Dit is de foto van Daniël Bossuyt, broer van Maria, geplaatst op zijn bidprentje. Daniël, die gehuwd was met mijn zuster Cecile ( ° Wakken 29-11-1922 + Tielt 7-10-1978 ) , was geboren in Desselgem op 2 juli 1924 en overleed plotseling in Waregem op 12 april 1987. Hij was ereschooldirecteur van de Desselgemse gemeentelijke basisschool, stichter van de Chiro,, medewerker van Milac, van het ACV, BRT-West-Vlaanderen, CVP, NCMV, ere-nationaal voorzitter van het C.O.V., voorzitter van de Davidsfonds Desselgem, voorzitter, beheerder of bestuurslid van nog tal van andere verenigingen. Hij werd onderscheiden met het Pauselijk ereteken Pro ecclesia et Pontifice.
Uit de tekst die ik schreef op het bidprentje, citeer ik onder meer: ' Daniël. Zoëven nog ontmoet...een hand gedrukt...gesproken...gezien misschien op de rouwdienst van z'n oud-leraar...gehoord over de telefoon toen hij aan z'n vrienden het overlijden meldde van z'n vriend-inspecteur. Zo plotseling brak z'n hart. Zo bruusk was z'n afscheid op de drempel van de Goede Week. Een rusteloos leven zomaar afgeknipt...Zelf sprakeloos zoeken we naar z'n laatste woorden, z'n laatste briefje, een handtekening die de laatste maanden alsmaar nerveuzer werd, geschreven met trillende handen. Een voorteken wellicht maar hij schonk er geen aandacht aan. Hij had nog zoveel te doen...' Aktieve rust ', zei hij.onrust en angst wuifde hij weg maar hij ervaarde toch al: ' We zijn niet nieuw meer '. Wat 'n werkkracht heeft hij niet ontplooid vanaf z'n jeugd in tal van verenigingen, Raden van bestuur, Commissies bij de vleet...Wat 'n arbeid als onderwijzer, schooldirecteur, voorzitter - plaatselijk, gewestelijk en nationaal - En met Cecile destijds en later met z'n kinderen in de financiële wereld...Zo onderlegd was hij, zo veelzijdig waren zijn talenten. Kwistig strooide hij z'n gaven rond al sprekend en schrijvend. Hij gaf altijd de volle maat...bezielend, optimistisch, volksverbonden, vol geloof in de mensen en God, vol zelfvertrouwen ook tot het overmoedige toe. Z'n vrienschap, inzet en mildheid waren onbegrensd. Iedereen mocht op hem een beroep doen.Weigeren kon hij niet. En zo talrijk waren z'n vrienden dat z'n dagen te kort waren voor bezoeken, voor het bijwonen van vergaderingen en ook meer en meer van uitvaartplechtigheden van vrienden in het hele land. Tegenstand en tegenslagen bleven hem niet bespaard en het was vooral hard toen Cecile hem in 1978 zo vroegtijdig ontviel. Hij stond er nu alleen voor maar begeven deed hij niet. De telefoon bleef rinkelen. De wagen reed. Brieven werden geschreven en gepost. En overal waar er nood en lijden was bracht hij troost en bemoediging. Altijd opgeruimd, volhardend en bedrijvig, innerlijk vol spanning, hard en zacht tegelijk. Altijd op weg, nooit viel hij stil...tot het laatste ogenblik kwam, onvoorzien, onverwacht... maar met z'n hele leven stond hij vóór Pasen klaar voor de Heer, om binnen te treden in het Licht van Zijn Verrijzenis. Moge hij, opgenomen in Gods Liefde, nu weer bij z'n geliefden zijn en en ook met ons verbonden blijven. '
|