Een groot deel van de dag bezig met klusjes die me afleiden, om ervoor te zorgen dat ik de dag door kan komen zonder in het nachtmerrieachtige gevoel te belanden.
Op momenten van rust duikt het echter op als een reusachtig wreed monster. Verscheurd. Het trekt je in flarden.
Met alle moeite tracht ik het uit mijn gedachten te bannen, paniek, dat gevoel aan je lot te worden overgelaten. En dat het eindeloze wachten zal resulteren in een versterking daarvan.
Het vertrouwen brokkelt verder af. Achterdocht... mag je wel geloven dat ze oprecht zijn?
Of word je met zoethoudertjes regelrecht naar de afgrond geduwd? Terwijl zij misschien menen dat het me een minder grote schok zal bezorgen? Of dat het dan minder erg zal zijn en al die pijn en ontzetting nu, het volhouden, dat het sowieso zal lijden tot de volledige crash.
Het ontbreken van een gesprek al die tijd, het in het ongewisse gelaten, de (vertrouwens)band die plots wegvalt. Het voelt opnieuw als destijds... hoe je in de operatiezaal plots alleen gelaten wordt, de zorg valt volledig weg, want er is niemand die het overneemt, daar is niet op voorzien.
Het is zo angstaanjagend dat jij je nooit meer wil wagen aan therapie, omdat al wat er opgebouwd werd, ineenstort. Je voelt je geen schip meer dat de opgelopen averij nog de baas kan, omdat er een bom viel op een groot deel van het schip.
Wat doet het pijn, een afschuwelijke nachtmerrie is het, teruggevoerd naar eerdere trauma's.
Ik realiseerde me de eerste seconden niet dat het maandag was, ik was ervan overtuigd dat ik ontwaakte op zondag. Het kostte wat denkwerk en nagaan wat die zondag bracht om te beseffen dat die dag echt wel voorbij was.
Een droom vannacht, zo levensecht. Ze waren in het huis van mijn ouders, mijn moeder kwam niet voor in mijn droom, mijn papa wel, althans het denken aan hem, het vertellen over hem, ik voelde (en voel) de liefde in mijn hart voor hem, nog altijd, ook al is hij al meer dan twintig jaar dood.
Fier en met een gevoel dat hij erbij was alleen al door over hem te vertellen en te wijzen op zijn hobby. Ik voelde me verwonderd toen ik het grote beeldhouwwerk zag, dat had ik nooit gezien toen hij nog leefde. Het was niet af en toch vond ik het mooi, het raakte me.
Misschien omdat ik op een of andere manier mijn gevoel er in zag.
Een groot, hoog ovaalachtig beeld, lichtgrijs waar de gepolijste delen zich bevonden, met witte poederachtige vlekken her en der en op verschillende plaatsen afgehakte stukken waardoor wat wellicht ervoor ook gladde, afgewerkte delen waren nu grof oogden.
Beschadigd. Door verwoestende gebeurtenissen. Door de stroom vernietigende ervaringen.
Net zoals mijn vader ook beschadigd was door alvast één verwoestende gebeurtenis... .
In mijn droom voelde ik niet de pijn die ik sinds afgelopen zomer heviger voel, de toegenomen depressie, en het verlies van de sprankel levensvreugde.
Het weerzien van mensen in mijn ouderlijk huis, de mensen die ik voor corona begon wekelijks zag, verwarmde me... de man ook die me zo vaak aan mijn papa deed denken, door de vrolijkheid, door de lach, door zijn levensvreugde, door zijn manier van doen.
Ik probeer net als vanouds te schrijven, in de hoop dat daardoor de pijn in me minder ondraaglijk voelt, het verlammende gevoel me niet de hele dag saboteert, mijn geest terug meer helder wordt.
Angst om wat mogelijk definitief verdwijnt, een angst, een pijn die telkens het in mijn gedachten komt, zo snel als mogelijk uit mijn gedachten wordt gebannen, omdat het als een hel, een afschuwelijke, eeuwige nachtmerrie.
Niet slechts corona haalde een deel van de bodem weg, het komplete weggeslagen worden uit het leven, was dat andere, dat andere.
Daar dook het wantrouwen opnieuw op. Ik vocht. Verloor.
Vroeger was er meer vertrouwen. Ondertussen ben ik bang dat mijn vertrouwen, niet te vertrouwen is. En hoe moeilijk dan om het wantrouwen niet te wantrouwen...
Dapper zette ik een stap om de groeiende achterdocht een halt toe te roepen.
De onverwachte fijne reactie maakte dat ik vol pijn mezelf afvroeg hoe het kon dat iemand aardig voor me was en me niet afwees, verstootte, van me walgde, me een zwakkeling vond en zo voort
Na het gesprek voelde ik me in de war en van streek... . Gewoon door het begrip, de menselijkheid, ... . Het klinkt wellicht zeer gek maar het raakt me enorm. En van de blijheid erna voel ik me nog angstiger. Bang voor dat wat zoveel pijn doet. Vergooid worden... .
Ik ben moe nu, ik ga stoppen, rust in mezelf brengen.
En plots was hij afwezig. Een mailtje van een medewerker, een bericht via mobieltje. Gelieve zelf terug contact op te nemen na 5 weken.
Paniek. Dit was nooit eerder op deze manier gebeurd. Gewoonlijk werd ik door mijn psychiater zelf op de hoogte gebracht van eventuele afwezigheid. Vergadering, vakantie, enz... . Dit ijle bericht, de vaagheid, bovendien gebracht door onbekenden... het maakte me erg angstig.
Ik leefde naar die datum waarop er weer afspraken gemaakt konden worden. Maar ik bleef bang van het hele geheimzinnige.
Telefoontje naar een medewerker na die weken.
Ik kan het nog niet aan om hierop verder te gaan. Ik kan alleen vertellen, dat ik het probeerde te redden, en dat dit me hoe langer hoe minder lukt. Ik zocht tijdelijk elders hulp maar hierdoor werd de ellende alleen nog erger... omwille van het ontbreken van enig begrip voor de situatie. Ik bleef zoeken, telefoneren, vragen, naar elders hulp maar ving overal bot.
Of ze hem konden contacteren? Jammer genoeg niet. En of mijn huisarts iets van de situatie kon verduidelijken? Neen, sinds corona me belette wegens de afstand naar mijn vorige huisarts te gaan, mocht ik bij een andere arts dichterbij terecht. Door de drukke tijden was er geen tijd om meer te vertellen dan de onderzoeken die nodig waren, medicatie voor te schrijven, en slechts hier en daar toch even iets laten weten.
Nochtans hadden ze me verzekerd dat wanneer ik niet bij ze terecht kon, ze me zeker niet in de steek zouden laten en zoeken naar een oplossing.
Dat is niet gebeurd. Tenzij je het als een oplossing ziet dat ze me met een kluitje in het riet terug naar af stuurden. Niet echt naar 'af' maar nog verder dan 'af' want door hoe ze mijn vraag om hulp afhandelden, kreeg ik wat leek op een psychische vuistslag van ze.
Elders was het te duur of kon ik er niet naartoe met het openbaar vervoer. Wat me vooral heeft getroffen was de meestal bijzonder kille reacties, soms spot, soms kritiek leveren op degene waarbij ik in therapie was. Het hield gewoon niet op. De enigen waar ik terecht kon waren twee mensen waar ik naar kon telefoneren, en naar een van ze ook mailen. Mijn telefoonrekening steeg, en ook angst voor nog meer onbegrip en daardoor angst om vrijuit te spreken maakte dat die vormen van contact zoeken om erover te praten, eerder miniem waren. De hoop dat ik weer bij mijn psychiater terecht kon, nergens een glimp van enige zekerheid, het ongewisse, het in het ongewisse gelaten worden. Ik weet niet meer waar mijn oude ik gebleven is, en wat rest, ik herken niets meer van mezelf. De donkere, diepe put, lijkt geen bodem te hebben. Verstand op nul zo goed als mogelijk. De smurrie voelt hoe langer hoe meer als beton. Ik voel me aan mijn lot overgelaten. In de steek gelaten. Ik begrijp niet meer wat er gebeurt, gebeurde, en al helemaal niet hoe ik hier ooit uit kom.
Ergens een lichtpuntje? Een gesprek... met een andere psychiater. Maar zonder mogelijkheid tot meer dan eens de maand. En die angst, mijn verhaal opnieuw te moeten doen? Of vertellen wat er is? Het enige wat ik kan vertellen is dat het immens hard schreeuwt in me, een huilen dat niet lukt, tenzij vertaald in die pijn in me. En hoe ik dagelijks moet vechten tegen het monster van pijn. De oude pijn, en daarbij een soort van déjà vu.
En de vraag in me, van vertwijfeling, angst, wanhoop, of ik me nog wel aan therapie durf wagen als die eindigt in ijlheid zonder enige houvast, of ernstig alternatief.