Luc Verbeke : Recente politieke en andere actualiteiten - Vlaamse Beweging - Frans-Vlaanderen - 150 eigen gedichten ( 1944 tot nu )
14-11-2011
De platanen in november ...
Hun schreien hoor ik nog in het zagen en het kappen van de takken met de blaren van hun kruin. Maar gelukkig toch dat is voorbij. Nu staan ze daar, de platanen, troosteloos en afgeknot als de kandelaar zevenvoudig en met vingers als met kaarsen naar omhoog smekend in gebed maar ook met lof aan God om het leven dat toch bleef en eerstdaags weer bloeien zal in de ellenlange dreef waar in de beschutting van hun kruin, tegen felle zon en regen, ik elke dag tot aan het einde van mijn dagen beleven mag.
Luc Verbeke 5 november 2006 Uit " Nieuw en Oud " blz.14
November 1950
De regen ruist neer en de vogelen zwijgen. De bloemen staan zwart en de boomtronken naakt. Ik voel me berooid als de bevende twijgen als laat in de avond de weemoed ontwaakt
om al wat voorbij is: het wondere eden, het schone geluk dat mijn kindsheid mij bood, de roes van mijn jeugd. O glans van 't verleden in de donkere schaduw van weedom en dood.
Wat blijft me nog over om eeuwig te dromen en eeuwig te zingen van leven en licht? Na al wat verging en mij werd ontnomen, Geliefde, ontluikt nog de lente om jouw aangezicht.
Luc Verbeke
Uit debuutbundel "Gezangen in de deemstering " Uitg. Nieuwe Stemmen 1951
November 1978
Aan Remi Van de Moortel ( ° Petegem 19 -08-1912 - + Kruishoutem 12 -10 -1993 ) Remi was een intieme vriend van André Demedts, een begaafd essayist, een lezend en luisterend schrijver, een bescheiden poëet, een goed priester en een goed mens. Voor die goeie vriend is het hiernavolgend gedicht.
Nog wat licht over groen waar wat geel over ligt. Nog wat schaduw en rood van een dak en wat wit van een muur waar een vlekje bruin in zit. Dit is november, stil, met wat klokkengelui, wat wind af en toe en een regenbui, gevallen blaren en een boom met een zeldzaam blad, en een kerkhof met kruisjes, een verlepte chrysant en een eenzame man als een vogel die zoekt aan de waterkant.
Luc Verbeke 25 november 1978
Uit " Terugblik " ( 1994 )
05-11-2011
DELTA DEEL I
VASTE RUBRIEK over probleem Vlaanderen - Brussel - België - Benelux
DEEL I
Het probleem van BHV heeft al heel veel discussie opgeroepen maar meer nog het probleem van de splitsing van België.
We laten hier de verschillende standpunten volgen.
- Hetis vooreerst goed terug te kijken naar het " Manifest voor een Nieuwe Benelux " Dit belangrijk manifest werd uitgegeven door de groep Delta met gelijknamig tijdschrift.
Daarin wordt gesteld dat de huidige Benelux, die in 1958 werd opgericht ( als een douane-unie algauw met een economische en fiscale dimensie en ook gaandeweg verruimd met terreinen als ruimtelijke ordening, verkeer, milieu enz. ) bij de vernieuwing , uit zou moeten groeien tot een politieke Benelux, in de visie van de vooroorlogse Dinasoleider Joris van Severen. Na de overeenkomst over een confederaal België zou daarna dit nieuwe België opgenomen moeten worden in een Groot-Nederlandse Confederatie, als een groot en sterk geheel ( met wereldhavens als knooppunt van de Europese handel en energiebevoorrading ). Dit manifest werd ondertekend door meer dan 450 vooraanstaanden en politici uit alle partijen van de drie landen. Belangrijk hierbij dat onder de Belgische ondertekenaars een vijftiental Franssprekenden voorkomen. Er is ook een ' Comité van Aanbeveling ' met klinkende namen. Zie hierbij:
- '' Delta' ( 44e.jg. nr 7 september 2008 ) is gewijd aan Andre Belmans ( ° 12 - 08 - 1915 - + 22 - 06 - 2006 ), Franstalig oud - lid van het Verdinaso van Joris van Severen, die de visie van Van Severen en dus ook de Beneluxgedachte is trouw gebleven. ( Zie het stuk over Joris van Severen ). Het voortbestaan van België wordt hier aanvaard in een versterkte Benelux en dus in een Groot-Nederlands geheel. Alleen maar jammer dat de Franssprekenden niet inzien dat zij precies de doodgravers zijn van dat België, dat ze enkel maar willen behouden omwille van de miljarden euro's die ze van Vlaanderen krijgen. Mochten er meer Franssprekenden of Walen zijn als Viroux, Nothomb ( vader Nothomb was oud-Dinaso en de huidige Charles-Ferdinand denkt in diezelfde zin ) e.a. dan zouden ook de Vlamingen inzien dat meer verbondenheid met Nederland een zeer belangrijke doelstelling is. ' Delta ' heeft ook een Manifest verspreid waarin de regeringsinstanties van België, Nederland en Luxemburg worden opgeroepen om de nodige stappen te ondernemen ten einde de politieke en juridische voorwaarden te scheppen ter vervanging van de huidige primair economische Benelux door een politieke Benelux. Dit DELTA-MANIFEST werd al door meer dan 450 vooraanstaanden en bekende politici uit alle partijen van de drie landen ondertekend. Belangrijk hierbij is dat onder de Belgische ondertekenaars een vijftiental Franssprekenden ( Walen en Brusselaars ) voorkomen. Er is ook een ' Comité van Aanbeveling ' met namen als Willy Claes, Bob Cools, Marc Eyskens, Lode Hanké, Maarten Heida ( Ned. ), Erik Jurgens ( Ned. ), Willy Kuypers, Jean-François Leclercq, Frits Niessen ( Ned ), Charles-Ferdinand Nothomb, Jacques Santer ( Lux.), Louis Siquet ( Duitstalige Gemeenschap ), Marcel Storme, Jan Terlouw ( Ned. ), Leo Tindemans, Dries van Agt ( Ned. ) Louis Vanvelthoven en Jan-Peter Wever ( Ned.) We lezen in dit Manifest o.m. ' Nu het Beneluxverdrag van 1958 ten einde loopt, dienen we ons te gaan bezinnen over de toekomst van Benelux. Aanvankelijk tot stand gekomen als een douane-unie, kreeg de Benelux al spoedig een economische en fiscale dimensie, terwijl terreinen als ruimtelijke ordening, milieu, politie en justitie er gaandeweg ook bij betrokken waren. In economisch opzicht is de Benelux door de Europese integratie voor een groot deel achterhaald. Maar in politiek opzicht kan zij een nieuwe toekomst tegemoet gaan. ' Voorts lezen we dat Eurocommissaris Frits Bolkestein herhaaldelijk beklemtoond heeft dat we als Beneluxlanden met één stem moeten leren spreken. In de zich uitbreidende E.U. is het van belang de politieke samenwerking binnen de Benelux te intensiveren en daarbij ook meer strategische onderwerpen onder ogen te zien. Andere kleine lidstaten kunnen zich daar aan inspireren. ( Delta, Vik Eggermont, Hoogpadlaan 72, 2180 Ekeren )
- Ook het ' Manifest voor de Lage Landen ' ( 15 maart 2008 - Uitg. Maurits Cailliau, Paddevijverstraat 2, 8900 Ieper ) sluit daarbij aan. We lezen o.m. ' Ondanks de tricolore achterhoedegevechten wint de confederalistische visie die een zo groot mogelijke autonomie voor de deelstaten nastreeft, steeds meer veld. In deze optiek is het daarbij levensnoodzakelijk dat de interne confederatie binnen het België van weleer , een opstap moet betekenen naar een bredere confederatie van de hele Lage Landen.
- In ' Delta ' ( 44e Jg.- nr. 10 - december 2008 ) lezen we dat het 50- jaar oude Beneluxverdrag in juni j.l. werd vernieuwd maar dat het inmiddels al werd geschonden n.a.v. de bankencrisis waarbij ons geld werd geschonken aan Den Haag en Parijs, zonder vooroverleg tussen België en Nederland. De werkgemeenschap De Lage Landen, het Comité Nieuwe Benelux en de Baarle Werkgroep hebben dan ook gezamenlijk geprotesteerd tegen deze paniekoplossing. Ze schreven op 20 oktober een protestbrief naar de drie ministerpresidenten: Balkenende, Leterme en Juncker.
- Mochten de Franstaligen echter halsstarrig blijven weigeren bij de besprekingen i.v.m. een staatshervorming dan blijft er m.i. geen andere mogelijkheid meer over dan de Vlaamse onafhankelijkheid en de omvorming van Benelux in Vlanelux ( Vlaanderen - Nederland - Luxemburg ).
- Maar meer en meer neemt de N-VA , die vroeger radicaal koos voor Vlaamse onafhankelijkheid, een meer genuanceerd standpunt in. Zo schrijft op 23 oktober 2008 oud-minister Bourgeois in een lezersbrief aan De Standaard: ' Wij verdedigen het model van een Vlaanderen als zelfstandige lidstaat van de Europese Unie ' Hij citeert daarbij de Amerikaanse Prof. Spolaore: ' Hoe meer open de wereld wordt, hoe gemakkelijker landen het zich kunnen veroorloven om kleiner te worden ' Maar enkele weken later verklaart Geert Bourgeois bij een interview in het weekblad ' De Zondag' ( 9 november 2008 ) onder de titel ' Brussel moet hoofdstad van Vlaanderen blijven ' dat Vlaanderen nooit Brussel zal loslaten. ' Wij zijn geen separatistische partij . Wij zijn wel voor een onafhankelijk Vlaanderen als lid van de EU, maar ik wil niet in een situatie komen waarin België blijft bestaan met daarin enkel Wallonië en Brussel, waardoor Vlaanderen vanaf nul een nieuwe positie moet opbouwen in internationale instellingen. Mijn doel is dat Vlaanderen en Wallonië als twee nieuwe staten in een confederatie nog voor een aantal zaken samenwerken, onder andere voor Brussel. ' Hij zegt verder: ' Brussel kan geen aparte staat worden maar is de hoofdstad van Vlaanderen en moet dat blijven ' Hij klaagt er wel over dat Brussel momenteel een van de meest gesubsidieerde steden ter wereld is maar niet slechter bestuurd kan worden als nu. Vlamingen moeten in Brussel vaak een gevecht aangaan om een Nederlandstalige identiteitskaart te krijgen.'
- In De Standaard van 7 januari 2009 lezen we opnieuw dat Geert Bourgeois geen separatist is. Het is een aanhaling uit Knack: ' Ik beweer in elk geval niet dat ik een separatist ben. Wij willen noch de band met Brussel noch de internationale positie van Vlaanderen verliezen. Bovendien zie ik niets in een scenario waarbij België wordt voortgezet zonder Vlaanderen. Met andere woorden: wellicht zullen we in een minimaal confederaal model met Wallonië blijven samenwerken '
- Tegenover Herman Decroo n.a.v. zijn pamflet wees ook de huidige succesrijke N-VA-voorzitter Bart DeWever erop dat Brussel de hoofdstad is van Vlaanderen en die zal blijven en hij verdedigde ook het streven naar onafhankelijkheid van Vlaanderen in kleine stapjes. We zijn niet voor een revolutie maar voor een evolutie, zei hij onlangs nog. Het confederalisme wil zoveel mogelijk bevoegdheden naar de gewesten overhevelen.
- Enkel het VB vraagt momenteel nog heel duidelijk de volledige onafhankelijkheid maar wel een geordende scheiding. Dit separatistische standpunt is o.i., objectief beschouwd, de eerste reden van de veroordeling die de partij kreeg vanwege franskiljonse rechters. De Franstaligen zijn immers gebaat bij het handhaven van het cordon sanitaire waardoor een Vlaams Front onmogelijk wordt en zij in dit land hun macht kunnen behouden.
Lijst DD is dubbelzinnig: ' Met België als het kan. Zonder België als het moet ' CD&V bepleit ook het confederalistische model, momenteel het meest haalbare. De vorming van twee deelstaten en de oplossing van het Brussels probleem is nog niet voor morgen.
- Dit Brussels probleem komt aan de orde in het recent uitgegeven Brusselboek van de Vlaamse Volksbeweging. Het weekblad 't Pallieterke ' brengt in zijn nummers van 3 en 10 december het standpunt naar voren van twee redactieleden van het boek, de mede-auteurs Frans Crols ( Voorzitter adviesraad van Trends ) en Johan Van den Driessche ( Ondervoorzitter Denkgroep in de Warande ) die hun visie over het probleem Brussel bij een Vlaamse onafhankelijkheid weergeven.Frans Crols meent dat Vlaanderen ook zonder Brussel kan terwijl Van den Driessche vindt dat er een onverbrekelijke band is ( vooral nu economisch) tussen Vlaanderen en Brussel. Crols vindt dat het probleem Brussel een bijkomstigheid is. De stad keert zich in haar daden vierkant tegen Vlaanderen dat elk jaar 2 miljard euro transfereert naar deze ondankbare, vijandige agglomeratie, die door de schandaaljournalistiek van Le Soir en Co voor 90% wordt opgejut tegen Vlaanderen. Brussel kan echter zijn geopolitieke en geoeconomische binding met Vlaanderen niet ontvluchten. Wilfried Martens is verantwoordelijk voor de schepping van dat mini-staatje, symbool van Vlaams on-staatsmanschap..., hij die klaagt over het ontstaan van mini-staten als België zou verdwijnen. Frans Crols stipt nog aan dat er vandaag en wereldwijd meer staten zijn dan een halve eeuw geleden en dat Vlaanderen op een ranglijst van 200 staten, geordend volgens het aantal inwoners, op de honderdste plaats staat. Bij de 10 nieuwe landen van de Europese Unie, toegetreden in mei 2004, zijn er zes die kleiner zijn dan Vlaanderen. Vlaanderen is dus niet te klein om een eigen staat te zijn en moet zo nodig kiezen voor de 6 miljoen Vlamingen buiten Brussel tegenover de 150 000 Vlamingen binnen Brussel.
Johan Van den Driessche zou evenwel om economische redenen de afscheiding betreuren omdat Brussel een grote aantrekkingskracht uitoefent op het buitenland, vooral op buitenlandse investeerders en dienstverleners. Brussel is de 4e Europese zakenstad na Londen, Parijs en Frankfurt. Het telt 1800 buitenlandse ondernemingen met samen 230 000 jobs en het zakentoerisme is goed voor 4 miljard euro en 20 000 jobs. In Brussel hebben bovendien 230 000 pendelaars een baan. Brussel is ook een internationaal podium, is historisch Vlaamse grond en ligt ingebed in Vlaanderen. Brussel is te belangrijk om het aan anderen over te laten. Het mag geen alleenstaande stad blijven maar moet zoals Londen en Parijs samenwerkingsverbanden zoeken met de omliggende rand, waar buitenlandse investeringen plaatsvinden, geïnspireerd door de nabijheid van Brussel.
- In 't Pallieterke ' van 17 december 2005 vult hij zijn argumentatie aan. Brussel is een stad waar tot het einde van de 18e eeuw 95 % van de bevolking Nederlandstalig was, maar die verfranste onder sociale druk en verdringing. Nu is 1/3 van de inwoners van buitenlandse oorsprong en er worden bijna 100 verschillende thuistalen gesproken. De Nederlandstaligen zijn één van de minderheden maar het aantal ééntalig Franstaligen is teruggelopen tot 50%. Bij een veranderde staatsstructuur zouden overheid en bevolking snel bijdraaien. Nooit voorheen volgden zoveel anderstalige volwassenen Nederlandse lessen. Nooit voorheen waren zoveel kleuters ingeschreven in Nederlanstalige scholen. Meer en meer Franstalige ondernemers vertrouwen meer in samenwerking met Vlaanderen dan met Wallonië. We bevinden ons op een historisch sleutelmoment waar de interesse vanuit Brussel voor Vlaanderen aan het groeien is. Een underdogpositie zoals in het verleden is volledig uit den boze. Objectief gesproken heeft Vlaanderen sterke troeven om Brussel in te palmen. ( rijkdom, ligging, sociaal-economisch model, beperkt verlies voor Brussel van haar ' Belgische ' functies ) Brussel kan zich ook niet staatsrechterlijk losrukken van Vlaanderen gezien de grondwettelijke rechten die de Vlaamse gemeenschap in Brussel heeft. Voor elke oplossing heeft Brussel Vlaanderen nodig.
- Ook in ' Neerlandia ', ( Jg .112, nummer 5- 2008 ), orgaan van het ANV, is de hoofdbijdrage ' België op weg naar confederalisme? ' in een gesprek met de bekende redacteur Guy Tegenbos ( ° 1949 ) van De Standaard. Hij vertrekt van twee vaststellingen: ten eerste de verhouding 60/40, ten tweede het bestaan van twee landen in België. Ook de sociale en economische gegevens lopen in noord en zuid uit elkaar. Sinds 1970 gaat Wallonië economisch achteruit en is er een opwaartse evolutie in Vlaanderen. Ook politiek zijn we sinds de jaren 60 uit elkaar gegroeid. De partijen zijn gesplitst, meestal op vraag van Franstaligen die vreesden door het getal ( 60/40 ) gedomineerd te worden.De laatste partij die splitste was de socialistische partij, doordat het Waalse element daar domineerde. De belangrijkste verenigingen zijn ook ' communautair ' gesplitst. Het is begonnen met de groei van regionale politieke partijen, die tot aan de voorbije staatshervormingen succesrijk bleken. De twee gebieden hebben al verregaande autonomie verworven. Veel macht is doorgespeeld naar de twee landen en naar Europa. De landen van Franstaligen en Nederlandstaligen functioneren apart van elkaar en hebben andere behoeften. In Vlaanderen is er een tekort aan arbeidskrachten en in Wallonië en Brussel een tekort aan arbeidsplaatsen. In de meeste federale landen zijn kwesties als sociale zekerheid, defensie, buitenlands beleid, financiën, justitie en binnenlands bestuur samen met de beslissingen over de organisatie van de staat en over de bevoegdheidsverdeling tussen federatie en deelstaten een gezamenlijk gedragen bevoegdheid. In Belgïë is alleen de federale overheid daarvoor. Er is een afspraak om de macht van 60% ( Vlaanderen, de Brusselse Vlamingen inbegrepen ) te temperen met allerlei mechanismen bvb. paritaire ministerraad, alarmbelprocedures en bijzondere meerderheden in het federale parlement, de mogelijkheid om bevoegdheids-en belangenconflicten in te roepen. Zo wordt voorkomen dat de Vlamingen zouden domineren. Zo blokkeert 40% ( Walen en Franstalige Brusselaars ) wat de 60% wil. De meerderheid voelt zich geremd en vraagt om meer autonomie of wil separatisme. Een minderheid vraagt dat normaal maar in België is het omgekeerd...
- Tijdens de twee regeringen Verhofstadt werd die drang naar meer autonomie de 8 voorbije jaren afgebroken en er werden nauwelijks Vlaamse verzuchtingen ingewilligd. De conflictmaterie is blijven liggen en is nu een stuwmeer geworden.Er gebeurt niets als de Franstaligen neen zeggen. De grote Vlaamse druk staat haaks op de kleine geneigdheid van de Franstaligen om wat toe te geven. In het huidige politieke klimaat kunnen de gescheiden politieke elites de kloof niet meer overstijgen. De enige oplossing bestaat erin zoveel mogelijk conflictstof weg te halen van het federale niveau en over te hevelen naar de deelstaten. We moeten van federalisme met constructiefouten de weg gaan naar confederalisme, met deelstaten die ook financieel verantwoordelijk zijn voor hun beleid en niet meer met dotaties uit de federale schatkist gevoed moeten worden. Het confederalisme zou Vlaanderen meer kansen geven om zeker op economisch niveau met Nederland samen te werken. Dit alles schrijft Guy Tegenbos.
- We lazen ook een artikel van de Nederlandse journalist/ schrijver, die al geruime tijd in België woont en een bijzonder frisse en realistische kijk heeft op ons landje. Dit artikel verscheen in ' Trouw ' en werd ons bezorgd door onze vriend Hans Geeraert. Hij schrijft dat de verschillen tussen Vlamingen en Walen niet het probleem zijn, maar de Franstalige Brusselaars. Hij schrijft o.m. ' België heeft een ingewikkelde psychologie. Vlamingen vormen een demografische meerderheid die zich gedroeg als een verdrukte minderheid. De Franstalige taal groep is een culturele minderheid die zich superieur voelde. Met de emancipatie van Vlaanderen toit sterkste regio ging dat ' wringen '. Het voormalige kleine ' boerke 'werd plotseling economisch en politiek sterker. Die Franstalige minderheid verdedigt zich nu door die vroegere boerkes uit te maken voor ' racisten, separatisten en egoïsten ' zodat ze hun oude ondergeschikte plaats weer innemen . Maar die psychologische intimidatie werkt niet meer. Voor het eerst in vijftig jaar gebruikten Vlamingen hun demografische meeerderheid door in te zetten op splitsing van het kiesdistrict Brussel - Halle - Vilvoorde. Dat was een enorme schok voor de Franstaligen. Zijn Vlamingen rancuneus en egoïstisch? Ze betalen jaarlijks ongeveer zes miljard euro om armere Franstaligen in Wallonië en Brussel op de been te houden via sociale uitkeringen. Dat bedrag is hoger dan de netto-bijdrage van Nederland voor de EU...Werkloosheidsuitkeringen zijn in België onbeperkt in tijd en worden uitbetaald door de vakbonden.Veel Waalse gezinnen zijn al generaties werkloos. Veel Walen zijn geïmmigreerde Vlamingen die gingen werken in de staal-of kolenindustrie. Vlamingen en Walen vullen mekaar goed aan maar ze voelen zich gekrenkt door de Franstalige Brusselse bourgeoisie. Die Brusselaars etaleerden een onvoorstelbare culturele arrogantie. In De Brusselse Rand kregen ze taalfaciliteiten maar ze weigeren zich aan te passen en eisen het blijvend recht op het gebruik van het Frans als administratieve taal.
Brussel is in België een zeer aparte entiteit.' Eppink meent dat als het ooit tot een deling komt Brussel niet zal kiezen voor Vlaanderen of Wallonië maar voor Europa: Capitale de l'Europe. De stad bestaat uit 19 gemeenten: in de praktijk lokale bolwerken van partijen en politieke families. De ene helft van de stad is burgerlijk liberaal; de andere helft islamiseert in hoog tempo. De gemiddelde werkloosheid is 20% en in migrantenwijken zoals Molenbeek en Anderlecht tot 60%. Na het Frans is de tweede taal van Brussel niet meer het Nederlands maar het Arabisch! De Islam is de grootste religie in de hoofdstad van Europa. De Belgische federatie loopt op haar laatste benen. Er is steeds minder dat de Belgen bindt. Aldus Derk Jan Eppink
-In ' Delta' 45eJg.nr.2 -februari 2009 ' lezen we o.m. een belangwekkend interview met oud-minister en oud-kamervoorzitter Herman Decroo, welbekend om zijn belgicistische standpunten en zijn gehechtheid aan het koningshuis. ( blzn. 17-20) Over de transfers van Vlaanderen naar Wallonië zegt hij dat die er inderdaad zijn maar dat er ook transfers zijn binnen Vlaanderen ( 6 tot 7 euro per dag ) van de rijkere gebieden naar de armere bv. de Westhoek. En binnen Wallonië van Waals-Brabant ( de rijkste provincie van Europa ) naar de armere Waalse streken ( 3 euro per dag ) Maar het is juist dat Wallonië economisch minder krachtdadig is dan Vlaanderen. Ook in andere landen is dat zo. Mocht Vlaanderen onafhankelijk zijn dan zou de welvaart daar zo hoog zijn dat we in een hogere categorie zouden komen in Europa en dus netto meer zouden moeten betalen aan Bulgaren, Roemenen enz. dan we nu betalen aan de Walen. Voorts zei hij dat wel meer bevoegdheden naar de regio's kunnen gaan. Hij is vooral tegen overlappingen. Nu zijn er zeven ministers voor mobiliteit terwijl hijzelf dat vroeger alleen heeft gedaan. Wat onmiddellijk met de mensen te maken heeft mag naar de regio's maar ontwikkelingssamenwerking en buitenlandse zaken moeten federaal blijven. Tenslotte: de meerwaarde van ons koningshuis is de stabiliteit.
- Collega blogger Karel D'huyvetters mengt zich ook in het debat en schrijft: ' Wanneer we zien hoe het samenleven van Vlamingen en Franssprekenden in het kunstmatige België meer en meer politiek onmogelijk wordt, dan denken we aan alternatieven.Eén daarvan is een opsplitsing van de onzalige constructie van 1830, en steeds vaker hoor je dat als een realiteit noemen, indien niet voor morgen dan toch ' over enkele jaren '. Het Franssprekende deel zou dan eindelijk de onderhuids lang gedroomde aansluiting kunnen vinden met Frankrijk, dat in hun ogen toch al hun culturele model is. Vlaanderen zou kunnen aankloppen bij Nederland, niet alleen omwille van de taal, mar ook wegens onze oude politieke verbondenheid. Het is goed dat we ons herinneren dat de breuk in 1830 niet in geringe mate gebaseerd was op verzet tegen de vernederlandsing van Vlaanderen en het Nederlands als de bestuurstaal en tegen het Protestantisme ten voordele van het katholicisme en, veel minder tegen het absolutisme dat Willem I overigens wel degelijk uitstraalde. Voor het overige moeten we teruggaan tot de tijd van Keizer Karel en de godsdienstoorlogen van de 16de eeuw voor een eerdere betrekkelijke samenhang in de Verenigde Provinciën. Hoe men het ook bekijkt, Nederland heeft een afzonderlijke geschiedenis van vijfhonderd jaar en dat is een kloof die men niet met een resolutie van het Vlaams Parlement overbrugt, vrees ik. Wellicht is een Vlaamse autonomie binnen de Europese Unie een meer haalbare formule: er zijn landen met niet meer belang dan Vlaanderen die internationaal volle erkenning genieten, dus de argumenten dat wij niet leefbaar zouden zijn als staat is onzin ' ( 22 februari 2009 )
-Tijdens de 47ste zitting van de Europese Eresenaat op 1 februari 2009 in Antwerpen werd Frans Crols, na meer dan 30 jaar journalistiek bij Trends en thans Voorzitter van de Adviesraad, bekroond met de Persprijs 2008, en opgenomen in de Europese Eresenaat. In het nummer Europa-Eén Federaal 49ste Jg.nr1, februari-maart u2009, lezen we de integrale laudatio door Guido Naets en de tekst van de rede van de nieuwe eresenator. Guido Naets zei o.m. ' Als iedereen vandaag beseft dat België met zijn 'chantagefederalisme' compleet gebarsten is dan heeft Frans Crols aan dat besef enorm toe bijgedragen.' De toespraak van Frans Crols zelf was één pleidooi voor Vlaamse onafhankelijkheid . Hij zei dat dertien kleine Europese landen sinds het begin van de jaren negentig onafhankelijk zijn geworden en dat er vandaag 7 van die 13 lid zijn van de Europese Unie. Eén ervan bezit momenteel het voorzitterschap. Tegenover de grootschaligheid die wordt aangepraat ontstaat een trend van kleinschaligheid en het ene kleine land of gewest na het andere werkt aan onafhankelijkheid. Vlaanderen en Wallonië in België zijn onderdelen van de EU en de Europese Muntunie. Als Vlaanderen en Wallonië onafhankelijk worden dan zullen ze mee blijven genieten van het vrijhandelssysteem, van het economische netwerk, van de ene munt, de euro, van de Eropese Unie of van de EFTA, de European Free Trade Association. De EU en de EFTA zijn verbonden en delen hun drie basisbeginselen: vrij verkeer van mensen, van kapitalen, van goederen en diensten. De Nederlandse topondernemer Heineken en de Nederlandse hoogleraar in de geschiedkunde Henk Wesselink schrevenin de jaren negentig een lang essay waarin ze pleiten voor 75 staten in de toenmalige kleinere EU. De VSA is hun voorbeeld. Europa kan enkel democratisch, doorzichtig en gepast zijn voor alle Europeanen en alle volkeren van Europa als er een meervoudige statenunie komt met de evenwichten en de remmingen ingebouwd in de Grondwet van VS. Die meerstatenunie ontstaat door het opsplitsen van grote staten tot substaten, deelstaten met 5 tot 10 miljoen inwoners. De confederalisering van het Verenigd Koninkrijk gaat in die richting. Bij die twee koele Nederlanders staat Vlaanderen met Brussel, in die rij van 75 op de 17e plaats...Er valt niet te ontkennen dat na de tweede wereldoorlog Europa gered werd door het kosmopolisme. Volksverhuizingen naar het oorspronkelijke land hebben heel wat landen homogener gemaakt en daardoor verminderden de spanningen. Er wordt beweerd dat Europa een rijk van vrede is omdat de het etnonationalisme verdwenen is. Het wordt fout genoemd op grond van de drama's van de tweede wereldoorlog. In België wordt deze theorie gebruikt om de verder Vlaamse ontvoogding door het confederalisme of de onafhankelijkheid van Vlaanderen en Wallonië te bestrijden. Tegenstanders zouden best in de leer gaan bij twee Italianen-economisten Albert Alesina en Enrico Spolaore, die doceren aan Amerikaanse topuniversiteiten, respectievelijk Harvard en Rice University. In 2004 verscheen van hun het boek ' The Size of Nations ', het standaardwerk over de nieuwe onafhankelijkheid. Voorts is ook de Council on Foreign Relations dé excellente en maatgevende denktank in de VSA over internationale betrekkingen.
-De bekende Brusselse historicus Paul de Ridder ( ° 1948 ) zegt in ' t Pallieterke ' ( 1 april 2009 ) dat Brussel geen Vlaamse stad is maar een Brabantse stad zoals Leuven en Antwerpen. Zijn meest bekende boek ' Brussel, geschiedenis van een Brabantse stad ', verscheen in 1988 en werd inmiddels in tien talen vertaald. Dat boek informeert het buitenland vooral over Brussel dat bijvoorbeeld in 1788 niet minder dan 95 % Nederlandstaligen telde. Hij gidst ook heel wat groepen in Brussel. Wijzelf zijn, jaren geleden, eens met een honderdtal Frans-Vlamingen door hem in Brussel rondgeleid. Hij maakt dan de bezoekers duidelijk dat de Nederlandstaligen in dit land sinds 1830 niet alleen de stad Brussel hebben afgestaan maar ook 21 gemeenten daar rond, in totaal een territorium van 15.000 hectare. Buitenlanders reageren dan verbijsterd. Nu gaat het niet goed met Brussel. De stad kampt met torenhoge problemen en heeft nood aan samenwerking met andere partners. Europa voelt zich niet geroepen om zich daarmee in te laten. Er blijft maar één goeie partner: het ' Nederlandse gewest ' ( Vlaanderen ) Die broodnodige samenwerking wordt echter sterk bemoeilijkt door de diepgaande verfransing die het Belgische regime in de 19de en 20ste eeuw heeft veroorzaakt. Die denationalisering heeft desastreuze gevolgen, niet enkel op taalkundig en cultureel vlak, maar ook en vooral op sociaal gebied. Zo heeft Brussel een tekort aan arbeidskrachten en terzelfdertijd lopen in Brussel duizenden werkloze jongeren rond die niet kunnen worden ingezet omdat ze geen Nederlands kennen. En wat doen de Brusselse politici? Ze komen op voor de francofone bourgeoisie, die Brussel de rug heeft toegekeerd en en eist dat hun inwijkelingen tot in de buurt van Leuven, Mechelen en Aalst alleen maar in het Frans worden aangesproken i.p.v. de kans te grijpen om gratis Nederlands te leren in de omgang met de Nederlandstalige buurt. Hun cultureel superioriteitsgevoel is inmiddels achterhaald en ook hun economische en financiële macht is niet meer zoals vroeger, zeker na de recente catastrofe met Fortis. Vlaanderen moet zo snel mogelijk een zo ruim mogelijke autonomie verwerven met beschikking over eigen inkomsten en middelen en vanuit die stevige positie met Brussel gaan samenwerken en investeren in Brussel met eigen instellingen op het vlak van onderwijs, cultuur en sociale voorzieningen. Het kan niet langer dat de Vlamingen hun zuurverdiende inkomsten moeten afstaan aan het Belgische federale niveau om dan als schooiers te gaan bedelen om hun eigen geld terug te krijgen!!!
- In de Standaard der Letteren van 10 april 2009, lezen we op blz.12, een artikel van Jozef Deleu onder de titel ' Planten en oogsten zoals mijn ouders ', een korte terugblik uit een en ander van zijn rijk gevuld leven waarin hij ook zijn interesse voor de politiek verklaart en het groeiend inzicht en doorzicht dat hij kreeg over het tactische spel van de politiek en over grote verklaringen die nooit tot grote oplossingen leiden. We citeren: ' Dan heb ik het over een onafhankelijk Vlaanderen,ja. Dat Vlaanderen dat ik van een relatief verpauperd land tot welstand heb zien opklimmen. Maar wat me nu verontrust, is dat we hier in die kleine regio, die nochtans zoveel werkkracht en talent verenigt, toch zo snel van onze melk te brengen zijn door de grote bewegingen in de wereld. Migratie, milieu, economie - we leven nu in een wereld die we zelf niet meer kunnen ordenen. Op die wereld zijn we niet goed voorbereid. Want op het moment dat we autonomie zouden hebben, word je, zo klein als we zijn, keihard geconfronteerd met die geglobaliseerde wereld. Je ziet dat je daaraan niks kunt verhelpen. Waar sta je dan? Een onafhankelijk Vlaanderen vind ik een geamputeerd Vlaanderen. Daar zal ik me nooit voor inzetten. '
-In het al genoemde nummer van Delta ( 45e Jg. nr. 7 ) ( 1 ) voltooit Maurice Cailliau met een derde artikel zijn studie over ' Het Walenland en de Nederlanden ' waarin hij de visie verduidelijkt van zijn ' Manifest voor de Lage landen ', gelanceerd in het najaar 2008 en door enkele honderden mensen ondertekend. ( Zie daarvoor ook onze rubriek over België , Vlaanderen, Benelux, Europa ). Hij constateert dat de confederalistische visie, die een zo groot mogelijke autonomie voor de deelstaten wenst, meer veld wint maar dat deze confederatie binnen het België van weleer een opstap moet betekenen naar een bredere confederatie van de hele Lage Landen. De Walen zijn de eerste buren van de Vlamingen en dat niet eerst sinds 1830. De verzamelnaam ' Walen ' is amper zo oud als de Belgische staat. Het zijn de lui die aan de andere kant van de taalgrens wonen en zich ook ' Belgen ' mogen heten. In Frankrijk bracht de Franse revolutie " L'Hexagon ' une et indivisible. " De historische verscheidenheid op etnisch en cultureel vlak moest verdwijnen. Maar twee eeuwen later leggen de volkeren nog altijd de staten het vuur aan de schenen. En wij moeten de fictie van Wallonnië als deel van de fracofonie, gecreëerd door de Waalse franskiljons, opruimen. De Walen zijn evenmin als de verfranste Frans-Vlamingen Fransen ( Cfr. J.M. Gantois ). Ze hebben alleen maar de door Franstaligen de uit de vreemde opgedrongen cultuurtaal met hen gemeen, ter vervanging van hun eigen, natuurlijke volkstaal, het Waals. Atrecht, Dowaai en Rijsel werden door Frankrijk veroverd maar wij blijven die regio als geestelijk en historisch erfgoed beschouwen terwijl wij de eeuwenlange gemeenschappelijke geschiedenis van Henegouwen en Namen niet meer zien. Na de scheiding van de 16e eeuw, bleef de generaliteitsgedachte - het bewustzijn deel uit te maken van de Nederlanden - nog zeer levendig. Dat bewustzijn ging hier ten onder met de opkomst van de centralistische Belgische staat. Nu stellen we echter een herleving van de Waalse taalbeweging vast. ( Waalse zenders, volkstoneel, opschriften, straatnamen en steden ...) De Franstaligheid van Wallonië is meer fictie dan werkelijkheid, vooral als we daarbij weten dat er een grote emigratie van Vlamingen naar Wallonië is gebeurd, van 1830 tot en met de jaren 1960 ( arbeiders, landbouwers ). Daardoor kwam in Wallonnië een Vlaams volk tot stand. Wie heeft er geen familie aldaar? En hoeveel Franstaligen dragen niet een Vlaamse naam? Over dit alles geeft de auteur preciese cijfers. In zijn derde artikel gaat hij verder in op de historische lotsverbondenheid tussen de gouwen die de Belgische ruimte uitmaken. Die bestond al vóór, tijdens en na het Lotharingse Rijk, tijdens het bestaan van de XVII Provinciën der Nederlanden, onder de Spaanse, Oostenrijkse en Franse overheersing en bestaat nog in de Belgische staat sinds 1830. Gedurende die lange tijdspanne, die ongeveer 1500 jaar geschiedenis omvat, zijn het de Vlamingen geweest die in deze gebieden de grootste rol hebben gespeeld. In de staatskunde, in de kunst, op het gebied van handel en nijverheid, stonden zij steeds op het voorplan. Zelfs gedurende de periode van het Waalse overwicht stonden de leidende kringen onder invloed van verfranste Vlamingen. We denken maar aan Verhaeren, Charles de Coster, Georges Rodenbach, Van Lerberghe en ontelbare anderen. De echte Walen zijn veel minder talrijk dan velen denken De verfranste Vlamingen zijn destijds het meest actieve en werkzame deel geweest in de Belgische ruimte. De naam Vlamingen wordt sinds 1830 gebruikt voor alle Nederlandsraligen binnen de Belgische begrenzing, dus ook voor Limburgers en Brabanders. ( wonen ook in Nederland...) Het heeft geduurd tot 1913 eer de Waalse Haan en de geelrode vlag werden geboren, ter vervanging van de eeuwenoude leeuwenschilden van de Waalse graafschappen. De benaming ' Wallonië ' werd voor het eerst gebruikt in 1857 in de titel van een literair tijdschrift. De Waalse letterkundigen leefden ook in de beste verhouding met de Vlaamse collega's o.m. Jan Frans Willems. De historische breuk met het verleden gebeurde in 1913, toen de politieke Waalse beweging als Waals symbool de ' Haan ' koos en de verfransingsmachine in gang werd gezet. Een ballonnetje moet nog worden doorgeprikt in verband met de Belgische Revolutie in 1830. De onrust tussen 1815 en 1830 was geen typisch Zuid-Nederlands of Waals verschijnsel. De grote petitiebeweging met betrekking tot vrijheid van drukpers en onderwijs kende benevens Luik, Verviers en Brussel ook Maastricht als gangmakers. Het Zuiden voelde zich vooral achteruitgesteld in zijn katholiciteit. De eis tot vrijheid van gebruik van de Franse taal werd evenzeer door de katholieken in het Noorden gesteund. Toen 1830 aanbrak was het derhalve politiek woelig in de hele Nederlanden maar niets liet een revolutie vermoeden. Trouwens noch de adel, noch de liberalen, noch de katholieken en de geestelijkheid en evenmin koophandel en industrie, wensten een revolutie. Het Brusselse oproer had met de Nederlandse politieke kwesties niets te maken. De revolutionairen waren geïmporteerden en toen die op 26 augustus 1830 de Franse vlag hesen op het Brusselse stadhuis, wekte dit bij de bevolking geen enthousiasme op. Staatkundige en taalpolitieke aspecten hebben in 1830 geen belangrijke rol gespeeld. De rasechte Nederlander Sasse van IJsselt hield ook nog in 1830 zijn redevoering in Den Haag in het Frans. Aanhankelijkheid aan of verzet tegen Willem I liepen allesbehalve parallel aan de toenmalige Rijksgrens en/of de huidige taalgrens. Over de geschiedenis vanaf het verdrag van Verdun in 812 behandelt de auteur het lot van Vlaanderen en Wallonië. Vlaanderen was gedurende zeven eeuwen politiek verbonden met het latere Frankrijk en van de 340 gemeenten van het graafschap Henegouwen dienen er nu 210 gesitueerd te worden binnen de Franse staatsgrenzen. Tot aan de 15e eeuw werd er weinig aan grote politiek gedaan. Er was verstandhouding tussen de heerlijkheden. Verdragen werden getekend, eenzelfde munt werd ingevoerd, onderlinge geschillen werden geregeld door een arbitrageverdrag enz. Het Prinsbisdom Luik wist zijn onafhankelijkheid te handhaven, zowel tegen de Boergondiërs als tegenover Karel V. Met Frankrijk was er nooit een feodale band. Een tijdelijke aansluiting werd iedere keer met de wapens beslist. Zo vochten te Groeninge mannen van Namen naast die van Gulik en Kleef. Tot aan de Franse revolutie stonden de Waalse provincies los van elkaar. Na de revolutie werden nu de Belgische provincies als een geheel beschouwd en gemanipuleerd. De taalgrens, die dwars door West-Europa liep, bleef gedurende eeuwen vrij stabiel. Het Walenland was evenzeer als het Noorden van België een invasiegebied. Van de ongeveer 500 Merovingische begraafplaatsen op Belgische bodem zijn er slechts 50 in de Nederlandstalige provincies. Wallonië heeft ongeveer dezelfde vinddichtheid als het Rijnland. Een niet te weerleggen getuigenis van de Germaanse volksnederzetting. Wallonië en Noord-Frankrijk blijven kerngebieden van de in belangrijke mate Germaans bepaalde cultuur van de vroege middeleeuwen. Aan beide zijden van de latere taalgrens was er een brede zone van tweetaligheid, waarin de Germaanse bevolking, ingevolge assimilatie, zich liet romaniseren. Volgens Prof. Hugo de Schepper valt de geschiedschrijving van de Lage Landen te zeer in Noord- en Zuidmootjes uiteen. Geen enkel Waals gewest kan gesitueerd worden buiten de ruimere context van de Nederlanden. De vijandschap over de Belgische taalgrens heen is een rechtstreeks gevolg van van het Belgisch unitair regime, in tegenstrijd met het oorspronkelijk Nederlands staatkundig denken, dat in wezen federalistisch was en op meerledige basis bundelde wat samen hoort. Volgens De Schepper is de Geschiedenis van de Nederlandse Stam van Pieter Geyl te uitsluitend op taalverwantschap gebaseerd. Daarom verkiest hij de term Heel-Nederlands, die geografisch en inhoudelijk ruimer is. Cailliau besluit: ' Stevenen wij af op het 'schiereiland van de Vlaamse staat ' of scheppen we de voorwaarden tot de herwording van de Nederlanden ' Voorwaar geen kleine en korttijdige opdracht...
Tijdens de verkiezingsstrijd voor 13 juni 2010 verdedigde Bart De Wever, als voorzitter van de N-VA de evolutie van een zelfstandig Vlaanderen in een verwasemend België. Hij behaalde de grootste overwinning van de Vlaams Nationalisten ooit met 30% van de stemmen in de Kamer en 33 % in de Senaat, 27 zetels in de Kamer en 14 in de Senaat. Hij werd dan aangesteld als informateur om een nieuwe regering te vormen met de overwinnende PS ( 37 % ) in Wallonië en Eliio di Rupo als formateur. Hij is met zijn raadplegingen bezig sinds 25.6.2010, eerst als informateur en daarna als formateur. Op 13 juni 2011 was het juist 1 jaar geleden dat de verkiezingen plaats vonden.
Op donderdag 30 juni 2011verscheen in De Standaard een artikel van de bekende kerkjurist en CD&V-parlementslid Rik Torfs met een pleidooi voor Benelux.
20-10-2011
Pastoor-Deken Frans Verhelst
Op 22 augustus 2011 is de Waregemse pastoor-deken Frans Verhelst plotseling gestorven in de dekenij. Hij zou op 16 september e.k. 71 jaar worden. Als Waregemnaar werd hij geboren als telg van een bekende Desselgemse landbouwersfamilie, in een Kortrijkse materniteit op 16 september 1940, dus tijdens het eerste jaar van de tweede wereldoorlog. Hij werd priester gewijd te Brugge op 29 juni 1967 en was licentiaat werd in religieuze en morele wetenschappen.
Hij begon als leraar aan het Ieperse Sint-Vincentiuscollege vanaf 21 augustus 1968. Daarna werd hij rector van de Grauwzusters Franciscanessen te Roeselare. Vanaf 15 juni 1989 was hij leraar aan het Bisschoppelijk Lyceum H. Elisabeth in dezelfde stad. Vanaf 7 april 1994 was hij deken van het decanaat Waregem, pastoor van de Sint-Amandus en Sint-Blasiusparochie te Waregem en pastoor en moderator in de federatie Waregem vanaf 8 juli 2002. Hij was de opvolger van deken André Vannecke.
Zijn onverwachte overlijden heeft Waregem diep geschokt. Verslagenheid en ongeloof waren overal de eerste reacties waarin volgens zijn medewerker Toon Ducatteeuw, veel respect te horen en te voelen was voor ' de warmte van de mens ' achter de titels en de functies. Benevens zijn pastorale zorg was hij ook voorzitter van de VKLO, de groepering van de Waregemse scholen van het Katholiek Onderwijs en ook van de secundaire scholen van Waregem, Anzegem en Avelgem, een zware taak die van hem heel wat tijd en energie vroeg.
Van jongsaf kende heel veel Waregemnaars, vooral van de nabijgelegen wijk Niewenhove, waar ik hem meermaals heb ontmoet sinds ik daar in 1959 schoolhoofd was geworden. Hij sloeg graag een babbel maar kon ook met interesse luisteren. Meermaals kwam hij in de nieuwe kerk de zondagsmis opdragen toen hij nog in Ieper of Roeselare was en hij hield dan een mooie maar niet altijd eenvoudige homilie.
Als pastoor was gij de goede herder, die meeleefde met de vreugden en het verdriet van de mensen. Bij begrafenissen klonk zijn innig medeleven mee in zijn eucharistieviering. Maar ook voor het materiële had hij oog. Hij was een echte bouwheer, die zorgde voor een mooie kerk, binnen en buiten. Hij realiseerde twee bouwprojecten: de vergader-en bezinnigsruimte ' De Ark ' in de Zuiderlaan en de grote parochiale ' Kamiano ' op de Jager.
De jongste jaren leed hij erg onder de geloofsafval en het verminderde kerkbezoek, en het verminderd aantal kerkelijke huwelijken, maar het was geen plaatselijk probleem, versterkt dan nog door een tekort aan priesterroepingen en het daarmee samengaand de last die op de schouders van gepensioneerde priesters moest worden gelegd. Hij deed alles wat hij kon om het christelijk karakter van zijn scholen en van de vele katholieke verenigingen en bewegingen te bewaren. Ook dat viel niet altijd mee maar hij bad en bleef bezielen.
Waregem blijft hem dankbaar en zal hem niet vergeten, evenmin als zijn lieve zus Godelieve, die zoveel jaren meehielp in kerk en keuken. Ze hadden beiden gehoopt op Nieuwenhove hun pensioenleeftijd te kunnen doorbrengen. Godelieve had er een woning en die werd verruimd voor hem. Als gepensioneerd priester zou hij meewerken aan de eucharistievieringen. Het heeft allemaal niet mogen zijn.
Hij zal worden opgevolgd door de E.H. Marnix Vandenbulcke ( ° Kortrijk, 16 januari 1948- Priester gewijd op 20 juli 1974 ), die in Waregem eerst als onderpastoor fungeerde op de wijk Nieuwenhove ( Parochie H.Margareta ) en sinds 1 december 1994 aalmoezenier was in de Waregemse kliniek O.L.Vrouw van Lourdes. Op 20 november e.k. ( Feest van Christus Koning ) wordt hij, in de Sint-Amandus en -Blasiuskerk, door Mgr.De Kesel tot pastoor-deken aangesteld.
Herdenking van de gesneuvelden in Koekelare
Op zondag 30 mei 2010 was er opnieuw een herdenking 1940-2010 bij het Bezinningsmonument, georganiseerd door de N.S.B.Koekelare, Coclariensia en Spaenhiers.
Een heel programma werd afgewerkt: Om 10.15 uur was er een begroeting van de genodigden op het Concertplein. Om 10.30 uur was er een eucharistieviering opgeluisterd door de Koninklijke fanfare Sint-Joris., met een volle kerk aanwezigen Om 11.15 uur was er een optocht naar het bezinningsmonument op de Wallaart. waar een plechtigheid plaatsvond aan het monument met verschillende toespraken o.m. van de burgemeester van Koekelare. ( zie foto ) Namens de familie Decock dankte een zoon van Norbert, die te emotioneel bewogen was om het zelf te doen.
Om 12.15 uur was er nog een receptie, aangeboden door het gemeentebestuur van Koekelare, gevolgd door een vriendenmaal.
Te betreuren: Er was geen afvaardigiug uit Wakken.
Op deze foto zien we de 99-jarige strijdmakker van Maurice Decock, Adolf Dejaeghere, nu wonend in Wortegem, die behoorde tot het bataljon van Maurice en die aan de dood kon ontsnappen, door het feit dat hij bij het vallen van de brisantbom op boodschap was. Hij getuigt over Maurice als zijn zeer goeie vriend en een ingoede man. Hij vertelt nog het gebeurde alsof het nog van gisteren was.
De burgemeester van Koekelare houdt een toespraak bij het bezinningsmonument.
Dit is een foto van de herdenkingsplaat bij het bezinningsmonument met de namen van de zeven gesneuvelden.
11-10-2011
Rudy Pauwels
Dit is de foto van het bidprentje van Rudy Pauwels, de onlangs overleden neef van Joris van Severen. Hij werd geboren in Deinze op 23 april 1932 en overleed in Gent op 15 september 2008. Hij was de zoon van Fernand Pauwels ( bekend als de dichter Marnix Van Gavere, ° Deinze 31-12-1897 - + Deinze 27-01-1974 ) en van Jeanne van Severen, de zus van Joris. ( ° Wakken 17-09-1998 - + Deinze 28-09-1978 ) Tot op pensioenleeftijd was hij notaris in Deinze en ging daarna wonen in Deurle. Hij was gehuwd met Nora Naessens ( geboren in Elsene op 16 november 1935 ) en had twee kinderen Peter en Odile. Hij heeft heel wat over Joris van Severen geschreven. Bij de oprichting van het Waregemse Kunstverbond in 1947 ( met als voorzitter van de Letterkundige afdeling André Demedts terwijl ikzelf secretaris was ), kon ik met zijn ouders kennis maken toen ik de dichter ging vragen om bij het Kunstverbond aan te sluiten en mee te werken aan een poëzieavond, wat hij ook deed. Ik herinner mij zijn prachtig gedicht over Federico Garcia Lorca.( Cfr. De Vlaamsche Poëzie sinds 1918, deel II blz.94 ) onder de titel ' Een man tegen de muur ' met dat middenkwatrijn ' Ik zal niet zeggen: Hij is gestorven/ want hij viel neer./ De muur, waar eens hij stond, bleef staan, / en hoorbaar zingend is zijn bloed er in vergaan. ' ( * ) Mijn kennismaking met Rudy zelf gebeurde veel later. De laatste keer dat we hem mochten ontmoeten was in Ieper, samen met zijn echtgenote, bij de voorstelling van het oorlogsdagboek van Joris van Severen: ' Joris van Severen. Die vervloekte oorlog. Dagboek 1914 - 1918 ' ( Uitg. Pelckmans, Kapellen - Ieper - 2005 ). Sindsdien zijn we ook zijn geschriften gaan lezen, de brochures vooral die hij uitgaf bij het ' Studiecentrum Joris van Severen - Ieper ' In de eerste Brochure ' Een twintigjarige in de Grote Oorlog - Overwegingen bij de lectuur van de Oorlogsdagboeken van Joris van Severen ' ( 2005 ) toont hij de enorme belezenheid aan van JvS en de invloeden die hij door die lectuur heeft ondergaan: een aanvoelen en denken rond een kosmisch organische en harmonische eenheid van solidaristische, hiërarchisch gelaagde ' orde' , een globale levensbeschouwing, die zeer sterk theologisch en deontologisch onderbouwd was. Haar verste sporen reiken tot Paulus, Augustinus en Thomas van Aquino en, dichter bij ons Bossuet, Newman en Teilhard de Chardin. Op politiek vlak was hij vooral beïnvloed door Charles Maurras. Dit zou uitmonden in een sociaal humanisme boven de burgerlijke democratie. Pauwels schetst de voor-oorlog, de waanzin van de oorlogsjaren en de na-oorlog, met daarin de evolutie van de jonge JvS, die uit de oorlog terugkeert als een ontgoochelde frontofficier. Hij is ervan overtuigd dat de wereldsolidariteit nood heeft aan een wereldorde. Hij sticht het tijdschrift ' Ter Waarheid ' om te speuren naar wat nog waarheid is. Hij sticht ook het Dinaso om de persoonlijkheid voorrang te geven en een plaats te bezorgen in de organisch-geordende volksgemeenschap. In 2006 verscheen een tweede brochure ' Andermaal terugdenken aan en vooruitdenken met Joris van Severen ' Hij wijdt aandacht aan de tragische oorlogsdagen van mei 1940 met de moord op JvS, die toen een overtuigd voorstander was van de Belgische zelfstandigheidspolitiek van Leopold III, gesteund door de Kerk en de meerderheid van de bevolking. Over JvS hoeft niemand zich te schamen. Rudy Pauwels typeert dan zijn persoonlijkheid: een aristocraat met charisma, die voortgaande op de traditie van de gehele beschavingsgeschiedenis open stond met geheel zijn wezen voor het beste dat zich in het nieuwe van zijn eigen tijd aftekende. Hij had niet enkel een nationale maar ook een internationale achtergrond. In het laatste hoofdstuk wijdt Pauwels uitgebreid aandacht aan het Verdinaso. De laatste brochure van Rudy Pauwels ( 2008 ) is getiteld ' Met Joris van Severen. De keuze van een levensbeginsel.' De religieuze dimensie in het werk van JvS komt hierbij aan bod en hij schrijft dat, wat de Nederlanden betreft, hij een vaste plaats heeft verworven in de religieuze renaissance en in de geestesgeschiedenis van het Westen. Jammer dat Rudy Pauwels, net in 2008, ons allen moest verlaten. Hij had ons nog veel te zeggen. Wij bewaren met grote piëteit de brieven die hij ons nog enkele dagen voor zijn afsterven heeft geschreven.
(*) In DS van 17 oktober 2008 lezen we dat het lichaam van Garcia Lorca zal worden opgegraven. De Spaanse onderzoeksrechter erkent de terechtstellingen tijdens de Franco-dictatuur ( 1939 - 1975 ) als misdaden tegen de menselijkheid. Hij gelast dat 19 massagraven met slachtoffers van executies uit de burgeroorlog worden geopend. De dichter Federico Garcia Lorca werd in 1936 door fascisten doodgeschoten. Er zal onderzocht worden of de hoogste falangistische leiders nog leven en of ze berecht kunnen worden.
10-10-2011
Van Goethem over de scheiding van België
Foto van Leopold I, de eerste koning van België ( 1831 - 1865 ), die de Vlamingen, de Nederlandse taal en de Vlaamse Beweging zeer goed gezind was. Herman van Goethem: ' 'De Monarchie en ' Het einde van België ' Een communautaire geschiedenis van Leopold I tot Albert II '
In een bijzonder interessant boek ( Uitg. Lannoo, 2008 ) over de monarchie van Leopold I tot Albert II schrijft Herman Van Goethem de communautaire geschiedenis van België. Hij toont aan dat België al sinds de democratisering van het kiesstelsel in 1893 afstevent op een onafwendbare splitsing. We citeren: ' Het niet Frans-talige electoraat in Vlaanderen stuwde de aanvankelijk tweetalige politici steeds meer in de richting van het Vlaams nationalisme, terwijl ook Wallonië zijn eigen weg is gegaan. De Belgische koningen hebben krampachtig en vruchteloos getracht greep te krijgen op deze evolutie. Sinds Leopold I hebben ze een diepe angst voor het einde van België. Die vrees is niet ongegrond. De achtereenvolgende staatshervormingen vormden een ware doos van Pandora, en het debacle is sindsdien niet meer te overzien. De gemeenschappen in België zijn mentaal uit elkaar gegroeid. Sociaaleconomische analyses over transfers van het noorden naar het zuiden hebben de discussie alleen maar aangewakkerd. En de unitaire politieke partijen van weleer, die deze problemen dienden op te lossen zijn allang gesplitst...' Opmerkelijk is het eerste hoofdstuk over onze eerste koning de Duitstalige Saksen-Coburger Leopold I, die na de scheiding van het Koninkrijk der Nederlanden ( 1815 - 1830 ) geroepen werd om na Willem I het afgescheiden België uit te bouwen. Er waren bij hem geen sporen van francofilie. Integendeel hij speelde meer in op de verwantschap tussen het Duits en het Nederlands, toen meestal Nederduits genoemd. Hij steunde de Vlaamse volkstaal en hij zag ook de bijzondere positie van zijn klein land geprangd tussen Frankrijk en Duitsland, die allebei België een aanlokkelijke prooi vonden voor aanhechting en door de mogendheden samen met Nederland als een neutrale buffer werd geconstrueerd. België moest dus ook het machtsevenwicht tussen die twee behouden. Leopold kreeg dus een Europees mandaat en in het schaakspel van neutraliteit waren Vlaanderen en de Nederlandse taal belangrijke pionnen. Na 1830 begon bij de geschoolden de actie tegen de verfransing die na Willem I werd ingezet bij politici en militairen. Na de Omwenteling werd vlug het Nederlands door het Frans vervangen. Maar Leopold I maakte algauw duidelijk dat hij koos voor het behoud van het Nederlands, meer nog hij toonde veel sympathie voor de groeiende Vlaamse Beweging en gaf steun aan Vlaamse auteurs als Conscience. Hij zag de Vlaamse beweging als een bres tegen Frankrijk. Ook het Nederlands onderwijs moest opbloeien. Vandaar dat Van Goethem Leopold I de pleitbezorger noemt van de flaminganten. Alleen maar jammer dat Leopold II niet in datzelfde spoor bleef lopen en dat ook de volgende koningen zich lieten verfransen, het Frans als huistaal kozen, wel wat Nederlands leerden maar toch onvoldoende het Nederlands beheersten, op Albert II na. Leopold II heeft zijn politiek archief volledig verbrand. Daardoor is het moeilijk hem op gebied van taal te beoordelen. Hij verstond blijkbaar Nederlands maar op vragen antwoordde hij altijd in het Frans. Bij de Vlamingen was hij nooit populair. Koningin Marie-Henriette sprak wél Nederlands. Philippe, de broer van Leopold II, die voor de troonopvolger moest zorgen, sprak evenmin Nederlands maar op verzoek van Leopold II leerden zijn twee kinderen Nederlands. Bij de 685e verjaardag van de Guldensporenslag in 1887 in Brugge hield Leopold II zijn toespraak in het Frans en zijn neef Boudewijn, die troonopvolger was, sprak de menigte toe in het Nederlands. Die zou ongetwijfeld het beleid van Leopold I hebben voortgezet maar jammer genoeg overleed hij in 1891. Zijn bidprentje was eentalig in het Nederlands. In 1982 ontving de koning het Bestuur van de Vlaamse katholieke Landsbond, die hem een petitie overhandigde. Hun vraag was dat de nieuwe troonopvolger Albrecht ( Albert I ) de Nederlandse volkstaal zou leren en ze vroegen ook het gebruik van het Nederlands in Congo. Op de eerste vraag is Leopold ingegaan. In 1893 kreeg de taalkwestie haar volle gewicht door de invoering van een algemeen stemrecht. Volgens de auteur is dat de eerste barst in België. Op een bevolking van 6 miljoen spraken in 1890 3,5 miljoen Nederlands. Daarvan waren er 800.000 tweetalig ( Brussel inbegrepen ). De 2.700.000 Fransonkundigen waren haast allemaal gewone mensen die door het algemeen stemrecht zich met mekaar verbonden voelden tot één Vlaams volk. In de laatste decennia van de eeuw had de Vlaamse Beweging aanhang gekregen in alle lagen van de bevolking en de eerste taalwetten in strafzaken uit 1873 en 1889 gaven de beschuldigde inspraak bij de taalkeuze. Het stemrecht was nog meervoudig maar in 1894 waren er toch al 853.000 één-stemmers. De massaficatie van de Vlaamse beweging kreeg een onderbouw. De Gelijkheidswet van 1896 wou een veralgemeende tweetaligheid in heel België invoeren om het land één te houden maar die stuitte op de Waalse onwil omdat het Nederlands ook daar als bestuurstaal zou worden ingevoerd. Naast de Vlaamse groeide nu ook de Waalse beweging en dat was het begin van het federalistisch discours: België barst! Vlaanderen en de Vlaamse beweging evolueerden naar radicale eentaligheid terwijl de bestuurlijke tweetaligheid in Vlaanderen bleef, voor de 120 000 Vlaamse arbeiders in Wallonië de tweetaligheid niet verkregen werd, terwijl de Waalse beweging wel de bescherming vroeg van de Nederlandsonkundige Walen en de bestuurlijke tweetaligheid van Vlaanderen wilde handhaven. Typisch: bij taalexamens voor ambtenaren moesten Vlamingen goed de Franse taal kennen terwijl Nederlandsonkundige Walen in Vlaanderen werden benoemd. Dat kon niet blijven duren. Het middelbaar onderwijs werd allengerhand vernederlandst en vanaf 1910 kwam de campagne voor de vernederlansing van de Gentse universiteit, met de drie kraaiende hanen Van Cauwelaert, Franck en Huysmans op kruissnelheid. Albert I ( koning van 1909 tot 1933 ) legde zich vanaf 1891 al toe op de studie van het Nederlands, huwde in 1900 met de Duitse prinses Elisabeth, legde zijn eed af in de twee talen maar hield de troonrede in het Frans. Hij maakte zich grote zorgen om de eenheid van het land en hij zorgde er ook voor dat zijn kinderen ( o.m. de latere Leopold III Nederlands leerden ). De koning wilde België één zien: ' Eendracht maakt macht '. De verkiezingen van 1912 waren de meest communautaire ooit. De Vlaams- Waalse nationaliteitentegenstelling verdeelde alle partijen want de Waalse linkerzijde identificeerde de Vlaamse beweging niet enkel met het katholicisme maar met heel Vlaanderen. De katholieken wonnen en de Waal Destrée schreef, na de goedkeuring van de bestuurlijke scheiding van Vlaanderen door het Waals Congres, zijn beruchte brief aan de koning :' Sire, il n'y a pas de Belges ' De twee volkeren Vlamingen en Walen hadden volgens zijn etnische analyse elk hun eigen aard en het Brusselse type vond hij nniet interessant met ' les défauts des deux races '. De Vlamingen eisten meer en meer de ' Bestuurlijke scheiding ' ( Dosfel, Vliebergh e.a.) In 1909-1913 ijverden de Vlamingen ook voor een taalregeling in het leger en een volledig uitgebouwd Nederlands onderwijsnet. De koning werkte wel mee maar de beveltaal in het leger bleef het Frans. De legeroverheid moest wel het Nederlands kennen. In augustus 1914 brak de oorlog uit en Albert I riep Vlamingen en Walen op tot een eendrachtige strijd...Aan het front leefden de flamingantische emoties op door de achteruitstelling van de Vlamingen. De koning gaf aanbevelingen aan de overheid en vanaf 1913 voorzag de legerwet een vernederlandsing van het officierenkorps. De Fransen steunden de Waalse beweging en vanaf 1916 waren daartegenover de Vlaamse activisten zeer actief. De Gentse universiteit zou worden vernederlandst vanaf 1916-1917. Koning Albert wilde voor alles neutraal blijven, zich niet binden aan Frankrijk en hij zag de Vlaamse eigenheid als een tegenwicht. Op 11 juli 1917 publiceerde de Frontbeweging een ' Open brief aan de koning ' waarin o.m. de taalsituatie in het leger werd aangeklaagd. De koning wilde de aanpak van de taalkwestie maar kwam daardoor regelmatig in conflict met de overwegend franskiljonse regering, die in paniek kwam wanneer in 1918 de activistische Raad van Vlaanderen de zelfstandigheid van Vlaanderen had geproclameerd. Op 1 februari 1918 hield de koning een ministerraad waarin hij pleitte voor tegemoetkomingen aan de Vlamingen. Dan kwam het grote eindoffensief en de overgave van de Duitsers.De oorlogsregering nam ontslag maar de nieuwe regering zag geen prioriteit voor de Vlaamse verlangens. Bij de eerste naoorlogse verkiezingen in 1919 kwam de Frontpartij op voor de federalisering van België en behaalde 5 zetels. Van Cauwelaert verdedigde met de katholieken een minimumprogramma voor Vlaanderen. De regering Van de Vyvere bracht een betere taalwetgeving ( 1921-1923 ) met o.m.de wet voor het hele land ' streektaal is bestuurstaal ' maar daarmee werd de barst in België groter. De radicalisering van de Vlaamse beweging ging door en de politiek evolueerde mee. In 1930 werd de universiteit van Gent vernederlandst. De Vlaamse liberalen namen de elitaire Vlaamse tweetaligen in bescherming. Na de Bormsoverwinning in 1929 ( 45% van de Antwerpse kiezers ) werd er spoed gezet achter het minimumprogramma van Van Cauwelaert en pleitten ook de socialisten ( Huysmans ) voor de eentaligheid van Vlaanderen en Wallonië en het vastleggen van de taalgrens. Meteen begon Grammens vanaf 1931 zijn actie voor de eentaligheid van Vlaanderen. ( vooral in de taalgrensgemeenten ). Als tweetalig gebied werden Brussel en enkele taalgrensgemeenten omschreven. De administratie werd nu ook tweetalig ( 1932 ) Toen de regering Renkin in 1932 het beginsel ' streektaal is onderwijstaal ' wilde doordrukken waren de liberalen tegen. Na ontslag kwam een nieuwe regering Renkin met de nieuwe Vlaamsgezinde minister Sap. In 1933 werden de gemoederen verhit rond de herziening van de tuchtmaatregelen tegen de activisten. De koning wilde noch overwinnaars noch verliezers en schreef een brief naar de ministerraad ( die de dossiers aan magistraten zou toevertrouwen ) waarin hij duidelijk de repressie na de oorlog in vraag stelde. Enkele weken later kwam hij om het leven. In 1934 begon het bewind van Leopold III. ( 1934 - 1944 /1950 ) In 1926 was Leopold gehuwd met de charmante Zweedse prinses Astrid die zich algauw bij de Vlamingen bemind wist te maken zodat weer een toenadering met de monarchie ontstond. In 1930 zei prins Leopold dat de Vlamingen het recht moesten hebben op geheel Nederlands onderwijs. In 1934 volgde hij zijn vader Albert I op als koning. Hij wilde zich niet binden aan Frankrijk en koos een koers van neutraliteit. De verkiezingen van 1936 brachten de overwinning van Rex ( 21 zetels ) van het VNV ( 16 zetels ) waardoor de traditionele partijen tot toegevingen aan de Vlaamse Beweging werden gedwongen. Op 10 juni 1937 werd de amnestiewet gestemd tot woede van vaderlandslievende verenigingen en in 1938 werd de taalwetgeving afgerond met een nieuwe legerwet met een legerindeling op basis van de taal met tweetaligheid van het officierenkorps. De federalistische radicalisering ging door. De sociale zekerheid moest Belgisch blijven en het transferdebat begon. Bij de socialisten ( nationaal BWP ) tekende zich ook een verschillende Vlaams-Waalse ideologische koers af. Het Vlaams Socialistisch Congres van 1937 in Antwerpen was uitgesproken communautair. In 1940 boog de regering Pierlot zich over een beperkte splitsing van het departement van Onderwijs, in het kader van de culturele autonomie. Toen kwam de Duitse inval op 10 mei 1940. Op 25 mei kwam het tot een breuk tussen de regering Pierlot en de koning, die zich overgaf om een bloedbad in de Westhoek te voorkomen. De regering vluchtte naar Engeland. De koning bleef 4 jaar krijgsgevangene en hij hield aanvankelijk rekening met een Duitse overwinning. De VNV-leiding droomde van een Groot-Nederlandse staat en zonk weg in de collaboratie. In 1944 schreef de koning zijn Politiek Testament om bij de bevrijding openbaar te maken. Hij stond grotendeels aan de zijde van de Vlamingen maar zag als belangrijkste taak van de naoorlogse regering het verzekeren van de verstandhouding tussen Vlaanderen en Wallonië in een nieuw België dat Walen Vlamingen volstrekt gelijk zou behandelen en waarin Brussel een taalkundig bindteken en bicultureel uitstralingscentrum zou zijn. Dat Testament zou echter pas na de oorlog bekend geraken want ondertussen was hij door de regering buiten spel gezet en in de onmogelijkheid tot regeren verklaard, nu hij als gevangene in Zwitserland verbleef. In een volksraadpleging kreeg de koning in Vlaanderen 72% van de stemmen tegen slechts 42 % in Wallonië en 48% in Brussel. In de periode 1944 - 1950 had zijn broer prins Karel als regent het bewind in handen genomen. Na de oorlog werden 242 Vlamingen ( o.m. Borms ) geëxecuteerd. Honderden Vlamingen werden aangehouden en zwaar bestraft. De federalistische droom was meteen voorbij. De monarchie kwam gehavend uit de oorlog. De Franssprekenden verzetten zich tegen de terugkeer van Leopold ( onder eerste minister Van Acker ) en de twintigjarige koning Boudewijn besteeg de troon in juli 1950. De auteur titelt dit hoofdstuk:' Koning Boudewijn ( 1950- 1993 ), kroniek van een grote onmacht .' Hij heeft niet kunnen putten uit het koninklijk archief ( 50-jaarregel ) en moet zich beperken tot de toespraken van de koning, persberichten en getuigenissen en memoires van politici. Volgens Gaston Eyskens was de economische ontwikkeling van het naoorlogse Wallonië beneden alles terwijl de economie in Vlaanderen opbloeide, dankzij troeven als zee en havens en het gemakkelijk bereikbare hinterland. In 1947 was er een talentelling waarmee de Vlaamse beweging, die weer de kop opstak, het moeilijk had omdat ze beïnvloed was door het nog heersend anti-Vlaams klimaat. In 1954 konden de Vlaams-nationalisten in Antwerpen toch alweer een zetel behalen in Antwerpen en dan werd de Volksunie opgericht. In de CVP kwam een sterke Vlaamse vleugel o.l.v. Jan Verroken. In 1961 brak de Volksunie door en in 1962-1963 kwamen de nieuwe taalwetten op het bestuur en het onderwijs tot stand en het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur werd gesplitst. In 1962 legde de wetgever de Waals-Vlaamse taalgrens definitief vast. Het territorialiteitsbeginsel werd ook in het onderwijs doorgetrokken door de afschaffing van de transmutatieklassen. In 1963 werd de taalwetgeving afgerond voor het tweetalige Brussel en omgeving. België was nu ingedeeld in 4 homogene taalgebieden: het Nederlandse, het Franse, het Duits en het tweetalige. De zes randgemeenten van Brussel, de gemeenten in de Voer, Komen-Moeskroen en de regio Malmédy en het Duitse taalgebied kregen taalfaciliteiten. De weg voor een staatshervorming lag nu open. De eerste kwam er in 1970. In 1966-68 gebeurde de overheveling van de Franstalige afdeling van de Leuvensse universiteit naar Waals-Brabant. De Walen geraakten getraumatiseerd o.m. door betogingen en studentenacties.In 1969 viel de CVP/ PSC uiteen nadat de communautaire partijen in 1968 een grote overwinning hadden behaald. De partijen werden gedreven in de richting van een federale hervorming van de staat. In 1970 kwam een grondwetswijziging. De cultuurraden kregen eigen wetgevende bevoegdheden. Hun decreten stonden op hetzelfde niveau als de nationale wet. Ook de liberalen en de socialisten vielen uiteen in een Vlaamse en een Waalse vleugel. Het aartsmoeilijke dossier van de gewestvorming ondermijnde de ene regering na de andere.Meer en meer bevoegdheden werden naar de gewesten verschoven. De Voerkwestie en amnestiekwestie zorgden voor strubbelingen en kortsluitingen tussen Vlamingen Walen. In 1976 werd koning Boudewijn door amnestiebetogers in Brugge uitgejouwd en daarna ook in Antwerpen... Toch zocht de koning naar een duurzame oplossing voor de communautaire problemen. Dan kwam het Egmontpact, onder de regering Tindemans en met de toen radicale Wilfried Martens als CVP-voorzitter. Onder leiding van Martens sprak het CVP-congres van oktober 1972 zich uit voor volstrekt autonome gewesten die bevoegd zouden zijn voor alles wat van gewestelijk belang was ( verregaande invulling van art.107 quater van de grondwet om een stap te zetten in de federale richting ) In lange gesprekken wist Martens koning Boudewijn te bekeren tot het ' unionistisch federalisme '. Naast de wetgevende autonomie van de deelstaten met eigen financiële middelen en met erkenning van hun grenzen en territoriale integriteit, legt dat staatsconcept de nadruk op het behoud van een sterke federale kern, die in evenwicht is met de deelstaten m.a.w. federeren is niet scheiden maar wel verenigen. Tindemans moest regeren met CVP en socialisten maar ook met de taalpartijen VU en FDF. Die regering bracht het Egmontpact tot stand: drie gewesten, Vlaanderen, Wallonië en Brussel, met rechtstreeks verkozen gewestraden ( deelparlementen ) en executieven ( regionale regeringen, terwijl ook de bestaande cultuurraden vervangen zouden worden door een Nederlandstalige, Franstalige en Duitstalige gemeenschapsraad met elk een bijbehorende regering. Voor Franstaligen in de Rand en zeven andere gemeenten rond de agglomeratie Brussel werd een inschrijvingsrecht voorzien, waardoor ze daar taalfaciliteiten en stemrecht verkregen. De koning nam de verdediging van dit pact op.( december 1977 ) De Vlaamse Beweging en de pers voerden echter een sterke campagne tegen dit pact. Tindemans ging in feite ook niet akkoord omdat het pact buiten hem door de voorzitters van de partijen werd opgezet. Hij riep er de Raad van State bij, die constateerde dat een aantal bepalingen ingingen tegen de grondwet. Het conflict met de partijvoorzitters evolueerde naar een hoogtepunt en Tindemans blies de bruggen op ( ' De grondwet is voor mij geen vodje papier' ) en hij sleepte in de val het Egmontpact mee ( 11 oktober 1978 ) In april 1979 trad de regering Martens I aan en opnieuw werd over een communautair pact onderhandeld. Nu was Tindemans echter partijvoorzitter en het CVP-congres van 16 december 1979 wees de drievoudige gewestvorming af. Nieuwe voorstellen en conflicten wisselden mekaar af tot in mei 1988 de regering Martens VIII aantrad, nadat Dehaene het terrein had ontmijnd en Happart in Voeren was uitgeschakeld. Zo werd een akkoord bereikt over een verdere staatshervorming. In het najaar 1991 kwam de laatste regering Martens aan haar einde. Het woord 'separatisme ' begon te circuleren. Na de verkiezingen van 1991 kwam Dehaene aan het bewind, die in 1992 het St.-Michielsakkoord tot stand bracht met als sluitstuk de geleidelijke omvorming van België tot een federale staat. Voor de koning was dat nu het eindpunt maar in mei 1993 wou de nieuwe CVP-voozitter Van Rompuy een verdere regionalisering bewerken. Enkele maanden later overleed Boudewijn onverwachts. Albert II trad aan en die wilde een verzoener zijn o.m. door het wegwerken van de gevolgen van de naoorlogse repressie en door de nadruk te te leggen op de eenheid in verscheidenheid. Op 11 juli 1994 zong de koning op de officiële Guldensporenviering in Brugge de Vlaamse Leeuw mee...en dat verwekte bij de Franstaligen grote wrevel, des te meer omdat de eerste Vlaamse Minister-President Luc Van den Brande in Ronse een stoere 'confederalistische ' toespraak had gehouden. Terwijl het separatistische Vlaams Blok groeide en de CVP de verkiezingen verloor trad in 1999 Verhofstadt aan, die de Lambertmontakkoorden tot stand bracht waardoor de gewesten een aantal nieuwe bevoegdheden kregen en ook meer financiële middelen. Inmiddels vormde de CVP zich om tot CD&V en kwam in kartel op met de N-VA ( omfloerste,stapsgewijze separatisten ). De regionale verkiezingen van 2004 werden gewonnen. Nationaal zat het kartel in de oppositie maar niet in de Vlaamse regering, waar Yves Leterme Minister-President werd. In juni 2007 behaalde het kartel CD&V dan weer federaal een grote verkiezingsoverwinning. Leterme liet het Vlaamse Presidentschap over aan Kris Peeters en hij werd premier van de federale regering ( met 800 000 voorkeurstemmen ) maar het probleem Brussel-Halle-Vilvoorde ( dat hij zou oplossen in vijf minuten... ) bleek onoplosbaar, ondanks heel wat toegevingen ( waardoor het kartel met N-VA uiteenviel ) en hij moest ontslag nemen en de plaats ruimen voor de huidige premier Herman Van Rompuy. Bij de grootste financiële en economische crisis ooit, hier en wereldwijd, stond hij voor een heel zware opdracht. Hij deed zijn best om de bankencrisis met staatssteun op te lossen maar geraakte verwikkeld geraakte in juridische problemen, samen met minister Jo Vandeurzen, bij het zoeken naar een oplossing voor het failliete Fortis-Bank, waarvoor hij de steun van het gerecht nodig had en daarbij de scheiding der machten niet zou hebben gerespecteerd. Een onderzoekscommissie moet alles uitklaren en is nu dag aan dag bezig met het ondervragen van magistraten, getuigen en medewerkers. De nakende verkiezingen verhinderen wellicht een objectief besluit, waarbij Leterme, Vandeurzen ( maar ook Reynders ) vrijuit kunnen gaan. Inmiddels blijft de vraag: Waar gaat België naartoe, nu het samenregeren met de Franssprekenden meer en meer onmogelijk wordt. Brengen de nieuwe regionale en Europese verkiezingen van 7 juni e.k. nieuwe inzichten en strategieën? Kan BHV worden opgelost? Kunnen de transfers van miljarden euro's van Noord naar Zuid worden stopgezet? Kunnen de Franssprekenden blijvend alles vergrendelen? Of is er maar één oplossing: België barst? De radicaal Vlaamse partijen ( VB, de N-VA maar ook de populistische LDD ) kunnen hierbij een rol spelen.
09-10-2011
Prof.Vuye over de splitsing van BHV-gerechtelijk
- Onder de titel ' De geest van Maingain, tot diep in Vlaanderen' publiceerde De Morgen op 17 oktober 2011 een artikel van de Naamse prof.staatsrecht Hendrik Vuye, waarin die zegt dat de Vlaamse onderhandelaars met de splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV de bal hebben misgeslagen.
De taalverhoudingen werden gewijzigd in het nadeel van de Vlamingen. De verhouding eenderde Nederlandstaligen tegenover tweederde Franstaligen werd gewijzigd in eenvijfde Nederlandstaligen tegenover viervijfde Franstaligen, terwijl er wel de instroom van Nederlandstalige zaken wel degelijk eenderde bedraagt. Waarom moest het gerechtelijk arrondissement gesplitst worden? , vraagt Vuye zich af. Franstaligen in de Rand moeten beseffen dat ze niet in Vlaanderen kunnen wonen en berecht worden alsof ze in Brussel of Wallonië wonen. Dat is gewoon een kwestie van respect. Men kan niet in Vlaanderen wonen en tegelijk Vlaanderen de rug toekeren. In deze geest werd in 1984 de Brusselse Balie gesplitst. De Barreau de Bruxelles is beperkt tot de 19 gemeenten van het Brussels Gewest. De Brusselse Nederlandse Orde daarentegen is aanwezig in dezelfde 19 gemeenten en in de 35 Vlaamse gemeenten van Halle-Vilvoorde.In Gooik bijvoorbeeld zijn er geen advocaten die lid zijn van de Barreau de Bruxelles.
Het Vlinderakkoord bewandelt echter andere paden. De zetel wordt niet gesplitst maar wel ontdubbeld. Dit betekent dat er in de 54 gemeenten van BHV zowel Franstalige als Nederlandse rechtbanken komen. In Gooik zullen ook de Franstalige Brusselse rechtbanken bevoegd zijn ( zoals Maingain het heeft gewild ) terwijl in het wetsvoorstel van Hugo Vandenberghe ( CD&V ) de Brusselse rechtbanken maar bevoegd waren voor de 19 Brusselse gemeenten. Dit model werd altijd gehanteerd door de meeste Vlaamse partijen, helaas voor het Vlinderakkoord dat hun onderhandelaars domweg hebben aangenomen. Er zitten inderdaad weinig of geen positieve punten in heel deze regeling, tenzij misschien dat het parket van Brussel wordt gesplitst in een parket van Brussel ( 19 gemeenten ) en een parket van Halle-Vilvoorde ( 35 gemeenten ) maar Brusselse Franstalige parketmagistraten kunnen gedetacheerd worden naar Halle-Vilvoorde om prioritair Franstalige zaken te behandelen, en die staan onder het gezag van de procureur des Konings in Brussel. Dit komt erop neer dat het Vlaamse parket van Halle-Vilvoorde een Franstalige afdeling kent, actief tot in Gooik. De Brusselse procureur des Konings is voortaan altijd Franstalig. Tot nu toe was dit alternerend een Franstalige en een Nederlandstalige. De Franstaligen uit de 35 Vlaamse gemeenten van Halle-Vilvoorde kunnen voortaan vrijwillig voor de rechtbank van hun taal verschijnen, net alsof ze in Brussel wonen. En het toppunt bepaalt het Vlinderakkoord ' De wenselijkheid om dit stelsel uit te breiden naar het geheel van de arrondissementen van het land zal worden onderzocht door de Commissie voor de modernisering van de rechterlijke orde. ' Taalfaciliteiten voor de Franstaligen in heel Vlaanderen zonder enige wederkerigheid voor de vele Vlamingen in Wallonië, die het moeten stellen zonder Nederlandse parketmagistraten en Nederlandse rechtbanken...
Waren de Vlaamse onderhandelaars misschien in slaap gevallen? Het kan niet anders: de N-VA en het VB zullen daarmee een mooi strijdpunt hebben, dat zal aanslaan in Vlaanderen.
Met veel dank aan de onpartijdige professor staatsrecht Hendrik Vuye, die doceert aan de Universiteit Namen, gelegen in Wallonië...
02-10-2011
Het Volkstoneel voor Frans-Vlaanderen: 't Hommelhof
Voor het nieuwe seizoen brengt Flor Barbry's Volktoneel voor Frans-Vlaanderen de voorstelling van 't Hommelhof van Leo Behaegel onder regie van Roland Delannoy.
Toneelopvoeringen vinden plaats in de zaal Utendoale, Westouter op
Zaterdag 10 december om 20 uur Zondag 11 december om 17 uur Maandag 12 december om 20 uur
Voorts zijn er 14 opvoeringen in Frans-Vlaanderen en ook in verschillende steden en gemeenten in West-Vlaanderen. In Frans- Vlaanderen is de eerste opvoering op zaterdag 19 november 2011 om 20 uur in Abele Au nouveau Tahiti , Reservatie Bernard Vanrenterghem, Tel 057 388 349
De tweede opvoering gebeurt in Vleteren ( Flêtre ) op zondag 20 nov. om 17 uur in de Salle Municipale, Reservatie Marie-Paule Marris 0033 378 401 912
De derde opvoering vindt plaats op de Katsberg op zondag 27 november om 17 uur in de Salle des Amis du Mont des Cats Reservatie:Jean Jourdin tel.0033 328 425 260
Volgen nog: Zondag 4 december St.-Jans-Cappel om 16 uur in Salle Maurice Flauw,Reservatie Pierre Van Elstlande 0033 328 411867 Zondag 18 december Boeschepe om 17 uur Salle Paroissiale, Res.Gerard Baillieul 0033 328 425 125
In 2012
Zaterdag 14 januari in Warhem : 18 uur Salle Polyvalente Reservatie: Ecole Notre Dame 0033 328 620 075 Zondag 15 jauuari in Houtkerke: 18 uur Salle G. Vandaele Res. Marie Bollengier 0033 328 409 169 Zaterdag 21 januari Mont des Cats: Salle des Amis du Mont des Cats Res. Jean Jourdin 0033 328 425260 Zondag 22 januari Ekelsbeke: 16 uur La Maison du Westhoek Res.'t Huus van Westhoek 0033 328628857 Zaterdag 28 januari Bambeke : 18 uur Salle Espace Yserhof Res.André Vitse 0033 328 276061 Zondag 29 januari Bray-Dunes : 16 uur Salle Famila, Office de Toerisme 0033 328 266109 Zondag 5 februari Rekspoede: 17 uur Salle du Meulenhof, Reservatie Brocante Roselle 0033 328 621169 Zondag 12 februari Belle : 16 uur Salle des Fêtes, Res. Francine Desmet , 0033 683 535826 Zondag 19 februari De Moeren-Les Moëres 17 uur Salle St-Jean Bosco Res. Hervé Laniez 0033 328 264137 Zondag 26 februari Pitgam 16.30 Salle Communale, Res. Joseph Campagne 0033 328 621386
Voor informatie over opvoeringen in Hollebeke ( 25 nov.), Assebroek ( 26 nov. ), De Panne ( 3 dec. ), 3 maal in Westouter ( 10, 11 en 12 december ), Ieper ( 13 jan. ) Veurne ( 20 jan. ) , Kuurne St.Pieter ( 27 jan.) , Haringe ( 4 febr.), Oostkamp ( 10 febr.) , Oudenburg ( 11 febr. ), Poperinge ( 17 febr. ), Izegem ( 18 febr.) , Wevelgem ( 24 febr. ), Sint-Juliaan ( 25 febr. ) , Westouter ( 3 en 4 maart ):
één adres: Pascal en Evelien Vandelannoote-Leeuwerck, Pastoorstraat 18, 8970 Reningelst Tel. 0472/ 546487 en 0476/345206 Mail: Pascal.vandelannoote@euphonynet.be
25-09-2011
Daniël Merlevede en Justin Blanckaert
Uit het archief van Daniël Merlevede:
Een foto waarop we zien van links naar rechts: de jonge Daniël, Justin Blanckaert, de eerste voorzitter van het Vlaams Verbond van Frankrijk, zijn zoon en opvolger en Lode Depauw, die later zou uitwijken naar Argentinië.
Een bewijs dat Daniël Merlevede al op zeer jonge leeftijd contacten had met Frans-Vlamingen.
23-09-2011
64e Cultuurdag - 2e Verbekeprijs - Jaarboekje
Naar aanleiding van de 64e Frans-Vlaamse Cultuurdag van het KFV die plaats vond op zondag 25 september 2011 in het Waregemse Cultuurcentrum, verscheen het Jaarnummer 2011, als 39e jaargang van het tijdschrift KFV-Mededelingen waarin het volledig programma van de Cultuurdag en de Verbekeprijs te lezen was.
.Vooraf enkele noodzakelijke gegevens: * Het Komitee voor Frans-Vlaanderen werd opgericht in 1947 door André Demedts en Luc Verbeke. * De eerste Frans-Vlaamse Cultuurdag vond plaats in Waregem op 25 juli 1948. * Het tijdschrift KFV-Mededelingen werd in 1973 opgericht onder leiding van Luc Verbeke. Hij was uitgever en hoofdredacteur tot 1997 . Hij werd als KFV-secretaris en hoofdredacteur van de KFV-Mededelingen opgevolgd door zijn zoon Dirk, die tot op heden alle redacteurswerk en ook de organisatie van de Cultuurdagen op zich heeft genomen. * In 2008 werd de Luc Verbekeprijs opgericht naar aanleiding van 60 jaar KFV en 35 jaar KFV-Mededelingen. Deze prijs is een eerbetoon aan publicisten die aan weerszij van de grens een kwaliteitsvolle publicatie hebben geleverd tot een betere kennis kennis van Frans-Vlaanderen/ de Franse Nederlanden, die regio in het noorden van Frankrijk die sterke taalkundige en culturele banden heeft met de Lage Landen.
De Luc Verekeprijs werd dus voor de tweede keer uitgereikt op zondag 25 september 2011 tijdens de 64e Frans-Vlaamse Cultuurdag van het KFV in het Waregemse Cultureel Centrum De Schakel. Om 14.30 uur kwamen de deelnemers aan en konden met elkaar kennismaken terwijl ze gratis koffie of thee kregen aangeboden. Terwijl de Frans-Vlaamse groep Shillelagh Frans-Vlaamse muziek uitvoerde kwamen ongeveer 125 deelnemers de Oranjezaal binnen voor de plenaire zitting die om 15 uur aanving. Ook Luc Verbeke was er al en zat er in het midden met zijn rollator. Links van hem bemerkten we de bekende romancier -dichter- essayist Willy Spillebeen en rechts van hem Jan Yperman. Op de eerste rij bemerkten we ook genomineerden als de Frans-Vlamingen Wido Bourel en Eric Vanneufville.
Stipt om 15 uur mocht voorzitter Guido Carron, ereburgemeester van Waregem, het select publiek verwelkomen, voor de uitreiking van de 46e KFV-Taalprijsvraag Nederlands voor Frans-Vlamingen, na het juryverslag door Dirk Verbeke en de uitreiking van de tweede Luc Verbekeprijs voor een Nederlandstalige en een Franstalige publicatie i.v.m. Frans-Vlaanderen met juryverslag door Johan Strobbe. De spreekbeurten werden afgewisseld met muziek door Shillelagh ( G.Lenoir, B.Macke, A. Tanghe ) Bij zijn welkomstwoord zette Guido Carron de bedoeling van de Cultuurdag met de Verbekeprijs uiteen en benadrukte de grote verdiensten van Luc Verbeke vanaf 1947 tot nu. Dat is de reden waarom het KFV hem wilde eren met een tweejaarlijkse Verbekeprijs. Vervolgens werd eerst de Nederlandse Taalprijsvraag afgehandeld met verslag door Dirk Verbeke. De talrijke bekroonde deelnemers mochten hun prijs ( een reeks boeken ontvangen uit de handen van Guido Carron en Sandrine Demange-Delobel, directrice van het Huis van het Nederlands in Belle, die ook de jury van de Taalprijsvraag voorzat. Roger Vynckier bracht de prijzen aan. Daarna volgde de uitreiking van de tweede Verbekeprijs.
Genomineerde Franstalige werken:
Christine Flament: En Flandre. Textes et aquarelles. Jacques Messiant: Lieux mystérrieux et traditions inslolites dans le Nord-Pas-de-Calais Jean-Pierre Popelier: Belges et Français du Nord. Une histoire partagée Jean-Pascal Vanhove: De Nord-Berkin à Vieux-Berquin, 850 ans d'histoire ( tweetalig ) Eric Vanneufville: Histoire de Flandre. Le point de vue flamand Pages flamandes de Moulins-Lille et Wazemmes
Nederlandstalige genomineerde werken:
Wido Bourel: Wintertijd in Frans-Vlaanderen Een erfenis zonder testament. Hoe en waarom ik Nederlands leer. Kristof Papin e.a. De Zuidelijke Nederlanden Willy Spillebeen: Rubroeks reizen Jan Yperman: De Westhoek XL. Verrassend veelzijdig West-en Frans-Vlaanderen
De boeken werden in een mooie film een na een voorgesteld en de genomineerden werden geïnterviewd door Johan Strobbe. Voor ' De Zuidelijke Nederlanden ' deed Cyriel Moeyaert dat, als belangrijkste auteur van het boek. Voor de samenvatting van elk interview en de vertaling ervan zorgde Jaak Fermaut.
Daarna werden de laureaten bekend gemaakt: Voor Nederlandstalige werken: Jan Yperman met ' De Westhoek ' Voor de Franstalige werken: Eric Vanneufville met ' Histoire de Flandre ' en ' Pages Flamandes ' Ze mochten hun prijs ontvangen, elk 1500 euro, uit de handen van Luc Verbeke, die daarna aan het woord kwam om de twee laureaten te feliciteren maar ook alle genomineerden voor het degelijk werk dat ze hadden afgeleverd en dat met hoge waardering door de jury werd besproken. Vervolgens feliciteerde hij ook de winnaars van de 46e Nederlandse Taalprijsvraag, voor het eerst door hemzelf op touw gezet 46 jaar geleden, jaar na jaar met een groeiend aantal deelnemers en ook met een groei van de kwaliteit, te danken aan de groei van de Nederlandse cursussen die hij ook vanaf 1959 heeft georganiseerd. Hij blikte even terug op een ver verleden toen in Waregem in 1947 het KFV ontstond onder voorzitterschap van wijlen André Demedts en met hemzelf als secretaris. Sindsdien werden vanaf 1948 niet minder dan 64 Cultuurdagen georganiseerd waaruit alle andere iniatieven zijn ontstaan. Tenslotte bedankte hij de organisatoren van deze manifestatie, in het bijzonder Dirk Verbeke, KFV-secretaris en hoofdredacteur van de KFV-Mededelingen. Hij loofde ook het werk van voorzitter Guido Carron, penningmeester Roger Vynckier, bestuurslid Johan Strobbe en ondervoorzitter Francis Persyn.Ook de Frans-Vlaamse muzikanten en de deelnemers die kwamen van heel ver, uit Nederland en Frans-Vlaanderen kregen een woord van dank.
Daarna kwam voorzitter Guido Carron nog even aan het woord om aan Lut Vanbrussel, de echtgenote van Dirk Verbeke, een bloemtuil te overhandigen en om alle aanwezigen uit te nodigen naar de receptie en de tentoonstelling ' Grenzeloos ', ingeleid door de Waregemse schepen P. Iacopuzzi. Een tentoonstelling met ruim 140 foto's van de 45-jarige Waro-fotoclub en met werken van drie Frans-Vlamingen ( Marc Lequenne, Pierre Feray, Anne-Sophie Gilloen ) en van de West-Vlaamse Greet Desal.
Wido Bourel: Een erfenis zonder testament.
Onlangs verscheen van de al vrij goed bekende Frans-Vlaming Wido Bourel zijn tweede publicatie onder de titel ' Een erfenis zonder testament ' met als ondertitel ' Hoe en waarom ik Nederlands leerde '
In 2009 verscheen al van hem ' Wintertijd in Frans-Vlaanderen ', waarvoor hij op zaterdag 7 mei 2011 de Dr.F.Snellaertprijs heeft mogen ontvangen. De tekst van zijn nieuw boekje publiceerde hij al in het Jaarboekje van het KFV van september 2010, 38e jaargang. Het is een mooi boekje met roze kaft. Hij draagt het op aan Cyriel Moeyaert, die hem aanmoedigde om Nederlands te leren.
Zoals uit zijn getuigenis blijkt is Wido Bourel een authentieke Frans-Vlaming, die in 1955 in Kaaster ( Caestre ) geboren werd. Na zijn studies Nederlands en geschiedenis, gepaard aan bezoeken in Vlaanderen en Nederland week hij uiteindelijk uit naar Belgisch-Vlaanderen, waar hij eerst in Antwerpen woonde als journalist van De Gazet van Antwerpen. Na zijn huwelijk ging hij zich vestigen in het Antwerpse Bouwel, waar hij zich tenvolle zou ontplooien. Zijn perfecte kennis van het Nederlands was daar niet vreemd aan. Hij was o.m. enkele jaren commercieel medewerker bij uitgeverij Brepols. Sinds 1994 is hij algemeen directeur voor de Benelux van de Rajagroep, de Europese marktleider voor de verkoop van verpakkingen en toebehoren aan ondernemingen.
Naar eigen verklaring schreef hij het boekje om een antwoord te geven op vragen als: ' Hoe en waarom ik Nederlands leerde? Of wij thuis Vlaams spraken? Of nog iemand Vlaams of Nederlands in Frans-Vlaanderen? ' Het telt 31 bladzijden met 13 illustraties en is gezet in Garamont corps 11 en gedrukt op Munten Print Cream paper, gebroken wit 100 gr.De kostprijs bedraagt 12 euro, verzendkosten inbegrepen, te storten op rekeningnummer 001-1164840-43 van Wido Bourel met de vermelding ' Erfenis '
Nu iets over de inhoud. Hij vertelt over zijn eerste pogingen om Nederlands te leren, die niet naar de zin waren van zijn ouders en familie. Ook zijn dorpsgenoten begrepen niet waarvoor dit nuttig kon zijn, want ' De Belgen spreken toch allemaal Frans '. Anderen argumenteerden dat hij beter Engels of Duits zou leren. Zijn ouders spraken thuis Vlaams onder mekaar en met hen de hele familie en de mensen van het dorp maar met de kinderen spraken de ouders Frans, want daarmee konden ze het verder brengen dan met hun dialect ' Daar kom je nergens mee ', was thuis het oordeel. Maar hij hield van zijn taal en zou die blijvend spreken. Telkens als hij het plaatselijk kerkhof bezocht overviel hem de gedachte: al de doden die hier liggen communiceerden met elkaar in het Vlaams, zijn taal. Hij voelde zich daardoor nauw met hen verbonden en voelde zich de drager van hun erfenis maar dan zonder testament. Dat zou hij schrijven.
Maar Wido zag ook ruimer en wou ook mordicus Nederlands leren en in 1972 reed hij naar Ieper om in de plaatselijke boekhandel het nieuwste Standaard vertaalwoordenboek aan te kopen. Hij begon met de woorden van het woordenboek van buiten te leren en ontwikkelde een eigen methode. Hij onderstreepte belangrijke woorden en kleefde thuis, tot ongenoegen van zijn moeder, etiketten op alle mogelijke voorwerpen met de Nederlandse naam: stoel, tafel, deur, kraan enz. Van de keuken tot de zolder was alles volgeplakt, met het goeie gevolg dat iedereen van het huis mee Nederlands leerde. Het spreken pikte hij op uit het Vlaams. Later leerde hij het in de KFV-cursus van Steenvoorde en vooral bij Cyriel Moeyaart, die toen in Ieper woonde, voor hem de beste mentor en die ook Frans-Vlaanderen goed kende.
In het Lycée des Flandres van Hazebroek stichtte hij een Vlaamse Club en kreeg heel wat vrienden en vriendinnen mee uit alle klassen om een Nederlandse cursus te eisen. Wel gedurfd van een toen 16-jarige. Op één week verzamelden ze 75 handtekeningen van ouders. Maar de provisor kon geen leraar Nederlands vinden in Frans-Vlaanderen, zei hij , en hij was ook niet opgezet met de aktie. Twee jaar later kwam die cursus er toch.
Via de KFV-cursus in Steenvoorde kwam hij met mij en André Demedts in contact, woonde de cultuurdagen bij en stichtte zelf een KFV-cursus in Kaaster, die vrij succesrijk was. Daar hebben we hem heel vaak bezocht om hem boeken en materiaal te bezorgen en ook een passende vergoeding. In Steenvoorde stichtte hij een vereniging met naam Hekkerschreeuwen voor opbouwwerk en volkscultuur. Het behoud en het spreken van het Vlaams ( toen nog naar schatting door 120.000 Frans-Vlamingen gesproken ) moest het Nederlands bevorderen. Zijn vriend Jean-Paul Sepieter lanceerde voor hen de leuze ' 't Is schoon Vlaams te klapp'n '
Op 18-jarige leeftijd kreeg hij van André Demedts de kans om in het programma ' Zonnewijzer' van radio West-Vlaanderen, over Frans-Vlaanderen te spreken. Voor twee minuten spreektijd kreeg hij van programmator Valeer Arickx twee uur vooroefening dictie...Dankzij André Demedts kwam hij ook naar Antwerpen waar hij een tijd lang journalist was bij de Gazet van Antwerpen en waar zijn defintieve levensloop in Vlaanderen is begonnen.
Hij is altijd voorstander geweest van het behoud van de Vlaamse taal, mondeling overgeleverd, maar ook van het leren spreken, lezen en schrijven van het Nederlands. In Kaaster was één van zijn leerlingen Jean-Paul Couché, die later ook een KFV-cursus Nederlands heeft gegeven maar nu sinds enkele jaren alleen maar ijveren wil voor het Vlaams en zelfs tegen het Nederlands, iets wat Wido Bourel ten zeerste betreurt.
22-09-2011
Wido Bourel ontvangt Snellaertprijs
De Dr. Ferdinand Snellaertprijs voor 2010 van de Vereniging van Vlaams-Nationale auteurs ( VVNA ) werd door de jury ad hoc unaniem toegekend aan de Frans-Vlaming Wido Bourel naar aanleiding van de publicatie van zijn eerste bundel ' Wintertijd in Frans-Vlaanderen ' en voor zijn jarelange inzet voor de Nederlandse taal, zoals verwoord in zijn zeer persoonlijk getint essay ' Een erfenis zonder testament ' waarin hij zijn relatie tot het Nederlands beschrijft. De lezers van de KFV-Mededelingen hebben dit essay al kunnen lezen in het KFV-Jaarboekje 38e Jaargang 2010. ( blzn.57-64 )
De uitreiking vond plaats op 7 mei 2011 in de feestzaal van het stadhuis van Belle ( Bailleul ) in Frans-Vlaanderen. Een 70-tal personen waren daarbij aanwezig en heel wat andere belangstellenden moesten zich laten verontschuldigen.
De stad Belle verwelkomde de aanwezigen via een woordje van ere-schepen Jeroom Steenkiste, ook voorzitter van het MNL ( Het Huis van het Nederlands ), die daarbij ook het KFV betrok, dat met het MNL samenwerkt voor het onderwijs van het Nederlands. Daarna volgde het welkomstwoord door Hugo Rau, voorzitter van de VVNA. Yvo Peeters bracht het verslag van de jury, de laudatio werd uitgesproken door Cyriel Moeyaert, waarna de oorkonde ( een kaligrafisch werk van Joke van den Brandt ) werd uitgereikt. Tenslotte was er het dankwoord van de laureaat. We citeren nu uitvoerig uit de laudatio van Cyriel Moeyaert en het dankwoord van Wido Bourel.
Cyriel Moeyaert herrinnert aan zijn eerste ontmoeting met Wido, toen hij leerder was van een KFV-cursus Nederlands o.l.v. Walter Verdonck. Een vastberaden hardnekkige jongen. Hij komt uit Kaaster waar hij bij zijn Vlaamssprekende ouders woonde in de Strazelestraat. Een dorp met een groot verleden. Er zijn daar meerdere rederijkerskamers geweest, die deelnamen aan de landjuwelen. Bekend is de heilige pastoor van Kaaster, Lodewijck Grimminck.
Als jongeling stichtte hij met Jean-Paul Sepieter de vereniging ' De Hekkerschreeuwen ', een strijdbare Vlaamse jongerengroep die hun ideaal wilde uitschreeuwen. Hun leuze was die van de Sint-Winoksbergse dichter Cuvelier: ' Noch krupen, noch stupen. ' Ze maakten heel wat Vlaamse stickers met Vlaamse oproepen. Ze borstelden ook Vlaamse leuzen. Wido vond een nestor in Nicolaas Bourgeois, die samen met Gantois, de leiding had van ' Het Vlaamsch Verbond van Frankrijk '. Bij Bourgeois leerde hij een heel stuk geschiedenis van Frans-Vlaanderen. Hij wilde ten allen prijze Nederlands leren en ging daarom in Vlaanderen werken, eerst in West-Vlaanderen, later in Antwerpen. Hij pleegde daar o.m. artikels over Frans-Vlaanderen en de Frans-Vlamingen en vond een betrekking bij VTB-VAB. Hij leerde goed Nederlands bij een verblijf in Nederland en hij leerde het ook bij Vera, die hij had leren kennen op een jeugdkamp in Broksele en die later zijn vrouw werd. Wido was echt een levenwekker geworden.. Zo slaagde hij erin om in Kaaster een Nederlandse KFV-cursus op touw te zetten. Hij wou de vreemde Franse taal vervangen door de eigen aloude moedertaal. Als de Rodenbach van Frans-Vlaanderen heeft hij stand gehouden en hij houdt nog altijd de Vlaamse vaan hoog. Hij beheerst de Nederlandse taal mondeling en schriftelijk.
Hij vertelt zijn eigen levensgeschiedenis als Vlaming in zijn twee boekjes ' Wintertijd ', waarvoor hij terecht bekroond werd met de Snellaertprijs, en in zijn tweede publicatie ' Erfenis zonder testament ' Cyriel Moeyaert is blij dat hij Wido en andere jonge Frans-Vlamingen ten huize heeft mogen ontvangen. Hij heeft met Wido en zijn vrienden veel mooie uren beleefd en was getuige van die Vlaamse lente in dat pijnlijk van ons afgescheurde stuk van de Nederlanden. Moge Wido een lichtend voorbeeld blijven.
Het dankwoord van Wido. Aldus sprak hij:
Dames en heren, beste vrienden.
' Ik wil de jury van de VVNA hartelijk danken voor de toekenning van de Snellaertprijs. Ook voor de vriendelijke woorden die hier zijn uitgesproken, niet in het minst door mijn goede vriend en promotir Cyriel Moeyaert. Dank u allemaal.
Ik ben mij bewust van mijn beperkingen als het gaat over de Nederlandse taal en het schrijven in deze taal. Gelukkig heeft de jury in haar wijsheid met deze prijs ook hulde willen brengen, en ik citeer ' aan alle Frans-Vlamingen die door het geschreven woord de Nederlanden in Frankrijk levend houden '.
Ik draag deze lezing op aan al de bekende en minder bekende schrijvende Frans-Vlamingen die voor de Nederlandse gedachte ijveren, als hulde aan hun inzet.
' Wintertijd in Frans-Vlaanderen ', het bescheiden essy dat u vandaag hebt bekroond , heb ik geschreven in dankbare herinnering aan mijn grootouders. Voor hen was het Vlaams nog hun moedertaal en het Frans een vreemde taal. Dat was een andere wereld. Dat was de tijd toen de grootouders nog verhalen vertelden aan hun kleinkinderen. Een van deze waar gebeurde verhalen was de belevenis van mijn grootvader, die gevangen werd genomen in de slag om Duinkerke, in het begin van de Tweede oorlog ' nog voor het Franse leger de tijd kreeg om ons geweren uit te delen ', zoals hij zei. Als krijgsgevangene werd hij naar Oost-Pruisen gedeporteerd ( in het huidige Polen ) en ondergebracht op een boerderij in de streek van Allenstein. Hij vertelde mij dat hij als tolk fungeerde tussen de plaatselijke bevolking en zijn Franse lotgenoten in ballingschap. Hoe kon hij tolk zijn zonder Duits te kennen? ' Het is maar vele jaren later dat ik begrepen heb dat hij zich van het Vlaams van bij ons bediende om te communiceren met de Duitsers die hem, op zo'n 1500 km van zijn geboortedorp Kaaster, antwoordden in hun Nederduits, de voertaal in Oost-Pruisen die vrij makkelijk te begrijpen is voor al wie de taal van de Westhoek spreekt '. Dat soort anekdoten liet me niet onberoerd en gaf me zin om er meer over te weten ter komen, over de talen die werden gesproken rondom de Noord-en de Oostzee, natuurlijk om te beginnen het Nederlands.
Hij vertelt dan zijn over zijn kennismaking als 15-jarige met meester Nicolas Bourgeois, een oude Vlaamse militant die in Hazebroek woonde. Hij werd onmiddelijk gefascineerd door zijn encyclopedische kennis over Vlaandezen en zijn talent als schrijver en historicus. Op een dag vertelde hij een waar gebeurd verhaal over een oude senator van de Derde Republiek, Auguste Potié, die ook 35 jaar lang burgemeester is geweest van Harbodem ( Haubourdain ). De oude Potié zelf had aan de jonge Bourgeois het volgende merkwaardige verhaal gedaan van een gebeurtenis die een blijvende stempel had gedrukt op zijn jeugd. Bourgeois vertelt: ' We waren op het einde van de 19e eeuw. Vader Potié, een industrieel, roept zijn meestergast bij zich, een taaie rakker afkomstig uit Belle, en zegt hem wat volgt: ' Auguste ( zijn zoon ) wordt binnenkort twintig. Hier is eem omslag met een mooie som geld erin. Ga samen naar Duinkerke, volg de kustlijn over Antwerpen, Rotterdam en Hamburg tot je aan een kleine rivier komt die Aa heet, precies zoals degene die bij Grevelingen in de Noordzee uitmondt. Keer dan terug via Denemarken en Zweden en maak een klein omwegje via een kleine haven in Kent. Jij kent Vlaams en mijn zoon heeft het in zijn bloed. Dat is de beste opvoeding die ik aan mijn zoon kan geven alvorens hij aan het actieve leven begint '.
Het is dat verhaal dat Wido heeft geïnspireerd om op zijn beurt de ronde van de Noordzee aan te vatten. Volgens Potié de beste voorbereiding, beter dan te vertoeven in de scholen van het centralistische en jacobijnse Frankrijk van de jaren '70. Daar werd hem het elementaire recht ontzegd de taal en de cultuur te leren van zijn voorvaderen en zijn Europese buren. Hij gaf dus de voorkeur aan directe contacten en ontmoetingen, om te beginnen in Vlaanderen, vervolgens in Nederland en dan verder reizend door alle landen die aan de Noordzeekust liggen. Naar het woord van Hilaire Belloc zegt hij: ' Mijn vaderland is de Noordzee. '
Hij besluit zijn toespraak als volgt: ' Ik blijf erin geloven dat het oversteken van de 'schreve ' nog steeds de beste scholing is voor jonge Vlamingen uii Frankrijk. Trek door Vlaanderen en Nederland, neem deel aan de gemeenschappelijke vakanties en stages, aan uitwisselingsprogramma's voor studenten en aan groepswerken, ga studeren aan de oudste universiteiten van Europa, in Leuven, Leiden, Delft en elders. Deze programma's dragen niet voor niets de naam van Erasmus, de groottste Nederlandse en Europese humanist. Voor wie wil ontkomen aan de hexagonale verstikking geeft niets meer zuurstof en bezieling, dan de ruimte en de zeebries rond de Noordzee.'
Onlangs verscheen bij De Bezige Bij ( Antwerpen- Amsterdam ) de debuutbundel van Reinout Verbeke. Hij werd voorgesteld op woensdag 6 april 2011 in de zaal Vooruit Gent. Hij oogstte een groot succes. Onder de aanwezigen werd o.m. Marc Reynebeau, redacteur van De Standaard opgemerkt.
Over de inhoud lezen we op de achterflap: ' De achterkant van flatgebouwen ' is een allegorie van het miniscule, over onder meer zenuwbanen, nanotechnologie en insecten, veel insecten. Het zijn kleine symbolen voor de onvermijdelijke thema's leven, liefde en dood. Waar het zichtbare ophoudt, begint in deze bundel de verbeelding, maar die is niet ongebreideld: de ratio tempert en taal schiet ten slotte tekort. Taal is ons mooiste verraad.
Reinout werd geboren in Roeselare op 13 mei 1981, als zoon van Dirk en Lut -Verbeke Vanbrussel. Dirk is onze oudste zoon en Reinout onze oudste kleinzoon.
We lezen boven en naast zijn foto over poëzie en artikelen die hij publiceerde in onder meer Gierik. en ook in de bloemlezing ' Op het Oog - 21 dichters van de 21e eeuw. Hij werd ook opgenomen met negen gedichten in ' Het Liegend Konijn ' van Jozef Deleu ( zie verder ) en in de Poëziekrant van januari-februari 2011, met vier nieuwe gedichten op p.p.38-39.
Hij is redacteur van het wetenschapsblad Eos.
' Reinout met Nevenwerking' is de rockband rond de dichter. ' De achterkant van flatgebouwen' , geproducet door Bas Remans is meteen ook zijn debuut-cd. De cd wordt gratis toegevoegd aan de dichtbundel, die 56 bladzijden telt. In ' De Morgen ' wordt ' Reinout met nevenwerking ' een geslaagde combinatie genoemd van Rock - 'N - Roll en Poëzie.
We schrijven het openingsgedicht over:
HET GELUID VAN HET GEDICHT
Het geluid van het gedicht is het geluid van andere vogels andere dieren, andere machinerieën
Het geluid van het gedicht is de Australische liervogel die twee eksters nadoet, een gele mus die zijn jongen voedt, een parkiet in de vlucht, een spiegelreflexcamera een autoalarm
Het geluid van het gedicht is de liervogel die een hydraulische ram imiteert, het gefluit van de werkman de kettingzaag die zich een weg baant, een boom die valt.
Het geluid van het gedicht is de liervogel die de dood op zijn stembanden heeft gezet
In Den Haag vond op 20 en 21 november 2010 in en rond de Koninklijke Schouwburg de 17e editie plaats van de Crossing Border, een crossmediaal festival waarin het samengaan van muziek en literatuur centraal staat. Er waren meer dan 8000 aanwezigen in Den Haag voor de twee dagen. Het festival was ruim een maand vooraf helemaal uitverkocht. Dit jaar werd voor de eerste keer een verlengdag van het Haagse Crossingborderfestval georganiseerd op zondag 22 november in Antwerpen.
Reinout trad op in Den Haag met zijn groep ' Reinout met Nevenwerking ' Hij praatzingt de gedichten op de rockmuziek van zijn band, met projectie op een groot scherm van z'n teksten en video's gemaakt op basis van z'n gedichten. Een multimediaal gebeuren.
De groep bestaat uit zijn neven Francis Vanbrussel ( gitaar en zang ) en Emmanuel Vanbrussel ( keyboards ), basgitarist Pieter van Alphen, drummer Tim Vanderjeugd. Backing vocals door Charlotte van Roosbroeck. Alle leden hebben iets met media te maken: Reinout is nieuwscoordinator online van het wetenschapsblad Eos, Emmanuel is redacteur van de krant De Morgen, Tim is redacteur van het blad Menzo, Charlotte is journaliste bij VTM en Francis werkt als opleider bij gms-operator Proximus.
Journalist Tim Fierant schreef over dit optreden: ' Slechts één act van de vrijdagavond kon aanspraak maken op een enigszins grensoverschrijdend karakter. Reinout met Nevenwerking, op de eigen Myspace aangeprezen als ' crossmediale poëzierock ' bestaat uit een sterke band gefront door ene Reinout die mooie poëtische teksten over de muziek praatzingt. Het resultaat klinkt verrassend natuurlijk. Zowel de muziek als de teksten zijn sterk, waardoor nergens de illusie van een gedwongen huwelijk wordt gewekt. '
Op het mooie domein van onze jongste zoon Wim en echtgenote Ilka vierden we ons diamanten huwelijksjubileum met een vijfenveertigtal deelnemers: familieleden en enkele vrienden-buren.
04-09-2011
Onze diamanten bruiloft
Mijn jongere broer Georges, stichter van de bloemenzaak, niet ver van de Waregemse kliniek, Vijfseweg, winkel nu uitgebaat door zijn zoon Mik.
Een praatje tussen moeder en dochter.
Nikolaas, oudste zoon van Wim en Ilka. Studeert voor dokter.
Overbuurvrouw Christine Hooghe met Georgette Vervaecke, echtgenote van Roger Vynckier.
Annelien, jongste dochter van Wim en Ilka.
Ons diamanten jubileum III C
Onze dochter Hilde, gehuwd met Lieven Lagae. Germaniste. Lerares in Heverlee.
Antoon Vossaert, vader van schoondochter Ilka. Was stichter en decennia lang uitbater van het restaurant Karekietenhof aan de oude Schelde in Avelgem. Liet het restaurant ( nu uitgebreid met vijf verblijfskamers voor breakfast ) over aan zijn enige zoon Jo. Druk bezocht.
Mark, onze tweede zoon, huisarts in Kessel bij Lier, onze dochter Hilde en echtgenoot Lieven Lagae, werkzaam aan de KUL , en tenslotte schoondochter Lut Vanbrussel, echtgenote van zoon Dirk.
03-09-2011
Onze diamanten bruiloft II D
Dirk brengt Maria met rolstoel naar de plaats van het feest.
Dieter, de tweede zoon van Wim en student ingenieur, staat ook al klaar.
De gasten komen aan. Midden Ivan Himpe en Roger Vynckier en de echtgenotes. Rechts Gabriël Lagae.
Roger Vynckier, Ivan Himpe, Georgette.
Schoondochter Hilde Degrauwe met moeder, Irène en Antoon Vossaert.