Onze diertjes die naar de regenboogbrug gegaan zijn
Hallo bezoeker,
welkom op het blog van de Mailgroep Huisdieren, een hechte groep Dierenvrienden-SeniorenNetters, die er zijn voor, door en met elkaar.
Op dit blog kunnen jullie kennismaken met onze dieren, tips vinden over de verzorging en de gezondheid van de dieren, dierengedichten en dierenartikels lezen, werkjes in verband met dieren bekijken, enz.
Veel kijk- en leesplezier!
16-04-2012
De kat en zijn kattenbak.
Waarom doet mijn kat zijn behoefte niet in de kattenbak?
Een dier in huis kan heel plezant en verwarmend zijn, maar dan mag het lieve dier de behoefte natuurlijk niet eender waar achterlaten. Helaas lijkt het alsof je daar soms niet veel in te zeggen hebt. Stel jezelf de volgende vragen en verhelp het vervelende probleem.
Is je kat nog gezond?
Het is niet normaal dat een kat plots begint rond te plassen. Zelfs in het wild is een kat een behoorlijk proper dier, het begraaft ontlasting en urine zo goed mogelijk. Zeker als er nooit problemen waren met de zindelijkheid van jouw kat is het raadzaam om naar een dierenarts te gaan. Misschien heeft je kat wel last van een blaasontsteking, niersteentjes of andere ziekten.
Waar staat de kattenbak?
Plaats de kattenbak niet te dicht bij het eten- en drinkbakje of op een duidelijke en drukke plaats. Jij plast toch ook niet graag als mensen staan te kijken of waar je net hebt gegeten? Het verplaatsen van de kattenbak kan al genoeg zijn om het plasprobleem op te lossen. 'Het gemak' is niet voor niets een oude benaming voor een toilet. Zorg dat je kat zich goed voelt bij de kattenbak. Denk er ook aan dat katten graag hun eigen toilet hebben, dus als er twee katten zijn, voorzie dan ook twee kattenbakken.
Welk soort kattenbak heb je?
Tegenwoordig bestaan veel kattenbakken met een kap. Deze houden de vieze geuren in de kattenbak zodat het huis nog steeds lekker ruikt. Helaas hebben katten ook een hele sterke reukzin, dus als ze in hun kattenbak kruipen moeten ze letterlijk binnengaan in een stinklucht. Daardoor verkiezen ze een lekkerruikende vloer boven de vieze kattenbak. Kies dus voor een open kattenbak, en als deze teveel storende geuren vrijgeeft, ga dan eens naar de supermarkt of dierenzaak voor oplossingen. Er bestaan genoeg middeltjes. Maak de kattenbak schoon met chloor, katten houden van die geur.
Hoe behandel je de plasvlekken in huis?
Het is belangrijk om de urineplekken in huis goed te behandelen. Een kat heeft een sterke geurzin en een urinegeur kan verleidelijk zijn om daar een vaste plasplek te gaan maken. Azijn is het antwoord, want katten kunnen de geur niet uitstaan. Het straffen van je kat door zijn of haar neus in de urine te wrijven is compleet zinloos want de kat heeft maar een geheugen van ongeveer 10 minuten, en zal de boodschap achter deze actie niet snappen.
Met z'n allen op vakantie en je neemt Woef, Minou of Black Beauty graag mee? Op volgende adresjes worden ze met open armen ontvangen.
Miauw in de bungalow
In heel wat bungalowparken zoals Landal, Roompot en Center Parcs zijn huisdieren welkom, weliswaar in speciaal daarvoor gereserveerde bungalows. Meld dus vooraf dat je je viervoeter meeneemt. Meestal betaal je een surplus en extra schoonmaakkosten voor je hond of kat.
Met je paard op stap
Niks heerlijker dan het vrije gevoel van een weekendje weg met je eigen paard. Voor mooie tochten is de Limburgse natuur een aanrader. Er is een uitgebreid ruiternetwerk met knooppunten, uitgestippeld zoals fietsnetwerken, maar dan met bruine bordjes. Wie zin heeft om langer te blijven, kan kiezen uit tientallen logeeradressen waar paard en ruiter welkom zijn. Meer info bij Toerisme Limburg: www.toerismelimburg.be , 011-30 55 00
Ook in de brochure van Vlaanderen Vakantieland staan logeeradressen waar je je paard kunt stallen. Zo is er de B&B De Witte Astilbe in Lubbeek, met een grote tuin met plaats voor paarden. Info op www.dewitteastilbe.be en www.vlaanderen-vakantieland.be
Hot dog op het strand
Hot Dog Holidays is gespecialiseerd in reizen met de hond. Het aanbod wordt elk jaar uitgebreider. Je hebt een ruime keuze uit charmante hotels, kastelen, landhuizen en vakantiehuizen in Spanje, Frankrijk, Nederland, België, Portugal, Kroatië en andere landen in Europa. Info via 0031-252-22 29 42, www.hotdogholidays.com
Woef mag mee naar de B&B
B&B's waar het bordje 'Honden Welkom' uithangt, staan verzameld op twee handige websites. Zo vind je er Domaine du Chien in de vallei van de Ourthe, een gîte waar honden en hun baasjes culinair worden verwend: biologisch vlees voor de honden, vegetarische dineetjes voor de baasjes. Info op www.hondenwelkom.com en www.dogsallowed.eu
Hond zonder grenzen
Dog Walk Trail organiseert avontuurlijke reizen voor baas en hond: kanotochten in de Ardennen, maar ook een familieweek in Oostenrijk of een kampeerweekend in Nederland. Info op www.dogwalktrail.com
Ook Dogtravel organiseert wandelvakanties voor baasjes en hond. Vooral in Nederland, maar ook in Frankrijk. Je logeert in ruime luxetenten, en zelfs de hond krijgt zijn eigen veldbed. Info op www.dogtravel.nl
Even lezen voor je vertrekt
Voor je enthousiast met je huisdier eropuit trekt, zoek je best even uit wat de regels zijn voor huisdieren op je vakantieplek. Moeten ze een paspoort en chip hebben, welke inenting heeft de kat nodig, en mag de hond los lopen? Op deze sites vind je veel info:
• http://diplomatie.belgium.be (de officiele site van de Federale Overheidsdienst (FOD) Buitenlandse Zaken) - onder het hoofdstuk 'Op reis in het Buitenland' vind je bij bijkomende informatie 'Reizen met huisdieren'. • www.dogsincluded.be • www.hondenvrienden.be met een forum en een hoofdstukje 'op vakantie met de hond'
Als je een tuinvogel eten, drinken en veiligheid kunt bieden, is hij al heel blij. Met deze algemene tips van de Vogelbescherming kun je ervoor zorgen dat je tuin al die dingen biedt. Al snel zult je steeds meer vogels in je tuin ontdekken.
1. Strooi vogelvoer Je kunt vogels het hele jaar een plezier doen met voer. Ze blijven fit en hebben zo meer kans om de winter te overleven. In het voorjaar hebben ze meer kans om hun jongen groot te brengen. Bovendien kun je zo het hele jaar van je tuinvogels genieten.
2. Geef broodkruimels Vooral mussen zijn dol op broodkruimels. Dus klop het tafelkleed of de broodplank buiten uit.
3. Lok insecten Veel vogels hebben insecten op hun menu staan. Bloeiende planten in de tuin kunnen die insecten voor ze lokken.
4. Ruim je tuin niet te netjes op Ruim je tuin vooral niet te netjes op. Juist tussen losse bladeren en takken vinden vogels voedsel en beschutting.
5. Plaats een drinkschaal Zet een ondiepe en brede schaal met water in je tuin, zodat vogels kunnen drinken en badderen. Ververs het water regelmatig en houd het zo nodig ijsvrij.
6. Hang een nestkastje op Veel vogels maken graag gebruik van een nestkastje. Met een nestkast in de tuin kun je genieten van het wel en wee van een vogelgezin.
7. Denk om de kat Ook een goed gevoede huiskat is een echte jager. Met een belletje aan de halsband voorkom je dat de kat stilletjes op je tuinvogels kan loeren.
8. Plak stickers op je ramen Grote ramen en windschermen zijn levensgevaarlijk voor vogels. Vogels kunnen de ramen niet goed zien en vliegen zich er vaak tegen te pletter. Je kunt dit voorkomen door speciale raamstickers te plakken.
9. Plant een doornenstruik Kleinere vogels voelen zich veilig in een doornenstruik, zoals meidoorn of berberis. Tussen de stekelige takken zitten ze lekker beschut tegen de aanval van een kat of een roofvogel.
"Hoe vies: mijn hond eet keutels!" U hebt wellicht ooit al die reactie gehad toen u zag hoe uw hond zijn eigen stoelgang of die van een ander dier oppeuzelde. Dit weinig appetijtelijke verschijnsel (althans vanuit menselijk standpunt) wordt coprofagie genoemd.
Een coprofage hond en een caecotroof konijn
Voor een konijn is het van essentieel belang om zijn eigen keutels op te eten. Het produceert immers twee verschillende soorten keutels: de droge en harde keutels die u in zijn kooi ziet liggen, en kleinere, zachtere en blekere exemplaren die u normaal gezien niet opmerkt, want het konijn likt ze rechtstreeks op uit de anus. Die "kostbare" keutels worden "caecotroof" genoemd en bevatten vitamines en aminozuren . Die worden geproduceerd door de bacteriën die zich in het caecum bevinden (een soort "gistkuip" tussen de dunne en de dikke darm). Om die vitamines en aminozuren op te nemen, moet het konijn die caecotrofen opeten, zodat ze terechtkomen in de dunne darm, die ze absorbeert. Het caecum van de hond is zeer weinig ontwikkeld, en dit fenomeen komt bij hem niet voor. Hij produceert slechts een soort fecaliën, en het is voor hem niet van vitaal belang dat hij die inslikt.
Waarom zijn sommige honden coprofaag?
Bij pups is coprofagie soms gewoon te wijten aan de behoefte om hun omgeving te verkennen . Daarbij kauwen ze op alles wat ze op hun weg ontmoeten. Sommige honden lijken ook genetisch voorbestemd voor coprofagie. In dat geval verdwijnt die rond één jaar. Bij een volwassen hond zijn er drie mogelijkheden:
ten eerste is het normaal dat uw hond dol is op de uitwerpselen van graseters . Die bevatten immers veel vezels en zijn niet schadelijk voor zijn gezondheid .
ten tweede kan een hond de uitwerpselen van andere honden opeten als vorm van hiërarchisch gedrag of als voortzetting van een gewoonte die hij al had als pup. De feces van sommige katten die industriële voeding krijgen, kan bijzonder aantrekkelijk zijn voor honden. Tot slot slikt de teef ook de excrementen van haar jongen in, om haar hol hygiënisch te houden.
ten derde slikt een hond soms zijn eigen uitwerpselen in . Dat kan een teken zijn van angst(onder meer dat u zijn stoelgang zou vinden in huis), verveling of een spijsverteringsstoornis (onder meer een pancreasprobleem).
Bij alle honden kan coprofagie te wijten zijn aan onevenwichtige voedingdie te veel koolhydraten en zetmeel en te weinig vezels en vetten bevat.
Hoe kunt u coprofagie vermijden of doen verdwijnen?
Coprofagie veroorzaakt meestal geen gezondheidsproblemen, tenzij de ingeslikte stoelgang besmet is met parasieten . Om dit gedrag te vermijden, moet u uw dier elke dag en op vaste tijdstippen een evenwichtige maaltijd geven en zo veel mogelijk tijd aan hem besteden . Is uw hond coprofaag, dan is het zinloos hem daarvoor te straffen . Er is maar één oplossing: hem beletten om bij zijn stoelgang te kunnen, door hem aan de lijn te houden als u hem uitlaat en de keutels in de tuin op te rapen. Een check-up kan nuttig zijn om eventuele spijsverteringsstoornissen op te sporen. Bron : Anne Pensis, Dierenarts
Er komen almaar meer vossen voor in ons land. Meer bepaald in de
stedelijke gebieden. Zo kwam er nog een vos om het leven in de Antwerpse
Craeybeckxtunnel. Kunnen vos en mens samenleven?
In totaal werden dit jaar al 560 overreden vossen
geregistreerd. Daarmee staan ze op de tweede plaats, na de egel. Dat het dier
almaar meer deel uitmaakt van ons dagelijks leven is niet zo gek. Oudere vossen
dulden geen andere vossen omdat ze gesteld zijn op hun eigen territorium. De
jonge vosjes moeten dan op zoek naar een eigen stek, wat steeds moeilijker
wordt omdat er weinig plaatsen zijn in België waar ze terechtkunnen. Daarom
verplaatsen ze zich ook naar stedelijke gebieden.
Moeten we nu op onze hoede zijn? Toch niet. Bang zijn
voor een vos is nergens voor nodig. Vossen mogen dan wel wilde dieren zijn, ze
vallen geen mensen aan. Volgens wetenschappers hebben vossen dan ook een plaats
in de natuur. Om energie te sparen, maken ze jacht op oude en zieke prooien. En
dat is goed voor de populatie van prooidieren. Maar wat met de verhalen over
dode kippen in het kippenhok? Die zijn helaas vaak waar. Een handige tip om de
vossen uit het kippenhok te houden: laat gewoon de radio spelen. De vos zal
jouw kippenhok dan zonder twijfel links laten liggen.
Een nieuwe pup in huis. Schattig! Maar om bij thuiskomst stukgebeten stoelen, vuile tapijten of kwade buren te vermijden kan je je nieuwe vriend best eerst wat trainen vooraleer je hem alleen laat.
1) Een jong hondje kan je niet aan zijn lot overlaten. Om het jezelf en je hond makkelijk te maken roep je best enkele opvoedingsregels in het leven. Begin met je pup alleen te laten slapen. Koop hem een nachtmandje, zodat hij het gewoon wordt om alleen te slapen. Als je hem in de kamer of bij jou laat slapen, is het moeilijk om die gewoonte daarna nog af te leren.
2) Als je van plan bent om weg te gaan, moet je je pup een half uur voor je vertrek negeren. Dit maakt de scheiding minder abrupt. Als hij nog jonger dan 5 maanden is, kun je hem een door jou gedragen kledingstuk geven: je geur zal hem geruststellen.
3) Doe niet te gek als je pup je half bespringt bij je thuiskomst. Laat het dier eerst rustig worden, daarna kan je je hond begroeten.
4) Na 4 tot 5 maanden zal je pup zich normaal gezien rustig bezighouden als je er niet bent en je bij je terugkomst op een 'rustige' manier begroeten.
5) Blijft je pup het toch lastig hebben om alleen te blijven? Gebruik dan een elektrische verspreider van feromonen. Deze stof wordt geleidelijk in de kamer verspreid en lijkt op de natuurlijke feromonen die door de moeder van je pup worden geproduceerd. Je hond zal er een pak rustiger door worden.
Je kat moet weg. Want je verhuist naar een woning waar geen huisdieren zijn toegelaten. Gelukkig heb je opvang voor je dieren gevonden. Bij een fijn gezin, vol goede zorgen. Maar daar hebben ze wel een tuin. Je binnenhuiskat zal dus de wijde wereld in moeten.
Stel, je leeft al jaren samen met Millie en Cabron. Twee heerlijke poezen die je in je huis in de stad elke avond opwachten. Maar ze gaan weg, naar een nieuw gezin. Een gezin met een tuin. Katten de vrijheid geven die altijd binnen hebben gewoond, is niet zonder risico's. Maar het is niet iets om over te panikeren. Meer nog: het loont op lange termijn de moeite. Je katten zullen er zich beter door voelen en ze krijgen ook veel meer bewegingsruimte. Deze manier van leven past immers veel beter bij hun behoeften. Je dieren kunnen nu op verkenning gaan, jagen en contact hebben met soortgenoten.
1) Voor je je kat laat kennismaken met het buitenleven, moet je haar wel beschermen tegen een aantal heel besmettelijke virussen die ze bij contact met soortgenoten kan oplopen. Als je kat nog nooit werd ingeënt, moet je eerst twee vaccinspuitjes laten zetten met een maand ertussenin. Dan pas is ze volledig beschermd.
2) Sterilisatie is ook absoluut nodig. Om de overbevolking van katten tegen te gaan en om haar te beschermen tegen het FIV-virus, daarvoor bestaat namelijk geen vaccin. Het virus wordt overgedragen via de voortplanting of via wonden door vechtpartijen. Ook bescherming tegen vlooien is aangeraden.
3) Ook handig is dat je kat duidelijk geïdentificeerd kan worden via een elektronische chip en een halsband met een plaatje waarop je telefoonnummer terug te vinden is. Zo is de kans kleiner dat je haar kwijtspeelt.
4) Voor je kat in haar nieuwe huis woont, moet je haar natuurlijk wel eerst naar haar nieuwe stek brengen. Makkelijker gezegd dan gedaan, want katten houden niet zo van reizen. Geef je kat ten minste drie uur voor de reis geen eten meer. Spuit op de binnenkant van het reismandje een half uur van tevoren wat synthetische feromonen die zich ook op het gezicht van je kat bevinden, de sprays zijn makkelijk te vinden in dierenzaken. Maak het reismandje goed vast met de gordel, zodat het ook niet te veel kan bewegen.
5) De nieuwe eigenaars houden de kat wel beter eerst een paar weken binnen om haar te laten wennen aan de nieuwe woning. Daarna kan ze zo veel buiten als ze wil, liefst via een kattenluikje. Dan kan ze terug naar binnen op een moment dat ze zelf kiest. 's Avonds sluit je beter het kattenluikje of de deur. Katten zijn in het donker immers minder goed zichtbaar voor automobilisten.
6) Forceer de nieuwe kat vooral niet. Zo beperk je de risico's van de pas verworven vrijheid. Laat haar maar haar gang gaan en draag ze ook niet zelf naar buiten, Als je kat beslist heeft om naar buiten te gaan, kun je haar beter met rust laten en haar zelf laten beslissen waar ze heen gaat.
7) Als de nieuwe kat naar buiten gaat, jaag je best de katten uit de buurt weg. De nieuwkomer kan zeker alle hulp gebruiken bij het 'veroveren' van haar nieuwe territorium. En zo zal je zien dat ook stadskatten op hun oude dag nog genieten van een tweede leven in het groen.
De vogels hebben zich minstens 150 miljoen jaar geleden ontwikkeld uit
reptielen.
Men onderscheidt momenteel ongeveer 8600 verschillende soorten vogels.
Vroeger zijn er nog veel meer vogels geweest, maar een groot aantal is
uitgestorven, of door natuurlijke oorzaken, of door de mens uitgeroeid.
De restanten van de oudste bekende vogel werden in 1861 gevonden in een
kalksteengroeve in Beieren.
Een tweede skelet ontdekte men in 1877, en bijna een eeuw later, in 1956, kwam
een derde te voorschijn.
Opmerkelijk was, dat alle binnen een afstand van circa 15 km uit elkaar lagen.
Men neemt aan dat de drie skeletten tot dezelfde soorten behoren, namelijk
Archaeopteryx lithographica, kortweg Archaeopteryx genoemd;
Ongeveer 150 miljoen jaar geleden moet dit dier daar geleefd hebben.
De vogel was ongeveer zo groot als een ekster, maar had tevens nog de kenmerken
van zijn voorvaders, de reptielen.
Hij had twintig verlengde staartwervels, drie scherpe klauwen aan elke vleugel
en tanden in de snavel.
Niettemin was het een vogel, want hij had een goed ontwikkeld vorkbeen, was
bedekt met veren, kon vliegen – hoewel niet zo goed als de moderne vogels – en
had vier tenen aan elke poot : drie naar voren en een naar achteren.
Hoe is een vogelveer opgebouwd ?
Als je een veer van dichtbij bekijkt, zul je merken dat de schacht van de
veer stijf is, maar toch erg soepel aan de punt.
Om door de lucht te kunnen manoeuvreren moet ze wel buigzaam zijn.
Verder bestaat de veer uit de vlag , die is samengesteld uit baarden, dit zijn
‘zijtakjes’ die dicht naast elkaar staan aan weerszijden van de schacht.
Leg je zo’n veer onder een microscoop, dan zie je dat zich aan elke baard
kleinere baardjes bevinden die op dezelfde manier aan de baarden zijn bevestigd
als de baarden aan de schacht.
Alle baardjes zijn voorzien van minuscule haakjes, die over de baardjes heen in
elkaar grijpen.
Op deze manier ontstaat een soepel, maar toch zeer sterk geheel.
Wat verstaat men onder "baltsen" ?
Onder baltsen wordt verstaan het hofmaken bij de vogels, waarbij vooral de
mannetjes de gunsten van de vrouwtjes op verschillende manieren trachten te
verwerven.
Sommige doen dit door een uitbundig, betoverend gezang te laten horen; andere
voeren fraaie staaltjes luchtacrobatiek uit, zoals bijvoorbeeld de kievit, maar
ook worden rituele dansen uitgevoerd of wordt gepronkt met het tonen van de
prachtigste verenpartijen; de roodborst met zijn rode borst, de vink met zijn
witte schouderepauletten, enz.
Ook een van de vele soorten vogels:
de heggemus
Wat zijn nestvlieders en wat zijn nestblijvers ?
Jonge vogels kan men indelen in twee groepen.
In de ene groep zijn de jongen bij de geboorte naakt (hoewel er een paar
uitzonderingen zijn), blind en volkomen hulpeloos.
Het enige wat zij zelf kunnen, is de snavel opensperren, d.i. bedelen om
voedsel, en hun uitwerpselen afscheiden.
Zij zijn volledig aangewezen op hun ouders, die voortdurend eten aansjouwen en
ze warm houden als het koud is.
Deze vogels die in onze tuinen broeden, zijn alle nestblijvers.
Een andere categorie is die, waarvan de jongen ter wereld komen in een dons- of
verenpakje en met geopende ogen.
Zodra ze goed en wel droog zijn, kunnen ze achter de ouders aan lopen en ze
zijn al heel spoedig in staat voor zichzelf te zorgen, hoewel de ouders in het
begin wel een oogje in het zeil houden en waarschuwen voor naderend gevaar.
Dat zijn de nestvlieders.
Kippen en eenden zijn nestvlieders.
Broeden alle vogels hun eieren zelf uit ?
Neen.
Je hoeft alleen maar te denken aan onze koekoek.
Het vrouwtje legt een ei in het nest van een zangvogeltje en kijkt er verder
niet meer naar om.
De zangvogel broedt het koekoeksei, tezamen met haar eigen legsel uit.
Zodra het koekoeksjong geboren is, begint het de eieren of jongen van de rechtmatige
eigenaars overboord te kieperen.
Vogels zoals de koekoek noemt men broedparasieten.
In het buitenland zijn er verscheidene vogelsoorten die hun eieren in andermans
nesten deponeren.
Ook de grootpoothoenders uit Australië en op de omringende eilanden broeden
niet zelf hun eieren uit.
Zij schrapen dode bladeren en dergelijke bij elkaar en maken op deze manier een
soort broedstoof, een ‘broedmachine’, waarin de warmte ontstaat door gisting
van de compost.
Andere leggen de eieren in een kuiltje in de zon, of leggen ze in rotsspleten,
waar overdag de zon op schijnt, terwijl ’s nachts de rotsen de warmte
vasthouden.
De geboren jongen zijn ‘nestvlieders’ en zijn in staat voor zichzelf te zorgen,
zonder dat zijn hun ouders gekend hebben.
Hoe onstaat een ei ?
Een volwassen vogelvrouwtje heeft een eierstok, die wel iets weg heeft van
een miniatuur druiventros.
Naarmate de broedtijd nadert, worden de ‘druifjes’- de eitjes – rijper en klaar
voor bevruchting.
Is dit geschied, dan passeren de eitjes – beter gezegd de dooiers – van de
eierstok naar de uitgang (cloaca) met bepaalde tussenpozen de bochtige ,
buisvormige eileider, waarin allerlei gebeurtenissen plaatsvinden.
Het begint met het eiwit, dat zich in lagen rond de dooier zet.
Daarrond worden later de dubbele eivliezen gevormd, die aan het stompe eind de
zogenaamde luchtkamer vormen en die je wel eens zult hebben opgemerkt als je
aan het ontbijt je kippeëitje oppeuzelde.
Daar omheen ontstaat de eigenlijke schaal, die uit drie verschillende lagen
bestaat.
Een volwassen vogelvrouwtje heeft een eierstok, die wel iets weg heeft van
een miniatuur druiventros.
Naarmate de broedtijd nadert, worden de ‘druifjes’- de eitjes – rijper en klaar
voor bevruchting.
Is dit geschied, dan passeren de eitjes – beter gezegd de dooiers – van de
eierstok naar de uitgang (cloaca) met bepaalde tussenpozen de bochtige ,
buisvormige eileider, waarin allerlei gebeurtenissen plaatsvinden.
Het begint met het eiwit, dat zich in lagen rond de dooier zet.
Daarrond worden later de dubbele eivliezen gevormd, die aan het stompe eind de
zogenaamde luchtkamer vormen en die je wel eens zult hebben opgemerkt als je
aan het ontbijt je kippeëitje oppeuzelde.
Daar omheen ontstaat de eigenlijke schaal, die uit drie verschillende lagen
bestaat.
De ontwikkeling van het ei:
Een ei heeft een schaal, twee schaalvliezen, een gele dooier en daaromheen
eiwit.
Op de dooier bevindt zich een rood vlekje.
Dat is de kiemschijf.
Als een vogel het ei gaat bebroeden of wanneer het ei op een andere manier warm
wordt gehouden, begint het embryo - het organisme in zijn eerste
ontwikkelingsstadium na de bevruchting - te groeien.
Geleidelijk wordt alle eiwit door het embryo opgenomen en beginnen zich kleine
rode adertjes over de dooier te verspreiden.
In het rechtse ei, zie foto, is reeds te zien dat het embryo zich verder
ontwikkeld heeft.
Het embryo wordt alsmaar groter: het kopje, waarin de ogen zich ontwikkelen,
wordt zichtbaar.
De dooierzak is nog steeds aan de maag bevestigd.
Eindelijk is het zover, dat het jong uit de eierschaal kruipt.
Dat gebeurt door middel van het hoornen knobbeltje op de snavelpunt.
Hieronder: De ontwikkeling van het ei
Wat zijn eigenlijk broedplekken ?
Misschien denken jullie dat als een vogel op de eieren gaat zitten, deze
vanzelfsprekend worden bebroed.
Maar dat is niet zo!
Om de lichaamswarmte over te brengen naar de eieren, dienen deze in aanraking
te komen met de naakte huid van de broedende vogel (hoewel dit niet bij alle
soorten het geval is).
Daartoe hebben de meeste vogels kale delen op het onderlichaam, die ontstaan
door het uitvallen van sommige veren – vooral donsveertjes.
Dit zijn de broedplekken.
De huid wordt er dunner, het vet verdwijnt vrijwel geheel en door een grotere
toevoer van bloed door de talrijke vaten, ontstaat er een hoge temperatuur.
Een vogel die zich te broeden zet, schudt zich eerst om de buik- en borstveren
uit te zetten en ze als het ware zo te rangschikken, dat de eieren in aanraking
kunnen komen met hun blote lichaam.
Als zowel het mannetje als het vrouwtje broeden, hebben beide zulke
broedplekken.
Wat is een ei-tand ?
Als een jonge vogel op het punt staat geboren te worden, wacht hem een
moeilijke opgave: hoe komt hij uit de schaal?
Gelukkig biedt de natuur hier de helpende hand.
Het jong beschikt namelijk over uitbreekgereedschap in de vorm van een
minuscuul beiteltje, een hoornachtig knobbeltje op de punt van de bovensnavel.
Dat is de ‘eitand’ waarmee een gaatje in de schaal wordt geboord, en nog een en
nog een, tot er een ring ontstaat, die later een scheur wordt.
Zo vormt zich een los kapje.
Dan komt de laatste krachtinspanning: het jong duwt en duwt.
Tenslotte wijkt het kapje en is het jong vrij.
Na enige dagen valt de eitand af.
Houden vogels een winterslaap ?
Van tenminste èèn vogel is bekend dat hij een winterslaap houdt.
Dit werd pas ontdekt in 1946.
De natuuronderzoeker Dr. Edmund C. Jaeger vond, in gezelschap van twee
metgezellen, in een diepe rotsspleet een nachtzwaluw, waarvan men dacht dat hij
dood was.
Dit was in het Chuckawalla Gebergte in Zuidoost-Californië.
Plotseling opende de vogel èèn oog: hij leefde dus.
Vier opeenvolgende winters hield men dit fenomeen in de gaten en toen bleek dat
de vogel in een winter meer dan 80 dagen in rust bleef.
Men richtte een lichtstraal op de ogen, maar deze had geen uitwerking; een
spiegeltje werd voor de neusgaten gehouden, maar geen spoor van condensatie
viel te bemerken en de lichaamstemperatuur was niet 41°C, zoals ze normaal
hoort te zijn, maar slechts 18°C.
Zodra het lente werd, ontwaakte de vogel uit zijn slaap en vloog weg.
Deze vogel heet Nuttallnachtzwaluw.
Wat is het territorium van een vogel ?
Het territorium van een vogel is een gebied, dat door hem wordt verdedigd
tegen soortgenoten.
In vele gevallen houdt een territorium verband met het zoeken van een partner,
het bouwen van een nest en alles wat daar verder mee te maken heeft.
Het is dus min of meer een seizoenverschijnsel.
Een mannetje ‘bakent’ een bepaald gebied af en geeft dit aan door vanop diverse
punten – zogenaamde zangposten – zijn liedje voor te dragen.
Hiermee wil het heertje aangeven, dat hij nog vrijgezel is en graag een
huwelijk wil sluiten , maar tevens een waarschuwing aan rivalen: ‘Dit gebied is
bezet! Blijf er buiten of het wordt knokken geblazen!’
Roodborstjes echter hebben ook buiten het broedseizoen een eigen territorium;
dat geldt zowel voor het mannetje als het vrouwtje en men neemt aan dat dit de
functie heeft van ‘voedselgebied’.
Prachtig zicht: ooievaars op hun nest
hoog in de lucht
Welke vogel legt de langste trekweg af ?
Dat is de Noorse stern, die ook in België en Nederland, zij het zeldzaam, broedt.
Hij lijkt zeer veel op een visdiefje, maar heeft geen zwarte punt aan de
bloedrode snavel.
Hij broedt noordelijk tot in het noordpoolgebied en verlaat dit als de zomer
ten einde loopt.
Hij vliegt dan zuidwaarts naar het zuidpoolgebied, waar het dan zomer is.
De afstand bedraagt circa 18000 km.
Aan het einde van de zuidpoolzomer aanvaardt hij de terugweg naar de
broedgronden in het hoge noorden.
De reis heeft een lengte van ca. 36000 km.
Waarom liggen de peervormige eieren van sommige weidevogels met de punten naar elkaar toe als de vogel gaat broeden ?
Als het vrouwtje van de kievit zich te broeden zet, dan zorgt ze dat de
punten altijd naar binnen wijzen.
Draai je ze om, zodat de punten naar buiten wijzen, dan legt de vogel ze prompt
weer in de oude stand terug, als hij (zij) op het nest terugkeert.
Hiervoor is een goede reden, we nemen een stukje ijzer- of koperdraad en buigen
dit tot een ringetje, dat precies rond de eieren past.
Vervolgens draaien we de eieren om, zodat de stompe uiteinden naar binnen zijn
gericht en zien dan , dat ze niet meer binnen het ‘hoepeltje’ passen.
Je ziet dus dat de eieren zo meer ruimte innemen en dat de vogel ze minder goed
kan bedekken, waardoor er tenslotte meer broedingswarmte verloren gaat.
Wat betekenen uitdrukkingen als "dwaalgast" en "doortrekker" ?
Deze uitdrukkingen geven de wijze van voorkomen aan in Nederland en België.
Deze zijn gemaakt door de Commissie voor de Nederlandse Avifauna.
Het zijn:
dwaalgast: vogel die na 1900 niet meer dan 15 keer binnen onze grenzen is
waargenomen.
onregelmatige gast: niet in Nederland en België regelmatig voorkomende of
broedende vogel, welke sedert 1900 meer dan 15 maal bij ons is opgemerkt, maar
er niet ieder jaar voorkomt;
jaargast: regelmatig, gedurende het gehele jaar voorkomende vogel, welke niet
of slechts incidenteel in Nederland en België broedt;
doortrekkers: regelmatig in Nederland en België doortrekkende vogel, welke
buiten zijn trektijden niet of slechts incidenteel voorkomt;
wintergast: regelmatig in Nederland en België doortrekkende of overwinterende
vogel, welke buiten zijn trektijden in de zomer niet of slechts incidenteel bij
ons voorkomt;
zomervogel: regelmatige broedvogel, welke in de winter niet of slechts
incidenteel in Nederland en België voorkomt;
jaarvogel: regelmatige, dit is ieder jaar als zodanig voorkomende broedvogel,
welke als soort gedurende het gehele jaar in Nederland en België voorkomt.
Wat is een lijstersmidse ?
Lijsters – bijvoorbeeld de zanglijster – lusten graag wormen, maar ook
slakken.
De naakte slakken worden zonder meer naar binnen geschrokt, maar als zo’n beest
een huisje draagt, gaat de vogel anders te werk.
Hij zoekt namelijk een gemakkelijk ‘aambeeld’.
Dat kan een steen, een stuk hout of een ander hard materiaal zijn.
Op dit aambeeld slaat de lijster de slakkenhuizen stuk en hij gebruikt het
steeds weer.
In een dergelijke lijster-‘smidse’ kan men vaak tientallen kapotgeslagen
huisjes van tuinslakken aantreffen.
Nog een van de vele vogelsoorten: de
fuut
Waarom houden de meeste vogels hun nesten schoon ?
Een groot aantal vogels verwijdert de eierschalen, nadat de jongen zijn
uitgekomen.
De uitwerpselen van de jongen van vele zangvogels zijn in een vliesje verpakt.
De oude vogels brengen dit pakketje in de snavel weg of slikken het in.
Indien de uitwerpselen in het nest zouden blijven, zouden ze talloze parasieten
aantrekken, wat niet bepaald gezond is voor de jonge vogels.
Maar dat is niet het enige: de droge uitwerpselen, veelal licht van kleur, en
de lichte binnenkant van de eierschalen zouden tevens de plaats van het nest
verraden aan allerlei predatoren (rovers).
Bouwt een winterkoninkje maar één nest ?
Neen hoor, het winterkoninkje is een verwoed nestenbouwer!
De ronde nesten worden vervaardigd van doornbladeren, mossen, grassen, varens
en dergelijke.
De ingang bevindt zich aan de zijkant en is verstevigd met een vlechtwerkje van
diverse stengeltjes .
Maar lang niet alle ‘bollen’ worden echte kinderkamers.
Als hij een paar woninkjes gereed heeft, nodigt hij een dametje uit ze te komen
inspecteren.
Is er een bij dat haar zint, dan wordt dat de eigenlijke woning, die door haar
verder wordt ingericht en gestoffeerd met zacht materiaal, vooral veertjes.
De overige bouwsels doen dienst als slaapnesten.
Wat is de grootste vogel en wat is de kleinste vogel ?
De grootste niet-vliegende vogel is de struisvogel.
Hij kan een hoogte bereiken van 2,70 m en een gewicht hebben van ongeveer 156
kg.
De zwaarste vliegende vogel is de knobbelzwaan, die soms meer dan 20 kg weegt,
wat dicht bij het maximum voor vliegende vogels ligt.
De grootste vleugelspanwijdte heeft de reuzenalbatros met 3,5 m, op de voet
gevolgd door de Andescondor, een enorme roofvogel, met 3,2 m.
De maraboe haalt 2,6 m, hoewel sommige auteurs zeggen dat deze spanwijdte
aanzienlijk groter is .
Uiteraard zijn de kolibries de allerkleinste vogeltjes.
Men onderscheidt ongeveer 320 soorten en men treft er zelfs een paar ‘reuzen’
onder aan, zoals de reuzenkolibrie, die voorkomt in het Andes Gebergte.
Deze wordt ruim 20 cm lang, waarvan de helft voor de staart.
De kleinste kolibrie en tevens het kleinste vogeltje ter wereld is de bijen- en
hommelkolibrie, een ‘dwergje’ dat voorkomt op Cuba en maar 5 cm lang wordt, de
helft voor het lichaam, de andere helft voor de snavel en de staart.
De struisvogel is de grootste niet
vliegende vogelsoort
Wat zijn de schadelijkste vogels ter wereld ?
De roodbekwever (Quelea quelea) is waarschijnlijk de schadelijkste vogel.
In Afrika komt hij voor in enorme aantallen, waar hij zich te goed doet aan
allerlei granen.
Hij vormt voor de landbouwers dan ook een bedreiging!
Vaak breken takken van bomen als een zwerm van deze wevers erin neerstrijkt.
In één grote boom kunnen zich wel 6000 nesten bevinden.
Het aantal nesten in Afrika loopt in de miljoenen!
Waarom zijn bij de meeste vogelsoorten de mannetjes feller gekleurd dan de wijfjes ?
In het algemeen hebben vogels die op de grond leven, betere schutkleuren
nodig dan vogels die in de bomen leven.
‘Schutkleur’ betekent dat de vogel door zijn kleur in zijn omgeving nauwelijks
opvalt, zodat hij goed tegen zijn vijanden beschermd is .
Meteen kennen we één van de redenen waarom wijfjes minder fel gekleurd zijn dan
mannetjes: als ze broeden, mogen ze niet opvallen in hun omgeving.
Bij de meeste vogels broedt het mannetje niet, zodat hij felle kleuren mag
hebben.
Een andere reden voor de fellere kleuren van de mannetjes, is dat ze daardoor
meer aantrekkingskracht op de wijfjes hebben.
De allerkleinste vogel ter wereld: de
hommelkolibrie
Onderzoekers hebben in Madagaskar de kleinste kameleonsoort
ter wereld ontdekt. De lijfjes van de beestjes zijn hooguit 1,6 centimeter
lang, met staart zijn ze 2,9 centimeter. In tegenstelling tot andere kameleons
kan de nieuw ontdekte soort niet van kleur veranderen: ze blijven bruin. De
minuscule diertjes zijn nog maar net bekend, maar wel al met uitsterven
bedreigd, aldus Miguel Vences van de universiteit Braunschweig in Duitsland.
De nieuwe soort is brookesia micra gedoopt en komt
alleen in een heel klein gebied voor. Ze werden gevonden op het zeer kleine
eiland Nosy Hara ten noordwesten van het hoofdeiland van Madagaskar. In dat
land leeft ook de grootste bekende kameleonsoort, die bijna 70 centimeter lang
wordt.
Madagaskar heeft een zeer gevarieerde fauna. Meer dan 40 procent van de 193
bekende kameleonsoorten komt alleen in de Afrikaanse eilandstaat voor.
(dpa/sg)
(HLN)
Een thuis waar je met je gezin volop kan genieten, dat is
voor Belgen een must. Voor 57 procent hoort daar ook een huisdier bij. Meer
nog: 62 procent van de baasjes vindt dat zijn thuis niet compleet is zonder
zijn trouwe vriend.
De gegevens komen uit een rondvraag van ILIV, een
kenniscentrum dat het belang van een 'thuis' wil benadrukken. Kat & kip
Zo'n 57 procent van de mensen die zij ondervroegen, bleek een huisdier te
hebben. In de meeste gevallen gaat het om een kat (58 procent) of een hond (50
procent). Daarnaast zijn ook vissen (20 procent) en vogels (14 procent) vrij
populair. Konijnen (8 procent) en hamsters (3 procent) doen het iets minder
goed.
De overige 14 procent van de respondenten vatte het begrip iets ruimer op. Zij
beschouwden namelijk hun kippen, schapen of paarden ook als een huisdier. Vrouwen & kinderen
Sommige mensen lijken meer nood te hebben aan een trouwe vriend dan anderen. Zo
hebben Franstaligen (60 procent) iets vaker een huisdier dan Nederlandstaligen
(54 procent).
Ook vrouwen (63 procent) zijn meer geneigd om te bezwijken voor puppy-oogjes
dan mannen (50 procent). Daarnaast heeft ook de aanwezigheid van kinderen een
invloed.
Zo laat 66 procent van de mama's en papa's zich overtuigen door de inwonende
kinderen. Ter vergelijking: van de koppels zonder kinderen in huis, heeft 50
procent een huisdier. Huis & tuin
Verder heeft ook de woonomgeving een invloed. Zo zijn zijn stadsbewoners (46
procent) minder geneigd om een huisdier te nemen dan mensen op het platteland
(68 procent). Daar kunnen de dieren natuurlijk naar hartelust ravotten in de
tuin.
Ook mensen met een eigen woning (58 procent) vinden het iets gemakkelijker dan
huurders (51 procent) om een dier in huis te nemen. Eenzaam
Veel mensen beschouwen hun huisdier als hun beste vriend, die ervoor zorgt dat
ze niet eenzaam zijn. Voor 22 procent van de baasjes is hij of zij bepalend
voor het thuisgevoel.
Vooral alleenstaanden (67 procent) hebben nood aan de aanwezigheid van een
huisdier om zich ergens thuis te voelen. Mensen met een LAT-relatie (58
procent) vinden dat minder belangrijk.
Nog een verschil: één op vier laagopgeleiden vindt dat een huisdier bepalend is
voor een thuisgevoel, ten opzichte van 16 procent van de hoogopgeleiden. Compleet
Wat de eigen thuis betreft, stelde maar liefst 62 procent van de baasjes dat
die niet compleet zou zijn zonder zijn huisdier. 26 procent ging 'helemaal
akkoord' met deze stelling, 36 procent was 'eerder akkoord'.
Vooral jonge mensen kunnen hun huisdier niet meer missen. Van alle
ondervraagden die jonger waren dan 30, ging 71 procent namelijk akkoord met de
stelling. Voor de oudere leeftijdsgroepen draait het cijfer rond de 60 procent.
(lbs)
U herkent eekhoorns gemakkelijk aan hun pluimstaart en grote
ogen. Het aantal eekhoorns in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is opnieuw
gestegen. Dat is goed nieuws na de onheilspellende berichten uit de jaren
‘60-‘70 toen de soort met uitsterven bedreigd was. De populatietoename is voor
een groot deel het gevolg van een betere soortgerichte bescherming en van een
gepast beheer van de bosrijke gebieden.
2 soorten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Eekhoorns behoren tot de familie van de knaagdieren. In de Benelux komt
oorspronkelijk enkel de rode eekhoorn (Sciurus vulgaris) voor. Maar in
het Brussels Gewest kan nog een tweede soort worden gezien: de uitheemse
Siberische grondeekhoorn (Tamias sibiricus).
De grootste populaties rode eekhoorns leven in het Zoniënwoud. Maar ook
daarbuiten, zoals in het Verrewinkel- en Laarbeekbos en in de bosrijke delen
van stadsparken kunnen eekhoorns gezien worden. Heel af en toe zie je ook
eekhoorns een graantje meepikken op voedertafels in privétuinen.
Levenskansen
De eekhoorn leeft bij voorkeur in het bos. In sterk verstedelijkte gebieden
zoals het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn deze bossen of bosfragmenten vaak
klein en versnipperd. Door zijn beperkte mobiliteit en het drukke verkeersnet
hebben eekhoorns het vaak moeilijk om andere gebieden te ontdekken.
Voor een betere verspreiding van de eekhoorns en meer overlevingskansen voor
geïsoleerde kolonies, is het dus nodig om een waar ecologisch netwerk uit te
bouwen. Mensen met een tuin kunnen meewerken aan dit groene netwerk door een
aantal eenvoudige en natuurvriendelijke maatregelen toe te passen. Geef de
voorkeur aan inheemse planten, struiken en bomen en gebruik in geen geval
pesticiden. Dode bomen hak je best niet om: dit zijn potentiële woonplaatsen
voor zoogdieren en vogels.
De rode eekhoorn
xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />
xml:namespace prefix = w ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:word" />De rode eekhoorn komt in bijna heel
Europa voor. Hij verkiest naaldbossen of gemengde bossen, met veel hazelaars,
dennen en beuken. Maar u vindt hem ook in loofbossen, parken en tuinen. Als hij
geen voedsel krijgt van de mens, heeft een eekhoorn nood aan een weidse ruimte
om te foerageren.
De rode eekhoorn brengt geen enkele overlast mee. De eekhoorns komen niet
binnen in huis, zijn niet agressief en brengen geen ziektes over op de mens. Ze
voeden zich uitsluitend met zaden, dennenappels, en in de herfst met noten,
kastanjes en bosvruchten. Hebt u een familie eekhoorns in uw tuin? Geniet ervan
en geef ze bij voorkeur geen voedsel.
De Koreaanse grondeekhoorn
De
Koreaanse grondeekhoorn die lokaal in het Zoniënwoud voorkomt, is een verre
neef van onze inheemse eekhoorn. Beide verschillen echter enorm qua uiterlijk
en levenswijze. De pels is bruingrijs en op de rug heeft hij vijf lange zwarte
strepen. Dit kleine diertje leeft vooral op de bodem, waar hij een hol graaft.
Deze soort komt oorspronkelijk uit Azië. Toen in de jaren ‘70 enkele
exemplaren uit gevangenschap ontsnapten, verscheen het dier in het wild in de
Brusselse regio. Op dit ogenblik wordt hun aantal geschat op 2000 individuen.
De opmars van de populatie Koreaanse grondeekhoorns is een duidelijk voorbeeld
van de gevolgen van het uitzetten van een niet-inheemse soort in het wild. Door
een gebrek van natuurlijke vijanden is de populatie in korte tijd exponentieel
gaan toenemen. Wij willen hierbij duidelijk onderstrepen dat de introductie en
dus het uitzetten van dieren in het wild bij wet verboden is in het Brussels
Gewest.
De Koreaanse grondeekhoorn overwintert van november tot aan het begin van de
lente. Ter voorbereiding wordt een hol gegraven en wordt een wintervoorraad
aangelegd. Hij leeft vooral vegetarisch en voedt zich met zaden, vruchten,
dennenappels en jonge bladeren.
Genetici brengen overgang van wild naar gedomesticeerd schaap
in kaart
De wilde voorouders
van het schaap hadden grote hoorns, zoals dit dikhoornschaap.shutterstock
ROTTERDAM - De oudste schapenfokkers
wilden eerst de hoorns kwijt. Daarop selecteerden ze hun dieren, blijkt uit
genetisch onderzoek.
De eerste schaapherders fokten
hun schapen niet in de eerste plaats om meer wol, vlees of melk te krijgen. Zij
wilden vooral die lastige hoorns kwijt. Dat blijkt uit een genetische analyse
van 75 schapenrassen die vandaag verscheen in het tijdschrift Plos Biology
.
Schapen zijn, samen met geiten, de eerste dieren die door de mens zijn
gedomesticeerd. Dat gebeurde ongeveer 11.000 jaar geleden in het huidige
Turkije en Iran. Met de eerste boeren verspreidde het schaap zich daarna over
de wereld.
De schapengenetici wilden weten welke genetische veranderingen de overgang van
wild schaap naar boerderijdier markeren. Ze zochten daarom naar de genvarianten
die sporen van menselijke selectie vertonen. In totaal inventariseerden zij
bijna 50.000 genvarianten onder 2.819 dieren.
Eén genvariant steekt er met kop en schouders bovenuit. Alle hoornloze
schapenrassen hebben van een bepaald gen de ene variant; gehoornde schapen
dragen de andere variant. De variant ligt pal naast een gen waarvan bekend is
dat het de hoorngrootte van wilde schapen beïnvloedt. Veel gedomesticeerde
schapen zijn hoornloos. De onderzoekers concluderen dat het fokken van
hoornloze dieren een belangrijk doel was: dat voorkomt blessures als een dier
zich bokkig gedraagt.
Ook in individuele rassen heeft de mens op specifieke genvarianten
geselecteerd. Zoals bij de Texelaar, een schapenras dat bekendstaat om zijn
snelle groei en dikke spieren. Die Nederlandse vleesschapen hebben van een
genmutatie die overmatige groei van spierweefsel veroorzaakt.
Het viel de genetici op dat de moderne schapenrassen veel meer genetische
variatie bevatten dan rassen van andere gedomesticeerde dieren, zoals honden en
koeien. Ook troffen ze meer sporen aan van genetische vermenging tussen de
verschillende schappenrassen. Dat is goed te rijmen met historische bronnen. Zo
is bekend dat de Romeinen hun Italiaanse wolschapen door heel Europa
verspreidden.
De Spaanse Merino staat op een knooppunt in de Europese schapenstamboom. Het
ras was in de late middeleeuwen vermaard om zijn fijne wol, maar de Spanjaarden
stonden de export van Merino's pas in de achttiende eeuw toe. Duitsers en
Fransen kruisten de Merino daarna met andere rassen. Daaruit ontstonden de
Saksische Merino en de Rambouillet.
Zangvogeltje van 25 gram legt jaarlijks 30.000 kilometer af
Zangvogeltje van 25 gram legt jaarlijks 30.000 kilometer af
BELGA
Met zijn 25 gram is de tapuit geen zwaargewicht onder de vogels.
Toch slaagt dit kleine krachtpatsertje erin jaarlijks 30.000 kilometer af te
leggen op zijn grote migratietocht. Ter vergelijking: een rit naar het zuiden
van Frankrijk bedraagt ongeveer 2.000 kilometer.
Het vogeltje vliegt dan ook elk jaar op en neer
tussen de Noordpool, waar het neerstrijkt in de zomermaanden, en Afrika, waar
het overwintert.
Biologen vermoedden al langer dat de tapuit een bijzonder lange trektocht
aflegde. Maar tot nu toe konden ze dat nooit in kaart brengen. Omdat het
beestje simpelweg te klein was om er een zendertje aan te hangen. Met de
ontwikkeling van een miniatuur-gps van amper 1,2 gram kwam daar verandering in.
Duitse en Canadese biologen volgden 45 exemplaren uit Alaska en Canada en
konden zo hun route in kaart brengen.
Blijft de vraag waarom een vogel het warme klimaat van Afrika inruilt voor
koudere weersomstandigheden zo'n 15.000 kilometer verderop. Bioloog Karl Van
Ginderdeuren heeft een verklaring: 'In de paar warmere maanden stikt het in de
Noordpool van de muggen. Als een vogel daar raakt, heeft hij volop voedsel',
legt hij uit.
Negentig procent sterft
'Slechts een paar soorten kunnen die afstand afleggen, dus heeft de tapuit het
rijk bijna voor zich alleen. Maar onderschat de trektocht niet. Gemiddeld
sterft negentig procent van de vogels tijdens de reis', besluit de bioloog.
A.C.E. staat voor Animal Care España/ SHIN (Spaanse Honden In Nood), dat zich inzet tegen het mishandelen en doden van (zwerf)honden in Zuid-Spanje. Met de medewerking van ruim 250 vrijwilligers in België, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Spanje, proberen wij deze honden van een zekere dood in o.a. de vreselijke dodingsstations te redden, op te vangen in onze Refugio en op een zorgvuldige wijze een nieuw tehuis voor hen te vinden, een Gouden mand. Inmiddels hebben wij al meer dan 13.000 honden een nieuw leven kunnen geven en is onze stichting een van de grootste in Spanje.
Omdat wij van mening zijn dat de hondenpopulatie sterk moet krimpen, wil het welzijn van de honden verbeteren, geven wij voorlichting aan de plaatselijke bevolking om hen het belang van castratie/sterilisatie te laten inzien. Wij nodigen plaatselijke scholen uit om kinderen te leren hoe met honden om te gaan en niet in een opwelling een pup aan te schaffen omdat het een leuk speeltje is.
A.C.E./SHIN wil dan ook het goede voorbeeld geven door al haar honden, indien leeftijd en gezondheid dit toelaten, gecastreerd/gesteriliseerd naar hun nieuwe baasje te laten vertrekken. Ook stelt A.C.E./SHIN de plaatselijke bevolking in staat tegen kostprijs hun hondje te laten steriliseren of castreren.
Wilt u één van onze honden een gouden mand geven??? Bezoek dan onze database. Daar vindt u alle informatie en foto's over de honden die ter adoptie zijn.
Wetenschappers uit Hongarije en Zweden zeggen dat ze ontdekt hebben hoe de zebra aan zijn typische strepen komt. Volgens hen biedt het zwart-witte patroon de beste bescherming tegen bloedzuigende insecten. De vorsers, onder leiding van Susanne Akesson van de universiteit van Lund (Zweden), hebben de resultaten van hun onderzoek bekendgemaakt in 'Journal of Experimental Biology'.
De oorsprong van de strepen van de zebra is al decennialang het onderwerp van debat tussen wetenschappers. Aanvankelijk werd er vanuit gegaan dat ze de beste bescherming boden tegen roofdieren: in het savannelicht of galopperend in kudde zijn individuele dieren nauwelijks te herkennen.
Maar in 1979 lanceerde wetenschapper Jeffrey Waage al de theorie dat de vacht van de zebra het voor insecten moeilijk maakte om het lichaam van het dier te identificeren. Geen enkele theorie kon tot nu toe worden bewezen.
Maar de wetenschappers voerden nu verschillende experimenten uit om te zien hoe insecten op strepen reageren. Op een Hongaarse boerderij werden proeven ondernomen met zwarte, grijze, witte en gestreepte modellen van paarden. Tot verbazing van de vorsers vlogen de insecten nauwelijks naar de gestreepte exemplaren. Het patroon dat de meeste gelijkenissen vertoonde met de zebravacht, trok het kleinste aantal insecten aan.
"Wij concluderen dat zebra's een huid hebben ontwikkeld die een minimale aantrekking voor bloedzuigende insecten heeft", schrijven de onderzoekers. Bloedzuigende insecten zorgen voor heel wat hinder bij dieren, onder meer omdat ze ziektes overdragen. Een lagere aantrekkingskracht bij die insecten levert evolutiegewijs dus een voordeel op. (belga/sps)
We weten al een tijdje dat chimpansees behoorlijk intelligent zijn en wie een hond heeft, zal ook kunnen beamen dat de trouwe viervoeters ons vaak goed begrijpen. Maar wie van beide is nu eigenlijk het slimst? Wetenschappers onderzochten het en de winnaar was... de hond.
Het brein van een chimpansee mag dan het meest op dat van de mens lijken, toch zouden honden wel eens slimmer kunnen zijn. Onderzoekers van het Max Planck Instituut in Leipzig onderzochten het met een eenvoudige test. Ze plaatsten twee herkenbare voorwerpen aan de andere kant van een ruimte en wezen vervolgens het object aan dat ze nodig hadden. De honden en chimpansees stonden met hun rug naar het doelwit toen ze de opdracht kregen het voorwerp te gaan halen.
Deze taak kan een kind op jonge leeftijd al uitvoeren, dus het mocht niet onmogelijk zijn voor een chimpansee. Toch slaagde geen enkele chimpansee erin het juiste voorwerp op regelmatige basis te gaan halen. Daarentegen bleek meer dan een kwart van de honden de opdracht wel te begrijpen. Volgens de wetenschappers heeft dat te maken met de manier waarop honden de communicatie met de mens kunnen vatten.
In een ander onderzoek versloegen de honden ook al eens de katten als ideale huisdier. In een reeks van elf tests haalden de honden het toen nipt met 6-5. (gb) (HLN)
Het konijn Champis is een levendige bewoner van een Zweedse boerderij, dat ervan houdt achter de schapen te zitten.
Een maker van een blog over de boerenstiel hoorde van de bijzondere eigenschappen van het dier en ging naar de boerderij in het dorpje Ornskoldsvik om dit spektakel op film vast te leggen.
Het grijze pluizige dier leerde de kneepjes van het vak van herdershonden en springt nu vrolijk rond de schapen die echt schrik lijken te hebben van het kleine dier. Ze bewegen namelijk meteen in de juiste richting. Als de kudde te lang treuzelt, zet het konijn hen opnieuw in gang door naar hen te springen. Het filmpje haalde al bijna 100.000 hits op YouTube. (ep)
Acht tips om de oren van je hond zuiver te houden xml:namespace prefix = v ns = "urn:schemas-microsoft-com:vml" />
Of de oren van je hond nu lang en hangerig zijn of kort en rechtopstaand, ze vergen speciale aandacht om zeker te zijn dat ze zuiver blijven en vrij van problemen. Oren produceren smeer, vangen vuil, er groeit haar in, houden vocht vast en kunnen makkelijk infecties oplopen wanneer ze worden genegeerd. Kijk elke dag de oren van je hond na. Als het dier gewoon is dat er naar zijn oren wordt gekeken, zal hij dit makkelijk toelaten wanneer de hondentrimmer of dierenarts ermee bezig is. xml:namespace prefix = w ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:word" />
Hieronder vind je acht tips om de oren van je hond tip top in orde te houden:
Controleer de oren van je hond. Kijk goed na of er geen klitten zitten aan de buitenkant en ga na of er geen parasieten zitten, deze durven zich naar de oren van de hond te begeven. Aan de binnenkant zou er geen overdreven hoeveelheid oorsmeer mogen zitten of vuil. De oren dienen zuiver te zijn. Een beetje oorsmeer is normaal, zolang het maar geen excessieve hoeveelheden zijn of er rood-bruin uitziet of een raar geurtje heeft.
Ga na of er aan de binnenkant niet overdreven veel haar zit. Dit kan vuil, bacteriën en vocht vasthouden welke een oorinfectie veroorzaken. Als je wilt kan je de haren binnenin het oor trimmen.
Om het haar te trimmen trek je voorzichtig de oorflap plat over de schedel. Op deze manier worden delicate onderdelen van het oor afgesloten.
Voor honden met lang haar, pluk je de haren met je vingers. Pluk niet meer dan 1 à 2 haren tegelijk want dat kan pijnlijk zijn voor de hond. Je kan speciale trimtangetjes kopen in de handel om het haar te plukken.
Als het haar te kort is om te plukken of als je liever knipt dan plukt, kan je dit doen met een schaar. Kies echter wel een schaar met botte punt om verwondingen te voorkomen.
Je kan in de handel oorpoeders verkrijgen als je een hond hebt die snel oorinfecties opdoet.
Als het oor heel vuil is, kan je het voorzichtig van de schedel wegtrekken om het oorkanaal te openen en er een paar druppels oorspoelmiddel indoen of minerale olie. Masseer vervolgens de basis van het oor zodat het product het oorkanaal binnengaat. Hou het oor zeker een minuut dicht zodat het goed kan inwerken. Laat dan de hond zijn hoofd een aantal keer schudden zodat het oorsmeer of vuil loskomt. Controleer vervolgens opnieuw en verwijder het vuil met een doekje of een wattenstaafje. Ga nooit met een wattenstaafje het oor in, hiermee drukt u het vuil naar beneden waardoor het alleen maar moeilijker te verwijderen is. Dus enkel de oorschelp reinigen met wattenstaafje.
Voor honden met afhangende oren hou je best al het haar onder de oorholte en trim je de binnenkant van het oor. Dit verhoogt de luchtcirculatie in het oor en vermindert de kans op oorinfecties. bron; honden.be