Luc Verbeke : Recente politieke en andere actualiteiten - Vlaamse Beweging - Frans-Vlaanderen - 150 eigen gedichten ( 1944 tot nu )
07-05-2012
Zusje Yvonne
Foto op het bidprentje van ons zusje Yvonne, geboren in Wakken op 19 februari 1931 en er gestorven als slachtoffer van de oorlog, zo goed als levend verbrand, op 12 mei 1944. Lees het verhaal in " Uit de familiestamboom Verbeke " en ook in de inleiding bij de twee aan haar gewijde gedichten " Gedachtenis I en II "
04-05-2012
Grafsteen zusje Yvonne in Wakken
Dit is de grafsteen van ons zusje Yvonne, op Allerheiligen 2010. Foto Herman Wauters.
03-05-2012
Grafsteen van Maurice Decock
Dit is de grafsteen van onze oom Maurice Decock in Wakken, op Allerheiligen 2010. Foto Herman Wauters.
02-05-2012
Panta Rhei
Naar aanleiding van Pinksteren schreef Prof.em.Herman Mertens in " Kerugma ", het Nederlands tijdschrift voor Prediking o.m. "Alle christenen zijn begaafd, gedreven door de ene Geest van Jezus. Ieder op zijn persoonlijke manier.Hoe dan ook, zij zijn letterlijk en figuurlijk geestverwanten. Het beginsel van hun geestdrift is één en dezelfde Geest " ( mei 2008 )
Wolken en water, hemel en zee, planten en bloemen, boom, mens en dier, sterren, planeten, stroom en rivier: alles beweegt en leeft met mij mee.
Beeld en gedachte, droom, wil en daad, wens en verlangen, vreugd en verdriet: wereld in mij, die wordt en vervliet, immer opnieuw ontbloeit en vergaat.
Wondere groei in hart en in geest. Wentelend heelal. Wassend getij. Waar ik me wend: buiten en in mij voel ik Uw adem Scheppende Geest.
Luc Verbeke 1947
Uit de eerste dichtbundel van Luc Verbeke ' Gezangen in de Deemstering ' ( Nieuwe Stemmen 1951 ) Ook opgenomen in ' Terugblik ' blz.17 ( Sanderus 1994 )
25-04-2012
DE FAMILIE VERBEKE
Met teksten en foto's stellen we jullie de familie Verbeke voor.Ook met enkele belevenissen, vooral tijdens de oorlog 1940 - 1944.
24-04-2012
Grafzerk van Maria I
Hierbij enkele foto's van de grafzerk van Maria op het kerkhof van Wakken. De bovenste kleine foto is de zerk zoals hij definitef is, met een laag steentjes van dolomiet.
De tekst van een gedicht van mij op de voorzijde van het linkergedeelte, met het graf van Maria. .
De mooie ligging met zicht op het nieuwe monument van de Wakkense oud-strijders.
Onder de tulpenboom rechts vergaderden de leden van ' De SwighendenEde ' ten tijde van Hugo Verriest, stichter van de Blauvoeterij. Het genootschap kwam hier bijeen toen Verriest hier zeven jaar pastoor was. (1888-1895) In de verte de Wakkense kerk.
Zicht op de twee zuilen. De zuil rechts is bestemd voor mij.
23-04-2012
Grafzerk van Maria II
Hierbij twee foto's van de definitieve grafzerk van Maria op het kerkhof van Wakken.
Grafzerk alleen, met steentjes van dolomiet
Ikzelf met rollator vóór de grafzerk, biddend .
22-04-2012
Grafzerk van Maria III
Hier volgen nog twee recente foto's van de grafzerk van Maria, gemaakt door Dirk.
Vooraanzicht 1 Links het nieuwe gedenkteken van de oud-strijders onthuld door burgemeester Koen Degroote op 12 november 2011. Het monument bestaat uit twee erezuilen uit baksteen, één voor elke wereldoorlog. Op de arduinen plaat staan respectievelijk alle namen van de Wakkense en Markegemse oud-strijders gegraveerd, als permanent eerbetoon, van de eerste Wereldoorlog 110 soldaten en van de tweede wereldoorlog 210 soldaten. Alle namen konden worden achterhaald door minitieus opzoekingswerk van de plaatselijke heemkundige kring en de oud-strijdersbond
Vooraanzicht 2 Links opnieuw het monument van de oud-strijders
21-04-2012
Begrafenis Maria
Maria werd begraven in Wakken, mijn geboortedorp, op de plaats die voor ons beiden werd voorberhouden. Hier zie je de grote rouwkrans die geschonken werd door het KFV, onder leiding van de huidige voorzitter Guido Carron, ereburgemeester van Waregem. Die werd na de uitvaart op haar graf neergelegd, samen met tal van ruikers en bloemenkransen.
De uitvaartplechtigheid, die plaats vond in de Sint-Margaretakerk op de wijk Nieuwenhove-Waregem zelf is bijzonder goed verlopen. Ongeveer 600 mensen namen eraan deel. Ook uit Frans-Vlaanderen waren er deelnemers, die me wat steun wilden bezorgen. Het koor Gaudeamus uit Roeselare onder leiding van Joost Vanbrussel zorgde voor de passende religieuze liederen en muziek. Pastoor Stefaan Casteleyn bracht een mooie homilie over het verdienstelijke leven van Maria. Voor mij hartverwarmend. De kleinkinderen zorgden voor een ontroerend woordje en sommige konden hun tranen voor hun lieve oma niet bedwingen. Kleinzoon Reinout las een gedicht dat hij voor haar schreef en kleinzoon Gijs verbaasde iedereen door een tekst van de heilige Augustinus van buiten te reciteren. Iedereen, ook de zeer velen die in de kerk achteraan, de hele Mis recht moesten blijven staan konden goed meevolgen via het door de kinderen samengesteld gebedenboekje. Bij de offerande, gehouden op twee plaatsen vanwege de grote aanwezigheid, werd een heel mooi bidprentje uitgereikt met een foto van Maria en twee gedichten die ik voor haar schreef.
Er waren veel bloemen en kransen o.m. een bloemstuk van mij, een van vriend Roger Vynckier en echtgenote Georgette Vervaeke, één van het MNL- Huis van het Nederlands uit Belle, heel mooie bloemen van de kinderen en kleinkinderen, een groot bloemstuk van de famlie Verbeke en ook van de huidige vrije basisschool van Nieuwenhove, waarvan ik vroeger nog directeur ben geweest, waarvoor dank aan de huidige directeur Patrick Debel.
Allemaal ongevraagd maar toch troostgevend, zoals ook, benevens de vele parochianen, de aanwezigheid van grote figuren o.m. twee bekende gezichten van de VRT, vrienden Jozef Deleu en Luc Devoldere van Ons Erfdeel, schrijvers als Willy Spillebeen, vrienden als prof.ém. Ludo Milis en prof.ém. Piet Thomas, erenationaal commissaris van politie Dirk Steelandt, ereburgemeester Guido Carron en de huidige burgemeester Kurt Vanryckeghem met enkele schepenen, voorts vroegere collega's uit mijn inspecteursperiode als Guido Debonnet, nu directeur van De Bron in Harelbeke, en tal van gepensioneerde onderwijzers en schoolhoofden met wie ik bevriend was. Daarbij ook o.m. een afvaardiging van oud-klasmakkers van de Normaalschool o.l.v. Gilbert Dewilde uit Kortrijk. OokTV-anker Kathleen Cools, vriendin van onze dochter Hilde, was er samen met haar echtgenoot en dochter Emma. Dat alles hielp het zware leed wat milderen, zoals ook de lange rij deelnemers, die na de Mis mij en de kinderen kwamen begroeten. We noteerden ook de aanwezigheid van oud-collega's, heel wat oud-leerlingen en ook oud-klasgenoten en vriendinnen van Maria zelf.
Na de maaltijd in de Leieburcht in Sint-Eloois- Vijve, zijn velen, samen met de hele familie, nog meegegaan naar het kerkhof van mijn geboortedorp Wakken, naar ons graf, dat recht tegenover het graf ligt van mijn ouders, op een merkwaardige plaats n.l. onder een resterend stuk van de bekende boom waaronder de vroegere flaminganten van ' Den Swighenden Ede, o.l.v. de toenmalige pastoor Hugo Verriest vergaderden. Ook de plaats dus waar de vroegere pastorij heeft gestaan. De Frans-Vlamingen Jaak Fermaut en Francis Persyn met echtgenote Anne-Marie, loofden het nog echte kerkhof, zijnde rondom de kerk, terwijl nu de meesten begraven worden ver daar vandaan op de onoverzichtelijk grote begraafplaatsen.
De huidige burgemeester van Wakken, nu ook parlementslid, Koen Degroote, die mij destijds in Wakken heeft gehuldigd, heeft gezorgd voor deze mooie plek, waarvoor dank. Onze bijzondere dank tenslotte, voor de goede organisatie van deze begrafenis, gaat naar Nick Vanhoutte, koster van onze parochie maar ook werkzaam bij het uitvaartcentrum Amez. In deze dubbele functie heeft hij de hele begrafenis geregeld.
20-04-2012
Nadienst voor Maria
Op maandag 8 april 2012, Paaszondag, was er een nadienst voor mijn lieve echtgenote Maria, overleden op 6 januari, twee dagen voor haar 86e verjaardag. Op die nadienst was de hele familie aanwezig, benevens heel veel parochianen. Op het scherm, links van het altaar, stond haar foto. Na de diensr bood ik de aanwezige familie, kinderen, kleinkinderen, het oudste achterkleinkind, zussen en broers, een maaltijd aan in het restaurant De Koetsier. Hier volgen enkele foto's, gemaakt door onze oudste zoon Dirk. Bovenaan de twee rijen tafels.
De tafel van de kleinkinderen met ook het oudste achterkleinkind Maurien, oudste dochtertje van kleinzoon Reinout en zijn echtgenote Catherine Baele.
Maurien met vader Reinout.
Maurien met mij.
Foto van de aanwezige familie. Zittend, ikzelf met de zussen, rechts van mij zus Zuster Josée.
Een laatste foto met ook Dirk erbij, uiterst links.
13-04-2012
Bespreking dichtbundel van Reinout Verbeke
In het eerste nummer van de 55e Jaargang van het Vlaams-Nederlands Cultureel Tijdschrift Ons Erfdeel, onder hoofdredactie van Luc Devoldere, lezen we op bladzijden 166 tot en met 168, een uitgebreide en vrij positieve bespreking van ' De achterkant van flatgebouwen ', de debuutbundel van kleinzoon Reinout Verbeke ( zie vroegere artikelen over zijn werk op dit blog met raadpleging van de favorietenlijst ). De bespreking is van de hand van Peter Coupé en Bart Van der Straeten. Die wordt ingeleid door een beschouwing over het samengaan van poëzie en muziek, in de culturen van de oudheid twee loten van dezelfde boom. Nu is van die oorspronkelijke verstrengeling niet zoveel meer over. Vooral popmuziek en poëzie zijn volledig gescheiden. Toch gebeurde volgens de recensenten de jongste jaren een toenadering vanuit de popmuziek. Ze verwijzen naar Luc Devos die o.m. gedichten van Elsschot op muziek heeft gezet. Nu constateren ze dat Reinout Verbeke ( 1981 ) de omgekeerde beweging maakt: vanuit de poëzie naar de popmuziek. In zijn debuutbundel heeft hij twaalf gedichten uit de bundel omgezet naar popmuziek, met de medewerking van twee musicerende neven van hem . Vandaar de titel ' Reinout met Nevenwerking ', op cd toegevoegd aan de bundel. Het zijn wel degelijk rock-songs, als achtergrond van de gedichten, ritmische, door elektrische en basgitaar vootgestuwde nummers, waarbij de muziek evenveel aandacht krijgt als de poëzie. De cd is kraakhelder en een professionele productie, waarvan de muziek pas bijzonder wordt in combinatie met de gedichten. Reinout brengt die op een wijze die zweeft tussen parlando en zang. Het best geslaagd is het openings-en titelnummer van de cd ' De achterkant van flatgebouwen ', een opzwepend popnummer van deze in se erg beschrijvende tekst, waarvan Reinout bepaalde zinnen door herhaling laat functioneren als een refrein. Ook in de andere gedichten gebruikt hij dit herhalingsprocédé om ze in het geheugen vast te klinken. In het gedicht ' De val van Ikaros ' en ook in ' Vlek ' vormen de stemmen van Reinout Verbeke en van Kaat Arnaert een duet . In ' Vlek ' geeft de herhaalde opsomming van lichaamsdelen een sensuele lading. En ' Axon ' krijgt dan weer extra zeggingskracht door de voortdurend hernomen zin ' zwemmen is niet het water mennen maar altijd verliezen van. ' Over de gedichten zelf zeggen de recensenten dat het moeilijk te bepalen is wat de ambitie is die ten grondslag ligt van de bundel. Uit het titelgedicht blijkt dat de voorkeur van de dichter gaat naar wat zich afspeelt buiten het zichtbare ' naar de achterkant van de flatgebouwen ' waar het leven zich afspeelt. In de hele bundel spelen zee en water een belangrijke rol. Water is het veranderlijke element, datgene ook waaronder een onbekende en onzichtbare diepte schuilt. En in zijn gedaante van zee is het tevens de bron van alle leven. Ook het gezin komt goed aan bod in de gedichten en voorts wordt de meetbaarheid en beschrijfbaarheid van natuurfenomenen gecontrasteerd met de onbeschrijfbare mysteries van liefde en dood. In ' Kerfdierliefde' zijn er vijf gedichten waarin een ik en een jij zich aan elkaar overgeven en tegelijk de vorm aannemen van insecten. Niet alleen de spanningsverhouding tussen de twee protagonisten intrigeert, ook de manier waarop de dichter veerschillende woordvelden bespeelt en in elkaar laat overlopen: dat van de erotiek, dat van water en dat van dierlijkheid en insecten. We kunnen zelf besluiten: ' Een grondige bespreking van een mooie dichtbundel, met diepgravende inhoud '.
Reinout Verbeke, De achterkant van flatgebouwen, De Bezige Bij Antwerpen, 2011,56p. De cd ( Reinout met nevenwerking. De achterkant van flatgebouwen) zit bij de dichtbundel, maar is ook apart verkrijgbaar. www.reinoutmetnevenwerking.be
12-04-2012
Gedicht van Reinout Verbeke in Watou.
' Het geluid van het gedicht ' van Reinout Verbeke prijkte in Watou tijdens de nieuwe poëziezomer, nu georganiseerd onder de auspiciën van de Provincie West- Vlaanderen, die het levenswerk van Gwij Mandelinck niet verloren wou laten gaan.'
' Het geluid van het gedicht ' opent de debuutbundel van Reinout ' Aan de achterkant van flatgebouwen. '
Vader Dirk en moeder Lut kijken toe, niet zonder enige trots om de waardering die zoon Reinout ook hier te beurt viel.
05-04-2012
Pol Van Den Driessche en Jos Ghysen
Het wordt een eindeloos verhaal. Als er van de ene kant steun komt o.m. van vrouwen die jarenlang met Pol zonder problemen met hem hebben samengewerkt dan weer andere getuigenissen o.m. van de partij Groen, die vrouwelijke politici van de partij waarschuwde voor interviews met Van Den Driessche.
Maar nu duiken ook andere beschuldigden op o.m. Jos Ghysen... ( zie verder )
We passen ons overzicht aan:
Pol Van Den Driessche heeft dus besloten uit de politiek te stappen. Hij heeft zelf de keuze gemaakt om af te zien van het Brugs lijsttrekkerschap voor de gemeenteraadsverkiezingen, maar hij had geen andere keuze meer. Dat zei Bart De Wever vorige zondag in De Zevende Dag. ' Als voorzitter heb ik de moeilijkste dagen van mijn carrière beleefd " voegde hij eraan toe.
DeWever benadrukte dat hij klachten over seksuele intimidatie ernstig neemt, maar dat de partij sterk houdt aan de rechtsstaat en het vermoeden van onschuld. Pol Van Den Driessche werd veroordeeld zonder zich te kunnen verdedigen. ' Hij werd publiek aan de schandpaal genageld en met tomaten bekogeld. Zijn hele professionele carrière is naar de vaantjes ', aldus de N-VA-voorzitter '. Hij voegde er nog aan toe dat hij van de week getuigenissen had binnengekregen die een positief beeld van Pol Van den Driessche schetsen . Bart De Wever vindt het begrijpelijk dat hij nu de handdoek in de ring gooit. Die toestand was niet langer houdbaar. Volgens hem zijn de onthullingen over Van Den Driessche wel degelijk georkestreerd.De timing is geen toeval . Hij vergeleek daarvoor onder meer naar politievakbondsleider Paul Van Keer, die ook een mediacampagne tegen zich kreeg eens hij zich als N-VA-kandidaat had geout.
Ook voor VTM herhaalde Bart De Wever dat het een schande was wat men Pol heeft aangedaan. Zonder vaststaande bewijzen werd hij door de media veroordeeld. Het is zeker de bedoeling geweest daarmee ook de N-VA te beschadigen. Over Pol Van Den Driessche zei hij dat het een charmante man is, aantrekkelijk en daardoor soms wat vrijpostig zonder kwade bedoelingen.
De N-VA-voorzitter beschuldigt geen enkele partij maar zegt dat een aantal personen hun doel hebben bereikt. Het leven van Pol en zijn gezin zijn echter zwaar en onherstelbaar getroffen. In een persbericht zegt Pol Van Den Driessche zelf: ' Ik heb besloten de strijd te staken. De aanhoudende en georkesstreerde aanvallen op mijn persoon zijn ondraaglijk geworden voor mijn gezin en mezelf. Dit is onmenselijk, we gaan inderdaad door de hel. Dit moet stoppen.' Hij verwachtte zelf dat deze lynchpartij zou blijven doorgaan zolang hij kandidaat is in Brugge ' en op die manier een ernstige bedreiging vormt voor een aantal machthebbers en machtsgroepen.Vandaar zijn beslissing om zich terug te trekken. Hij verontschuldigt zich tegenover die vrouwen die zijn gedrag als grensoverschrijdend hebben ervaren. ' Ik heb dit nooit zo aangevoeld en als dit vrijpostig of kwetsend overkwam: dat was nooit mijn bedoeling.'
Het was inderdaad erg. Hij werd vergeleken met de bekende Fransman Dominique Strauss- Kahn, verdacht van verkrachting en betrokkenheid bij prostitutienetwerken. Dat kwetste hem zeer diep, want ' Ik ben geen misdadiger.' Pol heeft inderdaad nooit een vrouw verkracht. Het bleef bij intimiteiten.
En ondertussen is er enige bezinning merkbaar bij twee vrouwen, die hem hadden aangeklaagd. De journaliste Tine Hens meldde dat ze zelf geschrokken is door wat haar getuigenis teweeg heeft gebracht: ' Het is nooit mijn bedoeling geweest iemand politiek te kraken.' En die andere journaliste Marie-Anne Wilssens, die zaterdag zei dat ze ook een slachtoffer was en klacht zou indienen, zei dat ze, door die stap terug van Van Den Driessche, nu wellicht geen juridische stappen zal ondernemen.
In 't Pallieterke van 25 april lezen we nu dat Wilssens stichten lid is van de Belgisch-nationalistische vereniging B-Plus, die het Vlaams-nationalisme bestrijdt. Maar Mia Doornaert, die Pol verdedigde is dat ook, net als Luc Van der Kelen van HLN, die Humo zwaar aanviel. Maar toch weer vreemd dat de klacht van Wilssens, eerst nu kwam, wellicht om daarmee ook de N-VA te beschadigen. De N-VA-Brugge betreurt de hele zaak waarbij het de doelstelling was om Pol uit te schakelen omdat hij beschouwd werd als ' een grote bedreiging 'voor andere partijen..
We blijven bi j enkele beschouwingen en bij het overzicht van zijn leven en werk.
Pol Van Den Driessche ( ° Oudenaarde 22 juni 1959 ) heeft een indrukwekkend palmares. Hij komt uit een gezin dat het niet breed had, ook doordat zijn vader vroegtijdig overleed ( 1970 ) maar hij kon verder studeren met een studiebeurs en behaalde het licentiaat Geschiedenis aan de Gentse Universiteit.
We noteren zijn belangrijkste bedrijvigheden: van 1983 tot 1988 was hij redacteur van het Vlaams-nationaal weekblad ' Wij ' en ook gelijklopend hiermee gemeenteraadslid voor de Volksunie in Brugge. In 1988 was hij een tijdlang adviseur en woordvoerder van toenmalig vice-premier Hugo Schiltz maar nog datzelfde jaar werd hij einredacteur en politiek journalist bij De Standaard. Hij bleef dit tot 1995, want toen werd hij hoofdredacteur van Het Nieuwsblad - De Gentenaar en in 1999 hoofdredacteur van het internetproject ' Headtrick Media Group ' Een jaar later ging hij aan de slag als hoofdredacteur van het tv-programma ' Recht op antwoord ' ( 2000-2004 ), ' Polspoel en Desmet ' ( 2000-2006 ) en Royalty ( 2005-2007 ), gelijktijdig hiermee politiek analist bij het VTM-nieuws ( 2002- 2007) en hij was ook politiek hoofdredacteur bij deze zender ( 2004-2007). In het voorjaar van 2007 stond hij op de senaatslijst van CD&V en werd verkozen. Bij de verkiezingen van 13 juni 2010 was hij lijstduwer van de CD&V-Kamerlijst in West-Vlaanderen. Hij haalde ruim 25.000 stemmen( + 8000 ) maar werd niet verkozen.
Vanaf begin 2011 tot eind december 2011werkte hij weer voltijds voor vtm, waar hij voor de vernieuwde versie van ' Het Nieuws' politiek expert werd zowel voo als achter de schermen. In 2011 verscheen zijn tweede roman, getiteld ' Het mysterie van Laken ' In maart 2011 stond het in de top tien van de best verkopende fictie in Vlaanderen.
En tenslotte stapte hij terug over naar de politiek, ditmaal naar de N-VA en trok de lijst van de gemeenteraadsverkiezingen in Brugge tot hij het op moest geven. Toen CD&V-voorzitter Wouter Beke zei dat hem een plaats geweigerd werd op de CD&V-lijst, precies omwille van dat wangedrag, reageerde Pol onmiddellijk dat hij zich nooit kandidaat gesteld had voor een plaats op de CD&V-lijst. De N-VA noemde de verklaring van Beke 'plat' en ' gelogen en nodigde hem uit om consequent te zijn en alle kandidaten op de CD&V-lijsten te screenen op eventueel laakbaar gedrag. Trouwens vroeger behoorde Pol jarenlang tot de CD&V waarbij hij o.m. functioneerde als senator.
De N-VA-top liet horen volop achter Van Den Driessche te staan. Alleen als er strafbare feiten zouden opduiken zouden ze van mening veranderen, maar over strafbare feiten is er nooit sprake geweest. Ook in een Opinie-bijdrage in DS kreeg hij de steun van Mia Doornaert, die hem een beminnelijke collega noemde met wie ze veel heeft gediscussieerd, omdat ze het niet eens was met zijn nationalistische opvattingen, maar hij bleef altijd bereid om iemand te helpen waar hij kon, zo o.m. hoofdredacteur Luc Neukermans, tijdens zijn slepende ziekte, waaraan hij veel te vroeg is gestorven. Zij gelooft wel dat Pol zich vrijpostigheden veroorloofde maar uit getuigenissen blijkt duidelijk dat een aantal klachten dateert van voor de tijd dat hij hoofdredacteur werd. Er was geen sprake van machtsmisbruik,wel van het soort ongewenst gedrag dat vaak voorkomt: zoentjes en andere intimiteiten, maar waarop vrouwen best niet ingaan. De fout ligt vaak evenzeer bij hen.
Nu Pol gebroodroofd werd heeft de N-VA besloten hem niet aan zijn lot over te laten. Hij blijft in loondienst van de N-VA als communicatie-adviseur voor de partij. Inmiddels zoekt de Brugse N-VA-voorzitter Tijl Waelput, die de beslissing van Pol betreurt maar respecteert, naar een nieuwe kandidaat-lijsttrekker.
Verrassend was wel het nieuws dat vijf vrouwen afstand nemen van de hetze tegen Pol Van Den Driessche: Oud-senator Els Schelfout ( CD&V ) verstuurde een steunbetuiging voor Pol Van Den Driessche onder de titel ' Het is nu wel genoeg geweest '. De tekst werd mede ondertekend door Lynn Wesenbeek ( VTM ) , Darline Devos ( voorzitster Miss België ), Fabienne Steylemans ( medewerkster bij de uitgever van De Standaard en Het Nieuwsblad ) en Véronique Van Middelen ( HR- manager ) De vijf vrouwen laten weten dat ze zich ' elk vanuit hun eigen ervaring en pofessionele omgeving nadrukkelijk van deze hetze willen distantiëren. Nooit hebben zij enige intimidatie, noch seksueel, noch op professioneel vlak ondervonden. Er werd opgemerkt dat Van Den Driessche vijanden en vrienden heeft. Wij behoren tot de laatste groep en kunnen niet aanvaarden dat Pol ten onder gaat aan een persoonlijke afrekening of aan een politiek spel'. En verder: ' Het zou ons kunnen doen geloven dat de jarenlange strijd voor de vrouwenbeweging ons nergens toe gebracht heeft, als we niet overeind kunnen blijven in seksueel getinte situaties waarin de man aandacht toont voor vrouwelijk schoon en de vrouw die daar niet mee gediend is,geen ' neen' kan zeggen. Dat vrouwen in de spiegel niet hun sterke zelf zien, maar zielige wezens die het lot bepaald door mannen, nederig aanvaarden. Laat het uit! Grow up, zeg ' neen' en geef er een goede toek bij en case closed. Van de ondergang van een man met heel veel kwaliteiten willen wij niet weten. Luidruchtig, flamboyant, soms vrijpostig en voor sommigen wat aanmatigend, maar ook meelevend, loyaal, geëngageerd en met een groot hart. '
Inmiddels schrijft Liesbeth Van Himpe, politiek redactrice van Het Nieuwsblad, dat ook zij een slachtoffer is geweest van Pol Van Den Driessche en er verscheen een nieuw nummer van Humo met vage getuigenissen. Het was te laat om ze te schrappen, zegt Anthonissen, want de teksten waren al gedrukt. Ze zouden niet verschenen zijn mocht het persbericht van Van Den Driessche een paar dagen vroeger verschenen zijn. Eigenlijk niet zoveel zaaks. Onder anderen komt parlementslid Jos Stassen van Groen! aan het woord. Hij zegt dat zijn partij tussen 2003 en 2007 begeleidende maatregelen nam, telkens wanneer VTM-journalist Pol Van Den Driessche, een politica van Groen! wilde interviewen.
Maar ondertussen kwamen hierop een heel aantal reacties van lezers van Het Nieuwsblad on line. Allemaal in het voordeel van Pol Van Den Driessche. Zo o.m. -'Zeker tien maal meer vrouwen dagen mannen sexueel uit om promotie te krijgen opslag, andere ploegregeling enz. ' -' François Mitterand heeft indertijd ook een scheve schaats gereden en had een buitenechtelijke dochter. En toch is hij staatshoofd geworden. Waarom kan dat niet voor een burgemeestersambt? ' -' De laffe traditionele correcte partijen moeten toch heel wat schrik hebben van een rechtlijnige partij al de N-VA. -Tegenover die vrouwen heb ik slechts enkele woorden: ' Als het zo was waarom zijn jullie er niet vroeger mee naar buiten gekomen? Maar ja, vrouwen hé. Meedoen aan operatie beschadiging en op wiens bevel? '
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
En nu komen weer een heel aantal intimidaties, gepleegd door andere personen op de werkvloer van radio en TV te berde. De belangrijkste beschuldigde is Radio-en TV-monument Jos Ghysen, die destijds werkte voor de Limburgse radio 2, met het veel op zaterdagochtend beluisterd ochtendprogramma ' Te Bed of niet te Bed '
Nu blijkt dat hij sexueel misbruik heeft gepleegd op omroepster Ireen Houben, die hij tot een relatie dwong die jarenlang duurde. Zij was van 1969 tot 1987 omroepster als vaste medewerkster van Jos Ghysen, die zijn vrouw verliet om haar tot een vaste relatie te dwingen, terwijl zij in die tijd haar zieke moeder moest verzorgen en daar dus wel moest blijven tot zij naar Brussel kon worden overgeplaatst. Ze zegt dat hij haar meermaals bont en blauw heeft geslagen als zij niet inging op zijn machtswil. Dat wordt bevestigd door journaliste Kris Smet, die ook een slachtoffer van een sexuele aanranding is geweest. ' Het ging om macht en machtsmisbruik, in alle vormen die je maar kunt bedenken', zegt Houben, en ik ben die fysieke en psychische terreur, zelfs na mijn huwelijk, nooit te boven gekomen'.
Minister Ingrid Lieten roept slachtoffers van ongewenst sexueel gedrag om daarover te getuigen ook al is het lang geleden. En de gewezen eerste vrouwelijke minister Miet Smet, gaat er prat op dat zij eerst als staatssecretaris voor milieu en Maatschappelijke Emancipatie ( van 1985 tot 1992 ) en daarna tot 1999, als minister voor het Gelijkekansenbeleid, in 1992 het KB heeft uitgevaardigd inzake ongewenste intimiteiten op het werk en in 2002 dit liet omzetten in een wet waarin ook 'het pesten ' werd opgenomen. Ze liet ook de eerste studies over ongewenste intimiteiten op het werk uitvoeren door de universiteiten van Leuven en Louvain-la- Neuve. Het verrast haar niet dat het zolang heeft geduurd alvorens de verhalen over sexueel misbruik aan de oppervlakte kwamen.
Jos Ghysen.
Uit zijn leven en werk:
Net als Van Den Driessche heeft Jos Ghysen een indrukwekkende bio-bibliografie. In de jaren 50 van de vorige eeuw debuteerde hij als schrijver onder het pseudoniem ' André Roggen ' Vanaf 1967 tot 1990 presenteerde hij wekelijks op zaterdag het legendarische radioprogramma ' Te bed of niet te bed ' op de gewestelijke radio-omroep BRT2 Limburg. Hij was ook bekend om zijn cursiefjes, die hij wekelijks voorlas in ' Het schurend Scharniertje ' ( 1954 - 1994 ) Een ander populair radioprogramma was ' Rodenbachstraat 29 ', een muzikaal verzoekprogramma waarmee hij wekelijks 1 miljoen luisteraars bereikte. Sinds november 2005 heeft hij ook een blog waarop hij geregeld korte stukjes plaatst. Hij schrijft one-liners en leest die voor in het ochtendproramma dat Sven Ornelis op Q-music presenteert. In 2009 werd hij door lezers en vakjury bekroond als blogger van het jaar. In de jaren 80 presenteerde hij diverse televisieprogramma's op de VRT. Na zijn pensionering ging hij aan de slag op VTM waar hij het programma ' Zondag Josdag, presenteerde en ook te gast was op het moppenprogramma HT&D Medio 2011 werd hij ereburger van de stad Hasselt.
Hij publiceerde van 1962 tot 2009 tien populaire werken. Hij gaf een lezing aan een aantal zwaarlijvige mensen onder de titel ' Te Vet of niet te Vet ' in het Kiekeboestripalbum onder pseudoniem Dr.Ghysen.
En wat nu de aanklachten betreft:
- Jos Ghysen ( nu 85 ) ontkent niet dat hij met Ireen Houben een buitenechtelijke relatie heeft gehad. ' Maar hebben niet veel mensen dat ooit gehad? ' zegt hij en hij ontkent de beschuldiging van intmidatie en machtswellust. Maar dat is al 37 jaar geleden en kan ook 40 zijn. Maar die heeft niet lang geduurd, enkele maanden of wat langer maar ik heb er zelf een punt achter gezet. ' Zijn dochter Karin heeft het er moeilijk mee dat het verhaal van Ireen Houben is losgebarsten. ' Mijn moeder en ik zijn ervan op de hoogte dat mijn vader 37 jaar geleden een minnares had. Dat gebeurde toen de relatie van mijn ouders in een dipje zat. Maar vader heeft voor mijn moeder gekozen en alles is allang uitgepraat. Intussen zijn ze 57 jaar gelukkig getrouwd. ' Ghysen zal geen stappen ondernemen tegen wat hij noemt ' deze valse aantijgingen ' want ' het sop is de kool niet waard '
04-04-2012
Het vergaan van de Titanic
100 jaar geleden, op 14-15 april 2012, zonk de Titanic, na aanvaring tegen een ijsrots. De Titanic was een reusachtig passagiersschip, ontworpen om snel de overttocht naar Noord-Amerika te maken. Het was gebouwd in de Noord-Ierse havenstad Belfast. Drie jaar lang werd er gewerkt aan deze bijn 200 meter lange oceaanreus. De luxe in eerste klasse was onovertroffen: ruime suites, rook-en eetkamers, fitnessruimte, bibliotheek, zwembad, promenadedek. Passagiers in derde klasse werden daarentegen ondergebracht in kleine hutten met soms wel vier tweepersoons- of stapelbedden. De Titanic werd beschouwd als een technisch wonder en ' onzinkbaar' . Hij was uitgerust met draadloze telegrafie om 24 uur op 24, seinen op te vangen of uit te zenden. Het internationale noodsein was CQD ( Come Quickly Distress: kom gauw, nood ). Maar het nieuwe SOS ( save our souls: rde ons leven ) was er ook al en er werd overeengekomen om dit bij de Titanic te gebruiken. De Titanic zou op 8 april uit Antwerpen verscheept worden naar Harwich en vandaar over Londen naar Southampton reizen. Niet alle 160 Vlamingen die inscheepten naar Harwich waren bestemd voor de Titanic. Op de passagierslijsten van de Titanic kunnen slechts 20 namen van Vlamingen gevonden worden. Benevens de 7 uit Zwevezele waren er ook bij: Leon Hampe, Camiel Wittewrongel en Nestor Vandewalle uit Westrozebeke, Theodoor Demulder uit Aspelare en Jan Scheerlinck uit Haaltert. Ook andere Vlamingen waren er nog bij, waarschijlijk zes.
xxxxxx Maar wat gebeurde? Op 14 april omstreeks 23 uur 40, tijdens zijn allereerste reis, ramde de Titanic met volle snelheid een enorme ijsberg en zonk in nauwelijks drie uur. Er waren 16 reddingssloepen en nog vier opvouwbare canvasboten, voor 1.178 personen aanwezig, terwijl er 2.223 mensen aan boord waren. Zo kwamen 1.522 opvarenden om het leven.
xxxxxx Het verhaal van de ONDERGANG van de TITANIC blijft de mensen boeien. Zo wijden alle kranten en media er verschillende bijdragen aan. Zoals gezegd omstreeks middernacht gebeurde de botsing tegen de ijsberg maar het duurde nog wel even alvorens de ernst van de situatie bij de passagiers doordrong. Kapitein Edward John Smith had nochtans al van de schepen uit de buurt twee radiofonische berichten ontvangen dat er gevaar was voor grote ijsbergen. Het was een warme winter geweest, waardoor er veel ijs van Groenland wasafgekalfd. Toch bleef de Titanic op volle kracht doorstomen tegen 38 kilometer per uur, met alleen twee mannen op de uitkijk in het kraaienest. Ook zij waren ervan overtuigd dat de boot niet kon zinken. Helaas, de botsing kwam toch en richtte veel schade aan, allereerst aan het pompsysteem, maar het gebruik ervan kon alleen maar de ondergang wat uitstellen. xxxxxx Tot overmaat van ramp waen de eerste uitgezette reddingssloepen maar half gevuld: 28 paqssagiers, terwijl er ruimte was voor 68. De passagiers beseften nog niet dat de Titanic zou zinken. Velen stapten liever niet in. De oceaanstomer Carpathia, van de Cunard Line, had 100 kilometer daar vandaan noodsignalen opgevangen, maar het duurde vier uur eer hij ter plaatse was en de ongeveer 700 overlevenden uit de reddingssloepen kon oppikken. De reddingssloepen waren inderdaad na de eerste sloepen gevuld geraakt. Vrouwen en kinderen eerst en als er geen vrouwen meer in de wachtrij stonden mochten ook de mannen erop. Toch werden heel wat gezinnen uiteengerukt, vooral toen de Titanic zonk. xxxxxx Vanuit de sloepen konden de passagiers volgen wart er gebeurde met de Titanic. Aanvankelijk hing hij alleen vooraan een beetje scheef. Tot er grote explosies kwamen, bij het binnenstromen van het water in de stookkamers en hierbij al velen gedood werden. En dan begon de Titanic te zinken. Toen de lichten uitgingen was er geschreeuw te horen en dat duurde nog tot de Titanic helemaal onder het water verdween. Zo kwamen hierbij 1.522 mensen om het leven, ook de kapitein en een groot deel van de bemanning.
xxxxxx Van de 27 Belgen aan boord hebben er maar 7 de ramp overleefd. Van die 27 waren er 22 die reisden in derde in derde klasse, landverhuizers op zoek naar een beter leven aan de overkant van de oceaan. Tien ervan kwamen uit de streek van Aalst en Ninove en 10 anderen uit de streek van Roeselare. Twee regio's waar grote armoede heerste en waar in lokale kranten overtochten met de ' postboten ' van de Whithe Star Line werden aangeprezen. Vooral Canada wilde landbouwers motiveren om ginder landbouwbedrijven op te starten in de ' lege ' prairies.
xxxxxx Dat alles en nog veel meer vinden we bijzonder gedetailleerd beschreven in het tweede boekdeel van ' De geschiedenis van Zwevezele ' van de hand van mijn goeie vriend, de Waregemse ereleraar André Vandewiele, die er waarschijnlijk niet geweest zou zijn mocht zijn vader Henri Vandewiele, meegereisd zijn met de Titanic, maar die in laatste instantie forfait moest geven wegens een overlijden in de familie. Die geschiedenis van Zwevezele omvat twee boekdelen, samen goed voor 1.050 bladzijden, waarvan in het tweede deel ruim 10 bladzijden gewijd zijn aab de ramp met de Titanic ( bladzijden 352 tot en met 363 ) Uit alle literatuur over de ramp, interviews met geredden in krantenknipsels, interviews met famlilieleden van de geredden en met de geredden zelf, heeft hij een zo goed mogelijk verslag gedistilleerd van de tocht, van de ramp, de redding en de gebeutenissen na de redding, speciaal in verband met de Zwevezeelse passagiers. Heel wat van wat we hierboven al hebben beschreven komt uit zijn boek.
xxxxxx Hij vertelt over de vele families uit Zwevezele en omliggende gemeenten van Roeselare eb Tielt, die rond 1900 naar Amerika trokken om daar te gaan werken op grote boerderijen. Sommigen bleven er voorgoed, anderen kwamen naar huis met het gespaarde geld, huwden hier en begonnen een bedrijfje. Zo ook met de families Vandewiele, Vanderplancke, Sap en andere.Aldus kwamen in de winter van 1911-1912 Henri Vandewiele ( zoals al vermeld, vader van André ) en Jules Vanderplancke naar huis, én om hun familie weer te zien én om het gespaarde geld in veiligheid te brengen. Jules kwam ook om te huwen, Henri Vandewiele nog niet ( die zou maar huwen op gevorderde leeftijd ). Heel wat liefhebbers die ook hun geluk zochten kwamen bij hen om informatie te verkrijgen. Onder die liefhebbers waren er o.m. Augusta, de zuster van Jules en Leon, zijn jongere broer en vanzelfsprekend zijn echtgenote Emilie Vandemoortele en voorts nog Victoor Vandercruyssen, Achiel Waelens en Jules Sap ( ° Zwevezele 20 september 1890 + Roeselare 15 december 1966 ) xxxxxx
Vooral Jules Sap, de enige geredde van Zwevezele, is voor André Vandewiele een belangrijke getuige over de ramp geweest. De toen 21-jarige Sap, wilde samen met de andere bovengenoemden naar Amerika. De bijzonderste zeevaartlijnen die de Vlamingen er heen brachten waren: de Red Star Line, de Cunard Line en de White Star Line. De 8 hadden bij uitzondering nu hun keuze laten vallen op de White Star Line, die uitpakte met het nieuwe prestigeschip, de Titanic, te Belfast van stapel gelopen en door iedereen als onzinkbaar beschouwd. Uiteindelijk zijn er maar 7 vertrokken, want zoals wel aanstipten, Henri Vandewiele ( wiens koffers al in Antwerpen klaar stonden ) werd op het laatste ogenblik weerhouden door de begrafenis van een familielid. Hij was van plan enkele weken later te vertrekken. Hij heeft het altijd als een wilsbeschikking van de Goddelijke Voorzienigheid beschouwd, dat hij thuis is moeten blijven. Gelukkig voor zoon André..
xxxxxx Jules Sap deelde met Theodoor Demulder uit Aspelare een cabine, dicht bij het achterdek gelegen, terwijl de Vanderplanckes meer naar het midden van de boot sliepen. De eerste drie dagen verliep de reis voortreffelijk. De passagiers van eerste en tweede klasse hadden ook de beste plaatsen op het wandeldek voor ontspanningsaangelegenheden en eetplaats en waren ook afgescheiden van die van de derde met Jules Sap en anderen, maar ze hadden toch ook niet te klagen. Ook zondag 14 april was een prachtige dag, met een bijzonder orkest aan boord met 8 muzikanten. Zij zijn het die bij het begin van de ramp, speciaal werden gevraagd door de kapitein van de Titanic om rustige muziek te spelen. Zo zouden ze ' Nader bij U Mijn God ' hebben gespeeld in de Engelse versie. Die avond had Jules Sap nog een gezellige avond met de drie van Westrozebeke, die een harmonica bijhadden.
xxxxxx Die avond waren al een vijftal berichten doorgekomen over ijsschotsen en ijsbergen maar de eerste marconist Georges Philips had het te druk met het overseinen van groeten om de negatieve berichten door te geven, al had hij de plaats van de ijsbergen genoteerd. Om 11 uur 40 tuurde Frederic Fleet vanuit het kraaienest in de nacht star voor zich uit in opdracht van de kapitein en hij zag een ijsberg blinken recht voor hem. Hij seinde dit naar de eerste officier van de brug. Die trok de hendel van zijn telegraaf op ' Stop ' en gaf zijn kwartiermeester het bevel bakboord te draaien. Volgens tecbnici was dat net de grote vergissing. Rechtdoor varen op de ijsberg zou minder schade hebben berokkend. xxxxxx
Wat gebeurde? Fleety zag de hoge ijsberg met volle kracht aan stuurboord voorbij glijden en tien minuten later stond in de voorste 6 van de 16 afdelingen water. Er was een scheur van 100 meter lang en het schip helde iets voorover en maakte vijf graden slagzij. Kapitein Smith deed noodseinen uitzenden en beval de reddingssloepen klaar te maken en de passagiers van eerste en tweede afdeling te laten instappen, maar niet iedereen besefte de ernst van de toestand, wel Jules Sap die tegen de wand sliep, door de koude van het water wakker werd en in broek en lijfje naar boven liep om te zien wat er gebeurd was. Hij liep vlug naar de kajuit van de Vanderplanckes, maar nog half slapend, wilden ze hun kajuit niet verlaten. Hij had nog de tijd om zijn vest te grijpen en naar boven te vluchten, waar de eerste reddingsboten naar buiten werden gedraaid.
xxxxxx Een volgend drama was dat de officieren de kinderen en de vrouwen, die voorrang kregen, niet allemaal bereid vonden om in de boten te stappen, in elk geval in de eerste twee waren de boten maar halfvol. De vrouwen wilden de mannen mee maar die moesten in de wachtrij staan tot het laatst. Er was in elke boot plaats voor 58 personen, 2 officieren of matrozen inbegrepen. Om 1 uur 40 kwam het voordek al onder water en ontstond er grote paniek. Er werd gegrepen naar zwemvesten en Jules Sabbe, kon er een bemachtigen. Hij was een goed zwemmer en sprong in het water en kon zwemmend een reddingsboot bereiken. Het was donker en de vrouwen hielpen hem in de reddingsboot waar hij platliggend zich verborg onder hun rokken zodat de matroos hem niet zag. Toch ontdekte de matroos hem maar Jules zou hem bedreigd hebben met zijn zakmes en die liep dan vlug naar voor om een mast recht te zetten en liet Jules Sap met rust. Te 8 uur waren alle geredden aan boord van de ' Carpathia ', waar dekens werden uitgedeeld en warme dranken geschonken. Van de Zwevezelenaars was alleen Jules Sap gered, maar ook nog zijn kajuitgenoot Theodoor Demulder uit Aspelare en Jan Scheerlinck uit Haaltert.
Achteraf zou blijken dat benevens de 3 Vlamingen er ook nog tien mannen waren die een reddingsboot hadden bereikt. Hiermee werd het verhaal van André Vandewiele afgesloten. Jules Sap ging nog wat werken in Amerika en kwam terug om in 1914 te huwen met Adèle Marie Leenknegt uit Hooglede, waar hij zou blijven wonen tot hij stierf in het Stedelijk Hospitaal van Roeselare, op 15 december 1966. Hij werd in Hooglede begraven. xxxxxxxxxxxxx
03-04-2012
André Vandewiele
Eén van onze meest verdienstelijke Waregemnaren is André Vandewiele ( ° Zwevezele 29 april 1925 ), niet enkel een van de meest actieve medewerkers van het Waregemse Jaarboek van de Geschied-en Heemkundige Kring ' De Gaverstreke', maar ook auteur van twee lijvige werken over Zwevezele n.l. in 1981 ' De Parochie Zwevezele tot 1795 ' ( 558 blz. ) en in 1984 ' De Gemeente Zwevezele tot 1940 ' ( 461 blz. ), benevens ietwat kleinere werken : ' 200 Jaar Gemeentehuis en Gemeentepolitiek in Zwevezele ' ( 91 blz.) en ' Emeric Deprouw, de Zwevezeelse dichter en boer '.( 89 blz.) en later ' Landgenoten op de Titanic, vooral een Zwevezeelse aangelegenheid ' en een afzonderlijke druk van Ons Wingene, Jaarboek 14, 2011, waarin het merkwaardig verhaal voorkomt over ' Marguerite D'Haeyere ' zijn ongehuwde tante van Amerika, bladzijden 16 tot en met 70, met haar grote rijkdom, waarvan hij ook nog een deel heeft meegekregen...
Voor zijn verdiensten voor de gemeente Zwevezele werd hij in 2005 in Zwevezele gehuldigd en kreeg er de titel van ere-burger van Wingene ( Zwevezele ) In Waregem kreeg hij de Medaille van de Cultuurraad in 1981.
Hij volgde Latijns-Griekse humaniora in het Sint-Jozefscollege in Tielt ( 1938-1944 ) Als laureaat bekwam hij het diploma van Technisch Ingenieur in de Mechanica te Oostende ( 1945-1948 ) en het diploma van Industrieel Ingenieur in de Mechanica in 1978. Hij was eerst tewerkgesteld bij de gebroeders Claeys in Zedelgem en Zwevezele in 1948-1949. Daarna was hij leraar Wiskunde en Wetenschappen in het H.-Hartcollege te Waregem ( 1949-l985 ). Hij was er meteen 30 jaar Syndicaal Schoolafgevaardigde.
Hij beoefende heem-en geschiedkundig werk in zijn vrije tijd, met raadpleging van allerlei archieven, archeologische graafwerken, gesprekken met vooral oudere inwoners enz. Hij publiceerde een vijftigtal artikelen in allerlei heem-en geschiedkundige tijdschriften en boeken in het bijzonder in ' De Gaverstreke ', ' De Roede van Tielt ', ' Het Iepers Kwartier ' en ' 't Lieverke '. Hij schreef ook heel wat over Waregem in het Parochieblad en was in Waregem ook een betrouwbare gids, bij rondleidingen vertrekkend vanuit het kerkgebouw. Niet enkel heem-en geschiedkunde is voor hem een hobby maar ook nog muziek en zang en hij maakte deel uit van heel wat Waregemse koren tot op vandaag.
Op 15 april 1950 trad hij in het huwelijk met Denise Cauwelier ( ° Zwevezele 29 oktober 1925 ), die het diploma van onderwijzeres behaalde aan de Normaalschool van de H. Familie in Tielt ( 1939- 1944 ). Het echtpaar heeft vijf kinderen, die alle werkzaam zijn in het onderwijs, acht kleinkinderen en vijf achterkleinkinderen. André en Denise vierden vorig jaar hun diamanten bruiloft, met de hele familie. Mijn vrouw was al van in de Normaalschool bevriend met Denise en het viel mee dat André in Waregem werd benoemd. Sindsdien kwamen we vaak bij elkaar.
We kunnen in dit korte artikel niet uitgebreid schrijven over elk van zijn werken maar toch willen we enkele belangrijke gegevens opdissen uit zijn twee grote boeken. In zijn eerste boek over ' De Parochie Zwevezele tot 1795 ', schrijft burgemeester Willy Persyn een heel mooi en diepgravend ' Woord Vooraf ', in poëtische woorden: Ons leven is vergankelijk, ons geheugen reikt niet verder dan hoogstens een periode van honderd jaar en de generaties volgen mekaar op. Een wonderlijke draad verbindt de mens met de wortels van zijn bestaan en met de gemeenschap waarin hij is opgegroeid. Van zijn dorp en omgeving geraakt hij niet los en hij zoekt en speurt om er meer van te kennen en verzamelt uiteindelijk waardevolle geschiedkundige gegevens, die hij bundelen kan. Dat is het wat André Vandewiele heeft gedaan. Na vele jaren speurwerk en een groot volhardingsvermogen. Aldus kan hij aan Zwevezele, zijn bestuur en bevolking een eerste prachtig verzamelwerk aanbieden. Tot slot en zich richtend tot de auteur, schrijft Persyn: ' We zijn trots een ' pluizer ' als u in onze gemeente te tellen.'
In een verantwoording verklaart André Vandewiele daarna hoe hij van jongsaf door zijn dorp en zijn geschiedenis werd geboeid. Hoe hij die geschiedschrijving opvat? ' Een dorp bestaat uit drie componenten: 1- De grond. 2- Alles wat zich op die grond bevindt. 3- Allen die op die grond hebben geleefd: het volk of de families. Hijzelf heeft vooral getracht de Zwevezeelse families in die twee boeken op het voorplan te brengen.
In het eerste hoofdstuk van Deel I bespreekt hij het aardrijkskundig aspect van Zwewezele tot 1400 , geïntegreerd ( zoals hij dat ook voor de andere aspecten zal doen ) in de algemene aardrijkskunde van regio en land. Vooral de aardrijkskundige evolutie sinds het jaar 1000, lijkt ons hier belangrijk ( ontginningsbeweging, aanleg van paden en wegen, veldstructuur met vooral de kouters ) . Het tweede hoofdstuk handelt over het ' Bestuurlijk aspect tot 1400 ' vanaf de Romeinse tijd en later het ontstaan van de parochies en dus ook van de parochie Zwevezele die voor 82 % lag in de Kasselrij Kortrijk, met aandacht dan ook voor de Heerlijkheden in Zwevezele onder Kasselrij Kortrijk. De heerlijkheid Zwevezele was op het einde van de 14e eeuw in handen van de heren van Ayshove - Kruishoutem.
Het derde hoofdstuk bespreekt ' Het godsdienstig aspect ' met een eerste vermelding van de parochie in de 10e of begin 11e eeuw en volgens gegevens uit opgravingen in 1964 zou er in de 10e eeuw een Romaanse kerk geweest zijn, uitgebreid in de 12e eeuw.
Hoofdstuk IV bespreekt het ' Demografisch aspect voor 1400 ', vooral op basis van familienamen. Het bevolkingscijfer zou nooit het getal 700 overschreden hebben.
Het vijfde hoofdstuk gaat over het ' Sociaal-Economisch aspect'. Onze voorouders hadden af te rekenen met natuurrampen, epidemieën, hongersnood en oorlogen. De auteur vermeldt ook de betere jaren met bebouwbare grond, grote en kleine hofsteden en een pastorij. Ook betalingsmiddelen komen onder de lens.
Het omvangrijke eerste deel draagt als titel ' De Moderne Tijden 1400-1795 ' , gegroeid uit de Renaissance of de wedergeboorte van de antieke cultuur en beïnvloed door de technische uitvindingen als buskruit, papier, boekdrukkunst, kompas en aardrijkskundige ontdekkingen. De aspecten uit DEEL I komen hier in dezelfde volgorde aan de beurt. Zo wordt in het ' Bestuurlijke Aspect ' gewezen op de rol van de adel ( de adellijke geslachten, achtereenvolgens' van Lichtervelde ', Van Wingene, Van de Rijne , 'van Halewijn ', ' Van Steelant ' en 'Luucx', en voorts de grote ambtenaar en politicus Filips Wielant, over wie mijn Nederlandse vriend, wijlen Dr.Herbert Schaap heeft geschreven ) In het ' Godsdienstig Aspect ' gaat het over de Sint-Aldegondekerk en de geestelijkheid, de pastoors en hun inkomsten, de moeilijkheden met hun onderpastoors, de tiendeheffingen enz.. In het ' Demografisch aspect ' en het ' Sociaal-economisch aspect' gaat het over belangrijke families, poorters en buitenpoorters, grote hofsteden, brouwerijen en herbergen, kasteelheren, de evolutie van de vele heerlijkheden, hertogen en koningen, etatisme en imperialisme, grote oorlogen o.m. verovering van stukken Vlaanderen door de Franse koningen en het verloren weerwerk van de ' Brigands '. In 1794 kwamen 3000 parochianen in handen van de Franse bezetter.
André Vandewiele heeft hierbij zeker vruchtbaar opzoekingswerk verricht en de resultaten toegevoegd aan wat al geweten was. Hij geeft o.m.indrukwekkende lijsten van de namen van in die tijd bekende families met vermelding van jaartallen. We willen tenslotte nog de vele kaartjes, tekeningen en foto's die het boek verluchten niet onvermeld laten . Waar en wanneer mijn goede vriend André Vandewiele, na dit eerste grote boek, nog de tijd gevonden heeft om nog een tweede belangrijk boek te schrijven, is ons een raadsel. Dit tweede boek draagt als titel ' De gemeente Zwevezele tot 1940. '
Het is op dezelfde wijze gestructureerd als zijn eerste boek. Niettegenstaande deze band slechts 145 jaar bestrijkt, wordt die toch in 4 delen opgedeeld: Het Franse Bewind ( 1795- 1815 ), De Hollandse Tijd ( 1815-1830 ), De Onafhankelijkheid tot de Eeuwwisseling ( 1830-1900 ) en de Twintigste Eeuw tot 1940.
In elk deel zijn er weer zes aspecten: het Aardrijkskundige, het Bestuurlijke, het Godsdienstige, het Demografische, het Sociaal-Economische en het Culturele. De aandacht van de auteur blijft ook hier weer naar de families uitgaan, met voor de meeste personen vooral de onmiddellijke voorouders. In het deel over de demografie komt het gedetailleerde verhaal voor over ' De ramp met de Titanic ' ( blzn.352 tot en met 363 ). Belangrijk hierbij is te weten dat zijn vader Henri Vandewiele, als achtste man van de Zwevezelenaren, was ingeschreven voor de reis met de Titanic, maar op het laatste ogenblik verhinderd werd om mee te reizen omdat hij naar de begrafenis moest van een familielid. Van de zeven die wel meereisden werd enkel Jules Sap gered. Hij zou waarschijnlijk ook zijn omgekomen.
In het eerste deel handelt het eerste hoofdstuk over ' De Overgang van het Ancien Regime naar de Hedendaagse Tijden '. Tot 1795 was ' het oude ' dat men ' laat ' of 'onderhorige' was van een heerlijkheid waarvan de Heer een hele reeks rechten kon laten gelden op die ' laat ' en een hele reeks belastingen ( renten, cijnsen, tienden enz. ) kon leggen op diens gronden. De Heer stelde een baljuw aan en zeven schepenen en had zelfs het exclusieve recht op lucht en water.
Concreet: de Parochie van Zwevezele bestond uit een 25-tal Heerlijkheden. Sinds 1784 was Jacques Vanden Abeele, de Heer van een zestal hiervan, waaronder de dorpsheerlijkheid Zwevezele en de heerlijkheid ' Ter Couttere ' waarop zijn kasteel stond, maar sinds 1780 niet meer bewoond en in staat van verval. De Parochie telde ongeveer 3000 inwoners verdeeld over 550 woningen.
De vertegenwoordigers van deze gemeenschap tegenover de Bisschop waren: sinds 1774 pastoor Vander Helst, bijgestaan door onderpasoor Bral en koster Pieter Jozef Callens. Voor de Heer en het Kasselrijbestuur waren de vertegenwoordigers: baljuw Van Baeren, burgemeester Brusseel, bijgestaan door zijn schepenen. Allen hebben de evolutie en de revolutie in Frankrijk gevolgd o.m de verkiezing van de Staten-Generaal in 1789, omgevormd tot de Nationale vergadering, de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789 , de afschaffing van de middeleeuwse voorrechten, de confiscatie van de kerkelijke goederen en betaald met waardeloze ' assignaties ', de burgerlijke status van de geestelijkheid, de nieuwe grondwet van 1791 met de verdeling van Frankrijk in 83 departementen, de uitroeping van de oorlog tegen Oostenrijk door de Wetgevende Vergadering in 1792, de overwinning in Jemappes, het uitroepen van de Republiek op 21 september 1792, de terechtstelling van Lodewijk XIV op 21 januari 1793 en het schrikbewind van 1793 tot juli 1794 met 20.000 slachtoffers waaronder koningin Marie-Antoinette.
Nadat de Oostenrijkers een tweede maal werden verslagen bij Fleurus op 26 juni 1794 werd ons land bij Frankrijk ingelijfd. We behoorden nu tot de Franse Republiek en niet meer tot het Graafschap Vlaanderen, er waren geen laten of parochianen meer maar burgers, er waren twee departementen: het Leiedepartement en het Scheldedepartement met een Prefect aan het hoofd, elk departement werd verdeeld in arrondissementen, en er waren nog heel wat andere hervormingen.
In Zwevezele was de meerderheid tegen de bezetter, een kleine minderheid zag wel heil in de vernieuwing en alvast één persoon werkte mee als ' Borger Meijer ' of ' Maire' , chirurg en verloskundige Pierre Raddée. Burgemeester Brusseel werd President en schepen Ver Duyn , het eerste ' membre ' van de Municipale Raad. Raddée was mee met zijn tijd en ver vooruit op zijn mede-parochianen. Hij kende reeds vroeg de verlichte Franse opvattingen en hij gedroeg zich als een perfect collaborateur, toen hij als eerste daad op Frans bevel de wapens deed inleveren.
Alles werd verburgerlijkt: geen begrafenissen meer in de kerk, verplichte rust op de ' decadi ' of tiende dagen in plaats van op de zondagen, enz. Na een goed jaar Frans Bewind moest de Municipaliteit worden vernieuwd. Bij de oudere namen vinden we Raddée als Maire, Stevens als secrétaire, Bousson als griffier, Brusseel als Président en de rest van de gemeenteraadsleden zijn 'membres ' en notabelen.
Een telling van de bevolking in 1796 gaf als resultaat 3138 inwoners. In september 1797 kwamen de wetten van de Franse constitutie in toepassing: afschaffing van religieuze ceremonieën buiten de kerk: processies, begrafenissen en zelfs de toga. Het volk zou voortaan zelf zijn pastoors en bisschoppen kiezen en dezen moesten de eed van trouw zweren aan de Republiek. De grote meerderheid weigerde dat.
De godsdienstvervolging ( met sluiting van de kerken van Zwevezele, Wingene, Egem en Pittem ) was dan ook de oorzaak van ' de Boerenkrijg ' onder de leuze ' voor Outer en Heerd '. met beloofde steun uit Engeland. De opgekropte gevoelens kwamen wat te vroeg tot uitbarsting door de verplichte legerdienst. De weerstandsgroepen waren nog onvoldoende georganiseerd en de wapens uit Engeland nog in onvoldoende hoeveelheid, toen de strijd begon ' Voor God en Vaderland '. Een 20.000 man zouden aan de opstand hebben deelgenomen. Er werd hard gevochten in de streek van Tielt. In Ingelmunster verloren de Fransen 200 man. Uiteindelijk moesten de Brigands, na heel wat steden te hebben bevrijd, de duimen leggen voor het Franse leger.
De Vlamingen werden nu beschouwd als Fransen en velen moesten via ' loting ' dienstplicht vervullen en deelnemen aan de gevechten van het Franse leger, ook nadat Napoleon kwam, die met zijn Consulaat ( nov. 1798 ) veel van vroeger herstelde. Er zijn 17 lichtingen geweest. Het contingent voor Zwevezele bedroeg gemiddeld 22 op 29 opgeroepenen, waarvan er dus deserteerden. Er zouden 374 Zwevezelenaren soldaat zijn geweest waarvan officieel 40 gemelde doden.
Het onzalige Franse tijdperk werd beëindigd door de definititieve nederlaag van Napoleon in Waterloo op 18 juni 1815. Het Congres van Wenen besloot tot de vereniging van de Nederlanden, om een sterke dam op te werpen aan de Franse noordergrens. Willem I werd de eerste koning van verenigde Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. Maar de tegenstellingen tussen Noord en Zuid die in 1830 al tot de scheiding zouden leiden waren al vanaf het begin: protestant tegenover katholiek, liberaal tegenover conservatief. Structureel veranderde hier niet veel: de departementen werden provincies, de Prefect werd de Gouverneur, de arondissementen werden districten. Zwevezele viel onder het district Torhout. En er was een gemeentebestuur met een burgemeester, schepenen en gemeenteraadsleden. Bij koninklijk besluit van Willem I, van 3 januari 1818 werd Burggraaf en Baron Pecksteen de burgemeester van Zwevezele. Hij zou moeten aftreden in 1826. Ook het Comité van Weldadigheid, door de Fransen ingevoerd ( later OCMW ) bleef bestaan en kende een voorzitter en leden. De gemeentesecretaris van Zwevezele, Charles Descourouez, cumuleerde verschillende gemeenten.Wie het ambt opnam van gemeenteontvanger moest een borgsom betalen van 1200 florijnen of gulden..
Er was een ' Schutterij ', en ook een Burgerwacht of Nachtwacht, benevens de Nationale Militie. Onder Willem I zijn er twee volkstellingen geweest. volgens de tweede telling ( 1829 )waren er in Zwevezele 4. 395 inwoners met 773 huizen. De 2194 mannelijke en 2201 vrouwelijke inwoners waren allemaal Rooms-Katholiek. Er was ook een telling van windmolens, brouwerijen, hoefsmederijen, steenbakkerijen ( erg in trek met de Leemput ) en er was een marktcommissie om de handel op de markt te verbeteren.
Dat Noord en Zuid in 1830 weer uiteenvielen was te wijten aan het verzet van de katholieken tegen het Protestantisme maar ook de tegenstelling Nederlands-Frans, die vooral door de Brusselaars en de Walen werd aangewakkerd, en ook evenzeer door de verfranste burgerij in Vlaanderen, de hogere geestelijkheid , de adel en de grootgrondbezitters.De liberale gedachte leefde sterker in Wallonië dan in Vlaanderen, zodat een deel van de Vlamingen een terugkeer van de Oostenrijkers wenste.
In mei 1830 hoopten de afgevaardigden uit het Zuiden in de Staten Generaal op hervormingen maar niet op een afscheiding. In Vlaanderen bleef alles rustig maar onder Franse invloed, terwijl in Brussel de opstand broeide.Toen Willem I gewapenderhand ingreep werden, met Franse steun, de Hollanders verdreven en werd op 26 september het Voorlopig Bewind opgericht, dat op 4 oktober 1830 de Onafhankelijkheid uitriep van de Belgische Staat. Op 30 november werd een Nationaal Congres verkozen bestaande uit 200 leden waaronder 105 uit Vlaanderen, geen echte Vlamingen maar een Fransprekende elite. De lagere geestelijkheid en de arbeidersklasse bleven gelukkig Vlaams tegen alle wetten in die in het Frans uitgevaardigd werden en die ook verschenen in een eentalig Frans Staatsblad. Tot op heden is de strijd van de Vlamingen voor hun rechten gebleven, werd gelukkig de taalgrens vastgelegd en werd eerst culturele autonomie verworven, gevolgd door de vorming van de gewesten en de gemeenschappen en een Vlaams parlement met een Minister-President naast een federale regering voor het hele land. Maar het heeft veel strijd gekost, zelfs tot op vandaag, met een verfransing van de hoofdstad Brussel, oorspronkelijk een Vlaamse stad. Terwijl Vlaanderen een staatshervorming wil met meer bevoegdheden aan de regio's, een herziening van de financies en responsabilisering willen de Walen en de Brusselaars wel een staatshervorming maar geen ' verarming ', nu ze leven van de transfers van Vlaanderen naar Wallonië en Brussel. Ze willen dan ook liefst dat statusquo behouden. Wie zei ook weer: ' België bestaat door het geduld van de Vlamingen.' ?
01-04-2012
Raf Seys
Al enkele jaren was het stil geworden rond onze vriend, de bekende figuur Raf Seys, die we vroeger meermaals konden bezoeken in zijn woning De Rumberg 1 in Koekelare, ook toen zijn lieve vrouw Astrid Provoost nog leefde, helaas vroeg gestorven aan leukemie.Hij was met haar burgerlijk en kerkelijk gehuwd,respectievelijk op 13 en 14 juli 1955. Zij kregen geen kinderen.
Eerst kregen we het bericht ( van zijn schoonbroer op 18 juni 2008 ) dat hij was opgenomen in de Torhoutse kliniek wegens trombose. Later vernamen we dat hij weer thuis was en veel zorgen nodig had. Telefonisch was hij echter niet meer bereikbaar. Hij zou aan dementie geleden hebben.
Begin maart zou hij dan gestorven zijn en in volstrekte intimiteit begraven. Hij werd op 3 maart verast. De as zou aan de Peene, in Frans-Vlaanderen, zijn uitgestrooid. Iemand die het wel geweten zal hebben is de schrijver Hendrik Carette, die in 't Pallieterke van 7 maart 2012, een boeiend' In Memoriam ' aan hem wijdt, onder de titel ' Raf Seys ( 1928 - 2012 ), waaruit we ook een ander citeren.
We halen echter de meeste stof uit het artikel dat wezelf over hem hebben geschreven in ' Raf Seys in schrift en beeld ', waarin zijn hele leven en werk uitvoerig wordt behandeld. ( Vonksteen, Langemark 1986 )
Uit zijn bio en bibliografie: Hij werd geboren in Koekelare op 17 maart 1928 ( de dag van het overlijden van Paul van Ostayen ) , als zoon van een bakker. Hij studeerde aan de rijksnormaalschool van Blankenberge ( 1942-1947) en hij behaalde er als primus het onderwijzersdiploma. Hij gaf les aan de rijksmiddelbare school in Torhout en daarna werd hij in de rijksmiddebare school in Koekelare, secretaris-huismeester en lesgever in de dactylografie. Tengevolge van twee ernstige bloedingen in hoofd ( 1970 ) en maag (1975 ) werd hij arbeidsongeschikt verklaard.' Sindsdien ', zei hij, ' kom ik tijd tekort'... Hij huwde met de bevallige Astrid Provoost, met wie hij geen kinderen had en die, eind 2003, op 70-jarige leeftijd gestorven is en kerkelijk begraven.
Raf ontplooide een ontzaglijke activiteit op verschillende terreinen: Als literator schreef hij vooreerst een lang gedicht ' Ballade van het misverstand ', dat in 1955 bekroond werd op de Vlaamse Poëziedagen in Merendree. Die werd gepubliceerd in het tijschrift ' Europa ' Jg.I nr.2, maart 1956. We hebben ze daarin gelezen en vinden ze nog altijd even zwierig en mooi. Dat schreven we ook in het Gedenkboek ' Raf Seys in schrift en beeld gesteld '. blz. 129 in een bijdrage ' Raf Seys en Frans-Vlaanderen via de poëzie ' Helaas één enkele negatieve kritiek n.l. van Andries Dhoeve in de Periscoop, die de bekroning zelf een misverstand noemde, trof hem zo diep dat hij geen gedichten meer zou schrijven. Lovende recensies van o.a.André Demedts, Paul Hardy en Hubert van Herreweghen, konden daar niets aan veranderen.
Hij schreef nu essay's. Hij heeft een 70-tal publicaties op zijn actief. Zo werd hij een echte Gezelliaan met zijn essay over ' Karel de Gheldere, een Gezelliaan over de De Dichter van de Rozen ', een studie van 358 bladzijden, die hijzelf uitgaf en die bekroond werd door de Academie van Kunsten en Letteren in Gent. Vervolgens ontdekte hij de Frans-Vlaamse dichter en rederijker Michiel De Swaen en publiceerde over hem een bloemlezing ( Heideland 1964 ) Het werk van de Frans-Vlaamse rederijkers sprak hem aan door zijn sterk Heel-Nederlands gevoel. Zo zat hij op de Frans-Vlaamse wagen, werd lid van het Komitee voor Frans-Vlaanderen, waar hij optrad als spreker en tal van jonge Frans-Vlamingen leerde kennen en zo zou komen tot zijn organsiatie van de jaarlijkse ' Zwijgende voettocht door het slagveld van de Peene', telkens met een paar honderd deelnemers met Vlaamse vlaggen of soms met Frans-Vlaamse doedelzakspelers vooraan.. Afwisselend vertrok de stoet in Zuid-Peene of in Noord-Peene. Ongeveer halfweg, aan de Linke, waar de obelisk staat werd halt gehouden en werd daar een toespraak gehouden.
Zijn bekendste werk is ' Käthe Kollwitz in Vlaanderen' , dat meerdere herdukken kende en zelfs in het Russisch werd vertaald. Hij zorgde voor een Käthe Kollwitzmuseum in de oude brouwerij, die daarmee bewaard bleef. Hij was ook medestichter van de heemkring Coclariensa en ook actief in het Willemsfonds. En inmiddels deed hij nog veel meer als stichter van de VWS, de vereniging van de West-Vlaamse Schrijvers, en de uitgave van zijn talrijke VWS-cahiers en promotor en redactielid van het Lexicon van West-Vlaamse schrijvers. Alle mogelijke West-Vlaamse en Frans-Vlaamse schrijvers kregen een cahier over hun leven en werk en werden ook opgenomen in een van de delen van het Lexicon. Hij werd geridderd in de Orde van het Manneke uit de Mane in 1968. (1 ) Voor dat enorme werk, en nog veel ander werk dat hier onvermeld bleef, moet Vlaanderen hem voor altijd dankbaar blijven. Hij schreef geschiedenis.
( 1 ) Te lezen in de Mediabrief nr 5- april 2012, van de Orde van't Manneke uit de Mane, van de hand van ridderNoël Maes, lid van het berek. Ook het werk van ridder Jan Olsen wordt er besproken.De huidige voorzitter is Johan Colpaert, opvolger van wijlen Dr.Lieven Spyckerelle.
22-03-2012
' Overboord ' van Jozef Deleu
Zeer onlangs verscheen, met de steun van de provincie West-Vlaanderen, een nieuwe dichtbundel van Jozef Deleu, onder de titel ' Overboord '
Het genre van de poëzie van mijn goeie vriend Jozef Deleu is niet het traditionele genre dat ikzelf beoefen en altijd heb beoefend vanaf mijn jeugd: zangerig, met veel klank en ritme, weliswaar ook los van een vaste vorm, maar met een inhoud die ook heel goed verstaanbaar is voor de leek in de poëzie. Dat bewijst de lof die ik kreeg voor de gedichten op de rouwbrief en het bidprentje naar aanleiding van het overlijden ( 06-01-2012 ) en de begrafenis ( 14-01-2012 ) van mijn lieve vrouw Maria. Ze zou op 8 januari 86 jaar zijn geworden.
Maar ondanks mijn voorkeur voor het eigen genre, dat echter momenteel minder aan bod komt in de Nederlandse/ Vlaamse literatuur, belet dat mijn grote waardering voor zijn dichtkunst niet, met zijn grote symboliek en ook andersn van vorm, structuur en inhoud. Nu heb ik eerst de vorm en structuur van de nieuwe bundel nagekeken. Er zijn drie delen respectievelijk onder de titel: ' Beelden', ' Leven ' en ' Overboord'. Ik constateerde vooreerst dat in elk deel 11 gedichten voorkomen. In het totaal zijn er dus 33 gedichten. Als ik nu gedicht na gedicht ga nakijken dan zie ik dat de vormgeving zeer eenvoudig is maar met een vast schema: korte regels met één, twee, drie of maximom vier woorden, en onder elkaar gerangschikt met strofen van 3 maal twee, 4 maal twee , 3 maal drie, 4 maal 3 en 2 maal 4 regels en enkele uitzonderingen met tussenregels.
Wat nu de inhoud betreft geef hier enkel mijn eigen oordeel weer, want andere recensies heb ik niet gelezen en zijn waarschijnlijk, zo kort na de uitgave, nog niet verschenen. Het eerste gedicht uit ' Beelden' kreeg als titel ' Taal' met drie strofen van twee regels, aldus
' spreek mij aan
bekrachtig mijn bestaan
meer in mij aan '
Een eenvoudig maar mooi openingsgedicht, zelfs met rijm en een sprekende inhoud. Wat zouden we zijn zonder taal? Ons bestaan zou weinig zin hebben. Het wordt door de taal bekrachtigd. Maar ook dieren hebben een soms mooie zangerige taal, vooral vogels, om te laten zien en horen dat zij bestaan.
En we spreken niet enkel de mensentaal, we schrijven ze ook ' woord voor woord ', wat de dieren niet kunnen.Door het schrift leggen we heden en verleden vast en in herinneringen kunnen we alles opnieuw beleven. Ook de archeoloog ( blz. 17 ) zoekt naar het verleden in de oude sporen waarvoor hij verbanden vindt. Een na een mooie gedichten, zoals ook de twee daaropvolgende over ' Paarden '. Ik zie de dichter in zijn jonge jaren bij zijn vader op de landelijke hoeve, de beste plaats om te observeren en in stilte te dromen en te schrijven, iets wat ikzelf ook persoonlijk heb ondervonden.
De twee volgende gedichten doen me denken aan zijn ziektes met verpleging thuis of in de kliniek. Weerloze mensen in een soms uitzichtloze situatie, waartegenover dokters onmachtig staan. En ' er is geen andere dan schrale troost' ( blz.31 )
Het tweede deel ' Leven ' opent met het gedicht ' Tuin ' met enkele mooie gedichten over eindeloos groen, bomen, vruchten en bloemen ' die eenzaam bloeien uit gemis ' ( blz. 41 ) Ook het lichamelijke komt hier aan bod met o.m.in ' Handen ', ' Ogen ' en ' Eros '.
In het derde deel ' Overboord ' lezen we sprekende gedichten over ' Uilen ', Gent ' en ' Strand ', waar ' in verveling dames schroeien tot kreeften' In dit derde deel wordt inderdaad ' overboord ' geworpen wat niet essentieel is.
We kunnen niet voorbij aan onze eindigheid en de vragen wat erop volgt. Het openingsgedicht ' Heelal ' handelt over sterven en herboren worden. We citeren:
oneindig sterven de dingen
een voor een gaan zij ervan door
om verloren of herboren verder te bestaan
Het gedicht doet me terugdenken aan de rouwbrief van mijn vrouw Maria met volgende twee versjes die complementair zijn en die ik overschrijf als slot van mijn bespreking van een beknopte en originele, goeie bundel van Jozef Deleu:
'In de eeuwige cirkelgang van verrijzen en ondergang zijn we niets dan een huiverende vlam in de wind, een vuren stam aan de wassende rivier van de dood.'
en
'Als we achterom kijken staan we verrukt voor het mysterie van onze oorsprong. Als we vóór ons zien duizelen wij, want we kijken in de eeuwigheid.'
Dit laatste staat ook te lezen op de grafzerk van Maria op het kerkhof van Wakken, mijn geboortedorp.
Luc Verbeke
P.S. De bundel werd uitgegeven door Uitgeverij Van Halewijch&van Gennep, Amsterdam en kost 15 euro.
14-03-2012
De platanen staan te rillen...
Aan Ludo en Leentje Simons
De platanen staan te rillen in de barre winterkou. Ik weet niet wat ze willen met hun handen uitgestrekt naar de hemel, vol verlangen of verdriet, en de vingers van hun twijgen in de donkere winterrouw en gehuld in hun stilzwijgen: wellicht biddend, zoals wij, dat dit jaar gezegend zij, dat de lente weer algauw en alvast voor drie seizoenen hun van bittere pijn en kou en van onheil sparen zou.
Luc Verbeke 29 januari 2006 Uit " Nieuw en Oud " blz. 8
12-03-2012
Bij Daniël Merlevede
Samen met zoon Dirk, mijn opvolger in het KFV als algemeen secretaris en als hoofdredacteur van de KFV-Mededelingen, was ik uitgenodigd voor het aperitief bij de honderdjarige Daniël Merlevede, gewezen voorzitter van het Komitee voor Frans-Vlaanderen. Niet minder dan twee uur lang hebben we daar gepraat over het verleden met de strijd voor Vlaanderen en Frans-Vlaanderen, over zijn vele ontmoetingen met Frans-Vlamingen al van in zijn studietijd in Ieper, waar hij al lid was van het AKVS, en in de Torhoutse normaalschool, waar alle flamingantisme in die tijd uit den boze was en waarvoor Daniël zelfs hardhandig werd aangepakt door de surveillant Sintobin. Die zou hem achterna blijven zitten toen hij als onderwijzer een betrekking zocht en zelfs verhinderde dat hij in een gemeenteschool werd benoemd. Vandaar dat hij naar de universiteit van Gent trok en daar het licentiaat en later het doctoraat in de pedagogie behaalde. Ook zoon Lieven, die ons aan de deur verwelkomde, was de hele tijd aanwezig en volgde geïnteresseerd ons gesprek.
Herinneringen werden opgediept uit de tijd dat hij na de oorlog, als niet-collaborateur de stichter en hoofdredacteur was van' Rommelpot ', waarin hij de zogenaamde zwarten een spreekbuis gaf en onder schuilnaam liet schrijven. Hij werd daarbij hard tegengewerkt door het verzet en moest, na brandstichting in zijn kantoor, hier de strijd opgeven, ook bij gebrek aan financiële middelen. Hij startte dan met een ander blad ' Het Spoor van de Lage Landen' maar dit leidde tot een faillissement, waarbij hij persoonlijk alle schulden moest betalen en daardoor een tijdje diep in de put zat.
We hadden het ook over ons Heel-Nederlands streven via het ANV en in het bijzonder over onze werking in en voor Frans-Vlaanderen, o.m. door onze vele naoorlogse bezoeken aan Frans-Vlamingen en onze actie voor de cursussen Nederlands voor Frans-Vlamingen, waarvan de leraren destijds in zijn zeer ruime woning ( een oud kasteel, waarin hij nog altijd woont ) gulhartig werden ontvangen en bijscholingscursussen hebben gevolgd. Zoon Lieven zet op een andere wijze zijn wzek voort in het ANV. Zie anv-vl-portaal.
Wij plaatsen nu enkele foto's, door Dirk gemaakt, met wat aanvullend commentaar:
Daniël begint zijn verhaal over zijn jeugd en in het bijzonder over zijn Torhoutse normaalschooltijd en de tegenwerking daar wegens zijn flamingantisme.( zie boven ) Wij hebben eraan toegevoegd dat wij in diezelfde normaalschool later een gematigd flamingantisme werden ingelepeld, vooral door leraren als Karel Debusschere en Maurits Van Elslande, broer van de latere minister van cultuur. In het Jong Volkse Front, met de Torhoutse afdeling Sperregem, hield Van Elslande, op Vlaamse feesten, aanmoedigende toespraken.
Hij luistert terwijl ik aan het vertellen ben.
Hier zien we duidelijk het gezicht van een honderdjarige.
Daniël blijft vastberaden en volgt ook nauwgezet de hedendaagse politiek onder Di Rupo, waarbij de Franstalige minderheid regeert over de Vlaamse meerderheid.
Toch drinken wij een glaasje op onze gezondheid en die van Vlaanderen.
Daniël Merlevede
Nog een foto van de nu ( 18 november 2011 ) 100- jarige maar heel lang kranige oud-KFV-voorzitter Daniël Merlevede in zijn woonkamer in Drongen, Mariakerkesteenweg 116. Een vrij mooie, goed onderhouden woning, een kasteeltje dat hij aankocht en toen zijn eerste woning verliet, waar hij slachtoffers van de repressie opving. Wat later liet hij onderwijzers, getroffen door de repressie, in zijn huidige woning les geven. Ik herinner mij dat ik met een groep Frans-Vlamingen ontvangen werd in de ruime bovenzaal.
Hij werd vermeld in het programma Peeters en Pichal op 2 maart 2011als allereerste van de oudste computergebruikers van het land. Van harte proficiat! Hij is trouwens een trouw lezer van onze blog.
Hij was voorzitter van het Komitee voor Frans-Vlaanderen van 1977 tot 1982 en werd dan opgevolgd door de E.H. Cyriel Moeyaert.
Daniël werd geboren in Geluveld op 18 november 1911 en werd dus op 18 november 2011, honderd jaar. Hij studeerde aan het St.-Vincentiuscollege te Ieper en aan de normaalschool te Torhout, waar hij in 1930 de onderwijzersacte behaalde. Daarna studeerde hij in Gent lichamelijke opvoeding en pedagogische wetenschappen waarin hij doctoreerde in 1935. Hij was achtereenvolgens atheneumleraar in Diest, assistent van prof. J. F. Fransen en directeur van de Dienst voor Beroepsoriëntering van Groot-Brussel ( 1943 - 1944 ). In 1949 begon hij een psychopedagogische practijk in Gent waar hij ook stafdocent was aan het Katholiek Vormingsinstituut voor maatschappelijk Werk. Hij was gehuwd met Gabriëlle Meeus ( ° Lede 18-03-1908 - + Gent 24-03-2004 )
Zijn inzet voor Vlaanderen begon al van in zijn normaalschooltijd en vanaf 1931 in het AKVS. Hij werd een overtuigd Groot - Nederlander en was actief in tal van verenigingen. Na de oorlog bood hij hulp aan de slachtoffers van de repressie en stichtte het blad Rommelpot ( 26 december 1945 - eind 1949 ), waarvan hij hoofdredacteur was, zoals ook van Het Spoor voor de Lage Landen ( 1948 - 1949 ), waarin hij in 1948 de later bekende leuze ' Vlaanderen eerst ' lanceerde. Hij was ook de samensteller en uitgever van het Zwartboek der Zwarten ( 1945 ), dat in afleveringen in Rommelpot verscheen met getuigenissen over de misdaden van de repressie. In Rommelpot schreven bekende auteurs onder pseudoniem o.m. dichter Albe alias Renaat Joostens, Lode Rijckeboer alias Lods ( later schrijver van cursiefjes in De Standaard ) en Luc Vandeweghe later als E.Troch hoofdredacteur van De Standaard. Voorts ook nog Remi Piryns, Valère Depauw, Arthur de Bruyne, Leo Vandeweghe, Edgar Boonen e.a. Merkwaardig is dat Willem Elsschot zijn bekende gedicht over de terechtgestelde August Borms ( 12 april 1946 ) in Rommelpot liet publiceren op 9 april 1949.( 1 ) De verantwoordelijke uitgever van Rommelpot was Martha Dolfijn en vanaf 1948 R. Pairon. Het blad behaalde zelfs een oplage van 10.000 exemplaren. Het verdween nadat Rommelpot in 1949 de gangmaker was van de eerste naoorlogse Vlaams-nationalistische partij , de Vlaamse Concentratie.
Daniël Merlevede was ook actief betrokken bij de oprichting van de Vlaamse Volksbeweging in 1956 en bij verschillende naoorlogse algemeen- Nederlandse initiatieven. ( Algemeen Nederlands Verbond, Algemeen Nederlands Congres, samen met zijn zwager Remi Piryns )
Daarna kwam zijn inzet voor Frans-Vlaanderen en hij werd dus voorzitter van het Komitee voor Frans-Vlaanderen dat hij van feitelijke vereniging op 1 januari 1979 omvormde tot een vzw, waardoor het KFV zich financieel kon ontplooien ( betere subsidiëring en het verkrijgen van fiscale vrijstelling voor bepaalde giften ) en aldus zijn werking kon verruimen o.m. voor het onderwijs van het Nederlands. Hij hielp ook mee om de eerste daguitstapjes naar Vlaanderen voor Frans - Vlamingen te organiseren en werkte mee aan andere projecten waarvoor hij de medewerking verkreeg van de Willem De Zwijgerstichting, die nog lange jaren het KFV zou blijven steunen. Hij zorgde ervoor dat de brochure van Luc Verbeke De Nederlanden in Frankrijk en het Komitee voor Frans - Vlaanderen ( 1978 ) kon worden uitgegeven en hij schreef hiervoor ook een ' Ten geleide ' Hij schreef ook talrijke bijdragen in het door Luc Verbeke, onder zijn redactie opgerichte tijdschrift ' KFV- Mededelingen ' ( 1973 ), waarvan die hoofdredacteur bleef tot 1997 en het daarna overdroeg aan zijn zoon Dirk. ( Zie Bibliografie in Jubileumboek van het KFV 1947- 1997 , met ook een bijdrage over D.Merlevede met foto )
( 1 ) We publiceren hier de versie van het Bormsgedicht in Rommelpot ( allereerste van verschillende verbeterde en aangevulde versies die later verschenen zijn ):
AAN BORMS
Ik heb u niet gekend, onbuigzame oude vriend, maar dat gij onversaagd ons Vlaanderen hebt gediend dat weet ik niettemin, zooals 't eenieder weet die in dit Vaderland zijn brood in schaamte eet. Door enkele soldeniers, beroepen door den Staat, is het u dan gegaan zooals het helden gaat. En de Regent keek toe, stilzwijgend, onverstoord, maar nam de pen niet op, voor 't schrijven van één woord. Men kon, of wilde, of durfde u niet verstaan. Men riep het peloton en 't peloton trad aan. Maar dat het salvo, dat is losgebrand, ons allen trof, begreep heel Vlaanderland. Al werd uw ouden romp in aller ijl vermoord, de echo van uw stem wordt door geen schot gesmoord. En wat van u resteert wordt éénmaal naar de Wet van Vlaanderen 's eergevoel, met staatsie bijgezet.
Envoi Gij dacht, O lijdzaam volk, dat 't gruwelijk getij der oude tyrannie, voor eeuwig was voorbij. Weet nu dat uw stem door niemand wordt aanhoord zoolang gij stamelend bidt of bedelt bij de poort.
WILLEM
't Pallieterke wijdde een artikel aan de honderdjarige, stichter van Rommelpot e.a