Luc Verbeke : Recente politieke en andere actualiteiten - Vlaamse Beweging - Frans-Vlaanderen - 150 eigen gedichten ( 1944 tot nu )
27-03-2007
Dirk Verbeke brengt verslag over de Taalprijsvraag
Op de 58e Frans-Vlaamse Cultuurdag op 25 september 2005 in de schouwburg van het Cultuurcentrum De Schakel in Waregem bracht Dirk Verbeke, KFV-secretaris en hoofdredacteur van de KFV-Mededelingen, verslag uit over de 40e Nederlandse Taalprijsvraag voor Frans-Vlamingen, uitgeschreven door het KFV. Hij prees in het juryverslag de vrij hoge kwaliteit van de 83 inzendingen.Alle deelnemers kregen een boekenpakket met een minimumwaarde van 50 euro en ook nog een bedrag van 10 euro voor een daguitstapje naar Vlaanderen met hun docent ( e ) Nederlands.Voor de 2 laureaten was er een extra-prijs: de ene, Daniël Portenart uit Pérenchies, kreeg de Prijs van de VVV van de stad Nieuwpoort en de andere , Marie-Claude Vandaele uit St.-Omaars, ontving een kalligrafisch werk van Katleen Vanbesien en Luk Decleer, met een gedicht van Fernand Florizoone. De prijs werd overhandigd door Etienne Desaever, oud-directeur van de Dienst Toerisme van de stad Nieuwpoort.
24-03-2007
Piet Van Eeckhaut op 37e Demedtsprijs
De bekende advocaat Piet van Eeckhaut uit Gent sprak op de 37e André Demedtsprijs op het stadhuis van Kortrijk dd. 26 november 2006 over André Demedts vanuit een links-vrijdenkend standpunt. Zijn uiteenzetting viel goed mee dankzij z'n welsprekendheid maar ook door z'n bewonderende houding tegenover André Demedts als spreker en als schrijver met een openheid en verdraagzaamheid die je weinig vindt bij katholieke schrijvers. Hij citeerde vooral uit z'n poëzie en prees zijn sociale bewogenheid, gedragen door een christelijke levensvisie. Ook de strijdende Vlaming voor een vrij volk kwam daarbij aan bod.
23-03-2007
8e bijscholingscursus in Westouter
De 1e bijscholingscursus voor de leraren van de vrije KFV-cursussen Nederlands vond plaats in Belle op 23 maart 1974 o.l.v.Cyriel Moeyaert en Luc Verbeke. In 1996 waren er op de 11e bijscholingscursus in Westouter niet minder dan 30 deelnemers.
Hier zien we een foto bij de 8e Bijscholingscursus in de Kosmos van Westouter. We herkennen o.m. uiterst links de Nederlandse gasten Cees en mevrouw Emmen, vervolgens Cyriel Moeyaert, Luc Verbeke, Elie Robitaillie ( Hazebroek ), meer in het midden Bernard Delvoye( Halewijn e.a. ), Denise Lemiere ( Duinkerke ), Jaak Fermaut ( St.-Winoksbergen ), achter hem Francis Persyn en Frank Allacker ( allerlei cursussen ) en dan verder meer naar rechts Cecile Duquesne ( o.m. Kassel ), Louis Dutoo ( Hondschote ), Pieter Van de Voorde ( Steenvoorde ) en uiterst rechts de E.H.Nestor Depoers ( Hazebroek )
19-03-2007
Met Pastoor Decalf
Een foto van 21 april 1990. Toen werd in Kwaadieper het huwelijk ingezegend van KFV-medewerker Frank Allacker uit St.-Winoksbergen met Martine Hampe. Er was een receptie in Soks met veel aanwezigen. Op de foto van links naar rechts: Gijs van Ryckeghem, Luc Verbeke, mevr. Maria Verbeke - Bossuyt, Cyriel Moeyaert en pastoor Georges Decalf.
02-03-2007
Schepen Kristien Talpe feliciteert
Tijdens de gouden jubileumzitting van het KFV mocht Luc Verbeke, na 50 jaar algemeen KFV-secretaris te zijn geweest felicitaties in ontvangst nemen van schepen Kristien Talpe en ook bloemen vanwege Cyriel Moeyaert, 15 jaar voorzitter van het KFV, die meteen het voorzitterschap aan Luc Verbeke wou overlaten bij het begin van het nieuwe werkjaar. Ook Maria,echtgenote van Luc, kreeg bloemen aangeboden.
Op de foto, staande : schepen Kristien Talpe en Luc Verbeke, zittend: burgemeester Guido Carron, Minister-President Luc Van den Brande en KFV-voorzitter Cyriel Moeyaert.
01-03-2007
Daniël Deschrijver
We ontvingen ' De IJzerbode, 41e Jaargang nr.2, februari 2011 ( Uitg. Drukkerij Schoonaert bvba, Bergenstraat 1, 8972 Roesbrugge ), als gedachtenis aan het 10e jaar van zijn afsterven.
Het hoofdartikel, van de hand van Robert Toussaint, handelt over ' Daniël Deschrijver, Jezuïet en auteur ( ° Beveren 1912 - + Veurne 26 januari 2001 en begraven te Hoogstade ). We herinneren ons zijn naam als goed steungever destijds aan het KFV en als medewerker van de heemkundige kring Bachten de Kupe, die heel wat landdagen in Frans-Vlaanderen op touw heeft gezet. We vermoeden dat we Deschrijver daar nog hebben ontmoet maar zeker zijn we het niet. Zeker is dat hij heel wat bijdragen heeft geschreven in het tijdschrift van de heemkundige kring o.m. over de geschiedenis van zijn streek. Onze vriend oud-KFV-voorzitter Cyriel Moeyaert, zegt dat hij hem gekend heeft toen hij in Hoogstade woonde in een mooi laag huis niet ver van de kerk, langs de grote weg. Hij is verschillende keren bij hem aan huis geweest. Hij bezat kopieën van oude documenten waarvan Cyriel er een paar heeft mogen kopiëren n.l. over de eerste eeuwen van de Sint-Bertijnsabdij van Sint-Omaars b.v. de Vita Bertini metrica prima, waarin het verhaal staat van die metselaar die de door de Noormannen geteisterde kerktoren aan het herstellen was maar naar beneden viel. Hij was ongedeerd en uit dank hief hij Dietse lofzangen aan ' simul celses theodisce dixerat odas ' ( tussen 860 en 878 )
Uit zijn leven en werk:
Hij werd geboren in Beveren aan de IJzer in 1912. Zijn vader was er kerkmeester. Samen met nog vier van zijn kinderen stierf zijn vader echter vroegtijdig, samen met nog 4 van zijn kinderen, ten gevolge van tyfus. Er bleven nog 8 kinderen over en moeder Maria-Leona Calmeyn stond er op de boerderij alleen voor, geholpen door de kinderen.
De knappe Daniël mocht na zijn lager onderwijs in Stavele ( waar de nu 98-jarige Romain Depuydt een klasmakker was ), verder studeren samen met een broer. Ze trokken op 12-jarige leeftijd naar het Sint-Vincentiuscollege in Ieper. Het was de tijd van de stormachtige Vlaamse studentenbeweging, waarin de intelligentste jongeren in de bres stonden voor hun miskende Vlaamse volk, zoals ook mijn vriend ook oud-voorzitter van het KFV, Danïël Merlevede, in de Normaalschool van Torhout, door hem zelf beschreven in de AKVS-schriften, nummers 23 ( nov.1991 ) en 24 ( april 1992 ) Ik heb die twee artikelen met bewondering voor D.M. opnieuw gelezen. Zoals in Torhout was men ook in het Ieperse Sint-Vincentiuscollege verplicht er overal Frans te spreken, verklaarde Deschrijver, en ' om ons verzet hebben mijn broer en ik bijna de school moeten verlaten. In 1930 verliet hij het Iepers Sint-Vincentiuscollege als laureaat in de Latijnse humaniora.
Op 18-jarige leeftijd verliet Daniël voorgoed de ouderlijke hoeve ' Het Iepenhof ' te Beveren om Jezuïet te worden. Hij trad binnen bij de paters Jezuïten in Drongen in 1931, waar hij de eerste twee jaar het strenge noviciaat met wijsbegeerte en theologie volgde. Het was een veelzijdige ontwikkeling van geestes-en gemoedsgaven. Daarna volgde hij nog één jaar klassieke filologie en werd ondertussen leraar aan het Sint-Jozefscollege te Turnhout. Daarop volgden nog 3 jaar wijsbegeerte in Egenhoven bij Leuven, waar hij met zowat 200 jonge paters verbleef.
Van september 1938 tot augustus 1940 werd hij leraar van de 5de Grieks-Latijnse aan het O.L.Vrouwcollege te Antwerpen. Hij nam vervolgens zijn intrek aan de Leuvense universiteit waar hij 4 jaar godgeleerdheid volgde. Daar werd hij tijdens de tweede wereldoorlog door het Rode Kruis gevraagd om tijdens de bombardementen stervenden te begeleiden.
Op 24 augustus 1945 werd hij in eigen kring tot priester gewijd, waarna hij naar Frankrijk werd gestuurd voor het 3de jaar noviciaat als voorbereiding tot het apostolaat. Hij verbleef één jaar in Paray-le-Monial en vertrok daarna naar Grenoble, centrum voor hoger onderwijs met zowat 50.000 studenten, en tenslotte naar Lourdes. Na veel missies te hebben gepreekt, volgde hij sociale studies aan de Sorbonne-universiteit in Parijs.
Na al die studies keerde hij in 1947 naar West-Vlaanderen om er zijn kerkapostolaat te beoefenen. Van 1947 tot 1958 was dat in de jezuïtenkerk op het Sint-Michielsplein in Kortrijk. Ik herinner mij dat de paters daar zeer veel biechtelingen hadden uit de hele streek, want niemand ging graag te biecht bij de eigen pastoor. Voor de vele leden van de Heilig-Hartbond werd voor de maandelijkse biecht ook een vreemde biechtvader gevraagd, die dan ook de meeste biechtelingen had. Voor die Heilig-Hartbond werkte Deschrijver een jaar in het hoofdbureau in Brugge onder bisschop Emilius-Josephus De Smedt. Ook werd hij onderoverste van zijn kloosterorde te Kortrijk en Brugge.
Later kon hij het wat rustiger aan doen als aalmoezenier gedurende 4 jaar in de grensgemeenten o.a Herseeuw ( Herseaux ) om de grensarbeiders of frontaliers te begeleiden. Op 31 juli 1963 werd hij voor 4 jaar onderpastoor in Ploegsteert. Van 22 mei tot 1967 werd hij op 55-jarige leeftijd pastoor in Bulskamp. Hij was er 17 jaar de parochieherder , waarvan één jaar aalmoezenier van het rustoord. Op 31 augustus 1983 kwam hij wonen in Hoogstade voor een welverdiende rust.
En nu kon de geleerde Deschrijver eindelijk schrijven. Hij hield zich bezig met de geschiedenis van zijn streek. Zijn zoekwerk verscheen in brochures en in bijdragen in het tijdschrift van de heemkundige kring Bachten de Kupe. Op die manier kwam Robert Toussaint in contact met Deschrijver. Ze wisselden documenten uit en bezochten samen de kerk van Beveren en de kasteelhoeve. Voor opzoekingen over de abdij van Eversam trokken ze ook samen naar het Rijselse archief, waar de processen uit de 14e eeuw nog bewaard zijn. Zo verschenen van zijn hand enkele boeken, vooral biografische en geschiedkundige werken.
Hij ontving de provinciale prijs van West-Vlaanderen voor zijn vertaling uit het oud -Latijn naar modern Nederlands van het middeleeuwse kruidenboek van Anselmus Boëtius, dit samen met professor Van De Wiele van de RUG. Wat later publiceerde hij samen met J. Van Buggenhout een werk over het oude bisdom Terwaan, een uitgave van Flandria Nostra, ' Geschiedenis en vernietiging van de stad en het Bisdom Terwaan, 1553 ', 146 blz.
Voor zijn werk ' Het militaire hospitaal van Beveren, 1914-1918' heeft hij anderhalf jaar opzoekingswerk verricht. Van alle 632 soldaten die in het hospitaal het leven lieten wist, via het leger, beslag te leggen op een kopie van hun overlijdensakte. Het is een belangrijk werk want het militaire hospitaal van Beveren was tijdens de Eerste Wereldoorlog, het grootste en het enige in zijn soort achter het front. Hier werden slechts zwaar gewonde soldaten binnengebracht en chirurgisch behandeld. Het werk verscheen in maart 1988.
Hij schreef nog tal van andere kleinere werken o.m. Het familieboek Deschrijver, Het Iepenhof, De heerlijkheid van Sint-Elooi, De eerste invasie van Julius Cesar in Engeland, de Abdij te Beveren, Markante personen van Beveren, De kerk van Beveren door de eeuwen heen.
Tot aan zijn dood stelde hij zich ook ten dienste van de parochiegeenschap en hij deed ook nog heel wat huisbezoeken. De diepgelovige priester was ook een man van gebed, trouw aan de verworvenheden van eeuwen kerkelijk en godsdienstig leven. Hij stierf te Veurne op 23 januari 2001 en werd in Hoogstade begraven.