Tevens vertolkte zij een compositie van McCartney (officieel een Lennon/McCartney track), met de titel "Goodbye", welke hij eveneens produceerde.
Hopkin vertegenwoordigde Groot-Brittannië tijdens het Eurovisiesongfestival in 1970 en bereikte met het liedje "Knock Knock Who's There" een tweede plaats.
Mary bracht een drietal lp's uit op het APPLE label; Postcard, Earth Song Ocean Song en Those were the Days.
In 1971 trouwde Hopkin met platenproducent Tony Visconti. Zij zong daarna veel minder om voldoende tijd te hebben voor haar gezin. In 1981 zijn Hopkin en Visconti gescheiden.
Roderick David (Rod) Stewart (Londen, 10 januari1945) is een Britse rockzanger bekend om zijn rauwe bluesy stem. Hij wordt de witte met de zwarte stem genoemd of ook wel eens de laatste "song and dance man" vanwege zijn podiumpersoonlijkheid.
Rod Stewart is CBE (Commander of the order of The British Empire), een onderscheiding die hij met kerst 2006 (New Year's Honours) kreeg uitgereikt door Elizabeth II voor zijn culturele en artistieke verdiensten aan het Verenigd Koninkrijk. Hij is ook opgenomen in de Rock & Roll Hall of Fame.
Op jonge leeftijd wilde Stewart voetballer worden en kwam terecht bij Brentford F.C.. Rod had gedurende deze tijd meerdere baantjes, waarvoor geen speciale vaardigheden vereist waren en werkte als grafdelver, afrasteringenbouwer en bezorger. Hij schakelde al snel over naar een carrière in de muziek en sloot zich begin jaren zestig bij de folkzanger Wizz Jones als straatzanger aan. Rod, Wizz en company reisden door Europa tot ze in Spanje gearresteerd werden wegens landloperij en omdat er vastgesteld werd dat hun paspoorten verlopen waren, werden ze al spoedig Spanje uitgezet en teruggestuurd naar Engeland.
"Every Picture Tells a Story" uit 1971 betekende de echt grote doorbraak voor Rod Stewart en vanaf dat moment genoot hij internationale bekendheid. Toen het B-kantje Maggie May vaak op de radio werd gedraaid kreeg hij met het album en de single gelijktijdig een nummer 1 in de Verenigde Staten en in Groot-Brittannië, iets dat in de geschiedenis van de populaire muziek nooit eerder was voorgekomen en sindsdien nog door niemand is geëvenaard.
Het album "Every Picture Tells A Story" is opgenomen in de befaamde "Rock & Roll Hall of Fame" en bekleedt daar de zeventiende plaats in de top 500 van albums die de meeste invloed en verandering hebben teweeggebracht in de twintigste eeuw.
"A Nod's As Good As A Wink To A Blind Horse", ook al uit 1971, bracht The Faces in deze tijd hun enige top 10-hit in de VS met het nummer Stay with me. In 1972 verscheen "Never A Dull Moment", Stewarts vierde soloalbum. Samen met The Faces bracht hij ook nog eens "Ooh La La" uit waarop enkele nummers van de hand van Ronnie Lane. "Sing It Again", de verzamelaar uit 1973 had onvoldoende ruimte om alle hits van de vier eerste soloalbums te herbergen. The Faces brachten dat jaar ook een verzamelaar uit, "Snakes And Ladders", waarop hun laatste nummer 1-hit in het Verenigd Koninkrijk, "Pool Hall Richard" echter waren ze toch de populairste liveband in het Verenigd Koninkrijk tot ze in 1974 uit elkaar gingen. Cindy Incidentally en Pool Hall Richard stonden er weken op de eerste plaats. In 1974 brachten The Faces ook nog "Coast To Coast-Averture and Beginners" uit, een livealbum.
Succesrijke soloperiode
1974 betekende voor Stewart ook zijn laatste soloalbum voor Mercury Records, het uit "Smiler" gesponnen lied "Farewell" was niet toevallig vermits Rod de grote stap over de Atlantische Oceaan reeds plande en zijn creatiefste periode uit zijn leven afsloot om te beginnen aan zijn "lucratiefste". Het grote geld ging nu pas komen. In 1975 werd de verzamelaar van The Faces, "Snakes and Ladders" heruitgebracht in het zog van het succes van "Atlantic Crossings", het eerste soloalbum bij Warner Bros/Atlantic.
De albums "An Old Raincoat", "Gasoline Alley", "Never A Dull Moment", "Smiler", "A Nod's As Good As A Wink To A Blind Horse" en "Ooh La La" kunnen gezien worden als belangrijke rockalbums.
Na de periode, waarin Rod Stewart op zijn populairst was, volgde niet zijn creatiefste. Hij had intussen onderdak gevonden bij "Warner Bros, Atlantic". Zijn contract hield in dat alle rechten op zijn songs totaal in eigen handen bleven, Warner streek enkel procenten op voor de verkoop van platen en niet voor auteursrechten, waardoor Warner zich natuurlijk dubbel zo hard inspande voor de promotie van Rods platen. Sailing uit "Atlantic Crossings" (1975), en Tonight's The Night uit "A Night On The Town", dat zestien weken op nummer 1 stond in de Amerikaanse Billboard in 1976. Uit "Footloose And Fancy Free" (1977) stamt de rocker "Hot Legs.
Aan het eind van 1978 uit het album "Blonds Have More Fun" had hij nog een hit met het nummer Do Ya Think I'm Sexy?, waarschijnlijk het meest verguisde nummer uit zijn carrière, dat een nummer 1-hit werd over de hele wereld. Het bracht Stewart echter financieel niks op, want alle rechten werden geschonken aan het kinderfonds van Unicef.
Jaren 80
1980 bracht nog het album "Foolish Behaviour", 1981 "Tonight I'm Your's" en in 1982 het dubbele livealbum "Absolutely Live" waar hij Tina Turner opnieuw aan het grote publiek voorstelde. Het optreden in de L.A.Forum bezorgde Tina Turner de start van haar comeback en bevestigde Rod Stewart als een van de grootste rockperformers aller tijden. Uit de tachtiger jaren herinneren we nog de albums "Body Wishes", 1983, "Camouflage", 1985, en dan weer hoopgevend "Every Beat Of My Heart", 1986, "Out Of Order", 1988, waarin hij weer helemaal terug was met de massieve hit "Infatuation". 1989 bracht de vierdelige verzamelaar "Storyteller".
Jaren 90
Daarna nam zijn productiviteit wat af en stond hij meer bekend als rockster, dan om zijn muzikale talent. Uit die periode de kwamen twee rocksongs Hot Legs en Foolish Behaviour, niet te vergeten "I Was Only Joking" een zelfreflectie met de nodige humor en emotie.
In 1993 nam hij samen met Sting en Bryan Adams de hit All for Love op voor de film The Three Musketeers. Dit werd door sommige fans als een groter dieptepunt dan "Do Ya Think I'm Sexy" in zijn carrière gezien.
Rod Stewart gaf in 1994 een gratis concert op het strand van Copacabana, dat meer dan 3,5 miljoen bezoekers trok. Dit werd vermeld in het Guinness Book of Records. Er moet bij worden gezegd dat het ook New Year's Eve (Oudejaarsavond, 31 december) was en alle mensen die op het strand aanwezig waren en feestvierden werden meegeteld.
In 2002 keerde Rod terug in de top van de albumlijsten met It Had To Be You, een verzameling van oude klassiekers van Cole Porter tot Nat King Cole uit de jaren '20 en '30 . De verkoop staat op 4.200.000 exemplaren wat een unicum is in de jaren van downloaden. Geen enkele andere artiest van zijn generatie heeft hem dit nagedaan.
Eind 2003 keert hij weer terug met het album As Time Goes By waarmee hij de tweede plaats bezet in de Amerikaanse en de Canadese en de eerste in de Australische albumhitlijst in november 2003.
2004 luidt voor Rod Stewart, financieel, het meest succesvolle jaar in zijn lange carrière tot nu toe in. Hij gaat op tournee in de Verenigde Staten en Canada met een volledig uitverkochte stadiontournee die loopt van januari tot augustus, getiteld "From Maggy May to the Great American Songbook". De show bestaat uit twee delen: een eerste deel van goed anderhalf uur rock, en afsluitend een half uur Amerikaanse klassiekers. Rod krijgt voor iedere avond, gemiddeld 22 avonden per maand en dit voor acht maanden, een miljoen Amerikaanse dollars binnen.
Na de tour zal Rod samen met Ronnie Wood in de studio duiken voor de afwerking van hun album "You'll Strut, I'll Sing".
19 oktober 2004 verscheen de derde en laatste in de serie Great American Songbooks, genaamd "Stardust", dat meteen doorstoot naar de nummer 1-positie in de Amerikaanse albumcharts. Gasten zijn onder andere Eric Clapton, Stevie Wonder en Dolly Parton.
Paul Cook en Steve Jones van de Sex Pistols hebben jaren na hun punkglorie toegegeven dat het nummer Pool Hall Richard (1973) van de hand van Rod Stewart en Ron Wood voor hun de eerste echte Britse punk-song was, de tekst Bang go the Queen, she's so obscene, her hands are dirty but her image clean, Pool Hall Richard, kid you're wicked, whe now! zegt genoeg.
Privéleven
Rod Stewart is tweemaal getrouwd geweest en gaat na de scheiding van zijn tweede vrouw voor de derde keer in het huwelijksbootje stappen. Hij heeft zeven kinderen.
Zijn eerste kind is zijn dochter Sarah Thubron (41 jaar), ze was het resultaat van een tienerromance. De moeder is Susannah Boffey. Toen Sarah geboren werd was Rod 18 jaar.
Als hij van Rachel Hunter gescheiden is, wil hij voor de derde keer gaan trouwen, en wel met Penny Lancaster. Op 26 mei2005 werd bekend dat Penny in verwachting is. Op 27 november 2005 werd zijn derde zoon geboren, Alastair. Op 16 juni 2007 is Rod getrouwd met Penny Lancaster in La Cervara nabij Portofino, Italië. Op de bruiloft waren ongeveer 100 familieleden en vrienden getuige van hun huwelijk. De receptie vond plaats in Santa Margherita alwaar men uitzicht had over de kust. Diner, feest en vuurwerk duurden tot in de kleine uurtjes toen het bruidspaar, dat erin slaagde hun speciale dag privé te houden, vertrokken voor een Mediterriaanse vakantie.
Als zoon van een predikant krijgt hij de eerste zangervaringen in het kerkkoor. Hij studeert eerst psychologie aan het Ripon College, waar hij 's avonds optreedt in een zanggroep genaamd "The Indigos". In 1962 studeert hij af, en gaat hij "Vocational Rehabilitation" studeren aan de Universiteit van Iowa. Hierna gaat hij werken als welzijnswerker, maar later besluit hij professioneel zanger te worden. In Californië treedt hij met een jazztrio, onder leiding van George Duke, op in kleine clubs. Zijn eerste album wordt in 1965 uitgebracht. Eind jaren zestig doet hij enkele tv-optredens, waaronder bij Johnny Carson.
In 1975 wordt hij ontdekt door een talentscout van Warner Brothers. Datzelfde jaar wordt het album We Got By uitgebracht. Het album wordt goed ontvangen door critici en geeft hem internationale faam. Ook Glow uit 1976, zijn tweede album, doet het goed. Al Jarreau breekt pas echt door met zijn derde album, Look to the Rainbow uit 1977 waarop onder andere een uitvoering van "Take Five" staat. Breakin' Away (1981) is zijn best verkochte album. Op dit album staat de hit "Roof Garden" en staat het nummer "We're in This Love Together".
In 2007 neemt Al Jarreau het legendarische album "Givin it up" met George Benson op. Op dit album zingt ook Paul McCartney twee nummers mee. Hiermee worden volgens volgers vele muziekgrenzen beslecht. Gezamenlijk maken Al Jarreau en George Benson in 2008 een wereldtournee en doen ook Azië (o.a. Bangkok in Thailand) aan.
Eitzel bracht zijn jeugdjaren door in Okinawa, Taiwan, en het Verenigd Koninkrijk. Hij verhuisde naar de Verenigde Staten in 1979.
Hij begon als tiener muziek te maken in het Engelse Southampton. Hij hield van punkrock. Zijn eerste groep was punkband Cowboys. In 1980 werd een single op de markt gegooid. Zijn tweede groep kreeg de naamThe Naked Skinnies en weer bleef hun werk beperkt tot het uitbrengen van één single. Kort hierna werd ook deze groep ontbonden. Eitzel vormde American Music Club (AMC) in San Francisco in 1982. Deze keer was het raak en er werd opgetreden en nieuw materiaal uitgebracht, gedurende de volgende twaalf jaren. Daarnaast zong Mark Eitzel ook bij San Francisco's Toiling Midgets. Hij waagde zich echter steeds vaker aan solo-werk.
Meer muziek kwam er in 2001 met een lichte voorkeur voor electronica in The Invisible Man. In 2002 startte hij vervolgens met twee cover-projecten Music for Courage en Confidence. Hij zette zijn weg verder met The Ugly American, een album dat veel materiaal bevatte van American Music Club. Hij zong zijn liedjes met de hulp van Griekse muzikanten
American Music Club werd in 2003 opnieuw een succesvolle band en men kon de optredens in Europa en de Verenigde Staten nauwelijks bijhouden. In 2005 niettemin konden we hem weer solo beluisteren met Candy Ass.
Zijn nieuwste album werd uitgebracht in oktober 2009. Mark Eitzel is momenteel aan het toeren met begeleiding van een pianist.
Luv' (1978-1981, 1989-1993, 2005-) is een Nederlandse meidenpopband uit de jaren '70 en '80, die vooral vrolijke discodeuntjes op het repertoire had staan.
De band wordt in 1976 opgericht door de producerHans van Hemert. Samem met componist Piet Souer en manager Han Meijer schrijft hij het nummer My man dat hij het jaar daarop laat inzingen door drie op uitstraling bij elkaar gezochte dames, de roodharige José Hoebee, de blondine Marga Scheide en de donkerharige Patty Brard. Het liedje is serieus van toon, en gaat over een spoorwegmedewerker die wordt doodgeschoten. Het nummer haalt de hogere regionen van zowel de Belgische als de Nederlandse hitparade. De opvolger Dream wordt echter geen succes.
Het jaar daarop gooit Luv' het over een andere boeg. In 1978 moet Hans van Hemert zorgen voor de titelsong van de komische VPRO-serie Het Is Weer Zo Laat (Waldolala) met Dolf Brouwers (Waldo van Dungen) als louche nachtclubeigenaar. De dames van Luv' worden ingezet en zingen het vrolijke U.O. me (you owe me) met als subtitel You're very welcome in Waldolala. Deze titelsong slaat onmiddellijk aan in de hele Benelux en de weg is geopend voor verdere hits. De eerste nummer-1-hit van de dames wordt You're the greatest lover, gevolgd door een tweede: Trojan horse. Hierna volgen nog een aantal grote hits tot begin jaren '80.
Ook in het buitenland, Zwitserland, Engeland, Duitsland en Frankrijk, blijkt hun muziek aan te slaan. Jonathan King neemt een coverversie op van You're the greatest lover. Wanneer ze enkele nummers van hun derde album ook in het Spaans inzingen, weten ze hits te behalen in Spaanstalige landen. In Nederland worden in navolging meidengroepen als de Dolly Dots en Babe opgericht.
Patty Brard verlaat Luv' in 1980. Haar plaats wordt ingenomen door Ria Tielsch. De nieuwe bezetting produceert een vierde album, wat uiteindelijk hun voorlopig laatste blijkt te zijn. Over de plaat wordt door sommigen wel beweerd dat niet Ria, maar Patty nog te horen is op het album. Ria staat echter op de hoes.
Van 1989 tot 1993 hebben ze een tijdelijke comeback met enkele bescheiden hitjes.
In 2005 kwam de groep in de originele bezetting nog een keer bij elkaar, voor een optreden tijdens het 40-jarig jubileum van Hans van Hemert. Ondanks alle beledigingen die de zangeressen elkaar in het verleden via de media hadden toegeworpen, smaakte de samenwerking (en het geld dat die samenwerking opbracht) naar meer. In mei 2006 is 'Luv' een van de 'super surprise acts' bij drie optredens van de 'Toppers' Gerard Joling, René Froger en Gordon in de Amsterdam ArenA. Dit werd allemaal gevolgd met een camara en later uitgezonden bij het RTL 5 programma Back In Luv.
Richard Ashcroft werd geboren in Wigan, Engeland. In 1989 was hij de mede-oprichter van The Verve. Met die band werd hij een belangrijke schakel binnen de britpop-scene, en moest hij concurreren met bands als Radiohead en Oasis. The Verve behaalde enkele grote successen, waaronder de singles Bitter Sweet Symphony en The Drugs Don't Work, maar ging in 1999 toch uit elkaar vanwege een opeenstapeling van sociale drama's binnen de band.
Ashcroft besloot een solocarrière te starten en zodoende kwam in 2000 zijn CDAlone With Everybody uit. Dit album belandde op nummer 1 in het Verenigd Koninkrijk en bevatte onder andere het nummer A Song for the Lovers. In 2002 kwam het vervolgalbum uit: Human Conditions. Dat album werd slechts bescheiden populair en kwam in Engeland niet verder dan de 3e plaats in de hitlijsten. Het bevat echter wel het nummer Buy It In Bottles, dat bij het grote publiek redelijk in de smaak viel.
Hoewel Ashcroft in zijn periode bij The Verve een concurrent was voor Oasis, was Noel Gallagher dusdanig van Ashcroft onder de indruk, dat hij het nummer Cast No Shadow aan hem opdroeg. Ze waren toen al goed bevriend. Ook met zanger Chris Martin van Coldplay kan Richard Ashcroft het goed vinden. Toen zij op Live 8 in 2005 gezamenlijk Bitter Sweet Symphony vertolkten, noemde Martin hem the best singer in the world.
Concerten in Nederland
Ashcroft heeft (solo) in totaal 4 keer live in Nederland gespeeld. Op 7 juli was Ashcroft support act voor Coldplay. Het concert in maart 2006 was volledig akoestisch. Het concert op 01-06-2006 werd afgelast vanwege ziekte van Ashcroft.
01-10-2000 Paradiso Amsterdam:
Brave New World/Space & Time /I Get My Beat /Sonnet C'mon People (We're making it now)/On A Beach /Luckyman /You On My Mind In My Sleep The Drugs Don't Work /New York /History /A Song For Lovers/ Bittersweet Symphony
10-12-2002 Paradiso Amsterdam:
Nature Is The Law/Lord I’ve Been Trying/ A Song For The Lovers/Paradise Buy It In Bottles/New York/The Drugs Don’t Work/History/Check The Meaning/ Running Away/God In The Numbers/Luck Man/Space And Time/Science Of Silence/Bittersweet Symphony
07-07-2005 Gelredome Arnhem:
On Your Own/Space And Time/Lucky Man/A Song For The Lovers/ Lonely Soul/Nature Is The Law /Check The Meaning/One Day/ The Drugs Don`t Work/Bittersweet Symphony
07-03-2006 Paradiso Amsterdam:
Check The Meaning/Break The Night With Colour /Music Is Power/Sweet Brother Malcolm/History Words Just Get In The Way/Keys To The World History /Why Not Nothing/Bittersweet Symphony (Blues Version)
Hij is actief in de muziekwereld sinds 1961. Seger werd onder andere beïnvloed door James Brown, Little Richard en Elvis Presley, vanwege hun schreeuwende stemmen.
Seger speelde vanaf 1975/1976 vrijwel altijd met The Silver Bullet Band als begeleidingsband. Hij produceerde achttien albums, waarvan twee live-edities. Daarnaast bracht hij twee compilatiealbums uit in 1994 en 2003. Zijn bestverkochte studioalbum is Against The Wind, wat op nummer één kwam in de Billboard Album Top 200 en werd beloond met twee Grammy's. Aan de single Fire Lake van dat album werkten Glenn Frey, Don Henley en Timothy Schmit van The Eagles mee. Andere nummers van Seger die nog vaak op de radio worden gedraaid, zijn Night Moves, We've Got Tonight en Old Time Rock And Roll.
Seger heeft zevenmaal de top tien van de Billboard Hot 100 bereikt, waarvan eenmaal de nummer één-positie met de single Shakedown, die in 1987 ook nummer één was in Canada
Biografie
Seger werd geboren in het Henry Ford ziekenhuis in Dearborn. Hij woonde daar met zijn familie tot zijn zesde levensjaar. Van zijn zesde tot zijn tiende leefde het gezin in Ann Arbor (Michigan), alvorens Bobs vader zou verhuizen naar Californië.
The Bob Seger System en solocarrière
In 1968 tekende Seger een contract bij Capitol Records en vormde The Bob Seger System. Het moest een protopunkband worden. Hun eerste single was "2+2=?", een boodschap tegen de oorlog. Het lied werd een regionale hit in Detroit, maar bleef onopgemerkt voor de rest van de wereld. Hun tweede single werd Ramblin' Gamblin' Man, wat opniew een regionale hit werd, maar ditmaal ook de eerste single van Seger die de hitlijsten binnenkwam, met als hoogste plaats 17. Door het succes kon een (gelijknamig) album worden uitgebracht in 1969. Dit album bestormde de Amerikaanse albumlijst met plaats 62 als hoogste notering. Hun tweede album bereikte de hitlijst niet en Seger besloot te stoppen en te gaan studeren. Seger keerde in 1970 eenmaal terug met The Bob Seger System met hun laatste album Mongrel. In 1971 bracht Seger zijn eerste soloalbum uit, het akoestische Brand New Morning in verband met zijn contract bij Capitol Records. Seger bleef tot 1975 solo actief, maar kwam met zijn singles niet hoger in Amerika dan plaats 43, een van de vier singles die in de Billboard Hot 100 kwam. Hiernaast bracht hij vijf singles uit die de betreffende hitlijst niet bereikte. Seger bracht ieder jaar een album uit, wat het aantal albums uit zijn solocarrière op vijf bracht.
The Silver Bullet Band
Met The Silver Bullet Band, die is opgericht in 1974, kende Seger zijn grootste successen. De band bestond aanvankelijk uit:
Drew Abbott (gitarist)
Charlie Allen Martin (drummer en tweede stem)
Rick Mannassa (keyboardist)
Chris Campbell (basgitarist)
Alto Reed (saxofonist)
Na twee goedverkochte albums in 1975 en 1976, volgde Segers landelijke doorbraak pas in 1976 met zijn derde album in samenwerking met The Silver Bullet Band, Night Moves genaamd. De gelijknamige single reikte tot de vierde plek in de Amerikaanse hitlijst, en daarnaast reikte een andere single tot de 24e plaats, Mainstreet genaamd. Door het succes van deze singles kwam het album Night Moves in de top tien van de Amerikaanse albumlijst en werden zijn twee eerdere albums uit 1975 en 1976 ook goed verkocht. In 1978 nam hij het album Stranger In Town op, met de blijvertjes We've Got Tonight (origineel geschreven als We've Got Tonite), hoogste notering plaats 13, en Old Time Rock And Roll, hoewel die indertijd minder geliefd was bij de fans. Eerstgenoemde single werd later bij herhaling gecoverd, door onder andere Kenny Rogers met Sheena Easton en Ronan Keating.
Douwes is een dochter van de Amsterdamse kunsthandelaar Evert VII Douwes en Nelleke Huf, een nicht van de fotograaf Paul Huf en verre familie van de Amerikaanse filmster Doris Day. Ze groeide op in een gezin met nog drie broers en is ongehuwd. Op haar twaalfde besloot Pia de Havo (Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs) op een internaat te volgen in Amersfoort. Na de Havo studeerde ze aan de Brooking School of Ballet in Londen van 1983 tot 1986. Daarnaast heeft ze musicalcursussen in Salzburg en Wenen onder leiding van Susi Nicoletti en Sam Cayne gevolgd. Zangles kreeg ze verder van Noëlle Turner en Carole Blaickner-Mayo.
Prijzen
Douwes ontving in Duitsland de Image 1996 voor haar vertolking van Elisabeth en werd in datzelfde jaar onderscheiden met de Duitse Publieksprijs voor haar rol in Cabaret (Duitsland). Ze werd genomineerd voor Beste Vrouwelijke Hoofdrol voor de John Kraaijkamp Musical Award 2000. Ze werd zes maal verkozen tot Beste Musical Vertolkster door het blad Musicals, voor haar rol in Elisabeth en voor haar rol in De 3 Musketiers de musical gekozen door het Duitse blad Da Capo als beste musical actrice en mooiste vrouwelijke stem van Duitsland. Winnares van de Duitse “Image 1996” voor haar rol in Elisabeth. Ze won de John Kraaijkamp Musical Award voor Beste Nederlandse Actrice in het Buitenland voor Elisabeth in 2002 (Essen). Ze werd in 2003 genomineerd voor een Musical Award voor haar hoofdrol als Milady de Winter in De 3 Musketiers en in 2005 voor haar bijrol als Clara in Passion.
Ambassadrice
Douwes is ambassadrice van de Ingeborg Douwes Stichting, die in april 2000 door haar broer Evert is opgericht. Zijn eerste echtgenote Ingeborg Douwes overleed toen op 38-jarige leeftijd aan kanker. De Ingeborg Douwes Stichting (IDS) heeft als doel fondsen te werven voor psychosociale hulp aan kankerpatiënten en hun naasten. Douwes treedt in benefietconcerten voor deze stichting op. Daarnaast is zij ook ambassadrice voor een weeshuis in Sri Lanka.
Televisie
Ze werkte mee aan vele televisieprogramma's in Nederland, Duitsland en Oostenrijk. Douwes zong voor de Oostenrijkse televisie een duet met José Carreras. In het voorjaar van 2001 werd door de NCRV de dramaserie Wilhelmina uitgezonden, waarin ze de rol van Margaretha van 't Sant vertolkte. In 2007 werkte ze mee aan de televisiezoektocht Op zoek naar Evita, als lid van het panel en als coach. Ook was Douwes te zien op de Duitse televisie in het programma 'Ich Tarzan, Du Jane'. In 2008 nam ze weer plaats in de stoel van Op zoek naar en was ze tevens weer coach. Dit keer zocht het panel samen met Nederland de nieuwe hoofdrolspeler voor Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat. Vanaf 2009 neemt Pia Douwes plaats in het panel van Op zoek naar Mary Poppins.Verder speelt ze in het najaar van 2009 Conny Stuart in een serie over Annie M.G. Schmidt. In het najaar van 2009 speelt zij een rol in Onderweg naar Morgen.
Overige producties
Voor de Walt Disney-film Pocahontas heeft ze de Nederlandstalige titelrol ingezongen en ingesproken. Ze was soliste in Cole Porter's Songbook (2000). Met programma's als In Love With Musicals Again & Musical Moments toerde ze regelmatig met onder andere Uwe Kröger in Duitsland en Oostenrijk.
Marie Kate Nash (geboren op 6 juli 1987) is een Iers-geboren doch Engelse zangeres en songwriter, gevestigd in Londen. Ze had een hit met" Foundations " in 2007, gevolgd door een platina nummer 1 album Made of Bricks .
In 2009 werd ze lid van een nieuwe band, genaamd, The Receeders. Tot nu toe hebben ze vier nummers opgenomen en waren top van een concert in Londen op 17 december 2009. Niettegenstaande werkte ze verder aan haar tweede solo-album dat nu in 2010 zou moeten verschijnen.
Jeugd
Nash werd geboren in Dublin, Ierland, uit een Engelse vader en Ierse moeder, op 6 juli 1987. Ze groeide op in Harrow,Noord-West Londen. Nash raakte geïnteresseerd in muziek tijdens de kindertijd.Ze leerde piano spelen op Sandbach School. Ze leerde gitaar met leraar Louis Mitchell. Ze studeerde theater aan de BRIT School for Performing Arts en Technologie in Zuid-Londen. Na een voetbreuk en tijdens haar herstel kocht haar moeder haar een elektrische gitaar. Nash gebruikte deze tijd om zich te focussen op haar songwriting: ze begon een aantal nieuwe nummers te schrijven waarbij "Caroline's a Victim '(2006-2007)
Ze vond een manager en deze zorgde voor de producenten die haar muziek konden promoten. Haar puur commercieel debuut was precies met de single "Caroline's a Victim" / "Birds", geproduceerd en opgenomen in IJsland door Valgeir Sigurðsson en uitgebracht door Moshi Moshi Records in februari 2007. De release was beperkt tot 1000 exemplaren, wat vlug een meervraag tot gevolg had. Een video voor het nummer werd uitgebracht en kreeg airplay op MTV2. De video werd geregisseerd door Kinga Burza. De B-kant, "Birds", zou later op haar debuutalbum, Made of Bricks, komen te staan. Beide tracks zijn ook uitgebracht als MP3downloads.
"Made of Bricks" (2007-2008)
Nash's tweede single en eerste via Fiction Records, "Foundations", die werd uitgebracht op 18 juni 2007 bereikte de nummer twee in de officiële UK Singles Chart. Het album, Made of Bricks, geproduceerd door Paul Epworth, volgde heel snel en had veel succes, mede door haar tournees waarmee ze ondertussen was gestart.
Het album bereikte nummer 1 in de Britse hitlijsten, hoewel er gemengde kritieken waren.
Eind 2007 en begin 2008 bracht ze drie andere singles van het album uit, waaronder" Mouthwash " and " Pumpkin Soup ".
In een interview met NME zei ze: "Ik heb een hoop demo's gedaan en heb ongeveer 14 tot 16 liedjes opgenomen . Ze begon heel veel songs te schrijven en vond het best leuk. Ze bracht onder andere twee nieuwe nummers - "Froggy" en "I Hate Seagulls" - ter gelegenheid van een intiem optreden in Oost-Londen, oktober 2008.
Eind juni 2009 begon ze te werken met Bernard Butler als producent, die een stevige reputatie had opgebouwd als gitarist van de groep Suede. Dit moet leiden tot haar tweede album waarvan we de resultaten stilaan mogen verwachten.
De eerste single van het tweede album heet met zekerheid 'Doo-wah Do'. De stijl is anders dan deze van haar eerste album en Kate wijt dit aan het meer volwassen worden
Persoonlijk leven
Sinds begin 2007 keeft ze een relatie Ryan Jarman, zanger en gitarist van de Engels Indie rock band, The Cribs.
Ze bewees erg sociaal voelend te zijn en gebruikte een veiling op eBay om een vijfjarig meisje aan twee bruikbare handjes te helpen.