4.4.7.xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
Veel mensen stellen zich tevreden met geestelijk onvruchtbaar, mensverheerlijkend werk
- Wat báát het mijn broeders, of iemand al bewéért, gelóóf te hebben, als hij geen wérken heeft. Kan dát geloof hem behouden
? (Als het geloof ) niet met werken gepaard gaat, is het op zichzelf genomen- dóód.
Maar, zal iemand zeggen,
Gij hebt geloof en ík heb werken. Toon mij dn uw geloof zónder de werken en ik zal u mijn geloof tonen úit mijn werken. (Jac. 2:14, 17, 18).
Jacobus, een broer van de Here Jezus (Marc. 6:3, Galaten 1:19), wil graag échtheid, geen slap gezwam, maar dáden.
Daarom gispt hij mensen, die zeggen:
O, ik geloof wel hoor!,
maar de daad niet bij het woord voegen
of ook mensen, die roepen:
Ik geloof de bijbel van kaft tot kaft
maar nooit eens iets dóen.
Dood geloof,
stelt Jacobus kortaf vast:
Daar heb je níets aan. Woorden zonder daden, die daarmee in overéénstemming zijn; wat ís dat nu!?
en hij gaat verder:
Stel, dat iemand uit onze kring neem jezelf nu eens bijvoorbeeld- een man met zon trieste schijnzekerheid zou tegenkomen. Je zou dan bij wijze van spreken- kunnen zeggen:
Je gelooft dus; naar je zegt. Nou, maak dat geloof van jou eens tastbaar, speurbaar, merkbaar. Dóe eens iets. Bewijs eens geestelijke liefde. Overwin haat en afkeer en tegenzin en gekwetstheid nu eens. Déél dan eens genezing mee namens Jezus. Tóón dan de volmacht, die je in zijn naam hebt tegen de duivel.
En Jacobus gaat verder:
Ik zeg: bij wijze van spreken, want
zo pak je het in de praktijk natuurlijk nooit aan! Zon optreden:
- is allereerst in strijd met de redelijkheid. Niemand immers kan zulke subtiele begrippen bewijzen of op staande voet aantonen.
- Is ook in strijd met de liefde. Die kwetst namelijk niemands gevoel (1 Cor. 13:5) en pakt met name oudere mensen beslist niet ruw aan (1 Tim. 5:1).
Maar hoe dán. Hoe open je zulke broddelaars nu eens de ógen.
Je bent begonnen, voorzichtig en kies zo eens te polsen, wat hun godsdienstig werk nu éigenlijk voor inhoud en achtergrond heeft.
In antwoord daarop nóemen ze wel eens wat. Diegenen echter onder hen, waar muziek in zit, merken onder het opsommen al, hoe léég en ménsgericht het allemaal is. Ze worden nieuwsgierig. Wat is dan de juiste houding, die moet worden aangenomen?
Wel, laat de feiten spreken. Neem ze mee naar één van onze samenkomsten en laat ze sféér proeven.
De werken dáár zijn natuurlijk niet alleen op jóu terug te leiden. Je eigen aandeel is maar klein. Iedereen draagt zijn steentje bij aan het steeds groeiend inzicht (Ef. 3:18). Trouwens: alles is genade
álles komt van God. Maar, hoe dan ook:
- in onze bijeenkomsten ís vrede en eensgezindheid.
- Roddel, jaloezie en leedvermaak zijn bijna overwonnen begrippen.
- Velen zijn een bemoedigend teken van genezing (Hand. 4:22), omdat iedereen weet, hoe ziek ze wáren.
- Wij weerstaan de duivel en
hij vlucht (Jac. 4:7).
Je toont ze ónze heilrijke praktijk; niet om ze in de grond te trappen, maar juist om ze uit de put te halen.
Wij jij en ik- wíllen niet hebben, dat zij zich tevreden stellen met woorden en met geestelijk onvruchtbaar, mensverheerlijkend werk. Wij hebben ze zó lief, dat wij ze de weg willen wijzen naar geloof, hoop en liefde (1 Cor. 13:13) en naar een pad, dat nog veel verder omhoog voert (1 Cor. 12:31).
En dan zal je zien!... Er zúllen er zijn ,die woorden zonder daden ruilen voor daden, die duizenden woorden waard zijn. Ze krijgen de smaak te pakken van levende werken, die God verheerlijken. Hun vroegere activiteiten, waarmee zij alleen sommige medemensen of zichzelf in het gevlei kwamen: ik heb gezíen, hoe zij die in de vuilnis mikten (Philipp. 3:8).
(tot zover Jacobus).
Dit is niet wat hij volgens de bijbel gezegd heeft. Ik heb alleen weergegeven, hoe zijn korte opmerking wat ruimer geduid zou kunnen worden.
Onder degenen, die dit lezen zijn mogelijk sommigen, die meegedaan hebben aan een grote geestelijke opwekking. Ik zou mij kunnen voorstellen, dat één van hen zich nu een beetje triest voelt.
Zo iemand kan drie met-elkaar-samenhangende moeilijkheden hebben:
- Op het toppunt van de opwekking zag hij alle gewóón gebleven kerkmensen als goedwillende stuntelaars. Nu weet hij, dat het daarmee veel minder slecht is gesteld dan hij tóen dacht.
- Eénmaal waande hij zichzelf zo volop geestelijk, dat geen uitspraak hem te boud was. Sinds er uit zijn spons bij elke knijpbeurt nog zoveel vuil water komt, is dat lichte na, nou ja
lichte(?)- superioriteitsgevoel weg.
- Er was een tijd, dat hij iedereen wel mee wilde sleuren naar zijn gemeente. Ook dáár is echter niet alles botertje tot de boom. Hij dúrft niet meer zo zonder enig voorbehoud te zeggen: Kom en zie.
Wat is de remedie als u die iemand bent. Zet door kinderlijk-vertrouwend gebed uw innerlijk weer eens voor Jezus open. Dan kan Hij met zijn werk van wedergeboorte in u dóórgaan. Dan komt úit u uiteindelijk steeds minder vuil water. Dan produceert u niet meer al dat geestelijk onvruchtbaar mensverheerlijkend werk. Dan beïnvloedt u zonder veel woorden- de gemeente, die u bezoekt zó, dat die óók steeds meer presentabel wordt.
En dán vindt u de echte brekebenen. Níet de trouwe kerkgangers, met heel wat werkelijk góede geestelijke bagage.
Díe vinden hun weg wel. Maar die zoekers, die bij een steenhoop zitten en weifelend zeggen:
Kijk nu eens, wat een stapel voedzaam brood
dacht ik
zoek hén!
Ze zijn er hoor!:
Één type: thuis opgevoed bij de bijbel. Alles wéggewuifd. Kan nu soms peinzend zeggen:
Je komt toch nooit helemaal los van je opvoeding hè
nee
ik kan echt niet zeggen, dat ik nergens in geloof.
Hij denkt in alle oprechtheid, dat zon toegeeflijke opmerking enige zekerheid biedt in de kwade dag.
In feite zit hij zichzelf te verheerlijken en op te kuiven met iets, wat geestelijk totáál geen zoden aan de dijk zet. Probeer eens hém te helpen. Hij heeft misschien al in de gaten, dat hij zichzelf knollen voor citroenen zit te verkopen. Haak daarop in.
Nog een type:
Hoor eens hier: al die evangelieverkondigers op zondag de dag des HEREN- maar heen en weer jakkeren in dr lui autos, dan zeg ik: zij nemen de bijbel voor een déél. Ik neem hem helemaal; óók met de sabbatsheiliging.
Zon man heeft het echt nodig, om uit zijn jas van geestelijk nergens toe leidende geestelijke zelfbevrediging te worden geholpen. Hij behoort geleid te worden uit die dode mensverheerlijkende overleggingen. Als u merkt, dat hij er erg in heeft, dat hij zich zelf stenen geeft voor brood, aarzel dan niet. Spoor hem aan om de spuit te zetten op al die rommel.
Werk genoeg.
|