Inhoud blog
  • Bezinning bij de derde zondag van de Advent
  • WOENSDAG IN DE TWEEDE WEEK VAN DE ADVENT
  • TWEEDE ZONDAG VAN DE ADVENT
  • EEN GEDACHTE BIJ DE ADVENT
  • BIJ DE EERSTE ZONDAG VAN DE ADVENT
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    E-mail mij

    Druk oponderstaande knop om mij te e-mailen.

    Doorheen de dagen
    Ervaringen besproken
    11-09-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZO ZAL ER MEER VREUGDE ZIJN

    ‘ZO ZAL ER MEER VREUGDE ZIJN ...’

    Tot driemaal toe delen we vandaag in de aanstekelijke vreugde van iemand die terugvindt wat verloren was:

       een herder zoekt zijn schaapje, dat de weg is kwijtgeraakt;

        een vrouw heeft een geldstuk verloren,

       en een man staat te wachten op zijn zoon, die verloren liep.

    Tot driemaal toe is er die grote vreugde omdat – na dagen of jaren van wachten en zoeken – opnieuw gevonden werd, wat voorgoed verloren leek.

    Tot driemaal toe zegt Jezus ons: ZO IS GOD.

    Zijn geduld is eindeloos en zijn hart is altijd groter, altijd groter dan wat menselijk verstand ingeeft.

    ‘Wees dus barmhartig en warmhartig,

    zoals jullie Vader barmhartig en warmhartig is.’


    Telkens kwamen alle tollenaars en zondaars naar Jezus luisteren.

    De farizeeën en schriftgeleerden spraken daar schande van en zeiden:

    `Die man ontvangt zondaars en eet met hen.'


    Maar Hij vertelde hun deze gelijkenis:

    `Als een van u honderd schapen heeft en er één van verliest,

    laat hij dan niet de negenennegentig andere schapen

    in de eenzaamheid achter

    om op zoek te gaan naar het verloren schaap, totdat hij het vindt?

    En als hij het gevonden heeft,

    neemt hij het vol blijdschap op zijn schouders;

    thuisgekomen roept hij zijn vrienden en buren en zegt hun:

    `Deel in mijn vreugde want ik heb mijn verloren schaap weer teruggevonden.''

    Ik zeg u, zo zal er in de hemel meer vreugde zijn

    over één zondaar die zich bekeert,

    dan over negenennegentig rechtvaardigen

    die geen bekering nodig hebben.


    Of als een vrouw die tien drachmen heeft, er één verliest,

    steekt ze dan niet een lamp aan, veegt het huis en zoekt zorgvuldig

    totdat zij die drachme vindt?

    En als zij die gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren en zegt:

    `Deel in mijn vreugde, want de drachme die ik verloren had, heb ik teruggevonden.''

    Zo, zeg Ik u,

    is er vreugde bij de engelen van God over één zondaar die zich bekeert.'


    Hij ging nog verder: `Iemand had twee zonen.

    De jongste zei tegen zijn vader: `Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.''

    En de vader verdeelde zijn vermogen onder hen.

    Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land,

    waar hij het verkwistte in een losbandig leven.

    Toen hij alles opgemaakt had, kwam er een zware hongersnood over dat land

    en ook hij begon gebrek te lijden.

    Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land;

    die stuurde hem het veld in om varkens te hoeden.

    Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten,

    maar niemand gaf hem wat.

    Toen kwam hij tot zichzelf en zei:

    `Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed,

    en ik verga hier van de honger!

    Ik ga terug naar mijn vader.

    Ik zal hem zeggen:

    Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;

    ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten,

    behandel me als een van uw dagloners.''

    En hij ging terug naar zijn vader.

    Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd;

    snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem.

    `Vader,'' zei de zoon tegen hem,

    `ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u;

    ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.''

    Maar de vader zei tegen zijn slaven:

    `Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan,

    doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten.

    Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren,

    want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden,

    hij was verloren en is teruggevonden.''

    En het feest begon.

    Maar zijn oudste zoon was nog op het land.

    Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans.

    Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was.

    Die antwoordde: `Uw broer is thuisgekomen

    en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht,

    omdat hij hem gezond en wel terug heeft.''

    Toen werd die broer kwaad en hij wilde niet binnenkomen.

    Daarop kwam zijn vader naar buiten

    en probeerde hem tot andere gedachten te brengen.

    Maar hij gaf zijn vader ten antwoord:

    `Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden,

    maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven

    om met mijn vrienden feest te vieren.

    Maar nu die zoon van u is thuisgekomen,

    die uw vermogen met hoeren verbrast heeft,

    hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.''

    Maar de vader zei :

    `Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou.

    We moeten feestvieren en blij zijn,

    want die broer van je was dood en is weer levend geworden,

    hij was verloren en is teruggevonden.'' '

    (Lucas 15,1-32)

    O Heer, geef mij berouw
    en maak mijn hart bewogen,
    zodat ik weer de handen vouw
    met tranen in de ogen,
    opdat ik dag en nacht de tijd
    van mijn verdwaasde dagen
    in reinste en diepste ootmoedigheid
    bewene en beklage.
    Ach, Heer, indien Gij blijft verstoord,
    waar blijf ik dan, de arme?
    Want niemand, die mijn zuchten hoort
    zal zich om mij ontfermen!
    Het ligt zo zwaar op mijn gemoed,
    alleen kan ik het niet bewerken;
    maar, als Gij mij een teken doet,
    zal mij dat troosten en versterken.
    Dan wordt het goed!

    Felix Timmermans

    ___

    Dan wordt het stil

    en je komt – in de nacht –

    levend en klaar op mij toe.


    En je zegt: ‘Wees wie je bent’

    en je kijkt mij stil in de ogen.’

    Je legt je handen zo vol op mijn schouders,

    je weet dat ik toch van je houd,

    je vergeeft al wat ik niet deed,

    je verstaat wat een mens is;

    je kent mijn licht en mijn donker

    je komt als vrede

    hoog over mij heen en je zegt

    ‘Wees stil en besta’

    en je kijkt tot waar ik ontsta

    en je legt je vrede

    als dauw op mijn land

    je weet dat alleen jij me vervult,

    je vergeeft me mijn angst;

    je verstaat wat in mij nog wordt

    en je kent mijn grote verlangen;

    je komt.


    Ja, je komt tot mijn hart

    en je zegt

    ‘Vrede voor jou,

    voor je hart.’

    Herman Andriessen









    11-09-2010 om 16:07 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    05-09-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ALS IEMAND NAAR MIJ TOEKOMT

    ALS IEMAND NAAR MIJ TOEKOMT

    Vandaag gaan de lezingen alweer over een diepe kern van ons geloof: de keuze om de weg van Jezus te volgen, en dat heeft alles te maken met onze dagelijkse manier van leven.

    Deze keer ligt de klemtoon op onthechting en volharding; maar daar vloeien ook andere levenshoudingen uit voort: mildheid, zachtmoedigheid, barmhartigheid, mede-leven.

    Dan worden wij voor andere mensen tekenen van hoop, leven en bevrijding. Dan werken wij ook mee aan de verlossing van onze wereld en de komst van het Rijk van God, de komst van een wereld, zoals God die voor ogen had.

    Grote drommen mensen trokken met Jezus mee.

    Hij richtte zich tot hen en zei:


    Wie naar Mij toe komt, moet zijn vader en moeder,

    zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters,

    ja, zelfs zijn eigen leven verfoeien;

    anders kan hij geen leerling van Mij zijn.

    Hij moet zijn kruis dragen en Mij volgen;

    anders kan hij geen leerling van Mij zijn.


    Als een van u een toren wil bouwen,

    gaat hij er toch eerst eens voor zitten

    om de kosten te begroten,

    om te zien of hij het werk kan voltooien.

    Want anders, als hij wel het fundament legt

    maar de bouw niet kan afmaken,

    zal iedereen die het ziet hem uitlachen en zeggen:

    `Hij begon te bouwen, maar afmaken kon hij het niet.’’


    Of als een koning ten oorlog trekt tegen een andere koning,

    dan gaat hij er toch eerst eens voor zitten

    om te beraadslagen of hij sterk genoeg is

    om met tienduizend man op te trekken tegen de ander,

    die met twintigduizend man op hem afkomt.

    Als dat niet zo is stuurt hij,

    terwijl de ander nog ver weg is,

    een gezantschap naar hem toe

    om naar de vredesvoorwaarden te vragen.


    Zo moet ieder van u afstand doen van alles wat hij bezit;

    anders kan hij geen leerling van Mij zijn.

    (Lucas 14,25-33)


    We kunnen het evangelie van vandaag opsplitsen in drie afzonderlijke puntjes, waar het bij elk van ons, in ons eigen leven, op aan komt:

    1. Ik moet voor Jezus kiezen, ik moet Hem op de eerste plaats stellen in alles wat ik doe en beleef. Ik moet Hem meer beminnen dan mijn familie en vrienden. Maar als ik voor Hem kies, zal ik met zijn liefde naar alle mensen toegaan, zeker naar de familieleden en vrienden, die op mijn levensweg geplaatst zijn.

    2. Ik moet het kruis opnemen, mijn kruis, dat altijd anders is dan ik verwacht en dat mij toch op het lijf geschreven staat. In het leven van iedere dag moet ik liefde geven, mijn eigen plannetjes en ontgoochelingen vergeten, en altijd weer opnieuw beginnen.

    3. Slechts als ik mij telkens opnieuw losmaak van mijn bezit, kan ik met heel mijn hart de weg van Jezus gaan. Want het bezit is zulk een tirannieke heerser, dat het mij geen enkele ruimte laat om ‘ook nog’ Jezus te dienen en Hem te volgen op de weg, die het evangelie tekent.

    Als wij deze gedachten voor ogen houden, stellen we misschien vast dat wij soms maar half en half meetrekken in de beweging, die Jezus op gang bracht en dat wij de uitdrukkelijke keuze voor ZIJN WEG omzeilen.

    Laten we daarom bidden:

    Heer Jezus,

    soms ervaar ik mijn christen-zijn

    als een huis dat maar half af is

    en waaraan haast niet meer wordt gebouwd.

    Laat mij U op de eerste plaats stellen.

    Leer mij mijn eigen kruis onderkennen en opnemen,

    En maak mijn hart echt vrij voor U.


    Gelukkig dat er mensen zijn
    die altijd weer
    Gods eigen droom
    ook zelf nog durven dromen.

    Die weten dat deze wereld
    niet zó hoeft te zijn.
    Niet mag zijn zoals hij nu is.

    Die geloven
    dat hij anders kan worden:
    beter, gerechtiger,
    gelukkiger voor allen…
    Méér de wereld van God!

    Gelukkig dat er mensen zijn
    die dromen zoals God,
    die 'ja' durven zeggen,
    en die zijn wegen gaan.

    Die weg die Jezus ons is voorgegaan,
    trouw en arm en zachtmoedig,
    Gelovend dat God zelf ons thuisbrengt
    uit onze ballingschap.

    Gelukkig dat er zulke mensen zijn.

    Bron onbekend





    05-09-2010 om 07:12 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    07-08-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE WAARHEID VAN WAT WE NIET ZIEN

    DE WAARHEID VAN WAT WE NIET ZIEN

    ‘De waarheid van wat we niet zien …’, het zinnetje klinkt wat vreemd wellicht, maar het komt letterlijk uit de eerste lezing van deze zondag, een stukje uit de brief aan de Joodse christenen.

    Voorbeelden uit de Joodse geschiedenis, Abraham, Sarah, Mozes en andere grote namen tonen hoe mensen in beweging gezet werden door de beloften, die God hun gedaan had.

    God houdt een toekomst voor, verder dan zij kunnen zien en vermoeden, en zij gaan op weg, enkel gedreven door hun geloof in Gods Woord.

    Zo leren zij ons onvoorwaardelijk te vertrouwen op Gods beloften, als wij onze weg gaan doorheen de dagen van ons leven.

    Zusters en broeders,

    HET GELOOF legt de grondslag voor alles waarop we hopen,

    het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien.

    OM HUN GELOOF werden de mensen uit vroeger tijden geprezen.


    DOOR ZIJN GELOOF ging Abraham, toen hij geroepen werd,

    gehoorzaam op weg naar een plaats die hij in bezit zou krijgen,

    en hij ging op weg zonder te weten waarheen.


    DOOR ZIJN GELOOF trok hij naar het land dat hem beloofd was

    maar hem nog niet toebehoorde.

    Samen met Isaak en Jakob, woonde hij daar in tenten omdat hij uitzag

    naar een stad met fundamenten, door God zelf ontworpen en gebouwd.


    DOOR HAAR GELOOF ontving ook Sara,

    hoewel ze onvruchtbaar en niet meer in de bloei van haar leven was,

    de kracht om een kind te verwekken,

    en wel omdat ze vertrouwde op degene die de belofte had gedaan.

    Zo bracht één man, wiens kracht al gestorven was,

    zoveel nakomelingen voort als er sterren aan de hemel staan,

    ontelbaar als zandkorrels op het strand langs de zee.


    Zij allen zijn IN GELOOF gestorven;

    wat hun beloofd was zagen ze geen werkelijkheid worden,

    ze hebben slechts een glimp ervan begroet,

    en ze zeiden van zichzelf dat zij op aarde leefden

    als vreemdelingen en gasten.

    Zo lieten ze blijken op doorreis te zijn naar een ander vaderland.

    En daarmee bedoelden ze niet het land waaruit ze weggetrokken waren.

    Nee, ze keken reikhalzend uit naar een beter, hemels vaderland.

    Daarom schaamt God zich er niet voor hun God genoemd te worden

    en heeft hij voor hen een stad gereedgemaakt.


    DOOR ZIJN GELOOF kon Abraham,

    toen hij op de proef werd gesteld, Isaak als offer opdragen.

    Hij die de beloften had ontvangen, was bereid zijn enige zoon te offeren.

    Terwijl er tegen hem gezegd was:

    ‘Alleen door Isaak zul je nageslacht krijgen,’

    zei hij bij zichzelf dat het voor God mogelijk moest zijn

    iemand uit de dood op te wekken,

    en daarom kreeg hij hem ook terug,

    bij wijze van voorafbeelding.

    (Brief aan de Joodse christenen of Hebreeën 11,1-2.8-19)

    Ieder mens is op zoek naar geluk, naar ‘zijn beloofde land’. Abraham ging op weg, zonder te weten waar hij zou uitkomen. Mozes trok met zijn volk door de woestijn, naar dat beloofde land ‘dat overvloeit van melk en honing’.

    De eeuwen door waren er mensen, die GELOOFDEN in een toekomst waar ze alles voor over hadden. Ze ontvingen een belofte van Godswege en lieten alles achter. Ze keerden ook niet terug op hun stappen: hun verlangen naar de toekomst, die God voorhield, was sterker dan het heimwee, naar het land dat ze achterlieten. Ze bleven verder gaan omdat ze GELOOFDEN dat ze dat land, dat God had toegezegd, eens zouden bereiken. Die belofte hield hen gaande. God gaf zijn Woord, en zij gingen op weg.

    Wij zijn voor altijd ‘mensen onderweg’. God blijft nog altijd zijn beloften doen, en de verlangens, die Hij wekt, kunnen ook ons op weg zetten, op de paden van ons leven. Letterlijk spreekt Hij niet meer tot ons, zoals verteld wordt van onze voorvaderen, maar Hij blijft ons aanspreken, door zijn Woord, dat opgetekend werd, en door dagelijkse dingen op onze weg: ‘Hij komt tot ons, gans onverwacht, in duizend, duizend dingen’. Hij blijft spreken. Aan ons om OPMERKZAAM EN GE-HOOR-ZAAM te zijn. Altijd luisterbereid, altijd weer bereid om verder te gaan, verder op weg, op grond van zijn beloften.

    Als het ene doel bereikt is, wenkt een andere belofte. God roept altijd verder en langs heel menselijke gebeurtenissen gaan wij nieuwe einders tegemoet. Zo verloopt ons leven. De ene stap na de andere op een weg waarvan we het einde niet weten. Maar de brief aan de Joodse christenen geeft ons einddoel wel een naam:

    ‘WE ZIJN OP WEG NAAR EEN BETER,

    EEN HEMELS VADERLAND’

    Een hemels vaderland, dat hier zijn aanloop kent maar slechts voltooid zal worden bij God, in zijn thuishaven. Het is een honger, die nooit gestild wordt, een verlangen, dat nooit tot rust komt, maar ons altijd voortdrijft. Levenslang. Daarom moet dat woord van Augustinus altijd in ons achterhoofd blijven klinken: ‘Onrustig blijft ons hart, tot het – uiteindelijk – zijn rust vindt in God’.

    (vrij naar ‘Levensecht’, nr. 19, p. 254)


    Er is iets in de dingen dat ontroert:

    het is de schoonheid niet der bloemen,

    noch het glanzen van een blad,

    noch ’t roepen van de roerdomp in de nacht.

    Het is daarin, maar ook daarachter

    en daarboven en daaronder,

    dieper in de grond, die warm en geurig is

    als versgebakken brood.


    Het zijn de sappen die onzichtbaar blijven,

    diep in de wortels en het hart

    waarin het leven roert.

    Het zijn de klanken en geluiden

    die een kind kan horen

    als het zijn oor te luisteren legt

    dicht aan de grond.

    Het is het trillen van de wingerdrank

    wanneer uw hand haar aanraakt,

    en het beven van de kever op het blad,

    dat groeit en zwelt.

    Het is het dons der distelbloemen

    en de pijn der wonden die uw vlees doorsplijt.

    Het zijn de tekenen van Gods aanwezigheid.

    (Pieter G. Buckinx)





    07-08-2010 om 00:00 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (5 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    31-07-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.NIET VOOR SCHUREN DIE NIET DUREN

    NIET VOOR SCHUREN, DIE NIET DUREN

    Een erfeniskwestie wordt vandaag aangebracht: een gulzigaard wil Jezus voor zijn kar spannen, zijn hebzucht heeft nooit genoeg.

    Er is bij die man niet het minste geloof: hij wil Jezus alleen maar gebruiken voor zijn eigen platte nut.

    ‘Een mens gebruiken …’ de eeuwen door hebben goede, hoogstaande mensen dit bestempeld als het grootste kwaad en onrecht dat je iemand kan aandoen: mensen gebruik je niet. Punt! Gedaan!

    Wie dat toch doet, toont alleen zijn eigen lompe grofheid, die elke zin voor fijnheid en zielengrootheid mist.

    Iemand uit de menigte zei eens tegen Jezus:

    `Meester, zeg tegen mijn broer

    dat hij de erfenis met mij moet delen.'

    Jezus antwoordde hem:

    `Wie heeft mij als scheidsrechter

    tussen u beiden aangesteld?'


    En Hij zei voorts tot alle omstanders:

    `Pas op voor iedere vorm van hebzucht!

    Ook al heeft een mens nog zo veel,

    zijn leven bezit hij niet.'


    En daarom vertelde Hij deze gelijkenis:

    `Er was eens een rijke, wiens land veel had opgebracht.

    Hij dacht bij zichzelf:

    `Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst op te slaan.'

    `Dit ga ik doen,' dacht hij,

    `ik breek mijn schuren af en ga grotere bouwen;

    dan kan ik daar al het graan en mijn andere goederen in opslaan,

    en tegen mezelf zeggen:

    Je hebt daar nu heel wat liggen, jongen, je kunt jaren vooruit.

    Rust nu maar eens uit,eet, drink en neem het ervan.''


    Maar God zei tegen hem:

    `Jij dwaas, nog deze nacht wordt je leven opgeëist,

    en voor wie zijn dan al die voorraden die je hebt aangelegd?''

    Zo vergaat het iemand

    die rijke schatten verzamelt voor zichzelf en niet voor God.'

    (Lucas 12,13-21)

    Wij zijn kleine mensen, die groot kunnen gaan op hun eigendom, die op kleine stukjes grond, terreinen afbakenen, met omheiningen en muren allerhande, met akten en titels.

    Wij zijn kleine mensen, die overal grenzen trekken en zones bepalen, die altijd willen uitmaken: ‘dit is van mij en zover reikt mijn macht’.

    Wij zijn kleine mensen, die reeds door hun kleding willen duidelijk maken tot welke groep zij behoren, die door hun blik of door hun zwijgen of door hun houding andere mensen afstoten en zich slechts ontplooien in de kleine kring van gelijkgezinden.

    Wij zijn kleine mensen, die groot hebben gezien en vreemde continenten hebben ingepalmd en verdeeld, die grenzen hebben getrokken dwars door stammen en culturen, als was het een taart die werd aangesneden.

    Wij zijn kleine mensen, die groot gaan op hun geschiedenis van oorlogen en verdragen, op grenzen die werden getrokken en overschreden, bevochten en verlegd.

    Wij zijn kleine mensen, die muren hebben gebouwd van haat, die versperringen hebben aangelegd van prikkeldraad, en wachttorens tussen ras en soort en godsdienst.

    Geest van God, Gij zijt de vogel, aan geen grenzen gebonden.

    Gij zijt de wind, die waait waar Hij wil,

    Gij zijt de storm, die muren aftakelt en barricades kan slopen.

    Gij zijt de stille kracht, die mensen weer naar mekaar laat glimlachen

    en begrip doet opbrengen voor elkaars noden.

    Geest van God, waai over deze oude wereld,

    waai over onze oude gezindheid,

    zodat wij de weidsheid opsnuiven van uw ruimte.

    Beuk op onze bekrompen geest

    zodat wij de horizon zien van uw land zonder grenzen of haat.

    (Auteur: Manu Verhulst)


     

    Op school stonden ze op het bord geschreven,

    het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;

    hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,

    de ene werkelijkheid, de and’re schijn.


    Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.

    Is van de wereld en haar goden zijn.

    Zijn is, boven die dingen uitgeheven,

    vervuld worden van goddelijke pijn.


    Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.

    Is naar de aarde hongeren en dorsten.

    Is enkel zinnen, enkel botte plicht.


    Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,

    is kind worden en naar de sterren kijken,

    en daarheen langzaam worden opgelicht.


    Ed Hoornik





    31-07-2010 om 21:31 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    24-07-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HEER, LEER ONS BIDDEN!

    HEER, LEER ONS BIDDEN

    ‘Heer, leer ons bidden …’ vragen de leerlingen aan Jezus.


    Bidden is niet: onze wil aan God opdringen,

    maar Hem vragen, dat Hij ons beschikbaar maakt

    voor zijn hoop en verwachtingen over de wereld.


    Bidden is niet: God willen veranderen,

    maar Hem vragen dat Hij ons verandert,

    dat Hij ons omvormt tot waarachtige kinderen van Hem.


    Zo staat het in een gebed van de eerste christenen:

    ‘Uw Geest kome over ons en zuivere ons.’

    Op een keer was Jezus ergens aan het bidden.
    Toen Hij ophield zei een van zijn leerlingen tot Hem:
    ‘Heer,leer ons bidden,
    zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft.’

    Hij sprak tot hen:
    ‘Wanneer ge bidt, zegt dan:
    Vader, uw Naam worde geheiligd,
    uw Rijk kome.
    Geef ons iedere dag ons dagelijks brood,
    en vergeef ons onze zonden,
    want ook wijzelf vergeven aan ieder die ons iets schuldig is.
    En leid ons niet in bekoring.’

    Hij vervolgde:‘Stel, iemand van u heeft een vriend.
    Midden in de nacht gaat hij naar hem toe en zegt:
    Vriend, leen mij drie broden,
    want een vriend van mij is van een reis bij mij aangekomen
    en ik heb niets om hem voor te zetten.
    Zou die ander van binnen uit dan antwoorden:
    Val me niet lastig;
    de deur is al op slot en mijn kinderen en ik liggen in bed;
    ik kan niet opstaan om het u te geven?
    Ik zeg u,
    als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is,
    zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft,
    om zijn onbescheiden aandringen.

    Tot u zeg Ik hetzelfde:
    Vraag en u zal gegeven worden;
    zoek en gij zult vinden;
    klop en er zal worden opengedaan.

    Want al wie vraagt verkrijgt;
    wie zoekt vindt;
    en voor wie klopt doet men open.

    Is er soms onder u een vader
    die aan zijn zoon een steen zal geven
    als deze hem om brood vraagt?
    Of als hij om vis vraagt
    zal hij hem toch in plaats van vis geen slang geven?

    Of als hij een ei vraagt
    zal hij hem toch geen schorpioen geven?

    Als gij dus - ofschoon ge slecht zijt -
    goede gaven aan uw kinderen weet te geven,
    hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel
    de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.’

    (Lucas 11,1-13)

    Het gebed van Jezus wekt bij de leerlingen het verlangen om te leren bidden. Zo is het altijd: we nodigen meer uit door zelf te bidden dan door erover te praten. Als wij zelf vrede vinden in het gebed, zal dit anderen aanspreken, en zal datzelfde verlangen groeien: 'Leer ons bidden!'

    Een drukke dag begint voor Jezus diep in de nacht op een eenzame plaats in de stilte luisterend naar de VADER. ‘ONZE Vader!', het eerste woord van elk gebed. Ons diepste ‘ik’ komt open voor God die ons persoonlijk liefheeft en we komen thuis bij Hem.

    We vragen dat ZIJN Naam geloofd wordt en niet ons eigen kleine naampje. Dat ZIJN Rijk van liefde in ons en in de wereld mag groeien.

    Zo krijgen wij de juiste KIJK en mogen wij vragen wat ons ter harte gaat: brood voor de dagen die komen, en rechtvaardig verdeeld in deze wereld.

    Wij vragen om Gods barmhartigheid met de belofte om zelf barmhartig te zijn. En dat Hij ons door de bekoringen zou leiden zonder te veel kleerscheuren.

    DAT is ons leven in Gods ogen: SAMEN het brood breken en het leven delen, SAMEN elkaar dragen dag aan dag, SAMEN overeind blijven.

    Ons gebed is geen handeltje! Maar we mogen onze Vader zeggen wat ons op het hart ligt. In het vertrouwen dat Hij alles ten goede keert voor wie Hem oprecht liefhebben.

    Als hoogste gave krijgen wij Gods eigen Geest. Wij mogen gunsten vragen, maar hoe wij verhoord zullen worden is niet altijd duidelijk. Wel groeit op die manier in ons Gods Heilige Geest. Wij vragen Gods aandacht maar krijgen zelf meer aandacht voor God. En ons hart bloeit open in liefde en in vreugde.

    Ooit vroeg men God de vijand te verpletteren. Sindsdien is ons inzicht gegroeid: we vragen en krijgen DE VELE VRUCHTEN VAN GODS GOEDE HEILIGE GEEST!

    Heer Jezus,

    schenk me de gave van het gebed.

     

    Neem me bij de hand

    en doe me verrijzen

    uit de donkere put van mezelf.

     

    Gij die ononderbroken in mij bidt,

    leer mij met U omgaan,

    met U spreken, in U rusten,

    in ware vriendschap.

     

    Schenk me een nieuwe kijk

    op uw Aanwezigheid

    in mijn hart en in mijn taak,

    in mijn medemens en in de wereldnood.

     

    Ik ben bereid

    om instrument van uw Geest te zijn,

    in de wereld van uw Vader.

     

    U bemin ik, Heer.

     

    Auteur onbekend







    24-07-2010 om 20:11 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    18-07-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.GASTVRIJ EN OPEN

    ‘Gastvrij en open’

    Kleine dingen tonen al of je ergens welkom bent of niet: een deur, die wijd open staat of juist niet, iemand, die toesnelt of lang laat wachten, een brede glimlach of een verplicht knikje.

    Gastvrij ontvangen worden doet deugd, vroeger, omdat reizen toen zo gevaarlijk was, vandaag, omdat vele mensen zo berekend zijn.

    De manier waarop je iemand ontvangt toont je ware aard: of je belangeloos en goed bent van binnen, of alleen aan jezelf denkt.

    Niet je woorden maar je manier van doen, laat zien of je hartelijk bent of alleen met eigen voordeel begaan.

    Op hun rondreis ging Jezus eens een dorp in.
    Een vrouw, Martha genaamd, ontving Hem.


    Zij had een zuster die Maria heette.
    Die kwam aan de voeten van de Heer zitten
    en luisterde naar zijn woorden.


    Martha had het heel druk met bedienen.
    Ze ging naar Jezus toe en vroeg:
    `Heer, laat het U koud

    dat mijn zuster mij alleen laat bedienen?
    Zeg haar dat ze mij komt helpen.'


    De Heer gaf haar ten antwoord:
    `Martha, Martha,

    je maakt je bezorgd en druk over van alles,
    maar slechts één ding is nodig.

    Maria heeft het beste deel gekozen
    en dat zal haar niet worden ontnomen.'

    (Lucas 10,38-42)

    Maria die het beste deel heeft verkozen: het wuift de dienstbaarheid niet weg. De barmhartige Samaritaan, in het evangelie van vorige zondag, toonde ons nog die weg naar eeuwig leven en volkomen vreugde. Bovendien wordt deze dienstbaarheid heel concreet in het gezinsleven, in de keuken. De grote Heilige Theresia zei: wie God niet vindt tussen potten en pannen, zal Hem nergens vinden!

    De inhoud is dus subtieler. Het gaat om een nuance: Martha ontving Jezus in haar huis, Maria liet Hem toe in haar hart. Eigenlijk zegt Jezus tegen Martha: ‘Loop niet verloren in je drukte, je zou het belangrijkste kunnen missen!’

    De goede zorgen, de hartelijke ontvangst worden niet afgekeurd. Maar het vele werken mag geen obsessie worden: er moet tijd en ruimte blijven in ons hart om, altijd opnieuw, de boodschap van Jezus te ontvangen. Maar dit ‘beste deel’ maakt het andere deel niet overbodig.

    We moeten niet kiezen tussen Martha of Maria. Tussen de gastvrijheid in het huis en de openheid van het hart. Tussen bidden of werken. Het is niet of-of maar wèl en-en. Jezus zegt niet dat Martha moet ophouden met bedienen, maar wel dat ze zich te 'druk' maakt. Voor haar is het bezoek belangrijker dan de bezoeker. Gastvrijheid laat de ander toe in je eigen leven. Je stelt beide open voor de ander: je huis en je hart. Je deelt en je luistert. Zo groeit ont-moeting: geen 'moeten' meer maar ongedwongen samen zijn. Hand en hart spreken eenzelfde taal. Geven en ontvangen, beide even belangrijk, het is het wezen van de liefde.

    DIENST-BAAR-HEID en GE-HOOR-ZAAMHEID, staan niet tegenover elkaar, ze vullen elkaar aan. Het zijn twee takken van eenzelfde levensboom, twee stromen uit eenzelfde bron, twee open armen van eenzelfde genegen hart: Gods eigen, goede, heilige Geest, die in ons midden woont en in onszelf. Kom, Heilige Geest, kom. Amen.

    ‘Als je in de woestijn

    van het leven

    ergens

    echte liefde vindt,

    ga dan met deze liefde mee.


    Dan kom je

    bij de bron van alle liefde,

    bij God,


    de grote oase

    van Licht en Liefde



    voor vandaag en alle dagen

    en voor de eeuwigheid.’

    Phil Bosmans









    18-07-2010 om 13:42 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    12-07-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WATERLANDKERKJE

    WATERLANDKERKJE

    De voorbije weken waren, door mijn bezoek uit Brazilië, behoorlijk gevuld. De blog werd dan ook slechts heel sporadisch bijgehouden. Het is de bedoeling om in de toekomst weer op meer regelmatige basis indrukken en overwegingen ‘neer te pennen’ – al zal hier morgen alweer geen gelegenheid voor zijn, wegens een daguitstap met OKRA. Maar naderhand zal het doel van deze blog heropgenomen worden: ‘Doorheen de dagen. Ervaringen besproken.’

    Het ligt voor de hand dat de komende dagen vooral beklijvende ervaringen van de voorbije maand zullen beschreven worden. Een eerste daarvan dateert van 8 juni jongstleden. Twee dagen eerder waren mijn vrienden uit Brazilië toegekomen na een uitputtende reis vanuit het binnenland van Bahia. Een dag ‘herstelwerken’ onder de vorm van uitrusten was niet overbodig, te meer daar de avond van aankomst nogal ‘uitgelopen’ was omdat er zoveel te vertellen viel.

    Dinsdag 8 juni leek dus geschikt voor een eerste uitstapje, nog niet te zwaar maar charmant en lieflijk door de Polders van het krekengebied. Mijn woonplaats ligt amper enkele honderden meters van de grens en langs kleine binnenbaantjes – door de velden, door de weiden - trokken we dus Nederland binnen. Waterlandkerkje was het eerste dorpje dat we binnenreden, een voorschoot groot en amper een goede 550 inwoners, maar zo netjes al en zo Nederlands, als je Vlaanderen gewoon bent.

    Centraal in het dorpje staat een protestants kerkje, dat bij vorige passages steevast gesloten was, maar ditmaal stond de deur wijd open. En elk kerkje, hoe minuscuul ook, heeft wel iets te bieden. Zo ook deze keer. Een nijvere medewerkster van de ‘gemeente’ was bezig in de sacristie en het was aangenaam om een tijdlang met haar te praten. Na een half uurtje gaf zij ons, ten afscheid, het plaatselijke kerkblad ‘Verbinding’ waarin Dominee Derk F. Blom volgend boeiend voorwoord had geschreven, over het 'Handvest voor compassie', een initiatief van de gerenommeerde Britse schrijfster Karen Armstrong.

    Deze auteur heeft een groot aantal boeken over wereldreligies op haar naam staan. Ze publiceerde o.a. 'De geschiedenis van God', 'Strijd om God', 'De Bijbel' en recent 'De kwestie God; de toekomst van de religie'. Armstrong is een vurig pleitbezorger van dialoog en ontmoeting. Dialoog en ontmoeting spreken mij ook zeer aan. In een tijd van polarisatie en populisme lijkt me elkaar ontmoeten en met elkaar in gesprek gaan de enige weg die heilzaam is. Volgens Armstrong hebben de verschillende religieuze en ethische tradities gemeen dat zij allemaal een belangrijke rol toekennen aan het begrip 'compassie' (mededogen). In de praktijk vinden zij elkaar in de volgende Gulden Regel:

    ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt,

    doe dat ook een ander niet.’

    Het handvest is door Karin Armstrong geschreven samen met een internationale groep van morele leiders van verschillende religies en levensovertuigingen, onder wie bisschop Tutu, rabbijn Soetendorp en islamoloog Tariq Ramadan. De tekst luidt als volgt:

    Het principe van compassie of mededogen ligt ten grondslag aan alle religieuze, ethische en spirituele tradities; steeds opnieuw wordt daarmee een beroep op ons gedaan alle anderen te behandelen zoals wij zélf behandeld willen worden. Compassie is onze drijfveer om ons onvermoeibaar in te zetten voor het verzachten van het leed van onze medeschepselen, om terug te treden uit het middelpunt van onze wereld en een ander voor het voetlicht te plaatsen, en om recht te doen aan de onschendbare heiligheid van ieder mens en een ieder, zonder enige uitzondering, te behandelen met volstrekte waardigheid, billijkheid en respect.

    Daarbij hoort tevens de opdracht om er zowel in het openbare als in het privéleven voor te waken geen enkele vorm van leed te veroorzaken. Door gewelddadig te handelen, door de

    kwaliteit van het leven van een ander te verslechteren, door de grondrechten van die ander te misbruiken of te ontkennen, en door haat te zaaien met laatdunkende uitingen over anderen - zelfs over onze vijanden - doen wij de menselijkheid die wij allen met elkaar delen geweld aan. Wij erkennen dat wij er niet in zijn geslaagd een leven te leiden vervuld van compassie en dat sommigen uit naam van hun religieuze overtuiging het totale menselijke leed zelfs groter hebben gemaakt.

    Daarom roepen wij iedere man en vrouw op om compassie opnieuw te maken tot de kern van moreel handelen en van religie, terug te keren naar het oude principe dat iedere interpretatie van geschriften die aanzet tot geweld, haat of minachting geen enkele legitimiteit heeft, garant te staan voor de verstrekking van correcte en respectvolle informatie over andere tradities, godsdiensten en culturen aan jongeren, positieve waardering van culturele en religieuze verscheidenheid te stimuleren, bij te dragen aan medeleven, gebaseerd op kennis, voor het leed van alle mensen, ook van hen die wij als onze vijanden zien.

    Het is van wezenlijk belang dat wij compassie in onze gepolariseerde wereld maken tot een duidelijke, lichtende en dynamische kracht. Indien compassie is geworteld in principiële vastbeslotenheid om uit te stijgen boven egoïsme, kan zij politieke, dogmatische en religieuze grenzen slechten. Als product van onze wezenlijke afhankelijkheid van elkaar, speelt compassie een fundamentele rol binnen menselijke relaties en bij een volwaardig mensdom. Compassie voert naar verlichting en is onmisbaar voor het realiseren van een eerlijke economie en een harmonieuze wereldgemeenschap die in vrede leeft met elkaar.

    De initiatiefnemers nodigen iedereen uit dit charter te adopteren alsof het van haar of hem zelf is. Verder roepen zij op ons levenslang te verbinden aan een leven met mededogen. Dit document verdient het om verder besproken te worden; thuis, op school, in de kerk en op het werk. Laten we er een begin mee maken en laten we kijken of wij er activiteiten aan kunnen verbinden!

    Nadien hebben we onze uitstap verder gezet, maar het verdere verloop was anders dan gepland. Gelukkig was er een zacht zonnetje die dag, en ook een vrije bank langs een kreek, waar we met elkaar nog lang konden nakaarten over ons gesprek met deze dame en over het ‘Handvest voor Compassie’















    12-07-2010 om 16:22 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    11-07-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.DE BARMHARTIGE SAMARITAAN

    DE BARMHARTIGE SAMARITAAN

    In die tijd trad een wetgeleerde naar voren
    om Jezus op de proef te stellen.
    Hij zei:‘Meester, wat moet ik doen 
    om het eeuwig leven te verwerven?’


    Jezus sprak tot hem:

    ‘Wat staat er geschreven in de wet?Wat leest ge daar?’

    Hij gaf ten antwoord:
    ‘Gij zult de Heer uw God beminnen
    met geheel uw hart en met geheel uw ziel;
    met al uw krachten en geheel uw verstand;
    en uw naaste gelijk uzelf.’

    Jezus zei: 'Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven.’


    Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden,
    sprak de wetgeleerde tot Jezus:
    ‘En wie is dan mijn naaste?’

    Nu nam Jezus weer het woord en zei:
    ‘Eens viel iemand, 
    die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in handen van rovers.

    Ze plunderden en mishandelden hem
    en toen ze aftrokken lieten ze hem half dood liggen.

    Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg;
    hij zag hem wel maar liep in een boog om hem heen.

    Zo deed ook een leviet:

    hij kwam daar langs, zag hem,

    maar liep in een boog om hem heen.

    Toen kwam een Samaritaan die op reis was bij hem,
    hij zag hem en kreeg medelijden;
    hij trad op hem toe,

    goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze;
    daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier,
    bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem.

    De volgende morgen haalde hij twee geldstukken te voorschijn,
    gaf ze aan de waard en zei:
    ‘zorg voor hem, en wat ge meer mocht besteden,
    zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden.’

    Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn
    van de man die in handen van de rovers gevallen is?’

    Hij antwoordde:‘Die hem barmhartigheid betoond heeft.’

    En Jezus sprak:‘Ga dan en doe gij evenzo.’

    (Lucas 10, 25-37)

    Jezus tekent hier twee groepen van mensen: de praters en de doeners. Ze bestaan, die mannen van de mooie woorden, met hun ronkende volzinnen en vrijblijvende theorieën. Almaar discussiëren en niets doen.

    De vraag van de wetgeleerde is trouwens een strikvraag: ‘Meester, wat moet ik doen?’ De man weet zelf wel het simpele antwoord: ‘Bemin God bovenal, en uw naaste gelijk uzelf’. Jezus zegt enkel ‘DOE dit en ge zult leven’. Meer is er ook niet te zeggen.

    ‘Wie is mijn naaste dan?’, zo probeert de man nog zijn gezicht te redden, maar Jezus trapt niet in de val van de holle woorden. Hij geeft geen theorie, wel een concreet verhaal. En weer zijn er eerst twee praters: de priester en de leviet, die de sukkelaar zien liggen, maar er rond lopen. Alleen de derde man is anders: geen praatjes, maar mee-leven, mee-lijden, mee-dragen. En dat is nog wel een Samaritaan, iemand, die door die God-geleerden, die heren van stand, geminacht werd.

    Je naaste kom je vanzelf tegen. ONDERWEG. ‘s Morgens, toen hij vertrok, wist die Samaritaan nog niet wie die dag zijn concrete naaste zou zijn. Plots is er die berooide man, en hij kijkt er niet langs en loopt er ook niet in een boog omheen, zoals die priester en de leviet, die ongetwijfeld mooie woorden hadden. GE-HOOR-ZAAM zijn, daar komt het op aan: ogen en oren goed open houden, want zo komt Gods Woord tot ons: ‘Het woord van God is dicht bij. Je kan het dus volbrengen.’

    De geboden die ik u vandaag geef,

    zijn niet te zwaar voor u

    en zij liggen niet buiten uw bereik.


    Ze zijn niet in de hemel

    en u hoeft niet te zeggen:

    ‘Wie zal naar de hemel gaan

    om ze voor ons te halen

    en ze ons te laten horen,

    zodat wij ze kunnen volbrengen?’


    Ze zijn niet overzee

    en u hoeft niet te zeggen:

    ‘Wie zal de zee oversteken

    om ze voor ons te halen

    en ze ons te laten horen,

    zodat wij ze kunnen volbrengen?’


    Nee, het woord is dicht bij u,

    in uw mond en in uw hart.

    U kunt het dus volbrengen.

    (Deuteronomium 30,11-14)

    Een waarachtig geloof staat met twee voeten in het leven en mondt uit in goedheid die moet worden gedáán. Inderdaad, het woord van God is niet ver over zee, of hoog in de hemel, en niemand moet het daar gaan halen: het is dichtbij. We kunnen het dus uitvoeren.


    WAT HEB JIJ GEDAAN?


    Laat ons eerlijk zijn:

    als de vluchteling,

    de vreemde, de ontheemde

    in een land niet welkom is,

    is het meestal niet

    omdat hij vreemd is.

    Wél omdat hij arm is

    en geen toekomst heeft.


    De vreemde die naam heeft en aanzien

    en betalen kan, is overal welkom.

    Die krijgt overal de betere woning,

    de betere status,

    de betere behandeling.


    De vreemde die niet kan betalen,

    staat in de rij der rechtelozen,

    hangt af van de goodwill van anderen.


    Deze vreemde is een levend appèl

    op het geweten:


    ‘Wat heb jij gedaan

    voor de minsten?’


    Carlos Desoete





    11-07-2010 om 08:21 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    04-07-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ALS LAMMEREN TUSSEN WOLVEN

    ALS LAMMEREN TUSSEN WOLVEN

    Vandaag, 4 juli, lezen we in het evangelie:

    In die tijd wees de Heer nog tweeënzeventig leerlingen aan

    en zond hen twee aan twee voor zich uit

    naar alle steden en plaatsen waar Hij zelf nog komen zou.

    Hij zei tegen hen:

    `De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig.

    Vraag daarom de eigenaar van de oogst

    om arbeiders in te zetten voor zijn oogst.

    Ga nu, maar weet wel,

    Ik stuur jullie als lammeren onder de wolven.

    Neem geen beurs mee, geen reistas en geen schoenen,

    en groet niemand onderweg.


    Als je bij iemand in huis komt, zeg dan eerst:

    `Vrede aan dit huis.’

    Woont daar een vredelievend mens,

    dan zal jullie vrede op hem rusten;

    zo niet, dan zal die naar jullie terugkeren.

    Blijf in dat huis en eet en drink wat men je aanbiedt,

    want de arbeider is zijn loon waard.

    Trek niet van het ene huis naar het andere.


    Als je in een stad komt waar men je ontvangt,

    eet dan wat men je voorzet.

    Genees er de zieken en zeg tegen hen:

    `Het koninkrijk van God is nu dichtbij u gekomen.’’


    Maar als je in een stad komt waar men je niet ontvangt,

    ga daar de straat op en zeg:

    `Zelfs het stof uit uw stad

    dat aan onze voeten zit, mag u houden: wij vegen het af.

    Maar weet wel, het koninkrijk van God is dichtbij.’

    Ik zeg jullie:

    voor Sodom zal het op die dag draaglijker zijn dan voor zo’n stad.


    De tweeënzeventig kwamen opgetogen terug.

    `Heer,’ zeiden ze,

    `zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons in uw naam.’

    Hij zei tegen hen:

    `Ik zag de satan als een bliksemschicht uit de hemel vallen.

    Kijk, Ik heb jullie de macht gegeven

    om op slangen en schorpioenen te trappen

    en in te gaan tegen alle vijandelijke krachten;

    niets kan jullie deren.

    Toch moeten jullie je niet verheugen

    omdat de geesten zich aan jullie onderwerpen;

    nee, verheug je omdat jullie namen opgetekend staan in de hemel.’

    (Lucas 10,1-12.17-20)

    Goed 20 jaar geleden viel het communisme in de Sovjet Unie, en de godsdienst kwam weer tot leven. 70 jaar was niet genoegom het geloof uit te roeien. Het atheïsme was verplichte leerstof, priesters moesten naar Siberië, elke geloofsbeleving werd verboden. En toch bleef dit geloof overleven. Moeders en grootmoeders bewaarden het en gaven het door. Zij hadden geen opleiding en geen mandaat. Zij gaven het gewoon door zoals ze van nature het leven zelf doorgeven.

    Vandaag zien we in het westen enigszins wat toen in Rusland gebeurde. Een praktisch atheïsme wordt opgedrongen. Geloven wordt ouderwets genoemd. Religieuze symbolen worden belachelijk gemaakt. Priesters worden niet verbannen, maar lege seminaries zijn veel doeltreffender.

    Geloof is vervangen door de cultus van het ‘ik’ en een extreem materialisme. Het aantal priesters slinkt zienderogen. Zullen ook hier moeders en grootmoeders het geloof bewaren en doorgeven, even gewoon als ze het leven zelf doorgeven?

    Geloof doorgeven is geen kennis doorgeven. Het is iets van jezelf delen, iets van je eigen aanvoelen. Toen Jezus zei: ‘Blijf dit doen om Mij te gedenken’, sprak Hij niet over een les godsdienst, maar over een besef dat Hij er is en dat Hij onze diepste vreugde en onze diepste vrede is.

    Geloven is vooral een manier van leven en van omgaan met mekaar. De 72 leerlingen die Jezus op pad zond waren geen leraars en hadden geen opleiding. Maar zij moesten wel een vrede uitstralen, onbezorgd en vrij. Hun geluk was immers niet afhankelijk van bezit of prestige.

    Zullen de moeders en grootmoeders bij ons erin slagen om de vrede en de vreugde van hun geloof door te geven aan hun kinderen en kleinkinderen? Zal het geloof overleven tot het materialisme ineenstuikt?

    Een leven dat alleen het eigen ‘ik’ ziet, leidt tot wanhoop en ontreddering. De slangen en schorpioenen worden al zichtbaar in de stijgende misdaad en in de wansmakelijke vormen van corruptie en zedelijk verval.

    Die 72 leerlingen van Jezus waren gewone mensen zoals wij. Vandaag zegt Hij tot ons ‘Ga dan, Ik zend u als lammeren tussen de wolven. Maar weet het wel: Het rijk Gods is nabij.’

    (geïnspireerd door een preek van Manu Verhulst.)


    Hij liep zijn blote voeten stuk

    in het bloedhete zand.

    Hij slingerde zijn woorden

    als schitterende speerpunten in de zon.

    In zijn wijd open ogen

    blonk de grote zekerheid

    dat alle mensen

    broers en zussen zullen worden.


    Was Hij een mens zoals wij?

    Ja, zoals wij zouden moeten zijn.

    Wij maken onze voeten niet meer vuil

    en wegen zorgvuldig onze woorden

    om niets te moeten zeggen.

    In onze ogen dwaalt achterdocht

    en misprijzen voor elkander.


    Hij is diegene

    die ons kan genezen:

    ‘Neem uw bed op en loop,

    spreek woorden van leven.

    Doe die schaduw uit je ogen

    en geloof:

    geloof in God die Liefde heet

    en ons tot broers en zussen

    van elkander maakt.’


    Manu Verhulst





    04-07-2010 om 07:26 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    27-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.VOLG MIJ NAAR JERUZALEM

    VOLG MIJ OP MIJN WEG NAAR JERUZALEM

    Gods Woord kan wel eens hard aankomen; dan zouden we het liever niet horen. Wie Jezus wil volgen, moet soms veel opgeven, sterven aan zichzelf in veel kleine dingen: met geduld en offer, in verdriet en eenzaamheid.

    Maar wie de Heer volgt in zijn sterven, zal ook met Hem verrijzen in zijn vreugde. Of in meer gewone woorden: wie zijn eigen belang eens vergeet, ervaart dat het deugd doet een ander vreugde te schenken.

    Toen de tijd naderde dat Hij zou worden weggenomen,

    koos Jezus vastberaden Jeruzalem als reisdoel.

    Hij zond boden voor zich uit,

    maar toen die in een Samaritaans dorp kwamen

    om zijn komst voor te bereiden,

    wilde men Hem niet ontvangen,

    omdat Hij Jeruzalem als reisdoel had gekozen.


    Toen de leerlingen Jakobus en Johannes dat merkten, zeiden ze:

    `Heer, zullen we zeggen

    dat er vuur uit de hemel moet neerdalen om hen te vernietigen?'

    Maar Hij keerde zich om en wees hen terecht.


    Toen gingen ze naar een ander dorp.

    Terwijl ze hun reis voortzetten, zei iemand onderweg tegen Hem:

    `Ik wil U volgen, waar U ook naartoe gaat.'

    Jezus zei tegen hem:

    `De vossen hebben een hol, en de vogels van de hemel een nest,

    maar de Mensenzoon kan nergens het hoofd neerleggen.'


    Tegen een ander zei Hij: `Volg Me.'

    Die zei Hem: `Heer, sta me toe eerst mijn vader te gaan begraven.'

    Maar Hij zei hem: `Laat de doden hun doden begraven;

    u moet het koninkrijk van God gaan verkondigen.'


    Weer een ander zei: `Ik wil U volgen, Heer,

    maar sta me toe eerst thuis afscheid te nemen.'

    Tegen hem zei Jezus:

    `Wie de hand aan de ploeg slaat en dan nog eens omkijkt,

    deugt niet voor het koninkrijk van God.'

    (Lucas 9,51-62)

    Dit stukje evangelie tekent een keerpunt in Jezus' leven. Hij trok door Galilea, riep zijn leerlingen, genas zieken naar lichaam en ziel, en schonk vergeving aan zondaars. Nu zal Hij naar Jeruzalem gaan, de plaats van zijn lijden en dood. Hij gaat Zijn opdracht voltooien ondanks de vijandschap, die Hij zal ontmoeten: de machtigen voelen zich bedreigd, omdat Hij een liefdevolle God predikt, en geen boeman. Jezus' weg van Liefde moet verworpenheid en vijandschap meebrengen. Hij is een bedreiging voor wie alleen zichzelf zoekt. Daarom staat er: Jezus kiest vastberaden voor die weg, die de tegenstand niet vreest, maar als een kruis op zich neemt.

    Bij de eerste afwijzing al, zijn de leerlingen verbolgen. Jezus wijst hen terecht: Hij komt niet met macht en vuur, maar is de Lijdende Dienaar. Hij is niet gekomen om te vernietigen, maar om tot leven te wekken! Jezus misbruikt zijn macht niet, Hij vertrapt geen mensen, maar kiest bewust voor de liefde, die haar kruis draagt, ten einde toe, tot op Calvarie.

    De weg van Jezus is geen gezapig tochtje. Wie Hem volgt, moet keuzes maken. Aan die drie mensen, die Hem willen volgen, stelt Hij strenge eisen. Laten we ze echter goed verstaan: gezin en vrienden zijn niet verkeerd. Maar Jezus wijst mensen af die vasthangen aan wat de liefde in de weg staat. Meestal is er geen conflict tussen wat Jezus oplegt en wat menselijk mooi is. De liefde vraagt ons dat wij zorgen voor ons gezin, onze doden en onze vrienden. Wat Jezus wil, tonen wij juist door deze warme genegenheid.

    Maar, uitzonderlijk, bij overdreven gehechtheid, kunnen wij niet liefdevol zijn. Dan vraagt de Heer ons te kiezen voor de liefde die zichzelf vergeet. De voorbeelden zijn extreem maar ze tonen ons: altijd moet de liefde voorrang krijgen. In de omstandigheden die het leven zelf aanbrengt, dienen wij steeds opnieuw, vastberaden en radicaal te kiezen voor die ene weg: de liefde, die zichzelf niet zoekt.

    Het is niet makkelijk, maar … zo ging de Heer ons voor.

    God,

    wat me boeit in U

    is uw niet aflatende trouw aan mensen.

    Daar waar zij verdwalen

    zijt Gij een teken van hoop

    dat voor hen uitgaat.


    God,

    wat me boeit in U

    is uw scheppende aanwezigheid in mensen:

    profeten in ons midden.

    Mensen die onze platgetreden paden

    vernieuwen van dag tot dag.


    God,

    wat me boeit in U

    is uw grenzeloze energie

    om steeds weer in nieuwe omstandigheden

    uw roep om vrede en gerechtigheid

    te laten klinken

    als beeld van uw goddelijk Rijk.


    naar Theo Kersten





    27-06-2010 om 07:04 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    20-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.WIE ZEGGEN JULLIE DAT IK BEN?

    WIE ZEGGEN JULLIE DAT IK BEN?

    Een Romeinse landvoogd schreef eens in een brief: ‘de Joden twisten over een zekere Jezus, die gestorven is en over wie Paulus zegt, dat Hij nog leeft’.

    Vanaf zijn geboorte tot op vandaag houdt Jezus mensen bezig. Voor sommigen wekt Hij ergernis of is Hij dwaasheid, voor anderen is Hij aantrekkelijk, geloofwaardig en bron van Leven. In elk geval is Hij teken van tegenspraak. Je zou Hem soms willen ontvluchten, ‘maar... tot wie zouden we anders gaan?’, zegt Petrus eens.

    Hij wordt bezongen als ‘lieve Jezus’, maar verzet zich tegen de machthebbers in het maatschappelijk en godsdienstig leven van zijn tijd. In deze eucharistie willen we eens stil worden bij zijn vraag: ‘Wie zeggen jullie, dat Ik ben?’ 

    Eens was Jezus aan het bidden, alleen zijn leerlingen waren bij Hem.

    Hij stelde hun de vraag: `Wie zeggen de mensen dat Ik ben?'

    Zij antwoordden Hem:

    `Johannes de Doper, volgens anderen Elia,

    en weer anderen zeggen dat een van de oude profeten is opgestaan.'


    Daarop vroeg Hij hun: `En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?'

    Petrus antwoordde: `De Messias, de Gezalfde van God.'

    Hij verbood hun echter nadrukkelijk hierover met iemand te praten en zei:

    `De Mensenzoon moet veel lijden,

    Hij moet door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden

    worden verworpen en ter dood gebracht;

    en op de derde dag zal Hij worden opgewekt.'


    Met het oog op allen zei Hij:

    `Als iemand achter Mij aan wil komen, 

    laat hij dan met zichzelf breken,

    dagelijks zijn kruis opnemen en Mij volgen.

    Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen,

    maar wie zijn leven om Mij verliest, die zal het redden.

    (Lucas 9,18-24)


    GEKOMEN OM TE DIENEN


    Hij was geen koningszoon

    die opgeleid werd om gediend te worden.

    Die zoon van een timmerman

    had geleerd om zich te plooien

    naar de nukken van het hout

    en naar de grillen van de klanten.


    Hij was geen Romeins staatsburger,

    en Hij kon zich nergens op beroepen.

    Die rechteloze Jood uit Galilea,

    ver van het politieke forum en de publieke woordenkramerij,

    had geleerd om zich te onderwerpen aan de bezetter.


    Hij was geen priester

    en Hij was ook geen wetgeleerde.

    Hij kon niet terugvallen op enig voorrecht.

    Die simpele leek had vlug doorzien

    hoe mensen zich zo vaak

    achter hun God durven verschuilen

    om hun eigen belangen beter te behartigen.


    Hij stond weigerachtig en argwanend

    tegenover elke vorm van macht:

    de macht van de tollenaar

    en de macht van de opperpriester;

    de macht van het geld

    en de macht van de godsdienst.


    Hij hield het bij de macht

    van de geweldloosheid;

    de macht van het offer

    en de macht van het gebed.


    Alleen op die manier

    kon macht omgebogen worden

    tot nederige, bereidwillige en vreugdevolle dienstbaarheid.


    Alleen zo kon de meester

    voetenwasser worden.

    (vrij naar Manu Verhulst)







    20-06-2010 om 08:43 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    19-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.OP BEZOEK BIJ MOEDER MARIA

    OP BEZOEK BIJ MOEDER MARIA

    In een land waar – soms tussen oogverblindende tekenen van luxe en schaamteloze onverschilligheid – de meest schrijnende vormen van armoede nog tomeloos tieren, is ook de volkse vroomheid nog heel levendig, bezield en bezielend.

    Daarom mocht een bezoek aan Moeder Maria in Oostakker niet ontbreken. In stilte baden we eerst even voor de grot, en nadien gingen we de ommegang, met de kapelletjes van de vijf blijde, de vijf droeve en de vijf glorierijke mysteries. Dat was althans de bedoeling, en eigenlijk is het ook zo wel ten dele gebeurd.

    Maar heel vlug hadden onze Braziliaanse gasten gezien, dat er naast de ‘binnenring’ met deze mysteries van de rozenkrans, ook een ‘buitenring’ was, met grotere kapelletjes over de ‘zeven smarten van Maria’. En even vlug sloeg de aandacht over op deze ‘buitenring’. Lange tijd hebben we met stille stem samen deze smarten overwogen …

    Aan het einde was het een beklijvende belevenis om even naar elkaar te luisteren: ‘zie je in je eigen leven iets van die zeven smarten van Moeder Maria?’ En telkens was er wel een aanknopingspunt.

    Tot, aan het eind van onze meditatie iemand zei: ‘Maar voor moeder Maria was het toch allemaal nog veel pijnlijker’.

    1. De profetie van Simeon in de Tempel bij de opdracht van Jezus
    2. De vlucht naar Egypte
    3. Maria en Jozef gaan op zoek naar Jezus, die in de Tempel is achtergebleven
    4. Ontmoeting van Maria met Jezus op weg naar de Calvarieberg
    5. Maria staat onder Jezus' kruis
    6. Maria omhelst Jezus' dode lichaam na de kruisafneming; de piëta
    7. Jezus wordt begraven


    De piëta’s


    Iets maakt de lippen der piëta’s droever

    in de schemer der kerken, achteraan,

    als kwam, al de onrust van duizend moeders,

    hier, voor de tralies, bij kaarslicht te saam.


    Zij zaten alleen – inderhaast aan markt en

    keuken ontsnapt, vrouwtjes klein en devoot –

    te zwijgen. En elk was een moeder van smarten,

    met welk zwaard in het hart, met welk kind op de schoot?


    Maar kruistocht, en lijkwâ, en nagels ontbonden

    hen zozeer, dat elk te verhalen begon

    haar eigen calvarie, de dolorosa te troosten.

    Zoals moeders voor moeders wel doen. De zon


    was al onder. Zij waren al thuis. Zij moesten

    al sterven, godweet. Maar Maria’s mond

    bewaarde elk woord van de duizend droeve

    piëta’s. Omdat zij elk woord verstond.


    Roger Verkarre















    19-06-2010 om 17:03 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    14-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.BEZOEK AAN DE WESTHOEK

    BEZOEK AAN DE WESTHOEK

    Tijdens het verblijf van mijn vrienden uit Brazilië mocht een bezoek aan de Westhoek zeker niet ontbreken. We hadden de gelegenheid om verschillende mooie kerken te bezoeken, in Ieper, Zonnebeke, Passendale en Esen.

    Maar eveneens was het voor hen een kans om met eigen ogen iets te zien van de ravage, die door de eerste wereldoorlog was aangericht in die streek, met zijn loopgrachten, zijn talloze doden en de uitzichtloze, eindeloze veldslagen aan weerszijden van de overstroomde IJzer. Het bleek een unieke ervaring. Voor hen, in dat verre Brazilië, was ‘de grote oorlog’ immers niet meer dan enkele lijntjes en een vage herinnering uit de lessen geschiedenis. Zoals er in de handboeken en de lessen geschiedenis over zoveel oorlogen gesproken.

    Twee oorlogskerkhoven hebben we bezocht: ‘Tyne Cot’ in Passendale en het ‘Duits Kerkhof’ in Vladslo, met het ‘treurend ouderpaar’ van Käthe Kollwitz.’ Eerst gingen we langs op ‘Tyne Cot’. Monotoon en traag, met gedempte stem, klonken uit de luidsprekers de namen van de 12.000 soldaten, die daar een laatste rustplaats vonden, nadat ze van heinde en verre naar hier gekomen waren. Telkens werd de leeftijd vermeld, en telkens ook was dat iets in de zin van: 19 jaar, 20 jaar, 21 jaar. En een enkele keer daartussen een dertiger of een veertiger.

    De indruk was overweldigend. Nadat we – ook traag en gedempt – over het hele kerkhof gewandeld hadden, schreef één van hen in het ‘gastenboek ongeveer dit: ‘Hier zie je met eigen ogen tot welke gruwel en waanzin de mens in staat is, als hij zich laat leiden door mateloze machtswellust, tomeloze hang naar rijkdom of territorium en grenzeloze ambitie of hoogmoed. Als de mens daadwerkelijk daaraan toegeeft worden de sombere woorden van enkele filosofen tot levende waarheid, zoals het gekende ‘Homo homini lupus’, of dat andere citaat van Schopenhauer, dat wellicht nog harder is: ‘Als ik de mens een roofdier noem, wie heb ik dan beledigd? De mens of het roofdier?’ Laten wij hopen en bidden dat ooit of eens een tijd aanbreekt dat mensen meer bezield wordt door Gods eigen Heilige Geest.’

    Hieronder volgen nog twee van de meest gekende gedichten over deze gruwel: ‘In Flanders fields’ van John Mc Crae, eerst in het Engels met daarna de Nederlandse vertaling door Rene Duyck, en daarna het zo ontroerende ‘Duizend soldaten’ van onze eigenste Willem Vermandere.

    In Flanders fields the poppies blow

    Between the crosses, row on row,

    That mark our place; and in the sky

    The larks , still bravely singing, fly

    Scarce heard amid the guns below;


    We are te he Dead. Short days ago

    We lived, felt dawn, saw sunset glow.

    Loved, and were loved, and now we lie

    In Flanders fields.


    Take up our quarrel with the foe:

    To you from failing hands we throw

    The torch ; be yours to hold it high.

    If ye breek faith with us who die

    We shall not sleep, though poppies grow

    In Flanders fields.

    (John Mc Crae 3 may 1915

    Essex Farm Cemetery)


    In Vlaandren bloeien de kolleblommen

    bloedrood rond de houten kruiskolommen.

    Hoog klimmend in de azuurblauwe lucht

    Daar orgelt de leeuwerik en klapwiekt

    tussen geweer en hels kanongeschut.


    Wij, de doden, zagen gisteren nog

    de gouden morgen en de avondgloed,

    Wij , die leefden en liefhadden, liggen

    verstard in Vlaandrens veld vol modderig bloed.


    Neem in uw gevecht met de vijanden

    de toorts uit onze verkrampte handen

    en steek ze trouw aan onze boodschap hoog.

    En tot Nooit Meer Oorlog zich komt melden

    slapen wij niet terwijl de papavers

    zacht bloeien in Vlaandrens offervelden.

    (vertaling: Rene Duyck. In:’Kerk en Leven’, 1993, nr. 43)


    Als ge van ze leven in de westhoek passeert
    Deur regen en noorderwinden
    Keert omme den tijd als g' alhier passeert
    Den oorlog ga j' hier were vinden 

    Ja 't is den oorlog da 'j hier were vindt
    En 't graf van duizend soldaten
    Altijd iemands vader altijd iemands kind
    Nu doodstil en godverlaten 

    Laat de bomen nu maar zwijgen en dat 't gras niets vertelt
    En de wind moet 't ook maar nie zingen
    Dat julder'n dood tot niets hè geteld
    Dat waren al te schik'lijke dingen 

    Zeg 't gaat al goed der is welvaart in 't land
    En de vrede ligt vast in de wetten
    We maken wel wapens maar met veel meer verstand
    Maar just om den oorlog te beletten 

    En grote raketten atoom in den top
    We meugen toch experimenteren
    We mikken wel ne keer naar mekaar zijne kop
    Maar just om ons 't amuseren 

    Als ge van ze leven in de westhoek passeert
    Deur regen en noorderwinden
    Keert omme den tijd als g' alhier passeert
    Den oorlog ga j' hier were vinden 

    Ja 't is den oorlog da 'j hier were vindt
    En 't graf van duizend soldaten
    Altijd iemands vader altijd iemands kind
    Duizend en duizend soldaten (3x)

    (Willem Vermandere)









    14-06-2010 om 09:07 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    13-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.HEILIG HART VAN JEZUS

    HEILIG HART VAN JEZUS

    Geliefde broeders en zusters,

    laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort.

    Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God.

    Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde.


    En hierin is Gods liefde ons geopenbaard:

    God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden,

    opdat we door hem zouden leven.


    Het wezenlijke van de liefde is niet

    dat wij God hebben liefgehad,

    maar dat hij ons heeft liefgehad

    en zijn Zoon heeft gezonden

    om verzoening te brengen voor onze zonden.


    Geliefde broeders en zusters,

    als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben.


    Niemand heeft God ooit gezien.

    Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons

    en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.


    Dat wij in hem blijven en hij in ons,

    weten we doordat hij ons heeft laten delen in zijn Geest.

    En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen:

    dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft

    als redder van de wereld.


    Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is,

    blijft God in hem en blijft hij in God.

    Wij hebben Gods liefde, die in ons is,

    leren kennen en vertrouwen daarop.


    God is liefde.


    Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.

    (Eerste brief van Johannes 4,7-16)


    Volgende gedachten werden ontleend aan de protestantse theoloog Dietrich Bonhoeffer, die in 1906 in Wroclaw geboren is. Vanaf 1934 keert hij zich heel sterk tegen het nazibewind; in 1943 wordt hij, na een huiszoeking gevangen genomen door de Gestapo, en kort voor het einde van WO II wordt hij op persoonlijk bevel van Hitler terechtgesteld. Na zijn dood wordt hij wereldberoemd door een reeks brieven, die hij vanuit de gevangenis geschreven had aan een vriend.

    Het feest van het H. Hart, of het feest van de liefde van Jezus, gaat eigenlijk over iets zeer simpel: het leven van een mens heeft maar zin en waarde door de liefde. Al het andere is van veel minder belang. Uiteindelijk wordt ons maar één ding gevraagd: of wij de liefde hebben of niet. Daarom is het gebedje zo vol inhoud: ‘Heer Jezus, maak ons hart gelijk aan het uwe’.

    Misschien waren we wel eens bij de uitvaart van iemand, over wie niets, maar dan ook helemaal niets te zeggen viel. Misschien kregen we dan het gevoel: wat een onnoemelijke armoede is hier aanwezig, wat een zinloosheid. Hij hield van niemand en niemand hield van hem. Dof, zonder tranen of verdriet zien we, hoe dit leven ten einde is, een einde, waar het zelf misschien wel hevig naar verlangde. Misschien was hij een vrek, of jaloers, of een tiran; hij kende en zocht en wilde alleen maar zichzelf. Hij haatte de anderen en hij gebruikte ze alleen maar voor zijn eigen geluk, dat hij toch nooit vond. Hij bleef alleen. Hij was er voor niemand en niemand was er voor hem.

    En wij kennen ook de begrafenissen waar wij een laatste groet brachten aan een goede moeder of vader, of zelfs een gelukkig en geliefd kind. Daarbij zijn dan allen, die van deze mens liefde hebben ondervonden, die er ook liefde aan geschonken hebben, en wij kunnen niet zwijgen dan: wij moeten de goedheid, de warmte, de tederheid prijzen, die in dit leven zichtbaar was.

    Daarom blijft het feest van het Heilig Hart betekenisvol. Niets, maar dan ook niets, is ons leven waard, zonder de liefde. En de hele zin van het leven is vervuld wanneer het de liefde kent. In het licht van de liefde komt al de rest op de tweede plaats. Wat betekenen geluk en ongeluk, armoede en rijkdom, leven en sterven…buiten het verband van de liefde?

    Wij weten alleen dat juist die liefde, gegeven en gekregen, bepalend is voor de waarde, de zin en de inhoud van ons leven. Het enige waar het op aankomt … en van deze liefde mogen wij geloven, dat zij sterker is dan de dood. En daarom bidden wij: ‘Heer Jezus, maak ons hart gelijk aan het Uwe!’

    (vrij naar Bonnhoeffer Brevier, p. 270, 7 juli)


    Heer, gij kent ons hart,

    Gij weet hoezeer wij verlangen naar vreugde en geluk.

    Als het donker is, zoeken wij naar licht;

    als het koud is, naar warmte;

    zijn we in nood, dan zien we uit

    naar iemand die kan helpen.

    Kom dan in ons bestaan, neem ons bij de hand,

    verwarm ons hart en verlicht ons pad.

    Spreek tot ons uw woord van vrede

    en laat ons geborgen zijn in uw liefde

    die alle begrip te boven gaat.

    AMEN.

    ---

    Geef ons een gemoed dat voor U ontvankelijk is

    Erbarm U over ons streven,

    dat wij onder uw ogen

    in liefde en geloof,

    rechtvaardigheid en ootmoed,

    U mogen volgen,

    in zelftucht en trouw en moed,

    en U ontmoeten in stilte.


    Geef ons een zuiver gemoed,

    dat wij U mogen zien,

    een nederig gemoed,

    dat wij U mogen horen,

    een liefdevol gemoed,

    dat wij U mogen dienen,

    een gelovig gemoed,

    dat wij U mogen loven.


    U, die ik niet ken

    maar aan wie ik toebehoor.

    U, die ik niet begrijp

    maar die mij hebt gewijd

    aan mijn eigen lot.

    U!


    Dag Hammarskjöld,

    voormalig secretaris-generaal van de UNO





    13-06-2010 om 06:40 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    10-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ZALIGE WARDJE POPPE

    ZALIGE WARDJE POPPE

    Vandaag vieren we het feest van Wardje Poppe, zalig verklaard in 1999. Een klein Vlaams mensje maar voor het oog van de wereld, ziekelijk zelfs – hij werd amper 33 jaar – maar een ‘grote heilige’, ook al is hij tot op heden slechts ‘zalig’ verklaard.

    Priester Poppe, zeggen wij meestal, maar eigenlijk hoor ik liever ‘Wardje Poppe’. Ongetwijfeld was hij een goed priester, maar als we van Wardje spreken om hem te benoemen, leggen wij eigenlijk een heel belangrijke klemtoon, die zo gemakkelijk vergeten wordt: om een goed priester te kunnen zijn, is het allereerst en allermeest nodig een goed en nederig mens te zijn, met een hart dat zo boordevol is van liefde dat het er eigenlijk van overloopt.

    De liturgie van zijn feest laat een verscheidenheid van lezingen toe. Maar wellicht is geen stukje evangelie te vinden, dat beter aansluit bij zijn persoon.

    Op een dag jubelde Jezus het uit:

    ‘Ik prijs U, Vader, Heer van hemel en aarde,

    omdat Gij aan kleinen en eenvoudigen hebt laten zien,

    wat Gij voor wijzen en verstandigen verborgen hebt gehouden.

    Ja, Vader, zo hebt Gij het gewild.’


    Daarop richtte Jezus zich tot de omstaanders en zei:

    ‘Kom tot Mij, gij allen, die uitgeput zijt,

    en onder lasten gebukt gaat.

    Ik zal u rust en verlichting schenken.

    Neem mijn juk op uw schouders en wees mijn leerling,

    want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart.

    Zo zult gij rust vinden,

    want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

    (Matteüs 11, 25 – 30)


    Mijn Jezus

    ik geef U mijn handen

    om uw werk te verrichten.


    Ik geef U mijn voeten

    om uw weg te gaan.


    Ik geef U mijn ogen, opdat Gij

    ze zoudt richten en doen stralen

    in uw zachtheid.


    Ik geef U mijn verstand

    om te denken.


    Ik geef U mijn geest

    om in mij te bidden.


    Ik geef U bovenal mijn hart

    om met dat hart uw Hemelse Vader

    te beminnen en alle mensen.


    Laat mij kleiner worden

    en word Gij groter in mij,

    opdat niet ik meer leve,

    niet ik meer werke,

    maar Gij, Almachtige God,

    Zoon van de Hemelse Vader,

    liefdevolle verlosser.


    O Jezus, leef in ons allen.


    Zalige Edward Poppe


    HET IS EEN SCHOON DING

    EEN GOED MENS TE ZIJN

    Frederik Van Eeden

    (P.S. Wegens bezoek uit Brazilië zal deze blog tot eind deze maand minder regelmatig bijgewerkt worden.)





    10-06-2010 om 17:01 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (2)
    09-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CHRISTUS

    CHRISTUS


    Christus, Christus, het wordt hoog tijd.

    De tijd van woorden is voorbij.

    Eeuwigheid staat in de nacht voor de deur.

    Laat je zien nu ik jou heb verloren.

    Sta uit de oude verhalen op

    die thuis in het boek stonden en wees waar,

    hier op de kolkende zee, de broeder

    die zijn vrienden zoekt aan het water,

    magere visser op het meer,

    timmerman van het scheepje van Petrus.

    Maak je los uit de hopen touwen

    voor op het dek en kom naast me staan,

    schreeuwend tegen de stormwind in:

    ‘Kleingelovige, weet je dan niet

    dat ik de stormen kan gebieden?’

    Kom tevoorschijn, ik wil leven,

    hier en nu, want ander leven

    later, vergeef me, vertrouw ik niet.

    Michel van der Plas

    (Over dit gedicht werd op deze blog reeds geschreven op 6 april, 31 mei, 4 en 7 juni)

    De derde strofe dus uit hetzelfde gedicht dat vorige dagen reeds uitvoerig aan bod kwam, en dat mijns inziens, tot op vandaag, één van de mooiste Christus-gedichten blijft, die ooit werden geschreven. Zoals reeds gezegd werd: niet over de historische Jezus, die hier weldoende wandelde op onze aarde, en evenmin over de verrezen, verheerlijkte Christus ‘voor altijd gezeten aan de rechterhand van de Vader’.

    Veel concreter, veel meer levensnabij is het gedicht: hoe kan die man uit Nazareth na zoveel eeuwen nog iets betekenen voor de mens van vandaag. Van der Plas zelf schrijft over dit alles op een zeer persoonlijke wijze. Hij spreekt voortdurend in de ‘ik-vorm’: ‘Jij, man van zo lang geleden, wat kan Jij nog met mijn leven te maken hebben?’

    Het antwoord dat de dichter persoonlijk ervaren heeft is beklijvend en betekenisvol voor vele mensen, althans indien zij niet gedachteloos meelopen met de massa. Over dit laatste – persoonlijk nadenken en niet zomaar klakkeloos kuddelopen – schreef Mark Van de Voorde onlangs:

    We zijn zo graag onszelf, maar we willen o zo graag ergens bijhoren. Het compleet autonome individu bestaat niet, want ook een individualist kan niet zonder de anderen. Daarom is zelfstandig denken, vooral tegen de stroom in, zo moeilijk. Als je niet meebent, hoor je er misschien ook niet bij. We willen wel opvallen maar niet uitvallen. En dus trachten we uit te blinken door mee te doen: door net dat tikkeltje brutaler hetzelfde te zeggen, door net dat beetje opzichtiger hetzelfde te dragen… En het gekke is dat al die anderen die ook zo hun best doen om zichzelf te zijn en zich daarom bij de heersende trend aansluiten, nog geloven ook dat je origineel bent. De originaliteit van de nabootsing is een merkwaardig fenomeen. Het bepaalt veel van wat we doen. Altijd geweest trouwens. Schrijvers die zich in de tijd door gedurfde kapsones lieten opmerken, blijken achteraf gezien niets anders gedaan te hebben dan hardop te zeggen wat toen bon ton was. Jezelf zijn is vaak meer begoocheling dan werkelijkheid. Ook op levensbeschouwelijk vlak.

    (Bron: Mark van de Voorde, RKNieuws.net, Nieuwsbrief van 29 mei 2010)

    Van der Plas loopt niet mee in dat rijtje van de trendy kuddedenkers met grote mond en kleine mening. In tal van beelden geeft hij aan hoe hij, volwassen wordend, heel sterk die ‘nood aan een geloof in Jezus’ in zijn eigen leven ervaren heeft. De eigen ervaring was zijn grootste leerschool om Jezus te herontdekken, want zonder zulk geloof verloor zijn leven elke zin: ‘eeuwigheid staat in de nacht voor de deur’.

    Bovendien moet dit geloof veel meer zijn dan een onnadenkend vastklampen aan mooie woorden, ooit gehoord en ooit geloofd, maar in wezen leeg en zonder inhoud als ze niet gestaafd worden door zelf overwogen ervaringen. Vandaar de schreeuw, die telkens weerkeert in almaar nieuwe beelden: ‘Sta uit de oude verhalen op, die thuis in het boek stonden, en wees waar’. Laat mij nu reeds iets van jou merken, want een belofte van leven, die alleen maar over een ‘leven later’ spreekt, is ongeloofwaardig. Als je werkelijk leeft en ook werkelijk leven geeft, dan moet daar ook hier en nu al iets van zichtbaar en tastbaar worden. Het laatste zinnetje kan verwarring wekken; een oppervlakkige lezing kan de indruk wekken dat de dichter ‘een volkomen leven in volkomen vreugde – later’ afwijst. Niets is minder waar. De dichter zegt enkel op krachtige wijze: als jij, Jezus, zoals mij altijd gezegd werd, de ware innerlijke rust aan mensen schenkt, dan kan dat niet enkel de ‘eeuwige rust’ van het ‘R.I.P.’ zijn, maar dan moet een glimp van die rust en die vrede reeds in mijn aardse leven voelbaar zijn: ‘wees waar, hier op de kolkende zee’.


    'Die Jezus sluimert in mijn achterhoofd.

    Af en toe krijg ik nog een schok van herkenning

    bij een of andere ervaring.

    Dan zeg ik:

    Jezus heeft het, in die of die parabel,

    al begrepen en prachtig gezegd.

    Soms denk ik:

    Hij zal wel liedjes gezongen hebben

    en gekke verhaaltjes verteld hebben aan de kinderen.

    Dag Jezus,

    lieve man,

    liedjeszanger,

    herrieschopper,

    man van vrede.

    Je hebt het leven ontzaglijk doorgrond.'


    Willem Vermandere





    09-06-2010 om 10:02 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    08-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.LICHT IN DE WERELD

    LICHT IN DE WERELD

    In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen:


    Jullie zijn het zout van de aarde.

    Maar als het zout zijn smaak verliest,

    hoe kan het dan weer zout gemaakt worden?

    Het dient nergens meer voor,

    het wordt weggegooid en vertrapt.


    Jullie zijn het licht in de wereld.

    Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.

    Men steekt ook geen lamp aan

    om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten,

    nee, men zet hem op een standaard,

    zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is.

    Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen,

    opdat ze jullie goede daden zien

    en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.

    (Matteüs 5,13-16)

    'Jullie zijn het zout van aarde, jullie zijn het licht in wereld'. Toen ik deze woorden las, dacht ik aan een mailtje, dat ik kreeg ik van een vriend, die bisschop is in Brazilië. Een oude winkelier was om enkele centjes vermoord door 2 jongens van 16, 17 jaar. Meteen was er in het dorpje een grote volkswoede ontstaan, en een aantal mensen hebben deze jongeren meteen gelyncht. Een spiraal van geweld leek losgebroken, met de ene moord na de andere. Gelukkig slaagden enkele mensen erin om de rust te doen weerkeren. Enkele dagen later is er in datzelfde dorpje een vredesmars gehouden: mensen, die opkwamen tegen de toename van het geweld. Mensen van het licht!

    Eigenlijk toont dit alleen maar iets, wat wij allemaal heel goed weten: onze wereld vertoont veel duistere kanten, en is niet zo goed als hij zou kunnen zijn, niet zo goed als God hem gedroomd heeft, en dat is hetzelfde als: niet zo goed als wij hem dromen. Denk maar aan de affiche van Broederlijk Delen heel wat jaren geleden: ‘Stop! Andere wereld!’ Dat is niet alleen zo in Brazilië, maar eigenlijk in heel de wereld, ook bij ons.

    Er zijn voorbeelden te over: kindsoldaten, oorlogen, misdaden, kinderen, die mishandeld worden of ouders die gepest worden door rotverwende kinderen, honger in de wereld … Overal vind je duistere kanten, overal ook vind je kinderen van het licht.

    We moeten daarbij zelf een keuze maken: aan welke kant willen wij staan:

    aan de duistere kant

    of aan de kant van het licht

    aan de kant van hen, die geslagen worden door het leven

    of aan de kant van hen die slagen toebrengen?

    aan de kant van hen die willen helpen bij miserie

    of aan de kant van hen, die verdriet veroorzaken?

    aan de kant van hen, die de wereld willen veranderen en beter maken…

    of aan de kant van hen die alle geweld willen laten voortduren?

    Onze levenswijze is een antwoord: ‘ik wil behoren tot die groep van mensen, die aan de goede kant staan: de kant van de mensen, die licht in wereld willen zijn, of bij hen die duisternis brengen.’

    De oproep van Jezus vandaag is een oproep om licht te brengen, in een wereld, die veel duistere kanten vertoont. Maar deze oproep is ook een waarschuwing. Wij zijn gemakkelijk geneigd om het licht van ons geloof te verbergen. Lang geleden kreeg ik eens drie brieven van leerlingen, uit dezelfde klas, die er over kloegen, dat zij de enigen waren in hun klas, die geloofden. Zij wisten het niet eens van elkaar, zo goed hadden zij hun geloof verborgen gehouden. Laten wij anders zijn, en ons geloof laten stralen. We hoeven ons niet te schamen daarover , er zijn veel grote monden, die beter wat minder zouden bazelen, omdat zij zo weinig te vertellen hebben.

    GOD BEWAAR ONS VOOR GROTE WOORDEN


    God, bewaar ons ervoor

    dat we grote woorden in de mond nemen,

    maar er niet naar handelen.


    Bewaar ons ervoor

    dat we geloven in onze vroomheid,

    maar vergeten dat uw wil moet geschieden.


    Bewaar ons ervoor

    dat we dwaalwegen gaan

    en niet de weg van gerechtigheid en vrede.


    Bewaar ons ervoor

    dat we anderen in de weg staan om U te vinden.


    Bewaar ons ervoor

    en wees ons nabij.


    Bron onbekend





    08-06-2010 om 06:58 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (0 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    07-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.CHRISTUS

    CHRISTUS


    Buiten op zee is hij gestorven,

    roemloos, zonder geschiedenis.

    O, in het donker van storm en regen

    heb ik zijn naam nog geroepen, in doodsangst

    wildweg beloofd al wat ik geleerd had

    te moeten beloven in nood en berouw,

    maar hij was zoek tussen golven en wolken,

    nergens meer tussen hemel en aarde.


    Michel van der Plas

    (Over dit gedicht werd op deze blog reeds geschreven op 6 april, 31 mei en 4 juni)

    De tweede strofe dus uit het gedicht van de vorige dagen. De kindertijd, met zijn warme geborgenheid, met de vanzelfsprekende nabijheid van Jezus ook, heeft – helaas – niet mogen duren. Aan het einde van dat zorgeloze stukje leven kwamen trouwens reeds de eerste twijfels. Was hij meer dan de warmte van binnen, was hij meer dan de reuk van de wassen kaarsen en het twinkelende spel van die vlammetjes, alles zo mooi en zo verleidelijk?

    Plots gaat een wereld open, die veel weider is. Het veilige nest van het besloten gezin breekt open en je gaat op eigen vleugels: ‘binnen’ gaat almaar meer over in ‘buiten’. En ‘buiten op zee is hij gestorven’. Niet als een held op ‘het veld van eer, maar ‘roemloos, zonder geschiedenis’, een naam uit een vroom beduimeld boek, dat eigenlijk weinig meer te bieden had dan een waardeloos vodje papier, kortom wat ongeloofwaardige nonsens, mooi maar niet echt. Want het was mooi toen om dat te mogen geloven, zoals zoveel van toen zo mooi was, maar het was niet waar of echt. Zoals ook Sinterklaas, die goedheilig man, zo mooi was, maar – helaas – niet meer dan een kinderdroom.

    En waar Sinterklaas, ook nadat het geloof in hem niet echt of levend bleek, toch lief en goed bleef, zo is het Jezus niet vergaan. Hij bleek geen ‘mooi bedrog’ meer, maar gemene volksverlakkerij met kwade bedoelingen.

    Het groot geworden kind is met dit alles niet gelukkig. Het huilt om vroeger, het huilt om wat teloor ging en zo deugd deed, terwijl er nu ‘buiten’, in die grote wereld van geleerde mensen en van kwade machten niets is om de leegte te vullen, die overblijft nu hij daar ‘buiten op zee, roemloos en zonder geschiedenis’ gestorven is.

    En zoeken helpt niet, evenmin als beloven, wat dan ook: hij was weg en zijn aftocht was een vertrek met een spoorkaartje ‘enkele reis’. Het was helemaal geen ‘heen en terug’ of alleen maar ‘even weg zijn’. Geen vaarwel en tot ziens, maar ‘adieu’, voor altijd en voor goed. Nergens was hij meer, nergens nog een spoor van hem te vinden.

    De verloren droom van de kindertijd, hoe vaak en door hoevelen bezongen, hier nu sterk verwoord door van der Plas, in de belichting van een geloofscrisis die zoveel jongeren doormaken. Een moeilijke tijd, die puberteit, een tijd ook, die soms wel heel lang kan duren, tot een nieuw evenwicht gevonden wordt, dat de ziel opnieuw die diepe rust schenkt.


    mijn moeder is mijn naam vergeten,
    mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
    Hoe moet ik mij geborgen weten?

    Noem mij, bevestig mijn bestaan,
    laat mijn naam zijn als een keten.
    Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
    o, noem mij bij mijn diepste naam.

    Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

    Neeltje Maria Min





    07-06-2010 om 08:48 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    06-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ALS BROOD, GEGEVEN EN GEBROKEN

    ALS BROOD, GEGEVEN EN GEBROKEN

    Zusters en Broeders,

    Zelf heb ik van de Heer de overlevering ontvangen

    die ik u op mijn beurt heb doorgegeven:

    dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd,

    een brood nam, het dankgebed sprak,

    het brood in stukken brak en zei:

    `Dit is mijn lichaam; het is voor jullie.

    Blijf dit doen om Mij te gedenken.'


    Na de maaltijd zei Hij zo ook van de beker:

    `Deze beker is het nieuwe verbond door mijn bloed.

    Blijf dit doen om Mij te gedenken,

    telkens wanneer jullie eruit drinken.'


    Telkens als u dus dit brood eet en uit de beker drinkt,

    verkondigt u de dood van de Heer totdat Hij komt.

    (uit de eerste brief aan de Korintiërs 11,23-26)

    Vandaag vieren wij dat Jezus in tekenen van brood en wijn bij ons wil blijven. ‘Neemt en eet, dit is mijn lichaam’. Het zijn woorden van intens geloof, niet alleen voor een vrome eucharistie of een stille, intieme aanbidding. Het zijn vooral woorden van geloof die beleefd moeten worden in ons dagelijkse leven.

    Als wij daar niet delen van onszelf, zijn het enkel loze woorden in de wind. Ons hele leven moet doordrongen worden door die woorden van Jezus: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven en gebroken wordt.’

    Sacramentsdag is het feest van Jezus, die gegeven en gebroken wordt: Jezus is zich ten volle bewust van zijn zending en in volle overgave blikt hij vooruit op zijn lijden, zijn kruis, zijn gegevenheid tot het uiterste.

    De oorsprong van dit feest ligt in de woorden van Jezus bij het Laatste Avondmaal. In die zwaar geladen sfeer van het laatste samenzijn werden zij voor het eerst uitgesproken. We kennen de feiten: Jezus nam wat brood, en brak het, en gaf een stuk aan elkeen. We kennen ook de woorden: ‘Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven en gebroken wordt’.

    Toen Jezus deze woorden sprak, dacht hij aan de komende uren: ‘wat ik hier met dit brood doe – breken en delen – dat zal nu ook met mij gebeuren’. In een simpel gebaar toont Jezus: ‘Ik zal gemarteld worden en gekruisigd. Ik zal gegeven en gebroken worden totterdood. Want hiertoe ben ik in de wereld gekomen, niet zomaar, maar ‘opdat alle mensen leven zouden hebben, en wel leven in overvloed’.

    Het gebroken brood zegt ons nog meer. Ook jullie zijn hiertoe geroepen. Als je ten einde toe mijn weg wil gaan, als je echt wil leven voor het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zal geen aardse roem je deel zijn. Wat de machten van het kwaad met Mij gaan doen, zal ook met jullie gebeuren. Dat vraag ik jullie: om ten einde toe mijn weg te gaan, gegeven en gebroken. Opdat ooit de gerechtigheid van God het moge halen op de machten van kwaad en onrecht, die zo welig tieren. Opdat mensen, die arm zijn, hier en elders, wereldwijd, leven mogen vinden in overvloed.

    Zo is Sacramentsdag en eigenlijk elke eucharistie een bewogen herinnering aan wat toen gebeurd is. Maar er is meer: in elke eucharistie aanvaarden wij, in volle overgave, hoe schamel wij ook zijn, telkens opnieuw onze eigen roeping om zo te leven: Hem achterna. Desnoods gegeven en gebroken.


    Er was eens een grote groep mensen bijeen gekomen

    en toen riep Jezus zijn leerlingen bij zich en zei:

    ‘Ik heb zo te doen met die mensen.’


    Met mensen begaan zijn,

    ermee te doen hebben,

    ze niet uit je hart kwijt geraken,

    zoeken wat je voor hen kan doen…

    zo was zijn houding,

    zo heeft Hij het voorgeleefd.


    Hij zorgde dat ze te eten hadden,

    want er waren erbij die van heel ver kwamen,

    Hij zorgde dat ze leven konden

    en niet van brood alleen.


    Wij vragen ons soms af

    wat wij moeten doen

    om als mens, als christen, te leven.


    Wie echt met de mensen begaan is,

    zal ingaan op Gods wil

    die voor zijn voeten ligt

    en het uitschreeuwt:

    laat ze niet in de steek.


    naar Ward Bruyninckx





    06-06-2010 om 06:14 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)
    05-06-2010
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.TWEE PENNINGSKES VAN GANSER HARTE

    TWEE PENNINGSKES VAN GANSER HARTE

    In zijn onderricht ging Jezus verder:

    ‘Pas op voor de schriftgeleerden,

    die graag in plechtige gewaden rondlopen

    en graag gegroet worden op de markt.

    Ze zijn belust op de voornaamste zetels in de synagoge,

    en op de ereplaats bij het feestmaal.


    Die mensen zijn het,

    die de huizen van de weduwen verslinden

    en voor de schijn lange gebeden opzeggen.

    Over hen zal een bijzonder streng oordeel geveld worden.’


    Hij ging tegenover de offerkist zitten

    en keek toe hoe de menigte er kopergeld in wierp.

    Hij zag ook dat veel rijken er veel in gooiden.

    Er kwam ook een arme weduwe, die er twee muntjes in gooide,

    ter waarde van een cent.

    Hij riep nu zijn leerlingen bij zich en zei tegen hen:

    ‘Ik verzeker jullie,

    die arme weduwe offerde meer dan al die anderen.

    Want allemaal gooiden ze er iets in van hun overvloed,

    maar zij gaf van haar armoede

    alles wat ze had, alles waar ze van moest leven.’

    (Marcus 12,38-44)


    Jezus stelt de verwaandheid en de schone schijn van heel wat hooggeplaatste dames en heren naast het gedrag van een arme weduwe, die door en door nederig en bescheiden is. Eens te meer spreekt Hij harde woorden over de tomeloze zucht naar macht en de blinde drift naar eer en voordeel, van zovelen, die zich meer en beter achten dan de andere, gewone mensen. Maar ontroerend teder en liefdevol zijn zijn woorden over de mildheid van een kleine vrouw zonder aanzien. Die woorden werden niet door iedereen in dank aanvaard.

    Liefde kan echt gemeend of vals zijn. Gaat het om sentiment, dat zichzelf koestert, of is er sprake van liefde, die belangeloos en zelfvergeten is? Zo is het met de twee penningskes van die kleine weduwe. Dit ontroerend gebaar staat los van elk sentiment, maar is een liefde, die zichzelf vergeet voor God en de medemens.

    De gezindheid waarmee wij geven, heeft meer belang dan de omvang of de grootte. Ouders zijn vertederd door het veldbloempje of de tekening van hun kind omwille van de liefde die erin steekt. De liefde, die in een gebaar vervat ligt, maakt de rest bijkomstig. Wie mee leeft, mee voelt en mee lijdt, zit niet te rekenen en meet zijn mildheid niet af. Zo iemand kan ook iets afstaan van wat hij zelf nodig heeft.

    Dat kan weer wereldvreemd en bovenmenselijk lijken, maar het is niet zo. Godsdienst is geen topsport voor supermensen. Jezus is niet uit op sensatie: hij spreekt voor gewone mensen. Zelf moeten we eerlijk nagaan wat we aankunnen. Deze oproep van liefde geldt niet alleen voor elk van ons apart: ook als kerk moeten wij ons kritisch durven bevragen. Getuigen wij, als Kerk, genoeg van het Woord van God, dat leven geeft, of vergeten wij dat Woord, en zijn wij bezig met diplomatie, berekening en aardse zekerheden?

    Er zijn ontzettend veel goede mensen, doorgaans ongezien, die in hun dagelijkse leven echt kerk zijn. Maar het blijft een feit dat vele mensen het moeilijk hebben met die Kerk, omwille van haar macht, rijkdom, diplomatie en berekening. Die grote Kerk kunnen wij niet veranderen; het stukje kerk dat wij zelf zijn, daar hebben wij wel greep op. Laten wij proberen zelf als echte gelovigen te leven, in alle eenvoud en zonder veel grote woorden.


    Het lied van de weduwe


    Heel schuw en kleintjes komt zij aan,

    het vrouwtje in het zwart,

    dat bij de offerkist gaat staan,

    met rijkdom in haar hart.


    De dure dame en de hoge heer

    gaan rinkelend voorbij,

    ze kijken zuinig op haar neer

    en duwen haar opzij.


    Maar 't wordt nog overal verteld

    hoe 't muntje dat zij stort,

    het niet te horen kleine geld,

    haar eer en glorie wordt.


    Wat zij daar van haar armoe geeft,

    God maakt het duizendvoud,

    want het is alles wat zij heeft:

    haar penning wordt van goud.


    Daar staat ze met haar stille lach,

    na zoveel honderd jaar,

    en daarom klinkt op deze dag

    van ons dit lied voor haar.


    Michel van der Plas


    HET IS GOED BELANGRIJK TE ZIJN,

    MAAR HET IS BELANGRIJKER

    OM GOED TE ZIJN.





    05-06-2010 om 06:47 geschreven door Omer

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (2 Stemmen)
    Categorie:Dagboek/bedenkingen
    >> Reageer (0)


    Archief per week
  • 11/12-17/12 2023
  • 04/12-10/12 2023
  • 27/11-03/12 2023
  • 20/11-26/11 2023
  • 13/11-19/11 2023
  • 28/08-03/09 2023
  • 21/08-27/08 2023
  • 31/07-06/08 2023
  • 10/07-16/07 2023
  • 19/06-25/06 2023
  • 12/06-18/06 2023
  • 29/05-04/06 2023
  • 22/05-28/05 2023
  • 15/05-21/05 2023
  • 08/05-14/05 2023
  • 01/05-07/05 2023
  • 24/04-30/04 2023
  • 17/04-23/04 2023
  • 10/04-16/04 2023
  • 03/04-09/04 2023
  • 27/03-02/04 2023
  • 20/03-26/03 2023
  • 13/03-19/03 2023
  • 06/03-12/03 2023
  • 20/02-26/02 2023
  • 13/02-19/02 2023
  • 06/02-12/02 2023
  • 30/01-05/02 2023
  • 23/01-29/01 2023
  • 09/01-15/01 2023
  • 26/12-01/01 2023
  • 19/12-25/12 2022
  • 12/12-18/12 2022
  • 05/12-11/12 2022
  • 28/11-04/12 2022
  • 17/10-23/10 2022
  • 29/08-04/09 2022
  • 06/06-12/06 2022
  • 30/05-05/06 2022
  • 23/05-29/05 2022
  • 14/02-20/02 2022
  • 27/12-02/01 2022
  • 20/12-26/12 2021
  • 13/12-19/12 2021
  • 06/12-12/12 2021
  • 29/11-05/12 2021
  • 22/11-28/11 2021
  • 01/11-07/11 2021
  • 11/10-17/10 2021
  • 04/10-10/10 2021
  • 27/09-03/10 2021
  • 17/05-23/05 2021
  • 03/05-09/05 2021
  • 26/04-02/05 2021
  • 01/03-07/03 2021
  • 22/02-28/02 2021
  • 08/02-14/02 2021
  • 01/02-07/02 2021
  • 25/01-31/01 2021
  • 18/01-24/01 2021
  • 11/01-17/01 2021
  • 04/01-10/01 2021
  • 28/12-03/01 2027
  • 10/08-16/08 2020
  • 03/08-09/08 2020
  • 27/07-02/08 2020
  • 13/07-19/07 2020
  • 06/07-12/07 2020
  • 22/06-28/06 2020
  • 15/06-21/06 2020
  • 08/06-14/06 2020
  • 01/06-07/06 2020
  • 25/05-31/05 2020
  • 18/05-24/05 2020
  • 11/05-17/05 2020
  • 04/05-10/05 2020
  • 27/04-03/05 2020
  • 20/04-26/04 2020
  • 13/04-19/04 2020
  • 06/04-12/04 2020
  • 23/03-29/03 2020
  • 16/03-22/03 2020
  • 09/03-15/03 2020
  • 02/03-08/03 2020
  • 24/02-01/03 2020
  • 17/02-23/02 2020
  • 10/02-16/02 2020
  • 03/02-09/02 2020
  • 27/01-02/02 2020
  • 20/01-26/01 2020
  • 13/01-19/01 2020
  • 06/01-12/01 2020
  • 30/12-05/01 2020
  • 23/12-29/12 2019
  • 16/12-22/12 2019
  • 09/12-15/12 2019
  • 02/12-08/12 2019
  • 25/11-01/12 2019
  • 18/11-24/11 2019
  • 11/11-17/11 2019
  • 04/11-10/11 2019
  • 28/10-03/11 2019
  • 21/10-27/10 2019
  • 14/10-20/10 2019
  • 07/10-13/10 2019
  • 30/09-06/10 2019
  • 23/09-29/09 2019
  • 16/09-22/09 2019
  • 09/09-15/09 2019
  • 05/08-11/08 2019
  • 29/07-04/08 2019
  • 22/07-28/07 2019
  • 15/07-21/07 2019
  • 08/07-14/07 2019
  • 01/07-07/07 2019
  • 17/06-23/06 2019
  • 10/06-16/06 2019
  • 03/06-09/06 2019
  • 27/05-02/06 2019
  • 20/05-26/05 2019
  • 13/05-19/05 2019
  • 06/05-12/05 2019
  • 29/04-05/05 2019
  • 22/04-28/04 2019
  • 15/04-21/04 2019
  • 08/04-14/04 2019
  • 14/01-20/01 2019
  • 07/01-13/01 2019
  • 31/12-06/01 2019
  • 24/12-30/12 2018
  • 17/12-23/12 2018
  • 10/12-16/12 2018
  • 03/12-09/12 2018
  • 26/11-02/12 2018
  • 19/11-25/11 2018
  • 12/11-18/11 2018
  • 05/11-11/11 2018
  • 29/10-04/11 2018
  • 22/10-28/10 2018
  • 15/10-21/10 2018
  • 08/10-14/10 2018
  • 01/10-07/10 2018
  • 24/09-30/09 2018
  • 17/09-23/09 2018
  • 10/09-16/09 2018
  • 03/09-09/09 2018
  • 27/08-02/09 2018
  • 20/08-26/08 2018
  • 13/08-19/08 2018
  • 06/08-12/08 2018
  • 30/07-05/08 2018
  • 23/07-29/07 2018
  • 16/07-22/07 2018
  • 09/07-15/07 2018
  • 02/07-08/07 2018
  • 25/06-01/07 2018
  • 18/06-24/06 2018
  • 11/06-17/06 2018
  • 04/06-10/06 2018
  • 28/05-03/06 2018
  • 21/05-27/05 2018
  • 14/05-20/05 2018
  • 30/04-06/05 2018
  • 23/04-29/04 2018
  • 16/04-22/04 2018
  • 09/04-15/04 2018
  • 02/04-08/04 2018
  • 26/03-01/04 2018
  • 19/03-25/03 2018
  • 12/03-18/03 2018
  • 05/03-11/03 2018
  • 26/02-04/03 2018
  • 19/02-25/02 2018
  • 12/02-18/02 2018
  • 05/02-11/02 2018
  • 15/01-21/01 2018
  • 08/01-14/01 2018
  • 01/01-07/01 2018
  • 25/12-31/12 2017
  • 18/12-24/12 2017
  • 11/12-17/12 2017
  • 04/12-10/12 2017
  • 27/11-03/12 2017
  • 20/11-26/11 2017
  • 13/11-19/11 2017
  • 06/11-12/11 2017
  • 30/10-05/11 2017
  • 23/10-29/10 2017
  • 16/10-22/10 2017
  • 09/10-15/10 2017
  • 02/10-08/10 2017
  • 25/09-01/10 2017
  • 18/09-24/09 2017
  • 11/09-17/09 2017
  • 04/09-10/09 2017
  • 28/08-03/09 2017
  • 14/08-20/08 2017
  • 07/08-13/08 2017
  • 31/07-06/08 2017
  • 24/07-30/07 2017
  • 03/07-09/07 2017
  • 26/06-02/07 2017
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 25/12-31/12 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2021
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 29/12-04/01 2015
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 30/12-05/01 2014
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 04/11-10/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013
  • 07/10-13/10 2013
  • 30/09-06/10 2013
  • 23/09-29/09 2013
  • 16/09-22/09 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 02/09-08/09 2013
  • 26/08-01/09 2013
  • 19/08-25/08 2013
  • 12/08-18/08 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 22/07-28/07 2013
  • 15/07-21/07 2013
  • 08/07-14/07 2013
  • 01/07-07/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 03/06-09/06 2013
  • 27/05-02/06 2013
  • 20/05-26/05 2013
  • 13/05-19/05 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 22/04-28/04 2013
  • 15/04-21/04 2013
  • 08/04-14/04 2013
  • 01/04-07/04 2013
  • 25/03-31/03 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 11/03-17/03 2013
  • 04/03-10/03 2013
  • 25/02-03/03 2013
  • 18/02-24/02 2013
  • 11/02-17/02 2013
  • 04/02-10/02 2013
  • 28/01-03/02 2013
  • 21/01-27/01 2013
  • 14/01-20/01 2013
  • 07/01-13/01 2013
  • 31/12-06/01 2013
  • 24/12-30/12 2012
  • 17/12-23/12 2012
  • 10/12-16/12 2012
  • 03/12-09/12 2012
  • 26/11-02/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 12/11-18/11 2012
  • 05/11-11/11 2012
  • 29/10-04/11 2012
  • 22/10-28/10 2012
  • 15/10-21/10 2012
  • 08/10-14/10 2012
  • 01/10-07/10 2012
  • 24/09-30/09 2012
  • 17/09-23/09 2012
  • 10/09-16/09 2012
  • 03/09-09/09 2012
  • 27/08-02/09 2012
  • 06/08-12/08 2012
  • 30/07-05/08 2012
  • 23/07-29/07 2012
  • 16/07-22/07 2012
  • 09/07-15/07 2012
  • 02/07-08/07 2012
  • 25/06-01/07 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 11/06-17/06 2012
  • 04/06-10/06 2012
  • 28/05-03/06 2012
  • 21/05-27/05 2012
  • 14/05-20/05 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 23/04-29/04 2012
  • 16/04-22/04 2012
  • 09/04-15/04 2012
  • 02/04-08/04 2012
  • 26/03-01/04 2012
  • 19/03-25/03 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/03-11/03 2012
  • 27/02-04/03 2012
  • 20/02-26/02 2012
  • 13/02-19/02 2012
  • 09/01-15/01 2012
  • 02/01-08/01 2012
  • 26/12-01/01 2012
  • 19/12-25/12 2011
  • 12/12-18/12 2011
  • 05/12-11/12 2011
  • 28/11-04/12 2011
  • 21/11-27/11 2011
  • 14/11-20/11 2011
  • 07/11-13/11 2011
  • 31/10-06/11 2011
  • 24/10-30/10 2011
  • 17/10-23/10 2011
  • 10/10-16/10 2011
  • 03/10-09/10 2011
  • 26/09-02/10 2011
  • 19/09-25/09 2011
  • 12/09-18/09 2011
  • 05/09-11/09 2011
  • 29/08-04/09 2011
  • 22/08-28/08 2011
  • 15/08-21/08 2011
  • 08/08-14/08 2011
  • 01/08-07/08 2011
  • 25/07-31/07 2011
  • 18/07-24/07 2011
  • 11/07-17/07 2011
  • 04/07-10/07 2011
  • 27/06-03/07 2011
  • 20/06-26/06 2011
  • 13/06-19/06 2011
  • 06/06-12/06 2011
  • 30/05-05/06 2011
  • 23/05-29/05 2011
  • 16/05-22/05 2011
  • 09/05-15/05 2011
  • 02/05-08/05 2011
  • 25/04-01/05 2011
  • 18/04-24/04 2011
  • 11/04-17/04 2011
  • 04/04-10/04 2011
  • 28/03-03/04 2011
  • 21/03-27/03 2011
  • 14/03-20/03 2011
  • 07/03-13/03 2011
  • 28/02-06/03 2011
  • 21/02-27/02 2011
  • 31/01-06/02 2011
  • 24/01-30/01 2011
  • 17/01-23/01 2011
  • 10/01-16/01 2011
  • 03/01-09/01 2011
  • 26/12-01/01 2012
  • 20/12-26/12 2010
  • 13/12-19/12 2010
  • 06/12-12/12 2010
  • 29/11-05/12 2010
  • 22/11-28/11 2010
  • 15/11-21/11 2010
  • 08/11-14/11 2010
  • 01/11-07/11 2010
  • 25/10-31/10 2010
  • 18/10-24/10 2010
  • 11/10-17/10 2010
  • 04/10-10/10 2010
  • 27/09-03/10 2010
  • 20/09-26/09 2010
  • 13/09-19/09 2010
  • 06/09-12/09 2010
  • 30/08-05/09 2010
  • 02/08-08/08 2010
  • 26/07-01/08 2010
  • 19/07-25/07 2010
  • 12/07-18/07 2010
  • 05/07-11/07 2010
  • 28/06-04/07 2010
  • 21/06-27/06 2010
  • 14/06-20/06 2010
  • 07/06-13/06 2010
  • 31/05-06/06 2010
  • 24/05-30/05 2010
  • 17/05-23/05 2010
  • 10/05-16/05 2010
  • 03/05-09/05 2010
  • 26/04-02/05 2010
  • 19/04-25/04 2010
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 11/01-17/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 28/11-04/12 -0001

    Blog als favoriet !

    Categorieën
  • Dagboek/bedenkingen (1617)


  • Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!