Het gedicht verscheen voor het eerst in het tijdschrift West-Vlaanderen, 6e jaargang van het jaar 1957, nr.3 blz.158, met bijgaande illustratie van de hand van Roger Cools.
Ik hang in het duister van de eenzame straat, ademloos, in de nacht Ik kijk en luister. En ik zie in mijn licht het woekerend kwaad en het maskergelaat van wie zoekend mijn schijn, door de duisternis gaat. In mijn bleke kring ligt een vale glans om ieder ding maar ontgroend is het gras en de luister van bloemen verging. Waar is nu de knaap, die ik zag in de zon, in het vólle licht, dat het mijne niet was, als de morgen begon? Doch onontkoombaar verglijdt de nacht en de tijd, en ik zie hoe een man, door mijn licht, illusieloos, maar met vaste tred, naar de dageraad schrijdt.
Luc Verbeke 6 februari 1956. " Van donker naar Licht " ( 1964 ) ook in " Terugblik ", Sanderus 1994, blz.29
|