Deel door ons uw liefde uit
aan wie honger heeft en pijn.
Laat ons waar verdeeldheid is
uw vredestichters zijn.
Ons verlangen is alleen,
Heer, maak ons hart bereid,
dat door heel ons leven heen
uw liefde wordt verspreid.
Deel door mij uw liefde uit,
aan een medemens die lijdt.
Leer mij meer vervuld te zijn
met uw bewogenheid.
Mijn verlangen is alleen,
Heer, maak mijn hart bereid,
dat door heel mijn leven heen
uw liefde wordt verspreid.
Openbaar uw koninkrijk
aan wie zoekt, aan arm en rijk.
Giet een stroom van liefde uit,
dat in ons en door ons, o Jezus,
uw liefde wordt verspreid.(2x)
Deel ons door uw liefde uit
tot de einden van de aard'.
Dat zich waar de dood nu heerst
nieuw leven openbaart.
Maak ons als uw werkers klaar
en sterk ons in de strijd,
tot wij mogen oogsten waar
uw liefde wordt verspreid.
Openbaar uw koninkrijk
aan wie zoekt, aan arm en rijk.
Giet een stroom van liefde uit,
dat in ons en door ons, o Jezus,
uw liefde wordt verspreid.(6x)
Deel door ons uw liefde uit,)
maak ons hart bereid. )4x
Deel door ons uw liefde uit,)
ja wij zijn bereid. )2x
Deel door mij uw liefde uit )
ja ik ben bereid. )2x
Wat ogen zien dringt binnenin het hart. Het kan ons blij maken of ook heel verdrietig. Het kan ons soms zo diep raken, dat we er ziek van zijn. Ogen zijn de vensters van ons hart. Wie ze opent voor het licht, voor de zon overdag, voor de mooie dingen en voor de sterren in de nacht, is een blij en gelukkig mens. Met licht en meer moois in onze ogen komt er kleur in ons anders zo grijze leven. Want onze ogen weerspiegelen de liefde van Jezus. Een liefde, door Hem gegeven!
Beloften
Ik geef je Mijn vrede, Ik reik je Mijn hand.
Ik geef je Mijn sterkte, door Mij hou je stand.
Ik geef je genade, een teken van trouw, want
Ik ben als een Vader, Ik ben er voor jou.
Ik geef je Mijn vriendschap, een arm om je heen,
Ik geef je Mijn zegen, je bent nooit alleen.
Ik geef je Mijn warmte, een vuur in de kou, want
Ik ben als een Vader, Ik ben er voor jou.
Ik geef je Mijn toekomst, Ik geef je Mijn Geest
als Gids in de wereld, op weg naar het feest.
Ik geef je Mijn liefde die nimmer benauwt, want
Ik ben als een Vader, Ik ben er voor jou.
Ik geef je Mijn blijdschap, Ik geef je Mijn kracht,
Ik geef je Mijn uitzicht als licht in de nacht.
Ik geef je Mijn leven, omdat Ik van je hou, want
Ik ben als een Vader, Ik ben er voor jou.
Door niets en door niemand kan worden ontroofd
wat Ik in Mijn Woord aan jou heb beloofd.
Ik heb alles gegeven wat jij niet verdient en
Ik wil in jou leven, want jij...... jij bent Mijn vriend.
Uit het hart
Jouw Hemelse Vader die je heeft geschapen, die zoveel van je houdt, weet alles wat er zich in jouw hart afspeelt. Hij begrijpt en kent jou volkomen, Hij vraagt je om de juiste keuzes te maken! Hij verlangt niets liever dat Hij fier zou zijn op jou, dat je het pad der wijsheid zou blijven volgen! Het is niet altijd gemakkelijk, en je hebt vooral lef & doorzettingsvermogen nodig, maar dit alles is niet te vergelijken, met het liefdevolle geschenk dat je zal verkrijgen! Hij weet nu wat je denkt & wat je nog zou willen 'plannen'... Daarom vraag ik je : ook voor mij komt de tijd dat ik het aardse zal verlaten. Maar zou je dan niet blij & verheugd zijn als je weet, dat ik in het Hemelse paradijs zal blijven wachten op... jou !!! Filip V. (26-09-04)
IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND
EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.
31-05-2006
EBED-MELEK
Zijn naam komt maar éénmaal in de Bijbel voor, in Jer. 38:7. Ebed-Melek betekent 'dienaar van de koning'. God geeft ons door middel van deze dienaar, een Ethiopiër, een lesje in pastoraat. Wat was het geval? Jeremia sprak het woord van God, maar die boodschap vonden enkele man- nen ontmoedigend en daarom vroegen zij aan de koning toestemming om Jeremia ter dood te brengen. Voor het gemak wierpen zij hem in een put; weliswaar zonder water, maar met slijk. Jeremia zonk erin weg en zou gestikt zijn als niet Ebed-Melek in actie was gekomen. Deze dienaar pleitte bij de koning voor het leven van Jeremia en kreeg toestemming om het leven van Jere- mia te redden. Hij verdween in de kelder, nam vandaar lappen van afgedragen en gescheurde kleren (die snijden niet in je vel) en liet die aan touwen neer in de put. Jeremia was nog wel in staat om de lompen onder zijn oksels te leggen en de mannen trokken hem omhoog. De juiste man op de juiste tijd met de juiste woorden op de juiste plaats, daar gaat het om. In de Bijbel staan meer van zulke pareltjes. Vaak betreft het een knecht of dienstmeisje, zoals bij Naaman in 2 Kon. 5. Je hoeft maar een knecht van de Koning te zijn om door Hem gebruikt te worden.
WAAROM DOET GOD NIETS? Er gaat geen dag voorbij of we worden gecon- fronteerd met verschrikkelijk veel oorlogsleed, met moord en verkrachting, met kinderen die worden ontvoerd en misbruikt, met grove onverschilligheid ten opzichte van de mede- mens. Het is vaak niet te geloven wat mensen elkaar aan kunnen doen. Je kunt er soms wan- hopig van worden als je ziet wat er allemaal voor ellende op de aarde heerst. Komt daar dan nooit een einde aan? Waarom doet God hier nu niets aan, waarom grijpt Hij niet in? Prediker worstelde ook al met het probleem van het onrecht dat op aarde plaatsvindt. Hij kwam tot het besef dat God deze wereld haar zondige gang laat gaan om de mensheid op de proef te stellen en de mensen te laten zien dat zij in feite niets beter zijn dan de dieren. Het is alsof God wil zeggen: 'Kijk, zo zijn jullie mensen nou. Als Ik jullie je eigen gang laat gaan, dan komt er niets dan ellende uit voort. Er is niet veel waar jullie nu echt trots op kunnen zijn.' Laten we bij het zien van al het leed in de wereld er net als Prediker op vertrouwen dat God op het juiste moment alles wat de mens doet zal beoordelen, zowel het goede als het kwade.
'IK HOOR DAAR!'
Een zendeling sprak eens een afgelegen stam toe. Deze mensen hadden nog nooit gehoord van het leven en sterven van de Heer Jezus. Op de eerste rij zat het hoofd van de stam en luisterde intens naar wat de zendeling te zeggen had. Toen het verhaal van Jezus zijn hoogtepunt bereikte en de man hoorde hoe Christus wreed gekruisigd werd, kon hij zich niet langer inhouden. Hij sprong op en riep: 'Stop! Haal Hem van dat kruis af! Ik hoor daar, Hij niet!' Hij had de betekenis van het evangelie begrepen; hij begreep dat hij een zondaar was en dat Christus de Zondeloze was.
Als u dat beeld ziet van de Zoon van God die bloedend aan het kruis hangt, kunt u dan zeggen uit de grond van uw hart: 'Ik hoor daar!'? Ga dan één stap verder en neem Hem aan als uw persoonlijke Verlosser. De Heer Jezus nam onze plaats in en stierf voor onze zonden Hij opende voor ons de weg naar zijn Vader. 'Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen' (1 Petr. 3:18).
In de Middeleeuwen hebben monniken zich op veel gebieden verdienstelijk gemaakt. Zij ver- zorgden de zieken, gaven onderwijs en deden aan landbouw en veeteelt. Ook hielden zij zich bezig met het overschrijven van de Heilige Schriften. Zo ontstonden prachtige afschriften van de Bijbel. Heel mooi zijn de versierde hoofd- letters, meestal in de kleuren goud en blauw. Het is de begrijpen dat dit werk, als het dag in, dag uit moest worden gedaan, sommige monniken wel eens zwaar viel. Men spreekt terecht wel van monnikenwerk. De liefde voor de tekst moest wel heel groot zijn om dit werk vol te houden. Een Ierse monnik, die eens een Latijnse tekst moest overschrijven, schreef aan het eind van een vermoeiende dag in de marge in het Iers: 'Goddank, het wordt al donker'; blij dat de invallende schemering verder werken onmoge- lijk maakte. In onze tijd is het overschrijven van de Bijbel niet meer nodig. Wij kunnen gemakkelijk een Bijbel krijgen. Onze taak is de Schrift te lezen. Wie dat doet met zijn hele hart, zal steeds meer begrijpen van de Bijbel. Hij zal zeggen: 'God- dank, het wordt steeds lichter.
DE VERGISSING VAN DIOCLETIANUS Deze Romeinse keizer is bekend geworden als één van de grootste vervolgers van de chris- tenen. Niet alleen de christenen, maar ook de Bijbel wilde hij uitroeien. In het jaar 303 begon de grootste aanval op de Bijbel die er geweest is. Elke Bijbel die gevonden werd, werd vernietigd, tienduizenden christenen werden omgebracht. Toen liet de keizer triomfantelijk een grote gedenkzuil oprichten die op een vernielde Bij- bel stond. Op de zuil stond: 'Extincto nomine Christianorum!' Dat wil zeggen: 'De namen van de christenen zijn uitgeroeid!' Hoe anders is het allemaal gelopen. Is het geen goddelijke ironie in de geschiedenis dat nog geen 25 jaar later keizer Constant! j n de Grote de Bijbel erkende als het onfeilbare Woord van God? De naam Diocletianus is nog maar bij wei- nig mensen bekend, maar het door hem bestre- den Boek heeft zich gehandhaafd en is verbreid tot in de uithoeken van de wereld. Het wordt gelezen, geliefd en geloofd door miljoenen. 'Het gras verdort en de bloem valt af, maar het woord van de Heer blijft tot in eeuwigheid' (l Petr. 1:25).
AFKOMEN VAN DE BERG
Jaren geleden was ik in de zomervakantie in Zwitserland. Ik zal nooit de idyllische middag vergeten die ik doorbracht op een bergtop. Het enige wat ik hoorde, was het geluid van de stilte. De lucht was helder en zuiver. Toen ik op het gras lag, werd ik stil en ik voelde Gods tegenwoordigheid op een speciale manier. Het was goed, het was heerlijk daar te zijn - ver weg van de mensen en alleen met Hem. Ik verlangde ernaar deze ervaring vast te houden en het stond me tegen om weer naar beneden te gaan terug naar de beschaafde wereld. Ik moest denken aan Petrus die een soortgelijk gevoel had toen hij op de berg was waar de Heer Jezus voor zijn ogen verheerlijkt werd. Geen wonder dat Petrus daar graag wilde blijven. Hoewel zijn bergtop-ervaring ver boven de mijne uitstak wist ik wat mijn respons moest zijn. Net als Petrus moest ik van de berg afkomen en verfrist weer teruggaan naar een heleboel behoeftige mensen. Ik hoorde eens een dominee zeggen: 'Grote ervaringen moeten ons terugbrengen naar het leven van iedere dag. Ze moeten in betrekking staan met het hartzeer van mensen. Bergtoppen betekenen niets zonder dalen.' Als u op een bergtop bent, blijf er niet. God wil door u werken in de levens van anderen.
Zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is gezeten aan Gods rechterhand. Kol. 3:1 . Christus Jezus is gestorven, ja nog meer, Hij is opgewekt en nu zit Hij aan Gods rechterhand, waar Hij voor ons bidt. Vandaag denken we aan de hemelvaart van onze Heiland, veertig dagen na zijn opstanding. Hij heeft de strijd gestreden en de overwinning behaald over satan, zonde en dood. De Heer heeft tot Hem gezegd: 'Zit aan mijn rechterhand totdat Ik uw vijanden stel tot een voetbank voor uw voeten.' Totdat dit zal gebeuren, leeft en bidt Hij als onze hemelse Hogepriester voor ons. Dit geeft ons de zekerheid dat Hij met ons meeleeft in al onze dagelijkse beproevingen.
Door het geloof zijn we met Christus opgewekt en hebben wij nieuw, goddelijk leven ontvangen. Wij mogen nu de dingen zoeken die boven zijn, in de hemel, waar Christus is. Dat vereist een geweldige ommekeer in ons denken. De ver- heerlijkte Heer stimuleert ons om ons op Hem te richten. Zoals Hij in de hemel voor ons leeft en bidt, zo moeten wij ook bezig zijn met de belangen van onze medebroeders en zusters en met de pre- diking van Gods heil in Christus, zijn geliefde Zoon. Dat betekent dat we duidelijke keuzes moeten maken en afstand moeten nemen van de aardse dingen die ons zodanig in beslag nemen dat we onze hemelse opdracht vergeten. Ons werkelijke leven is met Christus verbor- gen in God, onzichtbaar voor de mensen om ons heen, evenals Christus nu voor de wereld onzichtbaar is. Als Hij in heerlijkheid op deze aarde verschijnt, zijn wij voor altijd bij Hem en zullen wij met Hem openbaar worden. We zul- len Hem gelijk zijn en delen in zijn heerlijkheid. Een prachtig perspectief voor ieder die in Hem gelooft.
Soms zijn er momenten in jouw leven dat je
wordt overmand door een diep gevoel van ver-
latenheid. Geen mens en geen gebed kunnen
het contact met de liefde herstellen. Voor je het
weet, vult je hart zich met schuldgevoelens. Een
stille schreeuw stijgt op naar de hemel.
In deze diepe duisternis is het jouw taak om stil
en vol verlangen te wachten. Zonder schuldge-
voelens en met een diep verlangen naar God.
Ook al krijg je geen gebed over je lippen, God
kent jouw hart en weet dat je ten diepste naar
Hem verlangt.
'Wij weten niet eens hoe wij moeten bidden
daarom behartigt de Heilige Geest onze Harten. Zo intens dat daar geen woorden voor zijn. En God,
die het diepste wezen van alle mensen doorzoekt,
begrijpt wat de Geest bedoelt. Wat Hij voor de gelovige vraagt, is in
overstemming met Gods wil
Rom,8:26,27
Jezus Christus, die Zichzelf heeft
gegeven voor onze zonden.
Gal. 1:4
Direct aan het begin van deze brief noemt Paulus
een van de kernpunten van het evangelie dat hij
verkondigt. Dit goede nieuws had hij niet van
een mens vernomen, maar van de Heer Zelf.
Onze Heer Jezus Christus heeft Zichzelf gegeven.
Waarvoor? Voor onze zonden! Worden we hier
heel klein, wanneer we er aan denken dat Hij
voor onze zonden moest sterven? Hij had er een
speciaal doel mee. Om ons uit de zondige wereld
te trekken en ons door de Heilige Geest de kracht
te geven om tot zijn eer een nieuw leven te lei-
den. Wij zijn nog wel in de wereld, maar niet
meer van de wereld. Wij behoren Hem eeuwig
In de garage waar ik af en toe kom met mijn
auto, staat met grote letters op de muur: 'Doe
wat je wilt, de mensen hebben toch altijd wat
te kletsen.' Elke keer als ik daar kom, worden
mijn ogen naar die grote letters getrokken. Het
is ferme taal en er zit een kern van waarheid in.
Toch spreken de wijze woorden van Thomas ^
Kempis mij meer aan. Zijn woorden getuigen
van grote wijsheid én diepe vroomheid. Hij
schreef, met de woorden van zijn tijd: 'Een grote
zielenrust bezit hij, die zich noch om lof noch
om blaam bekommert. Gij zijt niet heiliger als
gij geprezen, niet slechter als gij gelaakt wordt.
Wat gij zijt, dat zijt gij - en de mening van de
mensen kan u niet groter maken dan gij zijt in
de ogen van God.'
Inderdaad, de mening van de mensen verandert
niets aan wat wij waard zijn voor God. Natuur-
lijk bedoelen we met bovenstaande niet dat we
in alles onze gang kunnen gaan en ons niets van
het oordeel en het advies van anderen moeten
aantrekken. Maar als we ons teveel aantrekken
van wat mensen van ons zullen zeggen, dan
hebben we een moeilijk leven: we kunnen het
niet iedereen naar de zin maken.
'Zondigen' is de vertaling van een grieks woord dat betekent 'het doel missen'. We gebruiken dat woord ook vaak zo. Bij een gemiste goal in een voetbalwedstrijd of een taartje dat op de grond valt, zeggen we vaak: 'Zonde!' En dan gaat het meestal nog om relatief kleine zaken, want zelfs een nederlaag bij een wedstrijd, daar komen mensen nog wel weer overheen. Maar het kan zo ook gaan bij belangrijkere zaken: bijvoorbeeld bij het doel dat God met ons leven had. Psalm 139 zegt dat God ons in de moederschoot heeft geweven en dat Hij daar een bedoeling mee had. Bij hoeveel mensen die geboren worden, zal Gods doel verwezenlijkt worden? Denk aan de gelijkenis van de zaaier en het zaad. Er werd zaad gestrooid op de rotsen: dat kreeg niet eens de tijd om te ontkiemen of het werd al door de vogels opgegeten. Dan was er het zaad dat in ondiepe plaatsen viel. Het schoot wortel, maar niet genoeg, omdat het zo ondiep was. Toen het even tegen zat, redde het plantje het niet. En er was nog het zaad dat tussen de dorens viel. Toen het opkwam, werd het overwoekerd. Tenslotte was er het zaad dat in goede grond viel, heel goed opgroeide en zelf weer heel vruchtbaar was. Je zou je kunnen voorstellen dat God ook zo zaait in mensen, in families, in dorpen en in steden. Sommige zaden zijn in heel goede grond terecht gekomen, andere in minder goede grond of ze hebben last van dorens. Dat kan door aller- lei oorzaken komen. Niet alles daarbij was de wil van God, echt niet. Maar God kan er altijd nog wel iets mee. 'Hij zal het geknakte riet niet buigen en de walmende vlaspit niet doven', zegt de bijbel, want Hij wil dat het riet weer opgericht wordt en de vlaspit licht verspreidt. Zo kunnen we op meerdere momenten van ons leven er opnieuw voor kiezen om Gods wil, en het doel dat Hij met ons leven heeft, te zoeken. De weg naar dat doel bevat namelijk ook kruis- punten. Bij elke niet goed gekozen weg komt er gelukkig wel weer een nieuw kruispunt, waar de route aangepast kan worden, zodat we toch de goede richting uit kunnen gaan. Al gaande op de weg van God zult ü in ieder geval de ervaring hebben, dat het de meeste vol- doening en innerlijke vrede geeft om zo dicht mogelijk bij het doel te zijn dat God met ons leven heeft. Dan komen we namelijk pas echt 'tot ons recht'. Gelukkig gaat het bij God niet alleen om de kampioenen. Ook met een tweede, derde of vier- de plaats 'vallen we nog in de prijzen'. En zelfs voor wie daarna komt, is er nog een beloning. De weg die met God gegaan wordt, heeft sowie- so al meerwaarde op alle andere wegen, omdat die meewerkt aan het grotere totale doel van God. In dat geloof zijn al velen op weg gegaan. Langs wegen die voor mensen soms onduidelijk leken, zal blijken dat God met hen zijn doel niet heeft gemist.
De mensen kunnen het beroep dat we op ze doen van de hand wijzen,
onze boodschap verwerpen, ingaan tegen onze argumenten;
ze kunnen ons verachten, maar tegen onze gebeden
zijn ze niet opgewassen.
0. Sidlow Baxter)
DE BELOOFDE DEKENS
Een dame kwam tijdens een lange reis in een gebied waar het nogal koud was. Terwijl ze rilde van de kou, zei ze tegen haar bediende: 'Als we weer thuis zijn, moet je me eraan herinneren dat ik enkele warme dekens geef aan arme mensen.' Toen ze na haar reis weer in haar warme, comfortabele huis was gekomen, trok ze haar bontmantel uit en maakte het zich gemakkelijk voor het haardvuur onder het genot van een kopje thee. Toen de bediende haar voorzichtig aan de beloofde dekens herinnerde, antwoordde ze: 'Ja, dat herinner ik me, maar het is niet meer zo nodig, want het is nu lekker warm.' Het is mooi om goede voornemens te hebben. Maar als die goede voornemens niet uitgevoerd worden, dan hebben ze weinig te betekenen. Er is een spreekwoord dat zegt: 'De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens.' Prediker zegt hierover: 'Het is beter, dat u niet belooft, dan dat u belooft en het niet inlost' (Pred. 5:4).
Van de oudere generatie kunnen we praktische lessen leren voor de opvoeding van onze kinderen. Zo vertelde mij laatst iemand uit een groot gezin wat zijn ouders deden als twee van de kinderen ruzie hadden. Misschien kent u het foefje al, maar ik vond het origineel genoeg om hier door te geven: beide kinderen kregen een emmer water, een spons en een wisser. De één kreeg de opdracht om een bepaald groot raam aan de buitenkant te zemen, de ander moest hetzelfde raam doen aan de binnenkant. Zo keken ze elkaar een tijdlang recht in het gezicht en het laat zich raden hoe lang het duurde voor ze allebei 'in een deuk lagen'.
In hetzelfde gezin werden ruziënde kinderen soms ook hand in hand naar buiten gestuurd met de opdracht net zo lang om het huis te lopen tot de vrede weer was getekend. Gezag moet er zijn, maar humor en creativiteit zijn onmisbare bestanddelen voor een goede opvoeding.
Het kippenhok van mijn kleinzoon was bezocht door ratten. Aangetrokken door het kippenvoer hadden ze ingebroken. Hij vroeg om mijn hulp en we zetten een paar vallen uit. Maar na een week hadden we nog geen rat gevangen. Een vriend die boer was, gaf ons goede raad. Hij zei: 'Geen rat zal zo'n zichtbare val aanraken. Je moet hem verbergen met voedsel. Vul een pan met meel en zet de val erin. Bedek 'm goed met meel zodat hij helemaal verstopt is.' Het werkte! De volgende morgen hadden we een grote, dikke rat. Dit deed me eraan denken dat de duivel ook zijn trucs kent. Hij verbergt zijn val zorgvuldig met de waarheid. Nergens kun je dat beter zien dan in de talrijke valse leren en godsdiensten. Allemaal zetten ze hun vallen van dwaalleer in 'een pan met meel'. Velen halen de Bijbel aan, maar onder een mom van waarheid is de val van valse leer. Dit is een eeuw van misleiding. De Bijbel waarschuwt ons: 'Beproeft de geesten of zij uit God zijn' (1 Joh. 4:1). Het enige tegengif tegen de misleidingen van de duivel is het kennen van je bijbel. Wees geworteld en gegrond in de waarheid!
De eerste koning die Israël kreeg was Saul, een jongeman uit een rijke familie, de knapste onder de Israëlieten, die een hoofd boven iedereen uitstak. Dat was er nog 's één, om het land te besturen en het volk te verlossen van de Filistijnen!. God liet hem eerst door Samuel zalven en daarna door het volk kiezen. "Het hele volk juichte: Lang leve de koning!". Een beter begin was nauwelijks denkbaar: door een profeet gezalfd, door het volk gekozen, door God een ander hart gegeven en door Zijn Geest zó aangegrepen, dat hij samen met een groep profeten in geestvervoering raakte en aan het profeteren sloeg. En het vervolg mocht er ook zijn: met een klinkende overwinning bevrijdde hij Israël van de Ammonieten. Hun koning heette Nahas (=slang). Wat was iedereen blij! Behalve Samuel dan, die zei: "Weet, dat het kwaad groot is in de ogen van de Heer door voor u een koning te vragen". Hij wist, dat Saul alleen zou worden bevestigd, zolang hij God Koning liet zijn. Deed hij zijn eigen wil, dan zou het niet goed gaan. Samuel zei dan ook: "Mensen, blijf de Heer trouw dienen met je ganse hart". Wat zou dat moeilijk blijken te zijn! Toen opnieuw de vijand het land binnenviel, had het volk het niet meer van angst . Ook Saul, die zeven dagen op Samuel zat te wachten om de Heer offers te brengen, raakte in paniek toen zijn mannen van hem begonnen weg te lopen. Hij besloot de offers aan de Heer dan zelf maar te brengen. Nauwelijks was hij klaar met één offer of Samuel verscheen. Hij zei meteen: "Wat heb jij nou gedaan, ongehoorzame dwaas die je bent! Dit gaat je het koningschap kosten! Je hebt niet gedaan wat de Heer je opdroeg" . De strijd tegen de Filistijnse bezetting zou dan ook, ondanks het moedige optreden van Saul's zoon Jonathan, erg moeizaam verlopen en lang duren. Daarna droeg God hem op om Amalek te verslaan, maar dan volledig. Dat was een uitermate wreed en destructief volk dat eeuwen lang het hele Midden Oosten had geterroriseerd. Maar Saul stond zó onder druk, dat hij naar mensen begon te luisteren. Natuurlijk zou hij Amelek verslaan, maar, zei men, het beste vee moest wel als buit gespaard blijven. En dat gebeurde! Ook liet hij hun koning als overwinningstrofee in leven. Toen zei de Heer: "Het berouwt Mij, dat Ik hem tot koning heb aangesteld, want hij voert Mijn bevelen niet uit". Hij deed Gods wil wel, maar halfslachtig. Hij was ongeschikt als koning namens God. Saul was beïnvloedbaar gebleken door mensen. Hij profeteerde wel, maar in een groep. Toen het volk voor de strijd wegliep, verloor ook hij alle vertrouwen in God. Toen het leger om buit vroeg, gaf hij toe. Hij vreesde het volk . En toen God hem als koning verwierp, mocht het volk er vooral niets van weten. Herkent u er iets van? Volgt u mensen, of volgt u het Lam waar Hij ook heen gaat? Dient u Hem met uw ganse hart? Zo belandde Saul in een neerwaartse spiraal. Wat was hij bang, toen de Filistijnen opnieuw aanvielen. Wat was hij bang voor Goliath. Ook voor David werd hij zó bang, dat hij voor hem een bittere vijand veranderde. Maar het absolute dieptepunt was zijn bezoek aan een medium om de geest van Samuel op te roepen. En dáár had Samuel hem nu juist zó voor gewaarschuwd: "Ongehoorzaamheid leidt tot toverij en afgoderij, het is een gruwel in de ogen van de Heer". Het logische gevolg was een verpletterende nederlaag, waarin niet alleen Saul, maar ook zijn drie zoons het leven lieten. Geeft God nu ook leiders om anderen dienend voor te gaan? Natuurlijk! (Ef.4:11). Maar Hij zal hun leiderschap alleen bevestigen, als zij Zijn wil van harte doen. Als zij dat niet doen en tóch Gods volk blijven leiden, worden ze net als Saul. Ondanks het feit dat hij profeteerde en een bevrijdingsbediening had, kon hij soms als een razende te keer gaan. En hij wantrouwde David, de gezalfde des Heren zó erg, dat hij hem zou kunnen vermoorden . God maakt nu koningen, die niet met vleselijke, maar met middelen in geest en waarheid "voor Zijn aangezicht op de bres zullen staan ten behoeve van het land" (2Cor.10:4, Ez.22:30). Welk land dat nu is? Een aards land? Nee, Gods land is hemels. Het is het Koninkrijk der hemelen, met als hoofdstad het hemelse Jeruzalem, dat wordt verlicht door Zijn hemelse heerlijkheid (Op.21:11,23).
God vond voor Saul iemand anders om namens Hem koning te zijn in Israël. Het werd de achtste zoon van Isaï (=man van de Heer). Het was David, "een man naar Gods hart, die al Zijn bevelen zou volbrengen" (1Sam.13:14, Hand.13:22). Hij zocht "te verblijven in het huis van de Heer al de dagen van zijn leven, om de liefelijkheid van de Heer te aanschouwen en om te onderzoeken (=te zoeken naar Zijn wil) in Zijn tempel" (Ps.27:4). Wonderlijk, dat hij dit schreef, terwijl er nog geen tempel was. Hij bedoelde dan ook niet een gebouw als tempel, maar je eigen leven als tempel, met de zegenende aanwezigheid van God erin (1Cor.3:16). Wat hij wilde was dit: "Heer, ik wil mijn leven lang samen met U zijn en naar Uw wil vragen". Het "huis van de Vader" kan niet van hout of steen zijn. Het kan geen kerkelijke organisatie, stichting, instelling of genootschap zijn. Hij woont in geest en waarheid. Zijn woning is in een ieder, in wie Hij Zich thuis kan voelen en in wie Hij Zich kan openbaren. Zijn "huis", Zijn "stad", Zijn "land" is "waar de Heer is" (Ez.48:35). Gods huis kan overal zijn. Toen Hij aan Jakob verscheen, was het in het open veld (Gen.28:10-22). Bij de jonge David was het bij de schapen. Toen hij door Saul werd opgejaagd, was het in woestijnen en in grotten. En toen hij koning werd in Jeruzalem, woonde God dáár bij hem. David zocht maar één ding: samen met de Heer te zijn, waar dan ook! Daarom "zouden heil en goedertierenheid hem volgen, al de dagen van zijn leven" (Ps.23:8). Dat God met hem was, zou meteen al blijken bij de confrontatie met de reus Goliath. Hij trad hem tegemoet in de naam van de Heer der heerscharen (1Sam.17:45). Wat een verschil met Saul! Die werd steeds banger gemaakt door een boze geest (16:13-14, vgl. 17:11, 28-30 en 33). Maar de jonge herder trad op de reus toe en zei: "Ik kom in de naam van de Heer, die je getart hebt. Hij geeft je in mijn macht, maar niet door zwaard en speer. Want het is Zijn strijd" (1Sam.17:45-47). En zo gebeurde het. Waar staat die Goliath eigenlijk voor? Dat wordt duidelijk, als we de parallellen zien in Daniël. Goliath betekent ballingschap. Later was het volk Israël in ballingschap, in Babel. Daniël vertelt, dat daar de koning droomde van een reuzenbeeld. Het werd ook geveld door een steen. Erkwamgeenmensenhandaantepas. En de steen die het had getroffen werd een grote berg, die de hele aarde vulde (Dan.2:35). Die droom laat de groei van het Koninkrijk van God zien, "waaraan geen einde zal komen op de troon van David" (Jes.9:6). God velde "Goliath" ook met een steen, uit David's slinger (1Sam.17:48-50). Later liet diezelfde koning van Babel een echt gouden beeld maken van zestig el hoog en zes el breed. Iedereen moest het aanbidden (Dan.3:1-7). Nu Goliath: hij was zes el lang en droeg een lans van zeshonderd sikkels ijzer (1Sam.17:4,7). In de bijbel is zes het getal van de mens. Goliath symboliseert het door de mens grootgemaakte anti-christelijke Babylon, dat wordt overwonnen door het Lam en door hen die met Hem zijn (Op.17:14). Aards-, mens- en groepsgerichte Sauls kunnen niets uitrichten tegen "Goliath". Babel wordt overwonnen door het Lam en door wie Hem in alles volgen. Hij is de Koning. Hij maakt de Zijnen door Zijn Geest tot koningen over alle schijn en namaak van Babel. Hij is er overwinnaar over en zij zijn met Hem mede-overwinnaars. "Goliath" wordt geveld door wie als David "zijn geroepen én uitgekozen én trouw" (Op.17:14). Dat betekent niet dat je eerst volmaakt moet zijn. David kende zwakke momenten. Hij beging ook misstappen. Neem het overspel met Bathseba en het laten sneuvelen van haar man. Maar toen een profeet hem daarover aansprak, reageerde hij heel anders dan Saul, die zijn ongehoorzaamheid aan Gods wil steeds probeerde te relativeren. David toonde meteen oprecht berouw. "O, Heer, wees mij genadig. Reinig mij van mijn zonde, want die staat bestendig voor mij. Schep mij een rein hart en neem uw Heilige Geest niet van mij. En laat een gewillige geest mij schragen" (uit psalm 51). Jezus was Davids zoon, ook iemand met een gewillige geest. Ook Hij deed van harte en volkomen de wil van de Vader (Mat.22:42, Ps.40:9, Joh.1:14, 4:34, 5:30). Net als David kende ook Hij menselijke zwakheden en beperkingen, maar Hij heerste over die alle, als eerste (Jes.53:4, Heb.4:15, Joh.17:2). Nu is Hij verhoogd door de hand van God (Hand.2:33a). Hij is "de leeuw uit Juda, de wortel Davids, die heeft overwonnen" (Op.5:5). Nu doopt Hij de Zijnen met de Heilige Geest om ook hen te maken tot koningen, die Gods wil volkomen doen en dus overwinnen (Op.5:10, Rom.8:37).
Ps. 49:8 Boven deze psalm staat: De rijke dwaas. Er is niets mis mee om rijk te zijn. Wél waarschuwt de Bijbel voor de gevaren die rijkdom met zich mee kan brengen. Zo ging de rijke man uit Lukas 16 niet naar de plaats van pijn omdat hij rijk was, maar omdat hij zó opging in zijn rijkdom, dat hij zich niet om God en om zijn naaste bekommerde. En Lazarus werd niet door de engelen in de schoot van Abraham gedragen omdat hij arm was, maar omdat hij, ondanks zijn armoede, op God had vertrouwd. Het is, als het erom gaat waar we zullen zijn na onze dood, dus volgens de bijbel dwaas om te vertrouwen op aardse rijkdom. Pg. 49 Toch heeft rijkdom voor ons vaak iets heel aan- trekkelijks. Ons hele leven kan er zelfs op gericht zijn om rijk te worden of te blijven. Het gevaar is dan dat onze rijkdom ons ervan weerhoudt datgene te doen waarvoor rijkdom is bedoeld: goed te doen, rijk te zijn in goede werken, vrij- gevig en mededeelzaam te zijn. Voor dat doel heeft God ons rijkdom gegeven. Er kleeft nóg een gevaar aan rijkdom. Als we inderdaad rijk zijn in goede werken en mede- deelzaamheid, zouden we kunnen menen op die manier bij God onze schuld te kunnen aflossen. Of misschien wel de schuld van een ander. Maar God zegt ons duidelijk in zijn Woord dat nie- mand dat kan: onze aardse rijkdom, hoe groot ook, is absoluut onvoldoende om onszelf vrij te kopen of te redden. Te hoog is de prijs die daar- voor betaald moet worden. Maar de rijkdom van Gods genade is zo groot, dat God Zelf de losprijs heeft willen betalen. In zijn onmetelijke liefde komt Hij de reddeloos verloren mens tegemoet. Daarvoor gaf Hij zijn eniggeboren Zoon: de Heer Jezus.
Toen Paulus Athene bezocht, viel zijn aandacht op de vele beelden die hij in deze stad zag. Het waren bewijzen van het heidendom dat in deze stad heerste. De reiziger die nu door India reist, komt onder de indruk van de vele tempels en graftomben. Kosten noch moeiten zijn gespaard om deze schitterende gebouwen op te richten. Marmer en goud ontbreken niet. De ene tempel is nog mooier dan de andere. Eén van de beroemdste graftomben is van een heel bijzondere architectuur. Aan de bouw van deze tombe en bijbehorende gebouwen werkten 20.000 mensen gedurende 22 jaar. Wie aan de voet van deze tombe staat en een woord spreekt of een regel zingt, hoort een echo, die van vijftig meter hoogte komt en veel welluidender klinkt dan de menselijke stem.
Onze aarde is te vergelijken met een grote graftombe. Als op aarde een mens tot bekering komt en tot God roept, dan wordt niet op vijftig meter hoogte, maar in de hemel een echo gehoord, die veel welluidender is dan de menselijke stem. Immers er is blijdschap voor de engelen van God in de hemel als een zondaar tot bekering komt.
Wij mensen zijn, ondanks alle vooruitgang, in wezen nog altijd hetzelfde gebleven. Mensen denken vaak hoger over zichzelf en lager over anderen. Bij christenen zou dit juist omge- keerd moeten zijn. In een andere brief schrijft de apostel Paulus: 'Laat elk in nederigheid de ander uitnemender achten dan zichzelf' (Fil. 2: 3). De geschiedenis van vroeger en nu is er een van hoogmoed en achterdocht. Maar door Gods genade kan ons denken vernieuwd worden. Door het geloof acht de een de ander uitnemen- der dan zichzelf.
VRIEND OF VIJAND?
Tijdens de Eerste Wereldoorlog bevond een Engelse veldprediker zich ergens in niemandsland. Het was stikdonkere nacht. Plotseling hoorde hij voetstappen naderen. Hij kon geen hand voor ogen zien en riep uit: 'Vriend of vijand?' Jaren later moest hij terugdenken aan deze gebeurtenis. Hij was weer in zijn eigen land. Het was een donkere avond en hij keek op naar de hemel en dacht aan de God van het heelal. Hij voelde de neiging om net als toen te roepen: 'Vriend of vijand?' Als we soms in de duisternis zijn van een zware beproeving en niets begrijpen van Gods bedoelingen, gaan we twijfelen aan Zijn goedheid. Soms vragen we ons verbijsterd af of er wel een god is. En als Hij er wel is, waarom hoort Hij ons schijnbaar niet? Maar we mogen weten vanuit de Bijbel dat God een liefhebbend Vader is, dat de almachtige, eeuwige Schepper oneindig veel van ons houdt. Hij heeft voor ons Zijn Zoon overgehad en als we in de Here geloven, zal God altijd bij ons zijn.
Door een nacht, hoe zwart hoe dicht,
voert Hij mij in 't eeuwig licht.
Ik moet gedoopt worden met een doop,
en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is
Lucas 12:50
het onderwerp voor vandaag is:
Jezus wil het beste voor u!
Laten we de Bijbel openen en een stukje lezen.
Vandaag: Lukas 12:49-53 en Johannes 10:11-18
Lukas 12:49-53
49 Vuur ben Ik komen werpen op de aarde en wat is mijn wil, als het reeds ontstoken is? 50 Ik moet gedoopt worden met een doop, en hoe beklemt het Mij, totdat het volbracht is. 51 Meent gij, dat Ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen? Neen, zeg Ik u, veeleer verdeeldheid. 52 Want van nu aan zullen vijf in een huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie. Zij zullen verdeeld zijn, 53 vader tegen zoon en zoon tegen vader, moeder tegen dochter en dochter tegen moeder, schoonmoeder tegen haar schoondochter en schoondochter tegen schoonmoeder.
Ondanks dat de Christus wist dat er verdeeldheid zou komen, dat mensen, zelfs in het zelfde gezin, wanneer zij het over Hem hebben niet meer eens zouden zijn met elkaar (zie maar eens naar de vele kerken die er ontstaan zijn), was Hij vastbesloten het werk waarvoor Hij in de wereld was gekomen, af te maken (Luk.12:50). Alhoewel dit een doop van lijden, wonden, zielesmart, bloed en dood was, liet Hij zich hierdoor niet weerhouden.
De gedachte aan de moeilijkheden die gingen komen, deed Hem voor geen moment terugdeinzen. Hij was bereid en gereed alles te verdragen, opdat Hij een eeuwige verlossing kon aanbrengen voor Zijn volk.
De ijver voor de zaak die Hij ter hand had genomen, was in Hem als een brandend vuur. De heerlijkheid van Zijn Vader te verkondigen, de deur van leven te openen voor een verloren wereld, een fontein op te richten voor alle zonde en onreinheid door Zichzelf te offeren, dit waren de gedachten die Hem onophoudelijk bezighielden.
Totdat Zijn werk gedaan zou zijn, werd Hij geestelijk voortgedreven. Laten wij voor altijd onthouden dat Christus Zijn lijden volkomen gewillig, vrijwillig en uit eigen vrije verkiezing onderging.
- Hij onderwierp er zich geduldig aan, maar niet omdat het onvermijdelijk was.
- Hij verdroeg het zonder het minste protest, maar niet omdat Hij er niet aan kon ontkomen.
Drie en dertig jaar lang leidde Hij een eenvoudig bestaan omdat Hij nu eenmaal graag zo leefde.
- Hij stierf een marteldood met een gewillige en gerede geest. Zowel door Zijn leven als door Zijn dood voerde Hij het eeuwige plan uit waardoor God verheerlijkt zou worden en zondaren zaligheid zouden verkrijgen.
- Hij voerde het uit met geheel Zijn hart, hoe ontzettend de strijd voor Zijn vlees en bloed ook was.
- Hij schepte er behagen in de wil van God te doen.
Laten wij er niet aan twijfelen dat het hart van Jezus in de hemel hetzelfde is (Hebr.13:8). Hij stelt ook nu nog evenveel belang in de zaligmaking van zondaren als Hij voorheen deed door Zijn plaatsvervangend sterven. Er is in Hem een oneindige bereidheid de zielen van mensen aan te nemen, te vergeven, te rechtvaardigen en te verlossen van de hel.
Christus is veel meer bereid ons zalig te maken
dan wij bereid zijn zalig te worden.
Laat de brandende ijver waarmee onze Meester voor ons stierf als een gloeiende kool in onze herinnering voortleven en ons dwingen voor Hem te leven en niet voor onszelf.
Een vurige Zaligmaker behoort vurige discipelen te hebben.
Johannes 10:11-18
11 Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen; 12 maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht (en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen) 13 want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte. 14 Ik ben de goede herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, 15 gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen. 16 Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden een kudde, een herder. 17 Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik mijn leven afleg om het weder te nemen. 18 Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen en macht het weder te nemen; dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen.
God ,verstrekt geen kracht en bemoediging zoals een apotheker een doktersrecept klaarmaakt. De Here,God belooft ons niet iets om in te nemen, zodat we er weet bovenop kunnen komen als we aan ons eind zijn. Hij belooft Zichzelf: Dat is alles. -En dat is genoeg.
Een Hindoestaanse man vond op straat een vodje papier Hij raapte het op en zag dat er woorden opstonden. Met enige moeite kon hij lezen: `Zo lief heeft God de wereld gehad ... dat Hij :.. gegeven heeft.' De man dacht: `Als een rijk man iets geeft, dan moet dat wel de moeite waard zijn: Als een vorst iets geeft, dan moet dat iets zijn dat nóg kostbaarder is: Maar als God iets geeft; dan, moet dat toch zeker wel wonder¬lijk heerlijk zijn.'
Toen hij hierover lang had nagedacht, -besloot hij naar een zendeling te , gaan: misschien kon die hem . uitleggen wat die, stukken zin beteken¬den. Gelukkig,de-Zendeling kon hem de volle¬dige tekst geven en ook de betekenis ervan. De volledige tekst was natuurlijk: 'Zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat ieder die in Hem gelooft; niet verloren, gaat maar eeuwig leven heeft’ (joh 3.1.6).
De zoeker naar de waarheid las deze tekst steeds weer hardop. Dit was het heerlijkste, het meest kostbare wat hij ooit gehoord had: Wat een -bijzondere manier om in aanraking te komen met God en met de Heer Jezus.
Een aantal jaren geleden had een groep christen-zendelingen in Delhi, India, een ontmoeting met vertegenwoordigers
van andere godsdiensten om te discussiëren over hun geloof. In de loop van het gesprek zei een vooraanstaand lid
van een niet-christelijke godsdienst tegen een zendeling: 'Noem mij eens één ding dat uw godsdienst de Indiërs kan
aanbieden dat mijn religie niet kan.' De zendeling dacht even na en antwoordde toen: 'Vergeving! Vergeving!' In
tegenstelling met aanhangers van alle andere wereldgodsdiensten kunnen zij die in de Here Jezus geloven, volle
zekerheid hebben dat hun zonden vergeven zijn. Iemand van het Brits Bijbelgenootschap zegt: 'Ik heb gesproken met
de meest toegeijde moslims, die vijf keer per dag bidden, die naar Mekka geweest zijn en die vasten tijdens de
ramadan. Maar als ik vraag: 'Weet u dat uw zonden vergeven zijn?' zeggen ze: 'Nee, we hopen er maar het beste van.
'In Kol.1:14 lezen we:'....in wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zonden.' Dat is op grond van Christus'
sterven aan het kruis. De vergeving die Hij wil geven, is een uniek aanbod van God Zelf.
'Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze ... want van U is het Koninkrijk, de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid.' Dat is wat de Heer zijn discipelen leerde. Aan Jezus Christus is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Maar soms bij anderen, soms bij mezelf, loop ik op allerlei onverwachte en verborgen plekjes de macht van de Boze tegen het lijf. Soms kan blijken dat die macht al tientallen jaren heeft weten stand te houden, verschanst in mensenharten: de bruggen omhoog, de poorten gesloten. Zelfs christenen, bekeerd en wedergeboren en al, kunnen soms donkere plaatsen in hun leven hebben, waar de macht van de vijand het koninkrijk van God steeds maar weet te blokkeren.
Hoog tijd voor een echte bevrijding! De poorten van je hart open voor Jezus, de Koning, de Heer, de Bevrijder. De vlaggen uit voor Hem.
Wij hebben vanmorgen het Onze Vader gebeden, echt, oprecht.
Het is vaak gemakkelijk om net te doen of je gelukkig bent. Je glimlacht maar wat of je neuriet een vrolijk wijsje, bijvoorbeeld dat liedje dat erg populair was in de jaren twintig:
Heeft het nut te mopperen? Dat heeft het nooit gehad. Dus, pak je nare dingen in je plunjezak en zing, zing, zing!
Dit melodietje was gemaakt door ene Felix Powell. Hij verdiende er duizenden mee. Jaren later zat Felix achter een piano en speelde zijn 'Zing, zing, zing'. Daarna ging hij naar zijn hotelkamer en schoot zichzelf dood. Zorgen en verdriet kunnen niet weggestopt worden en gewoon vergeten. Een glimlach en een liedje kunnen verdriet wel camoufleren, maar alleen God kan de zorgenlast van ons hart wegnemen. Hij biedt ons rust en vrede aan in de Here Jezus. Als we Hem kennen, mogen we al onze zorgen op Hem werpen. Dan kunnen we blij zijn, ook in moeilijke omstandigheden.
'Al zou de vijgeboom niet bloeien (...) nochtans zal ik juichen in de Here, jubelen in de God van mijn heil' (Hab. 3:17,18).
Het bestaan en de openbaring van God
a) Het bestaan van God.
Joh. 1:1-18
Het bestaan van God is niet te bewijzen als dusdanig. Dat God niet bestaat is evenmin te bewijzen. Dat God bestaat is wel aannemelijk. Uiteindelijk gaat het om een geloofskeuze die wel met goede argumenten te onderbouwen is en daardoor aannemelijk is.
Een aantal redenen die het bestaan van God aannemelijk maken:
In alles zit een orde, doelmatigheid, informatie, complexiteit. Het menselijk lichaam alleen al is dat een goed voorbeeld van.
Orde en informatie komt enkel voort uit een ordenend Intellect.
Opmerking: iets niet kunnen zien, zoals God, is nog geen bewijs van niet bestaan. Denk maar aan radiogolven.
Onherleidbare systemen: hiermee wordt bedoeld dat in de natuur heel wat dingen zijn die slechts kunnen functioneren als ze compleet zijn, dus niet als ze nog in ontwikkeling zijn zoals in een evolutieproces. Zo kan ons oog alleen maar zien als het een volledig oog is. Dit duidt erop dat deze systemen er in hun geheel moeten geweest zijn. En dit duidt op zijn beurt op een Schepper met een intellect die ze uitgedacht en gemaakt heeft.
Het antropische principe: verschillende factoren in het heelal zijn zo afgesteld dat er dan alleen maar mensen kunnen leven. Dit wijst opnieuw op orde en planmatigheid. Het lijkt erop alsof het heelal ervoor gemaakt is om de mens erin te plaatsen.
Ook de wetenschap vertrekt vanuit een aantal aannames (= geloof) nl; de wetsorde of wereldorde. Deze wereld kan je pas goed begrijpen als we er van uitgaan dat ze niet beheerst wordt door toeval, willekeur maar ordelijkheid: alles is zinvol.
Rationaliteit veronderstelt een logisch denken. Dat hebben we nodig om de wetsorde aan te duiden. Maar logisch denken is ook een orde die je aanneemt en die noodzakelijk is. Die orde is voor de atheïst een mysterie, voor de gelovige is dit de scheppingsorde.
De mens is een zedelijk en redelijk wezen: kent goed en kwaad. Dit is een universeel gegeven. De mens heeft een geweten. Hoe verklaren we bijvoorbeeld liefde?
Er moet iets zijn als een morele Wet op basis waarvan wij discussiëren over goed en kwaad. Als die Wet er niet is, is elke discussie over goed en kwaad zinloos. Alles is dan even goed of even slecht.
Het godsbewustzijn dat ook universeel is toont aan dat de mens een religieus wezen is. Denk maar het wereldwijde voorkomen van godsdiensten. De mens heeft blijkbaar een bewust zijn van iets hogers.
Evolutie (let op: we bedoelen steeds marcro-evolutie) is nog steeds een hypothese. Ze wordt echter door velen als een bewezen feit beschouwd. Dat is het echter niet. Evolutie is daarom ook iets wat men gelooft als de verklaring is voor de werkelijkheid. Voor de atheïst is het de enige verklaring.
Ook binnen de wetenschap is men het niet onverdeeld eens over evolutie als theorie en haar inhoud.
Het aannemen van evolutie en het uitsluiten van het bestaan van God leidt tot naturalisme en biochemisch determinisme: dwz. alles ligt biochemisch vast. Zelfs verliefdheid weet de wetenschapper biochemisch te verklaren totdat hijzelf verliefde wordt.
Wanneer de werkelijkheid slechts uit evolutie te verklaren is, heeft het leven geen zin. Het is er immers gewoon heel toevallig. De zin van het leven moet de mens zelf zoeken.
Maar wanneer er niets absoluuts is, is elke andere zin van het leven heel betrekkelijk.
b) De noodzaak van de openbaring van God
Als God bestaat kunnen wij niets over Hem weten uit onszelf. Hij moet zich zelf bekend maken aan ons, zich openbaren.
Als God liefde is moet Hij iets van zichzelf laten weten aan ons op ons niveau.
Vandaar dat het niet onlogisch is dat wij de bijbel hebben.
God heeft zich geopenbaard in:
- de natuur
- de bijbel
- de geschiedenis (Christus is ook een historische figuur geweest)
Het doel van Gods openbaring is dat wij Hem kunnen leren kennen.
De bijbel beweert de openbaring van God aan de mens te zijn.
Hiervoor hebben we het zelfgetuigenis van de bijbel. Het zelfgetuigenis van de bijbel nemen we ernstig omdat we dat ook doen ten opzichte van andere antieke geschriften.
Wie durft te geloven en naar de bijbel te leven merkt dat het werkt.
“The proof of the pudding is in the eating!”. Het is immers lachwekkend te zeggen dat men rationeel aanneemt dat pudding niet smaakt.
Geloven is een keuze en een existentiële ervaring. In je binnenste weet je dat het zo is.
Pascal zei: “Het hart heeft zijn eigen redenen die de rede niet kent.”
c) De bijbel als openbaring van God
1) Enkele feiten. De bijbel is:
o Het eerst vertaalde boek (rond 200-250 v. Chr. werd het Hebreeuwse O.T. in het Grieks vertaald).
o Het meest vertaald boek
o Het eerst gedrukte boek
o Het meest gedrukte boek
o Het meest verspreidde boek
o Nog steeds een bestseller
2) De bijbel als Woord van God
o de eenheid in het boek: geschreven over een periode van ongeveer 1500 jaar, door ongeveer 40 verschillende schrijvers die 66 boeken schreven. En dat allemaal zonder werkelijke tegenstrijdigheden en in dezelfde lijn denkend.
Zo iets krijg je vandaag niet klaar met enkele mensen.
o ongeveer 3000 keer komt de zinsnede “de Heer zei” of “God zegt” of een vorm hiervan voor.
Dit is waarheid of wel leugen terwijl de bijbel liegen verbiedt en leugen verdrijft.
o reeds in de bijbel vinden we zaken die pas veel later wetenschappelijk zijn vastgesteld.
Denk aan de ronde aarde van Jesaja (40:22). Dat is pas veel later vastgesteld.
Of Job die zegt dat de aarde in het niets hangt (26:7) of Mozes die zegt dat de besnijdenis op de 8ste dag na de geboorte moet gebeuren. Wij weten nu dat dan een aantal waarden in het bloed optimaal zijn voor deze ingreep.
o de vervulde profetieën:
Omtrent de persoon van Christus vinden we in het OT zo’n 330 profetieën. Ze zijn allemaal uitgekomen voor die ene persoon. Statistisch gezien is dat 1 kans op 83 miljard. Wij zouden zeggen: onbestaande. En toch!
d) Het belang van de bijbel
- God heeft zich toch bekend gemaakt aan ons! We kunnen Hem en Zijn denken leren kennen.
- God geeft ons een ‘handleiding’ voor ons leven. Daar heeft de Schepper ook voor gezorgd.
- De bijbel geeft ons een duidelijk antwoord op de drie grote levensvragen nl. de oorsprong, zin en toekomst van ons leven.
- De bijbel is nog steeds onveranderd. De bijbel bevat tijdloze principes die hun waarde altijd zullen behouden.
- De bijbel werkt. Leven volgens de bijbel geeft een goed resultaat in een mensenleven.
e) Interpreteren van de bijbel
2 Petr. 1:19-21
- steeds vanuit de context, dus geen ‘knip en plakwerk’.
- steeds binnen de context van de bijbel zelf
- rekening houdend met literaire genres (bv. een gedicht of een brief of een historisch verslag worden verschillend benaderd)
- zo letterlijk als mogelijk is en de context en het literaire genre het toelaten
- de bijbel is volledig betrouwbouw. Als de bijbel slechts gedeeltelijk betrouwbaar is, wie zal dan zeggen welk deel wel en welk niet betrouw is? Bovendien kunnen wij er dan niets meer mee doen voor ons leven.
f) De boodschap van de bijbel
Joh.3:16
God is liefde. Uit liefde heeft Hij ons gemaakt, uit liefde heeft Hij zijn zoon naar deze wereld gestuurd om zelfs zijn leven te geven voor ons opdat wij daardoor volledige vergeving kunnen ontvangen en zo terug met God kunnen leven.
Eric Rutten.
Corrie ten Boom schreef eens: 'Achter op het vrachtschip, helemaal op de punt, is een plekje waar je zo heerlijk alleen bent. Ik leun over de verschansing en kijk naar de zilveren streep, die ons schip achterlaat op het water. Wat een nietig notendopje is ons schip op die onmetelijke zee. Wat een nietig klein tijdelijk schepsel ben ik. Tussen mijn geboorte en dood mag ik een poosje op deze wereld zijn en dan... de eeuwigheid.
Waar ben ik eigenlijk? Hier sta ik op een schip en rondom me is de grote eindeloze zee.
Ik leef op een wereld waar oorlogen zijn, waar hopeloosheid, wreedheid en angst regeren.
Waar ben ik eigenlijk?
Ik ben in een wereld die God zo liefhad, dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwig leven hebben. Ik ben op een aarde, waar Hij straks komt, die beloofd heeft: 'Zie, Ik maak alle dingen nieuw.'
Eens zal de heerlijkheid Gods deze aarde, deze prachtige aarde, bedekken, zoals de wateren de bodem der zee.
Waar ben ik eigenlijk?
Nu al ben ik in Hem. En onder mij zijn Zijn eeuwige armen.'
Laten we bidden voor deze lieve attentievolle mama.
Hier nog een eigengeschreven gebedje, uit mijn hart...
Machtige Hemelse Vader,
In Uw woord mogen we lezen : en al wat gij in het gebed gelovig vragen zult,
zult gij ontvangen. (Mat.21:22).
Ik bid je Here voor iemand die 2 schattige,lieve kindjes heeft van 2,5 en 6 jaar jong,
die een lieve attentievolle mama is, opdat zij in haar 'laatste' strijd tegen die vreselijke
ziekte genaamd kanker toch jou als haar persoonlijke Redder en Verlosser zou
mogen aannemen, dat ze die 'Wegwijzer' zou mogen volgen met als doel het Eeuwige
leven te ontvangen.
Ik weet het lieve Vader dat het misschien teveel gevraagd is, maar wil je haar toch wat
méér tijd geven zodat haar man en lieve kindjes getuige mogen zijn van Jouw uitzonderlijke
krachtige en liefdevolle Hemelse goedheid voor haar !
Ik weet het Here, voor jou is alles mogelijk...
Bij deze vraag ik uit het diepste van mijn hart aan eenieder die dit leest om ook even een klein
gebedje voor haar te doen wanneer je de tijd ervoor hebt.
U weet het lieve Vader dat wij mensen géén antwoorden hebben op vele vragen, maar zoals
jij het beloofd hebt en zoals het geschreven werd, leggen we hierover al ons vertrouwen in
Jouw handen.
Here, mogen wij allen getuige zijn van Jouw uitzonderlijk krachtige & liefdevolle Zegen ?
Dit bidt ik U.
Dank U voor alles wat komen zal,
Filip V. (04/'06)
Morrison, een van Schotlands meest populaire predikers in het begin van deze eeuw, was bekend door een preek die hij vaak hield: ' De altijd open deur'. Op zijn sterfbed riep hij uit:' De deur staat nu wijd open voor mij en ik ga er door!' Maar die deur zal niet altijd open blijven staan. Eens zal de deur van de genade gesloten worden en ongelovigen zullen voor eeuwig worden buitengesloten van Gods tegenwoordigheid. George Whitefield preekte eens over de tekst: ' En de deur werd gesloten' (Matth.25:10). Een man onder zijn gehoor zei tegen zijn buurman: ' Nou .... en? Als er één deur dicht gaat, zal er wel een ander open gaan. ' Maar Whitefield vervolgde met: ' Misschien is hier iemand die nog niet behouden is en die denkt: ' Nou .... en? Wat zou het als een deur dicht is? Er gaat wel een ander open. Ja, dat gebeurt dan ook: de deur naar de eeuwige verlorenheid, de deur naar de hel!' Bent ú al de deur naar het eeuwige leven binnengegaan?
"t kan morgen te laat zijn,
o,weiger toch niet
't geluk dat de Heiland
u heden nog biedt!
Ik ben LUC, en gebruik soms ook wel de schuilnaam Lucky.
Ik ben een man en woon in Moorsele (belgie) en mijn beroep is Rust.
Ik ben geboren op 30/12/1952 en ben nu dus 60 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: computer,photoshop,Muziek.
ben gehuwd met fabienne
Dit gedicht is voor jou! Als je je alleen voelt je hart gebroken is of bezeerd als je bang bent voor wat komen gaat als je lief hebben hebt verleerd als je jezelf niet durft te zijn als je verteerd wordt door verdriet dan is dit gedicht voor jou want God vergeet je niet Hij wacht op je hij kent je vragen Hij zegt: “geef mij je last, dan kunnen we het samen dragen”. En langzaam zul je merken daar kun je van op aan, dat jij alleen nog je rugtas vasthoudt de inhoud is naar Hem overgegaan Als je je bedrogen voelt eenzaam en heel klein als je door de bomen het bos niet meer ziet en er misschien zelfs niet meer wilt zijn als je verstrikt zit in de netten van de zonde en niet weet hoe je daar uit moet geraken dan is dit gedicht voor jou Jezus zal het in orde maken Hij weet als geen ander hoe pijn voelt en wat een mens soms moet doorstaan Voor jou en mij is Hij uit liefde door enorm zware beproevingen gegaan Hij kijkt naar jou met een bewogen hart en een liefdevolle blik in Zijn ogen en wacht tot je Hem vragen zult je tranen te gaan drogen Dit gedicht is voor jou. Waarom? Is misschien je vraag. omdat God ontzettend van je houdt, grijp toch Zijn uitgestoken hand vandaag….
Afscheid nemen is verdrietig, afscheid nemen is niet fijn afscheid nemen is iemand verlaten bij wie je graag zou willen zijn.
Afscheid nemen is die blik vol liefde en die aai over je bol afscheid nemen zijn die tranen je schiet er helemaal van vol.
Afscheid nemen zijn die woorden "Ik hou van jou, dag lieve schat. Je bent altijd bij me, want jij zit hier, diep in m'n hart."
Soms is het afscheid maar voor even soms voorgoed of voor een lange tijd maar wat je samen hebt mogen beleven dat raak je echt, nee nooit meer kwijt.
Parel
Je bent een parel, die zeer kostbaar is je naam staat onuitwisbaar in Mijn hand geschreven. Ik heb je zelf gemaakt om tot Mijn eer te leven je bent een parel, die zeer kostbaar is.
En eens zal Ik je roepen aan Mijn zij Mijn kind die roeping is zo hoog verheven. Uit liefde gaf ik jou Mijn eigen leven, ja, eenmaal zul je stralen aan Mijn zij.
Je bent nu nog op reis, het einddoel is in zicht, houd Mij maar stevig vast en luister naar Mijn stem. Aan d’einder gloort het nieuw Jeruzalem, daar zul je eeuwig leven in Mijn licht.