), Louis Siquet ( Duitstalige Gemeenschap ), Marcel Storme, Jan Terlouw ( Ned. ), Leo Tindemans, Dries van Agt ( Ned. ) Louis Vanvelthoven en Jan-Peter Wever ( Ned.) We lezen in dit Manifest o.m. ' Nu het Beneluxverdrag van 1958 ten einde loopt, dienen we ons te gaan bezinnen over de toekomst van Benelux. Aanvankelijk tot stand gekomen als een douane-unie, kreeg de Benelux al spoedig een economische en fiscale dimensie, terwijl terreinen als ruimtelijke ordening, milieu, politie en justitie er gaandeweg ook bij betrokken waren. In economisch opzicht is de Benelux door de Europese integratie voor een groot deel achterhaald. Maar in politiek opzicht kan zij een nieuwe toekomst tegemoet gaan. ' Voorts lezen we dat Eurocommissaris Frits Bolkestein herhaaldelijk beklemtoond heeft dat we als Beneluxlanden met één stem moeten leren spreken. In de zich uitbreidende E.U. is het van belang de politieke samenwerking binnen de Benelux te intensiveren en daarbij ook meer strategische onderwerpen onder ogen te zien. Andere kleine lidstaten kunnen zich daar aan inspireren. ( Delta, Vik Eggermont, Hoogpadlaan 72, 2180 Ekeren )
- Ook het ' Manifest voor de Lage Landen ' ( 15 maart 2008 - Uitg. Maurits Cailliau, Paddevijverstraat 2, 8900 Ieper ) sluit daarbij aan. We lezen o.m. ' Ondanks de tricolore achterhoedegevechten wint de confederalistische visie die een zo groot mogelijke autonomie voor de deelstaten nastreeft, steeds meer veld. In deze optiek is het daarbij levensnoodzakelijk dat de interne confederatie binnen het België van weleer , een opstap moet betekenen naar een bredere confederatie van de hele Lage Landen.
- In ' Delta ' ( 44e Jg.- nr. 10 - december 2008 ) lezen we dat het 50- jaar oude Beneluxverdrag in juni j.l. werd vernieuwd maar dat het inmiddels al werd geschonden n.a.v. de bankencrisis waarbij ons geld werd geschonken aan Den Haag en Parijs, zonder vooroverleg tussen België en Nederland. De werkgemeenschap De Lage Landen, het Comité Nieuwe Benelux en de Baarle Werkgroep hebben dan ook gezamenlijk geprotesteerd tegen deze paniekoplossing. Ze schreven op 20 oktober een protestbrief naar de drie ministerpresidenten: Balkenende, Leterme en Juncker.
- Mochten de Franstaligen echter halsstarrig blijven weigeren bij de besprekingen i.v.m. een staatshervorming dan blijft er m.i. geen andere mogelijkheid meer over dan de Vlaamse onafhankelijkheid en de omvorming van Benelux in Vlanelux ( Vlaanderen - Nederland - Luxemburg ).
- Maar meer en meer neemt de N-VA , die vroeger radicaal koos voor Vlaamse onafhankelijkheid, een meer genuanceerd standpunt in. Zo schrijft op 23 oktober 2008 oud-minister Bourgeois in een lezersbrief aan De Standaard: ' Wij verdedigen het model van een Vlaanderen als zelfstandige lidstaat van de Europese Unie ' Hij citeert daarbij de Amerikaanse Prof. Spolaore: ' Hoe meer open de wereld wordt, hoe gemakkelijker landen het zich kunnen veroorloven om kleiner te worden ' Maar enkele weken later verklaart Geert Bourgeois bij een interview in het weekblad ' De Zondag' ( 9 november 2008 ) onder de titel ' Brussel moet hoofdstad van Vlaanderen blijven ' dat Vlaanderen nooit Brussel zal loslaten. ' Wij zijn geen separatistische partij . Wij zijn wel voor een onafhankelijk Vlaanderen als lid van de EU, maar ik wil niet in een situatie komen waarin België blijft bestaan met daarin enkel Wallonië en Brussel, waardoor Vlaanderen vanaf nul een nieuwe positie moet opbouwen in internationale instellingen. Mijn doel is dat Vlaanderen en Wallonië als twee nieuwe staten in een confederatie nog voor een aantal zaken samenwerken, onder andere voor Brussel. ' Hij zegt verder: ' Brussel kan geen aparte staat worden maar is de hoofdstad van Vlaanderen en moet dat blijven ' Hij klaagt er wel over dat Brussel momenteel een van de meest gesubsidieerde steden ter wereld is maar niet slechter bestuurd kan worden als nu. Vlamingen moeten in Brussel vaak een gevecht aangaan om een Nederlandstalige identiteitskaart te krijgen.'
- In De Standaard van 7 januari 2009 lezen we opnieuw dat Geert Bourgeois geen separatist is. Het is een aanhaling uit Knack: ' Ik beweer in elk geval niet dat ik een separatist ben. Wij willen noch de band met Brussel noch de internationale positie van Vlaanderen verliezen. Bovendien zie ik niets in een scenario waarbij België wordt voortgezet zonder Vlaanderen. Met andere woorden: wellicht zullen we in een minimaal confederaal model met Wallonië blijven samenwerken '
- Tegenover Herman Decroo n.a.v. zijn pamflet wees ook de huidige succesrijke N-VA-voorzitter Bart DeWever erop dat Brussel de hoofdstad is van Vlaanderen en die zal blijven en hij verdedigde ook het streven naar onafhankelijkheid van Vlaanderen in kleine stapjes. We zijn niet voor een revolutie maar voor een evolutie, zei hij onlangs nog. Het confederalisme wil zoveel mogelijk bevoegdheden naar de gewesten overhevelen.
- Enkel het VB vraagt momenteel nog heel duidelijk de volledige onafhankelijkheid maar wel een geordende scheiding. Dit separatistische standpunt is o.i., objectief beschouwd, de eerste reden van de veroordeling die de partij kreeg vanwege franskiljonse rechters. De Franstaligen zijn immers gebaat bij het handhaven van het cordon sanitaire waardoor een Vlaams Front onmogelijk wordt en zij in dit land hun macht kunnen behouden.
Lijst DD is dubbelzinnig: ' Met België als het kan. Zonder België als het moet ' CD&V bepleit ook het confederalistische model, momenteel het meest haalbare. De vorming van twee deelstaten en de oplossing van het Brussels probleem is nog niet voor morgen.
- Dit Brussels probleem komt aan de orde in het recent uitgegeven Brusselboek van de Vlaamse Volksbeweging. Het weekblad 't Pallieterke ' brengt in zijn nummers van 3 en 10 december het standpunt naar voren van twee redactieleden van het boek, de mede-auteurs Frans Crols ( Voorzitter adviesraad van Trends ) en Johan Van den Driessche ( Ondervoorzitter Denkgroep in de Warande ) die hun visie over het probleem Brussel bij een Vlaamse onafhankelijkheid weergeven.Frans Crols meent dat Vlaanderen ook zonder Brussel kan terwijl Van den Driessche vindt dat er een onverbrekelijke band is ( vooral nu economisch) tussen Vlaanderen en Brussel. Crols vindt dat het probleem Brussel een bijkomstigheid is. De stad keert zich in haar daden vierkant tegen Vlaanderen dat elk jaar 2 miljard euro transfereert naar deze ondankbare, vijandige agglomeratie, die door de schandaaljournalistiek van Le Soir en Co voor 90% wordt opgejut tegen Vlaanderen. Brussel kan echter zijn geopolitieke en geoeconomische binding met Vlaanderen niet ontvluchten. Wilfried Martens is verantwoordelijk voor de schepping van dat mini-staatje, symbool van Vlaams on-staatsmanschap..., hij die klaagt over het ontstaan van mini-staten als België zou verdwijnen. Frans Crols stipt nog aan dat er vandaag en wereldwijd meer staten zijn dan een halve eeuw geleden en dat Vlaanderen op een ranglijst van 200 staten, geordend volgens het aantal inwoners, op de honderdste plaats staat. Bij de 10 nieuwe landen van de Europese Unie, toegetreden in mei 2004, zijn er zes die kleiner zijn dan Vlaanderen. Vlaanderen is dus niet te klein om een eigen staat te zijn en moet zo nodig kiezen voor de 6 miljoen Vlamingen buiten Brussel tegenover de 150 000 Vlamingen binnen Brussel.
Johan Van den Driessche zou evenwel om economische redenen de afscheiding betreuren omdat Brussel een grote aantrekkingskracht uitoefent op het buitenland, vooral op buitenlandse investeerders en dienstverleners. Brussel is de 4e Europese zakenstad na Londen, Parijs en Frankfurt. Het telt 1800 buitenlandse ondernemingen met samen 230 000 jobs en het zakentoerisme is goed voor 4 miljard euro en 20 000 jobs. In Brussel hebben bovendien 230 000 pendelaars een baan. Brussel is ook een internationaal podium, is historisch Vlaamse grond en ligt ingebed in Vlaanderen. Brussel is te belangrijk om het aan anderen over te laten. Het mag geen alleenstaande stad blijven maar moet zoals Londen en Parijs samenwerkingsverbanden zoeken met de omliggende rand, waar buitenlandse investeringen plaatsvinden, geïnspireerd door de nabijheid van Brussel.
- In 't Pallieterke ' van 17 december 2005 vult hij zijn argumentatie aan. Brussel is een stad waar tot het einde van de 18e eeuw 95 % van de bevolking Nederlandstalig was, maar die verfranste onder sociale druk en verdringing. Nu is 1/3 van de inwoners van buitenlandse oorsprong en er worden bijna 100 verschillende thuistalen gesproken. De Nederlandstaligen zijn één van de minderheden maar het aantal ééntalig Franstaligen is teruggelopen tot 50%. Bij een veranderde staatsstructuur zouden overheid en bevolking snel bijdraaien. Nooit voorheen volgden zoveel anderstalige volwassenen Nederlandse lessen. Nooit voorheen waren zoveel kleuters ingeschreven in Nederlanstalige scholen. Meer en meer Franstalige ondernemers vertrouwen meer in samenwerking met Vlaanderen dan met Wallonië. We bevinden ons op een historisch sleutelmoment waar de interesse vanuit Brussel voor Vlaanderen aan het groeien is. Een underdogpositie zoals in het verleden is volledig uit den boze. Objectief gesproken heeft Vlaanderen sterke troeven om Brussel in te palmen. ( rijkdom, ligging, sociaal-economisch model, beperkt verlies voor Brussel van haar ' Belgische ' functies ) Brussel kan zich ook niet staatsrechterlijk losrukken van Vlaanderen gezien de grondwettelijke rechten die de Vlaamse gemeenschap in Brussel heeft. Voor elke oplossing heeft Brussel Vlaanderen nodig.
- Ook in ' Neerlandia ', ( Jg .112, nummer 5- 2008 ), orgaan van het ANV, is de hoofdbijdrage ' België op weg naar confederalisme? ' in een gesprek met de bekende redacteur Guy Tegenbos ( ° 1949 ) van De Standaard. Hij vertrekt van twee vaststellingen: ten eerste de verhouding 60/40, ten tweede het bestaan van twee landen in België. Ook de sociale en economische gegevens lopen in noord en zuid uit elkaar. Sinds 1970 gaat Wallonië economisch achteruit en is er een opwaartse evolutie in Vlaanderen. Ook politiek zijn we sinds de jaren 60 uit elkaar gegroeid. De partijen zijn gesplitst, meestal op vraag van Franstaligen die vreesden door het getal ( 60/40 ) gedomineerd te worden.De laatste partij die splitste was de socialistische partij, doordat het Waalse element daar domineerde. De belangrijkste verenigingen zijn ook ' communautair ' gesplitst. Het is begonnen met de groei van regionale politieke partijen, die tot aan de voorbije staatshervormingen succesrijk bleken. De twee gebieden hebben al verregaande autonomie verworven. Veel macht is doorgespeeld naar de twee landen en naar Europa. De landen van Franstaligen en Nederlandstaligen functioneren apart van elkaar en hebben andere behoeften. In Vlaanderen is er een tekort aan arbeidskrachten en in Wallonië en Brussel een tekort aan arbeidsplaatsen. In de meeste federale landen zijn kwesties als sociale zekerheid, defensie, buitenlands beleid, financiën, justitie en binnenlands bestuur samen met de beslissingen over de organisatie van de staat en over de bevoegdheidsverdeling tussen federatie en deelstaten een gezamenlijk gedragen bevoegdheid. In Belgïë is alleen de federale overheid daarvoor. Er is een afspraak om de macht van 60% ( Vlaanderen, de Brusselse Vlamingen inbegrepen ) te temperen met allerlei mechanismen bvb. paritaire ministerraad, alarmbelprocedures en bijzondere meerderheden in het federale parlement, de mogelijkheid om bevoegdheids-en belangenconflicten in te roepen. Zo wordt voorkomen dat de Vlamingen zouden domineren. Zo blokkeert 40% ( Walen en Franstalige Brusselaars ) wat de 60% wil. De meerderheid voelt zich geremd en vraagt om meer autonomie of wil separatisme. Een minderheid vraagt dat normaal maar in België is het omgekeerd...
- Tijdens de twee regeringen Verhofstadt werd die drang naar meer autonomie de 8 voorbije jaren afgebroken en er werden nauwelijks Vlaamse verzuchtingen ingewilligd. De conflictmaterie is blijven liggen en is nu een stuwmeer geworden.Er gebeurt niets als de Franstaligen neen zeggen. De grote Vlaamse druk staat haaks op de kleine geneigdheid van de Franstaligen om wat toe te geven. In het huidige politieke klimaat kunnen de gescheiden politieke elites de kloof niet meer overstijgen. De enige oplossing bestaat erin zoveel mogelijk conflictstof weg te halen van het federale niveau en over te hevelen naar de deelstaten. We moeten van federalisme met constructiefouten de weg gaan naar confederalisme, met deelstaten die ook financieel verantwoordelijk zijn voor hun beleid en niet meer met dotaties uit de federale schatkist gevoed moeten worden. Het confederalisme zou Vlaanderen meer kansen geven om zeker op economisch niveau met Nederland samen te werken. Dit alles schrijft Guy Tegenbos.
- We lazen ook een artikel van de Nederlandse journalist/ schrijver, die al geruime tijd in België woont en een bijzonder frisse en realistische kijk heeft op ons landje. Dit artikel verscheen in ' Trouw ' en werd ons bezorgd door onze vriend Hans Geeraert. Hij schrijft dat de verschillen tussen Vlamingen en Walen niet het probleem zijn, maar de Franstalige Brusselaars. Hij schrijft o.m. ' België heeft een ingewikkelde psychologie. Vlamingen vormen een demografische meerderheid die zich gedroeg als een verdrukte minderheid. De Franstalige taal groep is een culturele minderheid die zich superieur voelde. Met de emancipatie van Vlaanderen toit sterkste regio ging dat ' wringen '. Het voormalige kleine ' boerke 'werd plotseling economisch en politiek sterker. Die Franstalige minderheid verdedigt zich nu door die vroegere boerkes uit te maken voor ' racisten, separatisten en egoïsten ' zodat ze hun oude ondergeschikte plaats weer innemen . Maar die psychologische intimidatie werkt niet meer. Voor het eerst in vijftig jaar gebruikten Vlamingen hun demografische meeerderheid door in te zetten op splitsing van het kiesdistrict Brussel - Halle - Vilvoorde. Dat was een enorme schok voor de Franstaligen. Zijn Vlamingen rancuneus en egoïstisch? Ze betalen jaarlijks ongeveer zes miljard euro om armere Franstaligen in Wallonië en Brussel op de been te houden via sociale uitkeringen. Dat bedrag is hoger dan de netto-bijdrage van Nederland voor de EU...Werkloosheidsuitkeringen zijn in België onbeperkt in tijd en worden uitbetaald door de vakbonden.Veel Waalse gezinnen zijn al generaties werkloos. Veel Walen zijn geïmmigreerde Vlamingen die gingen werken in de staal-of kolenindustrie. Vlamingen en Walen vullen mekaar goed aan maar ze voelen zich gekrenkt door de Franstalige Brusselse bourgeoisie. Die Brusselaars etaleerden een onvoorstelbare culturele arrogantie. In De Brusselse Rand kregen ze taalfaciliteiten maar ze weigeren zich aan te passen en eisen het blijvend recht op het gebruik van het Frans als administratieve taal.
Brussel is in België een zeer aparte entiteit.' Eppink meent dat als het ooit tot een deling komt Brussel niet zal kiezen voor Vlaanderen of Wallonië maar voor Europa: Capitale de l'Europe. De stad bestaat uit 19 gemeenten: in de praktijk lokale bolwerken van partijen en politieke families. De ene helft van de stad is burgerlijk liberaal; de andere helft islamiseert in hoog tempo. De gemiddelde werkloosheid is 20% en in migrantenwijken zoals Molenbeek en Anderlecht tot 60%. Na het Frans is de tweede taal van Brussel niet meer het Nederlands maar het Arabisch! De Islam is de grootste religie in de hoofdstad van Europa. De Belgische federatie loopt op haar laatste benen. Er is steeds minder dat de Belgen bindt. Aldus Derk Jan Eppink
-In ' Delta' 45eJg.nr.2 -februari 2009 ' lezen we o.m. een belangwekkend interview met oud-minister en oud-kamervoorzitter Herman Decroo, welbekend om zijn belgicistische standpunten en zijn gehechtheid aan het koningshuis. ( blzn. 17-20) Over de transfers van Vlaanderen naar Wallonië zegt hij dat die er inderdaad zijn maar dat er ook transfers zijn binnen Vlaanderen ( 6 tot 7 euro per dag ) van de rijkere gebieden naar de armere bv. de Westhoek. En binnen Wallonië van Waals-Brabant ( de rijkste provincie van Europa ) naar de armere Waalse streken ( 3 euro per dag ) Maar het is juist dat Wallonië economisch minder krachtdadig is dan Vlaanderen. Ook in andere landen is dat zo. Mocht Vlaanderen onafhankelijk zijn dan zou de welvaart daar zo hoog zijn dat we in een hogere categorie zouden komen in Europa en dus netto meer zouden moeten betalen aan Bulgaren, Roemenen enz. dan we nu betalen aan de Walen. Voorts zei hij dat wel meer bevoegdheden naar de regio's kunnen gaan. Hij is vooral tegen overlappingen. Nu zijn er zeven ministers voor mobiliteit terwijl hijzelf dat vroeger alleen heeft gedaan. Wat onmiddellijk met de mensen te maken heeft mag naar de regio's maar ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse zaken moeten federaal blijven. Tenslotte: de meerwaarde van ons koningshuis is de stabiliteit.
- Collega blogger Karel D'huyvetters mengt zich ook in het debat en schrijft: ' Wanneer we zien hoe het samenleven van Vlamingen en Franssprekenden in het kunstmatige België meer en meer politiek onmogelijk wordt, dan denken we aan alternatieven.Eén daarvan is een opsplitsing van de onzalige constructie van 1830, en steeds vaker hoor je dat als een realiteit noemen, indien niet voor morgen dan toch ' over enkele jaren '. Het Franssprekende deel zou dan eindelijk de onderhuids lang gedroomde aansluiting kunnen vinden met Frankrijk, dat in hun ogen toch al hun culturele model is. Vlaanderen zou kunnen aankloppen bij Nederland, niet alleen omwille van de taal, mar ook wegens onze oude politieke verbondenheid. Het is goed dat we ons herinneren dat de breuk in 1830 niet in geringe mate gebaseerd was op verzet tegen de vernederlandsing van Vlaanderen en het Nederlands als de bestuurstaal en tegen het Protestantisme ten voordele van het katholicisme en, veel minder tegen het absolutisme dat Willem I overigens wel degelijk uitstraalde. Voor het overige moeten we teruggaan tot de tijd van Keizer Karel en de godsdienstoorlogen van de 16de eeuw voor een eerdere betrekkelijke samenhang in de Verenigde Provinciën. Hoe men het ook bekijkt, Nederland heeft een afzonderlijke geschiedenis van vijfhonderd jaar en dat is een kloof die men niet met een resolutie van het Vlaams Parlement overbrugt, vrees ik. Wellicht is een Vlaamse autonomie binnen de Europese Unie een meer haalbare formule: er zijn landen met niet meer belang dan Vlaanderen die internationaal volle erkenning genieten, dus de argumenten dat wij niet leefbaar zouden zijn als staat is onzin ' ( 22 februari 2009 )
-Tijdens de 47ste zitting van de Europese Eresenaat op 1 februari 2009 in Antwerpen werd Frans Crols, na meer dan 30 jaar journalistiek bij Trends en thans Voorzitter van de Adviesraad, bekroond met de Persprijs 2008, en opgenomen in de Europese Eresenaat. In het nummer Europa-Eén Federaal 49ste Jg.nr1, februari-maart u2009, lezen we de integrale laudatio door Guido Naets en de tekst van de rede van de nieuwe eresenator. Guido Naets zei o.m. ' Als iedereen vandaag beseft dat België met zijn 'chantagefederalisme' compleet gebarsten is dan heeft Frans Crols aan dat besef enorm toe bijgedragen.' De toespraak van Frans Crols zelf was één pleidooi voor Vlaamse onafhankelijkheid . Hij zei dat dertien kleine Europese landen sinds het begin van de jaren negentig onafhankelijk zijn geworden en dat er vandaag 7 van die 13 lid zijn van de Europese Unie. Eén ervan bezit momenteel het voorzitterschap. Tegenover de grootschaligheid die wordt aangepraat ontstaat een trend van kleinschaligheid en het ene kleine land of gewest na het andere werkt aan onafhankelijkheid. Vlaanderen en Wallonië in België zijn onderdelen van de EU en de Europese Muntunie. Als Vlaanderen en Wallonië onafhankelijk worden dan zullen ze mee blijven genieten van het vrijhandelssysteem, van het economische netwerk, van de ene munt, de euro, van de Eropese Unie of van de EFTA, de European Free Trade Association. De EU en de EFTA zijn verbonden en delen hun drie basisbeginselen: vrij verkeer van mensen, van kapitalen, van goederen en diensten. De Nederlandse topondernemer Heineken en de Nederlandse hoogleraar in de geschiedkunde Henk Wesselink schrevenin de jaren negentig een lang essay waarin ze pleiten voor 75 staten in de toenmalige kleinere EU. De VSA is hun voorbeeld. Europa kan enkel democratisch, doorzichtig en gepast zijn voor alle Europeanen en alle volkeren van Europa als er een meervoudige statenunie komt met de evenwichten en de remmingen ingebouwd in de Grondwet van VS. Die meerstatenunie ontstaat door het opsplitsen van grote staten tot substaten, deelstaten met 5 tot 10 miljoen inwoners. De confederalisering van het Verenigd Koninkrijk gaat in die richting. Bij die twee koele Nederlanders staat Vlaanderen met Brussel, in die rij van 75 op de 17e plaats...Er valt niet te ontkennen dat na de tweede wereldoorlog Europa gered werd door het kosmopolisme. Volksverhuizingen naar het oorspronkelijke land hebben heel wat landen homogener gemaakt en daardoor verminderden de spanningen. Er wordt beweerd dat Europa een rijk van vrede is omdat de het etnonationalisme verdwenen is. Het wordt fout genoemd op grond van de drama's van de tweede wereldoorlog. In België wordt deze theorie gebruikt om de verder Vlaamse ontvoogding door het confederalisme of de onafhankelijkheid van Vlaanderen en Wallonië te bestrijden. Tegenstanders zouden best in de leer gaan bij twee Italianen-economisten Albert Alesina en Enrico Spolaore, die doceren aan Amerikaanse topuniversiteiten, respectievelijk Harvard en Rice University. In 2004 verscheen van hun het boek ' The Size of Nations ', het standaardwerk over de nieuwe onafhankelijkheid. Voorts is ook de Council on Foreign Relations dé excellente en maatgevende denktank in de VSA over internationale betrekkingen.
-De bekende Brusselse historicus Paul de Ridder ( ° 1948 ) zegt in ' t Pallieterke ' ( 1 april 2009 ) dat Brussel geen Vlaamse stad is maar een Brabantse stad zoals Leuven en Antwerpen. Zijn meest bekende boek ' Brussel, geschiedenis van een Brabantse stad ', verscheen in 1988 en werd inmiddels in tien talen vertaald. Dat boek informeert het buitenland vooral over Brussel dat bijvoorbeeld in 1788 niet minder dan 95 % Nederlandstaligen telde. Hij gidst ook heel wat groepen in Brussel. Wijzelf zijn, jaren geleden, eens met een honderdtal Frans-Vlamingen door hem in Brussel rondgeleid. Hij maakt dan de bezoekers duidelijk dat de Nederlandstaligen in dit land sinds 1830 niet alleen de stad Brussel hebben afgestaan maar ook 21 gemeenten daar rond, in totaal een territorium van 15.000 hectare. Buitenlanders reageren dan verbijsterd. Nu gaat het niet goed met Brussel. De stad kampt met torenhoge problemen en heeft nood aan samenwerking met andere partners. Europa voelt zich niet geroepen om zich daarmee in te laten. Er blijft maar één goeie partner: het ' Nederlandse gewest ' ( Vlaanderen ) Die broodnodige samenwerking wordt echter sterk bemoeilijkt door de diepgaande verfransing die het Belgische regime in de 19de en 20ste eeuw heeft veroorzaakt. Die denationalisering heeft desastreuze gevolgen, niet enkel op taalkundig en cultureel vlak, maar ook en vooral op sociaal gebied. Zo heeft Brussel een tekort aan arbeidskrachten en terzelfdertijd lopen in Brussel duizenden werkloze jongeren rond die niet kunnen worden ingezet omdat ze geen Nederlands kennen. En wat doen de Brusselse politici? Ze komen op voor de francofone bourgeoisie, die Brussel de rug heeft toegekeerd en en eist dat hun inwijkelingen tot in de buurt van Leuven, Mechelen en Aalst alleen maar in het Frans worden aangesproken i.p.v. de kans te grijpen om gratis Nederlands te leren in de omgang met de Nederlandstalige buurt. Hun cultureel superioriteitsgevoel is inmiddels achterhaald en ook hun economische en financiële macht is niet meer zoals vroeger, zeker na de recente catastrofe met Fortis. Vlaanderen moet zo snel mogelijk een zo ruim mogelijke autonomie verwerven met beschikking over eigen inkomsten en middelen en vanuit die stevige positie met Brussel gaan samenwerken en investeren in Brussel met eigen instellingen op het vlak van onderwijs, cultuur en sociale voorzieningen. Het kan niet langer dat de Vlamingen hun zuurverdiende inkomsten moeten afstaan aan het Belgische federale niveau om dan als schooiers te gaan bedelen om hun eigen geld terug te krijgen!!!
- In de Standaard der Letteren van 10 april 2009, lezen we op blz.12, een artikel van Jozef Deleu onder de titel ' Planten en oogsten zoals mijn ouders ', een korte terugblik uit een en ander van zijn rijk gevuld leven waarin hij ook zijn interesse voor de politiek verklaart en het groeiend inzicht en doorzicht dat hij kreeg over het tactische spel van de politiek en over grote verklaringen die nooit tot grote oplossingen leiden. We citeren: ' Dan heb ik het over een onafhankelijk Vlaanderen,ja. Dat Vlaanderen dat ik van een relatief verpauperd land tot welstand heb zien opklimmen. Maar wat me nu verontrust, is dat we hier in die kleine regio, die nochtans zoveel werkkracht en talent verenigt, toch zo snel van onze melk te brengen zijn door de grote bewegingen in de wereld. Migratie, milieu, economie - we leven nu in een wereld die we zelf niet meer kunnen ordenen. Op die wereld zijn we niet goed voorbereid. Want op het moment dat we autonomie zouden hebben, word je, zo klein als we zijn, keihard geconfronteerd met die geglobaliseerde wereld. Je ziet dat je daaraan niks kunt verhelpen. Waar sta je dan? Een onafhankelijk Vlaanderen vind ik een geamputeerd Vlaanderen. Daar zal ik me nooit voor inzetten. '
-In het al genoemde nummer van Delta ( 45e Jg. nr. 7 ) ( 1 ) voltooit Maurice Cailliau met een derde artikel zijn studie over ' Het Walenland en de Nederlanden ' waarin hij de visie verduidelijkt van zijn ' Manifest voor de Lage landen ', gelanceerd in het najaar 2008 en door enkele honderden mensen ondertekend. ( Zie daarvoor ook onze rubriek over België , Vlaanderen, Benelux, Europa ). Hij constateert dat de confederalistische visie, die een zo groot mogelijke autonomie voor de deelstaten wenst, meer veld wint maar dat deze confederatie binnen het België van weleer een opstap moet betekenen naar een bredere confederatie van de hele Lage Landen. De Walen zijn de eerste buren van de Vlamingen en dat niet eerst sinds 1830. De verzamelnaam ' Walen ' is amper zo oud als de Belgische staat. Het zijn de lui die aan de andere kant van de taalgrens wonen en zich ook ' Belgen ' mogen heten. In Frankrijk bracht de Franse revolutie " L'Hexagon ' une et indivisible. " De historische verscheidenheid op etnisch en cultureel vlak moest verdwijnen. Maar twee eeuwen later leggen de volkeren nog altijd de staten het vuur aan de schenen. En wij moeten de fictie van Wallonnië als deel van de fracofonie, gecreëerd door de Waalse franskiljons, opruimen. De Walen zijn evenmin als de verfranste Frans-Vlamingen Fransen ( Cfr. J.M. Gantois ). Ze hebben alleen maar de door Franstaligen de uit de vreemde opgedrongen cultuurtaal met hen gemeen, ter vervanging van hun eigen, natuurlijke volkstaal, het Waals. Atrecht, Dowaai en Rijsel werden door Frankrijk veroverd maar wij blijven die regio als geestelijk en historisch erfgoed beschouwen terwijl wij de eeuwenlange gemeenschappelijke geschiedenis van Henegouwen en Namen niet meer zien. Na de scheiding van de 16e eeuw, bleef de generaliteitsgedachte - het bewustzijn deel uit te maken van de Nederlanden - nog zeer levendig. Dat bewustzijn ging hier ten onder met de opkomst van de centralistische Belgische staat. Nu stellen we echter een herleving van de Waalse taalbeweging vast. ( Waalse zenders, volkstoneel, opschriften, straatnamen en steden ...) De Franstaligheid van Wallonië is meer fictie dan werkelijkheid, vooral als we daarbij weten dat er een grote emigratie van Vlamingen naar Wallonië is gebeurd, van 1830 tot en met de jaren 1960 ( arbeiders, landbouwers ). Daardoor kwam in Wallonnië een Vlaams volk tot stand. Wie heeft er geen familie aldaar? En hoeveel Franstaligen dragen niet een Vlaamse naam? Over dit alles geeft de auteur preciese cijfers. In zijn derde artikel gaat hij verder in op de historische lotsverbondenheid tussen de gouwen die de Belgische ruimte uitmaken. Die bestond al vóór, tijdens en na het Lotharingse Rijk, tijdens het bestaan van de XVII Provinciën der Nederlanden, onder de Spaanse, Oostenrijkse en Franse overheersing en bestaat nog in de Belgische staat sinds 1830. Gedurende die lange tijdspanne, die ongeveer 1500 jaar geschiedenis omvat, zijn het de Vlamingen geweest die in deze gebieden de grootste rol hebben gespeeld. In de staatskunde, in de kunst, op het gebied van handel en nijverheid, stonden zij steeds op het voorplan. Zelfs gedurende de periode van het Waalse overwicht stonden de leidende kringen onder invloed van verfranste Vlamingen. We denken maar aan Verhaeren, Charles de Coster, Georges Rodenbach, Van Lerberghe en ontelbare anderen. De echte Walen zijn veel minder talrijk dan velen denken De verfranste Vlamingen zijn destijds het meest actieve en werkzame deel geweest in de Belgische ruimte. De naam Vlamingen wordt sinds 1830 gebruikt voor alle Nederlandsraligen binnen de Belgische begrenzing, dus ook voor Limburgers en Brabanders. ( wonen ook in Nederland...) Het heeft geduurd tot 1913 eer de Waalse Haan en de geelrode vlag werden geboren, ter vervanging van de eeuwenoude leeuwenschilden van de Waalse graafschappen. De benaming ' Wallonië ' werd voor het eerst gebruikt in 1857 in de titel van een literair tijdschrift. De Waalse letterkundigen leefden ook in de beste verhouding met de Vlaamse collega's o.m. Jan Frans Willems. De historische breuk met het verleden gebeurde in 1913, toen de politieke Waalse beweging als Waals symbool de ' Haan ' koos en de verfransingsmachine in gang werd gezet. Een ballonnetje moet nog worden doorgeprikt in verband met de Belgische Revolutie in 1830. De onrust tussen 1815 en 1830 was geen typisch Zuid-Nederlands of Waals verschijnsel. De grote petitiebeweging met betrekking tot vrijheid van drukpers en onderwijs kende benevens Luik, Verviers en Brussel ook Maastricht als gangmakers. Het Zuiden voelde zich vooral achteruitgesteld in zijn katholiciteit. De eis tot vrijheid van gebruik van de Franse taal werd evenzeer door de katholieken in het Noorden gesteund. Toen 1830 aanbrak was het derhalve politiek woelig in de hele Nederlanden maar niets liet een revolutie vermoeden. Trouwens noch de adel, noch de liberalen, noch de katholieken en de geestelijkheid en evenmin koophandel en industrie, wensten een revolutie. Het Brusselse oproer had met de Nederlandse politieke kwesties niets te maken. De revolutionairen waren geïmporteerden en toen die op 26 augustus 1830 de Franse vlag hesen op het Brusselse stadhuis, wekte dit bij de bevolking geen enthousiasme op. Staatkundige en taalpolitieke aspecten hebben in 1830 geen belangrijke rol gespeeld. De rasechte Nederlander Sasse van IJsselt hield ook nog in 1830 zijn redevoering in Den Haag in het Frans. Aanhankelijkheid aan of verzet tegen Willem I liepen allesbehalve parallel aan de toenmalige Rijksgrens en/of de huidige taalgrens. Over de geschiedenis vanaf het verdrag van Verdun in 812 behandelt de auteur het lot van Vlaanderen en Wallonië. Vlaanderen was gedurende zeven eeuwen politiek verbonden met het latere Frankrijk en van de 340 gemeenten van het graafschap Henegouwen dienen er nu 210 gesitueerd te worden binnen de Franse staatsgrenzen. Tot aan de 15e eeuw werd er weinig aan grote politiek gedaan. Er was verstandhouding tussen de heerlijkheden. Verdragen werden getekend, eenzelfde munt werd ingevoerd, onderlinge geschillen werden geregeld door een arbitrageverdrag enz. Het Prinsbisdom Luik wist zijn onafhankelijkheid te handhaven, zowel tegen de Boergondiërs als tegenover Karel V. Met Frankrijk was er nooit een feodale band. Een tijdelijke aansluiting werd iedere keer met de wapens beslist. Zo vochten te Groeninge mannen van Namen naast die van Gulik en Kleef. Tot aan de Franse revolutie stonden de Waalse provincies los van elkaar. Na de revolutie werden nu de Belgische provincies als een geheel beschouwd en gemanipuleerd. De taalgrens, die dwars door West-Europa liep, bleef gedurende eeuwen vrij stabiel. Het Walenland was evenzeer als het Noorden van België een invasiegebied. Van de ongeveer 500 Merovingische begraafplaatsen op Belgische bodem zijn er slechts 50 in de Nederlandstalige provincies. Wallonië heeft ongeveer dezelfde vinddichtheid als het Rijnland. Een niet te weerleggen getuigenis van de Germaanse volksnederzetting. Wallonië en Noord-Frankrijk blijven kerngebieden van de in belangrijke mate Germaans bepaalde cultuur van de vroege middeleeuwen. Aan beide zijden van de latere taalgrens was er een brede zone van tweetaligheid, waarin de Germaanse bevolking, ingevolge assimilatie, zich liet romaniseren. Volgens Prof. Hugo de Schepper valt de geschiedschrijving van de Lage Landen te zeer in Noord- en Zuidmootjes uiteen. Geen enkel Waals gewest kan gesitueerd worden buiten de ruimere context van de Nederlanden. De vijandschap over de Belgische taalgrens heen is een rechtstreeks gevolg van van het Belgisch unitair regime, in tegenstrijd met het oorspronkelijk Nederlands staatkundig denken, dat in wezen federalistisch was en op meerledige basis bundelde wat samen hoort. Volgens De Schepper is de Geschiedenis van de Nederlandse Stam van Pieter Geyl te uitsluitend op taalverwantschap gebaseerd. Daarom verkiest hij de term Heel-Nederlands, die geografisch en inhoudelijk ruimer is. Cailliau besluit: ' Stevenen wij af op het 'schiereiland van de Vlaamse staat ' of scheppen we de voorwaarden tot de herwording van de Nederlanden ' Voorwaar geen kleine en korttijdige opdracht...
Tijdens de verkiezingsstrijd voor 13 juni 2010 verdedigde Bart De Wever, als voorzitter van de N-VA de evolutie van een zelfstandig Vlaanderen in een verwasemend België. Hij behaalde de grootste overwinning van de Vlaams Nationalisten ooit met 30% van de stemmen in de Kamer en 33 % in de Senaat, 27 zetels in de Kamer en 14 in de Senaat. Hij werd dan aangesteld als informateur om een nieuwe regering te vormen met de overwinnende PS ( 37 % ) in Wallonië en Eliio di Rupo als formateur. Hij is met zijn raadplegingen bezig sinds 25.6.2010, eerst als informateur en daarna als formateur. Op 13 juni 2011 was het juist 1 jaar geleden dat de verkiezingen plaats vonden.
Op donderdag 30 juni 2011verscheen in De Standaard een artikel van de bekende kerkjurist en CD&V-parlementslid Rik Torfs met een pleidooi voor Benelux.
We ontvingen het nr.8 van de 47e Jaargang van Delta, het ' Heel - Nederlands Maandblad van de Werkgemeenschap De Lage Landen ' al 47 jaar geleid door Vik Eggermont Hoogpadlaan 72 2180 Ekeren. Daarin kondigt de voorzitter- hoofdredacteur Vic Eggermont aan dat het decembernummer ( dus nr.10 ), het laatste nummer van Delta zal zijn. Hij stopt er dus mee na bijna een halve eeuw onverdroten werkzaamheid, in de geest van Joris Van Severen en Louis Gueuning. Hij schrijft: ' Met hen volgden wij twee van de grootste politieke denkers die dit arme misleide volk de laatste eeuw heeft voortgebracht. ' We hebben altijd veel bewondering opgebracht voor Vic en waren verheugd hem vijf jaar geleden te hebben mogen ontmoeten in Koksijde, waarbij we vooral getroffen waren door zijn enorme belezenheid. Veel dank Vic. Je blijft een grote persoonlijkheid in de geschiedenis van ons Volk en De Lage Landen. Het ga je goed.
Voor de vroegere nummers, in zover voorradig: Vik Eggermont, Hoogpadlaan, 72 , 2180 Ekeren.
11-10-2011
Rudy Pauwels
Dit is de foto van het bidprentje van Rudy Pauwels, de onlangs overleden neef van Joris van Severen. Hij werd geboren in Deinze op 23 april 1932 en overleed in Gent op 15 september 2008. Hij was de zoon van Fernand Pauwels ( bekend als de dichter Marnix Van Gavere, ° Deinze 31-12-1897 - + Deinze 27-01-1974 ) en van Jeanne van Severen, de zus van Joris. ( ° Wakken 17-09-1998 - + Deinze 28-09-1978 ) Tot op pensioenleeftijd was hij notaris in Deinze en ging daarna wonen in Deurle. Hij was gehuwd met Nora Naessens ( geboren in Elsene op 16 november 1935 ) en had twee kinderen Peter en Odile. Hij heeft heel wat over Joris van Severen geschreven. Bij de oprichting van het Waregemse Kunstverbond in 1947 ( met als voorzitter van de Letterkundige afdeling André Demedts terwijl ikzelf secretaris was ), kon ik met zijn ouders kennis maken toen ik de dichter ging vragen om bij het Kunstverbond aan te sluiten en mee te werken aan een poëzieavond, wat hij ook deed. Ik herinner mij zijn prachtig gedicht over Federico Garcia Lorca.( Cfr. De Vlaamsche Poëzie sinds 1918, deel II blz.94 ) onder de titel ' Een man tegen de muur ' met dat middenkwatrijn ' Ik zal niet zeggen: Hij is gestorven/ want hij viel neer./ De muur, waar eens hij stond, bleef staan, / en hoorbaar zingend is zijn bloed er in vergaan. ' ( * ) Mijn kennismaking met Rudy zelf gebeurde veel later. De laatste keer dat we hem mochten ontmoeten was in Ieper, samen met zijn echtgenote, bij de voorstelling van het oorlogsdagboek van Joris van Severen: ' Joris van Severen. Die vervloekte oorlog. Dagboek 1914 - 1918 ' ( Uitg. Pelckmans, Kapellen - Ieper - 2005 ). Sindsdien zijn we ook zijn geschriften gaan lezen, de brochures vooral die hij uitgaf bij het ' Studiecentrum Joris van Severen - Ieper ' In de eerste Brochure ' Een twintigjarige in de Grote Oorlog - Overwegingen bij de lectuur van de Oorlogsdagboeken van Joris van Severen ' ( 2005 ) toont hij de enorme belezenheid aan van JvS en de invloeden die hij door die lectuur heeft ondergaan: een aanvoelen en denken rond een kosmisch organische en harmonische eenheid van solidaristische, hiërarchisch gelaagde ' orde' , een globale levensbeschouwing, die zeer sterk theologisch en deontologisch onderbouwd was. Haar verste sporen reiken tot Paulus, Augustinus en Thomas van Aquino en, dichter bij ons Bossuet, Newman en Teilhard de Chardin. Op politiek vlak was hij vooral beïnvloed door Charles Maurras. Dit zou uitmonden in een sociaal humanisme boven de burgerlijke democratie. Pauwels schetst de voor-oorlog, de waanzin van de oorlogsjaren en de na-oorlog, met daarin de evolutie van de jonge JvS, die uit de oorlog terugkeert als een ontgoochelde frontofficier. Hij is ervan overtuigd dat de wereldsolidariteit nood heeft aan een wereldorde. Hij sticht het tijdschrift ' Ter Waarheid ' om te speuren naar wat nog waarheid is. Hij sticht ook het Dinaso om de persoonlijkheid voorrang te geven en een plaats te bezorgen in de organisch-geordende volksgemeenschap. In 2006 verscheen een tweede brochure ' Andermaal terugdenken aan en vooruitdenken met Joris van Severen ' Hij wijdt aandacht aan de tragische oorlogsdagen van mei 1940 met de moord op JvS, die toen een overtuigd voorstander was van de Belgische zelfstandigheidspolitiek van Leopold III, gesteund door de Kerk en de meerderheid van de bevolking. Over JvS hoeft niemand zich te schamen. Rudy Pauwels typeert dan zijn persoonlijkheid: een aristocraat met charisma, die voortgaande op de traditie van de gehele beschavingsgeschiedenis open stond met geheel zijn wezen voor het beste dat zich in het nieuwe van zijn eigen tijd aftekende. Hij had niet enkel een nationale maar ook een internationale achtergrond. In het laatste hoofdstuk wijdt Pauwels uitgebreid aandacht aan het Verdinaso. De laatste brochure van Rudy Pauwels ( 2008 ) is getiteld ' Met Joris van Severen. De keuze van een levensbeginsel.' De religieuze dimensie in het werk van JvS komt hierbij aan bod en hij schrijft dat, wat de Nederlanden betreft, hij een vaste plaats heeft verworven in de religieuze renaissance en in de geestesgeschiedenis van het Westen. Jammer dat Rudy Pauwels, net in 2008, ons allen moest verlaten. Hij had ons nog veel te zeggen. Wij bewaren met grote piëteit de brieven die hij ons nog enkele dagen voor zijn afsterven heeft geschreven.
(*) In DS van 17 oktober 2008 lezen we dat het lichaam van Garcia Lorca zal worden opgegraven. De Spaanse onderzoeksrechter erkent de terechtstellingen tijdens de Franco-dictatuur ( 1939 - 1975 ) als misdaden tegen de menselijkheid. Hij gelast dat 19 massagraven met slachtoffers van executies uit de burgeroorlog worden geopend. De dichter Federico Garcia Lorca werd in 1936 door fascisten doodgeschoten. Er zal onderzocht worden of de hoogste falangistische leiders nog leven en of ze berecht kunnen worden.
10-10-2011
Van Goethem over de scheiding van België
Foto van Leopold I, de eerste koning van België ( 1831 - 1865 ), die de Vlamingen, de Nederlandse taal en de Vlaamse Beweging zeer goed gezind was. Herman van Goethem: ' 'De Monarchie en ' Het einde van België ' Een communautaire geschiedenis van Leopold I tot Albert II '
In een bijzonder interessant boek ( Uitg. Lannoo, 2008 ) over de monarchie van Leopold I tot Albert II schrijft Herman Van Goethem de communautaire geschiedenis van België. Hij toont aan dat België al sinds de democratisering van het kiesstelsel in 1893 afstevent op een onafwendbare splitsing. We citeren: ' Het niet Frans-talige electoraat in Vlaanderen stuwde de aanvankelijk tweetalige politici steeds meer in de richting van het Vlaams nationalisme, terwijl ook Wallonië zijn eigen weg is gegaan. De Belgische koningen hebben krampachtig en vruchteloos getracht greep te krijgen op deze evolutie. Sinds Leopold I hebben ze een diepe angst voor het einde van België. Die vrees is niet ongegrond. De achtereenvolgende staatshervormingen vormden een ware doos van Pandora, en het debacle is sindsdien niet meer te overzien. De gemeenschappen in België zijn mentaal uit elkaar gegroeid. Sociaaleconomische analyses over transfers van het noorden naar het zuiden hebben de discussie alleen maar aangewakkerd. En de unitaire politieke partijen van weleer, die deze problemen dienden op te lossen zijn allang gesplitst...' Opmerkelijk is het eerste hoofdstuk over onze eerste koning de Duitstalige Saksen-Coburger Leopold I, die na de scheiding van het Koninkrijk der Nederlanden ( 1815 - 1830 ) geroepen werd om na Willem I het afgescheiden België uit te bouwen. Er waren bij hem geen sporen van francofilie. Integendeel hij speelde meer in op de verwantschap tussen het Duits en het Nederlands, toen meestal Nederduits genoemd. Hij steunde de Vlaamse volkstaal en hij zag ook de bijzondere positie van zijn klein land geprangd tussen Frankrijk en Duitsland, die allebei België een aanlokkelijke prooi vonden voor aanhechting en door de mogendheden samen met Nederland als een neutrale buffer werd geconstrueerd. België moest dus ook het machtsevenwicht tussen die twee behouden. Leopold kreeg dus een Europees mandaat en in het schaakspel van neutraliteit waren Vlaanderen en de Nederlandse taal belangrijke pionnen. Na 1830 begon bij de geschoolden de actie tegen de verfransing die na Willem I werd ingezet bij politici en militairen. Na de Omwenteling werd vlug het Nederlands door het Frans vervangen. Maar Leopold I maakte algauw duidelijk dat hij koos voor het behoud van het Nederlands, meer nog hij toonde veel sympathie voor de groeiende Vlaamse Beweging en gaf steun aan Vlaamse auteurs als Conscience. Hij zag de Vlaamse beweging als een bres tegen Frankrijk. Ook het Nederlands onderwijs moest opbloeien. Vandaar dat Van Goethem Leopold I de pleitbezorger noemt van de flaminganten. Alleen maar jammer dat Leopold II niet in datzelfde spoor bleef lopen en dat ook de volgende koningen zich lieten verfransen, het Frans als huistaal kozen, wel wat Nederlands leerden maar toch onvoldoende het Nederlands beheersten, op Albert II na. Leopold II heeft zijn politiek archief volledig verbrand. Daardoor is het moeilijk hem op gebied van taal te beoordelen. Hij verstond blijkbaar Nederlands maar op vragen antwoordde hij altijd in het Frans. Bij de Vlamingen was hij nooit populair. Koningin Marie-Henriette sprak wél Nederlands. Philippe, de broer van Leopold II, die voor de troonopvolger moest zorgen, sprak evenmin Nederlands maar op verzoek van Leopold II leerden zijn twee kinderen Nederlands. Bij de 685e verjaardag van de Guldensporenslag in 1887 in Brugge hield Leopold II zijn toespraak in het Frans en zijn neef Boudewijn, die troonopvolger was, sprak de menigte toe in het Nederlands. Die zou ongetwijfeld het beleid van Leopold I hebben voortgezet maar jammer genoeg overleed hij in 1891. Zijn bidprentje was eentalig in het Nederlands. In 1982 ontving de koning het Bestuur van de Vlaamse katholieke Landsbond, die hem een petitie overhandigde. Hun vraag was dat de nieuwe troonopvolger Albrecht ( Albert I ) de Nederlandse volkstaal zou leren en ze vroegen ook het gebruik van het Nederlands in Congo. Op de eerste vraag is Leopold ingegaan. In 1893 kreeg de taalkwestie haar volle gewicht door de invoering van een algemeen stemrecht. Volgens de auteur is dat de eerste barst in België. Op een bevolking van 6 miljoen spraken in 1890 3,5 miljoen Nederlands. Daarvan waren er 800.000 tweetalig ( Brussel inbegrepen ). De 2.700.000 Fransonkundigen waren haast allemaal gewone mensen die door het algemeen stemrecht zich met mekaar verbonden voelden tot één Vlaams volk. In de laatste decennia van de eeuw had de Vlaamse Beweging aanhang gekregen in alle lagen van de bevolking en de eerste taalwetten in strafzaken uit 1873 en 1889 gaven de beschuldigde inspraak bij de taalkeuze. Het stemrecht was nog meervoudig maar in 1894 waren er toch al 853.000 één-stemmers. De massaficatie van de Vlaamse beweging kreeg een onderbouw. De Gelijkheidswet van 1896 wou een veralgemeende tweetaligheid in heel België invoeren om het land één te houden maar die stuitte op de Waalse onwil omdat het Nederlands ook daar als bestuurstaal zou worden ingevoerd. Naast de Vlaamse groeide nu ook de Waalse beweging en dat was het begin van het federalistisch discours: België barst! Vlaanderen en de Vlaamse beweging evolueerden naar radicale eentaligheid terwijl de bestuurlijke tweetaligheid in Vlaanderen bleef, voor de 120 000 Vlaamse arbeiders in Wallonië de tweetaligheid niet verkregen werd, terwijl de Waalse beweging wel de bescherming vroeg van de Nederlandsonkundige Walen en de bestuurlijke tweetaligheid van Vlaanderen wilde handhaven. Typisch: bij taalexamens voor ambtenaren moesten Vlamingen goed de Franse taal kennen terwijl Nederlandsonkundige Walen in Vlaanderen werden benoemd. Dat kon niet blijven duren. Het middelbaar onderwijs werd allengerhand vernederlandst en vanaf 1910 kwam de campagne voor de vernederlansing van de Gentse universiteit, met de drie kraaiende hanen Van Cauwelaert, Franck en Huysmans op kruissnelheid. Albert I ( koning van 1909 tot 1933 ) legde zich vanaf 1891 al toe op de studie van het Nederlands, huwde in 1900 met de Duitse prinses Elisabeth, legde zijn eed af in de twee talen maar hield de troonrede in het Frans. Hij maakte zich grote zorgen om de eenheid van het land en hij zorgde er ook voor dat zijn kinderen ( o.m. de latere Leopold III Nederlands leerden ). De koning wilde België één zien: ' Eendracht maakt macht '. De verkiezingen van 1912 waren de meest communautaire ooit. De Vlaams- Waalse nationaliteitentegenstelling verdeelde alle partijen want de Waalse linkerzijde identificeerde de Vlaamse beweging niet enkel met het katholicisme maar met heel Vlaanderen. De katholieken wonnen en de Waal Destrée schreef, na de goedkeuring van de bestuurlijke scheiding van Vlaanderen door het Waals Congres, zijn beruchte brief aan de koning :' Sire, il n'y a pas de Belges ' De twee volkeren Vlamingen en Walen hadden volgens zijn etnische analyse elk hun eigen aard en het Brusselse type vond hij nniet interessant met ' les défauts des deux races '. De Vlamingen eisten meer en meer de ' Bestuurlijke scheiding ' ( Dosfel, Vliebergh e.a.) In 1909-1913 ijverden de Vlamingen ook voor een taalregeling in het leger en een volledig uitgebouwd Nederlands onderwijsnet. De koning werkte wel mee maar de beveltaal in het leger bleef het Frans. De legeroverheid moest wel het Nederlands kennen. In augustus 1914 brak de oorlog uit en Albert I riep Vlamingen en Walen op tot een eendrachtige strijd...Aan het front leefden de flamingantische emoties op door de achteruitstelling van de Vlamingen. De koning gaf aanbevelingen aan de overheid en vanaf 1913 voorzag de legerwet een vernederlandsing van het officierenkorps. De Fransen steunden de Waalse beweging en vanaf 1916 waren daartegenover de Vlaamse activisten zeer actief. De Gentse universiteit zou worden vernederlandst vanaf 1916-1917. Koning Albert wilde voor alles neutraal blijven, zich niet binden aan Frankrijk en hij zag de Vlaamse eigenheid als een tegenwicht. Op 11 juli 1917 publiceerde de Frontbeweging een ' Open brief aan de koning ' waarin o.m. de taalsituatie in het leger werd aangeklaagd. De koning wilde de aanpak van de taalkwestie maar kwam daardoor regelmatig in conflict met de overwegend franskiljonse regering, die in paniek kwam wanneer in 1918 de activistische Raad van Vlaanderen de zelfstandigheid van Vlaanderen had geproclameerd. Op 1 februari 1918 hield de koning een ministerraad waarin hij pleitte voor tegemoetkomingen aan de Vlamingen. Dan kwam het grote eindoffensief en de overgave van de Duitsers.De oorlogsregering nam ontslag maar de nieuwe regering zag geen prioriteit voor de Vlaamse verlangens. Bij de eerste naoorlogse verkiezingen in 1919 kwam de Frontpartij op voor de federalisering van België en behaalde 5 zetels. Van Cauwelaert verdedigde met de katholieken een minimumprogramma voor Vlaanderen. De regering Van de Vyvere bracht een betere taalwetgeving ( 1921-1923 ) met o.m.de wet voor het hele land ' streektaal is bestuurstaal ' maar daarmee werd de barst in België groter. De radicalisering van de Vlaamse beweging ging door en de politiek evolueerde mee. In 1930 werd de universiteit van Gent vernederlandst. De Vlaamse liberalen namen de elitaire Vlaamse tweetaligen in bescherming. Na de Bormsoverwinning in 1929 ( 45% van de Antwerpse kiezers ) werd er spoed gezet achter het minimumprogramma van Van Cauwelaert en pleitten ook de socialisten ( Huysmans ) voor de eentaligheid van Vlaanderen en Wallonië en het vastleggen van de taalgrens. Meteen begon Grammens vanaf 1931 zijn actie voor de eentaligheid van Vlaanderen. ( vooral in de taalgrensgemeenten ). Als tweetalig gebied werden Brussel en enkele taalgrensgemeenten omschreven. De administratie werd nu ook tweetalig ( 1932 ) Toen de regering Renkin in 1932 het beginsel ' streektaal is onderwijstaal ' wilde doordrukken waren de liberalen tegen. Na ontslag kwam een nieuwe regering Renkin met de nieuwe Vlaamsgezinde minister Sap. In 1933 werden de gemoederen verhit rond de herziening van de tuchtmaatregelen tegen de activisten. De koning wilde noch overwinnaars noch verliezers en schreef een brief naar de ministerraad ( die de dossiers aan magistraten zou toevertrouwen ) waarin hij duidelijk de repressie na de oorlog in vraag stelde. Enkele weken later kwam hij om het leven. In 1934 begon het bewind van Leopold III. ( 1934 - 1944 /1950 ) In 1926 was Leopold gehuwd met de charmante Zweedse prinses Astrid die zich algauw bij de Vlamingen bemind wist te maken zodat weer een toenadering met de monarchie ontstond. In 1930 zei prins Leopold dat de Vlamingen het recht moesten hebben op geheel Nederlands onderwijs. In 1934 volgde hij zijn vader Albert I op als koning. Hij wilde zich niet binden aan Frankrijk en koos een koers van neutraliteit. De verkiezingen van 1936 brachten de overwinning van Rex ( 21 zetels ) van het VNV ( 16 zetels ) waardoor de traditionele partijen tot toegevingen aan de Vlaamse Beweging werden gedwongen. Op 10 juni 1937 werd de amnestiewet gestemd tot woede van vaderlandslievende verenigingen en in 1938 werd de taalwetgeving afgerond met een nieuwe legerwet met een legerindeling op basis van de taal met tweetaligheid van het officierenkorps. De federalistische radicalisering ging door. De sociale zekerheid moest Belgisch blijven en het transferdebat begon. Bij de socialisten ( nationaal BWP ) tekende zich ook een verschillende Vlaams-Waalse ideologische koers af. Het Vlaams Socialistisch Congres van 1937 in Antwerpen was uitgesproken communautair. In 1940 boog de regering Pierlot zich over een beperkte splitsing van het departement van Onderwijs, in het kader van de culturele autonomie. Toen kwam de Duitse inval op 10 mei 1940. Op 25 mei kwam het tot een breuk tussen de regering Pierlot en de koning, die zich overgaf om een bloedbad in de Westhoek te voorkomen. De regering vluchtte naar Engeland. De koning bleef 4 jaar krijgsgevangene en hij hield aanvankelijk rekening met een Duitse overwinning. De VNV-leiding droomde van een Groot-Nederlandse staat en zonk weg in de collaboratie. In 1944 schreef de koning zijn Politiek Testament om bij de bevrijding openbaar te maken. Hij stond grotendeels aan de zijde van de Vlamingen maar zag als belangrijkste taak van de naoorlogse regering het verzekeren van de verstandhouding tussen Vlaanderen en Wallonië in een nieuw België dat Walen Vlamingen volstrekt gelijk zou behandelen en waarin Brussel een taalkundig bindteken en bicultureel uitstralingscentrum zou zijn. Dat Testament zou echter pas na de oorlog bekend geraken want ondertussen was hij door de regering buiten spel gezet en in de onmogelijkheid tot regeren verklaard, nu hij als gevangene in Zwitserland verbleef. In een volksraadpleging kreeg de koning in Vlaanderen 72% van de stemmen tegen slechts 42 % in Wallonië en 48% in Brussel. In de periode 1944 - 1950 had zijn broer prins Karel als regent het bewind in handen genomen. Na de oorlog werden 242 Vlamingen ( o.m. Borms ) geëxecuteerd. Honderden Vlamingen werden aangehouden en zwaar bestraft. De federalistische droom was meteen voorbij. De monarchie kwam gehavend uit de oorlog. De Franssprekenden verzetten zich tegen de terugkeer van Leopold ( onder eerste minister Van Acker ) en de twintigjarige koning Boudewijn besteeg de troon in juli 1950. De auteur titelt dit hoofdstuk:' Koning Boudewijn ( 1950- 1993 ), kroniek van een grote onmacht .' Hij heeft niet kunnen putten uit het koninklijk archief ( 50-jaarregel ) en moet zich beperken tot de toespraken van de koning, persberichten en getuigenissen en memoires van politici. Volgens Gaston Eyskens was de economische ontwikkeling van het naoorlogse Wallonië beneden alles terwijl de economie in Vlaanderen opbloeide, dankzij troeven als zee en havens en het gemakkelijk bereikbare hinterland. In 1947 was er een talentelling waarmee de Vlaamse beweging, die weer de kop opstak, het moeilijk had omdat ze beïnvloed was door het nog heersend anti-Vlaams klimaat. In 1954 konden de Vlaams-nationalisten in Antwerpen toch alweer een zetel behalen in Antwerpen en dan werd de Volksunie opgericht. In de CVP kwam een sterke Vlaamse vleugel o.l.v. Jan Verroken. In 1961 brak de Volksunie door en in 1962-1963 kwamen de nieuwe taalwetten op het bestuur en het onderwijs tot stand en het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur werd gesplitst. In 1962 legde de wetgever de Waals-Vlaamse taalgrens definitief vast. Het territorialiteitsbeginsel werd ook in het onderwijs doorgetrokken door de afschaffing van de transmutatieklassen. In 1963 werd de taalwetgeving afgerond voor het tweetalige Brussel en omgeving. België was nu ingedeeld in 4 homogene taalgebieden: het Nederlandse, het Franse, het Duits en het tweetalige. De zes randgemeenten van Brussel, de gemeenten in de Voer, Komen-Moeskroen en de regio Malmédy en het Duitse taalgebied kregen taalfaciliteiten. De weg voor een staatshervorming lag nu open. De eerste kwam er in 1970. In 1966-68 gebeurde de overheveling van de Franstalige afdeling van de Leuvensse universiteit naar Waals-Brabant. De Walen geraakten getraumatiseerd o.m. door betogingen en studentenacties.In 1969 viel de CVP/ PSC uiteen nadat de communautaire partijen in 1968 een grote overwinning hadden behaald. De partijen werden gedreven in de richting van een federale hervorming van de staat. In 1970 kwam een grondwetswijziging. De cultuurraden kregen eigen wetgevende bevoegdheden. Hun decreten stonden op hetzelfde niveau als de nationale wet. Ook de liberalen en de socialisten vielen uiteen in een Vlaamse en een Waalse vleugel. Het aartsmoeilijke dossier van de gewestvorming ondermijnde de ene regering na de andere.Meer en meer bevoegdheden werden naar de gewesten verschoven. De Voerkwestie en amnestiekwestie zorgden voor strubbelingen en kortsluitingen tussen Vlamingen Walen. In 1976 werd koning Boudewijn door amnestiebetogers in Brugge uitgejouwd en daarna ook in Antwerpen... Toch zocht de koning naar een duurzame oplossing voor de communautaire problemen. Dan kwam het Egmontpact, onder de regering Tindemans en met de toen radicale Wilfried Martens als CVP-voorzitter. Onder leiding van Martens sprak het CVP-congres van oktober 1972 zich uit voor volstrekt autonome gewesten die bevoegd zouden zijn voor alles wat van gewestelijk belang was ( verregaande invulling van art.107 quater van de grondwet om een stap te zetten in de federale richting ) In lange gesprekken wist Martens koning Boudewijn te bekeren tot het ' unionistisch federalisme '. Naast de wetgevende autonomie van de deelstaten met eigen financiële middelen en met erkenning van hun grenzen en territoriale integriteit, legt dat staatsconcept de nadruk op het behoud van een sterke federale kern, die in evenwicht is met de deelstaten m.a.w. federeren is niet scheiden maar wel verenigen. Tindemans moest regeren met CVP en socialisten maar ook met de taalpartijen VU en FDF. Die regering bracht het Egmontpact tot stand: drie gewesten, Vlaanderen, Wallonië en Brussel, met rechtstreeks verkozen gewestraden ( deelparlementen ) en executieven ( regionale regeringen, terwijl ook de bestaande cultuurraden vervangen zouden worden door een Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige gemeenschapsraad met elk een bijbehorende regering. Voor Franstaligen in de Rand en zeven andere gemeenten rond de agglomeratie Brussel werd een inschrijvingsrecht voorzien, waardoor ze daar taalfaciliteiten en stemrecht verkregen. De koning nam de verdediging van dit pact op.( december 1977 ) De Vlaamse Beweging en de pers voerden echter een sterke campagne tegen dit pact. Tindemans ging in feite ook niet akkoord omdat het pact buiten hem door de voorzitters van de partijen werd opgezet. Hij riep er de Raad van State bij, die constateerde dat een aantal bepalingen ingingen tegen de grondwet. Het conflict met de partijvoorzitters evolueerde naar een hoogtepunt en Tindemans blies de bruggen op ( ' De grondwet is voor mij geen vodje papier' ) en hij sleepte in de val het Egmontpact mee ( 11 oktober 1978 ) In april 1979 trad de regering Martens I aan en opnieuw werd over een communautair pact onderhandeld. Nu was Tindemans echter partijvoorzitter en het CVP-congres van 16 december 1979 wees de drievoudige gewestvorming af. Nieuwe voorstellen en conflicten wisselden mekaar af tot in mei 1988 de regering Martens VIII aantrad, nadat Dehaene het terrein had ontmijnd en Happart in Voeren was uitgeschakeld. Zo werd een akkoord bereikt over een verdere staatshervorming. In het najaar 1991 kwam de laatste regering Martens aan haar einde. Het woord 'separatisme ' begon te circuleren. Na de verkiezingen van 1991 kwam Dehaene aan het bewind, die in 1992 het St.-Michielsakkoord tot stand bracht met als sluitstuk de geleidelijke omvorming van België tot een federale staat. Voor de koning was dat nu het eindpunt maar in mei 1993 wou de nieuwe CVP-voozitter Van Rompuy een verdere regionalisering bewerken. Enkele maanden later overleed Boudewijn onverwachts. Albert II trad aan en die wilde een verzoener zijn o.m. door het wegwerken van de gevolgen van de naoorlogse repressie en door de nadruk te te leggen op de eenheid in verscheidenheid. Op 11 juli 1994 zong de koning op de officiële Guldensporenviering in Brugge de Vlaamse Leeuw mee...en dat verwekte bij de Franstaligen grote wrevel, des te meer omdat de eerste Vlaamse Minister-President Luc Van den Brande in Ronse een stoere 'confederalistische ' toespraak had gehouden. Terwijl het separatistische Vlaams Blok groeide en de CVP de verkiezingen verloor trad in 1999 Verhofstadt aan, die de Lambertmontakkoorden tot stand bracht waardoor de gewesten een aantal nieuwe bevoegdheden kregen en ook meer financiële middelen. Inmiddels vormde de CVP zich om tot CD&V en kwam in kartel op met de N-VA ( omfloerste,stapsgewijze separatisten ). De regionale verkiezingen van 2004 werden gewonnen. Nationaal zat het kartel in de oppositie maar niet in de Vlaamse regering, waar Yves Leterme Minister-President werd. In juni 2007 behaalde het kartel CD&V dan weer federaal een grote verkiezingsoverwinning. Leterme liet het Vlaamse Presidentschap over aan Kris Peeters en hij werd premier van de federale regering ( met 800 000 voorkeurstemmen ) maar het probleem Brussel-Halle-Vilvoorde ( dat hij zou oplossen in vijf minuten... ) bleek onoplosbaar, ondanks heel wat toegevingen ( waardoor het kartel met N-VA uiteenviel ) en hij moest ontslag nemen en de plaats ruimen voor de huidige premier Herman Van Rompuy. Bij de grootste financiële en economische crisis ooit, hier en wereldwijd, stond hij voor een heel zware opdracht. Hij deed zijn best om de bankencrisis met staatssteun op te lossen maar geraakte verwikkeld geraakte in juridische problemen, samen met minister Jo Vandeurzen, bij het zoeken naar een oplossing voor het failliete Fortis-Bank, waarvoor hij de steun van het gerecht nodig had en daarbij de scheiding der machten niet zou hebben gerespecteerd. Een onderzoekscommissie moet alles uitklaren en is nu dag aan dag bezig met het ondervragen van magistraten, getuigen en medewerkers. De nakende verkiezingen verhinderen wellicht een objectief besluit, waarbij Leterme, Vandeurzen ( maar ook Reynders ) vrijuit kunnen gaan. Inmiddels blijft de vraag: Waar gaat België naartoe, nu het samenregeren met de Franssprekenden meer en meer onmogelijk wordt. Brengen de nieuwe regionale en Europese verkiezingen van 7 juni e.k. nieuwe inzichten en strategieën? Kan BHV worden opgelost? Kunnen de transfers van miljarden euro's van Noord naar Zuid worden stopgezet? Kunnen de Franssprekenden blijvend alles vergrendelen? Of is er maar één oplossing: België barst? De radicaal Vlaamse partijen ( VB, de N-VA maar ook de populistische LDD ) kunnen hierbij een rol spelen.
09-10-2011
Prof.Vuye over de splitsing van BHV-gerechtelijk
- Onder de titel ' De geest van Maingain, tot diep in Vlaanderen' publiceerde De Morgen op 17 oktober 2011 een artikel van de Naamse prof.staatsrecht Hendrik Vuye, waarin die zegt dat de Vlaamse onderhandelaars met de splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV de bal hebben misgeslagen.
De taalverhoudingen werden gewijzigd in het nadeel van de Vlamingen. De verhouding eenderde Nederlandstaligen tegenover tweederde Franstaligen werd gewijzigd in eenvijfde Nederlandstaligen tegenover viervijfde Franstaligen, terwijl er wel de instroom van Nederlandstalige zaken wel degelijk eenderde bedraagt. Waarom moest het gerechtelijk arrondissement gesplitst worden? , vraagt Vuye zich af. Franstaligen in de Rand moeten beseffen dat ze niet in Vlaanderen kunnen wonen en berecht worden alsof ze in Brussel of Wallonië wonen. Dat is gewoon een kwestie van respect. Men kan niet in Vlaanderen wonen en tegelijk Vlaanderen de rug toekeren. In deze geest werd in 1984 de Brusselse Balie gesplitst. De Barreau de Bruxelles is beperkt tot de 19 gemeenten van het Brussels Gewest. De Brusselse Nederlandse Orde daarentegen is aanwezig in dezelfde 19 gemeenten en in de 35 Vlaamse gemeenten van Halle-Vilvoorde.In Gooik bijvoorbeeld zijn er geen advocaten die lid zijn van de Barreau de Bruxelles.
Het Vlinderakkoord bewandelt echter andere paden. De zetel wordt niet gesplitst maar wel ontdubbeld. Dit betekent dat er in de 54 gemeenten van BHV zowel Franstalige als Nederlandse rechtbanken komen. In Gooik zullen ook de Franstalige Brusselse rechtbanken bevoegd zijn ( zoals Maingain het heeft gewild ) terwijl in het wetsvoorstel van Hugo Vandenberghe ( CD&V ) de Brusselse rechtbanken maar bevoegd waren voor de 19 Brusselse gemeenten. Dit model werd altijd gehanteerd door de meeste Vlaamse partijen, helaas voor het Vlinderakkoord dat hun onderhandelaars domweg hebben aangenomen. Er zitten inderdaad weinig of geen positieve punten in heel deze regeling, tenzij misschien dat het parket van Brussel wordt gesplitst in een parket van Brussel ( 19 gemeenten ) en een parket van Halle-Vilvoorde ( 35 gemeenten ) maar Brusselse Franstalige parketmagistraten kunnen gedetacheerd worden naar Halle-Vilvoorde om prioritair Franstalige zaken te behandelen, en die staan onder het gezag van de procureur des Konings in Brussel. Dit komt erop neer dat het Vlaamse parket van Halle-Vilvoorde een Franstalige afdeling kent, actief tot in Gooik. De Brusselse procureur des Konings is voortaan altijd Franstalig. Tot nu toe was dit alternerend een Franstalige en een Nederlandstalige. De Franstaligen uit de 35 Vlaamse gemeenten van Halle-Vilvoorde kunnen voortaan vrijwillig voor de rechtbank van hun taal verschijnen, net alsof ze in Brussel wonen. En het toppunt bepaalt het Vlinderakkoord ' De wenselijkheid om dit stelsel uit te breiden naar het geheel van de arrondissementen van het land zal worden onderzocht door de Commissie voor de modernisering van de rechterlijke orde. ' Taalfaciliteiten voor de Franstaligen in heel Vlaanderen zonder enige wederkerigheid voor de vele Vlamingen in Wallonië, die het moeten stellen zonder Nederlandse parketmagistraten en Nederlandse rechtbanken...
Waren de Vlaamse onderhandelaars misschien in slaap gevallen? Het kan niet anders: de N-VA en het VB zullen daarmee een mooi strijdpunt hebben, dat zal aanslaan in Vlaanderen.
Met veel dank aan de onpartijdige professor staatsrecht Hendrik Vuye, die doceert aan de Universiteit Namen, gelegen in Wallonië...
Maurice Decock
Dit is een foto van mijn oom Maurice Decock,gesneuveld in Koekelare op 27 mei 1940, de laatste dag van de veldtocht in 1940 . Hij was de jongste broer van mijn moeder, geboren in Wakken op 1 december 1911, en gehuwd met Rachel Haerinck ( ° St.-Baafs-Vijve 13 maart 1912- + Waregem 23 januari 1991 ). Zij hadden twee kinderen: Suzanne ( 1937 ) en Norbert ( 1939 ), allebei nog in leven. Norbert is gehuwd met Jeannette Callens. De echtgenoot van Suzanne, Daniël Stofferis, is gestorven in 2005.
In het boek van Juul Desmet ' Een dorp in oorlogstijd ' lezen we het verhaal van de oorlogsgebeurtenissen in 1940, o.m. over de Leieslag en de intocht van de Duitsers in Wakken. Daarbij lezen we ook het verhaal van het bezoek van nonkel Maurice aan zijn gezin en aan ons ( in de schuilkelder van onze grootouders ) een paar dagen voor zijn dood, toen zijn eenheid zich tot in Tielt had teruggetrokken. Hij kwam per fiets vanuit Tielt en ging niet in op het voorstel van grootvader Adiel Decock om bij ons te blijven. Over de toedracht van de dood van Maurice in Koekelare op 27 mei 1940 bestaan verschillende verhalen. Sommigen beweren dat zijzelf geschoten hadden naar de Duitse vliegtuigen, die dan terugkeerden en een bom wierpen. Zijn zoon Norbert hoorde van Adolf Dejaeghere, een bejaarde 99-jarige strijdmakker-ooggetuige, nu wonend in Wortegem, het juiste verhaal. Dat er zich een soldaat bevond, met een verrekijker, op de toren van de brouwerij dichtbij is waarschijnlijk fantasie, ook dus dat een overvliegend Duits vliegtuig de man bemerkt zou hebben en daarop een brisantbom wierp. Dat verhaal vertelde een bejaarde inwoner vroeger aan Norbert. Het feit dat die ooggetuige ook zei dat er niet geschoten werd maakt zijn verslag ongeloofwaardig, want er werd wel degelijke gemitrailleerd naar een verkenningsvliegtuig. Adolf Dejaeghere gaf een meer volledig verhaal met de juiste toedracht: het bataljon van Maurice was bij het begin van de achttiendaagse veldtocht vertrokken in Schaarbeek en Elsene, op terugtocht. Het werd een voortdurende vlucht. Hun taak was de hogere officieren te beschermen. Toen ze op doortocht waren in Tielt kwam Maurice even naar huis bij vrouw en kinderen en dan tot bij ons ( zie boven ) maar de vlucht ging verder naar Eggewaartskapelle en De Panne, maar vandaar moesten ze weer terug over Alveringem tot ze uiteindelijk over Vladslo in Koekelare belandden rond 24-25 mei. Ze logeerden daar in de kelders van de brouwerij. De Duitsers zaten hen voortdurend op de hielen. Op maandag 27 mei hadden ze hun afweergeschut opgeteld in een weide achter de brouwerij. Hun materieel bestond uit twee platte camions met daarop telkens twee mitrailleurs: oud Duits materiaal uit de eerste wereldoorlog. Geregeld blokkeerden de machinegeweren. Rond de middag kwam een klein verkenningsvliegtuig aangevlogen waarop gemittrailleerd werd maar zonder dit te raken. Een tijdje later zijn dan de verwittigde stuka's gekomen met hun bommen naar de Wallaard, waar Maurice met zijn strijdmakkers gelegerd was en een vliegtuig heeft de dodelijke brisantbom geworpen, waarbij zeven doden vielen. Van de acht personen waaruit de aanwezige wachtpost bestond, werden dus zeven soldaten gedood o.m. Maurice Decock, mijn oom, want broer van mijn moeder, en vader van Suzanne en Norbert Decock. De achtste, Adolf Dejaeghere, was op boodschap en kon aldus ontkomen. Er heerste alom paniek en burgers en soldaten hielpen de doden en gekwetsten wegbrengen. 's Anderendaags was er een dienst in de kerk waar zes gesneuvelden lagen opgebaard. De zevende , Michel Rosselle uit Westouter, werd opgenomen in de kliniek van Sint-Andries-Brugge, waar hij op 28 mei is overleden. Dit alles heeft Adolf Dejaeghere voor het eerst verteld aan Bernard Lootens, voorzitter van de archeologische kring Spaenhiers, die dit heeft neergeschreven. Daarna kon Norbert zelf nog eens alles horen ten huize van Adolf Dejaeghere zelf, met wie hij contact blijft houden en die ook aanwezig was op de jongste herdenkingsdag op zondag 30 mei 2010.
Er is ook nog een foto van de stamboekkaart van het Ministerie van Landsverdediging, nog eentalig in het Frans...met achternaam en voornaam, geboortedatum, graad en positie, korps of dienst, stamboeknummer, plaats en datum van overlijden. Bovenaan afgestempeld: ' Mort pour la Belgique ' Onderaan ' Terminé ' Betekent dat alles afgehandeld is. ( Cfr. Raf Seys )
.
02-10-2011
Het Volkstoneel voor Frans-Vlaanderen: 't Hommelhof
Voor het nieuwe seizoen brengt Flor Barbry's Volktoneel voor Frans-Vlaanderen de voorstelling van 't Hommelhof van Leo Behaegel onder regie van Roland Delannoy.
Toneelopvoeringen vinden plaats in de zaal Utendoale, Westouter op
Zaterdag 10 december om 20 uur Zondag 11 december om 17 uur Maandag 12 december om 20 uur
Voorts zijn er 14 opvoeringen in Frans-Vlaanderen en ook in verschillende steden en gemeenten in West-Vlaanderen. In Frans- Vlaanderen is de eerste opvoering op zaterdag 19 november 2011 om 20 uur in Abele Au nouveau Tahiti , Reservatie Bernard Vanrenterghem, Tel 057 388 349
De tweede opvoering gebeurt in Vleteren ( Flêtre ) op zondag 20 nov. om 17 uur in de Salle Municipale, Reservatie Marie-Paule Marris 0033 378 401 912
De derde opvoering vindt plaats op de Katsberg op zondag 27 november om 17 uur in de Salle des Amis du Mont des Cats Reservatie:Jean Jourdin tel.0033 328 425 260
Volgen nog: Zondag 4 december St.-Jans-Cappel om 16 uur in Salle Maurice Flauw,Reservatie Pierre Van Elstlande 0033 328 411867 Zondag 18 december Boeschepe om 17 uur Salle Paroissiale, Res.Gerard Baillieul 0033 328 425 125
In 2012
Zaterdag 14 januari in Warhem : 18 uur Salle Polyvalente Reservatie: Ecole Notre Dame 0033 328 620 075 Zondag 15 jauuari in Houtkerke: 18 uur Salle G. Vandaele Res. Marie Bollengier 0033 328 409 169 Zaterdag 21 januari Mont des Cats: Salle des Amis du Mont des Cats Res. Jean Jourdin 0033 328 425260 Zondag 22 januari Ekelsbeke: 16 uur La Maison du Westhoek Res.'t Huus van Westhoek 0033 328628857 Zaterdag 28 januari Bambeke : 18 uur Salle Espace Yserhof Res.André Vitse 0033 328 276061 Zondag 29 januari Bray-Dunes : 16 uur Salle Famila, Office de Toerisme 0033 328 266109 Zondag 5 februari Rekspoede: 17 uur Salle du Meulenhof, Reservatie Brocante Roselle 0033 328 621169 Zondag 12 februari Belle : 16 uur Salle des Fêtes, Res. Francine Desmet , 0033 683 535826 Zondag 19 februari De Moeren-Les Moëres 17 uur Salle St-Jean Bosco Res. Hervé Laniez 0033 328 264137 Zondag 26 februari Pitgam 16.30 Salle Communale, Res. Joseph Campagne 0033 328 621386
Voor informatie over opvoeringen in Hollebeke ( 25 nov.), Assebroek ( 26 nov. ), De Panne ( 3 dec. ), 3 maal in Westouter ( 10, 11 en 12 december ), Ieper ( 13 jan. ) Veurne ( 20 jan. ) , Kuurne St.Pieter ( 27 jan.) , Haringe ( 4 febr.), Oostkamp ( 10 febr.) , Oudenburg ( 11 febr. ), Poperinge ( 17 febr. ), Izegem ( 18 febr.) , Wevelgem ( 24 febr. ), Sint-Juliaan ( 25 febr. ) , Westouter ( 3 en 4 maart ):
één adres: Pascal en Evelien Vandelannoote-Leeuwerck, Pastoorstraat 18, 8970 Reningelst Tel. 0472/ 546487 en 0476/345206 Mail: Pascal.vandelannoote@euphonynet.be
25-09-2011
Daniël Merlevede en Justin Blanckaert
Uit het archief van Daniël Merlevede:
Een foto waarop we zien van links naar rechts: de jonge Daniël, Justin Blanckaert, de eerste voorzitter van het Vlaams Verbond van Frankrijk, zijn zoon en opvolger en Lode Depauw, die later zou uitwijken naar Argentinië.
Een bewijs dat Daniël Merlevede al op zeer jonge leeftijd contacten had met Frans-Vlamingen.
23-09-2011
64e Cultuurdag - 2e Verbekeprijs - Jaarboekje
Naar aanleiding van de 64e Frans-Vlaamse Cultuurdag van het KFV die plaats vond op zondag 25 september 2011 in het Waregemse Cultuurcentrum, verscheen het Jaarnummer 2011, als 39e jaargang van het tijdschrift KFV-Mededelingen waarin het volledig programma van de Cultuurdag en de Verbekeprijs te lezen was.
.Vooraf enkele noodzakelijke gegevens: * Het Komitee voor Frans-Vlaanderen werd opgericht in 1947 door André Demedts en Luc Verbeke. * De eerste Frans-Vlaamse Cultuurdag vond plaats in Waregem op 25 juli 1948. * Het tijdschrift KFV-Mededelingen werd in 1973 opgericht onder leiding van Luc Verbeke. Hij was uitgever en hoofdredacteur tot 1997 . Hij werd als KFV-secretaris en hoofdredacteur van de KFV-Mededelingen opgevolgd door zijn zoon Dirk, die tot op heden alle redacteurswerk en ook de organisatie van de Cultuurdagen op zich heeft genomen. * In 2008 werd de Luc Verbekeprijs opgericht naar aanleiding van 60 jaar KFV en 35 jaar KFV-Mededelingen. Deze prijs is een eerbetoon aan publicisten die aan weerszij van de grens een kwaliteitsvolle publicatie hebben geleverd tot een betere kennis kennis van Frans-Vlaanderen/ de Franse Nederlanden, die regio in het noorden van Frankrijk die sterke taalkundige en culturele banden heeft met de Lage Landen.
De Luc Verekeprijs werd dus voor de tweede keer uitgereikt op zondag 25 september 2011 tijdens de 64e Frans-Vlaamse Cultuurdag van het KFV in het Waregemse Cultureel Centrum De Schakel. Om 14.30 uur kwamen de deelnemers aan en konden met elkaar kennismaken terwijl ze gratis koffie of thee kregen aangeboden. Terwijl de Frans-Vlaamse groep Shillelagh Frans-Vlaamse muziek uitvoerde kwamen ongeveer 125 deelnemers de Oranjezaal binnen voor de plenaire zitting die om 15 uur aanving. Ook Luc Verbeke was er al en zat er in het midden met zijn rollator. Links van hem bemerkten we de bekende romancier -dichter- essayist Willy Spillebeen en rechts van hem Jan Yperman. Op de eerste rij bemerkten we ook genomineerden als de Frans-Vlamingen Wido Bourel en Eric Vanneufville.
Stipt om 15 uur mocht voorzitter Guido Carron, ereburgemeester van Waregem, het select publiek verwelkomen, voor de uitreiking van de 46e KFV-Taalprijsvraag Nederlands voor Frans-Vlamingen, na het juryverslag door Dirk Verbeke en de uitreiking van de tweede Luc Verbekeprijs voor een Nederlandstalige en een Franstalige publicatie i.v.m. Frans-Vlaanderen met juryverslag door Johan Strobbe. De spreekbeurten werden afgewisseld met muziek door Shillelagh ( G.Lenoir, B.Macke, A. Tanghe ) Bij zijn welkomstwoord zette Guido Carron de bedoeling van de Cultuurdag met de Verbekeprijs uiteen en benadrukte de grote verdiensten van Luc Verbeke vanaf 1947 tot nu. Dat is de reden waarom het KFV hem wilde eren met een tweejaarlijkse Verbekeprijs. Vervolgens werd eerst de Nederlandse Taalprijsvraag afgehandeld met verslag door Dirk Verbeke. De talrijke bekroonde deelnemers mochten hun prijs ( een reeks boeken ontvangen uit de handen van Guido Carron en Sandrine Demange-Delobel, directrice van het Huis van het Nederlands in Belle, die ook de jury van de Taalprijsvraag voorzat. Roger Vynckier bracht de prijzen aan. Daarna volgde de uitreiking van de tweede Verbekeprijs.
Genomineerde Franstalige werken:
Christine Flament: En Flandre. Textes et aquarelles. Jacques Messiant: Lieux mystérrieux et traditions inslolites dans le Nord-Pas-de-Calais Jean-Pierre Popelier: Belges et Français du Nord. Une histoire partagée Jean-Pascal Vanhove: De Nord-Berkin à Vieux-Berquin, 850 ans d'histoire ( tweetalig ) Eric Vanneufville: Histoire de Flandre. Le point de vue flamand Pages flamandes de Moulins-Lille et Wazemmes
Nederlandstalige genomineerde werken:
Wido Bourel: Wintertijd in Frans-Vlaanderen Een erfenis zonder testament. Hoe en waarom ik Nederlands leer. Kristof Papin e.a. De Zuidelijke Nederlanden Willy Spillebeen: Rubroeks reizen Jan Yperman: De Westhoek XL. Verrassend veelzijdig West-en Frans-Vlaanderen
De boeken werden in een mooie film een na een voorgesteld en de genomineerden werden geïnterviewd door Johan Strobbe. Voor ' De Zuidelijke Nederlanden ' deed Cyriel Moeyaert dat, als belangrijkste auteur van het boek. Voor de samenvatting van elk interview en de vertaling ervan zorgde Jaak Fermaut.
Daarna werden de laureaten bekend gemaakt: Voor Nederlandstalige werken: Jan Yperman met ' De Westhoek ' Voor de Franstalige werken: Eric Vanneufville met ' Histoire de Flandre ' en ' Pages Flamandes ' Ze mochten hun prijs ontvangen, elk 1500 euro, uit de handen van Luc Verbeke, die daarna aan het woord kwam om de twee laureaten te feliciteren maar ook alle genomineerden voor het degelijk werk dat ze hadden afgeleverd en dat met hoge waardering door de jury werd besproken. Vervolgens feliciteerde hij ook de winnaars van de 46e Nederlandse Taalprijsvraag, voor het eerst door hemzelf op touw gezet 46 jaar geleden, jaar na jaar met een groeiend aantal deelnemers en ook met een groei van de kwaliteit, te danken aan de groei van de Nederlandse cursussen die hij ook vanaf 1959 heeft georganiseerd. Hij blikte even terug op een ver verleden toen in Waregem in 1947 het KFV ontstond onder voorzitterschap van wijlen André Demedts en met hemzelf als secretaris. Sindsdien werden vanaf 1948 niet minder dan 64 Cultuurdagen georganiseerd waaruit alle andere iniatieven zijn ontstaan. Tenslotte bedankte hij de organisatoren van deze manifestatie, in het bijzonder Dirk Verbeke, KFV-secretaris en hoofdredacteur van de KFV-Mededelingen. Hij loofde ook het werk van voorzitter Guido Carron, penningmeester Roger Vynckier, bestuurslid Johan Strobbe en ondervoorzitter Francis Persyn.Ook de Frans-Vlaamse muzikanten en de deelnemers die kwamen van heel ver, uit Nederland en Frans-Vlaanderen kregen een woord van dank.
Daarna kwam voorzitter Guido Carron nog even aan het woord om aan Lut Vanbrussel, de echtgenote van Dirk Verbeke, een bloemtuil te overhandigen en om alle aanwezigen uit te nodigen naar de receptie en de tentoonstelling ' Grenzeloos ', ingeleid door de Waregemse schepen P. Iacopuzzi. Een tentoonstelling met ruim 140 foto's van de 45-jarige Waro-fotoclub en met werken van drie Frans-Vlamingen ( Marc Lequenne, Pierre Feray, Anne-Sophie Gilloen ) en van de West-Vlaamse Greet Desal.
Wido Bourel: Een erfenis zonder testament.
Onlangs verscheen van de al vrij goed bekende Frans-Vlaming Wido Bourel zijn tweede publicatie onder de titel ' Een erfenis zonder testament ' met als ondertitel ' Hoe en waarom ik Nederlands leerde '
In 2009 verscheen al van hem ' Wintertijd in Frans-Vlaanderen ', waarvoor hij op zaterdag 7 mei 2011 de Dr.F.Snellaertprijs heeft mogen ontvangen. De tekst van zijn nieuw boekje publiceerde hij al in het Jaarboekje van het KFV van september 2010, 38e jaargang. Het is een mooi boekje met roze kaft. Hij draagt het op aan Cyriel Moeyaert, die hem aanmoedigde om Nederlands te leren.
Zoals uit zijn getuigenis blijkt is Wido Bourel een authentieke Frans-Vlaming, die in 1955 in Kaaster ( Caestre ) geboren werd. Na zijn studies Nederlands en geschiedenis, gepaard aan bezoeken in Vlaanderen en Nederland week hij uiteindelijk uit naar Belgisch-Vlaanderen, waar hij eerst in Antwerpen woonde als journalist van De Gazet van Antwerpen. Na zijn huwelijk ging hij zich vestigen in het Antwerpse Bouwel, waar hij zich tenvolle zou ontplooien. Zijn perfecte kennis van het Nederlands was daar niet vreemd aan. Hij was o.m. enkele jaren commercieel medewerker bij uitgeverij Brepols. Sinds 1994 is hij algemeen directeur voor de Benelux van de Rajagroep, de Europese marktleider voor de verkoop van verpakkingen en toebehoren aan ondernemingen.
Naar eigen verklaring schreef hij het boekje om een antwoord te geven op vragen als: ' Hoe en waarom ik Nederlands leerde? Of wij thuis Vlaams spraken? Of nog iemand Vlaams of Nederlands in Frans-Vlaanderen? ' Het telt 31 bladzijden met 13 illustraties en is gezet in Garamont corps 11 en gedrukt op Munten Print Cream paper, gebroken wit 100 gr.De kostprijs bedraagt 12 euro, verzendkosten inbegrepen, te storten op rekeningnummer 001-1164840-43 van Wido Bourel met de vermelding ' Erfenis '
Nu iets over de inhoud. Hij vertelt over zijn eerste pogingen om Nederlands te leren, die niet naar de zin waren van zijn ouders en familie. Ook zijn dorpsgenoten begrepen niet waarvoor dit nuttig kon zijn, want ' De Belgen spreken toch allemaal Frans '. Anderen argumenteerden dat hij beter Engels of Duits zou leren. Zijn ouders spraken thuis Vlaams onder mekaar en met hen de hele familie en de mensen van het dorp maar met de kinderen spraken de ouders Frans, want daarmee konden ze het verder brengen dan met hun dialect ' Daar kom je nergens mee ', was thuis het oordeel. Maar hij hield van zijn taal en zou die blijvend spreken. Telkens als hij het plaatselijk kerkhof bezocht overviel hem de gedachte: al de doden die hier liggen communiceerden met elkaar in het Vlaams, zijn taal. Hij voelde zich daardoor nauw met hen verbonden en voelde zich de drager van hun erfenis maar dan zonder testament. Dat zou hij schrijven.
Maar Wido zag ook ruimer en wou ook mordicus Nederlands leren en in 1972 reed hij naar Ieper om in de plaatselijke boekhandel het nieuwste Standaard vertaalwoordenboek aan te kopen. Hij begon met de woorden van het woordenboek van buiten te leren en ontwikkelde een eigen methode. Hij onderstreepte belangrijke woorden en kleefde thuis, tot ongenoegen van zijn moeder, etiketten op alle mogelijke voorwerpen met de Nederlandse naam: stoel, tafel, deur, kraan enz. Van de keuken tot de zolder was alles volgeplakt, met het goeie gevolg dat iedereen van het huis mee Nederlands leerde. Het spreken pikte hij op uit het Vlaams. Later leerde hij het in de KFV-cursus van Steenvoorde en vooral bij Cyriel Moeyaart, die toen in Ieper woonde, voor hem de beste mentor en die ook Frans-Vlaanderen goed kende.
In het Lycée des Flandres van Hazebroek stichtte hij een Vlaamse Club en kreeg heel wat vrienden en vriendinnen mee uit alle klassen om een Nederlandse cursus te eisen. Wel gedurfd van een toen 16-jarige. Op één week verzamelden ze 75 handtekeningen van ouders. Maar de provisor kon geen leraar Nederlands vinden in Frans-Vlaanderen, zei hij , en hij was ook niet opgezet met de aktie. Twee jaar later kwam die cursus er toch.
Via de KFV-cursus in Steenvoorde kwam hij met mij en André Demedts in contact, woonde de cultuurdagen bij en stichtte zelf een KFV-cursus in Kaaster, die vrij succesrijk was. Daar hebben we hem heel vaak bezocht om hem boeken en materiaal te bezorgen en ook een passende vergoeding. In Steenvoorde stichtte hij een vereniging met naam Hekkerschreeuwen voor opbouwwerk en volkscultuur. Het behoud en het spreken van het Vlaams ( toen nog naar schatting door 120.000 Frans-Vlamingen gesproken ) moest het Nederlands bevorderen. Zijn vriend Jean-Paul Sepieter lanceerde voor hen de leuze ' 't Is schoon Vlaams te klapp'n '
Op 18-jarige leeftijd kreeg hij van André Demedts de kans om in het programma ' Zonnewijzer' van radio West-Vlaanderen, over Frans-Vlaanderen te spreken. Voor twee minuten spreektijd kreeg hij van programmator Valeer Arickx twee uur vooroefening dictie...Dankzij André Demedts kwam hij ook naar Antwerpen waar hij een tijd lang journalist was bij de Gazet van Antwerpen en waar zijn defintieve levensloop in Vlaanderen is begonnen.
Hij is altijd voorstander geweest van het behoud van de Vlaamse taal, mondeling overgeleverd, maar ook van het leren spreken, lezen en schrijven van het Nederlands. In Kaaster was één van zijn leerlingen Jean-Paul Couché, die later ook een KFV-cursus Nederlands heeft gegeven maar nu sinds enkele jaren alleen maar ijveren wil voor het Vlaams en zelfs tegen het Nederlands, iets wat Wido Bourel ten zeerste betreurt.
22-09-2011
Wido Bourel ontvangt Snellaertprijs
De Dr. Ferdinand Snellaertprijs voor 2010 van de Vereniging van Vlaams-Nationale auteurs ( VVNA ) werd door de jury ad hoc unaniem toegekend aan de Frans-Vlaming Wido Bourel naar aanleiding van de publicatie van zijn eerste bundel ' Wintertijd in Frans-Vlaanderen ' en voor zijn jarelange inzet voor de Nederlandse taal, zoals verwoord in zijn zeer persoonlijk getint essay ' Een erfenis zonder testament ' waarin hij zijn relatie tot het Nederlands beschrijft. De lezers van de KFV-Mededelingen hebben dit essay al kunnen lezen in het KFV-Jaarboekje 38e Jaargang 2010. ( blzn.57-64 )
De uitreiking vond plaats op 7 mei 2011 in de feestzaal van het stadhuis van Belle ( Bailleul ) in Frans-Vlaanderen. Een 70-tal personen waren daarbij aanwezig en heel wat andere belangstellenden moesten zich laten verontschuldigen.
De stad Belle verwelkomde de aanwezigen via een woordje van ere-schepen Jeroom Steenkiste, ook voorzitter van het MNL ( Het Huis van het Nederlands ), die daarbij ook het KFV betrok, dat met het MNL samenwerkt voor het onderwijs van het Nederlands. Daarna volgde het welkomstwoord door Hugo Rau, voorzitter van de VVNA. Yvo Peeters bracht het verslag van de jury, de laudatio werd uitgesproken door Cyriel Moeyaert, waarna de oorkonde ( een kaligrafisch werk van Joke van den Brandt ) werd uitgereikt. Tenslotte was er het dankwoord van de laureaat. We citeren nu uitvoerig uit de laudatio van Cyriel Moeyaert en het dankwoord van Wido Bourel.
Cyriel Moeyaert herrinnert aan zijn eerste ontmoeting met Wido, toen hij leerder was van een KFV-cursus Nederlands o.l.v. Walter Verdonck. Een vastberaden hardnekkige jongen. Hij komt uit Kaaster waar hij bij zijn Vlaamssprekende ouders woonde in de Strazelestraat. Een dorp met een groot verleden. Er zijn daar meerdere rederijkerskamers geweest, die deelnamen aan de landjuwelen. Bekend is de heilige pastoor van Kaaster, Lodewijck Grimminck.
Als jongeling stichtte hij met Jean-Paul Sepieter de vereniging ' De Hekkerschreeuwen ', een strijdbare Vlaamse jongerengroep die hun ideaal wilde uitschreeuwen. Hun leuze was die van de Sint-Winoksbergse dichter Cuvelier: ' Noch krupen, noch stupen. ' Ze maakten heel wat Vlaamse stickers met Vlaamse oproepen. Ze borstelden ook Vlaamse leuzen. Wido vond een nestor in Nicolaas Bourgeois, die samen met Gantois, de leiding had van ' Het Vlaamsch Verbond van Frankrijk '. Bij Bourgeois leerde hij een heel stuk geschiedenis van Frans-Vlaanderen. Hij wilde ten allen prijze Nederlands leren en ging daarom in Vlaanderen werken, eerst in West-Vlaanderen, later in Antwerpen. Hij pleegde daar o.m. artikels over Frans-Vlaanderen en de Frans-Vlamingen en vond een betrekking bij VTB-VAB. Hij leerde goed Nederlands bij een verblijf in Nederland en hij leerde het ook bij Vera, die hij had leren kennen op een jeugdkamp in Broksele en die later zijn vrouw werd. Wido was echt een levenwekker geworden.. Zo slaagde hij erin om in Kaaster een Nederlandse KFV-cursus op touw te zetten. Hij wou de vreemde Franse taal vervangen door de eigen aloude moedertaal. Als de Rodenbach van Frans-Vlaanderen heeft hij stand gehouden en hij houdt nog altijd de Vlaamse vaan hoog. Hij beheerst de Nederlandse taal mondeling en schriftelijk.
Hij vertelt zijn eigen levensgeschiedenis als Vlaming in zijn twee boekjes ' Wintertijd ', waarvoor hij terecht bekroond werd met de Snellaertprijs, en in zijn tweede publicatie ' Erfenis zonder testament ' Cyriel Moeyaert is blij dat hij Wido en andere jonge Frans-Vlamingen ten huize heeft mogen ontvangen. Hij heeft met Wido en zijn vrienden veel mooie uren beleefd en was getuige van die Vlaamse lente in dat pijnlijk van ons afgescheurde stuk van de Nederlanden. Moge Wido een lichtend voorbeeld blijven.
Het dankwoord van Wido. Aldus sprak hij:
Dames en heren, beste vrienden.
' Ik wil de jury van de VVNA hartelijk danken voor de toekenning van de Snellaertprijs. Ook voor de vriendelijke woorden die hier zijn uitgesproken, niet in het minst door mijn goede vriend en promotir Cyriel Moeyaert. Dank u allemaal.
Ik ben mij bewust van mijn beperkingen als het gaat over de Nederlandse taal en het schrijven in deze taal. Gelukkig heeft de jury in haar wijsheid met deze prijs ook hulde willen brengen, en ik citeer ' aan alle Frans-Vlamingen die door het geschreven woord de Nederlanden in Frankrijk levend houden '.
Ik draag deze lezing op aan al de bekende en minder bekende schrijvende Frans-Vlamingen die voor de Nederlandse gedachte ijveren, als hulde aan hun inzet.
' Wintertijd in Frans-Vlaanderen ', het bescheiden essy dat u vandaag hebt bekroond , heb ik geschreven in dankbare herinnering aan mijn grootouders. Voor hen was het Vlaams nog hun moedertaal en het Frans een vreemde taal. Dat was een andere wereld. Dat was de tijd toen de grootouders nog verhalen vertelden aan hun kleinkinderen. Een van deze waar gebeurde verhalen was de belevenis van mijn grootvader, die gevangen werd genomen in de slag om Duinkerke, in het begin van de Tweede oorlog ' nog voor het Franse leger de tijd kreeg om ons geweren uit te delen ', zoals hij zei. Als krijgsgevangene werd hij naar Oost-Pruisen gedeporteerd ( in het huidige Polen ) en ondergebracht op een boerderij in de streek van Allenstein. Hij vertelde mij dat hij als tolk fungeerde tussen de plaatselijke bevolking en zijn Franse lotgenoten in ballingschap. Hoe kon hij tolk zijn zonder Duits te kennen? ' Het is maar vele jaren later dat ik begrepen heb dat hij zich van het Vlaams van bij ons bediende om te communiceren met de Duitsers die hem, op zo'n 1500 km van zijn geboortedorp Kaaster, antwoordden in hun Nederduits, de voertaal in Oost-Pruisen die vrij makkelijk te begrijpen is voor al wie de taal van de Westhoek spreekt '. Dat soort anekdoten liet me niet onberoerd en gaf me zin om er meer over te weten ter komen, over de talen die werden gesproken rondom de Noord-en de Oostzee, natuurlijk om te beginnen het Nederlands.
Hij vertelt dan zijn over zijn kennismaking als 15-jarige met meester Nicolas Bourgeois, een oude Vlaamse militant die in Hazebroek woonde. Hij werd onmiddelijk gefascineerd door zijn encyclopedische kennis over Vlaandezen en zijn talent als schrijver en historicus. Op een dag vertelde hij een waar gebeurd verhaal over een oude senator van de Derde Republiek, Auguste Potié, die ook 35 jaar lang burgemeester is geweest van Harbodem ( Haubourdain ). De oude Potié zelf had aan de jonge Bourgeois het volgende merkwaardige verhaal gedaan van een gebeurtenis die een blijvende stempel had gedrukt op zijn jeugd. Bourgeois vertelt: ' We waren op het einde van de 19e eeuw. Vader Potié, een industrieel, roept zijn meestergast bij zich, een taaie rakker afkomstig uit Belle, en zegt hem wat volgt: ' Auguste ( zijn zoon ) wordt binnenkort twintig. Hier is eem omslag met een mooie som geld erin. Ga samen naar Duinkerke, volg de kustlijn over Antwerpen, Rotterdam en Hamburg tot je aan een kleine rivier komt die Aa heet, precies zoals degene die bij Grevelingen in de Noordzee uitmondt. Keer dan terug via Denemarken en Zweden en maak een klein omwegje via een kleine haven in Kent. Jij kent Vlaams en mijn zoon heeft het in zijn bloed. Dat is de beste opvoeding die ik aan mijn zoon kan geven alvorens hij aan het actieve leven begint '.
Het is dat verhaal dat Wido heeft geïnspireerd om op zijn beurt de ronde van de Noordzee aan te vatten. Volgens Potié de beste voorbereiding, beter dan te vertoeven in de scholen van het centralistische en jacobijnse Frankrijk van de jaren '70. Daar werd hem het elementaire recht ontzegd de taal en de cultuur te leren van zijn voorvaderen en zijn Europese buren. Hij gaf dus de voorkeur aan directe contacten en ontmoetingen, om te beginnen in Vlaanderen, vervolgens in Nederland en dan verder reizend door alle landen die aan de Noordzeekust liggen. Naar het woord van Hilaire Belloc zegt hij: ' Mijn vaderland is de Noordzee. '
Hij besluit zijn toespraak als volgt: ' Ik blijf erin geloven dat het oversteken van de 'schreve ' nog steeds de beste scholing is voor jonge Vlamingen uii Frankrijk. Trek door Vlaanderen en Nederland, neem deel aan de gemeenschappelijke vakanties en stages, aan uitwisselingsprogramma's voor studenten en aan groepswerken, ga studeren aan de oudste universiteiten van Europa, in Leuven, Leiden, Delft en elders. Deze programma's dragen niet voor niets de naam van Erasmus, de groottste Nederlandse en Europese humanist. Voor wie wil ontkomen aan de hexagonale verstikking geeft niets meer zuurstof en bezieling, dan de ruimte en de zeebries rond de Noordzee.'
Onlangs verscheen bij De Bezige Bij ( Antwerpen- Amsterdam ) de debuutbundel van Reinout Verbeke. Hij werd voorgesteld op woensdag 6 april 2011 in de zaal Vooruit Gent. Hij oogstte een groot succes. Onder de aanwezigen werd o.m. Marc Reynebeau, redacteur van De Standaard opgemerkt.
Over de inhoud lezen we op de achterflap: ' De achterkant van flatgebouwen ' is een allegorie van het miniscule, over onder meer zenuwbanen, nanotechnologie en insecten, veel insecten. Het zijn kleine symbolen voor de onvermijdelijke thema's leven, liefde en dood. Waar het zichtbare ophoudt, begint in deze bundel de verbeelding, maar die is niet ongebreideld: de ratio tempert en taal schiet ten slotte tekort. Taal is ons mooiste verraad.
Reinout werd geboren in Roeselare op 13 mei 1981, als zoon van Dirk en Lut -Verbeke Vanbrussel. Dirk is onze oudste zoon en Reinout onze oudste kleinzoon.
We lezen boven en naast zijn foto over poëzie en artikelen die hij publiceerde in onder meer Gierik. en ook in de bloemlezing ' Op het Oog - 21 dichters van de 21e eeuw. Hij werd ook opgenomen met negen gedichten in ' Het Liegend Konijn ' van Jozef Deleu ( zie verder ) en in de Poëziekrant van januari-februari 2011, met vier nieuwe gedichten op p.p.38-39.
Hij is redacteur van het wetenschapsblad Eos.
' Reinout met Nevenwerking' is de rockband rond de dichter. ' De achterkant van flatgebouwen' , geproducet door Bas Remans is meteen ook zijn debuut-cd. De cd wordt gratis toegevoegd aan de dichtbundel, die 56 bladzijden telt. In ' De Morgen ' wordt ' Reinout met nevenwerking ' een geslaagde combinatie genoemd van Rock - 'N - Roll en Poëzie.
We schrijven het openingsgedicht over:
HET GELUID VAN HET GEDICHT
Het geluid van het gedicht is het geluid van andere vogels andere dieren, andere machinerieën
Het geluid van het gedicht is de Australische liervogel die twee eksters nadoet, een gele mus die zijn jongen voedt, een parkiet in de vlucht, een spiegelreflexcamera een autoalarm
Het geluid van het gedicht is de liervogel die een hydraulische ram imiteert, het gefluit van de werkman de kettingzaag die zich een weg baant, een boom die valt.
Het geluid van het gedicht is de liervogel die de dood op zijn stembanden heeft gezet
In Den Haag vond op 20 en 21 november 2010 in en rond de Koninklijke Schouwburg de 17e editie plaats van de Crossing Border, een crossmediaal festival waarin het samengaan van muziek en literatuur centraal staat. Er waren meer dan 8000 aanwezigen in Den Haag voor de twee dagen. Het festival was ruim een maand vooraf helemaal uitverkocht. Dit jaar werd voor de eerste keer een verlengdag van het Haagse Crossingborderfestval georganiseerd op zondag 22 november in Antwerpen.
Reinout trad op in Den Haag met zijn groep ' Reinout met Nevenwerking ' Hij praatzingt de gedichten op de rockmuziek van zijn band, met projectie op een groot scherm van z'n teksten en video's gemaakt op basis van z'n gedichten. Een multimediaal gebeuren.
De groep bestaat uit zijn neven Francis Vanbrussel ( gitaar en zang ) en Emmanuel Vanbrussel ( keyboards ), basgitarist Pieter van Alphen, drummer Tim Vanderjeugd. Backing vocals door Charlotte van Roosbroeck. Alle leden hebben iets met media te maken: Reinout is nieuwscoordinator online van het wetenschapsblad Eos, Emmanuel is redacteur van de krant De Morgen, Tim is redacteur van het blad Menzo, Charlotte is journaliste bij VTM en Francis werkt als opleider bij gms-operator Proximus.
Journalist Tim Fierant schreef over dit optreden: ' Slechts één act van de vrijdagavond kon aanspraak maken op een enigszins grensoverschrijdend karakter. Reinout met Nevenwerking, op de eigen Myspace aangeprezen als ' crossmediale poëzierock ' bestaat uit een sterke band gefront door ene Reinout die mooie poëtische teksten over de muziek praatzingt. Het resultaat klinkt verrassend natuurlijk. Zowel de muziek als de teksten zijn sterk, waardoor nergens de illusie van een gedwongen huwelijk wordt gewekt. '
' Het geluid van het gedicht ' van Reinout Verbeke prijkte in Watou tijdens de nieuwe poëziezomer, nu georganiseerd onder de auspiciën van de Provincie West- Vlaanderen, die het levenswerk van Gwij Mandelinck niet verloren wou laten gaan.'
' Het geluid van het gedicht ' opent de debuutbundel van Reinout ' Aan de achterkant van flatgebouwen. '
Vader Dirk en moeder Lut kijken toe, niet zonder enige trots om de waardering die zoon Reinout ook hier te beurt viel.
05-09-2011
We vierden ons diamanten huwelijksjubileum
Op het mooie domein van onze jongste zoon Wim en echtgenote Ilka vierden we ons diamanten huwelijksjubileum met een vijfenveertigtal deelnemers: familieleden en enkele vrienden-buren.
04-09-2011
Onze diamanten bruiloft
Mijn jongere broer Georges, stichter van de bloemenzaak, niet ver van de Waregemse kliniek, Vijfseweg, winkel nu uitgebaat door zijn zoon Mik.
Een praatje tussen moeder en dochter.
Nikolaas, oudste zoon van Wim en Ilka. Studeert voor dokter.
Overbuurvrouw Christine Hooghe met Georgette Vervaecke, echtgenote van Roger Vynckier.
Annelien, jongste dochter van Wim en Ilka.
Ons diamanten jubileum III C
Onze dochter Hilde, gehuwd met Lieven Lagae. Germaniste. Lerares in Heverlee.
Prof.Lieven Lagae, al 25 jaar gehuwd met Hilde Ze vieren binnenkort hun zilveren bruiloft.
Antoon Vossaert, vader van schoondochter Ilka. Was stichter en decennia lang uitbater van het restaurant Karekietenhof aan de oude Schelde in Avelgem. Liet het restaurant ( nu uitgebreid met vijf verblijfskamers voor breakfast ) over aan zijn enige zoon Jo. Druk bezocht.
Mark, onze tweede zoon, huisarts in Kessel bij Lier, met Hilde en Lieven en schoondochter Lut Vanbrussel, echtgenote van zoon Dirk.
03-09-2011
Onze diamanten bruiloft II D
Dirk brengt Maria met rolstoel naar de plaats van het feest.
Dieter, de tweede zoon van Wim en student ingenieur, staat ook al klaar.
De gasten komen aan. Midden Ivan Himpe en Roger Vynckier en de echtgenotes. Rechts Gabriël Lagae.
Roger Vynckier, Ivan Himpe, Georgette.
Schoondochter Hilde Degrauwe met moeder, Irène en Antoon Vossaert.
Kleindochter Eef, redactrice bij de Artsenkrant.
Nikolaas, Dieter, Reinout met Maurien.
02-09-2011
Onze diamanten builoft VIII
Georgette, Roger en Mej. Liesbeth Maertens
De familie Verbeke met zussen, schoonzussen ( Martha en Gaby ) en broer Georges, in gesprek met Wim.
Ludo Demoen en echtgenote Antoinette Durfromont.
De buren aan tafel: Christine Hooghe, Antoinette, Ivan Himpe, Georgette en Roger Vynckier en tenslotte nog Ludo Demoen.
01-09-2011
Ons diamanten huwelijksjublieum III
Maria Simoen, de moeder van Hilde Degrauwe. Woont in Kemmel, waar zij met André Degrauwe ( ° Kemmel 02-11- 1927 - + Kemmel 29 oktober 2004) een gezin stichtte met 7 kinderen: 4 zonen en 3 dochters ) André was een groot zakenman en ook smid, in de hele regio bekend als verkoper en ook hersteller van landbouwmachines.
Gijs, oudste zoon van Mark, zijn moeder Hilde, zijn zus Eef en Hilde Verbeke.
Mijn jongste zus An draagt een gedicht van mij voor. Zij is zelf een dichteres die al enkele dichtbundels uitgaf.
Mijn zus Josee ( Zuster Josee ) uit Ieper. Zij stichtte in Roeselare de Albrecht Rodenbach-biblotheek en was er jarenlang de hoofdbibliothecaris.
Mijn zus Mariette uit Kortrijk. Is er met pensioen na 30 jaar ontwikkelingshulp in de sloppenwijk van Santiago waar zij de jongeren van de straat hielp om ze een goeie christelijke opvoeding en ook een degelijk onderwijs te bezorgen. Ze stichtte daarvoor het werk El Peregrino, dat nog altijd bestaat.
Mijn zus Jacqueline uit Waregem. Ze heeft het geluk tussen nog heel wat familieleden te wonen en ook drie kinderen heeft die in de buurt gehuisvest zijn.
31-07-2011
Ons diamanten huwelijksjubileum II
-
Familieleden en buren tijdens de receptie. We bemerken Martha, Jacqueline, Gaby, Ludo Demoen en Antoinette Gerorges en Josee.
Kleinkinderen aan tafel. Vooraan Dieter (links ) en Liselot rechts.
30-07-2011
Onze diamanten bruiloft IX
Maria Degrauwe-Simoen ( moeder van Hilde ), Antoon Vossaert ( vader van Ilka ) , Irène, reisgenote van Antoon.
Catherine, Irene, Maria, ikzelf.
Gabriël Lagae, Dries ( student ingenieur ) , Wouter ( handelsingenieur ) en Kaat, ( logopediste ) Rechts Odette ( grootmoeder van Dries en Kaat )
Dirk, Irene, ikzelf, Maria
Hilde Degrauwe, Irene, Lut.
29-07-2011
Ons diamanten bruiloftsfeest III B
Mijn jongste zuster An. Gehuwd met Herman Wauters. Hun zoon Koen was jarenlang te horen op VRT1 maar is gepromoveerd en treedt niet meer op, tenzij sporadisch.
Onze oudste zoon Dirk. Germanist. Leraar aan het College. Secretaris KFV. Hoofdredacteur KFV-Mededelingen.
Lut, vrouw van Dirk. Zij is kleuterleidster in de Roeselaarse Vikingschool.
Odette, moeder van schoonzoon Lieven Lagae. Echtgenote van Gabriël Lagae, wonende te Kortrijk.
27-07-2011
Onze diamanten bruiloft X
Nog een laatste reeks.
Grootmoeder Lut met Irene
Grootvader Dirk met Irene.
Moeder Catherine met Irene
Schoonzuster Gabriëlle met broer Georges
Georgette Vervaecke, echtgenote van Roger Vynckier.
Zoon Mark in gesprek met broer Georges en schoondochter Lut.
Een hele groep zittend op de trampoline.
Schoonzus Gabriëlle kijkt rustig rond.
26-07-2011
Ons diamanten Jubileum IV
Lut met Irene
25-07-2011
Ons diamanten jubileum V
Schoondochter Hilde Degrauwe en schoonbroer Herman Wauters
Van links naar rechts: Ivan Himpe en echtgenote Christine Hooghe, Georgette Vervaecke en echtgenoot Roger Vynckier, rugzijde: Liesbeth Maertens.
Kleinzoon Dries, student ingenieur, zoon van Hilde en Lieven. Rechts Wouter, vriend van kleindochter Kaat.
Gabriël Lagae, vader van Lieven, met ons tweede kleindochtertje Irene, van Reinout en Catherine Reinout is de zoon van Dirk en is bekend als dichter.
Ons eerste achterkleinkind, Maurien, eerste dochtertje van Reinout en Catherine.
23-07-2011
Nog een herinnering aan het doopsel van Irene
Voorplat van de brochure met de teksten betreffende het doopsel van Irene.
22-07-2011
Helaas te vroeg ( Uitvaart Hervé Brunfaut )
Bij de uitvaartplechtigheid van Hervé Brunfaut, ( ° Waregem 23-02-1949 - +UZ Gent 06- 09-2004 ) . Hij was een oud- leerling van mij in een Waregemse Basisschool en hij was de schoonzoon van wijlen mijn vriend, de bekende dichter Albert De Longie. ( ° Kruishoutem 10 juli 1916 - + Ooike 29 oktober 1979 ) De uitvaart vond plaats in de historische Sint-Petrus-en-Urbanuskerk van Huise. ( 1 )
Op 10 maart 2009 overleed in Oudenaarde Rosa De Longie - Van der Eycken, geboren in Zichem op 21 januari 1915. Op 14 maart 2009 werd ze met een uitvaartplechtigheid in de Sint-Amanduskerk te Ooike op het nabije kerkhof begraven. Ze was 94 jaar en heeft Albert 30 jaar overleefd.
Helaas te vroeg voor wat ik vroeg of wat ik kreeg of niet of niets dan mijn tekort en al de kruisjes die ik droeg. Helaas te laat om overvol een lege kruik te vullen of dol - gelukkig nog te vlaggen tot de laatste dag Zet maar de kaars, het licht van de verrijzenis hoog op de standaard en doof de vlam niet uit vóór ik de ogen sluit.
Luc Verbeke 18 september 2004. Uit de dichtbundel" Ik leef in taal en tijd" ( 2005)
Het gedicht werd geschreven na de mooie uitvaartmis met een prachtige homiie van de pastoor.
(1 ) De pseudo-romaanse kerk is een beschermd monument. Huise is een deelgemeente van Zingem en heeft een belangrijke geschiedenis. Adalardus, de kleinzoon van Karel Martel werd hier geboren in 751 en is de patroonheilige. De abdij van Corbie ( Fr.-Vl. ) had belangrijke bezittingen in Huise.
13-07-2011
Foto bij Wondere vis
Deze foto illustreert mijn gedicht "Wondere vis" geschreven op mijn ziekbed in het Roeselaarse Stedelijk Ziekenhuis na een operatie bij een gebroken heup.Het gedicht vergelijkt mijn vroegere en huidige situatie in de noodgedwongen ziekenkamer met die van mijn eigen wondere vis thuis, die ik vóór mij zie in zijn aquarium als in een gevangenis, na zijn leven in het wijde water.
Wondere vis
Wondere vis goudzilvervis, vrij geboren in het wijde water en de moer, tussen dodde en lis en de witte waterlelie die de dichter dierbaar is. Lieve, kleine roodbaarsvis, nu bij mij in hechtenis. Gaf jij voor mij jouw vrijheid prijs? Nu zwem je rond in de weeldetuin van mijn aquarium en je kijkt en kijkt doorheen de wand van helder glas - met rood-omrande en betraande ogen, mij zwijgend-vragend aan. Ben ik het die je heeft misdaan? Of dank je mij misschien voor 't fijne water, het groen en de gestrooide korrels bovenaan? Je zwemt maar en je zwenkt maar, je duikt en klimt en pikt en slikt maar zwijgt en blijft melancholiek. Gekwetst wellicht aan de scherven van dit leven, zo onvolmaakt en ziek. Het is je aan te zien.
Ben ik die vis misschien?
Luc Verbeke
22 augustus 2006
Geschreven in het Stedelijk Ziekenhuis van Roeselare waar ik na een val met heupbreuk werd geopereerd op 8 augustus 2006.
Geboortedatum: 24 - 02 - 24 Sterrenbeeld toevallig ook de Vis.
Uit " Nieuw en Oud " blz..11
12-07-2011
Gedicht voor Fernand Florizoone
Fernand Florozoone werd op 21 juli 1925 geboren te Veurne in de Westhoek, waar de grote Florizoone - familie al woont van in de 16e eeuw. Hijzelf woont sinds decennia aan zee in Koksijde. Hij was bijna veertig jaar lang opvoeder - bibliothecaris aan het Koninklijk Atheneum van Veurne. Hij debuteerde als dichter in 1955 en schreef sindsdien tal van dichtbundels. Zijn werk werd meermaals bekroond.
Ikzelf werd geboren op 24 februari 1924 in Wakken, aan de samenvloeiïng van Mandel en Leie. Mijn gedicht roept de vele tegenstellingen en gelijkenissen in streek, leven en werk van ons beiden op.
Jij bent een zomer- ik een winterkind, geboren in de Oosthoek van een dorp aan de grens van West en Oost. Laag ons huis toen, onder strooien dak met sneeuw bedekt in kille noordenwind. Jij bent een stadskind uit de Westhoek, warm en onbegrensd, maar die helaas aan d' overzij in' t Frankenrijk het Noorden heet. Mandel en Leie besproeiden mij terwijl jij aan zee en IJzer water vond. Jij zag het licht voor 't eerst het jaar na mij. En woorden werden stil in elk van ons gewekt, die later groeiden tot gedicht. Ik zag meer duiven om het huis en leeuweriken hoog, onder zon en wolken. Jij zag meer meeuwen laag over de zee en bijen, vogels, vlinders tussen boom en bloemen in jouw tuin. Af en toe liet ik in verzen woorden wuiven. Jij liet gedichten sneeuwen aan de grens van zand en wind. Jij een zomer- ik een winterkind.
Luc Verbeke 9 augustus 2005 Uit " Van morgenlicht tot avondzon" 2006
.
11-07-2011
Voorbijganger
Het onderstaande gedicht werd opgedragen aan mijn oud-leraar Karel Berquin ( ° Nieuwpoort 31 maart 1907- + Brugge 17 augustus 1980 ) De laatste jaren en dagen van zijn leven was hij van het het Komitee voor Frans-Vlaanderen een van onze meest aktieve medewerkers. Hij was de drijvende kracht van het Grimminck- comité en dus ook van de Grimminck-herdenkingen in 1978 in Kaaster. In dat verband werkte hij mede aan de Frans-Vlaamse Cultuurdagen in Ekelsbeke en Waregem en aande KFV-Mededelingen. Tot zijn laatste dag was hij in de weer voor de Grimminck-studie en enkele dagen voor zijn plotselinge afsterven stuurde hij ons nog zijn Grimminkkroniek met.om de aankondiging van een door hem te leiden Frans-Vlaamse priesterdag op de Katsberg. Op onze schrijftafel wachtte ook z'n door de VTB-VAB uitgegeven brochure over de ' Grimminck-Route in de Westhoek ( 1979 ) op een lovend woord en een warme aanbeveling. Kanunnik Karel Berquin was tijdens de oorlogsjaren één van onze uitmuntende leraren in de Normaalschool, waarvan hij in 1951 directeur werd. Voor een hele generatie normalisten is hij een nauwgezet geestelijke leider geweest. Van 1956 tot 1972 was hij hoofdinspecteur voor het voortgezet meisjesonderwijs in het Bisdom en tevens rector van het Klooster der Zusters Marikolen in Brugge. Hij is de auteur van pedagogische werken en van honderden artikelen in tijdschriften. Hij was mystisch georiënteerd en z'n aandacht ging uit naar onze Vlaamse mysticy. De vergeten Karel Lodewijk Grimminck ( 1676- 1728 ) heeft hij weer in het licht gezet. Met Michiel De Swaen was Grimminck ook een belangrijk Nederlandschrijvend auteur van de Westhoek in de tijd van de annexatie. De interesse voor Frans-Vlaanderen deelde Karel Berquin met z'n vader Karel-Romaan, die conservator was van de Nieuwpoortse musea en stichter-hoofdman van de heemkundige kring Bachten de Kupe, die ook de Frans-Vlaamse Westhoek als werkterrein koos en o.m. de jaarijkse Heemdagen organiseerde. We denken o.m. terug aan de uitzonderlijk geslaagde Heemdag in Winnezele in 1965 o.l.v. vader en met de medewerking van zoon Berquin. Dat de Berquins voor Frans-Vlaanderen geïnteresseerd waren is niet zo verwonderlijk als men weet dat de familiestamboom wortelt in het Frans-Vlaamse Houtkerke. We mogen blijvend hulde bregen aan Karel Berquin om de geslaagde Grimminckdagen die hij organiseerde in o.m. Kaaster, Watou en Veurne, en waarvoor hij zich als zeventigjarige inzette met hart en ziel. Het zal ook wel geen toeval zijn dat in Nieuwpoort de Frans-Vlaamse Veertiendaagsen zijn ontstaan, al was hij daar niet rechtstreeks bij betrokken. Jammer genoeg bereikte Karel niet de hoge leeftijd van zijn vader. Z'n hart brak in nog volle en nog jeugdige activiteit, maar z'n leven laat sporen na. Eén van zijn leuzen was: ' Wees klein om groot te zijn ' Hij was groot in z'n houding van dienstbaarheid en deemoed en door z'n onverdroten werkzaamheid in gods-en mensendienst. Op de foto, genomen bij ons thuis, zien we hem tussen mij en Leo Vanackere, de latere gouverneur en vader van de huidige minister, die toen voorzitter was van het KFV.
Voorbijganger Spelen met fonemen: van geest en dier klankbord en klavier. Woorden spreken die al eeuwenlang gesproken zijn. Taal en teken van hel en hemel, dood en leven zijn.
Alleen wat vlees, wat bloed, wat been en huid. En hand en hart en hoofd, geprezen hoog als edel, mooi en goed maar vluchtig-zoet als wierookgeur. Wuivende wolk en ijle regenboog, morgen is het uit...
Blijf nog even hijgen, nog happen naar wat lucht en dan maar stijgen óverstappen in verwachtend zwijgen: Verblindend Licht, dat niemand weet, maar Alfa, Omega en Leven heet.
Luc Verbeke 22 juli 1979
Uit " Nescio Quid II 1975"
05-07-2011
Nescio quid ( Vertaling in het Engels )
Nescio Quid
Do you know what life is? who is God en what is heaven and what time unto us is given what the words are in our mouth? What is the sense, can you figure out what is in us and around and of death the deepest ground? Mysteries, unfathomed unsight in darkness or in light.
Stone, flower, the grass beneath my feet the tail-light-fish the ant so neat the atom unexplored the spiral staircase ascending the deep of universe’s face of each of flora’s, fauna’s cells the labyrinths of man’s heart the fearsome fright out of ages long departed that stares at me from all eyes’ wells. God is so near, God is far. Who shall ever us this impart: I am the keeper of the keys of It All.
The days are tumbling by life blooms life bleeds away elsewhere we play in earth and water a mere clod of dirt, a minute lump of clay but breathing but searching errantly that loves and mates that labours and saves without ever knowing why whither or how the whistle of the bird all along sings this everlasting song like this poem a nescio quid I know it not, I know it not… Luc Verbeke (1968)
translation by Karel D'huyvetters, affectionately dedicated to the author. For the original in Dutch
04-07-2011
Wakkens auteur Gwy Mandelinck
De bekende dichter Gwy Mandelinck ( ° Wakken 23 januari 1937 ) - pseudoniem van Guido Haerynck - die ook al in Wakken werd gehuldigd tekent hier het ' Gedenkboek Luc Verbeke ', tijdens de hulde die op 24 april 1999 aan mij werd gebracht in mijn geboortedorp n.a.v. mijn 75e verjaardag .
Gwy Mandelinck schreef een achttal werken: dichtbundels maar ook een prachtig beeldend verhaal over ' De Westhoek Vijfmaal ' Het werk handelt inderdaad over 1 - De Westkust en Veurne - Ambacht 2 - Het Heuvelland 3 - Het Hoppeland 4 -Ieper 5 - De Frans-Vlaamse Westhoek ( 1979 ). Het boek is mooi geïllustreerd en geschreven in een poëtische taal, waarin geschiedenis verweven is met beschrijvingen en vooral visuele en subjectieve ervaringen. De Frans-Vlaamse problematiek komt in het vijfde deel goed aan bod met aandacht voor de geschiedenis van dat oud stukje Vlaanderen, de taal, de folklore, de schoonheid van het landschap, de architectuur enz. Wandelend doorheen dit gebied voelt hij ' berusting ' aan en ' melancholie ' maar hij besteedt ook aandacht aan wat o.m. door het KFV werd en wordt gedaan voor het behoud van eigen cultuur en Vlaams bewustzijn en voor het onderwijs van het Nederlands. Over de gangmaker hiervan streekgenoot André Demedts schreef hij het werkje " André Demedts, of de kringloop om de Elsbos " ( 1977 ).
Opeenvolgend verschenen van hem de dichtbundels ' De wijzers bij elkaar ' ( 1974 ) , ' De droefheid is in handbereik ' ( 1981 ), ' De buitenbocht ' ( 1989 ), ' Dwangschrift ' ( 1997 ), ' Overval ' ( 1997 ) en nog een paar bundels. Vooral over ' Overval ' werd heel wat geschreven. Zoals elke dichter kreeg hij uiteenlopende kritiek: negatieve maar vooral zeer positieve o.m. van Hugo Brems, die spreekt over ' een huiveringwekkende bundel en grote poëzie ' in Ons Erfdeel. ( 1 ) Voor zijn poëzie werd hij trouwens meermaals bekroond o.m. met de Prijs van de Vlaamse Poëziedagen, de driejaarlijkse A.Merghelynckprijs, de vierjaarlijkse poëzieprijs van West-Vlaanderen, de Guido Gezelleprijs van de Koninklijke Academie voor Taal en Letterkunde.
Sinds hij in 1979 in Poperinge benoemd werd als bibliothecaris ( nu met pensioen ) woonde hij in Watou, waar hij sinds meer dan een kwarteeuw jaarlijks de bekende poëziezomers ( juni - september ) organiseerde. Hierbij waren beeldende kunstenaars en dichters te gast uit tal van landen. Deze poëziezomers, die de hedendaagse kunst wilden introduceren, kenden een enorm succes met bezoekersaantallen die lagen rond de 10.000 tot 15.000 per jaar ( vooral uit België, Nederland en Frankrijk ). In 2008 was het de 28e editie van 'een internationale tentoonstelling van hedendaagse beeldende kunst, poëzie en architectuur in niet museale locaties binnen en buiten het dorpscentrum van Watou. ' Dat jaar stond vooral de afgestorven Hugo Claus, die jarenlang aan dit gebeuren heeft meegewerkt, in de kijker. Voor de poëzie selecteerde Gwy Mandelinck vooral Nederlandstalige gedichten die verwant waren met het concept: '' de verte '' die hij wilde integreren in de Poëziezomer '. Dertig dichters werden in 2008 daarvoor geselecteerd. Een uitgebreide selectie was er ook voor beeldende kunst. In ' De Standaard ' van 26 september 2008 lazen we dat zijn festival na 28 jaar ophoudt te bestaan o.m. om financiële redenen . Er waren wel subsidies, soms een projectsubsidie, soms een structurele subsidie, maar echt stabiel was dat niet en op een totaal budget van 400.000 euro moest er nog 260.000 euro gevonden worden bij privésponsors. De stopzetting werd een feit.
De poëziezomers hielden Gwij en zijn vrouw Agnes Hondekijn het hele jaar door in beslag. Gwy ( 71 ) wou zich nu meer willen toeleggen op het schrijven van gedichten. Na de slijtage die er op zat in Watou zal daar niet gemakkelijk een opvolging gevonden kunnen worden. Zelf is Gwy ingegaan op een aanbod dat hij kreeg uit Brugge, waar hij zich op een andere wijze als schrijver zou kunnen ontplooien. Hij heeft Watou verlaten met trots om wat hij daar heeft kunnen realiseren maar ook met pijn om het afscheid. De poëziezomers gaan nu weer door onder de auspiciën van de Provincie West-Vlaanderen.
Inmiddels kreeg hij toch een nieuwe bundel klaar die in het voorjaar 2009 bij de Arbeiderspers verscheen. Nog een paar andere bundels zouden volgen.
We schrijven enkele gedichten over uit zijn vorige bundels:
Spiegelbeeld
Ik schrik bij elke spiegel van de vraag: Is dat mijn vader niet? Elke morgen scheer ik uit mijn baard zijn kaken bloot.
Zijn wil steekt in mijn rug een steel. Al geef ik soms de schijn te breken van die pijn, ik kan niet zonder druk; ik bijt de nagels stuk, om krassen te vermijden op het glas.
Uit ' Overval ' 1997 blz.33
Erfenis
Nu het ouderpaar is uitgedragen, weegt wat hangen bleef zo zwaar; de kalk rondom de spijkers brokkelt op de grond. Zij die gewicht aan onze dagen gaven lijken nu te zweven in het rond.
Elkaar de stofjes uit de ogen sparend, erven wij dat sterven. Nog voor de grendels schuiven, sluiten wij ons buiten.
Uit ' Overval ' 1997 blz.43
Hier kan ik wonen, op zachte handen kruipt het mos; ik hoor de vrede lopen waar mijn vrouw tapijten rolt.
Mantelwijd heb ik mijn kinderen gedekt: geen helling legt de wijn zo zuiders op zijn zij.
Morgen bijten zij mijn onrust op een nagel na, hun honger rolt een sneeuwbal waar de koude ophoudt lief te zijn; het kuuroord zont mijn huis.
Is er voor hun woord een dieper oorschelp dan het porselein? ik tril er kleine barsten in, en spleten waar ik ingekeerd toch zichtbaar blijf.
Op grote rentevoet zet ik de dagen uit.
Straks plukt mijn vrouw de lindethee; in de pijn van het snijden bemint zij het hout.
Uit zijn eerste dichtbundel ' De wijzers bij elkaar ' 1974 blz.23
De droefheid is in handbereik: zij raapt de pijlen uit de grassen van het feest dat zij de grote schutter heeft bereid.
Van het scheiden is de pijn gekend:
bij de trapdeur aardt haar vrouwenlaars naar gronden van het bos waar raven zijn en nachtenlang hoort zij de snavels vijlen voor de morgen van het halsgerecht.
Wanneer het eerste licht de lakens raakt, maakt zij vuren aan; de tangen gloeien;
langzaam wordt de vliertak uitgehold: zij zuigt het mergwit op de tong en pijpt met blauwe lip het speeksel naar de dood.
Uit zijn tweede dichtbundel ' De droefheid is in handbereik ' blz. 45 ( 1983 )
Zie ook Grafzerk van Gaston Haerynck.
21-06-2011
Heropening van het Demedtshuis
We bengen hier een paar beelden van de feestelijke heropening van het gerenoveerde André Demedtshuis op zaterdag 18 juni 2011.
De eerste foto toont hoe Mieke Demedts, de oudste dochter van André, het lint doorknipt dat toegang verleent tot het gerenoveerde André Demedts huis. We zien hierbij het schepencollege en ook burgemeester Koen Degroote van Wakken-Dentergem.
Op de tweede foto zien we van links naar rechts Dominiek Wemel, van de vzw André Demedtshuis, Bert De Smet die uitleg geeft bij het concept van het vernieuwde Demedts museum, staande voor een foto van Michiel Hendrycks. De derde persoon is Franck De Munster, voorzitter van de vzw André Demedtshuis .
De foto's zijn van Carlos Pauwels.
20-06-2011
Nog over de heropening van het Demedtshuis
Hierbij nog drie foto's in verband met de heropening van het Demedtshuis: 1-Een blik op de aanwezigen. 2-Het gedicht over Lieze. 3-Zijn bureau, een tafeltje en kasten. De foto's zijn van Bernard Delange.
11-06-2011
Geboortedorp en geboortehuis
Hier volgen drie gedichten over mijn geboortedorp en mijn geboortehuis.
09-06-2011
Wakken
Dit is een foto van de Mandel en de overstroomde Mandelweiden uit mijn kindertijd. Sindsdien werd de Mandel verbreed, verdiept en uitgebaggerd. De foto komt voor in Wakken in oude prentkaarten van Juul Desmet. Bij het vergroten bemerkt men links de Mandelstraat en ook de oude pastorij en het klooster. Dit gedicht is een terugblik op mijn kindertijd in mijn geboortedorp Wakken. Het werd opgedragen aan Koen Degroote, burgemeester.
In de achteruitkijkspiegel van de tijd zie ik het kind dat spelend liep langs hagendoorn en populier of in de wei met vijvertje en paling onder eendenkroos en slingerwier. In de herinnering een dorp dat stilte ademt uit water, bomen, groen en gras en tuintjes om de huizen toen dit dorp een dorp nog was, met kerk en toren, tussen dood en leven hoog verheven boven kerkhof en rivier.
Luc Verbeke "Uit ik leef in taal en tijd" ( 2004) Herfst-en nieuwjaarsgedichten. N.B. De kerk van Wakken staat m.a.w. hoog verheven boven het kerkhof beneden, met de aanpalende Mandel, waar de dood heerst over het leven, in dat vroeger heel stil en rustig en nu nijverig en bloeiend dorp, dat een grote geschiedenis heeft waarover de burgemeester zelf heel wat heeft geschreven o.m. nu over het gemeentelijk onderwijs in Wakken.
08-06-2011
Bij de 70e verjaardag van zus An - Geboortehuis
De tijd heeft weer niet stil gestaan en daarom is het goed dat wij het ouderhuis in de herinnering weer even binnengaan.
Ik rij het brede pad op met de vele bloemen en met wat bomen aan mijn linkerzij, een fruittuin, een kippenhok met ren, het wagenkot, het ovenbuur, de paardenstal met erachter dan een grote wei en daar langsheen de meidoornhaag, als scheiding met het erf van onze buur. Rechts staat het huis met hoge gevelmuur en voorgevel, in gele steen gepleisterd, met voordeur en drie kamers achtereen en verderop de koestal, met een grendeldeur en een raampje rechts daarboven.
'k Sta even stil nu aan het tweede raam. Daar is de kamer, ja, waar onze An, als laatste in een rij van tien, na wat opgelucht geschrei, voor 't eerst het licht heeft mogen zien.
Sindsdien zijn zeventig jaren al voorbij: een volle korf met heel veel mooie dagen, met broers en zussen samen in de kindertijd maar later uitgebreid met Herman en met Koen, met Klaas en met Katootje bovendien.
Toch was niet alles rozengeur en maneschijn. Een leven blijft niet zonder zorgen, last en pijn. Na lente en zomer komen herfst en wintertijd...
En nu, na zoveel jaren, heb ik van An aan het gezegend tweede raam, de kamer waar onze ouders sliepen, en samen haar in 't leven riepen,- in mijn herinneringen weergezien.
Luc Verbeke 16 maart 2008
P.S. Het ouderlijke huis staat in Wakken en werd door wijlen broer Marcel omgedoopt tot " 't Hoveke " nadat hij dit kon erven. Van de wei werd bouwgrond gemaakt. Marcel kocht daarbij ook het aangrenzende huis van de buur met stal en gebruikte " De Stal " als een klein restaurant. Het huis zelf gebruikte hij als café. Na zijn afsterven werd " 't Hoveke " verkocht en voor andere doeleinden gebruikt. In dat ouderhuis zijn alle kinderen Verbeke geboren in de tweede kamer, zoals An , officieel geboren in Wakken op 29 maart 1938.
07-06-2011
Wakken aan de Mandel
Dit is een foto van de Wakkense kerk, aan de Mandel ( hier overstroomd, zoals dat vroeger vaak gebeurde ) De foto werd gefotokopieerd uit " Wakken in oude prentkaarten , deel 2 " van de Wakkense geschied-en heemkundige Juul Desmet, ondervoorzitter van " De Roede van Tielt ".
06-06-2011
Vlaanderen nr.335
Onlangs verscheen onder hoofdredactie van Julien Vermeulen het 335e nummer van het tijdschrift 'Vlaanderen '. Het is gewijd aan ' Kunstenaars in het buitenland ' Het is samengesteld door de redactieleden Geert Swaenepoel en Emmanuel Van Lierde, en opent met een inleiding onder de titel ' Over de grens ' van Stefan Kochanek. Hj begint met Peter Pauwel Rubens, die in 1598 zelfstandig meester werd in de Antwerpse Sint-Lucasgilde. Op 9 mei 1600 vertrok hij naar de bakermat van de klassieke beschaving, Italië. Hij vond een betrekking bij Vincenzo Conzaga, de hertog van Mantua. Hij mocht studiereizen doen en verwierf belangrijke opdrachten. Zo mocht hij in Rome een groots altaarstuk schilderen voor de Santa Maria in Vallicella en het is er nog steeds te bekijken. Gedreven door de appreciatie voor z'n meesterschap dacht hij er te blijven, toen het bericht kwam dat zijn moeder in Antwerpen stervende was. Toen hij er aankwam in december 1608 was z'n moeder Maria Pypelinx al begraven. In de woelige tijden van toen was Rubens, barolschilder bij uitstek, veelzijdig tot en met, niet te evenaren, charismatisch, een Vlaams cultuurambassadeur. In de volgende eeuwen leerden we met onze grenzen en onze identiteit omgaan, tot we komen in onze huidige tijd. En wat zien we in 1991? Jan Hoet, voor de avantgarde de belangrijkste man ter wereld, organiseert in Weimar en de daaropvolgende Kasselse Documenta een ongeëvenaarde gespreksmarathon, terwijl hij in Gent niet was aanvaard, hij die Gent in 1986 op de wereldkaart bracht van het internationaal tentoonstellingsbedrijf met ' Chambres d'Amis '. Het was wachten op de Documenta van 1992, om mee te maken hoe duizenden vanuit Vlaanderen de grens overstaken naar Kassel om er een glimp op te vangen van Jan Hoet, en er zijn erkenning toe te juichen. Zeven jaar later, in 1999, krijgt hij zijn S.M.A.K. Wereldwijd erkend als tentoonstellingsmaker, was hij ook een cultureel ambassadeur. En nu doet Jan Fabre dat , die op het dak van het S.M.A.K. in Gent staat met ' De man die de wolken meet ', en die permanent aanwezig is buiten onze grenzen in het Louvre en de Biënnale van Venetië. Een tweede plek vond daar Luc Tuymans. Maar ook op muzikaal gebied bleven we niet ten achter met vanaf 1970 het ' Centrum van Concertvernieuwing ' van Philippe Herreweghe, en daarna kwamen het ' Collegium Vocale ' op eigen bodem, ' La Chapelle Royale ' in Parijs, het muziekfestival in Saintes, e, nog veel andere wegen die Herreweghe uitging. En buiten onze grenzen maakten ook drie dames van formaat, elk op hun eigen terrein opgang: Anna Teresa De Keersmaeker ( dansproductie ), Marie-Jo Lafontaine ( projectie van haar videosculptuur ) en Berlinde De Bruyckere ( beeldend werk ). Omdat ' Vlaanderen ' zich al meer dan eens boog over de literatuur, komt dit genre hier nu niet aan bod.
De eerste kunstenaar die drie bladzijden krijgt is de bij miljoenen mensen bekend geworden Wim Delvoye. Persoonlijk hebben we hem als kleine jongen gekend omdat we bevriend waren met zijn vader Bernard, die één van onze KFV-leraren Nederlands was in Frans-Vlaanderen, en die we om de maand gingen betalen voor zijn lessen. Toen toonde Bernard ons de teken-en schilderkunst van de jonge Wim, die o.m. al gasflessen kleurig bewerkte, die blonken als glazuur en porselein. Het stond toen al vast dat hij het ver zou brengen. Sabine Alexander schrijft over zijn veelzijdig werk en wijst vooreerst op een kenmerkend werk van Wim, dat staat op het Driehoeksplein in Knokke, fungeert als windroos en fontein, en heet ' Rose des Vents ' maar daar genoemd ' de plassende engel ' want hoog op zijn sokkel plast hij tegen de wind in. Typisch voor Delvoye die dat figuurlijk ook graag doet... Begin de jaren '90 begon hij met het tatoeëren van gelooide varkenshuiden, maar toen hij dat ook deed, vijf jaar later, bij levende varkens kreeg hij last met Gaia en week uit naar China, waar hij dat vrijuit kon doen en ook experimenteerde met andere kunstvormen.Terug in eigen land bouwt hij zijn artistiek imperium verder uit met zijn eclectische creativiteit, zijn ongebreideld opportunisme en zijn zakenmentaliteit. ' De kunstenaar voelt zich als een vis in het water van een gehaaide wereld die draait rond beroemdheid, geld en beeldvorming. Met precisie bespeelt hij alle instrumenten die ' Delvoye ' en ' Cloaca ' tot een merk maken. ' Delvoye verenigt nieuw en oud. Hij verenigt het vertrouwde met de moderne eis van vernieuwing en originaliteit. Hij vindt dat kunst vooral kijken is. Zijn kunst is boeiend voor het oog, nooit kwetsend, schokkend of ontstellend maar graag met gewaagde fiorituren. Hij heeft zin voor wetenschap en handwerk, voor schoonheid en klucht. Zelfs zijn Cloaca is niet onbetamelijk maar prikkelt wel de gevoelige zintuigen en fantasie. Hij reist door onze geschiedenis en ons erfgoed, mengt genres en stijlen, mixt nostalgie met ondernemerschap, grasduint in advertenties en reclamefolders, speelt leentjebuur bij de oude vertrouwde Amerikaanse filmmaatschappijen, verdiept zich in de wereld van de geneeskunde en genetica en pikt onderweg enkele ordinaire gebruiksvoorwerpen mee. Hij beperkt zich tot het uitdenken en schetsen van kunstwerken maar laat de uitvoering aan anderen over in zijn atelier in Gentbrugge. En ondertussen reist hij de wereld rond, overal en nergens thuis. Het artikel is geïllustreerd met o.m. zijn Cloaca, zijn Chapel en Tour, in met laser gesneden cortenstaal. Tenslotte is er het glasraam Friday, geëtst glas in lood.
Een tweede artikel is van de hand van Erna Metdepenninghen en handelt over de carrière van Gerard Mortier in de wereld van de opera. ' Hij was het die zijn volk opera leerde kennen. ' Gerard Mortier ( Gent, 25 november 1943 ) werd als kleine jongen door zijn moeder in de fascinerende wereld van de opera geïntroduceerd. Als student was hij er al van overtuigd dat opera meer was dan wat de opvoeringen van de Gentse Stadsopera hem voorspiegelden. Dit werd hem duidelijk toen hij vaktijdschriften las en ook bewondering kreeg voor de interpretatiekunst van Maria Callas en Herbert von Karajan, bij opvoeringen die hij in een ander Belgisch operatheater of even over de grens kon meemaken. In 1964, nauwelijks 21 jaar oud, stichtte hij de vereniging ' Jeugdopera ' om de jongeren opera te leren kennen en waarderen. Hij studeerde rechten en communicatiewetenschappen maar het was duidelijk dat hij opgang wou maken in de artistieke wereld. Maar in de Belgische operatheaters, die hij vaak had aangevallen, kon hij geen job vinden. In 1968 werd hij evewel assistent van hoogleraar Jan Briers, de stichter van het Festival van Vlaanderen. Geregeld werden producties van de opera's van Keulen, Düsseldorf en Frankfurt uitgenodigd naar het Festival en deze contacten bezorgden hem zijn eerste contract met een buitenlands operatheater. Zijn opgang vanaf 1972 was begonnen: Dösseldorf, Frankfurt ( 1973 ) en vooral de Opera van Hamburg in 1977, waar hij directeur van de artistieke planning werd en waar hij dirigent Christoph von Dohnanyl, intendant en muziekdirecteur leert kennen, die als zijn mentor beschouwt. Daar leerde Mortier het mètier en legde hij internationale contacten. Die brachten hem in 1979 naar Parijs waar hij werd opgenomen in het team van Rolf Liebermann, de Zwitserse componist en operadirecteur, die de verstarde Opera National de Paris een nieuw elan had gegeven. En in 1981 kon hij eindelijk in eigen land aan de slag want hij werd er opvolger van Maurice Hulsman in de Brusselse Munt, een ingeslapen operahuis. Hij zou het vernieuwen volgens zijn visie en doelstellingen. ' Mijn grootste verzuchting is natuurlijk een muzikaal apparaat te scheppen, waarmee ik kan werken. Opera is in de eerste plaats theater en theater van onze tijd impliceert dat we onze maatschappij kritisch moeten benaderen en doorlichten. Tussen 1981 en 1991 zette hij de Munt opnieuw op de Europese kaart met o.m. een Mozart-cyclus, die de aandacht trok van de Salzburger Festspiele en de verantwoordelijken voor de opvolging van Herbert von Karajan deden aankloppen bij Mortier, die aldus 10 jaar lang artistiek directeur werd van de Salzburger Festspiele. Helaas Oostenrijk nam het niet dat niet een Oostenrijker maar een Belg die benoeming kreeg en vooral de media vielen hem aan maar de muziekcritici van de Duitse kranten loofden hem volop om de vernieuwing die hij predikte. In 2001 richtte hij De Rurh Triennale op. Hij was er stichtende intendant en bracht er het verlaten en uitgediende industriegebied met leegstaande en uitgediende fabrieken, mijnen en elektrische centrales, weer tot leven met een multidisciplinair programma met zowel toneel, dans , opera, beeldende kunst, pop-en concertmuziek en een literatuurprogramma. Hij noemt dit zijn belangrijkste buitenlandse realisatie. Vervolgens werd hij van september 2004 tot juli 2009 directeur van de Opèra National de Paris waar hij in die periode een positief bilan kon voorleggen wat betreft inkomsten, bezoekersaantal en initiatieven ten voordele van universiteitsstudenten en jongeren. Er waren in die periode 74 verschillende opera's gepresenteerd waarvan 47 in nieuwe producties en 10 werken voor het eerst aan het repertoire toegevoegd. Toch was het Parijse publiek niet tevreden over zijn beleid en hij stopte voortijdig in 2007 omdat hij in februari benoemd werd tot directeur van de New York City Opera. Omdat hij uiteindelijk niet ovder het beloofde budget niet kon beschikken, gaf hij in november 2008 zijn ontslag. De Opera hield er een kater aan over en Mortier een niet onaardige som. Sinds het seizoen 2010-2011 is hij artistiek directeur van het Teatro Real in Madrid, een instelling die hij een eigen karakter en een internationale uitstraling wil geven.
Na deze twee tenoren Delvoye en Mortier komen in het nummer nog heel wat kunstenaars aan bod maar we kunnen ze niet uitgebreid meer bespreken. Enkele woorden over Herman Van Nazareth, die een tijd lang werkte als assistent bij de bekende beeldhouwer-schilder Floris Jespers en op diens aanraden in 1965 naar Zuid-Afrika trok, waar hij als schilder en beeldhouwer tot volle ontwikkeling kwam. Terug in België sinds 1976 bewerkt hij het ruwe massieve marmer, met een uitgepuurde techniek, en in cortenstaal ontwerpt hij monumentale beelden. Hij exposeerde in binnen-en buitenland en pendelt heen en weer tussen zijn twee thuislanden België en Zuid-Afrika. Zijn werk komt voor in tal van musea. Het uitgebreide artikel is van Geert Swaenepoel.
De volgende wereldburger die aan bod komt is de zanger Stef Bos ( 1961 ), die opgroeide in het Nederlandse Veenendaal. Aan Studio Herman Teirlinck in Antwerpen werd hij aangenomen voor de theateropleiding en kleinkunstrichting. Dat studio bracht hem liefde voor literatuur, dans en beweging bij. In de jaren 1990 smeedde hij zijn eerste contacten met Zuid-Afrika en in 2009 belandde hij daar, waar zijn verbondenheid werd bezegeld door zijn huwelijk met de Zuid-Afrikaanse kunstenares Varenka Paschke. Zij illustreerde voortaan zijn CD-boekjes van ' In een ander licht ' en ' Kloofstraat ' en het boek ' Stillewe ' Daarna verschenen nog verschillende boeken. Paschke exposeerde in Halle. Ze is een kleindochter van de in 2006 overleden ex-premier en - president , Pieter Willem Botha. Al was die een beschermer van het apartheidsregime, toch leerde ze Nelson Mandela schilderen en haar ouders waren progressief en kozen de partij van de onderdrukten. Hij woont nu in Wachtebeke maar ze kochten ook een huis in Kaapstad. Zo blijft hij met drie landen verbonden: zijn Nederlandse geboorteplaats, de geboorteplaats van zijn vrouw en zijn Vlaamse woonplaats.
Daarna komt beeldhouwer Johan Tahon ( 1965, Menen ) aan de beurt.Een groepstentoonstelling in het S.M.A.K.van Jan Hoet in Gent was voor hem een lanceerplatform voor zijn carrière. In zijn werk staat de angstige, vertwijfelde, voortdurend met existentiële vraagstukken worstelende en onder schulgevoelens gebukt gaande mens centraal.Mismaakte mensfiguren, meestal uitgevoerd in gips lopen mank, missen lichaamsdelen, hangen hulpeloos aan kettingen in de ijlte, met disproportioneel groot hoofd enz. Hij stelt ze samen uit brokstukken. Ze bezweren het onnoembare. Heling, lichamelijk en geestelijk, vindt Tahon de jongste jaren in Turkije.Keramiek wordt daar geproduceerd volgens een eeuwenoude methode. Hij werkt daar nu aan mee ofschoon hij ook al heel vroeg werkte in keramiek. In Turkije is Iznik voor hem de centrale plaats. De stad van 35.000 inwoners was vroeger bekend als Nicaea, in het nordwesten van Turkije aan het gelijknamige meer.Daar floreerde het vroege christendom. Daar neemt de Christusfiguur ook een belangrijke plaats in zijn werk in. Momenteel voelt hij zich aangetrokken door New York, waar hij in 2010 een tentoonstelling had.
Wordt voortgezet.
05-06-2011
Panta Rhei
Naar aanleiding van Pinksteren schreef Prof.em.Herman Mertens in " Kerugma ", het Nederlands tijdschrift voor Prediking o.m. "Alle christenen zijn begaafd, gedreven door de ene Geest van Jezus. Ieder op zijn persoonlijke manier.Hoe dan ook, zij zijn letterlijk en figuurlijk geestverwanten. Het beginsel van hun geestdrift is één en dezelfde Geest " ( mei 2008 )
Wolken en water, hemel en zee, planten en bloemen, boom, mens en dier, sterren, planeten, stroom en rivier: alles beweegt en leeft met mij mee.
Beeld en gedachte, droom, wil en daad, wens en verlangen, vreugd en verdriet: wereld in mij, die wordt en vervliet, immer opnieuw ontbloeit en vergaat.
Wondere groei in hart en in geest. Wentelend heelal. Wassend getij. Waar ik me wend: buiten en in mij voel ik Uw adem Scheppende Geest.
Luc Verbeke 1947
Uit de eerste dichtbundel van Luc Verbeke ' Gezangen in de Deemstering ' ( Nieuwe Stemmen 1951 ) Ook opgenomen in ' Terugblik ' blz.17 ( Sanderus 1994 )
29-05-2011
Licht van de lente
Licht van de lente bloei in mij op. Vuur van de zomer vlám in mij, tot dit eenzame hart als een bloemknop openbreekt voor de mensen en God.
Stijg, jonge vogel, stijg in die gloed, zing van dit leven, jubel en schrei, wijk niet, maar strijd, vol hartstocht en moed, ééns toch wiek jij de wereld voorbij.
Luc Verbeke 7 mei 1947
Uit " Gezangen in de deemstering" (Nieuwe Stemmen 1951 )
P.S. In 1947 was ik 23 jaar..Nu ben ik 85 !
28-05-2011
Omdat ik Vlaming ben...
Fragment uit de bindtekst voor de XXXIIe IJzerbedevaart 1959
Omdat ik Vlaming ben was ik maar een simpel soldaat - geen officier, let wel - en ik vocht vier jaar in de hel van dit IJzergebied maar ik was niet van tel want ik kreeg het bevel in de taal van mijn broeder de Waal. Omdat ik Vlaming ben mócht men schenden mijn graf en vernielen de toren van eerherstel, ongezien...en zonder straf, wijl een Vlaming die vecht voor gelijkheid en recht vaak als een boef belandt in de cel. Maar,omdat ik Vlaming ben wil niet buigen mijn hoofd en zal ik niet rusten noch zwijgen tot ik het recht zal verkrijgen dat mij toekomt en mij ook werd beloofd.
Luc Verbeke juni 1959 Inleiding bij het lied " Omdat ik Vlaming ben"
Verslagbrochure IJzerbedevaart ( 1959 ) en dichtbundel " Van donker naar licht" ( 1965 )
27-05-2011
Nieuwjaar in de tuin...
Na de natte winterweken staan in de tuin de bomen, de heesters en ook bloemen alweer klaar. Door het raam zie ik ze zwijgen, geduldig en gelukkig, nu ze nieuwe blaadjes krijgen op de lege takken en de twijgen maar ook bloempjes waar ze sinds november moesten smeken om een nieuwe lente en een zonnig nieuwe jaar.