Dit is een foto van het publiek in de linkerhelft van de feestzaal van het Wakkense Hondiuspark net voor het begin van de academische zitting bij de hulde aan Luc Verbeke n.a.v. zijn 75e verjaardag, op touw gezet op 24 april 1999. Op de eerste rij: Luc Verbeke en echtgenote Maria Bossuyt, de kinderen van Luc en Maria e.a. Op de tweede rij: Reinout Verbeke ( kleinzoon ) en verderop grotendeels verdoken: mevr. Germaine Demedts met Rudolf en mevr. Van de Perre. Op de derde rij: mevrouw Michiel Vandekerckhove ( Michiel links van haar ontbreekt op de foto ), ook nog Jozef en mevr.Allaert enz.
Libert Degroote
Benevens Etienne Opsomer droeg ook Libert Degroote, vader van burgemeester Koen Degroote en jarenlang toneelspeler in Wakken, voor uit de poëzie van Luc Verbeke.
Koen Degroote tekent...
Benevens het koperen plaket dat aan de ingang van de gemeentelijke bibliotheek bij de hulde aan Luc Verbeke werd geplaatst ontving Luc Verbeke ook een houten paneel met dezelfde vorm en tekst. Bovenaan staat: LUC VERBEKE ° te Wakken op 24 februari 1924
Daarna volgt een fragment van een gedicht van Anton van Wilderode dat hij schreef in het huldenummer van de KFV-Mededelingen, 16e Jg. nr.2-3 september december 1988, samengesteld door C.Moeyaert. Op blz. 51 kan men het huldegedicht lezen onder de titel " Al veertig jaar " met het gekozen fragment:
" Hij speurt met ongeduld naar taal en afkomst, zede en gezindte die Vlaanderen hier aan Vlaanderen ginder binden ."
We zien op de foto hoe burgemeester Koen Degroote zijn handtekening plaatst op de achterzijde van het houten plaket. Na hem tekenen ook de schepenen en de leden van de Heemkundige Kring " Het Bourgondisch Erfgoed ".
18-04-2009
Dankwoord Luc Verbeke in Wakken
Op het einde van de academische zitting in de feestzaal van het Hondiuspark sprak Luc Verbeke een dankwoord uit. Hij was blij n.a.v. de viering voor z'n 75e verjaardag naar zijn geliefde geboortedorp Wakken terug te mogen keren om hier op zo' n uitbundige wijze te worden gehuldigd. Hij dankte vooreerst Paul Breyne, die sinds tientallen jaren de werking van het KFV volgt en steunt, eerst als volksvertegenwoordiger en minister, daarna als burgemeester en nu als gouverneur. Hij dankte Jozef Deleu die vanaf het eerste decennium van Ons Erfdeel bij het KFV- werk betrokken was met eigen inzichten en werkwijze. In Noord en Zuid is hij de bekende en hooggewaardeerde hoofdredacteur van Ons Erfdeel en van de Jaarboeken over de Franse Nederlanden. ( n.b. nu is dat zijn opvolger Luc Devoldere ). Vooral in het eerste decennium van Ons Erfdeel was hij nauw betrokken bij het KFV door de specifieke oriëntering op de Frans-Vlaamse regio. Later was dat op de hele Frans-Vlaamse Nederlanden.
Hij dankte vriend, jurist Xavier Verhaeghe, zelf toneelschrijver en dichter, die zijn poëzie, met zoveel indringingsvermogen en waardering heeft weten te benaderen.( zie het gedeelte over de poëzie van Luc Verbeke ) Hij dankte Xavier Verhaeghe ook omdat hij als een telg van een Waregemse burgemeestersfamilie nu naar Wakken kwam, net het dorp, dat zoveel heeft bijgedragen tot de groei en de bloei van de huidige stad o.m. in de vorige eeuw via de burgemeestersfamilie Storme die uit Wakken kwam en in de jongste decennia nog via Marcel Coucke, die ook uit Wakken afkomstig was.
Hij sprak zijn bijzondere dank uit voor de trouwe Frans-Vlaamse vriend Francis Persyn, inspecteur Nederlands in Frankrijk ( n.b. nu niet meer ) die zoveel jaren medewerker van het KFV is geweest als leraar van vrije cursussen Nederlands en tot op heden een belangrijk medewerker gebleven is. In 1995 mocht hij ( ook de eerste licentiaat Nederlands aan de Rijselse universiteit ) terecht de André Demedtsprijs ontvangen.
In die dank mocht vooral ook het organiserend comité van deze viering delen: in de eerste plaats de voorzitter-burgemeester Koen Degroote, die samen met de Wakkense Heemkundige Kring " Het Bourgondisch Erfgoed " het initiatief nam om deze hulde op touw te zetten, ook de inleider André Desmet, die een belangrijke rol speelt bij het eren van verdienstelijke Wakkenaren, voorts deWakkense voorlezers van zijn gedichten n.l. Libert Degroote ( vader van de burgemeester ) en Etienne Opsomer, twee gedreven acteurs en Etienne ook schrijver van een historisch boek over Wakken, de familie van ondervoorzitter Denis Haerens ( met dochter mej.Haerens die zorgde voor de mooie muzikale intermezzo's ) en ook de leden van het gemeentebestuur en de vele leden van de Heemkundige Kring.
Hij dankte tenslotte voor de mooie bloemen die Maria mocht ontvangen en de talrijke aanwezigen voor hun warme sympathie. Hij besloot met het gedicht " Denkend aan André Demedts ", zijn bijna-dorpsgenoot die hier naar school ging en die hij na de oorlog in Waregem leerde kennen als goede vriend, met wie de hele werking voor Frans-Vlaanderen is begonnen.
15-04-2009
Het huldeplaket aan de Wakkense bibliotheek
Na de academische zitting met huldetoespraken voor Luc Verbeke leidde burgemeester Koen Degroote de talrijke aanwezigen naar de ingang van de gemeentelijke bibliotheek waar een plaket naast die ingang werd onthuld met een vers van Anton van Wilderode ( zie andere foto met de volledige tekst ) Hier zien we Luc Verbeke opkijken naar het bordje om de tekst te lezen.
14-04-2009
Nieuwjaar in de tuin...
Na de natte winterweken staan in de tuin de bomen, de heesters en ook bloemen alweer klaar. Door het raam zie ik ze zwijgen, geduldig en gelukkig, nu ze nieuwe blaadjes krijgen op de lege takken en de twijgen maar ook bloempjes waar ze sinds november moesten smeken om een nieuwe lente en een zonnig nieuwe jaar.
Luc Verbeke 6 april 2008
13-04-2009
Licht van de lente
Licht van de lente bloei in mij op. Vuur van de zomer vlám in mij, tot dit eenzame hart als een bloemknop openbreekt voor de mensen en God.
Stijg, jonge vogel, stijg in die gloed, zing van dit leven, jubel en schrei, wijk niet, maar strijd, vol hartstocht en moed, ééns toch wiek jij de wereld voorbij.
Luc Verbeke 7 mei 1947
Uit " Gezangen in de deemstering" (Nieuwe Stemmen 1951 )
P.S. In 1947 was ik 23 jaar..Nu ben ik 85 !
12-04-2009
Rijmtijd
We ontvingen het jongste nummer van ' Rijmtijd ' nr.56, april 2009, het Tijdschrift voor liefhebbers van de poëzie van Guido Gezelle en voor leden van de Guido Gezellekring vzw. Het werd twintig jaar geleden opgericht door priester Jozef Boets met de Loppemnaar Bertrand Denys als secretaris-penningmeester. Aan Bertrand Denys wordt trouwens een huldestukje gewijd n.a.v. het twintigjarig bestaan van het tijdschrift en de Guido Gezellekring, waarvan hij de medestichter is en sinds het begin de ijverige secretaris-penningmeester. De stichting en de eerste bijeenkomst gebeurden trouwens in Loppem, in en om de abdij van Zevenkerken en het kasteel van de Van Caloens. Er wordt herinnerd aan zijn vele activiteiten rond het leven en werk van Gezelle, in het bijzonder aan zijn artikels en tentoonstellingen met betrekking tot Gezelles relatie met de familie Van Caloen gedurende zijn Brugse periode ( 1860- 1872 ). Die terugblik bevat ook nog gegevens uit de historiek van de vereniging en de lijst van locaties waar de Gezellekring ooit te gast was. Het zijn steeds plaatsen waarmee de naam van de dichter op een of andere manier verbonden is. Ook het tijdschrift 'Rijmtijd ' wordt even belicht. Het is met dit nummer aan zijn 55ste aflevering in twintig jaar toe en het wordt op een bibliofiele manier in een fraai lettertype gedrukt. Wat de inhoud betreft gaat de voorkeur naar bespreking van Gezelleteksten, het liefst niet de steeds weer aangehaalde gedichten, om de veelzijdige dichter vanuit nieuwe hoeken verfrissend te belichten. ' Rijmtijd ' opent zoals altijd met een woordje van de voorzitter, Jos Verheyen. Hij blikt terug op de twee geslaagde bijeenkomsten van vorig jaar respectievelijk in Staden en Zevenkerken, met enthousiaste deelnemers. Hij herinnert aan degenen die voor goed afscheid moesten nemen en de talrijke verzen die Gezelle voor die momenten van afscheid maar ook voor momenten van hoop en vreugde heeft geschreven. De eerstvolgende Gezelledag vindt plaats op 2 mei in Kortrijk. Programma en inschrijving via Bertrand Denys: tel. 050- 82 42 74 of e-mail: bertrand.denys@telenet.be
Onder de titel ' Een tere bloem ' schrijft Karel Platteau over Marie Lauwers, de oudere zus van Emile Lauwers, de student-vertaler van The song of Hiawatha.Toen Gezelle deze jonge vrouw ontmoette,was ze een twintiger.Hij beleefde vreugde aan het contact met haar,stuurde haar nieuwjaarskaartjes en groeten, via zijn brieven met haar broer Emile. Bovendien schreef hij een gedicht aan haar opgedragen ' O zaarde blomke ', dat Emile mocht publiceren in zijn Leuvens tijdschrift ' De Tassche ' ( zaarde betekent teer ) Karel Platteau publiceert de oorspronkelijke tekst met ernaast de tekst zoals die verscheen in ' Tijdkrans ', met een toelichting over het aspect ' het vergankelijke van de maagdelijke schoonheid ' en hij geeft gelijkenissen aan en verschillen met zijn andere gedichten in verband met dit aspect: het besef bij Gezelle ( aangehaald door Jan Verdonck in een vorig artikel ) dat de maagdelijkheid slechts een moment is binnen het fluïdum van het steeds evoluerende leven. Een bijzonder belangwekkend artikel.
Een volgende uitgebreid artikel is getiteld ' Gezelle in beelden ' en is geschreven door kunstenaar J.M.Legrand, die op blz.21 een prachtig portret van Gezelle liet inplakken van hemzelf, olieverf op paneel,als illustratie bij een gedicht van hem dat antwoordt op het Gezellegedicht' Mijn hert is als een blomgewas ', omgewerkt tot ' Mijn hert ' was ' als een blomgewas. Zijn artikel zelf handelt vooreerst over de portretbustes van ' beeldkunstenaars ' ( naar het woord van Gezelle ) o.m. het Gezellemonument van Jules Lagae in Brugge. ( Romeprijs 1888 ). Terwijl Gezelle in 1894 voor Lagae poseerde schreef hij het gedicht voor hem ' Memento Homo' ( afgedrukt op blz.10 ), een meditatie over de broosheid van ons aardse bestaan enerzijds en de geest Gods in ons, die al het stoffelijke overstijgt en eeuwig is. In een tweede gedelte schrijft de auteur over " De beeldenmakers van ' Vlaamse koppen ' en hun tijd. Na de literaire en filologische periode in de Vlaamse Beweging volgde een meer politiek georiënteerde beweging die in het parlement de strijd tegen de verfransing aanbond door taalwetten af te dwingen. Frans Van Cauwelaert ( 1880 - 1961 ) komt de verdienste toe een theorie van het cultuurflamingantisme te hebben uitgewerkt. Het zijn vooral de drie cultuurfondsen ( Willemsfonds,Davidsfonds, Vermeylenfonds)en de Vlaamse Toeristenbond die veel hebben gedaan om de individuele en collectieve verheffing van het culturele peil van ons volk te realiseren. Dankzij VTB werden op ontelbare plaatsen beelden, gedenkstenen en bas-reliëfs geplaatst en kreeg een degelijk beeldhouwer als Albert Poels ( 1903 - 1984 ) levenslange opdrachten. Onze schrijvers en dichters, onze kunstenaars in het algemeen, kregen een grote rol in de ontvoogdingsstrijd van de massa toebedeeld. Guido Gezelle kreeg hierbij een prominente rol in de Vlaamse Beweging toegeschoven. Een productie van Gezellekoppen was op gang gekomen. Diverse beeldenmakers kregen de handen vol met boetseren, mouleren in gips en het bronskleurig beschilderen van hun producten.Bekende beeldenmakers van Gezellekoppen zijn benevens Lagae, Hildebert Derre ( 1886 - 1966 ) en De Maestes.
De volgende artikelen zijn kleiner van omvang. We vermelden vooreerst een stukje over de Utrechtse componiste Catharina van Rennes. Zij is bekend voor haar muzikale toonzetting van ' 19 Kleengedichtjes ' van Guido Gezelle. Indirect heeft ze zo meegewerkt aan de bekendmaking van Guido Gezelle in de Noordelijke Nederlanden. Meer uitgebreid schrijft redacteur Jan Verdonck over de leeuwerikgedichten van Gezelle en meer bepaald over ' Hemellawerke heet gij ' en hij maakt een vergelijking tussen de leeuwerikgedichten van Boutens en Gezelle. Beide dichters zien de leeuwerik als een vogel die vreugdevol opstijgt uit ' ' t droevig tranendal ' ( G ) of uit ' de aardenacht ' ( B ) en ze zien hem als een lichtstraal gaan door wolken en nevelen.Boutens voelt zich met de leeuwerik verbonden door een soort mystieke vreugde, die hem optilt boven alle aards verdriet dat maar oppervlakkig is. Gezelle gaat dieper en grijpt de thematiek van zijn gedicht aan om het een religieuze boodschap mee te geven. Het zingend klimmen van de leeuwerik symboliseert de hemelvaart van de mens en wijst hem de weg naar God. Vervolgens lezen we van de hand Jos Verheyen een bespreking van het Jaarboek 2008 van het Duitse Felix-Timmermans-Gesellschaft waarin heel wat teksten voorkomen van Felix Timmermans en zijn relatie tot Gezelle en o.m. ook een artikel van August Keersmaekers over twee Gezellegedichten die Timmermans bijzonder dierbaar waren: ' O Lied ' en ' Blijdschap ' met Duitse vertaling in het Jaarboek. Tenslotte zijn er nog enkele korte kroniekjes en een ' In Memoriam Bertha Platteau - Van Elslande ', moeder van Karel Platteau, bestuurslid van de Guido Gezellekring. Ze overleed op 20 februari 2009 in haar geboortedorp Vlamertinge . We lezen ontroerd over haar afscheid : ' In de namiddagzon van haar sterfdag had Karel nog een wandeling gemaakt met zijn moeder bij het graf van vader Georges. Na het voorlezen van en een babbel over het gedicht dat Luc Verbeke ( 1 ) schreef en opdroeg aan zijn oud-leraar en Bertha's broer, priester Maurits Van Elslande, had Karel afscheid genomen van zijn moeder. Pas thuis bereikte hem de boodschap dat moeder overleden was '. Bertha Van Elslande was vooral bekend als gedeputeerde voor Cultuur van de provincie West-Vlaanderen. In die hoedanigheid hebben wij haar meermaals ontmoet. Er is ook nog een ' In Memoriam Huub Swagemakers, lid en penningmeester van de leesgroep Guido Gezelle Tilburg.
( 1 ) Het betreft het gedicht ' Nescio Quid ' , te vinden op mijn blog
Opstanding
Zing weer een lied van hoop en verlangen. Winter met regen, sneeuw, ijs en wind, leven met nevels en wolken omhangen, ging ras voorbij, en de lente begint.
Min weer de mensen, dieren en dingen, bloemen en planten, hemel en zon. Lach na de angsten die jou bevingen. Juich om het licht dat de nacht overwon.
Spreek weer een woord van geloof en vertrouwen, niet meer van weifeling en wankelmoed; ban uit jouw hart de lafheid der lauwen. Spreek slechts van leven, want 't leven is goed.
Luc Verbeke 1950
Uit debuutbundel "Gezangen in de deemstering" ( Nieuwe Stemmen 1951 )
11-04-2009
Panta Rhei
Naar aanleiding van Pinksteren schreef Prof.em.Herman Mertens in " Kerugma ", het Nederlands tijdschrift voor Prediking o.m. "Alle christenen zijn begaafd, gedreven door de ene Geest van Jezus. Ieder op zijn persoonlijke manier.Hoe dan ook, zij zijn letterlijk en figuurlijk geestverwanten. Het beginsel van hun geestdrift is één en dezelfde Geest " ( mei 2008 )
Wolken en water, hemel en zee, planten en bloemen, boom, mens en dier, sterren, planeten, stroom en rivier: alles beweegt en leeft met mij mee.
Beeld en gedachte, droom, wil en daad, wens en verlangen, vreugd en verdriet: wereld in mij, die wordt en vervliet, immer opnieuw ontbloeit en vergaat.
Wondere groei in hart en in geest. Wentelend heelal. Wassend getij. Waar ik me wend: buiten en in mij voel ik Uw adem Scheppende Geest.
Luc Verbeke 1947
Uit de eerste dichtbundel van Luc Verbeke ' Gezangen in de Deemstering ' ( Nieuwe Stemmen 1951 ) Ook opgenomen in ' Terugblik ' blz.17 ( Sanderus 1994 )
07-04-2009
GEDICHTEN VOOR MARIA
Dit is een foto van mijn echtgenote Maria Bossuyt, op haar tachtigste verjaardag. Die werd gevierd in het Karekietenhof in Avelgem op zaterdag 7 januari 2006. Maria werd geboren in Desselgem op 8 januari 1926. Het gedicht " Al tachtig jaar" werd bij die gelegenheid door zoon Dirk voorgedragen uit mijn toen verschenen dichtbundel " Van morgenlicht tot avondzon '' ( 2006 )
Hier volgen een aantal gedichten die ik voor mijn vrouw Maria heb geschreven.
06-04-2009
Verhef mij...
Verhef mij, volmaak mij in vreugd of in smart. Ontdek mij, doorgrond mij en louter mijn hart.
Onthef mij, bevrijd mij van 't stomme verdriet om al wat ontvalt mij en spoorloos vervliet.
Doorlicht mij, doorglans mij met morgenlijk rood, dat niets meer beknelt mij: noch donker, noch dood.
Uit 'Van donker naar licht ' ( blz.35 ) Sanderus 1965
Verscheen ook in ' Dietsche Warande en Belfort ' en in ' Nieuwe Stemmen '
Liefste...
Liefste jij die niet de woorden zocht voor een gedicht en niet een ik maar enkel wij en enkel leven met kleur en klank van allebei in kinderen niet vlinderend in lucht en lied maar louter liefde en louter licht in vlees en bloed, het blijvend woord van jouw gedicht.
Luc Verbeke 16 maart 1991
Uit " Terugblik " ( Sanderus 1994 ) blz.62
Na jaren wordt...
Foto van Luc en Maria Verbeke Bossuyt bij hun gouden huwelijksjubileum met feest in het restaurant " Karekietenhof " van de familie Vossaert, Scheldelaan, 20 Avelgem
Na jaren wordt een muur van doffe schijn een wand van glas, doorzichtig voor mekaar en één. Haast niets meer zijn dan licht in vuur en sprakeloos de woorden lezen op ' t netvlies van elkanders zijn. En méér dan 't eerder was zichzelf van onbegrip en pijn om eigendunk en eigenwaan genezen om voor elkaar niets meer dan zon te zijn in vol gerijpte wijn. Nog enkel elk elk-ander zijn.
Luc Verbeke
Uit de dichtbundel " Terugblik " ( 1994 )
Maria ontvangt 1e exemplaar
Na voorlezing van het gedicht " Al tachtig jaar " overhandigt Dirk Verbeke het eerste exemplaar van de bundel " Van morgenlicht tot avondzon " aan zijn moeder. Aan tafel bemerk je, benevens mijzelf, nog schoonzoon Lieven Lagae ( Prof. KUL- Leuven ) en zoon Wim ( Pneumoloog aan het Stedelijk Ziekenhuis, Roeselare )
Moederschap
Lentelijk beven diep in jouw schoot. Ontluikend leven. Zwellende loot. Kiem van m' n bloed die wies in jouw vlees. Vonk van m' n vuur die jij in je hoedt.
O zalig - zoet hopen, verlangen en vrees.
Spellend z' n naam tel jij de tijd, zie je in droom de nacht die bevrijdt en het glanzende wicht dat nog warm in de stroom van jouw hartenbloed ligt.
Luc Verbeke 1953
Uit " Van donker naar licht " Uitg. Sanderus ( 1965 )
Je bent mij zo nabij...
Je bent me zo nabij. Geen ander licht doorlicht me lichter dan het licht van jouw gezicht. En in de stralenklaarte van jouw ogen, door een geheime wonderkracht bewogen, heb ik aan jou m' n hoofd weer opgericht.
Wat mij aan leed en weemoed overviel en als een droesem was gezonken in m' n ziel, is door jouw teer nabijzijn weer vergeten: mij thans uiteindelijk bevrijd te weten... O schitterglans van jou die in mij viel.
Ik ben niet eenzaam meer sinds ik jou vond en dronk de zachte zoenen van jouw mond, stil-schouwend in de bronnen van jouw ogen, die als kristal doorzond, niet weifelden noch logen maar zwijgend zongen om de liefdeband die ons verbond.
Luc Verbeke
Uit " Van donker naar licht " Uitg. Sanderus 1965
Ik ging voorbij...
Voor Maria
Ik ging voorbij, haast ongezien. Jouw ogenlicht bleef mij nabij. Miljoen miljard een mensenhart en ik een ik alleen, en één der velen maar, schier ogenloos, in ruimte en tijd.
Ik ging voorbij. Jij stond naast mij, haast ongezien en ik naast jou verstrengeld één maar elk alleen in enigheid.
Ik ging voorbij. Wat blijft er nog voor jou van mij? Een lieve naam in 't bloeiend bloed? Een zonnig woord, een bloem van tederheid, een beeld van mij dat ook in jou met jou verglijdt?
Ik ging voorbij. Een lamp knipt aan. Haast ongezien knipt zij weer uit: een stukje tijd, glans van ivoor maar meteoor in 't ijle Al en eeuwigheid.
Ik ging voorbij en jij met mij. Wie vindt een spoor van jou en mij als niet voor jou, als niet voor mij er Iemand is, een Gij en Hij die ons bemint en wedervindt, voorbij dit land, dit vreemde land waar dag verkeert in duisternis maar ook de dag de nacht ontbindt.
Luc Verbeke 25 mei 1980
Uit " Terugblik " ( 1994 )
Niemand verdrieten
Aan onze kinderen
Niemand verdrieten om last of om pijn maar zalig genieten van lucht, zee en zon, zoals 't vroeger best kon met jullie in 't tentje en het speelse zand dat door de vingeren gleed en ons denken deed aan alles wat hier mooi, maar vergankelijk heet. Ook denkend aan Hem die ons dit alles gaf en ons helemaal vrij liet spelen en leven, in water en zand, met helm en riet en violier, alsof wij samen zouden zijn, hier, voor altijd, van de wieg tot het graf.
Luc Verbeke
Uit "Ik leef in taal en tijd" ( 2005 )
Vergankelijkheid
Ik, lierende leeuwerik in het morgenlicht. Wiegende waterbloem in wind en zonneschijn. En jij, m'n hartsbeminde, m'n witte akkerwinde. Zoete, wilde wingerd- rank, die mij omslingert. En ook zij, m'n lieve, blonde kinderen, die mij argloos-blij omvlinderen. Geluk en licht! Maar ach, geluk dat vloeit als helder water door de open vingeren van m'n hand. Want, dit is nog de lente niet, dit is nog het leven niet, dit is nog m'n lucht niet noch m'n land, maar dit is heimwee weemoed en verdriet.
Luc Verbeke 1959
Uit de dichtbundel " Van donker naar licht " ( Sanderus, Oudenaarde ) 1965
Het gedicht werd in het Duits vertaald door Georg Hermanowski en opgenomen in zijn bloemlezing "Gedichte aus Flandern 1920-1970 " ( Josef Kellerverlag, Starnberg )