Luc Verbeke : Recente politieke en andere actualiteiten - Vlaamse Beweging - Frans-Vlaanderen - 150 eigen gedichten ( 1944 tot nu )
19-07-2009
Verbekeprijs - Foto's X
We laten hier een tiende reeks foto's volgen hoofdzakelijk i.v.m. de 44e Nederlandse Taalprijsvraag voor Frans-Vlamingen met o.m. de uitreiking van prijzen aan de scholieren.
Nog een ereprijswinnaar bij de volwassenen.
Bij de scholieren van 7 tot 16 jaar werden vijf ereprijzen toegekend. Dit is Mathieu Werkeyn uiy Terdeghem.
Dit is Marie Heveraet uit Halewijn ( Halluin )
Dit is wellicht Perrine Delbecque uit Terdegem ( Terdeghem )
Vooraan mevrouw Annemarie Persyn.
Een vrouwelijke ereprijs-winnares. Wellicht Marie-Christine Lesaffre uit Steenvoorde of Marieke Boulanger uit Nieppe ( Nipkerke )
17-07-2009
Philippe Despriet
Philippe Despriet ( ° Kortrijk 14 september1949 ) studeerde architectuur en oudheidkunde. In 1973 stichtte hij met Dr. R.Ooghe de ' Archeologische Stichting voor Zuid-West-Vlaanderen ' en werd de werkleider ervan, voor archeologisch onderzoek op vrijwillige basis in de regio Kortrijk. Door het stadsbestuur van Kortrijk en het Provinciaal Bestuur werd de Stichting belast met het oudheidkundig bodemonderzoek voor heel het arrondissement Kortrijk. Geregeld werd het resultaat van hun opgravingen gepubliceerd.
Tijdens zijn grootschalige opgravingen van het castrum van Helkijn in 1988-92 maakte hij kennis met eeuwenlange geschillen tussen de Franse koningen, hun betrouwbaarste vazal ( de bisschop van Doornik ) en de graven van Vlaanderen. Die zagen zich door de bischoppelijke burcht de toegang tot het Doornikse ontzegd. In 1990 startte hij ook met het systematisch onderzoek van de dwangburcht, er door de Franse koning gebouwd in het kader van de Frans-Vlaamse oorlog van 1297- 1305. Op hetzeelfde ogenblik vatte zijn collega Gilles Blieck in Rijsel de studie van een tweede anti-Vlaamse dwangburcht aan. Deze grensoverschrijdende studies bewezen hoe belangrijk een degelijk inzicht van de zeer complexe Frans-Vlaamse geschiedenis wel is voor een grondige kennis van het graafschap Vlaanderen. Zo is de auteur aan zijn geschiedenis van Frans-Vlaanderen begonnen en Despriet werd een van de grote kenners van Frans-Vlaanderen. Hij schreef niet enkel over de geschiedenis ervan maar gaf ook heel wat lezingen, nam deel aan tentoonstellingen o.m. op de Frans-Vlaamse Cultuurdagen in Waregem en werd één van de meest gevraagde reisleiders in het hele Frans-Vlaamse gebied. Adres hiervoor: Philippe Despriet Filips van den Elzaslaan, 4 8500 Kortrijk Tel/Fax 056 22 21 99
Bijna ieder jaar had hij een kleine of een grote publicatie over Frans-Vlaanderen klaar. We noemen o.m. De Westhoek in Frans-Vlaanderen ( 1979 ), Vlaams erfgoed in de Franse Westhoek ( 1981 ), De V1 en de V2 in Frans-Vlaanderen ( 1983 ), Historische steden in Frans -Vlaanderen ( 1985 ), Geschiedenis van Frans-Vlaanderen ( 1986 ), Frans-Vlaanderen onbekende schat ( 1987 ), Frans-Vlaanderen, front 1914-1918, De Slagvelden van Artesië en de Somme ( 1989 ), Kassel ( 1991, Frans-Vlaanderen tijdens de Tweede Wereldoorlog ( 1992 ), Veelzijdig Frans-Vlaanderen ( 1997 ), de reeks ' Onbekend Frans-Vlaanderen ', waarvan al tien deeltjes verschenen zijn. We noemen de laatste drie ' De Geniale Vauban ', Het rijke Sint-Omaars ' en ' De Avesnois ' Maar zijn grootste werk is de ' Historische Atlas van Frans- Vlaanderen ( 1998 )' , mooi geïllustreerd met een kaart, foto's van monumenten, grondplannen enz. maar dan vooral een zeer gedetailleerde geschiedenis waarbij hij historisch werk en onderzoek van Frans-Vlamingen sterk heeft benut. We vatten de inhoud samen: 1 - Een inleidend hoofdstuk over het mechanisme van de oorlogen en zijn gevolgen voor Frans-Vlaanderen. 2 - De veldslagen, wapenbestanden en vredesakkoorden die de territoriale geschiedenis bepaald hebben. 3 - De historische atlas van de belangrijkste plaatsen en vestingen in het kader van de Franse Nederlanden.
In het eerste hoofdstuk wordt de vraag gesteld hoe het uitgerekend Frans-Vlaanderen is geweest dat gedurende 1000 jaar hét slagveld is geweest van de grote Europese mogendheden. Als oorzaken daarvan worden genoemd: - De feodaliteit als bron van territoriale geschillen en aanspraken. Als gevolg van de verdragen van Verdun ( 843 ), Meerssen ( 870 ) en Ribemont ( 880 ) waren de territoria van het huidige Noord-Frankrijk aan twee verschillende vorstendommen toegewezen : ten Westen van de Schelde aan de Franse koning, die ze in leen gaf aan Vlaanderen en ten Oosten van de Schelde aan de Duitse keizer. In het kader van de feodaliteit was de Vlaamse graaf een leenman en de Franse koning de leenheer. Maar in de 10e-12e eeuw verwierf de graaf een zo onafhankelijke status dat hij de meerdere werd van de koning. Gevolg: aanhoudende botsingen in de in Picardië gelegen graafschappen Ponthieu en Vermandois. De graaf van Vlaanderen ontving dan nog domeinen in leen uit het Duitse keizerrijk en hij was dus in het bezit van Duitse en Franse feodale goederen. Vandaar feodale oorlogen in Frans-Vlaanderen in de 11e en 12e eeuw tussen vazallen van resp. de Franse koning en de Duitse keizer. - Vorstelijke huwelijken waarbij graafschappen en lenen, rechten en inkomsten werden verhandeld als koopwaar. Met opnieuw oorlogen als gevolg. We denken aan 1477 toen Frankrijk bij de dood van de hertog van Boergondië het noorden binnenviel en delen veroverde van Vlaanderen, Artesië en Henegouwen - Catastrofale maatschappelijke omwentelingen zoals de Franse Revolutie in 1789-1799. - Staatsgrepen als die van Napoleon. - Sociaal-economische opstanden met inmenging van de grote mogendheden o.m. de Frans-Engelse oorlog in 1371-1372 in Kales. - Akkoorden als die van Atrecht ( 1579 ) en Utrecht ( 1579 ) waarbij de 17 Provinciën in twee elkaar bestrijdende blokken uiteenvielen. - Oorzaken van militaire aard met o.m. veldslagen tussen Fransen en Engelsen met gewijzigde posities en krachtsverhoudingen. - Bouw van vaste grensverdedigingen.
Na dit algemeen overzicht volgen dan in Hoofdstuk II alle veldslagen, wapenbestanden en vredesakkoorden die de territoriale geschiedenis bepaald hebben. In Hoofdstuk III krijgen we een overzicht van de belangrijkste plaatsen en vestingen in de Franse Nederlanden, met heel wat foto's en uitstekende beschrijving. Tenslotte krijgen we na de bibliografie een overzicht van de graven, koningen en keizers van 864 tot 1792 en een plaatsnamenregister.
Foto: de cover van het boek. ( Klik op de foto en maximaliseer )
16-07-2009
Cyriel Moeyaert over het mirakel in Poperinge
Naar aanleiding van de 530e verjaardag van het grote mirakel in Poperinge schreef Cyriel Moeyaert een historisch overzicht van het gebeuren. Het mirakel vond inderdaad plaats in 1479. Dat was twee jaar na het sneuvelen van Karel de Stoute in Nancy, de laatste hertog van Boergondië. De hertogen van Boergondië regeerden hier vanaf 1382 tot 1477. Het was nog steeds een glorievolle tijd voor Vlaanderen: de steden hadden hun belforten, de schilderkunst bloeide ( denk aan de Vlaamse Primitieven uit die tijd ) en ook de rederijkerskamers kwamen in bloei, o.m. die van Duinkerke al van 1426. Talrijke kloosters en abdijen vooral die van Sint-Omaars, Sint-Winoksbergen, Ter Duinen in Koksijde en de Sint-Pieters-en Sint-Baafsabdij in Gent, brachten verdieping van geloof en bloei van kunst, cultuur en beschaving. Er bestonden vanaf de 12e eeuw ook verschillende vrouwenkloosters: in Merkegem, Roesbrugge, Mesen enz. En in zowat alle steden kwamen bloeiende kloosters van Franciscanen, Augustijnen en Dominicanen tot stand. 't Was ook een tijd van intense heiligenverering en in het bijzonder van vrome Mariaverering. Poperinge zelf had drie kerken begin 14e eeuw, gebouwd door de Sint-Bertijnsabdij van Sint-Omaars,waarvan op religieus en cultureel gebied een heilzame invloed uitging. De abten waren vertegenwoordigd door een proost die in de proosdij verbleef. De weefnijverheid en de lakenhandel kenden in Poperinge nog een sterke nabloei tot 1500, de tijd van Maximiliaan van Oostenrijk en nog een beetje tot eind van de 16e eeuw. De hop werd toen al verbouwd. Maar de welvaart kreeg geregeld een deuk door oorlogsgeweld, brand van de stad in 1430 en de pest in 1490. In Poperinge zou er ook een rederijkerskamer ontstaan in de 15e eeuw en in de Sint-Janskerk vereerden de Poperingenaars speciaal Onze Lieve Vrouw. Op religieus gebied was de 15e eeuw een tijd die de Hervorming aankondigde. Felle kritiek allerwegen op de Kerk, vooral op de paus. Toch bleef het geloof bij de meeste mensen sterk en stevig maar ook alle vormen van bijgeloof tierden welig. Het staat vast dat de mensen al op bedevaart kwamen naar Poperinge maar die bedevaart neemt natuurlijk toe na 1479, het jaar van het mirakel. Vooreerst was er de legende van het Mariabeeld. Het werd door een schipper gevonden aan de oever van de Vleterbeek. Het was daarin gegooid door een goddeloze. Dat gebeurde tot driemaal toe en uiteindelijk werd het gebracht naar de Sint-Janskerk en het staat er nog altijd. Het was dus al een wonder dat dit beeld gevonden werd: een madonna uit een zwaar eiken blok gebeiteld. Alleen het bovenste deel is fijn afgewerkt. Ook het Kindje Jezus is fijn gebeiteld. Er zijn nog sporen van polychromie. Het is Middeleeuws en is 90 cm hoog. De Mariaverering betrof dus vooreerst dit beeld. Ook nu nog wordt dit bij wonder gevonden beeld vereerd in de linkerapsis, zoals vroeger. Maar nu het grote mirakel van 1479. De Jezuïet Herbertus Rosweyde verhaalt de geschiedenis ervan in z'n ' Kerckelycke Historie van Nederland ' Het gezin Rassoen en Jaquemyne van Hove-Beyaert woonde toen in de Bruggestraat in Poperinge, waarschijnlijk in het huidige mirakelhuis. Op zondag 14 maart 1479 brengt Jacquemyne een kind ter wereld dat stierf voor het gedoopt kon worden. Het werd in hun tuin begraven. De ouders waren erg bedroefd vooral omdat het kind niet gedoopt was. De heel godvruchtige moeder en haar even godvruchtige buurvrouw Pieternelle Turlin doen een zware belofte: als God ervoor zorgt dat het kind tot leven komt om het te kunnen laten dopen, zullen ze zeven jaar lang op het ' harde ' slapen en geen hemd meer dragen. De woensdag na hun gelofte gingen ze 's ochtends vroeg naar het graf, vergezeld van heel wat buren. Pieternelle begon te graven en haalde het kindje uit het graf. Het gaf meteen tekenen van leven: zijn lippen waren rood en zijn ogen gingen open. De mensen die erbij stonden hebben het gezien en ervan getuigd. Meteen brachten ze het kind naar de Sint-Janskerk en legden het voor het altaar van de madonna. Het kind gaf opnieuw tekenen van leven. Toen heeft een priester, Theodoricus of Diederik Roene het kind gedoopt en de naam Jacob gegeven. De gelukkige ouders brachten Jacob naar huis. Daar heeft de kleine nog gezweet op z'n voorhoofd en ledematen, z'n ogen geopend en z'n armpjes uitgestrekt. Na zowat een uur veranderde z'n gelaatskleur en is hij gestorven. Het kind werd nu in gewijde aarde begraven. In 1481 liet Paus Sixtus IV de feiten nauwkeurig onderzoeken. Twee notarissen tekenden de bevestiging van het wonder op van 37 beëdigde getuigen. Ook consulteerde de afgevaardigde van de Heilge Stoel verschillende geneesheren en andere geleerden en na dit onderzoek werd in datzelfde jaar al de mirakelbulle opgemaakt, bevestigd door de bisschop van Terenburg. De mirakelbulle bestaat nog en wordt in het archief van de Sint-Jansparochie bewaard. Later werd het kind begraven voor het Maria-altaar onder een witmarmeren grafsteen. De huidige grafsteen dateert uit de 17e eeuw en vervangt waarschijnlijk een oudere. Het opschrift luidt D.O.M. en brengt daaonder beknopt het verhaal, dat enigszins afwijkt van dat van Rosweyde. Daar lezen we o.m. dat ' Door de voorsprake van Maria de Moeder des levens op de 4 en dach naer zyne eerste begravynghe verweckt tot het leven en door het H.Doopsel onder den naem van Jacobus in zyn Verlosser Gheestelyck herboren op den 14 en Maerte 1479 zynde op den zelven dagh in Zyn Verwecker Salighlyck ontslapen. ' Cyriel Moeyaert vertelt dan verder over andere mirakelen of bedevaarten in de Frans-Vlaamse Westhoek en ook de blijvende verering tot op vandaag van O.L.-Vrouw in de Sint- Janskerk van Poperinge, de verjaardagen en eeuwfeesten, de jaarlijkse processie of Maria -Ommegang met uitbeelding van het verhaal, met een laatste reorganisatie in 1998. Er zijn nog altijd drieduizend leden van de broederschap van Onze-Lieve - Vrouw van Sint-Jan.