Deel door ons uw liefde uit
aan wie honger heeft en pijn.
Laat ons waar verdeeldheid is
uw vredestichters zijn.
Ons verlangen is alleen,
Heer, maak ons hart bereid,
dat door heel ons leven heen
uw liefde wordt verspreid.
Deel door mij uw liefde uit,
aan een medemens die lijdt.
Leer mij meer vervuld te zijn
met uw bewogenheid.
Mijn verlangen is alleen,
Heer, maak mijn hart bereid,
dat door heel mijn leven heen
uw liefde wordt verspreid.
Openbaar uw koninkrijk
aan wie zoekt, aan arm en rijk.
Giet een stroom van liefde uit,
dat in ons en door ons, o Jezus,
uw liefde wordt verspreid.(2x)
Deel ons door uw liefde uit
tot de einden van de aard'.
Dat zich waar de dood nu heerst
nieuw leven openbaart.
Maak ons als uw werkers klaar
en sterk ons in de strijd,
tot wij mogen oogsten waar
uw liefde wordt verspreid.
Openbaar uw koninkrijk
aan wie zoekt, aan arm en rijk.
Giet een stroom van liefde uit,
dat in ons en door ons, o Jezus,
uw liefde wordt verspreid.(6x)
Deel door ons uw liefde uit,)
maak ons hart bereid. )4x
Deel door ons uw liefde uit,)
ja wij zijn bereid. )2x
Deel door mij uw liefde uit )
ja ik ben bereid. )2x
Wat ogen zien dringt binnenin het hart. Het kan ons blij maken of ook heel verdrietig. Het kan ons soms zo diep raken, dat we er ziek van zijn. Ogen zijn de vensters van ons hart. Wie ze opent voor het licht, voor de zon overdag, voor de mooie dingen en voor de sterren in de nacht, is een blij en gelukkig mens. Met licht en meer moois in onze ogen komt er kleur in ons anders zo grijze leven. Want onze ogen weerspiegelen de liefde van Jezus. Een liefde, door Hem gegeven!
Beloften
Ik geef je Mijn vrede, Ik reik je Mijn hand.
Ik geef je Mijn sterkte, door Mij hou je stand.
Ik geef je genade, een teken van trouw, want
Ik ben als een Vader, Ik ben er voor jou.
Ik geef je Mijn vriendschap, een arm om je heen,
Ik geef je Mijn zegen, je bent nooit alleen.
Ik geef je Mijn warmte, een vuur in de kou, want
Ik ben als een Vader, Ik ben er voor jou.
Ik geef je Mijn toekomst, Ik geef je Mijn Geest
als Gids in de wereld, op weg naar het feest.
Ik geef je Mijn liefde die nimmer benauwt, want
Ik ben als een Vader, Ik ben er voor jou.
Ik geef je Mijn blijdschap, Ik geef je Mijn kracht,
Ik geef je Mijn uitzicht als licht in de nacht.
Ik geef je Mijn leven, omdat Ik van je hou, want
Ik ben als een Vader, Ik ben er voor jou.
Door niets en door niemand kan worden ontroofd
wat Ik in Mijn Woord aan jou heb beloofd.
Ik heb alles gegeven wat jij niet verdient en
Ik wil in jou leven, want jij...... jij bent Mijn vriend.
Uit het hart
Jouw Hemelse Vader die je heeft geschapen, die zoveel van je houdt, weet alles wat er zich in jouw hart afspeelt. Hij begrijpt en kent jou volkomen, Hij vraagt je om de juiste keuzes te maken! Hij verlangt niets liever dat Hij fier zou zijn op jou, dat je het pad der wijsheid zou blijven volgen! Het is niet altijd gemakkelijk, en je hebt vooral lef & doorzettingsvermogen nodig, maar dit alles is niet te vergelijken, met het liefdevolle geschenk dat je zal verkrijgen! Hij weet nu wat je denkt & wat je nog zou willen 'plannen'... Daarom vraag ik je : ook voor mij komt de tijd dat ik het aardse zal verlaten. Maar zou je dan niet blij & verheugd zijn als je weet, dat ik in het Hemelse paradijs zal blijven wachten op... jou !!! Filip V. (26-09-04)
IK BEN DE ALFA EN DE OMEGA GEBED IS DE SLEUTEL VAN DE OCHTEND
EN DE GRENDEL VAN DE AVOND.
31-12-2011
Een Gezegend 2012
Uit
het evangelie volgens Johannes
1, 1-18
In
het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in
het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van
wat bestaat.
In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht
schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht
gekregen.
Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als
getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij
was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware
licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam.
Het Woord was in de wereld, de wereld is door Hem ontstaan en toch kende de
wereld Hem niet. Hij kwam naar wat van Hem was, maar wie van Hem waren hebben
Hem niet ontvangen. Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft Hij
het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Zij zijn niet op
natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een
man, maar uit God.
Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en
waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon
van de Vader.
Van Hem getuigde Johannes toen hij uitriep: ‘Hij is het over wie ik zei: “Die
na mij komt is meer dan ik, want Hij was er vóór mij!”’
Uit zijn overvloed zijn wij allen met goedheid overstelpt. De wet is door Mozes
gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.
Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het
hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.
Het evangelie dat je net las is een mooi evangelie voor
deze laatste dag van het jaar.
De laatste dag, die we vandaag beleven en straks dankbaar gaan uitwuiven, is de
laatste dag van een jaar in een geschiedenis van een doorlopende tijd. Maar
deze laatste dag is ook de eerste dag, het laatste uur het eerste uur, en wel
van een nieuwe geschiedenis, van een nieuwe tijd. Het is zoals Johannes de
Doper het zei: 'Hij is het over wie ik zei: “Die na mij komt is meer dan ik,
want Hij was er vóór mij!”’
In Christus is er geen vóór en na meer. In elk uur is de
volheid der tijden aangebroken. Elk ogenblik is de volheid van de tijd, en wel
in de zin van 'beslissend'. Het is geen voorbereidingstijd meer in de zin van
voorbereiding op dat wat nog moet gebeuren. Nee, dat eigenlijke is al gebeurd.
We kunnen nu al, op dit moment "vrijmoedig naderen tot de troon van
Gods genade” (Hebr 4,16).
Maar ook in deze nieuwe geschiedenis kun je inwendig,
geestelijk, volgens je hart, nog behoren tot de oude geschiedenis, de
geschiedenis van het vlees, van de zelfzucht, van de zonde. Je kunt leven in
het nu, en toch in het oude. Daarom is elk uur een uur van 'beslissing', de
beslissing om uit jezelf te treden, uit de oude geschiedenis en te kiezen voor
Christus: ik wil leven voor Hem, in Hem, door Hem. En steeds opnieuw deze
beslissing nemen... dat is leven in de nieuwe geschiedenis.
Dat elke dag in 2012 een beslissing mag zijn voor de
Heer.
Uit
de brief van Paulus aan de Kolossenzen
3, 12-21.
Broeders en zusters,
omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en Hij u liefheeft,
moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid,
zachtmoedigheid en geduld.
Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft;
zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven.
En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte
eenheid maakt.
Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als
de leden van één lichaam.
Wees ook dankbaar.
Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan
elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en
liederen die de Geest u vol genade ingeeft.
Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de
Vader, dankt door Hem.
Vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de
Heer.
Mannen, heb uw vrouw lief en wees niet bitter tegen haar.
Kinderen, gehoorzaam je ouders in alles, want dat is de wil van de Heer.
Vaders, vit niet op uw kinderen, want dat maakt ze moedeloos.
Wij kunnen Paulus niet
verwijten dat hij een man van zijn tijd was. Hij heeft dan ook de verhoudingen
tussen man en vrouw, ouders en kinderen anders voorgesteld, dan wij het vandaag
doen. Wij moeten echter op de eerste plaats opmerken, hoe hij aandringt op de
noodzakelijke wederzijdse vergeving, die pas mogelijk is in nederigheid en
respect voor elkaar. Voor de tijdgenoten van Paulus was dit een verrassende
taal. Maar het is zeker: waar vergeven wordt, daar ontstaat vrede en waar vrede
heerst daar leeft er vreugde.
Vrienden, dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden.
Wie zegt: 'Ik ken Hem', maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een
leugenaar; de waarheid is niet in hem. In wie zich aan Gods woord houdt, is
zijn liefde ten volle werkelijkheid geworden; hierdoor weten we dat we in Hem
zijn. Wie zegt in Hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden.
Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor
maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap
die u gehoord hebt. Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt
en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw
leven.
Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich
nog altijd in de duisternis. Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en
komt niet ten val, maar wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis. Hij
gaat zijn weg in het duister, zonder te weten waarheen die weg voert, want de
duisternis heeft hem blind gemaakt.
Niemand
kan zeggen dat hij in God gelooft en van God houdt, als hij Gods geboden niet
onderhoudt. Het eerste en voornaamste gebod is de liefde. Het is een oud gebod,
en toch ook nieuw in zoverre Jezus het radikaal stelt als voorwaarde en als
kenmerk van zijn navolgingVandaag
schrijft Johannes in de eerste lezing: Geliefde
broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een
oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u
gehoord hebt. Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het
ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven.
Johannes
heeft het hier over het gebod van de liefde; een gebod dat inderdaad geen nieuw
gebod was, het was al eeuwen oud. Maar tegelijkertijd was het ook een nieuw
gebod. En dat had natuurlijk alles te maken met de komst van Jezus. Hij,
mensgeworden God, de Liefde zelf, zal de mensheid een genade schenken die zij
voordien nooit op zo'n manier gekregen heeft. Die genade was en is namelijk
Hijzelf. Wat zich daar afspeelde in die grot te Bethlehem, speelt zich sindsdien
af in ieders mensenhart. Buiten het fysisch karakter wordt op geen andere wijze
dan toen Jezus steeds opnieuw geboren in elke mens.
Maar
er bestaat geen liefde zonder vrijheid. Dus als een nederige dienaar klopt
Jezus aan de deur van ons hart en wacht tot wij opendoen om dan samen met ons
maaltijd te houden: Hij met ons, wij met Hem - zo lezen we in de Apocalyps. Hij
vraagt bij wijze van spreken toestemming om in ons leven in te treden. Maar Hij
wil dat wij
die beslissing nemen, ieder van ons, heel persoonlijk, én wij als gemeenschap.
Ons ja-woord wil Hij vervullen met zijn ja-woord tot de Vader, opdat zijn
liefde in ons werkelijkheid mag worden.
Ja,
kerstmis is meer dan kalkoen eten en glaasjes heffen.
Het bloed van Jezus
Christus reinigt ons van elke zonde.
Vrienden,
dit is wat wij Jezus hebben horen verkondigen en wat we u verkondigen: God is
licht, er is in Hem geen spoor van duisternis.
Als we zeggen dat we met Hem verbonden zijn terwijl we onze weg in het duister
gaan, liegen we en leven we niet volgens de waarheid.
Maar gaan we onze weg in het licht, zoals Hijzelf in het licht is, dan zijn we
met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle
zonde.
Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de
waarheid niet in ons. Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en
rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.
Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we Hem tot een leugenaar en
is zijn woord niet in ons.
Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Mocht een van u echter toch
zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de
rechtvaardige. Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet
alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld.
Dierbaren, de goedheid
en mensenliefde van God, onze redder, zijn openbaar geworden en Hij heeft ons
gered, niet vanwege onze rechtvaardige daden, maar uit barmhartigheid. Hij
heeft ons gered door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwende kracht van
de heilige Geest, die Hij door Jezus Christus, onze redder, rijkelijk over ons
heeft uitgegoten.
Zo zijn wij door zijn genade als rechtvaardigen aangenomen en krijgen we deel
aan het eeuwige leven waarop we hopen.
De geschiedenis van de mensheid
en de heilsgeschiedenis getuigen ervan: uit zichzelf alleen konden de mensen
het nooit verdienen, dat hen een verlosser geboren werd. Het heil kon slechts
dagen, toen de God van tederheid en erbarmen de eerste stap zette
Uit het evangelie volgen Lucas
2, 15-20
Toen de engelen waren teruggegaan naar
de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met
eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’
Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de
voederbak lag.
Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd.
Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden,
maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken.
De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze
gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd
De verschijning van de engelen
was maar kort. Nu is het de taak van de nederigen, de armen en de kleinen om
aan hun broeders en zusters de Blijde Boodschap te verkondigen, die hen werd
toevertrouwd. En het geloof van Maria gaat dat van de Kerk vooraf, bij het
overbrengen van het mysterie van haar Zoon.
Dezer dagen voelen wij ons allemaal uitgenodigd mee op te stappen in de stoet
van de kleinen en de eenvoudigen, naar de plaats waar de Liefde weer onder ons
komt wonen.
En voor wie goed toekijkt,
gebeuren er dan wondere dingen: Licht wordt ontstoken in onze koude duisternis,
een kind wordt geboren in ons oude mensenwereld en over onze aarde, die al die
oorlogen moe is, weerklinkt uit Gods genadevolle hemel een vredeslied. Gods
Liefde komt weer wonen in ons mensenhart.
Het wondere is dat Hij niet
komt als een machtige heerser, maar als een teder kind dat zijn armen
uitnodigend open spreidt. Zo is onze God. Met Kerstmis laat Hij ons nog het
meest van al aanvoelen dat Hij niet dwingt, geen schrik aanjaagt, niet
domineert, maar liefdevol uitnodigt, zoals een kind doet. Een pasgeboren kind
is nu eenmaal hulpeloos en kwetsbaar en het heeft geen enkele uiterlijke macht
om mensen tot iets te dwingen. Alleen heeft een kind het wonderlijk vermogen,
gewoon door er te zijn, mensen tot een sterke liefde uit te nodigen. Zie eens
tot welk een overgave en edelmoedige zorg allen worden gebracht, die rond het
wiegje van een pasgeborene komen staan: ouders, grootouders, familie,
kennissen, buren en vrienden. In al zijn hulpeloosheid weet een kind bij velen
een warme liefde te wekken, velen ertoe te brengen ervoor te kiezen om hun liefde
te tonen, graag, gul en edelmoedig. Daarom juist koos God ervoor als Kind
geboren te worden.
Wij hebben er soms moeite mee
om Hem zo te aanvaarden. "Hij kwam in de wereld, maar de wereld erkende
Hem niet." Want soms zouden wij liever een God hebben die alles eens
ondersteboven gooit en een wereld maakt zonder oorlogen, zonder haat. Van zo'n
'afgod' dromen wij soms. Maar dan zou die God een dwingende albeheerser zijn en
zouden wij, mensen, robots zijn zonder vrije wil. Maar "onze God die
geboren wordt als een weerloos kind", is het duidelijkste teken dat Hij
Liefde wil zijn, die ons niet dwingt of verplicht, maar ons, als zijn vrije
kinderen, steeds uitnodigt tot vrij gekozen overgave en gulle edelmoedigheid.
Wie op die manier ingaat op zijn uitnodiging werkt mee aan de vermenselijking
van onze wereld vanuit persoonlijke overtuiging en bezieling. Zo groeit Gods
Rijk op aarde, vol genade en waarheid. Daarom vraagt Hij op Kerstdag van ons
vooral meer vrede. Meer vrede in ons gezin, in onze familie, op ons werk, in
onze vriendenkring Wat meer vrede, liefde en tederheid tegenover diegenen met
wie wij dagelijks samenleven.
Het moet ons toch ook wel
verwonderen dat God op deze dag niet op de eerste plaats de machtigen der aarde
aanspreekt, de grootindustriëlen, de invloedrijken van onze wereld die in
paleizen wonen. Neen, het is het hart van ons, eenvoudige mensen, dat wordt
aangesproken. En ons hart is nu juist geen kraaknet paleis. Het gelijkt eerder
op een arme stal. Het is er niet overal even proper en er zijn duistere hoekjes
die wij liever verborgen houden. Maar het merkwaardige is dat God met zijn
liefde juist daar, en nergens anders, in ons hart, zoals het nu is, weer wil
geboren worden. Het is inderdaad alleen vanuit de vrije keuze van een
mensenhart dat de liefde meer kans kan krijgen in onze wereld.
Mogen wij dan vandaag
volledig vervuld worden van de deugddoende vrede van dit kind, waarin wij
herkennen dat God, die Liefde is, weer wil geboren worden onder ons, dankbare
en vrije mensen.
Uit het tweede boek Samuël
7, 1-5 + 8b-12 + 14a + 16
zei de koning tegen de
profeet Natan: ‘Kijk nu toch! Ik woon in een paleis van cederhout, terwijl de
ark van God in een tent staat.’
‘Doe wat uw hart u ingeeft’, antwoordde Natan, ‘de Heer staat u immers ter
zijde.’
Maar diezelfde nacht richtte de Heer zich tot Natan: ‘Zeg tegen mijn dienaar,
tegen David: “Dit zegt de Heer: Wil jij voor mij een huis bouwen om in te
wonen? Dit zegt de Heer van de hemelse machten: Ik heb je achter de kudde
vandaan gehaald om mijn volk, Israël, te leiden. Ik heb je bijgestaan in alles
wat je ondernam, Ik heb al je vijanden voor je uitgeschakeld en Ik heb je naam
gevestigd als een van de groten der aarde. Ik heb aan mijn volk, Israël, een
gebied toegewezen. Daar heb Ik het geplant en daar kan het nu onbevreesd wonen.
Het wordt niet langer door misdadige volken onderdrukt, zoals toen het er pas
woonde. Ik heb rechters over mijn volk Israël had aangesteld. Jou heb Ik rust
gegeven door je van je vijanden te verlossen. De Heer zegt je dat hij voor jou
een huis zal bouwen. Wanneer je leven voorbij is en je bij je voorouders te
ruste gaat, zal Ik je laten opvolgen door je eigen zoon en hem een bestendig
koningschap schenken. Ik zal een vader voor hem zijn en hij voor mij een zoon.
Jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en
je troon nooit zal wankelen.”’
De laatste dag van de advent leert ons dat
God onder ons wil komen wonen. Niet de stenen tempel zal teken zijn van Gods
trouw tegenover David en het volk, maar wel zijn belofte.
Uit
het evangelie volgens Lucas
1, 67-79
In die dagen werd Zacharias vervuld met de heilige Geest en sprak deze
profetie:
‘Geprezen zij de Heer, de God van Israël, Hij heeft zich om zijn volk bekommerd
en het verlost. Een reddende kracht heeft Hij voor ons opgewekt uit het huis
van David, zijn dienaar, zoals Hij van oudsher heeft beloofd bij monde van zijn
heilige profeten: bevrijd zouden we worden van onze vijanden, gered uit de
greep van allen die ons haten. Zo toont Hij zich barmhartig jegens onze
voorouders en herinnert hij zich zijn heilig verbond: de eed die Hij gezworen
had aan Abraham, onze vader, dat wij, ontkomen aan onze vijanden, Hem zonder
angst zouden dienen, toegewijd en oprecht, altijd levend in zijn nabijheid.
En jij, kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste, want voor
de Heer zul je uit gaan om de weg voor Hem gereed te maken, en om zijn volk
bekend te maken met hun redding door de vergeving van hun zonden. Dankzij de
liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel
over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in
de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de
vrede.
Toen God David beloofde dat Hij
voor hem 'een huis ... zal oprichten', was de kans groot dat David en zijn
nakomelingen dachten aan een militaire leider die het koningschap van Israël in
de familie zal houden; met andere woorden: een dynastie. Deze 'zoon van David'
die hem zou opvolgen, zou op David zelf lijken, een groot strateeg, een vroom
man die Israëls militaire en politieke vijanden zou verslaan. Hij zou de
vrijheid brengen door middel van veroveringen en macht.
Nu we aan
de vooravond van Kerstmis staan, met de lege kribbe voor ons, zien we dat God
dit alles heel anders bedoelde. Ook Zacharias' profetie in de evangelielezing
van vandaag raakt de diepere lagen aan van de vrijheid die God aan het huis van
David beloofde. Dat was niet zozeer een vrijheid van externe vijanden, maar een
diepe vrijheid die ons zal aanzetten Hem te 'aanbidden'; de vrijheid om heilig
en rechtvaardig voor God te staan.
Jezus is
gekomen om ons de genade te schenken de vijanden in ons te verslaan; de
vijanden van zonde en dood. Hij gaf niet zozeer een uiterlijke vrede die
gekenmerkt zou zijn door de afwezigheid van conflicten, maar Hij gaf op de
eerste plaats een diepere en reëlere vrede die intreedt wanneer onze innerlijke
worstelingen tot rust zijn gekomen en de gevolgen van zonde tot genezing zijn
gekomen. Deze laatste zijn de echte tirannen, want zij zijn de vijanden die de
oorzaak zijn van elk uiterlijk conflict, zowel in ons eigen leven als in de
wereld in z'n geheel.
Jezus, die
werd geboren onder nederige omstandigheden, vraagt ons bij Hem in de stal te
komen. Hij zal ons de komende nacht wenken naar een plek waar wij onze vijanden
bij Hem zullen mogen neerleggen: onze zonde, haar oorzaken, haar gevolgen. We
mogen het bij de kribbe neerleggen, Hem aanbiddend, Hem alles gevend. Hij zal
alles in zich opnemen om het met Goede Vrijdag mee te nemen naar de diepste
krochten van duisternis en verlatenheid om met Pasen alles om te vormen naar
zijn licht.
Laten we
even de aandacht afwenden van onze kalkoen... en laat ons neerknielen voor de
kribbe; verwachtend, verlangend.
Hij komt...
Goede God,
beadem ons hart in deze uren,
nu wij verwachtingsvol uitkijken
naar de geboorte van Jezus.
Maak het vanbinnen stil en vredig,
opdat ons hart de kribbe mag zijn
waar de kleine Jezus
met veel liefde en warmte
mag ontvangen worden.
Amen.
Zo spreekt de
Heer God:
'Let op, Ik zal mijn bode zenden; hij zal de weg voor mij effenen. Opeens zal
hij naar zijn tempel komen, de Heer naar wie jullie uitzien, de engel van het
verbond naar wie jullie verlangen. Komen zal hij – zegt de Heer van de hemelse
machten.
Wie zal die dag kunnen doorstaan? Wie zal overeind blijven wanneer Hij
verschijnt? Hij is als het vuur van een smid, als het loog van een wolwasser.
Hij zal zitting houden als iemand die zilver smelt en het zuivert; de zonen van
Levi zal Hij zuiveren en zeven als goud en zilver, en dan zullen ze op de
juiste wijze offeren aan de Heer. De offers van Juda en Jeruzalem zullen de
Heer met vreugde vervullen, zoals in vroeger jaren, zoals in de dagen van
weleer.
Voordat de dag van de Heer aanbreekt, die groot is en ontzagwekkend, stuur Ik
jullie de profeet Elia, en hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met
hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders. Anders zou Ik het land
volledig moeten vernietigen.
De profeet Maleachi
spreekt over de komst van een gezant: Elia zal komen voordat de grote en
verschrikkelijke dag van de Heer aanbreekt. Hij zal de echte eredienst
herstellen. Jezus zal in zijn prediking verklaren dat Elia reeds teruggekomen
is in de persoon van Johannes de Doper.
Uit
het evangelie volgens Lucas
1, 57-66
Toen de dag van
haar bevalling was aangebroken, bracht Elisabet een zoon ter wereld.
Haar buren en verwanten hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest,
en ze verheugden zich samen met haar.
Op de achtste dag kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden het Zacharias
noemen, naar zijn vader.
Maar zijn moeder zei: ‘Nee, Johannes zal hij heten!’
Ze zeiden tegen haar: ‘Er is niemand in je familie die zo heet.’
Ze beduidden zijn vader te laten weten hoe hij het kind wilde noemen.
Hij vroeg om een schrijftablet en schreef erop: ‘Johannes is zijn naam.’
Iedereen was verbaasd.
En meteen werd de verlamming van zijn mond en zijn tong ongedaan gemaakt, en
hij begon te spreken en loofde God.
Alle omwonenden waren diep onder de indruk, en in heel het bergland van Judea
werden deze gebeurtenissen besproken.
Ieder die het hoorde bleef erover nadenken, en vroeg zich af: Hoe zal het
verder gaan met dit kind? Want de machtige hand van de Heer beschermde hem.
Bij de geboorte van Johannes de Doper valt de persoon van vader
Zacharias sterk op. Hij geeft de naam. Het geven van een naam was immers een
belangrijk moment, omdat door de naam ook de opdracht of de roeping van het
kind werd aangeduid. Johannes betekent: God is genadig.
Alle omwonenden waren diep onder de indruk, en in heel
het bergland van Judea werden deze gebeurtenissen besproken.
Wat er in de dagen voor, tijdens en na de geboorte van
Christus gebeurde, bracht de wereld in beweging. Men zag, men hoorde, men
praatte. Alsof God in deze korte tijdspanne het hart en en het denken van de
mensen persoonlijk kwam aanraken en beroeren.
Hoe bevrucht de aanwezigheid en de werking van God ons
denken ?
En welke gevolgen heeft dit voor ons zijn ?
Vooreerst is het goed veel over God en zijn handelen na
te denken. Aan wat denken wij wanneer wij door de straat lopen, met wat zijn we
bezig wanneer we op de tram zitten, naar wat zijn we gericht tijdens het
fietsen,...
Niet dat we ons altijd moeten wentelen in de meest vrome gedachten... Maar toch
is het mogelijk al wat we zien, horen en waaraan we denken, te vullen met het
besef dat God bestaat en met de mensheid iets wil doen.
Het is goed, al stappend (bij wijze van spreken), bezig
te zijn, na te denken, over de grote wereldproblemen, er een visie rond te
bouwen, en wel vanuit de transcendente werkelijkheid dat God onder ons woont.
Dit laatste geeft ons denken en de visie die we bouwen een heel bepaalde kleur.
Het is echt niet fout over de politieke situatie van ons land na te denken
vanuit het besef dat God het beste met ons land voorheeft. Ook voor de politiek
zijn evangelische waarden als eenheid, vrede, broederschap, delen met de
armen,... zaken die van fundamenteel belang zijn.
Of neem de problemen rond de zogenaamde klimaatsverandering. Laten we dit
bekijken vanuit het feit dat God schepper is van de aarde, en ons
medeverantwoordelijk heeft gemaakt respectvol met dit gebeuren om te gaan.
Of de armoede in de wereld... laten we hierover nadenken vanuit de oproep van
het evangelie waar de Heer vraagt te delen met wie minder heeft... Hoe komt het
toch dat wij zo rijk zijn terwijl men aan de andere kant van de wereld dikwijls
's morgens niet weet of men 's avonds eten zal hebben... Wat denkt God
hierover? Wat kunnen de wereldleiders hieraan doen? Welke keuzes kunnen of
moeten gemaakt worden? Wat kunnen wij persoonlijk doen?
Studio Brussel doet het op haar manier met Music for lifeVerder is het is goed
het 'goede gesprek' met elkaar te houden. Geen platte cafépraat, maar die
woorden (ja, mag ook in het café !)met elkaar uitwisselen die ons de juiste
vragen doen stellen, die ons in verwondering brengen voor het transcendente,
die ons aanzetten tot meer bezinning en een bepaalde wijze van doen...
En ja... laat ons als christen ook bidden. Het dagelijks
tijd maken voor gebed is van wezenlijk belang voor het ontdekken van ons
diepste zelf en wat God met ons voorheeft. In het gebed verheffen we ons hele
zijn naar God, zoeken we zijn aanschijn met de blik van het innerlijk. Het is
je toewenden naar Hem, het is het heilige 'Gij' zeggen.
Door met regelmaat te bidden en biddend in het leven te staan, wordt ons
geweten langzamerhand datgene, wat het volgens zijn ware wezen moet zijn: Gods
levende stem in ons.
Zo stellen we God niet enkel aanwezig in ons eigen
leven, maar brengen Hem ook, sterker dan we vermoeden, tegenwoordig in de grote
wereld rondom ons.
In die dagen nam Hanna
Samuël mee naar Silo en bracht hem, zo jong als hij was, naar het heiligdom van
de Heer. Ze had ook een driejarige stier bij zich, een efa meel en een zak
wijn. Ze slachtten de stier en brachten de jongen naar Eli.
Daar zei Hanna: ‘Neem me niet kwalijk, heer, zo waar u leeft, ik ben de vrouw
die destijds hier bij u tot de Heer heeft gebeden. Om deze zoon heb ik gebeden,
en de Heer heeft mij gegeven waar ik om heb gevraagd. Nu geef ik hem op mijn
beurt aan de Heer, voor alle dagen die hem gegeven zijn.’
Toen knielde Eli voor de Heer
Hanna
had een belofte gedaan: indien haar verlangen naar het moederschap in
vervulling zou gaan, was ze bereid haar jongen aan de dienst van de Heer af te
staan. Vandaag vernemen we hoe Hanna met haar zoon Samuël haar belofte nakomt.
1 Sam. 2, 1 + 4 + 5 + 6 + 7 + 8abcd
Refr.: De Heer doet mijn hart
van vreugde slaan.
Nu juicht mijn hart dankzij de
Heer,
fier heft mijn hoofd zich op, dankzij de Heer.
Mijn mond spreekt vrijmoedig tegen mijn vijanden,
want dankzij uw hulp beleef ik vreugde.
De boog van de helden is gebroken,
en wie wankelen weten zich gesterkt.
Die genoeg hadden, verkopen
zich voor brood,
en wie hongerden zijn verzadigd.
De onvruchtbare baart zeven zonen,
en wie veel kinderen heeft, verwelkt.
De Heer doet sterven en doet leven,
zendt naar het dodenrijk en leidt eruit omhoog.
De Heer maakt arm en Hij maakt rijk,
vernedert diep en heft hoog op.
De zwakke en de arme helpt Hij overeind,
Hij haalt hen uit het stof en uit het slijk.
Tussen de edelen zet Hij hen neer,
Hij houdt een ereplaats voor hen vrij.
In die dagen reisde Maria in grote haast naar
het bergland, naar een stad in Juda, waar ze het huis van Zacharias binnenging
en Elisabet begroette.
Toen Elisabet de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot; ze
werd vervuld met de heilige Geest en riep luid: ‘De meest gezegende ben je van
alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Wie ben ik dat de moeder
van mijn Heer naar mij toe komt? Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van
vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van
de Heer in vervulling zullen gaan.’
Maria ontmoet haar nicht
Elisabet. Vervuld van de heilige Geest begint Maria Elisabet geluk te wensen.
Zij geeft een getuigenis van haar geloof in het wonder dat zich voltrekt
Vandaag is het, net als gisteren, een en al opgetogenheid in het evangelie. Het
gaat over de eerstelingen van de Geest, de Geest van de Blijde Boodschap. Maria
reisde met spoed naar het bergland; het kindje sprong op in de schoot van zijn
moeder; Elisabet werd vervuld van de heilige Geest en riep met luider stemme
uit: "gelukkig.” En morgen zullen we horen hoe Maria de Heer
prijst: “Mijn hart prijst hoog de Heer, van vreugde juicht mijn geest
…" (Lc 1,46.47). Vanwaar die opgetogenheid?
Vreugde
ontstaat wanneer twee levens elkaar kruisen. Doordat een ander ons leven
kruist, ontstaat er een nieuwe vitaliteit, een nieuwe levensvreugde. Je ziet
dat bij een ontmoeting. Als twee mensen elkaar gewaar worden, elkaar zien, dan
zie je hoe de blik van de een verandert bij het zien van de blik van de ander.
Er ontstaat een nieuwe levensvreugde, een gedeeld leven, gedeelde
levensvreugde. Zoiets gebeurt altijd wanneer twee mensenlevens elkaar raken en
kruisen. En als dat al zo is, wat zal er dan wel niet gebeuren wanneer het
leven van God met het leven van de mens in aanraking komt? Of wanneer - zoals
in het evangelie van vandaag - twee van God vervulde mensen elkaar ontmoeten?
De
ontmoeting tussen deze twee mensen is de inleiding, het eerste begin, de inzet
van een ontmoeting die zal leiden tot een Verbond, tot een blijvend samenzijn
in een nieuw en eeuwig Verbond. Het is niet elkaar even vluchtig zien en dat
dan ieder weer zijn eigen weg gaat, nee, "de Heer is met u… “Gij hebt
genade gevonden bij God” … “Hij zal in eeuwigheid Koning zijn over het huis van
Jakob en aan zijn heerschappij zal nooit een einde komen." Het is het
begin van iets wat nooit meer ophoudt. Jezus is de vrucht van Maria's schoot en
alle geslachten zullen in haar worden gezegend. Dat is de diepste vreugde van
Maria, de inzet van een leven dat zich ten einde toe helemaal en voor altijd
zal geven.
De
mens krijgt dat zomaar cadeau, hij kan er niets aan doen om dat te bewerken,
hij krijgt het om niet, want hij is als een drenkeling. Het enige dat hij kan
doen is zijn hand uitsteken naar zijn Redder en dát moet hij dan ook doen, want
zonder zijn eigen medewerking kan niemand gered worden.
Dat is ons geloof. Je gelooft in de goede bedoelingen van God, je gelooft dat
Hij het beste met je voor heeft en dat je je dus helemaal aan Hem kunt en moet
toevertrouwen, je helemaal kunt overgeven aan zijn leiding en zorg, zodat je
niet hoeft te begrijpen, ja, niet eens moet willen begrijpen, omdat je bent als
een kind die de liefde en de wijsheid voelt van zijn Vader.
In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret
in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef
heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria.
Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de
Heer is met je.’
Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die
begroeting te betekenen had.
Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst
geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet Hem
Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden
genoemd, en God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Tot in
eeuwigheid zal Hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap
zal geen einde komen.’
Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit
gemeenschap met een man gehad.’
De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de
Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren
wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Luister, ook je familielid
Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al
hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, want
voor God is niets onmogelijk.’
Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’
Daarna liet de engel haar weer alleen
Maria, een eenvoudig meisje uit Nazaret, is verloofd met Jozef,
uit het huis van David. Zij heeft zich voorgenomen geheel en al voor de Heer te
leven. In haar bereikt de hoop en de verwachting van Israël het hoogtepunt.
Haar 'instemming' maakt de vervulling van de oude voorspellingen mogelijk.
Aan het ja-woord van Maria gaat eigenlijk iets
fundamenteels vooraf, namelijk haar beschikbaarheid.
Wie beschikbaar is voor God, geeft zichzelf de ruimte en de vrijheid te doen
wat God vraagt.
Vraag is: zijn wij beschikbaar ?
Het is een heel wezenlijke vraag, een vraag waarvan het goed is ze elke ochtend
opnieuw aan onszelf te stellen. Ben ik beschikbaar voor wat God van mij vandaag
vraagt...
Wie beschikbaar leeft, leeft vrij. Hij is niet gebonden
aan allerlei dingen die hem van God wegtrekken. Nee, hij is vrij, bereid te
doen wat God vraagt.
Heel concreet betekent dat: hij is vrij om lief te
hebben.
In het liefhebben zal hij God aanwezig weten. Hij zal zich niet enkel gedragen
weten in wat hij doet, maar hij zal ook de bron bij hem aanwezig weten van
waaruit hij dat doet. Hij zal zich geleid voelen door deze bron, er stuwkracht
uit ervaren en er vreugde uit ontvangen.
Of anders gezegd: God leidt degene die 'ja' zegt en begeleidt hem met zijn
vrede
.
Het mooie aan het ja-woord is dat het altijd vruchten
afwerpt. Altijd.
Neem het ja-woord van Maria. Kijk wat voor een gevolg dat kleine ja-woord heeft
gehad in de geschiedenis, tot op vandaag, en zeer zeker nog lang in de
toekomst. Eén ja-woord... zoveel vruchten.
De geschiedenis kan ontelbare voorbeelden geven van
mensen die door hun klein maar diep ja-woord grote en schone vruchten hebben
afgeleverd.
De televisie zou elk journaal kunnen afsluiten met het
belichten van een ja-woord ergens in de wereld. Het zou moedig zijn !
En wat met ons ?
Ook al zullen de vruchten van onze ja-woorden niet van die orde zijn als een Maria,
.Voor God gaat het niet om het aantal vruchten (mensen denken zo en meten
elkaar zo aan elkaar af), maar voor God gaat het om de zuiverheid van het hart,
om de helderheid van het ja-woord.
En met dat zuivere ja-woord, hoe klein en verborgen misschien ook, doet Hij met
het oog op de liefde grote dingen.
Misschien ziet niemand de vruchten, maar voor God gaat het ook niet om een
soort zo opvallend mogelijke produktiviteit waar zoveel mogelijk mensen baat
bij moeten hebben.
Bij God gaat het om het geloof, om de hoop, om de liefde. Ja, om de liefde!
Het gaat zowel om de liefde waarmee Maria haar ja-woord uitsprak met haar vele
vruchten, ..
In
die tijd leefde er in de omgeving van Sora een zekere Manoach, die tot de stam
Dan behoorde. Zijn vrouw was onvruchtbaar en had nooit kinderen gekregen.
Op een dag verscheen bij haar een engel van de Heer. ‘Tot nu toe was u
onvruchtbaar en hebt u geen kinderen gekregen’, zei hij. ‘Maar nu zult u
zwanger worden en een zoon baren. Onthoud u daarom van wijn en andere drank en
eet geen voedsel dat onrein is. U zult zwanger worden en een zoon krijgen. Zijn
haar mag nooit door een scheermes worden aangeraakt, want hij zal al vanaf de
moederschoot als nazireeër aan God gewijd zijn. Hij zal een begin maken met de
bevrijding van Israël uit de greep van de Filistijnen.’
De vrouw ging naar haar man en vertelde hem dat er een godsman bij haar was
geweest. ‘Hij zag er bijzonder ontzagwekkend uit’, zei ze, ‘het leek wel een
engel van God. Ik heb hem niet gevraagd waar hij vandaan kwam en hij heeft me
zijn naam niet gezegd. Hij zei tegen me dat ik zwanger zou worden en een zoon
zou krijgen. Van nu af aan mag ik geen wijn of andere drank drinken en niets
onreins eten, want onze zoon zal vanaf de moederschoot tot aan de dag van zijn
dood als nazireeër aan God gewijd zijn.’
De vrouw bracht een zoon ter wereld en noemde hem Simson. De jongen genoot de
zegen van de Heer en groeide voorspoedig op.
Tussen Sora en Estaol, waar de Danieten hun tenten hadden opgeslagen, werd hij
voor het eerst door de geest van de Heer tot daden aangezet.
Het
verhaal van de geboorte van Simson gelijkt op dat van andere wonderbare
geboorten (Isaak, Samuël, e.a.). Menselijk gezien zijn alle kansen voorbij:
ouderdom, onvruchtbaarheid van het ouderpaar. Het kind wordt gezien als een
gave Gods. Gods kracht breekt door in de mensengeschiedenis, ondanks zwakheid
en tekorten.
Uit
het evangelie volgens Lucas
1, 5-25
Toen
Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias heette en
tot de priesterafdeling Abia behoorde. Zijn vrouw, Elisabet, stamde af van
Aäron. Beiden waren vrome en gelovige mensen, die zich strikt aan alle geboden
en wetten van de Heer hielden. Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar,
en beiden waren al op leeftijd.
Toen de afdeling van Zacharias eens aan de beurt was om de priesterdienst te
vervullen, werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd
Zacharias door het lot aangewezen om het reukoffer op te dragen in het
heiligdom van de Heer. De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden
terwijl het offer werd gebracht.
Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die aan de rechterkant van het
reukofferaltaar stond. Zacharias schrok hevig bij het zien van de engel en hij
werd door angst overvallen. Maar de engel zei tegen hem: ‘Wees niet bang,
Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je
moet hem Johannes noemen. Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en
velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. Hij zal groot zijn in de ogen
van de Heer, en wijn en andere gegiste drank zal hij niet drinken. Hij zal
vervuld worden met de heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn
moeder is, en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God,
brengen. Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia
om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te
brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer.’
Zacharias vroeg aan de engel: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik ben immers
een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd.’
De engel antwoordde: ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik
ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen. Maar omdat je geen geloof
hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen
gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat
gebeuren.’
De menigte stond buiten op Zacharias te wachten, en de mensen vroegen zich af
waarom hij zo lang in het heiligdom bleef. Maar toen hij naar buiten kwam, kon
hij niets tegen hen zeggen. Ze begrepen dat hij in het heiligdom een visioen
had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet. Toen zijn
tempeldienst voorbij was, ging hij terug naar huis.
Korte tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Ze leefde vijf maanden lang
in afzondering en zei bij zichzelf: 'De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken.
Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten.'
De
geboorte van Johannes de Doper is iets uitzonderlijks. Elisabet was
onvruchtbaar en haar man Zacharias was ook al oud. Zoals in de
oudtestamentische geboorteverhalen komt een engel de geboorte voorspellen samen
met de opdracht die het kind zal vervullen in de toekomst. Hij geeft ook een
teken: Zacharias zal spraakloos zijn tot op de dag waarop de voorspelling zal
vervuld zijn.
Zacharias werd door de engel letterlijk door stomheid geslagen, toen hij hem de
vraag stelde hoe hij kon weten of dit spreken van hem wel waar was.
Misschien vinden we dat Zacharias overdreven behandeld werd. Negen maanden niet
mogen spreken... dat is nogal wat...
En toch...
Deze negen maanden waren voor Zacharias beslist een tijd van diepe genade; een
tijd waar hij in stil gebed kon nadenken over Gods beloften. En uit het
prachtige gebed bij de geboorte van zijn zoon kunnen we opmaken dat dit geen
verloren tijd was geweest.
Wij leven in een tijd waarin veel gepraat wordt, en
alles schijnbaar bepraat moet worden. Iedereen is maar aan de praat, alsof het
heil voort zal komen uit al dat menselijke gepraat. Natuurlijk kan God ook
aanwezig zijn doorheen ons spreken, maar soms is het ook goed een periode te
zwijgen als het over de diepere zaken van het leven gaat; over God, zijn
beloften, zijn spreken, zijn roepen, enz...
Het zou misschien niet slecht zijn moest de wereld
gedurende negen maanden door stomheid geslagen worden.
Wat zou het stil zijn... heerlijk stil...
Misschien leren we terug luisteren naar Gods stem diep in ons hart, die we over
het algemeen maar dàn kunnen waarnemen waneer het stil is rondom ons, en vooral
ook wanneer we zelf stil zijn, wanneer we zelf zwijgen.
We zouden misschien een geweldige rijkdom in dat zwijgen ontdekken, een
vermogen ontwikkelen dat ons tot écht luisteren aanzet...
Het zal een tijd van genade zijn: een tijd waarin God z'n tijd neemt, en ons de
tijd geeft, om Hem héél diep te ontmoeten, voor Hem te knielen, bij Hem te
vertoeven, naar Hem te luisteren...
Wat we kunnen doen is zelf dagelijks tijd maken om te
zwijgen, om in stilte bij God te verwijlen, gewoon bij zijn woord aanwezig
zijn. Het is niet makkelijk in het gebed onze agenda stil te leggen, onze eigen
interpretaties van wat we lezen en denken stop te zetten, of gewoon de gegeven stilte
niet vol te bidden met allerlei vrome gebeden en teksten...
Stil zijn bij de Heer... het is niet makkelijk, maar zo wezenlijk belangrijk.
Dagelijks hiervoor tijd vrijmaken... misschien maken we wel een hele mooie en
diepe weg door wat betreft ons leven naar en in de Heer
Dit
zegt de Heer: Handel rechtvaardig, handhaaf het recht; de redding die Ik breng is
nabij, en weldra openbaar Ik mijn gerechtigheid. Gelukkig de mens die zo
handelt, het mensenkind dat hieraan vasthoudt; hij neemt de sabbat in acht en
ontwijdt hem niet, hij weerhoudt zijn hand van het kwaad.
De vreemdeling die zich met de Heer heeft verbonden, laat hij niet zeggen: ‘De
Heer zondert mij zeker af van zijn volk.’ En de vreemdeling die zich met de
Heer heeft verbonden om hem te dienen en zijn Naam lief te hebben, om dienaar
van de Heer te zijn – ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt, ieder
die vasthoudt aan mijn verbond –, hem breng Ik naar mijn heilige berg, hem
schenk Ik vreugde in mijn huis van gebed; zijn offers zijn welkom op mijn
altaar. Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’.
Zo spreekt God, de Heer, die bijeenbrengt wie uit Israël verdreven waren: Ik
breng er nog meer bijeen dan al bijeengebracht zijn.
God houdt niet van ghetto's. Hij
ziet zijn volk als één grote natie, als een volk dat niemand afschrijft en
buitensluit. Voor al wie rechtvaardig wil leven is er plaats. Deze oproep tot
bezinning was bestemd voor de Israëlieten om hen te doen nadenken over hun
zending. Hun taak is wereldwijd. De God van Israël is de Heer van allen. Zijn
huis is een huis van gebed voor alle volken.
Uit
het evangelie volgens Johannes
5, 33-36
Jezus sprak tot de
Joden:
'U hebt boden naar Johannes gestuurd en hij heeft een betrouwbaar getuigenis
afgelegd. Niet dat Ik het getuigenis van een mens nodig heb, maar Ik zeg dit om
u te redden. Johannes was een lamp die helder brandde, en u hebt zich een tijd
in zijn licht verheugd. Maar Ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes:
het werk dat de Vader mij gegeven heeft om te volbrengen. Wat Ik doe getuigt
ervan dat de Vader mij heeft gezonden.
Eigenlijk heeft Jezus het
getuigenis van een mens niet nodig. Toch is Johannes het licht geweest dat de
weg wees voor wie wil zien.
Het leven van Jezus,
al zijn doen en laten, getuigt van God. Zijn leven was zuiver, heilig,
volmaakt. Zijn leven was, wat bij ons dikwijls wel het geval is, niet
verkleurd, niet afgezwakt. Hij was en is de zuivere belichaming van de Vader.
En ook al heeft Jezus het getuigenis van een mens niet nodig om de Christus te
zijn, doch heeft God gewild dat de Doper zijn rol speelde.
Laten we de Doper au serieux nemen. Hij
was geen randfiguur, maar een belangrijke aanwezigheid daar aan de oevers van
de Jordaan. Niet enkel voor de mensen van toen, maar ook voor ons vandaag,
bijzonder in deze adventstijd. Hij vermaande (soms heel scherp), in al zijn
vurigheid riep hij op tot berouw en bekering, hij doopte en vergaf. Tegelijk
was hij de ster die verwees naar de Komende. Om Hem ging het, om Hem gaat het.
Johannes
riep twee van zijn leerlingen bij zich en stuurde hen naar de Heer, aan wie ze
moesten vragen: ‘Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’
Toen de mannen bij Hem gekomen waren, zeiden ze: ‘Johannes de Doper heeft ons
naar U gezonden om u te vragen: “Bent U degene die komen zou of moeten we een
ander verwachten?”’
Hij genas toen juist veel mensen van ziekten en allerlei aandoeningen en van
boze geesten en hij gaf tal van blinden het gezichtsvermogen terug.
Hij antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie gezien en gehoord hebben:
blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden
gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt, aan armen wordt
het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot
neemt.’
De vraag waarmee Johannes de Doper zijn leerlingen naar Jezus
stuurt is ook nog onze vraag: is de zending van Jezus en zijn volgelingen wel
revolutionair of spectaculair genoeg? Het antwoord is ontnuchterend, maar ook
bemoedigend. De Blijde Boodschap van Jezus wordt zichtbaar in de tekenen die
Hij verricht voor blinden, lammen, melaatsen, doden en armen. Wie in staat is
Jezus hierin werkzaam te zien, neemt geen aanstoot
Jezus antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie gezien en gehoord
hebben: blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen, mensen met huidvraat
worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt, aan armen
wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan Mij geen
aanstoot neemt.’
Wanneer mensen naar ons gestuurd zouden worden met de vraag: 'Zijn
jullie christenen ?', dan zou wij als antwoord moeten kunnen geven: 'Zeg wat
jullie zien en horen: mensen die verlamd zijn geraakt door oordeel ervaren weer
dat zij bemind worden, mensen die gezondigd hebben groeien op hun weg naar
bekering door eerlijk berouw en het krijgen van vergeving, mensen met
depressies komen weer langzaam maar zeker tot leven, armen worden in de kring
van de gemeenschap geplaatst en weten zich erbij, mensen die ziek waren door
verwerping ervaren weer genezing door liefde die hen aangeboden wordt, eenzamen
worden opgezocht, bejaarden worden thuis bijgestaan, gevangenen krijgen
brieven, her en der zijn er initiatieven ter bevordering van vrede en eenheid,
op tal van plaatsen komt men samen om God lof te brengen, om te luisteren naar
zijn Woord, om te bidden voor de noden in de samenleving, ...'
Gelukkig is degene die aan het leven van Christus (christenen) geen
aanstoot geeft.
De geest van God, de Heer, rust op mij, want de Heer heeft mij
gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om
aan verslagen harten hoop te bieden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te
maken en aan geketenden hun bevrijding, om een genadejaar van de Heer uit te
roepen.
Ik vind grote vreugde in de Heer, mijn hele wezen jubelt om mijn God. Hij deed
mij het kleed van de bevrijding aan, hulde mij in de mantel van de
gerechtigheid, zoals een bruidegom een kroon opzet, zoals een bruid zich tooit
met haar sieraden.
Want zoals de aarde haar gewassen voortbrengt, zoals een tuin het gezaaide laat
ontkiemen, zo laat God, de Heer, gerechtigheid ontkiemen en glorie voor het oog
van alle volken
Midden
de moeilijkheden om na de ballingschap Jeruzalem terug op te bouwen, kondigt
een profeet Gods tussenkomst aan. Armen, nederigen en verdrukten zal Hij eerst
helpen. Zij zijn er immers het meest ontvankelijk voor. Zo worden zij een volk,
verrukt om al wat God hen geeft en vol vreugde als een bruid bij de komst van
haar bruidegom.
Uit
het evangelie volgens Johannes
1, 6-8 + 19-28
Er kwam iemand die door God was gezonden; hij
heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat
iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om
te getuigen van het licht. Dit is het getuigenis van Johannes.
De Joden hadden vanuit Jeruzalem priesters en Levieten naar hem toe gestuurd om
hem te vragen: ‘Wie bent u?’
Hij gaf zonder aarzelen antwoord en verklaarde ronduit: ‘Ik ben niet de
messias.’
Toen vroegen ze hem: ‘Wie dan? Bent u Elia?’
Hij zei: ‘Die ben ik ook niet.’
‘Bent u de profeet?’
‘Nee, ‘antwoordde hij.
‘Maar wie bent u dan?’ vroegen ze hem. ‘Wij moeten antwoord kunnen geven aan
degenen die ons gestuurd hebben. Wie zegt u zelf dat u bent?’
Hij zei: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: “Maak recht de weg van de
Heer, ”zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.’
De afgevaardigden die uit de kring van de Farizeeën kwamen, vroegen verder:
‘Waarom doopt u dan, als u niet de messias bent, en ook niet Elia of de
profeet?’
‘Ik doop met water’, antwoordde Johannes. ‘Maar in uw midden is iemand die u
niet kent, Hij die na mij komt–ik ben het niet eens waard om de riemen van zijn
sandalen los te maken.’
Dit gebeurde in Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte.
Al wat
het Oude Testament aan vraag en verwachting, hoop en spanning bevatte omtrent
de messias, vindt zijn vervulling in Jezus. Dat toont ons Johannes. Hij kan
zich nu terugtrekken. Het is nu aan de Wet, de profeten en de mensen van alle
tijden om Hem te erkennen, die zich ophoudt midden onder ons.
Toen de mens zich tussen de bomen van de tuin
verborgen had, riep de Heer God de mens en vroeg hem: ‘Waar ben je?’
Hij antwoordde: ‘Ik hoorde U in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom
verborg ik me.’
‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom
waarvan Ik je verboden had te eten?’
De mens antwoordde: ‘De vrouw die U hebt gemaakt om mij ter zijde te staan,
heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’
‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de Heer, aan de vrouw.
En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’
God, de Heer, zei tegen de slang: ‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan,
het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je
kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang. Vijandschap sticht Ik tussen
jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop,
jij bijt hen in de hiel.’
De mens noemde zijn vrouw Eva; zij is de moeder van alle levenden geworden.
'Vijandschap sticht Ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw
nageslacht en het hare'.
Uit
het evangelie volgens Lucas
1, 26-38
In de zesde
maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, naar een
meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling
van David. Het meisje heette Maria.
Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de
Heer is met je.’
Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die
begroeting te betekenen had.
Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst
geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet Hem
Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden
genoemd, en God, de Heer, zal Hem de troon van zijn vader David geven. Tot in
eeuwigheid zal Hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap
zal geen einde komen.’
Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit
gemeenschap met een man gehad.’
De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de
Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren
wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Luister, ook je familielid
Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al
hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, want
voor God is niets onmogelijk.’
Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’
Daarna liet de engel haar weer alleen
'Wees niet
bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken'.
In het evangelie van vandaag hebben we gehoord hoe
er een ontmoeting plaatsvindt tussen hemel en aarde, tussen God en mens. Een
ontmoeting tussen een vertegenwoordiger van God: de engel Gabriël, van Godswege
gezonden en een vertegenwoordiger van de aarde: Maria.
Maar wat gebeurt er nu in zo'n ontmoeting? Wat
wordt er gezegd, en wat wordt er niet gezegd? Wat gebeurt er wanneer wij in
gebed zijn, in een inwendig, persoonlijk gebed? Want wat ons hier in het
evangelie wordt voorgehouden, is eigenlijk zoveel als een gebedservaring, een
Godservaring, een Godsontmoeting. In dit gebeuren van de Blijde Boodschap van
de engel aan Maria is de engel aan het woord, hij spreekt en Maria zwijgt, of
beter gezegd: Maria luistert. Eén keer, aan het begin, vertoont ze iets van een
reactie, maar niet door iets te zeggen. Die reactie was op het woord van de
engel: "Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je." Dat
roept niet een zekere ongerustheid, maar een zekere verbazing, verwondering in
haar op. De engel stelt haar echter gerust en effent zodoende het pad naar haar
hart, waar hij met die boodschap wil terecht komen.
In het hart wil de engel bij Maria binnengaan, en
in het gebed wil God met zijn Woord in ons hart binnengaan, want God wil niet
alleen ons verstand verlichten, ons iets doen begrijpen, een waarheid aan het
licht brengen, Hij wil ook en bovenal met zijn Woord ons hart raken, Hij wil
ons zijn heilige Geest meedelen, zijn liefde. God wil ons niet alleen een leer
of een inzicht geven, maar de waarheid zelf, de waarheid in eigen Persoon, of
de goedheid in eigen Persoon. Daar hoort bij, omdat het God zelf is, dat er
ontzag wordt opgewekt in ons hart, eerbied, heilige vrees. 'Maria schrok hevig
bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen
had.' Als dat ontzag voor God er eenmaal is, dan kan God verder gaan, Hij stelt
gerust, geeft vrede, en maakt zo het hart ontvankelijk voor vertrouwelijkheid
en intimiteit: "Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst
geschonken."
Maar hoe zal dat gebeuren? Langs welke weg komt de
genade van het gebed ons leven binnen? Langs welke weg kan God opnieuw geboren
worden met Kerstmis. Maria vraagt: "Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers
nog nooit gemeenschap met een man gehad." En wij vragen met haar mee: Hoe
zal dat geschieden? Hoe zal er een grotere vertrouwelijkheid ontstaan met God,
hoe krijg ik een hart dat méér aan God is toegewijd, dat helemaal ontvankelijk
en vrij is voor Hem. Ik, die zo vast zit aan mijzelf, zo door eigenliefde word
beheerst, mijzelf van alles heb toegeëigend en dat ook graag zo houden wil. Hoe
zal dit geschieden, dat ik, die méér ben van mezelf dan van Hem, méér van Hem
word?
De engel geeft aan Maria als antwoord: "De heilige Geest zal over je komen
en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken." De
heilige Geest, de kracht van de Allerhoogste, niet de kracht van een man, maar
van God. Het is geen uitwendige macht, maar een inwendige, zachte kracht. Het
is enkel liefde, die alleen op te nemen is in het hart. Het is een zoete,
zachte kracht die bezit neemt van het hart.
In het gebed gaat het nog steeds zo met de woorden
van God. Deze worden opgenomen in het hart, zoals er van Maria ook staat:
"Maria bewaarde al deze woorden - woorden van de engel door de herders
overgebracht - in haar hart en overwoog ze bij zichzelf" (Lc 2,19). Als
God eenmaal met zijn Geest tot die diepte van ons wezen is doorgedrongen, dat
zijn liefde bezit heeft genomen van ons hart, dan geschiedt het woord vanzelf.
Na het antwoord van de engel vernomen te hebben,
zei Maria: "De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt
gezegd." In een oudere vertaling lezen we : "Zie de dienstmaagd des
Heren, mij geschiede naar uw Woord". De dienstmaagd des Heren... daarmee
begon toch heel die ontmoeting? De vreze Gods, die heilige vrees, dat diep
ontzag, die eerbied, dat respect voor de verhoudingen. En dat wordt uitgedrukt
in niet zo maar een gevoel, nee, in dat bén ik, ik bén de dienstmaagd des
Heren.
Met "Mij geschiede naar uw woord" schept God zelf het jawoord in
Maria's hart. God zelf neemt bezit van ons hart en van binnenuit, vanuit ons
hart, zeggen wij 'ja' tot het Woord dat God tot ons gesproken heeft. Wij zijn
het Woord van God, doordat dat Woord op ons 'ja' vanuit ons hart gezegd,
opnieuw vlees aanneemt.
Maar wat is er een stilte nodig om God met zijn
Woord tot in die diepte van ons te laten doordringen; wat is er een
ingetogenheid nodig, een inkeer, een zelfvergetelheid, dat is niet van deze
wereld. Het is wél de genade van de Advent, die stille tijd, als de wereld
rondom ons donker wordt en daardoor onze eigen wereld klein. Een tijd die ons
niet moet doen vluchten naar knusheid of gezelligheid, of onderlinge menselijke
verbondenheid, maar ons moet doen vluchten naar ons hart, naar inkeer. Een tijd
waarin wij afdalen in ons hart, in die stille vertrouwelijkheid met Hem, om het
verlangen groter en groter te laten worden, zodat wij Hem met Kerstmis echt
opnieuw kunnen laten geboren worden.
Jezus nam het
woord en zei:
'Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal Ik
jullie rust geven.
Neem mijn juk op je en leer van mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van
hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn
last is licht.
Onze voorbereidingen voor kerst zijn misschien al in volle gang. Is
het niet vreemd dat die voorbereidingen als een loden last op ons kunnen gaan
drukken? We moeten zoveel doen en hebben, er is zoveel om aan te denken, dat we
het gevoel kunnen hebben dat we een soort marathon lopen. In deze tijd van het
jaar kan het gebeuren dat het geven van cadeaus meer als een plicht ervaren
wordt dan als een daad van liefde. Als we krap bij kas zitten kan het ook een
bron van spanning en zorg zijn. Ook zijn er familieverplichtingen die we na
moeten komen, en de nodige extra taken op het werk. Geen wonder dat we onszelf
kunnen betrappen op de gedachte: “Ik zal blij zijn als het voorbij is!”
Voorstel: Laten we
ons dit jaar eens, meer dan andere jaren, concentreren op de liefde die Jezus
ons en de hele wereld wil schenken, in plaats van voortdurend na te denken
hoeveel wij moeten (uit)geven en hoeveel we te doen hebben. Misschien is dat
niet onmiddellijk onze gewoonte om zo naar Kerstmis te kijken, maar de Advent
is wel bedoeld als een tijd waarin God ons een voorproefje geeft van de vreugde
en de vrede die met Kerstmis naar ons toekomt.
God zal onze
rekening niet spijzigen, maar Hij wil ons wel de rust van zijn Geest schenken.
Hij wil onze zorgen verlichten zodat we zijn stem kunnen horen en zijn leiding
ontvangen. Hij hoeft niet al onze problemen weg te nemen, maar Hij zal ons wel
de verwondering geven die de herders ondervonden toen ze de engelen Gods lof
hoorden zingen.
Willen we dit jaar
met Kerst grote cadeaus geven ?
Laten we dan beginnen met Jezus te ontvangen. Steeds wanneer we het juk van
zijn vrede en liefde op ons nemen, krijgen we de vrijheid om de grootste van
alle cadeaus te geven: onze tijd, onze aandacht, onze liefde. Jezus ontvangen
en ontmoeten maakt ons vrij om aanwezig te zijn voor andere mensen, naar hun
zorgen te luisteren, deze mee te dragen, vrede te schenken die wij van de Heer
hebben ontvangen.
Laten we nederige ontvangers worden van Gods genade, en we zullen de royaalste
gevers van geschenken worden die de wereld ooit heeft gekend
Jezus sprak tot
zijn leerlingen:
'Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af,
zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om
het afgedwaalde dier te zoeken? Als het hem lukt het te vinden, dan zal hij
zich, dat verzeker ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de
negenennegentig andere die niet afgedwaald waren.
Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: Hij wil niet dat een van deze
geringen verloren gaat.
God is met ons
begaan zoals een herder bezorgd is voor zijn schapen. Eén verdwaald schaap is
het risico waard om de rest van de kudde alleen te laten. God wil niet dat één
van ons verloren gaat
Misschien
denken we al te vlug dat we bij de negenennegentig schapen behoren die altijd
bij hun herder zijn gebleven.
Zijn we niet soms dat ene schaap ?
Zo
ja... dan is het misschien goed dat we eens naar de dokter gaan, om te weten
hoe het komt dat we zijn afgedwaald van de Heer, en van de kudde.
Laten we een oefening doen.
Stel dus, we zijn dat ene schaap, en we gaan naar de dokter, de Grote Architect
van het Heelal. Gewoon, voor een routineonderzoek.
Misschien
geeft de meetdruk van onze bloeddruk wel aan dat onze 'tederheid' te laag
staat.
Of dat na een elektrocardiogram het aangeraden zou zijn verschillende
transfusies van liefde te krijgen. Onze aders waren misschien verstopt door
angst of verbittering. Ze vulden ons hart niet meer zoals het hoorde.
Een orthopedisch onderzoek zou misschien moeten vaststellen dat het ons
moeilijk valt om naast onze broeder/zuster te lopen. Misschien waren we wel
gestruikeld over mogelijke jaloersheid en hadden daardoor een soort breuk
opgelopen.
Na een myopie zou misschien blijken dat we nog moeilijk over de negatieve
kanten van onze broeder/zuster konden kijken.
Na een onderzoek van onze oren zal er misschien een zekere doofheid worden
vastgesteld, omdat we het luisteren naar de stem van de Grote Architect
misschien hadden verwaarloosd.
God
zou het volgende kunnen voorstellen:
's Morgens bij het verlaten van het bed een stevig glas 'gebed' drinken. En belangrijk:
het traag drinken! Laten we hierbij vooral niet zijn boek vergeten vol goede
raden om te kunnen doen wat Hij vraagt.
Vooraleer we onze dagtaak aangaan, zou het goed zijn een paar lepels van zijn
vrede in te nemen.
Ieder uur moeten we onze wonden verzorgen met een verband van 'geduld'.
En ons niet druk maken, om niets; da’s niet goed voor het hart. Gewoon rustig
de liefde in en uit ademen.
En veel veel drinken van dat glas gebed; veel drinken zuivert immers de
binnenkant.
En voor we gaan slapen: nog even op de knieën; je zult merken dat dat een
zekere vreugde geeft aan de genezing.
En
zo komt de herder, Christus zelf, tot ons, wanneer we mogelijk afgedwaald zijn.
Laat ons zijn hulp niet weigeren. Hij komt enkel uit liefde.
Troost, troost mijn volk, zegt jullie God. Spreek Jeruzalem moed
in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan,
omdat zij een dubbele straf voor haar zonden uit de hand van de Heer heeft
ontvangen.
Hoor, een stem roept: ‘Baan voor de Heer een weg door de woestijn, effen in de
wildernis een pad voor onze God. Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg
en heuvel verlaagd, laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige
dalen. De luister van de Heer zal zich openbaren voor het oog van al wat leeft.
De Heer heeft gesproken!’
Beklim een hoge berg, vreugdebode Sion, verhef je stem met kracht, vreugdebode
Jeruzalem, verhef je stem, vrees niet. Zeg tegen de steden van Juda: ‘Ziehier
jullie God!’
Ziehier God, de Heer ! Hij komt met kracht, zijn arm zal heersen. Zijn loon
heeft Hij bij zich, zijn beloning gaat voor Hem uit.
Als een herder weidt Hij zijn kudde: zijn arm brengt de lammeren bijeen, Hij
koestert ze, en zorgzaam leidt Hij de ooien
Het volk van God verviel honderd maal in zonde.
Honderd maal kreeg het vergiffenis. Het werd honderd maal verbannen naar
vreemde landen en het kwam telkens in zijn land terug langs de weg door de
woestijn. Dit is de geschiedenis zowel van het oude als van het nieuwe Verbond.
Vandaag troost de Blijde Boodschap ons rouwmoedig hart: de Heer zal wederkeren.
Hij trekt mee op aan het hoofd van zijn volk
Uit de tweede brief van Petrus 3, 8-14
Eén ding mag u niet over het hoofd zien, geliefde broeders en
zusters: voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag.
De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen;
Hij heeft alleen maar geduld met u, omdat Hij wil dat iedereen tot inkeer komt
en niemand verloren gaat.
De dag van de Heer zal komen als een dief. De hemelsferen zullen die dag met
luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde wordt
blootgelegd en alles wat daarop gedaan is komt aan het licht.
Als dit allemaal op die manier te gronde gaat, hoe heilig en vroom moet u dan
niet leven, u die uitziet naar de dag van God en het aanbreken daarvan
bespoedigt! Die dag gaan de hemelsferen in vlammen op, en de elementen vatten
vlam en smelten weg.
Maar wij vertrouwen op Gods belofte en zien uit naar een nieuwe hemel en een
nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.
Omdat u hiernaar uitziet, geliefde broeders en zusters, moet u zich inspannen
om smetteloos, onberispelijk en in vrede door Hem te worden aangetroffen.
De definitieve voltooiing van de nieuwe aarde laat
nog op zich wachten. Zo geeft God de mensen tijd om zich te bekeren. Maar alles
is al begonnen. Daarom moeten wij ook vandaag heilig leven: 'smetteloos,
onberispelijk en in vrede'.
Volk van Jeruzalem, dat
op de Sion woont, je hoeft geen tranen meer te storten. Want de Heer zal zich
over je ontfermen als je weeklaagt, Hij zal antwoorden zodra Hij je hoort. De
Heer zal jullie brood geven in de benauwenis en water in de nood. Hij die
jullie onderricht gaf, zal zich niet langer verbergen. Met eigen ogen zul je je
leermeester zien, met eigen oren zul je een stem achter je horen zeggen: ‘Dit
is de weg die je moet volgen. Hier moet je rechts. Ga daar naar links.’
Dan zal Hij regen geven voor het zaad waarmee je het land hebt ingezaaid. Alles
wat het land voortbrengt zal mals en voedzaam zijn. Op die dag zullen je kudden
op uitgestrekte weidegronden grazen. De runderen en ezels die het land
bewerken, krijgen voer dat verrijkt is met zuring, nadat het met vork en zeef
is gewand. Op de dag van het bloedbad, wanneer de torens vallen, zullen er
beken en waterstromen neervloeien van iedere hoge berg en van elke heuvel die
zich verheft.
Dan is het licht van de maan als het licht van de zon, en het zonlicht wordt
verzevenvoudigd, als het licht van zeven dagen tegelijk. Op die dag verbindt de
Heer de wond van zijn volk en geneest Hij de striemen die het zijn toegebracht
Het is een troost voor de mens, dat hij nooit
vergeefs aanklopt bij de Heer. Wanneer wij ophouden verkeerde wegen te gaan en
bereid zijn ons leven te beteren, dan vinden wij onmiddellijk gehoor bij Hem.
Heel de gemeenschap zal er wel bij varen. Vestigingen zullen gesloopt worden,
de aarde zelf zal overvloedig vruchtbaar zijn
Psalm 147, 1-6
Refr.: Gelukkig allen die de Heer verwachten.
Hoe goed is het te zingen voor onze God,
hoe heerlijk Hem onze lof te brengen.
De bouwer van Jeruzalem, dat is de Heer,
Hij brengt de ballingen van Israël bijeen.
Hij geneest wie gebroken zijn,
en verzorgt hun diepe wonden.
Hij bepaalt het getal van de sterren,
Hij roept ze alle bij hun naam.
Groot is onze Heer en oppermachtig,
zijn inzicht is niet te meten.
De Heer richt de vernederden op,
en drukt de goddelozen neer.
Uit
het evangelie volgens Matteüs
9, 35 - 10, 1 + 5-8
Jezus trok rond langs
alle steden en dorpen, Hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het
goede nieuws over het Koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal.
Toen Hij de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze er
uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.
Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig
arbeiders. Vraag dus de eigenaar van de oogst of Hij arbeiders wil sturen om de
oogst binnen te halen.’
Daarop riep Hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine
geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen.
Deze twaalf zond Jezus uit, en Hij gaf hun de volgende instructies: 'Sla niet
de weg naar de heidenen in en bezoek geen Samaritaanse stad. Ga liever op zoek
naar de verloren schapen van het volk van Israël. Ga op weg en verkondig: “Het
Koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak mensen die
aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie
ontvangen, om niet moeten jullie geven!'
De God van het Oude
Testament is genadig voor allen die tot Hem roepen. Jezus is ook door
medelijden bewogen bij het zien van de menigte, want 'ze zagen er uitgeput en
hulpeloos uit, als schapen zonder herder'. Daarom zal Hij zijn leerlingen
zenden als arbeiders om te oogsten en om het Koninkrijk te verkondigen.
Vandaag lezen we:
'Toen Jezus de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze er
uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.'
Laten we eens kijken
naar de mensenmenigte van vandaag; wereldwijd, maar ook in onze straat, en
misschien wel in eigen huis.
Velen zijn uitgeput, hulpeloos, als schapen zonder herder. Misschien ook wel
wijzelf.
Als we het
evangelie ernstig willen nemen (en dat willen we toch...) worden wij, net zoals
de leerlingen, uitgezonden om naar deze mensen toe te gaan. Het is geen
makkelijke opdracht. En wanneer je er aan begint... het zal geen einde kennen.
Want jammer genoeg is onze samenleving van vandaag getekend door vele mensen
die innerlijk en/of letterlijk op de dool zijn. Niet alleen jongeren, maar ook
volwassenen en mensen op hoge leeftijd (breng maar eens een bezoekje aan menig
rusthuis).
Velen ontsporen, lopen verloren, kunnen de leegheid niet aan, hebben last van
verveling, zijn depressief,... en ieder trachten dit te overleven op hun
manier.
Gewoonlijk is dat een zeer eenzame weg... want hoe je het ook draait of
keert... voor vele zogenaamde 'sterke' mensen zijn deze mensen storend in hun
leven.
Jezus voelde
mede-lijden met hen... Hij koos er voor om met hen mee te lijden. Hij had hen
zo lief dat Hij hun lijden in hart en ziel meedroeg. Dat is ware empathie,
échte broederschap.
En dan zag Hij, achter al dat lijden, de werkelijke nood van deze mensen: ze
leefden als schapen zonder herder.
Daarna stuurt Hij zijn leerlingen erop uit met de boodschap: 'Ga naar deze
verloren schapen en verkondig: “Het Koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees
zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf
demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!'
De zending van de
leerlingen is geen andere dan de onze. Ook wij worden gezonden naar hen die
uitgeput en hulpeloos zijn, naar hen die - zoals Jezus het zegt - leven als
schapen zonder herder.
Wat kunnen we doen
? Wat mogen we doen ?
Wel, op de eerste plaats oog hebben voor hen die uitgeput zijn. Met andere
woorden: ze 'willen' zien, ons niet afkeren van hen. Dit vraagt dikwijls al een
hele ommekeer.
En dan naar hen toegaan... niet makkelijk ! Maar Jezus vraagt het wel...
We kunnen al beginnen met hen onze vriendschap aan te bieden, belangeloos. 'Om
niet heb je ontvangen, om niet moet je geven', zegt Jezus ons vandaag. Niet
vanuit een hogere positie, maar vanuit een diep verlangen écht broederschap met
hen te vormen. Niet als een meerdere, maar als een gelijke.
Onze vriendschap voor hen mogen wij beleven vanuit de Heer die ons bewoont. Dat
maakt onze vriendschap niet enkel christelijk, maar ze zal vervuld zijn met de
liefde van de Heer. En dan (en da's niet onbelangrijk !) zijn we niet meer
alléén bezig. De Heer is door ons heen, met ons, aan het liefhebben. En we
weten hoe genadevol de liefde van de Heer was, en is; ook dus op deze momenten
dat wij onze vriendschap aanbieden.
Al weldoende trok de Heer rond... lezen we elders in het evangelie. Wel, dat
wilt Hij nog steeds vandaag doen, en wel met ons.
Wie vanuit Gods
liefde naar de ander gaat, zal de ander niet meer zien als een soort sukkelaar,
maar als een kind van God, net zoals wij dat zijn. En hoe meer we zullen
vaststellen dat iemand verdwaald is (hoe dan ook) hoe sterker het vuur van
liefde zal aanwakkeren in ons hart. Dat is de Geest die ons in beweging wilt
zetten.
Het mooiste zou
zijn dat allen die verdwaald zijn bij de Heer konden gebracht worden. Dit is
echter gewoonlijk niet mogelijk vanaf de eerste moment. Dit vraagt tijd,
geduld, en vooral heel veel liefde, toewijding, trouw én gebed. Maar voor wie
het evangelie werkelijk wil beleven, leeft in de zekerheid en het geloof dat
voor God niets onmogelijk is.
Laten we in deze
advent aandacht hebben voor ons eigen hart. Hoe is het daarmee gesteld ?
Is het naar ons ego gekeerd, of naar het evangelie ?
Laten we de deuren en de ramen van ons hart wijd open zetten en de wereld
inkijken. Laten we naar hen toegaan die 'uitgeput' en 'hulpeloos' zijn, onze
vriendschap en Gods liefde aanbiedend
Nog slechts een korte tijd, dan zal de Libanon
weer een boomgaard worden, een boomgaard die is als een woud. Op die dag zullen
doven kunnen horen hoe uit een boek wordt voorgelezen, en blinden zullen met
eigen ogen zien, bevrijd van duisternis en donkerheid. Dan zullen verdrukten de
Heer weer loven, zwakken juichen om de Heilige van Israël.
Want het is gedaan met de geweldenaar, voorbij met de spotter. Ieder die op
onrecht zint, zal vergaan: wie een ander valse beweringen ontlokt, wie de
rechters in de poort wil verstrikken, wie het recht van de rechtvaardige
schendt met loze beweringen.
Daarom – dit zegt de Heer, die Abraham bevrijd heeft, over de nakomelingen van
Jakob: Jakob zal niet meer te schande staan, zijn gezicht niet meer van
schaamte verbleken. Want wanneer zijn kinderen zien wat Ik in hun midden heb
verricht, zullen zij eerbied hebben voor mijn naam, de heiligheid erkennen van
de Heilige van Jakob en de God van Israël vrezen. Ieder die verward was, zal
inzicht verwerven, wie altijd klaagde, is vol begrip.
Nederigen en
armen zijn de eerste geroepenen. De profeet spreekt over hen als over doven,
blinden en verdrukten. Zij zullen bevrijd worden van al wat hen verhindert
volop mens te zijn. Hun ogen zullen opengaan, zij zijn de gelukkigen, die, op
de dag van de verlossing, het echte heil zullen zien. Geen enkele aardse macht
zal hen dit beletten
Psalm 27, 1 + 4 + 13 +
14
De Heer is mijn licht, mijn
behoud,
wie zou ik vrezen ?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn ?
Ik vraag aan de Heer één ding,
het enige wat ik verlang:
wonen in het huis van de Heer
alle dagen van mijn leven,
om de liefde van de Heer te aanschouwen,
Hem te ontmoeten in zijn tempel.
Mag ik niet verwachten
de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden ?
Wacht op de Heer,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de Heer
Uit het evangelie volgens Matteüs
9, 27-31
Toen Jezus verderging, volgden Hem twee blinden
die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’
En nadat Hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar Hem toe.
Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat Ik dit kan doen?’
Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’
Daarop raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook
gebeuren.’
En hun ogen gingen open.
Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten
komt!’
Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over Hem in de hele omgeving
Achter de twee
blinden die door Jezus genezen worden staat de grote groep van gelovigen, aan
wie Jezus zich laat kennen. De ontmoeting met de levende Heer Jezus is de kans
van hun leven. Geloven in Jezus, zijn zending en macht erkennen of vermoeden,
zijn voorwaarden om genezing te bekomen. Jezus vroeg de
blinden: ‘Gelooft u dat Ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’ Daarop
raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’ En
hun ogen gingen open.
Geloven is meer dan met de
lippen belijden dat we geloven.
Geloven is een act van overgave; overgave aan de Heer die in ons en bij ons is.
In
wezen is geloven dus een gebedshouding van voortdurende toewijding aan de Heer.
Dikwijls
vraagt men: 'zijt gij gelovig?'
Spontaan zeggen we dan 'ja', en waarschijnlijk terecht.
Maar zijn we ons bewust van de inhoud van dit antwoord. Want eigenlijk zeggen
we: 'Ja, ik geloof, want ik leef in overgave aan de Heer'.
Dat is nogal wat.
Maar ook al mag geloven een act zijn van de mens, het is niet louter
mensenwerk.
In wezen is geloven zelfs op de eerste plaats gave; gave door God zelf gegeven.
Wij kunnen maar geloven omdat God deze gave in ons legt.
Bedoeling is open te staan voor deze gave, naar haar te verlangen, om ons in
haar te wentelen. Niet om in haar verstrikt te geraken, maar juist om diep
bevrijd te worden van ons valse ik dat leeft met z'n eigen ego als centrum van
z'n leven. Geloven zal ons juist in ons ware ik brengen waarvan God heeft
gezegd dat Hij het geschapen heeft naar zijn Beeld en Gelijkenis.
Kortom, geloven is gave van God én act van de mens. Laten we dit beleven
als een soort huwelijk dat ons zal brengen in het meest verhevene dat er
bestaat: leven in Christus.
loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.
Beter te schuilen bij de Heer,
dan te vertrouwen op mensen.
Beter te schuilen bij de Heer,
dan te vertrouwen op mannen met macht.
Open voor mij de poorten van de gerechtigheid,
.hier gaan de rechtvaardigen binnen.
Ik wil U loven omdat U antwoordde,
en mij de overwinning gaf.
Heer, geef ons de overwinning,
Heer, geef ons voorspoed.
Gezegend wie komt met de Naam van de Heer.
Wij zegenen u vanuit het huis van de Heer.
Uit het evangelie volgens Matteüs
7, 21 + 24-27
Jezus sprak tot zijn leerlingen:
'Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het Koninkrijk van de hemel
binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.
Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een
verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots. Toen het begon te regenen en
de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en het huis van alle kanten
belaagd werd, stortte het niet in, want het was gefundeerd op een rots. En wie
deze woorden van mij hoort en er niet naar handelt, kan vergeleken worden met
een onnadenkend man, die zijn huis bouwde op zand. Toen het begon te regenen en
de bergstromen zwollen, en er stormen opstaken en er van alle kanten op het
huis werd ingebeukt, stortte het in, en er bleef alleen een ruïne over.'
Jezus' woorden beluisteren en ze ook in
praktijk brengen helpt ons vooruit. Dan bouwen wij op stevige rotsgrond. Als
wij ons leven bouwen op zijn woord, dan worden wij gered op de dag van het
oordeel. Voorwaarde is: zijn woorden beluisteren en ernaar handelen.
De
rots waarover het evangelie spreekt, is Christus zelf. Bedoeling en roeping is
ons 'huis' te bouwen op Hem. Dit 'huis' zal niet instorten, opdat Christus het
fundament zal zijn van ons bestaan. De lichten in het huis kunnen misschien
doven, of het kan erg bewolkt zijn, maar niets zal het huis kunnen doen
instorten.
Wat
niet wilt zeggen dat er tegen het huis niet gebeukt zal worden. Dat zal het
zeer zeker wel. Maar het huis, de bewoners, zullen steeds de ondergrond, de
rots, Christus, in herinnering houden. Op Hem mogen ze vertrouwen dat dat wat
tracht in te beuken niet de macht heeft de ziel te schaden.
Oh ja, misschien wel het lichaam, en vele andere dingen. Maar niet de ziel.
Want die is bewoond, en wie zich toevertrouwt aan zijn Bewoner, mag zich veilig
weten.
Veilig...
niet door ons te verbergen voor de wereld, met een boekske in een
hoekske. Nee, door de wil te doen van de Vader, zoals het evangelie van vandaag
ons voorhoudt. Uiteraard uit keuze, maar niet door eigen krachtpatserij.
Christus zelf zal ons de genade velenen gehoor te kunnen geven aan Gods wil.
Dit
vraagt een groei, die we allen doorgaan, met vallen en opstaan. Je verlaten op
de Heer is immers geen vanzelfsprekendheid. En toch mag dit laatste geen reden
zijn om niet te willen groeien. Van belang is dat we deze groei niet al te veel
in eigen handen nemen. Christus weet van ons vallen en opstaan, en in zijn
grote barmhartigheid en vergevingsgezindheid zal Hij ons steeds bij de hand
nemen op onze weg, om ons te leren dat de ware groei in Hem te vinden is, en
niet in onszelf.
Wat
we moeten doen is kiezen, heel persoonlijk kiezen. Kiezen voor Hem. En dan
bidden om genade ons te kunnen schenken aan zijn aanwezigheid. Het zal niet
makkelijk zijn, maar wel mogelijk. En Gods wegen zijn de onze niet !
Ik ben LUC, en gebruik soms ook wel de schuilnaam Lucky.
Ik ben een man en woon in Moorsele (belgie) en mijn beroep is Rust.
Ik ben geboren op 30/12/1952 en ben nu dus 60 jaar jong.
Mijn hobby's zijn: computer,photoshop,Muziek.
ben gehuwd met fabienne
Dit gedicht is voor jou! Als je je alleen voelt je hart gebroken is of bezeerd als je bang bent voor wat komen gaat als je lief hebben hebt verleerd als je jezelf niet durft te zijn als je verteerd wordt door verdriet dan is dit gedicht voor jou want God vergeet je niet Hij wacht op je hij kent je vragen Hij zegt: “geef mij je last, dan kunnen we het samen dragen”. En langzaam zul je merken daar kun je van op aan, dat jij alleen nog je rugtas vasthoudt de inhoud is naar Hem overgegaan Als je je bedrogen voelt eenzaam en heel klein als je door de bomen het bos niet meer ziet en er misschien zelfs niet meer wilt zijn als je verstrikt zit in de netten van de zonde en niet weet hoe je daar uit moet geraken dan is dit gedicht voor jou Jezus zal het in orde maken Hij weet als geen ander hoe pijn voelt en wat een mens soms moet doorstaan Voor jou en mij is Hij uit liefde door enorm zware beproevingen gegaan Hij kijkt naar jou met een bewogen hart en een liefdevolle blik in Zijn ogen en wacht tot je Hem vragen zult je tranen te gaan drogen Dit gedicht is voor jou. Waarom? Is misschien je vraag. omdat God ontzettend van je houdt, grijp toch Zijn uitgestoken hand vandaag….
Afscheid nemen is verdrietig, afscheid nemen is niet fijn afscheid nemen is iemand verlaten bij wie je graag zou willen zijn.
Afscheid nemen is die blik vol liefde en die aai over je bol afscheid nemen zijn die tranen je schiet er helemaal van vol.
Afscheid nemen zijn die woorden "Ik hou van jou, dag lieve schat. Je bent altijd bij me, want jij zit hier, diep in m'n hart."
Soms is het afscheid maar voor even soms voorgoed of voor een lange tijd maar wat je samen hebt mogen beleven dat raak je echt, nee nooit meer kwijt.
Parel
Je bent een parel, die zeer kostbaar is je naam staat onuitwisbaar in Mijn hand geschreven. Ik heb je zelf gemaakt om tot Mijn eer te leven je bent een parel, die zeer kostbaar is.
En eens zal Ik je roepen aan Mijn zij Mijn kind die roeping is zo hoog verheven. Uit liefde gaf ik jou Mijn eigen leven, ja, eenmaal zul je stralen aan Mijn zij.
Je bent nu nog op reis, het einddoel is in zicht, houd Mij maar stevig vast en luister naar Mijn stem. Aan d’einder gloort het nieuw Jeruzalem, daar zul je eeuwig leven in Mijn licht.