A LA RECHERCHE
Tijd is wat langzaam zoek raakt
in plooien; onder behang dat opduikt
in een scheur in oud behang.
Tijd is wat langzaam wegreuzelt
in herbaria, in Griekse grammatica,
in kisten op lang niet meer betreden
jongenskamers. Tijd is wat staat als
een stolp op de polder. De ingedijkte,
ingepende polder van een zomerdag.
Soms is tijd een zomerdag die eirond,
als een dooier, wegzinkt. In de tijde-
loosheid van een ansicht, een gedicht.
Frans Deschoenmaeker







|