Luc Verbeke : Recente politieke en andere actualiteiten - Vlaamse Beweging - Frans-Vlaanderen - 150 eigen gedichten ( 1944 tot nu )
07-08-2012
Nederland in Frankrijk
Van Jean-Marie Gantois verscheen tijdens de oorlog het uu nog veel gezochte boek " Nederland in Frankrijk " onder de schuilnaam H.Van Byleveld, uitgegeven door De Sikkel in 1941. De ondertitel luidt " De zuidergrens der Nederlanden " Dat die zuidergrens zeer ver gaat blijkt al uit een citaat op de binnenbladzijde " de plaetsen bij Vranckrijck in Nederlandt geoccupeert selfs tot Arras incluys " ( Jan de Witt aan zijn oom Van Zuydt Polsbroeck, burgemeester van Amsterdam, 25 juli 1658 )
Gantois betoogt dat de aardrijkskundige afbakening van Frans-Vlaanderen te zeer gebaseerd is op de toestand van de huidige spreektaal en voortvloeit uit de mening, die tot uiting kwam in het bekende gezegde " De taal is gansch het volk ".
De volksgrens van de Nederlanden is geen andere dan de oudste taalgrens, zoals deze die bestond bij de intrede van ons volk in de geschiedenis. Steunend op Karel de Flou schrijft hij : " Al dadelijk is er te zeggen dat die grens een aanvang nam van bezuiden Berck-sur - Mer, om te lopen in rechte lijn naar het stadje Montreuil, vandaar naar Fruges, vervolgens wat zuidoostwaarts van Ariën en Saint- Venant, eventjes zuid van Bethune, tot kort beneden Rijsel " ( blz. 13 ) In dit uitgestrekte volksgebied dat niet enkel omvat de Westhoek en Rijsels-Vlaanderen maar ook Vlaams Artezië, de streek van Kales en Bonen en een stuk van het oude graafschap Ponteland ( Ponthieu ) kan men het Nederlands karakter niet enkel aantonen op grond van archiefnavorsingen doch ook door levend en actueel bewijsmateriaal zoals: plaats-en familienamen, fysische en psychische kenmerken van de bevolking, folklore, zeden en gewoonten, religieuze gebruiken, het dialect van de streek met kenmerkende zinswendingen, monumenten en geschiedkundige herinneringen, wapenschilden met de Vlaamse leeuw, kunst-en bouwtrant, marktpleinen met halle en belfort met beiaard enz. zelfs het landschap.
De gezichtseinder wordt nog ruimer wanneer men met.J.M. Gantois nog een randgebied onderscheidt dat zich uitstrekt tot aan de Zomme. Met Gantois en Pater Stracke kan men Frans-Vlaanderen dan ook noemen " Ons Nederland boven de Zomme ". Het is het land van de bronnen van onze waterlopen maar ook van de bronnen van onze cultuur. Dit wordt o.m. aangetoond door de ontdekkingen van Stracke betreffende de bloei van een oeroude Dietse letterkunde aan de Zomme ( St.-Rikiers, Forest-Montiers, Korbie ), aan de Skarpe ( St.-Amands ) en aan de Boven-Samber ( Mabuse ) Verschillende abdijen zijn inderdaad brandpunten van Nederlandse cultuur en wetenschap geweest.
Cfr. ' De Nederlanden in Frankrijk en het Komitee voor Frans-Vlaanderen ' Luc Verbeke, 1978, blzn.7 en 8
Notre Flandre,1e Vlaamsstrijdend naoorlogs tijdschrift in Frans-Vlaanderen
Op 16 december 1951 werd op uitnodiging van het Komitee voor Frans-Vlaanderen en van Ward Corsmit uit Rijsel, in het gebouw van de Handelskamer van Toerkonje ( Tourcoing ) waar de verdienstelijke dr.J.E. Vandendriessche de deelnemers ontving, de stichtingsvergadering gehouden van het eerste Vlaamsgezind tijdschrift voor Frans-Vlaanderen in de naoorlogse iode. Benevens de voorzitter en de secretaris van het KFV waren er nog enkele leden van het Waregemse Kunstverbond ( Leon Coppens en Oscar Van der Scheuren ), een drietal leden van het Erasmusgenootschap o.l.v.Johan van Mechelen, terwijl de Frans-Vlamingen vertegenwoordgd waren door dr.Jan Klaas, Lode Hoex, Ward Corsmit en dr.J.E. Vandendriessche. Er werd definitief besloten met een tijdschrift van wal te steken met dr.Jan Klaas als hoofdredacteur, Lode Hoex als beheerder en Luc Verbeke, als propagandist en correspondent voor Vlaanderen en Nederland. Na nog enkele bijeenkomsten verscheen in februari 1952 het eerste nummer van het tijdschift, gestencild maar met gedrukte kaft. De titel ervan was "Notre Flandre " en het onderschrift "de bloem van Europa, de pronk van alle landen " ( Michiel de Swaen) en met leeuwenschild. Dat was het werk van dr.Jan Klaas zelf. Een jaargang telde 4 nummers, de abonnementsprijs bedroeg 75 BF.Na de nodige intekeningen werd het nummer vanuit Waregem verstuurd in april 1952. Het tweede nummer kon al gedrukt worden en verstuurd vanuit Rijsel. En vanaf het derde nummer kon de medewerking verkregen worden van de vooroorlogse leider Jean-Marie Gantois. Daarmee groeide " Notre Flandre " uit tot een tijdschrift met kwaliteit. Met zijn dood op 28 mei 1968 verdween ook het tijdschrift. Het laatste nummer verscheen in april 1969.
Met "De Vlaamse Vrienden in Frankrijk " richtte dr. Jan Klaas dan een nieuw tijdschrift op, politiek-federalistisch georiënteerd, maar het kende slechts een kortstondig bestaan ( 1969 - 1970 )
Zoveel jaren later, ( in juli 1993 ) op de foto: Dr Jan Klaas met Luc Verbeke, ten huize van Dr.Jan Klaas, toen als gepensioneerde woonachtig in Koksijde-St.-Idesbald.
06-08-2012
Vlaanderen in Frankrijk
Foto van het boek " Vlaanderen in Frankrijk " van Luc Verbeke, in 1972 uitgegeven door het Davidsfonds ( Keurreeks ) en de Standaard Uitgeverij. Op de binnenbladzijde lezen we " Taalstrijd en Vlaamse Beweging in Frans- of Zuid-Vlaanderen.' Op de cover: ' Over Zuid-of Frans-Vlaanderen, het land van over de schreve, is al heel wat geschreven of gesproken. Het is opvallend dat veel grote Vlamingen én Nederlanders dit stukje Vlaanderen in Frankrijk een heel speciale plaats toekenden in hun denken en doen. Men wilde het op een of ander manier bij Vlaanderen blijven betrekken en anderzijds zag men toch té duidelijk in dat de loop van de geschiedenis - hoe onrechtvaardig ook - niet meer ongedaan gemaakt kon worden. En toch steken de Vlaamse Beweging en de taalstrijd er steeds weer de kop op... en toch is de Zuidvlaamse actie lang niet zinloos...
Luc Verbeke vertelt in dit indrukwekkende boek het verhaal van die soms vertwijfelde strijd. Hij schrok er niet voor terug zijn onderzoek te beginnen bij de oudste stemmen van trouw uit Frans-Vlaanderen, om op te klimmen tot de meest recente geschiedenis, waaronder de tragische oorlogsjaren. A. Demedts schreef voor dit boek een briljante inleiding over ' het land en zijn bewoners ' en een overtuigende slotbeschouwing over de toekomst van dit stukje Vlaanderen. Een onmisbaar boek in iedere Vlaamse bibliotheek."
P.S. De studie verscheen eerst in het tijdschrift " Ons Erfdeel " in een ononderbroken reeks artikelen van 1957 tot 1966. Die werden goed gelezen en ook gebruikt...
05-08-2012
De Nederlanden in Frankrijk
Dit is de cover van het boek " De Nederlanden in Frankrijk " van de hand van Jozef Van Overstraeten, de toenmalige voorzitter van VTB-VAB. De eerste uitgave dateert van 1969. Een ononovertroffen gids voor Frans-Vlaanderen, historisch en toeristisch. Jammer genoeg nergens meer te verkrijgen. Trouwens in 1980 nam Jozef Van Overstraeten (Sint-Truiden 2 mei 1896 - Leuven 5 oktober 1986 ) ontslag als voorzitter.
We kunnen enkel hopen op een vernieuwde heruitgave. Ook " De Gids voor Vlaanderen " en de " Gids voor Wallonië "van zijn hand worden nog veel gebruikt. Jozef Van Overstraeten is werkelijk de pionier geweest van het cultuurtoerisme in Vlaanderen. Hij wist dat het toerisme met de dag belangrijker zou worden en doelbewust wilde hij de Vlamingen verenigen rond de groeiende interesse voor de massa: het toerisme.
Zijn ouders waren werkzaam in het onderwijs en hij leek ook voor het onderwijs voorbestemd als regent maar na de eerste wereldoorlog werd hij als jonge activist afgezet bij de Rijksmiddelbare school van Sint-Truiden. Hij werd dan noodgedwongen huisleraar tot hij in 1920 een aanstelling kreeg als leraar Nederlands aan de Rijksmiddelbare school van Aalst, waar ook zijn zoon studeerde, Toon Van Overstraeten, die later bekend zou worden als verkozene in het Waalse landsgedeelte.
In 1920 werd ook de Vlaamse Toeristenbond gesticht. Hij werd onmiddellijk lid en begon met een VTB-blad " Toerisme", waarvan hij hoofdredacteur werd in 1929. Hij ontplooide een enorme werkkracht en nam voortdurend nieuwe initiatieven o.m. het aanleggen van VTB-wandelpaden, sterritten voor fietsers, het oprichten van het Verbond voor Heemkunde in 1941 enz.
In 1944 werd hij kortstondig geïnterneerd maar niet veroordeeld. In 1948 kon hij opnieuw de touwtjes in handen nemen. Hij verkondigde altijd zijn niet- partijgebonden Vlaams-nationalisme, had veel sympathie voor de Groot-Nederlandse gedachte en onderhield betrekkingen met tal van Frans-Vlamingen o.m. met Jean-Marie Gantois. Hij steunde het Komitee voor Frans-Vlaanderen en trad ook ook als spreker tijdens een van de eerste Frans-Vlaamse Cultuurdagen. Hij sponsorde tal van grotere en kleine Vlaamse initiatieven, de marsen op Brussel, de zangfeesten en de wederopbouw van de IJzertoren. Hij patroneerde ook " Hulp op de weg ". Inmiddels schreef hij de VTB- VAB-bladen vol. Hij startte in 1953 met de reeks " Wat betekent mijn familienaam? " en in 1960 met de reeks " Zon en schaduw over Vlaanderen " ( liep tot 1985 en is nog altijd waardevol als informatie ) Hij bleef altijd trouw aan zijn katholieke en flamingantistische principes. Nadat hij in 1980 onverwacht ontslag nam sloeg VTB-VAB een minder Vlaamsstrijdende richting in. Jammer genoeg. Mocht zijn geest herleven!
Een grote figuur in de naoorlogse Vlaamse Beweging in Frans-Vlaanderen is Pastoor Georges Decalf geweest ( ° Godewaarsvelde 8 november 1911 - + Steenvoorde 4 februari 1993 ) In 1962 konden we hem er toe bewegen om naar het voorbeeld van Waregem een Cultuurdag op touw te zetten in Ekelsbeke waar hij pastoor was sinds 1953. Hij zou fungeren als voorzitter en ikzelf zou zorgen voor de vergaderingen en de organisatie. Hij sprak perfect Vlaams, hij zou een tweetalige eucharistieviering leiden met homilie in het Vlaams door Kan.J.Verdonck uit Steenvoorde. Na de Mis begon het Tuinfeest in de hovingen van het Kasteel met muziek en optredens en na de middag een congreszitting onder zijn leiding in de zaal Van der Sluys. Met medewerking van alle Frans-Vlaamse verenigingen zou die Cultuurdag plaats vinden tot 1987. Er zijn in Ekelsbeke dus 25 Frans-Vlaamse Cultuurdagen geweest met daarna een overgangsjaar naar Belle. Ze verliepen volgens een vast patroon vanaf het begin tot het einde. Aan de eerste dagen werkte ook Mgr. Dupont mee, bisschop van Rijsel en voorzitter van het Comité flamand de France, zodat de dag boven alle verdenking bleef. In 1987 nam Pastoor Decalf ontslag als herder van Ekelsbeke ( Esquelbecq ) en ging wonen in Steenvoorde, waar hij in z'n woning overleed op 4 februari 1993. Hij bleef gehecht aan de Vlaamse zaak en wij gingen hem meermaals in Steenvoorde bezoeken. Op de foto: Pastoor Decalf met mij aan de deur van zijn woning op de Grand' Place 21 in Steenvoorde.
03-08-2012
Bij Jacques Fermaut op bezoek
We plaatsen hier voorop het verschijnen van het julinummer 2012 van het tijdschrift nationalgegraphic.nl , met de foto van Jacques Fermaut op het voorplat. De tekst is van Robert Vermue en de foto's zijn van Kris Pannecoucke. De titel luidt: VLAEMSCH KLAPPEN met als onderschrift: ' De Vlamingen in de Franse Westhoek zijn trots op hun wortels, maar hun taal is er bijna verdwenen. ' Het stuk maakt deel uit van een reeks over de bedreigde talen in de wereld. Van blz.94 tot blz. 99 gaat het over Frans-Vlaanderen. Het aantal sprekers van het Vlaams in Frans-Vlaanderen wordt geraamd op tien-tot zestigduizend, dus het minimum nu en het maximum enkele decennia geleden. Op de eerste bladzijde lezen we: ' Jacques Fermaut kijkt uit ovr zijn tuin in Bierne, Frans-Vlaanderen. Als kind luisterde hij ademloos naar volwassenen die in zijn ouderlijk huis Vlaams spraken. ' Goed verhalen kunnen vertellen was bij ons heel belangrijk. Vlamingen zijn wél èsne van 'n spanader '- goed van de tongriem gesneden. Dan volgt de beschrijving van de reis van de Nederlandse auteur naar Bierne. Hij rijdt over De Panne Frans- Vlaanderen binnen. Langs de weg bij Duinkerke ziet hij een bord met de afbeelding van de Vlaamse graaf en gravin met onder hen de tekst ' La Flandre ' , even later het bordje dat duidelijk vermeldt ' Vous êtes en Flandre ' Hier heb je dus een land en een naam, maar is er ook nog een taal ( volgens de normen van Gezelle: volk, naam en taal ) . Wordt er hier nog Vlaams gesproken? Hij rijdt Frans-Vlaanderen binnen en rijdt door naar het eerste pittoreske stadje dat zich afficheert als ' Brugge in het klein ' Inderdaad, de grachten gevels doen Vlaams aan. Boven een fort wappert fier de Vlaamse leeuw en de gothische façade van een eethuis draagt de naam Le Bruegel. Het stadje draagt de naam Bergues of Sint-Winoksbergen. In 2008 vormde het vestingstadje met belfort het decor van de filmkomedie ' Bienvenue chez les Ch'tis ' , een Franse biocoopkraker over een directeur van een postkantoor in de Povence die tegen zijn zin naar het Noorden wordt overgeplaatst waar het ' hels koud en regenachtig is' en waar de Ch'tis wonen, de Picardiërs, die er een primitieve levensstijl op nahouden en waar de inwoners een vreemd taaltje spreken. Al dan niet een vergissing van de cineast Dany Boon.In Sint-Winoksbergen wonen geen Picardiërs maar Vlamingen. Aanvankelijk waren de inwoners van het stadje boos maar toen het in heel Frankrijk bekende stadje door nieuwsgierige Fransen werd overspoeld ebde de woede weg voor de bewoners waar de middenstand er goeie zaken mee deed. Sindsdien vermeldt de website van de gemeente de film, die stoelt op een vergissing. De Franse ' Westhoek ' aansluitend over de grens met de Vlaamse 'Westhoek' is een klein gebied van 1600 vierkante kilometer van Duinkerke tot Belle ( Bailleul ) tussen de Noordzee en de Leie. Het maakte deel uit van het Graafschap Vlaanderen tot het in 1678 met de Vrede van Nijmegen definitief bij Frankrijk kwam. Toen spraken circa 1 miljoen inwoners nog de streektaal, het Frans-Vlaams, een variant van het West-Vlaams. Talrijke verbodswetten voor de regionale talen, moesten het éne en grote Frankrijk , met één taal, de Franse , uitmaken. Vooral de scholen speelden daarbij een grote rol. We hebben zelf nog de schoolmoor gezien in Berten waarop stond ' Défense de parler flamand' Toen ook dit een toeristische trekpleister werd, werd die rond de jaren 1960 verwijderd. Tot op vandaag is de Westhoek nog onmiskenbaar Vlaams met zijn 23 belforten, vele molens en zelfs frituren. Het Vlaams verdween niet zo rap. Het werd in stand gehouden o.m. met Vlaamse preken in de kerken en ook het agrarisch met een hechte gemeenschap was bevordelijk voor het behoud. Heel veel daarover vernam de Nederlandse bezoeker en verslaggever van Jacques Fermaut ( 73 ), nu woonachtig in Bieren ( Bierne ) bij Sint-Winoksbergen. Hij vertelde hoe hij in zijn geboortedorp Winnezele en de dorpen errond in zijn kinder-en jeugdjaren niets dan Vlaams hoorde. We citeren: ' Gepassioneerd vertelt de flamboyante classicus en oud-leraar Nederlands hoe ' Parijs ' na de Franse Revolutie door heel het rijk het Frans tot eenheidstaal probeerde te maken, maar dat er in de streek niettemin ' tot de tijd van radio en TV ' bij mensen thuis volop Vlaams werd gesproken. Hoewel er in de Franse Westhoek geen eentalige Vlaamssprekenden meer wonen. Ik heb er zelf nog wel een gekend een veertigtal jaren geleden. Hij kende enkel Vlaams en verstond geen Frans.Er zijn op 380.000 inwoners naar ruwe schatting nog 10.000 tot 60.000 mensen die de taal nog op enig niveau machtig zijn, overwegend ouderen. Jacques Fermaut spreekt nog geregeld met mensen Vlaams, vooral vrienden van zijn leeftijd. Met Vlamingen en Nederlanders spreekt hij perfect Nederlands. Zijn Vlaams was de basis van zijn Nederlands en hij is altijd een ijverig medewerker van het Komitee voor Frans-Vlaanderen geweest op Cultuurdagen, bijscholingsdagen en als schrijver of vertaler van bijdragen in de KFV-Mededelingen. Op de Cultuurdagen ( Waregem, Ekelsbeke, Belle en ook in Nederland ) kwam het Vlaams vooral aan bod met de liederen van Klerktje en Joël.
02-08-2012
Ons Erfdeel- Ontstaan en groei
Over het ontstaan en de groei van Ons Erfdeel heb ik geschreven in mijn boek ' Vlaanderen in Frankrijk ' ( 1970 ) blzn. 182-184 en ook in het Jubileumboek van het KFV ' Een halve eeuw werking voor en in Frans-Vlaanderen 1947- 1997 ' ( eindredactie Dirk Verbeke ) in mijn bijdrage ' Een getuigenis ' op blzn. 41 tot en met 47, waarin ik niet enkel het ontstaan van 'Ons Erfdeel ' ( 1957 ) toelicht maar ook dat van 'Septentrion ' ( 1972 ), maar ook van het tweetalige ' Jaarboek De Franse Nederlanden ' ( 1976 ) en ook van nog andere publicaties van de Stichting Ons Erfdeel.
Ik citeer een en ander uit mijn bijdrage over het ontstaan en de groei van Ons Erfdeel: ' Op 29 december 1956 hield het Komitee van de Frans-Vlaamse Kultuurdag zijn jaarlijkse werkvergadering ten huize van André Demedts. Daar werden beslissingen genomen of voorstellen geformuleerd die bepalend zouden zijn voor de werking van het Komitee ( later KFV genoemd ). Met een bedrag van 10 000 BF, dat aan het Komitee was toegezegd, werd eensdeels een heruitgave van het Frans-Vlaamse ' Tisje Tasjes Almanak ' overwogen en anderdeels de vorming van een vriendenkring van jongeren in de streek van Moeskroen-Toerkonje-Rijsel, die naderhand een bescheiden jeugdtijdschrift zou kunnen uitgeven, waarvoor de voorzitter als titel voorstelde ' De jonge vrienden '. Jozef Deleu ( voor het eerst aanwezig ) was toen onderwijzer in Moeskroen en hij kreeg de opdracht tot het stichten van een dergelijke kerngroep door het zoeken van contacten met studenten van de Nederlandse cursus van Ward Corsmit in Roubaix en studenten van de Nederlandse cursussen in Rijsel. Na enkele maanden leidde dit tot de stichting van het tijdschrift ' Ons Erfdeel - Notre Patrimoine ' waarvan de Franstalige titel later is weggevallen. Voor dit tijdschrift heeft de dynamische Jozef Deleu zich vanaf het begin met hart en ziel ingezet, aanvankelijk samen met Jozef Declercq, Jan Delrue, drie Nederlanders: Frits Niessen, Anton Claessens en Jan van Alphen, en ook Bernard Masson ( Fr.-Vl.) en Gijs van Ryckegem. Langzamerhand werd Deleu ook gesteund en geholpen door tal van medewerkers uit Noord en Zuid en ook Zuid-Afrika. Het eerste nummer verscheen in augustus 1957, met opmaak van Jan Delrue en het telde 20 bladzijden. Het had een oplage van 25 exemplaren. Jozef Deleu schreef een woord vooraf en André Demedts een fundamenteel inleidend artikel onder de titel ' Terug naar de eeuwige waarden ' ( naamloos ).Met meer financiële steun kon het tijdschrift weldra het aantal bladzijden uitbreiden en de oplage verhogen. Met een rijke en gevarieerde inhoud en een ruime Nederlandse visie groeide het uit tot wat het later werd met een oplage van 10 000 exemplaren. Over de verder evolutie van het tijdschrift citeren we Jozef Deleu zelf: ' Al in het tweede nummer werd een belangrijke stap gezet door de toetreding van drie jonge Nederlanders, onder wie Frits Niessen, die sindsdien onafgebroken tot de redactie heeft behoord en sinds 1977 adjunct-hoofdredacteur is geworden. Die stap was belangrijk omdat met de Nederlanders erbij het hele taalgebied was vertegenwoordigd. Het allereerste doel van deze jonge Nederlanders lag in de verbondenheid met eenzelfde algemeen- Nederlandse cultuur; de belangstelling voor Frans-Vlaanderen, waar de eeuwenoude Nederlandse Nederlandse cultuur in haar voortbestaan bedreigd werd, was daar een element van. ( Uit ' Van nu en toen ' - 1990 ) Vanf de derde jaargang vond er geleidelijk een verruiming plaats en groeide Ons Erfdeel uit tot een blad dat een spiegel wil voorhouden van de cultuur, zoals die in de brede zin van het woord in het Nederlandse taalgebied leeft, en dat tevens die cultuur in het buitenland wil verspreiden. Die verruiming betrof in het bijzonder de kunsten, aanvankelijk vooral de moderne literatuur en een paar jaargangen later ook de beeldende kunsten. Ook andere kunsten zoals theater, muziek en film kregen in het blad hun plaats. Taal werd eveneens een vast onderwerp. Het tijdschrift publiceerde ook vertalingen van Nederlandstalige literatuur, zowel van proza als van poëzie. Van heel vroeg dateert ook de aandacht voor het onderwijs van het Nederlands. In 1970 werd de Stichting Ons Erfdeel opgericht als vereniging zonder winstoogmerk, om het voortbestaan van Ons Erfdeel te garanderen. In 1972 werd dan besloten een Franstalig tijdschrift uit te geven om de Franstalige wereld te informeren over de Nederlandse cultuur. Het kreeg de naam ' Septentrion, revue de culture néerlandaise ' . Het verschijnt nog altijd vier keer per jaar en heeft een oplage van 7000 exemplaren. Voor de opgenomen Nederlandstalige gedichten worden de teksten naast mekaar in twee talen afgedrukt. In 1976 nam de Stichting nog een ander initiatief: de uitgave van het tweetalige ' Jaarboek De Franse Nederlanden/ Les Pays -Bas Français '. Het heeft een oplage van 2000 exemplaren. In 1980 gaf de Stichting een eerste Bibliografie Ons Erfdeel 1957 - 1977 uit. In 1984 verscheen deel II; en in 1989 deel III, telkens over vijf jaar. Deel IV volgde in 1994 en Deel V, opgemaakt door Dirk van Assche, verscheen in 1998. Vanaf 1981 werden ook een reeks meertalige brochures over onderwerpen betreffende de Nederlandse cultuur uitgegeven o.m. ' Nederlands, het verhaal van een taal ' ( van Omer Vandeputte ) en ' De Lage Landen. Geschiedenis van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden '; ( van J.A.Kossmann-Putto en E.H. Kossmann )
Affiche 1e toneelopvoering Volkstoneel
In 1954 startte het Volkstoneel voor Frans-Vlaanderen uit Westouter ( gegroeid uit de al bestaande groep " De Verbroedering " ) met een in het Westhoeks dialect bewerkte opvoering van " En waar de Sterre bleef stille staan " , een Kerstspel van Felix Timmermans. De bewerker was Pater Joris Declercq, alias Djoos Utendoale. In 1936 had " De Verbroedering " het originele stuk al gespeeld in Westouter. Tot in 1938 waren er anderzijds nog opvoeringen in de Vlaamse streektaal in Frans-Vlaanderen n.l. in Eecke, waar de laatste Frans- Vlaamse rederijkerskamer " Verblijders in t' Kruys " heeft bestaan. De eerste opvoering van " De Sterre " in Frans-Vlaanderen gebeurde in St.-Jans - Cappel op uitnodiging van pastoor Caemerlynck. In 2005 mocht " Flor Barbry's Volkstoneel voor Frans-Vlaanderen zijn vijftigjarig bestaan vieren en gaf daarbij het boek uit: " Koekebrood vor nuze menschen - 50 jaar Volkstoneel op Franse en Vlaamse planken ".
Hier een foto van de eerste affiche.
01-08-2012
KFV- Mededelingen en de Jaaruitgave KFV-Mededelingen
Naar aanleiding van het 60-jarig bestaan van het Komitee voor Frans-Vlaanderen werd een Feestnummer van de KFV-Mededelingen uitgegeven, als nr. 4 van de 34e Jaargang en meteen ook als nrs. 1 en 2 van de 5e Jaargang. Het is dus een dubbelnummer van 80 bladzijden en het besluit ook de 60e en laatste Frans-Vlaamse Cultuurdag van het KFV-vzw.
Vanaf 2009 zullen de KFV-Mededelingen vervangen worden door een lijvige jaaruitgave, waarin vooral het onderwijs van het Nederlands in Frans-Vlaanderen aan bod zal komen. Zij zal aan de steungevers worden toegezonden begin september 2009. De steunbijdragen zullen erin vermeld worden zoals voorheen.
Bij gebrek aan financiële middelen, te wijten o.m. aan het wegvallen van een aantal steunbijdragen van de overheid is de KFV-vzw in vereffening moeten gaan. De fiscale vrijstelling voor giften vanaf 30 euro liep voor de vzw tot eind 2007 en werd niet vernieuwd. Dat betekent dat alle stortingen van minimum 30 euro vanaf 1 januari 2008 die voor die vzw gebeurden niet meer in aanmerking kunnen komen voor een attest voor fiscale aftrekbaarheid. De hele werking van de opgedoekte KFV-vzw wordt echter overgenomen door de vzw KFV- MEDEDELINGEN, die al sinds enkele jaren het tijdschrift bekostigde, om dezelfde redenen die we hierboven hebben aangestipt. De vzw KFV-Mededelingen kan evenwel niet genieten van het statuut om attesten voor fiscale vrijstelling te verlenen. Dat betekent dat al wie sinds 1 januari 2008 een storting van minimum 30 euro heeft gedaan geen attest zal verkrijgen maar eventueel zijn steunbijdrage kan terugvragen. Wie dit wenst te doen kan zich voor 1 september 2008 richten tot penningmeester Roger Vynckier, Kapellestraat 11, 8790 Waregem. Tel. en fax: ( 00 32 ) ( 0 ) 56 1351. E-post: rogervynckier@skynet.be
Als bijlage bij de Jaaruitgave vindt u een overschrijvingsformulier met de nieuwe gegevens van de VZW KFV-Mededelingen. Rekeningnummer: 469- 1019091-54. IBAN: BE 42 4691 0190 9154. BIC: KREDBEBB
Met uw verdere steun en belangstelling zijn wij in staat onze aangepaste missie in samenwerking met het Huis van het Nederlands/ Maison du Néerlandais voort te zetten: promotie van en steun aan het buitenschools Nederlands onderwijs en het bezorgen van de traditionele informatie via de jaaruitgave van de KFV-Mededelingen. Wij danken u bij voorbaat en van harte. De raad van bestuur: Luc Verbeke, Guido Carron, Dirk Verbeke, Roger Vynckier, Francis Persyn, Xavier Verhaeghe, Cyriel Moeyaert.
De traditionele Cultuurdagen worden vervangen door één of twee Culturele bijeenkomsten waarbij o.m. een Luc Verbeke-prijs voor journalistiek zal worden uitgereikt: één prijs aan een Frans-Vlaming en één prijs aan een Vlaming van bij ons. Een meer omvangrijke journalistieke bijdrage ( bvb. een artikelenreeks of een werk over Frans-Vlaanderen ) zal worden bekroond. De uitreiking van de eerste prijs vond plaats op de 4e zondag van september 2009. Die vierde zondag was altijd de zondag van de Cultuurdagen was. Aldus is er behoud en vernieuwing na het 60-jarig bestaan van het KFV dat in Waregem ontstond in 1947 onder voorzitterschap van de bekende auteur André Demedts en met Luc Verbeke als secretaris. Na André Demedts ( 1947 - 1969 ) werden achtereenvolgens voorzitter: Leo Vanackere ( 1969 - 1977 ), Daniël Merlevede ( 1977 - 1982 ), Cyriel Moeyaert ( 1982 - 1997 ), Luc Verbeke ( 1997 - 2002 ), Guido Carron ( 2002 - 2007 ) Als secretaris volgde Dirk Verbeke zijn vader op in 1997 en blijft het nog altijd, in de vernieuwde werking.
Uit de inhoud van het bovengenoemde Feestnummer vermelden we: het Programma van de 60e Cultuurdag ( zie verder de foto's van de sprekers en de inhoud van hun spreekbeurt ), een voorwoord van Dirk Verbeke onder de titel " Douwe, jongens, douwe ( uit een Vlaams zeeemanslied ), toelichtingen bij het programma en de tentoonstelling, de uitreiking van de 10e Vital Celenprijs, het activiteitenverslag van het 59e Werkjaar van het KFV, het verslag over de 33e Frans-Vlaamse Dag in Nieuwpoort ( door Roger Vynckier, de trouwe penningmeester van het KFV ), een Toeristisch overzicht van Etienne Desaever en Dirk Verbeke, een ruime terugblik op het Demedtsjaar 2006 met bijdragen van Karel Platteau, Jooris van Hulle, Bernard Delange en Luc Verbeke. Voorts zijn er nog Varia van Johan Strobbe; Etienne Desaever en Dirk Verbeke.
Jubileumboek KFV - 1947-1997
Foto van het Jubileumboek " Een halve eeuw werking voor en in Frans-Vlaanderen - Komitee voor Frans - Vlaanderen - KFV - Jubileumboek 1947 - 1997 " Links Luc Verbeke, secretaris KFV van 1947 tot 1997 en daarna voorzitter; rechts Dirk Verbeke, secretaris KFV van 1997 tot heden.
Foto: tijdschrift "Uit" van VTB -VAB
04-07-2012
Nieuwjaar 1998 - Jaren zijn maar jaren...
Jaren zijn maar jaren, korte sprankels van de tijd, die er was vóór wij er waren, kiemend in Gods eeuwigheid. Mensen zijn maar mensen, die je op je weg ontmoet, die elk jaar je 't beste wensen: veel geluk, gezondheid, alle goed. Maar ook wensen zijn maar wensen als zij niet, ontdaan van schijn, lichtende gebeden voor je zijn.
Luc Verbeke Nieuwjaar 1998
03-07-2012
Nieuwjaar 1987 - Het ene jaar...
Het ene jaar is niet het ander, gelukkig maar, en de ene mens is niet de ander, gelukkig maar. Maar wie we ook zijn of wat we ook doen, we zijn er maar de ene voor de ander. Daarom is onze wens bij 't nieuwe jaar: groei in goedheid en ervaar diep in uzelf verbondenheid met God en met elkaar.
Luc Verbeke
02-07-2012
Nieuwjaar 1985 - Oud of nieuw...
Oud of nieuw om ' t even. Een einde is er niet en geen begin. De tijd holt door van eeuw naar eeuw en in zijn spoor sluit God - een voetstap in de sneeuw - ons kleine leven in.
Luc Verbeke 1 januari 1985
Uit " Terugblik " ( 1994 ) en " Ik leef in taal en tijd " ( 2005 )
29-06-2012
Dichter Reinout Verbeke I
Hier zien we een foto van oudere datum van Reinout Verbeke, met al heel wat gegevens over leven en werk.
Reinout Verbeke, ( zoon van onze oudste zoon Dirk, secretaris KFV en hoofdredacteur van KFV-Mededelingen ) is al een hele tijd als dichter bekend. Heel jong nog ( 18 jaar ) won hij in Merendree de Anton Van Wilderodeprijs en daarna won hij de ene na de andere prijs. We vermelden enkel de Interuniversitaire Literaire Prijs Germania, in samenwerking met DWB ( zie DWB augustus 2001 4 blzn. 542 - 543 ).
Gedichten van hem werden opgenomen in tijdschriften als De Brakke Hond en in de bloemlezing " Op het oog. 21 dichters voor de 21e eeuw ".
Hij is de organisator van het poëziefestival Literaire Living en treedt sinds 2007 onder de naam ' Reinout met Nevenwerking ' op met muziek en poëzie (www.myspace.com/reinoutverbeke )
Professioneel werkt hij bij het bekende maandblad EOS, waarvan hij enkele jaren eindredacteur is geweest en nu ' Nieuwscoördinator on line'
Vorig jaar organiseerde de Provincie Antwerpen een wedstrijd voor jonge dichters. Uit een eerste reeks van een zeventigtal deelnemers uit heel Vlaanderen werden 40 dichters geselecteerd. Reinout stootte na de voorronde in Mechelen door naar de finale die op 26 april j.l. plaatsvond in de Bibliotheek Permeke, De Coninckplein 26, 2060 Antwerpen. Ze waren toen nog met acht. Na een eerste ronde bleven er nog vier over en in de tweede ronde werd hij in de einduitslag tweede. De jury beoordeelde hem wel als de beste dichter. De eerste drie dichters werden financieel beloond door de KBC. Joke Van Leeuwen, stadsdichter van Antwerpen, was voorzitter van de jury. De twee bekroonde gedichten waren " Het Nanomeisje " en " Axon "
We schrijven het gedicht ' Axon ' over:
Ik heb een zwemster in mijn lijf ze peddelt traag mijn lichaam door tikt randen die geen randen zijn maar volgehouden randgedachten
Bloedgeil word ik daarvan ze is mijn onderhuidse gast ze is een zenuw op de tast een axon zonder plan
Zwemmen is niet het water mennen maar altijd verliezen van
Ik heb een zwemster in mijn lijf gevoeld ze zwom de gedachte los aan een rand, spoelde aan in mijn zwellichaam. ( In de debuutbundel op blz.10 )
Voorts publiceerde hij onlangs in het tijdschrift ' Deus ex Machina ' ( nr 125 ) een ophefmakend stukje over de ten onrechte miskende en nu vergeten dichter Leopold M. Van den Brande ( 1947 ) die sinds zijn bundel ' De kooi van Faraday ' ( 1986 ) er het zwijgen heeft aan toegedaan. Op zijn website de Contrabas heeft Chrétien Breukers op 14 augustus dit stukje lovend besproken en er meteen een eigen bespreking van het werk van Van den Brande en een aantal prachtige gedichten aan toegevoegd.
Dichter Reinout Verbeke II
Hier zien we een heel vroege foto van Reinout Verbeke, met gegevens over leven werk en enkele gedichten die ook in zijn debuutbundel voorkomen.
Hij was eerst eindredacteur van het maandblad EOS en nu is hij Nieuwscoördinator online. Elke woensdagnamiddag verzorgt hij in Radio Nostalgie ( Golflengte 98.20 ) om 17.20 uur een vraaggesprek over een wetenschappelijk onderwerp uit een recent nummer van EOS.
In deel II oktober 2009, werd hij opgenomen met negen gedichten in ' Het Liegend Konijn ' van Jozef Deleu ( zie verder ) en in de Poëziekrant van januari-februari 2011 lezen we van hem vier nieuwe gedichten op p.p. 38-39.
Hij komt ook voor in de recente bloemlezing van Guido Lauwaert ' Mijn tweede stem - Gedichten en hun dichters uitgezocht en toegelicht door Guido Lauwaert ' Er werden gedichten en mini-essays van 29 dichters uit Nederland en Vlaanderen uitgezocht. Reinout komt voor op blz.165 met het gedicht ' Axon ' Op blz.164 schrijft Lauwaert een en ander over leven en werk van de dichter en ontleedt heel nauwkeurig het gedicht.
Nu (begin april 2011) verscheen zijn debuutbundel ' De achterkant van flatgebouwen ' + CD ( rocknummers van zijn gedichten door zijn groep Nevenwerking ), bij de bekende Nederlandse uitgeverij De Bezige Bij Antwerpen -Amsterdam.
Reinout organiseert ook het poëziefestvalletje Literaire Living en treedt geregeld op met zijn groep. Zo stond hij met Nevenwerking al op de Nachten Crossing Border ( zie afzondelijke bericht ) , Fachlandfest ( Berlijn ) en de 5de nacht van de Poëzie in Vooruit.
Zoals boven vermeld werden negen gedichten opgenomen in ' Het Liegend Konijn ' , tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie onder redactie van Jozef Deleu, nummer oktober 2009.
Wij plukken er twee uit:
DE ACHTERKANT VAN FLATGEBOUWEN
Aan de achterkant van flatgebouwen liggen opengepikte vuilniszakken worden borsten aan de zon gegeven hebben geliefden ruwer lief. Geen flaneren geen plezierboten. Op het achterbalkon ebben we naar het zijn van de zee
Aan de achterkant van flatgebouwen trekken wolken als zeewier halvelings aan ons vissenoog voorbij Hier geldt deining van altijd dezelfde gordijnen Hier waak ik over mijn kind dat in de kamer naar haar eerste klanken hapt
Aan de achterkant van flatgebouwen heerst wederzijdsheid van kijken, loeren we elkaar uit het koraal. We vinden er onze vinnen als vanouds ( debuutbundel blz.22 )
NET VOOR DE GRASMACHINE
De dingen rekken tot ze springen maar een elastiek blijft stuk een elastiek, een rotvlieg een rotvlieg, een grasveld een grasveld
Zie de zomer groeien hij stuurt zijn wespen om in de droom te prikken dat het woord ons vacuüm verpakt
Taal is ons mooiste verraad want het woord verkruimelt op vrijdag tot twee adjectieven in nat gras
En jij opgespannen als ik wij gaan in hun lege plekken liggen ( debuutbundel blz.40 )
25-06-2012
Burgemeester Jules Storme, de familie Storme.
Jules Storme, de zoon van Ferdinand Storme, werd geboren in Waregem op 24 januari 1819 en is er overleden op 13 mei 1904. De foto hierbij is een kopie van het gedachtenisprentje bij zijn overlijden ( ons bezorgd door Frans Meyfroidt ).
Hij was burgemeester van Waregem vanaf 1848 tot aan zijn dood. Hij heeft dus niet minder dan 56 jaar Waregem bestuurd en in die periode Waregem groot gemaakt. Aan hem herinnert nu nog de Jules Stormestraat, de vroegere Kwastraete , in 1897 tot Jules Stormestraat omgedoopt, n.a.v. het half-eeuwfeest van Jules Storme als burgemeester van Waregem. Het notarishuis van de Stormes was in die straat gevestigd en bleef er door notarissen bewoond tot het in 1990 helaas werd gesloopt om plaats te maken voor een flatgebouw en winkelpand..
Vader Ferdinand Storme was uit Wakken ( ° Wakken 1780 ) naar Waregem verhuisd waar hij tijdens het Nederlands Bewind burgemeester was van 1819 tot 1830. Daarna was hij nog Provincieraadslid tot 1848. Hij overleed in Waregem in1860. ( Zie De Gaverstreke, Jaarboek van de Waregemse Geschied-en Heemkundige Kring 1993 met artikel van Marcel Delmotte ) en ook het artikel van Koen Degroote ' De familie Storme in Wakken - De Roede van Tielt, dec. 1990, p. 208 -212.
In het artikel van Koen Degroote kunnen we een hele stamboom van de Storme's, met hun vele nakomelingen, opmaken. We volgen die om enerzijds bij Jules Storme in Waregem terecht te komen en anderzijds ook bij Matthias, voor wie we een gedicht schreven. Het eerste lid van de familie Storme dat we in Wakken aantreffen is Amand Storme ( ° Desselgem 18 mei 1698 ). Hij kwam zich in Wakken vestigen na zijn huwelijk met Marie-Anne Vandekerckhove aldaar. Hij werd er o.m. burgemeester. Uit zijn eerste huwelijk had hij 9 kinderen o.m. Charel - Philip ( ° 2 januari 1742 - + 5 oktober 1747 ), die huwde met Joanna Catharina Biebuyck ( ° 1753 - + 1835 ). Dat waren de ouders van Ferdinand, die naar Waregem kwam, en de grootouders van Jules. ( zie boven )
Uit het tweede huwelijk van Amand Storme ( in 1749 met Marie-Jacoba Reynaerts ( 1718 - 1810 ) sproten 6 kinderen o.m. Albert- Bernard ( ° Wakken 18 januari 1763 ). Die huwde met Marie-Anne Van Schoebeke. Zij hadden 10 kinderen o.m. Leo ( ° Wakken 30 oktober 1788 - + 5 juni 1855 ). Leo huwde op 15 juni 1813 met Coleta Seraphina van den Poel en had een kroostrijk gezin. Hij volgde een neef van hem op als gemeentesecretaris en had 12 kinderen o.m Jules Storme ( niet verwarren met bovengenoemde Jules, de zoon van Ferdinand ), die zijn vader opvolgde als gemeentesecretaris tot aan zijn overlijden in 1874. Uit een tweede huwelijk met Louisa Van Waesberghe ( op 11 november 1860 ) werd een zoon geboren n.l. Marcel Leo Storme ( Wakken 9 december 1862 ). Deze verhuisde naar Gentbrugge waar hij overleed op 10 maart 1930. Uit zijn nageslacht sproot Marcel Storme, gewezen senator en professor, en de vader van Prof. Matthias Storme, voor wie we het gedicht hebben geschreven toen hij in 2000 de André Demedtsprijs ontving.
We vermelden nog dat in de doopkapel van de Wakkense kerk de grafstenen van Amand en Jean - Baptiste Storme te zien zijn en dat verder het graf van priester Edgard Storme op het kerkhof en een afbeelding van gemeentesecretaris Jules Storme in het gemeentehuis op de Wapenplaats aan dit voorname geslacht herinneren.
Met onze dank aan Koen Degroote, huidig burgemeester van Wakken - Dentergem. Hij is met Juul Desmet de auteur van enkele werken over de geschiedenis van Wakken. Hij schreef meer over culturele onderwerpen zoals ' De geschiedenis van het Wakkens muziekleven ' ( 1981 ), ' Toneel en Poëzie in Wakken "( 1995 ). Juul Desmet daartegenover heeft veel aandacht besteed aan de oorlogsgebeurtenissen en de politiek. Van hem verscheen onlangs een werkje over ' Dorpspolitiek op zijn Wakkens ' i.v.m. de verkiezingen in Wakken in 1920, een afdruk van zijn tekst in ' De Roede van Tielt '.
Koen Degroote bracht op 16 mei 2008 een boek over de geschiedenis van de Wakkense gemeenteschool. Het werd voorgesteld onder de titel ' De Wegwijzer vroeger en nu ' n.a.v. de Plechtige inhuldiging van de nieuwe gebouwen van de gemeenteschool, die dezelfde naam draagt. Bij die gelegenheid was er een druk bijgewoonde Academische Zitting in het cultureel centrum ' Hondius'.Het boek was te verkrijgen bij de heer en mevrouw Denis en Marie Jeanne Haerens - Deman, Markegemstraat 71 , 8720 Wakken.Tel. 056 - 602072. Het telt 120 bladzijden en brengt, rijk geïllustreerd met foto's en documenten, een overzicht van twee eeuwen gemeentelijk onderwijs in Wakken. Er is een woord vooraf van mij, oud- leerling van de school zoals ook André Demedts mij daar 20 jaar voorafging. Prijs van het boek: 20 euro. Misschien nog te verkrijgen
24-06-2012
Prof. Matthias Storme, Demedtsprijs 2000
Bij het gedicht voor Matthias Storme als Winnaar van de Demedtsprijs in 2000 plaatsen we de foto van Jules Storme, gemeentesecretaris van Wakken ( 1855 - 1874 ), de grootvader van oud-senator Prof. Marcel Storme, die de vader is van Matthias. De foto hangt in het Wakkense gemeentehuis op de Wapenplaats. We stippen nogmaals aan dat deze Jules Storme, niet verward mag worden met Jules Storme, de zoon van Ferdinand, die burgemeester was van Waregem, over wie Marcel Delmotte uitgebreid heeft geschreven in ' De Gaverstreke ', het Jaarboek van de Waregemse Geschied-en Heemkundige Kring, 1993. De Wakkense gemeentesecretaris was wel een familielid van de Waregemse burgemeester.
Om het " politiek correct " nog uit te leggen kunnen we 't bijna niet meer met woorden zeggen. En toch, want de geprijsde en geprezen Matthias is van het oude, edel-goeie ras dat eeuwenlang met onze streek verbonden was: de sterke Storme-stam uit Wakken, die met Ferdinand, de orangist, naar Waregem als burgervader kwam en met zoon Jules, meer dan een halve eeuw, het Waregems beleid stevig in handen nam. De zin voor leiderschap en politiek is bijgebleven en in de Storme-telg zien we nu zelfs de orangist herleven, die met gezag van wetenschap, geschiedenis en recht, als een vrij man voor een vrij Vlaanderen vecht in woord en daad, en dit ook ziet in 't groot verband van taal en van cultuur in 't hele Nederland.
Proficiat, vriend laureaat en laat het " Stormen" tot het baat!
Luc Verbeke 20 oktober 2000
Uit " Nieuw en Oud " blz.26
Gaston Durnez Demedtsprijs 1986
Gaston Durnez ( ° 1928 ) begon zijn journalistieke loopbaan bij De Nieuwe Standaard in 1945 en bleef vooral bij de Standaard- Het Nieuwsblad bedrijvig als hoofd van de nieuwsdienst, als adjunct-rubriekleider of als columnist. Hij werkte mee aan tal van tijdschriften en aan radio-en TV-programma's. Hij publiceerde heel wat boeken ( o.m. de Geschiedenis van De Standaard ) en ook humoristische gedichten en cursiefjes onder schuilnamen. Nu verzorgt hij nog een leuke kroniek in het Bondsblad van de Grote en Jonge Gezinnen
Wij die jou in stukjes lezen - zoet en zout en specerij - mogen nu eens onverdeeld met jou gelukkig wezen en met je " kleinbeeld" in de prijzenrij: een monumentje, trots om wat je deed in boek en krant voor 't " hele " Nederland. Maar wie kent je, taal-tuimelend elke dag tussen leed en lach? Gutenberg, Kanariepiet, Durnay, G D , Gaston, een andere naam misschien die niemand weet? Want verscholen ben je - stil monkelend - in de weemoed van jouw dubbele woordenwand. Maar wanden wijken nu en veel wordt openbaar van wat je schreef en deed. En daarom zingen wij, als vrienden van André, vandaag het loflied mee - met bugel en basson - van Marnix voor Gaston, zoals het placht in vroeger tijd, een liedje voor de eeuwigheid: " Ere zij Gaston Durnez! "
Luc Verbeke 7 december 1986 bij de uitreiking van de 17e André Demedtsprijs door de Kortrijkse Marnixring aan Gaston Durnez in het stadhuis van Kortrijk
Uit " Nieuw en Oud " blz.24
22-06-2012
Herdenking Judocus Hondius in Wakken
Op zaterdag 9 juni 2012 werd in Wakken de beroemde cartograaf Judocus Hondius herdacht 400 jaar na zijn afsterven. De plaatselijke Heemkundige Kring ' Het Bourgondisch Erfgoed ', met als voorzitter burgemeester en N-VA parlementslid Koen Degroote, Denis Haerens als ondervoorzitter en mijn achterneef notaris Jan Byttebier als secretaris en organisator van het hele gebeuren. Als geboren Wakkenaar mocht ik daar zeker niet ontbreken en ik heb het mij ook niet beklaagd. Zo was er een boeiende film over het leven en de vele werken van de cartograaf, waarvan er een aantal uit het kaartenatelier Hondius, werden tentoongesteld. Hierbij mochten wij, met ons familiaal gezelschap uit Kortrijk, genieten van een rondleiding door Jan Bytterbier, met omstandige uitleg. We zijn hem daar heel dankbaar voor. Er was een select publiek aanwezig. Zo mochten we kennis maken met een Nederlander, die een afstammeling was van Hondius.
Vermelden we nog dat we in dat Cultureel Centrum Hondius ook prachtig gekleude herdenkingskaarten + postzegel + dagafstempeling konden aankopen tegen 15 euro het stuk. Het bovendeel met ' Groeten uit Wakken ' met een zicht op het Wakkense Hondiuspark, een gedenkplaat met Hondius en onderschift ' Judocus Hondius Wakken 1563 - Amsterdam 1612. Hij was dus nog geen 49 jaar als hij stierf. Het onderdeel van de herdenkingskaart met titel ' Cartografie ' toont ons de twee grote Vlaamse Cartografen Mercator en Hondius. In 2012 is het ook 500 jaar dat Mercator in het Waasland werd geboren en van wie er in Sint- Niklaas een Mercatormuseum is.
Nu iets uit leven en werk van Judocus Hondius. Hij werd geboren in het West-Vlaamse Wakken op 14 oktober 1563 onder de naam Joost de Hondt of d'Hondt en bracht zijn jeugd door in Gent. Hij was aanvankelijk graveur, kalligraaf en stempelsnijder. Hij was van katholieken huize maar maakte in Gent kennis mey de reformatie in de tijd van de Spaanse Inquisitie. Om daaraan te ontkomen vluchtte hij met zijn zuster Jacomina naar Londen. Daar huwde hij in 1587 met de 19-jarige Coletta van de Keere, een zus van Pieter van de Keere ( Petrus Kaerius ) met wie hij in Gent had samengewerkt. In 1593 keert hij terug naar de Lage Landen en vestigt zich in Amsterdam, waar hij bleef wonen tot aan zijn dood in 1612.
In Londen werkte hij mee an de Engelse uitgave van Waghenaers ' Spiegel der Zeevaerdt '. Uit 1590 stamt de wereldkaart Nova Universi urbis Descriptio, een van de eerste kaarten waaop de ontdekkingen van Francis Drake werden verwerkt. Van deze kaart zijn alleen uitgaves bekend door Jean le Clerc, Parijs 1602.
In Amsterdam gaf hij aan zijn huis in de ' Calverstraete ' de naam van ' In de Wackeren Hondt ', verwijzend naar zijn geboorteplaats ' Wacken ' en zijn familienaam ' d'Hondt ' . Een van zijn eerste projecten aldaar was het verzorgen van de uitgave ' Nieuwe Beschryvinghe ende Caert-Boeck van de Midlantsche Zee' door Willem Barentsz, dit in samenwerking met Petrus Plancius. In 1598 kwam er een zakatllas op de markt, het ' Caert- Thresoor ' Veel kaarten werden geïllustreerd door Kaerius. De uitgever was Barent Langenes uit Middelburg. Rond 1604 studeerde Hondius wiskunde in Leiden. Daar kocht hij de platen op uit de nalatenschap van Mercator. Aangevuld met 36 nieuwe kaarten kwam in 1606 een heruitgave van de nu te noemen Mercator- Hondius Atlas op de markt. Dit werd een groot succes.
In 1607 en 1608 werd hij vereerd met enkele bezoeken van de ontdekkingsreiziger Henry Hudson en zodoende konden reisdetails verwerkt worden. In Londen was hij bevriend geworden met John Speed ( 1553- 1629 ) die, na kleermaker te zijn geweest cartograaf werd. oor de twee monumentale werken die hij publiceerde ( The Theatre of the Empire of Great Brittain en Prospect of the most famous parts of the World ) liet Speed de kaarten grotendeels graveren in Amsterdam door Hondius. Deze werden uitgegeven vanaf 1611.
Het laatste project waaraan gewerkt werd was de uitgave van een grote wandkaart op 20 bladen van de wereld: ' Novissima Exactissima Totius Orbis Terrarum '. Het was de eerste kaart waarop zeestromingen en windrichtingen werden aangegeven. Hiervan is slechts 1 exemplaar bewaard gebleven en een facsimile ervan uit 1907.
Na zijn overlijden in februari 1612 werd hij bijgezet in de Nieuwezijds Kapel op het Rokin te Amsterdam. Na zijn dood werd de uitgeverij voortgezet door zijn weduwe en zoons Judocus II ( + 1629 ) en Henricus ( 1597 -1651 ). Tot in de 18e eeuw werden de kaarten van Hondius heruitgegeven o.a. door Janssonius, Frederik de Wit en de firma Gerard Valck & Petrus Schenck.
21-06-2012
Grammens in Journaal van 14 juni 2012
In het jongste nummer van Journaal van Mark Grammens, nr 650 van 14 juni 2012, schrijft Mark Grammens over de nu door één commissie van het parlemebt goedgekeurde splitsing van de kiesarrondissementen Brussel - Halle -Vilvoorde . Die gebeurde door alle Franstalige partijen plus de Vlaamse partijen CD&V, SP, VLD en Groen tegen de Vlaams-nationale partijen. Er waren in Vlaanderen geen juichkreten te horen, schrijft Grammens, en met reden: de splitsing gaat gepaard met een veelvoud van Vlaamse toegevingen aan de Franstaligen: het bestuur vab de zes faciliteitengemeenten wordt onttrokken aan juridisch toezicht door de Vlaamse leden van de Raad van State en straks worden daar burgemeesters benoemd die openlijk hun misprijzen voor de Vlaamse overheid en wetten te kennen geven: er komt een ' Metropolitane Brusselse Gemeenschap ', zogenaamd raadgevend, maar van meetaf aan reeds bevoegd voor de ( Vlaamse ) Ring rond Brussel, die dus ten dele ophoudt een gewestelijke bevoegdheid te zijn; het gerechtelijk arrondissement wordt niet gesplitst maar ontdubbeld, met benoeming van Franstalige rechters op elk niveau in Halle-Vilvoorde, een ' faciliteit ' zonder voorgaande, en niet zonder volkenrechterlijke betekenis alsBelgië ooit gesplitst mocht worden; met de woorden van Dehaene, ' Elio a son fric ', zijnde hopen, in hoofdzaak Vlaams geld voor Brussel, dat door het socialistische gewestbestuur doorgesluisd kan worden naar Henegouwen, in naam van de ' solidariteit '.
Elio heeft zijn werk gedaan. de regering mag nu vallen. In de PS heeft Giet uit Luik hem als voorzitter vervangen. Elio kan weer voorzitter worden en er komt niets in huis van de in het regeerakkoord vermelde bevoegdheidsoverdrachten van de federale naar de gewesten en ook niet van de financiële middelen. Trouwens het Hof wenst ook die overdrachten niet en het opmaken van de begroting is uitgesteld tot na de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober. Vlaams Minister-President Kris Peeters vertrouwde al dat zaakje niet van die overheveling van die bevoegdheden en hij zal nu wel weten dat er niets van in huis komt.
We wachten af of het zo zal aflopen. Grammens is er alvast van overtuigd. Hij schrijft voorts dat er geen enkele dynamiek uitgaat van deze regering. Van het relancebeleid, dat België in het spoor moest brengen van Frankijk, in vervanging van het Duitse sparingsbeleid, verneemt men niets. Grammens citeert Brinckman van De Standaard, die schreef : ' Voorlopig bewijst deze regering elke dag dat de N-VA het strategisch bij het rechte eind had toen ze in juli vorig jaar aan de kant ging staan. ' Ondertussen zijn de peilingen voor de Vlaamse regeringspartijen, die scheep gingen met Di Rupo, dramatisch. De meest recente peiling toont ook de groeiende kloof tussen Vlaanderen en de francofonie. De Vlaamse kiezer wil niet dat de N-VA opzij wordt gezet. Een meerdeerheid van de Vlamingen, 52 %, keurt het beleid van Di Rupo af, terwijl Franstalig België hem steunt met 62 %. De aanhang van de N-VA blijft groeien en benadert de 40% , terwijl de Vlaamse partijen die Di Rupo steunen het bijzonder slecht doen. Ze zitten op wat Maddens noemt ' een smeltende ijsschots'. Volgens prof. Carl Devos uit Gent hebben de partijen die het bestuur van het land zolang hebben gedragen maar nu niet eens nog een meerderheid halen in Vlaanderen, het niet begrepen en menen dat zij het tij kunnen doen keren door met handigheidjes en achterkamerhandeltjes zoveel mogelijk macht naar zich toe te trekken. Zo komt het dat zes maanden regeringswerk nog geen bonus heeft opgeleverd.
In zijn Buitenlands Overzicht heeft Grammens het over ' De SP en de immigratie' De N-VA van de gemeenteraadsverkiezingen een nationale gebeurtenis maken. Vandaar de vrees van Di Rupo. Er zal voór oktober dan ook niet veel meer gebeuren. Trouwens volgens peilingen blijkt dat de PS op een nederlaag zou kunnen afstevenen. Een combinatie van een slecht resultaat in Wallonië en Brussel en een succes voor De Wever in Vlaanderen zou de regeringsleider aan het wankelen kunnen brengen.
De nieuwe president van Frankrijk met naam François Hollande ( blijkbaar in een ver verleden afkomstig van Holland ) is van mening dat de rijken de armen moeten betalen maar hoe? Hij wil de rijke Duitsers doen betalen voor de Franse welvaart. Geregeld horen we hem dan ook verwijzen naar de Duitse oorlogsmisdaden. De Fransendoen zich voor als de grote overwinnaars van de tweede wereldoorlog. Ze zouden de euro hebben opgedrongen om de Duitsers te doen betalen voor de nazi-barbarij en de Duitsers hebben dat geslikt in een reflex van boetedoening voor de holocaust.
Maar bij ons is Di Rupo dezelfde mening toegedaan dat de rijken moeten betalen, maar dan niet voor een Vlaamse barbarij. Hij heeft nooit enige schroom gevoeld bij het zoeken naar methodes om de Vlamingen te doen betalen voor het verzekeren van de Waalse welvaart...