Luc Verbeke : Recente politieke en andere actualiteiten - Vlaamse Beweging - Frans-Vlaanderen - 150 eigen gedichten ( 1944 tot nu )
29-12-2012
Liefste jij...
Liefste jij die niet de woorden zocht voor een gedicht en niet een ik maar enkel wij en enkel leven met kleur en klank van allebei in kinderen niet vlinderend in lucht en lied maar louter liefde en louter licht in vlees en bloed, het blijvend woord van jouw gedicht.
Luc Verbeke 16 maart 1991
Uit " Terugblik " ( Sanderus 1994 ) blz.62
28-12-2012
Na jaren wordt...
Na jaren wordt een muur van doffe schijn een wand van glas, doorzichtig voor mekaar en één. Haast niets meer zijn dan licht in vuur en sprakeloos de woorden lezen op ' t netvlies van elkanders zijn. En méér dan 't eerder was zichzelf van onbegrip en pijn om eigendunk en eigenwaan genezen om voor elkaar niets meer dan zon te zijn in vol gerijpte wijn. Nog enkel elk elk-ander zijn.
Luc Verbeke
Uit de dichtbundel " Terugblik " ( 1994 )
27-12-2012
Verhef mij...
Verhef mij, volmaak mij in vreugd of in smart. Ontdek mij, doorgrond mij en louter mijn hart.
Onthef mij, bevrijd mij van 't stomme verdriet om al wat ontvalt mij en spoorloos vervliet.
Doorlicht mij, doorglans mij met morgenlijk rood, dat niets meer beknelt mij: noch donker, noch dood.
Uit 'Van donker naar licht ' ( blz.35 ) Sanderus 1965
Verscheen ook in ' Dietsche Warande en Belfort ' en in ' Nieuwe Stemmen '
26-12-2012
Niemand verdrieten
Aan onze kinderen
Niemand verdrieten om last of om pijn maar zalig genieten van lucht, zee en zon, zoals 't vroeger best kon met jullie in 't tentje en het speelse zand dat door de vingeren gleed en ons denken deed aan alles wat hier mooi, maar vergankelijk heet. Ook denkend aan Hem die ons dit alles gaf en ons helemaal vrij liet spelen en leven, in water en zand, met helm en riet en violier, alsof wij samen zouden zijn, hier, voor altijd, van de wieg tot het graf.
Luc Verbeke
Uit "Ik leef in taal en tijd" ( 2005 )
Al tachtig jaar...
Aan onze kinderen en kleinkinderen
Al tachtig jaar, Maria, mijn liefste, gekiemd, geboren en in God herboren, gegroeid, gebloeid, in mij verstrengeld, geen ik meer en geen jij, maar wij al meer dan vijftig jaar. Bevrucht, geplukt, in zelfvergetelheid, groeiend in de vrucht van kinderen: vertakte boom in bloei voor nieuwe vrucht in later tijd, terwijl de herfst verslenst in ons de bloemen. Uitgebloeid, maar dieper neigend naar elkaar zoals de korenaren. Zo willen wij mekaar als goeie wijn, zolang het God belieft, voor jullie graag bewaren tot wij er niet meer zijn.
Luc Verbeke 8 januari 2006
Uit "Van morgenlicht tot avondzon " ( 2006)
25-12-2012
Ik ging voorbij...
Voor Maria
Ik ging voorbij, haast ongezien. Jouw ogenlicht bleef mij nabij. Miljoen miljard een mensenhart en ik een ik alleen, en één der velen maar, schier ogenloos, in ruimte en tijd.
Ik ging voorbij. Jij stond naast mij, haast ongezien en ik naast jou verstrengeld één maar elk alleen in enigheid.
Ik ging voorbij. Wat blijft er nog voor jou van mij? Een lieve naam in 't bloeiend bloed? Een zonnig woord, een bloem van tederheid, een beeld van mij dat ook in jou met jou verglijdt?
Ik ging voorbij. Een lamp knipt aan. Haast ongezien knipt zij weer uit: een stukje tijd, glans van ivoor maar meteoor in 't ijle Al en eeuwigheid.
Ik ging voorbij en jij met mij. Wie vindt een spoor van jou en mij als niet voor jou, als niet voor mij er Iemand is, een Gij en Hij die ons bemint en wedervindt, voorbij dit land, dit vreemde land waar dag verkeert in duisternis maar ook de dag de nacht ontbindt.
Luc Verbeke 25 mei 1980
Uit " Terugblik " ( 1994 )
24-12-2012
Moederschap
Lentelijk beven diep in jouw schoot. Ontluikend leven. Zwellende loot. Kiem van m' n bloed die wies in jouw vlees. Vonk van m' n vuur die jij in je hoedt.
O zalig - zoet hopen, verlangen en vrees.
Spellend z' n naam tel jij de tijd, zie je in droom de nacht die bevrijdt en het glanzende wicht dat nog warm in de stroom van jouw hartenbloed ligt.
Luc Verbeke 1953
Uit " Van donker naar licht " Uitg. Sanderus ( 1965 )
21-12-2012
Maria, ik schreef
Maria,
Ik schreef vandaag geen nieuw gedicht
want mijn ogen vallen bijna dicht
nu ik hier neerlig in een kamerstoel of bed
met gebroken schouder kreunend van de pijn
en soms verlangend om bij jou te zijn
Vandaag zit ik hier weer voor ’t ruime raam
en kijk mijn ogen uit naar de kraanman
in zijn hoge kooi die hij de hele dag geen uur verlaat
alsof het hem hier om zijn leven gaat
Misschien knikt hij mij toe vanuit zijn kooi
of wilde hij mij roepen ‘ Luc, goeie dag, ‘
als hij zag dat ik nog te slapen lag
hoog op mijn bed zo warmpjes ingedekt,
dat ik geen zin heb om al op te staan
of met mijn ogen naar hem toe te gaan,
en wat hij ook maar doet,
ik trek het mij niet aan
Ik wil alleen met jou, Maria
weer door het leven gaan.
De regen schreit zijn tranen uit
op de zonbeschenen ruit
van deze ruime kamer
waar ik voorlopig huizen moet
verlangend naar de thuis
waar ik zoveel mooie jaren
met Maria heb doorgebracht
met kinderen stoeiend in de tuin,
schommelend zo hoog het kan
of voetballend met zeven man
waarvan één de scheidsrechter moet zijn
en voor de zes elk zijn lijn
Wat is voetballen toch fijn!
13-10-2012
Je bent mij zo nabij...
Je bent me zo nabij. Geen ander licht doorlicht me lichter dan het licht van jouw gezicht. En in de stralenklaarte van jouw ogen, door een geheime wonderkracht bewogen, heb ik aan jou m' n hoofd weer opgericht.
Wat mij aan leed en weemoed overviel en als een droesem was gezonken in m' n ziel, is door jouw teer nabijzijn weer vergeten: mij thans uiteindelijk bevrijd te weten... O schitterglans van jou die in mij viel.
Ik ben niet eenzaam meer sinds ik jou vond en dronk de zachte zoenen van jouw mond, stil-schouwend in de bronnen van jouw ogen, die als kristal doorzond, niet weifelden noch logen maar zwijgend zongen om de liefdeband die ons verbond.
Luc Verbeke
Uit " Van donker naar licht " Uitg. Sanderus 1965
12-10-2012
Voor Maria...Nu jij
Nu jij er niet meer bent, ben je mij nog meer nabij dan ooit voordien. Al kan ik je niet met eigen ogen zien, ik zie je als weleer in alle dingen die me hier omringen. Een open plaats aan tafel recht tegenover mij, en ook in bed naast mij, waar ik jouw warme hand niet voel, alleen mijn eigen koele handen, terwijl ik kijken blijf naar de open kast vóór mij met kapstokken vol herinneringen, met blouses, rokjes, jas en overjas en kleren allerlei. Ach, Maria, kwam je hier maar weer, maar goed, dat kan niet meer, je bent nu bij de Heer waar ik bij jou ooit wederkeer.
Luc Verbeke
3 februari 2012 ( na het overlijden op 6 en de begrafenis op 14 januari 2012 )
11-10-2012
Liefste Maria, geen dag...
Geen dag gaat voorbij zonder dat ik even aan jou denk. Bladerend in de jaren van jouw leven, zie ik het jonge, frêle meisje, één jaar voorop vanaf de eerste kleuterklas tot in de tijd dat jijzelf stond in de klas en ik je leerde kennen in jouw thuis, dankzij jouw broer, mijn vriend uit de normaalschooltijd. Zo vonden wij mekaar na enkele jaren, tot wij uiteindelijk mekaar ook trouw beloofden voor het leven en die trouw ben jij tot jouw allerlaatste dag gestand gebleven.
Luc Verbeke 4 maart 2012
Maria is gestorven op 6 januari 2012
Herinnering
In alles wat hier staat, jouw stoel jouw plaats aan tafel, het kopje koffie met soms wat melk, een boterkoek er bovenop, herinneren mij aan jou. En wat je in beweging bracht: jouw rolstoel of rollator, ze staan nu stil en wachten werkloos af. Helaas, 'k besef het pas des morgens elke dag, jouw werk is af.
Luc Verbeke 2 juni 2012
10-10-2012
De traplift...Voor Maria
De traplift op, één na één, zo was het dan als wij slapen gingen, maar nu stijg ik alleen.
De traplift af, één na één als wij des morgens daalden voor koffie en ontbijt maar nu daal ik alleen.
Het scheen bijna geprogrammeerd: opstaan, eten, werken, slapen gaan, in bed en een warme knuffel na gezamenlijk gebed.
En 's morgens vroeg hetzelfde ritueel maar met erbij, onontbeerlijk, de gazet, voor de nieuwtjes die ik aan haar vertellen kon, als zij, mijn lieve, eens uit bed aan het ontbijt begon.
Luc Verbeke
27 augustus 2012
09-10-2012
Ik meet de tijd...
Maria,
Ik meet de tijd aan de dagen die voorbij zijn sinds jij er niet meer bent, een tijd van eenzaamheid en van verlatenheid omdat ik niet meer met je spreken kan en wennen moet aan jouw afwezigheid. En toch, geen nachten gaan voorbij zonder dat ik je terugzie in mijn dromen. Dan lig je weer naast mij of je zit bij mij aan tafel, of beter nog we spelen met onze kinderen erbij in het zilverwitte zand van Zandgat of Witzand, ons vast vakantieoord in het Vlaamse zuiden, dat nu als Noord helaas bij Frankrijk hoort. O mooie droom, duur nog maar voort.
Luc Verbeke
P.S. Maria ( ° Desselgem 08-01-1926- + Waregem 06-01- 2012)
08-10-2012
Overmorgen...
En als ik dan thuis zal zijn, zal ik bevrijd blijven van alle pijn? Zal ik weer als vroeger zijn? Niets dan vragen, vragen voor mij, vragen. Kan ik nog rijden met mijn wagen? En als ik de klokken weer hoor luiden, kan ik als vroeger naar de zondagsmis? Ja er is zoveel dat ik niet weet, alleen maar gis, maar ik kom wel thuis gewis.
Luc Verbeke
11 november 2012
Morgen...
Voor de laatste dag zit ik hier te turen door het brede raam verlangend naar mijn huis. Daar was het dat Maria bij mij was. Over haar foto die hier twee maanden bij mij stond kijk ik uit over de twee grote kranen en een kleine berkenboom met vergeelde blaren als bloemtuilen aan hun takjes, waarop een late mus nog wipt van hak op tak. Ik groet je allemaal. Vaarwel. Morgen ben ik thuis.
Luc Verbeke 11 november 2012
Maria, sinds je mij...
Maria, sinds je mij, helaas, te vroeg verliet werd dit huis voor mij ' Het huis van groot verdriet '
En toch als ik zoveel leed op deze wereld weet, lijkt zo miniem dit groot verdriet.
Als onrecht, oorlog en vervolging ononderbroken in zoveel landen, schreit en schreeuwt, met duizenden bebloede kinderen, en miljoenen lijdende mensen in hun gevecht tegen de dood, dan lijkt het leed, dat ikzelf het beste weet en elke dag blijft knagen, zo bitter klein dat elkeen het vergeet.
Ondanks dit alles blijft, Maria, sinds jij mij hier voorgoed verliet, dit huis voor mij ' het huis van groot verdriet '.
Luc Verbeke
3 september 2012
07-10-2012
Hugo Claus . Familie. Leven en werk.
Nadat het " Verdriet van België " van Hugo Claus na 25 jaar weer in het brandpunt van de belangstelling stond ( Zie o.m. De Standaard 14 maart 2008 en tal van volgende nummers ) willen we enkele persoonlijke herinneringen neerpennen over zijn grootvader Maurits Claus ( ° Poperinge 6 oktober 1878 - + Kortrijk 26 november 1967 ) Op zijn rouwbrief lezen we o.m. " Ere-Diocesaan Inspecteur L.O. - Weduwnaar van Mevrouw Valentine Dieperinck - Kruis Pro Ecclesia et Pontfice - Ridder in de Kroonorde - Lid van al de Confrerieën van Sint - Rochus " We hebben hem heel goed gekend want dankzij hem kreeg ik een betrekking als onderwijzer in de Kind-Jezusschool op het Gaverke in Waregem. Hij bezocht mij daar meermaals in mijn klas, wist dat ik gedichten schreef en bezorgde mij een vers van hem " Het Maantje " waarover hij mijn oordeel vroeg en dat wij hieronder ook afdrukken. De inspecteur was een goed lesgever bij klasbezoek. Hij deed dit luchtig en hij vond het prettig even de klas op stelten te zetten. In 1984 werd ikzelf benoemd als diocesaan - inspecteur van de regio Waregem - Kortrijk en ik heb dus ook in de vele lagere - en kleuterscholen in zijn spoor gelopen. Toen ik nog schoolhoofd was in de Jongensschool van Nieuwenhove-Waregem heeft een dochter van hem nog een korte tussentijdse betrekking in mijn school verricht. Ik vermoed in 1970. Ik heb haar toen over het werk van neef Hugo gesproken.
Het maantje. ( Spelling van toen )
Alomme valt nu d' avond. De maan schijnt rustig en schoon En tuurt door al de ruitjes Van onze kleine woon.
Wat voor nieuwsgierig maantje Met zijn bolrond gelaat Me dunkt zou willen weten Wat er binnen ommegaat.
Wel, lieve 'k zal 't U zeggen Voor ik mijn venster sluit We zijn zoo moe van werken En we rusten nu wat uit.
We zitten rond het stoofke In stillen kring bijeen Met onze goede moeder En praten ondereen.
En blijft ge nu daarboven Nog wat te kijken staan Dan zult ge ons zien bidden Vóór wij te slapen gaan.
En wijl ge dan stil voorbijglijdt Met uwen sterrenstoet Dan rusten wij stil en innig In Godes Hand behoed.
M. Claus
De familie Claus is eigenlijk afkomstig uit Dentergem en omliggende gemeenten. De oudst bekende met geboortejaar is Arnoldus Claus ( Markegem 1661 ) Een verdere nakomeling is Pieter junior Claus ( ° Dentergem 29 september 1813 - + Dentergem 23 augustus 1875 ) gehuwd met Ghislena Debouwer ( ° Dentergem 10 juni 1812 ). Ze baatten in Dentergem een herberg uit m.n. ' In het Kruysse ' Ze hadden zes kinderen , onder wie Eugeen ( ° 7 juni 1852 ) , vader van Maurice, geboren in Poperinge in 1878 ( zie boven ), grootvader van Hugo, en die zoals gezegd in Kortrijk diocesaan inspecteur werd. ( Cfr.o.m. Eric Bekaert in ' De Roede van Tielt ' 37e.Jg. nr.2, april-mei-juni 2006 )
De familie Claus bevolkte de hele omgeving van Markegem, Dentergem, Wakken. In mijn geboortedorp Wakken ( buurgemeente van Markegem ) was in mijn kinderjaren Juul Claus onze kapper. Zijn zoon Robert ( enkele jaren ouder dan ik ) volgde hem op en als ik in Waregem woonde ben ik nog vaak terug naar hem gegaan. In Wakken was er toen ook nog de bekende winkel van Zoé Claus. Het is niet onmogelijk dat ook de grote schilder Emiel Claus ( ° St.-Eloois-Vijve 27 september 1849 - + Astene 14 juni 1924 ) tot die stam behoorde want zijn vader en zijn overgrootvader zijn Wakkenaars : Zijn vader was Alexander Claus ° Wakken 23 september 1794 - + St.-Eloois-Vijve 2 mei 1873. Zijn grootvader was Carolus Claus uit Wakken. Tussen 1829 en 1844 bewoonde de familie Alexander Claus het ' Maison de Commerce ' een herberg, die ik goed heb gekend omdat mijn oud-klasgenoot in de Normaalschool en trouwe vriend André Dewaele daar heeft gewoond. Die straat heet nu ook de Emiel Clausstraat. ( zie blog Het Vijvenaarke van Maurice Deketele ) Familiekundigen zouden na moeten gaan welke familiebanden er zijn met de familie van Hugo in de hele regio.
Inspecteur Maurits Claus was niet enkel de grootvader maar ook de peter van Hugo. Vandaar de naam Hugo-Maurits. Hij komt vaak in het werk van Hugo voor, ook in " Het Verdriet van België ". Dit is eveneens het geval voor Jozef, de vader van Hugo. Die was drukker - uitgever. Hugo schrijft schertsend dat hij de scholen afliep om zijn waar te verkopen en daarbij in de kloosterscholen zijn paternoster uit zijn broekzak liet hangen...als probaat middel. Jozef was de oudste zoon van Inspecteur Maurits en was gehuwd met Germaine Vanderlinden. En Hugo is hun oudste zoon, geboren in Brugge op 5 april 1929. In 1931 verhuist het gezin van Brugge naar Kortrijk en Hugo moet al op kostschool. Vanaf zijn vierde levensjaar verblijft hij bij de Zusters van Liefde in Aalbeke. In 1940 keert hij terug naar het ouderlijk huis, wegens de oorlog. Tijdens de oorlog volgt hij Grieks-Latijnse op het atheneum van Kortrijk. Verschillende leraars zijn radicale flaminganten, zoals ook de ouders van Hugo.
Na de tweede wereldoorlog wordt de drukkerij- uitgeverij Claus vernield door het verzet. Jozef wordt beschuldigd van collaboratie maar komt er betrekkelijk goed van af ( blijft twee jaar geïnterneerd ). Ze gaan in Oostende wonen. Ook Hugo had zich als jongere tijdens de oorlogsjaren geëngageerd in de nationaal-socialistische jeugdbeweging. Na de oorlog vertoefde hij eerst, geplaatst door de jeugdrechter, in het katholiek college van Deinze. In 1947 vlucht hij naar Frankrijk en gaat als 18-jarige werken als seizoenarbeider bij de suikerbietencampagne in een Noord- Franse suikerfabriek, vandaar het verhaal " Suiker ". Nadat hij voldoende geld heeft verdiend trekt hij naar Parijs, waar hij o.m. de experimentelen leert kennen en begint aan zijn literaire carrière.Hij schrijft zijn eerste roman " De eendenjacht" , debuteert ook met zijn eerste dichtbundel " Kleine reeks " en teruggekeerd naar Vlaanderen ontmoet hij Elly Overzier, met wie hij terug naar Parijs vertrekt in 1950. Hij herdoopt " Eendenjacht " tot " De Metsiers ". Hij krijgt gunstige kritiek o.m. van mijn vriend André Demedts, die er al een groot schrijver in ziet. Het werk wordt ook bekroond. Hij wordt lid van " Cobra" en wijdt zich volledig aan literatuur, schilderkunst en toneel.
Na 3 jaar Italië keert hij terug en gaat in Gent wonen. Hij trouwt met Elly in 1955. Hij schrijft zijn " Oostakkerse gedichten" , die hij beschouwt als zijn beste gedichten en hij schrijft ook het toneelstuk " Een bruid in de morgen " Jaar na jaar volgen nu romans, gedichten, toneelstukken, filmscenario's enz. Hij scheidt van Elly en heeft achtereenvolgens relaties met de Nederlandse actrice Kitty Courbois, de Franse actrice Silvya Kristel tot hij in 1983 het " Verdriet van België " schrijft. In 1993 trouwt hij met Veerle de Wit, met wie hij samenblijft tot aan zijn dood. Ondertussen heeft hij 40 literaire prijzen verzameld. Hij rekent met zijn jeugdig verleden af in zijn werk. Hij verwerpt het totaal en wantrouwt elke ideologie. Zijn grote familieroman " Het Verdriet van België " handelt daarover vooral in het tweede deel, dat ook het meest boeiende is. Weliswaar geen autobiografie maar een mengeling van realiteit en mythe, zonder bekommernis om enige moraal en zelfs met heel wat obsceniteiten, maar geschreven in een overrompelende taal en met een verbluffende scheppingskracht.
Claus was al enkele jaren ziek en is na euthanasie op 19 maart 2008 in het Middelheimziekenhuis van Antwerpen overleden. Deze daad werd door vrijzinnigen geprezen als heldhaftig maar van katholieke zijde werd daartegen heftig geprotesteerd. Kardinaal Danneels zei dat het allerminst heldhaftig was. Heldhaftigheid zag hij bij de lijdende en bij de verzorgers van de lijdende mens. Claus was bijna 79 jaar. Hij wordt door velen beschouwd als de grootste schrijver van de Nederlanden sinds de eerste wereldoorlog en de meest veelzijdige ( dichter, toneelschrijver, romancier... en dan ook nog zelf regisseur van zijn toneel-en filmwerken. ) Hij was ook een begaafd kunstschilder. Merkwaardig is wel dat hij gestorven is in dit 25e jaar van het bestaan van zijn meesterwerk " Het verdriet van België " waarvan de speciale editie ook al is uitverkocht. Hij werd begraven met een plechtigheid in de Bourlaschouwburg, waar o.m. E.Mortier zwaar uitviel tegen Kardinaal Danneels, wat hem ook veel kritiek opleverde.
Niet enkel " Het Verdriet van België " heb ik opnieuw gelezen maar me ook weer verdiept in zijn gedichten en wel in zijn volledige verzameling" De Bezige Bij, Amsterdam 1994 "om tot het besluit te komen dat hij vooral als dichter tot de groten behoort m.i. met Anton van Wilderode, de grootsten sedert Gezelle en Vandewoestijne, al steekt in die verzameling ook veel kaf tussen het koren.
Niet alle journalisten oordelen echter zo lovend over het werk van Claus. Ik las in " Journaal " het Veertiendaags Opinieblad van Marc Grammens ( professioneel voltijds beroepsjournalist sinds 1956 ) heel wat kritische beschouwingen over het werk van Claus en over het euthanasiedebat. Hij erkent dat Claus een groot schrijver was en een volleerd ambachtsman van de literatuur maar dat hij enkel ...wereldberoemd is in het eigen taalgebied. In Nederland werd hij gewaardeerd maar in de buitenlandse pers werd over zijn overlijden en zijn werk weinig of niets gezegd. In de Engelstalige wereld is hij onbekend en in het Franse Le Monde vond men niemand om iets over hem te schrijven. Een tekst van Cees Nooteboom werd dan maar in het Frans vertaald. Hij schrijft dat Claus over het paard werd getild o.m. op aansturen van De Bezige Bij, niet zonder commerciële redenen. Aldus werd " Het Verdriet van België " als meesterlijk geprezen door critici die het boek zelfs niet helemaal hadden gelezen. Een glimp van genialiteit treffen we wel aan in zijn gedichten en in zijn toneelwerk "Vrijdag " . Zijn leven lang werd hij echter omringd door vleiers en misbruikt door een groepje fundamentalistische godloochenaars . ( Journaal nr 521, 10 april 2008 blz. 4083 ) Harde woorden schrijft Grammens ook in zijn beschouwingen over het euthanasiedebat. Het huidige euthanasieprogramma komt best overeen met dit van de Duitse nazistische leiders tijdens de oorlog. Aanvankelijk werden de eerste voorstellen voor euthanasie gekelderd omdat ze geassocieerd werden werden met de " gruwelijkste periode van een gehaat bewind in Europa ". Maar het pleidooi ervoor won veld in de kringen van de militante vrijzinnigheid. Paars-groen heeft er tenslotte voor gekozen. Buiten dit hoekje van West-Europa blijft euthanasie overal strafbaar. Hij besluit: " Uitzonderingen daargelaten, mag het doden van mensen niet worden verontschuldigd, zoniet geraakt de samenleving in een onontwarbare knoop " ( blz.4085 ) In een laatste stukje schrijft hij over " Hugo Claus , een kind van de repressie ", zoals hij zich destijds heeft genoemd. Eén keer heeft Grammens langdurig met Claus gesproken n.l. in 1966 toen hij nog met zijn eerste vrouw in Nukerke woonde en hem had uitgenodigd voor een gesprek. Toen Grammens zich voorstelde als een " kind van de repressie" veerde Claus recht en riep ' tegelijkertijd lachend maar met felle stem: Ik ook ' In die tijd was Claus trouwens goed bevriend met een aantal oud-collaborateurs, ook van buiten de familiale kring. Rik Van Cauwelaert schreef in Knack ( 26 . 03. 08 ) dat de diepste krassen in zijn ziel veroorzaakt werden door de repressieperiode, toen hij als gewezen lid van de Nationaal Socialistische Jeugd door de dienst kinderbescherming in Deinze op het college werd geplaatst. Zijn vleiers willen daar nu echter niets meer van horen.
Inmiddels bleven herdenkingen van Hugo Claus plaats hebben. Aldus was er een herdenking door een aantal kunstenaars in de Bourlaschouwburg met o.m. voorlezingen uit zijn werk en met een feestdis naar de smaak van Hugo Claus. Ook Gwij Mandelinck bracht hem hulde tijdens de kunst -en poëzieweken in Watou. Claus was daar immers een graaggeziene gast en medewerker, die er ook al een monumentje kreeg.
Voorts werd in tijdschriften en kranten nog wel een en ander over Claus geschreven o.m. naar aanleiding van het ontdekken van onuitgegeven gedichten of van varianten van de ' Oostakkerse gedichten ' maar geleidelijk deemstert hij weg uit de belangstelling sinds Tom Lanoye hem met zijn jongste boek ' Sprakeloos ' overtreft en die nu, samen met een aantal jongere auteurs als Dimitri Verhulst , de belangstelling wegdraagt.
Wel publiceerde Georges Wildemeersch bij De Bezige Bij ' nog 'De briefwisseling tussen Hugo Claus en Simon Vinkenoog ' . ( 496 blz. ) Daarin komt heel wat informatie voor over het leven in Parijs van een vriendengroepje van Nederlandse dichters en schilders van de Cobra-groep. Vinkenoog was er de spil van en Claus de meest bewonderde schrijver. Marc Reynebeau schrijft erover in DSL 18 juli 2008 ' Het Parijse vriendenclubje, waarin het overigens niet ontbrak aan artistieke en amoureuze rivaliteit, liet veel geschreven sporen na. Behalve dat het de harde kern leverde van de Vijftigers die de zogeheten experimentele poëzie uitvonden, kreeg het leven van die schrijvers een weerslag in literair werk van onder anderen Vinkenoog, Campert en Kousbroeks vrouw Ethel Portnoy. Kleur en opwinding was er genoeg in dit milieu, drank en seks inbegrepen '
P.S. We publiceren hier nu voor het eerst een gedicht dat ik schreef nadat Hugo Claus zijn ' De Wangebeden ' in 1984 publiceerde, waarin hij de spot drijft met de belangrijkste gebeden van de christenen.
Ik schreef daarop een repliek, die ik stuurde naar de toen bekende criticus, de E.H. Remi Van de Moortel, die onmiddellijk het gedicht publiceerde in het weekblad ' De Gazet van Maldegem ' Het gedicht luidt als volgt :
" Claus klinisch lezend "
Claus, bloot, klown met show, geen Nomi Klaus maar kloot- en seksrabauw, rauw, in je dierlijk- toornige taal, spuitend brandend magma, godslasterlijk woord, door priesters geprezen. Claus, dinosauriër claws, vleesetend dier, gevreesd reptiel, uitbundig aanbeden door paap en druïde. Prins van het woord fluïde fluimend, duivels kervend Kristus kerk en reliek. Ziek, kermend opstandig, heiligschennend apostaat- katoliek. Tart en terg met bronst en vuur, met woede, wanhoop, wangebed, hel of hemel, leven, dood, er is helaas maar één enkel bed, om samen te liggen, voorgoed en voor God, bloot, skelet naast skelet.
Luc Verbeke 6-8-83
Xavier Verhaeghe over de poëzie van Luc Verbeke
Tijdens de huldeviering voor Luc Verbeke n.a.v. zijn 75e vrejaardag, in Wakken, bracht Xavier Verhaeghe, dichter, advocaat in Waregem en lid van de Raad van Beheer van het Komitee voor Frans-Vlaanderen vzw, een indringende analyse van de poëzie van Luc Verbeke. Het omschreef poëzie als een magisch gebeuren, iets wat men niet ten volle kan omvatten want het raakt maar heel weinig onze rede.
Dichten is als toveren. Wat doet denken aan de verzen van E.Van Morris ( oud-leraar Maurits Van Elslande ) die na ontvangst van de eerste dichtbundel van zijn oud-leerling Luc, zelf een gedicht schreef " Dank om het woord " waarin hij zegt:
" Handdruk en woord zijn schoon symbool, de volle tover blijft toch 't bezit van hem die geeft alleen "
ofschoon Van Morris eraan toevoegt dat " hij die ontvangt en leest, moet het symbool verklaren uit eigen ziel "
Vervolgens zei Xavier Verhaeghe dat het vandaag niet zijn taak was om te verklaren maar zijn eerste bedoeling vooral " hem die geeft aan het woord te laten. Zoals in het vers:
" Wat zocht hij dan zichzelf te vinden, in elk gedicht, in elke bron, in 't warme hart van zijn beminden in alles wat hij voedde en won " ( Uit: Een onbekende, in Gezangen in de Deemstering )
De " onbekende " uit die eerste dichtbundel van Luc Verbeke is een jongen van amper 20, ontwakende man of ontwakende dichter op zoek naar zichzelf...Bewogen maar toch rustig:
" Te zwak nog is mijn liefde en te wankel nog dit hart, te weigerig en te weifelend om te geven en te wagen, te duister om doorheen de nacht één sprankel licht, één vonk van eigen vuur en eigen ziel te dragen. " ( Uit: Te zwak, in Gezangen in de Deemstering )
De jonge man op verkenning in zijn binnenste binnen, dromend in een opborrelend idealisme en oprechte strijdvaardigheid:
" Zegen de dromers en de roekelozen, die zonder schroom, vol schone argeloosheid, nog in het licht en in zichzelf geloven... ( Uit: Gebed, in Gezangen in de Deemstering )
" Alleen de droom, de vlucht uit luide landen naar een verborgen, onbekend gebied, de enge cel, de diep-eenzame wanden van 't eigen hart, verloren in zijn lied. " ( Uit: Toen hij...in Gezangen in de Deemstering )
" Ik wil jouw klacht, klein hart, niet langer horen, jouw onmacht en jouw vrees niet meer verstaan, doch onbeschroomd en driest de nieuw geboren en open morgen juichend binnengaan. ( Uit: Zingt niet, in Gezangen in de Deemstering )
Noem dit belijdenislyriek, normaal voor de tijd waarin dit geschreven werd, normaal voor de gevoelige man die Luc Verbeke was en is. Zijn blijde ogenblikken, zijn momenten van pijn, zijn twijfelen; de faalangst tegenover dat zo belangrijk leven van hem: zijn enige en unieke leven; " enig " zoals enkel de dichter dat kan ervaren en " strijdend in de deemstering " erover kan zingen:
" Verhaal mij niet van al jouw nederlagen, van jouw verdriet en jouw ontgoocheling, want ik wil niet meer wankelen en klagen, maar, strijdend, zingen in de deemstering "
( Uit: Verhaal mij niet, in Gezangen in de Deemstering )
" Het diepste heeft hij nooit gevonden, alleen wat schaduw en wat schijn, en op de meest verrukte stonden, zijn diep gemis, onmacht en pijn.
Ach, als een vogel blijft hij zweven om de geheimenis van zijn hart. Peilt hij wel ooit het volste leven, de hoogste vreugd, de diepste smart?
Wat kan hij dan vereenzaamd klagen: een delver die zichzelf ontgint, en voor zijn zoeken en zijn vragen alleen zijn eigen onmacht vindt "
( Uit: Een onbekende, in Gezangen in de Deemstering )
De oorlog voorbij worden in de wereld de wonden gelikt en de nu volwassen man staat op, staat recht, is klaar:
" Ach, ruk hem los dan, God, want hij wil leven, wil leven, sterk en schoon, niet als een schim, die in de schaduw wijlt, maar vrank, verheven als 't zonnelicht, dat schittert aan de kim, een zuil van vuur, die vele harten branden en als robijnen stralend lichten doet. Ach ruk hem los. Verbreek de zware banden en laat hem zingend stijgen in Uw Gloed. "
Uw Gloed: twee hoofdletters. God heeft steeds in het werk ( en in het leven ) van Luc Verbeke een grote plaats gekregen.
" Wie vindt een spoor van jou en mij als niet voor jou, als niet voor mij er Iemand is, een Hij en Gij die ons bemint en wedervindt, ...
( Uit: Ik ging voorbij, in Terugblik )
Hij en Gij in hoofdletters. God en ook Vlaanderen natuurlijk. Hij was toen zeker niet alleen: alles voor God, God voor Vlaanderen... Al heb ik dagelijks bij het lezen van mijn krant ( n.b. de toenmalige krant De Standaard ...) de indruk dat deze vijf in kruisvorm getekende hoofdletters AVV- VVK eerder nog tot een dessin zijn herleid. Maar in die tijd stond Luc Verbeke, jong Vlaams volwassene, er klaar voor en hij meende het... zoals hij is..." oprecht "
" Stijg, jonge vogel, stijg in die gloed, zing van dit leven, jubel en schrei, wijk niet, maar strijd, vol hartstocht en moed, ééns toch wiek jij de wereld voorbij."
( Uit: Licht van de lente, in Gezangen in de Deemstering )
" Laat weer Uw licht ontwaken in de verlaten tuinen van ons wachtend hart, nu we de aardse kluisters om de polsen braken, en 't ranke hert, sinds lang in't struikgewas verward, zich losmaakt met één ruk "
( Uit: Ave Maria, in Gezangen in de Deemstering )
Oprechte, in die tijd " eigentijdse poëzie "
In de zomer van 1965, op de persen van de drukkerij-uitgeverij Sanderus in Oudenaarde werd zijn tweede bundel gedrukt, onder de titel " Van Donker naar Licht ". Bescheiden zei hij aan een reporter, die hem over deze bundel ondervroeg, blij te zijn dat hij enkele honderden lezers had gevonden die er iets in kunnen ontdekken van zichzelf.
" Wie in uw leed en uw vreugde kan delen, is een ware vriend. " schreef in trouwe genegenheid zijn vriend André Demedts.
Hoewel in 1965, toch geen modernistische of experimentele poëzie. Hij blijft de klassieke dichter: melodie, harmonie, eenheid, en de gedichten blijven oprecht klinken en zijn voor iedereen gemakkelijk toegankelijk. In datzelfde interview stelde hij trouwens onomwonden: " Ik meen dat de moderne poëzie ofwel te veel geheimtaal is ofwel te veel nonsens ofwel een te uitsluitend aaneenrijgen van letters, woorden en beelden, zonder werkelijke achtergrond. Ze schijnt mij los te staan van het menselijk leven in zijn volheid. "
Remi Van de Moortel vatte het dichterschap van Luc Verbeke toen samen met de recensie: " Uit de onrust en de deemstering van de jeugdjaren groeide de dichter naar het licht van de mannelijke rijpheid. " Maar ik laat opnieuw de dichter aan het woord:
" Geen ander licht doorlicht mij lichter dan het licht van uw gezicht. En in de stralenklaarte van uw ogen van een geheime wonderkracht doortogen, heb ik aan u mijn hoofd weer opgericht. "
( Uit: Gij zijt mij zo nabij, in Van Donker naar Licht )
" Voorbij waaien mijn woorden als zand in de wind. Maar ik wend me af van ijdele wanen en al wat verblindt, en ik zoek mijn graf in het kille noorden waar niemand meer mij ooit wedervindt "
( Uit: Voorbij, in Van Donker naar Licht )
Het licht dat verblindt maar ook weerspiegelt:
" Toen kwamen vissen om mij spelen - jong en naief lokkend en lief - maar een felle bries joeg plots het water aan en ik zag mezelf in een wilde hoos, hulpeloos, hopeloos ten onder gaan "
( Uit: Schrikbeeld, in Van Donker naar Licht "
Luc Verbeke, volwassen man en volwassen dichter, klaagde echter over tijd. Door velerlei engagementen, allemaal vrienden die hij niet wou ontgoochelen, bleef maar weinig tijd meer over om zich aan de dichtkunst te wijden. Dichten vergde voor Luc Verbeke rust, dus tijd;dit schaadde zijn dichterschap.Wellicht was hij daar droevig om. En misschien is de symboliek in de titel van de bundel daar niet vreemd aan, die tweestrijd, die twee uitersten: donker en licht. En wat ertussen is: deemstering.
De ziel van de dichter: donker tot in een stukje genot het licht ontspringt met en door het gedicht, de geestelijke schepping.
" Van donker naar licht ": het onbekende, nog onontgonnen, de stille eenzaamheid van de dichter, het kille witte papier tot plotseling, zoals een zon de grijze wolken openbreekt, het warme licht verschijnt... " geweldig zonnelicht ". Toch drijft de weemoed soms boven:
" Maar ach, geluk dat vloeit als helder water door de open vingeren van mijn hand. Want dit is nog de lente niet, dit is nog het leven niet, dit is nog mijn lucht niet, noch mijn land. "
( Uit: Vergankelijkheid, in Van Donker naar Licht "
Naar aanleiding van zijn zeventigste verjaardag wordt dan de nieuwe dichtbundel " Terugblik " uitgegeven. Die bundel bevat een persoonlijke keuze uit zijn vorige dichtbundels maar ook tal van nieuwe gedichten, ook veel gelegenheidsverzen. We treffen er juweeltjes aan zoals " Aquarium ":
" Stille, stomme stille vis, die enkel weet wat water is en aan de even stomme wand - op en neer en heen en weer hápt en vraagt naar wat er nog en later is. " ( Uit: de bundel Nescio Quid )
Toch jammer dat de tijd ontbrak maar zoals hij zelf zei en bewees: " woorden zonder daden" spreken niemand meer aan " Luc Verbeke verkoos te doen, zich voor Vlaanderen te engageren. Deze bundel werd bekroond met de Dr.Ferdinand Snellaertprijs en de jury schreef heel terecht dat Verbekes werk representatief blijft voor een belangrijk deel van onze huidige poëzie. Er was in zijn tocht de invloed en de vriendschap van André Demedts:
" Samenzijn, in vriendschap, onverwoord, één zijn in gedachten, en één zijn in het woord. "
( Uit: Denkend aan André Demedts, in Terugblik )
Hij moet er een enorme bewondering voor gehad hebben en de appreciatie, die een vriendschap voedt, wederzijds. Hoe onjuist en ongepast mijn beeldspraak wellicht is: maar ik zie ze samen, Luc en André, Luc niet zwijgzaam, André glimùachend, monkelend, Luc breed gesticulerend als zwaaide hij een vlag, André stil gebogen midden de schaduw, maar een schaduw, warmte uitstralend als een zon, Luc onrustig, doorwerkend, ook achttien jaar jonger, de wereld willen optillen, André hartstochtelijk ingetogen, zwanger van dromen en verlangen, Luc heel concreet over alles nadenkend en steeds een uitweg zoekend, André existentieel weemoedig...
" Miljoenen jaar na u en mij draait de aarde ongewijzigd om haar as, doch als ik even lang als gij gestorven ben, is uitgevaagd, dat ik eens was en dat wij ooit te samen wilden wezen lijk licht en vuur, lijk vuur en as."
( Uit: In Memoriam, in Vaarwel van André Demedts )
Ik kon het niet nalaten er dit vers van wijlen André Demedts eraan toe te voegen. Bij de dichter hoort veelal een vrouw; bij Luc Verbeke is dat natuurlijk niet anders.
" En jij mijn hartsbeminde, mijn witte akkerwinde. Zoete, wilde wingerd- rank, die mij omslingert... "
( Uit: Vergankelijkheid, in Van Donker naar Licht )
" Verhef mij, volmaak mij in vreugd of in smart. Ontdek mij, doorgrond mij en louter mijn hart... " ( Uit: Verhef mij, in Van Donker naar Licht )
Twee verzen aan zijn lieve Maria toegewijd, uit verschillende perioden uit zijn leven. Maar later komt de nog mooiere liefdeslyriek van de volwassen man, volwassen echtgenoot, volwassen dichter: " Liefste jij die niet de woorden zocht voor een gedicht en niet een ik maar enkel wij en enkel leven met kleur en klank van allebei in kinderen niet vlinderend in lucht en lied maar louter liefde en louter licht in vlees en bloed, het blijvend woord van jouw gedicht. "
Uit: Liefste, in Terugblik )
Zijn kinderen, die hij het dichtwerk van zijn vrouw noemde...
Dit was dan mij korte rondgang in een poëzie van melodie, van harmonie, soms van melancholie. Een poëzie met een heel toegankelijke inhoud en die echt en oprecht is gebleven. Omdat Luc Verbeke zelf zo echt en oprecht is!
Ik verwijs naar het gedicht dat dichter Marcel Brauns schreef voor en over Luc Verbeke:
"En alle tooi zal vallen; groot van echtheid zult gij oprijzen als een zalig man, die naar 't gelaat der aarde slingeren kan, het Godlijk striemen van zijn felle oprechtheid."
( Uit: Zangen van Onmacht, van Marcel Brauns )
Enkel de laatste jaren hebben we mekaar persoonlijk leren kennen en leerde ik achter de man van de daad, de man van het woord ook de dichter kennen. De dichter die hij al die tijd is gebleven. Wordt men niet geboren als dichter, blijft men niet steeds dichter, al schreef men nog niet zijn eerste gedicht...? Dit laatste vers nog:
" O geef mij moed om groot te leven tot waar mijn laatste tocht begint en ik van alle ding ontheven - een kaarsvlam - uitwaai in de wind "
( Uit: Zal ik, in Van Donker naar Licht )
Velen kunnen getuigen en hebben getuigd dat Luc Verbeke groot werk heeft geleverd voor de Nederlandse taal. Deze drift is vandaag nog niet geluwd maar zal meesterven met zijn hart. Maar hij geeft mij nog niet de indruk zich in welke wind ook te laten uitwaaien!
Ik wil eindigen met wat André Demedts ooit over hem zei:
" Luc Verbeke is een van die bescheiden dichters, die naar het woord van Goethe meer zijn dan zij denken "
06-10-2012
Sneeuw van vrede
Sneeuw van Vrede
Over de donkere aarde onder het grauw van de lucht, het witte kleed van verse sneeuw. Eén winterlied van vrede. Eén ademtocht van geluk.
Stoeiende kinderen, slierend en sleeënd, sneeuwballen gooiend, onschuldig, teder, argeloos.
Glinstering van glijdende woorden op het blanke papier van zachte sneeuw: een gedicht, smetteloos.
Maar ver hier vandaan: het Beloofde Land en Abrahams Tweestromenland, het Heilig gebied, woestijn en woestenij. Tranen en bloed in het zand. Vlerken van vuren vampieren. Rook, zwart van haat. Geweld. Gieren. Olie en geld. Brandend lijden. Dood en verdriet. Mensen wreder dan dieren. En de eeuwige vragen van Job op de belt. Is dit nog uw wereld, Heer? Het paradijs, het Beloofde Land, onze droom, Uw Rijk, geschenk uit Uw Hand? Of alleen maar de donkere aarde en het grauw van de lucht, een poel van miserie en leed. Kaïn met verduisterd geweten, altijd tot moorden gereed. En toch, blijf U erbarmen, Heer, over ons die Uw kinderen heten ook als wij Uw wetten vergeten of ons zwak en machteloos weten.
Maak ons als sneeuw zacht en puur, als kinderen lief én argeloos én teder. Ontneem ons zwaard en vuur en bekleed heel Uw wereld met het witte kleed van Uw vrede.
Luc Verbeke 15 februari 1991
Uit ' Terugblik ' 1994, blz.60
04-10-2012
Gedachtenis I en II
Op 11 mei 1944 werd één van mijn zusjes het slachtoffer van de oorlogsgruwel. Onze dertienjarige Yvonne ( uit de rij van m'n zeven zussen ) werd zo goed als levend verbrand in een korenveld waarin een bijna volle benzinetank terecht was gekomen, die als ballast door een geallieerd vliegtuig werd uitgeworpen, toen een hele groep vliegtuigen uit Duitsland terugkeerde na een bombardement. Een paar honderd nieuwsgierigen liepen naar de benzinetank toe en een onvoorzichtig man zal een sigaret op de grond geworpen hebben waardoor het hele veld in brand vloog. Een veertigtal mensen liepen brandwonden op en de kinderen die omver werden gelopen waren er het ergst aan toe. Yvonne en haar vriendinnetje overleden in het Tieltse ziekenhuis op 12 mei. Aan die droevige gebeurtenis zijn de hiernavolgende gedichten gewijd.
Gedachtenis I
Wat valt het hard, m ' n zusje, nu je naam te noemen waar jij zo eenzaam hier, zo stil begraven ligt, en ik doorheen de bloei van witte zomerbloemen, het laatste lachen zie van jouw verminkt gezicht.
Niet dan met schromende ogen durf ik aarzelend lezen de zwarte dodenletters op jouw witte kruis en altijd weer komt nieuwe pijn in mij gerezen nu jij voorgoed ontstegen bent dit aards tehuis.
Wat kan ik, zusje, dan de handen biddend vouwen? Een lichtstraal uit de hemel tooit jouw vroege graf en ' k zie een eeuwige en wondere wereld openblauwen in ' t wolkenloos geluk dat God jou gaf.
Juni 1944
Gedachtenis II
De dagen en de weken gaan, de dagen groeien als een vertrouwd en dicht gewas over jouw dood. Maar welke tuinman komt zo scherp en vlijmend snoeien en legt de naakte stam van vroegere pijn weer bloot?
We zien een laat verdriet in moeders ogen rijzen, de bange vraag: Waarom bleef jij ons niet gespaard? en die ons allen weer bevangt en soms doet ijzen en stilt ons zingend bloed in z 'n al tomeloze vaart.
Er is zoveel dat ons naar jou doet keren: de lente en de zon, de bloemen en de mei, ópvlammend vuur... O diep en smartelijk ontberen dat nu onze ogen richt naar jou aan de overzij
maar ook terugroept naar de bron van jouw verscheiden waar jij de zuivere taal der diepten plots verstond en aan de grens van pijn en van verrukkelijk verblijden, in God, oorsprong en monding van jouw leven vond.
Luc Verbeke Mei 1945
Uit " Gezangen in de deemstering " Nieuwe Stemmen 1951