NIEUW: Blog reclamevrij maken?

 photo 9498e9ad-2bd6-4db6-93c9-42fd327aa5ec_zpsb728183d.jpg

 

 

 

Wat er nog op komst is.

 

Geschiedenis  mosselvaart
Mechelen 


Mechelse schippers II

Gedicht op gevel

Mechelen

 

Mechelen web van straten

voorzien en,                       

er middenin, kerk en toren,

als dikke kruisspin,

en ik dan die van deze stad

niet af kan, en haar gelaten

overal met mij mee draag,

alsof het altijd herfst zou zijn

alsof het altijd stil en ik weet

niet waarnaartoe zou zijn

ach wat

een verdriet is het om van deze stad te zijn, den toren is zo groot, en ik

maar eigenlijk toch niet hoor

ik blijf hier eeuwig klein.

 

Dirk Verbruggen

 

Melaan

 

 

Inhoud blog
  • De stad Mechelen nu en vroeger
  • Duiding
  • MONUMENTEN
  • Mechelen vandaag.
  • Filosoferen in Mechelen
  • Baggerwerken op de Mechelse Dijle
  • Het Groot Stedenproces (2)
  • Het Groot Stedenproces (1): een visie
  • Karel de Stoute mengt zich in de Rozenoorlog
  • De Winketbrug
  • Scheepswerven te Mechelen in het ancien regime.
  • Tigris en Dijle
  • De sierlijkheid van zeilschepen(sfeerbeeld)
  • Lucas Fayd'herbe (1617- 1697)
  • Margareta van Oostenrijk aan het Spaanse Hof
  • Leeuwse en Diestse getuigen over de ketting van de Zenne
  • De Zenne
  • Stapels concreter: Filips de Goede (3)
  • Havenzegel Mechelen
  • Stapels concreter: Filips de Goede(2)
  • Stapels concreter: Filips De Goede (1396+1467 ) 1
  • Het Spaans hospitaal te Mechelen
  • Jan II hertog van Brabant gaat Engelse koning Mechelen presenteren
  • De Mechelse schippers (1)
  • De jeugdstormen van Margareta van Oostenrijk
  • Laat de goederen maar komen!
  • Stapels concreter: De Bourgondiërs
  • De kordewagenaars
  • Stapels concreter 2: Lodewijk van Male
  • Stapels concreter: De Berthouts
  • Accijnsontvangsten Mechelen en Antwerpen.
  • Kraanwerk
  • Van karvelen, wijn en Floris Berthout
  • De haven en de Trygelaers
  • De Volkswagen van de scheepvaart in het ancien regime
  • Aan de kade: van schepen aan de kade tot wandelponton
  • De bevrijdingsstrijd van Mechelen in 1303(2)
  • De bevrijdingsstrijd van Mechelen in 1303 (1)
  • De bevrijdingsstrijd van Mechelen in 1303 (inleiding)
  • Mechelen bevoorrecht in de geschiedenis
  • Christiaan II van Denemarken en Isabeau van Habsburg(4)
  • Christiaan II van Denemarken en Isabelle van Habsburg (3)
  • Het leven van Christiaan II en Isabeau van Habsburg (2)
  • Christiaan II van Denemarken en Isabeau van Habsburg(1)
  • HET MECHELSE LAKEN
  • De Vismarkt
  • Bourgondische en Habsburgse portretten
  • Joos de Rijcke
  • KV Mechelen
  • Kapers en piraten
  • De Zoutwerf
  • Aan de Kraanbrug
  • De kraan aan de Kraanbrug
  • Ik zit hier graag bij mijn oude tantes
  • Mijmeren aan de Haverwerf
  • Margareta van Oostenrijk
  • Mechelse unieke plaats in de scheepvaart
  • Mechelse geschiedenis in 't kort
  • Tolhuisje aan de Hoogbrug
  • De Vlietjes
    Zoeken in blog

    Categorieën
  • Algemeen (2)
  • Buiten klassement (0)
  • Cijfers (1)
  • Figuren (3)
  • Havenambachten (4)
  • Kaaien (7)
  • Kraan (3)
  • Mechelen over de grenzen heen (1)
  • Mijmeringen (3)
  • Om niet te vergeten (10)
  • Paleizenstory (8)
  • Rond het onderwerp (4)
  • Scheepvaart (6)
  • Sfeer (1)
  • Stapels (10)
  • Geldwaarde

    1775

     

    1 gulden =20 stuivers

    1 stuiver = 4 oorden

    1 oord    = 20 negen-mannekens

     

    Het jaarloon van een metselaar bedroeg in die tijd

       5.280 stuivers  of 264 gulden

     

    Gegevens op basis     Antwerpse lonen gezien.

    die van Mechelen niet

    gekend zijn

    (Uit Remue Isabel, verhandeling VUB 200 -2001-SAM/ M10080.b

     

     




    Sluit aan bij Facebook  stadsarchief   Mechelen

    Sluit aan bij Facebook
    archeologie Mechelen












    Sluit aan bijstadsarchief   Mechelen

    Archeonet

     

     




     

                 
               

    OVER KERKEN EN INTERIEURS
    Sint- Pieter en Paul
    Sint- Rombouts
    e.a.

     



     


    Uploaded with ImageShack.us
     

     


     

    Mechelen kende een conflictrijke havengeschiedenis 

     

    Anno 1250

     

     

     

    Vergane glorie

     

    De  kraan die zoveel dienst klopte

     De Dijle vanaf de Waterpoort tot aan de

    Kraanbrug in de 15e eeuw

     

     

     De Dijle vanaf de Hoogbrug richting molens. Bemerk de schuilhuisjes langs de kade voor kruiers en zoutdragers.


     
    ****
     

    ex:http://www.vaartips.nl/zeevaart.htm

     

    Als de zee woest is moet
    het schip de kracht
    van haar woedegolven
    doorbreken
    en ze 
    telkensweer
    doorklieven. 
    Zo wint het schip
    het van de woeste
    zee!
    full screen
    ex: wimp.com

    De geschiedenis levert een volk dromen, bedwelming, vervalste herinneringen en grootheidswaanzin.

    P. Valéry ex "Eindelijk buiten" van Ann Meskens(Lemniscaat)


    Gedicht op gevel

    Als de zon schijnt jeukt het park van

    Oude vrijsters en verschaalde heren

    en het kind dat ijswafel morst

    wordt geslagen door verhitte ouders.

     

    Het monument staat er geschonden bij;

    in de vijver knoeit iemand op blote voeten

    een agent heeft zijn geolied fietsje

    tegen een boom gezet en maakt verbaal.


    Later veel waakvlam van zonsondergang 

    in de nog bijna kale boomkruinen;

    de tolerante hekken dicht om halftien.

     

    Wie zich heeft laten insluiten sluipt

    met bonzend hart door een plantsoen

    grond en schimmel schuiven langs zijn voeten.

     

    Peter Ghysaert


     

    Monumenten van mensen

       

      

    Via vlak bovenstaande link kan u in de linkse menu, rubriek luisteren,  ee  stuk  beiaard-muziek kiezen en laten afspelen en mits terug klikken deze blog verder bekijken.  

     
     




    Haverwerf

    Gedicht op de gevel

    De plek

     

    Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,

    thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.

    Er is niets te zien, en dat moet je zien

    om alles bij het zeer oude te laten.

     

    Er is hier. Er is tijd

    om overmorgen iets te hebben achtergelaten.

    Daar moet je vandaag voor zorgen.

    Voor sterfelijkheid.

     

    Herman de Coninck

    Aan refugie van St-Truiden
    Stassartstraat

    *****

    De raadsheren van de Grote Raad van Mechelen waren steeds druk bezig met de vis-, haver- en zoutproblemen.

    Klokkenwerpen Special

    Mechelen altijd goed beschermd geweest met al die hemelse figuren, kloosters en kerken.

    Rond Pasen! Als ze dat Mechels maar in Rome verstaan.

    Carolus en nog eens carolus. Keizer Karel kon het bier niet laten. Zelf brouwde hij bier in een hoekse van het klooster waar hij zijn laatste dagen sleet.

     

    Als eer aan de ooit wijd vermaarde, enige echte, dikke coucou de Malines of simpler gezegd de Mechelse koekoek. Voor de Vaderik eens wat anders dan brood. Zal hij zijn luiheid opzij zetten?  

     

    ****

    Hoofdpunten blog noezfirst
  • VOORWOORD
  • OOSTENRIJKSE SUCCESSIEOORLOG
  • De slag te Fontenoy 11 mei 1745
  • Adriaan Noëz, hij kwam met een heel leger naar Mechelen
  • Uit de huwelijksakte van Adrianus Noëz en Maria la Fors
  • Het gezin Noëz - La Fors
  • Het huis de Poorte aan de Keizerstraat
  • Schepengriffie 1777
    Hoofdpunten blog noezenstadeen
  • Een stadskrant uit 1775
  • Een greep uit wat de kroniekschrijvers noteerden.
  • Met de koets van Antwerpen naar Mechelen. Anno 1775.
  • Over bier gesproken...
  • Hoe belangrijk was het jaar 1775 voor Mechelen ?
  • Bouwwoede
  • De strijd tussen jezuieten en oratorianen
  • De eerste bouwplannen van de wagens.
    Wil je iets kwijt ?

    Een vraag,een opmerking of zo maar,het kan allemaal.

    Gastenboek
  • Ben is op bezoek geweest. (I like it)
  • Felix Bongers Web Page
  • Wandelgroetjes uit Borgloon
  • blog
  • Wandelgroetjes uit Borgloon

    Schrijf eens wat je denkt over die stad Mechelen ?

    Nieuws Virusalert

    Geschiedenis familie Bellon

     
    Mechels Glorie
    Monumenten
    29-12-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De stad Mechelen nu en vroeger

     

    ;Mechelen, een oude stad aan de Dijle 
        

                           

    Welkom aan allen die wat meer over deze wondermooie stad willen te weten komen. 

    Je kan hier heel wat vinden over de stad van vandaag. Hoe ze leeft en evolueert. Wat de Mechelaars denken,  reageren en aan te bieden hebben.

    Veel foto's heb ik genomen tijdens heel wat wandelingen onder een blauwe hemel omdat de bloemen dan  hun beste kleuren laten zien en de stad haar beste glans kan laten uitstralen.

    Ook sprokkels van geschiedkundige verhalen, als puzzels uitgestrooid. Soms poëtisch, maar ook echt en of in mijmering neergeschreven.

    Van iemand die van deze stad houdt er geboren is en er zijn jeugd heeft doorgebracht. Die nu grijzend Mechelen herondekt, er niet op uitgekeken raakt, er regelmatig op exploratie gaat en er in archieven snuffelt in dozen en muffe boeken.

     

     

         

     

     

     

     

     

    Hier aan de waterkant valt heel wat te vertellen. Eeuwen heeft de Dijle geschiedenis geschreven. Verbluffend wat hier allemaal gebeurde.

    Verhalen aan de waterkant. 

           

     

    29-12-2013 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Rond het onderwerp
    >> Reageer (8)
    18-12-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Duiding
      Duiding
     

    De Dijle te Mechelen, gelegen tussen de Winketbrug en de molens aan de Zandpoortvest, bracht tijdens de bloeiperiode van het mid-deleeuwse Brugge voorspoed en rijkdom. Omdat dit stukje vaarweg deel uitmaakte van de Heerlijkheid Mechelen, wat niet anders betekent dan een onafhankelijk staatje  binnen het toenmalige Brabant, werd het begeerd door vorsten en hertogen. Geld trekt geld aan. Het aardse spel van macht en politiek zoog nog meer centen uit het Dijlewater en stond de kleine stad meteen op de toenmalige wereldkaart. De Bourgondiërs lieten de stad nog meer aanzien krijgen door haar tot hoofdstad van de Nederlanden te verheffen. De Sint-Romboutstoren was nog maar half zo hoog wanneer Margareta van Oostenrijk zich in de stad kwam vestigen. Het zo donkere en conservatieve Mechelen kreeg een renaissancebad,  waar de rijke wereld zich kwam vestigen en monumenten de stad gingen opvrolijken.        Dat laatste wordt genoegzaam in alle toonaarden getoond, verhaald en beschreven.

    Het verhaal van de Dijle echter, oorsprong van de roem, met haar dagelijkse werkende mensen, bleef zowat zitten in de grijze zone. In brokken en flarden kan je ze vinden bij verschillende auteurs. Tijd om ze eens te bundelen. Boeiend het dagelijkse leven aan de kaden te kunnen lezen met  achtergrondnieuws hoe de grootmachten met Mechelen spelen en er voor haar oorlogsbodems werden ingezet om de hertogelijke en keizerlijke belangen te dienen.

    Ook na de roem bleef de Dijle voor geschiedenis zorgen en is ze de bakermat van het zo beroemde Mechels meubel.Het is uiteindelijk de trein dat een einde zal maken en de waterweg economisch totaal zal laten uitdrogen.

    Daarom deze blog. Ik wil mijn archiefvondsten niet in de lade steken. Ik ben geen historicus, maar heb, zoals u wel reeds begrepen zal hebben een groot hart voor Mechelen.

    In het hedendaagse Mechelen, zowaar zo mooi opgepoetst, zou de Dijlegeschiedenis meer aan de orde moeten komen dan nu het geval is. Wat niet wegneemt dat ook andere aspecten van de stad aan bod zullen komen. 

     

    18-12-2013 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Rond het onderwerp
    >> Reageer (0)
    17-12-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.MONUMENTEN

     

     

            Aanvullend  verhalen van toen, mijmeringen...  


     
    Stem voor de Sint Romboutstoren! 

    17-12-2013 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Rond het onderwerp
    >> Reageer (3)
    16-12-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mechelen vandaag.

     

     

    Mechelen vandaag

                      vandaag in Mechelen
     

                        

     

     

    16-12-2013 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Om niet te vergeten
    >> Reageer (1)
    15-08-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Filosoferen in Mechelen
    "
    Het gebeurt wel meer dat je in de stad zowel het een als het ander hebt, en dat doet denken aan overvloed en vrijheid. Bomen en lantaarnpalen. Lage woninkjes en hoogbouw. Boulevards en stegen. Autochtonen en allochtonen. Bewoners en forenzen. Arbeiders en bedienden. Dames en hoeren. Mensen en kinderen. Je kunt er net zo goed beschermd als vrij rondlopen, je kunt er zowel gekend als incognito bestaan. Jijzelf bent misschien alleen, maar de wereld is dichtbij. En dan de onvolprezen trottoirs!
                                                                                                            "

    ex: "Eindelijk buiten, filosofische stadswandelingen van Ann Meskens.

    15-08-2013 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Mijmeringen
    >> Reageer (0)
    27-05-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Baggerwerken op de Mechelse Dijle


    De twee schepen rechts op de foto zijn baggerschepen. Het schip tegen de kade is bijna zeker een "steekzuiger" daarnaast ligt een slijkbak, erachter een tweede.

    Kleine steekzuigers hadden geen voortstuwing, die werden verhaald met draden op een vast punt tijdens het baggeren. Verdere verplaatsingen gebeurden met een sleepboot.

    De pomp(en) werden zoals op de foto te zien aangedreven door een stoommachine, op de foto is mooi te zien dat er druk op de ketel zit.

    Voor de schouw zie je een soort kruiskop van buizen, de opgepompte specie werd langs hier in de naast liggende bak gespoten, tijdens het werk lagen er steeds twee slijkbakken stand-by. Was de ene bak vol dan werd er een andere klep geopend en kon de bak aan de andere zijde van de zuiger gevuld worden. De volle bak vertrok dan (gesleept) naar een losplaats. Naast de "kruiskop" zie je twee luchthappers om de machinekamer van frisse lucht te voorzien.

    Steekzuigers waren ideaal voor het werk in slib en zand, maar juist werken met die dingen was geen sinecure. Waar de pijp de grond inging ontstond telkens een krater, de molenbaas moest die kraters dan min of meer geëgaliseerd krijgen. Dat ging puur op gevoel, sonar moest toen nog uitgevonden worden.

    De registratie is een doordenkertje, de beide slijkbakken en de steekzuiger maakten deel uit van de baggerfirma Ackermans & van Haaren, het latere Dredging International, nu opgegaan in DEME.

    De naamgeving op de bakken is bijna zeker de afkorting van Nicolaas van Haaren, NvH….  één van de stichters van de firma. De firma is gesticht in 1876.

    Ps: van die twee vrachtschepen links is er zeker één bij die al een stoommachine in het achteronder staan had, misschien voor de voortstuwing of voor het bedienen van de lieren, maar ik denk voor beide.

    Beschreven door de heer André Baeck van Tolerant  http://www.tolerant.be/
    Foto, postkaart uit de verzameling van Luc Croonen 
    Met dank aan Rene Vanhoren als tussenpersoon

    27-05-2013 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Scheepvaart
    >> Reageer (0)
    22-04-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Groot Stedenproces (2)


    Antwerpen Anno 1433

    Wisten de gewone Brabantse mensen wel dat er een Groot Stedenproces in de maak was? Handelaars kenden  de geschillen die er waren geweest omtrent de stapels zout, haver en vis. Dat er een strijd was tussen  Antwerpen, Brussel en Mechelen en men getuigen opriep verklaringen te komen afleggen. 
    Gedurende een hele tijd plakten er pamfletten in vele steden die getuigen zochten voor het Groot Stedenproces. Heel wat brieven werden rondgezonden in Brabant, Vlaanderen, Zeeland, Holland, Frankrijk.
    Het moet een hele administratieve opzet zijn geweest om burgers te zoeken en uit te nodigen voor hun verklaring.
    De betrokken proces-steden deden onderling hun best schippers en handelslui  op te sporen die  hun respectievelijke standpunten konden ondersteunen. 

    Filips de Goede had besloten om na de getuigenissen een vonnis te vellen over de verschillende disputen rond de stapels.

    Op 11 juni 1433 kwamen Hendrik Magnus, vertegenwoordiger van de Raad van Brabant en Gillis van der Woestynen, gezant van de Vlaamse Raad aan te Antwerpen om er tezamen met de procureurs van Mechelen, de verklaringen van getuigen op te nemen. Het aantal was zo groot dat de zitting later verder gezet werd in Vilvoorde. De getuigen zouden opgetekend worden met naam en toenaam. 



    De griffier had de handen vol met het schrijfwerk. Hoeveel inkt en veren hij heeft gebruikt zijn niet te schatten. De vellen perkament vulden zich en ging het dossier in kilo's zwellen tot wat het nu nog is en te lezen is in het Antwerps Felix stadsarchief.

    Schrijver Floris Prims moet er veel tijd hebben ingestoken en citeert in zijn boek(1) bijzondere en waardevolle getuigenissen. Hij is dan ook mijn reporter ter plaatse om mij inzicht te geven in dit bizarre stukje geschiedenis waar werkelijkheid en fictie tot uiting kwamen. We horen allerlei mensen uit die tijd spreken, vanuit hun beroep, vanuit hun ervaring over de Mechelse case. Niet alleen Antwerpenaars maar ook lieden uit Zeeland, Holland, Vlaanderen, Brabant,  komen aan het woord. Wij krijgen hier en daar inzicht hoe het in de praktijk verging daar aan de Antwerpse werven, aan het zo vermaarde Antwerpse kranenhoofd, waar de wereld zowat verzamelde met hun zeeschepen als galeien, hulken, karvelen en binnenvaartuigjes allerhande en waar men zo'n verscheidenheid aan goederen losten en laadden. Niemand kon vermoeden dat haver, zout en vis, de meest alledaagse noodzakelijkste producten, tot een immens verhaal uitgroeien zou. 

    De getuigen aan het woord.

    De griffier roept getuige Jan van Landuyt in de rechtszaal.  Er is geen schilderijtje van hem. De man heeft al een gezegende leeftijd. Hendrik van  Magnus vraagt naar zijn naam, leeftijd en beroep. 
    De man is 70 jaar en was handelaar in de jaren 1388 in allerhande koren. Hij bezocht zaterdags regelmatig de Antwerpse markten en kocht er dikwijls, haver, gerst, bonen, vitsen om ze dan te vervoeren naar Aalst,Geertsbergen en Ninove.
    Van der Woestynen vroeg hem of hij in de handel van haver enige hinder had ondervonden van de Mechelaars?  Het antwoord van Jan Landuyt luidde duidelijk; Ik heb nooit  de Mechelse haverkooplieden, zoals Jacob van Campenhout of Wauter Baesdonck  zien reclameren over  mijn haververkoop. 
    Ook de heer van Diest, die zich eveneens had opgegeven omtrent de Mechelse stapels had wat te openbaren: Hij pretendeerde dat hij burggraaf van Antwerpen was, en verzekerde  dat wie naar Mechelen voerde geen beletsel had  en diegene die in Antwerpen haver wenste te lossen geen tegenstand ondervond. Deze gebruiken waren niet vreemd en gekend binnen de Antwerpse magistraat, zo benadrukte hij. 

    De volgende heer kwam uit de noordelijke streken, ging zitten bij de twee voorname heren. De griffier nam zijn ganzenveer en dopte de scherpe punt in het versierde bronzen inktpotje dat voor hem op een schuine lessenaar stond. Nadat de getuige zijn poorterspapieren liet zien vroeg Hendrik Magnus bevestiging dat het wel Bouwen Fyck was die voor hem zat. Bouwen Fyck antwoordde bevestigend en verklaarde dat hij schipper was en burgemeester van Rotterdam. Hij ging spontaan verder en lichtte toe
    hoe hij regelmatig  naar Antwerpen kwam om er zijn droge haring en zijn kaakharing tussen  Bamisch markt en Pasen te verkopen zonder enig protest van de Mechelaars.   Gillis van der Woestynen vroeg hem of hij ook naar Mechelen zeilde om er wat te verkopen?
    Ook dat ondernam hij meermaals. Hij bracht voornamelijk vis naar Mechelen en onderzocht of hij in deze stede enig profijt kon halen met zijn lading. Was dat niet het geval keerde hij terug zonder enig beletsel van de Mechelaars. 
    Tot dusver wat de griffier noteerde.

    Vervolgens trad groothandelaar Jan Karoen uit 
    Rommerswale
    binnen, gelegen in zuid Bevelandt.


    Hij wist te vertellen dat
    hij in de eerste periode van 1400 te Antwerpen, haring nat en droog kwam verkopen en  er tevens zout op de vrije markten te koop aanbood.  Verleden jaar nog, zei hij, kwam hij tijdens de vasten tonharing verkopen. Hij vroeg aan de tolbeambte of hij met de overschot naar Mechelen mocht varen om het daar te verkopen?  De beambte had geen bezwaar indien hij de haring uit zijn boot overlaadde op een platte bodem, wat een Antwerpse verplichting was, om er dan mee naar Mechelen te zeilen. Dat had hij reeds onder dezelfde omstandigheden gedaan met zout. 

    Tot hiertoe klonk er geen kritiek over de handel rond zout, vis, haver, noch van de Antwerpse ambtenaren noch van de Mechelse vertegenwoordigers of consuls.

    Een iets afwijkende verklaring kwam er van enkele Leuvenaars.

    Jan van Nedervenne getuigde als eerste. Hij woonde  reeds lang bij zijn oom te  Mechelen.  Deze laatste kocht geregeld koren, haver en lijnzaad te Antwerpen om die dan te verkopen in Mechelen.  Hijzelf voer geregeld door Mechelen met tarwe en rogge voor de Antwerpse markt. Zout haalde hij uit Steenbergen en Zevenbergen en zeilde  ermee doorheen Mechelen maar moest op zijn zouttransport wel  tol betalen.  Dat bracht hem uiteindelijk tot andere gedachten en zou voortaan het zout in Mechelen aankopen.

    Andries van Winge voerde van Leuven doorheen Mechelen richting Antwerpen met als lading, tarwe, rogge, wijn en kocht er haver, vitsen, bonen en zaad welke hij opnieuw doorheen Mechelen transporteerde. Bij het tolhuis moest hij bewijzen dat de goederen hem toebehoorden, maar moest op het onvrij goed, haver, tol betalen alhoewel de poortersgoederen van Leuven tolvrij waren.

    De twee ondervragers verveelden zich blijkbaar niet. Ook de Mechelse procureurs niet. De burgers die verschenen kwamen uit alle windrichtingen. Uit gebieden waar men amper wat had van gehoord, tenzij de schippers zelf. Schippers waren zowat de wereldreizigers van toen. Men mag gerust stellen dat de ontdekkingen van onze Mechelse kapiteins even boeiend waren  dan die van de zee. De volgende gast kwam uit Gorinchem.  Zowel Gillis  als Hendrik, de ondervragers, moeten belangstelling hebben getoond over die  gemeente van de volgende getuige. 
    De griffier had even rust toen de getuige hartelijk en met veel overgave over zijn thuis sprak.

    Het was droef te vernemen hoe de stad recentelijk in 1388, haast volledig afbrandde en zo'n 1500 huizen door de vlammen in de as werden gelegd. De graven van Holland lijfden in het jaar 1417 de stad in en ontwikkelden er een bloeiende handel zodat Gorichem aan het uitgroeien was tot een van de voorname handelshavens(2). De stede ligt aan de rivier de Boven Merwede en vormt de grens tussen Zuid -Holland en Noord -Brabant. Gorichem  bezat een stevige omwalling met zeven poorten en 23 torens.
    Jan Boeminch was fier burgemeester te zijn van de deze merkwaardige vestingstad. Hij lijkt me een figuur die door de groei van zijn stede het schip ook gebruikte om op ontdekking te gaan en indrukken wou opdoen die hij in zijn stad kon gebruiken.
    Uiteindelijk kwam hij hier om zijn ervaring te melden.
     Hij voerd regelmatig naar Antwerpen met tarwe, haver, gerst en om vandaar, zonder problemen naar Mechelen te zeilen. Niemand liet enig protest horen dat hij met de rest van zijn lading verder zou varen naar Dendermonde en Gent.

    Ook zijn collega schipper
    Hannaert Arnoudsone verklaarde geen hinder te hebben gehad toen hij begin jaren 1400 uit Gorichem haver, zout, steenkolen naar Antwerpen voerde om ze daar te verkopen.

    Op de lijst van de getuigen stonden vervolgens enkele poorters uit Antwerpen die er een herberg, hotel, gasthuis uitbaatten. Hun verklaringen staan voor eeuwig genoteerd: 

    De eerste onder hen was de zestigjarige Gillis Snacke. Die had onder zijn cliënteel kooplieden uit Brussel, Diest, Leuven, Mechelen, Atrecht, Valencia en uit Goes. Hij reveleerde  aan de ondervragers met klem nooit enige klacht te hebben gehoord omtrent beletsels der Mechelaars.  

    Willem Beys, een hotelier, had commerçanten uit Nieuwpoort, St-Omer, Duinkerken en uit andere plaatsen in Vlaanderen, die boter, kaas, haver, haring, droog en nat naar Antwerpen brachten en het aan de Brusselaars verkochten zonder enig protest van de Mechelaars.

    Sinjoor Jacob de Maech,  baatte een gasthuis uit in de Hertshoren op de Rui. Tussen zijn klanten had hij Mechelse kooplui, die haver, tarwe, zaad voor Mechelen, Brussel, Leuven, Diest en Zoutleeuw kochten. Deze hebben nooit gesproken over  het bestaan van een ketting te Heffen. 

    Dat werd even tegengesproken! Verder in de verklaringen  staat de getuigenis te lezen van
    Quintijn Hannemans, schipper uit Dendermonde die een tijd verbleef te Heffen en verklaarde de ketting er te hebben zien liggen. 
    Belangrijk in dit verband  voor de geschiedenis is het gesprek geweest met
    Michiel Spelhout die vertelde wel te zijn opgehouden te Heffen. Hij vervoerde zout. Er werd hem de noodzaak van het beletsel uitgelegd. Reden zou zijn geweest het te kort aan zout. Het was immers slachttijd, periode waarin er veel van dit zilte product werd verbruikt. 

    Wouter Cul uit Zandvliet, 94 jaar oud, zeilde  in het  jaar 1353 met mosselen en verse haring via Heffen naar Brussel zonder enig beletsel

    Met veel belangstelling ondervroegen  Gillis  van der Woestynen en Hendrik Magnus onder het waakzame oog van de Mechelse procureurs, deken Adriaen Gilissone uit Antwerpen. Zijn verhaal gaat terug tot het jaar 1413, de tijd van het bolwerk te Rumst. De man werd met de dood bedreigd omdat men ervan overtuigd was dat hij de Antwerpse zoutwerf aan Mechelen zou hebben verkocht. Wat dus een onwaarheid bleek te zijn.
    Voordien, verklaarde hij nog,  was het algemeen geweten niet met zout voorbij Antwerpen te mogen varen gezien er geen Mechelse poorters aanwezig zouden zijn geweest om goederen op te slaan. 

    Ook de getuigenis van visverkoper Jan van de Dale uit Antwerpen geeft een beeld van hoe het in een korte periode verliep met het vervoer van vis. De visverkoper werkte een tijd in het tolhuis aldaar. Hij spreekt over het jaar 1428.
    Wanneer men de Schelde opwaarts voerde met vis, diende men aan te leggen om die  te 'loven'(?).
    In het tolhuis schreef men al de schepen op die met vis, verse haring en zout richting Mechelen wilden, maar ook die boten die in Antwerpen bleven om zout en vis daar te verkopen. Alzo kon men nagaan hoeveel vis er in Antwerpen bleef en hoeveel  er naar Mechelen werd gebracht. Van de tien schepen zout bleef er maar één te Antwerpen, maar de meeste
    korfharing bleef in Antwerpen en van de verse haring ging er zoveel naar Mechelen als er te Antwerpen bleef. Ook de tonharing bleef het meest te Antwerpen.
    Jan van Dale onderlijnde wel dat deze controle niet lang werd uitgevoerd.  

    Olen Hugensone, schepen uit Zierikzee, getuigt dat hij in de begin jaren 1400 met zijn vennoten regelmatig tot 200 last tonharing in Antwerpen leverde. Hij verkocht er haring in het openbaar op de werf  en het thoeft(3) aan die van Lier en Dendermonde zonder enig bezwaar van de Mechelaars .

    Nog een schipper uit Zandvliet, Peter Noutssone, voerde regelmatig met zijn schip naar Antwerpen en legde op dek zoveel vis waarvan de Antwerpse kooplieden zoveel kochten als nodig was en dit als proviand.


    Wachten op een vonnis(4)

    Het aangekondigde vonnis kwam er niet. Ook nog niet 1436. Er was een juridische twist omtrent het voordragen van de getuigen. Filips besloot meer volmachten te geven aan zijn commissarissen. Maar toen vlotte het nog niet. Er ontstond graanschaarste in 1437. Brussel besloot geen graan uit te voeren naar de heerlijkheid Mechelen. In Heffen trok men de ketting op, waardoor het vuur in de pan sloeg en  Antwerpen en Mechelen elkaars magistraten, die zich in hun steden bevonden, gevangen  namen.
    Om al de gerezen twistpunten op te lossen riep Filips  zijn poulains bij elkaar in het jaar 1438. Ondertussen hadden, wellicht onder druk van de gilden en ambachten,  Mechelen en Antwerpen vrede gesloten en hun gevangenen vrijgelaten. Aldus kon de handel in alle vrijheid hervatten.   
    Filips de Goede geeft geen sanctie. Hij schrijft zowaar op 6 oktober een vonnis waarin hij stipuleert  dat diegene die getuigen willen in het groot stedenproces moeten worden gepubliceerd.
    Wie nu hoopte op en vlug resultaat kwam bedrogen uit.
    Mechelen trok nog eens aan de alarmbel in 1441 door de ketting in Heffen te hijsen. Filips de Goede porde  zijn commissarissen aan en dreigde om het zaakje over te hevelen naar het parlement van Parijs. Aan Mechelen legde hij op de ketting niet meer te gebruiken zolang er geen vonnis was.  
    Van toen af kwam er een schaduw over heel de gerechtelijke opzet tot Mechelen in 1452 nog eens een Brussels zoutschip tegenhield. Filips de Goede verwees Mechelen naar zijn bepalingen van 1441 de scheepvaart op de Zenne niet te hinderen tot nader order.
    Dit leek het laatste wapenfeit te zijn geweest en moeten we aannemen dat het Groot Stedenproces, nooit heeft plaats gehad toch niet onder het gouvernement van hertog Filips. Bij zijn dood in 1467 leek niemand nog te spreken over het zo besproken stapelthema, dat bijwijlen tot een ware oorlog uitgroeide.
     

    Wat moeten we ervan  denken?

    Uit de handgreep van verklaringen, alsook die van Zoutleeuw, één van de voorgaande artikelen, blijkt duidelijk dat het probleem rond de Mechelse stapels eerder een politiek spel moet zijn geweest.
    Het waren de hertogen en later de graven van Vlaanderen, die groot geldelijk gewin zagen in het waterrijke Mechelen en daardoor de stad op de wereldkaart hebben geplaatst. Mechelen zal er niet rauwig om geweest zijn. De Mechelaars hadden daar in beginsel niet om gevraagd.
    De Blijde Inkomsten in Antwerpen en Mechelen van  hertogen en graven, dit zijn de stedelijke bezoeken van de nieuwbakken vorsten,  gaven aanleiding tot het opvoeren van discussies rond de vraag wie  de eigendomstitel bezitten mocht van de stapels zout, haver en vis; Antwerpen of Mechelen? Die vraag leidde tot enorme enquêtes zonder een duidelijk besluit.
    Mechelen was een lekker hapje, een inkomstenrijk gebied. Uiteindelijk hadden de vorsten weinig macht in Mechelen. Die stad had haar onafhankelijkheid verworven van de Bisschop van Luik in 1305(5). Dat stond wit op zwart op perkament met tientallen zegels bekrachtigd.

    De grootste conflicten rond de stapels komen aan de oppervlakte in de periode dat de broer van Jan zonder Vrees(°1371+1419) hertog van Bourgondië ,  Anton van Brabant(°1384+1415) hertog wordt van onder andere Antwerpen en in rivaliteit gaat met zijn broer.
    De tijd van het bolwerk in Rumst, de tijd dat Mechelen  voor een periode economisch wordt gedwarsboomd en er ruw handgemeen was.
    In Heffen aan de Zenne halen de Mecheleaars een ketting uit het slijk. Hun vorst Jan had hun daartoe in 1413 de toelating  gegeven die opnieuw te gebruiken om de Zenne daarmee af te spannen. Het is evenwel niet geweten wanneer de Mechelaars de afspanning nog eerder hadden gebruikt.   
    Feit is dat voornamelijk Brussel een frustratie oploopt omwille van die drastische ketting. Hun enige levensader wordt dichtgeknepen, hun toe-en uitvoer van levensnoodzakelijk middelen worden onzeker. Daardoor zijn  uiteindelijk het kanaal Brussel- Rupelmonde en de Leuvense vaart er gekomen. Het waren niet zozeer de sterke privilegies die Mechelen bezat dat hun dwars zat, wel over hun macht om de Zenne te blokkeren. 
    Met ons verhaal over Filips de Goede, hertog van Bourgondië (°1396+1467), toonden we aan dat deze vorst Mechelen eveneens belangrijk vond om verdedigen en het stapeldossier naar zich toe trok. Hij en hij alleen zou beslissen over de stapelkwestie. Filips wou de kwestie definitief  van de baan.  Hij wou een justitieel vonnis, een groot stedenproces. Door de crisissen, opstanden, rellen in de Nederanden, door de spanning tussen Frankrijk en Engeland, was zijne eminentie zodanig belet om voor het Brussels- Mechels-Antwerps probleem vlug een antwoord te vinden. Misschien ligt het falen wel bij zijn commissarissen, magistraten, advocaten-raadgevers, de partijen Brussel, Mechelen en Antwerpen zelf. Voor die tijd moet zo'n monsterproces onuitgegeven geweest zijn en zullen er weinig of geen gerechtelijke regels zijn geweest om in zulke situatie tot een goed proces te komen. Alleen al leidde het voorstel om de namen van de getuigen al dan niet te laten publiceren tot grote juridische discussies. De Hertog hoopte een mooi dossier op zijn bureau te krijgen, degelijk gestoffeerd met akten, besluiten, verweerschriften en adviezen van zijn prominentie advocaten. Het zal eerder een bundel geweest zijn met verklaringen omtrent juridische twistpunten, termijnen die niet werden gerespecteerd, menig uitstel van geplande zittingen wegens verontschuldigingn. Een magere oogst voor de hertog om de procesvoorbereiding die zowat begon in 1433  in 1452 nog niet in staat was om vonnis te vellen.  
    Nochtans valt op dat het dagelijkse handelsleven tijdens deze periode geen noemenswaardige hinder ondervond waarin Antwerpse en Mechelse kooplieden, noodgedwongen, onderlinge oplossingen en compromissen afsloten in verband met hun stapels. De ketting de Heffen bleef ongemoeid omlaag,tenzij die enkele keren. De talrijke opgeroepen getuigen bevestigen dit. Eigenlijk was er geen groot probleem. Men kon in Antwerpen, zout lossen, vissen verkopen, haver verhandelen en vervolgens naar Mechelen en Brussel zeilen. Ook onze noorderburen hadden geen moeilijkheden met de steden Antwerpen en Mechelen. Uit de verklaringen  blijkt eveneens  dat er vis, zout en haver genoeg was, misschien wel in overvloed, zodat ieder voldoende had. Toch niet onbelangrijk de getuige die nog wel is tegengehouden in Heffen met een vracht zout omdat er op dat ogenblik een tekort was!
    Bovendien  leek er in die tussentijd een Antwerpse berusting te zijn ontstaan omtrent het eigendomsrecht van de drie stapels in kwestie. Had Antwerpen inmiddels zoveel aan handelsprestige gewonnen zodat die kwestie hun van minder belang werd? Was de stad Antwerpen tevreden met de gang van zaken en de gewoonten die ze met Mechelen hadden aangenomen omtrent de dagelijkse commerce in zout, haver en vis?
    Toch is de ketting in Heffen  een ernstige bedreiging geweest. Het belemmeren van het scheepvaartverkeer op de Zenne werd als een aanslag op het vrij handelsverkeer beschouwd. 
    Het lijkt wel de voorganger te zijn geweest van het latere Scheldeverdrag tussen België en Nederland.  


    Als we maar varen kunnen!


                      
                   




    Voetnoten

    1)Prims F, Geschiedenis van Antwerpen, 4de deel, Kultuur en Beschaving 1980
    2)Groeide uit tot achtste stad van Holland: Wikipedia
    3)het kranenhoofd te Antwerpen
    4) Chronologie : De Laet M, Mechelen versus Antwerpen, Handelingen Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen SAM.
    5)Kocken M. Gids voor Oud en Groot Mechelen, C.de Vries-Brouwers b.v.b.a. Antwerpen 1989

    Foto's; boven smengetselde foto uit een stuk arrchiefdocument  
    stadsarchief Mechelen. Onder bewerkte foto van een stuk ketting

    links:
    vitsen:
    http://www.volkoomenoudeherbariaenmedisch.nl/Ravelingen/13%20Onkruiden/16.%20galega.htm

    Geertsbergen:

    http://books.google.be/books?id=7xtDAAAAcAAJ&pg=PA364&lpg=PA364&dq=Geertsbergen&source=bl&ots=xTlEceeTpu&sig=
    TY1fsDUKgbBu7hWBPi2fcjicm6k
    &hl=nl&sa=X&ei=vEh2UbjmIsWjO4HsgagL&ved=0CEIQ6AEwAzgo#v=onepage&q=Geertsbergen&f=false


    Rommerswale: http://preos.home.xs4all.nl/het_verdronken_land_van_reymersw.htm

    Gorinchem: http://nl.wikipedia.org/wiki/Gorinchem

    korfharing:
    http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/426921/1996/06/01/Haring.dhtml
     

    22-04-2013 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Stapels
    >> Reageer (0)
    26-03-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Het Groot Stedenproces (1): een visie

     


     

    Een visie vooraf


    Commerçanten hebben een apart gen. Hieronder vallen ook de schippers.  Meer een meer komt tot uiting dat tussen schippers heel wat kooplieden zaten. Te Mechelen, zo schrijft Schoeffer(1), stonden veel visverkopers aan het roer  van hun eigen boot. In de getuigenissen van het Groot Stedenproces, zien we zelfs burgemeesters die als schippers getuigenis komen afleggen.  Ook brouwers hadden meermaals een deel van een schip in eigendom. Ook de geestelijkheid maakte gebruik van de rivieren. In heel wat oude steden vinden we refugiehuizen met o.a. magazijnen om goederen te stapelen.  Kortom voor hen die leven aan  en van het  water zijn  handel en internationale contacten van levensbelang. Voor stad en staat kan dit een ferme streep in de rekening betekenen indien men met hun levensfilosofie geen rekening houdt.  

    Antwerpen kan daar getuigenis van afleggen. In de tijd van de godsdienstoorlog tussen katholieken en protestanten, midden 16e eeuw, dreef men in Antwerpen handel met de protestanten, met de anders-gezinden. Kooplieden,  kunstenaars,  politici, zelfs geestelijken, sympathiseerden met hen. We zien vader Jan Rubens(1530- 1587), schepen te Antwerpen, de stad  verlaten wanneer de Spanjaarden oprukten. Zijn sympathie voor de anders gelovigen zou hem uiteindelijk geen windeieren opleveren. De affaire waarin hij zou belanden, door overspel te plegen met Anna van Saxen, de tweede echtgenote van Willem van Oranje(1544- 1584) , zou hem redden van de dood dankzij de bemiddeling van zijn echtgenote Maria Pypelinkx. Gezien Willem van Oranje, eerst katholiek dan protestant werd, zal wellicht een positieve rol hebben gespeeld in de smeekbede van moeder Rubens om hem niet ter dood te brengen maar hem voor 10 jaar te verbannen. Het is geweten dat Willem van Oranje de vrijheid van godsdienstbeleving tolereerde en zich daarover ook openlijk uitsprak.

    Asaert G, schrijft in zijn boek  1585, "De val van Antwerpen en de uittocht van Vlamingen en Brabanders(2)": “ Over die geprezen Antwerpse tolerantie hoeven we ons weinig illusies te maken. Zij was in hoofdzaak ingegeven door het economisch belang". Antwerpen telde even voor de komst van de keiharde Alva zo'n 100.000 burgers. Eens el hombre hier was sloeg men in Antwerpen op de vlucht. "Onder de 82.000 bewoners die overbleven, telde men 42.000  katholieken, 27.000 calvinisten en 13000 luthersen. Nog eens de helft van de ingezetenen van Antwerpen vertrok even later, richting Nederland,Engeland, Duitsland”.

    Grote koopliedenfamilies, zo schrijft Asaert,  vestigden zich aan de Elbe omdat ze gedurende jaren met de aldaar gevestigde handelssteden zaken deden. Zo  genoot de vermaarde Anselmo alle   vertrouwen van Willem van Oranje. Hij ging zich vestigen in Hamburg en zou daar heel wat aandeel hebben gehad in de groei van het VOC."

     “Niet alleen in Antwerpen trokken kooplieden weg. Haast in alle havensteden was dat het geval, zoals in Brugge, Gent, maar ook in Ieper, Mechelen, Brussel. Het is in die periode dat de in Mechelen geboren Frans Hogenberg naar Keulen trok en er wereldberoemd werd met de kaarten voor Orthelius. Ook pater Thomas van Tielt,(3) een geboren Mechelaar, die nog in de abdij Sint- Bernardus zijn beden richtte tot God de Almachtige. Ook hij vluchtte naar Duitsland en belandde later in Delft waar hij hofprediker werd van het Oranjehuis.”

    Ook in 1830, bij de onafhankelijkheidsstrijd van België,  hadden de  traders uit Gent het uiterst moeilijk met wat er op de Warande gebeurde. Ook die van  Antwerpen en van Luik hoorden de wilde verhalen van ene  Luikenaar Charlier, oud  Napoleon soldaat,  die  onder gejuich van  de Brusselse, Leuvense en Luikse patriotten , met een kanon de troepen van de Hollanders onder vuur nam.  Deze oudgediende met zijn houten pikkel werd zowaar als held verheven door de volksmassa, mensen waarvan de meesten werkloos waren en of  kleine ambachten beoefenden.  De tricolore Brabantse vlaggen kregen de overhand op die van de Hollanders. Onze  handelaars en industriëlen zagen  de toekomst somber in, nu Willem  I koning der Nederlanders en Belgen (1772- 1843) hen  een vrije weg had verleend om  het noorden van Nederland te bevaren en tevens  hun producten te kunnen afzetten in  Oost-Indië.  "De open Schelde bracht opnieuw welvaart. Gent werd zowat de sterkhouder op textielgebied, terwijl  Antwerpen zijn scheepstrafiek zag stijgen van  585 schepen tot 1028 eenheden in 1829!"(4) Die van Amsterdam en Rotterdam kregen reeds klamme handjes en vreesden  een roemrijke comeback van het Antwerpen van weleer. "Koning Willem kende wat van zaken doen. Hij had in 1824 de Nederlandse Handelsmaatschappij opgericht om de Indische handel aan te moedigen. Hij liet zich inspireren door  economen om in Java belasting in natura te heffen en de boeren te dwingen producten te bebouwen door het gouvernement opgelegd. Wat er ook van zij - er zijn  geschiedschrijvers die dit soort handeltje  anders hebben voorgesteld- tussen 1830 en 1870 bracht dit systeem, het Cultuurstelsel genoemd, een winst op van 823 miljoen gulden, dat is gemiddeld  zo’n 20 miljoen per jaar en zou het  tussen 1851 en 1860 20 % van het nationale inkomen hebben gehaald!(5) Men begrijpt daarom hoe de commerciële sterke gebieden van het jonge België de onafhankelijkheid met andere ogen bekeken.
     

               

    Op 23 september 1830 viel Willem Brussel binnen. De historici beschouwden het moment als te laat, gezien de patriotten zich reeds hadden gegroepeerd en zich hadden georganiseerd in en rond de Warande.  Pech voor kroonprins Frederik die  te weinig manschappen had en te licht geschut bezat om snel door de Schaarbeekse Poort te breken. Het zou niet lang duren of  Brussel werd  bevrijd van de Hollanders.(6)

    De kersverse Belgische staat had het moeilijk om de oranjegezinden tot andere gedachten te brengen.  Die  hadden geijverd om kroonprins Frederik  voor te dragen als eerste koning van België. Die droom werd teniet gedaan door een complot van fanatieke orangisten in Antwerpen die een staatsgreep  beoogden om de scheuring in het verenigd Koninkrijk ongedaan te maken.
    Het is dankzij koning Leopold I die de Belgen tot  rust kon brengen. Door de steun van de grote mogendheden kon hij zijn traktaat van 18 Artikelen  laten goedkeuren waarbij de grenzen van België definitief werden vastgelegd. Willem was echter sterk verbolgen en zou België opnieuw binnenvallen. Die tocht duurde maar 10 dagen. Dat kwam niet door de dapperheid van onze soldaten. De sukkels hadden slechts stokken en spiesen. Hier en daar liep er eentje rond met een geweer.  Het waren echter  de Fransen die dreigden België binnen te vallen om de Hollanders te verdrijven. Willem vreesde een wereldconflict en draaide om. Zijn nederlaag mondde uit in een nieuw traktaat gekend onder die van de  24 artikelen.

    Eén van die artikels moeten handelaars, schippers, haven exploitanten als honing in de oren hebben geklonken:  “Nederland moest  de toegang tot de haven van Antwerpen via de Westerschelde garanderen en de uitdieping ervan toestaan!” Een regeltje dat tot de dag van vandaag nog maagkrampen veroorzaakt bij onze noorderburen.

    De Schelde was vrij, de handel kon floreren en men kon geen orangist meer bespeuren.

    Dit waterverhaal  is een puike  inleiding op het Groot Stedenproces

    Ook Mechelen aan de Dijle, verbonden met Antwerpen, wist wat water opleverde in tijden van commerciële welvaart.

    De politiek, de heersers, hadden weinig  vat op hen. Handelaars en hertogen stonden ver van elkaar verwijderd. 

    De Mechelse stapelkwestie mondde uit in de opzet van een groots proces met als gangmaker Filips de Goede.

    Heel wat getuigen werden opgeroepen hun verhaal te komen vertellen. Tijd om opnieuw naar die vervlogen tijden over te wippen. Het is de moeite waard de verklaringen  te lezen. We komen eindelijk te weten hoe  het in de praktijk verging en hoe er blijkbaar een stilzwijgend arrangement was tussen de Antwerpenaars en de Mechelaars  in verband met de stapels van zout, haver, en vis...

    ------------------------------------------------------------------------------

    Voetnoten

    1)
    Schoeffer,"Historische aantekeningen rakende de kerken, de kloosters, de ambachten en andere stichtingen der stad Mechelen, uitgave Frans Verhaevert.
    2)Een uitgave van Lannoo
    3)http://www.dutchrevolt.leiden.edu/dutch/personen/T/Pages/thielt.aspx
    4)Kikkert, J.G, Geld, Macht & Eer, Willem I, Koning der Nederlanden en Belgen 1772-1843
    5)idem
    6)de prent komt uit het boekje  van Henri Uytterhoeven, België vrij 1830-1930 in oude prentkaarten, een uitgave van Europese Bibliotheek-Zaltbommel/NederlandMCMLXXIX
    'Volgens het boek van Kikkert begon de Hollandse aanval op Brussel om 6 uur 's morgens. Het is pas om 11 uur dat  een deel van de  Hollanders doorbreken maar er niet in slaagden het Koningsplein te veroveren.'Het feit dat de Hollanders niet energiek genoeg hebben gepoogd van twee zijden uit  dit plein zo spoedig mogelijk in te nemen , was een zware tactische fout, die waarschijnlijk aan de basis ligt van hun algehele mislukking, schrijft Uytterhoeven.'
    7)Kroniek van België, blz 613, Standaard Uitgeverij 1996


    Aan Frederik

    26-03-2013 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Stapels
    >> Reageer (0)
    09-02-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Karel de Stoute mengt zich in de Rozenoorlog

       



     Familie helpt familie,

     

    Karel de Stoute streed tot het laatst van zijn leven om de Bourgondische centralisatiepolitiek tot een goed einde te brengen.  Gezien zijn oorlogen, om de Nederlanden met Bourgondië te verbinden, lag hij voortdurend in conflict met de Franse koning Lodewijck XI. Deze koning moet,zo schrijft men, door de duivel zodanig zijn behandeld dat hij oorzaak werd van Karels dood in  Nancy, omdat hij de Zwitsers zodanig wist te overtuigen van Karels slechte voornemens. Deze Franse vorst wist ook de Luikenaars met verzonnen motieven tot opstand te brengen tegen zijn rivaal. Hij moest tot zijn schaamte toezien hoe Karel, in woede ontstoken, de Luikenaars op een keiharde en bloedige wijze  aanpakte. Indien men de geschiedenis niet kent zou men Karel een oorlogsmisdager noemen. Ook smeedde deze Lodewijck snode plannen om Eduard IV van Engeland, uit het geslacht van de familie York, bondgenoot van Karel de Stoute, van zijn troon te stoten door de kingmaker  graaf van Warwick om te kopen en de  rivaliserende familie Lancaster op de troon te plaatsen. Warwick was lang trouw gebleven aan de Yorks, maar zal het geldelijk aanbod van de Franse koning heel gul hebben gevonden.


    Zodoende barstte er in Engeland een strijd los om de troon tussen de hoven van York en Lancaster, beter gekend onder de naam Rozenoorlogen. Edward IV van York  bemachtigde de troon in het jaar 1461 maar kwam evenwel onmiddellijk onder druk te staan van graaf Warwick,  die  Hendrik de VI van Lancaster op de troon wou.

    Omwille van de  goede handelsbetrekkingen en vriendschappelijke banden die Eduard IV sinds 1466 met onze gewesten had, alsook omwille van hun gemeenschappelijke strijd tegen Frankrijk, huwde Karel met de zuster van Edward IV, Margareta van York (1446-1503).

     

    Deze mooie dame was het vijfde kind van Richard Plantagenet, derde hertog van York, die drie dochters en vier zonen had. De twee oudste zussen brachten het tot hertogin van Suffolk en van Exeter en hadden bijzonder veel werk met het baren van kinderen.

    Uiteindelijk zal Margareta, samen met haar zus Elisabeth al hun broers en oudste zus overleven.

    De wereld waarin Margareta opgroeide had niet veel frivools. Haar broers waren vechtersbazen, moeten ruw en gewelddadig zijn geweest. Eduard IV had een zekere populariteit bij zijn volk omdat ze zich beschermd wisten. Toch had hij een voorliefde voor kunst en wetenschap die hij in zijn koninkrijk bevorderde en zeer naar de smaak moet zijn gevallen bij diens zus Margareta.

    De oorlog en gewelddaden zouden een rode draad vormen in haar leven. Ook haar echtgenoot sneuvelde op een wreedaardige wijze en moest enkele jaren later te Mechelen vernemen op welke afschuwelijke manier men haar broer Richard III had  omgebracht.

     

    Om de huwelijksalliantie, tussen Karel de Stoute en Margareta van York stevig te maken betaalde de Engelse koning een indrukwekkende bruidsschat.   

     

    Ondertussen bleef graaf Warwick niet bij de pakken zitten. Hij verliet Engeland met een vloot en kaapte diverse Nederlandse handelsschepen. Deze brutaliteit liet Karel de Stoute niet ongemoeid. In een kort tijdsbestek kon hij een indrukwekkende vloot verzamelen bestaande uit 23 gecharterde schepen  van Spaanse, Portugese, Genuese en Duitse reders.  Kraken, hulken, galjoenen, de grootste oorlogsbodems van toen, verzamelden in Zeeland om er op het sein tot vertrek te wachten. Karel de Stoute, niet thuis in zeegevechten zou de vloot laten aanvoeren door de ervaren  admiraal Van Borselen uit Vere. Warwick moet wel hebben geschrokken toen zo’n indrukwekkende zeilontplooing achter hem aanzat. Het noodlot sloeg echter toe. Een storm dreef de geallieerde schepen uiteen. Van die gelegenheid maakte Warwick gebruik om terug naar Engeland te varen. Gezien Edward zonder militaire steun zat werd hij van de troon verdreven. Edward IV nam de benen richting Nederlanden. De kalender gaf toen 1470 aan.  Gezien de familiebanden moest Karel de Stoute opnieuw in zijn schatkist duiken om een nieuwe vloot samen te stellen. Hij deed beroep op de Duitse Hanze om schepen te bezorgen. Eens te meer gaf   hij opdracht aan Van Borselen om ook deze vloot te leiden. Karel de Stoute landde in het noorden van Engeland en rukte op naar Londen. Zonder problemen konden hij en  Edward IV en hun troepen aan land gaan. Warwick, overweldigd door de slagkracht van de geallieerden,  verloor de strijd en sneuvelde. Befaamd in het leger van Karel waren de Engelse boogschutters, die reeds in de Honderd jarige oorlog met Frankrijk hun precisie en doeltreffendheid hadden bewezen. Bovendien was Karel de Stoute een geniaal veldheer.

    Edward  IV  besteeg opnieuw de troon. Het was 1471.              

     

    Tot slot het volgende toemaatje.

    Karel de Stoute wilde definitief Van Borselen tot zijn  admiraal maken. Deze laatste bedankte en wou zich niet binden aan één of andere koning of hertog. Bleek  dat Hendrik Van Borselen ook al opdrachten had uitgevoerd voor de Franse koning! Maritieme commerce zou je dat kunnen noemen.( Sicking L.)  

     


     
    Een kopergravure van één van de gecharterde schepen om dienst te doen in zijn strijd tegen Frankrijk en tegen de fantasieën van graaf Warwick(zie voetnota)


    Voetnoten:

    Foto: samengestelde sfeer van drie foto's. Enerzijds van witte en anderzijds van rode rozen  beplakt met een stuk verscheurd rood kleed; eigen creatie.

    Rozenoorlog;

    Deze greep plaats tussen 1455 en 1485. De rode rozen symboliseerden de Lancasters, terwijl de  roos van het huis York wit was. Waren de Lancasters bloeddorstiger dan de Yorks? Ik betwijfel het. We dienen mensen te begrijpen geplaatst in hun tijd. Wikipedia beschrijft  Eduard IV als een gewelddadig man. Het wapenschild van de Yorks(rechts) vindt men ook terug op de gevel van het paleis van Margareta van York te Mechelen.
    De wapenschilden zijn vrij van auteursrechten althans volgens de termen van Wikipedia;  zie onder Wikipedia, wapenschilden Lancaster en het huis York.

    Het verhaal over de vloot kan men lezen in het boek van Sicking Louis, Zeemacht en onmacht, Maritieme politiek in de Nederlanden 1488 -1558, een uitgave van De Bataafse Leeuw Amsterdam 1998.(aanbevolen)



    Over de Engelse boogschutters:

    *"Deze vermaarde groep soldaten behaalde vele successen tijdens de Honderdjarige Oorlog.( Ook Tuchman Barbara schrijft erover in haar boek, De Waanzinnige Vertiende Eeuw). Hun bogen waren een manshoogte lang, van taxus gemaakt. Ze konden een afstand overbruggen van 150 tot 200 meter. Hun pijlen drongen doorheen een harnas van 1,5 mm dik. Zeer geoefende schutters schoten 10 tot 12 pijlen per minuut! 
    Karel de Stoute huurde meermaals van Eduard IV deze gespecialiseerde groep krijgers en wist zich te beschermen door ze als lijfwacht in te zetten. In het jaar 1477, het jaar dat Karel sneuvelde, beschikte hij over 1000 bereden Engelse schutters.

    Over de vloot van Karel de Stoute: 

    Schepen in dienst van Karel de Stoute: Volgens de kroniekschrijver van het hof Georges Chastellein hield Karel de Stoute zijn schepen lang in stand om tegen de Fransen te gebruiken alsook in de strijd tegen de graaf van Warwick. Het is belangrijk te weten hoe Karel zijn macht etaleerde waar hij ook kon. In zijn tijd was het samenstellen van een vloot een nieuwigheid. Wij, in onze tijd, horen en zien al eens over een reis naar Mars. Weinig mensen liggen daar wakker van. De macht om baas te zijn op zee in Karels tijd, interesseerde dan ook toen heel weinig mensen. Vele gewone burgers hadden nog nooit een zeilschip gezien. De sluwe Karel wist evenwel dit nieuwe  zee-aspect in de politieke belangstelling te brengen. Reden dat er ook heel wat kopergravures bestaan van zijn samengestelde vloot. Daarmee bracht hij ook de belangrijkheid van de handel over zee in de bekendheid.

    De foto en de uitleg hier getoond en geschreven, staan in het boek Karel de Stoute, Pracht en Praal in Bourgondië, een uitgave van het Mercatorfonds onder leiding van Susan Marti blz 223. Zie Brussel, Koninklijk Bibliotheek van België, Prentenkabinet, fol.Rés.S.II62992"* 
     

     Richard III, een broer van Margareta van York kwam dezer dagen in de belangstelling omwille van de ontdekking van z'n graf. Op Wikipedia kan men lezen hoe de man aan zijn eind kwam en wat daarvan de reden was.
     
    http://www.scientias.nl/graf-van-engelse-koning-richard-iii-eindelijk-teruggevonden/79850

    De late middeleeuwen kan men wreed noemen als het om macht ging.

    09-02-2013 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Paleizenstory
    >> Reageer (0)
    03-12-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Winketbrug

    De Winketpoort(1), ze is al dikwijls vernoemd, was één van de 12 stadstoegangen die de stad bezat. Ze zag er op bepaalde ogenblikken monumentaal en robuust uit en verschilde van de anderen doordat ze in werkelijkheid niet gemakkelijk toeliet haar te betreden. Ze leek trots omdat ze een zekere macht uitstraalde en die bijzonderheid had, aan Mechelens belangrijkste waterweg te liggen...de Dijle.

    Ze had iets speciaals dat de andere poorten niet hadden. Aan één kant kwam je uit op een winket-bruggetje dat het water van de Dijle overspande, zo'n 100 voet breed. Met andere woorden men had haar, in tegenstelling met haar collega's, een andere functie gegeven gezien ze werd gebouwd om het scheepsverkeer naar en van de stad te controleren en te beheersen. Daarom noemde men ze ook de Waterpoort. Terecht! Niet alleen de Dijle omarmde haar, ook de stadsgracht streelde haar muren en fundamenten. Een ruiter kon door de passage rijden voor zover hij attent was en hij zijn paard goed in de teugels hield. Dik mocht dat beest niet zijn gezien de breedte van de poort bij het binnenkomen slechts 1 m 65 zou zijn geweest. Ook voetgangers, kleine karren konden erdoor. Wellicht zal de doorgang eerder voor bevoegde personen zijn geweest. Trouwens, al heel vroeg in de geschiedenis, zoals in 1440, noemde men haar de Bisschopstoren. Toen waren er ook geestelijken die niet de rechte weg volgden en men ze hier kwam opsluiten tot God hen kwam ophalen voor verhoor en vergelding. In de 16e en de 17e eeuw deed de Waterpoort dienst als stadsgevangenis en sloot men er in het jaar 1798 de 41 boerenkrijgers op die even later door de Franse soldaten op het Sint-Rombouts kerkhof werden gefusilleerd , nu de Wollenmarkt genoemd. Onlangs, bij de opgraving van het historische kerkhof, konden velen ontdekken hoe de stakkerds, die streden voor hun economisch levensbehoud, zonder pardon kriskras door elkaar neergeschoten werden.

     

    Boven links zien we de Winketpoort gezien door de bril van De Noter. Hij plaatst zijn reconstructieprent in het jaar 1560. De Dijle zien we niet, enkel de zeilen van een boot verraden haar ligging. De overige prenten rangschikt De Noter in de eertse helft van de 19e eeuw. We zien dan een afgeslankte poort maar ligt de klemtoon op de houten winketbrug. De mechaniek komt hier wel niet tot uiting.
    (prenten copyright SAM)

    Leuvense vaart, kunnen laten graven die eveneens voorbij de Mechelse heerlijkheid zou uitmonden. De Geschiedenis staat dan reeds in de helft van de 18e eeuw.
    Door de nieuwe industrie, mogelijk gemaakt door de kolenenergie, veranderde het aanblik van onze westerse wereld. De hoogovens spuwden dagelijks hun stoom uit terwijl sterke lijven het ijzer manipuleerden. Spoorstaven verlieten de Cocquerillfabrieken, ijzeren bruggen maakten de verbindingen steviger. In Amerika ijverde de politiek om de heerschap pij over de wereldzeeën te verkrijgen en begon ze haar honger te stillen door met nieuwe, sterk bewapende oorlogsschepen de Filipijnen te veroveren en een oorlog veroorzaakten met Spanje. In Parijs verhief zich een reuze ijzeren toren terwijl de Fransen met elkaar overhoop lagen met hun Dreyfuszaak en Duitsland zover dreven dat een oorlog dreigde.
    Tsaar Nicolaas II riep op tot minder bewapening en tierde de Duitse keizer " Het Europese evenwicht dat ben Ik - Ik met mijn vijfentwintig legerkorpsen".(2)

    De Winketbrug verdween, dat was al beslist door Napoleon. In de plaats kwam een schamel ijzeren draaibruggetje. Niets liet nog de grootheid van Mechelens maritieme geschiedenis zien.
    Het is wachte wanneer een beter exemplaar van brug over de Dijle kwam te liggen.
    IJzersterk, met torens en met een degelijk ophaalsysteem. Ze mocht worden gezien tot het beton haar verdreef en wij nu dagelijks over die Dijle rijden zonder te beseffen hoe belangrijk die wel was gedurende eeuwen. De Geschiedenis liegt niet.


    Links boven laat Berlemont(-archief) ons het kleine Winketbruggetje zien dat in de plaats kwam van grote broer. Door zijn keizerlijke hoogheid Napoleon moesten alle poorten en muren rond steden worden afgebroken. Tien jaar later, 1929, kwam er een fraaier en breder exemplaar van brug. De nieuwe Winketbrug van de nieuwe industrialisatie. Het is 1974 toen de huidige betonbrug de Dijle kwam overspannen.
    De dukdalven zijn nog de enige getuigen die aanduiden waar  de oude Winketpoort  heeft gelegen. Ze zijn te vinden ter hoogte van het parkeerterreintje op het Veer.
    De zwartwit foto's zijn genomen uit het rijke archief van Berlemont - Stadsarchief Mechelen (SAM).
    De onderste foto is genomen uit de website van Geolocation (*)en mogelijk niet vrij van auteursrechten.



    Voetnoten:


    1)Bewerking geschiedenis Winketbrug uit Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen deel 100 jaar
    1996/2 Marcel Kocken,alsook uit het archief van Berlemont en zijn boekjes, Water in de straten van Mechelen, historische tochten op de Dijle en vlietejes.
    Een uitgave van J Stevens Mechelen.

    2) Een bijvoeging uit: Tuchman B. De trotse toren, een portret van de jaren voor de eerste wereldoorlog 1890-1914,De Arbeiderspers,Amsterdam-Antwerpen.
    3)Weglating tekst ' Mechelen droomde van een zeehaven"- dat zich veel eerder dan voorafgaande paragraaf afspeelde.
    4)Laatste fotoreeks-weglating Brouwerij Jacobs die niet op de foto was te zien.
    *

    http://www.google.be/imgres?q=foto+winketbrug&start=142&hl=nl&sa=X&tbo=d&rlz=1W1WQIB_nlBE509&biw=1366&bih=641&tbm=isch&tbnid=QvSXFvPaUDt3AM:&imgrefurl=http://www.geolocation.ws
    /v/P/55581174/boottocht-op-de-dijle-1/en&docid=fmqg6haRtpJ_gM&itg=1&imgurl=http://commondatastorage.googleapis.com/static.panoramio.com/photos/original/55581174.jpg&w=1529&h=1024&ei=
    fBfCUPv9OOKO0AXPmoDACQ&zoom
    =1&iact=hc&vpx=1049&vpy=302&dur=158&hovh=184&hovw=274&tx=191&ty=117&sig=112142225842962583978&page=6&tbnh=138&tbnw=193&ndsp=32&
    ved=1t:429,r:73,s:100,i:223


    03-12-2012 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Scheepvaart
    >> Reageer (0)
    05-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Scheepswerven te Mechelen in het ancien regime.
     

    1836

    “Het is in dit jaar  dat de burgemeester  De Perceval  de weerde van onze rivier waardeerde en in de gemeenteraad de noodzakelijkheid bewees van de handel  in onze stad te doen groeien,  gedacht dat M.De Cock op het zelve jaar, in het Mechels  Bericht, krachtdadig  ondersteund , vervolledigd  met het ontwerp eener  zeehaven, later door de Engelse ingenieurs  Gordon en Atherton overgenomen en verbeterd.  Nochtans geen besluit werd ten uitvoer gebracht en onze stad verviel weer in haar eerste machteloosheid. De scheepstimmerij verdween, de zeehandel  ging teniet, en men verloor zelf het geheugen van het vroegere welzijn."

    Uit De  Zeevaart  te Mechelen(1)


    Rechtsonder: Scheepswerven aan de boorden van de Dijle even voorbij de Winketpoort-  een gravure naar een schets van Joris Hoefnaegel uit G.Braun en F.Hoyenberg, Civitatis Orbis terrarum, Liber Primus,, Keulen, 1575. Uit Mechelen, Historische Stedenatlas van België, Gemeentekrediet -Dexia (SAM)




    Mechelen in de maritieme geschiedenis



    Het Mechelen van het ancien regime leefde zonder enige twijfel van de scheepvaart. Het begon al vroeg. De fameuze Hoogbrug uit de 13e eeuw zal er nog niet hebben gelegen. Was men bezig de tweede omwalling te bouwen, toen men aan de Lange Schipstraat, grote platbodems aan het bouwen was om naar Engeland te varen? Timmerde men op de Korte Schipstraat kleinere schepen om de Balegemse steen te transporteren nodig voor de opbouw van de nieuwe stadsmuur? Waren die straten toen kaaien en lag daar het haventje van Mechelen tijdens de periode van de eerste omwalling? Eb en vloed hadden nog geen invloed op de Dijle. Men hing af van de hoeveelheden neerslag om de binnenwateren te doen zwellen en zullen er tijdens de zomer op de rivier binnen de stad doorwaadbare plaatsen zijn geweest.
    In het jaar 1273 loste men hier reeds 1.776 wolzakken(2) en moeten er hier stapels hout zijn aangevoerd voor de woningbouw. Begonnen Mechelaars toen al schepen voor andere steden te bouwen? 

    Kroniekschrijvers spraken reeds over een "veerhuys" einde 13e eeuw waar men laken stapelde om per schip uit te voeren. Uit de kronieken van Azevedo komen we te weten dat de ‘scepmaekers’ zich in 1316 verenigden in een ambacht. Eind 14e eeuw is hier ene Rumoldus Van Baesrode die een erf bezit op de Dijle buiten het Winket in een straatje dicht bij het klooster van de nonnen van Blijdenberg en dicht bij de erven van Arnold Nouts en Willem Cornelis. Ze noemden toen het straatje de Pissestraat(3) wat nu de Spreeuwenhuisstraat is !


    De scheepswerven bevonden zich oornamelijk op de linkeroever van de Dijle, even buiteh het Winket. Ook op de rechtoever lag een klein gebied waar scheepsmakers hun vak uitoefenden, zoals op het Veer, Dobbelhuizen, Plankstraat.


    In het jaar 1424 melden registers van het Muizenklooster(4) scheepswerven aan de Winket nabij de Kleine Holm of de Bethaniënpolder, de wijk boven de Spreeuwenhuisstraat – Blickx-, Van de Woetijne-, Alfred Ost-, en Frans Broerstraat- Daar is er sprake van scheepsbouwers Peter Bertels en Willem Van den Vliete en moet er een groepje, op een klein beemdeken(5), "scepmaeckers van het Winket" hebben gewerkt.

    De maritieme encyclopedie leert ons dat tijdens de tweede helft van de 15e eeuw Antwerpse bevrachters vele van hun riviergaande vaartuigen in andere steden als in Brussel en in het bijzonder te Mechelen kochten. Deze handel maakte van Mechelen het belangrijkste scheepsbouwcentrum(6).
    Ook de Mechelaars hadden hun verkoopstand in Antwerpen.xml:namespace prefix = o />

    Feit is dat de handelsbalans voor Mechelen er heel gezond uitzag. Men kocht bij de Mechelaars meer schepen dan men er verkocht (7).

    Tussen 1398 en 1480 betaalde men gemiddeld plus minus 25 Groten Vlaams (G.VL) voor een rivierschip.

    Dankzij Asaert hebben we wat loonfiches om te vergelijken; een metselaar-vrijknaap verdiende rond die periode zo’n 6 ponden G. Vl., een stadwisselaar verdiende al 12 ponden G. Vl. en de tollenaar in ons tolhuisje had zo’n 16 ponden G. Vl. Diezelfde Asaert meldt ons dat je vanaf 4,11 pond G. Vl. het kleinste scheepje had. Dat was dan een schuit. Wou je een hulk, een heus zeeschip moest je minstens 126,15 ponden G.Vl. uit je geldbeugel weten te toveren. Een karveel, wellicht de kleinere soort, stond 54 ponden G. Vl. De kogge, de pleit en heude had je tussen de 12,5 en 15.13 ponden G. Vl.

    De Mechelaars bouwden, half 15e eeuw, voor de Antwerpenaars een 44 tal schepen. Het betroffen de meest klassieke modellen als koggen, pleiten, heuden. Vormen als een emer, een zoys, een kraaier, ankerschip, hadden blijkbaar wat minder succes bij de kopers.

    Van de zoys geeft Asaert afmetingen. Het schip mat 19,50 meter lang, was 2.50 m breed en lag 1 meter diep en kon een massa van 20.250 kg aan boord nemen. Deze boot zou zijn succes kennen in het Waasland o.a. op de Durme.

    De kraaier moet een zeeschip zijn geweest, die tussen 1300 en 1460 op onze wateren voer en te vergelijken was met een kleine kogge. Ze schenen geschikt om naar Engeland te varen. Ze hadden evenwel geen kiel.

    De Mechelaars bouwden ook karvelen.

    "In het jaar 1412 lagen te Saeftinghe en Caloe twee bargien en een galoot gewapend met 200 Mechelse borghers om te beletten dat er geen graan in Antwerpen kon worden ingevoerd." Over die galoot, of galjoen zijn we niet zeker. In de literatuur is er meermaals verwarring in de scheepsbenaming van dit  scheepstype. Zo benoemt men het galjoen als een hulk dan weer een karveel. Voor onze streken houdt men het voor de aangegeven periode  eerder op handelskarvelen waarvan er kleine modellen bestonden. Men had van dit type schepen roei – en mastschepen. In de Nederlanden is er sprake van een karviel, een smal-en wijdschip . Ze kwamen in gebruik toen men de schepen gladboordig ging maken in navolging van de Spaanse en Portugese karvelen. Daarom is het nodig ons bescheiden op te stellen in verband over de grootte van de vaartuigen die dienst moesten doen op onze binnenwateren (8).  Nu  we het over scheepswerven hebben moeten we ons bescheiden opstellen in verband met de grootte van de vaartuigen die dienst moesten doen op de binnenwateren. De bootjes die men maakte waren dus klein. Vandaar hou ik het liever op modellen zoals het karvielschip.(9) (foto) blz 18. Het zal eerder uitzondering geweest zijn dat men hier in Mechelen en omstreken drie en viermasters heeft gebouwd. De zeereuzen van toen waren dwergen in vergelijking met zeilers die we te zien krijgen op de Tallshipraces, zoals onze Mercator, als de Vespucci, als de Sagré...

    De gebouwde schepen waren dus verhoudingsgewijs klein en beter aangepast voor gebieden die overstroomd konden geraken. De lage prijs per eenheid weerspiegelde dit. De constructie ervan eigende men daarom toe aan kleine havens, zoals die van Mechelen en Brussel (10). 

     

    Dit is een galdboordige wand, bekomen door de planken tegen elkaar te monteren. Enkele karvielschepen bij elkaar. Merk het achtersteven dat schuin opwaarts gaat.(zie vootnota 9) Dit is een overnaadse wand bekomen door de planken elkaar te overlappen.


    C. Pleyte, laat ons een document na over de maat van een voet, de meeteenheid die men  in de bouw en scheepsmakerij hanteerde in het ancien regime. Opvallend is dat zowat alle steden een verschillende  lengte van voet hadden. Opmerkelijk hoe Mechelen tussen grote steden staat als Maastricht, Londen en Parijs.


    Uit Pleyte CM. DE Pleit Historisch overzicht ex Scheepvaartmuseum Het Steen D. 2857.
    Dit gegeven kan nog auteursrehterlijk zijn beschermd. Heb geen volledige gegevens via de digitale camera overgenomen.



    Vanaf  1541 tot 1598, geeft de J. Stürler zo’n 30 scheepsbouwers met naam en toenaam op. De meesten vinden we opnieuw terug buiten het Winket. Blijkbaar  ook nabij de Nonnenpoort dicht tegen het klooster  van de nonnen van den Blijdenberg.  In het jaar 1569 klagen de zusters over schade aan hun achtermuur. Ook de weg naar de scheepswerf scheen in slechte staat te zijn en is er  daaromtrent, in 1584, een klacht van de bootmakers naar het stadsbestuur toe.

    Er is veel werk aan de orde.  Er lagen stapels hout op de werven. Gezien de werklieden en de ambachtslui bij zonsondergang hun  werkplaatsen aan de rand van de Dijle  verlieten  om  in de geborgenheid van de stad te gaan overnachten,  konden  grijpgrage lieden gemakkelijk  aan het geboomte.  In 1598 klagen de  bij de Winket uitbatende scheepsmakers  veel over diefstal van hout.  De Mechelse stadsambtenaren wilgden de klacht in en beloofden in de nabijheid van  de aldaar gelegen kalkbedrijfjes  een klein fort te bouwen  waar soldaten  ’s nachts de wacht  zouden komen  houden.  Bovendien besliste men om, tijdens de werkuren, enkele soldaten  een oogje in het zeil te laten houden vanop de Winketpoort.  Er is dus veel werk in die periode. Men stelt de bouw van het fort uit en geeft de stad toelating aan Balten Vercluyssen om zijn nieuw schip te maken  aan de Tichelrij. Die Balten had een belangrijk bedrijf en bracht het binnen het ambacht tot Deken. Uit deze feiten mag men redelijkerwijs aannemen hoe belangrijk het ambacht van de Mechelse  scheepsmakers wel was. Het fortje kwam er evenwel anno 1618. Ook toen leken beloften moeilijk waar te maken. Het moet burger  Van Huysingen geweest zijn die nogal hoge eisen had  gesteld om die militaire versterking  te  bouwen op zijn beemden.

    Zoals in de huidige automobielsector ook regelmatige een nieuw type wagen uitkomt,   zo stelden de Mechelse   scheepsconstructeurs   voor in hun Rolle van 1611 een  nieuwe pleit en een nieuwe heude te bouwen.  Het waren maar projecten. In 1618 moeten de mensen eens gaan zien naar het nieuwe model van  de pleit die op de zaad staat buiten het Winket. Terloops,  heel verder in de geschiedenis maakt notaris Walravens in een akte van 3 april 1776 melding van de  verkoop van het schip Dortschen Vries liggend op  de scheepstuin van de  herberg De Nieuwe Heude van Brussel. Doet dit vermoeden dat  die Heude van Brussel hier in Mechelen is gebouwd geweest?
    De Mechelse handelsvaart floreert blijkbaar goed in de 17e eeuw. We zien de  schippers zich installeren  op de Tichelrij “tussen de Drij Rooskens en de Gauwblomme, St- Christoffel wesende twee” . Dat moet nodig geweest zijn gezien het “ambacht seer vele in getalle van volcke is!”

    Rond de jaren 1640 timmeren Jacques Leunis en Michiel Vleminckx op het  Veer  boten in elkaar terwijl dichter bij de Dijle, wat nu het Tuinstraatje is, of wat er nog van overblijft, de scheepsmaker Cornelis De Hagelere zijn scheepstuin had.  Op datzelfde Veer, grenzend aan Dobbelhuizen stond het Puyselmanshof, eigendom van Jan Puyselmans. Het Tuinstraatje noemde men toen het Puyselmanstraatje.  Deze scheepstuin bleef actief tot 1797. In een scheepsakte van 1647 staat te lezen: ‘de helft van den Thuin ende Huyse daarop staende, genaamt  Puyselmanshof, gelegen neffens de riviere de Dele bij het Winket. Na 1797 werd het Puyselmanshof opgesplits, waarvan één deel in gebruik genomen werd door scheepsmaker Joannes Baptista Staessens. Of wat de Stürler ons nauwkeurig weet te vertellen.

    19e eeuw

    In het jaar 1810 moet er een scheepstimmerij zijn geweest intra muros  van de stad Mechelen. Tijdens die periode kalfaterde men Ernest, de pleit, op, een 97 ton wegend schip. Deze bekende Mechelse boot kwam verschillende malen op het droge om herstellingen te laten uitvoeren en zou zowat de nestor worden van de toenmalige Mechelse vloot(11).

    De topper  in de scheepsbouw,  tijdens dit tijdvak, komt op naam te staan van de familie Bosmans. Deze scheepsmakers brengen spektakel in de stad. Ze lieten  er tamelijke kanjers van schepen van stapel lopen. De Bosmanswerf bevond zich aan de Dijlerand vlak voor Dobbelhuizen, maar  waren ook bedrijvig buiten het Winket. 

    Het is boeiend even te blijven stilstaan bij de opbouw van een zeiler en het herstellen van schepen. 

    In heel de voorliggende periode hebben we weinig informatie hoe men binnenvaartschepen construeerde. Scheepsmakers maakten geen tekeningen van hun creaties. Hun modellen zaten in hun hoofd. Gezien er veel scheepsbouwers en timmerlieden waren kon de stiel gemakkelijk van zoon op vader worden doorgegeven.  Men bouwde uit ervaring. We kunnen ons terecht de vraag stellen of er wel twee identieke pleiten van een bepaald type rond zeilden. Hier en daar moeten er verschillen zijn geweest.  Gelukkig waren er modelbouwers  die thuis op hun kast een zeilscheepje uit hun tijd hadden staan.  Bepaalde kapiteins zullen wel al te graag in hun woning  gepronkt hebben met een sjabloon van hun boot. Wellicht de reden waarom ons niet zoveel concepten van binnenvaart-bootjes uit het ancien regime zijn nagelaten tenzij in bepaalde musea.  De meeste vaartuigen hadden niets historisch te vertellen. Ze waren louter gebruiksvoorwerpen waarmee schippers  hun dagelijks brood verdienden en men er niet aan dacht hun modellen in de geschiedenis te stoppen. Wie zou er nu aan denken een schamele Mechelse schuit op een koperplaat te etsen?  We kennen eerder de zeilers zoals die van Columbus, de Victory van Nelson, de Batavia, de zeiler US Constitution.  De vorm van de Titanic zal voor eeuwig te zien blijven.  Anderzijds hebben we schilders zoals een Pieter Brueghel die ons zeeschepen van uit zijn tijd op doek plaatste en alzo een hulk, een karveel met alles erop en eraan liet zien. De Engelse schilder Turner bekoorde ons ook met zeilers en met taferelen in havens.  Hollanders en Zeelanders lijken zodanig bezeten te zijn geweest over hun zeevaart dat ze ons vandaag gul verwennen kunnen met gravures over grote zeilers en havenzichten en we tevens zicht krijgen op hun verschillende modellen binnenvaartuigen.  Niet verwonderlijk, onze Noorderburen hebben nu eenmaal een unieke zeevaartsuprematie gekend.

    Wellicht hebben Mechelaars, tijdens de periode dat Mechelen  hoofdstad was van de Nederlanden, heel wat opgestoken van scheepsmodellen. Ze zagen hier op de Schelde , de  Rupel, de Dijle, de Zenne, de Nete heel wat  Hollandse en Zeelandse vaartuigen voorbij zeilen en of aanleggen aan één of andere kaai, terwijl Mechelse schippers tot heel diep in Noord- Nederland voerden.  

     

    De Bosmans activiteiten(12)

    In het jaar 1811 timmerden de Bosmansen het zeilschip Diana in elkaar, een eigen product. Het schip had maar een kort leven aangezien het drie jaar later voor de kusten van Scheveningen schipbreuk leed en verging.

    Vervolgens liep de Espérance van stapel een pleit die tot de jaren 1857 bleef varen.

    De leden van de familie waren professionele zeescheepsbouwers. Nochtans ook zij kregen te maken met  werfongevallen.  Het ergste gebeurde bij het aftuigen van de zeepleit “De Arend”, eigendom van Rens uit Boom.  Bij het losmaken van de staande wanden rond de hoofdmast donderde die door zijn innerlijke kanker naar beneden en  sleurde daarbij een arbeider de dood in.

    Na een moeizaam herstel veranderde men de naam van het schip in “Maria”.  Het ongeval zat blijkbaar in de genen van het hout. Het schip verging bij één van de eerste reizen voor de kusten van Dublin.

    Was het moedeloosheid of gebrek aan geld, een hele decade lang lag de werf van de familie stil.

    Pas op 6 mei 1826 zien de burgers buiten het Winket, aan het Derde huis, Bosmans opnieuw met hout aansleuren. Het schip dat op stapel stond zag er vrij groot uit en zou, zo schrijft Bernaerts, een inhoud krijgen van 200 ton.  Drie jaar zou het duren alvorens de boot, een Brik, klaar was.  Om het gevaarte in het water te krijgen groef  men een diepe gracht die, naar wij vermoeden, naar de Dijle leidde.  Het werd, onder de naam De Phoenix, met groot enthousiasme  en met veel feestgedruis te water gelaten.  Het schip mocht er zijn. Robuust, een sterk uit de kluiten gewassen zeebonk.  Het was evenwel niet onmiddellijk een sierlijk kijkstuk.  Het schip moet eenieders aandacht hebben getrokken. De Antwerpenaars noemden de creatie het  Mechels wonder. Op zee gedroeg De Phoenix zich stabiel en liet zich gemakkelijk onder zeil brengen. Na zijn maidentrip besloot men echter het schip lichter te maken en hem om te vormen tot een schoener.  Het  was niet ongewoon dat men toen, schepen kleiner en of groter maakte en daardoor  andere  types van vaartuigen werden.  Volgens de uitleg van voornoemde auteur, zou de Phoenix nog eens zijn herbouwd tot een koff- schip. Volgens scheepstand(7) bleef de Phoenix in de vaart tot de jaren 1874 en werd het toen één der oudste schepen van de Belgische marine. 

    Een oude stiel herontdekken.

    Het is een spektakel hoe men houten schepen bouwde, op welke wijze men masten plaatste, hoe men allerlei reparaties verrichtte, hoe men de huidplanken met bossen riet verhitte om ze pas te maken op de romp. Het was toen een hele klus, een zware arbeid.


    Hier ziet men scheepsmakers die aan het breeuwen zijn, of naden aan het dichten zijn met pek en vezels. De andere is met bossen riet de huidplanken aan het verhitten om ze proper te maken of de plank te laten krommen. De dag vandaag hebben we machines om het hout door te zagen. Toen was het een zware en tijdrovende klus. Spektakel wanneer men een grote mast in het schip diende te plaatsen. De houten kraan die men daarvoor maakte gelijkt op onze hedendaagse telescopische heftuigen.
    foto's (13)

    Ik heb genoten van Wim Vos die in onderstaand youtube filmpje met smaak en met passie vertelt op welke wijze hij een botter ineen stak. Zijn verhaal refereert naar de scheepsbouw van weleer  en waaruit ik reeds enkele van zijn beschouwingen in dit artikel citeer. Het lukte hem een houten vissersboot in elkaar te timmeren. Waar hij 10 maanden nodig had om tot gewenst resultaat te komen klaarde men vroeger zulke klus  met vier man  in acht à negen weken, vertelt hij.

    Momenteel laait de interesse op voor oude en houten scheepsmodellen van toen. Ons watererfgoed groeit aan belangstelling. De houten schepen ogen mooi en trekken de aandacht op  de scheepjes uit het ancien regime.
    Indien u wat tijd hebt moet je het verhaal van Wim Vos beluisteren en
    bekijken. De moeite waard.

    ----------------------------------------------------------------------------------------------------

    Voetnoten:

    1)Bernaerts G. Zeevaart te Mechelen, SAM  M903A
    2)Maritieme Encyclopedie Deel 1, bibliotheek Conscience Antwerpen.
    3)Uytterhoeven. J.Schepen en scheepsbouwers in Oud-Mechelen;verschenen in Gazet van Mechelen 7, 9, 14 mei 1964.
    4)Volgens Uytterhoeven komen deze gegevens van, J de Stürler, hij vernoemt echter niet het werk waarin dit is verschenen. J. de Stürler is wel een persoonlijkheid in verband met de Antwerpse havengeschiedenis, waarin hij meermaals het belang van de Mechelse haven benadrukt, de tranporten binnen Vlaanderen en Brabant beschrijft. Zijn voornaamste werken zijn:

    Les relations politiques et les échanges commerciaux entre le Duché de Brabant et l'Angleterre au Moyen Age : l'étape des laines anglaises en Brabant et les origines du développement du port d'Anvers. 

    Le Passage Des  Marchandises en transit par le Duché De Brabant aux XIII  et  XIV siècle dans ses rapports avec le traffic d’outremer. Extrait Annales du XXX congres de la Fédération archéologiques  et historiques de Belgique.(bib UIA Antwerpen)

    Studia Mechliniensia : bijdragen aangeboden aan dr. Henry Joosen ter gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag

    5)Drasland 2) Dreef 3) Grasland 4) Landouw 5) Land 6) Laaggelegen land 7) Made 8) Plaats in noord-brabant 9) Veld 10) Vlakke landstreek 11) Weiland aan water 12) Waterrijk land 13) Waterig land 14) Waterland 15) Wei 16) Weiland 17) Weide 18) Waterrijk weiland 19) Waterrijk bouwland 20) Wandeldreef 21) Zeer waterrijk land uit: http://www.encyclo.nl/zoek.php?woord=beemd
    6)Maritieme Encyclopedie Deel 1, bibliotheek Conscience Antwerpen.
    7)
    Asaert G, De Antwerpse Sceepvaart XVe eeuw (1394-1480).Bijdrage tot de economische geschiedeis van de stad Antwerpen.
    8)Swartchz G, Zeilschepen. Prenten van de Nederlandse meesters van de zestiende tot de negentiende eeuw. Maarssen.
    9)idem als voetnota 8  foto  blz 18
    10)Maritieme Encyclopedie Deel 1, bibliotheek Conscience Antwerpen.
    11)Bernaerts G. Zeevaart te Mechelen, SAM M903A
    12)idem
    13)Swartchz G, Zeilschepen. Prenten van de Nederlandse meesters van de zestiende tot de negentiende eeuw. Maarssen 

              







    05-11-2012 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Havenambachten
    >> Reageer (0)
    29-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Tigris en Dijle
    Stilte en eerbied: gezichten die ons duidelijk maken te waken over de toekomst...

     

    Mechelen beheerst een groot stuk Geschiedenis. Niet alleen die van de Bourgondiërs, niet alleen die van een rijke handel, niet alleen die van een woelige Kerk, maar ook die van een nog niet lang geleden wreedaardig verleden: de deportatie van duizenden  Joden en  enkele honderden zigeuners.

     In dat laatste verhaal  valt stevig te betreuren hoe onze  overheid  Jodenregisters samenstelden en alzo de Duitsers in 1940 -1945 het makkelijk maakten  hen te vinden, ze te merken met een gele Davidsster,  hen te verzamelen in Mechelen en ze naar Auschwitz en Birkenau te transporteren. Helemaal schandalig is in die periode  de medewerking van Belgische SS’ers in het Fort van Breendonk.  De beulen kregen in het Mechelse  stadhuis hun proces waarbij zestien  hun doodstraf hoorden uitspreken.  Tien ervan  vonden hun dood aan de muur van de Dossin kazerne, twee anderen ondergingen hun gewelddadig lot te Antwerpen. De kampleider, een Duitser, zou pas in 1950 voor het vuurpeloton staan en had toen genade van koning Leopold III gekregen om  niet door de guillotine onthoofd te worden, zoals de doodstraf in vredestijd eiste.  Hij zou de laatste zijn die in ons land de doodstraf letterlijk moest ondergaan. Sinds 1863  werd de doodstraf automatisch omgezet in levenslange opsluiting tenzij het om oorlogsdaden handelde.  

    De gruwelijke daden aan de mensheid toegebracht tijdens de twee wereldconflicten, zoals folteringen, dwangarbeid, deportaties, alsook de wandaden tijdens de koloniale periode leken genoeg om een VN commissie op te richten teneinde  een Universele Verklaring van de rechten van de mens op papier te zetten. Het is dan al 1948.

    De Verklaring over Mensenrechten herbergt een bijzonder ideaal maar is  nog zo broos als een ei.  De knop van de tv-afstandsbediening brengt ons in een stonde  in het journaal waar men regelmatig  het bloed, het stof van het puin, het getier en het  geroep van hulpeloze, radeloze mensen de huiskamer laat binnen golven.  Mijn tienerkind begrijp dat hatelijke gebeuren niet. Het leeft hier in een wereld van gemoedelijkheid, tederheid en begrip en schrikt van  elke vorm van geweld.

    Het Memoriaal  in de Dossin kazerne laat de gruwel weg en laat op een serene wijze zien hoe mensen zijn verdwenen door een onbegrijpelijke filosofie van een grote groep  ziekelijke geesten die een hele wereld in brand hebben gezet. Schoolkinderen laten de bezoeker meer dan twintigduizend namen horen van omgebrachte Joden en zigeuners. Hun pasfoto’s schuiven voor je ogen, transport, na transport, zo’n 28 treinen vol met mensen die nooit meer zijn terug gekomen in ons aardse midden. Je moet hier stil worden in je gemoed, zowel de allochtoon als de autochtoon, om  het politiek temperament te temperen en  de passie tot meer menselijkheid te laten groeien,  je dagelijks leven te vullen met meer geduld en verdraagzaamheid omwille van die andere die anders is in doen en laten. Nochtans is het geheugen van de mens zwak. De oorlog was nog niet gedaan of onze eigen mensen gingen onverdroten tekeer tegen de collaborateurs en pleegden dezelfde misdrijven die hun vijanden toepasten.  Mensenrechten zo broos als een ei!

    Blijkbaar is het moeilijk met mensen van een andere cultuur of ras overeen te komen.

    Mechelen heeft zo’n  zestig  verschillende nationaliteiten. Eén van de oudste ge-immigreerden zijn Christelijke Assyriërs die prat gaan af te stammen van de eerste Christelijke gemeenschappen uit Mesopotamië, het land waar de Tigris en de Eufraat het land bevloeien , de bakermat van onze beschaving. Jan Leyers heeft het  zelf gaan ontdekken en is het ons komen vertellen in woord en schrift.

    Die Christelijke Assyriërs verdreven uit hun dorp Hassana aan de Tigris nabij de grens met Irak, in de Bothan vlakte, door de Turken in 1993, zochten naar het beloofde land en kwamen hier in Mechelen aan de Dijle terecht. Ze waren opgelucht  te kunnen vertoeven tussen hun geloofsgenoten. Bitter was de pil wanneer ze vaststelden  hoe on- christelijk men hier leeft.  De overvloed aan etenswaren in onze grootwarenhuizen stond  in fel contrast met het  geoogste  eten uit hun moestuintjes in Hassana.  Hun sober en kuis leven in eendracht met elkaar staat in fel contrast met de overvloedige luxe waarin we ons losjes baden en  met de individuele levenswijze dat we ons eigen hebben gemaakt. Het oeroude Christendom uit het land van Eden zorgt hier voor een schokkend effect dat tot bezinning noopt.

     Het is misschien goed dat die van de Tigris en die van de Dijle wat naar elkaar toe evolueren, enerzijds minder strikt,  anderzijds   minder uitgesproken rijk, minder losbandig.

    Daarom is het verhaal van de Dossin kazerne boeiend gezien ze ook de Verklaring van de mensenrechten belicht in haar verschillende aspecten. Nooit meer oorlog is niet genoeg. Elke  mens, dus ook de vrouwen, hebben op aarde  recht op een vredig bestaan waarin ze kunnen genieten van de noodzakelijke vrijheden, als recht op leven, recht op woonst, recht op voeding, recht op scholing, recht op  loon, recht over hun eigen  lichaam, recht op veiligheid, recht op een propere natuur,  recht op vrije meningsuiting, recht op godsdienstbeleving zonder overheersing, recht op zelfbeschikking van grond,  grondstoffen en kapitaal, recht op een democratische wereld waar dictators niet thuis horen en niet één enkele ideologie  primeert.

    Het zou al beter  gaan met deze wereld.


    29-08-2012 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Om niet te vergeten
    >> Reageer (0)
    28-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De sierlijkheid van zeilschepen(sfeerbeeld)

    Scheepjes ontvouwen hun gracieuze zeilen
    ze lijken als fiere, trotse vrouwen.
    Sierlijk snijden ze doorheen alle soorten water
    en hebben geen angst om het noorden te mijden.
    Sterke kracht om het doel te bereiken
    vinden ze bij de wind, zoiets als mannelijke macht. 

    "Gezellig varen en mijmeren"

    youtube http://www.youtube.com/watch?v=6kp1ZF0gmSU
    werk van derden

    full screen!


    28-08-2012 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Sfeer
    >> Reageer (0)
    03-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lucas Fayd'herbe (1617- 1697)

    Antwerpen 1640

    Afscheid van een wereldberoemde schilder,

    Lucas zat er verslagen bij toen hij het nieuws vernam dat zijn meester, op 30 mei, de geest had gegeven en hij zaterdag 2 juni in de Sint-Jacobs kerk zou worden begraven(1). Hij spoedde zich naar Antwerpen.  De verslagenheid in het atelier op de Wapper, waar hij vier jaar werkte, had iedereen gegrepen. De penselen lagen er werkloos bij.  Iedereen had het wel zien aankomen, maar de dood verrast altijd. Sinds juni 1638 kreeg de beroemde Sinjoor(2)regelmatig aanvallen van jicht(3). Een ziekte die de gegoede mens velt na heel wat pijnlijke dagen en weken te hebben moeten doorstaan. Lucas vertelde zijn collega's dat hij op 9 mei van Pieter nog een brief had gekregen ter gelegenheid van zijn huwelijk op 1 mei jongstleden(4). "Ik was toen bezig aan het kindje van ivoor. De maestro benadrukte nog dat het werkje geen haast had en ik nu ander kinderwerk had te doen. Ja, hij had zo zijn humor. Mijn moeder vond hem een toffe en galante heer. Hij wist hoe zij in haar vuistje zou lachen nu de reis naar Italië van de baan was, ze me niet meer moest missen, ze er nog een dochter bijkreeg met de zekerheid  grootmoeder te zullen worden. "Helena", zo ging hij verder,"  is  ons nog komen bezoeken in Mechelen, toen ze even in het Steen in Elewijt moest zijn,  om ons mondeling veel geluk te wensen met het huwelijk. Ze vertelde toen hoe Pieter helse pijn had gehad tijdens de maand april wanneer zijn handen verlamd waren geweest(5)." 
    Veel herinneringen kon hij niet kwijt gezien iedereen uitgenodigd werd een laatste groet te brengen aan de grootmeester die inmiddels in de kerk opgebaard lag  bij het voorziene familiegraf van zijn schoonvader Daniël Fourment en waar hij tijdelijk zou worden ingelegd(6).  

    De doodsklok van de St -Jacob haalde even voor elven alles uit haar bronzen bast en galmde tot ver in de omtrek om de begrafenisplechtigheid aan te kondigen. De Wapper zag zwart van het volk. Albrecht en Nicolaas, zijn twee oudste zonen, leidden de rouwstoet ,gevolgd door de families van Rubens en Fourment. Verder op,  zijn collegas' en verwanten. Uiteraard zijn vriend Rockox, de gewezen beroemde burgemeester van de stad, de binnenburgemeester en  de schepenen, de notabelen en de vertegenwoordigers van alle kerkelijke en civiele instellingen(7).
    Toen kwam de stoet schilders.  Een familie- afvaardiging van Jan Breughel, Adriaan Brouwer, Joost de Momper, Hans van Mildert en Abraham Janssens. Gevolgd door een twintigtal beroemdheden, zoals onder andere Frans Snijders, Erasmus II Quellin, David Teniers de Jonge, Jacob Jordaens, Sebastiaen Franckx, Frans II Francken alsook de jonge Lucas Faydherbe(8).
    De kerk stond vol, de lege katafalk had men getooid met een zwart fluwelen rouwkleed omgeven door zestig toortsen(9). De polyfone muziek bracht heel de kerk in vertedering  en liet iedereen inzoomen bij de gedachte aan de mens Rubens.

                                                       


    Lucas Faydherbe kreeg een gouden handdruk van Rubens

    Thuis haalde Lucas de kartonnen doos met brieven uit de kast. Samen met zijn  vrouw overlas hij de briefwisseling die hij van zijn patroon had ontvangen. Maria Smeyers loofde Rubens en prees hem voor zijn positieve spontane reactie op haar voorhuwelijkse zwangerschap. Ze overtuigde haar Lucas hoe belangrijk hij wel was in de ogen van de kunstschilder. Het getuigschrift dat hij hem gaf op 5 april jongstleden(10),  zou heel wat deuren doen openen, zou hem belastingvrij maken, hem van de militaire- en wachtplicht verlossen. Hem betittelen als een beloftevolle kunstenaar! Bovendien stond wit op zwart in de wilsbeschikking van de beroemdheid geschreven dat Lucas, Mater Dolorosa, diens grafkapel zou sieren(11). Faidherbe herinnerde zich nog de woorden van Rubens toen hij bij hem begon te werken. " Lucas", zei hij," je moet afstappen van de klassieke statische beelden, ge moet ze herscheppen tot mensen van vlees en bloed. Expressie wil ik zien in hun gezichten, breng beweging en gratie in hun lichamen en breng in godsnaam plooien in hun kleding.(12)"  En inderdaad die Mater Dolorosa, had beweging in haar lijf, smart in haar gelaat!  Reden waarom Rubens hem loofde en opgetogen was met het werk. " Het beeldhouwwerk is dermate perfect dat het door geen enkele andere gevestigde beeldhouwer kan worden verbeterd!(13)" had  de bekende schilder nog onderlijnd.  Gelijk had hij. Het is de tijd waar de Italiaanse barok in onze streken hoogtij ging vieren, schilderijen rijke kleur kregen, uitgebeelde mensen passie lieten zien en de taferelen levendig en vol beweging werden. Lucas en Maria zijn meer dan waarschijnlijk naar de Sint-Jan en de O.L.Vrouwe -van -over -de Dijle gewandeld om de werken van Rubens te gaan bewonderen. Hoe de virtuoos de aanbidding der wijzen in beeld bracht, hoe hij het licht  centraliseerde op het pas geboren kind, hoe hij de stal liet wemelen van mensen zoals de plaatselijke herders die zich in de stal drongen om een glimp te zien van de koningen die uit den vreemde waren gekomen om het kind te komen bezoeken. Dit allemaal, terwijl de schuchtere Jozef op de achtergrond, in het halfduister, het tafereel aanschouwt. Om dan dertig jaar later, dat kind als volwassen man te zien tussen vissers die daar een wonderbare visvangst meemaakten en opkeken naar die vreemde man die hen had aangezet om, ondanks het slechte moment, te gaan vissen. Rubens kende tot in de details de heilsgeschiedenis. Je moest niet geleerd zijn om zijn bijbelse taferelen te begrijpen. Het oogde bovendien allemaal  erg mooi . Rubens de voorloper van de cinemascoop. Hij zou in onze tijden een zeer bekende regisseur zijn geweest.

    In die doos stak ook de brief van 17 augustus 1638. Rubens had toen wat verlof genomen en verbleef met Helena op zijn buitenverblijf in Elewijt. Het toezicht van het atelier liet hij over aan Lucas. Toen al,  had Rubens een vertrouwelijke band met de toekomstige Mechelse beeldhouwer. De aanhef van zijn brief  loog er niet om. Als je aangesproken wordt als ' Lieve en dierbare Lucas,'
    weet je het wel. Hij schreef  als een vader. " Breng me spoedig het paneel waar drie levensgrote gezichten opstaan, een boze soldaat met zwarte muts op zijn hoofd en iemand met een schreiend mannengezicht en een lacher. Pak ze goed in, liefst tussen twee panelen in. Breng ook wat Ay-wijn mee want diegene die we zelf mee brachten is op. Sluit alles goed af als je naar hier komt en zie dat er geen originele schetsen boven in het atelier blijven staan. Doe ook de groeten aan Leentje en Susanna. Zeg nog tegen Willem, de hovenier, dat hij niet vergeet rosile -peerkens en vijgen op te zenden, als er zijn. Kom zo snel mogelijk anders kan je de anderen niet buiten sluiten en zorg ervoor dat we de gouden ketting  van Karel I van England in goede staat terug vinden.(14)"
    Of hoe de seigneur alle vertrouwen had in zijn pupil, en hoe genegen hij stond met de ouders en schoonfamilie van Lucas Faidherbe en hoe Rubens een levensgenieter was.

    Wie was Lucas Faydherbe, als beeldhouwer, als architect?(15)


    Portret van Lucas Faydherbe, geschilderd door zijn neef Franchoys de Jonge die eveneens werkte in het atelier van Rubens.
    (foto Stedelijk museum Hof van Busleyden) ©

    In het huis de Korenbloem in de Katelijnestraat leefde en werkte Lucas Faidherbe een tijd. De gevel is zijn werk en is gedateerd 1684 Faydherbe op latere leeftijd
    (foto ex Wikipedia)


    'Lucas mocht hopen op een beloftevolle toekomst. Rubens getuigschrift bracht hem inderdaad belasting vrijheid op bier en wijn en diende hij geen militaire plicht te vervullen. In de periode 1659- 1675 bereikte zijn carrière een hoogtepunt. Al was hij geen gemakkelijke man, faam zou hij genieten tot ver buiten de grenzen van Mechelen. Hij werd 80 jaar en schonk zijn echtgenote 12 kinderen. Die moet ongeveer 76 jaar zijn geweest toen ze stierf  in 1693. Ze vierden nog hun gouden jubileum in het jaar 1690. Het is wel opvallend dat het echtpaar, voor de periode waarin ze leefden, erg oud zijn geworden. Blijkbaar hebben ze gezond geleefd en moeten ze veel geluk hebben gehad nooit  besmet te zijn geraakt door één van de menigvuldige ronddolende dodende bacteriën van die tijd. Lucas Faidherbe wist wat hij wou, eigenzinnig en koppig als hij was, heel zijn leven lang. Misschien onderlijnt de datum van zijn overlijden diens karakter?  Hij stierf op 31 december 1697, de laatste dag van het jaar'. Tachtig was een mooi afgerond getal om te verhuizen naar de eeuwigheid, moet hij voor zichzelf als waarheid hebben aangenomen, denk ik zo.
     
    'Op 19 januari 1617 werd Lucas Faidherbe geboren in Mechelen in de Katelijnestraat, 's morgens om 4 uur, de feestdag van de H.Sebastiaan. Hij was de zoon van Hendrik Faydherbe( 1574-1629) en van Cornelia Franchoys ( 1582-1670).
    Zijn vader sneed voor de kost albasten beeldjes. Hij stierf  als Lucas 12 jaar oud was. Zijn moeder hertrouwde met Maximiliaan Labbé, eveneens een beeldhouwer. Veel leerde hij niet van zijn stiefvader.
    Zijn grootvader,  Lucas Franchoys de Oude moet wel wat vaardigheden in zijn kleinkind  hebben gezien. Die kende Rubens goed vermits zijn zoon er leerling was. Zodoende zagen we Lucas rond de leeftijd van 19 jaar in Rubens atelier de beitel hanteren. Hij moet daar ook de beloftevolle beeldhouwer Hans van Mildert hebben gekend die echter in 1638 op jonge leeftijd stierf '. 


    Beeldhouwer, grafmonumenten, altaarbouw (16)



    'Zijn carrière, als beeldhouwer, begon met een bijzondere opdracht. Die kwam van kardinaal Cruesen. Een Maastrichtenaar, een geleerd man in de theologie. Hij diende als vicaris - generaal bij de Spaanse legers gedurende de dertigjarige oorlog. In het jaar 1652 benoemde men hem als bisschop van Roermond en zou hij vervolgens de 5de aartsbisschop van Mechelen worden. 
    Deze man hield van kunst en schoonheid. De gotische Sint-Romboutskathedraal kreeg onder zijn bewind een andere look.  Het gebeente van Sint- Rombouts zou een hoofdplaats moeten krijgen
    boven het hoofdaltaar en zijn beeltenis zou er hoog op prijken en de aandacht trekken van alle kerkgangers. Bovendien wou de kerkelijke hoogheid voor zichzelf een grafmonument in marmer, waar hij geknield  de verrezen Christus aanschouwt met achter zich de oude Chronos die de mens de vergankelijkheid van leven in gedachten houdt'. 

    Volledig zicht op het grafmonument van aartsbisschop Cruesen in de 
    Sint -Romboutskathedraal te Mechelen.
     



    Lucas Faydherbe toverde een prachtig kijkstuk uit zijn handen. Hier toont hij hoe fijn en in detail zijn beelden in marmer creëerde. Op deze blog staat dit grafmonument reeds beschreven onder" Van een aartsbisschop en een architect."
    'Zo maakte hij  ook het graf monument van de adellijke echtelieden Jehan de Marchin en zijn eerste vrouw Jeanne de la Vaulx- Renard in Modave, gelegen bij Hoei. Ook uit Trazegnies kwam er opdracht voor een praalgraf van Gilles Othon en zijn tweede echtgenote Jaqueline de Lalaing.


    De bestellingen voor beelden bleven evenmin  uit. Klein of groot het maakte niet uit. Hij modelleerde er erg veel. In ivoor, terracotta, zandsteen, marmer. Zijn creaties staan zowat in alle belangrijke musea. De meeste vinden we in Mechelen. Wij beperken ons tot de voornaamste, de mooiste. 
    Lucas terracotta's vinden we vandaag zowel in Oxford, Londen, Amsterdam, Brussel,Antwerpen, Mechelen en Duffel terug'. Hij moet een voorliefde hebben gehad voor de mythische figuren als Hercules, Omphale en Bacchus. Misschien omdat het ruwe figuren waren ontdaan van fijne manieren. Hercules de sterkste van alle Olympianen, een worstelaar van de bovenste plank, een kolos van een vent, geschonden door de klappen en kloppen van zijn belagers. Je hebt hem liever niet aan je tafel. Omphale, de geschiedenis weet het niet zo goed hoe ze werkelijk was. Ze heeft een zwoele erotische verhouding gehad met Hercules. We zien haar in een wolventenue paraderen en de knots van Hercules hanteren. Ze weet de mannen te verleiden en hun tot slaaf te maken. Bacchus wordt meestal afgebeeld als  een klein vet manneke, een vies ventje, die de wijn lief heeft en aan tafel ferm ligt te boeren. Ze zijn dus in de literatuur en in de kunstwereld niet al te fraai voorgesteld. 
    'Lucas Faidherbe daarentegen sublimeerde hen in zijn beeldhouwwerken. Alle drie kregen ze een beschaafder aanzicht.  Ze lijken burgerlijker en rustiger in hun extreem gedrag. Vooral de kleding valt op, alsook de haartooi en  het fijnere gelaat van de drie wezens. Geen enkele van de gemaakte Hercules, Omphales en Bacchussen zijn identiek. Vooral kleding en de aanwezigheid van ierraden verschillen al eens'. Die klassieke touch van Faidherbe moet hij hebben geërfd van Rubens. Ook hij had een boon voor de Griekse en Romeinse personages. Niet ongewoon dus dat we Bacchus buste in het Rubenshuis tegenkomen.
    'Mooi ogend is ook het ivoren beeldje van Leda en de zwaan dat in het Louvre te Parijs is te zien.
    Het kunstwerk  aanziet men als van de hand van Lucas Faydherbe en zou gelijkenissen vertonen met één van de laatste schilderijen van Rubens " Het oordeel van Paris".  Het beeldje dateert van rond de jaren1640.

    De beeldhouwer zou zich ook specialiseren in de altaarbouw, zoals het hoogaltaar van de Sint-Martinus kerk in Beveren- Waas, die van Onze-Lieve -Vrouw-Hemelvaartskerk in Watervliet, het inmiddels afgebroken altaar van de Sedes Sapientiae in de noordelijk transeptarm van de Sint -Pierskerk te Leuven. Verschillende ontwerpen realiseerde hij heel gedetailleerd maar werden niet uitgevoerd. In Mechelen daarentegen is het hoofdaltaar van de Sint-Romboutskadedraal het pronkstuk bij uitstek. Hij verkreeg de opdracht op 19 januari 1665 en diende het ontwerp van architect Willem Hesius te volgen. Ook het altaar van de kerk Leliëdaal, waarover verder meer, is van zijn hand, alsook het Sint Jozefsaltaar in de Sint -Katelijnekerk'.  

    Het monumentale barokke  altaar in een Brabants- gotisch kader. Opgetrokken in witte en zwarte marmer met centraal de  deuren waarachter de kist met de relieken van Sint -Rombouts  staat.
    Boven zien we Sint- Rombouts met aan zijn voeten de twee metselaars die hem om het leven brachten. De beelden zijn gemaakt door Faidherbe 



    Architect(17)

    'Faidherbe kreeg ook bekendheid als architect. In die tijd was dat niet zo vreemd. Kunstenaars beoefenden ook de kunst van het bouwen, die ze van  Vitrivius uit de Romeinse tijd hadden geleerd in diens boeken welke ondertussen de drukpers hadden gepasseerd. Hij is zowat de stamvader van de architectuur.  Lucas had de stiel van het bouwen  geleerd van Jacques Francart, een hofarchitect, alsook van Willem Van Hees een jezuïet. In Antwerpen liet hij zich inspireren door de geringde pilasters van de tuinportiek van het Rubenshuis en van de Korintische pilasters op de gevel van het Jordaenshuis. Ook de gordijnvensters van Rubens tuinpoort moeten hebben bekoord alsook die van het Jordaenshuis welke waren versierd met bossages. Deze decoraties  zijn terug  vinden in vele van zijn latere constructies'.


    De geringde pilasters van de tuinportiek van het Rubenshuis aan de Wapper bekoorden de jonge Lucas.



    Keine werken (18)

    'Zijn eerste creatie, eerder bescheiden, was de grafkapel,  het mausoleum van de familie Thurn und Taxis in de Onze-Lieve- Vrouw van de Zavel te Brussel. Hij werd ook aangesteld om een penibel werk uit te voeren in de Sint Michielskerk te Leuven. Daar had hij de opdracht een gebarsten kapiteel en een architraaf - dit is een dwarsbalk die mee zorg diende te dragen om een koepel te ondersteunen- te remplaceren. Zes maanden duurde het werkje en had Faydherbe  150 bomen nodig om de hele  constructie te onderstutten om de kapotte delen te vervangen'.

    Leliëndaal, Bruul,Mechelen(19)


    Kloosterkerk Leliëndaal



    In de 20ste eeuw hebben de
    jesuïeten de binnenkant van de
    kerk 180 graden gedraaid. Ze
    verhuisden het altaar en de koepel
    van de oost- naar de westzijde en
    het doksaal ging richting Bruul, oostelijk
    gelegen.
    De kerk had drie ingangen,
    één langs de zijde van de
     toren en
    twee langs de
     Bruul.
    Een zicht van de gevel gezien
    vanuit de Bruul. Een prent uit
    1734 van Coster D,
    Totaalzicht van de
    opgetrokken gebouwen door
    Faidherbe

    (foto SAM  
    Beeldbank Mechelen
    )
     


    'Groter waren zijn werken binnen het klooster van Lelieëndaal in de Bruul te Mechelen, waar hij de kapel moest vervangen door een ruime éénbeukige kerk. Die opdracht ging niet van een leien dakje. De kerk moest in een tijdsbestek van drie jaar klaar zijn. Het werden er acht. Het begon belovend in 1662 met de eerste steenlegging door prior Gisbertus Mutsaert, de tweede door priorin Eilisabeth van Beke waarna al de andere zusters hun steentje bijdroegen. De contractbesprekingen verliepen moeizaam en werden verschillende malen gewijzigd, zodat Faydherbe spijt had de bouwwerken te hebben aangenomen. De priorin liet zich vooral opmerken met haar bazig karakter, terwijl Lucas zich liet zien als een niet bepaald toegeeflijk type. Het hek ging helemaal van de dam toen in 1664 de voorgevel van de kerk scheef kwam te staan. Lucas probeerde zijn hachje te redden en bijkomende kosten te vermijden door de scheefstand te camoufleren. Al de voorstellen daartoe veegde de zuster overste kordaat van tafel. Alle nonnen stonden als één blok achter haar:  Een gevel die scheef staat blijft scheef en kan niet meer rechtgemaakt worden, luidde het eensgezind.  Tegen de hemelse machten kon Faidherbe niet optornen met als resultaat; tijdverlies en een zak extra kosten voor hemzelf.  De vertrouwensrelatie leek dermate geschonden dat Lucas er aan dacht ontslag te nemen, terwijl de priorin de wanhoop nabij was toen ze de rekeningen van haar architect alsmaar hoger zag oplopen. Het gerecht moest nu maar het geschil oplossen ,dacht zuster Elisabeth van Beke. Door bemiddeling van de abt van  de abdij van Park kwamen de werken opnieuw op gang  in maart 1667. Drie jaar later op 26 oktober 1670 zegende de abt van de abdij  van Park de kerk in. Het kerkje viel erg duur uit. In de plaats van de afgesproken 58.000 gulden bij aanvang afgesproken bedroeg de uiteindelijke kostprijs  90.000 gulden! Bovendien werd bij de oplevering tal van mankementen ontdekt zoals het gebruik van minderwaardig materiaal op heel wat plaatsen'.  
      
                                                                          


    De Onze Lieve-Vouw van Hanswijk te Mechelen.(20)


    De Hanswijkkerk aan de Dijle. De foto is genomen vanuit het Reiscafé Via- Via gelegen aan de volmolen aan de Botaniek. Men ziet
    nog duidelijk de achterbouw met de drie verdiepingen.


    'De grote realisatie van Lucas Faidherbe is tenslotte de koepelkerk van Hanswijk. Terwijl hij met Leliëndaal van start was gegaan begon  hij op de linker oever van de Dijle met de funderingswerken te laten uitvoeren. Kardinaal Cruesen had de eerste steen gelegd op 10 mei 1663. Ook hier zou de bouwheer de knoop in zijn beurs houden. Guilielmus Cool prior van het klooster der dalscholieren van Hanswijk wou niet opdraaien voor de kosten van de kerk. De Mechelaars moesten het maar betalen. Die waren gecharmeerd door het wonder van de H.Maagd, die haar beeld liet stranden aan de Mechelse Dijleoevers. Het schip dat haar representatie vervoerde liep vast en zou pas in beweging komen wanneer de houten sculptuur van boord werd gebracht. Het wonder van het jaar 800 groeide uit tot een steevaste devotie. Het kapelletje dat tot dan het wonderbare Mariabeeld had geherbergd verdiende nu een monument van een kerk. Niet alleen in Mechelen had de Hemel-se  Moeder het door haar gezonden beeldje wonderen  laten verrichten, ook in Brabant en elders leek dat te zijn gebeurd en rezen er plots Mariale bedevaartskerken uit de grond zoals in Scherpenheuvel al het geval was. 
    Het geld, via giften, aalmoezen, schenkingen, kwam vlotjes in het kloosterkas van de dalscholieren terecht.
    Inmiddels had Faydherbe reeds heel wat werkuren van zijn werkmannen en kosten voor materiaal en werktuigen voor zijn rekening gehouden. Hoe hij zich ook gul kon opstellen. Het hele project had wel de aandacht van alle Mechelaars getrokken. Helaas dekten de giften en de omhalingen helemaal niet de kostprijs voor het model van kerk dat men wou laten bouwen. Regelmatig zou prior Cool de burgers en de stad aanzetten tot het geven van het nodige geld.

    Houten paneeltje dat zich aan het donker portaal
    van Hanswijck bevindt en een
    tafereel weergeeft van het gestrande schip.
    (foto
    poskaart uitgeverij Thill, NV Brussel) ©

    De opdracht was niet simpel. Een zware kerk bouwen aan het water vereiste extra verstevigingen. Zo liet de Mechelse architect een grote muur bouwen langs de Dijlekant en zou hij het gehele bouwwerk laten onder kelderen. Tussen Dijle en de te bouwen kooromgang voorzag Lucas een achterbouw van drie verdiepingen, waarvan de eerste verdieping toegang zou verlenen tot de sacristie van de kerk. Het monument dat Faidherbe ontwierp, verschilde fundamenteel van die van zijn tijdgenoten. Alle Mariale kerken van die tijd hadden een zeshoekig centraalplan. Faidherbes kerk is gebouwd op een driebeukig basilicaal plan, waarbij midden en zijbeuken bij het koor uitlopen tot een even brede koorkapel, halfrond gesloten in het midden, vierkant of  halfrond opzij. Het schip ontvouwt zich tot een rotonde in het midden dat via opengewerkte vier dubbele zuilenpartijen de koepel draagt. Voor kenners een unicum. Zodoende kon het Mariabeeld onder de koepel staan prijken en konden de gelovigen via de zijbeuken rond het Mariabeeld wandelen en respectievelijk via de linkse of rechtse deur binnen en of buiten gaan. Op de tweede Pinksterdag, 30 mei 1678, droeg men plechtig het miraculeuze beeld van Jezus moeder de kerk binnen.
    Uiteraard moeten we melden dat de bouw bloed, zweet en tranen heeft gekost. Verschillende bouwperikelen deden zich voor.  Ernstig was wel de verzakking van de de zuidelijke zuil bij het koor die gevaarlijk ging overhellen. Faidherbe stak de schuld op zijn metselaars te weinig cement te hebben gebruikt. Bleek, later, te zijn bewezen dat  er een diepe put moet zijn geweest om  de nodige watertoevoer aan te brengen teneinde de vaat van cibories en kelken te kunnen reinigen. Ook zouden zware stenen van grafzerken die mee de stabiliteit dienden te verstevigen onjuist te zijn geplaatst en zou er een probleem zijn geweest, volgens Faidherbe, met " de proportionering van de zuilen..."  Feit is dat Lucas,  de dag van vandaag voor het tribunaal zou zijn veroordeeld voor toezicht fouten, voor situaties die hij, zoals de kwestieuze put, had moeten weten. De gevolgen van de verzakking bracht de stabiliteit van de koepel met zich mee die gedragen werd door vier blokportieken.
    Hier heeft onze Mechelse architect al zijn kunde uit zijn hersenpan moeten halen om de kerk te redden van een instorting. Vandaag staat de Hanswijkkerk nog steeds in haar volle glorie te pronken aan de oevers van Dijle. Mits wat camouflagewerk verdoezelde hij de noodingrepen aan de vier blokportieken  en kon hij een schijnbare architecturale gaafheid behouden. De rondzuilen van elke blokportiek klonk hij bij elkaar door middel van ijzeren beugels en door ijzeren ringen rond de zuilen aan te brengen. Het aanbrengen van epitafen en  vier geleerde kerkvaders verwezen het incident naar de geschiedenis boeken.(15'-') Geniaal toch?' 


    We zien drie verschillende bouwaspecten, de koepel die steunt op vierdubbele zuilenpartijen. Links een halve koepelbouw versiert met cassettes en rechts tafereel over de geboorte van Jezus in de stal te Bethlehem

    In aansluiting met de foto boven hebben we zich op twee dubbele zuilenpartijen die medede koepel dragen. Om de stabiliteit re garanderen camoufleerde Faidherbe de ingrepen door het aanbrengen van epitafen en beelden van kerkvaders.
    ( foto Wikipedia)






    Beelden bekijken






    v.l.n.r Het mooie beeld van Maria als Koningin der hemelen gemaakt in de aanvangsperiode rond de jaren1640. Het  beeld staat in de Onze-Lieve-Vrouwe-van-over-de-Dijle sinds 1642. Kijk naar de kleding en naar de uitdrukking van Maria's vlezige gelaat die het kind fier laat zien. Toeval of niet, de plaatsing van het beeld staat zodanig dat het Rubens wonderbare visvangst kan aanschouwen.(zandsteen)
    -Vervolgens De Mater Dolorosa, het werk dat Faydherbe maakte als proefwerk. en waarover Rubens zeer opgetogen was. Het beeld kan je bezichtigen in de Begijnhofkerk te Mechelen. (zandsteen)
    -De middelste foto toont de Mater Dolorosa die in de grafkapel van Rubens in de Sint- Jacobs Antwerpen staat. De gelijkenissen zijn treffend, beiden beelden hebben een dezelfde houding, met een smartelijk gelaat naar de hemel gericht, is er  een zelfde smaak voor de plooien in het kleed. Enkel het zwaard van de Mechelse Mater zit verborgen achter de kleding.(marmer)
    -Er naast een buste van de Heilige Maagd ( 1646)dat ooit deel uitmaakte van een volledig beeld.  De gelijkenis met het proefwerk van Lucas is hier treffend en geeft de gelegenheid het volle en vlezige gelaat en hals in detail te bekijken. De buste bevindt zich boven een deur in de linkse koorgomgang van de Sint-Romboutskathedraal.

    (zandsteen)
    -De laatste foto toont een reliekhouder(1674)
    met een fragment van het heilige kruis welk te bekijken is in de St-Janskerk te Mechelen. Treffend is de gelijkenis met het altaar van de kathedraal. Het is gemaakt uit witte en zwarte marmer, de fictieve deuren zijn  hier uit hout gesneden. Merk het gebruik van voluten en festoenen om het geheel een élégance te geven. Boven staat de jonge  Christus, gaaf en vrij van wonden. 


    Aldus een kleine greep uit de talrijke werken van Faidherbe die te  Mechelen en elders te zien zijn. 
    ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------                                               

    Voetnoten

    1) Rombaut Hans, redactiesecretaris Vlaams Instituut voor geschiedenis (Viges).   Nationaal Biografisch woordenboek, 20ste deel,  en Rutger Tijs, medewerker Ruimtelijk ordening Antwerpen, deel Nieuwe biografie van P.P Rubens.(3de proef)
    2)idem, de auteurs verklaren waarom zij Antwerpen als geboorteplaats aanwijzen
    3)
     Nationaal Biografisch woordenboek, 20ste deel, en Rutger Tijs, medewerker Ruimtelijk ordening Antwerpen, deel Nieuwe biografie van P.P Rubens.(3de proef)
    4)Huet L. De Brieven van Rubens, Meulenhoff, Manteau.
    5)Nationaal Biografisch woordenboek, 20ste deel, en Rutger Tijs, medewerker Ruimtelijk ordening Antwerpen, deel Nieuwe biografie van P.P Rubens.(3de proef)
    6)idem
    7)idem
    8)idem: waren nog aanwezig-Jan Wildens, Lucas van Uden, Paul de Vos, Jan Fijt, Bonaventura Peeters, Cornelis Schut, Thedoor van Thulden, Schelte a Bolswert, Cornelis I Galle, Paulus Pontius, Pieter van Lint, Gaspar de Crayer, Lucas Vorstemans.
    9)Nationaal Biografisch woordenboek, 20ste deel, en Rutger Tijs, medewerker Ruimtelijk ordening Antwerpen, deel Nieuwe biografie van P.P Rubens.(3de proef)
    10)idem
    11)idem
    12)De Nijn H, e.a, Lucas Faydherbe, Mechels Beeldhouwer Arcitect, 1617-1697, uitgifte naar aanleiding tentoonstelling Faydherbe 1997 in het Stedelijk Museum van Busleyden te Mechelen van 13 september tot en met 16 november 1997 of 15 jaar geleden.
    13)idem
    14)Brief Rubens 17 augustus 1638
    Huet L. De Brieven van Rubens, Meulenhoff, Manteau.
    15'-' 20) op basis gegevens: De Nijn H, e.a, Lucas Faydherbe, Mechels Beeldhouwer Architect, 1617-1697, uitgifte naar aanleiding tentoonstelling Faydherbe 1997 in het Stedelijk Museum van Busleyden te Mechelen van 13 september tot en met 16 november 1997 of 15 jaar geleden.

    Illustraties: eigen foto's tenzij andere vermelding.


     
     
     

    Aan Daniël



    03-08-2012 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Om niet te vergeten
    >> Reageer (0)
    26-05-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Margareta van Oostenrijk aan het Spaanse Hof

    Zo eindigde ons vorig verhaal met de aankomst van Margareta van Oostenrijk in Santander en dit na een miserabele zeereis.
    In de Plaza Espagna te Sevilla kan u deze keramische schilderij bekijken.
    ex:

    http://leyendasdesevilla.blogspot.com/2011/11/plaza-de-espana-version-extendida-i.html




    Van Santander naar Burgos


    Cordillera Cantàbrica foto:Mick Stephenson (Picture of the Year 2007 Public Domain Dedication)
    ex:

    http://en.wikipedia.org/wiki/File:SotresPanorama.jpg





    Margareta's vertrek uit Santander verliep niet onopgemerkt. Haar stond enkele zware dagen te wachten. Aragonese en Castiliaanse ruiters stonden klaar aan de poorten van Santander om haar en haar gevolg te begeleiden richting Burgos. De bergen doortrekken was niet echt een plezierreisje. Nu al hadden de royale milities de bergpas, waar de karavaan van Margareta overheen moest, onder controle. Niet alleen zouden ongure idividuen weggeplukt worden, ook de transitstrook was bewaakt door boogschutters in geval een beer het zou wagen het pad te naderen waarlangs ze zou langs komen.

    Een zwarte sliert kroop doorheen de Cordillera Cantàbrica ten noorden van Spanje. Een ferme bergketen die parallel loopt met de noordelijke kustlijn en die je over moet steken wil je in het binnenland geraken. Boeren keken verbaasd op naar de voorbijtrekkende colonne soldaten, naar de beladen paarden, ezels en karren, naar de menigvuldige draagstoelen, de wapperende wimpels, de glinsterende hellebaarden. Bij het naderen van een dorp dreven ruiters de inwoners weg van de stoet.

    Op een hoogte van 1.500 meter had de Spaanse lucht nog niet haar vertrouwde warme temperatuur, zeker niet in de maand maart. Een koude neus en voeten had zowat iedereen.
    Zo'n 25 km verder hielden ze halt in de streek van Toranzo.
    Ze tuurde door het raampje en verwachtte elk ogenblik haar hofdames. Aan het andere venster zag ze haar bescheiden tent staan waarop de twee kleurige banier der Habsburgers in de lucht wapperde. Die tent was door de voorhoede van haar prinselijke legerschaar geplaatst. Het kleine pronkstuk bestond aan de buitenzijde uit zijde waarop haar blazoen met gouddraad geborduurd stond. De binnenkant was getooid met fluweel. Margot zag nog één van haar zes wandtapijten, die ze had meegenomen, in de tent brengen. Een gewoonte van de Bourgondiërs als ze op reis gingen of ten oorlog trokken. Hun imago en rijkdom stelden ze graag tentoon zeker wanneer belangrijk volk op visite kwam (1). Ze wist zodoende niet ver meer af te zijn van Puerto del Escudo en zij hier de Spaanse koning met haar toekomstige zou verwelkomen. De blijheid nam de overhand. Ze aaide haar onafscheidelijke groene papegaai die op haar schouder zat. De tocht van de kust over de hoge toppen van de Cordillera Cantabrica tot hier, zo’n 25 km, hadden enerzijds haar kou gebracht, terwijl ze, anderzijds, op de glooiende plateaus opnieuw de aangename warme zon waarnam. Gelukkig waren er heel wat momenten van bewondering voor het uitgestrekte, onherbergzame en contrasterende landschap. Jonge magere kinderen hadden haar rosbaar kilometers gevolgd. Die konden hun ogen niet afwenden van de door hun vaders en moeders aangekondigde doorgang van een mooie prinses welke ze maar één maal in hun leven zouden ontmoeten. Die ouders evenwel, kregen door de escorte soldaten, nauwelijks een glimp van haar te zien. Margareta’s leven bezat voortaan de hoogste staatswaarborg.

    Haar hofdames kwamen haar al schertsend uit de koets halen met de grap dat haar prins reeds in de buurt was en ergens achter een rots stond te wachten en te gluren. Margareta, kon er om lachen en gaf haar olijke jonge meiden van repliek dat haast en spoed zelden goed zijn. “Laat hem maar wat wachten dat scherpt zijn verlangen naar mij nog meer aan”, moet ze zo ongeveer hebben geantwoord en waarna het gegiechel opnieuw de overhand kreeg. De dames amuseerden zich verder tijdens het toiletteren van hun idool. Margareta hield er graag de pret in maar was toch fel benieuwd naar wat komen zou. Wat velen niet weten, zo zijn staatsgeheimen nu eenmaal, was het feit dat zij en Juan in alle intimiteit hier in de buurt zouden huwen. Dat laatste werkwoordje gaf haar wel een angstig gevoel. Ze kende deze kerel niet. Alleen haar pa had wat verteld over deze jonge man, maar dat had haar helemaal geen geruststelling gegeven. Ze liet de hofmeisjes opdraven om niets onverlet te laten. Haar prachtige lange hoog - blonde haren kregen een wasbeurt. Het drogen duurde wat langer dan anders omdat het buiten nog tamelijk fris was gezien de hoogte waar ze zich bevonden. Vervolgens besteedden twee meisje veel tijd aan het maken van vlechten. Het geheel van heur prachtige haartooi verborgen ze onder een zwarte kap waarvan de punt diep op Margaretas rug eindigde. Ze zag er schitterend uit!

    Margot was een jonge vrouw. Amper 17 jaar was ze. Haar gezicht had nog de trekken van een kind en toch bezat ze een ernstige blik die een waardige persoonlijkheid liet zien. Ze wist haar gevolg zonder enig bevel tot stilte en ernst te brengen . Niemand zou dan nog een kik hebben durven wagen. Beiden waren zodanig op elkaar ingesteld om een speciale situatie perfect in te schatten.

    Vanuit de tent keek ze naar het punt dat één van haar officiers had aangewezen. Boven het opwaaiende stof, door heel wat paarden veroorzaakt, zag ze kleurrijke vlaggen naderen. Haar hart bonsde. Het karmozijn-rode fluwelen kleed dat ze droeg, waarvan de mouwen afgeboord waren met brede witte hermelijn, zou genoeg zjn om als Bourgondische prinses te worden herkend.

    Op een vijftigtal meter stopte de cavallerie die de koning van Aragon en diens zoon aanvoerden. Ze tuurde zonder haar ogen te verpinken naar de jonge gestalte die naast de zijde van zijn vader dichter bij kwam . Op enkele meters afstand gekomen knielde Margo haar meerdere (2). Haar strakke schoonheid bekoorde zijne hoogheid waardoor hij haar meteen recht hielp en haar de hand kuste. Het Spaans dat ze sprak klonk voortreffelijk waardoor het protocollaire ophield en Ferdinand II van Aragon diens zoon Juan, die zich onderwijl achter zijn rug had opgesteld , voor haar bracht. Hun ogen wisselden met elkander een gemoedelijke communicatie uit waardoor een glimlach het liefelijke gezicht van Margareta nog meer verfraaide. De ontmoeting kende een sterk begin en alles liet het beste verhopen.

    Na de ontmoeting trok een kleine groep, waaronder de vermomde koning , Margareta en Juan naar het kerkje van Villasevil (3), waar, in het geheim en in alle intimiteit Margo en Juan voor God en kerk trouwden. Het koningspaar Ferdinand en Isabella sliepen vanaf dan op beide oren: het huwelijk was meteen consumeerbaar.

    Gezien de Geschiedenis niet tijdig op de hoogte was van dit vervroegd programma kan ze ons ook niets met zekerheid vertellen van wat er na de huwelijkheidsplechtigheid gebeurde. Heel wat vragen blijven nog onbeantwoord. Waarom juist hier in Villasevil, een klein dorp, een stip in het groene landschap? Waarom niet in Santander? Waarom niet in Burgos, zo'n 85 km verder? Had het te maken met de gezondsheidstoestand van kroonprins Juan? Moest hier de controle plaatsgrijpen van de maagdelijkheid van Margareta van Oostenrijk? Was het liefde op het eerste zicht?
    Er zijn echter feiten die de beweerde gechiedenis van Villasevil ondersteunen. Er zou in Burgos nog een huwelijksinzegening plaats grijpen en zou Karel V of Karel I van Spanje in het jaar 1522 in het Sint -Cecilia kerkje voor het altaar zijn komen knielen waar zijn tante met de Spaanse kroonpredentent voor de kerk huwde.

    Burgos een parel, een stad die blinkt en die wacht om te feesten


    Ze hadden mekaar heel wat kunnen vertellen op weg naar Burgos. Blijkbaar een drukke karavaanweg. Een weg van een belangrijke stad naar zee had ook toen een voorname economische impact. Eens de poorten in Burgos zich openden voor de Spaanse en Bourgondische-Habsburgse stoet schoten woorden tekort en kregen de ogen geen rust meer. De straten stonden rijen dik met volk dat zich dicht bij de draagkoets van Margareta opdrong. Bloemen kwamen haar richting uit. Mensen zagen een zich amuserende Margareta van Oostenrijk. Het enthousiasme steeg ten top toen ze één van de toegesmeten bloemen terug wierp in het aanklampende publiek. Zo’n gebaar was totaal onverwacht en ging tegen alle royale regelgevingen in(4). Het volk koesterde die geste waardoor het gejuich heviger en jovialer werd.

    Het kon niet anders of de nakende huwelijksinzegening zou een topper worden. Prinsenhuwelijken hebben dat al eeuwen in zich. Mensen zijn dol op zo’n momenten en nu is dat nog altijd zo voor een grootdeel onder het volk.

    De casa del Cordon Burgos
    leden van de Mechelse Bourgondische familie verbleven hier,zoals Margareta van Oostenrijk, Filips de Schone en Karel V
    Hier ook stierf Filips de Schone in 1506

    (foto: Eltitomac PDD)

    Margareta van Oostenrijk
    1480 -1530
    Het Hof van Kamerrijk te Mechelen
    Paleis van Margareta van York
    verwantschap met de casa Del Cordon
    (eigen foto)


    Ondertussen had Margareta onderdak gekregen in het Casa del Cordon, de woonst van de Spaanse vorsten. Ze had kunnen uitrusten op de binnenkoer van het paleis dat de allure had van een kloostergang opgetrokken met een dubbele rij ronde bogen. Daarboven bevonden zich de kamers en de andere vertrekken(5). De omgang met Isabella van Castillië, haar toekomstige schoonmoeder, verliep zeer vlot. Ze kende haar reeds een beetje via portretten door Vlaamse kunstenaars gemaakt. Haar fletse ogen gaven niet weer wie ze eigenlijk was. Deze machtige vrouw had een boeiende intelligentie alhoewel zij zich politiek hard opstelde. Ze wist heel goed dat het aanstaande huwelijk voor haar zoon belangrijk was voor Castillië en Aragon. Samen met de Habsburgers hoopte ze roem, welzijn en het katholicisme wijd te kunnen verbreiden. In die zin hadden Ferdinand en Isabella met de hulp van de Dominicanen, de Joden en Moslims, wilden ze in hun koninkrijken blijven, verplicht het katholieke geloof aan te nemen(6). Dit mondde uit in een grote emigratie van deze anders gelovigen. Bovendien genoot Isabella het voordeel als eerste de verhalen van Columbus ontdekkingen te hebben mogen aanhoren en wist zij welke schatten Indië verborgen hield. Columbus was voor haar een held en ze keek uit naar 23 april om hem hier in haar paleis te ontvangen(7). Ze had hem gesponsord voor zijn tweede reis met haar juwelen om op zoek te gaan naar de wereld die Marco Polo reeds voorheen had ontdekt. Zowat heel Spanje zat in de ban van de verassende ontdekkingen die de zeelui hadden weten te vertellen na die eerste uiterst afmattende zeetocht. De matrozen waren nog geëxciteerd als ze hun verhaal uit de doeken deden over mensen die ze naakt hadden zien rondlopen getooid met enkele pluimen.” Ze waren vriendelijk”, getuigden ze, “niet vijandelijk en hadden hen gastvrij ontvangen”. De bemanning noemden hen Indianen gezien hun kapitein de overtuiging had in India te zijn beland. Columbus had, ondanks zijn kompas, figuurlijk en letterlijk het noorden verloren gezien hij nog niet wist dat het noorden, naargelang de plaats waar hij zich op zee bevond, al eens kon verschuiven (8).
    De buit die de kleine vloot had meegebracht was maar pover. Enkel tabak, katoen en papegaaien alsook kleine hoeveelheden goud waren zowat de blikvangers. De vondsten die Marco Polo had vernoemd, in zijn fantastische reisdocumentaire naar Azië, hadden ze niet weten te vinden.

    De stijl van Juan was anders. Hij moet meer een katholieke humanist getinte middeleeuwer zijn geweest . Hij beoefende de letteren en was opgeleid in de wapenkunde. Blijkbaar had hij de trekjes van diens schoonvader Maximilliaan die, zoals we zeker weten, het ridderschap nog zeer genegen was.

    Het was een stille, tengere, ingetogen man, daar is iedere historicus over eens. Ook hij had het met Margot over de zee- ontdekkingen en had hij haar reeds op enkele kaarten laten zien waar India wel zou liggen. Hij kon niet zwijgen over de schepen, De Santa Maria, de Pinto en de Nina, waarmee Columbus ongekende zeeën had bevaren.

    Margareta luisterde graag naar zijn avontuurlijke passie, zijn blik was bovendien teder, zijn woorden lief en zacht. Zijn onwennigheid en schroom hadden plaats gemaakt voor openheid jegens haar . Hij omhelzde haar regelmatig in de grootse bibliotheek waar ze regelmatig verbleven(9). Twee verliefde mensen: een feit! Hun huwelijk zou geen stuntelig gedoe worden als dat van twee jonge toekomstige vorsten die met elkaar om politieke redenen dienden te trouwen. De eerste huwelijks consumptie, ginder op de hoogvlakte van de Toranzo leek alle verwachtingen te hebben ingelost.

    Burgos blinkt op 3 april 1497. Het volk, de kardinaal en de koninkrijken Castillië en Aragon moeten ook wat hebben van het spektakel. Het kader waarin de inzegening zou gebeuren is kolossaal.

    De stad is als geen ander opgetut met vlaggen en wimpels. De marktpleinen liepen vol, heel wat troubadours ontvouwden hun straatgezang, jongleurs lieten hun kunsten zien terwijl aan de poorten pelgrims(10) de toegang tot de stad werden geweigerd. Geen gewone sterveling kon in en rond de Casa del Cordon. Daar heerste een drukte van jewelste en liepen de hofdames en kamerheren van het Castiliaanse hof als die van Margareta door elkaar. Hoge eminenties uit de verschillende Cortes verzamelden zich op de Plaza del Mercado Mayor(11), terwijl in de kathedraal de koren zich aan het inoefenen waren, en de koster de handen vol had met de cibories en de kelken nabij het altaar te plaatsen en hij verder nog zorg moest dragen om de talrijke prachtige gekleurde goud geborduurde stijve kazuifels klaar te leggen voor de verschillende bisschoppen en kanunniken die de huwelijksinzegening zouden verzorgen. In de sacristie herlas kardinaal Cisneros(11) zijn preek.

    Koning Ferdinand kwam onder escorte de stad binnen gereden samen met de pauselijke afgevaardigde van Alexander VI, die hem en zijn echtgenote de titel van Katholieke Koningen had gegeven(12). Het volk troepte samen aan en rond het kerkplein om een glimp van het prinsenpaar te kunnen opvangen. De majestueuze kathedraal overheerste heel het gebeuren, de Germaanse opengewerkte gotische torens en de onovertroffen koepel maakten haar tot mooiste van Spanje(13). Een mooier decor kon Margareta niet krijgen. Enkele zware klokken trokken de festiviteiten op gang. De koninklijke stoet begaf zich naar de kathedraal. Margareta schitterde in haar goudgele zijden kleed versierd met rode motieven en versterkt door een blauwe ceintuur. Haar brede zwarte mouwen met gouden sterren gaven aan het geheel een koninklijke tint. Haar zwart kapje waarop haar kroon stond, verhief haar tot een ware prinses.

    De kathedraal van Burgos nu de dag van vandaag.
    foto: Jebulon Public Domain Dedication via Wikipadia


    Welke geweldige indrukken heeft zij opgeslagen toen ze de kerk binnentrad, waar het orgel haar intrede vergezelde? De machtige ruimte van de gotische kerk, het volk, de brandglasramen, het imposante altaar. Alleen… zonder haar broer, zonder haar vader, zonder haar meter… alleen... omwille van Habsburg! Mechelen was ver weg. Gelukkig had ze Juan aan haar zijde en het moet als eeuwen hebben geduurd om tot het altaar te komen waar Gods gezanten in een halve cirkel hun stonden aan te staren. Margareta nam het huwelijk zeer ernstig op. Ze was katholiek grootgebracht en zou haar leven in die zin kleuren. Ze was niet fanatiek. Ze hekelde de misbruiken binnen de kerk die toen reeds hoog scoorden.

    Burgos barstte in feesten uit. De mensen van toen keken naar zo’n evenement uit. Voor iedereen was het feest, voor arm en rijk. Eten en drinken genoeg, men zag op geen cent. En dat duurde nog zo'n enkele weken lang.

    Spanjaarden en Bourgondiërs samen aan één tafel is de wellust hoogmoedig tarten. Het feesten krijgt voorwaar meer dan vijf sterren toebedeeld. Juan en Margareta kregen een maal toebedeeld dat geen ander jong en dartel koppel uit die tijd te beurt zou vallen. Het geluk kon niet op. De cadeaus die ze daarbij kregen staan de dag van vandaag nog beschreven. Het prinsenpaar beleefde een periode van fel geluk, rijkdom, genegenheid, beroemdheid, vrienden…

    Geen enkel kledingstuk zou nog in haar kamer te vinden zijn. Daar hadden de meisjes voor gezorgd. Dat was de regel. Deze nacht die bezig was te gebeuren moest eveneens een memorabele voor haar zijn. Margareta, de jonge vrouw, door kerk en staat zonder dwang gelaten, zou wederom haar plicht moeten bewijzen. Alleen gelaten in haar kamer met enkel een zacht nachtkleed aan, keek ze even door het raam en zag de stad zich dolfeesten. Vuurpotten verlichtten de donkerte waardoor er geen ster meer te zien was aan het firmament. Toen klopte iemand aan de deur! Het was haar prins. Ze deed aarzelend open en liet hemzonder dralen binnen. ..

    Hier wordt “De Geschiedenis” meestal een halt toegeroepen en moet ze aan deur blijven staan. Dat was zo in die tijden. Voyeurisme zou men toen zeker hebben bestraft met een hels leven op de galeien of met een geketende verre bedevaartstocht naar Jeruzalem. Uiteraard gingen kroniekschrijvers dromen en gingen vermeende verhalen neerpennen die hun eigen leven gingen leiden en die de ware geschiedenis gingen verdoezelen. Over dit huwelijk bestaan de meest onstuimige verhalen. Wij blijven evenwel bij de werkelijkheid.

    Margot schreef naar haar vader:" Mijn echtgenoot is edel en van zo'n beminnelijke natuur, dat ik snel mijn angst verloor. Ik heb deze dagen en groot wonder beleefd en weet nu , hoeveel lieflijkheid erin het woord 'Minne' schuilt. Omdat ik hierover echter niet méér kan zeggen, moet ik zwijgen, omdat mij bij het schrijven de tranen in de ogen springen. Maar ik huil niet van verdriet...'

    Feit was dat Margareta moest vaststellen hoe vlug Juan vermoeid raakte. Mager als hij was- een koene ridder zou hij nooit worden- al had hij de leeftijd van 19 jaar. De prins raakte door de festiviteiten ernstig over zijn toeren, maar bundelde dagelijks al zijn krachten om met Margot aan zijn zijde het volk van Burgos te blijven verrassen. Hij liet evenwel geen dag onverlet om ’s avonds bij haar op bezoek te gaan.

    De dagen die volgden hadden hun agenda. Columbus bezoek binnen de muren van het Casa del Cordon hadden hun effect niet gemist. Niet meteen had Margareta de onvoldaanheid van Isabella door op de beperkte ontdekkingen van Columbus tweede reis. Margot was in de wolken oog in oog te mogen staan met de wereldberoemde expeditieleider. Ze hadden het wellicht over papegaaien en zeker over de hare die ze nog als geschenk had gekregen van haar moeder.


    Almazan, ongerustheid over Juans gezondheid.


    Na de grootse feesten verhuisden Margareta en Juan naar het paleis van Almazan. De lente fleurde alles op, de natuur en de temperaturen stegen in waarde. Hier leerde ze Juan nog beter kennen en smaakte ze zijn liefde voor muziek en dieren. Deze twee jonge zielen hadden elkaars gezelschap graag en zoiets bleef niet on- opgemerkt.

    Rijen genodigden van belangrijke heren deden hun opwachting om de handen te kunnen drukken van het prinsenpaar. Het ene galabal volgde het andere op. De ene stad na de andere kwam aan de beurt om Juan en Margareta blij te ontvangen, “Blijde Intochten “noemden ze dat vroeger. Het feesten hield niet op. Juan verlangde weliswaar elke avond naar haar. Haar kamerdeur ging alsmaar open. De katholieke plicht had Margareta duidelijk gemaakt om te zorgen voor een opvolger van haar man. Ze had daar wellicht geen moeite mee en moet als jonge vrouw blij verrast geweest zijn een tedere jonge minaar naast haar in bed te mogen hebben . Jeugdig als ze beiden waren!

    We overdrijven niet. De geschiedenis laat het ons na en mogen het dus naar waarheid vertellen. Juan geraakte meer en meer in ademnood. De chirurgijns hadden de koning ingelicht en die had paniekerig gereageerd en voorgesteld om die twee van elkaar te scheiden. Vervolgens moest Margareta het komen uitleggen bij Isabella. Het gesprek verliep niet sereen, gezien ze het verwijt kreeg Juan des ’s nachts af te matten, waarop Margareta met al haar diplomatie naar de drukke dagelijkse agenda verwees en de koningin toch diende te weten dat haar zoon recht had op een nakomeling en ze door de kerk daartoe de plicht had telkens de prins erom vroeg. Ze wees haar schoonmoeder ook op de harde realiteit dat Juan altijd een zwakke gezondheid had gehad. Zo had hij haar toch verteld. De Castiliaanse Queen begreep de situatie en kon zich vergenoegen met de argumentatie van Margot die de hele situatie nuanceerde.


    Medina del Campo; pokken komen de pret bederven.

    Het robuuste fort van Mota in Medina del Campo in de provincie Valladolid ( foto;Quinok PDD-)


    De drukte en de uitnodigingen bleven het paleis bestoken om het jonge paar te mogen ontvangen. Margareta had op een dag haar hofdames gewaarschuwd dat ze mogelijk zwanger was. De zomer bracht nog meer vermoeidheid door de hitte die het land ontwikkelde. Voorzien was, dat ze moesten verhuizen naar Medina del Campo een andere residentiestad van de katholieke koninklijke familie. Deze stede had een sterke omwalling. Op het hoogste punt stond een waar middeleeuws kasteel omringd door een slotgracht en een ferme ophaalbrug. Veilig moet het er in ieder geval geweest zijn. Misschien is dit ook de reden dat binnen de muren van Medina er aan geldhandel werd gedaan. De koninkrijken van Aragon en Castilië zouden hier in 1489 met de Engelsen een handelsakkoord hebben gemaakt.

    Onze tortelduiven zouden in deze cité de zomer doorbrengen. Dat was toch de bedoeling. Ze verbleven in de palacio reynal van Ferdinand en Isabella. Op het programma stond nog een bezoek aan de stad Salamanca waar hun opnieuw een hele resem festiviteiten de beurt zouden vallen.

    Op een dag maakt de prins hevige koorts en moet het bed houden. De hofartsen deden de nodige ingrepen door bloed af te tappen zodat de koorts kon dalen. Men vreesde evenwel dat hij door de pokken was besmet. Een dodelijke ziekte waarvan men maar 50 % kans had ze te overleven. De hoest die hij regelmatig liet horen baarde ook zorgen. Mogelijk had hij een lichte variant van de vreselijke pokken gezien hij genas zonder blijvend letsel. Juan kwam evenwel verzwakt uit het ziekenbed en moest totale rust nemen. Dit kwam goed uit, nu Margareta zwanger was kon hij alzo op krachten komen. Blijkbaar recupereerde hij niet al te vlug en leek er wat anders aan de hand. Artsen vreesden dat de prins aan tuberculose leed.

    Het is 20 september. De kroonprins is aan de beterhand. Salamanca maakt zich op om eindelijk het pas gehuwd paar te mogen en kunnen ontvangen. De voorziene festivals krijgen hun plaats op de royale agenda. Verschillenden daarvan gingen door in het paleis van Fray Diego Deza. Deze beroemde man was bisschop van Medina en was bovendien de leermeester van Juan die zich, sinds 1486, sterk spiegelde aan deze prelaat(14).

    De burgers keken uit naar deze happening van het jaar. Bedoeling was dat Margareta en Juan, elk gezeten op een paard, de stad zouden binnen rijden onder de veilige ogen van de militaire escorte. Hij voelde zich plots niet goed. Margareta zag zijn gelaat wit worden. Zweetdruppels borrelden op zijn voorhoofd. Hij kon het volk niet meer begroeten. Zijn hand werd zwaar als lood. Het zwart kwam voor zijn ogen en viel vervolgens van zijn paard. De verbijstering was groot. Margareta steeg af en rende op hem af. Geen enkele grimas zag ze nog op zijn gelaat. Wat ze tot dan toe niet wou aanvaarden leek werkelijkheid te worden. Juan was stervende. De feeststemming van Isabella en Ferdinand sloegen om in een dramatisch onbehagen. De omstaanders hadden door dat er wat vreselijks was gebeurd. Het Koninkrijk kreeg hier in Salamanca een dreun van jewelste. De stadsvreugde doofde gestaag uit. Zo ook het leven van Juan. Chirurgijns bevestigden de dood van zijne prinselijke hoogheid. Volgens hen zou hij zijn gestorven aan tuberculose. Het is 4 oktober 1497. Salamanca treurt, ook het Spaanse hof. Margareta ziet men niet meer. De smart voor haar is te groot. Opnieuw sloeg het noodlot toe; l' Infortune, zoals ze later verklaarde. Ze verwijt God niets, alleen de leegte en het verdriet zijn ongemeen hard. Ze sluit zich op. Haar tranen kan ze niet bedwingen. Het kind in haar buik voelt het drama, het verdriet van de moeder is voor het ongeboren kind te sterk…

    De hoop van Spanje op een mannelijke opvolger leefde nog weken sterk door. De geboorte van de baby was een dramatische tegenvaller: het kindje overleefde de geboorte niet. Enige troost misschien; het was een meisje (15).


    Terugkeer naar de Nederlanden

    Ze had zich lang van de buitenwereld afgesloten. Ze had naar haar vader geschreven met verzoek er voor te zorgen dat ze Spanje kon verlaten. Dat duurde nog twee jaar. Ondertussen hielp ze mee in de bestuurszaken van Isabella.

    In de herfst van 1499 kon ze beschikken en had ze het geluk vrijgeleide te krijgen van de nieuwe koning van Frankrijk Lodewijck XII. Door hem vernam ze dat haar vorige man Karel VIII was komen te overlijden door een stom ongeval.Hij had in een dronken bui, alhoewel hij maar 1 meter 50 was, zich hevig gestoten tegen een balk van een plafond waarbij zijn schedel verbrijzeld werd!? Ongelovig toch?

    Het nieuws zal haar geen deugd hebben gedaan. Heel wat herinneringen aan de Franse tijd borrelden opnieuw in haar op.

    Ongedwongen kon ze Frankrijk doorreizen. Ze werd bejubeld door velen. De reis door het land, waar ze koningin van zou worden, eindigde vrij laat. Ze arriveerde in Gent op vier maart. Enkele dagen nadien schonk Joanna van Castilië, echtgenote van Filips de Schone, haar broer, het leven aan een jongen, die Karel werd genoemd. Niemand kon voorspellen dat dit jongetje ooit keizer zou worden van een rijk waar de zon nooit onder zou gaan.

    ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

    Fortune, Infortune, Fortune, moet de jonge Margareta dikwijls hebben gepreveld. Het is tenslotte haar lijfsperuk geworden.

    ----------------------------------------------------------------------------------------------------
    Geconsulteerde werken:

    Triest M, Macht, vrouwen en politiek 1477-1558, Van Halewijck Leuven
    Leitner T, Margareta en Maria, Landvoogdessen der Nederlanden, Bekking Amersfoort.
    Morren P, Van Karel de Stoute tot karel V 1477-1519, Garant Antwerpen -Apeldoorn
    De Maesschalck E, De Bourgondische Vorsten 1315-1530, Davidsfonds
    Marti S, Karel De Stoute, Pracht en praal in Bourgondië, Mercatorfonds


    Voetnoten

    1) Haar grootvader Karel de Stoute had in verband met zijn tentenkamp een grote faam weten op te bouwen. Wanneer hij sneuvelde hadden zijn overwinnaars geheel het kampement als buit genomen. Niet vreemd wanneer de hertogelijke tent met parels versierd was en reuze tapijten zijn interieur sierden. Bovendien hoefden de kampeerders geen honger te lijden. Heel wat handelswaren en specerijen lagen er gestockeerd. In het stadhuis te Mechelen zijn twee schilderijen te bewonderen waarop het beleg van Neuss staan afgebeeld. De tent van Karel de Stoute is een blikvanger in het geheel van het beleg.( Uit Karel de Stoute, Pracht en praal in Bourgondië, Mercatorfonds.) Margareta's tent had zeker niet de grandeur als die van haar grootvader. Het Hof van Savoyen, haar paleis ,was klein en sober in vergelijking van andere Bourgondiërs van haar rang. De appartementen voor haar gasten had ze eenvoudig ingericht zonder al te veel waardevolle pronkstukken.

    2)In Frankrijk had Anne de Beaujeu, dochter van Lodewijck XI, Margareta streng opgevoed, met regels en voorschriften die ze van buiten diende te kennen. Hoe ze zich nederig diende te gedragen wanneer de koning haar wat vroeg. Ze raakte erg gewend aan Anne die haar bovendien talen leerde en haar in de kunsten onderwees. ( Thea Leitner en Monica Triest)

    3) Hier hebben we naar mijn mening een nieuw spoor gevonden. Het lijkt een beetje een raadsel te zijn waar Margareta van Oostenrijk en Juan voor de kerk trouwden:
    Paul Morren en Monica van Triest schrijven enerzijds dat ze in alle intimiteit in het San Trinidadklooster te Burgos officieel in de echt verbonden werden, terwijl anderzijds Monica Triest citeert: "Haar huwelijk met Juan werd in alle intimiteit afgesloten op 18 maart 1497 en vervolgens plechtig ingezegend door de aartsbisschop van Burgos. Daarna was het een week lang feest.'
    Thea Leitner gaat resoluut voor een huwelijk in de kathedraal van Burgos dat doorging op 3 april 1497. Ook Edward de Maesschalck laat ons koppel in Burgos het ja-woord zeggen op 3april 1497 zonder evenwel te vernoemen in welke kerk.
    Dankzij het internet geraken we ook op het Spaanse net. Verwonderlijk toch dat heel wat websites het hebben over het huwelijk van Juan en Margareta van Oostenrijk. De meesten schrijven over een huwelijk in Burgos, zelfs Wikipedia bevestigt dit. Door het natrekken van de weg tussen Santander en Burgos, de N 623, kwam ik via een site over Puerto del Escudo terecht op het web waarvan de link ons brengt in Villasevil. Een andere website verwijst ook naar dit dorpje en meldt dat mogelijk ook het stadje Reinosa de huwelijkskandidaten in de echt zou hebben verbonden. Echter zijn er meer bronnen die verwijzen naar Villasevil, waaronder één die Karel in 1522 in het desbetreffende kerkje van Villasevil voor het altaar zien knielen! Ook komt de naam van hofarts Toledo naar voor die het plaatske Villasevil voor de geschiedenis zou hebben prijsgegeven. Kortom in de fotoreeksen van Villasevil komt het kerkje Sint -Cecécilia dikwijls voor, zelfs op youtube! Misschien moeten we maar eens in contact komen met ons Spaanse internetschrijvers; zij moeten nog heel wat interessante informatie hebben over onze Mechelse Bourgondiërs.

    Het Spaanse web:

    Het landschap rond Villasevil

    http://wiki.worldflicks.org/villasevil_(santiurde_de_toranzo).html

    Verwijzing naar het huwelijk Juan van Aragon en Margareta van Oostenrijk in 1497 in dit kerkje, Sint Cecilia genaamd. Hiet schrijft men dat Keizer Karel in 1522 het kerkje kwam bezoeken.

    http://canales.eldiariomontanes.es/patrimonio/bics/bic38.htm

    Ook Wikipedia Spanje verwijst naar Villasevil en het bezoek van Karel V in 1522.

    Eventjes verder scrollen en je komt bij het dorpje Villasevil. Hier ook verwijzing naar het ja-woord van Juan en Margot in dit kerkje.

    http://www.cantabriajoven.com/santiurdedetoranzo/index.html

    Een Spaanse blogger of blogster die Margareta van Oostenrijk belangrijk genoeg vond om erover te schrijven.
    http://mujeresdeleyenda.blogspot.be/2010/02/margarita-de-austria-gobernadora-de-los.html


    Het volgende haalt de situatie aan van Reinosa als mogelijke plaats van het intieme huwelijk van Juan en Margareta. Hier verwijst men naar de hofarts Toledo, die naar Villasevil verijst.

    http://personales.mundivia.es/flipi/cuadernos/Cuaderno_18/Viajeros_ilustres.htm


    Een interessante Spaanse biografie rond het huwelijksgebeuren van Juan van Aragon en Margareta van Oostenrijk.( waarmee ik rekening hield)

    http://www.mcnbiografias.com/app-bio/do/show?key=juan-principe-de-asturias 


    4) Margareta moest zich wel aanpassen aan de strenge regeltjes inzake protocol. Het Spaans koningshuis had meer een afstandelijke houding tegenover volk en gezanten, terwijl het Bourgondische huis meer opener en jovialer was.

    5) Volgens de Spaanse Wikipedia ontstond bij de tweede bouwfase de binnenkoer met een bovenverdieping, later nog verhoogd met twee etages.

    6) De anders gelovigen met name Joden en Moslims vormden bedreiging voor het katholicisme. Joden waren volgens de toenmalige Kerk woekeraars die zonder arbeid geld verdienden. Meestal zaten ze mee in het circuit van de geldwisselaars. De moslims moesten het Iberisch schiereiland vrijgeven; zij waren de overwonnenen en bijgevolg konden zij niet meer thuishoren in de toenmalige katholieke wereld.

    7) Zie Wikipedia onder 5. Ook op de gevel van het paleis staat een aandenkinsplaat over het bezoek van Columbus op 23 april 1497.

    8)Nu magnetische variatie genoemd

    9)Margareta wordt andermaal geconfronteerd met bibliotheken. Zij zal tijdens haar verdere leven gedurig haar arsenaal aan boeken, manuscripten e.d. zien uitbreiden.

    10) Burgos ligt op de weg naar Compostela. In die tijd waren het niet alleen boetedoeners die op pelgrimstocht gingen. Ook heel wat gestraften waren onderweg, diegenen die door een vonnis op bedevaart moesten. Wellicht werd de stad algemeen afgesloten voor andere stedelingen, tenzij ze beschikten over een uitnodiging.

    11) Met grote zekerheid zegende Cisneros( Wikipedia Spanje) het huwelijk in wat ook een Spaanse blog ( zie hoger: Mucjeres De Leyenda) vermeldt.

    12) Die titel kregen ze in 1494.

    13)Joahannes van Keulen is de architect van de opengewerkte torens.Deze kerk bestaat uit zowel Franse als Germaanse gotiek. De torens zijn gebouwd in de 15 e eeuw. Tijdens zijn periode bestond er reeds een verhoogde vieringtoren maar die is in de 16e eeuw vervangen tot wat hij nu is.
    De bouwfase staat meer uitgebreid beschreven op de Spaanse Wikipedia. Margareta van Oostenrijk heeft wellicht een groot gedeelte van de hedendaagse Kathedraal kunnen bewonderen.

    14 Fray Diego Deza was nauw verbonden aan het Spaanse hof en verdedigde de ideeën van Columbus. Hij werd bisschop van o.a. Salamanca en later werd hij benoemd tot aartsbisschop van Sevilla. Door de paus stelde hem aan tot groot-inquisiteur van Spanje.
    Hij bestreed het onrecht binnen de Kerk en ijverde voor meer discipline. Bisschoppen namen het niet zo nauw met het celibaat en eigenden zich op onrechtamtige wijze gelden toe. De kiem tot de komende godsdienstoorlogen gistte reeds.

    15)Ook hier zijn meningen niet eenparig. In Spanje lijkt men meer overtuigd dat het een meisje was.


    Om te eindigen enkele Youtube filmpjes:

    Het mysterieuze Burgos: http://www.youtube.com/watch?v=c5iq1cb0_Sk
    Het hedendaagse Burgos: http://www.youtube.com/watch?v=nhp1AH1LpXY
    Een bezoekje aan het kerkje Sint Cecilia in Villasevil: 
    http://www.youtube.com/watch?v=WcngvcYPyig  (opent zich niet, u kan wel mits copiëren van de sleutel via google wel op het filmpje tercht komen)
    ----------------------------------------------------------------------------------------------------


    26-05-2012 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Paleizenstory
    >> Reageer (0)
    27-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Leeuwse en Diestse getuigen over de ketting van de Zenne

    Zoutleeuw?

    Oude kronieken meldden dat de lucht in Zoutleeuw heel ongezond was, dat er niemand lang kan blijven zonder ziek te worden. Vorsten zouden gestraften naar Zoutleeuw zenden omdat ze alzo vlug naar de eeuwigheid zouden gaan.

    (De Seyn E. Geschied- en Aardrijkskundig woordenboek der Belgische Gemeenten. Brussel Bieleveld – Warmoesberg 66.)

     

    Zoutleeuw is gelegen in de provincie Brabant in het arrondissement Leuven, tussen de steden Tienen en St-Truiden.   Haar grond heeft  een rijke geschiedenis.

    Op het einde van het Diestiaan, ongeveer zo’n 6 miljoen jaar voor Chr. en het late Tertiair, trok de zee zich voor een laatste maal naar het noorden terug. Zo ontstond er een stelsel van evenwijdige rivieren met een noordelijke en noordoostelijke oriëntatie, gericht naar de toenmalige zee in het noorden.

    De Gete behoorde hiertoe. Later werden de te diep ingesneden rivierdalen alluviale vlakten en werden de droge delen langzaam begroeid met loofbos, de belangrijkste vegetatie van de streek.

    In de vroege middeleeuwen werden grote delen van Haspengauw  ontbost en omgezet naar akkerland. Het gevolg was dat grote overstromingen optraden. Om dit te verhelpen werden vloedgrachten gegraven. De Vloedgracht en de ‘s Hertogengracht zijn zo ontstaan.

    Zoutleeuw ligt in een open landschap dat gevormd wordt door de beekvalleien die noord-zuid lopen. Ze vormen de grens tussen het Hageland in het westen en Haspengauw in het oosten. Het betreffen  de valleien van de Grote en Kleine Gete die nabij Budingen  samenvloeien. Even verder komt de Vloedgracht in het water van de Kleine Gete.  De beekvalleien zijn lager gelegen gebieden omringd door  plateaus of heuvels zoals de Ransberg met het Tienbundersbos, het coulissenlandschap tussen Zoutleeuw centrum en Dormaal en het open landschap met holle wegen.

    Dus wees gerust: Er is niets mis met de lucht van Zoutleeuw. In tegendeel, het groen is hier groener. Een stad met zuivere lucht!  Voor beesten en vogels is het een paradijs.

    --------

    (Geologie ex:  Ruimtelijk structuurplan Gemeente Zoutleeuw)


    Zoutleeuw heeft alle kenmerken van een middeleeuwse stad.  Het stadje op zich  is niet groot maar bezit  rijke  monumenten. Niet verwonderlijk gezien ze  één van de acht grote steden van Brabant was samen met Leuven, Brussel, Antwerpen,Mechelen,   ’s Hertogenbosch, Tienen en Nijvel . Ze noemde toen nog “Leeuw”.  Ze bezat een bloeiende handel in wol en laken alsook in haring, zout en turf. Ze kon bogen op een jaarmarkt en bezat een eigen muntatelier. Zoutleeuw had daarbij een strategisch belang. De hertogen van Brabant maakten van haar een speerpunt op het Prinsbisdom Luik en de achterliggende Duitse staten. Zoutleeuw, de garnizoenstad zag er in 1307 stevig uit met heel wat soldaten.  Het stadje lag bovendien op de belangrijke handelsweg Brugge- Keulen waar ze economisch kon van profiteren. Heel wat goederen arriveerden  per schip alsook via de handelsweg en kenden hier hun overslag.   Zoutleeuw  had een sterke reputatie in verband met goederenvervoer langs he water.  De Leeuwen ontmoette men zowel in Engeland, Vlaanderen,  Zeeland, Antwerpen en Mechelen  als in Luik, Loon, Namen en binnen de regio van Tienen.  Op de waterweg tussen Zoutleeuw en Mechelen lag Diest. Ook deze stad  profiteerde van de Zoutleeuwse welvaart. Ze hield markt en ontwikkelde  een binnenhaven.  De hoogconjunctuur van beide steden zou tot halverwege de 15e eeuw duren.


    (Ex: Hasquin H, Van Uytven R, Duvosquel J.M, Gemeenten van België, geschiedkundig administratief-geografisch woordenboek, Gemeentekrediet van België 1980.

     

    De Mayer J en Heysman P, Geuren en kleuren- een sociale en economische geschiedenis van Vlaams –Brabant.

    ex:  Ruimtelijk structuurplan Gemeente Zoutleeuw)

     



    Laat ons  even surfen naar die tijd. We waggelen zowat tussen de 14e en de 15 e eeuw.(1)

    Het is druk in de Schipstraat. De kleine Gete zorgt hier voor een mooi  tafereel. Kaarsrecht vloeit ze de straat verder af en wordt  ze  overbrugd om karren te laten passeren. Die kleine niet brede waterweg loopt in het midden van de straat. Gebouwen flankeren haar . In de voor Zoutleeuw belangrijke 14e eeuw meerden hier jaarlijks 400 scheepjes aan . Op de kade  lagen zakken met brokken zout  alsook ijzer dat uit Namen en Luik kwam .  Dragers losten een klein schip met turf, terwijl men wat verder  een andere boot netjes vulde met graan om naar Brussel te vervoeren. Dat graan  kwam uit de landen van Luik en Loon en werd droog gehouden op de zolders  van de lakenhalle wat verder gelegen. Je moest dan  voorbij de imposante Sint-Leonarduskerk met zijn robuuste vierkante torens. Het bolwerk  zat in haar laatste bouwfase. Grote namen van architecten  hadden hier hun kunsten in stenen gelegd, zoals Mathys de Layens, Sulpicius van Vorst en  Mechelaar Rombout II Keldermans.(2)  Het gerucht deed de ronde dat deze laatste ook de bouw van het stadhuis op zich zou nemen.

    Bij een  O.L.Vrouwbeeldje, dat de mensen daar “ Ster der Zee” noemden, stond schipper Renier van Liefkenrode. Die stond op het punt te vertrekken richting Mechelen met een partij tarwe. Zijn vader Henric had in het refugium  van de abt van Villers, vlakbij de Dijle aan de Kraanbrug, een zolder gehuurd om de goederen er in  op te slaan. Ook bezat hij een gebouw aan de Zoutwerf om er zout in onder te brengen.  Het specimen bleef er soms een half jaar liggen en moest dan in stukken gekapt worden om het vervolgens in zakken op een berrie naar de boot te versjouwen.  Het zout kwam meestal  uit Steenbergen. Toen leek dat stadje inderdaad  een belangrijke zoutproducent te zijn geweest. Vooral  veenzout bezat een hoge kwaliteitsgraad en zag witter dan andere gewonnen zouten. Het zout uit Steenbergen werd bekomen door het veenturf te verbranden en de as daarvan in zeewater  te laten  koken. Wanneer het water  was verdampt bleef er wit zout achter.  Hoe witter het zout er uitzag  hoe meer je er moest voor betalen. Renier wist ook te vertellen dat hij zout uit Steenbergen en Tholen aan de Mechelse  kraanbrug liet overslaan van een Haarlemmer(3) in zijn eigen schip.  Renier  voer  ook regelmatig via de Zenne naar Brussel met een vracht appelen.  Nimmer had hij hinder ondervonden door de ketting in Heffen. Voor zijn zoutaanvoer en zoutuitvoer betaalde hij in Mechelen  telkens  één groten Vlaams voor zijn schip, meer niet.
    Vader  Henric  had de stiel van schipper lang uitgeoefend. Hij begon in het jaar 1372 en hield het voor bekeken in het jaar 1407 of zo’n 35 jaar lang. Deze man had faam opgebouwd en bracht het tot schepen van Zoutleeuw.

    Zoutleeuw: De Schipstraat, de Leonarduskerk, de kleine  Gete nabij het centrum.(eigen foto)

    Hij vervoerde regelmatig zout. Reden  om hem, lang na zijn vaarleven, nog als getuige te horen voor het Groot Stedenproces.  In opdracht van Filips de Goede, startte de verhoren te Gent in het jaar1433. Vijf Leeuwenaars en twee schippers uit Diest legden hun verklaringen af te Brussel op 12 juli. Uit Henrics verklaring blijkt dat hij  zout  invoerde uit Tholen en Steenbergen. Het zouttransport  binnen Brabant was hoofdzakelijk bestemd voor  Antwerpen en Mechelen.   In deze laatste stad betaalde hij enkel één oude groot voor de doorvoer van zijn zoutlading naar   Zoutleeuw.   In opdracht van de families  Riquarts vervoerde hij het wit goedje met regelmaat naar Brussel via de Zenne. Hij verklaarde geen  hinder te hebben ondervonden van  de ketting  te Heffen en werd  hij ook nooit omgeleid naar Mechelen. Volgens hem zou de ketting er gekomen zijn als reactie op het bolwerk te Rumst(4).  De schipper bleef erg vaag omtrent het gebruik van de ketting in Zemst. Hij had wel gehoord over incidenten met Antwerpse en Brusselse schepen. Maar of Mechelen in die situaties onrechtmatig zou hebben gehandeld liet hij in het midden.

    Zijn verklaringen zijn op zijn minst gezegd erg karig. Dat had te maken met zijn handelsrelatie die hij had met de stad Mechelen.  Wat hij ook zou getuigen, het zou hem nadeel berokkenen. Deze commerciële houding  zien we veelvuldig opduiken in het Groot Stedenproces.  Eens de raadsheren beslisten alle verklaringen betreffende inbreuken op de stapelrechten  te publiceren met de volledige identiteit van de getuige, ontstond er  een enorme terughoudendheid bij de schippers en weigerden ze  deze maatregel te aanvaarden.

    Ook Renier bleef in de mist zitten en kon geen beschuldiging vinden aan het adres van de stad Mechelen.

    Hun collega Jehan de le Gehuchte vaarde 34 jaar tussen Zoutleeuw en Antwerpen via Mechelen. Hij had nooit hinder gehad, noch in Mechelen, noch op de Zenne bij Heffen. Dat er schepen aan de ketting lagen ontkende hij niet.  Hij meende echter dat God maar moest oordelen of de ketting  op een niet correcte wijze door de Mechelaars werd gebruikt. Wel interessant om vernemen is wat deze schipper regelmatig vervoerde. Hij vertrok met appelen in Zoutleeuw en kwam terug met een vracht haring, gerst en zout uit Mechelen. Voor het zout moest hij voor de doorvaart van Mechelen  twee kromstaarten betalen, dat waren zilveren munten die een waarde hadden van twee grote VLaams. De haring, zo liet de schipper ons na, kwam toen uit het Zweedse Schonen, terwijl hij gerst en haver respectievelijk uit Holland en Zeeland invoerde. 


    Gerard de le Gehuchte beaamde de verklaringen van voorgaande getuige. Ook hij had nooit hinder ondervonden in en rond Mechelen. "Het geschil is voer voor advocaten", zo liet hij acteren.
    Tenslotte was er nog leeuwenaar Jehan Stevens. Maar ook die beweerde dat voor hem Mechelen nooit lastig had gedaan.

    De twee schippers uit Diest weken met hun verklaringen niet ver af van hun collega's uit Zoutleeuw. Wel boeiend zijn hun vrachten die ze vervoerden. Bellen de Breden, 62 jaar, vaarde 40 jaar naar Antwerpen en Gent via Mechelen. Hij legde in Zoutleeuw aan met tarwe en rogge dat hij insloeg in Antwerpen. Die twee producten kwamen uit het toenmalige Kalingrad en Lijfland(5). Zijn zout ging hij halen niet alleen in Steenbergen en 
    Tholen(6) maar ook in Remerswael en Zevenbergen(7). 
    Hij vertelde aan de ondervragers wel een geschil dat hij had meegemaakt te Mechelen. Zo moest hij eens onverwacht  accijns betalen voor het zout, wat tegen de gang van zaken leek te zijn. In 1413 zou Mechelen dit initiatief hebben genomen, wat ook in het verkeerde keelgat schoot bij invloedrijke mensen uit Zoutleeuw en Mechelen twee van hun gezanten op bezoek kreeg. Maar voor het overige geen kwaad woord over de heerlijkheid Mechelen.
    De andere Diestenaar laat ons genieten over de toepassing van het stapelrecht. Jehan Vaerman vertelde dat in de periode van het bolwerk op de Rupel er geen gram zout in Mechelen te bekomen was. Hij diende het zout te halen in Antwerpen. Hij moest dan drie getijden wachten alvorens hij het zout naar Diest mocht vervoeren. Dat recht noemde men de stapeldwang.  Een truc om het product in kwestie bij voorrang in de stapelplaats te koop aan te bieden.

    Dit verhaal leert ons veel over het vervoer van goederen, van waar ze afkomstig waren, het zout voor Brabant enkel bestemd was voor Mechelen en Antwerpen, op zout geen accijns werd geheven, men wel moest betalen voor de uitvoer ervan, wat stapeldwang betekende, over een nieuwe munt de Kromstaart, de Leeuwen een zeker privilegie moeten hebben gehad binnen de heerlijkheid Mechelen en blijkbaar enkel Antwerpenaars en Brusselaars te maken kregen met de ketting in Zemst, over appelteelt in en rond Zoutleeuw en wat we niet hebben verteld hoe Aarschot wat met wijnteelt heeft gehad.

    Het is dankzij de auteur J.P Peeters, we een beter beeld krijgen over handel, producten en gewoonterecht in die tijd; zegge en schrijven rond 14e en 15e eeuw. Heerlijk om dit uit het archief te halen. Niets is mijn verdienste, enkel de vreugde hem te kunnen citeren. Dank zij hem wordt nog maar eens bewezen hoe belangrijk Mechelen was ten tijde van de hoogconjunctuur in Brugge. 

                                                             Zicht op de Demer toen ze bovengronds door Diest vloeide(*)
     
    -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

     

     Voetnoten:
    1)Op basis gegevens  Uit handelingen Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, J.P Peeters, Getuigen uit Zoutleeuw en Diest op het Groot Stedenproces omtrent de Mechelse stapelrechten 1433. Boekdeel 2002 DL 106.
    2) Michelin, De Grote Gids België, uitgeverij Touring:Lannoo 2004.
    3)Schip gemaakt in Haarlem. Zo ook maakte Mechelen in die tijd schepen zoals de gekende Mechelse schuit.

    4)Anton van Bourgondië was toen hertog  over Antwerpen en was de broer van hertog Jan zonder Vrees. Het is onder zijn bewind dat het bolwerk over de Rupel werd geplaatst om er de schepen naar Mechelen te controleren. 
    5)Auteur J.P Peeters verduidelijkt in zijn voetnoten: Kalingrad was toen een gebied gelegen in Noord Duitsland,Pruisen alsook delen van Polen en Litouwen. Lijfland was een gebied in de huidige Baltische staten als Letland en Estland.
    6)ex: http://islas.ruudbijlsma.nl/tln_nl.htm
    7)ex:http://www.plaatsengids.nl/zevenbergen

    *foto, auteur onbekend, kan nog onder auteursrechten vallen, publicatie onbekend. 

     

    27-03-2012 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Stapels
    >> Reageer (0)
    10-03-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.De Zenne
    De kronkelende Zenne die in de Dijle uitmondt. Ook zien we de rechte Leuvense vaart die zich op hetzelfde punt  in de Dijle uitlaat
    Een luchtfoto van Alcide
    overeenkomstig de GNU-licentie voorwaarden voor vrije documentatie


    De Zenne, ooit  haatte ze tijdens de middeleeuwen de Dijle.  Die twee konden van elkaar niet watertanden. Immers Brussel groeide, wou beroemd worden, wou groter zijn dan Mechelen.  In de waterspiegel zag ze haarzelf als de stad van een één gemaakt Europa  groter dan de Nederlanden.

    Aan de Scheldekaaien van Antwerpen nam het maritieme leven eind 15e eeuw gestaag toe. Portugezen, Spanjaarden, Engelsen, grootse Hanzaschepen,  Zeelanders en Hollanders ze brachten met  gemak hun waar aan land en vulden hun schepen met inheemse goederen zoals Vlaams en Brabants laken.

    In Brugge  zag men de cijfers dalen, de druk vanuit Antwerpen nam toe.  De Bruggelingen hadden niet het fanatisme hun handelstroeven krachtig aan te prijzen. Een jaarmarkt hielden ze niet. Andere steden zoals Antwerpen en Mechelen deden dat wel!  Die quasi kustjongens  misten hier de enorme kans hun belangrijkheid aan te tonen.  Ook namen ze het niet zo nauw met hun hertogen. Filips de Goede zou nooit vergeten hoe de Bruggelingen in paniek raakten wanneer hij met een leger van Picardische soldaten doorheen Brugge trok. Zowel verschillende inwoners van de stad als een handvol doortrekkende soldaten vonden er de dood door Brugse handboog-schutters. Hun stedelijke handelaars  en kooplieden zullen zeker verbolgen zijn geweest. Het bleef  helaas niet bij die ene onhandigheid.

    Mechelen, die  stevige heerlijkheid,  een beetje het Monaco van toen met een handvol sterke visitekaartjes van graven en hertogen, wist goed hoe de zaken evolueerden en verdedigde haar maritieme  economie met verve tot spijt van wie het benijdde. Het zwaartepunt van de economie was bezig zich te verplaatsen. 

    Tenslotte waren het de wereldheersers die de touwtjes in handen hadden en verdomd goed wisten hoe Antwerpen, Brugge en Mechelen te hanteren voor hun materiële welzijn, hun doel, hun streven.

    Misschien komt de stapelkwestie wat  overdreven over. Mensen hebben altijd de neiging een moeilijke situatie, dikker in de verf te zetten dan ze eigenlijk was. Daarom is geschiedenis zo boeiend.


    Feit is dat handelaars zich het niet permitteren konden voortdurend strijd te voeren. In het vooruitzicht van het groot stedenproces  bestaan er geschriften over  enkele schippers uit Zoutleeuw die  te Mechelen een stapelruimte hadden. Hun verhaal geeft heel wat details vrij over de handel op het water. (Kortelings te lezen)

    10-03-2012 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Rond het onderwerp
    >> Reageer (0)
    24-01-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Stapels concreter: Filips de Goede (3)
      Tweede commissie krijgt herkansing
     

    Wanneer  grote gebeurtenissen de overhand halen blijven de plaatselijke  problemen in de schaduw.

     

    'Het jaar 1430 luidde het begin in van het einde van de Honderdjarige Oorlog. Filips de Goede trok met een leger naar Frankrijk waar hij op 29 mei in de stad Compiègne Jeanne kon gevangen nemen. De toestand in Frankrijk verbeterde er evenwel niet op.

    De plotse dood van   Filips van  Saint- Pol, hertog van Brabant  in augustus 1430, verzwaarde de agenda van Filips nu Brabant als het ware te koop stond.  De moeder van Jacoba van Beieren had zich gepresenteerd  als kandidate erfgenaam voor Brabant, alsook Filips de Goede  zelf die een volle neef was van de gewezen hertog. Ook de Duitse keizer Sigismund kwam opdagen.

    Het lukte de Brabanders de Bourgondische hertog te kiezen. Zij wilden zekerheid en kapitaal met het doel  de zenuwachtige Duitse keizer buiten Brabant te houden. Met een hand vol geld leek moeder Margaretha tevreden om afstand van haar eis te doen.

    We zien vervolgens  Filips de Goede zijn blijde intrede  doen in Leuven, Brussel als in Antwerpen tijdens de maand oktober van datzelfde jaar. Brabant en Vlaanderen hadden voortaan eenzelfde vorst.

    Op 21 november verkoopt Filips de Goede Jeanne D’Arc aan de Engelsen. Haar dood op de brandstapel bracht niet onmiddellijk een verandering in de oorlog.

    De maanden die volgden kregen de Bourgondische bezittingen in de  zuidelijke grensgebieden het zwaar te verduren. Charolais, Rethel, Artesië en Picardië lagen regelmatig onder vuur.

    Het is Nicolas Rolin, de Bougondische kanselier, die zijn hertog ging overtuigen om alles in te zetten tot het bekomen van een vredesbestand.'(1)

    Uitzicht Mechelen rond de periode die hier aan bod komt. De tekening werd gemaakt vanop de Grote Markt. We zien de talrijke houten huizen. De Sint -Romboutstoren zou pas in 1452 worden gebouwd. De spitstoren van de toenmalige Sint -Romboutskerk staat nu elders in Mechelen naar de hemel te wijzen. Tekening JB d de Noter 'copyright SAM

    Het dossier Mechelen komt opnieuw op tafel bij de Bourgondische hertog.

     

    Hoe het handelsleven in Mechelen verliep tussen Brussel en Antwerpen tijdens heel deze periode  weten we niet goed. Hield Mechelen zich aan het bevel van hertog Filips de ketting te Heffen niet meer te spannen over de Zenne? Blijkbaar zijn er niet veel schermutselingen meer geweest sinds 1425  of wel?  Zou het  kunnen dat de politieke instabiliteit reden was dat klachten rond de stapels geen kans kregen om te worden behandeld? Was de stapelkwestie wel zo’n ernstig probleem als steeds werd beschreven?

    Uit de Mechelse archieven komt er een muffig document te voorschijn dat Mechelen schreef aan de poorters van de stad Brussel in de maand november van het jaar 1431. De inhoud van het perkament is sterk aan argumenten. (2) Blijkbaar was er wat gebeurd. Er is sprake dat een schip geladen met haver in Heffen aan de kant moest.(3)

    “Aan de poorters van de stad Brussel willen wij niet het minste kwaad berokkenen, maar gijlieden moogt niet uit het oog verliezen dat wij Mechelaars, door de hertogen van Brabant vanouds merkwaardiger wijze zijn geprevilligeerd geworden. Voornamelijk moeten haver, vis, zout en allerhande vlot te Mechelen aan wal worden gebracht en te worden gestapeld. Ten dien einde hebben de graven  van Vlaanderen in uitvoering van dit privilegie, ons toegelaten over de Zenne te Heffen de ketting te spannen, niet om die van Brussel te verontrusten en de benadelen, doch om de rechten van onze stad te vrijwaren en te verzekeren.”(4)

    'Deze reactie zette kwaad bloed bij de Brusselaars. Samen met de Antwerpenaars namen ze economische sancties tegen Mechelen. Er kwam een algemeen verbod noch goederen, noch proviand naar Mechelen te vervoeren. Inbreuken zouden worden bestraft met een boete van 20 gulden peters plus een in beslagname van de goederen en zouden de verantwoordelijken worden veroordeeld tot een pelgrimstocht naar Sint- Pieter en Paulus te Rome. Bovendien verloren de betrokkenen hun job of zouden uit hun ambt worden gezet.

    Deze actie kreeg onmiddellijk respons van Filips de Goede. Half januari 1432 stelde hij  opnieuw een commissie samen zoals in 1423. Er stonden evenwel enkele andere namen op de lijsten. Stuk voor stuk wijze heren, zoals doctors in het kerkelijk recht, een  erfkamerling, licentiaten  in de rechten, rechtsgeleerden waaronder de bekende Wielandt. Mechelen rekende op haar vertegenwoordigers Roeland van Uutkerken kapitein van de Mechelse troepen en de hertogelijke raadgevers  Colart de Commines, meester Symon de Fourmelles en meester Jan van de Keythulle. Zij werden bijgestaan  door de Vier Leden van de Staten van Vlaanderen. De Brusselaars zonden hun kanselier, Jan Bont, de Brabantse drossaard, Jan van Hoorn en hun hertogelijke raadgevers Raf de Grave en Hendrik Magnus naar de commissie  waar ze werden bijgestaan door de Staten van Brabant.   De commissie zou haar besluiten moeten voorleggen op 24 juni 1432 aan een  twaalfkoppige raad, samengesteld uit zes leden van de Vlaamse en zes van de Brabantse raden, om vonnis te vellen. Indien deze raad zich niet kon verzoenen zou ze advies  kunnen  inwinnen bij het Hof van Kamerijk. Gedurende heel die tijd was het niet toegelaten de ketting te Heffen op te halen en de scheepvaart voor en van Brussel te hinderen. De economische sanctie, genomen door Brussel en Antwerpen moest worden opgeschort. Tegensprekelijk werd toegezien op de naleving van de hertogelijk besluiten.'(5) De gewone mens, de havenarbeiders, de neringdoeners  konden opnieuw rekenen op arbeid terwijl de bevolking haar broeksriem niet vaster moest gespen.

      
    De tijd wanneer visersschepen op de Ijzerenleen aanmeerden. Tekening J.B. de Noter copyright SAM

    Er leek hoop in de maand maart. Had de hertog goed nieuws ontvangen van de commissie? De Mechelse schout had een vriendelijke  brief gekregen van zijne hoogheid waarin hij zijn verlangen uitte het geschil tussen Mechelen en de Brabantse steden persoonlijk op te lossen.

    Het is spijtig dat we tot hiertoe weinig of niets weten over het dagelijkse leven van de commissie, over haar agendapunten, haar discussies en meningsverschillen. Veel meer nieuws was er niet te rapen. Communicatie naar buiten leek er niet te zijn. Ook de hertog scheen weinig te weten.

    'Droefenis alom toen Filips op 24 juni moest vaststellen dat er geen noemenswaardige vooruitgang werd geboekt en men geen vonnis kon uitspreken. Reden hiertoe zou de tegenwerking zijn van de steden Antwerpen en  Brussel.'(6)

    Half juni bezoekt Filips de Goede  Mechelen  om haar privilegies en  charters persoonlijk te lezen. Het volk zag de Bourgondische vorst in volle ornaat. Zijn zwarte kledij en diens  kaproen maakten grote indruk.  Iedereen had het over zijn gouden ketting die rijkelijk om zijn hals hing. Velen wisten nog niet goed wat de Orde van het Gulden Vlies inhield. Enkelen konden  verduidelijken dat die door de vorst was ingesteld tijdens de  huwelijksfeesten in Brugge in 1430. Dat huwelijk met Isabella van Portugal, zo herinnerden de meesten, moet een enorm evenement zijn geweest waarbij het volk gedurende enkele weken  feest kon vieren en de wijn uit  speciaal gemaakte fonteinen vloeide. (7)

    Enkele dagen na zijn bezoek kreeg Mechelen van hem een brief met de melding dat hij de rechten van de Mechelaars zal handhaven  tenzij  Antwerpen en Brussel hun eisen konden bewijzen.  Filips de Goede verdaagde de uitspraak  naar 1 oktober. Mocht er op die datum geen verdict  zijn kon Mechelen haar rechten opnieuw laten gelden en de ketting te Heffen terug operationeel maken.   De inhoud van dit schrijven was speciaal genoeg om het te laten aflezen voor het volk. De mensen stroomden samen in het klooster der Minderbroeders waar de leden van het Hof en van de magistraat dit goede nieuws met fierheid verkondigden. (8)

    Opnieuw  zwijgt de geschiedenis tot 1 oktober.  Voor Antwerpen weten we dat zij heel wat brieven en getuigen hadden om aan te tonen dat zij van oudsher over de stapels van zout, vis en haver beschikten. Grote steden, als Keulen, Aken, Roermond, Gullik, Maastricht, Dinant, Namen, Luik, Hoei, Sint-Truiden, Bergen, Valenciennes, Edingen, Doornik, Kamerijk, Atrecht en Saint- Quentin bevestigden dit. Mechelen  bewees aan de hand van charters en oorkonden dat zij rechtsgeldig de voornoemde stapels mochten uitbaten. Brussel hekelde de vervloekte ketting op de Zenne die de vrije vaart  van en  naar Antwerpen hinderde. Mechelen verdedigde zich hierop met de verwijzing naar de akkoorden die ze had met de graven van Vlaanderen.

    Bizarre situatie gezien Filips de Goede  het hertogelijk paleis op de Coudenbergin Brussel stelselmatig aan het verfraaien was.(9) Brabant groeide uit tot een ware macht.  Samen met het oppermachtige en rijke  Vlaanderen  beheersten ze het economische leven. Bovendien hield Jacoba van Beieren zich niet aan haar gegeven woord. Door haar wispelturigheid probeerde  Filips de Goede haar aan banden te leggen door haar in 1428  een niet onbelangrijk document te laten ondertekenen waarin een volgend huwelijk dat ze zou aangaan de onmiddellijke overdracht zou betekenen van Holland, Zeeland en Henegouwen in zijn vorstelijke handen. Die akte  kreeg de naam  van: “De kus van Delft”.(10) En zie wat een kus kan veroorzaken in de geschiedenis. Jacoba moet op en bepaald ogenblik Frank van Borselen, gouverneur van Holland, heel  zoet hebben gekust,  waardoor deze haar ten huwelijk vroeg(11). Liefde is blind en zodoende verloor Jacoba door haar onbezonnenheid  heel haar onroerend goed. Alzo komt een nieuwe staat  tot ontwikkeling:  “de Nederlanden”. Of hoe Filips de Goede een sluwe strateeg was tot het verkrijgen van onnoemelijk  veel land en dit zonder bloedvergieten.  Je moet maar geduld hebben in het leven!

    Met de Blijde Intocht van Filips de Goede in Antwerpen tijdens de maand oktober  van 1430  had de magistraat een privilegetekst aan de vorst voorgelegd waarin onder andere bedongen werd de hindernissen voor een vrije doorvaart op de vaarroutes als in Hellegate, Hansbrugge en op de rivieren Schelde en Zenne binnen een termijn van vier jaar te laten beslechten door de  Brabantse en Vlaamse Raad.(12)

    De mislukking van de  tweede commissie had te maken met enerzijds de fameuze kus. Gezien Holland en Zeeland nu vrije doorvaart kregen binnen Brabant  zou dit klantenwinst opleveren voor Antwerpen,  Brussel en Leuven.(13) Maar de kanskaarten lagen bijzonder goed voor Mechelen. De stad zou het meeste voordeel halen uit die nieuwe economische situatie gezien haar verworven privilegies.  Aldus verstaan we  het  halsstarrig verweer van de Brusselaars en de Antwerpenaars. Anderzijds was het privilege dat de Antwerpenaars hadden voorgelegd aan de Bourgondische hertog bij diens Blijde Intocht een doorn in het oog van de Mechelaars.  Met de inhoud van die tekst zou men raken aan de aloude vaarrechten die Mechelen zo bijzonder maakten. Reden waarom de Mechelse magistraat dwars ging liggen en geen akkoorden wou afsluiten zolang die privilegietekst deel zou uitmaken van de commissiewerkzaamheden.  Het Brussels, Antwerps, Mechels probleem  zat zodoende in een patstelling.  

    Alzo bracht de eerste dag van oktober  geen soelaas in het geschil tussen Mechelen, Brussel en Antwerpen. Filips besloot uit te voeren  tot datgene wat hij was overeengekomen met de Mechelaars. De ketting in Heffen sloot de Zenne opnieuw af!   

    Zware schermutselingen met dodelijke slachtoffers.

     

     'De meiers van Kampenhout, Moerbeke en Wespelaar, die instonden voor de goede naleving van het Brussels-Antwerps embargo tegen Mechelen, werden prompt in de kraag genomen door de dienaars van de Mechelse magistraat en uit de stad en heerlijkheid verbannen. Antwerpen en Brussel reageerden als de paus van Rome door een ban uit te spreken over de twee burgemeesters en twaalf schepenen van de stad Mechelen. Ze werden allen veroordeeld tot de doodstraf.

    Geen gram graan kwam nog op de Mechelse kaden terecht.

    De schermutselingen gingen over in zware  handtastelijkheden, als we de kroniekschrijvers mogen geloven. Mechelaars moet je inderdaad niet onderschatten.  In  geheel de omgeving van de stad  gingen deurtjes en venstertjes dicht wanneer ze ten aanval trokken. Bij huidig geschil  zien we hen opnieuw schepen bewapenen.  Heel wat krijgers gingen aan boord.

    Op de Antwerpse stadsmuren zag men de Mechelse vloot naderen.  De kadepoorten gingen dicht. Men kon niet vermoeden dat de woede van de Mechelaars zo hevig zou zijn zodat  Antwerpen de strijd na een tijd  staakte. De Mechelse kroniekschrijvers riepen hun stadsgenoten tot grote overwinnaars uit. Hun daden werden bezongen. Hoe en wat die overwinning juist inhield is niet duidelijk.

    Een andere groep Mechelaars trok richting Brussel.  In Ruysbroek zou het tot zware gevechten zijn gekomen. Brusselaars hadden er zich  verscholen en vielen de Mechelse soldaten aan. De zwaarden kletsten hevig.  De Mechelse strijders dreven de Brusselaars  naar het kerkhof. Werden er kopjes kleiner gemaakt? Zijn hier buiken  opengereten? Spoot het bloed uit menig slagaders?  Inmiddels groeide het aantal Brusselaars aan. Die veroverden de kerktoren, ontmantelden  de klokken en smeten de klepels naar beneden. Als we de heroïsche geschriften lezen moeten hier heel wat doden zijn gevallen. De Mechelaars vochten verwoed verder maar moesten uiteindelijk het strijdveld, of  de dorpsguerrilla verlaten en opgeven  wat ze des nachts zouden hebben ondernomen.' (14)Volgens Antwerpse bronnen zouden vijf Mechelaars zijn gesneuveld.(15)

    Wellicht beperkte  al het geweld zich tot enkele groepjes milities om het probleem in de picture te plaatsen of  te laten escaleren  tot  een ware revolte.

    'Filips de Goede zat wel degelijk verveeld met de uit de hand gelopen gebeurtenis. Hij verzocht, begin november via door hem aangestelde commissarissen, de steden Brussel, Antwerpen, Mechelen de strijdbijl te begraven en alle uitgeroepen banvloeken te herroepen en de ketting opnieuw te laten zakken. Dit resulteerde in gesprekken waarbij Antwerpen en Brussel hun Mechelse acties opgaven. Mechelen kreeg bovendien he t akkoord van Antwerpen dat de zo gehekelde privilegetekst geen deel zou uitmaken van het hangend geschil.' Alzo eindigde het jaar 1432 in een hoopvolle toekomst. Nieuwjaar 1433 zal in Brussel, Antwerpen en Mechelen fel gevierd zijn geweest, althans tussen heel wat handelsmensen. De crisis leek echter niet voorbij. Een groots historisch proces zou uiteindelijk een einde moeten bewerkstelligen aan het Brabants- Mechels handelsconflict.  Een nooit geziene manifestatie kwam op dreef om getuigen op te sporen die inbreuken hadden vastgesteld van zowel Brussel, Antwerpen als Mechelen inzake de stapel- en vaarrechten. Zowel Brabant, Vlaanderen,  leverden ooggetuigen. Honderden verklaringen stroomden binnen, wat tot een administratieve chaos leidde en tot een juridisch steekspel uitgroeide.

     

     

     

     

    -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

    voetnotas

    1)('-') op basis De Maesschalck E, De Bourgondische vorsten 1315 - 1530,Davidsfonds.

    2) Van Balberghe J. Mechelen contra Antwerpen en Brussel. De strijd om de stapelrechten 1233-1785. Uitgave 1953 (SAM)

    3) Prims, Geschiedenis van Antwerpen, 4de deel, Kultuur en beschaving, G Lebonlaan 115, 1160 Brussel uitgave 1980.

    4) Van Balberghe J. Mechelen contra Antwerpen en Brussel. De strijd om de stapelrechten 1233-1785. Uitgave 1953 (SAM)

    5)De LaetBM, De strijd om het bezit en het behoud van de stapels voor vis, zout en haver, 1233 - 1467, verschenen in de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, uitgave 1986.

    6)idem.

    7) De Maesschalck E, De Bourgondische vorsten 1315 - 1530,Davidsfonds.

     

    8)Van Balberghe J. Mechelen contra Antwerpen en Brussel. De strijd om de stapelrechten 1233-1785. Uitgave 1953 (SAM)

     

    9)De Maesschalck E, De Bourgondische vorsten 1315 - 1530,Davidsfonds.

    10) idem

    11)idem het huwelijk greep plaats in het jaar 1432

    12)Prims, Geschiedenis van Antwerpen, 4de deel, Kultuur en beschaving, G Lebonlaan 115, 1160 Brussel uitgave 1980.

    13)idem

    14)('-')De LaetBM, De strijd om het bezit en het behoud van de stapels voor vis, zout en haver, 1233 - 1467, verschenen in de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, uitgave 1986.

    15)Prims, Geschiedenis van Antwerpen, 4de deel, Kultuur en beschaving, G Lebonlaan 115, 1160 Brussel uitgave 1980

    16)('-')De LaetBM, De strijd om het bezit en het behoud van de stapels voor vis, zout en haver, 1233 - 1467, verschenen in de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, uitgave 1986.

    <

    24-01-2012 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Stapels
    >> Reageer (0)
    25-12-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Havenzegel Mechelen



    Uit Pleyte CM, De Pleit, historisch overzicht ex bib Steen Scheepvaartmuseum D.2857

                                                                     *************************

    25-12-2011 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Scheepvaart
    >> Reageer (0)
    29-11-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Stapels concreter: Filips de Goede(2)

     Filips de Goede, graaf van Vlaanderen , heer van Mechelen

     

     

     

    Een spitsvondigheid met kwalijke gevolgen.

     

    Het is crisis rond de jaren twintig van de 15e eeuw. De Bourgondische hertog Jan zonder Vrees had men in Frankrijk in een hinderlaag gelokt. De Franse kroonprins had hem koelbloedig vermoord.  De daad van deze krankzinnige man ontklede Frankrijk helemaal. Eer en roem veranderden in  smaad en in minachting. Er was geen geweld meer nodig. De eens zo trotse Franse troon moest een Engelsman dulden.  Een aartsvijand! De schande trof  de Fransman tot diep in zijn merg en been. Er zou uit de hemel een Engel moeten komen om Frankrijk uit de modder te halen.

     

    De zoon van Jan zonder Vrees, Filips van Bourgondië, volgde zijn vader op. Hij had mee het verdrag van Troyes op 21 mei 1420 ondertekend waardoor hij  Frankrijk overleverde aan de Engelse koning  Hendrik V, een Lancaster. Filips keerde zich af van het Franse land gezien de laffe daad op zijn vader.

     

    Het klimaat dat jaar, leek mee te spelen om de sfeer nog meer te komen berderven.   Zeeland en Holland kregen een felle storm te verwerken in de nacht van 18 en 19 november van het jaar 1421. De katholieke mensen van toen geloofden in de bemoeienis van God in het strijdgewoel van Kabeljauwen en Hoeksen, of  een strijd van twee groepen rond de bestuursmacht in het Hollandse graafschap. De zee beukte er op  de dijken die het verweer niet aankonden. Deels omdat ze niet onderhouden werden*. Deels door ze te verzwakken met het verwerken van het veen tot zoutwinning en door turf te graven*. Het watergeweld veroverde verschillende dorpen. Mensen vluchtten weg*. Grote verhalen zagen toen het levenslicht, hoe kerken, boerderijen aan het wassende  water werden prijsgegeven en hoe duizenden mensen om het leven kwamen*. De geschiedenis van vandaag relativeert*. De Elisabethvloeden van begin 15e eeuw zijn eerder een symbool, een verzamelnaam van een reeks stormen die Europa toen teisterden*. Feit is wel, dat hier in Brabant  de Schelde oog in oog kwam te staan met de Noordzee. De  eilandjes, die een scheiding vormden met onze grauwe zee smolten weg. De Westerschelde ontstond. Zodoende konden Antwerpse schepen  gemakkelijker de open zee bereiken. Ook eb en vloed zouden dieper in het landschap dringen, wat voorwaar een aanpassing moeten hebben betekend voor verschillende steden en gemeenten wier rivier met de Schelde verbond. Eb en vloed zouden heel wat voordeel bieden aan de plaatselijke economieën, denk maar aan de brouwerijen, de ecologie en het anders maken van schepen. Andere getijden, andere los- en ladingsmomenten. Antwerpen groeide uit tot  een zeehaven. De dagen van Brugge waren geteld, de politiek van de komende vorsten zouden de doodsteek geven aan de eens zo vermaarde havenstad Brugge. Het economische maritieme zwaartepunt verschoof naar het noorden. Ook Mechelen zal haar voornaamheid zien tanen. 

     

    Mechelse bakkers moesten hun deuren sluiten omdat er te weinig graan was om het dagelijkse brood te bakken. De landbouwgronden binnen de heerlijkheid konden de roep naar graan niet beantwoorden. Buiten de grenzen van de enclave hadden verschillende rijke Mechelaars gronden opgekocht die ze verpachten aan de lokale Brabantse boeren die er graan op oogsten en die in natura konden geven als pachtvergoeding. Die bijdrage leek evenmin onvoldoende.  De Mechelaars hadden weinig keuze; er diende graan ingevoerd te worden.

    Een deel kwam uit Brussel, niet bepaald een bevriende stad. In die tijd hadden de steden veel macht. Iedere stad had haar privilegies. Men sprak toen over de stadsstaten. Men zou kunnen stellen dat onze term “nationalisme” zich beperkte tot de steden. Een Brusselse nationalist, een Mechelse of Antwerpse.  

     

     

    Het graantekort zorgde voor vindingrijkheid binnen het Mechels stadsbestuur. Wat doe je zoal om de honger van je burgers tot een minimum te beperken?

    Mechelen had de stapel van haver. Haver is een (zachte) graansoort. Mechelse bestuurders  argumenteerden dat bijgevolg alle andere graantypes onder de stapel van haver vielen. Zeker van hun filosofie gaven ze het bevel te Heffen op de Zenne de ketting te hijsen om een graanschip voor Brussel op te houden en te verplichten de koopwaar op de markt  aan te bieden.

     

    In Brussel kon men er niet om lachen! Op 1 februari 1422 kraste de Brusselse magistraat een  verontwaardigd perkament naar hun collega’s te Mechelen. De inhoud  was een bombardement van explosieve zinnen.  Vooreerst hekelden zij dat hun schip met tarwe zonder enige vorm van wettelijkheid aan de ketting werd gelegd om vervolgens, zonder enige motivatie de koopwaar op de Mechelse markt te verkopen. Mechelen heeft wel altijd beweerd een stapel van haver te hebben toegewezen gekregen van de hertogen, wat niet impliciet betekende dat alle graansoorten hieronder zouden vallen. Het verweerschrift  ging verder met de expliciete  weigering de Mechelse stapels van zout, haver en vis te erkennen. Ze eisten de normalisatie van de toestand, hun schip met tarwe vrij te geven en alles te laten zoals het vroeger was. Bij aankomst van de brief in Mechelen kwam ook het bericht dat alle Mechelaars die zich in Brussel bevonden gevangen genomen waren en hun goederen aangeslagen.

     

    De zoveelste prikactie was een feit. Mechelen had nu een tweede vijand. Brussel vond het tergend dat Mechelen, willekeurig de ketting kon spannen over de Zenne, rivier die Brussel via de Dijle met de Rupel en de Schelde verbond. Antwerpen voerde aan, met heel wat brieven van steden dat ze van oudsher de genoemde stapels bezat en aldus dit privilege als, zo zouden wij het noemen, een verworven recht beschouwde. Beide steden vonden in elkaar een bondgenoot om resoluut de strijd aan te binden met de heerlijkheid Mechelen.

     

    Het geschil leidde niet onmiddellijk tot een hertogelijk ingrijpen. In 1422 stief de eerste echtgenote van Filips, Michelle van Frankrijk, dochter van de Franse koning op 26 jarige leeftijd. Gezien haar vroeg overlijden keek men met een argwanend oog naar de Bourgondische hertog. Het Mechels – Brussels geschil  loste zich inmiddels op in een minnelijke regeling waarbij elkaars eisen werden ingewilligd door de  vrijgave het schip en goederen als de vrijlating van de Mechelse kooplieden in Brussel.

     

    Een eerste onderzoekscommissie bleef in haar besluiteloosheid steken

     

    Niettemin laat Filips de Goede in begin 1423 samen met hertog Jan IV van Brabant een Vlaams-Brabantse onderzoekscommissie oprichten. Hijzelf zou samen met de Vier leden van Vlaanderen, Ieper, Gent, Brugge en het Brugse Vrije de Vlaamse kant vertegenwoordigen, terwijl de Brabantse hertog zich kon omringen met zijn gezanten alsook met afgevaardigden van vier zijner steden, Leuven, Antwerpen(!), Tienen en ’s Hertogenbosch. Men kwam zelfs de datum van 1 augustus 1423 overeen waarop  vonnis diende geveld. Men voorzag de mogelijkheid tot een uitstel evenwel beperkt tot tweemaal twee maanden. De partijen verklaarden zich akkoord de uitspraak te eerbiedigen en te aanvaarden op straffe van een boete van 28.000 kronen, wat een zeer hoog bedrag was. Bovendien mocht Mechelen gedurende de gehele periode van onderzoek de ketting te Heffen niet gebruiken. De commissie ging van start op 23 april van dat jaar. Al vlug bleek de materie te complex en te delicaat dat zelfs de twee termijnen van twee maanden onvoldoende leken en men op tegenspraak een nieuwe datum voor uitspraak vastlegde op 2 februari 1424. Ook ditmaal moest men geen uitspraak verwachten. De commissie verwees het vonnis naar 28 mei maar ook dan geraakte men niet tot een akkoord. We weten dat Filips de Goede in dat jaar huwde met zijn tante Bonne van Artsië, weduwe van graaf Filips van Nevers de jongste zoon van Filips de Stoute en Margareta van Male. Nevers moet een interessant hapje zijn geweest voor Filips de Goede. Spoedig verwachtte de nieuwe gravin van Vlaanderen een kind. Helaas de geboorte liep  slecht af en stierf de moeder in het kraambed. Wellicht hebben de onderhandelingen van de  Vlaams –Brabantse commissie  onder de familiale aangelegenheden geleden.

    De stad Mechelen leek machteloos en moest blijven toekijken hoe men haar stapelrechten regelmatig overtrad. Gezien er geen datum van verderzetting van de commissie in het vooruitzicht was legde Mechelen tijdens de maand september 1425 enkele schepen aan de ketting. Hertog Jan IV reageerde onmiddellijk met een schrijven aan zijn neef,Filips, die op zijn beurt de Mechelaars contacteerde en hen verzocht geen verdere acties te ondernemen tot 30 november.

    Helaas ook dan kwam er geen verder initiatief. Het jaar 1425 was een druk jaar voor Filips de Goede, graaf van Vlaanderen en heer van Mechelen.

     

    Sinds de ex van hertog Jan, Jacoba van Beieren, in 1421 een vrijgeleide had gekregen van de Engelse koning en ze daar in het huwelijk trad met de Humphrey, hertog van Cloucester,  had Filips de Goede het graafschap Holland in gedachte niet meer losgelaten.  Goed omringd door de Hoeksen die haar steunden wist ze macht te verkrijgen en op te tornen tegen haar oom Jan van Beieren, prins bisschop van Luik die van de Duitse keizer, Sigismund, Holland, Zeeland en Henegouwen had toegewezen gekregen. De Vlaamse graaf moet hebben geweten hoe de situatie zou escaleren nu Cloucester zich had uitgeroepen tot graaf van de drie voornoemde graafschappen. Het lukte hem in het geheim om de erfopvolging van de bisschop te bemachtigen. Ondertussen beraamde Jacoba een giftige list en wist ze aan de macht te komen via een familielid om haar kabeljauwse tegenstrever en oom om het leven te brengen.

    De strijd ging verder. De hertog van Cloucester viel in 1425 Henegouwen binnen. Om een militaire clash te vermijden daagde Filips de Engelse hertog uit tot een gewapend duel.

    Dit gevaarlijk spel, dat eerder als een diplomatieke zet werd aanzien liep goed af. Filips de Goede wist de publieke belangstelling te wekken. Hij ging dagelijks trainen in het kasteel van Hesdin. Het volk vergenoegde zich al op het spektakel en werd er al duchtig gewed wie het duel zou winnen. Cloucester begon het benauwd te krijgen en nam de biezen richting vaderland. De laffe charmeur nam nog de tofste hofdame van Jacoba mee. Op de koop toe wist Filips  Jacoba gevangen te nemen en haar op te sluiten in het Gravensteen te Gent. Eind goed al goed, dacht graaf Filips. In Holland beraamden de Hoeksen een plan om Jacoba te gaan bevrijden. Dat leek aardig te lukken, waardoor de miserie opnieuw begon. Alzo ontstond een burgeroorlog die drie jaar zou duren en Filips met de wapens moest optreden.

     

    Alzo kwam er van het Vlaamse-Brabantse commissiewerk niets meer in huis. Het zou voor Mechelen nog lang gaan duren nu ook een belangrijk commissielid, de hertog van Brabant, in 1427 kwam te overlijden. Hij wordt opgevolgd door Filips van Saint Pol die een goede relatie was van Filips. De nieuwe hertog hield  het niet lang vol. Hij stierf reeds  reeds op 4 augustus 1430. Hij kwam te overlijden aan een leverkwaal.  De erfopvolging voor Holland, Zeeland en Hengouwen leek niet voor direct te zijn, nu de paus van Rome, in 1428 het huwelijk van Jacoba met de overleden hertog Jan IV als wettig beschouwde en bijgevolg Cloucester huwelijksvrij werd.

     

    Het geduld te Mechelen raakte op.

     

    ---------------------------------------------------

    Voetnoten

    Op basis teksten:

    De Laet M, De strijd om het bezit en het behoud van de stapels voor vis, zout en haver, 1233 - 1467, verschenen in de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, uitgave 1986.

    De Maesschalck E, De Bourgondische vorsten 1315 - 1530,Davidsfonds.

    Foto's van geschiedkundige personnages via wikipedia

    ----------------------------------------------------------

    Op het Internet, is er een interssante film van Frank Peeters en Marc Reintjes  op Youtube rond de Elisabethvloeden.

    Lees meer over de geschiedenis van de Schelde op de site van het Sigmaplan en over het ontstaan van de Westerschelde

    29-11-2011 om 00:00 geschreven door BELLON MARC


    Categorie:Stapels
    >> Reageer (0)


    T -->

    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!